Het kalifaatmeisje

In het boek Laura H., het kalifaatmeisje uit Zoetermeer, reconstrueert de Nederlandse journalist Thomas Rueb de belevenissen van Nederlands bekendste Syriëreizigster. Vader Eugène H. betaalde 10.000 euro aan een schimmige organisatie om zijn dochter te redden uit het kalifaat. “Ik blijf geloven dat ze Laura écht hielpen ontsnappen. Alleen hebben zij liever dat iedereen gelooft dat ze alles verzinnen.”

 

Op 12 juli 2016 troffen de Koerdische Peshmerga aan de frontlinie tussen het kalifaat van Islamitische Staat en Iraaks Koerdistan een jonge vrouw aan. Ze dwaalde door de woestijn met een peuter en een baby. Dezelfde dag nog verklaarde ze op de Koerdische tv dat ze Laura heette, in Den Haag geboren was en afkomstig uit ‘Sweet Lake City’. Ze was ontsnapt uit IS-gebied en wou naar huis, naar Zoetermeer, waar haar vader Eugène op haar wachtte.

“Bij aankomst op Schiphol werd Laura gearresteerd en opgesloten in de zwaarbeveiligde terroristenafdeling van de gevangenis van Vught”, vertelt Eugène H. aan de eettafel in zijn doorzonwoning. Eugène is vooraan in de vijftig en HR-manager bij een grote sociale onderneming. Jaren geleden scheidde hij van de moeder van Laura. Hij hertrouwde en leeft vandaag met zijn vrouw en hun achtjarige dochter in een buitenwijk van Zoetermeer. “Laura zat in Vught naast Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo Van Gogh”, zegt Eugène. “Justitie dacht dat ze door IS naar Nederland gestuurd was om hier een aanslag te plegen, net zoals Nicholas Brody in de serie Homeland. Volslagen onzin.”

Vandaag leeft de pas 23 geworden Laura H. met dochter en zoontje terug in Zoetermeer. “Op straat herkent niemand haar zonder hoofddoek”, zegt vader Eugène. “Dat is prima. We komen liever niet met ons gezicht of onze familienaam in de media. We zijn voorzichtig.”

 

Omwille van doodsbedreigingen?

Eugène H.: “Nee, maar we willen liefst snel in de luwte verdwijnen. Dat is beter voor Laura en de kinderen. Nu is er dit boek van Thomas Rueb, daarna houdt het op.”

 

Wat vindt u van het boek?

“Ik ben diep onder de indruk. Maar ik ben ook erg geschrokken, want een aantal zaken wist ik niet. Jaren geleden moest ik op de middelbare school Christiane F. lezen. Dat boek raakte me midscheeps. Tijdens de lectuur van Laura H. bekroop me hetzelfde gevoel. Niet zo lang geleden was ik razend op de manier waarop het Openbaar Ministerie mijn dochter aangepakt heeft en op de wijze waarop haar proces werd gevoerd. Maar dankzij het boek begrijp ik beter waarom er zoveel verwarring was. Wat niet wil zeggen dat ik begrip heb voor hoe ze Laura behandeld hebben. Haar opsluiting in Vught was buitensporig en heeft haar voor het leven beschadigd.”

 

Hoe gaat het nu met haar?

“Uitstekend. Ik ben heel trots op haar. Gisteren was haar verjaardag; het was fantastisch. Ik heb twee blije kleinkinderen en Laura is een mooie, stevige moeder. Ze staat als een huis. Ze volgt een opleiding en zit vol toekomstplannen. Later wil ze meisjes begeleiden die hetzelfde meegemaakt hebben.

Laura is geboren in 1995 en was een vrolijk kind. Een dromertje, maar verder was er niets op haar aan te merken. Ze was dol op Ingmar, haar twee jaar jongere broertje. Hij was ernstig ziek, kreeg daardoor een groeiachterstand en is op 3 mei 2014 overleden.

Door dit boek weet ik nu hoe heftig haar tienerjaren waren. Natuurlijk wisten we dat er veel misliep, maar dat het zo erg was, is nieuw voor mij. Ze had als meisje van dertien al problemen met haar identiteit en ik maakte me daar veel zorgen over. Ze had het vooral lastig met de ziekte van Ingmar en de aandacht en zorg die daar naartoe ging. De levensbedreigende ziekte van onze zoon zette ook druk op de relatie met mijn ex-vrouw. Ons hele gezin begon te wankelen.

Alles draaide rond Ingmar en bijna krampachtig probeerden we om het tussen onze kinderen weer gelijk te trekken. Als hij een cadeautje kreeg, kreeg zij er ook een. Maar als we op straat een bekende tegenkwamen, vroeg die altijd: ‘Hoe is het met Ingmar?’ In de kleine Laura leek niemand geïnteresseerd. Ze verweet Ingmar niet dat de wereld rond hem draaide, maar ze ging wel op zoek naar liefde en aandacht. Daar is de kiem gelegd. Op de middelbare school raakte ze zo op het verkeerde spoor en kreeg ze te vroeg seksueel contact.”

 

Met jongens van Marokkaanse origine.

“Dat waren de jongens waar zij op viel en die achter haar aan gingen.”

 

Zij beschouwden haar rond haar dertiende en veertiende als een hoertje.

“Dat klinkt heel cru, maar het is waar. In het boek las ik voor het eerst hoe het er echt aan toe ging. Dat was erg schrikken. Ik wist wel dat er problemen op school waren. Er waren verschillende gesprekken met leerkrachten, maar ook zij zagen een aantal cruciale dingen niet. Op school zou er echt veel meer aandacht voor sommige subculturen moeten zijn. Laura was veertien toen ze haar naam veranderde in het islamitische Lamyae en in de klas een hidjab begon te dragen. Thuis zag ze er toen nog heel gewoon uit. Maar op school stelde niemand zich daar vragen over.”

 

Lang voor Laura ook maar een woord uit de Koran las, droeg ze een hoofddoek en at ze halal. De uiterlijke kenmerken van de islam leken haar meer te interesseren dan het inhoudelijke?

“Je mag gerust stellen dat ze de islam inhoudelijk nooit helemaal omarmd heeft. Moslima worden, was haar manier om aan te sluiten bij de rest van de groep. Je kan zelfs stellen dat ze nooit echt geradicaliseerd is. Ze wou alleen maar zo graag bij de jongeren uit haar klas horen.”

 

Op een dag kwam ze met haar hoofddoek thuis. Hoe reageerde u?

“Enorme discussies vloeiden daaruit voort. Twee jaar eerder was ze op een vreselijke manier door een paar van die jongens mishandeld, het was een soort verkrachting. Ik kwam daar toevallig achter en nam haar mee naar het politiebureau om aangifte te doen, maar zij wou niet meewerken. Toen ze met haar hoofddoek thuiskwam, zei ik: ‘Maar Laura toch, voor de jongens die jou indertijd zoiets hebben aangedaan, draag jij nu een hoofddoek?’ Ze antwoordde: ‘Wie heeft dat meegemaakt? Jij of ik?’ Toen waren we uitgepraat.”

 

Als ze haar hoofddoek opzette en haar naam veranderde, verdween Laura met al haar problemen, en kwam de ‘zuivere’ Lamyae in de plaats?

“Precies. Ze worstelde met een knoert van een identiteitscrisis en in haar zoektocht naar liefde botste ze telkens weer op de verkeerde kerels. Door het boek ken ik nu al die gasten en het maakt me zo verdrietig dat er geen geschikte jongen tussen zat die haar écht wou helpen.”

 

Met Ibrahim, de meest gewelddadige, vertrok ze naar het kalifaat.

“Dat is het meest schokkende. Zij geloofde in eerste instantie dat ze niet naar het kalifaat trok, maar naar ‘Sham’, naar moslimland waar ze volgens de wetten van de islam kon leven. Dan zou alles goed komen. Ze wilde hier weg en Turkije en Egypte stonden op haar verlanglijst. Ibrahim mishandelde haar zwaar en veelvuldig.”

 

Hebt u daar ooit iets van gemerkt?

“Eén keer. We hebben toen ook aangifte gedaan. Ze was achttien, had een dochtertje uit een vorige problematische relatie en was zwanger van haar zoontje. We kwamen bij Veilig Thuis terecht, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. De politie, Jeugdzorg, thuishulp en talloze andere diensten zijn daarin actief. Samen met Laura zat ik met die mensen rond tafel en toen kwam hij binnen. Iemand zei: ‘Als Ibrahim je weer in elkaar slaat, bestaat de kans dat we de kinderen bij je weghalen.’ Dat was het laatste duwtje dat ze nodig had om te vertrekken. Hij maakte haar wijs: ‘In Sham mag ik je niet meer slaan, want daar is alles mooi en islamitisch.’”

 

Ibrahim kwam zelf uit een gewelddadig milieu en werd zwaar mishandeld door zijn vader.

“Zeker, maar is dat een excuus om later je vrouw op regelmatige basis in elkaar te slaan? Hij had veel meegemaakt, was daar behoorlijk verknipt door geraakt en was ook écht geradicaliseerd. Hij wou doelbewust naar het IS-kalifaat. Eerder deze week zei Laura me: ‘Door te doen wat Allah vroeg, hoopte ik dat het goed zou komen.’”

 

Ze boekten een all inclusive strandvakantie in het Turkse Alanya. Van daaruit vertrokken ze met hun twee kleine kinderen via de grensstad Gaziantep naar Manbij in Syrië, IS-gebied. Wanneer hoorde u dat uw dochter in het kalifaat zat?

“Ibrahims oudste zus Eva belde me midden september 2015. Het was anderhalf jaar nadat Ingmar was overleden. Het nieuws dat mijn dochter samen met haar kindjes in het kalifaat zat, kon ik bizar genoeg moeilijker plaatsen dan het definitieve einde van mijn zoon. Ik snap dat gevoel zelf niet, maar het was er. (stilte) Na dat telefoontje van Eva kon ik niet meer praten.

Ik ging naar de politie en die rechercheur zei: ‘Wacht nog even af. Uw dochter zoekt binnen een paar weken contact met u. Ze zal zeggen: “Ik ben veilig. Het is hier goed en het is mijn eigen keuze.”’ Ik begon Laura te bestoken met berichtjes, en het bleef stil. Tot zij me contacteerde via Whatsapp, net zoals die politieman voorspeld had. Ze leefden eerst in Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat, waar het een zootje was. In hun propagandafilmpjes stelde IS het leven in het kalifaat voor als een paradijs, maar in werkelijkheid was het doffe ellende. Niet veel later verhuisden ze naar Mosoel in Irak. Daar was het niet veel beter.

Na dat eerste appje werd het wekenlang stil. Tot kerstavond, 2015. Toen kreeg ik een tekstbericht van Piet, een man uit Den Haag die ik niet kende. ‘Je dochter heeft contact met mijn dochter’, las ik. Ik belde hem meteen. Piet bleek de vader van een bekeerd meisje dat ook naar het kalifaat was afgereisd en in Mosoel was beland. Daar was ze Laura tegen het lijf gelopen. ‘Mijn dochter wil naar huis,’ zei Piet. ‘Ze zegt dat Laura dat ook wil.’ Ik was zo blij. Niet veel later dacht ik: ‘Wat nu, Laura? Hoe krijgen we je daar weg?’ Begin januari probeerden de twee meisjes samen via een smokkelaar te ontsnappen, maar dat mislukte. Want de vermeende smokkelaar bleek een taxichauffeur te zijn die enkel op geld uit was. We waren terug bij af.”

 

Toen maakte u kennis met Daniël Köhler?

“We werden bijgestaan door Familiesteunpunt Radicalisering, intussen omgedoopt tot Landelijk Steunpunt Extremisme. Niet lang na Laura’s mislukte ontsnapping wezen zij me een nieuwe casemanager toe. Die vrouw bracht me in contact met de Duitse radicaliseringsexpert Daniël Köhler. Volgens haar had hij overal contacten. Google Daniël en je zal zien dat hij als directeur van het German Institute on Radicalization and De-radicalization Studies (GIRDS) inderdaad betrouwbaar oogt. Het Familiesteunpunt huurde hem in om trainingen te geven. Ik mailde Daniël met een verzoek om hulp. Een paar dagen later antwoordde hij dat hij zijn ‘team on the ground’ ging inschakelen om Laura te redden. Dat zou me 10.000 euro kosten, wat ik ook betaald heb.”

 

Een paar maanden geleden vertelde Fatima Ezzarhouni, moeder van een Antwerpse Syriëstrijder, in een interview met Knack dat zij lezingen gevolgd had van die Daniël Köhler. “Vroeger werkte hij met families van neonazi’s, nu ook met families van jihadi’s”, zei ze. Na lezing van het boek van Thomas Rueb kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Köhler u opgelicht heeft.

“Ik blijf voorzichtig met mijn oordeel. Mijn advocaat zei ook: ‘Er klopt niets van die man zijn verhaal’. Maar ik weet vrij zeker dat de Britten uit zijn team veel ondernomen hebben.”

 

Hebt u het dan over Gavin Kirkum, heftruckchauffeur uit Essex en ex-buitenwipper van discotheek The Pink Toothbrush? Hij is de man naar wie u op Köhlers verzoek 10.000 euro overschreef. Kirkum vertelde later aan de politie dat hij geen enkele militaire of operationele ervaring had, maar wel ooit bij de Britse spionagedienst gesolliciteerd had.

“Nee, ik heb het over W., de man achter Kirkum.”

 

Auteur Thomas Rueb ontmoette de illustere ‘spion W.’ Het beeld dat hij van die man schetst, is niet al te fraai. Een James Bond met overgewicht die vooral gespecialiseerd lijkt in cowboyverhalen.

“Ik weet dat Thomas zijn twijfels heeft, maar ik ken W. intussen echt goed. Ik heb vaak contact met hem gehad en W. is geen fantast. Ik kan me niet voorstellen dat zijn bedoelingen slecht waren of dat hij de interventies van zijn team in IS-gebied verzon.”

 

Dat wil dus zeggen dat er een geheime gespecialiseerde groep actief is die de voorbije jaren verschillende Syriëgangers op gevaar voor eigen leven ging terughalen?

“Daar ben ik vrij zeker van. Alleen is het een voorzichtige organisatie die liever heeft dat iedereen gelooft dat ze alles verzinnen.”

 

Rueb reisde naar Irak en sprak daar met iedereen die iets weet over de ontsnapping van uw dochter. De conclusie is: in geen velden of wegen waren speciale agenten te bekennen. Uw dochter en haar kinderen hadden veel geluk dat ze de ontsnapping overleefden. Met uw 10.000 euro is niets ondernomen.

“Dat weet ik niet. Het is wel zo dat Köhler het verhaal heeft aangedikt. Met hem heb ik naderhand geen contact meer gehad. Tijdens het gerechtelijk onderzoek legde hij verklaringen af die leken te bevestigen dat Laura dubbel spel speelde. In een verhoor in december 2016 noemde hij Laura’s vluchtverhaal ‘merkwaardig’ en ‘niet geloofwaardig’. Hij sloot ook niet uit dat ze nog geradicaliseerd was en een aanslag wou plegen. Dat neem ik hem kwalijk. Maar of het nu cowboyverhalen zijn of niet: als mensen zoals Köhler en W. er niet waren geweest, hadden we Laura er nooit van kunnen overtuigen om te ontsnappen. Dan hadden we die actie nooit aangedurfd. Ze is nu terug thuis met de kinderen en dat is me die 10.000 euro meer dan waard, wat W. of Köhler er ook mee hebben aangevangen. (lacht)

Het is niet toevallig dat ze tijdens haar vlucht aan de frontlinie niet werd neergeschoten. Ze kwam recht uit IS-gebied en de Koerden hadden haar net zo goed als een zelfmoordterrorist kunnen zien. Maar nee, ze namen haar gevangen en lieten haar interviewen voor de Koerdische tv. Ik geloof dat het dankzij de scherpte van het team is dat ze vrij is. Misschien is dat dom van mij en wil ik dat alleen graag geloven. Maar wat niet te ontkennen valt, is dat het dankzij W. is dat Laura erin slaagde om Ibrahim zo te manipuleren dat ook hij wou ontsnappen. Want enkel met haar man kon ze Mosoel verlaten. W. gaf mij instructies die ik vervolgens via Whatsapp aan Laura doorgaf. Dat lukte wonderwel. Via Laura maakten we Ibrahim wijs dat ze beter naar een land zoals Turkije zouden ontsnappen, zodat hij vandaar aanslagen kon plegen. Hij tuinde daar met ogen wijd open in.

Het plan was dat ze in hun gammele Toyota tot aan de frontlinie met de Koerden zouden rijden, waar het speciale team Ibrahim zou uitschakelen en Laura en de kinderen veilig naar het Nederlandse consulaat in Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan zou overbrengen.”

 

Maar het liep anders: aan de frontlinie werden ze door IS beschoten en raakte Ibrahim zwaargewond; Laura en de kinderen werden door Koerdische Peshmerga opgepakt. Daniël Köhler liet u dezelfde dag nog weten dat de ontsnapping mislukt was en dat zijn speciale team zich terugtrok.

“Ik dacht: ‘Mijn god, het is helemaal fout gelopen. Hoe moet ik dit aan mijn ex-vrouw en mijn moeder vertellen?’ Ik ging met mijn buurman naar de Gamma hier in Zoetermeer. Ik snap zelf niet waarom ik die plek uitkoos, een andere vader was misschien een café ingelopen om de schok met drank te verdoven. Ik trok naar de Gamma. (lacht) Daar kreeg ik telefoon van mijn vrouw. ‘Je moeder is gebeld door RTL.’ Ik keerde terug naar huis en kreeg die journalist aan de lijn. ‘Proficiat met de ontsnapping van je dochter’, zei hij. ‘Ik zie haar op dit moment geïnterviewd worden op de Koerdische tv.’ Ik surfte meteen naar de site van Kurdistan24. Ik zag Laura en ze zei: ‘I was born in Den Haag and I lived in Sweet Lake City.’ (lacht) Dat was een grapje dat ik altijd tegen haar maakte toen ze nog een kind was: ‘We live in Sweet Lake City.’”

 

De Koerdische militairen die haar in niemandsland oppikten, vroegen haar of de zwaargewonde Ibrahim bij haar hoorde. “Laat hem maar liggen”, zei ze. Zo tekende ze zijn doodvonnis?

“Ja. Ik had haar dat voor het vertrek ook geadviseerd. Hij had wapens en was gevaarlijk. Het team wist dat. ‘Wat er ook gebeurt, Laura, maak dat je wegkomt.’ Ze heeft het daar achteraf moeilijk mee gehad, nu nog. We weten niet of Ibrahim toen gestorven is. Er zijn vermoedens van niet.

Ik zag Laura voor het eerst terug in Vught. Ik stond ook lang op de verdachtenlijst. Ze hebben me nooit formeel ‘verdachte’ genoemd, maar mijn advocaat zei op een bepaald moment: ‘Vermoedelijk pakken ze je deze week op.’ Ik had dat geld overgemaakt en zij dachten dat ik IS betaald had. Ze geloofden ons niet. Als ik een vader met Marokkaanse roots was geweest, hadden ze me waarschijnlijk gearresteerd. Ze stopten me niet in de cel omdat ik een witte Nederlander ben, jurist van opleiding en HR-manager.

Ik vind het logisch dat justitie je een tik op de vingers geeft wanneer je als Nederlander een tijd in het kalifaat bent gaan wonen. Ik had geen ballonnen op Schiphol voor Laura verwacht, maar ik had ook niet verwacht dat ze op die zwaarbewaakte afdeling in Vught terecht zou komen.”

 

Een jaar lang zat ze er opgesloten?

“Dat was heel moeilijk. De dag nadat Laura ontsnapt was, zat hier een rechercheur. Ik gaf hem meteen mijn smartphone zodat hij hem kon uitlezen. Ik dacht: ‘Dan hebben ze het hele verhaal.’ Al die appjes van en naar mijn dochter lezen als een boek. Daar kwam bij dat mijn telefoon maandenlang werd afgetapt; ze wisten dus alles. Ook dat Laura intussen haar geloof had afgezworen. Ik was ervan overtuigd dat alle betrokkenen van alles op de hoogte waren. Tot het Openbaar Ministerie aan zet was en zij deden alsof ze van niets wisten. Nu ik dat boek gelezen heb, snap ik beter waar het fout liep. Want het probleem is dat de geheime dienst geen informatie mag delen met het Openbaar Ministerie. Toch blijf ik het er moeilijk mee hebben.”

 

Er kwam een proces en op 13 november 2017 werd uw dochter als eerste vrouwelijke Syriëganger in Nederland veroordeeld tot twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.

“Ze werd schuldig bevonden aan het plegen van voorbereidingshandelingen met een terroristisch oogmerk, maar vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie. Laura was volgens de rechtbank geen lid van IS, maar door zich vrijwillig in het kalifaat te vestigen, had ze wel bijgedragen aan de doelstelling van de terreurgroep. Ze was erg aangeslagen door dat vonnis. Omdat ze al een jaar in de cel gezeten had, kwam ze vrij. Ook al zijn we het niet eens met het vonnis, toch besloten we niet in beroep te gaan. In nog een paar jaar onzekerheid hadden we echt geen zin meer.”

 

De Belgische regering staat zeer weigerachtig tegenover het terughalen van kinderen van Syriëstrijders die nu met hun moeders in Koerdische kampen verblijven. Het standpunt is: “Kinderen onder tien kunnen terugkomen, alleen gaan we ze niet actief ophalen.” Het resultaat is dat ze er gewoon blijven zitten. Wat vindt u daarvan?

“In Nederland is het net hetzelfde. Mijn kleinkinderen hebben nog nooit iemand kwaad gedaan; het zijn schatjes. Waarom zouden zij in ’s hemelsnaam een gevaar vormen voor de samenleving? Ze zijn echt niet gedrild of getraind om zichzelf op te blazen. Dat de ouders gescreend en gestraft worden, is terecht. Maar die kinderen zijn onschuldig en veroordelen we zo goed als ter dood door ze in die kampen te laten zitten. Het gemak waarmee een man als onze premier Rutte zich daarvan afmaakt, vind ik stuitend. Een grote schande is het.”

 

Thomas Rueb, Laura H., het kalifaatmeisje uit Zoetermeer, Das Mag, 538 blz., 25,99 euro

(c) Jan Stevens

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s