‘Ik ben nog steeds die rebel in leren jekker’

In Rebel met een missie blikt CD&V-politicus Eric Van Rompuy (71) terug op zijn politieke carrière. “Vandaag moet CD&V een dam vormen tegen extremisme en populisme.”

Toen Eric Van Rompuy in 1977 voorzitter van de CVP-jongeren werd, droeg hij een leren jekker. Vandaag is hij voorzitter van de CD&V-senioren en zit hij keurig in het pak. “Toch ben ik nog steeds dezelfde rebel”, zegt hij. “Daar werd ik me tijdens het schrijven van mijn memoires erg van bewust. In 2017 viel ik in de Kamer tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld de toenmalige minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) aan. Ook al zaten we in dezelfde regering, toch had ik forse kritiek op zijn niet-gefinancierde taxshift. De zogenaamde kaaimantaks die kapitaal in offshoreconstructies moest belasten, was een lege doos. De opbrengst werd geraamd op 540 miljoen euro, maar bracht hooguit 60 miljoen op. Tot grote ergernis van Van Overtveldt leverde ik daar striemende kritiek op. Op een bepaald moment riep hij: ‘J’en ai marre!’”

U was geen beoefenaar van de ‘rustige vastheid’ van uw oudere broer Herman Van Rompuy?

“Mijn dochter hoort soms van vrienden: ‘Is je papa echt zo boos?’ (lacht) In mijn privéleven maak ik bijna nooit ruzie, maar in de politiek heb ik geleerd: ‘Il faut être dangereux.’

Dat is niet hetzelfde als gemeen zijn?

“Nee. Halverwege de jaren 1980 was de socialistische oppositieleider Louis Tobback gemeen. Hij noemde de christendemocratische premier Wilfried Martens ‘strontvlieg’ en ‘Caligula’. Ik viel ook politieke tegenstanders aan tijdens het parlementaire debat, maar nooit persoonlijk. Nu is zowat alles herleid tot één vraag met één antwoord, het format van Villa Politica. De voorbije jaren werd er zowel in het Vlaamse als het federale parlement veel te weinig gedebatteerd.”

Politiek is u met de paplepel meegegeven?

“Vader Vic was een christendemocraat in hart en nieren, maar had geen politieke ambities. Als doctor economische wetenschappen werkte hij op de studiedienst van de CVP. Hij droomde ervan professor te worden aan de KULeuven, maar er waren amper vacatures. In 1957 kon hij als prof bedrijfseconomie aan de slag aan de pas opgerichte universiteit Lovanium in Belgisch-Kongo. Ik zat in het derde leerjaar; Herman in het vijfde. We stapten aan boord van een vliegtuig, een DC7, en vlogen naar Leopoldstad, het huidige Kinshasa. Van de ene dag op de andere werden we ondergedompeld in een totaal andere beschaving. De witte proffen woonden op de heuvel en hadden allemaal hun eigen villa. Er waren een paar Kongolese assistenten, zoals Joseph Kasavubu die drie jaar later de eerste president van het onafhankelijke Kongo zou worden.”

Na één jaar moesten jullie al terugkeren?

“Het plan was dat we er zes jaar zouden blijven, maar vader kreeg een vorm van malaria. Ook mijn zus Anita en ik kampten met hoge koorts; we lagen zelfs een tijdje in het ziekenhuis. In de zomer van 1958 keerden we noodgedwongen terug. Dat was een zware opdoffer voor papa. In ’65 werd hij uiteindelijk toch benoemd tot prof aan de KULeuven.

“De Kongolese onafhankelijkheidsstrijd maakten we niet mee, maar we waren wel getuige van de eerste schermutselingen nabij Leopoldstad. Ik keerde later nooit terug naar Kongo, Herman wel. Hij ging op zoek naar onze villa. Maar hij herkende niets meer, alles leek anders, met alleen nog verloederde gebouwen.”

U studeerde economie, net als uw vader?

“Ja, net als Herman en zus Anita. We kregen alle drie les van vader. Onze jongste zus Tine werd psychiatrisch verpleegkundige. Zij begon te militeren bij AMADA en is nog steeds actief bij opvolger PVDA.”

Had u daar ook kunnen belanden? In het jaar 1968 studeerde u in Leuven waar veel Vlaamse studentenleiders lid werden van de extreemlinkse Studentenvakbond (SVB). Later zou die vervellen tot AMADA.

“Heel de strijd rond ‘Leuven Vlaams’ ging aan mij voorbij omdat ik niet op kot zat. De democratisering vond ik positief, maar dat ultralinkse communisme lagen zowel mij als Herman niet. Wij engageerden ons bij de CVP-jongeren. Ik was gecharmeerd door de charismatische Leo Tindemans toen die in 1974 premier werd. Hij was een échte christendemocraat. Hij had een scherpe, rechtlijnige overtuiging. Hij lag ook vaak in de clinch met Wilfried Martens die toen partijvoorzitter was. Maar als hij ging spreken, kwam hij warm en emotioneel over. Hij nam Herman aan als hoofd van de studiedienst, terwijl ik voorzitter van de CVP-jongeren werd. Wij waren Tindemans-boys.”

Wijlen Johan Anthierens noemde u ‘de buikspreker van Tindemans’.

“Paul Goossens van De Morgen noemde me ‘Het verwaand professorszoontje.’ (lacht) De CVP-jongeren hadden in die tijd grote autonomie in de partij. In de nasleep van mei ’68 werkten CVP-jongeren zoals Martens en Jean-Luc Dehaene aan frontvorming met de socialisten. Hun ultieme doel was: één progressieve partij. Wij vonden dat maar niets. Onder Tindemans konden we eindelijk de eigenheid van de christendemocratie herstellen.”

Wat is die eigenheid?

“De CD&V is een waardenpartij met christelijke inspiratie. Onze positieve waarden zoals verbondenheid tussen mensen, samenwerking, verdraagzaamheid, dialoog en respect stonden lang onder druk. Tijdens de coronacrisis kwamen die opnieuw bovendrijven. Al is de samenleving intussen wel totaal veranderd. Het katholieke Vlaanderen werd pluralistisch en multicultureel; het platteland verstedelijkte. CD&V moest zich daaraan aanpassen en dat lukte niet zo goed.

“Rik Torfs zei ooit: ‘De christendemocratie is enerzijds-anderzijds.’ Hij zag de CD&V als een partij van het compromis. Ik debatteerde daar met hem over op tv. Niet veel later kreeg ik een brief van de toen hoogbejaarde Leo Tindemans. Hij schreef: ‘Eric, een partij van het compromis eindigt als een partij zonder opvattingen.’ Door telkens weer de synthese van links en rechts te maken, weet niemand nog waar wij voor staan. Wat bedoelen we precies met: ‘Wij zijn het centrum’? We moeten véél duidelijker durven zeggen wat onze standpunten zijn.”

Dat gebeurt nu te weinig?

“Op dit moment vertroebelt corona het plaatje voor alle partijen. Alexander De Croo en Frank Vandenbroucke zijn zowat de enigen die zich kunnen profileren. Maar de volgende maanden moeten wij, CD&V’ers, duidelijk uiteenzetten hoe wij willen dat onze samenleving evolueert. De digitalisering dringt nu heel diep door in ons bestaan. Ik vind dat echt niet gezond. Leven online bevordert enkel het individualisme. De CD&V moet de leiding van de gematigde krachten nemen in een samenleving die steeds meer gepolariseerd raakt. We moéten een dam vormen tegen het oprukkende extremisme en populisme. Waarom dienen wij Bart De Wever niet van antwoord als hij het smalend heeft over ‘Gutmensch Angela Merkel’?”

Uw relatie met Wilfried Martens was niet zo goed als die met Tindemans.

“Als voorzitter van de CVP-jongeren liet ik twee van zijn regeringen vallen. De eerste keer in 1979 over het communautaire, de tweede keer over het sociaaleconomische. In 1980 pleitte ik op ons congres voor een beleid van saneringen. ‘CVP-ministers zitten niet in de regering voor zichzelf, maar om onze opvattingen te verdedigen. Denk niet dat jullie onvervangbaar zijn.’”

Dat klinkt als oppositietaal tegen uw eigen eerste minister.

“Ik voérde ook oppositie, want ik was het niet eens met het totaal ontspoorde begrotingsbeleid. De geschiedenis gaf me later gelijk, toen Jean-Luc Dehaene de broeksriem stevig moest aanhalen om de Maastrichtnormen te halen.

“Wilfried Martens ging uithuilen bij Hugo Camps en noemde me ‘een demagoog’. Hij aanvaardde niet dat een anti-establishmentsfiguur zoals ik hem het vuur aan de schenen legde. Maar bij de verkiezingen van 1981 leidden we onze grootste nederlaag ooit: we duikelden van 43 procent naar 31.”

Als uw partij die uitslag nu zou halen, was het groot feest.

“Zeker. (lacht) Toen was het tijdens die vreselijk treurige verkiezingscampagne écht ruzie tussen Martens en Tindemans. Wij, CVP-jongeren, kregen de schuld dat we verdeeldheid hadden gezaaid. Wilfried Martens is me altijd blijven verwijten dat ik hem verantwoordelijk stelde voor de groei van de Belgische staatsschuld. Toen hij premier werd, bedroeg de Belgische schuld 37 miljard euro. Toen hij in 1992 vertrok, was ze opgelopen tot 198 miljard euro. Die cijfers liegen niet. We zijn nooit vrienden geworden, al had ik wel respect voor zijn lange carrière. Met een aantal staatshervormingen hielp hij het huidige België in de plooi leggen. Toen ik in 2013 een openhartoperatie moest ondergaan, stuurde hij me een brief. Dertig jaar eerder had hij exact dezelfde zware operatie ondergaan. Zijn brief raakte me. Ik heb nooit de kans gehad hem te bedanken, want drie weken later stierf hij.”

Op Yves Leterme bent u nog steeds boos?

“In 2011 verdween Leterme uit mijn leven; ik heb hem sindsdien niet gehoord of gezien. Ik denk ook niet dat we elkaar nog iets te vertellen hebben.

“Na de dioxinecrisis kwam in 1999 paarsgroen aan de macht. Ik was fractieleider en legde de socialistische, groene en liberale potverteerders het vuur aan de schenen. De pers was ons niet gunstig gezind; zij vond dat de christendemocraten beter een tijdje hun mond zouden houden. Wijlen Paul Van Grembergen van de Volksunie was een minzaam man. Maar tijdens het debat over de regeringsverklaring van de kersverse paarsgroene regering Dewael, zei hij: ‘Ik voel me net als Nelson Mandela: eindelijk bevrijd van de CVP-staat.’ Progressief Vlaanderen genoot ervan dat wij niet meer aan de macht waren. Die hele periode voerde ik op een correcte en moedige manier oppositie. Yves Leterme was fractieleider in de Kamer en we hadden een uitstekende relatie. Hij werd partijvoorzitter en smeedde het kartel CD&V/N-VA.”

Waar u geen fan van was, terwijl u nochtans Vlaamsgezind bent?

“Ik ben inderdaad Vlaamsgezind, maar ik hou niet van het confederalisme van N-VA. Samen met de socialisten en de liberalen hebben wij er de voorbije decennia met de staatshervormingen voor gezorgd dat onze regio’s de meeste bevoegdheden hebben van heel Europa. De Vlaamse Beweging heeft die staatshervormingen nooit goedgekeurd, terwijl zo hun eisen wel ingewilligd raakten.

“In 2004 vroeg Leterme me mee te onderhandelen voor de nieuwe Vlaamse regering. Ik voelde toen al afstandelijkheid. Vervolgens vroeg hij Unizo-topman Kris Peeters om minister te worden. Onze fractieleden werden gewoon genegeerd, terwijl ze jarenlang keihard gewerkt hadden en bewezen hadden wat ze waard waren. We moesten voor de nieuwe ministers Kris Peeters en Inge Vervotte stemmen. Zij haalden het niet. Leterme dreigde: ‘Als jullie ze in de tweede ronde opnieuw wegstemmen, is er geen regering.’ Met tegenzin werden Peeters en Vervotte aanvaard.”

U zag het ministerschap aan uw neus voorbijgaan terwijl u zelf ervaring had? Van 1995 tot 1999 was u Vlaams minister; u hervormde toen de VRT.

“Volgens Siegfried Bracke verdien ik voor die hervorming zelfs een standbeeld. (lacht) Broer Herman schreef me na het débacle met Leterme een brief: ‘Be Free, Eric. Herontdek de strijdbaarheid van je jonge jaren.’ Daarom begon ik mijn blog ‘Be Free’, waarin ik geen blad voor de mond nam. Ik bleef niet bij de pakken zitten, stortte me op de strijd voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en werd commissievoorzitter. Volgens diezelfde Siegfried Bracke zelfs de meest gevreesde.”

Eric Van Rompuy, Rebel met een missie, Lannoo, 240 blzn., 24,99 euro

© Jan Stevens

‘Elke avond dronk ik 14 pinten en snoof ik een halve gram coke’

Jarenlang voerde schrijver en ex-scenarist Ward Hulselmans een gevecht met de drank. Toen hij stiefzoon Pieter Wachters aan alcohol en coke ten onder zag gaan, greep hij samen met diens moeder drastisch in. Ward: “We lieten Pieter vallen als een baksteen en stopten met hem liefde te geven.” Pieter: “Ik ben mama en Ward daar eeuwig dankbaar voor.”

Vijftien jaar geleden werden Ward Hulselmans (70) en Pieter Wachters (36) stiefvader en -zoon. Van die vijftien jaar herinnert Pieter zich vooral de laatste 4,5 jaar. “Zolang ben ik nuchter”, zegt hij. “De jaren daarvoor zijn troebel. Die tijdslijn reconstrueer ik aan de hand van de verloren jobs en de auto’s die ik in de prak reed.”

In het boek Morgen word ik nuchter bundelt Ward Hulselmans de brieven die hij Pieter stuurde toen die drie maanden lang ging afkicken in Zuid-Afrika. “Pieter wist niet hoe hard ikzelf met verslaving worstelde”, zegt hij. Want tijdens het schrijven van scenario’s voor succesvolle tv-reeksen als Niet voor publicatie, Heterdaad, Stille Waters, Witse en Salamander ontwikkelde Ward Hulselmans een stevig drankprobleem. “Al schreef ik altijd met een nuchtere kop. Daarom zonk ik nooit zo diep als Pieter. Zeventien jaar lang gaf ik als krantenjournalist aan de lezers de verhalen van andere mensen door. In 1989 werd ik voltijds scenarioschrijver en putte ik uit mijn fantasie. Vandaag schrijf ik alleen nog zeer persoonlijke boeken. Vroeger schreef ik heel fanatiek, waardoor ik me telkens opnieuw geestelijk uitputte. Ik zag maar één manier om mezelf weer overeind te helpen: drank. Dertig jaar lang. ’s Nachts stond ik op om bij te tanken en rond vier in de ochtend nam ik vier dafalgans om nog even te kunnen slapen. Ik dacht: misschien helpt mijn ervaring Pieter terwijl hij aan het afkicken is. Dus begon ik hem brieven te schrijven.”

Verstopte je de eerste brief in Pieters bagage, zoals je in Morgen word ik nuchter beschrijft?

Ward: “Nee, die eerste brief was een dichterlijke vrijheid. Maar alle andere verstuurde ik wel naar hem. Ik was op dat moment niet van plan om daar ooit een boek van te maken. Ik wou alleen Pieter helpen. Die brieven bleven vervolgens in de schuif liggen. In 2020 verscheen Enkele reis realiteit, mijn eerste persoonlijke boek. Nogal wat mensen voelden zich daardoor aangesproken en trokken aan mijn mouw. ‘Je hebt misschien nog ervaringen die anderen kunnen helpen. Schrijf daar ook over.’ Ik hield de boot af. Nu is het er toch.”

Pieter, wat vind jij van het boek?

Pieter: “Ik kende het werk van Ward van op tv, maar ik had nooit iets van hem gelezen. Ik las helemaal niets. Plots stuurde hij me teksten van zijn hand. Dat was een ontdekking. Zijn brieven hielpen me even ontsnappen aan de realiteit dat ik in Kaapstad zat om af te kicken. Voor het eerst begreep ik dat er ook buiten Netflix nog fantasie bestond. Het was fijn om te verdwalen in de verhalen van iemand die ik dacht te kennen. Ward, de man die bij ons thuis kwam, mijn moeder hielp en ook mij probeerde te helpen. Mama was altijd zo heel lief voor mij, terwijl ik zoveel mogelijk van haar stal. Ik kwam daar allemaal mee weg.”

Je bestal je moeder?

Ward: “Dat deed hij zeker. Van mij heeft hij nooit iets gepikt.”

Pieter: “Omdat ik heel goed wist tot waar ik kon gaan. Ooit ging ik er zonder vragen met Wards auto vandoor, naar vrienden om de hoek. Hij belde me en ik was door dat telefoontje zo van mijn melk dat ik die avond niets gebruikt heb. Eerst klonk hij heel rustig, maar dan schoot hij uit zijn krammen. ‘Maak dat je terug bent!’ Ik was snel weer thuis. Ward begroette me zo innemend dat ik dacht: ‘Wat is dit?’ Ik trok naar mijn kamer en raakte de rest van de avond geen drank of drugs meer aan. Vanaf dat moment wist ik: van Wards spullen blijf ik best af.”

Je moeder bleef je wel bestelen. Had ze het niet door of tolereerde ze het?

Ward: “Ze miste altijd dingen. Alles drukte Pieter achterover.”

Pieter: “Jij zag hoe ze reageerde, ik niet, want ik was dan weg.”

Ward: “Na een tijd werd er niet meer gereageerd.”

Pieter: “Ik was mijn eigen leugens beginnen geloven.”

Ward: “Je hield jezelf voor de gek, zoals elke superverslaafde. Zo ver zat ikzelf gelukkig niet. Jij manipuleerde niet alleen jezelf, maar ook de mensen uit je omgeving. Alles stond bij jou in het teken van de volgende bak bier of de volgende lijn coke. Je trok je van de gevolgen geen bal aan. Je was ook heel geslepen. Toen je dan uiteindelijk écht om hulp vroeg, wisten wij: Pieter moét weg, hier ver vandaan. Want in een lokaal afkickcentrum in de buurt zou je binnen de kortste keren opnieuw alles en iedereen beginnen manipuleren. Daarom stuurden we je naar het andere eind van de wereld. Zonder geld, zodat je er niet weg kon. Ik hoopte dat het strenge regime je structuur in je leven zou geven. Maar ik hoopte ook dat je overweldigd zou worden door de prachtige Zuid-Afrikaanse natuur, waardoor je zou beseffen dat er iets is dat veel groter is dan jij.

“De eerste maanden mochten we af en toe Skypen. Je zei dan altijd dat alles oké was. ‘Ik kom snel terug naar huis.’ Achteraf keken je moeder en ik elkaar aan en we schudden ons hoofd. Nee, het was niet oké.”

Pieter: “Ik kan het me zo voorstellen: hoe jullie van zodra het scherm op zwart ging, tegen elkaar zeiden: ‘Pieter is er nog lang niet.’”

Ward: “Ja, en dan vonden we: ‘Er moet zeker nog een maand bij.’”

Pieter: “Mijn Zuid-Afrikaanse therapeuten vroegen me vervolgens: ‘Wat denk jij Pieter? Misschien nog een maand extra?’ Ze gaven me het gevoel dat het mijn eigen keuze was. (lacht)”

Hoe raakte je ooit verslaafd, Pieter?

Pieter: “Het is begonnen met een jointje. ‘Dat kan geen kwaad’, geloofde ik. ‘Dat hou ik wel onder controle.’ Want cannabis was iets ‘natuurlijks’. In het begin leek het ook alsof ik ermee overweg kon. Maar gaandeweg werd blowen een automatisme. Ik verloor de controle.”

Ward: “In de jaren 1980 ging ik als journalist in Amsterdam een week lang op stap met professionals die heroïnejunkies trachten te helpen. Een van die hulpverleners zei me: ‘Na al die jaren vind ik een heroïneverslaving niet meer zo erg. Het klinkt wellicht hard, maar ze zijn meestal toch een vogel voor de kat. Veel erger is de algemene versuffing door cannabis onder tienerjongens en -meisjes.’”

Pieter: “Toen al?”

Ward: “Ja, ik stond als aan de grond genageld.”

Pieter: “Lang geloofde ik dat blowen niet aan de basis lag van mijn afdaling in de hel. Niet dat het de schuld van alles is, maar cannabis legde wel het fundament voor mijn continue verlangen naar een roes.”

Die roes zocht je met cocaïne en drank?

Pieter: “Alcohol en cocaïne gingen hand in hand. Het ene is een upper, het andere een downer. Daar kon ik heel lang op teren.”

Jij wist niets van Wards worsteling met drank?

Pieter: “Als verslaafde herkende ik bepaalde handelingen. Ik zag hem een glas drinken en kreeg soms het gevoel dat ik naar het topje van de ijsberg keek. Ward was de eerste die ik belde toen ik op de bodem van de hel zat. Ik zei: ‘Jullie weten veel over mijn drankmisbruik, maar er is ook nog cocaïne.’”

Je moeder en stiefvader wisten lang niet dat je ook aan de coke zat?

Pieter: “Nee, en die verslaving was minstens even erg als de alcohol. De drank was míjn top van de ijsberg. Ik raakte razendsnel verslingerd aan de coke. Mijn cannabisdealer had altijd cocaïne bij. Hij legde zichzelf een lijntje en vroeg: ‘Jij ook?’ ‘Nee, daar begin ik niet aan’, antwoordde ik. Tot ik iemand anders een lijn zag snuiven en vroeg: ‘Mag ik ook eens?’ Dat was meteen het beste wat ik ooit meemaakte. Ik ben vrij stil van aard en plots werd ik een spraakwaterval. Een week later kocht ik mijn eerste gram.”

Ward: “Toen ik in Pieter zijn leven kwam, zat ik nog aan de drank. We hebben net samen een wandeling van drie kwartier naar hier achter de rug, en heel de tijd haalden we herinneringen op. Dat gebeurt elke keer opnieuw als we elkaar ontmoeten. Met een verslaving ophouden, is als verdriet. Telkens weer moeten we daarover praten.”

Omdat een leven in nuchterheid aanvoelt als verlies? De roes is weg en er is enkel nog de harde waarheid?

Ward: “Toch niet. Het is bij elkaar naar bevestiging zoeken dat het door ons gekozen pad het juiste is. Verslaving is zo verdomd ingrijpend. Zoveel jaar later raak ik daar af en toe nog door geëmotioneerd: ‘Waarom dronk ik toen toch zoveel?’ Ik zakte soms heel diep. ’s Morgens zat ik dan ziek op het toilet te jammeren: ‘Nooit meer.’ Ik meende dat ook. Maar ’s avonds zag de wereld er weer anders uit. ‘Vanmorgen voelde ik me wat slapjes; nu ben ik terug het heertje.’”

Heb je de alcohol helemaal afgezworen?

Ward: “Nee, ’s middags en ’s avonds drink ik bij het eten nog een glas wijn. Het is niet zo dat ik opnieuw verloren ben als ik een glas durf te drinken. Ik zonk nooit zo diep als Pieter, misschien omdat ik meer verantwoordelijkheden had. Ik kon mijn drankzucht in de mate van het mogelijke beheersen.”

Maar op die momenten dat het niet lukte, zoop je je lam?

Ward: “Dan was ik weg. En elke keer opnieuw zweerde ik op mijn communieziel: ‘Dit was de allerlaatste keer.’”

Pieter: “Morgen word ik nuchter is daarom de perfecte titel voor Wards boek. Ik ken intussen heel wat ‘gelijkgezinden’ over de hele wereld, en iedereen had hetzelfde mantra: ‘Morgen stop ik.’ Veertien jaar lang werd ik elke ochtend wakker met een kater. Ik lag dan te bleiten in bed, met een halve lijn coke op het nachtkastje en een lege fles naast het bed. ‘Dit nooit meer.’”

Ward: “Als de spijt het overneemt, geloof je dat je nuchter een ander mens zal zijn. Alleen is dat niet zo.”

Want dan is de magie weg?

Pieter: “Precies. Je wordt dan geconfronteerd met jezelf en denkt: ‘Is dit alles?’ Dus drink je bier en snuif je coke tot je jezelf terug een topkerel voelt.”

Ward: “Ik probeerde al drinkende het perfecte punt te bereiken: dat ultieme niveau waarop ik het beste functioneerde. Maar eens dat magische punt bereikt, stampte ik het totaal om zeep.”

Is het een drang tot zelfvernietiging?

Ward: “Bij mij niet. Ik kende mijn plaats in de wereld niet. Het leek alsof alle andere mensen wél zichzelf waren en in het bezit waren van de juiste code. Alsof zij hun verleden kenden en wisten waar ze naartoe gingen. Alsof zij wisten hoe ze zich moesten gedragen. Ik heb nog altijd het gevoel dat ik die code niet heb. Dat zorgt voor frustratie. Drinken is een makkelijke weg om dat onbehagen te onderdrukken. De schroom om gewoon te leven smelt dan weg als sneeuw voor de zon.”

Pieter: “Ik had een God-complex. Het heelal draaide alleen rond mij. Ik kroop in mijn eigen wereld en alcohol en coke versterkten dat gevoel. Door de drank en drugs kon het me niet schelen wat ik mama en Ward aandeed. Ik had geen enkel schuldgevoel toen ik moeders bankkaart pikte. Ik lag er niet van wakker toen ik opnieuw een job verloor. Dat gevoel alleen op de wereld te zijn, werd alleen maar groter. Een knuffel zei me niets meer. Een ongeval met de auto maakte totaal geen indruk op me. Een straf gleed van me af als water van een eend. Seks vond ik te veel moeite en verdween totaal uit mijn leven. Alleen coke en alcohol interesseerden me nog. De drugs palmden mijn hele gevoelswereld in.”

Ward: “Je zat ook altijd alleen.”

Pieter: “Ja, dat is zo typisch voor verslaafden: ze trekken zich op hun kamer terug. In het begin zei ik tegen vrienden met wie ik samen dronk: ‘Dit hou ik vol voor altijd.’ Ik geloofde echt dat ik een sociale mens was. Op het einde trok ik me totaal terug. Want met anderen op café drinken, was saai. Het gewone dagelijkse leven werd de meest vervelende ervaring ooit. Mijn lichaam reageerde op geen enkele prikkel meer. Er was alleen die nooit aflatende behoefte aan alcohol en coke. Ik dronk geen pinten meer voor het genot. Ik had ze nodig om me niet zo ellendig en depressief te voelen.”

Alcohol was jouw antidepressivum geworden?

Pieter: “Daar leek het op, ja. Ik moést drinken en ik wist niet waarom. Heel lang had ik niet door dat ik een dwangmatig gebruiker was. Ik bleef mezelf wijsmaken: ‘Als ik wil, stop ik.’

“Coke was even makkelijk te bestellen als een pizza. Ik had nummers van verschillende dealers verspreid over de stad. Ik ben er zeker van dat de service er de voorbije vier jaar nóg op vooruit gegaan is. Indertijd werd ik al netjes thuis beleverd. Mijn dealer deed alsof hij mijn vriend was. Hij kwam FIFA spelen en een paar lijnen leggen in het huis waar Ward en mama vier uur later arriveerden.

“Elke avond dronk ik 14 pinten en snoof ik een halve gram coke om te kunnen slapen. Soms zat de combinatie niet goed en raakte ik toch niet in slaap. Ik lag te woelen in bed en wist: slapen lukt niet. Ik moest dan op zoek naar nog een fles drank. Soms was er alleen rode wijn: hét recept voor een smerige kater. Elke morgen at ik eitjes met een stevige teen look in. Ik poetste uitvoerig mijn tanden, was gul met de deo en stak mijn mond vol kauwgom. Vervolgens stapte ik ergens binnen en zag ik mensen hun hoofd wegdraaien als ik sprak.”

In Morgen word ik nuchter ondertekent Ward de brieven naar Pieter met ‘Thomas’. Waarom?

Ward: “Het boek is een mengeling van fictie en non-fictie. Ik put uit eigen ervaringen, maar wat in Morgen word ik nuchter precies feit of fantasie is, laat ik in het midden. Wel helemaal realistisch is het grote geheel waarin alles zich afspeelt: dat we jaren moesten leven met de collateral damage van Pieters allesvernietigende verslaving. Al die jaren wilden we hem helpen omdat we hem graag zien. Maar dat werkte averechts: onze liefde hield de verslaving enkel in stand. Een verslaafde is heel geslepen: hij kent al je zwakke plekken en profiteert daar genadeloos van. Tot die dag dat we hem lieten vallen als een baksteen. Niet veel later vroeg hij me om hulp.”

Pieter: “Zonder dat ze het wilden, maakte ik hen medeplichtig en afhankelijk. Mama en Ward konden vreselijk kwaad worden op Pieter de alcoholist, maar twee dagen later stond diezelfde Pieter fris en monter uitgebreid voor de hele familie te koken. ‘Nog een wijntje, Ward?’ Stiekem had ik dan al een fles porto uit.”

Door je te laten vallen, zonden ze je het signaal: nu is het menens?

Pieter: “Het is heel goed dat ze dat gedaan hebben. Ze bliezen alle bruggen op en sloten alle wegen af. Jarenlang kon ik mijn moeder vanalles wijsmaken, al geloofde ze me niet altijd. Duizenden keren zei ze: ‘Ik zet je valies klaar.’ Alleen deed ze dat nooit. Na een tijd kwam ze steeds minder naar huis en bleef ze zo lang mogelijk bij Ward. Ik vond dat prima, want dan kon ik mijn zin doen. Op een keer kwam ze de keuken binnen. Ik riep haar toe: ‘Hey mama, ik ga koken, waar heb je zin in?’ Ze keek me aan met een blik in haar ogen die ik nooit eerder gezien had. Ze zei: ‘Ach jongen, het kan me niet meer schelen.’ Ze draaide zich om en verdween. Ik voelde dat ze het meende. Vanaf dat moment begon er iets in mij te sterven.”

Ward: “We stopten met liefde te geven en zorgden ervoor dat er geen cent meer te vinden was.”

Pieter: “Het klinkt misschien gek, maar daar ben ik jullie heel erg dankbaar voor. Ik had zolang op jullie liefde geteerd. Tot duidelijk werd dat jullie écht niet meer in me geloofden. Zelfs de vrouw die mij op de wereld gezet had en me altijd onvoorwaardelijk graag gezien had, kon het niet meer schelen. Dat kwam hard aan.”

Ward: “Voor het eerst in je leven besefte je dat je jezelf aan het voorliegen was. Je moeder had je een spiegel voorgehouden.”

Pieter: “De kracht vloeide uit me weg. Toen ik Ward belde, wou ik niet meer leven. Alleen was ik niet sterk of moedig genoeg om er zelf een einde aan te maken. Ik heb wel verschillende afscheidsbrieven geschreven en ik fantaseerde hoe ik met mijn auto tegen een boom knalde. Ik kon het niet en eerlijk gezegd wou ik het ook niet. Ik was vanbinnen aan het sterven.”

Waarom belde je naar Ward?

Pieter: “Die bewuste avond was ik zoals elke avond bezig aan mijn dieet van alcohol en coke. Op een krantensite las ik een artikel waar ik hevig van schrok. Er stond dat langdurig cocaïnegebruik de hartkamers doet krimpen. De drug bleek een stille doder te zijn. Al zag mijn lichaam er op dat moment redelijk goed uit; ik was geen uitgemergelde junkie. Ik belde Ward en vertelde hem dat ik ook aan de coke zat. Hij reageerde rustig. Ik haakte in en voelde even opluchting. Meteen daarna sloeg ik in paniek: ‘Wat heb ik nu gedaan?’ Ik nam mijn telefoon en begon een bericht te tikken: ‘Ward, het was maar…’ Ik aarzelde. De ene stem in mijn hoofd zei: ‘Wees blij dat je het eindelijk hebt uitgesproken.’ De andere stem fluisterde: ‘Je gaat er toch niet mee kappen?’ Die sms heb ik nooit verstuurd, maar die avond en de dagen erna heb ik wel zoveel mogelijk gesnoven en gezopen.”

Ward: “Meteen na Pieters telefoon schoten wij in actie. We wisten: hij moét weg. Tien dagen later zat hij op het vliegtuig naar die ontwenningskliniek in Zuid-Afrika.”

Pieter: “Als je echt wil afkicken, moet je radicaal kappen met mensen, plaatsen en dingen die gelinkt zijn aan je verslaving. Het land Zuid-Afrika trok mij finaal over de streep. Ik dacht: ‘O, het strand, zalig.’ Wist ik veel.”

Raakte je er overweldigd door de natuur, zoals Ward hoopte?

Pieter: “Ja, Ward had dat goed ingeschat. Ik was nog nooit in Zuid-Afrika geweest en kwam ’s nachts in Kaapstad aan. Ik had het adres van het centrum op voorhand gegoogeld. Door het jarenlange drinken en snuiven, had ik maar weinig kennis verzameld. Ik kende helemaal niets. Op het vliegtuig dronk ik vier glazen wijn, evenveel gin-tonics en daarna stortte ik me op de Zuid-Afrikaanse likeur Amarula. In mijn notitieboekje noteerde ik: ‘Die Amarula is wel lekker. Moet ik kopen als ik terug thuis ben.’ Op weg naar de rehab besefte ik niet eens dat het mijn definitieve afscheid van alcohol en cocaïne zou worden. ‘Ik ga ontnuchteren’, geloofde ik. Dat was niet hetzelfde als stoppen. Die eerste ochtend in Kaapstad trok ik het gordijn open. Ik dacht: ‘Wat is dat?’ Ik zag een rare berg in de vorm van een gigantische tafel.”

Ward: “De Tafelberg. (lacht)”

Hoe ging het er in de afkickkliniek aan toe?

Pieter: “Het was keihard werken. Ik werd omringd door medeverslaafden en therapeuten en kwam er met niets meer weg. Regelmatig kreeg ik te horen: ‘Stop bullshitting the bullshitter, Pieter.’ De drie belangrijkste begrippen die ik er leerde, waren: ‘eerlijkheid, openheid van geest en bereid zijn tot’. Het duurde een maand vooraleer ik ook bij mijn therapeuten ‘brak’. Die eerste dag stapte ik mijn kamer uit, de gang op. Daar passeerde het mooiste meisje dat ik ooit gezien had. Mijn hart maakte een vreugdesprong en ik dacht: ‘Het is hier een sportkamp.’ De eerste maand speelde ik het behulpzame typetje en sloofde ik me uit. In elke sessie vroeg therapeute Lindsey: ‘Pieter, how are you?’ Waarna ik begon te ratelen hoe fantastisch alles was. Ze luisterde en zweeg. Tot ik na vier weken zei: ‘Ik weet het niet. Wat moet ik doen?’ Ze keek me aan en sprak de gevleugelde woorden: ‘Aha, you’re coming for a question this time.’ (lacht) Ze zei: ‘Probeer niet zoveel meer te overdrijven en te liegen.’ Dat was het begin van de verandering. Ik ontdekte dat ik eerlijk moest leren zijn voor mezelf. Want dat kon ik niet meer.”

Ward: “Soms vragen we ons allebei af: wat is het leukste aan niet meer drinken? Dan antwoorden we altijd allebei: ‘Nooit meer moeten liegen.’ (lacht) Gewoon jezelf kunnen zijn en niet langer al die nieuwe constructies aan leugens moeten blijven onthouden. Dat is een gigantische opluchting.”

Ben jij ooit in therapie geweest?

Ward: “Nee. Mijn leven lang al word ik achtervolgd door de dood. Mijn broer, zus, mijn kinderen. Al die mensen rond me stierven. Maar die overlijdens speelden geen rol in mijn drankmisbruik. Nooit. Drank maakte gewoon deel uit van het ritme waarop ik leefde en schreef. En ik dronk omdat ik mijn plek niet vond. Van zodra ik die plaats min of meer wél gevonden had, nam het drinken geleidelijk af. Die eerste avond dat ik in slaap geraakte zonder eerst whisky te moeten zuipen, was een bevrijding.

“Ik verloor mijn zoon toen hij twintig was. Tien jaar later stierf mijn dochter. Ik kon niet meer dezelfde lucht inademen. Onmiddellijk na haar begrafenis ben ik vertrokken. Ik liet alles in de steek en verhuisde naar Wallonië. Daar begon het langzaamaan te helen. Ook dankzij Pieters moeder. Al flakkert het net als bij een veenbrand af en toe nog wel eens op.”

Pieter: “Ward had een reden om te drinken. Ik niet. Ward was een ‘functionerende alcoholist’: iemand die ondanks zijn verslaving zijn job perfect blijft uitvoeren.”

Ward: “Amper 10 procent van de verslaafden raakt er uiteindelijk net als Pieter ook vanaf.”

Pieter: “Ja, maar de meeste mensen raken níet verslaafd. Dat mogen we toch ook niet uit het oog verliezen. Ze drinken een periode veel, blowen cannabis of snuiven coke en beseffen op een keer: ‘Het wordt iets te hevig. Tijd om ermee te kappen.’ Waarna ze er ook écht een punt achter zetten, net zoals al die mensen die op een bepaald moment stoppen met roken. Dat is een heel natuurlijk proces, waar te weinig aandacht voor is. De schijnwerper wordt altijd meteen op de uitzonderingen gericht: op mensen zoals ik die de grens oversteken, nooit genoeg hebben en er niet zelf mee kunnen ophouden.”

Hoe gaat het nu met jullie?

Pieter en Ward: (in koor) “Heel goed.”

Pieter: “Ik stond een half jaar droog en begon te voelen wat het betekent om iemand een knuffel te geven. Die eerste keer lekker eten, dat eerste diepgaande gesprek, die eerste keer nuchter verliefd worden: al die ‘nieuwe’ ervaringen gaven me een duw in de rug. Ik begon opnieuw te studeren, een bachelor toegepaste psychologie. Nu geniet ik volop van alle nieuwe ervaringen en emoties, al geef ik toe dat er ook slechte dagen zijn. Dat is geen ramp, want ook dat heb ik moeten leren: er is niets mis met af en toe ongelukkig zijn.”

Ward: “Het was heel spannend voor ons toen Pieter een tijdje na zijn terugkeer uit Zuid-Afrika alleen ging wonen.”

Pieter: “Ook voor mij. Ik moest in deze samenleving nuchter leren zijn. Dat was veel makkelijker in dat strenge regime in Kaapstad. Alles werd daar voor me geregeld. De laatste week in rehab sloeg de schrik me om het hart. ‘Wat wordt het in het boze België?’ In februari landde ik op Zaventem. In Zuid-Afrika was het zomer en hier was het nat, kil en koud. Ik zocht werk dat ik niet mee naar huis moest nemen en werd orderpicker in een magazijn. ’s Avonds ging ik sporten en daarna kroop ik braaf in bed. Het eerste jaar legde ik mezelf die saaie routine op en ging ik geen relaties aan. Het had geen zin me met iemand te verbinden, ik was immers nog op zoek naar mezelf.”

Wordt de verleiding naar drank en drugs niet heel groot als je alleen leeft?

Pieter: “Ik heb na mijn terugkeer nooit dat vreselijke verlangen naar drank en coke gehad. Ik werk nu in een sportclub waar ik zelfs af en toe achter de bar sta en dat is geen enkel probleem. Ik worstelde wel met hardnekkige gedragsverslavingen.”

Ward: “Zoals: schoenen en kleren kopen, reizen, fitness, eten en het geld door ramen en deuren smijten. Op een bepaald moment zei hij opgewekt: ‘Ward, weet je hoeveel ik aan reizen heb uitgegeven? 10.000 euro!’ Ik was pissed.”

Pieter: “Ik dacht toen dat je blij zou zijn met mijn hervonden joie de vivre. (lacht) Dus ja, die gedragsverslavingen probeer ik te bedwingen. Al is het verzamelen van sportschoenen toch heel wat onschuldiger dan coke snuiven. Ik weet ook dat ik moet oppassen voor mogelijke tegenslagen. Ik mag die niet in mijn eentje proberen oplossen en moet op tijd hulp inroepen. Daar hebben ze me in Kaapstad voor gewapend: ‘Praat op tijd met anderen. Ga sporten. Lees een boek. Mediteer.’ Een zelfhulpgroep zoals de AA levert fantastisch werk.”

Ward: “Het twaalfstappenprogramma van de AA is gebaseerd op generatielange ervaring in het omgaan met verslaving. Ook veel andere zelfhulporganisaties maken er gebruik van en ook ik val er op terug.”

Volg jij bijeenkomsten van de AA?

Ward: “Nee, maar veel lotgenoten hebben daar wel veel aan. Kijk naar beroemdheden zoals Elton John of Anthony Hopkins: al decennialang zijn zij nuchter dankzij de AA.”

Pieter: “De bijeenkomsten van een zelfhulpgroep ondersteunen ook mij, net als de hulp van mama, Ward en iedereen die me graag ziet, zoals die oom bij wie ik altijd terecht kan. Mijn therapeuten in Kaapstad waarschuwden me: ‘Vrienden en kennissen hebben na verloop van tijd minder in de gaten dat jij die strijd voert.’ Gelijkgezinden in een zelfhulpgroep blijven zich daar altijd van bewust.”

Ward: “Pieter is mijn zelfhulpgroep. Een paar weken geleden belde ik hem. ‘Ik moet je iets vertellen. Daarnet stond ik voor een nachtwinkel en ik heb het niet gedaan.’”

Pieter: “Er is een speciale band tussen ons. Maar toen ik nog gebruikte, zei mama vaak: ‘Ward komt niet, hij kan je even niet horen of zien.’ Verbeter me als ik fout ben, Ward, maar in die tijd walgde je soms van me. Je zag hoe ik door mijn drank- en drugsmisbruik mama ongelukkig maakte.”

Ward: “We leefden in heel moeilijke omstandigheden, Pieter.”

Pieter: “Zeker, al waren er ook betere momenten. Als ik een paar dagen niets had achterovergedrukt, eens geen auto in de prak had gereden, net een nieuwe job had versierd en helemaal up was, kookte ik voor jullie, reed ik het gras af, kwam ik een paar dagen op tijd naar huis en waste ik jouw auto. Eén avond zaten we dan gezellig samen en maakten we grapjes. Tot ik het opnieuw verknoeide en de walg bij jou terug de overhand nam. Die walging is nu helemaal weg en ingeruild voor een échte relatie.”

Zijn jullie bang om te hervallen?

Pieter: “Als ik nee antwoord, lijkt het alsof ik mijn verslaving te weinig ‘respecteer’. Maar ik weet wat ik moet doen om nuchter te blijven. Ik weet ook wat ik moet ondernemen wanneer het mis dreigt te gaan.”

Ward: “Ik ben niet bang om te hervallen, ook al stond ik dan twee weken geleden voor die nachtwinkel. Een half jaar geleden stond ik daar ook. Bij aankomst thuis was de fles toen leeg. Maar deze keer kocht ik niets en belde ik Pieter. Ik heb er vertrouwen in dat het zal blijven lukken, want wat ik nu heb, wil ik niet kwijt. Nooit meer.”

Ward Hulselmans, Morgen word ik nuchter, Manteau, 160 blzn, 22,99 euro

 © Jan Stevens

En de winnaar is: Big Pharma

Op dinsdag 4 mei maakte Pfizer bekend dat het de eerste drie maanden van 2021 voor 2,8 miljard euro aan coronavaccins had verkocht. Het vaccin is vandaag de voornaamste bron van inkomsten van het Amerikaanse farmaconcern. Over hoeveel winst het oplevert, zwijgt Pfizer in alle talen. Volgens de New York Times zou de winst voor belastingen van het eerste kwartaal 737 miljoen euro bedragen. De krant gaat uit van een winstmarge van meer dan 20 procent.

Wereldwijd zijn er voor 2021 in totaal 780 miljoen dosissen besteld van het door Pfizer en het Duitse BioNtech ontwikkelde mRNA-vaccin. De aankoopprijs van een dosis in de VS wordt geschat op 16 euro; in de EU op 12 euro. Al zou die prijs inmiddels stevig in de lift zitten. Vlak voor zijn aftreden op 12 mei zei de Bulgaarse ex-premier Bojko Borisov dat de prijs van een Europese Pfizer-dosis gestegen was tot 19,5 euro. Wat neerkomt op 62 procent extra in vier maanden tijd. De Amerikaanse ngo Health Gap raamt de reële productiekosten van het Pfizer-vaccin op 1,5 à 2,5 euro per dosis.

Pfizer verwacht voor 2021 minstens voor 12 miljard euro aan vaccins te verkopen. Met een beetje geluk worden dat er 25 miljard. De totale jaarwinst zou dan schommelen tussen 3,2 miljard en 6,5 miljard euro.

Ook het vaccin van Moderna maakt gebruik van de nieuwe mRNA-technologie. Het Amerikaanse farmabedrijf verwacht voor 2021 een verkoop van 15 tot 17 miljard euro. Wereldwijd zijn er 677 miljoen dosissen besteld; Moderna hoopt af te klokken op 800 miljoen shots. Net als bij Pfizer is ook bij Moderna alles over de winstmogelijkheden van het vaccin in nevelen gehuld. Dankzij onze staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open VLD) weten we wat België per dosis aan de vaccinproducenten moet betalen. Eind vorig jaar tweette ze per ongeluk de prijzen van de verschillende coronavaccins. Voor Moderna is dat 14,8 euro per dosis, waardoor dat vaccin meteen het duurste is. In de eerste drie maanden van dit jaar verkocht Moderna 102 miljoen dosissen, goed voor een omzet van 1,5 miljard euro. De verkoop- en stockagekosten bedroegen 467 miljoen euro. Het was al heel lang geleden, maar dit kwartaal boekte Moderna eindelijk nog eens winst: bijna 1 miljard euro. In het eerste kwartaal van 2020 leed het nog 102 miljoen euro verlies en had het bedrijf geen enkel gepatenteerd medicijn in aanbod.

Het coronavaccin van AstraZeneca is met 1,78 euro per dosis veruit het goedkoopste. Volgens de Zweeds-Britse multinational is het een bewuste ethische keuze om het vaccin tijdens de pandemie zonder winst te verkopen. Maar in oktober vorig jaar lekte de Financial Times een deal tussen AstraZeneca en een Braziliaanse producent om die pandemie te laten eindigen op 1 juli 2021. 

Het vaccin van Johnson & Johnson (J&J), ontwikkeld door de Belgische divisie Janssen, kost 7 euro per dosis. J&J-topman Paul Stoffels verklaarde meermaals dat tijdens de pandemie het vaccin aan kostprijs verkocht wordt. Van alle beschikbare coronavaccins is dit voorlopig het enige waarbij één shot volstaat. In tegenstelling tot de vaccins van Pfizer en Moderna moet het niet extra gekoeld worden en kan het minstens drie maanden lang in een doorsnee koelkast bewaard worden. Daardoor is het zeer geschikt voor vaccinatie in armere landen. J&J mikte voor 2021 op een verkoop van ruim 8 miljard euro. Alleen raakt het door productieperikelen en meldingen van bijwerkingen slechts moeizaam uit de startblokken.

Nobelprijs

“Hoeveel farmabedrijven precies aan hun vaccins verdienen, is moeilijk te achterhalen”, zegt Leo Neels, als ex-ceo van belangenvereniging Pharma.be gepokt en gemazeld in de farmasector. “Het zijn beursgenoteerde ondernemingen die strikte publicatieregels volgen. Daarom vind je van hen vooral samengevoegde cijfers en zo goed als nooit gedetailleerde.”

De cijfers die farmabedrijven vrijgeven, zijn in de eerste plaats bedoeld voor aandeelhouders en beleggers. Totale transparantie is er zelden of nooit. Volgens gezondheidseconoom Dominique Vandijck (Ugent) is dat typisch voor de sector. “Het motto is: wat niet weet, niet deert. In normale omstandigheden wordt er op vaccins niet veel winst gemaakt. Ze vliegen nooit massaal de deur uit, want het zijn geen middelen die veel mensen moéten hebben, zoals bijvoorbeeld cholesterol- of bloeddrukverlagers. Al is dat bij deze coronapandemie natuurlijk anders. De coronavaccins zullen de farmabedrijven geen windeieren leggen. Dat blijkt al uit de resultaten van het eerste kwartaal van Pfizer. We zijn nog niet meteen van corona verlost; daar is het verdienmodel voor deze vaccins ook op gebaseerd. Want er is al sprake van een derde shot én van herhaalvaccins. De kans dat de coronavaccins blijvertjes zijn, is dus zeer groot.”

Mogen we de voorbije race naar de vaccins en de huidige vaccinatiecampagne ook beschouwen als een grote marketingcampagne voor de farma-industrie? Vandijck: “Zeker. Dit is het uitgelezen moment voor de sector om haar imago op te poetsen. Want door onder andere dat gebrek aan transparantie raakte dat de voorbije jaren toch een beetje besmeurd.”

’s Werelds grootste farmaconcern Pfizer maakte er nooit een geheim van dat het met zijn coronavaccin geld wil verdienen. “Dat merk je ook aan hun prijszetting”, zegt Vandijck. “In vergelijking met de prijzen van andere vaccins is 12 euro best veel. Alleen Moderna scoort hoger. AstraZeneca vraagt 1,78 euro, wat aanleunt bij de échte ontwikkel- en productiekost. Maar om die prijzen toch een beetje in perspectief te plaatsen: een vaccin tegen de griep kost 15 euro. Pfizer had dus nog veel meer kunnen vragen, toch koos het bedrijf ervoor dat niet te doen. Dat pleit voor hen, vind ik. Vóór Eva De Bleeker haar bewuste tweet de lucht instuurde, gokten wij zelfs op 30 euro per dosis. Wat meteen de kracht en het belang van onderhandelen op Europees niveau aantoont.”

Pfizer haalde zijn mosterd voor de ontwikkeling van het vaccin bij de Duitse start-up BioNtech van doktersechtpaar Uğur Şahin en Özlem Türeci. “BioNtech ligt aan de basis van de mRNA-technologie”, zegt Leo Neels. “Het echtpaar is wat mij betreft nu kandidaat voor de Nobelprijs. Dertien jaar lang was BioNtech met zijn onderzoek naar mRNA vooral een verbrandingsoven voor geld van private investeerders én van de Duitse overheid die met een half miljard euro subsidieerde.”

Pfizer stelt dat het voor de ontwikkeling van zijn vaccin bewust geen cent steun van Operation Warp Speed van de Amerikaanse overheid wou. Vergeten ze gemakshalve dat halve miljard van de Duitsers? “Nee”, antwoordt Neels. “Die Duitse overheidssteun had niets met de ontwikkeling van het Pfizer-vaccin te maken. Ze was bedoeld voor BioNtechs klinische onderzoeken naar mRNA-medicijnen tegen kanker. De lat voor goedkeuring van geneesmiddelen door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) en het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) ligt zeer hoog. Klinische onderzoeken kosten daarom ook handenvol geld. Bij de start van de pandemie was er contact tussen Pfizer en BioNtech. De stichters lieten weten dat hun mRNA-technologie misschien geschikt was voor het vaccin. De verdere research werd aan de wetenschappers van Pfizer overgelaten. Omdat zij zoveel kennis hebben, konden ze in een recordtijd dat eerste succesvolle coronavaccin ontwikkelen.”

Sinds de start in 2008 draaide BioNtech verlies; in 2020 boekte het bedrijf plots winst. Leo Neels: “Pfizer stortte toen een licentievergoeding voor de mRNA-technologie, voor het gebruik van hun intellectuele eigendom of patent.”

TRIPS

Anne Delespaul is huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Deurne. Ze is ook bezielster van het Europese burgerinitiatief (EBI) Right to cure. “EU-burgers hebben het recht zich rechtstreeks tot de Europese Commissie te wenden met een EBI om een concrete wetswijziging voor te stellen”, zegt ze. “Om een initiatief door de Commissie in overweging te laten nemen, moeten minstens 1 miljoen mensen uit de hele EU het ondertekenen. Met ons EBI Right to cure willen we bereiken dat coronavaccins een publiek goed worden die toegankelijk zijn voor iedereen. De patenten van farmaciebedrijven moeten daarom worden opengebroken.”

Volgens Delespaul en haar medestanders werken patenten monopolies in de hand, waardoor farmagiganten de geneesmiddelenmarkt naar hun hand zetten.

De internationale afdwingbaarheid van een patent is nog heel recent. In 1994 ondertekenden 123 landen in Marrakech de door de Wereldhandelsorganisatie uitgeschreven Agreement on Trade-Related Intellectual Property Rights (TRIPS). De TRIPS-akkoorden legden de wereldwijde minimumregels voor de patentwetgeving rond intellectuele eigendom vast. Op 9 juli 1982 gaf niet toevallig Barry MacTaggart, de toenmalige grote baas van Pfizer, met een opiniestuk in The New York Times het schot voor de boeg voor die internationale regelgeving. Aanleiding was de vermeende diefstal van bedrijfsgegevens van computergigant IBM door Japanse zakenlui. De diefstal van Amerikaanse technologie én van Pfizers antibiotica docycyline moest dringend een halt worden toegeroepen.

De inkt van de TRIPS-akoorden was nog niet droog, toen eind jaren negentig Zuid-Afrika ze onder druk van de aids-epidemie alweer de wacht aanzegde. De eerste aidsremmers waren peperduur en ontoegankelijk voor met HIV besmette Zuid-Afrikaanse burgers. Honderdduizenden stierven aan aids. De toenmalige Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela legde TRIPS naast zich neer en tekende een wet die het mogelijk maakte om goedkopere generieke aidsremmers uit Brazilië te importeren. De Amerikaanse overheid dreigde met economische sancties tegen Zuid-Afrika en 39 farmabedrijven spanden een proces in. Na wereldwijd protest stopten ze hun rechtszaak en lieten de import van generieken toch toe.

“De aidsremmers voor Zuid-Afrika was zeker een schandaal”, geeft Leo Neels toe. “Ik heb dan ook begrip voor ethische kritiek op patenten. Maar wat ik niet begrijp is dat naar aanleiding van dat incident van twintig jaar geleden de hele farma-industrie vandaag nog steeds met de vinger wordt gewezen.”

Volgens Neels waren er zonder patenten nu geen vaccins die ons tegen covid beschermen. “Van zodra een bedrijf een patent neemt, geeft het ook zijn kennis vrij. Sommigen nemen bewust geen patent omdat zo hun kennis niet geregistreerd wordt. Anderen mogen op jouw patent verder bouwen. Het enige wat jij dan in ruil vraagt, is een monopolie voor het commercieel gebruik voor 25 jaar. Toen de BioNtech-stichters mRNA registreerden en patenteerden wisten ze nog niet of ze blik of goud in handen hadden. Het patent maakt het mogelijk dat ze 25 jaar lang hun zwaar bevochten kennis kunnen exploiteren. Ze hebben zelf geen productiecapaciteit en doen daarom beroep op Pfizer. Wat is daar fout mee?”

Torenhoge standaarden

In tegenstelling tot Leo Neels heeft Anne Delespaul geen vertrouwen in ‘Big Pharma’. “De productiekosten van hun vaccins zijn grotendeels betaald door de gemeenschap”, zegt ze. “De oorspronkelijke technologie werd vaak ontwikkeld in universiteiten. AstraZeneca kreeg 1,9 miljard dollar aan subsidies van de Amerikaanse en Britse overheden en internationale instellingen. De EU kocht in maart al vaccins die nog ontwikkeld moesten worden. Als ze er nooit gekomen waren, was dat geld foetsjie. Farmabedrijven kregen een blanco cheque: ze hebben geen enkele verplichting om hun contracten of onderzoeksresultaten te delen en bepalen zelf de prijs.” Delespaul vindt dat de aankoopprijs een weerspiegeling zou moeten zijn van de onderzoeks- en productiekosten. “Alleen zijn die gegevens geheim. Als het klopt dat Pfizer nu 19,5 euro per dosis vraagt, wordt hun marge wel zeer groot. Voorlopig houden ze zich nog in, maar dat blijft niet duren. Al die farmabedrijven laten hun investeerders nu al weten: van zodra de pandemie een ‘gewone’ besmettelijke ziekte wordt, evolueren we naar ‘gewone’ marktconforme prijzen. Een vaccin zal dan tussen de 100en 150 euro kosten.”

“Dat de farma-industrie de vaccins op kosten van de gemeenschap ontwikkeld heeft, is te kort door de bocht”, vindt Dominique Vandijck. “Ze werden inderdaad met gemeenschapsgeld ondersteund, maar ze investeerden zelf ook fors. Ze slaagden erin om in een recordtijd goed werkende vaccins op de markt te brengen. Dat had ook drie jaar langer kunnen duren.” Vandijck is een groot voorstander van patenten. “Zij zijn net ontzettend belangrijk voor de innovatie in de farma. Het risico bestaat dat we ooit nog eens razendsnel een vaccin tegen een pandemie nodig zullen hebben. Patenten maken die race tegen de klok mogelijk. Als farmabedrijven hun intellectuele eigendomsrechten zomaar moeten opgeven, zullen ze in de toekomst niet veel zin meer hebben om nog nieuwe middelen te ontwikkelen.”

Anne Delespaul is ervan overtuigd dat enkel het openbreken van patenten de wereldwijde vaccinproductie een stevige boost kan geven. “Vandaag is amper de helft van de totale productiecapaciteit in gebruik”, zegt ze. “Terwijl vaccinatie van het allerhoogste belang is voor de heropstart van het normale sociale en economische leven. Maar ook voor het psychische welzijn van mensen. In mijn huisartsenpraktijk merk ik alle dagen de vreselijke gevolgen van het sociale isolement door corona. Snelle vaccinatie is nodig om het virus klein te krijgen. Hoe langer we wereldwijd treuzelen met vaccineren, hoe meer kansen het virus heeft om te muteren.”

Op 14 maart publiceerde Politico een lijst van bedrijven die hun diensten aan de farmaceuten aanboden om coronavaccins te produceren. Biolyse Pharma in Canada, Incepta Vaccine in Bangladesh, Teva in Israël en Bavaria Nordic in Denemarken kregen allemaal nul op het rekest. “Terwijl die ondernemingen binnen drie tot zes maanden kunnen beginnen produceren”, zegt Delespaul.

“Er wordt gedaan alsof vaccins elders produceren een fluitje van een cent is, maar dat is niet zo”, reageert Leo Neels. “Precies omdat de normen van de FDA en het EMA zo extreem hoog liggen. Het gerenommeerde AstraZeneca hoopte de productie voor het vaccin te kunnen opdrijven in een nieuwe Waalse fabriek. Dat lukt voorlopig niet omdat die fabriek niet erkend raakt door de FDA. Een productiefaciliteit voor vaccins opstarten, is ontzettend moeilijk. De kwaliteitscontrole is niet van de poes, omdat we ons bij geneesmiddelen en vaccins gewoon geen vergissingen kunnen permitteren. Sanofi/GSK is wereldleider in vaccins. Tot vandaag hebben zij geen coronavaccin; dat wordt pas in 2022 verwacht. Ze hebben bij het EMA net de eerste horde genomen. Niet omdat ze te lang getreuzeld hebben, maar omwille van die torenhoge standaarden. Terecht, want we willen toch allemaal veilige vaccins?”

Pfizer

  • VS
  • Opgericht in 1849
  • Hoofdkantoor: New York
  • Ceo: Albert Bourla
  • Omzet: (2020) 34 miljard euro
  • Winst: 5,7 miljard euro
  • Aantal werknemers: 78.500

BioNtech

  • Duitsland
  • Opgericht in 2008
  • Hoofdkantoor: Mainz
  • Ceo: Uğur Şahin
  • Omzet: (2020) 482 miljoen euro
  • Winst: 15 miljoen euro
  • Aantal werknemers: 1.320

Moderna

  • VS
  • Opgericht in 2010
  • Hoofdkantoor: Cambridge Massachusetts
  • Ceo: Stéphane Bancel
  • Omzet: (2020) 658 miljoen euro
  • Verlies: 611 miljoen euro
  • Aantal werknemers: 1.300

AstraZeneca

  • VK-Zweden
  • Opgericht in 1999
  • Hoofdkantoor: Cambridge, VK
  • Ceo: Pascal Soriot
  • Omzet: (2020) 21 miljard euro
  • Winst: 4,3 miljard euro
  • Aantal werknemers: 76.100

Johnson & Johnson

  • VS
  • Opgericht in 1886
  • Hoofdkantoor: New Brunswick, New Jersey
  • Ceo: Alex Gorsky
  • Omzet: (2020) 68 miljard euro
  • Winst: (2019) 12 miljard euro
  • Aantal werknemers: 132.200

© Jan Stevens

‘Eichmann verdient elke dag te worden geëxecuteerd’

Van 1950 tot 1960 leefde Holocaust-architect Adolf Eichmann ondergedoken in Buenos Aires, de geboortestad van de Argentijnse schrijver Ariel Magnus. In zijn roman De onfortuinlijke kruipt de Joodse Magnus diep in het hoofd van SS’er Eichmann. ‘Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag.’

In september 2020 verliet de Argentijnse schrijver Ariel Magnus zijn geliefde stad Buenos Aires om zich tijdelijk in het Duitse Mülheim te vestigen. Op uitnodiging van de Brost-Stiftung is hij er een jaar lang ‘Metropolenschreiber RUHR’. “Het is de bedoeling dat ik op het einde van dit jaar een manuscript met de rivier Ruhr als hoofdrolspeler inlever”, zegt hij. Samen met zijn vrouw en eveneens schrijfster Mariana Dimopulos verblijft hij in een huis van de in 2010 overleden uitgeefster, mediamagnaat en miljardair Anneliese Brost. Met haar Brost-Stiftung wou ze ook na haar dood kunst, cultuur en literatuur in het Ruhr-gebied bevorderen. Magnus is de vierde Metropolenschreiber. “De stichting nodigt telkens een buitenlandse auteur met voeling met Duitsland uit om het Ruhr-gebied een jaar lang literair te onderzoeken. Dit huis is een prachtige plek om writer-in-residence te zijn. De voorbije maanden was de rust deugddoend, al begin ik zoetjesaan naar de drukte van Buenos Aires te verlangen.”

Buenos Aires is ook de stad waar Adolf Eichmann, SS’er en logistiek planner van de Holocaust, naartoe vluchtte. U bent zelf Joods. Waarom koos u Eichmann als hoofdpersonage voor uw roman De onfortuinlijke?

“Toen ik voor het eerst het idee voor De onfortuinlijke opperde, kreeg ik als reactie: ‘Waarom? Je kunt toch een bibliotheek vullen met Adolf Eichmann-boeken?’ Dat klopt, alleen is dat stuk voor stuk non-fictie, geschreven door historici, filosofen of journalisten. Hannah Arendt en Harry Mulisch volgden zijn proces en bestempelden hem als een mysterie. Hij was ook een mysterie voor de drie geheim agenten van de Mossad die hem oppakten. Ze schreven elk een boek over die actie waarin ze alle drie een totaal verschillend portret van Eichmann schetsen. Velen hebben geprobeerd hem te begrijpen, maar niemand slaagde er in alle historische werken en biografieën echt in. Alleen via fictie kunnen we doordringen tot de ziel van Eichmann en achterhalen wie hij was in het diepst van zijn gedachten.”

In uw roman lukt dat?

“Dat hoop ik toch. De onfortuinlijke is een échte roman die diep graaft in de psyche en de emoties van het hoofdpersonage. Fictie geeft mij als schrijver die vrijheid om in het hoofd van Adolf Eichmann te kruipen. Iets wat een historicus of journalist niet kan.

“Tijdens het schrijven, vroeg ik me voortdurend af: zit er iets goeds in deze man? Want ik wou geen monster creëren. Hij was niet zoals ‘engel des doods’ dokter Josef Mengele, die vreselijke experimenten op levende tweelingen uitprobeerde. Eichmann praatte veel, schreef veel en vond zichzelf een denker. In het begin van zijn carrière bij de SS onderzocht hij ‘de Joodse kwestie’ alsof het een wetenschap betrof. Hij studeerde Hebreeuws en verdiepte zich in het zionisme. Na de machtsovername van de nationaalsocialisten in Duitsland kreeg hij in 1934 in Berlijn ‘Joodse zaken’ onder zijn bevoegdheid. De nazileiding beschouwde hem als een expert die precies wist wat hoe Joden redeneerden. Ik denk eerlijk gezegd dat hij zich tijdens zijn studies niet al te veel uitsloofde. Hij was een vrouwenzot en dronk graag en veel. In zijn jonge jaren gedroeg hij zich dus als een doorsnee soldaat. (lacht)”

Eichmann beschouwde zichzelf als ‘intellectueel’?

“Ja, en zijn mede-SS’ers vonden dat ook. Alleen werd al wie in nazi-Duitsland een paar woorden in een vreemde taal begreep al meteen bestempeld als intellectueel.

“In 1935 trouwde Eichmann met Vera Liebl met wie hij in Duitsland drie zonen kreeg. Nadat hij onderdook, zag hij zijn gezin zeven jaar lang niet. Eerst hield hij zich op de Lüneberger Heide schuil en in 1950 vluchtte hij met een vals Rode Kruis-paspoort onder de naam Ricardo Klement naar Argentinië. Daar zette hij alles in het werk om vrouw en kinderen zo snel mogelijk te laten overkomen, ook al had hij die eerste jaren in Argentinië tal van minnaressen. Toch leek het alsof hij een goede vader wou zijn. Dat aspect van ‘Eichmann de familieman’ fascineerde me.

“Zijn vrouw en kinderen arriveerden in Buenos Aires op 26 juli 1952, de dag dat de razend populaire Argentijnse first lady Evita Peron aan kanker overleed. Die dag waren er, net zoals ik in mijn roman beschrijf, geen bloemen in de stad meer te vinden. De burgers hadden alles opgekocht om hun geliefde Evita de laatste eer te bewijzen.”

U beschrijft hoe Eichmann aan de receptie van een hotel de ‘bloemen voor Eva’ pikt om ze later aan zijn pas gearriveerde vrouw Vera te geven. Is die veelzeggende scène authentiek?

“Misschien. (schaterlacht) Het had alleszins zo kunnen plaatsvinden. Hier doet de literatuur haar intrede. Wat niet wil zeggen dat ik met de historische feiten begon te freewheelen. Integendeel, ik hield me strikt aan de chronologie. Alle datums kloppen, want ik wou in Eichmanns Argentijnse realiteit blijven. Ik geloofde dat ik beter in zijn hoofd kon kruipen door me helemaal in zijn bestaan onder te dompelen. Alvorens ik een letter op papier zette, las ik maandenlang alles wat ik over hem kon vinden. In de eerste plaats was er Ich, Adolf Eichman, de neerslag van de interviews die de Nederlandse journalist Willem Sassen in Buenos Aires van hem afnam. Op 11 mei 1960 werd Eichmann door de Israëlische geheime dienst Mossad ontvoerd. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij zijn autobiografie Götzen. Daarnaast las ik onder andere Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt en De zaak 40/61 van Harry Mulisch. Maar het boek waar ik het meest aan had, was Eichmann vóór Jerusalem van de Duitse filosofe Bettina Stangneth. Zij is gespecialiseerd in antisemitisme en nationaalsocialisme. Ze hielp me ook bij het doorploegen en doorgronden van het denkkader van de nazi Eichmann.”

Het eindresultaat De onfortuinlijke is en blijft fictie?

“Toch niet. Want ik beweeg me als romanschrijver in exact dezelfde realiteit van de historische werken. Vanuit Eichmanns interacties met anderen leid ik af hoe hij had kunnen denken en wat hij had kunnen voelen. Verschillende passages zijn trouwens gebaseerd op citaten uit zijn interviews met Willem Sassen. Op een bepaald moment schrijf ik dat Eichmann het beter zou vinden als vrouwen de teugels van de planeet in handen zouden nemen. ‘Want als hoeders en beschermers van het leven zijn zij betrouwbaarder dan mannen.’ Dat is vintage Eichmann. Natuurlijk is hij op dat moment gewoon aan het liegen. Hij liegt immers continu.”

Eichmann-interviewer Willem Sassen speelt een belangrijke rol in uw boek. Wat voor een man was hij?

“Over het leven van Sassen kan ook een geweldige roman geschreven worden. Hij was als overtuigde Nederlandse nazi lid van de SS. Buitenlandse ‘bekeerlingen’ zijn altijd de ergste. Tijdens de oorlog bracht hij als SS-journalist verslag uit van op het oostfront. Eind 1944 was hij zelfs even hoofdredacteur van De Telegraaf. In 1948 vluchtte hij naar Argentinië. Hij werd bij verstek veroordeeld, maar nooit legde iemand hem een strobreed in de weg. In 1952 kwam de Nederlandse prins Bernhard op bezoek bij Juan Peron. Willem Sassen was de tolk. Hij werd zelfs Zuid-Amerikacorrespondent voor het Duitse magazine Stern. Sassen was een graag geziene gast bij de gevluchte nazi’s in Argentinië. Tussen 1956 en 1960 interviewde hij Adolf Eichmann zeer uitgebreid bij hem thuis. Al die gesprekken nam hij op band op. Eichmann praat erin vrijuit over zijn motieven en overtuigingen. Hij neemt geen blad voor de mond en vertelt zonder blikken of blozen de vreselijke waarheid. Die interviews zijn nu een geweldige schat aan informatie en waren op zijn proces in Jeruzalem belangrijk bewijsmateriaal. Ze geven een unieke inkijk in het brein van de planner van de Holocaust.

“Willem Sassen stierf in 2002 in Chili waar hij bij één van zijn dochters woonde. Hij is ook de vader van de beroemde sociologe Saskia Sassen. Zij weigert de nazicarrière van haar papa in het juiste perspectief zien. In de jaren tachtig kwam haar bejaarde vader haar opzoeken. Ze organiseerde een etentje waar ook een hartsvriendin met een Joodse echtgenoot op aanwezig was. Zij wisten niet dat de oude Willem Sassen een notoire nazi was. De avond verliep heel gezellig en Willem leek een hoogst aimabele gesprekspartner. Jaren later kwam die vriendin erachter wie Willem Sassen écht was. Ze sprak er Saskia over aan: ‘Waarom heb je me dat toen niet verteld?’ Saskia antwoordde: ‘O, maar papa haatte Hitler.’ Werkelijk?”

Ging u door het schrijven van De onfortuinlijke op een andere manier naar Adolf Eichmann kijken?

“Het veranderde de manier waarop ik naar heel nazi-Duitsland keek. Mijn grootmoeder langs moederszijde overleefde Auschwitz. Door wat zij meegemaakt heeft, is de Holocaust een thema dat in mijn familie leeft. Ik schreef eerder een boek over haar en verdiepte me heel erg in de gruwel van de vernietigingskampen. Tijdens de research merkte ik toen dat ik veel dingen niet wist, ook al was oma’s verhaal voor mij springlevend. Ik denk dat ik nu inzicht gekregen heb in hoe een nazi denkt. Maar ook in hoe dat hele perverse systeem mensen overtuigde en meezoog.

“Vandaag wint extreemrechts opnieuw aan kracht, waarbij ‘de Joden’ soms vervangen zijn door ‘de moslims’. De methoden van toen, zijn identiek aan die van nu. Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag. Zijn uitgangspunt was: ‘Joden en Duitsers kunnen niet samenleven. Hoe lossen we dat probleem op?’ Zelfs heel wat Joden waren het daar in de begindagen van het naziregime mee eens. ‘Ja, dat samenleven lukt niet echt. Daar moeten we inderdaad een oplossing voor vinden.’ Het axioma van ‘niet kunnen samenleven’ werd nooit in vraag gesteld, maar zonder discussie voor waar aangenomen. Vanop dat door vrijwel iedereen klakkeloos aanvaardde fundament, bouwden de nazi’s heel logisch stap voor stap hun vernietigingsmachine. In Eichmanns geest was het helder: ‘We hadden eerst dat probleem, waarna we stap één namen, dan stap twee en vervolgens stap drie… en op het einde was er Auschwitz.’”

Eichmann creëerde een monsterlijk systeem met de praktische ingesteldheid van een boekhouder?

“Precies. Hij en zijn kompanen stelden zich nooit vragen over hun basisstelling. Ze namen gewoon als dogma aan dat Joden en Duitsers niet konden samenleven. Alles wat ze vandaaruit verder beredeneerden, eindigde in dat totale vernietigingssysteem. Doordat het zo logisch ineenzat, was er geen enkel moment waarop er twijfel binnensloop en was er achteraf ook geen plaats voor schuldinzicht of berouw. Al die jaren in Argentinië bleef Eichmann er heilig van overtuigd dat hij niets fout had gedaan. Dat gold ook voor al die andere gevluchte nazi’s. Ze waren zich van geen kwaad bewust, niet omdat zijzelf monsters waren, maar omdat ze deel uitmaakten van dat rationeel geconstrueerde monsterlijke systeem. De Holocaust was in hun ogen geen massamoord, maar de ‘Endlösung’.”

Uw grootvader langs vaderszijde arriveerde in 1937 in Buenos Aires, dertien jaar voor Adolf Eichmann er voet aan wal zette.

“Mijn opa vluchtte net als veel andere Duitse Joden voor de oorlog naar Argentinië. Na de oorlog vestigde er zich dan plots een stevige nazi-delegatie. Hun favoriete magazine was Der Weg. Daarin leek het in 1960 alsof het nog steeds 1933 was en de Führer pas de macht veroverd had. Ik werk nu aan een non-fictieboek over hoe die twee gemeenschappen in de jaren vijftig en zestig naast elkaar leefden.

“Ik heb grootvader nooit gekend; hij stierf heel jong. Maar mijn vader vertelde me dat opa in Buenos Aires in een flat onder een vrouwelijke nazi woonde. Ze was niet van het kaliber van Eichmann of Mengele, maar haar ‘geloof’ had ook zij niet afgeschud. Vanuit haar raam gooide ze afval naar mijn opa en riep: ‘Du Scheißjude!’

“Mijn vader is al zijn hele leven razend kwaad op Adolf Eichmann. Hij was tien jaar oud toen Eichmann op 11 mei 1960 door de Mossad in Argeninië ontvoerd werd. Hij zat toen bij wijze van spreken op de eerste rij. Ik vond papa’s woede altijd bizar. Ik zei hem: ‘Ik begrijp dat je Adolf Hitler haat. Maar het lijkt alsof je nóg bozer bent op die Eichmann. Waarom toch?’ Nu snap ik hem veel beter.”

U schrijft dat uw vader ook boos op u werd omdat u deze roman over het monster Eichmann wou schrijven.

“Dat is een dichterlijke vrijheid. (lacht) Papa werd helemaal niet boos op mij, maar zo werp ik de vraag op: waarom wil ik een roman schrijven over een monster? Alleen: Eichmann was dus geen monster. Het is iets te gemakkelijk om over figuren als Adolf Eichmann te zeggen: ‘Het zijn monsters.’ Als we écht willen begrijpen wat er toen misging en herhaling willen voorkomen, moeten we precies weten hoe zij geworden zijn wie ze zijn.”

Waarom rolde Argentinië in de jaren na WO II de rode loper uit voor al die gevluchte nazi’s?

“De toenmalige president Juan Peron was net als de Amerikanen, de Fransen en de Russen geïnteresseerd in de masterminds van het nazisme. Omdat de dure topingenieurs van het kaliber Wernher von Braun al door de VS ingepikt waren, moest Peron zich tevreden stellen met naziwetenschappers en -ingenieurs die een trapje lager stonden. De Duitse gemeenschap in Argentinië liet zich gewillig inschakelen voor het binnensmokkelen van oorlogsmisdadigers zoals Eichmann en Mengele. Hoeveel er zo het land ingekomen zijn, weten we niet precies. Volgens de laagste schatting gaat het om 800 nazi’s; volgens sommigen zijn het er minstens 10.000.

“Het was in die tijd niet zo moeilijk om Argentinië binnen te geraken. Het is niet voor niets dat mijn grootvader in de jaren dertig samen met 40.000 andere Joden naar Buenos Aires vluchtte. Opa was als Jood niet welkom, want officieel mochten Joden het land niet binnen. Toch gaf Peron al die Joden, net als de nazi’s, de Argentijnse nationaliteit.”

Had Juan Peron sympathie voor het nazisme?

“In die tijd woedde in Argentinië de discussie volop of Peron zelf een nazi was. Daar worden zelfs vandaag nog verhitte debatten over gevoerd. De populistische peronistische partij zit in de huidige regering en ligt onder vuur over de drijfveren van haar stichter. Tegenstanders wijzen erop dat Peron Josef Mengele persoonlijk kende en in bescherming nam en daarom niet anders dan zelf ook een nazi kon zijn. Als je aan Adolf Eichmann zou vragen of Juan Peron een nazi was, ben ik er vrij zeker van dat hij zou antwoorden: ‘Natuurlijk niet. Peron heeft ons uitstekend geholpen, dat is waar. Maar hij hielp ook die Joden. Hij is geen antisemiet, maar gewoon een politicus.’ Voor een nazi is ‘politicus’ een scheldwoord, want die sluit deals met om het even wie. Al had Juan Peron zeker fascistische sympathieën. In de jaren dertig werd hij militair gevormd en getraind in het Italië van Mussolini.

“Adolf Eichmann beschouwde zichzelf als een ‘zuivere idealist’ met lak aan compromissen. Hij begreep niet waarom een Argentijnse dokter waarmee hij bevriend raakte graag een opvangtehuis voor geesteszieken wou oprichten. ‘Je doodt ze toch gewoon?’ Hij keek naar de realiteit vanuit zijn onversneden nazi-ideologie en vond zo glasheldere antwoorden voor wat hij ernstige problemen vond.”

Adolf Eichmann leefde tien jaar lang als Ricardo Klement vrij onopgemerkt in Argentinië.

“Toch ging dat niet van een leien dakje. Want hij had het lastig om in zijn levensonderhoud te voorzien. Zijn leven in Argentinië stond in schril contrast met wie hij was tijdens het naziregime. Eichmann had toen ontzettend veel macht. Op de beruchte Wannseeconferentie van 20 januari 1942 werd door een selecte groep nazibonzen een definitief plan opgesteld voor de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’. Eichmann was er aanwezig als secretaris en kreeg er ook de opdracht om de ‘Endlösung’ voor te bereiden en uit te voeren. Hij is dus dé man die het logistiek mogelijk maakte dat 6 miljoen Joden vermoord werden. Hij had de absolute macht om mensen uit te roeien en droomde er als rechtgeaarde nazi van om de wereld te regeren. Als dat niet lukte, wou hij op zijn minst over Europa de scepter zwaaien. Maar dat plan mislukte en hij moest vluchten naar Argentinië, of all places. Hij begreep niet waar hij dat aan verdiend had. Want de nazi’s hadden toch niets verkeerd gedaan? Hun enige vergissing was volgens hem de invasie in Rusland. ‘Dat was een idioot idee van de Führer’, vond hij. ‘Als we binnenkort aan het Vierde Rijk beginnen, mogen we die fout geen tweede keer maken.’ (lacht) De naar Argentinië gevluchte nazi’s droomden echt van dat Vierde Rijk. Dat zou dan beginnen in Buenos Aires, met een nazi-regering in ballingschap, om van daaruit een nieuw imperium te bouwen.”

Waar kwam zijn schuilnaam Ricardo Klement vandaan?

“Zijn voornaam Ricardo was een eerbetoon aan de Italiaanse priester die voor hem een Argentijns visum had geregeld. Voortaan heette hij niet langer Adolf Eichmann maar Ricardo Klement en was hij geboren in 1913 in plaats van 1906. In Argentinië kregen Eichmann en zijn vrouw Vera een vierde zoon, Ricardo. Hij is de enige van de vier zonen die nog in leven is. Ricardo Eichmann woont in Berlijn en verafschuwt zijn vaders ideologie. De andere drie waren levenslang overtuigde nazi’s. Zij waren dan ook opgevoed door Eichmann. Ricardo was vijf jaar toen zijn vader naar Israël ontvoerd werd. Hij werd niet gehersenspoeld.”

U beschrijft de kidnapping door de Mossad alsof dat voor Eichmann een opluchting was.

“Adolf Eichmann was geen dommerik. Na de oorlog werd hij eerst door de Amerikanen gevangengenomen. Op slinkse wijze wist hij te ontsnappen. Vervolgens dook hij als houthakker onder op de Lüneberger Heide en wist hij het gerucht te verspreidden dat hij in het Midden-Oosten zat. Hij leidde het Internationale Rode Kruis om de tuin, maakte de oversteek naar Argentinië en slaagde er een paar jaar later in om ook zijn gezin over te smokkelen. Op 11 mei 1960 werd hij door agenten van de Mossad een auto ingesleurd. Ik geloof nooit dat een man met zijn intelligentie zich zo makkelijk zou laten traceren. Ik laat hem vlak na die ontvoering in mijn roman zeggen: ‘Ik heb mijn lot al aanvaard.’ Volgens mij was hij het vluchten moe en wou hij inderdaad opgepakt worden. Niet omdat hij berouw had, maar omdat hij opnieuw het wereldpodium wou bestijgen. Hij wou terug íemand zijn, een belangrijk persoon.”

In het begin van uw roman schrijft u ook dat hij wist dat hij ooit zou worden opgehangen.

“Dat heb ik niet verzonnen, maar is gebaseerd op authentiek bronnenmateriaal. Er waren verschillende momenten in Argentinië waarop hij naar veiliger oorden had kunnen vluchten. In Buenos Aires ontmoette hij af en toe Josef Mengele alias doctor Helmut Gregor. Die zag de bui op tijd hangen, waarschuwde Eichmann voor nazijagers en vertrok zelf naar Paraguay. Andere nazi’s ruilden Argentinië in voor Chili. Hij bleef. Hij was ervan overtuigd dat hij recht in zijn schoenen stond en niets verkeerd gedaan had. Hij had enkel bevelen opgevolgd en die netjes en nauwkeurig uitgevoerd, zoals het hoort voor een SS-officier. Kadaverdiscipline was heilig. Toen zijn Führer opdracht voor de Endlösung gaf, gehoorzaamde hij als een trouw soldaat met gestrekte arm en klakkende hielen.”

Verdiende Eichmann de doodstraf?

“Hij verdient elke dag terechtgesteld te worden. Principieel ben ik een tegenstander van de doodstraf, maar voor Adolf Eichmann maak ik een uitzondering. Want of hij nu een monster was of niet: hij plande de moord op miljoenen.”

Bio

  • Geboren op 16 oktober 1975 in Buenos Aires
  • Studeerde filosofie en Spaanse literatuur in Duitsland
  • Vertaler van het werk van Franz Kafka, Peter Handke en Herman Hesse
  • Debuteerde in 2005 als romanschrijver met Sandra
  • De onfortuinlijke is zijn zevende roman en de eerste vertaling in het Nederlands

Ariel Magnus, De onfortuinlijke, Meulenhoff, 240 blzn, 20,99 euro

(c) Jan Stevens

‘Anders Tegnell kan op de Noordpool beter vlooien gaan tellen’

Volgens de Amerikaans-Britse historicus Peter Baldwin beleven we met de coronacrisis allesbehalve uitzonderlijke tijden. De Zweedse aanpak vindt hij een onvergeeflijke vergissing. “Staatsviroloog Anders Tegnell is een politicus vermomd als expert.”

De in Engeland levende Amerikaanse historicus en UCLA-professor Peter Baldwin is in de ban van de geschiedenis van de aanpak van epidemieën. In zijn in 1999 verschenen boek Contagion and the state in Europe vergeleek hij hoe Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden en Frankrijk tussen 1830 en 1930 besmettelijke ziekten zoals cholera, de pokken en syfilis aanpakten. Hij ging ook op zoek naar verklaringen waarom de ene staat drastisch ingreep, terwijl de andere liet betijen. Zijn conclusie luidde dat eerder financiële dan ideologische motieven aan de basis van maatregelen lagen. Zo waren landen met een lege schatkist sneller geneigd om hun burgers in tijden van cholera in strikte quarantaine te dwingen, dan landen met voldoende geld om de sanitaire omstandigheden in steden aan te pakken.

Het voorbije jaar herhaalde Baldwin dezelfde oefening voor de wereldwijde aanpak van de coronapandemie. Op de eerste dag van de lente van dit jaar verscheen zijn boek Fighting the first wave, waarin hij met veel zin voor detail op zoek gaat naar de motieven van politici en wetenschappers in hun strijd tegen covid.

Wij geloven dat we nu in unieke omstandigheden leven, maar dat is helemaal niet zo?

“Nee, ik beleef continu déjà vu’s. (lacht) Zolang er geen medische oplossing voor een pandemie is, zoals een vaccin of een geneesmiddel, kunnen we enkel terugvallen op technieken die ze al in de Oudheid kenden. Je zet mensen in isolatie, verbiedt reizen en probeert alle mogelijkheden tot overdracht uit te schakelen. Die manieren om besmetting te stoppen, bestaan al duizenden jaren. Al die eeuwen waren het ook zowat onze enige middelen. De balans ten voordele van de geneeskunde begon pas over te slaan in de jaren 1950.”

Hoe dodelijk is dit virus in vergelijking met de vorige?

“Corona is minder dodelijk dan ebola, maar dodelijker dan de griep. Echt dodelijke virussen zoals ebola branden op termijn zichzelf op. Een virus dat zijn slachtoffers te snel doodt, tekent zijn doodvonnis. Want het krijgt het dan steeds moeilijker om zichzelf te blijven voortplanten.

“Een van de grote verschillen tussen corona en de vele voorgangers, is dat dit virus een incubatietijd tot twee weken heeft. Dat wil zeggen dat er veel mensen rondlopen die een hele tijd niet in de gaten hebben dat ze besmettelijk zijn. Dan is er ook nog die 40 procent die geen enkel symptoom heeft, maar de ziekte toch verspreidt, de zogenaamde asymptomatische dragers. Wie in de 19e eeuw met cholera besmet raakte, werd snel ziek en in isolatie gezet. Wie vóór covid griepsymptomen kreeg, bleef vaak automatisch thuis en zette zichzelf zo onbewust in isolatie. Nu lopen er nogal wat superverspreiders rond die zich van geen kwaad bewust zijn.”

Gaf de globalisering dit virus in vergelijking met de voorgangers extra kracht?

“De manier waarop we de voorbije decennia van de ene uithoek van de planeet naar de andere reisden, vergemakkelijkte zeker de verspreiding van corona. De Sloveense filosoof en socioloog Slavoj Zizek schreef daar het boekje Pandemic! over. Hij vraagt zich af wat er zou gebeurd zijn als de eerste besmetting in Wuhan zich had voorgedaan vóór de hervormingen in China. Stel dat Patiënt Zero besmet raakte in datzelfde Wuhan in 1967. China was toen nog een van de buitenwereld afgesloten communistische volksrepubliek. De kans is zeer groot dat wij dan nooit van covid-19 gehoord hadden.

“Toch verspreidden ook lang voor de globalisering besmettelijke ziektes zich over continenten. In de 19e eeuw trok cholera over heel Europa een spoor van vernieling. Rond 1830 kwam de ziekte Europa binnen via Rusland. Twee jaar later woedde cholera over Engeland, vandaar ging het naar Zweden. Van maand tot maand kon je het spoor van de epidemie volgen. De schaal was kleiner dan nu én de snelheid lag veel lager. Maar op de keper beschouwd verspreidde cholera zich precies zoals SARS-CoV-2 of corona.”

Wil dat zeggen dat het afsluiten van grenzen geen zin heeft? Want het virus verspreidt zich toch?

“Een snelle, harde lockdown met gesloten grenzen heeft wel degelijk zin. Dat bewijzen Nieuw-Zeeland, Taiwan, Australië en nog veel andere eilanden die kozen voor die drastische ingreep. Het Verenigd Koninkrijk is ook een eiland en ging met zijn strategie voor groepsimmuniteit in die eerste golf volledig de mist in. Natuurlijk is het voor een eiland makkelijker om de boel af te sluiten dan voor een land als België.

“Zweden vormt vandaag met zijn laissez-faire-aanpak een grote uitzondering in Europa. Tijdens de cholera-epidemie was de aanpak compleet tegengesteld. In de jaren 1830 gold Zweden als een van de strengste strijders tegen de besmettelijke ziekte. De economie werd volledig platgelegd en de grenzen gingen potdicht. Reizigers die het land probeerden binnen te komen, werden door speciale grenspatrouilles gearresteerd.”

Een groot verschil met de cholera-epidemie is wellicht de niet te stoppen vulkaanuitbarsting aan artikels, nieuwsberichten en reportages over corona?

“Toch niet. Van zodra cholera in Europa voet aan wal zette, verschenen er duizenden boeken en artikels over het onderwerp. Een criticus noemde die ‘overkill’ aan informatie in die tijd ‘bibliocholera’, wat hij nog besmettelijker vond dan de ziekte zelf. (lacht)”

Vandaag leven wij in het Westen in liberale democratieën. Dat zorgt wellicht voor een groot verschil met hoe de epidemie door autoritaire regimes werd en wordt aangepakt?

“Het verschil is inderdaad gigantisch. Maar het is niet omdat we in een democratie leven, dat we niet in staat zouden zijn om de epidemie onder controle te krijgen. Kijk maar naar Australië, Nieuw-Zeeland, Taiwan of Zuid-Korea. Wat opvalt: de democratieën die het goed deden, namen hun burgers ernstig en slaagden erin ze zo te overtuigen om mee te werken. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, had het over haar ‘team van vijf miljoen’. Niet veel leiders kunnen hun burgers zo aanspreken. Samen sloegen ze het coronavirus plat.”

Onze premier Alexander De Croo sprak eind november 2020 de Belgen aan als zijn ‘ploeg van elf miljoen’. Zo’n slogan alleen volstaat blijkbaar niet, want hier waart het virus nog steeds rond.

“Deed hij dat ook? Dat wist ik niet. In Nieuw-Zeeland was Arderns oproep wel succesvol, wat voor mij bewijst dat in een democratie ingrijpende maatregelen met het akkoord van de burgers genomen kunnen worden. Democratieën die te lang met het nemen van maatregelen talmden, schoten zichzelf in de voet. Waarom moest het in sommige landen zolang duren om een opsporingsapp in te voeren? Als alle burgers op hun mobiele telefoon zo’n app installeren, wordt het veel makkelijker om besmettingen op te sporen en te isoleren. Waarom moest er zowel bij jullie als bij ons eerst een ellenlange discussie over privacy gevoerd worden? Zo werden die apps bij voorbaat ondermijnd.”

U vindt de angst ongegrond dat zo’n app de deur kan openen naar een vorm van permanente observatie door de overheid?

“Ik vind die angst terecht, hoor. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het niet zover komt. Maar die discussie moet je niet voeren in het heetst van de strijd tegen een pandemie. Hetzelfde geldt voor het verplicht dragen van mondmaskers. We hadden geen andere keuze dan ze te dragen om elkaar te beschermen. Voor sommigen is het mondmasker een regelrechte aanval op hun rechten als burger. Écht? Dergelijke reacties vind ik verbijsterend. Zijn veiligheidsgordels in de auto dan ook een schending van onze mensenrechten?”

Ik las in uw boek dat tijdens de cholera-epidemie in de 19e eeuw overtreders van de quarantainemaatregelen geëxecuteerd werden.

“Er golden zeer strenge lijfstraffen voor wie zich niet aan de isolatiemaatregelen hield. Op momenten dat cholera zeer veel slachtoffers maakte, riskeerden overtreders inderdaad ook geëxecuteerd te worden. Een van de voordelen van onze democratie is dat zo’n waanzinnige maatregel geen kans meer maakt. Wat niet wil zeggen dat er vandaag geen geweld gebruikt wordt tegen overtreders van coronamaatregelen. In Zuid-Afrika trapt de politie deuren van huizen in om ongehoorzame burgers een pak slaag te geven. De politie van New York bouwde de voorbije maanden ook een bedenkelijke reputatie op met het gewelddadig uiteenslaan van illegale bijeenkomsten van vooral minderheden.”

Hoe werd de cholera-epidemie uiteindelijk tot stilstand gebracht?

“Door de Britse wetenschapper John Snow. In 1853 ontdekte hij in Londen dat besmet water de epidemie een stevige boost gaf. Hij liet een waterleidingpomp afsluiten en cholera stopte. Snow geldt vandaag als de grondlegger van de epidemiologie.”

Zeker in het begin van de coronapandemie probeerden nogal wat landen hun eigen systemen uit om de besmetting te stoppen. Speelden hun eigen traditie en geschiedenis daarin een belangrijke rol?

“Als historicus vind ik dat een geweldig interessante vraag, maar het antwoord valt een beetje tegen. Over één zaak is iedereen het eens: onze enige echte exit zijn de vaccins. Tot dan zijn al onze middelen degene die inmiddels 8.000 jaar oud zijn. (lacht) Dat klinkt misschien nogal mager, terwijl dat eigenlijk best een stevige traditie is. Toch besloten een paar landen om die wijsheid van eeuwen bij het oud papier te zetten. Wellicht is Zweden daarvan het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld. Er werden geen isolerende maatregelen afgekondigd, maar er werd beroep gedaan op het ‘gezonde verstand’ van de burgers. Die aanpak verschilde totaal van hoe de Zweden vroeger besmettelijke ziektes aanpakten. In 1806 was de schrik groot voor de gele koorts. Alle aanmerende schepen moesten meteen aan de ketting en in quarantaine. Kapiteins die het toch waagden om zonder toestemming te vertrekken, riskeerden ter plekke neergeschoten te worden. Ook in de strijd tegen venerische ziektes speelden de Zweden het keihard. Wie een geslachtsziekte opliep, moest zich verplicht laten behandelen en kreeg een verbod op seks. Al zijn of haar contacten werden opgespoord. Wie weigerde mee te werken, ging de gevangenis in.”

Velen vinden het Zweedse corona-experiment fascinerend. Ook in België zagen en zien sommigen meer heil in het Zweedse model dan in een strikte lockdown.

“Het Zweedse model is een complete mislukking. Akkoord, de Zweedse coronastatistieken zijn niet zo slecht als de Belgische, maar toch is het opvallend dat ze zoveel slechter zijn dan de Noorse of de Finse. De enige verklaring waarom ze zoveel slechter scoren dan hun buren, is de beslissing om niet in lockdown te gaan.”

Waarom maakten ze die keuze om radicaal van het bekende eeuwenoude pad af te wijken?

“De Zweden koesteren hun traditie waarbij de regering geacht wordt zich niet te moeien met de verschillende ambtelijke autoriteiten. De publieke dienst bevoegd voor de volksgezondheid had zoals gewoonlijk de handen vrij bij de aanpak van deze crisis. Aan de leiding stond deze keer een kleine groep wetenschappers die elkaar gevormd hadden. Allemaal vrienden en collega’s die samen in de tunnel van de groepsimmuniteit kropen. Ze waren ervan overtuigd geraakt dat zonder groepsimmuniteit een land gedoemd was tot een eeuwige lockdown. Omdat de strategie door die kleine groep bepaald werd, was er niemand om hen tegen te spreken. De politici lieten staatsviroloog Anders Tegnell en zijn voorganger en consultant Johan Giesecke betijen; dat hoorde volgens de Zweedse traditie zo. In Denemarken speelde zich heel even een gelijkaardig scenario af. Ook daar was er die strikte scheiding tussen regering en gezondheidsautoriteit. De Deense staatsviroloog Søren Brostrøm zat in dezelfde tunnel als de kliek rond Tegnell. Ook hij adviseerde politici om voor groepsimmuniteit te kiezen, mensen niet op te hokken, scholen niet te sluiten en bedrijven open te houden. De lockdownbehandeling was volgens hem erger dan de ziekte. Maar de Deense premier Mette Frederiksen vertrouwde dat advies niet. Zij was bang dat een beleid van ‘laat maar waaien’ tot een vreselijke humanitaire ramp kon leiden. Alleen bepaalde de Deense wetgeving op besmettelijke ziekten heel expliciet dat zij zich moest neerleggen bij alle adviezen van de gezondheidsautoriteit. Frederiksen nam een fors besluit: op 14 maart 2020 liet ze een noodwet stemmen waardoor ze de gezondheidsautoriteit buiten spel zette. Meteen daarna ging er in Denemarken een drastische lockdown in.”

In België waren we na de zomer van vorig jaar getuige van het omgekeerde fenomeen. Terwijl de virologen op strenge maatregelen aandrongen, stuurden de regeringen aan op versoepelingen.

“In zowel Denemarken als Zweden stonden niet alle virologen op de lijn van de staatsvirologen. In Zweden werd alleen heel lang niet naar die andere stemmen geluisterd.”

Die twee strekkingen bij virologen doet vermoeden dat er meerdere wetenschappelijk verantwoorde aanpakken van een pandemie mogelijk zijn? Of heeft virologie soms ook met ideologie te maken?

“In Zweden zijn alle mannen en vrouwen aan het werk. Als de scholen sluiten, is dat meteen een groot probleem voor de opvang van de kinderen. Ze bleven open zodat de fabrieken konden blijven draaien. Inmiddels weten we dat kinderen soms asymptomatische dragers zijn die hun ouders en grootouders kunnen besmetten. Die hele strategie om scholen open te houden, is niet houdbaar. Maar dat paste niet in het straatje van Tegnell. Dus wat zei hij? ‘Ach, asymptomatische dragers stellen niet veel voor.’ Hij minimaliseerde het probleem om toch zijn eigen gelijk te halen. Zijn doel bleef groepsimmuniteit. Alle wetenschappelijke bevindingen die dat streven onderuithaalden, werden door hem genegeerd. Anders Tegnell is al lang geen expert meer, maar een politicus vermomd als expert.”

Wat is er mis met Tegnells streven naar groepsimmuniteit?

“Hij is de lessen van de geschiedenis vergeten. Voor een viroloog is dat onvergeeflijk. Een vaccin vormt de basis voor groepsimmuniteit. De eerste epidemie die met een vaccin aan banden werd gelegd, waren de pokken. De Britse arts en wetenschapper Edward Jenner creëerde eind 18e eeuw het allereerste vaccin op basis van koepokken. Het zou nog tot ver in de 20e eeuw duren voor de pokken dankzij een gecoördineerde vaccinatiecampagne de wereld uitgeholpen werden. Het verzet tegen het pokkenvaccin was van in het begin groot. Religie speelde daarin een voorname rol. Het vaccin op basis van koepokken gold als een duivelse vermenging van het menselijke met het dierlijke. In de Engelse stad Leicester maakten antivax-betogers de straten onveilig. Ze probeerden de vaccineerders met geweld te verjagen. Uiteindelijk legde het pokkenvaccin de veilige basis voor groepsimmuniteit. Het roekeloze avontuur van Tegnell zal de Zweden geen groepsimmuniteit tegen corona bezorgen.”

U kent Zweden goed: u bent getrouwd met de Zweedse historica Lisbet Rausing.

“Ik kom er zeer regelmatig, ja. De meeste Zweden stonden lang achter Anders Tegnell. Dat is ook niet verwonderlijk: hoe zou je zelf zijn als bij de start van een gelijkaardige crisis de leiding van je land beslist: ‘Het is niet nodig om de boel te sluiten. Zolang we ons aan een paar basisregels houden, komt het allemaal voor elkaar. Ga gerust op restaurant en op café, maar hou afstand en was je handen. Onze vrijheid geven we niet op.’ In het begin leek dat ook te werken. Briljant! Tot het dodental dramatisch begon te stijgen. Vandaag is in Zweden de twijfel over de Tegnell-strategie zeer groot. Er stierven veel meer mensen dan in de buurlanden. Toch zit de hele Tegnell-kliek nog steeds aan de knoppen. Niemand is ontslagen. Dat is toch onvoorstelbaar? Ze hadden hem naar de Noordpool moeten sturen om vlooien te tellen.”

De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dat is nog niet extreem lang geleden, maar bij de start van de coronacrisis leek die griepepidemie uit ons collectieve geheugen gewist.

“De meeste mensen wisten daar inderdaad niets van. Terwijl door de Spaanse griep meer doden vielen dan door de Eerste Wereldoorlog. Er wordt nu soms gedaan alsof er geen blauwdruk bestaat voor de economische gevolgen van de coronacrisis. Die is er wel en dateert van de Spaanse griep. Economen leerden toen dat snelle kordate lockdowns voor minder economische schade op lange termijn zorgen. De huidige versoepelingsbrigade stelt dat lockdowns de economie schade berokkenen. Alleen vergeten ze dat de angst voor het virus er sowieso voor zorgt dat mensen amper nog hun deur uitkomen. Bij een langgerekt halfslachtig beleid gaat de economie óók om zeep. Als er geen lockdown is, legt de pandemie de economische activiteit stil. Een snelle, harde lockdown zorgt ervoor dat we grip krijgen op de pandemie. De economie kan daarna sneller herstellen. Kijk maar naar Nieuw-Zeeland. Die les leerden we dus al in de jaren na WO I, tijdens de Spaanse griep. Alleen zijn we ze compleet vergeten.”

Bio

  • Geboren in Ann Arbor, Michigan in 1956
  • Studeerde geschiedenis aan Harvard en Yale
  • Is professor geschiedenis aan de Universiteit van Californië, Los Angeles
  • Runt samen met zijn vrouw Lisbet Rausing Arcadia Fund, één van de grootste liefdadigheidsorganisaties van het Verenigd Koninkrijk
  • Schreef diverse boeken over Europa en epidemieën
  • Woont in het Britse graafschap Surrey

Peter Baldwin, Fighting the first wave, Cambridge University Press, 386 blzn.

(c) Jan Stevens