‘Als kind je ouders niet kunnen vertrouwen, is verschrikkelijk’

De Britse Julia Samuel (62) geldt voor veel landgenoten als de psychotherapeut die hen bijstaat bij vaderlandse rouw en verdriet. In ‘Elke familie heeft een verhaal’ beschrijft ze hoe ze tijdens de pandemie traumatische gebeurtenissen in verschillende families trachtte te helen. “De sleutelwoorden zijn altijd: liefde en veiligheid.”

“Ik kom zelf uit een koud gezin”, bekent Julia Samuel halverwege het interview. “Mijn ouders spraken nooit over gevoelens. Moeder was amper 25 toen haar ouders, broer en zus dood waren. Gestorven in de Tweede Wereldoorlog. Vader en moeder repten met geen woord over hun doden. Hun motto was: ‘Forget and move on’, begraaf het verleden. Alleen werkt dat zo niet. Ze blokkeerden continu hun emoties en ik voelde de wanhoop. Daarom werd ik therapeut.”

Samuels troostrijke boek ‘Elke familie heeft een verhaal’ eindigt met tien lastige vragen. De Adverse Childhood Experiences Questionnaire of ACE-vragenlijst is een internationaal gebruikte vragenlijst die peilt naar negatieve jeugdervaringen. Alle vragen gaan over de eerste achttien levensjaren en moeten beantwoord worden met ‘nee’ of ‘ja’. Elke ja levert één punt op. Nee telt niet mee.

De ACE-vragen laten aan duidelijkheid niets te wensen over:

1. Werd je door een ouder of een andere volwassene in je directe omgeving regelmatig uitgescholden, beledigd, vernederd of teleurgesteld?

2. Heeft een ouder of een andere volwassene je regelmatig geduwd, geknepen, geslagen of dingen naar je gegooid?

3. Heeft een persoon die minimaal 5 jaar ouder was dan jij, je ooit op ongepaste wijze aangeraakt of gevraagd hem of haar aan te raken?

4. Had je vaak het gevoel dat je er in je gezin niet toe deed? Dat er niemand was die van je hield?

5. Had je vaak het gevoel dat je niet genoeg te eten kreeg, dat je vuile kleren moest dragen of dat er niemand was om je te beschermen?

6. Zijn je ouders gescheiden of uit elkaar?

7. Werd je moeder of stiefmoeder regelmatig geduwd, vastgegrepen of geslagen of werden er dingen naar haar hoofd gegooid?

8. Was er iemand in je naaste omgeving met een alcoholprobleem of drugsverslaving?

9. Had er iemand in het gezin last van depressies of andere psychische problemen of ondernam iemand in je naaste omgeving een zelfmoordpoging?

10. Heeft een van de gezinsleden in de gevangenis gezeten?

Ik scoor vijf op tien. Wat wil dat zeggen?

Julia Samuel: “Dat is hoog. Dat wil zeggen dat uw jeugdjaren niet goed waren, en dat u misschien nood hebt aan hulp. Precies dat wil de ACE-vragenlijst bewerkstelligen: dat volwassenen met angst- en stressproblemen die zich vragen over hun jeugdervaringen stellen, kunnen inschatten hoe ernstig die waren. Bij u is het behoorlijk ernstig.”

Ik werd als kind door mijn moeder mishandeld. Ik ben inmiddels 58 en die jeugdervaringen achtervolgen me. Uw boek was voor mij soms zeer herkenbaar.

“Dat kan ik me voorstellen. Niet iedereen die zoals u vijf scoort, voelt de behoefte om hulp te zoeken bij een psychiater of psychotherapeut. Sommige lotgenoten komen misschien tot de conclusie: ‘Ik heb een stabiele relatie, ben relatief gelukkig en heb geen zin om in dat verleden te roeren. Ik voel me veerkrachtig genoeg en laat het voorlopig zo.’ Dat is prima. Al kan dat later altijd omslaan in onbehagen wanneer angst, paniek, vervreemding of depressie het toch overnemen.

“U praat meteen heel open over uw eigen ervaring. Dat vind ik zeer bijzonder, want veel slachtoffers van kindermishandeling schamen zich als volwassene diep over wat hen overkomen is.”

Ik liet de schaamte achter me. Twee jaar geleden schreef ik er een persoonlijk artikel voor de krant over. Ik kreeg toen veel reacties van bekenden en onbekenden die een gelijkaardige jeugd meemaakten. De mensen in uw boek overwonnen ook hun schaamte?

“Ik had niet verwacht dat al die cliënten akkoord zouden gaan om in mijn boek te figureren. Toch zeiden ze allemaal volmondig ja.

“Voor de 54-jarige terminale kankerpatiënt Archie Craig werd het een intellectueel en spiritueel testament voor zijn nabestaanden. Wat in het begin helemaal niet zijn bedoeling was. Hij dacht eerst dat zijn verhaal misschien een hulp kon zijn voor lotgenoten. Ik liet hem mijn neerslag van onze therapeutische sessies lezen en toen vond hij het een prachtige nalatenschap voor zijn kinderen. Archie leeft trouwens nog.

“De andere cliënten leken het vooral fijn te vinden dat ik hen hoogachtte en dat hun verhalen mij écht raakten. Ook zij hopen met hun ervaringen anderen te helpen.”

De therapeutische sessies uit uw boek vonden plaats tijdens de coronapandemie en verliepen via Zoom. Zorgde die afstandelijkheid voor een andere vorm van therapie?

“Therapie via Zoom is anders dan face-to-face, wat niet wil zeggen dat het slechter is. Een therapiesessie met een familie is soms moeilijk te organiseren. Het is vaak gedoe om iedereen in dezelfde kamer te krijgen, niet alleen om praktische redenen, ook om emotionele. Zoom maakt het eenvoudiger om agenda’s op elkaar af te stemmen. Sommigen voelden zich in hun eigen huis meer op hun gemak. Ze hoefden onderweg naar mijn praktijk niet meer verloren te rijden. Ik kon ook de ouderen bereiken, de oma’s en opa’s van wie ik vermoed dat ze nooit naar een live sessie zouden gekomen zijn.”

Omdat zij nog steeds van oordeel zijn dat alleen gekken bij de psychotherapeut op de sofa liggen?

“Precies. (lacht) Zoomen met hun kinderen vonden ze minder bedreigend. Als therapeut was het fascinerend om al die gezichten van nabij te zien. Al miste ik ook dingen: zo zag ik niet wat ze met hun handen deden, of hoe ze aan hun kleren zaten te friemelen. Lichaamstaal is belangrijk: dan lees ik wat er vanbinnen woedt.”

U leest mij nu ook?

“Niet echt, hoor. Dit is een andere setting. U leest nu mij. (lacht)”

Soms zijn families gevaarlijke, gewelddadige plekken?

“Voor zeer veel mensen kunnen ze, net zoals voor u, bron zijn van allergrootste angst. Met familie bedoel ik: ouders, grootouders, kinderen en kleinkinderen. Behalve één grootmoeder die zich niets van ons aantrok, waren al mijn grootouders dood bij mijn geboorte. Tijdens mijn werk als therapeut ontdekte ik tot mijn grote verrassing hoe belangrijk én betekenisvol goede grootouders voor hun kleinkinderen zijn.

“Geweld in een gezin is vaak gelinkt aan alcohol- of drugsmisbruik door één ouder of beide. Als jong meisje zag ik in mijn eigen omgeving wat alcohol aanricht. Mijn moeder dronk zich elke dag lazarus. Soms ontplofte ze dan. Op mijn 27e dronk ikzelf mijn allerlaatste glas. Ik wou niet in haar voetsporen treden.

“Het gaat trouwens niet altijd om bruut lichamelijk geweld. Soms is het ‘subtieler’ en is het geweld emotioneel. Stilte kan in handen van een ouder een vreselijk wapen zijn met een vader of moeder die twee dagen lang geen woord tegen je zegt. Of het tegengestelde: een vader of moeder die tegen je schreeuwt en je de huid vol scheldt. Of een van je ouders noemt je een idioot. Al die uitingen van misprijzen zijn zeer beschadigend.”

Bij ons maakte Hilde Van Mieghem met haar baanbrekende televisiereeksen ‘Als je eens wist’ taboes als kindermishandeling, partnergeweld en oudermishandeling bespreekbaar. In uw boek vraagt u ook aandacht voor een ander taboe: geweld tussen broers en zussen.

“Dat blijft onderbelicht en onderschat, terwijl het zeer vernietigend kan zijn voor wie er het slachtoffer van is. Geloof me, ik weet waarover ik spreek. Soms ontaardt wat eerst ‘onschuldige’ rivaliteit lijkt, in nietsontziend pestgedrag en wordt een kind door broers of zussen mentaal afgemaakt. Vaak omdat de ouders hun kinderen geen veilige omgeving garanderen.”

Wanneer besluit u om de hele familie in een therapie te betrekken?

“Ik ben al meer dan dertig jaar therapeut en elke cliënt die ooit bij mij langskwam, had het spontaan over zijn of haar familie of schoonfamilie. Het maakte niet uit of de oorspronkelijke reden van het bezoek depressie, rouw of liefdesverdriet was.”

Familie en schoonfamilie vormen potentieel twee voedingsbodems voor mentale problemen?

“Ja, maar ze hebben ook de potentie om twee krachten te zijn. Als je met iemand een nieuwe relatie begint, breng je je familie met je mee: je ouders, grootouders en misschien ook je kinderen. Dat impliceert ook al die familiale gewoontes rond verjaardagen of grote feesten zoals nieuwjaar. Maar ook de manier waarop je conflicten oplost of beslissingen neemt. Een kersvers koppel moet samen op zoek naar een compromis voor de nieuwe familie die zij zullen vormen. Veel mensen lijken dat niet eens te beseffen. Hun vertrekpunt is: ‘Ik, en mijn familie, hebben het bij het rechte eind. De andere, en zijn of haar familie, slaan de bal mis.’ Terwijl het helemaal niet gaat om wat jíj́ denkt of wil, maar om hoe je met elkaar communiceert. Natuurlijk mogen er meningsverschillen zijn, op voorwaarde dat er ook begrip is. Want op het einde van de rit moet er altijd een compromis gesloten worden. Koppels moeten leren praten, onderhandelen, ruziemaken én verzoenen. Het is nooit gezond om op het eerste gezicht banale ruzietjes op te kroppen tot die exploderen.”

De eerste familie uit uw boek is Britse upper class, met een landgoed in de stijl van Downton Abbey. Disfunctionele gezinnen komen in alle rangen en standen voor?

“Zeker. Een warm familienest heeft niets te maken met geld, sociale klasse of afkomst, maar alles met liefde, vertrouwen en voorspelbaarheid.

“De sleutelwoorden zijn altijd: liefde en veiligheid. Een kind moet zich veilig voelen. Liefde is de onderliggende emotie die ervoor zorgt dat iemand zich veilig voelt. Dat is niet soft. ‘Liefhebben’ klinkt misschien een beetje cheesy, maar is het verdorie helemaal niet.

“Het is verschrikkelijk om als kind je ouders niet te kunnen vertrouwen, zoals u meemaakte. Dan verlies je alle zelfvertrouwen én het vertrouwen in de rest van de wereld.”

Een overlever van kindermishandeling draagt dat de rest van zijn leven met zich mee?

“Als therapeut geloof ik dat verbetering mogelijk is. Maar het angstige gevoel als gevolg van een onveilige hechting is niet te herstellen. Wat wel kan, is je reactie op die angst en onrust veranderen.

“Therapie neemt niet de schade weg die uw onvoorspelbare woedende moeder bij u aanrichtte toen ze u als kind verrot sloeg. Therapie kan u wel helpen te ontdekken dat niet elk levend wezen zoals uw moeder is. Therapie kan u ook leren omgaan met stress. Het kan u helpen in het nu te leven.”

U was de beste vriendin van wijlen Lady Diana?

“We waren hartsvriendinnen. We leerden elkaar kennen toen we allebei pas getrouwd waren. Het klikte meteen tussen ons. Ik hield van haar en ik mis haar nog elke dag.”

Is de Britse koninklijke familie een voorbeeld van een disfunctionele familie?

“Daar antwoord ik liever niet op. (lacht uitbundig)”

Het gezin gold lang als de hoesteen van de samenleving. Is dat nog steeds zo?

“Ik vind van wel. Of laat ik het anders stellen: ik vind dat dat zo zou moeten zijn. Want wat is het alternatief? Veel koppels blijven vandaag minder lang samen dan hun ouders. Na een jaar of tien gaan ze uiteen en beginnen ze een nieuwe relatie. Dat is niet altijd negatief.”

U vindt niet dat ouders een scheiding zo lang mogelijk moeten proberen uitstellen omwille van de kinderen?

“De generatie van mijn ouders bulkte van de ongelukkige huwelijken. Ze maakten continu ruzie of praatten amper tegen elkaar, toch bleven ze samen. Te veel conflicten en stormen komen het welzijn van de kinderen nooit ten goede. Soms is het écht beter om uit elkaar te gaan. Alleen moet je er na de scheiding voor zorgen dat het geruzie ophoudt, omwille van de kinderen. Want als het conflict tussen twee exen blijft etteren, zijn de kinderen daar de dupe van.

“Gescheiden ouders moeten niet de beste vrienden worden, maar vinden best wel een manier om samen op een liefdevolle, vreedzame wijze voor hun kinderen te zorgen. Dan komt het goed.”

Het concept ‘gezin’ is de voorbije decennia ingrijpend veranderd.

“Zeker. Het traditionele gezin met vader, moeder en kinderen, is al lang niet meer de standaard. Vandaag zijn er duizenden eenoudergezinnen, lhbtq­gezinnen, nieuwsamengestelde gezinnen, adoptiegezinnen of gezinnen die bewust kinderloos blijven.”

De gezinnen in de samenleving zijn veranderd, maar geldt dat ook voor de mentaliteit? In uw boek beschrijft u hoe lastig het is voor het gehuwde homokoppel Devanj en Aengus, twee goedboerende veertigers in een stabiele relatie, om een kind te adopteren.

“De samenleving aanvaardt homokoppels, maar heeft het moeilijk met homokoppels met een kinderwens. De vooroordelen tegenover twee mannen die een kind adopteren, blijven overeind. Devanj en Aengus schrokken daar heel erg van; ze hadden dat niet verwacht. Ze vertelden me dat ze waren beginnen geloven dat ze in een liberaal tijdperk leven. Dat geloof moesten ze als toekomstige adoptieouders drastisch bijspijkeren. Zowat overal hoorden ze negatieve commentaren.”

U schrijft dat een traumatische gebeurtenis die wordt weggestopt in plaats van verwerkt, aan de volgende generaties wordt doorgegeven. Sterker nog: een trauma verandert de chemische lading in onze genen.

“Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog beleefde Nederland een hongerwinter. Uit diepgaand wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kinderen van vrouwen die honger hadden geleden én zwanger waren, epigenetische veranderingen hadden ondergaan. De codes van hun genen bleven gelijk, maar soms waren de functies veranderd. Die kinderen stierven eerder dan het nationale gemiddelde, hadden meer obesitas of kregen hartkwalen en waren extreem stressgevoelig.”

Dat wil zeggen dat een kind dat door zijn ouders is mishandeld, dat trauma via zijn genetisch materiaal doorgeeft aan zijn kinderen én kleinkinderen?

“Dat hoeft niet per se zo te zijn, maar het is een mogelijkheid. Als je als kind mishandeld bent of traumatische ervaringen meemaakte, ben je niet automatisch gedoemd om dat over de generaties heen door te geven. Eén van mijn cliënten uit het boek, Kati Berger, belandde als meisje van veertien in Auschwitz. Ze overleefde de gruwel, maar gaf dat trauma níet aan haar kinderen door. Veel anderen wel.

“Mensen geven trauma’s aan hun kinderen en kleinkinderen door via hun gedrag. Als je de hongerwinter van 1944 meemaakte, is je verhouding met voedsel anders. Je kunt het dan bijvoorbeeld niet verdragen dat borden niet worden leeggegeten. Of je ergert je mateloos aan mensen die achteloos met voedsel omspringen en het verspillen. Misschien eet je zelfs op een aparte manier. Je kinderen pikken vervolgens dat gedrag op. Daar komt dan die epigenetica bij: de hoge hoeveelheid cortisone in je lijf zet bepaalde genen aan en uit, wat je doorgeeft aan je nageslacht. Die veranderingen in de chemie van de genen blijft twee generaties lang doorwerken.

“Therapie kan helpen helen, maar is altijd hard werken en vaak pijnlijk. Het is geen gezellige koffieklets. Soms is het verstandig om wanneer je hoog op de ACE-vragenlijst scoort, tóch in therapie te gaan, ook al voel je je niet ellendig. Op dat moment ben je nog sterk genoeg om de confrontatie met jezelf aan te gaan. Want geloof me: het verleden haalt veel mensen met nare jeugdervaringen op een bepaald moment in. Als ze dan crashen, is therapie nóg harder werken. Hoe was dat bij u?”

Ik geloofde ook lang dat ik het veilig kon wegstoppen. Tot ik in 2004 in een zware depressie belandde. Een psychiater en mijn huisgenoten hebben me toen gered.

“Weet u of uw gewelddadige moeder getraumatiseerd was?”

Haar vader maakte halverwege de jaren veertig een einde aan zijn leven. Hij liet een weduwe met vier jonge kinderen achter. Ik herinner me mijn grootmoeder als een harde tante.

“Het is goed dat u dat trauma hebt aangepakt. Want als u dat niet had gedaan, kwam het misschien boven water bij één van uw kinderen. Ze kennen uw verhaal? Dan weten ze dat u al die ellende recht in de ogen hebt gekeken. U kreeg inzicht in het verhaal van uw moeder. Dat neemt de pijn niet weg van wat ze u aandeed, maar u weet tenminste waar het vandaan komt.”

Mijn moeder leeft nog. Ik verbrak bewust alle contact met haar.

“Zoals Archie in mijn boek. Soms is er geen andere keuze, hoe hard dat ook klinkt. Uw verhaal is dat van veel mensen. Familiaal geweld is meer alomtegenwoordig dan we willen geloven. Met ouders of broers en zussen breken, doet niemand lichtzinnig. Dat blijft altijd knagen.

“Door de giftige relatie met uw moeder te verbreken, verbrak u ook de relatie met de liefhebbende moeder waar u van droomde. U vraagt zich wellicht af wat er met u zal gebeuren als ze sterft. Het rouwproces over de moeder die u had, ligt achter u. U rouwt nu om de moeder die u had gewenst. Na haar dood wordt die rouw intenser. U weet heel goed dat de kans nihil is dat ze ooit een liefhebbende moeder wordt. Ze liet alle kansen liggen. Toch zal u na haar dood rouwen over die droom die nooit werkelijkheid werd.”

Het lijkt wel alsof ik nu bij u in therapie ben.

“O nee, helemaal niet. Als ervaringsdeskundige voelt u exact wat ik bedoel. Schrijf dit maar allemaal op.”

Julia Samuel, Elke familie heeft een verhaal, Balans, 352 blzn, 23,99 euro

Bio

Julia Samuel

  • geboren in 1959
  • begon 30 jaar geleden te werken als rouwconsulent in Londen
  • oprichter van de ngo Child Bereavement UK, rouwbijstand voor ouders die een kind verliezen
  • runt een succesvolle therapeutische praktijk in Londen
  • schreef de bestsellers Rouwwerk en Keerpunt

© Jan Stevens

‘Het is moeilijk te aanvaarden dat ons onderzoek naar ALS zomaar is stopgezet’

Kankeronderzoeker Peter Carmeliet (62) trad toe tot de American Academy of Arts & Sciences, waartoe ook Einstein en Darwin behoren. Onlangs spelde de Vlaamse regering hem het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ op. Big Pharma zette intussen zijn baanbrekend onderzoek naar de spierziekte ALS bij het grofvuil. “Dat is één van mijn grootste frustraties.”

Op maandag 11 juli, de Vlaamse feestdag, kreeg biomedisch wetenschapper Peter Carmeliet het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ uitgereikt door Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). Met die onderscheiding wil de Vlaamse regering ‘bijzonder verdienstelijke’ mensen eren die ‘door hun individuele uitzonderlijke talenten bijdragen aan het positieve imago van Vlaanderen’. Andere laureaten dit jaar waren paralympiër Michèle George, chef Seppe Nobels en zanger Will Tura.

Een maand eerder werd Peter Carmeliet in Boston gelauwerd als lid van de American Academy of Arts and Sciences (AAAS). In 2021 al nam die prestigieuze instelling hem op, maar door de coronapandemie was de huldiging uitgesteld. Sinds haar ontstaan in 1780 telt de AAAS 13.500 leden, waaronder Albert Einstein, Charles Darwin, Picasso en Martin Luther King. 22 Belgen haalden net als Peter Carmeliet de ledenlijst. “Ik was van mijn verkiezing danig onder de indruk”, bekent hij. “Ik zette mijn handtekening in het ledenboek en zag dat Al Gore me was voorgegaan. Dat was even slikken. Ik krijg regelmatig mails van ‘academies’ met allerlei voorstellen in ruil voor geld. Toen er een mail van de American Academy of Arts and Sciences in mijn postbus belandde, dacht ik eerst dat het alweer spam was. Voor alle zekerheid stuurde ik dat bericht door naar mijn vrouw. Zij reageerde: ‘Zeg Peter, weet je wel wat die AAAS is?’ Pas toen drong het tot me door.”

Professor Carmeliet leidt aan de KU Leuven onder de vleugels van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) het ‘Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism’. Samen met vijftig wetenschappers en studenten van over de hele wereld voert hij onderzoek naar angiogenese, of de vorming van bloedvaten. Hij staat mee aan de wieg van de ontwikkeling van geneesmiddelen die kanker vertragen.

Bij het interview schuiven Carmeliets naaste medewerkers Katie Van Geyte en Luc Schoonjans aan. Zo wil hij hen mee in de bloemen zetten. “Want zonder Luc zou er van een labo geen sprake zijn”, zegt hij. “Hij lost àlle problemen op. En zonder Katie was het lab al lang failliet”, voegt hij er lachend aan toe. “Ik doctoreerde bij Peter en bleef hangen”, vult Katie Van Geyte aan. “Ik help de onderzoekers bij beursaanvragen, zoek financieringsbronnen en dien projectaanvragen in. Ik neem zoveel mogelijk administratieve beslommeringen over zodat Peter zich volledig op de wetenschap kan concentreren.”

In 2017 interviewde ik Peter Carmeliet voor het eerst, als één van de door het weekblad Humo genomineerde 50 invloedrijkste Belgen ter wereld. Hij had het toen over zijn veelbelovende onderzoek naar de spierziekte ALS. Bij toeval ontdekte hij dat het eiwit VEGF, ‘Vasculaire Endotheliale GroeiFactor’, bescherming bood bij de aftakeling van zenuwen. Hij vertelde over de hartverscheurende mails die hij kreeg van ALS-patiënten van over de hele wereld. Hij moest ze allemaal teleurstellen. “Na onze studie duurt het nog minstens tien tot vijftien jaar voor er een medicament op de markt komt”, zei hij toen. “ALS-patiënten leven na de diagnose gemiddeld drie tot vijf jaar. Wie nu het verdict krijgt, weet dat een mogelijk medicijn niet meer voor hem zal zijn.”

Hoe staat het vandaag met uw onderzoek naar ALS?

Peter Carmeliet: “Dat groeide uit tot één van mijn grote frustraties. De positieve testresultaten waren redelijk veelbelovend. Van een klein biotechbedrijf verhuisde het vervolgens naar een grote farmaonderneming. Op een bepaald moment werden er problemen gemeld met de pomp die VEGF moest toedienen. Waarna ze besloten er de stekker uit te trekken. Als je als onderzoeker vervolgens niemand vindt die zo’n project wil overnemen, houdt het op. Veel collega’s uit onze onderzoeksgroep waren zeer blij dat ze aan een middel werkten dat misschien iets kon betekenen voor ALS-patiënten. Het is moeilijk te aanvaarden dat het zomaar is stopgezet.”

Katie van Geyte: “Er kwam vandaag nog een mail van iemand met ALS binnen. Hij had artikels over Peters onderzoek gevonden en vroeg hulp.”

Carmeliet: “Na ons onderzoek toonden veel studies onafhankelijk van elkaar aan dat het eiwit VEGF beschermend is voor zenuwcellen. Hét probleem bij ALS is dat de zenuwcellen progressief afsterven. Van zodra dat proces op gang komt, is het niet meer te keren. Een doodzieke zenuwcel kun je niet terug tot leven wekken. Wat wel kan, is het proces stoppen of vertragen. Wij stelden het positieve effect van VEGF als eersten vast, gevolgd door vele anderen.

“VEGF zou niet alleen bij ALS ingeschakeld kunnen worden, maar ook bij Parkinson, Alzheimer, multiple sclerose en andere neurodegeneratieve ziekten. Ik haalde werkelijk alles uit de kast om het onderzoek naar een goed bruikbaar middel te redden. Het grote probleem met klinische testen is dat ze handenvol geld kosten. Academische instellingen zoals het VIB kunnen zoiets gewoon niet betalen. Want het gaat over tientallen tot honderden miljoenen euro’s.”

De invloed van VEGF op ALS kwam u op het spoor tijdens uw onderzoek naar de werking van bloedvaten bij kanker. Vanwaar die link tussen bloedvaten en kankercellen?

Carmeliet: “Kanker is een snelgroeiend, kwaadaardig weefsel en heeft daarom veel zuurstof en suikers nodig. Bloedvaten voeren dat voedsel aan. Daarom stimuleert een kankergezwel de vorming van zoveel mogelijk bloedvaten in zijn buurt. De bloedvaten rond een tumor zijn zeer abnormaal: ze functioneren niet goed en hebben grillige vormen. Zo vormen ze ook de ideale weg voor kankercellen om te metastaseren, om uit te zaaien naar andere plekken in het lichaam.

“De bedoeling van ons kankeronderzoek is om dat proces van angiogenese rond kankers ofwel te stoppen, ofwel om de bloedvaten terug normaler te maken en zo het uitzaaien aan banden te leggen. Want het gros van de kankerpatiënten overlijdt door de gevolgen van metastase.”

Leverde uw kankeronderzoek intussen ook medicijnen op?

Carmeliet: “Therapieën zitten op dit moment in de testfase bij een biotechbedrijf, in ons geval was dat eerst ThromboGenics, gevolgd door Oncurious. De testen zijn veelbelovend. Zo bracht een fase 1-studie het effect van een antilichaam in kaart bij uitbehandelde patiëntjes met medulloblastoom, een zeldzame dodelijke hersentumor, die vooral bij kinderen voorkomt. De bedoeling was om te onderzoeken of dat antilichaam veilig is. Elf patiëntjes namen deel aan de test. Bij zeven kinderen stabiliseerde de ziekte; bij vier zelfs voor meer dan honderd dagen. Nog voor de studie begon, stelden oncologen van Harvard: ‘Als we bij één patiënt een klein effect bespeuren, is de test geslaagd.’ Die fase 1-studie was dus een groot succes, alleen moet ik erbij zeggen dat het leven van die kindjes er niet door gered is. Antilichamen verwijderen de kanker niet, maar stabiliseren wel de progressie. Het grote voordeel van antilichamentherapie is dat ze in tegenstelling tot radiotherapie veilig is. Want bij radiotherapie sterven de zenuwcellen af, waardoor het IQ van een patiëntje jaarlijks met 1 tot 10 procent afneemt. Dat is echt onaanvaardbaar en daarom is het belangrijk dat er iets veiligs in de plaats komt. We hopen nu dat er klinische studies in eerste lijn volgen, bij nog niet uitbehandelde patiëntjes.We willen het effect van het middel kennen wanneer we het in een vroeger stadium van de ziekte toedienen.”

U werd net door de Vlaamse regering geëerd. Tezelfdertijd mag u na uw 65e hier niet blijven verder werken, terwijl u dat graag zou willen. Is dat niet wrang?

Carmeliet: “Dat zijn nu eenmaal de regels van de KU Leuven. Aan andere Belgische universiteiten gelden dan weer andere regels; zo kon Christine Van Broeckhoven na haar emeritaat aan de UAntwerpen wél een paar jaar langer blijven werken. Met een zogenaamde ‘speciale leeropdracht’ zou ik hier ook nog langer aan de slag kunnen blijven. Alleen mag ik dan niet langer mijn eigen labo runnen of budgetten beheren. Ik zou dan mentor van een jongere collega zijn, wat toch niet hetzelfde is als mijn huidige positie.”

Daarom bent u nu een nieuw labo aan het bouwen aan de universiteit van Aarhus in Denemarken?

Carmeliet: “In Denemarken is er geen leeftijdslimiet voor academici. De KU Leuven vindt mijn overstap geen probleem en hielp zelfs zoeken naar een nieuwe plek. Katie en Luc helpen ook bij de opstart in Aarhus.”

Luc Schoonjans: “De laboratoria in Aarhus en Leuven zijn exacte kopieën van elkaar, ‘twin labs’. In beide laboratoria wordt hetzelfde soort onderzoek verricht, waardoor ze van elkaars werk profiteren én sneller vooruitgang boeken.”

De KU Leuven wou geen precedent scheppen door Peter Carmeliet ook na zijn emeritaat in dienst te houden?

Carmeliet: “Nee, al was er nog een mogelijkheid om hier met een ERC-grant verder te werken.”

ERC-grants zijn omvangrijke beurzen die via jury’s door de Europese Onderzoeksraad toegekend worden aan ‘excellente onderzoeksprojecten door excellente wetenschappers’?

Carmeliet: “Precies. Van zodra je als wetenschapper een ERC-grant krijgt, is de instelling waarvoor je werkt, verplicht je aan boord te houden. Veronderstel dat ik als gepensioneerd wetenschapper nog een ERC-grant binnenhaal, dan wordt mijn lab in dit gebouw niet langer gefinancierd door de KU Leuven, maar integraal door die Europese beurs. Nu werken we onder de koepel van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Net als veel andere labo’s aan alle Vlaamse universiteiten, krijgen ook wij jaarlijks een dotatie van dat VIB. Op mijn 65e stopt die dotatie ook, al mag ik van het VIB wél blijven verderwerken, zelfs zonder ERC-grant. Enige voorwaarde: ik moet zelf voor het geld zorgen.”

Een topwetenschapper zoals u is dus continu bezig met zoektochten naar geld om zijn eigen onderzoek te financieren?

Carmeliet: “Dat is zo, al zorgt de jaarlijkse dotatie van het VIB nu tijdelijk voor wat financiële rust. Maar de drempel voor toetreding tot die instelling, ligt hoog.”

Verhuist u binnen drie jaar naar Denemarken?

Carmeliet: “Ik blijf hier wonen. Vlaanderen is nog zo slecht niet om te leven. (lacht) Het labo in Leuven verdwijnt vermoedelijk ook niet volledig.”

In uw labo voert u proeven op muizen uit. Dat is een noodzakelijk kwaad?

Carmeliet: “We ‘maken’ transgene muizen: we schakelen dan een bepaald gen uit of brengen er subtiele veranderingen in aan. Zo bootsen we na wat er bij kankerpatiënten gebeurt en onderzoeken we wat er misloopt. We willen dierproeven tot een minimum beperken en plegen daar regelmatig overleg met de universiteit en het VIB over. Soms is er geen alternatief mogelijk.”

Van Geyte: “Bij beursaanvragen moeten dierproeven altijd uitvoerig verantwoord worden, met een nauwgezette berekening en een ethische motivatie.”

Carmeliet: “Onze derde ‘advanced ERC-grant’ krijgen we nu voor een project waarbij we voor het eerst artificiële intelligentie (AI) bij ons onderzoek inzetten. Eén van de resultaten is dat we véél minder muizen zullen moeten gebruiken.”

Van Geyte: “Peter haalde de voorbije jaren drie ‘advanced ERC-grants’ binnen; dat is echt zéér uitzonderlijk. Want bij een derde ‘advanced ERC-grant’ moet de tienkoppige jury het er unaniem over eens zijn dat je die beurs verdient.”

Carmeliet: “Met onze derde ERC-grant hopen we het onderzoek naar zogenaamde ‘mystery genes’ nieuw leven in te blazen. In 2003 werd het menselijke genoom ontrafeld. Sindsdien weten we dat het uit 20.000 genen bestaat. Die eerste jaren werden veel genen nauwkeurig onderzocht, in de hoop dat er nieuwe functies aan het licht zouden komen zodat de geneeskunde stappen vooruit kon zetten. Na verloop van tijd verwaterde dat onderzoek.

“Van ongeveer 6000 genen, één derde, weten we nog steeds zo goed als niets. Ze worden zeer toepasselijk ‘mystery genes’ genoemd. Als we zo’n gen willen bestuderen, is er geen andere keuze dan een transgene muis maken waarin we dat gen kunnen de-activeren, de ‘knock-outmuis’. Bij kankerstudies duurt het maken van een knock-outmuis drie tot vijf jaar. Kostprijs: 50.000 euro. Omdat heel die voorbereiding duur, tijdrovend en te risicovol is, wordt er amper nog onderzoek naar mystery genes gevoerd.”

Zo blijft een potentiële goudmijn aan nieuwe therapieën en medicijnen onontgonnen?

Carmeliet: “Ja. Daarom gingen wij op zoek naar slimme hulpmiddelen om die genen sneller onder de loep te kunnen nemen. Ik kreeg het idee om met AI te werken, alleen wist ik niet hoe daaraan te beginnen. Een voormalig doctoraatsstudent toonde me de weg. We schakelden freelancers in die samen met ons een geschikte tool bouwden. Wij gebruiken nu ‘machine learning’ om de functie van de mystery genes te voorspellen. Daar komt bij dat we een nieuwe technologie ontwikkelden die het mogelijk maakt om in enkele dagen tijd voor een paar honderd euro een knock-outmuis te maken.

“Een ernstig probleem met het huidig medisch onderzoek is dat er een groot zwart gat is, de zogenaamde ‘valley of death’. De samenleving investeert handenvol geld in academisch onderzoek, waarvan de resultaten gepubliceerd worden in uitstekende wetenschappelijke tijdschriften. Vervolgens gebeurt daar vaak zeer weinig mee. De farma-industrie vindt het te riskant om er dan al in te investeren: ‘Toon eerst maar eens aan dat je met een antilichaam hetzelfde effect hebt bij een proefdier als bij een knock-outmuis. Publiceer daarover; dan praten we verder.’ Dat is problematisch, want wetenschappelijke onderzoekers moeten de resultaten van zelf gefancierd onderzoek omwille van intellectuele eigendomsredenen soms even geheimhouden en kunnen dan gewoonweg níet publiceren. Zo kwijnt er in die valley of death veel beloftevol onderzoek weg.”

Het klopt dus dat ‘Big Pharma’ te veel macht heeft?

Carmeliet: “Ze heeft geen macht over ons.”

Maar als zij niet geïnteresseerd is, gebeurt er zo goed als niets?

Carmeliet: “Als Big Pharma niet overtuigd is van wat er aan onderzoeksmateriaal op tafel ligt, investeert ze geen 100 miljoen euro in een nieuw te ontwikkelen product. Ik kan ook best begrijpen dat farmabedrijven sommige risico’s niet durven nemen, hoor. Het VIB probeert die ‘valley of death’ gedeeltelijk te overbruggen met haar Discovery Sciences Team. Al is dat een druppel op een gloeiende plaat. Geen enkele academische instelling heeft daar voldoende middelen voor. Eigenlijk zou daar een maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden: is het nog verantwoord dat de samenleving zoveel geld in wetenschappelijk onderzoek investeert als amper 1 procent een geneesmiddel oplevert? De balans zou meer in evenwicht moeten komen, zodat de ‘valley of death’ overbrugd raakt én er meer medicijnen worden ontwikkeld.”

Levert uw AI-project resultaten op?

Carmeliet: “Dankzij die AI konden we in minder dan één jaar 30 mystery genes onderzoeken. Een groot deel lijkt positieve resultaten op te leveren voor remmen van tumorgroei, wat voor ons heel interessant is.”

Schoonjans: “In de dertig jaar ervoor onderzochten we in totaal ongeveer 20 genen. Dankzij ons nieuwe machine learning-programma komen we meteen in een sterke stroomversnelling terecht.”

Van Geyte: “Eén vinding is zo interessant dat het VIB bekijkt om ze te patenteren.”

Carmeliet: “In ons nieuwe project zit dus zeer veel muziek.”

Bio

  • Geboren op 8 december 1959 in Leuven
  • hoogleraar geneeskunde (KU Leuven)
  • hoofd van het Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism (VIB/KU Leuven)
  • verricht baanbrekend onderzoek naar bloedvatvorming
  • voor zijn onderzoekswerk onderscheiden met prestigieuze prijzen zoals de Francquiprijs (2002), Inbev-Baillet Latour Gezondheidsprijs (2005), Ernst Jung-Preis für Medizin (2010), FWO-Excellentieprijs (2010), Heinekenprijs voor geneeskunde (2018)
  • kreeg in 2015 de titel van baron
  • werd op 10 juni 2022 officieel geïnstalleerd als lid van de AAAS
  • kreeg op 11 juli het Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap

© Jan Stevens

‘Optimisten leven langer’

In Leeftijd is meer dan een getal geeft de Ierse geriater Rose Anne Kenny wetenschappelijk verantwoorde tips over hoe we gezond minstens honderd kunnen worden. “Drink met je buren dagelijks een paar glazen rode wijn en tap moppen samen.”

De Ierse geriater Rose Anne Kenny raakte als arts-in-opleiding gefascineerd door veroudering. “In 1800 was onze levensverwachting veertig jaar; vandaag is die meer dan verdubbeld tot vijfentachtig”, zegt ze. “In het begin van mijn carrière was een eeuweling een uitzondering. Wanneer het ziekenhuis een patiënt van honderd of ouder binnenkreeg, wilden we allemaal die zeldzaamheid zien. Vandaag is een honderdjarige patiënt heel normaal.”

Rose Anne Kenny is professor geriatrie aan het Trinity College Dublin en diensthoofd in het universitair ziekenhuis St. James’s Hospital Dublin. “Geriatrie is holistischer dan de meeste andere medische specialisaties of disciplines”, vindt ze. “Het verouderingsproces gaat de hele mens aan en is niet enkel een kwestie van hart, longen, hersenen, spieren of bloedvaten. Als geriater werk ik continu samen met zowat alle disciplines.”

Sinds 2009 leidt Kenny de Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA), een langlopend onderzoek naar veroudering in de Ierse samenleving. “We volgen 9000 volwassenen van vijftig jaar en ouder. Ons onderzoek leverde meer dan 400 wetenschappelijke publicaties op en omvat alle aspecten van veroudering: van voeding, over beweging en gezondheid tot genetische aanleg.”

De resultaten van TILDA vormen samen met andere onderzoeken naar veroudering de basis voor haar boek Leeftijd is meer dan een getal. “Ik wil benadrukken dat ik me enkel op wetenschappelijk onderbouwde kennis baseer”, zegt ze. “Want over gezond verouderen circuleert er nogal wat nepnieuws.”

U bent als arts gespecialiseerd in veroudering, terwijl veroudering geen ziekte is. Het overkomt ons allemaal.

Rose Anne Kenny: “Dat is heel juist. Het is geen ziekte die genezen kan worden, al zijn we intussen wel in het stadium aanbeland waarin we het verouderingsproces kunnen vertragen. Hoe vroeger je je levensstijl aanpast, hoe ouder je kunt worden. Maar een medicijn voor de behandeling van veroudering is er niet. Daar komt bij dat het hele verouderingsproces al heel vroeg begint.”

Rond welke leeftijd?

“Het start al wanneer we nog in de baarmoeder zitten. Onderzoekers Daniel Belsky en Terrie Moffitt voeren in het Nieuw-Zeelandse Dunedin een interessant onderzoek naar het biologische proces van veroudering. Duizend deelnemers, geboren tussen april 1972 en maart 1973, worden sinds hun geboorte regelmatig aan uitgebreide testen onderworpen. Op hun 26e, 32e en 38e levensjaar werd een totale stand van zaken van hun gezondheid in kaart gebracht. Ook hun biologische leeftijd werd bepaald aan de hand van het ritme van hun inwendige biologische klokken. Sommige achtendertigjarigen bleken de biologische leeftijd van een achtentwintigjarige te hebben, anderen die van een achtenveertigjarige.”

Hoe oud bent u?

“Dat hang ik niet aan uw neus. (lacht) Ik hecht geen enkel belang aan mijn chronologische leeftijd; alleen mijn biologische leeftijd telt en die is 55. Ik gebruik zelfs niet meer de chronologische leeftijd van mijn patiënten. Ik vraag die ook nooit.”

‘Biologische leeftijd’ is niet hetzelfde als de fitnessleeftijd die je sporthorloge je toeschrijft?

“Nee, maar die fitnessleeftijd kan wel een richtlijn zijn om te weten of je goed bezig bent. Als je sporthorloge je een leeftijd van 45 toekent terwijl je in werkelijkheid 60 bent, is dat uitstekend nieuws. Zeker als je dat dan zelf óók begint te geloven. Want onderschat de kracht van optimisme en positiviteit niet. Optimististen leven langer. Alleen is het niet eenvoudig om je van nature pessimistische ingesteldheid in te ruilen voor een optimistische. Wat wel voor iedereen haalbaar is, is mijn ‘vuistregel’: je bent zo jong als je jezelf voelt.”

Maken kleinkinderen met hoogbejaarde grootouders meer kans op een gezegende leeftijd dankzij hun ‘sterke genen’?

“De rol van ons genetisch materiaal in ons verouderingsproces wordt overschat. Het aandeel van de genen bedraagt slechts 20 tot 30 procent. Veel belangrijker zijn de negatieve ervaringen die je in de loop van je leven hebt en de sporen die zij op je genen nalaten. De wetenschap ontdekte dat negatieve invloeden zogenaamd epigenitische veranderingen kunnen aanbrengen in je genen. De functie van een gen wordt dan anders, zonder dat de code wijzigt.

“Uitgesproken negatieve ervaringen in de kindertijd, zoals kindermishandeling, alcoholisme van de ouders of armoede in het gezin, laten sporen op de genen na en leiden op volwassen leeftijd vaak tot gezondheidsproblemen. Overlevers van kindermishandeling lopen meer risico op hart- en vaatziekten of worstelen met mentale problemen.

“Interessant ‘onderzoeksmateriaal’ zijn dan de mensen die ondanks zware tegenslagen tóch een gezegende leeftijd bereiken. Hoe komt het dat de functie van sommige van hun genen níet veranderde? Wat maakt hen veerkrachtig? Het Dunedin-onderzoek levert daar een interessant inzicht over. Want niet alle achtendertigjarigen die ooit met depressie worstelden, bleken biologisch tien jaar ouder te zijn dan hun chronologische leeftijd. Wat vooral bij hen opviel, was hun optimistische ingesteldheid.”

‘Optimisme’ volstaat toch niet om zware trauma’s uit het verleden te tackelen?

“Dat is zo, al geeft het je wel voorsprong. Als individu hebben we zelf een aantal middelen in handen om ons verouderingsproces te vertragen. Dan gaat het over voor de hand liggende zaken zoals een gezondere levensstijl met meer bewegen, minder stress en een evenwichtig dieet. Maar ook de samenleving draagt verantwoordelijkheid. Want hoe beter ons onderwijs, hoe langer onze levensverwachting. Slecht onderwijs, gebrekkige gezondheidszorg én negatieve ervaringen in de kindertijd zijn bijna altijd gelinkt aan een lagere sociale status.

“Uit àl onze onderzoeken komt de ontzettend grote rol van onderwijs naar boven. Een lang en relatief gelukkig leven start bij fatsoenlijk onderwijs. Een samenleving die degelijk, kwalitatief onderwijs ondersteunt en aanbiedt, geeft kinderen meer kansen op een beter bestaan.

“St. James’s Hospital is het grootste openbaar universitair ziekenhuis van Ierland en tezelfdertijd ook het grootste academische opleidingscentrum voor artsen en zorgverleners. Het ligt in de South Inner City van Dublin, een van onze sociaal meest achtergestelde gebieden. Amper 6 procent van alle kinderen uit die wijk komt in het hoger onderwijs terecht. In de nette Dublinse buurt waar ik woon, haalt 96 % van alle kinderen een universitair of hogeschooldiploma. Dat vreselijke onevenwicht moet dringend weggewerkt worden.”

Wie gezond oud wil worden, let ook best goed op zijn voeding?

“Zeker. Het doorsnee Ierse vette, suiker- en zoutrijke dieet is een heuse ramp voor de hartaanval-, kanker- en diabetesstatistieken. Geraffineerd of bewerkt voedsel en zout zijn te mijden als de pest. Het wetenschappelijke bewijs neigt naar een plantaardig dieet voor wie gezond stokoud wil worden. Vegetariërs zijn dus op het goede pad, zeker wanneer ze de nadruk op bonen en linzen leggen.”

Bent u vegetariër?

“Nee. (lacht) Ik vind kip en vis veel te lekker, maar eet nooit rood vlees. Veel wetenschappelijk onderzoek zet vraagtekens bij de consumptie van rund, varken en lam. Maar de rood vleeslobby is machtig en voert stevig oppositie. Toch is het tot nu verzamelde bewijs overweldigend genoeg om te concluderen: vermijd rood vlees. Eet vooral vis en groenten. Nog beter is het om integraal over te schakelen naar het mediterraan dieet dat gebaseerd is op het traditionele voedingspatroon zoals dat tot dertig jaar geleden in Italië, Griekenland en Spanje de standaard was.

“Een recent wetenschappelijk artikel bundelt de onderzoeksresultaten naar de voedingsgewoonten van 13 miljoen mensen. Het mediterrane dieet komt er als grote overwinnaar uit. Het vermindert overduidelijk het risico op voortijdig overlijden als gevolg van sommige kankers, hart- en vaatziekten, dementie en suikerziekte. Het mediterraan dieet legt de nadruk op groenten en fruit, maar ook op noten, zaden, peulvruchten, vis, gevogelte en liters extra vergine olijfolie.”

Op aarde zijn er vijf regio’s waar mensen meer dan gemiddeld ouder dan honderd worden: het Italiaanse Sardinië, het Japanse Okinawa, Loma Linda in Californië, het Costa-Ricaanse Nicoya en het Griekse Ikaria. In die zogenaamde ‘blauwe zones’ leven mensen niet alleen langer, maar hebben ze ook een betere conditie en worden ze minder snel ziek. Ideaal terrein voor onderzoekers naar veroudering zoals u?

“Die blauwe zones zijn goudmijnen. Ze nuttigen daar allemaal varianten op het mediterraanse dieet. De eeuwelingen worden er níet geplaagd door chronische ziekten. Veel onderzoek naar ‘succesvol verouderen’ is gebaseerd op bevindingen uit die blauwe zones. Zo is overmatige stress er zo goed als taboe. Te veel en te lange blootstelling aan stress is dodelijk voor wie gezond oud wil worden. Want dan riskeer je een hartaanval of kanker. U en ik hebben als journalist en dokter een creatief beroep. Dat is een groot pluspunt. Maar een groot nadeel is dat we allebei flink wat stress te verwerken krijgen. Daar moeten we alert voor zijn.”

Waarom heten die regio’s ‘blauwe zones’?

“Uw landgenoot, de sociaal-bioloog Michel Poulain raakte begin deze eeuw gefascineerd door een provincie in Sardinië met opvallend veel honderdjarigen. Hij omcirkelde ze op een landkaart met een dikke blauwe stift. Samen met de Amerikaanse journalist Dan Buettner ging hij op zoek naar gelijkaardige plekken op de wereld. Met behulp van de statistieken konden ze bepalen welke regio’s de hoogste concentraties honderdjarigen telden. Telkens omcirkelden ze die op de wereldkaart in het blauw. Zo bleven uiteindelijk die vijf gebieden over die nu algemeen bekend zijn als de ‘blauwe zones’.

“Vervolgens gingen wetenschappers op zoek naar verklaringen voor de overvloed aan kerngezonde oudjes in die regio’s op verschillende continenten. Alle blauwe zones liggen op hoogte, vlakbij de zee. Ze hebben allemaal een hecht sociaal weefsel, over generaties heen. Vrienden en buren komen er continu bij elkaar over de vloer. Fysieke activiteit is er deel van de dagelijkse routine. Dan heb ik het niet over joggen of fitness, maar over gewone dingen zoals wandelen, schoonmaken of tuinieren.”

Wij leiden een voornamelijk zittend leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving. Met af en toe fitness na kantooruren. We hebben nog flink wat werk aan de winkel als we ook gezond stokoud willen worden?

“Zonder twijfel. Een goed begin is alvast om beweging deel te laten worden van ons dagelijks bestaan. Ikzelf heb een stabureau, want te lang zitten is een ramp voor het lichaam. Natuurlijk kunnen we niet allemaal naar zee verhuizen of op een berg gaan wonen, maar we kunnen wel allemaal werken aan de sociale cohesie in onze samenleving. Iedereen kan investeren in kwaliteitsvolle vriendschappen. Dat is dringend nodig, want eenzaamheid groeide in het Westen uit tot een epidemie. Wat is er mis mee om elke dag met je buren een glas rode wijn te drinken en moppen te tappen?”

Want rode wijn is goed voor wie gezond oud wil worden?

“Alle blauwe zones hebben ontstressingsrituelen, want ook al hebben ze er een hekel stress, helemaal te vermijden is dat nooit. In Sardinië ontstressen ze door elke namiddag samen met vrienden een paar glazen rode wijn te drinken. De laatste keer dat ik dit in een interview verkondigde, stond mijn telefoon roodgloeiend: ‘Als dokter mag u mensen niet tot het drinken van alcohol aanzetten!’ Terwijl ik enkel de feiten meedeel: in Sardinië drinken ze elke dag in gezelschap rode wijn en worden ze gezond meer dan honderd. Dat geldt ook voor het Griekse eiland Ikaria. Dus twijfel ik er niet aan: dagelijks gezellig samenzijn en gedeelde vrolijkheid doen de negatieve effecten van alcohol teniet.”

Rose Anne Kenny, Leeftijd is meer dan een getal, Volt, 352 blzn., 22,50 euro

Bio

  • Biologische leeftijd 55
  • Professor geriatrie aan Trinity College, de universiteit van Dublin
  • Diensthoofd geriatrie in het academisch ziekenhuis St. James’s Hospital
  • Onderzoekshoofd Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA)
  • Geldt in Ierland als dé nationale expert in veroudering

© Jan Stevens

‘Die vervloekte komeet kan nog afgewend worden’

De satirische kaskraker Don’t look up! stelt de klimaatcrisis voor als een gigantische komeet die op de aarde afstevent. Een idee dat ontsproot uit de koker van journalist en scenarist David Sitora. “Ik blijf geloven in een snelle kentering.”

“Ik voel me soms als mijn hoofdpersonage professor Randall Mindy”, bekent David Sitora aan het einde van het gesprek. Sitora schreef het scenario voor de satirische Netflix-blockbuster Don’t look up! “Net als professor Mindy wou ik de mensheid wakker schudden voor nakend gevaar. Op een bepaald moment liet Randall Mindy zich inpakken door het establishment. Heel even ruilde hij zijn rol van wetenschapper in voor celebrity. Don’t look up! maakte geen miljardair van me, maar ik werd er financieel wel beter van en ook ik schuif nu bij talkshows aan. In het licht van het onderwerp van de film vind ik dat af en toe verwarrend.”

In het met prijzen overladen en Oscargenomineerde Don’t look up! vertolkt Leonardo DiCaprio de rol van de ietwat sullige astronomieprofessor Mindy. Samen met zijn assistente Kate Dibiasky, alias Jennifer Lawrence, ontdekt hij een gigantische asteroïde die binnen zes maanden de aarde zal verpulveren. Ze waarschuwen de Amerikaanse president Janie Orlean, een mix van Donald Trump en Hillary Clinton, gespeeld door Meryl Streep. De aanstormende komeet kan de president gestolen worden, tot ze spectaculair nieuws nodig heeft om herverkozen te raken.

Het was oorspronkelijk uw idee om een allegorie van de klimaatcrisis te maken en onze besluiteloosheid te parodiëren?

David Sitora: “Regisseur Adam McKay is een goede vriend. In 2018 kwam zijn film Vice uit, over de Republikein Dick Cheney, vicepresident onder George W. Bush. Adam is geniaal in het mixen van politiek en satire. Ik vroeg hem: ‘Waarom gebruik je je talent en je gevoel voor humor niet om via je volgende film de klimaatcrisis op de agenda te zetten?’ Want we maken ons allebei vreselijk veel zorgen over de staat van onze planeet. Hij antwoordde: ‘Ik wil wel, alleen ben ik bang om te eindigen met een post-apocalyptische film à la Mad Max.’

“In de weken na dat gesprek publiceerde ik verschillende artikels over de klimaatverandering die amper opgemerkt werden. Dat maakte me moedeloos en ik klaagde daarover tegen Adam: ‘Het is alsof de aarde geraakt zal worden door een asteroïde en niemand dat iets kan schelen.’ Een dag of twee later belde hij me: ‘Zeg, David, jouw aanstormende komeet is perfect voor een film over klimaatverandering.’

“We begonnen te fantaseren: hoe zou het er in werkelijkheid aan toegaan als plots een wetenschapper waarschuwt voor een nakende inslag van een allesverwoestend hemellichaam? Zou het Amerikaanse Congres een budget goedkeuren om dat ding tijdig op te blazen? Zo waren we vertrokken.”

Don’t look up! beschrijft griezelig accuraat hoe de mensheid op dit moment reageert op de klimaatverandering. Nog steeds vragen velen zich af: is er wel een klimaatopwarming/komeet? Of krijgen wetenschappers het verwijt paniekzaaiers te zijn.

“Wij maakten ons lang zorgen dat onze film als ‘onrealistisch’ of zelfs ‘belachelijk’ ontvangen zou worden. Kent u de theorie van de ‘uncanny valley’, de ‘griezelvallei’, uit het sciencefictiongenre? Die komt erop neer dat mensen zich op hun gemak voelen bij andere mensen en bij dieren, maar dat ze griezelen van figuren die er menselijk uitzien maar het in werkelijkheid niet zijn. Zo blijken veel filmkijkers doodsangsten uit te staan als ze een robot met de looks van een mens te zien krijgen. Wij weten nu dat Don’t look up! middenin de griezelvallei ligt. De film is duidelijk een satirische fantasie, maar niet zo dat het publiek er vanop veilige afstand smakelijk om kan zitten lachen. De boodschap zorgt voor een ongemakkelijk, knagend gevoel.”

Het is een film zonder happy ending. Spoiler alert: de planeet overleeft het niet.

“Adam McKay was bloednerveus toen we de afgewerkte film inleverden, bang dat producer Netflix het einde te deprimerend of choquerend zou vinden. Ik probeerde hem gerust te stellen: ‘Wat ze er ook van vinden, die komeet zál de planeet raken. De film is gedoemd om slecht af te lopen. Dat is nu eenmaal de kern van ons verhaal, of Netflix dat leuk vindt of niet.’ Gelukkig hadden ze er geen enkel probleem mee.”

Hebt u een verklaring waarom veel mensen hun kop in het zand blijven steken?

“Sommigen kiezen er als verdedigings- én overlevingsstrategie voor om zich niet met de klimaatcrisis te bemoeien en om weg te kijken van bijvoorbeeld alle verontrustende extreme weerfenomenen. Anderen dompelen zich onder in escapisme om toch maar niet aan de ellende te moeten denken. Sommige mensen laten zich dan weer totaal overweldigen én verlammen door doom and gloom, hel en verdoemenis.

“Ik vind het verstandiger en zinvoller om het schrikwekkende probleem eerst onder ogen te zien, en de angst daarna om te zetten in positieve energie. Om dus niet bij de pakken te gaan neerzitten, maar mee te zoeken naar duurzame oplossingen. Help fossiele brandstoffen mee de wereld uit en stem voor politici met het klimaat bovenaan op de agenda. Ik blijf geloven dat nogal wat mensen daar hetzelfde over denken en daar ook naar handelen. In het werkelijke leven zijn we nog niet aan het einde van onze film. Ook al hebben velen het gevoel dat we daar inmiddels wél zijn aanbeland. Dat is niet zo: die vervloekte komeet kan nog afgewend worden.”

Gelooft u dat écht?

“(lange stilte) Op mijn goede dagen. Het ziet er inderdaad niet hoopgevend uit, toch blijf ik in een snelle kentering geloven. Maar ik geef toe: dat kan zowel in positieve, als in negatieve zin.

“Mensen werken hard aan duurzame oplossingen voor onze energieproblemen. In de industrie leveren nogal wat ondernemers inspanningen om het fossiele tijdperk achter zich te laten. Al zijn er voorlopig inderdaad nog veel te weinig individuen die de klimaatcrisis aanpakken. De dominerende strategie blijft: ‘Ik wil het niet zien. Don’t look up!’ Of: ‘De klimaatverandering is een feit, alleen kan ik er niets tegen ondernemen. Dus leef ik alsof er niets aan de hand is.’ Of: ‘Ik kies voor ontkenning.’

“Wij moeten nu proberen de groep van mensen te vergroten die het probleem erkennen, geloven dat het op te lossen is en inspanningen willen leveren.”

Lukt dat?

“Ja, maar niet snel genoeg. Helemaal niet snel genoeg. Eigenlijk véél te traag. (zucht) Soms zakt de moed me in de schoenen en lijkt het niemand iets te kunnen schelen dat we naar de haaien gaan. Bij de mens moet de toestand vaak eerst hopeloos worden, vooraleer er aan verbetering gewerkt wordt. Blijkbaar moet het water tot boven onze lippen staan eer we in gang schieten. Maar bij de klimaatverandering zou dat wel eens een grove misrekening kunnen zijn, want alles wat misgaat, is nog moeilijk recht te trekken.”

Daar komt bij dat de negatieve effecten en gevolgen van de klimaatverandering zichzelf versterken en versnellen?

“Die steeds toenemende versnelling is inderdaad extra verontrustend, maar voor wij ons nu zelf volledig onderdompelen in doom and gloom: er is ook hoopgevend nieuws. Latijns-Amerika is omwille van het Amazone-regenwoud ontzettend belangrijk voor het klimaat van de hele wereld. Bij recente verkiezingen kwamen er eindelijk linkse politici met een ecologische agenda aan de macht.”

De rechtse Braziliaanse president en klimaatontkenner Jair Bolsonaro zit vooralsnog stevig in het zadel. Het grootste deel van het Amazonegebied ligt in Brazilië.

“Dat klopt, al komt ook daar wellicht snel verandering in. Rond de millenniumwissel raakten over heel Latijns-Amerika nogal wat centrumlinkse politici verkozen. Die jaren gingen de geschiedenis in als ‘the pink tide’, het ‘roze tij’. Van het klimaat lagen die nieuwe linkse regeringsleiders niet wakker. Hugo Chavez, bijvoorbeeld, kwam in 1999 in Venezuela aan de macht en bekommerde zich vooral over de olie-industrie. Hij en andere linkse Latijns-Amerikaanse regeringsleiders sloten deals met energiebedrijven en de ontbossingsindustrie. Na een paar jaar moesten zo goed als al die linkse machthebbers de duimen leggen voor rechts en radicaalrechts. Maar kijk wat er nu aan het gebeuren is: op 19 juni verkozen de Colombianen de linkse kandidaat Gustavo Petro tot president. Niemand had verwacht dat een uitgesproken links politicus ooit president van Colombia zou worden. Toch is dat een feit. Niet alleen in Colombia, maar ook in Mexico, Argentinië, Bolivië, Peru, Honduras, Chili en, wie weet, in oktober in Brazilië. De centrumlinkse Latijns-Amerikaanse partijen zetten het klimaat op de agenda. Gustavo Petro voerde campagne met het redden van de Amazone. Het ‘roze tij’ van vandaag is totaal anders dan dat van 20 jaar geleden.”

Was de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS goed nieuws voor de strijd tegen de klimaatverandering?

“Het goede nieuws was dat de absolute ramp Donald Trump eruit gegooid werd. Trump raakte verkozen na Barack Obama’s weigering om op een fatsoenlijke, ernstige manier komaf te maken met de financiële crisis. Obama miste toen zijn afspraak met de geschiedenis compleet. Net als Franklin D. Roosevelt in de jaren 1930 had hij alles moeten inzetten op zijn ‘New Deal’.

“In de jaren dertig van de vorige eeuw worstelden de VS met de Grote Depressie. In Europa lonkte het fascisme. President Roosevelt introduceerde toen een gigantisch sociaal en economisch hervormingsprogramma en tilde zo ontzettend veel Amerikaanse burgers uit armoede en achterstand. Roosevelt speechte: ‘De New Deal is de enige manier om het fascisme uit Amerika weg te houden.’

“Toen miljoenen Amerikaanse burgers door de kredietcrisis hun huizen verloren en in grote ellende terechtkwamen, reikte Obama niet hen, maar de bankiers de hand. Hij voerde toen wel campagne alsof hij net als Roosevelt een New Deal tevoorschijn zou toveren. Alleen bleek die te bestaan uit borgstelling voor banken en verzekeringsfirma’s. Na Obama’s weigering om de banken aan te pakken, volgde de verkiezing van de extreemrechtse populist Donald Trump. Diens strateeg Steve Bannon merkte later terecht op: ‘De erfenis van de financiële crisis is Donald J. Trump.’”

Vorig jaar presenteerde Joe Biden zijn ‘Build Back Better’-plan, met miljardeninvesteringen in klimaat, infrastructuur en sociale zekerheid. Hij wou zo herstellen wat zijn vroegere ‘baas’ Obama had nagelaten?

“Biden nam een vliegende start met het allereerste wetsvoorstel dat hij in maart 2021 tekende: de ‘American Rescue Plan act’, waarmee hij miljarden dollars vrijmaakte om mensen economisch te ondersteunen tijdens de pandemie. Maar daarna verzandde de rest van ‘Build Back Better’. We zitten nu in de totale impasse.”

In maart 2019 werd u adviseur en speechschrijver voor presidentskandidaat Bernie Sanders. U werkte daarvoor als journalist. Hoe kwam Sanders bij u terecht? Bent u ook een ‘commie’?

“Veel Amerikanen beschouwen Bernie als een communist, terwijl hij naar Europese normen een middle-of-the-road-sociaaldemocraat is. In 1999 werd ik Sanders’ perschef, hij zat toen in het Huis van Afgevaardigden. Ik was 24, had journalistiek en politieke wetenschappen gestudeerd en droomde van een carrière in Washington DC, op Capitol Hill. Dus stuurde ik mijn cv naar het Congres. Bernie belde me en ik wist niet wie hij was. (lacht) Intussen ken ik hem bijna een kwart eeuw. Toen hij zich de eerste keer kandidaat stelde voor het presidentschap vroeg hij me al als speechschrijver. Door mijn job als journalist kon dat toen niet. In 2019 vroeg hij het opnieuw en ik sprong.”

Geen spijt van gehad?

“Geen moment, al was het geen makkelijke job. Het is heel moeilijk om Bernie bij te sturen, wat zijn sterkte, maar ook zijn zwakte is. Hij is een loner, wat in de politiek niet echt een voordeel is. Ik werd soms knettergek van hem, wat niet wegneemt dat hij de meest integere politicus is die ik ken. En ik ken er zeer veel. Zijn moreel kompas wijst de juiste richting aan.”

Was Bernie Sanders een betere president geweest dan Joe Biden?

“Zonder twijfel. Joe Biden is met geen stokken uit het Witte Huis te slaan; president Sanders hadden ze niet kunnen binnenhouden. Het probleem met Biden is dat hij al 50 jaar meedraait in het systeem. Zijn visie op hoe onze problemen aangepakt moeten worden, is totaal voorbijgestreefd. Onlangs zei Joe Biden dat Mitch McConnell, de Republikeinse fractieleider in de Senaat, zijn vriend is. ‘McConnell is een man van eer’, voegde hij eraan toe. Die uitspraak is pure waanzin. McConnell is een cynische opportunist.”

U volgt de hoorzittingen over de bestorming van het Capitool van 6 januari op de voet. Volgens sommigen riskeert Donald Trump naar aanleiding van die hoorzittingen vervolging voor poging tot staatsgreep. Gelooft u dat ook?

“De voorbije decennia had Trump al verschillende keren voor de rechter moeten verschijnen. Hij ontsprong altijd de dans en dat gebeurt wellicht ook nu. Amerika vervolgt geen écht machtige mensen. Kijk naar hoe de kredietcrisis is ‘opgelost’: machtige mensen worden bij ons nooit ter verantwoording geroepen. Ik zou Trump graag voor een strafrechter zien verschijnen, alleen staat dat haaks op hoe ons juridisch systeem de voorbije jaren werkte.”

Want volgens u is het Amerikaanse juridische systeem corrupt?

“Tot op het bot, van boven naar beneden. John Roberts, de Opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof, wordt algemeen als bedachtzaam en gematigd gezien. Niemand lijkt te beseffen dat hij de man is die met vier verschillende historische uitspraken corruptie gelegaliseerd heeft. Als Chief Justice zorgde hij ervoor dat het Hooggerechtshof alle remmen op particuliere financiering van politici en hun campagnes wegnam. Eén van die uitspraken stelt letterlijk dat ‘de aankoop van invloed en toegang een centraal kenmerk van de democratie belichaamt’. Zo verbiedt de Citizens United-uispraak uit 2010 alle grenzen en limieten op zogenaamde ‘onafhankelijke uitgaven’. Roberts zette de sluizen naar corruptie wagenwijd open.

“In een rechtsstaat worden pogingen tot corruptie bestreden, omdat ze illegaal zijn en omdat het om vuil geld gaat. Bij ons in de VS is corruptie gelegaliseerd via al die ongebreidelde mogelijkheden die bedrijven, particulieren en organisaties hebben om politici en hun campagnes te financieren. Er wordt met een beschuldigende vinger naar de corrupte Russische kleptocratie van Vladimir Poetin gewezen, terwijl het bij ons geen haar beter is.”

De VS zijn natuurlijk geen dictatuur.

“Kijk, er wordt nu hard geroepen: ‘Op 6 januari 2021 probeerde Trump onze verkiezingen te stelen.’ Dat is waar, maar in 2000 stal het Hooggerechtshof al eens de verkiezingen van de Democraat Al Gore in het voordeel van de Republikein George W. Bush. Drie van de mensen die de diefstal toen mogelijk maakten door de telling in Florida door het Hooggerechtshof te laten stopzetten, werden later beloond met een zitje in datzelfde Hooggerechtshof. John Roberts was één van hen; Coney Barrett en Brett Kavanaugh de twee anderen. Exact wat Trump bij de laatste presidentsverkiezingen eiste, gebeurde in 2000: ‘Stop de telling!’

“Op de 6 januari-hoorzittingen zie ik dan hoe de Republikeinse politica Liz Cheney voorgesteld wordt als ‘de behoedster van de democratie’. Terwijl ze verdorie de dochter is van Dick Cheney, de man die vice-president werd van George Bush na de diefstal van Gore’s verkiezingsoverwinning.”

Maakt Donald Trump kans om in 2024 herverkozen te worden?

“Zeker. Iedereen weet dat hij niet deugt en toch is de kans reëel dat hij opnieuw de macht grijpt. Dat heeft alles te maken met de normalisering van onze ‘gelegaliseerde’ corruptie. Veel Amerikanen beschouwen corruptie als iets waar politici zich nu eenmaal aan bezondigen. De teneur is zelfs: ‘Wie het als politicus wil maken, moét corrupt zijn.’ Donald Trumps openlijke corruptie is geen schandaal meer. Voor veel medeburgers is hij het prototype van wat een politiek leider is. Mijn land zit terug in de jaren dertig.”

U ziet paralellen met de jaren voor de Tweede Wereldoorlog?

“We leven in Weimar-Amerika, zoals de Duitse republiek vlak voor de machtsovername door Hitler. Onze samenleving is doortrokken van nihilisme dat op korte termijn leidt tot fascisme. We stevenen daar recht op af. Ik ben Joods, mijn vrouw is Joods en we hebben twee kleine kinderen. Onze families kennen de verhalen van toen. We houden ons hart vast voor wat komen zal.”

Bio

David Sitora

  • Geboren in 1975 in New Haven, Connecticut
  • Studeerde journalistiek en politieke wetenschappen
  • Was als twintiger Bernie Sanders’ perschef en werd in 1999 diens speechschrijver
  • Runt als journalist vanuit zijn thuisstad Denver de nieuwssite The Lever
  • Maker van de podcast The Meltdown over de financiële crisis
  • Scenarist van Don’t look up!

© Jan Stevens

‘Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft’

“Ik weiger te geloven dat de toestand in ons onderwijs hopeloos is”, zegt Brenda Froyen, opleider en begeleider van onderwijzers en onderwijzeressen in spe. Volgens haar is het hoog tijd om het hele systeem van vaste benoemingen in vraag te stellen. “Schaf meteen ook de verzuilde onderwijskoepels af.”

‘De grootste onderwijsidealist ooit’, noemt Brenda Froyen zichzelf. Meer dan twintig jaar staat ze in het onderwijs. Van leraar Nederlands voor anderstaligen tot tweedekansonderwijs. Vandaag is ze lector Nederlands aan de lerarenopleiding van de Gentse Arteveldehogeschool. Eind jaren 1990 studeerde ze Germaanse filologie en twee jaar geleden haalde ze zelf nog haar bachelor lager onderwijs. Tijdens het interview zal ze het een aantal keren enthousiast herhalen: “Leerkracht is het mooiste beroep ter wereld.”

Waar komen al die burn-outs bij leerkrachten dan vandaan?

Brenda Froyen: “De onderwijssector wordt inderdaad geteisterd door burn-out en niet alle scholen zijn paradijselijke plekken. In sommige grootsteden is lesgeven best pittig. Mijn beste vriendin staat twaalf jaar voor de klas in het centrum van Brussel. Zij vertelt me dat ze daar als leerkracht het grootste verschil kan maken. Alleen vergt dat ontzettend veel van haar; vaak heeft ze het gevoel dat ze staat te dweilen met de kraan open. Intussen kijken steeds meer mensen neer op het onderwijs en worden leerkrachten beschimpt: ‘Die profiteurs met hun vakantie.’ Ik kan me goed voorstellen dat bij leerkrachten soms de moed in de schoenen zinkt: ‘Moeten wij nu écht de wereld redden?’

“Onderschat ook de kinderen niet, zeker in het secundair. Ik geef soms een lezing in een middelbare school en dan zie ik sommige pubers ongeïnteresseerd in hun stoel hangen, tokkelend op hun gsm. Voor een bevlogen leerkracht die alles wil geven en niets terugkrijgt, kan zo’n omgeving inderdaad ontaarden in burn-out paradise. Mijn beste vriendin geeft toe dat het in haar Brusselse klassen soms lastig is. ‘Maar dan is er die ene leerling die openbloeit. Daar doe ik het voor.’”

Als lector aan de lerarenopleiding hebt u een goed zicht op wie er vandaag onderwijzer of onderwijzeres wil worden?

“Doordat er een lerarentekort is, geloven sommige jonge mensen: ‘Ze hebben me nodig. De opleiding zal nu wel niet zo moeilijk zijn.’ Maar in mijn hogeschool is de opleiding degelijk én zwaar. Bachelordiploma’s lager onderwijs worden er niet cadeau gegeven. Daar mispakken studenten zich soms aan.

“Er is een toenemende instroom van jongeren uit het technisch en beroeps, het TSO en BSO. Al heeft de meerderheid van mijn studenten nog een achtergrond algemeen secundair, ASO. In de hogeschool waar ik vroeger lesgaf, was het toekomstige onderwijzerscorps veel diverser en gekleurder dan in mijn huidige school. Het onderwijs heeft dringend nood aan een grotere diversiteit onder de leerkrachten. Nu zitten we vooral met een wit, vrouwelijk corps.”

Daalt het niveau van de afstuderende leerkrachten?

“Dat hangt af van school tot school. Er is een groot verschil in het niveau van de lerarenopleidingen. Ze worden niet door een externe instantie gecontroleerd. De kwaliteitscontrole gebeurt volledig intern.”

Er is geen inspectie?

“Nee. Van zodra een startende lerarenopleiding door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) goed genoeg bevonden is, valt de controle van buitenaf weg. De vrijheid is dus groot, waardoor de vakken van de lerarenopleidingen erg kunnen verschillen.”

Heeft dat ook als gevolg dat hogescholen bij hun interne kwaliteitscontrole soms geneigd zijn om een oogje dicht te knijpen?

“Een curriculum van een lerarenopleiding zou, gedeeltelijk toch, de weerspiegeling moeten zijn van het curriculum van de lagere school. Dat is niet altijd zo. In de lagere school is mijn vak Nederlands zeer belangrijk. Je zou dus kunnen veronderstellen dat er in de lerarenopleiding verhoudingsgewijze veel aandacht voor is. Jammer genoeg is dat niet in alle lerarenopleidingen het geval. Ze bepalen zelf het aantal uren Nederlands of wiskunde.”

Onze lerarenopleidingen leveren dus compleet verschillende leerkrachten af?

“Zeker. Daarom heb ik ook geen eenduidig antwoord op uw vraag: ‘Daalt het niveau?’ Ik kan alleen zeggen dat ik heel trots ben op de studenten die wij op onze hogeschool afleveren. (lacht)

“Vandaag horen we continu: ‘Voor leerkrachten is er werk in overvloed!’ Dat klopt, alleen is lesgeven zoveel meer dan louter ‘werk’. Elke leerkracht komt op een school met een bepaalde visie en een pedagogisch project terecht. Hij of zij zou zich dus ook moeten afvragen: ‘Pas ik als leerkracht in het project van de school? Ben ik het daarmee eens?’ Alleen hoor je daar zelden iets over, terwijl dat toch zeer belangrijke vragen zijn. Want ze gaan over de essentie: wat wil je als lesgever met de kinderen bereiken?

“Daar komt bij dat voor veel jonge leerkrachten vandaag onzekerheid troef is. Ikzelf weet ook niet of ik volgend academiejaar in mijn huidige hogeschool kan blijven. Ik ben er nieuw en zit nu in exact hetzelfde schuitje als zoveel andere jongere maar ook oudere leerkrachten die het aandurfden om voor verandering te kiezen.”

U koos ervoor om te veranderen van hogeschool, waardoor u al uw zekerheden verloor?

“Ik maakte in mijn carrière die keuze al een paar keer en gaf zelfs een vaste benoeming op. Ik stapte over naar mijn huidige hogeschool omdat die dichterbij huis is. Keerzijde van de medaille is dat ik nu, net als zoveel anderen, geconfronteerd word met onzekerheid. Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft.

“Ik gaf les in verschillende scholen en hogescholen en bouwde zo een schat aan ervaring op. Telkens wanneer ik ervoor kies om mijn kennis en ervaringen op een nieuwe werkplek te delen, volgt die afrekening. In de privé zouden ze me een bonus geven: ‘Wow, díe vrouw heeft ervaring. Haar moeten we aan boord proberen te houden.’ In het schoolmilieu niet.

“Een oud-collega zei me ooit: ‘Jij lijdt aan de veranderziekte.’ Terwijl ik daar helemaal niet aan lijd, maar af en toe nood heb aan een nieuwe uitdaging. Onderwijs is mijn passie; die wil ik niet kwijt. Alleen is er dat logge systeem dat niet van verandering houdt, me tegenwerkt en straft als ik naar een nieuwe school verhuis. Door mijn vaste benoeming op te geven, leverde ik meteen ook flink wat voordelen in. Want het verschil tussen tijdelijk en vastbenoemd is groot. Dat hele systeem is onrechtvaardig.”

Waarom?

“Er wordt nu veel misbaar gemaakt over de instortende kwaliteit van het onderwijs, terwijl scholen geen enkele mogelijkheid hebben om een fatsoenlijk personeelsbeleid te voeren. Of een leerkracht op een school mag blijven, heeft niets te maken met het feit of hij goed kan lesgeven.

“In het basisonderwijs gingen de voorbije jaren nogal wat leerkrachten 4/5e werken. Dat was lang niet mogelijk en ik vind het prima dat het nu wel kan, alleen bezorgt het directies nachtmerries om alle gaten in de verschillende leerjaren te dichten. In de praktijk komt het erop neer dat pas afgestudeerde leerkrachten die gaten opvullen. Een jonge leerkracht hopt dan een hele week van de ene klas naar de andere, van het eerste tot het zesde leerjaar. Terwijl je voor die inspannende job eigenlijk een zeer ervaren leraar nodig hebt. Veel beginnende leerkrachten zonder eigen klas bouwen zo ook geen band op met de kinderen.

“Sommigen blijven jaren hangen in het opvullen van de gaten van de deeltijds werkende vastbenoemden. In een grotere scholengemeenschap moeten ze vaak ook van de ene school naar de andere pendelen. Voortdurend inspringen en vervangen, is niet iets wat je aan onervaren leerkrachten overlaat. Dat is iets voor collega’s met voldoende jaren op de teller. Een ervaren leerkracht kan dat aan; een onervaren leerkracht bijt er zijn tanden op stuk en haakt af.

“Als ik daar op scholen een opmerking over durf te maken, is er altijd wel een benoemde die korzelig reageert: ‘Indertijd begon ik ook met interims hier en daar.’ Ze vergeten dat de omstandigheden nu totaal anders zijn, mede door dat inmiddels stevig ingeburgerde deeltijdse werk.”

Door die onzekerheid geven jonge leerkrachten er de brui aan?

“Onderschat het aantal leerkrachten in een onzeker statuut niet. Het zijn er duizenden. Ze weten niet of ze in september op hun school kunnen blijven. Ze krijgen geen enkel antwoord; iedereen zwijgt. Sorry, hoor, maar dat is moordend. Ik voel dat ook bij mezelf. Een oud-studente vertelde me dat ze bang is om zwanger te worden. ‘Want wat dan? Dan heb ik geen job én geen zwangerschapsuitkering.’ Zo zijn er veel tijdelijke leerkrachten die hun gezinsleven on hold zetten.

“Om die onzekerheid weg te werken, besliste minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om de minimumtermijnen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) te halveren tot één schooljaar. Goedbedoeld, alleen heeft die maatregel een groot nadeel: directies krijgen niet meer de tijd om rustig te observeren welk vlees ze in de kuip hebben. Want willen ze die jonge leerkracht wel zo snel aan hun school vastklinken? Dat is het enige instrument voor personeelsbeleid dat ze nog in handen hebben. Eens benoemd, hebben ze over dat personeel niet veel meer te zeggen.”

Omdat er zo goed als niets ondernomen kan worden tegen een benoemde leerkracht die er de kantjes afloopt?

“TADD is niet hetzelfde als een vaste benoeming, maar is toch ook al relatief vast. Die aanstelling loopt dan af als er geen werk meer is. Bij TADD kan een directie nog altijd kiezen op basis van competentie. Bij vaste benoemingen niet meer.

“Pas op, u zal mij nooit horen zeggen dat vastbenoemden klaplopers zijn. In 2018 schreef ik een opiniestuk voor uw krant met als titel: ‘De vaste benoeming nodigt uit tot onderpresteren.’ De reacties die ik toen kreeg… Ik werd zo goed als gelyncht. ‘Hoe durft ze?!’ Terwijl ik nog nooit geschreven heb dat álle vastbenoemden minder hard werken. Al ben ik er wel zeker van dat elke leerkracht in zijn team een benoemde collega kent die minder goed functioneert. Als er dan in het begin van het schooljaar een droom van een jonge leerkracht arriveert, gebiedt het logisch verstand dat het voor de school een goede zaak is om die nieuweling de klas van de minder presterende vastbenoemde te laten overnemen. En dat er dan misschien beter ook van die onderpresterende leraar afscheid genomen wordt. Want zo werkt werk toch, niet? Alleen kan en mag dat niet in het onderwijs.”

Om zijinstromers uit de privésector aan te trekken, verhoogde minister Weyts het aantal jaren anciënniteit dat ze kunnen meenemen. Een verstandige maatregel?

“Dat kan helpen om nieuw bloed aan te trekken, alleen botsen ook zij op datzelfde systeem. Want de kans is groot dat ze achteraan in de rij mogen aanschuiven, na vastbenoemde collega’s die jonger zijn én minder presteren. Dé vraag zal dan zijn: slikken ze dat of niet?”

Heel dat systeem met vaste benoemingen moet dringend op de schop? Er moet opnieuw hervormd worden in een sector die de voorbije decennia bijna continu in hervormingsmodus was?

“De hervormingen in het onderwijs uit het verleden draaiden altijd rond curriculum en leerplannen. Nóóít gingen ze over aanpassingen van het systeem. Daar durft blijkbaar niemand aan raken. Want dan komen natuurlijk ook de verzuilde onderwijskoepels in het vizier.

“Je hoort vaak dat er nóg meer geld in het onderwijs gepompt moet worden. Volgens mij is dat niet nodig. Begin met al die tussenlagen af te schaffen van pedagogisch adviseurs, ondersteuners en god weet welke andere coaches. Er zijn nogal wat mensen actief die vanop hun bureau aan die ene leerkracht vertellen hoe hij precies moet lesgeven. Terwijl die leerkracht dat wel weet, hoor. Hij heeft daar namelijk voor geleerd. Waarom komen die adviseurs niet zelf allemaal mee les geven? Schaf dan meteen ook de koepels af, dat levert extra middelen op.

“Ik leg aan mijn studenten uit dat ze voor hun lessen rekening moeten houden met drie leerplannen: van de katholieke zuil, van steden en gemeenten en van het gemeenschapsonderwijs. Een leerplan wijst waar een leerkracht met de kinderen naartoe moet navigeren. Dat is dus ontzettend belangrijk. Mijn leerlingen moeten er zo drie leren kennen. Die leerplannen zijn door de verzuilde onderwijskoepels niet op elkaar afgestemd. Ze onder de knie krijgen, vergt van mijn studenten heel wat inspanning én energie. Dat heeft toch niets meer te maken met kwalitatief onderwijs? Want moet het over de kinderen gaan of over de koepels?

“De twee topmannen van de grootste onderwijskoepels schreven een opiniestuk in De Standaard met voorstellen om de scholen te redden (op dinsdag 7 juni – JS). Ik dacht: ‘Waarom steken jullie niet eerst de hand in eigen boezem?’ Weet u wat een uitstekend voorstel voor efficiënt onderwijs is? Maak één centraal leerplan in plaats van drie.”

Zijn de studenten waaraan u lesgeeft gemotiveerd om aan de slag te gaan?

“De mensen die bij ons beginnen, zijn gemotiveerd, maar mispakken zich soms aan de inhoud van het beroep. Ze verbazen zich dan over de hoeveelheid didactiek die ze te verwerken krijgen en staan te kijken van de kennis de ze over Frans of wiskunde moeten vergaren. Wiskunde is bij ons een ‘buisvak’, maar als leerkracht in het lager onderwijs moeten je wiskundige vaardigheden nu eenmaal véél beter zijn dan die van de kinderen in je klas.

“Veel studenten vallen in het eerste jaar af. De derdejaars zijn de écht gemotiveerden. Al vertrouwde één van hen me onlangs toe: ‘Als ik mijn diploma heb, ga ik iets anders doen.’ Ik schat dat van alle startende studenten de helft de eindmeet haalt.”

Dat zijn dan vooral vrouwen?

“Ja, en dat is niet gezond. 10 procent van de afstuderende leerkrachten voor het basisonderwijs zijn mannen. Voor het middelbaar ligt dat percentage een tikkeltje hoger. Pas afgestudeerde mannelijke leerkrachten gaan vaak aan de slag in de derde graad van het lager, om soms later door te groeien tot directeur. Als er dus al eens een man in zo’n vrouwelijk corps binnenstapt, heeft die het na een paar jaar voor het zeggen. (lacht)”

Voor de huidige malaise in het onderwijs wordt er ook met een beschuldigende vinger gewezen naar het zwaar verguisde M-decreet.

“Het is nu inderdaad bon ton om te verkondigen dat het allemaal de schuld is van het M-decreet. Ik ben het daar niet mee eens. Minder dan 1 procent van de kinderen in het buitengewoon onderwijs stapte onder impuls van het M-decreet over naar het reguliere onderwijs. In tegenstelling tot wat velen lijken te geloven, kwam er dus geen toestroom op gang. Het principe van inclusief onderwijs was trouwens helemaal juist. Het sloot naadloos aan bij de Salamanca-verklaring van de UNESCO uit 1994 die stelt dat alle leerlingen met speciale onderwijsbehoeften toegang moeten hebben tot reguliere scholen. Maar de uitvoering liet te wensen over. Zo moest er met een ondersteuningsnetwerk over de onderwijskoepels heen gewerkt worden; in de praktijk kwam daar niets van in huis. Iedereen bleef alweer in zijn eigen koepel aanmodderen.

“Het terechte en juiste M-decreet werd in de uitwerking vakkundig de nek omgedraaid. Er was ook iets mis met de manier waarop de goegemeente dat decreet interpreteerde. Zo vonden sommige ouders dat de school verplicht was om voor hun kind tot het uiterste te gaan. Dat was helemaal niet zo: de school moest redelijke aanpassingen doorvoeren, wat iets helemaal anders is dan ‘tot het uiterste gaan’. Scholen die al heel ver stonden met inclusief onderwijs en een stevige basiszorg hadden, werden overspoeld. In andere scholen waar de basiszorg op niets trok, werd inclusief onderwijs zoveel mogelijk afgehouden.”

Bent u ondanks alles optimistisch over de toekomst van ons onderwijs?

“Natuurlijk. Ik behoor niet tot degenen die jammeren dat het kalf verdronken is. Ik heb het allergrootste respect voor leerkrachten, want zij vormen de basis van onze samenleving. Zij werken met onze toekomst. Ik snap niet dat zoveel mensen dat niet willen zien. De maatschappij heeft de verdomde plicht om het kalf niet te laten verdrinken.”

Brenda Froyen

  • Geboren in 1978
  • Studeerde Germaanse filologie en haalde een bachelor lager onderwijs
  • Debuteerde in 2014 als schrijver met de autobiografische roman Kortsluiting in mijn hoofd
  • Richtte Psychosenet België op en zetelde in de Hoge Gezondheidsraad
  • Vorig jaar verscheen haar jeugdboek Een jaar met Wifi
  • Is getrouwd en heeft drie zonen

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: