‘Eichmann verdient elke dag te worden geëxecuteerd’

Van 1950 tot 1960 leefde Holocaust-architect Adolf Eichmann ondergedoken in Buenos Aires, de geboortestad van de Argentijnse schrijver Ariel Magnus. In zijn roman De onfortuinlijke kruipt de Joodse Magnus diep in het hoofd van SS’er Eichmann. ‘Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag.’

In september 2020 verliet de Argentijnse schrijver Ariel Magnus zijn geliefde stad Buenos Aires om zich tijdelijk in het Duitse Mülheim te vestigen. Op uitnodiging van de Brost-Stiftung is hij er een jaar lang ‘Metropolenschreiber RUHR’. “Het is de bedoeling dat ik op het einde van dit jaar een manuscript met de rivier Ruhr als hoofdrolspeler inlever”, zegt hij. Samen met zijn vrouw en eveneens schrijfster Mariana Dimopulos verblijft hij in een huis van de in 2010 overleden uitgeefster, mediamagnaat en miljardair Anneliese Brost. Met haar Brost-Stiftung wou ze ook na haar dood kunst, cultuur en literatuur in het Ruhr-gebied bevorderen. Magnus is de vierde Metropolenschreiber. “De stichting nodigt telkens een buitenlandse auteur met voeling met Duitsland uit om het Ruhr-gebied een jaar lang literair te onderzoeken. Dit huis is een prachtige plek om writer-in-residence te zijn. De voorbije maanden was de rust deugddoend, al begin ik zoetjesaan naar de drukte van Buenos Aires te verlangen.”

Buenos Aires is ook de stad waar Adolf Eichmann, SS’er en logistiek planner van de Holocaust, naartoe vluchtte. U bent zelf Joods. Waarom koos u Eichmann als hoofdpersonage voor uw roman De onfortuinlijke?

“Toen ik voor het eerst het idee voor De onfortuinlijke opperde, kreeg ik als reactie: ‘Waarom? Je kunt toch een bibliotheek vullen met Adolf Eichmann-boeken?’ Dat klopt, alleen is dat stuk voor stuk non-fictie, geschreven door historici, filosofen of journalisten. Hannah Arendt en Harry Mulisch volgden zijn proces en bestempelden hem als een mysterie. Hij was ook een mysterie voor de drie geheim agenten van de Mossad die hem oppakten. Ze schreven elk een boek over die actie waarin ze alle drie een totaal verschillend portret van Eichmann schetsen. Velen hebben geprobeerd hem te begrijpen, maar niemand slaagde er in alle historische werken en biografieën echt in. Alleen via fictie kunnen we doordringen tot de ziel van Eichmann en achterhalen wie hij was in het diepst van zijn gedachten.”

In uw roman lukt dat?

“Dat hoop ik toch. De onfortuinlijke is een échte roman die diep graaft in de psyche en de emoties van het hoofdpersonage. Fictie geeft mij als schrijver die vrijheid om in het hoofd van Adolf Eichmann te kruipen. Iets wat een historicus of journalist niet kan.

“Tijdens het schrijven, vroeg ik me voortdurend af: zit er iets goeds in deze man? Want ik wou geen monster creëren. Hij was niet zoals ‘engel des doods’ dokter Josef Mengele, die vreselijke experimenten op levende tweelingen uitprobeerde. Eichmann praatte veel, schreef veel en vond zichzelf een denker. In het begin van zijn carrière bij de SS onderzocht hij ‘de Joodse kwestie’ alsof het een wetenschap betrof. Hij studeerde Hebreeuws en verdiepte zich in het zionisme. Na de machtsovername van de nationaalsocialisten in Duitsland kreeg hij in 1934 in Berlijn ‘Joodse zaken’ onder zijn bevoegdheid. De nazileiding beschouwde hem als een expert die precies wist wat hoe Joden redeneerden. Ik denk eerlijk gezegd dat hij zich tijdens zijn studies niet al te veel uitsloofde. Hij was een vrouwenzot en dronk graag en veel. In zijn jonge jaren gedroeg hij zich dus als een doorsnee soldaat. (lacht)”

Eichmann beschouwde zichzelf als ‘intellectueel’?

“Ja, en zijn mede-SS’ers vonden dat ook. Alleen werd al wie in nazi-Duitsland een paar woorden in een vreemde taal begreep al meteen bestempeld als intellectueel.

“In 1935 trouwde Eichmann met Vera Liebl met wie hij in Duitsland drie zonen kreeg. Nadat hij onderdook, zag hij zijn gezin zeven jaar lang niet. Eerst hield hij zich op de Lüneberger Heide schuil en in 1950 vluchtte hij met een vals Rode Kruis-paspoort onder de naam Ricardo Klement naar Argentinië. Daar zette hij alles in het werk om vrouw en kinderen zo snel mogelijk te laten overkomen, ook al had hij die eerste jaren in Argentinië tal van minnaressen. Toch leek het alsof hij een goede vader wou zijn. Dat aspect van ‘Eichmann de familieman’ fascineerde me.

“Zijn vrouw en kinderen arriveerden in Buenos Aires op 26 juli 1952, de dag dat de razend populaire Argentijnse first lady Evita Peron aan kanker overleed. Die dag waren er, net zoals ik in mijn roman beschrijf, geen bloemen in de stad meer te vinden. De burgers hadden alles opgekocht om hun geliefde Evita de laatste eer te bewijzen.”

U beschrijft hoe Eichmann aan de receptie van een hotel de ‘bloemen voor Eva’ pikt om ze later aan zijn pas gearriveerde vrouw Vera te geven. Is die veelzeggende scène authentiek?

“Misschien. (schaterlacht) Het had alleszins zo kunnen plaatsvinden. Hier doet de literatuur haar intrede. Wat niet wil zeggen dat ik met de historische feiten begon te freewheelen. Integendeel, ik hield me strikt aan de chronologie. Alle datums kloppen, want ik wou in Eichmanns Argentijnse realiteit blijven. Ik geloofde dat ik beter in zijn hoofd kon kruipen door me helemaal in zijn bestaan onder te dompelen. Alvorens ik een letter op papier zette, las ik maandenlang alles wat ik over hem kon vinden. In de eerste plaats was er Ich, Adolf Eichman, de neerslag van de interviews die de Nederlandse journalist Willem Sassen in Buenos Aires van hem afnam. Op 11 mei 1960 werd Eichmann door de Israëlische geheime dienst Mossad ontvoerd. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij zijn autobiografie Götzen. Daarnaast las ik onder andere Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt en De zaak 40/61 van Harry Mulisch. Maar het boek waar ik het meest aan had, was Eichmann vóór Jerusalem van de Duitse filosofe Bettina Stangneth. Zij is gespecialiseerd in antisemitisme en nationaalsocialisme. Ze hielp me ook bij het doorploegen en doorgronden van het denkkader van de nazi Eichmann.”

Het eindresultaat De onfortuinlijke is en blijft fictie?

“Toch niet. Want ik beweeg me als romanschrijver in exact dezelfde realiteit van de historische werken. Vanuit Eichmanns interacties met anderen leid ik af hoe hij had kunnen denken en wat hij had kunnen voelen. Verschillende passages zijn trouwens gebaseerd op citaten uit zijn interviews met Willem Sassen. Op een bepaald moment schrijf ik dat Eichmann het beter zou vinden als vrouwen de teugels van de planeet in handen zouden nemen. ‘Want als hoeders en beschermers van het leven zijn zij betrouwbaarder dan mannen.’ Dat is vintage Eichmann. Natuurlijk is hij op dat moment gewoon aan het liegen. Hij liegt immers continu.”

Eichmann-interviewer Willem Sassen speelt een belangrijke rol in uw boek. Wat voor een man was hij?

“Over het leven van Sassen kan ook een geweldige roman geschreven worden. Hij was als overtuigde Nederlandse nazi lid van de SS. Buitenlandse ‘bekeerlingen’ zijn altijd de ergste. Tijdens de oorlog bracht hij als SS-journalist verslag uit van op het oostfront. Eind 1944 was hij zelfs even hoofdredacteur van De Telegraaf. In 1948 vluchtte hij naar Argentinië. Hij werd bij verstek veroordeeld, maar nooit legde iemand hem een strobreed in de weg. In 1952 kwam de Nederlandse prins Bernhard op bezoek bij Juan Peron. Willem Sassen was de tolk. Hij werd zelfs Zuid-Amerikacorrespondent voor het Duitse magazine Stern. Sassen was een graag geziene gast bij de gevluchte nazi’s in Argentinië. Tussen 1956 en 1960 interviewde hij Adolf Eichmann zeer uitgebreid bij hem thuis. Al die gesprekken nam hij op band op. Eichmann praat erin vrijuit over zijn motieven en overtuigingen. Hij neemt geen blad voor de mond en vertelt zonder blikken of blozen de vreselijke waarheid. Die interviews zijn nu een geweldige schat aan informatie en waren op zijn proces in Jeruzalem belangrijk bewijsmateriaal. Ze geven een unieke inkijk in het brein van de planner van de Holocaust.

“Willem Sassen stierf in 2002 in Chili waar hij bij één van zijn dochters woonde. Hij is ook de vader van de beroemde sociologe Saskia Sassen. Zij weigert de nazicarrière van haar papa in het juiste perspectief zien. In de jaren tachtig kwam haar bejaarde vader haar opzoeken. Ze organiseerde een etentje waar ook een hartsvriendin met een Joodse echtgenoot op aanwezig was. Zij wisten niet dat de oude Willem Sassen een notoire nazi was. De avond verliep heel gezellig en Willem leek een hoogst aimabele gesprekspartner. Jaren later kwam die vriendin erachter wie Willem Sassen écht was. Ze sprak er Saskia over aan: ‘Waarom heb je me dat toen niet verteld?’ Saskia antwoordde: ‘O, maar papa haatte Hitler.’ Werkelijk?”

Ging u door het schrijven van De onfortuinlijke op een andere manier naar Adolf Eichmann kijken?

“Het veranderde de manier waarop ik naar heel nazi-Duitsland keek. Mijn grootmoeder langs moederszijde overleefde Auschwitz. Door wat zij meegemaakt heeft, is de Holocaust een thema dat in mijn familie leeft. Ik schreef eerder een boek over haar en verdiepte me heel erg in de gruwel van de vernietigingskampen. Tijdens de research merkte ik toen dat ik veel dingen niet wist, ook al was oma’s verhaal voor mij springlevend. Ik denk dat ik nu inzicht gekregen heb in hoe een nazi denkt. Maar ook in hoe dat hele perverse systeem mensen overtuigde en meezoog.

“Vandaag wint extreemrechts opnieuw aan kracht, waarbij ‘de Joden’ soms vervangen zijn door ‘de moslims’. De methoden van toen, zijn identiek aan die van nu. Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag. Zijn uitgangspunt was: ‘Joden en Duitsers kunnen niet samenleven. Hoe lossen we dat probleem op?’ Zelfs heel wat Joden waren het daar in de begindagen van het naziregime mee eens. ‘Ja, dat samenleven lukt niet echt. Daar moeten we inderdaad een oplossing voor vinden.’ Het axioma van ‘niet kunnen samenleven’ werd nooit in vraag gesteld, maar zonder discussie voor waar aangenomen. Vanop dat door vrijwel iedereen klakkeloos aanvaardde fundament, bouwden de nazi’s heel logisch stap voor stap hun vernietigingsmachine. In Eichmanns geest was het helder: ‘We hadden eerst dat probleem, waarna we stap één namen, dan stap twee en vervolgens stap drie… en op het einde was er Auschwitz.’”

Eichmann creëerde een monsterlijk systeem met de praktische ingesteldheid van een boekhouder?

“Precies. Hij en zijn kompanen stelden zich nooit vragen over hun basisstelling. Ze namen gewoon als dogma aan dat Joden en Duitsers niet konden samenleven. Alles wat ze vandaaruit verder beredeneerden, eindigde in dat totale vernietigingssysteem. Doordat het zo logisch ineenzat, was er geen enkel moment waarop er twijfel binnensloop en was er achteraf ook geen plaats voor schuldinzicht of berouw. Al die jaren in Argentinië bleef Eichmann er heilig van overtuigd dat hij niets fout had gedaan. Dat gold ook voor al die andere gevluchte nazi’s. Ze waren zich van geen kwaad bewust, niet omdat zijzelf monsters waren, maar omdat ze deel uitmaakten van dat rationeel geconstrueerde monsterlijke systeem. De Holocaust was in hun ogen geen massamoord, maar de ‘Endlösung’.”

Uw grootvader langs vaderszijde arriveerde in 1937 in Buenos Aires, dertien jaar voor Adolf Eichmann er voet aan wal zette.

“Mijn opa vluchtte net als veel andere Duitse Joden voor de oorlog naar Argentinië. Na de oorlog vestigde er zich dan plots een stevige nazi-delegatie. Hun favoriete magazine was Der Weg. Daarin leek het in 1960 alsof het nog steeds 1933 was en de Führer pas de macht veroverd had. Ik werk nu aan een non-fictieboek over hoe die twee gemeenschappen in de jaren vijftig en zestig naast elkaar leefden.

“Ik heb grootvader nooit gekend; hij stierf heel jong. Maar mijn vader vertelde me dat opa in Buenos Aires in een flat onder een vrouwelijke nazi woonde. Ze was niet van het kaliber van Eichmann of Mengele, maar haar ‘geloof’ had ook zij niet afgeschud. Vanuit haar raam gooide ze afval naar mijn opa en riep: ‘Du Scheißjude!’

“Mijn vader is al zijn hele leven razend kwaad op Adolf Eichmann. Hij was tien jaar oud toen Eichmann op 11 mei 1960 door de Mossad in Argeninië ontvoerd werd. Hij zat toen bij wijze van spreken op de eerste rij. Ik vond papa’s woede altijd bizar. Ik zei hem: ‘Ik begrijp dat je Adolf Hitler haat. Maar het lijkt alsof je nóg bozer bent op die Eichmann. Waarom toch?’ Nu snap ik hem veel beter.”

U schrijft dat uw vader ook boos op u werd omdat u deze roman over het monster Eichmann wou schrijven.

“Dat is een dichterlijke vrijheid. (lacht) Papa werd helemaal niet boos op mij, maar zo werp ik de vraag op: waarom wil ik een roman schrijven over een monster? Alleen: Eichmann was dus geen monster. Het is iets te gemakkelijk om over figuren als Adolf Eichmann te zeggen: ‘Het zijn monsters.’ Als we écht willen begrijpen wat er toen misging en herhaling willen voorkomen, moeten we precies weten hoe zij geworden zijn wie ze zijn.”

Waarom rolde Argentinië in de jaren na WO II de rode loper uit voor al die gevluchte nazi’s?

“De toenmalige president Juan Peron was net als de Amerikanen, de Fransen en de Russen geïnteresseerd in de masterminds van het nazisme. Omdat de dure topingenieurs van het kaliber Wernher von Braun al door de VS ingepikt waren, moest Peron zich tevreden stellen met naziwetenschappers en -ingenieurs die een trapje lager stonden. De Duitse gemeenschap in Argentinië liet zich gewillig inschakelen voor het binnensmokkelen van oorlogsmisdadigers zoals Eichmann en Mengele. Hoeveel er zo het land ingekomen zijn, weten we niet precies. Volgens de laagste schatting gaat het om 800 nazi’s; volgens sommigen zijn het er minstens 10.000.

“Het was in die tijd niet zo moeilijk om Argentinië binnen te geraken. Het is niet voor niets dat mijn grootvader in de jaren dertig samen met 40.000 andere Joden naar Buenos Aires vluchtte. Opa was als Jood niet welkom, want officieel mochten Joden het land niet binnen. Toch gaf Peron al die Joden, net als de nazi’s, de Argentijnse nationaliteit.”

Had Juan Peron sympathie voor het nazisme?

“In die tijd woedde in Argentinië de discussie volop of Peron zelf een nazi was. Daar worden zelfs vandaag nog verhitte debatten over gevoerd. De populistische peronistische partij zit in de huidige regering en ligt onder vuur over de drijfveren van haar stichter. Tegenstanders wijzen erop dat Peron Josef Mengele persoonlijk kende en in bescherming nam en daarom niet anders dan zelf ook een nazi kon zijn. Als je aan Adolf Eichmann zou vragen of Juan Peron een nazi was, ben ik er vrij zeker van dat hij zou antwoorden: ‘Natuurlijk niet. Peron heeft ons uitstekend geholpen, dat is waar. Maar hij hielp ook die Joden. Hij is geen antisemiet, maar gewoon een politicus.’ Voor een nazi is ‘politicus’ een scheldwoord, want die sluit deals met om het even wie. Al had Juan Peron zeker fascistische sympathieën. In de jaren dertig werd hij militair gevormd en getraind in het Italië van Mussolini.

“Adolf Eichmann beschouwde zichzelf als een ‘zuivere idealist’ met lak aan compromissen. Hij begreep niet waarom een Argentijnse dokter waarmee hij bevriend raakte graag een opvangtehuis voor geesteszieken wou oprichten. ‘Je doodt ze toch gewoon?’ Hij keek naar de realiteit vanuit zijn onversneden nazi-ideologie en vond zo glasheldere antwoorden voor wat hij ernstige problemen vond.”

Adolf Eichmann leefde tien jaar lang als Ricardo Klement vrij onopgemerkt in Argentinië.

“Toch ging dat niet van een leien dakje. Want hij had het lastig om in zijn levensonderhoud te voorzien. Zijn leven in Argentinië stond in schril contrast met wie hij was tijdens het naziregime. Eichmann had toen ontzettend veel macht. Op de beruchte Wannseeconferentie van 20 januari 1942 werd door een selecte groep nazibonzen een definitief plan opgesteld voor de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’. Eichmann was er aanwezig als secretaris en kreeg er ook de opdracht om de ‘Endlösung’ voor te bereiden en uit te voeren. Hij is dus dé man die het logistiek mogelijk maakte dat 6 miljoen Joden vermoord werden. Hij had de absolute macht om mensen uit te roeien en droomde er als rechtgeaarde nazi van om de wereld te regeren. Als dat niet lukte, wou hij op zijn minst over Europa de scepter zwaaien. Maar dat plan mislukte en hij moest vluchten naar Argentinië, of all places. Hij begreep niet waar hij dat aan verdiend had. Want de nazi’s hadden toch niets verkeerd gedaan? Hun enige vergissing was volgens hem de invasie in Rusland. ‘Dat was een idioot idee van de Führer’, vond hij. ‘Als we binnenkort aan het Vierde Rijk beginnen, mogen we die fout geen tweede keer maken.’ (lacht) De naar Argentinië gevluchte nazi’s droomden echt van dat Vierde Rijk. Dat zou dan beginnen in Buenos Aires, met een nazi-regering in ballingschap, om van daaruit een nieuw imperium te bouwen.”

Waar kwam zijn schuilnaam Ricardo Klement vandaan?

“Zijn voornaam Ricardo was een eerbetoon aan de Italiaanse priester die voor hem een Argentijns visum had geregeld. Voortaan heette hij niet langer Adolf Eichmann maar Ricardo Klement en was hij geboren in 1913 in plaats van 1906. In Argentinië kregen Eichmann en zijn vrouw Vera een vierde zoon, Ricardo. Hij is de enige van de vier zonen die nog in leven is. Ricardo Eichmann woont in Berlijn en verafschuwt zijn vaders ideologie. De andere drie waren levenslang overtuigde nazi’s. Zij waren dan ook opgevoed door Eichmann. Ricardo was vijf jaar toen zijn vader naar Israël ontvoerd werd. Hij werd niet gehersenspoeld.”

U beschrijft de kidnapping door de Mossad alsof dat voor Eichmann een opluchting was.

“Adolf Eichmann was geen dommerik. Na de oorlog werd hij eerst door de Amerikanen gevangengenomen. Op slinkse wijze wist hij te ontsnappen. Vervolgens dook hij als houthakker onder op de Lüneberger Heide en wist hij het gerucht te verspreidden dat hij in het Midden-Oosten zat. Hij leidde het Internationale Rode Kruis om de tuin, maakte de oversteek naar Argentinië en slaagde er een paar jaar later in om ook zijn gezin over te smokkelen. Op 11 mei 1960 werd hij door agenten van de Mossad een auto ingesleurd. Ik geloof nooit dat een man met zijn intelligentie zich zo makkelijk zou laten traceren. Ik laat hem vlak na die ontvoering in mijn roman zeggen: ‘Ik heb mijn lot al aanvaard.’ Volgens mij was hij het vluchten moe en wou hij inderdaad opgepakt worden. Niet omdat hij berouw had, maar omdat hij opnieuw het wereldpodium wou bestijgen. Hij wou terug íemand zijn, een belangrijk persoon.”

In het begin van uw roman schrijft u ook dat hij wist dat hij ooit zou worden opgehangen.

“Dat heb ik niet verzonnen, maar is gebaseerd op authentiek bronnenmateriaal. Er waren verschillende momenten in Argentinië waarop hij naar veiliger oorden had kunnen vluchten. In Buenos Aires ontmoette hij af en toe Josef Mengele alias doctor Helmut Gregor. Die zag de bui op tijd hangen, waarschuwde Eichmann voor nazijagers en vertrok zelf naar Paraguay. Andere nazi’s ruilden Argentinië in voor Chili. Hij bleef. Hij was ervan overtuigd dat hij recht in zijn schoenen stond en niets verkeerd gedaan had. Hij had enkel bevelen opgevolgd en die netjes en nauwkeurig uitgevoerd, zoals het hoort voor een SS-officier. Kadaverdiscipline was heilig. Toen zijn Führer opdracht voor de Endlösung gaf, gehoorzaamde hij als een trouw soldaat met gestrekte arm en klakkende hielen.”

Verdiende Eichmann de doodstraf?

“Hij verdient elke dag terechtgesteld te worden. Principieel ben ik een tegenstander van de doodstraf, maar voor Adolf Eichmann maak ik een uitzondering. Want of hij nu een monster was of niet: hij plande de moord op miljoenen.”

Bio

  • Geboren op 16 oktober 1975 in Buenos Aires
  • Studeerde filosofie en Spaanse literatuur in Duitsland
  • Vertaler van het werk van Franz Kafka, Peter Handke en Herman Hesse
  • Debuteerde in 2005 als romanschrijver met Sandra
  • De onfortuinlijke is zijn zevende roman en de eerste vertaling in het Nederlands

Ariel Magnus, De onfortuinlijke, Meulenhoff, 240 blzn, 20,99 euro

(c) Jan Stevens

‘Anders Tegnell kan op de Noordpool beter vlooien gaan tellen’

Volgens de Amerikaans-Britse historicus Peter Baldwin beleven we met de coronacrisis allesbehalve uitzonderlijke tijden. De Zweedse aanpak vindt hij een onvergeeflijke vergissing. “Staatsviroloog Anders Tegnell is een politicus vermomd als expert.”

De in Engeland levende Amerikaanse historicus en UCLA-professor Peter Baldwin is in de ban van de geschiedenis van de aanpak van epidemieën. In zijn in 1999 verschenen boek Contagion and the state in Europe vergeleek hij hoe Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden en Frankrijk tussen 1830 en 1930 besmettelijke ziekten zoals cholera, de pokken en syfilis aanpakten. Hij ging ook op zoek naar verklaringen waarom de ene staat drastisch ingreep, terwijl de andere liet betijen. Zijn conclusie luidde dat eerder financiële dan ideologische motieven aan de basis van maatregelen lagen. Zo waren landen met een lege schatkist sneller geneigd om hun burgers in tijden van cholera in strikte quarantaine te dwingen, dan landen met voldoende geld om de sanitaire omstandigheden in steden aan te pakken.

Het voorbije jaar herhaalde Baldwin dezelfde oefening voor de wereldwijde aanpak van de coronapandemie. Op de eerste dag van de lente van dit jaar verscheen zijn boek Fighting the first wave, waarin hij met veel zin voor detail op zoek gaat naar de motieven van politici en wetenschappers in hun strijd tegen covid.

Wij geloven dat we nu in unieke omstandigheden leven, maar dat is helemaal niet zo?

“Nee, ik beleef continu déjà vu’s. (lacht) Zolang er geen medische oplossing voor een pandemie is, zoals een vaccin of een geneesmiddel, kunnen we enkel terugvallen op technieken die ze al in de Oudheid kenden. Je zet mensen in isolatie, verbiedt reizen en probeert alle mogelijkheden tot overdracht uit te schakelen. Die manieren om besmetting te stoppen, bestaan al duizenden jaren. Al die eeuwen waren het ook zowat onze enige middelen. De balans ten voordele van de geneeskunde begon pas over te slaan in de jaren 1950.”

Hoe dodelijk is dit virus in vergelijking met de vorige?

“Corona is minder dodelijk dan ebola, maar dodelijker dan de griep. Echt dodelijke virussen zoals ebola branden op termijn zichzelf op. Een virus dat zijn slachtoffers te snel doodt, tekent zijn doodvonnis. Want het krijgt het dan steeds moeilijker om zichzelf te blijven voortplanten.

“Een van de grote verschillen tussen corona en de vele voorgangers, is dat dit virus een incubatietijd tot twee weken heeft. Dat wil zeggen dat er veel mensen rondlopen die een hele tijd niet in de gaten hebben dat ze besmettelijk zijn. Dan is er ook nog die 40 procent die geen enkel symptoom heeft, maar de ziekte toch verspreidt, de zogenaamde asymptomatische dragers. Wie in de 19e eeuw met cholera besmet raakte, werd snel ziek en in isolatie gezet. Wie vóór covid griepsymptomen kreeg, bleef vaak automatisch thuis en zette zichzelf zo onbewust in isolatie. Nu lopen er nogal wat superverspreiders rond die zich van geen kwaad bewust zijn.”

Gaf de globalisering dit virus in vergelijking met de voorgangers extra kracht?

“De manier waarop we de voorbije decennia van de ene uithoek van de planeet naar de andere reisden, vergemakkelijkte zeker de verspreiding van corona. De Sloveense filosoof en socioloog Slavoj Zizek schreef daar het boekje Pandemic! over. Hij vraagt zich af wat er zou gebeurd zijn als de eerste besmetting in Wuhan zich had voorgedaan vóór de hervormingen in China. Stel dat Patiënt Zero besmet raakte in datzelfde Wuhan in 1967. China was toen nog een van de buitenwereld afgesloten communistische volksrepubliek. De kans is zeer groot dat wij dan nooit van covid-19 gehoord hadden.

“Toch verspreidden ook lang voor de globalisering besmettelijke ziektes zich over continenten. In de 19e eeuw trok cholera over heel Europa een spoor van vernieling. Rond 1830 kwam de ziekte Europa binnen via Rusland. Twee jaar later woedde cholera over Engeland, vandaar ging het naar Zweden. Van maand tot maand kon je het spoor van de epidemie volgen. De schaal was kleiner dan nu én de snelheid lag veel lager. Maar op de keper beschouwd verspreidde cholera zich precies zoals SARS-CoV-2 of corona.”

Wil dat zeggen dat het afsluiten van grenzen geen zin heeft? Want het virus verspreidt zich toch?

“Een snelle, harde lockdown met gesloten grenzen heeft wel degelijk zin. Dat bewijzen Nieuw-Zeeland, Taiwan, Australië en nog veel andere eilanden die kozen voor die drastische ingreep. Het Verenigd Koninkrijk is ook een eiland en ging met zijn strategie voor groepsimmuniteit in die eerste golf volledig de mist in. Natuurlijk is het voor een eiland makkelijker om de boel af te sluiten dan voor een land als België.

“Zweden vormt vandaag met zijn laissez-faire-aanpak een grote uitzondering in Europa. Tijdens de cholera-epidemie was de aanpak compleet tegengesteld. In de jaren 1830 gold Zweden als een van de strengste strijders tegen de besmettelijke ziekte. De economie werd volledig platgelegd en de grenzen gingen potdicht. Reizigers die het land probeerden binnen te komen, werden door speciale grenspatrouilles gearresteerd.”

Een groot verschil met de cholera-epidemie is wellicht de niet te stoppen vulkaanuitbarsting aan artikels, nieuwsberichten en reportages over corona?

“Toch niet. Van zodra cholera in Europa voet aan wal zette, verschenen er duizenden boeken en artikels over het onderwerp. Een criticus noemde die ‘overkill’ aan informatie in die tijd ‘bibliocholera’, wat hij nog besmettelijker vond dan de ziekte zelf. (lacht)”

Vandaag leven wij in het Westen in liberale democratieën. Dat zorgt wellicht voor een groot verschil met hoe de epidemie door autoritaire regimes werd en wordt aangepakt?

“Het verschil is inderdaad gigantisch. Maar het is niet omdat we in een democratie leven, dat we niet in staat zouden zijn om de epidemie onder controle te krijgen. Kijk maar naar Australië, Nieuw-Zeeland, Taiwan of Zuid-Korea. Wat opvalt: de democratieën die het goed deden, namen hun burgers ernstig en slaagden erin ze zo te overtuigen om mee te werken. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, had het over haar ‘team van vijf miljoen’. Niet veel leiders kunnen hun burgers zo aanspreken. Samen sloegen ze het coronavirus plat.”

Onze premier Alexander De Croo sprak eind november 2020 de Belgen aan als zijn ‘ploeg van elf miljoen’. Zo’n slogan alleen volstaat blijkbaar niet, want hier waart het virus nog steeds rond.

“Deed hij dat ook? Dat wist ik niet. In Nieuw-Zeeland was Arderns oproep wel succesvol, wat voor mij bewijst dat in een democratie ingrijpende maatregelen met het akkoord van de burgers genomen kunnen worden. Democratieën die te lang met het nemen van maatregelen talmden, schoten zichzelf in de voet. Waarom moest het in sommige landen zolang duren om een opsporingsapp in te voeren? Als alle burgers op hun mobiele telefoon zo’n app installeren, wordt het veel makkelijker om besmettingen op te sporen en te isoleren. Waarom moest er zowel bij jullie als bij ons eerst een ellenlange discussie over privacy gevoerd worden? Zo werden die apps bij voorbaat ondermijnd.”

U vindt de angst ongegrond dat zo’n app de deur kan openen naar een vorm van permanente observatie door de overheid?

“Ik vind die angst terecht, hoor. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het niet zover komt. Maar die discussie moet je niet voeren in het heetst van de strijd tegen een pandemie. Hetzelfde geldt voor het verplicht dragen van mondmaskers. We hadden geen andere keuze dan ze te dragen om elkaar te beschermen. Voor sommigen is het mondmasker een regelrechte aanval op hun rechten als burger. Écht? Dergelijke reacties vind ik verbijsterend. Zijn veiligheidsgordels in de auto dan ook een schending van onze mensenrechten?”

Ik las in uw boek dat tijdens de cholera-epidemie in de 19e eeuw overtreders van de quarantainemaatregelen geëxecuteerd werden.

“Er golden zeer strenge lijfstraffen voor wie zich niet aan de isolatiemaatregelen hield. Op momenten dat cholera zeer veel slachtoffers maakte, riskeerden overtreders inderdaad ook geëxecuteerd te worden. Een van de voordelen van onze democratie is dat zo’n waanzinnige maatregel geen kans meer maakt. Wat niet wil zeggen dat er vandaag geen geweld gebruikt wordt tegen overtreders van coronamaatregelen. In Zuid-Afrika trapt de politie deuren van huizen in om ongehoorzame burgers een pak slaag te geven. De politie van New York bouwde de voorbije maanden ook een bedenkelijke reputatie op met het gewelddadig uiteenslaan van illegale bijeenkomsten van vooral minderheden.”

Hoe werd de cholera-epidemie uiteindelijk tot stilstand gebracht?

“Door de Britse wetenschapper John Snow. In 1853 ontdekte hij in Londen dat besmet water de epidemie een stevige boost gaf. Hij liet een waterleidingpomp afsluiten en cholera stopte. Snow geldt vandaag als de grondlegger van de epidemiologie.”

Zeker in het begin van de coronapandemie probeerden nogal wat landen hun eigen systemen uit om de besmetting te stoppen. Speelden hun eigen traditie en geschiedenis daarin een belangrijke rol?

“Als historicus vind ik dat een geweldig interessante vraag, maar het antwoord valt een beetje tegen. Over één zaak is iedereen het eens: onze enige echte exit zijn de vaccins. Tot dan zijn al onze middelen degene die inmiddels 8.000 jaar oud zijn. (lacht) Dat klinkt misschien nogal mager, terwijl dat eigenlijk best een stevige traditie is. Toch besloten een paar landen om die wijsheid van eeuwen bij het oud papier te zetten. Wellicht is Zweden daarvan het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld. Er werden geen isolerende maatregelen afgekondigd, maar er werd beroep gedaan op het ‘gezonde verstand’ van de burgers. Die aanpak verschilde totaal van hoe de Zweden vroeger besmettelijke ziektes aanpakten. In 1806 was de schrik groot voor de gele koorts. Alle aanmerende schepen moesten meteen aan de ketting en in quarantaine. Kapiteins die het toch waagden om zonder toestemming te vertrekken, riskeerden ter plekke neergeschoten te worden. Ook in de strijd tegen venerische ziektes speelden de Zweden het keihard. Wie een geslachtsziekte opliep, moest zich verplicht laten behandelen en kreeg een verbod op seks. Al zijn of haar contacten werden opgespoord. Wie weigerde mee te werken, ging de gevangenis in.”

Velen vinden het Zweedse corona-experiment fascinerend. Ook in België zagen en zien sommigen meer heil in het Zweedse model dan in een strikte lockdown.

“Het Zweedse model is een complete mislukking. Akkoord, de Zweedse coronastatistieken zijn niet zo slecht als de Belgische, maar toch is het opvallend dat ze zoveel slechter zijn dan de Noorse of de Finse. De enige verklaring waarom ze zoveel slechter scoren dan hun buren, is de beslissing om niet in lockdown te gaan.”

Waarom maakten ze die keuze om radicaal van het bekende eeuwenoude pad af te wijken?

“De Zweden koesteren hun traditie waarbij de regering geacht wordt zich niet te moeien met de verschillende ambtelijke autoriteiten. De publieke dienst bevoegd voor de volksgezondheid had zoals gewoonlijk de handen vrij bij de aanpak van deze crisis. Aan de leiding stond deze keer een kleine groep wetenschappers die elkaar gevormd hadden. Allemaal vrienden en collega’s die samen in de tunnel van de groepsimmuniteit kropen. Ze waren ervan overtuigd geraakt dat zonder groepsimmuniteit een land gedoemd was tot een eeuwige lockdown. Omdat de strategie door die kleine groep bepaald werd, was er niemand om hen tegen te spreken. De politici lieten staatsviroloog Anders Tegnell en zijn voorganger en consultant Johan Giesecke betijen; dat hoorde volgens de Zweedse traditie zo. In Denemarken speelde zich heel even een gelijkaardig scenario af. Ook daar was er die strikte scheiding tussen regering en gezondheidsautoriteit. De Deense staatsviroloog Søren Brostrøm zat in dezelfde tunnel als de kliek rond Tegnell. Ook hij adviseerde politici om voor groepsimmuniteit te kiezen, mensen niet op te hokken, scholen niet te sluiten en bedrijven open te houden. De lockdownbehandeling was volgens hem erger dan de ziekte. Maar de Deense premier Mette Frederiksen vertrouwde dat advies niet. Zij was bang dat een beleid van ‘laat maar waaien’ tot een vreselijke humanitaire ramp kon leiden. Alleen bepaalde de Deense wetgeving op besmettelijke ziekten heel expliciet dat zij zich moest neerleggen bij alle adviezen van de gezondheidsautoriteit. Frederiksen nam een fors besluit: op 14 maart 2020 liet ze een noodwet stemmen waardoor ze de gezondheidsautoriteit buiten spel zette. Meteen daarna ging er in Denemarken een drastische lockdown in.”

In België waren we na de zomer van vorig jaar getuige van het omgekeerde fenomeen. Terwijl de virologen op strenge maatregelen aandrongen, stuurden de regeringen aan op versoepelingen.

“In zowel Denemarken als Zweden stonden niet alle virologen op de lijn van de staatsvirologen. In Zweden werd alleen heel lang niet naar die andere stemmen geluisterd.”

Die twee strekkingen bij virologen doet vermoeden dat er meerdere wetenschappelijk verantwoorde aanpakken van een pandemie mogelijk zijn? Of heeft virologie soms ook met ideologie te maken?

“In Zweden zijn alle mannen en vrouwen aan het werk. Als de scholen sluiten, is dat meteen een groot probleem voor de opvang van de kinderen. Ze bleven open zodat de fabrieken konden blijven draaien. Inmiddels weten we dat kinderen soms asymptomatische dragers zijn die hun ouders en grootouders kunnen besmetten. Die hele strategie om scholen open te houden, is niet houdbaar. Maar dat paste niet in het straatje van Tegnell. Dus wat zei hij? ‘Ach, asymptomatische dragers stellen niet veel voor.’ Hij minimaliseerde het probleem om toch zijn eigen gelijk te halen. Zijn doel bleef groepsimmuniteit. Alle wetenschappelijke bevindingen die dat streven onderuithaalden, werden door hem genegeerd. Anders Tegnell is al lang geen expert meer, maar een politicus vermomd als expert.”

Wat is er mis met Tegnells streven naar groepsimmuniteit?

“Hij is de lessen van de geschiedenis vergeten. Voor een viroloog is dat onvergeeflijk. Een vaccin vormt de basis voor groepsimmuniteit. De eerste epidemie die met een vaccin aan banden werd gelegd, waren de pokken. De Britse arts en wetenschapper Edward Jenner creëerde eind 18e eeuw het allereerste vaccin op basis van koepokken. Het zou nog tot ver in de 20e eeuw duren voor de pokken dankzij een gecoördineerde vaccinatiecampagne de wereld uitgeholpen werden. Het verzet tegen het pokkenvaccin was van in het begin groot. Religie speelde daarin een voorname rol. Het vaccin op basis van koepokken gold als een duivelse vermenging van het menselijke met het dierlijke. In de Engelse stad Leicester maakten antivax-betogers de straten onveilig. Ze probeerden de vaccineerders met geweld te verjagen. Uiteindelijk legde het pokkenvaccin de veilige basis voor groepsimmuniteit. Het roekeloze avontuur van Tegnell zal de Zweden geen groepsimmuniteit tegen corona bezorgen.”

U kent Zweden goed: u bent getrouwd met de Zweedse historica Lisbet Rausing.

“Ik kom er zeer regelmatig, ja. De meeste Zweden stonden lang achter Anders Tegnell. Dat is ook niet verwonderlijk: hoe zou je zelf zijn als bij de start van een gelijkaardige crisis de leiding van je land beslist: ‘Het is niet nodig om de boel te sluiten. Zolang we ons aan een paar basisregels houden, komt het allemaal voor elkaar. Ga gerust op restaurant en op café, maar hou afstand en was je handen. Onze vrijheid geven we niet op.’ In het begin leek dat ook te werken. Briljant! Tot het dodental dramatisch begon te stijgen. Vandaag is in Zweden de twijfel over de Tegnell-strategie zeer groot. Er stierven veel meer mensen dan in de buurlanden. Toch zit de hele Tegnell-kliek nog steeds aan de knoppen. Niemand is ontslagen. Dat is toch onvoorstelbaar? Ze hadden hem naar de Noordpool moeten sturen om vlooien te tellen.”

De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dat is nog niet extreem lang geleden, maar bij de start van de coronacrisis leek die griepepidemie uit ons collectieve geheugen gewist.

“De meeste mensen wisten daar inderdaad niets van. Terwijl door de Spaanse griep meer doden vielen dan door de Eerste Wereldoorlog. Er wordt nu soms gedaan alsof er geen blauwdruk bestaat voor de economische gevolgen van de coronacrisis. Die is er wel en dateert van de Spaanse griep. Economen leerden toen dat snelle kordate lockdowns voor minder economische schade op lange termijn zorgen. De huidige versoepelingsbrigade stelt dat lockdowns de economie schade berokkenen. Alleen vergeten ze dat de angst voor het virus er sowieso voor zorgt dat mensen amper nog hun deur uitkomen. Bij een langgerekt halfslachtig beleid gaat de economie óók om zeep. Als er geen lockdown is, legt de pandemie de economische activiteit stil. Een snelle, harde lockdown zorgt ervoor dat we grip krijgen op de pandemie. De economie kan daarna sneller herstellen. Kijk maar naar Nieuw-Zeeland. Die les leerden we dus al in de jaren na WO I, tijdens de Spaanse griep. Alleen zijn we ze compleet vergeten.”

Bio

  • Geboren in Ann Arbor, Michigan in 1956
  • Studeerde geschiedenis aan Harvard en Yale
  • Is professor geschiedenis aan de Universiteit van Californië, Los Angeles
  • Runt samen met zijn vrouw Lisbet Rausing Arcadia Fund, één van de grootste liefdadigheidsorganisaties van het Verenigd Koninkrijk
  • Schreef diverse boeken over Europa en epidemieën
  • Woont in het Britse graafschap Surrey

Peter Baldwin, Fighting the first wave, Cambridge University Press, 386 blzn.

(c) Jan Stevens