Stella Goldschlag, de Joodse vrouw die haar vrienden naar de gaskamer stuurde

In Stella brengt de Duitse schrijver Takis Würger de Joodse ‘Greifer’ Stella Goldschlag opnieuw tot leven. Tijdens WO II assisteerde zij in Berlijn de Gestapo bij het opsporen van Joodse onderduikers. ‘Schandaalroman’ Stella zette de voorbije maanden Duitsland op stelten. “Iemand vroeg zelfs een verbod. Al die heisa deed verschrikkelijk veel pijn. Na lectuur van de zoveelste vernietigende commentaar in de krant zat ik soms een potje te wenen.”

 

Begin dit jaar verscheen in Duitsland Takis Würgers tweede roman Stella. Zijn debuut Der Club leverde hem in 2017 niets dan lovende recensies op. “Mijn eersteling werd de meest succesvolle debuutroman van dat jaar”, herinnert hij zich. “‘De nieuwe Hemingway is opgestaan’, jubelden de laaiend enthousiaste recensenten in koor.”

De historische figuur Stella Goldschlag speelt de hoofdrol in Würgers nieuweling Stella. Ze werd geboren in 1922 in Berlijn als het enige kind van Gerhard en Toni Goldschlag. Als Joods meisje ervoer ze in de jaren dertig het oprukkende antisemitisme aan den lijve. Vanwege haar afkomst werd ze van de openbare school gestuurd. In augustus 1943 werd ze samen met haar ouders door de Gestapo opgepakt. Stella werd eerst gefolterd en later gerekruteerd voor de Jüdischer Fahnungsdienst, de Joodse Opsporingsdienst. Voortaan ging ze door het leven als ‘Greifer’, als ‘vanger van Joden’. In ruil voor elke Joodse onderduiker die ze verlinkte, kreeg ze 200 Rijksmark. De Gestapo beloofde haar ook dat haar ouders niet naar een kamp op transport gezet zouden worden. Niet veel later werden ze toch naar Theresienstadt gedeporteerd. Maar ook daarna bleef Stella als Greifer actief. De nazi’s gaven haar als koosnaampje ‘het blonde gif’ en na de oorlog werd ze in de Duitse pers opgevoerd als ‘de Jodin die al haar vrienden naar de gaskamer stuurde.’

Meteen na publicatie van Stella op 11 januari in Duitsland, verschenen ook de eerste recensies. De Süddeutsche Zeitung kopte: ‘Een verschrikking, een belediging en een overtreding’, en catalogeerde het boek als: ‘verraad aan de geschiedenis en de herinnering’. De Frankfurter Allgemeine vroeg zich af: ‘Waarom dit nazi-verhaal voor dummies?’ De recensent van Die Zeit vatte een dag later Stella samen tot: ‘Gruwel in kinderboekenstijl.’ De openbare omroep Deutschlandfunk noemde Würgers roman ‘holocaust-kitsch’.

Takis Würger: “Gelukkig waren er ook tegengeluiden, zo riep de Duitse televisiezender NDR op hetzelfde moment Stella uit tot boek van de maand. Omdat mijn tweede roman over de holocaust gaat, volstaat dat voor de Duitse critici om mij met de grond gelijk te maken. Na mijn succesvolle debuut had ik dit scenario perfect kunnen voorspellen en me kunnen voorbereiden op die storm, maar toch was ik er niet klaar voor. De negatieve kritieken kwamen keihard binnen, zeker in het begin. Ik moest op zoek naar een manier om ermee om te gaan. Als romanschrijver heb je geen andere keuze dan ze gewoon aanvaarden. Critici zijn er om boeken te bekritiseren. Punt. Daniel Kehlmann is momenteel in Duitsland dé topauteur. Hij mailde me om me een hart onder de riem te steken, net als nog veel andere succesvolle Duitse schrijvers. “Die kritiek is normaal”, schreven ze. “Wen eraan.” Ze hebben gelijk, alleen gingen de hardheid en de wreedheid bij Stella in overtreffende trap.”

 

Kwam dat door de gevoeligheid van het onderwerp: de holocaust?

“Nee. Het was heel persoonlijk. U hebt mijn boek gelezen. Vindt u het ook zo schokkend dat het de gemoederen tot een kookpunt kan drijven? Nee, toch? Natuurlijk geeft Stella stof om over na te denken. Maar om daar dan compleet hysterisch over te worden? Er bestaan ook nog échte schandaalboeken. Ik heb niets nieuws verzonnen. Stella is een liefdesverhaal dat zich afspeelt tijdens de holocaust, met een vrouw in de hoofdrol die gebaseerd is op een historische controversiële figuur.”

 

Misschien is het meest choquerende dat Greifer Stella Goldschlag in uw roman sympathiek, begeerlijk, slim en kunstzinnig is.

“Ik kan me voorstellen dat sommigen dat over the top vinden, alleen is daar merkwaardig genoeg nooit een opmerking over gemaakt. De voornaamste kritiek luidt: ‘Mag die Würger wel zo’n roman schrijven?’ Waarom niet? Kunst is vrij; àlles mag geschreven worden. We gaan toch geen boeken verbannen? Weet u dat iemand me juridisch vervolgde voor mijn roman? De Berlijnse advocaat Karl Alich sleepte me voor de rechter en wou Stella uit de rekken.”

 

Waarom?

“Omdat ik ‘de doden verstoorde’. Volgens mij verstoor je de doden als je op het kerkhof een lijk opgraaft en vervolgens met de beenderen begint te spelen. De rechter stuurde Alich wandelen. Meteen nadat die man me aangeklaagd had, stonden de kranten weer vol: ‘Aanklacht tegen Takis Würger’. Wie wil, kan tegenwoordig om het even wie voor om het even wat voor de rechter slepen.

“Ik heb een vreselijk bizar voorjaar achter de rug. Ik ben nu writer in residence aan de universiteit van New York en ben blij dat er die fysieke afstand is tussen mij en Duitsland. Een paar dagen geleden landde ik op de luchthaven van Schiphol en ik dacht: ‘O nee, nu krijg ik die shit opnieuw over me heen.’ Maar iedereen is hier heel meelevend. Mensen vragen voorzichtig: ‘Wat is er aan de hand in Duitsland?’ Stella verscheen gelijktijdig in Duitsland en Italië. Mijn boek werd ook gerecenseerd door de grote Italiaanse bladen. Ze hielden er allemaal van en niemand riep op tot een verbod. Ach, misschien is het wel goed dat de Duitsers de herinnering aan de holocaust en hun nazi-verleden zo onder de microscoop leggen. Al deed de heisa rond Stella me verschrikkelijk veel pijn en zat ik vaak te wenen na lectuur van de zoveelste vernietigende recensie.”

 

Boekhandelaars verdedigden u. Eind februari schreven ze in een open brief in hun vakblad Börsenblatt dat ze uw roman ondanks alles graag en van harte wilden verkopen.

“Ik ben hen zeer dankbaar. Intussen is Stella uitgegroeid tot de meest succesvolle roman van het voorjaar. Op de laatste bladzijde staat mijn e-mailadres. Ik ontving duizenden mails, die ik allemaal beantwoord heb. De overgrote meerderheid is positief. Niet dat al mijn lezers me de hemel in prijzen, maar ze laten me weten dat mijn boek hen aan het denken zet. Sinds de publicatie van Stella gaf ik in Duitsland zowat vijftig lezingen, voor telkens vijfhonderd mensen. Het was hallucinant. Op een van die lezingen begonnen ze tegen elkaar te roepen. In normale omstandigheden komen enkel fans naar hun favoriete schrijver luisteren. Nu verschijnen er ook fervente tegenstanders van Stella op mijn lezingen. Dat zorgt voor een rare sfeer. De eerste keren schrok ik, intussen vind ik dat niet zo erg meer. Natuurlijk wil je dat mensen van je werk houden, maar misschien is het nog belangrijker dat je boek een debat aanvuurt. De discussie gaat nu over hoe we ons de holocaust en de misdaden van de nazi’s willen herinneren.

“Toen ik voor het eerst over Stella Goldschlag hoorde, besefte ik dat ik haar keuzes niet kon beoordelen. Ik heb nog steeds geen idee wat ik in haar plaats gedaan zou hebben. Ik durf geen oordeel vellen over hoe schuldig ze is. Open vragen zijn een goed vertrekpunt voor een roman. Ik las alles wat ik over haar kon vinden. Haar leven is vrij uitgebreid gedocumenteerd. Ik ben geen historicus gespecialiseerd in de holocaust.”

 

U bent journalist en werkt deeltijds voor Der Spiegel.

“Precies. Ik wou niet als journalist over Stella schrijven, maar als romancier. Langzaamaan groeide het idee om haar leven in Berlijn te beschrijven via de fictieve jongeman Friedrich.”

 

Hij is stinkend rijk en afkomstig uit Zwitserland. Waarom dat land?

“Ik had een reden nodig waarom Stella precies hem als minnaar zou willen. Die reden is zijn Zwitserse paspoort: dat gaf haar de mogelijkheid om als zijn echtgenote nazi-Duitsland te ontvluchten. Hun relatie startte op een moment dat het voor haar nog mogelijk was om Berlijn te verlaten. Zwitserland zou een ideale bestemming geweest zijn. Zij raakt pas in Friedrich geïnteresseerd op het moment dat ze doorheeft dat hij Zwitser is.”

 

Was de echte Stella Goldschlag ook een opportuniste?

“Ik denk het wel. Ze was tot alles bereid om te kunnen overleven. Als Joodse in Duitsland had ze natuurlijk niet veel keuze.”

 

Uw roman speelt zich af in 1942. Uw fictieve Stella is op dat moment actief als Greifer. De echte Stella begon pas joden te verlinken vanaf 1943.

“Dat klopt, maar u mag niet uit het oog verliezen dat mijn Stella geïnspireerd is op de historische Stella Goldschlag. In tegenstelling tot mijn Stella, was zij in 1942 een getrouwde vrouw. Toch zijn de gelijkenissen tussen beide Stella’s frappant: ze collaboreerden allebei met de nazi’s, waren allebei blond, slim en mooi en zongen allebei in een jazzband. De Jodin Stella Goldschlag was het prototype van het Arische ideaal en zette zo de rassenleer van de nazi’s een neus. De meeste Joden die erin slaagden om de Tweede Wereldoorlog in Berlijn te overleven, waren blond en leken totaal niet op het clichébeeld dat de nazi’s van hen schilderden. Ik koos voor 1942 omdat het in dat jaar nog perfect mogelijk was om naar Berlijn te reizen. In januari ’43 zou dat complete waanzin geweest zijn. Want dan kwam de oorlog naar Duitsland.”

 

Volgens uw roman was Berlijn in ’42 een behoorlijk swingende stad.

“De meeste mensen hebben een totaal vertekend beeld van Berlijn tijdens WO II. Ze zien een verwoeste, platgebombardeerde stad, maar dat is het Berlijn van 1944 en ’45 uit de film Der Untergang. Ik las stapels historische boeken over Berlijn in de jaren veertig en tijdens het schrijven ging ik te rade bij drie historici. De Amerikaanse radiojournalist William Shirer leefde in het begin van de oorlog in Berlijn. Hij hield een dagboek bij en schreef over feestjes en over de illegale jazzclubs die hij bezocht.”

 

Een van uw hoofdpersonages, de in luxe levende dandy Tristan van Appen, zou in 1942 een levensechte Berliner geweest kunnen zijn?

“Zeker. Tristan is gemodelleerd naar Gestapo-baas Reinhard Heydrich. Tristan staat symbool voor het feit dat cultuur je niet beschermt tegen slechtheid. Net als Tristan was Reinhard Heydrich de zoon van een componist. Heydrich weende makkelijk tijdens het luisteren naar klassieke muziek, tezelfdertijd plande hij aan de Wannsee nauwgezet de moord op de Europese Joden. Mijn personage Tristan von Appen houdt ook van muziek, is een gastronoom en lijkt een aardige kerel. Later zal blijken dat hij Obersturmbannführer bij de SS is. Duitse lezers schrikken als ze dat halverwege de roman te weten komen. Wij Duitsers lijken nog steeds te geloven dat het nazisme in 1933 door buitenaardse wezens in Duitsland geïnstalleerd is. We vergeten dat de nazi’s Duitsers waren en de Duitsers nazi’s. Niet alle nationaalsocialisten waren domme bruten. Sommigen waren professor, historicus, componist, muzikant, vader, beste vriend, drinkebroer… Mensen zoals u en ik.”

 

De Belgische historicus Herman Van Goethem schreef een boek over 1942. Onze huidige tijd doet hem sterk denken aan de jaren dertig.

“Ik heb professor Van Goethem ontmoet en was onder de indruk. Maar met die stelling ben ik het niet eens. De NSDAP, de nazi-partij, was diep in de kern antidemocratisch. Dat geldt niet voor de huidige rechtspopulistische partijen. Ik maak me zorgen over hun opkomst, maar zolang ze de democratie niet aanvallen en er deel van uitmaken, moéten we ze aanvaarden. Een groot verschil met 1933 is dat er op dit moment geen enkele betekenisvolle antisemitische partij actief is. Al maak ik me wel zorgen over antisemitische bewegingen in Duitsland en Frankrijk. Toch is het niet juist om onze huidige tijd te vergelijken met de jaren dertig.”

 

Volgens historicus Wolfgang Benz, voormalig directeur van het Berlijnse Instituut voor Antisemitisme, is islamofobie de huidige variant van het 19e en 20e-eeuwse antisemitisme.

“Ook daar ben ik het niet mee eens. Islamofobie op dezelfde lijn plaatsen als antisemitisme is waanzin. Sommigen koesteren ongetwijfeld vooroordelen tegenover de islam, maar er bestaan geen vernietigingskampen voor moslims en er worden ook geen plannen voor gesmeed. De georganiseerde vernietiging van een heel volk door de nazi’s is een unieke misdaad. Intolerantie tegenover moslims is fout en moeten we veroordelen. Van mij mag je een hele dag bidden, zolang je de mensenrechten eerbiedigt.”

 

De historische Stella Goldschlag verklikte Joden om haar ouders te redden. Volgens sommige schattingen droeg ze 3000 mensen bij de nazi’s over.

“Die schattingen zijn overdreven. Het zullen er een paar honderd geweest zijn.”

 

Ze wist wat die mensen te wachten stond?

“Ze probeerde te vermijden dat haar vader en moeder naar de kampen op transport gezet werden. Ze moet dus inderdaad geweten hebben dat er mensen vermoord werden.”

 

Maar ook na de deportatie van haar ouders blijft ze als Greifer actief.

“We weten niet waarom ze mensen bleef verklikken. Misschien om haar eigen hachje te redden? Volgens sommige historici kickte ze op de macht om over andermans lot te beschikken. Maar was dat echt zo? Het enige waarover we zekerheid hebben, is dat ze zowel dader als slachtoffer was.”

 

Na de oorlog werd ze door de Sovjets veroordeeld tot tien jaar gevangenschap. Na haar vrijlating verhuisde ze naar West-Berlijn waar ze opnieuw tot tien jaar veroordeeld werd.

“Omdat ze al tien jaar cel achter de rug had, moest ze toen niet nog eens naar de gevangenis.”

 

Ze hertrouwde vijf keer en sprong in 1994 uit het raam van haar flat in Freiburg. Weet u waarom ze zelfmoord pleegde?

“Nee. Ze liet geen afscheidsbrief achter en sprak er op voorhand met niemand over. De historische Stella Goldschlag was, net als mijn Stella, een vrouw vol geheimen. Eigenlijk weten we niet hoe ze over zichzelf dacht, of hoe ze met schuldgevoelens omging, in de veronderstelling dat ze die had.”

 

Wat wel zeker is: ze werd samen met haar ouders gearresteerd en door de nazi’s gefolterd.

“Ja. Na die foltersessie werd ze Greifer. Haar ouders waren in levensgevaar, maar hoe ze daarover dacht of wat ze daarvan vond, weten we niet. Elk hoofdstuk begin ik met een kroniek van die tijd. Alles wat daarin beschreven staat, is hard feitenmateriaal, inclusief de 10 geboden voor iedere nationaalsocialist van Joseph Goebbels, nazi-minister van Volksvoorlichting en Propaganda. Als je als Duitser over de Tweede Wereldoorlog wil schrijven, zelfs in een roman, moét je de feiten juist hebben. Mijn eigen grootvader diende als soldaat in de Wehrmacht en mijn grootmoeder gaf voordrachten over de superioriteit van het Arische ras.”

 

Zij was een overtuigde nazi?

“Zonder twijfel. Over de Wehrmacht-soldaten werd tot lang na de oorlog gezegd: ‘Zij waren de good guys; ze hielden zich aan de regels.’ Onzin, denk maar aan wat de Duitse Wehrmacht in Rusland heeft aangericht. Ze maakten er zich schuldig aan de ene misdaad na de andere. Ter voorbereiding van dit boek was ik drie maanden in Tel Aviv en sprak ik zowat dagelijks met Auschwitz-overlevende Noah Klieger. Hij stierf in december vorig jaar en heeft nog een tijd in België gewoond. Hij was 92 toen ik hem ontmoette. Hij vertelde me hoe het was om als jood onder de nazi’s te leven. Hij zei: ‘Die oorlog was compleet verkeerd. Polen binnenvallen omdat je gelooft dat je meer Lebensraum nodig hebt: dat was toch waanzin?’ Hij had gelijk, en het was niet zo dat de soldaten van de Wehrmacht zich tegen die inval verzetten. Integendeel.”

 

Sprak u ooit met uw grootouders over hun oorlogsjaren?

“Mijn grootvader stierf voor mijn geboorte. Mijn grootmoeder heb ik wel nog gekend. Zij groeide op in een klein dorp in Pruisen en wou nooit veel over haar rol in de oorlog kwijt. Ik moest dus op zoek naar andere getuigen.”

 

U sprak ook met nazi’s?

“Als je in Duitsland leeft, is de kans vrij groot dat je af en toe met een nazi spreekt. (lacht) Ik ging inderdaad ook met een paar stokoude nazi’s praten. Ik wou de Berlijnse atmosfeer van die eerste oorlogsjaren zo getrouw mogelijk reconstrueren. Mijn hoofdpersonage Friedrich vertelt hoe de stad ruikt: ‘Berlijn rook naar kolen, naar harszeep, naar de geur van verplaatsbare houtgaskachels, boenwas en gekookte bieten.’ Dat was de authentieke geur. Het heeft me vreselijk veel moeite gekost om daarachter te komen, want de meeste inwoners van Berlijn uit 1942 zijn dood. Uiteindelijk vond ik een vrouw die zich de geur nog levendig kon herinneren. De journalist in mij wil al die feiten juist hebben.”

 

Doorheen uw boek staan getuigenissen over de verklikacties van Stella Goldschlag.

“Die zijn authentiek en heb ik geput uit de processtukken die bewaard worden in het Landesarchiv Berlin. Ze vormen een tegenwicht voor mijn sympathieke Stella. Haar verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een man die dolverliefd is op haar. Ze brengt Friedrichs hoofd op hol. De getuigenissen over mensen die door Stella verlinkt zijn en in Auschwitz vermoord werden, zetten de lezer weer met beide voeten op de grond.”

 

Die Friedrich is zeer naïef, vind ik.

“Dat is een bewuste keuze. Kijk, wij weten nu wat er gebeurd is. Friedrich wist dat niet. Hij stond er middenin en stelde zich niet al die vragen waarvan wij vinden dat hij ze zich had moeten stellen. Ik vind dat zeer aannemelijk, wat niet wil zeggen dat ik hem als vriend zou willen. Liever niet.”

 

In 1945 kreeg Stella Goldschlag een dochter, Yvonne. Zij leeft nog. Hebt u haar ontmoet?

“Nee. Toen Stella in de gevangenis zat, werd Yvonne geadopteerd. Zij werd verpleegster en verhuisde naar Tel Aviv. Yvonne heeft altijd tegen beter weten in verkondigd dat Stella Goldschlag niet haar biologische moeder is. Haar leven lang voert Yvonne Meissl een strijd om zich te bevrijden van Stella. Met de hulp van een Israëlische journalist kon ik haar in Tel Aviv opsporen. Maar op het laatste nippertje besloot ik haar met rust te laten. Ze wil niet aan Stella gelinkt worden en ik vind dat ik dat moet respecteren.”

 

Is dat toch geen gemiste kans?

“Vanuit journalistiek oogpunt wel. Maar het is toch ook belangrijk dat je iemands wil respecteert? Ik wil Yvonne niet kwetsen. Voor Stella geldt dat argument niet: zij is 25 jaar dood.”

 

Bio

 

  • Geboren in 1985
  • Studeerde journalistiek
  • Redacteur bij Der Spiegel
  • Werkte als oorlogsjournalist in Afghanistan, Libië en Irak
  • Werd in 2010 genomineerd als een van de dertig Duitse topjournalisten onder de dertig
  • Debuteerde in 2017 met Der Club als romanschrijver

 

Takis Würger, Stella, Signatuur, 192 blz, 17,99 euro

 

(c) Jan Stevens

Advertenties

‘Gebruik de dreigende klimaatramp om de economie te hervormen’

‘We hebben niets geleerd uit de kredietcrisis’, zegt topeconome Mariana Mazzucato. ‘Integendeel. In 2018 werd het bedje nog wat meer gespreid voor de volgende crisis.’

 

Na een korte promotour door Australië voor haar nieuwe boek ‘De waarde van alles’, is de Italiaans-Amerikaanse econome Mariana Mazzucato terug thuis in Londen. ‘Tijd om te crashen op de bank was er niet, want onze tweeling werd de dag na mijn aankomst veertien’, zegt ze. ‘Dat moest gevierd worden.’

Sinds de publicatie in 2013 van haar bestseller ‘De ondernemende staat’ reist Mazzucato de wereld rond. Ze adviseert regeringen, politici en ceo’s over economische innovatie en duurzaam ondernemen, geeft lezingen en doceert tussendoor economie aan de universiteit van Londen.

Melania Mazzucato: ‘Mijn ‘ondernemende staat’ is: een investerende en innoverende overheid. Die is onontbeerlijk voor slimme, duurzame groei. Zonder de jarenlange investeringen van de Amerikaanse overheid in fundamenteel onderzoek konden Apple, Google en Microsoft nooit zo’n belangrijke ondernemingen worden. Dankzij overheidsinvesteringen is er nu het internet en de smartphone.’

 

In ‘De waarde van alles’ wil u het begrip ‘waarde’ terug ‘de invulling geven die het echt verdient’. Wat is ‘waarde’ dan precies?

Mazzucato: De essentie van ‘waarde’ is dat het moet gaan om het voortbrengen van nieuwe goederen en diensten. De kernvragen zijn: hoe worden die goederen en diensten geproduceerd, hoe worden ze verdeeld en wat gebeurt er met de winsten die ze opbrengen? Een product wordt pas écht waardevol als het ook nuttig is. Voegt het iets toe aan de mensheid of schaadt het ons? Zorgt het met andere woorden voor waardecreatie of is het volstrekt waardeloos? Een nieuwe fabriek bijvoorbeeld kan vanuit economisch standpunt zeer waardevol zijn, maar verliest aan waarde wanneer ze tijdens de productie de omgeving te veel vervuilt.

 

Volgens u bezondigen bankiers, durfkapitalisten en vermogensbeheerders zich eerder aan waardeonttrekking dan aan waardecreatie?

Mazzucato: Vaak behoren zij tot de ‘pakkers’ of ‘graaiers’. Ze produceren zo goed als niets en toch belonen ze zichzelf met riante commissies, zelfs als de adviezen aan hun cliënten compleet de mist ingaan. Ze komen daar ook probleemloos mee weg.

In 2009 verklaarde Lloyd Blankfein, de ceo van Goldman Sachs: ‘Onze mensen zijn de productiefste ter wereld.’ Terwijl Goldman Sachs amper een jaar eerder de hoofdrol gespeeld had in de zwaarste financiële crisis in tachtig jaar. De Amerikaanse belastingbetalers moesten 700 miljard dollar ophoesten om de bank van de ondergang te redden. Toch gingen Goldman Sachs en andere zakenbanken later lustig door met speculeren tegen de door henzelf uitgevonden derivaten die tot zoveel ellende hadden geleid. Tussen 2009 en 2016 boekte Goldman Sachs een nettowinst van 63 miljard dollar op een netto-omzet van 250 miljard. In 2009 haalde het bedrijf zelfs een recordwinst van 13,4 miljard. En hoewel de bank een jaar eerder door de Amerikaanse overheid met geld van belastingbetalers gered was, durfde de regering het niet aan om daar later een faire vergoeding voor te vragen. Ze was al lang blij dat het geld werd terugbetaald.

 

Hebben we dan niets uit de kredietcrisis geleerd?

Mazzucato: Nee, totaal niets. In 2018 werd het bedje nog wat meer gespreid voor de volgende crisis. In veel landen dreigt een economische kladderadatsch. Nogal wat economische statistieken tonen verontrustende cijfers. De verhouding tussen particuliere schulden en beschikbare inkomens ligt terug op het niveau van voor de financiële crisis van tien jaar geleden. In de VS worden weer volop leningen aan huishoudens en bedrijven verstrekt die ze niet kunnen dragen. Banken verstrekken opnieuw hoge hypotheken aan mensen met een te laag inkomen om ze kunnen afbetalen.

Er kwam ook geen belasting op financiële transacties, waardoor financiering op korte termijn beloond wordt, in plaats van financiering op lange termijn. Veel winsten van industriële ondernemingen worden niet in de bedrijven geherinvesteerd, maar in het terugkopen van aandelen om zo aandelenprijzen en -opties kunstmatig een boost te geven. De huishoudens zagen de voorbije jaren geen andere keuze dan steeds meer leningen aan te gaan om hun levensstandaard op peil te houden. Al die dingen samen vormen een bijzonder explosieve cocktail.

 

En dat op het moment dat de gevolgen van de klimaatverandering steeds tastbaarder worden.

Mazzucato: Precies. Als je alle immense problemen die met de klimaatverandering gepaard gaan daarbij telt, begint het pas echt te duizelen. Ik heb het meest recente IPCC-rapport gelezen en dat windt er geen doekjes om: we hebben nog twaalf jaar om ons voor een regelrechte globale catastrofe te behoeden. Misschien is nu hét moment aangebroken om de dreiging van de klimaatverandering als breekijzer te gebruiken voor noodzakelijke economische hervormingen. Laat de klimaatramp die boven ons hoofd hangt de stok achter de deur zijn om al die slecht aangewende winsten nieuwe, werkelijk zinvolle bestemmingen te geven.

Het klimaat is trouwens niet onze enige uitdaging: in veel landen deugen de zorgsystemen niet of staat de sociale zekerheid zwaar onder druk. Een nieuw economisch raamwerk is daarom ook nodig als we de welvaartstaat niet compleet ten onder willen zien gaan. Het hele systeem moet dringend doelbewuster aangestuurd worden, in het belang van ons allemaal.

 

Hoe moet dat dan concreet gebeuren?

Mazzucato: Ik roep onze bewindvoerders op om eerst en vooral gebruik te maken van het hele scala aan middelen waarmee zij de maatschappij kunnen sturen. De prijzen-, loon- en belastingpolitiek moeten zo georganiseerd worden dat die organisaties en ondernemingen beloond worden die de grote uitdagingen durven tackelen die op ons afkomen. Het uiteindelijke doel is: meer duurzame groei stimuleren.

De Europese Commissie heeft mij ingehuurd om te onderzoeken hoe grote collectieve problemen zoals klimaatverandering, ziektes, armoede en vergrijzing op een innovatie manier aangepakt kunnen worden. Ik vind dat de EU zichzelf best meer doelen stelt en ‘missies’ uittekent. Ze kan zich daarbij richten op de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Een van mijn adviezen luidt: creëer honderd CO2-neutrale steden in de EU. Overheden moeten dat soort van doelen dúrven stellen en zelf helpen verwezenlijken door in duurzame projecten te investeren. Ik pleit dus niet meer of minder dan voor een groene New Deal.

 

Is de nieuwe generatie populistische politici die wereldwijd aan een opmars bezig is, ook geïnteresseerd in wat u te vertellen heeft?

Mazzucato: Kent u Alexandria Ocasio-Cortez? Ze is een Democratische politica uit New York en kersvers lid van het Huis van Afgevaardigden. Met haar 29 jaar is ze de jongste Amerikaanse volksvertegenwoordiger ooit. Zij is erg geïnteresseerd in een groene New Deal en ik begeleid haar daarbij. Ik werkte ook nauw samen met de Oostenrijkse sociaaldemocraat Christian Kern, tot hij in 2017 de verkiezingen in zijn land verloor. Ik adviseer ook vooraanstaande Britse politici, ook al is het vandaag niet vanzelfsprekend om in het Verenigd Koninkrijk over goed beleid na te denken, met die obsessie voor de brexit. En in de VS is er natuurlijk die grote schaduw van president Donald Trump. Maar toch zijn er lichtpunten: zo rebelleren de staat Californië en de stad New York openlijk tegen Trump. En waarom praten we niet meer over een land als Denemarken dat al behoorlijk ver staat in de groene transitie? De Denen zijn intussen de belangrijkste leveranciers geworden van duurzame high tech-diensten aan China. Onderschat die Chinezen trouwens niet: zij spenderen 1,7 triljoen dollar in het duurzaam maken van hun economie. Er vinden dus best wel positieve dingen plaats.

 

China is niet langer de grote vervuiler?

Mazzucato: Het milieu wordt er nog steeds op grote schaal vervuild, maar de overheid beseft intussen heel goed dat het zo niet verder kan. Ze maken van de immense vervuilingsproblematiek de motor voor innovatie. De Chinese overheid wil de complete economie vergroenen. Ik vind dat zeer interessant.

 

In China bepaalt de autoritaire staat de richting van de economie. Onze overheden moeten ook meer ingrijpen?

Mazzucato: Onze overheden moeten meer geld in duurzame projecten investeren, en tezelfdertijd ophouden met het verkwisten van belastinggeld. Ontzettend veel geld wordt vermorst met subsidiëringen of zogezegd gerichte belastingverlagingen die op het einde van de rit geen verschil maken. Bedrijven maken dankbaar gebruik van al die overheidssubsidies om hun winsten nóg te vergroten, terwijl die vaak al de pan uit swingen.

 

Zo vergroten overheden al dan niet ongewild de kloof tussen rijk en arm?

Mazzucato: Ja, maar ik hou niet van die formulering. Ik vind ze nogal onvolwassen. Wat wil dat zeggen: ‘De kloof vergroten tussen rijk en arm’? Niets. Want over wie hebt u het dan? Wie zijn ‘degenen die alles hebben’ en ‘degenen die niets hebben’? De échte kern van de zaak is: hoe kan een overheid duurzame investeringen stimuleren?

 

U hebt geen boodschap aan de Occupy-slogan: ‘de 99 procent tegen de 1 procent’?

Mazzucato: Studenten mogen die slogans hanteren, maar niet adviseurs zoals ik die regeringen assisteren in hun transitie naar meer duurzaamheid. Ik ben het eens met de ideologie die erachter schuilgaat, maar niet met het sloganeske simplisme. Ik ben heel specifiek in wat ik tegen regeringsleiders zeg: ‘Als die bepaalde subsidie of belastingverlaging niet het gewenste effect heeft, is het een verkwisting van belastinggeld.’ Want het grote probleem met niet-functionerende belastingvoordelen is dat ze elders gecompenseerd moeten worden. Als bedrijven zo’n belastingverlaging niét gebruiken om een vervuilende activiteit af te bouwen, verliezen we twee keer. De kwaliteit van onze leefomgeving zal even belabberd blijven én iemand anders moet de rekening van die belastingverlaging oprapen. Misschien wordt er dan beknibbeld op het budget voor onderwijs of cultuur. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

 

De Europese Commissie en de Britse, Oostenrijkse of Duitse bewindvoerders nemen uw adviezen misschien wel ter harte, maar hoe zit dat met de vele regimes die gebukt gaan onder corruptie?

Mazzucato: Maak u geen illusies: bijna elke regering heeft te maken met corruptie. Groot-Brittannië, het land waar ik leef, kent zelfs ontzettend veel corruptie. Zo overtuigden de grote farmaceutisch bedrijven de Britse regering ervan om een ontzettend domme taxcut te introduceren: de Patent Box. De bedoeling was zogezegd om R&D-afdelingen van farmabedrijven naar het VK te lokken, terwijl die belastingverlaging in werkelijkheid voor geen enkele innovatie zorgt. De Patent Box kwam er na intensief gelobby van de farma-industrie; voor mij is dat corruptie. In een democratie nemen de mensen die door het volk verkozen zijn de beslissingen, niet de grote ondernemingen of belangengroepen.

 

Dat is toch nog iets anders dan de corruptie in landen als pakweg Rusland of Congo?

Mazzucato: In bijvoorbeeld mijn geboorteland Italië of sommige Afrikaanse landen is de corruptie inderdaad zo hard doorgeslagen dat fatsoenlijk regeren er quasi onmogelijk is. Als antwoord op die corruptie werd in Italië de openbare sector drastisch hervormd. Die hervorming kwam eigenlijk neer in kortwieken, waardoor de overheid nóg zwakker werd. Italiaanse ambtenaren belandden van de regen in de drop, waardoor ze nu meer dan ooit gevoelig zijn voor corruptie.

 

U maakt zich grote zorgen over de brexit?

Mazzucato: Ja, dat wordt een regelrechte ramp. Alleen niet voor de usual suspects als Price Waterhouse Coopers (PWC), Ernst & Young, Deloitte… Zij werden door de regering ingehuurd en zijn vandaag de feitelijke Brexit-planners. De chaos groeide de regering boven het hoofd en daarom ging ze te rade bij PWC en co. De uitkomst van het brexit-avontuur is zeer onzeker, maar dat maakt voor de consultants geen verschil, want zij verdienen er sowieso handenvol geld aan. De brexit werd voorgesteld als dé manier voor het VK om geld te besparen; de ironie wil dat de Britse overheid nog nooit zoveel consultancyhonoraria uitbetaald heeft als nu. (lacht)

 

De brexit wordt een ramp voor zowel Groot-Brittannië als Europa?

Mazzucato: Het wordt in de eerste plaats een ramp voor Groot-Brittannië. Voor de EU zal het wel meevallen. Kwetsbare Britse burgers die zich door de campagne van de brexiteers hebben laten misleiden, worden nóg kwetsbaarder. Hun lonen zullen nog meer de dieperik in duiken. En dat in een tijd waarin zelfs een land als China volledig afscheid genomen heeft van een lagelonenpolitiek. De Chinese machthebbers bouwen vandaag aan wat ik een ondernemende staat noem, terwijl een president als Trump de Amerikaanse ondernemende staat volledig aan het uitkleden is.

 

Trump presenteert zichzelf net als dé president-ondernemer.

Mazzucato: Hij verkoopt zichzelf graag als het prototype van de ondernemer, maar dat is hij niet. Het enige wat hij doet, is de boel uitverkopen aan zijn collega-superrijken. Met zijn kruistocht voor steenkool, keert hij zelfs terug naar de jaren vijftig. Zijn beleid staat haaks op innovatie en duurzaamheid. Zijn voorganger Barack Obama had wel oren naar een groene New Deal. Het besef dat de staat een rol moet spelen in een duurzame transitie is in de VS nu helemaal weg.

Het klimaatakkoord van Parijs was voor mij een teken van hoop omdat eindelijk een grote groep landen gezamenlijke doelen vooropstelde. Intussen smelt die hoop als sneeuw voor de zon. Gelukkig zijn er steeds meer grote bedrijven die tonen hoe het wel moet. Het Sustainable Living Plan van Paul Polman, ceo van Unilever, is daar een uitstekend voorbeeld van. In dat plan legt Polman de onderneming een aantal duurzame doelstellingen op. De omzet moet omhoog, maar tegelijkertijd moet de belasting voor het milieu drastisch omlaag. Ik put ook hoop uit het duurzame beleid van gouverneur Jerry Brown in Californië. En uit wat landen als Denemarken, Duitsland en China de voorbije jaren hebben proberen verwezenlijken. We mogen ook Brazilië niet vergeten: de sociaaldemocratische president Lula zette de economische koers van zijn land zonder overdrijven op het pad van de duurzaamheid. Hij trok miljoenen mensen uit de armoede.

 

Lula zit nu in de gevangenis voor corruptie en de nieuwe radicaal-rechtse president Jair Bolsonaro werd door Donald Trump enthousiast onthaald.

Mazzucato: Wat alleen maar aantoont hoe fragiel onze democratie is. Er vinden vandaag inderdaad zeer veel deprimerende gebeurtenissen plaats, maar wil dat zeggen dat we collectief depressief moeten worden? Nee, want zo raken we van de regen in de drop.

 

 

Mariana Mazzucato

  • 1968 geboren in Rome
  • 2013 boek The Entrepreneurial State (in 2015 vertaald als De ondernemende staat)
  • 2015 wordt adviseur van Labour-leider Jeremy Corbyn
  • Sinds 2017 Professor economie aan de Universiteit van Londen en directeur van het Institute for Innovation and Public Purpose

 

Mariana Mazzucato, De waarde van alles, Nieuw Amsterdam, 384 blz., 27,99 euro

 

(c) Jan Stevens

“Te vaak is internationale adoptie vermomde kinderhandel”

“Onder het mom van adoptie werd ik in 1980 als baby in India ontvoerd”, zegt Rani T’Kindt. Opdrachtgever was adoptiebureau De Vreugdezaaiers. In 2011 verloor die organisatie haar erkenning; een half jaar later nam het nu in opspraak gekomen Ray of Hope alle dossiers over. “Zolang er met adoptie geld te verdienen valt, zál er gefraudeerd worden.”

 

“Ik ben illegaal geadopteerd en heb dus ook op een illegale manier verblijfspapieren gekregen”, stelt Rani T’Kindt (40). “Toch riep niemand tot hiertoe op om mij uit te wijzen, zelfs het Vlaams Belang niet.”

Op 5 juli 1980 kwam de toen anderhalf jaar oude Rani met het vliegtuig vanuit India in België aan. “Mijn biologische ouders behoorden tot de laagste kaste in de stad Puducherry”, vertelt ze. “Mijn moeder beviel van een meisje en mijn vader was daar niet gelukkig mee. Hij liet haar in de steek. Mama stond met haar pasgeboren dochter op straat en wist van geen hout pijlen maken. De nonnen van het katholieke weeshuis boden haar een job als kokkin aan. Als kleine baby groeide ik op tussen de weesjes. ‘s Nachts moest mama op straat slapen; ik kreeg een bedje tussen de andere kinderen. Mijn Indiaase moeder kon niet lezen of schrijven, maar net als veel andere analfabeten kon ze wel haar naam op papier zetten. De nonnen lieten haar formulieren tekenen waardoor ze zonder het te beseffen mij afstond. Op een ochtend kwam ze in het weeshuis aan en was ik verdwenen. Ik ben nu zelf mama; ik kan me niet voorstellen dat ik mijn dochter van anderhalf zonder morren aan een paar nonnen zou hebben afgestaan. Mijn mama was in paniek. ‘Je hebt zelf getekend’, zeiden de nonnen. ‘Maak je geen zorgen: je dochter is in Parijs. Daar zal ze geneeskunde studeren. Later komt ze terug als dokter.’ Niet lang na mijn ontvoering, keerde mijn biologische vader terug naar zijn vrouw. Zijn geweten knaagde omdat hij mij in de steek had gelaten. Maar ik was verdwenen. Hij was razend. Mijn ouders werden bij de nonnen ontboden en kregen te horen dat ik gestorven was.”

 

Zaaiers van vreugde

Het katholieke weeshuis van Puducherry leverde tegen vergoeding kinderen aan de Gentse adoptiedienst De Vreugdezaaiers. Die organisatie werd eind jaren 50 opgericht door Franciscaner-pater Eugène Delooz. Hij specialiseerde zich in vakanties voor kinderen uit de Parijse bidonvilles bij Nederlandse en Belgische gezinnen. Eind jaren zestig schakelde hij over op adopties van Indiase weeskinderen. Hij sloot een deal met de weeshuizen van Moeder Theresa en op Kerstmis 1970 verscheepte de pater zijn eerste lading Indiase adoptiekinderen. De vraag van kinderloze Belgische en Nederlandse echtparen steeg en de pater legde contacten met andere Indiase weeshuizen, waaronder dat van Puducherry. “Ik heb een foto uit 1980 waarop ik als meisje van anderhalf tussen de weesjes poseer”, zegt Rani. “Pontificaal in het midden zit zuster Blanche met een baby op haar schoot. Ik zit naast haar op de schoot van een meisje met een witte haarband. Die foto diende om in Nederland en België promotie te maken voor het kinderaanbod van De Vreugdezaaiers. Zuster Blanche was een van de daders die mij in samenspraak met De Vreugdezaaiers ontvoerd en verkocht heeft. Die non werd later naar België uitgenodigd om er gevierd te worden als grote weldoenster.”

In november 2011 trok Kind en Gezin de erkenning van De Vreugdezaaiers in. Reden: ze plaatsten te weinig kinderen. Vandaag is de organisatie nog steeds actief als fondsenwerver voor Indiase schoolkinderen. De lopende adoptiedossiers werden in april 2012 overgenomen door het deze week in opspraak gekomen adoptiebureau Ray of Hope (DM 02/05).

 

Uit de doden opgestaan

In België groeide de jonge Rani op in een warm nest. “Ik heb een innige band met mijn Belgische ouders”, zegt ze. “Mijn papa is gestorven op zijn 65e; hij was net op pensioen. Datzelfde jaar is mijn dochter geboren. Ik herinner me dat ik tien was en in bad zat. Ik vroeg mijn mama: ‘Waarom gaat dat bruin niet van mijn lijf?’ Ze antwoordde: ‘Omdat je in India op de wereld gekomen bent. Je Indiase mama was arm en kon niet voor je zorgen. Daarom stuurde ze je naar hier.’”

Op haar negentiende vertrok Rani met haar toenmalige vriend voor een rondreis van een jaar door India. “Van onze trip wilden we een boek maken. ‘Zullen we op zoek gaan naar je biologische mama?’, suggereerde mijn vriend. Tot dan had ik in de veronderstelling geleefd dat ik als baby was gedumpt door een vrouw die niets om me gaf. En toch wou ik haar vinden. In mijn adoptiedossier stond enkel haar voornaam: Mary. De Vreugdezaaiers kwamen te weten dat ik haar in India aan het zoeken was. Ze namen contact op met mijn Belgische mama: ‘Er is niemand meer in Puducherry. Rani’s vader is lang dood en haar moeder stierf onlangs.’ Ik was helemaal van slag. Eerst overwoog ik die stad links te laten liggen. Toch bleven we zoeken en zo ontdekte ik dat mijn beide ouders nog in leven waren. Een non van dat weeshuis kreeg medelijden en hielp me.”

In 1998 ontmoette Rani voor het allereerst haar biologische ouders. “Dat was hartverscheurend en hakte er zowel bij hen als bij mij diep in. Hun kind was uit de doden opgestaan. Zij wisten niet dat ik geadopteerd was. Mijn mama weende en raakte me constant aan, van top tot teen. Ze wilde dat kind voelen dat ze ooit op de wereld gezet had. Ik worstelde daarmee: een vreemde vrouw die op mij leek, kon niet van me afblijven. Ik was haar enig kind. Nadat ik uit haar leven verdween, was haar verdriet zo groot dat ze geen andere kinderen meer wou. Ze smeekte me om voorgoed te blijven, trof zelfs voorbereidingen voor een huwelijksfeest en ging op zoek naar een bruidegom. Ze maakte kennis met mijn Belgische mama en dat was ontzettend moeilijk. Je hoopt om het ontbrekende puzzelstukje van je leven te vinden, maar dat blijkt toch niet zo goed te passen.”

In 2008 bezocht Rani haar biologische ouders opnieuw. Ze organiseerde toen ook een benefiet voor hen in het Gentse. “Ik gaf een interview in een krant waarin ik kritiek uitte op De Vreugdezaaiers, zonder de organisatie bij naam te noemen. Een paar dagen later zat er een anonieme dreigbrief in de brievenbus van mijn ouders. ‘Wij weten waar jullie mee bezig zijn. Let op, of wij treffen maatregelen!’ Het interview zat erbij, met de passages over de Vreugdezaaiers aangeduid in fluo.”

 

Aanklacht tegen kinderhandel

In oktober vorig jaar zag Rani T’Kindt haar moeder in India voor het laatst. “Vier weken geleden is ze gestorven. Ze was 62. Ik ben blij dat ik haar samen met mijn dochter van zeven nog ben gaan opzoeken. In de lente van vorig jaar liet een Indiase neef me weten dat ze ernstig ziek was. Ik wou dat ze voor haar dood haar enige kleinkind zag. In oktober hielden mijn dochter June en mijn mama Mary elkaars handen vast. Dat laatste bezoek aan mijn Indiase moeder heb ik gefilmd, want ik wil een documentaire maken, een aanklacht tegen kinderhandel. Te vaak is internationale adoptie vermomde handel in kinderen. Er moét een waarheidscommissie komen die alle internationale adopties onderzoekt, én een meldpunt. Het getuigenis vorige week van dat Ethiopische meisje over haar frauduleuze adoptie uit 2009, illustreert dat er bitter weinig veranderd is. Ondanks alle regels en wetten. Want zolang er met adoptie geld te verdienen valt, zál er gefraudeerd worden.”

 

(c) Jan Stevens

“Meer dan ooit is er behoefte aan een waarheidscommissie over adoptie”

Na getuigenissen over fraude met adopties uit Ethiopië, belooft minister van Welzijn Jo Vandeurzen een onderzoek. Adinda Aelvoet en Priyani Libert blijven met een wrang gevoel achter. “Omdat het bijna verkiezingen zijn, schieten onze politici nu in gang. Toen wij anderhalf jaar geleden met ons adoptieverhaal naar buiten kwamen, gebeurde er niets.”

 

Zaterdag getuigde in Het Laatste Nieuws de 17-jarige Thereza De Wannemaeker uit Denderleeuw over haar frauduleuze adoptie uit Ethiopië in 2009. Volgens de officiële documenten was haar biologische moeder verdwenen en haar vader overleden. Later ontdekte Thereza dat er van dat verhaal niets klopte. De voorbije dagen liepen bij de krant nog vijftien getuigenissen binnen over vermoedelijke adoptiefraude. Spin in het web is adoptiebureau Ray of Hope (RoH) dat van 1997 tot 2017 samenwerkte met een volgens de getuigenissen volstrekt onbetrouwbaar Ethiopisch contactpersoon. Vlaams parlementslid Lorin Parys (N-VA) wil nog voor de verkiezingen een extra zitting van het Vlaams parlement over de mogelijk frauduleuze adopties. Hij pleit voor een ‘diepgaand en onafhankelijk onderzoek’. Ook Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) is voorstander van zo’n onderzoek naar adoptiepraktijken uit het verleden. Die plotse daadkracht bezorgt Adinda Aelvoet en Priyani Libert een wrang gevoel. “Nu het bijna verkiezingen zijn, schieten onze politici in gang. Maar toen wij begin vorig jaar met ons adoptieverhaal naar buiten kwamen, gebeurde er helemaal niets.”

 

Stichting FLASH

Op 27 januari 2018 getuigden Priyani en Adinda in weekendbijlage Zeno over hun eigen vermoedelijk frauduleus verlopen adoptie uit Sri Lanka in de jaren 80. Bij hun zoektocht naar hun biologische ouders kwamen ze een paar jaar geleden via Kind & Gezin (K&G) en Steunpunt Adoptie bij RoH’s plaatselijke contactpersoon Sunil Wijewardena terecht. Tussen 1997 en 2011 regelde hij voor RoH alle 49 adopties uit Sri Lanka. In de jaren erna schakelde de adoptiedienst hem ook voor hun ‘nazorg’ in. Adoptiekinderen die zoals Priyani en Adinda naar hun biologische ouders op zoek waren, werden aan Wijewardena toevertrouwd. Op 27 september 2017 bracht deze krant aan het licht dat Wijewardena in de jaren tachtig nauw betrokken was bij grootschalige adoptiefraude van de Nederlandse Stichting FLASH. Van de duizenden Sri Lankaanse baby’s die in de jaren 80 via dat adoptiebureau in Nederland werden geadopteerd, bleek bij 70 procent de papieren vervalst te zijn. Kinderen werden geroofd van hun ouders en voor grof geld doorverkocht. Op babyfarms werden zelfs adoptiekinderen ‘gekweekt’. Wijewardena stond toen in voor het vervoer van de adoptiekinderen van FLASH.

Naar aanleiding van onze berichtgeving vroeg Lorin Parys op 10 oktober 2017 in de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin meer uitleg aan Jo Vandeurzen. De minister antwoordde dat er geen aanwijzing van fraude was en dus geen aanleiding voor een onderzoek.

Adinda Aelvoet: “Een van de argumenten van Jo Vandeurzen was dat volgens hem alles veranderd was. RoH ging in 1994 van start en Vandeurzen stelde dat op dat moment interlandelijke adoptie veel strikter geregeld was dan in de tachtiger jaren. Dat RoH en Steunpunt Adoptie tot minstens 2017 met een figuur als Wijewardena samenwerkten, vond Vandeurzen geen probleem. ‘Er is geen bezwaar tegen dat een Vlaamse dienst samenwerkt met iemand die ook met een Nederlandse vergunde dienst samenwerkt’, stelde hij in de Commissie Welzijn. Die ‘Nederlandse vergunde dienst’ was Stichting FLASH die in de lente van 2017 op de Nederlandse tv ontmaskerd was als grootschalige zwendelaar in adopties. De adoptie van Thereza De Wannemaeker dateert van 2009. In werkelijkheid is er dus sinds de jaren 80 helemaal niets veranderd.”

 

Integriteitsonderzoek

Priyani Libert is in 1984 in Sri Lanka geadopteerd en wilde in 2015 op zoek naar haar biologische ouders.

Priyani Libert: “Ik vroeg hulp aan Kind & Gezin. Zij stuurden mijn dossier door naar Ray of Hope, want die adoptiedienst had een contactpersoon in Sri Lanka, gespecialiseerd in het traceren van biologische ouders: Sunil Wijewardena. In twee weken tijd vond hij mijn vermeende biologische ouders. K&G nodigde me uit om Sunils onderzoek te bekijken. Dat bestond uit een paar foto’s waarop mijn zogenaamde biologische ouders samen met hem poseerden. Kopieën van identiteitsbewijzen of andere officiële documenten ontbraken. Sunils rekening bedroeg 450 euro, of twee Sri Lankaanse maandlonen. Die betaalde ik via K&G. Eerst beweerde Sunil dat mijn negen nieuwe broers en zussen van mijn bestaan op de hoogte waren. Later zei hij dat ze niet van mijn bestaan afwisten. Een DNA-onderzoek werd afgewimpeld. ‘Money’ was het enige waarin mijn zogenaamde biologische ouders geïnteresseerd leken. Eind 2016 verbrak ik alle contact.”

Adinda Aelvoet: “Ik vind het onbegrijpelijk dat Kind & Gezin én Steunpunt Adoptie minstens tot eind 2017 met Sunil Wijewardena van RoH zijn blijven samenwerken. Misschien werken ze nog steeds samen, want er is nooit een officiële stopzetting aangekondigd. Na mijn bijzonder slechte ervaringen met Sunil in 2013 liet ik weten dat hij totaal ongeschikt was voor het organiseren en begeleiden van rootsreizen. Hij was enkel op geld uit en probeerde ons te manipuleren. De adoptiecoach van Steunpunt Adoptie zei dat ze er niet goed van was. Toch werd er niet ingegrepen en bleven ze met hem in zee gaan. Minister Vandeurzen deelde in oktober 2017 mee dat RoH een integriteitsonderzoek naar Wijewardena zou laten uitvoeren. Is dat er ook écht geweest, wat zijn de resultaten en wordt er nu nog beroep op die man gedaan? Ik zou dat graag willen weten.”

 

Voorzitster met twee petjes

Een paar dagen na haar getuigenis in deze krant kreeg Adinda Aelvoet een mail van de directeur van Steunpunt Adoptie. “Zij bood me nazorggesprekken aan en schreef dat ze werkte aan de opstart van buddywerking voor geadopteerden. ‘Dit komt voor mij veel te laat’, antwoordde ik. Een onderzoek naar mijn eigen dossier kwam er niet: er werd van mij verwacht dat ik zelf eerst de bewijzen voor fraude leverde. Wat de wereld op zijn kop is, want ik wil net een onderzoek om te weten of er fraude gepleegd is.”

Priyani Libert werd door Kind & Gezin uitgenodigd voor een gesprek. “Daar zou ook Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V) bij aanwezig zijn. Zij is voorzitster van de raad van bestuur van RoH en is ondervoorzitster van de Vlaamse parlementaire Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ik vond het vreemd dat zij als RoH-voorzitster bij mijn gesprek met K&G wou aanschuiven. Ik kreeg het onbehaaglijke gevoel dat ze me wilden paaien. Daarom liet ik dat gesprek aan mij voorbijgaan.”

Adinda Aelvoet: “Omdat Schryvers ook voorzitster is van RoH, moest ze op die bewuste commissievergadering van 10 oktober 2017 haar voorzittershamer even doorgeven aan een collega van de N-VA. De commissie die het adoptiebeleid uitstippelt, wordt dus mede geleid door iemand die voorzitter is van de raad van bestuur van een adoptiebureau. Dat is toch te gek voor woorden?”

Priyani Libert: “K&G stelde voor om mijn dossier te laten uitspitten door de Centrale Adoptieautoriteit in Sri Lanka, maar daar heb ik totaal geen vertrouwen in. Want net daar liep het ooit met mijn adoptie fout: die Centrale Autoriteit was één van de spelers in de fraude. Ik moest dus mijn adoptiedossier laten onderzoeken door een dader. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.”

 

Waarheidscommissie

De problemen met adoptie in Sri Lanka, Congo en Ethiopië zijn volgens Adinda en Priyani geen op zichzelf staande gevallen. Adinda Aelvoet: “Net als in Nederland loopt er ook bij ons van ver in de jaren 70 een rode lijn van bedrog. De Nederlandse overheid neemt dat ernstig en heeft een commissie samengesteld die diepgaand onderzoek naar alle vormen van adoptiezwendel voert. Bij ons worden nu na Ethiopië vage beloften gemaakt. Al dat getreuzel is een gevolg van die innige verstrengeling met de politiek.”

Priyani Libert: “Na onze getuigenissen hoorden we veel gelijkaardige verhalen van kennissen die ook uit Sri Lanka geadopteerd zijn. Maar zij zijn bang voor de impact van de media-aandacht. Na Ethiopië mogen we er van uitgaan dat er aan nog meer interlandelijke adopties van RoH een reukje zit. Dat moet toch op zijn minst onderzocht worden. Wij vroegen een onderzoek naar alle Sri Lanka-dossiers en kregen van de Commissie voor Welzijn en van minister Vandeurzen nul op het rekest. Dat kwam keihard aan. Twee weken geleden had ik de eer om Michelle Obama te ontmoeten in Amsterdam. Als er één ding is dat ik van haar geleerd heb, is het dat iedereen meetelt. Als minister Vandeurzen wél de Ethiopische adoptiedossiers laat onderzoeken, maar de Sri Lankaanse links laat liggen, zal het voor ons zijn alsof niet iedereen hier meetelt.”

Adinda Aelvoet: “Toen anderhalf jaar geleden de adoptiefraude in Sri Lanka aan het licht kwam, zakte de grond onder mijn voeten weg. Als adoptiekind weet je weinig over je oorsprong. Als er dan ernstig adoptiebedrog aan het licht komt, raak je helemaal gedestabiliseerd. Want plots staat álles op losse schroeven. Je identiteit wordt opnieuw een groot vraagteken. Om mezelf te beschermen, probeerde ik dat verhaal af te sluiten. Maar zolang er geen groot onderzoek naar onze adoptiegeschiedenis komt, is dat moeilijk. Want nu is er dat nieuws over Ethiopië en binnen een paar maanden gaat het misschien over adoptiefraude uit een ander land. Telkens weer worden wij ermee geconfronteerd. Dat is zeer pijnlijk en ik wil andere geadopteerden daarvoor behoeden. Daarom is er meer dan ooit behoefte aan een waarheidscommissie over adoptie, zonder taboes. Zolang die er niet is, stopt het nooit.”

 

 

Ray of Hope: van hobbyist tot hoofdspeler in internationale adoptie

 

  • De vzw Ray of Hope werd in 1994 als Children’s Welfare Adoption in Berlare opgericht door Guy De Meester en zijn vrouw. Zij importeerden rotanmeubelen uit Azië en adopteerden zelf zes kinderen. De Meester zetelt nog steeds in de raad van bestuur van RoH.
  • Bij aanvang schreef de inspectie negatieve rapporten omdat RoH zich vooral toelegde op snelle adopties uit Haïti. Maar Kind & Gezin erkende toch. In 2003 gaf Guy De Meester in Knack een verklaring voor die snelle adopties: “Ons eerste kanaal had toevallig meteen veel kinderen ter beschikking.” Dat ‘eerste kanaal’ was Yva Samedy, directrice van de Foyer de la Nouvelle Vie die honderden adoptiekinderen leverde aan verschillende landen.
  • In 1997 trok de inspectie op missie naar Haïti. In haar rapport schreef ze dat de samenwerking met Samedy onmiddellijk moest stoppen. Samedy werd beschuldigd van financiële fraude. Kind & Gezin vond dat RoH met haar mocht blijven samenwerken, op voorwaarde dat ze kinderen leverde die écht in de steek gelaten waren.
  • In 2001 stapten drie families die via RoH een Vietnamees kind geadopteerd hadden, naar de rechter. Hun klachten: de documenten waren niet in orde en de contactpersoon was niet bekwaam.
  • Na een reportage op Telefacts over door RoH geregelde adopties in Vietnam, verloor de organisatie in december 2002 haar erkenning.
  • RoH trok naar de Raad van State en kreeg in 2004 gelijk.
  • Van 2004 tot 2014 was voormalig minister van Welzijn Wivina Demeester (CD&V) voorzitter van de raad van bestuur van RoH. Op 2 januari 2016 nam ze in een opiniestuk in de krant De Standaard afstand van interlandelijke adoptie. Zelf adopteerde ze in 1974 een Indiaas meisje. Buitenlandse adoptie vond ze geen goed idee meer omwille van de wachttijd en de kostprijs. ‘Tussen de beslissing om je als ouders voor te bereiden op een interlandelijke adoptie en de aankomst van je kind verloopt nu vijf tot zeven jaar’, schreef ze. ‘Toen was dat 18 maanden. Ik beschouwde het als een verlengde zwangerschap. De ‘kostprijs’ was redelijk. Vandaag is het vele jaren wachten. Te lang. En de kostprijs is zeer hoog.’ Over de gevolgen op langere termijn voor de geadopteerden repte ze met geen woord. Wel dat de drie nog bestaande interlandelijke adoptiediensten (RoH, FIAC-Horizon en Het kleine mirakel) best tot één dienst voor buitenlandse adoptie zouden fusioneren.
  • Vlaams CD&V-parlementslid Katrien Schryvers nam in 2014 de RoH-voorzittersfakkel van Wivina Demeester over. Schryvers is eveneens ondervoorzitter van de parlementaire Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin die ook adoptie behandelt. In de raad van bestuur van RoH zetelt onder anderen ook Wilfried Verniest. Van 1987 tot aan zijn pensioen in 2012 was hij directielid bij K&G en in 2007 schopte hij het zelfs even tot waarnemend administrateur-generaal. Net als Wivina Demeester pleitte Schryvers voor één eengemaakte gesubsidieerde buitenlandse adoptiedienst.
  • Begin april van dit jaar besliste de Vlaamse regering dat vanaf 1 januari 2023 de drie adoptiediensten tot één dienst zullen samensmelten. De beschikbare financiële middelen, kennis en expertise moeten vanaf dan gebundeld worden. N-VA-parlementslid Lorin Parys juichte die beslissing toe, maar had in de Standaard van 8 april toch een paar bedenkingen. “Elke adoptiedienst vertegenwoordigt een bepaalde levensbeschouwing”, zei hij. “Het is niet de bedoeling dat een van die overtuigingen aan het stuur gaat zitten, wel dat de eengemaakte dienst pluralistisch is. Het kan ook niet dat een volksvertegenwoordiger er voorzitter van wordt. Want in het parlement controleer je dan het Vlaams centrum voor adoptie dat op zijn beurt jou controleert als voorzitter van een adoptieorganisatie.”

 

(c) Jan Stevens

‘Ik kreeg dreigbrieven. Mijn advocaat zei: ‘Ga niet te dicht bij de sporen staan als je de metro neemt, en pas op als je de straat oversteekt”

Tien jaar lang geloofde Stéphanie Gibaud dat ze de job van haar leven had als marketeer bij private bank UBS France. Tot ze ontdekte dat haar werkgever op grote schaal belastingontduiking voor de superrijken organiseerde. “Het was alsof ik bij de duivel in bed lag.” Ze werd klokkenluidster en haar leven veranderde in een hel. “Ze vergiftigden mijn hond in mijn appartement.”

 

“U herkent me aan mijn lange rode jas”, sms’t Stéphanie Gibaud vijf minuten voor onze afspraak in een Parijse brasserie. Het mailverkeer voorafgaand aan dit interview verliep via een beveiligd adres. Ze vraagt om achteraan te gaan zitten, in de donkerste hoek van het café. “Toch ben ik niet paranoïde”, zegt ze. “Maar de technologie vertrouw ik niet meer. Sinds ik frontaal met UBS France in aanvaring kwam, weet ik dat zij de middelen hebben om mijn smartphone uit te lezen en mijn mailboxen te checken. In 2011 sloot ik een deal met het ministerie van Financiën. UBS was meteen op de hoogte. Ik ben zeker dat niemand gelekt had. Ze konden dat alleen weten door me af te luisteren.”

Eind februari van dit jaar werd de private bank UBS door de Franse rechtbank veroordeeld tot een recordboete van 4,5 miljard euro. Die veroordeling was een rechtstreeks gevolg van het overdonderende bewijsmateriaal dat klokkenluidster Stéphanie Gibaud mee hielp verzamelen. “Eindelijk kreeg ik gelijk.”

Van bij de start in 1999 tot 2012 hielpen de bankiers van UBS rijke Fransen de fiscus te omzeilen. Dat deden ze door zwart geld ‘op industriële wijze’ wit te wassen en vermogens offshore, op geheime rekeningen in Zwitserland te stallen. In zijn vonnis sprak de Franse rechter van ‘criminele wandaden van uitzonderlijk ernstige aard’. UBS kondigde inmiddels aan in beroep te gaan.

Toen Stéphanie Gibaud nog hoofd marketing en communicatie bij UBS France was, woonde ze met haar twee jonge zonen in een ruim zonnig appartement in de Parijse rue d’Armaillé. Vandaag is ze zowat alles kwijt: haar droomjob, haar kinderen en haar chique flat. “UBS heeft mijn leven vernietigd. Ze probeerden me als een insect te vermorzelen.” Nu woont ze in een godvergeten dorp aan de Italiaanse grens en adviseert ze bedrijven over ethisch ondernemen. Ze is in Parijs om aan te kondigen dat ze in mei wil deelnemen aan de Europese verkiezingen. Straks heeft ze afgesproken met haar oudste zoon, vanavond is ze spreker op een conferentie over mobbing, pesten op het werk.

Stéphanie Gibaud: “Ik sta als tweede op de Europese lijst Debout la France (DLF) van politicus Nicolas Dupont-Aignan. Wij willen de ethiek terug in de politiek brengen. Het verborgen geld van de superrijken moet eindelijk boven water komen. Belastingparadijzen kunnen enkel op internationaal niveau aangepakt worden. Als Malta en Cyprus binnen de EU willen blijven, zullen ze er toch voor moeten zorgen dat miljonairs van over de hele wereld er niet langer hun zwarte centjes kunnen onderbrengen. Daarom hebben we Europese politici nodig die banken het vuur aan de schenen durven leggen.”

 

Bij de laatste Franse presidentsverkiezingen haalde Nicolas Dupont-Aignan 4,73 procent van de stemmen. Erg veelbelovend lijkt dat niet.

Gibaud: “Intussen leven we met de gele hesjes-beweging in andere tijden. De woede in de Franse samenleving is groot. Na de veroordeling van UBS had ik gehoopt dat de Franse regering me tegemoet zou komen. In 2008 tipte ex-UBS-bankier Bradley Birkenfeld in ruil voor 104 miljoen dollar de Amerikaanse fiscus over offshore-rekeningen van Amerikaanse UBS-klanten in Zwitserland. Ik kreeg niets voor mijn klokkenluiderswerk. Ik was een alleenstaande moeder met twee kinderen. De toplui bij UBS rekenden erop dat ze me snel zouden kunnen vernietigen. Op het einde werkte ik nauw samen met het Franse ministerie van Financiën. Was het op dat moment niet de verantwoordelijkheid van de Franse overheid om mij te beschermen én te verdedigen? Of om op zijn minst alle schade te vergoeden die ik geleden heb? Na de uitspraak in februari lijkt het alsof de zaak-UBS in Frankrijk geregeld is. Over mij wordt niet meer gesproken, ook de huidige president Emmanuel Macron en zijn regering zwijgen me dood.”

 

Komt dat omdat veel rijke klanten van UBS connecties hebben met politici?

Gibaud: “Dat is inderdaad de kern van de zaak. De presidentiële verkiezingscampagne van Emmanuel Macron werd gedeeltelijk gefinancierd door multimiljonairs. Een van zijn belangrijkste financiële steunpilaren was de Rothschild-bank waar hij zelf vier jaar gewerkt heeft. De oude kameraden mobiliseerden hun rijke vrienden om Macrons verkiezingskas te spijzen. Dat superrijke vriendenkransje ziet mij als de party-pooper.

“In Zwitserland is UBS een instituut: het is er de grootste werkgever. Intussen weet ik dat de bank ook kampioen is in fraude en witwassen. Dat leverde haar in het verleden zowel in Duitsland als in de VS al miljoenenboetes op. Ook in uw land loopt er trouwens een gerechtelijk onderzoek. De Belgische politie zocht twee keer contact met mij. De eerste keer was in 2014 in Brussel; de tweede keer hier in Parijs in 2015. Ze wilden weten hoe het UBS-systeem functioneert, want België is naar het schijnt een kopie van Frankrijk. Ik vraag me af hoe het nu met dat Belgische onderzoek gesteld is. Misschien hebben de onderzoekers op de Franse uitspraak gewacht om terug in gang te schieten.”

 

Wanneer begon u bij UBS te werken?

Gibaud: “In september 1999. Als hoofd Marketing en Communicatie kreeg ik een stevig budget om VIP-evenementen te organiseren.”

 

Die VIP-evenementen waren in de eerste plaats bedoeld om superrijke klanten aan te trekken?

Gibaud: “Ja. UBS is enkel geïnteresseerd in mensen met grote vermogens. Wij organiseerden onder andere de UBS Golf Trophy, overal ter wereld. In België sponsorden we de Formule 1-wedstrijd van Spa-Francorchamps. Elk jaar stuurde ik klanten met een ‘speciaal arrangement’ naar daar.”

 

UBS is de oudste bank van Zwitserland, maar de Franse afdeling dateert pas van 1999, het jaar waarin u er kwam werken.

Gibaud: “UBS España en UBS France openden hun deuren op hetzelfde moment. De toenmalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi had een paar jaar eerder fiscale amnestie beloofd aan de rijke Italianen. Tegen zijn vermogende vrienden zei hij: ‘Breng jullie zwart geld van Zwitserland terug naar Italië. Jullie zullen niet beboet worden, er komt geen vervolging en er volgt geen gevangenisstraf.’ De Zwitserse bankiers van UBS vreesden dat de Franse president Jacques Chirac en de Spaanse premier José María Aznar het voorbeeld van Berlusconi zouden volgen. Dat kon hen veel lucratieve cliënten kosten. Dus openden ze razendsnel filialen in Parijs en Madrid. De Franse cliënten moesten dan zelf niet meer met hun zwarte centen naar belastingparadijs Zwitserland; de Zwitsers regelden alle offshore-praktijken in opperste discretie voor hen. Hun witte centen werden netjes beheerd door UBS France of España. UBS Belgium is in 2002 van start gegaan. Daar moet ik geen tekening bij maken, zeker? Voor de buitenwereld leek alles bonafide. Toen ik bij UBS begon te werken, was ik er rotsvast van overtuigd dat ik bij een fatsoenlijke bank terecht kwam. UBS France beweert tot vandaag: ‘Met offshore hebben wij niets te maken. Wij voldoen volledig aan de vereisten en voorwaarden van de Franse nationale bank en aan de regels van de bankwaakhond Autorité des Marchés Financiers (AMF).’ Hun juridische mistgordijn is zo dik dat het tot dit jaar geduurd heeft voor de Franse rechtbank tot een veroordeling kwam.”

 

Aan de andere kant verliep het versluizen van zwart geld naar Zwitserland toch ook nogal knullig? Uit uw boek leer ik dat tussen 2002 en 2007 de UBS-toplui in Frankrijk een dubbele boekhouding bijhielden. Met schriftjes vol dubieuze transacties, de zogenaamde ‘carnets du lait’ of huishoudboekjes.

Gibaud: “Ze hielden er de illegale transacties in bij met potlood en gom. Op het einde van elke maand zat onze grote baas Patrick de Fayet samen met de Zwitsers die boekjes netjes bij te werken. Zo lijkt het misschien alsof UBS een amateuristisch zootje was, maar dat is een foute inschatting. Wij wisten trouwens niet van het bestaan van die notitieboekjes.

“Toen UBS France in 1999 van start ging, was het de bedoeling dat het bedrijf zou uitgroeien tot een van de grootste private banken van Frankrijk. Er kwam bij ons nooit een amnestie à la Berlusconi, en zeker tot 2009 spraken de Zwitserse bankiers met hun Franse cliënten af in het hoofdkwartier van UBS aan de Boulevard Haussmann. Of ze reisden naar de events die ik organiseerde.”

 

U wist niet dat uw events dekmantels waren om zwart geld wit te wassen en misdaad- en corruptiegeld te versassen?

Gibaud: “Ik wist niets van de bankzaken en had niets te maken met transferts van geld. Ik organiseerde golftornooien, exclusieve concerten en regatta’s voor jachten. Ik regelde box seats voor Roland Garros. Ik moest ervoor zorgen dat elke klant zijn welvaart en geld spontaan associeerde met UBS. Ik bezorgde ons cliëntèle altijd de beste plaatsen in de opera. Die mensen konden àlles betalen. Ze hadden hun eigen helikopter of vliegtuig, bezaten minstens vijf villa’s en een handvol bedrijven. Ze waren zo rijk als de zee diep is. Een VIP-plaats op een muziekfestival was niet goed genoeg; ze moesten voor het optreden samen met de superster in kwestie een frietje kunnen steken. Het was mijn job hen onbetaalbare ervaringen en emoties te bezorgen. Zo organiseerden we in sterrenrestaurant Maison Blanche bovenop het Louvre een intiem concert met cellolegende Mstislav Rostropovich. Nadien schoof Rostropovich aan voor het diner. De man is intussen gestorven en ik ben er wel zeker van dat de Fransen die ooit met hem gedineerd hebben, zeldzaam zijn. Ik denk dat ik ze allemaal ken.”

 

U kende ook alle klanten van UBS France?

Gibaud: “Allemaal. We bedienden een niche: de superrijken. Als ik een golftornooi in Rijsel organiseerde, kwamen er altijd Franse cliënten langs die om fiscale redenen net over de grens in België een optrekje hadden. Hun geld zat veilig offshore in Zwitserland. UBS was in Europa de locomotief in het wit- en zwartwassen van geld van rijke mensen. Zowat alle andere grote banken zijn hen daarna gevolgd, niet zo massaal en kleinschaliger en voorzichtiger. Voor UBS was Zwitserland de corebusiness. Al de rest was façade.”

 

Was u tevreden met uw job?

Gibaud: “Ik hield van mijn werk. Ik had daarvoor als PR-manager bij een voetbalclub gewerkt; ik kende het klappen van de zweep. ‘Hallo, we hebben hier een klant die morgen vanop de eerste rij de finale van de Champions League in Madrid wil bijwonen. De prijs speelt geen rol.’ The sky was the limit. Ik ging tot het uiterste om de zeer veeleisende cliënten van UBS France tevreden te houden. Ik zat continu onder stress, maar als het weer eens gelukt was om het onmogelijke mogelijk te maken, was ik gelukkig.”

 

Tot die fameuze woensdag, 25 juni 2008.

Gibaud: “Eerder die week was de politie binnengevallen in het kantoor van directeur Patrick de Fayet. Tot vandaag weet ik niet wat de aanleiding daarvan was. De bank heeft nooit iets over de achtergrond van die huiszoeking gelost en er is ook nooit iets over in de media verschenen. Ik vermoed dat de politie op zoek was naar gerichte informatie over sommige klanten. De inval zorgde voor paniek in de hoogste regionen van UBS France. Die woensdagochtend kwam mijn rechtstreekse baas voor mijn bureau staan. ‘Er was een huiszoeking bij De Fayet’, zei ze. ‘Wis de harde schijf van je computer en vernietig al je archieven.’ Ik keek haar niet-begrijpend aan. ‘Pardon?’ Pas later hoorde ik van financiële experts waarom ze me vroeg om al mijn bestanden te vernietigen: zonder het te beseffen, bezat ik informatie die voor de speurders goud waard was. Want ik had niet alleen alle namen, adressen en telefoonnummers van de UBS-klanten, maar ook hun rechtstreekse linken met UBS-bankiers in Frankrijk én in Zwitserland, Luxemburg en België. Hard bewijsmateriaal dat Zwitserse bankiers naar Frankrijk gekomen waren om hier hun offshore-producten te slijten. Voor de Franse justitie is dat ‘démarchage bancaire illégal’, illegaal bankieren. Ik had daar nog nooit van gehoord. UBS gold als de beste vermogensbank ter wereld, de properste bank ook en kaapte elk jaar de Euromoney-award, de Oscar voor banken weg. Wist u dat de bank ook vorig jaar nog met die award ging lopen?”

 

2008 was het jaar van de financiële crisis.

Gibaud: “Daardoor begon de zogenaamd zuivere tanker UBS slagzij te maken. De bank had zwaar in Amerikaanse rommelhypotheken geïnvesteerd. UBS had ook veel geld gestopt in het fonds van superfraudeur Bernard Madoff. Als klap op de vuurpijl luidde in Amerika Bradley Birkenfeld de klok. Een decennium lang geloofde ik voor een ethisch hoogstaande bank te werken. De beste bank ter wereld! De kredietcrisis van 2008 legde een bom onder dat geloof. Toen mijn baas zei: ‘Vernietig al je data’, drong tot me door dat UBS me al die jaren bedrogen had. Op dat moment voelde ik me als een gelukkig getrouwde vrouw die ontdekt dat haar man haar al jarenlang bedriegt. Ik lag in bed met de duivel zelf.”

 

Was het daarom dat u weigerde om de bestanden op uw computer te wissen?

Gibaud: “Ik vroeg mijn baas: ‘Waarom viel de politie bij De Fayet binnen?’ Ze wist het niet. ‘Doe wat ik je opdraag.’ Net op dat moment was ik druk bezig met het organiseren van een golftornooi in Genève. Ik had even geen tijd om mijn computer op te kuisen en mijn baas kon de pot op. Ze was nieuw, kwam van een andere bank en ik kon haar eerlijk gezegd niet luchten. Later die dag stond ze opnieuw voor mijn neus: ‘Heb je de boel al opgekuist?’ ‘Nee, geen tijd.’ ‘Haast je en vergeet niet alle papieren archieven weg te gooien.’ Er stonden afvalcontainers en pas dan viel het me op dat collega’s naarstig bezig waren met het dumpen van dossiers. Ik voelde dat er stront aan de knikker was en vanaf dan nam ik elke avond een pak papier uit die containers mee naar huis. Tot er tien vierkante meter papier in mijn woonkamer lag. Drie jaar lang doorploegde ik elke nacht en elk weekend al die documenten. Ik zag rekeningen passeren in Latijns-Amerika en Azië. Ik bracht alle belastingparadijzen in kaart waar UBS France offshore-rekeningen had. Ik probeerde te achterhalen welke codenaam voor wie stond. Ik las instructies over hoe namen en gegevens van klanten veilig opgeborgen kunnen worden in smartphones en laptops. Ik zag handleidingen om douaniers om de tuin te leiden en een draaiboek over wat te zeggen en te doen na arrestatie.”

 

Dat lijkt op een James Bond-film.

Gibaud: “De figuren die UBS in dienst had om offshore-diensten in Azië en Amerika te verzorgen, waren dan ook geen bankiers, maar een soort geheim agenten. Zij werkten niet voor, maar tégen de Franse regering. In het begin van mijn nachtelijke zoektocht was ik een hardwerkende alleenstaande moeder met twee zonen. Op het einde was ik extreem vermoeid én extreem bang voor mij en mijn kinderen. Want ik had bewijs in handen dat ik voor een organisatie werkte die de illegaliteit niet schuwde.”

 

U stapte niet naar de politie, maar naar uw bazen.

Gibaud: “Ik was vakbondsafgevaardigde en was het gewoon om bij problemen naar het management te stappen. Dat deed ik nu dus ook. Ik stapte de kantoren binnen van UBS-voorzitter Thierry de Chambure en directeur Patrick de Fayet. Ik was verschrikkelijk naïef en geloofde dat ze me in bescherming zouden nemen. ‘Je bent gek’, zeiden ze. ‘Gestoord.’ Meteen daarna begonnen de pesterijen. Ze namen me al mijn verantwoordelijkheden af en ik werd gedegradeerd tot ‘hoofd receptie’. Mijn job bestond voortaan uit checken of alle planten water hadden en of de voorraden papier nog op peil waren. Ik mocht niet meer reizen. UBS startte een roddelcampagne. Het was zo heftig dat ik in een zware depressie sukkelde. Na mijn terugkomst, had ik niets meer om handen. Ik stapte naar een inspecteur van het ministerie van Arbeid. Zij zorgde ervoor dat ik mijn oorspronkelijke job terugkreeg. Er werden beloftes gemaakt dat de bank haar leven zou beteren en afscheid zou nemen van het zwarte circuit. Tot ik in 2011 tijdens de voorbereiding van het tennistornooi van Roland Garros benaderd werd door agenten van de Franse douane. ‘We willen u graag twee weken volgen op Roland Garros, want we hebben het vermoeden dat UBS er afspraken regelt met Zwitserse bankiers.’ Ik geloofde hen niet. ‘Dat doen ze niet meer’, zei ik. ‘Dankzij mij heeft de bank haar leven gebeterd.’”

 

Maar dat was niet zo?

Gibaud: “Nee. De douaniers waren zeker van hun zaak. ‘UBS is nooit gestopt. We willen dat u ons helpt.’ Dus maakte ik die geheime deal met het ministerie van Financiën. Ik had geen keuze. Ik werkte bij de allergrootste bedrieger ooit uit het bankwezen en zat op een schat aan informatie. François Hollande was toen president. Zijn regeringsleden stelden zich voor als witte ridders en bestrijders van belastingontduiking. Als voorbeeldig burger werkte ik met hen mee. Ik nam een groot risico, want op dat moment bestond er in Frankrijk nog geen wet die klokkenluiders beschermt. ‘We maken dat klokkenluidersstatuut in orde’, beloofden ze. Toen die wet er dan eindelijk was, deelde de toenmalige minister van Financiën Michel Sapin me droogweg mee: ‘O maar, die wet geldt niet voor jou. Jij bent geen klokkenluider, maar een getuige.’ Vijftien maanden lang had ik me voor hen uitgesloofd. Dat was een afschuwelijke periode. Ik was doodsbang dat UBS me zou ontmaskeren.”

 

Vreesde u voor uw leven?

Gibaud: “Ja. Mijn advocaat zei: ‘Ga niet te dicht bij de sporen staan als je de metro neemt. Pas op als je de straat oversteekt.’ Het duurde tot 2012 voor UBS me ‘om economische redenen’ ontsloeg. Meteen daarna werd mijn hond vergiftigd in mijn appartement hier in Parijs. Ik kreeg dreigbrieven en de Franse regering liet me vallen als een baksteen.

“Na UBS was ik uitgeput en werkloos, maar ik hoopte dat mijn leven snel terug normaal zou worden. Toen sprongen de media op de belastingontduiking van UBS, en kwam mijn naam als klokkenluider bovendrijven. Ik werd door journalisten overvallen. Ik was zo dom te denken dat die media-aandacht me kon helpen om mijn carrière op de sporen te krijgen. Het tegendeel gebeurde: ik verloor er mijn leven door. Twaalf jaar lang stond ik onder ongelooflijke druk. Kijk naar mijn gezicht, naar de sporen die de stress erop naliet. UBS sleurde me voor zeven verschillende rechtbanken. Het hield niet op. Nu komt er nóg een proces: één voor laster en eerroof naar aanleiding van mijn boek uit 2014, La femme qui en savait vraiment trop. Sinds die 25e juni 2008 is mijn leven een hel. Financieel zit ik aan de grond, ik ben in de steek gelaten door mijn regering en moest de ene na de andere rechtszaak overleven. Andere mensen zouden er doodziek van worden of in de drank wegvluchten.”

 

U niet?

Gibaud: “Nee, want ik ben een overlever. Frankrijk was samen met Duitsland de stichter van de Europese Unie. Met ‘gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid’ is mijn land ook de bakermat van de mensenrechten. Dat hebben onze politici na UBS compleet verkwanseld. Ik ben niet de enige die ze in de kou laten staan. Weinig mensen weten dat Wikileaks-klokkenluider Julian Assange een zoon van tien heeft in Frankrijk. In 2015 vroeg hij onder andere om die reden bescherming aan de Franse overheid. Er is een wet in Frankrijk die bepaalt dat kinderen nooit van hun ouders gescheiden mogen worden. Zijn zoon was al voldoende reden om hem hier asiel te verlenen. Maar nee, dat werd hem botweg geweigerd. Dat hele pompeuze verhaal van Frankrijk als behoeder van de mensenrechten, is niet meer dan een grove leugen. Edward Snowden vroeg ook asiel in Frankrijk en ving eveneens bot. Hij leeft nu in Rusland. Ik heb hem trouwens gisteren nog gesproken.”

 

Hoe is het met hem?

Gibaud: “In vergelijking met Assange stelt hij het uitstekend. Snowden kan in Rusland gaan en staan waar hij wil. Maar Julian kan nergens meer heen. Nu moet u weten, uit de Snowden-files blijkt heel duidelijk dat zowel de regeringen van Nicolas Sarkozy als van Hollande door de Amerikaanse geheime dienst NSA in de gaten gehouden werden. Het is dan toch godgeklaagd dat net Snowden en Assange geen asiel in Frankrijk krijgen?”

 

U hebt Julian Assange indertijd in de Ecuadoriaanse ambassade in Londen bezocht?

Gibaud: “Ja. Hij leefde er in trieste omstandigheden. Hij sliep in de keuken van de ambassade. In 2016 beslisten de Verenigde Naties dat hij er ten onrechte vastzat. De regering in Londen tekende meteen bezwaar aan. In de Europese instellingen in Brussel bleef het intussen oorverdovend stil. Zijn arrestatie kwam niet als een verrassing. Ecuador wou van hem af. Ik hoop dat de Europese toppolitici en alle journalisten wereldwijd nu Groot-Brittannië zullen oproepen om Julian niet aan de VS uit te leveren. Het is de hoogste tijd dat hij na al die jaren veilig en onbevreesd naar zijn familie kan terugkeren.”

 

Twee Zweedse vrouwen beschuldigden Assange van verkrachting en dienden in 2010 klacht tegen hem in.

Gibaud: “Die meisjes trokken intussen hun klachten in en Zweden stopte het onderzoek.”

Assange wordt ervan verdacht tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne e-mails van Hillary Clintons campagneteam te hebben gehackt om haar te beschadigen. Dat is toch niet iets wat een rechtschapen klokkenluider hoort te doen?

Gibaud: “Dat wordt gezegd, maar is dat ook zo? Daar is niets van bewezen. Waarom wordt dat nieuws de wereld ingestuurd? Omdat ze van Wikileaks af willen. Voor alle duidelijkheid: ik heb met Assange of Wikileaks niets te maken.”

 

Hebt u er geen spijt van dat u die 25e juni 2008 uw harde schijf niet gewoon gewist hebt?

Gibaud: “Soms wel. Maar dan was ik mededader geworden.”

 

Dan organiseerde u nu misschien nog golftornooien voor UBS.

Gibaud: “Dan zat ik waarschijnlijk zelfs nóg hoger in de hiërarchie of had ik een topjob bij de concurrentie. Want àlle grote namen van UBS France die het systeem draaiende hielden en mij het leven zuur maakten, bezetten nu topjobs bij JP Morgan, Credit Suisse en Rothschild… Al die zakenbankiers vormen één grote familie. Ze delen ook allemaal dezelfde familiegeheimen.”

(c) Jan Stevens