‘Ik ben nog steeds die rebel in leren jekker’

In Rebel met een missie blikt CD&V-politicus Eric Van Rompuy (71) terug op zijn politieke carrière. “Vandaag moet CD&V een dam vormen tegen extremisme en populisme.”

Toen Eric Van Rompuy in 1977 voorzitter van de CVP-jongeren werd, droeg hij een leren jekker. Vandaag is hij voorzitter van de CD&V-senioren en zit hij keurig in het pak. “Toch ben ik nog steeds dezelfde rebel”, zegt hij. “Daar werd ik me tijdens het schrijven van mijn memoires erg van bewust. In 2017 viel ik in de Kamer tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld de toenmalige minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) aan. Ook al zaten we in dezelfde regering, toch had ik forse kritiek op zijn niet-gefinancierde taxshift. De zogenaamde kaaimantaks die kapitaal in offshoreconstructies moest belasten, was een lege doos. De opbrengst werd geraamd op 540 miljoen euro, maar bracht hooguit 60 miljoen op. Tot grote ergernis van Van Overtveldt leverde ik daar striemende kritiek op. Op een bepaald moment riep hij: ‘J’en ai marre!’”

U was geen beoefenaar van de ‘rustige vastheid’ van uw oudere broer Herman Van Rompuy?

“Mijn dochter hoort soms van vrienden: ‘Is je papa echt zo boos?’ (lacht) In mijn privéleven maak ik bijna nooit ruzie, maar in de politiek heb ik geleerd: ‘Il faut être dangereux.’

Dat is niet hetzelfde als gemeen zijn?

“Nee. Halverwege de jaren 1980 was de socialistische oppositieleider Louis Tobback gemeen. Hij noemde de christendemocratische premier Wilfried Martens ‘strontvlieg’ en ‘Caligula’. Ik viel ook politieke tegenstanders aan tijdens het parlementaire debat, maar nooit persoonlijk. Nu is zowat alles herleid tot één vraag met één antwoord, het format van Villa Politica. De voorbije jaren werd er zowel in het Vlaamse als het federale parlement veel te weinig gedebatteerd.”

Politiek is u met de paplepel meegegeven?

“Vader Vic was een christendemocraat in hart en nieren, maar had geen politieke ambities. Als doctor economische wetenschappen werkte hij op de studiedienst van de CVP. Hij droomde ervan professor te worden aan de KULeuven, maar er waren amper vacatures. In 1957 kon hij als prof bedrijfseconomie aan de slag aan de pas opgerichte universiteit Lovanium in Belgisch-Kongo. Ik zat in het derde leerjaar; Herman in het vijfde. We stapten aan boord van een vliegtuig, een DC7, en vlogen naar Leopoldstad, het huidige Kinshasa. Van de ene dag op de andere werden we ondergedompeld in een totaal andere beschaving. De witte proffen woonden op de heuvel en hadden allemaal hun eigen villa. Er waren een paar Kongolese assistenten, zoals Joseph Kasavubu die drie jaar later de eerste president van het onafhankelijke Kongo zou worden.”

Na één jaar moesten jullie al terugkeren?

“Het plan was dat we er zes jaar zouden blijven, maar vader kreeg een vorm van malaria. Ook mijn zus Anita en ik kampten met hoge koorts; we lagen zelfs een tijdje in het ziekenhuis. In de zomer van 1958 keerden we noodgedwongen terug. Dat was een zware opdoffer voor papa. In ’65 werd hij uiteindelijk toch benoemd tot prof aan de KULeuven.

“De Kongolese onafhankelijkheidsstrijd maakten we niet mee, maar we waren wel getuige van de eerste schermutselingen nabij Leopoldstad. Ik keerde later nooit terug naar Kongo, Herman wel. Hij ging op zoek naar onze villa. Maar hij herkende niets meer, alles leek anders, met alleen nog verloederde gebouwen.”

U studeerde economie, net als uw vader?

“Ja, net als Herman en zus Anita. We kregen alle drie les van vader. Onze jongste zus Tine werd psychiatrisch verpleegkundige. Zij begon te militeren bij AMADA en is nog steeds actief bij opvolger PVDA.”

Had u daar ook kunnen belanden? In het jaar 1968 studeerde u in Leuven waar veel Vlaamse studentenleiders lid werden van de extreemlinkse Studentenvakbond (SVB). Later zou die vervellen tot AMADA.

“Heel de strijd rond ‘Leuven Vlaams’ ging aan mij voorbij omdat ik niet op kot zat. De democratisering vond ik positief, maar dat ultralinkse communisme lagen zowel mij als Herman niet. Wij engageerden ons bij de CVP-jongeren. Ik was gecharmeerd door de charismatische Leo Tindemans toen die in 1974 premier werd. Hij was een échte christendemocraat. Hij had een scherpe, rechtlijnige overtuiging. Hij lag ook vaak in de clinch met Wilfried Martens die toen partijvoorzitter was. Maar als hij ging spreken, kwam hij warm en emotioneel over. Hij nam Herman aan als hoofd van de studiedienst, terwijl ik voorzitter van de CVP-jongeren werd. Wij waren Tindemans-boys.”

Wijlen Johan Anthierens noemde u ‘de buikspreker van Tindemans’.

“Paul Goossens van De Morgen noemde me ‘Het verwaand professorszoontje.’ (lacht) De CVP-jongeren hadden in die tijd grote autonomie in de partij. In de nasleep van mei ’68 werkten CVP-jongeren zoals Martens en Jean-Luc Dehaene aan frontvorming met de socialisten. Hun ultieme doel was: één progressieve partij. Wij vonden dat maar niets. Onder Tindemans konden we eindelijk de eigenheid van de christendemocratie herstellen.”

Wat is die eigenheid?

“De CD&V is een waardenpartij met christelijke inspiratie. Onze positieve waarden zoals verbondenheid tussen mensen, samenwerking, verdraagzaamheid, dialoog en respect stonden lang onder druk. Tijdens de coronacrisis kwamen die opnieuw bovendrijven. Al is de samenleving intussen wel totaal veranderd. Het katholieke Vlaanderen werd pluralistisch en multicultureel; het platteland verstedelijkte. CD&V moest zich daaraan aanpassen en dat lukte niet zo goed.

“Rik Torfs zei ooit: ‘De christendemocratie is enerzijds-anderzijds.’ Hij zag de CD&V als een partij van het compromis. Ik debatteerde daar met hem over op tv. Niet veel later kreeg ik een brief van de toen hoogbejaarde Leo Tindemans. Hij schreef: ‘Eric, een partij van het compromis eindigt als een partij zonder opvattingen.’ Door telkens weer de synthese van links en rechts te maken, weet niemand nog waar wij voor staan. Wat bedoelen we precies met: ‘Wij zijn het centrum’? We moeten véél duidelijker durven zeggen wat onze standpunten zijn.”

Dat gebeurt nu te weinig?

“Op dit moment vertroebelt corona het plaatje voor alle partijen. Alexander De Croo en Frank Vandenbroucke zijn zowat de enigen die zich kunnen profileren. Maar de volgende maanden moeten wij, CD&V’ers, duidelijk uiteenzetten hoe wij willen dat onze samenleving evolueert. De digitalisering dringt nu heel diep door in ons bestaan. Ik vind dat echt niet gezond. Leven online bevordert enkel het individualisme. De CD&V moet de leiding van de gematigde krachten nemen in een samenleving die steeds meer gepolariseerd raakt. We moéten een dam vormen tegen het oprukkende extremisme en populisme. Waarom dienen wij Bart De Wever niet van antwoord als hij het smalend heeft over ‘Gutmensch Angela Merkel’?”

Uw relatie met Wilfried Martens was niet zo goed als die met Tindemans.

“Als voorzitter van de CVP-jongeren liet ik twee van zijn regeringen vallen. De eerste keer in 1979 over het communautaire, de tweede keer over het sociaaleconomische. In 1980 pleitte ik op ons congres voor een beleid van saneringen. ‘CVP-ministers zitten niet in de regering voor zichzelf, maar om onze opvattingen te verdedigen. Denk niet dat jullie onvervangbaar zijn.’”

Dat klinkt als oppositietaal tegen uw eigen eerste minister.

“Ik voérde ook oppositie, want ik was het niet eens met het totaal ontspoorde begrotingsbeleid. De geschiedenis gaf me later gelijk, toen Jean-Luc Dehaene de broeksriem stevig moest aanhalen om de Maastrichtnormen te halen.

“Wilfried Martens ging uithuilen bij Hugo Camps en noemde me ‘een demagoog’. Hij aanvaardde niet dat een anti-establishmentsfiguur zoals ik hem het vuur aan de schenen legde. Maar bij de verkiezingen van 1981 leidden we onze grootste nederlaag ooit: we duikelden van 43 procent naar 31.”

Als uw partij die uitslag nu zou halen, was het groot feest.

“Zeker. (lacht) Toen was het tijdens die vreselijk treurige verkiezingscampagne écht ruzie tussen Martens en Tindemans. Wij, CVP-jongeren, kregen de schuld dat we verdeeldheid hadden gezaaid. Wilfried Martens is me altijd blijven verwijten dat ik hem verantwoordelijk stelde voor de groei van de Belgische staatsschuld. Toen hij premier werd, bedroeg de Belgische schuld 37 miljard euro. Toen hij in 1992 vertrok, was ze opgelopen tot 198 miljard euro. Die cijfers liegen niet. We zijn nooit vrienden geworden, al had ik wel respect voor zijn lange carrière. Met een aantal staatshervormingen hielp hij het huidige België in de plooi leggen. Toen ik in 2013 een openhartoperatie moest ondergaan, stuurde hij me een brief. Dertig jaar eerder had hij exact dezelfde zware operatie ondergaan. Zijn brief raakte me. Ik heb nooit de kans gehad hem te bedanken, want drie weken later stierf hij.”

Op Yves Leterme bent u nog steeds boos?

“In 2011 verdween Leterme uit mijn leven; ik heb hem sindsdien niet gehoord of gezien. Ik denk ook niet dat we elkaar nog iets te vertellen hebben.

“Na de dioxinecrisis kwam in 1999 paarsgroen aan de macht. Ik was fractieleider en legde de socialistische, groene en liberale potverteerders het vuur aan de schenen. De pers was ons niet gunstig gezind; zij vond dat de christendemocraten beter een tijdje hun mond zouden houden. Wijlen Paul Van Grembergen van de Volksunie was een minzaam man. Maar tijdens het debat over de regeringsverklaring van de kersverse paarsgroene regering Dewael, zei hij: ‘Ik voel me net als Nelson Mandela: eindelijk bevrijd van de CVP-staat.’ Progressief Vlaanderen genoot ervan dat wij niet meer aan de macht waren. Die hele periode voerde ik op een correcte en moedige manier oppositie. Yves Leterme was fractieleider in de Kamer en we hadden een uitstekende relatie. Hij werd partijvoorzitter en smeedde het kartel CD&V/N-VA.”

Waar u geen fan van was, terwijl u nochtans Vlaamsgezind bent?

“Ik ben inderdaad Vlaamsgezind, maar ik hou niet van het confederalisme van N-VA. Samen met de socialisten en de liberalen hebben wij er de voorbije decennia met de staatshervormingen voor gezorgd dat onze regio’s de meeste bevoegdheden hebben van heel Europa. De Vlaamse Beweging heeft die staatshervormingen nooit goedgekeurd, terwijl zo hun eisen wel ingewilligd raakten.

“In 2004 vroeg Leterme me mee te onderhandelen voor de nieuwe Vlaamse regering. Ik voelde toen al afstandelijkheid. Vervolgens vroeg hij Unizo-topman Kris Peeters om minister te worden. Onze fractieleden werden gewoon genegeerd, terwijl ze jarenlang keihard gewerkt hadden en bewezen hadden wat ze waard waren. We moesten voor de nieuwe ministers Kris Peeters en Inge Vervotte stemmen. Zij haalden het niet. Leterme dreigde: ‘Als jullie ze in de tweede ronde opnieuw wegstemmen, is er geen regering.’ Met tegenzin werden Peeters en Vervotte aanvaard.”

U zag het ministerschap aan uw neus voorbijgaan terwijl u zelf ervaring had? Van 1995 tot 1999 was u Vlaams minister; u hervormde toen de VRT.

“Volgens Siegfried Bracke verdien ik voor die hervorming zelfs een standbeeld. (lacht) Broer Herman schreef me na het débacle met Leterme een brief: ‘Be Free, Eric. Herontdek de strijdbaarheid van je jonge jaren.’ Daarom begon ik mijn blog ‘Be Free’, waarin ik geen blad voor de mond nam. Ik bleef niet bij de pakken zitten, stortte me op de strijd voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en werd commissievoorzitter. Volgens diezelfde Siegfried Bracke zelfs de meest gevreesde.”

Eric Van Rompuy, Rebel met een missie, Lannoo, 240 blzn., 24,99 euro

© Jan Stevens

En de winnaar is: Big Pharma

Op dinsdag 4 mei maakte Pfizer bekend dat het de eerste drie maanden van 2021 voor 2,8 miljard euro aan coronavaccins had verkocht. Het vaccin is vandaag de voornaamste bron van inkomsten van het Amerikaanse farmaconcern. Over hoeveel winst het oplevert, zwijgt Pfizer in alle talen. Volgens de New York Times zou de winst voor belastingen van het eerste kwartaal 737 miljoen euro bedragen. De krant gaat uit van een winstmarge van meer dan 20 procent.

Wereldwijd zijn er voor 2021 in totaal 780 miljoen dosissen besteld van het door Pfizer en het Duitse BioNtech ontwikkelde mRNA-vaccin. De aankoopprijs van een dosis in de VS wordt geschat op 16 euro; in de EU op 12 euro. Al zou die prijs inmiddels stevig in de lift zitten. Vlak voor zijn aftreden op 12 mei zei de Bulgaarse ex-premier Bojko Borisov dat de prijs van een Europese Pfizer-dosis gestegen was tot 19,5 euro. Wat neerkomt op 62 procent extra in vier maanden tijd. De Amerikaanse ngo Health Gap raamt de reële productiekosten van het Pfizer-vaccin op 1,5 à 2,5 euro per dosis.

Pfizer verwacht voor 2021 minstens voor 12 miljard euro aan vaccins te verkopen. Met een beetje geluk worden dat er 25 miljard. De totale jaarwinst zou dan schommelen tussen 3,2 miljard en 6,5 miljard euro.

Ook het vaccin van Moderna maakt gebruik van de nieuwe mRNA-technologie. Het Amerikaanse farmabedrijf verwacht voor 2021 een verkoop van 15 tot 17 miljard euro. Wereldwijd zijn er 677 miljoen dosissen besteld; Moderna hoopt af te klokken op 800 miljoen shots. Net als bij Pfizer is ook bij Moderna alles over de winstmogelijkheden van het vaccin in nevelen gehuld. Dankzij onze staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open VLD) weten we wat België per dosis aan de vaccinproducenten moet betalen. Eind vorig jaar tweette ze per ongeluk de prijzen van de verschillende coronavaccins. Voor Moderna is dat 14,8 euro per dosis, waardoor dat vaccin meteen het duurste is. In de eerste drie maanden van dit jaar verkocht Moderna 102 miljoen dosissen, goed voor een omzet van 1,5 miljard euro. De verkoop- en stockagekosten bedroegen 467 miljoen euro. Het was al heel lang geleden, maar dit kwartaal boekte Moderna eindelijk nog eens winst: bijna 1 miljard euro. In het eerste kwartaal van 2020 leed het nog 102 miljoen euro verlies en had het bedrijf geen enkel gepatenteerd medicijn in aanbod.

Het coronavaccin van AstraZeneca is met 1,78 euro per dosis veruit het goedkoopste. Volgens de Zweeds-Britse multinational is het een bewuste ethische keuze om het vaccin tijdens de pandemie zonder winst te verkopen. Maar in oktober vorig jaar lekte de Financial Times een deal tussen AstraZeneca en een Braziliaanse producent om die pandemie te laten eindigen op 1 juli 2021. 

Het vaccin van Johnson & Johnson (J&J), ontwikkeld door de Belgische divisie Janssen, kost 7 euro per dosis. J&J-topman Paul Stoffels verklaarde meermaals dat tijdens de pandemie het vaccin aan kostprijs verkocht wordt. Van alle beschikbare coronavaccins is dit voorlopig het enige waarbij één shot volstaat. In tegenstelling tot de vaccins van Pfizer en Moderna moet het niet extra gekoeld worden en kan het minstens drie maanden lang in een doorsnee koelkast bewaard worden. Daardoor is het zeer geschikt voor vaccinatie in armere landen. J&J mikte voor 2021 op een verkoop van ruim 8 miljard euro. Alleen raakt het door productieperikelen en meldingen van bijwerkingen slechts moeizaam uit de startblokken.

Nobelprijs

“Hoeveel farmabedrijven precies aan hun vaccins verdienen, is moeilijk te achterhalen”, zegt Leo Neels, als ex-ceo van belangenvereniging Pharma.be gepokt en gemazeld in de farmasector. “Het zijn beursgenoteerde ondernemingen die strikte publicatieregels volgen. Daarom vind je van hen vooral samengevoegde cijfers en zo goed als nooit gedetailleerde.”

De cijfers die farmabedrijven vrijgeven, zijn in de eerste plaats bedoeld voor aandeelhouders en beleggers. Totale transparantie is er zelden of nooit. Volgens gezondheidseconoom Dominique Vandijck (Ugent) is dat typisch voor de sector. “Het motto is: wat niet weet, niet deert. In normale omstandigheden wordt er op vaccins niet veel winst gemaakt. Ze vliegen nooit massaal de deur uit, want het zijn geen middelen die veel mensen moéten hebben, zoals bijvoorbeeld cholesterol- of bloeddrukverlagers. Al is dat bij deze coronapandemie natuurlijk anders. De coronavaccins zullen de farmabedrijven geen windeieren leggen. Dat blijkt al uit de resultaten van het eerste kwartaal van Pfizer. We zijn nog niet meteen van corona verlost; daar is het verdienmodel voor deze vaccins ook op gebaseerd. Want er is al sprake van een derde shot én van herhaalvaccins. De kans dat de coronavaccins blijvertjes zijn, is dus zeer groot.”

Mogen we de voorbije race naar de vaccins en de huidige vaccinatiecampagne ook beschouwen als een grote marketingcampagne voor de farma-industrie? Vandijck: “Zeker. Dit is het uitgelezen moment voor de sector om haar imago op te poetsen. Want door onder andere dat gebrek aan transparantie raakte dat de voorbije jaren toch een beetje besmeurd.”

’s Werelds grootste farmaconcern Pfizer maakte er nooit een geheim van dat het met zijn coronavaccin geld wil verdienen. “Dat merk je ook aan hun prijszetting”, zegt Vandijck. “In vergelijking met de prijzen van andere vaccins is 12 euro best veel. Alleen Moderna scoort hoger. AstraZeneca vraagt 1,78 euro, wat aanleunt bij de échte ontwikkel- en productiekost. Maar om die prijzen toch een beetje in perspectief te plaatsen: een vaccin tegen de griep kost 15 euro. Pfizer had dus nog veel meer kunnen vragen, toch koos het bedrijf ervoor dat niet te doen. Dat pleit voor hen, vind ik. Vóór Eva De Bleeker haar bewuste tweet de lucht instuurde, gokten wij zelfs op 30 euro per dosis. Wat meteen de kracht en het belang van onderhandelen op Europees niveau aantoont.”

Pfizer haalde zijn mosterd voor de ontwikkeling van het vaccin bij de Duitse start-up BioNtech van doktersechtpaar Uğur Şahin en Özlem Türeci. “BioNtech ligt aan de basis van de mRNA-technologie”, zegt Leo Neels. “Het echtpaar is wat mij betreft nu kandidaat voor de Nobelprijs. Dertien jaar lang was BioNtech met zijn onderzoek naar mRNA vooral een verbrandingsoven voor geld van private investeerders én van de Duitse overheid die met een half miljard euro subsidieerde.”

Pfizer stelt dat het voor de ontwikkeling van zijn vaccin bewust geen cent steun van Operation Warp Speed van de Amerikaanse overheid wou. Vergeten ze gemakshalve dat halve miljard van de Duitsers? “Nee”, antwoordt Neels. “Die Duitse overheidssteun had niets met de ontwikkeling van het Pfizer-vaccin te maken. Ze was bedoeld voor BioNtechs klinische onderzoeken naar mRNA-medicijnen tegen kanker. De lat voor goedkeuring van geneesmiddelen door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) en het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) ligt zeer hoog. Klinische onderzoeken kosten daarom ook handenvol geld. Bij de start van de pandemie was er contact tussen Pfizer en BioNtech. De stichters lieten weten dat hun mRNA-technologie misschien geschikt was voor het vaccin. De verdere research werd aan de wetenschappers van Pfizer overgelaten. Omdat zij zoveel kennis hebben, konden ze in een recordtijd dat eerste succesvolle coronavaccin ontwikkelen.”

Sinds de start in 2008 draaide BioNtech verlies; in 2020 boekte het bedrijf plots winst. Leo Neels: “Pfizer stortte toen een licentievergoeding voor de mRNA-technologie, voor het gebruik van hun intellectuele eigendom of patent.”

TRIPS

Anne Delespaul is huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Deurne. Ze is ook bezielster van het Europese burgerinitiatief (EBI) Right to cure. “EU-burgers hebben het recht zich rechtstreeks tot de Europese Commissie te wenden met een EBI om een concrete wetswijziging voor te stellen”, zegt ze. “Om een initiatief door de Commissie in overweging te laten nemen, moeten minstens 1 miljoen mensen uit de hele EU het ondertekenen. Met ons EBI Right to cure willen we bereiken dat coronavaccins een publiek goed worden die toegankelijk zijn voor iedereen. De patenten van farmaciebedrijven moeten daarom worden opengebroken.”

Volgens Delespaul en haar medestanders werken patenten monopolies in de hand, waardoor farmagiganten de geneesmiddelenmarkt naar hun hand zetten.

De internationale afdwingbaarheid van een patent is nog heel recent. In 1994 ondertekenden 123 landen in Marrakech de door de Wereldhandelsorganisatie uitgeschreven Agreement on Trade-Related Intellectual Property Rights (TRIPS). De TRIPS-akkoorden legden de wereldwijde minimumregels voor de patentwetgeving rond intellectuele eigendom vast. Op 9 juli 1982 gaf niet toevallig Barry MacTaggart, de toenmalige grote baas van Pfizer, met een opiniestuk in The New York Times het schot voor de boeg voor die internationale regelgeving. Aanleiding was de vermeende diefstal van bedrijfsgegevens van computergigant IBM door Japanse zakenlui. De diefstal van Amerikaanse technologie én van Pfizers antibiotica docycyline moest dringend een halt worden toegeroepen.

De inkt van de TRIPS-akoorden was nog niet droog, toen eind jaren negentig Zuid-Afrika ze onder druk van de aids-epidemie alweer de wacht aanzegde. De eerste aidsremmers waren peperduur en ontoegankelijk voor met HIV besmette Zuid-Afrikaanse burgers. Honderdduizenden stierven aan aids. De toenmalige Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela legde TRIPS naast zich neer en tekende een wet die het mogelijk maakte om goedkopere generieke aidsremmers uit Brazilië te importeren. De Amerikaanse overheid dreigde met economische sancties tegen Zuid-Afrika en 39 farmabedrijven spanden een proces in. Na wereldwijd protest stopten ze hun rechtszaak en lieten de import van generieken toch toe.

“De aidsremmers voor Zuid-Afrika was zeker een schandaal”, geeft Leo Neels toe. “Ik heb dan ook begrip voor ethische kritiek op patenten. Maar wat ik niet begrijp is dat naar aanleiding van dat incident van twintig jaar geleden de hele farma-industrie vandaag nog steeds met de vinger wordt gewezen.”

Volgens Neels waren er zonder patenten nu geen vaccins die ons tegen covid beschermen. “Van zodra een bedrijf een patent neemt, geeft het ook zijn kennis vrij. Sommigen nemen bewust geen patent omdat zo hun kennis niet geregistreerd wordt. Anderen mogen op jouw patent verder bouwen. Het enige wat jij dan in ruil vraagt, is een monopolie voor het commercieel gebruik voor 25 jaar. Toen de BioNtech-stichters mRNA registreerden en patenteerden wisten ze nog niet of ze blik of goud in handen hadden. Het patent maakt het mogelijk dat ze 25 jaar lang hun zwaar bevochten kennis kunnen exploiteren. Ze hebben zelf geen productiecapaciteit en doen daarom beroep op Pfizer. Wat is daar fout mee?”

Torenhoge standaarden

In tegenstelling tot Leo Neels heeft Anne Delespaul geen vertrouwen in ‘Big Pharma’. “De productiekosten van hun vaccins zijn grotendeels betaald door de gemeenschap”, zegt ze. “De oorspronkelijke technologie werd vaak ontwikkeld in universiteiten. AstraZeneca kreeg 1,9 miljard dollar aan subsidies van de Amerikaanse en Britse overheden en internationale instellingen. De EU kocht in maart al vaccins die nog ontwikkeld moesten worden. Als ze er nooit gekomen waren, was dat geld foetsjie. Farmabedrijven kregen een blanco cheque: ze hebben geen enkele verplichting om hun contracten of onderzoeksresultaten te delen en bepalen zelf de prijs.” Delespaul vindt dat de aankoopprijs een weerspiegeling zou moeten zijn van de onderzoeks- en productiekosten. “Alleen zijn die gegevens geheim. Als het klopt dat Pfizer nu 19,5 euro per dosis vraagt, wordt hun marge wel zeer groot. Voorlopig houden ze zich nog in, maar dat blijft niet duren. Al die farmabedrijven laten hun investeerders nu al weten: van zodra de pandemie een ‘gewone’ besmettelijke ziekte wordt, evolueren we naar ‘gewone’ marktconforme prijzen. Een vaccin zal dan tussen de 100en 150 euro kosten.”

“Dat de farma-industrie de vaccins op kosten van de gemeenschap ontwikkeld heeft, is te kort door de bocht”, vindt Dominique Vandijck. “Ze werden inderdaad met gemeenschapsgeld ondersteund, maar ze investeerden zelf ook fors. Ze slaagden erin om in een recordtijd goed werkende vaccins op de markt te brengen. Dat had ook drie jaar langer kunnen duren.” Vandijck is een groot voorstander van patenten. “Zij zijn net ontzettend belangrijk voor de innovatie in de farma. Het risico bestaat dat we ooit nog eens razendsnel een vaccin tegen een pandemie nodig zullen hebben. Patenten maken die race tegen de klok mogelijk. Als farmabedrijven hun intellectuele eigendomsrechten zomaar moeten opgeven, zullen ze in de toekomst niet veel zin meer hebben om nog nieuwe middelen te ontwikkelen.”

Anne Delespaul is ervan overtuigd dat enkel het openbreken van patenten de wereldwijde vaccinproductie een stevige boost kan geven. “Vandaag is amper de helft van de totale productiecapaciteit in gebruik”, zegt ze. “Terwijl vaccinatie van het allerhoogste belang is voor de heropstart van het normale sociale en economische leven. Maar ook voor het psychische welzijn van mensen. In mijn huisartsenpraktijk merk ik alle dagen de vreselijke gevolgen van het sociale isolement door corona. Snelle vaccinatie is nodig om het virus klein te krijgen. Hoe langer we wereldwijd treuzelen met vaccineren, hoe meer kansen het virus heeft om te muteren.”

Op 14 maart publiceerde Politico een lijst van bedrijven die hun diensten aan de farmaceuten aanboden om coronavaccins te produceren. Biolyse Pharma in Canada, Incepta Vaccine in Bangladesh, Teva in Israël en Bavaria Nordic in Denemarken kregen allemaal nul op het rekest. “Terwijl die ondernemingen binnen drie tot zes maanden kunnen beginnen produceren”, zegt Delespaul.

“Er wordt gedaan alsof vaccins elders produceren een fluitje van een cent is, maar dat is niet zo”, reageert Leo Neels. “Precies omdat de normen van de FDA en het EMA zo extreem hoog liggen. Het gerenommeerde AstraZeneca hoopte de productie voor het vaccin te kunnen opdrijven in een nieuwe Waalse fabriek. Dat lukt voorlopig niet omdat die fabriek niet erkend raakt door de FDA. Een productiefaciliteit voor vaccins opstarten, is ontzettend moeilijk. De kwaliteitscontrole is niet van de poes, omdat we ons bij geneesmiddelen en vaccins gewoon geen vergissingen kunnen permitteren. Sanofi/GSK is wereldleider in vaccins. Tot vandaag hebben zij geen coronavaccin; dat wordt pas in 2022 verwacht. Ze hebben bij het EMA net de eerste horde genomen. Niet omdat ze te lang getreuzeld hebben, maar omwille van die torenhoge standaarden. Terecht, want we willen toch allemaal veilige vaccins?”

Pfizer

  • VS
  • Opgericht in 1849
  • Hoofdkantoor: New York
  • Ceo: Albert Bourla
  • Omzet: (2020) 34 miljard euro
  • Winst: 5,7 miljard euro
  • Aantal werknemers: 78.500

BioNtech

  • Duitsland
  • Opgericht in 2008
  • Hoofdkantoor: Mainz
  • Ceo: Uğur Şahin
  • Omzet: (2020) 482 miljoen euro
  • Winst: 15 miljoen euro
  • Aantal werknemers: 1.320

Moderna

  • VS
  • Opgericht in 2010
  • Hoofdkantoor: Cambridge Massachusetts
  • Ceo: Stéphane Bancel
  • Omzet: (2020) 658 miljoen euro
  • Verlies: 611 miljoen euro
  • Aantal werknemers: 1.300

AstraZeneca

  • VK-Zweden
  • Opgericht in 1999
  • Hoofdkantoor: Cambridge, VK
  • Ceo: Pascal Soriot
  • Omzet: (2020) 21 miljard euro
  • Winst: 4,3 miljard euro
  • Aantal werknemers: 76.100

Johnson & Johnson

  • VS
  • Opgericht in 1886
  • Hoofdkantoor: New Brunswick, New Jersey
  • Ceo: Alex Gorsky
  • Omzet: (2020) 68 miljard euro
  • Winst: (2019) 12 miljard euro
  • Aantal werknemers: 132.200

© Jan Stevens

‘Eichmann verdient elke dag te worden geëxecuteerd’

Van 1950 tot 1960 leefde Holocaust-architect Adolf Eichmann ondergedoken in Buenos Aires, de geboortestad van de Argentijnse schrijver Ariel Magnus. In zijn roman De onfortuinlijke kruipt de Joodse Magnus diep in het hoofd van SS’er Eichmann. ‘Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag.’

In september 2020 verliet de Argentijnse schrijver Ariel Magnus zijn geliefde stad Buenos Aires om zich tijdelijk in het Duitse Mülheim te vestigen. Op uitnodiging van de Brost-Stiftung is hij er een jaar lang ‘Metropolenschreiber RUHR’. “Het is de bedoeling dat ik op het einde van dit jaar een manuscript met de rivier Ruhr als hoofdrolspeler inlever”, zegt hij. Samen met zijn vrouw en eveneens schrijfster Mariana Dimopulos verblijft hij in een huis van de in 2010 overleden uitgeefster, mediamagnaat en miljardair Anneliese Brost. Met haar Brost-Stiftung wou ze ook na haar dood kunst, cultuur en literatuur in het Ruhr-gebied bevorderen. Magnus is de vierde Metropolenschreiber. “De stichting nodigt telkens een buitenlandse auteur met voeling met Duitsland uit om het Ruhr-gebied een jaar lang literair te onderzoeken. Dit huis is een prachtige plek om writer-in-residence te zijn. De voorbije maanden was de rust deugddoend, al begin ik zoetjesaan naar de drukte van Buenos Aires te verlangen.”

Buenos Aires is ook de stad waar Adolf Eichmann, SS’er en logistiek planner van de Holocaust, naartoe vluchtte. U bent zelf Joods. Waarom koos u Eichmann als hoofdpersonage voor uw roman De onfortuinlijke?

“Toen ik voor het eerst het idee voor De onfortuinlijke opperde, kreeg ik als reactie: ‘Waarom? Je kunt toch een bibliotheek vullen met Adolf Eichmann-boeken?’ Dat klopt, alleen is dat stuk voor stuk non-fictie, geschreven door historici, filosofen of journalisten. Hannah Arendt en Harry Mulisch volgden zijn proces en bestempelden hem als een mysterie. Hij was ook een mysterie voor de drie geheim agenten van de Mossad die hem oppakten. Ze schreven elk een boek over die actie waarin ze alle drie een totaal verschillend portret van Eichmann schetsen. Velen hebben geprobeerd hem te begrijpen, maar niemand slaagde er in alle historische werken en biografieën echt in. Alleen via fictie kunnen we doordringen tot de ziel van Eichmann en achterhalen wie hij was in het diepst van zijn gedachten.”

In uw roman lukt dat?

“Dat hoop ik toch. De onfortuinlijke is een échte roman die diep graaft in de psyche en de emoties van het hoofdpersonage. Fictie geeft mij als schrijver die vrijheid om in het hoofd van Adolf Eichmann te kruipen. Iets wat een historicus of journalist niet kan.

“Tijdens het schrijven, vroeg ik me voortdurend af: zit er iets goeds in deze man? Want ik wou geen monster creëren. Hij was niet zoals ‘engel des doods’ dokter Josef Mengele, die vreselijke experimenten op levende tweelingen uitprobeerde. Eichmann praatte veel, schreef veel en vond zichzelf een denker. In het begin van zijn carrière bij de SS onderzocht hij ‘de Joodse kwestie’ alsof het een wetenschap betrof. Hij studeerde Hebreeuws en verdiepte zich in het zionisme. Na de machtsovername van de nationaalsocialisten in Duitsland kreeg hij in 1934 in Berlijn ‘Joodse zaken’ onder zijn bevoegdheid. De nazileiding beschouwde hem als een expert die precies wist wat hoe Joden redeneerden. Ik denk eerlijk gezegd dat hij zich tijdens zijn studies niet al te veel uitsloofde. Hij was een vrouwenzot en dronk graag en veel. In zijn jonge jaren gedroeg hij zich dus als een doorsnee soldaat. (lacht)”

Eichmann beschouwde zichzelf als ‘intellectueel’?

“Ja, en zijn mede-SS’ers vonden dat ook. Alleen werd al wie in nazi-Duitsland een paar woorden in een vreemde taal begreep al meteen bestempeld als intellectueel.

“In 1935 trouwde Eichmann met Vera Liebl met wie hij in Duitsland drie zonen kreeg. Nadat hij onderdook, zag hij zijn gezin zeven jaar lang niet. Eerst hield hij zich op de Lüneberger Heide schuil en in 1950 vluchtte hij met een vals Rode Kruis-paspoort onder de naam Ricardo Klement naar Argentinië. Daar zette hij alles in het werk om vrouw en kinderen zo snel mogelijk te laten overkomen, ook al had hij die eerste jaren in Argentinië tal van minnaressen. Toch leek het alsof hij een goede vader wou zijn. Dat aspect van ‘Eichmann de familieman’ fascineerde me.

“Zijn vrouw en kinderen arriveerden in Buenos Aires op 26 juli 1952, de dag dat de razend populaire Argentijnse first lady Evita Peron aan kanker overleed. Die dag waren er, net zoals ik in mijn roman beschrijf, geen bloemen in de stad meer te vinden. De burgers hadden alles opgekocht om hun geliefde Evita de laatste eer te bewijzen.”

U beschrijft hoe Eichmann aan de receptie van een hotel de ‘bloemen voor Eva’ pikt om ze later aan zijn pas gearriveerde vrouw Vera te geven. Is die veelzeggende scène authentiek?

“Misschien. (schaterlacht) Het had alleszins zo kunnen plaatsvinden. Hier doet de literatuur haar intrede. Wat niet wil zeggen dat ik met de historische feiten begon te freewheelen. Integendeel, ik hield me strikt aan de chronologie. Alle datums kloppen, want ik wou in Eichmanns Argentijnse realiteit blijven. Ik geloofde dat ik beter in zijn hoofd kon kruipen door me helemaal in zijn bestaan onder te dompelen. Alvorens ik een letter op papier zette, las ik maandenlang alles wat ik over hem kon vinden. In de eerste plaats was er Ich, Adolf Eichman, de neerslag van de interviews die de Nederlandse journalist Willem Sassen in Buenos Aires van hem afnam. Op 11 mei 1960 werd Eichmann door de Israëlische geheime dienst Mossad ontvoerd. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij zijn autobiografie Götzen. Daarnaast las ik onder andere Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt en De zaak 40/61 van Harry Mulisch. Maar het boek waar ik het meest aan had, was Eichmann vóór Jerusalem van de Duitse filosofe Bettina Stangneth. Zij is gespecialiseerd in antisemitisme en nationaalsocialisme. Ze hielp me ook bij het doorploegen en doorgronden van het denkkader van de nazi Eichmann.”

Het eindresultaat De onfortuinlijke is en blijft fictie?

“Toch niet. Want ik beweeg me als romanschrijver in exact dezelfde realiteit van de historische werken. Vanuit Eichmanns interacties met anderen leid ik af hoe hij had kunnen denken en wat hij had kunnen voelen. Verschillende passages zijn trouwens gebaseerd op citaten uit zijn interviews met Willem Sassen. Op een bepaald moment schrijf ik dat Eichmann het beter zou vinden als vrouwen de teugels van de planeet in handen zouden nemen. ‘Want als hoeders en beschermers van het leven zijn zij betrouwbaarder dan mannen.’ Dat is vintage Eichmann. Natuurlijk is hij op dat moment gewoon aan het liegen. Hij liegt immers continu.”

Eichmann-interviewer Willem Sassen speelt een belangrijke rol in uw boek. Wat voor een man was hij?

“Over het leven van Sassen kan ook een geweldige roman geschreven worden. Hij was als overtuigde Nederlandse nazi lid van de SS. Buitenlandse ‘bekeerlingen’ zijn altijd de ergste. Tijdens de oorlog bracht hij als SS-journalist verslag uit van op het oostfront. Eind 1944 was hij zelfs even hoofdredacteur van De Telegraaf. In 1948 vluchtte hij naar Argentinië. Hij werd bij verstek veroordeeld, maar nooit legde iemand hem een strobreed in de weg. In 1952 kwam de Nederlandse prins Bernhard op bezoek bij Juan Peron. Willem Sassen was de tolk. Hij werd zelfs Zuid-Amerikacorrespondent voor het Duitse magazine Stern. Sassen was een graag geziene gast bij de gevluchte nazi’s in Argentinië. Tussen 1956 en 1960 interviewde hij Adolf Eichmann zeer uitgebreid bij hem thuis. Al die gesprekken nam hij op band op. Eichmann praat erin vrijuit over zijn motieven en overtuigingen. Hij neemt geen blad voor de mond en vertelt zonder blikken of blozen de vreselijke waarheid. Die interviews zijn nu een geweldige schat aan informatie en waren op zijn proces in Jeruzalem belangrijk bewijsmateriaal. Ze geven een unieke inkijk in het brein van de planner van de Holocaust.

“Willem Sassen stierf in 2002 in Chili waar hij bij één van zijn dochters woonde. Hij is ook de vader van de beroemde sociologe Saskia Sassen. Zij weigert de nazicarrière van haar papa in het juiste perspectief zien. In de jaren tachtig kwam haar bejaarde vader haar opzoeken. Ze organiseerde een etentje waar ook een hartsvriendin met een Joodse echtgenoot op aanwezig was. Zij wisten niet dat de oude Willem Sassen een notoire nazi was. De avond verliep heel gezellig en Willem leek een hoogst aimabele gesprekspartner. Jaren later kwam die vriendin erachter wie Willem Sassen écht was. Ze sprak er Saskia over aan: ‘Waarom heb je me dat toen niet verteld?’ Saskia antwoordde: ‘O, maar papa haatte Hitler.’ Werkelijk?”

Ging u door het schrijven van De onfortuinlijke op een andere manier naar Adolf Eichmann kijken?

“Het veranderde de manier waarop ik naar heel nazi-Duitsland keek. Mijn grootmoeder langs moederszijde overleefde Auschwitz. Door wat zij meegemaakt heeft, is de Holocaust een thema dat in mijn familie leeft. Ik schreef eerder een boek over haar en verdiepte me heel erg in de gruwel van de vernietigingskampen. Tijdens de research merkte ik toen dat ik veel dingen niet wist, ook al was oma’s verhaal voor mij springlevend. Ik denk dat ik nu inzicht gekregen heb in hoe een nazi denkt. Maar ook in hoe dat hele perverse systeem mensen overtuigde en meezoog.

“Vandaag wint extreemrechts opnieuw aan kracht, waarbij ‘de Joden’ soms vervangen zijn door ‘de moslims’. De methoden van toen, zijn identiek aan die van nu. Eichmanns gedachten en overtuigingen resoneren ook vandaag. Zijn uitgangspunt was: ‘Joden en Duitsers kunnen niet samenleven. Hoe lossen we dat probleem op?’ Zelfs heel wat Joden waren het daar in de begindagen van het naziregime mee eens. ‘Ja, dat samenleven lukt niet echt. Daar moeten we inderdaad een oplossing voor vinden.’ Het axioma van ‘niet kunnen samenleven’ werd nooit in vraag gesteld, maar zonder discussie voor waar aangenomen. Vanop dat door vrijwel iedereen klakkeloos aanvaardde fundament, bouwden de nazi’s heel logisch stap voor stap hun vernietigingsmachine. In Eichmanns geest was het helder: ‘We hadden eerst dat probleem, waarna we stap één namen, dan stap twee en vervolgens stap drie… en op het einde was er Auschwitz.’”

Eichmann creëerde een monsterlijk systeem met de praktische ingesteldheid van een boekhouder?

“Precies. Hij en zijn kompanen stelden zich nooit vragen over hun basisstelling. Ze namen gewoon als dogma aan dat Joden en Duitsers niet konden samenleven. Alles wat ze vandaaruit verder beredeneerden, eindigde in dat totale vernietigingssysteem. Doordat het zo logisch ineenzat, was er geen enkel moment waarop er twijfel binnensloop en was er achteraf ook geen plaats voor schuldinzicht of berouw. Al die jaren in Argentinië bleef Eichmann er heilig van overtuigd dat hij niets fout had gedaan. Dat gold ook voor al die andere gevluchte nazi’s. Ze waren zich van geen kwaad bewust, niet omdat zijzelf monsters waren, maar omdat ze deel uitmaakten van dat rationeel geconstrueerde monsterlijke systeem. De Holocaust was in hun ogen geen massamoord, maar de ‘Endlösung’.”

Uw grootvader langs vaderszijde arriveerde in 1937 in Buenos Aires, dertien jaar voor Adolf Eichmann er voet aan wal zette.

“Mijn opa vluchtte net als veel andere Duitse Joden voor de oorlog naar Argentinië. Na de oorlog vestigde er zich dan plots een stevige nazi-delegatie. Hun favoriete magazine was Der Weg. Daarin leek het in 1960 alsof het nog steeds 1933 was en de Führer pas de macht veroverd had. Ik werk nu aan een non-fictieboek over hoe die twee gemeenschappen in de jaren vijftig en zestig naast elkaar leefden.

“Ik heb grootvader nooit gekend; hij stierf heel jong. Maar mijn vader vertelde me dat opa in Buenos Aires in een flat onder een vrouwelijke nazi woonde. Ze was niet van het kaliber van Eichmann of Mengele, maar haar ‘geloof’ had ook zij niet afgeschud. Vanuit haar raam gooide ze afval naar mijn opa en riep: ‘Du Scheißjude!’

“Mijn vader is al zijn hele leven razend kwaad op Adolf Eichmann. Hij was tien jaar oud toen Eichmann op 11 mei 1960 door de Mossad in Argeninië ontvoerd werd. Hij zat toen bij wijze van spreken op de eerste rij. Ik vond papa’s woede altijd bizar. Ik zei hem: ‘Ik begrijp dat je Adolf Hitler haat. Maar het lijkt alsof je nóg bozer bent op die Eichmann. Waarom toch?’ Nu snap ik hem veel beter.”

U schrijft dat uw vader ook boos op u werd omdat u deze roman over het monster Eichmann wou schrijven.

“Dat is een dichterlijke vrijheid. (lacht) Papa werd helemaal niet boos op mij, maar zo werp ik de vraag op: waarom wil ik een roman schrijven over een monster? Alleen: Eichmann was dus geen monster. Het is iets te gemakkelijk om over figuren als Adolf Eichmann te zeggen: ‘Het zijn monsters.’ Als we écht willen begrijpen wat er toen misging en herhaling willen voorkomen, moeten we precies weten hoe zij geworden zijn wie ze zijn.”

Waarom rolde Argentinië in de jaren na WO II de rode loper uit voor al die gevluchte nazi’s?

“De toenmalige president Juan Peron was net als de Amerikanen, de Fransen en de Russen geïnteresseerd in de masterminds van het nazisme. Omdat de dure topingenieurs van het kaliber Wernher von Braun al door de VS ingepikt waren, moest Peron zich tevreden stellen met naziwetenschappers en -ingenieurs die een trapje lager stonden. De Duitse gemeenschap in Argentinië liet zich gewillig inschakelen voor het binnensmokkelen van oorlogsmisdadigers zoals Eichmann en Mengele. Hoeveel er zo het land ingekomen zijn, weten we niet precies. Volgens de laagste schatting gaat het om 800 nazi’s; volgens sommigen zijn het er minstens 10.000.

“Het was in die tijd niet zo moeilijk om Argentinië binnen te geraken. Het is niet voor niets dat mijn grootvader in de jaren dertig samen met 40.000 andere Joden naar Buenos Aires vluchtte. Opa was als Jood niet welkom, want officieel mochten Joden het land niet binnen. Toch gaf Peron al die Joden, net als de nazi’s, de Argentijnse nationaliteit.”

Had Juan Peron sympathie voor het nazisme?

“In die tijd woedde in Argentinië de discussie volop of Peron zelf een nazi was. Daar worden zelfs vandaag nog verhitte debatten over gevoerd. De populistische peronistische partij zit in de huidige regering en ligt onder vuur over de drijfveren van haar stichter. Tegenstanders wijzen erop dat Peron Josef Mengele persoonlijk kende en in bescherming nam en daarom niet anders dan zelf ook een nazi kon zijn. Als je aan Adolf Eichmann zou vragen of Juan Peron een nazi was, ben ik er vrij zeker van dat hij zou antwoorden: ‘Natuurlijk niet. Peron heeft ons uitstekend geholpen, dat is waar. Maar hij hielp ook die Joden. Hij is geen antisemiet, maar gewoon een politicus.’ Voor een nazi is ‘politicus’ een scheldwoord, want die sluit deals met om het even wie. Al had Juan Peron zeker fascistische sympathieën. In de jaren dertig werd hij militair gevormd en getraind in het Italië van Mussolini.

“Adolf Eichmann beschouwde zichzelf als een ‘zuivere idealist’ met lak aan compromissen. Hij begreep niet waarom een Argentijnse dokter waarmee hij bevriend raakte graag een opvangtehuis voor geesteszieken wou oprichten. ‘Je doodt ze toch gewoon?’ Hij keek naar de realiteit vanuit zijn onversneden nazi-ideologie en vond zo glasheldere antwoorden voor wat hij ernstige problemen vond.”

Adolf Eichmann leefde tien jaar lang als Ricardo Klement vrij onopgemerkt in Argentinië.

“Toch ging dat niet van een leien dakje. Want hij had het lastig om in zijn levensonderhoud te voorzien. Zijn leven in Argentinië stond in schril contrast met wie hij was tijdens het naziregime. Eichmann had toen ontzettend veel macht. Op de beruchte Wannseeconferentie van 20 januari 1942 werd door een selecte groep nazibonzen een definitief plan opgesteld voor de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’. Eichmann was er aanwezig als secretaris en kreeg er ook de opdracht om de ‘Endlösung’ voor te bereiden en uit te voeren. Hij is dus dé man die het logistiek mogelijk maakte dat 6 miljoen Joden vermoord werden. Hij had de absolute macht om mensen uit te roeien en droomde er als rechtgeaarde nazi van om de wereld te regeren. Als dat niet lukte, wou hij op zijn minst over Europa de scepter zwaaien. Maar dat plan mislukte en hij moest vluchten naar Argentinië, of all places. Hij begreep niet waar hij dat aan verdiend had. Want de nazi’s hadden toch niets verkeerd gedaan? Hun enige vergissing was volgens hem de invasie in Rusland. ‘Dat was een idioot idee van de Führer’, vond hij. ‘Als we binnenkort aan het Vierde Rijk beginnen, mogen we die fout geen tweede keer maken.’ (lacht) De naar Argentinië gevluchte nazi’s droomden echt van dat Vierde Rijk. Dat zou dan beginnen in Buenos Aires, met een nazi-regering in ballingschap, om van daaruit een nieuw imperium te bouwen.”

Waar kwam zijn schuilnaam Ricardo Klement vandaan?

“Zijn voornaam Ricardo was een eerbetoon aan de Italiaanse priester die voor hem een Argentijns visum had geregeld. Voortaan heette hij niet langer Adolf Eichmann maar Ricardo Klement en was hij geboren in 1913 in plaats van 1906. In Argentinië kregen Eichmann en zijn vrouw Vera een vierde zoon, Ricardo. Hij is de enige van de vier zonen die nog in leven is. Ricardo Eichmann woont in Berlijn en verafschuwt zijn vaders ideologie. De andere drie waren levenslang overtuigde nazi’s. Zij waren dan ook opgevoed door Eichmann. Ricardo was vijf jaar toen zijn vader naar Israël ontvoerd werd. Hij werd niet gehersenspoeld.”

U beschrijft de kidnapping door de Mossad alsof dat voor Eichmann een opluchting was.

“Adolf Eichmann was geen dommerik. Na de oorlog werd hij eerst door de Amerikanen gevangengenomen. Op slinkse wijze wist hij te ontsnappen. Vervolgens dook hij als houthakker onder op de Lüneberger Heide en wist hij het gerucht te verspreidden dat hij in het Midden-Oosten zat. Hij leidde het Internationale Rode Kruis om de tuin, maakte de oversteek naar Argentinië en slaagde er een paar jaar later in om ook zijn gezin over te smokkelen. Op 11 mei 1960 werd hij door agenten van de Mossad een auto ingesleurd. Ik geloof nooit dat een man met zijn intelligentie zich zo makkelijk zou laten traceren. Ik laat hem vlak na die ontvoering in mijn roman zeggen: ‘Ik heb mijn lot al aanvaard.’ Volgens mij was hij het vluchten moe en wou hij inderdaad opgepakt worden. Niet omdat hij berouw had, maar omdat hij opnieuw het wereldpodium wou bestijgen. Hij wou terug íemand zijn, een belangrijk persoon.”

In het begin van uw roman schrijft u ook dat hij wist dat hij ooit zou worden opgehangen.

“Dat heb ik niet verzonnen, maar is gebaseerd op authentiek bronnenmateriaal. Er waren verschillende momenten in Argentinië waarop hij naar veiliger oorden had kunnen vluchten. In Buenos Aires ontmoette hij af en toe Josef Mengele alias doctor Helmut Gregor. Die zag de bui op tijd hangen, waarschuwde Eichmann voor nazijagers en vertrok zelf naar Paraguay. Andere nazi’s ruilden Argentinië in voor Chili. Hij bleef. Hij was ervan overtuigd dat hij recht in zijn schoenen stond en niets verkeerd gedaan had. Hij had enkel bevelen opgevolgd en die netjes en nauwkeurig uitgevoerd, zoals het hoort voor een SS-officier. Kadaverdiscipline was heilig. Toen zijn Führer opdracht voor de Endlösung gaf, gehoorzaamde hij als een trouw soldaat met gestrekte arm en klakkende hielen.”

Verdiende Eichmann de doodstraf?

“Hij verdient elke dag terechtgesteld te worden. Principieel ben ik een tegenstander van de doodstraf, maar voor Adolf Eichmann maak ik een uitzondering. Want of hij nu een monster was of niet: hij plande de moord op miljoenen.”

Bio

  • Geboren op 16 oktober 1975 in Buenos Aires
  • Studeerde filosofie en Spaanse literatuur in Duitsland
  • Vertaler van het werk van Franz Kafka, Peter Handke en Herman Hesse
  • Debuteerde in 2005 als romanschrijver met Sandra
  • De onfortuinlijke is zijn zevende roman en de eerste vertaling in het Nederlands

Ariel Magnus, De onfortuinlijke, Meulenhoff, 240 blzn, 20,99 euro

(c) Jan Stevens

‘Anders Tegnell kan op de Noordpool beter vlooien gaan tellen’

Volgens de Amerikaans-Britse historicus Peter Baldwin beleven we met de coronacrisis allesbehalve uitzonderlijke tijden. De Zweedse aanpak vindt hij een onvergeeflijke vergissing. “Staatsviroloog Anders Tegnell is een politicus vermomd als expert.”

De in Engeland levende Amerikaanse historicus en UCLA-professor Peter Baldwin is in de ban van de geschiedenis van de aanpak van epidemieën. In zijn in 1999 verschenen boek Contagion and the state in Europe vergeleek hij hoe Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden en Frankrijk tussen 1830 en 1930 besmettelijke ziekten zoals cholera, de pokken en syfilis aanpakten. Hij ging ook op zoek naar verklaringen waarom de ene staat drastisch ingreep, terwijl de andere liet betijen. Zijn conclusie luidde dat eerder financiële dan ideologische motieven aan de basis van maatregelen lagen. Zo waren landen met een lege schatkist sneller geneigd om hun burgers in tijden van cholera in strikte quarantaine te dwingen, dan landen met voldoende geld om de sanitaire omstandigheden in steden aan te pakken.

Het voorbije jaar herhaalde Baldwin dezelfde oefening voor de wereldwijde aanpak van de coronapandemie. Op de eerste dag van de lente van dit jaar verscheen zijn boek Fighting the first wave, waarin hij met veel zin voor detail op zoek gaat naar de motieven van politici en wetenschappers in hun strijd tegen covid.

Wij geloven dat we nu in unieke omstandigheden leven, maar dat is helemaal niet zo?

“Nee, ik beleef continu déjà vu’s. (lacht) Zolang er geen medische oplossing voor een pandemie is, zoals een vaccin of een geneesmiddel, kunnen we enkel terugvallen op technieken die ze al in de Oudheid kenden. Je zet mensen in isolatie, verbiedt reizen en probeert alle mogelijkheden tot overdracht uit te schakelen. Die manieren om besmetting te stoppen, bestaan al duizenden jaren. Al die eeuwen waren het ook zowat onze enige middelen. De balans ten voordele van de geneeskunde begon pas over te slaan in de jaren 1950.”

Hoe dodelijk is dit virus in vergelijking met de vorige?

“Corona is minder dodelijk dan ebola, maar dodelijker dan de griep. Echt dodelijke virussen zoals ebola branden op termijn zichzelf op. Een virus dat zijn slachtoffers te snel doodt, tekent zijn doodvonnis. Want het krijgt het dan steeds moeilijker om zichzelf te blijven voortplanten.

“Een van de grote verschillen tussen corona en de vele voorgangers, is dat dit virus een incubatietijd tot twee weken heeft. Dat wil zeggen dat er veel mensen rondlopen die een hele tijd niet in de gaten hebben dat ze besmettelijk zijn. Dan is er ook nog die 40 procent die geen enkel symptoom heeft, maar de ziekte toch verspreidt, de zogenaamde asymptomatische dragers. Wie in de 19e eeuw met cholera besmet raakte, werd snel ziek en in isolatie gezet. Wie vóór covid griepsymptomen kreeg, bleef vaak automatisch thuis en zette zichzelf zo onbewust in isolatie. Nu lopen er nogal wat superverspreiders rond die zich van geen kwaad bewust zijn.”

Gaf de globalisering dit virus in vergelijking met de voorgangers extra kracht?

“De manier waarop we de voorbije decennia van de ene uithoek van de planeet naar de andere reisden, vergemakkelijkte zeker de verspreiding van corona. De Sloveense filosoof en socioloog Slavoj Zizek schreef daar het boekje Pandemic! over. Hij vraagt zich af wat er zou gebeurd zijn als de eerste besmetting in Wuhan zich had voorgedaan vóór de hervormingen in China. Stel dat Patiënt Zero besmet raakte in datzelfde Wuhan in 1967. China was toen nog een van de buitenwereld afgesloten communistische volksrepubliek. De kans is zeer groot dat wij dan nooit van covid-19 gehoord hadden.

“Toch verspreidden ook lang voor de globalisering besmettelijke ziektes zich over continenten. In de 19e eeuw trok cholera over heel Europa een spoor van vernieling. Rond 1830 kwam de ziekte Europa binnen via Rusland. Twee jaar later woedde cholera over Engeland, vandaar ging het naar Zweden. Van maand tot maand kon je het spoor van de epidemie volgen. De schaal was kleiner dan nu én de snelheid lag veel lager. Maar op de keper beschouwd verspreidde cholera zich precies zoals SARS-CoV-2 of corona.”

Wil dat zeggen dat het afsluiten van grenzen geen zin heeft? Want het virus verspreidt zich toch?

“Een snelle, harde lockdown met gesloten grenzen heeft wel degelijk zin. Dat bewijzen Nieuw-Zeeland, Taiwan, Australië en nog veel andere eilanden die kozen voor die drastische ingreep. Het Verenigd Koninkrijk is ook een eiland en ging met zijn strategie voor groepsimmuniteit in die eerste golf volledig de mist in. Natuurlijk is het voor een eiland makkelijker om de boel af te sluiten dan voor een land als België.

“Zweden vormt vandaag met zijn laissez-faire-aanpak een grote uitzondering in Europa. Tijdens de cholera-epidemie was de aanpak compleet tegengesteld. In de jaren 1830 gold Zweden als een van de strengste strijders tegen de besmettelijke ziekte. De economie werd volledig platgelegd en de grenzen gingen potdicht. Reizigers die het land probeerden binnen te komen, werden door speciale grenspatrouilles gearresteerd.”

Een groot verschil met de cholera-epidemie is wellicht de niet te stoppen vulkaanuitbarsting aan artikels, nieuwsberichten en reportages over corona?

“Toch niet. Van zodra cholera in Europa voet aan wal zette, verschenen er duizenden boeken en artikels over het onderwerp. Een criticus noemde die ‘overkill’ aan informatie in die tijd ‘bibliocholera’, wat hij nog besmettelijker vond dan de ziekte zelf. (lacht)”

Vandaag leven wij in het Westen in liberale democratieën. Dat zorgt wellicht voor een groot verschil met hoe de epidemie door autoritaire regimes werd en wordt aangepakt?

“Het verschil is inderdaad gigantisch. Maar het is niet omdat we in een democratie leven, dat we niet in staat zouden zijn om de epidemie onder controle te krijgen. Kijk maar naar Australië, Nieuw-Zeeland, Taiwan of Zuid-Korea. Wat opvalt: de democratieën die het goed deden, namen hun burgers ernstig en slaagden erin ze zo te overtuigen om mee te werken. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, had het over haar ‘team van vijf miljoen’. Niet veel leiders kunnen hun burgers zo aanspreken. Samen sloegen ze het coronavirus plat.”

Onze premier Alexander De Croo sprak eind november 2020 de Belgen aan als zijn ‘ploeg van elf miljoen’. Zo’n slogan alleen volstaat blijkbaar niet, want hier waart het virus nog steeds rond.

“Deed hij dat ook? Dat wist ik niet. In Nieuw-Zeeland was Arderns oproep wel succesvol, wat voor mij bewijst dat in een democratie ingrijpende maatregelen met het akkoord van de burgers genomen kunnen worden. Democratieën die te lang met het nemen van maatregelen talmden, schoten zichzelf in de voet. Waarom moest het in sommige landen zolang duren om een opsporingsapp in te voeren? Als alle burgers op hun mobiele telefoon zo’n app installeren, wordt het veel makkelijker om besmettingen op te sporen en te isoleren. Waarom moest er zowel bij jullie als bij ons eerst een ellenlange discussie over privacy gevoerd worden? Zo werden die apps bij voorbaat ondermijnd.”

U vindt de angst ongegrond dat zo’n app de deur kan openen naar een vorm van permanente observatie door de overheid?

“Ik vind die angst terecht, hoor. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het niet zover komt. Maar die discussie moet je niet voeren in het heetst van de strijd tegen een pandemie. Hetzelfde geldt voor het verplicht dragen van mondmaskers. We hadden geen andere keuze dan ze te dragen om elkaar te beschermen. Voor sommigen is het mondmasker een regelrechte aanval op hun rechten als burger. Écht? Dergelijke reacties vind ik verbijsterend. Zijn veiligheidsgordels in de auto dan ook een schending van onze mensenrechten?”

Ik las in uw boek dat tijdens de cholera-epidemie in de 19e eeuw overtreders van de quarantainemaatregelen geëxecuteerd werden.

“Er golden zeer strenge lijfstraffen voor wie zich niet aan de isolatiemaatregelen hield. Op momenten dat cholera zeer veel slachtoffers maakte, riskeerden overtreders inderdaad ook geëxecuteerd te worden. Een van de voordelen van onze democratie is dat zo’n waanzinnige maatregel geen kans meer maakt. Wat niet wil zeggen dat er vandaag geen geweld gebruikt wordt tegen overtreders van coronamaatregelen. In Zuid-Afrika trapt de politie deuren van huizen in om ongehoorzame burgers een pak slaag te geven. De politie van New York bouwde de voorbije maanden ook een bedenkelijke reputatie op met het gewelddadig uiteenslaan van illegale bijeenkomsten van vooral minderheden.”

Hoe werd de cholera-epidemie uiteindelijk tot stilstand gebracht?

“Door de Britse wetenschapper John Snow. In 1853 ontdekte hij in Londen dat besmet water de epidemie een stevige boost gaf. Hij liet een waterleidingpomp afsluiten en cholera stopte. Snow geldt vandaag als de grondlegger van de epidemiologie.”

Zeker in het begin van de coronapandemie probeerden nogal wat landen hun eigen systemen uit om de besmetting te stoppen. Speelden hun eigen traditie en geschiedenis daarin een belangrijke rol?

“Als historicus vind ik dat een geweldig interessante vraag, maar het antwoord valt een beetje tegen. Over één zaak is iedereen het eens: onze enige echte exit zijn de vaccins. Tot dan zijn al onze middelen degene die inmiddels 8.000 jaar oud zijn. (lacht) Dat klinkt misschien nogal mager, terwijl dat eigenlijk best een stevige traditie is. Toch besloten een paar landen om die wijsheid van eeuwen bij het oud papier te zetten. Wellicht is Zweden daarvan het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld. Er werden geen isolerende maatregelen afgekondigd, maar er werd beroep gedaan op het ‘gezonde verstand’ van de burgers. Die aanpak verschilde totaal van hoe de Zweden vroeger besmettelijke ziektes aanpakten. In 1806 was de schrik groot voor de gele koorts. Alle aanmerende schepen moesten meteen aan de ketting en in quarantaine. Kapiteins die het toch waagden om zonder toestemming te vertrekken, riskeerden ter plekke neergeschoten te worden. Ook in de strijd tegen venerische ziektes speelden de Zweden het keihard. Wie een geslachtsziekte opliep, moest zich verplicht laten behandelen en kreeg een verbod op seks. Al zijn of haar contacten werden opgespoord. Wie weigerde mee te werken, ging de gevangenis in.”

Velen vinden het Zweedse corona-experiment fascinerend. Ook in België zagen en zien sommigen meer heil in het Zweedse model dan in een strikte lockdown.

“Het Zweedse model is een complete mislukking. Akkoord, de Zweedse coronastatistieken zijn niet zo slecht als de Belgische, maar toch is het opvallend dat ze zoveel slechter zijn dan de Noorse of de Finse. De enige verklaring waarom ze zoveel slechter scoren dan hun buren, is de beslissing om niet in lockdown te gaan.”

Waarom maakten ze die keuze om radicaal van het bekende eeuwenoude pad af te wijken?

“De Zweden koesteren hun traditie waarbij de regering geacht wordt zich niet te moeien met de verschillende ambtelijke autoriteiten. De publieke dienst bevoegd voor de volksgezondheid had zoals gewoonlijk de handen vrij bij de aanpak van deze crisis. Aan de leiding stond deze keer een kleine groep wetenschappers die elkaar gevormd hadden. Allemaal vrienden en collega’s die samen in de tunnel van de groepsimmuniteit kropen. Ze waren ervan overtuigd geraakt dat zonder groepsimmuniteit een land gedoemd was tot een eeuwige lockdown. Omdat de strategie door die kleine groep bepaald werd, was er niemand om hen tegen te spreken. De politici lieten staatsviroloog Anders Tegnell en zijn voorganger en consultant Johan Giesecke betijen; dat hoorde volgens de Zweedse traditie zo. In Denemarken speelde zich heel even een gelijkaardig scenario af. Ook daar was er die strikte scheiding tussen regering en gezondheidsautoriteit. De Deense staatsviroloog Søren Brostrøm zat in dezelfde tunnel als de kliek rond Tegnell. Ook hij adviseerde politici om voor groepsimmuniteit te kiezen, mensen niet op te hokken, scholen niet te sluiten en bedrijven open te houden. De lockdownbehandeling was volgens hem erger dan de ziekte. Maar de Deense premier Mette Frederiksen vertrouwde dat advies niet. Zij was bang dat een beleid van ‘laat maar waaien’ tot een vreselijke humanitaire ramp kon leiden. Alleen bepaalde de Deense wetgeving op besmettelijke ziekten heel expliciet dat zij zich moest neerleggen bij alle adviezen van de gezondheidsautoriteit. Frederiksen nam een fors besluit: op 14 maart 2020 liet ze een noodwet stemmen waardoor ze de gezondheidsautoriteit buiten spel zette. Meteen daarna ging er in Denemarken een drastische lockdown in.”

In België waren we na de zomer van vorig jaar getuige van het omgekeerde fenomeen. Terwijl de virologen op strenge maatregelen aandrongen, stuurden de regeringen aan op versoepelingen.

“In zowel Denemarken als Zweden stonden niet alle virologen op de lijn van de staatsvirologen. In Zweden werd alleen heel lang niet naar die andere stemmen geluisterd.”

Die twee strekkingen bij virologen doet vermoeden dat er meerdere wetenschappelijk verantwoorde aanpakken van een pandemie mogelijk zijn? Of heeft virologie soms ook met ideologie te maken?

“In Zweden zijn alle mannen en vrouwen aan het werk. Als de scholen sluiten, is dat meteen een groot probleem voor de opvang van de kinderen. Ze bleven open zodat de fabrieken konden blijven draaien. Inmiddels weten we dat kinderen soms asymptomatische dragers zijn die hun ouders en grootouders kunnen besmetten. Die hele strategie om scholen open te houden, is niet houdbaar. Maar dat paste niet in het straatje van Tegnell. Dus wat zei hij? ‘Ach, asymptomatische dragers stellen niet veel voor.’ Hij minimaliseerde het probleem om toch zijn eigen gelijk te halen. Zijn doel bleef groepsimmuniteit. Alle wetenschappelijke bevindingen die dat streven onderuithaalden, werden door hem genegeerd. Anders Tegnell is al lang geen expert meer, maar een politicus vermomd als expert.”

Wat is er mis met Tegnells streven naar groepsimmuniteit?

“Hij is de lessen van de geschiedenis vergeten. Voor een viroloog is dat onvergeeflijk. Een vaccin vormt de basis voor groepsimmuniteit. De eerste epidemie die met een vaccin aan banden werd gelegd, waren de pokken. De Britse arts en wetenschapper Edward Jenner creëerde eind 18e eeuw het allereerste vaccin op basis van koepokken. Het zou nog tot ver in de 20e eeuw duren voor de pokken dankzij een gecoördineerde vaccinatiecampagne de wereld uitgeholpen werden. Het verzet tegen het pokkenvaccin was van in het begin groot. Religie speelde daarin een voorname rol. Het vaccin op basis van koepokken gold als een duivelse vermenging van het menselijke met het dierlijke. In de Engelse stad Leicester maakten antivax-betogers de straten onveilig. Ze probeerden de vaccineerders met geweld te verjagen. Uiteindelijk legde het pokkenvaccin de veilige basis voor groepsimmuniteit. Het roekeloze avontuur van Tegnell zal de Zweden geen groepsimmuniteit tegen corona bezorgen.”

U kent Zweden goed: u bent getrouwd met de Zweedse historica Lisbet Rausing.

“Ik kom er zeer regelmatig, ja. De meeste Zweden stonden lang achter Anders Tegnell. Dat is ook niet verwonderlijk: hoe zou je zelf zijn als bij de start van een gelijkaardige crisis de leiding van je land beslist: ‘Het is niet nodig om de boel te sluiten. Zolang we ons aan een paar basisregels houden, komt het allemaal voor elkaar. Ga gerust op restaurant en op café, maar hou afstand en was je handen. Onze vrijheid geven we niet op.’ In het begin leek dat ook te werken. Briljant! Tot het dodental dramatisch begon te stijgen. Vandaag is in Zweden de twijfel over de Tegnell-strategie zeer groot. Er stierven veel meer mensen dan in de buurlanden. Toch zit de hele Tegnell-kliek nog steeds aan de knoppen. Niemand is ontslagen. Dat is toch onvoorstelbaar? Ze hadden hem naar de Noordpool moeten sturen om vlooien te tellen.”

De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dat is nog niet extreem lang geleden, maar bij de start van de coronacrisis leek die griepepidemie uit ons collectieve geheugen gewist.

“De meeste mensen wisten daar inderdaad niets van. Terwijl door de Spaanse griep meer doden vielen dan door de Eerste Wereldoorlog. Er wordt nu soms gedaan alsof er geen blauwdruk bestaat voor de economische gevolgen van de coronacrisis. Die is er wel en dateert van de Spaanse griep. Economen leerden toen dat snelle kordate lockdowns voor minder economische schade op lange termijn zorgen. De huidige versoepelingsbrigade stelt dat lockdowns de economie schade berokkenen. Alleen vergeten ze dat de angst voor het virus er sowieso voor zorgt dat mensen amper nog hun deur uitkomen. Bij een langgerekt halfslachtig beleid gaat de economie óók om zeep. Als er geen lockdown is, legt de pandemie de economische activiteit stil. Een snelle, harde lockdown zorgt ervoor dat we grip krijgen op de pandemie. De economie kan daarna sneller herstellen. Kijk maar naar Nieuw-Zeeland. Die les leerden we dus al in de jaren na WO I, tijdens de Spaanse griep. Alleen zijn we ze compleet vergeten.”

Bio

  • Geboren in Ann Arbor, Michigan in 1956
  • Studeerde geschiedenis aan Harvard en Yale
  • Is professor geschiedenis aan de Universiteit van Californië, Los Angeles
  • Runt samen met zijn vrouw Lisbet Rausing Arcadia Fund, één van de grootste liefdadigheidsorganisaties van het Verenigd Koninkrijk
  • Schreef diverse boeken over Europa en epidemieën
  • Woont in het Britse graafschap Surrey

Peter Baldwin, Fighting the first wave, Cambridge University Press, 386 blzn.

(c) Jan Stevens

‘Corona is de nachtmerrie van Greta Thunberg die Donald Trump ontmoet’

Open moet het zijn volgens de Zweedse filosoof en ultraliberaal Johan Norberg. In zijn boek Open bezingt hij de zegeningen van open grenzen, vrijhandel en globalisering. “De lockdown is een afschrikwekkende preview van hoe de gedeglobaliseerde wereld eruitziet.”

Zonder open samenlevingen en economieën is volgens Johan Norberg vooruitgang onmogelijk. “Openheid is de sleutel tot succes.” De in Stockholm wonende filosoof, politicoloog en radicale vooruitgangsdenker geldt sinds zijn bestseller Vooruitgang uit 2016 als dé heraut van het optimisme, maar in de afloop van de coronacrisis heeft hij geen goed oog. Niet dat hij vreest dat de epidemie niet bedwongen zal worden: “De vaccins zullen ons redden.” Wel dat corona de doodsteek wordt voor de door hem bejubelde globalisering: “Velen wijzen die globalisering nu aan als een van de voornaamste redenen waarom de pandemie zo snel de wereld rond raasde.”

Dat is toch zo?

“Het klopt dat door het internationale vliegverkeer het virus aan een hoog tempo over de planeet verspreid raakte. Maar moesten er geen passagiersvliegtuigen zijn, was die globale verspreiding er ook geweest, alleen trager. Zonder globalisering waren er vandaag wellicht nog geen vaccins, want die hebben we te danken aan internationale samenwerking. Dus ja, globalisering hielp het coronavirus verspreiden, maar hielp het ook snel te bestrijden. De pest verspreidde zich indertijd zeer traag, maar roeide wel de helft van de Europese bevolking uit.”

Vindt u dat Zweden met staatsviroloog Anders Tegnell de coronacrisis goed aanpakt?

“Er is op dit moment bij ons nogal wat controverse over Tegnells koers. Want ons land heeft vrij slechte coronacijfers, al zijn ze toch minder slecht dan in veel andere Europese landen. Ondanks ons zogenaamde laksere beleid blijkt uit mobiliteitsdata dat de verplaatsingen in Zweden even sterk gereduceerd zijn als bij onze Scandinavische buurlanden. De Zweden blijken vrijwillig afstand van elkaar te houden. Het blijft vooral misgaan in woonzorgcentra met vele hoogbejaarden en in goedkope appartementsblokken waar verarmde migranten in krappe flats samenhokken.

“Door corona leefde ik het voorbije jaar continu in Zweden. Dat is iets wat me in mijn volwassen leven nog nooit is overkomen. (lacht) Dat gedwongen langdurige verblijf in eigen land vind ik een heel rare ervaring. Ik mis de open wereld enorm.”

Uw boek Open is zowel een hartstochtelijk pleidooi voor die open wereld als een waarschuwing voor de gevolgen van gesloten grenzen?

“Ja, want de open wereld staat zwaar onder druk. Dat was al zo vóór de pandemie; ik schreef dit boek toen er van corona nog geen sprake was. Vooral diepe crisissen vormen een bedreiging voor open samenlevingen. Zo hebben we er de laatste jaren wel wat gehad, met de financiële crisis, ernstige geopolitieke spanningen en deze huidige gezondheidscrisis. Grote crisissen vernauwen onze geesten. We worden dan bang van de wereld en willen ons er liefst voor verbergen. Maar de geschiedenis leert ons dat grote tijdperken eindigden op die momenten waarop we collectief ons cultureel zelfbewustzijn verloren. We moeten daarom vechten voor openheid, omdat die essentieel is voor onze toekomst.”

Ook het liberalisme waar u een hartstochtelijk aanhanger van bent, heeft het met de opkomst van illiberale leiders als Viktor Orban hard te verduren?

“Ik maak me grote zorgen over opkomende autoritaire leiders als Orban. Zij keren de vrijheid de rug toe en spiegelen voor ingewikkelde problemen simpele, inhoudsloze oplossingen op korte termijn voor. Ze winnen er makkelijk verkiezingen mee, maar helpen er hun burgers geen millimeter mee vooruit.

“Het liberalisme wordt wereldwijd bedreigd door autoritaire populisten van zowel links als rechts, terwijl het een voortreffelijk parcours aflegde. Want het zijn liberalen die de democratie versterkten, de samenlevingen opengooiden en voor economische vrijheid zorgden. Het liberalisme zorgde ervoor dat individuen zichzelf konden zijn en hun eigen levensstijl ontwikkelen. De diversiteit die daaruit groeide, is prachtig. Ze zorgde voor een mengelmoes aan meningen en overtuigingen. Liberalen vinden dat oké: we kunnen alleen maar van elkaar leren. Maar voor populistisch rechts en links zijn al die botsende meningen een gruwel, want zij willen dat iedereen het altijd over alles eens is. Daarom vinden zij dat wij nu in een nare tijd leven. Zij streven een strak keurslijf na. Voor rechts is dat dan nationalisme of etnische en culturele homogeniteit. Voor links is dat de cancel culture. Al wie het niet met hen eens is, wordt het zwijgen opgelegd.”

U vindt dat alles gezegd moet kunnen worden?

“Ik ben een radicaal voorvechter van vrije meningsuiting. Zelfs mensen met ‘foute gedachten’ hebben misschien wel ergens een punt. We hebben allemaal de neiging om vooral aandacht te schenken aan informatie die onze eigen overtuigingen bevestigt. Iedereen heeft last van die zogenaamde ‘confirmation bias’. Ik was me daar tijdens het schrijven van dit boek erg van bewust. Naast gedegen wetenschappelijke studies over bijvoorbeeld migratie, las ik ook wat extreemrechtse nationalisten daarover te vertellen hebben. Zij haten openheid, maar misschien leggen zij wel vingers op wonden die ik niet zie omdat ze niet in mijn wereldbeeld passen. Ik probeerde mijn geest zelfs open te houden voor de weirdo’s onder ons. (lacht)”

Twitter had nooit de account van Donald Trump mogen afsluiten?

“Net zoals uw krant het recht heeft om opiniestukken te weigeren, heeft ook Twitter het recht om opinies te weigeren. Ook dat is onderdeel van vrije meningsuiting. Alleen helpt het ons niet veel verder wanneer we meningen die ons niet zinnen de wacht aanzeggen. Haattoespraken en oproepen tot geweld krijgen van mij geen vrijgeleide. De manier waarop Trump begin januari de Amerikaanse democratie uitdaagde, vond ik niet gepast, net als zijn oproepen aan de Amerikanen om de verkiezingsuitslag te negeren. Maar voor de rest heeft ook hij het recht om zijn standpunten luidop te verkondigen. Handel is voor hem een zero-sum-spel: het verlies van de ene, is de winst van de ander. Ik vind dat vreselijk, want handel moet in de eerste plaats winst opleveren voor beide partijen. Ik vind ook zijn America First-retoriek afschuwelijk, maar ik zal hem nooit de mond snoeren.”

De huidige gesloten samenleving waarin corona ons nu dwingt, geeft ons een vooruitblik op wat er ons te wachten staat als we de open wereld afzweren?

“Jazeker. De pandemie zorgt voor een ongewild globaal experiment in wat het betekent om grenzen te sluiten en ons terug te plooien op onszelf. We ondervinden nu aan den lijve waar ik in mijn boek voor waarschuw. Dankzij onze open wereld genieten we van onze huidige levensstandaard. Ik had nooit gedacht dat de bedreiging van onze open samenleving zich zo snel en op deze radicale manier in dit experiment zou voltrekken. Álles is dicht. Zo goed als niemand reist nog, de grenzen zijn quasi op slot, de handel ligt op apegapen, veel ondernemingen moeten hun deuren sluiten. We beleven de nachtmerrie van Greta Thunberg die Donald Trump ontmoet. (lacht) Elk vliegtuig staat aan de grond, migratie is gestopt en de internationale handel ligt stil. De mondiale lockdown is een afschrikwekkende preview van hoe de gedeglobaliseerde wereld er uitziet. Honderd miljoen mensen worden in extreme armoede gekatapulteerd.”

In het begin van de lockdown slaakten veel burgers een zucht van opluchting. Eindelijk stopte de ratrace en kwam er een rem op die doldraaiende globalisering.

“Daar ben ik het totaal mee oneens, al besef ik heel goed dat mijn standpunt door niet veel mensen meer gedeeld wordt. Ik hoorde onlangs iemand op de Zweedse radio zeggen: ‘Vandaag gelooft niemand nog in globalisering, behalve Johan Norberg.’ (lacht) Dat is wellicht ietwat overdreven, maar zegt wel iets over de huidige tijdsgeest. De migratiecrisis, covid-19, de teloorgang van de industrie, geopolitieke spanning of milieuproblemen: het is altijd de fout van die verdomde globalisering. Altijd ligt het aan een vreemdeling ergens ver weg. Altijd zoeken we onze zondebok elders en vergeten we onze eigen verantwoordelijkheid.”

U kan toch niet ontkennen dat globalisering voor ernstige problemen zorgt? Al die vliegtuigen die goedkoop geproduceerde goederen van Azië naar hier brengen, vliegen niet op water. Delokalisatie naar lageloonlanden kost ons jobs. Volgens ecologische economen is het hoog tijd dat we globalisering in toom houden en afscheid nemen van onze fixatie op groei. Onze eindige planeet kan oneindige groei niet aan. U vindt dat onzin?

“Het is juist dat globalisering en industrialisering voor milieuproblemen zorgen. Maar we moeten dat wel in het juiste perspectief plaatsen. Want de problemen vóór de industrialisering en globalisering waren veel groter. Toen stierf de helft van alle kinderen voor ze de volwassen leeftijd bereikten. De op fossiele brandstoffen gebaseerde industrie maakte het mogelijk dat de meesten onder ons een lang en gezond leven in goede omstandigheden konden uitbouwen. We slaagden erin om extreme armoede veel sneller terug te dringen dan in welk ander tijdperk van de geschiedenis. Dat moeten we koesteren. Nu we de grootste miserie de wereld uitgeholpen hebben, is het tijd om ons ook op onze milieuproblemen te focussen. De vraag is alleen: hoe lossen we ze op? Door grenzen te sluiten en de internationale handel stop te zetten? Ik dacht het niet. 10 procent van de CO2 die in mijn smartphone of balpen zit, komt van het transport. 90 procent is toe te wijzen aan de lokale productie en distributie. Als we alles zelf zouden gaan produceren, besparen we dus 10 procent aan CO2-uitstoot. Tezelfdertijd verdwijnt dan ook de concurrentiestrijd tussen verschillende industrieën wereldwijd die voortdurend hun productiemethoden verfijnen. Terwijl net dat ons helpt steeds properder en efficiënter te produceren. We worden alleen beter door van anderen te leren én met anderen te concurreren.”

Spotgoedkope verse boontjes met het vliegtuig importeren uit Kenia. Erg verantwoord klinkt dat toch niet in tijden van klimaatverandering?

“Sommigen willen de planeet redden door vliegtuigen aan de grond te houden en de wereldeconomie tot stilstand te brengen. Wel, we hebben dat het voorbije jaar onder druk van de pandemie ook effectief gedaan. Weet u hoeveel CO2 er minder uitgestoten werd? Amper 6 procent. Een jaar stilstand hielp ons dus geen sikkenpit vooruit in de strijd tegen klimaatverandering. We zitten nu wel in een mondiale depressie én duwden honderd miljoen mensen in extreme armoede. De CO2-uitstoot moet op een andere manier aangepakt worden, met de hulp van nieuwe technologie. Als we de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs willen halen, moeten we zonder technologie continu in pandemie-modus.”

Vindt u dat we die doelstellingen moeten halen?

“Zeker, ik ben geen klimaatontkenner. Ik vind dat onze toekomst fossielvrij moet zijn. Fossiele brandstoffen waren een groot hulpmiddel bij het verwezenlijken van onze levensstandaard; dankzij hen overleven onze kinderen. Nu is het tijd om over te schakelen naar schone energie. Dat lukt niet door alles te ontmantelen, maar door beroep te doen op groene technologie en bijvoorbeeld CO2 te capteren en op te slaan.”

Globalisering is geen synoniem voor exploitatie? Wij bouwden onze luxe en welvaart niet op de rug van onderbetaalde arbeiders en moderne slaven in een ver buitenland?

“U geeft de definitie van kolonisatie; dat is precies wat onze voorvaders deden, toen onze landen nog kolonies hadden. Zij bouwden hun welvaart door te stelen en overzee mensen te exploiteren. Globalisering is het tegengestelde van kolonisering: het is een aanbod, een ruil. Je draagt iets bij in een land waar mensen het erg moeilijk hebben.

“Sommige westerlingen voelen zich ongemakkelijk als ze zien in wat voor omstandigheden mensen in Azië onze kleren of schoenen maken. Alleen vergeten ze hoe het met die mensen gesteld was toen er geen textielindustrie was. Ik bezocht Vietnamese textielfabrieken en sprak er met de arbeiders. Hun grootste klacht was: ‘Waarom breiden jullie niet sneller uit, zodat ook onze familieleden werk hebben?’ Hun zogenaamde lage loon was vier keer meer dan wat ze verdienden vóór de fabriek er was.

“Sinds 1990 is dankzij de globalisering de extreme armoede met driekwart de wereld uitgeholpen. Dat is een fantastische verwezenlijking. Landen in Afrika die niet van de globalisering profiteerden, zitten nog steeds diep in de miserie. Als globalisering exploitatie zou zijn, is niet geëxploiteerd worden het enige wat nog erger is.”

Hoe open is uw ideale samenleving?

“Hoe opener, hoe beter. Ik wil open grenzen voor goederen, handel, diensten, maar ook voor mensen. Ik weet dat velen daar tegenstander van zijn, maar open grenzen voor mensen vergroten de mogelijkheden dat we oplossingen vinden voor moeilijke problemen. Nieuwkomers brengen ook nieuwe ideeën met zich mee. Alle knappe koppen samen kunnen fantastische technologische vernieuwingen uitdokteren.

“Niemand zag aankomen dat de basis voor het eerste coronavaccin gelegd zou worden door twee Turkse migranten in Duitsland, Uğur Şahin en Özlem Türeci. In Turkije hadden ze hun inzichten wellicht nooit in de praktijk kunnen brengen. De Duitse biotechnologie vormde de ideale voedingsbodem voor het ontwikkelen van het Pfizer-vaccin. De eerste productie gebeurde in de VS. Dat was alleen maar mogelijk doordat Şahin en Türeci konden beschikken over de bedrijfsvliegtuigen van Pfizer. Want de gewone lijnvluchten stonden aan de grond. Migratie, technologie én luchtverkeer zijn nu de wereld aan het redden.”

De angst is groot dat ongecontroleerde migratie voor een grote toestroom zorgt van arme gelukszoekers met een vertekend beeld van het ‘paradijselijke’ Westen.

“Natuurlijk mogen we de ‘culturele angst’ van mensen voor migratie niet onderschatten. En er zijn ook problemen in onze multiculturele samenleving. Maar doorheen de geschiedenis profiteerden samenlevingen altijd van migratie. Die brengt meer werkkrachten en meer inzichten binnen. Na een tijd lijken migranten ook niet meer zo vreemd. De meesten komen naar een westerse samenleving omdat ze onze waarden goed gezind zijn en omdat ze zich wíllen aanpassen. Alleen werd de voorbije jaren die grote toestroom van vluchtelingen naar Europa niet goed aangepakt. Onze fors uitgebouwde welvaartstaten met hun genereuze uitkeringen ondermijnen de werkkracht van de nieuwkomers. Zij vinden geen aansluiting bij de mainstream van de samenleving en integreren niet. De beste plek voor integratie blijft de werkvloer, waar mensen collega’s ontmoeten, de taal beter leren beheersen en de codes van een samenleving leren begrijpen. Als je als migrant met een uitkering in een trieste voorstad tussen andere steuntrekkende migranten blijft hangen, raak je nooit geïntegreerd. De roep om de grenzen voor migratie te sluiten, is groot. Ik roep op om de grenzen te openen en te snoeien in onze voorzieningen.”

U vindt dat er stevig moet gesneden worden in de sociale voorzieningen van onze welvaartstaat?

“We hebben een situatie gecreëerd die het voor onervaren mensen met een taalachterstand moeilijk maakt om te werken. Als je van een plek met amper middelbaar onderwijs komt, maak je op onze arbeidsmarkt met zijn minimumlonen amper kans. Je ontvangt wel een mooie uitkering. Waarom dan nog moeite doen? Het gevolg is culturele uitsluiting waar zowel wij als de migranten niet beter van worden.”

U bent geen fan van een sterke staat. Bewijst de coronacrisis niet dat we de staat juist nodig hebben? Het is de overheid die nu zelfstandigen die hun zaak moesten sluiten financieel overeind houdt en tijdelijke werklozen steunt. Misschien beleven we nu het einde van het neoliberalisme?

“Ik ben het daar totaal mee oneens, in het volle besef dat ik zo geen nieuwe vrienden zal maken. (lacht) De overheden hebben hun nek te ver uitgestoken om de financiële gevolgen van de pandemie voor ons te verzachten. Voor alle duidelijkheid: als de regering je beveelt om je zaak te sluiten, moét ze je daarvoor compenseren. Dat geldt voor bijvoorbeeld restaurants, cafés en bioscopen. Maar de poging van de overheid om de hele economie in een soort van kunstmatige coma te houden tot de pandemie voorbij is, is een immense vergissing.

“De pandemie slingert ons vijf jaar verder in de toekomst, met het onlineshoppen en de platformeconomie die een boost van jewelste krijgen. Intussen proberen onze regeringen de oude businessmodellen krampachtig te beschermen. Zo rekken we nodeloos het leven van zaken en diensten waar binnenkort totaal geen vraag meer naar is. Wat we dan wel hadden moeten doen? Mogelijk maken dat er nóg meer geld vloeit naar waar wél vraag naar is. Ik geef toe dat het moeilijk blijft om te bepalen wat al dan niet toekomst heeft, maar kijk gewoon naar het gedrag van miljoenen mensen vandaag. Ze bestellen massaal alles wat ze nodig hebben via het net. Daar zou ik mijn centen op inzetten. Het kan best dat alle bedrijven die de overheid nu met geld aan het infuus houdt, na het ontwaken de concurrentie niet meer aankunnen. Dan maakten we toch gigantische schulden voor niets?”

Sommige economen stellen dat het met die schuld wel zal meevallen, op voorwaarde dat na de ramp de economische groei groter is dan de rente.

“Ik twijfel er zeer sterk aan of we economisch sterk genoeg zullen zijn om deze schulden terug te betalen. Want maak u geen illusies: alle schulden die we nu maken, moéten ooit terugbetaald worden. Ik vraag me af over wat voor bijzondere wijsheid al die economen beschikken die beweren dat we ons niet te veel zorgen moeten maken. Elke mens met een gewoon huishouden, iedere doorsnee zelfstandige ondernemer weet hoe gevaarlijk het wordt als je buitensporig veel schulden begint op te stapelen. Óók in tijden van lage rente. Want de dag dat die rente tóch begint te stijgen, wordt het startschot gegeven van veel ellende. Je bank zal je schulden niet wegschelden.

“De Amerikaanse president Joe Biden kondigde net zijn stimulansplan van 1900 miljard dollar aan. Stel dat door dat plan de Amerikaanse economie zo hard aanzwengelt dat ze begint te oververhitten. Plots is er inflatie, want veel mensen potten al lang hun spaargeld op en dat laten ze nu rollen. De Amerikaanse centrale bank krikt de rentevoeten stevig op om die inflatie onder controle te houden, waarna ook onze rentes omhoogschieten. De miljarden schulden van deze crisis hangen dan als een molensteen om onze nek. Van zodra de rente de lucht ingaat, belanden we in een financiële crisis waarbij de vorige niets zal voorstellen.”

Zo optimistisch bent u dan toch niet?

“Mijn natuurlijke staat van zijn is optimistisch, maar dat wil niet zeggen dat ik de fouten en vergissingen niet zie. Ik ben heel optimistisch over de menselijke creativiteit en over onze mogelijkheden en vaardigheden om problemen op te lossen. Alleen zijn we nogal slecht in het op tijd detecteren en benoemen van die problemen.”

We zijn ook meesters in het maken van grote vergissingen en in het creëren van onze eigen miserie.

“Daarin hebt u volkomen gelijk. We lossen ook altijd het laatste probleem op waarmee we geconfronteerd worden. Na deze pandemie zullen we ons wellicht focussen op het zelf produceren van mondmaskers en beschermingsmiddelen tegen de volgende pandemie. Alleen zal de volgende grote crisis geen pandemie zijn, maar iets volstrekt anders. Daarom moeten we eerst en vooral flexibel zijn. In plaats van de laatste oorlog nog eens een keer te willen verslaan, moeten we klaar staan om snel te reageren op wat voor calamiteit ook.

“Sinds de financiële crisis van 2008 ben ik een voorzichtigere optimist die ook een beetje bang is. De grote recessie zette openheid en globalisering onder druk. Toch geloof ik dat vooruitgang niet te stoppen is. Voor elke plek in de wereld waar vrijheid onderdrukt wordt, is er wel een andere waar openheid floreert.”

Bio

– Geboren op 27 augustus 1973 in Stockholm

– Studeerde filosofie en politicologie

– Gaat in 1999 aan de slag bij de ultraliberale Zweedse denktank Timbro

– Publiceert in 2001 als reactie op de antiglobaliseringsbeweging In defense of global capitalism

– Is sinds 2007 senior fellow bij de in Washington gevestigde libertaire denktank Cato Institute

– Ontpopte zich in zijn in 2016 verschenen bestseller Vooruitgang tot de profeet van het optimisme

Johan Norberg, Open – Hoe een open wereld ons verder brengt, Nieuw-Amsterdam, 448 blzn., 27,99 euro

(c) Jan Stevens