Dianne Lake, het jongste liefje van sekteleider Charles Manson: ‘Hij keek in mijn ogen en ik smolt’

In The Summer of Love van 1967 slikte Dianne Lake haar allereerste LSD-tablet. Ze was pas veertien en haar vader stopte het haar toe. Aan het eind van dat jaar sloot ze zich aan bij The Family van Charles Manson en werd zijn jongste liefje. Twee jaar later vermoordden Mansons volgelingen zes mensen, waaronder Roman Polanski’s zwangere vrouw Sharon Tate. “Hij vroeg mij niet mee, want ik was een smartass, een betwetertje.”

 

Jarenlang deed Dianne Lake (65) alsof ze de jaren zestig als braaf burgermeisje had doorgebracht, spelend met Barbie, Ken en het Barbie Dreamhouse dat ze in 1963 van de kerstman kreeg. Tot ze in 2008 telefoon kreeg van de gepensioneerde politieagent Paul Dostie, gespecialiseerd in cold cases. “Hij vroeg: ‘Bent u Dianne Lake?’”, herinnert ze zich. “Ik schrok, want zo goed als niemand kende mijn meisjesnaam. Laat staan dat ze wisten dat ik eind jaren zestig een trouwe volgelinge en een van de liefjes was van Charles Manson, Amerika’s beruchtste hippiecrimineel. Alleen mijn man, een paar heel goede vrienden en de pastoor in mijn kerk waren op de hoogte. Verder had ik er niemand iets over verteld, ook mijn schoonfamilie en mijn drie kinderen niet. Al die jaren leefde ik met dat grote geheim. Ik gebruikte de achternaam van mijn man en het was me altijd gelukt om onder de radar te blijven. Maar heel die tijd was ik bang dat mijn verleden als een etterbuil zou openbarsten.”

Dat moment leek gekomen toen Paul Dostie in 2008 aan de telefoon zei dat hij zijn lijkenhond Buster had laten rondsnuffelen op de Barker Ranch, een verlaten mijndorp in het Death Valley National Park in Californië.

Dianne Lake: “‘De hond heeft een paar plekken gevonden waar misschien menselijke resten begraven liggen’, zei Paul. In 1968 en ‘69 was Barker Ranch een van de plekken waar ik samen met Charles Manson en de rest van de Family verbleef. Daar werden we twee maanden na de moorden op onder anderen Sharon Tate en haar vrienden ook opgepakt. Ik werd gearresteerd door Jack Gardiner. Hij moet toen iets in mij gezien hebben, want hij kwam me regelmatig in de gevangenis opzoeken en na mijn vrijlating namen hij en zijn vrouw me op als hun pleegkind. Volgens Dostie had ik ooit tegen Jack gezegd dat ik dacht dat er op de Barker Ranch nog lijken begraven lagen. Ik kon me dat niet meer herinneren, al was het best mogelijk. Later bleek het vals alarm te zijn, maar op die dag in 2008 kreeg ik het gevoel alsof mijn bestaan op instorten stond. Want als er nog slachtoffers van Manson waren, was dat gegarandeerd groot nieuws. Mijn kinderen zouden dan te weten komen dat hun moeder op haar veertiende een van de liefjes van Charles Manson was. ‘Ze mogen dat toch nooit horen van een nieuwslezer’, panikeerde ik. Dus raapte ik al mijn moed bijeen en vertelde hen mijn verhaal. Tot mijn grote opluchting veroordeelden ze me niet; ik bleef gewoon hun moeder.”

 

Uw verhaal hebt u nu ook in ‘Mijn leven met Charles Manson’ te boek gesteld voor het grote publiek. Nu weet iedereen dat Dianne Lake op haar veertiende Mansons jongste liefje was.

Lake: “Ja, en het schrijven van dat boek was niet echt makkelijk, zoals het niet vanzelfsprekend is om nu met een wildvreemde over mijn tienerjaren in de sixties te praten. Maar dat is wel nodig, want ik merk dat vandaag nogal wat jonge mensen verlangend kijken naar de hippie- en drugscultuur uit mijn jeugd. Misschien kan mijn boek een waarschuwing zijn. Wist u dat Charles Manson in Amerika lang als boeman gebruikt werd? Als kinderen zich niet gedroegen, werd ermee gedreigd dat Manson of één van zijn volgelingen hen zou komen halen. Charles Manson was het monster onder het bed. Ook voor mijn kinderen toen ze nog klein waren. (lacht)”

 

In de loop der jaren zijn er honderden boeken over Manson verschenen. Las u die?

Lake: “Voor ik mijn boek begon te schrijven, had ik er maar twee gelezen: The Family uit 1971 van schrijver en muzikant Ed Sanders en Helter Skelter uit 1974 van Vincent Bugliosi. Als openbare aanklager vervolgde hij Charles Manson en mijn vroegere vrienden voor de moorden. Hij was ook degene die mij over de streep trok om op het proces tegen Manson te getuigen.”

 

Bent u de eerste ‘insider’ die een boek over The Family schreef?

Lake: “Wijlen Paul Watkins schreef al in 1979 het boek My life with Charles Manson. Paul sloot laat bij The Family aan, maar schopte het snel tot Mansons rechterhand. Net als ik had hij totaal niets met de moorden te maken en ik vond hem best een fijne kerel. Hij stierf in 1990 aan de gevolgen van kanker. Een paar maanden na mijn arrestatie in oktober 1969 ruilde ik de gevangenis in voor een psychiatrische instelling. Ik was zestien en zwaar verslaafd aan LSD. Ik kreeg ernstige afkickverschijnselen en werd met een LSD-psychose opgenomen in het Patton State Hospital in San Bernardino, Californië. Later hoorde ik dat Paul me daar had proberen opzoeken. Toen vond ik dat erg bedreigend, want ik was bang dat hij me in opdracht van Charles Manson een kopje kleiner kwam maken. Die angst was niet terecht en ik heb er nu spijt van dat ik later geen contact meer met Paul gezocht heb.”

 

Uit wat voor een nest komt u?

Lake: “Mijn ouders waren eigenlijk heel gewone mensen uit Minneapolis, de hoofdstad van de noordelijke staat Minnesota. Alleen hield mijn vader Clarence erg van kunst. Overdag schilderde hij de muren van huizen en ’s nachts maakte hij schilderijen. Hij droomde ervan om een kunstenaar te worden of leraar plastische kunst. Hij was een echte intellectueel die door omstandigheden in de voetsporen van zijn vader trad en huisschilder werd. Mijn moeder Shirley was huisvrouw. Ik ben de oudste van drie kinderen en werd geboren op 28 februari 1953, in hetzelfde jaar waarin de Koreaanse oorlog eindigde. Mijn vader had daarin gevochten en volgens mijn moeder was hij daardoor veranderd. Hij las veel en raakte in de ban van de boeken van de auteurs van de Beat Generation. Jack Kerouac, Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Timothy Leary waren zijn favorieten. Mijn ouders hadden het voortdurend met elkaar over die ‘nieuwe manier van denken’, over ‘het openen en verruimen van de geest’. Op dat moment zaten ze nog niet aan de drugs. Papa droomde ervan om naar Berkeley te verhuizen om daar aan de Universiteit van Californië zijn master in de beeldende kunst te halen. Die droom werd een obsessie en op een bepaald moment besloten mijn ouders om ons huis te ruilen voor een caravan. Zo konden we aan onze versie van Kerouacs klassieker On the road beginnen, met als ultieme doel: Californië.”

 

Jullie huis was geen bouwval?

Lake: “Nee, het was een gezellig alleenstaand huis met twee verdiepingen. Mijn ouders hadden het in 1960 gekocht, om het een jaar later met een buur te ruilen voor een aftandse caravan van zeven meter lang. Dat ding was tot op de draad versleten. De dag dat we met heel ons hebben en houden vertrokken, bleek dat onze auto niet zwaar genoeg was om die caravan te trekken. We eindigden op een vieze camping in Burnside, een voorstad van Minneapolis. Daar kampeerden we een klein jaar. Mijn vader was een vrij getalenteerd schilder, en dat heeft ons toen gered. Hij raakte bevriend met een rijk kunstminnend koppel dat zijn werk erg kon appreciëren. Ze hadden een galerij en wilden er zijn schilderijen verkopen. Hij werd hun vaste leverancier, ze richtten een atelier voor hem in en gaven ons de sleutels van een klein huis met tuin. We dumpten de caravan en vader werd voltijds artiest. Zijn Californië-droom leek weg te ebben en het leven lachte ons toe. Tot vaders atelier afbrandde en al zijn schilderijen de fik ingingen. Hij was een kettingroker en had de nog gloeiende inhoud van zijn overvolle asbak in de vuilbak gedumpt. Op het moment dat zijn atelier tot as herleid werd, stond hij op het hoogtepunt van zijn artistieke carrière. Hij verkocht goed, was een kinderboek aan het illustreren en plots was alles weg. Daardoor raakte hij in een zware depressie. Op een dag liet hij ons in de steek en verdween met mijn moeders beste vriendin naar Californië. Twee jaar later liep de relatie met zijn minnares op de klippen en zocht hij met hangende pootjes terug contact met mijn moeder. Zij ging overstag en in de zomer van 1965 verhuisden we met z’n allen naar een mooi huis in Santa Monica, Californië, waar papa een job had als grafisch vormgever bij een telefoonbedrijf. Mijn moeder kon aan de slag bij de RAND Corporation, een denktank, en ze was daar zeer trots op. Een half jaar lang verliep alles voorspoedig.”

 

Tot uw ouders marihuana ontdekten?

Lake: “Mijn moeder liet zich door de buren verleiden om eens een keertje marihuana te roken. (lacht) Dat was meteen ook het begin van het einde. De volgende dag presenteerde ze vader een joint die de buren haar hadden meegegeven. Vervolgens zag ik ze samen stoned worden. Papa was altijd wel geïnteresseerd geweest in drugs, maar tot dan had hij nooit moeite gedaan om zelf weed te kopen of ermee te experimenteren. In die tijd kon je in Californië marihuana in het openbaar roken zonder opgepakt te worden. Heel de staat was in de ban van weed.”

 

Hoe oud was u toen u het ook begon te roken?

Lake: “Dertien. Mijn vader bood het me aan: ‘Je moet dit echt eens proberen, Dianne.’ Ik was nog heel jong, maar in heel die tegencultuur van beatniks en hippies was blowen de gewoonste zaak van de wereld. Zelfs mijn twee jaar jongere broer en zes jaar jongere zus mochten af en toe aan een joint trekken. Mijn vader gaf me in de zomer van 1967 mijn allereerste LSD-tablet. Het was tijdens een feestje. Hij deelde LSD aan alle gasten uit en gaf mij en mijn twee beste vriendinnen een kleinere dosis. ‘Leg ze op jullie tong en jullie zullen aangenaam verrast zijn.’ Hij legde de nieuwe Beatles-LP Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band op en ik beleefde mijn eerste acid-trip. Tijdens het nummer ‘Being for the Benefit of Mr. Kite!’ ging ik helemaal uit mijn dak. Alle figuren uit die song kwamen voor mijn ogen tot leven. Het was een steengoede trip. (lachje) Ik herinner me hoe ik op de grond lag en mijn buik moest vasthouden van het lachen. Mijn ouders waren constant high of aan het hallucineren.

“Een bevriend hippiekoppel van mijn ouders stelde me voor aan een dikke fotograaf van halverwege de dertig. ‘Je bent zo een mooi meisje; hij maakt een fotomodel van je.’ Die man kwam me thuis ophalen en nam me mee naar het bos. Ik begon de fotosessie met mijn kleren aan, maar eindigde naakt in de meest onsmakelijke poses. Hij pushte me steeds verder en ik ging daar gewillig in mee. Hij begon me te strelen en ik begon te wenen. We hadden geen seks, maar hij probeerde het wel. Hij bracht me terug naar huis en niemand vroeg zich af waar ik geweest was of wat ik met die kerel gedaan had. Niemand maakte zich zorgen over dat dertienjarige meisje. Het was een recipe for a disaster. Die fotograaf schoot honderden naaktfoto’s van me. Mijn moeder vertelde me later dat ze af en toe wel eens een paar foto’s tegenkwam in huizen van vrienden en dat ze die dan in haar handtas moffelde en verscheurde. (lacht)”

 

Hoe kwam u in contact met Charles Manson?

Lake: “Ik verhuisde samen met mijn ouders naar de Hog Farm Commune, een van de grootste hippiecommunes uit die tijd. Ze was gesticht door de vredesactivist Hugh Romney alias ‘Wavy Gravy’ en zijn vrouw Bonnie Beecher, een actrice die meespeelde in Star Trek. Op een dag namen Hugh en Bonnie me apart en maakten me duidelijk dat ze me liever kwijt dan rijk waren. Als meisje van veertien vormde ik een bedreiging voor de commune. Ze vonden me te oud, maar niet oud genoeg. Elke jonge kerel die seks met mij had, was volgens de wet een verkrachter en kon in de cel gegooid worden. Ze suggereerden dat ik best zo snel mogelijk andere oorden opzocht. Richard en Allegra, een hippiekoppel dat ik van haar noch pluimen kende, bood me spontaan onderdak in hun huis aan. In die periode ontmoetten mijn ouders op Hog Farm Charlie Manson. Ze raakten bevriend en trokken er samen voor een paar dagen op uit in de Mojavewoestijn. Terug in de commune gaf mijn moeder een foto van mij aan Manson. ‘Dit is mijn dochter Dianne. Doe haar de groeten als je haar ziet. Misschien vindt ze het wel leuk om een tijdje met jullie op stap te gaan.’ Ik wist daar helemaal niets van. Eind november 1967 stelden Richard en Allegra me voor om naar een feestje te gaan in The Spiral Staircase House, een hippiehuis in Topanga. Het meisje dat de voordeur opendeed, begon meteen te roepen: ‘Charlie, Dianne is hier!’ Ik stapte naar binnen en iedereen herhaalde dat zinnetje: ‘Dianne is hier! Oh, Dianne, je bent hier!’ Ik was overdonderd. ‘Hoe kennen jullie mij?’ Het leek pure magie. Charlie Manson keek in mijn ogen en ik smolt. Ik voelde me door hem aanbeden en geliefd. Ik voelde me welkom bij hem.”

 

Charles Manson noemde zijn sekte The Family?

Lake: “Ja, en zo voelde het in het begin ook aan. Ze reden met een zwart geverfde schoolbus rond waarop stond: ‘Hollywood Production’. (lacht) Charlie was toen 33. Het klopt toch niet dat een meisje van veertien de liefde bedreef met een kerel van 33? Mijn oudste zoon is nu 35. Charlie was een vieze jonge man. Hij had lang haar, speelde gitaar en had een grote tattoo op zijn arm. Ik vond dat exotisch. Er werd gefluisterd dat hij in de gevangenis had gezeten en gearresteerd was voor verschillende vergrijpen. Zijn laatste veroordeling was voor oplichting. In de jaren vijftig had hij zich proberen herscholen tot pooier, maar zijn meisjes bleven meestal nooit lang voor hem werken. Toen ik hem ontmoette, was hij eigenlijk nog steeds een pooier. Ik had dat niet door, want ik wist amper wat prostitutie was. In 1967 vrijde iedereen met iedereen, en voor pooier Charlie was dat natuurlijk een probleem. Want waarom zou je nog voor seks betalen als iedereen het gratis met je wil doen? De meisjes die rond Charlie zweefden, vormden zijn harem. In maart 1967 kwam hij uit de gevangenis en het meisje waar hij het eerst mee aanlegde, heette Mary Brunner. Ze raakte zwanger van hem en ik was erbij toen in 1968 Valentine Michael Manson geboren werd. We noemden de baby Pooh Bear en hij werd het lievelingetje van de hele Family.”

 

Op dat moment had Manson nog twee andere zonen bij twee andere vrouwen: Charles Manson Jr. en Charles Luther Manson. De eerste pleegde zelfmoord in 1993, over de tweede is niets geweten.

Lake: “Echt? Er was een vermoeden dat er misschien nog een zoon was, maar die hebben we nooit gezien. Hij praatte daar nooit over. Charlie was een meestermanipulator. Hij was ook een meester in het lezen van mensen. Hij zag meteen wie je was, wat je nodig had, wat je talenten waren. En hij dacht alleen maar aan zichzelf.”

 

Hoe raakten jullie aan geld?

Lake: “(stilte) Dat is een goede vraag. Toen ik er pas bij was, gebruikten een paar meisjes de kredietkaarten van hun vader. Maar waar de rest van het geld vandaan kwam? Geen idee. Ik stond daar ook niet bij stil. Er was LSD en marihuana in overvloed. En er werd veel geneukt. Koppels apart of in groep. Toen ik Manson in november leerde kennen, was ik 14. Eind februari 1968 werd ik 15. Charlie gebruikte mij om aan zijn pleziertjes te geraken, net zoals hij alle andere meisjes uit de groep gebruikte. Misschien liet hij oudere meisjes als prostituee voor hem werken en raakte hij zo aan geld.”

 

In mei 1968 nam The Family haar intrek in Spahn Ranch, een televisieboerderij in Los Angeles waar Bonanza en Zorro werden opgenomen.

Lake: “Charlie lulde zich overal naar binnen en Spahn Ranch werd een tijdlang ons hoofdkwartier. In die periode leerde hij Dennis Wilson, de in 1983 overleden drummer van de Beach Boys, kennen. Dennis raakte in de ban van Manson en samen met Family-leden Nancy Pitman en Ruth Moorehouse trok ik voor een maand of vier bij hem in. Charlie had dat zo beslist. De anderen stuurde hij naar de hippiekolonie in Mendocino nabij San Francisco. Ze moesten daar nieuwe leden gaan rekruteren. Dennis Wilson was heel vatbaar voor vriendschap, seks en drugs. Hij had net een echtscheiding achter de rug en vond het fijn om met Charlie en zijn meisjes te chillen. In die tijd stelden nog meer muzieksterren in Los Angeles en omstreken in naam van de flower power hun huizen open voor free sex, drugs en drank. De door Charlie bevolen moorden op Sharon Tate en co in augustus 1969 betekenden het abrupte einde van al die open deuren. Dennis Wilson was er heel trots op dat hij met Charles Manson bevriend was. Hij vond het fantastisch dat we zijn huis hadden uitverkoren en stelde Charlie voor aan andere muzikanten.”

 

Manson was in die tijd een societyfiguur? Een celebrity?

Lake: “Celibrity is misschien een beetje overdreven, maar hij werd wel geaccepteerd door de echte celebrities. Voor velen was hij een goeroe. Een paar maanden eerder had Dennis Wilson met de andere Beach Boys in Parijs de Maharishi ontmoet. De Beatles, Mia Farrow en Elizabeth Taylor waren volgelingen van diens leer. Dennis herkende in Charlie iets wat hij in de Maharishi had gezien. Charlie gedroeg zich ook als een goeroe. Hij ‘postuleerde’ heel graag. Hij vroeg dan aan het universum op voorhand om een parkeerplaats. Als hij die dan ook kreeg, schreef hij dat toe aan zijn spirituele kracht.”

 

Was hij gewelddadig?

Lake: “Hij kon soms hevig uit zijn krammen schieten en ik moest af en toe klappen incasseren. Maar hij had geen gewelddadig karakter.”

 

Hij heeft u verkracht.

Lake: “Dat is waar. Al interpreteerde ik het op dat moment niet zo. Maar het was zeker verkrachting. Zonder twijfel. Ik wou met hem vrijen, maar hij nam me op een afschuwelijke manier, zoals ik het echt niet wou.”

 

Zag hij zichzelf als een nieuwe messias?

Lake: “Dat geloofde hij rotsvast. Wij namen ontzettend veel drugs; hij veel minder want hij had een paar bad trips achter de rug. maar ondanks zijn beperkte druggebruik was hij er van overtuigd dat hij de opvolger van Jezus Christus was. ‘Ik ben “Man Son”, de zoon van de mens’, oreerde hij. Van veel verschillende filosofieën en religies had hij zijn eigen potje gebrouwd. Wij, naiëve meisjes met iets te veel weed en acid in hun lijf dan goed voor ze was, gingen daar kritiekloos in mee. Het was allemaal zo geheimzinnig. ‘Die kerel is verbonden met het universum.’ (lacht) Hij versterkte dat mystieke alleen maar en wij begonnen echt te geloven dat hij bovennatuurlijk was.”

 

Toen The White Album van The Beatles op 22 november 1968 uitkwam, sloegen bij hem de stoppen helemaal door?

Lake: “Hij geloofde dat de Beatles vier profeten waren die met hun White Album een rassenoorlog, de Helter Skelter, aankondigden. Charlie zag zichzelf als de verlosser die de oorlog in gang moest zetten. De apocalyps bestond in zijn visie uit een bloedige strijd van blank tegen zwart. Afro-Amerikanen waren er volgens hem op uit om de macht over te nemen. Hij moest dat stoppen.”

 

Charles Manson was een white supremacist in hippieverpakking?

Lake: “Precies. De moorden in augustus 1969 moesten die rassenoorlog in gang zetten. Charlie heeft me daar nooit in betrokken, nooit iets over gezegd, nooit iets over gevraagd. Hij had daar anderen voor ‘uitverkoren’. Zij voerden de moorden nauwgezet volgens zijn instructies uit. Ik hoorde daar pas een week later over. Het was een vreselijke schok toen mijn vriendinnen Leslie Van Houten, Susan ‘Sadie’ Atkins en Patricia ‘Patty’ Krenwinkel me vertelden hoe ze Leno en Rosemary LaBianca op aansturen van Charlie hadden afgeslacht. Natuurlijk had ik gevoeld dat de stemming in The Family gaandeweg veranderd was. Charlie wou me terugsturen naar mijn ouders, maar door de drugs was ik weg van de wereld. Hij had me totaal gehersenspoeld en ik wou hem niet verlaten. Telkens wanneer ik zijn stem hoorde, steeg ik op naar de zevende hemel. Zijn liedjes speelden continu door mijn hoofd. Ik kon zijn filosofie van voor naar achter en van achter naar voor aframmelen. Hij had me compleet in zijn macht.”

 

Als hij u gevraagd om Sharon Tate te vermoorden, had u dat gedaan?

Lake: “Er is een reden waarom hij het mij niet gevraagd heeft: ik was namelijk niet erg gehoorzaam. (lacht) Natuurlijk was ik gehersenspoeld, maar ik was ook een smartass, een betwetertje.”

 

Op het proces hebt u tegen Charles Manson getuigd.

Lake: “Ik had geen moment spijt van mijn getuigenis tegen hem. Mijn opname in de psychiatrie heeft mijn leven gered. Daar ben ik van de LSD én van Charlie afgekickt. Daar verloor ik ook mijn angst voor hem. Op 5 november 1970 heb ik in het gerechtshof voor de jury getuigd over hoe het er in The Family aan toeging. Ik vertelde ook wat de andere leden me over de moorden hadden toevertrouwd. Charlie, Patty, Leslie en Sadie werden ter dood veroordeeld. Hun straffen werden later omgezet in levenslang. Sadie stierf in 2009 in de gevangenis; Leslie en Pattie zitten nog steeds in de cel. Charlie verwisselde het tijdelijke voor het eeuwige in november vorig jaar. Een paar weken geleden pas hebben ze hem begraven. Drie mensen eisten eerst zijn lichaam op. De ene was een verzamelaar van Manson-memorabilia, de andere iemand die beweerde een zoon van hem te zijn, en de derde zijn kleinzoon Jason Freeman. De rechter besliste uiteindelijk dat de kleinzoon zijn opa mocht begraven. Terecht, vind ik.”

 

Hebt u ooit contact met een van de andere leden van The Family gehad?

Lake: “Nee. De enige die ik veel later nog eens teruggezien heb, is Barbara Hoyt. Zij was ook niet betrokken bij de moorden en getuigde ook op het proces. Andere leden van the Family hebben nog geprobeerd om haar om het leven te brengen met een overdosis LSD in een hamburger. Eén van de veroordeelden heeft onlangs vanuit de gevangenis contact met mij gezocht. Tot hiertoe heb ik nog niet de moed gevonden om te reageren. Want ik weet echt niet wat ik tegen haar moet zeggen.”

 

Dianne Lake, Mijn leven met Charles Manson, Harper Collins

(c) Jan Stevens

Advertenties

Vida Mehrannia, de vrouw van de ter dood veroordeelde VUB-professor Ahmadreza Djalali: ‘Hij zit emotioneel helemaal aan de grond’

Sinds de arrestatie en terdoodveroordeling van haar man Ahmadreza Djalali is het leven van Vida Mehrannia een nachtmerrie. “In Europa ben je onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt. In Iran ben je schuldig van zodra ze met de vinger naar je wijzen.”

_DSC0016

Op 25 april 2016 werd professor in de rampengeneeskunde en VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali in Iran gearresteerd. Anderhalf jaar later werd hij ter dood veroordeeld voor spionage. “Elke seconde denk ik aan hem”, zegt zijn vrouw Vida Mehrannia. “En alles wat ik nu onderneem, doe ik alleen voor hem. We willen hem niet kwijt. Ik ging onlangs met onze zoon van zes en onze dochter van vijftien naar een restaurant. We kregen een tafeltje met vier stoelen. Mijn zoon zei: ‘Eén stoel is voor papa.’ Ik verlang er naar om samen met mijn man en mijn kinderen terug een gezin te vormen. De Iraanse overheid moét hem laten gaan, want wij hebben hem nodig. Telkens wanneer hij me belt, wil hij weten wat wij aan het doen zijn. Hij mist ons ook zo verschrikkelijk hard.”

Vida Mehrannia spreekt zacht en behoedzaam. Haar lichaamstaal verraadt dat de last die ze draagt loodzwaar is. We zitten aan de keukentafel in haar flat in een voorstad van Stockholm. Voor haar ligt de thesis van haar man waarmee hij hij in 2012 aan de Zweedse Karolinska-universiteit doctoreerde in de rampengeneeskunde. “Zijn thesis handelt over de behandeling van slachtoffers van rampen over de hele wereld, maar vooral over de slachtoffers van de aardbeving van 2003 in de Iraanse stad Bam. Ze is ook opgedragen aan de slachtoffers van Bam.” Vida’s dochter heeft de griep; haar zoontje kijkt in de kamer ernaast naar een film. Vlak naast het tv-toestel staan foto’s waarop Ahmadreza Djalali samen met vrouw en kinderen poseert.

Vida Mehrannia: “Mijn man heeft deze flat nooit gezien. Niet lang na zijn arrestatie moesten we verhuizen naar een ander appartement. En niet veel later moesten we nóg eens verhuizen naar deze flat. Het is zo verdomd moeilijk om in Stockholm een betaalbare woonst te vinden. Vanaf dag één stond ik onder extreem zware druk. We hadden net samen een nieuw appartement gezocht en het was de bedoeling dat we zouden verhuizen nadat hij terug kwam van Iran. Maar hij kwam niet meer terug. De oude flat was opgezegd en het contract voor de nieuwe getekend, dus moest ik ons hele hebben en houden in mijn eentje inpakken. Ik crashte en zocht hulp bij een psycholoog, want ik raakte mijn bed niet meer uit. Ik dacht alleen maar aan hem en aan wat hij moest doorstaan. Maar ook mijn kinderen hadden mijn steun nodig. Ik slik pillen nu; die houden me overeind. Ons zoontje weet niet wat er met zijn papa gebeurd is. Hij denkt dat Ahmad in Iran aan het werk is. Hij weet niet dat hij in de gevangenis zit en ter dood veroordeeld is.”

 

Hoort hij daar op school dan niets over?

Mehrannia: “Nee. Ik heb heel de situatie uitgelegd aan de schooldirectie en de leerkrachten. Ze weten dat hij gelooft dat zijn papa lang in Iran moet blijven om er te werken. Elke dag zegt mijn zoontje: ‘Ik wou dat papa terug was.’ Ik sus hem dan: ‘Binnenkort is hij weer thuis.’ Ik breng hem ’s morgens naar school. Soms zegt hij: ‘Ik zou het zo fijn vinden als papa mij naar school bracht.’ Hij ziet hoe zijn klasgenootjes door hun papa’s worden gebracht of afgehaald; voor hem blijft dat een wensdroom. Af en toe praat hij met zijn papa aan de telefoon. Ahmad doet dan alsof hij van op zijn ‘werk’ in Iran belt. ‘Ik weet nog niet wanneer, maar ooit kom ik terug naar huis’, zegt hij dan. Onze dochter weet wel wat er aan de hand is. Ook zij loopt gebukt onder de stress. We hadden het al zo vreselijk moeilijk en dan kwam die veroordeling tot de doodstraf in oktober vorig jaar er nog eens bovenop. In de maanden daarvoor was er nog een beetje hoop. ‘Misschien laten ze hem vrij.’ Dat doodvonnis sloeg al onze hoop aan diggelen.”

 _DSC0081

Wanneer hebt u uw man voor het laatst gehoord?

Mehrannia: “Hij belt me nu elke dag een paar minuten. Hij is er emotioneel zeer slecht aan toe. Hij is erg ziek en heeft dringend medische hulp nodig. Maar de gevangenisdirectie en de Iraanse overheid weigeren hem te helpen. De laatste weken is hij 25 kilo vermagerd; hij kan niet goed eten en klaagt over buikpijn. Als dokter herkent hij symptomen bij zichzelf waar hij zich grote zorgen over maakt. We hebben meermaals gevraagd om hem naar een ziekenhuis over te brengen, maar ze doen alsof ze onze smeekbeden niet horen. Het interesseert hen niet dat mijn man ernstig ziek is. Op dit moment zit hij in de Evin-gevangenis in Teheran, in de vleugel van de politieke gevangenen. Hij deelt de cel met advocaten en leraars. De leerkrachten zitten gevangen omwille van hun politieke overtuiging; de advocaten omdat ze het aangedurfd hebben burgers met ‘afwijkende meningen’ te verdedigen. De eerste drie maanden van zijn gevangenschap zat hij in een isolatiecel van twee op drie meter. Zeven maanden lang mocht hij geen advocaat raadplegen. Daarna kreeg hij van de autoriteiten te horen dat ze de advocaat die hij wou niet accepteerden. Hij stelde vervolgens een nieuwe advocaat voor, maar ook die werd niet aanvaard. Ze gaven daar geen enkele reden of verklaring voor. Ahmadreza ging twee keer in hongerstaking om zijn recht op verdediging af te dwingen: eerst 44 dagen en daarna nóg eens 44 dagen. Hij verloor bijna 27 kilo. Maar ze gaven geen duimbreed toe. Uiteindelijk koos hij meester Daryabeighi uit een lijst van advocaten die hem door de rechter werd voorgelegd. Die heeft vervolgens mijn man in eerste aanleg ‘verdedigd’.”

 

Dat was ook de advocaat die vergat’ om beroep aan te tekenen nadat uw man de doodstraf gekregen had?

Mehrannia: “Dat klopt. Daryabeighi wist dat Ahmadreza ter dood veroordeeld was, maar een week lang lichtte hij daar niemand over in. Ik kwam het toch te weten en belde hem. ‘Uw man heeft inderdaad vorige week de doodstraf gekregen.’ Ik vroeg hem waarom hij mij niets had laten weten. ‘Omdat ik ook van niets wist.’ Wat ik onmogelijk kan geloven.”

 

Uw man werd op 25 april 2016 gearresteerd op beschuldiging van spionage voor de Israëlische geheime dienst Mossad.

Mehrannia: “Ahmad ontkent alles. Ze hebben geen enkel bewijs op tafel gelegd om hun beschuldigingen te staven. Hij was naar Iran gereisd voor een workshop op uitnodiging van de universiteit van Teheran. Of die uitnodiging opgezet spel was om hem in de val te lokken? Nee, in de loop der jaren reisde hij vaak naar Iran, meestal op uitnodiging van dezelfde universiteit. Die bezoeken verliepen altijd vlekkeloos. Ahmadreza ging naar die workshops in Teheran als wetenschapper, als professor en dokter gespecialiseerd in de rampengeneeskunde. Soms nodigde hij ook collega’s uit van de Italiaanse universiteit waaraan hij verbonden is. Ze reisden dan samen naar Teheran. Een jaar eerder hadden ze dat nog gedaan.”

 

Was uw man politiek actief?

Mehrannia: “Nee, dat is hij nooit geweest. Die 25e april was hij op weg van Teheran naar de vijftig kilometer verder gelegen stad Karaj. Hij werd tegengehouden en gearresteerd door leden van de veiligheidsdiensten. Tien dagen lang wist ik niet wat er gebeurd was. Ik hoorde niets meer van hem of van iemand anders. Tot ik telefoon kreeg van zijn familie in Iran. ‘Ahmad is door de veiligheidsdiensten opgepakt.’ Dat kon alleen maar een vergissing zijn. ‘Binnenkort laten ze hem vrij’, dacht ik. Maar ze stopten hem in de isolatiecel. Zijn familie in Iran mocht hij elke week een paar minuten bellen; zijn gezin in Zweden elke maand drie minuten. Net genoeg tijd om hem te laten weten dat alles goed met ons ging, ook al voelde ik me ellendig. We wisten nooit wanneer hij precies zou bellen. Hij maakte zich ontzettend veel zorgen over ons, want ze hadden gezegd dat ze zijn kinderen hier in Stockholm zouden oppakken.”

 

Werd hij gefolterd?

Mehrannia: “Lichamelijk niet, mentaal wel. Ze dreigden er vaak mee dat ze hem standrechtelijk zouden executeren. Voor de verhoren werd hij middenin de nacht vanuit de gevangenis geblinddoekt naar een andere plek gevoerd. Op die momenten was hij doodsbang dat ze hem zouden terechtstellen. Tot vandaag wordt hij psychisch zwaar mishandeld. Ook ik ben aan het eind van mijn Latijn. Sinds april 2016 heb ik enkel slecht nieuws te verwerken gekregen. (zucht) Soms verlies ik alle hoop en heel af en toe flakkert die dan toch weer op, bijvoorbeeld door de steun die we krijgen van de vele mensen die via Amnesty International brieven naar de Iraanse overheid schrijven. Maar dan komt er weer een onheilstijding en zakt alle moed me opnieuw in de schoenen.”

 

Ahmadreza Djalali gaf les aan de European Master in Disaster Medicine van de universiteit van Piemonte Orientale en de VUB. Daardoor had hij overal ter wereld contacten, ook met Israëlische collega’s.

Mehrannia: “Hij kende een paar Israëliërs uit de cursus, maar zeker geen agenten van de Mossad. Zijn Iraanse ondervragers beschuldigden hem ervan rechtstreekse contacten te onderhouden met de Israëlische geheime dienst. Ahmad zou de Mossad geheime informatie over Iran bezorgd hebben. Dat is nonsens, want al wie in Iran toegang heeft tot top secret-informatie, krijgt nooit toestemming om het land te verlaten. Mijn man reisde talloze malen naar Iran en kon altijd probleemloos de grens weer over. Niet lang voor hij de laatste keer naar Iran vertrok, had hij een ontmoeting met een paar Europeanen die hier in Zweden een bedrijf hebben dat gespecialiseerd is in rampenmedicatie. Zij hebben hem toen gevraagd of hij hen inlichtingen over Iran kon verschaffen. ‘Ik heb helemaal geen informatie over mijn land’, zei hij tegen hen.”

 

Er zijn dus wel degelijk mensen die uw man als informant wilden engageren?

Mehrannia: “Ja, maar dat waren Europeanen in dienst van een Europese onderneming en geen Israëliërs. Ik ben er zeker van dat ze niet in opdracht van de Mossad handelden. Ahmad heeft dat ook tegen zijn ondervragers gezegd: ‘Ik heb die mensen nooit geheime informatie over Iran bezorgd.’”

 

Maar waarom pakten ze dan juist hem op, als hij politiek nooit actief geweest is en geen enkele toegang had tot gevoelige informatie?

Mehrannia: “Omdat ze een voorbeeld wilden stellen. Ze hebben een hele zaak tegen hem gefabriceerd, integraal samengesteld uit verzinsels. Ze waren een puzzel aan het leggen en zagen mijn man als het ontbrekende stukje. Ahmadreza werd er onder andere van beschuldigd de Mossad informatie te hebben bezorgd waarmee ze dodelijke aanslagen konden plegen tegen twee Iraanse nucleaire wetenschappers. Mijn man heeft daar niets mee te maken. Op 5 maart schreef de Amerikaanse website Politico dat een van de bazen van de Mossad in mei 2003 aan zijn collega’s een plan presenteerde om een paar Iraanse nucleaire wetenschappers uit te schakelen. Het ultieme doel was vermijden dat Iran een kernwapen zou kunnen bouwen. In 2003 leefde Ahmadreza in Iran. Hij was bij die vergadering dus niet aanwezig. De Iraanse veiligheidsdienst beweert ook dat hij vlak voor de aanslagen in 2010 contact had met de Israëli’s. Dat is een pertinente leugen. Mijn man is onschuldig.”

 

Hij legde op 17 december vorig jaar wel bekentenissen af op de Iraanse tv.

Mehrannia: “Nee. Hij had het over ‘sommige mensen’ die contact met hem gezocht hadden en die net als hij gespecialiseerd zijn in rampengeneeskunde. Precies zoals ik het u daarnet heb uitgelegd. De Iraniërs hebben die beelden vervolgens gemanipuleerd, waardoor het leek alsof hij bekende dat hij een spion voor de Mossad is. Ze lieten niet zien dat mijn man zei dat hij geweigerd had om informatie over Iran aan die Europeanen te geven. Ze hebben er ook stemmen van anderen tussen gemonteerd die zeggen dat hij collaboreerde met Israël en de Mossad informatie bezorgde. Maar hij had helemaal geen toegang tot geheime documenten. Ongeveer acht jaar geleden hebben we Iran verlaten om in Europa te gaan wonen en werken. Hoe zou hij dan de voorbije jaren toegang gehad moeten hebben tot al die supergeheime informatie? En hoe komt het dan dat hij nooit aan de grens werd tegengehouden?”

 

De bijnamen van de rechter waar uw man voor moest verschijnen, zijn ‘the hanging judge’ en ‘the judge of death’. Dat voorspelde niet veel goeds?

Mehrannia: “Rechter Abolqasem Salavati heeft in zijn carrière talloos veel mensen de dood ingejaagd. Sinds de revolutie zijn in Iran een recordaantal mensen veroordeeld tot de strop of tot een andere barbaarse vorm van executie. Ahmads terdoodveroordeling was voor ons een gruwelijke schok. Hij is een briljante wetenschappelijke onderzoeker die in zijn hele leven nooit iets heeft mispeuterd. Hij is geen misdadiger of spion en is ter dood veroordeeld voor iets wat hij nooit gedaan heeft. Ik kan echt niet geloven dat hij voor de Mossad gespioneerd zou hebben en de dood van twee wetenschappers op zijn geweten zou hebben. Niemand van onze familie houdt dat voor mogelijk.”

 

Is zijn familie in Iran bang dat hen iets zal overkomen?

Mehrannia: “Zeker. Zijn moeder is de enige die het aandurft om zijn zaak op de voet te volgen. Zijn broers en zussen zijn bang, houden zich afzijdig en laten zich informeren door zijn huidige advocaat. Dat is gelukkig niet langer de favoriete meester van rechter Salavati, maar de raadsman die Ahmadreza oorspronkelijk zelf wou. Een paar weken geleden reisde het Zweedse Europarlementslid Lars Adaktusson naar Teheran. Hij wou Ahmads advocaat ontmoeten, maar de veiligheidsdiensten wilden dat niet toestaan.”

 

Bent u bedreigd door de Iraanse veiligheidsdiensten?

Mehrannia: “Nee. Ze hebben me ook nooit gecontacteerd. Ik heb zelf verschillende brieven gestuurd naar de Iraanse president Rohani van wie gezegd wordt dat hij een hervormer is. Hij heeft nooit gereageerd. Ahmad heeft hem vanuit de gevangenis ook een brief gestuurd waarin hij alle valse beschuldigingen weerlegt. Hij stuurde ook brieven naar Iraanse parlementairen en naar het hoofd van de Iraanse geheime dienst. Iedereen zwijgt.”

 

Gelooft u dat de briefschrijfacties van Amnesty International een verschil kunnen maken?

_DSC0005

Mehrannia: “Ik ben al die mensen die brieven schrijven om Ahmad vrij te krijgen ontzettend dankbaar. Wat de Belgische en Italiaanse afdelingen van Amnesty International voor ons doen, is fenomenaal. Ik ben ook heel blij met de hulp en de steun voor mijn man vanuit de Europese Gemeenschap. Ik heb een brief gekregen van Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU, nadat ik haar hulp gevraagd had. Ze schreef dat ze ons steunde en dat ze vragen zou stellen aan de Iraanse overheid. Tot hiertoe heeft dat niets opgeleverd. Een paar weken geleden kreeg ik hier in mijn huis bezoek van uw minister-president Geert Bourgeois. Hij was heel vriendelijk en begripvol. Hij beloofde me dat hij contact met me zou blijven houden en ons zou blijven steunen. Die blijvende internationale druk is van levensbelang. Ahmads zaak brengt nog maar eens voor het voetlicht dat het met de mensenrechten in Iran slecht gesteld is. Toen we er zelf nog leefden, hielden we ons afzijdig van de politiek. We hadden van niemand last en ik vond het dagelijkse leven best oké. Nu weet ik dat er in de Iraanse gevangenissen ontzettend veel mensen zitten die geen beroep mogen doen op een advocaat. Als het op mensenrechten aankomt, gaapt er een hemelsbrede kloof tussen Europa en Iran. Het recht op verdediging bestaat in mijn geboorteland niet en de rechters hebben er geen bewijzen nodig om iemand ter dood te veroordelen. In Europa is zoiets onmogelijk. Hier ben je onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt. In Iran ben je schuldig van zodra ze met de vinger naar je wijzen.”

 

 

Al dan niet vermeende spionnen zijn soms onderdeel van een gevangenenruil. Is dat een mogelijke uitweg?

Mehrannia: “In het verleden is er al zo’n gevangenenruil geweest. Begin 2016 maakten de VS en Iran een deal om vier door Iran gevangen genomen Amerikaanse staatsburgers te ruilen voor zeven gearresteerde Iraniërs. De internationale aanklachten tegen 14 andere werden ingetrokken. Wij zijn sinds kort Zweeds staatsburger, maar Zweden heeft jammer genoeg geen Iraniërs in de gevangenis zitten die geruild kunnen worden met mijn man. Ik heb ondertussen wel gehoord dat er ergens in Europa Iraniërs gevangen zitten, alleen weet ik nog niet waar. Ik stel mijn hoop nu op de Europarlementariërs. Misschien kunnen zij die mensen traceren en onderhandelingen over een ruil opstarten.”

 

Kan het Zweedse staatsburgerschap dat uw man op 17 februari kreeg, helpen om hem vrij te krijgen?

Mehrannia: “Er bestaat een groot misverstand over dat staatsburgerschap: hij heeft dat niet gekregen van de Zweedse regering als reactie op zijn veroordeling. Het is hem toegekend door de Zweedse immigratiedienst. We hadden onze vraag om Zweeds staatsburger te worden al een hele tijd eerder ingediend. We hebben de administratieve weg afgelegd, net als elke andere immigrant die Zweed wil worden. Het is toeval dat we de nationaliteit nu gekregen hebben.

“Ahmads advocaat heeft een verzoek ingediend voor een nieuw beroep. Of het aanvaard wordt, hangt af van de goodwill van het hooggerechtshof. Iran heeft verschillende hooggerechtshoven en de advocaat klopte al twee keer bij andere hoven aan, waar de rechters telkens de doodstraf bevestigden. We hopen dat het hof deze keer Ahmads zaak echt ernstig onder de loep neemt, maar misschien is dat wishful thinking. Toen het hooggerechtshof de eerste keer Ahmads doodstraf bekrachtigde, was ik twee weken out. Ik sleepte me door de dag en de nacht. Maar diep vanbinnen knaagde het besef dat ik mijn kinderen en mijn man niet in de steek kon laten. Dus verplichtte ik mezelf om verder te gaan. Ik krijg veel steun, maar sta toch overal alleen voor. Mijn man zit ver weg in die gevangenis en ik leef in Stockholm als een vreemdeling. Behalve mijn twee kinderen heb ik hier geen familie. Geen broer, zus, moeder of vader bij wie ik steun kan zoeken. Al mijn familieleden wonen in Iran en zijn doodsbang. Ik maak me dus ook nog eens zorgen over hen. Ik ben nu de enige die zorg draagt voor onze kinderen. Maar ik voel me psychisch niet goed en elke keer als er slecht nieuws uit Iran komt, zink ik nog dieper. Toen mijn man me de allereerste keer belde, kon ik hem bijna niet verstaan. Hij klonk zo zwak. Hij heeft nu boeken gekregen, maar lezen lukt hem niet, want ook hij zit emotioneel helemaal aan de grond. Het enige waar hij aan kan denken, is: ‘Hoe geraak ik uit de gevangenis?’ In onze telefoongesprekken begint hij altijd over hetzelfde: ‘Spreek zoveel mogelijk politici aan. Misschien kunnen zij me redden.’”

 

Houdt u er rekening mee dat jullie telefoongesprekken worden afgeluisterd?

Mehrannia: “Ja. Ik let dan ook altijd heel goed op wat ik tegen hem zeg. Want ze kunnen wraak nemen en hem terug in de isolatiecel gooien. Hij mag enkel naar mij bellen, naar een paar andere naaste familieleden en naar zijn advocaat. Ik heb hem verteld over de briefschrijfacties en over de steun uit België en andere Europese landen. Dat doet hem deugd. Zonder die internationale steun was hij al lang dood. Ze weten dat de wereld toekijkt. Zolang de ogen van de internationale gemeenschap op Ahmadreza gericht zijn, zullen ze hem misschien niet executeren. Normaal gezien krijgt een terdoodveroordeelde meteen een executiedatum. Ahmad heeft die nooit gekregen. Dat is geen teken van hoop, maar wil eerder zeggen dat ze afwachten tot de internationale steun afzwakt. Ik ben bang dat ze hem in stilte zullen doden van zodra de aandacht afneemt. De recente Iraanse geschiedenis leert me dat het zo werkt. Van zodra de internationale gemeenschap zwijgt, treedt de beul in actie.

“Elke dag schiet de gedachte door mijn hoofd: ‘Misschien laten ze hem binnenkort gaan en komt hij straks terug naar huis. Wie weet vandaag.’ Ik wil dat blijven geloven en klamp me daar aan vast. Ik kan niet aanvaarden dat onze kinderen hun papa nooit meer zullen zien.”

_DSC0037

Tekst: (c) Jan Stevens

Foto’s: (c) Veerle Van Hoey

Hoe zou het eigenlijk zijn met … de moordenaars van de 2-jarige peuter Jamie Bulger?

25 jaar geleden reageerde de wereld geschokt op de moord op de twee jaar oude James Bulger. Schrijvers Blake Morrison en David James Smith volgden het proces tegen daders Robert Thompson en Jon Venables vanaf dag één. “Ze waren amper tien, maar werden berecht als volwassenen. Alleen als een advocaat kan bewijzen dat zijn tienjarige cliënt het verstand van een peuter heeft, wordt hij geïnterneerd.”

 

Op 12 februari 1993 verdween James ‘Jamie’ Bulger spoorloos toen zijn moeder koteletjes stond te bestellen bij de slager in het New Strand Shopping Centre in het noorden van Liverpool. Op inmiddels iconisch geworden bewakingscamerabeelden was te zien hoe twee jongens van een jaar of tien met de peuter aan de hand om 15.42 u het winkelcentrum uitliepen. Twee dagen later vonden spelende kinderen aan de spoorweg het met bakstenen toegetakelde en door een trein in twee gereten lijk van de kleine James. Het duurde een paar dagen voor Robert Thompson en Jon Venables, allebei tien, opgepakt werden. Op 20 februari werden ze officieel in beschuldiging gesteld voor moord. Toen ze twee dagen later voor de jeugdrechter in het Magistrates’ Court moesten verschijnen, stond een woedende menigte hen op te wachten. Ze werden doorverwezen naar de volwassenenrechtbank en in november van datzelfde jaar stonden ze twaalf dagen lang terecht in het Preston Crown Court. Op 24 november 1993 kwam de jury tot het eensluidende verdict: schuldig. Rechter Michael Morland veroordeelde Thompson en Venables tot opsluiting “during her Majesty’s pleasure”, zolang het hare majesteit behaagde. Hij noemde de twee jongens “sluw en uiterst slecht” en verzekerde hen dat ze “voor vele jaren opgesloten zouden worden”. Tot hun achttiende verjaardag moesten ze naar gesloten jeugdinstellingen, met “aparte slaapkamers waar ze speelgoed mogen hebben en posters aan de muur”. Na hun 18e “bestond de mogelijkheid” dat ze afgevoerd zouden worden naar een echte gevangenis. Jon Venables weende toen hij het arrest hoorde en Robert Thompson zat te snikken. Jamie Bulgers oom Roy Matthews riep vanuit het publiek: “Hoe voelen jullie je nu, you little bastards?”

 

Tonnen drek

“Tot de dag van vandaag haat het hele Verenigd Koninkrijk die twee jongens”, zegt journalist en schrijver David James Smith. Hij volgde in 1993 de moord op James Bulger en het proces tegen Venables en Thompson vanaf dag één en schreef er het boek The Sleep of Reason over. “Ik toonde daarin enig mededogen voor de twee daders die zelf nog kinderen waren. Dat werd me niet in dank afgenomen. Naar aanleiding van de 25e verjaardag van de Jamie Bulger-zaak is mijn boek herdrukt. Sommige commentaren op het internet liegen er niet om: ‘Hoe is het mogelijk dat die man zelfs maar een greintje medeleven toont voor die twee beesten?’ Vorig jaar werd ik door Channel 4 gevraagd om mee te werken aan de documentaire The Bulger Killers: Was Justice Done? Ik had er geen tijd voor en vond het doodjammer dat ik nee moest zeggen. De documentaire ging in februari op antenne en nu ben ik heel blij dat ik me er niet vrij voor kon maken. Collega Blake Morrison volgde net als ik het proces op de voet en schreef daar achteraf zijn boek As if over. Ook hij toonde compassie voor de piepjonge daders. Hij werkte wél mee aan The Bulger Killers. Meteen na de uitzending kreeg hij op sociale media tonnen drek over zich heen.”

Blake Morrison volgde in 1993 het proces als verslaggever voor het magazine The New Yorker. “De bakken vitriool na de Channel 4-documentaire bewijzen alleen maar dat Engeland nog even achterlijk is als 25 jaar geleden”, zegt hij. “In 1993 had ik zelf kleine kinderen en begreep ik niets van de drijfveren van Robert Thompson en Jon Venables. Ik had gehoopt dat ik op het proces een beetje inzicht in hun motieven zou krijgen. Dat viel lelijk tegen. Ik schreef mijn boek As if omdat ik in de eerste plaats wou aanklagen dat kinderen berecht werden als volwassenen. Thompson en Venables verschenen voor de rechter alsof ze volwassen daders waren. De Britse wet bepaalt dat een kind vanaf tien jaar voor moord of verkrachting terecht moet staan voor een rechtbank voor volwassenen. Alleen als een advocaat kan bewijzen dat zijn tienjarige cliënt het verstand van een peuter heeft, wordt hij geïnterneerd. Die regeling is absurd en gaat lijnrecht in tegen wat in de meeste landen geldt, waar tienjarige moordenaars bij jeugdrechters terechtkomen. Ik schaam me voor onze wetgeving. Af en toe is er wel eens een advocaat die een aanpassing vraagt, maar politici hebben daar geen oren naar. Ze dùrven die wet niet veranderen, omdat ze bang zijn dat het grote publiek hen bij de eerstvolgende verkiezingen zal afstraffen.”

 

Was het toeval dat de moord op James Bulger door twee tienjarigen plaats vond in Liverpool?

David James Smith: “Ik heb me dat al vaak afgevraagd. Liverpool torst een zware last van armoede. In de jaren zeventig stortte de tewerkstelling in. Tot dan had de stad de reputatie een wereldhaven te zijn, maar omdat ze geen containerschepen aankon, verloor ze de concurrentie met andere havens. De werkloosheid swingde de pan uit en gezinnen konden amper nog de eindjes aan elkaar knopen. De recente geschiedenis van de stad wordt gedomineerd door twee grote voetbalrampen waarin de club Liverpool en zijn supporters betrokken waren. Er was het Heizeldrama in 1985 met 39 doden en 400 gewonden en de Hillsborough disaster in 1989. Op de voetbalmatch tussen Liverpool en Nottingham Forest lieten toen op een overvolle tribune 96 supporters het leven en vielen er 766 gewonden. Ondanks al die miserie voelen Liverpudlians zich sterk verbonden met hun stad. Ik wou in 1993 onderzoeken wat het effect van de James Bulger-zaak was op het dagelijkse leven in Liverpool. Maar ik wou ook uitzoeken of de gebeurtenissen zelf misschien voor een deel te verklaren waren door de geschiedenis van de stad. Vlak na de moord verhuisde ik van Londen naar Liverpool, waar ik tien maanden gewoond heb. Toen het proces in november begon, was ik al min of meer ingeburgerd. Maar ik kan niet zeggen dat het verblijf in Liverpool me iets wijzer gemaakt heeft over de motieven van de twee daders. Ze kwamen allebei uit een gebroken gezin en zo waren er in die periode heel wat in Liverpool. Ik hoorde toen vaak de opmerking: ‘Veel kinderen komen uit disfunctionele families, maar dat wil nog niet zeggen dat ze peuters afmaken.’ Misschien is het net merkwaardig dat het niet meer gebeurt.”

Blake Morrison: “Een sluitende verklaring is er niet, maar er zijn toch een paar hints. Robert Thompsons agressieve vader verliet zijn zwaar getraumatiseerde vrouw Ann. Zij bleef achter met zeven zonen; Robert was de vijfde in de rij. Elke broer terroriseerde de andere. Ann begon stevig te drinken en werd het leven zuur gemaakt door haar eigen kinderen. Er was ook even sprake van dat zij Robert seksueel misbruikt zou hebben. Jon Venables was licht ontvlambaar en had zijn woedeaanvallen niet onder controle. Maar tijdens het proces leek het alsof hij de ‘meest kwetsbare’ van de twee was. Hij was hypernerveus, weende veel en leek eerder de meeloper dan het mastermind te zijn. Als je al die dingen samenlegt, heb je nog geen echte verklaring, maar wordt misschien wel een beetje duidelijker waarom ze peuter James doodden. Op een bepaald moment liepen ze met hem langs de spoorweg. Ze zeiden tegen mensen die ze tegenkwamen dat de jongen verloren gelopen was en dat ze hem naar het dichtstbijzijnde politiekantoor brachten. Maar dat waren ze helemaal niet van plan: ze wisten dat ze bij de politie sowieso in de problemen zouden komen. Ze wisten ook dat ze evenzeer in de shit zaten als ze met die kleine jongen terugkeerden. Ze waren bang voor de gewelddadige reacties van hun ouders. Dus namen ze James mee verder langs de spoorweg, weg van de problemen, en vermoordden hem.”

 

Black cap

Hoe verliep het proces?

Morrison: “De internationale media-aandacht was gigantisch. Ik herinner me nog gesprekken met journalisten uit andere Europese landen die amper hun ogen konden geloven. Ze zagen die twee kleine jongens op de beklaagdenbank zitten alsof het twee volwassen killers waren.”

Smith: “Rechter Morland kwam elke dag de zaal binnengeschreden met een zwarte doek op zijn hoofd. Die black cap droegen rechters vroeger als ze de doodstraf uitspraken. Het sloeg me koud om het hart als ik hem zo zag binnenkomen. De jongens waren zo klein dat ze vanop hun beklaagdenbankje niet over de gesloten reling konden kijken. Er moest een verhoog gebouwd worden, waardoor het leek alsof ze op een podium zaten. Het publiek in de zaal zat hen voortdurend aan te staren.”

Morrison: “Tijdens het proces werden ze aangeduid als ‘boy A’ en ‘boy B’, want omdat ze minderjarig waren, mocht de pers hun namen niet noemen. Maar aan het einde van het proces riepen kranten in hun commentaren de rechter op om de namen van de daders meteen na hun veroordeling bekend te maken. Ik geloofde nooit dat er op hun oproep zou ingegaan worden, want normaal gezien blijft een minderjarige dader tot zijn zestiende anoniem. Toch besloot rechter Morland dat hun namen gepubliceerd mochten worden. Ik vond dat onbegrijpelijk en onverantwoord. Zijn redenering was waarschijnlijk: we zijn er op het proces niet in geslaagd om hun motieven te achterhalen, misschien lukt dat een onderzoeksjournalist wel. Dus gooide hij hun namen te grabbel voor de tabloids en de andere media. Dat was echt merkwaardig, want Michael Morland had de reputatie een vriendelijke, begripvolle magistraat te zijn.”

Smith: “Ondanks die zwarte doek op zijn hoofd was de rechter inderdaad heel meelevend. Hij zorgde ervoor dat de jongens op tijd konden pauzeren en richtte de procesdagen in alsof het schooldagen waren. Op het einde blunderde hij toen hij zei dat de jongens James gedood hadden omdat ze naar te veel geweldfilms hadden gekeken. Ik vond het behoorlijk grote onzin dat hun belangrijkste drijfveer het bekijken van geweldvideo’s zou zijn.”

 

Hoe gedroegen de beklaagden zich tijdens hun proces?

Morrison: “Ze leken geen benul te hebben van wat er rond hen gebeurde. Enkel toen hun politieverhoren werden afgespeeld, zag ik hen reageren. Maar op zowat alle andere momenten zaten ze erbij alsof ze van een andere planeet kwamen. Een van de basisregels van onze procesvoering is dat je als beschuldigde je advocaat moet kunnen bevragen en instructies geven. Die twee jongens waren totaal niet in staat om op een intelligente manier met hun advocaten om te gaan. Zo pleitten ze allebei ‘onschuldig’. Waanzin, want de bewijslast was overweldigend. Ze hadden tijdens de verhoren ook toegegeven dat ze James gedood hadden. Het pleidooi dat hun advocaten voerden, was onvolwassen en schaadde hun verdediging. Ik voelde me daar zeer ongemakkelijk bij, maar waarschijnlijk waren David in ik toen zowat de enigen.”

Smith: “Op een dag lieten ze het politieverhoor van Jon horen waarin hij in huilen losbarstte en toegaf dat hij James Bulger vermoord had. Zijn gehuil op het bandje was afschuwelijk. Ik zag hem in de beklaagdenbank zitten en vroeg me af wat er op dat moment door zijn hoofd ging.”

 

In het arrest lijkt het alsof ze levenslang gekregen hebben, maar op hun achttiende kwamen ze vrij.

Morrison: “Ze kregen minimum acht jaar in een gesloten instelling, met de mogelijkheid om hen nog langer achter de tralies te houden. Die strafmaat van minimum acht jaar zorgde voor wenkbrauwgefrons en forse kritiek. De tabloids vonden het te soft. The Sun startte een campagne om de twee alsnog voor de rest van hun leven te laten opsluiten. Ze verzamelden daarvoor 280.000 handtekeningen. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Michael Howard schaarde zich achter dat initiatief en bewoog hemel en aarde om de minimumstraf te laten oprekken tot minstens 15 jaar. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft die beslissing van Howard later ongedaan gemaakt. De redenering daarachter is helder als pompwater: het is niet aan ministers om straffen te bepalen, maar aan rechters.”

Smith: “Ze kwamen in een gesloten instelling voor minderjarige daders terecht. Je mag het gerust een kindergevangenis noemen. Zij waren er de jongsten.”

Morrison: “Ze moesten niet naar een gevangenis voor volwassenen omdat de kans te groot was dat ze er door andere gevangenen hardhandig aangepakt zouden worden. De bedoeling was van in het begin dat ze op hun 18e zouden vrijkomen als ze klaar waren voor een ‘gewoon leven’. Blijkbaar was dat op hun 18e verjaardag ook zo.”

 

Ze kregen een nieuwe identiteit?

Morrison: “De Britse pers kreeg zware restricties opgelegd: er mochten geen foto’s van de jongens getoond worden van na hun tiende levensjaar. Kranten riskeerden ook zwaar beboet te worden als ze een heksenjacht op de jongens zouden openen.”

Smith: “De strenge straffen die op het openbaar maken van hun nieuwe identiteiten staan, dienen om Jon en Robert te beschermen. De rechter was er zich zeer goed van bewust dat hun leven in gevaar komt als hun nieuwe identiteit of hun verblijfplaats uitlekt. Wie recente foto’s van hen verspreidt of hun namen bekend maakt, riskeert twee jaar cel. Maar op sociale media trekken veel mensen zich daar niets van aan. Het kost niet veel moeite om op Twitter de vorige identiteit van Jon Venables te achterhalen, inclusief de stad waar hij leefde en de naam van zijn ex-lief.”

 

Kinderporno

Jon Venables zit sinds november vorig jaar terug in de gevangenis vanwege het bezit van kinderporno.

Smith: “In Groot-Brittannië blijft al wie een straf voor moord uitgezeten heeft, de rest van zijn leven vrij onder voorwaarden. Je zit niet meer in de cel, maar je kan op elk moment opgepakt worden als je een van de voorwaarden schendt. Elke kleine misstap kan betekenen dat je opnieuw voor lange tijd de cel ingaat. In juli 2010 werd Jon een eerste keer opgepakt en opgesloten voor het bezit en verspreiden van kinderporno. Na twee jaar werd hij weer vrijgelaten. Eind vorig jaar werd hij opnieuw gearresteerd voor dezelfde feiten. Hij moet nu veertig maanden brommen, maar het zou best kunnen dat hij nóg veel langer in de gevangenis moet blijven.”

Morrison: “In 2010 kwam ook aan het licht dat hij twee jaar eerder een waarschuwing gekregen had voor het bezit van cocaïne. Jons nieuwe identiteit is onlangs vermoedelijk door medegevangenen gelekt op Facebook, inclusief foto’s van hoe hij er nu uitziet. Het sociale medium moest die post onmiddellijk verwijderen. Zijn veroordelingen voor het bekijken van kinderporno zijn voor sommigen het bewijs dat hij als tienjarige de kleine James misbruikt zou hebben. Dat werd in 1993 al gezegd, maar daar was geen duidelijk bewijs voor. Al was de broek van de kleine Jamie afgestroopt en lagen er batterijen naast het lijk. De politie was er toen van overtuigd dat de twee jongens de batterijen in de anus van de peuter hadden gestopt. Maar het lijkschouwingsrapport bevestigde die theorie niet. Die details zijn nooit op het proces ter sprake gekomen omdat de aanklager en de rechter de familie Bulger wilden sparen. Een ding is zeker: Venables en Thompson wilden de kleine Jamie vernederen. Volgens sommigen vluchtte Venables later in kinderporno om zijn trauma van de moord op James Bulger te verwerken.”

 

Onderhuidse ellende

Robert Thompson werd door de Britse media altijd voorgesteld als de meest verstoorde van de twee. Jullie zijn het daar niet mee eens?

Smith: “Nee. Niet lang na het proces leerde ik Robert Thompsons moeder Ann kennen. Ik ontmoette haar in het huis van Roberts advocaat Dominic Lloyd. Ze wist dat ik een boek over de zaak wou schrijven en ze wilde er aan meewerken. Vier jaar lang waren we bevriend, maar onze vriendschap strandde nadat ze zich beledigd voelde door een van mijn artikels. Toen mijn eerste kind in 1994 geboren was, breidde Ann mutsjes voor de baby. Ik voelde veel medelijden met haar. Haar leven ging niet over rozen: haar vader en ex-man waren gewelddadig en ze worstelde met een alcoholverslaving. Maar ze steunde haar zoon Robert, ondanks wat hij misdaan had. Ze ging hem heel vaak in de instelling bezoeken. De mensen die voor Robert zorgden, vonden dat belangrijk. Ondanks al haar problemen, deed ze haar uiterste best om toch een goede moeder te zijn. Het is onmiskenbaar zo dat chaos en geweld bij de Thompsons regeerden. Dat werd op het proces ook duidelijk. Maar bij de Venables speelde de ellende zich onderhuids af, wat misschien veel gevaarlijker is. Jons ouders wisten tijdens het proces de schijn hoog te houden. De Britse auteur Brian Masters schreef talloze boeken over beruchte seriemoordenaars als Fred en Rosemary West. Hij volgde ook het proces en op een dag stond hij naast mij. Ik hoorde hoe hij Robert ‘vuil uitschot’ noemde. Jon noemde hij dan weer vertederd ‘a little sweetheart’. Ik dacht: ‘Nee kerel, je hebt het compleet mis.’ De latere geschiedenis van de twee geeft me gelijk: Robert is na zijn vrijlating nooit meer met justitie in aanraking gekomen, Jon raakte diep in de shit. Toen mijn boek pas uit was, gaf ik op een festival een lezing over de James Bulger-zaak. Na afloop kwamen een paar naaste familieleden van Jons ouders naar me toe. Zij vertelden me off the record gruwelijke verhalen over de familie Venables die het gedrag van Jon kunnen verklaren.”

 

Jon werd als kind door zijn vader seksueel misbruikt?

Smith: “Ik kan dat niet bewijzen, maar zijn latere gedrag wijst daar op. Het is gewoon een feit dat veel daders ooit zelf misbruikt zijn. We weten niet of Jon kinderen misbruikt heeft, maar hij is wel een grote fan van kinderporno.”

 

Robert Thompson zou ondertussen zelf ook vader geworden zijn.

Morrison: “Dat schijnt zo te zijn, maar met zekerheid weten we dat niet. Je las dat in een Belgische krant? De Britse pers is zeer voorzichtig in haar berichtgeving over Thompson en Venables. Officieel is het ten strengste verboden om ook maar iets te publiceren dat hun identiteit kan onthullen. De boetes zijn hoog en zelfs de tabloids houden zich daaraan.”

 

Thompson zou in 2005 vader geworden zijn, maar zijn vriendin zou hem niet lang na de geboorte verlaten hebben. Jamie’s moeder Denise Fergus zou daar heel erg boos over geworden zijn.

Morrison: “Denise is woedend over alles wat met de moord op haar zoon te maken heeft. Het ligt ondertussen 25 jaar achter ons en de twee daders zijn 35. Het is niet zo verwonderlijk dat een van hen ondertussen vader geworden is. Ik vind de heisa daarrond ietwat overdreven.”

Smith: “Het moet verschrikkelijk zijn om met een andere identiteit door het leven te moeten gaan. Het is alsof je jezelf ontkent. Toen Venables cover in 2010 opgeblazen werd, werd gezegd dat hijzelf zijn identiteit aan een paar mensen verraden had, omdat hij de druk van het dubbelleven niet langer aankon. Laat er geen twijfel over bestaan: die twee jongens hebben op hun tiende een verschrikkelijke misdaad gepleegd. Dat alleen al moet vreselijk om dragen zijn. Van dat trauma raken ze nooit meer af. Vervolgens was er dat proces. Hun jeugd brachten ze door in een gevangenis. Op hun achttiende kwamen ze buiten en moesten ze proberen het leven van iemand anders te leiden. Voortdurend was er die angst dat een of andere heethoofd hen uit de weg zou ruimen. Want dat risico is zeer reëel. In de tabloids worden ze sinds 1993 consequent monsters genoemd. Tik hun namen in op Twitter en lees wat sommigen graag met hen zouden willen doen. De achttiende-eeuwse Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau noemde de kindertijd de ‘slaap van de rede’. De rede lag in een diepe slaap toen Robert en Jon die 12e februari 1993 met James langs de spoorweg wandelden. Ze waren te jong om echt wakker te zijn en te beseffen wat ze aan het doen waren toen ze hem van het leven beroofden. Ik vond ook dat de rede ingeslapen was tijdens het proces, toen de publieke opinie zo woest reageerde op die twee kinderen. 25 jaar later slaapt de rede in dit land trouwens nog steeds, want de roep om wraak klinkt even luid.”

 

(c) Jan Stevens

‘Ik ben een optimist: binnen 50 jaar zijn er uitvindingen die onze grootste problemen zullen oplossen’

Vlak na de summer of love van 1967 verscheen De naakte aap van Desmond Morris. Het boek zorgde voor ophef, want Morris had het lef om de mens te herleiden tot de diersoort die hij in wezen is: een aap zonder vacht. 20 miljoen exemplaren en vijftig jaar later blijft de inmiddels 90 jaar oude zoöloog pal achter elk woord uit zijn everseller staan. “Het boek blijft actueel, want veel is er niet veranderd. Ons beeld is vertekend door wat we in kranten en tijdschriften lezen. Of gelooft u echt dat Mick Jagger met zijn acht kinderen bij vijf vrouwen de norm is?”

_DSC0002

In 1967 beschreef zoöloog Desmond Morris in De naakte aap het gedrag van de mens zoals hij dertien jaar eerder dat van de tiendoornige stekelbaars beschreven had voor zijn doctoraatsthesis aan de universiteit van Oxford. “De hoofdstukindeling uit mijn thesis was dezelfde als die uit De naakte aap”, zegt hij. “Met hoofdstukken over seks, opvoeden, agressie en voedingsgewoonten. Ik bracht het gedrag van de mens in kaart alsof hij een rare diersoort is. Massaal veel mensen waren gechoqueerd, want ik had het ook aangedurfd om gedetailleerd te schrijven over copulerende mannen en vrouwen. Toch was het niet mijn bedoeling om lezers de kast op te jagen: ik beschreef het seksleven van de mens gewoon even objectief als dat van de stekelbaars. Zonder perverse bijbedoelingen.”

We zitten in het atelier van de pas 90 geworden legendarische zoöloog, schrijver én schilder, op een boogscheut van het centrum van Oxford. In de ene kamer schrijft hij, in de andere schildert hij surrealistische doeken. Zijn atelier oogt als een natuurhistorisch museum uit de negentiende eeuw, met overvolle boekenkasten tegen de wanden. Overal liggen, hangen en staan voorwerpen en beeldjes die hij op zijn vele reizen verzamelde. “U hebt een indrukwekkende mancave”, merkt de fotograaf op. Morris bulderlacht en poseert gewillig languit op de sofa met mijn oude Nederlandse editie van De naakte aap in de hand. Om de (ruim) vijftigste verjaardag van het boek te vieren, verschijnt er begin maart een nieuwe vertaling met een nieuwe titel: De kale aap. In Nederland en België is Morris’ naked ape voortaan dus niet langer naakt, maar kaal. Tot nu werden er van De naakte aap wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren verkocht in allerlei vormen en maten.

Desmond Morris: “Dat succes bezorgde mij en mijn familie veel comfort, maar heeft me als mens niet wezenlijk veranderd. Ik heb De naakte aap voor de heruitgave herlezen en ik vind het even actueel als in 1967. De mens is nog steeds even creatief, onze agressiviteit staat op hetzelfde peil en ook ons seksueel gedrag is niet veranderd. Al denken jonge mensen nu wel dat hun seksleven totaal anders is dan dat van hun ouders en grootouders, terwijl dat vooral aan modetrends onderhevig is.”

 

Op 24 januari werd u 90. Hebt u dat uitbundig gevierd?

_DSC0026Morris: “De universiteit van Oxford gaf een groot feest. Dat was fijn, want mijn oude vrienden Richard Dawkins en David Attenborough waren er ook. Ik kan maar moeilijk geloven dat ik zo oud geworden ben. Ik was er altijd van overtuigd dat ik rond de millenniumwissel het bijltje erbij zou neerleggen. Ik heb me nooit veel zorgen over mijn gezondheid gemaakt. Ik vermoed dat net dat de reden is waarom ik het al zo lang uitzing. Weet u welke mensen maar weinig kans maken om relatief gezond stokoud te worden? Al die mannen en vrouwen die bezeten zijn door ‘gezonde voeding’ en het ene dieet na het andere uitproberen. Ze gaan dood van schrik en nervositeit. Want angst en stress verminderen de efficiënte werking van ons immuunsysteem. In augustus 1996 trok ik voor de BBC naar het verjaardagsfeestje van Jeanne Calment in Arles. Ze werd toen 121 en was de oudste mens ter wereld. Ik vroeg haar: ‘Hoe is dit u gelukt?’ Ze antwoordde: ‘God is me vergeten.’ (lacht)”

 

Klopt het verhaal dat ze een stevige rookster was?

Morris: “Ze pafte inderdaad meer dan een eeuw lang. In haar 106e levensjaar probeerde haar omgeving haar ervan te overtuigen te stoppen, waarna ze sigaretten van anderen begon te bietsen. Ze dronk goedkope rode wijn en at vettige bouillabaisse. ‘Wat is toch uw geheim?’ smeekte ik. ‘Mijn naam is Calment’, zei ze. ‘Je reste calme.’ Ze had gelijk. De sleutel voor het bereiken van een hoge ouderdom ligt in ons immuunsysteem. Angstige mensen en piekeraars ondermijnen hun immuniteit, ook al gaan ze joggen of fitnessen en letten ze als een maniak op hun voedsel. Hun angst om ziek te worden, doet hen de das om. Wil je stokoud worden? Wind je dan niet langer op, keep calm, geniet van het leven en blijf nieuwsgierig. De dag dat je jezelf geen vragen meer stelt, teken je je doodvonnis. De fotograaf moet blijven zoeken naar een beter, scherper beeld. U moet elke keer opnieuw een nóg beter artikel schrijven. Stress doodt op termijn, maar een mens heeft wel een beetje stress nodig om scherp, creatief en gedreven te blijven. Nieuwsgierigheid heeft de menselijke soort alleen maar vooruit geholpen. Ik heb in mijn leven 105 landen bezocht omdat ik ze dolgraag wou zien, niet omdat ik ze per se moést zien. Ik ben ondertussen gestopt met reizen omdat mijn vrouw bedlegerig is en ik voor haar zorg. We zijn getrouwd sinds 1952. De voorbije maanden heb ik leren koken. Ramona liet me nooit toe in de keuken. Ze was een fantastische kok en al die jaren schotelde ze me zalige gerechten voor. Ik schilder ook elke dag. Zo hou ik mijn creativiteit op peil.”

 

Wanneer bent u beginnen schilderen?

Morris: “Ik heb dat mijn leven lang gedaan. In totaal moet ik ongeveer 3000 doeken geschilderd hebben. In het begin raakte ik ze aan de straatstenen niet kwijt. Nu ik oud ben, beginnen mensen mijn werk te verzamelen. Ik had zelf een gigantische collectie eigen werk; die is ondertussen verkocht. Ziet u dat doek hier boven mij? Het heet The City en ik heb het in 1948 vernietigd.”

 

Hoezo? Het hangt hier nu toch?

Morris: “Vóór ik het originele werk vernietigde, maakte ik er een foto van. Jaren later liet ik het kopiëren. Er is een bedrijf in Thailand waar je gefotografeerde schilderijen op ware grootte kan laten naschilderen. Ze schilderen een werk exact zoals het ooit was, het is echt griezelig. Dat kostte amper 400 pond. Dat Thaise bedrijf heeft 27 kunstschilders in dienst en de man aan de telefoon zei: ‘Uw doek wordt geschilderd door onze in Duitse surrealisten gespecialiseerde medewerker.’ Als je daar goed over begint na te denken, is dat eigenlijk zeer verontrustend. Want voor een habbekrats maken ze perfecte kopieën van Picasso en Dalí.”

_DSC0034

Waarom hebt u dat schilderij eerst vernietigd?

Morris: “Als jongeman kon ik ik me geen nieuw schilderdoek permitteren. Vlak na de oorlog was ik blut, maar ik moest en zou schilderen. Dus schuimde ik veilingen af om goedkope schilderijen te kopen, enkel voor het canvas en de kaders. Veel huizen waren gebombardeerd en de veilinghuizen verkochten inboedels aan de lopende band. Voor amper vier shilling kocht ik een lot van vier grote schilderijen. Een shilling is vandaag 40 pence of ongeveer een halve euro. In de jaren tachtig zou blijken dat een van die vier schilderijen een landschap van de 17e-eeuwse beroemde Britse schilder Thomas Gainsborough was. Ik heb dat doek toen verkocht voor 100.000 pond. Tel uit mijn winst. (lacht) Op het moment dat ik de waarde van dat ene schilderij ontdekte, was het andere veertig jaar eerder door mezelf overschilderd. Ik dacht: ‘O help, wat als dat óók een Gainsborough is?’ Het originele doek was alleszins in zijn stijl. Dus maakte ik een foto van The City, stuurde die voor een kopie naar Thailand en bracht het doek naar een restaurateur om er al mijn verf af te laten krabben. Er bleek jammer genoeg geen Gainsborough onder te zitten, en nu heb ik er ontzettend veel spijt van dat mijn werk vernietigd is.”

 

Wou u oorspronkelijke liever schilder dan zoöloog worden?

Morris: “Toen Wereldoorlog II woedde, zat ik op de middelbare school. Mijn school was vaste leverancier van kanonnenvoer; ik liep rond in een uniformpje en werd klaargestoomd voor het front. Gelukkig is de oorlog net op tijd gestopt en moest ik pas in 1946 aan mijn legerdienst beginnen, anders hadden wij hier nu niet gezeten. Ik zag de oudere jongens vertrekken en sneuvelen. Elke morgen las de headmaster een lijst voor van de laatstejaars die de dag en nacht ervoor gedood waren. Wij werden als jonge jongens getraind om van zodra we 18 waren andere jongvolwassenen af te knallen. Ze wilden moordmachines van ons maken. Ik was geen sportief jongentje, maar eerder een tobbende tiener. Ik zat altijd te lezen en schreef veel. Ik kwam tot het besluit dat de menselijke soort compleet waanzinnig geworden was. In een van mijn schoolopstellen schreef ik: ‘Mensen zijn apen met zieke hersenen.’ Ik walgde van het establishment en van de overheid die mensen vermoordde. Als tegenwicht was er mijn familie: thuis werd ik met veel liefde omringd. Mijn vader stierf toen ik veertien was. Het gevolg van verwondingen die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog opliep. Hij kwam terug uit de Belgische loopgraven met één long die op halve kracht functioneerde. Als kind zag ik die sterke man wegkwijnen. Mijn haat tegen de autoriteiten, tegen het leger, de kerk en de staat, was zeer intens en is nooit verdwenen. Never. Maar mijn moeder zorgde zo goed voor mij dat ik het haar niet kon aandoen om een allesvernietigende rebel te worden. Ik kon alleen uitgroeien tot een constructieve rebel. Ik kom uit een niet al te welstellend milieu, toch droomden mijn ouders ervan dat ik dokter zou worden. Maar mensen helpen, zag ik niet zitten. Ik draaide mijn rug naar de mensheid, werd zoöloog en richtte me in mijn wetenschappelijk werk op alle andere dieren. Ik raakte geobsedeerd door de studie van het gedrag van vissen, reptielen, amfibieën en andere zoogdieren. Dat was mijn constructieve daad van verzet. Op de middelbare school vond ik in de bibliotheek een boek over het surrealisme. Ik leerde dat die stroming geboren was uit rebellie tegen de Eerste Wereldoorlog. De eerste surrealisten wezen met een beschuldigende vinger naar het establishment van toen dat miljoenen mensen over de kling joeg. Ze noemden de autoriteiten rot en corrupt en rebelleerden in de jaren twintig via hun filosofie en kunst. Ik herkende me daar in de jaren veertig volledig in en ik begon surrealistische doeken te schilderen. Dat was mijn tweede vorm van constructief verzet die ik tot vandaag blijf koesteren.”

 

Want u bent nog steeds een zeer productief schilder?

Morris: “In 2017 maakte ik 440 schilderijen. Ik ben zo productief omdat ik aan elk nieuw jaar begin met het besef dat het mijn laatste wordt. Ik ben te oud geworden om uit te stellen, ik kan niets meer op de lange baan schuiven. ‘Volgend jaar’ zou er wel eens niet meer kunnen zijn. Als je jong bent, denk je dat je het eeuwige leven hebt. Ik heb meer schilderijen in de 21e eeuw geschilderd dan in de 20e. Toen ik het jaar 2000 tegen mijn verwachtingen in overleefde, gaf dat een geweldige boost aan mijn productiviteit als schilder. Ik werk nu keihard om zoveel mogelijk schilderijen af te maken.

“Mijn leven lang kreeg ik opmerkingen over de combinatie van mijn werk als wetenschapper en kunstenaar. Voor mij is dat vanzelfsprekend. Als zoöloog heb ik altijd geprobeerd om het ingewikkeld wetenschappelijke naar een groot publiek te vertalen. In mijn kunst ben ik dan weer bezig met het vertalen van ogenschijnlijk simpele dingen als kleur naar een gecompliceerd beeld. Ik heb die twee leefwerelden nodig om goed te kunnen blijven functioneren. Ik lette er altijd op dat zowel de wetenschappelijke als de artistieke Desmond Morris netjes in evenwicht bleven. Toen ik vanaf 1959 acht jaar lang curator van London Zoo was en driehonderd zoogdierensoorten onder mijn hoede had, bleef ik wetenschappelijke artikels schrijven. In de weekends zat ik in mijn atelier te schilderen. Ik vind mijn dubbelleven normaal, maar sommigen mensen snappen dat niet.”

 

Mag ik u met uw vele documentaires en boeken over dieren en hun gedrag een pionier van de vulgarisering van de wetenschap noemen?

Morris: “Graag. Begin jaren vijftig begon ik te werken als wetenschappelijk onderzoeker aan het departement Zoölogie van de Universiteit van Oxford, bij Niko Tinbergen, de wereldberoemde onderzoeker van dierengedrag. Ik voelde toen al de behoefte om mijn werk met een breed publiek te delen. De enige die in die tijd populaire boeken over wetenschap schreef, was Julian Huxley, bioloog en broer van de dichter Aldous Huxley. Hij werd daar vanuit academische middens zwaar voor bekritiseerd en raakte er zelfs door in de problemen. Een wetenschappelijk onderzoeker die de populaire toer opging, werd door zijn collega’s met de nek aangekeken. Ik trok me daar niets van aan en in 1956 kwam ik voor het eerst op tv. Elf jaar lang presenteerde ik elke week het razend populaire Zoo Time. Zo leerde ik op een toegankelijke, begrijpelijke manier over dieren praten. Tijdens de opnames van de eerste afleveringen werd ik voortdurend terechtgewezen door de regisseur. ‘Je hebt een technische term gebruikt, is er een alternatief?’ ‘Maar ik moét dat woord gebruiken.’ ‘Nee, alle jargon vliegt eruit, zoek een eenvoudig woord.’ Dat was een harde leerschool, waar ik de rest van mijn carrière de vruchten van geplukt heb. Het stelde me in staat om aan De naakte aap te beginnen schrijven in een taal die elke gewone mens kon begrijpen.”

 

U schreef dat boek in vier weken.

Morris: “Er was niet meer tijd voorhanden. Ik had eerst noodgedwongen tabula rasa in mijn leven gemaakt. Elke week was er Zoo Time op ITV en om de twee weken had ik nog een dierenprogramma van een uur op de BBC. Daar kwam dan nog eens mijn curatorschap van London Zoo bij, met op dat moment de grootste zoogdierenverzameling ter wereld. Ik begeleidde ook acht doctoraatstudenten en zat in radioprogramma’s waar ik boeken besprak. Ik werkte als gek en zat in een dollemansrit. En dan was er als top of the bill die waanzinnige reis naar Rusland. In 1965 vergezelde ik onze reuzenpanda Chi-Chi naar de zoo van Moskou, waar ze zou gaan paren met de Russische panda An-An. De Koude Oorlog woedde in volle hevigheid en het duurde niet lang of de Russen waren er zeker van dat ik een spion was. Ze konden niet geloven dat die gekke Brit enkel maar naar Moskou gevlogen was om twee reuzenpanda’s te laten paren. Ik werd overal door de KGB gevolgd en mijn elektrisch scheerapparaat werd op mijn hotelkamer uiteen gehaald. Ze kregen het niet meer ineen. (lacht) Op een dag zei een van mijn ‘begeleiders’: ‘Ga een wandeling maken.’ Ik protesteerde, het vroor stenen uit de grond. ‘Nee, ga wandelen. Bezoek het winkelcentrum GOeM.’ De hele tijd werd ik gevolgd door twee kerels met de Pravda onder de arm. Toen ik door het winkelcentrum aan het kuieren was, werd ik aangesproken door een jongeman. ‘Listen very carefully’, zei hij. ‘Bent u geïnteresseerd in plannen van een geheime fabriek?’ Ik antwoordde: ‘Vandaag niet, dank u.’ (lacht) Later hoorde ik van de Britse ambassadeur dat ik veel geluk had gehad dat ik niet voor de grap ‘ja’ had gezegd. Want dan was ik opgepakt en afgevoerd voor ondervraging.”

 

De Russen waren paranoïde?

Morris: “Helemaal niet.”

 

U was echt een spion?

Morris: “Toch niet. Ik was in die tijd goed bevriend met de zoöloog Maxwell Knight. Hij was een bekende Brit met een zeer populair radioprogramma over fauna en flora waar ik ook aan meewerkte. Ik vond het bizar dat Max aan het gebouw van de BBC altijd opgehaald werd door een grote zwarte auto. Pas jaren later kwam ik te weten dat hij in werkelijkheid het hoofd was van de contraspionage van MI5. De Russen wisten dat en zij wisten ook dat ik een goede vriend van Max was. Ian Fleming noemde James Bonds baas ‘M’, en dat is geen toeval, want M is geboetseerd naar Max Knight. De KGB was ervan overtuigd dat ik een van Max’ jongens was. Met de hand op het hart: ik was dat niet. Maar die bewogen reis naar Moskou bezorgde me nog meer stress dan ik al had. Terug thuis werd ik ernstig ziek. Ik kon een paar maanden niet meer werken. Tot de dag van vandaag vraag ik me af of ze me toen hebben proberen vergiftigen. Tijdens mijn ziekte besloot ik mijn levensstijl drastisch te veranderen. Ik stopte met een tv-reeks, zei alle radiopraatjes en nevenactiviteiten af. Ik nam een maand vrij om één boek te schrijven: De naakte aap. Dat werd een zeer intense ervaring. Ik kan me nog goed mijn zwetende handpalmen herinneren toen ik het aan het tikken was.”

 

Was u op dat moment nog een mensenhater?

Morris: “Nee. Door tijdens de oorlog op te groeien had ik een vertekend beeld gekregen. Wie nu in Syrië woont, vindt de mens ook een gruwelijk wezen. In de sixties zag ik de mens als een uitzonderlijke soort met veel talenten en kwaliteiten. Tot voor mijn boek had trouwens niemand aandacht voor die kwaliteiten. Nu ook niet meer. In de krant lees je nooit: ‘Mijnheer Smith stond vanmorgen goedgemutst op en bracht de dag vredevol door. Hij veroorzaakte geen overlast en berokkende niemand schade.’ Dat is geen nieuws, terwijl dat geldt voor de overgrote meerderheid van de 7,6 miljard mensen op deze planeet. Het is maar een minderheid die oorlogen veroorzaakt. Natuurlijk vinden er nu gruwelijkheden plaats in Syrië en Irak, maar in 190 andere landen is het min of meer peis en vree. Toch beheersen de schurken het nieuws. De man die zijn baby vermoordt, wordt een hoofdpunt in het journaal, niet degene die zijn kind wiegt. Met De naakte aap wou ik ons vertekende beeld van de menselijke soort corrigeren.

“Een van de sterkste eigenschappen van de mens is altruïsme, ons vermogen om voor anderen te zorgen. Andere diersoorten hebben dat niet of in veel mindere mate. Altruïsme is ons niet aangepraat door religie of ethiek, maar is aangeboren. We hebben dat gedrag ontwikkeld om te kunnen overleven. Als we tienduizenden jaren geleden op jacht trokken, moesten we wel samenwerken om voldoende prooi voor de hele stam te verzamelen. Het menselijke vrouwtje is het enige zoogdier dat bereid is te paren terwijl ze nog in de moederschapsfase zit en een zuigeling heeft. Ondertussen draagt ze ook nog eens de zorg voor haar baby, peuter, kleuter, tiener en puber. Zo maakt het vrouwtje het mogelijk dat het geboortecijfer drastisch opgekrikt wordt. Vóór er sprake was van contraceptie, had het vrouwtje heel wat kinderen om voor te zorgen. Om alles te kunnen bolwerken, hielpen de vrouwtjes elkaar. De mannen gingen ondertussen samen op jacht.”

 

Feministes stoorden zich aan het beeld dat u van vrouwen in De naakte aap schetste en dat u nu herhaalt. De Britse wetenschapsjournaliste Angela Saini stelde onlangs in The Guardian dat u met uw ‘mannelijke arrogantie’ veel schade heeft aangericht.

Morris: “Ik vind dat zo jammer en ik word daar triest van. De feministes begrijpen me verkeerd. Zij zeggen: ‘Morris ziet de man als “machtige jager” en de vrouw als kneusje dat moest zorgen voor een gezellige thuisbasis.’ Maar mannen gingen nu eenmaal jagen omdat ze gespierder waren dan vrouwen. Als het een troost kan zijn: mannen waren minder essentieel voor het voortbestaan van de stam. In dat kleine groepje was elke vrouw wél van levensbelang, want zij zorgde voor het nageslacht. Als een man om het leven kwam, kon de stam blijven voortkweken. Maar als een vrouw stierf, kromp meteen de geboorteproductie. Het werk was zo verdeeld dat de vrouwen gewoon àlles deden, behalve de jacht. De vrouwen zaten in het centrum en de mannen als gespecialiseerde jagers in de periferie. In De naakte aap suggereer ik nergens dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Maar feministes mogen zeggen wat ze willen: er is wel degelijk een groot psychologisch verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen nemen risico’s en vrouwen zijn voorzichtiger en redelijker.”

 

Het zou dus een goede zaak zijn als in de samenleving de vrouwen de touwtjes in handen krijgen?

_DSC0087Morris: “Dat heb ikzelf altijd klaar en duidelijk gezegd. Mannen moeten uit de politiek geweerd worden. Ze zijn nog steeds jagers, nemen risico’s en hebben last van hun ego’s. Meer dan ooit hebben we nood aan voorzichtige vrouwelijke politici. Maar let op: op 100 vrouwen zijn er 8 mannelijker dan de mannelijkste man. In een door mannen beheerste politieke wereld zag een mannelijke vrouw zoals Margaret Thatcher haar kans schoon om de macht te grijpen. Ze trok vervolgens bloedig ten strijde tegen de Argentijnen tijdens de Falklands-crisis. Gelukkig zijn er ook vrouwelijke mannen aan wie we prachtige gevoelige gedichten te danken hebben. Door de verstedelijking speelden vrouwen hun centrale rol in de stam kwijt en grepen mannen de macht. Het centrum van de stad werd hun jachtgebied. Ze joegen daar niet op dieren, maar op contracten en zakendeals. Het stadscentrum werd gedomineerd door mannen, terwijl vrouwen in de voorsteden weggestopt zaten. Natuurlijk voelden de dames zich daar niet gelukkig mee, want ze waren hun centrale rol in de maatschappij kwijt. Het feminisme is dus best zinvol, alleen trekken feministes niet ten strijde voor iets nieuws, maar voor iets heel erg oud: het herstel van hun geboorterecht als centrale kracht.”

 

In 1967 sprak u op het einde van De naakte aap uw angst uit over de snel groeiende wereldbevolking.

Morris: “Ik was daar toen al erg bezorgd over, en kijk waar we nu zijn aanbeland. In 1967 liepen er 3000 miljoen mensen op de planeet, nu 7,6 miljard. Die razend snelle aangroei zet steeds meer druk op het traditionele gezin van man, vrouw en kinderen en dat baart mij zorgen.”

 

Dat traditionele gezin hebben we toch al lang achter ons gelaten? Het beeld van het gezin uit De naakte aap is erg jaren zestig: met een gehuwde man en vrouw die levenslang samenblijven. Nu groeien heel wat kinderen toch op in nieuw samengestelde gezinnen?

Morris: “Zoveel is er echt nog niet veranderd, hoor. Uw beeld is vertekend door wat u in kranten en tijdschriften leest. Of gelooft u echt dat Mick Jagger met zijn acht kinderen bij vijf vrouwen de norm is? U moet eens naar de eilanden in de Stille Oceaan reizen: daar ziet u de zegeningen van een gelukkig familieleven met eigen ogen. Natuurlijk is het in een drukke grootstad met veertig miljoen inwoners veel moeilijker om gewone familiale verbanden in stand te houden. Toch sta ik ervan te kijken dat er ondanks al die drukte en stress nog zoveel gelukkige gezinnen zijn. Akkoord, er zijn meer scheidingen dan vroeger, maar veel koppels blijven samen en leiden een harmonieus bestaan. Alleen komen zij niet in het nieuws.”

 

Ondertussen is er ook de klimaatverandering. In 1967 was daar nog geen sprake van.

Morris: “Maar er is altijd klimaatverandering geweest. Er was nooit een periode zonder. De ijstijd was niets anders dan klimaatverandering. We hebben een hele serie ijstijden gekend.”

 

De huidige klimaatverandering hebben we zelf gecreëerd.

Morris: “Dat wordt ons verteld. Ik zeg niet dat wij er geen rol in spelen, maar het is ook een feit dat zonder menselijke inbreng het klimaat ooit veel ingrijpender dan nu wijzigde. Het is gewoon niet stabiel. Nu krijgen we een warmere periode, maar binnen afzienbare tijd zitten we misschien terug in zo’n ijstijd. Hét probleem is de globale vervuiling. Samen met de stijgende wereldbevolking groeit de afvalhoop. Toen mijn zoon Jason tien was, toonde ik hem Afrika. We zagen olifanten, giraffen, neushoorns, leeuwen. Jason is nu 50 en in veertig jaar tijd is tachtig procent van de Afrikaanse wilde dierenpopulatie uitgestorven. Er blijft maar twintig procent meer over van wat wij toen zagen. Dát is schrikwekkend.”

 

U ziet de toekomst somber in?

Morris: “Helemaal niet. Ik ben een uitgesproken optimist. De mens beschikt over een inventief stel hersenen en zoekt altijd oplossingen voor alle grote problemen waarmee hij geconfronteerd wordt. Geen enkel zoogdier is even innovatief als wij. Het geeft me hoop dat sommige superrijken hun fortuin investeren in goede doelen. Ik voel veel bewondering voor Bill Gates: hij stopt miljarden dollars in medisch onderzoek. Ik voorspel dat er binnen vijftig jaar uitvindingen zullen zijn die de grootste ellende zullen oplossen.”

 

U zal niet veel meer van die toekomst meemaken.

Morris: “Dat vind ik heel jammer. Of ik bang ben voor de dood? Woody Allen zei ooit: ‘Ik vind sterven niet zo erg, ik wil er alleen niet bij zijn als het zover is.’ Dat geldt ook voor mij. Ik weet dat ik niet veel tijd meer heb, daarom telt elke seconde. Elke dag moet ik een tekening of schilderij maken, of iets schrijven. Ik ga meestal nooit voor vier uur ’s nachts naar bed.”

 

Hoe wil u na uw dood herinnerd worden?

Morris: “Als een schrijver met een bestseller in de top 100 aller tijden. Maar ook als een kunstenaar met een schilderij in de Tate. Want die combinatie is uniek.”

 

Desmond Morris, De kale aap, Atlas Contact, 224 blz., 24,99 euro

 

Tekst: (c) Jan Stevens

Foto’s: (c) Veerle Van Hoey

‘De eindejaarsperiode is extra gevaarlijk: mensen slikken eerst hun dosis tramadol en gaan dan op recepties een paar glazen alcohol drinken. Totaal onverantwoord’

Eind oktober riep president Donald Trump de noodtoestand uit over de opioïde-epidemie in de VS. In België nam in 2016 tien procent van de bevolking minstens een keer zijn toevlucht tot opioïde pijnstillers. 1 op 5 van de Belgen die dagelijks aan het spul zitten, is jonger dan 50. “Erg verontrustend”, vindt toxicoloog Jan Tytgat.

 

Uit cijfers van het Riziv blijkt dat tussen 2005 en 2014 het algemene verbruik van opioïdepijnstillers zoals tramadol, fentanyl en oxycodon in ons land verdubbelde. “Ik maak me daar zorgen over”, zegt professor toxicologie Jan Tytgat van de KULeuven. “De opioïden zijn familie van opiaten zoals morfine en codeïne. Opiaten zijn natuurproducten die gewonnen worden uit de papaverplant en opioïden zijn de synthetische afgeleiden. Tramadol is een volledig synthetisch opioïde; oxycodon is semisynthetisch, net als het verwante heroïne. Zowat iedereen heeft schrik voor die harddrug, maar we zijn niet bang voor fentanyl, tramadol en oxycodon, terwijl ze veel minder onschuldig zijn dan ze klinken.”

In de VS sterven dagelijks 100 burgers aan een overdosis opioïdepijnstillers. Meer dan 20.000 Amerikanen namen in 2016 een fatale dosis, wat een verdubbeling is van het jaar ervoor. De opioïde-epidemie heeft intussen zo’n verwoestende omvang aangenomen dat de Amerikaanse president Donald Trump eind oktober er de noodtoestand over uitriep. Wereldwijd zijn de inwoners van de VS de grootste consumenten van opioïden. Van elk miljoen inwoners slikken er 50.000 elke dag hun dosis. Op de tweede plaats staat Canada met 30.000 dagelijkse slikkers per 1 miljoen. In de meeste Europese landen schommelt de dagelijkse consumptie rond 25.000. In het Europees kampioenschap opioïdeslikken prijkt België op de derde plaats, na Oostenrijk en Duitsland.

Voor Audry Dorigo, woordvoerster van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), is er in België geen enkele reden tot paniek. “De toestand in de VS verschilt fundamenteel van de onze”, stelt ze. “Veel Amerikaanse patiënten aanvaarden geen pijn na een ingreep en dreigen dikwijls met juridische stappen tegen hun arts als dat wel zo zou zijn. Uit angst daarvoor kiezen dokters meteen voor zware opioïden in plaats van gebruikelijke pijnstillers zoals paracetamol. Opioïdepijnstillers worden in de VS massaal verkocht en in bijna elk Amerikaans huishouden vind je in het medicijnkastje nog ongeopende verpakkingen. Het gebruik van sterke pijnstillers ligt vaak aan de basis van een latere verslaving. Wij kennen in België zo nog geen toestanden, al moeten we het stijgende opioïdengebruik natuurlijk goed in de gaten houden. Maar die stijging hoeft niet per se negatief te zijn. Het voorbije decennium hebben we veel geleerd over de problematiek van chronische pijn en zijn we pijnklachten beter en intensiever gaan behandelen. Vroeger werden sterke pijnstillers enkel aan kankerpatiënten gegeven. Nu worden ze ook gebruikt voor patiënten met chronische pijn. De duur van de gemiddelde behandeling met sterke opioïden stijgt daardoor aanzienlijk.”

Erik Rossignol van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het Riziv maakt zich wel zorgen. “In 2016 waren er 30.353 chronisch grote gebruikers van opioïden; in vergelijking met 2010 is dat een stijging met 28 procent”, zegt hij. “Een chronisch grote gebruiker is iemand die op één jaar tijd minstens 365 doorsnee dagdosissen afhaalt bij de apothekers. Een doorsnee dagdosis of DDD is de gemiddelde onderhoudsdosis die een volwassene per dag mag gebruiken. Wat ons het meest verontrust, is dat één op de vijf chronisch grote gebruikers jonger is dan vijftig jaar.”

 

In België slikken dus meer dan 6000 jonge mensen elke dag hun dosis zwaar verslavende opioïde?

Erik Rossignol: “Ja. In de totale groep van chronisch grote gebruikers zitten ook palliatieve patiënten. Met hun opioïdengebruik is niets mis; de pijnstillers maken hun levenseinde comfortabeler. Andere chronisch grote gebruikers hebben ernstige rugklachten of herstellen van zware kankerbehandelingen. Maar dat verklaart nog niet waarom het aandeel jonge gebruikers zo in de lift zit. Pijn zou behandeld moeten worden volgens de pijnladder van de Wereldgezondheidsorganisatie die drie treden telt. Opioïden zouden enkel voorgeschreven mogen worden voor de middelste en de hoogste pijntrede en niet voor een banale hoofdpijn. Daar dienen pijnstillers als Dafalgan voor. Opioïden kunnen hyperalgesie veroorzaken: op lange termijn word je overgevoelig aan pijn.”

 

Wie die middelen zeer lang gebruikt, moet de dosis opvoeren om hetzelfde effect te krijgen?

Rossignol: “Precies, en zo kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Daarom ook is het verontrustend dat 1 op 5 van de chronisch grote gebruikers jonger is dan vijftig. Want tot welke pillen zullen ze op hun zeventigste hun toevlucht moeten nemen?”

 

Opioïdejunks

An Haekens is ouderenpsychiater en hoofdgeneesheer bij de Alexianen Zorggroep Tienen. Steeds meer zeventigers onder haar patiënten blijken een stevige verslaving aan een opioïde ontwikkeld te hebben. “Ze zijn er zich totaal niet van bewust dat ze verslaafd zijn en onder de zware pijnmedicatie zitten”, zeg ze. “Ooit hadden ze fysieke pijn waarvoor hun arts hen tramadol voorschreef. Jarenlang bleven ze die pijnstiller elke dag trouw slikken. Na verloop van tijd verdoofden ze er niet alleen hun fysieke, maar ook hun psychische pijn mee. ‘Tramadol’ klinkt alsof het over een aspirientje gaat, terwijl het zoiets als morfine is. Het wordt bijna net zo makkelijk geslikt als in de jaren zestig de poederkes van dr. Mann.”

Als opioïden zo makkelijk geslikt worden, moeten ze minstens even makkelijk door dokters voorgeschreven worden. “Daar voeren wij sinds dit jaar onderzoek naar”, zegt Cathy Matheï, professor huisartsgeneeskunde aan de KULeuven en dokter bij de Antwerpse drughulpverlening Free Clinic. “Het is nog te vroeg voor de resultaten, maar wat we ondertussen wel weten, is dat dokters bij het voorschrijven van opioïden te weinig informatie geven. Dat geldt zeker voor tramadol, de zogenaamd ‘lichtere’ pijnstiller. Dat ‘lichtere’ is zeer misleidend, want je kan ook een drankprobleem ontwikkelen door pintjes te drinken in plaats van whisky. Veel patiënten die tramadol voorgeschreven krijgen, zijn er zich niet van bewust dat ze een verslavende opioïde slikken en weten niet dat je er een overdosis van kunt nemen. Ze krijgen er hun pijn makkelijk mee onder controle en zetten het restant in de medicijnkast naast de paracetamol. Als een ander gezinslid tandpijn heeft, wordt er zonder nadenken een pil tramadol gegeven. Mijn eigen dochter brak haar enkel en kwam op de spoed terecht. Ze kwam terug thuis met drie pijnstillers, waaronder tramadol, zonder een woord uitleg. Ik vind dat zeer problematisch.”

Jan Tytgat: “Tramadol is in België erg populair onder de merknamen Contramal, Tradonal of Tramium. Die geneesmiddelen hebben zeker medisch nut, maar worden door een aantal dokters, zowel specialisten als huisartsen, wel degelijk met een licht handje voorgeschreven. Voor kort en bondig gebruik van één of maximum twee weken, kan dat niet zoveel kwaad, maar als je tramadol en ook oxycodon langer blijft gebruiken, neemt het verslavingsrisico toe. Daar zouden patiënten toch op zijn minst voor gewaarschuwd moeten worden. Want voor ze het goed en wel beseffen, zijn die pillen snoepjes.”

 

En worden zij opioïdejunks?

Tytgat: “Je mag die mensen gerust zo noemen. Ze staan niet stil bij het effect van die stoffen op hun dagelijks leven: onder invloed van opioïde met de auto rijden, wordt een hachelijke onderneming. Die middelen heten niet voor niets ‘narcotische’ analgetica: ze brengen je in een narcose. Nu slikken mensen eerst hun tramodolleke om vervolgens op de eindejaarsreceptie een paar glazen naar binnen te gieten. Totaal onverantwoord.”

Erik Rossignol: “Als controledienst van het Riziv onderzoekt het DGEC het voorschrijfgedrag van dokters en het aflevergedrag van apothekers. We vragen bij de ziekenfondsen op wat dokters hen aanrekenen en hebben zo vreemde zaken vastgesteld, niet alleen bij dokters, maar ook bij patiënten.”

 

Zoals?

Rossignol: “Onder de grote chronische verbruikers zijn er tientallen die bij meer dan twintig apothekers hun medicatie ophalen. Ze gaan eerst langs bij verschillende artsen en spreiden de voorschriften over verschillende apotheken. Sommigen maken valse voorschriften. We hebben ook vastgesteld dat een aantal artsen bij het voorschrijven van opioïden op jaarbasis ver boven het gemiddelde zit. Mijn collega’s voeren nu een sensibiliseringscampagne en leggen die cijfers voor op vergaderingen van lokale bijeenkomsten van zorgverleners. We zochten ook contact met de Orde der artsen, de Orde der apothekers, hun beroepsverenigingen, verschillende overheidsinstellingen en de Belgian Pain Society.”

 

Spreken jullie de dokters aan die makkelijk opioïden voorschrijven?

Rossignol: “We vragen hen waarom ze die middelen zo vaak voorschrijven, ja. Sommigen krijgen veel chronische pijnpatiënten over de vloer en kunnen hun voorschrijfgedrag perfect verantwoorden. Maar anderen niet. De dokter kan dan onder toezicht worden geplaatst: we houden zijn voorschrijfgedrag zes maanden in de gaten. Als hij zijn gedrag niet aanpast, starten we een terugvorderingsprocedure. Als er fraude in het spel is, schakelen we het parket in.”

 

Want het losjes voorschrijven van opioïden kost de ziekteverzekering handenvol geld?

Rossignol: “In 2006 lag het aantal DDD’s voor tramadol op 20,5 miljoen voor 500.000 patiënten; in 2016 steeg dat tot 43 miljoen voor 977.000. Dat kostte de ziekteverzekering vorig jaar 26 miljoen euro. Oxycodon stond in 2006 nog op nul; in 2016 lag het aantal DDD’s op 3,5 miljoen voor 72.000 patiënten. Kostprijs: 6,1 miljoen euro. Fentanyl scoorde in 2006 13 miljoen DDD’s en stond in 2016 op 23 miljoen voor 73.000 patiënten of 18,2 miljoen euro. Die drie opioïden kostten de ziekteverzekering vorig jaar dus samen 50,3 miljoen euro. Met de kleinere opioïdebroertjes tilidine en piritramide erbij klokten we af op een totaal van 55,4 miljoen. Onder de 1.186.943 patiënten die vorig jaar minstens één verpakking afhaalden, zijn er ook die jaarlijks meer dan 730 DDD’s gebruiken, terwijl er maar 365 dagen in een jaar zijn. 2.135 patiënten gebruikten meer dan 730 DDD’s tramadol, 660 patiënten meer dan 730 DDD’s oxycodon en 1.848 meer dan 730 DDD’s fentanyl.”

 

Tussen die zeer zware gebruikers zitten dus vermoedelijk ook opioïdedealers?

Cathy Matheï: “Er is zeker een bloeiende zwarte markt, maar het is niet omdat iemand een dubbele dagdosis gebruikt, dat hij meteen ook een dealer is. Rugklachten verhelp je niet met opioïdes, daarvoor moet je naar de rugschool of op cryotherapie. Veel mensen kiezen liever de makkelijke weg en slikken een pil. De pijn wordt verdoofd en langzaam maar zeker wordt de dosis opgedreven. Zo eindigen sommigen met een verdubbeling van hun dagdosis. Die mensen lopen dan niet meteen stoned rond, want ze hebben grote gewenning ontwikkeld aan het pijnstillende én het roesververwekkende. In de drughulpverlening merken we wel dat bijvoorbeeld heroïnegebruikers steeds meer hun toevlucht nemen tot fentanyl-pleisters. Ze kleven de pleisters niet, maar knippen ze in stukjes en zuigen de substantie op. Dat is heel gevaarlijk: de voorbije jaren stierven verschillende gebruikers aan fentanyl-overdosissen.”

Jan Tytgat: “Fentanyl is het gevaarlijkste middel omdat het zo krachtig is. Voor sommigen is het inderdaad een surrogaat voor heroïne, want beide middelen werken in op dezelfde pek in onze hersenen. Fentanyl is een Belgische uitvinding: het is in de jaren zestig door Janssen Pharmaceutica ontwikkeld en groeide wereldwijd uit tot een succes. Ik wacht vol afgrijzen op al die amateurafgeleiden van Fentanyl die nu in illegale drugslabs bekokstoofd worden. Die designerdrugs zijn vaak nog krachtiger en vernietigender dan het origineel.”

Matheï: “Ook oxycodon is populair onder druggebruikers. Ze roken het om zo het effect te verhevigen. Zowel tramadol als oxycodon en fentanyl kunnen tegenwoordig heel makkelijk besteld worden via het internet, je hoeft er zelfs niet voor op het darknet.”

 

Moet de overheid ingrijpen?

Tytgat: “Als we willen vermijden om in Amerikaanse toestanden terecht te komen, moet er nu gewezen worden op de gevaren van langdurig gebruik. We hebben dus dringend nood aan een sensibiliseringsactie, net zoals die er in het verleden was voor slaapmiddelen als Rohypnol en Valium.”

Audrey Dorigo: “Het Riziv zal volgend jaar een duidelijke brochure over het gebruik van sterke opioïden maken en die op grote schaal onder de bevolking verspreiden.”

 

(c) Jan Stevens

‘Donald Trump is de laatste grote stuiptrekking van het neoliberalisme’

Als we niet naar de haaien willen, moeten we het kapitalisme zo snel mogelijk inruilen voor een nieuw economisch model: de donut. Tenminste, dat predikt kersvers rockstereconoom Kate Raworth in haar bestseller Donutecenomie. “We moeten dringend van ons geloof af dat eeuwige groei de enige weg naar welvaart is.”

 

Sinds de publicatie van Doughnut Economics in april van dit jaar lijkt het leven van de 47-jarige Oxford-econome Kate Raworth op dat van een rockster. Nadat de Britse krant The Guardian haar uitriep tot ‘de Keynes van de 21e eeuw’, naar de 20e-eeuwse grote econoom John Maynard Keynes, groeide haar boek in een rotvaart uit tot een internationale bestseller. Raworth vertrok op een lezingentournee door Europa en Amerika die tot vandaag blijft voortduren. Nu ligt ook de Nederlandse vertaling Donuteconomie in de winkel. In haar boek schetst Raworth hoe we in zeven stappen ons dolgedraaid, allesverzengend en op eeuwige groei geconstrueerde kapitalisme kunnen ombouwen tot een duurzaam, mens- en planeetvriendelijk economisch model voor de 21e eeuw. Dat nieuwe model ziet eruit als een donut. Kate Raworth: “Mijn economie is circulair, wat wil zeggen dat er zo weinig mogelijk afval geproduceerd wordt, en is even rond als een donut. De buitenste cirkel vertegenwoordigt de ecologische bovengrens: alles wat daar aan economische activiteit buiten valt, schaadt onze planeet en ons welzijn. De binnenste cirkel staat voor de sociale ondergrens en geeft weer wat we minimaal nodig hebben om wereldwijd in de basisbehoeften van elke mens te voorzien. In de toekomst wordt het onze taak om onze industriële en economische activiteit binnen die twee cirkels van de donut te houden.”

Donuteconomie leverde Kate Raworth gejuich en handengeklap op van groene politici, ecologisten, milieu- en mensenrechtenactivisten, duurzame ondernemers en bezorgde burgers. Maar ze werd ook op hoongelach onthaald en als voormalig Oxfam-onderzoeker en lid van de Club van Rome afgeserveerd als ‘professionele alarmist’. Die kritiek glijdt van haar af als water van een eend. “Ik trek me op aan de vele enthousiaste reacties van mijn lezers”, zegt ze. “Het grote succes van mijn boek verbaast me. Dat kan er alleen op wijzen dat zeer veel mensen op dit moment hunkeren naar een beetje hoop. Als je de kranten leest, lijkt het alsof crisis onze normale staat van zijn geworden is. En de wereld wòrdt ook geteisterd door flink wat rampspoed met politieke instabiliteit, volksverhuizingen, overstromingen, droogte, bosbranden en andere kwalijke effecten van de klimaatverandering. Veel mensen hebben behoefte aan een positieve kijk op de werkelijkheid en verlangen naar een verhaal waar ze helemaal vòòr kunnen zijn, naar een zinvolle visie op de wereld.”

 

Die visie geeft u in Donuteconomie?

Kate Raworth: “Blijkbaar wel. (lacht) Oorspronkelijk wou ik laten zien wat er allemaal niet deugt aan de grondslagen van de klassieke economische theorie die vertrekt vanuit vraag en aanbod. Maar geleidelijk groeide het besef dat ik eigenlijk de kritiek van deze tijd aan het schrijven was. Tezelfdertijd drong het tot me door dat ik niet de enige was, maar dat zoveel andere mensen met precies hetzelfde bezig zijn. Vanuit verschillende disciplines vertellen we allemaal dat de omwenteling waar we voorstaan, even ingrijpend wordt als de Copernicaanse revolutie uit de 15e eeuw, toen het inzicht groeide dat de zon niet rond de aarde draaide, maar de aarde rond de zon. De Copernicaanse revolutie van vandaag is dat we door de penibele omstandigheden waarin we beland zijn, eindelijk gedwongen worden om de échte grondslagen van ons welzijn onder ogen te zien.”

 

En die grondslagen zijn?

Raworth: “Ik gebruik graag de metaforen van ‘de knikker’ en ‘de boon’ om te illustreren waar onze voorspoed in de 21e eeuw van zal afhangen. De kleine boon staat dan voor het vervullen van onze dagelijkse basisbehoeften aan voedsel, water, gezondheidszorg, huisvestiging, elektriciteit, onderwijs. Ze staat symbool voor het verzekeren van de gezondheid en het welbevinden van elk individu. De voorwaarden daarvoor staan netjes opgelijst in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die volgend jaar haar zeventigste verjaardag viert. Maar ons welzijn hangt ook af van de knikker, die schitterende blauwe planeet die we in 1968 voor het eerst zelf konden zien op foto’s genomen door de Apollo 8-astronauten. Ons overleven en voortbestaan zijn onlosmakelijk verbonden met de planeet aarde. We varen wel met een stabiel klimaat, bloeiende biodiversiteit, overvloedig zuiver water, een bescherming biedende ozonlaag, propere oceanen en vruchtbare gronden. Zowel de knikker als de boon kunnen niet zonder elkaar: mensenrechten gedijen enkel op een gezonde planeet. De twintigste eeuw werd gedomineerd door geld als de maat voor het bepalen van ons succes: een steeds groter wordend bruto binnenlands product (bbp) stond synoniem voor vooruitgang. We zijn er volledig van doordrongen geraakt dat eeuwige groei de enige weg naar welvaart is. Dat geloof moeten we dringend afvallen. In de 21e eeuw zullen welvaart en voorspoed gekoppeld zijn aan het in balans brengen van de menselijke behoeften met de behoeften van de planeet. Dààr zal onze economie op gebaseerd moeten worden.”

 

Met alle respect, maar u vertelt toch niet echt iets nieuws?

Raworth: “Nee, en ik geef dat in mijn boek ook grif toe. De ecologische econoom Herman Daly zei in de jaren zeventig van de vorige eeuw net hetzelfde: ‘We moeten de economie als een ondergeschikt systeem van de aarde beschouwen.’ Decennia geleden al gingen feministische economen in tegen de fetisj dat de economie enkel draait op betaalde arbeid. Zij stelden dat zonder het onbetaalde huiswerk het hele systeem niet lang zou overleven. U hebt dus gelijk: mijn werk is niet nieuw. Maar misschien is het wèl mijn verdienste dat ik dit boek op het juiste moment geschreven heb. En dat ik de denkbeelden van ecologische, feministische en andere progressieve economen met elkaar verbind om de fundamenten van de neoliberale economie in vraag te stellen.”

 

Een van die fundamenten is hebzucht. ‘Greed is good’, het motto van Gordon Gekko uit Wall Street, lijkt na de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump meer dan ooit alive and kicking. Inclusief het adagium van onbeperkte groei.

Raworth: “Spijtig genoeg wel, en dat geldt niet alleen voor Trump. Eigenlijk heeft zowat elke politicus uit om het even welke partij het voortdurend over ‘groei’. Telkens als ik zo’n man of vrouw weer eens dat woord op radio of tv hoor uitspreken, denk ik: ‘Bingo!’ Ze spinnen er wol omheen en hebben het over ‘slimme groei’, ‘duurzame groei’, ‘weerbare groei’, ‘inclusieve groei’, ‘kapitaalsgroei’… Maar groei is hun alfa en omega. Het bewind van Donald Trump beschouw ik als een van de laatste grote stuiptrekkingen van het neoliberalisme zoals dat mee door Margaret Thatcher en Ronald Reagan vormgegeven werd. Trump lijkt zelfs recht uit de late jaren vijftig naar 2017 gekatapulteerd te zijn met zijn rotsvaste geloof in de zegeningen van de ultravrije markt. In tegenstelling tot veel andere politici zet hij geen masker op en doet hij niet alsof hij duurzaamheid hoog in het vaandel voert. Hij is heel helder over zijn agenda: meer kolen, meer olie, minder regels, ongebreidelde groei en de pot op met al die groene watjes. In de sixties stelde John F. Kennedy de Amerikanen tot vijf procent groei in het vooruitzicht. Tijdens zijn verkiezingscampagne hamerde Trump voortdurend op groei en riep zo herinneringen op aan the good ol’ days onder Kennedy. Maar zestig jaar geleden leefden we echt in andere tijden. We kenden enkel de boon en hadden de blauwe knikker nog niet ontdekt. Silent Spring van Rachel Carson moest nog verschijnen, één van de eerste boeken waarin begin jaren zestig gewezen werd op de grote milieuschade veroorzaakt door de industriële ontwikkeling.

“Groei omwille van de groei is een heilloze weg: zo putten we alle reserves van onze aarde uit. Wat we nodig hebben, is een economie die drijft op gemeenschappelijk belang en niet op eigenbelang of hebzucht. De nieuwe digitale deeleconomie kan als voorbeeld dienen. Uw landgenoot Michel Bauwens leverde daar met zijn P2P-foundation pionierswerk voor. De open source-economie zoals hij die propageert, lijkt een beetje op het Wikipedia-model. De achterliggende gedachte is dat verschillende individuen meer weten dan één. Iedereen mag zijn bijdrage leveren en als iemand de bal misslaat of een fout maakt, wordt dat gecorrigeerd door anderen. Open source-software werkt net zo: op het net vind je nu onder andere fantastische tekstverwerkings- of fotobewerkingssoftware die gratis gedownload mag worden en die door de gemeenschap gebouwd, onderhouden en verfijnd wordt. Politici moeten dringend dat ongelooflijk krachtige digitale gemeenschapsmodel onder de loep nemen.”

 

Die digitale deeleconomie is er ook verantwoordelijk voor dat de jobs van steeds meer mensen in de echte wereld bedreigd zijn.

Raworth: “Het is zeker zo dat de digitale technologie op dit moment zeer verstorend werkt. Maar misschien heeft dat vooral te maken met wie er aan de knoppen zit. Ik geloof echt dat er een groot verschil is tussen digitale technologie in handen van mensen die het gemeenschapsbelang voor ogen hebben, en van technologie in handen van grote bedrijven en individuen die zoveel mogelijk macht en controle willen centraliseren. De nieuwe technologie zelf vormt geen aanleiding voor angst of vreugde, wel de doelen waarvoor ze ingezet en gebruikt wordt. Het lijkt nu inderdaad alsof nietsontziende spelers als Uber en Amazon zowat de hele digitale markt in handen hebben en zo de reële economie zwaar verstoren. Maar ik ben optimistisch en ik geloof nooit dat ze de eindwinnaars zullen zijn. Oké, ze hebben de eerste ronde gewonnen, maar het verzet groeit. Steeds meer mensen willen geen deel uitmaken van een Uber-maatschappij waarin het ieder voor zich is. De technologie die achter Uber schuilgaat, kan veel beter ingezet worden voor een digitaal platform dat gebaseerd is op samenwerking en niet op uitbuiting. Wat houdt ons tegen om een taxi-app te ontwikkelen waarbij de chauffeurs en de gebruikers baas zijn?”

 

Hebben we een revolutie nodig om het wilde kapitalisme te vervangen door uw donuteconomie?

Raworth: “De meest effectieve revolutie met resultaten op lange termijn is een evolutie. Maar die evolutie van een neoliberale naar een donuteconomie moet wel heel radicaal gebeuren.”

 

Is er nog tijd voor ‘evolutie’?

Raworth: “Hebben we nog tijd voor revolutie? Revoluties vernietigen het bestaande, zonder dat er iets zinvols in de plaats komt. Dingen kunnen soms verbazingwekkend snel evolueren en als die veranderingen zinvol lijken, zijn miljoenen mensen bereid om ze ook te aanvaarden. Een fantastisch voorbeeld is mobiele telefonie: het ontwikkelen van de technologie kwam er niet van vandaag op morgen, maar eens de gsm er was, werd hij wereldwijd een instant succes. In tegenstelling tot een halve eeuw geleden hebben we nu het internet en al die digitale platformen. De globale invloed daarvan mag u echt niet onderschatten. Zij maken het mogelijk dat nieuwe evoluties snel ingang vinden.

“Als we onze economie willen omvormen tot een donut, moeten we tijdens het hele overgangsproces altijd het ultieme doel van een duurzame, sociale en rechtvaardige samenleving voor ogen houden. Wat ik niet wil, is een hervormd soort kapitalisme. Je hoort nu pleidooien voor ‘groen kapitalisme’. Maar waarom moeten we dat typisch 20e-eeuwse begrip ‘kapitalisme’ blijven hanteren in een economisch model voor de 21e eeuw? Want zo stellen we de essentie van dat kapitalisme en zijn drang naar eeuwige groei niet in vraag. Weet u waar we wél een revolutie nodig hebben? In het onderwijs. De voorbijgestreefde economische theorieën over vraag en aanbod die nu onderwezen worden, moeten razendsnel vervangen worden door mijn model van de donuteconomie. En alle ‘ismes’ van de vorige eeuw, zoals dat kapitalisme en het socialisme, horen thuis in de geschiedenisboeken.”

 

Nogal wat jonge mensen zien wel nog brood in het socialisme dat u de vuilbak van de geschiedenis ingooit. Hoe is anders het succes van linkse krasse knarren als Jeremy Corbyn of Bernie Sanders te verklaren?

Raworth: “Ik betwijfel of hun succes iets met socialisme of marxisme te maken heeft. Het gaat over fundamentele menselijke waarden. Ook de kiezers van Corbyn of Sanders willen net als zoveel andere mensen een samenleving waar niemand gedwongen wordt om aan te schuiven aan de voedselbank voor eten voor hun kinderen. Moest Karl Marx terugkeren, zou hij zeer ongelukkig zijn over wat er van zijn marxisme geworden is. ‘Ismes’ helpen ons geen millimeter vooruit. Weg ermee.”

 

U mag het socialisme en kapitalisme dan wel doodverklaren, in een land als de VS zijn het de rijkste ondernemers en bankiers die met hun sponsorgeld onrechtstreeks bepalen welke president er in het Witte Huis zit. De regering Trump is een staalkaart van superrijk kapitalistisch Amerika.

Raworth: “Dat is een groot probleem. Tijdens de financiële crisis van 2008 namen bankiers van Goldman Sachs het financiële bewind in Amerika over. Ze werden binnengehaald door de toenmalige minister van Financiën Henry Paulson, een voormalig ceo van Goldman Sachs. Er is voor de Amerikaanse pers flink wat werk aan de winkel om de corrupte relaties bloot te leggen tussen de financiële wereld en politici van rechts én links. De geldstromen van ondernemers en bedrijven naar partijen en politici moeten volledig opdrogen.”

 

U bent er rotsvast van overtuigd dat uw donuteconomie het van het kapitalisme zal winnen?

Raworth: “Als we helemaal niets ondernemen, maakt mijn economisch model geen enkele kans. Politieke activisten als Naomi Klein en George Monbiot zijn mijn medestanders, samen met hen en veel anderen moéten we op dezelfde nagel blijven kloppen. Na een lezing krijg ik soms als opmerking: ‘O, I love your optimism.’ Ik kijk dan altijd heel verbaasd: ‘Heb ik gezegd dat ik optimist ben? Wees nooit een optimist om jezelf beter te voelen. En wees nooit een pessimist die een excuus zoekt om de handdoek in de ring te gooien. Wees een activist en vraag jezelf af wat jij kan doen om de transformatie mogelijk te maken.’ Het is hoog tijd voor actie. De klimaatverandering speelt zich voor onze ogen af en misschien is het zelfs al te laat. Maar als we helemaal niets doen, wordt de catastrofe alleen maar groter.”

 

Terwijl wij hier laadpalen, windmolens en zonnepanelen installeren en vegetariër of veganist worden, stikken de inwoners van een stad als Manilla in hun eigen smog en afval. Manilla is niet de enige miljoenenstad op deze planeet waar duurzaamheid en ecologie niet in het woordenboek staan. Dweilen wij zo niet met de kraan open?

Raworth: “Reden te meer om ook in landen als China, India of de Filippijnen hard en gepassioneerd actie te blijven voeren voor een duurzame industrialisering en verstedelijking. In sommige miljoenensteden in Azië worden nu de fundamenten gelegd voor de steden van de toekomst. Natuurlijk zijn er vreselijke uitwassen, maar je vindt er ook zeer hoopvolle projecten. Op veel plaatsen in de wereld moet de eerste steen voor nieuwe infrastructuur nog gelegd worden. Zij kunnen nog kiezen of ze transportsystemen rond de stad leggen om auto’s te vervoeren of mensen. De voorbije tweehonderd jaar hebben wij de luxe gehad om de vervuiling van onze industrialisering naar de rest van de wereld te transporteren. De wereld leek groot genoeg om onze vuiligheid te dumpen. China en India industrialiseren op het moment dat de draagkracht van de wereld zijn limieten bereikt heeft. Chinese burgers leven nu in de smog van hun eigen ontwikkelde industrie; Indië kampt in sommige staten met vreselijke droogte waardoor miljoenen mensen er aan het migreren zijn. De regeringen van die landen worden met hun neus op de feiten gedrukt: ze ondervinden de voor- en nadelen van industrialisatie en worden zo gedwongen om het roer radicaal om te gooien.”

 

Bent u ooit gevraagd door een politieke partij?

Raworth: “Nog nooit. Ik word soms wel eens door een partij om raad gevraagd en ik ben bereid om met elke politieke partij te praten, wat haar strekking ook is. Maar ik wil niet dat mijn ideeën gepikt worden door één partij. Ik heb Donuteconomie zeer bewust geschreven voor alle jonge mensen die nu aan het studeren zijn: zij zijn de politici en bewindslui van de toekomst. Ik merk aan mijn eigen studenten dat ze mijn model willen omarmen. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we in de economische theorie voor een hervorming staan zoals de katholieke kerk die in de zestiende eeuw meemaakte, toen Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkerk van Wittenberg spijkerde en zo het protestantisme lanceerde.”

 

Wat spontaan de vraag oproept: is economie wetenschap of eerder religie?

Raworth: “Dat is een interessante maar moeilijke kwestie. Voor veel neoliberalen is het een religie. Niet zolang geleden kwam er na een lezing een dokter naar me toe. Hij vroeg zich hetzelfde af: is economie wetenschap, of misschien eerder kunst? Op een bepaald moment zei hij: ‘Of zou het een behandeling kunnen zijn, zoals geneeskunde?’ Dat klonk best zinvol, want dokters behandelen de levende mens, en economisten denken na over complexe systemen en proberen de levende planeet te behandelen. Ze maken daarbij allebei gebruik van wetenschap, maar zeker voor economisten geldt dat zij er af en toe ook flink op los experimenteren.”

 

Kate Raworth, Donuteconomie – In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw, Nieuw Amsterdam, 24,99 euro

 

 

(c) Jan Stevens

‘Volgens de wet was het een verkeersongeval. Maar hij raasde zonder rijbewijs door de bebouwde kom: voor ons is dat moord’

Het voorbije jaar rolden Kris De Prins en Peggy Muyldermans, de ouders van het verongelukte meisje Merel, van de ene onaangename verrassing in de andere. “Doodrijder Muhammed Aytekin wil zijn straf absoluut niet uitzitten. Alle uitvluchten zijn daarvoor goed.”

 

Op woensdagmiddag, 28 oktober 2015 veranderde het leven van Kris De Prins en Peggy Muyldermans voorgoed. Hun 12-jarige dochter Merel werd toen op een fietsoversteekplaats in Vilvoorde voor de ogen van haar vrienden door een racende zwarte BMW van de weg gemaaid. De auto sleurde het meisje veertig meter mee, en koos daarna plankgas het hazenpad. Merel overleed ‘s avonds in het UZ van Jette in het bijzijn van haar ouders.

De toen 21 jaar oude dader Muhammed Aytekin verdween spoorloos en dook pas zes dagen later weer op, toen hij zich op 2 november samen met zijn advocaat aangaf bij de politie van Vilvoorde. Al die tijd hield hij zich schuil in Hongarije, waar hij ook zijn flink gehavende BMW naartoe had laten transporteren. Aan de politie verklaarde hij dat hij teruggekomen was “uit respect voor de familie van het slachtoffertje.” Aytekin bleek niet in het bezit te zijn van een rijbewijs, was daar eerder meermaals voor opgepakt en zeven keer door verschillende politierechtbanken voor veroordeeld. Naar eigen zeggen had hij het te druk voor het halen van zijn rijbewijs. “Ik heb de transportfirma van mijn vader op jonge leeftijd overgenomen”, verklaarde hij aan de politie. “Ik had geen tijd voor dat rijexamen.”

Aytekin werd in voorhechtenis genomen en een dag later, op 3 november 2015, werd zijn transportbedrijf Yuka Trans al dan niet bij toeval door de Brusselse rechtbank van koophandel failliet verklaard. In februari 2016 kwam hij onder voorwaarden en na het betalen van een borgsom van 15.000 euro weer vrij.

Op 28 november 2016 verscheen Muhammed Aytekin voor de politierechtbank van Vilvoorde. “Dat was zo onwezenlijk”, herinnert Merels vader Kris De Prins zich. “Terwijl onze zaak voor de politierechtbank behandeld werd, kwamen advocaten tussendoor snel-snel hun dossier indienen. Middenin ons proces liep iedereen gewoon binnen en buiten. Er was geen enkele controle. Je kon er probleemloos met een mes of pistool binnenstappen.”

We zitten in de woonkamer van Merels ouderlijke huis in Eppegem, een rustige deelgemeente van het Vlaams-Brabantse Zemst. Buiten is het donker en koud; binnen snort de houtkachel. Aan de muur hangen grote foto’s van Merel en haar broer Jens. 2017 was voor vader Kris en moeder Peggy een opeenvolging van vaak zeer onaangename verrassingen. Aytekin werd in december 2016 door de politierechter veroordeeld tot vijf jaar cel waarvan tien maanden met uitstel, een boete van 6.600 euro en een levenslang rijverbod. Meteen na de uitspraak ging hij in beroep.

Kris De Prins: “Op vijf januari van dit jaar kwam de zaak in beroep voor in de correctionele rechtbank van Brussel. Aytekins advocaat pleitte toen voor een straf met uitstel in plaats van vijf jaar effectief. De veertiende viel de uitspraak waarin vijf jaar effectief én het levenslang rijverbod bevestigd werden. Maar in maart kwam de dader vrij door zijn zogezegde oogziekte. Hij beweerde aan een zware oogaandoening te lijden waardoor hij het risico liep blind te worden. Dat is toen enkel vastgesteld door zijn oogarts. Een gerechtsarts bekeek vervolgens die diagnose op papier, maar heeft de man nooit zelf onderzocht. Justitie heeft ook nooit een onafhankelijke oogarts aangesteld, niet voor of na zijn operatie. Wij vragen ons zelfs af of die oogoperatie ooit heeft plaatsgevonden. In augustus werd dan beslist dat hij terug de cel in moest omdat hij voldoende genezen was. Hij verzette zich daartegen en eiste een tegenexpertise. Eind september moest hij dan eindelijk toch de gevangenis opnieuw in, maar was hij spoorloos. Pas een dag later kwam hij zich aangeven. Vorige maand kwamen we dan via de pers te weten dat hij begin volgend jaar een verzoekschrift zal indienen om vrij te komen met een enkelband.”

Peggy Muyldermans: “Voor ons is het klaar en duidelijk dat Muhammed Aytekin zijn straf absoluut niet wil uitzitten.”

 

Het gerecht vergeet jullie af en toe in te lichten over zijn wedervaren?

Kris: “De slachtofferbejegenaar van Vilvoorde liet ons eerder dit jaar weten dat hij was vrijgekomen. Maar op dat moment liep hij al meer dan een maand vrij rond. Hij kwam in maart via de Franstalige rechtbank vrij en blijkbaar communiceren de Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken zelden met elkaar. Onze zaak is twee keer gepleit voor Nederlandstalige rechtbanken, eerst voor de politierechtbank van Vilvoorde en in beroep voor de Brusselse correctionele rechtbank. Wij vinden het zeer merkwaardig dat vervolgens een Franstalige rechtbank mag beslissen om hem voor een geneeskundige ingreep de vrijheid te schenken. Zijn advocaat wist natuurlijk dat de Franstalige rechtbanken in Brussel soepeler zijn en heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt.”

 

Zijn jullie tevreden over de werking van slachtofferhulp?

Kris: “Ik wil die mensen niet met de vinger wijzen, want ze doen hun best. Maar de bureaucratie errond is voor verbetering vatbaar. Slachtofferhulp contacteerde ons twee jaar geleden in de eerste week na het ongeval of ze ons konden helpen en ondersteunen. Wij stonden daar toen niet voor open en hielden de boot af.”

Peggy: “We waren bezig met het voorbereiden van de begrafenis van Merel en moesten veel andere zaken regelen. Ons hoofd stond er echt niet naar.”

Kris: “Later hoorden we nog bijzonder weinig van die dienst. Tot ze ons op een bepaald moment lieten weten dat we een aantal formulieren moesten invullen. Eerst in het Nederlands en later in het Frans, omdat Aytekin via die Franstalige rechtbank is vrijgekomen. Wij moeten ons dus als slachtoffer aanpassen aan de tactieken van de dader, wat ik eerlijk gezegd niet normaal vind. Waarom moet een slachtoffer eigenlijk al die papieren invullen?”

Peggy: “Als je dan als slachtoffer naar slachtofferhulp belt, krijg je te horen: ‘Zolang jullie die formulieren niet hebben ingevuld, mogen wij niets zeggen.’ Dat is toch op zijn zachtst gezegd merkwaardig?”

Kris: “Wij moeten hen eerst officieel laten weten waarvan we op de hoogte wensen gehouden te worden. Maar ik veronderstel toch dat de meeste slachtoffers over heel hun zaak up-to-date gehouden willen worden? Waarom past slachtofferhulp zijn papierwinkel dan niet aan? ‘Vul dat formuliertje enkel in als je wil dat we je verder met rust moeten laten.’ Dat is toch veel klantvriendelijker én eenvoudiger? Misschien is dat té simpel?”

 

Jullie worden niet au sérieux genomen?

Kris: “Toch wel, alleen vinden we het niet normaal dat we belangrijke ontwikkelingen via de pers moeten vernemen, zoals nu dat hij plannen aan het maken is om volgend jaar zijn cel in te ruilen voor een enkelband.”

 

Na zijn veroordeling in beroep eind januari leken jullie redelijk tevreden met zijn vijf jaar cel, terwijl de maximumstraf die hem boven het hoofd hing acht jaar en zes maanden was.

Peggy: “Die straf wordt blijkbaar nooit uitgesproken. We waren toen al blij dat het vijf jaar was. Zowat iedereen die het kan weten, verzekert ons dat hij echt wel het maximum gekregen heeft. En in vergelijking met de straffen die voor gelijkaardige vluchtmisdrijven uitgesproken zijn, is hij inderdaad zwaarder gestraft.”

Kris: “Het zou best wel eens kunnen dat hij straks inderdaad met een enkelband naar huis mag. Hij heeft een half jaar in voorhechtenis gezeten en dat telt dubbel om te bepalen of een veroordeelde recht heeft op een enkelband. Hij komt er dan waarschijnlijk met drie jaar cel vanaf.”

Peggy: “Toen hij in december 2016 voor de politierechtbank van Vilvoorde moest verschijnen, heb ik het woord gevoerd. Dat was zwaar.”

Kris: “Dat eerste proces was ook zo bizar.”

 

Omdat op dezelfde dag in die politierechtbank ook heel banale overtredingen behandeld werden?

Kris: “Precies. De politierechter deed ongetwijfeld zijn best, toch merkten we meteen dat het proces veel te zwaar voor zijn rechtbank was.”

 

Want eigenlijk had het minstens over doodslag moeten gaan?

Kris: “De essentie is dat dit volgens de wet een verkeersongeval is, ook al vinden wij dat niet. Het feit dat hij tegen minstens 85 kilometer per uur zonder rijbewijs door de bebouwde kom raasde, wordt gewoon beschouwd als verzwarende omstandigheid. Volgens de expert reed hij 85, maar volgens de ooggetuigen vlamde hij tegen 120. Dat was geen auto, maar een moordwapen.”

 

Hadden jullie het gevoel dat Merels ongeval op de politierechtbank als een fait divers behandeld werd?

Kris: “Nee, dat niet, want er was enorm veel aandacht: we werden er overrompeld door de pers. Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. We hadden toen veel liever geen commentaar geleverd, maar onze advocaat zei: ‘De mensen verwachten dat je iets zegt.’ Wat Peggy dan ook gedaan heeft.”

Peggy: “Dat zorgde bij mij voor een klik: misschien was het wel goed dat we als burgerlijke partij af en toe ook onze stem lieten horen. Het is heel raar, maar als slachtoffer ben je ‘maar’ burgerlijke partij. In de praktijk komt het erop neer dat we geen rechten hebben en niets mogen vragen.”

Kris: “Voor de strafuitvoering hebben we niets in de pap te brokkelen. Er wordt zo goed als geen rekening met ons gehouden en dat is voor ons een zeer stevige noot om te kraken. Toen we de avond van het ongeval terug thuiskwamen, zaten hier twintig mensen. ‘Neem een goede advocaat en hij zal zijn straf niet kunnen ontlopen’, zeiden ze. Maar sneller dan ons lief was, moesten we ondervinden dat we helemaal niets te zeggen hebben. Als burgerlijke partij mogen we enkel een schadevergoeding vragen. Is dat goed of fout? Ik weet het niet. Een slachtoffer zal waarschijnlijk altijd een maximumstraf eisen en wil misschien zelfs een bestraffing die totaal onmogelijk is. Ik kan dus best begrijpen dat slachtoffers bij strafuitvoering geen carte blanche krijgen. Maar wat ik niet begrijp, is dat er amper naar ons geluisterd wordt. De man die Merel doodreed, had een zeer zware voorgeschiedenis van verkeersinbreuken. Als je al die feiten in rekening brengt, is hij er licht van afgekomen. Wij vinden dit geen verkeersongeval, maar moord. Als je in totaal acht keer opgepakt bent voor rijden zonder rijbewijs en dan nog niet door hebt dat je uit een auto moet blijven, is er iets grondig mis met je. Maar die elementaire wijsheid staat niet in de wet. Volgens de wet had hij een verkeersongeval. En het niet hebben van een rijbewijs en het vluchtmisdrijf zijn louter verzwarende omstandigheden. Punt.”

 

De straffen voor vluchtmisdrijf zijn in juli toch verzwaard?

Kris: “Als je een ongeval veroorzaakt, mag je niet wegvluchten. Ik ben het ermee eens dat daar zware straffen op staan. Maar wat mij enorm stoort, is dat de voorgeschiedenis van een dader niet in rekening genomen wordt. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat iemand acht keer opgepakt wordt voor rijden zonder rijbewijs en toch nog met een auto de straten onveilig blijft maken? Blijkbaar wisten al die diensten dat niet van elkaar en kwam dat pas na Merels overlijden naar boven. Dat kan toch niet? Als je iemand zoveel keer na elkaar zonder rijbewijs oppakt, neem je toch maatregelen opdat hij nooit meer achter het stuur zou kruipen? Daar moet toch iets in het parlement met een nieuwe wet tegen ondernomen worden? In Nederland kun je zonder rijbewijs geen wagen kopen. Dat is misschien al een eerste stap. Degene die een auto verkoopt aan wie geen rijbewijs heeft, is dan medeverantwoordelijk en vliegt ook de bak in.”

 

Muhammed Aytekin ging in beroep en kreeg van de correctionele rechtbank een strengere straf: de tien maanden uitstel die hij van de politierechter gekregen had, vervielen.

Peggy: “De correctionele rechtbank verschilde dag en nacht van de politierechtbank.”

Kris: “In de politierechtbank werd de dader niet berispt door de rechter of het openbaar ministerie. Alleen onze advocaat las hem de levieten.”

Peggy: “De correctionele rechtbank was een verademing: het openbaar ministerie wees Aytekin op zijn verantwoordelijkheden: ‘Wat jij gedaan hebt, kan echt niet.’ Ook de rechter ging tegen hem in en stelde vragen. Wij apprecieerden dat heel erg.”

Kris: “De politierechter in Vilvoorde vroeg hem amper iets.”

Peggy: “Hij zei op een bemoederend toontje: ‘Waarom heb je dat nu gedaan, manneke? Vertel het eens.’ Ik geloofde mijn eigen oren niet.”

Kris: “Dimitri De Béco, de toenmalige advocaat van de dader, zei toen dat de politierechter de controle verloren had over de journalisten in zijn zaal, en hij had gelijk. Ze stonden bij wijze van spreken tussen de advocaat en de rechter; het was pure chaos.”

 

Jullie kregen een schadevergoeding toegewezen. Hoeveel is een dood kind waard?

Kris: “45.000 euro. Maar wat maakt het uit? Of het nu 45 miljoen was, Merel krijgen we er niet voor terug. Een mensenleven is niet uit te drukken in geld. Wat moeten we met die 45.000 euro aanvangen? Een groot deel ging trouwens naar de ziekenhuiskosten en de begrafenis. ”

 

De dader liet zich failliet verklaren.

Peggy: “Ja, meteen.”

Kris: “De achtergrond van dat faillissement kennen we niet. Op het proces hoorden we wel dat het om ‘een welstellende familie’ ging. (stilte) Op de correctionele rechtbank hoorden we ook dat hij niet alleen acht keer was opgepakt voor rijden zonder rijbewijs, maar ook nog eens tien keer voor andere feiten. Toen werd het me zwart voor de ogen. Blijkbaar hadden ze al die keren dat ze hem opgepakt hadden nooit zijn verleden gecheckt. Bij het bepalen van zijn straf werden sommige dingen in rekening genomen, andere weer niet. Ze hadden ze allemaal moeten laten meetellen, vind ik. Want allemaal samen vormen ze één dossier.”

 

Helpt zo’n proces bij de verwerking?

Kris: “Wat wil dat zeggen, ‘verwerken’? Ik weet het niet. Ondanks alles voelden we dat de processen gemeend waren en dat er geen toneel gespeeld werd, dat geldt zeker voor de correctionele rechtbank. Maar de rechters moeten zich houden aan de wet en voor onze zaak is die wet voorbijgestreefd. Nooit mag die man nog met de auto rijden. Hij heeft een levenslang rijverbod gekregen, maar wie zegt er dat hij zich met zijn voorgeschiedenis daaraan zal houden? Als de gevangenis de enige manier is om hem van de baan te houden, moeten ze hem daar maar laten zitten. Met dat proces in beroep en met zijn pogingen om aan zijn straf te ontsnappen, was 2017 voor ons verschrikkelijk hectisch. Tot hiertoe was het gewoon onmogelijk om met de verwerking te beginnen, in de veronderstelling dat we het verlies van onze dochter ooit zullen kunnen verwerken.”

Peggy: “We ploeteren maar voort.”

Kris: “Wat ons nu overkomt, hadden we nooit willen meemaken. Niet veel mensen kunnen ons raad geven. Een paar lotgenoten misschien, al reageert iedereen anders op het verlies van een kind.”

Peggy: “Ik vind steun bij Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK). Ik praat regelmatig met voorzitster Annemie Hemelaers en lotgenote Lieve Victor. Haar zoon Sander is negen jaar geleden net voor zijn twaalfde verjaardag doodgereden.”

Kris: “Annemie en Lieve zijn zeer positief ingestelde mensen. Ikzelf ben nog nooit naar een bijeenkomst van OVK geweest. Ik ben bang om daar te veel negatieve verhalen te horen.”

Peggy: “Annemie en Lieve zeggen: ‘De zon schijnt nog.’ De dag na het ongeval stapte Lieve hier binnen. Bij haar was het toen zeven jaar geleden. ‘Ik kan niet zeggen dat ik nu niet gelukkig ben’, zei ze. Aan haar woorden trekken wij ons op.”

 

Maar het leven wordt nooit meer zoals het was?

Peggy: “Dat is voltooid verleden tijd.”

Kris: “Vandaag is het meer overleven dan leven. We proberen nog te genieten, maar dat zijn telkens korte momenten. Alles wat we nu ondernemen, is anders. Vakantie, een keer op restaurant gaan, alles is anders.”

Peggy: “Zelfs op het werk is niets meer zoals het was. Ik ben een totaal ander mens geworden. Ik kan niet goed meer tegen commentaar van anderen. Als iemand me zegt: ‘Je moét dit nu doen’, werkt dat compleet averechts. Ik moet helemaal niets. Ik werk in een winkel en soms zegt een klant: ‘Hey Peggy, het gaat precies goed met je? Je bent goed bezig.’ Dan voel ik mijn maag samenkrimpen, want dat is alleen maar façade. Ze weten niet hoe het vanbinnen voelt.”

 

Kunnen jullie ergens troost uit putten?

Kris: “Die momenten waarop sommige mensen er zijn als we ze nodig hebben. Al put ik daar niet echt troost uit, maar misschien wel moed. De mensen waar we echt op kunnen rekenen, zijn er altijd als ze er moeten zijn. Maar troost? Dat is onmogelijk: Merel is weg en dat blijft zo voor altijd. Eerlijk gezegd willen we ook niet teveel goedbedoelde bezorgdheid rondom ons. Na twee weken ging ik terug aan de slag en ik zei toen meteen tegen mijn collega’s: ‘Het leven gaat door. Ik wil niet dat er om de vijf minuten iemand aan mijn bureau staat om me te troosten.’ Als je niet oppast, wordt het alleen maar erger en weten de mensen niet meer hoe te reageren.”

 

Gedragen mensen zich niet sowieso onwennig?

Peggy: “Sommigen wel. Maar wij stapten zelf direct met open vizier naar de anderen. We hebben niet gewacht tot zij de eerste stap zouden zetten. Want dan konden we wel een eeuwigheid wachten. Merel was lid van de turnkring en de skeelerclub en we bleven daar naartoe gaan. Iedereen gedraagt zich daar heel normaal, net als vroeger. We praten ook gewoon over wat er gebeurd is.”

 

Wat betekent het verlies van Merel voor jullie relatie?

Peggy: “We zijn nog meer naar elkaar toegegroeid. Bij sommige koppels gebeurt net het tegengestelde.”

Kris: “Maar het is niet zo dat we elkaar kunnen helpen. We worstelen allebei met dezelfde problemen.”

Peggy: “We rouwen elk op onze eigen manier. Kris verzet zijn zinnen door op zondag te gaan mountainbiken. Ik ga shoppen, al schrijf je dat misschien beter niet op. (lacht)”

Kris: “Vroeger kon ik vitten over kleine dingen. Dat doe ik niet meer.”

 

Hoe gaat het met jullie zoon Jens?

Kris: “Jens reageert zeer volwassen. Hij studeert aan de Koninklijke Militaire School en wil officier worden. De dood van zijn zus heeft daar niets mee te maken; hij wou altijd al in het leger. Hij lijkt zich goed te houden, maar wat er precies in zijn hoofd omgaat, weet ik niet.”

Peggy: “Misschien komt dat ooit nog naar boven, dat zou bij ons ook kunnen. We zijn snel terug gaan werken en misschien hebben we zo ‘de grote instorting’ uitgesteld. Ik merk bij mezelf dat ik het heel moeilijk heb van 1 september tot aan Merels verjaardag. Eerst begint de school, dan is er in oktober het ongeval, daarna Sinterklaas, kerst, nieuwjaar en dan is ze jarig. Nu is het een zware periode. Acht maanden na Merel stierf haar hartsvriendin Sofie De Ridder in een dodehoekongeval. Hun klasgenootjes startten tijdens De Warmste Week van 2016 een petitie voor onder andere verplichte dodehoekcamera’s voor vrachtwagens en duidelijker wegmarkering voor fietsers. Ze verzamelden 10.600 handtekeningen die ze begin dit jaar aan de Vlaamse minister van Mobiliteit Ben Weyts bezorgden.”

Kris: “Wij gingen bij Ben Weyts en bij de federale minister van Justitie Koen Geens langs. Geens was ziek. Zijn medewerkers hebben ons goed ontvangen en aandachtig naar ons geluisterd. Of er ook iets met onze opmerkingen gebeurd is, weet ik niet.”

 

Wat hebben jullie toen verteld?

Kris: “Dat we niet konden begrijpen dat iemand die al acht keer opgepakt is, nog kan blijven rondrijden. We vroegen waarom een dodelijk verkeersongeval niet meteen door de correctionele rechtbank behandeld kan worden. Ze verwezen opnieuw naar de wet. Die mensen van het kabinet van Geens deden echt hun best, maar veel soelaas konden ze niet bieden. Toch vind ik dat ze met onze opmerkingen iets moèten aanvangen. Niemand houdt hen tegen om initiatieven te nemen om de wet te veranderen.”

 

Hebben ze beloftes gedaan?

Peggy: “Ze beloofden dat ze de straffen voor vluchtmisdrijf zouden verstrengen. Ze zouden ook maatregelen nemen tegen het rijden zonder rijbewijs, maar van dat laatste heb ik nog niets gemerkt.”

Kris: “Op dit moment worden er schitterende fietsostrades aangelegd, prachtig hoor, maar tezelfdertijd wordt de heraanleg van veel levensgevaarlijke kruispunten gewoon vergeten. Ik vind dat zo jammer. Ook op de plek waar Merel verongelukt is, is tot vandaag niets veranderd. Ze beloofden dat ze op de plek waar Sofie verongelukt is, de verkeerslichten apart gingen laten werken. Daar is tot nu niets van in huis gekomen. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? In Nederland lukt dat wel, waarom hier niet?”

 

Heeft Muhammed Aytekin of iemand uit zijn entourage ooit contact met jullie gezocht?

Peggy: “Nooit.”

Kris: “Ik zou dat zelfs niet meer willen; het is veel te laat. Als je je schuldig voelt, moet je je meteen verontschuldigen en geen twee jaar na de feiten. Dan moet je ook niet naar het buitenland vluchten en je verschuilen achter belachelijke uitvluchten. Als hij echt zijn verantwoordelijkheid wil nemen, aanvaardt hij zijn straf en boet hij in stilte voor wat hij misdaan heeft. Dan stopt hij met jammeren dat er teveel stof in de gevangenis hangt waardoor hij last krijgt aan zijn ogen.”

Peggy: “Op de politierechtbank zat ik vlak naast hem; ik wou hem recht in de ogen kijken. Hij zei toen dat hij een brief naar ons had geschreven. ‘We hebben die nooit gekregen’, reageerde ik. Er kwam geen woord van spijt uit zijn mond. Hij heeft totaal geen schuldbesef en is enkel met zichzelf bezig. Alle middelen zijn goed om vervroegd vrij te komen. Nadat hij Merel had aangereden, reed hij door. Hij verstopte zijn auto en ging naar een vergadering. Daarna vluchtte hij naar Hongarije. Maar eerst moest hij nog even een vergadering bijwonen. Zou jij dat kunnen, meteen nadat je iemand hebt doodgereden?”

 

Willen jullie wraak?

Kris: “Nee, alleen gerechtigheid en veranderingen in de wet die het mogelijk maken om rijden zonder rijbewijs streng aan te pakken. Want dan zal Merel toch niet helemaal voor niets gestorven zijn. Maar wraak? Daar krijgen we Merel helaas niet mee terug.”

Peggy: “Ik hoop dat ik hem nooit tegenkom. Want dan wordt het heel moeilijk.”

Kris: “We steunen nu Music for Life, of beter gezegd: Zemst for Life. Een van hun goede doelen is Ouders van Verongelukte Kinderen. Peggy en de mama van Sofie hebben de groep Stars Forever opgericht. Merel en Sofie zijn nu stars forever.”

Peggy: “We bakken koekjes ten voordele van Music for Life. Maar we hebben niet de energie om van Stars Forever een vzw of een echt steunfonds te maken.”

Kris: “Ik heb ook geen zin om me politiek te engageren.”

 

Hebben politieke partijen jullie dan al gevraagd?

Kris: “Nee, ik denk dat we te kritisch zijn. (lacht) Onze advocaat zei: ‘Ga in de lokale politiek. Dan kun je opklimmen en misschien nationaal iets veranderen.’ Voorlopig interesseert me dat echt niet.”

 

Wat verwachten jullie van 2018?

Kris: “Het zal identiek zijn aan het voorbije jaar: genieten van sommige momenten en voor de rest overleven. Dat klinkt misschien pessimistisch, maar is niet zo bedoeld.”

Peggy: “Ons leven staat sinds Merels ongeval stil. Dat is een zeer rare ervaring. We leven wel verder, maar nemen geen initiatieven meer. Ik leef alleen nog voor onze zoon. Voor hem moet ik blijven verder gaan.”

Kris: “We putten er kracht uit als het goed gaat met Jens. Maar we tuimelen de dieperik in bij het minste slechte nieuws dat we van familie of vrienden horen. Die berichten vreten veel harder aan ons dan vroeger.”

Peggy: “Elke dag ga ik naar het graf van Merel. ’s Zondags zelfs verschillende keren. Dan bezoek ik haar ’s morgens en als Kris terug is van het mountainbiken gaan we nog eens samen naar haar. Op zondagavond bezoeken we haar samen met Jens.”

 

Geloven jullie in een leven na de dood?

Peggy: “Merel is hier nog altijd.”

Kris: “Ik ben nogal wetenschappelijk ingesteld en redeneer anders dan Peggy.”

Peggy: “Toch is ze hier ergens.”

Kris: “Ik zeg niet dat Merel weg is. Ze leeft voort in mijn gedachten. Ik praat niet met haar.”

Peggy: “Ik wel.”

Kris: “Op het kerkhof zeg ik wel dingen tegen haar, maar dat is niet echt praten met haar. We praten wel heel veel over haar. Onze vrienden halen graag herinneringen aan Merel op. Dat vinden wij fantastisch.”

Peggy: “We zien haar niet meer, maar toch is ze aanwezig en ze groeit mee met ons. Zo organiseren we nog steeds een verjaardagsfeestje voor haar klasgenootjes. Op 15 januari zal dat niet anders zijn, want dan wordt ze 15.”

 

(c) Jan Stevens