‘Niet alle mannen met status en geld zijn klonen van Donald Trump’

Al meer dan dertig jaar wroet de evolutionaire psycholoog David Buss in de seksuele krochten van de menselijke psyche. In zijn boek When men behave badly brengt hij de seksuele oorlog tussen heteroseksuele mannen en vrouwen in kaart. “Hoe extremer het seksuele geweld, hoe meer het een exclusieve mannenzaak wordt.”

David M. Buss, evolutionair psycholoog aan de universiteit van Texas, windt er geen doekjes om: er woedt een oorlog tussen de geslachten. “Die wordt op de spits gedreven door de grote verschillen in de onderliggende seksuele psychologie van heteroseksuele mannen en vrouwen”, zegt hij. “Ik voer daar al meer dan dertig jaar veldonderzoek naar. Mijn eerste wetenschappelijk artikel over seksueel conflict dateert van 1989. Intussen begrijp ik de seksuele psychologie en paarstrategie van mannen en vrouwen beter dan om het even wie.”

Professor Buss is niet de eerste de beste. Hij staat geboekstaafd als één van de grondleggers van de evolutionaire psychologie. Volgens Buss is ons gedrag het resultaat van de evolutie. “Ik verbind de kennis van de evolutionaire biologie met de manier waarop we ons gedragen.”

Hij is het niet eens met de veelgehoorde kritiek dat de evolutiepsychologie er vooral van uitgaat dat het menselijke brein voorgeprogrammeerd is. “Wij beweren niet dat ons gedrag volledig door onze genen bepaald wordt. Ook cultuur en omgeving spelen een rol. Wij stellen wel dat de essentie van de menselijke psychologie het gevolg is van miljoenen jaren van natuurlijke selectie.”

In When men behave badly gaat David Buss op zoek naar verklaringen waarom mannen en vrouwen elkaar verleiden, bedriegen, pijnigen en in de steek laten.

Ik werd als man ietwat depressief van uw boek.

“Ik begrijp u volkomen. (lacht) Al was het niet mijn bedoeling om mijn mannelijke lezers een depressie te bezorgen. Onlangs kreeg ik een mail van een 85-jarige man die seksueel niet meer actief kan zijn. Hij had mijn boek gelezen en schreef dat hij wanhopig werd als hij op een zomerse dag op straat al die begeerlijke vrouwen voorbij zag wandelen. Als jongere man had hij gehoopt dat die drang zou slijten met ouder worden. Maar dat was helemaal niet zo. Hij was écht de wanhoop nabij.”

Waarom hebt u het enkel over heteroseksuele mannen en vrouwen?

“Omdat zowat 95 procent van alle onderzoek over seksueel conflict en psychologie over heteroseksuelen gaat. Er waren een paar onderzoeken met gelijklopende bevindingen bij homokoppels, zowel mannen als vrouwen. Ook in die relaties is er bijvoorbeeld sprake van seksueel geweld. Maar voorlopig is er veel te weinig wetenschappelijk materiaal over de lgbtq-gemeenschappen voorhanden.”

Door #MeToo is When men behave badly plots zeer actueel?

“Zeker, maar het is echt toeval dat het boek er nu is. Ik zie seksueel geweld tegenover vrouwen als pogingen van de man om de keuzevrijheid van de vrouw te omzeilen. Dat seksueel geweld gaat dan van seksueel lastigvallen, over dwingen tot seks of verkrachting tijdens een date tot intiem partnergeweld.

“Vandaag er is geen enkele twijfel mogelijk: elke vrouw is vrij om te bepalen wanneer, waar, hoe, met wie en onder welke omstandigheden ze seks wil. Maar mannen zoeken voortdurend naar strategieën om toch aan hun trekken te komen. Sommigen gaan daarin veel te ver. Al wil ik ook benadrukken dat niet alle mannen doelbewust over de schreef gaan. Waar we ons allereerst van bewust moeten worden, is dat de seksuele psychologie van mannen en vrouwen op verschillende manieren geëvolueerd is. Ik weet niet hoe het er tegenwoordig in journalistieke middens aan toegaat, maar de universitaire wereld leeft in een raar soort van ontkenning. Want academici lijken te geloven dat er tussen mannen en vrouwen geen seksuele verschillen zijn en dat ze dus fundamenteel gelijk zijn. Dat is gewoon niet waar én naïef.”

Waar komt die trend om seksuele verschillen te ontkennen vandaan?

“Die spruit voort uit de angst dat seksuele verschillen zullen leiden tot discriminatie van vrouwen. Want als mannen en vrouwen op seksueel vlak niet gelijk zijn, worden vrouwen misschien in een onderdanige rol gedwongen. Ik begrijp die angst én de beweegredenen waarom zovelen zo graag willen dat we seksueel identiek zijn. De intenties zijn goed, maar het resultaat is vernietigend. Want dan verliezen we de echte gevolgen van die verschillen uit het oog. Het gaat hier over seksuele psychologie en niet over cognitieve vaardigheden of intelligentie. Ik merk dat aan de universiteit nogal wat collega’s geschokt zijn door mijn bevindingen dat mannen en vrouwen bijvoorbeeld verschillen in zin in seks of in het hebben van seks met wildvreemden. Ik heb daar maar één antwoord op: ik ben liever wetenschappelijk correct dan politiek correct.”

Er zit veel waarheid in het cliché dat een man op de versiertoer er in de eerste plaats op uit is om een vrouw zo snel mogelijk in bed te krijgen?

“Toch wel. Die zogenaamde clichés of stereotypen hebben hun wortels in de realiteit. Het mannelijke perspectief op seks is anders dan het vrouwelijke. Om te begrijpen waar dat vandaan komt, moeten we onze biologische verschillen onder de loep nemen. Voor alle duidelijkheid: ik heb het nu over reproductieve biologie en níet over het begrip ‘gender’ dat mannelijk of vrouwelijk ook koppelt aan het culturele, sociale en psychologische. Biologen definiëren het geslacht aan de hand van de grootte van de voortplantingscellen. Degenen met de kleine voortplantingscellen of spermatozoïden zijn mannelijk; degenen met de grote voortplantingscellen of eitjes zijn vrouwelijk. De bevruchting bij de mens speelt zich volledig af in het lichaam van de vrouw, niet in dat van de man. Vrouwen, en niet mannen, draaien op voor de lichamelijke gevolgen van een 9 maanden durende zwangerschap. Na de bevalling zorgt de vrouw ervoor dat de pasgeborene in leven blijft. Want zij, en niet de man, heeft borsten waarmee ze de baby kan zogen. Voor een man volstaat één keer geslachtsgemeenschap om een kind te produceren. Vanuit biologisch standpunt hoeft hij zich daarna niets meer van zijn nageslacht aan te trekken. Die verschillen tussen de sekses in de reproductieve biologie zorgden in de loop van onze evolutie voor selectiedruk. Daaruit groeiden ook de verschillen in onze seksuele psychologie. Dat zijn geen verwaarloosbare kleinigheden; ze zijn even groot en betekenisvol als de verschillen tussen mannen en vrouwen in lichaamsbouw, gewicht, testosteronniveau en oestrogeenproductie.”

Wat zijn die verschillen in onze seksuele psychologie dan precies?

“Mannen en vrouwen hebben onderliggend verschillende motivaties om te vrijen. Want de biologische consequenties zijn voor de ene veel groter dan voor de andere. Mannen hebben in het algemeen meer zin in seks en verlangen naar meer ‘afwisseling’. Ze hebben behoefte aan een grotere variëteit in partners en zoeken sneller naar nieuwe kansen om aan hun trekken te komen. Seks met complete vreemden vinden velen best oké. Ze zien er geen graten in om te vrijen met een partner wiens naam ze niet kennen. Ze hebben minder behoefte om in een seksuele relatie psychologisch te investeren of zich emotioneel te binden. Terwijl voor de meeste vrouwen seks verbonden is met een relatie of gekoppeld aan psychologische betrokkenheid. Die uiteenliggende beweegredenen zorgen voor conflicten tussen de geslachten.”

Zijn er dan geen vrouwen die geen problemen hebben met vrijblijvende seks?

“Die zijn er zeker. Het is niet omdat er een ‘oorlog tussen de seksen’ gaande is, dat er binnen de geslachten geen verschillen zijn. Er zijn inderdaad ook vrouwen die verlangen naar seks zonder emotionele banden. Net zoals er ook mannen zijn die kiezen voor strikte monogamie met hun ‘one and only’. Sommigen houden dat een leven lang vol; anderen zijn serieel ontrouw en duiken van de ene geheime affaire in de andere. Die nuances binnen de geslachten nemen niet weg dat er een fundamenteel verschil is in de seksuele psychologie van man en vrouw. Terwijl vrouwen meer gehecht zijn aan dat emotionele, zoeken mannen variëteit.”

Dat is universeel en niet iets typisch voor westerlingen?

“Mijn vroegere student David Schmitt is professor psychologie aan de Londense Brunel University en bezieler van het International Sexuality Description Project. Hij trok op onderzoek naar 56 landen verspreid over zes continenten. Meer dan 200 wetenschappelijke medewerkers ondervroegen 34.000 mannen en vrouwen van over de hele wereld. Overal kwamen dezelfde verschillen in seksuele psychologie naar boven.”

Bijkomend probleem in de oorlog tussen de geslachten: mannen schatten hun kansen en mogelijkheden op seks te optimistisch in. U noemt dat ‘het seksuele overperceptie-vooroordeel’.

“Mannen ‘lezen’ vaak de signalen van vrouwen verkeerd. Soms zijn er zelfs geen signalen, ook al denken ze van wel. ‘O, die vrouw heeft een mooie lach. Zou ze zin in seks hebben, of is ze gewoon vriendelijk? Raakte ze mijn arm nu per ongeluk aan of is ze geïnteresseerd?’ Ook vrouwen interpreteren de mannelijke signalen vaak fout.

“Uit ons onderzoek weten we dat veel mannen op de werkvloer het effect van ongevraagde seksuele avances op hun vrouwelijke collega’s verkeerd inschatten. Zonder gène staren ze in décolleté’s of raken ze billen aan, terwijl vrouwen daar niet van gediend zijn. We weten ook dat vrouwen tezelfdertijd ten onrechte geloven dat hun makkelijke collega’s net als zij gruwen van zo’n avances. Beide geslachten vergissen zich in elkaar, telkens in totaal tegengestelde richtingen.

“Mannen die last hebben van het ‘seksuele overperceptie-vooroordeel’ leiden ten onrechte uit onbestaande signalen af dat vrouwen seksueel in hen geïnteresseerd zijn. Ze geloven zelfs dat vrouwen vragende partij zijn voor hun seksuele avances. Ze scoren hoog op wat wij ‘de donkere driehoek’ noemen: ze combineren de karaktereigenschappen van de narcist, psychopaat en machiavellist. Ze zijn uit op seks met vrouwen die totaal niet in hen geïnteresseerd zijn. Dat seksuele overperceptie-vooroordeel in combinatie met die ‘donkere driehoek’ ligt aan de oorzaak van veel ongewilde seksuele avances.”

Bij die ‘donkere driehoek’ denk ik spontaan aan Donald Trump en het ‘Grab ‘em by the pussy’-incident.

“Geen commentaar. (lacht) Maar u hebt gelijk: zijn profiel sluit naadloos aan bij de ‘donkere driehoek’.”

De daders van seksueel geweld zijn bijna altijd mannen?

“Zowel mannen als vrouwen kunnen seksueel gewelddadig zijn. Alleen: hoe extremer het geweld, hoe meer het een exclusieve mannenzaak wordt. Bij internetdating wordt er flink wat misleid en bedrogen door mannen én vrouwen. Ze doen dat op verschillende manieren: zo liegen vrouwen over hun gewicht en mannen over hun status. De ene poseert voor een Porsche die de zijne niet is, de andere voor een Ferrari. (lacht)

“Maar van zodra het over seksuele intimidatie gaat, zijn de daders vooral mannen en de slachtoffers vrouwen. Verkrachting is bijna een mannenmonopolie.”

De mannelijke daders van seksueel geweld zitten ook in die ‘donkere driehoek’ van narcisme, psychopathie en macchiavellisme?

“Precies. Zeker als het kerels zijn die enkel en alleen interesse hebben in snelle seks. Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet over de meerderheid van de mannen, maar over een minderheid die zich bijvoorbeeld op de werkvloer gedraagt als seriële seksuele intimidators. Een aantal gaat nog een stap verder en wordt een seriële verkrachter. Het is niet zo dat àlle mannen potentiële verkrachters zijn. Een minderheid is verantwoordelijk voor de overgrote meerderheid van seksueel wangedrag. De meeste mannen verafschuwen het idee om een vrouw tot seks te dwingen.

“In de nasleep van #MeToo werd het spotlicht gericht op bekende machtige mannelijke seksuele roofdieren als Harvey Weinstein, Jeffrey Epstein en Bill Cosby. Merk op dat er geen enkele vrouw tussen zat.”

Epstein werd bij zijn rooftochten geassisteerd door Ghislaine Maxwell, een vrouw.

“Zij maakte het mogelijk dat Epstein minderjarige vrouwen kon misbruiken. Zij was inderdaad medeplichtig en er zijn nog voorbeelden van vrouwen die mannelijke daders bijstaan en helpen. Soms krijgt een seriële verkrachter zijn vriendin of vrouw zover dat ze slachtoffers zoekt en aanbrengt. Maar dat zijn echt de uitzonderingen.”

Klopt het dat sommige vrouwen altijd op ‘foute mannen’ vallen, zelfs na vreselijke ervaringen van seksueel partnergeweld?

“Jammer genoeg wel. Ik heb zelf een dochter en druk haar op het hart om al die mannen links te laten liggen met kenmerken uit de ‘donkere driehoek’. Ze lijken soms charmant en aantrekkelijk en kunnen voor avontuurlijke avondjes uit zorgen. Maar als je een relatie op lange termijn met hen wil aangaan, worden ze regelrechte rampen. Ze zullen je bedriegen, je bankrekening plunderen en je dumpen.”

Wie droomt van een lange, stabiele relatie kan beter op zoek naar een bedaarde, ietwat saaie softie? Een academicus zoals u?

“Geen ‘softie’. (lacht) Vrouwen voelen zich aangetrokken tot mannen met macht, status en rijkdom. Maar ook tot de atletisch gebouwde types, de zogenaamde alfamannetjes. Dat is nu eenmaal zo. Waar vrouwen op moeten letten, is of hun droomman ook een ingebouwd ethisch kompas heeft. Er zijn mannen die zowel welvarend, gespierd als empathisch, eerlijk én betrouwbaar zijn. Niet alle mannen met status en geld zijn klonen van Trump.”

De meeste daders van extreem seksueel geweld zoals verkrachting zijn geen vreemden voor het slachtoffer maar bekenden?

“Tussen de 20 en 30 procent van alle verkrachtingen worden gepleegd door vreemden. De rest zijn bekenden, vrienden, datingpartners, familieleden, geliefden. Ons stereotiepe beeld van een verkrachter is een onbekende vieze man die in een donkere steeg zijn onwetende slachtoffer besluipt en aanvalt. Dat is onjuist. Verkrachting binnen een relatie is vaak een gevolg van jaloezie. De man verdenkt zijn vrouw van ontrouw. Zijn antwoord is dan dat extreme seksuele geweld.”

Het internet maakt het makkelijker om via datingsites of sociale media al dan niet in het geheim nieuwe sekspartners te vinden. Verandert dat de seksuele interactie tussen mannen en vrouwen?

“Ik denk het wel. Tot voor de komst van het internet leefden mensen in kleinere gemeenschappen. Tijdens hun leven ontmoetten ze een dozijn potentiële sekspartners. Nu hebben we toegang tot duizenden mogelijke bedgenoten. Een mogelijk gevolg is dat die overvloed aan keuze ons verlamt. ‘Hij of zij lijkt wel oké, maar misschien zit er iemand op de site die nog een tikkeltje knapper en beter is.’ Het is niet zo moeilijk om in de winkel uit zes potten jam één pot te kiezen. Het wordt lastiger als er zestig potten voor je neus staan. Dan raak je zo overweldigd door de overvloed, dat je zonder jam thuiskomt.

“Tinder geeft mannen onbeperkt toegang tot seks zonder enige verplichting of band. Dat is voor het eerst in onze evolutie. We weten dat oneperkt shoppende mannen huiverig staan tegenover relaties voor langere termijn. Zowel in de VS als in West-Europa is er een onmiskenbare trend naar meer singles en minder huwelijken. Misschien speelt het daten via internet daar ook een rol in.”

Het internet maakt porno 24/7 gratis toegankelijk. Heeft dat een effect op seks en relaties?

“Doordat het zo makkelijk toegankelijk is, riskeren mannen er hopeloos verslaafd aan te geraken. Er zijn verhalen bekend van mannen die een hele dag voor hun computerscherm naar pornofilmpjes staren. Partners van vlees en bloed ontmoeten, zit er voor hen niet meer in. Door naar porno te kijken, bedonderen we onze seksuele psychologie. Er is dan geen interactie met vrijende medemensen: je bewondert pixels op een monitor. Evolutiebioloog en etholoog Richard Dawkins beschreef ooit een experiment waarbij een mannetjesexemplaar van een vogelsoort een plastic namaakwijfje te zien kreeg. Het mannetje begon meteen aan een woeste paringsdans. Als we zo’n scène in een natuurfilm zien, lachen we ons een bult. Maar wat is het verschil met opgewonden mannen die met hun broek op hun enkels naar porno zitten kijken?”

Monogamie wordt nog steeds gezien als het na te streven ideaal. Terecht?

“Moeilijk te zeggen. Als het criterium is om sexueel geweld zoveel mogelijk in te dijken, is monogamie vermoedelijk het ideaal. Maar een ander criterium zou kunnen zijn: hoe vervullen we de verlangens van mensen? Dan is monogamie níet de meest aangewezen relatievorm. Want er is nu eenmaal dat diep ingebakken mannelijke verlangen naar seksuele variëteit. Daar wordt meestal zedig over gezwegen, wat niet verstandig is. Die drang is geen zegen voor een man, denk maar aan dat mailtje van mijn 85-jarige mannelijke lezer. De meeste mannen hebben verlangens die nooit ingewilligd zullen worden. De enigen die wél aan al hun trekken komen, zijn rocksterren als Mick Jagger. Alle anderen leiden hun leven vol onvervuld verlangen in stille wanhoop.

“De mens hanteert verschillende strategieën om te kunnen paren. Sommigen mikken op korte termijnrelaties, anderen verkiezen dan weer een relatie op lange termijn, nog anderen die al jaren in zo’n langetermijnrelatie zitten, nemen hun toevlucht tot overspel. Er is ook nog seriële monogamie en er zijn de polyamoreuze relaties die meestal zeer onstabiel zijn. Want jaloezie ligt dan altijd op de loer.”

Uw boek eindigt nogal optimistisch. Ondanks alles bespeurt u verbetering?

“Er is ontzettend veel seksueel geweld in onze samenleving, en tóch zie ik belangrijke mentaliteitsveranderingen. Weinstein, Epstein en Cosby konden jarenlang ongestoord hun gang gaan. Het is de verdienste van de #MeToo-beweging dat zij door justitie ter verantwoording werden geroepen. Verkrachting binnen het huwelijk was in de VS lang geen misdrijf. Sinds 1993 is het dat wel, al blijven de rechtbanken van sommige staten milder voor een man die zijn vrouw verkracht dan voor een wildvreemde aanrander.

“De officiële cijfers van seksueel geweld binnen relaties dalen. Zo verminderde het aantal aangegeven gevallen in de VS tussen 1993 en 2005 met twee derde. Engeland en Wales tekenden tussen 1995 en 2008 dezelfde daling op. Natuurlijk zijn er wereldwijd nog veel landen waar het perfect legaal is dat mannen hun vrouwen afslaan. Hoopgevend is dat 25 procent van alle Arabische landen en 35 procent van de Afrikaanse landen bezuiden de Sahara inmiddels wetgeving hebben die dat soort van geweld verbiedt. In de VS bedroeg in 1992 het totaal aantal aangegeven verkrachtingen 43 per 100.000 inwoners; in 2018 was dat met 25 procent gezakt tot 31 per 100.000. Ik vind dat hoopgevend, al is elke verkrachting er één te veel.”

David Buss, When men behave badly: the hidden roots of sexual deception, harassment and assault, Little Brown, 336 blzn, 24,45 euro

Bio

  • Geboren in 1953 in Indianapolis
  • Doctoreerde in de psychologie aan de universiteit van Californië
  • Professor psychologie aan de universiteit van Texas
  • Voert meer dan 30 jaar baanbrekend onderzoek naar paarstrategieën, sexueel conflict en psychologie, sociale status, jaloezie, moord en stalking
  • Auteur van o.a. The evolution of desire, Evolutionary psychology, Why women have sex, The murderer next door

© Jan Stevens

‘De CD&V heeft minst oor voor de bekommernissen van de consument’

Twee decennia lang was Ivo Mechels het gezicht van Test Aankoop. Als woordvoerder communiceerde hij graag en gretig over de strijd van de consumentenorganisatie tegen hoge energie- en telecomprijzen en overprijsde winkelwaar. Vandaag is hij er de grote baas. “We hebben er geen enkel belang bij om onze leden stroop om de mond te smeren.”

Sinds februari 2016 is Ivo Mechels ceo van zowel Test Aankoop als het vijf landen overspannende Euroconsumers. “We zijn actief in België, Spanje, Italië, Portugal en Brazilië”, zegt hij. “Euroconsumers telt ongeveer 1.400 werknemers en draait een omzet van 200 miljoen euro. Als ceo moest ik afstand nemen van al die jaren dat ik als woordvoerder actief was. Dat was even wennen. Want ik stond graag op de barricaden. Ik klaagde zaken aan, adviseerde mensen en gaf lezingen over heel Vlaanderen. Van de ene dag op de andere viel dat weg.”

Het woordvoerderschap werd ingeruild voor management op internationaal niveau. “Euroconsumers overkoepelt consumentenorganisaties van vijf verschillende landen. Die internationale samenwerking levert schaalvoordeel op. Elke individuele organisatie is ontstaan vanuit een vzw. Dat wil zeggen dat ik als ceo in elke lidstaat de raad van bestuur moet bijwonen. De bekommernissen van een Italiaans bestuurder zijn anders dan die van een Portugees. Daar komt bij dat ze allemaal hun eigen visie en achtergrond hebben. Zo groeide onze Portugese consumentenorganisatie Deco uit het verzet tegen de dictatuur. Enkele oprichters waren betrokken bij de Anjerrevolutie in de jaren 1970. Vandaag wordt de stem van Deco in Portugal nog steeds zeer goed gehoord. Ik vind al die verschillen in culturele achtergrond zeer boeiend.”

De coronacrisis zette Mechels’ consumentenorganisaties zwaar onder druk. “Italië was het eerste land waar het virus lelijk huishield. In februari 2020 was het daar groot alarm. Mijn Italiaanse countrymanager moest in allerijl draaiboeken opstellen waardoor zijn mensen konden thuiswerken. Drie weken later was België aan de beurt en nog eens een week later Spanje en Portugal. We konden toen gelukkig putten uit onze ervaringen in Italië.”

Het eerste half jaar van de crisis kregen Test Aankoop en co. een toevloed aan oproepen te verwerken. “Het vliegverkeer werd stilgelegd en reizen was onmogelijk. Mensen belden en mailden naar Test Aankoop met klachten over geannuleerde vluchten, in het water gevallen reizen, afgelaste evenementen, verzekeringen, gezondheidsproblemen, al dan niet bonafide mondkapjes, ontsmettingsmiddelen…  Wekenlang draaiden onze IT’ers en juristen overuren. Op de zoekfunctie van onze website merkten we dat ontzettend veel mensen zochten naar informatie over printers, computers, foodprocessors en stofzuigers. Ze waren zich duidelijk aan het voorbereiden op maanden thuiswerk.”

Ivo Mechels begon zijn carrière in 1985 op de studiedienst Cepess van de toenmalige CVP. “Mijn allereerste baas was Herman Van Rompuy”, zegt hij. “Herman was er directeur. Een paar weken geleden heb ik hem opnieuw ontmoet.” Hij toont een foto op zijn smartphone waarop ze samen poseren. “Ik kwam niet uit een politiek nest, maar liep bij Cepess als pas afgestudeerd jurist een stage van zes maanden in afwachting van mijn legerdienst. Herman adviseerde me om mee te doen aan examens voor de Senaat. Na mijn legerdienst kon ik daar meteen als universitair medewerker aan de slag. Ik stelde parlementaire vragen op en schreef wetsvoorstellen uit, vooral over Europese zaken, buitenlands beleid en defensie. In 1992 werd Leo Delcroix (CVP) minister van Defensie in de regering-Dehaene I. Hij vroeg of ik op zijn kabinet wou komen werken. Als prille dertiger had ik daar wel zin in.”

U schreef het artikel dat de dienstplicht afschafte?

“De minister draagt de verantwoordelijkheid, maar ik hield de pen vast, ja. Als kabinetsmedewerker werkte ik me te pletter. Er bleef amper tijd over voor iets anders, toch heb ik er alleen maar goede herinneringen aan. Ik kon meewerken aan verandering en dat zorgde voor kicks en adrenaline. Louis Tobback had het in die tijd over ‘de maakbaarheid van de samenleving’. Ik ervaarde toen zelf dat politieke macht de samenleving soms op een goede manier mee kan vormgeven.

“Sinds mijn 16e ben ik lid van Amnesty International. In de Senaat werkte ik met parlementsleden van verschillende strekkingen samen rond het thema mensenrechten. Ik stond gekend als een cabinetard met een open blik, en niet als een diehard CVP’er. Leo Delcroix maakte graag het grapje dat er op Landsverdediging een pacifistische fan van Amnesty International aan de slag was. Op de ministerraad verdedigde hij nog een dossier aangebracht door Amnesty, wat voor grote verwondering bij zijn collega-ministers zorgde. Je kon Delcroix van veel beschuldigen, maar niet dat hij een linkse rat was. (lacht) Halverwege zijn mandaat moest hij opstappen nadat uitlekte dat een paar postbodes in het zwart aan zijn villa in Frankrijk hadden gewerkt. Ik kende Leo Delcroix als een warme mens en schrok daar toen erg van. Ik heb hem sindsdien nauwelijks nog gezien.”

Waarom stapte u in 1995 over naar Test Aankoop?

“Ik zocht een job die me meer tijd gaf voor de opvoeding van mijn twee kleine kinderen. Ik zat in een scheiding en wou co-ouderschap, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was. Bij Test Aankoop begon ik als jurist en lobbyist. Ik moest de belangen van de consument gaan verdedigen in het parlement en op kabinetten.”

Had uw eerdere passage in de politiek de stempel ‘tsjeef’ op uw voorhoofd gezet?

“Nee, ik had nooit het gevoel dat mijn gesprekspartners een partijpolitieke stempel op mijn voorhoofd zagen. Consumentendossiers werden ook redelijk positief onthaald.”

Omdat consumenten potentiële kiezers zijn?

“Misschien wel. De partij die het minst oor voor de bekommernissen van de consumenten had, was tot mijn grote verbazing de CVP. Socialisten, groenen en liberalen stonden open voor consumentendossiers, terwijl christendemocraten zich op de vlakte hielden. Ik heb de indruk dat dat bij de huidige CD&V nog steeds zo is. Ik werd altijd vriendelijk ontvangen, maar als de daad bij het woord gevoegd moest worden, gaven ze niet thuis. Hoe dat komt? Geen idee.”

Was u lid van Test Aankoop voor u bij de organisatie solliciteerde?

“Ik niet, maar mijn ouders wel. Mijn vader werd lid eind jaren zestig. Test Aankoop werd gesticht in 1957 en de eerste Nederlandstalige magazines dateren van 1960. De bakermat van het consumentisme ligt in de Verenigde Staten, halverwege de vijftiger jaren. De hoofdactiviteit van een consumentenorganisatie was toen vergelijkend warenonderzoek. Het allereerste nummer van het magazine van Test Aankoop ging over balpennen. (lacht) De merken van toen werden onderzocht en met elkaar vergeleken. Man en paard werden genoemd en de merken werden geklasseerd van beste tot slechtste. Dat was in die tijd zeer ongewoon. Het waren de gouden jaren van het consumentisme. De koopkracht nam gigantisch toe: mensen kregen steeds meer middelen om goederen te kopen. Ik ben geboren in 1960 en ik kan me nog heel goed herinneren hoe mijn vader thuiskwam met onze allereerste wasmachine. De welvaart groeide, net als de nood aan onafhankelijk aankoopadvies.”

Vandaag heeft dat consumeren uit de ‘gouden jaren’ een wrange bijklank: het zadelde ons met een paar ernstige ecologische problemen op.

“Net daarom krijgen wij nu zeer veel vragen over duurzaamheid. Prijs-kwaliteit was altijd ons waarmerk. Ons bekende ‘Beste Koop’-label wil zeggen dat het product in kwestie de beste verhouding prijs-kwaliteit heeft. Dat is niet het resultaat van nattevingerwerk: producten worden getest in onafhankelijke laboratoria. We werken daarvoor wereldwijd samen met de consumentenorganisaties van 24 landen. We delen onze kennis en kunnen altijd beroep doen op de allerbeste labo’s. Naast onze labels ‘Beste Koop’, ‘Beste van de Test’ en ‘Meest Betrouwbare Merk’ lanceerden we ook ‘Eco & Efficiënt’, onze eco-score. De consumenten van vandaag zijn op zoek naar een houvast voor duurzaamheid. De coronapandemie wakkerde dat bewustzijn aan. In de nasleep van corona is er gelukkig opnieuw ook zeer veel aandacht voor de klimaatverandering. Ik heb het gevoel dat er minder polarisatie is dan twee jaar geleden. Toen waren er de klimaatbetogingen en de acties van de jongeren. Ik had daar zelf zeer veel sympathie voor; mijn dochter was daar ook in actief. Maar het debat polariseerde en het einddoel dreef steeds verder weg. Het klimaatprobleem is ernstig en groot. We moeten zoveel mogelijk mensen meekrijgen om het te kunnen aanpakken. De gevolgen kwamen deze zomer heel dichtbij, met de watersnood in Wallonië. Daarom geloof ik echt dat dit hét momentum is.”

Consumentenorganisaties zien het vandaag óók als hun opdracht om mensen duurzaam te leren consumeren?

“Zeker. We werden ons zeer bewust van onze verantwoordelijkheid. In maart vorig jaar publiceerden we daar zelfs een manifest over: ‘Approved by Tomorrow’. Als grote belangenorganisatie willen wij samenwerken met bedrijven om consumenten duurzame oplossingen aan te bieden. Omdat we al zo lang nieuwe producten onderzoeken, uittesten en vergelijken, hebben we contacten met zeer veel ondernemingen. Zij kennen onze methodologie, want wij zijn zeer transparant over de manier waarop we hun producten testen. Wij oefenen invloed uit op de manier waarop producten worden ontworpen en gefabriceerd. Dat gaat dan niet enkel over klimaat en duurzaamheid, maar ook over veiligheid en privacy. We hebben net een groot onderzoek gevoerd naar slimme toestellen voor in het huis. 10 van de 16 met een app te bedienen huishoudapparaten bleken zo lek als een vergiet. Zo kon een hacker een zogezegd slim deurslot in een paar minuten kraken. In totaal werden 54 problemen met de veiligheid vastgesteld.”

Nadat bekend raakte dat Cambridge Analytica tussen 2004 en 2015 ongevraagd miljoenen privacygegevens van Facebook-gebruikers ‘geoogst’ had, trok Euroconsumers inclusief Test Aankoop met een groepsvordering naar de rechtbank. Jullie eisten 200 euro schadevergoeding voor elke mee procederende Facebook-gebruiker. Eind mei maakten jullie bekend dat jullie met Facebook een ‘akkoord zonder schuldbekentenis’ gesloten hadden. De strijdbijl tegen de techgigant is begraven?

“We zijn niet bang van grote ondernemingen zoals Facebook, Apple of Google. Maar bij een collectieve vordering is wettelijk de verplichting voorzien dat er op een bepaald moment een minnelijke schikking nagestreefd moet worden. Als die er niet komt, volgt er een gerechtelijke procedure. Die minnelijke schikking lukte bij Facebook niet; we kregen geen contact met het bedrijf. Waarna er automatisch een procedure volgde die jaren kon aanslepen. Tot er op een bepaald moment een signaal kwam: ‘Laat ons toch maar eens samenzitten.’”

Dat signaal kwam van Facebook?

“Van hun advocatenkantoor. Ze wisten dat we daarvoor openstonden. Ik vind dat onze organisatie nooit een gesprek uit de weg mag gaan, of het nu met een politicus is of een bedrijf. Dus gingen we samen aan tafel zitten. De groepsvordering werd stopgezet en samen met Facebook zullen we een comité oprichten om consumentenproblemen aan te pakken.

“Zo’n groepsvordering of class action kost handenvol geld. Daarom maken we altijd een zorgvuldige, welomlijnde keuze. Het inmiddels overkop gegane Thomas Cook ging een tijd losjes om met de Europese regels voor betaling van vergoedingen voor geannuleerde of vertraagde vluchten. We hebben ons bij onze groepsvordering toen geconcentreerd op één welbepaalde vlucht. Dan blijft het overzichtelijk én betaalbaar.

“Naar aanleiding van dieselgate dienden we een groepsvordering tegen Volkswagen in. Met succes: onze Italiaanse consumentenorganisatie Altroconsumo kreeg begin juli gelijk. Volkswagen werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 3.300 euro aan elk van de 63.000 deelnemende consumenten. Momenteel loopt er een class action tegen Apple en overwegen we er één tegen Hewlett-Packard (HP), allebei over geplande veroudering. In 2017 lanceerde Apple software-updates voor verschillende iPhone 6-modellen die later een grote impact bleken te hebben op het prestatieniveau van de telefoons. De iPhones vertraagden en lieten het soms volledig afweten. De gebruikers wisten van niets. De bedoeling van Apple: zo veel mogelijk mensen aanzetten tot aankoop van een nieuwe iPhone. Bij HP gaat het over software die verhindert dat mensen generieke inktpatronen kunnen gebruiken. Wie een HP-printer koopt, wordt door HP gedwongen tot aankoop van duurdere HP-toners.”

Hoe financieren jullie de groepsvorderingen? Want volgens de wetgever moeten jullie die zélf bekostigen.

“Wij respecteren dat ook. We willen sowieso zelfbedruipend én onafhankelijk zijn. Onze inkomsten komen voor 98 procent van onze abonnementen. De overige 2 procent komt van fondsen voor projecten van de Europese Commissie waar we aan meewerken.”

Jullie krijgen toch ook geld van ondernemingen?

“Van ondernemingen? Nooit.”

Op de website van Test-Aankoop staat: ‘Bedrijven met producten of diensten die door onze tests en onderzoeken zijn erkend, kunnen intekenen op een licentie om onze labels in hun communicatie te gebruiken.’

“Dat heb ikzelf in 2017 voorgesteld, niet lang nadat ik tot ceo benoemd was. De Duitse, Britse en Nederlandse consumentenorganisaties doen dat al jaren. Bedrijven kunnen pas intekenen op het gebruik van labels als ‘beste koop’ of ‘beste test’ nadat de resultaten van ons vergelijkend onderzoek gepubliceerd zijn. Nooit brengen we ze op voorhand op de hoogte. Als ze intekenen, mogen ze onze labels afficheren op hun verpakkingen, in winkels of in reclamespotjes.”

Brengt dat veel geld op?

“In 2020 bracht dat voor Test-Aankoop 760.000 euro op. Als we winst maken, investeren we die altijd in nieuwe dienstverlening voor onze leden en voor de consumenten.

“In België hebben we iets meer dan 300.000 leden. Daarnaast zijn er ook nog 600.000 supporters. Zij betalen niets, maar lieten via onze website weten dat ze met ons in contact willen blijven. Zolang ze supporter zijn, tonen wij hen wat we te bieden hebben. In de hoop natuurlijk dat ze ooit ook de stap zetten naar het lidmaatschap. Intussen kunnen ze petities mee tekenen tegen bijvoorbeeld te hoge telecomprijzen. Ze kunnen aan groepsaankopen of een class action deelnemen en blijven ze op de hoogte van wat er bij ons leeft. We staan dus in contact met bijna 1 miljoen gezinnen, wat één vijfde is van alle Belgische gezinnen.”

Zijn consumenten soms niet gewoon onredelijk? Ze willen voor een product of dienst zo weinig mogelijk betalen en eisen tezelfdertijd topkwaliteit. Ze betalen minder voor een vliegticket naar Spanje dan voor een treinticket naar Brussel. Achteraf bellen ze verongelijkt naar Test Aankoop met klachten over de povere service.

“We zijn voor ‘vrijheid in verantwoordelijkheid’. We proberen de consument bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid, maar als puntje bij paaltje komt, is hij vrij in zijn keuze. Problemen en klachten van consumenten vormen een belangrijk deel van onze opdracht. Bij veel bedrijven hebben we een contactpersoon waar wij rechtstreeks bij terecht kunnen. Heel af en toe bellen consumenten met een onverdedigbare zaak. Onze mensen zullen dat dan ook vriendelijk en beleefd zeggen. Wij hebben er geen enkel belang bij om onze leden stroop om de mond te smeren.”

Zorgt de digitalisering voor een toename van de consumentenklachten? Want telefoon of brief zijn vervangen door één muisklik.

“Ik denk niet dat ons digitale platform het aantal klachten vergroot, al moet ik er wel bij zeggen dat de interacties met onze leden toenemen. Dat zijn er nu 300.000 per jaar. Meestal zijn dat vragen om informatie en advies en geen klachten. Wij hameren er zelf op dat voorkomen beter is dan genezen. Maar als het moet, komen we tussen bij bedrijven én bij de overheid. Sommige dossiers begeleiden we tot op de rechtbank.

“Dankzij de digitalisering van de laatste jaren kunnen we consumenten gepersonaliseerd advies geven dat altijd up-to-date is. Via onze site vinden ze alles over de geteste producten en waar ze te koop zijn. Ik nam een aantal mensen in dienst die gespecialiseerd zijn in ‘business intelligence’. Zij zorgen ervoor dat er aan de hand van socio-demografische gegevens en gedragsdata beter persoonlijk advies gegeven kan worden. Bezoekers kunnen ook hun eigen profiel aanmaken waardoor wij ze op maat informatie kunnen aanbieden.”

U vindt die ver doorgedreven digitalisering met zijn big data en algoritmes niet griezelig?

“Dat wordt pas griezelig van zodra de veiligheid en privacy van mensen in het gedrang komt. Wij zorgen voor een zeer gebruiksvriendelijke site. Mensen verwachten vandaag ook dat soort van advies. Mijn vader ploegde indertijd in het weekend alle magazines van Test Aankoop van voor tot achter nauwgezet door. Mijn moeder klasseerde ze netjes in een kast in de kelder. Die tijd is echt voorbij, hoor.”

Verkopen jullie de big data van jullie leden en supporters door?

“Nee, we gebruiken die uitsluitend voor onze eigen dienstverlening.”

Er zat vroeger regelmatig post van Test Aankoop in de bus waarin jullie op schreeuwerige wijze een abonnement trachten te slijten met daaraan gekoppeld een geschenk, meestal elektronische brol. Gebeurt dat nog steeds?

“Onze keuze voor financiële onafhankelijkheid heeft als consequentie dat we voor onze abonnementen moeten knokken, want het geld valt niet uit de hemel. Volgens onze marketeers moeten ook wij, net als mediabedrijven, af en toe een actie voeren of belrondes organiseren om mensen te overtuigen om lid te worden. De geschenken heb ik sinds ik ceo ben sterk afgebouwd. Al geven we wel nog een smartphone of een tablet cadeau. Natuurlijk zijn dat geen ‘Beste Kopen’, maar het is ook geen brol meer. Onze geschenken worden nu eerst getest; ze moeten goed zijn.”

Onlangs werd Test Aankoop door de Gegevensbeschermingsautoriteit berispt voor praktijken die jullie zelf hekelen. Een man kreeg een brief van Test Aankoop waarin stond dat hij telefonisch toestemming had gegeven voor een domiciliëring voor een abonnement. Maar het rekeningnummer was dat van zijn moeder en zijn telefoonnummer stond op de ‘Bel-me-niet-meer-lijst’. De man stuurde een aangetekende brief en Test Aankoop reageerde niet. Hij diende klacht in en kreeg over de hele lijn gelijk.

“Ik druk onze mensen altijd op het hart: ‘Do what you preach.’ De eerste aangetekende brief van die man ging verloren; dat mag echt niet gebeuren. Ik begrijp de beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Test Aankoop maakte een fout en ik ben me er zeer goed van bewust dat dit niet goed is voor onze reputatie. Want vertrouwen komt te voet en gaat te paard.”

Bio

  • Geboren in 1960 in Deurne
  • Studeerde rechten aan de KU Leuven
  • Begon in 1985 als jurist op de studiedienst van de toenmalige CVP, werkte daarna in het parlement en als kabinetsmedewerker op Defensie
  • Ging in 1995 aan de slag als jurist en lobbyist bij Test Aankoop en werd snel woordvoerder
  • Is sinds februari 2016 ceo van Test Aankoop en Euroconsumers

© Jan Stevens

‘Met een complotdenker debatteren, is zo goed als onbegonnen werk’

Hoe aangrijpender de gebeurtenis, hoe hardnekkiger de complottheorie. Zo blijft de moord op John F. Kennedy voer voor complotdenkers, net als de aanslagen op de Twin Towers. In 9/11 20 jaar complotdenken houdt Brecht Decoene ‘de waarheidszoekers’ tegen het licht. “Met een complotdenker debatteren, is onbegonnen werk.”

“De manier waarop het 9/11-complotdenken tot een grote internationale 9/11 Truth movement uitgroeide, is heel bijzonder”, vindt Brecht Decoene, moraalfilosoof en expert kritisch denken. “Complottheorieën gedijen vaak bij religieuze eindtijdenkers die overal codes en woordspelletjes ontwaren. Ze bekijken actuele gebeurtenissen door een esoterische bril en bespeuren complotten waarbij de Antichrist en de zogenaamde illuminati en hun ‘Nieuwe Wereld Orde’ de hoofdrol spelen. Maar meteen na 9/11 bleef het bij religieus rechts opvallend stil.”

Hoe kwam dat?

“Wellicht had dat te maken met gevoelens van patriottisme. De kritiek kwam die eerste jaren vooral uit Europa en uit linkse hoek. Progressief Amerika hield niet van die rechtse president George W. Bush. Vanaf dag één uitte een klein aantal linkse truthers of waarheidszoekers vermoedens dat er explosieven gebruikt waren om de WTC-torens gecontroleerd op te blazen.”

En dat 9/11 dus een inside-job was?

“Volgens hen had de Bush-regering voorkennis. De intellectuele inspirator van de linkse truthers was theologieprofessor David Ray Griffin met zijn in 2004 verschenen boek The new Pearl Harbor. Hij staat aan de wieg van de twee strekkingen binnen de 9/11-truthers: Let It Happen On Purpose (LIHOP) en Made It Happen On Purpose (MIHOP). LIHOP gelooft dat de Bush-regering de plannen van Al Qaida kende, 9/11 als dé kans zag voor het uitvoeren van haar verborgen buitenlandse agenda en de aanslagen daarom liet gebeuren. MIHOP stelt dat topleden op het hoogste niveau de aanslagen planden en uitvoerden. Met als doel: een reden creëren om een oorlog te starten tegen Afghanistan en Irak om zo controle over de olie te krijgen.

“In 2004 kwam ook Michael Moores succesvolle documentaire Fahrenheit 9/11 uit over de banden tussen de families Bush en Bin Laden. De linkse Moore schoof geen samenzweringstheorie naar voor, maar flirtte ermee door zijn suggestieve montage en manier van vragen stellen. Niet lang daarna begonnen ook steeds meer truthers aan de rechterzijde de 9/11-complottheorieën te omarmen.”

Is het officiële discours over 9/11 dan zo solide?

“Toch wel. De basis daarvoor is het zeer degelijke onderzoeksrapport van de National Commission on the Terrorist Attacks Upon the United States. Maar ook een boek als The looming tower van Pulitzer Prize-winnaar Lawrence Wright verschaft veel inzicht.

“Amerika was zwaar vernederd en sommigen waren niet bereid om in de 9/11-commissie alle documenten op tafel te leggen. Ze wilden hun blunders niet zomaar op straat gooien. Daarom moest er druk gezet worden met bevelschriften en nieuwe wetgeving. Dat voedde de achterdocht van de complotdenkers: ‘Zie je wel dat ze van alles te verbergen hebben!’ Terwijl het falen van de veiligheidsdiensten eerder te maken had met onbekwaamheid, verwarring en vergissingen. Dat klinkt natuurlijk niet zo interessant als een doelbewust complot.”

Of iemand er linkse of rechtse opvattingen op na houdt, maakt eigenlijk niet zoveel uit: iedereen is vatbaar voor complottheorieën?

“Zeker. De ene theorie gedijt dan weer beter aan de rechterkant van het spectrum, de andere aan de linker. Zo vind je bij rechts vooral klimaatontkenners en complottheorieën over de islam. Samenzweringstheorieën over big pharma, genetisch gemodificeerde organismen (GGO) of het kapitalisme scoren dan weer goed bij aanhangers van links.”

Aan welke kant van het politieke spectrum situeren zich de complottheoretici over corona?

“Corona is één van die zeldzame thema’s die net als 9/11 beide kanten aanspreekt. Rechtse libertairen willen in hun vrijheid niet beknot worden: mondkapjes en lockdowns met winkelsluitingen staan haaks op hun ideologie. Linkse spirituelen hebben het moeilijk met de vaccins. Hun lichaam moet rein blijven; vreemde stoffen verstoren het natuurlijk evenwicht. Andere progressieven wijzen dan weer op het vele geld dat sommigen met die vaccins trachten te verdienen.

“Precies een jaar geleden was er in Berlijn een grote betoging tegen de coronamaatregelen. Demonstranten van het extreemrechtse Pegida en neonazi’s liepen er hand in hand met hippies, esoterici en spirituelen. Zo ontstond de ‘nazihippie’. Die versmelting van links en rechts vormt natuurlijk hét recept voor de ‘ideale complottheorie’. Want hoe meer mensen zich aangesproken voelen, hoe succesvoller ze wordt.”

De essentie van een complottheorie is altijd dat er een elite of hogere macht in het verborgene aan de touwtjes trekt?

“Altijd zit er iets of iemand verborgen achter het gordijn. Trek dat open en wat zie je? Een nieuw gordijn waar iemand anders zich achter schuilhoudt. Zo blijven we natuurlijk bezig. Want ook al verschaft de overheid informatie, nooit is dat volgens de complotdenker de hele waarheid: ‘Ze houdt nog iets achter.’”

Een discussie met een complotdenker win je nooit?

“Met iemand met een échte complotmentaliteit debatteren, is zo goed als onbegonnen werk. Want elk bewijsstuk dat jij aanhaalt, ziet de complotdenker als een bewijs van zijn gelijk. Je kunt het vergelijken met getuigen van Jehova die geloven dat de evolutietheorie bedacht is door de duivel. Als jij tegen zo’n getuige argumenten voor de evolutietheorie aandraagt, zal hij jou zien als een gezant van Satan die zijn geloof op de proef komt stellen. Zo versterk je alleen maar zijn overtuiging in plaats van hem tot andere gedachten te brengen.

“De grote complotgoeroes geef je best niet te veel aandacht. Zij zijn de échte truthers die zich helemaal in hun theorie hebben ingegraven. De kans dat je hen ooit tot inzicht brengt, is bijzonder klein. Als ze wel van gedacht zouden veranderen, worden ze uitgespuwd door hun eigen achterban.”

Complotdenkers trekken in hun geschriften en documentaires citaten uit hun context en knippen en plakken om hun theorie te laten kloppen. Zijn ze zich ervan bewust dat ze de boel belazeren of geloven ze het écht?

“Ik kan niet in hun hoofden kijken en weet niet of ze beseffen dat ze oneerlijk bezig zijn. Mensen zijn sowieso in staat tot zelfbedrog.

“In 2005 bracht de op dat moment 21-jarige Dylan Avery de documentaire Loose change uit. De kern van zijn betoog is dat op 9/11 de schade aan het Pentagon niet door een neerstortend vliegtuig veroorzaakt is, dat iets anders dan de vliegtuigen de Twin Towers naar beneden bracht, en dat het in 2001 onmogelijk was om met een gsm vanuit een vliegtuig te bellen. Later geeft hij in een interview toe dat er fouten in de documentaire zitten. ‘We hebben ze er opzettelijk ingestopt’, beweert hij. ‘Critici verguizen ons daarvoor, terwijl het onze bedoeling was om mensen aan het denken te zetten.’ Dat is alsof je op een mondeling examen tegen de prof zegt: ‘Ik antwoordde fout om te checken of u wel aan het opletten bent.’ Zo maak je van een fout een deugd. Complottheoretici hebben daar een handje van weg. Maar of ze dat zelf nog geloven?

“Complotdenkers bespeuren overal intenties. Natuurlijk heeft alles een reden, alleen wil dat niet zeggen dat er een doel achter elke reden zit. Ze verbinden ook alles aan elkaar en hanteren een magisch denkkader. Zelfs atheïsten en hyperrationele mensen laten zich daar wel eens door vangen.”

U ook?

“Jawel. Ook al verdiep ik me dagelijks in kritisch denken, toch ben ik soms gevoelig voor magisch denken. Stel dat ik geïnteresseerd ben in een tweedehandstrui die ik prachtig vind en dat de verkoper zegt: ‘Prima. Hij was nog van Marc Dutroux.’ Ik ben er vrij zeker van dat ik dan vriendelijk bedank, ook al krijg ik de verzekering dat die trui minstens vier keer gewassen is. Met mijn verstand weet ik dat Dutroux himself niet in die trui zit, maar toch.”

Brecht Decoene, 9/11, 20 jaar complotdenken, ASP, 176 blzn, 19 euro

Bio

  • Geboren in 1980 in Roeselare
  • Moraalfilosoof met grote interesse in kritisch denken versus complotdenken
  • Geeft lezingen en schrijft opiniestukken
  • Publiceerde in 2016 over complottheorieën Achterdocht tussen feit en fictie

© Jan Stevens

‘Terrasjesweer is grotere concurrent dan Netflix’

In de jaren voor corona kocht Kinepolis bioscoopketens in Canada en de VS. Niet om de wereld te veroveren, maar uit schrik voor de toestand in Europa. “Vlak na de brexit waren in Frankrijk en Nederland verkiezingen gepland met trends die zorgen baarden”, zegt CEO Eddy Duquenne. “Daarom wilden we naar een ander continent.”

Na maanden van gedwongen coronastilte openden de zalen van de beursgenoteerde bioscoopgroep Kinepolis op 9 juni opnieuw hun deuren. Er volgde geen overrompeling: juni klokte af op de helft van het bezoekersaantal van een gemiddelde junimaand vóór corona. Juli sloot af met 62 procent. Toch is Kinepolis-CEO Eddy Duquenne niet ontevreden. “De occasionele bioscoopbezoeker kijkt nog even de kat uit de boom, maar de cinemafans zijn op de afspraak. Het valt op dat onze klanten in de bioscoopshops meer consumeren dan ooit tevoren. Tijdens de lockdowns gaven ze veel minder uit; nu willen ze hun centen laten rollen. Het gaat om een stijging van 15 tot 20 procent. Niet enkel in België, maar in alle landen waar wij actief zijn.”

Eddy Duquenne begon eind jaren tachtig zijn carrière als loketbediende in een ASLK-bankkantoor in Brussel. “Daar leerde ik met mensen van divers pluimage omgaan.” Later reorganiseerde hij de toerismegroep Sunparks en op 1 januari 2008 werd hij CEO van Kinepolis. Ruim dertien jaar later is hij dat nog steeds.

Adviesbureau PwC berekende dat CEO’s van beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven het gemiddeld 5 jaar volhouden. Bazen van grote Britse bedrijven geven er na gemiddeld 4,6 jaar al de brui aan. Wat is uw geheim?

“Misschien dat ik me als CEO enkel en alleen op Kinepolis concentreer? Die eerste jaren moest de onderneming gestroomlijnd worden. Daar bestaan ronkende omschrijvingen voor, zoals: ‘de bedrijfsstrategie optimaliseren’. In essentie kwam het erop neer dat ik snel de touwtjes stevig in handen nam.”

Dat was toen nodig?

“Zeker, want de resultaten stagneerden. Er hing intern een sfeertje van ‘We zijn de beste’, waardoor het bedrijf in slaap gewiegd leek. Geen zelfzekerheid hebben, is problematisch, maar té zelfzeker zijn, is óók een probleem. We begonnen voorzichtig te groeien en over te nemen, eerst in Europa en vervolgens overzee. Bij die overnames hielden we altijd rekening met de verzuchtingen van onze nieuwe werknemers én met de lokale gevoeligheden. Wij vinden het als bedrijfsleiding belangrijk om te luisteren naar de mensen op de vloer. Daar komt bij dat ons hele aanbod cultureel gebonden is. Dan heb ik het niet alleen over de films, maar ook over bijvoorbeeld de producten in onze shops. Ons shopconcept is wereldwijd hetzelfde, maar de snacks verschillen. Spanjaarden zijn bij wijze van spreken verzot op paella en wij op friet; zoiets moet je niet proberen veranderen.”

De essentie van een bioscoop is toch overal al decennia onveranderd? Het is een plek waar mensen samen naar een film kijken.

“Precies. Alleen veranderde door de digitalisering de laatste jaren de dynamiek totaal. Toen het internet nog niet bestond, adverteerden bioscopen wekelijks hun programmatie in De Streekkrant. Die bladzijde werd gretig geconsulteerd. Vandaag zit de hele filmprogrammatie in ieders smartphone. We merken dat ook aan onze onlinetickets: die worden vooral besteld via mobiele toestellen. Die verandering is universeel: ook in Madrid is de smartphone de digitale toegangspoort tot het cinemabezoek.”

Intussen zijn er streamingdiensten zoals Netflix, Amazon Prime Video, Apple TV+ en Streamz. Zij produceren steeds meer films en series die ze ook op hun eigen platformen tonen. Vormen zij vandaag de grootste bedreiging voor de cinema?

“Nee. Onze stichter Albert Bert bouwde eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw de eerste multiplexbioscopen, cinema’s met verschillende zalen. In diezelfde periode brak de kleurentelevisie door. Er werd toen ook verkondigd dat het einde van de cinema nabij was, want voortaan konden mensen thuis voor de buis van hun favoriete films genieten. Bert werd met zijn multiplexen voor gek verklaard. Nu weten we dat hij een visionair was. In 1988 bouwde hij in Brussel Kinepolis, met 25 zalen was dat de allereerste megaplex ter wereld. In mijn jeugd geloofde ik dat Kinepolis een kopie was van een Amerikaanse cinemakathedraal, terwijl het the original is. (lacht)

“Thuis naar films kijken heeft dus altijd bestaan. Alleen werd het steeds makkelijker. Nog niet zo lang geleden ontleenden we cassettes en dvd’s in de videotheek. De beeldkwaliteit van die cassettes was soms ondermaats, wat je van de films op streamingplatformen zoals Netflix niet kunt zeggen. Integendeel.”

Netflix en co. zijn toch van een andere orde dan een videotheek?

“Vooral het lineaire tv-kijken lijdt vandaag onder streaming. Nederland was het eerste Europese land waar Netflix voet aan wal zette. Het platform werd er gelanceerd in september 2013 en één jaar later had een indrukwekkende tien procent van de Nederlandse bevolking een Netflix-abonnement. Dat ging níet ten koste van het bioscoopbezoek. Onze grootste concurrenten zijn niet Streamz of Netflix, maar alternatieven voor een avondje uit, zoals een terras op een zwoele zomeravond.

“Waar ik me wél zorgen over maak, is de nieuwe releasepolitiek die sommige studio’s aan het uittesten zijn. Zo stopte op 1 januari 2020, een paar maanden voor de uitbraak van corona, Disney met films en reeksen op Netflix. Sindsdien biedt de filmproducent zijn content rechtstreeks aan de consument aan op zijn eigen gloednieuwe kanaal Disney+. De marge die ze vroeger aan Netflix gaven, willen ze zelf incasseren. Ze willen zo ook een beter beeld krijgen van hun consumenten. Films die vroeger alleen in de bioscoop gereleased werden, boden ze aan Disney+-kijkers aan voor 30 dollar. Ze doopten dat Premium Video on Demand (VOD). De eerste film in dat nieuwe systeem was Mulan. In juli was ruim een derde van de omzet van het openingsweekend van Marvel-kaskraker Black Widow op rekening te schrijven van Disney+. Dé vraag is: zal Premium VOD veel klanten van ons wegsnoepen en wat zijn op langere termijn de gevolgen voor de hele filmsector?”

Tijdens corona waren de bioscopen wereldwijd dicht. Is het dan niet te begrijpen dat Disney andere manieren zocht om zijn producties op de markt te brengen?

“Natuurlijk, alleen waren ze al aan hun eigen kanaal aan het sleutelen lang voor corona. Nu de coronapandemie dankzij de vaccins min of meer onder controle lijkt, ben ik benieuwd of Disney bioscoopreleases zal blijven omzeilen.

“In normale omstandigheden wil een studio de omzet en de winst van een film maximaliseren. Tot voor de start van Premium VOD van Disney+ kwam een nieuwe film eerst uit in de bioscoop. Anderhalve maand lang kregen wij dan de exclusiviteit. Daarna konden mensen hem huren of kopen, waarna hij te zien was op streamingplatformen. Vervolgens kochten tv-kanalen de film en kon hij gratis lineair bekeken worden. Een succesvolle release in de bioscoop was altijd de motor voor verder succes. In die ‘oude traditie’ kochten mensen eerst een bioscoopticket. Wat zal er gebeuren als een film voortaan tegelijkertijd gereleased wordt in de bioscoop en aan een tarief van 30 dollar op een streamingplatform? Dat is de prijs van twee cinematickets. Dat geld zullen mensen geen tweede keer uitgeven. Zal een film in dat nieuwe systeem nog steeds drie keer verkocht worden? Dat betwijfel ik. Waarom zouden wij dan nog de helft van de ticketprijs doorstorten naar de filmstudio als we toch niet langer de enigen zijn met die gloednieuwe blockbuster?”

Aan de vooravond van corona was Kinepolis zo gezond als een vis?

“Jawel. In tegenstelling tot veel andere grote bedrijven voerden wij altijd een voorzichtig beleid. Onze solide financiële basis kwam er niet vanzelf; daar is hard voor geknokt. We keerden niet al onze winsten in dividenden uit en hielden onze schuldgraad onder controle. Soms lieten we kansen voor grote acquisities bewust links liggen. Want we wilden niet verder springen dan onze stok lang is. Dat klinkt wellicht provincialistisch en braaf, maar die strategie legde ons geen windeieren.

“Een bioscoop lijkt doodsimpel: een filmdoek, popcorn en cola. Maar ik kan u verzekeren: nu pas, na bijna 14 jaar, krijg ik het gevoel dat ik het helemaal snap. Wij voelen meteen wat er leeft in de samenleving. De verkiezing van Donald Trump tot president had een negatieve impact op Amerikaanse blockbusters. Vroeger vonden we Amerikaanse films tof; tijdens Trump toch wat minder. De interesse voor lokale films is dan weer zeer groot. Volgens mij is dat een gevolg van de naweeën van de globalisatie. Want die maakte ook veel slachtoffers. Als reactie daarop plooien mensen zich terug op hun eigen omgeving.”

Intussen werkte Kinepolis wel volop aan internationale expansie. In het najaar van 2019 namen jullie nog de Amerikaanse bioscoopgroep MJR Digital Cinemas over, na de overname in 2017 van Landmark Cinemas, Canada’s tweede grootste bioscoopgroep.

“We trokken naar Canada en Amerika omdat we niet al onze eieren in de mand Europa wilden leggen. We namen die beslissing onmiddellijk na de brexit. Er waren toen in Frankrijk en Nederland verkiezingen gepland met trends die zorgen baarden. Daarom wilden we naar een ander continent.”

Jullie trokken overzee omdat jullie zich zorgen maakten over Europa?

“Toen meer dan nu. We kregen signalen van investeerders dat er veel angst heerste over de macroeconomische toestand in Frankrijk en Italië. Ik heb het gevoel dat die dreiging vandaag ietwat weggeëbd is. Kinepolis was vroeger alleen actief in België, Nederland, Frankrijk en Spanje. We hadden enkel een zuidflank. Maar over de hele wereld geldt: hoe zuidelijker, hoe macroeconomisch instabieler; hoe noordelijker, hoe stabieler. De Europese noordflank is Scandinavië; de Amerikaanse bestaat uit de VS en Canada. Canada heeft een sterk groeiende populatie en een immigratie gericht op kansen geven en nieuwe mensen laten bijdragen aan de samenleving. De koopkracht groeit er, wat allemaal zeer positief is voor het bioscoopbezoek.”

Moesten jullie tijdens de coronasluiting overheidssteun vragen?

“We moésten dat niet, maar als we voor overheidssteun in aanmerking kwamen, vroegen we die wel aan. Anders liepen we competitief nadeel op. We doken de crisis in met een relatief lage schuldgraad en flink wat geld in kas. Dat was onze zuurstoffles om de pandemie te overleven.

“Direct en indirect werken er ongeveer 5000 mensen voor Kinepolis. Onze eerste bekommernis was hen in een veilige haven loodsen. Even hielden we geen rekening met onze aandeelhouders. De overheden hadden in het begin amper regelingen klaar, wat geen kritiek is op hoe ze ons door de coronastorm geleid hebben. Want net als wij waren ze totaal verrast.

“De Spaanse overheid kon de golf economisch werklozen als gevolg van de lockdown niet aan. De administratie hinkte hopeloos achterop, waardoor onze werknemers er de eerste maanden geen werkloosheidsvergoeding kregen. Wij beslisten toen om vakantiegeld vooruit te betalen. In Amerika bleven we de ziekteverzekeringen van onze werknemers doorbetalen. De Nederlandse en Canadese overheden keerden geen werkloosheidsvergoedingen uit. Ze vroegen de ondernemers om hun medewerkers aan boord te houden en te blijven betalen. In ruil subsidieerden ze de loonkost.”

Wat was de beste maatregel? Onze tijdelijke werkloosheid of de subsidieregeling van Canada en Nederland?

“In Canada en Nederland bleven werknemers tijdens de lockdown hun volledige loon ontvangen. Ik hoorde dat na de herneming sommigen ‘teleurgesteld’ waren: ‘Oei, is het nu al voorbij?’ Bij ons ontvingen werknemers 70% van ‘een gemiddeld geplafonneerd loon’. Zij voelden de lockdown in hun portemonnee en waren blij dat ze eindelijk terug aan de slag konden.”

Ooit zal al die overheidssteun op een of andere manier terugbetaald moeten worden?

“Ongetwijfeld, al is daar voorlopig weinig aandacht voor. We beginnen die trouwens nu al terug te betalen, door de fel aanwakkerende inflatie. Want bij de heropstart van de economie is er plots veel vraag en schieten de prijzen van goederen en diensten als een speer de hoogte in.

“Maar er komt zeker nog wat op ons af. Ik hoop dat we dan verstandig zullen handelen. De belastingen verhogen in een land dat onder zware belastingdruk gebukt gaat, lijkt mij niet de meest aangewezen weg. Dan leggen we onze economische motor stil en raken we nog verder van huis.”

Klopt het dat in 2020 de acht bestuurders van Kinepolis 20 procent van hun vergoeding moesten inleveren vanwege de coronacrisis? En dat een derde van uw salarispakket van dat jaar pas later uitbetaald zal worden?

“Dat klopt. Die inlevering was niet bedoeld om het bedrijf te redden, maar om onze solidariteit met onze medewerkers te tonen. Tijdens de lange coronasluiting gingen we trouwens niet bij de pakken zitten. We maakten er gebruik van om de strategie van onze onderneming onder de loep te nemen. In Amerika en Europa neemt sinds de Tweede Wereldoorlog het bioscoopbezoek langzaam af. Dat heeft veel te maken met het stijgend aantal andere avondjes uit. De cinema is ‘the cheapest night out’, die mensen zich het snelst kunnen veroorloven. Je ziet dat ook in opkomende economieën, zoals China. Hoe meer de welvaart toeneemt, hoe meer duurdere alternatieven voor de bioscoop mogelijk worden. Samen naar de film is een sociale gebeurtenis, net als met het hele gezin op restaurant gaan. Alleen is dat laatste veel duurder. In mijn jeugd gingen mijn ouders maximaal een keer of vier per jaar uit eten. Vandaag trekken zeer veel mensen wekelijks naar een restaurant. Voor een deel gaat dat ten koste van het cinemabezoek: jaarlijks neemt ons bezoekersaantal gemiddeld met 0,3 tot 0,5 procent af. Wij proberen dat te counteren door met slimme interventies de omzet per klant lichtjes te verhogen. Elk jaar opnieuw denken we daar samen met onze mensen op de werkvloer over na. Toen corona uitbrak en het land in lockdown ging, groeide het besef dat we dat dalende bezoekersaantal een paar jaar lang gewoon zouden moeten incasseren. Daarom rustten we tijdens de lockdown niet op onze lauweren en brainstormden we over hoe we onze cinemabeleving nóg kunnen verbeteren. Wist u dat we een bonus van 1000 euro bruto aan werknemers betalen die met een nieuw idee afkomen dat totaal de mist ingaat? ”

Waarom?

“Kinepolis wil een zelflerende organisatie zijn en zo stimuleren wij onze medewerkers om mee na te denken over verbetering. Ideeën die wél lukken, krijgen natuurlijk een hogere bonus. Door ook de mislukkingen te belonen, snijden we mopperkonten à la Statler & Waldorf de pas af. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat sinds de uitbraak van corona dit bonussysteem on hold staat.”

Komen er veel ideeën van op de werkvloer?

“In normale tijden wel. Tijdens de coronalockdown werkten we voornamelijk met ons managementteam aan een zeer ambitieus entrepreneursplan. Wat er allemaal uit de bus kwam? Dat mag ik u op dit moment nog niet vertellen. (lacht) Heel wat nieuwe ideeën en plannen hebben te maken met het contact met onze klanten en met informaticatoepassingen.”

Bij veel van uw collega’s uit de cultuursector klonk er tijdens de lockdown nogal wat gemor. Ze voelden zich niet gehoord door de overheid.

“Cultuur en enterainment zijn natuurlijk de sectoren bij uitstek die mensen samenbrengen. Ze werden door Corona midscheeps geraakt. De overheid nam beslissingen gebaseerd op de inzichten van het moment. Als u ons zou vragen of wij met de kennis die we nu hebben op dezelfde manier door de storm zouden varen, is het antwoord wellicht: ‘Ja.’ Al was die hele gezondheidscrisis ook voor ons een leerproces. Als er binnen afzienbare tijd terug een lockdown afgekondigd wordt, weten we aan welke knoppen we moeten draaien. Bij de allereerste lockdown zochten we die in het donker op de tast.”

Heeft corona de samenleving ingrijpend veranderd?

“Ik denk het niet. Een aantal trends zijn wel versneld, zoals bijvoorbeeld online winkelen. En Netflix zal meer abonnees hebben. Maar fundamenteel is er niet veel veranderd. De mens is een gewoontedier. Ik was altijd een tegenstander van thuiswerken. Mijn motto was: ‘If you care, be there.’ In mijn hele loopbaan vóór corona werkte ik misschien drie dagen thuis. Nu werd ik verplicht om te telewerken en in het begin liep mijn koffiepauze hopeloos uit. Want dan zat ik gezellig in de keuken te kletsen met mijn vrouw. (lacht) Na een tijdje kreeg die koffiepauze vanzelf weer een normale lengte.

“Ikzelf heb het met dat thuiswerk eerlijk gezegd intussen wel gehad. Ik kwam deze zomer van vakantie en verlangde hevig naar het kantoorleven. 1 september starten we terug op kantoor en ik kijk er naar uit om opnieuw mensen te ontmoeten.”

Thuiswerken gaat bij Kinepolis op de schop?

“Toch niet, want sommige taken kunnen wel degelijk thuis verricht worden en telewerk zet een rem op nodeloze verplaatsingen. Voor corona reisde ik één keer per maand naar Canada en de VS. Elke maand was ik een week weg, wat neerkomt op een kwart van mijn tijd. Dat koste veel geld en leverde me telkens weer een jetlag op. Tijdens corona ontdekte ik Zoom. Die videogesprekken met onze mensen overzee verliepen zeer vlot. In de toekomst zal ik dus minder reizen.”

Is dat ook uit bekommernis over de klimaatverandering? De gevolgen daarvan zouden wel eens veel ingrijpender kunnen zijn dan corona.

“We zijn ons daar bij Kinepolis erg van bewust. Wij waren de eerste bioscoop die het afval van de klanten selectief inzamelde. We filmden onze bioscoopzalen met warmtecamera’s om te achterhalen waar er energie verloren gaat en waar er extra geïsoleerd moet worden. We lieten onze warmtesystemen afstellen op de zaalbezetting. Maar we willen nóg een tandje bijsteken en onze mensen betrekken bij hoe we impact kunnen hebben op de samenleving en onze ecologische voetafdruk nóg kunnen verkleinen. Want we willen dat zij zich in de duurzaamheidssfilosofie van Kinepolis herkennen.”

Wat is de laatste film die u in een cinemazaal zag?

Cruella. Ik zag ook Drunk, de openingsfilm van het laatste Gentse filmfestival. Daar heb ik van genoten. De eerstvolgende film op mijn lijstje is The Ice Road van Jonathan Hensleigh. En ik kijk heel erg uit naar de langverwachte nieuwe James Bond No time to die.”

Gaat u soms ‘incognito’ in één van uw eigen cinemazalen zitten?

“Te weinig. In je eigen zalen zie je als bioscoopuitbater altijd wel iets dat stoort. Zo wordt het snel weer werk. Je kan dan beter naar de film gaan bij de concurrentie. Als er daar dan iets misgaat, is er geen ergernis, maar hooguit mild leedvermaak. (lacht)”

© Jan Stevens