Van transportkoning tot kunstpaus

Jarenlang stond Geert Verbeke aan het hoofd van een groot transport- en overslagbedrijf. Tot hij zes jaar geleden zijn zaak verkocht, en zich helemaal op zijn passie voor kunst  stortte. Anno 2009 leidt en inspireert hij de Verbeke Foundation: een immens museum middenin het groen.

 

“Zal ik je laten zien waarom ik ooit de kunst omarmd heb?” vraagt kunstverzamelaar Geert Verbeke, en hij troont ons mee naar een heuvel op het 120.000 m² grote terrein van zijn Verbeke Foundation in het Wase dorpje Kemzeke. Bovenop de top zien we aan de ene kant de auto’s op de autosnelweg van Antwerpen naar Knokke tegen een rotvaart voorbij razen. Als we ons hoofd een halve slag draaien, zien we Verbekes immense kunstloods liggen in het groen. “Dit surrealistische beeld geeft de essentie weer waarom ik een kunstliefhebber geworden ben”, zegt Geert. “Kunst brengt me in deze hectische wereld tot rust. Kijk naar de ene kant: een ononderbroken stoet van denderende vrachtwagens en lawaaierige auto’s. Maar daal van deze heuvel af, en je vindt rust middenin mijn kunstwereld.”

 

Coup de foudre

Meer dan dertig jaar geleden was er niets dat deed vermoeden dat Geert Verbeke ooit zou uitgroeien tot een van de meest eigenzinnige hedendaagse Belgische kunstverzamelaars.

“Ik ben tuinarchitect van opleiding, maar daar heb ik eigenlijk nooit echt veel mee gedaan”, vertelt hij. “Eind jaren zeventig heb ik mijn eigen onderneming uit de grond gestampt. Ik had een kippenbedrijf en verkocht veevoeders. De veevoederverkoop ging crescendo, en op een bepaald moment had ik een vrachtwagen nodig. Daar kwam snel een tweede bij, een derde, een vierde… Voor ik het goed en wel besefte, was ik transporteur. Op een bepaald moment nam ik een overslagbedrijf over, en toen ging de bal echt aan het rollen: schepen laden, schepen lossen, goederen stockeren, herladen en op transport zetten. We hadden vestigingen in Antwerpen, Willebroek en hier in Kemzeke.”

Op het hoogtepunt van zijn transport- en overslagbedrijf, stelde Geert Verbeke 90 mensen tewerk. “Je kunt je niet voorstellen hoeveel energie het kost om zo’n onderneming te leiden. Elke ochtend was ik al om half zes aan de slag. Als je zoveel mensen in dienst hebt, en zoveel besognes rond je kop hebt, moet je voor je eigen geestelijke gezondheid op zoek naar een uitlaatklep. Ik vond die in de kunst. Als ik ’s zaterdags naar een veiling of een expositie kon gaan, of bij een kunstenaar op bezoek kon, vond ik rust. Sommigen storten zich in de drank; ik stortte me op kunst en begon te verzamelen.”

“Als je geld hebt, kun je wereldreizen ondernemen of een kasteel in Frankrijk kopen. Ik heb er geen enkel probleem mee dat mensen daarvoor kiezen. Ik heb de weg van de kunst gekozen en heb geprobeerd om een verzameling op te bouwen waar ik mijn ziel in gelegd heb en die iets te betekenen heeft. Mijn verzameling is uniek: zo ben ik in heel Europa de enige verzamelaar van collages en assemblages. Tijdens mijn ondernemerschap kocht ik veel collages op veilingen. Dikwijls aan spotgoedkope prijzen, omdat niemand er toen belangstelling voor had. Een apart stuk kan onbeduidend lijken, tot het deel wordt van een geheel: dan stijgt het werk soms tien keer in waarde. Eerlijk gezegd heb ik daar nooit van wakker gelegen. Ik loop niet mee met de kunstpausen die roepen: ‘Koop die jonge kunstenaar, want ooit wordt hij beroemd!’ Ik heb echt niemand nodig om mijn handje vast te houden. Kunstcommercie interesseert me geen zier. Ik zal ook nooit iets verkopen. Het gevolg is dat er hier duizenden werken staan.”

De infrastructuur van Verbeke Foundation zelf lijkt wel een gigantisch kunstwerk. Overal staan, hangen of liggen er kunstvoorwerpen: in de loods, in de serres, verspreid over het terrein… Zelfs de zwarte zwanen in de vijver ogen artistiek. “Toch wil Verbeke Foundation geen oase van kunst zijn”, zegt Geert. “Onze tentoonstellingen zijn onaf, in beweging, ongepolijst, slordig, complex, onharmonieus. Zoals het leven zelf.”

 

Geert Verbekes fascinatie voor kunst begon met een coup de foudre. “Twintig jaar geleden zag ik op een fabrieksterrein in Deinze een hele grote, stalen sculptuur staan. Ik raakte er meteen door gefascineerd. Het bleek van Herman Van Nazareth te zijn, en ik heb toen een afspraak met hem gemaakt. Herman vertelde me dat hij een probleem had: zijn sculpturen zijn zo groot, dat hij ze zelf niet kon vervoeren. Als transporteur was dat voor mij een fluitje van een cent. Vanaf dat moment heb ik jarenlang zijn werken naar tentoonstellingen getransporteerd. Daardoor kwam ik ook met andere kunstenaars in contact. Ik ben in die beginperiode ook ontzettend veel over kunst beginnen lezen. Ik durf mezelf nu gerust een specialist in de Belgische kunstgeschiedenis noemen. Je mag me om het even wat over om het even welke Belgische kunstenaar vragen: ik weet er bijna alles over. Laat me een of ander obscuur werk zien, en ik plak er een naam op.”

Werd transporteur Verbeke bij zijn intrede in de kunstwereld door kunstkenners au sérieux genomen? “Nee. Nu trouwens nog altijd niet, maar dat vind ik niet erg. Ik doe dit alleen maar voor mezelf, en wat iemand anders erover denkt, zal me worst wezen.”

 

Anarchist

De plaats waar nu Verbeke Foundation is, was vroeger de vestigingsplaats van Vegetra, het transportbedrijf van Geert Verbeke. “Officieel is het hier landbouwzone. Oorspronkelijk had ik ook een landbouwbedrijf, dat vrij toevallig evolueerde tot transportbedrijf. Op een bepaald moment kreeg ik problemen met het gemeentebestuur. Zij waren mijn bedrijf hier liever kwijt dan rijk, en zetten me onder druk om te verhuizen naar de plaatselijke ambachtelijke zone. Die zone ligt bizar genoeg middenin het centrum van het dorp en zorgt daar voor enorm veel overlast. Hier woonde geen kat, en had niemand last van de af- en aanrijdende vrachtwagens.”

De strijd met het gemeentebestuur duurde jaren, tot Verbeke het moe was en besloot om zich alleen nog maar te focussen op zijn grootste liefde: de kunst.

“Ik heb zes jaar geleden de hele handel verkocht, en ben in mijn vroegere overslagloods samen met drie medewerkers de fundamenten beginnen leggen voor de Verbeke Foundation. Al mijn geld investeer ik in dit museum. In België bestaat er niets gelijkaardigs. Mijn grote voorbeeld is het Insel Hombroich bij Düsseldorf. Dat is het mooiste museum ter wereld. Je loopt er van paviljoen naar paviljoen en ondertussen kun je van de natuur genieten. Bijna twee jaar geleden hebben we onze deuren officieel geopend. Ik stond van in het begin versteld van het succes. Nu krijgen we in de zomerweekends soms tot 800 mensen over de vloer. Kunst is hier een belevenis. Bezoekers kunnen zelfs in kunstwerken blijven overnachten. De menselijke darm in polyester van de Nederlandse kunstenaar Joep Van Lieshout wordt regelmatig geboekt voor een romantisch weekendje tussen de kunst.”

 

Verbeke noemt zichzelf een anarchist – “een mix van dadaïst, anarchist én surrealist!”,- en weigert consequent alle subsidies. “Verbeke Foundation wordt volledig zelfbedruipend. Ik heb lak aan de overheid, ik heb lak aan alles wat naar subsidies ruikt. Al wat we hier doen is zonder een cent overheidsgeld. Dat wil ik ook zo houden. Er wordt al genoeg met belastinggeld gemorst. Wij vertrekken vanuit de kunstenaar, en niet vanuit het in stand houden van een logge administratie, zoals je jammer genoeg al te vaak ziet bij overheidsmusea. Teveel geld gaat daar op aan lonen, paperassen, reizen… Kunstenaars komen er meestal op de laatste plaats. Bij ons is het totaal omgekeerd. De kunstenaar is het begin. Een kunstenaar moet je laten werken en mogelijkheden geven. Alleen van daaruit kun je als museum groeien. De meeste musea zijn zo steriel. Ze zetten er kunstenaars tussen vier witte muren. Hier zitten ze middenin de natuur. Misschien zou het een goeie zaak zijn als er meer ondernemers aan het hoofd zouden komen van al die overgesubsidieerde musea. Er wordt vaak schamper gedaan over mensen die hun eigen onderneming uit de grond stampen, maar ik heb alleen maar bewondering voor hen. Elke ondernemer voert elke dag een gevecht. Hij krijgt te maken met bureaucratie, problemen met zijn personeel, gedoe met de bank, gezeur van de klanten… Ik bewonder elke zelfstandige ondernemer die voor zijn eigen inkomen zorgt en van niemand afhankelijk is. Ik ben zelf een ondernemer gebleven. Er moet dus ook geld binnenkomen. We zijn er niet vies van om op de Foundation evenementen te organiseren. Bedrijfsleiders die een feest geven, net als mensen die iets te vieren hebben, zijn hier welkom. De kunst die hier aan de muur hangt en hier opgesteld staat, zorgt voor een extra dimensie. Het is voor de feestgangers ook een kans om met kunst in contact te komen.”

 

Cosmopolitan Chicken

De Verbeke Foundation wil zowel beginnende, als ‘gevestigde’ kunstenaars een forum geven. Geert Verbeke: “Jan Fabre is zo’n gevestigde kunstenaar. Ik apprecieer hem heel erg. Ik heb Jan leren kennen toen hij op zoek was naar grafstenen voor zijn tentoonstelling in het Louvre. Ik had hier toevallig 1.300 grafstenen liggen. Ik heb toen met hem een deal gemaakt. Wij hebben Jan geholpen met zijn werk in het Louvre, en onze grafstenen daar geïnstalleerd. In ruil heeft hij voor ons een nieuw werk gemaakt. Maar we werken ook samen met mensen die niet geaccepteerd worden door het kunstestablishment. We voelen ons sterk verbonden met biokunstenaars, artiesten die met levend materiaal aan de slag zijn. Koen Vanmechelen is daar met zijn Cosmopolitan Chicken Project een van de voorlopers van. Ik volg Koen van in het begin. Al jaren lang kruist hij kippen van verschillende rassen, met als uiteindelijk doel: de creatie van een ultieme Cosmopolitan Chicken. Zijn achterliggende visie is heel simpel: ook de mens moet dringend gaan ‘kruisen’. We moeten open staan voor andere culturen, en multicultureel leren denken. Ik heb veel ontzag voor de volhardendheid van Koen. Al meer dan twaalf jaar is hij dag en nacht met zijn project bezig. Hij krijgt nu ook hulp vanuit de academische wereld: professor Jean-Jacques Cassiman staat hem met raad en daad bij. We hebben een stichting opgericht om het werk van Koen te ondersteunen. Want zijn Cosmopolitan Chicken Project is uniek: nog nooit heeft iemand zoveel generaties van kippen na elkaar gekruist. Cassiman voert daar nu genetisch onderzoek op uit, en wie weet levert het project ook nog iets op voor de geneeskunde.”

Zal kunst dan toch de wereld redden? Geert Verbeke: “Kunst kan misschien helpen om mensen te veranderen, die op hun beurt dan de wereld zullen redden. Al ben ik daar nog niet zo zeker van.”

 

Geert Verbeke

          56, gehuwd, twee dochters

          1978: start een kippenkwekerij en een veevoederbedrijf

          1983: bouwt zijn bedrijf om tot een transport- en overslagbedrijf

          1989: begint kunst te verzamelen

          2000: verkoopt zijn bedrijf, stort zich op zijn kunstpassie en begint met de opbouw van de Verbeke Foundation

          2007 tot nu: runt het originele en succesvolle museum Verbeke Foundation

 

 

Toppers van Geert Verbeke

 

Kunstenaar Martin uit den Bogaard. “Lang voor Damien Hirst was Martin al bezig met dode dieren. Zijn werk is zo mooi. Hij steekt dode dieren in glazen bokalen, en laat ze vergaan. Hij stopt een voltmeter in het rottende dier, zet de energie die tijdens de ontbinding vrijkomt over op een computer, en zet zo die energie om in muziek.

 

Mass Moving, kunstenaarscollectief onder leiding van Raf Opstaele. “Er staan hier veel werken van hen. In 1972 hebben ze in Venetië een hele grote cocon gemaakt waar 10.000 poppen van vlinders in zaten. Op een dag in juni sneden ze die cocon open en vlogen alle 10.000 vlinders de vrijheid tegemoet. Dat moet prachtig geweest zijn. Ik zou het Raf Opstaele hier graag nog eens willen zien overdoen.”

 

 

 

© jan@janstevens.be

Op zoek naar de bloederige ziel van het terrorisme

bloed-en-woedeIn het pas verschenen Bloed en Woede schetst Michael Burleigh de geschiedenis van het moderne terrorisme. Hij schuwt daarbij de controverse niet. Zo noemt hij terroristen ideologische nitwits en steekt hij een vermanende vinger uit naar supporterende, ‘weldenkende’, intellectuelen. Met Bloed en woede als leidraad gaat Knack op zoek naar verleden, heden en toekomst van het (inter)nationale terrorisme.

 

Bloed en Woede van de Britse historicus Michael Burleigh zorgt bij heel wat academici en intellectuelen voor zure oprispingen. Tot aan de publicatie van zijn culturele geschiedenis van het moderne terrorisme, werd Burleigh op handen gedragen. Met Het Derde Rijk uit 2001 won hij de Samuel Johnson Prize. Het boek over nazi-Duitsland werd een bestseller en stelde Burleigh in staat om afscheid te nemen van de universiteit. Voortaan kon hij als fulltime schrijver-journalist-historicus door het leven.

In het vuistdikke Bloed en Woede schetst Burleigh de geschiedenis van het moderne terrorisme, van de 19e-eeuwse anarchisten tot de handlangers van Osama bin Laden. Hij doet dat met schwung en met oog voor (bloederige) details. Hij laat ook niet na om commentaar te leveren, aan te klagen en te bekritiseren. Het leverde hem het verwijt op een ‘pop-historicus’ te zijn, een schrijvelaar met een vlotte pen die de polemiek opzoekt om zijn verkoopcijfers de hoogte in te jagen.

In Bloed & Woede poneert Michael Burleigh een aantal opzienbarende, prikkelende en soms boude stellingen over verleden, heden en toekomst van het terrorisme. Knack legde ze voor aan vier terrorisme-experts: Rik Coolsaet – professor internationale politiek en lid van de Europese Expert Group on Violent Radicalisation, André Vandoren – directeur van OCAD (Coördinatie Orgaan voor de Dreigingsanalyse) en Luc Verheyden, adjunct-directeur van OCAD en voormalig directeur van de antiterreurcel AGG.

 

1. Terroristen zijn ideologische nitwits

Volgens Michael Burleigh is het een fabeltje dat terroristen onderlegde ideologen zijn. Andreas Baader had de werken van Marx amper gelezen, en de religieuze scholing van zelfmoordterroristen van Al Qaeda is below zero. Burleigh: “Terroristen zijn ongelooflijke minkukels. Veel van de huidige moslimterroristen hebben amper scholing gekregen. Dat verklaart hun uitzinnige woede. De Britse inlichtingendienst heeft een gedragsonderzoekunit die gearresteerde terroristen grondig ondervraagt. De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat al hun gevangenen een bedroevende kennis van hun eigen religie hebben.” In Bloed & Woede citeert Burleigh een lid van de Baader-Meinhofgroep: “We lazen veel theorieën half. Die ene helft begrepen we – de andere helft niet.”

 

Rik Coolsaet geeft Burleigh gelijk: “Ideologie is voor terroristen een vehikel, maar ligt niet aan de basis van hun handelen. Terrorisme is het resultaat van politieke radicalisering. Wie zich onrecht aangedaan voelt, kan radicaliseren. Die radicalisering leidt soms tot dehumanisering: je gaat anderen zien als individuen die je mag en moet uitschakelen. Op dat moment ga je ook op zoek naar een ideologie als rechtvaardiging voor de dehumanisering van je tegenstander. Wat Burleigh over Andreas Baader zegt, geldt ook voor Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh. De boodschap die hij op de kleren van Van Gogh pinde, was ‘copy and paste’-islam. Net als Baader is Bouyeri geen ideologische hoogvlieger, maar gebruikt hij een ideologie omdat die hem goed uitkomt.”

André Vandoren en Luc Verheyden van OCAD vinden dat Burleigh het belang van ideologie voor terroristen zwaar onderschat. André Vandoren: “Wij zitten allebei sinds de acties van de CCC in de terrorismepreventie en –bestrijding. We hebben meermaals kunnen vaststellen dat terroristen een ideologische achtergrond hebben die soms zeer ver gaat. Ze maken quasi allemaal dezelfde evolutie door: eerst zijn er hun overtuigingen. Die worden aangescherpt en verdiept in allerlei organisaties. Ze belanden in extremistisch vaarwater, en op een bepaald moment nemen ze hun toevlucht tot geweld en terrorisme. Van de mensen die wij destijds aangehouden hebben, zou ik niet direct durven zeggen dat het nitwits waren.”

Luc Verheyden: “De leden van de CCC waren geen idioten. Het waren gestaalde marxistisch-leninistische ideologen. Zo verweten ze hun geestesgenoten van het Franse Action Directe (AD) niet recht in de leer te zijn. Bizar genoeg had Pierre Carette, de leider van de CCC, de ‘stiel’ bij AD geleerd en samen met hen aanslagen en diefstallen gepleegd. Nadien bestempelde hij hen als ‘vulgaire, laag-bij-de-grondse anarchisten’. Ook de Rote Armee Fraktion (RAF) zat volgens hem op een vals spoor. Voor Carette was er naast de CCC maar één goede beweging: de Rode Brigades.”

Zitten er dan geen ‘nuttige idioten’ in terroristengroepen? Iemand moet toch het vuile werk opknappen? Vandoren: “Je kunt inderdaad een onderscheid tussen het ‘kanonnenvoer’ – de nuttige idioten – en de mensen met een radicale overtuiging, de gefrustreerden die als uitlaatklep maar één ding zien: aanslagen en geweld. In elke organisatie heb je mensen die ‘gebruikt’ worden voor het uitvoerende werk, maar ook de ideologische scherpslijpers. Er zijn twee soorten terroristische organisaties: zij die plaatselijk verandering willen bewerkstelligen en degenen die een blind terrorisme voorstaan. De ETA wil Baskische onafhankelijkheid, de PKK wil onafhankelijkheid voor Koerdistan. Hun doelstelling verschilt totaal van anarchisten of jihadi’s die het bestel aanvallen. Bij die laatsten kom je ongetwijfeld vaker idioten tegen.”

 

2. Heel wat intellectuelen dragen een verpletterende verantwoordelijkheid

Michael Burleigh is niet mals voor de rol die intellectuelen spelen in de verdediging van terroristen. “In rijke linkse intellectuele kringen gold de omgang met RAF-terroristen als een statussymbool. Hetzelfde verschijnsel zie je ook nu. In 2006 liepen er demonstrerende idioten uit de middenklasse door de straten van Londen met borden waarop te lezen stond: ‘Nu zijn wij allemaal Hezbollah.’ Veel van onze linkse jongens en meisjes haten Israël en Amerika zo hartsgrondig, dat ze er geen graten in zien om het op te nemen voor islamterroristen. Brits klein links is zo goed als gefusioneerd met de moslimfundamentalisten. De Socialist Workers Party is opgelost in Respect. Lauren Booth, Cherie Blairs halfzus, is kandidaat voor Respect.”

En ook mensenrechtenadvocaten krijgen van Burleigh de volle laag: “Ze gaan veel te vaak over de grens: van ideologische sympathie voor hun cliënten evolueren ze naar activist en handlanger. Veel van de advocaten van de Rode Brigades en van de RAF zijn actieve helpers geworden. De geschiedenis herhaalt zich jammer genoeg ook nu met de islamisten. Veel advocaten die in Groot-Brittannië de provo’s vertegenwoordigden, zijn nu de advocaten van de islamisten. Het zijn advocaten met een fundamentele haat tegenover de politie.”

 

Rik Coolsaet vindt niet dat intellectuelen ‘een verpletterende verantwoordelijkheid’ dragen. “Het zijn niet de intellectuelen die aanslagen plegen. Hoeveel gereputeerde westerse intellectuelen nemen het op voor Al Qaeda? Bitter weinig.”

Al geeft hij toe dat er ten tijde van de RAF en van de CCC sympathie leefde bij intellectuelen van de linkerzijde. “Dat was gewoon fout. De tactiek van het terrorisme zal nooit het gepropageerde doel bereiken. Je helpt geen onrechtvaardigheid de wereld uit door mensen op te blazen. De anarchistische terroristen uit de 19de eeuw wilden de burgerlijke staat omver werpen. Het enige resultaat dat ze behaalden, was dat de burgerlijke staat zich versterkte door de repressie die ze uitoefende op de anarchisten. Voor de jihad is dat net hetzelfde: de jihadi’s hoopten om de ongelovigen uit het Midden-Oosten te verjagen. Maar de ongelovigen zijn nog nooit zo aanwezig geweest in het Midden-Oosten als nu. Burleigh heeft gedeeltelijk gelijk met zijn stelling dat sommige individuen van uiterst links de neiging hadden om het jihadterrorisme te rechtvaardigen, omdat ze tegen een gemeenschappelijke vijand, het westen en de VS, strijden. Maar dat is ondertussen sterk afgenomen, precies omdat het failliet van de terroristische weg nu veel duidelijker blijkt. Als je beweert op te komen voor de bevrijding van moslims, terwijl uiteindelijk vooral moslims jouw slachtoffers zijn, verlies je op termijn alle credibiliteit bij jouw doelgroep.”

“Tijdens de extreem-linkse terreur was er een collectief van linkse advocaten over het hele West-Europese ‘front’ actief”, zegt Luc Verheyden. “Ze stamden uit mei ’68 en verdedigden de ideologie van de RAF. Ze hadden aanhangers over heel West-Europa. In organisaties zoals het Comité International de Défense des Prisonniers Politiques en Europe Occidental (CIDPPEO) zaten intellectuelen en advocaten die later in de politiek gegaan zijn, denk maar aan Daniel Cohn-Bendit. België heeft een zeer vrije democratische wetgeving. Er zijn niet veel West-Europese grondwetten die zoveel vrijheden geven als de onze: vrijheid van mening, vereniging, pers, religie… We hebben niet zoveel mogelijkheden om rechtstreeks te interveniëren. De landen rond ons hebben bijna allemaal een bijzondere wetgeving ingevoerd, waardoor het strafbaar is om zich als sympathisant van een terroristische organisatie op te stellen. In België is nooit een lijst met verboden groeperingen ingevoerd.”

Is dat dan een lacune? André Vandoren: “Nee, integendeel. Onze vrijheden zijn een sterkte. Een terrorist vraagt niet liever dat er een repressie-apparaat geïnstalleerd wordt als reactie op zijn aanslagen. Wij zijn erin geslaagd om nooit in een situatie terecht te komen waarin de burger in zijn rechten en vrijheden beknot werd. In Duitsland wel, denk maar aan het Berufsverbot.”

 

3. We zijn te tolerant

Michael Burleigh is van oordeel dat het westen veel te tolerant is tegenover de radicale islam: door hen te tolereren, spelen we met onze eigen veiligheid. “De islamisten brengen een soort van collectieve afkeuring voor onze westerse manier van leven in de maatschappij. Je ziet steeds meer vrouwen met hoofddoeken rondlopen. Een vrouw die in sommige wijken van onze steden in een minirok buitenkomt, riskeert haar leven. Islamisten leven hier in samenlevingen waarvan ze de spelregels totaal verachten. In plaats van via politieke, legitieme weg veranderingen na te streven, vermoorden ze mensen. We moeten af van die verwerpelijke cultuur van mededogen met islamisten, die je terugvindt in onze universiteiten, scholen en lokale besturen. We moeten duidelijk stellen: ‘Kijk, zo leven we, dit zijn onze waarden. Als het je niet aanstaat, trap het dan af.'”

 

Rik Coolsaet huivert bij het aanhoren van Burleighs stellingen. “Hij gooit radicale islam en jihadterrorisme op een hoop. Ik gebruik consequent de term ‘moslimterrorisme’ niet, want zo maak je de grote groep moslims verdacht die uiteindelijk het grootste slachtoffer van Al Qaeda en consoorten is. Burleigh zet Hamas, Hezbollah en Al Qaeda op een lijn. Dat is waanzin. De oorsprong van Hamas en de oorsprong van Hezbollah zijn compleet verschillend van die van Al Qaeda. Versta me niet verkeerd: ze gebruiken alle drie terrorisme als tactiek. Maar hun beweegredenen zijn totaal anders. Hezbollah is een sjiitische verzetsorganisatie tegen het optreden van Israel in het zuiden van Libanon. Hamas is de Palestijnse soennietentak van de Moslimbroederschap. Hamas en Hezbollah moeten van Al Qaeda niets hebben. Die drie groepen staan met getrokken messen tegenover elkaar. Door ze allemaal samen te voegen onder de noemer ‘moslimterrorisme’ en geen oog te hebben voor de lokale oorzaken, creëren we een vijand die er niet is.”

Blijft de kritiek van Burleigh dat we te tolerant zijn voor de radicale islam in onze eigen gemeenschap. Rick Coolsaet: “Je moet een onderscheid maken tussen religieuze radicalisering en politieke radicalisering. Er is een grijze zone tussen de twee. Maar religieuze radicalisering wil zeggen: mannen met baarden en driekwart salafibroeken, of meisjes die helemaal in het zwart gesluierd zijn. Religieuze radicalisering is misschien akelig voor de samenhang in een samenleving, maar is een gevolg van het zoeken naar identiteit. In die zoektocht zijn er een aantal mensen die radicaliseren, en zich letterlijk omhullen met kleren om zichzelf af te schermen van de boze samenleving. Maar er is geen oorzakelijk verband tussen mensen die religieus radicaliseren en het terrorisme. Het is niet omdat je religieus radicaliseert dat je dat ook politiek zal doen.”

“Radicalisering is geen misdaad”, vult Luc Verheyden aan. “Zolang je als radicaal binnen onze tolerante wetgeving blijft, is er geen probleem. Religieuze radicale islam is een uiting van intense beleving van je eigen cultuur. Omdat wij vrijheid hoog in het vaandel voeren, is het niet mogelijk en niet wenselijk om tegen religieuze radicale meningen op te treden, zolang die meningen niet uitmonden in daden die onze democratische rechtstaat in gevaar brengen. Als je als staatsbestel in de democratische rechten van mensen wil ingrijpen, ben je zelf ondemocratisch bezig.”

 

Bloed en woede, een culturele geschiedenis van het terrorisme, Michael Burleigh, De Bezige Bij, 652 blz., 39,90 euro.

 

 

 

 

 

 

André Vandoren en Luc Verheyden over de terroristische dreiging in België

“Ik sluit niet uit dat er binnen een half uur ergens in het land een bom ontploft”

 

Eind 2006 ging het OCAD, Coördinatie Orgaan voor de Dreigingsanalyse, van start. OCAD verzamelt en verwerkt alle inlichtingen over mogelijke aanslagen in België. Als er twee mensen zijn die weten wat er ons misschien boven het hoofd hangt, moeten het OCAD-directeur André Vandoren en zijn adjunct Luc Verheyden wel zijn.

 

André Vandoren en Luc Verheyden hebben allebei een gevuld palmares als het op terrorismebestrijding aankomt. Vandoren behandelde als nationaal magistraat de dossiers van de CCC, ALF en de Algerijnse GIA; Verheyden leidde jarenlang de Anti-terroristische Gemengde Groep (AGG). Nu staan ze beiden aan het hoofd van het relatief nieuwe OCAD.

“Wij verzamelen alle uitingen van radicalisme en communiceren daarover vervolgens met het Ministerieel Comité voor Inlichtingen en Veiligheid”, zegt Luc Verheyden. “We zijn opgericht naar aanleiding van het plan ‘Antiradicalisme’ dat in 2006 door de regering goedgekeurd is. We inventariseren alle radicale boodschappen en hun boodschappers. OCAD is zelf niet op het terrein actief, maar wordt ‘bevoorraad’ door inlichtingendiensten, politiediensten… Vaak krijgen we vanuit verschillende diensten informatie over de extremistische activiteiten van een man of vrouw die wij dan met elkaar in verband brengen: iemand runt een website, geeft daarnaast ook toespraken en is lid van een culturele of sociale organisatie waar hij dezelfde extreme boodschap verkondigt. Wij maken onze bevindingen over aan de overheid; zij beslist of er iets moet ondernomen worden.”

 

Hoe zit het met de informatievergaring? Werkt een organisatie zoals de Belgische Staatsveiligheid naar behoren?

VERHEYDEN: Ik denk eerlijk gezegd dat de diensten die ons van informatie voorzien redelijk goed hun materie beheersen. Ik zit in de terrorismebestrijding sinds 1982, André Vandoren heeft dat allemaal als magistraat opgevolgd. Ik ken de terrorismepreventie op mijn duimpje, André kent de repressieve kant. We hebben dus recht van spreken als we stellen dat we een heel grote evolutie doorgemaakt hebben, en dat de diensten redelijk goed werk leveren. Natuurlijk is er altijd verbetering mogelijk.

ANDRE VANDOREN: Er is nogal wat kritiek gekomen op de terreuralarmen die we vorig jaar afgekondigd hebben. Ik kan je verzekeren dat die alarmen terecht waren. Ik heb liever dat we achteraf kritiek krijgen, of dat we spottend bekeken worden, dan nadien te moeten concluderen: hadden we toch maar alarm geslagen. De beslissingen waren genomen op basis van verschillende bronnen. We konden niet anders doen dan reageren. Zeker na 9/11, zeker na de aanslagen in Engeland, Spanje en op andere plaatsen in de wereld.

 

Staat België hoog op de hitlist van terroristen?

VANDOREN: België is kwetsbaar. Niet alleen als centraal land in Europa, maar ook omdat we het NAVO-hoofdkwartier hebben en heel wat Europese instellingen huisvesten. Er is Antwerpen, met zijn haven en zijn grote Joodse populatie, de LNG-terminal in Zeebrugge… Het is wel duidelijk dat er hier een aantal attractieve terroristische doelwitten liggen.

VERHEYDEN: Elke terroristische organisatie probeert een actie te ondernemen die haar bekendheid ten goede komt. De VN trekt zich uit steeds meer conflicthaarden terug, en wordt vaak vervangen door NAVO—operaties. De attractiviteit voor een aanslag in Brussel vergroot daardoor.

 

Hoe zit het met de internationale samenwerking tussen diensten zoals OCAD? Vroeger speelden veel inlichtingendiensten liever soloslim. Is dat nog steeds zo?

VANDOREN: We zijn niet alleen bevoegd voor het Belgische grondgebied, maar ook voor alle Belgische belangen in het buitenland. Samenwerking met onze zusterorganisaties in het buitenland is dus gewoon een noodzaak. En dat lukt heel goed. Door de internationale dimensie die het terrorisme de laatste jaren aangenomen heeft, beseft elk land dat het probleem van de ene, morgen het probleem van de andere kan zijn.

 

Schrikken jullie erg van de boodschappen die jullie verzamelen?

VERHEYDEN: Je kunt het je niet voorstellen. Ik kan je dvd’s of teksten van neonazi’s laten zien waar niets menselijks meer inzit. Maar er is natuurlijk een verschil tussen zeggen dat je niet van moslims houdt en hen ook daadwerkelijk uit de weg ruimen.

 

Neemt de radicalisering toe?

VERHEYDEN: De radicalisering van de samenleving gaat in golven. Ze hangt samen met onze economische welvaart.

 

Dus gaan we nu zware tijden tegemoet?

VANDOREN: Dat is niet uit te sluiten. Ik zeg niet dat het zo zal zijn. Ik zou ook niet onmiddellijk durven stellen dat er nu al indicatoren zijn. Maar we moeten alert blijven. Zowel voor extreem-links als voor extreem-rechts.

VERHEYDEN: Demagogen spelen in op economische crisissen. Anti-imperialistische of extreem-rechtse groeperingen spinnen garen bij recessies.

VANDOREN: Gebeurtenissen in het buitenland kunnen ook aanleiding geven tot een verhoogde agitatie. De interventie van Israël in Gaza heeft de gemoederen bij sommigen duidelijk verhit. De toekomst is totaal onvoorspelbaar. Ik denk niet dat er momenteel elementen zijn waaruit we kunnen afleiden dat de dreiging binnen zes maanden zal afnemen.

 

Dreigen er nieuwe vormen van terrorisme?

VANDOREN: Ik zou in het huidige tijdsgewricht extreem-rechts zeker niet onderschatten. Neonazisme is echt aan een opmars bezig.

 

Moeten we ons zorgen maken over de nabije toekomst?

VANDOREN: We hebben geen signalen dat er direct iets zal gebeuren, maar ik sluit ook niet uit dat er binnen het half uur ergens in het land een bom ontploft.

 

 


Terreur in België

Tussen 1984 en 1985 pleegde de extreemlinkse terreurgroep Cellules Communistes Combatantes (CCC) 27 bomaanslagen. Daarbij vielen twee doden en was er voor meer dan 25 miljoen euro schade. Eind jaren negentig stichtte het Animal Liberation Front (ALF) brand in zeven fastfoodrestaurants en in een vleesverwerkend bedrijf. Luc Verheyden jaagde hen op; André Vandoren trad in die jaren op als nationaal magistraat.

 

Michael Burleigh rept in Bloed & Woede met geen woord over de aanslagen van de CCC en het ALF in België. Misschien omdat het een bende amateurs waren?

“Wablief?” reageert André Vandoren gepikeerd. “De CCC was een van de weinige Europese terreurorganisaties waarvan alle aanslagen gelukt zijn. De CCC was tamelijk goed georganiseerd.”

Luc Verheyden: “Als je met een heel kleine groepering zeven aanslagen op een nacht kunt plegen, van Ittre tot Vielsalm, móet je wel zeer goed georganiseerd zijn. Ik heb hun route overgedaan, de dag na de aanslagen. Ik ben gestart om 4 uur ’s morgens, en ik arriveerde pas om 11 uur ’s avonds in Vielsalm.”

 

De CCC’ers waren dus harde werkers?

VERHEYDEN: Dat kun je niet ontkennen. (lacht)

 

En het ALF? Waren zij amateurs?

VANDOREN: Ze hebben in Temse een volledig vleesverwerkend bedrijf in de as gelegd. Dat was een van mijn laatste dossiers als nationaal magistraat. De schade bedroeg bijna 1 miljard oude Belgische franken. En het heeft niet veel gescheeld of de familie was in de brand gebleven.

VERHEYDEN: Als je enkele Quicks en een paar McDonald’s platbrandt, en een vleesverwerkend bedrijf in brand steekt waar mensen liggen te slapen, ben je een gevaar voor de samenleving. De werkwijze van het ALF was misschien niet zeer professioneel, maar als je een brandversnellend middel in de luchtverversing stopt, goed wetend dat de vergassing van die vloeistof zich verplaatst over het hele gebouw, ben je niet echt een amateur.

 

 

Martin Van Creveld pleit voor meer vechtlust

“Zonder pit zullen we de War on Terror nooit winnen”

 

Volgens de Israëlische historicus Martin Van Creveld dreigen we de strijd tegen de terreur te verliezen omdat we doetjes geworden zijn. “Alleen als we niet meer bang zijn om te sterven, kunnen we de War on Terror winnen.”

 

Martin Van Creveld is auteur van verschillende boeken over oorlog en terrorisme. Hij adviseerde defensiemachten van verschillende regeringen, waaronder die van de VS. In zijn laatste boek Oorlogscultuur zingt hij de lof van de cultuur die rond oorlogsvoering hangt. “Zonder oorlogscultuur met hiërarchie, uniformen, officieren, regels, tucht en orde kan er geen oorlog gevoerd worden”, stelt hij. “Anders komen we in chaos – in de woeste horde –terecht. Kijk maar naar Joegoslavië, Rwanda, Soedan. De woeste horde vermoordt veel mensen, maar voert geen oorlog. Van zodra er een goed georganiseerd bataljon op het toneel verschijnt, stuiven de barbaren in alle richtingen weg.”

 

Zijn de oorlogen in Irak en Afghanistan niet juist het bewijs van het tegendeel?

VAN CREVELD: De taliban van Afghanistan hebben wel degelijk een oorlogscultuur. Op de lange duur kun je zonder oorlogscultuur geen oorlog voeren. Als je lang strijd levert, bouw je die oorlogscultuur automatisch op. Terroristengroepen zoals Al Qaeda hebben hun eigen oorlogscultuur opgebouwd. Wij onderschatten dat. We denken dat Al Qaeda een troep wilden is, maar dat is allesbehalve waar.

 

Veel westerlingen vinden uw stellingen over oorlogscultuur lichtjes belachelijk.

VAN CREVELD: Een Duitse vriend van mij heeft een paar jaar geleden een bestseller geschreven: ‘Hoera! We verliezen!’ Hij heeft groot gelijk. We zijn bang geworden van oorlog, maar in de oorlog zie je de mens zoals hij werkelijk is. Het slechtste, maar ook het beste komt dan naar boven.

 

George Bush had het voortdurend over de War on Terror. Heeft de aanslag op de Twin Towers het aanschijn van de oorlog veranderd?

VAN CREVELD: Eigenlijk niet. In 1991 heb ik al in een van mijn vorige boeken voorspeld dat de toekomst van de oorlog het terrorisme was. Niemand heeft mij toen gehoord. Sinds 1945 zijn er een kleine 200 oorlogen gevoerd. Van die 200 oorlogen is minder dan 10% een ouderwetse oorlog tussen staten. De grote meerderheid zijn opstanden, guerrilla en terrorisme. Staten voeren geen oorlogen meer omdat ze bang zijn voor eventuele nucleaire consequenties. Geen enkele staat is het na ’45 gelukt met geweld één vierkante meter vijandelijk gebied te annexeren. De enige idioten die dat nog proberen zijn wij in Israël. (lacht) De terroristen daarentegen hebben de wereld na ’45 wel ingrijpend veranderd. Bush had gelijk met zijn War on Terror.

 

Moeten we een grote nucleaire terroristische aanval van Al Qaeda vrezen?

VAN CREVELD: Ik denk het niet. Bin Laden heeft ooit geschreven dat hij daar wel over nagedacht heeft, maar dat hij op het einde besloten heeft om die weg niet in te slaan. Hij is bang dat een nucleaire aanslag tot een andere wereld zal leiden. Je kunt er nooit zeker van zijn dat er een terrorist komt die dat anders ziet, net als je ook nooit kan uitsluiten dat er een staatshoofd komt die nucleaire oorlogvoering wel ziet zitten.

 

Hoe moeten wij de terroristen aanpakken?

VAN CREVELD: Het is vandaag makkelijker voor terroristen om mensen te vinden die hun leven willen opofferen, dan voor staten. Ze hebben veel meer pit, en staan daardoor sowieso veel sterker dan wij. Zonder pit kun je geen oorlog voeren, laat staan winnen. Veel West-Europeanen zijn hun oorlogscultuur kwijt. Je kunt dat niet zomaar terug uit de grond stampen. Hoe hoger de dreiging wordt, hoe meer animo er misschien komt om met een ernstige voorbereiding op een oorlog te starten. Dat is nu levensnoodzakelijk, maar zeer moeilijk. Eens je als volk je oorlogscultuur kwijt bent, krijg je die niet zomaar terug in de geesten van mensen.

 

Moet het onderwijs zich daarmee bezig houden?

VAN CREVELD: Dan maak je je alleen maar belachelijk. Een oorlogscultuur moet organisch groeien. Het moet heel subtiel gebeuren. De oorlog is ook zeer subtiel. Het gaat uiteindelijk om levende, voelende mensen.

 

Bent u zelf ooit in het leger geweest?

VAN CREVELD: Jammer genoeg ben ik indertijd afgekeurd. Maar ik had het wel gewild. (lachje)

 

Oorlogscultuur, Martin van Creveld, Het Spectrum, 504 blz., 39,95 euro

© jan@janstevens.be

%d bloggers liken dit: