‘Optimisten leven langer’

In Leeftijd is meer dan een getal geeft de Ierse geriater Rose Anne Kenny wetenschappelijk verantwoorde tips over hoe we gezond minstens honderd kunnen worden. “Drink met je buren dagelijks een paar glazen rode wijn en tap moppen samen.”

De Ierse geriater Rose Anne Kenny raakte als arts-in-opleiding gefascineerd door veroudering. “In 1800 was onze levensverwachting veertig jaar; vandaag is die meer dan verdubbeld tot vijfentachtig”, zegt ze. “In het begin van mijn carrière was een eeuweling een uitzondering. Wanneer het ziekenhuis een patiënt van honderd of ouder binnenkreeg, wilden we allemaal die zeldzaamheid zien. Vandaag is een honderdjarige patiënt heel normaal.”

Rose Anne Kenny is professor geriatrie aan het Trinity College Dublin en diensthoofd in het universitair ziekenhuis St. James’s Hospital Dublin. “Geriatrie is holistischer dan de meeste andere medische specialisaties of disciplines”, vindt ze. “Het verouderingsproces gaat de hele mens aan en is niet enkel een kwestie van hart, longen, hersenen, spieren of bloedvaten. Als geriater werk ik continu samen met zowat alle disciplines.”

Sinds 2009 leidt Kenny de Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA), een langlopend onderzoek naar veroudering in de Ierse samenleving. “We volgen 9000 volwassenen van vijftig jaar en ouder. Ons onderzoek leverde meer dan 400 wetenschappelijke publicaties op en omvat alle aspecten van veroudering: van voeding, over beweging en gezondheid tot genetische aanleg.”

De resultaten van TILDA vormen samen met andere onderzoeken naar veroudering de basis voor haar boek Leeftijd is meer dan een getal. “Ik wil benadrukken dat ik me enkel op wetenschappelijk onderbouwde kennis baseer”, zegt ze. “Want over gezond verouderen circuleert er nogal wat nepnieuws.”

U bent als arts gespecialiseerd in veroudering, terwijl veroudering geen ziekte is. Het overkomt ons allemaal.

Rose Anne Kenny: “Dat is heel juist. Het is geen ziekte die genezen kan worden, al zijn we intussen wel in het stadium aanbeland waarin we het verouderingsproces kunnen vertragen. Hoe vroeger je je levensstijl aanpast, hoe ouder je kunt worden. Maar een medicijn voor de behandeling van veroudering is er niet. Daar komt bij dat het hele verouderingsproces al heel vroeg begint.”

Rond welke leeftijd?

“Het start al wanneer we nog in de baarmoeder zitten. Onderzoekers Daniel Belsky en Terrie Moffitt voeren in het Nieuw-Zeelandse Dunedin een interessant onderzoek naar het biologische proces van veroudering. Duizend deelnemers, geboren tussen april 1972 en maart 1973, worden sinds hun geboorte regelmatig aan uitgebreide testen onderworpen. Op hun 26e, 32e en 38e levensjaar werd een totale stand van zaken van hun gezondheid in kaart gebracht. Ook hun biologische leeftijd werd bepaald aan de hand van het ritme van hun inwendige biologische klokken. Sommige achtendertigjarigen bleken de biologische leeftijd van een achtentwintigjarige te hebben, anderen die van een achtenveertigjarige.”

Hoe oud bent u?

“Dat hang ik niet aan uw neus. (lacht) Ik hecht geen enkel belang aan mijn chronologische leeftijd; alleen mijn biologische leeftijd telt en die is 55. Ik gebruik zelfs niet meer de chronologische leeftijd van mijn patiënten. Ik vraag die ook nooit.”

‘Biologische leeftijd’ is niet hetzelfde als de fitnessleeftijd die je sporthorloge je toeschrijft?

“Nee, maar die fitnessleeftijd kan wel een richtlijn zijn om te weten of je goed bezig bent. Als je sporthorloge je een leeftijd van 45 toekent terwijl je in werkelijkheid 60 bent, is dat uitstekend nieuws. Zeker als je dat dan zelf óók begint te geloven. Want onderschat de kracht van optimisme en positiviteit niet. Optimististen leven langer. Alleen is het niet eenvoudig om je van nature pessimistische ingesteldheid in te ruilen voor een optimistische. Wat wel voor iedereen haalbaar is, is mijn ‘vuistregel’: je bent zo jong als je jezelf voelt.”

Maken kleinkinderen met hoogbejaarde grootouders meer kans op een gezegende leeftijd dankzij hun ‘sterke genen’?

“De rol van ons genetisch materiaal in ons verouderingsproces wordt overschat. Het aandeel van de genen bedraagt slechts 20 tot 30 procent. Veel belangrijker zijn de negatieve ervaringen die je in de loop van je leven hebt en de sporen die zij op je genen nalaten. De wetenschap ontdekte dat negatieve invloeden zogenaamd epigenitische veranderingen kunnen aanbrengen in je genen. De functie van een gen wordt dan anders, zonder dat de code wijzigt.

“Uitgesproken negatieve ervaringen in de kindertijd, zoals kindermishandeling, alcoholisme van de ouders of armoede in het gezin, laten sporen op de genen na en leiden op volwassen leeftijd vaak tot gezondheidsproblemen. Overlevers van kindermishandeling lopen meer risico op hart- en vaatziekten of worstelen met mentale problemen.

“Interessant ‘onderzoeksmateriaal’ zijn dan de mensen die ondanks zware tegenslagen tóch een gezegende leeftijd bereiken. Hoe komt het dat de functie van sommige van hun genen níet veranderde? Wat maakt hen veerkrachtig? Het Dunedin-onderzoek levert daar een interessant inzicht over. Want niet alle achtendertigjarigen die ooit met depressie worstelden, bleken biologisch tien jaar ouder te zijn dan hun chronologische leeftijd. Wat vooral bij hen opviel, was hun optimistische ingesteldheid.”

‘Optimisme’ volstaat toch niet om zware trauma’s uit het verleden te tackelen?

“Dat is zo, al geeft het je wel voorsprong. Als individu hebben we zelf een aantal middelen in handen om ons verouderingsproces te vertragen. Dan gaat het over voor de hand liggende zaken zoals een gezondere levensstijl met meer bewegen, minder stress en een evenwichtig dieet. Maar ook de samenleving draagt verantwoordelijkheid. Want hoe beter ons onderwijs, hoe langer onze levensverwachting. Slecht onderwijs, gebrekkige gezondheidszorg én negatieve ervaringen in de kindertijd zijn bijna altijd gelinkt aan een lagere sociale status.

“Uit àl onze onderzoeken komt de ontzettend grote rol van onderwijs naar boven. Een lang en relatief gelukkig leven start bij fatsoenlijk onderwijs. Een samenleving die degelijk, kwalitatief onderwijs ondersteunt en aanbiedt, geeft kinderen meer kansen op een beter bestaan.

“St. James’s Hospital is het grootste openbaar universitair ziekenhuis van Ierland en tezelfdertijd ook het grootste academische opleidingscentrum voor artsen en zorgverleners. Het ligt in de South Inner City van Dublin, een van onze sociaal meest achtergestelde gebieden. Amper 6 procent van alle kinderen uit die wijk komt in het hoger onderwijs terecht. In de nette Dublinse buurt waar ik woon, haalt 96 % van alle kinderen een universitair of hogeschooldiploma. Dat vreselijke onevenwicht moet dringend weggewerkt worden.”

Wie gezond oud wil worden, let ook best goed op zijn voeding?

“Zeker. Het doorsnee Ierse vette, suiker- en zoutrijke dieet is een heuse ramp voor de hartaanval-, kanker- en diabetesstatistieken. Geraffineerd of bewerkt voedsel en zout zijn te mijden als de pest. Het wetenschappelijke bewijs neigt naar een plantaardig dieet voor wie gezond stokoud wil worden. Vegetariërs zijn dus op het goede pad, zeker wanneer ze de nadruk op bonen en linzen leggen.”

Bent u vegetariër?

“Nee. (lacht) Ik vind kip en vis veel te lekker, maar eet nooit rood vlees. Veel wetenschappelijk onderzoek zet vraagtekens bij de consumptie van rund, varken en lam. Maar de rood vleeslobby is machtig en voert stevig oppositie. Toch is het tot nu verzamelde bewijs overweldigend genoeg om te concluderen: vermijd rood vlees. Eet vooral vis en groenten. Nog beter is het om integraal over te schakelen naar het mediterraan dieet dat gebaseerd is op het traditionele voedingspatroon zoals dat tot dertig jaar geleden in Italië, Griekenland en Spanje de standaard was.

“Een recent wetenschappelijk artikel bundelt de onderzoeksresultaten naar de voedingsgewoonten van 13 miljoen mensen. Het mediterrane dieet komt er als grote overwinnaar uit. Het vermindert overduidelijk het risico op voortijdig overlijden als gevolg van sommige kankers, hart- en vaatziekten, dementie en suikerziekte. Het mediterraan dieet legt de nadruk op groenten en fruit, maar ook op noten, zaden, peulvruchten, vis, gevogelte en liters extra vergine olijfolie.”

Op aarde zijn er vijf regio’s waar mensen meer dan gemiddeld ouder dan honderd worden: het Italiaanse Sardinië, het Japanse Okinawa, Loma Linda in Californië, het Costa-Ricaanse Nicoya en het Griekse Ikaria. In die zogenaamde ‘blauwe zones’ leven mensen niet alleen langer, maar hebben ze ook een betere conditie en worden ze minder snel ziek. Ideaal terrein voor onderzoekers naar veroudering zoals u?

“Die blauwe zones zijn goudmijnen. Ze nuttigen daar allemaal varianten op het mediterraanse dieet. De eeuwelingen worden er níet geplaagd door chronische ziekten. Veel onderzoek naar ‘succesvol verouderen’ is gebaseerd op bevindingen uit die blauwe zones. Zo is overmatige stress er zo goed als taboe. Te veel en te lange blootstelling aan stress is dodelijk voor wie gezond oud wil worden. Want dan riskeer je een hartaanval of kanker. U en ik hebben als journalist en dokter een creatief beroep. Dat is een groot pluspunt. Maar een groot nadeel is dat we allebei flink wat stress te verwerken krijgen. Daar moeten we alert voor zijn.”

Waarom heten die regio’s ‘blauwe zones’?

“Uw landgenoot, de sociaal-bioloog Michel Poulain raakte begin deze eeuw gefascineerd door een provincie in Sardinië met opvallend veel honderdjarigen. Hij omcirkelde ze op een landkaart met een dikke blauwe stift. Samen met de Amerikaanse journalist Dan Buettner ging hij op zoek naar gelijkaardige plekken op de wereld. Met behulp van de statistieken konden ze bepalen welke regio’s de hoogste concentraties honderdjarigen telden. Telkens omcirkelden ze die op de wereldkaart in het blauw. Zo bleven uiteindelijk die vijf gebieden over die nu algemeen bekend zijn als de ‘blauwe zones’.

“Vervolgens gingen wetenschappers op zoek naar verklaringen voor de overvloed aan kerngezonde oudjes in die regio’s op verschillende continenten. Alle blauwe zones liggen op hoogte, vlakbij de zee. Ze hebben allemaal een hecht sociaal weefsel, over generaties heen. Vrienden en buren komen er continu bij elkaar over de vloer. Fysieke activiteit is er deel van de dagelijkse routine. Dan heb ik het niet over joggen of fitness, maar over gewone dingen zoals wandelen, schoonmaken of tuinieren.”

Wij leiden een voornamelijk zittend leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving. Met af en toe fitness na kantooruren. We hebben nog flink wat werk aan de winkel als we ook gezond stokoud willen worden?

“Zonder twijfel. Een goed begin is alvast om beweging deel te laten worden van ons dagelijks bestaan. Ikzelf heb een stabureau, want te lang zitten is een ramp voor het lichaam. Natuurlijk kunnen we niet allemaal naar zee verhuizen of op een berg gaan wonen, maar we kunnen wel allemaal werken aan de sociale cohesie in onze samenleving. Iedereen kan investeren in kwaliteitsvolle vriendschappen. Dat is dringend nodig, want eenzaamheid groeide in het Westen uit tot een epidemie. Wat is er mis mee om elke dag met je buren een glas rode wijn te drinken en moppen te tappen?”

Want rode wijn is goed voor wie gezond oud wil worden?

“Alle blauwe zones hebben ontstressingsrituelen, want ook al hebben ze er een hekel stress, helemaal te vermijden is dat nooit. In Sardinië ontstressen ze door elke namiddag samen met vrienden een paar glazen rode wijn te drinken. De laatste keer dat ik dit in een interview verkondigde, stond mijn telefoon roodgloeiend: ‘Als dokter mag u mensen niet tot het drinken van alcohol aanzetten!’ Terwijl ik enkel de feiten meedeel: in Sardinië drinken ze elke dag in gezelschap rode wijn en worden ze gezond meer dan honderd. Dat geldt ook voor het Griekse eiland Ikaria. Dus twijfel ik er niet aan: dagelijks gezellig samenzijn en gedeelde vrolijkheid doen de negatieve effecten van alcohol teniet.”

Rose Anne Kenny, Leeftijd is meer dan een getal, Volt, 352 blzn., 22,50 euro

Bio

  • Biologische leeftijd 55
  • Professor geriatrie aan Trinity College, de universiteit van Dublin
  • Diensthoofd geriatrie in het academisch ziekenhuis St. James’s Hospital
  • Onderzoekshoofd Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA)
  • Geldt in Ierland als dé nationale expert in veroudering

© Jan Stevens

‘Die vervloekte komeet kan nog afgewend worden’

De satirische kaskraker Don’t look up! stelt de klimaatcrisis voor als een gigantische komeet die op de aarde afstevent. Een idee dat ontsproot uit de koker van journalist en scenarist David Sitora. “Ik blijf geloven in een snelle kentering.”

“Ik voel me soms als mijn hoofdpersonage professor Randall Mindy”, bekent David Sitora aan het einde van het gesprek. Sitora schreef het scenario voor de satirische Netflix-blockbuster Don’t look up! “Net als professor Mindy wou ik de mensheid wakker schudden voor nakend gevaar. Op een bepaald moment liet Randall Mindy zich inpakken door het establishment. Heel even ruilde hij zijn rol van wetenschapper in voor celebrity. Don’t look up! maakte geen miljardair van me, maar ik werd er financieel wel beter van en ook ik schuif nu bij talkshows aan. In het licht van het onderwerp van de film vind ik dat af en toe verwarrend.”

In het met prijzen overladen en Oscargenomineerde Don’t look up! vertolkt Leonardo DiCaprio de rol van de ietwat sullige astronomieprofessor Mindy. Samen met zijn assistente Kate Dibiasky, alias Jennifer Lawrence, ontdekt hij een gigantische asteroïde die binnen zes maanden de aarde zal verpulveren. Ze waarschuwen de Amerikaanse president Janie Orlean, een mix van Donald Trump en Hillary Clinton, gespeeld door Meryl Streep. De aanstormende komeet kan de president gestolen worden, tot ze spectaculair nieuws nodig heeft om herverkozen te raken.

Het was oorspronkelijk uw idee om een allegorie van de klimaatcrisis te maken en onze besluiteloosheid te parodiëren?

David Sitora: “Regisseur Adam McKay is een goede vriend. In 2018 kwam zijn film Vice uit, over de Republikein Dick Cheney, vicepresident onder George W. Bush. Adam is geniaal in het mixen van politiek en satire. Ik vroeg hem: ‘Waarom gebruik je je talent en je gevoel voor humor niet om via je volgende film de klimaatcrisis op de agenda te zetten?’ Want we maken ons allebei vreselijk veel zorgen over de staat van onze planeet. Hij antwoordde: ‘Ik wil wel, alleen ben ik bang om te eindigen met een post-apocalyptische film à la Mad Max.’

“In de weken na dat gesprek publiceerde ik verschillende artikels over de klimaatverandering die amper opgemerkt werden. Dat maakte me moedeloos en ik klaagde daarover tegen Adam: ‘Het is alsof de aarde geraakt zal worden door een asteroïde en niemand dat iets kan schelen.’ Een dag of twee later belde hij me: ‘Zeg, David, jouw aanstormende komeet is perfect voor een film over klimaatverandering.’

“We begonnen te fantaseren: hoe zou het er in werkelijkheid aan toegaan als plots een wetenschapper waarschuwt voor een nakende inslag van een allesverwoestend hemellichaam? Zou het Amerikaanse Congres een budget goedkeuren om dat ding tijdig op te blazen? Zo waren we vertrokken.”

Don’t look up! beschrijft griezelig accuraat hoe de mensheid op dit moment reageert op de klimaatverandering. Nog steeds vragen velen zich af: is er wel een klimaatopwarming/komeet? Of krijgen wetenschappers het verwijt paniekzaaiers te zijn.

“Wij maakten ons lang zorgen dat onze film als ‘onrealistisch’ of zelfs ‘belachelijk’ ontvangen zou worden. Kent u de theorie van de ‘uncanny valley’, de ‘griezelvallei’, uit het sciencefictiongenre? Die komt erop neer dat mensen zich op hun gemak voelen bij andere mensen en bij dieren, maar dat ze griezelen van figuren die er menselijk uitzien maar het in werkelijkheid niet zijn. Zo blijken veel filmkijkers doodsangsten uit te staan als ze een robot met de looks van een mens te zien krijgen. Wij weten nu dat Don’t look up! middenin de griezelvallei ligt. De film is duidelijk een satirische fantasie, maar niet zo dat het publiek er vanop veilige afstand smakelijk om kan zitten lachen. De boodschap zorgt voor een ongemakkelijk, knagend gevoel.”

Het is een film zonder happy ending. Spoiler alert: de planeet overleeft het niet.

“Adam McKay was bloednerveus toen we de afgewerkte film inleverden, bang dat producer Netflix het einde te deprimerend of choquerend zou vinden. Ik probeerde hem gerust te stellen: ‘Wat ze er ook van vinden, die komeet zál de planeet raken. De film is gedoemd om slecht af te lopen. Dat is nu eenmaal de kern van ons verhaal, of Netflix dat leuk vindt of niet.’ Gelukkig hadden ze er geen enkel probleem mee.”

Hebt u een verklaring waarom veel mensen hun kop in het zand blijven steken?

“Sommigen kiezen er als verdedigings- én overlevingsstrategie voor om zich niet met de klimaatcrisis te bemoeien en om weg te kijken van bijvoorbeeld alle verontrustende extreme weerfenomenen. Anderen dompelen zich onder in escapisme om toch maar niet aan de ellende te moeten denken. Sommige mensen laten zich dan weer totaal overweldigen én verlammen door doom and gloom, hel en verdoemenis.

“Ik vind het verstandiger en zinvoller om het schrikwekkende probleem eerst onder ogen te zien, en de angst daarna om te zetten in positieve energie. Om dus niet bij de pakken te gaan neerzitten, maar mee te zoeken naar duurzame oplossingen. Help fossiele brandstoffen mee de wereld uit en stem voor politici met het klimaat bovenaan op de agenda. Ik blijf geloven dat nogal wat mensen daar hetzelfde over denken en daar ook naar handelen. In het werkelijke leven zijn we nog niet aan het einde van onze film. Ook al hebben velen het gevoel dat we daar inmiddels wél zijn aanbeland. Dat is niet zo: die vervloekte komeet kan nog afgewend worden.”

Gelooft u dat écht?

“(lange stilte) Op mijn goede dagen. Het ziet er inderdaad niet hoopgevend uit, toch blijf ik in een snelle kentering geloven. Maar ik geef toe: dat kan zowel in positieve, als in negatieve zin.

“Mensen werken hard aan duurzame oplossingen voor onze energieproblemen. In de industrie leveren nogal wat ondernemers inspanningen om het fossiele tijdperk achter zich te laten. Al zijn er voorlopig inderdaad nog veel te weinig individuen die de klimaatcrisis aanpakken. De dominerende strategie blijft: ‘Ik wil het niet zien. Don’t look up!’ Of: ‘De klimaatverandering is een feit, alleen kan ik er niets tegen ondernemen. Dus leef ik alsof er niets aan de hand is.’ Of: ‘Ik kies voor ontkenning.’

“Wij moeten nu proberen de groep van mensen te vergroten die het probleem erkennen, geloven dat het op te lossen is en inspanningen willen leveren.”

Lukt dat?

“Ja, maar niet snel genoeg. Helemaal niet snel genoeg. Eigenlijk véél te traag. (zucht) Soms zakt de moed me in de schoenen en lijkt het niemand iets te kunnen schelen dat we naar de haaien gaan. Bij de mens moet de toestand vaak eerst hopeloos worden, vooraleer er aan verbetering gewerkt wordt. Blijkbaar moet het water tot boven onze lippen staan eer we in gang schieten. Maar bij de klimaatverandering zou dat wel eens een grove misrekening kunnen zijn, want alles wat misgaat, is nog moeilijk recht te trekken.”

Daar komt bij dat de negatieve effecten en gevolgen van de klimaatverandering zichzelf versterken en versnellen?

“Die steeds toenemende versnelling is inderdaad extra verontrustend, maar voor wij ons nu zelf volledig onderdompelen in doom and gloom: er is ook hoopgevend nieuws. Latijns-Amerika is omwille van het Amazone-regenwoud ontzettend belangrijk voor het klimaat van de hele wereld. Bij recente verkiezingen kwamen er eindelijk linkse politici met een ecologische agenda aan de macht.”

De rechtse Braziliaanse president en klimaatontkenner Jair Bolsonaro zit vooralsnog stevig in het zadel. Het grootste deel van het Amazonegebied ligt in Brazilië.

“Dat klopt, al komt ook daar wellicht snel verandering in. Rond de millenniumwissel raakten over heel Latijns-Amerika nogal wat centrumlinkse politici verkozen. Die jaren gingen de geschiedenis in als ‘the pink tide’, het ‘roze tij’. Van het klimaat lagen die nieuwe linkse regeringsleiders niet wakker. Hugo Chavez, bijvoorbeeld, kwam in 1999 in Venezuela aan de macht en bekommerde zich vooral over de olie-industrie. Hij en andere linkse Latijns-Amerikaanse regeringsleiders sloten deals met energiebedrijven en de ontbossingsindustrie. Na een paar jaar moesten zo goed als al die linkse machthebbers de duimen leggen voor rechts en radicaalrechts. Maar kijk wat er nu aan het gebeuren is: op 19 juni verkozen de Colombianen de linkse kandidaat Gustavo Petro tot president. Niemand had verwacht dat een uitgesproken links politicus ooit president van Colombia zou worden. Toch is dat een feit. Niet alleen in Colombia, maar ook in Mexico, Argentinië, Bolivië, Peru, Honduras, Chili en, wie weet, in oktober in Brazilië. De centrumlinkse Latijns-Amerikaanse partijen zetten het klimaat op de agenda. Gustavo Petro voerde campagne met het redden van de Amazone. Het ‘roze tij’ van vandaag is totaal anders dan dat van 20 jaar geleden.”

Was de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS goed nieuws voor de strijd tegen de klimaatverandering?

“Het goede nieuws was dat de absolute ramp Donald Trump eruit gegooid werd. Trump raakte verkozen na Barack Obama’s weigering om op een fatsoenlijke, ernstige manier komaf te maken met de financiële crisis. Obama miste toen zijn afspraak met de geschiedenis compleet. Net als Franklin D. Roosevelt in de jaren 1930 had hij alles moeten inzetten op zijn ‘New Deal’.

“In de jaren dertig van de vorige eeuw worstelden de VS met de Grote Depressie. In Europa lonkte het fascisme. President Roosevelt introduceerde toen een gigantisch sociaal en economisch hervormingsprogramma en tilde zo ontzettend veel Amerikaanse burgers uit armoede en achterstand. Roosevelt speechte: ‘De New Deal is de enige manier om het fascisme uit Amerika weg te houden.’

“Toen miljoenen Amerikaanse burgers door de kredietcrisis hun huizen verloren en in grote ellende terechtkwamen, reikte Obama niet hen, maar de bankiers de hand. Hij voerde toen wel campagne alsof hij net als Roosevelt een New Deal tevoorschijn zou toveren. Alleen bleek die te bestaan uit borgstelling voor banken en verzekeringsfirma’s. Na Obama’s weigering om de banken aan te pakken, volgde de verkiezing van de extreemrechtse populist Donald Trump. Diens strateeg Steve Bannon merkte later terecht op: ‘De erfenis van de financiële crisis is Donald J. Trump.’”

Vorig jaar presenteerde Joe Biden zijn ‘Build Back Better’-plan, met miljardeninvesteringen in klimaat, infrastructuur en sociale zekerheid. Hij wou zo herstellen wat zijn vroegere ‘baas’ Obama had nagelaten?

“Biden nam een vliegende start met het allereerste wetsvoorstel dat hij in maart 2021 tekende: de ‘American Rescue Plan act’, waarmee hij miljarden dollars vrijmaakte om mensen economisch te ondersteunen tijdens de pandemie. Maar daarna verzandde de rest van ‘Build Back Better’. We zitten nu in de totale impasse.”

In maart 2019 werd u adviseur en speechschrijver voor presidentskandidaat Bernie Sanders. U werkte daarvoor als journalist. Hoe kwam Sanders bij u terecht? Bent u ook een ‘commie’?

“Veel Amerikanen beschouwen Bernie als een communist, terwijl hij naar Europese normen een middle-of-the-road-sociaaldemocraat is. In 1999 werd ik Sanders’ perschef, hij zat toen in het Huis van Afgevaardigden. Ik was 24, had journalistiek en politieke wetenschappen gestudeerd en droomde van een carrière in Washington DC, op Capitol Hill. Dus stuurde ik mijn cv naar het Congres. Bernie belde me en ik wist niet wie hij was. (lacht) Intussen ken ik hem bijna een kwart eeuw. Toen hij zich de eerste keer kandidaat stelde voor het presidentschap vroeg hij me al als speechschrijver. Door mijn job als journalist kon dat toen niet. In 2019 vroeg hij het opnieuw en ik sprong.”

Geen spijt van gehad?

“Geen moment, al was het geen makkelijke job. Het is heel moeilijk om Bernie bij te sturen, wat zijn sterkte, maar ook zijn zwakte is. Hij is een loner, wat in de politiek niet echt een voordeel is. Ik werd soms knettergek van hem, wat niet wegneemt dat hij de meest integere politicus is die ik ken. En ik ken er zeer veel. Zijn moreel kompas wijst de juiste richting aan.”

Was Bernie Sanders een betere president geweest dan Joe Biden?

“Zonder twijfel. Joe Biden is met geen stokken uit het Witte Huis te slaan; president Sanders hadden ze niet kunnen binnenhouden. Het probleem met Biden is dat hij al 50 jaar meedraait in het systeem. Zijn visie op hoe onze problemen aangepakt moeten worden, is totaal voorbijgestreefd. Onlangs zei Joe Biden dat Mitch McConnell, de Republikeinse fractieleider in de Senaat, zijn vriend is. ‘McConnell is een man van eer’, voegde hij eraan toe. Die uitspraak is pure waanzin. McConnell is een cynische opportunist.”

U volgt de hoorzittingen over de bestorming van het Capitool van 6 januari op de voet. Volgens sommigen riskeert Donald Trump naar aanleiding van die hoorzittingen vervolging voor poging tot staatsgreep. Gelooft u dat ook?

“De voorbije decennia had Trump al verschillende keren voor de rechter moeten verschijnen. Hij ontsprong altijd de dans en dat gebeurt wellicht ook nu. Amerika vervolgt geen écht machtige mensen. Kijk naar hoe de kredietcrisis is ‘opgelost’: machtige mensen worden bij ons nooit ter verantwoording geroepen. Ik zou Trump graag voor een strafrechter zien verschijnen, alleen staat dat haaks op hoe ons juridisch systeem de voorbije jaren werkte.”

Want volgens u is het Amerikaanse juridische systeem corrupt?

“Tot op het bot, van boven naar beneden. John Roberts, de Opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof, wordt algemeen als bedachtzaam en gematigd gezien. Niemand lijkt te beseffen dat hij de man is die met vier verschillende historische uitspraken corruptie gelegaliseerd heeft. Als Chief Justice zorgde hij ervoor dat het Hooggerechtshof alle remmen op particuliere financiering van politici en hun campagnes wegnam. Eén van die uitspraken stelt letterlijk dat ‘de aankoop van invloed en toegang een centraal kenmerk van de democratie belichaamt’. Zo verbiedt de Citizens United-uispraak uit 2010 alle grenzen en limieten op zogenaamde ‘onafhankelijke uitgaven’. Roberts zette de sluizen naar corruptie wagenwijd open.

“In een rechtsstaat worden pogingen tot corruptie bestreden, omdat ze illegaal zijn en omdat het om vuil geld gaat. Bij ons in de VS is corruptie gelegaliseerd via al die ongebreidelde mogelijkheden die bedrijven, particulieren en organisaties hebben om politici en hun campagnes te financieren. Er wordt met een beschuldigende vinger naar de corrupte Russische kleptocratie van Vladimir Poetin gewezen, terwijl het bij ons geen haar beter is.”

De VS zijn natuurlijk geen dictatuur.

“Kijk, er wordt nu hard geroepen: ‘Op 6 januari 2021 probeerde Trump onze verkiezingen te stelen.’ Dat is waar, maar in 2000 stal het Hooggerechtshof al eens de verkiezingen van de Democraat Al Gore in het voordeel van de Republikein George W. Bush. Drie van de mensen die de diefstal toen mogelijk maakten door de telling in Florida door het Hooggerechtshof te laten stopzetten, werden later beloond met een zitje in datzelfde Hooggerechtshof. John Roberts was één van hen; Coney Barrett en Brett Kavanaugh de twee anderen. Exact wat Trump bij de laatste presidentsverkiezingen eiste, gebeurde in 2000: ‘Stop de telling!’

“Op de 6 januari-hoorzittingen zie ik dan hoe de Republikeinse politica Liz Cheney voorgesteld wordt als ‘de behoedster van de democratie’. Terwijl ze verdorie de dochter is van Dick Cheney, de man die vice-president werd van George Bush na de diefstal van Gore’s verkiezingsoverwinning.”

Maakt Donald Trump kans om in 2024 herverkozen te worden?

“Zeker. Iedereen weet dat hij niet deugt en toch is de kans reëel dat hij opnieuw de macht grijpt. Dat heeft alles te maken met de normalisering van onze ‘gelegaliseerde’ corruptie. Veel Amerikanen beschouwen corruptie als iets waar politici zich nu eenmaal aan bezondigen. De teneur is zelfs: ‘Wie het als politicus wil maken, moét corrupt zijn.’ Donald Trumps openlijke corruptie is geen schandaal meer. Voor veel medeburgers is hij het prototype van wat een politiek leider is. Mijn land zit terug in de jaren dertig.”

U ziet paralellen met de jaren voor de Tweede Wereldoorlog?

“We leven in Weimar-Amerika, zoals de Duitse republiek vlak voor de machtsovername door Hitler. Onze samenleving is doortrokken van nihilisme dat op korte termijn leidt tot fascisme. We stevenen daar recht op af. Ik ben Joods, mijn vrouw is Joods en we hebben twee kleine kinderen. Onze families kennen de verhalen van toen. We houden ons hart vast voor wat komen zal.”

Bio

David Sitora

  • Geboren in 1975 in New Haven, Connecticut
  • Studeerde journalistiek en politieke wetenschappen
  • Was als twintiger Bernie Sanders’ perschef en werd in 1999 diens speechschrijver
  • Runt als journalist vanuit zijn thuisstad Denver de nieuwssite The Lever
  • Maker van de podcast The Meltdown over de financiële crisis
  • Scenarist van Don’t look up!

© Jan Stevens

‘Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft’

“Ik weiger te geloven dat de toestand in ons onderwijs hopeloos is”, zegt Brenda Froyen, opleider en begeleider van onderwijzers en onderwijzeressen in spe. Volgens haar is het hoog tijd om het hele systeem van vaste benoemingen in vraag te stellen. “Schaf meteen ook de verzuilde onderwijskoepels af.”

‘De grootste onderwijsidealist ooit’, noemt Brenda Froyen zichzelf. Meer dan twintig jaar staat ze in het onderwijs. Van leraar Nederlands voor anderstaligen tot tweedekansonderwijs. Vandaag is ze lector Nederlands aan de lerarenopleiding van de Gentse Arteveldehogeschool. Eind jaren 1990 studeerde ze Germaanse filologie en twee jaar geleden haalde ze zelf nog haar bachelor lager onderwijs. Tijdens het interview zal ze het een aantal keren enthousiast herhalen: “Leerkracht is het mooiste beroep ter wereld.”

Waar komen al die burn-outs bij leerkrachten dan vandaan?

Brenda Froyen: “De onderwijssector wordt inderdaad geteisterd door burn-out en niet alle scholen zijn paradijselijke plekken. In sommige grootsteden is lesgeven best pittig. Mijn beste vriendin staat twaalf jaar voor de klas in het centrum van Brussel. Zij vertelt me dat ze daar als leerkracht het grootste verschil kan maken. Alleen vergt dat ontzettend veel van haar; vaak heeft ze het gevoel dat ze staat te dweilen met de kraan open. Intussen kijken steeds meer mensen neer op het onderwijs en worden leerkrachten beschimpt: ‘Die profiteurs met hun vakantie.’ Ik kan me goed voorstellen dat bij leerkrachten soms de moed in de schoenen zinkt: ‘Moeten wij nu écht de wereld redden?’

“Onderschat ook de kinderen niet, zeker in het secundair. Ik geef soms een lezing in een middelbare school en dan zie ik sommige pubers ongeïnteresseerd in hun stoel hangen, tokkelend op hun gsm. Voor een bevlogen leerkracht die alles wil geven en niets terugkrijgt, kan zo’n omgeving inderdaad ontaarden in burn-out paradise. Mijn beste vriendin geeft toe dat het in haar Brusselse klassen soms lastig is. ‘Maar dan is er die ene leerling die openbloeit. Daar doe ik het voor.’”

Als lector aan de lerarenopleiding hebt u een goed zicht op wie er vandaag onderwijzer of onderwijzeres wil worden?

“Doordat er een lerarentekort is, geloven sommige jonge mensen: ‘Ze hebben me nodig. De opleiding zal nu wel niet zo moeilijk zijn.’ Maar in mijn hogeschool is de opleiding degelijk én zwaar. Bachelordiploma’s lager onderwijs worden er niet cadeau gegeven. Daar mispakken studenten zich soms aan.

“Er is een toenemende instroom van jongeren uit het technisch en beroeps, het TSO en BSO. Al heeft de meerderheid van mijn studenten nog een achtergrond algemeen secundair, ASO. In de hogeschool waar ik vroeger lesgaf, was het toekomstige onderwijzerscorps veel diverser en gekleurder dan in mijn huidige school. Het onderwijs heeft dringend nood aan een grotere diversiteit onder de leerkrachten. Nu zitten we vooral met een wit, vrouwelijk corps.”

Daalt het niveau van de afstuderende leerkrachten?

“Dat hangt af van school tot school. Er is een groot verschil in het niveau van de lerarenopleidingen. Ze worden niet door een externe instantie gecontroleerd. De kwaliteitscontrole gebeurt volledig intern.”

Er is geen inspectie?

“Nee. Van zodra een startende lerarenopleiding door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) goed genoeg bevonden is, valt de controle van buitenaf weg. De vrijheid is dus groot, waardoor de vakken van de lerarenopleidingen erg kunnen verschillen.”

Heeft dat ook als gevolg dat hogescholen bij hun interne kwaliteitscontrole soms geneigd zijn om een oogje dicht te knijpen?

“Een curriculum van een lerarenopleiding zou, gedeeltelijk toch, de weerspiegeling moeten zijn van het curriculum van de lagere school. Dat is niet altijd zo. In de lagere school is mijn vak Nederlands zeer belangrijk. Je zou dus kunnen veronderstellen dat er in de lerarenopleiding verhoudingsgewijze veel aandacht voor is. Jammer genoeg is dat niet in alle lerarenopleidingen het geval. Ze bepalen zelf het aantal uren Nederlands of wiskunde.”

Onze lerarenopleidingen leveren dus compleet verschillende leerkrachten af?

“Zeker. Daarom heb ik ook geen eenduidig antwoord op uw vraag: ‘Daalt het niveau?’ Ik kan alleen zeggen dat ik heel trots ben op de studenten die wij op onze hogeschool afleveren. (lacht)

“Vandaag horen we continu: ‘Voor leerkrachten is er werk in overvloed!’ Dat klopt, alleen is lesgeven zoveel meer dan louter ‘werk’. Elke leerkracht komt op een school met een bepaalde visie en een pedagogisch project terecht. Hij of zij zou zich dus ook moeten afvragen: ‘Pas ik als leerkracht in het project van de school? Ben ik het daarmee eens?’ Alleen hoor je daar zelden iets over, terwijl dat toch zeer belangrijke vragen zijn. Want ze gaan over de essentie: wat wil je als lesgever met de kinderen bereiken?

“Daar komt bij dat voor veel jonge leerkrachten vandaag onzekerheid troef is. Ikzelf weet ook niet of ik volgend academiejaar in mijn huidige hogeschool kan blijven. Ik ben er nieuw en zit nu in exact hetzelfde schuitje als zoveel andere jongere maar ook oudere leerkrachten die het aandurfden om voor verandering te kiezen.”

U koos ervoor om te veranderen van hogeschool, waardoor u al uw zekerheden verloor?

“Ik maakte in mijn carrière die keuze al een paar keer en gaf zelfs een vaste benoeming op. Ik stapte over naar mijn huidige hogeschool omdat die dichterbij huis is. Keerzijde van de medaille is dat ik nu, net als zoveel anderen, geconfronteerd word met onzekerheid. Wie in het onderwijs voor verandering kiest, wordt meteen afgestraft.

“Ik gaf les in verschillende scholen en hogescholen en bouwde zo een schat aan ervaring op. Telkens wanneer ik ervoor kies om mijn kennis en ervaringen op een nieuwe werkplek te delen, volgt die afrekening. In de privé zouden ze me een bonus geven: ‘Wow, díe vrouw heeft ervaring. Haar moeten we aan boord proberen te houden.’ In het schoolmilieu niet.

“Een oud-collega zei me ooit: ‘Jij lijdt aan de veranderziekte.’ Terwijl ik daar helemaal niet aan lijd, maar af en toe nood heb aan een nieuwe uitdaging. Onderwijs is mijn passie; die wil ik niet kwijt. Alleen is er dat logge systeem dat niet van verandering houdt, me tegenwerkt en straft als ik naar een nieuwe school verhuis. Door mijn vaste benoeming op te geven, leverde ik meteen ook flink wat voordelen in. Want het verschil tussen tijdelijk en vastbenoemd is groot. Dat hele systeem is onrechtvaardig.”

Waarom?

“Er wordt nu veel misbaar gemaakt over de instortende kwaliteit van het onderwijs, terwijl scholen geen enkele mogelijkheid hebben om een fatsoenlijk personeelsbeleid te voeren. Of een leerkracht op een school mag blijven, heeft niets te maken met het feit of hij goed kan lesgeven.

“In het basisonderwijs gingen de voorbije jaren nogal wat leerkrachten 4/5e werken. Dat was lang niet mogelijk en ik vind het prima dat het nu wel kan, alleen bezorgt het directies nachtmerries om alle gaten in de verschillende leerjaren te dichten. In de praktijk komt het erop neer dat pas afgestudeerde leerkrachten die gaten opvullen. Een jonge leerkracht hopt dan een hele week van de ene klas naar de andere, van het eerste tot het zesde leerjaar. Terwijl je voor die inspannende job eigenlijk een zeer ervaren leraar nodig hebt. Veel beginnende leerkrachten zonder eigen klas bouwen zo ook geen band op met de kinderen.

“Sommigen blijven jaren hangen in het opvullen van de gaten van de deeltijds werkende vastbenoemden. In een grotere scholengemeenschap moeten ze vaak ook van de ene school naar de andere pendelen. Voortdurend inspringen en vervangen, is niet iets wat je aan onervaren leerkrachten overlaat. Dat is iets voor collega’s met voldoende jaren op de teller. Een ervaren leerkracht kan dat aan; een onervaren leerkracht bijt er zijn tanden op stuk en haakt af.

“Als ik daar op scholen een opmerking over durf te maken, is er altijd wel een benoemde die korzelig reageert: ‘Indertijd begon ik ook met interims hier en daar.’ Ze vergeten dat de omstandigheden nu totaal anders zijn, mede door dat inmiddels stevig ingeburgerde deeltijdse werk.”

Door die onzekerheid geven jonge leerkrachten er de brui aan?

“Onderschat het aantal leerkrachten in een onzeker statuut niet. Het zijn er duizenden. Ze weten niet of ze in september op hun school kunnen blijven. Ze krijgen geen enkel antwoord; iedereen zwijgt. Sorry, hoor, maar dat is moordend. Ik voel dat ook bij mezelf. Een oud-studente vertelde me dat ze bang is om zwanger te worden. ‘Want wat dan? Dan heb ik geen job én geen zwangerschapsuitkering.’ Zo zijn er veel tijdelijke leerkrachten die hun gezinsleven on hold zetten.

“Om die onzekerheid weg te werken, besliste minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om de minimumtermijnen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) te halveren tot één schooljaar. Goedbedoeld, alleen heeft die maatregel een groot nadeel: directies krijgen niet meer de tijd om rustig te observeren welk vlees ze in de kuip hebben. Want willen ze die jonge leerkracht wel zo snel aan hun school vastklinken? Dat is het enige instrument voor personeelsbeleid dat ze nog in handen hebben. Eens benoemd, hebben ze over dat personeel niet veel meer te zeggen.”

Omdat er zo goed als niets ondernomen kan worden tegen een benoemde leerkracht die er de kantjes afloopt?

“TADD is niet hetzelfde als een vaste benoeming, maar is toch ook al relatief vast. Die aanstelling loopt dan af als er geen werk meer is. Bij TADD kan een directie nog altijd kiezen op basis van competentie. Bij vaste benoemingen niet meer.

“Pas op, u zal mij nooit horen zeggen dat vastbenoemden klaplopers zijn. In 2018 schreef ik een opiniestuk voor uw krant met als titel: ‘De vaste benoeming nodigt uit tot onderpresteren.’ De reacties die ik toen kreeg… Ik werd zo goed als gelyncht. ‘Hoe durft ze?!’ Terwijl ik nog nooit geschreven heb dat álle vastbenoemden minder hard werken. Al ben ik er wel zeker van dat elke leerkracht in zijn team een benoemde collega kent die minder goed functioneert. Als er dan in het begin van het schooljaar een droom van een jonge leerkracht arriveert, gebiedt het logisch verstand dat het voor de school een goede zaak is om die nieuweling de klas van de minder presterende vastbenoemde te laten overnemen. En dat er dan misschien beter ook van die onderpresterende leraar afscheid genomen wordt. Want zo werkt werk toch, niet? Alleen kan en mag dat niet in het onderwijs.”

Om zijinstromers uit de privésector aan te trekken, verhoogde minister Weyts het aantal jaren anciënniteit dat ze kunnen meenemen. Een verstandige maatregel?

“Dat kan helpen om nieuw bloed aan te trekken, alleen botsen ook zij op datzelfde systeem. Want de kans is groot dat ze achteraan in de rij mogen aanschuiven, na vastbenoemde collega’s die jonger zijn én minder presteren. Dé vraag zal dan zijn: slikken ze dat of niet?”

Heel dat systeem met vaste benoemingen moet dringend op de schop? Er moet opnieuw hervormd worden in een sector die de voorbije decennia bijna continu in hervormingsmodus was?

“De hervormingen in het onderwijs uit het verleden draaiden altijd rond curriculum en leerplannen. Nóóít gingen ze over aanpassingen van het systeem. Daar durft blijkbaar niemand aan raken. Want dan komen natuurlijk ook de verzuilde onderwijskoepels in het vizier.

“Je hoort vaak dat er nóg meer geld in het onderwijs gepompt moet worden. Volgens mij is dat niet nodig. Begin met al die tussenlagen af te schaffen van pedagogisch adviseurs, ondersteuners en god weet welke andere coaches. Er zijn nogal wat mensen actief die vanop hun bureau aan die ene leerkracht vertellen hoe hij precies moet lesgeven. Terwijl die leerkracht dat wel weet, hoor. Hij heeft daar namelijk voor geleerd. Waarom komen die adviseurs niet zelf allemaal mee les geven? Schaf dan meteen ook de koepels af, dat levert extra middelen op.

“Ik leg aan mijn studenten uit dat ze voor hun lessen rekening moeten houden met drie leerplannen: van de katholieke zuil, van steden en gemeenten en van het gemeenschapsonderwijs. Een leerplan wijst waar een leerkracht met de kinderen naartoe moet navigeren. Dat is dus ontzettend belangrijk. Mijn leerlingen moeten er zo drie leren kennen. Die leerplannen zijn door de verzuilde onderwijskoepels niet op elkaar afgestemd. Ze onder de knie krijgen, vergt van mijn studenten heel wat inspanning én energie. Dat heeft toch niets meer te maken met kwalitatief onderwijs? Want moet het over de kinderen gaan of over de koepels?

“De twee topmannen van de grootste onderwijskoepels schreven een opiniestuk in De Standaard met voorstellen om de scholen te redden (op dinsdag 7 juni – JS). Ik dacht: ‘Waarom steken jullie niet eerst de hand in eigen boezem?’ Weet u wat een uitstekend voorstel voor efficiënt onderwijs is? Maak één centraal leerplan in plaats van drie.”

Zijn de studenten waaraan u lesgeeft gemotiveerd om aan de slag te gaan?

“De mensen die bij ons beginnen, zijn gemotiveerd, maar mispakken zich soms aan de inhoud van het beroep. Ze verbazen zich dan over de hoeveelheid didactiek die ze te verwerken krijgen en staan te kijken van de kennis de ze over Frans of wiskunde moeten vergaren. Wiskunde is bij ons een ‘buisvak’, maar als leerkracht in het lager onderwijs moeten je wiskundige vaardigheden nu eenmaal véél beter zijn dan die van de kinderen in je klas.

“Veel studenten vallen in het eerste jaar af. De derdejaars zijn de écht gemotiveerden. Al vertrouwde één van hen me onlangs toe: ‘Als ik mijn diploma heb, ga ik iets anders doen.’ Ik schat dat van alle startende studenten de helft de eindmeet haalt.”

Dat zijn dan vooral vrouwen?

“Ja, en dat is niet gezond. 10 procent van de afstuderende leerkrachten voor het basisonderwijs zijn mannen. Voor het middelbaar ligt dat percentage een tikkeltje hoger. Pas afgestudeerde mannelijke leerkrachten gaan vaak aan de slag in de derde graad van het lager, om soms later door te groeien tot directeur. Als er dus al eens een man in zo’n vrouwelijk corps binnenstapt, heeft die het na een paar jaar voor het zeggen. (lacht)”

Voor de huidige malaise in het onderwijs wordt er ook met een beschuldigende vinger gewezen naar het zwaar verguisde M-decreet.

“Het is nu inderdaad bon ton om te verkondigen dat het allemaal de schuld is van het M-decreet. Ik ben het daar niet mee eens. Minder dan 1 procent van de kinderen in het buitengewoon onderwijs stapte onder impuls van het M-decreet over naar het reguliere onderwijs. In tegenstelling tot wat velen lijken te geloven, kwam er dus geen toestroom op gang. Het principe van inclusief onderwijs was trouwens helemaal juist. Het sloot naadloos aan bij de Salamanca-verklaring van de UNESCO uit 1994 die stelt dat alle leerlingen met speciale onderwijsbehoeften toegang moeten hebben tot reguliere scholen. Maar de uitvoering liet te wensen over. Zo moest er met een ondersteuningsnetwerk over de onderwijskoepels heen gewerkt worden; in de praktijk kwam daar niets van in huis. Iedereen bleef alweer in zijn eigen koepel aanmodderen.

“Het terechte en juiste M-decreet werd in de uitwerking vakkundig de nek omgedraaid. Er was ook iets mis met de manier waarop de goegemeente dat decreet interpreteerde. Zo vonden sommige ouders dat de school verplicht was om voor hun kind tot het uiterste te gaan. Dat was helemaal niet zo: de school moest redelijke aanpassingen doorvoeren, wat iets helemaal anders is dan ‘tot het uiterste gaan’. Scholen die al heel ver stonden met inclusief onderwijs en een stevige basiszorg hadden, werden overspoeld. In andere scholen waar de basiszorg op niets trok, werd inclusief onderwijs zoveel mogelijk afgehouden.”

Bent u ondanks alles optimistisch over de toekomst van ons onderwijs?

“Natuurlijk. Ik behoor niet tot degenen die jammeren dat het kalf verdronken is. Ik heb het allergrootste respect voor leerkrachten, want zij vormen de basis van onze samenleving. Zij werken met onze toekomst. Ik snap niet dat zoveel mensen dat niet willen zien. De maatschappij heeft de verdomde plicht om het kalf niet te laten verdrinken.”

Brenda Froyen

  • Geboren in 1978
  • Studeerde Germaanse filologie en haalde een bachelor lager onderwijs
  • Debuteerde in 2014 als schrijver met de autobiografische roman Kortsluiting in mijn hoofd
  • Richtte Psychosenet België op en zetelde in de Hoge Gezondheidsraad
  • Vorig jaar verscheen haar jeugdboek Een jaar met Wifi
  • Is getrouwd en heeft drie zonen

© Jan Stevens

‘Sommige leden denken wellicht dat ze macht hebben’

Begin mei publiceerde La Libre Belgique een gelekt advies van de Hoge Raad van Financiën voor hervormingen van ons belastingsysteem. “Dat document was fake”, zegt voorzitter Herman Matthijs. “Iemand probeerde iets tegen te houden.”

Als alles goed gaat, legt de Hoge Raad van Financiën (HRF) op 21 juni haar advies voor een fiscale hervorming op het bureau van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v). Al beweerde La Libre Belgique op dinsdag 10 mei dat advies al in handen te hebben. Het was rechtstreeks vanuit de HRF naar de krant gelekt. Hoofdlijnen: verminder de belastingen op arbeid met bijna 7 miljard euro. Compenseer dat door de BTW te verhogen van 21 naar 22 procent. Schaf de aftrek voor het pensioensparen af, net als de maaltijdcheques en de fiscale aftrek voor de lening op een tweede verblijf. Belast tankkaarten en voer een milieu- en klimaatheffing in. Zoek 1,9 miljard euro aan besparingen. Regeringspartij PS reageerde meteen: ‘Inbuvable!’

“Dat document in La Libre was volledig fake”, zegt Herman Matthijs, voorzitter van de Hoge Raad en professor openbare financiën (UGent/VUB). “Over het échte advies op 21 juni leg ik op voorhand geen verklaringen af, want dan wordt onze werking onmogelijk.”

Hoe verrassend is het voor u dat een collega van de Hoge Raad een mogelijk advies lekt?

“In 2020 werd er al enorm veel gelekt, hoor, net als vorig jaar. Die lekken waren tenminste nog juist. Nu was het een verkeerd document.”

Waardoor u weet wie er gelekt heeft?

“Precies. Er is nooit over dat document gestemd, sterker nog: het kwam nooit ter sprake. Het is gewoon een inventaris. In ons land bulkt het van de aftrekposten, verminderingen en uitzonderingen. Ik liet die berekenen en in kaart brengen; dat is dus dat bewuste document. Aanbevelingen zoals de verhoging van de BTW naar 22 procent of de afschaffing van maaltijdcheques stonden trouwens al in ons grote rapport uit 2020.”

Wat was de bedoeling? Het advies op voorhand saboteren?

“Dat moet u vragen aan degene die gelekt heeft.”

Als u me zegt wie?

“(lacht) Voor een deel is dit gelekt omdat iemand inderdaad iets probeert tegen te houden.”

Want de in financiën onderlegde leden van de HRF hebben een politieke kleur?

“Ze zijn door de politiek geplaatst. Maar van zodra een lid zelf politiek actief wordt, moet hij direct vertrekken. We zijn daar zeer strikt in. Sinds ik voorzitter ben, moest ik tegen twee leden zeggen: ‘Neem ontslag.’ De ene werd schepen en de andere vertrok naar een kabinet.”

Door welke partij werd u voor de HRF gevraagd?

“Zelf zit ik in de Raad sinds 2006, eerst via het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en later via de federale overheid. Zij vroegen me. Ik heb de langste anciënniteit, vandaar dat ik nu voorzitter ben. De eerste tien jaar werd er nooit gelekt omdat de rapporten van de HRF over kleinere, zeer specifieke onderwerpen gingen.”

Had u een gesprek met de lekker?

“Als voorzitter lees ik telkens wanneer er gelekt wordt ons huishoudelijk reglement nog eens voor. Daar staat in dat lekken niet mag. Voor de rest kan ik daar niets tegen ondernemen. Ik heb wel duidelijk gesteld: ‘Wie lid van deze groep van twaalf wil zijn, moét zwijgen.’ Als iemand het er na zijn afscheid in zijn mémoires over wil hebben, mag hij gerust zijn gang gaan.”

De HRF adviseert als expertenpanel de minister van Financiën over fiscale en parafiscale kwesties, waarbij parafiscaal staat voor indirecte belastingen of heffingen. Wordt er naar jullie geluisterd?

“In 2021 stelden we voor om iets te doen aan de bijzondere bijdrage sociale zekerheid. Die is intussen gedeeltelijk afgeschaft. We gooiden de zeer gunstige auteursrechtenregeling op tafel en pleitten voor een totale afschaffing. We stelden ook voor om de fiscale gunstregimes voor sportlui af te schaffen. Dat raakte allemaal tot in de politieke arena. Maar we zijn inderdaad enkel adviserend. Het is aan de politiek om keuzes te maken en te beslissen. Wij hebben niets te zeggen, al denken sommige leden wellicht dat ze macht hebben.

“In ons rapport van 2020 stond dat onze belastingbrief volgestouwd is met honderden historisch gegroeide koterijen. Ons fiscaal systeem heeft vandaag te veel uitzonderingen. We zouden al een flinke stap vooruitzetten als onze politici een vijftigtal koterijen zouden slopen.”

Intussen vroeg Vincent Van Peteghem aan fiscaal advocaat en UGent-professor Mark Delanote om een blauwdruk uit te werken voor een belastinghervorming. Vertrouwt hij de HRF niet?

“Delanote is lid van de HRF, hoor. Hij is gevraagd om op de administratie die fiscale hervorming te begeleiden. Dat is in het verleden nog gebeurd: toen de HRF werkte aan een advies over de vennootschapsbelasting werden er ook extra experts ingehuurd. Het ging toen ook over zeer complexe materie.”

Maakt u zich zorgen over de budgettaire toestand van ons land?

“We hebben een begrotingstekort van 5 procent van het bruto binnenlands product en kregen respijt van Europa tot 2024. Laat dat nu net een verkiezingsjaar zijn; wellicht beginnen ze dan niet te saneren. Maar dat het tekort aangepakt moet worden, staat als een paal boven water. Álle overheden van dit land moeten daarvoor samenwerken.

“Het Vlaamse bestuursniveau is het enige waarvan de totale schulden minder zijn dan de totale jaarlijkse inkomsten. De verhouding in Vlaanderen is 40 tegenover 50. Bij alle andere bestuursniveaus is het omgekeerd. Ik vind dat behoorlijk zorgwekkend. Er zijn niet zoveel manieren om daar iets aan te doen: ofwel worden de belastingen verhoogd, ofwel wordt er gesneden in de uitgaven, ofwel moeten we nog héél véél mensen aan het werk krijgen. Onze federale tewerkstellingsgraad is nu 70 procent. Als we erin slagen die met 5 procent te verhogen, is de helft van ons begrotingsprobleem opgelost.”

Is de economische toestand van ons land even zorgwekkend?

“We hebben net een pandemie achter de rug. Niemand had daar ervaring mee, toch hebben we die vanuit economisch perspectief relatief goed doorstaan. De boel stuikte niet in. Integendeel, de werkloosheid was nog nooit zo laag en daalt verder. De vraag is nu: stel dat er een tweede sessie van deze pandemie volgt, overleven we die dan? Want die zal natuurlijk óók handenvol geld kosten.

“Op dit moment zijn de budgettaire problemen groter dan de economische. In vergelijking met Nederland en Zweden, werd er bij ons tijdens de lockdowns misschien te veel op slot gegooid. Onze budgettaire factuur had wellicht lichter kunnen uitvallen. Al vind ik niet dat we dat onze regeringen moeten verwijten, want het was een zeer uitzonderlijke tijd. Nu we na twee jaar de economische balans kunnen opmaken, vind ik dat het relatief gezien meeviel.”

Tijdens de pandemie gaf de overheid veel geld uit om ondernemingen te onderstutten. Sommige bedrijven kregen daardoor uitstel van executie? Uit cijfers van Statbel blijkt dat in april 2022 het aantal faillissementen 33 procent hoger lag dan in april 2021. In vergelijking met 2020 lag het zelfs 108 procent hoger.

“Er werd zeer veel geld uitgegeven. Een aantal bedrijven werd kunstmatig recht gehouden. Zonder die overheidssteun stonden ze wellicht vroeger voor de slachtbank. Al had dat ook een voordeel: de tewerkstelling werd zo kunstmatig langer in stand gehouden.”

Kan de oorlog in Oekraïne de plaats innemen van die ‘tweede sessie van de pandemie’ en zo ook voor ons de economische klap te veel worden?

“Dat geloof ik niet. Die oorlog duurt te lang en wordt een puur lokaal conflict. Internationaal dijt hij niet echt uit en de beurzen zullen er wel van herstellen. Tenzij Vladimir Poetin morgen kernwapens zou inzetten, natuurlijk. Al lijkt die kans me vrij klein. Wat wel kan, is dat hij chemische wapens gebruikt, net als in Syrië.”

Eigenlijk wisten wij in 1999 toch al tot wat Poetin in staat is? Toen liet hij de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny met de grond gelijkmaken.

“Juist. De kennis van de geschiedenis is zeer klein. In de relatie met Poetin werden enorme blunders gemaakt. De Europese Unie treft schuld, met op kop Duitsland. We begaan dezelfde vergissingen in onze verhouding met China. Het is hoog tijd dat we veel economische bedrijvigheden terug naar Europa brengen.”

De gehackte data en foto’s over de zogenaamde ‘heropvoedingskampen’ voor Oeigoeren tonen het ware gelaat van het Chinese regime? Maar omwille van economische motieven kijken we liever de andere kant op?

“Westerse landen bekritiseren vooral mensenrechtenschendingen van kleine landen. We moeien ons met Rwanda en Congo, maar houden onze mond als het over China of Rusland gaat. Tegen de kleinere partners durven we zeggen: ‘Jullie moeten braaf zijn en de mensenrechten respecteren.’ Tegen de grote zwijgen we, want dan gaat het over enorme deals. Het overschot op de Duitse handelsbalans heeft vooral te maken met de handel met China. Met geld kan veel gekocht worden; het slijk der aarde helpt ook veel ‘vergeten’.

“Ik verwacht dat de relaties met China nu zullen afzwakken en ‘deftiger’ worden. De Chinezen houden het conflict in Oekraïne goed in de gaten, met in hun achterhoofd de vraag: ‘Wat kunnen wij ons nu veroorloven in Taiwan?’ De VS zijn trouwens meer geïnteresseerd in Taiwan dan in Oekraïne.”

President Joe Biden verklaarde zelfs dat zijn land militair zal ingrijpen als China Taiwan aanvalt.

“U mag niet vergeten: in november zijn het verkiezingen voor onder andere de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. De Midterms worden zeer belangrijk en daarom moet er nu stoere praat verkocht worden. Binnenkort zijn het parlementsverkiezingen in Frankrijk en daarom is ook president Emmanuel Macron niet te verlegen om af en toe stoer uit de hoek te komen. Het is niet toevallig dat Zweden net nu NAVO-lid wil worden: in september zijn het ook daar verkiezingen.”

Heeft die aanvraag van Zweden na Oekraïne toch niet meer met angst voor het onberekenbare Rusland te maken?

“Die problematische verhouding met Rusland sleept toch al decennia aan? De Russische luchtmacht vliegt al jaren quasi dagelijks richting Stockholm om de Zweedse reactie te peilen. Waarom besloten de Zweden dan bijvoorbeeld twee jaar geleden niet om het NAVO-lidmaatschap aan te vragen? Natuurlijk maakt de inval in Oekraïne het probleem nijpender, maar die verkiezingen in zicht geven dat extra duwtje. De aanvraag van Finland helpt ook: met twee is het makkelijker. Ik ben alvast heel benieuwd naar wat de Turkse president Erdogan zal ondernemen op de NAVO-top van Madrid van 28 tot 30 juni.”

U zei daarnet dat de oorlog in Oekraïne evolueert naar een lokaal conflict. Maar hij heeft toch een enorme impact op de wereldeconomie, met schaarste, energieprijzen die door het dak gaan en een op hol slaande inflatie? Misschien zijn we in sneltreinvaart op weg naar een remake van de recessie van de jaren zeventig van de vorige eeuw?

“De Europese Centrale Bank (ECB) pompte het voorbije decennium massaal veel geld in de economie, de zogenaamde monetaire financiering. Geen enkele econoom kon uitleggen hoe het kwam dat de inflatie niet steeg terwijl er zoveel geld werd bijgedrukt. Want normaal gezien hadden we vijf jaar geleden al getuige moeten zijn van een enorme inflatie. Die bleef uit. Tot nu? Is de plotse en gigantische opstoot van inflatie een gevolg van het feit dat we tien jaar lang gigantisch veel euro’s in het systeem pompten? Of komt het door de huidige energiecrisis? Ik denk eerlijk gezegd het laatste, waardoor we inderdaad aanbeland zijn in een remake van de jaren zeventig.

“Het hek is van de dam. Ik merk het als ambtenaar aan mijn eigen wedde: dit jaar alleen al zijn er waarschijnlijk vier automatische indexaanpassingen. Dit maakte ik nooit eerder mee; in de jaren zeventig zat ik nog in het middelbaar. We zitten nu dus met een serieus probleem. Aan de andere kant: misschien waren sommige essentiële grondstoffen de laatste jaren veel te goedkoop. Kijk naar wat landbouwers overhielden aan hun voedingsproducten; dat was toch onleefbaar? In plaats van voedsel buiten de EU aan te kopen, is het veel verstandiger om terug zelf dichter bij huis te gaan produceren. Europa besteedt geld genoeg aan het openhouden van braakliggende terreinen. Wat houdt ons tegen om die terug te gebruiken?”

Is dit ook niet hét moment voor Europa om het gaspedaal hard in te duwen bij de omschakeling naar duurzame energie?

“Wind en zon zullen nooit onze energiebehoefte voor 100 procent kunnen afdekken. Er is bij ons te lang getreuzeld over het langer openhouden van de kerncentrales. Macron heeft gelijk met zijn groots plan ‘France 2030`, met onder andere de bouw van verschillende kleine modulaire kerncentrales of SMR’s. De Duitsers begaan met hun keuze voor een totale kernuitstap een fatale vergissing. Tien procent van hun energie halen ze uit nucleair en 36 procent uit bruinkool. Dat moet allemaal dicht en vervangen worden door duurzame energie. Ik vraag me af hoe ze dat in de huidige omstandigheden kunnen bewerkstelligen. Daar zal opnieuw over gepraat moeten worden.

“De Belgische houding is hypocriet. Ja, ze willen de kerncentrales dicht. Alleen moet er dan energie ingevoerd worden uit Groot-Brittannië en Frankrijk. Laat dat nu toevallig óók kernenergie zijn. Waarom bouwen we geen nieuwe kerncentrales?”

Die kosten toch fortuinen? De in aanbouw zijnde kerncentrale in het Britse Hinkley Point werd eerst geschat op 21 miljard euro. Inmiddels is dat bijgesteld tot 27 miljard.

“SMR’s zijn goedkoper. Kijk, onze overheid zal ooit toch eens moeten nadenken over wat haar kerntaken zijn. Dat is nog nooit fatsoenlijk gebeurd. ‘Hier houden we ons mee bezig; dat laten we vallen.’ Dat debat moet zowel federaal, als regionaal én lokaal gevoerd worden. Ook besturen van steden verspillen soms tijd aan dingen die hen overstijgen. Laat ons eens een ernstige discussie over die kerntaken voeren, dan besparen we miljarden.

“Neem de Vlaamse begroting: dit jaar wordt er 53 miljard euro uitgegeven, met 49 miljard inkomsten. Er is dus een tekort van 4 miljard. Stel dat de Vlaamse regering mij de vrije hand geeft: ‘Matthijs, zoek in onze begroting wat overtollig is.’ Ik zou er àlle subsidies uithalen waarvan ik me afvraag: ‘Moet een Vlaamse overheid zich daarmee bezighouden?’ Ik eindig gegarandeerd met een overschot.”

Eindigt u dan ook niet met een economisch kerkhof? Subsidies schrappen, wil wellicht ook zeggen dat projecten opgedoekt worden en dat er jobs sneuvelen.

“Nederland en Zweden durfden het wél aan om in overheidstaken te wieden. Zijn die landen economische kerkhoven? Bij ons blijven alle subsidies ongemoeid. Alleen ontvangt iedereen elk jaar 2 procent minder. Met als gevolg dat we na een jaar of vijf allemaal tot de conclusie komen dat niets nog werkt, want niemand heeft nog voldoende middelen. Kijk naar defensie: nu wordt er geklaagd dat het leger op apegapen ligt. Dat is toch niet verwonderlijk na jaren van besparingen? Bij de politie hetzelfde verhaal: ‘We zitten op het tandvlees.’ Waar waren we in godsnaam mee bezig? Leger en politie zijn net wél kerntaken van de overheid.

“Een kerntakendebat wordt bij ons niet alleen door de ingewikkelde staatshervorming bemoeilijkt, maar ook door de versnippering van het politieke landschap. Op Vlaams niveau bestaat de huidige coalitie al uit drie partijen. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit: die partijpolitieke versnippering neemt bij een volgende verkiezing enkel nog toe. Er staan ons dus wellicht nog veel lange periodes van lopende zaken te wachten. Wat dan weer goed nieuws is voor de begroting. (lacht)”

Waarom?

“Omdat er dan met voorlopige kredieten gewerkt wordt. Er kan dan geen extra geld gespendeerd worden. In plaats van tijdens regeringsonderhandelingen ellenlang te palaveren zonder deftig akkoord, kan er beter meteen beslist worden om vijf jaar lang met voorlopige kredieten te werken. Als we dat na de verkiezingen van 2014 hadden gedaan, waren we in 2019 met een begrotingsoverschot geëindigd.”

Lange regeringsformaties zijn een zegen voor de begroting?

“Zeker. Een kerntakendebat kan enkel gevoerd worden bij het begin van de legislatuur. De uitkomst daarvan moet in het regeerakkoord staan. Dat geldt trouwens voor elk moeilijk dossier, of het nu over pensioen, mest of stikstof gaat. Onze huidige regeringen zijn halfweg en zitten al bijna in verkiezingsmodus.”

Begin mei riep Groen-kamerlid Kristof Calvo de Vivaldi-partijen nochtans op om een nieuw regeerakkoord te schrijven.

“In de tweede helft van de legislatuur een nieuw regeerakkoord onderhandelen? Na opiniepeilingen die aangeven dat de krachtsverhoudingen tussen de zeven regeringspartijen aan het kantelen zijn? Het zal wel. Aan Vlaamse kant prijkt nu Vooruit-voorzitter Conner Rousseau op de eerste plaats, terwijl hij in oktober 2020 als kleinste partij de regering instapte. Bij nieuwe tussentijdse onderhandelingen staat Rousseau gegarandeerd op zijn strepen. Dat idee van Kristof Calvo is onuitvoerbaar.

“Midden juni worden de nieuwe resultaten bekend gemaakt van De Grote Peiling van VTM, HLN, Le Soir en RTL. Ik ben benieuwd wat de impact daarvan zal zijn. Stel dat een andere partij dan cd&v op 8 procent strandt. Wordt er dan ook beslist dat de voorzitter ontslag moet nemen? Ik vond het zeer verrassend dat cd&v zo makkelijk toegaf aan de slechte uitslag van De Stemming van de VRT en De Standaard. Of een peiling juist was, weet je pas op de avond van de verkiezingen. Politieke partijen zijn zo zwak geworden dat ze de waan van de dag blijkbaar niet meer aankunnen.”

© Jan Stevens

‘Ik hoorde knallen en zag hoe Pim viel. Ik besefte dat ik getuige was van een moord’

Op maandag 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn iets na zes uur ’s avonds vermoord door Volkert van der Graaf. Precies twintig jaar later reconstrueert ooggetuige Paul van der Lugt in De laatste dag het levenseinde van de flamboyante rechts-populistische politicus. “Hij wou 87 worden.”

Op het moment van de moord was Paul van der Lugt zendercoördinator van 3FM, het radiostation waar Pim Fortuyn die namiddag in de uitzending Ruuddewild.nl te gast was. Vandaag begeleidt hij als zelfstandig consultant radiomakers. Voor zijn boek De laatste dag ging hij uitgebreid met zijn ex-collega’s bij 3FM praten en met zowat alle andere mensen die de laatste maandag van Pim Fortuyn van zeer nabij meemaakten.

We hebben afgesproken op de plek waar Fortuyn twintig jaar geleden werd doodgeschoten: een parkeerplaats van het Mediapark in Hilversum. Waar Fortuyn uit de kogelgaten in zijn hoofd en hals doodbloedde, ligt nu een sobere herdenkingstegel met zijn naam en sterfdatum.

“Vanuit mijn kantoor had ik zicht op deze plek”, zegt Paul van der Lugt. “Ik nam die maandag na de uitzending afscheid van Pim Fortuyn en zijn chauffeur Hans Smolders. Ik gaf ze een hand in de deuropening. Presentator Ruud de Wild wandelde daarna al pratend met Fortuyn het parkeerterrein op. Producer Merel van Dijk liep met een kistje wijn in de handen langs me heen. Dat cadeautje wou ze nog aan Pim geven; hij was hij vergeten. Er plakte zo’n geel post-itje op met zijn naam: ‘Pim Fortuyn’. Ik wou me omdraaien om naar binnen te gaan, mijn spullen te pakken en naar huis te vertrekken, toen ik een jongen zag aankomen met een petje op en een tas in zijn hand. Ik weet niet meer of hij het pistool uit dat tasje haalde, of dat het tasje het pistool moest camoufleren. Maar meteen daarna hoorde ik droge knallen. ‘Vuurwerk’, dacht ik eerst, want ze klonken als rotjes. De tijd vertraagde: seconden werden minuten en minuten uren. Ik zag Pim vallen en Ruud wegduiken. Pas toen drong het tot me door dat ik getuige was van een moord. Hans Smolders rende meteen achter de wegvluchtende Van der Graaf aan. Ik riep alle mensen die buiten waren naar binnen, want misschien waren er nog andere schutters. Ik belde 112 en vroeg anderen om hetzelfde te doen. Daarna begon ik de uitzending te herorganiseren. Op dat moment stond het nummer Murder on the dancefloor van Sophie Ellis-Bextor gepland. Net op tijd werd dat vervangen door Imagine van John Lennon. Niet veel later ging ik naar de parkeerplaats, waar een collega bij Pim zat. Hij heeft nog een half uur geleefd, al leefde hij eigenlijk niet echt meer. Meteen nadat hij door de kogels in zijn hoofd geraakt was, verdween zijn bewustzijn.”

Was het therapeutisch om twintig jaar later dit boek te schrijven?

“Toch niet. De voorbije jaren kwam ik regelmatig mensen tegen die er toen ook bij waren. Sommigen werden zeer goede vrienden, anderen bleven vage kennissen. Maar elke keer opnieuw hadden we het erover. Het inzicht groeide dat die gebeurtenis het leven van alle getuigen verschrikkelijk hard had geraakt. Een jaar of drie geleden dacht ik: ‘Ik moet dit opschrijven.’

“Het ene gesprek leidde naar het andere. Zo interviewde ik uitgebreid Claudia De Breij die die bewuste maandag het avondprogramma op 3FM presenteerde. Niet veel later belde ze: ‘Zeg Paul, ik kwam Susanne Eertink tegen. Zij werkte toen als radioproducer bij een andere omroep. Ze vertelde me dat ze die maandag de dader was tegengekomen toen ze op weg was naar het treinstation.’ Ik contacteerde Susanne en ze vertelde me dat ze Van der Graaf tijdens zijn korte vlucht recht in de ogen had gekeken. Totaal overstuur rende ze toen de 3FM-studio binnen. Daar werd ze opgevangen door collega Diederick Huizinga. Hij had de tegenwoordigheid van geest om tegen haar te zeggen: ‘Susanne, ga zitten. Schrijf op hoe die man er uit ziet en wat je hebt meegemaakt. Dat is goed voor de politie.’”

Ruud de Wild, de radiomaker bij wie Pim Fortuyn die namiddag twee uur lang te gast was, wou niet met u praten.

“Ruud is een goede vriend. Hij maakte de laatste uren van Pim Fortuyn het dichtste mee. Eerst twee uur in de studio en dan op de parkeerplaats. Ik heb veel moeite gedaan om het gesprek met hem aan te gaan, maar hij heeft daar geen zin in. Ik vermoed dat die gebeurtenis hem zo hard heeft aangegrepen, dat hij er nu niets meer mee te maken wil hebben.

“In de dagen na de moord regelde ik een traumapsycholoog waar iedereen een paar maanden lang bij terecht kon. Ruud kreeg extra therapeutische hulp. Dat pistool ging vlak bij zijn oren af en een kogel vloog rakelings langs hem heen. Dat was heftig.

“Ruud de Wild was toen al in Nederland een zeer populaire discjockey. Hij genoot van zijn bekendheid. Eigenlijk is hij nog steeds zo, alleen wat ouder en wijzer. Hij maakt nu ook schilderijen.”

Wat voor een zender was 3FM twintig jaar geleden?

“Een popzender, iets tussen jullie Studio Brussel en MNM in. Op 15 mei stonden de verkiezingen gepland. Wij vonden het belangrijk om onze vaak nog jonge luisteraars kennis te laten maken met de lijsttrekkers en hun politieke ideeën. Wij wilden ertoe bijdragen dat zoveel mogelijk mensen gingen stemmen. Daarom was Pim Fortuyn die maandagnamiddag te gast bij Ruud de Wild.”

Er hing toen in Nederland heel wat spanning in de lucht?

“Zeker, en de man die daar de grootste verantwoordelijkheid voor droeg, was Pim Fortuyn. Een jaar voor de verkiezingen was het nog redelijk rustig en leek het alsof de socialistische PvdA en de liberale VVD opnieuw op hun gemak een parlementaire meerderhoud zouden halen. De volgende paarse coalitie leek al in de maak. Toen kwam Pim, die eerst voor Leefbaar Nederland lijsttrekker werd. Dat zorgde meteen voor een hoop onrust. Een paar maanden voor de verkiezingen raakte hij met die partij in onmin en op 10 februari werd hij afgezet als lijsttrekker. Een paar dagen later hield hij Lijst Pim Fortuyn (LPF) boven de doopvont.”

Hij scoorde met radicaalrechtse standpunten en uitspraken, terwijl hij als jonge academicus extreemlinks was?

“Hij geloofde heel sterk in de maakbare samenleving, wat best links is. Hij startte als communist en wou daarna heel graag aan de bak bij de PvdA, maar werd daar elke keer afgewezen.

“In 2002 nam hij zeer extreme standpunten over de islam in. Ik kon me daar helemaal niet in vinden. Zijn populistische aanpak leek me niet de verstandigste manier om de problemen met migratie in Nederland aan te pakken. Maar hij zei ook verstandige dingen, zo pleitte hij voor een betere regeling voor de zorg en voor een kleinschaliger dienstverlening waar een burger zich in kon herkennen.”

Die 6e mei was hij bang?

“Ja, en ik begreep zijn bangheid wel. Een paar weken eerder had hij een ‘taart’ in zijn gezicht gekregen. Eigenlijk was dat een heel vies goor ding met uitwerpselen in. Ik kon me goed voorstellen dat hij geen zin had in een gelijkaardige tweede aanval, al hing er verder geen dreiging in de lucht.

“De uitzending verliep prima. Ik heb ze de voorbije maanden verschillende keren opnieuw beluisterd. Ze was écht heel goed: er werd lol gemaakt, Fortuyn vertelde begeesterend over zijn politieke ideeën, maar werd daar ook scherp over bevraagd.”

Halverwege de uitzending begon Fortuyn te flirten met de jonge technicus. “Hi, Thomas, hoe oud ben je? 23. Dan is het niet verboden, jongens.”

“Toen klonk dat geweldig; vandaag zou dat niet meer kunnen. Al kon het toen eigenlijk ook niet, maar Fortuyn deed het op zo’n manier dat iedereen het hem vergaf. Hij zei: ‘In de gayclub wil ik wel eens een keertje gezellig met een Marokkaantje de koffer induiken.’ Hij was bijzonder open over zijn voorkeur voor jonge jongens, zonder schaamte, waardoor zo goed als iedereen dacht: ‘Onze manier van doen is het niet, maar we snappen dat hij dat fijn vindt.’”

Als Volkert van der Graaf die dag niet had toegeslagen, was Fortuyn misschien minister-president van Nederland geworden?

“De ochtend van die 6e mei was net de uitslag van een peiling bekendgemaakt. Fortuyn stond niet op de eerste plaats, maar het onderzoeksbureau voorspelde toch dat zijn partij de grootste zou worden en hij premier. Dat hadden ze geleerd van de gemeenteraadsverkiezingen: toen haalde Fortuyn bijna twee keer zoveel stemmen als in de peilingen. Dus hielden ze er nu rekening mee dat hij opnieuw het grote aantal zwevende kiezers aan zich zou binden. Die breed in de kranten uitgesmeerde voorspelling zorgde ervoor dat hij in een opperbeste stemming bij 3FM aankwam.”

U heette hem als zendercoördinator persoonlijk welkom?

“Het voelde ook alsof hij mijn gast was. Hij arriveerde vijf minuten voor de uitzending, zat even op mijn kantoor, waarna ik hem naar de studio doorsluisde. Hij had die dag nog niet gegeten en at met veel smaak alle wakke belegde toastjes op. Ik vond het belangrijk om kennis met hem te maken, want als hij premier van Nederland werd, zou het fijn zijn als hij zich ons radiostation nog kon herinneren. Daarna praatte ik een tijdje met zijn chauffeur Hans Smolders. Die viel in voor Pims vaste chauffeur én butler, Herman Dikkers. Hans was maar een keer of drie de chauffeur van Pim Fortuyn, waaronder deze fatale 6e mei.

“Fortuyn bouwde bij leven en welzijn samen met Albert de Booij van Speakers Academy een zeer lucratief lezingencircuit op. Eén lezing leverde 10.000 euro op. Pim was gek op geld, maar gaf het ook graag uit aan prachtige pakken, een butler en een Jaguar. Zijn huis Palazzo di Pietro in Rotterdam was schitterend aan de voorkant. Aan de achterkant keek je uit op appartementsgebouwen met satellietschotels. (lacht)”

Chauffeur Hans Smolders liep meteen na de aanslag achter Volkert van der Graaf aan.

“Het lijkt alsof hij onbesuisd, als een dolleman, de achtervolging inzette, maar dat was niet zo. Hij was voorzichtig en schuilde achter auto’s. Hij heeft vrouw en kinderen en dacht tijdens de achtervolging aan hen. Hij vertelde me dat hij niet veel zin had om zijn leven in de waagschaal te stellen. Toch ging hij erachteraan. Ik vind dat fantastisch. Als hij dat niet had gedaan, was de dader misschien nooit gevonden. Tijdens de achtervolging gaf hij instructies aan de politie. Dankzij Hans konden ze Van der Graaf aan een tankstation vlakbij inrekenen.

“Ik had Volkert van der Graaf graag geïnterviewd. Hij is veroordeeld tot 18 jaar en werd na 12 jaar vrijgelaten. Vermoedelijk woont hij in de buurt van de stad Harderwijk. Hij liet me weten dat hij niet met me wou spreken. De vrienden en politieke geestverwanten van Fortuyn zijn heel boos dat Van der Graaf maar één derde van zijn straf moest uitzitten. Ik begrijp dat.”

In uw boek vertellen verschillende ooggetuigen hoe de ambulanciers de dode Fortuyn onnodig beginnen te reanimeren. Ze horen één van de ambulancebroeders zeggen: ‘Reanimeer even door voor de media.’

“Ik vroeg de ambulancebroeders om commentaar. Ze wilden alleen maar schriftelijk antwoorden: ‘We hebben gehandeld zoals we moesten handelen.’ Punt.

“Shirley Snell was beveiligingsmedewerkster. Zij zat een hele tijd naast de stervende Pim Fortuyn en bleef op hem inpraten. ‘Pim, blijf bij mij, blijf bij ons. De ambulance is onderweg.’ Ze zag het leven uit hem verdwijnen en was rechtstreekse getuige van die scène met de ambulancebroeders. Ze werd toen heel boos en riep: ‘Laat hem met rust! Die man is dood!’ Ze trok zich dat vreselijk aan.

“Mijn collega’s reageerden erg verschillend, al was er toch een rode lijn: iedereen hervatte zijn werk. Journalisten begonnen verslag uit te brengen, presentatoren gingen presenteren, Shirley van de beveiliging stond met haar EHBO-diploma Pim bij, ik begon te coördineren.”

Collega’s die op instorten staan, roept u tot de orde: “Jullie zijn journalisten en deze ramp speelt zich af op onze stoep. Laten we er zo goed mogelijk verslag van doen. Dat is onze plicht.”

“Eventjes moest ik dat doen, ja. Heel veel mensen die ik sprak, barstten na al die jaren weer in snikken uit. Ik beluisterde de uitzendingen van die dag verschillende keren en ook ik kreeg het telkens kwaad.

“Die maandagavond reed ik rond een uur of elf naar huis. Ik kon niet slapen en tikte een brief om de volgende dag op de zender voor te lezen. De volgende morgen was ik hier terug om zeven uur. De normale 3FM-ingang was afgegrendeld en er stond een bewaker. Een uur later wou een collega die er de dag voordien ook bij was, via die weg naar binnen. Dat mocht niet. Mijn collega kon niet meer stoppen met huilen. Ik sprak die bewaker aan: ‘Jongen, hij heeft het hier gisteren meegemaakt. Laat hem gewoon binnen.’

“Donderdag na de moord was Hemelvaartsdag. De plek van de aanslag lag bezaaid met bloemen. Die waren danig aan het verwelken. Ik vroeg onze schoonmaker om een stuk of twintig bezems te halen bij de Gamma. ‘Dan vegen we op vrijdag met alle 3FM-medewerkers de bloemen bijeen en reinigen we symbolisch de plek waar Pim vermoord is. Dat was een mooie bijeenkomst.”

In de uitzending van 6 mei vroeg Ruud de Wild aan Pim Fortuyn: “Hoe oud wil je worden?”

“Hij antwoordde toen: ‘Ik word een jaar of 87.’ Dat heeft hij niet gehaald.”

Bio

  • Geboren op 27 september 1956 in Amsterdam
  • Begon zijn radiocarrière in 1976 als nieuwslezer
  • Was begin jaren 1980 presentator van Veronica Sport op het toenmalige Hilversum 2
  • Presenteerde een tijdlang samen met Paul De Leeuw
  • Van 1992 tot eind 2002 coördinator bij 3FM
  • Tot 2018 directeur van de regionale zender RTV Utrecht
  • Zelfstandig radioconsultant

Paul van der Lugt, De laatste dag, Alfabet, 192 blzn, 18,99 euro

©Jan Stevens

%d bloggers liken dit: