‘Als kind je ouders niet kunnen vertrouwen, is verschrikkelijk’

De Britse Julia Samuel (62) geldt voor veel landgenoten als de psychotherapeut die hen bijstaat bij vaderlandse rouw en verdriet. In ‘Elke familie heeft een verhaal’ beschrijft ze hoe ze tijdens de pandemie traumatische gebeurtenissen in verschillende families trachtte te helen. “De sleutelwoorden zijn altijd: liefde en veiligheid.”

“Ik kom zelf uit een koud gezin”, bekent Julia Samuel halverwege het interview. “Mijn ouders spraken nooit over gevoelens. Moeder was amper 25 toen haar ouders, broer en zus dood waren. Gestorven in de Tweede Wereldoorlog. Vader en moeder repten met geen woord over hun doden. Hun motto was: ‘Forget and move on’, begraaf het verleden. Alleen werkt dat zo niet. Ze blokkeerden continu hun emoties en ik voelde de wanhoop. Daarom werd ik therapeut.”

Samuels troostrijke boek ‘Elke familie heeft een verhaal’ eindigt met tien lastige vragen. De Adverse Childhood Experiences Questionnaire of ACE-vragenlijst is een internationaal gebruikte vragenlijst die peilt naar negatieve jeugdervaringen. Alle vragen gaan over de eerste achttien levensjaren en moeten beantwoord worden met ‘nee’ of ‘ja’. Elke ja levert één punt op. Nee telt niet mee.

De ACE-vragen laten aan duidelijkheid niets te wensen over:

1. Werd je door een ouder of een andere volwassene in je directe omgeving regelmatig uitgescholden, beledigd, vernederd of teleurgesteld?

2. Heeft een ouder of een andere volwassene je regelmatig geduwd, geknepen, geslagen of dingen naar je gegooid?

3. Heeft een persoon die minimaal 5 jaar ouder was dan jij, je ooit op ongepaste wijze aangeraakt of gevraagd hem of haar aan te raken?

4. Had je vaak het gevoel dat je er in je gezin niet toe deed? Dat er niemand was die van je hield?

5. Had je vaak het gevoel dat je niet genoeg te eten kreeg, dat je vuile kleren moest dragen of dat er niemand was om je te beschermen?

6. Zijn je ouders gescheiden of uit elkaar?

7. Werd je moeder of stiefmoeder regelmatig geduwd, vastgegrepen of geslagen of werden er dingen naar haar hoofd gegooid?

8. Was er iemand in je naaste omgeving met een alcoholprobleem of drugsverslaving?

9. Had er iemand in het gezin last van depressies of andere psychische problemen of ondernam iemand in je naaste omgeving een zelfmoordpoging?

10. Heeft een van de gezinsleden in de gevangenis gezeten?

Ik scoor vijf op tien. Wat wil dat zeggen?

Julia Samuel: “Dat is hoog. Dat wil zeggen dat uw jeugdjaren niet goed waren, en dat u misschien nood hebt aan hulp. Precies dat wil de ACE-vragenlijst bewerkstelligen: dat volwassenen met angst- en stressproblemen die zich vragen over hun jeugdervaringen stellen, kunnen inschatten hoe ernstig die waren. Bij u is het behoorlijk ernstig.”

Ik werd als kind door mijn moeder mishandeld. Ik ben inmiddels 58 en die jeugdervaringen achtervolgen me. Uw boek was voor mij soms zeer herkenbaar.

“Dat kan ik me voorstellen. Niet iedereen die zoals u vijf scoort, voelt de behoefte om hulp te zoeken bij een psychiater of psychotherapeut. Sommige lotgenoten komen misschien tot de conclusie: ‘Ik heb een stabiele relatie, ben relatief gelukkig en heb geen zin om in dat verleden te roeren. Ik voel me veerkrachtig genoeg en laat het voorlopig zo.’ Dat is prima. Al kan dat later altijd omslaan in onbehagen wanneer angst, paniek, vervreemding of depressie het toch overnemen.

“U praat meteen heel open over uw eigen ervaring. Dat vind ik zeer bijzonder, want veel slachtoffers van kindermishandeling schamen zich als volwassene diep over wat hen overkomen is.”

Ik liet de schaamte achter me. Twee jaar geleden schreef ik er een persoonlijk artikel voor de krant over. Ik kreeg toen veel reacties van bekenden en onbekenden die een gelijkaardige jeugd meemaakten. De mensen in uw boek overwonnen ook hun schaamte?

“Ik had niet verwacht dat al die cliënten akkoord zouden gaan om in mijn boek te figureren. Toch zeiden ze allemaal volmondig ja.

“Voor de 54-jarige terminale kankerpatiënt Archie Craig werd het een intellectueel en spiritueel testament voor zijn nabestaanden. Wat in het begin helemaal niet zijn bedoeling was. Hij dacht eerst dat zijn verhaal misschien een hulp kon zijn voor lotgenoten. Ik liet hem mijn neerslag van onze therapeutische sessies lezen en toen vond hij het een prachtige nalatenschap voor zijn kinderen. Archie leeft trouwens nog.

“De andere cliënten leken het vooral fijn te vinden dat ik hen hoogachtte en dat hun verhalen mij écht raakten. Ook zij hopen met hun ervaringen anderen te helpen.”

De therapeutische sessies uit uw boek vonden plaats tijdens de coronapandemie en verliepen via Zoom. Zorgde die afstandelijkheid voor een andere vorm van therapie?

“Therapie via Zoom is anders dan face-to-face, wat niet wil zeggen dat het slechter is. Een therapiesessie met een familie is soms moeilijk te organiseren. Het is vaak gedoe om iedereen in dezelfde kamer te krijgen, niet alleen om praktische redenen, ook om emotionele. Zoom maakt het eenvoudiger om agenda’s op elkaar af te stemmen. Sommigen voelden zich in hun eigen huis meer op hun gemak. Ze hoefden onderweg naar mijn praktijk niet meer verloren te rijden. Ik kon ook de ouderen bereiken, de oma’s en opa’s van wie ik vermoed dat ze nooit naar een live sessie zouden gekomen zijn.”

Omdat zij nog steeds van oordeel zijn dat alleen gekken bij de psychotherapeut op de sofa liggen?

“Precies. (lacht) Zoomen met hun kinderen vonden ze minder bedreigend. Als therapeut was het fascinerend om al die gezichten van nabij te zien. Al miste ik ook dingen: zo zag ik niet wat ze met hun handen deden, of hoe ze aan hun kleren zaten te friemelen. Lichaamstaal is belangrijk: dan lees ik wat er vanbinnen woedt.”

U leest mij nu ook?

“Niet echt, hoor. Dit is een andere setting. U leest nu mij. (lacht)”

Soms zijn families gevaarlijke, gewelddadige plekken?

“Voor zeer veel mensen kunnen ze, net zoals voor u, bron zijn van allergrootste angst. Met familie bedoel ik: ouders, grootouders, kinderen en kleinkinderen. Behalve één grootmoeder die zich niets van ons aantrok, waren al mijn grootouders dood bij mijn geboorte. Tijdens mijn werk als therapeut ontdekte ik tot mijn grote verrassing hoe belangrijk én betekenisvol goede grootouders voor hun kleinkinderen zijn.

“Geweld in een gezin is vaak gelinkt aan alcohol- of drugsmisbruik door één ouder of beide. Als jong meisje zag ik in mijn eigen omgeving wat alcohol aanricht. Mijn moeder dronk zich elke dag lazarus. Soms ontplofte ze dan. Op mijn 27e dronk ikzelf mijn allerlaatste glas. Ik wou niet in haar voetsporen treden.

“Het gaat trouwens niet altijd om bruut lichamelijk geweld. Soms is het ‘subtieler’ en is het geweld emotioneel. Stilte kan in handen van een ouder een vreselijk wapen zijn met een vader of moeder die twee dagen lang geen woord tegen je zegt. Of het tegengestelde: een vader of moeder die tegen je schreeuwt en je de huid vol scheldt. Of een van je ouders noemt je een idioot. Al die uitingen van misprijzen zijn zeer beschadigend.”

Bij ons maakte Hilde Van Mieghem met haar baanbrekende televisiereeksen ‘Als je eens wist’ taboes als kindermishandeling, partnergeweld en oudermishandeling bespreekbaar. In uw boek vraagt u ook aandacht voor een ander taboe: geweld tussen broers en zussen.

“Dat blijft onderbelicht en onderschat, terwijl het zeer vernietigend kan zijn voor wie er het slachtoffer van is. Geloof me, ik weet waarover ik spreek. Soms ontaardt wat eerst ‘onschuldige’ rivaliteit lijkt, in nietsontziend pestgedrag en wordt een kind door broers of zussen mentaal afgemaakt. Vaak omdat de ouders hun kinderen geen veilige omgeving garanderen.”

Wanneer besluit u om de hele familie in een therapie te betrekken?

“Ik ben al meer dan dertig jaar therapeut en elke cliënt die ooit bij mij langskwam, had het spontaan over zijn of haar familie of schoonfamilie. Het maakte niet uit of de oorspronkelijke reden van het bezoek depressie, rouw of liefdesverdriet was.”

Familie en schoonfamilie vormen potentieel twee voedingsbodems voor mentale problemen?

“Ja, maar ze hebben ook de potentie om twee krachten te zijn. Als je met iemand een nieuwe relatie begint, breng je je familie met je mee: je ouders, grootouders en misschien ook je kinderen. Dat impliceert ook al die familiale gewoontes rond verjaardagen of grote feesten zoals nieuwjaar. Maar ook de manier waarop je conflicten oplost of beslissingen neemt. Een kersvers koppel moet samen op zoek naar een compromis voor de nieuwe familie die zij zullen vormen. Veel mensen lijken dat niet eens te beseffen. Hun vertrekpunt is: ‘Ik, en mijn familie, hebben het bij het rechte eind. De andere, en zijn of haar familie, slaan de bal mis.’ Terwijl het helemaal niet gaat om wat jíj́ denkt of wil, maar om hoe je met elkaar communiceert. Natuurlijk mogen er meningsverschillen zijn, op voorwaarde dat er ook begrip is. Want op het einde van de rit moet er altijd een compromis gesloten worden. Koppels moeten leren praten, onderhandelen, ruziemaken én verzoenen. Het is nooit gezond om op het eerste gezicht banale ruzietjes op te kroppen tot die exploderen.”

De eerste familie uit uw boek is Britse upper class, met een landgoed in de stijl van Downton Abbey. Disfunctionele gezinnen komen in alle rangen en standen voor?

“Zeker. Een warm familienest heeft niets te maken met geld, sociale klasse of afkomst, maar alles met liefde, vertrouwen en voorspelbaarheid.

“De sleutelwoorden zijn altijd: liefde en veiligheid. Een kind moet zich veilig voelen. Liefde is de onderliggende emotie die ervoor zorgt dat iemand zich veilig voelt. Dat is niet soft. ‘Liefhebben’ klinkt misschien een beetje cheesy, maar is het verdorie helemaal niet.

“Het is verschrikkelijk om als kind je ouders niet te kunnen vertrouwen, zoals u meemaakte. Dan verlies je alle zelfvertrouwen én het vertrouwen in de rest van de wereld.”

Een overlever van kindermishandeling draagt dat de rest van zijn leven met zich mee?

“Als therapeut geloof ik dat verbetering mogelijk is. Maar het angstige gevoel als gevolg van een onveilige hechting is niet te herstellen. Wat wel kan, is je reactie op die angst en onrust veranderen.

“Therapie neemt niet de schade weg die uw onvoorspelbare woedende moeder bij u aanrichtte toen ze u als kind verrot sloeg. Therapie kan u wel helpen te ontdekken dat niet elk levend wezen zoals uw moeder is. Therapie kan u ook leren omgaan met stress. Het kan u helpen in het nu te leven.”

U was de beste vriendin van wijlen Lady Diana?

“We waren hartsvriendinnen. We leerden elkaar kennen toen we allebei pas getrouwd waren. Het klikte meteen tussen ons. Ik hield van haar en ik mis haar nog elke dag.”

Is de Britse koninklijke familie een voorbeeld van een disfunctionele familie?

“Daar antwoord ik liever niet op. (lacht uitbundig)”

Het gezin gold lang als de hoesteen van de samenleving. Is dat nog steeds zo?

“Ik vind van wel. Of laat ik het anders stellen: ik vind dat dat zo zou moeten zijn. Want wat is het alternatief? Veel koppels blijven vandaag minder lang samen dan hun ouders. Na een jaar of tien gaan ze uiteen en beginnen ze een nieuwe relatie. Dat is niet altijd negatief.”

U vindt niet dat ouders een scheiding zo lang mogelijk moeten proberen uitstellen omwille van de kinderen?

“De generatie van mijn ouders bulkte van de ongelukkige huwelijken. Ze maakten continu ruzie of praatten amper tegen elkaar, toch bleven ze samen. Te veel conflicten en stormen komen het welzijn van de kinderen nooit ten goede. Soms is het écht beter om uit elkaar te gaan. Alleen moet je er na de scheiding voor zorgen dat het geruzie ophoudt, omwille van de kinderen. Want als het conflict tussen twee exen blijft etteren, zijn de kinderen daar de dupe van.

“Gescheiden ouders moeten niet de beste vrienden worden, maar vinden best wel een manier om samen op een liefdevolle, vreedzame wijze voor hun kinderen te zorgen. Dan komt het goed.”

Het concept ‘gezin’ is de voorbije decennia ingrijpend veranderd.

“Zeker. Het traditionele gezin met vader, moeder en kinderen, is al lang niet meer de standaard. Vandaag zijn er duizenden eenoudergezinnen, lhbtq­gezinnen, nieuwsamengestelde gezinnen, adoptiegezinnen of gezinnen die bewust kinderloos blijven.”

De gezinnen in de samenleving zijn veranderd, maar geldt dat ook voor de mentaliteit? In uw boek beschrijft u hoe lastig het is voor het gehuwde homokoppel Devanj en Aengus, twee goedboerende veertigers in een stabiele relatie, om een kind te adopteren.

“De samenleving aanvaardt homokoppels, maar heeft het moeilijk met homokoppels met een kinderwens. De vooroordelen tegenover twee mannen die een kind adopteren, blijven overeind. Devanj en Aengus schrokken daar heel erg van; ze hadden dat niet verwacht. Ze vertelden me dat ze waren beginnen geloven dat ze in een liberaal tijdperk leven. Dat geloof moesten ze als toekomstige adoptieouders drastisch bijspijkeren. Zowat overal hoorden ze negatieve commentaren.”

U schrijft dat een traumatische gebeurtenis die wordt weggestopt in plaats van verwerkt, aan de volgende generaties wordt doorgegeven. Sterker nog: een trauma verandert de chemische lading in onze genen.

“Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog beleefde Nederland een hongerwinter. Uit diepgaand wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kinderen van vrouwen die honger hadden geleden én zwanger waren, epigenetische veranderingen hadden ondergaan. De codes van hun genen bleven gelijk, maar soms waren de functies veranderd. Die kinderen stierven eerder dan het nationale gemiddelde, hadden meer obesitas of kregen hartkwalen en waren extreem stressgevoelig.”

Dat wil zeggen dat een kind dat door zijn ouders is mishandeld, dat trauma via zijn genetisch materiaal doorgeeft aan zijn kinderen én kleinkinderen?

“Dat hoeft niet per se zo te zijn, maar het is een mogelijkheid. Als je als kind mishandeld bent of traumatische ervaringen meemaakte, ben je niet automatisch gedoemd om dat over de generaties heen door te geven. Eén van mijn cliënten uit het boek, Kati Berger, belandde als meisje van veertien in Auschwitz. Ze overleefde de gruwel, maar gaf dat trauma níet aan haar kinderen door. Veel anderen wel.

“Mensen geven trauma’s aan hun kinderen en kleinkinderen door via hun gedrag. Als je de hongerwinter van 1944 meemaakte, is je verhouding met voedsel anders. Je kunt het dan bijvoorbeeld niet verdragen dat borden niet worden leeggegeten. Of je ergert je mateloos aan mensen die achteloos met voedsel omspringen en het verspillen. Misschien eet je zelfs op een aparte manier. Je kinderen pikken vervolgens dat gedrag op. Daar komt dan die epigenetica bij: de hoge hoeveelheid cortisone in je lijf zet bepaalde genen aan en uit, wat je doorgeeft aan je nageslacht. Die veranderingen in de chemie van de genen blijft twee generaties lang doorwerken.

“Therapie kan helpen helen, maar is altijd hard werken en vaak pijnlijk. Het is geen gezellige koffieklets. Soms is het verstandig om wanneer je hoog op de ACE-vragenlijst scoort, tóch in therapie te gaan, ook al voel je je niet ellendig. Op dat moment ben je nog sterk genoeg om de confrontatie met jezelf aan te gaan. Want geloof me: het verleden haalt veel mensen met nare jeugdervaringen op een bepaald moment in. Als ze dan crashen, is therapie nóg harder werken. Hoe was dat bij u?”

Ik geloofde ook lang dat ik het veilig kon wegstoppen. Tot ik in 2004 in een zware depressie belandde. Een psychiater en mijn huisgenoten hebben me toen gered.

“Weet u of uw gewelddadige moeder getraumatiseerd was?”

Haar vader maakte halverwege de jaren veertig een einde aan zijn leven. Hij liet een weduwe met vier jonge kinderen achter. Ik herinner me mijn grootmoeder als een harde tante.

“Het is goed dat u dat trauma hebt aangepakt. Want als u dat niet had gedaan, kwam het misschien boven water bij één van uw kinderen. Ze kennen uw verhaal? Dan weten ze dat u al die ellende recht in de ogen hebt gekeken. U kreeg inzicht in het verhaal van uw moeder. Dat neemt de pijn niet weg van wat ze u aandeed, maar u weet tenminste waar het vandaan komt.”

Mijn moeder leeft nog. Ik verbrak bewust alle contact met haar.

“Zoals Archie in mijn boek. Soms is er geen andere keuze, hoe hard dat ook klinkt. Uw verhaal is dat van veel mensen. Familiaal geweld is meer alomtegenwoordig dan we willen geloven. Met ouders of broers en zussen breken, doet niemand lichtzinnig. Dat blijft altijd knagen.

“Door de giftige relatie met uw moeder te verbreken, verbrak u ook de relatie met de liefhebbende moeder waar u van droomde. U vraagt zich wellicht af wat er met u zal gebeuren als ze sterft. Het rouwproces over de moeder die u had, ligt achter u. U rouwt nu om de moeder die u had gewenst. Na haar dood wordt die rouw intenser. U weet heel goed dat de kans nihil is dat ze ooit een liefhebbende moeder wordt. Ze liet alle kansen liggen. Toch zal u na haar dood rouwen over die droom die nooit werkelijkheid werd.”

Het lijkt wel alsof ik nu bij u in therapie ben.

“O nee, helemaal niet. Als ervaringsdeskundige voelt u exact wat ik bedoel. Schrijf dit maar allemaal op.”

Julia Samuel, Elke familie heeft een verhaal, Balans, 352 blzn, 23,99 euro

Bio

Julia Samuel

  • geboren in 1959
  • begon 30 jaar geleden te werken als rouwconsulent in Londen
  • oprichter van de ngo Child Bereavement UK, rouwbijstand voor ouders die een kind verliezen
  • runt een succesvolle therapeutische praktijk in Londen
  • schreef de bestsellers Rouwwerk en Keerpunt

© Jan Stevens

‘Het is moeilijk te aanvaarden dat ons onderzoek naar ALS zomaar is stopgezet’

Kankeronderzoeker Peter Carmeliet (62) trad toe tot de American Academy of Arts & Sciences, waartoe ook Einstein en Darwin behoren. Onlangs spelde de Vlaamse regering hem het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ op. Big Pharma zette intussen zijn baanbrekend onderzoek naar de spierziekte ALS bij het grofvuil. “Dat is één van mijn grootste frustraties.”

Op maandag 11 juli, de Vlaamse feestdag, kreeg biomedisch wetenschapper Peter Carmeliet het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ uitgereikt door Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). Met die onderscheiding wil de Vlaamse regering ‘bijzonder verdienstelijke’ mensen eren die ‘door hun individuele uitzonderlijke talenten bijdragen aan het positieve imago van Vlaanderen’. Andere laureaten dit jaar waren paralympiër Michèle George, chef Seppe Nobels en zanger Will Tura.

Een maand eerder werd Peter Carmeliet in Boston gelauwerd als lid van de American Academy of Arts and Sciences (AAAS). In 2021 al nam die prestigieuze instelling hem op, maar door de coronapandemie was de huldiging uitgesteld. Sinds haar ontstaan in 1780 telt de AAAS 13.500 leden, waaronder Albert Einstein, Charles Darwin, Picasso en Martin Luther King. 22 Belgen haalden net als Peter Carmeliet de ledenlijst. “Ik was van mijn verkiezing danig onder de indruk”, bekent hij. “Ik zette mijn handtekening in het ledenboek en zag dat Al Gore me was voorgegaan. Dat was even slikken. Ik krijg regelmatig mails van ‘academies’ met allerlei voorstellen in ruil voor geld. Toen er een mail van de American Academy of Arts and Sciences in mijn postbus belandde, dacht ik eerst dat het alweer spam was. Voor alle zekerheid stuurde ik dat bericht door naar mijn vrouw. Zij reageerde: ‘Zeg Peter, weet je wel wat die AAAS is?’ Pas toen drong het tot me door.”

Professor Carmeliet leidt aan de KU Leuven onder de vleugels van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) het ‘Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism’. Samen met vijftig wetenschappers en studenten van over de hele wereld voert hij onderzoek naar angiogenese, of de vorming van bloedvaten. Hij staat mee aan de wieg van de ontwikkeling van geneesmiddelen die kanker vertragen.

Bij het interview schuiven Carmeliets naaste medewerkers Katie Van Geyte en Luc Schoonjans aan. Zo wil hij hen mee in de bloemen zetten. “Want zonder Luc zou er van een labo geen sprake zijn”, zegt hij. “Hij lost àlle problemen op. En zonder Katie was het lab al lang failliet”, voegt hij er lachend aan toe. “Ik doctoreerde bij Peter en bleef hangen”, vult Katie Van Geyte aan. “Ik help de onderzoekers bij beursaanvragen, zoek financieringsbronnen en dien projectaanvragen in. Ik neem zoveel mogelijk administratieve beslommeringen over zodat Peter zich volledig op de wetenschap kan concentreren.”

In 2017 interviewde ik Peter Carmeliet voor het eerst, als één van de door het weekblad Humo genomineerde 50 invloedrijkste Belgen ter wereld. Hij had het toen over zijn veelbelovende onderzoek naar de spierziekte ALS. Bij toeval ontdekte hij dat het eiwit VEGF, ‘Vasculaire Endotheliale GroeiFactor’, bescherming bood bij de aftakeling van zenuwen. Hij vertelde over de hartverscheurende mails die hij kreeg van ALS-patiënten van over de hele wereld. Hij moest ze allemaal teleurstellen. “Na onze studie duurt het nog minstens tien tot vijftien jaar voor er een medicament op de markt komt”, zei hij toen. “ALS-patiënten leven na de diagnose gemiddeld drie tot vijf jaar. Wie nu het verdict krijgt, weet dat een mogelijk medicijn niet meer voor hem zal zijn.”

Hoe staat het vandaag met uw onderzoek naar ALS?

Peter Carmeliet: “Dat groeide uit tot één van mijn grote frustraties. De positieve testresultaten waren redelijk veelbelovend. Van een klein biotechbedrijf verhuisde het vervolgens naar een grote farmaonderneming. Op een bepaald moment werden er problemen gemeld met de pomp die VEGF moest toedienen. Waarna ze besloten er de stekker uit te trekken. Als je als onderzoeker vervolgens niemand vindt die zo’n project wil overnemen, houdt het op. Veel collega’s uit onze onderzoeksgroep waren zeer blij dat ze aan een middel werkten dat misschien iets kon betekenen voor ALS-patiënten. Het is moeilijk te aanvaarden dat het zomaar is stopgezet.”

Katie van Geyte: “Er kwam vandaag nog een mail van iemand met ALS binnen. Hij had artikels over Peters onderzoek gevonden en vroeg hulp.”

Carmeliet: “Na ons onderzoek toonden veel studies onafhankelijk van elkaar aan dat het eiwit VEGF beschermend is voor zenuwcellen. Hét probleem bij ALS is dat de zenuwcellen progressief afsterven. Van zodra dat proces op gang komt, is het niet meer te keren. Een doodzieke zenuwcel kun je niet terug tot leven wekken. Wat wel kan, is het proces stoppen of vertragen. Wij stelden het positieve effect van VEGF als eersten vast, gevolgd door vele anderen.

“VEGF zou niet alleen bij ALS ingeschakeld kunnen worden, maar ook bij Parkinson, Alzheimer, multiple sclerose en andere neurodegeneratieve ziekten. Ik haalde werkelijk alles uit de kast om het onderzoek naar een goed bruikbaar middel te redden. Het grote probleem met klinische testen is dat ze handenvol geld kosten. Academische instellingen zoals het VIB kunnen zoiets gewoon niet betalen. Want het gaat over tientallen tot honderden miljoenen euro’s.”

De invloed van VEGF op ALS kwam u op het spoor tijdens uw onderzoek naar de werking van bloedvaten bij kanker. Vanwaar die link tussen bloedvaten en kankercellen?

Carmeliet: “Kanker is een snelgroeiend, kwaadaardig weefsel en heeft daarom veel zuurstof en suikers nodig. Bloedvaten voeren dat voedsel aan. Daarom stimuleert een kankergezwel de vorming van zoveel mogelijk bloedvaten in zijn buurt. De bloedvaten rond een tumor zijn zeer abnormaal: ze functioneren niet goed en hebben grillige vormen. Zo vormen ze ook de ideale weg voor kankercellen om te metastaseren, om uit te zaaien naar andere plekken in het lichaam.

“De bedoeling van ons kankeronderzoek is om dat proces van angiogenese rond kankers ofwel te stoppen, ofwel om de bloedvaten terug normaler te maken en zo het uitzaaien aan banden te leggen. Want het gros van de kankerpatiënten overlijdt door de gevolgen van metastase.”

Leverde uw kankeronderzoek intussen ook medicijnen op?

Carmeliet: “Therapieën zitten op dit moment in de testfase bij een biotechbedrijf, in ons geval was dat eerst ThromboGenics, gevolgd door Oncurious. De testen zijn veelbelovend. Zo bracht een fase 1-studie het effect van een antilichaam in kaart bij uitbehandelde patiëntjes met medulloblastoom, een zeldzame dodelijke hersentumor, die vooral bij kinderen voorkomt. De bedoeling was om te onderzoeken of dat antilichaam veilig is. Elf patiëntjes namen deel aan de test. Bij zeven kinderen stabiliseerde de ziekte; bij vier zelfs voor meer dan honderd dagen. Nog voor de studie begon, stelden oncologen van Harvard: ‘Als we bij één patiënt een klein effect bespeuren, is de test geslaagd.’ Die fase 1-studie was dus een groot succes, alleen moet ik erbij zeggen dat het leven van die kindjes er niet door gered is. Antilichamen verwijderen de kanker niet, maar stabiliseren wel de progressie. Het grote voordeel van antilichamentherapie is dat ze in tegenstelling tot radiotherapie veilig is. Want bij radiotherapie sterven de zenuwcellen af, waardoor het IQ van een patiëntje jaarlijks met 1 tot 10 procent afneemt. Dat is echt onaanvaardbaar en daarom is het belangrijk dat er iets veiligs in de plaats komt. We hopen nu dat er klinische studies in eerste lijn volgen, bij nog niet uitbehandelde patiëntjes.We willen het effect van het middel kennen wanneer we het in een vroeger stadium van de ziekte toedienen.”

U werd net door de Vlaamse regering geëerd. Tezelfdertijd mag u na uw 65e hier niet blijven verder werken, terwijl u dat graag zou willen. Is dat niet wrang?

Carmeliet: “Dat zijn nu eenmaal de regels van de KU Leuven. Aan andere Belgische universiteiten gelden dan weer andere regels; zo kon Christine Van Broeckhoven na haar emeritaat aan de UAntwerpen wél een paar jaar langer blijven werken. Met een zogenaamde ‘speciale leeropdracht’ zou ik hier ook nog langer aan de slag kunnen blijven. Alleen mag ik dan niet langer mijn eigen labo runnen of budgetten beheren. Ik zou dan mentor van een jongere collega zijn, wat toch niet hetzelfde is als mijn huidige positie.”

Daarom bent u nu een nieuw labo aan het bouwen aan de universiteit van Aarhus in Denemarken?

Carmeliet: “In Denemarken is er geen leeftijdslimiet voor academici. De KU Leuven vindt mijn overstap geen probleem en hielp zelfs zoeken naar een nieuwe plek. Katie en Luc helpen ook bij de opstart in Aarhus.”

Luc Schoonjans: “De laboratoria in Aarhus en Leuven zijn exacte kopieën van elkaar, ‘twin labs’. In beide laboratoria wordt hetzelfde soort onderzoek verricht, waardoor ze van elkaars werk profiteren én sneller vooruitgang boeken.”

De KU Leuven wou geen precedent scheppen door Peter Carmeliet ook na zijn emeritaat in dienst te houden?

Carmeliet: “Nee, al was er nog een mogelijkheid om hier met een ERC-grant verder te werken.”

ERC-grants zijn omvangrijke beurzen die via jury’s door de Europese Onderzoeksraad toegekend worden aan ‘excellente onderzoeksprojecten door excellente wetenschappers’?

Carmeliet: “Precies. Van zodra je als wetenschapper een ERC-grant krijgt, is de instelling waarvoor je werkt, verplicht je aan boord te houden. Veronderstel dat ik als gepensioneerd wetenschapper nog een ERC-grant binnenhaal, dan wordt mijn lab in dit gebouw niet langer gefinancierd door de KU Leuven, maar integraal door die Europese beurs. Nu werken we onder de koepel van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Net als veel andere labo’s aan alle Vlaamse universiteiten, krijgen ook wij jaarlijks een dotatie van dat VIB. Op mijn 65e stopt die dotatie ook, al mag ik van het VIB wél blijven verderwerken, zelfs zonder ERC-grant. Enige voorwaarde: ik moet zelf voor het geld zorgen.”

Een topwetenschapper zoals u is dus continu bezig met zoektochten naar geld om zijn eigen onderzoek te financieren?

Carmeliet: “Dat is zo, al zorgt de jaarlijkse dotatie van het VIB nu tijdelijk voor wat financiële rust. Maar de drempel voor toetreding tot die instelling, ligt hoog.”

Verhuist u binnen drie jaar naar Denemarken?

Carmeliet: “Ik blijf hier wonen. Vlaanderen is nog zo slecht niet om te leven. (lacht) Het labo in Leuven verdwijnt vermoedelijk ook niet volledig.”

In uw labo voert u proeven op muizen uit. Dat is een noodzakelijk kwaad?

Carmeliet: “We ‘maken’ transgene muizen: we schakelen dan een bepaald gen uit of brengen er subtiele veranderingen in aan. Zo bootsen we na wat er bij kankerpatiënten gebeurt en onderzoeken we wat er misloopt. We willen dierproeven tot een minimum beperken en plegen daar regelmatig overleg met de universiteit en het VIB over. Soms is er geen alternatief mogelijk.”

Van Geyte: “Bij beursaanvragen moeten dierproeven altijd uitvoerig verantwoord worden, met een nauwgezette berekening en een ethische motivatie.”

Carmeliet: “Onze derde ‘advanced ERC-grant’ krijgen we nu voor een project waarbij we voor het eerst artificiële intelligentie (AI) bij ons onderzoek inzetten. Eén van de resultaten is dat we véél minder muizen zullen moeten gebruiken.”

Van Geyte: “Peter haalde de voorbije jaren drie ‘advanced ERC-grants’ binnen; dat is echt zéér uitzonderlijk. Want bij een derde ‘advanced ERC-grant’ moet de tienkoppige jury het er unaniem over eens zijn dat je die beurs verdient.”

Carmeliet: “Met onze derde ERC-grant hopen we het onderzoek naar zogenaamde ‘mystery genes’ nieuw leven in te blazen. In 2003 werd het menselijke genoom ontrafeld. Sindsdien weten we dat het uit 20.000 genen bestaat. Die eerste jaren werden veel genen nauwkeurig onderzocht, in de hoop dat er nieuwe functies aan het licht zouden komen zodat de geneeskunde stappen vooruit kon zetten. Na verloop van tijd verwaterde dat onderzoek.

“Van ongeveer 6000 genen, één derde, weten we nog steeds zo goed als niets. Ze worden zeer toepasselijk ‘mystery genes’ genoemd. Als we zo’n gen willen bestuderen, is er geen andere keuze dan een transgene muis maken waarin we dat gen kunnen de-activeren, de ‘knock-outmuis’. Bij kankerstudies duurt het maken van een knock-outmuis drie tot vijf jaar. Kostprijs: 50.000 euro. Omdat heel die voorbereiding duur, tijdrovend en te risicovol is, wordt er amper nog onderzoek naar mystery genes gevoerd.”

Zo blijft een potentiële goudmijn aan nieuwe therapieën en medicijnen onontgonnen?

Carmeliet: “Ja. Daarom gingen wij op zoek naar slimme hulpmiddelen om die genen sneller onder de loep te kunnen nemen. Ik kreeg het idee om met AI te werken, alleen wist ik niet hoe daaraan te beginnen. Een voormalig doctoraatsstudent toonde me de weg. We schakelden freelancers in die samen met ons een geschikte tool bouwden. Wij gebruiken nu ‘machine learning’ om de functie van de mystery genes te voorspellen. Daar komt bij dat we een nieuwe technologie ontwikkelden die het mogelijk maakt om in enkele dagen tijd voor een paar honderd euro een knock-outmuis te maken.

“Een ernstig probleem met het huidig medisch onderzoek is dat er een groot zwart gat is, de zogenaamde ‘valley of death’. De samenleving investeert handenvol geld in academisch onderzoek, waarvan de resultaten gepubliceerd worden in uitstekende wetenschappelijke tijdschriften. Vervolgens gebeurt daar vaak zeer weinig mee. De farma-industrie vindt het te riskant om er dan al in te investeren: ‘Toon eerst maar eens aan dat je met een antilichaam hetzelfde effect hebt bij een proefdier als bij een knock-outmuis. Publiceer daarover; dan praten we verder.’ Dat is problematisch, want wetenschappelijke onderzoekers moeten de resultaten van zelf gefancierd onderzoek omwille van intellectuele eigendomsredenen soms even geheimhouden en kunnen dan gewoonweg níet publiceren. Zo kwijnt er in die valley of death veel beloftevol onderzoek weg.”

Het klopt dus dat ‘Big Pharma’ te veel macht heeft?

Carmeliet: “Ze heeft geen macht over ons.”

Maar als zij niet geïnteresseerd is, gebeurt er zo goed als niets?

Carmeliet: “Als Big Pharma niet overtuigd is van wat er aan onderzoeksmateriaal op tafel ligt, investeert ze geen 100 miljoen euro in een nieuw te ontwikkelen product. Ik kan ook best begrijpen dat farmabedrijven sommige risico’s niet durven nemen, hoor. Het VIB probeert die ‘valley of death’ gedeeltelijk te overbruggen met haar Discovery Sciences Team. Al is dat een druppel op een gloeiende plaat. Geen enkele academische instelling heeft daar voldoende middelen voor. Eigenlijk zou daar een maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden: is het nog verantwoord dat de samenleving zoveel geld in wetenschappelijk onderzoek investeert als amper 1 procent een geneesmiddel oplevert? De balans zou meer in evenwicht moeten komen, zodat de ‘valley of death’ overbrugd raakt én er meer medicijnen worden ontwikkeld.”

Levert uw AI-project resultaten op?

Carmeliet: “Dankzij die AI konden we in minder dan één jaar 30 mystery genes onderzoeken. Een groot deel lijkt positieve resultaten op te leveren voor remmen van tumorgroei, wat voor ons heel interessant is.”

Schoonjans: “In de dertig jaar ervoor onderzochten we in totaal ongeveer 20 genen. Dankzij ons nieuwe machine learning-programma komen we meteen in een sterke stroomversnelling terecht.”

Van Geyte: “Eén vinding is zo interessant dat het VIB bekijkt om ze te patenteren.”

Carmeliet: “In ons nieuwe project zit dus zeer veel muziek.”

Bio

  • Geboren op 8 december 1959 in Leuven
  • hoogleraar geneeskunde (KU Leuven)
  • hoofd van het Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism (VIB/KU Leuven)
  • verricht baanbrekend onderzoek naar bloedvatvorming
  • voor zijn onderzoekswerk onderscheiden met prestigieuze prijzen zoals de Francquiprijs (2002), Inbev-Baillet Latour Gezondheidsprijs (2005), Ernst Jung-Preis für Medizin (2010), FWO-Excellentieprijs (2010), Heinekenprijs voor geneeskunde (2018)
  • kreeg in 2015 de titel van baron
  • werd op 10 juni 2022 officieel geïnstalleerd als lid van de AAAS
  • kreeg op 11 juli het Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap

© Jan Stevens

‘Optimisten leven langer’

In Leeftijd is meer dan een getal geeft de Ierse geriater Rose Anne Kenny wetenschappelijk verantwoorde tips over hoe we gezond minstens honderd kunnen worden. “Drink met je buren dagelijks een paar glazen rode wijn en tap moppen samen.”

De Ierse geriater Rose Anne Kenny raakte als arts-in-opleiding gefascineerd door veroudering. “In 1800 was onze levensverwachting veertig jaar; vandaag is die meer dan verdubbeld tot vijfentachtig”, zegt ze. “In het begin van mijn carrière was een eeuweling een uitzondering. Wanneer het ziekenhuis een patiënt van honderd of ouder binnenkreeg, wilden we allemaal die zeldzaamheid zien. Vandaag is een honderdjarige patiënt heel normaal.”

Rose Anne Kenny is professor geriatrie aan het Trinity College Dublin en diensthoofd in het universitair ziekenhuis St. James’s Hospital Dublin. “Geriatrie is holistischer dan de meeste andere medische specialisaties of disciplines”, vindt ze. “Het verouderingsproces gaat de hele mens aan en is niet enkel een kwestie van hart, longen, hersenen, spieren of bloedvaten. Als geriater werk ik continu samen met zowat alle disciplines.”

Sinds 2009 leidt Kenny de Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA), een langlopend onderzoek naar veroudering in de Ierse samenleving. “We volgen 9000 volwassenen van vijftig jaar en ouder. Ons onderzoek leverde meer dan 400 wetenschappelijke publicaties op en omvat alle aspecten van veroudering: van voeding, over beweging en gezondheid tot genetische aanleg.”

De resultaten van TILDA vormen samen met andere onderzoeken naar veroudering de basis voor haar boek Leeftijd is meer dan een getal. “Ik wil benadrukken dat ik me enkel op wetenschappelijk onderbouwde kennis baseer”, zegt ze. “Want over gezond verouderen circuleert er nogal wat nepnieuws.”

U bent als arts gespecialiseerd in veroudering, terwijl veroudering geen ziekte is. Het overkomt ons allemaal.

Rose Anne Kenny: “Dat is heel juist. Het is geen ziekte die genezen kan worden, al zijn we intussen wel in het stadium aanbeland waarin we het verouderingsproces kunnen vertragen. Hoe vroeger je je levensstijl aanpast, hoe ouder je kunt worden. Maar een medicijn voor de behandeling van veroudering is er niet. Daar komt bij dat het hele verouderingsproces al heel vroeg begint.”

Rond welke leeftijd?

“Het start al wanneer we nog in de baarmoeder zitten. Onderzoekers Daniel Belsky en Terrie Moffitt voeren in het Nieuw-Zeelandse Dunedin een interessant onderzoek naar het biologische proces van veroudering. Duizend deelnemers, geboren tussen april 1972 en maart 1973, worden sinds hun geboorte regelmatig aan uitgebreide testen onderworpen. Op hun 26e, 32e en 38e levensjaar werd een totale stand van zaken van hun gezondheid in kaart gebracht. Ook hun biologische leeftijd werd bepaald aan de hand van het ritme van hun inwendige biologische klokken. Sommige achtendertigjarigen bleken de biologische leeftijd van een achtentwintigjarige te hebben, anderen die van een achtenveertigjarige.”

Hoe oud bent u?

“Dat hang ik niet aan uw neus. (lacht) Ik hecht geen enkel belang aan mijn chronologische leeftijd; alleen mijn biologische leeftijd telt en die is 55. Ik gebruik zelfs niet meer de chronologische leeftijd van mijn patiënten. Ik vraag die ook nooit.”

‘Biologische leeftijd’ is niet hetzelfde als de fitnessleeftijd die je sporthorloge je toeschrijft?

“Nee, maar die fitnessleeftijd kan wel een richtlijn zijn om te weten of je goed bezig bent. Als je sporthorloge je een leeftijd van 45 toekent terwijl je in werkelijkheid 60 bent, is dat uitstekend nieuws. Zeker als je dat dan zelf óók begint te geloven. Want onderschat de kracht van optimisme en positiviteit niet. Optimististen leven langer. Alleen is het niet eenvoudig om je van nature pessimistische ingesteldheid in te ruilen voor een optimistische. Wat wel voor iedereen haalbaar is, is mijn ‘vuistregel’: je bent zo jong als je jezelf voelt.”

Maken kleinkinderen met hoogbejaarde grootouders meer kans op een gezegende leeftijd dankzij hun ‘sterke genen’?

“De rol van ons genetisch materiaal in ons verouderingsproces wordt overschat. Het aandeel van de genen bedraagt slechts 20 tot 30 procent. Veel belangrijker zijn de negatieve ervaringen die je in de loop van je leven hebt en de sporen die zij op je genen nalaten. De wetenschap ontdekte dat negatieve invloeden zogenaamd epigenitische veranderingen kunnen aanbrengen in je genen. De functie van een gen wordt dan anders, zonder dat de code wijzigt.

“Uitgesproken negatieve ervaringen in de kindertijd, zoals kindermishandeling, alcoholisme van de ouders of armoede in het gezin, laten sporen op de genen na en leiden op volwassen leeftijd vaak tot gezondheidsproblemen. Overlevers van kindermishandeling lopen meer risico op hart- en vaatziekten of worstelen met mentale problemen.

“Interessant ‘onderzoeksmateriaal’ zijn dan de mensen die ondanks zware tegenslagen tóch een gezegende leeftijd bereiken. Hoe komt het dat de functie van sommige van hun genen níet veranderde? Wat maakt hen veerkrachtig? Het Dunedin-onderzoek levert daar een interessant inzicht over. Want niet alle achtendertigjarigen die ooit met depressie worstelden, bleken biologisch tien jaar ouder te zijn dan hun chronologische leeftijd. Wat vooral bij hen opviel, was hun optimistische ingesteldheid.”

‘Optimisme’ volstaat toch niet om zware trauma’s uit het verleden te tackelen?

“Dat is zo, al geeft het je wel voorsprong. Als individu hebben we zelf een aantal middelen in handen om ons verouderingsproces te vertragen. Dan gaat het over voor de hand liggende zaken zoals een gezondere levensstijl met meer bewegen, minder stress en een evenwichtig dieet. Maar ook de samenleving draagt verantwoordelijkheid. Want hoe beter ons onderwijs, hoe langer onze levensverwachting. Slecht onderwijs, gebrekkige gezondheidszorg én negatieve ervaringen in de kindertijd zijn bijna altijd gelinkt aan een lagere sociale status.

“Uit àl onze onderzoeken komt de ontzettend grote rol van onderwijs naar boven. Een lang en relatief gelukkig leven start bij fatsoenlijk onderwijs. Een samenleving die degelijk, kwalitatief onderwijs ondersteunt en aanbiedt, geeft kinderen meer kansen op een beter bestaan.

“St. James’s Hospital is het grootste openbaar universitair ziekenhuis van Ierland en tezelfdertijd ook het grootste academische opleidingscentrum voor artsen en zorgverleners. Het ligt in de South Inner City van Dublin, een van onze sociaal meest achtergestelde gebieden. Amper 6 procent van alle kinderen uit die wijk komt in het hoger onderwijs terecht. In de nette Dublinse buurt waar ik woon, haalt 96 % van alle kinderen een universitair of hogeschooldiploma. Dat vreselijke onevenwicht moet dringend weggewerkt worden.”

Wie gezond oud wil worden, let ook best goed op zijn voeding?

“Zeker. Het doorsnee Ierse vette, suiker- en zoutrijke dieet is een heuse ramp voor de hartaanval-, kanker- en diabetesstatistieken. Geraffineerd of bewerkt voedsel en zout zijn te mijden als de pest. Het wetenschappelijke bewijs neigt naar een plantaardig dieet voor wie gezond stokoud wil worden. Vegetariërs zijn dus op het goede pad, zeker wanneer ze de nadruk op bonen en linzen leggen.”

Bent u vegetariër?

“Nee. (lacht) Ik vind kip en vis veel te lekker, maar eet nooit rood vlees. Veel wetenschappelijk onderzoek zet vraagtekens bij de consumptie van rund, varken en lam. Maar de rood vleeslobby is machtig en voert stevig oppositie. Toch is het tot nu verzamelde bewijs overweldigend genoeg om te concluderen: vermijd rood vlees. Eet vooral vis en groenten. Nog beter is het om integraal over te schakelen naar het mediterraan dieet dat gebaseerd is op het traditionele voedingspatroon zoals dat tot dertig jaar geleden in Italië, Griekenland en Spanje de standaard was.

“Een recent wetenschappelijk artikel bundelt de onderzoeksresultaten naar de voedingsgewoonten van 13 miljoen mensen. Het mediterrane dieet komt er als grote overwinnaar uit. Het vermindert overduidelijk het risico op voortijdig overlijden als gevolg van sommige kankers, hart- en vaatziekten, dementie en suikerziekte. Het mediterraan dieet legt de nadruk op groenten en fruit, maar ook op noten, zaden, peulvruchten, vis, gevogelte en liters extra vergine olijfolie.”

Op aarde zijn er vijf regio’s waar mensen meer dan gemiddeld ouder dan honderd worden: het Italiaanse Sardinië, het Japanse Okinawa, Loma Linda in Californië, het Costa-Ricaanse Nicoya en het Griekse Ikaria. In die zogenaamde ‘blauwe zones’ leven mensen niet alleen langer, maar hebben ze ook een betere conditie en worden ze minder snel ziek. Ideaal terrein voor onderzoekers naar veroudering zoals u?

“Die blauwe zones zijn goudmijnen. Ze nuttigen daar allemaal varianten op het mediterraanse dieet. De eeuwelingen worden er níet geplaagd door chronische ziekten. Veel onderzoek naar ‘succesvol verouderen’ is gebaseerd op bevindingen uit die blauwe zones. Zo is overmatige stress er zo goed als taboe. Te veel en te lange blootstelling aan stress is dodelijk voor wie gezond oud wil worden. Want dan riskeer je een hartaanval of kanker. U en ik hebben als journalist en dokter een creatief beroep. Dat is een groot pluspunt. Maar een groot nadeel is dat we allebei flink wat stress te verwerken krijgen. Daar moeten we alert voor zijn.”

Waarom heten die regio’s ‘blauwe zones’?

“Uw landgenoot, de sociaal-bioloog Michel Poulain raakte begin deze eeuw gefascineerd door een provincie in Sardinië met opvallend veel honderdjarigen. Hij omcirkelde ze op een landkaart met een dikke blauwe stift. Samen met de Amerikaanse journalist Dan Buettner ging hij op zoek naar gelijkaardige plekken op de wereld. Met behulp van de statistieken konden ze bepalen welke regio’s de hoogste concentraties honderdjarigen telden. Telkens omcirkelden ze die op de wereldkaart in het blauw. Zo bleven uiteindelijk die vijf gebieden over die nu algemeen bekend zijn als de ‘blauwe zones’.

“Vervolgens gingen wetenschappers op zoek naar verklaringen voor de overvloed aan kerngezonde oudjes in die regio’s op verschillende continenten. Alle blauwe zones liggen op hoogte, vlakbij de zee. Ze hebben allemaal een hecht sociaal weefsel, over generaties heen. Vrienden en buren komen er continu bij elkaar over de vloer. Fysieke activiteit is er deel van de dagelijkse routine. Dan heb ik het niet over joggen of fitness, maar over gewone dingen zoals wandelen, schoonmaken of tuinieren.”

Wij leiden een voornamelijk zittend leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving. Met af en toe fitness na kantooruren. We hebben nog flink wat werk aan de winkel als we ook gezond stokoud willen worden?

“Zonder twijfel. Een goed begin is alvast om beweging deel te laten worden van ons dagelijks bestaan. Ikzelf heb een stabureau, want te lang zitten is een ramp voor het lichaam. Natuurlijk kunnen we niet allemaal naar zee verhuizen of op een berg gaan wonen, maar we kunnen wel allemaal werken aan de sociale cohesie in onze samenleving. Iedereen kan investeren in kwaliteitsvolle vriendschappen. Dat is dringend nodig, want eenzaamheid groeide in het Westen uit tot een epidemie. Wat is er mis mee om elke dag met je buren een glas rode wijn te drinken en moppen te tappen?”

Want rode wijn is goed voor wie gezond oud wil worden?

“Alle blauwe zones hebben ontstressingsrituelen, want ook al hebben ze er een hekel stress, helemaal te vermijden is dat nooit. In Sardinië ontstressen ze door elke namiddag samen met vrienden een paar glazen rode wijn te drinken. De laatste keer dat ik dit in een interview verkondigde, stond mijn telefoon roodgloeiend: ‘Als dokter mag u mensen niet tot het drinken van alcohol aanzetten!’ Terwijl ik enkel de feiten meedeel: in Sardinië drinken ze elke dag in gezelschap rode wijn en worden ze gezond meer dan honderd. Dat geldt ook voor het Griekse eiland Ikaria. Dus twijfel ik er niet aan: dagelijks gezellig samenzijn en gedeelde vrolijkheid doen de negatieve effecten van alcohol teniet.”

Rose Anne Kenny, Leeftijd is meer dan een getal, Volt, 352 blzn., 22,50 euro

Bio

  • Biologische leeftijd 55
  • Professor geriatrie aan Trinity College, de universiteit van Dublin
  • Diensthoofd geriatrie in het academisch ziekenhuis St. James’s Hospital
  • Onderzoekshoofd Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA)
  • Geldt in Ierland als dé nationale expert in veroudering

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: