‘Sociale media zijn de tabaksindustrie van de 21e eeuw’

In haar boek De eenzame eeuw raakt Noreena Hertz een open zenuw. Met onze sociale media lijken we vandaag inniger verbonden dan ooit. Volgens Hertz is dat schone schijn. “Ze vergroten onze eenzaamheid.”

“Wereldwijd woedt er een diepe eenzaamheidscrisis onder zowel jong als oud, man of vrouw”, stelt de Britse economieprofessor Noreena Hertz. “Die crisis heeft niet alleen gevolgen voor onze geestelijke, maar ook voor onze lichamelijke gezondheid. Wetenschappelijk onderzoek leert ons dat een gebrek aan beweging minder schadelijk is dan eenzaamheid. Statistisch gezien staat eenzaamheid gelijk aan het roken van vijftien sigaretten per dag, is het net zo schadelijk als alcoholisme en richt het dubbel zoveel schade aan als obesitas. Toch vegen we het onderwerp nog altijd liefst onder het tapijt.”

Wanneer drong het bij u door dat eenzaamheid hét probleem van onze tijd is?

“Drie jaar geleden begon ik te merken dat mijn studenten aan de universiteit zich eenzamer leken te voelen dan hun voorgangers. Ze stapten mijn kantoor binnen en zeiden spontaan: ‘Ik voel me alleen.’ Tijdens groepsopdrachten viel het me op dat ze moeizaam communiceerden met hun medestudenten. Dat verliep echt veel problematischer dan bij vorige generaties studenten. Ik vertelde dat aan een bevriende rector van een Amerikaanse universiteit en hij zei: ‘We stellen exact hetzelfde vast. Het is zelfs zo erg dat we studenten moeten begeleiden bij hun gesprekken met anderen.’”

Wat is uw definitie van eenzaamheid?

“Het gevoel geen vrienden te hebben en geïsoleerd te zijn, en niet gesteund te worden door familie of mensen uit je omgeving. Dat is meteen ook de traditionele omschrijving. Maar vandaag krijgt de vereenzaming nog een extra duw in de rug door technologie en artificiële intelligentie. De laatste jaren stijgt de vraag naar sociale androïdes, robotten gebouwd om ons te helpen en te begeleiden. Onze mondiale vereenzaming drijft dus meteen ook een hele nieuwe economische sector aan.

“Daarenboven voelen veel mensen zich door de overheid in de steek gelaten en aan hun lot overgelaten. Ik onderzocht wereldwijd de opgang van radicaalrechts populisme. Voor mijn boek interviewde ik talloze sympathisanten van extreemrechts in Frankrijk en Italië, en aanhangers van Donald Trump in de VS. Het viel me op dat ze zich allemaal verschrikkelijk eenzaam voelen. Extreemrechtse politici van het Franse Rassemblement National en van jullie Vlaams Belang spelen daar handig op in.”

Uiterst rechts populisme floreert op eenzaamheid?

“Ja, en paradoxaal genoeg draagt links daar een grote verantwoordelijkheid voor. Want je zou toch verwachten dat net de progressieve partijen zich richten tot mensen die zich in de steek gelaten voelen. Zeker als hun vereenzaming te wijten is aan jobverlies of aan de toenemende ongelijkheid in de samenleving.”

Draagt links ook verantwoordelijkheid voor die stijgende ongelijkheid?

“Die is het gevolg van het neoliberalisme zoals dat in de jaren tachtig door Margaret Thatcher en Ronald Reagan gepropageerd werd. Die neoliberale ideologie is een zeer brutale variant van het kapitalisme. De nadruk ligt op totale vrijheid van mens en markt. De overheid moet zich zo weinig mogelijk bemoeien. Concurrentie is heilig en het ondernemende individu moét vrije baan krijgen. Het eigenbelang staat boven het gemeenschappelijk belang. ‘Ik eerst’, in plaats van ‘wij eerst’. Zo veranderden we van helpers in hamsteraars die alles voor zichzelf willen. Dat gaat in tegen onze menselijke natuur. Want van nature zijn wij sociaal; in onze diepste kern zijn we geen egoïsten. Maar als je dag in, dag uit een doctrine opgelepeld krijgt die hebzucht propageert, ‘greed is good’, begin je het na verloop van tijd te geloven. Intussen zijn egoïsme en competitie in onze maatschappij geëvolueerd tot na te streven waarden.

“Het neoliberale discours beïnvloedde de voorbije decennia zelfs onze taal. Collectivistische woorden als ‘behoren’, ‘delen’ en ‘samen’ zijn sinds de jaren zestig steeds meer verdrongen door individualistische termen als ‘bereiken’, ‘bezitten’ en ‘persoonlijk’. Zelfs de lyrics van Engelstalige popsongs werden de voorbije veertig jaar steeds individualistischer. Voornaamwoorden als ‘we’ en ‘us’ werden vervangen door ‘I’ en ‘me’. In 1977 zong Freddy Mercury van Queen: ‘We are the champions’ en David Bowie zong: ‘We could be heroes’. In 2013 liet Kanye West ons weten: ‘I am a God.’ In 2018 zong Ariana Grande: ‘Thank you, next’, een liefdesliedje voor haarzelf. Ze scoorde er een superhit mee.”

In uw boek wijst u met een beschuldigende vinger naar sociaaldemocratische politici die voorstanders waren van ‘de derde weg’. Onder invloed van de Britse socioloog Anthony Giddens pleitten Tony Blair, Bill Clinton, Gerhard Schröder en bij ons Frank Vandenbroucke rond de millenniumwissel voor een verzoening van de vrije markt met de verzorgingsstaat. U schrijft dat zij zo net als Thatcher en Reagan eigenbelang boven gemeenschappelijk belang plaatsten.

“Het valt gewoon niet te ontkennen dat begin deze eeuw linkse regeringen onder het mom van ‘de derde weg’ enthousiast op de neoliberale kar sprongen. Ze hadden te weinig oog voor het corrigeren van de anomalieën. De inkomens- en welvaartskloof vergrootte mede door hun beleid. Amerikaanse ceo’s verdienden in 1989 gemiddeld 58 keer zoveel als een doorsnee werknemer; in 2018 vingen ze 278 keer zoveel.

“Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen de vrije markt. Ik geloof echt dat ze een belangrijke kracht is voor vernieuwing. Maar er bestaan verschillende vormen van kapitalisme, en ik heb het vooral moeilijk met de neoliberale versie. Er is ook nog de Scandinavische variant die gekenmerkt wordt door zorgzaamheid en mededogen.

“De kredietcrisis van 2008 vergrootte de kloof alleen maar, met regeringen van alle pluimage die zweerden bij austeriteit. De hoge prijs van die ver doorgedreven budgettaire zuinigheid werd betaald door het gemeenschapsleven. Sinds 2008 zijn wereldwijd bibliotheken en gemeenschapshuizen gesloten, stadsparken verwaarloosd en verenigingen op droog zaad gezet. Vandaag voelen brede lagen van de bevolking zich achtergesteld. In een samenleving met een obsessie voor winners worden zij als losers in de hoek gezet.”

Progressieve partijen moeten op zoek naar hun oude socialistische roots?

“Ze moeten zich er in de eerste plaats bewust van worden dat mensen niet op feiten stemmen, maar op gevoelens. Links focuste te lang op rationele argumenten, concepten, statistieken en ideeën. Dat kwam gewoon niet over; niemand ‘voelde’ hen nog aan.”

Sociaaldemocratische partijen hebben dus grote nood aan charismatische linkse populistische politici?

“Niet aan populisten, wel aan charismatische leiders met een boodschap van hoop en sociale rechtvaardigheid in plaats van angst. Ze moeten zich in de eerste plaats richten tot al die mensen die zich door de overheid in de steek gelaten voelen. Vaak zijn dat mannen die in fabrieken werken. De boodschap moet zijn: ‘Laten we opnieuw samen een gemeenschap bouwen.’”

Net de job van die fabrieksarbeiders wordt nu extra bedreigd door de automatisering. Oxford-wetenschappers Carl Frey en Michael Osborne voorspelden in 2013 dat bijna de helft van de banen de komende twintig jaar gedoemd is te verdwijnen. Frey stelde onlangs dat corona die trend versnelt.

“Dat is inderdaad zeer verontrustend. Een belangrijke ondernemer vertrouwde me onlangs toe: ‘Corona leert mij nu dat ik met minder mensen even goede resultaten haal.’ Ik vrees dat nog andere werkgevers ook tot die conclusie zullen komen. Progressieve partijen moeten daarom nu programma’s uitwerken om dat dreigende massale jobverlies op te vangen. Tezelfdertijd moeten ze keihard in het verweer gaan tegen het rechts-populistische discours van uitsluiting. De gemeenschap zoals die door Donald Trump en Marine Le Pen gepropageerd wordt, is er een van mensen die er hetzelfde uitzien en hetzelfde denken.

“Ook de vakbonden moeten zichzelf heruitvinden en bijvoorbeeld aandacht hebben voor al die jonge freelancers die met een onzeker statuut trachten te overleven in de klusjeseconomie. Ze moeten dringend het stof blazen van levensbelangrijke waarden als solidariteit en inclusie. Een van de belangrijkste taken van de overheden is nu: mensen van verschillende origine, overtuiging, achtergrond en sociale klasse samenbrengen.”

Is dat niet makkelijker gezegd dan gedaan?

“Dat wordt inderdaad een zeer lastig karwei, al nemen sommige politici nu al hoopvolle initiatieven. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, groeide als politica in heel korte tijd uit tot een voorbeeld voor de rest van de wereld. In mei 2019 kondigde ze aan dat haar regering niet langer enkel traditionele economische maatstaven als groei en productiviteit wil hanteren bij het vastleggen van begrotingen. Ze introduceerde begrippen als ‘vriendelijkheid en compassie’. De nieuwe criteria voor haar begrotingsbeleid zijn: de bescherming van het milieu, fatsoenlijk onderwijs, opkrikken van de levensverwachting, herstel van het vertrouwen tussen burgers en de strijd tegen eenzaamheid.

“De Franse president Emmanuel Macron is dan weer voorstander van een verplichte burgerdienst voor tieners. In de zomer van vorig jaar startte hij een eerste proefproject. Een maand lang leefde een groep van tweeduizend willekeurig samengestelde 15- en 16-jarigen samen. Tieners uit verschillende steden en gemeenten, met verschillende religieuze achtergronden. De eerste twee weken leerden ze elkaar beter kennen door er samen op uit te trekken, te koken en plezier te maken. Elke avond debatteerden ze over sociale kwesties zoals discriminatie en gelijkheid. In de tweede helft van het programma werkten ze als vrijwilliger bij liefdadigheidsinstellingen. Op het einde voelden de deelnemers zich veel meer met elkaar verbonden. Ze zagen elkaar als medemens. Een interessant detail: tijdens het project waren mobiele telefoons verboden.”

De vereenzaming groeide samen met onze groeiende afhankelijk van onze smartphone?

“Precies, en ook met ons uitdijende leven online. Eerst bestelden we onze boeken bij Amazon; vandaag kopen steeds meer mensen zowat alles via het internet. Face to face-contact neemt af en de Zoom-vergaderingen als gevolg van corona versterken en versnellen die trend alleen maar.

“Er wordt nu gepleit voor een definitieve invoering van thuiswerk. Ik betwijfel of dat zo verstandig is, omdat het isolatie en vereenzaming in de hand werkt. Als thuiswerk iemands eigen keuze is, is dat oké. Het wordt iets anders als je door je werkgever tot thuiswerk gedwongen wordt. Online-vergaderingen zijn helemaal niet hetzelfde als meetings rond een tafel met een kop koffie. Er zou nu beter gebrainstormd worden over hoe we na de pandemie onze werkplekken kunnen omvormen tot ontmoetings- en samenwerkingsplaatsen. Alleen gebeurt dat niet. Integendeel. In veel bedrijven wordt nu vooral gedacht: ‘Als we iedereen van thuis laten werken, hoeven we niet langer die kantoorruimte te huren.’ Terwijl die huur net zo goed een investering is in gezonde werknemers. Want hoe eenzamer en minder verbonden collega’s zich met elkaar voelen, hoe minder productief en loyaal ze zijn.”

Sociale media zoals Facebook zeggen dat ze mensen willen verbinden. Volgens u versnellen ze de vereenzaming?

“Zonder enige twijfel. Toen ik aan de research voor dit boek begon, had ik een open blik en gaf ik sociale media het voordeel van de twijfel. Het motto van Google was lang: ‘Don’t be evil’. Dat klinkt nu toch als een slechte grap? De retoriek van Google, Facebook, Instagram en co staat haaks op de realiteit.

“Natuurlijk zijn er momenten waarop contact via sociale media beter is dan helemaal niets. En natuurlijk voelen sommige mensen zich meer thuis online dan in hun eigen gemeenschap. Denk maar aan een LGBTQ-kind in een oerconservatieve uithoek in the middle of nowhere. Maar intussen is er heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht dat telkens weer tot dezelfde conclusie komt: sociale media zorgen ervoor dat mensen zich geïsoleerder voelen en dus nóg eenzamer.

“Ik sprak verschillende tieners over hun sociale media-ervaringen. De 14-jarige Peter uit Londen bijvoorbeeld, vertelde me hoe hij op Instagram een foto postte waarvan hij wanhopig hoopte dat iemand hem leuk zou vinden. Niemand reageerde en vertwijfeld vroeg Peter zich af: ‘O my God, wat doe ik verkeerd?’

“De vriendinnen van een tienermeisje verzekerden haar dat ze die zaterdag niet zouden uitgaan. Tot zij op haar feed foto’s van haar fuivende vriendinnen zag. Het meisje voelde zich zo uitgesloten dat ze een week lang niet naar school wou.

“65 procent van de Britse adolescenten zegt het slachtoffer geweest te zijn van cyberpesten. Op al die sociale mediaplatformen zijn uitsluiting, isolatie en pesten troef. Ouders en leerkrachten zien niet wat er gebeurt, terwijl alle vrienden van het gepeste kind wel getuige zijn van de wreedheid.”

Wat kunnen we daartegen ondernemen?

“Sociale media moeten met strenge regelgeving dringend aan banden gelegd worden. Het is totaal onaanvaardbaar dat ze het bedje spreiden voor haat of zoiets als ontkenning van de holocaust. Een recent onderzoek toont aan dat Facebook en Twitter via hun beruchte algoritmes holocaustontkenners extra wind in de zeilen geven.

“Waarom behandelen we sociale media niet als kranten? Die moeten zich aan een deontologie houden. Facebook en co hoeven aan niemand verantwoording af te leggen voor wat er op hun platformen aan gevaarlijke onzin verspreid wordt. ‘We zijn geen uitgevers’, zeggen ze, en ze wassen hun handen in onschuld. Intussen worden kinderen blootgesteld aan nepnieuws en online-pesterijen. De Engelse wetgeving kent het principe ‘duty of care’, zorgplicht. Zo heeft een werkgever ‘duty of care’ tegenover zijn werknemers. Waarom hebben sociale media geen ‘duty of care’ tegenover hun minderjarige gebruikers?”

Zou u zo ver gaan om sociale media te verbieden?

“Ik ben groot voorstander van een verbod op verslavende sociale media. Want veel van die platformen zijn precies ontworpen om mensen aan hen te binden.”

Ze zijn toch allemaal op een of andere manier verslavend?

“Zeker. Ze zijn de tabaksindustrie van de 21e eeuw. Ze creëren eenzaamheid en geestelijke gezondheidsproblemen en de overheid draait op voor de kosten van de hulpverlening. Daarom: verbied verslavende sociale media alvast voor kinderen en tieners. Zo worden die ondernemingen ertoe gedwongen hun producten minder verslavend te maken.”

U vertelt in uw boek hoe u in september 2019 in New York een ‘vriendin’ huurde. U boekte haar online?

“Ik surfte toevallig voorbij de website rentafriend.com van Scott Rosenbaum, een ondernemer uit New Jersey die zijn mosterd in Japan haalde. Meer dan 620.000 ‘vrienden’ zitten op zijn site te wachten op een huurder. Ik boekte de 23 jaar oude Brittany uit Florida die aan een New Yorkse universiteit studeert. Ik vertrouwde het niet helemaal en was bang dat rentafriend.com een datingsite voor betaalde seks in vermomming is. Dat bleek niet zo te zijn. We spraken af in een hip café in Manhattan. Drie uur lang was Brittany mijn vriendin. We dronken koffie, gingen shoppen, pasten zonnebrillen, kletsten over onze relaties en onze gemeenschappelijke heldin Ruth Bader Ginsberg. We hadden het in een boekenwinkel over onze favoriete boeken. Brittany lachte om al mijn grappen en op een bepaald moment leek het echt alsof ze een nieuwe vriendin was. Tot ze op het einde van die drie uur zei: ‘Dat is dan 120 dollar.’ De magie was weg. (lacht)”

Wat voor mensen doen beroep op haar diensten?

“Ze vertelde me dat haar cliënteel vooral bestaat uit dertigers en veertigers met een druk professioneel leven. Bankiers, consultants, techneuten; zowel mannen als vrouwen. Mensen met lange werkdagen die naar eigen zeggen geen tijd hebben om vrienden te maken. ‘s Avonds verlangen ze naar een dinertje in het gezelschap van een goede vriend. Die huren ze bij rent-a-friend.”

Datt klinkt zielig: dineren met een ingehuurde vriend.

“Het is alleszins een teken dat de eenzaamheidscrisis diep zit. Eén op acht Britten zegt geen enkele vriend te hebben. 15 procent van de wereldbevolking voelt zich eenzaam. Die onderzoeken dateren van vóór corona.”

In Vlaanderen speelde de katholieke kerk lang een grote rol in het gemeenschapsleven. Samen met de secularisering smolt dat weg als sneeuw voor de zon. In het gehucht waar ik woon, werden vroeger activiteiten georganiseerd door plaatselijke katholieke verenigingen. Nu gebeurt hier zo goed als niets meer.

“U hebt gelijk: kerken waren ontzettend belangrijk voor het gemeenschapsleven. Veel oudere vereenzaamde mensen vertelden me dat ze terugverlangen naar de tijd dat ze actief waren in een kerkelijke organisatie. Hun leven had toen betekenis; nu lijkt dat verdwenen. Kerken brachten mensen uit verschillende socio-economische groepen samen. Maar dat is echt voltooid verleden tijd. Het lijkt me verstandiger nu op zoek te gaan naar de seculiere kathedralen van de 21e eeuw waar verbondenheid centraal staat.”

Zoals de muziekfestivals?

“Bijvoorbeeld. Het is doodjammer dat ze door de coronacrisis afgelast zijn. Ook veel andere bijeenkomsten waar mensen samen iets beleven, werden onmogelijk door corona. De lockdowns zetten extra druk: ze dwongen mensen nog meer in eenzaamheid. Al is het ook mogelijk om creatief met die lockdowns om te springen om toch nog samen iets te ondernemen. Een paar weken geleden was het Rosj Hasjana, Joods nieuwjaar. Normaal gezien wordt dat in mijn thuisstad Londen in de synagoges gevierd. Die vieringen waren nu verboden. Een synagoge huurde een groot parkeerterrein af en organiseerde een drive-in-nieuwjaarsdienst. Dat was een zeer groot succes, met honderden auto’s vol gezinnen. We hebben één grote troost: dit virus is tijdelijk. De huidige toestand wordt niet het nieuwe normaal.”

Volgens sommigen wel.

“Ik weet het, maar zij maken een vreselijke denkfout. Drie jaar na de Spaanse griep van 1918 zaten de jazzclubs in New York terug vol mensen. De cafés en bars van de Duitse Weimarrepubliek beleefden gouden tijden. We geraken ook uit deze pandemie en dan zullen we er ons meer dan ooit van bewust zijn hoe belangrijk verbondenheid via ons gemeenschapsleven is.”

Sinds 2018 heeft Groot-Brittannië een minister van Eenzaamheid. Juicht u dat toe?

“Het ministerie van Eenzaamheid is opgestart door de vorige premier Theresa May. Ik vond dat een goed initiatief, alleen heeft het tot hiertoe geen potten gebroken. Tijdens de coronacrisis was en is Diana Barran, de huidige minister van Eenzaamheid, in geen velden of wegen te bespeuren. Onze huidige regering vindt eenzaamheid geen structureel probleem. Het ministerie van Eenzaamheid houdt zich liever bezig met liefdadigheid. Een paar verenigingen krijgen van de minister wat geld toegestopt, terwijl een andere minister van diezelfde regering de bibliotheken sluit.”

Was u ooit eenzaam?

“Als meisje van zeven werd ik op school uitgesloten bij het touwtjespringen en het hinkelen. Elke speeltijd zat ik in mijn eentje op een bankje. Ik leed daar vreselijk onder. Begin jaren negentig belandde ik voor het werk in Rusland. De eerste weken verbleef ik er in een hotel. Op een avond vroeg ik aan de receptionist of ik naar mijn familie in Engeland kon bellen. ‘Geen probleem’, antwoordde hij. Ik gaf hem het nummer en hij zei: ‘Prima. Binnen 48 uur kan u bellen.’ Het werden de eenzaamste 48 uren uit mijn leven.”

Bio

-geboren in 1967 in Londen

-studeerde van 1983 tot 1986 filosofie en economie in Londen en haalde in 1989 een MBA aan de Amerikaanse business-school Wharton

-promoveerde aan de universiteit van Cambridge op een onderzoek naar de privatisering van Russische staatsbedrijven na het communisme

-werd in 2001 door The Observer uitgeroepen tot ‘one of the world’s leading young thinkers’

-was van 2004 tot 2014 ‘distinguished fellow’ aan de universiteit van Cambridge

-is sinds 2014 als ‘honorary professor’ verbonden aan het Institute for Global Prosperity van de University of London

– maakt documentaires en wordt vaak gevraagd in Britse en Amerikaanse talkshows en nieuwsprogramma’s

– pleit al jaren voor schuldverlichting voor de armste landen

– haar boeken De stille overname (2002) en IOU (2005), over globalisering en schuld, groeiden uit tot internationale bestsellers

Noreena Hertz, De eenzame eeuw – Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt, Spectrum, 400 blzn, 22,50 euro

© Jan Stevens

‘In Silicon Valley ligt niemand wakker van ethiek’

De door computers bezeten Wendy Liu geloofde in de zegeningen van de grote technologiebedrijven van Silicon Valley. Tot ze als stagiair bij Google aan de slag ging. “Silicon Valley is net Game of Thrones: de machtigen floreren en kleine lui worden verpletterd.

Als tiener geraakte de Canadese Wendy Liu in de ban van computers en van de Amerikaans-Russische schrijfster Ayn Rand. Ze verslond Rands roman The Fountainhead en werd fan van haar rauwe ‘laissez-faire’-kapitalisme. “Elke minieme vorm van overheidsinmenging beschouwde Ayn Rand als een uiting van verfoeilijk socialisme”, zegt Liu. “In haar boeken bezong ze de kracht van onbeteugeld ondernemen. Amerika zag ze als het laatste bastion van vrijheid. Net als Rand was ik een aanhanger van meritocratie: een samenleving waarin mensen alleen op eigen kracht vooruitraken. Hardwerkende ondernemers mocht geen strobreed in de weg worden gelegd. Kapitalisme was great. De boomende technologiesector van Silicon Valley vormde voor mij het ultieme bewijs van waar vrij ondernemerschap toe in staat is. Ik geloofde ook dat technologiebedrijven enkel het beste met ons voorhadden, want ze werden gerund door hardwekkende, superslimme individuen. ‘Geef ze geld, ruimte en vrijheid en zij maken van de wereld een betere plek.’”

Tot Wendy Liu tijdens haar studies computerwetenschap als stagiair bij Google aan de slag ging. “Op hun hoofdkantoor in Mountain View in Californië sloop er steeds meer cynisme in mijn geloof. Ik leerde al die ‘harwerkende, superslimme mensen’ kennen en kwam er snel achter dat ‘de wereld beter maken’ hen niet interesseerde. Ze dachten uitsluitend aan zichzelf.”

Toen Liu daarna haar eigen Silicon Valley-bedrijf opstartte, smolt haar geloof in de tech-industrie nog meer. “Ik verloor het bijna helemaal toen mijn start-up na een paar jaar tenonder ging.” In plaats van een boek over hoe ze rijk en succesvol werd, schreef ze Abolish Silicon Valley, waarin ze afrekent met de Elon Musks en Jeff Bezossen van deze wereld.

De verkiezing van Donald Trump in 2016 gaf uw geloof de genadeslag?

Wendy Liu: “Ik had maandenlang elk uur en elke minuut geïnvesteerd in het overeind houden van mijn start-up. Toen die in de soep draaide, stond Trump klaar om de macht over te nemen. Ik schrok wakker en alles om me heen was somber. Ik zag de talloze daklozen in de straten van San-Francisco die hun povere bezit voortduwen in een winkelkar. Ik zag het protest van Uber-chauffeurs, Amazon-winkeliers en zelfs van software-ingenieurs die het niet langer pikten dat hun werkgevers hen uitbuitten. Maar die werkgevers gaven geen kik en klommen gestaag verder op de miljardairs-top-100. Ik besefte: die technologiebonzen effenen het pad niet voor een betere wereld, maar zijn deel van het probleem. Tech-bedrijven als Microsoft, Amazon, Apple en Google gedragen zich als de middeleeuwse feodale adel. Werknemers, adverteerders en klanten hebben niets bij hen in de pap te brokkelen. Silicon Valley is net als Game of Thrones: de machtigen floreren en de kleine lui worden verpletterd.”

De technologiereuzen werden te machtig?

“Ze groeiden uit tot mastodonten die geen strobreed in de weg wordt gelegd. Ze zijn zeer geslepen in het ontwijken van wetten, regels en belastingen. De hele tecnologie-industrie moet dringend aan banden. Sommige bedrijven profiteren buitensporig van de gig-economie. Denk maar aan platformen als Deliveroo of UberEats. Ze werken met freelancers die ze uitknijpen als citroenen. Ook dat is middeleeuws feodalisme.”

Sinds uw twaalfde bent u gefascineerd door computers.

“In mijn tienerjaren vluchtte ik weg in het internet. Van mijn 12e tot mijn 15e was ik sociaal onaangepast. Ik had amper vrienden van vlees en bloed. Ik leefde online, waar ik geconfronteerd werd met racisme en boertig gedrag. Ik sloot er de ogen voor en dacht: ‘Mijn internetvriendjes zijn rare kwiebussen, maar aan dat soort mensen op afstand wen ik wel.’ Ik dwong mezelf te lachen met hun foute grappen en memes. Urenlang zat ik op 4chan, een forum berucht voor zijn giftig seksisme.”

En berucht als verzamelplaats van extreemrechts.

“Ik zat van bij de start in 2003 op 4chan, toen het nog een plek voor nerds was. U mag niet vergeten dat ik een tiener was, die dacht dat alle andere 4chan-leden eveneens tieners waren. We dolden online en speelden spelletjes. Tot ik merkte dat sommigen bijzonder veel genoegen leken te scheppen in het vernederen van anderen. Vandaag zijn 4chan én Reddit de favoriete speeltuinen van ongelukkige, contactgestoorde jongemannen die kwaad zijn op alles en iedereen. Ze wentelen zich in geweld, racisme en vrouwenhaat. Op een bepaald moment had ik genoeg van die giftige onlinegemeenschappen.”

Tijdens uw studie voor computeringenieur droomde u van een stage op het hoofdkantoor van Google in Californië. Voor een geek zoals u was dat het walhalla?

“Zonder twijfel. Nu lijkt dat een grap, want Google haalt in de VS continu het nieuws met de foute manier waarop ze hun personeel behandelen. Toen ik er in 2013 stage liep, was het bedrijf nog de lieveling van de in technologie gespecialiseerde media. Google stond altijd op nummer 1 in de rangschikking ‘Beste Werkgever’. Vlak voor mijn stage kwam de film The Internship uit, een komedie over twee gladde verkopers die geen kaas gegeten hebben van informatica, maar zich toch als stagiair binnenbluffen bij Google. De onderneming werd erin voorgesteld als supercool. De film werd opgenomen op de Google-campus in Mountain View, met gastoptredens van hoge Google-piefen. We kregen die film te zien bij de start van onze stage. Ik dacht: ‘Zalig. Misschien kom ik al die fijne mensen hier binnenkort wel tegen.’”

Google plukte veelbelovende studenten informatica uit de universiteitsaula’s weg?

“Ze kopieerden dat van Wall Street. Silicon Valley-rekruteerders schuimen elitescholen en topuniversiteiten af, op jacht naar jong talent. Ze geven studenten het gevoel alsof er geen andere optie is dan werken bij Google, Microsoft of Facebook. Ik werd op mijn Canadese universiteit door een Google-rekruteerder benaderd en hij vroeg me of ik Google-ambassadeur wou worden. Dat was een betaalde studentenjob: ik moest merchandise van Google ronddelen. Er werd ook van mij verwacht dat ik medestudenten warm maakte voor Google. Ik deed dat met hart en ziel.”

U wou stagiair worden bij Google, maar niet bij Microsoft. Waarom niet?

“Dat bedrijf had de reputatie een bureaucratie te zijn. Ik was erg bezig met open source, softwareprojecten waarbij de broncode vrij is en iedereen kan meewerken aan de verbetering. Microsoft stond bekend als groot tegenstander van open source. Intussen zijn ze van strategie veranderd, maar toen gold Microsoft echt als ‘de slechterik’. Google bood me een gratis reisje naar Californië aan voor mijn sollicitatiegesprek; dat kon ik niet laten liggen. (lacht)”

U werd dikbetaald voor uw stage: 20.000 dollar netto voor twee maanden.

“Ze huurden ook een schitterend appartement voor mij, vlakbij het kantoor. Alle dagen serveerden ze ontbijt en lunch en soms het diner. Ik had amper kosten. Studentenstages in bedrijven zijn meestal gratis, behalve in de technologiesector: de meeste grote tech-bedrijven betalen riante vergoedingen. Zo proberen ze de grootste computertalenten binnen te halen.”

Hoe beviel uw stage?

“Vorig jaar las ik het boek Bullshitjobs van wijlen David Graeber, en het leek het relaas van mijn eigen ervaringen bij Google. Het duurde niet lang of ik begon me stierlijk te vervelen, ondanks ‘leuke’ activiteiten zoals een cursus cocktails shaken of een feestje op een boot. Achteraf hoorde ik gelijkaardige verhalen van andere stagiairs. Ze gaven ons domme routineuze jobs of uitzichtloze opdrachten. Het grootste deel van de tijd zat ik gewoon door het raam te staren.

“Een vriend werkte aan het sociaal netwerk Google+, het inmiddels ter ziele gegane antwoord van Google op Facebook. Er werd enorm veel geld en energie in gestopt, want de bazen van Google wilden Facebook overklassen. Maar wij wisten allemaal dat de architectuur van Google+ niet deugde en dat het een gevecht tegen de bierkaai was. Mijn vriend kloeg steen en been, maar naar kritiek van stagiairs werd niet geluisterd.”

U beschrijft het ontslag van een Google-medewerker die aan de basis lag van een perslek. De man werd op een bizarre wijze aan de schandpaal genageld door stichters Sergey Brin en Larry Page.

“Die man werkte aan iets kleins; het was geen raketwetenschap en geen top secret-project. Hij was ook geen klokkenluider en heeft nooit iets verkeerd gezegd over Google. Hij had alleen een bevriende technologiejournalist verteld over zijn werk. Die schreef daar een stukje over dat zelfs flatterend was voor Google. No big deal, maar Brin en Page tilden er zwaar aan. De man had de familie verraden en werd op staande voet ontslagen.

“Elke donderdag om half vijf kropen Sergey Brin en Larry Page op een podium voor de zogenaamde TGIF: het Thank God it’s Friday-event dat op donderdagavond gehouden werd. Ze deelden er dan als een komisch duo nieuwtjes over Google mee, en op mijn eerste TGIF kondigde Sergey het ontslag van de man in kwestie aan. Ze maakten er grapjes over en het publiek lachte mee. ‘Haha, die domme leaker ligt eruit. Was die idioot vergeten dat Google alles over hem weet?’ Het was meteen ook een niet mis te verstane waarschuwing: ‘Pas op lieve werknemers wat jullie op gmail, de Google-zoekmachine of de Chrome-browser uitvreten: wij lezen mee.’”

Het personeel van Google wordt door de bedrijsleiding goed in de gaten gehouden?

“Dat staat ook in de kleine letters van elk arbeidscontract. Van zodra je voor Google begint te werken, lever je je privacy in. Ze hebben toegang tot al je werkgerelateerde informatie. Dat is in de VS vrij gewoon, alleen heeft dat in het geval van Google grote consequenties. Want zij krijgen zo toegang tot elke zoekopdracht die je invoert, of tot àl je activiteiten op Chrome.”

Niet lang na uw stage tekende u zo’n arbeidscontract: na uw studies zou u bij Google aan het werk gaan. Maar u stuurde uw kat en begon uw eigen tech-bedrijf?

“Ik heb me daar lang schuldig over gevoeld. Ik was ook bang dat Google onze start-up zou boycotten. Dat gebeurde gelukkig niet. De HR-manager reageerde zelfs begripvol en zei dat de deur bleef openstaan.”

Maar waarom tekende u na die teleurstellende stage toch dat contract bij Google?

“Ik denk dat ik vooral op zoek was naar jobzekerheid. Op het einde van mijn stage vroegen ze of ik interesse had om er na mijn studies definitief te komen werken. Ik zei ja, en na een paar gesprekken boden ze me een lucratief contract aan. Ik moest nog één jaar studeren en ik dacht: ‘Nu hoef ik me niet meer uit te sloven. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik mijn diploma haal.’ Tezelfdertijd had ik totaal geen zin meer in werken bij Google. Ik vond het een raar bedrijf, met collega’s die elkaar bestookten met memes die ze creëerden met Memegen, Google’s interne meme generator. Er leek een non-comformistische sfeer te hangen, terwijl het er in werkelijkheid zeer bureaucratisch aan toe ging. Ik kwam er snel achter dat ze ook niet van open sourcesoftware hielden. Ze verboden me zelfs om er in mijn vrije tijd aan te werken. Google bleek geen haar beter te zijn dan Microsoft.”

In uw laatste jaar aan de universiteit ging u met uw eigen bedrijfje van start?

“Op een hackathon, een hackersmarathon, leerde ik een gedreven jonge kerel kennen. Hij zei: ‘Waarom starten we geen start-up? Ik word ceo en hou me met de fondsenwerving bezig, jij ontwikkelt ons product.’ Ik dacht: ‘Waarom niet? Als het tegenvalt, kan ik nog bij Google terecht.’ Na een paar maanden op eigen benen had ik helemaal geen zin meer in Google.”

Wat voor een bedrijf startte u op?

“Dat wisten we zelf niet zo goed. We verzamelden een paar programmeurs rond ons en zouden gaandeweg wel iets verzinnen. We hadden vage plannen om via de techniek van ‘machine learning’ big data toegankelijker te maken voor marketeers. We zongen het drie jaar uit, maar nooit werd ik razend enthousiast over ons werk. Ik bracht veel tijd in ons lab door met onderzoek en dat vond ik als ingenieur wel fijn. Ik wou iets van nul opbouwen.”

Wou u ook een Silicon Valley-miljonair worden?

“Het speelde door mijn hoofd dat het ons misschien ooit zou lukken ons bedrijfje voor veel geld te verkopen. Ach, ik moet er niet flauw over doen, natuurlijk hoopten we zo rijk te worden. Maar wat voor mij nog belangrijker was: ik wou bewijzen dat ik een steengoede computeringenieur ben. Het ultieme bewijs was dan: vóór mijn 25e van onze start-up een miljoenenbedrijf maken. Want ik idealiseerde al die andere Silicon Valley-ondernemers bij wie dat gelukt was. Elon Musk was mijn grote voorbeeld: op zijn 25e verkocht hij zijn eerste start-up. Dus ja, ik beken, ik wou wel degelijk op mijn 25e Silicon Valley-miljonair zijn. (lacht) Amerikanen hebben heilig ontzag voor succesvolle start-ups. Ik dacht: ‘Als dit lukt, kan ik alles aan.’”

Raakte u makkelijk aan geld van investeerders?

“We hadden één grote handicap: het kantoor van ons Silicon Valley-bedrijf stond in Montréal. (lacht) We reisden geregeld heen en weer naar Californië. Mijn co-founder was een crack in fondsenwerving. Soms wist hij probleemloos 100.000 dollar uit de zakken van een investeerder of een ondernemer te praten. ‘Geef ons dat geld en we plakken overal je logo in.’ Hij had veel lef en kon alles verkopen. Alleen had hij geen visie over waar onze start-up naartoe moest. Dat zorgde voor hevige discussies. ‘Wat gaan we nu doen met al dat geld dat je hebt ingezameld?’ Dat leek de ceo niet echt te interesseren. Hij wou gewoon miljoenen ophalen. Hij was 19; de jongste van ons allemaal. Ik wou technologie creëren. Hij zei: ‘Tech doesn’t matter.’

“Ik had problemen met de manier waarop we met big data van individuen omgingen. Onze ceo niet. Dat zorgde voor nog grotere spanningen. Na het Cambridge Analytica-schandaal kwamen we in de shit. Want ons business-model leunde op de illegale manier waarop Cambridge Analytica bij Facebook data van gebruikers had geoogst. Ik pleitte voor verandering, onze ceo had daar eerst geen zin in, maar we hadden geen keuze. We besloten ons te focussen op automatisering. Tot ik doorhad dat we zo ook de jobs van mensen weg hielpen automatiseren. Zo raakten we opnieuw in een impasse, tot we definitief de stekker uit het stopcontact trokken.”

Het verhaal van jullie start-up is niet uniek in Silicon Valley?

“Totaal niet. Onze ceo had gelijk hoor: in Silicon Valley wordt tonnen gebakken lucht verkocht. Hij dacht helemaal in de lijn van het oude Facebook-motto: ‘Move fast and break things’. Van ethiek ligt in Silicon Valley niemand wakker.”

Wendy Liu

  • Geboren in 1991
  • Studeerde in 2014 af als computeringenieur aan de Canadese McGill University
  • Liep in de zomer van 2013 stage bij Google
  • Haalde na haar mislukte start-up een master ‘sociologie en ongelijkheid’ aan de London School of Economics
  • Werkt nu als software-ontwikkelaar in San Francisco

Wendy Lieu, Abolish Silicon Valley, Repeater Books, 244 blzn., 13,99 euro

© Jan Stevens

‘Boris Johnson is een showman en Donald Trump is de anti-Churchill’

Volgens publicist Ian Buruma worstelden zowat alle naoorlogse Amerikaanse en Britse leiders met een Churchillcomplex. Ze wilden net zo dapper zijn als Churchill aan het begin van WO II. “In elke dictator herkenden ze Adolf Hitler en zo ontketenden ze talloze catastrofale oorlogen.”

De Nederlandse journalist, historicus, sinoloog en schrijver Ian Buruma maakt zich grote zorgen over de toestand in de Verenigde Staten, het land waar hij de voorbije vijftien jaar woonde en werkte. “Onder president Donald Trump raakte Amerika totaal gepolariseerd”, zegt hij. “Aanhangers van de ene politieke partij zien militanten van de andere partij niet langer als mensen met een verschillende overtuiging waar toch mee kan worden samengeleefd. Nee, ze zien elkaar als te bestrijden aartsvijanden. Voor een democratie is dat niet gezond. Je moet je er altijd kunnen bij neerleggen dat de partij van de tegenstander wint. Alleen doet de populist Trump er alles aan om die consensus te vernietigen.”

Buruma maakt zich eveneens grote zorgen over de toestand in Groot-Brittannië, het geboorteland van zijn moeder. “Onder impuls van premier Boris Johnson is dat land met rasse schreden op weg naar een harde brexit. Er zijn niet veel lichtpuntjes in de beraadslagingen tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU). Net als Trump is Johnson de vleesgeworden opportunist die nergens in gelooft. Boris Johnson gokt erop dat hij na die harde brexit een voordelig handelsakkoord zal kunnen afsluiten met zijn ‘goede vriend’ Donald Trump. Maar wat mij erg opvalt, is dat Trump de laatste tijd niet veel woorden aan Johnson heeft vuilgemaakt. Groot-Brittannië lijkt niet zoveel meer te betekenen voor de Amerikanen.”

Ooit was het anders. In zijn pas verschenen boek The Churchill Complex reconstrueert Ian Buruma de naoorlogse ‘special relationship’ tussen Amerikaanse presidenten en Britse premiers. “De kiemen van die relatie werden gelegd tijdens de Tweede Wereldoorlog”, zegt hij. “Toen de VS en het VK samen met de Sovjet-Unie de wereld bevrijdden van Adolf Hitler en het Japanse Keizerrijk. In de jaren daarna stonden Amerika en Groot-Brittannië model voor vrijheid en liberalisme. Vandaag vertegenwoordigen ze allebei het complete tegengestelde. Het populisme van Trump en Johnson druist regelrecht in tegen de idealen van de Britse oorlogspremier Winston Churchill en de Amerikaanse oorlogspresident Franklin Delano Roosevelt. In mijn boek schets ik hoe de verhouding tussen de VS en het VK de naoorlogse wereld beïnvloed heeft.”

Wat is dat precies, ‘het Churchillcomplex’?

Ian Buruma: “In september 1938 tekende de toenmalige Britse premier Neville Chamberlain in München samen met de Fransen en de Italianen een akkoord met Hitler. De Duitsers hadden het Tsjechische Sudetenland geannexeerd. Chamberlain accepteerde die annexatie in ruil voor vrede in Europa. Die politiek van ‘appeasement’, vrede nastreven met de nazi’s, bleek al snel een vergissing van formaat te zijn. Winston Churchill was daar een groot tegenstander van. Hij was één van de weinigen, maar kreeg gelijk: een jaar later vielen de Duitsers Polen binnen. Na de dood van Chamberlain in november 1940 kwam Churchill aan zet. Hij zei Hitler de wacht aan en het vervolg kennen we.

“De naoorlogse Amerikaanse en Britse leiders konden niet om de cultus rond Churchill heen. Dat speelde misschien nog het meest in Washington DC, het politieke hart van de VS. Want elke keer wanneer er ergens in de wereld een crisis woedde en er beraadslaagd werd of de VS moesten ingrijpen, gooide iemand in the Oval Office het Verdrag van München van 1938 op tafel. De angst om te eindigen als Neville Chamberlain was zeer groot, zowel bij Britten als bij Amerikanen. Dus volgden ze Winston Churchill. Wat tot catastrofale oorlogen leidde.”

Die naoorlogse navolging van Churchill zorgde voor een opstoot van agressie?

“Oorlogen hebben natuurlijk alles met agressie te maken, alleen werden ze na WO II vaak begonnen met het idee dat zo vrijheid en democratie verdedigd zouden worden. De problemen van de wereld na 1945 proberen oplossen met het model van de Tweede Wereldoorlog, bleek heel vaak een vergissing van formaat. Zo droeg de uitzichtloze oorlog die door George Bush en Tony Blair in Irak begonnen werd, veel bij aan de verkiezing van Donald Trump. Onder Trump keerde Amerika terug naar het isolationisme van de jaren dertig.”

Met de ‘originele’ aanpak van Churchill van WO II was niets mis?

“Nee. In 1940 zagen de meeste Britse politici heil in een compromis met de nazi’s om erger te voorkomen. Churchill geloofde daar niet in. Zijn verzet was op dat moment de enige juiste houding, want met Hitler kon je geen akkoorden sluiten. Natuurlijk waren Saddam Hoessein en de Noord-Vietnamezen zeer onplezierige figuren, alleen waren ze geen Hitlers die de hele wereld bedreigden.

“In een periode van relatieve wereldvrede is het niet verstandig om beroep te doen op het oorlogsmodel van Churchill. Na ’45 moest de vrijheid niet langer met militaire macht naar de wereld gebracht worden. Toch kozen te veel Amerikaanse presidenten en Britse premiers voor dat scenario, met lange zinloze oorlogen als gevolg. Hun Churchillcomplex kostte honderdduizenden mensenlevens. Dat allemaal omdat ze niet als een kloon van ‘zwakkeling’ Neville Chamberlain de geschiedenisboeken wilden ingaan, maar als een kopie van de gloriërende Winston Churchill.”

Dat Churchillcomplex leverde ons alleen maar ellende op?

“Niet helemaal. Churchill en Roosevelt bouwden ook het fundament voor naoorlogse internationale samenwerking en democratie, wat vooral voor West-Europa zeer gunstig uitdraaide. De Zuid-Amerikanen bijvoorbeeld, hebben veel meer redenen tot klagen over de VS dan de Europeanen.”

Stonden de naoorlogse Britse premiers allemaal vooral in dienst van de Amerikaanse president, zoals Tony Blair die tijdens de Irak-crisis het schoothondje was van George W. Bush?

“De conservatieve premier Edward Heath zeker niet. Hij was uitgesproken pro-Europees en durfde het begin jaren zeventig aan om de Amerikanen tegen de haren te strijken. Maar de meeste eerste ministers waren inderdaad nogal meegaand. Ze vonden het meestal toch beter om voor Amerika te kiezen in plaats van voor Europa. Dat ligt helemaal in het verlengde van die glorieuze overwinning die de Britten samen met de Amerikanen in 1945 boekten. Al groeide gaandeweg het besef bij sommige Britse premiers dat het niet zo verstandig was om in Europa in splendid isolation te blijven leven.

“Het oude British Empire verschrompelde en de koloniën werden onafhankelijk. De naoorlogse Britse premiers worstelden met de vraag hoe hun land een belangrijke rol in de wereld kon blijven spelen. De conservatieve eerste minister Harold Macmillan werd er zich eind vijftiger jaren als eerste erg goed van bewust dat hij daar Europa voor nodig had. Hij zag Groot-Brittannië als dé leidende natie op het Europese continent. Daarom vroeg hij het lidmaatschap aan van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Dat ging toen niet door omdat de Franse president Charles de Gaulle hem dwarsboomde. De voorbije decennia zaten de Britse premiers dus altijd met een dilemma: Amerika of Europa. Te vaak verkozen ze hun relatie met de VS boven met hart en ziel deelnemen aan de EU.”

Was de oorlog in Irak en de onvoorwaardelijke steun van Blair voor Bush een soort van kantelpunt? Werd de VS vanaf dat moment voor de Britten belangrijker dan de EU?

“Een kantelpunt zou ik het niet noemen, wel een extreem voorbeeld van waar het Churchillcomplex toe kan leiden. Het was niet uit opportunisme dat Tony Blair gedwee de Amerikaanse president met zijn invasieplannen volgde. Blair geloofde écht met hart en ziel in die oorlog. Hij was één van die premiers die extreem gebiologeerd was door de ervaringen van voorgangers Chamberlain en Churchill. Hij zag Saddam als de Hitler van onze tijd en was er heilig van overtuigd dat Groot-Brittannië samen met de VS tegen die vreselijke dictator ten strijde moésten trekken. Achteraf gezien, was dat een tragische vergissing.”

Is de brexit ook een gevolg van dat Churchillcomplex en van het verlangen van Britse premiers naar glorieuze overwinningen samen met Amerika?

“Ja, maar dan in combinatie met die hunkering naar de vergane glorie van het Britse wereldrijk. De teloorgang van dat rijk werd door sommige Britten als zeer vernederend ervaren. De brexiteers zagen de EU als koloniaal imperium, met ‘Brussels’ als symbolische onderdrukker. Het feit dat Engeland zich binnen de EU aan andere landen moest aanpassen, beschouwden ze als de ultieme vernedering. Enkel door zich van Europa los te scheuren, kon het wegkwijnende Groot-Brittannië volgens hen zijn glorie van weleer terugvinden.”

Als er één Britse premier is met een Churchillcomplex is het misschien wel Boris Johnson? Hij publiceerde in 2014 De Churchill Factor, een vuistdikke biografie van zijn grote idool.

“Het probleem met Boris Johnson is dat het heel moeilijk vast te stellen is wat hij precies gelooft. Hij ziet zichzelf op narcistische wijze als een kopie van Churchill. Die biografie die hij schreef, past in dat plaatje. Johnson is een showman en ik neem hem veel minder serieus dan premiers als Tony Blair of Margaret Thatcher. Zij voerden namelijk beleid vanuit ideologie en niet vanuit een opportunistisch, narcistisch zelfbeeld. Zij geloofden écht in die historische, op Churchill gebaseerde naoorlogse rol van Engeland en Amerika. Johnson gelooft enkel in zichzelf. Intussen heeft hij waarschijnlijk ook wel door dat de Britse belangen niet altijd gebaat zijn bij het slaafs navolgen van Donald Trump. Eens de harde brexit een feit is, wordt het heel moeilijk voor Engeland. Hun oude imperium komt nooit meer terug, en Europa zijn ze dan waarschijnlijk ook kwijt. Ze blijven dan eenzaam en verweesd achter, maar ze hebben één troost: in de loop van de geschiedenis verschrompelden wel meer wereldrijken tot provinciale landen.”

Worstelt Donald Trump met een Churchillcomplex?

“Totaal niet, hij staat voor alles waar Winston Churchill niet in geloofde. Natuurlijk was Churchill geen heilige, maar als internationalist sloot hij wel bondgenootschappen. Allianties en internationale samenwerking kunnen Trump gestolen worden. Hij is de anti-Churchill.”

Donald Trump trok Amerika wel terug uit die oneindige oorlogen waar zijn voorgangers zich enthousiast in gestort hadden.

“Dat is inderdaad waar; misschien is dat dan toch één positieve verwezenlijking van zijn presidentschap. Voor de rest gelooft Trump in niets, behalve dan in zijn eigen macht. Ik ben er trouwens van overtuigd dat ook hij in staat is tot het ontketenen van een catastrofale oorlog, zeker als die hem persoonlijk goed zou uitkomen. Ik heb er dus niet veel vertrouwen in dat Trump dé leider is die Amerika zal redden van nieuwe zinloze oorlogen. Churchill en Roosevelt ijverden voor internationale samenwerking; onder Johnson en Trump is het ieder voor zich. Dat is zeer gevaarlijk.”

U noemt Trump en Johnson narcisten, hebben zij hun partijen naar hun evenbeeld veranderd?

“De Republikeinse Partij is overgenomen door Donald Trump en zijn aanhang. De meer gematigde Republikeinse Partij van weleer is zo goed als dood. De Britse Conservatieve Partij is ook gekaapt door Boris Johnson, alleen zijn de gevolgen minder ingrijpend. Want het Britse parlementaire systeem maakt het mogelijk om een leider op elk moment met een motie van wantrouwen weg te stemmen. Johnson moet daar wel degelijk altijd rekening mee houden. Hier in de VS hangen we telkens voor vier jaar vast aan dezelfde leider, ook al veranderen intussen de meerderheden in het Huis van Afgevaardigden of in de Senaat. In Groot-Brittannië kan de regerende partij zijn leider dumpen; hier is dat onmogelijk.”

Is het na het narcistische populisme hoog tijd voor opnieuw meer ideologie in de Amerikaanse en Britse politiek?

“Ik vind dat het hoog tijd is dat vooral de progressieve politieke partijen opnieuw ontdekken waar ze precies voor staan. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw lijken ze vergeten te zijn welke richting ze uitwillen. De sociaaldemocratie kwam vroeger op voor de belangen van de arbeidersklasse, maar dat verwaterde, samen met het verkleinen van die klasse. De sociaaldemocratische ideologie werd weggedrukt door andere ideologieën rond identiteit, racisme of nationalisme. Progressieve partijen zouden nu beter wat minder over ras en identiteit praten, maar meer over economische ongelijkheid. Hun politici moeten niet langer enkel als technocraten of managers regeren, maar op zijn minst weten waar ze naartoe willen.”

Toen Donald Trump in 2016 de verkiezingen won, werd meteen gezegd dat het Amerikaanse systeem van checks-and-balances hem als president wel in bedwang zou houden. Is dat ook gelukt?

“Ja en nee. De oppositie tegen hem is nooit verdwenen én hij had regelmatig een rechtszaak aan zijn broek. Dat betekent dat die checks-and-balances niet helemaal uitgerangeerd zijn. Maar Trump heeft wel alles op alles gezet om ze zoveel mogelijk te slopen.”

Zou hij het aandurven om in het Witte Huis te blijven zitten als hij de verkiezingen verliest?

“Als Joe Biden met een heel kleine meerderheid wint, is dat scenario zeer reëel. Als Trump het resultaat kan aanvechten via rechters die sympathie voor hem hebben, lukt hem dat waarschijnlijk nog ook. De kans dat hij met dekking van het leger zal proberen een staatsgreep te plegen, acht ik dan weer zeer klein.

“Wat ik zeer zorgwekkend vind, is zijn retoriek over mogelijke verkiezingsfraude via stemmen met de post. ‘Als ik verlies, is dat een gevolg van fraude door mijn tegenstanders’, verkondigt hij. Zo ondermijnt hij bij zijn eigen aanhangers doelbewust het vertrouwen in het hele kiessysteem.”

Bij de Black Lives Matter-demonstraties richt hij het vizier telkens weer op de rellen en gooit zo olie op het vuur. Hangt er in Amerika een burgeroorlog in de lucht?

“Dit land heeft een lange gewelddadige geschiedenis. Het huidige geweld is bijlange nog niet zo erg als in eerdere onrustige periodes. Bij een burgeroorlog moeten beide kampen bewapend zijn en aan elkaar gewaagd. Dat zie ik nog niet zo snel gebeuren, ook al zijn er ontzettend veel wapens in omloop. Maar alles blijft mogelijk. Het is niet omdat het nu niet escaleert, dat het binnen een paar maanden niet verandert. Want als Trump bij verlies zijn aanhangers begint op te poken, belanden we in nóg grotere chaos en nieuw geweld.”

Het zou best wel eens kunnen dat Trump gewoon de verkiezingen wint?

“Dat is heel goed mogelijk. Zeker in het huidige klimaat, nu hij zich als de law-and-order-president presenteert. We zullen dan wel zien wat er na zijn eventuele herverkiezing gebeurt. Al verwacht ik er niet veel goeds van.”

De VS hebben zich onder Trump op zichzelf teruggeplooid en het VK dreigt door de brexit zichzelf in isolatie te plaatsen. Wordt China de lachende derde?

“Het zit China inderdaad helemaal mee, wat niet echt goed nieuws is. De opvattingen van de Chinese communistische partij over hoe een land bestuurd moet worden, liggen mijlenver van onze liberale en democratische idealen. Mensenrechten en democratie zijn voor hen totaal onbelangrijk. Het regime gelooft in absolute controle en wil de macht blijven behouden, ten koste van alles.”

Willen ze hun model exporteren naar de rest van de wereld?

“Nee, maar om hun positie in het binnenland veilig te stellen, zetten ze zoveel mogelijk landen naar hun hand. Zo proberen ze ervoor te zorgen dat de macht van de communistische partij nergens ter wereld nog bedreigd wordt. Donald Trump heeft niet helemaal ongelijk met zijn verzet tegen China. Maar of het ontketenen van een handelsoorlog en schelden de juiste methodes zijn om de Chinezen tot de orde te roepen, betwijfel ik. Vooral ook omdat Trump tezelfdertijd probeert aan te pappen met dictator Xi.”

Nout Wellink was voorzitter van de Nederlandse centrale bank en zetelt nu in de raad van bestuur van de grootste Chinese bank. Hij vindt dat het Westen China pas over mensenrechtenschendingen mag aanspreken als het eerst zijn eigen mensenrechtenkwesties heeft opgelost.

“Natuurlijk moeten we ook voor eigen deur vegen, maar de mensenrechtingenschendingen in China zijn toch andere koek dan die in de Westerse landen. Meneer Wellink mag zijn opinie verkondigen en verdedigen, maar het valt mij toch op dat steeds meer mensen uit de zakenwereld bij ons de Chinese politiek goedpraten.”

Bent u optimistisch over de toekomst?

“De wereld heeft altijd gekampt met problemen en crisissen. Ook elke mens wordt in zijn eigen leven geconfronteerd met de nodige kommer en kwel. Maar de tijd waarin we nu leven is met de dreigende klimaatverandering op de achtergrond wellicht toch een van de somberste periodes voor wie na de oorlog geboren is. Erg optimistisch ben ik dus eerlijk gezegd niet.”

Ian Buruma

  • Geboren in 1951 in Den Haag
  • Zijn vader was een dominee en zijn moeder de zus van de Britse filmregisseur John Schlesinger
  • Studeerde in de jaren zeventig Chinese literatuur en geschiedenis aan de universiteit van Leiden, en Japanse film in Tokio
  • Doceerde van 2003 tot 2017 democratie, mensenrechten en journalistiek aan het Bard College, New York
  • Was van 2017 tot 2018 hoofdredacteur van de New York Review of Books. Nam ontslag na kritiek op een publicatie die hij had geplaatst in de nasleep van #MeToo
  • Schrijft artikels en opiniestukken voor The New Yorker en NRC Handelsblad
  • Schreef heel wat boeken over China, Japan, cultuur, vrijheid en samenleving
  • Ontving in 2008 de Erasmusprijs en in 2019 De Gouden Ganzenveer

Ian Buruma, The Churchill Complex, Penguin Press, 320 blzn, 23,99 euro (de Nederlandse vertaling verschijnt in oktober bij Atlas Contact)

© Jan Stevens

“We raken hier alleen uit door samen te werken, óók met China”

De kredietcrisis is amper verteerd of we zitten in een nieuwe, mondiale gezondheidscrisis. Volgens de Nederlandse econoom en ex-centraal bankier Nout Wellink (77) hakt corona er als we niet opletten economisch en financieel nog veel dieper in.

Nout Wellink was in 2008 president van de Nederlandsche Bank (DNB) toen de kredietcrisis losbarstte. In juli 2011 nam hij na 29 jaar trouwe dienst, waarvan 14 als president, afscheid van de DNB. Vandaag is hij niet uitvoerend lid van de raad van bestuur van de Industrial and Commercial Bank of China (ICBC). “Dat is de grootste bank ter wereld”, zegt hij. “Als ‘niet uitvoerend bestuurder’ bepaal ik mee de strategie, maar ben ik niet betrokken bij het dagelijks beleid.”

Sinds begin maart leeft hij samen met zijn vrouw in quarantaine. “Mijn vrouw behoort tot een risicogroep en is kwetsbaar, dus moeten we voorzichtig zijn. De kinderen en kleinkinderen zwaaien van buiten naar ons. We laten alles thuisbezorgen en er komt niemand binnen. De voorbije maanden had ik dan ook veel tijd om een boek te schrijven.”

In zijn boek Ontgelden blikt hij middenin de coronacrisis terug op hoe hij de kredietcrisis ervaren heeft, maar kijkt hij ook vooruit naar de toekomst. “Door mijn werk bij de ICBC heb ik nauw contact met veel mensen in China. Ik zie hoe zij met strenge maatregelen corona zeer kordaat aanpakken, maar ik zie tezelfdertijd ook hoe dat virus telkens weer boven water komt. Ik ben dus niet zo gerust in de afloop als sommigen. Stel dat er nu een nóg heviger schuldencrisis komt dan die van na de kredietcrisis: hoe zullen we daarmee omgaan? Het verontrustende is dat we er geopolitiek maar niet in lijken te slagen vat op de werkelijkheid te krijgen. Corona is een grensoverschrijdend probleem, maar tot hiertoe lukt het ons niet het internationaal in te dijken of aan te pakken. Terwijl dat net dringend nodig is: politici moeten hier samen proberen uit te komen, in overleg met China. Ik beweer niet dat het makkelijk zal zijn. We kunnen dan wel jammeren: ‘Die Chinezen doen dingen die wij niet willen’, maar corona en ook de klimaatverandering teisteren ons allemaal. We hebben geen andere keuze dan die grote crisissen samen oplossen.”

Hebt u indertijd als president van De Nederlandsche Bank de kredietcrisis onderschat?

“In 2007 zagen we dat er problemen waren, maar wij, centrale bankiers, geloofden dat we ze met onze traditionele instrumenten de baas konden. In het voorjaar van 2008 begonnen we ons steeds meer zorgen te maken. Bear Stearns konden we nog redden, maar Lehman Brothers niet meer. Het hele systeem was vermolmd. Maar zelfs nadat de crisis in september 2008 echt losbarstte, verkondigden sommigen: ‘Ach, dit herstelt in 2009 wel.’”

Datzelfde geluid horen we nu toch ook? “Als er tegen eind dit jaar een vaccin is, wordt het snel weer business as usual.”

“Inderdaad, sommigen gaan ervan uit dat de markt meteen weer zal opveren als er een vaccin is. Ze lijken te vergeten dat het eerst nog geproduceerd moet worden. Veel zal afhangen van hoe effectief het zal zijn. Dit virus is een blijvertje, net als de pest uit de 14e eeuw. Die is er nog steeds en steekt in Afrika af en toe de kop op, alleen weten we nu wat we ertegen moeten doen. Met zo’n virus leren omgaan, is een langzaam leerproces. We zijn té snel té optimistisch.

“Bij de financiële crisis was achteraf duidelijk waar het misliep: bij dat deel van de financiële wereld en het bedrijfsleven dat geloofde: the sky is the limit. Die crisis liep danig uit de hand, maar door de financiële sector te saneren, kregen we de zaak weer onder controle. Achteraf beschouwd waren er toen genoeg voortekenen dat het ging mislopen. Er werden te grote risico’s genomen en te gekke salarissen uitbetaald. Het risicomanagement van de banken was ondermaats, waardoor ze onvoldoende zicht hadden op de risico’s die ze namen. Die fouten werden niet doelbewust gemaakt; we onderschatten de gevolgen van onverwachte gebeurtenissen. Ook centrale bankiers en toezichthouders maakten zich geen zorgen. De onderschatting werd in de hand gewerkt door de globalisering in de bankensector. We haalden zo onbeheersbare risico’s binnen. Vaak hadden we geen zicht op wat er in een ver buitenland misging, maar die fouten slopen vervolgens wel bij ons binnen. Tezelfdertijd werd er duchtig geïnnoveerd. Maar innovatie is altijd riskant.”

De lof van innovatie wordt toch altijd gezongen? Want geen vernieuwing betekent stagnatie.

“Die lofzang is er nog steeds. Begrijp me niet verkeerd: we moéten innoveren, maar soms gaat dat flink mis. In de loop der jaren werden er talloos veel nieuwe, innovatieve financiële instrumenten op stormachtige wijze ontwikkeld. Van sommige ontzettend complexe producten hadden de banken totaal geen zicht meer op de risico’s. Andere producten waren best zinvol, maar het risico kwam terecht bij onwetende mensen die dat eigenlijk niet konden dragen.

“Naast globalisering en innovatie was er nog een derde factor die het bedje spreidde voor de kredietcrisis: de deregulering. Zoveel mogelijk regels moesten op de schop, want die belemmerden alleen maar die felbejubelde innovatie en globalisering. In de VS werden de muren gesloopt tussen banken, effectenbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. Dat zou de concurrentie in de financiële sector zogezegd ten goede komen. Dat liep dus faliekant af.”

De coronacrisis is vergelijkbaar met die financiële crisis?

“Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ging in 2011 op zoek naar een verklaring voor de kredietcrisis en zag vier oorzaken: brute pech, het complexe systeem dat ons boven het hoofd was gegroeid, politieke omstandigheden en groepsdenken. Die laatste twee duiken nu ook bij de coronacrisis op. Een extreem voorbeeld van hoe de politiek de coronacrisis verergert, is de aanpak van de Braziliaanse president Bolsonaro. Die man is gewoon een idioot. Hij beweert dat corona niet ernstig is, terwijl de doden bij bosjes vallen. Hetzelfde soort van politieke beïnvloeding zien we in de VS. Gelukkig is dat in Europa heel wat minder.

“Groepsdenken speelt een zeer grote rol in de huidige crisis. Velen dachten in het begin dat corona een ver-van-hun-bed-show was. ‘Het is een probleem voor de Chinezen.’ Wat natuurlijk erg kortzichtig was, want een virus reist. Toch waren er virologen die susten dat het zo’n vaart niet zou lopen.

“Bijna meteen na de uitbraak ontving ik bezorgde berichten van Chinese vrienden. Ze maakten zich grote zorgen over de Europese aanpak. ‘Hoe gaat het met je?’ mailden ze. ‘Kunnen we je helpen?’ Ze stuurden me spontaan mondkapjes en reinigingsmiddelen. In juni ontstond hier in Nederland discussie of het virus via de airconditioning verspreid kon worden. In april waarschuwden mijn Chinese vrienden me: ‘Pas op in een gebouw met airconditioning.’ In februari lieten ze me weten: ‘We zagen op de tv dat ze je aanraden in je mouw te niezen. Je trekt je trui daarna toch even uit? Want als het virus je te pakken heeft, is die trui een paar uur lang besmet.’ Dat werd er hier niet bij verteld.”

De Chinese lockdowns zoals die van Wuhan waren andere koek dan de lockdowns in België en Nederland?

“O ja. Wij Nederlanders noemden onze lockdown ‘intelligent’. De versoepelingsmaatregelen van de Chinese lockdowns waren nog véél strenger dan onze zogenaamde ‘slimme lockdown’. Natuurlijk mag je landen niet zomaar met elkaar vergelijken, maar toch. In januari al had Taiwan de coronacrisis goed onder controle. De Taiwanese overheid had lessen getrokken uit de ervaringen met het SARS-virus in 2003. Reizigers uit Wuhan werden meteen getest en in quarantaine geplaatst en hun contacten werden gescreend. Zo konden ze een langdurige lockdown vermijden. Tot in het Nederlandse parlement werd daar toen neerbuigend op gereageerd. ‘Ach, dat is een andere cultuur.’ Per miljoen inwoners heeft Taiwan op dit moment nog maar één dode. Het is dus duidelijk: om dit virus te verslaan, moét de overheid strenge maatregelen nemen.”

De angst is groot dat door te strenge maatregelen de economie compleet kopje onder zal gaan.

“Dat is gewoon niet zo, omdat je het virus dan sneller onder controle krijgt. Het leven in Taiwan verloopt op dit moment bijna zo goed als normaal, ook al zijn er nog uitbraken. China is het eerste grote land dat in het tweede kwartaal van dit jaar opnieuw groei optekende. De verwachting is dat zich dat in de tweede helft van het jaar zal voortzetten. Er is inderdaad feller ingegrepen, maar tezelfdertijd herstellen ze sneller.”

China is een autoritair geleid land. Harder en sneller ingrijpen is er makkelijker dan hier.

“Taiwan, Australië of Nieuw-Zeeland worden niet autoritair geleid. Toch grepen ook zij snel en hard in. Australië heeft per miljoen mensen maar 19 doden, Nieuw-Zeeland slechts 5. Duitsland telt 111 doden per miljoen inwoners en Nederland 361. Terwijl we toch heel sterk op elkaar lijken. Hoe is dat grote verschil te verklaren? Doordat ze in Duitsland veel eerder in gang schoten én veel harder ingrepen. De Duitse economie is er niet veel slechter aan toe dan de Nederlandse.”

Nederland had eind 2019 op de begroting 14 miljard euro over, België had 9 miljard euro te kort. Net als bij jullie wordt er ook bij ons gul met miljarden gestrooid om de economie te stutten. Alleen: jullie hadden een buffer; wij niet. Hoe eindigt dit?

“Dat vraag ik me eerlijk gezegd ook af. De voorbije maanden hielden we op een kunstmatige wijze allerlei zaken overeind: lonen werden doorbetaald, er werd belastinguitstel gegeven… Maar hoe zal de economie reageren wanneer al die maatregelen worden afgebouwd? Wat komt er dan boven water? De economie verandert sowieso, want een aantal sectoren zal lang blijven worstelen met de gevolgen van de crisis. De onzekerheid is immens. Maar al die steunmaatregelen zijn te verantwoorden, net als het EU-coronafonds van 750 miljard euro. Alleen wordt over het échte onderliggende probleem nauwelijks gesproken: in een aantal landen waren de schuldposities al zeer hoog. De stilvallende economie zorgt voor een forse dip in de belastinginkomsten, terwijl er miljarden aan steun worden uitbetaald. Wat voor effect heeft dat op de schulden? Ik hoor nu iets te makkelijk verkondigen: ‘Ach, kijk naar Japan. Dat land leeft al jaren met een hoge schuld.’”

U bent geen fan van economen zoals Paul De Grauwe die stellen dat regeringen nu miljarden moeten uitgeven om de bedrijven en de economie te redden?

“Paul De Grauwe koppelt er een aantal voorwaarden aan die steekhouden. Hij zegt dat de steun eenmalig moet zijn en niet kan blijven duren. Zijn tweede voorwaarde is dat de economie terug moet groeien. Alleen: ondanks enorme stimulansen en een gigantisch begrotingstekort van 250 procent is de Japanse economie na al die jaren nog steeds niet echt gaan groeien. De Grauwe en co. zeggen ook: ‘Oké, de schuldquotes stijgen, maar gelukkig is de rente erg laag en dat zal wellicht nog lang duren. We kunnen ons dat dus wel veroorloven.’ Voor westerse landen is er misschien voorlopig nog niets aan de hand, maar sommige ontwikkelingslanden komen zelfs met die lage rente nu al in de problemen. De schuldeisers willen daar niet zo lang wachten om hun geld terug te eisen.

“Italië heeft een veel hogere schuldquote dan Nederland. Ook België heeft een hogere schuldquote. Maar Italië kende de voorbije 15 jaar geen groei. De crisis zal daar dus harder toeslaan; het nationale inkomen zal er sneller en feller terugvallen. Doordat we in een monetaire unie zitten, kunnen we het ons niet permitteren om de rente in Italië te laten stijgen. Iets wat in normale omstandigheden onvermijdelijk is, maar nu totaal onmogelijk wordt. Het gevolg is dat de Europese Centrale Bank (ECB) moet tussenkomen. Allerlei geleerde heren vinden dat inderdaad dé oplossing. Alsof de ECB onbeperkt schulden kan blijven bijkopen.”

Wat vindt u van de manier waarop Donald Trump China aanpakt?

“Een regelrechte ramp. China is een heel groot land dat zich sterk aan het ontwikkelen is. Tot begin 19e eeuw had het een derde van de wereldeconomie in handen. Ze pikken die draad terug op en of we dat nu willen of niet: dat proces gaat verder. We kunnen het zoals Trump proberen vertragen door de levering van hightech te verhinderen. Maar die evolutie stoppen lukt niet. Dus moeten we ons afvragen hoe we in de wereld van morgen omgaan met een land dat wil deelnemen aan de markteconomie. Want dat willen ze écht: daarom ook houden ze zich wel degelijk aan een aantal internationale regels.”

China heeft niet langer een door de communistische partij geleide planeconomie?

“Er zitten nog steeds elementen van centrale leiding in hun economie waar wij een broertje aan dood hebben. Daar kunnen we niets aan veranderen, tenzij we tegen hen ten strijde trekken en een oorlog ontketenen waarvan de uitkomst hoogst onzeker is. Mij lijkt het verstandiger dat we ons afvragen: hoe kunnen we ondanks onze soms fundamenteel verschillende filosofieën toch op één planeet samenleven? Ik beweer niet dat we alles van hen moeten aanvaarden, wel dat we door met hen te discussiëren een evenwicht proberen na te streven. Hoe gedroegen wij ons toen we er na de Eerste en Tweede Wereldoorlog bovenop wilden komen? In Nederland hebben we de staal- en scheepsbouwindustrie ook lange tijd gesteund. Zowat alle Europese landen ondersteunden in een bepaalde fase van hun ontwikkeling hun bedrijven. Ons gesprek met China moet gaan over voorkomen dat hun staatssteun buiten hun grenzen verstorend werkt.”

Moeten we ook niet praten over mensenrechten en democratie?

“Jawel, maar we moeten er dan ook voor zorgen dat we eerst zelf onze mensenrechtenkwesties op orde hebben. Hoeveel vluchtelingen zitten er aan onze grenzen in de meest beroerde omstandigheden in kampen? Misschien zijn die er wel veel slechter aan toe dan de Oigoeren in de Chinese provincie Xinjiang. U zal me niet horen verdedigen wat er mogelijk met hen gebeurd is. Maar van de Chinezen hoor ik dat er honderden aanslagen zijn geweest en dat ook wij anders zouden reageren als ons iets gelijkaardigs was overkomen. Hoe is het gesteld met de vluchtelingen aan de Amerikaanse grens? Hoe worden zwarten op sommige plaatsen in de VS behandeld? Ik praat niets goed van wat er in China fout zou gaan. Maar door eerst voor onze eigen deur te vegen, winnen we geloofwaardigheid.”

Europa houdt zich sowieso toch erg stil? Er wordt amper geprotesteerd tegen de gespierde manier waarop China zijn greep verstevigt op Hongkong.

“De toestand in Hongkong wordt hier heel eenzijdig voorgesteld. Op tv kon u zien hoe Trump in juli tegen de zin van de lokale overheden en de burgers zijn federale troepen naar Portland stuurde. Natuurlijk is dat van een andere dimensie dan het optreden van China in Hongkong, maar dit illustreert wel dat niet enkel de Chinezen boter op het hoofd hebben.”

Trump wordt in november misschien weggestemd. President Xi heeft geen last van verkiezingen.

“Sommige waarnemers maken zich grote zorgen dat Trump niet zal willen verdwijnen. Kijk, het is duidelijk dat er grote onvrede in Hongkong is. Er is ontevredenheid over sociale omstandigheden en er is angst voor wat er in 2047 zal gebeuren, als het principe ‘één land, twee systemen’ ophoudt te bestaan. Ik verdedig het Chinese optreden niet, maar ook aan de kant van de opstandelingen worden fouten gemaakt. Het verzet tegen sociale misstanden is intussen gekaapt door een groep die totale onafhankelijkheid van China eist, wat lijnrecht tegen de afspraken ingaat. In het akkoord over Hongkong tussen de Britten en de Chinezen staat dat ingrijpen in Hongkong mogelijk is als de nationale veiligheid in het gedrang komt. Er waren terreuraanslagen en er is die roep om onafhankelijkheid. In China is dat verboden, of u dat nu leuk vindt of niet. Spanje eist toch ook van België de uitlevering van Carles Puigdemont, de Catalaanse politicus die de onafhankelijkheid uitriep? We moeten over deze problemen praten in plaats van China meteen op een zwarte lijst te zetten.”

Nout Wellink

Geboren in 1943

Studeerde rechten aan de universiteit van Leiden en economie aan de universiteit van Rotterdam

Werkte vanaf 1970 als topambtenaar op het ministerie van Financiën

Werd in 1982 directielid bij De Nederlandsche Bank

1997 werd tot president van de DBN benoemd

2012 werd lid van de raad van bestuur van de Bank of China

2018 ruilde de Bank of China in voor de ICBC

Was lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank en voorzitter van het Bazels Comité voor Bankentoezicht

Nout Wellink, Ontgelden, De Arbeiderspers, 320 blzn, 22,50 euro

(c) Jan Stevens

‘We moeten Afrika helpen uit welgemeend eigenbelang’

Afrika hield het coronavirus onder controle, toch dreigt het continent het kind van de rekening te worden volgens Oxfordprofessor economie Paul Collier. “Europees president Charles Michel moet zijn verantwoordelijkheid nemen en een hulpprogramma voor Afrika in gang steken.”

Zijn leven lang adviseert Paul Collier leiders van westerse en Afrikaanse landen over hoe Afrika uit de armoede getild kan worden. “We moeten de armste landen ter wereld helpen uit welgemeend eigenbelang”, vindt hij. Dat was ook de boodschap van zijn in 2007 verschenen boek The Bottom Billion, waarmee hij een internationale bestseller scoorde. “Sindsdien slaagden sommige Afrikaanse landen erin uit het ravijn te klauteren”, zegt hij. “Corona dreigt nu al hun verwezenlijkingen met één grote klap te vernietigen.”

Afrika kon de epidemie toch vrij goed indijken?

Paul Collier: “Zeker. Toen de pandemie losbarstte, wist niemand wat er moest gebeuren en was radicale onzekerheid troef. Op zo’n moment moet je maatregelen vermijden waar je later veel spijt van krijgt. Wereldwijd werd er op vier verschillende manieren op het virus gereageerd. Oost-Azië sloeg meteen alarm: ‘Dit virus is even gevaarlijk als SARS.’ De Oost-Aziatische landen zijn ervaringsdeskundigen in SARS en namen geen enkel risico. Ze gingen over tot drastische lockdowns en introduceerden track-and-trace. Europa en de VS hadden enkel ervaring met de Spaanse Griep uit 1918, baseerden daar hun eerste strategie op en experimenteerden met groepsimmuniteit. Testen en opsporen is dan niet nodig, want hoe meer mensen de griep krijgen, hoe sneller we ertegen bestand zijn. Maar die interpretatie zorgde bij Covid-19 voor rampen, want groepsimmuniteit bleef achterwege. In West-Afrika zagen ze corona als een even grote killer als ebola. Nu weten we dat de vergelijking tussen die twee virussen niet opgaat, maar het zorgde er wel voor dat de West-Afrikanen hun gedrag zonder treuzelen aanpasten. De Zuid-Afrikanen vreesden dan weer dat corona even dodelijk was als aids. Ook daar grepen ze meteen in.”

Afrika legde in de strijd tegen corona dus een beter parcours af dan wij, en toch waarschuwt u voor de verwoestende gevolgen van het virus?

“Ik waarschuw voor de vreselijke economische gevolgen. Mijn voornaamste dagtaak bestaat vandaag nog steeds uit het samenwerken met regeringen van straatarme fragiele landen. Zij zijn in paniek, want corona luidt voor hen de grootste economische terugval sinds jaren in. Als wij niet ingrijpen, worden de Afrikaanse landen minstens tien jaar terug geslingerd in de tijd. Zij zullen massaal getroffen worden door de macro-economische schok die het gevolg is van de krimpende economieën in Europa, Noord-Amerika en China. De prijzen voor grondstoffen, zoals olie, zijn al ingestort. 97 procent van de Nigeriaanse export bestaat uit olie. De gevolgen voor dat land zijn enorm. De kopers, zoals de Europese landen, profiteren van die lage olieprijzen.

“Veel Afrikaanse landen ontdekten het toerisme. Ik adviseer de Rwandese regering en zij investeerde ontzettend veel in toeristische infrastructuur. Met groot succes, alleen vliegt sinds corona niemand nog naar dat prachtige land. De economische mogelijkheden van Rwanda zijn beperkt: het heeft geen grondstoffen en ligt niet aan zee. Het was dus een weloverwogen keuze van president Paul Kagame om de hoofdstad Kigali te laten uitgroeien tot een centrum voor internationale conferenties. Rwanda is inmiddels het meest bezochte land van Afrika. Dat valt nu allemaal in duigen en niemand weet hoe lang dit zal duren.

“Afrikanen in de diaspora sturen massaal veel geld op naar hun thuisland. Dat totale bedrag aan overschrijvingen ligt hoger dan wat Afrika aan ontwikkelingssteun ontvangt. Maar ook die bron droogt op, want veel Afrikanen in het Westen vielen door de lockdowns zonder werk. Daar komt bij dat buitenlandse investeerders zich massaal uit Afrikaanse landen terugtrekken. Ghana voerde met succes economische hervormingen door en trok zo investeringen aan van onder andere Volkswagen en Bosch, maar ook van grote Amerikaanse pensioenfondsen. In deze tijd van onzekerheid versluizen die pensioenfondsen hun investeringen naar ‘veilige haven’ Amerika. Door corona vloeit zowat al het geld dat voor Afrika bestemd was terug naar de VS, Europa en China. De economische schade voor het Afrikaanse continent is immens. En ongewild profiteren wij van hun miserie.”

Daarom moeten we Afrika economisch te hulp snellen?

“Zonder twijfel. België kan daar een belangrijke rol in spelen, want het is toch jullie voormalige premier Charles Michel die voorzitter is van de Europese Raad? Misschien moet hij zijn invloed eens gebruiken om de ongewilde economische corona-nevenschade in Afrika op de Europese agenda en op die van het IMF en de Wereldbank te zetten? Dat is in ons eigen belang, want als het economisch slecht gaat in Afrika, riskeren we in de nabije toekomst met een nieuwe stroom vluchtelingen geconfronteerd te worden.”

U raakte zelf besmet met het virus?

“Ik was één dag zo ziek als een hond en knapte daarna razendsnel weer op. Mijn vrouw is véél jonger en fitter dan ik, maar zij werd heel ziek en kroop door het oog van de naald. Ze is nog niet helemaal hersteld.”

Tijdens de lockdown opperden velen dat corona dé kans was voor een grote reset, zowel van de economie als van onze manier van leven. Nu we de lockdown achter ons laten, wordt het snel terug business as usual?

“Voor veel dingen wordt het business as usual, maar voor een paar toch niet. Tot voor de lockdown stonden mensen elke ochtend en avond in de file, op weg naar en van hun werk in steden als Londen of Brussel. Dat wordt nu in vraag gesteld, want we hebben ontdekt dat pendelen niet nodig is. Kantoren en administraties bleven functioneren, met bedienden of ambtenaren die van thuis werkten. Natuurlijk is het nodig om af en toe samen intensief in één ruimte te vergaderen. Maar sinds de lockdown weten we dat de doorsnee-vergaderingen ook perfect online kunnen. We zijn er ook achter gekomen dat niet iedereen elke dag van 9 tot 5 op kantoor moet zijn. Werkgevers hebben geleerd dat hun personeel best te vertrouwen is. Dagelijks urenlang in de file staan, komt de levenskwaliteit en het milieu niet ten goede. Daar komt nu écht verandering in: binnen een paar jaar beschouwen we onze uren in de file en in kantoren in mastodontsteden als een onbegrijpelijke verspilling van energie en tijd.”

Mensen die noodgedwongen van huis uit moesten werken, hebben ook ontdekt dat thuiswerk en gezin niet altijd even makkelijk te combineren is.

“Wij hebben zelf nog twee jonge kinderen; ik weet hoe vermoeiend het kan zijn. Wat ik wil zeggen is dat we dat nieuwe evenwicht tussen werk en gezin waar al zoveel inkt over gevloeid is, noodgedwongen in de praktijk hebben gebracht. Ik vind het heel fijn om minder te moeten reizen en om meer tijd met mijn kinderen te kunnen doorbrengen. Als vader was ik vaak uithuizig; nu word ik belangrijker voor hen. De meeste mensen beschouwen dat thuiswerk als een geslaagd experiment en willen niet meer terug naar de tijd voor corona. Natuurlijk heeft niet iedereen die luxe: een metser of timmerman moét wel op zijn werf aan de slag blijven. Een arbeider kan in een fabriek ook niet gemist worden.”

Belanden we zo dan niet in een nieuwe vorm van discriminatie, waarbij ‘witte boorden’ wél van thuis mogen werken en ‘blauwe boorden’ niet?

“Door de digitalisering en de oprukkende artificiële intelligentie sneuvelen sowieso heel wat ‘klassieke’ jobs, zowel van arbeiders, als van bedienden. Maar de dienstensector, waar menselijk contact heel belangrijk is, blijft groeien. Die mogelijke discriminatie waar u bang voor bent, zal door de aard van de nieuwe jobs best meevallen. Want artificiële intelligentie kan nooit menselijke emoties vervangen. Er is nu al een reorganisatie bezig van hoe sommige taken worden uitgevoerd. De coronacrisis versnelt die evolutie alleen maar. We hebben nu trouwens ook ontdekt welke jobs er écht toe doen. Dat zijn dan niet de ceo’s van multinationals of de gladde bankiers uit de City, maar verpleegkundigen en andere beroepen uit de zorg.”

Worden die jobs in de toekomst dan ook anders beloond? Zullen verplegers meer verdienen en bankiers minder?

“Ik hoop het. De bestbetaalde jobs vind je nu in de financiële wereld en bij zakenadvocaten. Terwijl net zij ons het voorbije decennium flink in de problemen brachten. Bankiers en advocaten worden royaal vergoed voor het spelen van zero-sum-spelletjes: wat de ene partij wint, moet in hun ogen altijd ten koste gaan van de andere. De zogezegd briljante investeerder die met aandelen speculeert, doet dat op de kap van onze pensioenfondsen. Veel financiële jongens en meisjes uit de City houden zich bezig met gelegaliseerd plunderen, bijgestaan door zakenadvocaten die tegenstanders juridisch intimideren. Zij ondermijnen onze samenleving. Misschien groeit het besef nu dat het hoog tijd is dat zij prestige, invloed en loon inleveren ten voordele van mensen in de zorg. Die hebben trouwens niet alleen meer geld nodig, maar ook een fatsoenlijke opleiding. Ik weet niet hoe het in de Belgische woonzorgcentra gesteld is, maar de coronacrisis maakte pijnlijk duidelijk dat er in de Britse een groot probleem is met de kwalificaties van de zorgverleners. Rusthuizen nemen al jaren mensen aan die nooit een zorgopleiding gevolgd hebben. Het zijn goedkope werkkrachten en voor de rusthuisdirecteuren en de overheid is dat blijkbaar het enige dat telt. Toen het virus in de woonzorgcentra bij hoogbejaarden toesloeg, stond het personeel met de handen in het haar. Als ouderling wil je toch niet op een plek terechtkomen waar niemand opgeleid is om je te helpen als je ziek wordt? Corona is een wake-upcall.”

U denkt dat de politiek daar lessen uit zal trekken?

“Het was alleszins een goede zaak dat onze premier Boris Johnson himself ernstig ziek werd. Door zijn ziekte evolueerde hij pijlsnel van commander-in-chief naar communicator-in-chief. Wij, mensen, beschouwen onszelf als een uniek zoogdier. We geloven graag dat we ‘uitzonderlijk’ zijn omdat we superslim zijn. We noemen onszelf niet voor niets: ‘homo sapiens sapiens’, ‘mens slim slim’. (lacht) Terwijl die slimheid ons helemaal niet van andere zoogdieren onderscheidt. Dat doen we wel doordat we in staat zijn tot meerdere vormen van leiderschap. Alle andere zoogdieren kennen slechts één manier: dominantie. Dat kennen wij ook: op aarde bulkt het van de dominante politieke leiders die zichzelf zien als commanders-in-chief. Er is ook een andere manier van leiderschap mogelijk die exclusief menselijk is: gezag verwerven door het hebben van respect. Een communicator-in-chief is bescheiden, lacht met zichzelf, stelt zichzelf in vraag, is empathisch en voelt de pijn van anderen. Bill en Hillary Clinton vertegenwoordigen die twee vormen van leiderschap: hij als de empathische, begrijpende president; zij als de dominante presidentskandidaat. Als Bill Clinton zegt: ‘I feel your pain’, geloof je hem.”

Misschien is hij een goed acteur?

“Dat kan, maar in tegenstelling tot de meeste andere recente Amerikaanse presidenten is hij van eenvoudige komaf. Hij stamt uit Arkansas, the middle of nowhere, en was een charismatische president bij wie mensen graag vertoefden. Ik ken zowel Bill als Hillary goed. Hij is altijd goedgemutst en kan overweg met om het even wie. Boris Johnson ook, en het coronavirus helpt hem nu een handje. De gewone Britten voelen zich verbonden met Boris, want hij heeft het zelf meegemaakt. Hij paste zijn leiderschapsstijl aan van commander-in-chief naar communicator-in-chief. Donald Trump is daar niet toe in staat, al maakte hij ooit de omgekeerde beweging, want toen hij nog een tv-beroemdheid was, gedroeg hij zich als communicator-in-chief. Het was nooit zijn bedoeling om president te worden; zijn presidentskandidatuur was niet meer dan een publiciteitsstunt. Hij begon totaal onvoorbereid aan het presidentschap en interpreteert zijn ambt compleet verkeerd. Hij speelt nu commander-in-chief, en misschien nog meer commander-in-tweet. Gelukkig zit het Amerikaanse politieke systeem vol checks and balances, waardoor de schade binnen de perken blijft.”

Niet iedereen is er even zeker van dat het systeem Trump in toom houdt.

“Hij gaat inderdaad vaak erg ver en stelt zo die checks and balances stevig op de proef. Toch geloof ik nooit dat hij de volgende verkiezingen overleeft. Trump fulmineert nu wel over ‘Sleepy Joe’, maar in werkelijkheid is hij doodsbang voor Joe Biden, de democratische kandidaat die de nominatie met de hulp van Obama binnenhaalde.”

U werkte indertijd nauw samen met de voormalige Britse premier Tony Blair als diens topadviseur voor Afrika. Blair was ook een communicator-in-chief?

“Zeker. Maar hij heeft de neergang van de socialistische partij Labour mee in gang gezet. Dat vind ik verschrikkelijk. Labour verloor de voeling met de werkende klasse totaal. De allerlaatste Labour-leider met stevige roots in de working class was Neil Kinnock in de jaren tachtig. Alle voorzitters die na hem kwamen, lieten hun kiezers in de kou staan.”

Jeremy Corbyn werd in 2015 toch tot Labour-leider verkozen met het meest linkse programma ooit?

“Corbyn is allesbehalve de grote voorvechter van de gewone werkmens. Hij groeide op in een landhuis. Zijn belangrijkste adviseur Seumas Milne zat op een dure privéschool en erfde van zijn rijke vader een kast van een huis in het centrum van Londen. Die kerels zijn geen sociaaldemocraten, maar dogmatische upper class-marxisten. In Labour speelden ze spelletjes zoals enkel zij dat kunnen. Plots zaten ze in het centrum van de macht: hun oude droom om de socialistische partij te kapen, kwam uit. De werkende mensen interesseerden hen niet en de schade die ze aanrichtten, is enorm. Onder de nieuwe voorzitter Keir Starmer groeit het besef dat het contact met de gewone werkende Brit hersteld moet worden. Ik hoop dat Labour daar nu eindelijk ook werk van maakt; er is geen andere keuze. Want de recente geschiedenis leert ons dat extremisten van links en rechts het overnemen als de socialistische partij de werkende klasse in de steek laat.”

© Jan Stevens