Heroïsch amateurisme

In het midden van de negentiende eeuw was de Krim het toneel voor een bloedige oorlog van de Britten, Fransen en Turken tegen de Russen. Met zijn boek De Krimoorlog redt de Britse historicus Orlando Figes die eerste ‘moderne’ oorlog uit de vergetelheid. “Soms leek de oorlog verdacht veel op een aflevering van Blackadder.”

 

In het vuistdikke De Krimoorlog of de vernedering van Rusland reconstrueert Orlando Figes (°1959) de zo goed als vergeten oorlog van een coalitie van Britse, Franse en Turkse troepen tegen het Russische leger. “Zelfs in Groot-Brittannië lijkt de oorlog in de Krim uit het collectieve bewustzijn verdwenen”, zegt hij. “Terwijl het eigenlijk een oerbrits verhaal is. Op elke hoek van elke straat is er wel een pub met een naam die aan de Krimoorlog herinnert: The Alma, The Balaklava of The Sebastopol. De Krimoorlog was de eerste echte moderne oorlog waar de kranten uitgebreid verslag over deden. Zeker in de laatste fase, bij de slag om Sebastopol, toen reporters en fotografen de gevechten van op het slagveld versloegen. Voor het eerst in de geschiedenis speelde de publieke opinie een rol in een oorlog.”

De Krimoorlog startte in september 1853 en eindigde in februari 1856. “Tot op de dag van vandaag begrijpen niet veel mensen de context waarin die oorlog zich afspeelde”, stelt Figes. “Dat komt omdat de geschiedschrijving over de Krimoorlog vooral het werk is van amateurhistorici. De Britten focussen zich op de ‘romantiek’ van die oorlog: op de roekeloze charge van de Lichte Brigade in de slag bij Balaklava in oktober 1854, en op Florence Nightingale, de legendarische ‘Lady with the Lamp’ die door haar verpleegkundig werk in de Krim een grote bijdrage leverde aan de oorlogsgeneeskunde. In Rusland draait de geschiedschrijving rond de verdediging van Sebastopol en de heroïsche offers van de dappere soldaten. In mijn boek neem ik afstand van al die nationale mythes.”

 

Historian

Jarenlang was professor Orlando Figes, docent Russische geschiedenis aan de Universiteit van Londen, een historicus met een uitmuntende reputatie. Hij kreeg internationale bekendheid met drie bejubelde boeken over de Russische geschiedenis: Tragedie van een volk. De Russische Revolutie 1891-1924 (1996), Natasja’s dans. Een culturele geschiedenis van Rusland (2002) en Fluisteraars. Leven onder Stalin (2007). Tot in april 2010 aan het licht kwam dat hij al jaren verschillende anonieme recensies postte op de boekensite Amazon. Positieve over zijn eigen boeken, negatieve over die van onder anderen Rachel Polonsky, een ‘concurrerende’ historica. Met die negatieve recensies nam Figes wraak op Polonsky omdat zij in 2002 in de boekenbijlage van de Times Natasja’s dans had afgekraakt. Rachel Polonsky kwam erachter dat het Figes was die onder het pseudoniem ‘Historian’ haar boeken de grond in boorde. Hij ontkende en schoof de schuld in de schoenen van zijn vrouw. Toen hij geen kant meer uit kon, trof hij financiële schikkingen met de advocaten van zijn gedupeerden en verontschuldigde hij zich uitvoerig tegenover hen én tegenover zijn eigen vrouw. “Ik schaam me daar nog steeds heel erg over”, zegt hij nu. “Ik ben blij dat 2010 achter me ligt. Het was een extreem duur jaar.”

Te midden van al die heisa vond Figes nog de tijd om het uitstekende De Krimoorlog te schrijven. “In amper een jaar was het af. Ik schrijf snel. In vergelijking met mijn andere boeken is dit een rechttoe-rechtaan-verhaal. Ik ben De Krimoorlog beginnen voorbereiden tijdens het werken aan Fluisteraars, een boek over het leven van gewone mensen onder Stalin. Dat was een erg deprimerend project. Dus wou ik tezelfdertijd aan iets opwindends werken, inclusief veldslagen en bulderende kanonnen, om mezelf voor een depressie te behoeden.”

 

Religieuze frontlinie

Goede Vrijdag, 10 april 1846. Het katholieke paasfeest valt uitzonderlijk op dezelfde dag als het Grieks-orthodoxe, waardoor er op de heilige plaatsen in Jeruzalem een drukte van jewelste heerst. Uit alle hoeken van Oost-Europa, het Midden-Oosten, Griekenland en Rusland zijn minstens 20.000 pelgrims naar de Heilig Grafkerk in Jeruzalem afgezakt. Als de katholieke priesters met hun wit linnen altaarkleed arriveren, merken ze tot hun grote afschuw dat de Grieken hen met hun geborduurd zijden kleed voor zijn geweest. Het duurt niet lang voor er een gevecht uitbreekt tussen de katholieken en de orthodoxen. Als de wachters van Mehmet Pasja, de Ottomaanse gouverneur van Jeruzalem, de kerk komen ontruimen, liggen er meer dan veertig doden op de vloer. “Dat religieuze dispuut tussen orthodoxen, christenen en moslims over de kerk in Jeruzalem vormde de aanleiding voor de latere Krimoorlog”, zegt Orlando Figes. “Veel Britten vinden die oorlog nu zinloos omdat hij zijn wortels in religie heeft. Maar kijk naar wat er vandaag gebeurt: religie veroorzaakt nu eenmaal oorlogen. We hebben dat een tijdlang weggemoffeld. We bekeken de grote conflicten uit de 19e eeuw door de bril van het marxisme en concludeerden dat alleen de economie ertoe deed. Religie was hoogstens een excuus om oorlog te voeren over grondstoffen, territorium en handelsroutes. Ik vrees dat we daardoor de essentie uit het oog verloren hebben. Dus keer ik terug naar de bron en kan ik niet anders dan concluderen dat de Krimoorlog een religieuze oorsprong had.”

Was de Krimoorlog dan een ‘clash tussen beschavingen’, tussen het christelijke Rusland dat in 1853 de oorlog verklaarde aan de islamitische Turkse sultan in een ruzie over de Heilige Plaatsen in Jeruzalem? Orlando Figes: “Een ‘clash tussen beschavingen’ is overdreven. Na de oorlogsverklaring van de Russen aan de Turken, smeedden het christelijke Groot-Brittannië, Frankrijk en ook Italië een alliantie met de Turkse moslims om te gaan vechten tegen het christelijke Rusland. Het bizarre bondgenootschap tussen christenen en moslims draaide rond de zuidelijke Russische grens. Wie die grens controleerde, controleerde de wereld. Hij was van vitaal economisch belang. Het Britse Rijk zou nooit kunnen functioneren met een Rusland dat heer en meester was over de Zwarte Zee. Vergeet niet dat er toen nog geen Suezkanaal was. Voor de Britten was het zonneklaar dat de routes naar India bedreigd waren. De landen in de Kaukasus werden al snel heel belangrijk in die hele strijd, want daar leefden grote moslimminderheden. De Russen waren bang dat die moslims in het zuiden van hun rijk een binnenvallend leger vrij spel zouden geven. Dus organiseerden ze massale etnische zuiveringen om alle moslims weg te krijgen aan de kustgebieden. Moslims hoorden daar niet thuis. Het risico was te groot dat ze de Turkse vijand welkom zouden heten om hen te komen bevrijden van die orthodoxe christenen.”

“De oorlog werd uitgevochten op een religieuze frontlinie, die nog steeds springlevend is en loopt van de Balkan naar de Kaukasus. Het smeult en knettert daar nog net als halverwege de negentiende eeuw. Er werd trouwens aan alle kanten etnisch gezuiverd, met wraakacties door alle partijen. Het was een vieze oorlog, waarin ook de Britten zich niet onbetuigd lieten. Zo zagen ze er geen graten in dat de Tataren wraak namen op Russische burgers. Ze deden helemaal niets om dat tegen te houden. In de oorlogen ervoor gebeurden er ook wreedheden, maar toch waren de militairen het er meestal over eens dat burgers met rust gelaten moesten worden. In de Krimoorlog werd er een radicale breuk gemaakt met dat verleden, waardoor die oorlog heel sterk lijkt op recente oorlogen in de Balkan en de Kaukasus. De dorpen werden deel van het strijdtoneel en gewone burgers raakten er op een afschuwelijke manier in betrokken. Er werd geplunderd, verkracht, geroofd… De Britten deden daar dapper aan mee. In Russische archieven heb ik getuigenissen van mensen gevonden die vertellen over Britse officieren die zich te buiten gingen aan verkrachting. De maandenlange belegering van Sebastopol was erg bloederig. Tot op de dag van vandaag weten we niet hoeveel doden er onder de stad begraven liggen. Als je er nu een spade in de grond steekt, stoot je gegarandeerd op menselijke overblijfselen uit die tijd.”

 

Nicolaas de koppige

Het Russische leger was een slecht uitgerust allegaartje van verpauperde boeren. Toch verklaarde tsaar Nicolaas I in 1853 de oorlog aan Turkije, het toenmalige Ottomaanse Rijk. “Het is heel moeilijk te begrijpen waarom Nicolaas een oorlog startte die hij nooit kon winnen”, zegt Orlando Figes. “Rusland hinkte op economisch vlak mijlenver achter het westen aan. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens de Krimoorlog. Als de tsaar geweten had wat voor een pak slaag zijn manschappen gingen krijgen, was hij misschien nooit aan die oorlog begonnen. Ik ben op zoek gegaan naar een verklaring waarom Nicolaas I zijn hele imperium op het spel zette door de wapens op te nemen tegen de Turken en zo tegen de rest van Europa. Toen de spanning in de maanden voor de oorlog begon te stijgen, werden hem talloze ontsnappingsroutes aangeboden. Niet alleen door zijn eigen generaal Alexander Mensjikov, maar ook door de Franse keizer Napoleon III. Hij kon dus zonder gezichtsverlies het wapengekletter afblazen. Maar hij koos koppig voor oorlog. Natuurlijk was Nicolaas een roekeloze gokker die geen voeling had met de realiteit. Toch was er meer aan de hand: hij zette door omdat hij vond dat het zijn religieuze taak was om de orthodoxe Slavische volkeren in de Balkan te redden uit de klauwen van de islamitische Turkse sultan. Nicolaas was de gevangene van zijn eigen religieuze ideologie. Hij dacht: ‘Als ik de Balkan niet kan domineren, zullen de westerse machten hun kansen grijpen. Servië, Montenegro en al die andere Slavische staten worden dan landen zoals Griekenland.’ Aan het Griekse avontuur had hij een kater overgehouden: met de hulp van Rusland was Griekenland in 1830 onafhankelijk geworden van de Turken. Maar van zodra de Grieken hun onafhankelijkheid kregen, keerden ze zich af van Rusland en zochten ze hun heil bij de westerse staten.”

 

Machtige pers

Vóór de oorlog tegen de Turken probeerde Nicolaas eerst nog een bondgenootschap te sluiten met de Britse koningin Victoria om samen ten strijde te trekken. Dat plan mislukte. Figes: “Nicolaas dacht dat hij face to face deals kon sluiten met koningin Victoria. Hij onderschatte de Britse politiek uit die tijd en dichtte Victoria teveel macht toe. Groot-Brittannië was een constitutionele monarchie, en het beleid werd voor een groot deel uitgestippeld in het Parlement, waar ook een oppositie zat. Maar nog veel belangrijker was de rol van de pers. Nicolaas moest geen rekenschap afleggen aan de publieke opinie, terwijl de pers in Groot-Brittannië toen al heel machtig was. In december 1853 wou koningin Victoria geen oorlog. Vlak nadat Rusland de oorlog verklaard had aan Turkije, supporterde ze zelfs voor de tsaar. Ze hoopte dat hij de Turken een flinke pandoering zou geven. Maar drie maanden later, in maart 1854, was ze van gedacht veranderd. ‘Alles is anders nu’, zei ze tegen de Britse premier Lord Aberdeen die heel weigerachtig stond tegenover oorlog. ‘We moeten de Turken helpen en gaan vechten tegen de Russen.’ Haar standpunt was omgeslagen onder druk van de media. Nadat de Russische zeemacht in de slag bij Sinope in november ’53 de Turkse vloot genadeloos had weggeveegd, schreven de Britse kranten verontwaardigd over de slachtpartij die de Russen hadden aangericht. Ze riepen op om tegen de tsaar ten strijde te trekken. Prins Albert, Victoria’s man, had Duitse roots en werd in de kranten afgeschilderd als pro-Russisch. Een krant riep zelfs op tot zijn executie. Victoria was zo woest dat ze ermee dreigde om af te treden. Aberdeen werd verplicht om een vergadering met alle hoofdredacteurs te beleggen. ‘Stop alsjeblieft met het demoniseren van de prins’, smeekte hij. Het antwoord van de hoofdredacteurs was heel simpel: ‘Sorry, maar dat doet onze kranten verkopen.’ Victoria wou nu wel oorlog tegen Rusland omdat ze zo de monarchie wou redden. Ze hoopte dat haar man niet langer als een pro-Russische landverrader opgevoerd zou worden.”

 

Russofobie

De hysterische oproep van de Britse kranten om tegen de Russen te gaan vechten, was volgens Orlando Figes een gevolg van onvervalste russofobie. “De vrees voor de Russische beer was in die tijd wijdverspreid in Groot-Brittannië. Lord Palmerston, minister van Binnenlandse Zaken in de coalitieregering van Conservatieven en Liberalen, was een groot voorstander van oorlog. Rusland moest gestopt worden, want het land was een bedreiging voor de westerse samenleving en voor de vrijheid. De Russen mochten die arme Turken niet langer koeioneren. In de ogen van veel Britten was een Turk eigenlijk een christen, alleen wist hij dat zelf nog niet. ‘Wij zullen die arme moslims wel bekeren.’ De orthodoxe Russische pelgrims die rond Pasen naar Jeruzalem trokken, werden gezien als een soort van heidenen. Er werd ook geschermd met het argument dat de Turkse sultan een betere vriend voor de christenen was, omdat hij tolerant en liberaal zou zijn. In werkelijkheid was hij een tiran, maar de repressie onder zijn bewind werd met de mantel der liefde bedekt. Later, in de jaren 1870 onder premier William Gladstone, veranderde de Britse politiek tegenover de Turken. Gladstone voelde zich in de jaren 1850 als minister van Financiën in het oorlogskabinet al heel erg oncomfortabel met de politiek tegenover de sultan. Hij zag het niet zitten om een islamstaat in Europa te steunen. Halverwege de negentiende eeuw woedde de discussie over de rol van Turkije in Europa al volop.”

“Voor politici als Palmerston die via de pers opriepen tot oorlog tegen Rusland, ging het eigenlijk niet over het verdedigen van de Turken. Die konden hen gestolen worden. In werkelijkheid voerden ze een politieke kruistocht tegen de Russen. Want Rusland was de ‘gendarme van Europa’ die de Poolse Novemberrevolutie van 1830 met harde hand had onderdrukt. De katholieke Polen konden op heel wat sympathie in Frankrijk rekenen. De katholieken hadden veel macht aan het hof van Napoleon en stelden zich tegenover Rusland zeer agressief op. Ook de Britten hielden van een gespierd buitenlands beleid. Lord Palmerston was een groot voorstander van het exporteren van de good ol’ Britse waarden over de aardbol, met in het kielzog daarvan de Britse fabrikanten en ondernemers. Hij was de negentiende-eeuwse Britse versie van George Bush. Net als Bush stuurde hij kanonneerboten naar een verre ‘vijandige staat’, installeerde er zijn versie van goed politiek bestuur en verkocht er dan zijn goederen.”

 

Russische winter

In september 1854 trokken de Britten en de Fransen naar het slagveld aan de rivier de Alma in de Krim. Orlando Figes: “Maar het Britse leger was er eigenlijk niet klaar voor. Met de blik op oneindig en de borst vooruit marcheerden ze naar het front. Ze gingen die Russische boeren eens flink op hun donder geven. Ze dachten dat het binnen een paar dagen voorbij zou zijn. Dat had ook gekund. Want net voor de Russische winter inviel, hadden ze op het slagveld een groot overwicht dankzij hun Miniégeweren die heel gericht konden vuren en superieur waren aan de Russische musketten. Op 21 september 1854 wonnen de Britten en de Fransen de slag aan de Alma. Als ze toen onmiddellijk naar Sebastopol hadden doorgestoten, was de oorlog in een paar dagen achter de rug geweest. Maar de geallieerden beschikten niet over de juiste informatie en lieten het meest geschikte moment voorbijgaan. De Russen zetten alles in op de winter, en die kregen ze ook. De Britse soldaten waren daar helemaal niet op voorbereid.”

“Europese legers die in Rusland gaan vechten, trappen altijd in dezelfde val. Napoleon Bonaparte liet zich verrassen door de Russische winter, net als de Britten in de Krim en Hitler later tijdens WO II. De Fransen waren veel beter voorbereid op de Krimoorlog. Zij hadden ervaring in oorlogvoeren en beschikten over een uitstekende infanterie. Maar de Britten en de Fransen werkten niet goed samen. De Fransen keken neer op de Britse troepen, waarvan de soldaten gerekruteerd waren uit de onderste lagen van de maatschappij. Terwijl het Franse leger professioneel was, ordelijk, met goed getrainde officieren die naar militaire scholen waren geweest. De verstandhouding tussen de officieren en hun soldaten was uitstekend. Toen de Fransen de klungelende Britse soldaten zagen, moeten ze gedacht hebben: ‘Is dit een grap?’ De echte strijd werd vooral door de Fransen geleverd.”

Ondanks het pover getrainde Britse leger, beten de Russen na een maandenlange belegering van Sebastopol in het zand. Figes: “De oorlog was een vernedering voor Rusland. Het bleef lang een etterende wonde, en de nederlaag voedde de haat tegen het westen. De spanning over de Balkan tussen Europa en Rusland leeft tot op de dag van vandaag. Onderschat de huidige Russische wrevel over de onafhankelijkheid van Kosovo niet. Vandaag herdenken de Russen de Krimoorlog als een glorieuze nederlaag. Velen beschouwen Nicolaas I nu als een lichtend voorbeeld van Russisch staatsmanschap, omdat hij het aandurfde om op te staan tegen het westen. In Frankrijk en Turkije is de Krimoorlog zowat vergeten. De Turken schamen zich erover, want ze moesten gered worden door de westerse grootmachten. De Britten zien het als een gekke, overbodige oorlog. Als je het hele verloop van die oorlog bestudeert, lijkt het vaak ook heel erg op een aflevering van Blackadder, op heroïsch amateurisme. Met als tol: minstens 800.000 doden.”

 

© Jan Stevens

Orlando Figes, De Krimoorlog of de vernedering van Rusland, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 656 Blz., 34,95 euro, ISBN 978-90-468-0894-8

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s