“We raken hier alleen uit door samen te werken, óók met China”

De kredietcrisis is amper verteerd of we zitten in een nieuwe, mondiale gezondheidscrisis. Volgens de Nederlandse econoom en ex-centraal bankier Nout Wellink (77) hakt corona er als we niet opletten economisch en financieel nog veel dieper in.

Nout Wellink was in 2008 president van de Nederlandsche Bank (DNB) toen de kredietcrisis losbarstte. In juli 2011 nam hij na 29 jaar trouwe dienst, waarvan 14 als president, afscheid van de DNB. Vandaag is hij niet uitvoerend lid van de raad van bestuur van de Industrial and Commercial Bank of China (ICBC). “Dat is de grootste bank ter wereld”, zegt hij. “Als ‘niet uitvoerend bestuurder’ bepaal ik mee de strategie, maar ben ik niet betrokken bij het dagelijks beleid.”

Sinds begin maart leeft hij samen met zijn vrouw in quarantaine. “Mijn vrouw behoort tot een risicogroep en is kwetsbaar, dus moeten we voorzichtig zijn. De kinderen en kleinkinderen zwaaien van buiten naar ons. We laten alles thuisbezorgen en er komt niemand binnen. De voorbije maanden had ik dan ook veel tijd om een boek te schrijven.”

In zijn boek Ontgelden blikt hij middenin de coronacrisis terug op hoe hij de kredietcrisis ervaren heeft, maar kijkt hij ook vooruit naar de toekomst. “Door mijn werk bij de ICBC heb ik nauw contact met veel mensen in China. Ik zie hoe zij met strenge maatregelen corona zeer kordaat aanpakken, maar ik zie tezelfdertijd ook hoe dat virus telkens weer boven water komt. Ik ben dus niet zo gerust in de afloop als sommigen. Stel dat er nu een nóg heviger schuldencrisis komt dan die van na de kredietcrisis: hoe zullen we daarmee omgaan? Het verontrustende is dat we er geopolitiek maar niet in lijken te slagen vat op de werkelijkheid te krijgen. Corona is een grensoverschrijdend probleem, maar tot hiertoe lukt het ons niet het internationaal in te dijken of aan te pakken. Terwijl dat net dringend nodig is: politici moeten hier samen proberen uit te komen, in overleg met China. Ik beweer niet dat het makkelijk zal zijn. We kunnen dan wel jammeren: ‘Die Chinezen doen dingen die wij niet willen’, maar corona en ook de klimaatverandering teisteren ons allemaal. We hebben geen andere keuze dan die grote crisissen samen oplossen.”

Hebt u indertijd als president van De Nederlandsche Bank de kredietcrisis onderschat?

“In 2007 zagen we dat er problemen waren, maar wij, centrale bankiers, geloofden dat we ze met onze traditionele instrumenten de baas konden. In het voorjaar van 2008 begonnen we ons steeds meer zorgen te maken. Bear Stearns konden we nog redden, maar Lehman Brothers niet meer. Het hele systeem was vermolmd. Maar zelfs nadat de crisis in september 2008 echt losbarstte, verkondigden sommigen: ‘Ach, dit herstelt in 2009 wel.’”

Datzelfde geluid horen we nu toch ook? “Als er tegen eind dit jaar een vaccin is, wordt het snel weer business as usual.”

“Inderdaad, sommigen gaan ervan uit dat de markt meteen weer zal opveren als er een vaccin is. Ze lijken te vergeten dat het eerst nog geproduceerd moet worden. Veel zal afhangen van hoe effectief het zal zijn. Dit virus is een blijvertje, net als de pest uit de 14e eeuw. Die is er nog steeds en steekt in Afrika af en toe de kop op, alleen weten we nu wat we ertegen moeten doen. Met zo’n virus leren omgaan, is een langzaam leerproces. We zijn té snel té optimistisch.

“Bij de financiële crisis was achteraf duidelijk waar het misliep: bij dat deel van de financiële wereld en het bedrijfsleven dat geloofde: the sky is the limit. Die crisis liep danig uit de hand, maar door de financiële sector te saneren, kregen we de zaak weer onder controle. Achteraf beschouwd waren er toen genoeg voortekenen dat het ging mislopen. Er werden te grote risico’s genomen en te gekke salarissen uitbetaald. Het risicomanagement van de banken was ondermaats, waardoor ze onvoldoende zicht hadden op de risico’s die ze namen. Die fouten werden niet doelbewust gemaakt; we onderschatten de gevolgen van onverwachte gebeurtenissen. Ook centrale bankiers en toezichthouders maakten zich geen zorgen. De onderschatting werd in de hand gewerkt door de globalisering in de bankensector. We haalden zo onbeheersbare risico’s binnen. Vaak hadden we geen zicht op wat er in een ver buitenland misging, maar die fouten slopen vervolgens wel bij ons binnen. Tezelfdertijd werd er duchtig geïnnoveerd. Maar innovatie is altijd riskant.”

De lof van innovatie wordt toch altijd gezongen? Want geen vernieuwing betekent stagnatie.

“Die lofzang is er nog steeds. Begrijp me niet verkeerd: we moéten innoveren, maar soms gaat dat flink mis. In de loop der jaren werden er talloos veel nieuwe, innovatieve financiële instrumenten op stormachtige wijze ontwikkeld. Van sommige ontzettend complexe producten hadden de banken totaal geen zicht meer op de risico’s. Andere producten waren best zinvol, maar het risico kwam terecht bij onwetende mensen die dat eigenlijk niet konden dragen.

“Naast globalisering en innovatie was er nog een derde factor die het bedje spreidde voor de kredietcrisis: de deregulering. Zoveel mogelijk regels moesten op de schop, want die belemmerden alleen maar die felbejubelde innovatie en globalisering. In de VS werden de muren gesloopt tussen banken, effectenbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. Dat zou de concurrentie in de financiële sector zogezegd ten goede komen. Dat liep dus faliekant af.”

De coronacrisis is vergelijkbaar met die financiële crisis?

“Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ging in 2011 op zoek naar een verklaring voor de kredietcrisis en zag vier oorzaken: brute pech, het complexe systeem dat ons boven het hoofd was gegroeid, politieke omstandigheden en groepsdenken. Die laatste twee duiken nu ook bij de coronacrisis op. Een extreem voorbeeld van hoe de politiek de coronacrisis verergert, is de aanpak van de Braziliaanse president Bolsonaro. Die man is gewoon een idioot. Hij beweert dat corona niet ernstig is, terwijl de doden bij bosjes vallen. Hetzelfde soort van politieke beïnvloeding zien we in de VS. Gelukkig is dat in Europa heel wat minder.

“Groepsdenken speelt een zeer grote rol in de huidige crisis. Velen dachten in het begin dat corona een ver-van-hun-bed-show was. ‘Het is een probleem voor de Chinezen.’ Wat natuurlijk erg kortzichtig was, want een virus reist. Toch waren er virologen die susten dat het zo’n vaart niet zou lopen.

“Bijna meteen na de uitbraak ontving ik bezorgde berichten van Chinese vrienden. Ze maakten zich grote zorgen over de Europese aanpak. ‘Hoe gaat het met je?’ mailden ze. ‘Kunnen we je helpen?’ Ze stuurden me spontaan mondkapjes en reinigingsmiddelen. In juni ontstond hier in Nederland discussie of het virus via de airconditioning verspreid kon worden. In april waarschuwden mijn Chinese vrienden me: ‘Pas op in een gebouw met airconditioning.’ In februari lieten ze me weten: ‘We zagen op de tv dat ze je aanraden in je mouw te niezen. Je trekt je trui daarna toch even uit? Want als het virus je te pakken heeft, is die trui een paar uur lang besmet.’ Dat werd er hier niet bij verteld.”

De Chinese lockdowns zoals die van Wuhan waren andere koek dan de lockdowns in België en Nederland?

“O ja. Wij Nederlanders noemden onze lockdown ‘intelligent’. De versoepelingsmaatregelen van de Chinese lockdowns waren nog véél strenger dan onze zogenaamde ‘slimme lockdown’. Natuurlijk mag je landen niet zomaar met elkaar vergelijken, maar toch. In januari al had Taiwan de coronacrisis goed onder controle. De Taiwanese overheid had lessen getrokken uit de ervaringen met het SARS-virus in 2003. Reizigers uit Wuhan werden meteen getest en in quarantaine geplaatst en hun contacten werden gescreend. Zo konden ze een langdurige lockdown vermijden. Tot in het Nederlandse parlement werd daar toen neerbuigend op gereageerd. ‘Ach, dat is een andere cultuur.’ Per miljoen inwoners heeft Taiwan op dit moment nog maar één dode. Het is dus duidelijk: om dit virus te verslaan, moét de overheid strenge maatregelen nemen.”

De angst is groot dat door te strenge maatregelen de economie compleet kopje onder zal gaan.

“Dat is gewoon niet zo, omdat je het virus dan sneller onder controle krijgt. Het leven in Taiwan verloopt op dit moment bijna zo goed als normaal, ook al zijn er nog uitbraken. China is het eerste grote land dat in het tweede kwartaal van dit jaar opnieuw groei optekende. De verwachting is dat zich dat in de tweede helft van het jaar zal voortzetten. Er is inderdaad feller ingegrepen, maar tezelfdertijd herstellen ze sneller.”

China is een autoritair geleid land. Harder en sneller ingrijpen is er makkelijker dan hier.

“Taiwan, Australië of Nieuw-Zeeland worden niet autoritair geleid. Toch grepen ook zij snel en hard in. Australië heeft per miljoen mensen maar 19 doden, Nieuw-Zeeland slechts 5. Duitsland telt 111 doden per miljoen inwoners en Nederland 361. Terwijl we toch heel sterk op elkaar lijken. Hoe is dat grote verschil te verklaren? Doordat ze in Duitsland veel eerder in gang schoten én veel harder ingrepen. De Duitse economie is er niet veel slechter aan toe dan de Nederlandse.”

Nederland had eind 2019 op de begroting 14 miljard euro over, België had 9 miljard euro te kort. Net als bij jullie wordt er ook bij ons gul met miljarden gestrooid om de economie te stutten. Alleen: jullie hadden een buffer; wij niet. Hoe eindigt dit?

“Dat vraag ik me eerlijk gezegd ook af. De voorbije maanden hielden we op een kunstmatige wijze allerlei zaken overeind: lonen werden doorbetaald, er werd belastinguitstel gegeven… Maar hoe zal de economie reageren wanneer al die maatregelen worden afgebouwd? Wat komt er dan boven water? De economie verandert sowieso, want een aantal sectoren zal lang blijven worstelen met de gevolgen van de crisis. De onzekerheid is immens. Maar al die steunmaatregelen zijn te verantwoorden, net als het EU-coronafonds van 750 miljard euro. Alleen wordt over het échte onderliggende probleem nauwelijks gesproken: in een aantal landen waren de schuldposities al zeer hoog. De stilvallende economie zorgt voor een forse dip in de belastinginkomsten, terwijl er miljarden aan steun worden uitbetaald. Wat voor effect heeft dat op de schulden? Ik hoor nu iets te makkelijk verkondigen: ‘Ach, kijk naar Japan. Dat land leeft al jaren met een hoge schuld.’”

U bent geen fan van economen zoals Paul De Grauwe die stellen dat regeringen nu miljarden moeten uitgeven om de bedrijven en de economie te redden?

“Paul De Grauwe koppelt er een aantal voorwaarden aan die steekhouden. Hij zegt dat de steun eenmalig moet zijn en niet kan blijven duren. Zijn tweede voorwaarde is dat de economie terug moet groeien. Alleen: ondanks enorme stimulansen en een gigantisch begrotingstekort van 250 procent is de Japanse economie na al die jaren nog steeds niet echt gaan groeien. De Grauwe en co. zeggen ook: ‘Oké, de schuldquotes stijgen, maar gelukkig is de rente erg laag en dat zal wellicht nog lang duren. We kunnen ons dat dus wel veroorloven.’ Voor westerse landen is er misschien voorlopig nog niets aan de hand, maar sommige ontwikkelingslanden komen zelfs met die lage rente nu al in de problemen. De schuldeisers willen daar niet zo lang wachten om hun geld terug te eisen.

“Italië heeft een veel hogere schuldquote dan Nederland. Ook België heeft een hogere schuldquote. Maar Italië kende de voorbije 15 jaar geen groei. De crisis zal daar dus harder toeslaan; het nationale inkomen zal er sneller en feller terugvallen. Doordat we in een monetaire unie zitten, kunnen we het ons niet permitteren om de rente in Italië te laten stijgen. Iets wat in normale omstandigheden onvermijdelijk is, maar nu totaal onmogelijk wordt. Het gevolg is dat de Europese Centrale Bank (ECB) moet tussenkomen. Allerlei geleerde heren vinden dat inderdaad dé oplossing. Alsof de ECB onbeperkt schulden kan blijven bijkopen.”

Wat vindt u van de manier waarop Donald Trump China aanpakt?

“Een regelrechte ramp. China is een heel groot land dat zich sterk aan het ontwikkelen is. Tot begin 19e eeuw had het een derde van de wereldeconomie in handen. Ze pikken die draad terug op en of we dat nu willen of niet: dat proces gaat verder. We kunnen het zoals Trump proberen vertragen door de levering van hightech te verhinderen. Maar die evolutie stoppen lukt niet. Dus moeten we ons afvragen hoe we in de wereld van morgen omgaan met een land dat wil deelnemen aan de markteconomie. Want dat willen ze écht: daarom ook houden ze zich wel degelijk aan een aantal internationale regels.”

China heeft niet langer een door de communistische partij geleide planeconomie?

“Er zitten nog steeds elementen van centrale leiding in hun economie waar wij een broertje aan dood hebben. Daar kunnen we niets aan veranderen, tenzij we tegen hen ten strijde trekken en een oorlog ontketenen waarvan de uitkomst hoogst onzeker is. Mij lijkt het verstandiger dat we ons afvragen: hoe kunnen we ondanks onze soms fundamenteel verschillende filosofieën toch op één planeet samenleven? Ik beweer niet dat we alles van hen moeten aanvaarden, wel dat we door met hen te discussiëren een evenwicht proberen na te streven. Hoe gedroegen wij ons toen we er na de Eerste en Tweede Wereldoorlog bovenop wilden komen? In Nederland hebben we de staal- en scheepsbouwindustrie ook lange tijd gesteund. Zowat alle Europese landen ondersteunden in een bepaalde fase van hun ontwikkeling hun bedrijven. Ons gesprek met China moet gaan over voorkomen dat hun staatssteun buiten hun grenzen verstorend werkt.”

Moeten we ook niet praten over mensenrechten en democratie?

“Jawel, maar we moeten er dan ook voor zorgen dat we eerst zelf onze mensenrechtenkwesties op orde hebben. Hoeveel vluchtelingen zitten er aan onze grenzen in de meest beroerde omstandigheden in kampen? Misschien zijn die er wel veel slechter aan toe dan de Oigoeren in de Chinese provincie Xinjiang. U zal me niet horen verdedigen wat er mogelijk met hen gebeurd is. Maar van de Chinezen hoor ik dat er honderden aanslagen zijn geweest en dat ook wij anders zouden reageren als ons iets gelijkaardigs was overkomen. Hoe is het gesteld met de vluchtelingen aan de Amerikaanse grens? Hoe worden zwarten op sommige plaatsen in de VS behandeld? Ik praat niets goed van wat er in China fout zou gaan. Maar door eerst voor onze eigen deur te vegen, winnen we geloofwaardigheid.”

Europa houdt zich sowieso toch erg stil? Er wordt amper geprotesteerd tegen de gespierde manier waarop China zijn greep verstevigt op Hongkong.

“De toestand in Hongkong wordt hier heel eenzijdig voorgesteld. Op tv kon u zien hoe Trump in juli tegen de zin van de lokale overheden en de burgers zijn federale troepen naar Portland stuurde. Natuurlijk is dat van een andere dimensie dan het optreden van China in Hongkong, maar dit illustreert wel dat niet enkel de Chinezen boter op het hoofd hebben.”

Trump wordt in november misschien weggestemd. President Xi heeft geen last van verkiezingen.

“Sommige waarnemers maken zich grote zorgen dat Trump niet zal willen verdwijnen. Kijk, het is duidelijk dat er grote onvrede in Hongkong is. Er is ontevredenheid over sociale omstandigheden en er is angst voor wat er in 2047 zal gebeuren, als het principe ‘één land, twee systemen’ ophoudt te bestaan. Ik verdedig het Chinese optreden niet, maar ook aan de kant van de opstandelingen worden fouten gemaakt. Het verzet tegen sociale misstanden is intussen gekaapt door een groep die totale onafhankelijkheid van China eist, wat lijnrecht tegen de afspraken ingaat. In het akkoord over Hongkong tussen de Britten en de Chinezen staat dat ingrijpen in Hongkong mogelijk is als de nationale veiligheid in het gedrang komt. Er waren terreuraanslagen en er is die roep om onafhankelijkheid. In China is dat verboden, of u dat nu leuk vindt of niet. Spanje eist toch ook van België de uitlevering van Carles Puigdemont, de Catalaanse politicus die de onafhankelijkheid uitriep? We moeten over deze problemen praten in plaats van China meteen op een zwarte lijst te zetten.”

Nout Wellink

Geboren in 1943

Studeerde rechten aan de universiteit van Leiden en economie aan de universiteit van Rotterdam

Werkte vanaf 1970 als topambtenaar op het ministerie van Financiën

Werd in 1982 directielid bij De Nederlandsche Bank

1997 werd tot president van de DBN benoemd

2012 werd lid van de raad van bestuur van de Bank of China

2018 ruilde de Bank of China in voor de ICBC

Was lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank en voorzitter van het Bazels Comité voor Bankentoezicht

Nout Wellink, Ontgelden, De Arbeiderspers, 320 blzn, 22,50 euro

(c) Jan Stevens

‘Poetin waarschuwde: ik schakel jullie uit met één vingerknip’

Jarenlang beschermde ‘special agent’ Dan Kaszeta de Amerikaanse president George Bush tegen aanslagen met chemische en biologische wapens. In zijn boek Toxic bundelt hij zijn kennis van zenuwgassen, het favoriete gifwapen van de Russische president Vladimir Poetin. “Met zijn aanslag met novichok waarschuwde Poetin zijn tegenstanders in ballingschap: ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

In 1987 droomde de jonge militair Dan Kaszeta (51) ervan spion te worden in de Sovjet-Unie. “Dus ging ik op kosten van het leger aan de universiteit Russisch en politieke wetenschappen studeren”, zegt hij. “De deal was dat ik daarna ergens in Rusland op geheime missie gedropt zou worden. De koude oorlog woedde volop en Ronald Reagan was nog onze president.” Maar twee jaar later viel de muur en stortte de Sovjet-Unie in. “Ook mijn spionnenplan lag in duigen. Eind jaren 80 voerde de Iraakse dictator Saddam Hoessein een luchtaanval met gifgas uit op het stadje Halabja. Dat zorgde voor paniek in het Pentagon. Niet de Russen, maar met gifgas spelende machtswellustelingen zoals Saddam waren het nieuwe gevaar. In plaats van me tot militair spion op te leiden, stuurden ze me naar de US Army Chemical School in Alabama.”

Tien jaar later werd Dan Kaszeta als ‘special agent’ verantwoordelijk voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemisch en biologisch wapentuig. Na de aanslagen van 9/11 werd hij de persoonlijke ‘bodyguard chemische beveiliging’ van de toenmalige president George W. Bush. In 2008 zwaaide hij af en verhuisde naar Londen, waar hij nu beveiligingsadvies verschaft aan overheden en ondernemingen, en boeken en artikels schrijft over chemische en biologische wapens.

In zijn gloednieuwe boek Toxic beschrijft hij de nog prille geschiedenis van zijn ‘favoriete’ vergif: zenuwgassen.

Dan Kaszeta: “Ze werden in de jaren dertig bij toeval ontdekt door de nazi’s en zijn dertig keer dodelijker dan ‘reguliere’ chemische wapens. Sarin is een voorbeeld van zo’n zenuwgas. Ik heb er mijn carrière in het Witte Huis aan te danken. Na de terroristische aanslag met saringas van de Aum Shinrikyo-sekte in de metro van Tokio in 1995 werd ik door The White House Military Office gerekruteerd. Ze vonden me met mijn opleiding aan de Chemical School de ideale kandidaat voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemische terreur. Alleen had ik op dat moment nog nooit gehoord van sarin. Want Amerikaanse legerchemie is niet meteen échte scheikunde, maar eerder ‘chemie voor dummies’. (lacht) Ik ben toen beginnen studeren als gek.”

Waren er tijdens uw periode in het Witte Huis ooit aanvalspogingen met biologische of chemische wapens op de president?

Kaszeta: “Zeker. Vlak na 9/11 vroeg de US Secret Service me als special agent voor de persoonlijke bescherming van president Bush tegen chemische terreuraanvallen. Ons team zou uit twee mensen bestaan. Een maand na mijn aanstelling kwam er in het postgebouw van het Witte Huis een envelop toe met antraxpoeder dat het dodelijke miltvuur veroorzaakt. De president was door dat incident danig van zijn melk en zorgde er eigenhandig voor dat ons budget explodeerde. De volgende twee jaar groeide ons team met meer dan 40 collega’s.

“Het brein achter de antraxbrief voor Bush was geen dolgedraaide jihadist, maar de ‘keurige’ Amerikaanse microbioloog Bruce Eward Ivins. Ik kende die man persoonlijk. Niet dat hij een vriend was, daar vond ik hem iets te raar voor. Hij werkte als onderzoeker biodefensie voor het leger en werd beschouwd als dé antraxexpert. Tussen september en oktober 2001 verstuurde hij verschillende antraxbrieven naar politici en journalisten. Vijf mensen verloren het leven en 17 anderen werden ziek. In de omslagen zaten briefjes met boodschappen als ‘Dood aan Israël’ en ‘Allah is groot’, waardoor de FBI eerst aan een terreurcampagne van Al Qaeda dacht. Ze vroegen Ivins om hulp bij hun onderzoek. Zes jaar lang was een onschuldige collega van Ivins verdachte nummer 1. Tot ze hem in 2008 eindelijk in het vizier kregen, waarna hij zelfmoord pleegde.”

Wat was zijn motief?

Kaszeta: “Hij werkte aan een antraxvaccin en wou gloriëren als redder des vaderlands. Dus had hij er niets beters op gevonden dan eerst angst en terreur te zaaien met zijn antraxbrievencampagne. De aanslag op George Bush moest de kroon op het werk worden: Ivins zou dan met zijn vaccin de president net op tijd van de gruwelijke miltvuurdood komen redden.”

Hoe zag uw doorsnee dag eruit als geheim agent, belast met de chemische en biologische beveiliging van de Amerikaanse president?

Kaszeta: “In de loop der jaren is het Witte Huis vertimmerd tot een zwaarbeveiligd bastion: daar is de president relatief veilig. Onze grootste bekommernis waren zijn verplaatsingen. De president loopt het grootste gevaar wanneer hij op reis is; dan was ik één van Bush’ schaduwen in een zwarte SUV uit zijn konvooi. Als hij thuis was, konden we even op adem komen en een pint gaan drinken op café.”

In het voorjaar van 2003 was u er getuige van hoe het Witte Huis bewijsmateriaal over ‘massavernietigingswapens’ tegen Saddam Hoessein fabriceerde om later dat jaar Irak te kunnen binnenvallen?

Kaszeta: “Voor alle duidelijkheid: ik had niets te maken met het beleid van Bush. Ik zat op de achterbank van een SUV om te verhinderen dat onderweg iemand hem met gif vermoordde. Natuurlijk merkte ik in die periode in de wandelgangen van het Witte Huis dat er iets ‘groots’ in de lucht hing. Misschien is het ‘bewijsmateriaal’ toen wat ‘opgepompt’, maar u mag niet uit het oog verliezen dat Saddam bij leven en welzijn een ongezonde voorliefde voor gifgas had. Denk maar aan die aanval op Halabja. Na de eerste Golfoorlog werd Irak onder strikte controle geplaatst van UNSCOM, een speciale commissie van de Verenigde Naties die erop moest toezien dat Saddam zijn grote stock massavernietigingswapens opruimde. Akkoord, in 2003 had hij geen lopend programma meer voor chemische wapens, alleen geloofde niet iedereen dat. Terecht, vind ik, want hij was geen koorknaap. De UNSCOM-inspecteurs zette hij trouwens met veel omhaal het land uit. U zal mij de toenmalige Amerikaanse regering niet horen bekritiseren.”

U verliet het Witte Huis in 2008, toen Barack Obama president werd. Is er een verband?

Kaszeta: “Helemaal niet. Ik werd hopeloos verliefd op een Britse vrouw, volgde haar naar Londen en moest dus wel ontslag nemen. In Groot-Brittannië werkte ik eerst drie jaar voor een firma die apparatuur maakt om chemisch wapentuig op te sporen. Daarna richtte ik mijn eigen beveiligingsbedrijf op. Ik adviseer nu overheden, organisaties en ondernemingen over onder andere beveiliging tegen chemische en biologische risico’s. De Europese Commissie is één van mijn klanten.”

Onderschatten we het risico op een chemische of biologische terreuraanval?

Kaszeta: “Na meer dan dertig jaar in het vak moet ik dat ‘grote risico’ toch enigszins nuanceren. In theorie zijn chemische en biologische wapens vreselijk gevaarlijk; in de praktijk behoren ze tot het meest overschatte wapentuig ooit. De voornaamste reden waarom er zo weinig terreuraanslagen met chemische en biowapens zijn, is omdat ze duur en onvoorspelbaar zijn. Als je veel geld investeert in de voorbereiding van een aanslag, wil je liefst zoveel mogelijk slachtoffers maken. Shoko Asahara, de leider van de Aum Shinrikyo-sekte, wilde met zijn saringasaanslag in de metro van Tokio duizenden mensen vermoorden. Uiteindelijk vielen er dertien doden. Vanuit Asahara’s standpunt was zijn aanslag een complete mislukking.

“Koop geweren van een paar honderd euro, stuur je discipelen op schietcursus en de kans op honderden doden tijdens het spitsuur in de metro is groot. Met chemische wapens is dat succes veel twijfelachtiger en met biologische is het nóg lastiger. Gassen worden meegenomen door de wind en die is soms zéér wispelturig.”

Tijdens de gloriedagen van IS was er toch veel angst dat zij aanslagen zouden plegen met een ‘vuile bom’, gifgas of antrax?

Kaszeta: “Daar werd vaak hysterisch over bericht terwijl er zo goed als geen aanwijzingen zijn dat IS er ooit aan gewerkt heeft. Kijk, er zijn op de wereld maar weinig specialisten in chemische en biologische terreur en oorlogsvoering. We kennen elkaar allemaal. De meeste collega’s zijn bonafide, maar er zitten een paar schimmige figuren tussen die vooral zichzelf interessant willen maken door paniek te veroorzaken. ‘O my God, IS zou bij de volgende aanslag wel eens antrax kunnen gebruiken!’ De zogenaamde specialisten die dat rond bazuinen, proberen eerst en vooral zo werk voor zichzelf binnen te halen. Ze verkopen tezelfdertijd lucifers, brandversnellers én brandblusapparaten. De meeste terreurgroepen hebben het geld niet om dure chemische of biologische massavernietigingswapens ineen te knutselen.”

Op het hoogtepunt van haar succes zwom IS toch in het geld?

Kaszeta: “Ze zwommen in hun kalifaat vooral in de olie. De stap naar de productie van chemisch en biologisch wapentuig was veel te ingewikkeld. De IS-leden waren verknipt, maar of alle leiders dat ook waren, durf ik te betwijfelen. Van de Aum Shinrikyo-sekte weet ik wél zeker dat ze allemaal gestoord waren: daarom ook voerden ze hun aanval met het zenuwgas sarin uit. Als ze een beetje verstandig waren geweest, hadden ze hun toevlucht genomen tot goedkope en efficiënte kalashnikovs of conventionele explosieven.”

Waarom is dat zenuwgas dan ooit ontworpen, als het toch zo’n sof is?

Kaszeta: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gifgassen algemeen gebruikt. Na de oorlog werd in Genève een protocol getekend dat chemische oorlogsvoering veroordeelde en het eerste gebruik ervan verbood. Landen mochten die wapens wel nog hebben, maar ze niet als eerste in de strijd gooien. Het werden dus afschrikmiddelen en er ontstond een wapenwedloop in chemische wapens. In de twintiger en dertiger jaren zochten alle grote landen koortsachtig naar nieuwe dodelijke gassen en vloeistoffen. België legde een aardige stock chloor, fosgeen en mosterdgas of yperiet aan, net als Frankrijk, de Sovjet-Unie en Duitsland. Al moesten de Duitsers hun voorraadje goed verbergen, want als verliezers van WO I mochten zij geen chemische wapens bezitten.

“Op het einde van WO I waren de Duitse soldaten aan het verhongeren en dat mocht de volgende keer niet meer gebeuren. Daarom ging de Duitse chemische industrie meteen na de oorlog koortsachtig op zoek naar insecticiden en pesticiden om de gewassen te beschermen. Vlaggenschip IG Farben ontwikkelde zo het pesticide Zyklon B, dat later in de gaskamers gebruikt zou worden. IG Farben-chemicus Gerhard Schrader was aan een nieuw insecticide aan het werken, toen hij in januari 1936 bij toeval het eerste zenuwgas of organofosfaat uit zijn reageerbuizen toverde: tabun. Dat goedje was zo extreem giftig dat het als insecticide onbruikbaar was. Het doodde niet alleen de insecten, maar ook de boer. Later voegde Schrader nog sarin, soman en cyclosarin aan zijn lijstje nieuwe extreem dodelijke zenuwgassen toe.”

De nazi’s zagen er meteen brood in?

Kaszeta: “Schrader beschouwde tabun als een grandioze mislukking, maar zijn bazen vonden het een uitstekend nieuw wapen en namen contact op met de nazi-regering. Die was enthousiast en er werd een clandestiene industrie gebouwd voor de ontwikkeling en productie van zenuwgassen voor militair gebruik. Van tabun werd meer dan 12.000 ton gebrouwen. Een hele oorlog lang waren de zenuwgassen Hitlers geheime wapens die nooit gebruikt werden. Pas aan het einde van WO II ontdekte het oprukkende sovjetleger en de geallieerden op zowat hetzelfde moment de fabrieken en opslagplaatsen; de ene in het oosten, de anderen in het westen. Het geheime zenuwgasprogramma van de nazi’s joeg een schokgolf door de wereld, waarna Rusland en Amerika hun wapenwedloop in zenuwgassen inzetten.”

Net zoals ze met kernwapens deden?

Kaszeta: “Precies, alleen is die zenuwgassenwedloop intussen uit ons collectieve bewustzijn verdwenen. De Britten en Amerikanen arresteerden in ‘45 de Duitse zenuwgaswetenschappers en namen de plannen, documenten en voorraden in beslag. De Russen legden de hand op twee vernielde fabrieken in Polen en rekenden een paar chemici in.”

Lijfden de Amerikanen Duitse chemici in zoals ze dat met de raketgeleerde Wernher von Braun deden?

Kaszeta: “De middelen om verbrande Duitse wetenschappers te denazificeren en vervolgens in te huren, waren niet onbeperkt. Chemisch wapentuig stond een paar trappen lager dan raketten. De dure Von Braun kreeg dus voorrang en soupeerde zowat het hele budget op.

“Ze ondervroegen de chemici wekenlang tot ze al hun kennis over zenuwgassen gelost hadden. Vijf jaar later wilde het Amerikaane leger alsnog die Duitse wetenschappers inhuren, maar de meesten waren toen al veel geld aan het verdienen in de reguliere Duitse chemische industrie. Ze hadden geen zin meer in een verhuis naar Alabama.

“De Russen stopten ‘hun’ Duitse chemici eerst een paar jaar in werkkampen en schakelden hen daarna in nieuwe zenuwgasprogramma’s in. Naar sovjetnormen werden ze vrij goed betaald. Decennialang leefde het westen in de veronderstelling dat de Russen de intacte zenuwgasfabrieken van de nazi’s hadden ingepalmd en machines, kennis en voorraden hadden gerecupereerd.”

Terwijl het twee ruïnes waren?

Kaszeta: “Ja, en die onwetendheid zorgde gedurende de koude oorlog voor nervositeit in West-Europa en de VS. Het westen lag op kop in de chemische wapenwedloop, maar was ervan overtuigd dat het mijlenver achterop hinkte. Het Oostblok was er dan weer terecht van overtuigd dat het westen grote voorsprong had. Met als resultaat die compleet onzinnige chemische wapenwedloop.  

“Desinformatiecampagnes gaven de wedloop een extra boost. Vlak voor het einde van de oorlog probeerden de Duitsers hun giffabrieken te demonteren. Hun afbraak van de fabriek in Dyhernfurth in het zuidwesten van Polen moesten ze stopzetten omdat het Rode Leger oprukte. De Russen hadden in de eerste dagen van de bezetting niet meteen door dat Dyhernfurth een zenuwgasfabriek huisvestte. De Duitsers stuurden er bij nacht en ontij een geheim commando op af om een stapel compromitterende documenten op te halen en de laatste machines op te blazen. Er lag nog een voorraadje tabun en dat werd de rivier de Oder ingegoten. Ze lieten opzettelijk een vals notitieboekje achter, bedoeld voor de Russen. Ik vond in Russische archieven documenten terug waarin sovjetchemici jaren later klagen dat zowat alle formules uit dat boekje vol fouten zitten. (lacht) De Duitsers hadden hen opzettelijk verkeerde chemische formules voor zenuwgassen voorgekauwd.”

Bestaat dat notitieboekje nog?

Kaszeta: “Het zou best kunnen dat het nog ergens in een Russisch staatsarchief ligt te beschimmelen. Maar het kan inmiddels ook vernietigd zijn. Ikzelf zoek naarstig verder.

“In 1959 probeerden de sovjets de Amerikaanse officier Joseph Edward Cassidy uit Washington DC te rekruteren. De man hapte niet toe en stapte naar de legerleiding en de FBI. Zij kregen het lumineuze idee hem als dubbelspion in te zetten. Hij werkte in een laboratorium in Maryland waar chemisch wapentuig voor het Amerikaanse leger ontwikkeld werd. Jarenlang voedde hij de Russen met valse informatie over de ontwikkeling en productie van Amerikaans zenuwgas. De Russische geheime dienst GRU vergoedde hem met duizenden dollars. In ruil bezorgde hij hen meer dan 4.000 documenten over een compleet verzonnen spiksplinternieuw supergesofisticeerd zenuwgas dat de VS zogezegd aan het produceren was. De informatie leek op het eerste gezicht te kloppen. Met hun ogen wijd open trapten de Russen in de val en jarenlang investeerden ze massa’s geld in het kopiëren van het niet-bestaande Amerikaanse superzenuwgas.

“In 1969 zette Amerika zijn zenuwgasprogramma stil. De toenmalige president Richard Nixon vond het sop de kool niet meer waard. Maar de sovjets geloofden hem niet. Ze waren ervan overtuigd dat Amerika hen een rad voor de ogend draaide en met de zenuwgasproductie ondergronds ging. Dus drukten zij het gaspedaal nog dieper in. Zo werd de Sovjet-Unie vanaf 1970 vermoedelijk de enige uitvinder en producent van zenuwgassen ter wereld. In het geheime FOLIANT-programma ontwikkelde ze drie nieuwe novichok-zenuwgassen, die wereldberoemd zijn sinds de aanslag in 2018 in Salisbury op ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter Yulia.”

Wat onderscheidt de novichok-zenuwgassen van alle andere?

Kaszeta: “De eerst ontwikkelde novichok-variant kon tegen de kou, terwijl alle andere zenuwgassen onder het vriespunt herleid worden tot onbruikbare gelei. De tweede variant kon geproduceerd worden met andere basisbestanddelen dan alle andere zenuwgassen. Dat was interessant omdat in de jaren zeventig en tachtig internationale onderhandelingen liepen voor een verbod op chemisch wapentuig. De bestanddelen voor novichok-2 stonden niet op het lijstje verboden chemicaliën van de onderhandelaars. Novichok-2 was dus een soort van ‘levensverzekering’ voor de Russen. ‘Dan kunnen we rustig verder blijven produceren zonder dat iemand het in de gaten heeft.’ De derde variant, A-234, werd gebruikt in Salisbury. Dat zenuwgas heeft als speciaal kenmerk dat het zeer lang overleeft op oppervlakten.”

Het feit dat in Salisbury A-234 gebruikt werd, wil automatisch zeggen dat de moordaanslag een opdracht was van Vladimir Poetin himself?

Kaszeta: “Daar ben ik 99,99 procent zeker van. Zeker als je naar al het bewijsmateriaal kijkt. Net in het weekend van de aanslag maken de twee Russische geheim agenten Alexander Petrov en Ruslan Boshirov twee zogenaamd toeristische uitstapjes naar Salisbury. Ze staan op beelden van bewakingscamera’s in het station van Salisbury. In plaats van mee te lopen met de stroom toeristen, wandelen ze in de richting van Skripals huis. (lacht) Er bestaat ook geen twijfel over: enkel de Russen bezitten A-234. Het is hun exclusieve uitvinding.”

Petrov en Boshirov wandelden dus in een weekend in 2018 door de straten van Londen en Salisbury met een gif op zak waarmee ze duizenden slachtoffers konden maken?

Kaszeta: “Novichok A-234 is een dikke vloeistof en is makkelijk in een klein, hermetisch afgesloten flesje te transporteren. Bij het uitsmeren volstaan rubberen handschoenen als bescherming. Ze smeerden minder dan 100 milligram van het goedje aan Skripals deurklink, of amper twee druppels. Misschien hadden die twee het flesje zelfs niet in hun bagage zitten en reisde het ongecontroleerd mee met de diplomatieke post.

“Poetin is trouwens niet aan zijn proefstuk toe, denk maar aan de gelukte aanslag met het nucleaire goedje polonium op Alexander Litvinenko in Londen in 2006. We zijn er voor 100 procent zeker van dat het polonium van Russische makelij was.”

Maar waarom polonium en novichok? Zoals u in het begin zelf zei: een pistool en een kogel zijn veel simpeler en minstens even doeltreffend.

Kaszeta: “Ze hadden Skripal ook uit de weg kunnen ruimen zonder één spoor achter te laten. De man heeft overgewicht, rookt en drinkt te veel. Een hartaanval is zo gefikst; daar zou geen haan naar gekraaid hebben. Nu was er, net als bij Litvinenko, al die heisa. Dat was precies de bedoeling: de boodschap moést luid en duidelijk weerklinken voor àlle Russische tegenstanders van Poetin in ballingschap. ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

Dat lijkt onvervalste maffia?

Kaszeta: “Dat is het ook. Poetin stamt uit de KGB: die organisatie was niet meer of minder dan de maffia van de Sovjet-Unie.”

Dan Kaszeta, Toxic, Hurst Publishers

© Jan Stevens

‘We moeten Afrika helpen uit welgemeend eigenbelang’

Afrika hield het coronavirus onder controle, toch dreigt het continent het kind van de rekening te worden volgens Oxfordprofessor economie Paul Collier. “Europees president Charles Michel moet zijn verantwoordelijkheid nemen en een hulpprogramma voor Afrika in gang steken.”

Zijn leven lang adviseert Paul Collier leiders van westerse en Afrikaanse landen over hoe Afrika uit de armoede getild kan worden. “We moeten de armste landen ter wereld helpen uit welgemeend eigenbelang”, vindt hij. Dat was ook de boodschap van zijn in 2007 verschenen boek The Bottom Billion, waarmee hij een internationale bestseller scoorde. “Sindsdien slaagden sommige Afrikaanse landen erin uit het ravijn te klauteren”, zegt hij. “Corona dreigt nu al hun verwezenlijkingen met één grote klap te vernietigen.”

Afrika kon de epidemie toch vrij goed indijken?

Paul Collier: “Zeker. Toen de pandemie losbarstte, wist niemand wat er moest gebeuren en was radicale onzekerheid troef. Op zo’n moment moet je maatregelen vermijden waar je later veel spijt van krijgt. Wereldwijd werd er op vier verschillende manieren op het virus gereageerd. Oost-Azië sloeg meteen alarm: ‘Dit virus is even gevaarlijk als SARS.’ De Oost-Aziatische landen zijn ervaringsdeskundigen in SARS en namen geen enkel risico. Ze gingen over tot drastische lockdowns en introduceerden track-and-trace. Europa en de VS hadden enkel ervaring met de Spaanse Griep uit 1918, baseerden daar hun eerste strategie op en experimenteerden met groepsimmuniteit. Testen en opsporen is dan niet nodig, want hoe meer mensen de griep krijgen, hoe sneller we ertegen bestand zijn. Maar die interpretatie zorgde bij Covid-19 voor rampen, want groepsimmuniteit bleef achterwege. In West-Afrika zagen ze corona als een even grote killer als ebola. Nu weten we dat de vergelijking tussen die twee virussen niet opgaat, maar het zorgde er wel voor dat de West-Afrikanen hun gedrag zonder treuzelen aanpasten. De Zuid-Afrikanen vreesden dan weer dat corona even dodelijk was als aids. Ook daar grepen ze meteen in.”

Afrika legde in de strijd tegen corona dus een beter parcours af dan wij, en toch waarschuwt u voor de verwoestende gevolgen van het virus?

“Ik waarschuw voor de vreselijke economische gevolgen. Mijn voornaamste dagtaak bestaat vandaag nog steeds uit het samenwerken met regeringen van straatarme fragiele landen. Zij zijn in paniek, want corona luidt voor hen de grootste economische terugval sinds jaren in. Als wij niet ingrijpen, worden de Afrikaanse landen minstens tien jaar terug geslingerd in de tijd. Zij zullen massaal getroffen worden door de macro-economische schok die het gevolg is van de krimpende economieën in Europa, Noord-Amerika en China. De prijzen voor grondstoffen, zoals olie, zijn al ingestort. 97 procent van de Nigeriaanse export bestaat uit olie. De gevolgen voor dat land zijn enorm. De kopers, zoals de Europese landen, profiteren van die lage olieprijzen.

“Veel Afrikaanse landen ontdekten het toerisme. Ik adviseer de Rwandese regering en zij investeerde ontzettend veel in toeristische infrastructuur. Met groot succes, alleen vliegt sinds corona niemand nog naar dat prachtige land. De economische mogelijkheden van Rwanda zijn beperkt: het heeft geen grondstoffen en ligt niet aan zee. Het was dus een weloverwogen keuze van president Paul Kagame om de hoofdstad Kigali te laten uitgroeien tot een centrum voor internationale conferenties. Rwanda is inmiddels het meest bezochte land van Afrika. Dat valt nu allemaal in duigen en niemand weet hoe lang dit zal duren.

“Afrikanen in de diaspora sturen massaal veel geld op naar hun thuisland. Dat totale bedrag aan overschrijvingen ligt hoger dan wat Afrika aan ontwikkelingssteun ontvangt. Maar ook die bron droogt op, want veel Afrikanen in het Westen vielen door de lockdowns zonder werk. Daar komt bij dat buitenlandse investeerders zich massaal uit Afrikaanse landen terugtrekken. Ghana voerde met succes economische hervormingen door en trok zo investeringen aan van onder andere Volkswagen en Bosch, maar ook van grote Amerikaanse pensioenfondsen. In deze tijd van onzekerheid versluizen die pensioenfondsen hun investeringen naar ‘veilige haven’ Amerika. Door corona vloeit zowat al het geld dat voor Afrika bestemd was terug naar de VS, Europa en China. De economische schade voor het Afrikaanse continent is immens. En ongewild profiteren wij van hun miserie.”

Daarom moeten we Afrika economisch te hulp snellen?

“Zonder twijfel. België kan daar een belangrijke rol in spelen, want het is toch jullie voormalige premier Charles Michel die voorzitter is van de Europese Raad? Misschien moet hij zijn invloed eens gebruiken om de ongewilde economische corona-nevenschade in Afrika op de Europese agenda en op die van het IMF en de Wereldbank te zetten? Dat is in ons eigen belang, want als het economisch slecht gaat in Afrika, riskeren we in de nabije toekomst met een nieuwe stroom vluchtelingen geconfronteerd te worden.”

U raakte zelf besmet met het virus?

“Ik was één dag zo ziek als een hond en knapte daarna razendsnel weer op. Mijn vrouw is véél jonger en fitter dan ik, maar zij werd heel ziek en kroop door het oog van de naald. Ze is nog niet helemaal hersteld.”

Tijdens de lockdown opperden velen dat corona dé kans was voor een grote reset, zowel van de economie als van onze manier van leven. Nu we de lockdown achter ons laten, wordt het snel terug business as usual?

“Voor veel dingen wordt het business as usual, maar voor een paar toch niet. Tot voor de lockdown stonden mensen elke ochtend en avond in de file, op weg naar en van hun werk in steden als Londen of Brussel. Dat wordt nu in vraag gesteld, want we hebben ontdekt dat pendelen niet nodig is. Kantoren en administraties bleven functioneren, met bedienden of ambtenaren die van thuis werkten. Natuurlijk is het nodig om af en toe samen intensief in één ruimte te vergaderen. Maar sinds de lockdown weten we dat de doorsnee-vergaderingen ook perfect online kunnen. We zijn er ook achter gekomen dat niet iedereen elke dag van 9 tot 5 op kantoor moet zijn. Werkgevers hebben geleerd dat hun personeel best te vertrouwen is. Dagelijks urenlang in de file staan, komt de levenskwaliteit en het milieu niet ten goede. Daar komt nu écht verandering in: binnen een paar jaar beschouwen we onze uren in de file en in kantoren in mastodontsteden als een onbegrijpelijke verspilling van energie en tijd.”

Mensen die noodgedwongen van huis uit moesten werken, hebben ook ontdekt dat thuiswerk en gezin niet altijd even makkelijk te combineren is.

“Wij hebben zelf nog twee jonge kinderen; ik weet hoe vermoeiend het kan zijn. Wat ik wil zeggen is dat we dat nieuwe evenwicht tussen werk en gezin waar al zoveel inkt over gevloeid is, noodgedwongen in de praktijk hebben gebracht. Ik vind het heel fijn om minder te moeten reizen en om meer tijd met mijn kinderen te kunnen doorbrengen. Als vader was ik vaak uithuizig; nu word ik belangrijker voor hen. De meeste mensen beschouwen dat thuiswerk als een geslaagd experiment en willen niet meer terug naar de tijd voor corona. Natuurlijk heeft niet iedereen die luxe: een metser of timmerman moét wel op zijn werf aan de slag blijven. Een arbeider kan in een fabriek ook niet gemist worden.”

Belanden we zo dan niet in een nieuwe vorm van discriminatie, waarbij ‘witte boorden’ wél van thuis mogen werken en ‘blauwe boorden’ niet?

“Door de digitalisering en de oprukkende artificiële intelligentie sneuvelen sowieso heel wat ‘klassieke’ jobs, zowel van arbeiders, als van bedienden. Maar de dienstensector, waar menselijk contact heel belangrijk is, blijft groeien. Die mogelijke discriminatie waar u bang voor bent, zal door de aard van de nieuwe jobs best meevallen. Want artificiële intelligentie kan nooit menselijke emoties vervangen. Er is nu al een reorganisatie bezig van hoe sommige taken worden uitgevoerd. De coronacrisis versnelt die evolutie alleen maar. We hebben nu trouwens ook ontdekt welke jobs er écht toe doen. Dat zijn dan niet de ceo’s van multinationals of de gladde bankiers uit de City, maar verpleegkundigen en andere beroepen uit de zorg.”

Worden die jobs in de toekomst dan ook anders beloond? Zullen verplegers meer verdienen en bankiers minder?

“Ik hoop het. De bestbetaalde jobs vind je nu in de financiële wereld en bij zakenadvocaten. Terwijl net zij ons het voorbije decennium flink in de problemen brachten. Bankiers en advocaten worden royaal vergoed voor het spelen van zero-sum-spelletjes: wat de ene partij wint, moet in hun ogen altijd ten koste gaan van de andere. De zogezegd briljante investeerder die met aandelen speculeert, doet dat op de kap van onze pensioenfondsen. Veel financiële jongens en meisjes uit de City houden zich bezig met gelegaliseerd plunderen, bijgestaan door zakenadvocaten die tegenstanders juridisch intimideren. Zij ondermijnen onze samenleving. Misschien groeit het besef nu dat het hoog tijd is dat zij prestige, invloed en loon inleveren ten voordele van mensen in de zorg. Die hebben trouwens niet alleen meer geld nodig, maar ook een fatsoenlijke opleiding. Ik weet niet hoe het in de Belgische woonzorgcentra gesteld is, maar de coronacrisis maakte pijnlijk duidelijk dat er in de Britse een groot probleem is met de kwalificaties van de zorgverleners. Rusthuizen nemen al jaren mensen aan die nooit een zorgopleiding gevolgd hebben. Het zijn goedkope werkkrachten en voor de rusthuisdirecteuren en de overheid is dat blijkbaar het enige dat telt. Toen het virus in de woonzorgcentra bij hoogbejaarden toesloeg, stond het personeel met de handen in het haar. Als ouderling wil je toch niet op een plek terechtkomen waar niemand opgeleid is om je te helpen als je ziek wordt? Corona is een wake-upcall.”

U denkt dat de politiek daar lessen uit zal trekken?

“Het was alleszins een goede zaak dat onze premier Boris Johnson himself ernstig ziek werd. Door zijn ziekte evolueerde hij pijlsnel van commander-in-chief naar communicator-in-chief. Wij, mensen, beschouwen onszelf als een uniek zoogdier. We geloven graag dat we ‘uitzonderlijk’ zijn omdat we superslim zijn. We noemen onszelf niet voor niets: ‘homo sapiens sapiens’, ‘mens slim slim’. (lacht) Terwijl die slimheid ons helemaal niet van andere zoogdieren onderscheidt. Dat doen we wel doordat we in staat zijn tot meerdere vormen van leiderschap. Alle andere zoogdieren kennen slechts één manier: dominantie. Dat kennen wij ook: op aarde bulkt het van de dominante politieke leiders die zichzelf zien als commanders-in-chief. Er is ook een andere manier van leiderschap mogelijk die exclusief menselijk is: gezag verwerven door het hebben van respect. Een communicator-in-chief is bescheiden, lacht met zichzelf, stelt zichzelf in vraag, is empathisch en voelt de pijn van anderen. Bill en Hillary Clinton vertegenwoordigen die twee vormen van leiderschap: hij als de empathische, begrijpende president; zij als de dominante presidentskandidaat. Als Bill Clinton zegt: ‘I feel your pain’, geloof je hem.”

Misschien is hij een goed acteur?

“Dat kan, maar in tegenstelling tot de meeste andere recente Amerikaanse presidenten is hij van eenvoudige komaf. Hij stamt uit Arkansas, the middle of nowhere, en was een charismatische president bij wie mensen graag vertoefden. Ik ken zowel Bill als Hillary goed. Hij is altijd goedgemutst en kan overweg met om het even wie. Boris Johnson ook, en het coronavirus helpt hem nu een handje. De gewone Britten voelen zich verbonden met Boris, want hij heeft het zelf meegemaakt. Hij paste zijn leiderschapsstijl aan van commander-in-chief naar communicator-in-chief. Donald Trump is daar niet toe in staat, al maakte hij ooit de omgekeerde beweging, want toen hij nog een tv-beroemdheid was, gedroeg hij zich als communicator-in-chief. Het was nooit zijn bedoeling om president te worden; zijn presidentskandidatuur was niet meer dan een publiciteitsstunt. Hij begon totaal onvoorbereid aan het presidentschap en interpreteert zijn ambt compleet verkeerd. Hij speelt nu commander-in-chief, en misschien nog meer commander-in-tweet. Gelukkig zit het Amerikaanse politieke systeem vol checks and balances, waardoor de schade binnen de perken blijft.”

Niet iedereen is er even zeker van dat het systeem Trump in toom houdt.

“Hij gaat inderdaad vaak erg ver en stelt zo die checks and balances stevig op de proef. Toch geloof ik nooit dat hij de volgende verkiezingen overleeft. Trump fulmineert nu wel over ‘Sleepy Joe’, maar in werkelijkheid is hij doodsbang voor Joe Biden, de democratische kandidaat die de nominatie met de hulp van Obama binnenhaalde.”

U werkte indertijd nauw samen met de voormalige Britse premier Tony Blair als diens topadviseur voor Afrika. Blair was ook een communicator-in-chief?

“Zeker. Maar hij heeft de neergang van de socialistische partij Labour mee in gang gezet. Dat vind ik verschrikkelijk. Labour verloor de voeling met de werkende klasse totaal. De allerlaatste Labour-leider met stevige roots in de working class was Neil Kinnock in de jaren tachtig. Alle voorzitters die na hem kwamen, lieten hun kiezers in de kou staan.”

Jeremy Corbyn werd in 2015 toch tot Labour-leider verkozen met het meest linkse programma ooit?

“Corbyn is allesbehalve de grote voorvechter van de gewone werkmens. Hij groeide op in een landhuis. Zijn belangrijkste adviseur Seumas Milne zat op een dure privéschool en erfde van zijn rijke vader een kast van een huis in het centrum van Londen. Die kerels zijn geen sociaaldemocraten, maar dogmatische upper class-marxisten. In Labour speelden ze spelletjes zoals enkel zij dat kunnen. Plots zaten ze in het centrum van de macht: hun oude droom om de socialistische partij te kapen, kwam uit. De werkende mensen interesseerden hen niet en de schade die ze aanrichtten, is enorm. Onder de nieuwe voorzitter Keir Starmer groeit het besef dat het contact met de gewone werkende Brit hersteld moet worden. Ik hoop dat Labour daar nu eindelijk ook werk van maakt; er is geen andere keuze. Want de recente geschiedenis leert ons dat extremisten van links en rechts het overnemen als de socialistische partij de werkende klasse in de steek laat.”

© Jan Stevens

‘Extreemrechts is zichtbaarder dan ooit tevoren’

Het undercoverteam van de Londense denktank International Strategic Dialogue (ISD) onder leiding van Jakob Guhl houdt Europees extreemrechts online in de gaten. “In Duitsland vielen sinds de hereniging meer doden door extreemrechts geweld dan door jihadistische terreur.”

Jakob Guhl en zijn collega’s van ISD maken accounts aan op alt-rightfora, worden Facebook-vriendjes met vuilgebekte white supremacists, sluiten aan bij racistische meme groups en worden lid van obscure neonazigroepen. Ze zijn niet enkel gespecialiseerd in rechtsextremisme, maar brengen ook desinformatie op het internet in kaart en speuren er haatzaaiers van diverse pluimage op. Eén van Guhls medewerkers is de Oostenrijkse terrorisme-onderzoekster Julia Ebner. In haar recent verschenen boek Going Dark brengt ze verslag uit van haar infiltratie in het alt-right-trollenleger Reconquista Germanica en van de versierpogingen van uiterst-rechtse mannelijke singles op de white supremacist-datingsite WASP Love. Ebner kan vanwege haar lopende undercoverwerk geen interviews geven; haar coördinator Jakob Guhl wel. Het klappen van de zweep als online-undercoverobservator leerde hij bij de in moslimfundamentalisme gespecialiseerde Britse denktank Quilliam, waar hij op sociale media onderdook bij jihadisten en IS-sympathisanten. “De gelijkenissen tussen Europees extreemrechts en het jihadisme op het internet zijn opvallend”, zegt hij. “Veel jihadistengroepen werden tijdens de IS-terreur offline gehaald; ook zij speelden net als het huidige alt-right slim in op de jeugd- en gamingcultuur.”

Het online-jihadisme is tanend, terwijl extreemrechts op het wereldwijde web groeit en bloeit?

“Zonder twijfel. Sociale media werden de voorbije jaren voor zowat alle extremistische organisaties steeds belangrijker voor de verspreiding van hun boodschap en het rekruteren van volgers. Daarom vind je extreemrechts nu open en bloot op het reguliere internet in plaats van op het moeilijker toegankelijke darknet.”

Ruim vijf jaar geleden hadden veel IS-sympathisanten én Syriëstrijders nog reguliere Facebook- of Twitter-accounts, waardoor ze relatief eenvoudig te volgen waren. Tot die accounts systematisch door de sociale media werden verwijderd.

“Vanaf 2016 vergrootten westerse overheden de druk op Mark Zuckerberg en co om in te grijpen. Na een reeks jihadistische aanslagen in 2017 hielden Facebook en Twitter duchtig grote kuis. De accounts van IS-rattenvangers die vanuit het kalifaat jonge mensen probeerden te ronselen, werden opgedoekt. Een paar collega’s zijn nu undercover op grote platformen die erg populair zijn in de Arabische wereld. Daar tiert het jihadisme en islamisme wèl nog welig.”

Op welke platformen vinden we de extremisten van rechts?

“Radicaalrechts en extreemrechts bestrijken een ruim palet. De diehard neonazi’s hebben hun zelfgecreëerde platformen zoals Stormfront. Alt-right is een onderafdeling van extreemrechts. Voor hen is het digitale enorm belangrijk. Met podcasts, muziek en video’s voeren ze online een heuse oorlog tegen wat zij ‘het cultuurmarxisme’ noemen. De influencers van het niet-gewelddadige radicaalrechts zijn vooral actief op Youtube. De rol van dat medium in de internationale verspreiding van de radicaalrechtse boodschap is niet te onderschatten. Op Twitter en in mindere mate op Facebook zitten vooral witte nationalisten. Wij richten onze aandacht op platformen die iets minder mainstream zijn, zoals Telegram en VKontakte.”

VKontakte is de Russische versie van Facebook?

“Ja. Voor Duitse extreemrechtse individuen en groepen is VKontakte of VK uitgegroeid tot het populairste sociale medium, na de berichtendienst Telegram. Die app staat dan weer op één omdat hij veel meer mogelijkheden biedt dan enkel chatten. Op Telegram kun je, net als op WhatsApp, discussiegroepen opstarten en als enkeling communiceren met velen. Telegram presenteert zichzelf als een ‘veiliger’, lees: minder controleerbaar, alternatief voor WhatsApp. In tegenstelling tot Facebook of Twitter haalt Telegram zo goed als geen kanalen offline en de inhoud wordt amper gemodereerd. Zo kun je er als influencer ongestoord een flink aangebrand kanaal uitbouwen met honderdduizenden volgers.

“Een extreemrechtse beïnvloeder zal op zijn Youtube- of Twitter-account eerst een link delen naar zijn Telegram-kanaal. Door daarop te klikken, kom je voor je het goed en wel beseft in een wirwar van extreemrechtse Telegram-groepen terecht. Die hele scene stuurt elkaar voortdurend berichten en commentaren en maakt ook reclame voor elkaar. Het is heel makkelijk om te switchen tussen al die verschillende ideologieën, variërend van anti-islam over antisemitisch tot identitair of neonazi, of een mix van alles.

“Het platform 4chan was in 2003 oorspronkelijk ontworpen om Japanse animatie te delen en becommentariëren, maar werd in 2010 gekaapt door extreemrechts. Hetzelfde overkwam de gaming app Discord. Dan zijn er ook nog sociale media, speciaal ontwikkeld voor de verspreiding van ‘free speech’, zonder belemmering. Meestal zijn ze van Amerikaanse origine en worden ze gerund door libertaire organisaties of ideologen.”

Zoals Gab?

“Precies. Gab werd in 2016 opgericht door de Amerikaanse Trump-supporter en alt-right-fan Andrew Torba. Zijn sociaal medium wil een alternatief zijn voor de in zijn ogen linkse censors Facebook en Twitter. Je vindt er rechtse extremisten van allerlei pluimage.”

Nadat Twitter een tweet van Donald Trump bestempelde als ‘fake news’, was Gab er als de kippen bij om de Amerikaanse president een account aan te bieden.

“Er staat bij Gab al twee jaar een account voor de president gereserveerd. (lacht) Torba blijft hem pushen om Twitter in te ruilen voor Gab, want hij is vooral geïnteresseerd in Trumps 82 miljoen volgers.”

Hoe belangrijk is Trump voor extreemrechts op het internet?

“Sommige stevig rechtse conservatieven vinden Trump best oké, maar hoe rechtser, hoe sceptischer ze zijn. De meeste extreme neonazigroepen zijn antisemitisch. Jodenhaat blijft ontzettend belangrijk voor hen. Trump is een vriend van de Israëlische regering en zijn favoriete schoonzoon en raadgever Jared Kushner is Joods. Dat maakt The Donald in de ogen van rabiaat extreemrechts verdacht. Hij scoort wel bij identitair rechts en bij de aanhangers van ‘de grote omvolking’, de door de Franse schrijver Renaud Camus bedachte theorie dat de liberale elite buitenlanders binnenbrengt om de witte Europese populatie te vervangen.”

Is ‘omvolking’ of ‘Umvolkung’ geen pure nazistische term?

“De term is inderdaad bedacht door de nazi’s. De identitaire beweging geeft daar nu een ‘moderne’ draai aan, die gelijkloopt met de neonazicomplottheorie van de ‘witte genocide’. Donald Trump is niet te beroerd om af en toe uitspraken van dubieuze accounts te retweeten die in de lijn liggen van de ‘grote vervangingstheorie’ van Camus of de witte genocide van de white supremacists. Hij speelt extreemrechts graag in de kaart, toch is hij niet helemaal hun man.”

Is het moeilijk om onder te duiken in extreemrechtse internetgroepen en -kanalen?

“Zolang het over publieke kanalen gaat, volstaat het om op ‘join’ te klikken. Privékanalen of -groepen zijn veel lastiger. Want vaak worden er bij een verzoek tot toetreding vragen gesteld. Wij hebben als onderzoekers de gouden regel dat we niet willen misleiden of doen alsof we stiekeme aanbidders zijn. We zeggen nooit wie we in werkelijkheid zijn, maar spelen ook geen spelletjes. Als ze lastige vragen beginnen te stellen, reageren we gewoon niet. Dat heeft als consequentie dat we soms niet binnen geraken, of na een tijdje weer uit een groep gegooid worden.”

U probeert discussies dus ook nooit te beïnvloeden of te sturen?

“Nooit. We observeren zonder deel te nemen. We willen niet de aandacht op ons richten, want veel van de leden van die kanalen of groepen zijn zich ervan bewust dat onderzoekers, journalisten én inlichtingendiensten meekijken. Dat maakt sommigen zelfs paranoïde: die denken dan dat ze volledig omsingeld zijn door geheim agenten. Desondanks houden ze zich niet in om ranzige, racistische en gewelddadige berichten of filmpjes te delen. Maar soms gaat het er subtieler aan toe, zoals bij de ‘trad wives’, of ‘traditional wives’. Die dames zijn actief op verschillende fora, waar ze pleidooien houden voor wat zij ‘traditionele waarden’ noemen, zoals ‘vrouwen terug aan de haard’. Achter dat ‘onschuldig ogende’ laagje conservatieve vernis schuilt een extreemrechtse, antifeministische groepering die ruwweg gesteld vindt dat vrouwen verkopers zijn van seks en mannen kopers. De grootste waarde voor vrouwen is volgens de trad wives hun seksuele aantrekkingskracht. De grootste bekommernis van vrouwen moet daarom zijn: het de mannen in bed zo goed mogelijk naar hun zin maken. Collega Julia Ebner dook een tijd online bij hen onder op de site Reddit. Trad wives lijken op het eerste gezicht geen neonazi’s en trekken zo jonge vrouwen aan die in de knoop liggen met zichzelf, hun seksualiteit of hun rol in de familie. Ongefilterd neonazimateriaal stoot veel mensen af, óók degenen met stevige rechtse sympathieën. Door de boodschap wat intellectueler in te kleden, wordt de bittere pil verguld.”

Welke boodschappen worden er verspreid?

“Elke club heeft zijn specialiteit. Sommige groepen, zoals bij ons in Duitsland de rechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) en Pegida, zijn vooral bezig met de islam en met de migratie van moslims naar Europa. Volgens hen staan de barbaren aan de voordeur en moeten we ze tegenhouden. Dan zijn er de identitairen die sterk de nadruk leggen op de blanke Europese identiteit. Eén van hun hoofdeisen is de remigratie van niet-Europeanen.

“In Duitsland vielen sinds de hereniging meer doden door extreemrechts geweld dan door de jihadistische terreur. Dertig jaar lang werd de dreiging van extreemrechts zwaar onderschat. De extreemrechtse schutter nabij de synagoge van Halle en de moord op politicus Walter Lübcke vorig jaar drukten ons met de neus op de feiten. Lübcke stond al jaren op de dodenlijst van de neonaziterreurorganisatie Nationalsozialistischer Untergrund (NSU). Tussen 2000 en 2007 pleegden zij tien moorden op voornamelijk Turkse ondernemers. Daarnaast overvielen ze 14 banken en lieten ze een paar bommen ontploffen in een Turkse wijk in Keulen. Aanvankelijk werden de moorden gezien als ‘afrekeningen in het milieu’. Onze politie- en inlichtingendiensten, maar ook onze politici geloofden niet in extreemrechtse terreur. Een vreselijke vergissing, blijkt achteraf.”

In september 2018 ging het VRT-reportagemagazine Pano undercover in de geheime chatgroep op Discord van de rechtsradicale jongerenbeweging Schild & Vrienden van Dries Van Langenhove. Opvallend waren toen de racistische en van weinig goede smaak getuigende ‘memes’. ‘Parodieën’ of ‘humor’ klonk de verdediging.

“Memes, zoals de illustere Pepe the frog, zijn razend populair bij alt-right. Ook zij moeten met hun ‘humor’ de boodschap onschuldiger laten lijken dan ze is. Memes normaliseren haatdragende ideologieën door ze leuk en aantrekkelijk te maken. Ze zijn ook handig om zich achteraf achter te verschuilen: ‘We maken gewoon wat grapjes.’ Er zijn gruwelijke memes over het vergassen van Joden. ‘Ach, dat is toch maar om te lachen?’

“In de periode dat de club van jullie Dries Van Langenhove samen met zijn vrienden op Discord actief was, infiltreerden wij op datzelfde platform bij Reconquista Germanica (RG). Het was het grootste door Duits extreemrechts georganiseerde trollenleger ooit, met duizenden leden. Het werd in augustus 2017 opgericht door de pro-Russische Youtuber Nikolai Alexander en het oorspronkelijke doel was het verstoren van de Duitse verkiezingen. Ze waren op een bijna militaristische wijze georganiseerd en vielen in gecoördineerde acties politieke tegenstanders op sociale media lastig. Wij ontdekten rechtstreekse linken tussen RG en de jeugdafdeling van AfD. De AfD-jongeren werkten nauw samen met boegbeelden van identitaire nationalistische bewegingen en verspreidden via RG zeer rechtse en expliciete memes. Door ons undercoverwerk kwam RG in het vizier van de Duitse overheid. Eind 2019 doekte Nikolai Alexander zijn geesteskind op. Hij kondigde dat op zijn Youtube-kanaal aan in een video.”

Zijn er innige contacten op sociale media tussen extremisten zoals Dries Van Langenhove en Nikolai Alexander?

“Hoe het met de internationale contacten van jullie Dries Van Langenhove zit, weet ik niet. Maar er zijn zeker groeiende internationale contacten, alleen al door de mogelijkheden die sociale media bieden. De identitaire beweging is actief in verschillende landen. Er worden ook regelmatig conferenties georganiseerd met internationale sprekers. Brenton Tarrant, de dader van de aanslagen vorig jaar op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, had zich laten inspireren door de Fransman Renaud Camus, kwam van Australië en doneerde geld aan Oostenrijkse activisten. Zowel Tarrant als Stephan Balliet, ‘onze’ extreemrechtse killer in Halle, presenteerden zich als voorvechters van de witte bevolking wereldwijd.”

Blijft u altijd onbewogen bij wat u leest, ziet of hoort?

“Af en toe moet ik op mijn tanden bijten om niet te reageren. Want de antisemitische en racistische boodschappen zijn vaak zeer smerig. Anders Breivik is voor velen een lichtend voorbeeld. Als we zeer verontrustende bedreigingen gericht tegen individuen tegenkomen, lichten we de politie in.

“Ik zit niet de hele dag continu achter mijn computer die kanalen en groepen op te volgen. Ik praat ook veel met mijn collega’s over ons undercoverwerk. Ik heb niet het gevoel dat ik op dit moment mentaal onder mijn werk lijd. Maar ik ben er wel voor op mijn hoede.”

Julia Ebner, Going Dark, The Secret Social Lives of Extremists, Bloomsbury, 352 blz, 15,99 euro

© Jan Stevens

‘De Belgische overheid is een witwasmachine’

De sinds augustus vorig jaar gepensioneerde BBI-directeur Karel Anthonissen schreef samen met VRT-journalist Wim Van den Eynde zijn memoires. In ‘Achter de schermen bij de BBI’ ontziet hij niets of niemand. “Fanatiek of onredelijk ben ik nooit geweest.”

In april 2014 noemde voormalig De Morgen-hoofdredacteur Yves Desmet in een interview met Knack voormalig BBI-directeur Karel Anthonissen een ‘caractériel’. Hij bedoelde dat niet als compliment. Aanleiding was het jarenlange dispuut tussen Open VLD-politicus Karel De Gucht en de Gentse afdeling van de Bijzondere Belastinginspectie. “Een heksenjacht”, volgens Desmet. “Lees Anthonissens geschriften, analyseer zijn optreden, kijk naar de manier waarop zijn collega’s hem uitspuwen. Hij schrijft stukjes in ‘t Scheldt. Vergeleken met dat blad is Filip Dewinter een linkse jongen. Ranziger bestaat niet in dit land.”

Vandaag prijkt ‘caractériel’ als een geuzennaam op de cover van Karel Anthonissens memoires Achter de schermen van de BBI. “Als het betekent dat ik rechtlijnig en onverzettelijk ben, vind ik die middle name best oké”, zegt hij. “Fanatiek of onredelijk ben ik nooit geweest. Altijd was ik bereid tot compromis.”

U schreef wel jarenlang voor de extreemrechtse website ’t Scheldt, als enige niet-anonieme medewerker.

Karel Anthonissen: “Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat ook ik extreemrechts ben. Begin jaren tachtig stond ik mee aan de wieg van Agalev, de voorloper van Groen. Ik schopte het zelfs tot nationaal voorzitter, al mocht dat woord toen niet gebruikt worden en was ik ‘gespreksleider’. Wij waren noch links, noch rechts. In ‘85 schreef ik samen met een werkgroep het belastinghoofdstuk voor het economische programma van Agalev. Net als ‘klein links’ ijverden wij voor een serieuze herverdeling van de rijkdom. Maar met de praktijken van Lenin en co wilden we niets te maken hebben. Onteigening en nationalisering vonden wij te brutaal. We wilden op een democratische manier herverdelen. Dat doe je met belastingen. Ik bén de belastingman: de beleefde herverdeler die de mensenrechten en de wetten respecteert en aan de rijken vraagt: ‘Zouden jullie niet iets meer bijdragen?’

“In 1988 stond ik ook mee aan de wieg van het cordon sanitaire rond het Vlaams Blok. Na de veroordeling van het Blok voor racisme schreef ik in 2005 een opiniestuk. Ik vond het vanuit democratisch oogpunt niet goed dat een politieke partij via gerechtelijke weg monddood gemaakt werd. Ik stuurde mijn stuk naar zowat alle media, onder andere naar De Standaard en De Morgen. Niemand publiceerde het, behalve ‘t Scheldt en ‘t Pallieterke.

“Op het hof van Beroep legde Karel De Gucht een aantal artikels van mij uit ‘t Scheldt neer. Waarop ik artikels neerlegde die ik voor Apache geschreven heb, de nieuwswebsite die zich in extreemlinks vaarwater bevindt. De rechters kwamen tot de conclusie dat mijn teksten onder de meningsvrijheid van ambtenaren vallen.”

U hebt geen spijt van die artikels in ‘t Scheldt?

“Nee, dat is gebeurd. Bovendien las niemand die toen, behalve misschien de jonge Bart De Wever. (lacht)”

Hebt u tijdens uw dispuut met Karel De Gucht ooit een gesprek met hem gevoerd?

“Al in een vroege fase liet zijn advocaat Victor Dauginet weten: ‘Meneer De Gucht wil u spreken.’ De Gucht was toen Europees commissaris. We prikten een datum, maar vlak voor hij naar ons BBI-kantoor aan de Gentse Zuiderpoort zou afzakken, besefte ik: Jean-Marie Dedecker huist met zijn partij in hetzelfde gebouw. Ik wou niet dat ons belastingonderzoek naar Europees commissaris Karel De Gucht in de openbaarheid kwam. Dus belde ik Dauginet en stelde hem voor om de afspraak naar zijn kantoor in Antwerpen te verleggen. Tegen De Gucht zei ik: ‘Sorry dat ik uw agenda dooreengeschud heb, maar ik zou niet willen dat onze ontmoeting in de krant komt.’ Hij repliceerde: ‘Wat kan mij dat schelen.’ De toon was gezet en we kwamen niet tot een oplossing of akkoord.”

De strijd tussen u en Karel De Gucht was nooit persoonlijk?

“Van mijn kant niet, van zijn kant wel. Hij noemde de man die de overheid vertegenwoordigde, een machtswellusteling. Als je dat tegen een politieagent zegt, heb je een proces wegens smaad aan je broek.”

U schrijft dat in het begin vooral uw medewerker ‘Rik’ achter De Gucht aanging.

“In de structuur van de BBI of van de fraudebestrijding staat de inspecteur op het niveau van een procureur: hij is belast met het onderzoek. Rik had in de krant gelezen dat de familie De Gucht begin oktober 2008 haar Fortis-aandelen verkocht had, één dag voor de finale crash. Het parket van Oost-Vlaanderen had daarop een gerechtelijk onderzoek gevoerd naar handel in voorkennis. Dat dossier werd geseponeerd. Rik had de bevoegdheid om inzage te vragen in dat afgesloten gerechtsdossier. Daar kwam dan de informatie uit over het echtpaar De Guchts landgoed in Toscane met een geschatte waarde van vijf miljoen euro. Zelfs voor een politicus en een magistraat, mevrouw De Gucht was politierechter, is dat veel geld. Later pronkte hij nog met die villa op tv. Het is perfect normaal dat een belastinginspecteur daar vragen over stelt; dat is net zijn job. De Gucht weigerde beleefde vragen te beantwoorden.”

Die vragen werkten als een rode lap op een stier?

“Hij kwam met alle mogelijke argumenten af: ‘Die villa ligt in Italië; daar hebben jullie niets mee te maken’, of: ‘Ze is niet van mij, maar van een vennootschap.’ Hij wou dat we opkrasten. Wij gingen uiteindelijk over tot een ‘indiciaire taxatie’. We hadden vastgesteld dat er volgens de belastingaangifte niet genoeg geld was om die investering te betalen. Als iemand geen uitleg heeft voor zo’n verschil, beschouwt de belastingwet dat als belastbaar inkomen. Normaal gezien heeft de fiscus de plicht om jouw inkomen te bewijzen, maar nu werden de rollen omgedraaid. Natuurlijk is dat altijd een beetje flou. Dus zei ik tegen de inspecteur: ‘Met zo’n zaak stappen we niet naar de rechtbank. Ik wil niet voor aap staan.’ De Gucht ging nergens mee akkoord en de rechtszaal zou vol camera’s staan. Het was zijn woord tegen het onze. Daar begon ik niet aan. Maar toen werd mee onder impuls van Karel De Guchts partij het bankgeheim opgeheven. Als er aanwijzingen van fraude zijn, mag de inspecteur aan de betrokkene zijn bankgegevens opvragen. Als die weigert, kan de inspecteur het aan de bank vragen. Op 6 oktober 2011 vroeg Rik aan De Guchts bank inzage in diens rekeningen. Als gewestelijk directeur had ik die aanvraag mee ondertekend. Karel De Gucht reageerde als door een wesp gestoken en zijn advocaat Victor Dauginet daagde ons meteen voor de rechter. Vele jaren later, veel te laat, besliste het hof van Cassatie dat een buitenlands vermogen, een rekening in Zwitserland en een villa in Italië op zich geen aanwijzingen zijn voor fraude. Terwijl het net wél aanwijzingen zijn als je tijdens de ondervraging door de controleur geen behoorlijke uitleg kunt of wilt geven.”

Uiteindelijk won Karel De Gucht de rechtszaken.

“Niet helemaal; er is nog een kleine zaak hangende. De Gucht bracht in 2010 het verlies van 41.000 euro van zijn Italiaanse domein in zijn individuele Belgische belastingaangifte in. In mei vorig jaar besliste de rechtbank van eerste aanleg dat hij ongeveer 25.000 euro achterstallige belastingen moest betalen. Hij ging in beroep en de zaak komt dit jaar opnieuw voor.”

Op maandag 30 januari 2012 viel u de kantoren van Optima in Gent binnen. De vermogensbeheerder Optima had vergevorderde plannen voor de overname van de Ethias-bank. In uw boek lees ik dat banken beschouwd worden als no-gozone voor de BBI. Uw hiërarchie en collega-directeurs hadden bedenkingen bij uw inval. Toch zette u door. Waarom?

“Ik was pas gewestelijk directeur in Gent, toen in 2008 de bankencrisis uitbrak. De toen nog grote, belangrijke bank Dexia had een immens ponzischema ontwikkeld en veel opbrengsten beloofd aan onder andere de aandeelhouders van Arco en de gemeentebesturen. Om die beloofde grote intresten te kunnen waarmaken, ging Dexia roekeloos beleggen in Amerika. Er werd ook massaal gefraudeerd. Dexia had honderden offshore-constructies in Luxemburg, voor haar klanten met zwart geld. Dexia was in die tijd niet de enige bank met dergelijke faciliteiten, maar wel de meest roekeloze. Tijdens de bankencrisis dreigde dat hele kaartenhuis ineen te storten. De toenmalige premier Yves Leterme redde de banken met miljarden op de rug van de toekomstige belastingbetalers. De Belgische staat dekte alle schulden van Dexia, Fortis en alle anderen. Toch kon ik daar mee leven, want anders dreigde er een nog veel grotere financiële ramp.

“Na de redding zouden we met een fiscale controle de fraude kunnen blootleggen en een flink deel van dat smartgeld recupereren. Dus stelde ik de BBI voor om binnen te vallen in het pas genationaliseerde Belfius, kort daarvoor nog bekend als Dexia. Daar was totaal geen animo voor, want inderdaad, banken zijn een no-gozone. Een inval was not done, er mochten zelfs geen schriftelijke vragen over gesteld worden. Mijn voorstel voor een grootschalig onderzoek bij alle banken werd op een BBI-vergadering in Brussel weggelachen. Ik besloot dan maar de kleine provinciale fraudeurs aan te pakken. Zo kwam de vermogensbeheerder Optima met zijn Luxemburgse tak 23-spaarverzekeringen in het vizier.”

Jeroen Piqueur, stichter en grote baas van Optima, had dus gewoon pech?

“Pech dat hij in Gent zat, of pech dat ik in Gent zat. (lacht)”

U vindt dat hij onterecht hard aangepakt is door de Nationale Bank, toen zij in 2016 de Optima Bank richting faillissement stuurde?

“Piqueur is te hard aangepakt omdat de andere banken zich aan net dezelfde praktijken bezondigden. Hij werd op een futiliteit gepakt, terwijl hij netjes de instructies van de Nationale Bank aan het uitvoeren was. Zijn vrienden van de socialistische beweging hadden hem gevraagd hun zieltogende Ethias-bank te redden.”

Zij hebben hem gerold?

“U mag gerust stellen dat hij erin geluisd is, ja. De bedoeling was om Ethias voor een tijdje aan zijn wagentje aan te haken waardoor die bank niet failliet zou gaan.”

Waardoor Piqueur een banklicentie kreeg en Optima voor u ook no-gozone werd?

“Dat was inderdaad zijn voordeel. Hij kende mijn standpunt en wist dat ik er vroeg of laat zou staan. Zijn socialistische vrienden, waaronder Luc Van den Bossche, boden hem in de vorm van Ethias een banklicentie aan. In ruil bood hij hen de opkuis aan. Win-win. Ethias was met 800 miljoen euro deposito’s geen grote bank. Op het moment van het faillissement waren die al gezakt tot onder 100 miljoen. Het vliegtuigje was aan het landen toen de Nationale Bank het uit de lucht schoot.”

Uw inval bij Optima werd door de rechter beoordeeld als ‘niet toegelaten machtsafwending’. U had zich te veel als een cowboy gedragen?

“Nee, daar ging het niet om. Ik ken de rechter, hij was nog substituut-procureur. In zijn vonnis werden geen cowboypraktijken bekritiseerd. In de wetgeving staat sinds jaar en dag: de fiscus mag vrij binnentreden in bedrijfsruimten, schepen of fabrieken. Dat is dan niet om koffie te drinken, maar om informatie op te halen. Enige uitzonderingen zijn banken en privéwoningen. De rechter bevestigde dat wij het recht hadden om Optima binnen te vallen. Maar ik had in de rechtbank gezegd dat het niet de bedoeling was de 5000 klanten van Optima voor fraude te pakken en belasten. We hadden daar de middelen niet voor. Wel dat we ze zo bang wilden maken en aansporen tot regularisering. Volgens de rechter was dat ‘doelafwending’, omdat het doel van de fiscale procedure volgens hem het vestigen en innen van belastingen is. Ik ging toen niet in beroep omdat het veel te lang zou duren, al had ik dat misschien wel gewonnen. Ik maakte toen trouwens zelf met Jeroen Piqueur een dading. Er stond in dat hij zijn klanten zou aansporen om te regulariseren. Hij tekende ook een regularisatie voor zichzelf, alleen was hij zo dom die later nooit te betalen. Hij had geen zin in de verkoop van zijn luxejacht.”

Frank Philipsen, uw grote baas bij de BBI, en uw vier collega-directeurs waren het regelmatig met uw acties oneens.

“In 2015 werd ik geschorst naar aanleiding van een tweet gericht aan de toenmalige minister van Financiën Johan Van Overtveldt: ‘De onwil om veel verdoken geld te vangen, kwam van de vorige regering (Geens) en van de voorzitter (D’Hondt). Is dat nog zo?’ Daar volgden zes maanden verplichte betaalde vakantie op. Kijk, ik heb me nooit laten intimideren. Ik was een soort van klokkenluider en voerde mijn strijd binnen de regels van het spel. Binnen de BBI hadden we een meningsverschil. Het hoofdbestuur vond, samen met de overheid en met bijvoorbeeld minister van Financiën Didier Reynders, dat enkel de inkomsten van de laatste zeven jaar rechtgezet kunnen worden. Dat staat ook in de fiscale wet, maar ik ben het daar niet mee eens. Ten tijde van KB Lux was de periode nog vijf jaar. Al die fraudeurs die toen tegen de lamp liepen, moesten 25 % belastingen betalen op wat ze de laatste vijf jaar met hun zwart geld verdiend hadden. Dat kwam neer op amper 5 procent van het totaal. 9000 KB Lux-klanten zagen hun zwart Luxemburgs geld witgewassen worden aan een tarief van amper 5 procent. Natúúrlijk kwamen andere banken meteen bij Reynders aankloppen: ‘Dat willen wij ook!’ In 2003 kregen ze hun zin met de eerste eenmalige bevrijdende aangifte.”

De Belgische overheid werd in die tijd een grote witwasmachine?

“Dat is ze nog steeds.”

Karel Anthonissen & Wim Van den Eynde, Achter de schermen van de BBI, Memoires van een caractériel, Kritak, 320 blzn, 22,99 euro

Bio

  • Geboren op 15 juli 1954 in Brasschaat
  • Studeerde economie aan de KUL (1976) en later rechten aan de UGent (2002)
  • Begon zijn carrière bij de fiscus in 1977 als belastingcontroleur
  • Werkte sinds 1995 voor de BBI; werd in 2007 gewestelijk directeur van de BBI-Gent
  • Ging op 1 augustus 2019 met pensioen

© Jan Stevens