‘De agressie zal nog toenemen’

De coronarellen in Brussel en Rotterdam zijn volgens psycholoog en agressie-expert Arno van Dam symptomen van een groot maatschappelijk ongenoegen. “Sommigen beginnen te geloven dat ze de macht moeten grijpen om iets te veranderen.”

De coronabetoging in Brussel van vorige zondag eindigde in geweld. Een groep gemaskerde mannen richtte vernielingen aan en de politie werd met stenen en vuurwerk bekogeld. Drie agenten en één betoger raakten gewond; 44 herrieschoppers werden gearresteerd. De Brusselse politie had het over ‘de meest gewelddadige betoging sinds de Black Lives Matter-manifestaties (juni 2020) en het havenprotest (april 2014).’ Organisatoren wezen met een beschuldigende vinger naar ‘Brusselse reljongeren en antifascisten’. Volgens sommige demonstranten waren de onlusten in gang gezet door ‘politie-infiltranten’.

De coronarellen in Brussel werden eerder dat weekend voorafgegaan door nog zwaarder geweld in de straten van Rotterdam. Daar voelden agenten zich zo bedreigd dat ze met scherp schoten. Ook op andere plaatsen in Nederland kwam het tot oproer. De voorbije maanden was het ook alsof op en rond Nederlandse voetbalpleinen het hooliganisme van eind vorige eeuw weer de kop opstak, met vechtpartijen en heetgebakerde supporters die elkaar verrot sloegen. Nederlandse media omschrijven dat als ‘postcorona-hooliganisme’, of antisociaal geweld als gevolg van lockdowns en vrijheidsinperkende coronamaatregelen.

Arno van Dam is aan de universiteit van Tilburg professor ‘antisociaal gedrag, psychiatrie en maatschappij’. De voorbije twintig jaar behandelde hij als psycholoog honderden mensen met een ‘antisociale persoonlijkheidsstoornis’. “Zij hebben het moeilijk om zich aan regels, afspraken en maatschappelijke normen te houden”, zegt hij. “Ze zijn verhoogd impulsief, hebben behoefte aan prikkels en zoeken daarom voortdurend spannende situaties op. Ze hebben een kort lontje: ze raken makkelijk geïrriteerd en worden dan agressief. Ze nemen soms roekeloze besluiten, met weinig aandacht voor de mogelijke gevolgen voor anderen. Achteraf voelen ze weinig spijt.”

Speciaal voor hen ontwikkelde u de behandelmethode ‘Niet meer door het lint’, met technieken uit de cognitieve gedragstherapie?

“Veel mensen met agressieproblemen vinden het helemaal niet fijn dat ze zo snel agressief worden. Want hun woedeaanvallen hebben soms enorme consequenties. Als je met een agressieprobleem worstelt, raak je je baan kwijt, kan je relatie op de klippen lopen of verlies je de zorg over je kinderen. Daarom kiezen velen voor een behandeling. Wij kúnnen hen ook helpen. Alleen is er bij hulpverleners jammer genoeg te veel angst voor deze doelgroep en heerst er te veel pessimisme over de hulpmogelijkheden. Mijn methode leert agressieve mensen de signalen van oplopende spanning in hun lichaam te herkennen, zodat ze tijdig een time-out nemen en bijvoorbeeld een blokje om gaan wandelen.”

De geweldplegers in Brussel en Rotterdam hebben niet allemaal last van een antisociale persoonlijkheidsstoornis?

“Er zaten er ongetwijfeld tussen, maar niet allemaal. We mogen die rellen vooral níet ‘psychiatriseren’, maar ook niet criminaliseren. Ik vind dat vandaag mensen té snel met een psychiatrische stoornis gediagnosticeerd worden en dat er veel te weinig aandacht is voor samenlevingsproblemen. Want de verklaring voor de huidige opstoten van agressie moeten we niet enkel in de psychiatrie zoeken, maar ook in onze maatschappij. Ik weet niet hoe het in België is, maar in Nederland werd de laatste jaren enorm bezuinigd op de sociale samenhang: op buurtwerk, onderwijs en gezondheidszorg. Het gevolg is dat Nederlandse burgers zich steeds minder met de samenleving verbonden voelen. Rotterdammers vernielden tijdens de rellen hun eigen straat. Dat wijst erop dat ze amper verbondenheid ervaren met hun eigen buurt.”

Die vervreemding drijft hen in de armen van extreme organisaties en bewegingen?

“Dat gebrek aan verbondenheid vormt daar inderdaad een voedingsbodem voor. Mensen zullen zich pas sociaal gedragen als er vertrouwen is, zowel in elkaar als in overheidsinstanties. De eerste achterliggende gedachte is dan: ‘Als ik het goed heb, zullen anderen het ook goed hebben.’ De tweede achterliggende gedachte is er één van wederkerigheid: ‘Als ik me goed gedraag, mag ik in ruil óók iets goeds verwachten.’ In Nederland was het vertrouwen in de overheid nog nooit zo laag. Is dat bij jullie ook zo?”

Net als in Nederland heeft ook in België minder dan 30 procent van de bevolking nog vertrouwen in de federale overheid.

“Mensen met een laag vertrouwen vinden makkelijker aansluiting bij die extremere netwerken, zeker op momenten van onrust in de samenleving zoals nu. Ze verwachten minder van een ander en zijn daardoor ook minder geneigd om zich tegenover anderen sociaal op te stellen.”

In België hadden de grote levensbeschouwingen vroeger sterke verenigingen. Door de ontzuiling zijn veel van die organisaties nog schimmen van zichzelf. Ook mede daardoor kwam de sociale samenhang onder druk?

“Die sociale verbanden van weleer zijn er nu inderdaad veel minder, ook in Nederland. De maatschappij is veranderd, maar er kwamen zo goed als geen alternatieven voor die vroegere verenigingen. Integendeel, in Nederland werd nog eens enorm bezuinigd op jeugdzorg en buurtwerk. Wijkagenten hebben steeds minder zicht op wat er in hun straten aan het gebeuren is en op wat er bij jongeren leeft. In sommige wijken vinden de boven- en onderwereld elkaar nu makkelijker dan ooit tevoren.”

Dekt de term ‘postcorona-hooliganisme’ de lading van het geweld op coronodemonstraties?

“Met zo’n term gooi je natuurlijk iedereen die erbij betrokken is op één hoop. In iedere tijd en in iedere cultuur zijn er groepen jonge mannen die zich gewelddadig opstellen en overgaan tot grensoverschrijdend gedrag. Dat zal altijd zo zijn en blijven; meestal verdwijnt dat vanzelf. Als die mannen wat ouder worden, stoppen ze ermee. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er niet tegen moet worden opgetreden.”

In Brussel liepen tussen de ongemaskerde gezinnen met kinderen jonge gemaskerde mannen rond, azend op een kans op amok.

“Dat is precies die kleine groep van jonge, geweldzoekende mannen die er altijd al is geweest. Ze kicken op geweld. Dat zijn bijna nooit oudere heren. Dat soort van hooliganisme is van alle tijden. Alleen sluiten zich nu mensen bij die groep aan die dat anders nooit zouden doen. Dat is een gevolg van die sterk verminderde sociale samenhang én van de oplopende frustratie onder de bevolking.”

Toenemende frustratie in combinatie met angst?

“Vooral frustratie omdat mensen zich in hun vrijheid gefnuikt voelen. Ze vertrouwen de bewindvoerders niet en geloven niet dat de coronamaatregelen ook in hun belang genomen zijn.”

Nogal wat deelnemers aan de coronabetoging in Brussel geloven dat de Belgische overheid via maatregelen zoals de coronapas bezig is met het installeren van de dictatuur. George Orwells roman 1984 wordt volgens hen nu werkelijkheid.

“Ook veel Nederlanders hechten geloof aan die complottheorieën. Sommigen zien een heuse blauwdruk van de totalitaire staat, bij anderen is het veel vager: ‘Er klopt iets niet: het lijkt alsof ze ons willen controleren. Daarom demonstreer ik mee.’”

Degenen die effectief op demonstraties tot geweld overgaan, zijn allemaal mannen?

“In Nederland waren er toch ook vrouwen bij de coronarellen betrokken. Maar de overgrote meerderheid zijn inderdaad mannen. Ook bij huiselijk geweld zijn mannen oververtegenwoordigd, net als bij geweld in gevangenissen. Een man grijpt eerder naar geweld dan een vrouw. Daarin spelen biologische factoren een rol, net als socialisatie.”

Volgens schrijver Abdelkader Benali zijn de coronarellen ook te verklaren doordat de positie van veel jonge mannen in staat van verval is. Ze worden van de arbeidsmarkt verjaagd door gedisciplineerde, hoger opgeleide jonge vrouwen. Corona perkt hun actieterrein fel in en zet een rem op hun haantjesgedrag. Op een coronabetoging kunnen ze nog eens lekker voluit gaan door met verkeersborden naar agenten te gooien en combi’s in brand te steken.

“Je moet oppassen met veralgemeningen. Er zit zeer veel variatie in die groepen. Sommige deelnemers aan de rellen zijn gewoon meelopers, anderen nemen dan weer graag het voortouw. Er zijn verschillende motieven en allerlei achtergronden waarom mensen tijdens of na een demonstratie overgaan tot geweld. Sommige mannen zullen perfect beantwoorden aan het profiel dat Benali schetst, maar beslist niet allemaal. We mogen niet alles en iedereen over één kam scheren, want dan riskeren we dat onze aanpak van het probleem veel te beperkt wordt.”

Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis worden soms ook sociopaten of psychopaten genoemd?

“Ja, en daar kan ik me nogal druk om maken. Want ze verschillen wel degelijk van elkaar. In tegenstelling tot iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, heeft een psychopaat een verminderd vermogen tot empathie. We kunnen dat zien in zijn hersenen. ‘Moeder’ roept normaal gezien allerlei gevoelens, herinneringen en beelden op; bij psychopaten blijft dat woord zonder betekenis. Zij ervaren enkel het rationele.

“Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis zijn niet zo beperkt in hun gevoelens, maar liepen wel vaak een trauma op als gevolg van emotionele verwaarlozing. Daarom ook dat antisociaal gedrag vaker in onveilige buurten voorkomt. Want net daar staat het vertrouwen op een zeer laag pitje en leerden mensen niet zich wederkerig te gedragen. Dat is precies ook de reden waarom ik zo huiverig sta tegenover snelle psychiatrische diagnoses. Dat gebeurt vandaag echt veel te vaak. Met hun DSM-5 handboek in de hand bepalen psychiaters wie welke stoornis heeft, intussen vergeten ze dat er achter menselijk gedrag soms grote sociale problemen schuilgaan.”

Meerdere mentale aandoeningen hebben wortels in sociale omstandigheden?

“Zeker. Zo kunnen eenzaamheid en armoede een zeer grote rol spelen bij een depressie. Dan moet niet alleen de psycholoog ingeschakeld worden, maar moeten we ook op zoek hoe we de samenhang in de samenleving kunnen verhogen. En dan hoeft er misschien ook niet meteen naar medicatie te worden gegrepen.”

Moeten we niet oppassen met het diaboliseren van medicatie zoals antidepressiva? Vaak helpen ze toch bij het overwinnen van zware depressies?

“Ik vind dat we de psychiatrie moeten terugbrengen naar de kern: het behandelen van mensen met een psychische stoornis. Dat is echt een kleine groep en die heeft inderdaad ook baat bij antidepressiva en psychotherapie. Maar we mogen zowel de psychiatrie als justitie niet herleiden tot bezemwagen voor de maatschappij. ‘Al wie niet meekan of buiten de lijntjes kleurt, stoppen we in die wagen en krijgt een diagnose of straf.’ Dat is niet de juiste aanpak.”

Zijn we met de opeenvolgende lockdowns en inperkingen van onze sociale contacten dan geen groot mentaal probleem in onze samenleving aan het creëren?

“Dat probleem creëerden we al véél eerder. Nu zitten we midden in een gezondheidscrisis en het coronavirus dwong ons maatregelen te nemen om de pandemie in te dijken. We kunnen de zorg niet overbelasten; corona is een écht probleem. Alleen moet er voldoende samenhang in de maatschappij zijn om die crisis goed te kunnen opvangen. Mensen moeten zich onderdeel van die samenleving voelen én de communicatie over die aanpak vertrouwen.”

Net daar knelt het schoentje? Velen lijken de informatie van de reguliere media niet meer te vertrouwen. Kranten en tv-zenders worden weggezet als te wantrouwen ‘mainstreammedia’ of ‘regimepers’. Waarna mensen hun toevlucht nemen tot nepnieuws op dubieuze websites.

“Dat is zo. Bij de toeslagenaffaire in Nederland werden tienduizenden ouders onterecht door overijverige belastingcontroleurs beschuldigd van fraude met subsidies voor kinderopvang. De sociale gevolgen voor die ouders waren verschrikkelijk. Velen raakten in armoede door de schulden die ze opliepen en gingen er ook mentaal onderdoor. Die affaire vormt nu bij ons een enorme voedingsbodem voor al wie zich afkeert van de overheid. Want het grote wantrouwen wordt door de toeslagenaffaire alleen maar bevestigd. ‘Zie je wel? Er klopt iets niet.’ Ik vind dat de overheid beter gewoon kan toegeven dat ze fouten gemaakt heeft. Onze bewindslui zouden daar voor zichzelf consequenties aan moeten verbinden.

“Er woedt bij ons nu ook een stevige discussie over ‘fantoomgroei’ in de economie. Al jaren maken bedrijven steeds meer winst; de coronacrisis verandert daar niets aan. Maar werkende mensen merken daar nauwelijks iets van in hun portemonnee. Ook al groeit de economie, zij gaan er niet op vooruit. Intussen wordt er bezuinigd in de zorg, het onderwijs en bij de politie. Bij velen overheerst het gevoel: ‘Hoe hard ik ook werk, het maakt niets uit. Ik pluk toch de vruchten niet van die groeiende en bloeiende economie.’ Ze ervaren geen wederkerigheid meer: ‘Ik geef iets en krijg niets in ruil.’ Het gevolg is dat ze zich minder sociaal gedragen en voor zichzelf kiezen. Vervolgens primeert het recht van de sterkste en stellen mensen hun eigen regels.”

Waardoor de agressie in de samenleving toeneemt?

“Over de recente situatie bestaat nog geen hard onderzoek, maar op grond van de huidige ontwikkelingen vrees ik dat de agressie inderdaad vergroot.”

Hoe lossen we dat op?

“De overheid zal door haar beleid de samenhang moeten herstellen. Doordat alternatieve communicatiekanalen nu welig tieren en jongeren nog amper tv kijken, wordt dat geen makkelijke klus. Onderschat ook niet de invloed van sociale media.”

35.000 mensen namen deel aan de coronabetoging in Brussel. Bij massademonstraties in het verleden speelden vakbonden en grote verenigingen een belangrijke rol in het mobiliseren van mensen. Nu verliep de hele rekruteringscampagne op sociale media door soms schimmige organisaties.

“Het verschil met vroeger is immens. Maar wat we nu vooral niet mogen doen, is alle deelnemers aan coronademonstraties wegzetten als ‘wappies’. We moeten proberen begrijpen waar hun onbehagen vandaan komt. Hoe komt het dat ze zich niet langer aangesloten voelen bij de maatschappij? Door hen met de vinger te wijzen en te verwijten dat ze onverantwoorde antivaxers zijn, vergroten we enkel het probleem. Het zou goed zijn als onze overheden eens de hand in eigen boezem steken en zich afvragen: ‘Hoe zijn we deze mensen kwijtgeraakt?’, om vervolgens opnieuw het gesprek met hen aan te gaan. De geschiedenis leert ons dat er revoluties kunnen volgen wanneer mensen zich uitgesloten voelen. Vandaag beginnen sommigen ook echt te geloven dat ze de macht moeten grijpen om iets te veranderen.”

We zijn in een prerevolutionair klimaat beland?

“Jazeker. Mensen verzetten zich tegen de macht en beginnen zich te organiseren. Ze voelen zich niet meer herkend in de reguliere mechanismen van macht en tegenmacht. Vroeger kozen mensen voor een politieke partij of een vakbond waar ze zich mee vereenzelvigden. Nu verliezen partijen en vakbonden leden, zeker bij jongeren. Die verbinden zich op andere manieren. Ik zeg niet dat er binnenkort een grote revolutie losbarst, maar er is wel een klimaat ontstaan met ontevreden mensen die manieren zoeken om de maatschappij te veranderen. We kunnen dat alleen oplossen door hen opnieuw het gevoel te geven dat ze gehoord worden. Bij veel politici lijkt dat besef nog niet te zijn doorgedrongen. Kijk naar de regeringsvorming in Nederland: die wekt niet echt veel vertrouwen. De regering trad af omwille van die beruchte toeslagenaffaire. Er werd toen burgers écht onrecht aangedaan. De nieuwe regering die nu in de lucht hangt, zal bestaan uit dezelfde partijen met dezelfde minister-president. Hoe kun je dan verwachten dat mensen geloven dat er iets zal veranderen? Het kan overigens best zijn dat premier Mark Rutte het goed bedoelt, maar soms zijn symbolische ingrepen zeer belangrijk voor het herstel van vertrouwen.”

Die landen waar de voorbije jaren de populisten aan de macht kwamen, zijn natuurlijk ook geen toonbeelden van goed bestuurde, florerende samenlevingen.

“Nee, dat klopt. Populisten bieden ook geen oplossingen. De kern van de zaak is dat iedereen zich weer onderdeel moet voelen van de samenleving. Elke mens moet het gevoel hebben dat hij gehoord wordt en dat het hem ook iets kan opleveren als hij meedoet. Alleen zo raken we uit deze toestand.”

Bio

  • Geboren in 1965
  • Studeerde (klinische) psychologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en promoveerde in 2013 aan de Radboud Universiteit Nijmegen
  • Is professor antisociaal gedrag, psychiatrie en maatschappij aan Tilburg University
  • Heeft als psychotherapeut jarenlange ervaring met de behandeling van mensen met agressieproblemen
  • Voerde wetenschappelijk onderzoek naar o.a. burn-out, chronische vermoeidheid, motivatie, antisociaal gedrag en de behandeling van agressieproblematiek
  • Is hoofd wetenschappelijk onderzoek van het Nederlandse Landelijk Steunpunt Extremisme

© Jan Stevens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: