‘De Chinese regering is bezig met een volkerenmoord’

De etnisch Kazachse arts en lerares Sayragul Sautbay zat maandenlang gevangen in een ‘heropvoedingskamp’ in de Chinese provincie Xinjiang. “Mijn land wordt op dit moment etnisch gezuiverd.”

In augustus 2018 klaagde het Comité voor Eliminatie van Rassendiscriminatie (CERD) van de Verenigde Naties het bestaan aan van geheime detentiekampen in de Chinese noordwestelijke provincie Xinjiang. Eén miljoen moslims, voornamelijk Oeigoeren, zouden er in honderden hermetisch afgesloten kampen op een hardhandige manier worden ‘heropgevoed’. De Chinese regering stuurde meteen Hu Lianhe, haar topambtenaar belast met het etnische beleid in Xinjiang, naar het CERD in Genève. “Er zijn geen heropvoedingskampen in mijn provincie”, verzekerde Hu het VN-comité. “China was slachtoffer van terroristische aanslagen. Daarom startten we in Xinjiang een speciale campagne in het kader van de strijd tegen terreur. Een bende criminelen is berecht en een groep die zich schuldig maakte aan kleinere vergrijpen volgt nu een verplichte opleiding aan een van onze centra voor beroepsonderwijs.”

Een van de leerkrachten aan zo’n ‘centrum’ was dokter en schooldirectrice Sayragul Sauytbay. In november 2017 werd zij door Chinese politieagenten opgepakt en naar een geheim heropvoedingskamp gevoerd waar ze de gevangenen verplicht de Chinese taal, cultuur en ideologie moest bijbrengen. Vijf maanden lang bestond haar leerstof uit zinnen als: “Ik hou van Xi Jinping. De partij is alles. Er is geen andere god dan Xi Jinping. Lang leve Xi Jinping.” Vijf maanden lang was ze getuige van folteringen door kampbewakers van Oeigoeren, Kazachen en leden van andere moslimminderheden. Zelf belandde ze ook in de martelkamer.

Toen ze in maart 2018 ‘op verlof’ gestuurd werd, vluchtte ze de grens over naar Kazachstan. Vandaag leeft ze samen met haar gezin in Zweden, waar ze in juni 2019 politiek asiel kreeg. Haar getuigenis ligt mee aan de basis van de schokkende mensenrechtenrapporten over de goelag van Xinjiang.

Samen met de Duitse journaliste Alexandra Cavelius schreef Sayragul Sauytbay haar verhaal neer in het beklijvende boek Die Kronzeugin, De kroongetuige. Sauytbay is etnisch Kazachs en noemt haar thuisland consequent Oost-Turkestan. “De Chinese communisten herdoopten mijn land in 1949 in Xinjiang of ‘nieuw grensgebied’”, zegt ze. “Oost-Turkestan werd toen met geweld door Mao Zedong bij China ingelijfd. In 2016 begonnen ze onder impuls van de pas aangestelde Xinjiang-partijsecretaris Chen Quanguo met de bouw van de concentratiekampen en het installeren van hun big brother-staat. De gestaalde communist Quanguo had eerder zijn sporen verdiend als kille zuiveraar in het aangrenzende Tibet. Het ultieme doel van de communistische partij is de bevolking van Oost-Turkestan assimileren. Ze willen van ons Han-Chinezen maken. Daarom moeten we onze religie, cultuur en identiteit afzweren. Wie zich niet wil of kan aanpassen, tekent zijn doodvonnis. Op dit moment wordt mijn land etnisch gezuiverd.”

Het plan om Xinjiang moslimvrij en homogeen Chinees communistisch te maken, vormt volgens Sayragul Sauytbay een belangrijke schakel in president Xi Jinpings ‘Nieuwe Zijderoute’, ’s werelds grootste infrastructuurproject waarmee China de wereld economisch wil veroveren. “Oost-Turkestan is voor de machthebbers in Peking van levensbelang. Er zitten talloos veel schatten in de bodem, zoals aardolie, uranium- en ijzererts. 85 procent van China’s katoenoogst komt uit onze regio. Xi maakt komaf met ons om zijn megalomane plannen te kunnen verwezenlijken.”

Elektrische stoel

Het interview schrikt Sayragul Sauytbay erg af; toch wil ze door de zure appel heen bijten. “Elke keer wanneer ik over mijn tijd in het kamp praat, komen al die vreselijke herinneringen terug tot leven”, zegt ze. “Ik voel me dan net als toen. Mijn hart slaat op hol, ik word misselijk en krijg barstende hoofdpijn. Daarna ben ik soms dagen ziek. Maar ik kan niet anders dan vertellen wat ik heb meegemaakt. Want de wereld moét weten wat er in Oost-Turkestan gebeurt.”

U studeerde geneeskunde?

Sayragul Sauytbay: “Ja, en ik werkte ook een tijd als arts. Daarna begon ik les te geven tot ik benoemd werd als directeur van vijf kleuterscholen. Ik spreek Chinees en dat maakte mij als leraar interessant voor de Chinese bezetter. Ze konden mijn vaardigheden in hun kampen goed gebruiken. Dus pakten ze me op. Maar dat was niet de enige reden: in juli 2016 reisden mijn man Wali en onze zoon en dochter naar buurland Kazachstan en ze bleven daar. We wilden onze kinderen een betere toekomst geven en dat leek enkel mogelijk in Astana, de Kazachse hoofdstad. Mijn man vond er werk en de kinderen liepen er school. Ze konden er zonder problemen hun eigen taal spreken. Elke moslim uit Oost-Turkestan met nauwe contacten in het buitenland is in de ogen van de communisten een separatist, potentiële terrorist en staatsvijand. Na de verhuis van mijn man en kinderen belandde ik meteen op de zwarte lijst. Ze wilden dat ik mijn gezin terugriep, maar dan zou ook Wali in de problemen komen. Een jaar lang werd ik door de politie geterroriseerd. Ze pakten me regelmatig op voor verhoor. Ze trokken me dan een zwarte zak over het hoofd en voerden me naar een afgelegen plek. Soms sloegen ze me.”

In november 2017 brachten ze u als leerkracht gedwongen naar één van hun ‘opleidingscentra’?

“De Chinese regering noemt haar strafkampen eufemistisch ‘centra voor beroepsonderwijs- en opleiding.’ De gevangenen zijn zogezegd ‘cliënten’ die er een nieuw beroep leren of praktijkervaring komen opdoen. Allemaal leugens. Hun ‘heropvoedingskampen’ zijn niet meer of minder dan fascistoïde concentratiekampen. Het zijn verschrikkelijke instellingen waar mensen in de meest erbarmelijke omstandigheden opgesloten zitten, gefolterd worden én verkracht.”

Volgens de Chinese overheid passen de heropvoedingskampen in de strijd tegen de terreur van de radicale islam. De opleidingen in de ‘centra’ zouden de kansen van mensen op de arbeidsmarkt vergroten, waardoor ze uit de armoede kunnen klimmen en aan de sirenenzang van jihadisten weerstaan.

“Oost-Turkestan was nooit deel van China. Hun plan om ons te assimileren heeft niets met religie of deradicalisering te maken. Ze willen mijn volk gewoon vernietigen en hun zogenaamde heropvoedingskampen passen daar perfect in. Hun strijd tegen het terrorisme is een dekmantel. Zo paaien ze de rest van de wereld. De Chinese regering is bezig met een volkerenmoord, met genocide.

“In het kamp waar ik zat, hingen overal camera’s; in de gangen, op de zalen en in de cellen. Zeven dagen lang, 24 uur op 24 werden de 2.500 gevangenen in de gaten gehouden.

“De gevangenen zijn Kazachen en Oeigoeren, of behoren tot een andere islamitische minderheid. Mannen, vrouwen, bejaarden én kinderen. Mensen van eenvoudige komaf; arbeiders en boeren, maar ook zakenlui en ondernemers, intellectuelen, schrijvers en kunstenaars. Hun grootste ‘misdaad’ is dat ze moslim zijn.”

Hoeveel kampen zijn er in Xinjiang?

“Aan de hand van satellietbeelden schatten experts dat er meer dan 1200 concentratiekampen zijn. De schattingen over hoeveel mensen er zonder vorm van proces opgesloten zitten, schommelen tussen één en drie miljoen. Volgens mij zijn het er veel meer dan drie miljoen. Velen overleven het niet. Het gaat hier over de grootste systematische internering van een volk sinds WO II. Het Chinese regime heeft verschillende scholen en ziekenhuizen tot kampen omgebouwd. Die vind je natuurlijk niet terug op satellietbeelden.”

In welk kamp zat u precies?

“Dat weet ik niet. Toen ze me ernaartoe brachten, hadden ze opnieuw zo’n zwarte zak over mijn hoofd getrokken. Ik vrees dat de Chinese concentratiekampen in mijn thuisland van hetzelfde kaliber zijn als die van de nazi’s. Ik heb de nazikampen nooit gezien, maar de verhalen die ik erover lees, lijken toch sterk op wat ikzelf meemaakte.

“De jongste gevangene in mijn kamp was dertien en de oudste 84. 60 procent waren mannen, tussen 18 en 50 jaar. Ze waren allemaal kaalgeschoren en droegen een gevangenisuniform: een blauw hemd en broek. Ze hadden geen naam meer, maar een nummer. Velen droegen zichtbare sporen van de dagelijkse mishandelingen: blauwe plekken, blauwgeslagen ogen, verminkte vingers. De angst regeerde. Bij de kleinste ‘misstap’ of overtreding van één of andere idiote regel, volgde een verblijf in de folterkamer. Als iemand stierf, vrijgelaten werd of verplaatst naar een ander kamp, werd zijn of haar plaats meteen ingenomen door een nieuwe gevangene. Het bleef er altijd even overvol.”

U werd ook gemarteld?

“Ja, in de folterkamer, ‘de zwarte ruimte’. Die was ongeveer twintig vierkante meter groot. In het midden stond een lange tafel vol foltergereedschap zoals knuppels en elektroshockapparatuur. Aan de wand hingen kettingen. Er stonden foltertuigen die uit de middeleeuwen leken te stammen, met spiesen die in het vlees werden geramd. Tegen de muren stonden verschillende stoelen om mensen te folteren. De zitvlakken volgespijkerd met nagels met de punten naar boven. Er waren ook elektrische stoelen met riemen om de slachtoffers goed vast te kunnen binden, zodat ze geen centimeter bewegingsvrijheid meer hadden. Ze gespten me vast in zo’n stoel en stuurden een paar uur lang stroomstoten door mijn lichaam. Ik was ervan overtuigd dat ik ging sterven.”

Die marteling blijft u traumatiseren?

“Voor ik in het kamp terechtkwam, was ik kerngezond. Nu ben ik op mijn 43e een chronisch zieke vrouw. Ik ontwikkelde reuma en heb voortdurend pijn in mijn gewrichten. Mijn gezondheid is totaal om zeep. Elke nacht worstel ik met afschuwelijke nachtmerries. Maar ik probeer mezelf overeind te houden. Want het is mijn plicht om de wereld te laten weten wat er in de kampen van Oost-Turkestan gebeurt. Mijn medegevangenen hadden het nog veel erger te verduren dan ikzelf.”

De Chinese overheid voerde in het kamp ook medische experimenten uit?

“Er werden continu proeven op gevangenen uitgevoerd. Ze kregen vloeistoffen ingespoten waar ze doodziek van werden. Vrouwen stopten met menstrueren. Mannen werden onvruchtbaar. De kampdokters en -verpleegkundigen experimenteerden duchtig met pillen die de gevangenen verward maakten en desoriënteerden.”

In maart 2018 lieten ze u vrij.

“Ik kreeg zogezegd als leerkracht verlof en ze brachten me naar huis. Ze wisten dat ik in het kamp heel veel gezien en ervaren had en dreigden me af: ‘Binnenkort komen we je terug halen. Dan verdwijn je voor langere tijd in het kamp. Want zolang je familie in Kazachstan verblijft, ben je niet te vertrouwen.’”

Waarna u zelf naar Kazachstan vluchtte?

“Zonder papieren; die waren door de politie in beslag genomen. Álle ambtenaren van Oost-Turkenstan moesten op een bepaald moment hun paspoorten inleveren. In Kazachstan vroeg ik asiel aan, maar de regering wou me terugsturen. China is Kazachstans ‘grote broer’ en heeft er veel lucratieve projecten voor hun nieuwe zijderoute lopen. Ik werd gearresteerd en beschuldigd van het illegaal oversteken van de grens.”

In de zomer van 2018 volgde er een proces.

“De Kazachse mensenrechtenorganisatie Atajurt nam het voor me op en organiseerde de grootste betogingen ooit. De Kazachse burgers weten wat er zich in Oost-Turkestan afspeelt. Velen hebben er verwanten wonen die ‘verdwenen’ zijn. Ze wilden niet dat hun regering mij terugstuurde, want iedereen wist wat dat betekende: mijn doodvonnis. Internationale media pikten mijn verhaal op, waardoor de druk op de Kazachse regering toenam. De rechter liet me vrij onder voorwaarden: ik moest in huisarrest en me regelmatig bij de politie melden.”

De Kazachse regering weigerde u politiek asiel te verlenen?

“Ja, waardoor steeds die dreiging om teruggestuurd te worden boven mijn hoofd hing. Gelukkig bood Zweden mij en mijn gezin asiel aan en begin juni 2019 vlogen we naar Stockholm. Ik ben daar de Zweedse regering eeuwig dankbaar voor. Ik voel me hier herboren. Ik hoop dat mijn zoon en dochter later goede Zweedse burgers zullen worden.”

Lange arm

Op 3 maart 2020 publiceerde de door China gefinancierde ‘nieuwszender’ China Global Television Network (CGTN) op haar Youtube-kanaal een ‘reportage’ met als titel: ‘Sayragul Sauytbay: gedwongen te werken in een ‘strafkamp’?’ In het filmpje worden Sayraguls oudere en jongere zus ‘geïnterviewd’, net als een ex-collega en een bankdirecteur. Ook haar moeder komt even in beeld. De bankdirecteur zegt dat ze onder valse voorwendselen 470.000 yuan bij hem leende en dat ze het land ontvluchtte omdat ze haar lening niet kon terugbetalen. Haar oudste zus Bishala noemt haar een leugenaar. “Sayragul heeft nooit in een opleidingscentrum gewerkt of er zelf een opleiding gevolgd.” Haar jongere zus Panaer beschuldigt haar van diefstal. “Ze verkocht me haar auto en ik ging een lening bij de bank aan voor 45000 yuan. Haar auto heb ik nooit gezien, maar zij is met het geld weg.” CGTN besluit dat Sayragul Sauytbay een crimineel is die naar het buitenland vluchtte om haar straf te ontlopen. Het verhaal over de strafkampen van Xinjiang verzon ze volgens CGTN om de status van politiek vluchteling te kunnen krijgen.

“De Chinese machthebbers reageren altijd zo op dissidenten”, zegt Sayragul Sautbay. “Ze zetten een lastercampagne op en schakelen daar familieleden en kennissen voor in.”

Uw zussen worden door de Chinese overheid zwaar onder druk gezet?

“Nadat ik begin april 2018 het land ontvlucht was, werden mijn zussen opgepakt, even opgesloten en weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze huisarrest en worden ze dag en nacht in de gaten gehouden. In alle kamers van hun huizen zijn camera’s geïnstalleerd.

“De voorbije decennia stuurde de Chinese regering talloos veel goedbetaalde handlangers naar het Westen. Ze werken voor op het eerste gezicht bonafide bedrijven, terwijl ze gewoon spionnen van de communistische partij zijn. Ik ben me er heel goed van bewust dat de Chinese overheid ook in het buitenland een lange arm heeft, maar ik laat me daar niet door intimideren.”

Veel westerse politici onderschatten de Chinese overheid?

“Zeker. Westerse politici beschouwden de Chinese machthebbers veel te lang als vriendelijke heren waar ze zaken mee konden doen. De mensenrechtenschendingen in het land interesseerden hen nauwelijks. De laatste jaren wordt het Westen eindelijk wakker, mee door getuigenissen van klokkenluiders zoals ik. Maar ook door het harde werk van mensenrechtenorganisaties die blootleggen wat er zich in Chinese kampen en martelkamers afspeelt. Veel blijft trouwens onder de radar. Buitenlandse journalisten die in China als correspondent werken, worden in de gaten gehouden en zijn aan handen en voeten gebonden. Van persvrijheid hebben ze in China geen kaas gegeten. Chinese burgers krijgen via de staatsmedia enkel propaganda opgelepeld. Ze geloven dat het Westen op apegapen ligt en dat zij in een heilstaat leven.”

U bent niet bang dat het Chinese regime u in Zweden het zwijgen zal proberen opleggen?

“Toch wel, maar ik zal nooit zwijgen. Ik moét volhouden, tot mijn volk vrij is en ik terug naar huis kan.”

Sayragul Sauytbay, Alexandra Cavelius, Die Kronzeugin, Europa Verlag, 352 blzn., 22 euro (De Nederlandse vertaling verschijnt in de lente van 2021)

Bio

Sayragul Sauytbay

  • Geboren in 1977 in de Chinese provincie Xinjiang
  • Studeerde geneeskunde
  • Was directeur van een scholengroep
  • Vluchtte in de lente van 2018 naar Kazachstan waar ze getuigde over de heropvoedingskampen voor Oeigoeren en Kazachen in Xinjiang
  • Kreeg op 4 maart 2020 de International Women of Courage-Award

© Jan Stevens

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

Are you new to blogging, and do you want step-by-step guidance on how to publish and grow your blog? Learn more about our new Blogging for Beginners course and get 50% off through December 10th.

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

‘Austeriteit is de grootste ramp ooit door economen bedacht’

De Britse economische historicus Adam Tooze begrijpt niet goed waarom we ons minder druk maken over de klimaatverandering dan over het coronavirus. “Mensenlevens redden is niet onze voornaamste drijfveer.”

Begin dit jaar begon Adam Tooze te werken aan een boek over de klimaatcrisis. “Ik moest vaststellen dat er bijzonder weinig tegen de klimaatverandering ondernomen wordt”, zegt hij. “Want we zijn bang dat ondernemingen kapseizen en consumenten in de problemen raken als we te drastische maatregelen nemen. Dus gebeurt er niets.”

Toen brak corona uit. “Van de ene dag op de andere werd het luchtverkeer stilgelegd. Zonder verpinken werden maatregelen genomen die in de strijd tegen de klimaatverandering verketterd worden. Terwijl dat luchtverkeer écht aan banden moet als we de CO2-uitstoot willen terugdringen. Ik kon niet goed meer volgen en legde daarom de voorbereidingen voor mijn boek over klimaatverandering aan de kant. Ik wil graag eerst achterhalen waarom in het geval van corona ons economisch systeem wel op de schop mag en in het geval van het klimaat niet.”

In maart interviewde ik de Belgische econoom Ivan Van de Cloot. Van in een vroeg stadium pleitte hij voor strenge maatregelen in de strijd tegen het virus. Toen ik hem vroeg of dit ook niet het moment is om de klimaatcrisis aan te pakken, werd hij boos. “De ernst van de situatie lijkt bij u niet door te dringen”, zei hij. “Het gaat nu om mensenlevens. Als dit achter de rug is, kan de klimaatcrisis terug op de agenda.”

Adam Tooze: “Precies door dat soort van redeneringen zette ik mijn boek over de klimaatcrisis on hold. De klimaatverandering lijkt ons op een andere manier te bedreigen dan het coronavirus. De smeltende poolkappen zullen ons volgende week geen ziekte met een mogelijk dodelijke afloop bezorgen. Bij corona is die mogelijkheid er wel. Van zodra de dood tastbaar wordt, reageren we anders dan wanneer de dood veraf is. Door de klimaatcrisis sterven er nu al mensen in Bangladesh, India en Afrika. Voorlopig is dat blijkbaar nog ver genoeg van ons bed.

“Het is trouwens niet waar dat we altijd alle hens aan dek roepen als er mensenlevens op het spel staan. Het vermijden van de dood is niet onze absolute prioriteit, want waarom laten we dan toe dat arme mensen in onze samenleving tien jaar eerder sterven dan rijke? Er zijn ook ziektes die veel dodelijker zijn dan covid. Jaarlijks sterven er wereldwijd bijna een miljoen mensen aan aids, terwijl er voldoende retrovirale middelen voorhanden zijn. Mensenlevens redden is dus niet onze voornaamste drijfveer. Er geldt wel een soort van ideaalbeeld van waar, wanneer, hoe en op welke leeftijd het opportuun is te sterven. Maar als die structuur verstoord wordt, raken we gedestabiliseerd. Net dat doet corona: het verandert een hospitaal in een oorlogszone en elke toevallige ontmoeting op straat wordt mogelijk het begin van het einde.”

In uw in 2018 verschenen boek Gecrasht beschrijft u de gevolgen van de financiële crash van 2008. Zijn er gelijkenissen tussen de corona- en de kredietcrisis?

“De schok van 2008 werd veroorzaakt en aangedreven door interne factoren in het economische systeem. Aan de basis lagen vastgoed- en derivatenspeculatie; het was een klassieke economische crisis, maar dan wel groot, internationaal en radicaal. De coronacrisis is compleet anders: ze is veroorzaakt door een biologische bedreiging waarop we niet meteen een afdoend antwoord vinden.

“Toch is er een gelijkenis, want in maart leek het er heel sterk op dat de coronacrisis ook een nieuwe financiële crisis zou veroorzaken. Op maandag 9 maart werden de financiële markten compleet gek. De beurzen stortten in, net als de oliemarkt. De kredietverlening aan private ondernemingen stopte en intrestvoeten schoten plots de hoogte in. Opkomende markten stonden onder druk en de dollar leek in vrije val. Het meest schrikbarende was dat de markt waar de Amerikaanse overheid geld inzamelt door schuld uit te schrijven, twee weken lang op apegapen lag. Die markt vertegenwoordigt 20 biljoen dollar en is het fundament van het globale financiële systeem. Als zij stilvalt en niet meer op gang geraakt, is het financiële systeem ten dode opgeschreven. Zoiets gebeurde zelfs in 2008 niet.”

9 maart had de geschiedenisboeken kunnen ingaan als de totale meltdown van het financiële systeem?

“Ja. Ook in Europa zorgde dat voor schokgolven. In de derde week van maart sloeg de paniek toe in de Londense City. De Bank of England moest ingrijpen en pompte via ‘quantitative easing’ miljarden ponden in het systeem om het te stabiliseren. Ook andere centrale banken kochten volgens hetzelfde principe schulden op. De Federal Reserve gaf in maart elke dag bijna 20 miljard dollar uit, wat neerkomt op meer dan een miljoen dollar per seconde. In een paar weken vergrootte ze haar balanstotaal met anderhalf biljoen dollar. De ramp werd net op tijd afgewend.”

An accident waiting to happen

In zijn boek De zondvloed uit 2015 onderzoekt Adam Tooze nauwgezet de naweeën van de Eerste Wereldoorlog. Een eerste, zeer ingrijpende nawee was de Spaanse griep die van 1918 tot 1919 naar schatting wereldwijd tussen 50 en 100 miljoen slachtoffers maakte. Een flink pak meer dan de 15 miljoen doden van de oorlog zelf. “En toch gingen toen de cafés, restaurants en winkels niet dicht en waren er geen lockdowns”, zegt hij. “In zwaar getroffen steden werden wel noodziekenhuizen gebouwd. Sommige Amerikaanse steden zegden openbare evenementen af. De vredesconferentie van Versailles vond plaats op het hoogtepunt van de Spaanse griep. Ik heb alle notulen gelezen en nergens stond er een verwijzing naar de pandemie. Natuurlijk was de wetenschap nog helemaal niet zo ver gevorderd als nu en konden ze niet heel goed inschatten wat er met die griep precies aan de hand was. Maar ze kenden wel de gevaren van besmettelijke ziektes zoals de pest, gele koorts of tyfus. In tegenstelling tot het coronavirus doodde de Spaanse griep vooral veel jonge mensen. De griepepidemieën van de jaren vijftig en zestig kostten ook miljoenen mensenlevens. Alleen kwamen toen de samenlevingen niet tot stilstand.”

De huidige lockdowns zijn nieuwe fenomenen?

“Ze verschillen alleszins radicaal van wat we in het verleden ooit deden. De economische kosten zijn gigantisch. Sommige voorstanders van lockdowns zeggen dat er geen compromissen mogelijk zijn: alles moét dicht, wat de gevolgen voor mens en economie ook mogen zijn. Ik vind dat onzin. Natuurlijk zijn er compromissen mogelijk. Het moet op een of andere manier leefbaar blijven. Wat ik intrigerend vind, is dat politici die radicaal tegen elke vorm van lockdown waren, zoals Boris Johnson en Donald Trump, door de omstandigheden gedwongen werden flink wat water bij de wijn te doen. Niet het aantal doden dwong hen ertoe het roer om te gooien, maar voorspellingen over het mogelijke dodental. Die voorspellingen kwamen trouwens niet uit, volgens sommigen omdat er net keihard werd ingegrepen. Als historicus die de moderne samenleving bestudeert, sta ik daar toch vol verbazing naar te kijken. Want hoe is het mogelijk dat die voorspellingen in dit geval zoveel invloed hebben? Experts waarschuwen al lang voor een pandemie zoals deze. Op het Wereld Economisch Forum van Davos werd er elk jaar wel een panel georganiseerd rond de risico’s en gevaren van een mogelijke pandemie. We waren er ons dus altijd wel van bewust, alleen maakten we er amper geld voor vrij. Het budget van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de strijd tegen pandemieën is een lachertje. We wisten dat er iets boven ons hoofd hing, maar kozen ervoor ons daar niet op voor te bereiden.

“In ons recente verleden waren er trouwens veel dodelijker virussen. Denk maar aan de varkensgriep van 1976, met niet lang daarna ebola en HIV. Aan aids stierven sinds de start van de epidemie in 1981 wereldwijd meer dan 30 miljoen mensen. Daarna volgden SARS, MERS en de Mexicaanse griep. Bill Gates reist de wereld rond met de onheilspellende boodschap dat we getroffen kunnen worden door een ziekte met een miljard dodelijke slachtoffers. De huidige coronapandemie was dus an accident waiting to happen.”

Volgens sommigen is dit het uitgelezen moment om ons economisch systeem te resetten.

“Ik ben zelf pescotariër, ik eet wel vis maar geen vlees meer uit ethische overwegingen. Ik vind het totaal onverantwoord om nog rund of varken te eten. Ik voel dan ook sympathie voor ecologisten die ervoor pleiten om nu bijvoorbeeld heel onze voedingsindustrie te herdenken. Maar die groene omslag zal er vrees ik niet komen. Ik vermoed dat we na corona nog steeds dezelfde dingen zullen willen doen als ervoor. Alleen is het onduidelijk of dat ook echt mogelijk zal zijn. Is de infrastructuur dan nog voorhanden? Bestaan de hotels, cafés en restaurants dan nog? Hoe lang zal het duren vooraleer alles min of meer hersteld is? Er zullen sowieso dingen voorgoed verloren gaan.

“Wat nu zeker wél zou moeten gebeuren, is een écht begin maken met het verminderen van het risico op een volgende pandemie. Wat daarbij kan helpen, is een reusachtige database met alle gekende gevaarlijke coronavirussen in. Die kost een paar tientallen miljarden dollars. Het Amerikaanse defensiebudget bedraagt 650 miljard dollar. De kost van die database is dus peanuts. Toch vinden veel politici de investering te duur. Ik begrijp die krenterigheid niet, want de economische kost van deze pandemie zal wereldwijd wellicht triljoenen dollars bedragen.”

In België krijgen bedrijven, cafés, restaurants en winkels die door de lockdown moesten sluiten, overheidssteun. Hun werknemers ontvangen een tijdelijke werkloosheidsuitkering. Andere landen troffen gelijkaardige maatregelen. De ware economische impact wordt pas duidelijk binnen een half jaar, tijdens of na de vaccinatiecampagnes?

“Ja. Op dit moment zijn de vaccins onze enige hoop en garantie op een terugkeer naar de normaliteit. Mijn vrouw runt een kleinschalig reisbureau dat reizen op maat aanbiedt. Ik zie dus alle dagen met eigen ogen wat voor een ravage de lockdown aanricht. Niet alleen bij haar, maar ook bij haar collega’s met wie ze over de hele wereld nauw samenwerkt. Gidsen in Tanzania en Cambodja krijgen geen steun van hun regeringen en voeren een dagelijkse overlevingsstrijd. Voor ons is het een lastige tijd; voor hen is het een kwestie van leven of dood.

“Onze oorspronkelijk keuze om het risico van een stel kwetsbare oude mensen te minimaliseren, heeft een gigantisch prijskaartje. Pas op, ik wil die keuze niet bekritiseren en ik vind het opmerkelijk dat we dat deden. Maar we moeten niet doen alsof ze geen ingrijpende consequenties heeft.”

Wie nam die keuze?

“Op het eerste gezicht zou je zeggen: de regeringen, maar dat is niet helemaal juist. Het is niet zo dat burgers weigerden om hun bedrijven te sluiten en dat politici daarom in februari en maart op een autoritaire manier ingrepen. Een grote meerderheid van de burgers hield zich aan de regels van social distancing en vermeed onnodige contacten. Met de lockdowns breidde regeringen die regels verder uit en verplichtten ze de onwillige minderheid zich ook aan te passen. Nu vinden we het risico te groot om terug op restaurant te gaan of samen in onze kantoren te gaan zitten. Dus maakten we de keuze om thuis te blijven. We kozen ervoor om nu massaal in gezondheid te investeren.”

Met onze absolute keuze voor gezondheid vernietigen we de dromen van velen?

“Zonder twijfel. Ik ben daar rechtstreekse getuige van met het bedrijfje van mijn vrouw. Het is afschuwelijk om dat ten onder te moeten zien gaan. We hebben het dan niet over totaal onrealistische dromen, integendeel, maar over keurig geplande en goed beredeneerde ondernemingen. Winkels, restaurants, familiebedrijven… allemaal op sterven na dood. Allemaal verbrijzelde dromen.

“Door de uitbraak in maart in het Italiaanse Lombardije schoten we in paniek. In Groot-Brittannië koos de overheid eerst voor het scenario van groepsimmuniteit, maar dat bleek al snel bluf te zijn. Een cynisch politicus als Johnson speelt graag de stoere bink, maar de 600.000 doden die groepsimmuniteit zou kosten, vond hij toch iets te veel. Moest corona een klassieke oorlog zijn, had hij dat aantal wellicht wél aanvaard. Dan had hij misschien gezegd: ‘Ach, het gaat vooral over oude mensen, die sterven toch.’ Maar plots bleken hij en zijn regering toch niet zo stoer te zijn. Ze gingen overstag en vaardigden lockdowns uit, alleen was dat toen al veel te laat. Want mensen gingen tóch dood en daarbovenop kwam dan nog eens die immense economische schade.”

U vindt het een goede zaak dat overheden nu massaal veel schulden aangaan om bedrijven en burgers zo goed mogelijk door de coronastorm te loodsen?

“Ik ben daar helemaal voor. Schulden zijn op dit moment het minste van onze zorgen. Het meeste geld lenen we trouwens van onszelf. De schuldenberg van de overheid is makkelijker op te lossen dan het existentiële probleem waar veel ondernemers vandaag mee worstelen: ‘Hoe zorg ik ervoor dat mijn bedrijf deze pandemie overleeft?’ Of dan het probleem waar veel burgers mee worstelen: ‘Zal het vaccin er op tijd zijn om grootmoeder te beschermen?’”

Tot voor de coronacrisis was het maken van schulden taboe. Landen zoals Nederland en Duitsland predikten austeriteit. Door corona is zuinigheid of ‘vrekkigheid’ tijdelijk voltooid verleden tijd?

“Ja, want austeriteit is niet meer dan een politieke keuze. Natuurlijk lieten politici uitschijnen dat die vrekkigheid in het nationale belang was. Natuurlijk verkondigden ze dat de hemel zou instorten vanaf een schuld van 90 procent van het BBP. Terwijl austeriteit in essentie niet meer dan ideologie is.”

Dan hebben de Grieken in de nasleep van de kredietcrisis voor die ideologische keuze toch een enorme prijs betaald?

“Natuurlijk. De ellende die de Eurozone over zichzelf afriep, was nergens voor nodig. Het was een vergissing van formaat. Austeriteit is wellicht de grootste ramp ooit die door economen is bedacht. Slechte ideeën kunnen zeer gevaarlijk zijn. Het is wellicht een gewaagde vergelijking, maar die keuze voor austeriteit heeft iets religieus: ‘Als er niet driftig bezuinigd wordt en de buikriem niet heel strak aangespannen wordt, dreigt hel en verdoemenis. Het is voor je eigen goed.’ Tegenstanders van het austeriteitsregime vinden dat er perfect met schulden valt te leven. Ik ben het daar volkomen mee eens.

“Volwassen samenlevingen weten heel goed hoe ze met hoge schulden moeten omgaan. Kijk naar uw eigen land: België heeft intussen pakken ervaring in het torsen van een torenhoge staatsschuld. Jullie vliegen al jaren onder de radar zonder dat iemand daar opmerkingen over maakt, en dan denken wij dat Italië het probleem is. (lacht)”

Cosplay-politiek

Adam Tooze woont en werkt in New York, waar hij geschiedenis doceert aan de Columbia University. De polarisering in de Amerikaanse samenleving vindt hij zeer zorgwekkend. “Donald Trump haalde het tweede grootste aantal stemmen van elke Amerikaanse presidentskandidaat ooit”, zegt hij. “Ik beschouw Trumps presidentschap als een complete ramp, maar velen vinden dat blijkbaar dus niet. Amerika is diep verdeeld, over zowat alles. Het is intussen zo ver gekomen dat op stapel staande huwelijken tussen voor- en tegenstanders van Trump worden afgeblazen. De broer van mijn vrouw verhuisde nog maar net van Californië naar Tennessee. Hij voelde zich als Republikein niet meer op zijn gemak in de door Democraten gedomineerde staat Californië. (lacht) Hij is niet de enige.”

In uw boek Economie van de vernietiging brengt u de economie van de nazi’s in kaart. U kent het fascisme en het nazisme door en door. Verdient Donald Trump het label fascist?

“Vanuit historisch oogpunt is Donald Trump geen fascist. Want dominant binnen het fascisme staat het concept van totale oorlog, met daaraan gekoppeld de eis dat alle burgers van een samenleving zich daar volledig aan onderwerpen. Belgische vrijwilligers die aansloten bij de SS om tegen het goddeloze communisme te gaan strijden, kozen zo resoluut voor het fascisme.

“In 2018 zei Trump op het laatste nippertje een bezoek af aan een oorlogskerkhof vlakbij Parijs. Officieel waren de weersomstandigheden te slecht voor de helikopter, in werkelijkheid had hij geen zin om in de regen dode Amerikaanse soldaten de laatste eer te bewijzen. Hij noemde hen ‘suckers and losers’ omdat ze de Tweede Wereldoorlog niet hadden overleefd. Een fascist zou zoiets nooit over zijn eigen gesneuvelde militairen zeggen. Trump is niet meer of minder dan het prototype van de grofgebekte New Yorkse vastgoedmakelaar.

“Op de uiterst-rechtse flank van het trumpisme vind je natuurlijk wel fascistoïde dwepers. De boogaloo-boys bijvoorbeeld fantaseren graag over een nieuwe burgeroorlog.”

Is het louter fantasie? Ze hebben zichzelf toch zwaar bewapend?

“De meeste Amerikanen op het platteland dragen wapens. De boogaloo-boys willen voorbereid zijn op het conflict en dossen zich uit als special forces. Met hun volle baarden en automatische geweren zien ze er een beetje uit als de taliban. Maar ze doen aan ‘cosplay-politiek’, want de échte totale oorlog ontbreekt. Het Italiaanse fascisme, net als het Duitse, Belgische én Britse, laafde zich in de 20e eeuw wel aan full blown oorlogen. Zij waren the real stuff.

“Donald Trump is geen fascist à la Mussolini, maar eerder een autoritaire populist zoals Silvio Berlusconi. Ze zijn allebei reality tv-politici. De Italiaanse ex-premier is talentrijker dan de Amerikaanse president, want in tegenstelling tot Trump werd Berlusconi wél een succesrijk ondernemer. (lacht)”

Bio

Adam Tooze

  • Geboren in 1967 in Londen
  • Studeerde economie in Cambridge en economische geschiedenis in Berlijn en Londen
  • Doceert moderne geschiedenis aan de universiteit van Columbia
  • Schreef verschillende boeken over recentere historische gebeurtenissen zoals Economie van de vernietiging (2015), over de nazi-economie, De zondvloed (2015) over de nasleep van WO I, en Gecrasht (2018) over de nasleep van de kredietcrisis

© Jan Stevens

‘Het wordt of fascisme, of een nieuw duurzaam systeem’

Volgens de Britse econome Ann Pettifor plaatst de coronacrisis ons voor een beslissende keuze: “Ofwel laten we alles op zijn beloop en slaan we de weg in richting fascisme, ofwel kiezen we voor een nieuw duurzaam economisch en financieel systeem.”

Ann Pettifor maakt zich grote zorgen. “De wereldeconomie is vandaag extreem onstabiel”, zeg ze. “De corona-pandemie doet daar een flinke schep bovenop, terwijl ook de verwoestende gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker worden. Velen lijken zich nog altijd niet bewust te zijn van de ecologische ramp die ons boven het hoofd hangt. Corona zou ons de ogen moeten openen, want de pandemie is een eerste stevige mondiale tik.”

Pettifor is bang dat er nog corona-achtige virussen in de pijplijn zitten. “Experts waarschuwen dat er nieuwe pandemieën volgen als we de natuurlijke habitat van wilde dieren blijven verstoren. Corona zagen we niet aankomen; ik trouwens ook niet. Voor toekomstige pandemieën hebben we geen excuus meer.”

De kredietcrisis van 2008 zag Ann Pettifor wel aankomen. Al in 2003 waarschuwde ze daarvoor in haar boek The credit crunch. Haar stem werd toen niet gehoord.

In het jaar van de kredietcrisis tekende Pettifor in haar flat in Londen samen met gelijkgestemde economen de krijtlijnen uit voor wat ze de ‘Green New Deal’ doopte. Tien jaar later assisteerde ze de Amerikaanse democratische volksvertegenwoordiger Alexandria Ocasio-Cortez bij het schrijven van een resolutie over een Green New Deal voor de VS. Vorig jaar legde Pettifor haar blauwdruk voor een nieuw economisch systeem vast in haar boek The case for a Green New Deal.

“Duurzaamheid is het sleutelwoord”, zegt ze. “Dat nieuwe economische systeem moet goed zijn voor de natuur en de mens. Er zal daarom afscheid genomen moeten worden van fossiele brandstoffen. Zelfvoorziening komt centraal te staan, met de zorg-, onderwijs-, kunst- en cultuursectoren als kloppend hart. Er zal ook afscheid genomen moeten worden van de globalisering: onze eigen thuismarkt komt op de eerste plaats. Om dat alles mogelijk te maken, moeten overheden stevig investeren. Ze zullen daarom ook de financiële teugels stevig in handen moeten nemen en de macht van Wall Street en de Londense City breken.”

Wat vindt u van de Europese Green Deal?

Ann Pettifor: “Ik vind het een fantastisch project, al vraag ik me af of die deal voldoende gefinancierd is en maak ik me zorgen over de oppositie van Polen en Hongarije. Maar met de Green Deal toont de EU haar leiderschap in de wereld en zet ze zichzelf op weg richting duurzame economie. Het is zeer tragisch dat mijn land Groot-Brittannië na de brexit daar geen deel van uitmaakt.”

Met uw Green New Deal pleit u niet alleen voor een nieuw economisch, maar ook voor een nieuw financieel systeem.

“Onze overheden staan vandaag voor een fundamentele keuze: laten ze alles over aan Wall Street en de City of nemen ze het heft in handen om de gigantische problemen die op ons afkomen aan te pakken? Na de financiële crisis moesten overheden de privébanken van Wall Street, Londen en Frankfurt met veel belastinggeld overeind houden. Alleen staten konden die sector redden. Centrale banken voeren het monetaire beleid en enkel zij kunnen geld in het systeem pompen. Ze worden gewaarborgd door alle belastingbetalers van het land of de unie in kwestie. In Groot-Brittannië zijn dat 32 miljoen mensen, in de EU 120 miljoen en in de VS 80 miljoen. Al die belastingbetalers zorgen voor een constante stroom aan inkomsten voor de schatkisten. Daarom is een centrale bank zoals de Europese ECB zo machtig.

“Toen het coronavirus zich begon te verspreiden, waren zowat alle landen er als de kippen bij om hun grenzen te sluiten. Ze trokken muren op om het reizen te stoppen, waardoor ook de handel verzwakte. Niets of niemand raakte nog van het ene land naar het andere, behalve geld. De financiële stromen bleven moeiteloos de wereld rondreizen. Het is niet voor niets dat een bedrijf als Amazon nóg rijker wordt door de pandemie. Van over de hele wereld stromen de dollars daar nu continu binnen.”

In plaats van de grenzen te sluiten voor mensen, sluiten we ze beter voor geld?

“Dat is toch mijn overtuiging. Op een of andere manier zullen we erin moeten slagen al die wilde geldstromen te managen en binnen afgebakende oevers te leiden. Ik ben erg onder de indruk van de formele klacht die de Europese Commissie begin november indiende tegen Amazon wegens verdenking van concurrentievervalsing. Eerder sleurde de Commissie al Apple voor het Europese Hof van Justitie om 13 miljard euro aan onbetaalde belastingen op te eisen. Apple had zijn geld ondergebracht in het voor multinationals fiscaal interessante Ierland. Maar het Europese Hof stelde de Commissie in het ongelijk. Volgens de rechters volgde Apple gewoon de wet toen het zijn centen in een belastingparadijs onderbracht. Die wet moet dringend veranderd worden. Want hij maakt het mogelijk dat zakenlui, ondernemers en beleggers walgelijk rijk worden terwijl arme dompelaars geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben.

“Begin jaren dertig woedde in de VS de Grote Depressie. In 1933 werd Franklin Delano Roosevelt verkozen tot president en hij redde Wall Street met belastinggeld, net zoals dat tijdens de kredietcrisis van 2008 gebeurde. Alleen koppelde Roosevelt daar in tegenstelling tot 2008 zware voorwaarden aan, zoals regulering van privébanken en een harde strijd tegen fraude. Wall Street mocht niet langer de waarde van de dollar en de intrestvoeten bepalen.”

Uw Green New Deal haalt haar mosterd bij Roosevelts New Deal?

“Die New Deal van Roosevelt kwam er na een periode met soms griezelige gelijkenissen met onze tijd. Ik ben geboren in Zuid-Afrika; mijn ouders hadden Nederlandse en Britse roots. Hun voorouders emigreerden in de 18e en 19e eeuw. Mensen moesten toen geen paspoort hebben en konden vrij reizen, op zoek naar het geluk. Migratie verliep op een veel grotere schaal dan nu. De Eerste Wereldoorlog maakte daar een brutaal einde aan. Na die oorlog startte de vredesconferentie van Versailles. De grote econoom John Maynard Keynes nam daar als Britse topambtenaar aan deel. Hij was jong, arrogant en vol van zichzelf. Hij pleitte ervoor dat de drie rijkste landen van toen, de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk, zich borg zouden stellen voor door Duitsland uitgeschreven obligaties om het herstel van Europa te financieren. Maar zijn plan om overheden samen een crisis te laten aanpakken, werd door de Amerikaanse president Woodrow Wilson weggelachen. Die liet zich adviseren door een bankier uit Wall Street die hem in het oor fluisterde dat de afhandeling van de oorlog door private banken geregeld moest worden. ‘Het kan toch niet dat de Amerikaanse belastingbetaler opdraait voor het herstel van Duitsland en de rest van Europa?’ Ze hadden niet door dat diezelfde belastingbetaler de vruchten zou plukken van zodra Duitsland en Europa terug welvarend werden. De Duitsers kregen astronomische herstelbetalingen opgelegd. Keynes nam ontslag en waarschuwde dat Versailles de kiemen legde voor een nieuwe oorlog.”

Hij kreeg gelijk.

“Ja. Het interbellum was een economische ramp, die eindigde in een depressie en een nieuwe catastrofale wereldoorlog. In zijn boek Globalists beschrijft de Amerikaanse geschiedenisprofessor Quinn Slobodian hoe rechtse economen zoals Friedrich Hayek, Wilhelm Röpke en Ludwig von Mises in de jaren 1920 een plan voor een globale economie uittekenden. Hun belangrijkste bekommernis was: markten beschermen tegen elke staat, of die nu democratisch was of autoritair. Vanaf dan werd hun neoliberalisme in de praktijk gebracht.

“Franklin Roosevelt was de allereerste die doorhad dat er iets niet klopte. Hij vond dat de regering het beleid moest voeren, en niet de bankiers en speculanten van Wall Street. In zijn inaugurale rede in 1933 wond hij daar geen doekjes om. ‘Wall Street helpt ons land om zeep’, zei hij. Om de depressie het hoofd te bieden, tekende hij zijn New Deal uit, met werkloosheidsuitkeringen en grote overheidsinvesteringen om de slabakkende economie aan te zwengelen.”

Met ‘duurzaamheid’ had Roosevelts New Deal niet veel te maken?

“Toch wel. In de jaren dertig werden de Amerikaanse Great Plains geteisterd door een ecologische ramp, de dust bowl. Een lange periode van extreme droogte en intensieve landbouw hadden de prairies herschapen in een woestijn. Meteen na zijn aantreden richtte Roosevelt een overheidsagentschap op om de gronden beter te beheren. Er werd geld vrijgemaakt voor massale bosbouw. 200 miljoen bomen werden geplant. De Europeanen hadden geen oor voor Roosevelts New Deal. U weet hoe het geëindigd is: met het fascisme.”

Reactionair vat vol tegenstrijdigheden

Als we niet oppassen, riskeren we volgens Ann Pettifor ook nu in Europa en de rest van de wereld te eindigen met fascistische regimes. “Het hele economische systeem davert op zijn grondvesten”, zegt ze. “Het wordt zwaar op de proef gesteld door nationalisme en protectionisme. Op zondag 15 november tekenden vijftien Aziatische landen het Regional Comprehensive Economic Partnership (RCEP), wat zij een historisch handelsakkoord noemen. Maar aan wie gaan ze hun producten verkopen? Op dit moment raken ze die aan de straatstenen niet kwijt. Daar komt bij dat grote ondernemingen de schulden opstapelen, net als verschillende landen. De wereldwijde schuld overtreft ruimschoots het wereldwijde inkomen. De evenwichten in de financiële en handelssystemen zijn helemaal zoek. Niet alleen tussen landen, maar ook intern. De uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen weerspiegelt dat immense economische onevenwicht. 74 miljoen Amerikanen stemden voor Donald Trump. Dat zijn er ontzettend veel. In vergelijking met de vorige verkiezingen groeide zijn aanhang stevig. Hij heeft dus gelijk als hij stelt dat hij meer steun krijgt dan ooit tevoren.”

Joe Biden kreeg met 80 miljoen stemmen toch iets meer steun.

“Natuurlijk, maar toch legt die uitslag een diepe verdeeldheid in de VS bloot. Stedelingen met een fatsoenlijk inkomen en een private ziekteverzekering stemden bij voorkeur voor Biden, terwijl aan lagerwal geraakte plattelanders hun heil zochten bij Trump. Die diepe polarisering in de Amerikaanse samenleving kan een opstap zijn naar het fascisme. Ook Europa is compleet in onevenwicht. Aan de ene kant is er Duitsland dat zijn zaakjes keurig op orde lijkt te hebben, aan de andere kant zijn er de zuiderse landen met hun uit de pan swingende begrotingstekorten.”

Het is toch merkwaardig dat veel verarmde Amerikanen voor een man als Trump blijven stemmen? Hij zegt van zichzelf dat hij zo rijk is als de zee diep is, probeerde Obamacare af te schaffen en drukte er een belastinghervorming door die op het lijf geschreven is van zijn vermogende vrienden.

“Donald Trump is een reactionair vat vol tegenstrijdigheden, waardoor het inderdaad moeilijk rationeel te vatten is waarom sommigen voor hem stemmen. Een deel voelde zich door Trumps voorgangers in de steek gelaten en zelfs in het gezicht geschopt. Die eerste keer stemden ze vooral uit woede en frustratie voor The Donald. In de eerste drie jaren van zijn presidentschap stegen de laagste lonen en intussen gaf hij inderdaad dat gigantische belastingcadeau aan de rijken. Het platteland kon hem in feite gestolen worden; precies dat kost hem nu de overwinning. Want als hij zich een beetje had ingespannen om de problemen van de slachtoffers van de globalisatie aan te pakken, had hij nu nóg meer harten op het platteland en in de Rust Belt kunnen winnen.

“Wij, Europeanen, moeten oppassen dat we ons niet blindstaren op een figuur als Trump. Want in Polen en Hongarije delen op dit moment ook een paar zeer akelige leiders de lakens uit. En dan is er nog Turkije met zijn autoritaire president Erdogan. Ook in de Filippijnen, Brazilië en India zwaaien ‘sterke mannen’ de plak. Dat nieuwe autoritarisme is geen Amerikaans maar een mondiaal probleem en is net een gevolg van de zwaar verstoorde wereldeconomie.”

Heimwee naar Bretton Woods

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog sloten 44 landen het akkoord van Bretton Woods. Er werd een stelsel van vaste wisselkoersen ingevoerd, met de aan een vaste hoeveelheid goud gekoppelde dollar als maatstaf. Tezelfdertijd werden het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank boven de doopvont gehouden. Het IMF moest ingrijpen bij acute financiële crisissen en de Wereldbank zou investeringen in ontwikkelingslanden financieren. In 1971 werd Bretton Woods ontmanteld en zegde de VS de inwisselbaarheid van dollars voor goud op.

Vandaag denkt Ann Pettifor met heimwee terug aan dat systeem van Bretton Woods. “Het zorgde tussen 1945 en 1971 tenminste nog voor een beetje beheer van de economie”, zegt ze. “Bretton Woods was niet perfect, al geldt het voor veel economen van nu als een gouden tijdperk. Maar vanaf dag één voerden de bankiers van Wall Street achter de schermen keihard oppositie. Zij wilden de overheid terugdringen en hun macht heroveren. Ze haalden hun slag thuis: na de ontmanteling van Bretton Woods kregen de financiële markten opnieuw vrij spel. Ze mochten voortaan zelf intresttarieven en wisselkoersen vastleggen, en bepalen waar hun geld naartoe zou stromen en of en waar ze belastingen zouden betalen. Met als gevolg dat technologiereuzen zoals Amazon nu ‘encaged’ zijn, ingekapseld zodat de staat er niet bij kan.”

Met uw Green New Deal wil u ook terug naar Bretton Woods?

“Het neoliberale globalisme van Wall Street en de City moet alleszins dringend aan de ketting. Alleen is er ook bij progressieve politici bijzonder weinig animo om privébankiers of technologiegiganten tot de orde te roepen en te reguleren. Nogal wat sociaal-democraten gaan maar al te graag mee in de globaliseringsretoriek. Meer nog: ze zijn er dol op, soms vanuit een naïeve vorm van kosmopolitisme. Zo blijven ze het van het allerhoogste belang vinden dat mensen zonder enige restrictie van de ene kant van de planeet naar de andere kunnen vliegen. ‘Laat ons vriendelijk dag gaan zeggen tegen iedereen, overal ter wereld’, verkondigen ze. ‘Love and peace voor de hele planeet.’

“Tot voor deze pandemie stond er geen enkele rem op jonge mensen die kriskras rondvlogen om het ene exotische volk na het andere te spotten. De verdienste van corona is dat het virus duidelijk maakt dat er beperkingen moéten komen.”

In uw Green New Deal pleit u voor minder globalisering en meer aandacht voor de thuismarkt. Wat is het verschil met het Make-America-Great-Again-protectionisme van Donald Trump?

“De gedachte erachter is misschien enigszins gelijklopend, maar de weg ernaartoe verschilt dag en nacht. Ik pleit voor een progressieve, duurzame weg; het populisme van Trump leidt naar fascisme. Met zijn lelijke protectionisme wil hij muren bouwen, sluit hij bevolkingsgroepen uit en verspreidt hij een van racisme doordrenkte boodschap van haat.”

Uw pleidooi voor een terugkeer naar de lokale economie is dus geen protectionisme?

“Dit ligt gevoelig, ik weet het. (lacht) Bretton Woods richtte zich ook op de lokale economieën, maar tezelfdertijd was er toen ook internationale samenwerking en overleg. Op de keper beschouwd, was dat misschien ook een vorm van protectionisme, alleen vertrok die niet vanuit egoïsme. Landen waren lid van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en werkten samen aan de strijd tegen ziekte. Middenin de coronacrisis zei Trump: ‘Vaarwel WHO, laat elk land maar zijn eigen boontjes doppen. We kopen zoveel mogelijk vaccins op en de rest kan stikken.’”

Bedrijven die door de lockdowns noodgedwongen moeten sluiten, krijgen overheidssteun. Werknemers krijgen tijdelijke werkloosheidssteun. De coronapandemie bewijst hoe hard we de overheid in tijden van crisis nodig hebben?

“Zeker. Alleen komt die overheidssteun zonder enige omkadering, en dat is een vergissing. De kleine lieden krijgen uitstel van betaling en een deel van hun salaris wordt door de overheid uitbetaald. Heel goed. Maar intussen floreren de rijken als nooit tevoren. Tijdens deze pandemie neemt de ongelijkheid alleen maar toe en zowel België als Groot-Brittannië of Europa ondernemen daar niets tegen. De centrale banken blijven massaal veel geld in het systeem pompen, alleen vloeit dat jammer genoeg niet in de eerste plaats naar de mensen die het nodig hebben, maar naar de private financiële sector. Positief is dat de geesten van Roosevelt en Keynes nu wel door Europa waren. Tot een jaar geleden was austeriteit het buzz-woord; vandaag klinkt dat als vloeken in de kerk. Ik hoor onze voormalige premier Theresa May in de zomer van 2017 nog tegen verpleegkundigen zeggen dat ze geen magische geldboom had om hen opslag te geven. Nu blijkt die toverboom er plots wel te zijn. (lacht) Jarenlang was er geen geld voor onderwijs en zorg; nu plots wel.”

Al dat geld dat nu vlijtig bijgedrukt wordt, moet toch ooit terugbetaald worden?

“Er worden helemaal geen bankbiljetten bijgedrukt. Geld is een sociale technologie en dat heeft niets met drukpersen te maken. Geld is een kwestie van vertrouwen en verplichtingen. De Bank van Engeland moét zijn obligaties terugbetalen. Er wordt nu geleend aan nul procent; er is zelfs sprake van negatieve rentes. Terugbetalingen van de aangegane schulden zullen daarom pijnloos verlopen. De staat hoeft die schulden aan haar centrale bank niet in één, twee, drie in te lossen. Ze mag dat best spreiden over honderd jaar. De centrale bank is immers háár bank.”

Kan de staat dan niet haar eigen schuld kwijtschelden?

“Ik vind dat de staat altijd haar schulden moét terugbetalen.”

Dat lukt dan alleen toch maar door de belastingen te verhogen?

“Nee, integendeel. Belastingverhogingen zijn een zeer slechte zaak voor het herstel van de economie. Want als we allemaal meer belastingen moeten betalen, geven we minder uit. Dat kleine percentage superrijken zal natuurlijk méér belastingen moeten betalen, maar de doorsnee burger niet. Door voor fatsoenlijke tewerkstelling te zorgen, zal de overheid automatisch meer geld van haar burgers binnenhalen. Hoe meer mensen aan het werk zijn, hoe meer belastinggeld er naar vadertje staat vloeit. Door te bezuinigen of de belastingen te verhogen, vermindert de overheid de tewerkstelling én haar eigen inkomsten. De jobs van de toekomst zitten niet in de industrie, maar in de dienstverlening, de wereld van kunst en cultuur, onderwijs en ecologische landbouw.”

Door de digitalisering en automatisering komt veel toekomstige tewerkstelling toch zwaar onder druk te staan?

“Ik gruw van al die pleidooien voor bijvoorbeeld robots ter vervanging van hulpverleners in woonzorgcentra. Zorgverleners moeten mensen van vlees en bloed zijn. Ik huiver trouwens ook van al die hoera-verhalen over elektrische auto’s. Hun batterijen bulken van de zeldzame grondstoffen. Volgens de voormalige Boliviaanse president Evo Morales werd de staatsgreep tegen hem eind vorig jaar bekostigd door de VS om zo toegang te krijgen tot de lithiumvoorraad in zijn land. En dan zijn er die hartverscheurende verhalen over kinderarbeid in de kobaltmijnen in Congo. Zo’n Tesla heeft dus niets met duurzaamheid te maken.”

Ann Pettifor

  • Geboren in 1947 in Zuid-Afrika
  • Studeerde politieke wetenschappen en economie aan de universiteit van Witwatersrand
  • Verhuisde naar Londen waar ze als adviseur voor verschillende Labour-politici werkte, waaronder in 2015 voor Jeremy Corbyn
  • IJverde van 1995 tot 2000 met haar organisatie Jubilee 2000 voor kwijtschelding van de schulden van de armste landen
  • Is sinds 2010 directeur van de economische denktank PRIME, Policy Research in Macroeconomics

© Jan Stevens

‘Geef de zoektocht naar rust op, en je komt vanzelf tot rust’

Filosoof John Sellars wenst autoritaire politieke leiders een snelcursus hellenistische filosofie toe. ‘Seneca waarschuwde al voor het gevaar van woede. Zeker als ze wordt aangevuurd door machtige figuren. De hellenistische filosofen wisten: alleen kalmte kan ons redden.’

323 v.C. tot 31 v.C. staat in de geschiedenisboeken gemarkeerd als de ‘hellenistische periode’ of het hellenisme. Ze loopt vanaf de dood van de Macedonische wereldveroveraar Alexander de Grote tot de nederlaag van de Romeinse generaal Marcus Antonius in de slag bij Actium.

‘Na de dood van Alexander werd diens imperium door zijn generaals in verschillende koninkrijken opgedeeld’, zegt John Sellars, professor antieke filosofie aan de universiteit van Londen. ‘Niet lang na Marcus Antonius’ nederlaag stierf zijn geliefde Cleopatra. Haar dood markeerde het begin van de Romeinse dominantie in de klassieke oudheid. Het hellenisme was een tijd van transitie, waarin de eigenzinnige Griekse stadstaten met hun bloeiende antieke cultuur deel werden van dat centraal geleide grote Romeinse Rijk. Parallel met die overgang groeide en bloeide de hellenistische filosofie. Bij de dood van Alexander was Athene nog het filosofisch centrum, bij de dood van Cleopatra had Rome die rol overgenomen.’

In de klassieke oudheid was filosoferen in de straten en op de pleinen van Athene en Rome dagelijkse kost?

John Sellars: Het was toen zeker geen puur academische discipline. Filosofen spraken op openbare plekken voorbijgangers aan en stelden hen lastige levensvragen. Tijdens de hellenistische periode zagen drie nieuwe stromingen het licht: het epicurisme, het stoïcisme en het pyrronistisch scepticisme. Ik leerde die scholen van de hellenistische filosofie dertig jaar geleden kennen als filosofiestudent. Ik moest toen twee klassiekers lezen: Overpeinzingen van de Romeinse keizer Marcus Aurelius en De natuur van de dingen van de Romeinse filosoof en dichter Lucretius. Die werken bliezen me van mijn sokken.

Wat was er zo speciaal aan?

Sellars: Het filosofische Overpeinzingen is een heel persoonlijk boek; het was waarschijnlijk nooit Marcus Aurelius’ bedoeling dat het gepubliceerd werd. Hij leefde van 121 n.C. tot 180 n.C. en regeerde de laatste twintig jaar van zijn leven over het Romeinse Rijk. Hij schreef Overpeinzingen tussen 170 en 180, tijdens het voorbereiden van zijn militaire veldtochten. Het boek geldt als een van de grootste stoïcijnse werken. Marcus Aurelius beschrijft erin hoe je te midden van onrust, gewoel en gevaar je gemoedsrust moet proberen te vinden en bewaren. Hij raakte me als jonge student diep.

Daarna las ik het lijvige leerdicht De natuur van de dingen van Lucretius, die vermoedelijk van 99 v.C. tot 55 v.C. leefde. De tekst borduurt verder op de lessen van de Griekse filosoof Epicurus, de grondlegger van het epicurisme. Hij zag het persoonlijke geluk als het hoogste na te streven goed. De studie van de filosofie kon ons volgens hem daarbij helpen.

Het stoïcisme en epicurisme waren een ware verademing na de Griekse wijsgeer Plato (ca. 427 v.C. tot 347 v.C.). Ik vond dat de buitensporige aandacht voor die man de hellenistische filosofen groot onrecht aandeed. Oké, Aristoteles mocht ook af en toe opdraven, maar daarmee hield het op.

Wat is er dan mis met Plato?

Sellars: Zijn metafysica is vreselijk complex, met het onderscheid dat hij maakt tussen de echte wereld en de afspiegeling daarvan in een schaduwwereld. De stoïcijnen en epicuristen hadden lak aan dat soort van zweverige constructies: zij waren materialisten. Net dat sprak mij als jonge filosofiestudent erg aan. Ze waren empirici: ze baseerden hun kennis op waarneming. Ze stonden ook zeer sceptisch tegenover religieuze kwesties.

Ze klonken erg modern?

Sellars: Precies. Het stoïcisme en epicurisme waren niet voor niets zeer populair tijdens de 18e-eeuwse Verlichting. De stoïcijnen en epicuristen voelden ook voor mij aan als heel natuurlijk en down to earth. Ze sloten aan bij mijn eigen ervaring van de wereld. Alleen het fysiek tastbare bestaat, kennis verkrijgen we via onze zintuigen en we hoeven geen verantwoording af te leggen aan bovennatuurlijke krachten.

De hellenistische filosofen hielden niet van de uitgebreide Griekse en Romeinse godenwereld?

Sellars: Nee, in tegenstelling tot Plato. Hij stond allesbehalve met beide voeten op de grond, maar zweefde in zijn ideale bovenwereld. Hij verlangde naar absolute, onwrikbare kennis, gebeiteld in steen. De fysieke wereld vond hij maar niets, want die verandert voortdurend. Hij zocht heil in de ideeënwereld buiten tijd en ruimte. Daar bevonden zich de ideale, wiskundige oerconcepten van goedheid, waarheid en schoonheid. Onze wereld was daar in zijn ogen een onvolmaakt, flauw afkooksel van.

In tegenstelling tot de hellenistische filosofen werd Plato met zijn ideeënleer heel populair bij de katholieke kerk?

Sellars: Plato’s invloed op het vroege christendom kan niet onderschat worden. Zijn leerling Aristoteles (384 v. C. – 322 v.C.) temperde dat platonisme een beetje. Hij was meer een wetenschapper, maar bleef toch vasthouden aan het idee dat er onveranderlijke essenties van verschijnselen zijn. Het was vooral de filosofie van Aristoteles die weerklank vond bij de middeleeuwse katholieke kerk. De invloedrijke katholieke theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) haalde zijn mosterd bij hem.

De hellenistische filosofen werden eeuwenlang door Plato en Aristoteles overschaduwd?

Sellars: Ja, en dat is toch merkwaardig, want het stoïcisme en epicurisme waren rechtstreekse reacties op Plato en Aristoteles. Ze namen afstand van de ideeënwereld en stelden dat alles wat bestaat materieel is. De mens is een wezen van vlees en bloed dat verdwijnt als het lichaam sterft. Er is géén hiernamaals en aan goden en mythologie hadden de stoïcijnen, epicuristen en pyrronistische sceptici lak. Wat primeerde was leven in het nu.

Is dat niet zeer boeddhistisch?

Sellars: Het boeddhisme ontstond in Nepal, één à twee eeuwen voor het stoïcisme. De verwantschappen tussen die twee filosofieën zijn inderdaad groot. Ik vind dat een heel interessante kwestie, want ze hebben elkaar in die tijd nooit beïnvloed.

Pyrrho van Elis (ca. 360 v.C – 270 v.C.), de stichter van het pyrronistisch scepticisme, zou wel in India geweest zijn. We vermoeden dat hij samen met Alexander de Grote reisde. Oude teksten vertellen hoe Pyrrho in de leer ging bij een groep Indiase ascetische filosofen. Misschien werd hij toen boeddhist, al is daar geen zekerheid over.

Pyrronistische sceptici geloven in niets. Alle angsten en geestelijk lijden, en alle conflicten worden volgens hen veroorzaakt door mensen met een rotsvast geloof. Alle ellende in deze wereld is een gevolg van dogmatisme. De huidige Amerikaanse politiek met zijn extreme polarisering illustreert de vaststellingen van Pyrrho. De enige manier om van ellende bespaard te blijven, is volgens Pyrrho: geloof in niets. Aanvaard de oppervlakkige verschijnselen van dingen en laat jezelf niet verleiden tot uitspraken als: ‘Alleen zo is het en niet anders!’

Dat is geen vorm van apathie?

Sellars: Zo zou ik het niet omschrijven, nee. In moderne zelfhulpboeken lees je vaak dat onze jacht naar geluk alleen maar ongeluk oplevert. Er staat dan: ‘Jaag geluk niet langer na, maar zoek een zinvolle bezigheid. Een van de gevolgen zal zijn dat je gelukkiger wordt.’ Misschien is dat de essentie van het scepticisme van Pyrrho van Elis. Als je voortdurend kalmte en rust nastreeft, eindig je als een dolgedraaide neuroot. Geef die zoektocht naar kalmte en rust op, en je komt vanzelf tot rust.

De voorbije jaren verschenen er nogal wat populair-filosofische boeken over ‘levenskunst’, over hoe we vandaag met de hulp van de oude Grieken en Romeinen een goed leven kunnen leiden. De auteurs doen daarbij beroep op de hellenistische filosofie?

Sellars: Ja, en dan vooral op het stoïcisme. Een ouder boek van mij heet toevallig ook The art of living. Alleen is dat geen filosofisch zelfhulpboek, maar een academische uiteenzetting over wat filosofie voor de stoïcijnen betekende. Dat blijkt dan inderdaad ‘levenskunst’ te zijn. Ze omschrijven filosofie in het oud-Grieks als ‘technē peri ton bion’, als kunst of ambacht van het leven. Ze trekken parallellen met andere ambachten zoals de geneeskunde. Om dokter te zijn, moet je over veel theoretische kennis en heel wat praktische vaardigheden beschikken. Dat geldt volgens de Griekse en Romeinse stoïcijnen uit de Oudheid ook voor filosofen.

Wat onderscheidt het stoïcisme, epicurisme en pyrronistisch scepticisme van elkaar?

Sellars: De drie scholen van de hellenistisch filosofie volgen verschillende strategieën voor het bereiken van dat ene doel: het goede leven. Voor de stoïcijnen is dé sleutel dan het nastreven van waarden en deugden als moed, gematigdheid en rechtvaardigheid. Voor de epicuristen draait alles in het bestaan rond genot en pijn. Wie een goed leven wil leiden, streeft plezier na en vermijd pijn. Maar niet op een hedonistische wijze: het epicurisme zoekt vooral mentaal genot. Geestelijk lijden en overbodige stress moeten zoveel mogelijk uit de weg worden gegaan. Pyrronistische sceptici zweren geloof en dogmatiek af.

Hoe populair waren de hellenistische filosofen in hun tijd?

Sellars: Het stoïcisme was honderden jaren lang zeer populair. De eerste twee eeuwen had het het in Athene veel invloed. Nadat de Romeinen de macht in Griekenland overnamen, waren ze meteen gecharmeerd door die stoïcijnse filosofie. In de eerste eeuwen na Christus floreerde het stoïcisme ook in Rome, getuige daarvan de stoïcijnse Romeinse keizer Marcus Aurelius met zijn Overpeinzingen. Het epicurisme trad minder voor het voetlicht, maar oefende toch ook vierhonderd jaar lang flink wat invloed uit. Een van de epicuristische doctrines is dat je een stil leven moet leiden. Daarom bleven epicuristen meestal onder de radar. De Romeinse dichter Vergillius (70 v.C. – 19 v.C.) was een epicurist, net als zijn collega Horatius (65 v.C. – 8 v.C.).

Wie is uw favoriete hellenistische filosoof?

Sellars: Marcus Aurelius is zeker een van mijn favorieten. Ik publiceerde net een boek over hem, bestudeerde zijn geschriften intens en heb het gevoel dat ik hem intussen heel goed ken. Hij denkt in zijn werk na over zijn eigen bestaan. Hij wil een beter mens worden door negatieve emoties en frustraties te vermijden en positieve waarden na te streven, zoals samenwerking en rechtvaardigheid. Met de hulp van de stoïcijnse filosofie navigeert hij door zijn dagelijkse leven.

Klinkt ‘negativiteit vermijden’ niet makkelijker dan het is? Ieder mens wordt in zijn leven toch geconfronteerd met momenten van diepe ellende?

Sellars: U hebt gelijk: die momenten zijn overmijdelijk. Je kan ziekte niet ontlopen, net als de dood van geliefden. Dé vraag is dan: hoe ga je met die onvermijdelijke negativiteit om? Die ultieme vraag stelde de Romeinse stoïcijnse filosoof Epictitus (50 n.C. – 130 n.C.) zich ook. Hij kwam tot de conclusie: ‘We raken niet van streek door gebeurtenissen, maar door de manier waarop we tegen die gebeurtenissen aankijken.’ De manier waarop we nadenken over dingen die ons overkomen, bepaalt hoe we erop reageren. Gebeurtenissen kunnen we niet controleren, want inderdaad: shit happens. Maar we kunnen onze gedachten daarover wél onder controle houden. De ellende verdwijnt daardoor natuurlijk niet, maar wordt draaglijker.

Slaagt u erin om uw eigen leven met uw kennis van de hellenistische filosofie te verbeteren?

Sellars: Dat is toch altijd wat ik hoop. Ik geloof graag dat ik er met al die kennis beter aan toe ben dan zonder. (lacht)

In 2012 stond ik samen met een aantal andere filosofen en psychotherapeuten aan de wieg van de organisatie Stoicism Today. We beschouwen onszelf als moderne stoïcijnen en organiseren in Groot-Brittannië jaarlijks verschillende evenementen rond de stoïcijnse filosofie. Zo houden we traditiegetrouw rond deze tijd van het jaar onze stoïcijnse week. Op de website modernstoicism.com vullen deelnemers dan in het begin van die week een vragenlijst in. Daarin peilen we naar hoe ze in het leven staan en welke moeilijkheden ze ervaren. Vervolgens geven we ze elke dag raad aan de hand van het werk van hellenestische filosofen. Op het einde van de stoïcijnse week vullen de deelnemers dezelfde vragenlijst opnieuw in. Elk jaar stellen we vast dat negatieve emoties zoals kwaadheid of frustratie dan sterk verminderd zijn. Mensen voelen zich opgewekter en gelukkiger, na amper één week leven als een stoïcijn.

Hellenistische filosofie is ook therapeutisch?

Sellars: Zowel de stoïcijnen, epicuristen als pyrronistische sceptici beschouwden filosofie als therapie. Verschillende psychotherapeuten doen vandaag een beroep op hun inzichten. Ze leren hun cliënten dingen of gebeurtenissen in een ander perspectief te zien, waardoor ze minder angstaanjagend lijken, of beter te begrijpen zijn.

Is hellenistische filosofie een soort van surrogaatreligie voor de naar zin zoekende moderne seculiere mens?

Sellars: Totaal niet. Hellenistische filosofie heeft niets met religie te maken omdat alle stellingen en uitspraken gebaseerd zijn op argumenten. Het is geen raamwerk van slaafs op te volgen regels, stammend uit een dogmatisch geloof. Als je van oordeel bent dat de argumenten deugen, zal je misschien ook geneigd zijn om de bijhorende raad op te volgen. Als je de argumenten onzin vindt, kan je dat advies gewoon naast je neerleggen.

Helpt de hellenistische filosofie u tijdens deze coronacrisis?

Sellars: Ik vind nu soelaas bij het stoïcisme, en dan vooral bij de Romeinse stoïcijnen. Zij adviseren om wat er in het hier en nu gebeurt in een veel ruimer perspectief te plaatsen. Overschouw de menselijke geschiedenis en kijk naar wat deze pandemie daarin voorstelt. Wat ons nu overkomt is niet uniek; er waarden vroeger nog gevaarlijke virussen rond. In de toekomst volgen er ongetwijfeld nog. Wij, westerlingen, maakten dit de voorbije decennia niet mee, vandaar dat velen zo in shock zijn. Terwijl deze epidemie helemaal niet uitzonderlijk is. Onze voorouders moesten veel gevaarlijkere virussen doorstaan, op verschillende tijdstippen in de geschiedenis. Waarom kunnen wij dit dan niet overleven?

De wereld wordt een betere plek als we meer zouden luisteren naar de hellenistische filosofen?

Sellars: Zonder twijfel. De beroemde Romeinse schrijver en stoïcijnse filosoof Seneca (4 v.C. – 65 n.C.) dacht veel na over het gevaar van woede in de politiek. ‘Waar het verstand ophoudt, begint de woede’, stelt hij. ‘Woede is gevaarlijk. Zeker als ze wordt aangevuurd door machtige, invloedrijke figuren.’ De stoïcijnen raden ons daarom aan dat we onze woede altijd moeten proberen beheersen. De epicuristen wijzen ons erop dat we niet veel geld of bezit nodig hebben om een gelukkig leven te leiden. En de pyrronistische sceptici vinden dat we ons dogmatisme beter inruilen voor openheid van geest. Dat is toch een perfecte handleiding voor een betere wereld?

John Sellars

  • Geboren in 1971
  • Studeerde en promoveerde in de filosofie aan de universiteit van Warwick
  • Doceert antieke filosofie aan de universiteit van Londen en is verbonden aan het Wolfson College in Oxford
  • Auteur van The art of living (2003), Stoicism (2006), Hellenistic philosophy (2018), Lessons in stoicism (2019) en Marcus Aurelius (2020)

© Jan Stevens

‘Ik vergeet niets en vergeef niemand’

Vijf jaar geleden verloor Antoine Leiris zijn vrouw Hélène bij de aanslag op de Parijse concertzaal Bataclan. “Sindsdien is november de wreedste van alle maanden.”

Op vrijdag 13 november 2015 lieten 130 mensen het leven in terreuraanslagen verspreid over Parijs. Eén van hen was de 35-jarige visagiste Hélène Muyal-Leiris. Die horroravond ging ze naar een concert van de Amerikaanse band Eagles of Death Metal in de concertzaal Bataclan. Haar man Antoine Leiris bleef thuis bij hun 17 maanden oude zoontje Melvil. De maandag erna zag hij haar voor het allerlaatst terug achter glas in het mortuarium. “Ze was even mooi als ze altijd is geweest.”

Diezelfde dag postte hij op Facebook een brief aan de terroristen die zijn vrouw hadden vermoord. “Jullie zullen mijn haat niet krijgen”, schreef hij. Zijn boodschap ging wereldwijd viraal. Uit die brief groeide het aangrijpende boekje Mijn haat krijgen jullie niet, waarin hij de eerste twaalf dagen zonder Hélène beschrijft.

Precies vijf jaar later ligt Het leven, daarna in de boekhandel, het tussen wanhoop en hoop zwevende verslag van zijn leven na ‘les évenements’ of ‘de gebeurtenissen’. Want zo omschrijft hij met warme, zachte stem het twintig minuten durende salvo dat drie terroristen afvuurden vanop het balkon op de weerloze concertgangers.

Het voorbije half jaar leek de door de radicale islam geïnspireerde terreur in de straten van Parijs te zijn verdrongen door corona. Tot de dag van dit interview de 18-jarige Tsjetsjeense jihadist Abdullah Anzorov de 47-jarige geschiedenisleraar Samuel Paty onthoofdt voor het tonen van cartoons van de profeet Mohammed.

Antoine Leiris: “Dit vreselijke bloedvergieten blijft totaal onaanvaardbaar. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen enkel probleem met de religie islam, alleen met de politiek-fundamentalistische variant ervan. Het is niet omdat ik Mijn haat krijgen jullie niet schreef, dat ik vind dat we daders moeten vergeven, of dat we hun daden moeten vergeten. Ikzelf vergeet niets en vergeef niemand. Gewelddadig religieus fundamentalisme moét keihard aangepakt worden.”

De Franse overheid reageert te laks?

Leiris: “Wat ik vind van de aanpak van onze bewindslui hou ik liever voor mezelf. Ik werd ongewild en ongevraagd ervaringsdeskundige van wat een terreuraanval betekent voor de geliefde van een slachtoffer. Over wat dat bij mij aanrichtte, schreef ik mijn twee boeken. Hoe we fundamentalistische terroristen moeten bestrijden, laat ik over aan anderen. Daar ben ik geen expert in.”

In Het leven, daarna brengt u het relaas van u uw persoonlijke tocht van de jaren na de aanslag op de Bataclan.

Leiris: “Er is een tijd voor en een tijd na de aanslag. Ervoor was ik de man van Hélène en samen waren wij de ouders van Melvil. Erna was ik weduwnaar en Melvils alleenstaande vader. In één klap werd ik me bewust van de smalle kloof tussen leven en dood. In zeer moeilijke omstandigheden moest ik proberen uitvlooien hoe ik mijn nieuwe rol zou invullen. Wat betekende mijn vaderschap na de moord op Hélène?

“Ik ging in die periode ook op zoek naar wie mijn vader was, en welke rol hij in mijn kindertijd speelde. Hij is gestorven, net als mijn moeder. Ik ben een wees. In de jaren na ‘de gebeurtenissen’ probeerde ik als vader te leren leven met al die dode zielen.”

De Nederlandse vertaling Het leven, daarna is net verschenen, terwijl het Franse origineel La vie, après dateert van oktober vorig jaar. Moet er niet nog een extra hoofdstuk over het voorbije jaar bij?

Leiris: “Misschien schrijf ik dat extra hoofdstuk later, als Melvil een paar jaar ouder is. Nu is het daar te vroeg voor.

“Mijn eerste boek Mijn haat krijgen jullie niet schreef ik in de dagen na 13 november 2015. Daarna begon ik aan een roman te werken. Want romanschrijver worden, is mijn ultieme ambitie. Ik zette de grove lijnen voor dat fictieve verhaal uit en schreef de eerste bladzijden. Tot ik merkte hoe ik er voortdurend stukken uit mijn eigen leven in smokkelde. Het was alsof ik mijn eigen bestaan verdronk in fictie. Dat leidde nergens toe en dus besloot ik om eerst dat boek te maken over mijn leven na de aanslag. Pas daarna kon ik aan mijn roman beginnen. Daar ben ik nu ook volop mee bezig.”

U moest eerst een hoofdstuk afsluiten?

Leiris: “Precies. Mijn haat krijgen jullie niet werd door regisseur Benjamin Guillard bewerkt tot een toneelstuk en ging in het najaar van 2017 in het Parijse Théâtre du Rond-Point in première. Raphaël Personnaz, acteur en stand-upcomedian, kroop in mijn huid. Hij zette een volmaakte vader neer, een trieste weduwnaar die op een perfect ontroerende wijze voor zijn zoontje zorgt. Ik ging naar dat stuk kijken en zag een man op de scène die ik niet langer herkende. Hij leek op mij, maar hij was me niet meer. Ik was veranderd, geëvolueerd. Ik zag hoe de Antoine Leiris van Mijn haat krijgen jullie niet een personage was geworden.”

Dat ‘personage’ Antoine Leiris, schrijver van die indringende Facebook-post na de aanval op de Bataclan, wou u niet langer zijn?

Leiris: “Dat is te sterk uitgedrukt. Het was niet zo dat ik die Antoine Leiris niet meer wou zijn, ik was gewoon veranderd. Met Het leven, daarna neem ik afscheid van de in de tijd bevroren Antoine Leiris uit de maanden na de aanslag. Via dat tweede boek stap ik in het échte leven, zonder nog naar dat personage van vroeger te moeten verwijzen.”

U hoopt zo met een schone lei te kunnen beginnen?

Leiris: “Nee, dat wil ik niet. Want het leven gaat gewoon verder en het verleden kan niet gewist worden. Ik ben nu blijvend op zoek naar het evenwicht tussen een nieuw, lichter bestaan en die zware souvenirs van vroeger. Dat is best ingewikkeld.

“Of ik bang ben dat ik de rest van mijn bestaan vereenzelvigd zal worden met Antoine Leiris, de weduwnaar van na de Bataclan? Nee, al kan ik heel goed begrijpen dat buitenstaanders me nu zo zien. Terwijl ik in werkelijkheid een veel complexer mens ben. Familie en vrienden weten dat mijn identiteit niet alleen bepaald wordt door 13 november 2015 en alles wat daarna kwam. Zij kennen de Antoine Leiris met wie ze opgroeiden, de Antoine Leiris van in de middelbare school, de Antoine Leiris van op het werk… Mijn hele wezen wordt vandaag niet enkel en alleen bepaald door ‘de gebeurtenissen’. Als ik nu in mijn kantoor aan een scenario zit te vijlen, ben ik niet Antoine Leiris, de weduwnaar, maar Antoine Leiris, de scenarist. Toen ik samen met mijn uitgeefster Het leven, daarna voorstelde, was ik Antoine Leiris, de man die net een nieuw boek geschreven had.

“Natuurlijk blijven ‘de gebeurtenissen’ voor altijd deel van mijn persoonlijke geschiedenis. Ik begrijp ook heel goed dat mensen daar vragen over stellen en probeer daar dan op te antwoorden. Dat stoort me zelfs niet, integendeel.”

Was het schrijven van Het leven, daarna therapeutisch?

Leiris: “Toch niet, maar dit boek moést er eerst komen, om daarna met iets nieuws van start te kunnen gaan. Schrijven is al heel lang een vast onderdeel van mijn bestaan. De literatuur en het geschreven woord zijn zeer belangrijk voor mij en romanschrijvers staan op het hoogste schavot. Vóór ‘de gebeurtenissen’ had ik nooit plannen om iets over mezelf op papier te zetten. Ik heb lang als cultuurjournalist bij Radio France gewerkt en ken de vaak bedenkelijke kwaliteit van dat soort van bekentenisliteratuur. Na 13 november 2015 vond ik dat ik wel iets over mezelf kwijt moest. Dat is met Het leven, daarna voorlopig afgesloten. Vanaf nu wil ik samen met mijn zoon Melvil verder een leven in de luwte leiden. Ik keer ook terug naar de schaduw om die roman eindelijk te kunnen afwerken.”

Bent u ooit in therapie geweest?

Leiris: “Nee, al had ik het misschien beter wel gedaan. (lachje) Ik probeer mijn negatieve gedachten onder controle te houden en te transformeren in andere, positieve dingen. Maar ik erken dat therapie heilzaam kan zijn. Nu nog niet, misschien later. Of misschien nooit. Ik weet het niet.”

Is het moeilijk voor u om te vertellen hoe u die avond van 13 november 2015 beleefde?

Leiris: “O ja, dat blijft vreselijk moeilijk. (stilte) Melvil sliep en ik las een boek, in afwachting van de terugkomst van Hélène. Rond half elf kreeg ik een sms van een kennis: ‘Hoi, gaat alles goed? Zijn jullie thuis?’ Ik antwoordde niet, zoals ik eigenlijk nooit doe op nietszeggende sms’jes. Maar die telefoon bleef trillen. ‘Zijn jullie veilig?’ Ik legde mijn boek opzij en zette de tv aan. ‘Aanslag bij het Stade de France’, hoorde ik. Iets later zag ik de naam Bataclan voorbijglijden. De plek waar Hélène naartoe was. Ik belde haar en bleef bellen. Honderden keren na elkaar hoorde ik haar voicemail. Mijn broer en zus kwamen naar ons appartement. Samen met mijn broer reed ik die nacht in Parijs van ziekenhuis naar ziekenhuis. Nergens een spoor van Hélène. De volgende dag om acht uur ’s avonds belde haar zus. Hélène was dood.”

Van het ene moment op het andere kantelde uw leven totaal?

Leiris: “Ja, maar wat de herinneringen aan die avond nu nog met mij aanrichten, beschouw ik als privé. Dat is onderdeel van mijn intimiteit. Alles wat ik over die eerste momenten, dagen en weken kwijt wil, staat in Mijn haat krijgen jullie niet. Alles wat ik toen voelde, heb ik beschreven in dat boek. Al de rest hou ik voor mezelf.”

Was het een troost dat dat eerste boek een internationale bestseller werd?

Leiris: “Eerlijk gezegd wasMijn haat krijgen jullie nietnu ook weer niet zo’n eclatant succes. In Frankrijk werd het veel gelezen, maar in het buitenland brak het geen potten. Ja, er werd in heel wat landen vaak over gesproken én het werd in twintig talen vertaald, maar het vloog niet over de toonbank. Voor veel mensen was mijn tekst heel moeilijk te behappen. Ze waren bang dat hij hen te veel pijn ging doen. Ik kan dat best begrijpen. Af en toe zei een vriend me: ‘Antoine, ik kan je boek niet lezen. Ik ben bang dat het er veel te hard zal inhakken.’ Ik vond dat niet erg. Ik heb me nooit vragen gesteld over de verkoop van Mijn haat krijgen jullie niet. Dat interesseerde me niet. Net als al die vertalingen: al dat soort van beslissingen liet ik over aan mijn uitgeefster. Álles wat er met en rond dat boek gebeurde, ontsnapte volledig aan mijn aandacht. Ik probeerde intussen mijn leven zo normaal mogelijk te leven.”

Vandaag bent u voltijds schrijver?

Leiris: “Ja, maar dat is geen gevolg van de Bataclan. Niet lang voor de aanslagen had ik mijn baan bij Radio France opgezegd. Ik wou gaan freelancen, reportages, verhalen en scenario’s schrijven en eindelijk ook die roman afmaken waar ik al jaren op aan het broeden was. In september 2015 was ik zo vrij als een vogel, dolgelukkig met vrouw en kind en klaar voor een nieuw avontuur. Tot anderhalve maand later ‘de gebeurtenissen’ alles van tafel veegden.”

In de zomer van 2016 verhuisde u van het knusse appartement waar u samen met Hélène gewoond had, naar een flat in een koele, moderne nieuwbouw in een andere buurt in Parijs. Die verhuis was een doelbewuste keuze?

Leiris: “Ja. Na ‘de gebeurtenissen’ liet ik alles in ons appartement onaangeroerd. Het werd een museum. Ik wou er zelf eerst niet weg. Maar de moeder van een vriend zei dat het misschien verstandiger was op zoek te gaan naar een nieuwe omgeving. Zij had haar man verloren. ‘Ik bleef in het huis wonen’, zei ze. ‘Dat was een vergissing. Ik wil er weg omdat ik nood heb aan meer geestelijke vrijheid. Die vind ik hier niet.’ Ze had gelijk; die verhuis gaf me meer zuurstof. De nieuwe flat maakte het eindelijk voor me mogelijk om afstand te nemen. Ik kon voorwerpen een nieuwe plaats geven en dat werkte bevrijdend.”

Die verhuis dwong u ook tot het uitzoeken van de bezittingen van uw vrouw. U moest dingen van haar weggooien. Die selectie maken, was heel moeilijk?

Leiris: “Dat was onmogelijk, maar moest toch gebeuren. Ik maakte die selectie niet alleen voor mezelf, maar ook voor onze zoon Melvil. Toen zijn mama stierf, was hij een baby van bijna 18 maanden. Ik moest beslissen welke voorwerpen van haar hij binnen tien, twintig of dertig jaar bij zich zou willen hebben. Ik nam me voor geen spijt te krijgen van mijn keuzes, al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Nu ben ik bang dat ik toen grote vergissingen heb gemaakt.

“Ik nam vooral dingen mee die ze dagelijks gebruikte. Haar telefoon, haar sieraden, de inhoud van haar nachtkastje. Ik wou voldoende herinneringen bewaren aan haar zoals ze op het einde van haar leven was, maar niet de souvenirs uit een ver verleden. Want die zouden toch meer en meer vervagen. Ik wou de afstand tussen haar en ons zo kort mogelijk houden. Er moesten voldoende voorwerpen en foto’s zijn om haar te gedenken, maar ook niet té veel. De herinneringen aan haar moeten met ons kunnen meegroeien, zodat ze altijd bij ons blijft, bij mij en Melvil. Samen met ons zal ze veranderen doorheen de tijd.”

Hoe gaat het nu met Melvil?

Leiris: “Heel goed. Hij groeit als kool. Hij is een grote jongen van zes en zit in het eerste leerjaar, waar hij leert lezen en schrijven. Hij vindt dat zalig. De appel viel dus niet zo ver van de boom. (lacht)”

Hij heeft geen échte herinneringen aan wie zijn moeder was?

Leiris: “Op een of andere manier heeft hij toch zijn beeld van wie zij was. Als hij groter is, zullen we hem vertellen wat er precies die vreselijke avond gebeurd is. Al hebben we de voorbije jaren al heel veel over haar gepraat. Telkens wanneer hij een vraag over haar stelt, probeer ik die zo goed mogelijk te beantwoorden.

“Er zijn nu momenten waarop hij glimpen van haar opvangt. Via een geur, een kleur, een stem. Hij leefde negen maanden samen met haar in haar buik. Achttien maanden lang was er die innige band tussen moeder en baby. Dat moét toch in hem blijven voortleven? Al die zintuiglijke ervaringen van toen Hélène er nog was, zitten diep in hem. Dat geloof ik echt.”

U bent nu zowel zijn vader als zijn moeder?

Leiris: “Nee, ik kan niet meer dan één ouder tegelijkertijd zijn. Al doe ik mijn best om voor 100 % zijn papa te zijn, een superpapa, de allerbeste. Maar de rol van mama zal ik nooit kunnen overnemen. Dat is onmogelijk. Het is heel moeilijk om eerst degene te zijn die gromt: ‘Wat heb je nu weer uitgespookt, Melvil?’, en vijf minuten later degene die sust: ‘Was papa weer aan het zeuren?’ (lacht)”

Hoe belangrijk waren familie en vrienden de voorbije vijf jaar?

Leiris: “Van levensbelang. Zij waren er altijd voor ons; ze zijn mijn ankerpunten. Mijn ouders heb ik niet meer, maar bij mijn prachtige broer en zus kan ik altijd terecht. Ik heb ook een paar vrienden op wie ik dag en nacht kan rekenen.

“Sommige zondagnamiddagen kunnen heel somber zijn. Dan neem ik de auto en rij ik met Melvil naar mijn broer of zus. Of naar mijn vrienden Michel of Marco. Nooit kom ik ongelegen bij hen.”

Is er in uw leven plaats voor een nieuwe geliefde?

Leiris: “Een deel van mij wil dat en verlangt er ook naar. Tezelfdertijd voel ik hoe moeilijk en ingewikkeld een nieuwe relatie kan zijn. (zwijgt)

“Ach, ik zou u kunnen zeggen dat ik er klaar voor ben en dat een nieuwe liefdesrelatie mogelijk is. Maar de realiteit is dat ik het niet weet. Ik heb geen antwoord op uw vraag. Nog niet.”

In januari 2021 begint normaal gezien het assisenproces tegen twintig verdachten van de aanslagen in Parijs, waaronder de enige nog levende dader Salah Abdeslam. Zal u dat volgen?

Leiris: “De juiste data staan nog niet vast en vandaag weet ik niet of ik in de rechtszaal zal plaatsnemen. Momenteel loopt het proces tegen 14 medeplichtigen van de aanslagen in januari 2015 op onder andere Charlie Hebdo. Ik hoorde iemand van de Association française des Victimes de Terrorisme (AfVT) zeggen dat veel nabestaanden tot op de allerlaatste minuut twijfelden of ze aanwezig zouden zijn of niet. Dat klinkt misschien bizar, maar ik begrijp dat volkomen. Ook ik zal twijfelen tot vlak voor de allereerste zitting.”

Verschillende slachtoffers van de Brusselse aanslagen van 22 maart 2016 voelen zich door de overheid in de steek gelaten. Herkent u dat?

Leiris: “Dat is een ingewikkelde kwestie, waar ik liever niet op inga. Het is niet voor niets dat in 2009 de AfVT, de belangenvereniging van Franse terrorismeslachtoffers, opgericht werd. Meer wens ik daar echt niet over te zeggen.”

Waarom niet?

Leiris: “Ik vertel in mijn twee boeken het hoogstpersoonlijke verhaal van een vader en een zoon die door een aanslag in uitzonderlijke omstandigheden terecht komen. Ik praat liever niet over gevoelige zaken waar ik het fijne niet van weet. Want dan riskeer ik fouten te maken die mensen nodeloos kunnen kwetsen.”

Op 16 november 2015 postte u uw inmiddels wereldberoemde boodschap aan de daders: ‘Mijn haat krijgen jullie niet.’ Vindt u nog steeds dat ze uw haat niet verdienen?

Leiris: “Wat ik toen bedoelde, was dat ik mijn handelingen niet wou laten aandrijven door die emotie. Haat mocht niet de motor van mijn leven worden. Ik weet het, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De woede, en af en toe de haat, liggen constant op de loer. Toch blijf ik die negatieve emoties onderdrukken. Ik laat niet toe dat zij bepalen hoe ik zal handelen. Op die momenten waarop het toch dreigt te gebeuren, dwing ik die haatgevoelens terug in de spelonken van mijn geest.”

De aanslag op de Bataclan en de moord op uw vrouw heeft uw kijk op de wereld niet ingrijpend veranderd?

Leiris: “Ik vermoed van niet. Er huizen al heel lang twee totaal tegengestelde persoonlijkheden in Antoine Leiris. De ene persoonlijkheid is extreem gevoelig aan sensaties, geuren en kleuren. Ze vangt alles op wat er aan emoties rondzweeft en reageert daar sterk op. Die andere persoonlijkheid is dan weer heel rationeel. Die twee leefden altijd al samen in mij en zitten er nog steeds. Mijn rationele kant probeert ook na 13 november 2015 de waanzin in de wereld te begrijpen. Mijn emotionele kant raakte ook na die vreselijke dag niet afgestompt. Het lukt me nog steeds om niet definitief te veroordelen en ik ben me er nog altijd heel goed van bewust dat ik de wereld niet begrijp. Dat is toch positief, niet?”

Hoe zal de avond van 13 november 2020 er voor u uitzien?

Leiris: “Dat weet ik nog niet. Sinds 2015 is die 13e november elk jaar een zeer moeilijke dag. Eigenlijk is heel die maand november zwaar. Het is de wreedste van alle maanden. Dan herbeleef ik ‘de gebeurtenissen’. Niet exact zoals ze zich toen afspeelden, maar ze liggen dan als een dood gewicht op mijn schouders.

“De coronacrisis versterkt dit jaar die somberheid alleen maar. Parijs lijkt met die avondklok een stad in oorlogstijd. Mijn stadsgenoten lopen op de toppen van hun tenen. Ze zijn bang voor hun gezondheid, bang om hun job te verliezen, bang dat hun zaak overkop zal gaan. Elke ochtend neem ik de metro en dan zie ik vermoeide, uitgebluste mensen. Zelfs hun mondmaskers kunnen niet verbergen dat ze de wanhoop nabij zijn.”

Antoine Leiris, Het leven, daarna, Het Spectrum, 176 blzn., 15,99 euro

© Jan Stevens