Tot september 2015 was Marc Van den Reeck ambassadeur in Griekenland. Vandaag is hij gepensioneerd en zet hij zich voltijds en vrijwillig in voor The Smile of the Child, de grootste Griekse hulporganisatie voor kinderen in nood. “Griekenland zit aan de grond en onze fondsen drogen op. Daarom hopen we op steun en solidariteit van de Belgen.”

 

Marc Van den Reeck (61) werkte als diplomaat in Afrika en Amerika en was Belgisch ambassadeur in Abu Dhabi en in Griekenland. Als jonggepensioneerde is hij onbezoldigd ‘verantwoordelijke internationale samenwerking’ voor de Griekse NGO The Smile of the Child. “Χαμόγελο του παιδιού in het Grieks”, zegt hij. “De NGO is vandaag de grootste van het land en is gespecialiseerd in kinderbescherming en -welzijn. De organisatie heeft 480 mensen in dienst en telt 2800 vrijwilligers. In 2016 hebben we meer dan 100.000 kinderen geholpen. Niet alleen Griekse, ook vluchtelingenkinderen. Op dit moment zitten 60.000 vluchtelingen geblokkeerd in Griekenland en de helft daarvan zijn kinderen.”

 

Waaruit bestaat jullie hulp?

Marc Van den Reeck: “The Smile of the Child coördineert en beheert de telefoonlijnen voor oproepen voor vermiste kinderen. Je zou ons de Child Focus van Griekenland kunnen noemen, maar dat is niet het enige wat we doen. We bemannen ook de noodlijnen voor kinderen die in de problemen zitten en die hulp zoeken, of voor mensen die noodsituaties met kinderen willen signaleren. We hebben callcenters in de steden Athene, Thessaloniki en Patras en die zijn alle dagen van de week, 24 uur op 24, bereikbaar. De kinderen krijgen er geen vrijwilligers aan de lijn, maar professionals, zoals psychologen en sociale werkers. We willen geen risico’s nemen, want die gesprekken gaan vaak over leven en dood. We twijfelen niet aan de goede wil van onze vrijwilligers, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook weten wat ze moeten doen als ze telefoon krijgen van een kind in levensgevaar. We hebben ook voertuigen en materiaal voor zoektochten naar vermiste kinderen. Jaarlijks rukken we gemiddeld honderd keer uit; in 95 procent van de gevallen vinden we de kinderen terug. Daar zetten we wel vrijwilligers voor in. We hebben ziekenwagens standby die kindvriendelijk ingericht zijn voor als we meldingen krijgen van zwaar mishandelde, misbruikte of ernstig verwaarloosde kinderen. En we runnen grote opvanghuizen voor verwaarloosde kinderen.”

 

Daar krijgen jullie geld voor van de Griekse staat?

Van den Reeck: “Nee, de Griekse staat is op sterven na dood. De toestand is meer dan dramatisch: er is geen rooie cent meer voor het welzijn van de Grieken of voor de volksgezondheid. We krijgen nog geld van een aantal bedrijven omdat ze weten dat we een ernstige, transparante organisatie zijn, maar hun budgetten zijn serieus gekortwiekt. Het is niet omdat Griekenland uit het nieuws verdwenen is, dat alles terug rozengeur en maneschijn is. De financiële en economische crisis woedt nog steeds volop en de meeste Grieken zitten op hun tandvlees. De toestand is hopeloos. De economische crisis brengt mensen niet alleen aan de bedelstaf, maar vernietigt ook het sociale weefsel en zorgt voor een diepe maatschappelijke crisis. Gezinnen die welvarend waren en ons vroeger financieel steunden, smeken ons nu zelf schoorvoetend om hulp. En dan zijn er nog de vele vluchtelingenkinderen. Daarom zoeken we noodgedwongen fondsen in het buitenland. We voeren campagne in Canada, de VS, Duitsland, Australië én België en rekenen op steun van de vele Grieken die er leven. Maar we hopen dat ook de niet-Grieken hun hart laten spreken.”

 

Waarom trekt u zich het lot van de Griekse kinderen zo aan?

Van den Reeck: “Mijn vrouw was een Griekse. Op mijn achttiende zag ik eruit als een hippie, met haar tot op mijn schouders. Ik trok met de rugzak door Griekenland en ontmoette er Anneta. Zij was twee jaar ouder en het was liefde op het eerste gezicht. We zijn aan elkaar blijven plakken, zoals ze dat bij ons zeggen. Na onze studies zijn we getrouwd. We hebben twee kinderen en hadden een heel goed huwelijk. In november 2007 is mijn vrouw totaal onverwacht gestorven als gevolg van een allergische reactie op een antibioticum. Het was de eerste dag van onze vakantie in Laos. Door mijn vrouw ben ik voorgoed met Griekenland verbonden. Ik heb het nog altijd zeer moeilijk met haar plotse dood. Dit werk bij The Smile of the Child is mijn persoonlijke pelgrimstocht en geeft mijn leven weer invulling.”

www.hamogelo.gr/en/

© Jan Stevens

 

Verpleger Philip Ver Elst (35) uit Morkhoven is een verwoed wandelaar. Sinds jaar en dag stapt hij elke ochtend te voet naar het werk. Op zijn dagelijkse wandeltocht begon hij zich steeds meer te ergeren aan het rondslingerende zwerfafval. Drie jaar geleden besloot hij er iets aan te doen. “Ik ging de deur uit met een grote plastic zak in de ene hand en een grijptang in de andere.” Vandaag kennen zijn streekgenoten hem als Mr. Proper.

 

Philip Ver Elst begrijpt niet wat zijn medeburgers bezielt om hun vuil op straat en in de natuur te storten. “Het is echt niet te geloven hoeveel blikjes en snoepverpakkingen mensen door het raam van hun auto gooien”, zegt hij. “Zo goed als dagelijks vind ik onderweg oud ijzer en afgedankte elektrotoestellen. Mijn eerste aanhangwagen vol samengeraapt oud ijzer leverde me twintig euro op. Met dat geld kocht ik op tweedehands.be een bolderkar. Op mijn wandelingen neem ik nu die kar en paar grote plastic zakken mee om het zwerfvuil te verzamelen.”

 

U verzamelt niet alleen sigarettenpeuken en bierblikjes?

Philip Ver Elst: “Nee, ik laad regelmatig stofzuigers, wasmachines en droogkasten op de bolderkar. In mijn dooie eentje verzamelde ik tot nu 40 ton zwerfafval. Een paar maanden geleden wandelde ik in de buurt van Leopoldsburg. Ik vond er een plastic zak met obussen uit de Tweede Wereldoorlog. Ze waren er nog niet lang geleden gedumpt. Die dingen stonden op scherp; ik moest de ontmijningsdienst DOVO erbij halen. Zij hebben ze ter plekke vernietigd. Veel mensen gooien ook zakken met hun doordeweeks huisvuil in de beek of naast de weg. Of zakken boordevol gevulde pampers. En die zijn niet altijd van baby’s.”

 

Zakken vol wegwerpluiers voor volwassenen?

Ver Elst: “Precies. Onlangs vond ik in Lommel drie afvalzakken vol bejaardenpampers. Ik vermoed dat ze er gedumpt waren door iemand uit de thuisverpleging. Ik doe altijd elke zak open en ik kan je verzekeren: dit was geen smakelijke vondst. Soms vind ik een adres en dan geef ik dat door aan het zwerfvuilteam van de gemeente. Zij weten wat er verder mee moet gebeuren. Officieel ben ik ‘zwerfvuilpeter’ van Herentals, maar ondertussen ben ik de zwerfvuilpeter van heel Vlaanderen geworden. (lacht) Ik ben een gedreven wandelaar en kom zo tot in alle uithoeken van het land. Alleen Brussel en Wallonië heb ik nog niet verkend. Ik hoor van collega-wandelaars dat er daar flink wat te rapen valt. ‘Den ben je met je karretje voor het donker nog niet thuis’, zeggen ze. (lacht) Dit jaar neem ik voor de zestiende keer deel aan de Dodentocht in Bornem. Ik verzamel dan geen zwerfvuil, maar wandel honderd kilometer voor een goed doel. Ik kan het echt niet laten om mensen te helpen die het moeilijk hebben. Dat zit in mijn bloed.”

 

Welke stad of gemeente in Vlaanderen heeft het grootste zwerfvuilprobleem?

Ver Elst: “Antwerpen. In de buurt van Merksem is het huilen met de pet op. Maar ook in de fruitstreek in Limburg slingert veel troep rond. De boeren klagen daar zelf steen en been over. ‘In het seizoen gooien de plukkers al hun afval in de wijde natuur.’ Ikzelf heb er ooit een frietketel gevonden met de etensresten nog in en in de bossen trof ik koppen en ingewanden van schapen aan: slachtafval van illegale rituele slachtingen. Mijn grappigste vondst tot hiertoe is de verpakking van een seksspeeltje. Het speeltje was er uit, maar er zaten wel nog flesjes met stimulerende middelen in. Onder andere een flesje Blue Boy. Google leerde me dat het een populaire popper is.”

 

Waar dumpt u het door u verzamelde afval? In het containerpark?

Ver Elst: “Nee, ik stapel de zakken aan de kerk of aan een vuilbak van de gemeente op en verwittig de plaatselijke afvaldienst. Op die plaatsen waar ik regelmatig afval ruim, merk ik dat er na verloop van tijd ook minder gestort wordt. Ik vermoed dat sluikstorters daardoor bang worden: ‘Straks worden we nog gepakt.’ Gemeentebesturen kunnen dus best veel investeren in het preventief opruimen van zwerfvuil. Een paar weken geleden wandelde ik door Mechelen en zag ik winkeltasjes vol huisvuil verspreid door de stad liggen. Op een parcours van drie kilometer vulde ik toen 44 grote zakken met afval.”

 

Wat voor reacties krijgt u dan van voorbijgangers?

Ver Elst: “De meesten steken hun duim op, maar sommigen vinden me gek. Gelukkig ben ik prettig gestoord van aard: die opmerkingen raken mijn kouwe kleren niet. (lacht) Ikzelf hou aan het opruimen een goed gevoel over, want zo zorg ik ervoor dat de natuur opnieuw een beetje properder wordt.”

 

© Jan Stevens

Gentenaar Ian Ghysels raakte de doffe blikken en zure oprispingen van zijn stadsbewoners zo beu, dat hij besloot er iets aan te doen: hij schoolde zichzelf om tot ‘De Wensmens’. Nu vervult hij de wensen van onbekende mensen, in de hoop om zo een glimlach op hun gezicht te toveren.

 

Toen hij nog drama studeerde, stond Ian Ghysels (23) regelmatig op de hoek van een Gentse straat als vrijwilliger voor WWF. “Telkens weer viel het me op hoe ongelukkig en ontevreden veel voorbijgangers waren. Gaandeweg ontdekte ik dat ze ontdooiden als ik even naar hun verhaal luisterde en met hen begon te babbelen. Soms vroeg ik: ‘Wat is uw grootste wens?’ Ik zag ze dan opfleuren. Zo groeide het idee om ‘De Wensmens’ te worden en de dromen van onbekende mensen op een creatieve manier werkelijkheid te helpen worden. ‘Wat is je wens?’ klinkt misschien melig, maar is best een heel intense vraag.”

 

U richtte voor uw Gentse droomfabriekje zelfs een heuse VZW op, La Maison Imaginaire.

Ian Ghysels: “La Maison Imaginaire richtte ik samen met vriend en filmmaker Laurenzo Vergeynst op. Onze VZW is een productiehuis waarin we allerlei sociaal-culturele projecten van en voor jonge Gentenaars uitwerken. De Wensmens vormt daar een belangrijk onderdeel van, maar we zijn nu ook bezig met de productie van een langspeelfilm over drugsverslaving. Met La Maison Imaginaire wil ik voor maatschappelijk kwetsbare mensen een ruimte creëren waarin ze hun creatieve geest de vrije loop kunnen laten.”

 

Dat past allemaal in uw hoogstpersoonlijke strijd tegen de verzuring in de samenleving?

Ghysels: “Precies. Samen met een paar vrienden trek ik nu regelmatig als ‘wensmens’ de straat op. Aan volstrekt onbekenden vragen we: ‘Wat is uw wens?’ Vervolgens maken we die wens op een zo creatief mogelijke manier waar. Ons enige doel is mensen te laten glimlachen en wegdromen. We willen ook laten zien dat het helemaal niet zo moeilijk is om contact te leggen met wildvreemden.”

 

Vinden die wildvreemden het dan altijd even fijn om zomaar op straat door een paar jonge hippe vogels te worden aangesproken?

Ghysels: “We krijgen maar zelden een echt bitse reactie. We delen soms taart en bloemen uit, dat helpt. (lacht) Sommigen reageren eerst een beetje zurig en ik kan dat ook best begrijpen. Maar we zijn nogal doortastend en geven niet zo snel op. Ik zeg dan: ‘We doen dit om u een beetje gelukkig te maken. Als u wilt, kunnen we samen uw wens vervullen.’ Als het dan ook lukt, beginnen mensen te stralen.

“Door als wensmens de straten van Gent af te schuimen, heb ik ontdekt dat veel stadsgenoten erg eenzaam zijn. Ze zijn blij dat iemand naar hun verhaal luistert. Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Soms loop ik een jonge enthousiasteling tegen het lijf die een fantastisch idee heeft dat op het eerste gezicht niet te realiseren lijkt. Wij geven niet snel op. Zo hebben we iemand een restaurant helpen openen en nog iemand anders aan een job geholpen. Hij had geen geld voor fatsoenlijke kleren om te gaan solliciteren. We hebben een kostuum voor hem gekocht en hij werd aangenomen.”

 

Het zijn dus vaak best serieuze wensen die u helpt verwezenlijken?

Ghysels: “Zeker. Als je aan iemand vraagt: ‘Wat is uw wens?’ krijg je meestal clichéantwoorden als: ‘Wereldvrede’, of: ‘De lotto winnen.’ Ik vraag dan altijd door. ‘Waarom wil u de lotto graag winnen? Wat gaat u doen met al dat geld?’ Zo raken we de kern van de zaak. ‘Als ik veel geld heb, kan ik mijn vrienden helpen.’ Maar om iemand anders te helpen, heb je echt niet veel geld nodig. Met veel goesting, een fikse scheut creativiteit en een beetje humor raak je al heel ver.”

 

Wat is de mafste wens die u in vervulling hebt gebracht?

Ghysels: “Een man die wenste dat hij nog eens een paardenworst uit Lokeren kon eten. We zijn die voor hem gaan halen. (lacht)”

 

Wat is de mooiste wens die u verwezenlijkt hebt?

Ghysels: “De prinsessenwens. Een meisje met veel problemen wenste om een dag als een prinses behandeld te worden. We hebben daar iets heel moois van gemaakt, met onder de Stadshal veel vrijwilligers verkleed als ridder. Een koets kwam haar ophalen en in het Gravensteen werd ze rondgeleid door een ridder. Dat was een schitterende dag.”

 

Wat is uw wens?

“Wereldvrede. (lacht) Pas als die ultieme wens vervult is, zullen wij de boeken toedoen. Voorlopig ziet het daar nog niet naar uit. Daarom droom ik ervan om van La Maison Imaginaire en De Wensmens mijn beroep te maken. Professionele gelukzaaier, dat zou pas de max zijn.”

 

© Jan Stevens

In 2014 vergaarde Sam Proesmans eeuwige roem toen hij voor het oog van de camera samen met twee andere flying doctors en een piloot een medisch sportvliegtuig van België naar Congo bracht. “Achteraf gezien was het een gek en absurd plan. Maar we hebben onze missie wel volbracht.”

 

Op zijn zestiende trok Sam Proesmans (28) met de rugzak de wereld rond. “Ik werd toen voor het eerst in verschillende landen geconfronteerd met extreme armoede en gebrek aan gezondheidszorg”, zegt hij. “Die ervaringen liggen aan de basis van mijn latere keuze om me als dokter te specialiseren in tropische geneeskunde. Daarom ook volg ik nu de richting ‘public health’ aan Columbia University in New York. Ik heb daarna nog twee jaar studeren voor de boeg, waarvan één aan het Tropisch Instituut in Antwerpen en één in Zuid-Afrika. Dan zal ik afgestudeerd zijn als infectioloog.”

Pas dan vindt Sam Proesmans zichzelf klaar voor een leven als ontwikkelingswerker. “Het is bewonderingswaardig dat mensen meteen na hun studie in België naar een ver land afreizen om er te gaan helpen, maar we leven in een tijd waarin grondige kennis steeds belangrijker wordt. Daarom wil ik me eerst zo goed mogelijk voorbereiden. Na New York wordt de volgende halte misschien Afrika, om er tien jaar lang als arts zonder grenzen te werken. Wie weet, maak ik daarna de overstap naar een wereldgezondheidsorganisatie om er het beleid vorm te helpen geven.”

 

In 2014 werd u bekend bij het grote publiek als enthousiaste jonge dokter in de eerste reeks van Flying Doctors.

Sam Proesmans: “Twee jaar eerder had ik als student geneeskunde samen met twee vrienden een ziekenwagenjeep naar Tanzania gebracht. Die tocht kwam in het voorjaar van 2013 als Convoi Exceptionnel op de buis. Die reeks werd een groot succes en het plan groeide om iets gelijkaardigs te ondernemen, maar dan met een vliegtuig. De mensen van productiehuis Geronimo waren ondertussen vrienden geworden en een van hen kende Anthony Caere, een zeer ervaren en geëngageerde piloot. Zonder hem zouden Toon Van Genechten, Filip Couturier en ikzelf het nooit gewaagd hebben om met een klein vliegtuig van Wevelgem naar het Nationaal Park Virunga in Congo te vliegen. Anthony is vandaag nog altijd in het park aan het werk om het te beschermen tegen stropers, illegale houtkap en olieboringen. Ik ben er vrij zeker van dat hij nooit meer terugkomt.”

 

Met wat voor een vliegtuig maakten jullie de overtocht?

Proesmans: “Een Cessna 206, met zes zetels. Een oerdegelijk bushvliegtuig dat al verschillende keren in Afrika had gediend. Het vliegt nog steeds rond. Je kan er maximaal 2000 km mee overbruggen en dan moet je bijtanken. Wij gebruikten de tussenstops om verschillende projecten te bezoeken. Zo kwamen we terecht in ziekenhuizen en scholen in Afrikaanse sloppenwijken. Aan de grens van Somalië bezochten we een van de grootste vluchtelingenkampen ter wereld en in Oeganda draaiden we een reportage over de strijd tegen aids. Af en toe hielpen we mee in een ziekenhuis om zo de lokale manier van werken te leren kennen en ons steentje bij te dragen. Het grotere doel was om dat vliegtuig naar Virunga te brengen en ondertussen de kijkers te informeren over de zin van ontwikkelingshulp.”

 

Was het een gevaarlijke onderneming?

Proesmans: “Er waren best spannende momenten. Boven de Middellandse Zee moesten we heel goed uitkijken voor onweer. We hadden een onweersradar, maar die was allesbehalve onfeilbaar. Een Cessna 206 is kwetsbaar omdat hij maar één propeller heeft. Op het einde van onze tocht dacht ik dat ons laatste uur geslagen was. Het tropisch klimaat in Congo zorgt voor veel warme en koude luchtstromen die over elkaar heen buitelen. Tijdens onze laatste landing werd Anthony verrast door een neerwaartse wind. Hij moest volle bak optrekken voor een tweede landingspoging, maar door de chaotische luchtstroming kreeg het vliegtuig niet genoeg snelheid. Als er toen geen dal was geweest waar we konden induiken, leefden we nu niet meer. De cameraman is blijven filmen. In de laatste aflevering zag je de doodsangst in mijn ogen.”

 

Had u achteraf dan geen spijt van uw jeugdige overmoed?

Proesmans: “Nee, maar ik besefte wel wat voor een redelijk gek en absurd idee het was om zo ver met een dertig jaar oud vliegtuig te reizen. Al was de Cessna elk jaar keurig gereviseerd en had Anthony ons op voorhand verzekerd: ‘Dat vliegtuig is in werkelijkheid al vijf keer een ander vliegtuig geweest.’ Er zat ook een nieuwe motor in. Maar toch… We vlogen twee kilometer boven land, over conflicthaarden in Somalië en Soedan. Nadat we een kaart verkeerd geïnterpreteerd hadden, landden we bijna op een militaire basis. Eigenlijk is het een wonder dat we tot in Congo geraakt zijn. Daarom ook kijk ik er nu met zoveel trots op terug.”

 

© Jan Stevens

Achter de schermen orkestreerde de Amerikaanse politieke adviseur Gerry Gunster de succesvolle Leave-campagne voor de brexit. Iets waar hij zeer trots op is. Achter de schermen zou hij ook de spindoctor van Donald Trump zijn. Iets wat hij ontkent. Hij vergezelde wel Nigel Farage bij diens eerste bezoek aan de pas verkozen president Trump. “Ik was toevallig in de buurt.”

 

Vier dagen nadat Donald Trump tot nieuwe president van de Verenigde Staten verkozen was, ontving hij als eerste buitenlandse politicus de Brit Nigel Farage, voormalig UKIP-leider, bezieler van de brexit en de man die ‘onze’ Herman Van Rompuy verweet het charisma te hebben van een natte dweil. Die zaterdag 12 november 2016 kreeg Farage in de late namiddag een audiëntie van een uur in Donald Trumps somptueuze triplex penthouse op de 56e verdieping van de Trump Tower in New York (volgens Trump de 66e verdieping). De Britse premier Theresa May moest zich tevreden stellen met een kort telefoontje van de president elect.

Donald Trump nodigde Nigel Farage al op woensdag uit, een dag na zijn overwinning. Die uitnodiging gold meteen ook voor het Britse gezelschap bloedbroeders waarmee Farage die week de straten van New York onveilig maakte: brexiteers Arron Banks, Andrew Wigmore en Raheem Kassam. Banks is een verzekeringsondernemer uit Bristol, multimiljonair, financier van UKIP (1 miljoen pond) en stichter en geldschieter van de pro-brexitcampagne Leave.eu (7,5 miljoen pond). Wigmore is Brits handelsattaché voor het eiland Belize en woordvoerder van Leave.eu en Kassam is hoofdredacteur van de rechtsradicale nieuwssite Breitbart London. Ze noemen zichzelf graag: ‘The Brex Pistols’.

Niet lang na de audiëntie verscheen die 12e november op veel nieuwssites een foto waarop een breed lachende Donald Trump met losgeknoopte hemdskraag voor de goudblinkende deuren van zijn penthouse poseert, met aan zijn rechterkant een keurig uitgedoste Nigel Farage. Rechts van Farage staan Wigmore en Kassam. Links van Trump staat Arron Banks. Naast Banks staat een man waar niemand meteen een naam op kon plakken. Het is de vijftigjarige Gerry Gunster, Amerikaan, politiek strateeg, opiniepeiler en spindoctor. Zijn consultancykantoor Goddard Gunster is gespecialiseerd in het beïnvloeden van de publieke opinie. Het winnen van referenda is zijn handelsmerk. Hij gaat er prat op dat hij 90 procent van alle referenda waarvoor hij ooit is ingehuurd, ook gewonnen heeft. Met als voorlopige kroon op zijn werk: de brexit.

Gerry Gunsters hoofdkwartier is gevestigd in een saai pand aan K Street, Washington DC, op een steenworp van het Witte Huis en een boogscheut van Capitol Hill, het centrum van de Amerikaanse politieke macht. “Mijn hele leven staat in het teken van het dienen van die macht”, zegt hij ernstig en afgemeten, zonder zweem van ironie. “Van zodra ik in 1989 afstudeerde, sprong ik in dat grote politieke bad. Eerst als raadgever van twee leden van het Huis van Afgevaardigden, later als politiek adviseur en strategisch consulent. Het geeft me een kick om samen te werken met al die mensen die beleid uitstippelen en onze samenleving vorm helpen geven. Zo kan ook ik een verschil betekenen in het leven van gewone mensen.”

 

Hoe kwam u op 12 november op de foto met Donald Trump en Nigel Farage & co terecht?

Gerry Gunster: “Die zaterdag was ik toevallig in New York voor een ontmoeting met Arron en Andy (Arron Banks en Andrew Wigmore – JS). Ik mocht van hen mee op bezoek bij de president elect.”

 

U kent The Brex Pistols goed omdat u een belangrijke rol speelde in de brexit-campagne?

Gunster: “Sure. (glimlacht en zwijgt)

 

Was u de go-between tussen Trump en Farage?

Gunster: “Nee. Sommige Amerikaanse kranten beweren dat ik een van Donald Trumps spindoctors ben, maar dat is te veel eer. Ik adviseer hem niet en heb dat in het verleden ook nooit gedaan. Ik fluister onze nieuwe president achter de schermen helemaal niets in het oor.”

 

Op 17 november stuurde de twitteraccount van uw kantoor @GoddardGunster nochtans een tweet de wereld in met een link naar een artikel uit de Washington Examiner, met als titel: ‘Spotted at Trump Tower: The people shaping the next government’. Uw naam stond tussen die van Marla Maples, een ex-vrouw van Donald Trump, en Corey Lewandowski, een ex-campagnemanager van Trump.

Gunster: “Ik zit niet in ‘Team Trump’. Maar als de president elect me zou vragen om tot zijn team toe te treden, zou ik dat zeker overwegen. (grijnst) Ik zou dat dan beschouwen als een dienst aan het land. Even heel ernstig: als de president van Amerika je vraagt om hem te assisteren, denk je daar op zijn minst over na.”

 

Ook als die president een Democraat is?

Gunster: “Ook dan. Van zodra iemand president van dit land is, maakt het eigenlijk niet meer uit of hij Democraat of Republikein is. Als hij om je medewerking vraagt, moet je op zijn minst luisteren, want het gaat om het dienen van je land. Die twaalfde november was ik trouwens wel de hele tijd aanwezig bij de ontmoeting tussen Nigel en Donald. Daarover ga ik niet uit de biecht klappen. De Amerikaanse burgers die niet voor Donald Trump gestemd hebben, moeten de president elect op zijn minst een faire kans geven om dit land te leiden.”

 

Kunt u begrijpen dat wereldwijd heel wat mensen zich zeer ernstige zorgen maken over het beleid dat president Trump zal voeren?

Gunster: “Weet u wat zo groots is aan de Verenigde Staten van Amerika? Dat de macht hier niet in handen is van één man. Het regeren is uitgesplitst over drie vertakkingen: de president, het Congres en het Hooggerechtshof. Die drie werken samen en tezelfdertijd zijn er ook verschillende checks and balances waardoor ze elkaar corrigeren en in evenwicht houden. President Trump verdient een kans. Punt.”

 

De samenstelling van zijn regering duidt op een zo goed als totale breuk met het beleid van de vorige president. Het klimaat, het buitenland, sociale voorzieningen, relaties met andere belangrijke mondiale spelers… zowat alles lijkt op de helling te komen staan.

Gunster: “Ik wens me niet in te laten met discussies over de richting die de president elect zal inslaan. Sorry, de toekomst zal uitwijzen wat de plannen van hem en zijn team zijn. Ik herhaal het: geef de man een kans.”

 

Europese politici en regeringsleiders vielen van hun stoel toen Nigel Farage als allereerste buitenlandse politicus door de pas verkozen president Trump bij hem thuis ontvangen werd.

Gunster: “Dat was een perfect normaal bezoek. Donald en Nigel zijn vrienden. Ze hebben veel gemeen en hebben allebei een gelijkaardige politieke beweging geleid. Ik heb ze met elkaar zien praten en ik kan u verzekeren: het zijn zéér goede vrienden. Als politici hebben ze beiden dat uitzonderlijke talent om haarscherp aan te voelen wat er écht leeft onder de gewone mensen. In plaats van daar hautain hun neus voor op te halen, spelen ze erop in en geven ze vertwijfelde kiezers antwoorden en houvast.”

 

Niet lang na jullie bezoek tweette Donald Trump: “Veel Britten zien graag Nigel Farage als hun ambassadeur in de VS.” Was dat zijn eigen idee of had een adviseur zoals u hem dat ingefluisterd?

Gunster: “Ik weet niet wiens idee dat was. Dat moet u de president elect vragen.”

 

Als de inspirator en architect van Leave.eu bent u degene die ervoor gezorgd heeft dat 51,9 procent van de Britten op 23 juni van dit jaar de EU vaarwel zegden.

Gunster: “Dat klopt. Maar ik heb niet zelf Leave.eu opgericht; zij hebben mij ingehuurd.”

 

U werd ingehuurd door Arron Banks?

Gunster: “Ja, Arron heeft me gevraagd. Hij contacteerde me tien maanden voor het referendum en ik ben er toen meteen ook ingevlogen. Het kan bizar lijken dat een man uit Washington DC ingehuurd wordt om een campagne in Groot-Brittannië te leiden, maar mijn kantoor Goddard Gunster heeft een vlekkeloze reputatie als het op het winnen van referenda aankomt. Hier in de Verenigde Staten worden ze bijna continu georganiseerd. Er worden ook voortdurend door burgers en organisaties ‘initiatives’ op touw gezet. Die kun je vergelijken met de Zwitserse referenda die de overheid op initiatief van haar burgers moet organiseren. In de staat Californië werden dit jaar alleen al dertig verschillende initiatives genomen. De vragen worden op verschillende tijdstippen op stembrieven verzameld en als ik me niet vergis konden de Californiërs in de voorbije maand november op 17 totaal uiteenlopende vragen ja of nee antwoorden. Zo ging één vraag over de verhoging van de taks op een pakje sigaretten met een paar dollar en een andere over het verplicht gebruik van condooms in de porno-industrie. Een meerderheid stemde voor de sigarettentaks, een meerderheid tegen de condoomverplichting. Maar niet alleen in Californië wordt voortdurend naar de mening van de burgers gevraagd, ook in andere Amerikaanse staten draaien de referenda op volle toeren. Arron Banks zocht iemand met zeer grote ervaring en diep inzicht in de materie. Hij kwam vanzelf bij Goddard Gunster terecht, want wij winnen zo goed als alle bevragingen waarvoor we geconsulteerd worden.”

 

U bent zelf een groot voorstander van referenda?

Gunster: “Zonder enige twijfel, want ze geven gewone mensen de kans zich uit te spreken over onderwerpen die hen aanbelanden. En soms zorgt een referendum voor een radicale koerswijziging, zoals bij de brexit.”

 

Wat is het geheim van uw succes?

Gunster: “Alles staat of valt met de voorbereiding. Eerst en vooral moet je weten wat voor vlees je in de kuip hebt: wie zijn al die mensen die opgeroepen worden om ja of nee te komen antwoorden op die ene vraag? Je moet het kiespubliek dus eerst minutieus in kaart brengen, pas dan kun je bepalen wat voor boodschap je zal brengen om je gelijk te halen. De volgende stap is ‘microtargeting’: je gaat heel specifieke boodschappen uitsturen die kleinere geselecteerde doelgroepen van stemmers aanspreken. De tijd van de grote en spectaculaire politieke reclamecampagnes is voorbij; vandaag wint het intensieve, ver doorgedreven specialistenwerk.”

 

Conservatieve pro-Brexit-politici zoals Boris Johnson en Michael Gove hadden zich verenigd in Vote Leave. Zij focusten zich in eerste instantie op de economische voordelen van een brexit en bezongen de splendid isolation van het Verenigd Koninkrijk. Zij waren helemaal niet blij met uw komst en met de campagne van Leave.eu. Ze vonden die te rechts en te vuil.

Gunster: “Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat Johnson of Gove en de andere protagonisten van Vote Leave van mijn campagne vonden. Ik heb het hen ook nooit gevraagd.”

 

Maar u veranderde wel de teneur van het publieke debat en gaf de Leave-campagne een stevige populistische injectie?

Gunster: “Ik weet niet of ik die eer verdien. (grijnst) Kijk, we investeerden heel wat in research en organiseerden talloze opiniepeilingen. We wilden precies weten wat we moesten ondernemen om het referendum te winnen. Uit ons onderzoek kwam duidelijk naar voor dat een meerderheid van de Britse kiezers zeer veel belang hecht aan de eigen wetten. Ze houden er niet van dat de wetgeving voor hun land elders bekokstoofd wordt. Ze prefereren Westminster boven Brussel of Straatsburg. Soevereiniteit prijkte onbetwistbaar bovenaan. De meeste mensen bleken ook zeer begaan te zijn met hun eigen familie en gemeenschap. Ouders willen dat het hun kinderen, verwanten en vrienden economisch voor de wind gaat. Wij stelden vast dat in grote delen van het VK zeer veel mensen zich erg veel zorgen maken over hun jobs. Ze voelen zich in de hoek geduwd door de EU en in de steek gelaten door hun eigen overheid. Ze verlangen naar een natie die op eigen poten staat, die handel kan drijven en er economisch op vooruit gaat. We stelden ook vast dat er in grote delen van het land heel wat bezorgdheid bestaat over de controle van de grenzen.”

 

Dus zette u het thema immigratie prominent op de agenda?

Gunster: “Ja, al was dat níet het allesoverheersende thema, het is ‘slechts’ één van de drie: soevereiniteit, het welzijn van de eigen gemeenschap en grenscontrole, of immigratie zoals u het noemt.”

 

Op de dag van het referendum zelf leek iedereen ervan overtuigd dat de tegenstanders van een brexit het zouden halen. De uitslag zorgde de volgende ochtend bij veel overtuigde Europeanen voor een ijskoude douche.

Gunster: “Ik kan me best voorstellen dat ze verrast waren, net zoals de hele wereld nu verrast is dat Donald J. Trump onze president is. (glimlacht)”

 

De brexit en Donald Trump zijn symptomen van hetzelfde dieperliggende ongenoegen in de samenleving?

Gunster: “Natuurlijk. De ervaring heeft mij geleerd dat verandering zo goed als onvermijdelijk wordt wanneer meer dan zestig procent van de bevolking ongelukkig is en ontevreden met de richting die hun land uitgaat. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vormen daar het levende bewijs van. Ongelukkige mensen zorgen voor resolute veranderingen.”

 

Met ‘ongelukkige mensen’ bedoelt u in de eerste plaats oudere Amerikaanse en Britse arbeiders en bedienden die door de globalisering hun werk bedreigd zien of verloren zijn?

Gunster: “Die globalisering duikt in analyses wel vaker op, maar ik ben er nog niet zo zeker van of dat echt de oorzaak is van dat grote maatschappelijke ongenoegen. De kern van de zaak is dat wij allemaal altijd erg bezorgd zijn over een paar menselijke basisbehoeftes. Een van die basisbehoeftes is dat we zorg willen dragen voor ons gezin, onze familie, onze gemeenschap. De mensen rondom ons en uit onze onmiddellijke omgeving willen we beschermen. Als de economie op apegapen ligt en je ziet dat je vrienden en familieleden het lastig hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, wil je in de eerste plaats hén helpen. Is dat globalisering? Ik dacht het niet. Het is niet meer of minder dan de vaststelling dat jouw leven en dat van je naasten in het slop zit door een acuut gebrek aan economische groei. Dus kies je voor verandering en voor die thema’s of mensen waarvan jij hoopt dat ze het gestrande schip weer vlot kunnen trekken. Ik geloof heel sterk dat alle politiek lokaal is.”

 

Álle politiek?

Gunster: “Álle. ‘All politics is local’ is een beroemde uitspraak van de Democratische politicus Tip O’Neall, die in de jaren tachtig voorzitter was van het Huis van Afgevaardigden. Ik geloof heilig in dat principe: vanuit wat burgers in hun eigen leven meemaken, maken ze hun keuze in het stemhokje en opteren ze voor verandering. Sommigen volgen misschien wat er overzee gebeurd, maar dat bepaalt nooit de keuzes die ze voor hun eigen toekomst maken.”

 

Tijdens de brexit-campagne ging u als Amerikaan overzee opsnuiven wat er lokaal in Groot-Brittannië leefde?

Gunster: “Ik verbleef toen een hele tijd in Londen om samen met de medewerkers van Leave.eu de juiste strategie uit te stippelen. Ik heb hen de finesses van het vak bijgebracht en geleerd hoe ze data moeten interpreteren. Ik heb hen ook getoond hoe ze kiezers moeten benaderen.”

 

U verzamelde uw data vooral via sociale media?

Gunster: “Sociale media speelden een belangrijke rol in heel de campagne. Het zou me zelfs niet verwonderen dat dit de allereerste politieke campagne ooit is waarin sociale media en het digitale doorslaggevend waren. Twitter, Facebook en Youtube maken het mogelijk om op een heel slimme manier met ‘microtargeting’ te spelen. Zo kwamen we rechtstreeks in contact met al die categorieën van kiezers die we nog over de streep hoopten te trekken.”

 

Hoe belangrijk waren feiten?

Gunster: “(stilte) Ik denk dat ik weet waar u op zinspeelt. Er is in de pers een zeer vervelende quote verschenen die aan mij is toegeschreven.”

 

Een week na het referendum citeerde de Britse krant The Guardian Arron Banks. Hij zei dat u hem tijdens de campagne had toevertrouwd: “Facts don’t work.”

Gunster: “Ik heb dat nooit gezegd. Geen enkele journalist heeft mij daar trouwens ooit naar gevraagd. Feiten zijn uiterst belangrijk. In een campagne zijn ze van onschatbare waarde. Feiten zijn altijd het uitgangspunt, vervolgens wordt er wel ‘emotionele aantrekkingskracht’ rond geweven.”

 

De werkelijkheid moet opgesmukt worden?

Gunster: “Droge feiten zijn belangrijk, alleen moeten ze emotionele aantrekkingskracht krijgen. Ik heb echt geen idee hoe die quote dat feiten er niet toe doen in de media beland is. Ik heb dat nooit tegen wie dan ook gezegd. Never.”

 

Tijdens de campagne verkondigde Leave.eu dat de 350 miljoen pond die per week van het VK naar de EU vloeit, na de brexit besteed zou worden aan de Britse gezondheidszorg. Meteen na het referendum gaf Nigel Farage toe dat die claim onzin was. Volgens sommigen hebben nogal wat kiezers op Trump gestemd op basis van nepnieuws dat ze via sociale media opgelepeld kregen.

Gunster: “Ik weet daar niets van. I have no idea. Ik ben geen supporter van nepnieuws en geen enkele campagne zou daar gebruik van moeten maken. (stilte)”

 

Klopt het dat u samen met Arron Banks werkt aan een nieuwe Britse grote ‘volksbeweging’ die in het voorjaar gelanceerd zal worden?

Gunster: “Arron is op dit moment inderdaad bezig met het aftasten van de mogelijkheden om een nieuwe beweging uit de grond te stampen.”

 

Naar analogie met Trump in de VS, wil Banks daarmee de volgende verkiezingen in Groot-Brittannië winnen?

Gunster: “Dat moet u hem vragen.”

 

Maar u werkt wel samen met hem aan die nieuwe ‘beweging’?

Gunster: “Arron en ikzelf hebben nog niet bepaald welke rol mijn kantoor daarin zal spelen. Ik ben wel zeer geïntrigeerd door wat Arron van plan is. (zuinig lachje) Natuurlijk ben ik bereid om hem te helpen; meer wil ik daar niet over kwijt. Als u wilt weten welke strategie Arron wil volgen, verwijs ik u graag door naar hem.”

 

Jullie zullen meesurfen op die grote golf van ontevredenheid, op het ‘revolutionaire’ klimaat dat zowel in Europa als in de VS hangt?

Gunster: “Er hangt onmiskenbaar verandering in de lucht. Kijk, we hebben net twee grote politieke aardverschuivingen meegemaakt die aan elkaar gelinkt zijn: de brexit en de verkiezing van Donald Trump. De tijd zal leren of ze zullen uitgroeien tot een grote beweging. Ikzelf denk van wel.”

 

De brexit markeert de start van uw nieuwe wereldwijde beweging?

Gunster: “De brexit is alleszins de start van iets groots. Nigel Farage heeft titanenwerk verricht.”

 

Uit een recente peiling van de universiteiten van Manchester, Oxford en Nottingham blijkt dat 6% van de Leave-stemmers spijt hebben. Als het referendum vandaag georganiseerd wordt, wint Remain.

Gunster: “Echt? Daar heb ik niets over gehoord. 17,4 miljoen Britten stemden voor ‘Leave’, waarom zouden ze daar nu in godsnaam spijt van krijgen? Europese landen vertoeven beter buiten de Europese Unie dan erbinnen. Kijk maar naar wat zich in het VK afspeelt: de regering zal de kans krijgen om lucratieve unilaterale handelsverdragen met verschillende landen af te sluiten. U weet toch dat McDonald’s zijn hoofdkwartier in Brussel binnenkort sluit en naar Londen verhuist? Het Remain-kamp voorspelde dat de banken de City vaarwel zouden zeggen. Ik heb daar nog niet veel van gemerkt. Ook het pond houdt goed stand. De toekomst van het onafhankelijke Groot-Brittannië oogt rooskleurig.”

 

In maart zijn er verkiezingen in Nederland. De kans is groot dat eurocriticus Geert Wilders dan scoort. Wat zou u antwoorden als hij u vraagt om hem te assisteren bij het organiseren van een Nexit-referendum?

Gunster: “(veert op) Dat zou ik dolgraag doen. Ik geloof heel sterk in mijn werk. Ik ben er honderd procent zeker van dat Nederland of uw land net als Groot-Brittanië veel beter af zijn zonder het juk van de EU. Ik voorspel u: in het Verenigd Koninkrijk staan nog fantastische dingen te gebeuren. President elect Trump heeft de Britten al een helpende hand gereikt. Er komt een uitstekend unilateraal handelsverdrag en dat is precies waar al die mensen voor gestemd hebben.”

 

Begrijpt u de angst van veel Europeanen dat door een uiteenvallende EU de vooroorlogse demonen terug de kop zullen opsteken? Is het in deze onstabiele tijden niet veel verstandiger om samen aan hetzelfde zeel te trekken dan elkaar vliegen af te vangen?

Gunster: “Maar de huidige tijd verschilt toch fundamenteel van die van de jaren dertig of veertig? Anno 2016 hebben we zoveel meer communicatiemiddelen, we kunnen reizen, er is het internet, de mogelijkheden om regelmatig overleg te plegen zijn quasi onuitputtelijk. Waarom moet je dan blijven samenklitten in een onnatuurlijk verbond dat alleen maar vervreemding oplevert?”

 

Stel dat een Amerikaanse burger zijn staat weg wil uit de VS, daar een referendum over organiseert en aan u vraagt om het Leave-kamp te bewerken. Zou u dat doen?

Gunster: “Het is het democratische recht van elke burger om een dergelijk referendum te organiseren, maar ik weet niet af ik daaraan zou meewerken.”

 

Had u kunnen werken voor de Britse Remain-campagne?

Gunster: “Nee. Ik ben een grote fan van de brexit. Ik moet echt kunnen geloven in datgene waar ik voor werk. Ik heb al veel opdrachten afgewezen waar ik mezelf niet in kon terugvinden.”

 

Stapt u ooit zelf in de politiek?

Gunster: “Ik heb in de loop der jaren ontzettend veel respect voor politici opgebouwd, want ik zag welke offers ze in hun privéleven soms brachten. Ikzelf zou dat niet kunnen opbrengen. Ik heb een vrouw en twee kinderen van acht en elf. Ik wil de toekomst van mijn gezin veilig stellen. Daarom word ik nooit zelf politicus en blijf ik liever hun adviseur.”

 

© Jan Stevens

Het gehandicapte meisje Nujeen Mustafa was vijftien toen ze in september vorig jaar in haar rolstoel via de Balkanroute van Syrië naar Duitsland vluchtte. Ze gruwt van politici die de deur voor Syrische vluchtelingen liefst gesloten willen houden. “Ze denken enkel aan hun eigenbelang en zijn vergeten wat het inhoudt om goed en juist te handelen.”

 

Op nieuwjaarsdag wordt het Syrische vluchtelingenmeisje Nujeen Mustafa zeventien. Haar verjaardag zal ze dan niet vieren. “Misschien vier ik hem nooit meer”, zegt ze. De dag dat ze Aleppo verliet, stopte ze met jarig zijn. “Dat is bijna vijf jaar geleden. De hele wereld feest die dag; ik niet. Ik heb geen enkele reden om wat dan ook te vieren.”

Nujeen vluchtte in september vorig jaar samen met haar tien jaar oudere zus Nasrine vanuit Syrië via de Balkanroute naar Duitsland. Sinds haar geboorte lijdt Nujeen aan spastische tetraplegie. “Ik heb mijn ledematen niet onder controle.” In haar rolstoel en met haar looprekje op schoot legde ze 5.831 kilometer af. Vandaag woont ze met haar zus in een rustig dorp tussen Keulen en Bonn. Ze gaat niet langer zelf of zoek naar nieuws uit Aleppo. “Dat is zo deprimerend. Ik kan bijna niet meer naar beelden van de totaal verwoeste stad kijken. Ik voel me schuldig omdat ik van de ellende wegkijk, want dat is alsof ik mijn landgenoten in de steek laat. Toch kan ik niet in een constante staat van verdriet en droefheid leven. Het nieuws achtervolgt me en overspoelt me toch: het is op tv, Facebook, Twitter, overal. Ik zou de kinderen willen helpen. Ik weet wat ze doormaken, al kan ik voorlopig niets voor ze doen, behalve bidden.”

Samen met de Britse journaliste Christina Lamb schreef Nujeen Mustafa over haar vlucht van het door oorlog verscheurde Syrië naar het veilige Duitsland het aangrijpende boek Nujeen. “Van zodra één lezer vluchtelingen niet langer als een bedreiging ziet, is mijn opdracht geslaagd.” Ze heeft geen begrip voor Belgische politici die Syrische oorlogsvluchtelingen liever kwijt dan rijk zijn, of die ‘Wir schaffen das’ van Angela Merkel een oliedomme uitspraak vinden. “Je naaste helpen, kan volgens mij nooit verkeerd zijn”, zegt ze. “Als het oerdom is om het juiste te doen, is dat maar zo. Die politici denken enkel aan hun eigenbelang en zijn vergeten wat het inhoudt om goed en juist te handelen. Het doet me pijn dat veel mensen angst hebben voor vluchtelingen. We zijn geen aliens waar wormen uitkruipen. Voor het eerst in mijn leven bewijst mijn handicap me een dienst. Want doordat ik in een rolstoel zit, lijk ik totaal ongevaarlijk en krijg ik ook medeleven en aandacht van mensen die alle vluchtelingen liefst willen terugsturen. Wij zijn niet naar Europa gekomen omdat we dromen van een luilekkerlange vakantie. Niemand verlaat zijn geboorteland voor zijn plezier. We ontvluchten de dood en het tragische is dat veel landgenoten op hun helse tocht door de dood worden ingehaald. Sommige vluchtelingen verdrinken, anderen worden vermoord door smokkelaars of teren weg in een overbevolkt vies kamp. Wij zijn niet naar Europa gekomen om sociale voorzieningen te plunderen of jobs in te pikken. We zijn op de vlucht voor oorlog en proberen ons leven van nul herop te bouwen.”

 

In wat voor buurt groeide je op?

Nujeen Mustafa: “In een heel gewone Koerdische wijk in Aleppo. Ik ben geboren in Manbij, een woestijndorp op 100 kilometer van Aleppo. Ik woonde er niet graag. Toen ik vier was, verhuisden we naar de stad. Mijn ouders spraken geen Arabisch en na het streng islamitische Manbij was Aleppo een heuse verademing. Iedereen in onze buurt sprak onze taal, het Kurmanji. Ik had er een zeer gelukkige jeugd, ook al kon ik door mijn handicap niet naar school. We woonden op de vijfde verdieping en er was geen lift, dus bracht ik de meeste tijd door in ons appartement. Ik groeide op tussen volwassenen en had niet veel vrienden van mijn leeftijd. Ik probeerde mezelf les te geven. Ik was heel nieuwsgierig en wou steeds meer weten. Ik keek naar tv en las veel boeken. Ik ben een echte boekenwurm. Met de hulp van mijn zus heb ik leren lezen en schrijven. Ik leerde Engels door naar de Amerikaanse soap Days of our Lives te kijken. Aleppo was vroeger een fiere, levendige, fantastische stad met oude soeks en een rijke geschiedenis. Het was de economische hoofdstad van Syrië. De straten liepen vol toeristen. Dat is nu allemaal weg.”

 

Volgde je in 2011 op tv het begin van de Arabische Lente?

“Natuurlijk. Zeven dagen op zeven, vierentwintig uur lang. Ik hoorde het eerst over de Arabische Lente in januari van dat jaar, toen de Tunesische president Zine El-Abidine Ben Ali zijn land ontvluchtte. Daarna volgden we de revolutie in Egypte. Er was zoveel enthousiasme, er was zoveel hoop op vrijheid. Ook in Syrië. Maar mijn vader en de ouderen wisten dat het bij ons anders zou verlopen dan in andere landen. Zij wisten dat er bij ons een andere mentaliteit heerste. Tegen beter weten in bleven wij hopen dat onze leiders toch beter waren. Dat was niet zo. (Stilte, gevolgd door een lange zucht) Sorry, herinneringen.”

 

In de zomer van 2012 besloten je vader en moeder om uit het belegerde Aleppo weg te vluchten naar Manbij.

“Ik vond Manbij een verschrikking. Ik ben een stadsmeisje. (lacht) Het is niet goed om daar als een van de weinige Koerdische families te leven. We werden door de dorpsbewoners met de nek aangekeken omdat we geen Arabisch spraken. Maar ook voor mensen met een ander Arabisch dialect haalden ze de neus op. Manbij was hard, het was alsof ons leven er tijdelijk stopte. Mijn vader had geen werk en we zaten te wachten op iets dat nooit kwam. We werden bijna dagelijks door Assad en de Russen gebombardeerd en werden echte experts in het herkennen van oorlogstuig. ‘Ik hoor een MIG’, riep een van ons. ‘Er vliegt een helikopter rond.’”

Nujeens zus Nasrine: “Of: ‘Daar ratelt een DschK.’”

Nujeen: “Of: ‘Daar valt een clusterbom.’”

Nasrine: “Is dat geen MIG-21?”

Nujeen: “Nee het is een MIG-23.” (de zussen lachen)

 

Die bommen hadden op jullie hoofd terecht kunnen komen.

“Ja en er was geen enkele manier waarop we ons konden beschermen. Wij zijn moslims en geloven in onze bestemming. Wat moet gebeuren, zal ook gebeuren. Als we vandaag moeten sterven, kan niets of niemand daar iets aan veranderen.

“De angst waarin we leefden, was veel erger dan de dood. We waren uit Aleppo weggevlucht omdat de gevechten en bombardementen steeds dichterbij kwamen. Er leefden in de stad veel verschillende bevolkingsgroepen samen, waardoor de toestand steeds explosiever werd. Toen het leger van Assad binnenviel en de wijk naast de onze met tanks begon te beschieten, besloten mama, papa, ik, mijn grote zus Nasrine en mijn broer Bland te vertrekken naar Manbij. Tankbeschietingen zijn veel erger dan luchtbombardementen. Maar in Manbij was het geen haar beter.”

 

Het dorp werd veroverd door IS?

“Het dorp werd gecontroleerd door verschillende jihadistische groepen, IS was er een van. Vrouwen en meisjes moesten zich sluieren. Ik kwam niet veel buiten, maar als Nasrine de deur uitging, moest ze zich van kop tot teen bedekken. We waren niet alleen bang voor de bommen, maar ook voor de bebaarde mannen die de lakens uitdeelden in het dorp. Eén kleine vergissing volstond om in de gevangenis te vliegen of onthoofd te worden. Het buurdorp Jarabulus aan de Turkse grens was compleet in handen van IS. Ik werd er samen met mijn oom, broer en zus tegengehouden door jihadisten. Ze zagen er angstaanjagend uit, zwaaiden met hun geweren en vroegen waarom ik geen sluier droeg. ‘Ze is pas twaalf en gehandicapt’, zei Bland. We hebben toen veel geluk gehad, want ze lieten ons verder rijden. Bland zei: ‘Dat zijn de gasten die je auto van je afpakken nadat ze drie keer Allahoe Akbar hebben geroepen.’ Hij maakte ook nog een grapje: ‘Jij mag blij zijn dat ze je hoofd niet hebben afgehakt.’ Ik was doodsbang.

“Onze oudste broer Shiar Abdi leeft sinds 1990 in Europa. Hij vluchtte toen als jongen van twintig uit Syrië weg. Hij werkt als regisseur hier in Duitsland en kwam ons in 2013 in Manbij bezoeken. Hij werkte aan zijn film Road to Aleppo. Hij vond dat we zo snel mogelijk Syrië moesten verlaten. ‘Jullie zijn net levende doden’, zei hij. De voortdurende angst was ons aan het ondermijnen. Mijn ouders wilden niet weg. Ze vroegen: ‘Geloven jullie echt dat jullie in een land als Duitsland gelukkig zullen zijn?’ Wij verlangden naar veiligheid. Onze ouders hebben ons helpen vluchten om ons te redden. Zij zijn in Turkije gebleven. Ik heb ze een jaar en vier maanden lang niet meer gezien en ik mis ze. Ik hoop dat ze binnen afzienbare tijd op een fatsoenlijke manier met het vliegtuig naar Duitsland kunnen komen. Het is vandaag trouwens een heel goede dag: ik kreeg net bericht dat ze in aanmerking komen voor familiehereniging.”

 

Hoe moeilijk was het om in Jarabulus de grens over te steken?

“We zaten uren in een oververhitte auto te wachten. Mijn oom Ahmed had de grenswachters omgekocht, maar die beslisten vervolgens dat alleen ik samen met mijn oom Turkije binnen mocht. Vier uur lang heeft Bland toen onderhandeld. Ondertussen probeerde ik in de auto de sfeer erin te houden. Ik vroeg mijn oom de pieren uit zijn neus. ‘Hoeveel steden zijn er in Turkije? Hoeveel mensen wonen er? Leven er ook christenen?’ Uiteindelijk mochten we oversteken en dat was een fantastisch gevoel. Maar er was ook het besef dat ik mijn thuis misschien nooit nog zou weerzien. Ik word heel vaak overvallen door heimwee, maar de werkelijkheid is wat ze is. Ik ben nu veel te ver weg van thuis.”

 

Vanuit Turkije vluchtte je via de Balkanroute naar Duitsland, duizenden kilometers. Jij zat in een rolstoel en had je looprekje bij.

“Ik moest in het Turkse Behram met mijn rolstoel in de rubberboot voor de oversteek naar Griekenland. Het kon niet anders. Sommigen wilden dat ik mijn rolstoel achterliet en me liet dragen, maar zonder rolstoel was ik hier nooit geraakt.”

 

Was je je bewust van het gevaar?

“Ik wist dat veel boten gekapseisd waren. Wij maakten onze overtocht op dezelfde dag dat het lichaam van het driejarige jongetje Aylan op het Griekse strand aanspoelde. Vlak nadat wij voet aan wal op het eiland Lesbos zetten, hoorden we het verhaal van Aylan. Als ze ons dat voor de oversteek hadden verteld, waren we nooit in die boot gestapt. We spraken onszelf moed in: ‘Zoveel mensen zijn ons voorgegaan, we redden het wel.’

“Wij waren met 38 mensen. Mijn oom had de smokkelaar extra betaald voor een nieuwe rubberboot, exclusief voor ons. Maar die boot bleek allesbehalve nieuw: de bodem was gerepareerd. Volgens de verpakking was er plaats voor maximum vijftien personen. In de andere boten die samen met ons vertrokken, zaten tot vijftig mensen opeen gepropt.”

 

Wat vind je van die smokkelaars die zonder scrupules dure plaatsen in opgelapte rubberboten van bedenkelijke makelij verkopen?

“Ik heb geen tijd om te haten of boos op iemand te zijn. Ik hoop alleen dat die smokkelaars zich er heel goed bewust van zijn dat de bootvluchtelingen hun leven riskeren.”

 

Hoeveel heeft je oom voor de oversteek van jou en je zus betaald?

“Drieduizend dollar of 2.660 euro. En honderd euro extra voor onze zwemvesten.”

 

Je oom moest zelf de boot sturen.

“Ja. Hij had dat nog nooit gedaan. Op voorhand had hij een paar filmpjes met vaarinstructies op Youtube bekeken.”

Nasrine: “Wij hebben geluk gehad dat hij dat gedaan heeft. Er vertrokken gelijk met ons nog drie andere boten, maar die mensen hadden geen flauw idee hoe ze de golven op zee moesten bedwingen.”

Nujeen: “Later hoorden we dat één boot bijna meteen na het vertrek omsloeg. Een andere kapseisde vlak voor Lesbos. Gelukkig kon iedereen gered worden. De derde boot werd onderschept door de Turkse kustwacht. Alleen onze boot heeft het dankzij de vaarkunsten van oom Ahmed heelhuids gehaald. Ik schrok heel erg toen we aan land gingen. Journalisten stonden ons er met camera’s en microfoons in de aanslag op te wachten. Niet veel later kwam een gevoel van geluk opzetten, want dit was de eerste stap in mijn nieuwe leven. Vrijwilligers hielpen mij en mijn rolstoel aan wal. Ik besefte: dit is Europa. Hier word je op een totaal andere manier behandeld dan in Syrië. Hier ben je terug een mens.”

 

Was je bang om teruggestuurd te worden?

“Ik kon me niet voorstellen dat ook maar iemand zo een ijskoud hart kon hebben dat hij ons zou terugsturen na alles wat we hadden meegemaakt. Nu is de Balkanroute dicht en zitten veel landgenoten in erbarmelijke omstandigheden vast in Turkije. Wij hebben onwaarschijnlijk veel geluk gehad.”

 

Waarom maakte je met je zus de lange reis naar Duitsland? Was dat omdat Angela Merkel zei: “Wir schaffen das”?

“Als klein kind droomde ik al van een bezoek aan Duitsland waar mijn grote broer woonde. Ik wist ook dat de Duitse ziekenhuizen en dokters een uitstekende reputatie hadden. Ik dacht: ‘Misschien kunnen zij me helpen.’ Maar we hadden daar de middelen niet voor. Vorig jaar was Duitsland zowat het enige land dat oorlogsvluchtelingen uit Syrië warm welkom heette. Waar moesten we anders heen?

“Op Lesbos werden we door vrijwilligers opgevangen in een centrum. We kregen droge kleren. De nacht moesten we op straat doorbrengen, aan een bushalte. De volgende ochtend zou een bus ons komen ophalen, maar die kwam nooit. Een vrijwilligster heeft voor ons dan een taxi betaald die ons naar Mytilini bracht, de hoofdstad van het eiland. Daar hebben we pizza gegeten. Het viel me op dat het Griekse alfabet erg op het Hebreeuwse lijkt.”

 

Jij was de enige die Engels sprak. Jij moest altijd het woord voeren?

“Ja, ik moest in een café aan een kelnerin een kop hete chocola vragen voor mijn zus. (lacht) In Mytilini liepen we een Koerdische man tegen het lijf en het was een verademing om eindelijk een serieuze conversatie te kunnen voeren.”

 

Toen jullie op weg waren naar Duitsland, was Hongarije naarstig bezig met het bouwen van de beruchte omheining aan de grens.

“De dag nadat wij die grens overstaken, ging de poort onherroepelijk dicht. Afschuwelijk. Ik begrijp die Hongaarse eerste-minister Viktor Orban niet. Waarom is hij zo bang van ons? Zien we er soms uit als monsters? Het lijkt alsof de wereld gek aan het worden is, met een nieuwe Amerikaanse president die ook zo’n muur wil bouwen. Het is triest dat wereldwijd zo weinig mensen nog willen zien wat wij allemaal gemeenschappelijk hebben. Alleen de verschillen worden benadrukt.”

 

De hele reis lang was je bang dat je ergens je vingerafdrukken zou moeten achterlaten, want dan moest je in dat land ook asiel aanvragen.

“Dat was een echte griezelfilm. ‘Geef geen vingerafdrukken! Nee, geen vingerafdrukken!’ We werden experts in het ontwijken van grenswachters en agenten die uit waren op onze vingerafdrukken. We bleven op de hoogte via verschillende Facebook-groepen. In een paar weken tijd kenden we de Europese wetten beter dan de meeste Europeanen. (lacht) We goochelden met begrippen als ‘Schengen’ en ‘Maastricht’. We reisden met bussen, taxi’s, treinen, veerboten en af en toe te voet. Elk transportmiddel was goed.”

 

Maar altijd met je rolstoel en je looprek. Dat moet toch een last geweest zijn?

“Voor mij lijkt het alsof heel Europa aangepast is aan de noden van rolstoelgebruikers zoals ik. Er was altijd wel een plek waar ik mijn rolstoel kon stallen, al was het toch een zware tocht. Nasrine droomde ook elke nacht dat ze op een bus zat, op weg naar ergens. (lacht) Mijn grote zus is de volwassene van ons twee; ik was degene die de hele reis grappen maakte. Ik had medelijden met haar: die rolstoel duwen, was best vermoeiend. De tocht was niet altijd even prettig, maar het heeft geen zin om daarover te blijven kniezen. Ik ben optimistisch van aard en dat helpt me vooruit.”

 

Voelde aankomen in Duitsland op een of andere manier als ‘thuiskomen’?

“Nee, echt niet. Ik voelde me wel welkom en ik voelde ook heel snel verwantschap met de Duitsers. Ik merkte dat ze gefocust zijn op werk en dat ze heel goed georganiseerd zijn. Je hangt hier niet zomaar doelloos rond. Dat beviel me en ik begon zelf ook te ‘verduitsen’. Ik zag het wel zitten om Duits te leren, naar een Duitse school te gaan, Duitse vriendinnen te hebben en één van hen te zijn.

“Mijn leven is nu duizend keer beter dan een jaar geleden. Ik ga elke dag naar school en ben daar zeer dankbaar voor. Maandag had ik een toets Duits en donderdag heb ik een toets wiskunde. Ik heb het druk en ik vind dat heel fijn. Ik werk hard en ik wil bewijzen dat ik een goede burger in deze samenleving kan zijn. Ik ben hier te gast en moet daarom een uitstekende indruk maken. Ik wil een goede ambassadeur van mijn land zijn. Ik ga hard werken zoals de Duitsers dat doen. Ik wil fysicus worden, want ik hou van ingewikkelde vraagstukken. Mijn grote droom is: astronaut worden.”

 

Keer je ooit terug naar Syrië?

“Zeker.”

 

Het lijkt erop alsof Assad de oorlog aan het winnen is.

“De dictator zal nooit winnen. (stilte) Maar ooit ga ik terug. (diepe zucht) Misschien duurt het nog twintig, dertig, veertig jaar. Ik moét gewoon terug.”

 

Nujeen Mustafa, Christina Lamb, Nujeen, Harper Collins, 17,95 euro

 

© Jan Stevens

Bijna veertig procent van de Amerikaanse technologie-start-ups haalt zijn vierde verjaardag niet. De helft van de gefailleerden gaat ten onder aan mismanagement. Dat blijkt uit cijfers van de universiteiten van Illinois en Tenessee. Maar ook veel ‘succesvolle survivors’ zijn volgens technologiejournalist Dan Lyons niet meer dan reuzen op lemen voeten. Zoals het tien jaar oude HubSpot dat 3 miljard dollar waard is, duizend mensen tewerkstelt en de miljoenenverliezen opeenstapelt. Lyons schreef er het ontluisterende Disrupted over.

 

Vorige week vond in New York de Robin Hood-conferentie plaats, een van de belangrijkste congressen in Amerika voor hefboomfondsinvesteerders. Tijdens een lezing zei investeerder Mark Spiegel dat het door velen bewierookte Tesla welgeteld nul euro waard is. Meer zelfs, door de torenhoge schuld bevindt de waarde van Tesla zich mijlenver onder nul. “Spiegel omschrijft dat hele bedrijf nog net niet als een zwendel”, zegt technologiejournalist Dan Lyons. “Hij gaf een overzicht van alle leugenachtige verklaringen die ooit door Elon Musk de wereld ingestuurd zijn, en dat was een stevige lijst. Volgens Spiegel zijn alle huidige aandeelhouders en investeerders misleid. Ik vind die man heel dapper, want hij gaat resoluut in tegen het Wall Street-koor dat de lof van Tesla blijft zingen.”

Lyons stoort zich mateloos aan de beate bewondering voor technologiestart-ups zoals Tesla. “Bijna veertig procent van de Amerikaanse tech-start-ups haalt zijn vierde verjaardag niet. De helft is ten onder gegaan aan mismanagement. Vijf jaar geleden gingen 65 Amerikaanse start-ups op de beurs. De overgrote meerderheid had op dat moment nog nooit winst gemaakt en verloren massaal veel geld. Het start-up-evangelie luidt als volgt: ‘We pompen veel geld in zo’n bedrijf om het de kans te geven om klanten te winnen, zo snel mogelijk te groeien en zo groot mogelijk te worden. Ooit moet dan het moment komen waarop het bedrijf het grootst mogelijke marktaandeel verworven heeft. Als het zover is, verdienen we handenvol geld.’ Maar ik vrees dat dit zakenmodel vooral bubbels creëert. De durfkapitalisten die erin investeren, promoten het omdat ze er zelf rijker van worden. Ze passeren langs de kassa van zodra het opgepompte bedrijf op de beurs gaat en de aandelenkoers grote hoogten bereikt. De stichters doen net hetzelfde. Ook zij verdienen geld aan de bubbel die ze zelf hebben gecreëerd. De grootste slachtoffers zijn de brave burgers die al die onzin geloven en met hun zuurverdiende spaarcenten aandelen kopen: zij worden het kind van de rekening.”

Op 15 april 2013 stapte de toen 52-jarige Dan Lyons het kleurrijke hoofdkwartier van start-up HubSpot in Boston binnen. HubSpot boekt sinds zijn oprichting in 2006 elk jaar miljoenenverliezen, 46 miljoen dollar in 2015, en toch bedraagt de beurswaarde vandaag drie miljard dollar. Dan Lyons werkte jarenlang voor Forbes en Newsweek en was een tijdlang hoofdredacteur van de in San Francisco gevestigde IT-nieuwssite ReadWrite. Hij solliciteerde bij HubSpot omdat hij het wekelijkse pendelen tussen zijn thuisstad Boston en San Francisco spuugzat was. Wanneer Lyons zich op zijn eerste werkdag aan de receptie aanmeldde, bleek niemand van zijn komst op de hoogte. De baas voor wie hij ging werken, was er niet. Uiteindelijk nam een prille twintiger hem op sleeptouw voor een rondleiding door het in een 19e-eeuwse fabriekspand gevestigde kantoor. Dan passeerde langs de dutjeskamer waar vermoeide werknemers een oog dichtknijpen, wierp een blik op de ruimte vol muziekinstrumenten voor spontane jamsessies, stond oog in oog met een gigantische glazen wand vol snoep en gaf de loslopende honden een aai. “Tot zover leek HubSpot een kopie van Facebook of Google”, zegt hij. “Al die hippe technologiebedrijven zien eruit als de kleuterschool waar mijn kinderen op zaten. Ik voelde me door de kille ontvangst niet meteen verontrust. Terwijl de alarmbellen toen al hadden moeten afgaan, want mijn rechtstreekse baas was op geen enkele manier in mij geïnteresseerd. Sterker nog: hij was me liever kwijt dan rijk. Ik had in mijn leven als technologiejournalist heel wat start-ups in Silicon Valley en New York bezocht, en ik kende dat type van ‘knusse’ kantoren met zitzakken, ijskasten vol gratis bier, pingpongtafels en vrolijk ronddrentelende honden. Het kantoor zelf was die eerste dag geen verrassing, wel de manier waarop mijn nieuwe baas me door zijn afwezigheid vanaf de eerste seconde liet voelen dat ik wat hem betrof quantité négligable was.”

Dan Lyons kreeg een zitbal en een bureau toegewezen. “De bal wist ik snel in te ruilen voor een echte bureaustoel.” Anderhalf jaar later vertrok hij met slaande deuren. Sinds de zomer van dit jaar ligt zijn boek Disrupted in de Amerikaanse boekhandel waarin hij op vaak hilarische wijze afrekent met HubSpot en bij uitbreiding met zowat de hele Amerikaanse start-up-industrie. ‘Silicon Valley-bedrijven’ worden volgens Lyons te vaak geleid door ongemanierde sociopaten met een acuut gebrek aan leiderschap, die er dankzij de gretige media-aandacht in slagen massaal veel geld op te halen. Lyons werd door HubSpot aangeworven voor het schrijven van een serieuze journalistieke blog, maar belandde vanaf dag één op de content factory, waar hij blogposts moest schrijven met titels als ‘Vijf manieren om je homepage awesome te maken.’

 

Vandaag werkt u terug als echte journalist.

Dan Lyons: “Ja, en dat is een opluchting. De wereld van HubSpot staat mijlenver af van die van de journalistiek. In vergelijking met de meeste andere Silicon Valley-achtige start-ups is HubSpot misschien wel het meest geschifte bedrijf. HubSpot wil niet alleen gezien worden als producent van marketingsoftware, maar ook als een onderneming die experimenteert met nieuwe manieren van werken. Ze presenteren zichzelf als ‘revolutionair’ en de oprichters geven TedTalks over hoe hun start-up de wereld zal verbeteren. Veel van wat zij als eerste in de praktijk brachten, is ondertussen ingeburgerd bij andere start-ups. Bij HubSpot werken geen werknemers, maar ‘rockstars’ die ‘magie maken’. Elke mail die ze naar elkaar versturen, eindigt met ‘Go HubSpot Go!!!!’ De cultuur van het bedrijf lijkt op die van een sekte, en is ondertussen wijdverspreid bij heel wat andere start-ups.”

 

U was 52 toen u bij HubSpot startte; uw collega’s konden uw kinderen zijn.

“De gemiddelde leeftijd bedroeg 26. Dat is een bewuste keuze van de oprichters: ze willen enkel jonge mensen in dienst omdat ze zo de loonkost kunnen drukken. Er speelt nog een andere reden: jonge, pas afgestudeerde personeelsleden zijn makkelijker te manipuleren. Ze durven niet kritisch uit de hoek te komen, zijn zich minder bewust van hun rechten en laten zich sneller intimideren. De meesten blijven niet lang in dienst en worden zonder al te veel plichtplegingen op straat gezet. Twee jaar is zowat de maximale termijn.”

 

Waarom namen ze u dan als enige vijftiger aan?

“Ik dacht dat ze me omwille van mijn ervaring wilden. Ik heb veertien jaar als technologiejournalist gewerkt en leefde in de veronderstelling dat HubSpot wou dat ik voor hen ook een journalistiek project op poten ging zetten. Ondertussen weet ik beter. Ik vermoed dat mijn aanwerving vooral een goedkope publiciteitsstunt was.”

 

Uw overstap kreeg veel aandacht in de pers?

“De rekrutering van een gekende technologiejournalist zorgde voor buzz in de gespecialiseerde pers. Maar wat ook meespeelde, is dat het klikte tussen mij en de twee oprichters van HubSpot. Onze allereerste ontmoeting tijdens de sollicitatieprocedure verliep zeer gemoedelijk. Het leken fijne kerels en we deelden hetzelfde gevoel voor humor. Ik ben ervan overtuigd dat ze toen dachten: ‘Die Dan Lyons is best een geschikte peer.’”

 

De stichters en eigenaars Brian Halligan en Dharmesh Shah zijn 49.

“Ze zijn niet echt piepjong meer. Ik vermoed dat het daarom tijdens dat gesprek zo goed klikte. Maar de kerels net onder hen waren helemaal niet in mij geïnteresseerd. Omdat de twee opperbazen zo enthousiast waren, durfden de tussenbazen mijn aanwerving niet openlijk aanvechten. Al beschouwden ze me eerder als een last dan als een aanwinst.”

 

Kent u de roman De Cirkel? Daarin beschrijft Dave Eggers hoe de prille twintiger Mae gelooft dat ze in het paradijs terechtkomt wanneer ze aan de slag kan bij De Cirkel, het belangrijkste internetbedrijf ter wereld. Het ultieme doel van haar ‘bevlogen’ ceo’s is: complete ‘transparantie’. ‘Transparantie’ is ook wat de ceo’s van HubSpot nastreven. Uw boek Disrupted is De Cirkel, maar dan in het echt.

“Ik moet die roman dringend lezen. (lacht) U bent niet de eerste die me op de gelijkenissen wijst. Eggers haalde voor De Cirkel zijn mosterd bij Google. Ik heb in het verleden vaak over dat bedrijf geschreven, maar ik kon er nooit diep genoeg in binnendringen om te weten hoe het er écht aan toe gaat. Bij HubSpot raakte ik wel helemaal ondergedompeld in de cultuur en het was alsof ik bij Scientology zat. Er was geen plaats voor afwijkende meningen. De stichters hadden er hun bizarre versie van de realiteit gecreëerd en iedereen die er werkte was het er gloeiend over eens: die realiteit ís de werkelijkheid. Ofwel ga je daar als werknemer in mee, ofwel zoek je zo snel mogelijk andere oorden op. Ik kon niet meestappen in het HubSpot-universum, maar ik was wel gefascineerd door hoe anderen alles meteen aanvaarden. De eerste weken vroeg ik me af: ‘Doen ze ook alsof? Weten ze dat het bullshit is, maar willen ze hun job niet verliezen en spelen ze daarom het spelletje mee? Of zijn het echte gelovigen?’ Na verloop van tijd wist ik het zeker: de collega’s geloofden echt en waren compleet gehersenspoeld. Werken bij HubSpot riep herinneringen op aan mijn door de katholieke kerk gedomineerde jeugdjaren. Ik zag hoe jonge mensen geïndoctrineerd werden met de zweverige The HubSpot Culture Code zoals die is neergeschreven door Dharmesh Shah. Die code schetst HubSpot als een soort Utopia, waar het individu ondergeschikt is aan de groep en evenwicht tussen werk en leven van geen tel is omdat het werk het leven is. De ideale ‘HubSpotter’ is een werknemer die de vijf eigenschappen van het door Shah verzonnen concept HEART in zich verenigt. HEART staat voor Humble (bescheiden), Effective (doeltreffend), Adaptable (flexibel), Remarkable (opvallend) en Transparant (doorzichtig). De ultieme HubSpotter maakt volgens Shah magie door met die vijf eigenschappen te goochelen.”

 

Start-up-goeroes zoals Shah en Halligan zijn hedendaagse versies van de pastoors en missionarissen uit uw jeugd?

“Precies. Bij HubSpot wordt het werk religie. Maar de gelovigen zitten niet alleen in het bedrijfsgebouw in Boston. Elk jaar organiseert HubSpot de ‘Inbound Conference’ en vorig jaar kwamen daar maar liefst 10.000 enthousiaste gelovigen op af. Veel gebruikers van de HubSpot-software gaan kritiekloos mee in dat new age-achtige geneuzel. De stichters van HubSpot zeggen over hun eigen bedrijf dat het niet zomaar een softwareontwikkelaar is, maar een ‘beweging die de wereld wil veranderen’. Ze zijn gespecialiseerd in het door henzelf bedachte ‘inbound marketing’. Hun inspiratie haalden ze bij life coach en salesgoeroe Tony Robbins. Hij is de auteur van bestsellers met veelzeggende titels als: Unleash the Power Within en Awaken the Giant Within. Ze hebben ook hun oor te luisteren gelegd bij tele-evangelist Joel Osteen.”

 

Wat HubSpot ‘inbound marketing’ noemt, is volgens u niets meer dan op grote schaal versturen van spam?

“Het is een duur woord voor contentmarketing, waarbij ‘ordinaire’ reclameboodschappen vervangen zijn door reclameboodschappen die eruitzien als journalistieke artikels of filmpjes. HubSpot richt zich vooral op kleine en middelgrote ondernemers en verkoopt hen een software-abonnement. In ruil voor hun lidgeld hebben ze toegang tot de HubSpot-cloud. Met de niet eens zo gesofisticeerde cloudsoftware kunnen ze hun eigen blog uitbouwen, e-mails versturen en mensen beginnen spammen. HubSpot noemt dat geen spam, maar ‘lovable marketing content’. Ze hebben daar zelfs een hele campagne rond gebouwd met t-shirts met daarop de boodschap: ‘Make love not spam’, terwijl hun inbound marketing vooral bestaat uit het versturen van mails naar miljoenen mensen. Dat is toch spammen?”

 

De newspeak van HubSpot lijkt op die van George Orwell in zijn Big Brother-roman 1984.

“Het is er een perfecte doorslag van. Ik noem het ‘Hubspeak’. (lacht) De eerste dagen hoorde ik mijn collega’s ratelen over TOFU, MOFU of SLA. Het bleken zelfverzonnen afkortingen te zijn, zo staat SLA voor ‘Service-Level Agreement’. Ze hanteerden er zoveel dat ze er op de interne bedrijfswebsite hun eigen woordenboek mee hadden samengesteld, speciaal voor nitwits zoals ik. Transparantie was een van de grootste waarden, terwijl de kerels aan de top allesbehalve transparant waren. Mensen werden continu ontslagen: een collega die de ene dag vrolijk naast je zat, was de volgende ochtend verdwenen. Van zodra je je mailbox opende, wist je waarom: ‘Bettina has graduated and will not be back in the morning – Bettina is afgestudeerd en komt vanmorgen niet meer langs.’ ‘Graduation’ of afstuderen is Hubspeak voor ontslag. Het was net 1984.”

 

Was u niet bang dat HubSpot u na publicatie van Disrupted voor de rechter zou sleuren?

“Die angst was er zeker. In mijn arbeidscontract stond dat ik geen firmageheimen mocht openbaar maken en dat heb ik in mijn boek ook niet gedaan. Ik heb enkel geschreven over mijn hoogstpersoonlijke werkervaring. Op 20 november 2014 kreeg ik op een niet al te elegante wijze mijn eigen ‘graduation’. In de zomer van 2015, een paar weken nadat ik de eerste versie van Disrupted bij de uitgever had ingeleverd, las ik een persbericht van HubSpot waarin ze de benoeming van een nieuwe Chief Marketing Officer (CMO) aankondigden. In de tweede paragraaf schreven ze dat de vorige CMO Mike Volpe, mijn directe baas die in mijn boek Cranium heet, op staande voet ontslagen was omdat hij de ethische code van het bedrijf overtreden had. Hij bleek verschillende pogingen ondernomen te hebben ‘om een manuscript in handen te krijgen van een boek over HubSpot’. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik dat las. Meteen wist ik waarom mijn laptop de laatste maanden kuren had: Volpe en een van zijn collega’s hadden hem proberen hacken. Van de FBI kwam ik te weten dat ze zowel bij mij als bij mensen van de uitgeverij naar informatie gezocht hadden om ons te chanteren.”

 

Hebt u nog contact met uw ex-collega’s?

“Nee.”

 

Ik kan me voorstellen dat ze zich door u belachelijk gemaakt voelen en boos zijn.

“Ja, ongetwijfeld.”

 

Zij zijn jonge twintigers en onervaren, maar de stichters van wat u een zeepbel noemt, zijn bijna vijftig. De ‘bad guys’ behoren tot uw generatie.

(stilte) Misschien wel. Voorlopig is de HubSpot-zeepbel nog niet geëxplodeerd. Er is die beroemde uitdrukking: ‘De markten kunnen langer irrationeel blijven dan dat een belegger zijn verliezen kan dragen.’ Toch zal het ooit misgaan. Alleen weet niemand of het dan met een luide knal zal zijn, of met een langgerekte sissende wind die uit de ballon ontsnapt.”

 

Dan Lyons, Disrupted. My Misadventure in the Start-Up Bubble, Hachette Books

 

 

© Jan Stevens