“Ik was bang dat mijn ouders me gingen vermoorden”

De Britse Pakistaan Sohail Ahmed groeide op in een salafistisch milieu en leerde van kindsbeen af andersgelovigen en homo’s hartsgrondig haten. Vandaag heeft hij de radicale islam vaarwel gezegd en staat hij als homoactivist op de barricaden.

 

Een paar dagen voor het interview mailt Sohail Ahmed (24) dat het hem misschien niet zal lukken. “Ik voel me niet lekker.” Een halve dag later laat hij weten dat hij er toch zal zijn, maar dan liefst dicht bij de plek waar hij woont. We spreken af in een pub vlak bij zijn flat, ergens in Oost-Londen. Hij is een half uur te laat en verontschuldigt zich. “Ik moest mezelf even oppeppen. Sinds mijn jeugd worstel ik met depressies. De voorbije maanden ging het veel beter, maar soms wordt het moeilijk. Gelukkig heb ik een goede therapeut.”

Sohail Ahmed groeide samen met zijn twee broers en twee zussen op in een salafistisch gezin, waar ze de ideologie van Islamitische Staat met de paplepel meekregen. “Alle niet-salafisten waren onze vijand.” Op zijn zestiende begon hij in alle stilte aan een lang deradicaliseringsproces. Hij was acht toen hij zich voor het eerst tot een jongen aangetrokken voelde. “Volgens de salafistische leer zijn homo’s bezeten door de duivel.” Tot zijn 21e worstelde hij met zijn geloof en met zijn seksuele geaardheid. “Ik was bang dat mijn ouders me zouden vermoorden.” Toen zijn vader ontdekte dat zijn oudste zoon homo was, stuurde hij Sohail naar een exorcist. “Na een paar sessies wou ik zelfmoord plegen.” Een jaar en negen maanden geleden klapte hij de deur van het ouderlijke huis definitief achter zich dicht. Vandaag noemt hij zichzelf ‘agnostisch atheïst’, is hij homorechtenactivist en hoopt hij dat zijn verhaal een steun in de rug is voor die vele andere jongens en meisjes die door hun religie met hun geaardheid worstelen.

“Mijn ouders wonen hier niet ver vandaan”, zegt hij. “Ik heb ze sinds mijn vertrek niet meer gehoord of gezien, net als de rest van mijn familie. Mijn broers, zussen, ooms, tantes, neven en nichten lieten me zo goed als allemaal vallen als een baksteen.”

 

Stammen uw ouders uit een salafistisch milieu?

Sohail Ahmed: “Nee, helemaal niet. Toen ze trouwden, waren ze nog heel gewone gematigde moslims. Religie speelde geen grote rol in hun leven. Ik was een jaar of vier toen ze zich bekeerden tot die specifieke radicale vorm van de islam: het salafisme of wahabisme. Van toen af werd ook ik als kind ondergedompeld in die fundamentalistische islamvariant. Salafisten zeggen hun inspiratie te halen bij de eerste volgelingen van de profeet Mohammed. Het enige wat voor hen telt is de sharia, of de wet van God. Hun interpretatie van de Koran wordt vandaag door Islamitische Staat op gruwelijke wijze in de praktijk gebracht. Als kind werd mij dag na dag, week na week, maand na maand ingestampt dat er een eeuwige oorlog woedt tussen moslims en niet-moslims. ‘Niet-moslims zijn er enkel op uit om de islam totaal te vernietigen.’ Mijn vader en moeder hielden me voor dat ik geen Brit ben en dat het Verenigd Koninkrijk een vijandige staat is. Op school kreeg ik les van leraars over wie ik thuis te horen kreeg dat ze mijn vijanden waren. Dat was echt heel raar. Mijn ouders noemden hen kufar of kafir, ongelovigen. Alle niet-salafisten waren vijanden, inclusief andere moslims. We werden vooral gewaarschuwd voor de niet-moslims. Vanaf mijn vierde levensjaar werd me ingepompt: ‘Wees uiterlijk vriendelijk voor niet-moslims, maar haat hen met heel je hart.’”

 

Dat zeiden uw ouders tegen u?

“Ja, en niet alleen zij. Dat werd ook gepredikt in onze moskee, stond in de boeken die ik te lezen kreeg en hoorde ik op salafistische media. Dat is toch totaal geschift? (lacht) Als ik er nu op terugkijk, kan ik amper geloven dat het me gelukt is om op eigen kracht met die onzin te kappen.”

 

Uw moest uw vriendjes op school hartsgrondig haten?

“Daar raakte ik danig door in de war. Ik vond veel niet-moslimvrienden best aardig. ‘Moet ik ze allemaal haten?’ Ik voelde instinctief dat er iets niet klopte.”

 

Onder wiens invloed zijn uw ouders geradicaliseerd?

“Er kwamen nieuwe salafistische buren in ons flatgebouw wonen. Ze namen mijn ouders mee naar de Masjid al-Tawhidmoskee in Leyton, die opgericht was door de toenmalige grootmoefti van Saoedi-Arabië. Hij werkte aan wat hij de ‘Islamic Revival’ in het Westen noemde. Met die islamitische heropstanding bedoelde hij het salafisme. De moskee werd mijn ouders’ favoriete pleisterplaats. Ik kan me maar heel vaag herinneren hoe ze waren voor ze radicaliseerden, maar zij zetten wel een trend: na hun bekering kozen zowat alle leden van mijn familie het salafistische pad. Eind jaren negentig surften mijn vader en moeder mee op de eerste golf van salafisme die over Groot-Brittannië spoelde. Vanaf dan is die extreem onverdraagzame vorm van islam zich als een koorts beginnen verspreiden. In de beginjaren keek de rest van de moslimgemeenschap neer op die minderheid van salafistische clowns met hun te korte broeken en te lange baarden. Vandaag is dat totaal veranderd: het salafisme is sterk gegroeid en beïnvloedt het maatschappelijk leven. Hebt u daarnet in deze buurt rondgewandeld? Dan zag u ze in grote getale lopen, de mannen in hun outfit van de profeet en de vrouwen die zich van kop tot teen bedekken. De klederdracht van mijn eigen moeder kan model staan voor heel die recente evolutie. Eerst droeg ze een hoofddoek, vervolgens de hidjab, dan de chador waarmee ze haar hele lichaam bedekte, iets later de nikab die alleen haar ogen nog vrijliet, en in het laatste stadium droeg ze ook altijd handschoenen.

“Ik herinner me nog haarscherp hoe ik als zevenjarige de imam van de Masjid al-Tawhid moskee hoorde prediken: ‘De gewelddadige jihad is een fundamenteel deel van de islam. Als de geleerden zeggen dat de tijd gekomen is, zullen wij allemaal opstaan om tegen de kufar te vechten.’ De grote moskee zat toen afgeladen vol met minstens 300 mensen.”

 

Dezelfde ideologie als die van Islamitische Staat werd vijftien jaar geleden al in belangrijke moskeeën in de buitenwijken van Londen gepredikt?

“Precies. De ideologie van de salafisten is exact dezelfde als die van IS. Ze haten homo’s en lesbiennes, verwerpen gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ook hun straffen zijn identiek: homo’s moeten van daken geworpen worden, overspeligen moeten tot ter dood gestenigd worden, de handen van dieven afgehakt. Alleen de methodologie verschilt. Salafisten zeggen: ‘We zullen overgaan tot het over de kling jagen van de kafir en het instellen van de sharia van zodra de geleerden beslist hebben dat het kalifaat gevestigd is.’ Ze hebben problemen met het kalifaat dat in juli 2014 door IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi uitgeroepen is, maar niet met de dagelijkse gruwelpraktijken in de islamitische staat. Als de geleerden die zij hoog achten het teken geven om met het kalifaat van start te gaan, hangt er een volstrekt gelijkaardig scenario als dat van IS in de lucht. Hun doel is óók om vervolgens de wapens op te nemen en de hele wereld te veroveren.”

 

U gelooft niet in het onderscheid dat gemaakt wordt tussen het niet-politieke en politieke salafisme, waarbij het niet-politieke salafisme beschouwd wordt als een ongevaarlijke sekte van middeleeuwse godsdienstfanaten?

“Dat onderscheid is er wel degelijk; mijn ouders maken deel uit van de niet-politieke tak. Het is ook juist dat de niet-politieke salafisten vandaag geen acuut gevaar voor de samenleving vormen. Maar dat is slechts tijdelijk. ‘Niet-politiek’ is zeer misleidend, want in werkelijkheid zijn het allemaal tikkende tijdbommen. Als hun geleerden de tijd rijp achten, is het hek ook hier van de dam. De niet-politieke salafisten zijn er zich heel goed van bewust dat ze ooit politiek zullen moéten worden: op het moment namelijk dat hun geleerden het ‘echte’ kalifaat uitroepen.”

 

Wanneer begon u aan uw geloof te twijfelen?

“Ik herinner me dat ik het als kind lastig had met de wrede straffen uit de sharia. Daar zat niets menselijks in, vond ik. Na verloop van tijd schoof ik die twijfels toch opzij. Nooit heb ik iemand van mijn geloofsgenoten twijfels horen uiten. Ik vermoed dat sommigen er wel mee worstelden, alleen hielden ze die voor zichzelf.

“Al van toen ik een jaar of acht was, voelde ik me aangetrokken tot andere jongens. En toch haatte ik net als mijn salafistische medebroeders alle homo’s. Niet alleen salafisten vinden homo’s ziek: voor de meeste moslims is homoseksualiteit het werk van de duivel. Ik voelde me verschrikkelijk schuldig. ‘Ik val niet op mannen zoals die Westerlingen.’

“Op school blonk ik uit voor de wetenschappelijke vakken. Ik vond wetenschap geweldig. Toen ik op mijn vijftiende over de evolutietheorie leerde, raakte ik compleet in de war. ‘Alle wetenschappers zijn het erover eens dat evolutie een feit is. Hoe is het mogelijk dat ze de bal zo misslaan?’ Salafisten geloven net als veel andere moslims rotsvast in Adam en Eva. Tot ik op een dag een van de salafistische imams in mijn moskee hoorde verkondigen dat hij in de evolutietheorie geloofde. ‘Evolutie is niet in tegenspraak met de Koran.’ De man heet Usama Hasan en hij gaf die vrijdag meteen ook zijn laatste preek in de Masjid al-Tawhidmoskee. Ze gooiden hem er uit. Maar zijn woorden bleven hangen. ‘Misschien moet ik hem ernstig nemen.’ De anderen lachten hem vierkant uit. ‘Usama Hasan zegt dat hij een aap is.’ Ik verdedigde hem. ‘Misschien moeten we toch eens naar hem luisteren.’ Zo kreeg ik ruzie met mijn eigen familie. Hasan is niet de eerste de beste: hij is niet alleen imam, maar ook fysicus. Er sloop steeds meer twijfel bij mij naar binnen.”

 

Sprak u daar met bevriende niet-moslims over?

“Nee. Wie met niet-moslims over religieuze twijfels durfde te praten, bracht schande over de islam. Vier jaar lang veegde ik mijn twijfels onder het tapijt. Maar ze verdwenen niet en ik bleef me afvragen of Usama Hasan gelijk had met zijn aanvaarding van evolutie. Waarna ik besloot om in het grootste geheim zelf op onderzoek uit te trekken. Ik las alles wat ik over de evolutietheorie kon vinden en ik kon niet anders dan vaststellen dat ze juist is. Die kennis zette meteen ook alles waarin ik geloofde op de helling. Ik dacht: ‘Ofwel is datgene waarin ik geloof fout, ofwel interpreteer ik mijn religie verkeerd.’ Usama Hasan had toen de radicale islam al lang vaarwel gezegd en door zijn geschriften vond ik aansluiting bij de progressieve soefistroming in de islam. Spiritualiteit is het allerbelangrijkste, dacht ik.

“Mijn ouders wisten niet waar ik mee bezig was. Ik had mezelf in stilte gederadicaliseerd via het internet en door het lezen van boeken. Usama Hasan werkt nu als onderzoeker bij de Quilliam Foundation, een Londense deradicaliseringsdenktank. Het is vooral dankzij de publicaties van Quilliam op het internet en door hun interviews online dat ik mijn salafistische gedachtengoed zoetjesaan begon in te ruilen voor progressieve ideeën. Op een bepaald moment noemde ik mezelf net als Usama Hasan ‘een salafistische soefi’. Mijn godsbeeld was nog steeds salafistisch, maar de sharia had ik ingeruild voor soefiwijsheid. Ik stapte toen ook naar mijn ouders en zei: ‘Ik geloof in evolutie.’ Een week lang spraken ze geen woord meer tegen mij. Ik kon hun woede alleen doorbreken door op mijn stappen terug te keren: ‘Ik geloof niet meer in evolutie. Sorry.’ (lacht)”

 

Waren er op school geen leerkrachten die u in vertrouwen kon nemen?

“Ook dat durfde ik niet. U moet weten dat mijn ouders fysiek geweld niet schuwden. Ik zat in het eerste jaar geneeskunde en werd bang dat ik door mijn twijfels over islam zou branden in de hel. Ik raakte steeds dieper in de put en moest mijn studies stopzetten. In het schooljaar 2013-2014 zat ik thuis met een zware depressie. Ik had een zee van tijd en besloot dat het de hoogste tijd was om mijn eigen seksualiteit te onderzoeken. Ik had nog steeds niet aanvaard dat ik homo was, want Allah zette nu eenmaal geen flikkers op de wereld. Ik ging op zoek naar alle mogelijke wetenschappelijke onderzoeken over menselijke seksualiteit. Ik kwam tot een voor mij zeer verrassende conclusie: homoseksualiteit is een honderd procent natuurlijke geaardheid die niet veranderd kan worden. ‘I am gay’, wist ik. Ik was 21.

“Ik las artikels van denkers en wetenschappers als Sam Harris en Christopher Hitchens. Richard Dawkins’ boek God als misvatting gaf me een stevig duwtje richting agnosticisme en atheïsme. ‘We hebben helemaal geen God nodig in ons universum.’ Mijn afscheid aan religie voelde als een bevrijding. Ik zag op Youtube een debat over islam versus atheïsme tussen de natuurkundige vrijdenker Lawrence Krauss en de extremistische bekeerling Hamza Tzortzis. Dat was het moment waarop het voor mij glashelder werd: ik geloof niet meer in de islam. Voor het eerst in mijn leven kon ik denken wat ik wou, zonder door wie ook aan banden gelegd te worden. Jarenlang had mijn geest gevangen gezeten in het strakke keurslijf van een religie. Nu was ik eindelijk vrij en werd alles mogelijk. Dat voelde als een religieuze ervaring. (lacht)”

 

Maar voor de buitenwereld was u nog steeds een salafist?

“Ik kreeg steeds meer meningsverschillen met mijn ouders. Ik kon het geschimp op niet-moslims niet meer aanhoren. Op een dag werd ik zo woedend dat ik riep: ‘Ik geloof niet meer in God.’ ‘Maak dat je uit ons huis bent’, briesten ze. Ik stopte wat kleren in een rugzak en zocht het goedkoopste hotel in Londen. Het was vrijdagavond en ik kon bij geen enkele instantie terecht voor hulp. ’s Anderendaags ging ik ten einde raad naar mijn grootmoeder. Ik vertelde haar niet dat ik goddeloos geworden was, maar zei: ‘Ik heb twijfels over de islam.’ Ik had een plek nodig om te overnachten. (lacht) Oma belde mijn ouders. Eerst gaf ze mijn moeder door en daarna kreeg ik mijn vader aan de telefoon. Hij zei: ‘Weet je nog dat je ons een paar weken geleden iets wou vertellen? We weten ondertussen wat.’ Een paar weken eerder was ik naar mijn ouders toegestapt en had ik gezegd: ‘Mama, papa, ik moet jullie iets vertellen.’ Ik kwam toen bijna uit de kast, maar op het allerlaatste nippertje durfde ik niet. Toen ik mijn vader hoorde zeggen: ‘We weten ondertussen wat’, liep er een ijskoude rilling over mijn rug. In mijn hele leven was ik nog nooit zo bang geweest. Pure doodsangst was het, want misschien stuurden ze me naar Pakistan of zouden ze me vermoorden. Ik wist dat ze daartoe in staat waren.”

 

Is dat dan al gebeurd in het Londense salafistische milieu?

“Die verhalen doen de ronde. Ik wou niet terug naar huis, maar ze wisten met te overtuigen. Mijn vader schold me de huid vol. ‘Heb je een vriend?’ vroeg hij. Ik antwoordde naar waarheid: ‘Nee.’ ‘Heb je ooit iets gedaan met een andere kerel?’ Ik loog en zei: ‘Nee.’ Ik kon alleen blijven als ik akkoord ging met een duiveluitdrijving. Dik tegen mijn zin gaf ik toe, want ik kon voorlopig nergens anders terecht. Pas drie maanden later zou er een studentenkamer aan de universiteit vrijkomen. In die laatste maanden in het ouderlijke huis werd ik verschillende keren onderworpen aan een duiveluitdrijving. Exorcisme in de islam is vaak gewelddadig, bij mij viel het nogal mee. Mijn ouders hadden geen enkel bezwaar tegen lichamelijk geweld, maar ik zette de hakken in het zand. ‘Ik wil dat niet.’ Ze brachten me naar een exorcist. Hij las de Koran, blies op me, liet me baden in heilig water en gaf me heilige honing te eten. Met mijn verstand wist ik dat exorcisme onzin is, maar toch had het een grote impact op mijn geestelijke en emotionele welbevinden. Ik vond het afschuwelijk vernederend. Na een paar sessies wou ik een einde aan mijn leven maken en me verhangen op mijn kamer. Mijn vader ‘betrapte’ me net op tijd. ‘Dood jezelf niet’, zei hij.”

 

Hebt u ooit liefde van uw ouders gevoeld?

“Ik wist dat ze me al die ellende aandeden omdat ze om me gaven, omdat ze me graag zien. Dat besef maakte het alleen maar erger. (stilte) Op een ochtend stapte mijn moeder mijn kamer binnen. Ze weende en bleef herhalen: ‘Je kan niet datgene zijn wat je beweert te zijn.’ De woorden ‘homo’ of ‘gay’ hebben mijn ouders nooit uitgesproken. Ik had mijn moeder nog nooit zo hard horen wenen. ‘Je kan niet zo zijn, Allah maakt mensen zo niet. Allah zou je dat nooit aandoen.’ Ze bleef dat maar herhalen; het klonk als een litanie. Ze probeerde niet mij te overtuigen, maar zichzelf.”

 

U bent nu een homoactivist. Bent u niet bang voor de wraak van uw vroegere geloofsgenoten?

“Ik ben me bewust van de risico’s en ik ben ook bereid om die te nemen. Ik heb zelf ondervonden hoe bevrijdend het is om van al die last verlost te zijn. Ik heb tot hiertoe geen doodsbedreigingen gekregen en ik hoop dat het zo blijft. Ik ben geen islamofoob; ik doe zelfs nog mee aan de belangrijke islamitische feesten. Zij maken nu eenmaal deel uit van mijn culturele leven. Ik hoop wel dat de hele islamitische gemeenschap in het westen veel vooruitstrevender wordt. Als dat niet gebeurt, of niet snel genoeg, vrees ik dat de relaties tussen moslims en niet-moslims zullen verzuren. Mijn grote angst is dat we aan het afstevenen zijn op een burgeroorlog. Als jonge salafist was ik bereid om mijn eigen leven te offeren voor het vernietigen van mijn land. Nu ben ik bereid om mijn leven te geven om dit land te redden.”

 

© Jan Stevens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s