‘Op straat krijg ik knuffels van iedereen’

Na een straf van 5,5 jaar is de Britse islamist Anjem Choudary weer op vrije voeten. Gederadicaliseerd is de geestelijke vader en mentor van Sharia4Belgium allerminst. “Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens.”

Toen in september 2014 moslimextremist Anjem Choudary (54) in zijn woonplaats Londen gearresteerd werd, waren velen ervan overtuigd dat hij snel weer op vrije voeten zou zijn. Want de vorige twintig jaar slaagde hij er telkens weer op wonderbaarlijke wijze in om uit de handen van het gerecht te blijven. Maar deze keer leek het alsof hij zijn hand had overspeeld. Een jury veroordeelde hem tot 5,5 jaar gevangenisstraf voor het actief steunen van Islamitische Staat (IS) en voor het rekruteren van Syriëstrijders.

Van juli 2016 tot oktober 2018 zat Choudary in de cel; de rest van zijn straf mocht hij onder strikte voorwaarden met een enkelband thuis uitzitten. In juli 2021 werd hij vrijgelaten. “Ik zat mijn straf volledig uit en zou dus nu ook volledig vrij moeten zijn”, zegt hij. “Alleen houden de Verenigde Naties mijn tegoeden bevroren. Ze schreven ook een internationaal reisverbod uit en een wapenembargo. In de praktijk komt het erop neer dat ik toestemming moet vragen voor alles wat ik koop én dat ik bonnetjes moet indienen. Ik vind dat onzin, want mijn zogenaamde misdrijf heeft niets met geld te maken. Het bevriezen van mijn rekeningen is niet meer dan een verlenging van mijn straf. Ik mag amper 75 pond per week uitgeven; dat maakt het voor mijn gezin van vijf kinderen niet makkelijker. Al is het belangrijkste dat mijn geloof niet is aangetast en dat ik terug bij mijn familie ben. In mijn moslimwijk in Londen ben ik geliefd. Op straat krijg ik nu knuffels van iedereen.”

Eind jaren 80, begin jaren 90 studeerde de in Londen geboren Anjem Choudary rechten. Zijn studievrienden kenden hem als de goedlachse Andy die verzot was op alcohol, cannabis en vrouwelijk schoon. Later raakte hij in de ban van het islamisme en de internationale radicale beweging Hizb ut-Tahrir. Met inmiddels verboden salafistische organisaties als Al-Muhajiroun, Al Ghuraaba en Islam4UK ontpopte hij zich tot de radicaalste onder de radicalen.

In januari 2010 haalde Anjem Choudary de Belg Fouad Belkacem naar Londen en gaf hem de leiding over het nieuw op te richten Sharia4Belgium. Belkacem alias ‘Abu Imran’ organiseerde da’wa’s, waarbij hij op straat bekeerlingen trachtte te winnen. In september 2011 installeerde hij in Antwerpen de eerste Belgische shariarechtbank, zoals leermeester Choudary hem dat in Londen had voorgedaan. Tientallen Sharia4Belgium-aanhangers vertrokken naar het front in Syrië om er te gaan meevechten met jihadistische organisaties. In februari 2015 oordeelde de Antwerpse rechtbank dat Sharia4Belgium een terroristische organisatie is. Leider Fouad Belkacem werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar.

“Sharia4Belgium van Abu Imran, moge Allah hem bevrijden, was altijd onafhankelijk”, beweert Choudary. Hij ontkent Belkacems leermeester en mentor te zijn. “Abu Imran modelleerde zijn organisatie op die van ons, maar onze communicatie was zeer beperkt. Akkoord, hij kwam me een paar keer opzoeken in Londen en ik reisde ook een paar keer naar België. Al waren dat eerder beleefdheidsbezoeken: een hapje eten, wat praten en genieten van elkaars gezelschap. Ik vernam pas veel later via de media dat een veertigtal mensen van Sharia4Belgium België ingeruild hadden voor Syrië en Irak. Ik kende amper twee Sharia4Belgium-leden bij naam. Zelfs Abu Imran pleit onschuldig voor dat rekruteren; ook hij had daar niets mee te maken. Zijn lange gevangenisstraf is daarom buitensporig. Bovendien pakten de Belgische autoriteiten hem ook nog eens zijn nationaliteit af en willen ze hem naar Marokko sturen. Terwijl hij daar niet eens geboren is.”

Is medestichter Feisal Yamoun alias ‘Abu Faris’ het tweede Sharia4Belgium-lid dat Choudary bij naam kent? “Ja, ook hij kwam een paar keer naar Engeland. Ik heb geen idee hoe het nu met hem gaat.”

Yamoun vertrok naar Syrië en sloot zich aan bij de terreurgroep Majlis Shura Al Mujahidin. In 2014 stierf hij tijdens de gevechten om Aleppo. Zijn weduwe Faïza H. werd in februari 2021 bij verstek tot vijf jaar gevangenschap veroordeeld. Zij zou zich nog steeds in Syrië bevinden bij terreurgroep Jabhat Al Nusra.

“Ik heb inderdaad ook gehoord dat Abu Faris gestorven is”, knikt Choudary. Het gat in zijn geheugen lijkt te dichten. “Maar ik wist niet op voorhand dat hij plannen had. Wanneer mensen aan de jihad willen deelnemen, lopen ze daar op voorhand nooit mee te koop. Wellicht wisten zelfs hun eigen familieleden niet dat ze gingen vertrekken, laat staan een paar kennissen in Engeland. Of gelooft u echt dat die gasten me op voorhand belden: ‘O, Anjem, we willen naar het buitenland!’”

Grootste IS-rekruteerder

Eind 2013 verscheen een stevig gedocumenteerd rapport over Anjem Choudary van de Britse anti-racismeorganisatie Hope not hate. Onderzoekers Joe Mulhall en Nick Lowles duidden Choudary aan als de leider van een wereldwijd netwerk van islamisten. Via zijn Global Shariah Movement trok hij volgens hen aan de touwtjes bij radicale moslimorganisaties in 21 landen, waaronder Sharia4Belgium van Fouad Belkacem. Ze noemden Choudary de grootste Europese rekruteerder voor IS: hij zou minstens 300 Europese jongeren naar het slagveld in Syrië gestuurd hebben, onder wie zeker 33 Belgen.

“Misschien zouden we het beter over ‘Hate not hope’ hebben in plaats van ‘Hope not hate’”, reageert Choudary korzelig. “Als ik echt zo gevaarlijk was, had de politie me toch al eerder vragen gesteld over al die mensen die ik zogezegd naar het buitenland stuurde? Ik ontmoette een paar van die Syriëstrijders voor het eerst toen ik eind 2014 in de Belmarsh-gevangenis terechtkwam. Ik had die mensen daarvoor nooit gezien. De politie heeft me ook nog nooit ondervraagd over aanslagen waar ik zogezegd de inspirator voor ben. Behalve één keer in 2003 na Mike’s Bar in Tel Aviv. Daarna nooit meer.”

Op 30 april 2003 blies de Brit Asif Muhammad Hanif zich op aan de ingang van Mike’s Bar in Tel Aviv, doodde drie burgers en verwondde 60 anderen. Het ontstekingsmechanisme van de bom van zijn kompaan Omar Khan Sharif weigerde dienst. Sharif raakte gewond en werd later dood teruggevonden. Hanif en Sharif bleken twee pupillen van Anjem Choudary te zijn.

Ook de 25-jarige Ali Harbi Ali die op 15 oktober 2021 het conservatief parlementslid David Amess neerstak en vermoordde, zou in de ban geweest zijn van Choudary. Volgens vroegere schoolvrienden radicaliseerde hij online, door het bekijken en beluisteren van Choudary’s preken op Youtube. “De man is 25 jaar oud en zat al jaren niet meer op de schoolbanken. Hoe kan het kijken naar mijn oude filmpjes van tien jaar geleden nog iets met feiten van nu te maken hebben?”, repliceert Choudary. “Duurde het dan een decennium eer hij tot het besluit kwam om die volksvertegenwoordiger te doden? Dat is toch belachelijk? Omdat die jongeman tien jaar geleden een filmpje van mij bekeek, word ik de rest van mijn leven aan hem gelinkt. Zelfs Boris Johnson wees in het parlement met een beschuldigende vinger naar mij: ‘Al die uren van haatspraak op het internet.’ Terwijl hij nog geen seconde van mijn lezingen zag. Ze gaan over jurisprudentie en de koran. Maar dat interesseert niemand; iedereen gelooft liever zijn eigen propaganda.”

Trouw aan IS

Sinds zijn vrijlating maakt Anjem Choudary zich zorgen over de haatspraak en doodsbedreigingen aan zijn adres op het internet. “Niemand ligt daarvan wakker”, zegt hij. “Want ach, het gaat maar over die ‘haatprediker’. Als een politicus online bedreigingen ontvangt, wordt er meteen ingegrepen. Jarenlang legden de Britse autoriteiten elke uitspraak van mij onder de microscoop. Toen in september 2016 mijn zaak voorkwam, las ik in de gerechtsdocumenten dat ze daarvoor al tientallen keren geprobeerd hadden me op te pakken. Maar ze vonden geen smoking gun. Tussen 2004 en 2014 vielen ze tien keer in mijn huis binnen. Nooit konden ze me iets ten laste leggen. Deze laatste keer kwamen ze dan af met die zogenaamde eer van trouw aan IS. Ze beweerden die gevonden te hebben op een Indonesische computer. Ik had dat ding nooit gezien en ben dus totaal onschuldig. Ze gebruikten paragraaf 12 van de Britse antiterreurwet van 2000 om mij als IS-supporter veroordeeld te krijgen. Die wet verbiedt steun aan een verboden organisatie. Maar de rechters raakten het niet eens of die paragraaf ook op mij van toepassing was en gingen daarom eerst te rade bij het Hooggerechtshof. Ook daar raakten ze er niet wijs uit en besloten ze dat de jury maar moest oordelen. Net toen de jury zich in juli 2016 terugtrok om te beraadslagen, reed iemand met een vrachtwagen over de Promenade des Anglais in Nice en doodde iemand anders in Normandië een priester. Vermits ik op dat moment in Groot-Brittannië staatsvijand nummer 1 was, was mijn lot snel bezegeld.”

Maar Choudary wás toch een fervent supporter van Islamitische Staat? In augustus 2014 zei hij in de krant De Morgen over het IS-kalifaat in Syrië en Irak: “Op dit moment leven miljoenen onder de sharia in een gebied groter dan Engeland. Alle moslims hebben nu geen andere keuze dan Abu Bakr al-Baghdadi of kalief Ibrahim te erkennen als de grootste moslimautoriteit ter wereld.”

Hij zucht diep. “Toen in de zomer van 2014 de Islamitische Staat werd uitgeroepen, hield de organisatie IS feitelijk op met te bestaan. Vanaf dan ging het over een échte staat die inderdaad veel groter was dan Frankrijk of Groot-Brittannië. De Britse minister van Buitenlandse Zaken zei: ‘Wie burger wenst te worden van de Islamitische Staat, verliest zijn Britse nationaliteit.’ Hoe kon op dat moment die échte staat nog een verboden organisatie zijn? België noem je toch ook geen ‘organisatie’? Ik becommentarieerde in 2014 enkel of die staat islamitisch was, net zoals ik kan becommentariëren of een staat communistisch of kapitalistisch is. Ik stuurde een eenvoudige tweet de ether in: ‘Moge Allah het kalifaat en Abu Bakr al-Baghdadi zegenen.’ Meer niet. Omwille van mijn profiel en het grote aantal volgers dat ik toen op Twitter had, was dat zinnetje plots een bedreiging. Maar drukt het ook steun uit?”

Was de Islamitische Staat een na te volgen voorbeeld voor de rest van de wereld? Choudary: “Er volgen wellicht nog vele islamitische staten die even snel als het IS-kalifaat weer zullen verdwijnen. Maar op het einde blijft er een staat die zal heersen over de hele wereld en waar mensen eindelijk rust vinden. Alleen Allah weet wanneer die er komt. Ik was nooit in Syrië of Irak en weet dus ook niet hoe de situatie daar precies was.”

Anjem Choudary had nooit plannen om zelf naar de Islamitische Staat te reizen? “Toch wel. Ik vroeg de autoriteiten mijn reispas zodat ik kon vertrekken. Dat weigerden ze. Ze wilden gewoon niet dat ik vertrok. Ze hadden veel liever dat ik hier bleef zodat ik de Britten kon radicaliseren.” Hij lacht hartelijk.

Gelooft hij in de democratie? “Natuurlijk niet, wat een domme vraag. Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens. De enige wetgever is Allah.” Dan vraag hij: “Bent u christen of jood? U bent atheïst? Daar krijgt u op de dag des oordeels spijt van. Gelukkig is er altijd hoop: ik nodig u uit om naar de islam te kijken. Vergeet de hype en alle mediapropaganda die u zelf mee hielp creëren. Geloof daar niets van.”

De onthoofdingen van journalisten zoals James Foley en Steven Sotloff door IS geven toch niet veel vertrouwen in Choudary’s versie van de islam? “Het was toen oorlog”, antwoordt hij. “Dan gebeuren er altijd gruwelijke dingen. Ik wil die onthoofdingen niet rechtvaardigen, maar je moet niet alle westerse propaganda geloven.”

IS draaide die onthoofdingsvideo’s toch zelf? “Soms dient propaganda alleen om de vijand bang te maken. Er leefden ook heel wat mensen vredevol in het kalifaat. Zij maakten hun eigen video’s en toonden hoe prachtig het was.”

Biljartkoning

Van juli 2016 tot juni 2017 zat Anjem Choudary in de beruchte High Security Unit (HSU) van de Belmarsh-gevangenis in Londen, waar ook Julian Assange verblijft. “Ze noemen die plek niet voor niets het Britse Guantanamo Bay”, zegt hij. “Het is ook niet voor niets dat Assange er razendsnel grijs haar kreeg. De HSU heeft een rotslechte reputatie. Toen ik er aankwam, zag ik zo goed als enkel bejaarden, alsof ik op de geriatrie was aanbeland. Ik sprak zo’n oudje aan: ‘Waarom zit jij hier?’ Het bleek de op dat moment 77-jarige bankovervaller Brian Reader te zijn. In 2015 blies hij samen met een stel andere bejaarden de kluizen van een Londense bank in Hatton Garden op. Ze gingen met meer dan 14 miljoen pond aan juwelen en cash aan de haal. Ook Thomas Mair, de moordenaar van volksvertegenwoordiger Jo Cox, zat in Belmarsh. Maar er zaten ook andere zogenaamde terroristen. Wij, moslims, kwamen er héél goed overeen. Een paar keer per maand werd mijn cel binnenstebuiten gekeerd. Om zes uur ’s ochtends vielen de cipiers dan met veel lawaai binnen. Ik werd van mijn brits getild en ze doorzochten al mijn persoonlijke spullen. Om de drie maanden moest ik naar een nieuwe cel verhuizen. Ik leefde er continu onder stress en er hing een zeer onbehaaglijke sfeer.”

Volgde Choudary een deradicaliseringscursus? “In mijn eerste week in Belmarsh stapte de hoogste beveiligingsofficier mijn cel binnen. ‘U bent ’s lands radicaliseerder nummer één’, sprak hij plechtig. Hij had ook krantenknipsels over mij bij. Ik nam aan geen enkele van zijn deradicaliseringsprogramma’s deel. Ik wist dat ik er niet al te lang zou verblijven en dat ik in tegenstelling tot lang veroordeelden geen toegevingen voor strafvermindering moest doen. Ik hoefde helemaal niet mee te werken met reclasseringsambtenaren. Ik wist dat ik automatisch de helft van mijn straf met een enkelband mocht uitzitten. Waarom zou ik dan met mensen meewerken die alles wat ik zeg ooit tegen mij zullen gebruiken?”

In juni 2017 werd Choudary overgebracht naar het gloednieuwe Seperation Centre in de Frankland-gevangenis in het noorden van Engeland. “Ik was er de allereerste gedetineerde. Ze hebben dat complex speciaal voor mij gebouwd. In de Seperation Centres brengen ze al die mensen samen die ze liever niet tussen de gewone gevangenen laten rondwandelen. Alle zogenaamde geradicaliseerden die door de Britse overheid omwille van hun ideeën en overtuigingen als supergevaarlijk beschouwd worden. Er zijn nu zo twee centra, met enkel moslims. Ik was in Frankland tot oktober 2018.”

Choudary zat in de isolatieafdeling met vier andere islamisten die werden bewaakt door 25 cipiers. Een van Choudary’s medegevangenen was Michael Adebolajo, een van de moordenaars van de Britse soldaat Lee Rigby in mei 2013. Adebolajo was lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun en kreeg toen de ‘strijdnaam’ Abu Mujahid.

“Het grote voordeel van het Seperation Centre van Frankland was dat al mijn medegevangenen moslim waren”, zegt Choudary. “Er was in de keuken geen contaminatie door varkens. We kookten voor elkaar en spraken elkaar moed in. Mijn geloof in God werd er alleen maar sterker. Hoe harder ik de Koran van buitenleerde, hoe meer mijn geloof bevestigd werd. Mijn medegevangenen waren even gelovig. De gevangenis was voor ons een manier om ons geloof verder uit te zuiveren. Ik voelde me jonger en frisser toen ik de gevangenisdeur achter me dichtsloeg.”

Hoe was de verstandhouding met de cipiers? Choudary: “De meesten waren ouder dan mij, zestigers en zeventigers. Ze hadden ooit in de steenkoolmijnen gewerkt. Toen Margaret Thatcher die in de jaren tachtig sloot, werden ze werkloos. Later herschoolden ze tot cipier. Ze zaten een hele dag kruiswoordraadsels op te lossen. Ze maakten het ons niet moeilijk en zagen mij niet als de gevaarlijkste man van het Verenigd Koninkrijk. Ik droogde hen regelmatig af bij het biljarten. Ze stonden versteld van mijn poolkunsten. (lacht) Ik leerde poolen in Belmarsh. Dat is het enige wat je daar kan doen. In Frankland speelde ik alle biljartballen in één vloeiende beweging van de tafel.”

Het London Bridge-probleem

Van oktober 2018 tot juli 2021 zat Anjem Choudary de tweede helft van zijn straf vooral in zijn woonkamer met een enkelband uit. “Ik leefde onder de meest restrictieve en draconische maatregelen die in Engeland ooit aan iemand gegeven zijn”, klaagt hij. “Zo mocht ik niet met de media praten en nooit meer dan twee mensen tezelfdertijd ontmoeten. Na het London Bridge-probleem in november 2019 werden er nog meer beperkingen opgelegd. Ik mocht niet meer naar het centrum van Londen en mijn avondklokregime werd verstrengd.”

Wat Anjem Choudary het ‘London Bridge-probleem’ noemt, is de aanslag op 29 november 2019 in de buurt van London Bridge waarbij de 28-jarige Usman Khan vijf mensen neerstak. Twee overleefden de aanval niet. Khan werd door de politie doodgeschoten. In zijn tienerjaren werd Khan lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun. Hij werd ‘herdoopt’ tot ‘Abu Saif’ en was een tijdlang één van Choudary’s trouwste secondanten.

In november 2021 werd Anjem Choudary gespot met zijn oude bekende Abbu Izzadeen, alias de meermaals voor ondersteuning van terreurorganisaties veroordeelde ex-electricien Trevor Brooks. “Ik sprak inmiddels ook mijn oude vriend Anthony Small”, zegt Choudary. De voormalige Britse bokskampioen Small bekeerde zich in 2007 onder impuls van Choudary tot de salafistische islam. “We halen herinneringen op aan vroeger.”

Probeert Anjem Choudary zijn oude netwerk nieuw leven in te blazen? “Ik heb geen plannen om wat dan ook herop te bouwen. Vandaag ben ik een familieman, een vader die zijn kinderen graag wil zien trouwen. Van zodra ik die VN-restricties weggewerkt krijg, ben ik van plan om een paar plekken in de wereld te bezoeken die ik nog niet eerder zag.”

Bio

  • Geboren in Londen op 18 januari 1967
  • Studeerde rechten aan de University of Southampton
  • Richtte samen met de Syrische islamist Omar Bakri Muhammad in 1996 de in 2004 verboden salafistische organisatie Al-Muhajiroun op
  • Later volgden eveneens verboden organisaties zoals Al Ghurabaa, The Saved Sect, Islam4UK
  • Volgens Hope not hate waren minstens 70 veroordeelde of gedode terroristen lid van Al-Muhajiroun en heeft Choudary nauwe contacten met de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab
  • Werd in 2016 veroordeeld tot 5,5 jaar gevangenis voor steun aan IS

© Jan Stevens

‘Net als in 1789 is er nu ook oorlog en schaarste’

In het magistrale De Franse Revolutie beschrijft Johan Op de Beeck de geboorte van de Franse republiek door de ogen van de Belgische revolutionair François Robert. “De ingrediënten die de Franse Revolutie lanceerden, beheersen nu ook ons leven.”

Johan Op de Beeck bewijst opnieuw dat hij een meesterverteller is met het eerste deel van zijn duologie over De Franse Revolutie. Met veel schwung voert hij zijn lezers door Frankrijk in het laatste decennium van de 18e eeuw, van de bestorming van de Bastille in 1789 tot de staatsgreep van Napoleon in 1799.

Het pas verschenen eerste deel eindigt aan de vooravond van de bloeddorstige terreur, toen de guillotine overuren maakte. Het tweede deel wordt verwacht tegen oktober van dit jaar. “Daar ben ik nog volop aan bezig”, zegt de auteur. “Tijdens het schrijven duikel ik van de ene verrassing in de andere. Het ene interessante historische document leidt naar alweer een ander intrigerend verhaal. Dat is fascinerend, maar ook zeer arbeidsintensief.”

Op de Beeck vertelt het gekende verhaal van de opstand van het Franse volk tegen de feodale adel en geestelijkheid door de ogen van de Belgische revolutionair en advocaat François Robert (1763-1826). Een gouden vondst. “Ik wou al lang een boek over de Franse Revolutie schrijven. Vijftien jaar lang dacht ik na over hoe ik dat best zou aanpakken. Want het is een complexe geschiedenis en het is een hele uitdaging om het verhaal zo te brengen dat lezers niet na tien bladzijden het spoor bijster zijn. Ik ben blij dat ik met François Robert de juiste invalshoek gevonden heb.”

Ik had nog nooit van de man gehoord.

“Ik kende zijn naam, maar verder wist ik niets over hem. Ik zag zijn geschilderde portret in de ‘Salle de 1792’ in het paleis van Versailles, naast beroemdheden als Marquis de la Fayette en Napoleon Bonaparte. François Robert was een revolutionair van de eerste orde en bleek in het Prinsbisdom Luik geboren te zijn.”

Hij was een boerenzoon?

“Hij komt uit Gimnée, een boerengat. Ik heb dat dorpje bezocht en denk dat het vandaag niet veel verschilt van hoe het er toen bij lag. (lacht) François Roberts vader bezat vier boerderijen en was ook burgemeester. Zijn moeder baatte een herberg uit en verhandelde bier. Roberts ouders waren niet arm; ze lieten hem rechten studeren. Daarna ging hij aan de slag als advocaat in de Franse stad Givet. Door een rechtszaak belandde hij in juli 1789 in Parijs. Hij kwam er in het oog van de storm terecht.

“Robert had de verlichtingsfilosofen gelezen en besloot quasi meteen om mee te doen met die nieuwe beweging. Hij ontpopte zich tot de eerste revolutionair die de monarchie wou vervangen door de republiek. De chauvinistische Fransen zijn ervan overtuigd dat de filosoof, wiskundige en politicus Nicolas de Condorcet de drager van de eerste republikeinse gedachte is. Ik voel grote bewondering voor Condorcet, maar dat is dus niet waar. De eerste republikein blijkt ‘onze’ François Robert te zijn. Al bestond België op dat moment natuurlijk nog niet als staat.”

Er werd wel over ‘de Belgen’ gesproken?

“Zeker. Op landkaarten van die tijd stond ‘La Belgique’. In diplomatieke correspondenties ging het over ‘les Belges’. La Belgique was een begrip. De staat was nog niet ontstaan, maar de naam was er wel al. Tijdens de Franse Tijd (1794-1815) kwam François Robert vaak als commissaris naar België. De laatste elf jaar van zijn leven bracht hij in Brussel door.”

Af en toe maakt u een uitstap naar onze contreien, waar zich in 1789 met de mislukte ‘Brabantse Omwenteling’ een mini-Franse Revolutie voltrok.

“François Robert speelde daar ook een belangrijke rol in. De Brabantse Omwenteling werd een sof. Ze vertrok onder impuls van de reactionaire katholieke advocaat Hendrik van der Noot. Hij wou zo de nieuwe klasse van werklieden en vrije beroepen buiten de macht houden. Zijn medespeler Jan Frans Vonck had ook rechten gestudeerd, maar was verlicht en liberaal. Hij noemde zichzelf ‘democraat’ en hoopte om met zijn revolutie een democratische staat te kunnen oprichten. Maar de Belgische democraten waren zo behoudsgezind dat de Parijse revolutionairen er niets mee te maken wilden hebben.”

U beschrijft de aanloop naar de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. Die aanval op de Parijse gevangenis staat gemarkeerd als het symbolische beginpunt van de Franse Revolutie. Tijdens het lezen besloop me het ongemakkelijke gevoel dat we vandaag in een gelijkaardig prerevolutionair klimaat zijn aanbeland.

“Ik begrijp wat u bedoelt: net als toen is er oorlog en schaarste. En net als toen rollebollen de veranderingen in een rotvaart over elkaar heen. Het is niet bij te houden: mensen die gisteren nog talk of the town waren en schijnbaar harde standpunten innamen, worden vandaag voorbijgestoken door iemand met een nog grotere mond. De ingrediënten die in 1789 de Franse revolutie lanceerden, beheersen nu ook ons leven, alleen niet tezelfdertijd. Precies die combinatie van gelijktijdigheid van factoren leidde in 1789 tot iets wat we tot nu toe niet meer meemaakten. Eén van die herkenbare factoren is een overheid die niet langer ervaren wordt als legitiem; die zelfs wordt weggezet als onbekwaam.”

Een andere herkenbare factor: de gigantische overheidsschuld.

“Net als het fenomeen van nieuwe politieke spelers die met soms zeer radicale standpunten een publiek aanspreken. Het grote verschil is dat er in 1789 met de verlichting een groot maatschappelijk veranderingsproject was. Dat is er nu veel minder.”

Komt het ecologisme als antwoord op de dreigende klimaatverandering niet in aanmerking?

“Ecologisme is een zeer belangrijk onderwerp, maar als je heel onze samenleving in ogenschouw neemt, denk ik dat de gewone mensen heel binnenkort met andere zorgen te maken zullen krijgen. Dat zie je nu al. Het gaat dan over bezorgdheden die vergelijkbaar zijn met toen. Zoals: ‘Kan ik morgen mijn kinderen nog veilig naar school laten gaan?’ Maar vooral: ‘Zal ik ze nog een boterham kunnen geven?’

“Het zou me niet verwonderen dat net als in 1789 de toenemende schaarste ontzettend belangrijk wordt, waardoor onze basisnoden onder druk komen. Dan sluipt er angst binnen; de geschiedenis leert dat zo’n scenario faliekant kan aflopen.”

De huidige schaarste zagen we niet aankomen.

“Die komt inderdaad onverwacht. In 1789 werd de ene schaarste van een levensmiddel gevolgd door een andere. Die schaarstes hakten er zeer stevig in. Nu swingen de energieprijzen de pan uit, maar ik vrees dat voor heel wat mensen in de nabije toekomst ook levensmiddelen een schaars goed zullen worden. Misschien neemt dan net als toen de bereidheid toe om geweld te gebruiken. Onze maatschappij werd de voorbije jaren al agressiever en zelfzuchtiger. Ik maak me dus net als u ook zorgen.

“Er ontbreken nog een paar schakels, zoals dat grote begeesterende nieuwe project. Het duurde duizend jaar vooraleer de mens tot nieuwe inzichten kwam die kristalliseerden in de verlichting. Het middeleeuwse feodalisme moest baan ruimen voor democratische instellingen, kerk en staat werden gescheiden en de rede en het individu moesten zegevieren. Zo’n nieuwe grote visie is er vandaag nog niet.

“Al sta ik toch te kijken van wat er zich nu al voor onze ogen voltrekt. De oorlog in Oekraïne, bijvoorbeeld, lijkt onwaarschijnlijk; toch waren er voortekenen. In mijn boeken over Napoleon speelde de Krim al een belangrijke rol. De annexatie door Rusland in 2014 en de huidige invasie in de rest van Oekraïne komen niet zomaar uit de lucht vallen. De Russische leiders koesterden altijd imperialistische plannen, richting het westen. Europeanen schatten dat totaal verkeerd in. De vorige Duitse kanselier Angela Merkel voerde de nucleaire uitstap radicaal door en verving kerncentrales door gas uit Rusland. Vandaag is Duitsland als belangrijkste land van Europa voor zijn energievoorziening afhankelijk van de grootste dictatuur op het continent.”

Ik las onlangs een artikel waarin Vladimir Poetin werd omschreven als een leider die in zijn beginjaren ‘rationeel en pragmatisch’ was. Alsof hij al meteen na zijn aantreden in 1999 in Tsjetsjenië niet exact hetzelfde deed wat hij nu in Oekraïne aan het doen is: steden meedogenloos naar het stenen tijdperk bombarderen.

“U heeft gelijk hoor, maar met geschiedenis moet je toch opletten. Wij kunnen nu feiten uitleggen aan de hand van onze kennis over wat er in het verleden gebeurd is. Zo leggen we verbanden en ontwaren we een patroon. Maar de mensen die op het moment zelf met hun beide voeten in die gebeurtenissen staan, zoals tijdens de Franse Revolutie, hebben vandaag geen benul van wat er morgen zal gebeuren. Wij weten dat nu wel, zij niet.

“Zo vond er in 1789 een steeds groter wordende radicalisering plaats. Dat was echt ongelooflijk. Mensen die bij de start van de revolutie voor radicale verandering opriepen, werden twee jaar later onthoofd omdat ze niet radicaal genoeg waren. Overrompelende vernieuwers werden in een mum van tijd terzijde geschoven en uit de samenleving verbannen.”

François Robert overleefde dat allemaal, wat voor een kopstuk van de Franse Revolutie toch een hele prestatie was? Op het einde van uw boek drukt u een lijstje af met de hoofdrolspelers. Het is opvallend hoeveel er tussen 1792 en 1796 het loodje legden.

“In het tweede deel van De Franse Revolutie zal beschreven staan hoe ook Robert de gitzwarte jaren van de Terreur in 1793 en 1794, toen de guillotine op volle toeren draaide, bijna niet overleefde. Meteen daarna volgde de ‘witte Terreur’, de anti-revolutionaire afrekeningen. François Robert was toen politiek behendig genoeg om zichzelf onzichtbaar te maken. Je zou dat laf kunnen noemen, maar wat doet een mens wanneer hij voor zijn leven vecht? Je kunt je niet voorstellen met hoeveel angst veel mensen toen leefden. Toch vonden ze de moed om door te blijven gaan. François Robert is voor mij de doorsnee revolutionair; de man die radicaal begint.”

Wat wil ‘radicaal’ dan zeggen?

“Radicaal republikeins. Tijdens de eerste revolutiegolf in 1789 was er geen sprake van om koning Louis XVI te liquideren. Frankrijk moest een constitutionele monarchie worden. Twee jaar later werd de koning onthoofd.”

Robert was daar voorstander van?

“Tijdens een zitting van de Nationale Conventie die een nieuwe grondwet moest opstellen, stemde François Robert voor de doodstraf voor de koning. Ik vond dat document terug waarop zijn handtekening prijkt. Ik vond wel meer leuke dingen, zoals zijn huwelijksakte. (lacht)

“Robert trouwde met Louise de Kéralio, een Parijse schrijfster met naam en faam uit een begoede familie. Het huis van haar ouders was een plek waar de revolutionairen graag kwamen discussiëren. Roberts vader moest aan de Kéralio’s een bruidschat betalen: 10.000 Franse ponden en de helft van de familiale bezittingen in Gimnée, Mazée en Dourbes.

“In augustus 1789 richtte Louise de krant Mercure Nationale op. François Robert werd één van de ‘patriottische journalisten’ van die krant en kreeg zo heel wat invloed in revolutionaire middens.”

De krant van het echtpaar Robert-Kéralio maakte veel schulden. Toen de kersverse minister van Justitie Georges Danton in augustus 1792 aan François Robert vroeg om zijn kabinetschef te worden, kwam dat als een godsgeschenk. Enig opportunisme was de revolutionair niet vreemd?

“Opportunisme zou ik dat toch niet noemen. De revolutionairen surften allemaal op een golf waarvan niemand wist hoe lang ze zou duren en waar ze zou stranden. Ze werden geleefd. Als de grote Danton je nodig had, deed je gewoon mee. Oók uit overtuiging.”

Het kwam Robert toch ook goed uit? Hij had minstens 24.000 pond schuld, volgens een krant uit die tijd zelfs 200.000 pond.

“Alles wat de revolutionairen ondernamen, was een mengeling van hoge idealen, pragmatisme en opportunisme. Precies daarom is François Robert voor mij dé doorsnee Franse revolutionair. Met opportunisme bedoel ik: ‘Het gebeurt, ik heb geen andere keuze, ik moét mee aan boord springen.’ Met pragmatisme: ‘Hoe word ik er zelf beter van?’, waarbij sommige revolutionairen aardig uit de bol gingen. Daarom was een man als Maximilien de Robbespierre in die eerste jaren zo populair. Hij kon nooit verdacht worden van zakkenvullerij of corruptie. Het leek zelfs alsof hij niet rijk was, want hij woonde in een eenvoudige huurkamer. Aan zo goed als alle andere hoofdrolspelers van de revolutie zat wel een geurtje: ofwel lieten ze zich omkopen, ofwel hadden ze amoureuze besognes. Danton, bijvoorbeeld, was een wellusteling. Maar de advocaat Robespierre, de Onkreukbare of l’Incorruptible, gedroeg zich als een man van het volk en leek daarom ook te vertrouwen. In werkelijkheid was hij niet ‘onkreukbaar’ omdat hij voor het gewone volk was, maar omdat hij ‘deugdzaam’ was. Voor het ideaal moest elke emotie wijken. Ook vandaag hoor ik in naam van een legitiem ideaal soms akelige uitspraken. Die zuiveren of fundi’s vind je in zowat alle politieke stromingen, of het nu over ecologisme, nationalisme of socialisme gaat.”

Misschien is die hang naar zuiverheid een reactie op onze democratische besluitvorming die traag maalt en vaak eindigt met een verwaterd compromis?

“Dat was toen ook al zo. Van 2 tot 6 september 1792 trok een groep van een honderdtal ‘deugdzame’ burgers van de ene naar de andere gevangenis om opgesloten tegenstanders van de Franse Revolutie over de kling te jagen. François Robert was nog maar pas aangesteld tot kabinetschef van Danton. Meer dan duizend mensen werden op beestachtige wijze vermoord. Vlak na de slachting durfde niemand de Septembermoorden te veroordelen.

“De Franse justitie werd door de Nationale Conventie hervormd en gedemocratiseerd; op die basis zou Napoleon later zijn Code Civil bouwen. Er werd al snel gemord: ‘Wat is dat toch met die rechtbanken? Ze werken te traag en niemand begrijpt er iets van.’ De roep om uitzonderingsrechtspraak werd steeds groter. In maart 1793 praatte minister van Justitie Danton de Nationale Conventie een uitzonderingsrechtbank aan: de ‘Tribunal Révolutionaire’. Hij baseerde zich daarvoor op ideeën van Robespierre. Dat snelrecht ging heel ver: beklaagden werden zelfs het recht op een advocaat ontzegd. Er waren maar twee straffen meer mogelijk: schuldig of onschuldig. Schuldig betekende de doodstraf, binnen de 24 uur. Wie luidop zei: ‘Het brood wordt toch wel duur’, was niet verdacht maar schuldig. Je kon dan aangeklaagd worden en de kans was zéér groot dat je onder de guillotine eindigde. Je kreeg de doodstraf niet voor daden, maar voor uitspraken of gedragingen. Zo waagde een prostituée het om te lachen met het kostuum van Robbespierre. Haar hoofd moest rollen.

“Ik verdenk sommigen ervan dat ze vandaag ook graag zo’n uitzonderingsrechtank zouden willen installeren. Een studentenblad riep een tijdje geleden op om niet langer het woord te geven aan klimaatsceptici. Ik ben zelf geen klimaatscepticus en wil een snelle oplossing voor het klimaatprobleem, maar ik ben óók een groot voorstander van vrijheid van meningsuiting. Iedereen mag nonsens vertellen; hij of zij zal weggehoond worden en met tegenargumenten het pleit verliezen. Wat we nooit mogen doen, is het debat vernietigen of onmogelijk maken. Het is aan niemand om te bepalen wie wel of niet geïnterviewd mag worden. Dat is exact wat de ‘zuivere’ Robbespierre wou én ook gedaan kreeg. Mensen met afwijkende meningen werden geëlimineerd. Gelukkig zijn we daar nog niet aan toe.”

Een heel hoofdstuk in uw boek gaat over nepnieuws. Wij geloven dat fake news iets van onze tijd is, maar eind 18e eeuw floreerde dat ook al?

“In het landelijke Frankrijk, in Marseille, Dijon en alle kleine dorpen, kregen de inwoners soms pas weken na Parijs de krant te lezen. Ze waren slecht geïnformeerd en kenden nooit goed de politieke achtergronden. Ze lieten zich makkelijk meesleuren in draaikolken van vermoedens en nepnieuws. Ze werden bang en namen soms op onzin gebaseerde beslissingen. In het dorp Ruffec zagen ze hoe een stofwolk in de verte het dorp naderde. De boeren dachten: ‘Daar is de roversbende die ons voorspeld is! We jagen ze vannacht over de kling.’ Achteraf bleken dat dan bedelmonniken te zijn.

“De verspreiding van nepnieuws werkte als een brandversneller. Niet alleen in Parijs, maar over het hele land waren er uitbarstingen van geweld. ‘Le grand peur’ beïnvloedde het werk in de Wetgevende Vergadering, het eerste modern functionerende parlement van Frankrijk. Sommige leden jammerden: ‘De gangsterbendes zullen onze kastelen platbranden.’ Dus werd er naast vooruitstrevende wetgeving ook een heus repressieapparaat op poten gezet. Die Nationale Garde werd een wapen in de handen van de burgerij om iedereen onder de knoet te houden. Dat maakte de Franse Revolutie zo paradoxaal.”

Want te midden van het vele geweld en de grote onzekerheid werd intussen wel de feodale monarchie hervormd tot een democratische republiek?

“Ja, maar voor een verarmde edelman die zijn kasteel zag afbranden, moet dat toch niet makkelijk geweest zijn. (lacht) Zoals altijd was ook tijdens de Franse Revolutie de mens niet zwart-wit. Robbespierre was niet hét boegbeeld van satanische slechtheid en Danton was niet dé heilige die sommigen van hem maakten. Het was een paradoxale periode met zeer idealistische mensen die tezelfdertijd bereid waren om de grootste gruweldaden te plegen in naam van ‘het ideaal’ en hun grote gelijk.

“Dat ‘grote gelijk’ is er ook vandaag. Ik denk vaak: al een geluk dat we in een democratisch systeem leven dat met haken en ogen aaneen hangt. Winston Churchill zei: ‘Democratie is de slechtste vorm van bestuur. Maar in vergelijking met al de rest, is het het beste wat er bestaat.’ Hij heeft gelijk.”

Met de grote idealen van de Franse Revolutie, ‘gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid’ en de ‘Verklaring van de rechten van de mens’ was toch niets mis?

“Ze vormen zonder enige twijfel de grondslagen van onze huidige maatschappij. Een paar miljard mensen op deze planeet benijdt ons omwille van onze vrijheden en rechten. In de tijd van de Franse Revolutie werden die idealen verschillend geïnterpreteerd. Het was Napoleon die die idealen in de plooi legde, vooral dan de gelijkheid. Robbespierre beschouwde de republiek niet zozeer als het rijk van de gelijkheid, maar van de deugdzaamheid. Met alle vreselijke gevolgen van dien.”

Nog een parallel met deze tijd is het oprukkende populisme.

“Ik gebruik dat woord in mijn boek bewust niet, omdat het uit de pen van François Robert als een anachronisme klinkt. Jean-Paul Marat was als journalist van het populistische L’Ami du Peuple enorm invloedrijk. Hij had massaal veel aanhang bij het gewone volk, maar vertegenwoordigde geen enkel politiek project. Marat had geen idee welke richting het land uitmoest. Hij schreef in slogans: ‘Gooi alles omver! Le peuple aan de macht!’ Zo kennen we er vandaag nog. In naam van le peuple was volgens Marat alles gepermitteerd. Wie als ‘vijand van het volk’ of ‘verrader’ gestigmatiseerd werd; kon het wel schudden. Marat is verantwoordelijk voor de dood van duizenden.”

Wordt er in het huidige Frankrijk tijdens deze presidentsverkiezingen ook geschermd met termen zoals ‘verrader’ en ‘vijand van het volk’?

“Ik denk het niet, maar in een groot deel van West-Europa wel. Er worden etiketten geplakt zoals ‘klimaatontkenner’ of ‘klimaatfundamentalist’, zodat de grote meerderheid weet: met die idioot valt niet te praten. Dat geldt niet alleen in de discussie over de klimaatverandering, maar op talloos veel terreinen.

“De erfenis van de Franse Revolutie blijft tot vandaag zeer belangrijk in Frankrijk. De laïcisering zit er ingebakken; dat is een rechtsreeks gevolg van de republiek. Radicaalrechtse politici als Éric Zemmour en Marine Le Pen proberen zich dat republikeinse ideaal toe te eigenen: ‘Wij zijn de republiek! Het Frankrijk van 1789, van de revolutie, dat zijn wij!’ Wat een leugen is. Met als gevolg dat politici van de linkerzijde met de vinger gewezen worden als ook zij roepen: ‘Wij zijn de republiek!’ Want zij omarmen dan zogezegd een ideaal van radicaalrechts. Zo raakt het debat totaal vergiftigd.”

Waar situeert president Emmanuel Macron zich?

“Nergens. (lacht)”

Hij gedroeg zich als een staatsman door de voorbije weken met Poetin te blijven bellen en praten?

“Ja, maar naar het schijnt was hij over de kansen op oorlog in Oekraïne slecht ingelicht door zijn militaire inlichtingendienst. De Amerikanen voorspelden een totale invasie en kregen gelijk.

“De Fransen lezen Rusland verkeerd. Ze hebben nog altijd niet door dat de Russen anders denken. Om over de Chinezen nog maar te zwijgen. Want die willen in 2049 de absolute supermacht worden omdat ze dan een eeuw volksrepubliek vieren.

“De Fransen stemden nu voor Macron uit armoede, omdat er niets beter voorhanden is. Ze kozen niet voor hem omdat hij de uitstraling van De Gaulle of Mitterand heeft.”

Ligt aan de basis daarvan Macrons voorganger, de weinig begeesterende François Hollande?

“Ik denk het wel. Al begon het al onder Nicolas Sarkozy. Maar Hollande had inderdaad de uitstraling van een saaie boekhouder. Het presidentschap heeft een klein beetje zonnekoninggehalte nodig. Grandeur, maar ook ambitie en durf. De president moet van aanpakken weten. De Fransen kunnen iemand enthousiast verkiezen, om hem met hetzelfde gemak vier jaar later te verguizen. Hollande beroerde geen enkele emotie.”

Heeft Macron wel dat aura van Zonnekoning?

“Hij probeert dat toch, al komt hij in mijn ogen niet tot aan de enkels van de échte Zonnekoning. Louis XIV had natuurlijk wel 60 jaar meer tijd. (lacht)”

Johan Op de Beeck, De Franse Revolutie I, Horizon, 544 blzn., 34,99 euro

Bio

  • geboren in Duffel in 1957
  • studeerde communicatiewetenschappen
  • begon in 1980 te werken als journalist en nieuwslezer bij de VRT
  • verliet 10 jaar later de VRT en richtte zijn eigen mediabedrijf op
  • keerde in 2003 terug naar de VRT als netmanager van Ketnet en Canvas
  • maakte verschillende tv-documentaires zoals Masters of the Game en Atlantik Wall
  • schreef historische bestsellers over o.a. Napoleon en De Zonnekoning

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: