“Volslagen eerlijkheid maakt het leven ondraaglijk”

Op zijn 63e debuteert Rik Torfs met de roman ‘Het grote gelijk’, waarin de champagne rijkelijk vloeit en er lust in de lucht hangt. “In een roman mag het wat ruiger en onfatsoenlijker dan in een keurig artikel.”

 

Bang voor de recensies van ‘Het grote gelijk’ is professor kerkelijk recht Rik Torfs niet. “Die zijn toch negatief”, zegt hij met een bulderlach. “Ik maak me daar geen illusies over. Journalisten zullen denken: ‘Nu gelooft Torfs ook nog dat hij romans kan schrijven.’ Ik vind dat niet erg. Ik heb mijn best gedaan en kan mijn werk volledig verdedigen. Anderen hebben het volstrekte recht het niet goed te vinden.”

In ‘Het grote gelijk’ wordt hoofdpersonage Walter Holsters na een lange carrière op christendemocratische kabinetten eindelijk minister. Hij komt op Justitie terecht, niet meteen zijn eerste keuze. Daar erft hij de ‘personal assistant’ van zijn voorganger. Ze heet Ingrid en blijkt de vijftien jaar jongere vrouw te zijn van Holsters’ jeugdvriend Olivier. Meteen bekruipt hem de gedachte: “Ik zou willen dat ze meer van mij was dan ze is.”

Vóór Walter Holsters naar de politiek overstapte, was hij professor aan de universiteit, net als zijn geestelijke vader Rik Torfs. “Collega’s doen er graag gewichtig over, maar het is een gemakkelijke baan”, laat Torfs zijn personage in ‘Het grote gelijk’ zeggen. “Onderzoeksprogramma’s uitschrijven aan de lopende band, papers publiceren die niemand leest. Ik draaide er mijn hand niet voor om. Er bleef veel vrije tijd over.” Holsters vulde die met het opstarten van een bedrijf; Rik Torfs schreef een roman.

 

Waarom debuteert u op uw 63e als romancier?

Rik Torfs: “Vindt u het nog te jong? (lacht) In een roman kun je anders te werk gaan dan in een essay of wetenschappelijk artikel. Het is makkelijker om doorheen de tijd te reizen. Je kunt personages ideeën of visies laten hebben die je in een essay nooit kwijt kan. Het mag wat ruiger en onfatsoenlijker dan in een keurig artikel. Je hoeft als schrijver ook niet achter alle opvattingen van je personages te staan.”

 

Toch zullen lezers denken dat ze via ‘Het grote gelijk’ uw diepste zielenroerselen op het spoor komen.

“Het is geen autobiografisch verhaal, al zitten er wel scènes in uit mijn jeugd. De onderwijzers op de lagere school die tijdens de les sigaretten stonden te roken, bijvoorbeeld. Groene Michel, zonder filter. Dat was stoer, maar ze gingen wel vroeg dood. Ik gebruik persoonlijke ervaringen om het verleden te reconstrueren. Ik schrijf niet over tijdperken die ik enkel ken van horen zeggen. Ik weet dat de jaren vijftig bestaan hebben, maar maakte ze niet bewust mee. Wat zich in het heden afspeelt, is volledig ontsproten uit mijn fantasie.”

 

Niet veel mensen wisten dat u de voorbije twee jaar aan deze roman aan het werken was.

“Ik heb in het verleden wel een paar keer gezegd dat ik dit ooit wou doen. Niemand geloofde me omdat ik zoveel vertel. (lacht) Ik vond het belangrijk om een gedegen Nederlandse uitgever te hebben. Zo ontsnapte ik uit het gemakkelijke sfeertje van het bekende Vlamingen-schap. Tegen mijn redacteur zei ik herhaaldelijk dat hij niet kritisch genoeg kon zijn. Het mocht geen ‘roman van Rik Torfs’ worden. Zoiets lukt veel beter in Nederland.”

 

U schrijft over ‘de lange hete zomer van 1974’. Ik heb het even gecheckt: de zomer van ’74 was eerder koel en nat.

“De zomer van 1976 was heet en lang. Die van ’74 is dat ook in de ervaring van mijn personages. Ik heb die zomer een upgrade gegeven omdat die voor hen een ‘turning point’ is. In 1976 zat ik in het tweede jaar rechten. Ik was bezig aan het examen logica. Tijdens de schriftelijke voorbereiding viel er een zweetdruppel op de blauwe inkt die daardoor werd uitgewist. Dat ene moment zit in mijn geheugen gegrift.”

 

Walter Holsters is een ingenieur. Waarom moest het hoofdpersonage een exacte wetenschapper zijn?

“Ik geloof in de theoretische mogelijkheid dat exacte wetenschappers een brede cultuur bezitten. (lacht) Ik zocht iemand die heel systematisch kan zijn, maar toch genoeg finesse heeft om in de politiek een heerlijk foute rol te spelen.”

 

Een christendemocraat.

“Zeker in de jaren zeventig en tachtig lag het voor de hand dat mensen die macht nastreefden, voor de christendemocratie kozen. Er zijn ooit pogingen geweest van de toenmalige CVP om zelfs Paul Goossens te rekruteren. Ik zie Walter Holsters als iemand die niet de moeite doet om in opstand te komen tegen een systeem. Ik heb veel mensen gekend die ook zo waren. Ze glipten de christendemocratie binnen als technici op kabinetten en werden later minister. Zo zijn er nu nog.”

 

Ze belandden ‘toevallig’ in de politiek, maar waren tezelfdertijd opportunistisch?

“Ja. Ze wisten dat dat niet helemaal koosjer was, maar vonden het net niet fout genoeg om het nog voor zichzelf te kunnen verantwoorden.”

 

Spreekt u nu voor uzelf? Van 2010 tot 2013 zat u in de senaat voor CD&V.

“Nee. Ik had achter de schermen nooit contact met ‘cabinetards’. Dat is ook een van de redenen waarom ik het niet lang in de politiek heb volgehouden.”

 

Zijn de ervaringen van minister Walter Holsters gebaseerd op gesprekken met levensechte ervaringsdeskundigen?

“Het is een mix van observatie en flarden van gesprekken. Maar ik heb nooit iemand rechtstreeks gevraagd hoe het voelt om minister te zijn. Ik sprak wel met hen over wat ze voelden in hun leven, en dan kwam hun ministerschap natuurlijk ter sprake. Walter vond het belangrijker om minister te worden dan om het te zijn; dat is iets wat ik een aantal echte ministers ook heb horen vertellen. Ik heb natuurlijk ook geput uit de periode dat ik rector van de KULeuven was. Net als minister van Justitie Walter Holsters kreeg ik toen heel wat mensen over de vloer met vragen die ik niet kon oplossen.”

 

Zoals de twee Antwerpse onderzoeksrechters die bij Walter Holsters komen klagen. “We verdrinken in het werk”, zegt de ene, en Holsters denkt: “Eerder in de alcohol.” Ze zullen het in Antwerpen graag lezen.

“Ik weet het. (lacht) Walter kan perfect voorspellen wat de onderzoeksrechters zullen vertellen, speelt daarop in en stuurt ze met een dooie mus terug naar huis. Na afloop zijn ze zeer tevreden. Dat is ook de manier waarop een echt politicus mensen afscheept, of de bal zo lang mogelijk in bezit probeert te houden. Walter weet dat ze ooit zullen terugkomen; intussen is hij er een half jaar of langer van verlost.”

 

Wat niet echt verstandig is, want dat komt als een boemerang terug.

“Ja. Nederlandse politici bezondigen zich daar minder aan dan Vlaamse. Onze ministers zeggen niet graag waar het op staat. In plaats van: ‘Ik kan jullie niet helpen’, sussen ze: ‘Ik ben ermee bezig’, of: ‘Ik sta aan jullie kant.’

“Toen ik senator was, zat ik in de commissie Justitie. Daar werden best interessante gesprekken gevoerd. Maar ik heb geen enkele minister van Justitie gekend die erin slaagde de grote hervormingen door te voeren waar hij of zij van droomde. Het is justitieministers Stefaan De Clerck, Laurette Onkelinx, Annemie Turtelboom én Koen Geens niet gelukt. Ze hadden daar gewoon niet genoeg tijd voor. En dan vergeet ik nog ‘witte ridder’ Marc Verwilghen die het na de affaire Dutroux allemaal ging oplossen: hij vertegenwoordigt misschien wel de pijnlijkste mislukking van alle ministers van Justitie. Waarschijnlijk beschikten sommigen onder hen niet over voldoende capaciteiten, maar allemaal moesten ze kampen met die beperkte tijd van een legislatuur. Nu is dat maximum vijf jaar, ooit was het vier. Die korte periode maakt hervormen zeer moeilijk.”

 

Walter Holsters is jaloers op zijn jeugdvriend Olivier die de vijftien jaar jongere Ingrid aan de haak heeft weten te slaan. Zij wordt Walters ‘personal assistent’ en vanaf hun eerste ontmoeting kijkt hij naar haar met begerige blik.

“Mensen die macht verwerven, worden aantrekkelijk. Het klopt dat macht erotiseert, ik heb dat bij veel politici gezien. Ik heb ook gezien hoe serieuze mensen gemakkelijk toegeven aan die erotiserende effecten eens ze macht verwerven, en zich zo in nesten werken. Gelukkig leven wij in een land waar het privéleven van politici niet door de media te grabbel wordt gegooid. Maar soms destabiliseren ze hun eigen bestaan en dat van anderen en richten zo veel verdriet aan.”

 

Later zal Walter door Ingrid beschuldigd worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Klopt mijn aanvoelen dat u vindt dat de #MeToo-slinger doorgeslagen is?

“Ik probeer enkel te beschrijven en #MeToo is een van de thema’s van onze tijd. De seksuele vrijheid van zowel vrouwen als mannen moet terecht volledig worden gerespecteerd. Daar bestaat geen discussie over, maar het wordt interessant in de grensgebieden. Ik geef geen details over wat er precies tussen Ingrid en Walter is gebeurd. Dat heeft eigenlijk ook geen belang; de beschuldiging is er en Walter valt uit de lucht. Hij houdt niet van Ingrid; bij hem ging het meer over fysieke drang dan over liefde. In de aanloop naar het incident drinken ze champagne en vertelt Walter haar over een Italiaanse roman die hij in Franse vertaling las: ‘Au feu de Dieu’ van Walter Siti. Ik heb dat boek zelf gelezen. Het hoofdpersonage is Don Leo, een 33-jarige priester die zijn hele leven met pedofiele neigingen worstelt. Meer dan tien jaar geleden beging hij één misstap die hij zichzelf nooit heeft vergeven. Sindsdien ging hij ook nooit meer over de schreef. Tot op een dag een jongen van elf uit een ontworteld gezin hem eerst zijn liefde verklaart en daarna vraagt: ‘Je peux toucher ton zizi?’ De priester schrikt en weigert. De jongen pleegt later zelfmoord. Het Italiaans Cultureel Instituut in Brussel organiseerde in maart vorig jaar een debat over dat boek tussen mij en Walter Siti. De vraag werd toen gesteld: kan het eigenlijk wel dat zo’n jongen van elf het initiatief neemt? Waarop Siti vertelde dat hijzelf als jongen van zestien een bouwvakker van dertig had verleid. Die ‘bekentenis’ veroorzaakte nogal wat opschudding. In mijn boek is de plaats van het debat verhuist naar Parijs en speel ik geen enkele rol, maar is het Walter Holsters die getuige is van Siti’s ontboezeming. Holsters vertelt aan Ingrid hoe Siti forse tegenwind van het publiek kreeg. Dat vond dat een kind enkel slachtoffer kan zijn, nooit dader, omdat de verhoudingen te ongelijk zijn. Treft een minderjarige nooit schuld? Die vraag stel ik, zonder er een antwoord op te geven of een oordeel over uit te spreken. Ik stel ze, omdat het een vraag is van vandaag.”

 

De manier waarop er na het #MeToo-incident met Walter afgerekend wordt, is ook zeer hedendaags.

“Absoluut. Dat is uit het leven gegrepen, met de partijvoorzitter die zijn bezorgdheid over Walter veinst, maar in werkelijkheid enkel aan zichzelf denkt. Vlak nadat Walter door Ingrid beschuldigd is van grensoverschrijdend gedrag, wordt hij gebeld door een krantenjournaliste. Ze duwt hem meteen in het offensief en hij voelt dat hij het niet uitgelegd krijgt. Zijn wanhoop neemt toe.”

 

U klaagt ‘trial by media’ aan?

“Justitie werkt heel traag, maar het nieuws gaat supersnel. Het verschil in snelheid tussen die twee wordt enkel groter. Zo’n schandaal wordt door de media verslagen en ministers moeten aftreden. Soms blijkt dan drie jaar later dat er juridisch niets aan de hand was. Dit is geen verwijt aan de media, maar opnieuw gewoon een vaststelling.”

 

In maart 2017 kwam u als rector ook in het oog van een mediastorm te staan met de affaire rond de problematische klinische studies van topdokter Stefan Van Gool. Heeft die ervaring u geholpen bij het beschrijven van de gevolgen van ongewenste media-aandacht?

“Ik heb daar veel uit geleerd, ook al was het eigenlijk een dossier dat mijn voorganger kende maar nooit gemeld had. Het was de baas van het ziekenhuis die mij inlichtte dat er problemen waren met die studies. Een ontslag om dringende reden kon juridisch niet omdat het dus om feiten ging die al langer bekend waren. We hebben vervolgens een oplossing gezocht en een dading gesloten waarbij de betrokkene een jaar de tijd kreeg om een nieuwe job te zoeken. Ik vond niet dat die man aan de schandpaal moest. Later werd hij daar wel aan genageld, maar niet door mij. Dat namen de media op zich, meer bepaald De Standaard.”

 

Na de berichtgeving over de affaire Van Gool stopte u als columnist voor die krant. Tot nu zijn de plooien niet gladgestreken.

“Ik vind nog altijd dat De Standaard toen in de fout gegaan is en zij vinden nog steeds van niet. Maar ik heb nooit een interview gehad zoals Walter dat in mijn boek moest ondergaan. Het kan gewoon niet dat er een positieve recensie over mijn boek in De Standaard zal verschijnen. Dat is uitgesloten. Kijk, in ‘Het grote gelijk’ reken ik met niemand af, maar ik heb uit al mijn ervaringen wel geleerd om sommige scènes met enige geloofwaardigheid te beschrijven.”

 

Is er een gebrek aan hypocrisie in onze huidige samenleving, waardoor we niets meer van elkaar kunnen verdragen?

“Nee, er is net méér hypocrisie, alleen moeten we ze verbergen. Toen Guy Verhofstadt begin deze eeuw premier was, hielden politici er openlijk een nogal losse levensstijl op na. Het was een decadentere periode, maar het gebeurde niet in het verborgene. Dat was ook zo in de dagen dat schrijver Hugo Claus glorieerde. Seksuele bevrijding voerde de boventoon en Claus veranderde geregeld van huis en vrouw. De tijd was minder hypocriet. Onder druk van de meer rigide moraal worden mensen vandaag gedwongen hypocrieter te zijn.

“Zonder enige hypocrisie wordt het leven onmogelijk. Maar de vraag is: hoeveel hypocrisie hebben we nodig? Totale hypocrisie kunnen we missen als kiespijn, maar volslagen eerlijkheid tegenover iedereen, of zelfs tegenover je eigen partner, maakt het leven ondraaglijk.”

 

Wordt die volslagen eerlijkheid nu van ons geëist?

“Voor een deel wel. Weet u wat ik ontzettend grappig vind? Mannen die plots feminist worden, zoals Alexander De Croo. Ik heb sympathie voor hem en hij is een goed politicus. Maar zou hij zichzelf ook nog uitroepen tot feminist als dat niet van hem verwacht zou worden? (lacht)”

 

Is Rik Torfs een reactionair?

“Ik begrijp uw vraag, maar ik heb altijd alle tijdsgeesten gewantrouwd. De jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig hadden elk hun dominante stroming waar je je makkelijk op kon laten meedrijven. Ik ben daar niet tegen, maar vond dat nooit vanzelfsprekend. Dat vind je ook terug in mijn roman. Denk aan Ingrids leraar Nederlands die midden jaren tachtig op een afschuwelijk autoritaire manier de vrijheid van Hugo Claus predikt. Hij is zo autoritair als de pest, terwijl hij zogezegd het tegendeel verdedigt. Ik sta sceptisch tegenover het autoritarisme van elke tijd. Is dat reactionair? Nee, want ik wil niet terug naar een andere tijd. Ja, want elke tijd verdient niet alleen applaus, maar ook kritiek.”

 

Rik Torfs, Het grote gelijk, Van Oorschot, 288 blz., 20 euro

 

(c) Jan Stevens

“Hoe meer geld je vraagt, hoe meer je ook moet geven”

In haar boek Hoerenchance presenteert prostituée Sigrid Schellen zich als ‘happy hooker’ die van haar hobby haar beroep maakte. “Het is maar seks, hé. Oké, ik word ervoor betaald, en dan?”

 

Het interview met prostituée en auteur Sigrid Schellen is nog geen tien minuten bezig, of het is bijna alweer voorbij. Volgens haar boek Hoerenchance is dat de gemiddelde duur van een bezoek van haar klandizie uit het Limburgse Bree. Aanleiding is de vraag of ze in het begin van haar carrière in het zwart werkte. Schellen alias ‘Sascha’ reageert als door een wesp gestoken: “Over zwart geld wil ik het niet hebben, of we stoppen.”

 

Vandaag bent u zelfstandig ondernemer?

Sigrid Schellen: “Ik heb een eenmanszaak. Ik werk drie en een halve dag per week. De andere dagen zorg ik voor mijn dochter van vijf. Mijn werkdagen zitten volgepropt.”

 

Met seks?

“Dat valt best mee. In het begin ontving ik zeer veel klanten. Het was toen niet mijn bedoeling om dit te blijven doen. Het oorspronkelijke plan was: één week. Maar dat werden er twee en die liepen uit tot een maand. Vervolgens mikte ik op drie maanden en uiteindelijk besliste ik er onbepaalde duur van te maken. Toen heb ik ook het aantal klanten per dag teruggeschroefd. Tien tot vijftien mannen per dag is echt niet vol te houden. Tenzij wanneer je in de raamprostitutie werkt en de klanten hoogstens een kwartier blijven.”

 

Kent uw dochter uw beroep?

“Ik heb haar verteld dat sommige papa’s niemand hebben om mee te knuffelen en dat die dan voor een knuffel naar mij komen.”

 

Waarom schreef u Hoerenchance?

“Niemand wist wat ik deed en ik durfde het aan niemand te vertellen, dus begon ik een dagboek te schrijven. Na verloop van tijd begon het te dagen dat mijn eigen neergeschreven verhaal een interessant boek kon opleveren.”

 

Begin mei was u op tv te gast bij Van Gils & gasten en sprak u voor het eerst open en bloot over uw job als sekswerker. Waarom?

“Omdat de situatie in België hypocriet is. Prostitutie wordt gedoogd, maar in de wet staat een artikel dat mensen strafbaar maakt die prostitutie mogelijk maken. In de praktijk is dat dus iedereen die mij op een of andere manier helpt bij de uitoefening van mijn job. Die hypocrisie wou ik aanklagen.

“De belangrijke mensen in mijn leven had ik voor de uitzending ingelicht. Dat zijn er niet zoveel, want ik heb geen uitgebreid sociaal leven. Als je iemand voor het eerst ontmoet, is een voor de hand liggende vraag: ‘Wat is jouw job?’ Die vraag wou ik vroeger liefst vermijden en daarom meed ik in mijn vrije tijd ontmoetingen met anderen. Ik kan me best voorstellen dat veel vage bekenden tijdens die uitzending dachten: ‘Aha, daar houdt ze zich mee bezig.’”

 

Waarom bent u er ooit mee begonnen?

“Ik was seksueel heel actief en wou veel ervaren. Ik ben geen nymfomane; ik kan makkelijk een week zonder seks. Ik heb controle over mijn seksleven, maar heb gewoon een hoog libido. Ik wou de prostitutie eens uitproberen. Ik was nieuwsgierig en wou weten hoe het er echt aan toegaat.”

 

Het geld speelde geen rol?

“Natuurlijk speelde dat mee. Niet veel, maar toch.

“Vroeger werkte ik in kledingwinkels en fabrieken. Mijn overstap naar de prostitutie kwam door een samenloop van omstandigheden. Het jaar liep ten einde en de feestdagen stonden voor de deur. Ik was een alleenstaande jonge moeder die zich geen extraatjes kon permitteren. Toen ik mijn allereerste advertentie op een dinsdagmorgen online zette, dacht ik: ‘Vrijdag stop ik ermee. Dan heb ik genoeg voor de feestdagen, is er rust in mijn hoofd en kan ik verder.’ Ik had niet verwacht dat het zou meevallen. Misschien had ik geluk dat ik die eerste week enkel leuke klanten over de vloer kreeg.”

 

Toch kan ik me voorstellen dat uw allereerste klant helemaal niet zo fijn geweest moet zijn.

“Dat viel best mee, alleen was ik bloednerveus omdat ik de finesses nog niet kende. Hoe begin je eraan? Spring je direct op die man of knoop je eerst een gesprek aan? Aan de telefoon klonk hij oké en hij vertelde wat hij wou: een massage en seks. Ik wist ook niet hoe ik met hem moest afrekenen: vraag ik meteen geld of ontvang ik zijn centen na afloop? Wat als hij over de prijs begint te onderhandelen? Ontvang ik hem met mijn kleren aan? Verwacht hij een striptease? Over al dat soort praktische zaken maakte ik me zorgen. Ik had genoeg mannen in bed gehad om niet bang te zijn voor seks met een wildvreemde.”

 

Wist die man dat hij uw allereerste klant was?

“Nee, ik deed alsof ik heel ervaren was. (lacht) Hij vroeg ook: ‘Ben je hier al lang aan de slag?’ Ik antwoordde: ‘Toch al een half jaar.’ Ik wou niet dat hij op een of andere manier misbruik zou maken van mijn onervarenheid.”

 

Hoe voelde u zich achteraf?

“Goed, normaal, ik voelde niets raars en hield er geen schuldgevoel aan over. Ik begin nooit aan iets als ik weet dat ik er achteraf spijt van zal krijgen. Het is maar seks, hé. Oké, ik word ervoor betaald, en dan?”

 

In het begin ontving u mensen bij u thuis?

“Ja, en ik stelde me daar geen vragen bij. Mijn buren hebben daar nooit iets van gemerkt. Kijk, je moet goed opletten wie je binnenlaat en op welke uren. Je maakt ook best niet te veel lawaai. Maar in zo’n appartementsgebouw wonen heel wat mensen en dan valt bezoek sowieso minder op.”

 

U portretteert een aantal van uw klanten in uw boek. Verwacht u nu reacties van mannen die zichzelf herkennen?

“Nee, want de meesten zijn getrouwd. Ik heb namen aangepast, maar het zou inderdaad best kunnen dat ze zichzelf herkennen. De kans dat ze reageren is onbestaande, want dan geven ze meteen toe dat ze zijn vreemdgegaan. Zo dom zijn ze niet.”

 

Het leven van een prostituee is toch niet altijd rozengeur en maneschijn?

“Dat cliché horen mensen graag. Ze zien prostitutie als iets duister en onthouden vooral de negatieve ervaringen. Ik luister altijd heel goed als een potentiële klant me belt. Als ik geen klik voel, of ik hoor aan de andere kant van de lijn iemand met een vervelend karakter, laat ik die man niet komen. Het moeilijkste in mijn job is de miserie die ik soms te horen krijg. Mannen vertellen hun verhaal, want ze komen echt niet alleen voor seks. Als het hen enkel om seks te doen is, trekken ze wel naar de ramen.

“Mijn klanten vertellen me af en toe schrijnende verhalen. Eigenlijk ben ik ook een beetje een psycholoog. Bij velen ligt de drempel voor een bezoek aan een echte psycholoog te hoog.”

 

Verhalen over relatieproblemen?

“Ook. Maar vaak vertellen klanten over naaste dierbaren die overleden zijn. Of over financiële tegenslagen of problemen op het werk.”

 

Hoeveel vraagt u per uur?

“200 euro. Dat ligt iets boven de marktprijs bij privé-ontvangst van 150 euro. Mijn prijs is een goede filter: een deel van het cliënteel wordt zo op voorhand al uitgesloten. De marginale figuren wil ik vermijden. Als ik meer dan 200 euro zou vragen, trek ik degenen aan die denken dat met geld alles te koop is. De nouveaux riches die vinden dat ze in ruil voor 350 euro per uur zich alles mogen permitteren. Hoe meer geld je vraagt, hoe meer je ook moet geven. Mijn prijs is afgestemd op wat ik te bieden heb.”

 

Wat doet u dan voor die prijs?

“Ik vind veiligheid zeer belangrijk en zal nooit seks hebben zonder condoom. Ik laat ook niemand klaarkomen in mijn mond. Want die vragen worden soms gesteld, maar ik weet niet zeker of die mannen dat dan ernstig menen of dat het fantasten zijn. Want kan iemand echt zo dom zijn om zonder condoom met een wildvreemde te vrijen? Blijkbaar wel, anders waren er geen soa’s.”

 

Wat voor seks willen uw klanten?

“Niets ongewoons. Eigenlijk zijn ze op zoek naar een vorm van liefde. Net dat maakt mijn job zo moeilijk: de confrontatie met mensen die zeer veel intimiteit te kort komen. Niet de seks; dat is het gemakkelijkste. Ik heb seks en gevoelens altijd van elkaar kunnen scheiden. Ik hoef niet verliefd op iemand te zijn om met hem te kunnen vrijen.”

 

U schrijft dat u geniet van de seks met uw cliënteel. Echt?

“Dat is nu precies wat mensen niet willen horen: dat een vrouw seks fijn vindt. Als je dat durft te zeggen, word je als slet bestempeld. Daarom ook dat ik blijf herhalen: ik geniet ervan. Ik hoef iemand niet eerst beter te leren kennen. Al geef ik wel toe dat het een andere vorm van seks is.”

 

Hoe lang wilt u dit blijven doen?

“Zolang ik dit fysiek aankan. Ik veronderstel dat het gedaan zal zijn zodra de menopauze zijn intrede doet. (lacht) Ik werk met mijn lijf en blijf niet jong. Ik hoop dat ik het nog tien jaar volhoud, maar zeker is dat niet. Ik wil zo een mooi kapitaal opbouwen. Daar zal ik dan iets anders mee doen, al weet ik op dit moment nog niet wat. Nu komt er veel geld binnen.”

 

Vliegt het ook snel weer buiten?

“In het begin wel, maar dat heb ik afgeleerd. Het cliché wil natuurlijk dat meisjes zoals ik handtassen en schoenen kopen. We zijn niet allemaal zo.”

 

Hoe oud bent u?

“32, en dat is mijn echte leeftijd. Ik weet dat collega’s daar vaak over liegen en ik dacht eerst ook dat ik jong moest blijven om aan de bak te komen. Dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Het is niet slim om over leeftijd te liegen. Als je als veertiger in je advertentie beweert dat je een twintiger bent, stel je sommige klanten teleur. Die ben je dan voorgoed kwijt.”

 

Is er plaats voor een vaste relatie?

“Niet zolang ik deze job uitoefen. Op werkdagen ben ik van acht uur ’s morgens tot tien uur ’s avonds beschikbaar. Al wil dat niet zeggen dat er dan continu klanten bij me binnen zitten.”

 

De vraag naar seks is groot?

“De markt is heel groot. Dagelijks krijg ik telefoon van nieuwe klanten. Mannen die met mij contact opnemen, zullen geen affaire met hun secretaresse beginnen of met de buurvrouw vreemdgaan. Dat vind ik positief, want met mij sluiten ze een puur zakelijke overeenkomst. Vreemdgaan kan veel kapotmaken. Bij mij zijn mannen safe, want er is geen echte liefde in het spel. Ze moeten me niet verleiden en moeite en tijd in me investeren. Ze hoeven niet constant te bellen of sms’en om de relatie te onderhouden. Wie een affaire begint, doet dat wel. Dàt is bedrog. Bij mij is het niet meer dan seks en een praatje slaan. Daarna is het voorbij, klaar.”

 

Acteert u tijdens het werk?

“Ja. Ik vind niet elke klant interessant of lief. Maar als hij in mijn bed ligt, is het wel de bedoeling dat hij het gevoel heeft dat ik hem fantastisch vind.”

 

Worden klanten soms verliefd op u?

“Dat gebeurt. Dat wordt pas een probleem als zo’n man begint te dromen van een leven met mij aan zijn zij. Er zijn klanten die verliefd op me worden en beseffen dat dat geen toekomst heeft. Maar als iemand een zware crush op me heeft en daarom elke dag wil langskomen, blok ik hem af. Want dat zal hem handenvol geld kosten, en dat wil ik niet. Ik wil niet de oorzaak van persoonlijke drama’s zijn.”

 

Klopt het dat u oudere mannen interessanter vindt dan jongere?

“Dat hebt u goed opgemerkt. (lacht) Oudere mannen hebben meer ervaring én zijn rustiger. Ze kunnen beter relativeren en voelen niet meer de drang om zich te bewijzen. Een vijftiger heeft zich meestal al bewezen. Bij mannen onder de 25 is het alsof ze op sollicitatiegesprek komen. Ze pochen over hun job of hun dikke auto en willen zichzelf verkopen. Oudere heren zijn relaxed. De seks is ook veel beter.”

 

In uw boek schrijft u heel expliciet over seks.

“Ik vind dat we daar veel te preuts over praten. Het is maar seks jongens, doe niet zo onnozel. (lacht) Ik schrijf zoals ik ben en heb geen zin om dingen te verbloemen.”

 

Waarom hopt u van de ene provincie naar de andere?

“Omdat je het als nieuw meisje altijd beter doet. In het begin heb je dan veel klanten: mannen willen je wel eens komen proberen. Ik werk in verschillende regio’s en bouw daar telkens ook een vast cliënteel op. Mijn thuisadres is in Limburg: daar speelt mijn privéleven zich af. Mijn huidige werkflat in Puurs huur ik tijdelijk.”

 

Weten uw huisbazen wat zich daar afspeelt?

“Nee. U zal van mij niet horen dat zij dat weten, want dan zijn ze volgens de wet strafbaar. Ik wil de mensen in mijn omgeving niet in problemen brengen omwille van de keuzes die ik maak. Politici die dat bewuste wetsartikel willen herschrijven, maken zich niet populair, dus blijft het bestaan.”

 

Dat artikel bestaat misschien ook om pooiers te kunnen bestraffen die meisjes uitbuiten of zich bezondigen aan mensenhandel? Er is toch verwevenheid tussen prostitutie en criminaliteit?

“Die verwevenheid is er in elke sector waar veel geld omgaat. Pooiers hebben geprobeerd me in te lijven, want ik ben interessant voor hen omdat ik een Vlaams meisje ben dat niet tegen haar zin werkt. Voor een pooier ben ik een delicatesse. Ze weten ook wel wat ik kan verdienen en daar willen zij een stukje van.”

 

In de rosse buurt achter het Brusselse Noordstation zitten toch vaak slachtoffers van mensenhandel achter de vitrines?

“Hebt u daar al eens rondgewandeld en naar de meisjes gekeken? Zien ze eruit alsof ze daar tegen hun zin zitten? Weet u of ze een slachtoffer zijn of is dat een verhaal dat we graag in stand houden?”

 

Twee jaar geleden rolde de politie het prostitutienetwerk op van `Mama Leather’, een Nigeriaanse hoerenmadam die 56 slachtoffers van mensenhandel uitbuitte in de buurt van de Aarschotstraat.

“Ik ontken niet dat mensenhandel en gedwongen prostitutie bestaan. Die problemen moéten aangepakt worden. Maar dat wil niet zeggen dat alle prostitutie onder dwang plaatsvindt. Ik hoef geen pooier, want ik regel mijn eigen klanten en heb niemand nodig om de telefoon op te nemen. Maar er zijn genoeg meisjes die dat liever wel uit handen geven. Zij voelen zich veiliger onder de vleugels van een pooier.”

 

Beschouwt u zichzelf nu als voorvechter van rechten voor sekswerkers?

“Dat is een gigantische taak die ik er echt niet kan bijnemen. Mijn boek is broodnodig om het vertekende beeld over prostitutie bij te stellen. Het stoort me dat mensen mijn werk verkeerd inschatten en me met een bezorgde blik nakijken. Ik doe dit graag, maar zo goed als niemand lijkt dat te geloven. Het is erin gestampt dat prostitutie altijd gedwongen is. Ik word daar heel kwaad over omdat dat mijn leven erg bemoeilijkt.”

 

U werd een tijdje gechanteerd door een ex-vriend.

“Hij kon het niet verkroppen dat ik het had uitgemaakt, begon me te stalken en later dreigde hij ermee me bij de politie aan te geven. Sorry, maar ik heb daar klanten. Toch durfde ik zelf die stalker niet aan te geven. Hij schreef me constant brieven waarin hij om de drie zinnen naar mijn beroep verwees. Ten einde raad stapte ik naar een advocaat. Hij zei: ‘Maak je geen zorgen, je doet niets verkeerd. Als zelfstandig ondernemer ben je met alles in orde. We stappen rechtstreeks naar de onderzoeksrechter.’ Op dat moment moet mijn stalker beseft hebben dat het me menens werd, want nog voor ik klacht tegen hem kon indienen, hield hij er abrupt mee op.”

 

U zei dat u klanten bij de politie hebt. Maakt u daar soms gebruik van voor een wederdienst?

“Ik heb in alle sectoren klanten, maar ik maak daar nooit gebruik van. Dat is een kwestie van professionaliteit. Klanten bieden me ook geen ‘wederdiensten’ aan, omdat ik me profileer als een vrouw die sterk in haar schoenen staat. Ik heb niemand nodig.”

 

Op 11 juli werd de toenmalige Vlaamse parlementsvoorzitter Kris Van Dijck door P-Magazine ‘ontmaskerd’ als klant van escort Lynn. Wat vond u daarvan?

“Schandalig. Ik werd woedend toen ik dat artikel op de site van P-Magazine las. Waarom mag die man geen escort bezoeken? Wat is daar mis mee? Natuurlijk mocht hij haar geen ‘wederdienst’ leveren, maar voor de rest: so what? ‘Hij gaat met ons belastinggeld naar de hoeren.’ Weet u hoeveel leerkrachten ik als klant heb? Die krijgen hun loon ook van de overheid. Mogen zij dan ook niet meer langskomen?”

 

De huisbaas van escort Lynn hing haar flat vol camera’s.

“Ik heb apparatuur om mijn werkplek op verborgen camera’s te screenen. Ze hebben me één keer gechanteerd, en dat wil ik nooit meer meemaken. Ik ken het klappen van de zweep. Als een klant binnenstapt, let ik op waar hij zijn telefoon legt. Ik wil niet dat hij stiekem filmt.

“Iedereen staat nu op zijn achterste poten over de gefnuikte carrière van Kris Van Dijck, maar over Lynns carrière die om zeep geholpen is, hoor ik geen woord. Terwijl de gevolgen voor haar desastreus zijn, want alle discretie is weg en geen klant vertrouwt haar nog. Maar dat vinden we blijkbaar normaal.”

 

Sigrid Schellen, Hoerenchance, Uitgeverij Vrijdag, 192 blz., 19,95 euro

 

(c) Jan Stevens

‘De Belgen behoren niet voor niets tot de meest gestreste chauffeurs van Europa’

Vorige week verloor een man bijna het leven na een dispuut op de weg. Dinsdag werd een BMW-chauffeur veroordeeld voor het afbijten van een stuk oor van een trucker. “Achter het stuur zien we andere chauffeurs niet als mensen maar als obstakels.”

Vrijdag 13 september eindigde voor de 36-jarige Noredin Akrich en zijn zwangere vrouw Jasmina in een nachtmerrie. Hun auto werd op de Antwerpse Singel klemgereden door de 24-jarige Tim V. Een banale ruzie over voorsorteren escaleerde en Noredin raakte ernstig gewond. Tim V. vluchtte weg, maar gaf zich later aan bij de politie. Op zondag postte Jasmina Akrich een inmiddels massaal gedeelde post op haar Facebookpagina. Daarin beschreef ze hoe Tim V. hen de weg afsneed en racistische verwensingen toeriep. “Mijn man moest heel hard remmen. Ik ben drie maanden zwanger en voelde de gordel hevig in mijn buik. Mijn man stapte uit om verhaal te halen. Toen hij zich omdraaide, reed de dader hem opzettelijk omver.” Tim V. werd zaterdag aangehouden op verdenking van doodslag. Racisme als verzwarende omstandigheid werd bij gebrek aan getuigen niet weerhouden.

Afgelopen dinsdag veroordeelde de rechtbank van Dendermonde automobilist V. uit Sint-Niklaas tot 18 maanden met uitstel. Een jaar eerder had hij een stuk uit het oor gebeten van vrachtwagenchauffeur E., nadat hij hem op de snelweg met zijn BMW de pas had afgesneden. “Ik beet enkel om uit E.’s greep te geraken”, verklaarde V. op het proces. “Sinds het voorval heb ik trouwens last van slapeloosheid en kan ik geen vlees meer eten.”

De voorbije jaren lijkt verkeersagressie aan een drieste opmars bezig, met als gruwelijke orgelpunt de in ons collectief geheugen opgeslagen aanval met een bosmaaier op een rondpunt in datzelfde Sint-Niklaas. Op 9 november 2012 kreeg leraar Philip De Groof ruzie over een uitwijkmanoeuvre met groenarbeider Tim De Block. Die laatste haalde een bosmaaier uit zijn bestelwagen en maaide het linkerbeen van De Groof weg. Vier maanden later werd De Block veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

 

Claxonneren en beledigen

Zit verkeersagressie in de lift? “Dat is moeilijk in te schatten”, zegt politierechter Chris De Roy. “Als er tijdens de verkeersagressie een gewonde valt, komt die zaak meestal voor de correctionele rechtbank. Als het enkel gaat over agressief rijgedrag, komt ze bij ons terecht. Maar niet alle gevallen stromen door naar het gerecht. Sommige klachten worden door het parket geseponeerd. Het begrip ‘verkeersagressie’ is niet strikt juridisch omlijnd. Als er ernstig fysiek geweld gepleegd is, zal dat door de correctionele rechtbank beoordeeld worden. Maar als het gaat over dreigen zonder fysiek geweld, kunnen wij enkel rekening houden met de overtredingen die door de politie zijn vastgesteld. Mensen die zich agressief in het verkeer gedragen, begaan doorgaans inbreuken op de wegcode. Soms veroorzaken ze dan ook nog eens een ongeval.”

Officiële cijfers over verkeersagressie in België zijn er niet. Volgens rechtspsycholoog Ricardo Nieuwkamp, onderzoeker bij kenniscentrum veiligheid en mobiliteit VIAS, komt dat omdat het begrip ‘verkeersagressie’ een vlag is die vele ladingen kan dekken. “De situaties waarin verkeersagressie voorkomt, zijn zeer verschillend”, zegt hij. “In 2007 heeft De lokale politie van Antwerpen wel een tijd de incidenten geturfd, maar dan enkel die extreme vormen waarbij mensen uit hun auto stappen en op de vuist gaan. Dat waren toen 300 pv’s, of 8 % van alle Antwerpse dossiers met slagen en verwondingen.”

In april 2019 publiceerde La Fondation Vinci Autoroutes de bevindingen van een Europees onderzoek naar risicogedrag achter het stuur. Elf landen werden bevraagd, waaronder België. Naast sms’en en gsm’en achter het stuur, peilde het onderzoek ook naar agressief rijgedrag. Ricardo Nieuwkamp: “De Belgen blijken vrij agressieve chauffeurs te zijn. Zo geeft 63% toe fanatiek gebruik te maken van zijn claxon om zijn ongenoegen kenbaar te maken. In 2017 was dat volgens een enquête van VIAS nog maar 53%. Enkel de Spanjaarden (66%) claxonneren meer dan wij. 59% van de Belgische chauffeurs zegt regelmatig te vloeken naar andere bestuurders; twee jaar eerder was dat 52%. Alleen de Grieken en de Italianen overtreffen ons gevloek. Qua claxonneren en het slingeren van beledigingen is de stijging bij ons het grootst. 15 % van de Belgen zegt uit de auto te stappen om een vermeend conflict ‘uit te klaren’. In 2017 was dat 10%. In Polen ligt het agressieve ‘uitklaren’ op 36%. Zij spannen daarmee de kroon. Eén derde van de Belgische bestuurders, of 31%, zegt wel eens bewust te bumperkleven bij een bestuurder die hen op de zenuwen werkt. Een stijging met 4% ten opzichte van 2017.” Conclusie: de voorbije twee jaar gedroeg de Belgische chauffeur zich steeds agressiever.

 

Wij-zij-denken

De voorbije jaren stonden we met z’n allen ook steeds meer en langer in de file. In Brussel stijgt de filedruk (filelengte maal fileduur) jaarlijks met 5 procent; in Antwerpen komt er elk jaar ruim 20 procent bij. Is er een verband tussen die stijgende filedruk en de toenemende agressie? Ricardo Nieuwkamp: “De toename van het verkeer op een relatief kleine oppervlakte als België, speelt zeker een rol. De Belgen behoren niet voor niets tot de meest gestreste chauffeurs van Europa. Nóg belangrijker is dat we ons in onze auto anoniem voelen. Van zodra we achter het stuur kruipen, krijgen we het gevoel alleen te zijn, en trekken we ons terug in ons koninkrijkje. Kijk maar eens om je heen wanneer je in de file staat: mensen peuteren dan ongegeneerd in hun neus of zingen luidkeels met de radio mee. Terwijl ze nauwelijks verder van elkaar zitten dan in de wachtkamer bij de dokter. In onze afgesloten kooi voelen we ons knus geïsoleerd. We stappen ook nooit doelloos in onze auto, maar willen altijd zo snel mogelijk onze bestemming bereiken. Alle andere auto’s op onze weg worden dan obstakels, net als verkeersborden en -lichten. Van zodra we de weg oprijden, vervallen we met z’n allen in ‘wij-zij-denken’. Van zodra er meer file staat dan verwacht, groeit de frustratie. Door die vermeende anonimiteit in onze kooi, zullen we die frustratie sneller uiten met opgestoken middelvingers, getoeter, gevloek en geschreeuw.”

Verkeersagressie zal volgens Nieuwkamp alleen maar afnemen als we ons ervan bewust worden dat andere chauffeurs ook mensen zijn en geen hindernissen. “Iedereen maakt in het verkeer wel eens een fout, zeker achter het stuur, maar dat is zelden of nooit bewust. De meeste gevallen van verkeersagressie spelen zich af in de avondspits. Op dat moment wil iedereen snel naar huis en wie dan een fout maakt waardoor de file vertraagt, riskeert de volle laag te krijgen. Toch kan ik me niet voorstellen dat sommige chauffeurs tijdens de avondspits bewust stokken in de wielen steken. Het zou dus al veel helpen als we anderen in de file niet als een obstakel, maar als een lotgenoot zien.”

 

Speed en coke

Veel agressievelingen zijn een mak lammetje als ze voor de rechter staan. Dat is toch de ervaring van politierechter Chris De Roy. “De overgrote meerderheid is kalm. Sommigen laten zich vertegenwoordigen door een advocaat. Natuurlijk zou het wel eens kunnen dat de beklaagden met het kortste lontje op aanraden van hun advocaat thuisblijven. Rechters mogen altijd eisen dat de man of vrouw in kwestie toch op de zitting verschijnt. In de dagelijkse praktijk gebeurt dat niet zo vaak.”

Volgens van Roy is verkeersagressie vooral een mannenzaak. “Meestal zijn het jongere mannen, maar niet altijd.” Zo werd in april vorig jaar de toen 84-jarige G. uit Maastricht veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel en een boete van 1600 euro. Exact een jaar eerder had G. op zijn 83e verjaardag de 31-jarige W. aangereden en 72 meter ver meegesleurd op de motorkap van zijn auto. “Hij remde dan bruusk en ik vloog van de motorkap”, getuigde W. voor de rechtbank. “Ik kroop naar de kant van de weg en zag de auto op mij afkomen. Meteen daarna reed hij over mij. Ik schreeuwde van de pijn.” De aanleiding: W. had met een vinger tegen zijn voorhoofd getikt nadat G. hem op een parking de weg had afgesneden.

Wat Chris De Roy nog opvalt: veel agressieve chauffeurs zaten eerst aan de amfetamines of met hun neus in de coke. “Verdovende middelen spelen steeds meer een rol in het verkeer. Speed of coke kunnen de agressiviteit aanwakkeren. Na een ernstig agressie-incident in het verkeer raken sommigen zich daarvan bewust. Voor hen is dat de trigger om hun drugsprobleem aan te pakken. Op het moment dat ze dan voor mij verschijnen, zijn ze in behandeling om van hun verslaving af te raken.”

Hoe streng wordt er gestraft? Chris De Roy: “Als de verkeersagressie uitmondt in een ongeval dat veroorzaakt is onder invloed van drugs, zal de sanctie streng zijn. Als ze uitmondt in een ongeval zonder verzwarende omstandigheden, zal de sanctie eerder beperkt zijn. Bij de correctionele rechtbank hangt het vooral af van de aard van het soort slagen en verwondingen: veroorzaken ze blijvende letsels of zorgen ze voor tijdelijke ongeschiktheid?”

Stuurt rechter De Troy mensen soms ook op een cursus ‘omgaan met agressie’? “Zeker. Die maatregel wordt vaak voorgeschreven.”

Ricardo Nieuwkamp nuanceert. “Het is inderdaad verstandig om mensen een cursus agressiebeheersing te laten volgen waarin ze medechauffeurs als lotgenoten leren zien en niet als doelbewuste saboteurs”, zegt hij. “Want door een boete of een rijverbod zal niet iedereen zijn gedrag écht veranderen. Wij verzorgen bij VIAS die cursussen, alleen moeten we jammer genoeg vaststellen dat slechts weinig rechters mensen naar ons doorsturen.”

 

 

 

Maya Detiège: “Ik keek achterom en zag hem doelbewust tegen mijn achterwiel aanrijden”

In de zomer van 2013 werd politica Maya Detiège (52) door een agressieve taxichauffeur van de fiets gereden. Het parket seponeerde haar dossier. “Als slachtoffer zat ik tot over mijn oren in de ellende, terwijl de dader rustig verder fietsers mocht blijven terroriseren.”

“Donderdag 8 augustus 2013 was een prachtige zomerdag. In de namiddag fietste ik door de Antwerpse binnenstad. Ik reed de Reyndersstraat in, een lange, smalle eenrichtingsstraat. Het voetpad ligt er hoog en er zijn bijna geen zijstraten. Van zodra je met je fiets die straat inrijdt, heb je eigenlijk maar één mogelijkheid: blijven fietsen. Auto’s kunnen er onmogelijk fietsers voorbijsteken en de meeste chauffeurs leggen zich daar braaf bij neer. Behalve de taxichauffeur achter me die extra gas gaf om me op te jagen. Hij reed dicht tegen mijn achterwiel, ik voelde me allesbehalve op mijn gemak en ik deed teken naar hem: ‘Hola, rustig!’ Maar dat werkte bij die man als een rode lap op een stier: hij duwde het gaspedaal nog dieper in. Ik keek achterom en zag hem doelbewust tegen mijn achterwiel aanrijden. Mijn fiets raakte de boordsteen en ik werd de lucht in gekatapulteerd. Gelukkig kwam ik op het voetpad terecht en niet onder de wielen van zijn auto. Mijn fiets lag midden op de straat, waardoor hij wel moést stoppen. Ik was in shock en kwaad tezelfdertijd. Verontwaardigde voorbijgangers snelden naar me toe en boden spontaan hulp aan. Ik krabbelde overeind, ging voor zijn taxi staan en belde de politie. Toen werd hij nóg bozer: hij stapte uit en begon me uit te schelden. Een van de getuigen zei: ‘Meneer, als u niet ophoudt, geef ik u een mot.’

“Die taxichauffeur was geen jonge macho, maar een veertiger. Hij had niet door dat ik politica Maya Detiège was; op dat moment was ik nog volksvertegenwoordiger voor de s.pa. Achteraf bekeken ben ik blij dat hij dat niet wist, want anders was hij misschien nóg woester geworden.

“De politie arriveerde en maakte proces-verbaal op. ‘Het parket wordt automatisch ingelicht’, zei de agent. Op dat moment voelde ik de pijn nog niet zo erg. Ik was verdoofd door de shock en de adrenaline. Het leek alsof ik aan mijn val enkel schaafwonden en een stijf gevoel in mijn nek en rug had overgehouden. Ik ben apotheker van opleiding, overlegde daarom via de telefoon met mijn huisarts en nam een spierontspanner.

“Wekenlang hoorde ik er niets meer van. Tot een advocaat navraag deed en bleek dat het parket mijn dossier zonder gevolg gerangschikt had ‘wegens andere prioriteiten’. Een agressieve taxichauffeur die me opzettelijk van mijn fiets gereden had, was blijkbaar niet belangrijk genoeg. Die man kreeg geen boete en werd verder geen strobreed in de weg gelegd.

“Ik kreeg steeds meer last in mijn nek en rug en belandde na een paar dagen toch bij de dokter. Ik bleek alle symptomen van een whiplash te hebben. Mijn nek had de schok van de aanrijding opgevangen, met alle pijnlijke gevolgen van dien. Ik kreeg kine en zware pijnmedicatie, maar de pijn verergerde. Een MRI-scan wees uit dat ik ook twee hernia’s had. In 2013 en 2014 kreeg ik epidurale infiltraties waardoor de inmiddels zeer intense pijn ietwat draaglijker werd. Tot ik in september 2015 compleet crashte. Ik kwam bij topdokter en neurochirurg Guido Dua terecht. Hij opereerde me en zette drie nekwervels vast met bot uit mijn heup. ‘Je operatie is een rechtstreeks gevolg van het ongeval met je fiets’, zei hij. Maar de door het gerecht opgetrommelde deskundige volgde de verzekeringsarts. ‘De operatie van mevrouw Detiège is een gevolg van het normale verouderingsproces.’ Als slachtoffer zat ik tot over mijn oren in de ellende, terwijl de dader rustig verder in zijn taxi fietsers mocht blijven terroriseren.”

 

 

Andy Peelman: “Hij vroeg: ‘Zullen we de flikken bellen of zal ik op je bakkes slaan?’”

Andy Peelman speelt inspecteur Koen Baetens in de VTM-serie De buurtpolitie. In het echte leven is hij politie-inspecteur in Brussel. Twee jaar geleden reed een agressieve chauffeur hem van straat. Zijn dossier werd geseponeerd.Ik betreur dat. Als die man zich in het verkeer als een woesteling tegen mij gedraagt, zal hij dat tegen anderen zeker ook doen.”

“In de zomer van 2017 zette ik een vriend af aan zijn huis in Bredene. Ik kende mijn weg er niet zo goed waardoor ik per ongeluk aan de verkeerde kant een eenrichtingsstraat inreed. Ik had direct mijn vergissing door en wou achteruitrijden. Net op dat moment kwam er een auto op me af die in de juiste richting reed. Hij stopte vlak voor mijn neus en flikkerde met zijn lichten. Ik stak mijn hand op om me te verontschuldigen. Hij begon meteen te claxonneren. Ik schrok, zette mijn auto in achteruit en reed weg. Hij volgde me, duwde continu op zijn gaspedaal en begon te bumperkleven. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik hem dreigend zwaaien met iets wat op een dikke zwarte kabel leek. Hij wou me voorbijsteken op het moment dat er twee fietsers uit de andere richting kwamen. Die mensen konden hem nog net ontwijken. Daarna liet hij zich terug achter mij zakken en bleef me achtervolgen. ‘Die man is knettergek’, dacht ik.

“Een verkeerslicht sprong op rood, ik stopte en zag hem uitstappen. Ik nam mijn oranje politiearmband uit het handschoenkastje en ging naar hem toe. ‘Wat is je probleem?’, snauwde hij. Ik legitimeerde me als politie-inspecteur in de hoop dat hij zijn toon zou milderen, maar dat maakte geen indruk. Hij vroeg: ‘Zullen we de flikken bellen of zal ik op je bakkes slaan?’ ‘Oké, meneer, we zullen de politie bellen’, antwoordde ik. Ik draaide me om en wou mijn gsm uit de wagen halen. Hij stapte in en startte. Ik ging voor zijn auto staan, maar hij reed op me af. Ik kon nog net opzij springen, viel en blesseerde mijn pols. Die blessure was zo ernstig dat ik eraan geopereerd moest worden. Meer dan een maand was ik arbeidsongeschikt.

“Ik had de nummerplaat genoteerd en diende klacht in bij de politie. De zaak werd jammer genoeg geseponeerd. Ik betreur dat. Als die man zich in het verkeer als een woesteling tegen mij gedraagt, zal hij dat tegen anderen zeker ook doen. Door wat ik al in mijn job meemaakte, kan ik zijn reactie een beetje plaatsen, maar ik kan me voorstellen dat andere mensen daar ernstig door getraumatiseerd geraken. Een politieman raakt in de loop van zijn carrière wel wat illusies kwijt. Af en toe stel je jezelf vragen bij de beslissingen van justitie. Op het tv-programma De Rechtbank zag ik onlangs hoe drie verdachten die een gewapende overval hadden bekend, tot een povere werkstraf werden veroordeeld. Ze hadden ook nog toegegeven dat ze tijdens hun vlucht een mevrouw van haar handtas hadden beroofd. Ze stonden voor de rechter alsof het hun niets kon schelen. Ze kwamen ervan af met een werkstraf. Je zal maar het slachtoffer zijn en één van die gasten ’s anderendaags op straat tegen het lijf lopen. Wat moet iemand eigenlijk mispeuteren vooraleer we hem achter de tralies zetten?”

 

 

Jos Bogaerts: “Hij sloeg me zonder boe of ba in elkaar”

Een agressieve chauffeur klopte Jos Bogaerts (74) op Wapenstilstandsdag 2010 het ziekenhuis in. Zijn dossier werd door het parket geseponeerd. “Sindsdien vermijd ik alle conflicten in het verkeer.”

“Op 11 november 2010 was ik ’s avonds met de auto op weg naar de huldiging van de gesneuvelde soldaten van de twee wereldoorlogen. In Roeselare vindt dat eerbetoon jaarlijks op Wapenstilstandsdag plaats op het kerkhof in de Blekerijstraat. Ik reed in de Rodenbachstraat en de chauffeur achter mij vond dat ik te traag was. Hij claxonneerde, ik schrok en sloeg dan maar een zijstraat in. Hij draaide ook aan zijn stuur en bleef me volgen, flikkerend met zijn lichten. Ik parkeerde aan de ingang van het kerkhof en stapte uit. Hij kwam op me af en sloeg me zonder boe of ba in elkaar. Ik kwam met mijn hoofd tegen de gevel terecht en alles werd zwart voor mijn ogen. Ik kwam pas opnieuw tot bewustzijn in het ziekenhuis. Een zware hersenschudding, schaafwonden en een nekletsel luidde het verdict.

“Omstaanders hielden mijn belager in bedwang en belden de hulpdiensten. De politie stelde proces-verbaal op. Een half jaar later deelde het parket van Kortrijk me koudweg mee dat de zaak geseponeerd was. Ik stond als aan de grond genageld. Tot vandaag vraag ik me af waarom ze toen niet tot vervolging zijn overgegaan.

“Mijn belager was halverwege de twintig en ik wist meteen wie hij was toen hij uitstapte. Hij was dus geen onbekende voor mij, al had ik eerder nooit met hem iets te maken gehad. Achteraf hoorde ik dat er flessen whisky in zijn auto lagen. Vermoedelijk had hij dus te veel gedronken en was hij daarom agressief. Hij stamt uit een welgesteld gezin; vader en zoon zijn zeer bekend in Roeselare. De zoon heeft nooit zijn verontschuldigingen aangeboden. Zijn vader wel. Hij vergoedde ook mijn ziekenhuiskosten. Ze vonden dat daarmee de kous af was. Na de seponering overwoog ik om de dader rechtstreeks te dagvaarden. Maar mijn advocaat raadde me dat af. ‘Je haalt er alleen maar jezelf ellende mee op je nek’, zei hij.

“Later liep ik de dader in Roeselare nog verschillende keren tegen het lijf; nooit gunde hij me een blik. Sinds die 11e november 2010 ben ik zeer voorzichtig in het verkeer en probeer ik conflicten zoveel mogelijk te vermijden. Soms gebeurt het dan toch nog wel eens dat iemand zijn middelvinger naar me opsteekt. Maar dat stelt helemaal niets voor in vergelijking met dat pak rammel van toen. Heel lang heb ik daarvan afgezien.”

 

 

Michel Van den Brande: “Hij reed in de weg en hield daar een gebroken neus aan over”

In het jaar dat stellingenbouwer Michel Van den Brande (57) schitterde in Vier-programma The sky is the limit, werd hij voor de tweede keer veroordeeld voor verkeersagressie. “Hoe gaat dat? Je bent bekend, hebt een strafblad en bent daardoor al op voorhand veroordeeld.”

“Op 17 juni 2014 kwam ik in mijn BMW van de zee via de E17. Het was half zeven ’s avonds en al aardig druk. Aan de oprit van Waasmunster reed een man in zijn BMW de autostrade op. Ik moest op mijn rem gaan staan, want hij voegde zomaar in. Ik reed 130 en hij tufte aan 60 km per uur, waardoor ik alles moest dichtslaan. Die gast versperde me gewoon de weg. Ik raakte daar ferm door over mijn toeren, stak hem voorbij en stak mijn middelvinger op. Waarna die man me begon te achtervolgen. Hij probeerde me van de weg te rijden en op de afrit naar Sint-Niklaas sloeg hij mee af. Hij reed me klem en ik kon niet meer weg.

“We stapten uit op de pechstrook en die man begon keihard te kloppen op mijn bil. Hij was duidelijk een kickbokser en mijn bil zag meteen zo zwart als een schouw. Ik was niet bang, want ik kickboks ook wel eens. Maar hij was zeer ervaren.

“Een jaar later moest ik voor de rechter verschijnen. Die zei: ‘Mijnheer Van den Brande, u bent in fout en daar komt bij dat u al een strafblad hebt.’ De tegenpartij had nog geen strafblad en kreeg daarom de gunst van de opschorting. Ik werd veroordeeld tot vier maanden cel met uitstel. Die vechtpartij was toevallig opgenomen door een dashcam. Op de beelden is duidelijk te zien dat hij sloeg en niet ik. Maar hoe gaat dat? Je bent bekend, hebt een strafblad en bent daardoor al op voorhand veroordeeld.

“Ik had aan mijn advocaat gevraagd om ervoor te zorgen dat die kerel geen kickbokstrainingen meer kon volgen. Want mannen zoals hij worden vechtmachines. Voor hetzelfde geld kloppen ze je dood. Maar op het proces werd duidelijk dat ik een waardeloze advocaat had. Ik wou in beroep gaan, maar hij zei: ‘Michel, doe dat niet. Dan sta je in de gazet en dat is slecht voor je imago. Laat het zo.’ Ik volgde zijn advies en heb daar intussen zeer veel spijt van.

“Die andere gast kon mijn kleinzoon zijn. Ik heb hem achteraf niet meer gezien, ook al woont hij bij mij in de buurt. Mijn mannen vroegen: ‘Moeten we hem gaan pakken?’ Ik antwoordde: ‘Laat maar zo.’ Dertig jaar geleden had hij wel prijs gehad; intussen ben ik ouder en wijzer.

“Op mijn strafblad staan verkeersboetes en een oud geval van verkeersagressie. Dat dateert van vijftien jaar geleden. Akkoord, ik was toen in fout: ik had die andere kerel flink wat slaag gegeven. (lacht) Het moet niet altijd dezelfde zijn die slaag krijgt. Hij reed in de weg en hield daar een gebroken neus aan over. Oké, ik was ook dronken, maar dat is inmiddels vijftien jaar oud! Intussen heb ik een eigen zaak en zal niemand me nog betrappen op dronken rijden, want als ik een glas op heb, rijdt mijn privéchauffeur. Nu rakelen ze dat weer op. ‘Meneer Van den Brande, u was al eens agressief in het verkeer.’ Met wat zijn die bezig?

“Ze blijven alles in rekening brengen: ‘In 2004, 2007, 2008 en 2009 werd u veroordeeld voor overdreven snelheid.’ Vorig jaar volgde dan nog eens een veroordeling voor te snel rijden. Ik was op mijn gemak op weg naar de zee, maar ik reed ergens 130 waar ik maar 90 mocht. ‘Flits!’ Omdat ik zogezegd een recidivist ben, kreeg ik drie maanden rijverbod, een geldboete, moest ik mijn rijexamens opnieuw doen en een psychologisch en medisch onderzoek ondergaan. Ik vind dat zo laf. Die grap kostte me 3000 euro. Die mannen denken niet na.”

 

(c) Jan Stevens

%d bloggers liken dit: