‘Hij wilde witter dan de witten zijn’

Eva Kamanda (31) ging samen met haar vriend Kristof Bohez op zoek naar het ‘verzwegen leven’ van haar Congolese overgrootvader François Kamanda. Ze rolde van de ene verrassing in de andere. “Zo ontdekten we dat tijdens WO II Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Toen Eva Kamanda’s lief Kristof Bohez voor het eerst in haar ouderlijk huis kwam, viel hem de trouwfoto op van Eva’s overgrootouders François Kamanda en Lucienne Berger. Ze poseren op de trappen van het gemeentehuis van Etterbeek in 1942.

“Ik heb nooit anders geweten dan dat die foto daar hangt”, zegt Eva. “Voor mij was dat beeld vanzelfsprekend. Maar Kristof vroeg: ‘Een zwarte man die met een witte vrouw huwt, dat was in die tijd toch zeer uitzonderlijk?’ Kristof is journalist bij Het Nieuwsblad. Hij wordt gedreven door nieuwsgierigheid en stelt voortdurend dat soort vragen.”

Maar ook Eva begon zich steeds meer vragen te stellen, over haar afkomst. “Enkele jaren geleden bezocht ik daarom Congolese familieleden in de VS en Canada.”

Eva en Kristof trokken verder op onderzoek. “Ik mailde het AfricaMuseum in Tervuren: ‘We zijn op zoek naar het verhaal van mijn overgrootvader François Kamanda. We horen het graag als jullie ons daar op een of andere manier mee kunnen helpen.’ Het antwoord kwam snel: ‘We vonden een schilderij in onze collectie met de beeltenis en naam van uw overgrootvader. Het is geschilderd door de Brusselse kunstenaar Henri Logelain en ligt in een van onze kelders.’ Wow, ik gaf één aanzet en plots was er dat schilderij in het AfricaMuseum. Onze zoektocht naar het leven van François Kamanda schoot zo pas echt uit de startblokken.”

In hun intrigerende boek Een verzwegen leven schetsen Eva Kamanda en Kristof Bohez de Belgische verborgen geschiedenis van de Congolees François Kamanda.

Eva Kamanda: “Een vriendin zei: ‘O, jullie zijn samen een boek aan het schrijven.’ Ze vond dat superromantisch. ‘Sigaretten roken in bed en samen wat filosoferen.’ Vergeet het, een boek schrijven is keihard werken.”

Was de zoektocht naar uw overgrootvader François ook een zoektocht naar uzelf?

“Ja, al was ik mezelf niet kwijt. Ik zat niet in een identiteitscrisis, maar ik wou graag weten waar ik vandaan kom. Voor mij werd het al snel een emotionele zoektocht, terwijl Kristof rustig en rationeel bleef. Hij kon er uiteraard met meer afstand naar kijken.

“Op een bepaald moment blokkeerde ik. Dat was best heftig. Ik had het even moeilijk om mezelf op te laden om verder te zoeken.”

U ging over uw overgrootvader praten met zijn dochter, uw grootmoeder.

“Mijn oma, mamy Annie, en haar jongste zus Francine hebben ook emotioneel enorm veel geïnvesteerd in ons project. Hun middelste zus Jacqueline stierf in 2014 door een hersenbloeding. Annie en Francine wisten eigenlijk heel weinig over hun vader.”

Wat toch bizar is?

“Ja en nee. ‘In die tijd stelde je als kind geen vragen aan je ouders’, vertelden ze ons. Mijn oma wordt volgend jaar tachtig. Als klein meisje moest ze aan tafel zitten en zwijgen.

“Annie en Francine lieten namen vallen van vrienden en bekenden van François. Eveneens in Brussel verblijvende Congolezen die ze als kind nog gekend hadden en die net als overgrootvader lid waren van de Union Congolaise de Belgique. De Union werd al in 1919 opgericht door onder andere Congolezen die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevochten aan de IJzer. Mijn oma vertelde dat François regelmatig naar de bijeenkomsten van de Union ging.”

Jullie zochten de nazaten van de vrienden van François Kamanda op?

“Het was niet makkelijk om die mensen te traceren. Tachtigers en negentigers hebben meestal geen Instagramaccount. We doken ook in de archieven; we klopten onder andere aan bij de afdeling Vreemdelingenpolitie van het Rijksarchief.

“François Kamanda leefde als Congolees in een wit land en praatte niet over zijn zwart verleden. Oma zei dat hij witter dan de witten wou zijn. Dat was zo in hem gepompt door zijn koloniale baas. François kleedde zich ook altijd piekfijn met een stropdas en een kostuumjasje. In zijn haar lag een zijscheiding. Ik vind dat schoon, want hij had zich bijgeschoold tot kapper.”

Hoe kwam François Kamanda in België terecht?

“Op vrijdag 17 januari 1930 kwam hij met de stoomboot Léopoldville in Antwerpen aan. Zijn koloniale baas, magistraat Henri De Raeck, had een paar maanden verlof en nam hem mee vanuit Boma. François keerde nooit meer terug naar zijn geboorteland. Jaren later zei hij tegen een klant in zijn kapsalon dat hij dat wel had willen doen, maar dat het er nooit van gekomen is.

“Ik weet niet wat er door François’ hoofd ging toen hij die vrijdagochtend in Antwerpen voet aan wal zette. Wist hij toen dat België zijn nieuwe thuisland zou worden of had De Raeck hem wijsgemaakt dat zijn verblijf hier maar tijdelijk was? Ik zou mijn overgrootvader nog zoveel willen vragen. (lacht)”

Hoe oud was uw overgrootvader toen hij in België aankwam?

“Dat is héél moeilijk te bepalen. Volgens de officiële documenten was hij ofwel in 1906, ofwel in 1902 geboren. In de jaren tachtig werd hij getroffen door een beroerte. In het ziekenhuis werd toen een botscan genomen. Daaruit bleek dat hij jonger was dan altijd werd aangenomen. Zijn leeftijd werd toen geschat op 75. Toen hij in 1930 in Antwerpen aankwam, moet hij dus een jaar of twintig geweest zijn. Maar zeker weten we dat niet. Dat geldt trouwens voor veel Congolezen van zijn generatie die toen in België arriveerden.”

Waar kwam hij in Congo vandaan?

“François Kamanda is geboren in Kabinda, toen een stadje in de provincie Kasaï. Hij werkte er voor Belgische missionarissen. Mamy Annie bezorgde ons zijn doopboekje. Daar staat geen geboortedatum in, maar wel een doopdatum: 14 maart 1920. Zijn eerste communie vond twee weken later al plaats. Wat wellicht wil zeggen dat François al een tiener was toen de paters hem tegenkwamen. Koloniaal Henri De Raeck rekruteerde François als vertaler. Hij kwam als zijn boy in België aan.”

Als de lijfeigene, de huisslaaf van de rijke koloniale magistraat?

“Precies. Ze trokken in de villa van De Raeck in aan de Avenue Beau-Séjour of Schoon Verblijflaan in Ukkel.

“Henri De Raeck en mijn overgrootvader hadden een speciale relatie. De Raeck oefende macht uit over François en dat is altijd zo gebleven, ook nadat hun wegen scheidden. Zelfs toen hij zijn eigen kapperszaak had, was er tussen hem en de magistraat nog steeds die meester-knechtdynamiek. Als monsieur De Raeck naar het kapsalon belde, liet François alles vallen. De relatie koloniaal versus boy is altijd gebleven, ook al was François al lang geen ‘boy’ meer.”

Dat was onverbloemd racisme?

“Heel het koloniale systeem was racistisch, punt. Ook de manier waarop De Raeck mijn overgrootvader behandelde. Moest François nu nog leven, zou hij dat misschien ontkennen. Want hij voelde genegenheid voor monsieur De Raeck.”

Racisme is iets wat ook u aan den lijve ondervindt?

“Vroeger en nu. Van flagrante uitingen van racisme tot heel ‘subtiele’ vormen. Zoals al die keren dat ik na een professioneel telefoontje mijn gesprekspartner voor het eerst ontmoet en die dan verbaasd zegt: ‘Ach zo, jij bent Eva. Dit had ik echt niet verwacht.’ Geloof me, dan hebben ze het niet over wat ik allemaal kan vertellen, maar over hoe ik eruit zie.”

U woont in Brussel. Voelt u dat ook in deze stad?

“Nee, Brussel is zalig. (lacht) Natuurlijk is er hier ook racisme, maar voor mij is het in deze stad toch anders dan erbuiten. Brussel is een mengelmoes waar ik me op mijn gemak voel.”

Uw overgrootvader kwam in een totaal ander Brussel terecht. Hij was er één van de eerste zwarte mensen?

“Hij maakte deel uit van een vroege generatie Congolezen in België. Hij kwam in een bijna totaal witte samenleving terecht. Hij belandde in een zeer chique wijk in Ukkel, die dat vandaag trouwens nog steeds is. Dat huis aan de Avenue Beau-Séjour is quasi onveranderd. Het is een prachtig gebouw; ik kijk mijn ogen uit als ik ervoor sta.”

Uw oma vertelde dat François daar de eerste jaren in het kippenhok moest slapen.

“Boys werden in Congo soms door hun koloniale patrons in een ‘boyerie’ achter in de tuin gehouden. Als de Congolese boy niet in huis moest zijn om te koken of poetsen, verbleef hij op veilige afstand van de meester en zijn vrouw in het hok in de tuin.”

In 1930, het jaar waarin uw overgrootvader in Antwerpen arriveerde, werden in diezelfde stad op de Wereldtentoonstelling in de ‘zoo humain’ zwarte mensen als dieren tentoongesteld. Bezoekers gooiden nootjes naar hen.

“Dat klopt. Gewoonweg ziekmakend. Wat niet wil zeggen dat in die tijd elke zwarte of elke Congolese boy als een dier werd behandeld. Want er was soms ook die rare vorm van genegenheid tussen koloniaal en boy zoals tussen De Raeck en mijn overgrootvader. Tezelfdertijd mocht François niet in het huis van zijn patron slapen. Dan ben je inderdaad toch niet meer dan de huisslaaf?”

U vertelt in uw boek hoe u zelf zeer diep geraakt werd door de dood van de zwarte man George Floyd in Minneapolis op 25 mei 2020. Een witte politieman hield tien minuten lang zijn knie tegen Floyds nek. ‘I can’t breathe’ waren zijn laatste woorden.

“Zeer veel mensen werden daar zwaar door geraakt. Twee weken later liep ik samen met tienduizend anderen op de Black Lives Matter-mars in Brussel. De moord op George Floyd was de druppel die de emmer liet overlopen.

“Black Lives Matter is niet alleen een reactie op het excessieve geweld tegen zwarten, maar is ook een aanklacht tegen het structurele racisme in de samenleving. Zowel in de VS, als hier in Europa. De moord op George Floyd maakte dat zó zichtbaar en zette wereldwijd grote protesten in gang. Dat was heel belangrijk voor veel mensen, ook voor mij. Het was een extra drijfveer voor het schrijven van dit boek.”

Hoe slaagde uw overgrootvader François Kamanda erin om zelfstandig kapper te worden?

“Hij volgde een opleiding tot kapper in de toenmalige kappersschool in Elsene. Daarna opende hij zijn eigen salon. Hij kreeg daar wellicht financiële hulp voor. Van wie weten we niet. Als boy kon hij daar zelf nooit voldoende geld voor gespaard hebben.

“De archieven vertellen ons dat François eind 1936 garçon-coiffeur was. Vanaf 1941 runde hij als patron-coiffeur zijn salon in de Vijverstraat in Etterbeek. Hij kapte er bijna uitsluitend witte mensen. Dat paste in zijn streven om witter dan wit te zijn.”

Wat was tijdens uw zoektocht voor u de grootste verrassing?

“Mijn oma, mamy Annie, zag op 8 juli 1943 het levenslicht als eerste kind van François en Lucienne. De kinderloze Henri De Raeck en zijn vrouw hadden tegen dan vergaande plannen gemaakt om Annie te adopteren. De school, de pianolessen en de gouvernante voor mijn mamy Annie waren al geregeld. Het echtpaar De Raeck wilde de eerstgeborene van mijn overgrootouders kopen. Toen mijn oma me dat verhaal vertelde, kwam dat keihard bij me binnen. Ik werd bijna kwaad en overstelpte haar met vragen.

“Mijn overgrootouders waren arm en wilden de beste toekomst voor hun dochter. De Raeck bood één miljoen frank, wat in die tijd een gigantisch bedrag was. Ik zie dat als de koloniaal die vindt dat hij volledige zeggenschap heeft over zijn knecht. Die vindt dat hij zelfs diens kinderen mag afkopen. Na de geboorte van Annie zagen mijn overgrootouders die adoptie niet meer zitten. Lucienne weigerde het afstandsdocument te tekenen.

“Een andere grote verrassing was onze ontdekking dat tijdens de Tweede Wereldoorlog Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Hun verhalen werden weggemoffeld?

“Dat is ons vermoeden. Dat maakt natuurlijk deel uit van het structurele racisme in onze samenleving. Waarom werd er de voorbije decennia nooit gesproken over de Congolezen uit het verzet? Slechts een klein deel van de totale bevolking ging in het verzet tegen de Duitsers. Maar de Congolese bijdrage aan dat Belgische verzet was groot.”

Zat uw overgrootvader ook in het verzet?

“Dat weten we niet met 100 % zekerheid, al vonden we heel wat aanwijzingen dat hij er deel van uitmaakte. Zo staat zijn naam op een lijst uit 1941 met rekruten voor het Geheim Leger. Hij werkte een tijdje voor de advocaat Robert Logelain, broer van Henri Logelain, de kunstenaar die het portret van François schilderde. Robert Logelain is de oprichter van de verzetskrant La Libre Belgique. Als mijn overgrootvader niet actief aan het verzet deelnam, zat hij er alleszins toch middenin.

“Zwarten waren Untermenschen voor de nazi’s, maar mijn overgrootvader moest tijdens WO II nooit onderduiken. Er werd vooral op Joden gejaagd. Isidore Bataboudila, een dichte zwarte vriend van mijn overgrootouders, hielp Joden onderduiken. Isidore werkte in hetzelfde ziekenhuis als mijn overgrootmoeder Lucienne. Hij zorgde ervoor dat Lucienne en zijn beste kameraad François elkaar ontmoetten. Blijkbaar sloeg de vonk tussen Lucienne en François snel over.”

De opmerking van uw vriend Kristof toen hij hun huwelijksfoto zag, klopt? Een zwarte man die huwde met een witte vrouw was toen zeer ongewoon?

“De familie van Lucienne vond dat gemengd huwelijk geen goed idee. Ze gedroegen zich zeer racistisch tegenover mijn overgrootvader. De Bergers waren niet blij dat een zwarte trouwde met hun witte dochter. Op het huwelijk was niemand van de familie Berger aanwezig.

“Bijna alle zwarte mannelijke Congolezen van de generatie van mijn overgrootvader hadden een wit lief. Er waren toen ook nog niet veel zwarte vrouwen in België, waarmee ik niet wil zeggen dat zij per se de partners van zwarte mannen moesten worden. Hun nazaten zijn net als mijn oma metis, kinderen van een zwarte vader en een witte moeder. Velen wonen hier in Brussel.

“Er zijn ook de metissen die vanuit de voormalige Belgische kolonies naar België gebracht zijn; de kinderen van witte kolonialen en zwarte vrouwen. Ze werden van hun moeders afgenomen, ontvoerd en hier gedropt in witte adoptie- of pleeggezinnen. Ze voerden een lange erkenningsstrijd. Met resultaat: op 29 maart 2018 nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers unamiem de ‘Resolutie over de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest’ aan. De metissen kregen zo toegang tot archieven om zo hun eigen levensloop te kunnen reconstrueren. Dat wordt allemaal in goede banen geleid door de fantastische mensen van het onderzoeksproject Resolutie-Metissen.”

Raakte u makkelijk de archieven binnen?

“Het is niet moeilijk om ze binnen te geraken, maar de archivarissen zelf hebben alle informatie over het koloniale verleden nog niet helemaal doorgenomen. Wij waren wellicht de eersten die de mappen met de verzetsdossiers van Congolezen openden. Er is informatie voorhanden; er moet natuurlijk ook nog de wil zijn om die te laten onderzoeken. Het AfricaMuseum bulkt van de archieven. Het zou fijn zijn als er extra mensen aangeworven worden om ze te doorploegen.”

In Congo was u nog niet?

“Nee, het plan was om er in juli 2020 samen met Kristof naartoe te gaan. Toen kwam Corona.

“Of deze zoektocht naar mijn overgrootvader te vergelijken is met de rootsreis die internationaal geadopteerden soms maken? Nee. Ik sprak in het verleden met veel geadopteerden; hun verhalen verschillen van elkaar en van het mijne. Ik ben niet geadopteerd; dat is al het grootste verschil.”

Internationaal geadopteerden zijn vaak getraumatiseerd.

“Inderdaad. Sommigen willen er verder niets over weten, terwijl anderen er heel fel mee bezig zijn. Ik ben niet getraumatiseerd. Begrijp me niet verkeerd, ik beweer nu ook niet dat álle geadopteerden getraumatiseerd zijn. Maar sommigen wel.

“Ik wil mezelf niet vergelijken met geadopteerden die zoeken naar hun roots. Ik weet hoe complex hun verhalen zijn en ik wil hen geen oneer aan doen. Ik ben in België geboren en een deel van het verhaal van mijn overgrootvader is terug te vinden in de Belgische archieven. Die zijn nog niet goed ontsloten, maar wij konden er wel terecht. Begin maar eens te zoeken als je internationaal geadopteerd bent. Dat is een totaal ander verhaal.”

De titel van jullie boek, ‘Een verzwegen leven’, geldt voor veel Congolezen die naar België kwamen?

“Toch wel. Hun levens werden verzwegen door de maatschappij, denk maar aan de verzetsverhalen van al die Congolezen. Mijn overgrootvader verzweeg ook zijn eigen leven: hij vertelde zo goed als niets over zijn verleden. Misschien durfde hij niet, of stak hij zijn zwart verleden weg net omdat hij witter dan wit wou zijn.”

Begin oktober liep rapper Kanye West op de Paris Fashion Week rond in een t-shirt met daarop de slogan ‘White Lives Matter’.

“Ik hou van Ye’s muziek, maar ik vind zijn t-shirt absoluut niet kunnen. Wat niet wil zeggen dat ik wil dat hij een verbod moet krijgen om het nog te dragen. Woke is niet hetzelfde als cancelcultuur, ook al beweren sommigen van wel.”

U noemt uzelf ‘woke’. Volgens onder anderen N-VA-voorzitter Bart De Wever bent u lid van een zeer gevaarlijke organisatie.

“Ik hoop dat iedereen woke wordt. Woke is helemaal niet gevaarlijk. Het is niet omdat je voor minderheden opkomt, dat je geen respect meer hebt voor de meerderheid.”

Wat is dat precies, ‘woke zijn’?

“Begrip hebben voor bijvoorbeeld een beweging zoals Black Lives Matter. Begrip tonen voor al die mensen wier verhaal veel te weinig aan bod komt. Opkomen voor hun belangen. In de witte maatschappij België zijn dat dan mensen van kleur. Ik vind dat vanzelfsprekend, maar blijkbaar moet daar dan een term als ‘woke’ op geplakt worden. Dus ja, noem me maar woke. (lacht)”

Herkende u tijdens heel deze zoektocht veel van uzelf in uw overgrootvader?

“Er hangt een kopie van het portret van mijn overgrootvader in onze living en veel vrienden zeggen hoe hard ik op hem lijk. Zelf viel mij onze gedeelde ‘resting bitch face’ ook op. (lacht)

“We kwamen te weten dat hij introvert was en soms zelfs nors kon zijn. Dat ben ik niet, hoop ik. Mijn neef vond een geluidsopname terug van François. We blijken wel exact dezelfde lach te hebben.”

Eva Kamanda

  • Geboren in 1991 in Brussel
  • Studeerde communicatiewetenschappen en theaterkunsten
  • Actrice en presentatrice

Eva Kamanda & Kristof Bohez, Een verzwegen leven, Uitgeverij Vrijdag, 286 blzn., 24,95 euro

© Jan Stevens

‘Als Poetin zich door iemand beledigd voelde, viel hij meteen aan. Hij raakte in een trance en schopte, beet en krabde’

Acht jaar lang huisde biograaf Philip Short in het hoofd van Vladimir Poetin. Hij trof er een gokker die het kicken op risico’s onder controle probeert te houden. “We moeten ons er niet op blindstaren dat Poetin van zijn kinderen houdt. Hitler hield ook van zijn hond Blondi.”

“Er is één groot hiaat in het leven van de Russische president Vladimir Poetin”, zegt de gepensioneerde BBC-journalist Philip Short (77), schrijver van de pas verschenen vuistdikke biografie Putin. “Zijn overgang van geheim agent naar politicus is in nevelen gehuld. De twijfel blijft of hij de KGB ooit echt inruilde voor de politiek. Eind 1991 stortte de Sovjet-Unie ineen. Drie jaar eerder ging Vladimir Poetin aan de slag bij de opkomende politicus en professor Anatoli Sobtsjak. Ze kenden elkaar goed: Poetin had bij Sobtsjak gestudeerd. Toen de professor rechten in 1991 tot burgemeester van Sint-Petersburg verkozen werd, stelde hij Vladimir Poetin aan tot zijn adjunct.”

Het vermoeden is dat Poetin in opdracht van de KGB later de macht in Rusland overnam?

PHILIP SHORT: “In november 1991 bood Poetin aan een lokale krant een interview aan. In de jaren daarvoor had hij amper een woord met journalisten gewisseld. Hij vertelde gedetailleerd hoe hij in juni van dat jaar bij de KGB ontslag als luitenant-kolonel had genomen. De journalist vroeg Poetin waarom hij per se geïnterviewd wilde worden. ‘Ik wil duidelijkheid verschaffen, want sommige gemeenteraadsleden proberen me te chanteren omdat ik bij de KGB was’, antwoordde hij. Sommigen namen het Sobtsjak inderdaad kwalijk dat hij een KGB-officier bij het stadsbestuur had binnengeloodst. ‘Het was alsof ik een varkenssnuit droeg op een tuinfeest’, klaagde Poetin. Alleen was hij niet de enige ex-KGB’er in dienst bij Sobtsjak én maakte hij zelf geen geheim van zijn verleden. Waarom zou hij dan te chanteren zijn?”

Omdat hij nooit echt helemaal afscheid van de KGB nam?

SHORT: “Precies. Chantage was enkel mogelijk als hij de waarheid niet helemaal verteld had. Als hij zich bijvoorbeeld in opdracht van de KGB bij Sobtsjak in de kijker had gewerkt en zich had laten rekruteren. Als hij met andere woorden een ‘stukach’ was, een KGB-informant.

“Zijn huidige rechterhand Nicolai Patroesjev stamt ook uit de KGB van Sint-Petersburg. Toen Boris Jeltsin in 1999 Poetin tot premier benoemde, werd Patroesjev baas van de FSB, de opvolger van de KGB.

“In de late zomer van 1999 werden er verschillende aanslagen gepleegd op flatgebouwen in Dagestan, waarbij tientallen burgers omkwamen. De FSB wees meteen met een beschuldigende vinger naar de opstandige Tsjetsjenen. De aanslagen waren voor de kersverse premier Poetin de directe aanleiding voor het starten van de ‘Tweede Tsjetsjeense oorlog’. Vandaag wordt algemeen aanvaard dat die aanslagen op de flatgebouwen ‘false flag-operations’ van de FSB in opdracht van Poetin waren. Ik sprak daar verschillende inlichtingenofficieren over, zowel in Rusland, als in de VS. Allemaal verzekeren ze me dat die bomaanslagen écht waren, uitgevoerd door Tsjetsjenen. Dat hele theater werd indertijd dus níet geënsceneerd.”

Er was toch een smoking gun met de betrapping op 22 september 1999 van drie FSB-agenten bij een flatgebouw in de Dagestaanse stad Ryazan? Ze lieten er explosieven en een ontstekingsmechanisme achter.

SHORT: “FSB-directeur Nikolaj Patroesjev verklaarde toen dat het om een oefening ging, met een nepontstekingsmechanisme. In combinatie met die andere aanslagen klinkt dat natuurlijk ongeloofwaardig. Maar ik geloof Patroesjev.

“Gleb Pavlovski was in die tijd een nauwe medewerker van Poetin; later kregen ze ruzie. Hij vertelde me dat de FSB eind jaren ’90 een organisatie in verval was. Volgens hem hadden alle slimme medewerkers het zinkend schip verlaten en was niemand in staat tot het coördineren van groots opgezette false flag-operaties. De vooraanstaande Russische militaire analist Aleksandr Golts bevestigt: ‘Patroesjev vertelde voor een keer de waarheid, hoe onwaarschijnlijk die ook klinkt.’”

Over de aanslag op de dochter van Poetins huisfilosoof Aleksandr Doegin in augustus van dit jaar wordt ook gezegd dat het een false flag-operatie van de FSB is.

SHORT: “Die aanslag op Daria Doegina zou inderdaad aangestuurd kunnen zijn door extreemrechtse nationalisten binnen de FSB, om daarna de schuld in de schoenen van Oekraïne te schuiven. Maar ik geloof nooit dat ze uit de weg geruimd is door figuren uit Poetins rechtstreekse entourage. Wat niet wil zeggen dat Vladimir Poetin geen huurmoordenaars inzet.

“De vergiftiging van de voormalige FSB-spion Aleksandr Litvinenko in 2006 in Londen was een rechtstreekse opdracht van Poetin. Net als de mislukte gifaanslag op Aleksei Navalny. De mislukte aanslag op Sergei Skripal, die andere ex-geheim agent, werd wellicht ook door de president bevolen.”

En de moord op de liberale oppositieleider Boris Nemtsov in 2015 vlakbij het Kremlin?

SHORT: “Ik zie geen reden waarom Poetin zijn politieke rivaal zou hebben laten omleggen. De daders stammen uit de kringen rond de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov. Hoofdverdachte Zoer Dadajev was officier bij Kadyrovs veiligheidsdienst. De Tsjetsjeense dictator haatte Nemtsov met hart en ziel en ik vermoed dat hij de opdracht gaf om zo zijn ‘goede vriend’ Vladimir Poetin gunstig te stemmen. De aanslag op de kritische journaliste Anna Politkovskaja in 2006 was identiek.”

Zij werd op 7 oktober doodgeschoten als cadeautje van Kadyrov voor de die dag jarige Poetin?

SHORT: “Ja, al was Poetin helemaal niet blij met dat geschenk. Later merkte de president op dat Politjovskaja nooit zo bekend geworden zou zijn als ze niet was vermoord. Dat klopt: door haar tragische einde klinkt haar naam nu wereldwijd als een klok.”

Heeft Vladimir Poetin een ideologie?

SHORT: “Nee. Hij vindt patriottisme en traditionele waarden zeer belangrijk, maar is dat een ideologie? Hij gelooft niet in een samenhangend, doordacht systeem.

“De voorbije jaren verkondigde hij dat Oekraïne niet echt een land is; hij schreef daar ook een essay over. Hij lijkt dus een imperialist te zijn die droomt van een ‘Groot Rusland’. Zijn inval in Oekraïne is dan niet meer dan een ‘rechtmatige’ poging om ‘Russisch’ gebied te ‘heroveren’.

“Maar zijn retoriek van de laatste weken doet veronderstellen dat het hem eigenlijk over iets anders gaat: over de ‘oude strijd’ tussen de oude Sovjet-Unie en de VS. Die zou met haar ‘instrument’ de NAVO proberen om ‘Russisch’ gebied in te palmen. Volgens mij is Poetins voornaamste drijfveer voor de oorlog in Oekraïne die concurrentiestrijd met Amerika. De invasie was een gigantisch risico. Dat neemt hij niet enkel en alleen omwille van Oekraïne. Dit gaat over iets veel groters, wat de referenda en annexaties van de bezette gebieden extra verontrustend maakt. Alsof hij doelbewust aanstuurt op een rechtstreekse confrontatie met de VS.”

Had u de invasie verwacht?

SHORT: “Nee. In de aanloop naar de invasie dacht ik dat hij aan het bluffen was. Al mijn Russische gesprekspartners geloofden dat ook. Zelfs de Oekraïense president Zelenski was daarvan overtuigd. De Amerikanen hadden overtuigende informatie dat hij écht plannen aan het maken was om Oekraïne binnen te vallen. Toch twijfelden ook zij: ‘Misschien speelt hij een spelletje en houdt hij zich op het laatste moment in.’ Heel de tijd was hij vintage Vladimir Poetin: onvoorspelbaar. De annexatie van de Krim in 2014 had óók niemand verwacht. De arrestatie van Michael Khodorkovski indertijd kwam ook als een totale verrassing. Niemand had voorspeld dat hij een oligarch zo zou aanpakken. De verrassing over de invasie was dus eigenlijk perfect voorspelbaar. (lacht)”

Geloofde Poetin echt dat de Oekraïense burgers de Russische soldaten als bevrijders gingen verwelkomen, met bloemen en gezangen?

SHORT: “Nee. Een groot probleem met oorlog is dat beide partijen een verhaal spinnen. Zowel Rusland als het Westen sturen massaal propaganda de wereld in. De Russen waren echt niet zo stom te geloven dat ze met bloemen gingen worden ontvangen. Ze verwachtten weerstand, maar niet op die schaal en met die sterkte. De terreinwinst van de Oekraïners moet hard aangekomen zijn.

“De raid op Kiev in het begin was waanzin. Ze wilden het militaire vliegveld net buiten de hoofdstad innemen en Russische troepen het centrum insturen om de Oekraïense regering schrik aan te jagen. Ze waren ervan overtuigd dat Zelenski en zijn ministers de benen zouden nemen. Dat plan mislukte grandioos. Maar ik wil daar toch een kanttekening bij maken: op geen enkel moment probeerden de Russen Kiev te vernietigen, zoals ze indertijd Grozny met de grond gelijk maakten. Ik zeg niet dat ze met één arm op hun rug gebonden de Oekraïense hoofdstad aanvielen, wel dat ze instructies hadden zich een beetje in te houden. In de eerste dagen van de invasie letten ze er ook op om de burgerbevolking niet te intimideren. Toen de ‘speciale militaire operatie’ lelijk in de soep liep, veranderde die houding en begonnen de wreedheden.”

Hoe weet u zo zeker dat het Russische leger zich in het begin vrij ‘netjes’ gedroeg?

SHORT: “Er zijn filmpjes van verkeerscamera’s waarop te zien is hoe Russische tankkolonnes zich hoffelijk aan de Oekraïense verkeersregels houden. Zo geven ze netjes voorrang aan een Oekraïense motard. (lacht) Echt heel bizar, hoor, zo’n leger op veroveringstocht dat zich als een heer in het verkeer gedraagt. In het begin waren de orders duidelijk: ‘Schrik de bevolking niet af.’

“De verwoesting van Marioepol blijft voorlopig de uitzondering. Het was voor de Russen van vitaal belang om die stad in handen te krijgen, wat de prijs ook mocht zijn. Zo kon de verbinding gemaakt worden tussen de Donbas en de Krim. In Marioepol leven vooral Russischsprekenden. Met het bombarderen van die stad bewijst Poetin natuurlijk hoe meedogenloos en brutaal hij soms is. Want van zodra hij beslist dat er iets moet gebeuren, gaat hij er helemaal voor. Wat de consequenties ook zijn of hoe groot de schade is. Zo zit hij nu eenmaal in elkaar, niet alleen als politicus, ook als mens.

“Als kind raakte hij in zijn geboortestad Sint-Petersburg vaak verwikkeld in straatgevechten. Poetin zag er als schriele tiener totaal ongevaarlijk uit. Maar zijn vrienden van toen vertellen dat hij zich tijdens zo’n straatgevecht als een dolgedraaide woesteling gedroeg. Het maakte niet uit of zijn tegenstrever groter, sterker of ouder was. Als hij zich door iemand beledigd voelde, viel hij meteen aan. Hij raakte in een trance en schopte, beet en krabde. De Russische journalist Oleg Blotsky sprak niet lang nadat Poetin aan de macht kwam met jongens uit diens klas. Viktor Borisenko zat vier jaar lang op de schoolbank naast Poetin en werd zijn beste vriend. Hij vertelde: ‘Vladimir leek geen innerlijk instinct voor zelfbehoud te hebben. Hij raakte in een razernij en vocht tot het einde.’ Die attitude om aan te vallen en tot het bittere einde te gaan, zit in zijn karakter.”

Is hij een psychopaat?

SHORT: “Als je de psyche van Vladimir Poetin wil doorgronden, is het interessant om eerst zijn vader onder de loep te nemen. Vladimir senior was een overtuigd communist tot de dag dat hij stierf in 1999. Hij was een binnenvetter die sociaal contact meed, ging nooit naar oudercontacten en was in gesprekken met leerkrachten zichtbaar nooit op zijn gemak. Hij toonde ook nooit zijn gevoelens. Zoon Vladimir erfde veel van vader Vladimirs eigenschappen en karaktertrekken. Ook hij verbergt zijn gevoelens, kropt alles op en doet graag geheimzinnig. Zowel bij vader als zoon Poetin kwamen af en toe die opgekropte emoties tot een uitbarsting.

“Bij president Poetin bubbelen zijn emoties naar de oppervlakte als iets hem zeer persoonlijk raakt. Zoals toen in de winter van 1994 de eerste lijkzakken van het front uit Tsjetsjenië op de luchthaven van Sint-Petersburg landden. Vladimir Poetin was als adjunct van de burgemeester verantwoordelijk voor veiligheidszaken en stond op het tarmac toen de lijkzakken uit de romp van het vliegtuig werden gehaald. De Duitse consul Eberhard von Puttkamer was daar toevallig ook en zag hoe Poetin zijn tranen stond te verbijten.

“In zijn eerste jaar rechten aan de universiteit raakte hij goed bevriend met een Oekraïense studiegenoot, Vladimir Sjerjomoesjkin. Poetin moedigde Cheryomushkin aan om net als hij judoka te worden. In maart 1973 brak Sjerjomoesjkin tijdens een wedstrijd zijn ruggengraat en overleed. Viktor Borisenko beschreef hoe Poetin tijdens de begrafenis naast Sjerjomoesjkins kist stond: ‘Koud en afstandelijk. Als een standbeeld. Geen spier in zijn aangezicht gaf een krimp.’”

Net zoals wij hem kennen.

SHORT: “Precies. Maar later op het kerkhof brak hij, toen iedereen weg was en hij samen met een andere boezemvriend, Kolya Alekhov, de kist naar beneden zag zakken. Volgens Alekhov weende Poetin tranen met tuiten en kregen ze hem niet gekalmeerd.”

Het beeld dat velen van Vladimir Poetin hebben, klopt niet: een emotieloze koele kikker?

SHORT: “Nee. 99 procent van de tijd verbergt hij zijn gevoelens. Hij vertelde ooit dat hij opkomende kwaadheid tijdens een gesprek altijd probeert te onderdrukken. ‘Kwaad worden, is een teken van zwakheid.’ Ik vind dat heel interessant, want in feite zegt hij: ‘Als ik de controle over mezelf verlies, ben ik zwak.’ Om niet als een zwakkeling over te komen, houdt hij zijn emoties angstvallig onder controle.”

Werd hij als kind door zijn ouders geliefd?

SHORT: “Toch wel, al vond hijzelf lang dat zijn vader niet van hem hield. Zijn moeder Maria Sjelomova waakte over hem als een moederkloek. Eigenlijk was hij een verwend nest. Zijn ouders kregen hem toen ze de veertig al gepasseerd waren. Ze hadden eerder twee zoontjes verloren: Albert aan kinkhoest en Viktor aan difterie.

“Hij groeide op in het centrum van Sint-Petersburg, in een appartement aan de Baskovlaan. In de jaren 50 was dat een behoorlijk ruige buurt. Veel leeftijdsgenoten uit zijn buurt kwamen in de criminaliteit terecht. Zelf beweert hij dat hij gered is door judo en sambo, een Russische vechtsport. Maar niet alles wat hij over zichzelf vertelt, is waar. Als opgroeiende jongere in de Sovjet-Unie worstelde hij lang met zijn eigen persoonlijkheid. De eerste jaren in het middelbaar was hij een pain in the ass. Hij kon geen twee seconden stilzitten, de lessen interesseerden hem geen zier en hij haalde amper punten. Hij maakte het nooit zo bont dat hij van school gestuurd werd, maar hij toonde geen enkele ambitie. Omdat hij zo slecht presteerde, mocht hij eerst geen lid worden van de leninistische jeugdbeweging Jonge Pioniers. Drie jaar na elkaar werd zijn lidmaatschap vanwege zijn wangedrag afgewezen. Tot hij in de ban raakte van Vera Gurevich, zijn lerares Duits. Vera was een harde tante die nog samengewerkt had met de politie om jonge delinquenten in het gareel te houden. Ze nam hem bij de hand en werd zijn mentor. Hij stortte zich op judo.

“Hij werd aan de universiteit niet omwille van zijn intellectuele capaciteiten toegelaten, maar omdat hij nationaal kampioen judo was. De sovjet-universiteiten hechtten overmatig veel belang aan sport. Zelf beweert Poetin dat hij omwille van zijn ‘uitstekend intellect’ verder mocht studeren. Een leugen.

“Hij wou al snel spion worden. Want als je bij de KGB aan de slag ging, trad je toe tot een bevoorrechte elite. De kans was dan ook groot dat je naar het buitenland kon reizen.”

Wie bij de KGB werkte, kreeg ook macht?

SHORT: “Die aantrekkingskracht van de macht mogen we inderdaad niet onderschatten. Als KGB-agent kreeg je privileges en stond je mijlenver boven de gewone sovjet-burger. De geheime dienst was bedreven in repressie en in het onder de knoet houden van mensen. Dat wist iedereen. Toch stond de KGB voor Poetin en veel van zijn leeftijdsgenoten óók synoniem voor een razend interessante carrière. Wie voor de KGB werkte, wist ‘dingen’ en had toegang tot kennis en informatie die voor doorsnee Russen verboden was.

“Poetins KGB-carrièrestartte in mineur, hij werd behandeld als loopjongen en kreeg de meest saaie kantoorjobs. Na een tijd kwam hij op het Vijfde Directoraat terecht, een dienst die in 1976 door KGB-baas Joeri Andropov speciaal werd opgericht om dissidenten in de gaten te houden. Halverwege 1979 verhuisde hij naar het Eerste Departement, waar hij de dissidenten inruilde voor vreemdelingen. Daar voelde hij zich al iets meer ‘spion’, al leefden er in die tijd bijzonder weinig vreemdelingen in Sint-Petersburg. Hij hoopte op een post ergens in West-Europa, maar werd met zijn vrouw Lyudmila en pasgeboren dochter Masha naar Dresden in Oost-Europa gestuurd.”

Terwijl zijn droom was om op James Bond-achtige wijze in het Westen te gaan spioneren?

SHORT: “Jawel. Later snoefde hij ook dat hij James Bond in Dresden was, wat compleet van de pot gerukt is. Hij vindt het fijn om beelden van zichzelf de wereld in te sturen die blijven nazinderen. Hij verzon een hele rist broodje aap-verhalen over zijn schitterende spionnencarrière in Dresden, terwijl hij er amper een poot uitstak. Hij stopte met judo, goot zich vol bier en werd moddervet.

“Zijn vrouw was zwanger van hun tweede kind en reisde terug naar Sint-Petersburg. Poetin begon een korte affaire met de dochter van een officier van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. Wat voor een spion een enorme stommiteit is, want zo maakte hij zich chantabel. Vladimir Poetin is meestal uiterst voorzichtig, omdat hij weet dat hij zich makkelijk laat verleiden tot het nemen van risico’s. Hij probeert die neiging heel hard onder controle te houden. In Dresden mislukte dat toen hij kennismaakte met de 26-jarige Doris Beissig. (lacht)

“Wat ik zeer verontrustend vind, is dat je sporen van dat kicken op risico’s terugvindt in de oorlog met Oekraïne. Zijn gedreig met kernwapens wordt zo wel heel griezelig. Heel die invasie was een gigantisch risico. Hij heeft dat ongetwijfeld ‘berekend’, alleen klopt zijn berekening langs geen kanten. De annexatie van de Krim was trouwens ook al uiterst risicovol.”

Met die gok kwam hij toch goed weg?

SHORT: “Zeker, en dat maakte de gokker in hem nóg overmoediger. Ook op andere momenten zag hij ‘kansen’, zoals in Syrië, toen Amerika en de rest van de wereld er in 2013 voor kozen niet in te grijpen na een gifgasaanval van Assad. Poetin werd een ‘loyaal’ partner van de Syrische dictator en niemand floot hem terug. Àl die keren dat de rest van de wereld wegkeek, maakten hem overmoedig. Hij was ervan overtuigd dat hij ook met de invasie in Oekraïne zou wegkomen. Een misrekening.”

Wat voor een echtgenoot was hij?

SHORT: “Een ramp. (lacht) We moeten heel veel medelijden hebben met zijn ex-vrouw Lyudmila. Hij was nooit open tegen haar en gaf haar geen enkele inzage in zijn innerlijke wereld.”

Zoals hij die aan niemand toont.

SHORT: “Dat is juist, maar zij waren een koppel. Wij zijn niet met Vladimir Poetin getrouwd. Hij gedroeg zich in zijn huwelijk als een ouderwetse Russische patriarch: de man is de koning der schepping en de vrouw voert zwijgend uit wat haar wordt opgedragen.

“Tijdens hun verloving gingen ze op een avond samen naar een feestje. Lyudmila danste de hele avond en amuseerde zich te pletter en Vladimir was woest: ‘Hoe durf je met andere mannen te dansen?’”

Hij is jaloers?

SHORT: “Het is eerder gebrek aan respect in plaats van jaloezie. Lyudmila beschrijft hoe ze uren in de keuken stond om een maaltijd te bereiden die hij misschien wel eens lekker zou kunnen vinden. Met bonzend hart wachtte ze op zijn commentaar. Na een tijdje mompelde hij: ‘Het blijft binnen.’ Over hun bijna dertig jaar durende liefdeloze huwelijk zegt zij: ‘Ik voelde me een nul. Hij verpletterde me.’”

“Ze spraken ergens af en hij liet haar anderhalf uur wachten. Telkens weer, opzettelijk, omdat hij dat kon. Hij heeft trouwens de reputatie nog steeds op al zijn afspraken chronisch te laat te komen. De Grote Leider laat graag op zich wachten.

“Toen hij een jaar of dertien was, kochten zijn ouders hem een horloge, in de hoop dat hij eindelijk eens op tijd zou zijn. Een horloge was toen een extravagant cadeau voor een tiener. Hij droeg het, als rechtshandige, ostentatief aan zijn rechterpols. Daar hangen zijn huidige horloges van een paar honderdduizend euro’s ‘t stuk nog steeds.”

Was hij een goede vader voor zijn twee dochters?

SHORT: “Dat wel. Hij heeft er altijd alles aan gedaan om ze uit de schijnwerpers te houden. Tegenover zijn kinderen was hij een softie, wat moeilijk te rijmen valt met het beeld van meedogenloze tiran. Maar we moeten ons niet blindstaren op het feit dat Poetin van zijn kinderen houdt. Hitler hield ook van zijn hond Blondi.”

Is hij een kleptocraat?

SHORT: “Niet zoals bijvoorbeeld wijlen de Zaïrese dictator Mobutu. De organisatie rond oppositieleider Navalny verspreidt filmpjes over de wanstaltige paleizen van Poetin. Dat gaat er bij veel mensen in als zoete koek, maar er zijn geen bewijzen dat die villa’s en kastelen ook echt zijn eigendom zijn. De essentie is niet dat hij ze bezit, maar dat hij er gebruik van kan maken zoveel en zo vaak hij wil. Het beruchte ‘Paleis van Poetin’ in Gelendzhik aan de Zwarte Zee is niet van hem, maar werd ‘voor hem’ gebouwd door zijn superrijke vazallen.

“Poetin sluit naadloos aan bij de tsaren die Rusland eeuwenlang regeerden. De tsaar bezat het hele land en liet zijn naaste vertrouwelingen en edellieden toe zichzelf te verrijken. Het officiële beroep van Nicolaas II, de laatste tsaar, was: ‘Eigenaar van Rusland’. Vladimir Poetin is nog niet helemaal de eigenaar van Rusland, al scheelt het niet veel.”

Philip Short, Putin, Bodley Head.

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: