‘Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft’

“Ik weiger te geloven dat de toestand in ons onderwijs hopeloos is”, zegt Brenda Froyen, opleider en begeleider van onderwijzers en onderwijzeressen in spe. Volgens haar is het hoog tijd om het hele systeem van vaste benoemingen in vraag te stellen. “Schaf meteen ook de verzuilde onderwijskoepels af.”

‘De grootste onderwijsidealist ooit’, noemt Brenda Froyen zichzelf. Meer dan twintig jaar staat ze in het onderwijs. Van leraar Nederlands voor anderstaligen tot tweedekansonderwijs. Vandaag is ze lector Nederlands aan de lerarenopleiding van de Gentse Arteveldehogeschool. Eind jaren 1990 studeerde ze Germaanse filologie en twee jaar geleden haalde ze zelf nog haar bachelor lager onderwijs. Tijdens het interview zal ze het een aantal keren enthousiast herhalen: “Leerkracht is het mooiste beroep ter wereld.”

Waar komen al die burn-outs bij leerkrachten dan vandaan?

Brenda Froyen: “De onderwijssector wordt inderdaad geteisterd door burn-out en niet alle scholen zijn paradijselijke plekken. In sommige grootsteden is lesgeven best pittig. Mijn beste vriendin staat twaalf jaar voor de klas in het centrum van Brussel. Zij vertelt me dat ze daar als leerkracht het grootste verschil kan maken. Alleen vergt dat ontzettend veel van haar; vaak heeft ze het gevoel dat ze staat te dweilen met de kraan open. Intussen kijken steeds meer mensen neer op het onderwijs en worden leerkrachten beschimpt: ‘Die profiteurs met hun vakantie.’ Ik kan me goed voorstellen dat bij leerkrachten soms de moed in de schoenen zinkt: ‘Moeten wij nu écht de wereld redden?’

“Onderschat ook de kinderen niet, zeker in het secundair. Ik geef soms een lezing in een middelbare school en dan zie ik sommige pubers ongeïnteresseerd in hun stoel hangen, tokkelend op hun gsm. Voor een bevlogen leerkracht die alles wil geven en niets terugkrijgt, kan zo’n omgeving inderdaad ontaarden in burn-out paradise. Mijn beste vriendin geeft toe dat het in haar Brusselse klassen soms lastig is. ‘Maar dan is er die ene leerling die openbloeit. Daar doe ik het voor.’”

Als lector aan de lerarenopleiding hebt u een goed zicht op wie er vandaag onderwijzer of onderwijzeres wil worden?

“Doordat er een lerarentekort is, geloven sommige jonge mensen: ‘Ze hebben me nodig. De opleiding zal nu wel niet zo moeilijk zijn.’ Maar in mijn hogeschool is de opleiding degelijk én zwaar. Bachelordiploma’s lager onderwijs worden er niet cadeau gegeven. Daar mispakken studenten zich soms aan.

“Er is een toenemende instroom van jongeren uit het technisch en beroeps, het TSO en BSO. Al heeft de meerderheid van mijn studenten nog een achtergrond algemeen secundair, ASO. In de hogeschool waar ik vroeger lesgaf, was het toekomstige onderwijzerscorps veel diverser en gekleurder dan in mijn huidige school. Het onderwijs heeft dringend nood aan een grotere diversiteit onder de leerkrachten. Nu zitten we vooral met een wit, vrouwelijk corps.”

Daalt het niveau van de afstuderende leerkrachten?

“Dat hangt af van school tot school. Er is een groot verschil in het niveau van de lerarenopleidingen. Ze worden niet door een externe instantie gecontroleerd. De kwaliteitscontrole gebeurt volledig intern.”

Er is geen inspectie?

“Nee. Van zodra een startende lerarenopleiding door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) goed genoeg bevonden is, valt de controle van buitenaf weg. De vrijheid is dus groot, waardoor de vakken van de lerarenopleidingen erg kunnen verschillen.”

Heeft dat ook als gevolg dat hogescholen bij hun interne kwaliteitscontrole soms geneigd zijn om een oogje dicht te knijpen?

“Een curriculum van een lerarenopleiding zou, gedeeltelijk toch, de weerspiegeling moeten zijn van het curriculum van de lagere school. Dat is niet altijd zo. In de lagere school is mijn vak Nederlands zeer belangrijk. Je zou dus kunnen veronderstellen dat er in de lerarenopleiding verhoudingsgewijze veel aandacht voor is. Jammer genoeg is dat niet in alle lerarenopleidingen het geval. Ze bepalen zelf het aantal uren Nederlands of wiskunde.”

Onze lerarenopleidingen leveren dus compleet verschillende leerkrachten af?

“Zeker. Daarom heb ik ook geen eenduidig antwoord op uw vraag: ‘Daalt het niveau?’ Ik kan alleen zeggen dat ik heel trots ben op de studenten die wij op onze hogeschool afleveren. (lacht)

“Vandaag horen we continu: ‘Voor leerkrachten is er werk in overvloed!’ Dat klopt, alleen is lesgeven zoveel meer dan louter ‘werk’. Elke leerkracht komt op een school met een bepaalde visie en een pedagogisch project terecht. Hij of zij zou zich dus ook moeten afvragen: ‘Pas ik als leerkracht in het project van de school? Ben ik het daarmee eens?’ Alleen hoor je daar zelden iets over, terwijl dat toch zeer belangrijke vragen zijn. Want ze gaan over de essentie: wat wil je als lesgever met de kinderen bereiken?

“Daar komt bij dat voor veel jonge leerkrachten vandaag onzekerheid troef is. Ikzelf weet ook niet of ik volgend academiejaar in mijn huidige hogeschool kan blijven. Ik ben er nieuw en zit nu in exact hetzelfde schuitje als zoveel andere jongere maar ook oudere leerkrachten die het aandurfden om voor verandering te kiezen.”

U koos ervoor om te veranderen van hogeschool, waardoor u al uw zekerheden verloor?

“Ik maakte in mijn carrière die keuze al een paar keer en gaf zelfs een vaste benoeming op. Ik stapte over naar mijn huidige hogeschool omdat die dichterbij huis is. Keerzijde van de medaille is dat ik nu, net als zoveel anderen, geconfronteerd word met onzekerheid. Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft.

“Ik gaf les in verschillende scholen en hogescholen en bouwde zo een schat aan ervaring op. Telkens wanneer ik ervoor kies om mijn kennis en ervaringen op een nieuwe werkplek te delen, volgt die afrekening. In de privé zouden ze me een bonus geven: ‘Wow, díe vrouw heeft ervaring. Haar moeten we aan boord proberen te houden.’ In het schoolmilieu niet.

“Een oud-collega zei me ooit: ‘Jij lijdt aan de veranderziekte.’ Terwijl ik daar helemaal niet aan lijd, maar af en toe nood heb aan een nieuwe uitdaging. Onderwijs is mijn passie; die wil ik niet kwijt. Alleen is er dat logge systeem dat niet van verandering houdt, me tegenwerkt en straft als ik naar een nieuwe school verhuis. Door mijn vaste benoeming op te geven, leverde ik meteen ook flink wat voordelen in. Want het verschil tussen tijdelijk en vastbenoemd is groot. Dat hele systeem is onrechtvaardig.”

Waarom?

“Er wordt nu veel misbaar gemaakt over de instortende kwaliteit van het onderwijs, terwijl scholen geen enkele mogelijkheid hebben om een fatsoenlijk personeelsbeleid te voeren. Of een leerkracht op een school mag blijven, heeft niets te maken met het feit of hij goed kan lesgeven.

“In het basisonderwijs gingen de voorbije jaren nogal wat leerkrachten 4/5e werken. Dat was lang niet mogelijk en ik vind het prima dat het nu wel kan, alleen bezorgt het directies nachtmerries om alle gaten in de verschillende leerjaren te dichten. In de praktijk komt het erop neer dat pas afgestudeerde leerkrachten die gaten opvullen. Een jonge leerkracht hopt dan een hele week van de ene klas naar de andere, van het eerste tot het zesde leerjaar. Terwijl je voor die inspannende job eigenlijk een zeer ervaren leraar nodig hebt. Veel beginnende leerkrachten zonder eigen klas bouwen zo ook geen band op met de kinderen.

“Sommigen blijven jaren hangen in het opvullen van de gaten van de deeltijds werkende vastbenoemden. In een grotere scholengemeenschap moeten ze vaak ook van de ene school naar de andere pendelen. Voortdurend inspringen en vervangen, is niet iets wat je aan onervaren leerkrachten overlaat. Dat is iets voor collega’s met voldoende jaren op de teller. Een ervaren leerkracht kan dat aan; een onervaren leerkracht bijt er zijn tanden op stuk en haakt af.

“Als ik daar op scholen een opmerking over durf te maken, is er altijd wel een benoemde die korzelig reageert: ‘Indertijd begon ik ook met interims hier en daar.’ Ze vergeten dat de omstandigheden nu totaal anders zijn, mede door dat inmiddels stevig ingeburgerde deeltijdse werk.”

Door die onzekerheid geven jonge leerkrachten er de brui aan?

“Onderschat het aantal leerkrachten in een onzeker statuut niet. Het zijn er duizenden. Ze weten niet of ze in september op hun school kunnen blijven. Ze krijgen geen enkel antwoord; iedereen zwijgt. Sorry, hoor, maar dat is moordend. Ik voel dat ook bij mezelf. Een oud-studente vertelde me dat ze bang is om zwanger te worden. ‘Want wat dan? Dan heb ik geen job én geen zwangerschapsuitkering.’ Zo zijn er veel tijdelijke leerkrachten die hun gezinsleven on hold zetten.

“Om die onzekerheid weg te werken, besliste minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om de minimumtermijnen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) te halveren tot één schooljaar. Goedbedoeld, alleen heeft die maatregel een groot nadeel: directies krijgen niet meer de tijd om rustig te observeren welk vlees ze in de kuip hebben. Want willen ze die jonge leerkracht wel zo snel aan hun school vastklinken? Dat is het enige instrument voor personeelsbeleid dat ze nog in handen hebben. Eens benoemd, hebben ze over dat personeel niet veel meer te zeggen.”

Omdat er zo goed als niets ondernomen kan worden tegen een benoemde leerkracht die er de kantjes afloopt?

“TADD is niet hetzelfde als een vaste benoeming, maar is toch ook al relatief vast. Die aanstelling loopt dan af als er geen werk meer is. Bij TADD kan een directie nog altijd kiezen op basis van competentie. Bij vaste benoemingen niet meer.

“Pas op, u zal mij nooit horen zeggen dat vastbenoemden klaplopers zijn. In 2018 schreef ik een opiniestuk voor uw krant met als titel: ‘De vaste benoeming nodigt uit tot onderpresteren.’ De reacties die ik toen kreeg… Ik werd zo goed als gelyncht. ‘Hoe durft ze?!’ Terwijl ik nog nooit geschreven heb dat álle vastbenoemden minder hard werken. Al ben ik er wel zeker van dat elke leerkracht in zijn team een benoemde collega kent die minder goed functioneert. Als er dan in het begin van het schooljaar een droom van een jonge leerkracht arriveert, gebiedt het logisch verstand dat het voor de school een goede zaak is om die nieuweling de klas van de minder presterende vastbenoemde te laten overnemen. En dat er dan misschien beter ook van die onderpresterende leraar afscheid genomen wordt. Want zo werkt werk toch, niet? Alleen kan en mag dat niet in het onderwijs.”

Om zijinstromers uit de privésector aan te trekken, verhoogde minister Weyts het aantal jaren anciënniteit dat ze kunnen meenemen. Een verstandige maatregel?

“Dat kan helpen om nieuw bloed aan te trekken, alleen botsen ook zij op datzelfde systeem. Want de kans is groot dat ze achteraan in de rij mogen aanschuiven, na vastbenoemde collega’s die jonger zijn én minder presteren. Dé vraag zal dan zijn: slikken ze dat of niet?”

Heel dat systeem met vaste benoemingen moet dringend op de schop? Er moet opnieuw hervormd worden in een sector die de voorbije decennia bijna continu in hervormingsmodus was?

“De hervormingen in het onderwijs uit het verleden draaiden altijd rond curriculum en leerplannen. Nóóít gingen ze over aanpassingen van het systeem. Daar durft blijkbaar niemand aan raken. Want dan komen natuurlijk ook de verzuilde onderwijskoepels in het vizier.

“Je hoort vaak dat er nóg meer geld in het onderwijs gepompt moet worden. Volgens mij is dat niet nodig. Begin met al die tussenlagen af te schaffen van pedagogisch adviseurs, ondersteuners en god weet welke andere coaches. Er zijn nogal wat mensen actief die vanop hun bureau aan die ene leerkracht vertellen hoe hij precies moet lesgeven. Terwijl die leerkracht dat wel weet, hoor. Hij heeft daar namelijk voor geleerd. Waarom komen die adviseurs niet zelf allemaal mee les geven? Schaf dan meteen ook de koepels af, dat levert extra middelen op.

“Ik leg aan mijn studenten uit dat ze voor hun lessen rekening moeten houden met drie leerplannen: van de katholieke zuil, van steden en gemeenten en van het gemeenschapsonderwijs. Een leerplan wijst waar een leerkracht met de kinderen naartoe moet navigeren. Dat is dus ontzettend belangrijk. Mijn leerlingen moeten er zo drie leren kennen. Die leerplannen zijn door de verzuilde onderwijskoepels niet op elkaar afgestemd. Ze onder de knie krijgen, vergt van mijn studenten heel wat inspanning én energie. Dat heeft toch niets meer te maken met kwalitatief onderwijs? Want moet het over de kinderen gaan of over de koepels?

“De twee topmannen van de grootste onderwijskoepels schreven een opiniestuk in De Standaard met voorstellen om de scholen te redden (op dinsdag 7 juni – JS). Ik dacht: ‘Waarom steken jullie niet eerst de hand in eigen boezem?’ Weet u wat een uitstekend voorstel voor efficiënt onderwijs is? Maak één centraal leerplan in plaats van drie.”

Zijn de studenten waaraan u lesgeeft gemotiveerd om aan de slag te gaan?

“De mensen die bij ons beginnen, zijn gemotiveerd, maar mispakken zich soms aan de inhoud van het beroep. Ze verbazen zich dan over de hoeveelheid didactiek die ze te verwerken krijgen en staan te kijken van de kennis de ze over Frans of wiskunde moeten vergaren. Wiskunde is bij ons een ‘buisvak’, maar als leerkracht in het lager onderwijs moeten je wiskundige vaardigheden nu eenmaal véél beter zijn dan die van de kinderen in je klas.

“Veel studenten vallen in het eerste jaar af. De derdejaars zijn de écht gemotiveerden. Al vertrouwde één van hen me onlangs toe: ‘Als ik mijn diploma heb, ga ik iets anders doen.’ Ik schat dat van alle startende studenten de helft de eindmeet haalt.”

Dat zijn dan vooral vrouwen?

“Ja, en dat is niet gezond. 10 procent van de afstuderende leerkrachten voor het basisonderwijs zijn mannen. Voor het middelbaar ligt dat percentage een tikkeltje hoger. Pas afgestudeerde mannelijke leerkrachten gaan vaak aan de slag in de derde graad van het lager, om soms later door te groeien tot directeur. Als er dus al eens een man in zo’n vrouwelijk corps binnenstapt, heeft die het na een paar jaar voor het zeggen. (lacht)”

Voor de huidige malaise in het onderwijs wordt er ook met een beschuldigende vinger gewezen naar het zwaar verguisde M-decreet.

“Het is nu inderdaad bon ton om te verkondigen dat het allemaal de schuld is van het M-decreet. Ik ben het daar niet mee eens. Minder dan 1 procent van de kinderen in het buitengewoon onderwijs stapte onder impuls van het M-decreet over naar het reguliere onderwijs. In tegenstelling tot wat velen lijken te geloven, kwam er dus geen toestroom op gang. Het principe van inclusief onderwijs was trouwens helemaal juist. Het sloot naadloos aan bij de Salamanca-verklaring van de UNESCO uit 1994 die stelt dat alle leerlingen met speciale onderwijsbehoeften toegang moeten hebben tot reguliere scholen. Maar de uitvoering liet te wensen over. Zo moest er met een ondersteuningsnetwerk over de onderwijskoepels heen gewerkt worden; in de praktijk kwam daar niets van in huis. Iedereen bleef alweer in zijn eigen koepel aanmodderen.

“Het terechte en juiste M-decreet werd in de uitwerking vakkundig de nek omgedraaid. Er was ook iets mis met de manier waarop de goegemeente dat decreet interpreteerde. Zo vonden sommige ouders dat de school verplicht was om voor hun kind tot het uiterste te gaan. Dat was helemaal niet zo: de school moest redelijke aanpassingen doorvoeren, wat iets helemaal anders is dan ‘tot het uiterste gaan’. Scholen die al heel ver stonden met inclusief onderwijs en een stevige basiszorg hadden, werden overspoeld. In andere scholen waar de basiszorg op niets trok, werd inclusief onderwijs zoveel mogelijk afgehouden.”

Bent u ondanks alles optimistisch over de toekomst van ons onderwijs?

“Natuurlijk. Ik behoor niet tot degenen die jammeren dat het kalf verdronken is. Ik heb het allergrootste respect voor leerkrachten, want zij vormen de basis van onze samenleving. Zij werken met onze toekomst. Ik snap niet dat zoveel mensen dat niet willen zien. De maatschappij heeft de verdomde plicht om het kalf niet te laten verdrinken.”

Brenda Froyen

  • Geboren in 1978
  • Studeerde Germaanse filologie en haalde een bachelor lager onderwijs
  • Debuteerde in 2014 als schrijver met de autobiografische roman Kortsluiting in mijn hoofd
  • Richtte Psychosenet België op en zetelde in de Hoge Gezondheidsraad
  • Vorig jaar verscheen haar jeugdboek Een jaar met Wifi
  • Is getrouwd en heeft drie zonen

© Jan Stevens

‘Sommige leden denken wellicht dat ze macht hebben’

Begin mei publiceerde La Libre Belgique een gelekt advies van de Hoge Raad van Financiën voor hervormingen van ons belastingsysteem. “Dat document was fake”, zegt voorzitter Herman Matthijs. “Iemand probeerde iets tegen te houden.”

Als alles goed gaat, legt de Hoge Raad van Financiën (HRF) op 21 juni haar advies voor een fiscale hervorming op het bureau van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v). Al beweerde La Libre Belgique op dinsdag 10 mei dat advies al in handen te hebben. Het was rechtstreeks vanuit de HRF naar de krant gelekt. Hoofdlijnen: verminder de belastingen op arbeid met bijna 7 miljard euro. Compenseer dat door de BTW te verhogen van 21 naar 22 procent. Schaf de aftrek voor het pensioensparen af, net als de maaltijdcheques en de fiscale aftrek voor de lening op een tweede verblijf. Belast tankkaarten en voer een milieu- en klimaatheffing in. Zoek 1,9 miljard euro aan besparingen. Regeringspartij PS reageerde meteen: ‘Inbuvable!’

“Dat document in La Libre was volledig fake”, zegt Herman Matthijs, voorzitter van de Hoge Raad en professor openbare financiën (UGent/VUB). “Over het échte advies op 21 juni leg ik op voorhand geen verklaringen af, want dan wordt onze werking onmogelijk.”

Hoe verrassend is het voor u dat een collega van de Hoge Raad een mogelijk advies lekt?

“In 2020 werd er al enorm veel gelekt, hoor, net als vorig jaar. Die lekken waren tenminste nog juist. Nu was het een verkeerd document.”

Waardoor u weet wie er gelekt heeft?

“Precies. Er is nooit over dat document gestemd, sterker nog: het kwam nooit ter sprake. Het is gewoon een inventaris. In ons land bulkt het van de aftrekposten, verminderingen en uitzonderingen. Ik liet die berekenen en in kaart brengen; dat is dus dat bewuste document. Aanbevelingen zoals de verhoging van de BTW naar 22 procent of de afschaffing van maaltijdcheques stonden trouwens al in ons grote rapport uit 2020.”

Wat was de bedoeling? Het advies op voorhand saboteren?

“Dat moet u vragen aan degene die gelekt heeft.”

Als u me zegt wie?

“(lacht) Voor een deel is dit gelekt omdat iemand inderdaad iets probeert tegen te houden.”

Want de in financiën onderlegde leden van de HRF hebben een politieke kleur?

“Ze zijn door de politiek geplaatst. Maar van zodra een lid zelf politiek actief wordt, moet hij direct vertrekken. We zijn daar zeer strikt in. Sinds ik voorzitter ben, moest ik tegen twee leden zeggen: ‘Neem ontslag.’ De ene werd schepen en de andere vertrok naar een kabinet.”

Door welke partij werd u voor de HRF gevraagd?

“Zelf zit ik in de Raad sinds 2006, eerst via het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en later via de federale overheid. Zij vroegen me. Ik heb de langste anciënniteit, vandaar dat ik nu voorzitter ben. De eerste tien jaar werd er nooit gelekt omdat de rapporten van de HRF over kleinere, zeer specifieke onderwerpen gingen.”

Had u een gesprek met de lekker?

“Als voorzitter lees ik telkens wanneer er gelekt wordt ons huishoudelijk reglement nog eens voor. Daar staat in dat lekken niet mag. Voor de rest kan ik daar niets tegen ondernemen. Ik heb wel duidelijk gesteld: ‘Wie lid van deze groep van twaalf wil zijn, moét zwijgen.’ Als iemand het er na zijn afscheid in zijn mémoires over wil hebben, mag hij gerust zijn gang gaan.”

De HRF adviseert als expertenpanel de minister van Financiën over fiscale en parafiscale kwesties, waarbij parafiscaal staat voor indirecte belastingen of heffingen. Wordt er naar jullie geluisterd?

“In 2021 stelden we voor om iets te doen aan de bijzondere bijdrage sociale zekerheid. Die is intussen gedeeltelijk afgeschaft. We gooiden de zeer gunstige auteursrechtenregeling op tafel en pleitten voor een totale afschaffing. We stelden ook voor om de fiscale gunstregimes voor sportlui af te schaffen. Dat raakte allemaal tot in de politieke arena. Maar we zijn inderdaad enkel adviserend. Het is aan de politiek om keuzes te maken en te beslissen. Wij hebben niets te zeggen, al denken sommige leden wellicht dat ze macht hebben.

“In ons rapport van 2020 stond dat onze belastingbrief volgestouwd is met honderden historisch gegroeide koterijen. Ons fiscaal systeem heeft vandaag te veel uitzonderingen. We zouden al een flinke stap vooruitzetten als onze politici een vijftigtal koterijen zouden slopen.”

Intussen vroeg Vincent Van Peteghem aan fiscaal advocaat en UGent-professor Mark Delanote om een blauwdruk uit te werken voor een belastinghervorming. Vertrouwt hij de HRF niet?

“Delanote is lid van de HRF, hoor. Hij is gevraagd om op de administratie die fiscale hervorming te begeleiden. Dat is in het verleden nog gebeurd: toen de HRF werkte aan een advies over de vennootschapsbelasting werden er ook extra experts ingehuurd. Het ging toen ook over zeer complexe materie.”

Maakt u zich zorgen over de budgettaire toestand van ons land?

“We hebben een begrotingstekort van 5 procent van het bruto binnenlands product en kregen respijt van Europa tot 2024. Laat dat nu net een verkiezingsjaar zijn; wellicht beginnen ze dan niet te saneren. Maar dat het tekort aangepakt moet worden, staat als een paal boven water. Álle overheden van dit land moeten daarvoor samenwerken.

“Het Vlaamse bestuursniveau is het enige waarvan de totale schulden minder zijn dan de totale jaarlijkse inkomsten. De verhouding in Vlaanderen is 40 tegenover 50. Bij alle andere bestuursniveaus is het omgekeerd. Ik vind dat behoorlijk zorgwekkend. Er zijn niet zoveel manieren om daar iets aan te doen: ofwel worden de belastingen verhoogd, ofwel wordt er gesneden in de uitgaven, ofwel moeten we nog héél véél mensen aan het werk krijgen. Onze federale tewerkstellingsgraad is nu 70 procent. Als we erin slagen die met 5 procent te verhogen, is de helft van ons begrotingsprobleem opgelost.”

Is de economische toestand van ons land even zorgwekkend?

“We hebben net een pandemie achter de rug. Niemand had daar ervaring mee, toch hebben we die vanuit economisch perspectief relatief goed doorstaan. De boel stuikte niet in. Integendeel, de werkloosheid was nog nooit zo laag en daalt verder. De vraag is nu: stel dat er een tweede sessie van deze pandemie volgt, overleven we die dan? Want die zal natuurlijk óók handenvol geld kosten.

“Op dit moment zijn de budgettaire problemen groter dan de economische. In vergelijking met Nederland en Zweden, werd er bij ons tijdens de lockdowns misschien te veel op slot gegooid. Onze budgettaire factuur had wellicht lichter kunnen uitvallen. Al vind ik niet dat we dat onze regeringen moeten verwijten, want het was een zeer uitzonderlijke tijd. Nu we na twee jaar de economische balans kunnen opmaken, vind ik dat het relatief gezien meeviel.”

Tijdens de pandemie gaf de overheid veel geld uit om ondernemingen te onderstutten. Sommige bedrijven kregen daardoor uitstel van executie? Uit cijfers van Statbel blijkt dat in april 2022 het aantal faillissementen 33 procent hoger lag dan in april 2021. In vergelijking met 2020 lag het zelfs 108 procent hoger.

“Er werd zeer veel geld uitgegeven. Een aantal bedrijven werd kunstmatig recht gehouden. Zonder die overheidssteun stonden ze wellicht vroeger voor de slachtbank. Al had dat ook een voordeel: de tewerkstelling werd zo kunstmatig langer in stand gehouden.”

Kan de oorlog in Oekraïne de plaats innemen van die ‘tweede sessie van de pandemie’ en zo ook voor ons de economische klap te veel worden?

“Dat geloof ik niet. Die oorlog duurt te lang en wordt een puur lokaal conflict. Internationaal dijt hij niet echt uit en de beurzen zullen er wel van herstellen. Tenzij Vladimir Poetin morgen kernwapens zou inzetten, natuurlijk. Al lijkt die kans me vrij klein. Wat wel kan, is dat hij chemische wapens gebruikt, net als in Syrië.”

Eigenlijk wisten wij in 1999 toch al tot wat Poetin in staat is? Toen liet hij de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny met de grond gelijkmaken.

“Juist. De kennis van de geschiedenis is zeer klein. In de relatie met Poetin werden enorme blunders gemaakt. De Europese Unie treft schuld, met op kop Duitsland. We begaan dezelfde vergissingen in onze verhouding met China. Het is hoog tijd dat we veel economische bedrijvigheden terug naar Europa brengen.”

De gehackte data en foto’s over de zogenaamde ‘heropvoedingskampen’ voor Oeigoeren tonen het ware gelaat van het Chinese regime? Maar omwille van economische motieven kijken we liever de andere kant op?

“Westerse landen bekritiseren vooral mensenrechtenschendingen van kleine landen. We moeien ons met Rwanda en Congo, maar houden onze mond als het over China of Rusland gaat. Tegen de kleinere partners durven we zeggen: ‘Jullie moeten braaf zijn en de mensenrechten respecteren.’ Tegen de grote zwijgen we, want dan gaat het over enorme deals. Het overschot op de Duitse handelsbalans heeft vooral te maken met de handel met China. Met geld kan veel gekocht worden; het slijk der aarde helpt ook veel ‘vergeten’.

“Ik verwacht dat de relaties met China nu zullen afzwakken en ‘deftiger’ worden. De Chinezen houden het conflict in Oekraïne goed in de gaten, met in hun achterhoofd de vraag: ‘Wat kunnen wij ons nu veroorloven in Taiwan?’ De VS zijn trouwens meer geïnteresseerd in Taiwan dan in Oekraïne.”

President Joe Biden verklaarde zelfs dat zijn land militair zal ingrijpen als China Taiwan aanvalt.

“U mag niet vergeten: in november zijn het verkiezingen voor onder andere de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. De Midterms worden zeer belangrijk en daarom moet er nu stoere praat verkocht worden. Binnenkort zijn het parlementsverkiezingen in Frankrijk en daarom is ook president Emmanuel Macron niet te verlegen om af en toe stoer uit de hoek te komen. Het is niet toevallig dat Zweden net nu NAVO-lid wil worden: in september zijn het ook daar verkiezingen.”

Heeft die aanvraag van Zweden na Oekraïne toch niet meer met angst voor het onberekenbare Rusland te maken?

“Die problematische verhouding met Rusland sleept toch al decennia aan? De Russische luchtmacht vliegt al jaren quasi dagelijks richting Stockholm om de Zweedse reactie te peilen. Waarom besloten de Zweden dan bijvoorbeeld twee jaar geleden niet om het NAVO-lidmaatschap aan te vragen? Natuurlijk maakt de inval in Oekraïne het probleem nijpender, maar die verkiezingen in zicht geven dat extra duwtje. De aanvraag van Finland helpt ook: met twee is het makkelijker. Ik ben alvast heel benieuwd naar wat de Turkse president Erdogan zal ondernemen op de NAVO-top van Madrid van 28 tot 30 juni.”

U zei daarnet dat de oorlog in Oekraïne evolueert naar een lokaal conflict. Maar hij heeft toch een enorme impact op de wereldeconomie, met schaarste, energieprijzen die door het dak gaan en een op hol slaande inflatie? Misschien zijn we in sneltreinvaart op weg naar een remake van de recessie van de jaren zeventig van de vorige eeuw?

“De Europese Centrale Bank (ECB) pompte het voorbije decennium massaal veel geld in de economie, de zogenaamde monetaire financiering. Geen enkele econoom kon uitleggen hoe het kwam dat de inflatie niet steeg terwijl er zoveel geld werd bijgedrukt. Want normaal gezien hadden we vijf jaar geleden al getuige moeten zijn van een enorme inflatie. Die bleef uit. Tot nu? Is de plotse en gigantische opstoot van inflatie een gevolg van het feit dat we tien jaar lang gigantisch veel euro’s in het systeem pompten? Of komt het door de huidige energiecrisis? Ik denk eerlijk gezegd het laatste, waardoor we inderdaad aanbeland zijn in een remake van de jaren zeventig.

“Het hek is van de dam. Ik merk het als ambtenaar aan mijn eigen wedde: dit jaar alleen al zijn er waarschijnlijk vier automatische indexaanpassingen. Dit maakte ik nooit eerder mee; in de jaren zeventig zat ik nog in het middelbaar. We zitten nu dus met een serieus probleem. Aan de andere kant: misschien waren sommige essentiële grondstoffen de laatste jaren veel te goedkoop. Kijk naar wat landbouwers overhielden aan hun voedingsproducten; dat was toch onleefbaar? In plaats van voedsel buiten de EU aan te kopen, is het veel verstandiger om terug zelf dichter bij huis te gaan produceren. Europa besteedt geld genoeg aan het openhouden van braakliggende terreinen. Wat houdt ons tegen om die terug te gebruiken?”

Is dit ook niet hét moment voor Europa om het gaspedaal hard in te duwen bij de omschakeling naar duurzame energie?

“Wind en zon zullen nooit onze energiebehoefte voor 100 procent kunnen afdekken. Er is bij ons te lang getreuzeld over het langer openhouden van de kerncentrales. Macron heeft gelijk met zijn groots plan ‘France 2030`, met onder andere de bouw van verschillende kleine modulaire kerncentrales of SMR’s. De Duitsers begaan met hun keuze voor een totale kernuitstap een fatale vergissing. Tien procent van hun energie halen ze uit nucleair en 36 procent uit bruinkool. Dat moet allemaal dicht en vervangen worden door duurzame energie. Ik vraag me af hoe ze dat in de huidige omstandigheden kunnen bewerkstelligen. Daar zal opnieuw over gepraat moeten worden.

“De Belgische houding is hypocriet. Ja, ze willen de kerncentrales dicht. Alleen moet er dan energie ingevoerd worden uit Groot-Brittannië en Frankrijk. Laat dat nu toevallig óók kernenergie zijn. Waarom bouwen we geen nieuwe kerncentrales?”

Die kosten toch fortuinen? De in aanbouw zijnde kerncentrale in het Britse Hinkley Point werd eerst geschat op 21 miljard euro. Inmiddels is dat bijgesteld tot 27 miljard.

“SMR’s zijn goedkoper. Kijk, onze overheid zal ooit toch eens moeten nadenken over wat haar kerntaken zijn. Dat is nog nooit fatsoenlijk gebeurd. ‘Hier houden we ons mee bezig; dat laten we vallen.’ Dat debat moet zowel federaal, als regionaal én lokaal gevoerd worden. Ook besturen van steden verspillen soms tijd aan dingen die hen overstijgen. Laat ons eens een ernstige discussie over die kerntaken voeren, dan besparen we miljarden.

“Neem de Vlaamse begroting: dit jaar wordt er 53 miljard euro uitgegeven, met 49 miljard inkomsten. Er is dus een tekort van 4 miljard. Stel dat de Vlaamse regering mij de vrije hand geeft: ‘Matthijs, zoek in onze begroting wat overtollig is.’ Ik zou er àlle subsidies uithalen waarvan ik me afvraag: ‘Moet een Vlaamse overheid zich daarmee bezighouden?’ Ik eindig gegarandeerd met een overschot.”

Eindigt u dan ook niet met een economisch kerkhof? Subsidies schrappen, wil wellicht ook zeggen dat projecten opgedoekt worden en dat er jobs sneuvelen.

“Nederland en Zweden durfden het wél aan om in overheidstaken te wieden. Zijn die landen economische kerkhoven? Bij ons blijven alle subsidies ongemoeid. Alleen ontvangt iedereen elk jaar 2 procent minder. Met als gevolg dat we na een jaar of vijf allemaal tot de conclusie komen dat niets nog werkt, want niemand heeft nog voldoende middelen. Kijk naar defensie: nu wordt er geklaagd dat het leger op apegapen ligt. Dat is toch niet verwonderlijk na jaren van besparingen? Bij de politie hetzelfde verhaal: ‘We zitten op het tandvlees.’ Waar waren we in godsnaam mee bezig? Leger en politie zijn net wél kerntaken van de overheid.

“Een kerntakendebat wordt bij ons niet alleen door de ingewikkelde staatshervorming bemoeilijkt, maar ook door de versnippering van het politieke landschap. Op Vlaams niveau bestaat de huidige coalitie al uit drie partijen. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit: die partijpolitieke versnippering neemt bij een volgende verkiezing enkel nog toe. Er staan ons dus wellicht nog veel lange periodes van lopende zaken te wachten. Wat dan weer goed nieuws is voor de begroting. (lacht)”

Waarom?

“Omdat er dan met voorlopige kredieten gewerkt wordt. Er kan dan geen extra geld gespendeerd worden. In plaats van tijdens regeringsonderhandelingen ellenlang te palaveren zonder deftig akkoord, kan er beter meteen beslist worden om vijf jaar lang met voorlopige kredieten te werken. Als we dat na de verkiezingen van 2014 hadden gedaan, waren we in 2019 met een begrotingsoverschot geëindigd.”

Lange regeringsformaties zijn een zegen voor de begroting?

“Zeker. Een kerntakendebat kan enkel gevoerd worden bij het begin van de legislatuur. De uitkomst daarvan moet in het regeerakkoord staan. Dat geldt trouwens voor elk moeilijk dossier, of het nu over pensioen, mest of stikstof gaat. Onze huidige regeringen zijn halfweg en zitten al bijna in verkiezingsmodus.”

Begin mei riep Groen-kamerlid Kristof Calvo de Vivaldi-partijen nochtans op om een nieuw regeerakkoord te schrijven.

“In de tweede helft van de legislatuur een nieuw regeerakkoord onderhandelen? Na opiniepeilingen die aangeven dat de krachtsverhoudingen tussen de zeven regeringspartijen aan het kantelen zijn? Het zal wel. Aan Vlaamse kant prijkt nu Vooruit-voorzitter Conner Rousseau op de eerste plaats, terwijl hij in oktober 2020 als kleinste partij de regering instapte. Bij nieuwe tussentijdse onderhandelingen staat Rousseau gegarandeerd op zijn strepen. Dat idee van Kristof Calvo is onuitvoerbaar.

“Midden juni worden de nieuwe resultaten bekend gemaakt van De Grote Peiling van VTM, HLN, Le Soir en RTL. Ik ben benieuwd wat de impact daarvan zal zijn. Stel dat een andere partij dan cd&v op 8 procent strandt. Wordt er dan ook beslist dat de voorzitter ontslag moet nemen? Ik vond het zeer verrassend dat cd&v zo makkelijk toegaf aan de slechte uitslag van De Stemming van de VRT en De Standaard. Of een peiling juist was, weet je pas op de avond van de verkiezingen. Politieke partijen zijn zo zwak geworden dat ze de waan van de dag blijkbaar niet meer aankunnen.”

© Jan Stevens

‘Ik hoorde knallen en zag hoe Pim viel. Ik besefte dat ik getuige was van een moord’

Op maandag 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn iets na zes uur ’s avonds vermoord door Volkert van der Graaf. Precies twintig jaar later reconstrueert ooggetuige Paul van der Lugt in De laatste dag het levenseinde van de flamboyante rechts-populistische politicus. “Hij wou 87 worden.”

Op het moment van de moord was Paul van der Lugt zendercoördinator van 3FM, het radiostation waar Pim Fortuyn die namiddag in de uitzending Ruuddewild.nl te gast was. Vandaag begeleidt hij als zelfstandig consultant radiomakers. Voor zijn boek De laatste dag ging hij uitgebreid met zijn ex-collega’s bij 3FM praten en met zowat alle andere mensen die de laatste maandag van Pim Fortuyn van zeer nabij meemaakten.

We hebben afgesproken op de plek waar Fortuyn twintig jaar geleden werd doodgeschoten: een parkeerplaats van het Mediapark in Hilversum. Waar Fortuyn uit de kogelgaten in zijn hoofd en hals doodbloedde, ligt nu een sobere herdenkingstegel met zijn naam en sterfdatum.

“Vanuit mijn kantoor had ik zicht op deze plek”, zegt Paul van der Lugt. “Ik nam die maandag na de uitzending afscheid van Pim Fortuyn en zijn chauffeur Hans Smolders. Ik gaf ze een hand in de deuropening. Presentator Ruud de Wild wandelde daarna al pratend met Fortuyn het parkeerterrein op. Producer Merel van Dijk liep met een kistje wijn in de handen langs me heen. Dat cadeautje wou ze nog aan Pim geven; hij was hij vergeten. Er plakte zo’n geel post-itje op met zijn naam: ‘Pim Fortuyn’. Ik wou me omdraaien om naar binnen te gaan, mijn spullen te pakken en naar huis te vertrekken, toen ik een jongen zag aankomen met een petje op en een tas in zijn hand. Ik weet niet meer of hij het pistool uit dat tasje haalde, of dat het tasje het pistool moest camoufleren. Maar meteen daarna hoorde ik droge knallen. ‘Vuurwerk’, dacht ik eerst, want ze klonken als rotjes. De tijd vertraagde: seconden werden minuten en minuten uren. Ik zag Pim vallen en Ruud wegduiken. Pas toen drong het tot me door dat ik getuige was van een moord. Hans Smolders rende meteen achter de wegvluchtende Van der Graaf aan. Ik riep alle mensen die buiten waren naar binnen, want misschien waren er nog andere schutters. Ik belde 112 en vroeg anderen om hetzelfde te doen. Daarna begon ik de uitzending te herorganiseren. Op dat moment stond het nummer Murder on the dancefloor van Sophie Ellis-Bextor gepland. Net op tijd werd dat vervangen door Imagine van John Lennon. Niet veel later ging ik naar de parkeerplaats, waar een collega bij Pim zat. Hij heeft nog een half uur geleefd, al leefde hij eigenlijk niet echt meer. Meteen nadat hij door de kogels in zijn hoofd geraakt was, verdween zijn bewustzijn.”

Was het therapeutisch om twintig jaar later dit boek te schrijven?

“Toch niet. De voorbije jaren kwam ik regelmatig mensen tegen die er toen ook bij waren. Sommigen werden zeer goede vrienden, anderen bleven vage kennissen. Maar elke keer opnieuw hadden we het erover. Het inzicht groeide dat die gebeurtenis het leven van alle getuigen verschrikkelijk hard had geraakt. Een jaar of drie geleden dacht ik: ‘Ik moet dit opschrijven.’

“Het ene gesprek leidde naar het andere. Zo interviewde ik uitgebreid Claudia De Breij die die bewuste maandag het avondprogramma op 3FM presenteerde. Niet veel later belde ze: ‘Zeg Paul, ik kwam Susanne Eertink tegen. Zij werkte toen als radioproducer bij een andere omroep. Ze vertelde me dat ze die maandag de dader was tegengekomen toen ze op weg was naar het treinstation.’ Ik contacteerde Susanne en ze vertelde me dat ze Van der Graaf tijdens zijn korte vlucht recht in de ogen had gekeken. Totaal overstuur rende ze toen de 3FM-studio binnen. Daar werd ze opgevangen door collega Diederick Huizinga. Hij had de tegenwoordigheid van geest om tegen haar te zeggen: ‘Susanne, ga zitten. Schrijf op hoe die man er uit ziet en wat je hebt meegemaakt. Dat is goed voor de politie.’”

Ruud de Wild, de radiomaker bij wie Pim Fortuyn die namiddag twee uur lang te gast was, wou niet met u praten.

“Ruud is een goede vriend. Hij maakte de laatste uren van Pim Fortuyn het dichtste mee. Eerst twee uur in de studio en dan op de parkeerplaats. Ik heb veel moeite gedaan om het gesprek met hem aan te gaan, maar hij heeft daar geen zin in. Ik vermoed dat die gebeurtenis hem zo hard heeft aangegrepen, dat hij er nu niets meer mee te maken wil hebben.

“In de dagen na de moord regelde ik een traumapsycholoog waar iedereen een paar maanden lang bij terecht kon. Ruud kreeg extra therapeutische hulp. Dat pistool ging vlak bij zijn oren af en een kogel vloog rakelings langs hem heen. Dat was heftig.

“Ruud de Wild was toen al in Nederland een zeer populaire discjockey. Hij genoot van zijn bekendheid. Eigenlijk is hij nog steeds zo, alleen wat ouder en wijzer. Hij maakt nu ook schilderijen.”

Wat voor een zender was 3FM twintig jaar geleden?

“Een popzender, iets tussen jullie Studio Brussel en MNM in. Op 15 mei stonden de verkiezingen gepland. Wij vonden het belangrijk om onze vaak nog jonge luisteraars kennis te laten maken met de lijsttrekkers en hun politieke ideeën. Wij wilden ertoe bijdragen dat zoveel mogelijk mensen gingen stemmen. Daarom was Pim Fortuyn die maandagnamiddag te gast bij Ruud de Wild.”

Er hing toen in Nederland heel wat spanning in de lucht?

“Zeker, en de man die daar de grootste verantwoordelijkheid voor droeg, was Pim Fortuyn. Een jaar voor de verkiezingen was het nog redelijk rustig en leek het alsof de socialistische PvdA en de liberale VVD opnieuw op hun gemak een parlementaire meerderhoud zouden halen. De volgende paarse coalitie leek al in de maak. Toen kwam Pim, die eerst voor Leefbaar Nederland lijsttrekker werd. Dat zorgde meteen voor een hoop onrust. Een paar maanden voor de verkiezingen raakte hij met die partij in onmin en op 10 februari werd hij afgezet als lijsttrekker. Een paar dagen later hield hij Lijst Pim Fortuyn (LPF) boven de doopvont.”

Hij scoorde met radicaalrechtse standpunten en uitspraken, terwijl hij als jonge academicus extreemlinks was?

“Hij geloofde heel sterk in de maakbare samenleving, wat best links is. Hij startte als communist en wou daarna heel graag aan de bak bij de PvdA, maar werd daar elke keer afgewezen.

“In 2002 nam hij zeer extreme standpunten over de islam in. Ik kon me daar helemaal niet in vinden. Zijn populistische aanpak leek me niet de verstandigste manier om de problemen met migratie in Nederland aan te pakken. Maar hij zei ook verstandige dingen, zo pleitte hij voor een betere regeling voor de zorg en voor een kleinschaliger dienstverlening waar een burger zich in kon herkennen.”

Die 6e mei was hij bang?

“Ja, en ik begreep zijn bangheid wel. Een paar weken eerder had hij een ‘taart’ in zijn gezicht gekregen. Eigenlijk was dat een heel vies goor ding met uitwerpselen in. Ik kon me goed voorstellen dat hij geen zin had in een gelijkaardige tweede aanval, al hing er verder geen dreiging in de lucht.

“De uitzending verliep prima. Ik heb ze de voorbije maanden verschillende keren opnieuw beluisterd. Ze was écht heel goed: er werd lol gemaakt, Fortuyn vertelde begeesterend over zijn politieke ideeën, maar werd daar ook scherp over bevraagd.”

Halverwege de uitzending begon Fortuyn te flirten met de jonge technicus. “Hi, Thomas, hoe oud ben je? 23. Dan is het niet verboden, jongens.”

“Toen klonk dat geweldig; vandaag zou dat niet meer kunnen. Al kon het toen eigenlijk ook niet, maar Fortuyn deed het op zo’n manier dat iedereen het hem vergaf. Hij zei: ‘In de gayclub wil ik wel eens een keertje gezellig met een Marokkaantje de koffer induiken.’ Hij was bijzonder open over zijn voorkeur voor jonge jongens, zonder schaamte, waardoor zo goed als iedereen dacht: ‘Onze manier van doen is het niet, maar we snappen dat hij dat fijn vindt.’”

Als Volkert van der Graaf die dag niet had toegeslagen, was Fortuyn misschien minister-president van Nederland geworden?

“De ochtend van die 6e mei was net de uitslag van een peiling bekendgemaakt. Fortuyn stond niet op de eerste plaats, maar het onderzoeksbureau voorspelde toch dat zijn partij de grootste zou worden en hij premier. Dat hadden ze geleerd van de gemeenteraadsverkiezingen: toen haalde Fortuyn bijna twee keer zoveel stemmen als in de peilingen. Dus hielden ze er nu rekening mee dat hij opnieuw het grote aantal zwevende kiezers aan zich zou binden. Die breed in de kranten uitgesmeerde voorspelling zorgde ervoor dat hij in een opperbeste stemming bij 3FM aankwam.”

U heette hem als zendercoördinator persoonlijk welkom?

“Het voelde ook alsof hij mijn gast was. Hij arriveerde vijf minuten voor de uitzending, zat even op mijn kantoor, waarna ik hem naar de studio doorsluisde. Hij had die dag nog niet gegeten en at met veel smaak alle wakke belegde toastjes op. Ik vond het belangrijk om kennis met hem te maken, want als hij premier van Nederland werd, zou het fijn zijn als hij zich ons radiostation nog kon herinneren. Daarna praatte ik een tijdje met zijn chauffeur Hans Smolders. Die viel in voor Pims vaste chauffeur én butler, Herman Dikkers. Hans was maar een keer of drie de chauffeur van Pim Fortuyn, waaronder deze fatale 6e mei.

“Fortuyn bouwde bij leven en welzijn samen met Albert de Booij van Speakers Academy een zeer lucratief lezingencircuit op. Eén lezing leverde 10.000 euro op. Pim was gek op geld, maar gaf het ook graag uit aan prachtige pakken, een butler en een Jaguar. Zijn huis Palazzo di Pietro in Rotterdam was schitterend aan de voorkant. Aan de achterkant keek je uit op appartementsgebouwen met satellietschotels. (lacht)”

Chauffeur Hans Smolders liep meteen na de aanslag achter Volkert van der Graaf aan.

“Het lijkt alsof hij onbesuisd, als een dolleman, de achtervolging inzette, maar dat was niet zo. Hij was voorzichtig en schuilde achter auto’s. Hij heeft vrouw en kinderen en dacht tijdens de achtervolging aan hen. Hij vertelde me dat hij niet veel zin had om zijn leven in de waagschaal te stellen. Toch ging hij erachteraan. Ik vind dat fantastisch. Als hij dat niet had gedaan, was de dader misschien nooit gevonden. Tijdens de achtervolging gaf hij instructies aan de politie. Dankzij Hans konden ze Van der Graaf aan een tankstation vlakbij inrekenen.

“Ik had Volkert van der Graaf graag geïnterviewd. Hij is veroordeeld tot 18 jaar en werd na 12 jaar vrijgelaten. Vermoedelijk woont hij in de buurt van de stad Harderwijk. Hij liet me weten dat hij niet met me wou spreken. De vrienden en politieke geestverwanten van Fortuyn zijn heel boos dat Van der Graaf maar één derde van zijn straf moest uitzitten. Ik begrijp dat.”

In uw boek vertellen verschillende ooggetuigen hoe de ambulanciers de dode Fortuyn onnodig beginnen te reanimeren. Ze horen één van de ambulancebroeders zeggen: ‘Reanimeer even door voor de media.’

“Ik vroeg de ambulancebroeders om commentaar. Ze wilden alleen maar schriftelijk antwoorden: ‘We hebben gehandeld zoals we moesten handelen.’ Punt.

“Shirley Snell was beveiligingsmedewerkster. Zij zat een hele tijd naast de stervende Pim Fortuyn en bleef op hem inpraten. ‘Pim, blijf bij mij, blijf bij ons. De ambulance is onderweg.’ Ze zag het leven uit hem verdwijnen en was rechtstreekse getuige van die scène met de ambulancebroeders. Ze werd toen heel boos en riep: ‘Laat hem met rust! Die man is dood!’ Ze trok zich dat vreselijk aan.

“Mijn collega’s reageerden erg verschillend, al was er toch een rode lijn: iedereen hervatte zijn werk. Journalisten begonnen verslag uit te brengen, presentatoren gingen presenteren, Shirley van de beveiliging stond met haar EHBO-diploma Pim bij, ik begon te coördineren.”

Collega’s die op instorten staan, roept u tot de orde: “Jullie zijn journalisten en deze ramp speelt zich af op onze stoep. Laten we er zo goed mogelijk verslag van doen. Dat is onze plicht.”

“Eventjes moest ik dat doen, ja. Heel veel mensen die ik sprak, barstten na al die jaren weer in snikken uit. Ik beluisterde de uitzendingen van die dag verschillende keren en ook ik kreeg het telkens kwaad.

“Die maandagavond reed ik rond een uur of elf naar huis. Ik kon niet slapen en tikte een brief om de volgende dag op de zender voor te lezen. De volgende morgen was ik hier terug om zeven uur. De normale 3FM-ingang was afgegrendeld en er stond een bewaker. Een uur later wou een collega die er de dag voordien ook bij was, via die weg naar binnen. Dat mocht niet. Mijn collega kon niet meer stoppen met huilen. Ik sprak die bewaker aan: ‘Jongen, hij heeft het hier gisteren meegemaakt. Laat hem gewoon binnen.’

“Donderdag na de moord was Hemelvaartsdag. De plek van de aanslag lag bezaaid met bloemen. Die waren danig aan het verwelken. Ik vroeg onze schoonmaker om een stuk of twintig bezems te halen bij de Gamma. ‘Dan vegen we op vrijdag met alle 3FM-medewerkers de bloemen bijeen en reinigen we symbolisch de plek waar Pim vermoord is. Dat was een mooie bijeenkomst.”

In de uitzending van 6 mei vroeg Ruud de Wild aan Pim Fortuyn: “Hoe oud wil je worden?”

“Hij antwoordde toen: ‘Ik word een jaar of 87.’ Dat heeft hij niet gehaald.”

Bio

  • Geboren op 27 september 1956 in Amsterdam
  • Begon zijn radiocarrière in 1976 als nieuwslezer
  • Was begin jaren 1980 presentator van Veronica Sport op het toenmalige Hilversum 2
  • Presenteerde een tijdlang samen met Paul De Leeuw
  • Van 1992 tot eind 2002 coördinator bij 3FM
  • Tot 2018 directeur van de regionale zender RTV Utrecht
  • Zelfstandig radioconsultant

Paul van der Lugt, De laatste dag, Alfabet, 192 blzn, 18,99 euro

©Jan Stevens

‘Ik weet niet hoe lang mijn kinderen nog hun vader zullen hebben’

Op 23 maart trouwde Wikileaks-voorman Julian Assange (50) in de gevangenis met zijn geheime lief Stella Moris (37). Op 21 april besliste de Britse rechter dat Assange mag uitgeleverd worden aan de VS. Daar riskeert hij 175 jaar gevangenisstraf. “Als Julian wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig.”

De uitspraak van de rechter van het Westminster Magistrate’s Court kwam keihard bij Stella Moris binnen. “De rechtbank van eerste aanleg gaf Julian in januari 2021 gelijk en wees het uitleveringsverzoek van de VS af”, zegt ze. “Maar de Amerikanen gingen in beroep. Julian mag nu wél uitgeleverd worden, niet omdat hij een misdaad beging, maar omdat de rechter zich niet wil moeien met de politieke afspraken tussen twee staten.”

Ze zwijgt en staart moedeloos in haar koffie. “Het strafste is dat die rechtbank in hoger beroep zich volmondig achter de conclusies van de rechtbank van eerste aanleg schaart. Ook zij vindt het risico zeer groot dat Julian na uitlevering zichzelf in een isolatiecel van het leven berooft. In hun uitleveringsverzoek schrijven de Amerikanen expliciet dat ze het recht opeisen om mijn man langdurig in isolatie te zetten. Tóch besloot de beroepsrechter om Julian uit te wijzen.”

Het bevel moet nu getekend worden door de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel. Daarna hebben de advocaten van Assange tijd tot 18 mei om beroep tegen het besluit aan te tekenen. Veel hoop dat de uitwijzing daardoor afgeblokt wordt, heeft Stella Moris niet. “De enige plaats waar Julians uitwijzing naar de VS nog tegengehouden kan worden, is het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dat wordt zijn laatste kans.”

Stella Moris leerde Julian Assange in 2011 kennen toen ze als 28-jarige briljante advocaat internationaal recht door zijn juridische team ingehuurd werd. Een jaar later liet ze haar naam officieel veranderen in Stella Moris om zo haar ouders uit de publieke belangstelling te houden. In 2015 begonnen Assange en Moris een geheime relatie. Ze kregen twee zonen, Gabriel (5) en Max (3). Pas in april 2020 raakte hun relatie bekend toen Assange een aanvraag indiende voor een vrijlating op borgtocht.

STELLA MORIS: “Mensenrechtenadvocaat Jennifer Robinson verdedigde Julians belangen toen hij in 2010 bij de journalist Vaughan Smith in Ellingham Hall in Norfolk onder huisarrest leefde. Een jaar later huurde Jennifer me in. Zweden had zijn uitlevering gevraagd en ik moest dat helpen vermijden.”

De Zweedse justitie vroeg zijn uitlevering nadat twee vrouwen hem van verkrachting beschuldigden.

MORIS: “(zucht) Daar ga ik liever niet op in. Ik vond WikiLeaks toen al fantastisch. Met zijn organisatie lanceerde Julian datajournalistiek en zorgde ervoor dat dankzij cryptografie bronnen beschermd en anoniem bleven.”

De jonge Assange was een hacker?

MORIS: “Als tiener wel, net als Bill Gates. Als twintiger werd hij consultant in computerbeveiliging en cryptograaf. Hij begon met WikiLeaks in 2006 en wist perfect hoe hij journalistieke bronnen online kon beschermen. Hij was ook een pionier in het creëren van samenwerkingsverbanden met mediaorganisaties wereldwijd, met als doel: zoveel mogelijk impact hebben.”

Hij zette de trend voor wat een organisatie zoals International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) nu doet met dossiers als Panama Papers en Pandora Papers? Ook zij publiceren hun bevindingen tezelfdertijd in The Guardian, The New York Times en zoveel andere media.

MORIS: “Ja. Bij Cablegate in 2010 maakte WikiLeaks 250.000 Amerikaanse diplomatieke telegrammen openbaar. Die werden met mondjesmaat gepubliceerd in vijf grote kranten: The Guardian, Der Spiegel, Le Monde, El País en The New York Times. Tot een journalist van The Guardian domweg, of met opzet, paswoorden publiceerde die toegang gaven tot het hele ongeredigeerde Cablegate-archief. De samenwerking met The Guardian verzuurde zo meteen.”

Hoe gaat het nu met uw man?

MORIS: “Er zijn momenten waarop Julian diep in de put zit en er zijn momenten waarop hij de loodzware druk beter lijkt te kunnen weerstaan. Hij herleeft als hij onze kinderen ziet.”

Hoe gaat het met u?

MORIS: “Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden. (stilte) Ik leef in extreem verwarrende tijden. Door de brutaliteit die Julian moet doorstaan, kreeg ik een erg donkere visie op de wereld rond mij. Vroeger hoorde ik als advocaat soms onwaarschijnlijk gruwelijke verhalen; nu beleef ik die zelf.

“We trouwden nog maar pas op een zeer bizarre plek: de gevangenis van Belmarsh. De ceremonie vond plaats in een vleugel van de gevangenis waar ik nog nooit was geweest.”

Belmarsh is bedoeld voor mensen die een ‘groot veiligheidsrisico’ vormen voor het Verenigd Koninkrijk?

MORIS: “De gevangenis is gebouwd in de jaren 1990 in de context van het conflict in Noord-Ierland. De Britten sloten er hun Ierse gevangenen op. Er hing dus altijd dat aura van ‘groot veiligheidsrisico’ én van ‘politiek gevangenen’. Vandaag is Belmarsh het zwaarst gecontroleerde detentiecentrum van het Verenigd Koninkrijk. Ik noem het de MI5-gevangenis, want de Britse geheime dienst houdt er alles nauwgezet in de gaten. Tezelfdertijd is het een doorgangshuis: de meesten verblijven er niet langer dan een paar maanden.”

Uw man is één van de uitzonderingen? Hij zit er inmiddels sinds 11 april 2019.

MORIS: “Er zijn inderdaad niet veel gevangenen die er even lang opgesloten zitten als hij. Door het grote verloop is het voor Julian moeilijk om langere vriendschappen of relaties op te bouwen. Dat vreet aan hem. Hij is niet veroordeeld voor iets; hij zit daar omdat Amerika zijn uitlevering vraagt. Wij dienden verschillende aanvragen in om hem onder borg vrij te laten. Maar de Verenigde Staten willen daar niet van weten en dringen er bij de Britse regering op aan om hem in de cel te houden. De enige juridische onderbouwing van Julians gevangenschap is het Amerikaanse uitleveringsverzoek.”

De Britse overheid gaat daarin mee door hem niet onder borg vrij te laten?

MORIS: “De redenering is dat het risico te groot is dat Julian op de vlucht zal slaan. Ze verwijzen dan naar zijn vlucht naar de Equadoriaanse ambassade in Londen in juni 2012.”

De regering is bang dat Julian Assange diezelfde truc zal herhalen?

MORIS: “Precies. Nadat de Britse politie hem op die bewuste 11 april 2019 uit de ambassade kidnapte, werd hij veroordeeld tot 50 weken gevangenschap voor het overtreden van zijn borgvoorwaarden. Nu moet u weten dat het overtreden van borgvoorwaarden in normale omstandigheden zelfs niet bestraft wordt met een boete.

“Sinds ons huwelijk op 23 maart bezocht ik hem een keer of vier, de laatste keer was twee dagen geleden. Morgen zie ik hem opnieuw.”

Was het een huwelijksceremonie met een priester?

MORIS: “Het was onze wens om door de gevangenisaalmoezenier in de echt te worden verbonden. Julian vindt veel steun bij de katholieke priester. Maar omdat de Belmarsh-gevangenis geen deel uitmaakt van zijn parochie, mocht hij ons niet officieel huwen. De priester heeft ons burgerlijk huwelijk dan maar symbolisch ingezegend. Onze zonen, mijn moeder en broer, en Julians vader en broer waren erbij. Twee cipiers hielden op de achtergrond alles in de gaten.”

Uit sympathie?

MORIS: “Die cipiers voelen inderdaad sympathie voor Julian. De voorbije jaren fluisterden verschillende gevangenismedewerkers hem toe dat ze aan zijn kant staan. Ook medegevangenen zeggen: ‘Jij hoort hier niet thuis.’

“De gevangenisdirectie toont allesbehalve begrip of medeleven. We hadden er op ons huwelijk graag twee getuigen bijgehad, Craig Murray en Charles Glass, twee vooraanstaande journalisten en goede vrienden van Julian. Ze bezochten hem regelmatig in de ambassade en spraken hem moed in. In Belmarsh mogen ze niet binnen omdat ze journalisten zijn. Dat stond letterlijk in de brief van de gevangenisdirecteur. Eerst wilden we daartegen in het verzet gaan en ons huwelijk uitstellen, maar we lieten het uiteindelijk zo. Die strijd konden we toch nooit winnen.”

Was er een feestje na het huwelijk?

MORIS: “De huwelijksceremonie mocht een half uur duren. We hadden een strategie afgesproken om het zo lang mogelijk te rekken. Er werd door alle aanwezigen extralang gespeecht. (lacht) Na de ceremonie kregen Julian en ik toestemming om een half uur met elkaar te praten in het bezoekerscentrum. We zaten daar tussen andere gevangenen en hun families.”

Er was geen drankje en een hapje voorzien?

MORIS: “Helemaal niets.”

Was het tussen u en Assange liefde op het eerste gezicht?

MORIS: “Nee. Toen ik hem die eerste keer ontmoette, stond hij in het midden van een mediastorm. Onze relatie was puur professioneel. Ik leerde hem pas echt goed kennen nadat hij in juni 2012 zijn toevlucht zocht in de Equadoriaanse ambassade. Hij vroeg politiek asiel aan, wat hij na twee maanden ook kreeg. Ik was zeer nauw betrokken bij die aanvraag. Samen met de voormalige Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon reisde ik naar Equador om Julians zaak te bepleiten.”

Het plan was dat Julian Assange na het asiel van Londen naar Equador zou verhuizen?

MORIS: “Ja. Een paar jaar lang onderhandelde Julian vanuit de ambassade met de Britse overheid. Die onderhandelingen werden abrupt afgebroken toen Edward Snowden op de proppen verscheen. Na vijf jaar in de ambassade besloot Equador Julian het staatsburgerschap te schenken. Er werd afgesproken dat hij een diplomatiek paspoort kreeg zodat hij ongestoord Groot-Brittannië kon verlaten. De Britse overheid wou dat niet toestaan, ook al hadden ze vanuit juridisch oogpunt geen poot om op te staan.

“In deze zaak rijdt het Verenigd Koninkrijk helemaal voor rekening van de Verenigde Staten. Ze gaan daarin erg ver en overtreden probleemloos alle wetten om Julian toch maar te kunnen uitleveren. Kijk naar wat ze tot hiertoe deden: ze kidnapten hem en sluiten hem zonder vorm van proces jarenlang op.”

Assange is een politiek gevangene?

MORIS: “Zeker. Hij is het slachtoffer van verschillende misdaden gepleegd door zowel de VS als het VK. De politie kidnapte hem uit de Equadoriaanse ambassade nadat Equador op een compleet illegale manier zijn asiel introk. Op het moment dat Julian te horen kreeg dat ze hem zijn statuut afnamen, werd hij al de ambassade uitgesleept. Ik kan een hele litanie aan criminele daden tegen mijn man opsommen.

“In september vorig jaar publiceerde Yahoo News een diepgravend artikel naar de plannen van de CIA om Julian fysiek uit te schakelen. Dat was geen complottheorie maar een gedegen stuk onderzoeksjournalistiek dat putte uit een dertigtal bronnen over de periode dat Donald Trumps buitenlandminister Mike Pompeo directeur van de CIA was. Daaruit blijkt dat Pompeo geobsedeerd was door Julian en WikiLeaks. Hij kon nooit verteren dat WikiLeaks meteen na het aantreden van Trump geheime documenten publiceerde die aantoonden dat de CIA Franse politieke partijen infiltreerde tijdens de verkiezingen van 2012. Pompeo werd nog pissiger op Julian nadat WikiLeaks op 7 maart 2017 vertrouwelijke CIA-documenten onder de codenaam ‘Vault 7’ op het net gooide. Die leverden het bewijs dat het overgrote deel van door de CIA ontwikkelde hacking-tools en malware, online op de zwarte markt verhandeld werd. Dat ging dan over tools waarmee ze vanop afstand de controle over auto’s konden overnemen. Of waarmee ze smart-tv’s en smartphones konden hacken en inschakelen als afluisterapparatuur. Maar ook over instrumenten waarmee ze sporen van inbraken in computers en servers konden wissen. Of waarmee ze hackings in andermans schoenen konden schuiven.”

Over al die onlinespionagetools was de CIA de controle kwijt?

MORIS: “Totaal. De klokkeluider die al die informatie aan WikiLeaks bezorgde, zat er middenin en maakte zich daar grote zorgen over. WikiLeaks lekte de tools niet, maar wel de documenten die bewezen dat ze vrij te koop waren op het net. Dankzij de ‘Vault 7’-lekken konden producenten als Apple en Samsung hun software repareren en beveiligen. Maar Mike Pompeo ging er van over de rooie en besloot tot een kruistocht tegen Julian en WikiLeaks.”

Het werd iets persoonlijks?

MORIS: “Zonder twijfel. Het Yahoo News-artikel van 26 september 2021 beschrijft gedetailleerd hoe Pompeo aan de CIA de opdracht gaf om verschillende scenario’s uit te tekenen om Julian uit de weg te ruimen. Ze maakten concrete plannen om hem te kidnappen, af te voeren naar een geheime CIA-gevangenis of black site én te vermoorden. Ze tekenden ook een desinformatiecampagne uit om Julian en WikiLeaks in diskrediet te brengen.

“In de aanloop naar Julians arrestatie hebben ze die strategie helemaal ontvouwd: het ene na het andere bullshitverhaal werd de wereld ingestuurd. Eén van die verhalen was de zogenaamde scoop op de voorpagina van The Guardian in november 2018 dat Julian in de Ecuadoriaanse ambassade geheime besprekingen voerde met Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort. Zowel Manafort als Julian ontkenden die besprekingen, tóch ging The Guardian over tot publicatie. Tot vandaag vind ik dat een smet op de reputatie van die krant; ze liet zich toen door Pompeo en de CIA bespelen. Zo hielp The Guardian mee aan het vernietigen van Julians reputatie zodat hij makkelijker gearresteerd kon worden. Ik ken Julian door en door en kan u verzekeren: al die aanvallen op Julians karakter zijn ongegrond.”

Volgens sommigen is Julian Assange een narcist die WikiLeaks gebruikte voor zijn eigen eer en glorie.

MORIS: “Dat is absurd, want jarenlang kwam Julian er niet publiek voor uit dat hij de stichter van WikiLeaks is. Natuurlijk kreeg hij in de loop der jaren zeer veel vijanden. Gedeeltelijk is dat een gevolg van het WikiLeaks-model waarvan mediakritiek een vast onderdeel is. WikiLeaks wordt onterecht voorgesteld als een website die ruwe, ongefilterde informatie de wereld instuurt.”

En die daardoor soms de levens van mensen in gevaar brengt.

MORIS: “Nu echoot u het Pentagon, na de publicatie van de Afghaanse oorlogsdagboeken in 2010. Wat onzin was, want 15.000 documenten met gevoelige informatie werden toen door WikiLeaks juist níet gepubliceerd om geen mensenlevens in gevaar te brengen.

“WikiLeaks dumpte nooit zomaar data; er werd altijd moeite gedaan om mensen te beschermen. Wat WikiLeaks wel doet, is analyseren en verifiëren. Julian pleit voor ‘wetenschappelijke journalistiek’. Volgens hem kan de journalistiek alleen het kwaliteitsniveau van de wetenschap benaderen als journalisten bereid zijn zich te onderwerpen aan peerreview, aan toetsing door collega’s. De zogenaamd ‘grote media’ vonden dat een bedreiging, zeker ten tijde van hun verslaggeving over de oorlogen in Afghanistan en Irak. WikiLeaks oogste het ene succes na het andere en dat vonden zij niet leuk.

“Julian was een outsider die dankzij WikiLeaks meer invloed kreeg dan The New York Times en The Guardian. WikiLeaks werd synoniem voor: ‘betrouwbare informatie’. Klassieke media stonden op dat moment door de digitalisering zwaar onder druk. Julian was bang dat hun tanende levensvatbaarheid ook hun geloofwaardigheid zou aantasten. Het is dus niet zo verwonderlijk dat hij toen in de mainstreammedia in sneltreinvaart vijanden maakte.

“Maar afgezien van alles wat er in het verleden tussen The New York Times, The Guardian, The Washington Post en Julian misliep: vandaag vormen àlle media één front in het verzet tegen Julians uitlevering aan de VS.”

Omdat ze ondanks alle meningsverschillen Julian Assange als een journalist beschouwen?

MORIS: “In 2013 besloot het Amerikaanse departement van Justitie na drie jaar onderzoek om Julian niet te vervolgen voor de publicatie van door Chelsea Manning gelekte documenten. Het was tot de conclusie gekomen dat Julian zich ten opzichte van Manning gedragen had zoals een journalist tegenover een bron. Justitie was bang voor een cascade aan vervolgingen, want als ze WikiLeaks en Assange voor de rechter sleurde, moest ze dat ook doen met The New York Times, The Washington Post en The Guardian. Die hadden de documenten van Manning immers mee gepubliceerd. Justitie stelde toen letterlijk: ‘Julian Assange is geen hacker, maar een uitgever.’ Tot vandaag blijft die stelling overeind. Toch willen de Amerikanen hem nu uitgeleverd zien zodat ze hem tot 175 jaar gevangenisstraf kunnen veroordelen. Wat alleen maar bevestigt dat Julian een politiek gevangene is. Ik ontken niet dat hij de voorbije jaren veel mensen boos maakte. Alleen is dat geen misdaad.”

In 2015 sloeg de vonk tussen u en Assange over. Een geheim liefdesleven in een ambassade vol camera’s; dat moet niet eenvoudig geweest zijn. Want Julian werd bespioneerd?

MORIS: “De eerste twee jaar viel dat nog mee. Het échte gespioneer begon in 2017 door een Spaanse beveiligingsfirma die werkte in opdracht van de CIA. Ze volgden me ook buiten de ambassade. Er werden zaken gestolen en er werd ingebroken in kantoren, zoals dat van Baltasar Garzon. Van die inbraak bestaat beeldmateriaal. Julians vergaderingen met zijn advocaten in de ambassade werden zonder hun medeweten opgenomen. Op een keer vonden ze opnameapparatuur, verborgen onder een brandblusser. Er hingen overal camera’s, zowel duidelijk zichtbaar als weggestopt.”

Ook in Julians kamer?

MORIS: “Zeker weten we dat niet, maar er zijn vermoedens en aanwijzingen dat ze hem ook daar in de gaten hielden. De Spaanse politie heeft een deel van het spionagemateriaal in handen en voert onderzoek naar die door de CIA gefinancierde beveiligingsfirma.”

Jullie kregen in het grootste geheim ook twee kinderen.

MORIS: “Gabriel en Max zijn nog klein, maar ik weet niet hoelang ze nog hun vader zullen hebben. Een paar maanden? Een jaar? Ik weet niet of ze hem ooit nog zullen terugzien. De jongste is pas drie. De oudste is geboren toen Julian in de ambassade leefde. Onze zonen hebben hun papa nooit bewust buiten de muren van de gevangenis meegemaakt.”

Zo te horen investeerde de CIA heel wat geld in uw man.

MORIS: “Dat is een gevolg van die persoonlijke obsessie van ex-CIA-directeur Mike Pompeo. De Ecuadoriaanse ambassade werd de speeltuin van de CIA. Het is toch ongelooflijk dat de Amerikaanse geheime dienst gewoon haar gang mocht gaan in een ambassade in het centrum van Londen? Dat CIA-spionnen er rustig konden overleggen of ze die politiek vluchteling in de ambassade van Equador zouden vermoorden of ontvoeren?”

Hebt u contact met de Britse regering?

MORIS: “Geen enkele minister wil me ontvangen. Weet u wat het probleem is? Toen Julian van Equador asiel kreeg, voelde de toenmalige Britse regering zich voor het oog van de wereld vernederd. Want de Equadoriaanse overheid stelde dat Julian in Engeland politiek vervolgd werd, dat zijn fysieke integriteit op het spel stond en dat hij het risico liep om gefolterd te worden.

“In 2012 concludeerde Juan Mendez, de toenmalige VN-rapporteur over foltering, na een 14 maanden durend onderzoek dat Chelsea Manning, toen nog Bradley, in gevangenschap gefolterd werd. Volgens de VN-rapporteur was ze het slachtoffer van een wrede, onmenselijke behandeling. Equador hield er rekening mee dat Julian na uitlevering naar de VS aan dezelfde behandeling onderworpen zou worden.

“President Obama volgde de redenering van zijn ministerie van Justitie: Julian kon niet vervolgd worden omdat hij een uitgever en journalist is. Opvolger Donald Trump veranderde onder invloed van Mike Pompeo het geweer radicaal van schouder. Zij gingen maar al te graag achter een uitgever en journalist aan. Zij beschouwden de opsluiting en veroordeling van Julian als een precedent om nog andere journalisten en uitgevers te kunnen aanpakken.”

En president Joe Biden?

MORIS: “Hij zet dat beleid van Trump voorlopig gewoon voort. Weet u wat ik zo schokkend vind? Dat Pompeo en de CIA het niet enkel op Julian gemunt hadden, maar ook plannen smeedden om andere journalisten in de EU fysiek uit te schakelen. Medestanders van Julian die uit pure wraak op een hitlist gezet werden. We weten met zekerheid dat de beveilingsfirma in de Equadoriaanse ambassade manieren zocht om Julian te vergiftigen.”

Hebt u daar bewijzen voor?

MORIS: “Een klokkenluider uit dat bedrijf heeft dat verklaard. Ze maakten concrete plannen om Julians voedsel te vergiftigen. Uiteindelijk deden ze het niet omdat ze bang waren dat er een camera in Julians ijskast hing.

“De voormalige Ecuadoriaanse president Rafael Correa was Julian gunstig gezind. Opvolger Lenin Moreno kon mijn mans bloed drinken. Zijn regering werkte volledig mee met de Amerikanen. Moreno gaf hen zelfs toestemming om de diplomaten uit de ambassade te ondervragen over Julians handel en wandel. Eén van die vragen was: ‘Waar slaapt hij?’ Ze toonden een plattegrond van de ambassade. ‘Duidt aan waar zijn bed staat.’ Waarom wilde de Amerikaanse overheid weten waar Julian sliep?

“Ik praat daar nu heel gewoon over, terwijl het zo sinister is. (stilte) Julian legde via WikiLeaks misdadige activiteiten van staten bloot, zoals foltering en schending van mensenrechten. Het gevolg is dat hij nu zelf slachtoffer is van exact dezelfde misdaden. Hij is een geaccrediteerde journalist. Als hij wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig. Dan kunnen ze ook u laten oppakken als u iets schrijft wat hen niet zint. Als de VS met hun First Amendment en freedom of speech al zoveel over heeft om Julian uit te schakelen, bestaat persvrijheid in werkelijkheid toch niet meer? Dan krijgen àlle regimes toch vrij spel om àlle journalisten achter de tralies te draaien?”

Wordt u nu in de gaten gehouden?

MORIS: “Zeker. Ze hoeven me daarvoor zelfs niet in levende lijve te volgen. Via mijn telefoon kennen ze mijn hele handel en wandel. Ik draag ze gewoon mee in mijn handtas. (vermoeid lachje)”

© Jan Stevens

‘Op straat krijg ik knuffels van iedereen’

Na een straf van 5,5 jaar is de Britse islamist Anjem Choudary weer op vrije voeten. Gederadicaliseerd is de geestelijke vader en mentor van Sharia4Belgium allerminst. “Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens.”

Toen in september 2014 moslimextremist Anjem Choudary (54) in zijn woonplaats Londen gearresteerd werd, waren velen ervan overtuigd dat hij snel weer op vrije voeten zou zijn. Want de vorige twintig jaar slaagde hij er telkens weer op wonderbaarlijke wijze in om uit de handen van het gerecht te blijven. Maar deze keer leek het alsof hij zijn hand had overspeeld. Een jury veroordeelde hem tot 5,5 jaar gevangenisstraf voor het actief steunen van Islamitische Staat (IS) en voor het rekruteren van Syriëstrijders.

Van juli 2016 tot oktober 2018 zat Choudary in de cel; de rest van zijn straf mocht hij onder strikte voorwaarden met een enkelband thuis uitzitten. In juli 2021 werd hij vrijgelaten. “Ik zat mijn straf volledig uit en zou dus nu ook volledig vrij moeten zijn”, zegt hij. “Alleen houden de Verenigde Naties mijn tegoeden bevroren. Ze schreven ook een internationaal reisverbod uit en een wapenembargo. In de praktijk komt het erop neer dat ik toestemming moet vragen voor alles wat ik koop én dat ik bonnetjes moet indienen. Ik vind dat onzin, want mijn zogenaamde misdrijf heeft niets met geld te maken. Het bevriezen van mijn rekeningen is niet meer dan een verlenging van mijn straf. Ik mag amper 75 pond per week uitgeven; dat maakt het voor mijn gezin van vijf kinderen niet makkelijker. Al is het belangrijkste dat mijn geloof niet is aangetast en dat ik terug bij mijn familie ben. In mijn moslimwijk in Londen ben ik geliefd. Op straat krijg ik nu knuffels van iedereen.”

Eind jaren 80, begin jaren 90 studeerde de in Londen geboren Anjem Choudary rechten. Zijn studievrienden kenden hem als de goedlachse Andy die verzot was op alcohol, cannabis en vrouwelijk schoon. Later raakte hij in de ban van het islamisme en de internationale radicale beweging Hizb ut-Tahrir. Met inmiddels verboden salafistische organisaties als Al-Muhajiroun, Al Ghuraaba en Islam4UK ontpopte hij zich tot de radicaalste onder de radicalen.

In januari 2010 haalde Anjem Choudary de Belg Fouad Belkacem naar Londen en gaf hem de leiding over het nieuw op te richten Sharia4Belgium. Belkacem alias ‘Abu Imran’ organiseerde da’wa’s, waarbij hij op straat bekeerlingen trachtte te winnen. In september 2011 installeerde hij in Antwerpen de eerste Belgische shariarechtbank, zoals leermeester Choudary hem dat in Londen had voorgedaan. Tientallen Sharia4Belgium-aanhangers vertrokken naar het front in Syrië om er te gaan meevechten met jihadistische organisaties. In februari 2015 oordeelde de Antwerpse rechtbank dat Sharia4Belgium een terroristische organisatie is. Leider Fouad Belkacem werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar.

“Sharia4Belgium van Abu Imran, moge Allah hem bevrijden, was altijd onafhankelijk”, beweert Choudary. Hij ontkent Belkacems leermeester en mentor te zijn. “Abu Imran modelleerde zijn organisatie op die van ons, maar onze communicatie was zeer beperkt. Akkoord, hij kwam me een paar keer opzoeken in Londen en ik reisde ook een paar keer naar België. Al waren dat eerder beleefdheidsbezoeken: een hapje eten, wat praten en genieten van elkaars gezelschap. Ik vernam pas veel later via de media dat een veertigtal mensen van Sharia4Belgium België ingeruild hadden voor Syrië en Irak. Ik kende amper twee Sharia4Belgium-leden bij naam. Zelfs Abu Imran pleit onschuldig voor dat rekruteren; ook hij had daar niets mee te maken. Zijn lange gevangenisstraf is daarom buitensporig. Bovendien pakten de Belgische autoriteiten hem ook nog eens zijn nationaliteit af en willen ze hem naar Marokko sturen. Terwijl hij daar niet eens geboren is.”

Is medestichter Feisal Yamoun alias ‘Abu Faris’ het tweede Sharia4Belgium-lid dat Choudary bij naam kent? “Ja, ook hij kwam een paar keer naar Engeland. Ik heb geen idee hoe het nu met hem gaat.”

Yamoun vertrok naar Syrië en sloot zich aan bij de terreurgroep Majlis Shura Al Mujahidin. In 2014 stierf hij tijdens de gevechten om Aleppo. Zijn weduwe Faïza H. werd in februari 2021 bij verstek tot vijf jaar gevangenschap veroordeeld. Zij zou zich nog steeds in Syrië bevinden bij terreurgroep Jabhat Al Nusra.

“Ik heb inderdaad ook gehoord dat Abu Faris gestorven is”, knikt Choudary. Het gat in zijn geheugen lijkt te dichten. “Maar ik wist niet op voorhand dat hij plannen had. Wanneer mensen aan de jihad willen deelnemen, lopen ze daar op voorhand nooit mee te koop. Wellicht wisten zelfs hun eigen familieleden niet dat ze gingen vertrekken, laat staan een paar kennissen in Engeland. Of gelooft u echt dat die gasten me op voorhand belden: ‘O, Anjem, we willen naar het buitenland!’”

Grootste IS-rekruteerder

Eind 2013 verscheen een stevig gedocumenteerd rapport over Anjem Choudary van de Britse anti-racismeorganisatie Hope not hate. Onderzoekers Joe Mulhall en Nick Lowles duidden Choudary aan als de leider van een wereldwijd netwerk van islamisten. Via zijn Global Shariah Movement trok hij volgens hen aan de touwtjes bij radicale moslimorganisaties in 21 landen, waaronder Sharia4Belgium van Fouad Belkacem. Ze noemden Choudary de grootste Europese rekruteerder voor IS: hij zou minstens 300 Europese jongeren naar het slagveld in Syrië gestuurd hebben, onder wie zeker 33 Belgen.

“Misschien zouden we het beter over ‘Hate not hope’ hebben in plaats van ‘Hope not hate’”, reageert Choudary korzelig. “Als ik echt zo gevaarlijk was, had de politie me toch al eerder vragen gesteld over al die mensen die ik zogezegd naar het buitenland stuurde? Ik ontmoette een paar van die Syriëstrijders voor het eerst toen ik eind 2014 in de Belmarsh-gevangenis terechtkwam. Ik had die mensen daarvoor nooit gezien. De politie heeft me ook nog nooit ondervraagd over aanslagen waar ik zogezegd de inspirator voor ben. Behalve één keer in 2003 na Mike’s Bar in Tel Aviv. Daarna nooit meer.”

Op 30 april 2003 blies de Brit Asif Muhammad Hanif zich op aan de ingang van Mike’s Bar in Tel Aviv, doodde drie burgers en verwondde 60 anderen. Het ontstekingsmechanisme van de bom van zijn kompaan Omar Khan Sharif weigerde dienst. Sharif raakte gewond en werd later dood teruggevonden. Hanif en Sharif bleken twee pupillen van Anjem Choudary te zijn.

Ook de 25-jarige Ali Harbi Ali die op 15 oktober 2021 het conservatief parlementslid David Amess neerstak en vermoordde, zou in de ban geweest zijn van Choudary. Volgens vroegere schoolvrienden radicaliseerde hij online, door het bekijken en beluisteren van Choudary’s preken op Youtube. “De man is 25 jaar oud en zat al jaren niet meer op de schoolbanken. Hoe kan het kijken naar mijn oude filmpjes van tien jaar geleden nog iets met feiten van nu te maken hebben?”, repliceert Choudary. “Duurde het dan een decennium eer hij tot het besluit kwam om die volksvertegenwoordiger te doden? Dat is toch belachelijk? Omdat die jongeman tien jaar geleden een filmpje van mij bekeek, word ik de rest van mijn leven aan hem gelinkt. Zelfs Boris Johnson wees in het parlement met een beschuldigende vinger naar mij: ‘Al die uren van haatspraak op het internet.’ Terwijl hij nog geen seconde van mijn lezingen zag. Ze gaan over jurisprudentie en de koran. Maar dat interesseert niemand; iedereen gelooft liever zijn eigen propaganda.”

Trouw aan IS

Sinds zijn vrijlating maakt Anjem Choudary zich zorgen over de haatspraak en doodsbedreigingen aan zijn adres op het internet. “Niemand ligt daarvan wakker”, zegt hij. “Want ach, het gaat maar over die ‘haatprediker’. Als een politicus online bedreigingen ontvangt, wordt er meteen ingegrepen. Jarenlang legden de Britse autoriteiten elke uitspraak van mij onder de microscoop. Toen in september 2016 mijn zaak voorkwam, las ik in de gerechtsdocumenten dat ze daarvoor al tientallen keren geprobeerd hadden me op te pakken. Maar ze vonden geen smoking gun. Tussen 2004 en 2014 vielen ze tien keer in mijn huis binnen. Nooit konden ze me iets ten laste leggen. Deze laatste keer kwamen ze dan af met die zogenaamde eer van trouw aan IS. Ze beweerden die gevonden te hebben op een Indonesische computer. Ik had dat ding nooit gezien en ben dus totaal onschuldig. Ze gebruikten paragraaf 12 van de Britse antiterreurwet van 2000 om mij als IS-supporter veroordeeld te krijgen. Die wet verbiedt steun aan een verboden organisatie. Maar de rechters raakten het niet eens of die paragraaf ook op mij van toepassing was en gingen daarom eerst te rade bij het Hooggerechtshof. Ook daar raakten ze er niet wijs uit en besloten ze dat de jury maar moest oordelen. Net toen de jury zich in juli 2016 terugtrok om te beraadslagen, reed iemand met een vrachtwagen over de Promenade des Anglais in Nice en doodde iemand anders in Normandië een priester. Vermits ik op dat moment in Groot-Brittannië staatsvijand nummer 1 was, was mijn lot snel bezegeld.”

Maar Choudary wás toch een fervent supporter van Islamitische Staat? In augustus 2014 zei hij in de krant De Morgen over het IS-kalifaat in Syrië en Irak: “Op dit moment leven miljoenen onder de sharia in een gebied groter dan Engeland. Alle moslims hebben nu geen andere keuze dan Abu Bakr al-Baghdadi of kalief Ibrahim te erkennen als de grootste moslimautoriteit ter wereld.”

Hij zucht diep. “Toen in de zomer van 2014 de Islamitische Staat werd uitgeroepen, hield de organisatie IS feitelijk op met te bestaan. Vanaf dan ging het over een échte staat die inderdaad veel groter was dan Frankrijk of Groot-Brittannië. De Britse minister van Buitenlandse Zaken zei: ‘Wie burger wenst te worden van de Islamitische Staat, verliest zijn Britse nationaliteit.’ Hoe kon op dat moment die échte staat nog een verboden organisatie zijn? België noem je toch ook geen ‘organisatie’? Ik becommentarieerde in 2014 enkel of die staat islamitisch was, net zoals ik kan becommentariëren of een staat communistisch of kapitalistisch is. Ik stuurde een eenvoudige tweet de ether in: ‘Moge Allah het kalifaat en Abu Bakr al-Baghdadi zegenen.’ Meer niet. Omwille van mijn profiel en het grote aantal volgers dat ik toen op Twitter had, was dat zinnetje plots een bedreiging. Maar drukt het ook steun uit?”

Was de Islamitische Staat een na te volgen voorbeeld voor de rest van de wereld? Choudary: “Er volgen wellicht nog vele islamitische staten die even snel als het IS-kalifaat weer zullen verdwijnen. Maar op het einde blijft er een staat die zal heersen over de hele wereld en waar mensen eindelijk rust vinden. Alleen Allah weet wanneer die er komt. Ik was nooit in Syrië of Irak en weet dus ook niet hoe de situatie daar precies was.”

Anjem Choudary had nooit plannen om zelf naar de Islamitische Staat te reizen? “Toch wel. Ik vroeg de autoriteiten mijn reispas zodat ik kon vertrekken. Dat weigerden ze. Ze wilden gewoon niet dat ik vertrok. Ze hadden veel liever dat ik hier bleef zodat ik de Britten kon radicaliseren.” Hij lacht hartelijk.

Gelooft hij in de democratie? “Natuurlijk niet, wat een domme vraag. Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens. De enige wetgever is Allah.” Dan vraag hij: “Bent u christen of jood? U bent atheïst? Daar krijgt u op de dag des oordeels spijt van. Gelukkig is er altijd hoop: ik nodig u uit om naar de islam te kijken. Vergeet de hype en alle mediapropaganda die u zelf mee hielp creëren. Geloof daar niets van.”

De onthoofdingen van journalisten zoals James Foley en Steven Sotloff door IS geven toch niet veel vertrouwen in Choudary’s versie van de islam? “Het was toen oorlog”, antwoordt hij. “Dan gebeuren er altijd gruwelijke dingen. Ik wil die onthoofdingen niet rechtvaardigen, maar je moet niet alle westerse propaganda geloven.”

IS draaide die onthoofdingsvideo’s toch zelf? “Soms dient propaganda alleen om de vijand bang te maken. Er leefden ook heel wat mensen vredevol in het kalifaat. Zij maakten hun eigen video’s en toonden hoe prachtig het was.”

Biljartkoning

Van juli 2016 tot juni 2017 zat Anjem Choudary in de beruchte High Security Unit (HSU) van de Belmarsh-gevangenis in Londen, waar ook Julian Assange verblijft. “Ze noemen die plek niet voor niets het Britse Guantanamo Bay”, zegt hij. “Het is ook niet voor niets dat Assange er razendsnel grijs haar kreeg. De HSU heeft een rotslechte reputatie. Toen ik er aankwam, zag ik zo goed als enkel bejaarden, alsof ik op de geriatrie was aanbeland. Ik sprak zo’n oudje aan: ‘Waarom zit jij hier?’ Het bleek de op dat moment 77-jarige bankovervaller Brian Reader te zijn. In 2015 blies hij samen met een stel andere bejaarden de kluizen van een Londense bank in Hatton Garden op. Ze gingen met meer dan 14 miljoen pond aan juwelen en cash aan de haal. Ook Thomas Mair, de moordenaar van volksvertegenwoordiger Jo Cox, zat in Belmarsh. Maar er zaten ook andere zogenaamde terroristen. Wij, moslims, kwamen er héél goed overeen. Een paar keer per maand werd mijn cel binnenstebuiten gekeerd. Om zes uur ’s ochtends vielen de cipiers dan met veel lawaai binnen. Ik werd van mijn brits getild en ze doorzochten al mijn persoonlijke spullen. Om de drie maanden moest ik naar een nieuwe cel verhuizen. Ik leefde er continu onder stress en er hing een zeer onbehaaglijke sfeer.”

Volgde Choudary een deradicaliseringscursus? “In mijn eerste week in Belmarsh stapte de hoogste beveiligingsofficier mijn cel binnen. ‘U bent ’s lands radicaliseerder nummer één’, sprak hij plechtig. Hij had ook krantenknipsels over mij bij. Ik nam aan geen enkele van zijn deradicaliseringsprogramma’s deel. Ik wist dat ik er niet al te lang zou verblijven en dat ik in tegenstelling tot lang veroordeelden geen toegevingen voor strafvermindering moest doen. Ik hoefde helemaal niet mee te werken met reclasseringsambtenaren. Ik wist dat ik automatisch de helft van mijn straf met een enkelband mocht uitzitten. Waarom zou ik dan met mensen meewerken die alles wat ik zeg ooit tegen mij zullen gebruiken?”

In juni 2017 werd Choudary overgebracht naar het gloednieuwe Seperation Centre in de Frankland-gevangenis in het noorden van Engeland. “Ik was er de allereerste gedetineerde. Ze hebben dat complex speciaal voor mij gebouwd. In de Seperation Centres brengen ze al die mensen samen die ze liever niet tussen de gewone gevangenen laten rondwandelen. Alle zogenaamde geradicaliseerden die door de Britse overheid omwille van hun ideeën en overtuigingen als supergevaarlijk beschouwd worden. Er zijn nu zo twee centra, met enkel moslims. Ik was in Frankland tot oktober 2018.”

Choudary zat in de isolatieafdeling met vier andere islamisten die werden bewaakt door 25 cipiers. Een van Choudary’s medegevangenen was Michael Adebolajo, een van de moordenaars van de Britse soldaat Lee Rigby in mei 2013. Adebolajo was lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun en kreeg toen de ‘strijdnaam’ Abu Mujahid.

“Het grote voordeel van het Seperation Centre van Frankland was dat al mijn medegevangenen moslim waren”, zegt Choudary. “Er was in de keuken geen contaminatie door varkens. We kookten voor elkaar en spraken elkaar moed in. Mijn geloof in God werd er alleen maar sterker. Hoe harder ik de Koran van buitenleerde, hoe meer mijn geloof bevestigd werd. Mijn medegevangenen waren even gelovig. De gevangenis was voor ons een manier om ons geloof verder uit te zuiveren. Ik voelde me jonger en frisser toen ik de gevangenisdeur achter me dichtsloeg.”

Hoe was de verstandhouding met de cipiers? Choudary: “De meesten waren ouder dan mij, zestigers en zeventigers. Ze hadden ooit in de steenkoolmijnen gewerkt. Toen Margaret Thatcher die in de jaren tachtig sloot, werden ze werkloos. Later herschoolden ze tot cipier. Ze zaten een hele dag kruiswoordraadsels op te lossen. Ze maakten het ons niet moeilijk en zagen mij niet als de gevaarlijkste man van het Verenigd Koninkrijk. Ik droogde hen regelmatig af bij het biljarten. Ze stonden versteld van mijn poolkunsten. (lacht) Ik leerde poolen in Belmarsh. Dat is het enige wat je daar kan doen. In Frankland speelde ik alle biljartballen in één vloeiende beweging van de tafel.”

Het London Bridge-probleem

Van oktober 2018 tot juli 2021 zat Anjem Choudary de tweede helft van zijn straf vooral in zijn woonkamer met een enkelband uit. “Ik leefde onder de meest restrictieve en draconische maatregelen die in Engeland ooit aan iemand gegeven zijn”, klaagt hij. “Zo mocht ik niet met de media praten en nooit meer dan twee mensen tezelfdertijd ontmoeten. Na het London Bridge-probleem in november 2019 werden er nog meer beperkingen opgelegd. Ik mocht niet meer naar het centrum van Londen en mijn avondklokregime werd verstrengd.”

Wat Anjem Choudary het ‘London Bridge-probleem’ noemt, is de aanslag op 29 november 2019 in de buurt van London Bridge waarbij de 28-jarige Usman Khan vijf mensen neerstak. Twee overleefden de aanval niet. Khan werd door de politie doodgeschoten. In zijn tienerjaren werd Khan lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun. Hij werd ‘herdoopt’ tot ‘Abu Saif’ en was een tijdlang één van Choudary’s trouwste secondanten.

In november 2021 werd Anjem Choudary gespot met zijn oude bekende Abbu Izzadeen, alias de meermaals voor ondersteuning van terreurorganisaties veroordeelde ex-electricien Trevor Brooks. “Ik sprak inmiddels ook mijn oude vriend Anthony Small”, zegt Choudary. De voormalige Britse bokskampioen Small bekeerde zich in 2007 onder impuls van Choudary tot de salafistische islam. “We halen herinneringen op aan vroeger.”

Probeert Anjem Choudary zijn oude netwerk nieuw leven in te blazen? “Ik heb geen plannen om wat dan ook herop te bouwen. Vandaag ben ik een familieman, een vader die zijn kinderen graag wil zien trouwen. Van zodra ik die VN-restricties weggewerkt krijg, ben ik van plan om een paar plekken in de wereld te bezoeken die ik nog niet eerder zag.”

Bio

  • Geboren in Londen op 18 januari 1967
  • Studeerde rechten aan de University of Southampton
  • Richtte samen met de Syrische islamist Omar Bakri Muhammad in 1996 de in 2004 verboden salafistische organisatie Al-Muhajiroun op
  • Later volgden eveneens verboden organisaties zoals Al Ghurabaa, The Saved Sect, Islam4UK
  • Volgens Hope not hate waren minstens 70 veroordeelde of gedode terroristen lid van Al-Muhajiroun en heeft Choudary nauwe contacten met de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab
  • Werd in 2016 veroordeeld tot 5,5 jaar gevangenis voor steun aan IS

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: