Mobbing

In haar roman Als jij goud zegt, is het goud tekent de Duitse schrijfster Annette Pehnt een haarscherp portret van een man die door zijn collega’s en zijn chef op subtiele wijze weggepest wordt. Pehnt weet waarover ze schrijft: “Mijn man heeft net hetzelfde meegemaakt.”

 

Een zomerse voorjaarsdag in Freiburg im Breisgau, een gezapig universiteitsstadje aan de voet van het Zwarte Woud. In de kraaknette straten wandelen en fietsen shiny happy people. Ik heb een afspraak met schrijfster Annette Pehnt in het Theatercafé, vlak naast de schouwburg. Ze is met de fiets. “Iedereen fietst hier”, zegt ze. Freiburg etaleert zich als een ecologische stad. Een paar jaar geleden zorgden de inwoners zelfs voor een primeur: ze kozen de allereerste groene burgemeester van een Duitse grootstad. Annette Pehnt woont zelf in een ecologische wijk. “Onze huizen halen hun elektriciteit uit zonne-energie en auto’s zijn er taboe.” De Freiburgers koketteren graag met hun groene imago. Pehnt: “Het is hier allesbehalve typisch Duits. Mijn stadsgenoten zitten er warmpjes in. Ze hebben het geld om ecologisch verantwoord te leven, om hun eten te kopen in dure biowinkels. De Freiburgers vinden dat heel Duitsland moet leven zoals zij, maar ze vergeten dat de meeste Duitsers zich dat niet kunnen permitteren. We voelen ons een beetje beter dan de rest. We leven in de illusie dat we ‘forever young’ zijn, met onze blitse fietsen en onze onbespoten groenten.”

Maar achter de witgekalkte Freiburgse gevels borrelt en gist het, net als overal elders. In haar beklijvende roman Als jij goud zegt, is het goud schetst Annette Pehnt het verhaal van een Freiburgs modelgezinnetje dat langzaam maar zeker naar de haaien gaat. Jo is gelukkig getrouwd en heeft twee kinderen. Hij werkt al jaren bij een overheidsdienst; zijn vrouw is thuisgebleven omwille van de kinderen. Jo vindt zichzelf goed in zijn werk, en is ervan overtuigd dat zijn collega’s hem waarderen. Maar op het moment dat er een nieuwe, vrouwelijke chef aangesteld wordt, kantelt de sfeer. Er wordt over hem geroddeld en hij wordt op een venijnige manier gepest en tegengewerkt. Vier jaar lang. Tot hij op staande voet ontslagen wordt. “Onterecht”, zegt hij zelf. Zijn vrouw gelooft hem. Ze moet wel – ze vindt dat ze geen andere keuze heeft. Het ontslag zorgt even voor opluchting in Jo’s gezin. Maar het duurt niet lang of de spanning is terug om te snijden. Zwaar gefrustreerd gaat Jo op zoek naar eerherstel, terwijl zijn vrouw zich zorgen maakt over de toekomst.

 

Annette Pehnt weet waarover ze schrijft. Haar man werkte jarenlang bij een openbare dienst in Freiburg. Tot er een nieuwe baas kwam die hem liever kwijt dan rijk was en er een verdoken spel begon van verdachtmakingen en pesterijen. Collega’s die ooit vrienden waren, speelden dat spel maar al te gretig mee. Pehnts man werd gemobd: hij werd vernederd, uitgesloten en uiteindelijk ook ontslagen. Nu is hij huisman en zorgt hij voor de kinderen.

“Normaal gezien schrijf ik geen autobiografische romans”, zegt ze. “Ik schrijf liefst over identiteit en over hoe persoonlijkheden ineen zitten. Maar de mobbingervaring van mijn man paste daar wonderwel in. Het was zo afschuwelijk en interessant tezelfdertijd, dat ik dit materiaal gewoon niet kon laten liggen. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe pesten een mens totaal kan desoriënteren. Ik heb het boek geschreven toen mijn man middenin zijn ontslagprocedure zat.”

Als jij goud zegt, is het goud verscheen in Duitsland onder de titel Mobbing in de herfst van 2007. De roman raakte bij veel lezers een gevoelige snaar, en Annette Pehnt ontving talloze uitnodigingen om lezingen over mobbing te geven. “Sinds de publicatie ben ik op een eindeloze lezingentournee geweest, waardoor het schrijven in de verdrukking geraakt is. Dit boek heeft ongelooflijk veel mensen aangesproken. Mobbing, het subtiel en systematisch vernederen van iemand, is blijkbaar alomtegenwoordig. Ik was me er eerlijk gezegd niet van bewust dat zoveel mensen die afschuwelijke ervaring meegemaakt hebben.”

 

Het was niet uw voornaamste bedoeling om een aanklacht te schrijven tegen mobbing in de samenleving?

“Ik wou in de eerste plaats het verhaal van Jo en zijn vrouw schrijven. Maar in mijn achterhoofd zat wel de gedachte dat hun verhaal relevant is voor wat er in de samenleving gebeurt. Ik vertrek als schrijver altijd vanuit een kleine microkosmos en ik zie dan wel waarheen die me leidt. Ik heb geen boodschap. Ik heb het thema pesten gebruikt om mezelf te definiëren: wie ben ik en wat gebeurt er als ik alles verlies waaraan ik gehecht ben? Wat blijft er dan nog over? Of wat blijft er niet over? En wat heeft dat voor invloed op mijn relaties met anderen?”

 

Er zit dus veel Annette Pehnt in deze roman?

“Het materiaal komt misschien wel van bij mij aan de keukentafel, toch ben ik niet Jo’s vrouw uit wiens perspectief het boek geschreven is. Het gezin uit de roman is anders georganiseerd dan het onze. In tegenstelling tot de vertelster, werk ik wel. Ik haat de denkbeelden die zij heeft over veiligheid en financiële zekerheid. Ze denkt: ‘Ik zit hier thuis. Mijn man moet voor het geld zorgen, zoals hij altijd al gedaan heeft.’ Zo zit ik niet ineen. Veel thuiswerkende vrouwen wel. Ze zijn totaal van de kaart als er een kink in de kabel komt. ‘We hebben het recht om voor gezorgd te worden. Wat gebeurt er toch? Waarom is het leven zo onredelijk?’ Het leven is noch redelijk, noch onredelijk. Het gaat gewoon voorbij. De wereld van mijn vrouwelijke hoofdpersonage stort helemaal in. Dat zou mij niet overkomen.”

 

Tijdens het lezen heb ik me vaak afgevraagd: hoe betrouwbaar is Jo in wat hij zijn vrouw vertelt over wat er op het werk gebeurt? Misschien hebben zijn collega’s wel gelijk en is hij een ramp om mee samen te werken?

“Dat is een terechte vraag. Misschien is Jo wel paranoïde. Een lezer kan niet anders dan de versie van zijn vrouw volgen, en zij volgt Jo in alles wat hij haar vertelt. Daardoor krijg je natuurlijk nooit vat op ‘de waarheid’; je raakt nooit tot de kern van de zaak. Dat is een bewuste keuze van mij als schrijfster, omdat ik denk dat er geen kern van de zaak is. Alles is mistig, je ziet op geen enkel moment wat er echt aan de hand is. Misschien was Jo wel ziek in zijn hoofd, of verbeeldde hij zich het gepest alleen maar. Misschien hadden zijn collega’s gelijk. Zijn vrouw weet het niet, en wij ook niet. Ik als auteur niet, en jij als lezer ook niet. (lacht) Dat effect wilde ik bereiken: dat je als lezer net als mijn hoofdpersonages compleet gedesoriënteerd raakt.”

 

De werkomgeving die u koos voor Als jij goud zegt, is het goud is bijna ‘ouderwets’ te noemen: een ‘veilige’ bureaucratische overheidsdienst waar in normale omstandigheden niemand aan de deur gezet wordt. Maakt mobbing daar meer kans?

“In een bedrijf in een vrije, concurrentiële marktomgeving zou dit verhaal zeker niet zo’n proporties aangenomen hebben: Jo zou er al veel eerder aan de deur gezet zijn. In ‘veilige’ overheidsdiensten zit iedereen aan zijn job vastgeklonken voor een carrière van veertig jaar. Intriges blijven er jarenlang borrelen en broeien. Op mijn lezingen vertellen mensen me zeer gelijklopende verhalen. Heel bizar. Vaak voel ik me dan een psycholoog of een priester die de biecht afneemt. In het boek beschrijf ik een scène op een speelplein waar kinderen een ander kind niet willen laten meespelen. Dat is zo archetypisch: hoe een groep zijn identiteit bepaalt door iemand tot zwart schaap te bombarderen en uit te sluiten. Dat verschijnsel is niet nieuw, alleen hebben we er nu het modieuze woord ‘mobbing’ voor verzonnen. De ervaring is zo oud als de mensheid. Er is nooit een goede reden voor mobbing. Jo wil geen outsider zijn. Hij wil zijn werk gewoon goed doen, misschien wel te goed. Er is geen duidelijke, aanwijsbare reden waarom het pesten begint. We gaan altijd op zoek naar verklaringen, we zijn het gewoon om op zoek te gaan naar oorzaak en gevolg. Wat mobbing zo interessant maakt, is dat er geen oorzaak is. Er zijn geen psychologische verklaringen voor. Mobben kan beginnen omdat de pestkop niet op je gezicht kan, of omdat hij je neus belachelijk vindt. In het begin denk je dan: ‘Ik zal wel iets verkeerd gedaan hebben, dus zal ik proberen om mijn gedrag aan te passen. Dan zal het wel weer beter gaan.’ Maar dat is een illusie. Je mag om het even wat ondernemen, het zal altijd verkeerd zijn. De pestkoppen willen gewoon niet dat je er bent – om wat voor reden ook. In mobbingsituaties vallen alle morele grenzen weg en wordt werkelijk alles mogelijk.”

 

De nieuwe chef waarmee Jo problemen krijgt, is een vrouw. Ze is een ongelooflijke bitch.

“Je mag haar van mij gerust een klootzak noemen. (lacht) Tegenwoordig zijn het niet alleen mannelijke bazen die zich als psychopathische ellendelingen gedragen. Ook vrouwen doen hun duit in het zakje. Ik heb voor een vrouw gekozen omdat mijn man af te rekenen had met een vrouwelijke chef. Ik denk dat het voor een man vernederender is om gepest te worden door een vrouwelijke baas dan door een mannelijke. Ik vond het belangrijk dat ze in het boek nooit in levende lijve naar voor komt. Op het moment dat de vertelster naar de chef toe stapt om haar ‘de waarheid’ in het gezicht te slingeren, is ze er ‘toevallig’ niet.”

 

Waarom is de chef nooit te bereiken? Omdat ze te laf is?

“Omdat ze zo machtig is dat ze het zich kan permitteren om zich niet te laten zien. Want de echt machtigen, de top van de hiërarchie, krijg je nooit te zien. De collega’s van Jo – A. en T. – zijn de echte lafaards. Zij staan voor de laffe rotzakken die je op elk werk vindt. De dames en heren die overal hun eigen voordeeltje uit trachten te halen. Ik heb ze bewust geen naam gegeven. Die hadden ze niet nodig. Iedereen kent wel een paar eikels zoals zij.”

 

A. en T. zijn de opportunisten.

“Degenen die hun vlag naar de wind zetten, ja. Ze zijn laag-bij-de-gronds en gemeen: ze verspreiden geruchten en hebben de sterkste wapens in handen om iemand kapot te maken. De bazin haar voornaamste wapen is haar macht en haar positie aan de top, maar deze rotzakken kennen subtielere manieren om Jo om zeep te helpen. Ze praten achter zijn rug en ondernemen kleine kwaadaardige acties. Ze pikken werk van hem in, zwijgen als vermoord als hij het kantoor binnenkomt, terwijl hij weet en voelt dat ze het over hem hadden… A. en T. zijn zo bedreven in kleine, wreedaardige dingetjes die een mens helemaal kunnen kraken. Die hebben meer effect dan de idiote regels van een bazin. Daar kun je nog kwaad over worden, maar die kleine dingen zijn zo subtiel dat je jezelf er niet tegen kunt verdedigen.”

 

Vindt Jo zijn werk niet te belangrijk? Waarom wil hij zijn job per se houden? Kan hij zijn energie niet beter investeren in een nieuwe baan?

“Stel je voor dat jij geen journalist meer kon zijn. Wat zou er dan nog overblijven van je persoonlijkheid? Werk is intens verbonden met wie we zijn. Karl Marx wist het al: werk is een expressie van onszelf. Het is naïef om ons werk los te zien van onszelf, en om te geloven dat we alleen maar onszelf kunnen zijn in onze vrije tijd. Als ze mij zouden verbieden om nog te schrijven, zou ik niet meer weten wie ik ben. Ik zou een moeder zijn en een vrouw, maar veel van mezelf zou weggenomen zijn.”

 

De vertelster in het boek heeft haar werk opgegeven voor haar gezin.

“In Freiburg is dat nog steeds de gewoonte. Als de kinderen klein zijn, kiest een van de partners ervoor om te stoppen met werken, meestal de vrouw. Ach, misschien heb je wel gelijk en is het niet verstandig om je in je leven te sterk met een aspect te vereenzelvigen. Jo definieert zichzelf helemaal door zijn werk, en zij definieert zichzelf helemaal door haar gezin. Dat is natuurlijk niet gezond. Als Jo nog andere interesses had gehad of zij een job, was de hele boel waarschijnlijk niet in elkaar gestuikt.”

 

Er is geen interactie tussen Jo en zijn vrouw. De schaarse momenten waarop die interactie er wel is, krijgen ze ruzie.

“Ze voeren een oorlog. Hetzelfde soort oorlog voert Jo ook buiten zijn gezin. Hij zet zijn hoogstpersoonlijke oorlog tegen de chef en zijn collega’s verder in zijn gezin. Dat is ook normaal: moeilijkheden met je werk neem je altijd mee naar huis. Alle aspecten van eenieders leven versmelten tot een geheel: je kunt daarin geen schotten optrekken en je gezin beschouwen als een veilige thuishaven waarin alles perfect verloopt. Jo verwacht dat zijn vrouw hem zal opvangen en beschermen, en dat de slechte wereld buiten de veilige familiecocon blijft. Haar rol is erg moeilijk in heel dit proces. Op de een of andere manier is zij ook een slachtoffer. Hij is een vechter, en misschien een slachtoffer, maar zij ook.”

 

Ze gaan niet in therapie. Het woord ‘therapie’ valt nochtans veel.

“Ze gaan niet in therapie omdat ze allebei strijders zijn – zeker Jo. Als je jezelf als een strijder ziet, ga je niet in therapie. Natuurlijk had hij het beter wel gedaan, maar hij wil niet inbinden. Hij is een soort van vrijheidsstrijder, hij vecht voor rechtvaardigheid. Hij wil niet in therapie, hij wil winnen! Hij wil dat ‘de waarheid’ zegeviert. Wat hem niet lukt. Als je in therapie gaat, geef je toe dat je zwak bent en dat je hulp nodig hebt. Zo zit hij niet ineen.”

 

Vriendin Katrin zegt op het einde van het boek tegen de vertelster: “Je bent alleen gefixeerd op je eigen problemen en je ziet die van mij niet.” Hebt u dezelfde ervaring met uw vrienden gehad?

“Katrin is niet te vertrouwen en zit vol zelfbeklag. Dat is typisch voor de manier waarop mensen reageren rond een koppel in crisis. Ze willen wel voor een tijdje helpen, maar het mag niet te lang duren, want dan gaat het op hun zenuwen werken. Dan krijg je opmerkingen als: ‘Herpak je’, of: ‘Neem een nieuwe start.’ Die helpen je geen centimeter vooruit. Integendeel, ze vervreemden je van de mensen rond je.”

“Bij ons duurde het pesten vijf jaar. Dat is lang. Na een jaar worden kennissen en oppervlakkige vrienden dat verhaal moe. Ze willen graag eens over iets anders praten, maar weten niet meteen wat. Ze begonnen ons te mijden om het toch maar weer niet over hetzelfde te moeten hebben. Al was het bij ons niet zo erg als in het boek.”

“Mobbing heeft een serieuze invloed op de relaties van mensen. Dat maakt het voor mij als schrijfster tot fantastisch materiaal. De interactie tussen mensen vind ik een goudmijn, maar dan zonder de psychologische flauwekul die iedereen er te pas en te onpas omheen weeft. Als mensen over zichzelf praten doen ze dat altijd met een beladen psychologische woordenschat. In een ‘Sigmund-Freud-voor-dummies’-stijl hebben ze het over hun relaties met anderen, hun kindertijd, hun relatie met hun moeder…. In elke talkshow op tv zie je die damesbladenpsychologie opduiken. Ik ben geïnteresseerd in relaties, maar dan zonder die woordenschat, en zonder teveel uitleg en verklaringen. Ik hou afstand van de karakters in mijn boeken. Ik wil het bijzondere, het vreemde in elke mens bewaren. Psychologie doet juist het tegengestelde, en dringt binnen in de geesten van mensen. Ik geloof niet dat ik anderen als een open boek kan lezen. Er zijn teveel bladzijden die ik nooit zal ontdekken; ik doe er zelfs geen moeite voor.”

 

Ook niet om de verborgen bladzijden van uw eigen man te lezen?

“Die zeker niet. Hoe beter je je man denkt te kennen, hoe verrassender al die vreemde aspecten zijn die je nooit in hem had vermoed. Dat wordt heel duidelijk in een crisissituatie. Wat je dan bij je partner ziet, is soms beangstigend. Ik vind het fascinerend om door anderen verrast te worden. Dat is misschien wel de belangrijkste reden waarom ik schrijf. Maar ik wil niet alles van de menselijke geest tot op het bot uitspitten. Laat het mysterie alsjeblief nog een beetje bestaan.”

 

 

 

 

Wie is Annette Pehnt?

 

– Annette Pehnt (°1967) studeerde anglistiek en keltologie.

– Pehnts ster fonkelt steeds harder aan het Duitse literaire firmament. Haar uitgebeende stijl is haar handelsmerk. “Schrappen is belangrijk. Ik werk erg hard aan het inkorten, het condenseren van mijn teksten. Ik probeer geen woorden te verspillen. Er wordt in de dagelijkse communicatie tussen mensen al genoeg geleuterd en lawaai gemaakt.”

– Kafka is haar grote voorbeeld. “Ik zal nooit zo goed als hem kunnen schrijven. Maar ik heb wel dezelfde attitude tegenover taal: focus op je beeld en schrap al het overbodige.”

– Ze debuteerde met een biografie van John Steinbeck. “Dat was alleen maar voor het geld. Hij schreef 35 romans. Ik heb ze allemaal moeten lezen. De meeste zijn verschrikkelijk. Hij maakte voortdurend ruzie met zijn vrouwen, hij trouwde de ene na de andere. Ik haatte hem.”

 

©jan@janstevens.be

Free as a bird (bis)

Het zal nog een tijdje duren vooraleer de pedofiele jeugdschrijver Gie Laenen zijn celstraf zal moeten gaan uitzitten. “Ik ben niet van plan om hem naar aanleiding van uw berichtgeving te laten oppakken”, zegt advocaat-generaal Bob Ruys van het Brusselse Hof van Beroep. “Dat zou een beetje belachelijk zijn.”

 

Op 30 juni 2008 werd de recidiverende pedofiel Gie Laenen door het Hof van Beroep van Brussel definitief veroordeeld tot 4 jaar effectief. Advocaat-generaal Bob Ruys liet hem toen vrijuit gaan. “Laenen had alle zittingen bijgewoond, waardoor ik niet de indruk had dat hij op de vlucht zou slaan.” Ruys maakte vlak na het proces wel een gevangenisbriefje klaar om Laenen te laten oppakken.”Dat document is verloren gegaan. Wat er precies fout is gelopen, moet ik nog laten uitzoeken. In augustus diende Laenen een genadeverzoek in. Zijn dossier ligt nu op de Dienst Genade in afwachting van behandeling. Bij een genadeverzoek wacht ik meestal met de uitvoering van de straf. Want het is altijd mogelijk dat door het verzoek een effectieve gevangenisstraf omgezet wordt in effectief met uitstel.”

Ook bij Laenen? “Ik heb zelf negatief voor Laenens genadeverzoek geadviseerd. Het zou me verwonderen dat de koning daar tegenin zou gaan. Ik ga ervan uit dat het verzoek verworpen wordt en dan verstuur ik onmiddellijk Laenens oproepingsbrief.”

Bij effectieve straffen van vier jaar worden de meeste veroordeelden die een genadeverzoek indienen opgesloten vooraleer er een beslissing is. Zo vloog Michel Nihoul in 2004 de gevangenis in om zijn straf van vijf jaar voor drugshandel uit te zitten, terwijl zijn genadeverzoek nog liep. Waarom gebeurt niet hetzelfde met een recidiverende pedofiel? “De straf zal sowieso uitgevoerd worden, eenmaal Laenens genadeverzoek verworpen is. Dit is gewoon uitstel van executie. Door de berichtgeving in De Morgen zal dat verzoek nu misschien bovenaan de stapel gelegd worden. Ik vind dat goed, en heb daar trouwens al voor gebeld. De Dienst Genade liet me weten dat het dossier in afwachting lag om behandeld te worden. Ik ben nu van plan om hen binnenkort nog eens achter hun veren te zitten. Eerlijk gezegd had ik iets sneller dan vandaag hun beslissing verwacht. Ik heb gelezen dat Laenen zelf vragende partij is om vlug de cel in te gaan. Dan had hij natuurlijk consequent moeten zijn en geen genadeverzoek moeten indienen.”

Kan Ruys hem dan nu niet laten oppakken? “Dat zou een beetje belachelijk zijn. (lacht) Van zodra de Dienst Genade haar werk gedaan heeft, krijgt hij zijn gevangenisbriefje.”

 

©jan@janstevens.be

Free as a bird

Een jaar geleden werd de pedofiele jeugdschrijver Gie Laenen definitief veroordeeld tot vier jaar effectief. Sinds zijn veroordeling heeft Laenen nog geen minuut in de gevangenis doorgebracht. “Hier is geen verklaring voor.”

 Op 30 juni 2008 veroordeelde het Brusselse Hof van Beroep jeugdauteur en ex-VRT-medewerker Gie Laenen voor pedofilie tot vier jaar effectief. Laenen werd niet aangehouden en verliet de rechtszaal als een vrij man. Vandaag geniet hij nog steeds van die vrijheid. Vanuit zijn thuisbasis in Mechelen beheert hij een online antiekwinkel en schrijft hij zijn blogs vol. Wanneer en of hij nog naar de gevangenis zal moeten, weet niemand.

 

Tussen 1978 en 2002 randde Gie Laenen minstens 25 jongens tussen de elf en zestien jaar oud aan. Hij misbruikte zijn prestige als auteur, als VRT-medewerker en als organisator van theaterworkshops. Jongens die interesse hadden in een toneelcarrière, nodigde hij op woensdagnamiddag bij hem thuis uit. Tijdens die sessies liep hij naakt rond, lokte hen in bed, in bad of onder de douche, streelde hen, liet zich strelen en bevredigen en verplichtte zijn slachtoffers tot orale seks.

In het voorjaar van 2005 had de Mechelse correctionele rechtbank Laenen tot zes jaar cel veroordeeld, een straf die in december van datzelfde jaar door het Antwerpse Hof van Beroep bevestigd werd. Maar Laenen tekende cassatieberoep aan. Het Hof van Cassatie oordeelde dat het Hof van Beroep in Brussel de zaak moest overdoen. Eind juni vorig jaar volgde dan de definitieve uitspraak: vier jaar effectief. Laenen werd in 1973 al eens tot een jaar effectief veroordeeld voor zedendelicten met veertien van zijn leerlingen in het Klein Seminarie in Hoogstraten Als recidivist zou hij nu minstens twee derde van zijn gevangenisstraf moeten uitzitten. De slachtoffers van Gie Laenen haalden opgelucht adem.

 

Logica

“Die opluchting is bij velen ondertussen omgeslagen in wanhoop”, zegt Dirk De Maeseneer, advocaat van het gros van de minstens 25 misbruikte jongens. “Ze begrijpen niet hoe het mogelijk is dat Laenen nog steeds vrij rondloopt. Af en toe belt iemand me in paniek op dat hij Laenen op straat tegen het lijf liep. Op de dag dat Gie Laenen veroordeeld werd, sprak hetzelfde Hof van Beroep een effectieve gevangenisstraf uit voor een man die een paar rollen ijzerdraad gestolen had. Hij werd onmiddellijk aangehouden en zit nog steeds in de cel. Laenen daarentegen stapte vrij naar buiten en is sindsdien ongemoeid gelaten. Door de overbevolking van de gevangenissen duurt het soms een paar maanden vooraleer een veroordeelde opgeroepen wordt om zijn straf te gaan uitzitten. Maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.”

Zou het kunnen dat Laenen moedwillig ongemoeid gelaten wordt? “Dat weet ik niet. Feit is dat Gie Laenen een meester is in het vertragen van zijn zaak. Zijn vertragingsmanoeuvres hebben hem tot hiertoe geen windeieren gelegd. Zijn oorspronkelijke straf van zes jaar is tot vier verlaagd omdat de rechtbank oordeelde dat een aantal feiten verjaard waren.”

 

Ludo Kools, de advocaat van Gie Laenen, vindt het niet meer dan normaal dat zijn cliënt op vrije voeten rondloopt. “Is het uw zorg dat mijnheer Laenen niet in de gevangenis zit?” vraagt hij korzelig. “Dat hij nog vrij is, is in zijn dossier op dit moment normaal. De overbevolking in de gevangenissen heeft daar niets mee te maken. Waar het dan wel aan ligt? Daar kan ik niets over zeggen. Ik heb er geen zicht op wanneer hij eventueel opgesloten zal worden. Die beslissing hebben wij niet in de hand.”

Wie heeft dat dan wel in de hand? “Ik kan daarover geen informatie geven. Ik ben gebonden aan mijn beroepsgeheim. Het recht moet zijn gang gaan.”

Laenen is als recidiverend pedofiel definitief veroordeeld tot 4 jaar effectief. Is het dan niet logisch dat zijn straf wordt uitgevoerd? Ludo Kools: “Het is mogelijk dat u dat logisch vindt.”

 

Geen verklaring

Volgens Laurent Sempot, woordvoerder van de dienst Gevangeniswezen van het Ministerie van Justitie, ligt de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de gevangenisstraf van Laenen bij het Parket van Brussel. “Het parket beslist of iemand in de gevangenis opgesloten wordt. Zij verwittigen de gedetineerde dat hij zich op een bepaalde datum bij de gevangenis moet melden. Wij mogen niemand opsluiten zonder hun opdracht. U zal uw vragen aan het Parket van Brussel moeten stellen.”

“Dat is gemakkelijk”, reageert Jos Colpin, woordvoerder van het Brusselse Parket. “De dienst Gevangeniswezen beslist wanneer iemand opgesloten wordt. Straffen die effectief worden uitgesproken, worden door ons in uitvoering gesteld, en dan bepaalt Gevangeniswezen waar en wanneer iemand zijn straf zal uitzitten. Wie vier jaar effectief krijgt, wordt normaal gezien ook opgesloten, zeker als het om een recidiverende pedofiel gaat. Ik heb er dus absoluut geen verklaring voor waarom Gie Laenen nog niet in de cel zit. Veel definitief effectief veroordeelden dienen een genadeverzoek in aan de koning. Maar als het om een recidiverende pedofiel gaat, lijkt me dat zeer onwaarschijnlijk. Tenzij hij daarmee tijd probeert te winnen. Sinds de zaak Dutroux wordt er voorrang gegeven aan de bestraffing van pedofiele feiten. Blijkbaar is dat in deze zaak niet het geval.”

 

Ondertussen runt Gie Laenen vanuit zijn statige herenhuis vlakbij het station van Mechelen een succesvolle online antiekhandel (www.timelesscollection.be) en schrijft hij rustig voort aan zijn ‘oeuvre’ op zijn vele weblogs. Op een van die blogs (http://stemmenuithetwoud.skynetblogs.be ) publiceert hij regelmatig artikels van anderen die pedofilie vergoelijken. Zo postte hij op 1 september een artikel van ene Philippe Sevier die relaties tussen jongens en volwassenen verheerlijkt. Op zijn met foto’s van jonge jongetjes versierde site http://timelesscollection.skynetblogs.be  schreef Laenen op 4 mei ter attentie van de rechters die hem veroordeeld hebben: “Elke rechter die gaat (ver)oordelen zou tijdens het moment dat hij zijn achterste afveegt in de spiegel moeten kijken. Zoals wij daar dan staan, lichtelijk voorover gebogen, de reinigende hand achterwaarts tussen de bilspleet, de geur van het nabije verleden in de neusgaten. Doorspoelen kan, maar het beeld van onszelf zal zich herhalen, boven ons de hemel, onder ons de kuil.”

Surf voor een ‘wervend’ profiel van Gie Laenen naar: http://giedo313.boysnetwork.com/

©jan@janstevens.be

I’ve seen the future: it is murder

In zijn boek De klimaatoorlogen schetst Harald Welzer een somber beeld van onze nabije toekomst. Volgens Welzer zal de klimaatverandering voor bruut geweld, totale chaos en massale vluchtelingenstromen zorgen. “Alleen radicale verandering kan ons misschien nog redden.”

 

Van de lectuur van De klimaatoorlogen van de Duitse sociaalpsycholoog Harald Welzer wordt een mens niet vrolijker. Volgens Welzer zal de opwarming van de aarde verstrekkender gevolgen hebben dan iemand tot hiertoe voor mogelijk hield. Door de klimaatverandering wordt overleven quasi onmogelijk in delen van Afrika, Azië, Oost-Europa, Zuid-Amerika, het noordpoolgebied en op eilanden in de Stille Oceaan. In grote gebieden zullen steeds meer mensen steeds minder toegang hebben tot hulpbronnen zoals drinkbaar water. Welzer voorspelt dat die primaire overlevingsstrijd binnen afzienbare tijd zal uitmonden in meedogenloze geweldconflicten, met miljoenen klimaat- en oorlogsvluchtelingen tot gevolg. Hij ziet één grote winnaar: geweld in al zijn vormen en facetten, met een boomende economische sector van huurlingenlegers en beveiligingsfirma’s. “Geweld dreigt in de 21e eeuw onze natuurlijke staat van zijn te worden. Westerse staten zullen er alles aan doen om de klimaatvluchtelingen buiten hun grenzen te houden, zijn zich daar volop op aan het voorbereiden, en zullen niet aarzelen om have en goed met geweld te verdedigen.”

Welzer eindigt zijn boek met een citaat van de Duitse theaterauteur Heiner Müller: “Optimisme is slechts een gebrek aan informatie.” Wie De klimaatoorlogen gelezen heeft, zal alleen maar kunnen hopen dat Harald Welzer zich verkeerd geïnformeerd heeft. Maar die kans is miniem, want Welzer heeft als sociaal wetenschapper een ijzersterke reputatie.

 

Anders gaan leven

“De klimaatoorlogen is inderdaad geen optimistisch boek”, zegt Harald Welzer met gevoel voor understatement, terwijl hij koffie inschenkt. We zitten in de bibliotheek van het Kulturwissenschaftliches Institut in Essen, waar Welzer directeur is van de onderzoeksgroep Interdisciplinary Memory Research. Buiten valt de regen in bakken neer, en lijkt het alsof de Apocalyps al losgebarsten is. “Toen ik uw boek las”, zeg ik, “bleef dat ene zinnetje uit The Future van Leonard Cohen door mijn hoofd spoken: ‘I’ve seen the future, brother: it is murder.'” Welzer knikt bedachtzaam. “Ik vrees dat Cohen gelijk heeft. De vooruitzichten zijn allesbehalve schitterend. Zeker omdat er tot hiertoe niet echt ingrijpende maatregelen genomen zijn om de klimaatverandering te lijf te gaan. De huidige economische crisis kleurt het plaatje nog zwarter. Je hoort bewindslui nu verklaren: ‘We moeten de recessie bestrijden, en misschien blijven er dan nog middelen over om ons met de opwarming van de aarde bezig te houden.’ Als je dan ziet waar ze hun geld aan spenderen, is het zonneklaar dat er later geen cent meer zal overschieten om die opwarming tegen te gaan. Veel liever stoppen ze zomaar geld in de bank- en de autosector, in plaats van het te gebruiken om fundamentele veranderingen in onze industrie en in onze manier van leven door te voeren. Dat belooft niet veel goeds.”

 

Terwijl de economische crisis een uitgelezen kans is om onze manier van leven te herdenken?

“Zeker. We moeten radicaal op zoek naar een nieuwe manier van politiek voeren. Maar laat me eerst stellen dat ik van nature niet al te pessimistisch ben. Ik leef graag. En in vergelijking met andere plaatsen in de wereld is de toestand voor West-Europa op het eerste gezicht niet zo dramatisch. Mijn pessimisme is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek; mijn optimisme op burgerzin. Wat ik zeker niet wou, is een boek schrijven met de valse optimistische ondertoon: ‘Het klimaat gaat naar de haaien, maar als je wat minder met de auto rijdt en meer de trein neemt, komt het allemaal wel goed.’ Ik haat dat soort van loze praat. 98% van alle klimaatwetenschappers zijn het erover eens dat we met een ernstig probleem zitten. Maar alle prognoses die in het verleden gemaakt zijn, hinken de realiteit achterna. Alles gebeurt veel sneller dan ooit voorspeld was, en alle fenomenen versnellen zichzelf. Wetenschappers geven ons nog zeven jaar voor het ‘point of no return’ bereikt is. Maar er zijn er steeds meer die vrezen dat we er al voorbij zijn. Het grootste probleem is niet individueel gedrag, het grootste probleem is ons economisch systeem, onze manier van leven. Mensen kunnen kritisch zijn en zichzelf uitroepen tot ‘low impact man’, maar ze blijven sowieso ‘part of the game’. Het verkleinen van individuele ecologische voetafdrukken kan lollig zijn, en kan zelfs omgezet worden in een hype, maar is natuurlijk niet dé oplossing om de klimaatverandering tegen te gaan. ‘Dé oplossing’ kan nooit gelinkt zijn aan een economie die groei als enige adagium kent. Het grote probleem is dat het Westerse kapitalistische systeem altijd bedoeld was als een particulier systeem, en nooit uitgedacht is om uit te groeien tot iets universeel. Tot hiertoe leefden we in een extreem veilige omgeving met extreme welvaart, maar de prijs is altijd door anderen betaald. Sommigen stellen dat de markt alles wel zal regelen. We kunnen nu met onze eigen ogen zien dat de markt helemaal niets regelt. Al die neoliberale bullshit… Zie hoe snel alles instort, dat is toch verbazingwekkend? Wie had zes maanden geleden durven voorspellen dat banken staatseigendom zouden worden, of dat bedrijven gesubsidieerd zouden worden door de overheid? Wie waagde het toen om kapitalisme te zien als een systeem met grote defecten? Dat was als vloeken in de kerk. Kijk waar we nu staan.”

 

Niet wij, maar onze voorgangers hebben de klimaatverandering veroorzaakt. De oorzaken liggen in de industriële revolutie. Wij moeten het nu oplossen, maar zullen er zelf misschien nooit de vruchten van plukken. Misschien hebben we het daardoor zo lastig om ingrijpende maatregelen te nemen?

“Dat is juist. Als we er toch in zouden slagen om onze manier van leven totaal anders te organiseren, mogen we zelfs onze handen in onschuld wassen. Niet onze generatie heeft deze ellende veroorzaakt. Integendeel, wij hebben de vinger op de wonde gelegd, en al vroeg de milieuproblemen gesignaleerd. Jaren geleden betoogden we tegen kernenergie. Vijfentwintig jaar geleden was ik actief in de anti-atoombeweging. We organiseerden manifestaties en waarschuwden voor doemscenario’s, en dan was er dat vreselijke ongeluk in Tsjernobil en er gebeurde helemaal niets. De wereld bleef gewoon doordraaien. Dat was een rare ervaring.”

 

Misschien loopt het ook nu met een sisser af?

Ik denk het niet. De klimaatverandering zal drastische veranderingen teweeg brengen. Droogte, overstromingen en natuurrampen zullen voor een acuut gebrek aan primaire hulpbronnen zorgen. Klimaatwetenschappers maken hun fantastische computermodellen en scenario’s voor de toekomst. Als sociaal wetenschapper voeg ik daaraan toe: waarom kijken we niet naar de geschiedenis? En wat kunnen we daaruit leren over de voorwaarden voor gewelddadige conflicten? Als iets overleving onmogelijk maakt, of het gevoel geeft dat overleven onmogelijk wordt, is geweld altijd een optie. In 2050 zullen twee miljard mensen onder de waterschaarste lijden. De somberste prognoses hebben het zelfs over zeven miljard. Wat voor gevolgen zal dat hebben? Ook in onze moderne, meer gesofisticeerde wereld is geweld dan een optie. Niemand kan je de verzekering geven dat de inwoners van onze ‘fantastische’, democratische samenleving er nooit hun toevlucht toe zullen nemen. We hebben genoeg voorbeelden van het tegendeel gezien, zelfs na de Tweede Wereldoorlog.”

 

De opwarming van de aarde zal voor een nieuwe, massale stroom van klimaatvluchtelingen zorgen?

“Ja, en snel. Er is al zoveel tegenstand tegen de huidige stroom van politieke en economische vluchtelingen. De meeste Europeanen willen geen vluchtelingen opvangen. Ze ‘storen’, en brengen zogezegd kleine criminaliteit, drugs en overlast met zich mee. Degenen die dat beweren, zijn natuurlijk ordinaire racisten. ‘Het is zo fijn hier zonder al die vreemdelingen.’ Het idee dat wij op een eiland van gelukzaligheid leven en dat alle buitenstaanders daar deel van willen uitmaken of het willen vernietigen, is springlevend. De visie van de overgrote meerderheid van de westerlingen is dat de problemen buiten hen liggen, dus willen ze de anderen ten koste van alles ook buiten houden. Het Verdrag van Schengen heeft voor een open ruimte binnen de Europese grenzen gezorgd, met als gevolg dat de noodzaak gegroeid is om de buitengrenzen nog beter af te sluiten. In 2005 heeft de Europese Unie daarvoor zelfs een organisatie opgericht: Frontex, wat staat voor Frontières Extérieures. Frontex klinkt cool, niet? (lacht) Het agentschap heeft een hoog James Bondgehalte. Op dit moment werken er een honderdtal mensen, die bezig zijn met het rekruteren en trainen van meer dan vijfhonderd mobiele grenspolitieagenten uit de verschillende lidstaten. Zij zullen de buitengrenzen van de EU gaan bewaken. Frontex heeft de beschikking over twintig vliegtuigen, dertig helikopters, ruim honderd schepen en verfijnde technologische snufjes, zoals nachtkijkers. Je kan er vergif op innemen dat de grensbeveiliging nog verder zal evolueren. Zeker als de economische crisis dieper wordt, met massale werkloosheid en met regeringen die tot op het tandvlees zitten en geen geld meer kunnen uitgeven. Net op dat moment zullen klimaatvluchtelingen naar ons toe komen. Wie zegt dat overheden op dat moment niet hun toevlucht zullen nemen tot meer ‘radicale’ oplossingen? De Noord-Afrikanen die nu naar het Italiaanse Lampedusa overvaren, worden gecatalogeerd onder ‘een humanitaire ramp’. Maar wat als er nóg meer komen, en wij niet meer over de middelen beschikken om ze op te vangen? Zal het dan nog een humanitaire catastrofe zijn of een probleem dat we op een andere manier moeten oplossen?”

 

Het gevaar is groot dat we dan kiezen voor een ‘drastische oplossing’?

“Waarschijnlijk. Misschien noemen we hen dan wel piraten, en geven we onszelf zo een vrijgeleide om hen af te knallen. We leven in een tijdperk waarin geweld meer en meer aanvaard wordt, en spreken er in newspeak over. We hebben het dan waarschijnlijk niet over een humanitaire catastrofe, maar over een ‘humanitaire actie’.”

“We zullen dan natuurlijk niet zelf onze handen vuil maken, maar het geweld uitbesteden aan een ‘beveiligingsfirma’ of een Private Military Contractor, zoals dat nu al massaal gebeurd in Afghanistan en Irak. Onze democratische staten willen vermijden dat ze in situaties terecht komen waarin ze zich zelf aan geweld bezondigen. Ze delegeren het liever.”

“We kunnen niet langer een onderscheid maken tussen economische en politieke vluchtelingen, klimaat- of oorlogsvluchtelingen. De verschillende motieven om op de vlucht te slaan, infecteren elkaar. Eilanden zoals de Malediven dreigen te verdwijnen. Niemand weet wat er met mensen moet gebeuren die hun samenleving dreigen te verliezen.”

 

Soedan

U noemt het gewelddadige conflict in Darfur ‘de eerste klimaatoorlog’. U schrijft: “Kijken naar Soedan, is kijken naar onze toekomst.” Soedan is een case study voor wat er ons te wachten staat?

“De mogelijkheid is zeer reëel dat het schrikbeeld van Darfur wijdverspreid geraakt. Wij leven in de illusie dat we in tegenstelling tot Soedan in een stabiele maatschappij leven met wet en orde, maar eigenlijk hebben we geen enkele garantie dat onze condities zo stabiel zijn. In de sociale theorie bestaat er geen theorie over snelle maatschappelijke veranderingen, maar maatschappijen kunnen wel degelijk extreem snel veranderen.”

“We weten niet hoe we rampscenario’s moeten aanpakken, want niemand heeft ze ooit bestudeerd. We hebben er gewoon geen benul van hoe we best omgaan met de economische crisis en onze milieuproblemen. We zitten in een heel bizarre situatie. Ons huidige tijdsgewricht staat haaks op ons beeld van ‘onze perfecte samenleving’. Het is interessant om te zien hoe politici zich in deze omstandigheden gedragen. Ze doen alsof ze rationeel reageren, maar eigenlijk weten ze helemaal niet wat te doen. Niemand weet het. Niets werkt. De werkloosheid stijgt schrikbarend, binnen een jaar gaan grote bedrijven over kop, en uiteindelijk zullen staten failliet gaan. Wie heeft een concept? Wie weet hoe we hiermee moeten omgaan? Praten we binnen een paar maanden of een paar jaar nog over stabiele samenlevingen? Het ziet ernaar uit dat we een totale crash tegemoet gaan, want politici proberen de uitslaande brand te blussen met zuurstof. Ze zeggen dat ze van de Grote Depressie in de jaren dertig geleerd hebben en dat ze geld in het systeem moeten pompen om het te redden. Maar is dat wel waar? De crisis heeft zijn oorzaak in teveel virtueel geld; nu pompen ze er nog eens extra virtueel geld in. Volgens mij wordt de toestand zo alleen maar erger.”

“Soedan leert ons dat gewelddadige conflicten minder te maken hebben met ideologische of raciale aspecten, maar veel meer verbonden zijn met milieufactoren. Klimaatverandering zal conflicten zoals Darfur intensifiëren en uitbreiden. Het conflict in Soedan heeft een ander karakter dan ‘traditionele’ gewelddadige conflicten, het zijn geen twee partijen die tegen elkaar vechten in de hoop dat het niet te lang zal duren. Oorlog is er een staat van zijn geworden. Als de chaos te diep doorgedrongen is, wordt het bijna onmogelijk om terug min of meer orde op zaken te stellen. In het noorden van Soedan heeft de woestijn zich de laatste veertig jaar honderd kilometer in de richting van het vroegere vruchtbare zuiden uitgebreid. Er valt steeds minder regen, en door het massale kappen van bossen heeft de bodemerosie het land onvruchtbaar gemaakt. De klimaatverandering wil voor Soedan zeggen dat tegen 2030 de temperatuur met een halve graad gestegen zal zijn, en dat de regenval elk jaar nog eens met vijf procent zal verminderen. De graanoogst zal daardoor nog eens met 70 procent inzakken. Er wonen 30 miljoen mensen in Soedan, en door de jarenlange oorlog en de klimaatverandering zijn er nu al 5 miljoen interne vluchtelingen. Er is geen plek waar ze heen kunnen, en dat veroorzaakt nog eens extra geweld. In Soedan is overleven een concurrentiestrijd. In Darfur is het geweld omgeslagen in een openlijke oorlog.”

 

Wat voor effect heeft het schrijven van dit boek op uzelf gehad?

“Ik ben er zelf minder optimistisch door geworden. Het schrijven van De klimaatoorlogen heeft me keihard geconfronteerd met mijn eigen manier van leven. Ik vind het niet zo gemakkelijk meer om het vliegtuig te nemen, of om met mijn auto te rijden. Ook al weet ik dat het weinig uitmaakt, toch probeer ik mijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Maar wat misschien nog veel belangrijker is, is dat ik na het schrijven van dit boek me steeds gretiger meng in politieke discussies. De klimaatoorlogen heeft veel deining veroorzaakt in Duitsland. Ik word vaak gevraagd voor klimaatdebatten, en heb ondertussen ook met heel wat politici gesproken. Al die gesprekken hebben me gedwongen om positie in te nemen. Dat lijkt gevaarlijk voor een academicus, maar ik vind het interessant om een beetje invloed te kunnen uitoefenen. De relatie tussen klimaatverandering en oorlog en geweld is hier zeer intens bediscussieerd. Ik heb met de minister van Buitenlandse Zaken gesproken, en met andere belangrijke politici. Ze hebben aandachtig geluisterd, en waren onder de indruk.”

“Een eerste goed stap zou zijn dat onze bewindslui de klimaatverandering niet minimaliseren en de gevolgen realistisch leren inschatten. We hebben geen enkele ervaring met een geglobaliseerd probleem als dit, dus is het belangrijk dat we er nuchter naar kijken en onszelf geen blaasjes wijsmaken. We beseffen te weinig dat er ons maar weinig tijd rest. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) praat over worst case scenario’s tegen het jaar 2100. Niemand ligt daar wakker van. Dat is totaal abstract. Ze zouden eigenlijk gewoon moeten zeggen: ‘We hebben het over de toekomst van jullie kinderen.’ Dan wordt het probleem plots acuut, en schrikken mensen misschien wel wakker.”

 

Harald Welzer

 

          Professor Harald Welzer (°1958) is directeur van het Center for Interdisciplinary Memory Research aan het Kulturwissenschaftliches Institut in Essen en onderzoeker bij het departement Sociale Psychologie van de Universiteit van Witten/Herdecke.

          In 2006 verscheen van hem Daders, Hoe heel normale mensen massamoordenaars worden, waarin hij de omstandigheden onderzocht waarin gewone mensen aangezet werden tot genocide in Nazi-Duitsland, Rwanda en Bosnië.

 

Harald Welzer. De klimaatoorlogen, Waarom in de 21e eeuw gevochten wordt. Oorspronkelijke titel: Klimakriege. Vertaald door Corry van Bree. Ambo, Amsterdam. 304 blzn. 19,95 euro.

© jan@janstevens.be

Bericht aan allen

Met ‘Bericht aan allen’ schreef Michaël Kumpfmüller een uitstekende, verontrustende politieke roman. Nog voor het boek in druk ging, ontving Kumpfmüller voor het manuscript de prestigieuze Alfred-Döblin-Preis. Maar na publicatie kreeg hij van Duitse critici de volle laag. “Ze verwijten me dat ik alleen symptomen beschrijf, en geen medicijnen voorschrijf. Alsof literatuur de problemen van deze tijd moet oplossen.”

 

Het schilderij ‘The Journey’ van de Belgische schilder Michaël Borremans siert de cover van ‘Bericht aan allen’. “Ik ben wild van het werk van Borremans”, zegt de Duitse auteur Michaël Kumpfmüller (1961). “Ik wou ‘The Journey’ per se op het omslag omdat het perfect uitdrukt waarover mijn roman gaat: een politicus die van op een afstand naar het gewoel in de samenleving kijkt.”

Kumpfmüllers ‘Bericht aan allen’ opent ijzersterk met een dramatisch sms’je van dochter Anisha aan haar vader Selden: “Er is een explosie geweest. Het is verschrikkelijk. We storten neer. Bid voor me. Ik hou van jullie.” Anisha sterft in een vliegtuigcrash. Een ongeluk, maar bij Selden blijft de gedachte knagen dat het een terroristische aanslag zou kunnen geweest zijn. Kumpfmüller: “Zo gaat het tegenwoordig altijd, niet? Als een vliegtuig neerstort, denken we direct aan Al Qaida. Een ‘gewoon’ vliegtuigongeluk lijkt daardoor op de een of andere manier ‘minderwaardig’, of zinloos in een overtreffende trap. Misschien omdat door een ‘echte’ aanslag de dood minder onverklaarbaar, zinloos en dom wordt. Wist je dat het minstens een kwartier duurt voor een vliegtuig neergestort is? Stel je voor: je bent een passagier in een Boeing, je hoort een knal, waarna je langzaam maar zeker de dieperik ingaat. Vijftien minuten lang. Tijd zat om hartverscheurende sms’jes te sturen.”

Na de crash krijgt Selden amper tijd om te rouwen. Als minister van Binnenlandse Zaken moet hij de ene na de andere crisis proberen bezweren. De banlieues rond de steden staan in brand, bedrijven liggen plat door stakingen, islamisten voeren aanslagen uit… Daar komt bij dat Seldens politieke medestanders op zoek zijn naar smeuïge details uit zijn privéleven in de hoop om zo zijn vermeende ambities voor het premierschap te fnuiken. ‘Bericht aan allen’ speelt zich af in een niet nader omschreven Europees land, waar alle problemen van onze tijd tot een kookpunt lijken te culmineren.

Michaël Kumpfmüller beschrijft de spanning in de samenleving koel en beheerst, van op een dodelijke afstand. Die afstand maakt de lectuur van ‘Bericht aan allen’ verontrustend, ontregelend, en soms zelfs bijna ondraaglijk. “Het is geen vrolijk boek”, geeft Kumpfmüller toe. “Maar we leven ook niet in vrolijke tijden. Jij vindt dat er een apocalyptische sfeer in ‘Bericht aan allen’ hangt? Toch eindigt het boek niet in kommer en kwel. Je zou het misschien niet direct verwachten, maar ik ben een optimist. Ik moet ook wel, want ik heb drie kleine kinderen. Ik hoop dat mijn optimistische visie op de mensheid duidelijk wordt in het laatste hoofdstuk.”

 

In Duitsland wordt ‘Bericht aan allen’ gepresenteerd als dé roman die na heel lange tijd de politiek terug in de Duitse literatuur binnen brengt. Na uw boek zijn er nog een aantal politieke romans gevolgd – onder andere ‘Das Wochenende’ van Bernhard Schlink. Blijkbaar bent u een trendsetter?

Michaël Kumpfmüller: “Ik word in die rol getypecast, maar ik ben daar niet echt gelukkig mee. Sommigen willen van mijn boek een sleutelroman maken, en herkennen Nicolas Sarkozy in de figuur van Selden. Zo heb ik het helemaal niet bedoeld. Natuurlijk zijn er gelijkenissen: Sarkozy heeft net als Selden een ‘ingewikkeld’ privéleven, maar in tegenstelling tot Sarkozy is Selden geen ‘président bling-bling’, maar een hardwerkend politicus die op een pragmatische wijze vat probeert te krijgen op de grote problemen in de maatschappij. Nogal wat Duitse critici nemen me dit boek zeer kwalijk, en hebben emmers vol drek over me uitgestort. Ze verwijten me dat ik een neoliberaal ben, omdat ik mistoestanden, onrust, betogingen en paniek beschrijf, zonder oplossingen te suggereren. Sorry, maar je kunt het een schrijver niet kwalijk nemen dat hij in een roman een kwaal beschrijft zonder met een remedie op de proppen te komen. Waar ze vooral aanstoot aan nemen, is dat ik het aandurf om vragen te stellen over de evolutie van onze democratie. Had jij tijdens de lectuur van mijn boek het gevoel dat je een parabel over een ver land aan het lezen was?”

 

Helemaal niet. Rellen en brandende auto’s in de voorsteden riepen heel sterke connotaties op met Parijs. De algemene atmosfeer in uw boek en de manier waarop u beschrijft hoe de politiek werkt, waren zeer herkenbaar.

Michaël Kumpfmüller: “Daar ben ik blij om. Daarom ook heb ik het verhaal niet in Duitsland of in Frankrijk gesitueerd, maar in een niet nader genoemd ‘anoniem’ Europees land. Ik wou een beeld schetsen van hoe het er in veel West-Europese landen aan toegaat. Niet zolang geleden was ik in Zwitserland, en voor de meeste Zwitsers die ik ontmoette, leek ‘Bericht aan allen’ een exotisch verhaal. Hun systeem van directe democratie wijkt radicaal af van dat van de rest van Europa. De kantonsparlementen hebben veel meer in de pap te brokken dan de centrale regering. De regionale problematiek overstijgt de nationale politiek. Zwitsers zijn voorlopig nog met hun eigen alpenwei bezig en niet met betogingen, stakingen of dreigingen van terroristische aanslagen. Zij hadden totaal geen voeling met mijn roman.”

 

‘Bericht aan allen’ is misschien vooral herkenbaar voor inwoners van die landen waar antipolitiek en populisme hoge toppen scheren?

Michaël Kumpfmüller: “Waarschijnlijk wel. Ik heb geen politieke sleutelroman of thriller willen schrijven, maar een boek dat pertinente vragen stelt over ons democratisch bestel. Ik vind dat het begrip democratie door veel van onze tijdgenoten totaal verkeerd ingevuld wordt. Wat eisen mensen die op straat komen tegenwoordig van hun politici? Dat hun welvaart en koopkracht veilig gesteld worden. Alsof dat de essentie is van democratie. Ik werk nu aan een roman die de voorgeschiedenis vertelt van ‘Bericht aan allen’. In dat nieuwe verhaal focus ik op de wereld van mijn en jouw ouders; op de generatie die in de jaren vijftig, zestig en zeventig de dienst uitmaakte. Mijn vader en moeder woonden in een typische wijk buiten de stad in een burgerhuis met een garage en een tuin. Ze hadden allebei een goeie job, verdienden flink hun boterham en werden door de staat met allerlei sociale voordelen in de watten gelegd. Democratie stond voor hen gelijk aan: geld verdienen, rijkdom opbouwen, welstand vasthouden. Ecologie of maatschappelijke ongelijkheid konden hen gestolen worden. De bomen groeiden tot in de hemel. Wij zitten nu met de gebakken peren.”

“Eind 2008 kreunt de Duitse samenleving nog steeds onder de enorme verwachtingen en tegenstellingen tussen het vroegere Oost en West. De voormalige Oost-Duitsers leven ook nu nog in de veronderstelling dat democratie een kwestie is van het veiligstellen van zoveel mogelijk welvaart en rijkdom. Dat het dus eigenlijk een vorm van veredeld egoïsme is, en dat het de taak van politici is om hen daarbij te assisteren. Er gelden natuurlijk verzachtende omstandigheden, want ze komen uit het communistische systeem, en raakten tijdens de DDR-periode verblind door onze luxe. Ik begrijp dat ze hun schade willen inhalen, maar ik betreur tezelfdertijd dat ze hun jacht naar rijkdom tot een democratisch recht verheffen, en het garanderen en verzekeren van hun luxe tot een democratische plicht van de overheid.”

 

Die mentaliteit tref je toch niet alleen aan bij voormalige Ossies maar ook bij veel westerlingen?

Michaël Kumpfmüller: “Ze is jammer genoeg wijdverspreid bij veel burgers in Europa, maar als gevolg van onze recente geschiedenis gaat het bij ons in Duitsland toch in overdrive. De essentie van democratie heeft niets met het veiligstellen van koopkracht te maken. Ik neem het de generatie van mijn ouders kwalijk dat ze daar wel een prioriteit van gemaakt heeft en democratie daartoe verengd heeft. De generatie van de jaren zeventig draagt een verpletterende verantwoordelijkheid.”

 

Toevallig waren het toen ook de hoogtijdagen van de Rote Armee Fraktion.

Michaël Kumpfmüller: “Ja, hoogst merkwaardig toch, hoe verwende rijkeluiskinderen de gewapende, terroristische en revolutionaire strijd gingen voeren. Maar dit mag ik allemaal niet luidop zeggen in Duitsland, want daar word ik nu in het kamp van de neoliberalen gestopt, terwijl ik in hart en nieren een sociaal-democraat ben. Mijn kritiek vertrekt vanuit mijn bekommernis voor de democratie en vanuit mijn overtuiging dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijk bestaan. De gigantische problemen waarmee we nu geconfronteerd worden, zoals de klimaatverandering, zijn gevolgen van het egoïsme en de drang naar luxe en comfort van de voorgaande generaties. Blijkbaar hebben ze zich nooit afgevraagd: ‘Wat zullen ze later over ons zeggen?'”

 

Dat zinnetje echoot doorheen heel uw boek.

Michaël Kumpfmüller: “Omdat ook nu niemand daar wakker van lijkt te liggen. Terwijl we allemaal samen verantwoordelijk zijn voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Mijn hoofdpersonage Selden is een uiterst pragmatisch politicus die bedachtzaam tewerk gaat en de problemen beetje bij beetje probeert aan te pakken. Hij staat model voor het type van politicus waar veel intellectuelen de neus voor ophalen. ‘Hij lijkt wel een technocraat.’ Gelukkig, zou ik zeggen. We leven in een tijd waarin we nog weinig heil moeten verwachten van grote ideologieën. De meest heilzame en grootse taak van een politicus anno 2008 bestaat uit het verstandig, voorzichtig en beheerst ordenen van de samenleving.”

 

Een modern politicus is vooral een pragmaticus?

Michaël Kumpfmüller: “Ja. In februari zat ik naar aanleiding van ‘Bericht aan allen’ in een debat met onze minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble. Hij was erg boos op me, en verweet me louter in clichés over het politieke bedrijf geschreven te hebben. ‘Wij hebben helemaal niet zoveel macht als u beschrijft en als het volk denkt’, jammerde hij. Maar dat heb ik ook helemaal niet geschreven. Ik vrees dat Schäuble mijn roman gewoon niet gelezen heeft. ‘Bericht aan allen’ gaat lijnrecht in tegen de populistische clichés dat politici van grootheidswaan doordrenkte cynische zakkenvullers zijn. Mijn minister van Binnenlandse Zaken Selden is een lucide, rustige en verstandige man. In de ogen van sommigen is hij inderdaad een ‘technocraat’ – waarmee ze eigenlijk bedoelen: ‘Hij heeft geen visie.’ So what? In deze moeilijke tijden hebben we eerst en vooral behoefte aan politici met gezond verstand – aan pragmatici, aan mensen die geen boodschap hebben aan apocalyptische visies of aan ‘botsingen tussen beschavingen’, maar die de maatschappij op een koelbloedige, verstandige en weloverwogen manier proberen te besturen. Wat leveren ideologische scherpslijpers ons in deze tijden van terrorisme, klimaatverandering en economische crisis op? Toch helemaal niets, behalve nog meer ellende?”

 

Selden is dan misschien wel een verstandig, pragmatisch politicus; de wereld waarin hij zich voortbeweegt is doordrenkt van cynisme. Zijn medestanders kennen geen scrupules als het erop aankomt om hem in diskrediet te brengen.

Michaël Kumpfmüller: “Dat is niet uniek voor de politiek, maar vind je in alle geledingen van de samenleving – vooral op plaatsen waar een aura van macht hangt. Om het politieke wereldje beter te leren kennen, heb ik tijdens de voorbereiding van ‘Bericht aan allen’ uitgebreide gesprekken gevoerd met een aantal gepensioneerde Oostenrijkse ministers. Zij hebben me een inkijk gegeven in de wereld van de politiek. Ik heb ook veel gelezen, van Machiavelli tot de Duitse socioloog Niklas Luhmann. En ik heb heel aandachtig op tv naar onze politici gekeken en hun gedragingen geobserveerd.”

 

Wat vinden de Oostenrijkse ministers van uw boek?

Michaël Kumpfmüller: “Dat heb ik hen nog niet gevraagd. Ik weet ook niet of ze het ondertussen gelezen hebben. Misschien moet ik hen toch maar eens opzoeken.”

 

© jan@janstevens.be

%d bloggers liken dit: