‘Een lockdown versterkt vooral de angst’

TegnellDe Amerikaanse NGO International Center for Journalists (ICFJ) organiseerde een online-vragenuur met de Zweedse staatsviroloog Anders Tegnell. Geregistreerde journalisten konden hem vragen voorleggen over zijn controversiële aanpak van de coronacrisis. ‘Een kwart van de Zweden is immuun.’

 

Anders Tegnell staat ons te woord vanuit zijn auto op een parkeerplaats ergens in Stockholm. We vragen hem wat hij vindt van de striemende kritiek van Nele Brusselaers, Belgische epidemiologe aan het Karolinska Institutet. Volgens haar stevent Zweden door de ‘non-aanpak’ van staatsviroloog Tegnell full speed af op een catastrofe. ‘Zij behoort tot een kleine groep wetenschappers die al van in maart hardnekkig beweert dat door mij het Zweedse gezondheidssysteem zal imploderen’, antwoordt hij. ‘In een paar weken tijd zouden er tienduizenden doden vallen. Geen enkele van hun voorspellingen kwam uit. Integendeel, we evolueren steeds meer in de juiste richting. In de VS en Groot-Brittannië werden ook modellen voor Zweden uitgetekend met honderden keren meer besmettingen en doden dan in de werkelijkheid. Allemaal sloegen ze de bal mis.’

 

Waarom ging Zweden niet in lockdown?

Anders Tegnell: Zoals altijd in zaken van volksgezondheid gingen wij van in het begin van de epidemie het gesprek met de Zweedse bevolking aan. Dat is precies ook wat de wet ons voorschrijft. We hebben er veel vertrouwen in dat onze landgenoten hun verantwoordelijkheid nemen. Dankzij onze aanpak hielden we de besmettingen onder controle en bleven de gezondheidsdiensten overeind. We stonden nooit onder druk om iets anders uit te testen. We namen veel kleine maatregelen: zo verboden we eerst bijeenkomsten van meer dan 500 mensen en stelden dat later bij tot 50. Italië en Oostenrijk hadden ons geleerd dat restaurants grote besmettingshaarden zijn, dus probeerden we de kans op besmetting in de horeca zo klein mogelijk te houden. We wilden geen lockdown, maar kozen ervoor het besmettingsrisico te minimaliseren. Dat heeft als consequentie dat besmetting niet stopt, maar wel beheersbaar wordt. Ons gezondheidssysteem stond tijdens deze pandemie op geen enkel moment onder druk. Minstens 20 procent van alle ziekenhuisbedden bleef onbezet.

We hadden het trage begin van de epidemie snel in de gaten. Veel landen misten de start en schrokken pas wakker op het moment dat er te veel zieken waren om de epidemie nog onder controle te krijgen. Wij zagen de epidemie op ons afkomen tijdens onze verspreid georganiseerde lentevakantie, samen met de terugkerende reizigers. Stockholm is het zwaarst getroffen; dat komt omdat de lentevakantie van de hoofdstad toevallig samenviel met de grote uitbraken in Centraal-Europa. We hebben toen meteen zeer veel teruggekeerde vakantiegangers getest.

 

Toch telt Zweden inmiddels meer dan 3000 doden. In uw buurlanden met strikte lockdowns ligt de dodentol flink lager: in Denemarken vielen zes keer minder doden en in Noorwegen en Finland zijn het er een paar honderd.

Tegnell: De belangrijkste verklaring voor onze vele doden is de grote sterfte in de woonzorgcentra. De Zweedse rusthuizen worden zo goed als uitsluitend bevolkt door stokoude, zwaar zieke mensen. Ongeveer 70.000 hoogbejaarden leven er samen. Als het virus in zo’n rusthuis binnendringt, is de dodentol immens. In Stockholm raakten jammer genoeg nogal wat woonzorgcentra besmet. Meer dan 50 % van onze doden komt uit die centra.

 

De rusthuizen waren slecht op een epidemie voorbereid?

Tegnell: Het was inderdaad al lang geweten dat ze niet voorbereid waren op de uitbraak van een besmettelijke ziekte. De kwaliteit van de zorg in veel woonzorgcentra laat te wensen over, zeker in de regio Stockholm. Het aantal besmettingen is er nu langzaam aan het afnemen, net als het aantal doden. Niet alleen in de hoofdstad, maar over het hele land. Dat valt nog niet in de officiële cijfers op, omdat er vertraging zit in de rapportering.

 

Zullen landen die snel in totale lockdown gingen de volle rekening van de dodentol pas gepresenteerd krijgen tijdens hun exitstrategie?

Tegnell: Dat weet niemand. Wat ik wél weet, is dat in onze scandinavische buurlanden en in bijvoorbeeld Oostenrijk nu slechts 1 à 2 procent van de bevolking immuun is, terwijl de groepsimmuniteit in Zweden 25 procent bedraagt. Dat wil zeggen dat wij meer van de weg hebben afgelegd. Als 99 procent van je bevolking door een lockdown tijdelijk aan corona ontsnapt, wordt het in de toekomst heel moeilijk om nieuwe grote golven de baas te kunnen. Want met welke maatregelen moet je dan ingrijpen?

Elke dag opnieuw houden wij de besmettingen onder controle, terwijl onze samenleving open blijft. We leggen de nadruk op social distancing en, zeker voor onze bejaarden, op het limiteren van sociale contacten. We raden hen aan toch voldoende buiten te komen, maar drukke omgevingen te vermijden. De buitenlucht is gezond en als je voldoende afstand houdt, kun je zo ook anderen ontmoeten.

 

U blijft vasthouden aan het principe: zolang er geen vaccin is, moet groepsimmuniteit ons beschermen?

Tegnell: We moeten er ons goed van bewust zijn dat we later zullen vaccineren voor een niet al te gevaarlijke ziekte. 99,9 procent van de jonge gezonde bevolking sterft niet aan covid-19. Dit is geen ziekte met een mortaliteit van 15 procent. Wat meteen ook wil zeggen dat een vaccin zeer veilig zal moeten zijn. Zolang dat er niet is, blijft groepsimmuniteit inderdaad de enige weg.

 

Er is toch veel onzekerheid over hoe immuun iemand na covid-19 werkelijk is?

Tegnell: Het klopt dat er veel onduidelijkheid is over immuniteit, zeker als je test op antilichamen bij elk individu afzonderlijk. Maar immuniteit voor deze ziekte bestaat wel degelijk. In Zweden heeft geen enkele covid-19-patiënt de ziekte een tweede keer moeten doorstaan. Ons registratiesysteem is zeer strikt, waardoor vergissingen uitgesloten zijn. Ik heb tot hiertoe ook uit geen enkel ander land een verslag gezien dat melding maakt van patiënten die twee keer door het virus getroffen worden. Daar worden vooral veel geruchten over verspreid. We weten nog niet vanaf welk niveau antilichamen bescherming bieden en voor hoelang. Maar misschien zorgen andere delen van ons immuunsysteem ook voor bescherming.

Wij nemen aan dat de trage afname van besmettingen in Stockholm een gevolg is van onze groepsimmuniteit. De curve begint te zakken, terwijl we de voorbije vijf weken geen enkele nieuwe maatregel genomen hebben. Daar komt bij dat de social distancing in onze samenleving iets minder strikt wordt opgevolgd. Er is dus eigenlijk geen andere verklaring mogelijk dan die groepsimmuniteit.

 

In tegenstelling tot de meeste andere landen raadt u de Zweden af stoffen mondmaskers te dragen. Waarom?

Tegnell: Het zogenaamde wetenschappelijk bewijs voor het dragen van mondmaskers is flinterdun. Er wordt meestal verwezen naar één kleine theoretische studie uit Hongkong over hoeveel virus er ontsnapt via een stoffen mondmasker. Die studie ging niet eens over covid-19, maar over andere virussen. Het is een theoretische oefening die nooit op grotere schaal in de praktijk gebracht is. Het blijft dus zeer onduidelijk of stoffen mondmaskers er daadwerkelijk voor zorgen dat je niemand besmet.

In Zweden is er één gouden regel: blijf thuis als je je ’s morgens niet lekker voelt. Wie ziek is, ontvangt vanaf dag één een ziektevergoeding die het salaris integraal vervangt. Wij zijn bang dat de introductie van mondmaskers enkel een vals gevoel van veiligheid zal geven.

 

De lagere scholen bleven open?

Tegnell: Er is geen enkele reden om kleuter- of basisscholen te sluiten, want intussen weten we dat kinderen níet de motor van dit virus zijn, in tegenstelling tot het griepvirus. Tot hiertoe raakten slechts 200 Zweden jonger dan 20 met covid-19 besmet. Soms dragen ze het virus zonder er zelf ziek van te worden; zelden geven ze het aan volwassenen door. Dat is in IJsland proefondervindelijk vastgesteld.

 

U hebt daar stevig wetenschappelijk bewijs voor?

Tegnell: We moeten goed beseffen dat covid-19 compleet nieuw is en dat wetenschappelijk onderzoek naar dat virus in zijn kinderschoenen staat. Zowat alle maatregelen van alle landen overal ter wereld, zijn niet met solide kennis onderbouwd. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor lockdowns of het sluiten van grenzen. We streven wel allemaal datzelfde doel na: de besmetting vertragen en spreiden in de tijd. In sommige landen greep de besmetting zo snel om zich heen, dat ze geen andere uitweg meer zagen dan de totale lockdown. Maar een lockdown versterkt vooral de angst. De economische kost is gigantisch, met faillissementen en veel werklozen die daar mentaal onder lijden. Wij geloven in onze strategie omdat mensen het nog heel lang zullen moeten blijven volhouden.

 

© Jan Stevens

‘Die laatste zeven maanden voerde ik diepe gesprekken met papa. Dat is een luxe die veel mensen jammer genoeg niet hebben’

Weduwe Lieve Seuntjens en zoon Ben Van Duppen blikken terug op hun leven met Dirk Van Duppen. “Het motto hier in huis was: Erst das Fressen und dann die Moral.”

 

Op maandag 30 maart overleed Dirk Van Duppen omringd door zijn geliefden. Zelfs de grootste politieke tegenstander had woorden van lof voor de marxistische dokter die geneesmiddelen goedkoper wou maken met het kiwimodel, een kruis hielp zetten over de Lange Wapperbrug, zijn partij PVDA de weg naar succes wees en lang voor Rutger Bregman tot de conclusie kwam dat alle mensen deugen. “Ik liet nog eens alle kaartjes voor Dirk door mijn handen gaan”, zegt zijn vrouw Lieve Seuntjens (59), eveneens PVDA-dokter. “Mensen uit alle geledingen van de samenleving, van patiënten tot syndicalisten, stuurden een steunbetuiging. Die kaartjes staan symbool voor waar Dirk voor stond: mensen verbinden.”

We zitten in de tuin van de bescheiden rijwoning van doktersfamilie Van Duppen in Deurne. De zon schijnt uitbundig. “Op het einde zei papa dat hij het heel tof vond dat ik ook in de politiek gestapt ben”, zegt zoon Ben Van Duppen (30), onderzoeker in de kwantumfysica aan de Universiteit Antwerpen (UA) en PVDA-districtsschepen in Borgerhout. “Papa vond wetenschappelijk onderzoek ontzettend belangrijk. Toen ik eind vorig jaar de Prijs Robert Oppenheimer van de Onderzoeksraad van de UA won, was hij ontzettend trots.”

 

Hoe gaat het nu met jullie?

Ben Van Duppen: “We mochten de voorbije zeven maanden ontzettend veel verbondenheid ervaren, zowel hier, als in de buitenwereld. Dat heeft ons erg geholpen, ook al was het een vreemde periode. Die verbondenheid is een groot geschenk van papa aan ons om dat verdriet te helpen verwerken. Ik kan daar nu altijd op terugvallen. Wat niet wil zeggen dat er geen verdriet meer is, integendeel.”

 

Toen ik eind januari Dirk kwam interviewen, vroeg ik me voor ik hier binnenstapte af: waarom investeert hij zoveel kostbare tijd in lange gesprekken met wildvreemde journalisten? Toen ik weer buiten stapte, wist ik waarom.

Lieve Seuntjens: “Je moest Dirk aan het woord horen om dat te begrijpen. Veel mensen maken op het einde van hun leven een balans op; Dirks afscheidsinterviews pasten daarin. Toen hij in De afspraak op Canvas te gast was, werden er beelden getoond uit de tijd dat wij in de Palestijnse kampen in Beiroet aan het werk waren. Ik was daar zeer dankbaar voor.”

 

U leerde hem kennen in uw studententijd aan de UA.

Lieve: “Ik was negentien en had op een humaniora gezeten waar de geest van mei ’68 rondwaarde en waar ‘rode nonnen’ de plak zwaaiden. Ze hadden veel aandacht voor solidariteit met de derde wereld.

“De Antwerpse universiteit was toen vrij internationaal, met nogal wat Duitse en Nederlandse medestudenten. Dat sprak mij aan. In het tweede jaar geneeskunde zat ik in een groep van 15 studenten die politiek actief waren. Daar behoorden ook de gebroeders Jan en Dirk Van Duppen toe die allebei een uitgesproken mening hadden. Zij vielen fel op. Dirk was vier jaar ouder dan mij en had al op een fabriek gewerkt. Ze waren lid van de PVDA.”

 

Probeerden ze zieltjes te winnen voor de partij?

Lieve: “Ik heb dat nooit zo aangevoeld. Ze zwengelden discussies aan en nodigden ons uit om over veel thema’s na te denken. Het draaide niet enkel om politiek, maar ging vaak ook over praktische zaken, zoals: hoe pak je best je studies aan? In het derde jaar reden we met een bus vol studenten naar Limburg; de sluiting van de mijnen was in volle gang. Dat was toch iets anders dan de cantussen die Ben in zijn studententijd organiseerde. (lacht) De studentenfilosofie ‘Eins, zwei, zaufen!’, vonden wij maar niets.”

 

Ben Van Duppen deed daar als student wel aan mee?

Lieve: “Als wij ’s morgens naar het werk vertrokken, kwam Ben thuis. We vonden dat best grappig.”

Ben: “In 2010 was ik praeses van studentenclub WINAK, de wiskunde-, informatica- en natuurkundekring van de UA. Ik organiseerde onder andere cantussen en nam daar ook aan deel. Mama en papa dachten: ‘Waar houdt Ben zich nu mee bezig?’ We probeerden vooral de studenten van de campus te bereiken. Akkoord, er werd gedronken, maar dat was niet ons ultieme doel. Ja, wij organiseerden fantastische feestjes, maar we lieten ook de studenten die geen fuifnummers waren niet in de steek. We wilden eerst en vooral mensen bij elkaar brengen, liefst op de campus.

“Tijdens de praesesverkiezingen worden alle kandidaten schriftelijk ondervraagd. Een van de vragen tijdens mijn verkiezing was: ‘Naar wie kijk je op?’ Ik schreef: ‘Mijn vader. Want hij blijft altijd vechten voor verandering in de samenleving. Soms lijkt zijn strijd onmogelijk. Maar altijd gaat hij ervoor en zo verzet hij bakens.’ Dat kwam recht uit het hart. Achteraf pestten mijn studiemakkers me daar mee: ‘Papa, papa, papa…’ Het is en blijft een studentenclub, hé. (lacht)”

 

In oktober 1985 vertrok het pas afgestudeerde dokterspaar Lieve Seuntjens en Dirk Van Duppen naar Beiroet. Wie trok toen het hardst aan de kar om het veilige België in te ruilen voor het door burgeroorlog verscheurde Libanon?

Lieve: “Dat zal ik wel geweest zijn. We praatten toen veel over wat we met ons leven wilden aanvangen: worden we dokter in België of in het buitenland? Ik wou weg. Wij waren niet de enige studenten geneeskunde die daarover discussieerden. In een van de laatste jaren richtten we met gelijkgezinden een ‘werkgroep derde wereld’ op. In die tijd kon je als pas afgestudeerde dokter nog vrij makkelijk in een project in het zuiden stappen. Goeie vrienden van ons trokken naar Nicaragua en El Salvador.

“In de nasleep van de slachtingen in de Palestijnse vluchtelingenkampen van Sabra en Shatila in Beiroet in 1982 was de Palestijnse Rode Halve Maan op zoek naar hulpverleners die ook wilden getuigen. Onder de hoede van de Noorse NGO Norwegian Aid Committee (NORWAC) kwamen wij als enige twee Belgen in de kampen in Beiroet terecht. Er woedde een burgeroorlog en wij belandden er in een wespennest van fracties. Gelukkig werden we heel goed door NORWAC begeleid. Die organisatie zette projecten op voor zowel Libanezen als Palestijnen, en gold daarom als neutraal. Wij hielpen zowel in de Libanese dorpen in Zuid-Beiroet, als in de Palestijnse kampen.”

 

Hoe ingrijpend was dat jaar in Beiroet?

Lieve: “Ik was 26, een beetje jonger dan Ben nu, en had nooit oorlog meegemaakt. We voerden in Libanon zeer veel discussies met collega’s. Wij zagen onszelf als ambassadeurs van de Palestijnse zaak. Niet al onze internationale collega’s hadden zoals Dirk Van Duppen een duidelijke politieke visie op medisch solidariteitswerk. Sommigen hadden louter humanitaire drijfveren. Maar dat zorgde niet voor wrevel, want over de meeste kwesties waren we het eens.

“Tijdens een belegering van 40 dagen vielen er in ons kamp 65 doden op een bevolking van 10.000 mensen. Dat is gigantisch, maar op dat moment had ik dat niet in de gaten. We waren dag in, dag uit op de spoedafdeling in de weer, en de doden hoorden erbij. De corona-crisis duurt inmiddels ook iets van een 40 dagen en brengt bij mij de herinneringen van toen naar boven. Mensen sterven nu ook heel snel.”

 

Na Beiroet hadden jullie geen last van posttraumatische stress?

Lieve: “Nee, dat komt omdat we er een boek over schreven, Dagboek uit Beiroet, en omdat we honderden lezingen over de Palestijnen gaven. Dat was meteen ook ons verwerkingsproces.”

Ben: “Ik las Dagboek uit Beiroet als scholier. Na de humaniora ging ikzelf met een groep jongeren een paar weken meehelpen in Palestijnse kampen in Libanon. Dat was in 2007; ik zal die reis nooit vergeten. We bouwden een centrum voor de kinderen van de kampen. Ze groeien er op een vierkante kilometer op. We konden regelen dat een groep kinderen van zeven en acht mee mocht op uitstap naar de Bekavallei. Voor het eerst in hun leven zagen ze bomen en een rivier. Dan vraag je je toch af hoe het mogelijk is dat kinderen in zo’n omstandigheden moeten opgroeien. Voor zo’n onrecht kun je toch nooit je ogen sluiten?”

Lieve: “Wij kwamen in Libanon als vreemdelingen toe en een jaar later zeiden onze Palestijnse vrienden bij het afscheid: ‘Ons huis is jullie huis.’ Veel Belgen slagen er vandaag nog niet in om dat te zeggen tegen mensen met vreemde roots die hier al jaren leven en werken.

“Als koppel praatten wij veel over onze common ground. Veertig jaar samen met datzelfde engagement is toch iets apart. Op een bepaald moment ging de PVDA met Abou Jahjah onder de vlag Resist in zee. ‘Is dat wel verstandig?’, vroegen wij ons dan aan de keukentafel af. Dat debat tussen ons beiden vond ik altijd heel boeiend. Wij hadden geen blind engagement, en er waren uiteraard periodes dat we twijfelden. We zagen ook veel mensen komen en gaan. Als je een engagement niet vernieuwt of er niet langer warm van wordt, stopt het. Ik vond het fijn om te zien hoe Dirk zijn engagement telkens opnieuw onderbouwde. Het ene moment was dat met de strijd rond het kiwimodel, het andere rond het fijn stof of de Lange Wapperbrug. Of dan spitte hij zijn mensbeeld helemaal uit. Dirk inspireerde zo niet alleen mij, maar ook veel anderen.”

 

Op 30 augustus vorig jaar kreeg hij de diagnose terminale pancreaskanker. In het half jaar dat daarop volgde, schreef hij het boekje Zo verliep de tijd die me toegemeten was, gaf hij al die afscheidsinterviews en was er dat grote afscheidsfeest in de Roma. Net zoals na Beiroet begonnen jullie ook na Dirks doodvonnis bijna meteen aan de verwerking?

Lieve: “Eigenlijk wel. Dat boekje van 120 bladzijden en die afscheidsinterviews vertellen dat samengebalde krachtige verhaal van Dirks leven en dat maakt het zo speciaal. Maar zijn leven speelde zich natuurlijk over veel langere tijd af.”

Ben: “We moesten papa veel te vroeg afgeven, maar het is alsof de laatste 25 jaren van zijn leven geconcentreerd werden in dat laatste halve jaar. Ik had hem veel liever nu nog bij ons gehad en vlak na die diagnose was het vreselijk zwaar. In het begin kon ik dat niet aanvaarden. Ik ben mama en andere mensen uit mijn omgeving dankbaar die zeiden: ‘Ben, je moet hier nu de tijd voor nemen.’ Die laatste zeven maanden voerde ik diepe gesprekken met papa. Dat is een luxe die veel mensen jammer genoeg niet hebben of zich zelfs niet eens kunnen permitteren.

“Op het einde van zijn leven beklemtoonde papa dat we geen wolven voor elkaar zijn. Hij vroeg zich af waar die gedachte vandaan komt dat beschaving niet meer is dan een dun laagje vernis. En dat, van zodra je eraan begint te krabben, de zogezegd ‘ware’ zelfzuchtige aard van de mens naar boven komt. Hij had dat zelf nooit zo ervaren, maar misschien was hij een uitzondering op de regel. Hij begon dat nauwgezet en wetenschappelijk te onderzoeken, en vond overvloedig bewijs dat de mens van nature solidair en behulpzaam is. Solidariteit is datgene wat ons precies tot mensen maakt. Hij schreef dat in 2016 neer in De supersamenwerker en was erg fier op dat boek. In deze corona-crisis wordt toch heel duidelijk dat papa gelijk heeft? Ontzettend veel mensen zijn solidair en volgen spontaan de regels om zichzelf en anderen te beschermen. Hulpinitiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond, met bijvoorbeeld al die mensen die mondmaskertjes naaien voor de zorg. Zelfs de hamsteraars waren solidair. Ik ken nogal wat mensen die stapels WC-papier insloegen, maar nu wel mondmaskers aan het naaien zijn. In mijn laatste gesprek met papa zei hij dat ook de coronacrisis ons laat zien dat de mens intrinsiek goed is.”

 

Als die crisis lang blijft duren en het economische weefsel zware averij oploopt, zou het misschien wel eens kunnen tegenvallen met die solidariteit?

Ben: “Dat zal afhangen van hoe die economische schade zal gefinancierd worden. Wordt het business as usual en gaan we er met z’n allen op achteruit? Of durven we het aan om ons systeem zo te wijzigen dat die kleine rijke toplaag die al decennia van de economie profiteert, eindelijk haar bijdrage levert? Omdat de mens van nature solidair is, wordt volgens papa de samenleving best opgebouwd volgens een model dat die solidariteit laat bloeien. Zo raken we allemaal samen vooruit.”

Lieve: “Dat is dus het marxisme. Dirk bekeek de werkelijkheid altijd door een wetenschappelijke bril en trok zelf op onderzoek. Daarnaast analyseerde hij ook op wetenschappelijke wijze de economische tegenstellingen in de samenleving. De essentie is: draait het in de economie om het verhogen van de winst of in het voorzien van de basisbehoeften van de mens? Dirk kon niet anders dan de kant kiezen van de werkende mens.”

 

De Sovjet-Unie was een praktische uitwerking van dat marxisme. Een groot succes kunnen we dat experiment toch niet noemen? En dan hebben we het nog niet over het stalinisme, waar de PVDA lang mee flirtte.

Ben: “Het imago van het marxisme is sterk aan het veranderen. Denk maar aan de beweging rond Bernie Sanders. Mensen kijken naar de nieuwe voorbeelden en niet naar de oude. We onderzoeken de tegenstellingen in onze huidige maatschappij en zoeken manieren hoe we nú stap voor stap kunnen vooruitgaan.”

 

Maar zoiets als het sovjetcommunisme bewees het marxisme toch geen dienst?

Ben: “Papa heeft op het einde ook heel duidelijk geantwoord dat dat problematisch was.”

Lieve: “Er vonden dingen plaats die niet te verdedigen zijn.”

Ben: “Voor de PVDA is dat sinds 2008 een afgesloten hoofdstuk. Toen stelde de partij zich open en een paar jaar later raakte ik ook écht in haar geïnteresseerd.”

 

Werd er in dit huis altijd veel gediscussieerd?

Ben: “Nee. (Kijkt naar zijn moeder) Jij vindt van wel? Jullie twee misschien wel, maar wij niet echt. Ik heb jullie ook nooit tegen ons horen zeggen: ‘Kom, we gaan nu Marx lezen.’ We waren het trouwens vaak niet met jullie eens. Dat is net heel gezond. Als ik met een vraag bij papa kwam, zei hij: ‘Daar ligt een boek over dat onderwerp. Lees het eens.’ Papa is een groot voorstander van het organische: wijsheid en inzicht moeten vanzelf groeien. Je kan niet aan iemand doceren hoe het precies moet. Aan dat dogmatische had hij een hekel. Je moet zelf ontdekken hoe iets ineenzit. Ik ben daar ongelooflijk dankbaar voor.”

Lieve: “Hij bracht ook thema’s aan: ‘Zoek dit maar eens uit.’ Hij is de zoon van twee leerkrachten en was een groot aanhanger van de socratische bevraging. Daar hadden we het vaak over. ‘Door de juiste vragen te stellen, prikkel je mensen.’ We deden dat ook met onze kinderen, maar niet bewust. We gaven ze vertrouwen en dat werkte.”

Ben: “Papa’s socratische bevragingen op vakantie vonden we soms heel fijn, maar ook soms vreselijk vervelend. We waren niet voor niets pubers. Jullie zorgden er wel voor dat we ons op materieel vlak nooit zorgen moesten maken. Tot aan het einde van het middelbaar smeerde papa elke ochtend onze boterhammen. Dat was toch beschamend lang. Het motto hier in huis was: Erst das Fressen und dann die Moral. (lacht)”

 

© Jan Stevens

“Mijn echte vader heb ik nooit gekend”

In de beklijvende reeks Kinderen van de Holocaust op Canvas getuigen twaalf nabestaanden zeven weken lang over de vervolging en uitroeiing van hun familieleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een van hen is de 78-jarige Norbert Vos. “Hoe ouder ik word, hoe groter het gemis.”

 

Norbert Vos was amper één jaar oud toen zijn vader Albert Obstfeld op 3 september 1942 opgepakt en een maand later naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd werd. Moeder Léa Zwaaf dook samen met haar zoontje onder bij een gezin in Kortrijk. Na de oorlog hertrouwde ze met haar uit Auschwitz teruggekeerde neef Emiel Vos.

We zitten op het terras van Norbert Vos’ huis in Antwerpen. Op de tafel staan de foto’s van zijn vader Albert, moeder Léa, adoptievader Emiel en van het Kortrijkse echtpaar Raymond Verhaegen en Julia Leenknecht.

“Ik noemde mijn ‘onderduikouders’ Raymond en Julia altijd vader en moeder”, zegt hij. “Mijn echte vader heb ik nooit gekend. Hij was 39 jaar toen hij in Auschwitz is vermoord. Mijn adoptievader Emiel Vos overleefde het concentratiekamp. Op de foto kunt u het getatoeëerde kampnummer op zijn arm zien. Hij verloor zijn vrouw en drie kinderen. Ook zij werden vermoord, net als zijn ouders en zussen.”

 

U werd geboren in juli 1940 in de Zuid-Franse stad Pau. Uw ouders waren er op de vlucht voor de oorlog?

Norbert Vos: “Toen de oorlog uitbrak, vluchtten mijn ouders naar onbezet gebied in Frankrijk. Vader wilde net als zijn broer de Spaanse grens oversteken en verder reizen naar Portugal. Mijn oom had daar de boot genomen naar Cuba. Papa wou dezelfde route volgen, maar mijn moeder wou terug naar België. Mama was nog maar 22 jaar oud, met een pasgeboren baby. Ze kon zich niet voorstellen dat ze ooit Europa zou moeten verlaten en wou haar ouders niet achterlaten.

“Mijn papa was 18 jaar ouder dan mama. Toen ze in juli 1939 trouwden, was zij niet echt verliefd op haar kersverse man. Maar mijn grootmoeder vond, zeker met de oorlogsdreiging in de lucht, dat mijn vader een geschikte partij was voor haar dochter. Want Albert Obstfeld was een knappe man en verdiende goed zijn boterham. Mama en papa keerden samen met mij vanuit Pau terug naar Brussel, wat achteraf een vreselijke vergissing bleek te zijn.”

 

Had uw moeder daar later schuldgevoelens over?

“Ik denk het wel, maar we hebben daar nooit over gesproken. Ik heb haar daar ook nooit verwijten over gemaakt, want ze was een heel goede moeder. Maar het is inderdaad zo dat onze terugkeer naar België het leven van mijn vader heeft gekost.

“Mijn moeder haar ouders woonden in de Marsstraat in Berchem. Marcus Zwaaf, 51 jaar, en Sarah Vos, 53 jaar, werden op 28 augustus 1942 om 5 uur ’s morgens door Antwerpse politieagenten van hun bed gelicht. Ze kregen een half uur tijd om zich klaar te maken. Dankzij recent onderzoek van historicus Herman Van Goethem werd duidelijk dat de politie van Antwerpen onder leiding van oorlogsburgemeester Leo Delwaide actief Joodse mensen opspoorde voor deportatie. Daarom ook werd het Delwaidedok vorig jaar herdoopt tot Bevrijdingsdok. Toen mijn grootouders Marcus en Sarah opgepakt werden, was mijn moeder toevallig bij hen blijven slapen. Zij hielp mee met het smeren van hun boterhammen en het pakken van hun valies. Op dat moment geloofde ze nog dat haar ouders in Duitsland of Polen moesten gaan werken en dat ze ooit zouden terugkeren. De Duitse bezetter had aan burgemeester Delwaide een lijst van de Joden in Antwerpen gevraagd. Omdat mijn moeder in Brussel woonde, stond zij daar niet op. Toen een politieagent haar vroeg wie zij was, antwoordde ze: ‘De huishoudster.’ Mijn grootouders werden meegenomen naar een school in de Grotehondstraat waar alle Joden verzameld werden. Mijn moeder ging hen daar opzoeken in een jas zonder davidster.”

 

Wat toen een overtreding was?

“Ja. Mama probeerde haar ouders ervan te overtuigen om met haar te vluchten, wat vanwege de totale chaos op dat moment nog mogelijk was. Maar Marcus en Sarah weigerden. ‘Neem je zusje en je nichtje mee’, zeiden ze. ‘Wij zullen wel voor de Duitsers gaan werken en keren later terug.’

“Mama ging naar huis en op 3 september werd papa in Brussel gearresteerd. Waar precies weet ik niet. Hij had daar nog zaken te regelen. Hij was groothandelaar in stoffen, knopen, gespen en voeringen voor regenjassen. Ze sloten hem op in de gevangenis van Sint-Gillis. Daar schreef hij een paar brieven naar mama. Dat heeft zij me later verteld. Hij zat daar een maand in de cel in dezelfde broek, hetzelfde ondergoed, hetzelfde hemd, dezelfde sokken. Douches waren er niet.”

 

Hebt u zijn brieven nog?

“Nog één brief die hij in de Kazerne Dossin in Mechelen schreef, het ‘Sammellager’ of verzamelkamp voor Joden. Telkens wanneer de Duitse SS daar duizend Joden verzameld had, vertrok er een volle trein naar Auschwitz-Birkenau. Papa werd op 8 oktober overgebracht naar de Dossinkazerne en schreef die brief vlak voor zijn vertrek naar het concentratiekamp. Hij had potlood en papier weten te bemachtigen, zijn brief werd naar buiten gesmokkeld en bereikte mijn moeder. Hij schreef dat zijn arrestatie de droevigste dag uit zijn leven was omdat hij toen vrouw en kind moest achterlaten. Dat was zijn laatste teken van leven.

“In 1962 moest ik een deel van mijn legerdienst vervullen in diezelfde Kazerne Dossin. Zes maanden heb ik daar toen geleefd. Er was nog een Joodse jongen wiens vader van daaruit gedeporteerd was en nooit teruggekomen is.”

 

Hebt u daar toen iets van gezegd tegen de legerleiding?

“Nee, we spraken er wel over met de Joodse aalmoezenier. Maar die legerdienst was een zeer bevreemdende ervaring.

“Mijn latere adoptievader Emiel Vos kwam in 1942 ook in Kazerne Dossin terecht, samen met zijn vrouw en drie kinderen. Ze moesten slapen op stro dat op de grond lag. Er was één waterkraan voor duizend mensen. De treinreis naar Auschwitz duurde drie dagen. Ze kregen geen eten of drinken en er waren geen wc’s. Enkel een emmer in de beestenwagon. Het konvooi stopte in Kosel, vlak voor Auschwitz. Alle mannen tussen 15 en 50 jaar moesten eruit; zij waren nog geschikt om te werken. Emiel kreeg een duw in de rug en had zelfs geen tijd om afscheid te nemen van zijn gezin. De ouderen, vrouwen en kinderen reden daarna direct door naar de gaskamers.

“De Joodse gevangenen werden voor twee mark per dag voor slavenwerk uitgeleend aan grote Duitse firma’s zoals Krupp, Siemens of Volkswagen. Ze moesten werken tot ze doodvielen of naar de gaskamer gingen. Er zijn 1,5 miljoen Joden vermoord in Auschwitz. Emiel moest slavenarbeid verrichten voor IG Farben, het huidige Bayer.”

 

In het concentratiekamp van Auschwitz hebben Emiel en uw vader elkaar ontmoet?

“Iemand zei tegen Emiel: ‘Er is hier familie van jou.’ Toen hebben ze elkaar gezien. Emiel vertelde later dat mijn vader geloofde dat wij in veiligheid waren. Op zekere dag was Emiel zijn gamel voor zijn dagelijkse portie waterige soep kwijt. Twee dagen zonder soep of brood betekende de hongerdood. Mijn vader leende toen zijn etensblik aan Emiel uit en redde zo diens leven.

“Emiel zag papa nog op het einde. Hij was doodziek en had waarschijnlijk tyfus. Hij gaf het op en kwam terecht in de Krankenstube, voorportaal voor de gaskamer. In de jaren dertig was papa een echte zakenman, met internationale connecties. Mijn moeder heeft de brieven bijgehouden van de Engelse ondernemers waarmee hij in contact stond. Van de ene dag op de andere werd hij behandeld als slaaf, voorbestemd om vermoord te worden. Hij had geen enkele waarde of eigenwaarde meer.”

 

Na de arrestatie van uw vader dook uw moeder samen met u onder in Kortrijk?

“Veel Joodse mensen doken onder in Wallonië, maar mijn moeder vluchtte naar Otegem bij Kortrijk, naar een klant van mijn vader. Ze kende niemand anders die haar kon helpen. Maar die man wou van de toestand profiteren en maakte ongewenste avances. Ze vertrok en vond een onderkomen op een boerderij, waar ze heel snel bezoek kreeg van de pastoor. ‘Als je je tot het christendom bekeert, zal ik je helpen’, zei hij. ‘Anders geef ik je aan bij de Duitsers.’ Ze vluchtte opnieuw weg, blondeerde haar haar en geraakte aan een vals paspoort. Ze had dringend geld nodig en vond werk als vertegenwoordiger in producten voor ziekenhuizen en apotheken.

“We kwamen toevallig bij Raymond Verhaegen en Julia Leenknecht terecht. Zij hadden een café in Kortrijk. Het was guur buiten en mama stapte er met mij op de arm binnen om een kop koffie te drinken. Julia voelde meteen sympathie voor die kleine baby. Mama vroeg voorzichtig of ze iemand wist waar ze terechtkon. Raymond en Julia beslisten om ons in hun huis op te nemen. Dat was zeer moedig van hen. De hele oorlog zijn we bij hen gebleven, en ik voelde me daar goed. Hun dochter Mona is als een zus voor mij. Als Mona op school een appelsien of een reep chocola kreeg, bewaarde ze die om met mij te delen. Zij trouwde later met de kunstenaar Octave Landuyt. We zijn nog altijd heel nauw met elkaar verbonden en telefoneren een paar keer per week. Alles wat ik van toen weet, hebben Mona en mijn moeder me verteld.”

 

Wanneer wist uw moeder dat uw vader dood was?

“Vanaf april 1945 kwamen er treinen met overlevenden uit de concentratiekampen. Mijn moeder nam me toen mee naar het station. Ze had een foto van papa bij die ze aan iedereen toonde. Vergeefs.

“Emiel Vos was een van de weinige overlevenden. Van de 25.000 Joodse Belgen hebben 1.200 de oorlog overleefd. Op 18 januari 1945 vertrok de SS uit Auschwitz. Ze lieten 2.000 Joden voor halfdood in de infirmerie achter en stuurden 20.000 anderen op dodenmars naar het honderden kilometers verder gelegen concentratiekamp Buchenwald. In april kwam Emiel daar totaal uitgeput aan. Hij moest er opnieuw gaan werken, maar hij kon niet meer. Hij verstopte zich tussen de lijken. Op 11 april werd het kamp bevrijd door de Amerikanen. Emiel was zo verzwakt dat hij niet meer kon eten. Ze verzorgden hem en brachten hem na twee maanden over naar Nederland, om verder te herstellen. Vervolgens reisde hij naar zijn schoonbroer in Antwerpen.”

 

Wist hij toen al dat zijn vrouw en kinderen dood waren?

“Ja. Hij was nog niet lang in Auschwitz toen hij tegen een medegevangene begon over zijn gezin dat hij in Kosel had moeten achterlaten. Die man zei: ‘Zie je de rook uit die schoorsteen daar? Dàt zijn je vrouw en kinderen.’

“In Antwerpen hoorde Emiel dat een nichtje, mijn moeder, het overleefd had en dat ze in het huis van haar ouders in Berchem woonde. Hij belde aan en mama herkende hem eerst niet. Hij woog 34 kilo. Ze bood hem tijdelijk onderdak aan. ‘Tot je voldoende hersteld bent om te gaan werken.’ Maar hij is gebleven en in 1950 zijn ze getrouwd.”

 

Hij adopteerde u. Was dat moeilijk voor u?

“Zeker. Ik was nog maar vier jaar, maar toch begreep ik heel goed wat er gebeurde. Want mijn moeder had tijdens de oorlog voortdurend verteld over papa Albert. Ik zag dat Mona een moeder én vader had, en ik vroeg steeds naar mij́n vader. Toen trok Emiel bij ons in en na een tijd deelde hij de slaapkamer met mijn moeder. Ik wist heel goed wat dat betekende en ik aanvaardde dat niet.”

 

U zag het als verraad van uw moeder aan uw vader?

“Precies. Ik heb het nooit over mijn lippen gekregen om Emiel papa te noemen. Voor mij bleef hij altijd ‘oom Miel’. Voor hem was dat natuurlijk ook een moeilijke situatie. Hij zag er totaal anders uit dan ik. Hij had rood haar en een witte huid met sproeten. Ik had een bruine teint, donkere ogen en zwart haar. Zijn overleden kinderen leken op hem. In het memoriaal van Kazerne Dossin kunt u een video zien waarin hij vertelt over het leven met zijn kinderen. Dat is heel aandoenlijk. Maar ik kon hem pas ‘paps’ noemen na het overlijden van mama in 1985. Hij was toen al 75, maar ‘papa’ lukte nog steeds niet.

“Mama was een sterke vrouw die altijd alles regelde. Na haar dood moest ik haar plaats innemen. Ik zorgde ervoor dat Emiel niets te kort kwam en goed omringd was. Ik ging overal mee met hem. Hij stierf op de voorlaatste dag van 1999.

“Emiel kon heel goed in het openbaar spreken en kwam indertijd veel op televisie. Hij hield van opera en schrijven en was een fervent museumbezoeker. Ik heb veel van hem geleerd en hij heeft me gevormd. Mijn smaak voor kunst heb ik van hem.”

 

Toch bleef uw relatie met hem altijd een beetje ongemakkelijk?

“Hij accepteerde mij als de zoon van zijn tweede vrouw; ik denk dat dat de juiste omschrijving is. Want hij zag mijn moeder heel graag. In ’45 was ze nog maar 25 jaar oud en knap. Zij dacht er eerst niet aan om iets met hem te beginnen. Maar op een dag kwam hij terug van een reis naar Nederland en hij had een hemdje voor mij meegebracht. Dat was het moment waarop mijn moeder besefte dat hij misschien een goede vader voor haar zoon kon zijn. Hij was ook goed voor mij, en ik voor hem. Maar in een huwelijk zijn er soms discussies en ik koos dan de kant van mijn moeder, altijd.”

 

U mist nog steeds uw echte vader?

“Steeds meer. Hoe ouder ik word, hoe groter dat gemis.”

 

(c) Jan Stevens

‘Het wordt nooit meer zoals voorheen’

Volgens het IMF wordt de Grote Lockdown de ergste wereldwijde recessie sinds WO II. “Hoog tijd dat onze politici een échte federale regering vormen”, vindt econoom Koen Schoors. “De speeltijd is voorbij; de school staat in brand.”

 

Dinsdag stelde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een update van zijn World Economic Outlook voor. IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath nam geen blad voor de mond. “Als gevolg van de coronacrisis kan het verlies aan wereldwijde economische activiteit in 2020 en 2021 samen 9.000 miljard dollar bedragen”, voorspelde ze. “Dat is meer dan de economieën van Japan en Duitsland samen.” Ontwikkelde economieën zouden gemiddeld met 6 procent krimpen; België dreigt 5,4 procent te verliezen. Gopinath doopte de grootste crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig: ‘de Grote Lockdown’. “Geen goede naamkeuze”, vindt Koen Schoors, professor economie aan de UGent. “Die term wijst met een beschuldigende vinger naar overheden die een lockdown organiseren. Maar niet de lockdown veroorzaakt de recessie, wel het coronavirus.”

 

Het IMF erkent toch het belang van een lockdown om een nog grotere economische inzinking te voorkomen?

“Zeker. Er is ook geen alternatief. Als we het coronavirus vrij spel geven, is de dodelijkheid 2 procent. Van de 10 miljoen Belgen zullen dan in een half jaar tijd 200.000 mensen het niet overleven. Geen enkele samenleving kan in zo korte tijd zoveel overlijdens verwerken. Dan pas wordt de chaos totaal, valt ons hele systeem als dominostenen omver en slaan mensen aan het plunderen. De kost van de lockdown is gigantisch, maar ligt veel lager dan de kost van de totale chaos. Maar als alle overheden hun lockdowns internationaal hadden gecoördineerd, was de chaos nóg minder geweest en de kostprijs ook.”

 

Europa heeft het laten afweten?

“De Europese Unie krijgt van de lidstaten altijd de schuld: ofwel doet ze te veel, ofwel te weinig. In dit geval valt de EU niets te verwijten, want ze heeft niets te zeggen over gezondheidszorg: die bevoegdheid zit nog steeds bij de natiestaten.

“Op het moment dat China in lockdown ging, had de rest van de wereld meteen moeten volgen. De economische kost zou dan ook immens geweest zijn, alleen was het virus dan nu misschien zo goed als verdwenen. Maar de lockdowns volgden het tempo van het virus, dat op zijn beurt onze handels- en reisroutes volgde. Het ene na het andere land sloot de grenzen, telkens toen de besmetting uit de hand begon te lopen. De lockdowns worden de komende weken één na één teruggeschroefd, en dat zal opnieuw voor problemen zorgen. De textielcentra in China die een groot deel van onze kleren produceren, zijn terug actief, maar in Europa en de VS blijven de winkels voorlopig dicht. Onze bedrijven die nog produceren en een belangrijke buitenlandse afzetmarkt hebben, krijgen hun goederen niet zomaar tot op de bestemming. Want het internationale transport via schepen en vliegtuigen is zwaar verstoord. Een internationaal gecoördineerde lockdown was dus véél beter geweest.

“Een bijkomend probleem is dat verschillende bedrijven dood zullen zijn op het moment dat onze lockdown opgeheven wordt. De overheid probeert nu in de mate van het mogelijke het aantal faillissementen te beperken. Ik hoop echt dat dat lukt, want hoe meer ondernemingen deze crisis niet overleven, hoe groter de gevolgen. Het zou wel eens kunnen dat door een gebrek aan leveranciers sommige basisproducten dan niet meer, of met vertraging geleverd worden.”

 

Er zullen toch ook bedrijven overkop gaan die vóór de coronacris al aan het zwalpen waren?

“Natuurlijk, en sommige van die zombies steken nu misschien hun inefficiëntie op corona, waardoor ze hun leven door de steunmaatregelen nog wat langer kunnen rekken. Dat is niet goed, want zo wordt de druk op de gezonde ondernemingen vergroot. Alleen is het soms heel moeilijk om te bepalen welk bedrijf een zombie is en welk niet.”

 

Dat is in handen gelegd van de banken met hun staatswaarborg van 50 miljard euro aan coronakredieten voor getroffen bedrijven?

“Ja, en daarnaast zijn er ook de verschillende vormen van inkomenssteun van zowel de federale als de regionale regeringen. Denk maar aan de 4000 euro hinderpremie voor zelfstandigen die noodgedwongen hun bedrijf moesten sluiten, of het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Dat zijn uitstekende maatregelen die dienen om het economische weefsel zoveel mogelijk in stand te houden. Door tijdelijke werkloosheid moeten ondernemingen geen mensen ontslaan, verliezen ze hun goede werkkrachten niet en kunnen ze bij de heropstart de draad snel weer oppakken. Ons huidige systeem met automatische stabilisatoren werkt prima. Alleen: hoe langer die lockdown duurt, hoe groter de schade aan ons economische weefsel toch zal zijn.”

 

Volgens het IMF zal deze crisis in België voor 100.000 extra werkzoekenden zorgen. Misschien is dit een goed moment om de discussie over het basisinkomen nieuw leven in te blazen?

“Velen pleiten nu voor een basisinkomen, maar ik vind dat onzin. Ons huidige tijdelijke werkloosheidsstelsel zou je een vorm van basisinkomen kunnen noemen. Voor 1 miljoen werklozen kost ons dat nu 1,7 miljard euro per maand. Een echt basisinkomen moet continu betaald worden aan minstens 5 miljoen Belgen. Hoe gaan we dat financieren? ‘Schaf alle andere uitkeringen en sociale voorzieningen af’, wordt dan gezegd. Maar die berekening zou wel eens lelijk kunnen tegenvallen.”

 

Maatregelen zoals tijdelijke werkloosheid en de hinderpremies kosten de overheid tientallen miljarden. Ooit moeten die schulden terugbetaald worden?

“Toch niet. Een jarenlang opgestapeld tekort op de begroting moet terugbetaald worden, maar een eenmalig groot begrotingstekort veroorzaakt door een ingrijpende externe schok, is niet erg. De bijkomende tientallen miljarden om de coronacrisis te bezweren, komen bij de staatsschuld. Die zal inderdaad stijgen tot 110 à 115 procent (in het derde kwartaal van 2019 bedroeg die 102,3 procent – JS). Van zodra de economie weer aantrekt, er geen tekorten meer opgestapeld worden en de rente lager blijft dan de economische groei, smelt die schuld vanzelf zachtjes weg.”

 

Dat is dan in de veronderstelling dat er geen nieuwe lockdowns volgen? Een pas in Science gepubliceerde Harvard-studie stelt dat we bij uitblijvend vaccin tot in 2022 onszelf minstens vier keer per jaar zullen moeten opsluiten.

“Als die voorspelling uitkomt, zitten we in een totaal ander scenario. Maar als er eerder een vaccin komt en we later dit jaar toch nog eens één keer in lockdown moeten, blijft dat voor de begroting een eenmalige grote schok. Die schulden moeten we niet terugbetalen op voorwaarde dat onze economie groeit en de rente laag blijft.”

 

Onze economie moét dus gebaseerd blijven op groei?

“Ik hoor veel mensen nu zeggen: ‘Zie je wel hoe belangrijk investeren in gezondheidszorg is?’ Ze hebben gelijk. Tezelfdertijd zingen ze de lof van een economie in stilstand: ‘Nu kun je tenminste genieten van de heldere blauwe lucht. Eindelijk zijn we van die files vanaf.’ Ze vergeten alleen dat een stevig gefinancierde gezondheidszorg niet mogelijk is in een economie die op apegapen ligt. Zonder groei is er geen extra geld voor zorg. En zonder groei wordt een eenmalige operatie om een crisis zoals deze te overbruggen, totaal onmogelijk.

“Ik pleit voor duurzame, groene economische groei, voor groei die goed is voor mens en maatschappij. Dan gaat het over bouwen van elektrische auto’s in plaats van benzinewagens, bijvoorbeeld. Of over de productie van zonnepanelen en windmolens. Groei mag geen doel zijn, maar is een randvoorwaarde om de schuld onder controle te houden en zo meer zorg mogelijk te maken. Wie ontkent dat groei nodig is, beseft niet hoeveel zorg kost en hoe groot de schuld is. Wie deze lockdown aangrijpt om de lof van het basisinkomen te bezingen, kan niet rekenen. Dan eindigen we met een diepe depressie zoals in Griekenland. Dat wil niemand meemaken. Na deze eenmalige ingreep moet de begroting terug op orde gebracht worden. Ons grote probleem is dan die 12 miljard euro begrotingstekort van vóór de coronacrisis.”

 

Deze crisis zou onze kibbelende politici met de neus op de feiten moeten drukken en hen moeten aanzetten tot het vormen van een echte federale regering?

“Zonder twijfel, alleen vrees ik dat zij nog steeds volop hun politieke spelletjes aan het spelen zijn. De eerstvolgende volwaardige federale regering draagt een verpletterende verantwoordelijkheid, want de crisis wordt zeer diep.”

 

Om Pieter De Crem te citeren: de speeltijd is voorbij?

“De speeltijd is al een tijd voorbij; de school staat in brand. Als deze coronacrisis eenmalig blijft, is de kans groot dat het op economisch vlak goed komt. Alleen zal het nog even duren en het wordt nooit meer zoals vroeger. We zullen anders naar de wereld kijken. Want mensen die nu telewerken hebben ontdekt dat ze niet alle dagen in de file hoeven te staan. Voor twintigers en dertigers is deze crisis een enorme schok. Ondanks de klimaatverandering en de financiële crisis groeiden ze op in een vrij stabiele wereld. De kwetsbaarheid komt voor hen nu plots zeer dichtbij. Dat kan niet anders dan hun wereldbeeld beïnvloeden. De maatschappij zál daardoor veranderen, alleen weten we nog niet hoe.”

 

Een belasting op vermogen was tot hiertoe onbespreekbaar. Tijd om dat taboe te laten sneuvelen?

“Ik hoop het. De belastingen zijn in dit land te hoog, maar ook niet eerlijk verdeeld. Vooral de middenklasse betaalt veel belastingen, terwijl de upperclass de dans weet te ontspringen. Kapitaal wordt quasi ongemoeid gelaten en wordt ongeschonden doorgegeven van de ene op de andere generatie. Die constructies moeten dringend tegen het licht gehouden worden.”

 

Betekent deze crisis het einde van de globalisering?

“Die verdwijnt niet, al zal er meer lokaal geproduceerd worden. Een geglobaliseerd netwerk is zowel robuust als fragiel. Doordat het zo groot is, heeft het veel buffers die schokken kunnen opvangen. Maar als de schok op te veel plekken voelbaar is, werkt het netwerk als brandversneller. Hoe afhankelijker we van elkaar zijn, hoe kwetsbaarder ons netwerk wordt. Jarenlang ving de globalisering de schokken op, nu worden ze versterkt. Met als logische gevolg dat landen van het netwerk afkoppelen en lokaal proberen produceren.”

 

Ze worden protectionistisch?

“Ja, en ze gooien meteen de grenzen dicht. Dat is exact wat nu bij ons gebeurt. Vandaag raak je België niet meer binnen of buiten. Later koppelen we ons wel terug aan dat netwerk aan. Alleen wordt het nooit meer zoals voorheen, want we kennen nu de kostprijs van te veel afhankelijkheid.”

 

© Jan Stevens

‘Bij Facebook heiligt het doel de middelen’

Drie jaar lang hing Steven Levy rond in het hoofdkwartier van Facebook in Menlo Park, Californië. Zijn doel: zoveel mogelijk materiaal verzamelen voor zijn boek Facebook, the inside story. “De voornaamste prioriteit van Facebook is: nóg groter worden. Ten koste van alles.’”

 

De inmiddels 69-jarige New Yorkse journalist Steven Levy is niet de eerste, de beste. In 1978 vond hij als jonge reporter de verdwenen hersenen van Albert Einstein terug in een glazen pot op de schouw van patholoog-anatoom Thomas Harvey. Toen Harvey in april 1955 op de pas overleden Einstein een autopsie uitvoerde, kon hij niet aan de verleiding weerstaan het brein van ’s werelds grootste genie mee naar huis te nemen. Levy’s levendige verslag van zijn zoektocht naar Einsteins hersenen markeerde meteen ook de start van zijn journalistieke carrière. Hij specialiseerde zich in digitale technologie en is vandaag ‘editor at large’ bij het maandblad Wired.

Tussen 2016 en 2019 voerde Levy lange gesprekken met Facebook-baas Mark Zuckerberg in diens door de iconische architect Frank Gehry ontworpen glazen kantoor, bijgenaamd The Aquarium. In Facebook, the inside story merkt Levy op dat de glazen wanden van Zuckerbergs kantoor bekleed zijn met de slogan: ‘Be the nerd’.

 

U was een ‘embedded journalist’ bij Facebook?

Steven Levy: “Ik had geen badge waarmee ik naar hartenlust kon in- en uitchecken, en mocht ook niet aanschuiven bij vergaderingen. Maar ik mocht wel op het hoofdkantoor rondwandelen en had de toestemming om te praten met wie ik maar wou. Ik zocht ook ex-werknemers van Facebook op. Sommigen wilden enkel praten met toestemming van Facebook; anderen spaarden hun kritiek niet. Facebook had geen enkele controle over mijn boek en mocht het niet nalezen.”

 

Waarom kreeg u die totale vrijheid?

“Die kwam niet vanzelf. Tijdens de voorbereidende gesprekken wees ik hen verschillende keren op het historische belang van hun social mediaplatform. Ik zei: ‘Ooit voelt iemand zich geroepen om die geschiedenis te schrijven. Misschien heeft die man of vrouw dan een verborgen agenda. Met mij weten jullie wat voor vlees je in de kuip hebt.’”

 

Dat ‘historische belang’ is dat Facebook via digitale weg de wereld tracht te ‘verenigen’?

“Precies. Facebook wil dat ene netwerk zijn waar elke wereldburger deel van uitmaakt. Al was dat niet het eerste opzet van Mark Zuckerberg toen hij in februari 2004 op zijn studentenkamer in Harvard met het toenmalige Thefacebook van start ging. Dat was niet meer dan een poging om de medestudenten van zijn campus online met elkaar te verbinden.

“Thefacebook was eerlijk gezegd ook niet bijster origineel: aan de universiteit bestonden er al lang plakboeken met de foto’s en namen van studenten. Zuckerbergs verdienste was dat hij dat Harvard-plakboek digitaliseerde. Het duurde niet lang of hij wou uitbreiden naar andere universiteitscampussen. Want zo zit hij in elkaar: ongebreidelde groei is wat hem drijft. Toen hij dan een paar maanden later naar Silicon Valley verhuisde, drong het tot hem door dat Thefacebook wel eens heel groot zou kunnen worden. Hij begon er toen ook ‘groots’ over te denken, liet ‘The’ vallen en Facebook startte zijn onstuitbare opmars.”

 

Hij begon zijn verovering van de wereld?

“Ja, en dat mag je zeer letterlijk interpreteren. Als puber was hij geobsedeerd door veroveraars zoals Julius Caesar en Alexander de Grote. In de beginjaren van Facebook organiseerde hij elke vrijdag een vergadering waarop al zijn medewerkers hem vragen mochten stellen. Op het einde van die vergaderingen riep hij altijd: ‘Domination!’ (lacht)”

 

Is hij de verpersoonlijking van de slogan op zijn kantoor: ‘Be the nerd’?

“Als opgroeiende jongen wel. Hij vertelde me dat hij een hartsgrondige hekel had aan honkbal, een sport waar de doorsnee Amerikaanse jonge gast wild van is. Van op jonge leeftijd creëerde hij spelletjes voor computers.”

 

U ontmoette Zuckerberg voor het eerst in maart 2006?

“Ik werkte toen voor Newsweek. Het was de tijd van Web 2.0, toen er nieuwe bedrijven actief werden die mensen via het internet met elkaar wilden verbinden. De social mediapioniers van toen waren Flickr, YouTube en MySpace. Ik hoorde nogal enthousiaste verhalen over een nieuw Web 2.0-bedrijfje, Facebook, dat blijkbaar heel populair was bij scholieren. Ik zocht contact met de stichter, ene Mark Zuckerberg. We spraken af om samen te gaan lunchen. Ik zou hem dan meteen ook interviewen. Hij was 21 en zag er erg groen achter de oren uit. Ik stelde hem een paar doodsimpele vragen om het ijs te breken, maar hij antwoordde niet en staarde me aan. Minutenlang bleef hij staren, zonder met de ogen te knipperen. Het was alsof hij dwars door me heen keek. Ik was stomverbaasd: was deze weirdo de CEO van een veelbelovende start-up? Ik begon aan mezelf te twijfelen: misschien stelde ik foute vragen, of had ik in het verleden iets geschreven dat hem op de lever lag.”

 

Maar het lag niet aan u?

“Nee, ik hoorde later van collega’s gelijkaardige verhalen. In die tijd reageerde hij gewoon zo: je stelde een vraag, hij staarde je aan en zweeg. In de loop der jaren verminderden die ongemakkelijke momenten.”

 

Hij volgde communicatietrainingen?

“Toch niet, hij trainde zichzelf. Hij had snel door dat zijn starende stiltes nogal lullig overkwamen en zijn reputatie geen deugd deden. Tijdens de interviews voor mijn boek viel hij bijna nooit stil. Maar heel af en toe gebeurde het toch, zeker bij een onverwacht lastige vraag. Een Facebook-kaderlid vertrouwde me toe dat ze hun baas soms het ‘oog van Sauron’ noemen, uit Lord of the Rings. (lacht)”

 

In zijn beginjaren was Mark Zuckerberg zeer opportunistisch. Zo vertraagde hij in 2003 doelbewust ConnectU, een gelijkaardig project als Facebook.

“Eind 2002 maakten de Harvard-studenten Divya Narendra en de tweelingbroers Cameron en Tyler Winklevoss plannen voor de website ConnectU. Die leek inderdaad als twee druppels op Facebook. Een programmeerder raadde hen ene Mark Zuckerberg aan om de site online te krijgen. Narendra en de gebroeders Winklevoss spraken in november 2003 met hem af en hij reageerde razend enthousiast. Hij zou dat klusje voor hen klaren. Maar er gebeurde helemaal niets. Want intussen was hij begonnen aan zijn Thefacebook. Telkens wanneer het trio vroeg wanneer hun site gelanceerd zou worden, kwam hij met een smoes. Tot Cameron Winklevoss door een vriend getipt werd dat Mark Zuckerberg hen aan het belazeren was. Tijdens een chatconversatie had Zuckerberg gezegd: ‘Iemand probeert al een datingsite te bouwen. Maar ze maakten een fout, haha. Want ze vroegen mij. Dus ben ik dat nu op de lange baan aan het schuiven zodat mijn Facebook-ding eerst kan uitkomen.’ ConnectU werd een paar maanden na Facebook gelanceerd en ging de mist in. Al was dat niet Zuckerbergs fout; de site deugde gewoon niet.”

 

Is Zuckerberg nog steeds zo’n opportunist?

“Ik denk het wel, maar dat hoeft toch niet per se negatief te zijn? Je voordeel proberen halen uit elke kans die zich aanbiedt, is vaak dé sleutel naar succes. Dat is precies wat hij bij de start van Thefacebook deed: iedereen in Harvard was al verbonden met elkaar via hetzelfde netwerk. Het was spotgoedkoop om op dat bestaande intranet zijn site te lanceren.”

 

Maar is hij vandaag nog altijd bereid om anderen zonder scrupules een hak te zetten?

“Als het over Facebook gaat? Zonder twijfel. Zijn motto is: ‘Start meteen nu, excuses zijn voor later.’ Dat is de rode draad doorheen zijn hele carrière als Facebook-CEO. Maar als je een netwerkje op een universiteitscampus runt, zijn de consequenties van cowboygedrag natuurlijk veel kleiner dan wanneer je een wereldwijd digitaal imperium aanstuurt. In sommige door oorlog en geweld geteisterde landen is Facebook zowat de enige bron van nieuws. Als je dan de verspreiding van nepnieuws tolereert, oproepen tot genocide laat passeren en vervolgens alle verantwoordelijkheid afwijst, moet je niet schrikken dat er lastige vragen over je platform worden gesteld.

“Of ik hem daarover aangesproken heb? Natuurlijk. Hij zegt dan: ‘We waren lang verschrikkelijk naïef. Je mag nooit vergeten dat Facebook geboren is op een studentenkamer.’ Hij vergeet erbij te vertellen dat hij amper een jaar na de start al in Silicon Valley aan het onderhandelen was met grote investeerders. Hij haalde veel geld op bij stevige bedrijven en werd geadviseerd door ervaren slimme managers. Zijn excuus dat ze bij Facebook lang zo vreselijk naïef waren, houdt dus geen steek.”

 

De eerste keer dat Zuckerberg voor het snelle geld kiest, eindigt hij in tranen op de vloer van een mannentoilet. Dat was meteen ook het definitieve einde van zijn ‘naïviteit’?

“Precies, en hij was toen amper 20. De oudere en meer ervaren Matt Cohler, één van de stichters van LinkedIn, was net bij Facebook in dienst getreden als Zuckerbergs rechterhand. Zuckerberg was een bewonderaar van Don Graham, de toenmalige uitgever en voorzitter van The Washington Post. In 2005 ging hij Graham opzoeken en sloten ze met een handdruk een deal: de Post zou Facebook begeleiden en financieel steunen. Ik heb als journalist nog voor Graham gewerkt en ik kan je verzekeren: die man heeft het hart op de juiste plaats. Hij had ontzettend veel sympathie voor de plannen van de jonge Zuckerberg. Maar Matt Cohler was van oordeel dat Facebook moest kiezen voor het snelle geld van durfkapitalisten. Hij organiseerde een etentje met een durfinvesteerder en Zuckerberg ging overstag. Halverwege het etentje verdween Mark naar het toilet. Toen hij iets te lang wegbleef, ging Cohler kijken. Hij vond de CEO van Facebook wenend op de vloer. Zuckerberg voelde zich een verrader.

“Hij jammerde dat hij het zo lastig had met dat ‘morele dilemma’: kiezen voor snel geld of goed begeleide langzame ontwikkeling. Voor mij zegt dat veel over wie Mark Zuckerberg écht is. Als juist ethisch handelen dan toch zo belangrijk voor hem was, was er van een ‘moreel dilemma’ toch geen sprake? Ik ben ervan overtuigd dat je Zuckerberg nu nooit meer wenend op de vloer van een mannentoilet zal vinden. Want vandaag is zijn credo: ‘Mijn missie is ethisch juist, daarom zijn alle middelen om die missie te doen slagen dat ook.’ Het doel heiligt de middelen.

“Of zijn plan om alle wereldburgers met elkaar te verbinden ‘ethisch juist’ is, kan ik moeilijk beoordelen. Maar het is op zijn minst wel uniek. Toen Zuckerberg in oktober 2012 bekend maakte dat Facebook 1 miljard leden telde, drong bij mij de grootsheid van zijn ambitie pas echt goed door. Toen wist ik: hier schrijf ik een boek over. (lacht) Nu telt Facebook bijna 3 miljard leden. Het verhaal over hoe dat megalomane plan uitgerold werd, moést gewoon verteld worden. Wie zijn de mensen die daarachter zitten? En hoe gaan ze om met de gevolgen van hun realisatie?”

 

Een van die gevolgen is de enorme wereldwijde macht die ze verzamelden.

“Die macht is inderdaad gigantisch. Zuckerberg en co. zijn zich daar ook zeer bewust van. Intussen is Facebook uitgegroeid tot één van de grootste bedrijven ter wereld, met in 2019 een omzet van bijna 71 miljard dollar en wereldwijd 53.000 werknemers. Of ze de voorbije jaren ook op een verantwoordelijke manier met hun macht omgingen, is weer een ander paar mouwen. Dat kunnen we best omschrijven als ‘a work in progress’.

“De verstoring die ze op de advertentiemarkt aanrichtten, is ook gigantisch. Media raakten adverteerders aan Facebook kwijt, en moesten op zoek naar andere inkomstenbronnen. Het advertentiemodel van Facebook flirt met wat geoorloofd is en wat niet. Het vertrekt vanuit het vergaren van big data. Die private gegevens van gebruikers worden vervolgens ingezet om hen met reclameboodschappen te ‘bewerken’. Manipulatie is nooit ver weg, met het schandaal rond het door de extreemrechtse stokebrand Steve Bannon opgerichte Cambridge Analytica als één van de trieste hoogtepunten. Jarenlang ‘oogstte’ Cambridge Analytica overvloedig data van miljoenen nietsvermoedende Facebook-gebruikers én hun vrienden. Maar ook andere softwareontwikkelaars kochten al die private informatie. Dat handeltje leverde Facebook fortuinen op en gaf een man als Bannon de kans om in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 kiezers gericht te beïnvloeden.

“De voornaamste prioriteit van Facebook is de eigen groei: wereldwijd nóg groter worden. Ten koste van alles. Mark Zuckerberg besteedde de collateral damage uit aan zijn luitenant Sheryl Sandberg. Toen zij in 2008 bij Facebook kwam werken, werd er een duidelijke taakverdeling tussen haar en Zuckerberg afgesproken: zij zou zich bezighouden met het dagelijkse beleid, met de communicatie, het lobbyen en de regelgeving. Hij kon zich dan volop storten op zijn dada: het technologische speelgoed dat Facebook draaiend houdt. Toen leek dat zinvol, alleen werd die splitsing in de daaropvolgende jaren tot in het absurde doorgetrokken. Sandberg lichtte Zuckerberg nooit in over de legale en maatschappelijke problemen waar Facebook mee geconfronteerd werd. Alex Stamos, de voormalige Chief Security Officer (CSO) van Facebook, maakte zich grote zorgen over de Russische inmenging op het platform. Maar doordat hij onder de vleugels van Sandberg moest opereren, raakte hij nooit tot bij Zuckerberg. Vier jaar lang sprak de CSO nooit rechtstreeks met de CEO. Dat is smeken om miserie.”

 

Hoe groot acht u de kans dat na de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november, Facebook een half jaar later opnieuw met een soort van Cambridge Analytica-schandaal zit?

“Ze letten bij Facebook nu alleszins beter op. Ze zeggen dat ze op tijd zullen proberen ingrijpen, maar voegen er meteen ook aan toe dat ze niet alles kunnen tegenhouden. Het platform is door Mark Zuckerberg zo ontworpen dat het in een recordtijd sensationeel nieuws de wereld rondstuurt. De news feeds dragen de algoritmekiemen in zich om sensatie te promoten. Indertijd kreeg Zuckerberg daar applaus voor, want die sensatiemotor versnelde de groei van Facebook. Nu komt dat als een boemerang in zijn gezicht terug, want de algoritmes versnellen ook de distributie van nepnieuws.”

 

Ik hoor van steeds meer twintigers en dertigers dat ze Facebook links laten liggen.

“De jongere generatie ruilt het platform in voor Instagram of WhatsApp. Daarom kocht Mark Zuckerberg die ook op. (lacht) Toen hij Instagram en WhatsApp overnam, beloofde hij de stichters dat ze onafhankelijk zouden blijven. Achteraf bleek dat onzin te zijn.”

 

Heeft Facebook de wereld ten goede of ten slechte veranderd?

“Ik merk dat tijdens deze coronacrisis Facebook mensen echt wel bij elkaar brengt. Vanuit onze lockdown kunnen we op een levendige wijze blijven communiceren met vrienden en bekenden. Dat is heel positief. Maar dat neemt niet weg dat dit medium soms zeer destructief is. Er wordt nu ook massaal gemanipuleerde en foute informatie over corona gedeeld die mensen bang, paniekerig, opstandig of verzuurd maakt.”

 

Wat vindt Mark Zuckerberg van uw boek?

“Hij mailde me dat hij het niet met alles eens is. ‘Maar je probeert tenminste eerlijk te zijn’, schreef hij.”

 

Steven Levy, Facebook, the inside story, Penguin, 592 blz., 17,99 euro

 

Steven Levy

  • Geboren in 1951
  • Studeerde Engelse literatuur
  • Was technologiejournalist voor o.a. Newsweek, The New York Times Magazine en The New Yorker
  • Is ‘editor at large’ voor Wired
  • Schreef verschillende boeken over technologie, waaronder in 2011 In the Plex over de werking van Google.

 

© Jan Stevens

‘Corona is een kans om België te resetten’

Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom bij denktank Itinera, waarschuwde al heel vroeg voor de gevaren van corona. Sommigen vonden hem een alarmist. Nu adviseert hij samen met Itinera-ceo Leo Neels de overheid. “We roepen onze parlementairen op: kom uit jullie lethargie.”

 

Het hoofdkwartier van de naar eigen zeggen onafhankelijke denktank Itinera ligt aan het Brusselse Warandepark, vlakbij het parlement en de ambtswoning van eerste-minister Sophie Wilmès. Op straat zijn er parkeerplaatsen in overvloed en in het park laten wandelaars hun hond uit, sommigen gewapend met mondmasker.

In de vergaderzaal in het gebouw van Itinera zitten we elk aan onze zijde van de grote tafel: ceo Leo Neels, hoofdeconoom Ivan Van de Cloot, een fotograaf en een journalist. De social distancing is verzekerd. Van de Cloot was een van de eerste economen die waarschuwde voor de gevaren van corona. “In januari was ik al gealarmeerd en elke dag maakte ik me meer zorgen”, zegt hij. “In februari zei ik mijn vakantie naar Venetië, Padua en Ferrara af, ook al keek ik er erg naar uit. Op dat moment was er geen enkel reisadvies dat het vertrek naar Italië afraadde, maar ik zag het toen al misgaan.”

 

Meneer Van de Cloot, aan de telefoon zei u me dat jullie samen met de overheid aan een plan werken voor tijdens en na corona.

Ivan Van de Cloot: “Ik word geconsulteerd en heb hen gezegd dat het goed is dat ze mensen met verschillende perspectieven raadplegen.”

 

U wordt geconsulteerd door de Vlaamse regering?

Van de Cloot: “Ja. Dit huis werkt als een ontmoetingscentrum. Politici overleggen in deze vergaderruimte met ons, al gebeurt dat nu vooral via de telefoon. Ze toetsen ook ideeën bij ons af. Het is toch belangrijk dat ze advies inwinnen en niet in hun ivoren toren blijven?”

Leo Neels: “Wij onderzoeken, publiceren boeken en geven lezingen. Daarnaast vindt u ons ook vaak in de Wetstraat, op het Martelarenplein én in Namen. We adviseren zowel federaal als regionaal, bij autoriteiten en administraties. En ook bij sociale partners. Dat gebeurt allemaal heel discreet; wij communiceren daar niet over. We brengen wetenschappelijke kennis samen en geven intellectueel voedsel. We verstrekken aanbevelingen voor het beleid. Wij durven zeggen: ‘Die keuze is verstandig. Die niet.’”

 

Zit daar ideologie achter?

Neels: “Overal zit ideologie achter. Onze belangrijkste drijfveer is goed bestuur. We geven ook aanbevelingen over ‘best practices’: wat hebben andere landen ondernomen? Waarom werkt de ene aanpak en de andere niet? Niet iedereen moet het met onze keuzes eens zijn.

“Itinera is gesticht in 2006 door ondernemers die zich afvroegen: kan dit land de welvaart blijven garanderen voor onze kleinkinderen? Ze engageerden academici die niet enkel kennis wilden verzamelen, maar ook invloed wilden uitoefenen, zoals professor arbeidsrecht Marc De Vos. Onze allereerste publicatie ging over de arbeidsmarkt en heette: Van baanzekerheid naar werkzekerheid.”

Van de Cloot: “Die titel stond letterlijk in het regeerakkoord van 2014, acht jaar later.”

 

Itinera noemt zich een ‘onafhankelijke denktank’, is die ‘stichting door ondernemers’ dan geen handicap?

Neels: “Dat is net een enorm voordeel. Zij bieden ons wel degelijk totale intellectuele onafhankelijkheid. De analyses van onze academici hebben een onbetwistbaar hoge kwaliteit en dienen geen enkel particulier belang. De wetenschappelijke basis van al onze publicaties moét kloppen. Natuurlijk mag er gedebatteerd worden over de keuzes die wij maken.”

Van de Cloot: “De Marshallplannen in Wallonië komen uit de koker van academici van PS-signatuur. Omdat de instellingen waar zij voor werken door de overheid gefinancierd worden, zouden zij wèl onafhankelijk zijn? Dat snap ik niet. De onafhankelijkheid zit toch in de analyse? Onze financiële partners staan trouwens al jaren open en bloot op onze website.”

 

Zijn onze bewindvoerders door corona in paniek?

Van de Cloot: “Alles evolueert heel snel. De eerste kennismaking met de pandemie was een schok, maar iedereen werd gedwongen snel te schakelen. We zitten niet helemaal op onontgonnen terrein. De voorbije jaren waren er wereldwijd wel meer epidemieën zoals SARS, Ebola, de Mexicaanse griep. Er is dus kennis voorhanden.

“Ik ben een ‘prudentieel econoom’. Mijn leidmotief is dat je in goede jaren reserves opbouwt die je in crisistijd nodig zal hebben. We hebben geen nood aan ‘goed-weer-beleid’ dat doet alsof de zon altijd schijnt en er nooit een storm zal opsteken. Nu hoor je iedereen zeggen dat onze overheid klaar moet staan om de noden te lenigen. Alleen zijn er in het verleden geen budgettaire reserves opgebouwd en torsen we een torenhoge schuld. Duitsland en Nederland bouwden wél reserves op en kunnen nu dus meer geld inzetten dan wij.”

Neels: “Een half jaar geleden vroegen de Nederlanders zich nog af wat ze met al hun miljarden zouden aanvangen. Nu weten ze het. België zal selectiever moeten zijn. In betere tijden hebben we ons geld eigenlijk weggegooid. Daardoor zitten we met een veel groter gat in de begroting dan eerst gedacht.”

 

Terwijl toch vooral onze overheid de economische gevolgen van de coronacrisis zal moeten dempen? Volgens Stefaan Michielsen van De Tijd is zij de enige die daar voldoende financiële slagkracht voor heeft.

Van de Cloot: “Wij vinden niet dat het alleen aan de overheid is. Burgers hebben ook hun verantwoordelijkheid. Velen nemen nu trouwens al sterkere maatregelen dan de regering van hen verlangt. Terwijl de overheid nog wat zoekende is, gaan burgers en ondernemingen vaak al radicaler in lockdown.”

 

Econoom Geert Noels noemde in een inmiddels gewiste tweet de laatste maatregelen tegen corona van de Belgische politieke overheid ‘chaos’.

Neels: “We leven in een democratische rechtsstaat. Soms is goed beleid dan een beetje morsig, maar dat moeten we accepteren, want de overheid wil rekening houden met de vrijheden van 11 miljoen Belgen. In een dictatuur is het altijd simpel: wat de dictator beslist, is wet en wie het daar niet mee eens is, wordt opgepakt. Ik verkies de onvolmaaktheid van de vrijheid boven de vermeende volmaaktheid van de onvrijheid.

“In ons land worden complexe beslissingen heel traag genomen. Collega Marc De Vos merkte het onlangs nog op: écht ingrijpende beslissingen komen er in België pas bij een grote externe schok, zoals de devaluatie van de Belgische frank in 1982 door wijlen Wilfried Martens of het Globaal Plan van wijlen Jean-Luc Dehaene voor de toetreding tot de euro. In beide gevallen stond het land er slecht voor en werden er noodscenario’s met volmachten uitgedokterd die onze democratie en ons overlegmodel volledig buiten spel zetten.”

 

Wat nu herhaald wordt?

Neels: “Dat lijkt inderdaad zo, met de federale minderheidsregering zonder volheid van bevoegdheid. Ze kreeg enkel het vertrouwen voor lopende zaken, maar daarnaast kreeg ze óók nog het vertrouwen voor volmachten. Die grondwettelijke absurditeit kan symbool staan voor het gebrek aan daadkracht in dit land.

“Nu voeren we oorlog tegen die onbekende vijand, dat coronavirus. Deze oorlog dwingt ons veel ambitieuzer dan ooit te zijn. Gelukkig hebben we een solide gezondheidssysteem en gedragen de meeste Belgen zich voorbeeldig, afgezien van extreme hamsteraars. We blijken tot veel in staat, nu de omstandigheden ons ertoe dwingen. Het zou goed zijn als we daar ook op langere termijn lessen uit zouden kunnen trekken. Tien maanden geleden, op 26 mei 2019, trokken we naar de stembus. Sindsdien gebeurde er niets fundamenteels meer. Onze verkozenen zitten stil, loeren naar elkaar en zijn bang om te handelen met het mandaat dat ze van hun kiezers kregen.”

 

Des te verontrustender is het dat onze politici er zelfs met het mes op de keel niet in slaagden om het vorige weekend een volwaardige noodregering te vormen?

Van de Cloot: “We mogen ons niet blindstaren op één weekend. Wat vandaag niet is, lukt morgen misschien wel. Daarom is het belangrijk dat er nu vanuit de samenleving boodschappen uitgestuurd worden naar de politiek en het parlement. Politici schoten misschien niet snel genoeg in gang, maar burgers wel. Zo zijn vandaag huisvrouwen mondmaskers voor rusthuizen aan het naaien. Onze maatschappij blijkt toch geen verzameling burgers te zijn die lijdzaam wacht op beslissingen van de overheid.”

Neels: “Eén van de onderschatte risico’s van onze massieve verzorgingsstaat is dat ze actieve burgers omvormt tot passieve consumenten die enkel nog hun rechten kennen. Die hun rug keren naar de politiek, luisteren naar de sirenenzang van populisten of stemmen op extreme partijen. Nu nemen die burgers zélf het initiatief.”

Van de Cloot: “Ondernemingen worden ertoe gedwongen zichzelf heruit te vinden in bijna één dag tijd. Denk maar aan restaurants die een afhaalservice organiseren. Dat toont ook de veerkracht van onze maatschappij. Dan moet je niet zeggen: ‘Ach, die restaurateurs proberen gewoon geld te verdienen.’ Nee, zij willen in moeilijke tijden hun medeburgers blijven voeden.”

 

Een grote groep ondernemers moest zijn zaak sluiten en heeft geen enkel alternatief.

Van de Cloot: “Het ene bedrijf wordt harder getroffen dan het andere. Het is lastig om sectoren met elkaar te vergelijken, maar het is best mogelijk dat volgend jaar bijvoorbeeld de bouwsector heropleeft. Als dit achter de rug is, houdt niets mensen nog tegen hun opgeborgen bouwplannen alsnog uit te voeren. Een pretpark dat nu misschien maanden gesloten zal zijn, kan de verloren inkomsten natuurlijk nooit meer recupereren. Sommige bedrijven lijden een permanent inkomstenverlies.”

 

Er zijn ook bedrijven die dit gewoon niet overleven.

Van de Cloot: “Dat is een delicate discussie. Sommige bedrijven konden in goede tijden enkel overleven omdat de rente quasi nul was. Zo bouwden ze enorm veel schulden op. Volgens onderzoek zijn ongeveer 8 tot 10 % van alle ondernemingen zombiebedrijven, gedoemd om ooit te verdwijnen. Natuurlijk moeten we levensvatbare bedrijven helpen overbruggen met bijvoorbeeld uitstel van betaling, maar over die andere moet toch eens goed nagedacht worden.”

 

Moeten de scenario’s om bedrijven al dan niet te hulp te schieten nu niet gewoon op tafel liggen?

Van de Cloot: “Jawel, maar dat moet niet altijd op het publieke forum besproken worden, ook al zijn het geen geheimen. Dat is een taak voor banken, kredietbeoordelaars, verzekeraars. De Nationale Bank leidt dat in goede banen. Na de financiële crisis van 2008 werden de banken verplicht meer reserves op te bouwen. Ze werden ook verplicht om bij een nieuwe schok die reserves in te zetten. Ze moeten dat weldoordacht doen en niet in het wilde weg: niet iedereen die een lening wil, zal die zomaar krijgen. De banken krijgen daar nu instructies voor van de Nationale Bank.”

 

We mogen blij zijn met de crisis uit 2008, anders zaten we nu pas echt goed in de shit?

Van de Cloot: “Goh, omdat de overheid toen moest bijspringen, steeg de overheidsschuld met 100 miljard euro. Dat zullen we nu ook moeten uitzweten. In Nederland is er meer budgettaire ruimte, maar dat wil nog niet zeggen dat deze crisis bij hen minder impact heeft. De Nederlandse overheid kiest voor het scenario van sneller opbouwen van groepsimmuniteit. Later zal blijken of dat de juiste keuze was. Elk land moet zijn verantwoordelijkheid nemen en legt eigen accenten.”

 

En Europa?

Van de Cloot: “Europa zal nu moeten bewijzen dat het kan presteren wanneer het erop aankomt. Ik wil niet veroordelen, maar stel soms verkeerde inschattingen vast. Dat is normaal in deze omstandigheden. Er vonden een paar zeer ongelukkige gebeurtenissen plaats, zoals vrachtwagens vol beschermingsmateriaal voor onze dokters die aan een landsgrens werden tegengehouden. Daarom is het extreem belangrijk dat er in Europese kringen crisisoverleg georganiseerd wordt.

“Ik ben voorstander van anti-roekeloosbeleid. Dat wil zeggen dat de overheid zich altijd bewust moet zijn van de kwetsbare plekken in de samenleving. Het gezondheidssysteem is daar één van. In tijden waarin alles normaal lijkt te verlopen, moeten dan toch regelmatig vragen gesteld worden als: hoeveel capaciteit aan bedden is er? Hoe zit het met onze strategische voorraden aan mondmaskers? Ook grote instellingen en organisaties hebben niet voor niets specialisten in dienst die scenario’s voor de strijd tegen een pandemie uittekenen. Wie als overheid daarop beknibbelt, riskeert later de rekening gepresenteerd te krijgen. Hier geldt: penny wise, pound foolish. Gierigheid bedriegt de wijsheid.”

Neels: “In 2009 waren we heel goed voorbereid op de Mexicaanse griep. Gelukkig brak die epidemie bij ons niet door. Marc Van Ranst werd door sommigen als angstzaaier weggezet. Er werd toen een strategische voorraad mondmaskers aangelegd. Nu blijkt dat die in legerdepots lag te beschimmelen. Dat is toch een teken dat er bij ons onvoldoende aandacht was voor ‘prudentieel’ of anti-roekeloosbeleid? Dat er té veel achteloosheid is?”

Van de Cloot: “Die achteloosheid is er al lang en geldt niet enkel voor de overheid. Ze nestelde zich diep in verschillende culturen; je vindt ze bijvoorbeeld ook terug bij de media, die te veel de waan van de dag volgen en te weinig aandacht hebben voor diepere achtergronden.”

 

Volgen de media in hun corona-verslaggeving ook de waan van de dag?

Neels: “Bij de start van de epidemie was de toon iets te dramatisch en overdreven, vond ik. De verslaggeving stond niet in verhouding met de feiten zoals ze toen waren gekend. Soms was er een stuitend gebrek aan kennis. Daar moeten redacties dringend iets aan doen. De reguliere media laten hun agenda te veel bepalen door sociale media. Dat is een zware fout. De pers zou zich net van sociale media moeten onderscheiden met kennis en gevalideerde informatie. Intussen hebben de virologen in ons land de leiding van het beleid genomen. Dat is echt uniek. De 9 ministers die iets met gezondheidszorg te maken hebben, volgen hen. Dat is prima, maar misschien kunnen we daar ook lessen uit trekken voor toekomstig beleid. Nu laat de pers in haar berichtgeving ook de kennis van die virologen domineren. Uitstekend, want zo wordt de bevolking gemobiliseerd op basis van kennis.”

 

Eind februari twitterde Geert Noels: ‘Ik krijg berichten dat er dingen verzwegen worden. Dat deze ziekte onverwachte complicaties heeft die men niet durft communiceren. (…) zoals bij Tsjernobyl wekenlang de waarheid verzwijgen is vandaag geen optie meer.’ Noels is geen journalist maar een econoom.

Neels: “Die tweet was vreselijke onzin.”

Van de Cloot: “Twitter is een gevaarlijk medium en soms zijn tweets iets te snel geplaatst. Al in het begin benaderde ik discreet journalisten met mijn bezorgdheden en voelde ik weerstand. Er was ook bij redacties de neiging om te minimaliseren. ‘We moeten oppassen met wat we brengen, want we zouden burgers kunnen verontrusten.’

“Weet u wat soms het probleem is? Een mens luistert vaak liefst naar de klok die het mooist klinkt. Voor hij het beseft, zit hij in een tunnelvisie en neemt hij ondoordachte beslissingen. Daarom zeg ik ook tegen de minister: luister naar verschillende klokken vooraleer je beslist.”

 

Tegen welke minister zegt u dat?

Van de Cloot: “Dat ga ik u niet vertellen. (lacht)”

Neels: “Wij spreken met politici van verschillende gezindheden. Meerderheid of oppositie speelt voor ons geen rol: de oppositie van vandaag is de meerderheid van morgen.

“Jarenlang dachten onze beleidmakers dat we het ons konden permitteren geen keuzes te maken. Dus kozen we alles tegelijk en financierden dat met schuld. De rente was toch quasi nul. Maar goed bestuur wil zeggen dat er wèl keuzes gemaakt worden. Net dat hebben wij verleerd. Waarom komt er geen volwaardige federale regering? Omdat niemand durft kiezen.”

 

Sommige economen vinden dat we ervoor moeten kiezen om ons nog dieper in de schuld te steken.

Neels: “Nu wel. Nu heeft austeriteit of soberheidsbeleid geen zin. Er moet dus geïnvesteerd worden, zeker in het gezondheidssysteem, in noodmaatregelen en in het eerste herstel na de recessie die zal volgen. We moeten voorkomen dat die een depressie wordt. Daar bestaan geen 36 remedies voor, behalve investeren.”

Van de Cloot: “Misschien is de tijd nu ook voor onze parlementsleden aangebroken om keuzes te maken. In plaats van op een soort verlengd verlof te vertrekken, kunnen zij zich beter over de huidige crisis buigen. Wat houdt hen tegen om te discussiëren over de crisismaatregelen? Of over hoe de wereld er na corona zal uitzien? Het parlement moét functioneren. Als de rest van de maatschappij digitaal kan vergaderen, kunnen parlementsleden dat toch ook?”

 

Nu lijkt het te veel alsof parlementsleden zeggen: “We geven de regering volmachten; dat ze het maar oplost”?

Van de Cloot: “Ja, waarna ze achteroverleunen.”

Neels: “Die volmachten zijn een zwaktebod. We gaven een mandaat aan parlementsleden die nu op bevel van hun partijvoorzitters niets mogen ondernemen. Dat is slechte particratie. Terwijl in dat parlement talentvolle, verstandige mensen zitten. Ze hebben tijd en middelen. De senaat zit als rust- en verzorgingstehuis te verkommeren. Dat is toch onaanvaardbaar? We hebben net nu alle talent en brains broodnodig.”

 

Misschien is dat meteen ook het uitgelezen moment om die andere grote crisis, de klimaatverandering, aan te pakken?

Van de Cloot: “We zitten nu in een gezondheidscrisis. Laten we die eerst in goede banen leiden voor we over het klimaat beginnen.”

 

De gevolgen van de klimaatverandering worden misschien nog veel ingrijpender dan wat we nu meemaken.

Van de Cloot: “De ernst van de toestand lijkt bij u niet helemaal door te dringen. Het gaat nu over dagen en mensenlevens. Weet u welke catastrofe er zich in Italië aan het voltrekken is? Wij lopen misschien hoogstens tien dagen achter op hen.”

 

En toch zijn er ook stemmen die waarschuwen voor de gevolgen als we nu geen ingrijpende maatregelen nemen tegen de klimaatverandering. Deze crisis zou wel eens een schijntje kunnen zijn van wat er dan op ons afkomt.

Van de Cloot: “Dat kan best zijn, maar nu staan we voor twee weken waarin we moeten vechten voor ons overleven. Laat ons elke dag maximaal benutten om déze crisis het hoofd te bieden.”

Neels: “De urgentie is nu niet het klimaat. Even niet. Als dit achter de rug is kan de klimaatcrisis terug op de agenda. Wie weet, komen er nog andere crisissen tussen. We don’t know.”

 

Is het gevaar niet heel erg groot dat het na deze crisis terug business as usual wordt?

Neels: “Uit deze crisis moeten we proberen goede lessen te trekken, wat bij voorgaande crisissen inderdaad helaas niet gebeurd is. Vandaar onze oproep aan onze parlementairen: zit niet te niksen en kom uit jullie lethargie. We moesten mondmaskers importeren uit het buitenland, met alle gevolgen van dien. Misschien is het hoog tijd dat we de maakindustrie terug in eigen handen nemen, in plaats van ze uit te voeren naar lageloonlanden. We beseffen het nog niet, maar die globalisering is voorbij.”

Van de Cloot: “In 2017 brachten wij die boodschap over de maakindustrie al. De meeste media hadden daar toen geen aandacht voor. Vandaag roept iedereen: ‘Hoe komt het dat we geen strategische voorraad mondmaskers hebben?’ Misschien kan nu dan wel doordringen dat je voor je strategische sectoren niet zomaar ongestraft afhankelijk kunt zijn van een land aan de andere kant van de wereld.”

 

Veel economen hebben de globalisering lang bezongen.

Van de Cloot: “U veralgemeent en maakt een intentieproces. Er waren genoeg economen kritisch over de globalisering.”

Neels: “Toch klopt het dat veel economen dat inderdaad wel deden. Maar in 2017 wezen wij op het belang van onze maakindustrie voor ons economisch weefsel en niemand lette daar toen op. Vorig jaar zetten we het belang van familiebedrijven in het licht en ook daar was weinig belangstelling van de media voor. We moeten ons echt afvragen: waarom maken we hier geen mondmaskers? Waarom produceren we reagentia, testproducten, in een onbetrouwbaar land als Puerto Rico? Die dwaze uitbesteding van productie van fundamentele goederen aan verre buitenlanden moét stoppen.”

Van de Cloot: “Ik zeg als econoom al jaren: de piekglobalisering is een vergissing. Ik kan u daar oude artikels over bezorgen. We moeten op zoek naar een nieuw evenwicht. Misschien wordt mijn boodschap vandaag eindelijk wél gehoord.”

 

De antiglobalisten hebben gelijk?

Van de Cloot: “Ze leggen de vinger op de wonde, maar hun oplossingen zijn zo radicaal dat ze geen enkel draagvlak in de samenleving hebben. In plaats van aan slogans hebben we behoefte aan een rationeel debat.”

Neels: “Antiglobalisten hebben geen gelijk. Ze hebben wel terecht de overdreven globalisering aangekaart. Lang werden ze niet gehoord omdat ze tezelfdertijd ook het verzet predikten tegen het economische stelsel dat rust op waardecreatie door ondernemingen in een democratische rechtstaat. Maar dat is nog steeds het best functionerende stelsel ter wereld. Ik ken geen enkel land met een planeconomie dat geneesmiddelen ontwikkelt.”

Van de Cloot: “De coronacrisis kan als een elektroshock voor onze bewindvoerders werken. Misschien worden ze zich er van bewust dat ze voortaan beroep moeten doen op de kennis van experts. Nu kunnen ze niet anders en moeten ze wel luisteren naar virologen en epidemiologen. Dat is niet typisch voor ons land en zijn we niet gewoon.”

Neels: “Corona is een kans om België te resetten. Elke baby die nu geboren wordt, torst meteen 50.000 euro staatsschuld. Die absurditeit moeten we stoppen. Nu moet de overheid niet in soberheid wegvluchten, maar bedrijven, gezinnen en mensen in moeilijkheden selectief en verstandig steunen. Dat is haar sociale opdracht. Maar daarna moet ze wél een twintigjarenplan opstellen voor fundamenteel herstel. We mogen onze kleinkinderen niet met de schuld van onze luxe opzadelen.”

Van de Cloot: “We hebben zo’n plan eerst en vooral nodig voor ons gezondheidssysteem, waar de schok enorm is. Maar ook in onze economie: een flink stuk wordt midscheeps getroffen. We hebben een uitstekend stelsel van tijdelijke werkloosheid dat goed functioneert. Maar als men mij onmiddellijk had geconsulteerd, had ik als advies gegeven om de eerste maand 100 % van het loon uit te betalen in plaats van de 70 % die nu tot 30 juni geldt. De tweede maand zou dan 90 % worden en geleidelijk zakken tot 70 %. Zo creëer je perspectief en kunnen mensen hun levensstijl aanpassen. Nu verdwijnt er meteen 30 % van hun loon.”

 

Veel zelfstandige ondernemers en freelancers zonder werk krijgen helemaal niets. Is het een goed idee om ook hen tijdelijk toe te laten tot het stelsel van de werkloosheidsuitkering?

Van de Cloot: “Dat is een van die zaken die besproken moet worden, al is uw opmerking terecht. Ambtenaren hebben quasi werkzekerheid en zullen op financieel vlak geen hinder van corona ondervinden. Andere beroepsgroepen betalen een zeer zware prijs en incasseren de schok integraal. Dat kan niet. Er moeten solidariteitsmechanismen tussen de verschillende groepen overwogen worden. Wat de overheid wel nu meteen kan doen, is haar 1,7 miljard euro aan achterstallige facturen bij leveranciers betalen.”

 

Dit vertelt u ook aan onze bewindvoerders? Hoe reageren ze daarop?

Van de Cloot: “Zij luisteren en lijken meer dan gewoon ontvankelijk voor advies. Ons gezondheidssysteem lijkt te werken. Oef. We mogen al die mensen die hun job zo uitmuntend uitvoeren daar zeer dankbaar voor zijn. Zij maken het verschil. Over hun werk moet niet te veel gepalaverd worden. Wel over de economische maatregelen. Zoals: hoeveel budget is er eigenlijk voor tijdelijke werkloosheid? Welke sectoren moeten zeker geholpen worden? Dáár moet het parlement over discussiëren.”

 

Misschien moet het parlement dan ook discussiëren over de opvang van vluchtelingen in tijden van corona? Dienst Vreemdelingenzaken registreert geen nieuwe asielaanvragen meer en voor nieuwe asielzoekers is geen opvang meer voorzien.

Van de Cloot: “Zonder twijfel. Het Brusselse Samusocial vangt ook geen daklozen meer op omwille van het besmettingsrisico. Dat kan echt niet. Dit is zo’n moment waarop we in onze samenleving het beste en het slechtste naar boven zien komen.”

 

© Jan Stevens

 

‘Het interesseert de tabloids niet dat ze mensen naar de verdoemenis schrijven’

De Britse tabloids liggen zwaar onder vuur na de zelfmoord van Caroline Flack en de vlucht van Harry en Meghan naar Canada. “Toch stoppen ze hun vuile gevecht nooit”, zegt Alan Rusbridger, de ex-hoofdredacteur van The Guardian die mediamagnaat Rupert Murdoch op de knieën dwong. “Hun verkoop is het enige wat telt.”

 

Zaterdag 15 februari pleegde de populaire Britse tv-vedette Caroline Flack (40) zelfmoord in haar flat in Londen. De weken ervoor was ze het favoriete doelwit van de tabloids. Flack presenteerde realityshows als Love Island en X-Factor. Haar tumultueuze relatie met de 27-jarige tennisser Lewis Burton werd door de sensatiepers breed uitgesmeerd. De dag voor kerst schreef The Sun dat Flack haar geliefde een klap verkocht had met een lamp terwijl hij sliep. Als een pitbull beet het blad zich vast in Flacks liefdesperikelen en loste niet meer tot Valentijn. Toen publiceerde het een ‘speciale Valentijnskaart’ met een tekening van Flack die riep: ‘I’ll fucking lamp you!’ Een dag later was Caroline Flack dood.

“De Britse tabloids zijn keihard en houden nooit rekening met de gevoelens van hun slachtoffers”, zegt Alan Rusbridger (66), voormalig hoofdredacteur van The Guardian, de krant die onder zijn bewind het afluisterschandaal bij de inmiddels ter ziele gegane zondagskrant News of the World uitbracht en zo mediamagnaat Rupert Murdoch even in het zand liet bijten. Vandaag is Rusbridger rector van Lady Margaret Hall, een statig college aan de universiteit van Oxford. In zijn knusse kantoor hangt een gewijde stilte. De grote ramen geven uitzicht op de weelderig groene University Parks, waar de rivier Cherwell kabbelt. Van 1995 tot 2015 stond Rusbridger aan het roer bij The Guardian. “Dat was een fascinerende tijd”, zegt hij. “Met Julian Assange, Edward Snowden, het News of the World-schandaal, de martelpraktijken van de CIA… Toch heb ik geen heimwee naar die stresserende periode. Hier in Oxford gaat het er veel relaxter aan toe. Zolang ze me betalen, blijf ik op post. Wat niet wegneemt dat ik nog graag nadenk over de pers én van journalisten hou. Ik ben niet voor niets ook voorzitter van The Reuters Institute for the Study of Journalism aan deze universiteit.”

 

Ik vermoed dat de inmiddels 89-jarige Rupert Murdoch, eigenaar van wijlen News of the World en The Sun, uw bloed wel kan drinken?

Alan Rusbridger: “Tijdens ons onderzoek naar de telefoonhacks van News of the World werden we meermaals afgedreigd. Rupert Murdochs toenmalige bedrijf News Corporation, het huidige News International, was geen makkelijke tegenstander. Maar het is niet omdat zijn tabloidjournalisten collega’s zijn, dat we ze moesten laten betijen.

“Het eerste spoor naar dat afluisterschandaal kwam eind 2005 per toeval aan het licht. Royaltywatcher Clive Goodman schreef in News of the World een verhaal over de bezeerde knie van prins William. Alleen wisten maar een paar intimi daarvan. De prins diende klacht in en zo kwam aan het licht dat Goodman met de hulp van een privédetective Andrews voicemail had gehackt. News of the World-hoofdredacteur Andy Coulson verontschuldigde zich bij het koninklijk paleis en zei dat Goodman in zijn eentje en zonder zijn medeweten gehandeld had.”

 

Clive Goodman was zogezegd de rotte appel in de mand?

Rusbridger: “Ja. Hij werd veroordeeld en verdween begin 2007 voor vier maanden in de cel. Andy Coulson nam ontslag bij News of the World en werd woordvoerder van de Conservatieve Partij. Toen David Cameron in 2010 premier werd, benoemde hij Coulson tot zijn directeur communicatie.

“Begin maart 2009 klopte Guardian-journalist Nick Davies op de deur van mijn kantoor. Een bron had hem verteld dat het afluisteren van telefoons van koningskinderen, atleten en beroemdheden bij News of the World schering en inslag was. De politie was op de hoogte, maar greep niet in. Nick begon te spitten en ontdekte dat Murdochs News Corporation 1 miljoen pond aan zwijggeld betaald had aan andere slachtoffers. Rupert Murdoch en co. bleven ontkennen; Nick en zijn collega’s bleven spitten. Op 4 juli 2011 onthulde The Guardian dat News of the World de voicemail gehackt had van het vermoorde 11-jarige meisje Milly Dowler. Adverteerders trokken hun handen af van het blad en dat luidde het begin van het einde in. Coulson werd gearresteerd en op zondag 10 juli verscheen de allerlaatste editie van News of the World. The Guardian pakt als het moet niet alleen justitie, de politie, de regering, het leger en grote ondernemingen aan, maar ook de media.”

 

Ooit ging u wel samen met Andy Coulson en zijn eveneens in opspraak gekomen voorgangster Rebekah Brooks een nacht op zwier in Londen.

Rusbridger: “Dat was in maart 2003, na een lezing die ik gegeven had op een etentje van de Thirty Club, een businessclub waar hoge piefen uit de reclame- en mediawereld elkaar ontmoeten. Andy was toen al hoofdredacteur van News of the World en Rebekah van The Sun. Ze zaten er samen met Les Hinton, toenmalig voorzitter van News Corporation. Na de lezing raakte ik met hen aan de praat. Ze nodigden me uit om samen nog iets te gaan drinken. Ik dronk toen de hele nacht champagne op hun kosten. (lacht) Andy, Rebekah en Les waren uitstekend gezelschap. We hebben toen heel wat afgelachen. Elf jaar later zat Coulson in de cel, had Hinton ontslag genomen en stond Brooks terecht. Allemaal als gevolg van de berichtgeving in mijn krant. Ik kan trouwens niet geloven dat de andere tabloids zich niet bezondigen aan het afluisteren van telefoons. Mijn gezond boerenverstand zegt me dat ze allemaal in hetzelfde bedje ziek zijn. Alleen kan ik dat niet bewijzen.”

 

Prins Harry en Meghan Markle namen in januari afscheid van hun koninklijke status en verhuisden met zoontje Archie naar Canada. Een maand later legde Harry op een seminarie in Miami de reden uit: ze konden de voortdurende druk van de tabloids niet meer aan. Hij had zelfs drie jaar therapie achter de rug. Waarna de tabloids schreven dat hij met zijn Miami-speech 1 miljoen dollar cashte. Waar komt die virulente haat van de tabloids voor Harry en Meghan vandaan?

Rusbridger: “Daar is maar één reden voor: exemplaren verkopen. If you want them to read about it, write about it. Sappige verhalen over het Britse koningshuis geven de tabloidverkoop altijd een stevige boost. Daarom blijven ze continu inbeuken op Harry en Meghan. Het interesseert hen niet dat ze zo mensen naar de verdoemenis schrijven.

 

Piers Morgan, vroeger journalist en -hoofdredacteur bij verschillende tabloids, presenteert op tv Good Morning Britain. Sinds de aankondiging van de ‘Megxit’ startte Morgan een offensief in tabloid-stijl tegen Harry en Meghan, zowel op Twitter, als in zijn ochtendprogramma. Wat bezielt hem?

Rusbridger: “Exact hetzelfde als de tabloids: zijn kijkcijfers opdrijven door de controverse te blijven voeden. Zo drijft hij ook zijn eigen prijs op. De manier waarop hij voortdurend Harry en Meghan aanvalt, lijkt sterk op pestgedag. Net daar smullen zeer veel mensen van. Dat wil niet zeggen dat de tabloids en Piers Morgan door niemand ter verantwoording geroepen kunnen worden. Want er zijn privacywetten in dit land en wie zich belasterd voelt, kan altijd klacht indienen. Óók de leden van de koninklijke familie.

“In oktober vorig jaar diende Harry trouwens daadwerkelijk klacht in tegen The Sun en The Mirror voor het afluisteren van zijn telefoon. Piers Morgan en zijn vrienden bij de tabloids zwijgen daar nu in alle talen over, maar ik vind dat het grote publiek dat gerust mag weten. Waarom doen The Sun en The Mirror alsof hun neus bloedt? Ze proberen rechtszaken te vermijden en zetten grote sommen opzij of betalen zwijggeld. De BBC berichtte eind vorig jaar dat de Murdoch-titels tot hiertoe 400 miljoen pond betaald hebben aan mensen wier telefoon is afgeluisterd. Zo kopen ze processen af. De Mirror-groep zou 70 miljoen pond hebben klaarstaan om klachten over afluisteren te regelen. Misschien dient de haatcampagne van de tabloids tegen Harry en Meghan óók om de naam te bekladden van de man die hen vervolgt omdat zij illegaal in zijn telefoon hebben gesnuisterd.”

 

Hoe sterk staan de tabloids vandaag?

Rusbridger: “The Sun verkoopt dagelijks meer dan 1 miljoen exemplaren. Dat lijkt veel, maar vóór de digitalisering gingen er elke dag 4 miljoen over de toonbank. Wijlen News of the World haalde ooit een oplage hoger dan 4 miljoen, net als The Daily Mirror. The Daily Express zat ooit zelfs aan 5 miljoen. Al hun oplages kalfden af tot 1 miljoen of minder, maar in vergelijking met de 130.000 exemplaren van The Guardian is dat natuurlijk nog steeds gigantisch. Al kwam er de laatste jaren een niet te onderschatten vernieuwing: de door iedereen gratis te lezen website van The Guardian. Die trekt maandelijks miljoenen bezoekers van over de hele wereld.”

 

De tabloids hebben natuurlijk ook hun gratis websites.

Rusbridger: “Zeker. The Sun verborg haar artikels eerst achter een betaalmuur, maar dat werd een flop. Mensen waren blijkbaar toch niet bereid om online tegen betaling roddels te lezen. (lacht) De journalistiek van The Mail en The Sun kan nu ook door iedereen gratis geconsumeerd worden. The Mail focust zich als gedrukte krant sterk op de lokale Britse politiek; hun website is dan weer integraal gewijd aan beroemdheden. Die aanpak legt Mail Online geen windeieren. De site wordt massaal bezocht en voor adverteerders is dat zowat het enige dat telt.”

 

Leven journalisten van de tabloids op een andere planeet dan die van The Guardian of The Times?

Rusbridger: “Nee, maar voor veel bezigheden van tabloidjournalisten halen collega’s van de ‘fatsoenlijke’ pers hun neus op. In 1987 werkte ik als correspondent in Washington DC voor The London Daily News, een gloednieuwe krant die flopte en datzelfde jaar nog werd opgedoekt. Elke dag las ik er de plaatselijke tabloids, zoals The New York Post en The National Enquirer. Een gewoonte die ik ook als hoofdredacteur van The Guardian volhield, al ruilde ik de Amerikaanse tabloids toen in voor The Sun, News of the World, Daily Mail en The Mirror. Mijn collega’s in de perszaal in Washington vonden mijn dagelijkse lectuur hoogst merkwaardig. ‘Waarom lees je al die onzin?’, vroegen ze. Zij werkten voor kwaliteitskranten als The Washington Post en The New York Times en keken neer op hun sensatiepers. Die besteedde bijna uitsluitend aandacht aan de handel en wandel van celebrities, terwijl de Britse tabloids er een iets vreemdere nieuwsmix op nahouden. Want naast de sensationele berichtgeving over beroemdheden en de vele roddels, is er ook aandacht voor het harde en politieke nieuws. En ze hebben ontzettend veel invloed.”

 

Het gaat een man als Murdoch niet alleen om geld verdienen, maar ook om macht?

Rusbridger: “The Sun was voor Rupert Murdoch decennialang een financiële melkkoe. Nu niet meer: in 2019 verloor de krant 68 miljoen pond. Dat is mede een gevolg van de afwikkeling van het afluisterschandaal van News of the World. Maar andere tabloids draaien wel nog winst, want ze blijven ontzettend populair.

“The Sun bezorgt mediamagnaat Murdoch grote politieke invloed in Groot-Brittannië. Via die krant bespeelt hij de publieke opinie. Hij kiest altijd een kant: meestal die van de Conservatieve Partij, soms van Labour. Alles hangt af van welke keuze hem en zijn media-imperium het meeste voordeel oplevert. Daarnaast is hij ook eigenaar van chique kranten, The Times in Groot-Brittannië, The Australian in zijn geboorteland Australie en The Wall Street Journal in de VS. Die kwaliteitskranten moeten van hem een respectabel man maken.”

 

Produceren de tabloids nepnieuws of schrijven ze accuraat over beroemdheden?

Rusbridger: “De meeste tabloids verzinnen hun nieuws niet. Het grote probleem is dat ze altijd vertrekken vanuit een ideologische positie. Zo besloten een paar kranten niet te geloven in de klimaatverandering. Met als gevolg dat veel van hun nieuwsberichten door dat klimaatnegationisme worden aangestuurd. Hun verslaggeving over feiten is vrij accuraat, maar altijd ten voordele van bijvoorbeeld klimaatontkenners.”

 

Waarom beslisten die kranten niet in klimaatverandering te geloven?

Rusbridger: “Omdat ze vinden dat klimaatverandering een links thema is. Een andere ideologisch uitgangspunt bij de tabloids is de haat voor Europa.”

 

Ze zorgden met hun berichtgeving over Europa mee voor de Brexit?

Rusbridger: “Zonder twijfel. Ze stuurden geen regelrechte leugens over Europa de wereld in, tenminste toch niet altijd, maar ze publiceerden vooral verhalen en opinies die het bedje van de Brexit hielpen spreiden.”

 

Ten tijde van het afluisterschandaal bij News of the World ontdekte uw krant dat politie-inspecteurs omgekocht werden. Politici ook?

Rusbridger: “Van politici heb ik geen weet, maar van politiemensen weten we het zeker, met de bewijzen op tafel. Gebeurt zoiets dan niet in België?”

 

Ik denk het niet, maar misschien ben ik naïef.

Rusbridger: “Ze kochten niet alleen rechercheurs om, maar ook cipiers. Het enige wat telde, was ‘het verhaal’. De concurrentie in Fleet Street is moordend. Ik gebruik ‘Fleet Street’ trouwens enkel symbolisch, als aanduiding van ‘de kranten’. Toen ik in 1976 mijn eerste stappen in de journalistiek zette, was die straat in het hart van Londen nog écht het mekka van de dagbladpers. Elke grote nationale krant had er zijn redactie. Nu zitten ze verspreid over de stad, in goedkopere wijken of grote kantoorgebouwen. In mijn beginjaren gingen we na het werk vaak samen met collega’s van de tabloids en van meer highbrow krantentitels een pint drinken in een pub in de buurt van Fleet Street. Die cultuur is jammer genoeg helemaal verdwenen.”

 

Klopt het dat u in die beginjaren zelf belaagd werd door een journalist van de sensatiepers?

Rusbridger: “Jawel. Ik had toen een affaire met de dochter van een bekende Brit. We deden niets wat verboden was, maar wilden liever niet dat onze relatie in de openbaarheid kwam. Eigenlijk had niemand daar toen zaken mee. Op een vrijdagavond stonden er een reporter en een fotograaf van The Sunday Mirror voor mijn deur. De journalist stelde zich voor als Richard en was zeer vriendelijk. Hij zei: ‘Beste meneer Rusbridger, we kunnen dit op een makkelijke manier afhandelen, of we kunnen u het leven zeer onaangenaam maken. Ga rustig in de sofa zitten en vertel ons uw liefdesverhaal in geuren en kleuren. We zullen onze vragen dan met de nodige sympathie stellen. Maar als u niet met ons wil praten, kloppen we bij al uw buren aan. Dan bellen we uw moeder op, uw broer en alle mensen die u dierbaar zijn. Wat verkiest u?’ Dat was geen fijne ervaring. Ik zei dat hij kon opkrassen. Richard en de fotograaf kampeerden 24 uur lang voor mijn deur en vielen alle buren lastig. Een week later stonden ze er weer. Uiteindelijk is er nooit een verhaal gepubliceerd, maar de manier waarop ze me toen chanteerden, is nog steeds schering en inslag.

“In het relatief kleine Groot-Brittannië verschijnen dagelijks tien verschillende kranten, waarvan de helft tabloids. Ze werken allemaal met het mes op de keel. De druk om verhalen eerst te vinden, is verschrikkelijk intens. En dat wordt alleen maar erger. Sensatiejournalisten gedragen zich als bullies. Hun enige missie is: datgene te pakken krijgen wat de krant van hen verlangt. Vanuit de tabloids wordt die druk continu opgevoerd: de journalist die geen smeuïge verhalen weet op te delven, wordt snel gedumpt.”

 

Zoals wijlen Sean Hoare, journalist van News of the World en een van jullie belangrijkste bronnen voor het afluisterschandaal?

Rusbridger: “Precies. Eind 2010 trad Sean als eerste ex-News of the World-journalist voor het voetlicht met een interview in de New York Times. Hij vertelde daarin dat zijn vroegere vriend en hoofdredacteur Andy Coulson hem aangemoedigd had om voicemails te hacken. Sean werd zo de eerste News of the World-klokkenluider met open vizier.”

 

Hij werd niet alleen aangemoedigd om telefoons af te luisteren, maar ook om samen met rocksterren coke te snuiven, pillen te slikken en liters alcohol te drinken.

Rusbridger: “Zo ruïneerde hij zijn mentale en lichamelijke gezondheid. Hoare was amper 48 toen hij in juli 2011 aan de gevolgen van zijn alcoholverslaving bezweek. Hij begon zijn carrière bij The Sun, waar hij Andy Coulson leerde kennen. Hij kreeg er de vaste rubriek Bizarre. De deal was: vul die rubriek met ‘good stories’. Hoe hij aan zijn informatie geraakte of wat hij daarvoor moest doen, maakte voor Coulson geen zak uit. Zolang de straffe verhalen maar bleven toestromen. Later stapte Sean over naar News of the World waar zijn goede vriend Andy Coulson het intussen tot adjunct-hoofdredacteur had geschopt. Sean Hoare snoof, slikte en zoop jarenlang met de celebrities en dat liep compleet uit de hand. Aan collega Nick Davies vertrouwde hij toe dat hij elke dag begon met ‘het ontbijt van een rockster’, zijnde een lijn coke en een glas Jack Daniels. Op het hoogtepunt snoof hij drie gram coke per dag, wat hem 1000 pond per week kostte. De schade aan zijn gezondheid was enorm. Maar ik denk niet dat Sean Hoare voor alle tabloidjournalisten model kan staan. Ik vermoed dat het er bij hem wel erg extreem aan toe ging.

“In november 2009 werd News of the World door de arbeidsrechtbank veroordeeld voor het betalen van een schadevergoeding van 800.000 pond aan hun ex-sportjournalist Matt Driscoll. Op het moment van die veroordeling was Andy Coulson communicatiedirecteur van de toenmalige premier David Cameron. In april 2007 ontsloeg Coulson als hoofdredacteur van News of the World Driscoll omdat de man al een paar maanden ziek thuis zat met een zware depressie. De rechtbank was van oordeel dat die depressie een gevolg was van constant pestgedrag door de hoofdredacteur. Die keiharde bedrijfscultuur van bullying is bij veel tabloids diep ingeburgerd. Als gevolg van onze berichtgeving over het afluisterschandaal werd in de zomer van 2011 door de regering de comissie-Leveson met een onderzoek belast. De daaropvolgende maanden hield zij een aantal publieke hoorzittingen. De National Union of Journalists (NUJ), de Britse journalistenbond, liet aan rechter Brian Leveson weten dat ze massaal veel klachten binnengekregen had van tabloidjournalisten die slachtoffer waren van pesterijen door hun bazen. Ze wilden allemaal graag voor de commissie getuigen, maar achter gesloten deuren, want ze waren bang voor de gevolgen. Maar Leveson wou geen anonieme getuigen en ze werden niet gehoord.”

 

De Press Complaints Commission (PCC), de toenmalige Britse raad voor journalistiek, zette News of the World en Rupert Murdoch volledig uit de wind. Volgens hen was er geen enkel bewijs dat het inbreken in telefoons wijdverspreid was.

Rusbridger: “Zij sloten zich aan bij de uitleg van Murdoch dat een paar individuele journalisten op eigen houtje gehandeld hadden. Ze zaten volledig in zijn zak en waren allesbehalve onafhankelijk. De commisie-Leveson pleitte in haar eindrapport voor het opdoeken van de PCC. Dat gebeurde ook; in september 2014 werd ze vervangen door de Independent Press Standards Organisation (IPSO). Zij levert wel goed werk. Voor een buitenstaander lijkt het waarschijnlijk niet zo, maar de tabloids gedragen zich nu iets fatsoenlijker. IPSO is vrij onafhankelijk en reageert ook relatief snel op klachten. Maar soms is een verhaal zo smeuïg dat geen enkele deontologie een tabloid kan tegenhouden. ‘Het nieuws is sterker dan onszelf.’ En hup, de persen rollen.”

 

Misschien gold dat heel af en toe ook voor u als hoofdredacteur bij The Guardian?

Rusbridger: “Er waren momenten waarop ik me ervan bewust was dat ik vervolgd kon worden om wat ik ging schrijven of publiceren. Ik vroeg me dan af: ‘Stel dat het tot een proces komt, kan ik dit dan verdedigen?’ Ik probeerde ook altijd goed in te schatten wat het maatschappelijk belang van zo’n artikel was. Het verschil met tabloids is dat zij weten dat hun controversiële artikels geen maatschappelijk belang dienen. Toch doen ze voort.”

 

Ze betalen liever miljoenenboetes?

Rusbridger: “Daar lijkt het op. Ze schikken ook zeer snel om rechtszaken te vermijden. Als je op voorhand weet dat je geen poot hebt om op te staan, is dat natuurlijk het slimste. Gooi er een paar honderdduizenden ponden schadeloosstelling tegenaan en zeg: ‘Oeps, dat was niet de bedoeling. Hier is een check en laat ons met rust.’

“Weet u wat het grotere onderliggende probleem is? Dat journalistiek in het algemeen zich in het verleden nooit heeft moeten verantwoorden. Vóór de digitalisering schreven journalisten kranten vol en de lezers namen aan dat het gedrukte woord in de krant niet gemanipuleerd was. Vandaag leven we in een wereld vol informatiechaos. Voor veel mensen is dat beangstigend. Ze horen de machtigste man op aarde zeggen: ‘Wat The New York Times schrijft, is fake news. Geloof liever mijn leugens.’ Dat gegoochel met waarheid en leugen ondermijnt onze samenleving. Politici zullen pas echt doeltreffend tegen de klimaatverandering kunnen optreden als het duidelijk is dat de waarheid verteld wordt. Anders zullen invloedrijke mensen blijven beweren dat het een hoax is, waardoor de overheid uit angst voor de publieke opinie blijft treuzelen.”

 

Is het dan niet extra verontrustend dat veel jonge mensen hun informatie vooral van Facebook, Instagram of Twitter halen?

Rusbridger: “Ik vrees dat de informatiechaos binnenkort zo uit de hand zal lopen dat regeringen maatregelen zullen moéten nemen om het dreigende media-analfabetisme te lijf te gaan. We mogen jonge mensen niet aan hun lot overlaten. Op school zullen ze moeten leren een artikel lezen. In deze tijden van nepnieuws zullen ze zich ook altijd moeten afvragen: wie zit er achter dat stuk? Wat is de bedoeling van degene die het op Facebook post? Hoe betrouwbaar was die man of vrouw in het verleden?”

 

Vóór de digitalisering lazen we de krant en stelden we ons ook geen vragen over de betrouwbaarheid van de journalist in kwestie.

Rusbridger: “Dat is zo. De journalistiek heeft nooit de noodzaak gevoeld zichzelf te verantwoorden. ‘Wij zijn de geschreven pers en daarom moet je ons vertrouwen.’ Het grote publiek is daar vandaag niet langer meer zomaar toe bereid. Een nieuwssite als de Nederlandse De Correspondent heeft dat goed begrepen. Zij linken in hun artikels door naar de bronnen die ze gebruiken en vragen lezers expliciet om te reageren. ‘Vertel het ons als we een fout gemaakt hebben, en we zetten ze recht.’ Zo herstel je het vertrouwen. Slechts weinig media durven die dialoog met hun lezers aan.”

 

Niet alle reacties van lezers zijn even opbouwend. Dat zal u op de Facebook-pagina van The Guardian toch ook wel gemerkt hebben?

Rusbridger: “Dat kan best zijn, maar misschien moeten we dan op zoek naar manieren om ervoor te zorgen dat die reacties opbouwender worden. Waarom vragen we niet aan lezers ons te helpen bij het modereren van commentaren? Alleen door hen bij ons werk te betrekken, vergroten we het vertrouwen. Dat is dringend nodig. The Guardian heeft zeer toegewijde lezers. Ik ben ervan overtuigd dat zij de redactie met plezier én gratis te hulp zullen schieten als hen dat gevraagd wordt. (lacht)”

 

Had u ooit voor een tabloid kunnen werken?

Rusbridger: “Nee, ik heb totaal geen voeling met hun onderwerpen. Ik vrees eerlijk gezegd ook dat ik er niet meedogenloos genoeg voor ben.”

 

© Jan Stevens