‘Het groene kapitalisme is een dwaalspoor’

In haar boek The value of a whale betwijfelt onderzoeker internationaal beleid Adrienne Buller (28) of ons kapitalistisch systeem de klimaatcrisis het hoofd kan bieden. “De beruchte ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt zal de globale thermostaat niet herstellen.”

Ondernemers en miljardairs Bill Gates en Mike Bloomberg zijn het over één ding gloeiend eens: alleen de vrije markt kan onze planeet redden. De ‘wijsheid van de markt’ zal volgens hen genoeg technologische oplossingen opleveren om de rampzalige gevolgen van de klimaatverandering tijdig te neutraliseren.

Maar volgens Adrienne Buller laten Gates en co. zich verblinden door ‘de illusies van het groene kapitalisme’. In haar boek The value of a whale onderzoekt ze hoe effectief de vrije markt is in de strijd tegen de klimaatverandering. Haar conclusie is vernietigend: ‘groen kapitalisme’ maakt het alleen maar erger.

Adrienne Buller is onderzoeksdirecteur van de in Londen gevestigde progressieve denktank Common Wealth. “Wij maken ons zorgen over de gevolgen van de groeiende ongelijkheid in de samenleving”, zegt ze. “Te weinig mensen hebben inspraak in, of genieten mee van de welvaart die we gemeenschappelijk creëren. Intussen worden we steeds meer geconfronteerd met de desastreuze gevolgen van de klimaatverandering. Als we die onder controle willen krijgen, moet ons economisch systeem bijgestuurd worden. Common Wealth voert daar onderzoek naar en tekent krijtlijnen uit voor een op duurzaamheid en verbinding gebaseerde democratische economie.”

Waar komt de titel van uw boek ‘The value of a whale’, de waarde van een walvis, vandaan?

“Een tijdje geleden raakte ik geïntrigeerd door een artikel van onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Ze vroegen zich af: waarom moeten we overal ter wereld walvissenpopulaties beschermen? Dus besloten ze om te berekenen hoeveel een walvis bijdraagt aan de economie van de planeet. Wat is zijn eco-toeristische waarde? Ze zochten uit hoeveel geld toeristen wereldwijd besteden aan boottrips om walvissen te spotten. Ze brachten ook de hoeveelheid CO2 in kaart die walvissen bij leven en welzijn opslaan, gemiddeld is dat 33 ton. Dat vonden die IMF-onderzoekers zéér interessant. Hun suggestie was: misschien is het behoud van de walvissoort wel de meest interessante én goedkope manier om broeikasgasaf te vangen. Ze schatten dat de redding en het behoud van de walvispopulatie geregeld kon worden met een bijdrage van 13 dollar per mens op aarde.

“13 dollar blijkt dus per individu de waarde van een walvis te zijn. Een koopje om de wereld te redden, volgens de mensen van het IMF. Ik vond dat een heel bizarre manier om uit te drukken wat een walvis is en betekent. Heel dat beeld van de ‘waardebepaling’ van een walvis staat symbool voor hoe economen kijken naar klimaat en biodiversiteit, dé problemen van deze tijd.”

De ondertitel van uw boek luidt: ‘De illusies van het groene kapitalisme.’ Wat is ‘groen kapitalisme’?

“Groen kapitalisme zijn al die pogingen om milieucatastrofes onder controle te krijgen zonder ons economisch systeem, de verdeling van rijkdom en onze manier van leven, al te erg te verstoren. Groene kapitalistische oplossingen sparen de destructieve processen die ons in deze ellende hebben gestort. Denk maar aan die constructie van de handel in CO2-emissierechten. Of het principe van ‘duurzame financiering’, waarbij ethische motieven als duurzaamheid, sociaal beleid en goed bestuur bij investeringen een doorslaggevende rol spelen. Al die uitingen van ‘groen kapitalisme’ lijken op het eerste gezicht bonafide. Het grote probleem is dat ze rond de hete brij dansen en nooit de kern van de zaak in vraag stellen: economische groei. De vrije markt en het kapitalistische systeem zullen gevrijwaard blijven, wat het ook mag kosten. De oude, zogezegd succesvolle manier van werken, mag niet verstoord worden. Dus proberen ze zowel de planeet als het kapitalisme te redden.”

En dat is een illusie?

“Precies. Maar daar komt bij dat de herauten van het kapitalisme ook nog eens van de klimaatcrisis willen profiteren. Ze bespeuren nieuwe terreinen waar geld mee te verdienen valt en ontginnen die met veel enthousiasme. Neem de manier waarop overheden nu mobiliteit en transport CO2-neutraal willen maken. In plaats van na te denken over collectieve vormen van transport, wordt elk individu en elk bedrijf fiscaal aangemoedigd om benzineauto’s in te ruilen voor elektrische. De groene kapitalistische oplossing is: koop allemaal een stekkerauto, terwijl het veel verstandiger alternatief is: zeg je auto vaarwel, fiets en reis per trein in combinatie met een elektrische deelauto.”

Groen kapitalisme maakt de klimaatcrisis alleen maar erger?

“Daar lijkt het op. In mijn boek probeer ik om onbevooroordeeld naar ‘uitvindingen’ zoals emissiehandel en duurzame financiering te kijken. Werken die constructies? Welke obstakels moeten ze overwinnen? Halen ze de CO2-uitstoot écht naar beneden? Het antwoord op die laatste vraag is meestal: nee. Het zijn illusies. In onze strijd tegen het opwarmende klimaat nemen we vanuit onze economisch kapitalistische ideologie maatregelen die vrij zinloos zijn en inderdaad zelfs contraproductief dreigen te worden.”

Maar wat is er mis met het plakken van een prijs op CO2? Hoe duurder dat broeikasgas, hoe meer inspanningen bedrijven toch zullen leveren om hun uitstoot aan banden te leggen?

“Dat lijkt inderdaad een goed, en zelfs rechtvaardig idee. Wie meer koolstof uitstoot, richt meer schade aan en betaalt daarom meer. De Europese Unie bouwde daarrond in 2005 haar hele systeem van emissiehandel, EU-ETS. Goedbedoeld, daar twijfel ik niet aan. Het plan was om voor de grote industrie koolstof tot een schaars goed te maken op een markt waar de wetten van vraag en aanbod gelden. De verwachting was dat fabrieken zo hun efficiëntie zouden opdrijven, waardoor ze steeds minder broeikasgassen gingen uitstoten.”

Dat is geen vorm van greenwashing?

“Nee, totaal niet. Bij greenwashing wordt een allesbehalve duurzaam procedé of product voorgesteld en verkocht als ‘groen’, terwijl veel maatregelen uit het groene kapitalisme wel degelijk bedoeld zijn om effectief en efficiënt te zijn. De Europese bewindslui zijn ervan overtuigd dat hun emissiehandel de opwarming van de planeet onder controle helpt krijgen. De EU beweert triomfantelijk dat 15 jaar na de introductie van EU-ETS de uitstoot van de deelnemende sectoren met 40 % verminderd is. Terwijl dat op de totale CO2-uitstoot in de hele regio nauwelijks effect heeft. Diezelfde emissiehandel leverde ook niet de verhoopte ‘innovaties’ op het gebied van koolstofarme energie en industrie op. De meeste winsten die tot hiertoe geboekt werden, zijn vooral het gevolg van tijdelijke overgangen van steenkool naar gas, van de ene fossiele brandstof naar de andere. Het groene kapitalisme zet ons op een dwaalspoor.”

Eén van de architecten van dat groene kapitalisme is de Amerikaanse econoom William Nordhaus, Nobelprijswinnaar economie voor zijn pionierswerk over integreren van economie en klimaat. Hij is groot pleitbezorger voor het afremmen van onze CO2-uitstoot via het heffen van belastingen en het verstrekken van subsidies. U bent geen fan van Nordhaus’ ideeën?

“William Nordhaus groeide uit tot ’s werelds bekendste klassieke econoom met een visie op de klimaatcrisis. Halverwege de jaren zeventig publiceerde hij al over de economie van de klimaatverandering, toen het grote publiek nog niet doorhad welke donkere schaduw hen boven het hoofd hing. Nordhaus is geen ‘greenwasher’, maar kijkt door het prisma van de klassieke economie naar de klimaatcrisis en zoekt er traditionele economische oplossingen voor. Ook dat raamwerk en zijn aanpak leveren niets dan illusies op.

“Neem Nordhaus’ bekende Dynamic Integrated Climate-Economy of DICE-model, waarmee de economische impact van de klimaatcrisis berekend kan worden. Vertrekkend vanuit een aantal veronderstellingen en rekening houdend met verschillende kosten-batenanalyses, gaat dat model ervanuit dat een opwarming van 4 graden celsius ‘optimaal’ is. Puur vanuit economisch oogpunt bekeken, vertelt William Nordhaus geen onzin, hij won niet voor niets de Nobelprijs. Maar voor het leven op aarde mondt 4 graden extra uit in een heuse catastrofe.

“Economen zoals Nordhaus proberen de klimaatverandering in te passen in een strakke economische logica. Alleen is het klimaat uitgegroeid tot zo een complex én onvoorspelbaar gigantisch probleem, dat het niet meer in een klassiek economisch model geprangd kan worden.”

Economische modellen zoals die van Nordhaus bepalen hoe overheden vandaag wereldwijd de klimaatcrisis aanpakken?

“Het groene kapitalisme à la Nordhaus is overal stevig verankerd, ja. Zo vertrekt de Europese Green Deal volledig vanuit ‘marktoplossingen’, waarvan sommige sinds de bankencrisis van 2008 een zeer nare bijklank hebben. Denk maar aan de financiële techniek van ‘securitisatie’ of effectisering, waarbij moeilijk verhandelbare, ongewenste leningen verpakt worden in financiële pakketten die beleggers als minder riskant beschouwen. De Europese Green Deal prijst die bedenkelijke techniek nu aan als een ‘financiële innovatie’ om particuliere financiering aan te trekken. Ook in de VS kreeg dat soort van puur op geldgewin gebaseerd oerkapitalisme een groen jasje aangemeten, net als in het Verenigd Koninkrijk.

“De ‘strijd tegen de klimaatverandering’ van overheidswege heeft altijd als ondertoon: ‘Hoe maken we er voor de privésector een winstgevende zaak van? Hoe bezorgen we hun attractieve kansen? Laat de wijsheid van de markt het maar oplossen; wij zorgen voor de financiële stimulansen!’ Alsof de beruchte ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt de globale thermostaat zal herstellen.”

Is er dan niets goeds aan de Europese Green Deal?

“Ik geef toe dat ik er nogal negatief over schrijf, terwijl het natuurlijk zeer positief is dat een mastodont zoals de Europese Unie het klimaatprobleem ernstig neemt. Zo toont ze de wereld welke politieke richting er genomen moet worden. Maar ik ben het niet eens met de manier waarop ze het bedje spreidt van private investeerders door bijvoorbeeld met publiek geld hun risico’s te waarborgen.”

Hoe moeten we de klimaatcrisis dan wél te lijf gaan? In The value of a whale vind ik daar eerlijk gezegd niet zoveel over terug.

“Mijn boek heeft inderdaad een ‘open einde’. Dat is een welbewuste keuze. Ik argwaan boeken die na honderden bladzijden vol gefundeerde kritiek in een bladzijde of twee afhaspelen hoe het dan wél moet. (lacht) Ik koos ervoor om beargumenteerd uit te leggen wat er mis is met onze economische aanpak van een nakende catastrofe. De ondertoon is: in de strijd tegen de klimaatverandering mag het winstmotief geen enkele rol meer spelen. En: mogelijke oplossingen overlaten aan ‘de wijsheid van de markten’ is een zeer slecht idee. Want dan raakt de CO2-uitstoot nooit onder controle, toch niet op het tempo en op de schaal die vereist zijn om de temperatuurstijging niet dramatisch ver boven 2 graden te laten uitstijgen.

“Het is hoog tijd voor een publiek debat over een paar ongemakkelijke waarheden. Hoe zorgen we ervoor dat samen met de strijd tegen de klimaatverandering óók de groeiende ongelijkheid in de wereld aangepakt wordt? Want de discussie over de aanpak van de CO2-uitstoot gaat óók over de ongelijke verdeling van welvaart in de wereld, over de duurzame inzet van schaarse grondstoffen, ontbossing en vervuiling. Sommige levensnoodzakelijke oplossingen interesseren de privésector wellicht niet omdat ze geen cent opbrengen. Ze gaan zelfs lijnrecht in tegen haar belangen. Denk maar aan: razendsnel en integraal afscheid nemen van de nog steeds zeer winstgevende fossiele brandstoffen.”

Die ‘dankzij’ de oorlog in Oekraïne nog winstgevender geworden zijn?

“Jammer genoeg wel. Er werd lang gepredikt dat de opkomst van hernieuwbare energie zoals zon en wind, de winstgevendheid van olie, gas en steenkool vanzelf onder druk zou zetten. Ik zou daar maar niet te hard op rekenen. We moeten zeer dringend af van fossiele energie en kunnen ons gewoon niet de luxe permitteren om de evolutie op de markt af te wachten.

“Wanneer beginnen we eens aan de dringende discussie over de toekomst van onze mobiliteit? Want die zorgt voor zeer veel uitstoot. Hoe zullen we die miljarden elektrische auto’s aan de praat houden? Er is gewoon niet genoeg lithium voorhanden voor al die batterijen. Stevig uitgebouwd openbaar vervoer zal nooit rendabel zijn. Toch is dat dé oplossing als we zoveel mogelijk vervuilende auto’s van de weg willen.”

We moeten massaal afscheid nemen van luxe en comfort?

“Niet noodzakelijk. Maar we moeten ons wel bewust worden van de extreme vorm van ongelijkheid die onze luxe vertegenwoordigt. Een HD-tv in standby verbruikt in een jaar meer elektriciteit dan een doorsnee inwoner van Nigeria. Begrijp me niet verkeerd, ik pleit niet voor een terugkeer van de westerling naar de middeleeuwen. Integendeel, de wereld heeft meer dan genoeg welvaart en technologische capaciteit om iedereen een goede levenskwaliteit te garanderen. Alleen is de manier waarop de welvaart nu verdeeld is, onaanvaardbaar en onverdedigbaar.”

Kan een herverdeling georganiseerd worden in een kapitalistische samenleving?

“Misschien. (lacht) Kijk, er komt een gigantische ramp op ons af. En het gaat steeds sneller. Het kapitalisme leverde ons een goed leven op, maar slaagt er niet in om miljarden anderen op deze planeet van een fatsoenlijk bestaan te verzekeren. Daar komt bij dat dat economisch systeem de klimaatcrisis alleen maar versterkt. Het lijkt me daarom niet meer dan redelijk om te opperen dat het misschien tijd is voor een alternatief.”

Welk alternatief?

“Ik pretendeer niet dé oplossing in pacht te hebben, maar ik vind de ontgroei-beweging best interessant. Voor klassieke economen klinkt dat als vloeken in de kerk, want groei is heilig. Kapitalisme zonder groei eindigt in recessie. Daarom ook is ‘ontgroei’ niet te combineren met kapitalisme, ook al hopen sommigen van wel.

“Ook interessant is de donuteconomie van Oxford-econoom Kate Raworth. Zij pleit voor een economisch model dat circulair is en even rond als een donut. Dat wil zeggen dat er zo weinig mogelijk afval geproduceerd mag worden. De buitenste cirkel van de donut vertegenwoordigt de ecologische bovengrens: alles wat daar aan economische activiteit buiten valt, schaadt onze planeet en ons welzijn. De binnenste cirkel staat voor de sociale ondergrens en geeft weer wat we minimaal nodig hebben om wereldwijd in de basisbehoeften van elke mens te voorzien. Volgens Raworth bestaat onze taak eruit om onze industriële en economische activiteit binnen die twee cirkels van de donut te houden.

“Wat vaststaat, is dat de klimaatverandering onafwendbaar is én ons eerder vroeg dan laat zal dwingen om harde keuzes te maken.”

Hoe moet ik dat interpreteren? Als hoop of als een doemscenario?

“Ondanks alles probeer ik optimistisch te blijven. Als 28-jarige heb ik geen andere keuze. Ik heb nog een lange weg te gaan. Ik kan niet anders dan met de gevolgen van de klimaatcrisis leren omgaan. Ik heb dan nog het grote voordeel dat ik in een land leef dat vrij beschut is tegen de impact.

“Er zijn ook gegronde redenen voor optimisme, hoor. Nog niet zo heel lang geleden leefden heel wat politici, ondernemers en bewindvoerders in ontkenning. Het zou allemaal wel niet zo’n vaart lopen. Vandaag lijken de meesten te beseffen dat er iets ernstigs aan de hand is. Ze proberen de situatie onder controle te krijgen, al is dat niet altijd op de juiste manier. Maar de groeiende maatschappelijke bezorgdheid over de klimaatcrisis vind ik bemoedigend en hoopvol. Alleen is er die typisch menselijke neiging dat alles eerst zeer slecht moet worden vooraleer er écht ingegrepen wordt. Onze levens zijn voorlopig nog comfortabel genoeg om niet zo bang te worden als we eigenlijk zouden moeten zijn. Maar de tijd dringt.”

Adrienne Buller

  • Geboren in 1994 in Vancouver
  • Studeerde wetenschappen aan McGill University in Montreal en internationaal beleid en ethiek aan University College London
  • Werkt sinds november 2019 als onderzoeker bij Common Wealth, Londen

Adrienne Buller, The value of a whale, Manchester University Press, 352 blzn.

© Jan Stevens

‘Hij wilde witter dan de witten zijn’

Eva Kamanda (31) ging samen met haar vriend Kristof Bohez op zoek naar het ‘verzwegen leven’ van haar Congolese overgrootvader François Kamanda. Ze rolde van de ene verrassing in de andere. “Zo ontdekten we dat tijdens WO II Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Toen Eva Kamanda’s lief Kristof Bohez voor het eerst in haar ouderlijk huis kwam, viel hem de trouwfoto op van Eva’s overgrootouders François Kamanda en Lucienne Berger. Ze poseren op de trappen van het gemeentehuis van Etterbeek in 1942.

“Ik heb nooit anders geweten dan dat die foto daar hangt”, zegt Eva. “Voor mij was dat beeld vanzelfsprekend. Maar Kristof vroeg: ‘Een zwarte man die met een witte vrouw huwt, dat was in die tijd toch zeer uitzonderlijk?’ Kristof is journalist bij Het Nieuwsblad. Hij wordt gedreven door nieuwsgierigheid en stelt voortdurend dat soort vragen.”

Maar ook Eva begon zich steeds meer vragen te stellen, over haar afkomst. “Enkele jaren geleden bezocht ik daarom Congolese familieleden in de VS en Canada.”

Eva en Kristof trokken verder op onderzoek. “Ik mailde het AfricaMuseum in Tervuren: ‘We zijn op zoek naar het verhaal van mijn overgrootvader François Kamanda. We horen het graag als jullie ons daar op een of andere manier mee kunnen helpen.’ Het antwoord kwam snel: ‘We vonden een schilderij in onze collectie met de beeltenis en naam van uw overgrootvader. Het is geschilderd door de Brusselse kunstenaar Henri Logelain en ligt in een van onze kelders.’ Wow, ik gaf één aanzet en plots was er dat schilderij in het AfricaMuseum. Onze zoektocht naar het leven van François Kamanda schoot zo pas echt uit de startblokken.”

In hun intrigerende boek Een verzwegen leven schetsen Eva Kamanda en Kristof Bohez de Belgische verborgen geschiedenis van de Congolees François Kamanda.

Eva Kamanda: “Een vriendin zei: ‘O, jullie zijn samen een boek aan het schrijven.’ Ze vond dat superromantisch. ‘Sigaretten roken in bed en samen wat filosoferen.’ Vergeet het, een boek schrijven is keihard werken.”

Was de zoektocht naar uw overgrootvader François ook een zoektocht naar uzelf?

“Ja, al was ik mezelf niet kwijt. Ik zat niet in een identiteitscrisis, maar ik wou graag weten waar ik vandaan kom. Voor mij werd het al snel een emotionele zoektocht, terwijl Kristof rustig en rationeel bleef. Hij kon er uiteraard met meer afstand naar kijken.

“Op een bepaald moment blokkeerde ik. Dat was best heftig. Ik had het even moeilijk om mezelf op te laden om verder te zoeken.”

U ging over uw overgrootvader praten met zijn dochter, uw grootmoeder.

“Mijn oma, mamy Annie, en haar jongste zus Francine hebben ook emotioneel enorm veel geïnvesteerd in ons project. Hun middelste zus Jacqueline stierf in 2014 door een hersenbloeding. Annie en Francine wisten eigenlijk heel weinig over hun vader.”

Wat toch bizar is?

“Ja en nee. ‘In die tijd stelde je als kind geen vragen aan je ouders’, vertelden ze ons. Mijn oma wordt volgend jaar tachtig. Als klein meisje moest ze aan tafel zitten en zwijgen.

“Annie en Francine lieten namen vallen van vrienden en bekenden van François. Eveneens in Brussel verblijvende Congolezen die ze als kind nog gekend hadden en die net als overgrootvader lid waren van de Union Congolaise de Belgique. De Union werd al in 1919 opgericht door onder andere Congolezen die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevochten aan de IJzer. Mijn oma vertelde dat François regelmatig naar de bijeenkomsten van de Union ging.”

Jullie zochten de nazaten van de vrienden van François Kamanda op?

“Het was niet makkelijk om die mensen te traceren. Tachtigers en negentigers hebben meestal geen Instagramaccount. We doken ook in de archieven; we klopten onder andere aan bij de afdeling Vreemdelingenpolitie van het Rijksarchief.

“François Kamanda leefde als Congolees in een wit land en praatte niet over zijn zwart verleden. Oma zei dat hij witter dan de witten wou zijn. Dat was zo in hem gepompt door zijn koloniale baas. François kleedde zich ook altijd piekfijn met een stropdas en een kostuumjasje. In zijn haar lag een zijscheiding. Ik vind dat schoon, want hij had zich bijgeschoold tot kapper.”

Hoe kwam François Kamanda in België terecht?

“Op vrijdag 17 januari 1930 kwam hij met de stoomboot Léopoldville in Antwerpen aan. Zijn koloniale baas, magistraat Henri De Raeck, had een paar maanden verlof en nam hem mee vanuit Boma. François keerde nooit meer terug naar zijn geboorteland. Jaren later zei hij tegen een klant in zijn kapsalon dat hij dat wel had willen doen, maar dat het er nooit van gekomen is.

“Ik weet niet wat er door François’ hoofd ging toen hij die vrijdagochtend in Antwerpen voet aan wal zette. Wist hij toen dat België zijn nieuwe thuisland zou worden of had De Raeck hem wijsgemaakt dat zijn verblijf hier maar tijdelijk was? Ik zou mijn overgrootvader nog zoveel willen vragen. (lacht)”

Hoe oud was uw overgrootvader toen hij in België aankwam?

“Dat is héél moeilijk te bepalen. Volgens de officiële documenten was hij ofwel in 1906, ofwel in 1902 geboren. In de jaren tachtig werd hij getroffen door een beroerte. In het ziekenhuis werd toen een botscan genomen. Daaruit bleek dat hij jonger was dan altijd werd aangenomen. Zijn leeftijd werd toen geschat op 75. Toen hij in 1930 in Antwerpen aankwam, moet hij dus een jaar of twintig geweest zijn. Maar zeker weten we dat niet. Dat geldt trouwens voor veel Congolezen van zijn generatie die toen in België arriveerden.”

Waar kwam hij in Congo vandaan?

“François Kamanda is geboren in Kabinda, toen een stadje in de provincie Kasaï. Hij werkte er voor Belgische missionarissen. Mamy Annie bezorgde ons zijn doopboekje. Daar staat geen geboortedatum in, maar wel een doopdatum: 14 maart 1920. Zijn eerste communie vond twee weken later al plaats. Wat wellicht wil zeggen dat François al een tiener was toen de paters hem tegenkwamen. Koloniaal Henri De Raeck rekruteerde François als vertaler. Hij kwam als zijn boy in België aan.”

Als de lijfeigene, de huisslaaf van de rijke koloniale magistraat?

“Precies. Ze trokken in de villa van De Raeck in aan de Avenue Beau-Séjour of Schoon Verblijflaan in Ukkel.

“Henri De Raeck en mijn overgrootvader hadden een speciale relatie. De Raeck oefende macht uit over François en dat is altijd zo gebleven, ook nadat hun wegen scheidden. Zelfs toen hij zijn eigen kapperszaak had, was er tussen hem en de magistraat nog steeds die meester-knechtdynamiek. Als monsieur De Raeck naar het kapsalon belde, liet François alles vallen. De relatie koloniaal versus boy is altijd gebleven, ook al was François al lang geen ‘boy’ meer.”

Dat was onverbloemd racisme?

“Heel het koloniale systeem was racistisch, punt. Ook de manier waarop De Raeck mijn overgrootvader behandelde. Moest François nu nog leven, zou hij dat misschien ontkennen. Want hij voelde genegenheid voor monsieur De Raeck.”

Racisme is iets wat ook u aan den lijve ondervindt?

“Vroeger en nu. Van flagrante uitingen van racisme tot heel ‘subtiele’ vormen. Zoals al die keren dat ik na een professioneel telefoontje mijn gesprekspartner voor het eerst ontmoet en die dan verbaasd zegt: ‘Ach zo, jij bent Eva. Dit had ik echt niet verwacht.’ Geloof me, dan hebben ze het niet over wat ik allemaal kan vertellen, maar over hoe ik eruit zie.”

U woont in Brussel. Voelt u dat ook in deze stad?

“Nee, Brussel is zalig. (lacht) Natuurlijk is er hier ook racisme, maar voor mij is het in deze stad toch anders dan erbuiten. Brussel is een mengelmoes waar ik me op mijn gemak voel.”

Uw overgrootvader kwam in een totaal ander Brussel terecht. Hij was er één van de eerste zwarte mensen?

“Hij maakte deel uit van een vroege generatie Congolezen in België. Hij kwam in een bijna totaal witte samenleving terecht. Hij belandde in een zeer chique wijk in Ukkel, die dat vandaag trouwens nog steeds is. Dat huis aan de Avenue Beau-Séjour is quasi onveranderd. Het is een prachtig gebouw; ik kijk mijn ogen uit als ik ervoor sta.”

Uw oma vertelde dat François daar de eerste jaren in het kippenhok moest slapen.

“Boys werden in Congo soms door hun koloniale patrons in een ‘boyerie’ achter in de tuin gehouden. Als de Congolese boy niet in huis moest zijn om te koken of poetsen, verbleef hij op veilige afstand van de meester en zijn vrouw in het hok in de tuin.”

In 1930, het jaar waarin uw overgrootvader in Antwerpen arriveerde, werden in diezelfde stad op de Wereldtentoonstelling in de ‘zoo humain’ zwarte mensen als dieren tentoongesteld. Bezoekers gooiden nootjes naar hen.

“Dat klopt. Gewoonweg ziekmakend. Wat niet wil zeggen dat in die tijd elke zwarte of elke Congolese boy als een dier werd behandeld. Want er was soms ook die rare vorm van genegenheid tussen koloniaal en boy zoals tussen De Raeck en mijn overgrootvader. Tezelfdertijd mocht François niet in het huis van zijn patron slapen. Dan ben je inderdaad toch niet meer dan de huisslaaf?”

U vertelt in uw boek hoe u zelf zeer diep geraakt werd door de dood van de zwarte man George Floyd in Minneapolis op 25 mei 2020. Een witte politieman hield tien minuten lang zijn knie tegen Floyds nek. ‘I can’t breathe’ waren zijn laatste woorden.

“Zeer veel mensen werden daar zwaar door geraakt. Twee weken later liep ik samen met tienduizend anderen op de Black Lives Matter-mars in Brussel. De moord op George Floyd was de druppel die de emmer liet overlopen.

“Black Lives Matter is niet alleen een reactie op het excessieve geweld tegen zwarten, maar is ook een aanklacht tegen het structurele racisme in de samenleving. Zowel in de VS, als hier in Europa. De moord op George Floyd maakte dat zó zichtbaar en zette wereldwijd grote protesten in gang. Dat was heel belangrijk voor veel mensen, ook voor mij. Het was een extra drijfveer voor het schrijven van dit boek.”

Hoe slaagde uw overgrootvader François Kamanda erin om zelfstandig kapper te worden?

“Hij volgde een opleiding tot kapper in de toenmalige kappersschool in Elsene. Daarna opende hij zijn eigen salon. Hij kreeg daar wellicht financiële hulp voor. Van wie weten we niet. Als boy kon hij daar zelf nooit voldoende geld voor gespaard hebben.

“De archieven vertellen ons dat François eind 1936 garçon-coiffeur was. Vanaf 1941 runde hij als patron-coiffeur zijn salon in de Vijverstraat in Etterbeek. Hij kapte er bijna uitsluitend witte mensen. Dat paste in zijn streven om witter dan wit te zijn.”

Wat was tijdens uw zoektocht voor u de grootste verrassing?

“Mijn oma, mamy Annie, zag op 8 juli 1943 het levenslicht als eerste kind van François en Lucienne. De kinderloze Henri De Raeck en zijn vrouw hadden tegen dan vergaande plannen gemaakt om Annie te adopteren. De school, de pianolessen en de gouvernante voor mijn mamy Annie waren al geregeld. Het echtpaar De Raeck wilde de eerstgeborene van mijn overgrootouders kopen. Toen mijn oma me dat verhaal vertelde, kwam dat keihard bij me binnen. Ik werd bijna kwaad en overstelpte haar met vragen.

“Mijn overgrootouders waren arm en wilden de beste toekomst voor hun dochter. De Raeck bood één miljoen frank, wat in die tijd een gigantisch bedrag was. Ik zie dat als de koloniaal die vindt dat hij volledige zeggenschap heeft over zijn knecht. Die vindt dat hij zelfs diens kinderen mag afkopen. Na de geboorte van Annie zagen mijn overgrootouders die adoptie niet meer zitten. Lucienne weigerde het afstandsdocument te tekenen.

“Een andere grote verrassing was onze ontdekking dat tijdens de Tweede Wereldoorlog Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Hun verhalen werden weggemoffeld?

“Dat is ons vermoeden. Dat maakt natuurlijk deel uit van het structurele racisme in onze samenleving. Waarom werd er de voorbije decennia nooit gesproken over de Congolezen uit het verzet? Slechts een klein deel van de totale bevolking ging in het verzet tegen de Duitsers. Maar de Congolese bijdrage aan dat Belgische verzet was groot.”

Zat uw overgrootvader ook in het verzet?

“Dat weten we niet met 100 % zekerheid, al vonden we heel wat aanwijzingen dat hij er deel van uitmaakte. Zo staat zijn naam op een lijst uit 1941 met rekruten voor het Geheim Leger. Hij werkte een tijdje voor de advocaat Robert Logelain, broer van Henri Logelain, de kunstenaar die het portret van François schilderde. Robert Logelain is de oprichter van de verzetskrant La Libre Belgique. Als mijn overgrootvader niet actief aan het verzet deelnam, zat hij er alleszins toch middenin.

“Zwarten waren Untermenschen voor de nazi’s, maar mijn overgrootvader moest tijdens WO II nooit onderduiken. Er werd vooral op Joden gejaagd. Isidore Bataboudila, een dichte zwarte vriend van mijn overgrootouders, hielp Joden onderduiken. Isidore werkte in hetzelfde ziekenhuis als mijn overgrootmoeder Lucienne. Hij zorgde ervoor dat Lucienne en zijn beste kameraad François elkaar ontmoetten. Blijkbaar sloeg de vonk tussen Lucienne en François snel over.”

De opmerking van uw vriend Kristof toen hij hun huwelijksfoto zag, klopt? Een zwarte man die huwde met een witte vrouw was toen zeer ongewoon?

“De familie van Lucienne vond dat gemengd huwelijk geen goed idee. Ze gedroegen zich zeer racistisch tegenover mijn overgrootvader. De Bergers waren niet blij dat een zwarte trouwde met hun witte dochter. Op het huwelijk was niemand van de familie Berger aanwezig.

“Bijna alle zwarte mannelijke Congolezen van de generatie van mijn overgrootvader hadden een wit lief. Er waren toen ook nog niet veel zwarte vrouwen in België, waarmee ik niet wil zeggen dat zij per se de partners van zwarte mannen moesten worden. Hun nazaten zijn net als mijn oma metis, kinderen van een zwarte vader en een witte moeder. Velen wonen hier in Brussel.

“Er zijn ook de metissen die vanuit de voormalige Belgische kolonies naar België gebracht zijn; de kinderen van witte kolonialen en zwarte vrouwen. Ze werden van hun moeders afgenomen, ontvoerd en hier gedropt in witte adoptie- of pleeggezinnen. Ze voerden een lange erkenningsstrijd. Met resultaat: op 29 maart 2018 nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers unamiem de ‘Resolutie over de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest’ aan. De metissen kregen zo toegang tot archieven om zo hun eigen levensloop te kunnen reconstrueren. Dat wordt allemaal in goede banen geleid door de fantastische mensen van het onderzoeksproject Resolutie-Metissen.”

Raakte u makkelijk de archieven binnen?

“Het is niet moeilijk om ze binnen te geraken, maar de archivarissen zelf hebben alle informatie over het koloniale verleden nog niet helemaal doorgenomen. Wij waren wellicht de eersten die de mappen met de verzetsdossiers van Congolezen openden. Er is informatie voorhanden; er moet natuurlijk ook nog de wil zijn om die te laten onderzoeken. Het AfricaMuseum bulkt van de archieven. Het zou fijn zijn als er extra mensen aangeworven worden om ze te doorploegen.”

In Congo was u nog niet?

“Nee, het plan was om er in juli 2020 samen met Kristof naartoe te gaan. Toen kwam Corona.

“Of deze zoektocht naar mijn overgrootvader te vergelijken is met de rootsreis die internationaal geadopteerden soms maken? Nee. Ik sprak in het verleden met veel geadopteerden; hun verhalen verschillen van elkaar en van het mijne. Ik ben niet geadopteerd; dat is al het grootste verschil.”

Internationaal geadopteerden zijn vaak getraumatiseerd.

“Inderdaad. Sommigen willen er verder niets over weten, terwijl anderen er heel fel mee bezig zijn. Ik ben niet getraumatiseerd. Begrijp me niet verkeerd, ik beweer nu ook niet dat álle geadopteerden getraumatiseerd zijn. Maar sommigen wel.

“Ik wil mezelf niet vergelijken met geadopteerden die zoeken naar hun roots. Ik weet hoe complex hun verhalen zijn en ik wil hen geen oneer aan doen. Ik ben in België geboren en een deel van het verhaal van mijn overgrootvader is terug te vinden in de Belgische archieven. Die zijn nog niet goed ontsloten, maar wij konden er wel terecht. Begin maar eens te zoeken als je internationaal geadopteerd bent. Dat is een totaal ander verhaal.”

De titel van jullie boek, ‘Een verzwegen leven’, geldt voor veel Congolezen die naar België kwamen?

“Toch wel. Hun levens werden verzwegen door de maatschappij, denk maar aan de verzetsverhalen van al die Congolezen. Mijn overgrootvader verzweeg ook zijn eigen leven: hij vertelde zo goed als niets over zijn verleden. Misschien durfde hij niet, of stak hij zijn zwart verleden weg net omdat hij witter dan wit wou zijn.”

Begin oktober liep rapper Kanye West op de Paris Fashion Week rond in een t-shirt met daarop de slogan ‘White Lives Matter’.

“Ik hou van Ye’s muziek, maar ik vind zijn t-shirt absoluut niet kunnen. Wat niet wil zeggen dat ik wil dat hij een verbod moet krijgen om het nog te dragen. Woke is niet hetzelfde als cancelcultuur, ook al beweren sommigen van wel.”

U noemt uzelf ‘woke’. Volgens onder anderen N-VA-voorzitter Bart De Wever bent u lid van een zeer gevaarlijke organisatie.

“Ik hoop dat iedereen woke wordt. Woke is helemaal niet gevaarlijk. Het is niet omdat je voor minderheden opkomt, dat je geen respect meer hebt voor de meerderheid.”

Wat is dat precies, ‘woke zijn’?

“Begrip hebben voor bijvoorbeeld een beweging zoals Black Lives Matter. Begrip tonen voor al die mensen wier verhaal veel te weinig aan bod komt. Opkomen voor hun belangen. In de witte maatschappij België zijn dat dan mensen van kleur. Ik vind dat vanzelfsprekend, maar blijkbaar moet daar dan een term als ‘woke’ op geplakt worden. Dus ja, noem me maar woke. (lacht)”

Herkende u tijdens heel deze zoektocht veel van uzelf in uw overgrootvader?

“Er hangt een kopie van het portret van mijn overgrootvader in onze living en veel vrienden zeggen hoe hard ik op hem lijk. Zelf viel mij onze gedeelde ‘resting bitch face’ ook op. (lacht)

“We kwamen te weten dat hij introvert was en soms zelfs nors kon zijn. Dat ben ik niet, hoop ik. Mijn neef vond een geluidsopname terug van François. We blijken wel exact dezelfde lach te hebben.”

Eva Kamanda

  • Geboren in 1991 in Brussel
  • Studeerde communicatiewetenschappen en theaterkunsten
  • Actrice en presentatrice

Eva Kamanda & Kristof Bohez, Een verzwegen leven, Uitgeverij Vrijdag, 286 blzn., 24,95 euro

© Jan Stevens

‘Als Poetin zich door iemand beledigd voelde, viel hij meteen aan. Hij raakte in een trance en schopte, beet en krabde’

Acht jaar lang huisde biograaf Philip Short in het hoofd van Vladimir Poetin. Hij trof er een gokker die het kicken op risico’s onder controle probeert te houden. “We moeten ons er niet op blindstaren dat Poetin van zijn kinderen houdt. Hitler hield ook van zijn hond Blondi.”

“Er is één groot hiaat in het leven van de Russische president Vladimir Poetin”, zegt de gepensioneerde BBC-journalist Philip Short (77), schrijver van de pas verschenen vuistdikke biografie Putin. “Zijn overgang van geheim agent naar politicus is in nevelen gehuld. De twijfel blijft of hij de KGB ooit echt inruilde voor de politiek. Eind 1991 stortte de Sovjet-Unie ineen. Drie jaar eerder ging Vladimir Poetin aan de slag bij de opkomende politicus en professor Anatoli Sobtsjak. Ze kenden elkaar goed: Poetin had bij Sobtsjak gestudeerd. Toen de professor rechten in 1991 tot burgemeester van Sint-Petersburg verkozen werd, stelde hij Vladimir Poetin aan tot zijn adjunct.”

Het vermoeden is dat Poetin in opdracht van de KGB later de macht in Rusland overnam?

PHILIP SHORT: “In november 1991 bood Poetin aan een lokale krant een interview aan. In de jaren daarvoor had hij amper een woord met journalisten gewisseld. Hij vertelde gedetailleerd hoe hij in juni van dat jaar bij de KGB ontslag als luitenant-kolonel had genomen. De journalist vroeg Poetin waarom hij per se geïnterviewd wilde worden. ‘Ik wil duidelijkheid verschaffen, want sommige gemeenteraadsleden proberen me te chanteren omdat ik bij de KGB was’, antwoordde hij. Sommigen namen het Sobtsjak inderdaad kwalijk dat hij een KGB-officier bij het stadsbestuur had binnengeloodst. ‘Het was alsof ik een varkenssnuit droeg op een tuinfeest’, klaagde Poetin. Alleen was hij niet de enige ex-KGB’er in dienst bij Sobtsjak én maakte hij zelf geen geheim van zijn verleden. Waarom zou hij dan te chanteren zijn?”

Omdat hij nooit echt helemaal afscheid van de KGB nam?

SHORT: “Precies. Chantage was enkel mogelijk als hij de waarheid niet helemaal verteld had. Als hij zich bijvoorbeeld in opdracht van de KGB bij Sobtsjak in de kijker had gewerkt en zich had laten rekruteren. Als hij met andere woorden een ‘stukach’ was, een KGB-informant.

“Zijn huidige rechterhand Nicolai Patroesjev stamt ook uit de KGB van Sint-Petersburg. Toen Boris Jeltsin in 1999 Poetin tot premier benoemde, werd Patroesjev baas van de FSB, de opvolger van de KGB.

“In de late zomer van 1999 werden er verschillende aanslagen gepleegd op flatgebouwen in Dagestan, waarbij tientallen burgers omkwamen. De FSB wees meteen met een beschuldigende vinger naar de opstandige Tsjetsjenen. De aanslagen waren voor de kersverse premier Poetin de directe aanleiding voor het starten van de ‘Tweede Tsjetsjeense oorlog’. Vandaag wordt algemeen aanvaard dat die aanslagen op de flatgebouwen ‘false flag-operations’ van de FSB in opdracht van Poetin waren. Ik sprak daar verschillende inlichtingenofficieren over, zowel in Rusland, als in de VS. Allemaal verzekeren ze me dat die bomaanslagen écht waren, uitgevoerd door Tsjetsjenen. Dat hele theater werd indertijd dus níet geënsceneerd.”

Er was toch een smoking gun met de betrapping op 22 september 1999 van drie FSB-agenten bij een flatgebouw in de Dagestaanse stad Ryazan? Ze lieten er explosieven en een ontstekingsmechanisme achter.

SHORT: “FSB-directeur Nikolaj Patroesjev verklaarde toen dat het om een oefening ging, met een nepontstekingsmechanisme. In combinatie met die andere aanslagen klinkt dat natuurlijk ongeloofwaardig. Maar ik geloof Patroesjev.

“Gleb Pavlovski was in die tijd een nauwe medewerker van Poetin; later kregen ze ruzie. Hij vertelde me dat de FSB eind jaren ’90 een organisatie in verval was. Volgens hem hadden alle slimme medewerkers het zinkend schip verlaten en was niemand in staat tot het coördineren van groots opgezette false flag-operaties. De vooraanstaande Russische militaire analist Aleksandr Golts bevestigt: ‘Patroesjev vertelde voor een keer de waarheid, hoe onwaarschijnlijk die ook klinkt.’”

Over de aanslag op de dochter van Poetins huisfilosoof Aleksandr Doegin in augustus van dit jaar wordt ook gezegd dat het een false flag-operatie van de FSB is.

SHORT: “Die aanslag op Daria Doegina zou inderdaad aangestuurd kunnen zijn door extreemrechtse nationalisten binnen de FSB, om daarna de schuld in de schoenen van Oekraïne te schuiven. Maar ik geloof nooit dat ze uit de weg geruimd is door figuren uit Poetins rechtstreekse entourage. Wat niet wil zeggen dat Vladimir Poetin geen huurmoordenaars inzet.

“De vergiftiging van de voormalige FSB-spion Aleksandr Litvinenko in 2006 in Londen was een rechtstreekse opdracht van Poetin. Net als de mislukte gifaanslag op Aleksei Navalny. De mislukte aanslag op Sergei Skripal, die andere ex-geheim agent, werd wellicht ook door de president bevolen.”

En de moord op de liberale oppositieleider Boris Nemtsov in 2015 vlakbij het Kremlin?

SHORT: “Ik zie geen reden waarom Poetin zijn politieke rivaal zou hebben laten omleggen. De daders stammen uit de kringen rond de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov. Hoofdverdachte Zoer Dadajev was officier bij Kadyrovs veiligheidsdienst. De Tsjetsjeense dictator haatte Nemtsov met hart en ziel en ik vermoed dat hij de opdracht gaf om zo zijn ‘goede vriend’ Vladimir Poetin gunstig te stemmen. De aanslag op de kritische journaliste Anna Politkovskaja in 2006 was identiek.”

Zij werd op 7 oktober doodgeschoten als cadeautje van Kadyrov voor de die dag jarige Poetin?

SHORT: “Ja, al was Poetin helemaal niet blij met dat geschenk. Later merkte de president op dat Politjovskaja nooit zo bekend geworden zou zijn als ze niet was vermoord. Dat klopt: door haar tragische einde klinkt haar naam nu wereldwijd als een klok.”

Heeft Vladimir Poetin een ideologie?

SHORT: “Nee. Hij vindt patriottisme en traditionele waarden zeer belangrijk, maar is dat een ideologie? Hij gelooft niet in een samenhangend, doordacht systeem.

“De voorbije jaren verkondigde hij dat Oekraïne niet echt een land is; hij schreef daar ook een essay over. Hij lijkt dus een imperialist te zijn die droomt van een ‘Groot Rusland’. Zijn inval in Oekraïne is dan niet meer dan een ‘rechtmatige’ poging om ‘Russisch’ gebied te ‘heroveren’.

“Maar zijn retoriek van de laatste weken doet veronderstellen dat het hem eigenlijk over iets anders gaat: over de ‘oude strijd’ tussen de oude Sovjet-Unie en de VS. Die zou met haar ‘instrument’ de NAVO proberen om ‘Russisch’ gebied in te palmen. Volgens mij is Poetins voornaamste drijfveer voor de oorlog in Oekraïne die concurrentiestrijd met Amerika. De invasie was een gigantisch risico. Dat neemt hij niet enkel en alleen omwille van Oekraïne. Dit gaat over iets veel groters, wat de referenda en annexaties van de bezette gebieden extra verontrustend maakt. Alsof hij doelbewust aanstuurt op een rechtstreekse confrontatie met de VS.”

Had u de invasie verwacht?

SHORT: “Nee. In de aanloop naar de invasie dacht ik dat hij aan het bluffen was. Al mijn Russische gesprekspartners geloofden dat ook. Zelfs de Oekraïense president Zelenski was daarvan overtuigd. De Amerikanen hadden overtuigende informatie dat hij écht plannen aan het maken was om Oekraïne binnen te vallen. Toch twijfelden ook zij: ‘Misschien speelt hij een spelletje en houdt hij zich op het laatste moment in.’ Heel de tijd was hij vintage Vladimir Poetin: onvoorspelbaar. De annexatie van de Krim in 2014 had óók niemand verwacht. De arrestatie van Michael Khodorkovski indertijd kwam ook als een totale verrassing. Niemand had voorspeld dat hij een oligarch zo zou aanpakken. De verrassing over de invasie was dus eigenlijk perfect voorspelbaar. (lacht)”

Geloofde Poetin echt dat de Oekraïense burgers de Russische soldaten als bevrijders gingen verwelkomen, met bloemen en gezangen?

SHORT: “Nee. Een groot probleem met oorlog is dat beide partijen een verhaal spinnen. Zowel Rusland als het Westen sturen massaal propaganda de wereld in. De Russen waren echt niet zo stom te geloven dat ze met bloemen gingen worden ontvangen. Ze verwachtten weerstand, maar niet op die schaal en met die sterkte. De terreinwinst van de Oekraïners moet hard aangekomen zijn.

“De raid op Kiev in het begin was waanzin. Ze wilden het militaire vliegveld net buiten de hoofdstad innemen en Russische troepen het centrum insturen om de Oekraïense regering schrik aan te jagen. Ze waren ervan overtuigd dat Zelenski en zijn ministers de benen zouden nemen. Dat plan mislukte grandioos. Maar ik wil daar toch een kanttekening bij maken: op geen enkel moment probeerden de Russen Kiev te vernietigen, zoals ze indertijd Grozny met de grond gelijk maakten. Ik zeg niet dat ze met één arm op hun rug gebonden de Oekraïense hoofdstad aanvielen, wel dat ze instructies hadden zich een beetje in te houden. In de eerste dagen van de invasie letten ze er ook op om de burgerbevolking niet te intimideren. Toen de ‘speciale militaire operatie’ lelijk in de soep liep, veranderde die houding en begonnen de wreedheden.”

Hoe weet u zo zeker dat het Russische leger zich in het begin vrij ‘netjes’ gedroeg?

SHORT: “Er zijn filmpjes van verkeerscamera’s waarop te zien is hoe Russische tankkolonnes zich hoffelijk aan de Oekraïense verkeersregels houden. Zo geven ze netjes voorrang aan een Oekraïense motard. (lacht) Echt heel bizar, hoor, zo’n leger op veroveringstocht dat zich als een heer in het verkeer gedraagt. In het begin waren de orders duidelijk: ‘Schrik de bevolking niet af.’

“De verwoesting van Marioepol blijft voorlopig de uitzondering. Het was voor de Russen van vitaal belang om die stad in handen te krijgen, wat de prijs ook mocht zijn. Zo kon de verbinding gemaakt worden tussen de Donbas en de Krim. In Marioepol leven vooral Russischsprekenden. Met het bombarderen van die stad bewijst Poetin natuurlijk hoe meedogenloos en brutaal hij soms is. Want van zodra hij beslist dat er iets moet gebeuren, gaat hij er helemaal voor. Wat de consequenties ook zijn of hoe groot de schade is. Zo zit hij nu eenmaal in elkaar, niet alleen als politicus, ook als mens.

“Als kind raakte hij in zijn geboortestad Sint-Petersburg vaak verwikkeld in straatgevechten. Poetin zag er als schriele tiener totaal ongevaarlijk uit. Maar zijn vrienden van toen vertellen dat hij zich tijdens zo’n straatgevecht als een dolgedraaide woesteling gedroeg. Het maakte niet uit of zijn tegenstrever groter, sterker of ouder was. Als hij zich door iemand beledigd voelde, viel hij meteen aan. Hij raakte in een trance en schopte, beet en krabde. De Russische journalist Oleg Blotsky sprak niet lang nadat Poetin aan de macht kwam met jongens uit diens klas. Viktor Borisenko zat vier jaar lang op de schoolbank naast Poetin en werd zijn beste vriend. Hij vertelde: ‘Vladimir leek geen innerlijk instinct voor zelfbehoud te hebben. Hij raakte in een razernij en vocht tot het einde.’ Die attitude om aan te vallen en tot het bittere einde te gaan, zit in zijn karakter.”

Is hij een psychopaat?

SHORT: “Als je de psyche van Vladimir Poetin wil doorgronden, is het interessant om eerst zijn vader onder de loep te nemen. Vladimir senior was een overtuigd communist tot de dag dat hij stierf in 1999. Hij was een binnenvetter die sociaal contact meed, ging nooit naar oudercontacten en was in gesprekken met leerkrachten zichtbaar nooit op zijn gemak. Hij toonde ook nooit zijn gevoelens. Zoon Vladimir erfde veel van vader Vladimirs eigenschappen en karaktertrekken. Ook hij verbergt zijn gevoelens, kropt alles op en doet graag geheimzinnig. Zowel bij vader als zoon Poetin kwamen af en toe die opgekropte emoties tot een uitbarsting.

“Bij president Poetin bubbelen zijn emoties naar de oppervlakte als iets hem zeer persoonlijk raakt. Zoals toen in de winter van 1994 de eerste lijkzakken van het front uit Tsjetsjenië op de luchthaven van Sint-Petersburg landden. Vladimir Poetin was als adjunct van de burgemeester verantwoordelijk voor veiligheidszaken en stond op het tarmac toen de lijkzakken uit de romp van het vliegtuig werden gehaald. De Duitse consul Eberhard von Puttkamer was daar toevallig ook en zag hoe Poetin zijn tranen stond te verbijten.

“In zijn eerste jaar rechten aan de universiteit raakte hij goed bevriend met een Oekraïense studiegenoot, Vladimir Sjerjomoesjkin. Poetin moedigde Cheryomushkin aan om net als hij judoka te worden. In maart 1973 brak Sjerjomoesjkin tijdens een wedstrijd zijn ruggengraat en overleed. Viktor Borisenko beschreef hoe Poetin tijdens de begrafenis naast Sjerjomoesjkins kist stond: ‘Koud en afstandelijk. Als een standbeeld. Geen spier in zijn aangezicht gaf een krimp.’”

Net zoals wij hem kennen.

SHORT: “Precies. Maar later op het kerkhof brak hij, toen iedereen weg was en hij samen met een andere boezemvriend, Kolya Alekhov, de kist naar beneden zag zakken. Volgens Alekhov weende Poetin tranen met tuiten en kregen ze hem niet gekalmeerd.”

Het beeld dat velen van Vladimir Poetin hebben, klopt niet: een emotieloze koele kikker?

SHORT: “Nee. 99 procent van de tijd verbergt hij zijn gevoelens. Hij vertelde ooit dat hij opkomende kwaadheid tijdens een gesprek altijd probeert te onderdrukken. ‘Kwaad worden, is een teken van zwakheid.’ Ik vind dat heel interessant, want in feite zegt hij: ‘Als ik de controle over mezelf verlies, ben ik zwak.’ Om niet als een zwakkeling over te komen, houdt hij zijn emoties angstvallig onder controle.”

Werd hij als kind door zijn ouders geliefd?

SHORT: “Toch wel, al vond hijzelf lang dat zijn vader niet van hem hield. Zijn moeder Maria Sjelomova waakte over hem als een moederkloek. Eigenlijk was hij een verwend nest. Zijn ouders kregen hem toen ze de veertig al gepasseerd waren. Ze hadden eerder twee zoontjes verloren: Albert aan kinkhoest en Viktor aan difterie.

“Hij groeide op in het centrum van Sint-Petersburg, in een appartement aan de Baskovlaan. In de jaren 50 was dat een behoorlijk ruige buurt. Veel leeftijdsgenoten uit zijn buurt kwamen in de criminaliteit terecht. Zelf beweert hij dat hij gered is door judo en sambo, een Russische vechtsport. Maar niet alles wat hij over zichzelf vertelt, is waar. Als opgroeiende jongere in de Sovjet-Unie worstelde hij lang met zijn eigen persoonlijkheid. De eerste jaren in het middelbaar was hij een pain in the ass. Hij kon geen twee seconden stilzitten, de lessen interesseerden hem geen zier en hij haalde amper punten. Hij maakte het nooit zo bont dat hij van school gestuurd werd, maar hij toonde geen enkele ambitie. Omdat hij zo slecht presteerde, mocht hij eerst geen lid worden van de leninistische jeugdbeweging Jonge Pioniers. Drie jaar na elkaar werd zijn lidmaatschap vanwege zijn wangedrag afgewezen. Tot hij in de ban raakte van Vera Gurevich, zijn lerares Duits. Vera was een harde tante die nog samengewerkt had met de politie om jonge delinquenten in het gareel te houden. Ze nam hem bij de hand en werd zijn mentor. Hij stortte zich op judo.

“Hij werd aan de universiteit niet omwille van zijn intellectuele capaciteiten toegelaten, maar omdat hij nationaal kampioen judo was. De sovjet-universiteiten hechtten overmatig veel belang aan sport. Zelf beweert Poetin dat hij omwille van zijn ‘uitstekend intellect’ verder mocht studeren. Een leugen.

“Hij wou al snel spion worden. Want als je bij de KGB aan de slag ging, trad je toe tot een bevoorrechte elite. De kans was dan ook groot dat je naar het buitenland kon reizen.”

Wie bij de KGB werkte, kreeg ook macht?

SHORT: “Die aantrekkingskracht van de macht mogen we inderdaad niet onderschatten. Als KGB-agent kreeg je privileges en stond je mijlenver boven de gewone sovjet-burger. De geheime dienst was bedreven in repressie en in het onder de knoet houden van mensen. Dat wist iedereen. Toch stond de KGB voor Poetin en veel van zijn leeftijdsgenoten óók synoniem voor een razend interessante carrière. Wie voor de KGB werkte, wist ‘dingen’ en had toegang tot kennis en informatie die voor doorsnee Russen verboden was.

“Poetins KGB-carrièrestartte in mineur, hij werd behandeld als loopjongen en kreeg de meest saaie kantoorjobs. Na een tijd kwam hij op het Vijfde Directoraat terecht, een dienst die in 1976 door KGB-baas Joeri Andropov speciaal werd opgericht om dissidenten in de gaten te houden. Halverwege 1979 verhuisde hij naar het Eerste Departement, waar hij de dissidenten inruilde voor vreemdelingen. Daar voelde hij zich al iets meer ‘spion’, al leefden er in die tijd bijzonder weinig vreemdelingen in Sint-Petersburg. Hij hoopte op een post ergens in West-Europa, maar werd met zijn vrouw Lyudmila en pasgeboren dochter Masha naar Dresden in Oost-Europa gestuurd.”

Terwijl zijn droom was om op James Bond-achtige wijze in het Westen te gaan spioneren?

SHORT: “Jawel. Later snoefde hij ook dat hij James Bond in Dresden was, wat compleet van de pot gerukt is. Hij vindt het fijn om beelden van zichzelf de wereld in te sturen die blijven nazinderen. Hij verzon een hele rist broodje aap-verhalen over zijn schitterende spionnencarrière in Dresden, terwijl hij er amper een poot uitstak. Hij stopte met judo, goot zich vol bier en werd moddervet.

“Zijn vrouw was zwanger van hun tweede kind en reisde terug naar Sint-Petersburg. Poetin begon een korte affaire met de dochter van een officier van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. Wat voor een spion een enorme stommiteit is, want zo maakte hij zich chantabel. Vladimir Poetin is meestal uiterst voorzichtig, omdat hij weet dat hij zich makkelijk laat verleiden tot het nemen van risico’s. Hij probeert die neiging heel hard onder controle te houden. In Dresden mislukte dat toen hij kennismaakte met de 26-jarige Doris Beissig. (lacht)

“Wat ik zeer verontrustend vind, is dat je sporen van dat kicken op risico’s terugvindt in de oorlog met Oekraïne. Zijn gedreig met kernwapens wordt zo wel heel griezelig. Heel die invasie was een gigantisch risico. Hij heeft dat ongetwijfeld ‘berekend’, alleen klopt zijn berekening langs geen kanten. De annexatie van de Krim was trouwens ook al uiterst risicovol.”

Met die gok kwam hij toch goed weg?

SHORT: “Zeker, en dat maakte de gokker in hem nóg overmoediger. Ook op andere momenten zag hij ‘kansen’, zoals in Syrië, toen Amerika en de rest van de wereld er in 2013 voor kozen niet in te grijpen na een gifgasaanval van Assad. Poetin werd een ‘loyaal’ partner van de Syrische dictator en niemand floot hem terug. Àl die keren dat de rest van de wereld wegkeek, maakten hem overmoedig. Hij was ervan overtuigd dat hij ook met de invasie in Oekraïne zou wegkomen. Een misrekening.”

Wat voor een echtgenoot was hij?

SHORT: “Een ramp. (lacht) We moeten heel veel medelijden hebben met zijn ex-vrouw Lyudmila. Hij was nooit open tegen haar en gaf haar geen enkele inzage in zijn innerlijke wereld.”

Zoals hij die aan niemand toont.

SHORT: “Dat is juist, maar zij waren een koppel. Wij zijn niet met Vladimir Poetin getrouwd. Hij gedroeg zich in zijn huwelijk als een ouderwetse Russische patriarch: de man is de koning der schepping en de vrouw voert zwijgend uit wat haar wordt opgedragen.

“Tijdens hun verloving gingen ze op een avond samen naar een feestje. Lyudmila danste de hele avond en amuseerde zich te pletter en Vladimir was woest: ‘Hoe durf je met andere mannen te dansen?’”

Hij is jaloers?

SHORT: “Het is eerder gebrek aan respect in plaats van jaloezie. Lyudmila beschrijft hoe ze uren in de keuken stond om een maaltijd te bereiden die hij misschien wel eens lekker zou kunnen vinden. Met bonzend hart wachtte ze op zijn commentaar. Na een tijdje mompelde hij: ‘Het blijft binnen.’ Over hun bijna dertig jaar durende liefdeloze huwelijk zegt zij: ‘Ik voelde me een nul. Hij verpletterde me.’”

“Ze spraken ergens af en hij liet haar anderhalf uur wachten. Telkens weer, opzettelijk, omdat hij dat kon. Hij heeft trouwens de reputatie nog steeds op al zijn afspraken chronisch te laat te komen. De Grote Leider laat graag op zich wachten.

“Toen hij een jaar of dertien was, kochten zijn ouders hem een horloge, in de hoop dat hij eindelijk eens op tijd zou zijn. Een horloge was toen een extravagant cadeau voor een tiener. Hij droeg het, als rechtshandige, ostentatief aan zijn rechterpols. Daar hangen zijn huidige horloges van een paar honderdduizend euro’s ‘t stuk nog steeds.”

Was hij een goede vader voor zijn twee dochters?

SHORT: “Dat wel. Hij heeft er altijd alles aan gedaan om ze uit de schijnwerpers te houden. Tegenover zijn kinderen was hij een softie, wat moeilijk te rijmen valt met het beeld van meedogenloze tiran. Maar we moeten ons niet blindstaren op het feit dat Poetin van zijn kinderen houdt. Hitler hield ook van zijn hond Blondi.”

Is hij een kleptocraat?

SHORT: “Niet zoals bijvoorbeeld wijlen de Zaïrese dictator Mobutu. De organisatie rond oppositieleider Navalny verspreidt filmpjes over de wanstaltige paleizen van Poetin. Dat gaat er bij veel mensen in als zoete koek, maar er zijn geen bewijzen dat die villa’s en kastelen ook echt zijn eigendom zijn. De essentie is niet dat hij ze bezit, maar dat hij er gebruik van kan maken zoveel en zo vaak hij wil. Het beruchte ‘Paleis van Poetin’ in Gelendzhik aan de Zwarte Zee is niet van hem, maar werd ‘voor hem’ gebouwd door zijn superrijke vazallen.

“Poetin sluit naadloos aan bij de tsaren die Rusland eeuwenlang regeerden. De tsaar bezat het hele land en liet zijn naaste vertrouwelingen en edellieden toe zichzelf te verrijken. Het officiële beroep van Nicolaas II, de laatste tsaar, was: ‘Eigenaar van Rusland’. Vladimir Poetin is nog niet helemaal de eigenaar van Rusland, al scheelt het niet veel.”

Philip Short, Putin, Bodley Head.

© Jan Stevens

‘Tijdens een storm verlaat de kapitein niet als eerste het schip’

Op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Colruyt wond topman Jef Colruyt (63) er geen doekjes om: de winst wordt dit jaar aanzienlijk minder. Het aandeel incasseerde daarna zijn grootste dreun ooit. Jef Colruyt blijft er stoïcijns onder. “Ik heb geleerd om de relativiteit der dingen te zien.”

“Het zijn moeilijke tijden”, zucht Jef Colruyt, CEO en voorzitter van de raad van bestuur van Colruyt Group. “Het begon twee en een half jaar geleden, met corona. Het was hevig schrikken toen vanuit het niets die golf op ons afkwam. De eerste dagen zochten we naar manieren om met de pandemie om te gaan. Vrij snel vonden we onze draai, al wisten we op dat moment niet wat ons verder nog te wachten stond. De verwarring was groot.”

Zeker tijdens de lockdowns stonden uw mensen in de winkels in de vuurlijn?

“Zeker. Maar de solidariteit was groot: duizend medewerkers die hier op de centrale in Halle werken, gingen spontaan meehelpen. Na een maand of negen begon de vermoeidheid zijn tol te eisen en sloop er spanning binnen, ook bij de klanten. Zij raakten het thuiszitten beu en kwamen hun emoties af en toe in onze winkels luchten.”

Of ze kwamen karren vol wc-papier hamsteren.

“Ik snap nog altijd niet waarom dat precies WC-papier moest zijn. (lacht) De bevoorrading liep mank, wat trouwens tot vandaag voortduurt. Sommige producten zijn niet leverbaar. Andere staan klaar voor verzending in het magazijn, alleen vinden ze geen transporteurs.

“Toen de coronapandemie afzwakte, dachten we: ‘We zijn weer op goede weg.’ Maar toen vielen de Russen Oekraïne binnen, schoten de energieprijzen de hoogte in en piekte de inflatie, gevolgd door indexatie. We zitten nu met pakken extra kosten en vragen ons af: wat nu? Hoe krijgen we die ooit doorgerekend? Want de strategie van Colruyt is: ‘de laagste prijzen’.”

Die blijft onveranderd?

“Natuurlijk. Meer en meer worden wij de budgetbeheerder voor onze klanten. Wij zorgen ervoor dat hun uitgaven zo laag mogelijk zijn.”

Dat wil dan zeggen dat jullie eerst en vooral met de leveranciers onderhandelen om hun prijzen te drukken?

“Niet om hun prijzen te drukken, maar om ervoor te zorgen dat ze die zo weinig mogelijk verhogen. Zij worden ook geconfronteerd met de stijgende energiefactuur en rekenen die extra kosten zoveel mogelijk door. We merken dat bij al onze leveranciers. Wij nemen de verdediging op van onze consumenten. Want hoe verantwoord is zo’n prijsstijging? Energie is maar één onderdeel van de samenstelling van een prijs, daar zit ook transport in, naast een resem andere elementen. Wij spreken onze leveranciers daar voortdurend over aan, wat soms tot zeer pittige discussies leidt. Meestal geraken we eruit.”

Colruyt is een soort Test-Aankoop?

“Eigenlijk wel. We hebben het grote voordeel dat we nogal wat producten zelf produceren. We weten dus heel goed hoe de kostenverdeling eruitziet. Die kennis is goud waard bij de gesprekken die onze inkopers met leveranciers voeren. ‘Jullie slaan op? Willen jullie dat dan eerst eens verantwoorden?’”

Door de automatische indexering stijgen ook de lonen. Kan dat een molensteen rond jullie nek worden?

“Op dit moment is het uiterst moeilijk om die automatische indexering verwerkt te krijgen. Dat systeem heeft natuurlijk ook een voordeel: de koopkracht van onze medewerkers, en van zowat alle burgers, blijft redelijk op peil. Het grote nadeel voor ons is dat wij miljoenen euro’s extra moeten neertellen die we niet zomaar kunnen recupereren.

“We doen ons best om het budget van onze klanten zo goed mogelijk te beheren, al zitten we ernstig gewrongen op onze plek in de ketting. Voor de consument zijn wij de laatste schakel. De schakels voor ons proberen zoveel mogelijk door te rekenen, terwijl wij er alles aan doen om die prijzen zo laag mogelijk te houden.”

Keiharde onderhandelingen met leveranciers passen ook in de al een paar jaar woedende oorlog tussen de supermarkten?

“Colruyt Group heeft nooit over een ‘supermarktoorlog’ gesproken. De media plakken die term erop, die hebben wij niet verzonnen. Natuurlijk is de concurrentie in de retail zeer groot. In heel die competitie houden wij vast aan ‘de laagste prijs’.”

Moet het in plaats van ‘de laagste prijs’ niet ‘de juiste prijs’ worden? Boeren worden gedwongen om producten zoals groenten en vlees aan spotprijzen te verkopen.

“U springt van ‘laagste prijs’ naar ‘laagste kost’. Ons engagement naar de consument is: ‘Wij bieden u op de markt de laagste prijs aan.’ Dat is in deze moeilijke tijd ook onze plicht. Want veel mensen krijgen het steeds moeilijker. Het is aan ons om onze organisatie zo efficiënt mogelijk te laten werken. Vandaar onze spartaans ingerichte winkels die eruitzien als grote magazijnen. Alle franjes zijn weggeknipt. Met leveranciers over een goede prijs onderhandelen, wil trouwens niet zeggen dat we ze uitknijpen.”

U voert geen onderhandelingen à la Michael O’Leary van Ryanair, ook een onderneming zonder franjes?

“Zeker niet. Via de veilingen werken we met 6000 boeren samen. Met een aantal maken we rechtstreeks afspraken; tijdens onderhandelingen letten we er dan echt wel op dat het ook voor hen leefbaar blijft.

“Sommige boeren klagen inderdaad dat ze door de retailers worden uitgeperst. Maar bij overaanbod op de veilingen dalen de prijzen. Dat is niet onze fout, hé. Pas op, ik ben het er mee eens dat verse voeding veel te goedkoop verkocht wordt. Met de industriële productietechnieken wordt de boel erg opgerekt; die elastiek zal ooit knappen. Wereldwijd zijn er 800 soorten bananen, terwijl er maar twee types verkocht worden. De rest maakt geen schijn van kans. Net hetzelfde bij granen. Daar moeten we toch eens dringend over nadenken. Want in tijden van klimaatverandering hebben we juist veel variëteiten nodig.

“We werken nu bijvoorbeeld samen met een Belgische boer aan een vernieuwend project om soja in België te telen. Voor dat soort van samenwerkingen en projecten is nogal wat landbouwgrond nodig. Onlangs besloten we om daar zelf wat van aan te kopen. We krijgen daar vreselijk veel kritiek op. ‘Waarom kopen jullie al die landbouwgrond? Grootgrondbezitters!’ Wij kopen die grond omdat we duurzame projecten sámen met landbouwers op de sporen willen zetten. Met grootgrondbezit heeft dat niets te maken. Een paar landbouworganisaties kwamen hier met veel lawaai protesteren. Als je dan met die boeren praat, blijken ze je wél te begrijpen. Dan zeggen ze: ‘We protesteren bij Colruyt om er zeker van te zijn dat we dan op het journaal komen.’ Oké.”

Colruyt Group had met Collishop.be een van de eerste onlinewinkels in België. In november 2020 trokken jullie er de stekker uit. Nog geen spijt van?

“In het begin groeide Collishop te voorzichtig. Toen kwamen Zalando en Bol.com die miljoenen euro’s risicokapitaal in hun onlinewinkels pompten. De politiek van de grote e-commercespelers is: ervoor zorgen dat ze de last man standing zijn.”

Wat toch een vreselijk systeem is?

“U zegt het. Daarom hebben wij op een bepaald moment beslist: dit doen we niet meer. ‘Gratis’ en ‘op het laatste moment’ hebben niet veel met duurzaamheid te maken.”

Hoe gezond is Colruyt Group vandaag?

“Op economisch vlak houden we voorlopig stand. Er zijn heel wat investeringen gepland om onze winkels en gebouwen nóg duurzamer te maken. We willen ook zoveel mogelijk inzetten op digitalisering, automatisering en robotisering en zijn een pak software aan het vernieuwen. In totaal gaat het over 500 miljoen euro aan investeringen. Tezelfdertijd zien we de marge van onze verkoop krimpen. Er komt dus minder cash binnen, terwijl de lonen en de kosten stijgen. We willen onze rekeningen kunnen blijven betalen. Daarom sloten we meer leningen bij de bank af.”

Worden die leningen een probleem als de rente blijft stijgen?

“We lenen zo weinig mogelijk, maar ook zoveel als nodig. Als we ons investeringsprogramma te hard afremmen, hypothekeren we onze toekomst. De kunst is nu: die toekomst veiligstellen en tezelfdertijd goed waken over alle euro’s en eurocenten.”

Jullie verbouwden net heel drastisch dit hoofdkantoor in Halle.

“Gelukkig vonden de grootste werken plaats vlak voor deze crisis. Ons gebouw was dertig jaar oud en tot op de draad versleten. Daarom besloten we een paar jaar geleden om het te strippen en goed te isoleren. Dat bewijst nu zijn dienst. De stijl van ons hoofdgebouw trokken we door naar de winkels en distributiecentra. Onze arbeiders verspreid over het land eten ’s middags in net dezelfde gezellige cafetaria als onze bedienden hier. Een gelijke behandeling voor iedereen.”

Dé filosofie van Colruyt is: ‘Iedereen gelijk’?

“Alle mensen zijn gelijkwaardig, alleen heeft iedereen een andere rol en verantwoordelijkheid. Bij Colruyt Group gaan we met elkaar op een menselijke manier om.

“In de ons omringende samenleving neemt de polarisering dan weer toe. Als er iets misloopt, moet er altijd een ‘schuldige’ aangeduid worden. We helpen elkaar toch geen centimeter vooruit door anderen zwart te maken of groepen van mensen negatief te beoordelen? Wij letten er bij Colruyt op dat de polarisering niet versterkt wordt. Integendeel, we proberen die zoveel mogelijk in te dammen.”

Hoe?

“Onze missie is: ‘Samen duurzaam meerwaarde creëren door waardengedreven vakmanschap in retail.’ We doen als collega’s alles samen, maar we doen dat ook samen met onze klanten. ‘Meerwaarde’ is: iets toevoegen aan het leven. Voor onze consumenten is dat dan kwalitatieve voeding aan een zo laag mogelijke prijs én het contact in de winkel en aan de kassa. Onze klanten moeten naar buiten stappen met het gevoel dat ze uitstekend bediend zijn. Natuurlijk is het fijn als je op je kassaticket kunt vaststellen dat je een goede zaak gedaan hebt. Maar die vriendelijke medewerker maakt écht het verschil.

“Respect vinden wij zeer waardevol, respect voor jezelf en voor anderen. En samenhorigheid: we zijn van elkaar afhankelijk. Onze teams voeren gesprekken over die twee waarden, om ze zo te versterken.

“In Wallonië begroeten zowel mannelijke als vrouwelijke collega’s elkaar ’s morgens met un bisou. In Vlaanderen moet je dat niet proberen; hier geven mensen elkaar een hand. Binnen de regio’s zijn er dan ook nog eens talloze verschillen in omgangsvormen en gevoeligheden. In onze logistieke afdelingen werken mensen uit 75 verschillende culturen. Je vindt in ons bedrijf alle mogelijke religies en achtergronden. Al die mensen werken samen en we leveren veel inspanningen en investeren veel tijd opdat dat respectvolle samenwerken ook kan lukken.

“Dé basis van ons werk zijn krachtige individu’s in sterke teams die op een efficiënte manier kwaliteit leveren. Kwaliteit en efficiëntie moeten in evenwicht zijn, met individu’s die in team kunnen werken. De leidinggevende moet continu aandacht besteden aan die vier essentiële begrippen. Daar heeft hij vertrouwen voor nodig, zowel in zichzelf als in de andere. Tijdens heel dat proces moeten mensen zich bewust zijn van wat ze aan het doen zijn. Dat geldt zeker voor de leidinggevende: hij of zij koerst dan niet als een kip zonder kop van hot naar her, maar zoekt beter innerlijke rust.”

Is dit nu de boeddhist en yogi Jef Colruyt die spreekt?

“Een beetje wel. Ik mediteer elke dag, ’s morgens en ’s avonds telkens een half uur. Ik heb veel van het hindoeïsme geleerd en volgde opleidingen en trainingen bij boeddhisten. Van oorsprong ben ik een christen; in die religie zit ook veel spiritualiteit. De hang naar het spirituele zat al heel vroeg in mij.

“Als jongen van een jaar of vijf was ik in de zomer buiten aan het spelen. Het moet augustus geweest zijn, want het veld was net gemaaid. Ik was een dorpje uit aarde aan het maken. Ik zag de zon en hoorde de leeuwerik. Toen overviel me voor het eerst dat gevoel dat alles met elkaar verbonden is. Ik ervaarde innerlijke blijdschap. Een spirituele ervaring die me als kind midscheeps raakte. Daarna was er altijd die zoektocht: ‘Wat was dat nu eigenlijk?’”

U werd aangeraakt door de hand van God?

“Dat weet ik niet. Het was gewoon dat gevoel dat me als kind overviel dat alles met elkaar verbonden is én dat alles perfect is zoals het is. Later ging ik studeren, begon ik te werken en kreeg ik kinderen. Onderweg kwam ik dan dingen tegen waarvan ik vond: ‘Dit is niet goed’, of: ‘Dat deugt niet.’ Tot ik me begon af te vragen: ‘Waarom laat ik me door sommige ergernissen zo meeslepen?’ Aan veel dingen kun je toch niets veranderen. Waarom stak ik daar dan zoveel energie in?

“Tijdens het mediteren laat ik mijn toekomstige of voorbije dag door mijn hoofd, hart en buik vloeien. Ik voel dan fysiek waar het wringt. Het spreekwoord ‘Ik krijg het ervan op mijn heupen’, komt niet zomaar uit de lucht vallen. De helft van onze hersencellen zit niet in ons hoofd, maar in ons lijf. Ons lichaam heeft een brein en vertelt ons veel. Alleen hebben wij, westerlingen, niet geleerd ernaar te luisteren. In andere culturen leren kinderen dat wel.”

Doordat wij dat verleerd zijn, gaapt er een grote leegte in onze westerse samenleving?

“Dat vind ik wel. Nu overheerst bij ons het adagium je pense, donc je suis, ik denk dus, ik ben. Wat wil zeggen dat alles wat wetenschappelijk niet totaal onderbouwd kan worden, niet zal kloppen. Ik sta daarvan te kijken, hoor, want voor nog ontzettend veel fenomenen hebben we geen verklaring. Die schuiven we dan maar opzij. Onze rationele westerse geest werd volgens mij zo een deel van het probleem.

“Ik las in de loop van mijn leven veel over spiritualiteit. Eerst bij auteurs die hun inspiratie haalden uit het christendom en later bij boeddhisten. Ik was 18 toen ik mijn eerste ‘groeitraining’ volgde. Alles draaide rond ‘levensenergie’. Via lichaamsoefeningen ontdekten we die energie. Nadien volgden er sessies groepsdynamica. We zaten dan met vijf mensen samen en mochten niet over koetjes en kalfjes praten. Geen cafépraat. Dus hadden we het vooral over onszelf en onze beleving. Die verschillende groeitrainingen bieden we bij Colruyt tot vandaag aan al onze medewerkers aan. Hiërarchie speelt dan geen enkele rol meer.”

Durven uw medewerkers dan écht vrijuit te spreken?

“U zou eens moeten meedoen, pas dan zal u het weten. (lacht) Want de afspraak is: alles wat in de groep gedeeld wordt, blijft in die groep. Ik kan u verzekeren dat ik in die sessies veel over mezelf geleerd heb, maar ook veel meekreeg van anderen.

“In 2007 kreeg ik een hartaanval en tijdens mijn herstel kwam ik bij een hindoeïstische leraar in Bali terecht. Daar had ik het gevoel spiritueel helemaal thuis te komen. Ik was toen al 49. Die hartaanval was mijn lichaam dat aan de noodrem trok. Even hing mijn leven aan een zijden draadje. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Moet ik nu vertrekken?’ Ik voelde: ‘Je mag nog blijven.’ Het licht doofde niet helemaal.”

Was u bang?

“Nee. Ik voelde wel spijt: ‘Het is toch niet gedaan? Mijn werk is nog niet af.’ Ik besefte dat ik mijn verdere leven anders zou moeten aanpakken. Dus begon ik aan een spirituele zoektocht. Eerst zocht ik inspiratie bij de onlangs overleden Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh, daarna bij het soefisme, tot ik in Bali terechtkwam bij de ashram van Ratu Bagus. Ik verbleef er een maand en leerde er veel over mezelf en over hoe ik in het leven sta. Ik hield grote kuis en nam afscheid van alle fysieke, emotionele en mentale ballast. Ik kreeg inzicht in de verhoudingen met mijn ouders en grootouders.”

Eigenlijk was dat een vorm van therapie?

“Zo kun je het noemen. In plaats van bij een psycholoog kwam ik bij een spirituele meester terecht. Zeven uur per dag was ik met zijn ‘bio energy shaking meditation’ bezig.”

Dat was geen hersenspoeling?

“Nee. Er werd heel veel gespoeld, maar onze hersenen niet. (lacht) Als je een paar uur aan een stuk staat te ‘shaken’ of schudden en focus moet houden op één punt, gebeurt er ontzettend veel in je hoofd, lijf en hart. Soms had ik daar geen zin meer in of voelde ik me ziek. Toch bleef ik volhouden.”

U dacht nooit: wat sta ik hier in ’s hemelsnaam te doen?

“Toch wel. Zeker. Ik kreeg allerlei ziektes en kwalen: bronchitis, astma, diarree, angstaanvallen. Mijn lijf was zich aan het reinigen. Daar moest ik door. Little process, cleaning.”

Die ervaringen spelen mee in de manier waarop u aan de top van uw onderneming staat?

“Onrechtstreeks wel, denk ik. Meditatie helpt me om mezelf in balans te houden. Ik heb ook geleerd om de relativiteit der dingen te zien. Ik denk veel bewuster na over wat ik op deze wereld kom doen. Zet ik de talenten die ik gekregen heb goed in? Wat zijn die gaven precies? Tezelfdertijd weet ik dat mijn tijd beperkt is. De Tibetaanse monnik Tulku Lobsang zegt: ‘25.000 days and it’s checkout time. You’re staying in a hotel here.’ Hij heeft gelijk.

“Wij leven hier in een materieel luxehotel, maar mentaal ontbreekt er veel. We kunnen op restaurant lekker gaan eten, en dat verschaft ons genot en plezier. Maar worden we daar ook werkelijk gelukkiger door? Een van onze grote problemen in het westen is dat we het geluk altijd buiten ons zoeken. Moeder aarde geeft steeds meer signalen dat ze daar niet meer mee akkoord gaat.”

Moeder aarde is totaal onverschillig en zegt toch helemaal niets?

“Als je goed luistert, hoor je toch veel noodkreten? Die watersnoden, de droogte, de hitte…”

Die extreme weerfenomenen hebben we in de eerste plaats aan onszelf te danken. Ze zijn gevolgen van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

“Akkoord, we hebben die zelf veroorzaakt. Maar wel op de planeet waar wij te gast zijn. Nu zegt zij: ‘Acht miljard mensen met zo’n gedrag kan ik niet meer aan.’ Daarom begint ze te schudden, beven en daveren. Aan dit ritme zijn wij gedoemd om te verdwijnen, terwijl moeder aarde blijft doordraaien.

“Het is de hoogste tijd dat we ons gedrag veranderen, maar ook de manier waarop we in het leven staan en met elkaar omgaan. Ik denk dat we nog een aantal kansen krijgen. Als we die niet grijpen, ziet het er echt niet goed uit. Het coronavirus leerde ons al een stevige les. Nu komt daar met de oorlog in Oekraïne dat internationale machtsspel bovenop. We staan daar als burger met open mond naar te kijken en hebben er totaal geen vat op. We moeten het ondergaan. Ook wij zitten nu in een oorlogssituatie, ook al wordt er hier niet geschoten en vallen er geen doden. Toch komt de rekening. (zucht diep) Spijtig, maar het is zo. We moeten erdoor.”

U maakt zich grote zorgen?

“Ja, maar dat helpt ons natuurlijk geen stap vooruit. Misschien is dit nu dé kans om ons bestaan te herdenken. De stijgende energieprijzen kunnen we niet beïnvloeden, maar we kunnen wel nóg meer investeren in duurzame energie, zoals zon en wind. De Colruyt Group is daar al lang mee bezig, met onder andere investeren in windmolenparken op land en in zee. De voorbije jaren hebben we onze broeikasgasuitstoot drastisch verminderd. Door 12 miljoen bomen te planten, willen we vanaf 2030 ook minstens onze resterende uitstoot compenseren. Verschillende winkels zijn vandaag al passiefgebouwen. Tegen 2035 moeten ze dat allemaal zijn. Tegen 2030 moeten álle CFK’s de winkels uit. Het plan is om onze behoefte aan energie nog met 80 procent te laten zakken. Vandaag staat ons verbruik al op de helft van concurrerende supermarkten. We plukken dus nu gelukkig al de vruchten van onze inspanningen om te verduurzamen. De helft van ons energieverbruik produceren we zelf. De andere helft moeten we nog kopen op de markt. Vandaag jammer genoeg aan waanzinnige prijzen. Nu besef ik: ‘Verdorie, we hadden in onze transitie nog een paar versnellingen hoger moeten schakelen.’”

Binnenkort wordt u 64. Wanneer start uw pensioen?

“Wat is de wettelijke pensioenleeftijd? 67? Dat moment komt dichterbij, maar eerst moeten we deze moeilijke periode door. Mijn opvolging komt wel goed. Er zijn meer dan 120 familiale aandeelhouders, verzameld in onze investeringsmaatschappij Korys. Hun betrokkenheid is zeer groot. Vanaf hun zestiende bieden we hen opleidingen aan; zo maken ze kennis met Colruyt Group. Ze lopen er stage, zijn jobstudent en denken mee na over onze toekomst.

“Tijdens een storm verlaat de kapitein niet als eerste het schip. Het is nu alle hens aan dek. Als zelfs een onderneming als Colruyt Group al begint te puffen, moeten heel wat bedrijven het lastig hebben.”

Bio

Jef Colruyt

  • Geboren op 18 oktober 1958 in Halle
  • Studeerde bachelor elektromechanica en werkte in 1978 voor het eerst als jobstudent bij Colruyt
  • Begon zijn carrière bij Colruyt begin jaren 1980 als onderhoudsmechanicien
  • Verbleef van 1983 tot 1985 in Grenoble en de VS om talen te studeren
  • Keerde in 1986 terug naar Colruyt
  • Kwam in 1994 als 36-jarige aan de top van het bedrijf na het onverwachte overlijden van zijn vader Jo Colruyt
  • Mag zich sinds 2013 baron noemen

© Jan Stevens

‘We hebben de waanzin van Poetin onderschat, net zoals we in de jaren 30 wegkeken van Hitler’

Harvard-professor Serhii Plokhy (65) kent de geschiedenis van Oekraïne en Rusland als zijn broekzak. “Ik geloofde rotsvast dat de mensheid lessen trekt uit de geschiedenis. De oorlog in Oekraïne spreekt dat radicaal tegen. We leren helemaal niets.”

Exact een jaar geleden was Serhii Plokhy voor het laatst op bezoek bij zijn familie in het oosten van Oekraïne. “Happy memories”, zucht hij. De oorlog en een overvolle agenda zorgen ervoor dat de geschiedenisprofessor aan Harvard voorlopig niet uit zijn thuisstad New York weggeraakt.

Plokhy geldt als dé wereldautoriteit Oekraïense geschiedenis. In zijn boek De poorten van Europa beschrijft hij hoe lastig zijn geboorteland het vaak had met schipperen tussen oost en west.

SERHII PLOKHY: “Ik bel alle dagen met familieleden en vrienden in Oekraïne. Zij leren met de oorlog leven. Het is alsof de raketaanvallen een nieuw soort van ‘normaal’ geworden zijn. Toen de oorlog begon, verhuisde een deel van mijn familie van Oost-Oekraïne naar het westen. Sommigen reisden tot in Europa. Degenen die naar West-Oekraïne vluchtten, keren nu terug naar hun huizen in het oosten. Ik hoor van familieleden in Europa dat ook zij plannen voor een terugkeer maken.”

U verhuisde in 1991 van Oekraïne naar Canada en later naar de VS. U woonde en werkte in Oekraïne toen de pas gestorven Michail Gorbatsjov als laatste communistische president eind jaren 1980, begin jaren 1990 de Sovjet-Unie ten grave droeg.

PLOKHY: “De allergrootste verdienste van Gorbatsjov is dat hij dé drijvende kracht was achter het einde van de Koude Oorlog. Hij wou heel graag dat tijdperk afsluiten en is daar ook in geslaagd. Het staat buiten kijf dat hij daarvoor alle pluimen op zijn hoed mag steken.”

Streefde hij van in het begin doelbewust het einde van de Koude Oorlog na? Om het tot secretaris-generaal van de communistische partij van de Sovjet-Unie te schoppen moest je toch een scherpslijper zijn? Zou het niet kunnen dat de ‘omwentelingen’ die hij met zijn befaamde Perestrojka en Glasnost in gang zette, hem boven het hoofd groeiden?

PLOKHY: “Of het nu boven zijn hoofd groeide of niet, veel van zijn oud-collega’s hebben hem de teloorgang van de Sovjet-Unie nooit vergeven. Ook de huidige Russische president Vladimir Poetin neemt dat Gorbatsjov zeer kwalijk, het is niet voor niets dat hij zijn kat naar de begrafenis stuurde. Gorbatsjov was een democraat en geloofde in democratisering, al is hij zelf nooit verkozen.”

Was hij dan geen communist in hart en nieren?

PLOKHY: “Toch wel, misschien noemen we hem daarom beter ‘hervormer’. Als echte democraat had hij inderdaad nooit de top van de partij gehaald. Hij wou het einde van de Sovjet-Unie niet, want dan werd hij zelf ook werkloos. Maar hij zette wél een streep onder de Koude Oorlog en niet veel later zakten westerse businessmen naar Moskou af om de temperatuur te meten. Er kwam ook humanitaire hulp uit het Westen; voor de lokale sovjet-machthebbers was dat een gruwel. Plots stonden die verketterde kapitalisten op de stoep. Sommigen zagen dat als een opportuniteit: ‘Kijk, daar zijn al die naïeve westerse zakenmannen met hun zakken vol geld. We rollen ze.’ Onder Vladimir Poetin werd dat de courante werkwijze.

“De échte doodgraver van de Sovjet-Unie was Boris Jeltsin, Poetins toenmalige baas. Vandaag wordt Rusland geleid door een knecht van de man die de Sovjet-Unie doelbewust vernietigde. Die knecht is boos op de pas overleden man die de Sovjet-Unie wou redden door ze te hervormen. Poetin verwijt Gorbatsjov nu de vernietiger van het oude communistische rijk te zijn. De recente Russische geschiedenis is een opeenstapeling van bizarre absurditeiten.”

Waar komen die absurditeiten vandaan?

PLOKHY: “Ze zijn een gevolg van het falen van de democratie en het aan de macht komen van een autoritair regime. Niemand houdt Poetin en zijn kliek tegen om hun plannen, hoe gevaarlijk ook, werkelijkheid te doen worden. Er is geen enkel tegenwicht meer. Het Russische regime controleert zo goed als alle media en heeft de onbeperkte macht om de meest geschifte denkbeelden de wereld in te sturen.

“Ik ben er zeker van dat ook heel wat democratisch verkozen presidenten of premiers even bizarre opvattingen koesteren als sommige autocraten. Het democratische systeem waarin ze moeten opereren, laat niet toe dat ze die ook in de praktijk brengen. Zonder de checks and balances van de Amerikaanse democratie, was Donald Trump óók uitgegroeid tot een autocraat die zijn waanzin werkelijkheid liet worden.”

Een extra troef voor de autocraat Poetin is dat hij dankzij de digitalisering overal ter wereld mensen kan bespelen, indoctrineren en verwarren?

PLOKHY: “Eind jaren 1990 werd voorspeld dat dankzij computers, digitalisering en het internet de autoritaire regimes gedoemd waren te verdwijnen. Want over de hele wereld zouden mensen eindelijk geconfronteerd worden met ware verhalen. De schellen zouden van hun ogen vallen, waarna dictators baan moesten ruimen voor parlementaire democratieën. Vandaag blijkt net het tegengestelde: het meest efficiënte instrument om de democratie te ondermijnen, is het internet.”

Kwam de Russische invasie in Oekraïne in februari onverwacht voor u?

PLOKHY: “Ja. Toen de opbouw van Russische troepen aan de grens bleef voortduren, hoopte ik dat een nakende oorlog beperkt zou blijven tot het oosten van Oekraïne. Ik was toen nog zo naïef om te geloven dat het doel van de invasie was om de erkenning af te dwingen van de onafhankelijkheid van de marionetrepublieken Donetsk en Loegansk. Dat de Russen dus héél even oorlog zouden voeren, maar dat die ook snel weer zou afzwakken om zo sancties te vermijden. En dat allemaal onder de dekmantel dat ze de ‘bedreigde’ Russisch sprekenden uit de ‘onafhankelijke volksrepublieken’ te hulp snelden. Het was een koude douche toen ik in februari ontwaakte met het nieuws dat Kiev gebombardeerd werd.”

De Amerikanen waarschuwden al van in het najaar van 2021 voor een totale Russische aanval.

PLOKHY: “Zowel de Amerikaanse als Britse inlichtingendiensten hadden daarvoor gewaarschuwd. In de weken voor de inval praatte ik met verschillende belangrijke Oekraïense politici. Sommigen waren ooit minister. Ze zeiden me dat de Russische president Vladimir Poetin wel gek moest zijn om Oekraïne aan te vallen. ‘Dat zal hij nooit doen terwijl de hele wereld ernaar staat te kijken.’ Ze achtten een invasie mogelijk, maar niet op dat moment. We leefden allemaal in de naïeve overtuiging dat Poetin en zijn vrienden zeer rationeel denken en handelen. Hun inval was allesbehalve rationeel. We hebben de waanzin onderschat.”

De verontwaardiging is groot over de raketten en bommen op steden als Marioepol. Europese politici reageren vol ongeloof op de bloedige aanvallen op ziekenhuizen, scholen en appartementsgebouwen. Terwijl ze toch konden weten wat voor een man Vladimir Poetin is? In 1999 voerde hij hetzelfde soort vernietigingsoorlog in Tsjetsjenië en liet hij Grozny in as leggen. Later herhaalde hij die kunstjes in Georgië en Syrië.

PLOKHY: “Nu pas beseffen we hoe blind we al die jaren waren. U heeft gelijk: Tsjetsjenië was het begin, gevolgd door Georgië, de Krim en de Donbas. Al die tijd staarde de wereld ernaar zoals ze in de jaren 1930 naar de capriolen van Adolf Hitler stond te staren. Ik wil niet dramatiseren, maar er zijn opvallende gelijkenissen. Denk maar aan de ‘Anschluss’, toen Duitse troepen op 13 maart 1938 Oostenrijk binnenvielen en het land ‘opnamen’ in het Derde Rijk. Later volgden er nog ‘vreedzame’ annexaties van gebieden met veel Duitstaligen, zoals Sudetenland in Tsjecho-Slowakije en Memelland in Litouwen. De paralellen tussen toen en nu vind ik zéér deprimerend. Als historicus geloofde ik rotsvast dat de mensheid lessen trekt uit de geschiedenis. De recente gebeurtenissen rond Poetin, Rusland en Oekraïne spreken dat radicaal tegen. We hebben helemaal niets geleerd. Voor mij is dat een vreselijke schok.

“Rusland gedraagt zich nu als nazi-Duitsland. Hitler zocht wraak voor de vernedering na de verloren Eerste Wereldoorlog. Poetin zoekt vergelding voor de vernedering van de verloren Koude Oorlog. Duitsland flirtte tijdens de Weimarrepubliek met de democratie, tot de nazi’s daar een einde aan maken. Poetin maakte een einde aan het geflirt met de democratie onder Jeltsin. De modellen in zowel nazi-Duitsland als het huidige Rusland zijn radicaal nationalisme en het opeisen en annexeren van ‘verloren gebied’. De Anschluss was niet het finale doel van het Derde Rijk. Oekraïne is ook niet het finale doel van Vladimir Poetin. Rusland is niet voor niets zeer actief in het Midden-Oosten, denk maar aan Syrië.”

Als Poetin een kloon van Hitler is, begaat het Westen een vergissing door niet mee te vechten en enkel wapens te leveren?

PLOKHY: “Het Westen reageert nu exact als in de jaren 1930: zalven en wegkijken. Niemand is bereid om in de oorlog betrokken te raken. De geschiedenis leert dat die politiek van ‘appeasement’ of verzoening niet de juiste manier is om dictators zoals Hitler of Poetin te stoppen. Alleen is er nu die overvloed aan kernwapens die een geallieerd militair ingrijpen tot een nachtmerrie maken. Strenge sancties en totale isolatie zijn voorlopig de enige uitweg, net zoals tijdens de Koude Oorlog. Wat óók dringend moet gebeuren, is dat de Russische gas- en oliekraan zo snel mogelijk helemaal wordt dichtgedraaid.”

Waarna Rusland nog meer toenadering zal zoeken tot China.

PLOKHY: “Net zoals in de jaren vijftig onder het communisme, maar er is geen andere keuze. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid wordt een land geregeerd door een staatsmaffia van dat kaliber. De kleptocratie Rusland corrumpeert de rest van de wereld.

“Natuurlijk waren er vóór Poetin en zijn oligarchen al kleptocratische machthebbers, denk maar aan de manier waarop regimes in het Midden-Oosten het oliegeld incasseerden. Maar de huidige Russische kleptocratie is toch van een andere orde. Ze is open en bloot en het is ook klaar en duidelijk hoe dat corrupte regime het Westen heeft gecorrumpeerd. De voorbije decennia bleven de Europese landen onverstoord zakendoen met de oligarchen rond Poetin. Duitsland werd voor zijn energievoorziening zelfs totaal afhankelijk van Rusland.”

Europa werkte zichzelf zo serieus in nesten?

PLOKHY: “Zeker. Duitsland mag je gerust ‘bewijsstuk nummer 1’ noemen van hoe de Europese Unie zich door de kleptocraten gewillig een oor liet aannaaien. Het gas begon door Nord Stream 1 te stromen na de Russische invasie in Georgië; de handtekeningen voor de aanleg van Nord Stream 2 werden gezet na de annexatie van de Krim. Twee zaken speelden een belangrijke rol bij het blinde wheelen en dealen met het Rusland van Poetin: hebzucht en wensdenken.

“De gevolgen van de hebzucht van de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder kunnen niet onderschat worden. Zowel tijdens als na zijn politieke carrière was hij zowat de voornaamste lobbyist van Vladimir Poetin in Duitsland.

“Jarenlang was er ook dat ‘magische denken’: de stelling dat hoe meer we met elkaar economisch verweven raken, hoe moeilijker het voor het Russische regime wordt om het systeem te ondermijnen waar zij mee van profiteren. In de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog overheerste exact hetzelfde wensdenken. Begin 1914 verschenen er massa’s artikels van zeer slimme mensen die stelden dat de wereld zo innig met elkaar verbonden was, dat oorlog in niemands belang was. Net als nu, zaten al die verstandige waarnemers er kilometers naast.”

Is Vladimir Poetin een nihilist en is zijn ‘droom’ van een nieuw groot Russisch rijk niet meer dan een rookgordijn?

PLOKHY: “Hij doet niet alsof, hoor; hij gelooft écht in veel van de dingen die hij vertelt. Deze oorlog is daar het bewijs van. In juli 2021 publiceerde hij zijn fameuze essay over ‘de historische eenheid tussen Russen en Oekraïners’. Daarin probeerde hij te bewijzen dat Russen en Oekraïners één en hetzelfde volk zijn, wat eigenlijk wil zeggen dat Oekraïners nooit hebben bestaan en hun land geen enkele bestaansreden heeft. Heel zijn ‘speciale militaire operatie’ spruit daaruit voort. Hij was ervan overtuigd dat Oekraïne in drie dagen veroverd zou zijn en dat de Oekraïense bevolking de Russische militairen met bloemen zou verwelkomen.”

Denkt u dat hij dat écht geloofde?

PLOKHY: “Dat moet toch wel? De manier waarop de invasie in het begin verliep, laat dat toch veronderstellen? De ideologie vertaalde zich in de planning van zijn ‘speciale militaire operatie’. Wij snapten de manier waarop de invasie werd aangepakt niet, want ze was totaal irrationeel. Maar ze paste perfect in het geloofskader van de Russische leiders. Met als gevolg dat ze zich al vrij snel moesten terugtrekken uit Kiev, wat een geweldige klap betekende voor het imago van Rusland als militaire supermacht.”

Dateert de planning van de invasie ook van vorig jaar of waren de Russen er al veel langer mee bezig?

PLOKHY: “Poetin was daar al jaren plannen voor aan het smeden. Geld van de olie- en gaswinning werd daarvoor opzijgezet. Deze oorlog begon niet op 24 februari 2022, maar startte in februari 2014 met de annexatie van de Krim. De trigger was dat Rusland er niet in slaagde om de ondertekening tegen te houden van het associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie. Het ging niet over een kandidaatstelling om EU-lid te worden of een aanvraag om lid te worden van de NAVO. Nee, het vuur aan de lont was enkel en alleen dat ‘associatieverdrag’, waarin Oekraïne en de EU politieke en economische samenwerking afspraken. Voor de Russen werkte dat als een rode lap op een stier.”

Waarom tilden ze daar zo zwaar aan?

PLOKHY: “Door met de EU samen te gaan werken, kon Oekraïne niet langer deel worden van de Euraziatische Unie onder leiding van Rusland. Dat politiek-economische project als tegenwicht voor de EU is een oude droom van Poetin. Hij investeerde heel wat tijd en energie in het restaureren van de Russische controle over de post-sovjet-staten, de vijftien onafhankelijke staten die overbleven na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. Na Rusland is Oekraïne de tweede grootste post-sovjet-republiek. De Sovjet-Unie viel definitief uiteen nadat in december 1991 in Oekraïne massaal gestemd werd voor onafhankelijkheid. Het Rusland van toen zag zonder grote broer Oekraïne de Sovjet-Unie niet meer zitten en erkende als tweede, na Polen, de Oekraïense onafhankelijkheid. Het plan was om een andere unie van voormalige sovjet-staten te creëren, onder Russische controle. Oekraïne koos na de Euromaidan-protesten van 2013 een ander pad, dat van Europa. Dat was voldoende voor Rusland om een jaar later de oorlog in gang te steken.

“Na de annexatie van de Krim stookten de Russen onrust in de Donbas in het oosten van Oekraïne. Toen was het nog de bedoeling om dat gebied deel van Oekraïne te laten zijn, onder Russische voorwaarden. Tijdens de presidentsverkiezingen van 2019 hoopte Vladimir Poetin trouwens op een overwinning voor Volodimir Zelenski.”

Hij hoopte op een deal met de populist Zelenski?

PLOKHY: “Zonder twijfel. Poetin dacht dat er met Zelenski te onderhandelen viel, maar kwam van een kale reis terug. In zijn beruchte essay schrijft hij verbitterd: ‘De westerse auteurs van het anti-Rusland-project hebben het Oekraïense politieke systeem zo opgezet dat presidenten, parlementsleden en ministers veranderen, maar dat de vijandschap tegenover Rusland blijft bestaan. Het bereiken van vrede was de belangrijkste verkiezingsslogan van de zittende president. Hiermee kwam hij aan de macht. De beloften bleken leugens. Er is niets veranderd.’ Poetin verweet het Westen een democratisch systeem te hebben geïnstalleerd in Oekraïne waardoor de politieke spelers veranderden, maar niet de overtuigingen. (lacht)”

Vladimir Poetin beschouwt Volodimir Zelenski als een verrader?

PLOKHY: “Tja, Zelenski wou inderdaad vrede, maar niet onder Poetins voorwaarden. Het populistische kantje van Zelenski zorgde er wellicht voor dat Vladimir Poetin dacht dat hij hem, net als Donald Trump, zou kunnen manipuleren. Poetins voorstel was: ‘Ik geef de Donbas terug aan Oekraïne, maar blijf er de controle over hebben én de Donbas krijgt vetorecht over elke beslissing die in het Oekraïense parlement genomen wordt. In ruil krijg je vrede.’ De intussen aan de gang zijnde sluipende oorlog in de Donbas gold als chantagemiddel. ‘Als je hier niet mee akkoord gaat, Volodimir, open je de poorten van de hel.’ Als volbloed populist wist Zelenski dat hij zo’n deal nooit verkocht kon krijgen aan de Oekraïense bevolking. Ik vermoed dat Poetin toen definitief besloot tot zijn ‘speciale militaire operatie’.”

Is de essentie niet dat autocraat Vladimir Poetin als de dood is voor de liberale democratie?

PLOKHY: “Dat is inderdaad de kern van de zaak.”

Die angst zit zo diep dat hij het aandurfde om een broedervolk aan te vallen? Want dat hoorde je toch vaak in de aanloop naar de invasie: “Poetin zal zich inhouden omdat Oekraïners en Russen broeders en zussen zijn.”

PLOKHY: “Rusland en Oekraïne hebben een grote gedeelde geschiedenis. De talen lijken op elkaar en in grote grenssteden als Charkov en Marioepol wonen ontzettend veel Russisch sprekenden. De republiek Oekraïne is tweetalig en dat wordt algemeen aanvaard, net zoals in België. De meeste mensen spreken zowel Oekraïens als Russisch. Een minderheid in het overwegend Russisch sprekende deel koestert separatistische gevoelens, wat door Rusland totaal verkeerd is ingeschat. Het Russische regime maakte zichzelf graag wijs dat zowat alle Oekraïners naar ‘bevrijding’ snakten. Poetin gebruikte taal als een succesvol wapen bij de annexatie van de Krim in 2014. Bij de huidige oorlog komt de zogenaamde ‘bescherming van de Russisch sprekenden’ als een boemerang in zijn gezicht terug. 44 procent van de bevolking van Marioepol is etnisch Russisch. Denkt u dat zij na de vernietiging van hun stad door het Russische leger nog veel sympathie voelen voor Rusland? De gruwelijke ironie is dat de Oekraïense Russisch sprekenden de grootste slachtoffers zijn van de ‘speciale militaire operatie’, zogezegd opgezet om hen te bevrijden.

“Natuurlijk zijn er veel punten van overeenkomst tussen Oekraïners en Russen. Alleen smelt die ‘Oekraïens-Russische eenheid’ met elke dag dat deze oorlog blijft duren. Volgens de burgemeester van Charkov zijn de inwoners van Oost-Oekraïne nu méér anti-Russisch en nationalistisch dan de burgers uit West-Oekraïne.”

Wat vindt u van president Zelenski?

PLOKHY: “Vroeger was hij acteur en komiek. Hij voelt intuïtief heel goed aan wat het publiek wil. Het talent om een kleine zaal te bespelen, zet hij om in een groot politiek talent: hij bespeelt er nu zijn land en zelfs de hele wereld mee. Hij startte als populist en dat bedoel ik niet als compliment. Maar in de huidige omstandigheden vind ik het zeer positief dat hij zo’n uitstekend communicator is. Hij vertolkt en versterkt de gevoelens die leven in de hele Oekraïense gemeenschap. In de weken voor de invasie zei hij dat hij nooit geloofde dat die oorlog zou losbranden. Dat was exact wat de meeste Oekraïners dachten. ‘Laten we ons leven van alledag rustig verder leiden.’ Toen de Russen binnenvielen, was hij de eerste om te zeggen: ‘We blijven.’ Het feit dat hij Kiev niet verliet, was een flinke opsteker voor de Oekraïense moraal.”

Volgens Vladimir Poetin zwaaien in Oekraïne neonazi’s de plak en dient zijn ‘speciale militaire operatie’ om het land te denazificeren.

PLOKHY: “Complete onzin. Zelenski is de enige Joodse president buiten Israël; minister van Defensie Oleksii Reznikov is ook een Jood. Hoe kun je dan met een uitgestreken gezicht beweren dat de Oekraïense regering in handen is van nazi’s?”

Het in mei 2014 opgerichte extreemrechtse Azov-bataljon werd opgenomen in het reguliere Oekraïense leger.

PLOKHY: “De oprichter was een radicale nationalist. Sinds Azov eind 2014 in de Nationale Garde opging, is het een gewoon regiment, zonder politieke bindingen. Maar dat ene bataljon in een leger met honderdduizenden manschappen wordt er altijd weer uitgelicht om de Oekraïners het label ‘nazi’s’ op te spellen. ‘We komen de Russisch sprekenden verdedigen tegen de nazi’s!’ Vervolgens vernietigen ze de steden van de mensen die ze zogezegd komen redden. Dat is toch het toppunt van cynisme?”

Net als Rusland heeft ook Oekraïne een immens corruptieprobleem.

PLOKHY: “Dat is juist. De oorlog zorgt er wellicht voor dat een aantal corrupte figuren iets minder achteroverdrukken, maar al te veel illusies maak ik me daar niet over. Hoopgevend is dat er op dit moment onderzoeken lopen én verdachten gearresteerd worden. Niet alleen kleine garnalen, ook mensen hogerop de maatschappelijke ladder. Zelfs in het Oekraïense leger werden van corruptie verdachte militairen opgepakt. Het lijkt er toch op dat de regering van Zelenski van de oorlog gebruik maakt om de strijd tegen corruptie op te voeren. De samenleving tolereert niet langer dat in deze moeilijke omstandigheden sommigen profiteren door bijvoorbeeld voedselvoorraden achterover te drukken.”

President Zelenski himself zou ook niet clean zijn. Zijn naam dook op in de Pandora Papers, met een rist offshorebedrijven die hij net voor de verkiezingen van de hand zou gedaan hebben.

PLOKHY: “Als corruptie in het systeem ingebakken zit, kun je als zakenman bijna niet functioneren zonder zelf ook corrupt te zijn. Dat is vreselijk, ik weet het, maar Zelenski lijkt nu toch bereid om de macht van de oligarchen in te tomen. Hij voerde een tijdlang een bittere strijd tegen de vorige president Petro Poroshenko. Ik vind dat Poroshenko het tijdens zijn legislatuur van 2014 tot 2019 niet zo slecht deed, hij startte de hervorming van het land, maar hij heeft als groot nadeel dat hijzelf één van de oligarchen is. Voor de oorlog raakte Zelenski ook nog in conflict met de rijkste man van Oekraïne, Rinat Achmetov. Van alle presidenten die Oekraïne na de onafhankelijkheid tot hiertoe had, pakt Zelenski de corruptie het meest vastberaden aan. Al is er nog zeer veel werk aan de winkel.”

Het Oekraïense leger lijkt goed stand te houden en gebieden te heroveren.

PLOKHY: “Zolang Poetin aan de macht is, vrees ik dat de oorlog op een of andere manier zal blijven duren. Na de annexatie van de Krim verviel het Westen snel weer in magisch denken: ‘Het zal wel koelen zonder blazen. We vaardigen een paar sancties uit en let’s do business as usual.’ In plaats van een afstraffing leek dat eerder op een aanmoediging.

“Stel dat er morgen een staakt-het-vuren wordt afgesproken, dan is de oorlog nog lang niet over. We zitten middenin het uit elkaar vallen van ‘het grote Russische rijk’. De communisten redden het oude tsarenrijk nog even door na de Oktoberrevolutie van 1917 de Sovjet-Unie uit de grond te stampen. In 1991 viel het grote Russische imperium toch aan scherven en Vladimir Poetin krijgt dat niet verwerkt. Hij probeert dat nu te restaureren, met wapengekletter en grof geweld. Maar het streven naar vrijheid en onafhankelijkheid kun je niet blijven onderdrukken. Alle imperiums zijn gedoemd om vroeg of laat te verdwijnen.”

Serhii Plokhy, De poorten van Europa, Querido Facto, 29,99 euro

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: