‘Ik weet niet hoe lang mijn kinderen nog hun vader zullen hebben’

Op 23 maart trouwde Wikileaks-voorman Julian Assange (50) in de gevangenis met zijn geheime lief Stella Moris (37). Op 21 april besliste de Britse rechter dat Assange mag uitgeleverd worden aan de VS. Daar riskeert hij 175 jaar gevangenisstraf. “Als Julian wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig.”

De uitspraak van de rechter van het Westminster Magistrate’s Court kwam keihard bij Stella Moris binnen. “De rechtbank van eerste aanleg gaf Julian in januari 2021 gelijk en wees het uitleveringsverzoek van de VS af”, zegt ze. “Maar de Amerikanen gingen in beroep. Julian mag nu wél uitgeleverd worden, niet omdat hij een misdaad beging, maar omdat de rechter zich niet wil moeien met de politieke afspraken tussen twee staten.”

Ze zwijgt en staart moedeloos in haar koffie. “Het strafste is dat die rechtbank in hoger beroep zich volmondig achter de conclusies van de rechtbank van eerste aanleg schaart. Ook zij vindt het risico zeer groot dat Julian na uitlevering zichzelf in een isolatiecel van het leven berooft. In hun uitleveringsverzoek schrijven de Amerikanen expliciet dat ze het recht opeisen om mijn man langdurig in isolatie te zetten. Tóch besloot de beroepsrechter om Julian uit te wijzen.”

Het bevel moet nu getekend worden door de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel. Daarna hebben de advocaten van Assange tijd tot 18 mei om beroep tegen het besluit aan te tekenen. Veel hoop dat de uitwijzing daardoor afgeblokt wordt, heeft Stella Moris niet. “De enige plaats waar Julians uitwijzing naar de VS nog tegengehouden kan worden, is het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dat wordt zijn laatste kans.”

Stella Moris leerde Julian Assange in 2011 kennen toen ze als 28-jarige briljante advocaat internationaal recht door zijn juridische team ingehuurd werd. Een jaar later liet ze haar naam officieel veranderen in Stella Moris om zo haar ouders uit de publieke belangstelling te houden. In 2015 begonnen Assange en Moris een geheime relatie. Ze kregen twee zonen, Gabriel (5) en Max (3). Pas in april 2020 raakte hun relatie bekend toen Assange een aanvraag indiende voor een vrijlating op borgtocht.

STELLA MORIS: “Mensenrechtenadvocaat Jennifer Robinson verdedigde Julians belangen toen hij in 2010 bij de journalist Vaughan Smith in Ellingham Hall in Norfolk onder huisarrest leefde. Een jaar later huurde Jennifer me in. Zweden had zijn uitlevering gevraagd en ik moest dat helpen vermijden.”

De Zweedse justitie vroeg zijn uitlevering nadat twee vrouwen hem van verkrachting beschuldigden.

MORIS: “(zucht) Daar ga ik liever niet op in. Ik vond WikiLeaks toen al fantastisch. Met zijn organisatie lanceerde Julian datajournalistiek en zorgde ervoor dat dankzij cryptografie bronnen beschermd en anoniem bleven.”

De jonge Assange was een hacker?

MORIS: “Als tiener wel, net als Bill Gates. Als twintiger werd hij consultant in computerbeveiliging en cryptograaf. Hij begon met WikiLeaks in 2006 en wist perfect hoe hij journalistieke bronnen online kon beschermen. Hij was ook een pionier in het creëren van samenwerkingsverbanden met mediaorganisaties wereldwijd, met als doel: zoveel mogelijk impact hebben.”

Hij zette de trend voor wat een organisatie zoals International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) nu doet met dossiers als Panama Papers en Pandora Papers? Ook zij publiceren hun bevindingen tezelfdertijd in The Guardian, The New York Times en zoveel andere media.

MORIS: “Ja. Bij Cablegate in 2010 maakte WikiLeaks 250.000 Amerikaanse diplomatieke telegrammen openbaar. Die werden met mondjesmaat gepubliceerd in vijf grote kranten: The Guardian, Der Spiegel, Le Monde, El País en The New York Times. Tot een journalist van The Guardian domweg, of met opzet, paswoorden publiceerde die toegang gaven tot het hele ongeredigeerde Cablegate-archief. De samenwerking met The Guardian verzuurde zo meteen.”

Hoe gaat het nu met uw man?

MORIS: “Er zijn momenten waarop Julian diep in de put zit en er zijn momenten waarop hij de loodzware druk beter lijkt te kunnen weerstaan. Hij herleeft als hij onze kinderen ziet.”

Hoe gaat het met u?

MORIS: “Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden. (stilte) Ik leef in extreem verwarrende tijden. Door de brutaliteit die Julian moet doorstaan, kreeg ik een erg donkere visie op de wereld rond mij. Vroeger hoorde ik als advocaat soms onwaarschijnlijk gruwelijke verhalen; nu beleef ik die zelf.

“We trouwden nog maar pas op een zeer bizarre plek: de gevangenis van Belmarsh. De ceremonie vond plaats in een vleugel van de gevangenis waar ik nog nooit was geweest.”

Belmarsh is bedoeld voor mensen die een ‘groot veiligheidsrisico’ vormen voor het Verenigd Koninkrijk?

MORIS: “De gevangenis is gebouwd in de jaren 1990 in de context van het conflict in Noord-Ierland. De Britten sloten er hun Ierse gevangenen op. Er hing dus altijd dat aura van ‘groot veiligheidsrisico’ én van ‘politiek gevangenen’. Vandaag is Belmarsh het zwaarst gecontroleerde detentiecentrum van het Verenigd Koninkrijk. Ik noem het de MI5-gevangenis, want de Britse geheime dienst houdt er alles nauwgezet in de gaten. Tezelfdertijd is het een doorgangshuis: de meesten verblijven er niet langer dan een paar maanden.”

Uw man is één van de uitzonderingen? Hij zit er inmiddels sinds 11 april 2019.

MORIS: “Er zijn inderdaad niet veel gevangenen die er even lang opgesloten zitten als hij. Door het grote verloop is het voor Julian moeilijk om langere vriendschappen of relaties op te bouwen. Dat vreet aan hem. Hij is niet veroordeeld voor iets; hij zit daar omdat Amerika zijn uitlevering vraagt. Wij dienden verschillende aanvragen in om hem onder borg vrij te laten. Maar de Verenigde Staten willen daar niet van weten en dringen er bij de Britse regering op aan om hem in de cel te houden. De enige juridische onderbouwing van Julians gevangenschap is het Amerikaanse uitleveringsverzoek.”

De Britse overheid gaat daarin mee door hem niet onder borg vrij te laten?

MORIS: “De redenering is dat het risico te groot is dat Julian op de vlucht zal slaan. Ze verwijzen dan naar zijn vlucht naar de Equadoriaanse ambassade in Londen in juni 2012.”

De regering is bang dat Julian Assange diezelfde truc zal herhalen?

MORIS: “Precies. Nadat de Britse politie hem op die bewuste 11 april 2019 uit de ambassade kidnapte, werd hij veroordeeld tot 50 weken gevangenschap voor het overtreden van zijn borgvoorwaarden. Nu moet u weten dat het overtreden van borgvoorwaarden in normale omstandigheden zelfs niet bestraft wordt met een boete.

“Sinds ons huwelijk op 23 maart bezocht ik hem een keer of vier, de laatste keer was twee dagen geleden. Morgen zie ik hem opnieuw.”

Was het een huwelijksceremonie met een priester?

MORIS: “Het was onze wens om door de gevangenisaalmoezenier in de echt te worden verbonden. Julian vindt veel steun bij de katholieke priester. Maar omdat de Belmarsh-gevangenis geen deel uitmaakt van zijn parochie, mocht hij ons niet officieel huwen. De priester heeft ons burgerlijk huwelijk dan maar symbolisch ingezegend. Onze zonen, mijn moeder en broer, en Julians vader en broer waren erbij. Twee cipiers hielden op de achtergrond alles in de gaten.”

Uit sympathie?

MORIS: “Die cipiers voelen inderdaad sympathie voor Julian. De voorbije jaren fluisterden verschillende gevangenismedewerkers hem toe dat ze aan zijn kant staan. Ook medegevangenen zeggen: ‘Jij hoort hier niet thuis.’

“De gevangenisdirectie toont allesbehalve begrip of medeleven. We hadden er op ons huwelijk graag twee getuigen bijgehad, Craig Murray en Charles Glass, twee vooraanstaande journalisten en goede vrienden van Julian. Ze bezochten hem regelmatig in de ambassade en spraken hem moed in. In Belmarsh mogen ze niet binnen omdat ze journalisten zijn. Dat stond letterlijk in de brief van de gevangenisdirecteur. Eerst wilden we daartegen in het verzet gaan en ons huwelijk uitstellen, maar we lieten het uiteindelijk zo. Die strijd konden we toch nooit winnen.”

Was er een feestje na het huwelijk?

MORIS: “De huwelijksceremonie mocht een half uur duren. We hadden een strategie afgesproken om het zo lang mogelijk te rekken. Er werd door alle aanwezigen extralang gespeecht. (lacht) Na de ceremonie kregen Julian en ik toestemming om een half uur met elkaar te praten in het bezoekerscentrum. We zaten daar tussen andere gevangenen en hun families.”

Er was geen drankje en een hapje voorzien?

MORIS: “Helemaal niets.”

Was het tussen u en Assange liefde op het eerste gezicht?

MORIS: “Nee. Toen ik hem die eerste keer ontmoette, stond hij in het midden van een mediastorm. Onze relatie was puur professioneel. Ik leerde hem pas echt goed kennen nadat hij in juni 2012 zijn toevlucht zocht in de Equadoriaanse ambassade. Hij vroeg politiek asiel aan, wat hij na twee maanden ook kreeg. Ik was zeer nauw betrokken bij die aanvraag. Samen met de voormalige Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon reisde ik naar Equador om Julians zaak te bepleiten.”

Het plan was dat Julian Assange na het asiel van Londen naar Equador zou verhuizen?

MORIS: “Ja. Een paar jaar lang onderhandelde Julian vanuit de ambassade met de Britse overheid. Die onderhandelingen werden abrupt afgebroken toen Edward Snowden op de proppen verscheen. Na vijf jaar in de ambassade besloot Equador Julian het staatsburgerschap te schenken. Er werd afgesproken dat hij een diplomatiek paspoort kreeg zodat hij ongestoord Groot-Brittannië kon verlaten. De Britse overheid wou dat niet toestaan, ook al hadden ze vanuit juridisch oogpunt geen poot om op te staan.

“In deze zaak rijdt het Verenigd Koninkrijk helemaal voor rekening van de Verenigde Staten. Ze gaan daarin erg ver en overtreden probleemloos alle wetten om Julian toch maar te kunnen uitleveren. Kijk naar wat ze tot hiertoe deden: ze kidnapten hem en sluiten hem zonder vorm van proces jarenlang op.”

Assange is een politiek gevangene?

MORIS: “Zeker. Hij is het slachtoffer van verschillende misdaden gepleegd door zowel de VS als het VK. De politie kidnapte hem uit de Equadoriaanse ambassade nadat Equador op een compleet illegale manier zijn asiel introk. Op het moment dat Julian te horen kreeg dat ze hem zijn statuut afnamen, werd hij al de ambassade uitgesleept. Ik kan een hele litanie aan criminele daden tegen mijn man opsommen.

“In september vorig jaar publiceerde Yahoo News een diepgravend artikel naar de plannen van de CIA om Julian fysiek uit te schakelen. Dat was geen complottheorie maar een gedegen stuk onderzoeksjournalistiek dat putte uit een dertigtal bronnen over de periode dat Donald Trumps buitenlandminister Mike Pompeo directeur van de CIA was. Daaruit blijkt dat Pompeo geobsedeerd was door Julian en WikiLeaks. Hij kon nooit verteren dat WikiLeaks meteen na het aantreden van Trump geheime documenten publiceerde die aantoonden dat de CIA Franse politieke partijen infiltreerde tijdens de verkiezingen van 2012. Pompeo werd nog pissiger op Julian nadat WikiLeaks op 7 maart 2017 vertrouwelijke CIA-documenten onder de codenaam ‘Vault 7’ op het net gooide. Die leverden het bewijs dat het overgrote deel van door de CIA ontwikkelde hacking-tools en malware, online op de zwarte markt verhandeld werd. Dat ging dan over tools waarmee ze vanop afstand de controle over auto’s konden overnemen. Of waarmee ze smart-tv’s en smartphones konden hacken en inschakelen als afluisterapparatuur. Maar ook over instrumenten waarmee ze sporen van inbraken in computers en servers konden wissen. Of waarmee ze hackings in andermans schoenen konden schuiven.”

Over al die onlinespionagetools was de CIA de controle kwijt?

MORIS: “Totaal. De klokkeluider die al die informatie aan WikiLeaks bezorgde, zat er middenin en maakte zich daar grote zorgen over. WikiLeaks lekte de tools niet, maar wel de documenten die bewezen dat ze vrij te koop waren op het net. Dankzij de ‘Vault 7’-lekken konden producenten als Apple en Samsung hun software repareren en beveiligen. Maar Mike Pompeo ging er van over de rooie en besloot tot een kruistocht tegen Julian en WikiLeaks.”

Het werd iets persoonlijks?

MORIS: “Zonder twijfel. Het Yahoo News-artikel van 26 september 2021 beschrijft gedetailleerd hoe Pompeo aan de CIA de opdracht gaf om verschillende scenario’s uit te tekenen om Julian uit de weg te ruimen. Ze maakten concrete plannen om hem te kidnappen, af te voeren naar een geheime CIA-gevangenis of black site én te vermoorden. Ze tekenden ook een desinformatiecampagne uit om Julian en WikiLeaks in diskrediet te brengen.

“In de aanloop naar Julians arrestatie hebben ze die strategie helemaal ontvouwd: het ene na het andere bullshitverhaal werd de wereld ingestuurd. Eén van die verhalen was de zogenaamde scoop op de voorpagina van The Guardian in november 2018 dat Julian in de Ecuadoriaanse ambassade geheime besprekingen voerde met Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort. Zowel Manafort als Julian ontkenden die besprekingen, tóch ging The Guardian over tot publicatie. Tot vandaag vind ik dat een smet op de reputatie van die krant; ze liet zich toen door Pompeo en de CIA bespelen. Zo hielp The Guardian mee aan het vernietigen van Julians reputatie zodat hij makkelijker gearresteerd kon worden. Ik ken Julian door en door en kan u verzekeren: al die aanvallen op Julians karakter zijn ongegrond.”

Volgens sommigen is Julian Assange een narcist die WikiLeaks gebruikte voor zijn eigen eer en glorie.

MORIS: “Dat is absurd, want jarenlang kwam Julian er niet publiek voor uit dat hij de stichter van WikiLeaks is. Natuurlijk kreeg hij in de loop der jaren zeer veel vijanden. Gedeeltelijk is dat een gevolg van het WikiLeaks-model waarvan mediakritiek een vast onderdeel is. WikiLeaks wordt onterecht voorgesteld als een website die ruwe, ongefilterde informatie de wereld instuurt.”

En die daardoor soms de levens van mensen in gevaar brengt.

MORIS: “Nu echoot u het Pentagon, na de publicatie van de Afghaanse oorlogsdagboeken in 2010. Wat onzin was, want 15.000 documenten met gevoelige informatie werden toen door WikiLeaks juist níet gepubliceerd om geen mensenlevens in gevaar te brengen.

“WikiLeaks dumpte nooit zomaar data; er werd altijd moeite gedaan om mensen te beschermen. Wat WikiLeaks wel doet, is analyseren en verifiëren. Julian pleit voor ‘wetenschappelijke journalistiek’. Volgens hem kan de journalistiek alleen het kwaliteitsniveau van de wetenschap benaderen als journalisten bereid zijn zich te onderwerpen aan peerreview, aan toetsing door collega’s. De zogenaamd ‘grote media’ vonden dat een bedreiging, zeker ten tijde van hun verslaggeving over de oorlogen in Afghanistan en Irak. WikiLeaks oogste het ene succes na het andere en dat vonden zij niet leuk.

“Julian was een outsider die dankzij WikiLeaks meer invloed kreeg dan The New York Times en The Guardian. WikiLeaks werd synoniem voor: ‘betrouwbare informatie’. Klassieke media stonden op dat moment door de digitalisering zwaar onder druk. Julian was bang dat hun tanende levensvatbaarheid ook hun geloofwaardigheid zou aantasten. Het is dus niet zo verwonderlijk dat hij toen in de mainstreammedia in sneltreinvaart vijanden maakte.

“Maar afgezien van alles wat er in het verleden tussen The New York Times, The Guardian, The Washington Post en Julian misliep: vandaag vormen àlle media één front in het verzet tegen Julians uitlevering aan de VS.”

Omdat ze ondanks alle meningsverschillen Julian Assange als een journalist beschouwen?

MORIS: “In 2013 besloot het Amerikaanse departement van Justitie na drie jaar onderzoek om Julian niet te vervolgen voor de publicatie van door Chelsea Manning gelekte documenten. Het was tot de conclusie gekomen dat Julian zich ten opzichte van Manning gedragen had zoals een journalist tegenover een bron. Justitie was bang voor een cascade aan vervolgingen, want als ze WikiLeaks en Assange voor de rechter sleurde, moest ze dat ook doen met The New York Times, The Washington Post en The Guardian. Die hadden de documenten van Manning immers mee gepubliceerd. Justitie stelde toen letterlijk: ‘Julian Assange is geen hacker, maar een uitgever.’ Tot vandaag blijft die stelling overeind. Toch willen de Amerikanen hem nu uitgeleverd zien zodat ze hem tot 175 jaar gevangenisstraf kunnen veroordelen. Wat alleen maar bevestigt dat Julian een politiek gevangene is. Ik ontken niet dat hij de voorbije jaren veel mensen boos maakte. Alleen is dat geen misdaad.”

In 2015 sloeg de vonk tussen u en Assange over. Een geheim liefdesleven in een ambassade vol camera’s; dat moet niet eenvoudig geweest zijn. Want Julian werd bespioneerd?

MORIS: “De eerste twee jaar viel dat nog mee. Het échte gespioneer begon in 2017 door een Spaanse beveiligingsfirma die werkte in opdracht van de CIA. Ze volgden me ook buiten de ambassade. Er werden zaken gestolen en er werd ingebroken in kantoren, zoals dat van Baltasar Garzon. Van die inbraak bestaat beeldmateriaal. Julians vergaderingen met zijn advocaten in de ambassade werden zonder hun medeweten opgenomen. Op een keer vonden ze opnameapparatuur, verborgen onder een brandblusser. Er hingen overal camera’s, zowel duidelijk zichtbaar als weggestopt.”

Ook in Julians kamer?

MORIS: “Zeker weten we dat niet, maar er zijn vermoedens en aanwijzingen dat ze hem ook daar in de gaten hielden. De Spaanse politie heeft een deel van het spionagemateriaal in handen en voert onderzoek naar die door de CIA gefinancierde beveiligingsfirma.”

Jullie kregen in het grootste geheim ook twee kinderen.

MORIS: “Gabriel en Max zijn nog klein, maar ik weet niet hoelang ze nog hun vader zullen hebben. Een paar maanden? Een jaar? Ik weet niet of ze hem ooit nog zullen terugzien. De jongste is pas drie. De oudste is geboren toen Julian in de ambassade leefde. Onze zonen hebben hun papa nooit bewust buiten de muren van de gevangenis meegemaakt.”

Zo te horen investeerde de CIA heel wat geld in uw man.

MORIS: “Dat is een gevolg van die persoonlijke obsessie van ex-CIA-directeur Mike Pompeo. De Ecuadoriaanse ambassade werd de speeltuin van de CIA. Het is toch ongelooflijk dat de Amerikaanse geheime dienst gewoon haar gang mocht gaan in een ambassade in het centrum van Londen? Dat CIA-spionnen er rustig konden overleggen of ze die politiek vluchteling in de ambassade van Equador zouden vermoorden of ontvoeren?”

Hebt u contact met de Britse regering?

MORIS: “Geen enkele minister wil me ontvangen. Weet u wat het probleem is? Toen Julian van Equador asiel kreeg, voelde de toenmalige Britse regering zich voor het oog van de wereld vernederd. Want de Equadoriaanse overheid stelde dat Julian in Engeland politiek vervolgd werd, dat zijn fysieke integriteit op het spel stond en dat hij het risico liep om gefolterd te worden.

“In 2012 concludeerde Juan Mendez, de toenmalige VN-rapporteur over foltering, na een 14 maanden durend onderzoek dat Chelsea Manning, toen nog Bradley, in gevangenschap gefolterd werd. Volgens de VN-rapporteur was ze het slachtoffer van een wrede, onmenselijke behandeling. Equador hield er rekening mee dat Julian na uitlevering naar de VS aan dezelfde behandeling onderworpen zou worden.

“President Obama volgde de redenering van zijn ministerie van Justitie: Julian kon niet vervolgd worden omdat hij een uitgever en journalist is. Opvolger Donald Trump veranderde onder invloed van Mike Pompeo het geweer radicaal van schouder. Zij gingen maar al te graag achter een uitgever en journalist aan. Zij beschouwden de opsluiting en veroordeling van Julian als een precedent om nog andere journalisten en uitgevers te kunnen aanpakken.”

En president Joe Biden?

MORIS: “Hij zet dat beleid van Trump voorlopig gewoon voort. Weet u wat ik zo schokkend vind? Dat Pompeo en de CIA het niet enkel op Julian gemunt hadden, maar ook plannen smeedden om andere journalisten in de EU fysiek uit te schakelen. Medestanders van Julian die uit pure wraak op een hitlist gezet werden. We weten met zekerheid dat de beveilingsfirma in de Equadoriaanse ambassade manieren zocht om Julian te vergiftigen.”

Hebt u daar bewijzen voor?

MORIS: “Een klokkenluider uit dat bedrijf heeft dat verklaard. Ze maakten concrete plannen om Julians voedsel te vergiftigen. Uiteindelijk deden ze het niet omdat ze bang waren dat er een camera in Julians ijskast hing.

“De voormalige Ecuadoriaanse president Rafael Correa was Julian gunstig gezind. Opvolger Lenin Moreno kon mijn mans bloed drinken. Zijn regering werkte volledig mee met de Amerikanen. Moreno gaf hen zelfs toestemming om de diplomaten uit de ambassade te ondervragen over Julians handel en wandel. Eén van die vragen was: ‘Waar slaapt hij?’ Ze toonden een plattegrond van de ambassade. ‘Duidt aan waar zijn bed staat.’ Waarom wilde de Amerikaanse overheid weten waar Julian sliep?

“Ik praat daar nu heel gewoon over, terwijl het zo sinister is. (stilte) Julian legde via WikiLeaks misdadige activiteiten van staten bloot, zoals foltering en schending van mensenrechten. Het gevolg is dat hij nu zelf slachtoffer is van exact dezelfde misdaden. Hij is een geaccrediteerde journalist. Als hij wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig. Dan kunnen ze ook u laten oppakken als u iets schrijft wat hen niet zint. Als de VS met hun First Amendment en freedom of speech al zoveel over heeft om Julian uit te schakelen, bestaat persvrijheid in werkelijkheid toch niet meer? Dan krijgen àlle regimes toch vrij spel om àlle journalisten achter de tralies te draaien?”

Wordt u nu in de gaten gehouden?

MORIS: “Zeker. Ze hoeven me daarvoor zelfs niet in levende lijve te volgen. Via mijn telefoon kennen ze mijn hele handel en wandel. Ik draag ze gewoon mee in mijn handtas. (vermoeid lachje)”

© Jan Stevens

‘Op straat krijg ik knuffels van iedereen’

Na een straf van 5,5 jaar is de Britse islamist Anjem Choudary weer op vrije voeten. Gederadicaliseerd is de geestelijke vader en mentor van Sharia4Belgium allerminst. “Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens.”

Toen in september 2014 moslimextremist Anjem Choudary (54) in zijn woonplaats Londen gearresteerd werd, waren velen ervan overtuigd dat hij snel weer op vrije voeten zou zijn. Want de vorige twintig jaar slaagde hij er telkens weer op wonderbaarlijke wijze in om uit de handen van het gerecht te blijven. Maar deze keer leek het alsof hij zijn hand had overspeeld. Een jury veroordeelde hem tot 5,5 jaar gevangenisstraf voor het actief steunen van Islamitische Staat (IS) en voor het rekruteren van Syriëstrijders.

Van juli 2016 tot oktober 2018 zat Choudary in de cel; de rest van zijn straf mocht hij onder strikte voorwaarden met een enkelband thuis uitzitten. In juli 2021 werd hij vrijgelaten. “Ik zat mijn straf volledig uit en zou dus nu ook volledig vrij moeten zijn”, zegt hij. “Alleen houden de Verenigde Naties mijn tegoeden bevroren. Ze schreven ook een internationaal reisverbod uit en een wapenembargo. In de praktijk komt het erop neer dat ik toestemming moet vragen voor alles wat ik koop én dat ik bonnetjes moet indienen. Ik vind dat onzin, want mijn zogenaamde misdrijf heeft niets met geld te maken. Het bevriezen van mijn rekeningen is niet meer dan een verlenging van mijn straf. Ik mag amper 75 pond per week uitgeven; dat maakt het voor mijn gezin van vijf kinderen niet makkelijker. Al is het belangrijkste dat mijn geloof niet is aangetast en dat ik terug bij mijn familie ben. In mijn moslimwijk in Londen ben ik geliefd. Op straat krijg ik nu knuffels van iedereen.”

Eind jaren 80, begin jaren 90 studeerde de in Londen geboren Anjem Choudary rechten. Zijn studievrienden kenden hem als de goedlachse Andy die verzot was op alcohol, cannabis en vrouwelijk schoon. Later raakte hij in de ban van het islamisme en de internationale radicale beweging Hizb ut-Tahrir. Met inmiddels verboden salafistische organisaties als Al-Muhajiroun, Al Ghuraaba en Islam4UK ontpopte hij zich tot de radicaalste onder de radicalen.

In januari 2010 haalde Anjem Choudary de Belg Fouad Belkacem naar Londen en gaf hem de leiding over het nieuw op te richten Sharia4Belgium. Belkacem alias ‘Abu Imran’ organiseerde da’wa’s, waarbij hij op straat bekeerlingen trachtte te winnen. In september 2011 installeerde hij in Antwerpen de eerste Belgische shariarechtbank, zoals leermeester Choudary hem dat in Londen had voorgedaan. Tientallen Sharia4Belgium-aanhangers vertrokken naar het front in Syrië om er te gaan meevechten met jihadistische organisaties. In februari 2015 oordeelde de Antwerpse rechtbank dat Sharia4Belgium een terroristische organisatie is. Leider Fouad Belkacem werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar.

“Sharia4Belgium van Abu Imran, moge Allah hem bevrijden, was altijd onafhankelijk”, beweert Choudary. Hij ontkent Belkacems leermeester en mentor te zijn. “Abu Imran modelleerde zijn organisatie op die van ons, maar onze communicatie was zeer beperkt. Akkoord, hij kwam me een paar keer opzoeken in Londen en ik reisde ook een paar keer naar België. Al waren dat eerder beleefdheidsbezoeken: een hapje eten, wat praten en genieten van elkaars gezelschap. Ik vernam pas veel later via de media dat een veertigtal mensen van Sharia4Belgium België ingeruild hadden voor Syrië en Irak. Ik kende amper twee Sharia4Belgium-leden bij naam. Zelfs Abu Imran pleit onschuldig voor dat rekruteren; ook hij had daar niets mee te maken. Zijn lange gevangenisstraf is daarom buitensporig. Bovendien pakten de Belgische autoriteiten hem ook nog eens zijn nationaliteit af en willen ze hem naar Marokko sturen. Terwijl hij daar niet eens geboren is.”

Is medestichter Feisal Yamoun alias ‘Abu Faris’ het tweede Sharia4Belgium-lid dat Choudary bij naam kent? “Ja, ook hij kwam een paar keer naar Engeland. Ik heb geen idee hoe het nu met hem gaat.”

Yamoun vertrok naar Syrië en sloot zich aan bij de terreurgroep Majlis Shura Al Mujahidin. In 2014 stierf hij tijdens de gevechten om Aleppo. Zijn weduwe Faïza H. werd in februari 2021 bij verstek tot vijf jaar gevangenschap veroordeeld. Zij zou zich nog steeds in Syrië bevinden bij terreurgroep Jabhat Al Nusra.

“Ik heb inderdaad ook gehoord dat Abu Faris gestorven is”, knikt Choudary. Het gat in zijn geheugen lijkt te dichten. “Maar ik wist niet op voorhand dat hij plannen had. Wanneer mensen aan de jihad willen deelnemen, lopen ze daar op voorhand nooit mee te koop. Wellicht wisten zelfs hun eigen familieleden niet dat ze gingen vertrekken, laat staan een paar kennissen in Engeland. Of gelooft u echt dat die gasten me op voorhand belden: ‘O, Anjem, we willen naar het buitenland!’”

Grootste IS-rekruteerder

Eind 2013 verscheen een stevig gedocumenteerd rapport over Anjem Choudary van de Britse anti-racismeorganisatie Hope not hate. Onderzoekers Joe Mulhall en Nick Lowles duidden Choudary aan als de leider van een wereldwijd netwerk van islamisten. Via zijn Global Shariah Movement trok hij volgens hen aan de touwtjes bij radicale moslimorganisaties in 21 landen, waaronder Sharia4Belgium van Fouad Belkacem. Ze noemden Choudary de grootste Europese rekruteerder voor IS: hij zou minstens 300 Europese jongeren naar het slagveld in Syrië gestuurd hebben, onder wie zeker 33 Belgen.

“Misschien zouden we het beter over ‘Hate not hope’ hebben in plaats van ‘Hope not hate’”, reageert Choudary korzelig. “Als ik echt zo gevaarlijk was, had de politie me toch al eerder vragen gesteld over al die mensen die ik zogezegd naar het buitenland stuurde? Ik ontmoette een paar van die Syriëstrijders voor het eerst toen ik eind 2014 in de Belmarsh-gevangenis terechtkwam. Ik had die mensen daarvoor nooit gezien. De politie heeft me ook nog nooit ondervraagd over aanslagen waar ik zogezegd de inspirator voor ben. Behalve één keer in 2003 na Mike’s Bar in Tel Aviv. Daarna nooit meer.”

Op 30 april 2003 blies de Brit Asif Muhammad Hanif zich op aan de ingang van Mike’s Bar in Tel Aviv, doodde drie burgers en verwondde 60 anderen. Het ontstekingsmechanisme van de bom van zijn kompaan Omar Khan Sharif weigerde dienst. Sharif raakte gewond en werd later dood teruggevonden. Hanif en Sharif bleken twee pupillen van Anjem Choudary te zijn.

Ook de 25-jarige Ali Harbi Ali die op 15 oktober 2021 het conservatief parlementslid David Amess neerstak en vermoordde, zou in de ban geweest zijn van Choudary. Volgens vroegere schoolvrienden radicaliseerde hij online, door het bekijken en beluisteren van Choudary’s preken op Youtube. “De man is 25 jaar oud en zat al jaren niet meer op de schoolbanken. Hoe kan het kijken naar mijn oude filmpjes van tien jaar geleden nog iets met feiten van nu te maken hebben?”, repliceert Choudary. “Duurde het dan een decennium eer hij tot het besluit kwam om die volksvertegenwoordiger te doden? Dat is toch belachelijk? Omdat die jongeman tien jaar geleden een filmpje van mij bekeek, word ik de rest van mijn leven aan hem gelinkt. Zelfs Boris Johnson wees in het parlement met een beschuldigende vinger naar mij: ‘Al die uren van haatspraak op het internet.’ Terwijl hij nog geen seconde van mijn lezingen zag. Ze gaan over jurisprudentie en de koran. Maar dat interesseert niemand; iedereen gelooft liever zijn eigen propaganda.”

Trouw aan IS

Sinds zijn vrijlating maakt Anjem Choudary zich zorgen over de haatspraak en doodsbedreigingen aan zijn adres op het internet. “Niemand ligt daarvan wakker”, zegt hij. “Want ach, het gaat maar over die ‘haatprediker’. Als een politicus online bedreigingen ontvangt, wordt er meteen ingegrepen. Jarenlang legden de Britse autoriteiten elke uitspraak van mij onder de microscoop. Toen in september 2016 mijn zaak voorkwam, las ik in de gerechtsdocumenten dat ze daarvoor al tientallen keren geprobeerd hadden me op te pakken. Maar ze vonden geen smoking gun. Tussen 2004 en 2014 vielen ze tien keer in mijn huis binnen. Nooit konden ze me iets ten laste leggen. Deze laatste keer kwamen ze dan af met die zogenaamde eer van trouw aan IS. Ze beweerden die gevonden te hebben op een Indonesische computer. Ik had dat ding nooit gezien en ben dus totaal onschuldig. Ze gebruikten paragraaf 12 van de Britse antiterreurwet van 2000 om mij als IS-supporter veroordeeld te krijgen. Die wet verbiedt steun aan een verboden organisatie. Maar de rechters raakten het niet eens of die paragraaf ook op mij van toepassing was en gingen daarom eerst te rade bij het Hooggerechtshof. Ook daar raakten ze er niet wijs uit en besloten ze dat de jury maar moest oordelen. Net toen de jury zich in juli 2016 terugtrok om te beraadslagen, reed iemand met een vrachtwagen over de Promenade des Anglais in Nice en doodde iemand anders in Normandië een priester. Vermits ik op dat moment in Groot-Brittannië staatsvijand nummer 1 was, was mijn lot snel bezegeld.”

Maar Choudary wás toch een fervent supporter van Islamitische Staat? In augustus 2014 zei hij in de krant De Morgen over het IS-kalifaat in Syrië en Irak: “Op dit moment leven miljoenen onder de sharia in een gebied groter dan Engeland. Alle moslims hebben nu geen andere keuze dan Abu Bakr al-Baghdadi of kalief Ibrahim te erkennen als de grootste moslimautoriteit ter wereld.”

Hij zucht diep. “Toen in de zomer van 2014 de Islamitische Staat werd uitgeroepen, hield de organisatie IS feitelijk op met te bestaan. Vanaf dan ging het over een échte staat die inderdaad veel groter was dan Frankrijk of Groot-Brittannië. De Britse minister van Buitenlandse Zaken zei: ‘Wie burger wenst te worden van de Islamitische Staat, verliest zijn Britse nationaliteit.’ Hoe kon op dat moment die échte staat nog een verboden organisatie zijn? België noem je toch ook geen ‘organisatie’? Ik becommentarieerde in 2014 enkel of die staat islamitisch was, net zoals ik kan becommentariëren of een staat communistisch of kapitalistisch is. Ik stuurde een eenvoudige tweet de ether in: ‘Moge Allah het kalifaat en Abu Bakr al-Baghdadi zegenen.’ Meer niet. Omwille van mijn profiel en het grote aantal volgers dat ik toen op Twitter had, was dat zinnetje plots een bedreiging. Maar drukt het ook steun uit?”

Was de Islamitische Staat een na te volgen voorbeeld voor de rest van de wereld? Choudary: “Er volgen wellicht nog vele islamitische staten die even snel als het IS-kalifaat weer zullen verdwijnen. Maar op het einde blijft er een staat die zal heersen over de hele wereld en waar mensen eindelijk rust vinden. Alleen Allah weet wanneer die er komt. Ik was nooit in Syrië of Irak en weet dus ook niet hoe de situatie daar precies was.”

Anjem Choudary had nooit plannen om zelf naar de Islamitische Staat te reizen? “Toch wel. Ik vroeg de autoriteiten mijn reispas zodat ik kon vertrekken. Dat weigerden ze. Ze wilden gewoon niet dat ik vertrok. Ze hadden veel liever dat ik hier bleef zodat ik de Britten kon radicaliseren.” Hij lacht hartelijk.

Gelooft hij in de democratie? “Natuurlijk niet, wat een domme vraag. Ik geloof niet in wetten die gemaakt zijn door de mens. De enige wetgever is Allah.” Dan vraag hij: “Bent u christen of jood? U bent atheïst? Daar krijgt u op de dag des oordeels spijt van. Gelukkig is er altijd hoop: ik nodig u uit om naar de islam te kijken. Vergeet de hype en alle mediapropaganda die u zelf mee hielp creëren. Geloof daar niets van.”

De onthoofdingen van journalisten zoals James Foley en Steven Sotloff door IS geven toch niet veel vertrouwen in Choudary’s versie van de islam? “Het was toen oorlog”, antwoordt hij. “Dan gebeuren er altijd gruwelijke dingen. Ik wil die onthoofdingen niet rechtvaardigen, maar je moet niet alle westerse propaganda geloven.”

IS draaide die onthoofdingsvideo’s toch zelf? “Soms dient propaganda alleen om de vijand bang te maken. Er leefden ook heel wat mensen vredevol in het kalifaat. Zij maakten hun eigen video’s en toonden hoe prachtig het was.”

Biljartkoning

Van juli 2016 tot juni 2017 zat Anjem Choudary in de beruchte High Security Unit (HSU) van de Belmarsh-gevangenis in Londen, waar ook Julian Assange verblijft. “Ze noemen die plek niet voor niets het Britse Guantanamo Bay”, zegt hij. “Het is ook niet voor niets dat Assange er razendsnel grijs haar kreeg. De HSU heeft een rotslechte reputatie. Toen ik er aankwam, zag ik zo goed als enkel bejaarden, alsof ik op de geriatrie was aanbeland. Ik sprak zo’n oudje aan: ‘Waarom zit jij hier?’ Het bleek de op dat moment 77-jarige bankovervaller Brian Reader te zijn. In 2015 blies hij samen met een stel andere bejaarden de kluizen van een Londense bank in Hatton Garden op. Ze gingen met meer dan 14 miljoen pond aan juwelen en cash aan de haal. Ook Thomas Mair, de moordenaar van volksvertegenwoordiger Jo Cox, zat in Belmarsh. Maar er zaten ook andere zogenaamde terroristen. Wij, moslims, kwamen er héél goed overeen. Een paar keer per maand werd mijn cel binnenstebuiten gekeerd. Om zes uur ’s ochtends vielen de cipiers dan met veel lawaai binnen. Ik werd van mijn brits getild en ze doorzochten al mijn persoonlijke spullen. Om de drie maanden moest ik naar een nieuwe cel verhuizen. Ik leefde er continu onder stress en er hing een zeer onbehaaglijke sfeer.”

Volgde Choudary een deradicaliseringscursus? “In mijn eerste week in Belmarsh stapte de hoogste beveiligingsofficier mijn cel binnen. ‘U bent ’s lands radicaliseerder nummer één’, sprak hij plechtig. Hij had ook krantenknipsels over mij bij. Ik nam aan geen enkele van zijn deradicaliseringsprogramma’s deel. Ik wist dat ik er niet al te lang zou verblijven en dat ik in tegenstelling tot lang veroordeelden geen toegevingen voor strafvermindering moest doen. Ik hoefde helemaal niet mee te werken met reclasseringsambtenaren. Ik wist dat ik automatisch de helft van mijn straf met een enkelband mocht uitzitten. Waarom zou ik dan met mensen meewerken die alles wat ik zeg ooit tegen mij zullen gebruiken?”

In juni 2017 werd Choudary overgebracht naar het gloednieuwe Seperation Centre in de Frankland-gevangenis in het noorden van Engeland. “Ik was er de allereerste gedetineerde. Ze hebben dat complex speciaal voor mij gebouwd. In de Seperation Centres brengen ze al die mensen samen die ze liever niet tussen de gewone gevangenen laten rondwandelen. Alle zogenaamde geradicaliseerden die door de Britse overheid omwille van hun ideeën en overtuigingen als supergevaarlijk beschouwd worden. Er zijn nu zo twee centra, met enkel moslims. Ik was in Frankland tot oktober 2018.”

Choudary zat in de isolatieafdeling met vier andere islamisten die werden bewaakt door 25 cipiers. Een van Choudary’s medegevangenen was Michael Adebolajo, een van de moordenaars van de Britse soldaat Lee Rigby in mei 2013. Adebolajo was lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun en kreeg toen de ‘strijdnaam’ Abu Mujahid.

“Het grote voordeel van het Seperation Centre van Frankland was dat al mijn medegevangenen moslim waren”, zegt Choudary. “Er was in de keuken geen contaminatie door varkens. We kookten voor elkaar en spraken elkaar moed in. Mijn geloof in God werd er alleen maar sterker. Hoe harder ik de Koran van buitenleerde, hoe meer mijn geloof bevestigd werd. Mijn medegevangenen waren even gelovig. De gevangenis was voor ons een manier om ons geloof verder uit te zuiveren. Ik voelde me jonger en frisser toen ik de gevangenisdeur achter me dichtsloeg.”

Hoe was de verstandhouding met de cipiers? Choudary: “De meesten waren ouder dan mij, zestigers en zeventigers. Ze hadden ooit in de steenkoolmijnen gewerkt. Toen Margaret Thatcher die in de jaren tachtig sloot, werden ze werkloos. Later herschoolden ze tot cipier. Ze zaten een hele dag kruiswoordraadsels op te lossen. Ze maakten het ons niet moeilijk en zagen mij niet als de gevaarlijkste man van het Verenigd Koninkrijk. Ik droogde hen regelmatig af bij het biljarten. Ze stonden versteld van mijn poolkunsten. (lacht) Ik leerde poolen in Belmarsh. Dat is het enige wat je daar kan doen. In Frankland speelde ik alle biljartballen in één vloeiende beweging van de tafel.”

Het London Bridge-probleem

Van oktober 2018 tot juli 2021 zat Anjem Choudary de tweede helft van zijn straf vooral in zijn woonkamer met een enkelband uit. “Ik leefde onder de meest restrictieve en draconische maatregelen die in Engeland ooit aan iemand gegeven zijn”, klaagt hij. “Zo mocht ik niet met de media praten en nooit meer dan twee mensen tezelfdertijd ontmoeten. Na het London Bridge-probleem in november 2019 werden er nog meer beperkingen opgelegd. Ik mocht niet meer naar het centrum van Londen en mijn avondklokregime werd verstrengd.”

Wat Anjem Choudary het ‘London Bridge-probleem’ noemt, is de aanslag op 29 november 2019 in de buurt van London Bridge waarbij de 28-jarige Usman Khan vijf mensen neerstak. Twee overleefden de aanval niet. Khan werd door de politie doodgeschoten. In zijn tienerjaren werd Khan lid van Choudary’s verboden organisatie Al-Muhajiroun. Hij werd ‘herdoopt’ tot ‘Abu Saif’ en was een tijdlang één van Choudary’s trouwste secondanten.

In november 2021 werd Anjem Choudary gespot met zijn oude bekende Abbu Izzadeen, alias de meermaals voor ondersteuning van terreurorganisaties veroordeelde ex-electricien Trevor Brooks. “Ik sprak inmiddels ook mijn oude vriend Anthony Small”, zegt Choudary. De voormalige Britse bokskampioen Small bekeerde zich in 2007 onder impuls van Choudary tot de salafistische islam. “We halen herinneringen op aan vroeger.”

Probeert Anjem Choudary zijn oude netwerk nieuw leven in te blazen? “Ik heb geen plannen om wat dan ook herop te bouwen. Vandaag ben ik een familieman, een vader die zijn kinderen graag wil zien trouwen. Van zodra ik die VN-restricties weggewerkt krijg, ben ik van plan om een paar plekken in de wereld te bezoeken die ik nog niet eerder zag.”

Bio

  • Geboren in Londen op 18 januari 1967
  • Studeerde rechten aan de University of Southampton
  • Richtte samen met de Syrische islamist Omar Bakri Muhammad in 1996 de in 2004 verboden salafistische organisatie Al-Muhajiroun op
  • Later volgden eveneens verboden organisaties zoals Al Ghurabaa, The Saved Sect, Islam4UK
  • Volgens Hope not hate waren minstens 70 veroordeelde of gedode terroristen lid van Al-Muhajiroun en heeft Choudary nauwe contacten met de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab
  • Werd in 2016 veroordeeld tot 5,5 jaar gevangenis voor steun aan IS

© Jan Stevens

‘Net als in 1789 is er nu ook oorlog en schaarste’

In het magistrale De Franse Revolutie beschrijft Johan Op de Beeck de geboorte van de Franse republiek door de ogen van de Belgische revolutionair François Robert. “De ingrediënten die de Franse Revolutie lanceerden, beheersen nu ook ons leven.”

Johan Op de Beeck bewijst opnieuw dat hij een meesterverteller is met het eerste deel van zijn duologie over De Franse Revolutie. Met veel schwung voert hij zijn lezers door Frankrijk in het laatste decennium van de 18e eeuw, van de bestorming van de Bastille in 1789 tot de staatsgreep van Napoleon in 1799.

Het pas verschenen eerste deel eindigt aan de vooravond van de bloeddorstige terreur, toen de guillotine overuren maakte. Het tweede deel wordt verwacht tegen oktober van dit jaar. “Daar ben ik nog volop aan bezig”, zegt de auteur. “Tijdens het schrijven duikel ik van de ene verrassing in de andere. Het ene interessante historische document leidt naar alweer een ander intrigerend verhaal. Dat is fascinerend, maar ook zeer arbeidsintensief.”

Op de Beeck vertelt het gekende verhaal van de opstand van het Franse volk tegen de feodale adel en geestelijkheid door de ogen van de Belgische revolutionair en advocaat François Robert (1763-1826). Een gouden vondst. “Ik wou al lang een boek over de Franse Revolutie schrijven. Vijftien jaar lang dacht ik na over hoe ik dat best zou aanpakken. Want het is een complexe geschiedenis en het is een hele uitdaging om het verhaal zo te brengen dat lezers niet na tien bladzijden het spoor bijster zijn. Ik ben blij dat ik met François Robert de juiste invalshoek gevonden heb.”

Ik had nog nooit van de man gehoord.

“Ik kende zijn naam, maar verder wist ik niets over hem. Ik zag zijn geschilderde portret in de ‘Salle de 1792’ in het paleis van Versailles, naast beroemdheden als Marquis de la Fayette en Napoleon Bonaparte. François Robert was een revolutionair van de eerste orde en bleek in het Prinsbisdom Luik geboren te zijn.”

Hij was een boerenzoon?

“Hij komt uit Gimnée, een boerengat. Ik heb dat dorpje bezocht en denk dat het vandaag niet veel verschilt van hoe het er toen bij lag. (lacht) François Roberts vader bezat vier boerderijen en was ook burgemeester. Zijn moeder baatte een herberg uit en verhandelde bier. Roberts ouders waren niet arm; ze lieten hem rechten studeren. Daarna ging hij aan de slag als advocaat in de Franse stad Givet. Door een rechtszaak belandde hij in juli 1789 in Parijs. Hij kwam er in het oog van de storm terecht.

“Robert had de verlichtingsfilosofen gelezen en besloot quasi meteen om mee te doen met die nieuwe beweging. Hij ontpopte zich tot de eerste revolutionair die de monarchie wou vervangen door de republiek. De chauvinistische Fransen zijn ervan overtuigd dat de filosoof, wiskundige en politicus Nicolas de Condorcet de drager van de eerste republikeinse gedachte is. Ik voel grote bewondering voor Condorcet, maar dat is dus niet waar. De eerste republikein blijkt ‘onze’ François Robert te zijn. Al bestond België op dat moment natuurlijk nog niet als staat.”

Er werd wel over ‘de Belgen’ gesproken?

“Zeker. Op landkaarten van die tijd stond ‘La Belgique’. In diplomatieke correspondenties ging het over ‘les Belges’. La Belgique was een begrip. De staat was nog niet ontstaan, maar de naam was er wel al. Tijdens de Franse Tijd (1794-1815) kwam François Robert vaak als commissaris naar België. De laatste elf jaar van zijn leven bracht hij in Brussel door.”

Af en toe maakt u een uitstap naar onze contreien, waar zich in 1789 met de mislukte ‘Brabantse Omwenteling’ een mini-Franse Revolutie voltrok.

“François Robert speelde daar ook een belangrijke rol in. De Brabantse Omwenteling werd een sof. Ze vertrok onder impuls van de reactionaire katholieke advocaat Hendrik van der Noot. Hij wou zo de nieuwe klasse van werklieden en vrije beroepen buiten de macht houden. Zijn medespeler Jan Frans Vonck had ook rechten gestudeerd, maar was verlicht en liberaal. Hij noemde zichzelf ‘democraat’ en hoopte om met zijn revolutie een democratische staat te kunnen oprichten. Maar de Belgische democraten waren zo behoudsgezind dat de Parijse revolutionairen er niets mee te maken wilden hebben.”

U beschrijft de aanloop naar de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. Die aanval op de Parijse gevangenis staat gemarkeerd als het symbolische beginpunt van de Franse Revolutie. Tijdens het lezen besloop me het ongemakkelijke gevoel dat we vandaag in een gelijkaardig prerevolutionair klimaat zijn aanbeland.

“Ik begrijp wat u bedoelt: net als toen is er oorlog en schaarste. En net als toen rollebollen de veranderingen in een rotvaart over elkaar heen. Het is niet bij te houden: mensen die gisteren nog talk of the town waren en schijnbaar harde standpunten innamen, worden vandaag voorbijgestoken door iemand met een nog grotere mond. De ingrediënten die in 1789 de Franse revolutie lanceerden, beheersen nu ook ons leven, alleen niet tezelfdertijd. Precies die combinatie van gelijktijdigheid van factoren leidde in 1789 tot iets wat we tot nu toe niet meer meemaakten. Eén van die herkenbare factoren is een overheid die niet langer ervaren wordt als legitiem; die zelfs wordt weggezet als onbekwaam.”

Een andere herkenbare factor: de gigantische overheidsschuld.

“Net als het fenomeen van nieuwe politieke spelers die met soms zeer radicale standpunten een publiek aanspreken. Het grote verschil is dat er in 1789 met de verlichting een groot maatschappelijk veranderingsproject was. Dat is er nu veel minder.”

Komt het ecologisme als antwoord op de dreigende klimaatverandering niet in aanmerking?

“Ecologisme is een zeer belangrijk onderwerp, maar als je heel onze samenleving in ogenschouw neemt, denk ik dat de gewone mensen heel binnenkort met andere zorgen te maken zullen krijgen. Dat zie je nu al. Het gaat dan over bezorgdheden die vergelijkbaar zijn met toen. Zoals: ‘Kan ik morgen mijn kinderen nog veilig naar school laten gaan?’ Maar vooral: ‘Zal ik ze nog een boterham kunnen geven?’

“Het zou me niet verwonderen dat net als in 1789 de toenemende schaarste ontzettend belangrijk wordt, waardoor onze basisnoden onder druk komen. Dan sluipt er angst binnen; de geschiedenis leert dat zo’n scenario faliekant kan aflopen.”

De huidige schaarste zagen we niet aankomen.

“Die komt inderdaad onverwacht. In 1789 werd de ene schaarste van een levensmiddel gevolgd door een andere. Die schaarstes hakten er zeer stevig in. Nu swingen de energieprijzen de pan uit, maar ik vrees dat voor heel wat mensen in de nabije toekomst ook levensmiddelen een schaars goed zullen worden. Misschien neemt dan net als toen de bereidheid toe om geweld te gebruiken. Onze maatschappij werd de voorbije jaren al agressiever en zelfzuchtiger. Ik maak me dus net als u ook zorgen.

“Er ontbreken nog een paar schakels, zoals dat grote begeesterende nieuwe project. Het duurde duizend jaar vooraleer de mens tot nieuwe inzichten kwam die kristalliseerden in de verlichting. Het middeleeuwse feodalisme moest baan ruimen voor democratische instellingen, kerk en staat werden gescheiden en de rede en het individu moesten zegevieren. Zo’n nieuwe grote visie is er vandaag nog niet.

“Al sta ik toch te kijken van wat er zich nu al voor onze ogen voltrekt. De oorlog in Oekraïne, bijvoorbeeld, lijkt onwaarschijnlijk; toch waren er voortekenen. In mijn boeken over Napoleon speelde de Krim al een belangrijke rol. De annexatie door Rusland in 2014 en de huidige invasie in de rest van Oekraïne komen niet zomaar uit de lucht vallen. De Russische leiders koesterden altijd imperialistische plannen, richting het westen. Europeanen schatten dat totaal verkeerd in. De vorige Duitse kanselier Angela Merkel voerde de nucleaire uitstap radicaal door en verving kerncentrales door gas uit Rusland. Vandaag is Duitsland als belangrijkste land van Europa voor zijn energievoorziening afhankelijk van de grootste dictatuur op het continent.”

Ik las onlangs een artikel waarin Vladimir Poetin werd omschreven als een leider die in zijn beginjaren ‘rationeel en pragmatisch’ was. Alsof hij al meteen na zijn aantreden in 1999 in Tsjetsjenië niet exact hetzelfde deed wat hij nu in Oekraïne aan het doen is: steden meedogenloos naar het stenen tijdperk bombarderen.

“U heeft gelijk hoor, maar met geschiedenis moet je toch opletten. Wij kunnen nu feiten uitleggen aan de hand van onze kennis over wat er in het verleden gebeurd is. Zo leggen we verbanden en ontwaren we een patroon. Maar de mensen die op het moment zelf met hun beide voeten in die gebeurtenissen staan, zoals tijdens de Franse Revolutie, hebben vandaag geen benul van wat er morgen zal gebeuren. Wij weten dat nu wel, zij niet.

“Zo vond er in 1789 een steeds groter wordende radicalisering plaats. Dat was echt ongelooflijk. Mensen die bij de start van de revolutie voor radicale verandering opriepen, werden twee jaar later onthoofd omdat ze niet radicaal genoeg waren. Overrompelende vernieuwers werden in een mum van tijd terzijde geschoven en uit de samenleving verbannen.”

François Robert overleefde dat allemaal, wat voor een kopstuk van de Franse Revolutie toch een hele prestatie was? Op het einde van uw boek drukt u een lijstje af met de hoofdrolspelers. Het is opvallend hoeveel er tussen 1792 en 1796 het loodje legden.

“In het tweede deel van De Franse Revolutie zal beschreven staan hoe ook Robert de gitzwarte jaren van de Terreur in 1793 en 1794, toen de guillotine op volle toeren draaide, bijna niet overleefde. Meteen daarna volgde de ‘witte Terreur’, de anti-revolutionaire afrekeningen. François Robert was toen politiek behendig genoeg om zichzelf onzichtbaar te maken. Je zou dat laf kunnen noemen, maar wat doet een mens wanneer hij voor zijn leven vecht? Je kunt je niet voorstellen met hoeveel angst veel mensen toen leefden. Toch vonden ze de moed om door te blijven gaan. François Robert is voor mij de doorsnee revolutionair; de man die radicaal begint.”

Wat wil ‘radicaal’ dan zeggen?

“Radicaal republikeins. Tijdens de eerste revolutiegolf in 1789 was er geen sprake van om koning Louis XVI te liquideren. Frankrijk moest een constitutionele monarchie worden. Twee jaar later werd de koning onthoofd.”

Robert was daar voorstander van?

“Tijdens een zitting van de Nationale Conventie die een nieuwe grondwet moest opstellen, stemde François Robert voor de doodstraf voor de koning. Ik vond dat document terug waarop zijn handtekening prijkt. Ik vond wel meer leuke dingen, zoals zijn huwelijksakte. (lacht)

“Robert trouwde met Louise de Kéralio, een Parijse schrijfster met naam en faam uit een begoede familie. Het huis van haar ouders was een plek waar de revolutionairen graag kwamen discussiëren. Roberts vader moest aan de Kéralio’s een bruidschat betalen: 10.000 Franse ponden en de helft van de familiale bezittingen in Gimnée, Mazée en Dourbes.

“In augustus 1789 richtte Louise de krant Mercure Nationale op. François Robert werd één van de ‘patriottische journalisten’ van die krant en kreeg zo heel wat invloed in revolutionaire middens.”

De krant van het echtpaar Robert-Kéralio maakte veel schulden. Toen de kersverse minister van Justitie Georges Danton in augustus 1792 aan François Robert vroeg om zijn kabinetschef te worden, kwam dat als een godsgeschenk. Enig opportunisme was de revolutionair niet vreemd?

“Opportunisme zou ik dat toch niet noemen. De revolutionairen surften allemaal op een golf waarvan niemand wist hoe lang ze zou duren en waar ze zou stranden. Ze werden geleefd. Als de grote Danton je nodig had, deed je gewoon mee. Oók uit overtuiging.”

Het kwam Robert toch ook goed uit? Hij had minstens 24.000 pond schuld, volgens een krant uit die tijd zelfs 200.000 pond.

“Alles wat de revolutionairen ondernamen, was een mengeling van hoge idealen, pragmatisme en opportunisme. Precies daarom is François Robert voor mij dé doorsnee Franse revolutionair. Met opportunisme bedoel ik: ‘Het gebeurt, ik heb geen andere keuze, ik moét mee aan boord springen.’ Met pragmatisme: ‘Hoe word ik er zelf beter van?’, waarbij sommige revolutionairen aardig uit de bol gingen. Daarom was een man als Maximilien de Robbespierre in die eerste jaren zo populair. Hij kon nooit verdacht worden van zakkenvullerij of corruptie. Het leek zelfs alsof hij niet rijk was, want hij woonde in een eenvoudige huurkamer. Aan zo goed als alle andere hoofdrolspelers van de revolutie zat wel een geurtje: ofwel lieten ze zich omkopen, ofwel hadden ze amoureuze besognes. Danton, bijvoorbeeld, was een wellusteling. Maar de advocaat Robespierre, de Onkreukbare of l’Incorruptible, gedroeg zich als een man van het volk en leek daarom ook te vertrouwen. In werkelijkheid was hij niet ‘onkreukbaar’ omdat hij voor het gewone volk was, maar omdat hij ‘deugdzaam’ was. Voor het ideaal moest elke emotie wijken. Ook vandaag hoor ik in naam van een legitiem ideaal soms akelige uitspraken. Die zuiveren of fundi’s vind je in zowat alle politieke stromingen, of het nu over ecologisme, nationalisme of socialisme gaat.”

Misschien is die hang naar zuiverheid een reactie op onze democratische besluitvorming die traag maalt en vaak eindigt met een verwaterd compromis?

“Dat was toen ook al zo. Van 2 tot 6 september 1792 trok een groep van een honderdtal ‘deugdzame’ burgers van de ene naar de andere gevangenis om opgesloten tegenstanders van de Franse Revolutie over de kling te jagen. François Robert was nog maar pas aangesteld tot kabinetschef van Danton. Meer dan duizend mensen werden op beestachtige wijze vermoord. Vlak na de slachting durfde niemand de Septembermoorden te veroordelen.

“De Franse justitie werd door de Nationale Conventie hervormd en gedemocratiseerd; op die basis zou Napoleon later zijn Code Civil bouwen. Er werd al snel gemord: ‘Wat is dat toch met die rechtbanken? Ze werken te traag en niemand begrijpt er iets van.’ De roep om uitzonderingsrechtspraak werd steeds groter. In maart 1793 praatte minister van Justitie Danton de Nationale Conventie een uitzonderingsrechtbank aan: de ‘Tribunal Révolutionaire’. Hij baseerde zich daarvoor op ideeën van Robespierre. Dat snelrecht ging heel ver: beklaagden werden zelfs het recht op een advocaat ontzegd. Er waren maar twee straffen meer mogelijk: schuldig of onschuldig. Schuldig betekende de doodstraf, binnen de 24 uur. Wie luidop zei: ‘Het brood wordt toch wel duur’, was niet verdacht maar schuldig. Je kon dan aangeklaagd worden en de kans was zéér groot dat je onder de guillotine eindigde. Je kreeg de doodstraf niet voor daden, maar voor uitspraken of gedragingen. Zo waagde een prostituée het om te lachen met het kostuum van Robbespierre. Haar hoofd moest rollen.

“Ik verdenk sommigen ervan dat ze vandaag ook graag zo’n uitzonderingsrechtank zouden willen installeren. Een studentenblad riep een tijdje geleden op om niet langer het woord te geven aan klimaatsceptici. Ik ben zelf geen klimaatscepticus en wil een snelle oplossing voor het klimaatprobleem, maar ik ben óók een groot voorstander van vrijheid van meningsuiting. Iedereen mag nonsens vertellen; hij of zij zal weggehoond worden en met tegenargumenten het pleit verliezen. Wat we nooit mogen doen, is het debat vernietigen of onmogelijk maken. Het is aan niemand om te bepalen wie wel of niet geïnterviewd mag worden. Dat is exact wat de ‘zuivere’ Robbespierre wou én ook gedaan kreeg. Mensen met afwijkende meningen werden geëlimineerd. Gelukkig zijn we daar nog niet aan toe.”

Een heel hoofdstuk in uw boek gaat over nepnieuws. Wij geloven dat fake news iets van onze tijd is, maar eind 18e eeuw floreerde dat ook al?

“In het landelijke Frankrijk, in Marseille, Dijon en alle kleine dorpen, kregen de inwoners soms pas weken na Parijs de krant te lezen. Ze waren slecht geïnformeerd en kenden nooit goed de politieke achtergronden. Ze lieten zich makkelijk meesleuren in draaikolken van vermoedens en nepnieuws. Ze werden bang en namen soms op onzin gebaseerde beslissingen. In het dorp Ruffec zagen ze hoe een stofwolk in de verte het dorp naderde. De boeren dachten: ‘Daar is de roversbende die ons voorspeld is! We jagen ze vannacht over de kling.’ Achteraf bleken dat dan bedelmonniken te zijn.

“De verspreiding van nepnieuws werkte als een brandversneller. Niet alleen in Parijs, maar over het hele land waren er uitbarstingen van geweld. ‘Le grand peur’ beïnvloedde het werk in de Wetgevende Vergadering, het eerste modern functionerende parlement van Frankrijk. Sommige leden jammerden: ‘De gangsterbendes zullen onze kastelen platbranden.’ Dus werd er naast vooruitstrevende wetgeving ook een heus repressieapparaat op poten gezet. Die Nationale Garde werd een wapen in de handen van de burgerij om iedereen onder de knoet te houden. Dat maakte de Franse Revolutie zo paradoxaal.”

Want te midden van het vele geweld en de grote onzekerheid werd intussen wel de feodale monarchie hervormd tot een democratische republiek?

“Ja, maar voor een verarmde edelman die zijn kasteel zag afbranden, moet dat toch niet makkelijk geweest zijn. (lacht) Zoals altijd was ook tijdens de Franse Revolutie de mens niet zwart-wit. Robbespierre was niet hét boegbeeld van satanische slechtheid en Danton was niet dé heilige die sommigen van hem maakten. Het was een paradoxale periode met zeer idealistische mensen die tezelfdertijd bereid waren om de grootste gruweldaden te plegen in naam van ‘het ideaal’ en hun grote gelijk.

“Dat ‘grote gelijk’ is er ook vandaag. Ik denk vaak: al een geluk dat we in een democratisch systeem leven dat met haken en ogen aaneen hangt. Winston Churchill zei: ‘Democratie is de slechtste vorm van bestuur. Maar in vergelijking met al de rest, is het het beste wat er bestaat.’ Hij heeft gelijk.”

Met de grote idealen van de Franse Revolutie, ‘gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid’ en de ‘Verklaring van de rechten van de mens’ was toch niets mis?

“Ze vormen zonder enige twijfel de grondslagen van onze huidige maatschappij. Een paar miljard mensen op deze planeet benijdt ons omwille van onze vrijheden en rechten. In de tijd van de Franse Revolutie werden die idealen verschillend geïnterpreteerd. Het was Napoleon die die idealen in de plooi legde, vooral dan de gelijkheid. Robbespierre beschouwde de republiek niet zozeer als het rijk van de gelijkheid, maar van de deugdzaamheid. Met alle vreselijke gevolgen van dien.”

Nog een parallel met deze tijd is het oprukkende populisme.

“Ik gebruik dat woord in mijn boek bewust niet, omdat het uit de pen van François Robert als een anachronisme klinkt. Jean-Paul Marat was als journalist van het populistische L’Ami du Peuple enorm invloedrijk. Hij had massaal veel aanhang bij het gewone volk, maar vertegenwoordigde geen enkel politiek project. Marat had geen idee welke richting het land uitmoest. Hij schreef in slogans: ‘Gooi alles omver! Le peuple aan de macht!’ Zo kennen we er vandaag nog. In naam van le peuple was volgens Marat alles gepermitteerd. Wie als ‘vijand van het volk’ of ‘verrader’ gestigmatiseerd werd; kon het wel schudden. Marat is verantwoordelijk voor de dood van duizenden.”

Wordt er in het huidige Frankrijk tijdens deze presidentsverkiezingen ook geschermd met termen zoals ‘verrader’ en ‘vijand van het volk’?

“Ik denk het niet, maar in een groot deel van West-Europa wel. Er worden etiketten geplakt zoals ‘klimaatontkenner’ of ‘klimaatfundamentalist’, zodat de grote meerderheid weet: met die idioot valt niet te praten. Dat geldt niet alleen in de discussie over de klimaatverandering, maar op talloos veel terreinen.

“De erfenis van de Franse Revolutie blijft tot vandaag zeer belangrijk in Frankrijk. De laïcisering zit er ingebakken; dat is een rechtsreeks gevolg van de republiek. Radicaalrechtse politici als Éric Zemmour en Marine Le Pen proberen zich dat republikeinse ideaal toe te eigenen: ‘Wij zijn de republiek! Het Frankrijk van 1789, van de revolutie, dat zijn wij!’ Wat een leugen is. Met als gevolg dat politici van de linkerzijde met de vinger gewezen worden als ook zij roepen: ‘Wij zijn de republiek!’ Want zij omarmen dan zogezegd een ideaal van radicaalrechts. Zo raakt het debat totaal vergiftigd.”

Waar situeert president Emmanuel Macron zich?

“Nergens. (lacht)”

Hij gedroeg zich als een staatsman door de voorbije weken met Poetin te blijven bellen en praten?

“Ja, maar naar het schijnt was hij over de kansen op oorlog in Oekraïne slecht ingelicht door zijn militaire inlichtingendienst. De Amerikanen voorspelden een totale invasie en kregen gelijk.

“De Fransen lezen Rusland verkeerd. Ze hebben nog altijd niet door dat de Russen anders denken. Om over de Chinezen nog maar te zwijgen. Want die willen in 2049 de absolute supermacht worden omdat ze dan een eeuw volksrepubliek vieren.

“De Fransen stemden nu voor Macron uit armoede, omdat er niets beter voorhanden is. Ze kozen niet voor hem omdat hij de uitstraling van De Gaulle of Mitterand heeft.”

Ligt aan de basis daarvan Macrons voorganger, de weinig begeesterende François Hollande?

“Ik denk het wel. Al begon het al onder Nicolas Sarkozy. Maar Hollande had inderdaad de uitstraling van een saaie boekhouder. Het presidentschap heeft een klein beetje zonnekoninggehalte nodig. Grandeur, maar ook ambitie en durf. De president moet van aanpakken weten. De Fransen kunnen iemand enthousiast verkiezen, om hem met hetzelfde gemak vier jaar later te verguizen. Hollande beroerde geen enkele emotie.”

Heeft Macron wel dat aura van Zonnekoning?

“Hij probeert dat toch, al komt hij in mijn ogen niet tot aan de enkels van de échte Zonnekoning. Louis XIV had natuurlijk wel 60 jaar meer tijd. (lacht)”

Johan Op de Beeck, De Franse Revolutie I, Horizon, 544 blzn., 34,99 euro

Bio

  • geboren in Duffel in 1957
  • studeerde communicatiewetenschappen
  • begon in 1980 te werken als journalist en nieuwslezer bij de VRT
  • verliet 10 jaar later de VRT en richtte zijn eigen mediabedrijf op
  • keerde in 2003 terug naar de VRT als netmanager van Ketnet en Canvas
  • maakte verschillende tv-documentaires zoals Masters of the Game en Atlantik Wall
  • schreef historische bestsellers over o.a. Napoleon en De Zonnekoning

© Jan Stevens

‘Wij lieten de mentale gezondheid níet links liggen’

Zaterdag 9 april luidde het einde in van het Coronacommissariaat en de GEMS of de ‘Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19’. GEMS-voorzitter Erika Vlieghe voorspelt: “Ik verwacht niet dat ons werk als experts tot nul herleid wordt.”

“Corona is jammer genoeg niet voorbij”, zegt infectiologe Erika Vlieghe. “Maar depressief moeten we daar niet door worden. Want vandaag bevinden we ons in een veel betere situatie dan twee jaar geleden. Alleen kan niemand voorspellen hoe de pandemie verder evolueert. Misschien komt er een ernstiger ziekmakende variant, misschien niet. De impact van de huidige golf op het ziekenhuissysteem is natuurlijk niet zo dramatisch als die van een half jaar geleden, toch verstoort ook zij de zorg.”

Ook hier in het UZ Antwerpen?

“Wij zitten in ‘code zwart’, wat wil zeggen dat er nauwelijks bedden vrij zijn. Intensieve zorgen is niet overspoeld door covid, maar alle andere afdelingen liggen overvol. Dat heeft als bizar gevolg dat patiënten die voldoende hersteld zijn, niet meteen van intensieve overgebracht kunnen worden.”

Misschien is de huidige omikronvariant goed voor onze groepsimmuniteit?

“Omikron draagt zonder twijfel bij aan onze immuniteit, maar het advies is niet: ‘Laat je maar besmetten.’ Het virus gaat nu snel rond. Ik zie het in mijn omgeving: ontzettend veel kennissen kregen covid. Maar het is een illusie om te geloven dat het voorbij zal zijn als iedereen ziek geweest is.”

Wanneer hoorde u twee jaar geleden voor het eerst over dat nieuwe virus?

“Begin januari 2020. We wisten nog niet dat het zo groot zou worden, maar omdat het in China begon, waren we gealarmeerd. China vormt de perfecte startbasis voor een pandemie: er wonen veel mensen, er is op grote schaal intens contact tussen mens en dier en het land is door de globalisering verbonden met de rest van de planeet. Een uitbraak in de Congolese brousse is vreselijk en moet een halt toegeroepen worden. Alleen zal die nooit zo snel verspreiden als een uitbraak in een miljoenenstad in één van de meest verbonden landen ter wereld. Zorgwekkend was ook dat veel mensen meteen ernstig ziek werden. De jaren ervoor passeerden er al virussen de revue waarover we ons eerst zorgen maakten, maar die uiteindelijk meevielen.

“SARS-CoV-1 zag er begin deze eeuw erg onheilspellend uit en er waren de dreigingen van het vogelgriepvirus en MERS. De Mexicaanse griep in 2009 kwam het dichtste in de buurt van de huidige pandemie. Als dat virus agressiever en ziekmakender was geweest, zaten we toen al in een covidscenario.

“Net als oorlog beschouwden we epidemieën als iets wat ons, Europeanen, nooit nog zou overkomen. Zo’n epidemie was iets voor verre landen en oorlog was al meer dan 75 jaar geleden. Tot corona uitbrak, gevolgd door de Russische invasie in Oekraïne.”

Hoe kijkt u terug op die eerste strenge lockdown met gesloten grenzen en mensen wier bewegingsvrijheid beperkt werd? Zweden ging niet in lockdown. Volgens sommigen hadden de Zweden gelijk. Ze verwijzen dan naar de dodentol: in Zweden stierven bijna 18.400 mensen op een totale bevolking van 10,3 miljoen; in België bijna 31.000 op 11,5 miljoen.

“Dat Zweedse succesverhaal is zeer relatief. In vergelijking met zijn Scandinavische buren scoorde het land niet goed. Je kunt Zweden op geen enkele manier met België vergelijken. De bevolkingsdichtheid verschilt drastisch, maar ook de mentaliteit is anders. Met een aantal bestanddelen van de lockdown hadden we minder krampachtig moeten omspringen. Maar met het concept van de lockdown was op dat kritieke moment niets mis. Er kwam een nieuw besmettelijk virus op ons af. Het beste wat we in dat geval konden doen, was ervoor zorgen dat mensen zo weinig mogelijk contact met elkaar hadden. Als je een besmetting wilt indijken, is er niets krachtiger dan het tot een minimum beperken van contacten. In die context waren de maatregelen dus níet overdreven.”

In Frankrijk mochten mensen op een bepaald moment amper nog hun huis uit.

“Op dat moment stonden alle overheden voor de keuze hoe hard ze die lockdown bij hun burgers wilden afdwingen. Ook in Spanje waren ze extreem streng. Spaanse gezinnen met kleine kinderen mochten wekenlang hun flat nauwelijks verlaten. Dat leek waanzin, maar de uitleg was: ‘We moeten streng zijn; anders doen ze toch hun zin.’ Griekenland had zeer strenge maatregelen, maar in de dagelijkse praktijk werden die amper opgevolgd. In Scandinavië was het dan weer het tegengestelde. Een slimme lockdown probeert de grootste risico’s er zoveel mogelijk uit te halen.”

Wanneer werd u gevraagd om een leidende rol op te nemen?

“Dat ging geleidelijk. Half januari 2020 gaf de ontslagnemende minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) aan Sciensano-viroloog Steven Van Gucht de opdracht om een wetenschappelijk comité samen te stellen. Steven nodigde me toen uit. Oorspronkelijk bestond ons groepje uit een paar mensen van Sciensano, Marc Van Ranst en ikzelf. We gaven vooral advies aan de Risk Management Group (RMG), het bestaande overheidsteam dat beslist over maatregelen om de volksgezondheid te beschermen.

“Op 1 april werd ik opgebeld door toenmalig premier Sophie Wilmès (MR). Heel even dacht ik: ‘Dit is een aprilgrap.’ (lacht) Ze zei: ‘Ik plan om een comité met 10 experts op te richten.’ Ze omschreef dat als: l’intelligence collective. Die experts moesten uit verschillende disciplines komen en zij wou dat ik al die intelligentie samenbracht om een exitplan te ontwerpen. De kersverse Groep Experts voor de Exitstrategie (GEES) moest in kaart brengen hoe het land uit de ellende kon geraken.”

U zei meteen ja?

“Ik vroeg bedenktijd. ‘Niet te lang’, antwoordde de premier. Ik overlegde met mijn vriend, een paar collega’s en mijn baas. Want de rest van het werk bleef gewoon doorgaan. Op dat moment wist ik nog niet hoe intensief het zou worden.

“Politici leven in een compleet ander universum dan wetenschappers. Voor beide partijen was het ontzettend hard wennen. Als wetenschapper zeg je voortdurend: ‘Even afwachten. De cijfers lopen nog binnen en die moeten we goed analiseren.’ Terwijl politici hier en nu beslissingen moeten nemen. Wij wilden de tijd om de zaken te onderzoeken en helder uit te leggen, alleen was die er vaak niet. Ondanks alles wat er in kranten verscheen, was er wel altijd wederzijds respect, zowel bij de vorige als de huidige regering. Ze respecteerden allebei de wetenschap. Al werd onder impuls van de tandem Alexander De Croo (Open VLD) – Frank Vandenbroucke (Vooruit) die wetenschappelijke insteek nog versterkt.”

De ondertekenaars van het Wintermanifest verwijten de GEMS dat ze aan tunnelvisie leed. De expertengroep bestond vooral uit virologen, epidemiologen en infectiologen. Er ontbraken psychologen.

“De belasting van de mentale gezondheid was tijdens deze crisis zeer groot. Zeker de eerste lockdown was ontzettend zwaar voor kwetsbare mensen, niet alleen voor patiënten, ook voor burgers. Daar moeten we lessen uit trekken: dat mag nooit meer gebeuren. Maar in april 2020 hadden we bij de GEES al een aparte werkgroep mentale gezondheid. Het klopt dus niet dat er geen aandacht voor was. Integendeel, we letten daar extra op omdat we er ons heel goed bewust van waren dat er in die groep van 10 inderdaad geen psycholoog zat. We spraken daar premier Wilmès over aan; zij hield aanvankelijk de boot af. Vandaar ons initiatief voor die aparte werkgroep.

“In de GEMS zat wél een fullblown psycholoog: Maarten Vansteenkiste van de UGent. Een ander lid was Lode Godderis van de KULeuven. Hij is een arbeidsgeneesheer met veel kennis over mentaal welzijn op het werk. Armoede-expert Céline Nieuwenhuys van de Federatie van de Bicommunautaire Maatschappelijke Diensten (FBMD) staat in nauw contact met de mensen op het terrein. Zij kent de psychosociale impact van de pandemie. Ook sociologe Isabelle Aujolat van de UCL speelde kort op de bal. Op een bepaald moment werd er geroepen: ‘Het afgelopen jaar verdubbelde het aantal zelfmoorden.’ Dat was gewoon niet waar. Wij lieten de mentale gezondheid níet links liggen.”

Tijdens de eerste lockdown maakte ik me toch zorgen over kinderen met gewelddadige ouders die continu in een kleine ruimte moesten samenleven.

“We maakten ons daar allemaal zorgen over. Daarom ook zijn in de maanden nadien de scholen in de mate van het mogelijke nooit meer volledig dichtgegaan. Al maakte de pandemie het ons niet makkelijk. De hybride vorm van schoolgaan, met afstandsonderwijs, was zeker niet ideaal. Maar we wisten: als we de schoolpoorten openen, ontploffen de besmettingen en krijgen we de zorg niet meer georganiseerd. We waren gedoemd om onaangename beslissingen te nemen.”

Hoe was deze crisis voor uw mentaal welzijn?

“(lacht) Met ups en downs, zoals in de hele samenleving.”

Volgde u wat er op sociale media over u en uw collega’s geschreven werd?

“In het begin wel, tot ik merkte dat ik daar nogal ongelukkig van werd. Sociale media zijn puur vergif. Je hoort dat quasi iedereen zeggen, toch doen we er allemaal aan mee. Ik heb geen probleem met inhoudelijke kritiek; soms snijdt die ook hout. Maar ik zag alleen maar bagger voorbij drijven. Dus besloot ik om daar geen tijd meer aan te verspillen. Ik wou nuchter blijven nadenken en kon me niet permitteren om met muizenissen in mijn hoofd te zitten over wat er online over mij verteld werd. Dat heeft als gevolg dat ik soms een beetje afgesneden lijk van de ‘realiteit’ op sociale media, omdat ik niet weet wat ‘de buzz’ van het moment is.”

Intussen werd u een BV.

“Zelf had ik dat eerst niet zo in de gaten. Tot vriendinnen of mijn vriend me zeiden: ‘Die mensen keken naar jou.’ Soms spraken wildvreemden me op straat of in de winkel aan: ‘Ik wil alleen maar zeggen dat jullie goed werk leveren.’ Dat gebeurde heel vaak.”

Niemand schold u de huid vol?

“Nooit. Al die harde roepers van op de sociale media kwam ik nooit tegen.”

U werd nooit bedreigd zoals Marc Van Ranst?

“Toch wel. Bij Marc was het een graad erger, maar we kregen allemaal bedreigingen waarmee we naar de politie stapten. Iemand stuurde me op Messenger: ‘Wanneer ga jij je ophangen?’ Die berichten waren niet altijd anoniem.

“Een klassieker was: ‘Erken maar dat je voor Klaus Schwab werkt.’ Ik dacht: ‘Wie is dat?’ Andere klassiekers: ‘Het World Economic Forum’ en ‘The Great Reset’. Ik moest dat allemaal opzoeken, want ik wist niet waar ze het over hadden. Zo leerde ik veel bij. (lacht)”

Hebt u er nooit aan gedacht om er de brui aan te geven?

“Toch wel. Wanneer ik voelde dat er geen gehoor was, of dat de geschiedenis zich alweer herhaalde. Af en toe was het gewoon té veel en té zwaar. Ik kan me goed voorstellen dat de voorbije twee jaar veel mensen uit het beleid er soms aan dachten om de handdoek in de ring te gooien. Ik moest dan altijd even afkoelen en luchtte mijn hart bij collega’s of bij mijn vriend.

“Soms werden er forse stellingen ingenomen: ‘Laat die maskers toch af in de scholen.’ Waarna wij werden afgeschilderd als ‘in een ivoren toren wonende virologen die alleen maar aan dat virus denken.’ Terwijl we ons baseerden op wetenschappelijke informatie dat mondkapjes uitbraken in de klas kunnen helpen terugdringen. Zo konden de scholen langer openblijven, wat van zeer groot belang was voor álle kinderen, ook die uit gewelddadige gezinnen.”

Het Covid Safe Ticket (CST) werd door sommigen gezien als een symbool van de dictatuur.

“Kijk, we leven al twee jaar in ongewone tijden. In onze open democratische samenleving hebben mensen het recht om te reageren. We moeten onze vrije meningsuiting koesteren. Ik heb er geen enkel probleem mee dat iemand zich afvraagt of onze adviezen de enig mogelijke manier zijn om een pandemie te beheren. We learn as we go.

“Waar ik het wél moeilijk mee heb, is wanneer het debat bezoedeld wordt met foute stellingnames, of als data doelbewust verkeerd worden geïnterpreteerd. Ik hou ook niet van ‘cherry picking’: het selecteren van gegevens die goed uitkomen. Bij nogal wat roepers mis ik ook oprechte interesse in de achtergrond van onze adviezen.”

Er werden toch soms rare maatregelen genomen? Zoals dat er in het weekend op de trein enkel aan het raam gezeten mocht worden.

“Nergens zal u terugvinden dat wij aan de beleidvoerders die raamregel voorstelden. Ik vind die even absurd als u, net als de verplichting om in het bos een mondmasker te dragen. Maar ik vind het ook jammer dat advies en beleid op één hoop worden gegooid. Het beleid zegt terecht dat ze zich baseerden op het wetenschappelijk advies. Alleen werd dat soms op een bizarre manier vertaald. Wij vroegen om de bezettingsgraad van de treinen te verminderen; het Overlegcomité goot dat advies in die rare raamregel.

“Ik heb moeten leren aanvaarden dat mijn wetenschappelijk advies af en toe verdund werd tot een compromis. In een autoritair geleid land als China is het makkelijker om een pandemie te bestrijden. Maar zo’n regime wil toch niemand hier? Laat ons dus maar blij zijn dat we in een democratie leven, ook al levert die soms merkwaardige compromissen op.”

Bio

  • Geboren in 1971 in Leuven
  • Studeerde geneeskunde en tropische ziekten
  • Was van 2014 tot 2015 nationaal ebolacoördinator in België
  • Sinds 2017 diensthoofd Algemene Inwendige Infectieziekten en Tropische Geneeskunde (UZA)
  • Doceert tropische geneeskunde en infectieziekten aan de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Tropische Geneeskunde

© Jan Stevens

‘Achter de schermen zit Vlaams Belang mee aan de knoppen’

In hun boek We have a dream! gaan Frank Van Laeken en Beloy de strijd aan tegen het welig tierende racisme in de samenleving. “Racisme kreeg een structureel en systemisch karakter.”

In maart 1922 publiceerde de Belgische filoloog Théophile Simar Étude critique sur la formation de la doctrine des races, de allereerste wetenschappelijke studie over racisme. Simar zag racisme als een logisch gevolg van extreme diversiteit. Exact honderd jaar later publiceren witte journalist Frank Van Laeken en donkere ex-voetballer Paul Beloy We have a dream!, waarin ze, vertrekkende uit de geschiedenis van het racisme, de stand van zaken anno 2022 opmaken.

Beloy en Van Laeken tekenen verhalen van slachtoffers op en geven ook aanbevelingen om racisme eindelijk halt toe te roepen. Met als opvallendste suggestie: ‘Witte mensen zijn het probleem, maar ook deel van de oplossing.’

We zitten in het AfricaMuseum in Tervuren, een symbolische plek. In 1898 werd het museum opgericht als ‘wetenschappelijke instelling voor de verspreiding van koloniale propaganda en ondersteuning van koloniale activiteiten van België’. Vandaag wil het een baken zijn in de strijd tegen racisme.

“In de loop der jaren heb ik geleerd voorzichtig te zijn met mijn uitspraken over racisme”, zegt Paul Beloy. “In tegenstelling tot Frank laat ik niet snel het achterste van mijn tong zien.”

Volgens Frank Van Laeken is dat omdat Beloy zichzelf en zijn dierbaren wil afschermen voor al te kwetsende reacties. “Ik begrijp Pauls voorzichtigheid. Ik duw mensen niet graag in een slachtofferrol, maar uiteraard zijn het de mensen van kleur die het slachtoffer zijn van racisme in onze samenleving. Want zij krijgen al die bagger over zich heen. De oplossingen zullen moeten komen van witte mensen die eruit zien zoals ik en die beseffen dat het zo niet verder kan.”

Racisme is iets wat Paul Beloy al vaak moest ervaren?

Paul Beloy: “Elke dag. Mijn kinderen ervaren dat ook en mijn kleinkinderen zullen daar ook mee te maken krijgen. Mijn dochter Tatyana heeft een zoontje van bijna twee jaar oud en begint nu te beseffen: ‘Wolfgang is niet helemaal wit. Ook hij zal dat gevecht moeten leveren.’

“Dat dagelijkse racisme is er in verschillende gradaties. Soms zijn mensen er zich niet van bewust. Ik baatte vroeger een fitnesscenter uit. Op een keer vroeg een vertegenwoordiger of hij de baas kon spreken. ‘Dat ben ik’, zei ik. ‘Nee, ik moet de grote baas hebben’, drong hij aan. ‘Ik ben de grote baas’, repliceerde ik. ‘Ik bedoel de eigenaar’, zei hij. ‘Sorry, meneer, maar dat ben ik.’”

Hij ging er van uit dat u daar als man van kleur niet de capaciteiten voor had?

Beloy: “Blijkbaar. Halverwege de jaren zeventig speelden er welgeteld drie donkere voetballers in de Belgische eerste klasse: Eduardo Paula E Silva alias Giba bij Waregem, Emmanuel Sanon bij Beerschot en ik bij KV Mechelen. We werden herkend én erkend. Voor mij was het een voordeel dat we maar met drie waren. Ik sprak Frans, waardoor ook de Waalse pers me over het voetbal kwam interviewen. Ook al was ik toen niet de beste speler, ze wisten dat ze altijd bij mij terecht konden. Nu spelen er ontzettend veel donkere mensen in de Belgische voetbalcompetitie, waardoor velen in de anonimiteit wegzakken en niet ernstig genomen worden.”

Frank Van Laeken: “Ik apprecieerde Paul als stevige verdediger van mijn club, Beerschot. In 1979 won hij met zijn elftal de Beker van België. We ontmoetten elkaar voor het eerst écht in 2011 toen ik woordvoerder van Beerschot werd.”

Beloy: “Ik was er community manager.”

Van Laeken: “We werden even collega’s en schoten goed met elkaar op. Daarna verloren we elkaar uit het oog. Tot ik op het idee kwam om een boek te schrijven over racisme in het voetbal. Ik zocht terug contact met Paul en onze samenwerking mondde in 2016 uit in Vuile zwarte. We eindigden ons boek met spotgoedkope aanbevelingen om het racisme op het veld aan te pakken. Eén van die aanbevelingen was bijvoorbeeld: leg bij élk racistisch incident consequent de wedstrijd stil en hou een time-out. Vuile zwarte kreeg goede commentaar, maar onze aanbevelingen bleven dode letter. In We have a dream! zoomen we uit om het racisme in de hele samenleving onder de loep te nemen.”

Want dat nam alleen maar toe?

Beloy: “Ik vrees van wel. Natuurlijk werden we er ons ook meer van bewust. Meer dan vroeger wordt de vinger op de wonde gelegd, met als gevolg dat sommige groeperingen zich daar tegen afzetten en nóg feller tekeer gaan.”

Van Laeken: “De meeste mensen beschouwen racisme als: individuen of groepen die lelijke dingen zeggen tegen andere individuen of groepen. Maar minstens even erg is dat racisme een structureel en systemisch karakter gekregen heeft. Het is zo nauw met onze samenleving verweven, dat velen zich er amper nog van bewust zijn.”

Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck had gelijk toen hij in augustus 2018 in een veelbesproken editoriaal schreef dat ‘racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken’?

Van Laeken: “Ik hoop dat hij daarmee het DNA van de samenleving en niet dat van de individuele burger bedoelde. Het is nu eenmaal een feit dat Vlamingen die niet in het bezit zijn van de witte huidskleur, minder kansen hebben. Om dat te ontkrachten, wordt er dan altijd gewezen naar mensen van kleur die het wél gemaakt hebben. ‘Assita Kanko schopte het toch tot Europees parlementslid?’ Of: ‘Paul Beloy had toch een succesvolle voetbalcarrière?’ Over de vele tienduizenden anderen die in de kou blijven staan, wordt dan met geen woord gerept. Zij hebben niet die kansen en worden gewoon vergeten. Kijk naar de raden van bestuur van Bel 20-bedrijven: die zitten vol witte mannen van middelbare leeftijd. Ook vrouwen worden daar nog steeds gediscrimineerd. In het beste geval zijn het witte veertigers; meestal zijn ze vijftig en ouder.”

Beloy: “Kijk naar de krant waar u voor werkt, naar de mensen die het er voor het zeggen hebben. Hoeveel zijn er van kleur?”

Van Laeken: “Wat vervrouwelijking betreft, gaat het steeds beter in de media: er zijn al vrouwelijke hoofdredacteurs en uitgevers. Maar mensen van kleur raken er nog altijd moeilijk aan de bak. Ze blijven ondervertegenwoordigd op de werkvloer én in leidinggevende functies.”

Omdat ze die kansen niet krijgen, of omdat ze die niet grijpen?

Beloy: “De cirkel wordt volledig dichtgehouden; openingen worden afgedekt.”

Dat klinkt als een complot.

Beloy: “Nee, dat is elkaar beschermen. Iedereen weet toch dat er in onze samenleving groeperingen zijn die op alle niveaus druk uitoefenen? Neem de razend populaire VTM-soap ‘Familie’. Jarenlang speelden daar alleen blanke acteurs in mee. Nu hebben ze er eindelijk aan gedacht om een gezin van kleur te introduceren. Waarom moest dat zo lang duren? Het gaat hier over een van de populairste tv-soaps in Vlaanderen!”

Van Laeken: “Hoeveel lezers van dit interview zouden weten dat Seckou Ouologuem, een slam poet met Burkinabese en Turnhoutse wortels, de voorbije twee jaar stadsdichter van Antwerpen was? In het verleden was dat geen onzichtbare eretitel. Ik turfde het aantal vermeldingen van alle Antwerpse stadsdichters in Gopress, het online persarchief. Ouologuem werd amper 160 keer vernoemd. Alle andere witte dichters scoorden het dubbele en meer.”

Beloy: “Veel van Ouologuems gedichten werden gewoon niet gepubliceerd. Het stadsbestuur vond ze te gevaarlijk. Waarom zwijgen alle witte Antwerpenaren daar over? Omdat het om een donkere stadsdichter gaat? Waarom zwijgt de pers? Waarom zoeken jullie Seckou niet op? Waarom werd hij nooit uitgenodigd in een programma als ‘Culture Club’ op Radio 1? Dit maakt me écht boos.”

Herinnert u zich nog het allereerste racistische incident?

Beloy: “Ik was vijftien jaar oud. Mijn pleegmoeders zochten een vakantiejob voor me. Ze kenden de plaatselijke ijsjesfabrikant. ‘Paul mag komen werken’, zei hij. Twee dagen voor ik van start zou gaan, stond die man voor de deur. ‘Het zal toch niet lukken. Een paar medewerkers zijn er tegen.’ Ze hadden problemen met die donkere jongen.

“Mijn dochter Tatyana was tien toen ze eind jaren negentig auditie wou doen voor de musical ‘The Sound of Music’ in de Antwerpse Stadsschouwburg. In haar vrije tijd volgde ze een musicalopleiding. Ik belde om een afspraak te maken en zei: ‘Mijn dochter heeft een hele mooie kleur, want haar papa is donker en haar mama wit.’ De man aan de andere kant van de lijn reageerde meteen: ‘Sorry, maar dan kan ze niet aan de auditie meedoen. Bij de zeven kinderen van de familie Von Trapp kan er toch geen meisje zijn dat niet volledig wit is?’ Wat moest ik als vader vervolgens zeggen tegen mijn dochter? (stilte)”

Eind 2014 publiceerde Dalilla Hermans een open brief waarin ze beschreef hoe ze als tiener het racisme niet bewust doorhad. Later kwam het besef, met onder andere kinderen die niet naar haar verjaardagsfeestjes mochten komen of niet met haar mochten spelen.

Van Laeken: “Dalilla is geboren in Rwanda en werd in haar derde levensjaar geadopteerd door een wit gezin uit de Kempen. Ik kan me voorstellen dat je dan als kind minder bij dat racisme stilstaat en dat het besef inderdaad pas later komt. Er is het zeer zichtbare en hoorbare racisme dat we allemaal kennen, maar er zijn ook de ‘subtiele’ vormen. De Amerikaanse psycholoog Derald Wing Sue noemt dat: microagressies. Dat gaat dan over kleine opmerkingen die er op het moment zelf misschien niet diep inhakken, maar pas later doordringen. Zoals de opmerking: ‘Amai, u spreekt goed Nederlands!’, tegen iemand van kleur die in Vlaanderen geboren en getogen is. Wellicht is dat als compliment bedoeld, terwijl het eigenlijk een belediging is. Daarom ook leggen we er in We have a dream! zo de nadruk op dat racisme structureel en systemisch is. Want veel mensen staan bij dit soort van opmerkingen gewoon niet meer stil.”

Beloy: “Mijn kleinkinderen hebben blanke en Maghrebijnse vrienden. Tijdens het spelen zien zij geen kleur. Wíj́ maken van kleur een onderwerp. Kleine kinderen hebben daar totaal geen aandacht voor.”

Vorig jaar trok Dieter Coppens voor het tv-programma ‘De Wonderjaren’ met een witte en bruine speelgoedpop naar een school in Merksem. Hij vroeg aan de kleuters: “Welke pop van de twee vind je de mooiste? Wie wordt later de baas?” Een wit jongetje antwoordde vlakaf dat hij niet van bruine poppen hield. De kleuters met een donkere huidskleur kozen óók voor de witte pop. “De bruine is de helper, de witte de baas’, zei één van hen.

Van Laeken: “Dat experiment is een remake van het poppenexperiment begin jaren 1940 van het zwarte Amerikaanse psychologenkoppel Mamie en Kenneth Clark. Zij gaven 253 zwarte kinderen van vijf jaar oud de keuze tussen een witte pop en een identieke zwarte. Ze vroegen de kleuters met welke pop ze liefst zouden spelen, welke er het aardigst uitzag, welke minder lief en welke van de twee de mooiste huidskleur had. Bijna alle kinderen kozen de pop met de lichte huidskleur. Toen was de Amerikaanse samenleving nog zeer gesegregeerd. Het was niet toegelaten dat zwarte kinderen samen met witte in dezelfde klas zaten. Van in de wieg kregen zwarte kinderen te horen dat ze minder waard zijn dan hun witte leeftijdsgenoten. Ik kan me voorstellen dat je jezelf dan op een bepaald moment ook gewoon als minderwaardig begint te beschouwen.”

Beloy: “Mijn oudste dochter Sarah werkt voor een cosmeticaconcern. Die onderneming zag in hoe belangrijk mensen van kleur voor hen zijn. Je vindt ze nu onder het personeel op álle echelons. Tatyana studeerde een paar jaar in Londen. Die stad is een échte melting pot, waar je huidskleur veel minder een rol speelt dan in de Belgische steden. Bij ons werden immigranten samengeplaatst in aparte wijken, waardoor de segregatie alleen maar toenam.”

Nieuwkomers zoeken elkaar toch ook op?

Beloy: “In eerste instantie werden ze samengeplaatst. En natuurlijk gaan mensen elkaar later opzoeken. Dat zie je nu ook bij vluchtelingen: een pas aangekomen Syriër probeert aansluiting te vinden bij kennissen, familieleden of vrienden.”

Van Laeken: “Waarom klitten nieuwkomers in steden samen in bepaalde wijken? Omdat ze enkel daar betaalbare woningen vinden. Nogal wat stadsbesturen vertikten én vertikken het om voor een betere spreiding te zorgen. Alleen zo’n spreiding draagt ertoe bij dat mensen wel moéten leren samenleven.”

Bewijst een stad als Mechelen dat het anders kan?

Beloy: “Ik heb daar nog gewoond. Bart Somers (Open VLD) werkte als burgemeester inderdaad hard aan het samenleven. In Antwerpen zie je dat veel kansarme mensen door de gentrificatie uit het centrum verdreven worden. Hun wijken worden ‘opgewaardeerd’, waardoor ze de stijgende huurprijzen niet meer kunnen betalen. Eerst verhuisden ze naar het noorden, naar Deurne; nu worden ze steeds verder de stad uitgeduwd. Zo worden de mensen weggewerkt die men niet graag heeft. Waarom rijdt de tram van Antwerpen naar Merksem niet verder tot het een paar kilometer verder gelegen Brasschaat?”

Hoe bepalend was een partij als Vlaams Blok voor het salonfähiger maken van het racistische discours in onze samenleving?

Van Laeken: “Zeer bepalend. In 1978 kwam het Vlaams Blok voor het eerst op en haalde één zetel. Toenmalig boegbeeld Karel Dillen kwam in het parlement, maar zijn partij betekende helemaal niets. Tien jaar later was het Blok bij gemeenteraadsverkiezingen al de derde partij in de stad Antwerpen. De verkiezingsoverwinning op 24 november 1991 ging de geschiedenis in als de eerste ‘zwarte zondag’. In amper 13 jaar tijd groeide het Vlaams Blok van nul tot een belangrijke speler. Hun beruchte 70 puntenplan uit 1992 was een racistische blauwdruk om de samenleving te zuiveren van ‘niet-Europese vreemdelingen’. De punten 69 en 70 eisten de deportatie van eerste, tweede en derde generatie-immigranten naar hun landen van oorsprong. Dat 70 puntenplan werd onmiddellijk bekritiseerd door alle andere partijen. Ze distantieerden zich als ‘democratische partijen’ van het Blok.

“Dertig jaar later is Vlaams Blok verveld tot Vlaams Belang. De partij nam nooit deel aan de macht en zit nergens in de cockpit mee aan de knoppen. Toch zijn nogal wat van hun ‘70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem’ inmiddels netjes gerealiseerd. Dat zegt toch veel over de invloed van Vlaams Blok/Belang? Achter de schermen zitten ze wél mee aan de knoppen.”

Is een deel van het succes van Vlaams Belang niet te verklaren door angst bij veel mensen voor ‘het vreemde’?

Beloy: “Je hoort vaak: ‘De vreemdelingen hiernaast zijn tof. Met hen kunnen we een fijn gesprek voeren. Hun kinderen spelen met onze kinderen. Dat zijn goede mensen.’ Maar van al die andere, ongekende vreemdelingen zijn ze bang. Mensen hebben schrik voor het onbekende. We moeten ervoor oppassen dat die schrik niet omgezet wordt in haat, wat soms gebeurt.”

Moeten we toch geen begrip hebben voor die angst? Natuurlijk is de superdiverse samenleving een feit, maar misschien voelen sommige witte ‘oude Belgen’ zich daarin vervreemd?

Van Laeken: “Het is de taak van politici om uit te leggen waarom die nieuwe mensen naar hier komen. Maar dat doen ze niet: ofwel zwijgen ze, ofwel leggen ze net als Vlaams Belang de nadruk op hoe slecht de multiculturele samenleving is. Als je dat veelvuldig blijft herhalen, wordt dat een soort van waarheid.

“Nogal wat mensen geloven dat vooroordelen gevormd en gevoed worden door veelvuldig contact en conflict tussen tegengestelde groepen. Dat klopt niet. De Amerikaanse psycholoog Gordon Allport concludeerde al in 1954 dat net gebrek aan contact met andere groepen tot vooroordelen leidt. Onze vooroordelen ontstaan en groeien omdat we die mensen níet leren kennen. Dat is meteen ook het drama van de gettowijken in onze steden. We leven figuurlijk én letterlijk naast elkaar. Er is geen interactie, omdat er inderdaad vrees is voor dat ‘vreemde’, maar daarbovenop wordt die vrees nog eens extra gevoed door de politiek.”

Beloy: “Belgische voetballiefhebbers zijn blij met Romelu Lukaku, Youri Tielemans en Vincent Kompany. Als zwarte voetballers scoren en hun team de overwinning bezorgen, horen ze er helemaal bij. Haal de zwarte spelers weg uit de Rode Duivels en de nationale ploeg staat niet langer op één op de FIFA-wereldranglijst. Belgische muziekliefhebbers zijn fier op Stromae en op alle andere succesvolle Belgische muzikanten van kleur. Zij bepalen mee het beeld van dit land. Als ze het succes mee helpen opkrikken, zijn ze goed en horen ze erbij. Als het jullie niet uitkomt, kunnen jullie ons missen als kiespijn.

“Dalilla Hermans zegt in ons boek: ‘Het is een kwestie van de goede gatekeepers te zoeken, “poortwachters” die ervoor zorgen dat er nieuwe talenten worden toegelaten. Zo lang ik de media volg, zijn bijna alle poortwachters witte mensen van middelbare leeftijd uit de middenklasse. Die hebben te weinig voeling met een steeds meer diverse samenleving. Op die plekken moeten andere mensen worden aangesteld, de rest zal dan wel volgen.’ Ze heeft honderd procent gelijk.”

Zijn jullie woke?

Van Laeken: “‘Wokies’ zijn de kanariepietjes in de koolmijn genaamd ‘samenleving’. Zij signaleren gevaar.”

Volgens sommigen is de woke-beweging zélf het gevaar.

Van Laeken: “De vakbonden zorgden een eeuw geleden voor broodnodige sociale correcties waar we vandaag nog allemaal van genieten. Dat geldt ook voor de studentenbeweging eind jaren 1960. Feministen maakten onze maatschappij vrouwvriendelijker. Natuurlijk liepen er tijdens de betogingen, acties en protesten dingen mis. In mei ’68 hoefden er geen stenen door winkelruiten te vliegen. Het gebeurde wel en dat is jammer. De focus werd toen gericht op die uitwassen. Vandaag zien we hetzelfde fenomeen: de nevenschade van woke krijgt extra veel aandacht. Als een standbeeld van een koloniaal als Leopold II wordt beklad, wordt er moord en brand geschreeuwd over beschadigd erfgoed. Feit is dat Leopold II ontzettend veel misdaden op zijn kerfstok heeft. Wat hij in zijn privéproject Kongo-Vrijstaat liet aanrichten, was gruwelijk. De jaren erna bleven veel Belgen op een imperialistische, paternalistische en racistische wijze naar de kolonie kijken.”

Dragen wij nog verantwoordelijkheid voor de wandaden van Leopold II?

Van Laeken: “Nee, maar we moeten wel erkennen dat er fouten gemaakt zijn. Tegenover onszelf, maar ook tegenover mensen die net als Paul voorouders hebben die slachtoffer waren van de kolonisering. We moeten stoppen met de heldenverering van figuren die verantwoordelijk waren voor al dat onrecht. Dus ja, noem mij maar woke.”

Frank Van Laeken & Paul Beloy, We have a dream!, Houtekiet, 312 blzn., 24,99 euro

Paul Beloy

  • Geboren in 1957 in Kinshasa
  • Voetbalde bij KV Mechelen, Beerschot en Lierse
  • Werd later community manager van (Germinal) Beerschot
  • Is coördinator anderstalige nieuwkomers op een school en diversiteitscoach

Frank Van Laeken

  • Geboren in 1959
  • Was sportjournalist en hoofdredacteur sport bij de VRT
  • Leidde de redacties van TV Oost en Prime Sport (vandaag Play Sports)
  • Was even woordvoerder van Beerschot
  • Is vandaag zelfstandig journalist voor o.a. De Morgen

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: