‘Trump heeft recht op een proces, net als Göring indertijd’

75 jaar geleden, op 20 november 1945, gingen de processen van Neurenberg van start. 177 nazi’s, waaronder 24 kopstukken, stonden er terecht voor het Internationale Militaire Tribunaal. Een van de hoofdaanklagers was de toen piepjonge Benjamin Ferencz. Vandaag is hij 100 en de laatste overlevende Neurenberg-aanklager. ‘Oorlog verandert fatsoenlijke mensen in massamoordenaars.’

Op 11 maart van dit jaar vierde Benjamin Ferencz zijn honderdste verjaardag. Dit najaar verschijnt het boek Parting Words, waarin de laatst levende aanklager bij de Neurenberg-processen zijn visie op het leven geeft. Er komt dan ook een Nederlandse vertaling onder de titel Negen lessen voor een bijzonder leven. Op de cover prijkt prominent Benjamin Ferencz’ naam als auteur, alleen is de kwieke eeuweling “zijn” boek vol wijze levenslessen liever kwijt dan rijk. ‘Dit is helemaal niet mijn intellectuele testament’, zegt hij ietwat korzelig aan de telefoon vanuit zijn bungalow in Delray Beach, Florida. ‘Een journaliste interviewde me. Zij vond het vervolgens een goed idee om uit dat gesprek negen levenslessen te distilleren. Als u echt wil weten wie ik ben, raad ik u Jahrhundertzeuge Ben Ferencz van de Zwitserse historicus Philipp Gut aan. Hij doorploegde mijn archief in het Holocaust Museum in Washington. Alleen jammer dat het in het Duits geschreven is.’

Benjamin ‘Ben’ Ferencz zag in 1919 het levenslicht in het Roemeense Transsylvanië. Hij was nog een baby toen hij samen met zijn straatarme familie naar de Verenigde Staten emigreerde. Zijn vader, een schoenmaker, ging op de vlucht voor het antisemitisme en droomde van een beter leven aan de andere kant van de oceaan. Ze maakten de overtocht in derde klas; wekenlang sliepen ze op het scheepsdek in open lucht.

Ben Ferencz groeide op in Hell’s Kitchen, een achterbuurt in Manhattan, New York. Hij blonk uit op school en kreeg een beurs voor Harvard. Hij studeerde af als jurist en werd op zijn 27e benoemd tot hoofdaanklager bij de Neurenberg-processen. Jaren later stond hij aan de wieg van het Internationaal Strafhof in Den Haag, waar sinds 2002 processen gevoerd worden tegen verdachten van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Op zijn honderdste is Ferencz nog niet aan zijn pensioen toe. ‘Wat wil dat zeggen: van je pensioen genieten?’ vraagt hij. ‘Is dat golfen en toekijken hoe dat balletje in een hole rolt? Dat is niets voor mij.’

Waar werkt u nu dan aan?

‘Mijn werk is nooit veranderd sinds ik als jongeman op het einde van de Tweede Wereldoorlog de concentratiekampen zag. In 1945 ging ik als onderzoeker aan de slag bij generaal George Patton. Ik kreeg als taak de gruwel van de nazi’s te documenteren en bezocht de net bevrijde kampen. Overal lagen de uitgemergelde lijken. Die mensen waren vermoord omdat ze communisten, zigeuners of Joden waren.’

‘Het allereerste kamp waar ik binnenstapte, was Buchenwald. De gruwel was onbeschrijfelijk. Sindsdien probeer ik van deze vreselijke, afschuwelijke wereld een menselijkere en vredevollere plek te maken. Ik weet dat ik nooit zal rusten.’

Ondanks uw leeftijd wil u nog steeds de wereld veranderen?

‘Ja, want die verandering is broodnodig en helemaal niet zo moeilijk. Ik begrijp niet waarom blijkbaar iedereen te dom is om ze in gang te zetten. Ik bedacht er de slogan law, not war voor, want mensen denken graag in slogans. Als twee landen met elkaar in een dispuut verwikkeld raken, moeten ze dat via gerechtelijke weg proberen oplossen, en niet met wapens. Zo simpel is het.’

‘Het principe law, not war staat ook in het charter van de Verenigde Naties, en dat dateert al van juni 1945. Het illegaal gebruik van wapens wordt daarin een misdaad genoemd. Wie van een misdaad verdacht wordt, moet voor een rechter verschijnen en als hij schuldig wordt bevonden, moet hij bestraft worden. Die filosofie is de rode draad door mijn hele leven. Als hoofdaanklager tijdens de processen van Neurenberg was het precies ook mijn taak om misdaden door een rechtbank te laten bestraffen.’

U klaagde toen een aantal officieren aan van de Einsatzgruppen, de Duitse doodseskaders aan het Oostfront.

‘Als onderzoeker bij George Patton vond ik geheime rapporten van de nazi’s waarin ze nauwgezet bijhielden hoeveel mensen de Einsatzgruppen op welke plekken vermoord hadden. De namen van de verantwoordelijke officieren stonden erbij. Ik telde de getallen bij elkaar op en kwam aan meer dan één miljoen slachtoffers. Ik was in shock en raakte daar nooit helemaal van hersteld. Ik had op dat moment nochtans al heel wat oorlogservaring. Op D-Day landde ik als gewone soldaat op het strand van Normandië. Ik reed in mijn jeep over een pontonbrug op de Rijn van de Maginotlinie naar de Siegfriedlinie. Ik vocht op Belgisch grondgebied. Na de oorlog kreeg ik vijf Battle Stars voor deelname aan de vijf grootste veldslagen. Tot nu draag ik de mentale gevolgen van die oorlog. Ik wil niet dat iemand dit ooit nog moet meemaken, vandaar mijn levenslange inzet en strijd voor de rechtsstaat.’

U was nog heel jong toen u in Neurenberg tot aanklager werd aangesteld.

‘Door de omstandigheden was ik op zeer korte tijd ouder geworden dan mijn leeftijd deed vermoeden. Hoofdaanklager Telford Taylor belaste mij met het proces tegen de Einsatzgruppen, omdat ik daar al zoveel materiaal over verzameld had. De doodseskaders telden meer dan 3000 leden. Hun dagtaak bestond uit het neerknallen van Joden en de “vijanden van het Derde Rijk”: mannen, vrouwen en kinderen. Alle leden waren medeplichtig aan massamoord. Maar in de beklaagdenbank waren slechts 22 plaatsen. Dus selecteerde ik 22 namen op basis van rang en opleiding. Ik koos generaals en mannen met doctorstitels en zware diploma’s. De SS’er en jurist Otto Rasch had zelfs twee doctorstitels. In een paar dagen tijd vermoordde hij meer dan 33.000 Joden.’

Volgens de Nederlandse historicus en journalist Rutger Bregman deugen alle mensen. Gelooft u dat ook?

‘Ik heb me daar lang het hoofd over gebroken. Want al die beschaafde intellectuelen zoals Rasch toonden geen spijt of berouw. De eenheid van hoofdbeklaagde en nazi-generaal Otto Ohlendorf vermoordde 90.000 Joden. Tijdens het proces zei de immer vriendelijke en beleefde Ohlendorf, vader van vijf kinderen: “Dat getal is misschien een beetje overdreven. Mijn mannen schepten daar graag over op. Het waren er eerder 70.000.” Ik vroeg hem: “Waarom vermoordde je al die mensen?” Hij antwoordde: “Hitler vertelde ons dat de Russen op het punt stonden ons aan te vallen. Joden doden was niet meer dan een vorm van zelfverdediging. We wilden ons land redden. Ik zou het meteen opnieuw doen.” Oorlog verandert fatsoenlijke mensen in massamoordenaars. In Neurenberg besefte ik dat we dat alleen kunnen stoppen door een einde te maken aan de oorlogswaanzin.’

Bent u een pacifist?

‘Nee, maar van zodra iedereen pacifist is, word ik dat ook. Zolang er mensen rondlopen die mij iets willen aandoen omdat ik bijvoorbeeld Joodse roots heb, wijs ik het pacifisme af. Ik ben niet van plan om lijdzaam te wachten tot iemand me uit de weg ruimt. Ik ben maar anderhalve meter lang en daar werd ik als jongeman door een paar bullebakken om uitgelachen. Ik schopte hen in de ballen. (lacht) Ze dropen voorgoed af.’

Realist

Na Neurenberg keerde Benjamin Ferencz terug naar de Verenigde Staten. Als advocaat specialiseerde hij zich in burgerrechten en vrijheid van meningsuiting. Hij droomde van een soort permanent internationaal Neurenberg-tribunaal als juridisch wapen tegen de oorlogsgruwel. In 1975 schetste hij in zijn boek Defining international agression: the search for world peace de blauwdruk voor wat veel later het Internationaal Strafhof in Den Haag zou worden.

‘Samen met veel anderen ijverde en lobbyde ik jarenlang voor de creatie van dat hof’, zegt hij. ‘Dat past perfect in mijn law, not war-filosofie. In 1998 kwamen zowat alle landen van de Verenigde Naties in Rome samen om de oprichting van het Strafhof eindelijk in gang te zetten. Ik mocht hen toespreken. Ik zei: “Ik sta hier in naam van al degenen die voor altijd zwijgen: de slachtoffers.” In Rome herhaalde ik mijn pleidooi van Neurenberg: “Niet wraak is ons doel, maar de creatie van een humanere wereld waar iedereen in vrede kan leven, ongeacht afkomst, overtuiging of religie.” Naderhand tekenden al die landen het Statuut van Rome, de oprichtingsakte voor het Strafhof.’

Uw land, de VS, keerde het Internationale Strafhof van bij de start de rug toe.

‘Op oudejaarsavond 2000 tekende uiteindelijk ook de toenmalige president Bill Clinton het Statuut van Rome. Dat was zijn laatste beleidsdaad. Maar George W. Bush herriep die handtekening onder impuls van de aartsconservatief John Bolton. Twee jaar later zorgde diezelfde Bolton ervoor dat het Congres The Hague Invasion Act aannam. Die maakte het mogelijk dat de president kan beslissen van oorlogsmisdaden verdachte gearresteerde Amerikaanse militairen te gaan bevrijden uit hun Haagse cel.’

‘Hier in Amerika moéten de meningen botsen, want dit is een democratie. Sommige medeburgers zijn oerconservatief, andere radicaal-links en velen bevinden zich in het midden. Zo hoort het. Maar dat een aartsconservatief zoals John Bolton het Internationale Strafhof vleugellam maakt, is te gek voor woorden. Die man gelooft niet eens in de rechtsstaat. Volgens hem bestaat het internationaal recht niet. “Heb je macht? Gebruik die dan!” luidt zijn devies. “Hou geen rekening met anderen.” Boltons harde, reactionaire filosofie werd door verschillende presidenten overgenomen, inclusief de huidige. Alleen gaat die laatste nog een stap verder, want Donald Trump wil het Internationale Strafhof vernietigen.’

Arrestaties van Amerikaanse militairen door het Strafhof vindt hij een inbreuk op de Amerikaanse soevereiniteit?

‘Ja, en hij voegt eraan toe dat het enkel Amerika toekomt haar eigen burgers te berechten. “Dat vreemde hof wil ons straffen omdat we Amerikanen zijn”, beweert hij. Wat een bullshit. Kijk, als de VS kunnen garanderen dat hun soldaten in eigen land een eerlijk proces krijgen, is dat prima. Ik heb indertijd zelf mee de clausule geschreven die bepaalt dat het Internationaal Strafhof aanvullend is. Als alle staten erin slagen hun eigen van oorlogsmisdaden verdachte burgers fair te berechten, zit het Internationaal Strafhof zonder werk. Dat zou heel goed zijn, alleen is het een illusie. Ik word misselijk als ik Trump dan hoor beweren dat “vreemde machten” onschuldige Amerikaanse soldaten willen opsluiten op een afgelegen plek. “Wij, Amerikanen, zullen nooit aanvaarden dat onze soevereine rechten met de voeten getreden worden.” Het tragische is dat Amerikaanse burgers die onzin slikken als zoete koek. Ze worden door zowel links als rechts belogen, maar Trump spant de kroon. Begin dit jaar gaf hij zijn generaals opdracht de Iraanse generaal Soleimani uit de weg te ruimen. “Hij wil ons aanvallen, dus moet hij dood.” Ze klikten met de hakken: “Yes, Sir!” Waarna ze Soleimani in koelen bloede lieten vermoorden toen hij op bezoek was in Irak, een land waar we zelfs niet mee in oorlog zijn. Geen arrestatie, geen proces. Ik heb in Neurenberg mensen voor exact dezelfde feiten tot de doodstraf laten veroordelen.’

In een in april vorig jaar verschenen artikel in het Nederlandse tijdschrift Nexus vergelijkt u Donald Trump met Otto Ohlendorf, de nazi-generaal die u tot de strop liet veroordelen.

‘Herinnert u zich nog de eerste toespraak van Donald Trump voor de Verenigde Naties? Hij richtte zich tot Noord-Korea en zei: “Als jullie ons bedreigen, zullen we jullie compleet vernietigen.” Toen ik hem dat op tv hoorde verkondigen, riep ik tegen mijn beeldscherm: “Meneer de president, bent u gek geworden? Een land compleet vernietigen? Hoe gaat u dat doen? Net als de Einsatzgruppen door de inwoners één voor één neer te schieten?” Ohlendorf gebruikte op het proces in Neurenberg dezelfde argumentatie als Trump. Als openbaar aanklager wou ik dat hij daarvoor opgehangen werd. Ik werd uitgenodigd om zijn executie bij te wonen, maar die eer wees ik af. Ik heb er wel de filmopnames van. Nee, ik heb er nooit spijt van gehad dat ik Ohlendorf liet ophangen.’

U bent geen tegenstander van de doodstraf?

‘Helemaal niet. Wat voor zin heeft het een bloeddorstige moordenaar levenslang op te sluiten en eten te geven? Voor sommige misdaden is de doodstraf gerechtvaardigd.’

Is Donald Trump door de fysieke uitschakeling van de Iraanse generaal Soleimani een oorlogsmisdadiger?

‘Hij heeft nu alleszins recht op een proces, net als Hermann Göring indertijd.’

Hebben George W. Bush en Tony Blair dan ook recht op een proces voor hun invasie in Irak in 2003? De onderzoekscommissie Chilcot oordeelde in 2016 dat die onwettig was.

‘Zeker, maar zo zijn er nog veel anderen. Ik noem liefst geen namen, want zo riskeer ik in politiek vaarwater terecht te komen. Ik ben noch Democraat, noch Republikein. In deze tijd van zware crisis ben ik voorstander van degelijk, intelligent en humaan bestuur. In mijn land ontbreekt dat nu totaal. Wie het bevel geeft om iemand zonder vorm van proces uit de weg te ruimen, draagt samen met de uitvoerders de volle verantwoordelijkheid. “Befehl ist Befehl”, speelt geen rol. Geen enkele soldaat mag een illegaal bevel uitvoeren. Een land binnendringen waarmee je niet in oorlog bent om er een zogezegde bad guy en alle omstaanders met een raket uit te schakelen, is moord.’

Dat geldt dan ook voor Barack Obama? Hij zou als president meer dan 500 drone-aanvallen op menselijke doelwitten hebben laten uitvoeren, waarbij honderden toevallige passanten zouden zijn omgekomen.

‘Nogmaals, ik wil het niet over individuen hebben, wel over het principe dat enkel de rechtsstaat garant staat voor een humane wereld. Zonder de wet en het recht blijft enkel doden en gedood worden over. We hebben een organisatie als de Verenigde Naties meer dan ooit nodig; ze is indertijd precies opgericht om recht en vrede te laten zegevieren over oorlog, dood en verderf. De Tweede Wereldoorlog kostte meer dan 50 miljoen mensen het leven. We hoopten dat we met de VN onze problemen en misverstanden voortaan op een rationele manier zouden kunnen oplossen. Toen al spraken we met elkaar af om het illegaal inzetten van gewapende macht te verbieden.’

Bent u ondanks alles optimistisch over de toekomst?

‘Als honderdjarige hoef ik me over mijn toekomst niet te veel zorgen meer te maken. (lacht) Maar natuurlijk ben ik bezorgd over de toekomst van de generaties na mij, want de toestand wordt steeds gevaarlijker en onstabieler. Ik ben geen optimist, maar ook geen pessimist. Noem me maar een realist. In onze extreem onzekere tijd is Law, not war belangrijker dan ooit tevoren. De grootste bedreiging hangt in cyberspace. Stel u voor dat een dictator of machtswellusteling erin slaagt een deel van het elektriciteitsnetwerk op aarde plat te leggen: dat wordt gegarandeerd de dood van velen. Jammer genoeg is dat scenario geen sciencefiction. Heel wat landen spenderen miljarden dollars om uit te zoeken hoe ze zoveel mogelijk mensen over de kling kunnen jagen. Meer nog, het is het beleid van mijn eigen land, de VS. De president kondigde immers op het spreekgestoelte van de VN aan: “We zullen je vernietigen!”’

© Jan Stevens

Anthony Bourdain (1956-2018)

21 juni 2003 – Anthony Bourdain van het New Yorkse restaurant Les Halles werd een paar jaar geleden wereldberoemd met het boek Kitchen confidential , een satirische rondleiding door de New Yorkse culinaire onderwereld. Onlangs verscheen zijn derde thriller. Als hij moet kiezen tussen de keukentafel en de schrijftafel, is zijn keuze snel gemaakt: ,,Koken doe ik met hart en ziel. Schrijven is een gemakkelijke, lucratieve bijverdienste.”

 

Jaren geleden begon Anthony Bourdain (° 1956) zijn culinaire carrière als bordenwasser in een groezelig restaurant. ,,Het was de enige manier om aan seks, drugs en gratis drank te geraken.” Tot hij besefte dat hij zijn eigen graf aan het delven was.

Hij kickte af en ging studeren aan het Culinary Institute of America (CIA). Nu is Bourdain, afgezien van zijn dagelijkse portie sigaretten en alcohol, clean . Hij is gelukkig getrouwd en runt op Park Avenue South in New York de gerenommeerde Franse brasserie Les Halles . “Ik heb er geen spijt van dat ik ooit van ’s morgens tot ’s avonds met mijn handen in het vuile afwaswater gezeten heb. Als er zich in mijn restaurant een Mexicaanse bordenwasser en een jonge afgestudeerde van het CIA voor een job aanbieden, dan maakt de Mexicaan de meeste kans. De koksopleiding is fantastisch, maar als je het in dit vak wilt maken, dan moet je eerst ervaren hoe het er in de echte wereld toe gaat. Elke would-be chef zou zich eerst zes maanden als bordenwasser moeten uitsloven. Als hij het dan nog ziet zitten, dan lacht de toekomst hem toe.”

 

In Kitchen confidential schetst u geen fraai beeld van de restaurantwereld. U beschrijft uw collega’s als verslaafde gedegenereerden, dieven, sletten en psychopaten. Kijken andere koks u nu met de nek aan?

Bourdain: ,,Na de publicatie van Kitchen confidential heeft geen enkele andere chef me de huid vol gescholden. Ik sta, daar eerlijk gezegd, zelf van te kijken. (lacht)  Eind 2000 ben ik in opdracht van de zender Food Network op wereldreis vertrokken. Het resultaat was de televisieserie en het boek A cook’s tour , waarin ik op zoek ging naar ‘de perfecte maaltijd’. Veel van mijn overzeese collega’s kenden Kitchen confidential en mijn reputatie. Maar ik werd overal even hartelijk ontvangen, met overdadig veel wijn, uitgebreid eten, sigaren en cognac. Professionele chefs vonden weinig onthullingen in mijn boek. Wij, keukenprinsen, kennen onszelf. We weten dat we geen engelen zijn. We zijn geen respectabele leden van de gemeenschap; we leven en werken altijd op het scherp van de snee, en daardoor verschillen we fundamenteel van onze ‘brave’ klanten.

Deze business trekt mensen aan die hunkeren naar melodrama en sensatie. Het is dan ook normaal dat de meeste chefs na het werk vaak flink uit de bol gaan en zich te goed doen aan seks, drugs en rock-‘n-roll. Een fijn orgietje op zijn tijd kan geen kwaad.

 

Kitchen confidential is geen afrekening met de restaurantwereld. Het is een eerlijke beschrijving van hoe het er in die branche werkelijk toe gaat. De meeste chefs zijn het eens met de inhoud van mijn boek. De enige zure reacties kwamen van schrijvers en ‘literaire recensenten’ die vonden dat ik beter in mijn kookpotten was blijven roeren.”

 

Wat doet u het liefst, schrijven of koken?

,,Schrijven is veruit het gemakkelijkste. In mijn geval is het totaal onverwachts ook het lucratiefst gebleken. Ik sta nu dertig jaar in het vak, en ook al is koken een hondenstiel, toch geeft het me de meeste voldoening. Het is eerlijk, hard labeur. Schrijven voelt aan als iets vergankelijks, het gaat te moeiteloos, het geeft me het gevoel dat ik de boel belazer. Maar mijn boeken hebben me wel in staat gesteld om de wereld te zien. Ik heb andere chefs ontmoet en de meest waanzinnige, unieke ervaringen meegemaakt. Ik heb cobrahart, gestoofde vleermuis, halfgare leguaan en lamsballen gegeten. En dat waren de beste testikels die ik ooit in mijn mond gehad heb. (grijnst) Ik klaag dus niet.

Koken geeft echt wel meer bevrediging. In de restaurantwereld heerst camaraderie en trots. Maar ik geef toe, schrijven is een leuke bijverdienste. Ik schrijf graag, en ik breng daardoor jammer genoeg veel minder tijd in de keuken door dan vroeger. Koken zal altijd mijn eerste liefde blijven.”

 

U bent een beroemde kok en een gerespecteerd schrijver, een ,,ster”. Bent u blij met die positie?

,,Ik vertrouw het niet helemaal. Met het geld dat ik nu verdien, kan ik op tijd mijn huur betalen. Ik ben heel blij dat ik dankzij mijn status de wereld rond mag reizen. Andere koks en chefs beschouwen me als een soort van cultfiguur en willen daardoor met veel plezier nachtenlang met mij doorzakken. I love that! Of ik een kick krijg als volstrekte vreemden me op straat herkennen? Niet echt. Ooit houdt dit hele circus op en eindig ik zoals ik begonnen ben: met mijn handen in het afwaswater.

Beroemd zijn is vervelend. Misschien zijn chefs wel de minst aangewezen figuren om sterren te worden. Maar ik troost me met de gedachte dat koks als Antonio Carluccio, Jamie Oliver en ik de mensheid in contact hebben gebracht met goed eten.

Ik ben geen fan van Jamie Oliver, nee. Zijn televisieprogramma’s zijn fake . Ik heb hem ooit een uitslover, een oplichter en een bedrieger genoemd, maar hij heeft wel de verdienste dat hij de Britten enige eetcultuur bijgebracht heeft.”

 

Met de eetcultuur is het in de Verenigde Staten zo mogelijk nog poverder gesteld dan in Engeland. Wilt u later herinnerd worden als de chef die zijn volk leerde eten?

,,Correctie: ik ben geen Amerikaan, ik ben een New Yorker. New York is my home, man. Ik zou in geen enkele andere stad in dit land gedijen. Deze plaats is een oase, midden in de Amerikaanse puriteinse woestijn. Nu de neoconservatieven de macht overgenomen hebben, is het er niet beter op geworden. Wat ik van George W. Bush vind? Ik heb niet voor die kerel gestemd. Meer wil ik er niet over kwijt. De muren hebben oren, weet je. (lacht)

Ik maak er een erezaak van om in mijn restaurant goed eten te serveren voor een eerlijke prijs. Verder reiken mijn ambities niet. Maar het klopt dat grote delen van Amerika op culinair gebied onderontwikkeld zijn. Toch leeft niet elke Amerikaan op een dieet van hamburgers en cola. De laatste jaren schieten in alle staten de gesofisticeerde restaurants als paddenstoelen uit de grond. Momenteel werken er in dit land ongelooflijk veel briljante chefs, zowel autochtone als allochtone. Vooral in steden als New York, San Francisco, Los Angeles en Chicago vind je koks die niet onder hoeven te doen voor hun Europese collega’s. En dan heb je nog de talloze migrantengemeenschappen met hun eigen chefs, gewoonten, ingrediënten en markten.

Ik ben een sushi-fanaat. Je kunt nergens zo’n lekkere sushi eten als in New York. Je vindt hier Indische restaurants, Italiaanse trattorias , elke mogelijke en onmogelijke variant op de Zuid-Amerikaanse keuken, Aziatische tenten. Dagelijks komen er nieuwe bij. De interesse van mensen voor allerlei soorten voedsel van overal ter wereld, vindt haar oorsprong in New York. Dat fenomeen heeft zich van hieruit verplaatst naar Londen, Sydney, Melbourne en de rest van het westen.

Ken je Charlie Trotter of David Bouley? Nooit van gehoord? Zij zijn de Paul Bocuses, de Pierre Wynantsen van Amerika. Alleen hebben zij meer guts , meer lef. Hun gerechten zijn even verheven als die van hun Franse of Belgische evenknieën, maar zij durven net dat tikkeltje meer. ‘De Traditie’ ligt niet als een loden mantel om hun schouders. Ze zijn niet bang om af te wijken van de door Escoffier en consorten platgetreden paden.

Mijn vader is geboren in Frankrijk. Vlak na mijn geboorte immigreerden mijn ouders naar de Verenigde Staten. Als kind ben ik vaak bij de familie van mijn vader op bezoek geweest. Elke zomervakantie trokken we naar het Franse platteland. Toen ik als kleine jongen mijn eerste oester in de Gironde at, wist ik dat ik later kok zou worden. Ik ben niet de enige chef in New York met Franse roots : Vongerichten, Ripert, Ducasse houden de Gallische eer hoog. Net als ik zijn zij geen puristen. Ze laten zich beïnvloeden door andere eetculturen; daardoor zijn het stuk voor stuk echte Amerikaanse chefs.

De Amerikaanse keuken is een afspiegeling van het Amerikaanse volk: het is een mengelmoes, en dat maakt het eten en het leven hier juist zo boeiend. De Amerikaanse keuken bestaat eigenlijk niet, net zoals er geen Amerikaans volk bestaat. Oorspronkelijk komen wij allemaal van ergens anders. We brachten onze gewoonten en onze invloeden samen en we vermengden die in één grote ketel. Het merkwaardige is dat we ons verleden niet verloochend hebben. Kijk naar mij: ik ben geboren in Frankrijk en ik ben een Franse chef geworden. Misschien omdat ik niets anders kan.”

 

U schetst een lyrisch beeld van de Amerikaanse keuken, maar is Amerika niet het land bij uitstek waar voedsel en eten herleid zijn tot één gigantische industrie?

,,Fastfood is altijd het gevaarlijkste Amerikaanse exportproduct geweest. Ketens als McDonald’s beschouw ik als mijn persoonlijke vijanden. Niet omdat ik bang ben dat ze me uit de markt prijzen, maar omdat ze lijnrecht ingaan tegen het begrip eetcultuur .

 

Je kunt van de Fransen zeggen wat je wilt, maar ze weten hoe ze een fatsoenlijke maaltijd moeten bereiden. Ze komen in opstand tegen onze idiote hamburgerketens, terwijl de Amerikanen die rotzooi omarmen. Ik kan daar alleen maar plaatsvervangende schaamte voor voelen. In plaats van op te roepen tot een boycot van Franse producten, zouden de neocons beter de massa mobiliseren om geen Big Macs meer te consumeren.”

 

Waarom hebt u zo’n hartgrondige hekel aan vegetariërs?

,,Vegetariërs zijn elitaire angsthazen die de pest hebben aan andere mensen en culturen. Snobisme is de enige ware zonde. We leven in een grote, soms angstaanjagende, soms stinkende, maar altijd fantastische wereld, waar ontzettend veel voor het grijpen ligt. Ik weiger om daar ook maar één aspect van te missen in naam van een rigide, fundamentalistische filosofie. Het leven is te kort, ik wil alles proberen.

Onlangs was ik op bezoek bij een vriendelijke rijstboer in de Mekong-delta. Stel je voor dat ik zijn aanbod afgeslagen had om samen met hem kip te eten. Je gastheer beledigen doe je toch niet? Vegetariërs missen tact en inlevingsvermogen. Daar walg ik van.”

 

In uw thrillers keren altijd dezelfde thema’s terug: de maffia, beminnelijke criminelen en het restaurantleven. Zijn zij ook bepalend geweest in uw leven?

,,In het verleden zeker wel. Nu rest me alleen nog het restaurantleven. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werden heel wat New Yorkse restaurants gecontroleerd door de Italiaanse maffia. Ik werkte toen in hun eethuizen en nachtclubs. Ik heb me nooit met hun zaakjes ingelaten en ik ben ook nooit getuige geweest van een moord. Maar ik werd wel omringd door pooiers, dealers, ritselaars en oplichters. Soms hoor ik echo’s van hun stemmen in mijn slaap. Ze zijn aan mijn ribben blijven plakken.

Bobby Gold, het hoofdpersonage uit mijn laatste thriller, is gebaseerd op een aantal louche figuren uit mijn verleden. Bobby heeft een tijd in de gevangenis gezeten, hij werkt als buitenwipper in een nachtclub van een maffioso en heeft een affaire met de vrouwelijke souschef. Ik hou van de sfeer van toen, net zoals ik er ook van hou om mijn thrillers te larderen met recepten en weetjes uit de keuken. Dat zal wel beroepsmisvorming zijn, zeker?

Voor de vorm waarin The Bobby Gold stories is gegoten, heb ik me laten inspireren door The Pat Hobby stories van F. Scott Fitzgerald. Het zijn aan elkaar gelinkte verhalen, met één centrale hoofdfiguur. Daar houdt de gelijkenis met Fitzgerald op. Ik geraak niet eens aan de tippen van zijn tenen. Ik bewonder hem, hij is een van de grootste Amerikaanse schrijvers. Maar ik wil me niet met hem vergelijken, dat zou onbescheiden zijn. Mijn stijl is meer geïnspireerd door het werk van Hunter Thompson, Elmore Leonard en Lester Bangs.”

 

Er was sprake van dat Kitchen confidential verfilmd zou worden met Brad Pitt in de rol van Anthony Bourdain. Hoe ver staat het met die plannen?

,,Die film komt er niet. De regisseur, David Fincher, is er niet in geslaagd het nodige geld bijeen te schrapen. Er zijn wel plannen voor een televisieserie, iets in de lijn van de maffiasoap The Sopranos . Ik probeer aan al die plannen niet te veel aandacht te schenken. Ik kook en ik schrijf boeken. En ik hou de wijze uitspraak van mijn vader in gedachten: ‘Verwacht het ergste, dan word je nooit teleurgesteld.’ ”

 

© Jan Stevens

 

André Glucksmann (19 juni 1937 – 10 november 2015)

Zaterdag 7 december 2002Voor de vooraanstaande Franse filosoof André Glucksmann zijn de misdaden die Vladimir Poetin in Tsjetsjenië heeft begaan, even erg als die van Milosevic in Bosnië en Kosovo. Hij aarzelt zelfs niet om Poetin op één lijn te zetten met Osama bin Laden. ,,Net als Bin Laden kent Poetin geen scrupules. Hij is de volmaakte nihilist.”

In zijn onlangs verschenen boek, Dostoïevski à Manhattan (uitgeverij Robert Laffont), markeert André Glucksmann de aanslagen van 11 september als het begin van een nieuw tijdperk: dat van de triomf van het absolute nihilisme. ,,In Demonen schreef Dostojevski over de gevaren van de ideologie van het nihilisme”, zegt Glucksmann. ,,Met de vernietiging van de WTC-torens is de fictie op de gruwelijkste manier werkelijkheid geworden.”

Glucksmann definieert nihilisme als het verwerpen van traditie en religie in naam van de moderniteit. ,,Paradoxaal genoeg wijzen absolute nihilisten tegelijkertijd de moderniteit af vanwege haar ‘betekenisloosheid’. Osama bin Laden beroept zich op God en op de koran, terwijl hij alleen maar geïnteresseerd is in de totale destructie. Goed en kwaad zijn voor hem niet langer van tel. Wat Poetin in Tsjetsjenië aanricht, is van dezelfde orde.”

Waarop baseert u zich om president Poetin en de terrorist Osama bin Laden over één kam te scheren? Poetin legitimeert de oorlog in Tsjetsjenië juist als een strijd tegen het terrorisme.

,,Poetin speelt met woorden, en vooral met het woord ‘terrorisme’. Democraten omschrijven terrorisme als een opzettelijke vorm van agressie tegen een weerloos persoon. Wie een oorlog tegen burgers voert, is bezig met een terroristische oorlog. En dat is precies waar het Russische leger zich aan bezondigt. De Tsjetsjeense gijzelnemers in het theater in Moskou waren evenzeer terroristen: ook zij hebben het leven van gewone mensen in gevaar gebracht.”

,,Vladimir Poetin is het niet eens met de democratische invulling van het begrip ‘terrorisme’. Een terrorist is volgens hem iemand die — hetzij met woorden, hetzij met daden — de Russische staat aanvalt. Hij steunt zich daarbij op het strafwetboek van zijn communistische voorgangers. Alexander Solzjenitsyn schrijft in De Goelag-archipel dat artikel 58 van het sovjetstrafwetboek verantwoordelijk was voor de deportatie van miljoenen Russen naar de strafkampen. In paragraaf 8 wordt haarfijn uitgelegd wat de notie ‘terroristische intentie’ inhoudt.”

,,Solzjenitsyn illustreert dat met een voorbeeld: stel dat je de minnaar van je vrouw doodschiet. Als die minnaar een gewone sterveling is, bega je een ‘gewone’ misdaad, waar geen buitensporige straf op staat. Als die minnaar lid is van de communistische partij, bega je een terroristische aanslag en mag je levenslang in een strafkamp gaan zwoegen. Poetin hanteert nog steeds dezelfde definitie van terrorisme. Het terrorisme waartegen de democratieën strijden is niet hetzelfde als het terrorisme waartegen Poetin strijdt.”

Solzjenitsyn steunt Poetin nochtans voluit in zijn oorlog tegen de Tsjetsjenen.

,,Ach, Solzjenitsyn is een Kozak, en er bestaat al eeuwenlang een enorme rivaliteit tussen de Kozakken en de Tsjetsjenen. Daarenboven is Vladimir Poetin een bijzonder slimme man. Jeltsin heeft Solzjenitsyn altijd misprezen. Poetin heeft hem bezocht en bewierookt. Poetin is een kameleon. Hij heeft niet voor niets zijn sporen verdiend in de Russische geheime dienst. Als hij Bush gaat opzoeken, gedraagt hij zich als een volmaakte liberaal en christen. Als hij bij Schröder op de koffie gaat, charmeert hij de Duitsers met zijn uitstekende kennis van de Duitse taal. Maar iedereen lijkt te vergeten dat hij die kennis opgedaan heeft als baas van de Stasi, de Oost-Duitse Gestapo. Als hij naar Noord-Korea gaat, transformeert hij in een stalinist, en als hij nucleaire centrales probeert te verkopen aan Iran of Irak, trekt hij weer een ander pak aan. Hij is de perfecte spion gebleven.”

,,Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield het Rode Leger de traditie hoog om fikse geldsommen uit te delen aan soldaten die zich bijzonder onderscheiden hadden aan het front. Poetin heeft die oude traditie op 1 januari 2000 een nieuwe dimensie gegeven. Voor het oog van de camera’s gaf hij de Russische soldaten in Tsjetsjenië een cadeau. Het was trouwens voor het eerst dat hij op een officiële ceremonie begeleid werd door zijn vrouw. Ze droeg een schitterend roze mohairen ensemble. (lacht) Poetin gaf aan elke soldaat een jagersmes, bedoeld om wolven mee te doden. De wolf is het nationale symbool van de Tsjetsjenen. Poetins boodschap voor het nieuwe millennium aan zijn soldaten was duidelijk: jaag alle Tsjetsjenen over de kling.”

,,Ja, de man heeft veel capaciteiten: hij slaagt erin om in dezelfde week bloemen op het graf van Andropov én op het graf van Sacharov te leggen. KGB-baas Joeri Andropov heeft indertijd de dissident Andrei Sacharov verbannen. Poetin kent geen scrupules. Er bestaat geen beter voorbeeld van een volmaakte nihilist. En dat straalt af op de Russische troepen in Tsjetsjenië. In 2000 ben ik gedurende vijf weken in Tsjetsjenië geweest en heb ik dat nihilisme zelf kunnen ondervinden.”

Was u er illegaal?

,,Ja. In december ’99 werd ik door het persbureau Tass in Moskou uitgenodigd om deel te nemen aan een televisiedebat over de toestand in Tsjetsjenië. Tijdens de uitzending vroeg ik één minuut stilte voor de doden die het Russische leger op zijn geweten had. Ik ging overeind staan en de vertegenwoordiger van de Russische strijdkrachten, generaal Manilov, volgde mijn voorbeeld. Hij betoonde zijn eer aan de slachtoffers van zijn eigen leger. (lacht)”

,,Later vertelde hij aan al wie het horen wilde dat ik hem moreel onder druk had gezet. De eerstvolgende keer dat ik bij de Russische ambassade in Frankrijk een visum aanvroeg, kreeg ik nul op het rekest. Ik ben dan illegaal naar Tsjetsjenië getrokken. Het Tsjetsjeense verzet heeft me binnengesmokkeld. Ik heb er verschillende plaatsen bezocht, maar ik kan u niet vertellen waar ik geweest ben, want de FSB — de voormalige KGB — luistert mee.”

Ook hier in Parijs?

,,Zeker. De FSB is — net als God — overal. Wat niet wil zeggen dat ze me bedreigen. Ik ben een Frans staatsburger, ze kijken wel uit. Wat ik in Tsjetsjenië gezien heb, tart elke verbeelding. Het Russische leger heeft totaal geen ideologie, behalve die van het geld. Ze kopen en verkopen alles. Ik heb in Tsjetsjenië rondgereden in een auto van een FSB-kolonel. Het was het ideale vehikel om zonder problemen controleposten te passeren. Je kunt er, via bemiddeling van het verzet, auto’s en doorgangsbewijzen van de FSB ‘huren’.”

,,In ruil voor dollars spelen Russische soldaten en officieren chauffeur voor clandestiene passagiers zoals ik. Ze voeren leiders van het verzet rond, transporteren zwaargewonde verzetslui en verkopen wapens aan de guerrillero’s. De kolonel die me rondreed, droeg een armband waarin gegraveerd stond: Get what you want . Dat is meteen ook de essentie van de nihilistische filosofie van het hele Russische leger. Het is hun eigen interpretatie van de song ,,You can’t always get what you want” van de Rolling Stones. Hun zuiveringsacties in de dorpen doen ze trouwens terwijl er muziek van de Stones uit de luidsprekers van hun auto’s knalt.”

,,De oorlog heeft een groot Apocalypse now -gehalte, maar de Russen gaan nog veel cynischer te werk dan de Amerikanen in Vietnam. In de Kommandanturen kunnen Tsjetsjeense burgers hun gedode familieleden ‘kopen’. Er bestaat een tarievenlijst: zoveel dollars voor een kind, zoveel voor een vrouw, zoveel voor een man. Wie geen geld op tafel kan leggen, krijgt het lijk in stukken gesneden terug. Ik heb dat niet zelf gezien, nee. Ik ben om voor de hand liggende redenen niet in zo’n Kommandantur binnengestapt. Maar die verhalen worden bevestigd door Amnesty International, Human Rights Watch en de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial.”

Het Tsjetsjeense verzet kun je toch ook bezwaarlijk een club van geciviliseerde democraten noemen? De groep rond de verkozen president, Aslan Maschadov, lijkt amper nog enige invloed te hebben: op het terrein zwaaien de warlords de plak.

,,De Tsjetsjenen leven in een soort van eeuwigdurende guerrilla. Daardoor weten ze niet hoe het is om in een echte staat te leven. Ze zijn verdeeld in clans die zichzelf controleren. Ze erkennen de autoriteit van een figuur als Maschadov niet, terwijl hij toch democratisch verkozen is. Door de oorlog heeft hij zijn greep op de rebellen helemaal verloren. Elke regio, elke clan, elke familie doet zijn eigen zin. Maar dat wil niet zeggen dat Maschadov machteloos is. Alle Tsjetsjenen erkennen dat hij onmisbaar is als het op vredesonderhandelingen met de Russen aankomt.”

,,In die clans zitten ongetwijfeld gangsters die zich tijdens de drie jaar durende ‘vrede’ tussen de eerste en de tweede Tsjetsjeense oorlog schuldig gemaakt hebben aan misdaden en terroristische aanslagen. Daarnaast zijn er kleine moslimfundamentalistische fracties die gefinancierd worden door Saoedi-Arabië. En dan zijn er ook nog legertjes van moslimfundamentalisten die betaald worden door de Russen zelf.”

,,Ik weet dat het Tsjetsjeense verzet vaak geassocieerd wordt met fanatici en extremisten. Ik heb hen leren kennen als liefhebbers van de vrijheid. De vrouwen spelen een belangrijke rol in dat verzet. Een paar weken geleden stond er een reportage in Le Figaro Magazine , gemaakt door een fotojournalist die een bataljon van het Russische leger volgde. De Russen hielden een auto met vijf jonge Tsjetsjeense mannen tegen. Ze sleurden de jongens eruit en zetten hen tegen de muur. Plots kwamen er tientallen gewapende en gemaskerde vrouwen te voorschijn. Ze schoten naar de Russen en bevrijdden de jonge Tsjetsjenen. De fotograaf beschreef hoe een van die vrouwen naar hem toe liep: ‘Ze had prachtige groene ogen en benen waar geen einde aan leek te komen.’ (lacht) Hij wou een foto van haar nemen, ze griste het toestel uit zijn handen en brak er zijn neus mee. Ondanks zijn gebroken neus was hij kapot van bewondering. (lacht) Nee, de Tsjetsjeense vrouwen lopen niet gehuld in een burqa.”

Romantiseert u het beeld van het Tsjetsjeense verzet niet? Tussen de twee oorlogen in begon het Maschadov-regime met de stapsgewijze invoering van de islamitische sharia.

,,De Tsjetsjeense sharia is een lokale variant van de moslimsharia. Die is niet dezelfde als de sharia die de ayatollahs in Iran ingevoerd hebben. Ik wil de Tsjetsjenen niet voorstellen als engelen. Maar je kunt er niet omheen dat ze een geest van vrijheid koesteren die er tot hiertoe voor gezorgd heeft dat de overgrote meerderheid niet moslimfundamentalistisch geworden is.”

,,Maar ik vrees voor de toekomst. Het is niet denkbeeldig dat Tsjetsjenië binnen afzienbare tijd in een Afghaans scenario terechtkomt. In de sovjettijd hebben de Russen gedurende tien jaar Afghanistan bezet. De Russische soldaten hebben toen niet alleen individuen omgebracht, ze hebben ook alle sociale en morele structuren vernietigd. Uit de ruïnes die ze achterlieten, zijn de ‘gekken van God’, de Taliban, opgestaan. Het resultaat is 11 september.”

,,In Tsjetsjenië is de vernietiging ongelooflijk groot en ik maak me zorgen over de nieuwe generatie Tsjetsjenen, de jongeren die nooit iets anders gekend hebben dan oorlog. De volwassen Tsjetsjenen hebben een tijdlang vreedzaam met de Russen samengeleefd. Ze kennen Rusland en haten de Russische burgers niet. Ze vechten tegen het leger en weten dat veel gewone Russen het niet eens zijn met de oorlog. Ze houden vast aan de Tsjetsjeense traditie dat een gewapende man alleen een andere gewapende man aanvalt. Tot hiertoe heeft het verzet min of meer verzaakt aan het attaqueren van burgers. Ze spuiten geen gifgas in de metro van Moskou of blazen geen bussen op. De aanslagen op de flatgebouwen in Moskou waren zo goed als zeker het werk van de FSB. Ik hoop dat de gijzeling in het theater geen voorbode is van meer terroristische acties.”

,,De kans dat veel jongeren zich ofwel laten manipuleren door de FSB, ofwel een carrière als gangster uitbouwen, ofwel moslimfundamentalist worden, groeit met de dag. Dat is een gevaar voor Rusland, maar ook voor Europa. De Russische nucleaire centrales zijn niet direct een toonbeeld van veilige en betrouwbare constructies. Als de een of andere Tsjetsjeense fanaat het in zijn hoofd haalt om er met een vliegtuig tegenaan te vliegen, kunnen we het allemaal schudden.”

U verwijt de Europese politici dat ze Poetin niet aan de onderhandelingstafel dwingen. Zijn ze bang voor de reactie van de Russen?

,,Blijkbaar wel. Ik begrijp die angst voor Poetin niet. Hij heeft nood aan ons geld en aan onze kredieten, hij weet dat Rusland pas binnen vijftien jaar de levensstandaard van Portugal zal bereiken — dat heeft hij overigens zelf geschreven. Rusland is niet langer de supermacht waar we bang voor moeten zijn, integendeel, het is verworden tot een ontwikkelingsland. Doordat we de Russen zonder enige eis tot stopzetting van de oorlog financieel blijven steunen, zijn we medeplichtig aan de ‘samenzwering van de stilte’. We bezondigen ons aan wat de Oostenrijkse schrijver Hermann Broch de ‘misdaad van de onverschilligheid’ noemde. Broch merkte in 1945 op dat de schuld van Europa voortkwam uit het feit dat de Europese democraten hun ogen sloten voor de gruweldaden van de nazi’s. Niemand kan over de oorlog in Tsjetsjenië zeggen: Ich habe es nicht gewusst. Het Holocaustmuseum in Washington — dat er niet van verdacht kan worden een moslimfundamentalistisch bolwerk te zijn of gefinancierd te worden door Bin Laden — noemt de oorlog in Tsjetsjenië Genocide War number One . We zijn geïnformeerd, we weten het en dragen bijgevolg allemaal verantwoordelijkheid. Niet alleen politici, maar ook journalisten, schrijvers, filosofen en gewone burgers. Poetin moet onder druk gezet worden. De bal ligt in ons kamp.”

© Jan Stevens

“Leven is altijd lastig”

In november vorig jaar vierde de Joods-Tsjechische concertpianiste Alice Herz-Sommer haar 108e verjaardag. Als klein meisje wandelde ze met Franz Kafka door Praag; in de jaren twintig beleefde ze concerttriomfen. Tot ze als jonge moeder gedeporteerd werd naar Theresienstadt. Ze verloor haar man in de Holocaust en haar enige zoon stierf tien jaar geleden. Toch klaagt ze niet. “Ik kan gerust sterven want ik heb mijn best gedaan.”

 

“Komt u voor Alice?” vraagt de man die een minuut geleden samen met mij door de voordeur van het appartementencomplex aan het statige Belsize in Noord-Londen naar binnen stapte. “U moet hard kloppen, want ze is een beetje doof.” Hij voegt de daad bij het woord, roffelt op de deur en roept: “Alice, een bezoeker voor je!”

De 108-jarige Alice Herz-Sommer zit aan een tafeltje in het midden van haar eenkamerflat, met haar ene hand op de knop van de automatische deuropener en haar andere aan de volumeknop van een kleine transistor. “Ik luister de hele dag naar muziek”, zegt ze. “Het maakt niet uit welke zender; als er maar geluid uit de radio komt. Muziek is mijn leven. Dat is altijd zo geweest.”

Binnenkort verschijnt De pianiste van Theresienstadt, waarin Alice Herz-Sommer met hulp van de Amerikaanse concertpianiste Caroline Stoessinger haar levensverhaal vertelt. Anno 2012 is Alice Herz-Sommer de laatste levende ziel op aarde die Franz Kafka persoonlijk gekend heeft. Tot op de dag van vandaag zakken professoren en studenten van overal ter wereld naar haar flatje in Londen af om haar te bevragen over het zielenleven van de beroemde schrijver. Maar haar statuut van ‘laatste levende vriendin van Kafka’ is niet het enige wat haar bijzonder maakt: in de twintiger jaren maakte ze naam als beloftevolle pianiste en beleefde ze in concertzalen de ene triomf na de andere. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan haar carrière. In 1943 werd ze samen met haar man Leopold en hun zoontje Raphael op transport gezet naar Theresienstadt, ‘modelconcentratiekamp’ en doorvoerhaven naar vernietigingskampen als Auschwitz en Dachau. Leopold Sommer stierf in Dachau; Alice en Raphael overleefden de gruwel. In 1949 emigreerde Alice naar Israël en werd er hoofd van het conservatorium van Jeruzalem. Raphael Sommer werd een wereldberoemd cellist met Londen als uitvalsbasis. Op haar 84e verhuisde ook Alice naar Londen. In 2001 stierf haar zoon op 64-jarige leeftijd aan een hartaderbreuk. “Ik kijk elke dag naar dvd’s van zijn concerten”, zegt Alice. “Het is alsof de technologie de dood verslagen heeft. De beelden van een levende, concerterende Raphael maken me niet verdrietig. Integendeel, ze vervullen me met trots.”

 

Kafka

Alice Herz zag in 1903 als jongste van een tweeling in Praag het levenslicht. “Toen ik jong was, behoorde Praag nog tot het Habsburgse Oostenrijk”, zegt ze. “Er leefden toen meer dan een miljoen Tsjechen, Südetenduitsers en Joden in de stad. Dat was niet altijd even eenvoudig. Overal waar veel mensen samenleven, gaat het fout. Als je alleen leeft, is het lastig en als je met anderen samenleeft is het ook lastig. Ach, eigenlijk maakt het niet zoveel uit: leven is altijd lastig.”

Alice’ vader Friedrich Herz was fabrieksdirecteur en een workaholic; haar moeder Sofie Schulz was gepassioneerd door literatuur en speelde van ’s ochtends tot ’s avonds Bach op de piano. “Mijn vader had net als zijn vader lak aan religie. Mijn voorouders waren geen religieuze Joden en ik ben het ook nooit geweest. Ik ben een groot aanhanger van de filosoof Spinoza: Voor hem is alles god, zijn wij god. Goed en kwaad zijn god. Ja, ook het kwaad.”

Alice’ oudere zus Irma werd verliefd op de filosoof Felix Weltsch. “Ze trouwden in 1914 en via Weltsch leerden wij Franz Kafka kennen. Kafka was Felix’ beste vriend. Hij liep onze deur plat, maar ik vond hem niet echt een aangename man. Kafka was een pessimist. Volgens mij had dat te maken met zijn afkomst: zijn vader had een hekel aan religie, maar zijn moeder was ultragelovig en een echte kwezel. Als kleine jongen wist Kafka niet of hij nu naar moeder of vader moest luisteren: hij was daardoor helemaal in de war en twijfelde voortdurend. Samen met mijn zuster heb ik urenlang met hem door de straten van Praag gewandeld. Ik heb ook al zijn boeken gelezen, maar hij heeft geen enkel gevoel voor humor. Toen hij bij ons op bezoek kwam, kon er nooit een lach af. Mijn tweelingzus Mizzi was net als Kafka een afschuwelijke pessimist. Ze is jong (in 1974 – JS) gestorven. Ze zat gewoon te wachten op catastrofes. Soms kreeg ze gelijk en voltrok de catastrofe zich ook.” (lacht)

Alice Herz-Sommer zwijgt even en tilt met een trillende hand de koekjesschaal omhoog. “Neem een biscuitje. Weet u wie mijn favoriete schrijver is? Stefan Zweig. Hij is de allerbeste schrijver ter wereld. Hij heeft alles. Hij kwam ook bij ons over de vloer. In Die Welt von gestern schrijft Zweig over zijn wereldberoemde vrienden Rilke, Goethe en al die anderen. Prachtig. Buitengewoon. Wat zouden we doen zonder die grote mensen? Muzikanten, schilders, schrijvers, acteurs… Zij maken ons leven de moeite waard.”

 

Theresienstadt

Van jongsaf was Alice gefascineerd door de piano. “Ik had talent, maar dat is niet genoeg als je de top wil bereiken. Zonder discipline haal je het niet.” De jonge Alice studeerde ’s ochtends vier uur piano, gaf na de middag les en speelde ’s avonds concerten. In de twintiger jaren groeide haar naam en faam als concertpianiste.

In 1925 ontmoette ze de handelsvertegenwoordiger Leopold Sommer. Ze trouwden in het voorjaar van 1931 en zes jaar later werd hun zoontje Raphael geboren. “We waren gelukkig.” Aan dat geluk kwam abrupt een einde toen Hitlers troepen op 15 maart 1939 Praag binnentrokken. Leopold Sommer verloor zijn werk en Alice mocht niet langer pianoles geven aan niet-Joden. De Sommers zagen hoe steeds meer Joden gedeporteerd werden. Op 13 juli 1942 werd Alice’ moeder Sofie naar Theresienstadt gestuurd. “Dat was een afschuwelijke schok”, zegt ze. “Moeder was oud en ziek en had alleen een rugzak als bagage. Het afscheid van haar is het grootste dieptepunt uit mijn leven.” In oktober ’42 werd Sofie Schulz vermoord in het vernietigingskamp Treblinka. Op 5 juli 1943 werden Leopold, Alice en de vijfjarige Raphael op transport naar het getto van Theresienstadt gezet. “We hadden geen enkele keuze.”

Theresienstadt was oorspronkelijk een garnizoensstad. Alice Herz-Sommer: “Er stonden grote barakken waar ooit soldaten gelegerd waren. De oorspronkelijke bewoners moesten er weg toen het een getto werd. In die kleine plaats leefden normaal 9000 zielen, onder Hitler werden er tot 300.000 Joden samengebracht.”

Het getto werd bewaakt door de SS en de Tsjechische politie en was een tussenstation in de doorvoer van Joden naar de vernietigingskampen. Eind 1943 gaven de nazi’s aan een onderzoekscommissie van het Internationale Rode Kruis toestemming voor een bezoek aan de stad, om de wereld te laten zien dat de Joden goed behandeld werden. Maar eerst werd er schoon schip gehouden en werd de overbevolking opgelost door het aantal transporten naar Auschwitz op te drijven. De nazi’s bouwden nepwinkels, een café, een kleuterschool en een lagere school. De huizen werden met bloemen getooid. De delegatie van het Rode Kruis tuinde er met haar ogen wijd open in. De nazi’s gaven een aantal inwoners het bevel een propagandafilm te draaien – ‘De Führer schenkt de Joden een stad’. Naderhand werden alle medewerkers aan de film op transport naar Auschwitz gezet.

De interne gang van zaken in het getto werd geregeld door een Raad van Ouderen. De Joodse leiders organiseerden het werk, regelden de voedselverdeling en de huisvesting, organiseerden concerten en toneelopvoeringen en stelden zelf de lijsten voor de deportaties samen. Alice Herz-Sommer: “Twee jaar lang sliep ik met mijn zoon op een matras op de grond. Hij stelde moeilijke vragen: ‘Wat is oorlog? Waarom is het oorlog? Waarom hebben we niets te eten?’ We waren ontzettend bang, maar we konden dat niet aan hem laten zien. Hij voelde zijn moeder dichtbij en dat gaf hem veiligheid. Hij werd geselecteerd om mee te zingen in de kinderopera Brundibár. Daar was ik blij mee, want dat beurde hem op. We werden verplicht om concerten te spelen. De Freizeitgestaltung, de organisatie die dat regelde, gaf me opdracht om op zondag, woensdag en vrijdag in het gemeentehuis te spelen. In totaal speelde ik zo’n 700 concerten voor telkens 150 uitgeteerde mensen. Die concerten waren eten en drinken voor hen. Theresienstadt was propaganda voor Hitler, maar de muziek hield ons in leven. Ik vluchtte weg in het pianospelen – in oefenen en oefenen en oefenen. Ik had geen god nodig om Theresienstadt te overleven. De muziek heeft me er doorgesleurd. ’s Avonds speelde ik een concert en ik vond dat goddelijk. In Theresienstadt oefende ik de etudes van Chopin. Telkens opnieuw, tot ik ze perfect onder de knie had.”

In 1944 werden duizend mannen vanuit Theresienstadt naar de vernietigingskampen op transport gezet, waaronder Leopold Sommer. “Ik vermoed dat hij wist wat hem te wachten stond. Een dag voor hij naar Dachau gevoerd werd, zei hij: ‘Ga nooit mee als de Duitsers vrijwilligers zoeken. Doe alsof je het niet hoort als ze een oproep doen aan de achtergebleven vrouwen om hun mannen te vervoegen.’ Een week later werd er weer een transport georganiseerd onder het motto: ‘Kinderen en vrouwen volgen hun vaders en mannen’. Geen van hen heeft het overleefd. Ik was achtergebleven met Raphael. Leopold is gestorven in Dachau maar heeft onze levens gered.”

Na de bevrijding keerde Alice met haar zoon terug naar Praag. “Praag onder het communisme riep teveel associaties op met het nazisme.” Ze emigreerden in 1949 naar Israël. “Daar waren we echt vrij. Ik werd hoofd van het conservatorium van Jeruzalem en speelde er veel concerten met grote orkesten. Ik beleefde er de mooiste tijd van mijn leven. Alleen het Hebreeuws was lastig om te leren. Ik heb een jaar bijna niet geslapen: ik was voortdurend bezig met die taal. Maar het is me gelukt, want Hebreeuws zit heel logisch in elkaar, een beetje zoals Latijn. Het vervelendste is dat je van rechts naar links moet schrijven. Weet u wat het belangrijkste in het leven is? Dat je heel goed bent in iets. Je moet uitmunten en dan gaat alles vanzelf. En dat je een optimist bent. Er is goed en slecht in deze wereld. Ik heb de slechte dingen aan den lijve ondervonden en al heel vroeg besloten om alleen aandacht te besteden aan de goede. Je moet dankbaar zijn voor elke minuut, wat er ook gebeurt, waar je ook bent. Te veel mensen klagen en zeuren. Zolang je zonder pijn bent, moet je dankbaar zijn. Alleen wie pijn heeft, mag klagen.”

 

Raphael Sommer

Alice Herz-Sommers zoon Raphael bouwde in de tweede helft van de twintigste eeuw een indrukwekkende carrière uit als cellist. Alice volgde hem van Israël naar Londen. “Hij stierf op 13 november 2001 toen hij op tournee was. Mijn zoon speelde twee keer per week in een kwartet kamermuziek bij hem thuis. Dat was zo mooi. Theresienstadt was een afschuwelijke ervaring, maar ze heeft me heel dicht bij Raphael gebracht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat speelde ik spelletjes met hem. Ik wou hem behoeden voor de horror en deed alsof ik net als hij vijf jaar oud was. De dag voor zijn dood gaf Raphael nog een mooi concert. Hij wist niet dat de volgende dag zijn laatste zou zijn. Hij heeft geen pijn gehad. Gisteren heeft mijn kleinzoon Ariel me naar het kerkhof gebracht waar mijn zoon begraven ligt. Het duurde even voor ik in de auto geraakte: eerst voorzichtig de ene voet, dan de andere. Ariel vond op het kerkhof een stoel voor mij en op weg naar huis luisterden we samen naar muziek. Dat was zo fijn.”

Als alles goed gaat, wordt Alice Herz-Sommer in het najaar 109. “Ik leef nu van dag tot dag”, zegt ze. “Ik heb geen plannen meer. Dat ik zo oud geworden ben, is puur toeval. Mijn hersenen werken niet meer zo goed: ik vergeet veel. Met het ouder worden lijkt het alsof ik meer en meer ‘achterstevoren’ ben gaan leven. Jonge mensen willen vooruit. Ik zit voortdurend te denken: ‘Hoe ging het ook alweer in die of die tijd? Hoe heette die of die ook weer?’ Vaak is het alsof ik terug op stap ben met mijn moeder; soms zelfs met mijn grootmoeder. Af en toe zit ik als meisje van vijf terug met grootmoeder aan de piano.”

Speelt Alice nu nog altijd piano? “Natuurlijk. Met acht vingers, want twee willen niet meer mee. Elke dag speel ik ’s morgens twee uur en ‘s avonds nog eens twee uur. Mijn dokter zegt: ‘Piano spelen is beter voor je hersenen dan 100 pillen slikken.’ (lacht) Zal ik een stukje voor u spelen?”

Ze staat op, neemt haar looprekje, schuifelt voorzichtig tot bij de piano en begint een etude van Chopin te spelen. Na de laatste noot klapt ze het klavier dicht en zegt: “Weet u, ik ben niet bang om te sterven. Sterven is een goede zaak. Echt waar. Ik heb in mijn leven veel mensen geholpen en dat geeft me nu een voldaan gevoel. Ik kan gerust sterven want ik heb mijn best gedaan.”

 

© Jan Stevens

 

Alice Herz-Sommer, Caroline Stoessinger, De pianiste van Theresienstadt, De Boekerij, 208 blz., 18,95 euro, ISBN: 978-90-225-6109-6, verschijnt op 5 maart.