‘Marx was geen marxist’

In Marx brengt Johan Heldenbergh de tweehonderd jaar geleden geboren iconische provocateur-filosoof Karl Marx opnieuw tot leven. Acteur-filosoof Stefaan Van Brabandt schreef en regisseerde de monoloog. ‘Als je de geschiedenis overschouwt, is Karl Marx de filosoof met de meeste impact. Ik vermoed dat hijzelf het zo niet had bedoeld.’

 

Als jongen van dertien droomde Stefaan Van Brabandt van een leven als rockmuzikant, schrijver en acteur. Al die dromen maakte hij waar: hij blikte een cd in, acteerde bij Compagnie De Koe en schreef Het voordeel van de twijfel, het boek bij de bejubelde reeks over filosofie die hij in 2014 voor Canvas maakte. Die reeks kwam er nadat hij de studie filosofie aan de universiteit van Antwerpen magna cum laude had afgerond. Niet veel later schreef en regisseerde hij Socrates, een theatermonoloog waarin Bruno Vanden Broecke in de huid kroop van de Griekse wijsgeer die zijn tijdgenoten graag lastige vragen voor de voeten wierp. Dinsdag 17 januari ging Van Brabandts tweede filosofenmonoloog Marx in première, met Johan Heldenbergh als de precies 200 jaar geleden geboren Karl Marx.

 

Was het niet eerst de bedoeling dat Jan Decleir de rol van Marx zou vertolken?

Stefaan Van Brabandt: Al vrij snel kwamen we er achter dat we er een verschillende opvatting over theater op nahouden, waarna Jan Decleir afhaakte. Hij had Socrates met Bruno gezien en zei: ‘Ik ben geen cabaretier.’ Terwijl ik net hou van een lichte toon en het fijn vind dat het publiek rechtstreeks wordt aangesproken. Jan zag er tegenop om met de mensen in de zaal in gesprek te gaan. Hij is de monoloog nooit beginnen repeteren. In mei is de voorstelling met hem geannuleerd en bood mijn gezelschap De Verwondering de nieuwe monoloog met Johan Heldenbergh in de rol van Karl Marx aan de culturele centra aan. Johan als Marx is mijn keuze. Uit interviews die ik met hem gelezen had, kon ik opmaken dat hij zeer sociaal geëngageerd is. Als speler heeft hij een heel groot charisma en hij acteert buitengewoon intelligent en gevoelig. Hij heeft ook veel ervaring met monologen. Hij was een tijdje van het toneel verdwenen; Marx mag je nu dus gerust zijn comeback noemen.

 

Marx is na Socrates de tweede filosoof in uw reeks monologen. Mag ik daaruit ook uw persoonlijke filosofenrangschikking afleiden?

Van Brabandt: Nee. Ik wou Marx oorspronkelijk niet als tweede. Ik had een andere lijn in mijn hoofd, met eerst Socrates, daarna Søren Kierkegaard, vervolgens Arthur Schopenhauer en dan Friedrich Nietzsche. Tot een vriend me tijdens een gesprek op café zei: ‘Onze tijd vraagt niet naar een christelijke denker als Kierkegaard, maar naar Marx.’ Ik moest hem gelijk geven: de filosofie van Karl Marx is inderdaad zeer actueel. Daarom heb ik hem naar voor geschoven. In 2007 werd hij trouwens tot de invloedrijkste filosoof aller tijden uitgeroepen door de luisteraars van de BBC-radio. Niemand verwachtte dat toen. De dag nadien kopten de kranten: ‘Het monster Marx is terug’. Commentatoren vroegen zich vertwijfeld af waarom de Britten precies die man hadden uitverkoren. Maar als je de geschiedenis overschouwt, is Karl Marx zonder twijfel de filosoof met de meeste impact. Al vermoed ik dat hijzelf het zo niet had bedoeld.

 

Nu wordt vaak gezegd dat hij zou gruwen van hoe zijn ideeën in de praktijk gebracht zijn. Maar is dat echt zo?

Van Brabandt: In zijn denken zit zeker een kiem van totalitarisme, al heeft hij nooit een blauwdruk geschreven van hoe het communisme er volgens hem in de praktijk zou moeten uitzien. Na de val van de Muur in 1989 is de pervertering van zijn leer op de schroothoop van de geschiedenis beland. Maar sommige van zijn analyses gelden wel degelijk nog steeds. Onze voorstelling begint ook met zijn verdediging. In mijn monoloog verwijst hijzelf naar Nietzsche, wiens Übermensch door de nazi’s ingelijfd werd. Moeten we daarom Nietzsche in de ban slaan? De theorieën van Einstein hebben geleid tot de atoombom. Moeten we dan ook Einstein bij het oud vuil zetten? Het christendom verkondigt een boodschap van vrede en liefde, maar de katholieke kerk groeide uit tot een machtsinstituut dat doorheen de geschiedenis veel ellende veroorzaakt heeft. Moeten we daarom Jezus de deur wijzen? Is een bedenker van een idee verantwoordelijk voor wat anderen ermee aanvangen? Met een hamer kun je een spijker in de muur slaan om een schilderij aan op te hangen, maar je kan er ook je schoonmoeder de kop mee inslaan. Die ambiguïteit zit zeker in de leer van Marx. Bij leven en welzijn lag hij al in onmin met al wie dacht hem te begrijpen. Hij maakte voortdurend ruzie met zijn medestanders en volgelingen. Na zijn dood werden zijn ideeën gerecupereerd en verdraaid. Sommigen zetten zijn leer graag in om macht te verwerven. Dat is geresulteerd in een oceaan van bloed. En ook al vind je dictatoriale trekjes in het marxisme, de bedenker ervan keert zich volgens mij toch om in zijn graf als hij ziet wat er in zijn naam aangericht is.

 

Is uw monoloog een poging tot eerherstel?

Van Babandt: We willen Marx niet op een voetstuk zetten. In onze voorstelling komen al zijn schaduwkanten aan bod. Hij leidde een buitengewoon tragisch leven vol tegenstellingen. Zijn eigen daden stemden vaak niet overeen met wat hij dacht. Dat is iets wat je wel meer ziet bij grote denkers. Daarom ook noemen we hen geen wijzen, maar ‘wijsgeren’: ze begeren de wijsheid. (lacht) Een van Marx’ slogans luidde: ‘Niets menselijks is mij vreemd.’ Dat was niet overdreven. Maar ondanks al die problematische hoeken en kanten aan zijn leven en werk, blijft er genoeg over dat de tand des tijds doorstaat.

 

Zoals?

Van Brabandt: Bijvoorbeeld zijn ideologiekritiek. Volgens hem leven we in een bepaalde ideologie zonder dat we ons daar ten volle bewust van zijn. Vandaag is dat het neoliberalisme, terwijl we geloven van niet en onszelf wijsmaken dat we het einde van alle ideologieën meemaken. In 1989 schreef de Amerikaanse filosoof en politicoloog Francis Fukuyama zijn beruchte essay ‘Het einde van de geschiedenis’. Sindsdien wordt de homo economicus naar voor geschoven met winst en groei als voornaamste motor. Collectieve sociale voorzieningen zijn afgebouwd of geprivatiseerd.

Ook Marx’ onderbouw-bovenbouwtheorie blijft zeer actueel. De onderbouw wordt gevormd door productiemiddelen en -verhoudingen, die samen de productiekrachten vormen. Ze dicteren de bovenbouw die bestaat uit onder andere de staat, de politiek, de wet en de cultuur. Natuurlijk is dat in realiteit geen eenrichtingsverkeer waarbij de onderbouw de bovenbouw aanstuurt, maar toch ‘dicteert de macht nog steeds wat wordt gedacht’.

Zelfs als de armoede ooit totaal opgelost raakt, blijft het problematisch dat een heel kleine groep van extreem rijken via hun lobbygroepen de wetten dicteren. In de Verenigde Staten zien we dat op dit moment voor onze ogen gebeuren. Maar ook in Europa worden veel wetten door de economische macht voorgekauwd. Er is een verwevenheid tussen economie en politiek en de resultaten daarvan zie je in de besluitvorming.

Marx beschouwde de mens als een door en door sociaal én creatief wezen. Onze essentie is dat we samenwerken en dat we tonen wie we zijn door dingen te maken. We zijn scheppende wezens en willen daar erkenning voor. In het kapitalistische systeem loert volgens Karl Marx de vervreemding om de hoek: we vervreemden van onze kern als sociaal en creatief wezen. We zien onze medemens niet meer als broeder, maar worden concurrenten en rivalen. We vervreemden ook van de natuur en vluchten in suiker, vet, entertainment of religie.

 

Marx’ analyse geldt nog steeds, maar de manier waarop ze in de vorige eeuw in de praktijk gebracht werd, kunnen we best vergeten?

Van Brabandt: Ja. Ik ben noch communist, noch marxist en Karl Marx was dat ook niet. (lacht) In een brief schreef hij: ‘Het laatste wat ik wil zijn is een marxist.’ Hij vond het vreselijk dat in zijn tijd zijn gedachtegoed al werd omgesmeed tot een dogmatische doctrine. Voor hem was het een methode om te onderzoeken, analyseren en bekritiseren. In zijn Communistisch Manifest uit 1847 steekt hij zelfs een warme, gloedvolle lofzang af op het kapitalisme. Hij schrijft dat het kapitalisme een ongeziene productiviteit en dynamiek, ‘de grootste wonderen’, voortgebracht heeft, zoals nooit eerder in de geschiedenis. Kapitalisme is voor hem geen eindstation, maar een tussenfase. Hij pleit niet voor een terugkeer naar de middeleeuwen, integendeel, hij vindt de industriële en technologische vooruitgang fantastisch. Het kapitalisme is voor hem een noodzakelijke fase in de ontwikkeling van de mens; daaruit zal het communisme als correctie geboren worden. Vandaag zijn we vergeten dat Karl Marx in zijn tijd een radicale liberale democraat was. Het socialisme is voortgekomen uit dat liberalisme.

Uit angst voor het rode gevaar zijn er in onze Europese kapitalistische samenlevingen sociale correcties doorgevoerd. Voor Marx gaan die correcties van onze sociaaldemocratie niet ver genoeg: hij noemt ze louter symptoombestrijding en spreekt schamper over het ‘bourgeoissocialisme’. Hij vindt dat we niet tevreden mogen zijn met wat kruimels en de onrechtvaardigheid structureel moeten aanpakken. Het afschaffen van de kinderarbeid, betaald verlof, de 38-urenweek: allemaal goed en wel, maar ook degenen die de productiemiddelen in hun bezit hebben, moeten volgens Marx aangepakt worden.

 

Met het oog op de monoloog hebt u zich op het werk van Karl Marx gestort. Is het anno 2018 nog leesbaar?

Van Brabandt: Sommige teksten zeker wel, zoals het Communistisch Manifest. Dat is helder, wervend en literair, vol mooie beelden. Het Kapitaal werd in zijn tijd al als zware kost beschouwd; ikzelf vind het ontzettend moeilijk om te lezen. Ik heb een aantal professoren gesproken die me de belangrijkste stellingen uit het boek klaar en duidelijk uitlegden. Het essay De Achttiende Brumaire van Louis Bonaparte uit 1852 over de staatsgreep van Napoleon is dan weer kraakhelder. Het werk van de jonge, humanistische Marx is zeer leesbaar en levendig, net als zijn vele brieven.

Ik heb ook een flinke stapel biografieën gelezen en ik viel van de ene verbazing in de andere. Ik was vergeten dat het leven in de negentiende eeuw zo ruw was. Revolutionairen trokken ten strijde tegen koning, kerk en kapitaal. Het was het begin van de industrialisering en Europa zat in zeer woelige tijden. Censuur en vervolging vierden hoogtij; Marx was zijn hele leven een politiek vluchteling. Hij heeft ook een tijdje in Brussel gewoond, in de voorstelling wordt daar veel aandacht aan geschonken. Marx werd achtervolgd door deurwaarders en kende grote armoede. Ik vond het heel verrassend toen ik las dat zijn vrouw Jenny von Westphalen een barones was. Zijn mecenas Friedrich Engels bleek dan weer uit een volbloed kapitalistisch nest te stammen, met een vader die een superrijke katoenfabrikant was in Manchester. Overdag speelde Engels ten behoeve van zijn familie het kapitalistische spel mee om dat ‘na zijn uren’ samen met Marx te bestrijden.

Karl Marx was een revolutionair, maar in tegenstelling tot wat algemeen geloofd wordt, wou hij die revolutie niet ‘nu en meteen’. Het kapitalisme moest eerst zelfs aangemoedigd worden. Want uiteindelijk zouden die kapitalisten toch hun eigen graf delven. Ze moesten hun rol helemaal uitspelen, pas dan was de tijd rijp voor revolutie. Intussen wou Marx de intellectuelen het theoretische gereedschap bezorgen waarmee ze later de barricaden konden bestormen. Soms riep hij op tot geweld. Nu vinden we dat problematisch, maar in de negentiende eeuw was bijvoorbeeld duelleren nog een algemeen aanvaarde manier om geschillen te beslechten. Een mensenleven was niet zoveel waard, zeker als je arm was.

 

Beleven we vandaag een even woelig tijdsgewricht als in de negentiende eeuw?

Van Brabandt: Het ging er toen toch iets steviger aan toe. Doordat we nu wereldwijd handel met elkaar drijven, voeren we veel minder oorlogen. Onze economische ontwikkeling leverde ons meer welvaart op, alleen betalen we daar een afschuwelijke ecologische prijs voor. Vanuit historisch perspectief is onze welvaart gebouwd op genocide en slavernij. Toch wil ik de positieve gevolgen van de stijging in productiviteit echt niet onder de mat vegen. Ik vind het wel heel jammer dat die welvaart niet vertaald wordt in meer vrije tijd en welzijn. Het wordt hoog tijd dat we ons afvragen waarom we ons te pletter aan het werken zijn. Moet ons doel niet zijn: het goede leven? Ik vind niet dat we onszelf in concurrentie met landen als China nog meer de pleuris moeten werken. Nee, we moeten wel moreel, sociaal en cultureel de concurrentie met de rest van de wereld aangaan en zo tonen dat het anders kan. Wat houdt ons tegen om vier uur per dag te werken en de rest vrij te houden om te spelen, te vrijen en elkaar verhalen te vertellen?

 

Misschien omdat het onbetaalbaar is?

Van Brabandt: Maar nee, we leven in overvloed; geld kan toch geen probleem zijn? De vraag is eerder hoe we de rijkdom zullen herverdelen. Staat de economie ten dienste van de mens of van een kleine groep multinationals en aandeelhouders? We mogen nooit uit het oog verliezen dat het neoliberalisme ontzettend veel slachtoffers maakt: ziekten zoals burn-out en depressie en de hoge zelfmoordcijfers komen niet zomaar uit de lucht vallen.

 

U bent dus een voorstander van het basisinkomen?

Van Brabandt: Toch van de sociale versie. Want er is ook het puur kapitalistische basisinkomen ter vervanging van àlle sociale voorzieningen. Ik ben voorstander van een basisinkomen bovenop ons bestaande sociale stelsel met gratis onderwijs en gezondheidszorg. U vraagt zich af wie dat zal betalen, maar dat vroegen ze zich ook al af toen vrouwen mochten gaan werken of toen de slavernij werd afgeschaft. De gevaarlijke utopisten zijn degenen die alles bij het oude willen laten: ‘Laat ons verder doen zoals we bezig zijn.’ Sorry, maar dat is onhoudbaar, onwenselijk én onrealistisch.

 

U bent niet bang dat mensen met te veel vrije tijd zich te pletter zullen vervelen?

Van Brabandt: Uw vraag getuigt van een vrij pessimistisch mensbeeld. Ik ben zelf meer een optimist, maar dan eerder van de wanhopige soort. (lacht) Ik geloof echt dat mensen nood hebben aan meer vrije tijd. Technieken zoals mindfulness worden nu ingezet om ervoor te zorgen dat we de waanzin beter aankunnen. In plaats van ons met oplapmiddelen zoals yoga en wellness aan de gestoorde wereld aan te passen, zouden we die dolgedraaide wereld beter aanpassen aan onszelf. Net als Karl Marx ben ook ik voorstander van veel vrije tijd. Want dan kunnen mensen al hun talenten in volle vrijheid ontplooien. Marx geloofde niet dat ze dan in ledigheid en lethargie zouden wegzinken. Hij schreef: ‘In de ochtend een beetje vissen, ’s middags jagen en ’s avonds lezen en filosoferen.’ In zijn ogen is dat onze essentie. Hij heeft gelijk.

 

Speellijst van Marx op www.stefaanvanbrabandt.com

 

(c) Jan Stevens

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s