‘Hij wilde witter dan de witten zijn’

Eva Kamanda (31) ging samen met haar vriend Kristof Bohez op zoek naar het ‘verzwegen leven’ van haar Congolese overgrootvader François Kamanda. Ze rolde van de ene verrassing in de andere. “Zo ontdekten we dat tijdens WO II Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Toen Eva Kamanda’s lief Kristof Bohez voor het eerst in haar ouderlijk huis kwam, viel hem de trouwfoto op van Eva’s overgrootouders François Kamanda en Lucienne Berger. Ze poseren op de trappen van het gemeentehuis van Etterbeek in 1942.

“Ik heb nooit anders geweten dan dat die foto daar hangt”, zegt Eva. “Voor mij was dat beeld vanzelfsprekend. Maar Kristof vroeg: ‘Een zwarte man die met een witte vrouw huwt, dat was in die tijd toch zeer uitzonderlijk?’ Kristof is journalist bij Het Nieuwsblad. Hij wordt gedreven door nieuwsgierigheid en stelt voortdurend dat soort vragen.”

Maar ook Eva begon zich steeds meer vragen te stellen, over haar afkomst. “Enkele jaren geleden bezocht ik daarom Congolese familieleden in de VS en Canada.”

Eva en Kristof trokken verder op onderzoek. “Ik mailde het AfricaMuseum in Tervuren: ‘We zijn op zoek naar het verhaal van mijn overgrootvader François Kamanda. We horen het graag als jullie ons daar op een of andere manier mee kunnen helpen.’ Het antwoord kwam snel: ‘We vonden een schilderij in onze collectie met de beeltenis en naam van uw overgrootvader. Het is geschilderd door de Brusselse kunstenaar Henri Logelain en ligt in een van onze kelders.’ Wow, ik gaf één aanzet en plots was er dat schilderij in het AfricaMuseum. Onze zoektocht naar het leven van François Kamanda schoot zo pas echt uit de startblokken.”

In hun intrigerende boek Een verzwegen leven schetsen Eva Kamanda en Kristof Bohez de Belgische verborgen geschiedenis van de Congolees François Kamanda.

Eva Kamanda: “Een vriendin zei: ‘O, jullie zijn samen een boek aan het schrijven.’ Ze vond dat superromantisch. ‘Sigaretten roken in bed en samen wat filosoferen.’ Vergeet het, een boek schrijven is keihard werken.”

Was de zoektocht naar uw overgrootvader François ook een zoektocht naar uzelf?

“Ja, al was ik mezelf niet kwijt. Ik zat niet in een identiteitscrisis, maar ik wou graag weten waar ik vandaan kom. Voor mij werd het al snel een emotionele zoektocht, terwijl Kristof rustig en rationeel bleef. Hij kon er uiteraard met meer afstand naar kijken.

“Op een bepaald moment blokkeerde ik. Dat was best heftig. Ik had het even moeilijk om mezelf op te laden om verder te zoeken.”

U ging over uw overgrootvader praten met zijn dochter, uw grootmoeder.

“Mijn oma, mamy Annie, en haar jongste zus Francine hebben ook emotioneel enorm veel geïnvesteerd in ons project. Hun middelste zus Jacqueline stierf in 2014 door een hersenbloeding. Annie en Francine wisten eigenlijk heel weinig over hun vader.”

Wat toch bizar is?

“Ja en nee. ‘In die tijd stelde je als kind geen vragen aan je ouders’, vertelden ze ons. Mijn oma wordt volgend jaar tachtig. Als klein meisje moest ze aan tafel zitten en zwijgen.

“Annie en Francine lieten namen vallen van vrienden en bekenden van François. Eveneens in Brussel verblijvende Congolezen die ze als kind nog gekend hadden en die net als overgrootvader lid waren van de Union Congolaise de Belgique. De Union werd al in 1919 opgericht door onder andere Congolezen die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevochten aan de IJzer. Mijn oma vertelde dat François regelmatig naar de bijeenkomsten van de Union ging.”

Jullie zochten de nazaten van de vrienden van François Kamanda op?

“Het was niet makkelijk om die mensen te traceren. Tachtigers en negentigers hebben meestal geen Instagramaccount. We doken ook in de archieven; we klopten onder andere aan bij de afdeling Vreemdelingenpolitie van het Rijksarchief.

“François Kamanda leefde als Congolees in een wit land en praatte niet over zijn zwart verleden. Oma zei dat hij witter dan de witten wou zijn. Dat was zo in hem gepompt door zijn koloniale baas. François kleedde zich ook altijd piekfijn met een stropdas en een kostuumjasje. In zijn haar lag een zijscheiding. Ik vind dat schoon, want hij had zich bijgeschoold tot kapper.”

Hoe kwam François Kamanda in België terecht?

“Op vrijdag 17 januari 1930 kwam hij met de stoomboot Léopoldville in Antwerpen aan. Zijn koloniale baas, magistraat Henri De Raeck, had een paar maanden verlof en nam hem mee vanuit Boma. François keerde nooit meer terug naar zijn geboorteland. Jaren later zei hij tegen een klant in zijn kapsalon dat hij dat wel had willen doen, maar dat het er nooit van gekomen is.

“Ik weet niet wat er door François’ hoofd ging toen hij die vrijdagochtend in Antwerpen voet aan wal zette. Wist hij toen dat België zijn nieuwe thuisland zou worden of had De Raeck hem wijsgemaakt dat zijn verblijf hier maar tijdelijk was? Ik zou mijn overgrootvader nog zoveel willen vragen. (lacht)”

Hoe oud was uw overgrootvader toen hij in België aankwam?

“Dat is héél moeilijk te bepalen. Volgens de officiële documenten was hij ofwel in 1906, ofwel in 1902 geboren. In de jaren tachtig werd hij getroffen door een beroerte. In het ziekenhuis werd toen een botscan genomen. Daaruit bleek dat hij jonger was dan altijd werd aangenomen. Zijn leeftijd werd toen geschat op 75. Toen hij in 1930 in Antwerpen aankwam, moet hij dus een jaar of twintig geweest zijn. Maar zeker weten we dat niet. Dat geldt trouwens voor veel Congolezen van zijn generatie die toen in België arriveerden.”

Waar kwam hij in Congo vandaan?

“François Kamanda is geboren in Kabinda, toen een stadje in de provincie Kasaï. Hij werkte er voor Belgische missionarissen. Mamy Annie bezorgde ons zijn doopboekje. Daar staat geen geboortedatum in, maar wel een doopdatum: 14 maart 1920. Zijn eerste communie vond twee weken later al plaats. Wat wellicht wil zeggen dat François al een tiener was toen de paters hem tegenkwamen. Koloniaal Henri De Raeck rekruteerde François als vertaler. Hij kwam als zijn boy in België aan.”

Als de lijfeigene, de huisslaaf van de rijke koloniale magistraat?

“Precies. Ze trokken in de villa van De Raeck in aan de Avenue Beau-Séjour of Schoon Verblijflaan in Ukkel.

“Henri De Raeck en mijn overgrootvader hadden een speciale relatie. De Raeck oefende macht uit over François en dat is altijd zo gebleven, ook nadat hun wegen scheidden. Zelfs toen hij zijn eigen kapperszaak had, was er tussen hem en de magistraat nog steeds die meester-knechtdynamiek. Als monsieur De Raeck naar het kapsalon belde, liet François alles vallen. De relatie koloniaal versus boy is altijd gebleven, ook al was François al lang geen ‘boy’ meer.”

Dat was onverbloemd racisme?

“Heel het koloniale systeem was racistisch, punt. Ook de manier waarop De Raeck mijn overgrootvader behandelde. Moest François nu nog leven, zou hij dat misschien ontkennen. Want hij voelde genegenheid voor monsieur De Raeck.”

Racisme is iets wat ook u aan den lijve ondervindt?

“Vroeger en nu. Van flagrante uitingen van racisme tot heel ‘subtiele’ vormen. Zoals al die keren dat ik na een professioneel telefoontje mijn gesprekspartner voor het eerst ontmoet en die dan verbaasd zegt: ‘Ach zo, jij bent Eva. Dit had ik echt niet verwacht.’ Geloof me, dan hebben ze het niet over wat ik allemaal kan vertellen, maar over hoe ik eruit zie.”

U woont in Brussel. Voelt u dat ook in deze stad?

“Nee, Brussel is zalig. (lacht) Natuurlijk is er hier ook racisme, maar voor mij is het in deze stad toch anders dan erbuiten. Brussel is een mengelmoes waar ik me op mijn gemak voel.”

Uw overgrootvader kwam in een totaal ander Brussel terecht. Hij was er één van de eerste zwarte mensen?

“Hij maakte deel uit van een vroege generatie Congolezen in België. Hij kwam in een bijna totaal witte samenleving terecht. Hij belandde in een zeer chique wijk in Ukkel, die dat vandaag trouwens nog steeds is. Dat huis aan de Avenue Beau-Séjour is quasi onveranderd. Het is een prachtig gebouw; ik kijk mijn ogen uit als ik ervoor sta.”

Uw oma vertelde dat François daar de eerste jaren in het kippenhok moest slapen.

“Boys werden in Congo soms door hun koloniale patrons in een ‘boyerie’ achter in de tuin gehouden. Als de Congolese boy niet in huis moest zijn om te koken of poetsen, verbleef hij op veilige afstand van de meester en zijn vrouw in het hok in de tuin.”

In 1930, het jaar waarin uw overgrootvader in Antwerpen arriveerde, werden in diezelfde stad op de Wereldtentoonstelling in de ‘zoo humain’ zwarte mensen als dieren tentoongesteld. Bezoekers gooiden nootjes naar hen.

“Dat klopt. Gewoonweg ziekmakend. Wat niet wil zeggen dat in die tijd elke zwarte of elke Congolese boy als een dier werd behandeld. Want er was soms ook die rare vorm van genegenheid tussen koloniaal en boy zoals tussen De Raeck en mijn overgrootvader. Tezelfdertijd mocht François niet in het huis van zijn patron slapen. Dan ben je inderdaad toch niet meer dan de huisslaaf?”

U vertelt in uw boek hoe u zelf zeer diep geraakt werd door de dood van de zwarte man George Floyd in Minneapolis op 25 mei 2020. Een witte politieman hield tien minuten lang zijn knie tegen Floyds nek. ‘I can’t breathe’ waren zijn laatste woorden.

“Zeer veel mensen werden daar zwaar door geraakt. Twee weken later liep ik samen met tienduizend anderen op de Black Lives Matter-mars in Brussel. De moord op George Floyd was de druppel die de emmer liet overlopen.

“Black Lives Matter is niet alleen een reactie op het excessieve geweld tegen zwarten, maar is ook een aanklacht tegen het structurele racisme in de samenleving. Zowel in de VS, als hier in Europa. De moord op George Floyd maakte dat zó zichtbaar en zette wereldwijd grote protesten in gang. Dat was heel belangrijk voor veel mensen, ook voor mij. Het was een extra drijfveer voor het schrijven van dit boek.”

Hoe slaagde uw overgrootvader François Kamanda erin om zelfstandig kapper te worden?

“Hij volgde een opleiding tot kapper in de toenmalige kappersschool in Elsene. Daarna opende hij zijn eigen salon. Hij kreeg daar wellicht financiële hulp voor. Van wie weten we niet. Als boy kon hij daar zelf nooit voldoende geld voor gespaard hebben.

“De archieven vertellen ons dat François eind 1936 garçon-coiffeur was. Vanaf 1941 runde hij als patron-coiffeur zijn salon in de Vijverstraat in Etterbeek. Hij kapte er bijna uitsluitend witte mensen. Dat paste in zijn streven om witter dan wit te zijn.”

Wat was tijdens uw zoektocht voor u de grootste verrassing?

“Mijn oma, mamy Annie, zag op 8 juli 1943 het levenslicht als eerste kind van François en Lucienne. De kinderloze Henri De Raeck en zijn vrouw hadden tegen dan vergaande plannen gemaakt om Annie te adopteren. De school, de pianolessen en de gouvernante voor mijn mamy Annie waren al geregeld. Het echtpaar De Raeck wilde de eerstgeborene van mijn overgrootouders kopen. Toen mijn oma me dat verhaal vertelde, kwam dat keihard bij me binnen. Ik werd bijna kwaad en overstelpte haar met vragen.

“Mijn overgrootouders waren arm en wilden de beste toekomst voor hun dochter. De Raeck bood één miljoen frank, wat in die tijd een gigantisch bedrag was. Ik zie dat als de koloniaal die vindt dat hij volledige zeggenschap heeft over zijn knecht. Die vindt dat hij zelfs diens kinderen mag afkopen. Na de geboorte van Annie zagen mijn overgrootouders die adoptie niet meer zitten. Lucienne weigerde het afstandsdocument te tekenen.

“Een andere grote verrassing was onze ontdekking dat tijdens de Tweede Wereldoorlog Congolezen betrokken waren bij het verzet. Daar werd later nooit aandacht aan geschonken.”

Hun verhalen werden weggemoffeld?

“Dat is ons vermoeden. Dat maakt natuurlijk deel uit van het structurele racisme in onze samenleving. Waarom werd er de voorbije decennia nooit gesproken over de Congolezen uit het verzet? Slechts een klein deel van de totale bevolking ging in het verzet tegen de Duitsers. Maar de Congolese bijdrage aan dat Belgische verzet was groot.”

Zat uw overgrootvader ook in het verzet?

“Dat weten we niet met 100 % zekerheid, al vonden we heel wat aanwijzingen dat hij er deel van uitmaakte. Zo staat zijn naam op een lijst uit 1941 met rekruten voor het Geheim Leger. Hij werkte een tijdje voor de advocaat Robert Logelain, broer van Henri Logelain, de kunstenaar die het portret van François schilderde. Robert Logelain is de oprichter van de verzetskrant La Libre Belgique. Als mijn overgrootvader niet actief aan het verzet deelnam, zat hij er alleszins toch middenin.

“Zwarten waren Untermenschen voor de nazi’s, maar mijn overgrootvader moest tijdens WO II nooit onderduiken. Er werd vooral op Joden gejaagd. Isidore Bataboudila, een dichte zwarte vriend van mijn overgrootouders, hielp Joden onderduiken. Isidore werkte in hetzelfde ziekenhuis als mijn overgrootmoeder Lucienne. Hij zorgde ervoor dat Lucienne en zijn beste kameraad François elkaar ontmoetten. Blijkbaar sloeg de vonk tussen Lucienne en François snel over.”

De opmerking van uw vriend Kristof toen hij hun huwelijksfoto zag, klopt? Een zwarte man die huwde met een witte vrouw was toen zeer ongewoon?

“De familie van Lucienne vond dat gemengd huwelijk geen goed idee. Ze gedroegen zich zeer racistisch tegenover mijn overgrootvader. De Bergers waren niet blij dat een zwarte trouwde met hun witte dochter. Op het huwelijk was niemand van de familie Berger aanwezig.

“Bijna alle zwarte mannelijke Congolezen van de generatie van mijn overgrootvader hadden een wit lief. Er waren toen ook nog niet veel zwarte vrouwen in België, waarmee ik niet wil zeggen dat zij per se de partners van zwarte mannen moesten worden. Hun nazaten zijn net als mijn oma metis, kinderen van een zwarte vader en een witte moeder. Velen wonen hier in Brussel.

“Er zijn ook de metissen die vanuit de voormalige Belgische kolonies naar België gebracht zijn; de kinderen van witte kolonialen en zwarte vrouwen. Ze werden van hun moeders afgenomen, ontvoerd en hier gedropt in witte adoptie- of pleeggezinnen. Ze voerden een lange erkenningsstrijd. Met resultaat: op 29 maart 2018 nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers unamiem de ‘Resolutie over de segregatie waarvan de metissen uit de periode van de Belgische kolonisatie in Afrika het slachtoffer zijn geweest’ aan. De metissen kregen zo toegang tot archieven om zo hun eigen levensloop te kunnen reconstrueren. Dat wordt allemaal in goede banen geleid door de fantastische mensen van het onderzoeksproject Resolutie-Metissen.”

Raakte u makkelijk de archieven binnen?

“Het is niet moeilijk om ze binnen te geraken, maar de archivarissen zelf hebben alle informatie over het koloniale verleden nog niet helemaal doorgenomen. Wij waren wellicht de eersten die de mappen met de verzetsdossiers van Congolezen openden. Er is informatie voorhanden; er moet natuurlijk ook nog de wil zijn om die te laten onderzoeken. Het AfricaMuseum bulkt van de archieven. Het zou fijn zijn als er extra mensen aangeworven worden om ze te doorploegen.”

In Congo was u nog niet?

“Nee, het plan was om er in juli 2020 samen met Kristof naartoe te gaan. Toen kwam Corona.

“Of deze zoektocht naar mijn overgrootvader te vergelijken is met de rootsreis die internationaal geadopteerden soms maken? Nee. Ik sprak in het verleden met veel geadopteerden; hun verhalen verschillen van elkaar en van het mijne. Ik ben niet geadopteerd; dat is al het grootste verschil.”

Internationaal geadopteerden zijn vaak getraumatiseerd.

“Inderdaad. Sommigen willen er verder niets over weten, terwijl anderen er heel fel mee bezig zijn. Ik ben niet getraumatiseerd. Begrijp me niet verkeerd, ik beweer nu ook niet dat álle geadopteerden getraumatiseerd zijn. Maar sommigen wel.

“Ik wil mezelf niet vergelijken met geadopteerden die zoeken naar hun roots. Ik weet hoe complex hun verhalen zijn en ik wil hen geen oneer aan doen. Ik ben in België geboren en een deel van het verhaal van mijn overgrootvader is terug te vinden in de Belgische archieven. Die zijn nog niet goed ontsloten, maar wij konden er wel terecht. Begin maar eens te zoeken als je internationaal geadopteerd bent. Dat is een totaal ander verhaal.”

De titel van jullie boek, ‘Een verzwegen leven’, geldt voor veel Congolezen die naar België kwamen?

“Toch wel. Hun levens werden verzwegen door de maatschappij, denk maar aan de verzetsverhalen van al die Congolezen. Mijn overgrootvader verzweeg ook zijn eigen leven: hij vertelde zo goed als niets over zijn verleden. Misschien durfde hij niet, of stak hij zijn zwart verleden weg net omdat hij witter dan wit wou zijn.”

Begin oktober liep rapper Kanye West op de Paris Fashion Week rond in een t-shirt met daarop de slogan ‘White Lives Matter’.

“Ik hou van Ye’s muziek, maar ik vind zijn t-shirt absoluut niet kunnen. Wat niet wil zeggen dat ik wil dat hij een verbod moet krijgen om het nog te dragen. Woke is niet hetzelfde als cancelcultuur, ook al beweren sommigen van wel.”

U noemt uzelf ‘woke’. Volgens onder anderen N-VA-voorzitter Bart De Wever bent u lid van een zeer gevaarlijke organisatie.

“Ik hoop dat iedereen woke wordt. Woke is helemaal niet gevaarlijk. Het is niet omdat je voor minderheden opkomt, dat je geen respect meer hebt voor de meerderheid.”

Wat is dat precies, ‘woke zijn’?

“Begrip hebben voor bijvoorbeeld een beweging zoals Black Lives Matter. Begrip tonen voor al die mensen wier verhaal veel te weinig aan bod komt. Opkomen voor hun belangen. In de witte maatschappij België zijn dat dan mensen van kleur. Ik vind dat vanzelfsprekend, maar blijkbaar moet daar dan een term als ‘woke’ op geplakt worden. Dus ja, noem me maar woke. (lacht)”

Herkende u tijdens heel deze zoektocht veel van uzelf in uw overgrootvader?

“Er hangt een kopie van het portret van mijn overgrootvader in onze living en veel vrienden zeggen hoe hard ik op hem lijk. Zelf viel mij onze gedeelde ‘resting bitch face’ ook op. (lacht)

“We kwamen te weten dat hij introvert was en soms zelfs nors kon zijn. Dat ben ik niet, hoop ik. Mijn neef vond een geluidsopname terug van François. We blijken wel exact dezelfde lach te hebben.”

Eva Kamanda

  • Geboren in 1991 in Brussel
  • Studeerde communicatiewetenschappen en theaterkunsten
  • Actrice en presentatrice

Eva Kamanda & Kristof Bohez, Een verzwegen leven, Uitgeverij Vrijdag, 286 blzn., 24,95 euro

© Jan Stevens

‘Tijdens een storm verlaat de kapitein niet als eerste het schip’

Op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Colruyt wond topman Jef Colruyt (63) er geen doekjes om: de winst wordt dit jaar aanzienlijk minder. Het aandeel incasseerde daarna zijn grootste dreun ooit. Jef Colruyt blijft er stoïcijns onder. “Ik heb geleerd om de relativiteit der dingen te zien.”

“Het zijn moeilijke tijden”, zucht Jef Colruyt, CEO en voorzitter van de raad van bestuur van Colruyt Group. “Het begon twee en een half jaar geleden, met corona. Het was hevig schrikken toen vanuit het niets die golf op ons afkwam. De eerste dagen zochten we naar manieren om met de pandemie om te gaan. Vrij snel vonden we onze draai, al wisten we op dat moment niet wat ons verder nog te wachten stond. De verwarring was groot.”

Zeker tijdens de lockdowns stonden uw mensen in de winkels in de vuurlijn?

“Zeker. Maar de solidariteit was groot: duizend medewerkers die hier op de centrale in Halle werken, gingen spontaan meehelpen. Na een maand of negen begon de vermoeidheid zijn tol te eisen en sloop er spanning binnen, ook bij de klanten. Zij raakten het thuiszitten beu en kwamen hun emoties af en toe in onze winkels luchten.”

Of ze kwamen karren vol wc-papier hamsteren.

“Ik snap nog altijd niet waarom dat precies WC-papier moest zijn. (lacht) De bevoorrading liep mank, wat trouwens tot vandaag voortduurt. Sommige producten zijn niet leverbaar. Andere staan klaar voor verzending in het magazijn, alleen vinden ze geen transporteurs.

“Toen de coronapandemie afzwakte, dachten we: ‘We zijn weer op goede weg.’ Maar toen vielen de Russen Oekraïne binnen, schoten de energieprijzen de hoogte in en piekte de inflatie, gevolgd door indexatie. We zitten nu met pakken extra kosten en vragen ons af: wat nu? Hoe krijgen we die ooit doorgerekend? Want de strategie van Colruyt is: ‘de laagste prijzen’.”

Die blijft onveranderd?

“Natuurlijk. Meer en meer worden wij de budgetbeheerder voor onze klanten. Wij zorgen ervoor dat hun uitgaven zo laag mogelijk zijn.”

Dat wil dan zeggen dat jullie eerst en vooral met de leveranciers onderhandelen om hun prijzen te drukken?

“Niet om hun prijzen te drukken, maar om ervoor te zorgen dat ze die zo weinig mogelijk verhogen. Zij worden ook geconfronteerd met de stijgende energiefactuur en rekenen die extra kosten zoveel mogelijk door. We merken dat bij al onze leveranciers. Wij nemen de verdediging op van onze consumenten. Want hoe verantwoord is zo’n prijsstijging? Energie is maar één onderdeel van de samenstelling van een prijs, daar zit ook transport in, naast een resem andere elementen. Wij spreken onze leveranciers daar voortdurend over aan, wat soms tot zeer pittige discussies leidt. Meestal geraken we eruit.”

Colruyt is een soort Test-Aankoop?

“Eigenlijk wel. We hebben het grote voordeel dat we nogal wat producten zelf produceren. We weten dus heel goed hoe de kostenverdeling eruitziet. Die kennis is goud waard bij de gesprekken die onze inkopers met leveranciers voeren. ‘Jullie slaan op? Willen jullie dat dan eerst eens verantwoorden?’”

Door de automatische indexering stijgen ook de lonen. Kan dat een molensteen rond jullie nek worden?

“Op dit moment is het uiterst moeilijk om die automatische indexering verwerkt te krijgen. Dat systeem heeft natuurlijk ook een voordeel: de koopkracht van onze medewerkers, en van zowat alle burgers, blijft redelijk op peil. Het grote nadeel voor ons is dat wij miljoenen euro’s extra moeten neertellen die we niet zomaar kunnen recupereren.

“We doen ons best om het budget van onze klanten zo goed mogelijk te beheren, al zitten we ernstig gewrongen op onze plek in de ketting. Voor de consument zijn wij de laatste schakel. De schakels voor ons proberen zoveel mogelijk door te rekenen, terwijl wij er alles aan doen om die prijzen zo laag mogelijk te houden.”

Keiharde onderhandelingen met leveranciers passen ook in de al een paar jaar woedende oorlog tussen de supermarkten?

“Colruyt Group heeft nooit over een ‘supermarktoorlog’ gesproken. De media plakken die term erop, die hebben wij niet verzonnen. Natuurlijk is de concurrentie in de retail zeer groot. In heel die competitie houden wij vast aan ‘de laagste prijs’.”

Moet het in plaats van ‘de laagste prijs’ niet ‘de juiste prijs’ worden? Boeren worden gedwongen om producten zoals groenten en vlees aan spotprijzen te verkopen.

“U springt van ‘laagste prijs’ naar ‘laagste kost’. Ons engagement naar de consument is: ‘Wij bieden u op de markt de laagste prijs aan.’ Dat is in deze moeilijke tijd ook onze plicht. Want veel mensen krijgen het steeds moeilijker. Het is aan ons om onze organisatie zo efficiënt mogelijk te laten werken. Vandaar onze spartaans ingerichte winkels die eruitzien als grote magazijnen. Alle franjes zijn weggeknipt. Met leveranciers over een goede prijs onderhandelen, wil trouwens niet zeggen dat we ze uitknijpen.”

U voert geen onderhandelingen à la Michael O’Leary van Ryanair, ook een onderneming zonder franjes?

“Zeker niet. Via de veilingen werken we met 6000 boeren samen. Met een aantal maken we rechtstreeks afspraken; tijdens onderhandelingen letten we er dan echt wel op dat het ook voor hen leefbaar blijft.

“Sommige boeren klagen inderdaad dat ze door de retailers worden uitgeperst. Maar bij overaanbod op de veilingen dalen de prijzen. Dat is niet onze fout, hé. Pas op, ik ben het er mee eens dat verse voeding veel te goedkoop verkocht wordt. Met de industriële productietechnieken wordt de boel erg opgerekt; die elastiek zal ooit knappen. Wereldwijd zijn er 800 soorten bananen, terwijl er maar twee types verkocht worden. De rest maakt geen schijn van kans. Net hetzelfde bij granen. Daar moeten we toch eens dringend over nadenken. Want in tijden van klimaatverandering hebben we juist veel variëteiten nodig.

“We werken nu bijvoorbeeld samen met een Belgische boer aan een vernieuwend project om soja in België te telen. Voor dat soort van samenwerkingen en projecten is nogal wat landbouwgrond nodig. Onlangs besloten we om daar zelf wat van aan te kopen. We krijgen daar vreselijk veel kritiek op. ‘Waarom kopen jullie al die landbouwgrond? Grootgrondbezitters!’ Wij kopen die grond omdat we duurzame projecten sámen met landbouwers op de sporen willen zetten. Met grootgrondbezit heeft dat niets te maken. Een paar landbouworganisaties kwamen hier met veel lawaai protesteren. Als je dan met die boeren praat, blijken ze je wél te begrijpen. Dan zeggen ze: ‘We protesteren bij Colruyt om er zeker van te zijn dat we dan op het journaal komen.’ Oké.”

Colruyt Group had met Collishop.be een van de eerste onlinewinkels in België. In november 2020 trokken jullie er de stekker uit. Nog geen spijt van?

“In het begin groeide Collishop te voorzichtig. Toen kwamen Zalando en Bol.com die miljoenen euro’s risicokapitaal in hun onlinewinkels pompten. De politiek van de grote e-commercespelers is: ervoor zorgen dat ze de last man standing zijn.”

Wat toch een vreselijk systeem is?

“U zegt het. Daarom hebben wij op een bepaald moment beslist: dit doen we niet meer. ‘Gratis’ en ‘op het laatste moment’ hebben niet veel met duurzaamheid te maken.”

Hoe gezond is Colruyt Group vandaag?

“Op economisch vlak houden we voorlopig stand. Er zijn heel wat investeringen gepland om onze winkels en gebouwen nóg duurzamer te maken. We willen ook zoveel mogelijk inzetten op digitalisering, automatisering en robotisering en zijn een pak software aan het vernieuwen. In totaal gaat het over 500 miljoen euro aan investeringen. Tezelfdertijd zien we de marge van onze verkoop krimpen. Er komt dus minder cash binnen, terwijl de lonen en de kosten stijgen. We willen onze rekeningen kunnen blijven betalen. Daarom sloten we meer leningen bij de bank af.”

Worden die leningen een probleem als de rente blijft stijgen?

“We lenen zo weinig mogelijk, maar ook zoveel als nodig. Als we ons investeringsprogramma te hard afremmen, hypothekeren we onze toekomst. De kunst is nu: die toekomst veiligstellen en tezelfdertijd goed waken over alle euro’s en eurocenten.”

Jullie verbouwden net heel drastisch dit hoofdkantoor in Halle.

“Gelukkig vonden de grootste werken plaats vlak voor deze crisis. Ons gebouw was dertig jaar oud en tot op de draad versleten. Daarom besloten we een paar jaar geleden om het te strippen en goed te isoleren. Dat bewijst nu zijn dienst. De stijl van ons hoofdgebouw trokken we door naar de winkels en distributiecentra. Onze arbeiders verspreid over het land eten ’s middags in net dezelfde gezellige cafetaria als onze bedienden hier. Een gelijke behandeling voor iedereen.”

Dé filosofie van Colruyt is: ‘Iedereen gelijk’?

“Alle mensen zijn gelijkwaardig, alleen heeft iedereen een andere rol en verantwoordelijkheid. Bij Colruyt Group gaan we met elkaar op een menselijke manier om.

“In de ons omringende samenleving neemt de polarisering dan weer toe. Als er iets misloopt, moet er altijd een ‘schuldige’ aangeduid worden. We helpen elkaar toch geen centimeter vooruit door anderen zwart te maken of groepen van mensen negatief te beoordelen? Wij letten er bij Colruyt op dat de polarisering niet versterkt wordt. Integendeel, we proberen die zoveel mogelijk in te dammen.”

Hoe?

“Onze missie is: ‘Samen duurzaam meerwaarde creëren door waardengedreven vakmanschap in retail.’ We doen als collega’s alles samen, maar we doen dat ook samen met onze klanten. ‘Meerwaarde’ is: iets toevoegen aan het leven. Voor onze consumenten is dat dan kwalitatieve voeding aan een zo laag mogelijke prijs én het contact in de winkel en aan de kassa. Onze klanten moeten naar buiten stappen met het gevoel dat ze uitstekend bediend zijn. Natuurlijk is het fijn als je op je kassaticket kunt vaststellen dat je een goede zaak gedaan hebt. Maar die vriendelijke medewerker maakt écht het verschil.

“Respect vinden wij zeer waardevol, respect voor jezelf en voor anderen. En samenhorigheid: we zijn van elkaar afhankelijk. Onze teams voeren gesprekken over die twee waarden, om ze zo te versterken.

“In Wallonië begroeten zowel mannelijke als vrouwelijke collega’s elkaar ’s morgens met un bisou. In Vlaanderen moet je dat niet proberen; hier geven mensen elkaar een hand. Binnen de regio’s zijn er dan ook nog eens talloze verschillen in omgangsvormen en gevoeligheden. In onze logistieke afdelingen werken mensen uit 75 verschillende culturen. Je vindt in ons bedrijf alle mogelijke religies en achtergronden. Al die mensen werken samen en we leveren veel inspanningen en investeren veel tijd opdat dat respectvolle samenwerken ook kan lukken.

“Dé basis van ons werk zijn krachtige individu’s in sterke teams die op een efficiënte manier kwaliteit leveren. Kwaliteit en efficiëntie moeten in evenwicht zijn, met individu’s die in team kunnen werken. De leidinggevende moet continu aandacht besteden aan die vier essentiële begrippen. Daar heeft hij vertrouwen voor nodig, zowel in zichzelf als in de andere. Tijdens heel dat proces moeten mensen zich bewust zijn van wat ze aan het doen zijn. Dat geldt zeker voor de leidinggevende: hij of zij koerst dan niet als een kip zonder kop van hot naar her, maar zoekt beter innerlijke rust.”

Is dit nu de boeddhist en yogi Jef Colruyt die spreekt?

“Een beetje wel. Ik mediteer elke dag, ’s morgens en ’s avonds telkens een half uur. Ik heb veel van het hindoeïsme geleerd en volgde opleidingen en trainingen bij boeddhisten. Van oorsprong ben ik een christen; in die religie zit ook veel spiritualiteit. De hang naar het spirituele zat al heel vroeg in mij.

“Als jongen van een jaar of vijf was ik in de zomer buiten aan het spelen. Het moet augustus geweest zijn, want het veld was net gemaaid. Ik was een dorpje uit aarde aan het maken. Ik zag de zon en hoorde de leeuwerik. Toen overviel me voor het eerst dat gevoel dat alles met elkaar verbonden is. Ik ervaarde innerlijke blijdschap. Een spirituele ervaring die me als kind midscheeps raakte. Daarna was er altijd die zoektocht: ‘Wat was dat nu eigenlijk?’”

U werd aangeraakt door de hand van God?

“Dat weet ik niet. Het was gewoon dat gevoel dat me als kind overviel dat alles met elkaar verbonden is én dat alles perfect is zoals het is. Later ging ik studeren, begon ik te werken en kreeg ik kinderen. Onderweg kwam ik dan dingen tegen waarvan ik vond: ‘Dit is niet goed’, of: ‘Dat deugt niet.’ Tot ik me begon af te vragen: ‘Waarom laat ik me door sommige ergernissen zo meeslepen?’ Aan veel dingen kun je toch niets veranderen. Waarom stak ik daar dan zoveel energie in?

“Tijdens het mediteren laat ik mijn toekomstige of voorbije dag door mijn hoofd, hart en buik vloeien. Ik voel dan fysiek waar het wringt. Het spreekwoord ‘Ik krijg het ervan op mijn heupen’, komt niet zomaar uit de lucht vallen. De helft van onze hersencellen zit niet in ons hoofd, maar in ons lijf. Ons lichaam heeft een brein en vertelt ons veel. Alleen hebben wij, westerlingen, niet geleerd ernaar te luisteren. In andere culturen leren kinderen dat wel.”

Doordat wij dat verleerd zijn, gaapt er een grote leegte in onze westerse samenleving?

“Dat vind ik wel. Nu overheerst bij ons het adagium je pense, donc je suis, ik denk dus, ik ben. Wat wil zeggen dat alles wat wetenschappelijk niet totaal onderbouwd kan worden, niet zal kloppen. Ik sta daarvan te kijken, hoor, want voor nog ontzettend veel fenomenen hebben we geen verklaring. Die schuiven we dan maar opzij. Onze rationele westerse geest werd volgens mij zo een deel van het probleem.

“Ik las in de loop van mijn leven veel over spiritualiteit. Eerst bij auteurs die hun inspiratie haalden uit het christendom en later bij boeddhisten. Ik was 18 toen ik mijn eerste ‘groeitraining’ volgde. Alles draaide rond ‘levensenergie’. Via lichaamsoefeningen ontdekten we die energie. Nadien volgden er sessies groepsdynamica. We zaten dan met vijf mensen samen en mochten niet over koetjes en kalfjes praten. Geen cafépraat. Dus hadden we het vooral over onszelf en onze beleving. Die verschillende groeitrainingen bieden we bij Colruyt tot vandaag aan al onze medewerkers aan. Hiërarchie speelt dan geen enkele rol meer.”

Durven uw medewerkers dan écht vrijuit te spreken?

“U zou eens moeten meedoen, pas dan zal u het weten. (lacht) Want de afspraak is: alles wat in de groep gedeeld wordt, blijft in die groep. Ik kan u verzekeren dat ik in die sessies veel over mezelf geleerd heb, maar ook veel meekreeg van anderen.

“In 2007 kreeg ik een hartaanval en tijdens mijn herstel kwam ik bij een hindoeïstische leraar in Bali terecht. Daar had ik het gevoel spiritueel helemaal thuis te komen. Ik was toen al 49. Die hartaanval was mijn lichaam dat aan de noodrem trok. Even hing mijn leven aan een zijden draadje. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Moet ik nu vertrekken?’ Ik voelde: ‘Je mag nog blijven.’ Het licht doofde niet helemaal.”

Was u bang?

“Nee. Ik voelde wel spijt: ‘Het is toch niet gedaan? Mijn werk is nog niet af.’ Ik besefte dat ik mijn verdere leven anders zou moeten aanpakken. Dus begon ik aan een spirituele zoektocht. Eerst zocht ik inspiratie bij de onlangs overleden Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh, daarna bij het soefisme, tot ik in Bali terechtkwam bij de ashram van Ratu Bagus. Ik verbleef er een maand en leerde er veel over mezelf en over hoe ik in het leven sta. Ik hield grote kuis en nam afscheid van alle fysieke, emotionele en mentale ballast. Ik kreeg inzicht in de verhoudingen met mijn ouders en grootouders.”

Eigenlijk was dat een vorm van therapie?

“Zo kun je het noemen. In plaats van bij een psycholoog kwam ik bij een spirituele meester terecht. Zeven uur per dag was ik met zijn ‘bio energy shaking meditation’ bezig.”

Dat was geen hersenspoeling?

“Nee. Er werd heel veel gespoeld, maar onze hersenen niet. (lacht) Als je een paar uur aan een stuk staat te ‘shaken’ of schudden en focus moet houden op één punt, gebeurt er ontzettend veel in je hoofd, lijf en hart. Soms had ik daar geen zin meer in of voelde ik me ziek. Toch bleef ik volhouden.”

U dacht nooit: wat sta ik hier in ’s hemelsnaam te doen?

“Toch wel. Zeker. Ik kreeg allerlei ziektes en kwalen: bronchitis, astma, diarree, angstaanvallen. Mijn lijf was zich aan het reinigen. Daar moest ik door. Little process, cleaning.”

Die ervaringen spelen mee in de manier waarop u aan de top van uw onderneming staat?

“Onrechtstreeks wel, denk ik. Meditatie helpt me om mezelf in balans te houden. Ik heb ook geleerd om de relativiteit der dingen te zien. Ik denk veel bewuster na over wat ik op deze wereld kom doen. Zet ik de talenten die ik gekregen heb goed in? Wat zijn die gaven precies? Tezelfdertijd weet ik dat mijn tijd beperkt is. De Tibetaanse monnik Tulku Lobsang zegt: ‘25.000 days and it’s checkout time. You’re staying in a hotel here.’ Hij heeft gelijk.

“Wij leven hier in een materieel luxehotel, maar mentaal ontbreekt er veel. We kunnen op restaurant lekker gaan eten, en dat verschaft ons genot en plezier. Maar worden we daar ook werkelijk gelukkiger door? Een van onze grote problemen in het westen is dat we het geluk altijd buiten ons zoeken. Moeder aarde geeft steeds meer signalen dat ze daar niet meer mee akkoord gaat.”

Moeder aarde is totaal onverschillig en zegt toch helemaal niets?

“Als je goed luistert, hoor je toch veel noodkreten? Die watersnoden, de droogte, de hitte…”

Die extreme weerfenomenen hebben we in de eerste plaats aan onszelf te danken. Ze zijn gevolgen van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

“Akkoord, we hebben die zelf veroorzaakt. Maar wel op de planeet waar wij te gast zijn. Nu zegt zij: ‘Acht miljard mensen met zo’n gedrag kan ik niet meer aan.’ Daarom begint ze te schudden, beven en daveren. Aan dit ritme zijn wij gedoemd om te verdwijnen, terwijl moeder aarde blijft doordraaien.

“Het is de hoogste tijd dat we ons gedrag veranderen, maar ook de manier waarop we in het leven staan en met elkaar omgaan. Ik denk dat we nog een aantal kansen krijgen. Als we die niet grijpen, ziet het er echt niet goed uit. Het coronavirus leerde ons al een stevige les. Nu komt daar met de oorlog in Oekraïne dat internationale machtsspel bovenop. We staan daar als burger met open mond naar te kijken en hebben er totaal geen vat op. We moeten het ondergaan. Ook wij zitten nu in een oorlogssituatie, ook al wordt er hier niet geschoten en vallen er geen doden. Toch komt de rekening. (zucht diep) Spijtig, maar het is zo. We moeten erdoor.”

U maakt zich grote zorgen?

“Ja, maar dat helpt ons natuurlijk geen stap vooruit. Misschien is dit nu dé kans om ons bestaan te herdenken. De stijgende energieprijzen kunnen we niet beïnvloeden, maar we kunnen wel nóg meer investeren in duurzame energie, zoals zon en wind. De Colruyt Group is daar al lang mee bezig, met onder andere investeren in windmolenparken op land en in zee. De voorbije jaren hebben we onze broeikasgasuitstoot drastisch verminderd. Door 12 miljoen bomen te planten, willen we vanaf 2030 ook minstens onze resterende uitstoot compenseren. Verschillende winkels zijn vandaag al passiefgebouwen. Tegen 2035 moeten ze dat allemaal zijn. Tegen 2030 moeten álle CFK’s de winkels uit. Het plan is om onze behoefte aan energie nog met 80 procent te laten zakken. Vandaag staat ons verbruik al op de helft van concurrerende supermarkten. We plukken dus nu gelukkig al de vruchten van onze inspanningen om te verduurzamen. De helft van ons energieverbruik produceren we zelf. De andere helft moeten we nog kopen op de markt. Vandaag jammer genoeg aan waanzinnige prijzen. Nu besef ik: ‘Verdorie, we hadden in onze transitie nog een paar versnellingen hoger moeten schakelen.’”

Binnenkort wordt u 64. Wanneer start uw pensioen?

“Wat is de wettelijke pensioenleeftijd? 67? Dat moment komt dichterbij, maar eerst moeten we deze moeilijke periode door. Mijn opvolging komt wel goed. Er zijn meer dan 120 familiale aandeelhouders, verzameld in onze investeringsmaatschappij Korys. Hun betrokkenheid is zeer groot. Vanaf hun zestiende bieden we hen opleidingen aan; zo maken ze kennis met Colruyt Group. Ze lopen er stage, zijn jobstudent en denken mee na over onze toekomst.

“Tijdens een storm verlaat de kapitein niet als eerste het schip. Het is nu alle hens aan dek. Als zelfs een onderneming als Colruyt Group al begint te puffen, moeten heel wat bedrijven het lastig hebben.”

Bio

Jef Colruyt

  • Geboren op 18 oktober 1958 in Halle
  • Studeerde bachelor elektromechanica en werkte in 1978 voor het eerst als jobstudent bij Colruyt
  • Begon zijn carrière bij Colruyt begin jaren 1980 als onderhoudsmechanicien
  • Verbleef van 1983 tot 1985 in Grenoble en de VS om talen te studeren
  • Keerde in 1986 terug naar Colruyt
  • Kwam in 1994 als 36-jarige aan de top van het bedrijf na het onverwachte overlijden van zijn vader Jo Colruyt
  • Mag zich sinds 2013 baron noemen

© Jan Stevens

‘Vlak voor een vliegtuiglanding waarschuwt het cabinepersoneel: Fasten your seatbelt. Ik vrees dat voor de wereld dat moment nu gekomen is’

Vroeger was de Italiaans-Amerikaanse econoom Vito Tanzi (87) groot voorstander van een ‘kleine overheid’. Vandaag pleit hij voor een welvaartstaat naar Scandinavisch model. “We blijven economen blindelings volgen en belanden zo in grotere ellende.”

In 2000 schreef de toen 65-jarige Vito Tanzi samen met de Duitse econoom Ludger Schuknecht het boek Public spending in the 20th century. “In ons boek kwamen we tot de conclusie dat de Scandinavische landen zwaar in de fout gingen met hun welvaartstaat”, zegt hij. “We vonden dat ze hun burgers te zwaar belastten én dat ze te veel uitgaven aan sociale zekerheid. Vandaag besef ik: dat boek was een vergissing. Landen als Noorwegen en Zweden zijn met hun welvaartstaat een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld.”

Volgens Tanzi verloren zijn collega-economen de voorbije decennia het belang uit het oog van een gezonde, stevige financiële basis voor de overheid. “Ze verbeuzelden hun tijd aan pleidooien voor ‘efficiëntie’ en vuurden de hetze tegen het heffen van belastingen aan. Hun mantra was: ‘Belastingen zetten een rem op de economische groei.’ Maar te weinig belastingen zetten óók een rem op de economische groei, want dan is er gewoon niet genoeg geld om essentiële maatschappelijke noden te lenigen. De economische theorie verschilt vaak heel erg van de werkelijkheid. Toch blijven we de economen blindelings volgen, waardoor we in nog grotere ellende terecht komen.”

Vito Tanzi was in 1977 de ‘ontdekker’ van het ‘Tanzi-effect’, een begrip over inflatie dat deel werd van de economische canon. “Ik had mijn job als economieprofessor aan de universiteit net ingeruild voor een directiefunctie bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF)”, herinnert hij zich. “Argentinië kampte in die tijd met torenhoge inflatie. Velen gingen ervanuit dat hyperinflatie automatisch voor meer staatsinkomsten zorgde. Alleen gebeurde dat in Argentinië niet. Hoe hoger de inflatie, hoe minder belastingen de staat ontving. Niemand begreep wat er aan de hand was; ik ontrafelde dat mysterie. De inflatie steeg, prijzen piekten, het leven werd duurder, maar de belastingen kwamen soms pas een jaar later binnen. Op dat moment was de waarde van het geld waarmee die belastingen betaald werden, dramatisch gedaald. De beste manier om dat Tanzi-effect tegen te gaan, is de inflatie beteugelen.”

Vito Tanzi is net terug thuis in Washington DC, na een bezoek aan Italië. “Mijn eerste weerzien met mijn geboorteland na bijna drie jaar coronapandemie.” Hij maakt zich grote zorgen over de uitslag van de Italiaanse verkiezingen. “In woelige tijden als deze helpen radicale politici zoals Giorgia Meloni van de Fratelli d’Italia ons geen stap verder. Extreme oplossingen werken nooit. Meer dan ooit hebben we nood aan politici uit het midden. Alleen liggen alle centrumpartijen op apegapen. De Italiaanse verkiezingsstrijd handelde niet over beleid, maar over ‘principes’. Voor rechts geldt het principe: ‘Géén belastingen; zoveel mogelijk besparen.’ Voor links: ‘Belast de rijken en geef het aan de armen.’ Terwijl goed beleid altijd ergens in het midden ligt.

“De ontslagnemende premier Mario Draghi is een heel goede vriend van mij, wellicht ben ik daarom een beetje bevooroordeeld. Maar de manier waarop ze hem aan de kant hebben geschoven, is wraakroepend. Mario doctoreerde aan de Massachusetts Institute of Technology en is dus een superslimme kerel. Hij verdiende zijn sporen als gouverneur van de Italiaanse nationale bank én als voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB). Hij was de ideale premier om Italië door zwaar weer te loodsen. Maar nee, veel liever staken zijn coalitiepartners hem een mes in de rug omdat hij hun extreme oplossingen in de weg stond.”

Van 2001 tot 2003 was u onderminister van Financiën in de tweede regering van Silvio Berlusconi.

“In 2000 moest ik afscheid nemen van het IMF. Ik was 65 en werd verplicht op pensioen gesteld. Daar had ik totaal geen zin in. Gelukkig kon ik in Washington aan de slag bij de denktank Carnegie Endowment for International Peace. Ik was daar heel gelukkig, maar liet me een jaar later door Giuilio Tremonti van Berlusconi’s partij Forza Italia toch overtuigen om zijn onderminister van Financiën te worden. In die tijd was ik behoorlijk conservatief; nu niet meer. Daarom ook wil ik met het IMF niets meer te maken hebben.

“Ik was zo naïef om te geloven dat ik invloed zou hebben in Berlusconi’s regering. Heel snel ontdekte ik dat politici niet naar je luisteren als je er zelf geen bent. (lacht) Toen ik een maand na mijn aantreden op een conferentie pleitte voor een hervorming van het onbetaalbaar wordende pensioenstelsel, kreeg ik diezelfde avond telefoon van mijn minister, Giuilio Tremonti. ‘Vito, je mag als politicus nooit zeggen dat je een cent uit de zak van de Italiaanse burger wil halen.’ Na twee jaar hield ik de eer aan mezelf en stapte op. Ik verhuisde definitief terug naar Washington DC en ging aan de slag als economisch adviseur bij de Wereldbank, de Verenigde Naties en de ECB.”

Tijdens de coronapandemie schreef u het boek Fragile Futures, over economisch beleid in tijden van rampen, pandemieën en klimaatverandering. U bent niet alleen bezorgd over de Italiaanse verkiezingen, maar ook over de staat van onze planeet?

“Ik maak me vooral zorgen over de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen. Economen hebben het ontzettend moeilijk met grote crisissen als gevolg van pandemieën of natuurrampen. Ze beschouwen die als zeldzame, willekeurige gebeurtenissen die wellicht ‘nooit’ zullen plaatsvinden. Dus laten ze de statistisch moeilijk te voorspellen rampen bij voorkeur links liggen. Net zoals veel burgers en politici, steken ze hun kop in het zand.

“Waar economen het dan weer veel minder moeilijk mee hebben, zijn de ‘normale risico’s’ die we allemaal lopen. Denk maar aan auto-ongevallen, diefstallen of brandschade. Die risico’s kunnen netjes worden berekend en in grafiekjes gegoten. Er werd een industrie rond gecreëerd: de verzekeringswereld.

“In 1921 al maakten de befaamde economen Frank Knight en John Maynard Keynes het belangrijke onderscheid tussen berekenbare ‘risico’s’ en totaal onberekenbare ‘onzekerheden’, zoals pandemieën en aardbevingen. Toen werden die onzekerheden nog omschreven als ‘daden van God’. Vandaag weten we beter: steeds meer ‘onzekerheden’ zijn een rechtstreeks gevolg van de door onszelf veroorzaakte klimaatverandering. Toch blijven we doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is.”

Een van de gevolgen van de klimaatverandering is extremer weer, waardoor ‘onzekerheden’ zoals orkanen en overstromingen enkel toenemen en onze nabije toekomst ‘breekbaarder’ wordt?

“Net daarom is het de hoogste tijd dat zowel economen als politici én gewone burgers die ‘onzekerheden’ ernstig nemen. Want die ‘onzekerheden’ worden inderdaad zekerheden. Alle maatregelen die we nu nemen om de CO2-uitstoot aan banden te leggen, hebben totaal geen effect op de gevolgen van de uitstoot uit het verleden. Die CO2 zit in de lucht en speelt ons nu al parten. Alle inspanningen die we vandaag leveren, doen we voor de mensen na ons. Al wie denkt: ‘Het zal mijn tijd wel duren’, draagt grote verantwoordelijkheid voor het onleefbaar maken van onze planeet voor onze nakomelingen.”

De voorbije zomer was ook in België heet en droog. De burgemeester van een van onze kuststeden jubelde in een interview dat hij de opwarming van de aarde fantastisch vond en had het over de mooiste zomer van zijn leven.

“Zag u wat voor ellende de hitte en droogte in China aanrichtte? Hoe Pakistan geteisterd werd door de meest extreme regenval ooit? Overal smelten gletsjers in een rotvaart weg, staan bossen in brand en intussen stijgt langzaam maar zeker het zeespiegelniveau. We ervaren de gevolgen van de klimaatverandering hier en nu en tóch doen we alsof we ‘de mooiste zomer ooit’ beleefden.

“In de jaren 1960 en ’70 wisten we al dat het met ons leefmilieu slecht gesteld was, denk maar aan ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome uit 1972. Dat rapport werd niet ernstig genomen en zelfs weggelachen. De dag nadat Donald Trump tot president verkozen was, kondigde hij aan dat hij uit het klimaatakkoord van Parijs zou stappen. Te veel mensen blijven geloven dat de klimaatverandering een tijdelijk fenomeen is dat zal overwaaien. Ze hebben ongelijk. De volgende twintig jaar betalen we de prijs van de historische CO2-uitstoot met méér orkanen, stormen, intensere hitte, langere droogtes en extremere regenval.

“Natuurlijk kunnen we ons nooit tot in de puntjes op een onverwachte ramp voorbereiden, maar we kunnen wel zorgen voor goede faciliteiten om zoiets als een pandemie het hoofd te bieden, met een voldoende reserve aan ziekenhuisbedden of een goed onderhouden stock mondmaskers.

“Gisterenavond las ik dat er geen Amerikaanse luchthaven staat in het lijstje van twintig meest moderne luchthavens ter wereld. Weet u hoe dat komt?”

Gebrek aan investeringen van de Amerikaanse overheid?

“Precies. In dit zogenaamd gesofisticeerde land staan bruggen op instorten en zitten de snelwegen vol gaten. Wat meer overheidsinvesteringen komt de Amerikaanse economie alleen maar ten goede. Ik verwelkom daarom het Build Back Better Plan van president Joe Biden. Al ben ik ook bezorgd over de enorme schuld van de VS.

“Economen creërden een mythe over de impact van belastingen: ‘Verhoog die toch niet; dat eindigt altijd rampzalig. Overheidsgeld vloeit vanzelf naar de luieriken.’ We moeten niet naïef zijn: er zijn mensen die van het systeem profiteren. Maar niet zoveel als velen lijken te geloven.

“In vergelijking met de Belgen betalen veel Amerikanen amper belastingen. Hoe rijker je bent, hoe beter je ervan afkomt. Toch denk ik niet dat de superrijken, de one-percenters, een boterham minder zullen eten als hun vermogen een beetje wordt belast of de belasting op hun bedrijfswinsten wordt opgetrokken. Tot 1969 betaalden ondernemingen in Amerika 52 procent belasting op de winst. In 1979 werd die verlaagd tot 46 procent. In 1988 tot 34 procent en in 2018 zakte ze tot 21 procent. President Donald Trump had er graag nog wat procenten afgeknibbeld. Ik pleit ervoor om die belastingen op te trekken tot 30 procent.”

Waar komt dat grote taboe op belastingen vandaan?

“Na de Tweede Wereldoorlog begonnen veel Europese landen te bouwen aan de welvaartstaat. Ze wilden zo gezinnen bescherming bieden tegen de risico’s van het bestaan. Er werden twee soorten belastingen op de sporen gezet: eerst de inkomstenbelasting of ‘directe belasting’ en later in de jaren 1950 de BTW of ‘indirecte belasting’. Frankrijk was het allereerste land dat die ‘belasting op toegevoegde waarde’ introduceerde. Directe en indirecte belastingen zorgden voor de noodzakelijke stroom aan liquide middelen om de levensstandaard van de burgers op te krikken. Het enige ontwikkelde land ter wereld zonder BTW zijn de Verenigde Staten van Amerika. Daar komt bij dat de inkomstenbelasting er stevig werd uitgehold.

“In 1945 bedroeg het Amerikaanse federale belastingtarief op de hoogste belastingschijf nog 94 procent. In de loop der jaren zakte dat, nu bedraagt het 37 procent. Tezelfdertijd groeide de jungle aan aftrekposten. Inmiddels zijn er meer dan 200 regeltjes die ervoor zorgen dat het belastbaar inkomen steeds kleiner wordt. Het merendeel van die aftrekposten zijn op het lijf geschreven van miljonairs en miljardairs. Hun inkomen vóór belastingen schoot de hoogte in, terwijl hun gemiddelde belastingdruk naar beneden tuimelde. Arbeiders- en middenklassegezinnen profiteerden veel minder van al die zogenaamde ‘belastinghervormingen’, sommigen zelfs helemaal niet. Intussen int de Amerikaanse staat verhoudingsgewijs veel minder belastingen dan een doorsnee Europees land.”

Die opdrogende stroom aan belastinginkomsten verandert de samenleving?

“Zonder twijfel. De voorbije 200 jaar schreven economen ontzettend veel artikels en boeken over hoe de overheid onder controle moest gehouden worden. De angst was groot dat een monsterlijke staat alles en iedereen zou verslinden. Inmiddels zijn we in een totaal tegengesteld universum aanbeland. Het is de hoogste tijd dat we de vrije markt controleren. Een aantal superrijken verzamelde gigantische fortuinen en kreeg daardoor steeds meer macht. Ze treffen elkaar in Davos en in Los Angeles, waar ze hun superjachten aanmeren. Ze creëren netwerken om politici en topambtenaren te beïnvloeden. Zo krijgen ze invloed in het wetgevend werk en oefenen ze druk uit om wetten in hun voordeel te laten interpreteren. Het is vooral ‘dankzij’ hun lobbywerk dat het belastingtarief op de hoogste belastingschijf in de VS de diepte inging. Een superrijke Amerikaan betaalt nu ongeveer exact hetzelfde belastingbedrag als een arbeider.

“In Italië woedt op dit moment een waanzinnig debat over de invoering van de zogenaamde ‘flat tax’, waarbij alle inkomens aan hetzelfde percentage worden belast. In feite komt dat erop neer dat de rijken nog minder belast worden en de armen meer. De rijke Italianen maken bij hun belastingaangifte nu al gebruik van minstens 600 aftrekposten, waardoor ze hun belastbaar inkomen flink laten krimpen. Het grootste probleem bij het innen van belasting is meestal niet het tarief, maar de basis waarop geïnd wordt. Bij de hele discussie over ‘flat tax’ blijven die aftrekposten buiten schot. Dat is waanzin. Maar zelfs goede economen hechten intens geloof aan al die nonsens.”

De belastingsinkomsten van overheden dalen, terwijl hun schulden stijgen?

“Zelfs verstandige economen zoals Paul Krugman en Joseph Stiglitz moedigen overheden aan om in tijden van grote crisis de geldkraan open te zetten. ‘Maak tijdens een recessie gerust schulden om werklozen te helpen en de economie te stutten.’ Sommige economen prediken zelfs dat schuld nooit een probleem is. Ze vergissen zich.

“Tijdens de pandemie lieten veel regeringen het geld rollen om burgers en bedrijven te beschermen. Dat kunstje kun je niet blijven herhalen, zeker niet als er steeds meer ‘onzekerheden’ op de loer liggen. Als overheid moet je er eerst en vooral voor zorgen dat je fiscale rekening gezond is. Dat wil zeggen dat je niet te veel schulden maakt, geen overdreven belastingen heft, maar er wél voor zorgt dat iedereen netjes zijn belastingen betaalt. Dat je dus eerst en vooral in al die aftrekposten en ‘uitzonderingen’ het mes zet.

“Toen ik vlak na de millenniumwissel Italiaans onderminister van Financiën werd, bedroeg de staatsschuld 100 procent van het bruto binnenlands product (BBP). Ik maakte me daar ernstige zorgen over. Vandaag bedraagt de schuld 160 procent. Wat zullen onze politici de volgende jaren doen als de rente blijft stijgen? In dat scenario van stijgende rente, wordt de schuld een molensteen rond de nek van de staat en is een ramp onafwendbaar. In plaats van in rustiger tijden schulden op te stapelen, hadden ze die net moeten afbouwen.”

We maakten de voorbije decennia een paar verschrikkelijke fouten met grote gevolgen?

“Zeker. Onze grootste vergissing is wellicht de globalisering die startte in de jaren 1970. We globaliseerden zowat alles van onze economie: de financiële markten, de goederenmarkten en we vertimmerden een land als China tot de fabriek van de wereld. Veel economen vonden globalisering een goede zaak, ik trouwens ook.”

Globalisering trok wereldwijd veel mensen uit de armoede.

“Dat klopt, maar tezelfdertijd duwde diezelfde globalisering op andere plaatsen mensen net ín armoede. Chinezen en Indiërs zijn vandaag veel rijker dan pakweg veertig jaar geleden, maar in Detroit sloeg de armoede toe nadat de autofabrieken er dichtgingen en verplaatst werden naar lageloonlanden. Regeringen geloofden heilig dat de markt volledig zelfregulerend was. ‘Verliezen mensen in Detroit hun job? Nevermind. Je hoeft helemaal niets te doen; dat komt allemaal wel goed. In Silicon Valley is nu werk in overvloed. Ze zullen wel verhuizen.’ Dat deden ze niet, want nogmaals: er is een hemelsbreed verschil tussen de theorie en het leven van alledag. In de samenleving groeide de tegenstand tegen de globalisering. Met als gevolg: steeds meer landen die import aan banden proberen te leggen.

“We bezongen allemaal de zegeningen van de globalisering: ‘Alleen zo kunnen grondstoffen efficiënter worden ingezet.’ Die machine blijft draaien, zolang er geen oorlog uitbreekt zoals in Oekraïne of we niet in conflict raken met een autoritaire machthebber als Vladimir Poetin. Europa werd veel te afhankelijk van Poetins gas en hij draait nu de kraan dicht. Voor veel Europese landen wordt globalisering deze winter niet langer een ‘zegening’, maar een ernstig probleem. Vlak voor een vliegtuiglanding waarschuwt het cabinepersoneel: ‘Tighten your seatbelt.’ Ik vrees dat voor de wereld dat moment nu gekomen is.”

Vito Tanzi

  • Geboren in 1935 in Bari, Italië
  • Professor economie aan de American University
  • Was directeur fiscaliteit van het IMF
  • Was onderminister van Financiën in de regering Berlusconi II
  • Was economisch adviseur van de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Europese Centrale Bank

© Jan Stevens

‘Het is moeilijk te aanvaarden dat ons onderzoek naar ALS zomaar is stopgezet’

Kankeronderzoeker Peter Carmeliet (62) trad toe tot de American Academy of Arts & Sciences, waartoe ook Einstein en Darwin behoren. Onlangs spelde de Vlaamse regering hem het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ op. Big Pharma zette intussen zijn baanbrekend onderzoek naar de spierziekte ALS bij het grofvuil. “Dat is één van mijn grootste frustraties.”

Op maandag 11 juli, de Vlaamse feestdag, kreeg biomedisch wetenschapper Peter Carmeliet het ‘Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap’ uitgereikt door Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). Met die onderscheiding wil de Vlaamse regering ‘bijzonder verdienstelijke’ mensen eren die ‘door hun individuele uitzonderlijke talenten bijdragen aan het positieve imago van Vlaanderen’. Andere laureaten dit jaar waren paralympiër Michèle George, chef Seppe Nobels en zanger Will Tura.

Een maand eerder werd Peter Carmeliet in Boston gelauwerd als lid van de American Academy of Arts and Sciences (AAAS). In 2021 al nam die prestigieuze instelling hem op, maar door de coronapandemie was de huldiging uitgesteld. Sinds haar ontstaan in 1780 telt de AAAS 13.500 leden, waaronder Albert Einstein, Charles Darwin, Picasso en Martin Luther King. 22 Belgen haalden net als Peter Carmeliet de ledenlijst. “Ik was van mijn verkiezing danig onder de indruk”, bekent hij. “Ik zette mijn handtekening in het ledenboek en zag dat Al Gore me was voorgegaan. Dat was even slikken. Ik krijg regelmatig mails van ‘academies’ met allerlei voorstellen in ruil voor geld. Toen er een mail van de American Academy of Arts and Sciences in mijn postbus belandde, dacht ik eerst dat het alweer spam was. Voor alle zekerheid stuurde ik dat bericht door naar mijn vrouw. Zij reageerde: ‘Zeg Peter, weet je wel wat die AAAS is?’ Pas toen drong het tot me door.”

Professor Carmeliet leidt aan de KU Leuven onder de vleugels van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) het ‘Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism’. Samen met vijftig wetenschappers en studenten van over de hele wereld voert hij onderzoek naar angiogenese, of de vorming van bloedvaten. Hij staat mee aan de wieg van de ontwikkeling van geneesmiddelen die kanker vertragen.

Bij het interview schuiven Carmeliets naaste medewerkers Katie Van Geyte en Luc Schoonjans aan. Zo wil hij hen mee in de bloemen zetten. “Want zonder Luc zou er van een labo geen sprake zijn”, zegt hij. “Hij lost àlle problemen op. En zonder Katie was het lab al lang failliet”, voegt hij er lachend aan toe. “Ik doctoreerde bij Peter en bleef hangen”, vult Katie Van Geyte aan. “Ik help de onderzoekers bij beursaanvragen, zoek financieringsbronnen en dien projectaanvragen in. Ik neem zoveel mogelijk administratieve beslommeringen over zodat Peter zich volledig op de wetenschap kan concentreren.”

In 2017 interviewde ik Peter Carmeliet voor het eerst, als één van de door het weekblad Humo genomineerde 50 invloedrijkste Belgen ter wereld. Hij had het toen over zijn veelbelovende onderzoek naar de spierziekte ALS. Bij toeval ontdekte hij dat het eiwit VEGF, ‘Vasculaire Endotheliale GroeiFactor’, bescherming bood bij de aftakeling van zenuwen. Hij vertelde over de hartverscheurende mails die hij kreeg van ALS-patiënten van over de hele wereld. Hij moest ze allemaal teleurstellen. “Na onze studie duurt het nog minstens tien tot vijftien jaar voor er een medicament op de markt komt”, zei hij toen. “ALS-patiënten leven na de diagnose gemiddeld drie tot vijf jaar. Wie nu het verdict krijgt, weet dat een mogelijk medicijn niet meer voor hem zal zijn.”

Hoe staat het vandaag met uw onderzoek naar ALS?

Peter Carmeliet: “Dat groeide uit tot één van mijn grote frustraties. De positieve testresultaten waren redelijk veelbelovend. Van een klein biotechbedrijf verhuisde het vervolgens naar een grote farmaonderneming. Op een bepaald moment werden er problemen gemeld met de pomp die VEGF moest toedienen. Waarna ze besloten er de stekker uit te trekken. Als je als onderzoeker vervolgens niemand vindt die zo’n project wil overnemen, houdt het op. Veel collega’s uit onze onderzoeksgroep waren zeer blij dat ze aan een middel werkten dat misschien iets kon betekenen voor ALS-patiënten. Het is moeilijk te aanvaarden dat het zomaar is stopgezet.”

Katie van Geyte: “Er kwam vandaag nog een mail van iemand met ALS binnen. Hij had artikels over Peters onderzoek gevonden en vroeg hulp.”

Carmeliet: “Na ons onderzoek toonden veel studies onafhankelijk van elkaar aan dat het eiwit VEGF beschermend is voor zenuwcellen. Hét probleem bij ALS is dat de zenuwcellen progressief afsterven. Van zodra dat proces op gang komt, is het niet meer te keren. Een doodzieke zenuwcel kun je niet terug tot leven wekken. Wat wel kan, is het proces stoppen of vertragen. Wij stelden het positieve effect van VEGF als eersten vast, gevolgd door vele anderen.

“VEGF zou niet alleen bij ALS ingeschakeld kunnen worden, maar ook bij Parkinson, Alzheimer, multiple sclerose en andere neurodegeneratieve ziekten. Ik haalde werkelijk alles uit de kast om het onderzoek naar een goed bruikbaar middel te redden. Het grote probleem met klinische testen is dat ze handenvol geld kosten. Academische instellingen zoals het VIB kunnen zoiets gewoon niet betalen. Want het gaat over tientallen tot honderden miljoenen euro’s.”

De invloed van VEGF op ALS kwam u op het spoor tijdens uw onderzoek naar de werking van bloedvaten bij kanker. Vanwaar die link tussen bloedvaten en kankercellen?

Carmeliet: “Kanker is een snelgroeiend, kwaadaardig weefsel en heeft daarom veel zuurstof en suikers nodig. Bloedvaten voeren dat voedsel aan. Daarom stimuleert een kankergezwel de vorming van zoveel mogelijk bloedvaten in zijn buurt. De bloedvaten rond een tumor zijn zeer abnormaal: ze functioneren niet goed en hebben grillige vormen. Zo vormen ze ook de ideale weg voor kankercellen om te metastaseren, om uit te zaaien naar andere plekken in het lichaam.

“De bedoeling van ons kankeronderzoek is om dat proces van angiogenese rond kankers ofwel te stoppen, ofwel om de bloedvaten terug normaler te maken en zo het uitzaaien aan banden te leggen. Want het gros van de kankerpatiënten overlijdt door de gevolgen van metastase.”

Leverde uw kankeronderzoek intussen ook medicijnen op?

Carmeliet: “Therapieën zitten op dit moment in de testfase bij een biotechbedrijf, in ons geval was dat eerst ThromboGenics, gevolgd door Oncurious. De testen zijn veelbelovend. Zo bracht een fase 1-studie het effect van een antilichaam in kaart bij uitbehandelde patiëntjes met medulloblastoom, een zeldzame dodelijke hersentumor, die vooral bij kinderen voorkomt. De bedoeling was om te onderzoeken of dat antilichaam veilig is. Elf patiëntjes namen deel aan de test. Bij zeven kinderen stabiliseerde de ziekte; bij vier zelfs voor meer dan honderd dagen. Nog voor de studie begon, stelden oncologen van Harvard: ‘Als we bij één patiënt een klein effect bespeuren, is de test geslaagd.’ Die fase 1-studie was dus een groot succes, alleen moet ik erbij zeggen dat het leven van die kindjes er niet door gered is. Antilichamen verwijderen de kanker niet, maar stabiliseren wel de progressie. Het grote voordeel van antilichamentherapie is dat ze in tegenstelling tot radiotherapie veilig is. Want bij radiotherapie sterven de zenuwcellen af, waardoor het IQ van een patiëntje jaarlijks met 1 tot 10 procent afneemt. Dat is echt onaanvaardbaar en daarom is het belangrijk dat er iets veiligs in de plaats komt. We hopen nu dat er klinische studies in eerste lijn volgen, bij nog niet uitbehandelde patiëntjes.We willen het effect van het middel kennen wanneer we het in een vroeger stadium van de ziekte toedienen.”

U werd net door de Vlaamse regering geëerd. Tezelfdertijd mag u na uw 65e hier niet blijven verder werken, terwijl u dat graag zou willen. Is dat niet wrang?

Carmeliet: “Dat zijn nu eenmaal de regels van de KU Leuven. Aan andere Belgische universiteiten gelden dan weer andere regels; zo kon Christine Van Broeckhoven na haar emeritaat aan de UAntwerpen wél een paar jaar langer blijven werken. Met een zogenaamde ‘speciale leeropdracht’ zou ik hier ook nog langer aan de slag kunnen blijven. Alleen mag ik dan niet langer mijn eigen labo runnen of budgetten beheren. Ik zou dan mentor van een jongere collega zijn, wat toch niet hetzelfde is als mijn huidige positie.”

Daarom bent u nu een nieuw labo aan het bouwen aan de universiteit van Aarhus in Denemarken?

Carmeliet: “In Denemarken is er geen leeftijdslimiet voor academici. De KU Leuven vindt mijn overstap geen probleem en hielp zelfs zoeken naar een nieuwe plek. Katie en Luc helpen ook bij de opstart in Aarhus.”

Luc Schoonjans: “De laboratoria in Aarhus en Leuven zijn exacte kopieën van elkaar, ‘twin labs’. In beide laboratoria wordt hetzelfde soort onderzoek verricht, waardoor ze van elkaars werk profiteren én sneller vooruitgang boeken.”

De KU Leuven wou geen precedent scheppen door Peter Carmeliet ook na zijn emeritaat in dienst te houden?

Carmeliet: “Nee, al was er nog een mogelijkheid om hier met een ERC-grant verder te werken.”

ERC-grants zijn omvangrijke beurzen die via jury’s door de Europese Onderzoeksraad toegekend worden aan ‘excellente onderzoeksprojecten door excellente wetenschappers’?

Carmeliet: “Precies. Van zodra je als wetenschapper een ERC-grant krijgt, is de instelling waarvoor je werkt, verplicht je aan boord te houden. Veronderstel dat ik als gepensioneerd wetenschapper nog een ERC-grant binnenhaal, dan wordt mijn lab in dit gebouw niet langer gefinancierd door de KU Leuven, maar integraal door die Europese beurs. Nu werken we onder de koepel van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie. Net als veel andere labo’s aan alle Vlaamse universiteiten, krijgen ook wij jaarlijks een dotatie van dat VIB. Op mijn 65e stopt die dotatie ook, al mag ik van het VIB wél blijven verderwerken, zelfs zonder ERC-grant. Enige voorwaarde: ik moet zelf voor het geld zorgen.”

Een topwetenschapper zoals u is dus continu bezig met zoektochten naar geld om zijn eigen onderzoek te financieren?

Carmeliet: “Dat is zo, al zorgt de jaarlijkse dotatie van het VIB nu tijdelijk voor wat financiële rust. Maar de drempel voor toetreding tot die instelling, ligt hoog.”

Verhuist u binnen drie jaar naar Denemarken?

Carmeliet: “Ik blijf hier wonen. Vlaanderen is nog zo slecht niet om te leven. (lacht) Het labo in Leuven verdwijnt vermoedelijk ook niet volledig.”

In uw labo voert u proeven op muizen uit. Dat is een noodzakelijk kwaad?

Carmeliet: “We ‘maken’ transgene muizen: we schakelen dan een bepaald gen uit of brengen er subtiele veranderingen in aan. Zo bootsen we na wat er bij kankerpatiënten gebeurt en onderzoeken we wat er misloopt. We willen dierproeven tot een minimum beperken en plegen daar regelmatig overleg met de universiteit en het VIB over. Soms is er geen alternatief mogelijk.”

Van Geyte: “Bij beursaanvragen moeten dierproeven altijd uitvoerig verantwoord worden, met een nauwgezette berekening en een ethische motivatie.”

Carmeliet: “Onze derde ‘advanced ERC-grant’ krijgen we nu voor een project waarbij we voor het eerst artificiële intelligentie (AI) bij ons onderzoek inzetten. Eén van de resultaten is dat we véél minder muizen zullen moeten gebruiken.”

Van Geyte: “Peter haalde de voorbije jaren drie ‘advanced ERC-grants’ binnen; dat is echt zéér uitzonderlijk. Want bij een derde ‘advanced ERC-grant’ moet de tienkoppige jury het er unaniem over eens zijn dat je die beurs verdient.”

Carmeliet: “Met onze derde ERC-grant hopen we het onderzoek naar zogenaamde ‘mystery genes’ nieuw leven in te blazen. In 2003 werd het menselijke genoom ontrafeld. Sindsdien weten we dat het uit 20.000 genen bestaat. Die eerste jaren werden veel genen nauwkeurig onderzocht, in de hoop dat er nieuwe functies aan het licht zouden komen zodat de geneeskunde stappen vooruit kon zetten. Na verloop van tijd verwaterde dat onderzoek.

“Van ongeveer 6000 genen, één derde, weten we nog steeds zo goed als niets. Ze worden zeer toepasselijk ‘mystery genes’ genoemd. Als we zo’n gen willen bestuderen, is er geen andere keuze dan een transgene muis maken waarin we dat gen kunnen de-activeren, de ‘knock-outmuis’. Bij kankerstudies duurt het maken van een knock-outmuis drie tot vijf jaar. Kostprijs: 50.000 euro. Omdat heel die voorbereiding duur, tijdrovend en te risicovol is, wordt er amper nog onderzoek naar mystery genes gevoerd.”

Zo blijft een potentiële goudmijn aan nieuwe therapieën en medicijnen onontgonnen?

Carmeliet: “Ja. Daarom gingen wij op zoek naar slimme hulpmiddelen om die genen sneller onder de loep te kunnen nemen. Ik kreeg het idee om met AI te werken, alleen wist ik niet hoe daaraan te beginnen. Een voormalig doctoraatsstudent toonde me de weg. We schakelden freelancers in die samen met ons een geschikte tool bouwden. Wij gebruiken nu ‘machine learning’ om de functie van de mystery genes te voorspellen. Daar komt bij dat we een nieuwe technologie ontwikkelden die het mogelijk maakt om in enkele dagen tijd voor een paar honderd euro een knock-outmuis te maken.

“Een ernstig probleem met het huidig medisch onderzoek is dat er een groot zwart gat is, de zogenaamde ‘valley of death’. De samenleving investeert handenvol geld in academisch onderzoek, waarvan de resultaten gepubliceerd worden in uitstekende wetenschappelijke tijdschriften. Vervolgens gebeurt daar vaak zeer weinig mee. De farma-industrie vindt het te riskant om er dan al in te investeren: ‘Toon eerst maar eens aan dat je met een antilichaam hetzelfde effect hebt bij een proefdier als bij een knock-outmuis. Publiceer daarover; dan praten we verder.’ Dat is problematisch, want wetenschappelijke onderzoekers moeten de resultaten van zelf gefancierd onderzoek omwille van intellectuele eigendomsredenen soms even geheimhouden en kunnen dan gewoonweg níet publiceren. Zo kwijnt er in die valley of death veel beloftevol onderzoek weg.”

Het klopt dus dat ‘Big Pharma’ te veel macht heeft?

Carmeliet: “Ze heeft geen macht over ons.”

Maar als zij niet geïnteresseerd is, gebeurt er zo goed als niets?

Carmeliet: “Als Big Pharma niet overtuigd is van wat er aan onderzoeksmateriaal op tafel ligt, investeert ze geen 100 miljoen euro in een nieuw te ontwikkelen product. Ik kan ook best begrijpen dat farmabedrijven sommige risico’s niet durven nemen, hoor. Het VIB probeert die ‘valley of death’ gedeeltelijk te overbruggen met haar Discovery Sciences Team. Al is dat een druppel op een gloeiende plaat. Geen enkele academische instelling heeft daar voldoende middelen voor. Eigenlijk zou daar een maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden: is het nog verantwoord dat de samenleving zoveel geld in wetenschappelijk onderzoek investeert als amper 1 procent een geneesmiddel oplevert? De balans zou meer in evenwicht moeten komen, zodat de ‘valley of death’ overbrugd raakt én er meer medicijnen worden ontwikkeld.”

Levert uw AI-project resultaten op?

Carmeliet: “Dankzij die AI konden we in minder dan één jaar 30 mystery genes onderzoeken. Een groot deel lijkt positieve resultaten op te leveren voor remmen van tumorgroei, wat voor ons heel interessant is.”

Schoonjans: “In de dertig jaar ervoor onderzochten we in totaal ongeveer 20 genen. Dankzij ons nieuwe machine learning-programma komen we meteen in een sterke stroomversnelling terecht.”

Van Geyte: “Eén vinding is zo interessant dat het VIB bekijkt om ze te patenteren.”

Carmeliet: “In ons nieuwe project zit dus zeer veel muziek.”

Bio

  • Geboren op 8 december 1959 in Leuven
  • hoogleraar geneeskunde (KU Leuven)
  • hoofd van het Laboratory of Angiogenesis and Vascular Metabolism (VIB/KU Leuven)
  • verricht baanbrekend onderzoek naar bloedvatvorming
  • voor zijn onderzoekswerk onderscheiden met prestigieuze prijzen zoals de Francquiprijs (2002), Inbev-Baillet Latour Gezondheidsprijs (2005), Ernst Jung-Preis für Medizin (2010), FWO-Excellentieprijs (2010), Heinekenprijs voor geneeskunde (2018)
  • kreeg in 2015 de titel van baron
  • werd op 10 juni 2022 officieel geïnstalleerd als lid van de AAAS
  • kreeg op 11 juli het Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap

© Jan Stevens

‘Optimisten leven langer’

In Leeftijd is meer dan een getal geeft de Ierse geriater Rose Anne Kenny wetenschappelijk verantwoorde tips over hoe we gezond minstens honderd kunnen worden. “Drink met je buren dagelijks een paar glazen rode wijn en tap moppen samen.”

De Ierse geriater Rose Anne Kenny raakte als arts-in-opleiding gefascineerd door veroudering. “In 1800 was onze levensverwachting veertig jaar; vandaag is die meer dan verdubbeld tot vijfentachtig”, zegt ze. “In het begin van mijn carrière was een eeuweling een uitzondering. Wanneer het ziekenhuis een patiënt van honderd of ouder binnenkreeg, wilden we allemaal die zeldzaamheid zien. Vandaag is een honderdjarige patiënt heel normaal.”

Rose Anne Kenny is professor geriatrie aan het Trinity College Dublin en diensthoofd in het universitair ziekenhuis St. James’s Hospital Dublin. “Geriatrie is holistischer dan de meeste andere medische specialisaties of disciplines”, vindt ze. “Het verouderingsproces gaat de hele mens aan en is niet enkel een kwestie van hart, longen, hersenen, spieren of bloedvaten. Als geriater werk ik continu samen met zowat alle disciplines.”

Sinds 2009 leidt Kenny de Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA), een langlopend onderzoek naar veroudering in de Ierse samenleving. “We volgen 9000 volwassenen van vijftig jaar en ouder. Ons onderzoek leverde meer dan 400 wetenschappelijke publicaties op en omvat alle aspecten van veroudering: van voeding, over beweging en gezondheid tot genetische aanleg.”

De resultaten van TILDA vormen samen met andere onderzoeken naar veroudering de basis voor haar boek Leeftijd is meer dan een getal. “Ik wil benadrukken dat ik me enkel op wetenschappelijk onderbouwde kennis baseer”, zegt ze. “Want over gezond verouderen circuleert er nogal wat nepnieuws.”

U bent als arts gespecialiseerd in veroudering, terwijl veroudering geen ziekte is. Het overkomt ons allemaal.

Rose Anne Kenny: “Dat is heel juist. Het is geen ziekte die genezen kan worden, al zijn we intussen wel in het stadium aanbeland waarin we het verouderingsproces kunnen vertragen. Hoe vroeger je je levensstijl aanpast, hoe ouder je kunt worden. Maar een medicijn voor de behandeling van veroudering is er niet. Daar komt bij dat het hele verouderingsproces al heel vroeg begint.”

Rond welke leeftijd?

“Het start al wanneer we nog in de baarmoeder zitten. Onderzoekers Daniel Belsky en Terrie Moffitt voeren in het Nieuw-Zeelandse Dunedin een interessant onderzoek naar het biologische proces van veroudering. Duizend deelnemers, geboren tussen april 1972 en maart 1973, worden sinds hun geboorte regelmatig aan uitgebreide testen onderworpen. Op hun 26e, 32e en 38e levensjaar werd een totale stand van zaken van hun gezondheid in kaart gebracht. Ook hun biologische leeftijd werd bepaald aan de hand van het ritme van hun inwendige biologische klokken. Sommige achtendertigjarigen bleken de biologische leeftijd van een achtentwintigjarige te hebben, anderen die van een achtenveertigjarige.”

Hoe oud bent u?

“Dat hang ik niet aan uw neus. (lacht) Ik hecht geen enkel belang aan mijn chronologische leeftijd; alleen mijn biologische leeftijd telt en die is 55. Ik gebruik zelfs niet meer de chronologische leeftijd van mijn patiënten. Ik vraag die ook nooit.”

‘Biologische leeftijd’ is niet hetzelfde als de fitnessleeftijd die je sporthorloge je toeschrijft?

“Nee, maar die fitnessleeftijd kan wel een richtlijn zijn om te weten of je goed bezig bent. Als je sporthorloge je een leeftijd van 45 toekent terwijl je in werkelijkheid 60 bent, is dat uitstekend nieuws. Zeker als je dat dan zelf óók begint te geloven. Want onderschat de kracht van optimisme en positiviteit niet. Optimististen leven langer. Alleen is het niet eenvoudig om je van nature pessimistische ingesteldheid in te ruilen voor een optimistische. Wat wel voor iedereen haalbaar is, is mijn ‘vuistregel’: je bent zo jong als je jezelf voelt.”

Maken kleinkinderen met hoogbejaarde grootouders meer kans op een gezegende leeftijd dankzij hun ‘sterke genen’?

“De rol van ons genetisch materiaal in ons verouderingsproces wordt overschat. Het aandeel van de genen bedraagt slechts 20 tot 30 procent. Veel belangrijker zijn de negatieve ervaringen die je in de loop van je leven hebt en de sporen die zij op je genen nalaten. De wetenschap ontdekte dat negatieve invloeden zogenaamd epigenitische veranderingen kunnen aanbrengen in je genen. De functie van een gen wordt dan anders, zonder dat de code wijzigt.

“Uitgesproken negatieve ervaringen in de kindertijd, zoals kindermishandeling, alcoholisme van de ouders of armoede in het gezin, laten sporen op de genen na en leiden op volwassen leeftijd vaak tot gezondheidsproblemen. Overlevers van kindermishandeling lopen meer risico op hart- en vaatziekten of worstelen met mentale problemen.

“Interessant ‘onderzoeksmateriaal’ zijn dan de mensen die ondanks zware tegenslagen tóch een gezegende leeftijd bereiken. Hoe komt het dat de functie van sommige van hun genen níet veranderde? Wat maakt hen veerkrachtig? Het Dunedin-onderzoek levert daar een interessant inzicht over. Want niet alle achtendertigjarigen die ooit met depressie worstelden, bleken biologisch tien jaar ouder te zijn dan hun chronologische leeftijd. Wat vooral bij hen opviel, was hun optimistische ingesteldheid.”

‘Optimisme’ volstaat toch niet om zware trauma’s uit het verleden te tackelen?

“Dat is zo, al geeft het je wel voorsprong. Als individu hebben we zelf een aantal middelen in handen om ons verouderingsproces te vertragen. Dan gaat het over voor de hand liggende zaken zoals een gezondere levensstijl met meer bewegen, minder stress en een evenwichtig dieet. Maar ook de samenleving draagt verantwoordelijkheid. Want hoe beter ons onderwijs, hoe langer onze levensverwachting. Slecht onderwijs, gebrekkige gezondheidszorg én negatieve ervaringen in de kindertijd zijn bijna altijd gelinkt aan een lagere sociale status.

“Uit àl onze onderzoeken komt de ontzettend grote rol van onderwijs naar boven. Een lang en relatief gelukkig leven start bij fatsoenlijk onderwijs. Een samenleving die degelijk, kwalitatief onderwijs ondersteunt en aanbiedt, geeft kinderen meer kansen op een beter bestaan.

“St. James’s Hospital is het grootste openbaar universitair ziekenhuis van Ierland en tezelfdertijd ook het grootste academische opleidingscentrum voor artsen en zorgverleners. Het ligt in de South Inner City van Dublin, een van onze sociaal meest achtergestelde gebieden. Amper 6 procent van alle kinderen uit die wijk komt in het hoger onderwijs terecht. In de nette Dublinse buurt waar ik woon, haalt 96 % van alle kinderen een universitair of hogeschooldiploma. Dat vreselijke onevenwicht moet dringend weggewerkt worden.”

Wie gezond oud wil worden, let ook best goed op zijn voeding?

“Zeker. Het doorsnee Ierse vette, suiker- en zoutrijke dieet is een heuse ramp voor de hartaanval-, kanker- en diabetesstatistieken. Geraffineerd of bewerkt voedsel en zout zijn te mijden als de pest. Het wetenschappelijke bewijs neigt naar een plantaardig dieet voor wie gezond stokoud wil worden. Vegetariërs zijn dus op het goede pad, zeker wanneer ze de nadruk op bonen en linzen leggen.”

Bent u vegetariër?

“Nee. (lacht) Ik vind kip en vis veel te lekker, maar eet nooit rood vlees. Veel wetenschappelijk onderzoek zet vraagtekens bij de consumptie van rund, varken en lam. Maar de rood vleeslobby is machtig en voert stevig oppositie. Toch is het tot nu verzamelde bewijs overweldigend genoeg om te concluderen: vermijd rood vlees. Eet vooral vis en groenten. Nog beter is het om integraal over te schakelen naar het mediterraan dieet dat gebaseerd is op het traditionele voedingspatroon zoals dat tot dertig jaar geleden in Italië, Griekenland en Spanje de standaard was.

“Een recent wetenschappelijk artikel bundelt de onderzoeksresultaten naar de voedingsgewoonten van 13 miljoen mensen. Het mediterrane dieet komt er als grote overwinnaar uit. Het vermindert overduidelijk het risico op voortijdig overlijden als gevolg van sommige kankers, hart- en vaatziekten, dementie en suikerziekte. Het mediterraan dieet legt de nadruk op groenten en fruit, maar ook op noten, zaden, peulvruchten, vis, gevogelte en liters extra vergine olijfolie.”

Op aarde zijn er vijf regio’s waar mensen meer dan gemiddeld ouder dan honderd worden: het Italiaanse Sardinië, het Japanse Okinawa, Loma Linda in Californië, het Costa-Ricaanse Nicoya en het Griekse Ikaria. In die zogenaamde ‘blauwe zones’ leven mensen niet alleen langer, maar hebben ze ook een betere conditie en worden ze minder snel ziek. Ideaal terrein voor onderzoekers naar veroudering zoals u?

“Die blauwe zones zijn goudmijnen. Ze nuttigen daar allemaal varianten op het mediterraanse dieet. De eeuwelingen worden er níet geplaagd door chronische ziekten. Veel onderzoek naar ‘succesvol verouderen’ is gebaseerd op bevindingen uit die blauwe zones. Zo is overmatige stress er zo goed als taboe. Te veel en te lange blootstelling aan stress is dodelijk voor wie gezond oud wil worden. Want dan riskeer je een hartaanval of kanker. U en ik hebben als journalist en dokter een creatief beroep. Dat is een groot pluspunt. Maar een groot nadeel is dat we allebei flink wat stress te verwerken krijgen. Daar moeten we alert voor zijn.”

Waarom heten die regio’s ‘blauwe zones’?

“Uw landgenoot, de sociaal-bioloog Michel Poulain raakte begin deze eeuw gefascineerd door een provincie in Sardinië met opvallend veel honderdjarigen. Hij omcirkelde ze op een landkaart met een dikke blauwe stift. Samen met de Amerikaanse journalist Dan Buettner ging hij op zoek naar gelijkaardige plekken op de wereld. Met behulp van de statistieken konden ze bepalen welke regio’s de hoogste concentraties honderdjarigen telden. Telkens omcirkelden ze die op de wereldkaart in het blauw. Zo bleven uiteindelijk die vijf gebieden over die nu algemeen bekend zijn als de ‘blauwe zones’.

“Vervolgens gingen wetenschappers op zoek naar verklaringen voor de overvloed aan kerngezonde oudjes in die regio’s op verschillende continenten. Alle blauwe zones liggen op hoogte, vlakbij de zee. Ze hebben allemaal een hecht sociaal weefsel, over generaties heen. Vrienden en buren komen er continu bij elkaar over de vloer. Fysieke activiteit is er deel van de dagelijkse routine. Dan heb ik het niet over joggen of fitness, maar over gewone dingen zoals wandelen, schoonmaken of tuinieren.”

Wij leiden een voornamelijk zittend leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving. Met af en toe fitness na kantooruren. We hebben nog flink wat werk aan de winkel als we ook gezond stokoud willen worden?

“Zonder twijfel. Een goed begin is alvast om beweging deel te laten worden van ons dagelijks bestaan. Ikzelf heb een stabureau, want te lang zitten is een ramp voor het lichaam. Natuurlijk kunnen we niet allemaal naar zee verhuizen of op een berg gaan wonen, maar we kunnen wel allemaal werken aan de sociale cohesie in onze samenleving. Iedereen kan investeren in kwaliteitsvolle vriendschappen. Dat is dringend nodig, want eenzaamheid groeide in het Westen uit tot een epidemie. Wat is er mis mee om elke dag met je buren een glas rode wijn te drinken en moppen te tappen?”

Want rode wijn is goed voor wie gezond oud wil worden?

“Alle blauwe zones hebben ontstressingsrituelen, want ook al hebben ze er een hekel stress, helemaal te vermijden is dat nooit. In Sardinië ontstressen ze door elke namiddag samen met vrienden een paar glazen rode wijn te drinken. De laatste keer dat ik dit in een interview verkondigde, stond mijn telefoon roodgloeiend: ‘Als dokter mag u mensen niet tot het drinken van alcohol aanzetten!’ Terwijl ik enkel de feiten meedeel: in Sardinië drinken ze elke dag in gezelschap rode wijn en worden ze gezond meer dan honderd. Dat geldt ook voor het Griekse eiland Ikaria. Dus twijfel ik er niet aan: dagelijks gezellig samenzijn en gedeelde vrolijkheid doen de negatieve effecten van alcohol teniet.”

Rose Anne Kenny, Leeftijd is meer dan een getal, Volt, 352 blzn., 22,50 euro

Bio

  • Biologische leeftijd 55
  • Professor geriatrie aan Trinity College, de universiteit van Dublin
  • Diensthoofd geriatrie in het academisch ziekenhuis St. James’s Hospital
  • Onderzoekshoofd Trinity Irish Longitudinal Study on Ageing (TILDA)
  • Geldt in Ierland als dé nationale expert in veroudering

© Jan Stevens

%d bloggers liken dit: