Misdaad

Cultschrijver Irvine Welsh schreef een roman over pedofilienetwerken met de titel Misdaad waarvan hij hoopt dat hij geen misdaadroman genoemd wordt. “De titel is een grap, om te checken of het iemand zou opvallen dat het eigenlijk geen boek over misdaad is.”

 

Na een leven van twaalf stielen en dertien ongelukken, zette de Schot Irvine Welsh (1958) zich begin jaren negentig aan het schrijven van een roman over werkloze jongeren die zich in Edinburgh onledig houden met drinken, keet schoppen en heroïne spuiten. Toen Trainspotting in 1993 uitkwam, werd Welsh zowel de hemel in geprezen als verguisd. Sommige critici bejubelden hem als een frisse nieuwe stem in de Britse literatuur, anderen zagen hem vooral als een perverse, immorele bewieroker van drugsmisbruik. De verfilming van Trainspotting door regisseur Danny Boyle betekende de internationale doorbraak voor Welsh. “Dat succes kwam als een schok”, zegt de schrijver. “Ik leefde in de overtuiging dat Trainspotting een lokaal Schots fenomeen zou blijven. Tot het plots het een internationale cultbestseller werd. Ik werd niet langer behandeld als een schrijver, maar als een rockster. In de loop der jaren ben ik er gelukkig in geslaagd om terug schrijver te worden, om terug degene te worden die ik altijd al wou zijn. Ik kijk niet met verbittering op die periode terug want het was een interessante ervaring, maar het hoeft geen tweede keer te gebeuren. Volgende maand komt de verfilming van mijn boek Ecstacy uit en de film is fantastisch: culty en trainspotterish. Ik hoop dat hij een succes wordt, maar ik hoop uit de grond van mijn hart ook dat hij niet hetzelfde effect sorteert als de verfilming van Trainspotting. Als dat toch gebeurt, duik ik voor een paar maanden onder.”

Nu ligt Misdaad, de Nederlandse vertaling van Welsh’ zevende en laatste roman Crime, in de boekhandel. Na een slecht afgelopen pedofiliezaak worstelt de Schotse politieman Ray Lennox met een depressie, een drank- en een cocaïneverslaving. Zijn bazen sturen hem verplicht met vakantie. Samen met zijn vriendin Trudi reist hij van het grijze Edinburgh naar het zonnige Miami Beach. Daar krijgt hij vrij snel ruzie met de trouwlustige Trudi die hem de oren afzeurt met haar grootse plannen voor hun nakende huwelijk. Hij vlucht weg en belandt in een stripclub, waar hij gretig de uitnodiging van twee vrouwen voor een feestje vol seks en cocaïne aanneemt. In hun groezelige appartement ontmoet hij het tienjarige meisje Tianna dat het slachtoffer dreigt te worden van een pedofielennetwerk. Met de moed der wanhoop probeert Ray haar te beschermen.

Irvine Welsh noemt Misdaad geen echte politieroman, maar een ‘existentiële thriller’. “Ik probeer er achter te komen waarom Ray Lennox de dingen doet die hij doet. Ik was niet echt geïnteresseerd in politieprocedures of in een ingenieuze plot zoals je die in hard-boiled detectives vindt. De titel Misdaad is een grap, om te checken of het iemand zou opvallen dat het eigenlijk geen misdaadboek is.”

 

Drank en cocaïne

Op de eerste bladzijden lijkt het alsof Ray Lennox een uitgebluste man van een jaar of zestig is, toch blijkt later dat hij amper 35 is.

Irvine Welsh: Lennox loopt op de tippen van zijn tenen. Hij heeft erg traumatische ervaringen achter de rug en denkt daardoor als een oude man. Het lijkt alsof zijn leven voorbij is. Dat is heel typisch voor mensen die in een depressie zitten. Voor een jonge kerel lijkt hij uitgeput, totaal opgebrand. Of ik zelf ooit zo iets ervaren heb? Het fijne aan het schrijverschap is dat je met elk nieuw boek van een wit blad papier kunt vertrekken. Dat is een goede manier om jezelf voor een burn-out te behoeden. Ik zorg ook voor veel verandering in mijn leven. Ik ben een tijd actief geweest in de muziekbranche, als dj en producer van housemuziek. Nu zit ik in de film, als scenarioschrijver, producer en regisseur. Die afwisseling is goed voor mijn mentale evenwicht. Wie jaren achtereen dezelfde afstompende job uitoefent, stevent gegarandeerd op een burn-out af.

 

Lennox vlucht weg in drugs en alcohol. Maar die helpen hem alleen maar verder de dieperik in.

Welsh: Dat is echt een van mijn favoriete onderwerpen: als het slecht gaat in ons leven, nemen we vaak beslissingen die ons nog verder de ellende in sleuren. Zo zijn mensen nu eenmaal. Als je partner je laat zitten, is het eerste wat je doet een fles wodka soldaat maken. Terwijl dat de slechtste beslissing is die je op dat moment kunt nemen. Lennox zit in hetzelfde schuitje: hij helpt zich zelf nog meer de vernieling in door troost te zoeken in drank en cocaïne. Op het moment dat de roman start, heeft hij Edinburgh, de stad waar alles mis ging, achter zich gelaten. Hij zit op het vliegtuig richting Miami, richting zon, zee en vakantie, en probeert van de antidepressiva af te raken. Hij hoopt dat de zon weer in zijn leven zal schijnen. Hij probeert ook een balans op te maken: waarom is zijn relatie om zeep aan het gaan? Waarom drinkt hij teveel? Waarom snuift hij zoveel cocaïne? Waarom is hij politieman en oefent hij een job uit die hem tonnen stress bezorgt? Hij is op zoek naar een nieuwe start. Als hij dan in Miami aankomt, raakt hij toevallig een bende pedofielen op het spoor. Hij wordt ertoe gedwongen om tezelfdertijd zijn persoonlijke problemen op te lossen en de pedofielen achter de tralies te stoppen.

 

U beschrijft op zeer indringende wijze de desastreuze gevolgen van het drank- en cocaïnegebruik van Ray Lennox. U hebt zelf decennia geleden met een heroïneverslaving geworsteld. Wil u uw lezers waarschuwen?

Welsh: Mensen zullen altijd drugs gebruiken, wat je ook zegt of doet om hen te waarschuwen. In elke pub in Edinburgh kun je tegenwoordig probleemloos cocaïne scoren. Het is de doodnormaalste zaak van de wereld dat je na het drinken van een paar pinten even in het toilet verdwijnt om een lijntje te snuiven zodat je langer overeind kunt blijven staan en nog meer kunt drinken. Cocaïne is niet langer een societydrug: het is belachelijk goedkoop waardoor iedereen het zich kan permitteren. Op het moment dat Lennox Edinburgh verlaat, is de stad de meest deprimerende plek op aarde: het festival is voorbij, de dagen worden korter, het regent continu en er loopt geen kat meer op straat. In de herfst krijgt Edinburgh iets sinister, lijkt het op een stad uit een gothic novel. Ray vlucht er weg, op zoek naar licht en warmte in Miami Beach. Aan de oppervlakte lijkt Miami zomers en vrolijk, de favoriete plek voor modellenshoots voor de lifestyle magazines van Condé Nast. Maar dat is slechts schijn, want in werkelijkheid is Miami een plek vol criminaliteit en verderf. Ik kan het weten, want ik heb er zelf een optrekje waar ik dit boek geschreven heb. Van over heel de VS voeren de Greyhoundbussen outcasts en voortvluchtige misdadigers aan. De stad is de criminele onderbuik van Amerika, bevolkt door schimmige figuren. Een pedofielennetwerk kan overal ter wereld gedijen, maar in Miami misschien nog iets meer dan ergens anders.

 

Pedo’s in Miami

Waarom wou u per se een boek schrijven over kindermisbruik?

Welsh: Ik woonde in Dublin toen ik plannen maakte voor deze roman. Op dat moment kwamen al die afschuwelijke verhalen van pedofiele priesters naar boven. Het was echt ongelooflijk: in sommige families waren zelfs drie opeenvolgende generaties misbruikt. Jarenlang had daar niemand ooit iets over verteld. Heel Ierland was in shock. Het jarenlange stilzwijgen was een gevolg van de rol die de Ierse priesters speelden tijdens de Britse bezetting: zij hadden altijd in de frontlinie van het verzet gestaan en hadden daardoor een uitzonderlijke machtsbasis opgebouwd. Hun invloed was enorm, waardoor ze ongestoord pedofilienetwerken konden uitbouwen in de schoot van de katholieke kerk. Tot plots al die verhalen bekend raakten. Ik wou over kindermisbruik schrijven, maar niet in Ierland. Ik had vijf jaar in Dublin gewoond en die stad was mijn thuis geworden. Ik vond dat alleen een Ierse schrijver die afschuwelijke verhalen als grondstof voor een roman mocht gebruiken, en geen Schot die er een tijdelijk onderdak gevonden had. Ik had ook geen zin om betrokken te raken in religieuze achterhoedegevechten. Ik kon me de commentaren van protestanten en anglicanen al voorstellen: ‘Heb je het laatste boek van Welsh over die vieze Roomse papen gelezen?’ Of de commentaar van de katholieken: ‘Het is allemaal de fout van de Britse bezetters.’ Al die sektarische nonsens zou alleen maar afleiden van de echte boodschap van het boek: dat kindermisbruik van alle tijden en plaatsen is. Dus koos ik als setting Miami in de Amerikaanse staat Florida.

Emotioneel was het erg moeilijk om deze roman te schrijven. Ik was halverwege toen in mei 2007 Madeleine McCann verdween. Zes maanden lang kon ik niet meer verder schrijven. Het meisje was waarschijnlijk ontvoerd door een pedofiel en ik zag wat dat aanrichtte bij een familie. Van de ene dag op de andere leek het alsof ik met mijn fictie een hoop nonsens bijeen gekrabbeld had. Dat is natuurlijk niet zo, want het is belangrijk dat je als populaire schrijver zo’n thema tackelt, maar het heeft een half jaar geduurd voor ik mezelf terug aan het schrijven kreeg.

 

In uw dankwoord op het einde van Misdaad schrijft u dat u voor uw research naar pedofilie bewust niet op het internet bent gaan surfen, maar wel gesprekken gevoerd hebt met slachtoffers en daders. Was u bang voor wat u op het internet zou aantreffen?

Welsh: Het internet is een favoriete speeltuin voor pedoseksuelen. Ik had geen zin om door de cyberpolitie opgespoord te worden en als een kloon van Michael Jackson in de cel te belanden. Sociale werkers hebben me in contact gebracht met slachtoffers en via de politie heb ik een aantal daders gesproken. Ik ben naar bijeenkomsten geweest van zelfhulpgroepen van slachtoffers. Dat waren heel positieve ervaringen. Ik heb er geen haat gevoeld. Ze zoeken niet naar wraak maar naar een manier om hun verschrikkelijke ervaringen uit hun systeem te krijgen. Ze waren heel blij om erover te kunnen praten, ook met een romanschrijver. Ik vertelde hen heel open dat ik zelfs niet wist of ik het boek ooit zou afwerken. Soms had ik het gevoel dat het onderwerp te zwaar voor me was. De slachtoffers smeekten me bijna om het boek wel te schrijven.

De gesprekken met de pedofielen waren veel moeilijker. De arrogante pedo’s vond ik degoutant, zij zijn niet te behandelen en zullen nooit veranderen. Sommigen waren slim en achterbaks, anderen dom, maar ze hadden een ding gemeen: ze vonden hun verlangen naar kinderen best oké. Ik kon ook alleen maar verachting voelen voor de pedo’s die overliepen van zelfmedelijden. ‘Wat is me nu overkomen? Poor, poor pitiful me.’ Ik haatte hen. Ik kon alleen een beetje begrip opbrengen voor degenen die zich bewust waren van hun fouten en erkenden dat ze verkeerd gehandeld hadden. Al weet je dat met pedo’s nooit; misschien waren het wel goeie acteurs. Er waren daders die verschrikkelijk hard met zichzelf in de knoei zaten en die echt van hun drang om kinderen te misbruiken af wilden. Die laatste categorie is misschien nog te behandelen; bij hen tref je ook het meeste zelfmoorden aan. De psychopaten en degenen die zwelgen in zelfmedelijden zijn onbehandelbaar. Zij moeten de rest van hun leven ver weg gehouden worden van kinderen. Of we ze levenslang moeten opsluiten? Ik weet het niet. Ik ben blij dat ik geen politicus of beleidsmaker ben die daarover moet beslissen. Florida heeft een wet die bepaalt dat geen enkele kindermisbruiker binnen de twee mijlen van een school mag komen. Die wet heeft ervoor gezorgd dat de pedofielen nu samenhokken in een soort van kolonie onder een brug op de Julia Tuttle Causeway tussen Miami en Miami Beach. Ze zijn geregistreerd als pedo’s en raken nergens aan werk. Ze leven er als melaatsen. Soms denk ik: ‘So what? Ze hebben het zelf gezocht.’ Maar op een ander moment twijfel ik. Want veel pedofielen waren zelf als kind slachtoffer van misbruik.

 

Lennox probeert het tienjarige meisje Tianna te beschermen tegen een groep kindermisbruikers. Als hij haar voor het eerst ontmoet, draagt ze een geel topje waar in gouden letters BITCH op gedrukt staat. Ze ziet eruit als een braaf meisje uit The Waltons in de kleren van een hoertje. Wou u daar een statement mee maken?

Welsh: Ik hou niet van de manier waarop onze maatschappij kinderen seksualiseert. Door tienermeisjes een string te laten dragen en op naaldhakken te laten ronddrentelen, stelen we hun jeugd. Kinderen moeten in boomhutten klauteren en verstoppertje spelen in plaats van er op hun elfde uit te zien als opgetutte volwassenen.

Ik heb zelf geen kinderen. Ik heb er ook nooit gewild; ik wil er niet de verantwoordelijkheid voor dragen. Misschien komt dat omdat ik overgevoelig ben voor een thema zoals de seksualisering van kinderen of omdat ik gewoon veel te egoïstisch ben. Ik vind het fantastisch om vrij te zijn, om te kunnen gaan en staan waar ik wil, zonder de ‘ballast’ van anderen. Ik heb neefjes en nichtjes en ik voel me wel erg bezorgd over hen, over het soort wereld waar zij in moeten opgroeien.

 

Leven zij in een veel hardere wereld dan toen u nog kind was?

Welsh: Zeker. Een vriend heeft beginnende tieners. Hij zegt: ‘Ze zullen nooit een job vinden.’ Hij is een succesvolle schrijver, behoort tot de welvarende middenklasse. Zijn kinderen leren goed op school en zijn geen drop-outs. Als gevolg van de schuldencrisis vindt er op dit moment een massieve sociologische omslag plaats in Amerika die het land dreigt te ondermijnen. De hele middenklasse is aan het verdwijnen. Slimme jongens en meisjes met een masterdiploma werken nu in een videowinkel, want er zijn geen jobs. Onder Thatcher hadden we begin jaren tachtig in Groot-Brittannië ook geen werk, maar er was toen wel nog hoop dat het ooit beter zou gaan. Nu is die hoop er niet meer. Kinderen groeien zogezegd op in welvaart, terwijl die niet meer is dan consumentisme aangedreven door kopen op krediet. Heel onze economie draait op schuld. Het wordt steeds duidelijker dat die toestand onhoudbaar is. We zullen niet gaan bezuinigen op onze iPhones, wel op sociale voorzieningen. Maar met Blogger of Twitter kun je geen hongerige mensen te eten geven. Je hoort vaak dat China het Westen als model ziet. In werkelijkheid is het net omgekeerd: het Westen evolueert in een rotvaart naar het Chinese model met veel armen, een handvol rijken, een autoritair bewind en geen middenklasse. Net als in de negentiende eeuw.

 

© Jan Stevens

 

Irvine Welsh, Misdaad, De Arbeiderspers, 366 blz., 19,95 euro, ISBN: 978-90-295-7232-3

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s