Het zachte knetteren van het Vlaams Fonds voor de Letteren

Binnenkort starten Het Vlaams Fonds voor de Letteren en minister van Cultuur Sven Gatz onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst. Beide partijen geloven dat die gesprekken voorspoedig zullen verlopen. “De Vlaamse overheid is zeer tevreden.” Maar niet iedereen deelt die mening. “Het Fonds is een Romeinse keizer die zijn duim omhoog of omlaag houdt.”

Overdreven veel tijd zullen de onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst 2016-2020 van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) later dit jaar niet in beslag nemen. Daar is Peter Dejaeghere, communicatieadviseur van minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld), van overtuigd. “Het kabinet is zeer tevreden over de werking van het Fonds”, zegt hij. Ook VFL-directeur Koen Van Bockstal verwacht soepele onderhandelingen. “We hebben de indruk dat de Vlaamse regering erg tevreden is over ons.”

Sinds 1 januari 2012 staat Van Bockstal aan het hoofd van het VFL, daarvoor was hij baas bij Oxfam. “Wij zorgen voor ‘fair trade’ in de letteren”, beweert hij. “We verdelen subsidies aan auteurs, illustrators en vertalers en helpen zo hun sociaaleconomische positie verbeteren.”

Voor 2015 kreeg het VFL 5,5 miljoen euro om als manna over literair Vlaanderen te laten neerdwarrelen. “We ondersteunen individuele artiesten, literaire organisaties, manifestaties en tijdschriften. We werken aan leesbevordering en aan onze literaire uitstraling in het buitenland.” Gevestigde auteurs kunnen jaarlijks beroep doen op een werkbeurs, debutanten op een stimuleringsbeurs. “Voor een werkbeurs moet een auteur minstens twee boeken uitgegeven hebben bij een professionele uitgeverij en een contract voor een nieuw boek op zak hebben. Onze raad van bestuur benoemt de leden van de commissies die advies verlenen over subsidieaanvragen.”

Trial and error

Begin jaren 2000 werd het pas opgerichte VFL beschuldigd van belangenvermenging. Volgens Koen Van Bockstal is dat voltooid verleden tijd. “Bij de start was de verdeling van subsidies af en toe misschien trial and error, maar ze verliep zonder twijfel stukken beter dan de jaren ervoor, toen de administratie besliste en er van vriendjespolitiek sprake was. Vandaag stellen we onze adviescommissies zorgvuldig samen en checken we of de leden niet allemaal dezelfde opvattingen over literatuur koesteren. Een commissie heeft zelden een jaar lang dezelfde samenstelling. Leden kunnen slechts vier jaar aanblijven, waardoor doorstroming gegarandeerd is.”

Is Vlaanderen niet te klein? In boekenland kent iedereen toch iedereen? “Er zitten ook Nederlanders in een paar commissies. Vroeger konden Vlaamse auteurs beurzen aanvragen bij het Nederlandse Letterenfonds en omgekeerd, maar dat is twee jaar geleden onder druk van besparingen gestopt.”

Willem Bongers-Dek, adjunct-directeur van deBuren, zit sinds 2012 in de adviescommissie proza en werd er dit jaar ook voorzitter van. Van 2008 tot en met 2011 zetelde hij in de adviescommissie proza van het Nederlandse Letterenfonds, toen Vlaamse auteurs er nog beurzen konden aanvragen. Die veel te lange staat van dienst is geen bezwaar? Van Bockstal: “U moet zijn belang in de commissie proza niet overschatten. Ze bestaat uit vijf leden en de mening van de voorzitter weegt nooit zwaarder door dan die van de rest. Alleen als de commissie in een patstelling belandt, is zijn stem beslissend.”

In diezelfde adviescommissie proza zetelen recensenten met een uitgebreide literaire vriendenkring. Is dat niet vragen om problemen? “Binnen de commissie geldt de regel dat recensenten niet deelnemen aan de beoordeling van een auteur als ze waanzinnig enthousiaste of negatieve recensies over zijn werk geschreven hebben. Als er een te persoonlijke band is, verlaat het commissielid tijdens besprekingen de kamer. Alle adviezen moeten trouwens bekrachtigd worden door het beslissingscollege.”

Dat beslissingscollege bestaat uit de voorzitters van de verschillende adviescommissies. Zou het niet verstandiger zijn het samen te stellen uit buitenstaanders om handjeklap te vermijden? Van Bockstal: “Nee. Als we andere mensen in het beslissingscollege benoemen, riskeren we dat er allesbehalve coherente beslissingen genomen worden.”

Nolens & Nolens

In 2014 kende het VFL voor 1,35 miljoen euro subsidies aan Vlaamse auteurs toe. Het valt op dat een beperkt aantal namen elk jaar weer bij de verdeling van de werkbeurzen de hoofdvogel afschiet. Van de start van het VFL in 2000 tot nu inde dichter Leonard Nolens elk jaar het maximum, momenteel 20.000 euro netto. Ook Bart Moeyaert incasseerde de voorbije jaren telkens de volle pot. Andere ‘klassieke’ grootverdieners zijn Carll Cneut, Tom Schamp en Paul Claes. “Nolens krijgt inderdaad jaarlijks dat geld, maar dat geldt niet noodzakelijk voor de anderen”, reageert Van Bockstal. “In het Fonds weten maar twee mensen of bijvoorbeeld Bart Moeyaert dat bedrag echt uitbetaald krijgt: onze financiële beheerder en ikzelf. Het zou immers best kunnen dat de auteur de door ons vastgestelde inkomensgrens overschrijdt en daardoor zijn beurs moet laten liggen.”

Hoeveel is die inkomensgrens? “Een individueel netto-belastbaar jaarinkomen van 39.200 euro.” In 2012 bedroeg het netto-belastbaar jaarinkomen in Vlaanderen gemiddeld 17.765 euro. “Onze inkomensgrens ligt niet laag”, geeft Van Bockstal toe. “We sluiten dus weinig mensen uit. De gemiddelde werkbeurs bedraagt ongeveer 10.000 euro per jaar, belastingvrij. Deel dat door twaalf, dan blijft er 800 euro per maand over. Ik nodig u uit om daarvan te leven. Het fonds is niet het OCMW van de auteurs.”

Met 20.000 euro netto per jaar kan een schrijver toch de hele dag over de benevelde velden uitkijken? “Niemand trekt in twijfel dat Leonard Nolens een van onze grootste levende dichters is. Behalve zijn royalty’s heeft hij geen ander inkomen. Zijn subsidie is verantwoord.”

Geldt dat ook voor Nolens’ zoon David? In 2014, 2013 en 2012 kreeg hij telkens 15.000 euro netto, in 2010 en 2009 10.000 euro en de jaren daarvoor vanaf 2006 telkens ongeveer 7000 euro. “Als zijn aanvragen goed gestoffeerd zijn en zijn boeken door de commissie positief geëvalueerd worden, is er toch niets aan de hand? Jaarlijks zijn er ook auteurs die een beurs aanvragen én binnenhalen, terwijl ze op voorhand weten dat ze nul euro zullen ontvangen.”

Waarom doen ze dat dan? “Blijkbaar hecht de literaire wereld veel belang aan de rangorde waarin schrijvers door het VFL worden beoordeeld.”

Over wie gaat het? “Dat kan ik niet zeggen.”

Couleur locale

Naast beurzen voor vertalingen van Nederlandse romans in het Engels, Frans, Duits of Chinees, kent het VFL ook regelmatig beurzen toe voor vertalingen in het Amhaars, een taal die in Ethiopië gesproken wordt. Zo werken vertalers van uitgeverij Hohe Publishing in Addis Abeba naarstig aan een Amhaarse versie van Het verdriet van België van Hugo Claus (8000 euro). Ethiopiërs kunnen nu al de Amhaarse versie kopen van onder andere Problemski Hotel van Dimitri Verhulst (1820 euro). “Hohe Publishing heeft ons zelf benaderd”, zegt Van Bockstal. “Volgens buitenlandse collega’s is de uitgeverij bonafide. Hun oplagen zijn niet gigantisch, maar ook niet veel kleiner dan de Vlaamse. Waarom zouden we geen boeken vertalen voor Ethiopië, maar wel voor Albanië? Het verdriet van België is een klassieker, het is dus niet ongewoon dat we de Amhaarse vertaling subsidiëren. En wat Dimitri Verhulst en anderen betreft: buitenlandse uitgevers zijn altijd in couleur locale geïnteresseerd.”

Sinds enige jaren bezoekt het VFL ook internationale boekenbeurzen. In 2013 besteedde het Fonds 74.980 euro aan reizen naar Bologna, Londen, Frankfurt, Göteborg, Peking en Guadelajara. Een jaar eerder was dat nog 37.915 euro. In 2013 werd voor de boekenbeurs van Peking dan ook een chique brochure gemaakt waarin een aantal Vlaamse auteurs in het Chinees in het zonnetje gezet werden.

De Bejing International Book Fair (BIBF) wordt georganiseerd door de Chinese Schrijversbond, een satelliet van de Communistische Partij met een hekel aan dissidente schrijvers. Bezoekers worden van tevoren gewaarschuwd dat de gastheren niet gediend zijn met kritiek. Hoort een organisatie zoals VFL wel thuis op een beurs waar de organisatoren de mensenrechten met de voeten treden? “Niet ingaan op de uitnodiging van BIBF was zeker een duidelijk statement geweest”, antwoordt Koen Van Bockstal. “Wel gaan, betekent niet dat we het eens zijn met censuur, maar wel dat we misschien iets onder de radar kunnen doen. Natuurlijk is ons gevraagd om te censureren, maar we hebben duidelijk laten verstaan dat we daar niet aan mee doen. De laatste keer heeft iemand van onze delegatie in samenwerking met PEN Vlaanderen mensen bezocht. Ik kan daar verder niets over zeggen, want de Chinezen lezen mee.”

Zuiderzinnen

In september 2012 organiseerde Luc Huybrechts voor de allerlaatste keer op het Antwerpse Zuid op autoloze zondag zijn literaire festival Zuiderzinnen. “We moesten er noodgedwongen mee stoppen. Het VFL blies het festival op”, zegt hij. Dertien jaar eerder hield Huybrechts samen met wijlen Eddy van Vliet en Bram Vermeulen de allereerste editie boven de doopvont. “We wilden volk naar de literatuur lokken en deden daarvoor beroep op schrijvers en muzikanten. In het begin hadden we 7000 bezoekers. We vroegen subsidies aan: de helft kwam van de stad en de helft van het VFL. Rond 2010 schommelde ons bezoekersaantal rond 20.000 en kregen we 7.500 euro VFL-subsidie. Het festival interesseerde het VFL niet, wel de manier waarop we ons dossier presenteerden. Ze vonden het schrijversaanbod ‘niet inspirerend’, terwijl zo goed als alle Vlaamse en Nederlandse schrijvers op Zuiderzinnen stonden. Het VFL vond ook dat we te veel mensen gratis binnen lieten: een drempelverlagend festival werd verweten dat jongeren en 65-plussers gratis van literatuur konden genieten.”

In 2012 werd de subsidieaanvraag door de adviescommissie literaire manifestaties en later door de beroepscommissie van het VFL afgekeurd. Huybrechts: “Na het nekschot van het VFL trok ook de stad zich terug. Alle podia waren besteld, alle locaties vastgelegd. Het heeft ons bloed, zweet en tranen gekost om de rekeningen te betalen.”

Koen Van Bockstal vindt het ‘een fabel’ dat het VFL Zuiderzinnen afgemaakt heeft. “De ene na de andere partner verloor zijn geloof in dat chaotisch georganiseerde festival. Pas na jaren van waarschuwingen en aanbevelingen is onze subsidiëring gestopt.”

Eilandfestival

In september 2013 vindt op het Antwerpse Eilandje op autoloze zondag voor het eerst het Eilandfestival plaats. Het noemt zichzelf ‘een kunstenfestival met accenten op literatuur, muziek en het goede leven’, lijkt een kloon van Zuiderzinnen en trekt een paar honderd bezoekers. Organisator Eiland vzw, een spin-off van Behoud de Begeerte, krijgt 7000 euro subsidie van het VFL. In 2014 vindt de tweede editie plaats. De subsidie van het VFL stijgt tot 12.500 euro.

Begin 2014 werd Paul Hermans voorzitter van de adviescommissie literaire manifestaties. Van 2005 tot mei 2013 was hij zakelijk leider bij Behoud de Begeerte. “Toen het Eilandfestival de eerste keer subsidie kreeg, was Paul geen commissievoorzitter”, zegt Van Bockstal. Hoe verstandig is het om een ex-baas van Behoud de Begeerte tot voorzitter te benoemen? “We willen mensen met kennis van het terrein. Ik weet zeker dat Paul de zaal verlaat als het Eilandfestival ter sprake komt.”

Romeinse keizer

“Hopelijk heeft het VFL een gezellige lounge en goeie koffie, met al die commissieleden die tijdens besprekingen voortdurend de kamer moeten verlaten”, zegt auteur Valerie Eyckmans. In maart 2013 verscheen haar debuut Verloren maandag. Knack-Focus bekroonde het boek met vier sterren, deze krant gaf drie sterren en vond de roman een ‘vermakelijke en tegelijk wrange leeservaring’. Datzelfde jaar werd Eyckmans’ eersteling genomineerd voor De Bronzen Uil. “Zo slecht zal Verloren maandag wel niet geweest zijn”, vindt ze zelf. De ambitieuze nieuwkomer aan het Vlaamse literaire firmament broedde al meteen op een tweede roman en besloot een stimuleringsbeurs aan te vragen bij het VFL. Met zo’n beurs biedt het Fonds naar eigen zeggen ‘recent gedebuteerde auteurs economische ruimte om te werken aan een tweede publicatie’. Eyckmans moest samen met haar aanvraag zes exemplaren van Verloren maandag en een uitgebreid werkplan voor haar tweede boek bezorgen.

Op 1 oktober 2013 zat er een brief van het VFL in Eyckmans’ bus. “Daar stond droogweg in dat mijn beursaanvraag was afgewezen. Als ik wou weten waarom, moest ik hen ‘binnen de dertig dagen schriftelijk om antwoord verzoeken’. Ik begreep niet waarom die motivatie er niet meteen bijzat.”

In hun beoordeling van net geen A4-tje schreven de leden van de VFL-adviescommissie proza: “Ons belangrijkste criterium is de literaire kwaliteit van het debuut.” Over Verloren maandag leken de commissieleden nogal positief, al catalogeerden ze de roman ietwat neerbuigend onder chicklit. “Verloren maandag is daar een bijzonder rauwe en nihilistische variant van. De commissie wist die bijzonder consequent volgehouden nihilistische toon wel te waarderen.” Waar de commissie dan op afknapte? “De roman weet zich als geheel onvoldoende te emanciperen ten opzichte van de stereotiepe patronen uit de genrefictie waarnaar hij is gemodelleerd.” Over Eyckmans werkplan voor haar tweede boek repten de commissieleden met geen woord. “Ik heb het akelige gevoel dat het VFL zijn beslissingen arbitrair neemt”, zegt ze. “Voor hun stimuleringsbeurzen houden ze geen rekening met recensies, persaandacht of verkoop. Die meer objectieve criteria zouden toch ook mogen meespelen in de beslissing of een tweede boek steun verdient? Bij mij blijft het beeld hangen van een Romeinse keizer die zijn duim omhoog of omlaag houdt.”

© Jan Stevens

1 reactie
  1. hub.vanlier@skynet.be zei:

    Het is prettig dat Jan Stevens na 15 jaar Vlaams Fonds voor de Letteren tot dezelfde vaststelling komt als de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen tien jaar geleden. De vriendjespolitiek is er nog altijd even populair als onder Jo Gerrits en nu Jos Geysels. Door de kritiek op die schandelijke toestand verloor de VVL elke medewerking en ook de subsidie om een degelijk secretariaat uit te bouwen. Het literaire tijdschrift Gierik, dat ook niet naar de pijpen van de commissieleden tijdschriften wilde dansen, werd ook slachtoffer. Toen de gewezen voorzitter van de Commissie Cultuur Danny Vandenbossche in de kamercommissie Cultuur van het Vlaams parlement betoogde dat de subsidieverstrekker ook normbepalend werd, en dat dit op zijn minst ongezond was, dacht iedereen dat er wat zou veranderen.
    Niets was minder waar. Als het literaire tijdschrift ‘Deus ex Machina’ nog debutanten zou publiceren konden ze achter een subsidie fluiten. Resultaat, er zijn behalve Gierik bijna geen tijdschriften meer die nog aan debutanten een kans geven. De verklaring voor die vriendjespolitiek zit hem in de samenstelling van VFL met al zijn commissies. Potsierlijk genoeg worden deze organen samengesteld zoals vroeger in communistische partij in de Sovetunie en wat nu nog de regel in China is. Men mag zich kandidaat stellen en uit die kandidaturen kiezen de zittende leden de nieuwe leden. M.a.w. men gaat alleen die kandidaten weerhouden die de belangen van de huidige leden niet in gevaar brengen. De belangen zijn de verdeling van de subsidies voor literaire tijdschriften, manifestaties, beurzen enz… We hebben de proef op de som gedaan en ons met zeven mensen via de schijnheilige advertentie in de kranten, kandidaat gesteld. Het moet de kandidatuurstelling een officieel tintje bezorgen. We kregen allemaal een briefje dat er betere kandidaten met meer ervaring waren. Ik was toen hoofdredacteur van ‘Deus ex Machina’ en moest vaststellen dat er in de commissie literaire tijdschriften niemand zat die ooit een literaire tijdschrift had samengesteld. Op een zeker ogenblik werd een subsidie voor een boek van Marc Hendrickx geweigerd zonder dat het gelezen was. Deze wantoestanden zijn blijven bestaan onder minister Anciaux en Schauvlieghe. Er is geschreven dat het VFL tegen zijn statuten handelde, maar de regeringscommissarissen bleven zwijgen. Alle ministers hebben wel ergens een commissielid dat hen aan de mouw trekt. De VVL heeft toen als oplossing voorgesteld dat de helft van alle commissieleden auteurs moesten zijn die bij een auteursvereniging aangesloten waren. Maar dan verloren de subsidiejagers hun invloed en dat mocht natuurlijk niet gebeuren. En mijnheer Van Bockstal, dat het Fonds niet het OCMW van de auteurs is, is een versleten argument dat vroeger door Van Baelen of Gerrits gehanteerd werd om lastige vragen onder de tafel te vegen. Op een aangetekend schrijven van de VVL weigert Geysels manifest te antwoorden, om geen argumenten achter te laten, die juridisch aanvechtbaar zijn. Misschien zullen nu sommige bestuursleden van het VFL opkijken omdat er veel gebeurd is zonder dat ze de achtergrond kenden. Als Van Bockstal zegt dat belangenvermenging voltooid verleden tijd is, neemt hij alweer een loopje met de waarheid, want het betoog van Jan Stevens toont duidelijk het tegengestelde aan. De bejegening van de Vlaamse auteurs gebeurt dus nog altijd willekeurig,oneerlijk en onrechtvaardig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s