‘Buitenlanders ontvoeren was voor Noord-Korea een courante praktijk’

Eind jaren zeventig liet de Noord-Koreaanse dictator in wording Kim Jong-il een Zuid-Koreaanse steractrice en –regisseur ontvoeren. Zij moesten voor hem propagandafilms draaien. De Britse filmmaker Paul Fischer reconstrueerde die kidnapping.Kim wou Hollywood naar de kroon steken.’

 

In 1978 was Kim Jong-il, zoon van Eeuwig President Kim Il-sung en vader van de huidige Geweldige Leider Kim Jong-un, minister van Cultuur van de Democratische Volksrepubliek Korea. Het zou nog zestien jaar duren eer hij Opperste Leider van Noord-Korea zou worden en nog 33 jaar eer hij het na zijn dood tot Eeuwig Algemeen Secretaris van de Partij zou schoppen. Bij leven en welzijn was Kim Jong-il 1,58 meter lang en droeg hij plateauzolen die hem twaalf centimeter hielpen groeien. Hij was verslaafd aan luxe en cognac en keek de hele dag naar films. ‘Staatszaken waren aan de jonge Jong-il niet echt besteed’, zegt de Britse filmproducent en schrijver Paul Fischer. In zijn fascinerende boek Een Kim Jong-il productie reconstrueert hij hoe Kim Jong-il in ’78 de Zuid-Koreaanse actrice Choi Eun-hee en regisseur Shin Sang-ok liet ontvoeren. Shin en zijn ex-vrouw Choi stonden bekend als het ‘gouden koppel van de Zuid-Koreaanse cinema’. Met hun ontvoering wou Jong-il de Noord-Koreaanse filmindustrie een boost geven en haar zo tot minstens op het niveau van Hollywood brengen. ‘Een jaar of tien geleden hoorde ik het verhaal over die kidnapping voor het eerst’, zegt Fischer. ‘In 1986 slaagden Shin Sang-ok en Choi Eun-hee erin om tijdens een bezoek aan Wenen te ontsnappen. De Franse filmmaker Pierre Rissient ontfermde zich toen een tijdlang over hen. Hij werkte voor het filmfestival van Cannes en wou hun flink gedeukte reputatie helpen herstellen. Ik ben opgegroeid in Frankrijk en via Rissient pikte ik het verhaal over de ontvoering van die twee op. Ik begon er over te lezen en raakte er snel door geobsedeerd.’

 

Shin stierf in 2006, maar Choi leeft nog. U bent haar gaan opzoeken?

Paul Fischer: Ze is nu 89 en haar gezondheid is erg wankel. Ze wou me graag ontmoeten, maar was heel de tijd zeer defensief. Na haar ontsnapping verkocht ze aan verschillende uitgevers en filmproducenten de rechten van het verhaal van haar kidnapping. Tijdens mijn research kwam ik verschillende documentairemakers op het spoor die allemaal zogezegd ‘exclusief’ de rechten op haar levensverhaal gekocht hadden. Tot ze aan hun film wilden beginnen: toen bleken ook anderen exact dezelfde rechten in hun bezit te hebben. Dat verontruste me, want ik had haar toestemming nodig voor dit boek.

 

Hoe betrouwbaar is Choi Eun-hee? Tot vandaag zijn heel wat Zuid-Koreanen ervan overtuigd dat het Choi en Shins eigen keuze was om over te lopen naar Noord-Korea.

Fischer: Zowat de helft van alle Zuid-Koreanen gelooft dat ze hun ontvoering uit hun duim gezogen hebben. Ik was me daar goed van bewust en had niet veel zin om met een broodje aapverhaal mijn eigen reputatie om zeep te helpen, dus heb ik maandenlang bewijsmateriaal proberen verzamelen om aan te kunnen tonen dat Choi Eun-hee liegt. Ik sprak met zeer veel mensen die geen geloof hechten aan haar verhaal. Vlak na hun ontsnapping schreven Choi en Shin zelf een boek. Die memoires zijn op schrift gezet door een ghostwriter, onder controle en eindredactie van de Zuid-Koreaanse afdeling van de Amerikaanse geheime dienst CIA. Om terug te kunnen keren naar Zuid-Korea moest eerst hun blazoen opgepoetst worden, daarom gingen ze ermee akkoord om een ‘officiële versie’ van hun belevenissen te laten optekenen. Alle feiten in dat boek kloppen, alleen benadrukken beide protagonisten op zowat elke bladzijde hoe hard ze Noord-Korea haten. Choi is in werkelijkheid een sterke, onafhankelijke vrouw; in die autobiografie beantwoordt ze volledig aan het cliché van de voorbeeldige Zuid-Koreaanse huisvrouw die niets anders doet dan wenen en borduren. Tijdens de lectuur van dat boek twijfelde ik meer dan ooit aan hun geloofwaardigheid.

Mijn eerste gesprek met Choi duurde acht uur. Ik probeerde gaten in haar kidnappingsverhaal te schieten, maar dat lukte niet. Zij is eerst ontvoerd. Direct na haar verdwijning sloeg Shin alarm. Hij maakte veel misbaar en verdween later zelf ook, toen hij op zoek was naar haar. Als ze dan toch van plan waren om over te lopen, hadden ze dat toch gewoon samen kunnen doen, zonder al dat gedoe? De eerste vijf jaar van hun verblijf in Noord-Korea draaiden ze geen films. Vooral Shin stelde zich in die periode zeer vijandig tegenover Kim Jong-il op. Als ze vrijwillig waren overgelopen, zouden ze toch meteen films zijn beginnen maken? Maar ik geef toe, ik bleef zelf lang twijfelen, tot ik vlak voor de laatste redactiefase van mijn boek de Zuid-Koreaanse CIA-agent op het spoor kwam die hen na hun ontsnapping moest debriefen. Ik heb hem grondig laten screenen. Hij verzekerde me: ‘Ze vertellen de waarheid. Elk detail is juist.’

 

Kim Jong-il had een privécollectie van 20.000 films, misschien wel de grootste ter wereld. Westerse films waren in Noord-Korea verboden, waar kwam zijn collectie vandaan?

Fischer: Als tiener zat Kim dagen- en nachtenlang in het Centraal Filmdistributiecentrum in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang waar de filmcollectie van de staat lag opgeslagen. Nadat hij alle films verschillende keren had bekeken, verlegde hij zijn interesse naar westerse films. De enige manier om daaraan te geraken, was ze het land binnen smokkelen. Dus creëerde hij zijn eigen illegaal netwerk en doopte het ‘Operatie nr. 100’. Hij gaf staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Yi Jong-mok opdracht om een filmpiraterijproject uit te bouwen. Overal ter wereld werden de Noord-Koreaanse ambassades met professionele kopieerapparatuur uitgerust. Het lokaal ambassadepersoneel kreeg opdracht om alle nieuwe films uit bibliotheken en videotheken te ontlenen, van blockbusters uit Hollywood tot softporno. Ze mochten ze zelf niet bekijken, maar moesten er kopieën van maken. Die werden in diplomatieke postzakken naar Pyongyang verstuurd. Daar werden ze eerst door acteurs in het Koreaans nagesynchroniseerd en vervolgens aan Kim Jong-il bezorgd. Hij droomde ervan om de Steven Spielberg van Noord-Korea te worden en bracht veel tijd door op filmsets, druk in de weer met het maken van propagandafilms. Hij zag zichzelf als een begenadigd artiest en organiseerde elk jaar in het stadion van Pyongyang de ‘Massaspelen’ met in ganzenpas marcherende legereenheden, ingewikkelde choreografieën en de zogenaamde ‘mozaïeken’: tienduizenden getrainde burgers die perfect getimed het juiste gekleurde kaartje in de lucht staken.

 

Zijn obsessie met films bracht hem op het idee om Choi en Shin te kidnappen?

Fischer: De Noord-Koreaanse samenleving is zo gesloten als een oester. We weten zo goed als niets over de intenties van de leiders. We kunnen dus alleen maar speculeren over de redenen die Kim Jong-il had om de ontvoering te bevelen van Zuid-Korea’s beroemdste actrice en regisseur. Ik vermoed dat hij wou dat ze films gingen maken die Noord-Korea in het buitenland op de kaart zouden zetten; films waar ook de Japanners, de Europeanen en de Amerikanen konden van houden. Zijn vader Kim Il-sung was opgegroeid bij missionarissen en begreep de wervende kracht van cultus en religie; Kim Jong-il groeide op met films en begreep de wervende kracht van entertainment.

Noord-Korea is allesbehalve een socialistisch land, maar een maffiastaat met een doodarme, geterroriseerde bevolking. De Kims hebben hun decadente leefwijze altijd kunnen financieren met drugshandel en met het drukken van de zogenaamde Supernotes, perfecte vervalsingen van Amerikaanse honderddollarbiljetten. Kim Jong-il bewonderde Shin Sang-ok, want hij was de eerste échte filmmaker die hij in levende lijve ontmoette. Hij voelde ‘artistieke verwantschap’, iets wat je ook ziet bij Italiaanse godfathers die zelf de teksten schrijven van de liedjes die charmezangers op het doopfeest van hun kind komen vertolken.

 

Hoe werd het koppel gekidnapt?

Fischer: In 1978 was Choi Eun-hee de vijftig gepasseerd en zat haar carrière in een dip. Een Chinese filmproducer nodigde haar uit naar Hongkong. Hij bood haar een rol in een film aan en spiegelde haar voor dat ze een andere film kon regisseren. Verschillende Zuid-Koreaanse actrices hadden eerder hetzelfde aanbod gehad: ‘Kom naar een meeting in Hongkong.’ Geen enkele was er op ingegaan. Eun-hee wel. Ze vloog naar Hongkong en ontmoette een man die beweerde een producer te zijn. Hij troonde haar mee naar een villa op het strand voor ‘een vergadering met investeerders’. Daar werd ze gedwongen aan boord te gaan van een bootje dat haar naar een schip bracht met bestemming: Noord-Korea. Ze had nog een goed contact met haar ex-man Shin Sang-ok. Hij maakte zich zorgen toen hij hoorde dat zijn ex nooit uit haar hotel uitgecheckt was en er haar bagage had laten staan. Ook hij vloog naar Hongkong. De lokale politie beschouwde hem snel als verdachte, als de man die zijn ex-vrouw uit de weg had geruimd. Tot ook hij op een dag spoorloos verdween. Zijn paspoort was bijna vervallen en iemand bood aan hem te helpen. ‘Een vriend op het strand zal je vertellen wat je moet doen.’ Ze sleurden hem een bootje in en meteen daarna werd ook hij ‘verscheept’ naar Pyongyang. Ontvoering van buitenlanders was voor Noord-Korea decennialang een courante praktijk. Sinds de start van de Democratische Volksrepubliek Korea in 1948 zijn honderden mensen gekidnapt. Choi en Shin werden doelbewust ontvoerd, terwijl de meeste anderen zomaar van straat geplukt werden.

 

Waarom?

Fischer: Vaak om de identiteit van iemand te kunnen inpikken. Agenten van de Noord-Koreaanse geheime politie ontvoerden lukraak een Japanner, namen zijn paspoort af, staken hem in een strafkamp of vermoordden hem. Een geheim agent gebruikte vervolgens die nieuwe identiteit om een moordaanslag in het buitenland te plegen. Er zijn ook ontvoeringen bekend van Japanse meisjes die aan Chinese soldaten geschonken werden voor ‘bewezen diensten’. Op 30 juli 1977 ondernamen ze al eens een poging om een Zuid-Koreaanse actrice te ontvoeren: Yoon Jung-hee en haar man, de pianist Paik Kun-woo, konden in het Joegoslavische Zagreb ternauwernood ontsnappen. Ook voor hen was een val opgezet. Die kidnappoging is uitvoerig gedocumenteerd en beschreven in documenten van de Joegoslavische geheime dienst die bijna dertig jaar later openbaar zijn gemaakt.

 

Choi en Shin reisden tijdens hun ontvoering verschillende keren voor Noord-Korea naar internationale filmfestivals. Ze leken het spel van Kim Jong-il toch gewoon mee te spelen?

Fischer: In de ogen van veel Zuid-Koreanen maakten ze zich zo erg verdacht. In de periode van hun ontvoering reisden ze onder andere naar Berlijn en Londen. Choi zegt dat ze geen keuze hadden: ‘Ze hadden ons paspoort en we werden continu omringd door acht gewapende lijfwachten.’ De eerste jaren van zijn kidnapping zat Shin in een heropvoedingskamp waar hij gemarteld werd. Er waren momenten waarop Choi wou vluchten. Volgens haar zag Shin dat niet zitten; hij was doodsbang dat hij terug in dat kamp terecht zou komen.

 

Tijdens hun ontvoering hertrouwden ze op bevel van Kim Jong-il?

Fischer: De eerste vijf jaar van hun ontvoering was zij gehuisvest in een villa; Shin probeerde te ontsnappen en belandde daardoor vier jaar lang in het kamp. Uiteindelijk gingen ze door de knieën en beloofden ze Kim Jong-il dat ze alles zouden doen wat hij van hen verlangde. Hij besliste vervolgens dat het koppel moest hertrouwen. Ze gaven elkaar opnieuw het ja-woord op een van hun officiële reizen als Noord-Koreaans filmkoppel, in een kerk in Boedapest. Indertijd waren ze gescheiden omdat hij haar had bedrogen. Omwille van hun vier kinderen waren ze met elkaar blijven praten. De kidnapping bracht hen terug bij elkaar. Ik heb Choi gevraagd of ze ook zonder die ontvoering zouden hertrouwd zijn. Haar antwoord was: ‘Nee.’

 

Wat voor leven leidden ze na hun ‘capitulatie’?

Fischer: Van dan af leefden ze zoals de Noord-Koreaanse apparatsjiks: in luxe. Ze konden niet gaan of staan waar ze wilden, maar mochten wel films maken en kregen daar ook alle middelen voor. Tot aan zijn dood in 2006 sprak Shin over die tijd als de beste jaren van zijn leven. Hij vond Kim Jong-il zijn allerbeste producer ooit, want de dictator stelde nooit vragen en liet de geldkraan lopen. Shin genoot absolute artistieke vrijheid. Als hij voor een film een trein wou opblazen, werd die trein hem op eenvoudig verzoek meteen geleverd. Choi wou dan weer liefst zo snel mogelijk ontsnappen, terug naar haar kinderen. Voor de Noord-Koreanen waren ze de grootste beroemdheden ooit. Massaal veel mensen kwamen kijken als ze ergens een film aan het opnemen waren.

Het duurde een hele tijd voor in Zuid-Korea bekend raakte dat Choi en Shin in Noord-Korea waren. Het koppel stal een bandopnemertje en maakte heimelijk opnames van gesprekken met Kim Jong-il. Een aantal van die bandjes konden ze naar Zuid-Korea smokkelen. Voor de Zuid-Koreaanse regering volstond dat als bewijsmateriaal om hen ook officieel als gekidnapt te beschouwen. Al geloofden ze dat niet echt en beschouwden ze die tapes als opgezet spel. Shin en Choi zagen er gezond en gelukkig uit. Ze droegen dure kleren en liepen op filmfestivals met een stralende lach rond.

 

Hun ontsnapping in 1986 was voor Kim Jong-il een schok?

Fischer: Ongetwijfeld. Kim was zeer in zijn nopjes met de films die ze maakten; over hun bombastische monster- en actiefilm Pulgasari uit 1985 was hij razend enthousiast. Hij droomde van een grote internationale filmsamenwerking en stuurde Shin en Choi in ’86 naar Wenen om er Pulgasari te tonen aan Europese producers. Ze zouden er ook in een restaurant een interview geven aan de Japanse journalist Akira Enoki. Shin kende Enoki van vroeger. Vlak voor ze naar dat interview vertrokken, lukte het Shin om met Enoki te bellen. Hij vroeg hem om voor het restaurant in een taxi te wachten. Shin en Choi konden hun lijfwachten ervan overtuigen om deze keer niet bij het interview aanwezig te zijn. Normaal gezien bleven ze altijd in hun buurt; ze sliepen zelfs in hun suite. Shin zei: ‘Enoki is een slimme journalist; hij heeft meteen door dat jullie ons bewaken. Hij zal in zijn artikel schrijven dat we gekidnapt zijn en zo het blazoen van Noord-Korea besmeuren. Blijf in de auto zitten. Wij zullen hem vertellen hoe vrij en blij we zijn, en hij zal ons geloven.’ De lijfwachten bewaakten hen al een paar jaar en vertrouwden hen. ‘Ok, doe maar.’ Aan het restaurant sprongen Shin en Choi de taxi in. Net als in de film volgde er een wilde achtervolging door het centrum van Wenen, tot bij de Amerikaanse ambassade. Daar vroeg het koppel asiel aan. De Amerikanen brachten hen eerst naar Duitsland en daarna naar de VS. Voor de CIA waren ze een interessante bron van informatie over het Kim-regime en over de algemene toestand in Noord-Korea.

 

Wat voor herinneringen heeft Choi Eun-hee nu nog aan haar tijd in Noord-Korea?

Fischer: Ze beweert dat ze er doodongelukkig was. ‘Ik miste mijn kinderen.’ Ik vroeg haar: ‘Maar het leek toch alsof je al die films met hart en ziel maakte?’ ‘Ik was aan het acteren; ik deed alsof’, antwoordde ze. Als je in haar bijzijn de naam van Kim uitspreekt, wordt ze boos. Ze is ondertussen ultrakatholiek. Ze zegt nu: ‘Kim Jong-il had waarschijnlijk zijn redenen om ons te ontvoeren, ik vergeef hem daarvoor, maar ik haat hem uit de grond van mijn hart.’ Als Shin nog geleefd had, had ik zonder twijfel een compleet ander verhaal gehoord. Toen het koppel in de jaren negentig in Californië woonde, stond er een foto van hem met Kim Jong-il prominent op zijn bureau. (lacht) Hij vertelde toen aan iedereen die het horen wou dat hij de films die hij in Noord-Korea gemaakt had als zijn meesterwerken beschouwde.

 

Hebt u zelf Noord-Korea bezocht?

Fischer: Ja, al heb ik daar eerst lang over getwijfeld. Want ze tonen je alleen maar wat ze je willen laten zien. Een reis in Noord-Korea is als een bezoek aan een gevangenis waar je rondgeleid wordt door de gevangenen die doen alsof ze in het paradijs leven. In mijn reisaanvraag schreef ik dat ik een filmmaker ben, geïnteresseerd in het opzetten van een coproductie met de Noord-Koreaanse filmindustrie. Een Britse filmmaker die met hen wou samenwerken: dat klonk hen als muziek in de oren. Ze toonden me alles wat in Noord-Korea met film te maken heeft.

Ik had twee gidsen, zodat ze niet alleen mij maar ook elkaar konden controleren. Mijn hotel lag op een eiland, van zodra alle gidsen verdwenen waren, sloten de bruggen en lag het complex geïsoleerd van de rest van de wereld. Op een avond maakte ik aanstalten om alleen naar buiten te gaan. Ik werd meteen omsingeld door het hotelpersoneel.

Pyongyang leek wel een kloon van Walt Disney World waar ik een tijd als student gewerkt heb: ook daar was alles fake, zag iedereen er dodelijk vermoeid uit en klonk er een hele dag irritante muziek door verborgen luidsprekers.

 

Paul Fischer, Een Kim Jong-il productie, Nieuw Amsterdam, 400 blz., 24,99 euro

 

© Jan Stevens

Ochtendkoorts

ochtendkoortsOchtendkoorts veroorzaakte op de London Book Fair bij veel uitgevers een sterk verhoogde temperatuur. Allemaal stonden ze te springen om ‘één van de betoverendste liefdesgeschiedenissen van de 20e eeuw’ uit te mogen geven. Iets minder ‘betovering’ en iets meer ‘onttovering’ had een nóg betere roman opgeleverd.

 

Naar het schijnt sloegen uitgevers elkaar op de London Book Fair vorig jaar net niet de kop in om de rechten op het romandebuut Ochtendkoorts van de Hongaarse filmregisseur Péter Gárdos te verwerven. Gárdos was op dat moment bezig met de verfilming van zijn boek; vermoedelijk zagen al die uitgevers ‘commercieel potentieel’ in een kruisbestuiving tussen ‘een prachtig liefdesverhaal’ op het witte doek en op papier.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden heel wat Holocaustoverlevenden verscheept naar opvangkampen in Zweden, om er te herstellen en aan te sterken. Een van hen is Miklós, een 25-jarige Hongaarse overlevende van Bergen-Belsen. Hij heeft tbc en krijgt van de behandelende arts te horen dat hij maximaal nog een half jaar te leven heeft. Miklós hoopt nog een lief te vinden voor hij sterft en schrijft een identieke brief naar 117 Hongaarse vrouwen die net als hij een kamp overleefd hebben en nu in Zweden verblijven. Honderden kilometers verder leest Lili zijn brief. Uit verveling schrijft ze hem terug. Met elke brief die ze van dan af naar elkaar schrijven, groeit hun verliefdheid.

In Ochtendkoorts vertelt Péter Gárdos het liefdesverhaal van zijn eigen ouders. Vlak nadat zijn vader Miklós, in Hongarije een bekend journalist, in 1998 stierf, kreeg hij van zijn moeder twee pakketjes met brieven die ze tussen september 1945 en februari 1946 naar elkaar verstuurd hadden. ‘Je vader heeft me met zijn brieven verleid’, zei ze. Ideale grondstof voor een prachtig verhaal over liefde, moet Péter Gárdos terecht gedacht hebben. Alleen hebben de twee tortelduiven van dienst afgrijselijke dingen meegemaakt die in Gárdos’ roman totaal irrelevant lijken te zijn. Een paar zinnen wijdt hij aan de kampgruwel: trefzekere penseelstreken die de deur naar de waanzin een halve bladzijde lang op een kier zetten. Waarna de schrijver die deur meteen weer dicht trapt, om vervolgens het blik ‘humor’ open te trekken, waardoor Ochtendkoorts bijwijlen ondraaglijk licht wordt.

In een van zijn brieven schreef Miklós dat hij een idee had voor een roman over ‘de gemeenschappelijke verschrikking’ van de treinreis naar de Duitse kampen. Op het einde van Ochtendkoorts vraagt Péter Gárdos zich af waarom zijn vader dat boek nooit geschreven heeft. Jammer dat er in zijn eigen roman niet veel terug te vinden is van de sporen die die treinreis bij zijn ouders nagelaten moet hebben.

Ochtendkoorts is geen slechte roman, maar is soms iets te veel La vita è bella en ruikt af en toe iets te hard naar wat Björn Soenens ‘constructieve epiek’ zou noemen.

 

Péter Gárdos

De in Boedapest geboren Péter Gárdos (°1948) is in zijn thuisland Hongarije een gerespecteerd filmregisseur. Hij maakte meer dan zeventig films, zowel documentaires als kort- en langspeelfilms. Zijn werk werd bekroond met meer dan twintig internationale prijzen, waaronder de publieksprijs van het Montreal Film Festival en ‘The Golden Hugo’ van het Chicago Film Festival.

 

Ochtendkoorts, Péter Gárdos, Ambo/Anthos (oorspronkelijke titel: Hajnali láz), 286 blz., 19,99 euro

 

© Jan Stevens

Hooligans

Veertigers Dirk en Eddy delen vanaf hun 18e dezelfde passie: ze zijn allebei hooligan. De ene bij Royal Antwerp Football Club, de andere bij Royal Sporting Club Anderlecht. Op zondag 27 maart stonden ook zij op de trappen van de Beurs.

 

Dirk is 40, heeft een gezin en werkt als werfleider in de bouw. “Sommige vrienden weten waar ik mee bezig ben. Mijn collega’s niet.” Ooit was hij elitesoldaat in het Belgische leger. “Ik heb deelgenomen aan verschillende buitenlandse vredesmissies, waaronder Bosnië en Kosovo. Daar zag ik wat extremisme met mensen aanricht. Daarom vind ik het nu zo afschuwelijk dat ik in de media als extremist word afgeschilderd.”

Op zijn achttiende werd Dirk lid van de Antwerp Casual Crew (ACC), de hooligans van voetbalclub Antwerp. Vandaag is hij er een van de kopstukken. “Ik rolde er in via vrienden die ik leerde kennen op café. Zij bleken supporters van Antwerp te zijn, namen me mee naar de match en er ging een totaal nieuwe wereld voor mij open. Ik was nieuwsgierig naar het milieu van de ‘casuals’ en beleefde er intense tijden.”

Op Pasen stond Dirk tussen de andere hooligans op de trappen van de Brusselse Beurs. “Ik vond het verschrikkelijk dat ik het etiket fascist opgeplakt kreeg. Ik ben een Belg met Congolese roots en heb zelf een kleurtje. Ik ben allesbehalve extreemrechts, maar een heel normale mens.”

Vrijgezel Eddy is 42 en sinds jaar en dag lid van de Brussels Casual Services (BCS), de hooligans van Anderlecht. “Ik word een dagje ouder, waardoor ik de laatste jaren minder naar de match ga”, zegt hij. “Vijftien jaar geleden had ik een paar keer stadionverbod. Nu gebeurt er in België bijna niets meer. De politie houdt de harde kernen van de verschillende voetbalploegen sterk onder controle zodat er geen confrontaties meer zijn zoals in de jaren negentig. Niemand heeft zin in de torenhoge boetes.”

Eddy en Dirk verkiezen ‘casual’ boven ‘hooligan’. “Hooligans horen bij de jaren tachtig”, vindt Dirk. “De casuals zijn daaruit gegroeid. Met onze van geweld en spanning doordrongen subcultuur willen wij ons distantiëren van de gewone supporters. Hooligans doen alles kapot; casuals gaan in de eerste plaats de tegenstanders te lijf. Wij vernietigen niet zomaar alles. Ik heb zelf ooit één stadionverbod gehad, daarna nooit meer. In het stadion doe ik niets. Ik concentreer me op de ‘afspraken’ buiten. Aan gratuit geweld doe ik niet mee.”

Eddy: “Het samenhorigheidsgevoel geeft een echte kick, net als laten zien wie de baas is. ‘Casual’ verwijst naar een kledingstijl. We dragen bij voorkeur kledij van het merk Stone Island of Burberry. Veel mensen hebben een vertekend beeld van ons en denken dat we ons uitdossen met sjaals en petten.”

 

Er zitten geen skinheads in jullie groepen?

Eddy: “Dat wordt zo neergeschreven door journalisten die onze subcultuur niet kennen. Het Anderlechtse BCC is multicultureel, andere crews zijn dan weer meer rechts georiënteerd. Er zitten bij ons negers en moslims, mensen van allerlei slag. Wij zijn noch links, noch rechts; we hebben geen politieke strekking. In België vind je trouwens geen echte neonazi-supportersgroepen. Wie het tegengestelde beweert, vertelt onzin.”

 

Waarom demonstreerden jullie op Pasen in Brussel?

Eddy: “Uit razernij over de aanslagen. Ik vond de mars van de verzamelde hooligans een mooi initiatief. We stapten samen op met de harde kernen van Antwerp, Brugge, Standard en Gent. Je moet geen voetbalkenner zijn om te weten dat wij aartsvijanden zijn. Maar vlak na de aanslagen was er contact tussen alle kopstukken. Ze waren het er snel over eens dat ze een gezamenlijk statement wilden maken. Ze wilden tonen dat de Belgische supporters eendrachtig kunnen zijn. Op andere momenten zijn we ‘vijanden’; nu schoven we alle vetes opzij om een positief signaal de wereld in te sturen.”

Dirk: “We toonden onze solidariteit met de slachtoffers en met de veiligheidsdiensten. Die mensen die ons een heel jaar door het leven zuur maken, wilden wij nu een hart onder de riem steken. (lacht) Wij willen niet in angst leven. Wij zijn geen angsthazen, maar zo kan het echt niet verder. Dankzij de sociale media is de haat tussen de verschillende Belgische casualgroepen iets minder dan vroeger, al is het water nog altijd heel diep. Sommigen kunnen gewoon niet in een ruimte samen zitten. Voor de demonstratie tegen IS van voorbije zondag hebben we eerst een gentleman’s agreement getekend om elkaar niet in de haren te vliegen.”

 

Een van de redenen voor de afgelasting van de ‘Mars tegen de angst’ van Paaszondag zou jullie aanwezigheid geweest zijn.

Eddy: “Dat is mogelijk. Wij wilden toch gaan, omdat we vonden dat we anders weer toegaven aan de terroristen. Alle ploegen verzamelden zondag om één uur in Vilvoorde. Dat was een unieke, fantastische ervaring. Op een voetbalmatch kunnen we elkaars bloed drinken, maar nu waren we één grote familie. De politie was heel relaxed. Sommige agenten konden hun ogen niet geloven toen ze onze eensgezindheid zagen. We gingen heel rustig op de trein zitten. In het Brusselse Noordstation stonden militairen die we de hand schudden en een spontaan applaus gaven. Onder begeleiding van de politie stapten we naar de Beurs. De eerste halve minuut was het stil, daarna scandeerden we uit volle borst: ‘We hate IS! We hate IS!’ De mensen die daar al stonden, begrepen dat blijkbaar niet. Daarna zongen we: ‘We love Belgium!’ Pro-Belgische liederen en anti-IS-slogans. Wij leefden in de veronderstelling dat de mensen op het Beursplein dat fantastisch zouden vinden. Want wij kwamen op tegen de terreur: ‘Geen jihad in onze straat!’”

 

Wat voor mensen stonden er op het plein?

Dirk: “Oudere en jongere, meer van het boomknuffeltype. Geitenwollensokken. Ik begrijp heel goed dat zij er ook waren, want iedereen wil rouwen. Maar ze waren vooringenomen. Ze zagen ons in het zwart aankomen en dachten dat ze aangevallen werden. Voetbalsupporters zijn luidruchtig, dat is nu eenmaal zo. Waarschijnlijk voelden de anderen zich daardoor geïntimideerd. Ik vond het geslaagd tot we aan het Beursplein aankwamen. Daar werden we verwelkomd als het uitschot van de maatschappij.”

Eddy: “Wij hadden helemaal niets tegen die mensen op het plein. Akkoord, we protesteerden luid, staken geen kaarsjes aan en maakten geen tekeningen in krijt. We waren daar voor hetzelfde als al die anderen, maar ventileerden het op onze manier. Wij koesteren net hetzelfde gedachtegoed, alleen hebben wij een andere visie op hoe dat getoond moet worden. Maar tot onze stomme verbazing begonnen die mensen ons uit te jouwen in het Frans. ‘Fascistes, racistes.’ We hadden een banner bij: ‘Casuals against terrorism’, die we op de trappen van de beurs wilden tonen. Natuurlijk werd er gezongen: ‘Belgium hooligan’, maar dat was alleen om onze eendracht te tonen. Er wordt gezegd dat we met onze lompe voeten alle bloemen kapot trapten, wat niet waar is. We liepen er heel voorzichtig tussen. Alleen op het einde, toen de politie chargeerde en de mensenmassa de Anspachlaan in gedrumd werd, zijn er bloemen vertrappeld. We kwamen daar dus niet als een bende razende zotten toe.”

 

Collega’s van jullie hebben onderweg amok gemaakt in een voedingswinkel aan de Jacqmainlaan, er bier gestolen en fruit en groenten vernield. Daar zijn beelden van.

Dirk: “Toen ik de beelden van die winkel zag, dacht ik: ‘Oei, dit is fout.’ Maar ik ken het wereldje. We komen samen in een benzinestation waar het heel druk is, en hop, sommigen nemen links en rechts een drankje mee. Veel mensen hebben dat in hun leven toch al eens gedaan? Iemand die er bij was, heeft me verteld wat er precies gebeurd is. De uitbaters kregen in de gaten dat er blikjes bier werden gepikt, zagen al die gasten in hun winkel, schoten in paniek en wilden iedereen naar buiten werken. Ik begrijp hun reactie, alleen leverde het nog meer tumult op. Dit was geen georganiseerde aanval op een winkel die door Pakistani uitgebaat wordt. Degenen die eerst binnenkwamen, hebben braaf betaald. Ik vind wat er gebeurd is spijtig en ik wil het niet afhandelen als een fait divers, maar ik vind ook niet dat het moet opgeblazen worden. Er zijn filmbeelden, wie iets mispeuterd heeft, zal gestraft worden.”

Eddy: “Waarom focussen de media alleen op die negatieve uitzondering en niet op al die andere demonstranten met goede bedoelingen?”

 

Die samen de Hitler-groet brachten.

Eddy: “Het is mogelijk dat op het einde van de mars een paar extreemrechtse buitenstaanders in onze groep geïnfiltreerd zijn. Zij waren niet door ons uitgenodigd.”

Dirk: “Ik geloof er niets van dat onze demonstratie geïnfiltreerd was door extreemrechts. In alle casual crews leven verschillende ideeën en overtuigingen. De ene iets meer nationalistisch, de andere uiterst links. De afspraken waren duidelijk: geen slogans tegen bevolkingsgroepen. Bij ons liepen er moslims mee. Misschien was er hier en daar een eenzaat die zich niet kon inhouden om te reageren op de toeschouwers. Want zíj gaven ons de Hitler-groet. ‘Vous êtes des fascistes’, en hun rechterarm ging omhoog. Daar is alles mee begonnen. We werden bespuwd. Toen heeft misschien een van ons ook zijn arm uitgestoken.”

 

Op sommige foto’s staan de hooligans broederlijk naast elkaar met gestrekte arm.

Eddy: “Dat lijkt een Hitler-groet, maar is het niet. Als voetbalsupporters tijdens de match een liedje zingen of een slogan scanderen, steken ze altijd hun armen vooruit. Dat heeft niets met nazisme te maken. Ik ontken niet dat er gasten tussen zaten die expliciet wél de Hitler-groet gebracht hebben, maar de overgrote meerderheid niet.”

Dirk: “Ik kan echt niet geloven dat onze mensen daar in groep met gestrekte rechterarm stonden. Op die foto’s zie je ook mensen met een kleurtje met gestrekte arm. Dat kan toch niet? We stapten voorbij mensen van vreemde origine; die werden met rust gelaten. Waarom zouden we dan ineens allemaal samen de Hitler-groet brengen? Foto’s zijn maar foto’s. Op een match van ‘den Antwerp’ heb ik ooit één keer een man de Hitler-groet zien brengen. Hij vloog drie banken naar beneden.”

 

Jullie kunnen toch niet ontkennen dat flink wat hooligans het extreemrechtse gedachtengoed genegen zijn?

Eddy: “Dat kan. Sommigen houden er dan weer een extreemlinks gedachtengoed op na. Als in Molenbeek zendwagens van de televisie beschadigd worden, komt daar niets van in de media. Dan wordt gezegd: ‘Je mag ze niet allemaal over dezelfde kam scheren, want dat zijn enkelingen.’ Als er bij ons een paar jongens uit de bocht gaan, wordt heel onze groep gestigmatiseerd als een bende fascistische racisten. Ikzelf ben niet extreemrechts, wel eerder libertair. Maar als het op moslimfundamentalisme aankomt, heeft extreemrechts gelijk. Jarenlang was het een taboe om erover te spreken en werd alles in de doofpot gestopt. Die etterbuil is beginnen zwellen met alle gevolgen van dien. Ik denk dat iedereen nu tot diezelfde conclusie komt, zowel rechts als links.”

 

Waarom verborgen jullie je gezichten?

Eddy: “Niemand komt graag herkenbaar als casual of hooligan op tv. Als je werkgever of je familie dat ziet, zit je in de shit.”

Dirk: “Ons gezicht verbergen is een natuurlijke reflex. Casual crews staan geboekstaafd als verboden groepen. Veel van onze leden hebben een hoge functie, of een eigen bedrijf met personeel. Ze willen niet met hun gezicht in de krant. We wisten dat Brussel vol camera’s hing, dus hebben we onze voorzorgen genomen. Misschien was dat niet erg slim.”

 

Is een manifestatie zoals aan de Beurs voor herhaling vatbaar?

Dirk: “Ja, maar niet op die manier. We staan open voor dialoog met veel mensen. Maar met de Facebookpagina ‘Casuals United Belgium’ die opriep om dit weekend samen met het Franse extreemrechtse Génération Identité in Molenbeek te gaan demonstreren willen wij niets te maken hebben.”

Eddy: “Op dit moment zijn alle casuals verontwaardigd. We voelen ons verkeerd begrepen en door de media fout voorgesteld. Op het VTM-nieuws hoorde ik: ‘Ze hadden duidelijk agressieve plannen.’ Wat voor zever is dat? We stonden er alleen te scanderen en te roepen. Wij hadden gedacht dat al die mensen gingen meebrullen: ‘We love Belgium!’, ‘We hate IS!’ Maar nee, in plaats daarvan scheten ze ons uit. Elke keer wanneer wij begonnen te zingen, riepen zij ‘Awoert!’ en spuwden ze naar ons. Sommigen duwden ons weg en wilden onze banier wegtrekken. Toen kwam er een reactie van een van ons en die werd dan gefilmd.”

Dirk: “Op het einde liep het uit de hand, ja. Maar ik heb gehoord dat er op dat moment in Molenbeek bij de plaatselijke jongeren gemobiliseerd werd om de confrontatie met ons te zoeken. Ik vermoed dat de politie toen besloten heeft ons zo snel mogelijk te ontzetten. Kijk, als wij slechte bedoelingen hadden, waren we driehonderd meter verder, richting kanaal, gewandeld en hadden we daar flink amok gemaakt. Wat is de balans nu? Vijfhonderd zogenaamde hooligans, waarvan er één een paar tikken heeft uitgedeeld en een winkel die een beetje geplunderd is. Dat was toch een rustige Paaszondag?”

 

Eddy en Dirk zijn schuilnamen.

 

© Jan Stevens