‘De eindejaarsperiode is extra gevaarlijk: mensen slikken eerst hun dosis tramadol en gaan dan op recepties een paar glazen alcohol drinken. Totaal onverantwoord’

Eind oktober riep president Donald Trump de noodtoestand uit over de opioïde-epidemie in de VS. In België nam in 2016 tien procent van de bevolking minstens een keer zijn toevlucht tot opioïde pijnstillers. 1 op 5 van de Belgen die dagelijks aan het spul zitten, is jonger dan 50. “Erg verontrustend”, vindt toxicoloog Jan Tytgat.

 

Uit cijfers van het Riziv blijkt dat tussen 2005 en 2014 het algemene verbruik van opioïdepijnstillers zoals tramadol, fentanyl en oxycodon in ons land verdubbelde. “Ik maak me daar zorgen over”, zegt professor toxicologie Jan Tytgat van de KULeuven. “De opioïden zijn familie van opiaten zoals morfine en codeïne. Opiaten zijn natuurproducten die gewonnen worden uit de papaverplant en opioïden zijn de synthetische afgeleiden. Tramadol is een volledig synthetisch opioïde; oxycodon is semisynthetisch, net als het verwante heroïne. Zowat iedereen heeft schrik voor die harddrug, maar we zijn niet bang voor fentanyl, tramadol en oxycodon, terwijl ze veel minder onschuldig zijn dan ze klinken.”

In de VS sterven dagelijks 100 burgers aan een overdosis opioïdepijnstillers. Meer dan 20.000 Amerikanen namen in 2016 een fatale dosis, wat een verdubbeling is van het jaar ervoor. De opioïde-epidemie heeft intussen zo’n verwoestende omvang aangenomen dat de Amerikaanse president Donald Trump eind oktober er de noodtoestand over uitriep. Wereldwijd zijn de inwoners van de VS de grootste consumenten van opioïden. Van elk miljoen inwoners slikken er 50.000 elke dag hun dosis. Op de tweede plaats staat Canada met 30.000 dagelijkse slikkers per 1 miljoen. In de meeste Europese landen schommelt de dagelijkse consumptie rond 25.000. In het Europees kampioenschap opioïdeslikken prijkt België op de derde plaats, na Oostenrijk en Duitsland.

Voor Audry Dorigo, woordvoerster van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), is er in België geen enkele reden tot paniek. “De toestand in de VS verschilt fundamenteel van de onze”, stelt ze. “Veel Amerikaanse patiënten aanvaarden geen pijn na een ingreep en dreigen dikwijls met juridische stappen tegen hun arts als dat wel zo zou zijn. Uit angst daarvoor kiezen dokters meteen voor zware opioïden in plaats van gebruikelijke pijnstillers zoals paracetamol. Opioïdepijnstillers worden in de VS massaal verkocht en in bijna elk Amerikaans huishouden vind je in het medicijnkastje nog ongeopende verpakkingen. Het gebruik van sterke pijnstillers ligt vaak aan de basis van een latere verslaving. Wij kennen in België zo nog geen toestanden, al moeten we het stijgende opioïdengebruik natuurlijk goed in de gaten houden. Maar die stijging hoeft niet per se negatief te zijn. Het voorbije decennium hebben we veel geleerd over de problematiek van chronische pijn en zijn we pijnklachten beter en intensiever gaan behandelen. Vroeger werden sterke pijnstillers enkel aan kankerpatiënten gegeven. Nu worden ze ook gebruikt voor patiënten met chronische pijn. De duur van de gemiddelde behandeling met sterke opioïden stijgt daardoor aanzienlijk.”

Erik Rossignol van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het Riziv maakt zich wel zorgen. “In 2016 waren er 30.353 chronisch grote gebruikers van opioïden; in vergelijking met 2010 is dat een stijging met 28 procent”, zegt hij. “Een chronisch grote gebruiker is iemand die op één jaar tijd minstens 365 doorsnee dagdosissen afhaalt bij de apothekers. Een doorsnee dagdosis of DDD is de gemiddelde onderhoudsdosis die een volwassene per dag mag gebruiken. Wat ons het meest verontrust, is dat één op de vijf chronisch grote gebruikers jonger is dan vijftig jaar.”

 

In België slikken dus meer dan 6000 jonge mensen elke dag hun dosis zwaar verslavende opioïde?

Erik Rossignol: “Ja. In de totale groep van chronisch grote gebruikers zitten ook palliatieve patiënten. Met hun opioïdengebruik is niets mis; de pijnstillers maken hun levenseinde comfortabeler. Andere chronisch grote gebruikers hebben ernstige rugklachten of herstellen van zware kankerbehandelingen. Maar dat verklaart nog niet waarom het aandeel jonge gebruikers zo in de lift zit. Pijn zou behandeld moeten worden volgens de pijnladder van de Wereldgezondheidsorganisatie die drie treden telt. Opioïden zouden enkel voorgeschreven mogen worden voor de middelste en de hoogste pijntrede en niet voor een banale hoofdpijn. Daar dienen pijnstillers als Dafalgan voor. Opioïden kunnen hyperalgesie veroorzaken: op lange termijn word je overgevoelig aan pijn.”

 

Wie die middelen zeer lang gebruikt, moet de dosis opvoeren om hetzelfde effect te krijgen?

Rossignol: “Precies, en zo kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Daarom ook is het verontrustend dat 1 op 5 van de chronisch grote gebruikers jonger is dan vijftig. Want tot welke pillen zullen ze op hun zeventigste hun toevlucht moeten nemen?”

 

Opioïdejunks

An Haekens is ouderenpsychiater en hoofdgeneesheer bij de Alexianen Zorggroep Tienen. Steeds meer zeventigers onder haar patiënten blijken een stevige verslaving aan een opioïde ontwikkeld te hebben. “Ze zijn er zich totaal niet van bewust dat ze verslaafd zijn en onder de zware pijnmedicatie zitten”, zeg ze. “Ooit hadden ze fysieke pijn waarvoor hun arts hen tramadol voorschreef. Jarenlang bleven ze die pijnstiller elke dag trouw slikken. Na verloop van tijd verdoofden ze er niet alleen hun fysieke, maar ook hun psychische pijn mee. ‘Tramadol’ klinkt alsof het over een aspirientje gaat, terwijl het zoiets als morfine is. Het wordt bijna net zo makkelijk geslikt als in de jaren zestig de poederkes van dr. Mann.”

Als opioïden zo makkelijk geslikt worden, moeten ze minstens even makkelijk door dokters voorgeschreven worden. “Daar voeren wij sinds dit jaar onderzoek naar”, zegt Cathy Matheï, professor huisartsgeneeskunde aan de KULeuven en dokter bij de Antwerpse drughulpverlening Free Clinic. “Het is nog te vroeg voor de resultaten, maar wat we ondertussen wel weten, is dat dokters bij het voorschrijven van opioïden te weinig informatie geven. Dat geldt zeker voor tramadol, de zogenaamd ‘lichtere’ pijnstiller. Dat ‘lichtere’ is zeer misleidend, want je kan ook een drankprobleem ontwikkelen door pintjes te drinken in plaats van whisky. Veel patiënten die tramadol voorgeschreven krijgen, zijn er zich niet van bewust dat ze een verslavende opioïde slikken en weten niet dat je er een overdosis van kunt nemen. Ze krijgen er hun pijn makkelijk mee onder controle en zetten het restant in de medicijnkast naast de paracetamol. Als een ander gezinslid tandpijn heeft, wordt er zonder nadenken een pil tramadol gegeven. Mijn eigen dochter brak haar enkel en kwam op de spoed terecht. Ze kwam terug thuis met drie pijnstillers, waaronder tramadol, zonder een woord uitleg. Ik vind dat zeer problematisch.”

Jan Tytgat: “Tramadol is in België erg populair onder de merknamen Contramal, Tradonal of Tramium. Die geneesmiddelen hebben zeker medisch nut, maar worden door een aantal dokters, zowel specialisten als huisartsen, wel degelijk met een licht handje voorgeschreven. Voor kort en bondig gebruik van één of maximum twee weken, kan dat niet zoveel kwaad, maar als je tramadol en ook oxycodon langer blijft gebruiken, neemt het verslavingsrisico toe. Daar zouden patiënten toch op zijn minst voor gewaarschuwd moeten worden. Want voor ze het goed en wel beseffen, zijn die pillen snoepjes.”

 

En worden zij opioïdejunks?

Tytgat: “Je mag die mensen gerust zo noemen. Ze staan niet stil bij het effect van die stoffen op hun dagelijks leven: onder invloed van opioïde met de auto rijden, wordt een hachelijke onderneming. Die middelen heten niet voor niets ‘narcotische’ analgetica: ze brengen je in een narcose. Nu slikken mensen eerst hun tramodolleke om vervolgens op de eindejaarsreceptie een paar glazen naar binnen te gieten. Totaal onverantwoord.”

Erik Rossignol: “Als controledienst van het Riziv onderzoekt het DGEC het voorschrijfgedrag van dokters en het aflevergedrag van apothekers. We vragen bij de ziekenfondsen op wat dokters hen aanrekenen en hebben zo vreemde zaken vastgesteld, niet alleen bij dokters, maar ook bij patiënten.”

 

Zoals?

Rossignol: “Onder de grote chronische verbruikers zijn er tientallen die bij meer dan twintig apothekers hun medicatie ophalen. Ze gaan eerst langs bij verschillende artsen en spreiden de voorschriften over verschillende apotheken. Sommigen maken valse voorschriften. We hebben ook vastgesteld dat een aantal artsen bij het voorschrijven van opioïden op jaarbasis ver boven het gemiddelde zit. Mijn collega’s voeren nu een sensibiliseringscampagne en leggen die cijfers voor op vergaderingen van lokale bijeenkomsten van zorgverleners. We zochten ook contact met de Orde der artsen, de Orde der apothekers, hun beroepsverenigingen, verschillende overheidsinstellingen en de Belgian Pain Society.”

 

Spreken jullie de dokters aan die makkelijk opioïden voorschrijven?

Rossignol: “We vragen hen waarom ze die middelen zo vaak voorschrijven, ja. Sommigen krijgen veel chronische pijnpatiënten over de vloer en kunnen hun voorschrijfgedrag perfect verantwoorden. Maar anderen niet. De dokter kan dan onder toezicht worden geplaatst: we houden zijn voorschrijfgedrag zes maanden in de gaten. Als hij zijn gedrag niet aanpast, starten we een terugvorderingsprocedure. Als er fraude in het spel is, schakelen we het parket in.”

 

Want het losjes voorschrijven van opioïden kost de ziekteverzekering handenvol geld?

Rossignol: “In 2006 lag het aantal DDD’s voor tramadol op 20,5 miljoen voor 500.000 patiënten; in 2016 steeg dat tot 43 miljoen voor 977.000. Dat kostte de ziekteverzekering vorig jaar 26 miljoen euro. Oxycodon stond in 2006 nog op nul; in 2016 lag het aantal DDD’s op 3,5 miljoen voor 72.000 patiënten. Kostprijs: 6,1 miljoen euro. Fentanyl scoorde in 2006 13 miljoen DDD’s en stond in 2016 op 23 miljoen voor 73.000 patiënten of 18,2 miljoen euro. Die drie opioïden kostten de ziekteverzekering vorig jaar dus samen 50,3 miljoen euro. Met de kleinere opioïdebroertjes tilidine en piritramide erbij klokten we af op een totaal van 55,4 miljoen. Onder de 1.186.943 patiënten die vorig jaar minstens één verpakking afhaalden, zijn er ook die jaarlijks meer dan 730 DDD’s gebruiken, terwijl er maar 365 dagen in een jaar zijn. 2.135 patiënten gebruikten meer dan 730 DDD’s tramadol, 660 patiënten meer dan 730 DDD’s oxycodon en 1.848 meer dan 730 DDD’s fentanyl.”

 

Tussen die zeer zware gebruikers zitten dus vermoedelijk ook opioïdedealers?

Cathy Matheï: “Er is zeker een bloeiende zwarte markt, maar het is niet omdat iemand een dubbele dagdosis gebruikt, dat hij meteen ook een dealer is. Rugklachten verhelp je niet met opioïdes, daarvoor moet je naar de rugschool of op cryotherapie. Veel mensen kiezen liever de makkelijke weg en slikken een pil. De pijn wordt verdoofd en langzaam maar zeker wordt de dosis opgedreven. Zo eindigen sommigen met een verdubbeling van hun dagdosis. Die mensen lopen dan niet meteen stoned rond, want ze hebben grote gewenning ontwikkeld aan het pijnstillende én het roesververwekkende. In de drughulpverlening merken we wel dat bijvoorbeeld heroïnegebruikers steeds meer hun toevlucht nemen tot fentanyl-pleisters. Ze kleven de pleisters niet, maar knippen ze in stukjes en zuigen de substantie op. Dat is heel gevaarlijk: de voorbije jaren stierven verschillende gebruikers aan fentanyl-overdosissen.”

Jan Tytgat: “Fentanyl is het gevaarlijkste middel omdat het zo krachtig is. Voor sommigen is het inderdaad een surrogaat voor heroïne, want beide middelen werken in op dezelfde pek in onze hersenen. Fentanyl is een Belgische uitvinding: het is in de jaren zestig door Janssen Pharmaceutica ontwikkeld en groeide wereldwijd uit tot een succes. Ik wacht vol afgrijzen op al die amateurafgeleiden van Fentanyl die nu in illegale drugslabs bekokstoofd worden. Die designerdrugs zijn vaak nog krachtiger en vernietigender dan het origineel.”

Matheï: “Ook oxycodon is populair onder druggebruikers. Ze roken het om zo het effect te verhevigen. Zowel tramadol als oxycodon en fentanyl kunnen tegenwoordig heel makkelijk besteld worden via het internet, je hoeft er zelfs niet voor op het darknet.”

 

Moet de overheid ingrijpen?

Tytgat: “Als we willen vermijden om in Amerikaanse toestanden terecht te komen, moet er nu gewezen worden op de gevaren van langdurig gebruik. We hebben dus dringend nood aan een sensibiliseringsactie, net zoals die er in het verleden was voor slaapmiddelen als Rohypnol en Valium.”

Audrey Dorigo: “Het Riziv zal volgend jaar een duidelijke brochure over het gebruik van sterke opioïden maken en die op grote schaal onder de bevolking verspreiden.”

 

(c) Jan Stevens

Advertenties

‘Donald Trump is de laatste grote stuiptrekking van het neoliberalisme’

Als we niet naar de haaien willen, moeten we het kapitalisme zo snel mogelijk inruilen voor een nieuw economisch model: de donut. Tenminste, dat predikt kersvers rockstereconoom Kate Raworth in haar bestseller Donutecenomie. “We moeten dringend van ons geloof af dat eeuwige groei de enige weg naar welvaart is.”

 

Sinds de publicatie van Doughnut Economics in april van dit jaar lijkt het leven van de 47-jarige Oxford-econome Kate Raworth op dat van een rockster. Nadat de Britse krant The Guardian haar uitriep tot ‘de Keynes van de 21e eeuw’, naar de 20e-eeuwse grote econoom John Maynard Keynes, groeide haar boek in een rotvaart uit tot een internationale bestseller. Raworth vertrok op een lezingentournee door Europa en Amerika die tot vandaag blijft voortduren. Nu ligt ook de Nederlandse vertaling Donuteconomie in de winkel. In haar boek schetst Raworth hoe we in zeven stappen ons dolgedraaid, allesverzengend en op eeuwige groei geconstrueerde kapitalisme kunnen ombouwen tot een duurzaam, mens- en planeetvriendelijk economisch model voor de 21e eeuw. Dat nieuwe model ziet eruit als een donut. Kate Raworth: “Mijn economie is circulair, wat wil zeggen dat er zo weinig mogelijk afval geproduceerd wordt, en is even rond als een donut. De buitenste cirkel vertegenwoordigt de ecologische bovengrens: alles wat daar aan economische activiteit buiten valt, schaadt onze planeet en ons welzijn. De binnenste cirkel staat voor de sociale ondergrens en geeft weer wat we minimaal nodig hebben om wereldwijd in de basisbehoeften van elke mens te voorzien. In de toekomst wordt het onze taak om onze industriële en economische activiteit binnen die twee cirkels van de donut te houden.”

Donuteconomie leverde Kate Raworth gejuich en handengeklap op van groene politici, ecologisten, milieu- en mensenrechtenactivisten, duurzame ondernemers en bezorgde burgers. Maar ze werd ook op hoongelach onthaald en als voormalig Oxfam-onderzoeker en lid van de Club van Rome afgeserveerd als ‘professionele alarmist’. Die kritiek glijdt van haar af als water van een eend. “Ik trek me op aan de vele enthousiaste reacties van mijn lezers”, zegt ze. “Het grote succes van mijn boek verbaast me. Dat kan er alleen op wijzen dat zeer veel mensen op dit moment hunkeren naar een beetje hoop. Als je de kranten leest, lijkt het alsof crisis onze normale staat van zijn geworden is. En de wereld wòrdt ook geteisterd door flink wat rampspoed met politieke instabiliteit, volksverhuizingen, overstromingen, droogte, bosbranden en andere kwalijke effecten van de klimaatverandering. Veel mensen hebben behoefte aan een positieve kijk op de werkelijkheid en verlangen naar een verhaal waar ze helemaal vòòr kunnen zijn, naar een zinvolle visie op de wereld.”

 

Die visie geeft u in Donuteconomie?

Kate Raworth: “Blijkbaar wel. (lacht) Oorspronkelijk wou ik laten zien wat er allemaal niet deugt aan de grondslagen van de klassieke economische theorie die vertrekt vanuit vraag en aanbod. Maar geleidelijk groeide het besef dat ik eigenlijk de kritiek van deze tijd aan het schrijven was. Tezelfdertijd drong het tot me door dat ik niet de enige was, maar dat zoveel andere mensen met precies hetzelfde bezig zijn. Vanuit verschillende disciplines vertellen we allemaal dat de omwenteling waar we voorstaan, even ingrijpend wordt als de Copernicaanse revolutie uit de 15e eeuw, toen het inzicht groeide dat de zon niet rond de aarde draaide, maar de aarde rond de zon. De Copernicaanse revolutie van vandaag is dat we door de penibele omstandigheden waarin we beland zijn, eindelijk gedwongen worden om de échte grondslagen van ons welzijn onder ogen te zien.”

 

En die grondslagen zijn?

Raworth: “Ik gebruik graag de metaforen van ‘de knikker’ en ‘de boon’ om te illustreren waar onze voorspoed in de 21e eeuw van zal afhangen. De kleine boon staat dan voor het vervullen van onze dagelijkse basisbehoeften aan voedsel, water, gezondheidszorg, huisvestiging, elektriciteit, onderwijs. Ze staat symbool voor het verzekeren van de gezondheid en het welbevinden van elk individu. De voorwaarden daarvoor staan netjes opgelijst in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die volgend jaar haar zeventigste verjaardag viert. Maar ons welzijn hangt ook af van de knikker, die schitterende blauwe planeet die we in 1968 voor het eerst zelf konden zien op foto’s genomen door de Apollo 8-astronauten. Ons overleven en voortbestaan zijn onlosmakelijk verbonden met de planeet aarde. We varen wel met een stabiel klimaat, bloeiende biodiversiteit, overvloedig zuiver water, een bescherming biedende ozonlaag, propere oceanen en vruchtbare gronden. Zowel de knikker als de boon kunnen niet zonder elkaar: mensenrechten gedijen enkel op een gezonde planeet. De twintigste eeuw werd gedomineerd door geld als de maat voor het bepalen van ons succes: een steeds groter wordend bruto binnenlands product (bbp) stond synoniem voor vooruitgang. We zijn er volledig van doordrongen geraakt dat eeuwige groei de enige weg naar welvaart is. Dat geloof moeten we dringend afvallen. In de 21e eeuw zullen welvaart en voorspoed gekoppeld zijn aan het in balans brengen van de menselijke behoeften met de behoeften van de planeet. Dààr zal onze economie op gebaseerd moeten worden.”

 

Met alle respect, maar u vertelt toch niet echt iets nieuws?

Raworth: “Nee, en ik geef dat in mijn boek ook grif toe. De ecologische econoom Herman Daly zei in de jaren zeventig van de vorige eeuw net hetzelfde: ‘We moeten de economie als een ondergeschikt systeem van de aarde beschouwen.’ Decennia geleden al gingen feministische economen in tegen de fetisj dat de economie enkel draait op betaalde arbeid. Zij stelden dat zonder het onbetaalde huiswerk het hele systeem niet lang zou overleven. U hebt dus gelijk: mijn werk is niet nieuw. Maar misschien is het wèl mijn verdienste dat ik dit boek op het juiste moment geschreven heb. En dat ik de denkbeelden van ecologische, feministische en andere progressieve economen met elkaar verbind om de fundamenten van de neoliberale economie in vraag te stellen.”

 

Een van die fundamenten is hebzucht. ‘Greed is good’, het motto van Gordon Gekko uit Wall Street, lijkt na de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump meer dan ooit alive and kicking. Inclusief het adagium van onbeperkte groei.

Raworth: “Spijtig genoeg wel, en dat geldt niet alleen voor Trump. Eigenlijk heeft zowat elke politicus uit om het even welke partij het voortdurend over ‘groei’. Telkens als ik zo’n man of vrouw weer eens dat woord op radio of tv hoor uitspreken, denk ik: ‘Bingo!’ Ze spinnen er wol omheen en hebben het over ‘slimme groei’, ‘duurzame groei’, ‘weerbare groei’, ‘inclusieve groei’, ‘kapitaalsgroei’… Maar groei is hun alfa en omega. Het bewind van Donald Trump beschouw ik als een van de laatste grote stuiptrekkingen van het neoliberalisme zoals dat mee door Margaret Thatcher en Ronald Reagan vormgegeven werd. Trump lijkt zelfs recht uit de late jaren vijftig naar 2017 gekatapulteerd te zijn met zijn rotsvaste geloof in de zegeningen van de ultravrije markt. In tegenstelling tot veel andere politici zet hij geen masker op en doet hij niet alsof hij duurzaamheid hoog in het vaandel voert. Hij is heel helder over zijn agenda: meer kolen, meer olie, minder regels, ongebreidelde groei en de pot op met al die groene watjes. In de sixties stelde John F. Kennedy de Amerikanen tot vijf procent groei in het vooruitzicht. Tijdens zijn verkiezingscampagne hamerde Trump voortdurend op groei en riep zo herinneringen op aan the good ol’ days onder Kennedy. Maar zestig jaar geleden leefden we echt in andere tijden. We kenden enkel de boon en hadden de blauwe knikker nog niet ontdekt. Silent Spring van Rachel Carson moest nog verschijnen, één van de eerste boeken waarin begin jaren zestig gewezen werd op de grote milieuschade veroorzaakt door de industriële ontwikkeling.

“Groei omwille van de groei is een heilloze weg: zo putten we alle reserves van onze aarde uit. Wat we nodig hebben, is een economie die drijft op gemeenschappelijk belang en niet op eigenbelang of hebzucht. De nieuwe digitale deeleconomie kan als voorbeeld dienen. Uw landgenoot Michel Bauwens leverde daar met zijn P2P-foundation pionierswerk voor. De open source-economie zoals hij die propageert, lijkt een beetje op het Wikipedia-model. De achterliggende gedachte is dat verschillende individuen meer weten dan één. Iedereen mag zijn bijdrage leveren en als iemand de bal misslaat of een fout maakt, wordt dat gecorrigeerd door anderen. Open source-software werkt net zo: op het net vind je nu onder andere fantastische tekstverwerkings- of fotobewerkingssoftware die gratis gedownload mag worden en die door de gemeenschap gebouwd, onderhouden en verfijnd wordt. Politici moeten dringend dat ongelooflijk krachtige digitale gemeenschapsmodel onder de loep nemen.”

 

Die digitale deeleconomie is er ook verantwoordelijk voor dat de jobs van steeds meer mensen in de echte wereld bedreigd zijn.

Raworth: “Het is zeker zo dat de digitale technologie op dit moment zeer verstorend werkt. Maar misschien heeft dat vooral te maken met wie er aan de knoppen zit. Ik geloof echt dat er een groot verschil is tussen digitale technologie in handen van mensen die het gemeenschapsbelang voor ogen hebben, en van technologie in handen van grote bedrijven en individuen die zoveel mogelijk macht en controle willen centraliseren. De nieuwe technologie zelf vormt geen aanleiding voor angst of vreugde, wel de doelen waarvoor ze ingezet en gebruikt wordt. Het lijkt nu inderdaad alsof nietsontziende spelers als Uber en Amazon zowat de hele digitale markt in handen hebben en zo de reële economie zwaar verstoren. Maar ik ben optimistisch en ik geloof nooit dat ze de eindwinnaars zullen zijn. Oké, ze hebben de eerste ronde gewonnen, maar het verzet groeit. Steeds meer mensen willen geen deel uitmaken van een Uber-maatschappij waarin het ieder voor zich is. De technologie die achter Uber schuilgaat, kan veel beter ingezet worden voor een digitaal platform dat gebaseerd is op samenwerking en niet op uitbuiting. Wat houdt ons tegen om een taxi-app te ontwikkelen waarbij de chauffeurs en de gebruikers baas zijn?”

 

Hebben we een revolutie nodig om het wilde kapitalisme te vervangen door uw donuteconomie?

Raworth: “De meest effectieve revolutie met resultaten op lange termijn is een evolutie. Maar die evolutie van een neoliberale naar een donuteconomie moet wel heel radicaal gebeuren.”

 

Is er nog tijd voor ‘evolutie’?

Raworth: “Hebben we nog tijd voor revolutie? Revoluties vernietigen het bestaande, zonder dat er iets zinvols in de plaats komt. Dingen kunnen soms verbazingwekkend snel evolueren en als die veranderingen zinvol lijken, zijn miljoenen mensen bereid om ze ook te aanvaarden. Een fantastisch voorbeeld is mobiele telefonie: het ontwikkelen van de technologie kwam er niet van vandaag op morgen, maar eens de gsm er was, werd hij wereldwijd een instant succes. In tegenstelling tot een halve eeuw geleden hebben we nu het internet en al die digitale platformen. De globale invloed daarvan mag u echt niet onderschatten. Zij maken het mogelijk dat nieuwe evoluties snel ingang vinden.

“Als we onze economie willen omvormen tot een donut, moeten we tijdens het hele overgangsproces altijd het ultieme doel van een duurzame, sociale en rechtvaardige samenleving voor ogen houden. Wat ik niet wil, is een hervormd soort kapitalisme. Je hoort nu pleidooien voor ‘groen kapitalisme’. Maar waarom moeten we dat typisch 20e-eeuwse begrip ‘kapitalisme’ blijven hanteren in een economisch model voor de 21e eeuw? Want zo stellen we de essentie van dat kapitalisme en zijn drang naar eeuwige groei niet in vraag. Weet u waar we wél een revolutie nodig hebben? In het onderwijs. De voorbijgestreefde economische theorieën over vraag en aanbod die nu onderwezen worden, moeten razendsnel vervangen worden door mijn model van de donuteconomie. En alle ‘ismes’ van de vorige eeuw, zoals dat kapitalisme en het socialisme, horen thuis in de geschiedenisboeken.”

 

Nogal wat jonge mensen zien wel nog brood in het socialisme dat u de vuilbak van de geschiedenis ingooit. Hoe is anders het succes van linkse krasse knarren als Jeremy Corbyn of Bernie Sanders te verklaren?

Raworth: “Ik betwijfel of hun succes iets met socialisme of marxisme te maken heeft. Het gaat over fundamentele menselijke waarden. Ook de kiezers van Corbyn of Sanders willen net als zoveel andere mensen een samenleving waar niemand gedwongen wordt om aan te schuiven aan de voedselbank voor eten voor hun kinderen. Moest Karl Marx terugkeren, zou hij zeer ongelukkig zijn over wat er van zijn marxisme geworden is. ‘Ismes’ helpen ons geen millimeter vooruit. Weg ermee.”

 

U mag het socialisme en kapitalisme dan wel doodverklaren, in een land als de VS zijn het de rijkste ondernemers en bankiers die met hun sponsorgeld onrechtstreeks bepalen welke president er in het Witte Huis zit. De regering Trump is een staalkaart van superrijk kapitalistisch Amerika.

Raworth: “Dat is een groot probleem. Tijdens de financiële crisis van 2008 namen bankiers van Goldman Sachs het financiële bewind in Amerika over. Ze werden binnengehaald door de toenmalige minister van Financiën Henry Paulson, een voormalig ceo van Goldman Sachs. Er is voor de Amerikaanse pers flink wat werk aan de winkel om de corrupte relaties bloot te leggen tussen de financiële wereld en politici van rechts én links. De geldstromen van ondernemers en bedrijven naar partijen en politici moeten volledig opdrogen.”

 

U bent er rotsvast van overtuigd dat uw donuteconomie het van het kapitalisme zal winnen?

Raworth: “Als we helemaal niets ondernemen, maakt mijn economisch model geen enkele kans. Politieke activisten als Naomi Klein en George Monbiot zijn mijn medestanders, samen met hen en veel anderen moéten we op dezelfde nagel blijven kloppen. Na een lezing krijg ik soms als opmerking: ‘O, I love your optimism.’ Ik kijk dan altijd heel verbaasd: ‘Heb ik gezegd dat ik optimist ben? Wees nooit een optimist om jezelf beter te voelen. En wees nooit een pessimist die een excuus zoekt om de handdoek in de ring te gooien. Wees een activist en vraag jezelf af wat jij kan doen om de transformatie mogelijk te maken.’ Het is hoog tijd voor actie. De klimaatverandering speelt zich voor onze ogen af en misschien is het zelfs al te laat. Maar als we helemaal niets doen, wordt de catastrofe alleen maar groter.”

 

Terwijl wij hier laadpalen, windmolens en zonnepanelen installeren en vegetariër of veganist worden, stikken de inwoners van een stad als Manilla in hun eigen smog en afval. Manilla is niet de enige miljoenenstad op deze planeet waar duurzaamheid en ecologie niet in het woordenboek staan. Dweilen wij zo niet met de kraan open?

Raworth: “Reden te meer om ook in landen als China, India of de Filippijnen hard en gepassioneerd actie te blijven voeren voor een duurzame industrialisering en verstedelijking. In sommige miljoenensteden in Azië worden nu de fundamenten gelegd voor de steden van de toekomst. Natuurlijk zijn er vreselijke uitwassen, maar je vindt er ook zeer hoopvolle projecten. Op veel plaatsen in de wereld moet de eerste steen voor nieuwe infrastructuur nog gelegd worden. Zij kunnen nog kiezen of ze transportsystemen rond de stad leggen om auto’s te vervoeren of mensen. De voorbije tweehonderd jaar hebben wij de luxe gehad om de vervuiling van onze industrialisering naar de rest van de wereld te transporteren. De wereld leek groot genoeg om onze vuiligheid te dumpen. China en India industrialiseren op het moment dat de draagkracht van de wereld zijn limieten bereikt heeft. Chinese burgers leven nu in de smog van hun eigen ontwikkelde industrie; Indië kampt in sommige staten met vreselijke droogte waardoor miljoenen mensen er aan het migreren zijn. De regeringen van die landen worden met hun neus op de feiten gedrukt: ze ondervinden de voor- en nadelen van industrialisatie en worden zo gedwongen om het roer radicaal om te gooien.”

 

Bent u ooit gevraagd door een politieke partij?

Raworth: “Nog nooit. Ik word soms wel eens door een partij om raad gevraagd en ik ben bereid om met elke politieke partij te praten, wat haar strekking ook is. Maar ik wil niet dat mijn ideeën gepikt worden door één partij. Ik heb Donuteconomie zeer bewust geschreven voor alle jonge mensen die nu aan het studeren zijn: zij zijn de politici en bewindslui van de toekomst. Ik merk aan mijn eigen studenten dat ze mijn model willen omarmen. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we in de economische theorie voor een hervorming staan zoals de katholieke kerk die in de zestiende eeuw meemaakte, toen Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkerk van Wittenberg spijkerde en zo het protestantisme lanceerde.”

 

Wat spontaan de vraag oproept: is economie wetenschap of eerder religie?

Raworth: “Dat is een interessante maar moeilijke kwestie. Voor veel neoliberalen is het een religie. Niet zolang geleden kwam er na een lezing een dokter naar me toe. Hij vroeg zich hetzelfde af: is economie wetenschap, of misschien eerder kunst? Op een bepaald moment zei hij: ‘Of zou het een behandeling kunnen zijn, zoals geneeskunde?’ Dat klonk best zinvol, want dokters behandelen de levende mens, en economisten denken na over complexe systemen en proberen de levende planeet te behandelen. Ze maken daarbij allebei gebruik van wetenschap, maar zeker voor economisten geldt dat zij er af en toe ook flink op los experimenteren.”

 

Kate Raworth, Donuteconomie – In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw, Nieuw Amsterdam, 24,99 euro

 

 

(c) Jan Stevens

Na één jaar Trump: ‘Een tweede ambtstermijn zou me niet verbazen’

‘Trump is consequent in zijn overtuigingen en speelt het politieke spel heel uitgekookt’, zegt Charlie Laderman, historicus en schrijver van Trumps politieke biografie.

Tot de zomer van dit jaar woonde en werkte de Britse historicus Charlie Laderman in Austin, Texas. Vandaag doceert hij internationale geschiedenis aan de universiteit van Londen. Samen met zijn Cambridge-collega Brendan Simms schreef hij Donald Trump, the making of a World View, de politieke biografie van de nieuwe Amerikaanse president. Om de diepste politieke overtuigingen en zielenroerselen van The Donald op het spoor te komen, doorploegden ze al zijn interviews en speeches van de voorbije 37 jaar. ‘Tijdens de verkiezingsrace leek het alsof Trump een man zonder politieke eigenschappen was’, zegt Laderman. ‘Hij had een aantal bestsellers op zijn actief, maar die boeken geven maar weinig inzicht in waar hij ideologisch voor staat. Hij schreef ze niet zelf en schakelde ghostwriters in. Zij moesten in de eerste plaats het merk ‘Trump’ helpen promoten. Zijn échte stem klinkt niet in zijn boeken door.’

 

Velen zien Donald Trump als een opportunistische clown die op Twitter schiet op alles wat beweegt. Volgens u is dat een grove onderschatting?

Charlie Laderman: Er zit zeker een fikse dosis opportunisme in Donald Trump, maar een clown is hij niet. Soms lijkt het inderdaad alsof hij losjes vanuit de heup schiet op alles wat hem voor de voeten loopt; toch moesten wij tijdens het lezen, beluisteren en bekijken van zijn interviews tot onze eigen verbazing een zeer grote samenhang vaststellen. Er komen een aantal duidelijke fixaties van de man naar boven die samen zijn wereldbeeld vormen. Tijdens de campagne dacht ook ik tijdens zijn speeches: ‘Hij lult uit zijn nek.’ Soms was dat zo, maar als het op buitenlands beleid en handel aankwam, was hij altijd consequent. Dat geldt ook voor wat hij over de bondgenoten van Amerika denkt en over de rol van de VS in de wereld. In 1980 gaf hij als 34-jarige succesvolle aannemer een uitgebreid televisie-interview aan de journaliste Rona Barrett. Hij was haar allereerste gast in een reeks gesprekken met selfmade multimiljonairs en hij sprak vrijuit over de thema’s die de basis van zijn visie op de wereld vormen. ‘Amerika laat zich in de luren leggen door zijn handelspartners’, zei hij. ‘Ze bestelen ons en raken er probleemloos mee weg.’ De bondgenoten van de VS dachten volgens hem enkel aan zichzelf en dienden geen enkel Amerikaans belang. Alle vorige Amerikaanse leiders waren idioten die de onderhandelingspositie van het land verkwanseld hadden. De VS moesten volgens hem egoïstisch worden en de internationale orde wantrouwen. Hij presenteerde zichzelf toen al als een man met een duidelijke unilaterale, nationalistische blik op het buitenlands beleid. In de jaren tachtig en negentig richtte hij zijn pijlen vooral op Japan als land dat schaamteloos profiteerde van de goedheid van de VS. Veel Amerikanen hadden toen schrik voor die opkomende grote economische macht. Japan had het imago dat China nu heeft. Tot aan de millenniumwissel bleef Trump herhalen dat Japan de VS oplichtte. ‘We verdedigen de Japanners met onze militaire macht en ze betalen er ons geen cent voor. We sturen onze tankers naar de golf om er gratis olie voor hen te gaan tanken.’

 

Hij wou dat de bondgenoten stevig betaalden voor alle diensten die de Amerikanen leverden?

Laderman: Precies. Tot vandaag verkondigt Trump consequent: ‘Onze bondgenoten vinden het vanzelfsprekend dat wij hun vrijheid verdedigen, maar ze vertikken het om ons daarvoor fatsoenlijk te betalen. Dat moet gedaan zijn.’ Het geld dat zo opgehaald wordt, moet geïnvesteerd worden in binnenlandse infrastructuur. Donald Trump heeft een zeer mercantilistisch wereldbeeld: wat één partij verliest, is winst voor de andere. Internationale handel én internationale verstandhouding zijn voor hem niet meer of minder dan een zero-sum game: de som van de winnaar en de verliezer is altijd nul. Niet alleen Japan, maar ook alle Europese landen moeten in zijn visie betalen voor de bescherming die de VS hen bieden. Sinds de jaren tachtig propageert hij het te gelde maken van Amerika’s militaire macht. Herinner je zijn bezoek aan de NAVO in mei? Toen gaf hij de lidstaten die volgens hem niet diep genoeg in de buidel tastten een fikse bolwassing.

 

Is zijn wereldbeeld gestoeld op een politieke filosofie?

Laderman: Dat is iets te veel eer. Laten we het houden op fixaties, al is het misschien juister om over obsessies te spreken. Henry Kissinger zei ooit: ‘De overtuigingen die politieke leiders gevormd hebben voordat ze de top bereikten, zijn het intellectuele kapitaal waaruit ze blijven putten zolang ze in functie zijn.’ De overtuigingen van veel Amerikaanse presidenten werden gevormd toen ze al politiek actief waren, door de partij waar ze deel van uitmaakten of doordat ze andere politieke functies vervulden. Voor Trump geldt dat niet. Hij valt steeds weer terug op zijn obsessies.

 

En op zijn buikgevoel. In zijn boek Think like a Billionaire uit 2004 zegt hij: ‘Mensen staan ervan te kijken hoe snel ik grote beslissingen neem, maar ik heb geleerd om mijn instincten te vertrouwen en de dingen niet te overdenken.’ Dat klinkt toch griezelig uit de mond van de machtigste man op aarde?

Laderman: Dat is inderdaad niet al te bemoedigend. We mogen er vrij zeker van zijn dat zijn overtuigingen niet het resultaat zijn van noeste intellectuele arbeid, maar voortvloeien uit zijn intuïtie en ‘gezond verstand’. Hij benadrukt vaak dat hij gewoon ‘aanvoelt’ dat zijn overtuigingen juist zijn. Donald Trump is niet echt een groot lezer, ook al beweert hij regelmatig van wel. Zo stelde hij in 2011 in een interview met het Chinese persbureau Xinhua dat hij ‘de voorbije decennia honderden boeken over China gelezen had.’ Vervolgens ratelde hij uit het hoofd een lijst van twintig titels af, waaronder Mao van Jung Chang en The coming China Wars van econoom Peter Navarro, die nu Trumps belangrijkste raadgever voor internationale handel is. Op andere momenten zegt hij dan weer dat hij geen tijd heeft om te lezen en het te druk heeft met het maken van deals.

 

Is Trump met zijn America First-retoriek de erfgenaam van het fascistische en antisemitische America First Committee van Charles Lindbergh uit 1940?

Laderman: America First heeft een zeer lange geschiedenis die Trump ongetwijfeld kent. De Democratische president Woodrow Wilson gebruikte in 1916 al de slogan ‘America First’ om te benadrukken dat hij de VS tot dan uit de Eerste Wereldoorlog gehouden had. In 2000 overwoog Trump om zijn kandidatuur voor het presidentschap te stellen bij de Reform Party. Zijn rivaal was toen Pat Buchanan die als eerste naoorlogse Amerikaanse politicus schaamteloos teruggreep naar America First. Donald Trump distantieerde zich uitdrukkelijk van Buchanan, noemde hem een nazi-sympathisant en viel hem Trumpiaans agressief aan op die America First-retoriek. En kijk: vijftien jaar later is America First een van Trumps favoriete slogans. Al denk ik niet dat dat wil zeggen dat hij nu een fan is van de fascistische Charles Lindbergh of van de nazistische Pat Buchanan. America First verwijst bij hem toch vooral naar economisch protectionisme, het uitbreiden van het militaire en het opblazen van alle handelsakkoorden waarvan hij vindt dat ze Amerika’s belangen niet dienen. Al zit er zonder twijfel ook een xenofoob randje aan.

 

Een van de grote historische voorbeelden voor Donald Trump is Andrew Jackson, de eerste Democratische president van 1829 tot 1837. Jackson is berucht voor de Indian Removal Act waarmee hij de native Americans hardhandig naar reservaten verhuisde.

Laderman: Trump heeft een onvervalste Jacksoniaanse manier van denken. In 1999 schreef de Amerikaanse politicoloog Walter Russell Mead het essay The Jacksonian Tradition waarin hij haarscherp uit de doeken doet wat die Jacksoniaanse manier van denken inhoudt. Ik denk niet dat Trump dat essay gelezen heeft, maar toch past hij perfect in het plaatje. Jacskonians wantrouwen de kosmopolitische elite. Ze geloven dat de VS zich niet moet bezighouden met wat er in de rest van de wereld gebeurt, tenzij wanneer de VS wordt uitgedaagd: dan moet er teruggeslagen worden met overweldigende massieve militaire kracht. De huidige toestand rond Noord-Korea is daar een perfecte illustratie van. Trump is niet geïnteresseerd in dat land en weet er nauwelijks iets over. Het enige dat voor hem telt, is dat de Noord-Koreaanse dreiging beantwoordt kan worden met de grootst mogelijke vuurkracht ooit. Hij laat zich daarbij niet hinderen door internationale wetten of conventies. De 19e-eeuwse Andrew Jackson deelde dezelfde populistische, nationalistische, militaristische en xenofobe ideologie.

Andrew Jackson introduceerde na zijn verkiezing het ‘spoils system’: hij benoemde in zijn omgeving niet de meest bekwame kandidaten, maar wel vrienden, familie, sponsors en zakenrelaties. Trump deed identiek hetzelfde met de benoemingen van onder anderen zijn dochter Ivanka, schoonzoon Jared Kushner, bevriende miljonairs en bankiers van JP Morgan. De Trump-supporters nemen daar geen aanstoot aan, want voor hen bestaat de te verachten kosmopolitische elite uit journalisten, schrijvers, academici, acteurs en kunstenaars en niet uit superrijke bankiers of ondernemers.

In het interview met Rona Barrett uit 1980 noemde Trump het leven een gevecht. ‘Een eindeloze strijd waarbij verliezen niet getolereerd kan worden.’ De VS moesten terug een winner worden. Toen al klonk de echo van Make America Great Again. Veel mensen blijven hem onderschatten. Ze schrokken toen hij de verkiezingen won en ze geloven niet dat hij herverkozen zal worden. Mij zou het niet verwonderen dat hij er nog een tweede ambtstermijn bij krijgt. Want hij speelt het spel erg uitgekookt. Hij ligt regelmatig in de clinch met leden van zijn eigen Republikeinse Partij en stuurt zonder verpinken gepeperde tweets over hen de wereld in. Hij is een meester in het presenteren van zichzelf als slachtoffer. Volgens de opiniepeilingen is hij op dit moment een van de meest onpopulaire presidenten ooit. Maar zijn tegenstrevers scoren nòg slechter. Zijn supporters zien hem als de man die keihard vecht tegen al die losers die ze hartsgrondig verachten.

 

Heeft Donald Trump er altijd van gedroomd om president te worden?

Laderman: Het viel ons op dat in zowat elk interview sinds 1980 aan hem gevraagd werd of hij ambitie had om president te worden. Of dat er gevraagd werd: ‘Wat zou u doen als u president was?’ Begin jaren tachtig was hij nog een vrij onbekende New Yorkse bouwmagnaat en toch peilden journalisten continu naar zijn presidentiële ambities. Ze wilden ook weten hoe hij grote actuele problemen op zou lossen, zoals de gijzeling in de Amerikaanse ambassade in Teheran. Zijn antwoord was altijd typisch Trump: ‘Amerika moet gerespecteerd worden en hoeft zich niets aan te trekken van de internationale wetgeving. Val binnen, blaas die Iraniërs naar de hel en neem hun olie mee.’

Donald Trump is een vastgoedmakelaar, een bouwer en geen handelaar. Het kapitalisme ziet hij niet als internationaal handel drijven, maar als een op het eigen volk gerichte constructie. Al van in de jaren tachtig is hij groot voorstander van een nationalistisch economisch model. In 1987 kocht hij voor 94.000 dollar advertentieruimte in de Washington Post, New York Times en Boston Globe. Hij publiceerde een open brief waarin hij zichzelf nogal plompverloren uitte als een groot aanhanger van een nationalistisch economiemodel. ‘De wereld lacht de Amerikaanse politici vierkant uit’, schreef hij. ‘Vrijhandel kan fijn zijn als je geregeerd wordt door slimme leiders, maar wij worden geregeerd door dommeriken.’ Sommigen geloven dat hij onder invloed van de radicaalrechtse Steve Bannon een protectionistische en nationalistische kapitalist geworden is, maar dat is een misvatting. Hij is dat altijd geweest; in Bannon vond hij een klankbord en iemand die de populistische Trumpiaanse beweging kon uitbouwen. Het is een vergissing van formaat om te geloven dat Trump een marionet was in handen van Steve Bannon. Donald Trump is totaal doordrongen van dat nationalistische kapitalisme. Voor alt-rightfiguren als Bannon is Trump een geschenk uit de hemel: hij is de man waarop ze zaten te wachten. Het is ook naïef om te geloven dat Trump als zeventiger zal overschakelen op een minder grimmig wereldbeeld. Want dat hoor je nu soms wel eens: ‘We hebben het ergste met hem gehad.’ Ik denk het niet: the worst is yet to come.

 

Middenin de koude oorlog bood Trump zijn diensten als onderhandelaar aan: hij wou de nucleaire wapenwedloop een halt helpen toeroepen.

Laderman: Hij kondigde dat aan in een interview met de Washington Post in 1984. ‘In anderhalf uur heb ik alle finesses over kernraketten onder de knie’, zei hij. ‘Ik weet er toch al ongeveer alles over.’ (lacht) Het verontrustende is dat hij nu hij president en commander-in-chief is, nog steeds experts wantrouwt en enkel in zijn eigen onfeilbare verstand gelooft. Er zijn nog gigantisch ingewikkelde kwesties waarvan hij al verschillende keren beweerd heeft dat ze helemaal niet zo moeilijk zijn, zoals Israël-Palestina en vrede in het Midden-Oosten. In 2007 omschreef hij in een interview met The Observer vrede tussen Palestina en Israël als: ‘de ultieme deal’. ‘Ik zou graag de deal fixen die niemand anders voor elkaar krijgt.’ Ergens halverwege november bood hij zijn diensten als onderhandelaar aan voor het dreigende conflict tussen China en verschillende landen in de economisch belangrijke Zuid-Chinese Zee. Dat aanbod is hallucinant want de Amerikanen voeren samen met hun bondgenoten oppositie tegen de Chinezen. Nu wil Trump als grote onderhandelaar tussen de twee gaan staan. Veel diplomaten vielen van hun stoel toen ze hem zijn diensten hoorden aanbieden.

 

Trump heeft zijn bewondering voor Vladimir Poetin nooit onder stoelen of banken gestoken. Het liefst wil hij zelf ook zo’n autoritair leider zijn?

Laderman: Hij is een grote fan van autoritair leiderschap. In een interview met Playboy in 1990 zei hij: ‘Sovjetleider Gorbatsjov had met de betogers tegen zijn bewind precies hetzelfde moeten doen als wat de Chinezen gedaan hebben op Tiananmen. Zij toonden tenminste “The Power of Strength”.’ Dit soort van uitspraken van de huidige president van de Verenigde Staten zou ons diep moeten verontrusten. Mensen zijn in shock als ze hem nu grapjes zien maken met figuren als de Filippijnse president Duerte of zien verbroederen met de Turkse president Erdogan, maar dat zijn precies het soort leiders waar hij bewondering voor heeft. They’re his kind of guys. Mensenrechten en internationaal recht hebben hem nooit geïnteresseerd, dat blijkt overduidelijk uit al zijn publieke verklaringen. Wat ons opviel, is dat hij zeer positief over Vladimir Poetin is beginnen spreken na zijn bezoek aan Moskou in november 2013 naar aanleiding van Miss Universe. Hij begon hem toen echt te bewieroken en noemde hem een ‘briljant’ president die met die nitwit van een Obama de vloer aanveegde. Wat er toen precies in Moskou gebeurd is, weet ik niet. Ik veronderstel dat we dat ooit nog wel eens van speciaal aanklager Robert Mueller te horen zullen krijgen.

 

(c) Jan Stevens

‘Volgens de wet was het een verkeersongeval. Maar hij raasde zonder rijbewijs door de bebouwde kom: voor ons is dat moord’

Het voorbije jaar rolden Kris De Prins en Peggy Muyldermans, de ouders van het verongelukte meisje Merel, van de ene onaangename verrassing in de andere. “Doodrijder Muhammed Aytekin wil zijn straf absoluut niet uitzitten. Alle uitvluchten zijn daarvoor goed.”

 

Op woensdagmiddag, 28 oktober 2015 veranderde het leven van Kris De Prins en Peggy Muyldermans voorgoed. Hun 12-jarige dochter Merel werd toen op een fietsoversteekplaats in Vilvoorde voor de ogen van haar vrienden door een racende zwarte BMW van de weg gemaaid. De auto sleurde het meisje veertig meter mee, en koos daarna plankgas het hazenpad. Merel overleed ‘s avonds in het UZ van Jette in het bijzijn van haar ouders.

De toen 21 jaar oude dader Muhammed Aytekin verdween spoorloos en dook pas zes dagen later weer op, toen hij zich op 2 november samen met zijn advocaat aangaf bij de politie van Vilvoorde. Al die tijd hield hij zich schuil in Hongarije, waar hij ook zijn flink gehavende BMW naartoe had laten transporteren. Aan de politie verklaarde hij dat hij teruggekomen was “uit respect voor de familie van het slachtoffertje.” Aytekin bleek niet in het bezit te zijn van een rijbewijs, was daar eerder meermaals voor opgepakt en zeven keer door verschillende politierechtbanken voor veroordeeld. Naar eigen zeggen had hij het te druk voor het halen van zijn rijbewijs. “Ik heb de transportfirma van mijn vader op jonge leeftijd overgenomen”, verklaarde hij aan de politie. “Ik had geen tijd voor dat rijexamen.”

Aytekin werd in voorhechtenis genomen en een dag later, op 3 november 2015, werd zijn transportbedrijf Yuka Trans al dan niet bij toeval door de Brusselse rechtbank van koophandel failliet verklaard. In februari 2016 kwam hij onder voorwaarden en na het betalen van een borgsom van 15.000 euro weer vrij.

Op 28 november 2016 verscheen Muhammed Aytekin voor de politierechtbank van Vilvoorde. “Dat was zo onwezenlijk”, herinnert Merels vader Kris De Prins zich. “Terwijl onze zaak voor de politierechtbank behandeld werd, kwamen advocaten tussendoor snel-snel hun dossier indienen. Middenin ons proces liep iedereen gewoon binnen en buiten. Er was geen enkele controle. Je kon er probleemloos met een mes of pistool binnenstappen.”

We zitten in de woonkamer van Merels ouderlijke huis in Eppegem, een rustige deelgemeente van het Vlaams-Brabantse Zemst. Buiten is het donker en koud; binnen snort de houtkachel. Aan de muur hangen grote foto’s van Merel en haar broer Jens. 2017 was voor vader Kris en moeder Peggy een opeenvolging van vaak zeer onaangename verrassingen. Aytekin werd in december 2016 door de politierechter veroordeeld tot vijf jaar cel waarvan tien maanden met uitstel, een boete van 6.600 euro en een levenslang rijverbod. Meteen na de uitspraak ging hij in beroep.

Kris De Prins: “Op vijf januari van dit jaar kwam de zaak in beroep voor in de correctionele rechtbank van Brussel. Aytekins advocaat pleitte toen voor een straf met uitstel in plaats van vijf jaar effectief. De veertiende viel de uitspraak waarin vijf jaar effectief én het levenslang rijverbod bevestigd werden. Maar in maart kwam de dader vrij door zijn zogezegde oogziekte. Hij beweerde aan een zware oogaandoening te lijden waardoor hij het risico liep blind te worden. Dat is toen enkel vastgesteld door zijn oogarts. Een gerechtsarts bekeek vervolgens die diagnose op papier, maar heeft de man nooit zelf onderzocht. Justitie heeft ook nooit een onafhankelijke oogarts aangesteld, niet voor of na zijn operatie. Wij vragen ons zelfs af of die oogoperatie ooit heeft plaatsgevonden. In augustus werd dan beslist dat hij terug de cel in moest omdat hij voldoende genezen was. Hij verzette zich daartegen en eiste een tegenexpertise. Eind september moest hij dan eindelijk toch de gevangenis opnieuw in, maar was hij spoorloos. Pas een dag later kwam hij zich aangeven. Vorige maand kwamen we dan via de pers te weten dat hij begin volgend jaar een verzoekschrift zal indienen om vrij te komen met een enkelband.”

Peggy Muyldermans: “Voor ons is het klaar en duidelijk dat Muhammed Aytekin zijn straf absoluut niet wil uitzitten.”

 

Het gerecht vergeet jullie af en toe in te lichten over zijn wedervaren?

Kris: “De slachtofferbejegenaar van Vilvoorde liet ons eerder dit jaar weten dat hij was vrijgekomen. Maar op dat moment liep hij al meer dan een maand vrij rond. Hij kwam in maart via de Franstalige rechtbank vrij en blijkbaar communiceren de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken zelden met elkaar. Onze zaak is twee keer gepleit voor Nederlandstalige rechtbanken, eerst voor de politierechtbank van Vilvoorde en in beroep voor de Brusselse correctionele rechtbank. Wij vinden het zeer merkwaardig dat vervolgens een Franstalige rechtbank mag beslissen om hem voor een geneeskundige ingreep de vrijheid te schenken. Zijn advocaat wist natuurlijk dat de Franstalige rechtbanken in Brussel soepeler zijn en heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt.”

 

Zijn jullie tevreden over de werking van slachtofferhulp?

Kris: “Ik wil die mensen niet met de vinger wijzen, want ze doen hun best. Maar de bureaucratie errond is voor verbetering vatbaar. Slachtofferhulp contacteerde ons twee jaar geleden in de eerste week na het ongeval of ze ons konden helpen en ondersteunen. Wij stonden daar toen niet voor open en hielden de boot af.”

Peggy: “We waren bezig met het voorbereiden van de begrafenis van Merel en moesten veel andere zaken regelen. Ons hoofd stond er echt niet naar.”

Kris: “Later hoorden we nog bijzonder weinig van die dienst. Tot ze ons op een bepaald moment lieten weten dat we een aantal formulieren moesten invullen. Eerst in het Nederlands en later in het Frans, omdat Aytekin via die Franstalige rechtbank is vrijgekomen. Wij moeten ons dus als slachtoffer aanpassen aan de tactieken van de dader, wat ik eerlijk gezegd niet normaal vind. Waarom moet een slachtoffer eigenlijk al die papieren invullen?”

Peggy: “Als je dan als slachtoffer naar slachtofferhulp belt, krijg je te horen: ‘Zolang jullie die formulieren niet hebben ingevuld, mogen wij niets zeggen.’ Dat is toch op zijn zachtst gezegd merkwaardig?”

Kris: “Wij moeten hen eerst officieel laten weten waarvan we op de hoogte wensen gehouden te worden. Maar ik veronderstel toch dat de meeste slachtoffers over heel hun zaak up-to-date gehouden willen worden? Waarom past slachtofferhulp zijn papierwinkel dan niet aan? ‘Vul dat formuliertje enkel in als je wil dat we je verder met rust moeten laten.’ Dat is toch veel klantvriendelijker én eenvoudiger? Misschien is dat té simpel?”

 

Jullie worden niet au sérieux genomen?

Kris: “Toch wel, alleen vinden we het niet normaal dat we belangrijke ontwikkelingen via de pers moeten vernemen, zoals nu dat hij plannen aan het maken is om volgend jaar zijn cel in te ruilen voor een enkelband.”

 

Na zijn veroordeling in beroep eind januari leken jullie redelijk tevreden met zijn vijf jaar cel, terwijl de maximumstraf die hem boven het hoofd hing acht jaar en zes maanden was.

Peggy: “Die straf wordt blijkbaar nooit uitgesproken. We waren toen al blij dat het vijf jaar was. Zowat iedereen die het kan weten, verzekert ons dat hij echt wel het maximum gekregen heeft. En in vergelijking met de straffen die voor gelijkaardige vluchtmisdrijven uitgesproken zijn, is hij inderdaad zwaarder gestraft.”

Kris: “Het zou best wel eens kunnen dat hij straks inderdaad met een enkelband naar huis mag. Hij heeft een half jaar in voorhechtenis gezeten en dat telt dubbel om te bepalen of een veroordeelde recht heeft op een enkelband. Hij komt er dan waarschijnlijk met drie jaar cel vanaf.”

Peggy: “Toen hij in december 2016 voor de politierechtbank van Vilvoorde moest verschijnen, heb ik het woord gevoerd. Dat was zwaar.”

Kris: “Dat eerste proces was ook zo bizar.”

 

Omdat op dezelfde dag in die politierechtbank ook heel banale overtredingen behandeld werden?

Kris: “Precies. De politierechter deed ongetwijfeld zijn best, toch merkten we meteen dat het proces veel te zwaar voor zijn rechtbank was.”

 

Want eigenlijk had het minstens over doodslag moeten gaan?

Kris: “De essentie is dat dit volgens de wet een verkeersongeval is, ook al vinden wij dat niet. Het feit dat hij tegen minstens 85 kilometer per uur zonder rijbewijs door de bebouwde kom raasde, wordt gewoon beschouwd als verzwarende omstandigheid. Volgens de expert reed hij 85, maar volgens de ooggetuigen vlamde hij tegen 120. Dat was geen auto, maar een moordwapen.”

 

Hadden jullie het gevoel dat Merels ongeval op de politierechtbank als een fait divers behandeld werd?

Kris: “Nee, dat niet, want er was enorm veel aandacht: we werden er overrompeld door de pers. Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. We hadden toen veel liever geen commentaar geleverd, maar onze advocaat zei: ‘De mensen verwachten dat je iets zegt.’ Wat Peggy dan ook gedaan heeft.”

Peggy: “Dat zorgde bij mij voor een klik: misschien was het wel goed dat we als burgerlijke partij af en toe ook onze stem lieten horen. Het is heel raar, maar als slachtoffer ben je ‘maar’ burgerlijke partij. In de praktijk komt het erop neer dat we geen rechten hebben en niets mogen vragen.”

Kris: “Voor de strafuitvoering hebben we niets in de pap te brokkelen. Er wordt zo goed als geen rekening met ons gehouden en dat is voor ons een zeer stevige noot om te kraken. Toen we de avond van het ongeval terug thuiskwamen, zaten hier twintig mensen. ‘Neem een goede advocaat en hij zal zijn straf niet kunnen ontlopen’, zeiden ze. Maar sneller dan ons lief was, moesten we ondervinden dat we helemaal niets te zeggen hebben. Als burgerlijke partij mogen we enkel een schadevergoeding vragen. Is dat goed of fout? Ik weet het niet. Een slachtoffer zal waarschijnlijk altijd een maximumstraf eisen en wil misschien zelfs een bestraffing die totaal onmogelijk is. Ik kan dus best begrijpen dat slachtoffers bij strafuitvoering geen carte blanche krijgen. Maar wat ik niet begrijp, is dat er amper naar ons geluisterd wordt. De man die Merel doodreed, had een zeer zware voorgeschiedenis van verkeersinbreuken. Als je al die feiten in rekening brengt, is hij er licht van afgekomen. Wij vinden dit geen verkeersongeval, maar moord. Als je in totaal acht keer opgepakt bent voor rijden zonder rijbewijs en dan nog niet door hebt dat je uit een auto moet blijven, is er iets grondig mis met je. Maar die elementaire wijsheid staat niet in de wet. Volgens de wet had hij een verkeersongeval. En het niet hebben van een rijbewijs en het vluchtmisdrijf zijn louter verzwarende omstandigheden. Punt.”

 

De straffen voor vluchtmisdrijf zijn in juli toch verzwaard?

Kris: “Als je een ongeval veroorzaakt, mag je niet wegvluchten. Ik ben het ermee eens dat daar zware straffen op staan. Maar wat mij enorm stoort, is dat de voorgeschiedenis van een dader niet in rekening genomen wordt. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat iemand acht keer opgepakt wordt voor rijden zonder rijbewijs en toch nog met een auto de straten onveilig blijft maken? Blijkbaar wisten al die diensten dat niet van elkaar en kwam dat pas na Merels overlijden naar boven. Dat kan toch niet? Als je iemand zoveel keer na elkaar zonder rijbewijs oppakt, neem je toch maatregelen opdat hij nooit meer achter het stuur zou kruipen? Daar moet toch iets in het parlement met een nieuwe wet tegen ondernomen worden? In Nederland kun je zonder rijbewijs geen wagen kopen. Dat is misschien al een eerste stap. Degene die een auto verkoopt aan wie geen rijbewijs heeft, is dan medeverantwoordelijk en vliegt ook de bak in.”

 

Muhammed Aytekin ging in beroep en kreeg van de correctionele rechtbank een strengere straf: de tien maanden uitstel die hij van de politierechter gekregen had, vervielen.

Peggy: “De correctionele rechtbank verschilde dag en nacht van de politierechtbank.”

Kris: “In de politierechtbank werd de dader niet berispt door de rechter of het openbaar ministerie. Alleen onze advocaat las hem de levieten.”

Peggy: “De correctionele rechtbank was een verademing: het openbaar ministerie wees Aytekin op zijn verantwoordelijkheden: ‘Wat jij gedaan hebt, kan echt niet.’ Ook de rechter ging tegen hem in en stelde vragen. Wij apprecieerden dat heel erg.”

Kris: “De politierechter in Vilvoorde vroeg hem amper iets.”

Peggy: “Hij zei op een bemoederend toontje: ‘Waarom heb je dat nu gedaan, manneke? Vertel het eens.’ Ik geloofde mijn eigen oren niet.”

Kris: “Dimitri De Béco, de toenmalige advocaat van de dader, zei toen dat de politierechter de controle verloren had over de journalisten in zijn zaal, en hij had gelijk. Ze stonden bij wijze van spreken tussen de advocaat en de rechter; het was pure chaos.”

 

Jullie kregen een schadevergoeding toegewezen. Hoeveel is een dood kind waard?

Kris: “45.000 euro. Maar wat maakt het uit? Of het nu 45 miljoen was, Merel krijgen we er niet voor terug. Een mensenleven is niet uit te drukken in geld. Wat moeten we met die 45.000 euro aanvangen? Een groot deel ging trouwens naar de ziekenhuiskosten en de begrafenis. ”

 

De dader liet zich failliet verklaren.

Peggy: “Ja, meteen.”

Kris: “De achtergrond van dat faillissement kennen we niet. Op het proces hoorden we wel dat het om ‘een welstellende familie’ ging. (stilte) Op de correctionele rechtbank hoorden we ook dat hij niet alleen acht keer was opgepakt voor rijden zonder rijbewijs, maar ook nog eens tien keer voor andere feiten. Toen werd het me zwart voor de ogen. Blijkbaar hadden ze al die keren dat ze hem opgepakt hadden nooit zijn verleden gecheckt. Bij het bepalen van zijn straf werden sommige dingen in rekening genomen, andere weer niet. Ze hadden ze allemaal moeten laten meetellen, vind ik. Want allemaal samen vormen ze één dossier.”

 

Helpt zo’n proces bij de verwerking?

Kris: “Wat wil dat zeggen, ‘verwerken’? Ik weet het niet. Ondanks alles voelden we dat de processen gemeend waren en dat er geen toneel gespeeld werd, dat geldt zeker voor de correctionele rechtbank. Maar de rechters moeten zich houden aan de wet en voor onze zaak is die wet voorbijgestreefd. Nooit mag die man nog met de auto rijden. Hij heeft een levenslang rijverbod gekregen, maar wie zegt er dat hij zich met zijn voorgeschiedenis daaraan zal houden? Als de gevangenis de enige manier is om hem van de baan te houden, moeten ze hem daar maar laten zitten. Met dat proces in beroep en met zijn pogingen om aan zijn straf te ontsnappen, was 2017 voor ons verschrikkelijk hectisch. Tot hiertoe was het gewoon onmogelijk om met de verwerking te beginnen, in de veronderstelling dat we het verlies van onze dochter ooit zullen kunnen verwerken.”

Peggy: “We ploeteren maar voort.”

Kris: “Wat ons nu overkomt, hadden we nooit willen meemaken. Niet veel mensen kunnen ons raad geven. Een paar lotgenoten misschien, al reageert iedereen anders op het verlies van een kind.”

Peggy: “Ik vind steun bij Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK). Ik praat regelmatig met voorzitster Annemie Hemelaers en lotgenote Lieve Victor. Haar zoon Sander is negen jaar geleden net voor zijn twaalfde verjaardag doodgereden.”

Kris: “Annemie en Lieve zijn zeer positief ingestelde mensen. Ikzelf ben nog nooit naar een bijeenkomst van OVK geweest. Ik ben bang om daar te veel negatieve verhalen te horen.”

Peggy: “Annemie en Lieve zeggen: ‘De zon schijnt nog.’ De dag na het ongeval stapte Lieve hier binnen. Bij haar was het toen zeven jaar geleden. ‘Ik kan niet zeggen dat ik nu niet gelukkig ben’, zei ze. Aan haar woorden trekken wij ons op.”

 

Maar het leven wordt nooit meer zoals het was?

Peggy: “Dat is voltooid verleden tijd.”

Kris: “Vandaag is het meer overleven dan leven. We proberen nog te genieten, maar dat zijn telkens korte momenten. Alles wat we nu ondernemen, is anders. Vakantie, een keer op restaurant gaan, alles is anders.”

Peggy: “Zelfs op het werk is niets meer zoals het was. Ik ben een totaal ander mens geworden. Ik kan niet goed meer tegen commentaar van anderen. Als iemand me zegt: ‘Je moét dit nu doen’, werkt dat compleet averechts. Ik moet helemaal niets. Ik werk in een winkel en soms zegt een klant: ‘Hey Peggy, het gaat precies goed met je? Je bent goed bezig.’ Dan voel ik mijn maag samenkrimpen, want dat is alleen maar façade. Ze weten niet hoe het vanbinnen voelt.”

 

Kunnen jullie ergens troost uit putten?

Kris: “Die momenten waarop sommige mensen er zijn als we ze nodig hebben. Al put ik daar niet echt troost uit, maar misschien wel moed. De mensen waar we echt op kunnen rekenen, zijn er altijd als ze er moeten zijn. Maar troost? Dat is onmogelijk: Merel is weg en dat blijft zo voor altijd. Eerlijk gezegd willen we ook niet teveel goedbedoelde bezorgdheid rondom ons. Na twee weken ging ik terug aan de slag en ik zei toen meteen tegen mijn collega’s: ‘Het leven gaat door. Ik wil niet dat er om de vijf minuten iemand aan mijn bureau staat om me te troosten.’ Als je niet oppast, wordt het alleen maar erger en weten de mensen niet meer hoe te reageren.”

 

Gedragen mensen zich niet sowieso onwennig?

Peggy: “Sommigen wel. Maar wij stapten zelf direct met open vizier naar de anderen. We hebben niet gewacht tot zij de eerste stap zouden zetten. Want dan konden we wel een eeuwigheid wachten. Merel was lid van de turnkring en de skeelerclub en we bleven daar naartoe gaan. Iedereen gedraagt zich daar heel normaal, net als vroeger. We praten ook gewoon over wat er gebeurd is.”

 

Wat betekent het verlies van Merel voor jullie relatie?

Peggy: “We zijn nog meer naar elkaar toegegroeid. Bij sommige koppels gebeurt net het tegengestelde.”

Kris: “Maar het is niet zo dat we elkaar kunnen helpen. We worstelen allebei met dezelfde problemen.”

Peggy: “We rouwen elk op onze eigen manier. Kris verzet zijn zinnen door op zondag te gaan mountainbiken. Ik ga shoppen, al schrijf je dat misschien beter niet op. (lacht)”

Kris: “Vroeger kon ik vitten over kleine dingen. Dat doe ik niet meer.”

 

Hoe gaat het met jullie zoon Jens?

Kris: “Jens reageert zeer volwassen. Hij studeert aan de Koninklijke Militaire School en wil officier worden. De dood van zijn zus heeft daar niets mee te maken; hij wou altijd al in het leger. Hij lijkt zich goed te houden, maar wat er precies in zijn hoofd omgaat, weet ik niet.”

Peggy: “Misschien komt dat ooit nog naar boven, dat zou bij ons ook kunnen. We zijn snel terug gaan werken en misschien hebben we zo ‘de grote instorting’ uitgesteld. Ik merk bij mezelf dat ik het heel moeilijk heb van 1 september tot aan Merels verjaardag. Eerst begint de school, dan is er in oktober het ongeval, daarna Sinterklaas, kerst, nieuwjaar en dan is ze jarig. Nu is het een zware periode. Acht maanden na Merel stierf haar hartsvriendin Sofie De Ridder in een dodehoekongeval. Hun klasgenootjes startten tijdens De Warmste Week van 2016 een petitie voor onder andere verplichte dodehoekcamera’s voor vrachtwagens en duidelijker wegmarkering voor fietsers. Ze verzamelden 10.600 handtekeningen die ze begin dit jaar aan de Vlaamse minister van Mobiliteit Ben Weyts bezorgden.”

Kris: “Wij gingen bij Ben Weyts en bij de federale minister van Justitie Koen Geens langs. Geens was ziek. Zijn medewerkers hebben ons goed ontvangen en aandachtig naar ons geluisterd. Of er ook iets met onze opmerkingen gebeurd is, weet ik niet.”

 

Wat hebben jullie toen verteld?

Kris: “Dat we niet konden begrijpen dat iemand die al acht keer opgepakt is, nog kan blijven rondrijden. We vroegen waarom een dodelijk verkeersongeval niet meteen door de correctionele rechtbank behandeld kan worden. Ze verwezen opnieuw naar de wet. Die mensen van het kabinet van Geens deden echt hun best, maar veel soelaas konden ze niet bieden. Toch vind ik dat ze met onze opmerkingen iets moèten aanvangen. Niemand houdt hen tegen om initiatieven te nemen om de wet te veranderen.”

 

Hebben ze beloftes gedaan?

Peggy: “Ze beloofden dat ze de straffen voor vluchtmisdrijf zouden verstrengen. Ze zouden ook maatregelen nemen tegen het rijden zonder rijbewijs, maar van dat laatste heb ik nog niets gemerkt.”

Kris: “Op dit moment worden er schitterende fietsostrades aangelegd, prachtig hoor, maar tezelfdertijd wordt de heraanleg van veel levensgevaarlijke kruispunten gewoon vergeten. Ik vind dat zo jammer. Ook op de plek waar Merel verongelukt is, is tot vandaag niets veranderd. Ze beloofden dat ze op de plek waar Sofie verongelukt is, de verkeerslichten apart gingen laten werken. Daar is tot nu niets van in huis gekomen. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? In Nederland lukt dat wel, waarom hier niet?”

 

Heeft Muhammed Aytekin of iemand uit zijn entourage ooit contact met jullie gezocht?

Peggy: “Nooit.”

Kris: “Ik zou dat zelfs niet meer willen; het is veel te laat. Als je je schuldig voelt, moet je je meteen verontschuldigen en geen twee jaar na de feiten. Dan moet je ook niet naar het buitenland vluchten en je verschuilen achter belachelijke uitvluchten. Als hij echt zijn verantwoordelijkheid wil nemen, aanvaardt hij zijn straf en boet hij in stilte voor wat hij misdaan heeft. Dan stopt hij met jammeren dat er teveel stof in de gevangenis hangt waardoor hij last krijgt aan zijn ogen.”

Peggy: “Op de politierechtbank zat ik vlak naast hem; ik wou hem recht in de ogen kijken. Hij zei toen dat hij een brief naar ons had geschreven. ‘We hebben die nooit gekregen’, reageerde ik. Er kwam geen woord van spijt uit zijn mond. Hij heeft totaal geen schuldbesef en is enkel met zichzelf bezig. Alle middelen zijn goed om vervroegd vrij te komen. Nadat hij Merel had aangereden, reed hij door. Hij verstopte zijn auto en ging naar een vergadering. Daarna vluchtte hij naar Hongarije. Maar eerst moest hij nog even een vergadering bijwonen. Zou jij dat kunnen, meteen nadat je iemand hebt doodgereden?”

 

Willen jullie wraak?

Kris: “Nee, alleen gerechtigheid en veranderingen in de wet die het mogelijk maken om rijden zonder rijbewijs streng aan te pakken. Want dan zal Merel toch niet helemaal voor niets gestorven zijn. Maar wraak? Daar krijgen we Merel helaas niet mee terug.”

Peggy: “Ik hoop dat ik hem nooit tegenkom. Want dan wordt het heel moeilijk.”

Kris: “We steunen nu Music for Life, of beter gezegd: Zemst for Life. Een van hun goede doelen is Ouders van Verongelukte Kinderen. Peggy en de mama van Sofie hebben de groep Stars Forever opgericht. Merel en Sofie zijn nu stars forever.”

Peggy: “We bakken koekjes ten voordele van Music for Life. Maar we hebben niet de energie om van Stars Forever een vzw of een echt steunfonds te maken.”

Kris: “Ik heb ook geen zin om me politiek te engageren.”

 

Hebben politieke partijen jullie dan al gevraagd?

Kris: “Nee, ik denk dat we te kritisch zijn. (lacht) Onze advocaat zei: ‘Ga in de lokale politiek. Dan kun je opklimmen en misschien nationaal iets veranderen.’ Voorlopig interesseert me dat echt niet.”

 

Wat verwachten jullie van 2018?

Kris: “Het zal identiek zijn aan het voorbije jaar: genieten van sommige momenten en voor de rest overleven. Dat klinkt misschien pessimistisch, maar is niet zo bedoeld.”

Peggy: “Ons leven staat sinds Merels ongeval stil. Dat is een zeer rare ervaring. We leven wel verder, maar nemen geen initiatieven meer. Ik leef alleen nog voor onze zoon. Voor hem moet ik blijven verder gaan.”

Kris: “We putten er kracht uit als het goed gaat met Jens. Maar we tuimelen de dieperik in bij het minste slechte nieuws dat we van familie of vrienden horen. Die berichten vreten veel harder aan ons dan vroeger.”

Peggy: “Elke dag ga ik naar het graf van Merel. ’s Zondags zelfs verschillende keren. Dan bezoek ik haar ’s morgens en als Kris terug is van het mountainbiken gaan we nog eens samen naar haar. Op zondagavond bezoeken we haar samen met Jens.”

 

Geloven jullie in een leven na de dood?

Peggy: “Merel is hier nog altijd.”

Kris: “Ik ben nogal wetenschappelijk ingesteld en redeneer anders dan Peggy.”

Peggy: “Toch is ze hier ergens.”

Kris: “Ik zeg niet dat Merel weg is. Ze leeft voort in mijn gedachten. Ik praat niet met haar.”

Peggy: “Ik wel.”

Kris: “Op het kerkhof zeg ik wel dingen tegen haar, maar dat is niet echt praten met haar. We praten wel heel veel over haar. Onze vrienden halen graag herinneringen aan Merel op. Dat vinden wij fantastisch.”

Peggy: “We zien haar niet meer, maar toch is ze aanwezig en ze groeit mee met ons. Zo organiseren we nog steeds een verjaardagsfeestje voor haar klasgenootjes. Op 15 januari zal dat niet anders zijn, want dan wordt ze 15.”

 

(c) Jan Stevens

“75 jaar heb ik gewacht op mijn held: Donald Trump”

President Donald Trump verleende in augustus van dit jaar gratie aan de toen pas veroordeelde 85-jarige Joe Arpaio, de ‘gemeenste sheriff van de VS’. Arpaio wordt gevreesd door Amnesty International, maar geliefd door Trump. “Ik heb de reputatie keihard te zijn, terwijl ik in werkelijkheid ook een heel fijne man ben.”

 

Op 26 augustus van dit jaar stuurde de Amerikaanse president Donald Trump een vriendelijke tweet de wereld in: “Ik ben blij dat ik jullie mag informeren dat ik net een 85-jarige patriot volledig gratie heb verleend. Sheriff Joe Arpaio hieId Arizona veilig!” Joe ‘The Jailer’ Arpaio was de eerste veroordeelde Amerikaan die gratie van de nieuwe president kreeg. Trumps voorgangers Obama en Bush verleenden allebei pas na een jaar hun eerste presidentiële pardon. De gratie voor de omstreden sheriff zorgde voor een golf van protest, ook binnen Trumps eigen Republikeinse Partij. Zo verklaarde senator John McCain dat de president het respect voor de rechtsstaat ondermijnde. Een maand eerder was Joe Arpaio door een rechter veroordeeld voor minachting van het Hof. Want ondanks rechterlijke bevelen bleef America’s Toughest Sheriff Latijns-Amerikanen in zijn district Maricopa County in de staat Arizona arresteren op basis van het vermoeden dat ze illegalen waren. Eind oktober weigerde een federale rechter Arpaio’s veroordeling te schrappen. ‘Het presidentiële pardon bespaart de beklaagde een bestraffing, maar wist de feiten niet uit’, schreef rechter Susan Bolton in haar arrest. Arpaio tekende tegen die beslissing beroep aan.

24 jaar lang droeg Joe Arpaio met trots zijn titel van gemeenste sheriff van Amerika. Tot hij in november 2016 tot zijn eigen verbazing én ontzetting bij de sheriffsverkiezingen verslagen werd door de Democratische kandidaat Paul Penzone.

 

Sinds 1 januari van dit jaar bent u gepensioneerd?

Joe Arpaio: “Bijlange niet. Ik zit in zaken en denk er op dit moment zeer sterk over na om me verkiesbaar te stellen voor de senaat. Ik wil de plek innemen van Jeff Flake, de Republikeinse senator voor Arizona. Hij zit in het kamp van John McCain en voert oppositie tegen onze president. (schamper lachje) Als de media het hebben over ‘de Republikeinse Partij die zich tegen de president keert’, nemen ze hun wensen voor waarheid. Want ik vind niet dat vijf Republikeinse senatoren die niet van onze president houden, de hele partij vertegenwoordigen. Veel mensen houden wél van hem; hij is niet voor niets verkozen geraakt. Vanaf dag één ben ik een fan van president Trump. Ik ontmoette hem pas voor het eerst toen hij naar Arizona kwam, in juli 2015, vlak nadat hij besloten had om aan de presidentsverkiezingen deel te nemen. Hij hield hier een rally en ik stelde hem voor aan duizenden toeschouwers. Ik zei toen: ‘Deze man wordt onze volgende president.’ Mijn vrouw Ava kreeg dat jaar de diagnose kanker en Donald belde haar verschillende keren om te vragen hoe het met haar ging. Ik was de erevoorzitter van de campagne van George W. Bush toen hij voor het eerst opkwam voor de presidentsverkiezingen. Ik was erevoorzitter voor Mitt Romney en ik steunde Rick Perrey toen hij zijn kandidatuur stelde in 2012. Rick is nu minister van Energie. Ik heb dus enige ervaring in het omgaan met mensen die over de juiste vaardigheden beschikken om president van dit land te worden. Maar Donald Trump overklast iedereen. Mijn buikgevoel zei me ruim twee jaar geleden al dat hij een schitterende president zou zijn. Van mijn geboorte tot pakweg mijn tiende levensjaar was ik me niet van de politiek bewust; daarna moest ik 75 jaar wachten op mijn held: Donald Trump.”

 

Waarom is hij uw held?

“Omdat hij zoveel levenservaring heeft. Hij heeft ook de moed om uit te voeren wat hij denkt dat het juiste is voor ons land. Hij is niet bang om voor zijn mening uit te komen. Hij is rijk genoeg en heeft die job niet nodig. Hij houdt van de cops, het leger en onze veteranen. He’s rocking the ball. Het was hoog tijd dat er iemand aan het roer kwam die niet politiek correct is.”

 

Zijn voorliefde voor het militaire en het autoritaire schrikt wereldwijd zeer veel mensen af. Ze zijn ook bang voor zijn onberekenbaarheid.

“Wat is er zo schrikwekkend aan Donald Trump? Zijn recente rondreis in Azië was een groot succes. Al die Aziatische presidenten hielden van hem. De Franse president Macron leek eerst niet zo’n grote fan, tot hij hem ontmoette. Macron koestert nu ontzag voor hem en nodigde hem zelfs uit voor de parade op de nationale feestdag. Dat bewijst alleen maar dat we blij mogen zijn met een man die uit de privésector komt en weet hoe hij deals moet sluiten. De manier waarop Donald Trump deals maakt, lijkt misschien soms een beetje controversieel, maar ik weet dat er een solide methode achter zit. Hij is vastbesloten om alle bureaucraten en politici in Washington de wacht aan te zeggen.”

 

Als hij dingen wil veranderen, zal hij die bureaucraten en politici hard nodig hebben. Zonder volledige steun van de Republikeinen krijgt hij in het Congres toch niets voor elkaar?

“Ik begrijp waarom u dat zegt, maar tòch zal hij doen wat hij vindt dat juist is. Met uw opmerking herleidt u hem tot zo’n typische politicus. Er zijn er een paar in de Republikeinse Partij die hem rauw lusten, maar dat komt wel goed. De rest wordt opgeklopt door de media. Ze produceren echt fake news. Ik ken dat wereldje: mijn schoonzoon is chef van de opiniepagina van een grote krant in Arizona. Zenders als CNN proberen Donald Trump te vernietigen. Maar onderschat de gewone mensen van dit land niet: ze zijn slim en lezen tussen de regels. Ikzelf ben ook een slachtoffer van media-bashing. Ze zitten al vijftig jaar achter me aan. Ik kan me heel goed voorstellen hoe president Trump zich moet voelen.”

 

Kunt u zich ook voorstellen hoe mensen zich moeten voelen die door de president in een van zijn beruchte tweets geschoffeerd worden?

Alright. Waarom moet hij zich op Twitter inhouden? Omdat hij nu president van de VS is? De mensen houden net van hem omdat hij zich allesbehalve presidentieel gedraagt. Wat is er mis met wat getweet? Ik heb zelf ook een account, @realsheriffjoe, maar ik heb geen flauw idee hoe ik er iets moet opzetten en heb dat dan ook uitbesteed. Iedereen twittert nu toch? Waarom mag onze president dan niet zijn gevoelens de vrije loop laten op Twitter? Wilt u dat hij alles geheimhoudt zoals de CIA? Het is toch fantastisch dat een president aan zijn volk laat weten hoe hij zich écht voelt, ver weg van het politiek correcte?”

 

U draagt de titel ‘America’s Toughest Sheriff’ met trots.

“Ik wàs de meest beruchte sheriff, vandaag ben ik niet meer in dienst, maar ik hou wel mijn titel ‘sheriff’. Ik heb de langste staat van dienst in Maricopani, met ruim vier miljoen inwoners de vierde grootste county van de VS. Ik droeg dus een zeer grote verantwoordelijkheid. Ik stelde me voor het eerst verkiesbaar op mijn zestigste. In Amerika wordt een sheriff net zoals de president door het volk verkozen. Politiecommissarissen worden benoemd omdat ze onder het gezag van de burgemeester vallen, maar een sheriff legt rekenschap af aan de grondwet. Mijn nederlaag in 2016 was zeer bizar. Tijdens de campagne moest ik op te veel terreinen slag leveren. De federale overheid maakte me het leven zuur, maar ook superrijke figuren als George Soros (Hongaars-Amerikaans zakenman, filantroop en sponsor van de Democratische Partij – JS). Hij investeerde 5 miljoen dollar in een lastercampagne tegen mij. Hij verspreidde het nieuws dat het ministerie van Justitie me wou onderzoeken omdat ik het bevel van een rechter niet gehoorzaamd zou hebben. Vervolgens kreeg ik al die activisten en liefhebbers van open grenzen over me heen. Ik moest vechten tegen te veel tegenstand.”

 

Misschien zijn de inwoners van Maricopani uw keiharde aanpak gewoon moe?

“Bijna een kwart eeuw stonden ze achter die aanpak. Toen ik voor de allereerste keer campagne voerde, beloofde ik dat ik in de woestijn een gevangenis bestaande uit afgedankte legertenten zou bouwen. Ik richtte in 1993 Tent City op met tenten die de Koreaanse oorlog uit de jaren vijftig hadden overleefd. Een half miljoen gedetineerden mocht zijn straf in die tenten komen uitzitten. Alle burgers waren wild enthousiast. Nu ik door een sergeant van de politie van Phoenix verslagen ben, vind je van Tent City geen spoor meer terug.”

 

Waarom bouwde u een gevangenis van tenten?

“Ik voerde de plak over zes overbevolkte gevangenissen. Tent City leek me een ideale oplossing, want ik kreeg de tenten voor een prikje. Het kostte me in totaal 130.000 dollar in plaats van 80 miljoen voor de bouw van nog eens een nieuwe gevangenis. De gevangenen waren veroordeelde criminelen en zaten niet in voorhechtenis. Ik wou met Tent City de boodschap de wereld insturen: ‘Als je iets verkeerds uitspookt, eindig je in een oververhitte tent.’”

 

Want in de woestijn van Arizona wordt het heel warm?

“Ja, iets van een 55 graden Celsius. Mijn antwoord aan al die mopperende critici van Amnesty International en aan al die burgerrechtenbewegingen is heel simpel: al onze fijne mannen en vrouwen die als soldaten voor ons land vechten, slapen en leven in tenten. Waarom kan een veroordeelde gevangene dat dan niet? Dan staan die mensenrechtenadvocaten met hun mond vol tanden.”

 

Waarom moesten de gevangenen roze onderbroeken dragen?

“Omdat ze anders toch maar het witte ondergoed zouden stelen en naar buiten smokkelen. Het gebeurde wel eens dat een paar van onze gevangenen tijdelijk naar een staatsgevangenis werden overgebracht; in hun roze onderbroek wist iedereen meteen waar ze vandaan kwamen. Ik besliste over de kleur roze en kreeg daar ook weer kritiek op. Mijn antwoord was heel eenvoudig: ‘Zorg ervoor dat je niet in de gevangenis terechtkomt als je niet van roze houdt.’

“Ik heb de reputatie keihard te zijn, terwijl ik in werkelijkheid ook een heel fijne man ben. Onder mijn bewind hadden we de allerbeste rehabilitatieprogramma’s voor drugsverslaafden, alcoholisten of huiselijk geweldplegers. Er liepen ontelbaar veel programma’s waar de veroordeelden hun profijt mee konden doen. Neem bijvoorbeeld de chain gang: we zetten de geketende gevangenen in een rij op straat en lieten hen het vuil opkuisen. Wist u trouwens dat ik de allereerste vrouwelijke chain gang uit de geschiedenis heb ingevoerd? Toen ik met dat programma van start ging, stonden er cameraploegen uit de hele wereld klaar.”

 

Wat was de filosofie achter uw chain gang?

“Telkens wanneer een gevangene iets in zijn tent mispeuterde, werd hij opgesloten in een speciale cel. Wij noemden hem dan locked down. Hij kon daar alleen maar uit geraken door vrijwillig aan te sluiten bij de chain gang. Door de straten gratis en voor niets te kuisen, bespaarden de gevangenen de belastingbetaler handenvol geld. Een van hun andere taken was om dode naamloze daklozen, meestal junks, op het gemeentelijk kerkhof te begraven. Zo zagen de veroordeelden meteen wat hen te wachten stond als ze hun leven niet beterden. Er gaat altijd een reden achter mijn beslissingen schuil.”

 

U handelt niet vanuit sadisme maar om mensen te helpen?

“Sadisme vind ik een zwaar woord. Het is niet omdat ik hard ben, dat ik een sadist zou zijn. Ik was een succesrijke sheriff en weet u waarom? Omdat ik al heel wat levenservaring had en mijn gezond verstand gebruikte. Ik ben geboren op Flag Day, 14 juni, op exact dezelfde dag als mijn vriend en held Donald Trump. Mijn ouders kwamen uit Italië en mijn moeder stierf tijdens mijn geboorte. Ze weigerde een abortus. Toen de Koreaanse oorlog in 1950 uitbrak, nam ik dienst. Ik kwam in Frankrijk terecht, nabij Verdun. Daarna wou ik politieman worden en op mijn 21e werkte ik bij de Metropolitan Police van Washington DC en later bij de politie van Las Vegas, Nevada. Tot ik gevraagd werd om narcotics agent te worden bij de federale Drug Enforcement Administration (DEA). Eerst in Chicago, later in Turkije en het Midden-Oosten. Ik bestreed de French Connection en de Italiaanse maffia. Terug in de VS werd ik als DEA-agent gedetacheerd naar San Antonio, Texas, waar ik mijn pijlen richtte op de de Mexicaanse grens. Ik schopte het in 1970 tot regionaal directeur en had op dat moment ook kantoren in Argentinië, Bogota en Panama, waar ik nauw samenwerkte met generaal Noriega. Daarna keerde ik terug naar Washington als inlichtingenagent, werd ik baas in Baltimore, drugsbestrijder in Arizona om er eerst in 1982 op pensioen te gaan en er tien jaar later als sheriff uit de as te herrijzen.”

 

Als sheriff richtte u een posse op. Dat is een soort van privémilitie?

“Nee, dat is een vrijwilligerscorps. Ik heb de posse niet gecreëerd, die bestond al jaren; ik heb ze wel dingen laten doen die geen enkele posse ooit gedaan heeft. Ik bewapende vijfhonderd vrijwilligers, bezorgde ze allemaal hetzelfde uniform en liet ze rondrijden in politiewagens. Ik bekostigde alles zelf. Ik had vijftig verschillende posses: één met paarden, één met computers, één voor zoek- en reddingsopdrachten, noem maar op. Ik nam als sheriff de vrijheid om, gratis en voor niets, met mijn posses de wet te doen respecteren. Maar nu worden al mijn mooie verwezenlijkingen in een rotvaart opgedoekt. Ik heb mijn plicht gedaan, maar ik ben nog bijlange niet klaar. Zo plan ik om binnenkort nog eens met nieuws over het geboortecertificaat van ex-president Obama naar buiten te komen. (grijnst)”

 

U gelooft nog steeds dat het een vervalsing is en blijft een fervente aanhanger van de birther-beweging?

“Natuurlijk is dat fake. Alleen heeft niemand de guts om de waarheid onder ogen te zien. Niemand wil er naar kijken, of het zelfs maar aanraken.”

 

Gelooft Donald Trump ook nog steeds dat het geboortebewijs van zijn voorganger fake is?

“Daar ben ik zeker van. In 2011 heeft hij dat al gezegd. Maar ik heb dat toen niet met hem afgesproken, ik voerde mijn eigen onderzoek. Ik had een posse opgericht om oude zaken te onderzoeken en zij kregen van mij de opdracht om Obama’s geboortecertificaat onder de loep te nemen. Net voor ik ontslag moest nemen, vond mijn posse overtuigend bewijs dat het vals is. We huurden daarvoor Italiaanse forensische experts in, want geen enkele Amerikaanse expert was bereid om het certificaat te bekijken. Ze zijn allemaal bang om tegen president Obama in te gaan. We vonden ook nog een vrouwelijke expert in Hawaï die klaar en duidelijk zei: ‘Het is fake!’ Het is niet meer dan copy-paste van verschillende andere Hawaïaanse geboortebewijzen. Hoeveel meer bewijsmateriaal heeft een mens nog nodig?”

 

Als president Obama niet in de Hawaïaanse stad Honolulu geboren is, waar dan wel? In Kenia?

“Nu zitten we bij de kern van de zaak. Ik heb van in het begin duidelijk gesteld dat het me geen zak uitmaakt waar de man geboren is. Dat geldt nog steeds. Ik ben een detective en heb na grondig onderzoek vastgesteld dat het om een frauduleus geboortebewijs gaat. Dat is alles. Het maakt me niet uit waar hij vandaan komt en ik heb ook geen idee waarom ze die vervalsing gemaakt hebben. Laat ze maar eens bewijzen dat ik ongelijk heb. Waarom weigert de overheid om mijn onderzoek over te doen? Als u met een vervalst geboortebewijs op de proppen komt, zal u toch ook grondig op de rooster gelegd worden?”

 

Deze zomer schonk Donald Trump u gratie. Wat had u precies mispeuterd?

“Helemaal niets. Ik ben ten onrechte veroordeeld voor ‘minachting van de rechtbank’. Een federale rechter had ons verboden om illegale immigranten te controleren. Hij beweerde dat ik zijn bevelen niet had opgevolgd. Tijdens de verkiezingsstrijd blies hij dat kleine vergrijp op tot een strafzaak. Er werd onnoemlijk veel aandacht aan geschonken en zo geloofden de burgers dat ikzelf in de gevangenis zou belanden en besloten ze om niet op mij te stemmen.”

 

U wordt van een hele waslijst aan overtredingen beschuldigd: onrechtmatige arrestaties, grensoverschrijdend gedrag, wanbeleid, achteroverdrukken van overheidsgeld en racisme om er maar een paar te noemen.

“Allemaal op niets gebaseerd. Hoe komt het dat ik nog niet achter de tralies zit als ik dan toch zo’n groot misdadiger ben?”

 

Speciaal aanklager Robert Mueller onderzoekt op dit moment de banden tussen Donald Trump en Rusland. Blijft de president uw held als dat onderzoek slecht voor hem uitdraait?

“Ik vind het jammer voor de president en zijn familie dat er op die manier een heksenjacht tegen hen gevoerd wordt. We’ll see. Ik ruik hier vooral politieke spelletjes. Het echte verhaal komt nog wel naar boven. Binnenkort krijg ik informatie over de waarheid achter dat dossier dat die spion uit Engeland, die Christopher Steele, tegen de president fabriceerde.”

 

U hebt ook daar als sheriff uw eigen onderzoek naar laten voeren?

“Ik heb informatie, geen onderzoek. (aarzelt) Yeah, ik heb informatie als gevolg van een onderzoek van toen ik nog sheriff was. Verder zeg ik daar nu niets meer over. Wacht maar tot binnen een paar weken.”

 

(c) Jan Stevens

De zakenman-zendeling

Vijftien jaar geleden gaf Scientology-lid Marc De Turck fel gecontesteerde cursussen in het Vlaamse parlement en in Belgische ministeries. Vandaag traint hij vooral Oost-Europese managers en ambtenaren in de ‘managementbeginselen’ van Scientology-stichter en goeroe L. Ron Hubbard. ‘Onze kerk moet zich handhaven volgens de economische principes van de hedendaagse samenleving.’

Op 11 maart 2016 vierden de leden van de Scientology-kerk van België feest. Na een gerechtelijk onderzoek dat 18 jaar geduurd had en 40.0000 pagina’s telde, verklaarde de correctionele rechtbank van Brussel alle aanklachten tegen de sekte onontvankelijk. Die aanklachten logen er nochtans niet om: oplichting, afpersing, uitoefening van illegale geneeskunde, inbreuken op de privacywet en schriftvervalsing. Federaal procureur Christophe Caliman eiste de ontbinding van de Belgische tak van Scientology en strenge straffen voor elf vooraanstaande leden. Volgens hem bulkte het onderzoek van de aanwijzingen dat Scientology België allesbehalve een kerk was, maar een commerciële onderneming, vooral geïnteresseerd in het geld van de leden. Rechtbankvoorzitter Yves Régimont veegde in zijn 173 bladzijden tellende beslissing resoluut de vloer aan met datzelfde gerechtelijke onderzoek. ‘Onvolledig kladwerk’, oordeelde hij. ‘Het dossier is te onduidelijk om op basis hiervan iemand te veroordelen.’ Het parket-generaal ging niet in beroep en een maand later jubelde Scientology België op haar website dat ‘de definitieve beslissing’ een ‘overwinning voor de vrijheid van religie in België’ is.

Sinds de uitspraak lijkt Scientology uit het vizier verdwenen, terwijl er in de maanden en jaren ervoor regelmatig verhalen in de media opdoken over pogingen van de organisatie om invloed te verwerven via bedrijven, scholen én overheidsinstellingen. Zo sloeg eind 2001 een dokter van een Brussels openbaar ziekenhuis alarm toen hij tijdens een computercursus de lesgever herkende als Marc De Turck, de toenmalige woordvoerder van Scientology. Het ziekenhuis verbrak meteen de samenwerking met De Turck en niet veel later waarschuwde de Staatsveiligheid de Vlaamse en Waalse ministers van Volksgezondheid voor infiltratie door de sekte in de sociale sector. In februari 2007 maakten de toenmalige senatoren Luc Willems en Margriet Hermans (allebei Open Vld) bekend dat Scientology twee jaar eerder geprobeerd had overheidsdiensten te infiltreren. Diezelfde Marc De Turck had toen via zijn bedrijf Ideas als onderaannemer voor een informaticagigant computercursussen gegeven in het Vlaamse Parlement. De Turck zou eerder ook cursussen verzorgd hebben in verschillende ‘Belgische federale instellingen’, meer bepaald de ministeries van Defensie, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken. Volgens Willems en Hermans was Ideas niets meer of minder dan een mantelorganisatie van Scientology.

Acht jaar geleden zei Margriet Hermans de nationale politiek vaarwel, maar ze heeft nog haarscherpe herinneringen aan wat zij ‘de propagandisten van Scientology’ noemt. ‘In het begin van mijn politieke carrière kwamen ze me opzoeken’, zeg ze. ‘Ze liepen toen de deuren van veel politici plat. Ik kende een paar leden die een deel van hun inkomsten moesten afstaan. “Wat krijgen jullie daarvoor in ruil?” vroeg ik. “Cursussen, informatie en psychologische ondersteuning.” Het draaide bij Scientology allemaal rond geld en ik vond het zeer verontrustend dat ze in die tijd door de Spaanse overheid als godsdienst erkend werden. Samen met collega Luc Willems sloeg ik alarm over hun cursussen in het parlement, waardoor ze meteen beseften dat ik hun vriend niet was. Wij konden niet anders dan vaststellen dat Scientology een sekte is.’

De rechtbank sprak de organisatie vorig jaar toch vrij? Margriet Hermans: ‘Bij gebrek aan bewijs en omdat de benadeelden zich volgens de rechter uit vrije wil geëngageerd hadden. Ik ben niet goed van die uitspraak en vraag me af of Scientology toen weer gelobbyd heeft.’

Margriet Hermans denkt dat de rechter zich heeft laten beïnvloeden? ‘Ja. Ik weet dat het een zware beschuldiging is, maar ik kan niet geloven dat die sekte zomaar vrijgepleit is.’

 

‘Succesvolle BOSS’

Anno 2017 is de 55-jarige Marc De Turck nog steeds lid van Scientology en geeft hij ook nog steeds cursussen in ondernemingen en bij overheidsdiensten. Alleen zijn dat geen computeropleidingen meer, maar volgens zijn website ideas-freeboss.com ‘grappige, dynamische, effectieve en succesvolle live trainingsessies’, bij voorkeur in Bulgarije, Macedonië, Oekraïne en Rusland. Nog op zijn website stelt ‘Marc J. de Turck’ zich in een videofilmpje in krukkig Engels voor als: ‘Een strategische consultant, een trainer gespecialiseerd in doelen stellen, beleid maken, strategische investeringen, veiligheidsvraagstukken, PR en organisatie.’ En: ‘Een spreker van zeven talen, waaronder Mandarijn Chinees.’ Hij noemt zichzelf: ‘trainer van managers en topkaderleden van grote ondernemingen zoals Mazda, Toyota, Hitachi, Allianz, Cisco en DHL en consultant van regeringen van verschillende landen’. Naar eigen zeggen was hij in 1989 ‘de jongste adviseur ooit van de stafchef van de Belgische federale politie’ en is hij sinds jaar en dag ‘officieel lobbyist in het Europese Parlement’. Alleen is in het officiële register van Europese lobbyisten geen spoor van Marc De Turck terug te vinden. ‘Toen ik dat filmpje maakte, was ik wel als lobbyist geregistreerd’, reageert hij. ‘Maar nu verblijf ik voor 80 % van mijn tijd in Bulgarije en is dat niet meer aan de orde.’ Begin maart van dit jaar gaf hij in de Oekraïense hoofdstad Kiev aan plaatselijke ondernemers en managers een tweedaagse leiderschapstraining ‘Succesvolle BOSS’. Op de website van het eveneens aan Scientology gelinkte organiserende consultancybedrijf Olerom werd De Turck voorgesteld als: ‘adviseur van leden van het Europese Parlement, adviseur van politici van verschillende landen en van Belgische ambtenaren.’

Op 7 november 1948 verkondigde de Amerikaanse sciencefictionschrijver Lafayette Ron Hubbard (1911-1986) op een bijeenkomst van de Eastern Science Fiction Association: ‘Je wordt niet rijk met het schrijven van SF. Wie rijk wil worden, moet een religie starten.’ Zes jaar later richtte hij in Los Angeles de eerste Church of Scientology op. Vandaag is de organisatie aanwezig in meer dan 180 landen en telt ze naar eigen zeggen miljoenen leden, met als bekendste aanhangers John Travolta, Tom Cruise, Beck en Priscilla Presley. In 1972 zette de beweging in ons land voet aan wal en in 1980 ging de Church of Scientology in Belgium officieel van start. Marc De Turck werd in april 1993 lid. ‘Ik werd uitgenodigd op een seminarie omtrent communicatie en begrip’, schrijft hij. Een mondeling interview zag hij eerst ‘misschien wel’ zitten, niet veel later kwam hij daar op terug en wou hij enkel schriftelijk vragen beantwoorden. De Turck: ‘Na het seminarie schafte ik me drie boeken van Ron Hubbard aan: Dianetics, Zelf Analyse en Inleiding tot de ethiek. In die boeken vond ik antwoorden op vragen die ik al geruime tijd had. Niet lang daarna stapte ik de Scientology kerk binnen. Door de spirituele kennis over mezelf en dankzij de praktische kennis over succesvol handelen, zijn zowel mijn persoonlijke als zakelijke leven erop vooruit gegaan.’

Op zakelijk vlak lijkt dat succes op het eerste gezicht relatief. De voorbije twaalf jaar flirtte De Turcks vennootschap Ideas cvba vooral met verlies. Op 1 januari 2017 cumuleerde ze een verlies van 47.572 euro en bedroeg het negatief eigen vermogen 28.980 euro. Volgens De Turck is dat een vertekend beeld. ‘Mijn hoofdactiviteit is verplaatst naar Sofia en daarom heb ik daar een Ltd. opgericht’, zegt hij. ‘Ideas cvba blijft intussen bestaan omdat er altijd verandering mogelijk is.’ Op de vacaturesite jobs.bg stelt het trainingscentrum Ideas-Freeboss alias Markdeturk & co Ltd. zich aan de Bulgaarse werkzoekenden voor als onderdeel van de grote multinational Ideas International, met kantoren verspreid over heel Europa. Het adres van Ideas Intl. is hetzelfde als dat van het zieltogende Ideas cvba in Meise.

Scientology is volgens Marc De Turck een kerk en geen sekte omdat de organisatie ‘een gemeenschap van mensen met een gelijkaardig geloof is, georganiseerd in een religieuze structuur, in de traditie van de oudste Oosterse religies.’ De kerk wordt gesponsord door haar leden. Marc De Turck: ‘Kerkleden geven donaties voor ‘auditing’ of ‘training’. Die bijdragen zijn de voornaamste inkomstenbron en financieren alle religieuze en sociale verbeteringsprogramma’s die door de Kerk worden gesponsord.’

De Scientology-leer kan niet verbergen dat ze uit de koker van een science-fictionschrijver komt. Het diepste spirituele wezen van de mens is volgens stichter Ron Hubbard een onsterfelijke ‘thetan’. ‘Engrammen’, of mentale hindernissen, belemmeren de mens in zijn ontwikkeling tot zuivere ziel. Die engrammen werden 75 miljoen jaar geleden in het menselijke systeem geplant door de kwaadaardige intergalactische dictator Xenu. Om de scientologen te assisteren bij het overwinnen van de talloze engrammen, biedt de Scientology kerk een uitvoerig programma aan cursussen aan. ‘Training’ en ‘auditing’ vormen daarbij de sleutelbegrippen. Het ultieme doel is verlichting en het bereiken van het statuut van ‘Operating Thetan’. Wie geen trauma’s meer meesleept uit een vorig leven, is ‘clear’. Wie in zijn bestaan als scientoloog dat allerhoogste zuivere statuut wil bereiken, is jaren zoet met het volgen van cursussen en telt daar honderdduizenden euro’s voor neer.

‘Scientology heeft niet gedurende honderden jaren rijkdom en bezittingen vergaard zoals andere religies’, verdedigt Marc De Turck het lucratieve systeem van ‘auditing’. ‘Onze kerk moet zich handhaven volgens de economische principes van de hedendaagse samenleving. Voor auditing zijn grondig opgeleide auditors nodig. Wie het meest van de faciliteiten van de kerk gebruikmaakt, draagt ook het meeste bij aan het onderhoud ervan. Er wordt natuurlijk geen donatie verwacht van leden die deelnemen aan diensten die doorheen de week plaatsvinden, zoals de groepsauditing – het beluisteren van opgenomen lezingen van Ron Hubbard.’

 

Mission Impossible

De mosterd voor zijn trainingen en advieswerk haalt Marc De Turck bij het Hubbard Management System (HMS). ‘Dat is ontwikkeld door Ron Hubbard, maar heeft met religie niets te maken’, stelt hij. ‘HMS helpt zakenmensen hun bedrijven gedijen en expanderen. Als HMS-consultant en trainer heb ik het recht om wereldwijd zakenmensen te coachen en adviseren. Ik heb persoonlijk meer dan 35.000 managers in 30 landen getraind. 95% van hen gedijt en expandeert nu beter dankzij mijn diensten.’

Begin 1999 verscheen het boek Les sectes dans l’entreprise van de Franse onderzoeksjournalist Thomas Lardeur. Daarin beschreef hij hoe de coachingtechnieken van Marc De Turck een jaar eerder tot een algemene staking leidden in het in onderwaterwerken gespecialiseerde bedrijf Sogetram. Die onderneming was in januari 1997 in handen gekomen van een Antwerps ondernemer, een notoir Scientology-lid. Hij liet zijn nieuwe werknemers weten dat hij van Sogetram een wereldleider wou maken met behulp van de technieken van Ron Hubbard en haalde daarvoor onder anderen Marc De Turck binnen. Klanten moesten voortaan ‘geauditeerd’ worden en lastige collega’s werden aangeduid als ‘suppressief’, Scientology-newspeak voor vijandig, of volgens De Turck: ‘Een persoon met een aantal specifieke gedragskenmerken die andere personen in zijn omgeving onderdrukt.’ Op 11 mei 1998 gingen zo goed als alle Sogetram-medewerkers in staking tegen wat zij de ‘onverdraagbare Scientology-methode’ noemden. Vier dagen later stelde de handelsrechtbank een voorlopige bewindvoerder aan en de Antwerpse overnemer werd bedankt voor bewezen diensten. ‘Ik was toen niet meer dan vijf dagen bij Sogetram actief’, zegt De Turck. ‘Ik hanteerde algemeen gangbare marketingtools en hoorde pas later dat er een staking was uitgebroken.’

Vandaag is Marc De Turcks belangrijkste actiedomein Bulgarije. In het kennismakingsfilmpje op zijn website zegt hij met nauwelijks verholen trots: ‘In 2008 was ik de directeur van een Europees strategisch project om de Bulgaarse overheid te reorganiseren zodat ze in staat zou zijn om tot Europa toe te treden. We werkten aan veranderingen in IT en HR-management. Ik leidde een team in moeilijke politieke tijden. Ik was daar van het prille begin tot het einde. Achteraf kreeg ik een boodschap van de Europese ambassadeur in Bulgarije. Hij zei: “Mission Impossible accomplished.”’

Wat De Turck er niet bij vertelt, is dat de toenmalige minister van Ambtenarenzaken en Administratieve Hervorming Nicolay Vasilev begin 2009 in opspraak kwam door het inhuren van De Turck. Bulgaarse media brachten toen het verhaal dat minister Vasilev subsidies van de Europese Unie voor hervormingen in de overheidsadministratie gebruikt had om Scientology-trainingen te bekostigen.

‘Niet in 2008, maar tussen 2005 en 2006 was ik teamleader voor een Europees project voor de modernisering van het human resources management van de Bulgaarse overheid’, zegt De Turck nu. ‘Dat was in samenwerking met andere consultants en van het Hubbard Management System was geen sprake. Minister Nicolay Vasilev werd drie jaar later, vlak voor de verkiezingen, valselijk beschuldigd. Hij verklaarde toen dat Scientology nooit ter sprake gekomen was en er werd een officiële klacht voor smaad en laster neergelegd.’

 

Narconon

In januari 2007 luidden Luc Willems en Margriet Hermans de alarmbel over Narconon, een vzw die onder andere op scholen lezingen van ex-drugsverslaafden aanbood. Net als Ideas was Narconon volgens de toenmalige senatoren een mantelorganisatie van Scientology die zo zieltjes probeerde te winnen bij de schoolgaande jeugd. ‘Tot de dag van vandaag nodigen scholen nog steeds mensen van Narconon uit om er lezingen over drugspreventie te geven’, zegt Margriet Hermans. ‘Ik begrijp niet waarom de Vlaamse overheid niet ingrijpt. Want er is zeker nood aan drugspreventie, maar waarom wordt dat niet uitbesteed aan ernstige organisaties in plaats van aan een stel maniakale amateurs? Ook seniorenverenigingen nodigen Narconon uit. In hun kliniek in Nederland laten ze verslaafden afkicken met de coldturkeymethode; ik betwijfel of dat medisch verantwoord is.’

Zo nodigden de voorbije jaren secundaire scholen van het katholiek onderwijs van Herentals via Narconon een ex-drugsverslaafde uit om te komen getuigen voor de leerlingen van de derde graad. Coördinator Digna Versweyvelt schrikt als ze hoort dat Narconon afhangt van Scientology. ‘Tijdens de lezingen werd nooit naar Scientology verwezen. De leerlingen kregen een beeld van hoe erg een drugsverslaving is en wat de gevolgen zijn voor de familie. We zullen nu met de collega’s overleggen of we in de toekomst nog gebruikmaken van de diensten van Narconon.’

Voorzitster van Narconon vzw is Monique De Clerck, echtgenote van Marc De Turck en medeaandeelhoudster in Markdeturk & co Ltd. Op de vraag of Narconon een mantelorganisatie van Scientology is, antwoordt De Turck: ‘Narconon is in 1966 opgericht door een gedetineerde die van zijn jarenlange verslaving afkwam door gebruik te maken van de werken van Ron Hubbard. Narconon Belgium geeft via lezingen en persoonlijk contact informatie over drugspreventie en –rehabilitatie aan ouders en jongeren. Vandaag is Narconon een wereldwijd netwerk dat mensen zonder drugsvervangende middelen helpt te herstellen van de verwoestende gevolgen van een verslaving. De mens kan geen echte vrijheid bereiken in een door alcohol en drugs overspoelde wereld.’

 

(c) Jan Stevens

 

“Hij is nog steeds een jihadist”

De Noorse schrijver Demian Vitanza leerde eind 2015 in de gevangenis de teruggekeerde Syriëstrijder Ishaq Ahmed kennen. Hij herdoopte Ishaq tot Tariq en kneedde zijn verhaal tot een indringende roman. “Ik vroeg meermaals: ‘Waarom vertrok je naar Syrië?’ In het begin antwoordde hij: ‘Om tegen Assad te vechten.’ Op het einde zei hij: ‘Omdat ik wou sterven.’”

 

Meer dan een jaar lang bezocht de Noorse schrijver Demian Vitanza twee keer per week een teruggekeerde Syriëstrijder in een van de meest beveiligde gevangenissen van Noorwegen. Die urenlange gesprekken vormden de basis voor Vitanza’s roman In dit leven of het volgende. “Ik nam geen enkel gesprek op”, zegt hij. “Ik wou geen materiaal verzamelen dat compromitterend voor mijn gesprekspartner zou kunnen zijn. We hielden er rekening mee dat we in de bezoekersruimte van de gevangenis afgeluisterd werden. Telkens wanneer hij me iets wou toevertrouwen dat de politie niet mocht weten, schreef hij dat op, liet het me lezen en at daarna het velletje papier op.”

In In dit leven of het volgende vertelt Tariq, een Noor met Pakistaanse roots, hoe hij als tiener op het slechte pad geraakte en een drugsdealer werd, tot hij als twintiger de islam omarmde. Via het internet en onder invloed van radicale geloofsgenoten raakte hij in de greep van het salafisme. In september 2013 vertrok hij met een vriend met Tsjetsjeense roots in een bestelauto naar Syrië om er als jihadist te gaan vechten tegen Assad. Begin 2014 kreeg hij een kogel in het been, stak de Syrische grens terug over en zocht in Turkije hulp in de Noorse ambassade. Een jaar na zijn terugkeer in Noorwegen werd hij gearresteerd en in juli 2015 werd hij veroordeeld tot acht jaar gevangenschap voor lidmaatschap van een terreurorganisatie.

“Ik ontmoette hem toen ik eind 2015 een week schrijfcursus aan gedetineerden gaf in de zwaarbeveiligde gevangenis in mijn thuisstad Halden”, zegt Demian Vitanza. “Op de vierde dag kwam die jongen naar me toe. ‘Ik heb een verhaal’, zei hij. ‘Ik heb je hulp nodig om het naar buiten te brengen.’ Ik ben een roman- en toneelschrijver en zijn verzoek stond haaks op wat ik doe: ik schrijf niet iemand anders verhaal. Op mijn schrijfcursussen gebruik ik literatuur als werkmiddel voor de cursisten om zichzelf beter te leren uiten. Maar hij bleef aandringen. ‘Waarover gaat het?’ vroeg ik. ‘Ik vocht in Syrië’, antwoordde hij. Dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Niet veel jongemannen die naar Syrië trokken, zijn bereid om hun verhaal te delen met de rest van de wereld. De teruggekeerden willen geen problemen voor hun familie, vrezen wraakacties van andere jihadisten of hebben geen zin in extra ondervragingen. Medegevangenen houden sowieso niet van ‘verklikkers’. Ze hebben dus weinig te winnen met het openbaar maken van hun verhaal.”

 

Hij wou dat u zijn verhaal als roman verpakte?

Demia Vitanza: “Nee, ik heb er een roman van gemaakt omdat ik zo meer vrijheid kreeg, maar ook om hem te beschermen. Sommige dingen die hij me vertelde, stigmatiseerden zijn familie of creëerden ernstige problemen voor zijn radicale moslimvrienden in Noorwegen.”

 

Mensen die hem kennen, weten na lezing van In dit leven of het volgende toch perfect wie ‘Tariq’ in werkelijkheid is?

“Zeker. Eind 2015 zaten er zeven Syriëstrijders in Noorse cellen, nu zijn het er negen. Het was niet zo moeilijk voor de Noorse media om de identiteit van mijn hoofdpersonage te achterhalen. We waren ons er zeer goed van bewust dat zijn naam snel bekend zou raken. In de eerste recensie in een Noorse krant stond zijn echte naam Ishaq Ahmed meteen netjes gespeld. (lacht) De aanpassingen van de realiteit in mijn roman waren voor ons een spel. We verplaatsten de jonge Ishaq alias Tariq van Fredrikstad naar Halden. Zijn thuisstad ligt op dertig kilometer van de mijne en door ‘zijn’ Fredrikstad in te ruilen voor ‘mijn’ Halden kon ik meteen ook alle kennis over mijn eigen stad in zijn verhaal integreren. Door Fredrisktad te vervangen door Halden vermeden we ook dat mensen uit zijn omgeving gestigmatiseerd raakten. In het begin had Ishaq het lastig met die laag fictie, maar na verloop van tijd zag hij er de voordelen van in. Hij begreep dat fictie soms meer waarheid vertelt dan non-fictie. Soms vroeg ik hem: ‘Ishaq, is het wel verstandig om dit te vertellen?’ Waarna hij me aankeek en zei: ‘Het is een roman.’ (lacht)”

 

U beschrijft heel mooi hoe Tariq alias Ishaq van kleine drugsdealer evolueert naar devote moslim. Hoe hij de leegte van een bestaan vol geld, drugs en gangsterrap inruilt voor het gebed.

“Ik ben blij dat u dat zegt, want het vinden van de islam was voor hem inderdaad iets heel moois. Voor veel mensen eindigt het daar ook: ze omarmen op een bepaald moment hun geloof en volgen daarna een vredevol levenspad. Maar bij Ishaq waren de frustraties zo hoog dat het intens beleven van een spirituele islam niet volstond. Hij was op dat moment al een aanhanger van complottheorieën, zoals die over de duistere genootschappen van de illuminati die het universum regeren. Daar kwam nog eens de toestand in de wereld bij, met onder andere de oorlogen in het Midden-Oosten.”

 

Ishaq werd salafist onder invloed van de Britse bekeerling Abdurraheem Green. Als je naar de website van Greens organisatie IERA surft, krijg je de indruk dat de man een boodschap van liefde verspreidt. Toch wordt zijn organisatie gelinkt aan de ‘Portsmouth Jihadis’, zes jonge moslims die zich aansloten bij IS. Hij is een wolf in schaapsvacht?

“Laat me eerst duidelijk stellen dat ikzelf areligieus ben en heel erg sceptisch sta tegenover het salafistische gedachtegoed. Toch wil ik het onderscheid maken tussen salafisme en extremisme. Extremisten zijn bereid om geweld te gebruiken om zo hun doel te bereiken. Dat is meteen ook de definitie van extremisme volgens de Noorse staatsveiligheid. Abdurraheem Green beschouw ik niet als zo’n extremist. Hij is een salafist, maar roept niet op tot geweld of terreur. Ik gebruik de term extremist enkel voor gelovigen die tot geweld willen overgaan. De anderen zijn salafisten, of geschifte kerels. (lacht) Mijn indruk is dat Green geweld afwijst, al durf ik er mijn hand niet voor in het vuur te steken.

“De interesse van Ishaq voor het salafisme werd zeker in het begin serieus aangewakkerd door het internet. Eerst kwam hij terecht bij de zeer devote tablighi die je kan vergelijken met de evangelische christenen. Op het internet ging hij op zoek naar vragen waarmee hij worstelde, zag salafistische video’s en werd erdoor aangesproken. De salafistische ideologie is helder als pompwater: door je strikt aan alle regels te houden, word je een goede moslim. Salafisme is een handleiding voor het leven. Als je op het internet begint te zoeken, leiden de achterliggende algoritmes je op basis van je zoekgeschiedenis en surfgedrag verder in één welbepaalde richting. Zo werd Ishaq als vanzelf de salafistische tunnel ingezogen, richting jihadisme.

“In Noorwegen bestaat er een organisatie die Islam Net heet. Zij organiseren elk jaar een conferentie en focussen zich op studenten. Officieel zijn ze niet salafistisch, in de praktijk wel. Ishaq raakte in 2012 gecharmeerd door hen en bezocht hun conferentie. Daar leerde hij de echte extremisten en jihadisten kennen van Profetens Ummah, onze variant van jullie Sharia4Belgium. ‘Het is onze plicht om in Syrië te gaan vechten’, vonden zij, terwijl ze door Islam Net werden tegengesproken. ‘Nee dat moeten we niet doen. We moeten helpen met gebed, geld of het inzamelen van kleding.’ Maar Ishaq raakte steeds meer in de ban van de oproep tot jihad van Profetens Ummah. De meer gematigden van islam Net vond hij huichelaars, bezorgd over hun eigen imago.”

 

Dus vertrok Ishaq in september 2013 naar Syrië om er tegen de dictator te gaan vechten. U gelooft hem wanneer hij beweert nooit lid van IS te zijn geweest?

“Hij vertrok op een moment dat IS net op het slagveld verschenen was. Het zou nog bijna een jaar duren voor ze hun kalifaat uitriepen, toen was Ishaq al terug thuis met een kogel in zijn been. Een van zijn opties was aansluiten bij Jabhat al-Nusra, de jihadisten van Al-Qaida, of bij het door Tsjetsjenen gedomineerde JMA, Jaish al-Muhajireen wal-Ansar. Uiteindelijk koos hij voor JMA, maar net voor hij contact met hen zocht, viel die groep uiteen. Sommige leden stapten over naar IS; andere vormden een nieuwe militie. Het was een zootje en Ishaq vertelde me dat hij niet meer wist bij wie hij terecht kon. Misschien heeft hij me over zijn periode in Syrië niet de hele waarheid verteld, al ben ik toch geneigd hem te geloven als hij zegt dat hij nooit bij IS gevochten heeft. Uiteindelijk kwam hij bij een groep terecht die niet op een terreurlijst stond, maar in werkelijkheid wel onder de vleugels van Al-Qaida opereerde. Hij wou vechten tegen de dictator Assad, dat was zijn hoofdmotivatie. Al valt niet te ontkennen dat het idee van een Islamitische staat in Syrië en Irak toen al furore maakte en dat hij daarin sterk geïnteresseerd was.”

 

De reis van Ishaq met zijn Tsjetsjeense kompaan in een bestelauto van Noorwegen via Turkije naar Syrië lijkt op een vaudeville. Er waren ontzettend veel momenten onderweg waarop iemand hen had kunnen tegenhouden, maar iedereen kneep een oog dicht.

“Veel mensen denken dat de geheime uittocht van de Syriëstrijders met militaire precisie voorbereid werd, maar niets is minder waar. Het waren gewoon een stel jongens die op een waanzinnige roadtrip vertrokken. Ze wisten niet precies hoe ze moesten rijden, en verzonnen onderweg de meest idiote smoezen. Toen Ishaq afreisde, waren de politiediensten van verschillende landen bijlange nog niet zo alert als nu voor het fenomeen van de foreign fighters. Vermoedelijk waren er ook mensen die dachten: ‘Laat ze maar sneuvelen in Syrië. Dan is dat probleem opgelost.’

“Hij zegt dat hijzelf geen mensen gedood heeft en ik geloof hem. Hij hield de wacht en haalde aan het front de gewonden op en verzorgde ze.”

 

Het merkwaardige is dat alle teruggekeerde Syriëstrijders hetzelfde verhaal vertellen: ze waren allemaal ziekenbroeder.

“U hebt gelijk. Of we zijn verhaal aan het front dan moeten geloven of niet? Misschien wel, al zegt mijn intuïtie eerder van niet.”

 

Doordat hij gewond raakte, overleefde hij zijn Syrië-avontuur.

“Het was net als in de Eerste Wereldoorlog: degenen die een kogel in het been kregen, waren toen ook de gelukkigen. Zij mochten naar huis en overleefden. In een verslag uit die tijd las ik dat soldaten weenden van vreugde toen ze in hun been geraakt werden. Ishaq weende niet van vreugde, want door zijn kogelwonde miste hij als martelaar zijn afspraak met het paradijs.”

 

Het is toch onbegrijpelijk dat een jongen van 22 zo graag dood wil?

“Ik denk niet dat hij dood wou, maar eerder dat hij niet wou leven. Veel jonge mensen van begin twintig hebben het moeilijk met het leven, omdat het in hun ogen zinloos lijkt. Ze plegen geen zelfmoord, maar zien ook weinig toekomst. Dat is de enige manier waarop ik de keuze van jonge Syriëstrijders voor het martelaarschap kan begrijpen. Het jihadisme weet die staat van zijn van jonge mensen op een krachtige manier te exploiteren. Hij geeft het niet graag toe, maar in de gesprekken die ik met Ishaq voerde, bespeurde ik af en toe toch twijfel over de echtheid van dat martelaarschap. Een vriend van hem vertelde in zijn rechtszaak hoe hij zijn steun aan IS opgaf toen hij op een keer merkte dat lijken van IS-strijders aan het ontbinden waren en uren in de wind stonken.”

 

Terwijl de mythe van het martelaarschap net wil dat de lijken van martelaars naar musk ruiken?

“Precies. Op het moment dat die geur van verrotting in de neus van die jongen binnendrong, besefte hij dat het door IS voorgespiegelde martelaarschap bullshit is. Ishaq zelf vertelde me dat hij aan gesneuvelde vrienden gesnuffeld had. ‘Ze roken lekker’, beweerde hij.”

 

Gelooft hij nog in de jihad?

“Hij blijft de strijd tegen Assad vanuit religieus oogpunt gerechtvaardigd vinden. Dus ja, eigenlijk is hij nog steeds een jihadist. Maar IS steunt hij niet meer. Hij heeft nooit problemen gehad met de manier waarop het kalifaat functioneerde, of met de sharia. Ik heb hem gevraagd wat hij van de executies van homo’s vond, en hij antwoordde: ‘Ik weet niet wat Allah wil. Thuis mag je homo zijn, maar toon het dan niet op straat.’

“Hij zal nog minstens drie jaar in de gevangenis moeten doorbrengen en studeert automechanica. Hij verlangt naar een eenvoudig leven en hoopt dat zijn moeder hem zal helpen een vrouw voor hem te vinden.”

 

Ishaqs vader Hassan Ahmed werd in augustus 2016 in een Noorse rechtbank veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf. Een half jaar nadat zijn zoon uit Syrië teruggekeerd was, maakte hij de omgekeerde beweging en sloot zich aan bij IS. In uw boek wordt daar met geen woord over gerept en verdwijnt Ishaqs ‘afwezige vader met een crimineel verleden’ al snel spoorloos uit beeld.

“Hassan Ahmed had lang totaal geen interesse in de islam. Hij heeft een gangsterverleden en zat in de bak toen Ishaq nog klein was. Hij maakte zich grote zorgen over de radicalisering van zijn zoon en was woest op de islamisten die Ishaq inspireerden om naar Syrië te gaan. Het kwam als een totale verrassing toen hij in de zomer van 2014 zelf naar het kalifaat afreisde.

“Ik mocht van Ishaq niet over Hassans reis naar Syrië schrijven. Hij was ontzettend bang dat hij zijn vader en de rest van zijn familie daardoor nog meer in de shit zou brengen. Hij had niet echt ongelijk, want de kans bestond dat stukken uit het boek later op het proces van de vader gebruikt zouden worden. Mijn roman is trouwens ook als bewijsmateriaal opgevoerd in een zaak van een vriend van Ishaq. Toch vond ik het zonde om die fascinerende link tussen vader en zoon zomaar te moeten laten liggen. Maar telkens ik erover begon, werd Ishaq bleek van angst. Hij sloeg dan helemaal dicht. Op een bepaald moment wou hij me zelfs niet meer zien en overwoog hij om te kappen met het boek. Tot ik hem na een paar weken van absolute stilte dan maar zelf voorstelde om zijn vader helemaal weg te schrijven. Zo kon ik het boek redden.”

 

Is Ishaq een vriend geworden?

“Ja. Ik geloof niet dat hij me ziet als een vuile kafir of ongelovige, want dan was dit boek er nooit gekomen. Als ik een journalist geweest was, had ik een kritische afstand gehouden. Maar ik ben een literaire schrijver die de kritische nabijheid opzoekt. Ik ben veel kritischer tegen mijn vrienden dan tegen mensen die ik niet zo goed ken. Ik heb hem in al die uren die we samenzaten, meermaals gevraagd: ‘Waarom vertrok je naar Syrië?’ In het begin antwoordde hij: ‘Om tegen Assad te vechten.’ Op het einde zei hij: ‘Omdat ik wou sterven.’”

 

Demian Vitanza, In dit leven of het volgende, Manteau, 320 p., 21,99 euro

 

(c) Jan Stevens