“Op kaal worden rust een groter taboe dan op seks”

Jules Smedts is Vlaanderens meest gerenommeerde haarwerkspecialist; Coen Gho is Nederlands succesvolste haardokter. Hun levenswerk: kalende beroemdheden en gewone medemensen van nieuw haar voorzien. De ene met een kwaliteitsvolle pruik, de andere met haarstamceltransplantatie. “Alle mannen en vrouwen raken hun pruik beu”, vindt Gho. “Haarstamceltransplantatie wordt rooskleuriger voorgesteld dan het is”, zegt Smedts.

 

Jules Smedts, ambachtelijk haartovenaar – “Vrouwelijke BV’s pakken liever met hun borstvergroting uit dan met hun haarwerk”

Haarwerken Smedts in Boom ziet er op het eerste gezicht uit als een doodgewoon kapsalon. Net alsof al wie er naar binnen stapt, vast van plan is er zijn haar te laten knippen. Dat is alleen voor sommige klanten gedeeltelijk waar. De meeste bezoekers komen hier niet voor een permanent of kleurspoeling, maar zijn hun kaalheid moe en verlangen naar een bos golvend nieuw haar.

“Mijn vader opende de zaak op dit adres in 1937”, zegt haarwerkspecialist Jules Smedts (65). “Toen was het nog echt een heel gewoon kapsalon. Begin jaren zeventig bouwde ik het om tot een volwaardig haarwerkbedrijf.”

Jules is net als zijn vader François kapper van opleiding. “Vader voerde pruiken in uit Duitsland, maar ik vond die lelijk. Ik ging op zoek naar beter materiaal, trok op prospectie naar Azië en trof er een uitgebreid aanbod aan kwaliteitsvol mensenhaar aan. De perfecte grondstof voor onze haarwerken.”

Jules haat het woord ‘pruiken’. “Dat klinkt verschrikkelijk denigrerend. Mensen hadden het vroeger meesmuilend over een ‘toupet’ of een ‘perruque’. Ik spreek altijd over ‘haarwerken’.”

 

Een man of vrouw met duidelijk zichtbaar een pruik op, is geen gezicht.

Jules Smedts “Van zodra je kan zien dat iemand een haarwerk draagt, is het een slecht product. Maar ik ben er zeker van dat ook in jouw kennissenkring mensen al jaren een haarwerk dragen zonder dat jij er ooit iets van gemerkt hebt. Helmut Lotti was zeventien jaar klant bij ons. Niemand wist dat. Niemand had door dat hij een haarwerk droeg. Als je een foto van de huidige Helmut ziet, lijkt hij toch verdacht veel op Vladimir Poetin? (lacht) Toen Lotti nog onze haarwerken droeg, had hij succes. Hij hertrouwde met zijn derde vrouw, zij vond dat hij zijn haarwerk moest afzetten en veranderen van repertoire. Sindsdien hoor je amper nog iets van hem.”

 

Zitten er veel BV’s onder uw cliënteel?

Smedts “Toch wel. Veel BV’s willen niet met hun kaalheid in de openbaarheid komen. Over hen mag ik niets zeggen; dat is mijn biechtgeheim. Ik praat alleen over degenen die er zelf voor uitkomen of wier ‘geheim’ ooit de pers gehaald heeft. Ex-wielrenner Johan Museeuw is hier klant. Het is nu een tijdje geleden dat ik hem ontmoet heb; hij soigneert zijn haarwerk zelf. In 2012 beweerde Danny Fabry tegen een journalist van Dag Allemaal dat hij een haartransplantatie had ondergaan in Nederland. Die journalist belde me: ‘Zou het kunnen dat Danny Fabry’s nieuw haar van over de grens komt?’ Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing. ‘Danny is al meer dan twee jaar klant bij ons. Hij heeft helemaal geen transplantatie gehad.’ Tot dan had niemand gezien dat hij een haarwerk droeg, zelfs zijn eigen familieleden hadden het niet door. Het was dus vakwerk. ‘Ik draag een haarwerk’, klonk blijkbaar als een grotere schande dan: ‘Ik heb een haartransplantatie ondergaan.’ Nadien is Danny zich komen verontschuldigen.”

 

Rust er sowieso een groot taboe op kaal worden?

Smedts “Ja, een groter taboe dan op seks. Mensen vinden het lastig om te vertellen wat ze allemaal in bed uitspoken, maar ze vinden het nog veel lastiger om over hun kaalheid te spreken. Vraag maar eens aan een kalende jongen van een jaar of vijftien wat hij daarvan vindt. Als je met een volle haardos gezegend bent, is het makkelijk om stoer te verkondigen: ‘Mij zou het niet storen om kaal te worden.’”

 

Kaalgeschoren mannen kunnen toch ook sexy zijn?

Smedts “Natuurlijk zitten er knappe koppen tussen die kerels met een volledig kaalgeschoren hoofd. Maar al die andere kale heren die door moeder natuur niet gezegend zijn met een mooi gezicht, hebben wél een gigantisch probleem. De blikken van de dames verraden dat ze hen helemaal niet sexy vinden. Wij hebben een van onze klanten zelfmoord weten plegen; kaal worden had hem in een zware depressie geduwd.”

 

Zijn kaalheid was uitgegroeid tot een obsessie?

Smedts “Bij veel mensen is dat zo. Ook sommige van onze klanten hebben een dwangneurose ontwikkeld en zijn gefixeerd op hun haar. Net zoals er mensen zijn die de deur van de plastisch chirurg platlopen en hun lichaam laten verbouwen terwijl dat niet nodig lijkt. Je kunt met hen daarover uren discussiëren.”

 

U gaat die discussie aan en probeert uw gefixeerde klanten op andere gedachten te brengen?

Smedts “Kijk, ik vind het tof dat mensen die een probleem met hun haar hebben, de weg vinden naar Haarwerken Smedts. Ik heb nu 150 mensen in dienst; in Europa is dit het enige haarwerkbedrijf op dit niveau. Als iemand langskomt, geef ik hem of haar altijd een deskundige uitleg. ‘Ofwel kiest u voor ons haarwerk, ofwel voor een transplantatie.’ Van zodra iemand een afspraak maakt, geeft hij te kennen dat hij een probleem heeft. Wie kaal wordt en zich daarbij neerlegt, belt ons niet. Wij zijn er voor die grote groep voor wie kaalhoofdigheid wél problematisch is. 35% van alle mannen neigt naar kaalheid. Minstens de helft daarvan raakt daardoor in de miserie. Die mensen moéten wij helpen. Waarom denkt u dat zoveel bekende Vlamingen klant bij ons zijn? Ik vind het eerlijk gezegd bizar dat ze er niet over willen getuigen. Vrouwelijke BV’s pakken nog liever met hun borstvergroting uit dan met hun haarwerk.”

 

De BV’s komen hier langs de achterdeur binnen?

Smedts “Hoe weet jij dat? (lacht) We hebben ook aparte cabines voor hen, waar ze in alle discretie hun haarwerk kunnen laten verzorgen. Al stoppen we onze klanten liever niet in een donker hoekje. Een paar jaar geleden hebben we de zaak verbouwd en nu zitten mensen met identieke haarproblemen als ze dat willen samen in een ruimte. Ze beginnen met elkaar te praten en vinden zo begrip en steun.”

 

Wat vindt u van de haartooi van Donald Trump?

Smedts “Hij heeft een heilige schrik om zijn haar te verliezen. Hij draagt het van achter naar voor en kamt het van de ene zijkant naar de andere. In werkelijkheid is hij zo kaal als een biljartbal. Zijn haarconstructie spuit hij vol lak waardoor hij urenlang op zijn hoofd kan staan zonder om te vallen. Als hij uit zijn bed komt, hangt zijn haar tot op de schouders. Hij zou beter eens via Haarwerken Smedts passeren.”

 

In de kamer hiernaast zag ik op een tafel een verzameling dunne plastic doorzichtige halve voetballen, met daaraan vastgeniet plukken haar.

Smedts “Dat zijn de schedelvormen van klanten met stalen van hun echt haar. De vormen zijn even groot als hun kale plek en zijn de basis voor de microdunne kunsthuid waar hun haarwerk op bevestigd zal worden. Als je een haarwerk nodig hebt, kijken we eerst naar het resterende haar. We maken foto’s en houden er rekening mee bij de productie. Als de schedel helemaal kaal is, kleven we het haarstuk vast met medische pleisters. Als er nog haar is, verweven we het haarstuk ermee. Met je nieuwe haar kan je slapen, zwemmen, douchen.”

 

Dat nieuwe haar is mensenhaar?

Smedts “Ja. In één kilo mensenhaar van 45 cm lengte kruipt ontzettend veel werk, zoals selecteren, ontkleuren en opnieuw kleuren. Voor zo’n pakketje betalen wij ongeveer 1500 à 1800 euro. Korter haar kost ons 800 euro. Voor een haarwerk voor mannen gebruiken we gemiddeld 150 gram; voor vrouwen schommelt dat rond de 300 gram. Een haarwerk wordt volledig met de hand gemaakt en is dus zeer arbeidsintensief.”

 

Waar komt dat mensenhaar vandaan?

Smedts “China, India, Spanje, Moldavië… Haarfabrikanten verzamelen het bij kappers en bij mensen die hun haar afsnijden om een centje extra te verdienen. Bij de Indische hindoes is het afscheren van hoofdhaar onderdeel van hun rituelen. Al die bergen haar worden vervolgens op kwaliteit geselecteerd en in aparte partijen verdeeld. Ik reis zelf regelmatig de wereld rond om het meest kwaliteitsvolle haar uit te kiezen. Ik voel de kwaliteit aan de dikte en de zachtheid. Kennis die ik in de loop der jaren heb opgebouwd.”

 

Hoeveel betaalt de klant voor zijn haarwerk?

Smedts “1500 à 1800 euro, afhankelijk van de grootte van het stuk en de lengte van het haar. Als je een doktersbriefje hebt, krijg je van het ziekenfonds 180 euro terug.”

 

U biedt ook haartransplantaties aan?

Smedts “Ja, maar die zijn maar geschikt voor vijf procent van alle kalenden. De kale plekken mogen niet te groot zijn. Bij een transplantatie verplaatsen we haar van de achterkant van het hoofd naar boven. Haar van de achterkant is immuun voor uitval. De wortels zijn anders gestructureerd. Daarom houden kaal wordende mannen altijd een rand haar over.”

 

Groeit het verwijderde haar terug?

Smedts “Nee. Eens de wortel is weggenomen, komt er niets in de plaats. Op één dag kunnen we tot zesduizend haren transplanteren. We hebben daar een chirurg voor in dienst. Een transplantatie lukt altijd, maar als het resterende hoofdhaar dat je nog bezit, ook begint uit te vallen, ben je terug bij af.”

 

Coen Gho ontwikkelde haarstamceltransplantatie. Hij verwijdert niet het gehele haarwortelzakje, maar alleen een klein deel dat stamcellen bevat. Daardoor blijft volgens hem het haar aan de rand intact.

Smedts “Ik vrees dat die transplantatie rooskleuriger wordt voorgesteld dan ze is. Als ze echt zou werken, was ik daar wel als eerste van op de hoogte. Het is heel simpel: met een kaal hoofd kun je honderd jaar worden, met kanker niet. Er worden dus miljarden in onderzoek naar kanker en naar levensbedreigende ziektes gepompt, maar niet in onderzoek naar haaruitval.”

 

Voor vrouwen is kaal worden een nog groter probleem dan voor mannen?

Smedts “Ja. Ons cliënteel bestaat uit 35 procent vrouwen en 65 procent mannen. Veel van onze vrouwelijke klanten hebben dun haar of verliezen hun haar door chemotherapie. We raden kankerpatiënten aan om voor de start van hun behandeling langs te komen. Dan kunnen we voor hen een haarwerk maken dat er identiek uitziet als hun echte haar. We helpen ook brandwondenpatiënten en mensen die hun haar kwijtgeraakt zijn door een ongeluk.”

 

Bestaan er haargroeimiddelen die helpen?

Smedts “Er is niets dat helpt. Alleen de grote farmabedrijven worden daar rijk van. Ooit gooiden ze Minoxidil op de markt: een geneesmiddel tegen de hoge bloeddruk dat als bijeffect heeft dat er een fijn donslaagje begint te groeien als je het op je hoofd smeert. Het product stimuleert haartjes die nog niet afgestorven zijn om even hun kopje boven te steken. Een flacon kost handenvol geld en per maand heb je er drie nodig. Behalve tijdelijk wat dons, levert het geen blijvend resultaat op. Al die wondershampoos houden je haar misschien wel gezond, maar doen het niet groeien. In het beste geval zorgen ze voor een beetje uitstel, maar als haaruitval in je genen zit, word je vroeg of laat toch kaal.”

 

 

Coen Gho, hightech haartovenaar – “Als je kaal wordt, moet je naar Coen”

Dokter Coen Gho (49) helpt in zijn haarklinieken in Maastricht, Amsterdam, Londen, Cap d’Antibes en Jakarta kalende prinsen, koningen, emirs, sjeiks, artiesten, politici en voetballers zoals Wesley Sneijder aan een dos vers haar. Samen met de Rotterdamse professor dermatologie Martino Neumann ontwikkelde hij de haarstamceltransplantatie. Gho bouwde zijn hypermoderne Hair Science Institute in Maastricht ondergronds, onder een schitterend historisch pand aan de rand van de stad. Een aparte celebrity-ingang is er niet. “In dit gebouw zijn ook nog andere praktijken gevestigd, zoals bijvoorbeeld een osteopaat. Bekende mensen kunnen hier net zo goed voor hun spataders langskomen, als voor hun pijnlijke rug.”

 

Het eerste waar u naar keek toen ik daarnet uw kantoor binnenstapte, was mijn kapsel.

Coen Gho “Ja, want je kapsel is nu eenmaal je visitekaartje. Onze haartooi bepaalt waar medemensen ons mee associëren. Maar ook een man met een volledig kaalgeschoren schedel, strak in het pak, kan heel mooi zijn. Ik mag er niet aan denken dat onze kaalhoofdige televisiepresentator Humberto Tan hier morgen voor de deur staat met de vraag hem terug haar te bezorgen. Al hebben de meeste andere burgers toch liever wat meer haar.”

 

U bent een wetenschapper met een gevulde haardos. Waar komt uw persoonlijke fascinatie voor haar vandaan?

Gho “Ik heb geneeskunde gestudeerd en specialiseerde me in dermatologie. Mijn toenmalige hoogleraar in Rotterdam had ‘haar’ als hobby. In 1991 zei hij me: ‘Niemand weet iets over haar.’ Er was ook niemand in geïnteresseerd, want kaalheid is niet dodelijk. Ik heb toen meegewerkt aan een studie over de werking van Minoxidil. Dat onderzoek resulteerde in het eerste officieel geregistreerde middel tegen haaruitval. Als je het op je hoofd smeert, krijg je echt donshaar. Daarna heb ik me verder verdiept in de wetenschappelijke studie van haar. Ik specialiseerde me in tissue engineering, in het kweken van cellen. Stamcelonderzoek is nu heel hip, maar wij waren echte pioniers.”

 

In dat stamcelonderzoek zijn toch heel wat charlatans actief?

Gho “Veel artsen die nu stamceltherapie aanbieden, zijn kwakzalvers. Ze klooien maar wat aan, halen ergens stamcellen weg en injecteren ze in het hart of de hersenen waar ze helemaal niet thuishoren. Dé basisregel bij stamceltherapie is: plant ze nooit op plaatsen waar ze niet thuishoren. Want dan eindig je in ellende. Ik haal een heel klein stukje van de haarwortel aan de achterzijde van het hoofd weg. In dat kleine stukje zitten voldoende stamcellen om nieuwe haargroei op te wekken. Ik stop die cellen een paar uur in wat je ‘kunstmest’ zou kunnen noemen, en stop ze vervolgens terug in de voorkant van het hoofd, waar ze óók horen te zitten. Die ingeplante stamcellen groeien in negen maanden tijd uit tot nieuwe haartjes. Bij een traditionele haartransplantatie wordt de hele haarwortel weggehaald, wat voor littekens zorgt. Bij onze therapie is dat niet zo. Je ziet er niets van. We hebben talloze celebrities, muzikanten en royals behandeld. De meesten staan er liever niet mee in de belangstelling, maar ze zijn wél allemaal uiterst tevreden. Ze kunnen zich het ook niet permitteren dat de achterzijde van hun hoofd vol littekens staat.”

 

Uw haarstamceltransplantatie werkt altijd?

Gho “Ja, altijd. In principe kan een ‘man met een hoefijzer’ via onze transplantatie terug een normaal kapsel aangemeten krijgen.”

 

‘In principe’?

Gho “We bespreken altijd eerst wat bij iemand past. Het doel van een haartransplantatie is niet: hoe maak ik het nieuwe kapsel zo vol mogelijk, maar wel: hoe maak ik het zo natuurlijk mogelijk? Voor een man van zestig is het niet echt natuurlijk om de volle lange manen te kweken die hij op zijn 18e had. De inhammen moet bewaard blijven en bovenaan mag het best wat dunner zijn dan aan de zijkanten.”

 

U staat ondertussen bekend als de dokter die zowat heel bekend Nederland nieuw haar bezorgde.

Gho “Ik heb ook veel bekende Vlamingen behandeld. Dat groeit vanzelf: de ene beroemdheid maakt reclame bij de andere. ‘Als je kaal wordt, moet je naar Coen.’ Ze geven dan mijn gsm-nummer door en ik vind dat niet erg. We staan nu allemaal verwonderd te kijken naar wat een man als Donald Trump met zijn haar uitspookt, maar er zijn heel wat beroemdheden die net als Trump hun haar van de ene naar de andere kant over hun kale hoofd draperen. Iedereen denkt dat Emile Ratelband, de positiviteitsgoeroe van ‘Tsjakkaa!’, altijd heel veel haar gehad heeft. Dat was vroeger niet zo, hij camoufleerde het alleen heel goed, stukken beter dan Trump. Emile is bij ons in behandeling geweest en heeft nu terug een normaal kapsel.

Zo’n beroemdheid komt samen met zijn haarstylist bij mij, we ontwarren dat kapsel en merken pas dan hoe kaal de man in werkelijkheid is. Vervolgens geef ik hem nieuw haar. Op het einde van de rit heeft niemand iets gemerkt.

Zelfs veel naaste medewerkers weten niet welke beroemdheden bij mij in behandeling geweest zijn. De celebrities eisen absolute discretie en ze hebben overschot van gelijk. Ik heb dan nog eens het grote voordeel dat ik beroemdheden niet herken. In onze kliniek in Londen vroeg ik aan zo’n celebrity: ‘Wat is uw beroep?’ Waarna die man niet meer bijkwam van het lachen. ‘Herkent u mij niet?’ ‘Nee, ik zou begot niet weten wie u bent.’ (lacht) Al blijven niet alle celebrities anoniem; zanger en presentator Gerard Joling kwam er wel op tv in primetime voor uit dat hij hier behandeld is. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor, want dat heeft onze kliniek een flinke boost gegeven.”

 

U laat u niet uit het lood slaan door een prins of koning op uw behandeltafel?

Gho “Nee. Ik heb een heel simpel motto: ik behandel iedereen zoals ikzelf behandeld wil worden. Eens die onmetelijk rijke mensen op de stoel zitten, gedragen ze zich perfect normaal. Sommigen zijn óók bang voor de naalden. (lacht) Zo was er die stoere American football-speler, een beer van een kerel, ik liet hem de naald zien en hij viel flauw. (lacht)”

 

Komen er veel vrouwen op consultatie?

Gho “Steeds meer. Ongeveer veertig procent van alle vrouwen krijgt vroeg of laat met haaruitval te maken. Bij de mannen is dat tachtig procent. Dames camoufleren hun kale plekken soms heel vernuftig. Dan denk ik: ‘Waarom komt die mevrouw bij me langs?’ Ze lijkt een schitterend kapsel te hebben, tot ze me de kale plek toont. Ik wijs haar er dan wel op dat ze een behandeling alleen voor zichzelf moet starten en niet voor haar vriendinnen. ‘Want u verstopt uw kaalheid op voortreffelijke wijze.’”

 

U hebt geen bezwaren tegen pruiken of haarstukjes?

Gho “Nee. Voor wie een gigantische haarbos ambieert, is een kwaliteitspruik zelfs ideaal. Maar bijna alle mannen en vrouwen raken op een bepaalde leeftijd die pruik beu. ‘Ik wil dat ding niet meer.’ Elke avond zet je die pruik af en word je ermee geconfronteerd. Onlangs behandelde ik een jongen van 35 die al verschillende haarwerken geprobeerd had. Hij kon niet naar de sauna of met zijn kinderen stoeien en hij was dat spuugzat. Ken je Finasteride? Dat is een medicijn tegen prostaatvergroting dat als bijwerking heeft dat het haaruitval stopt. Nu wordt dat als Propecia en Proscar ook voorgeschreven voor jonge mannen om hun haaruitval zoveel mogelijk af te remmen. Dat zijn momenteel de beste middelen tegen haaruitval, alleen hebben ze soms vervelende bijwerkingen.”

 

Zoals?

Gho “Impotentie. Daar zit je als man niet echt op te wachten. (lacht) Elke manier van haartransplantatie is volgens mij de meest natuurlijke weg om je haar te herstellen. Bij brandwonden worden al jaren stukjes gezonde huid naar beschadigde plaatsen getransplanteerd. Wij doen eigenlijk net hetzelfde met onze haarstamceltransplantatie: we verplaatsen die stamcellen naar plekken waar haar hoort te groeien. Ik heb als allereerste een brandwondenpatiënt zijn wenkbrauwen teruggegeven. Herinner je je nog de vuurwerkramp in Volendam? Toen heb ik mijn eerste patiënten behandeld.”

 

Hoe ziet een doorsnee behandeling er bij u uit?

Gho “Die duurt van ’s morgens half acht tot zes uur ’s avonds. Eerst krijg je een kopje cafeïnevrije koffie, dan word je hoofdhuid geschoren en plaatselijk verdoofd. De stamcellen worden er vervolgens uitgehaald. We gaan maar een paar millimeter diep. Een behandeling bij de tandarts is veel erger. Daarna worden de stamcellen op kweek gezet, gaan we lunchen en een paar uur later worden ze op de juiste plek ingeplant. Je vertrekt littekenvrij terug naar huis.”

 

Negen maanden later heb ik gegarandeerd haar?

Gho “Na negen tot twaalf maanden zie je het eerste haar, waarna het doorgroeit tot kwalitatief goed haar. Een behandeling kost tussen de 4400 en 9000 euro, afhankelijk van het aantal grafts, het aantal haarzakjes, dat verplaatst moet worden. Van één haar maken we nu met stamceltechnologie twee haren, maar we hebben al wetenschappelijk aangetoond dat we van één haar ook vijf haren kunnen maken. Ons ultieme doel is honderd haren van één haar. Zover zijn we nog lang niet, al weet ik zeker dat het mogelijk is.”

 

U hebt nog bloeiende haarklinieken in Amsterdam, Londen, Cap d’Antibes en Jakarta. U bent ondertussen een heel rijk man?

Gho “Toch niet. Ik rij met een Mercedes uit 2006 met twee deuken in; hij staat hier op de parking. (lacht) Ik doe nog steeds mijn boodschappen in de Lidl en ga met de kinderen naar McDonald’s.”

 

© Jan Stevens

Crowdfunding

Het Newsmonkey-debacle liet de prille crowdfundinggemeenschap niet alleen op haar grondvesten daveren; het zorgde ook voor gefronste wenkbrauwen. Veel crowdfunders gaven voor ‘het goede doel’ en verwachtten niet dat ze ooit een fractie van hun aandeel zouden terugzien. Laat staan dat ze wisten dat hun geld terechtkwam bij een ‘investeringsvehikel’ met financiële whizzkids in maatpak. “Ze hadden zich niet goed geïnformeerd.”

 

“De journalistiek heruitvinden.” Niets meer of minder beloofden Wouter Verschelden, Mick Van Loon en Patrick Van Waeyenberge toen ze in november 2013 de start van hun gloednieuwe gratis nieuwssite Newsmonkey aankondigden. Newsmonkey moest uitgroeien tot hét nieuwsmerk voor ‘generatie Y’, de jongens en meisjes van na 1981 die volgens Verschelden & co nieuws en entertainment bij voorkeur consumeren via sociale media. Ze lanceerden meteen ook een grote crowdfundingcampagne en gingen op zoek naar enthousiaste believers die in ruil voor minimum 50 en maximum 250 euro mede-eigenaar wilden worden. Hun doel: 1.000 investeerders vinden. De actie groeide uit tot het grootste succes uit de prille Vlaamse online-crowdfundgeschiedenis: in totaal telden 1.500 mensen samen iets meer dan 275.000 euro neer. Vorige week donderdag, 19 mei, kondigde Neswmonkey aan dat ‘de believers van het eerste uur’ door ‘één groep investeerders en oprichters van het eerste uur’ terugbetaald zouden worden. De believers zouden daar een uitstekende zaak aan doen, want de waarde van hun aandeel was in twee jaar tijd gestegen van 10 tot 11 euro. “Iedereen die in ons geloofde, krijgt vandaag de return.” Een dag later veranderde dat hoera-bericht in een ‘communicatiefuckup’, toen bleek dat de crowdfunders geen winst, maar verlies leden. Tot dan leefden de meesten in de overtuiging dat ze rechtstreeks geld op de rekening van Newsmonkey gestort hadden. Maar dat was niet zo: hun centjes hadden ze in het investeringsvehikel MyMicroInvest Finance gepompt van de door financiële experts gerunde onderneming MyMicroInvest (MMI). Tijdens de crowdfundingcampagne hield MMI een commissie voor alle gemaakte kosten af, zijnde 12 procent van het crowdfundbedrag. Na aftrek van die kosten hielden de crowdfunders 48,4 euro over van de 50 euro die ze op tafel gelegd hadden. 44 euro werd geïnvesteerd in Newsmonkey.

 

Uit sympathie

Velen hadden een Newsmonkey-aandeel gekocht uit sympathie en gingen er sowieso van uit dat ze hun geld nooit zouden terugzien. “Dan hadden ze zich niet goed geïnformeerd”, zegt Luc Colebunders, voorzitter van de Belgische Crowdfunding Federatie. “Bij crowdfunding krijgt degene die geld doneert altijd iets in de plaats. De basis van crowdfunding is dat je investeert in iets dat je leuk vindt. Daarvoor word je beloond: ofwel met een goed gevoel, ofwel met geld. Wij onderscheiden twee soorten van crowdfunding: ‘donaties & beloningen’ en financiële crowdfunding. De jaarlijkse stickeractie van het Rode Kruis illustreert perfect ‘donaties & beloningen’. In ruil voor vijf euro krijg je van een Rode Kruis-vrijwilliger aan een kruispunt een sticker. De échte beloning is dan de opgestoken duim van de vrijwilliger aan het volgende kruispunt. ‘Je hebt al een sticker? Tof.’ Bij financiële crowdfunding helpen mensen mee leningen verstrekken, of kopen ze aandelen. De bedragen die opgehaald worden, zijn wettelijk begrensd tot 100.000 of 300.000 euro. Bij 100.000 euro mag elke crowdfunder om het even welk bedrag storten; bij 300.000 euro mogen de individuele stortingen niet meer dan 1000 euro bedragen. Als je via crowdfunding aandeelhouder wordt, is het bedrijf verplicht om je op een bepaald moment de waarde van dat aandeel terug te geven. Je weet nooit op voorhand of die onderneming winst zal maken of niet. Het risico bestaat dus dat je nooit zal cashen. Het feit dat de Newsmonkey-crowdfunders nu minder uitbetaald krijgen dan ze geïnvesteerd hebben, is trouwens niet de fout van het platform MyMicroInvest. Newmonkey schakelde MMI in omdat ze zo niet iedereen op hun aandeelhoudersvergadering moesten uitnodigen. Want als je meer dan 1500 aandeelhouders hebt, moet je het sportpaleis afhuren. De mensen van NewsMonkey wisten dat MMI op het einde van de rit recht had op twaalf procent. MMI is daar ook zeer transparant over: je vindt die informatie op hun website. Iedereen kon op voorhand weten wat de consequenties waren.”

 

1000 voor 100.000

In het voorjaar van 2014, een paar maanden na Newsmonkey, lanceerde ook de nieuwssite Apache een grote crowdfundingcampagne. “Bij onze actie was het duidelijk dat crowdfunders aandelen kochten van onze coöperatie”, zegt hoofdredacteur Karl van den Broeck. “Al wie bij ons via crowdfunding een aandeel kocht, werd meteen mede-eigenaar van CVBA De Werktitel, de uitgever van Apache. Elke aandeelhouder heeft in onze algemene vergadering maar één stem, of hij nu honderd of duizend euro geschonken heeft. Wij rapporteren voortdurend onze cijfers aan de aandeelhouders in onze algemene vergadering en houden hen op de hoogte van alle stappen die we zetten. Dat is voor ons zeer arbeidsintensief. Ik kan dan ook best begrijpen waarom Newsmonkey een beroep deed op een platform zoals MMI, want zij nemen al dat administratieve en juridische werk op zich. Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan vast. De mensen achter MMI zijn bankiers die risicovol beleggen. Zij willen daar geld mee verdienen. Hun klanten zijn ondernemingen of start-ups die geen lening van de bank krijgen om hun project te verwezenlijken.”

In november 1986 stond Karl van den Broecks vader, de schrijver Walter van den Broeck, aan de wieg van een actie voor de redding van de krant De Morgen, wat achteraf beschouwd misschien wel de oervader genoemd mag worden van wat nu hip crowdfunding heet. “Op de boekenbeurs van ’86 hoorden de schrijvers van de pas opgerichte uitgeverij Houtekiet, met onder anderen mijn vader, dat De Morgen failliet was”, herinnert Karl zich. “Wijlen Gerard Walschap opperde toen: ‘Als we duizend mensen vinden die honderdduizend frank willen investeren, is de krant gered.’ De toenmalige hoofdredacteur Paul Goossens vond dat een uitstekend idee, al had hij één voorwaarde: ‘Alleen als Hugo Claus meedoet.’ Mijn vader reed toen met Paul Goossens naar Claus. Daar richtten ze de coöperatieve vennootschap ‘1000 voor 100.000’ op. Van de beoogde 100 miljoen frank haalden ze ongeveer de helft op. Dat geld betekende de doorstart voor De Morgen. Een paar jaar later werd de krant overgenomen  door Uitgeverij Hoste, de voorloper van De Persgroep. Een krant die door zijn lezers gered werd, was in die tijd wereldnieuws.”

De mensen en organisaties die in 1986 geld voor De Morgen inzamelden, wisten dat ze daar nooit rijk mee zouden worden. “Ook veel mensen die voor Newsmonkey en Apache stortten, hadden niet de intentie om daar rijker van te worden”, zegt Van den Broeck.

 

Het goede doel

Dé oervorm van crowdfunding is misschien wel de collecte tijdens de zondagsmis in de katholieke kerk, waarbij de gelovigen ‘belangeloos’ elke week kopergeld in de schaal gooien. Andere crowdfundingcampagnes die nergens als ‘crowdfundingcampagne’ geboekstaafd staan, zijn de jaarlijkse inzamelacties van 11.11.11 en Broederlijk Delen. Veel mensen zien crowdfunding als een omhaling voor ‘het goede doel’. Zo zamelde burgerbeweging Ringland in 2014 in drie maanden tijd 100.000 euro in waarmee ze vier studies financierde. Een extra crowdfundingcampagne in het najaar van 2015 leverde nog eens voldoende geld op om twee mensen halftijds in dienst te nemen. In september 2013 startte schaatser Bart Swings op het internet een crowdfunding die in een paar maanden tijd 150.000 euro opleverde én een sponsor die dat bedrag verdubbelde. Swings actie werd geboren uit ‘wanhoop’, omdat hij en zijn team moeite hadden om voldoende sponsorgeld bijeen te rijven voor de voorbereiding van de Olympische Winterspelen in Sotsji. Wie 65 euro stortte, ontving in ruil een schaatsmuts; een milde schenker van 125 euro kreeg daar nog een T-shirt bovenop. Wie 1.000 euro neertelde, werd beloond met een schaatsles door Swings himself.

In het voorjaar van 2013 vond de meest succesvolle crowdfundingcampagne uit de journalistieke geschiedenis plaats. 18.000 ‘leden’ betaalden elk zestig euro voor een abonnement van één jaar op het nieuwe onlinemedium De Correspondent. Samen schonken ze 1.080.000 euro. Ook Apache droomde in januari 2014 van 1 miljoen euro. Karl van den Broeck: “We hebben toen een businessplan gemaakt dat geënt was op de succesvolle Franse site Mediapart. Ons totale kostenplaatje bedroeg ongeveer 1 miljoen. Zo’n bedrag kun je in Vlaanderen nooit ophalen met crowdfunding. We waren in gesprek met mogelijke investeerders, maar zaten tezelfdertijd in acute geldnood. Onze crowdfunding diende om de gesprekken met die investeerders te overbruggen. Die gesprekken mondden later ook uit in een kapitaalverhoging. We organiseerden onze campagne op ons eigen platform, zonder hulp van buitenaf. We vroegen lezers om aandeelhouder te worden van onze coöperatieve vennootschap en haalden ongeveer 60.000 euro op. Wij vonden dat een geslaagde campagne, al interpreteerden velen dat anders. Want zij geloofden dat we via crowdfunding op zoek waren naar dat miljoen.”

 

De oprichters

Daniël van der Meer organiseerde vijf jaar geleden een van de allereerste crowdfundingcampagnes in Nederland. “We wilden toen ons literaire tijdschrift Das Mag via crowdfunding oprichten. In een maand tijd haalden we 5000 euro op.” In oktober vorig jaar lanceerden Van der Meer en zijn zakenpartner Toine Donk een zeer succesrijke crowdfundactie voor hun nieuwe project: Uitgeverij Das Mag. In een maand tijd haalden ze bij 3000 Nederlanders én Vlamingen 200.000 euro op.

Van der Meer heeft een hekel aan als crowdfunding vermomde liefdadigheid. “Ofwel wil je iets nieuws creëren en vraag je mensen om dat mogelijk te helpen maken, ofwel vraag je hen geld om iets bestaands te helpen overleven. De hulpbehoevende oproep is volgens mij gedoemd te mislukken. Door op te roepen om samen iets te creëren, betrek je crowdfunders bij je hele onderneming en zorg je voor een fikse dosis gezonde spanning. Zal het lukken? Wat wordt het eindresultaat?”

De crowdfunders van Uitgeverij Das Mag zijn geen aandeelhouder. “Wij noemen ze ‘oprichters’. Doordat ze geen aandeelhouders zijn, bepalen ze niet mee onze koers. De term ‘oprichters’ schiep bij een aantal mensen wel extra verwachtingen. We hebben onderschat dat velen ook betrokken willen worden bij de uitbouw van Das Mag, ook al weten ze niet wat een uitgeverij precies inhoudt. We zorgen er nu alleszins voor dat we makkelijk bereikbaar zijn voor onze crowdfunders. Ze mailen ook veel: ze laten het ons weten als ze iets mooi vinden, en we horen het meteen als het hen niet aanstaat. Ik vind het best fijn om makkelijk benaderbaar te zijn. Dat kost tijd en werk, maar levert tezelfdertijd heel wat op. Een van onze 3000 oprichters spreekt misschien wel vloeiend Deens en wijst ons op een Deense literaire belofte die we zeker moeten vertalen.”

De oprichters van Uitgeverij Das Mag weten dat ze hun geld nooit terug zullen kunnen eisen. “We gaven hen wel iets in ruil: met hun bijdrage financierden ze onze eerste drie boeken, die ze na publicatie toegestuurd kregen.”

 

Marketing

Amper tien jaar geleden heetten de hippe crowdfunders van het literaire tijdschrift Das Mag en van De Correspondent nog gewoon abonnees. De crowdfunders die geld stortten voor uitgeverij Das Mag en als beloning drie boeken in ruil kregen, waren toen geen ‘oprichters’, maar leden van een boekenclub. Is crowdfunding niet vooral slimme marketing? De crowdfundactie van Uitgeverij Das Mag leverde alvast een overvloed aan gratis publiciteit op. “We hadden die 200.000 euro écht nodig”, zegt Van der Meer. “De betrokkenheid van onze 3000 oprichters bij de uitgeverij overstijgt die ene transactie. Ze blijven onze eerste ambassadeurs. Crowdfunding werkt alleen als je iets totaal nieuws wil ondernemen dat afwijkt van het gewone. De eerste dag is de allerbelangrijkste. Als je na dag 1 op 0,1 procent van het te halen bedrag zit, red je het nooit. Maar als je na een dag meer dan tien procent van het te financieren bedrag haalt, willen steeds meer mensen meesurfen op die golf van succes. Dan ben je vertrokken.”

 

© Jan Stevens