Boulevard of Broken Dreams


Gebroken dromen, verwoestende kanker en dreigende financiële problemen. Van de ingrediënten van de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver wordt een mens niet vrolijker. Toch is
Dat was het dan een meesterlijke roman, aangedreven door woede over de waardeloze ziekteverzekering in Shrivers geboorteland.

 

De New Yorker Shep Knacker, hoofdpersonage uit Dat was het dan, is de ratrace spuugzat. Hij droomt al zijn hele leven van een luilekker leven onder de Afrikaanse zon. Acht jaar eerder werd Shep een miljoen dollar rijker toen hij zijn klusbedrijf Manus-van-alles verkocht aan zijn werknemer Randy Pogatchnik, “een onervaren, van niets wetende sukkel met een grote mond.” Met dat miljoen zouden Shep en zijn vrouw Glynis, een niet erg succesvolle zilversmid, aan hun Tweede Leven overzee beginnen. Maar eerst trad hij voor een paar maanden als werknemer in dienst bij zijn oude bedrijf, door de onsympathieke nieuwe eigenaar herdoopt tot Handige Randy. Een periode die Shep wou gebruiken om alles in gereedheid te brengen voor de grote oversteek naar zijn magische Tweede Leven.

Eind 2004 is er van Sheps verlangen naar ‘het paradijs’ niets in huis gekomen. Hij werkt nog steeds tegen zijn zin bij Handige Randy en Glynis runt nog steeds haar kwakkelende bedrijfje. Het magische miljoen is inmiddels afgebrokkeld tot 700.000 dollar. Al die jaren heeft Glynis Sheps droom van het Tweede Leven met uitvluchten kunnen tegenhouden. Maar in de laatste maand van 2004 neemt haar man een kloek besluit: hij bestelt vliegtickets naar Pemba, een tropisch eiland voor de kust van Tanzania. Sheps nieuwe leven zal eindelijk beginnen, desnoods zonder vrouw. Als hij Glynis voor het blok zet – achterblijven of met hem vertrekken – vertelt ze hem dat ze aan een zeldzame, uiterst agressieve kanker lijdt. “Ik vrees dat ik jouw ziektekostenverzekering nodig heb”, voegt ze eraan toe. Shep laadt zijn koffer uit, blijft bij zijn zieke vrouw en hervat zijn job. Hij leeft in de veronderstelling dat hij via Handige Randy over een min of meer fatsoenlijke ziekteverzekering beschikt. Dat valt lelijk tegen. Als de Knackers hun spaarpot moeten aanspreken, staat Shep voor een verscheurende keuze. Want hoeveel geld is het leven van de terminale Glynis hem nog waard?

 

De in Amerika geboren, en deeltijds in Londen wonende Lionel Shriver won in 2005 de prestigieuze Orange Prize met haar brievenroman We moeten het even over Kevin hebben, over een vijftienjarige jongen die een bloedbad aanricht op school. Shriver lijkt een voorkeur te hebben voor loodzware thema’s; Dat was het dan vormt daarop geen uitzondering. Toch is Shrivers nieuweling geen langgerekte jeremiade. Integendeel. Het is een intelligente, puntgaaf geschreven roman over werken, dromen, leven, ziek worden en sterven in het Amerika van vóór de (alweer op de helling staande) ziekteverzekering van Obama. Dat was het dan laat op een beklijvende wijze zien hoe een levensbedreigende ziekte zelfs welstellende Amerikanen tot de bedelstaf dreigt te brengen.

Glynis lijdt aan het zeldzame mesothelioom, een kanker die veroorzaakt wordt door asbest. De overlevingskansen zijn nihil. Shriver schrijft met kennis van zaken, want ze baseerde de lijdensweg van haar romanfiguur Glynis op die van haar beste vriendin Terri, een zilversmid die in 2005 gediagnosticeerd werd met mesothelioom.

 

Dat was het dan is geen vrolijk boek, maar het is ook geen tearjerker. Shriver hanteert een afstandelijke, soms ironische stijl en schetst zo een haarscherp, indringend portret van de Amerikaanse middenklasse met haar woedes, angsten en verlangens. Met Sheps vriend Jackson als prototype van de politiek bewuste, maar zwaar gedesillusioneerde Amerikaanse stedeling. Jackson catalogeert Amerikanen cynisch “in lui die volgens de regels spelen en lui die simpelweg met de regels spelen (of ze helemaal negeren).”

In tegenstelling tot Vrijheid van Jonathan Franzen, dé hype van 2010, haalde Lionel Shriver met haar nieuweling wél de shortlist van de National Book Award, Amerika’s belangrijkste literaire prijs. Shrivers selectie was alleszins terecht: Dat was het dan is minstens even goed als Franzens Vrijheid.

 

©Jan Stevens

De man die klassieke muziek hip maakte

Op de allereerste editie van het Festival van Vlaanderen in 1958 overhandigde peuter Jan Briers een ruiker bloemen aan koningin Elizabeth. Vandaag staat hij aan de leiding van datzelfde muziekfestival en liet hij het uitgroeien tot een van de meest succesvolle ter wereld.

Jan Briers houdt kantoor op het eerste verdiep van het pittoreske kasteel Borluut in de groene rand rond Gent. “In de jaren tachtig huisde de afdeling Culturele Animatie van de stad Gent hier”, zegt de gedelegeerd bestuurder van het Festival van Vlaanderen. “De directeur van die dienst zat hier met zes vrouwen, totaal geïsoleerd van de rest van de stadsambtenarij. Hij had dit kasteeltje omgetoverd tot een echte lusthof. Tot een schepen vond dat het welletjes was. Hij eiste dat de directeur met zijn hele hofhouding naar het centrum van Gent verhuisde. Die man vond dat niet leuk, liet alles achter en boekte een enkeltje Zuid-Amerika. Ze hebben hem nooit meer terug gezien.”

Jan Briers sr.

Sinds 1985 staat Jan Briers aan het hoofd van het Festival van Vlaanderen. Hij volgde zijn vader op, Jan Briers sr. (1919-2007). “Vader ging toen op zijn 65e met pensioen. Op dat moment werkte ik al geruime tijd voor het Festival. Na mijn studies Pers en Communicatie ging ik aan de slag bij de Nationale Loterij. Toen ik daar een jaar werkte, zei mijn pa: ‘Ik stop met het Festival. Mijn hobby is me boven het hoofd gegroeid. Tenzij jij erin stapt, dan hou ik het nog een tijd vol.’ Zo’n verzoek kon ik niet weigeren.”

Jan Briers sr. stichtte het Festival van Vlaanderen in 1958. “Hij startte het op met een deel van de opbrengst van de Wereldtentoonstelling van ‘58. Die winst werd verdeeld over de provincies: zij moesten het geld aan cultuur besteden. De provincie Oost-Vlaanderen gaf de opdracht door aan mijn vader die toen directeur van Radio 2 was. Het eerste jaar organiseerde hij een reeks klassieke concerten in de troonzaal van het Gentse stadhuis. Dat was meteen een succes. Ik mocht als peuter een ruiker bloemen aan koningin Elizabeth geven toen ze naar het openingsconcert kwam. Ik heb daar nog een klein fotootje van. Ik droeg een kort pofbroekje en een truitje met pofmouwtjes. Op haar hoofd stond een immense hoed vol bloemen. (lacht)”

Vader Briers was een veelzijdig man. Hij was niet alleen bezieler van het Festival van Vlaanderen en directeur van Radio 2, maar doceerde ook pers- en communicatiewetenschappen aan de universiteiten van Gent en Brussel. “Vader heeft indertijd het regionaal nieuws op de radio geïntroduceerd. Ik vind dat één van zijn belangrijkste verwezenlijkingen. De leden van de Raad van Bestuur van de toenmalige BRT vonden zijn idee maar niks. Dat onbegrip maakte hem razend. Hij is toen met slaande deuren vertrokken en ging voltijds les geven.”

Jan Briers sr. was geen gemakkelijk man. “Hij was ‘van de oude stempel’. Hij realiseerde honderd en een zaken, maar allemaal buitenshuis. Thuis vond hij cultuur totaal onbelangrijk: dat was de plek waar de familie samen hoorde te zijn. Dat samenzijn wou zeggen: samen naar zee, samen op vakantie en samen eten op zondag. Allemaal dingen die niets met cultuur te maken hadden. Mijn moeder heeft me de liefde voor klassieke muziek bijgebracht. Zij liet haar drie kinderen van jongs af aan platen horen met selecties van bekende werken. Ze zong veel en ze deed dat ontzettend graag. Vader en moeder hebben elkaar ontmoet op de toenmalige NIR, de voorganger van de VRT, langs de vijver aan het Flageygebouw waar de openbare omroep toen huisde. Zij zat daar op een bankje met haar vriend, en hij liep er voorbij met zijn vriendin. Mijn moeder vroeg aan haar vriend: ‘Wie is die kerel met die kalfsogen?’ Dat was dus mijn vader. (schaterlacht) Later is ze met hem getrouwd.”

“Toen vader directeur van Radio 2 was, liep ik al als zesjarige om zes uur ’s morgens mee naar de studio in Gent. Ik zat braaf naast wijlen Nand Baert terwijl hij het eerste programma van de dag presenteerde. In die tijd werd na elke plaat door de presentator gezegd hoe laat het was, want veel mensen hadden nog geen horloge. ‘Het is nu tien voor zeven.’ Op een ochtend zei Nand: ‘Jan, ik ga even naar het toilet. Als de plaat afgelopen is en ik ben niet terug, moet jij zeggen hoe laat het is.’ Het angstzweet brak me uit. Ik wist: ‘Hij zal niet op tijd terug zijn.’ En hij was er verdorie ook niet toen de muziek stopte. Dat uurwerk leek opeens iets heel ingewikkeld, maar het is me wel gelukt.”

Van in zijn studententijd was Jan Briers niet alleen in de ban van klassieke muziek, maar ook van rock en pop. “Moderne mensen gaan vandaag een toneelstuk bekijken, morgen een opera, overmorgen een rockfestival. Eind jaren zeventig was ik ook al zo en creëerde ik als student de Happening in de Sint-Pietersabdij. Mijn vader had net een comité van leerkrachten opgericht. Hij zei: ‘Misschien moet je samen met hen op zoek gaan naar wat de behoeften zijn van jongeren.’ Zo kwamen we op het idee om onder de vleugels van het Festival van Vlaanderen een confrontatie tussen klassiek en pop in de abdij te organiseren. Terwijl T.C. Matic en Mink Deville op het plein rockten, speelde in de kerk La Petite Bande. Dat was een gigantisch succes, maar de klassieke puristen waren er niet over te spreken. De studenten zaten op de binnenkoer van de Sint-Pietersabdij met een fles wijn binnen handbereik. Heel wat veertigers denken met heimwee terug aan die tijd. We organiseerden toen ook de ‘Woensdagmiddagconcerten’ op de Gentse Korenmarkt. Wij brachten als eersten Jo Lemaire en The Scabs. Al die middelbare schoolmeisjes – de ‘groentjes’ van Sint Bavo en de ‘blauwtjes’ van Sint Pieters – zeiden tegen hun ouders: ‘Het Festival van Vlaanderen organiseert die concerten.’ Natuurlijk mochten ze dan ’s woensdags na school op de Korenmarkt blijven rondhangen.”

 

Procter & Gamble

Als kersvers directeur van het Festival van Vlaanderen erfde Jan Briers in ’85 een logge, dure organisatie. “Het Festival is ontstaan uit de openbare omroep, waardoor de medewerkers van een statuut genoten dat gelinkt was aan de omroep. Ze hadden alle ambtenarenvoordelen, zoals lunch- en kledijvergoedingen. Elk extra gepresteerd uur moest gecompenseerd worden. Ik ben die voordelen voorzichtig beginnen afbouwen. Dat was de enige manier om het Festival financieel leefbaar te houden. Het Festival van Vlaanderen heeft altijd een haat-liefderelatie met de openbare omroep gehad. Toen mijn vader op rust ging, kreeg ik van het management te horen: ‘Met jullie hebben we liefst niets meer te maken.’ Klassieke muziek interesseerde hen zogezegd niet meer. Eerlijk gezegd denk ik dat hun houding toen meer met de figuur van mijn pa te maken had. Hij was heel dominant. Ik moest dus helemaal van nul opnieuw beginnen onderhandelen.”

“Acht jaar geleden heb ik dan de belangrijkste verandering doorgevoerd. Veel mensen zagen ons als een organisatie die muffe, klassieke concerten organiseerde. Ik wou af van dat oubollige imago en inspireerde me daarvoor op het bedrijfsmodel van Procter & Gamble (P&G). P&G heeft als onderneming een uitstekende reputatie. Maar slechts weinig mensen weten dat P&G het moederhuis is van sterke merken als Duracell of Oil of Olaz. Ik heb het Festival van Vlaanderen geënt op het ‘P&G-model’. Ons Festival bestaat nu uit verschillende artistieke juweeltjes die we allemaal apart naar het publiek brengen. Het Brusselse Klarafestival was onze testcase. Eind 2002 stond in de krant De Morgen een groot artikel waarin de bestaansreden van het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ in vraag werd gesteld. Jarenlang brachten wij in september een maand lang de wereldtop van de klassieke muziek naar Brussel; de rest van het jaar viel er in die stad niets te beleven. Maar het zijn onze eigen ‘kinderen’ – mensen die bij het Festival gewerkt hebben – die het internationale muziekleven in Brussel naar een hoger niveau getild hebben. De eerste was Gerard Mortier met de Munt. Daarna volgden Frie Leysen met het KunstenFESTIVALDESARTS en Paul Dujardin met Bozar. Op een bepaald moment stak het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ er niet langer bovenuit en werd terecht de vraag gesteld: heeft dit nog zin? Dus moesten we op zoek naar een nieuwe formule. Ik ben naar de VRT gestapt, naar ceo Tony Mary en Klarabaas Walter Couvreur. Ik stelde hen voor om van het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ een volbloed omroepfestival te maken: het Klarafestival, dat twaalf uur per dag op de radio te volgen zou zijn. Ze gingen akkoord. Nu is het Klarafestival het grootste klassieke muziekfestival van ons land. Ik geloof in de stelling dat je als maker of aanbieder van cultuur een beetje moet lijden om kwaliteit voort te kunnen brengen. Als je teveel middelen hebt, raak je in slaap gewiegd. In moeilijke periodes hebben wij telkens de kansen gegrepen om nieuwe creatieve projecten op te starten. OdeGand is nog zo’n voorbeeld. We organiseerden al jaren succesvolle concerten in Gent. Maar toen we onder impuls van onze Gentse directeur Serge Platel ze zes jaar geleden in een nieuw jasje stopten, begonnen ze pas echt te boomen. We kregen het lumineuze idee om het publiek met de boot van concertzaal naar concertzaal te brengen. Nu zakken jaarlijks tienduizenden mensen naar Gent af. Het Festival van Vlaanderen is in veel zaken pionier geweest. We waren de eersten in de cultuursector om met commerciële sponsors in zee te gaan, we waren het eerste cultuurhuis dat een contract afsloot met een krant. Nu heeft elke culturele instelling zijn krantendeal. Een paar jaar geleden hebben we een Festival Foundation opgericht. Daarmee zetten we ook weer een trend. De stichting wil jonge mensen helpen om via de muziek een plaats te vinden in de maatschappij. Festivals zijn daar een goeie plek voor. De Foundation wordt gefinancierd door schenkingen, legaten en giften, niet door sponsoring. In Engeland en Frankrijk bestaan er al lang Foundations die de eigen cultuur ondersteunen. In Vlaanderen is die formule uniek, maar broodnodig. Onze meer begoede burgers moeten gestimuleerd worden om hun eigen cultuur meer te gaan ondersteunen.”

 

AA Gent

Toen Brugge in 2002 culturele hoofdstad werd, werd Jan Briers gevraagd om het gloednieuwe Concertgebouw te helpen opstarten. Hij nam een jaar verlof, en begon met veel enthousiasme aan zijn nieuwe baan. “Het Brugse stadsbestuur had me gevraagd omdat ze het Concertgebouw internationaal op de kaart wilde zetten. Dat leek me logisch voor een stad die jaarlijks meer dan drie miljoen buitenlandse toeristen op bezoek krijgt.” Maar Briers zou snel spijt krijgen van zijn overstap. “Ik moest voortdurend in de clinch gaan met burgemeester Patrick Moenaert. Hij had zich sterk geëngageerd in dat project, maar de kosten van de bouw van het Concertgebouw swingden de pan uit. Daardoor zag hij zijn politieke carrière in het gedrang komen. Ik had daar niets mee te maken: ik was alleen verantwoordelijk voor het organiseren van de medewerkers, de artistieke programmering en voor het aantrekken van publiek. Voor de essentie dus. Van in het begin kreeg ik niet het geld dat me beloofd was, want alle centen werden geïnvesteerd in de afwerking van het gebouw. De burgemeester zei: ‘Ik moet eerst en vooral aan míjn publiek denken: de Bruggeling.’ Hij wilde van het Concertgebouw eigenlijk een veredelde parochiezaal maken. Elke uitgave, elke onkostennota moest via hem passeren. ‘Ja, je mag overal in Vlaanderen offertes vragen voor je drukwerk. Maar als het erop aankomt, zal je toch met een Brugse drukker in zee moeten gaan.’ Zo kon ik niet werken. We zijn in alle vriendschap uiteen gegaan, maar voor mij was dat hele jaar verloren. Al heeft het me wel sterker en rijper gemaakt.”

Hoelang denkt Jan Briers nog door te gaan als baas van het Festival van Vlaanderen? “Ik heb een dochter van tien. Eigenlijk moet ik nog twaalf jaar verder doen om haar te zien afstuderen. Ik ben nu 56. Reken dus maar uit. Je moet voor je kinderen blijven zorgen, vind ik. Ik wil niet dat mijn dochter een gepensioneerde vader thuis vindt. Ik heb uit de ervaring met mijn vader wel geleerd dat ik voldoende tijd in mijn gezin moet investeren. Straks ga ik met mijn dochter naar het voetbal. Naar AA Gent. We zullen er van genieten, zij en ik. Wees daar maar zeker van.”

© Jan Stevens

Op 21 december organiseert het Festival van Vlaanderen in het Brusselse Bozar het European Gala Concert, met het Moscou Philharmonic Orchestra en de violist Gidon Kremer.


Sex, lies and Wikileaks

De beschuldigingen van het Zweedse gerecht aan het adres van Julian Assange zijn niet mals: onwettige dwang, seksuele geweldpleging en verkrachting. Als ze kloppen, hoort de Wikileaksstichter thuis in de cel. Toch zijn er steeds meer aanwijzingen dat de aanklacht terug te voeren is tot twee uit de hand gelopen onenightstands.

Op 11 augustus van dit jaar landde Julian Assange op de luchthaven van Stockholm. Hij was door de links-christelijke organisatie The Brotherhood Movement in de Zweedse hoofdstad uitgenodigd om er te komen spreken op een congres over ‘Oorlog en de rol van de media’. Volgens de Britse krant The Daily Mail werd Assange bij aankomst opgevangen door Anna A., politiek secretaris en woordvoerster van The Brotherhood, en zijn latere ‘slachtoffer’. Anna werkte eerder als onderzoeksassistente aan de universiteit van Uppsala en kreeg in Zweden bekendheid door haar niet aflatende strijd tegen seksueel geweld op vrouwen. Ze nam Assange mee naar haar appartement in het centrum van Stockholm. Daar mocht hij een paar dagen verblijven, tot de start van het congres. In tussentijd zocht Anna elders onderdak.

Maar op vrijdag, 14 augustus, arriveerde Anna een dag eerder dan gepland terug op haar flat. In haar latere verklaring aan de politie zei ze: “Assange was er toen ik thuis kwam. We praatten een beetje en besloten dat hij kon blijven.” Ze gingen samen dineren, keerden terug naar Anna’s huis en hadden seks met elkaar. Tijdens die vrijpartij scheurde het condoom. Later zou Anna aan de politie verklaren dat ze die bewuste nacht met een lek condoom niet verder wou vrijen, maar dat ze daartoe gedwongen werd door Assange.

s’Anderendaagsmorgens leek het alsof er ten huize van Anna A. niets wereldschokkends gebeurd was. Het kersverse paar bleef vriendelijk tegen elkaar en diezelfde avond organiseerde Anna na Assanges speech een feestje op haar flat ter ere van haar gast. De Zweedse blogger Göran Rudling slaagde er in om Anna’s inmiddels gewiste tweet van die nacht terug boven te spitten: “Zit hier buiten om twee uur te bevriezen met de coolste, slimste mensen van de wereld. Ongelooflijk.”

“De bal ligt in jouw kamp”

Tijdens het congres ontmoette Julian Assange zijn tweede ‘slachtoffer’, Sofia W., een jonge ambtenaar uit het provinciestadje Enköping. In haar verklaring aan de politie vertelde Sofia dat ze Assange een paar weken eerder voor het eerst op tv had gezien. Het was liefde op het eerste gezicht: ze vond hem “interessant, dapper en bewonderenswaardig.” Toen ze hoorde dat hij voor een lezing naar Stockholm zou komen, bood ze zichzelf als vrijwilligster aan bij de organisatoren. Maar ze werd niet aangenomen. Die zaterdagavond installeerde ze zich op de eerste rij en nam een hele reeks foto’s van Assange terwijl hij aan het speechen was. Naderhand bleef ze rondhangen en raakte ze aan de praat met Assange en een paar van zijn vrienden. Een van hen verklaarde achteraf dat Sofia haar uiterste best deed om indruk te maken op het Wikileaksboegbeeld. Assange en zijn vrienden vroegen haar mee naar een restaurant voor de lunch. Daarna ging zij samen met Assange naar de film. In haar politieverklaring zei Sofia dat ze ‘intiem’ waren en dat Assange haar ‘aantrekkelijk’ vond. Ze spraken af om elkaar nog eens te ontmoeten. Assange zette Sofia op de trein naar Enköping en nam zelf een taxi naar Anna’s flat. De dag erna pochte Sofia tegen vrienden over haar geflirt met de stichter van Wikileaks. Volgens politierapporten zei een van haar vrienden daarop: “De bal ligt in jouw kamp.”

Op maandag, 17 augustus belde Sofia zelf naar Julian Assange. Ze spraken af in het station van Stockholm, om van daaruit met de trein samen naar Enköping te reizen. Sofia kocht tickets voor beiden, want Assange was blut. Van zodra ze in Sofia’s flat toekwamen, doken ze de koffer in. Volgens haar politieverklaring droeg Assange toen een condoom. De volgende ochtend vreeën ze opnieuw, maar nu condoomloos. In haar verklaring zei Sofia dat ze over haar toeren raakte toen Assange weigerde een condoom om te doen. Toch gingen ze na hun vrijpartij samen in de stad ontbijten. Bij het afscheid in het station van Enköping kocht Sofia een enkeltje richting Stockholm voor Julian Assange.

Seksval

Sofia was bang dat ze een soa opgelopen had en belde naar Anna A. die ze op het congres ontmoet had. Ze vertelde dat ze onbeschermde seks met Assange had gehad. Volgens de Daily Mail reageerde Anna A. woedend en wou ze Assange onmiddellijk uit haar flat laten zetten. Hij weigerde en vertrok pas drie dagen later, op vrijdag 20 augustus. Diezelfde vrijdag stapten Anna A. en Sofia W. samen naar de Stockholmse politie. Volgens een bron bij de politie kwamen ze in eerste instantie informeren hoe ze Assange tot een HIV-test konden dwingen. Ze vertelden allebei hun verhaal aan de dienstdoende agente. Die vond dat alles erop wees dat Sofia door Assange was verkracht en dat hij seksueel geweld gebruikt had tegen Anna. De openbare aanklaagster Maria Häljebo Kjellstrand was het daarmee eens en gaf opdracht om Assange op te pakken. Rechercheurs kamden heel Stockholm uit, op zoek naar de founding father van Wikileaks. Vergeefs.

Op zondag lekte Kjellstrand het nieuws naar de Zweedse tabloid Expressen. De daaropvolgende commotie zorgde er voor dat de beschuldiging van verkrachting door Kjellstrands overste uit de aanklacht tegen Assange gehaald werd. Op 31 augustus bood Assange zich voor verhoor aan in Stockholm. Hij verliet het politiekantoor als een vrij man en kreeg toestemming om het land te verlaten. Het zou duren tot november vooraleer de Zweedse hoofdaanklaagster Marianne Ny via Interpol een arrestatiebevel tegen Assange uitvaardigde.

Volgens Assanges Britse advocaat Mark Stephens gaan er politieke motieven schuil achter dat internationale arrestatiebevel. “Er is zelfs geen Zweeds arrestatiebevel tegen Assange; toch laat Marianne Ny mijn cliënt via Interpol oppakken en uitleveren.” Ny ontkent dat er van politieke beïnvloeding sprake is. Toch gonst het van de geruchten over rechtstreekse beïnvloeding door de Amerikaanse overheid. Volgens de Amerikaanse nieuwssites Counter Punch en Raw Story is er een mogelijke link tussen de CIA en Anna A. Zij zou banden hebben met de door de Amerikaanse overheid gefinancierde anti-Castro-organisatie Misceláneas de Cuba. De in Zweden actieve organisatie wordt vanuit Miami geleid door Carlos Alberto Montaner, een Cubaanse banneling en journalist die op de payroll van de CIA zou staan. Tijdens een verblijf in Cuba werkte Anna A. samen met de door de VS gefinancierde vrouwenorganisatie Las damas de blanco. Omwille van ‘subversieve activiteiten’ werd ze toen het land uitgezet. Eind augustus zei Julian Assange in een interview met de Zweedse krant Aftonbladet dat hij al veel eerder gewaarschuwd was niet in ‘seksvallen’ te trappen. Op de vraag of hij er dan nu met zijn ogen open in getrapt was, antwoordde hij schouderophalend: “Misschien wel, misschien niet.”

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: