‘Ik weet niet hoe lang mijn kinderen nog hun vader zullen hebben’

Op 23 maart trouwde Wikileaks-voorman Julian Assange (50) in de gevangenis met zijn geheime lief Stella Moris (37). Op 21 april besliste de Britse rechter dat Assange mag uitgeleverd worden aan de VS. Daar riskeert hij 175 jaar gevangenisstraf. “Als Julian wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig.”

De uitspraak van de rechter van het Westminster Magistrate’s Court kwam keihard bij Stella Moris binnen. “De rechtbank van eerste aanleg gaf Julian in januari 2021 gelijk en wees het uitleveringsverzoek van de VS af”, zegt ze. “Maar de Amerikanen gingen in beroep. Julian mag nu wél uitgeleverd worden, niet omdat hij een misdaad beging, maar omdat de rechter zich niet wil moeien met de politieke afspraken tussen twee staten.”

Ze zwijgt en staart moedeloos in haar koffie. “Het strafste is dat die rechtbank in hoger beroep zich volmondig achter de conclusies van de rechtbank van eerste aanleg schaart. Ook zij vindt het risico zeer groot dat Julian na uitlevering zichzelf in een isolatiecel van het leven berooft. In hun uitleveringsverzoek schrijven de Amerikanen expliciet dat ze het recht opeisen om mijn man langdurig in isolatie te zetten. Tóch besloot de beroepsrechter om Julian uit te wijzen.”

Het bevel moet nu getekend worden door de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel. Daarna hebben de advocaten van Assange tijd tot 18 mei om beroep tegen het besluit aan te tekenen. Veel hoop dat de uitwijzing daardoor afgeblokt wordt, heeft Stella Moris niet. “De enige plaats waar Julians uitwijzing naar de VS nog tegengehouden kan worden, is het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dat wordt zijn laatste kans.”

Stella Moris leerde Julian Assange in 2011 kennen toen ze als 28-jarige briljante advocaat internationaal recht door zijn juridische team ingehuurd werd. Een jaar later liet ze haar naam officieel veranderen in Stella Moris om zo haar ouders uit de publieke belangstelling te houden. In 2015 begonnen Assange en Moris een geheime relatie. Ze kregen twee zonen, Gabriel (5) en Max (3). Pas in april 2020 raakte hun relatie bekend toen Assange een aanvraag indiende voor een vrijlating op borgtocht.

STELLA MORIS: “Mensenrechtenadvocaat Jennifer Robinson verdedigde Julians belangen toen hij in 2010 bij de journalist Vaughan Smith in Ellingham Hall in Norfolk onder huisarrest leefde. Een jaar later huurde Jennifer me in. Zweden had zijn uitlevering gevraagd en ik moest dat helpen vermijden.”

De Zweedse justitie vroeg zijn uitlevering nadat twee vrouwen hem van verkrachting beschuldigden.

MORIS: “(zucht) Daar ga ik liever niet op in. Ik vond WikiLeaks toen al fantastisch. Met zijn organisatie lanceerde Julian datajournalistiek en zorgde ervoor dat dankzij cryptografie bronnen beschermd en anoniem bleven.”

De jonge Assange was een hacker?

MORIS: “Als tiener wel, net als Bill Gates. Als twintiger werd hij consultant in computerbeveiliging en cryptograaf. Hij begon met WikiLeaks in 2006 en wist perfect hoe hij journalistieke bronnen online kon beschermen. Hij was ook een pionier in het creëren van samenwerkingsverbanden met mediaorganisaties wereldwijd, met als doel: zoveel mogelijk impact hebben.”

Hij zette de trend voor wat een organisatie zoals International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) nu doet met dossiers als Panama Papers en Pandora Papers? Ook zij publiceren hun bevindingen tezelfdertijd in The Guardian, The New York Times en zoveel andere media.

MORIS: “Ja. Bij Cablegate in 2010 maakte WikiLeaks 250.000 Amerikaanse diplomatieke telegrammen openbaar. Die werden met mondjesmaat gepubliceerd in vijf grote kranten: The Guardian, Der Spiegel, Le Monde, El País en The New York Times. Tot een journalist van The Guardian domweg, of met opzet, paswoorden publiceerde die toegang gaven tot het hele ongeredigeerde Cablegate-archief. De samenwerking met The Guardian verzuurde zo meteen.”

Hoe gaat het nu met uw man?

MORIS: “Er zijn momenten waarop Julian diep in de put zit en er zijn momenten waarop hij de loodzware druk beter lijkt te kunnen weerstaan. Hij herleeft als hij onze kinderen ziet.”

Hoe gaat het met u?

MORIS: “Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden. (stilte) Ik leef in extreem verwarrende tijden. Door de brutaliteit die Julian moet doorstaan, kreeg ik een erg donkere visie op de wereld rond mij. Vroeger hoorde ik als advocaat soms onwaarschijnlijk gruwelijke verhalen; nu beleef ik die zelf.

“We trouwden nog maar pas op een zeer bizarre plek: de gevangenis van Belmarsh. De ceremonie vond plaats in een vleugel van de gevangenis waar ik nog nooit was geweest.”

Belmarsh is bedoeld voor mensen die een ‘groot veiligheidsrisico’ vormen voor het Verenigd Koninkrijk?

MORIS: “De gevangenis is gebouwd in de jaren 1990 in de context van het conflict in Noord-Ierland. De Britten sloten er hun Ierse gevangenen op. Er hing dus altijd dat aura van ‘groot veiligheidsrisico’ én van ‘politiek gevangenen’. Vandaag is Belmarsh het zwaarst gecontroleerde detentiecentrum van het Verenigd Koninkrijk. Ik noem het de MI5-gevangenis, want de Britse geheime dienst houdt er alles nauwgezet in de gaten. Tezelfdertijd is het een doorgangshuis: de meesten verblijven er niet langer dan een paar maanden.”

Uw man is één van de uitzonderingen? Hij zit er inmiddels sinds 11 april 2019.

MORIS: “Er zijn inderdaad niet veel gevangenen die er even lang opgesloten zitten als hij. Door het grote verloop is het voor Julian moeilijk om langere vriendschappen of relaties op te bouwen. Dat vreet aan hem. Hij is niet veroordeeld voor iets; hij zit daar omdat Amerika zijn uitlevering vraagt. Wij dienden verschillende aanvragen in om hem onder borg vrij te laten. Maar de Verenigde Staten willen daar niet van weten en dringen er bij de Britse regering op aan om hem in de cel te houden. De enige juridische onderbouwing van Julians gevangenschap is het Amerikaanse uitleveringsverzoek.”

De Britse overheid gaat daarin mee door hem niet onder borg vrij te laten?

MORIS: “De redenering is dat het risico te groot is dat Julian op de vlucht zal slaan. Ze verwijzen dan naar zijn vlucht naar de Equadoriaanse ambassade in Londen in juni 2012.”

De regering is bang dat Julian Assange diezelfde truc zal herhalen?

MORIS: “Precies. Nadat de Britse politie hem op die bewuste 11 april 2019 uit de ambassade kidnapte, werd hij veroordeeld tot 50 weken gevangenschap voor het overtreden van zijn borgvoorwaarden. Nu moet u weten dat het overtreden van borgvoorwaarden in normale omstandigheden zelfs niet bestraft wordt met een boete.

“Sinds ons huwelijk op 23 maart bezocht ik hem een keer of vier, de laatste keer was twee dagen geleden. Morgen zie ik hem opnieuw.”

Was het een huwelijksceremonie met een priester?

MORIS: “Het was onze wens om door de gevangenisaalmoezenier in de echt te worden verbonden. Julian vindt veel steun bij de katholieke priester. Maar omdat de Belmarsh-gevangenis geen deel uitmaakt van zijn parochie, mocht hij ons niet officieel huwen. De priester heeft ons burgerlijk huwelijk dan maar symbolisch ingezegend. Onze zonen, mijn moeder en broer, en Julians vader en broer waren erbij. Twee cipiers hielden op de achtergrond alles in de gaten.”

Uit sympathie?

MORIS: “Die cipiers voelen inderdaad sympathie voor Julian. De voorbije jaren fluisterden verschillende gevangenismedewerkers hem toe dat ze aan zijn kant staan. Ook medegevangenen zeggen: ‘Jij hoort hier niet thuis.’

“De gevangenisdirectie toont allesbehalve begrip of medeleven. We hadden er op ons huwelijk graag twee getuigen bijgehad, Craig Murray en Charles Glass, twee vooraanstaande journalisten en goede vrienden van Julian. Ze bezochten hem regelmatig in de ambassade en spraken hem moed in. In Belmarsh mogen ze niet binnen omdat ze journalisten zijn. Dat stond letterlijk in de brief van de gevangenisdirecteur. Eerst wilden we daartegen in het verzet gaan en ons huwelijk uitstellen, maar we lieten het uiteindelijk zo. Die strijd konden we toch nooit winnen.”

Was er een feestje na het huwelijk?

MORIS: “De huwelijksceremonie mocht een half uur duren. We hadden een strategie afgesproken om het zo lang mogelijk te rekken. Er werd door alle aanwezigen extralang gespeecht. (lacht) Na de ceremonie kregen Julian en ik toestemming om een half uur met elkaar te praten in het bezoekerscentrum. We zaten daar tussen andere gevangenen en hun families.”

Er was geen drankje en een hapje voorzien?

MORIS: “Helemaal niets.”

Was het tussen u en Assange liefde op het eerste gezicht?

MORIS: “Nee. Toen ik hem die eerste keer ontmoette, stond hij in het midden van een mediastorm. Onze relatie was puur professioneel. Ik leerde hem pas echt goed kennen nadat hij in juni 2012 zijn toevlucht zocht in de Equadoriaanse ambassade. Hij vroeg politiek asiel aan, wat hij na twee maanden ook kreeg. Ik was zeer nauw betrokken bij die aanvraag. Samen met de voormalige Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon reisde ik naar Equador om Julians zaak te bepleiten.”

Het plan was dat Julian Assange na het asiel van Londen naar Equador zou verhuizen?

MORIS: “Ja. Een paar jaar lang onderhandelde Julian vanuit de ambassade met de Britse overheid. Die onderhandelingen werden abrupt afgebroken toen Edward Snowden op de proppen verscheen. Na vijf jaar in de ambassade besloot Equador Julian het staatsburgerschap te schenken. Er werd afgesproken dat hij een diplomatiek paspoort kreeg zodat hij ongestoord Groot-Brittannië kon verlaten. De Britse overheid wou dat niet toestaan, ook al hadden ze vanuit juridisch oogpunt geen poot om op te staan.

“In deze zaak rijdt het Verenigd Koninkrijk helemaal voor rekening van de Verenigde Staten. Ze gaan daarin erg ver en overtreden probleemloos alle wetten om Julian toch maar te kunnen uitleveren. Kijk naar wat ze tot hiertoe deden: ze kidnapten hem en sluiten hem zonder vorm van proces jarenlang op.”

Assange is een politiek gevangene?

MORIS: “Zeker. Hij is het slachtoffer van verschillende misdaden gepleegd door zowel de VS als het VK. De politie kidnapte hem uit de Equadoriaanse ambassade nadat Equador op een compleet illegale manier zijn asiel introk. Op het moment dat Julian te horen kreeg dat ze hem zijn statuut afnamen, werd hij al de ambassade uitgesleept. Ik kan een hele litanie aan criminele daden tegen mijn man opsommen.

“In september vorig jaar publiceerde Yahoo News een diepgravend artikel naar de plannen van de CIA om Julian fysiek uit te schakelen. Dat was geen complottheorie maar een gedegen stuk onderzoeksjournalistiek dat putte uit een dertigtal bronnen over de periode dat Donald Trumps buitenlandminister Mike Pompeo directeur van de CIA was. Daaruit blijkt dat Pompeo geobsedeerd was door Julian en WikiLeaks. Hij kon nooit verteren dat WikiLeaks meteen na het aantreden van Trump geheime documenten publiceerde die aantoonden dat de CIA Franse politieke partijen infiltreerde tijdens de verkiezingen van 2012. Pompeo werd nog pissiger op Julian nadat WikiLeaks op 7 maart 2017 vertrouwelijke CIA-documenten onder de codenaam ‘Vault 7’ op het net gooide. Die leverden het bewijs dat het overgrote deel van door de CIA ontwikkelde hacking-tools en malware, online op de zwarte markt verhandeld werd. Dat ging dan over tools waarmee ze vanop afstand de controle over auto’s konden overnemen. Of waarmee ze smart-tv’s en smartphones konden hacken en inschakelen als afluisterapparatuur. Maar ook over instrumenten waarmee ze sporen van inbraken in computers en servers konden wissen. Of waarmee ze hackings in andermans schoenen konden schuiven.”

Over al die onlinespionagetools was de CIA de controle kwijt?

MORIS: “Totaal. De klokkeluider die al die informatie aan WikiLeaks bezorgde, zat er middenin en maakte zich daar grote zorgen over. WikiLeaks lekte de tools niet, maar wel de documenten die bewezen dat ze vrij te koop waren op het net. Dankzij de ‘Vault 7’-lekken konden producenten als Apple en Samsung hun software repareren en beveiligen. Maar Mike Pompeo ging er van over de rooie en besloot tot een kruistocht tegen Julian en WikiLeaks.”

Het werd iets persoonlijks?

MORIS: “Zonder twijfel. Het Yahoo News-artikel van 26 september 2021 beschrijft gedetailleerd hoe Pompeo aan de CIA de opdracht gaf om verschillende scenario’s uit te tekenen om Julian uit de weg te ruimen. Ze maakten concrete plannen om hem te kidnappen, af te voeren naar een geheime CIA-gevangenis of black site én te vermoorden. Ze tekenden ook een desinformatiecampagne uit om Julian en WikiLeaks in diskrediet te brengen.

“In de aanloop naar Julians arrestatie hebben ze die strategie helemaal ontvouwd: het ene na het andere bullshitverhaal werd de wereld ingestuurd. Eén van die verhalen was de zogenaamde scoop op de voorpagina van The Guardian in november 2018 dat Julian in de Ecuadoriaanse ambassade geheime besprekingen voerde met Trumps voormalige campagnemanager Paul Manafort. Zowel Manafort als Julian ontkenden die besprekingen, tóch ging The Guardian over tot publicatie. Tot vandaag vind ik dat een smet op de reputatie van die krant; ze liet zich toen door Pompeo en de CIA bespelen. Zo hielp The Guardian mee aan het vernietigen van Julians reputatie zodat hij makkelijker gearresteerd kon worden. Ik ken Julian door en door en kan u verzekeren: al die aanvallen op Julians karakter zijn ongegrond.”

Volgens sommigen is Julian Assange een narcist die WikiLeaks gebruikte voor zijn eigen eer en glorie.

MORIS: “Dat is absurd, want jarenlang kwam Julian er niet publiek voor uit dat hij de stichter van WikiLeaks is. Natuurlijk kreeg hij in de loop der jaren zeer veel vijanden. Gedeeltelijk is dat een gevolg van het WikiLeaks-model waarvan mediakritiek een vast onderdeel is. WikiLeaks wordt onterecht voorgesteld als een website die ruwe, ongefilterde informatie de wereld instuurt.”

En die daardoor soms de levens van mensen in gevaar brengt.

MORIS: “Nu echoot u het Pentagon, na de publicatie van de Afghaanse oorlogsdagboeken in 2010. Wat onzin was, want 15.000 documenten met gevoelige informatie werden toen door WikiLeaks juist níet gepubliceerd om geen mensenlevens in gevaar te brengen.

“WikiLeaks dumpte nooit zomaar data; er werd altijd moeite gedaan om mensen te beschermen. Wat WikiLeaks wel doet, is analyseren en verifiëren. Julian pleit voor ‘wetenschappelijke journalistiek’. Volgens hem kan de journalistiek alleen het kwaliteitsniveau van de wetenschap benaderen als journalisten bereid zijn zich te onderwerpen aan peerreview, aan toetsing door collega’s. De zogenaamd ‘grote media’ vonden dat een bedreiging, zeker ten tijde van hun verslaggeving over de oorlogen in Afghanistan en Irak. WikiLeaks oogste het ene succes na het andere en dat vonden zij niet leuk.

“Julian was een outsider die dankzij WikiLeaks meer invloed kreeg dan The New York Times en The Guardian. WikiLeaks werd synoniem voor: ‘betrouwbare informatie’. Klassieke media stonden op dat moment door de digitalisering zwaar onder druk. Julian was bang dat hun tanende levensvatbaarheid ook hun geloofwaardigheid zou aantasten. Het is dus niet zo verwonderlijk dat hij toen in de mainstreammedia in sneltreinvaart vijanden maakte.

“Maar afgezien van alles wat er in het verleden tussen The New York Times, The Guardian, The Washington Post en Julian misliep: vandaag vormen àlle media één front in het verzet tegen Julians uitlevering aan de VS.”

Omdat ze ondanks alle meningsverschillen Julian Assange als een journalist beschouwen?

MORIS: “In 2013 besloot het Amerikaanse departement van Justitie na drie jaar onderzoek om Julian niet te vervolgen voor de publicatie van door Chelsea Manning gelekte documenten. Het was tot de conclusie gekomen dat Julian zich ten opzichte van Manning gedragen had zoals een journalist tegenover een bron. Justitie was bang voor een cascade aan vervolgingen, want als ze WikiLeaks en Assange voor de rechter sleurde, moest ze dat ook doen met The New York Times, The Washington Post en The Guardian. Die hadden de documenten van Manning immers mee gepubliceerd. Justitie stelde toen letterlijk: ‘Julian Assange is geen hacker, maar een uitgever.’ Tot vandaag blijft die stelling overeind. Toch willen de Amerikanen hem nu uitgeleverd zien zodat ze hem tot 175 jaar gevangenisstraf kunnen veroordelen. Wat alleen maar bevestigt dat Julian een politiek gevangene is. Ik ontken niet dat hij de voorbije jaren veel mensen boos maakte. Alleen is dat geen misdaad.”

In 2015 sloeg de vonk tussen u en Assange over. Een geheim liefdesleven in een ambassade vol camera’s; dat moet niet eenvoudig geweest zijn. Want Julian werd bespioneerd?

MORIS: “De eerste twee jaar viel dat nog mee. Het échte gespioneer begon in 2017 door een Spaanse beveiligingsfirma die werkte in opdracht van de CIA. Ze volgden me ook buiten de ambassade. Er werden zaken gestolen en er werd ingebroken in kantoren, zoals dat van Baltasar Garzon. Van die inbraak bestaat beeldmateriaal. Julians vergaderingen met zijn advocaten in de ambassade werden zonder hun medeweten opgenomen. Op een keer vonden ze opnameapparatuur, verborgen onder een brandblusser. Er hingen overal camera’s, zowel duidelijk zichtbaar als weggestopt.”

Ook in Julians kamer?

MORIS: “Zeker weten we dat niet, maar er zijn vermoedens en aanwijzingen dat ze hem ook daar in de gaten hielden. De Spaanse politie heeft een deel van het spionagemateriaal in handen en voert onderzoek naar die door de CIA gefinancierde beveiligingsfirma.”

Jullie kregen in het grootste geheim ook twee kinderen.

MORIS: “Gabriel en Max zijn nog klein, maar ik weet niet hoelang ze nog hun vader zullen hebben. Een paar maanden? Een jaar? Ik weet niet of ze hem ooit nog zullen terugzien. De jongste is pas drie. De oudste is geboren toen Julian in de ambassade leefde. Onze zonen hebben hun papa nooit bewust buiten de muren van de gevangenis meegemaakt.”

Zo te horen investeerde de CIA heel wat geld in uw man.

MORIS: “Dat is een gevolg van die persoonlijke obsessie van ex-CIA-directeur Mike Pompeo. De Ecuadoriaanse ambassade werd de speeltuin van de CIA. Het is toch ongelooflijk dat de Amerikaanse geheime dienst gewoon haar gang mocht gaan in een ambassade in het centrum van Londen? Dat CIA-spionnen er rustig konden overleggen of ze die politiek vluchteling in de ambassade van Equador zouden vermoorden of ontvoeren?”

Hebt u contact met de Britse regering?

MORIS: “Geen enkele minister wil me ontvangen. Weet u wat het probleem is? Toen Julian van Equador asiel kreeg, voelde de toenmalige Britse regering zich voor het oog van de wereld vernederd. Want de Equadoriaanse overheid stelde dat Julian in Engeland politiek vervolgd werd, dat zijn fysieke integriteit op het spel stond en dat hij het risico liep om gefolterd te worden.

“In 2012 concludeerde Juan Mendez, de toenmalige VN-rapporteur over foltering, na een 14 maanden durend onderzoek dat Chelsea Manning, toen nog Bradley, in gevangenschap gefolterd werd. Volgens de VN-rapporteur was ze het slachtoffer van een wrede, onmenselijke behandeling. Equador hield er rekening mee dat Julian na uitlevering naar de VS aan dezelfde behandeling onderworpen zou worden.

“President Obama volgde de redenering van zijn ministerie van Justitie: Julian kon niet vervolgd worden omdat hij een uitgever en journalist is. Opvolger Donald Trump veranderde onder invloed van Mike Pompeo het geweer radicaal van schouder. Zij gingen maar al te graag achter een uitgever en journalist aan. Zij beschouwden de opsluiting en veroordeling van Julian als een precedent om nog andere journalisten en uitgevers te kunnen aanpakken.”

En president Joe Biden?

MORIS: “Hij zet dat beleid van Trump voorlopig gewoon voort. Weet u wat ik zo schokkend vind? Dat Pompeo en de CIA het niet enkel op Julian gemunt hadden, maar ook plannen smeedden om andere journalisten in de EU fysiek uit te schakelen. Medestanders van Julian die uit pure wraak op een hitlist gezet werden. We weten met zekerheid dat de beveilingsfirma in de Equadoriaanse ambassade manieren zocht om Julian te vergiftigen.”

Hebt u daar bewijzen voor?

MORIS: “Een klokkenluider uit dat bedrijf heeft dat verklaard. Ze maakten concrete plannen om Julians voedsel te vergiftigen. Uiteindelijk deden ze het niet omdat ze bang waren dat er een camera in Julians ijskast hing.

“De voormalige Ecuadoriaanse president Rafael Correa was Julian gunstig gezind. Opvolger Lenin Moreno kon mijn mans bloed drinken. Zijn regering werkte volledig mee met de Amerikanen. Moreno gaf hen zelfs toestemming om de diplomaten uit de ambassade te ondervragen over Julians handel en wandel. Eén van die vragen was: ‘Waar slaapt hij?’ Ze toonden een plattegrond van de ambassade. ‘Duidt aan waar zijn bed staat.’ Waarom wilde de Amerikaanse overheid weten waar Julian sliep?

“Ik praat daar nu heel gewoon over, terwijl het zo sinister is. (stilte) Julian legde via WikiLeaks misdadige activiteiten van staten bloot, zoals foltering en schending van mensenrechten. Het gevolg is dat hij nu zelf slachtoffer is van exact dezelfde misdaden. Hij is een geaccrediteerde journalist. Als hij wordt uitgeleverd, is geen enkele journalist nog veilig. Dan kunnen ze ook u laten oppakken als u iets schrijft wat hen niet zint. Als de VS met hun First Amendment en freedom of speech al zoveel over heeft om Julian uit te schakelen, bestaat persvrijheid in werkelijkheid toch niet meer? Dan krijgen àlle regimes toch vrij spel om àlle journalisten achter de tralies te draaien?”

Wordt u nu in de gaten gehouden?

MORIS: “Zeker. Ze hoeven me daarvoor zelfs niet in levende lijve te volgen. Via mijn telefoon kennen ze mijn hele handel en wandel. Ik draag ze gewoon mee in mijn handtas. (vermoeid lachje)”

© Jan Stevens

‘Een grote mond en gladde praatjes bepalen vandaag je succes: het zijn gouden tijden voor psychopaten’

Op zijn twaalfde wou Brian Klaas (35) president van de Verenigde Staten worden. Twee jaar later borg hij die droom weer op. “Ik zag de wreedheid in de politiek.” Vandaag is hij als professor internationale politiek gespecialiseerd in despoten groot en klein. In zijn binnenkort te verschijnen boek Macht onderzoekt hij waarom het vaak de foute mensen zijn die het voor het zeggen hebben. “We spreiden zelf het bedje voor machtswellustige psychopaten.”

Tien jaar geleden ruilde Brian Klaas Amerika in voor Engeland. “Ik woonde net buiten Minneapolis en vond het leven in mijn staat Minnesota ontzettend saai”, zegt hij. “Alles leek er op rolletjes te lopen; de pers sprak van ‘The Minnesota Miracle’. Er werd geïnvesteerd in werk en onderwijs en iedereen was happy. Al klinkt dat na de moord op George Floyd in de lente van 2020 wellicht nogal ongeloofwaardig. Toch was het zo. Ik was al die braafheid zo moe, dat ik wel eens wou weten hoe het eraan toe gaat in landen waar het politieke systeem op apegapen liggen.”
Waarna hij aan de universiteit van Oxford een groot onderzoek opstartte naar corrupte machthebbers en dictators. Hij bezocht dictaturen in Afrika, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten en ging bij 500 plaatselijke despoten op de koffie. “Ik vond ze ontzettend fascinerend.”
Op zijn 35e geldt Klaas als een internationaal expert in despotisme, is hij professor internationale politiek aan University College London en columnist voor The Washington Post. Al zijn kennis over wat macht met een mens aanricht, verzamelde hij in het indrukwekkende Corruptible, dat volgende maand in het Nederlands verschijnt als Macht.
Zelf heeft hij allesbehalve despotische trekken. Hij brengt zijn bordercolliepuppy van een paar maanden oud mee naar het interview in zijn favoriete pub in zijn woonplaats Winchester. “Ik kon het niet over mijn hart krijgen om Zorro alleen te laten.”

Werd u door al die dictators met open armen ontvangen?
BRIAN KLAAS: “Dat viel nogal mee. Ik benaderde de opperste leider nooit rechtstreeks, maar slijmde me via ondergeschikten en mindere goden naar de top. Madagaskar was het allereerste land waar ik voet aan wal zette. Ik vroeg aan een journalist of hij me in contact kon brengen met een minister: ‘Ik hoorde dat u een indrukwekkend netwerk hebt.’ (lacht) Daarna streelde ik het ego van de minister tot hij me bij de toenmalige president Marc Ravalomanana introduceerde. Je kunt je niet voorstellen hoe corrupt mijn gesprekspartner was. In 2009 werd hij niet lang na onze ontmoeting afgezet. Later praatte ik in andere landen met coupplegers, folteraars, maar ook met gefolterden.”

Abhisit Vejjajiva, premier van Thailand van 2008 tot 2011, ontmoette u zelfs zeven keer. U vond hem zeer charmant; tezelfdertijd noemt u hem een massamoordenaar.
KLAAS: “Hij is één van die supercorrupte leiders die mijn naam niet door Google had gejaagd. Hij zag mij als een sympathisant. Ik vond hem inderdaad charmant. Hij studeerde in Oxford en was een klasgenoot én vriend van Boris Johnson in Eton. Vejjajiva is zeer vriendelijk. Op 19 mei 2010 gaf hij als premier aan zijn ordetroepen óók het bevel om tijdens een demonstratie met scherp te schieten. Zijn sluipschutters maakten 99 betogers in koelen bloede af.
“Abhisit Vejjajiva had ook mijn vriend kunnen zijn. Soms veroveren corrupte politici de macht in een democratie omdat ze zich zo charmant gedragen. Ze winden iedereen rond hun vinger. Zelfs na zeven ontmoetingen blijf ik Abhisit een toffe kerel vinden. Hij is slim, vertelt interessante dingen én heeft een geweldig gevoel voor humor. Maar telkens als ik hem zag, maalde in mijn achterhoofd de gedachte: deze vriendelijke man is verantwoordelijk voor de dood van 99 mensen. Dat cijfer halen zelfs de meest ervaren seriemoordenaars niet. Toen ik in de pub aan mijn échte vrienden over mijn ontmoetingen met dat soort van leiders vertelde, zeiden sommigen: ‘Ik had ooit zo’n baas.’ Waarna ik me afvroeg: zouden die bazen van hetzelfde kaliber zijn als ex-dictator Marc Ravalomanana of massamoordenaar Vejjajiva? Wordt iemand president of CEO omdat hij een bully en een schurk is? Of verandert de macht hem in een hebzuchtige killer?”

Sommige bully’s raken op volstrekt democratische wijze verkozen door hun volk. Denk maar aan de vorige Amerikaanse president Donald Trump.
KLAAS: “Ik weet het. (zucht) Vlak na Trumps verkiezing in 2016 keerde ik terug naar de VS om mijn ouders te bezoeken. Ik stapte de aankomsthal van de luchthaven binnen en dacht: ‘Nogal wat van de mensen die ik nu zie, stemden voor die man.’ Dat gaf me een zeer wrang gevoel. Zowat al mijn Britse vrienden begrijpen niet hoe Trump ooit verkozen kon raken. Maar nogal wat Amerikanen die ik ken, praten tot vandaag zijn presidentschap goed. Daar zitten best veel intellectuelen onder. Ook ik begreep eerst niet waar zijn aantrekkingskracht vandaan komt.”

Zijn charmes kunnen het niet zijn?
KLAAS: “O, maar flink wat Amerikanen vinden hem net heel charmant. Voor een Europeaan lijkt hij een bully, wat hij ook is, maar door de ogen van een Amerikaan is hij op zijn rally’s een onvervalste entertainer. Het verontrustende is dat ze hem meteen ook als een geschikte leider zien.”

Misschien is er dan iets mis met onze invulling van het begrip ‘leiderschap’?
KLAAS: “Inderdaad. We verlangen naar een entertainer of naar iemand met star power. Terwijl politiek niets met sterrendom te maken heeft, maar met het verbeteren van de levens van mensen. Als in onze democratie dan een door ons verkozen leider de mist ingaat, dragen wij daar zelf misschien ook verantwoordelijkheid voor.”

Trump duikt in uw boek Macht nergens op.
KLAAS: “Dat is heel bewust: ik ben hem kotsbeu. (lacht) Tijdens zijn presidentschap verspilde ik te veel hersencellen aan hem. Ik was vast Trump-commentator bij CNN en schreef ook een boek over hem: The despot’s apprentice, Donald Trump’s attack on democracy. Mijn werk voor CNN leverde niet alleen mij, maar ook mijn ouders in Amerika doodsbedreigingen op. Ik hoop dat Trump binnen een jaar of vijf een voetnoot in de geschiedenis zal zijn. We zullen wel zien of hij in 2024 opnieuw verkozen raakt.”

U bent politicoloog, maar na lezing van uw boek heb ik de indruk dat u ook bioloog en psycholoog bent.
KLAAS: “Als je wilt uitzoeken wat macht met mensen doet, volstaan de politieke wetenschappen niet. Biologie en vooral ook evolutionaire psychologie spelen een zeer grote rol. Daarom zocht ik niet alleen dictators en andere machtswellustelingen op, maar ook een psycholoog zoals professor Dacher Keltner van de universiteit van Berkeley. Hij verricht al jaren baanbrekend onderzoek naar macht, emoties en de wetenschap achter onze drijfveren. In 2003 ontwikkelde hij samen met zijn collega’s Deborah Gruenfeld en Cameron Anderson een nieuwe visie op macht. Volgens Keltner gaan mensen met macht zich gedragen als gokkers. Ze hebben de neiging om steeds meer doelen na te streven, risico’s te nemen, opbrengsten te zoeken en zichzelf te promoten. Net als de gokker vinden ze: wie niet speelt, wint nooit. Macht geeft hen het zelfvertrouwen dat ze zúllen winnen. De machtelozen voelen zich dan weer afgeremd. Ze zijn voorzichtig, vermijden risico’s en proberen het weinige wat ze bezitten zoveel mogelijk te beschermen. Keltner onderstut zijn theorie met indrukwekkend veldonderzoek. Hij onderhoudt goede contacten met de economisch machtigen van vandaag, de tech-ondernemers en CEO’s van Silicon Valley. Tezelfdertijd vormen ze zijn studiemateriaal.
“Ik ging ook te rade bij een gerenommeerde wetenschapper als primatoloog Frans de Waal. Van hem wou ik weten of machtige mensen zich net hetzelfde gedragen als machtige chimpansees.”

En doen ze dat?
KLAAS: “In een ver verleden wel, nu niet meer. Dominantie bij apen, en andere dieren, wordt bepaald door grootte en kracht. Bij de primitieve mens was dat ook lang zo: de grootste, sterkste mannen waren de machtigste. Kleinere tegenstanders konden zij makkelijk fysiek uitschakelen. In de loop der tijden ontwikkelden we steeds gesofisiticeerdere wapens om tegenstanders uit te schakelen, we begonnen te landbouwen en bouwden gemeenschappen waar niet langer met de vuisten om voedsel gevochten werd. Kleinere mensen, zowal mannen als vrouwen, konden voortaan óók machtig worden.”

Wat voor type mens wil macht verwerven?
KLAAS: “Jammer genoeg vooral de foute figuren. De 500 machtigen die ik interviewde, waren allemaal speciaal. Sommigen waren charmant, anderen angstaanjagend. Een paar waren ronduit excentriek, verschillende hadden geen geweten. Er zat geen enkele Jan Modaal tussen.”

U bezocht dictators en premiers en presidenten die misbruik hadden gemaakt van hun macht. Dat is het toch niet zo verwonderlijk dat er geen doorsnee brave burger tussen zit?
KLAAS: “Dat klopt, maar hoeveel CEO’s en ondernemers kent u die alledaags zijn? Denk maar aan Jef Bezos, Bill Gates of Mark Zuckerberg. Elon Musk is toch zeer bizar? Waarom was hij niet tevreden met 10 miljard dollar en wou hij per se nog honderden miljarden extra? Hetzelfde geldt voor veel presidenten: waarom volstaat één termijn nooit maar willen ze net als Vladimir Poetin liefst levenslang aanblijven?”

Omdat macht verslavend is?
KLAAS: “Dat is het zeker. Neurowetenschappers legden vast hoe macht de chemie in onze hersenen verandert. Het blijkt net als een drug te zijn die effect heeft op ons denken, handelen en oordelen. Andrew Yang deed begin 2020 als presidentskandidaat mee aan de Democratische voorverkiezingen. Na twee rondes lag hij eruit. Later dat jaar probeerde hij burgemeester van New York te worden. Ook dat mislukte. Onlangs sprak ik hem over zijn ervaringen. Hij zei: ‘Een jaar lang werd ik door iedereen toegejuicht als ik een kamer binnenwandelde. Om al mijn moppen werd gelachen, ook al waren ze tenenkrullend slecht. Ik betrapte mezelf erop dat ik begon te geloven dat ik anders was dan al de rest.’”

Bij ons viel de succesvolle tv-maker Bart De Pauw niet zo lang geleden van zijn voetstuk, toen bleek dat hij jarenlang vrouwen uit zijn werkomgeving stalkte en lastigviel. Ik interviewde hem helemaal in het begin van zijn carrière en ik herinner me hem als een innemende, vrolijke en vriendelijke jongeman. Zou het kunnen dat hij door het succes en de daarbijhorende macht óók anders is beginnen denken?
KLAAS: “Het verhaal van jullie Bart De Pauw is een schoolvoorbeeld van hoe macht een mens kan corrumperen. Van zodra iemand machtig wordt, belandt hij of zij in een perfecte storm. Macht trekt disproportioneel veel machtshongerigen aan. Daarnaast maakt macht mensen slechter, vaak ook degenen die het eerst goed meenden. Om hun macht te kunnen behouden, worden sommigen meedogenloos. Daar komt bij dat macht ons denken beïnvloedt: na verloop van tijd beginnen de machtigen al wie lager op de ladder staat te abstraheren: ‘Ach, die wezens zijn mijn aandacht niet waard.’”

Dan zitten we bij de Über-en Untermensch van de nazi’s?
KLAAS: “Het is minder drastisch. De Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel stelde dat een slaaf uit lijfsbehoud àlles moet weten over zijn meester. Want wanneer de slaaf op tijd kan anticiperen op wat zijn meester verlangt, vermijdt hij slagen en vernederingen. Dus let hij extreem goed op. Voor de meester maakt het geen zak uit. De machtigen hoeven zich geen zorgen te maken over al die individuen onder hen. Dat zijn toch maar abstracties. Dat is misschien een deel van de verklaring voor het gedrag van uw tv-maker. Het verklaart alleszins ook waarom je baas jouw verjaardag vergeet, terwijl jij de zijne wél onthoudt. (lacht)”

Oxford-psycholoog Kevin Dutton geeft in zijn boek The wisdom of psychopaths een top-tien van beroepen met de meeste psychopaten. Op één staan de CEO’s, gevolgd door advocaten, tv- en radio-personaliteiten, verkopers, chirurgen, journalisten, politieagenten, geestelijken, oversten en ambtenaren.
KLAAS: “Psychopaten zoeken de macht op, wat niet wil zeggen dat elke machtige een psychopaat is. Het wordt heel gevaarlijk als de psychopaat in kwestie zeer hoog scoort op de zogenaamde ‘donkere driehoek’: ze combineren dan de karaktereigenschappen van de narcist, psychopaat en machiavellist. Ze missen empathie, barsten van de eigenwaan en vinden alle middelen geoorloofd om hun eigen ster aan het firmament te laten schitteren.
“Er lopen niet zoveel psychopaten rond: ongeveer één op vijfhonderd scoort bij de psychopatentest boven de grens van 30. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft een score die schommelt tussen 0 en 2. Ter vergelijking: seriemoordenaar Ted Bundy scoorde 39. Bij de groepen met macht ligt de verhouding anders. Uit een studie onder bedrijfsleiders blijkt dat één op 25 boven de psychopatengrens van 30 zit. Op de hoogste schavotten van de politiek en het bedrijfsleven vind je honderd keer meer psychopaten dan bij de doorsnee populatie. Het vervelende is dat heel wat psychopaten zo’n uitstekende charmeurs zijn. In onze moderne samenleving is dat een grote bedreiging.”

Omdat psychopaten er meer dan ooit in slagen zich in alle mogelijke geledingen een weg naar de top te charmeren?
KLAAS: “Precies. Het meest verontrustende is dat wij zelf het bedje voor hen spreiden. We hebben onze maatschappij zo ingericht dat psychopaten van de donkere driehoek vrij spel krijgen. Want het leiderschap ligt voor het grijpen voor wie zichzelf het beste kan verkopen. Bij sollicitatie- en promotiegesprekken, maar ook bij verkiezingen, trekt de grootste charmeur meestal aan het langste eind.
“Stel: je bent heel bekwaam in je vakgebied én onomkoopbaar, maar je bent ook extreem verlegen en introvert. Denk je dat je het ooit tot de top van het bedrijf zal schoppen? Introverte persoonlijkheden gedijen slecht in omgevingen waar een grote mond en een gladde babbel iemands succes bepalen. Door introverten te negeren, sluiten we een belangrijk deel van de bevolking af voor het leiderschap.
“Ik vraag me ook af hoe het kan dat iemand in een land als het Verenigd Koninkrijk premier kan worden zonder dat hij daarvoor psychologisch getest werd. Alsof de wijsheid van de kiezers voldoende is om een kerel als Boris Johnson het land te laten leiden. In de VS raakte zelfs een reality tv-ster verkozen! We weten inmiddels hoe dat uitdraaide. We moeten dus dringend op zoek naar manieren om mensen in bedrijven en in de politiek aan de macht te helpen die níet in macht geïnteresseerd zijn. Dat zijn de beste kandidaten, omdat macht voor hen een last is en niet iets waarop ze kicken.”

Zij moeten zichzelf dus opofferen voor het hogere doel?
KLAAS: “Ze kunnen het ook beschouwen als vrijwilligerswerk in dienst van de gemeenschap. Daar zou écht leiderschap toch over moeten gaan? ‘Ik dien de samenleving, ook al vind ik het niet leuk.’ Veel van onze huidige politici waren nooit als vrijwilliger actief. Ze maakten eerst carrière als ondernemer. Nadat ze voldoende geld verdiend hadden, gingen ze in de politiek om zo in de spots te kunnen staan. Politieke partijen laten die tafelspringers beter links liggen. Het parlement heeft eerst en vooral nood aan integere volksvertegenwoordigers, in plaats van aan de vele op geld en macht beluste opportunisten.”

Maakt zo’n zichzelf wegcijferende, verlegen introvert bij verkiezingen kans tegen een welbespraakte, charmante en charismatische psychopaat?
KLAAS: “Ik ben me er van bewust dat het utopisch klinkt, maar waarom geven we het geen kans? Wat houdt politieke partijen tegen om op zoek te gaan naar degelijke, onkreukbare kandidaten, in plaats van de roeptoeters en populisten vrije baan te geven? So what als ze verliezen? Dan hebben we tenminste geprobeerd het tij te keren. Wie weet, zit er tussen al die onbaatzuchtigen iemand die óók rad van tong is en toehoorders kan begeesteren.”

Hebt u er ooit aan gedacht om uzelf op te offeren en in de politiek te gaan?
KLAAS: “Vóór ik naar Engeland uitweek, werkte ik als adviseur mee aan de verkiezingscampagne van de Democraat Mark Dayton voor gouverneur van Minnesota. Hij raakte verkozen en ik raakte gedegouteerd door het grote geld dat in die campagne omging. Toen wist ik heel zeker dat de Amerikaanse politiek niets voor mij is. Nu leef ik in een land waar ik niet eens kan stemmen, dus hoef ik me ook niet langer op te offeren. (lacht)”

Vandaag rukken de autoritaire leiders wereldwijd op, ook in Europa. Ligt u daar wakker van?
KLAAS: “Ik vind dat zeer beangstigend. Ik ben heel pessimistisch over onze democratie. Politiek is een smerige wereld geworden. Maar ik ben minstens even bezorgd over de steile opgang van CEO’s als Musk, Bezos en Zuckerberg. De macht raakt steeds meer geconcentreerd bij een kleine groep mensen. Elon Musk is 300 miljard dollar waard; de economie van Madagaskar met zijn 28 miljoen inwoners vertegenwoordigt tien miljard dollar. Die verhouding is toch grotesk? De economische én politieke macht van dat handvol superrijke individuen wordt zwaar onderschat. De machtsconcentratie én de ongelijkheid in de wereld gaan in een rotvaart de verkeerde kant uit. Toch blijf ik geloven dat wij mensen het in het algemeen goed met elkaar voorhebben.”

U bent een fan van Rutger Bregmans boek De meeste mensen deugen?
KLAAS: “Hij reconstrueert daarin het verhaal van zes tienerjongens die in 1965 strandden op een verlaten eiland in de Tonga-archipel. Door samen te werken, overleefden ze. 15 maanden later werden ze gered. Bregman vertelt het échte verhaal dat volledig tegengesteld is aan de romanklassieker Lord of the flies van William Golding uit 1954, waarin de op een eiland gestrande tienerjongens elkaar afmaken.
“Rutger Bregman heeft gelijk: de meeste mensen zijn goed. Ik mocht dat tijdens de research voor mijn boek zelf ondervinden. Ik raakte vele malen in de penarie, maar werd altijd geholpen door heel gewone mensen. Zo werd ik in West-Afrika beroofd door een kerel met een machete. Voorbijgangers hebben me toen gered.”

De meeste machtswellustelingen die u ontmoette, zijn mannen. Grote uitzondering is Ma Anand Sheela, de 72-jarige rechterhand van de in 1990 gestorven beruchte sekteleider Bhagwan.
KLAAS: “Ik ontmoette haar in 2019 in het pittoreske Zwitserse dorpje waar ze een zorgcentrum voor mensen met mentale problemen leidt. Op haar 23e reisde ze vanuit de VS naar India en raakte in de ban van Bhagwan. De goeroe was een grote fan van urenlange groepsseks met zijn discipelen. Sheela werd in 1981 Bhagwans persoonlijke secretaresse. Hij stuurde haar naar Amerika waar ze op zoek moest naar een nieuw hoofdkwartier voor zijn sekte. Zijn plan was om vandaaruit de rest van de wereld te veroveren. Ze kocht een hectarengrote boerderij niet ver van Antelope, een piepklein dorp met amper 40 inwoners in de staat Oregon. Bhagwan en zijn discipelen verhuisden naar de Rancho Rajneesh, maar de locals vonden die volledig in het rood geklede weirdo’s maar niets. Amerikaanse hippies waren dan weer wild van Bhagwan en het duurde niet lang of de sekte telde duizenden leden. Sheela kreeg het lumineuze idee om mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Bhagwan won moeiteloos en nam de macht in Antelope over. Het dorp werd herdoopt in Rajneeshpuram en de belastingen voor de oorspronkelijke dorpelingen werden verdriedubbeld. Sheela raakte machtsdronken, kocht vliegtuigen en helikopters en startte Air Rajneesh. Ze bouwde een mediaimperium uit en trok de wereld rond als ambassadrice van Bhagwan. Ze werd een cultfiguur en een beroemdheid. Ze gedroeg zich steeds meedogenlozer en toen haar rijk begon te wankelen, probeerde ze haar tegenstanders uit te schakelen door op grote schaal het voedsel in restaurants te besmetten met salmonella. Duizend mensen werden ziek. In 1985 werd Sheela veroordeeld tot twintig jaar cel. Na vier jaar werd ze vrijgelaten en op het vliegtuig gezet naar Zwitserland.”

Vandaag heeft ze haar leven gebeterd?
KLAAS: “Ik mag hopen van wel; toch zit ik met gemengde gevoelens. Want ze staat geboekstaafd als de grootste bioterrorist uit de Amerikaanse geschiedenis. Van het toen pas ontdekte HIV probeerde zij een massavernietigingswapen te maken. De Zwitserse overheid ziet er blijkbaar geen graten in dat ze nu een opvanghuis voor kwetsbare mensen leidt.
“Ze ontving me warm en hartelijk, totaal tegengesteld aan het monster uit de procesverslagen. Ze stond me aan de voet van de heuvel op te wachten met een stapel stokbroden onder haar arm. Ik stond als aan de grond genageld; ze was zo vriendelijk en charmant.”

U ving geen glimp op van de vroegere machtsgeile en moordzuchtige Ma Anand Sheela?
KLAAS: “Toch wel. Uit alles wat ze vertelde, weerklonk een overdreven nostalgie naar de tijd toen ze machtig was. Ze vond het zalig om over de belevenissen van de Bhagwan-sekte te praten. Ze verlangde duidelijk terug naar dat verleden: ‘Those were the days.’ In haar slaapkamer hingen twee portretten: één van Bhagwan en één van haar ouders. Toen ik haar confronteerde met het overvloedige bewijsmateriaal, zei ze ‘Denk ervan wat je wil.’ Ik vroeg: ‘Betwist je dat dan?’ Zij antwoordde: ‘Iedereen mag over mij zeggen wat hij wil.’ Ik probeerde nog eens: ‘Er bestaan geluidsopnames waarop je het over je pogingen tot gifmoord hebt.’ Ze bleef ontkennen. ‘Daar is niets van waar. Laat het verleden rusten.’ Ik begrijp niet dat een vrouw van haar leeftijd de waarheid blijft ontkennen. Ze kreeg het niet over haar lippen om toe te geven dat ze fouten gemaakt heeft. De Machiavelli in haar is nog lang niet dood.”

Een volledig hoofdstuk van uw boek is gewijd aan onze koning Leopold II.
KLAAS: “Ik vind jullie koning Leopold II zo fascinerend omdat hij tezelfdertijd zowel hervormer als massamoordenaar was. Toen hij in 1865 als jongeman van 31 de troon besteeg, was de slavernij in Amerika net afgeschaft. De verwachtingen van progressieve Belgen waren hooggespannen en die eerste jaren stelde hij niet teleur. Onder zijn bewind openden gratis basisscholen hun deuren, kwam er algemeen mannelijk kiesrecht en werd de wetgeving tegen kinderarbeid verstrengd. Hij introduceerde het begin van wat we nu als weekend kennen, door zondag uit te roepen tot verplichte vrije dag voor iedereen. Hij liet statige overheidsgebouwen optrekken en fraaie parken aanleggen. Hij kreeg als bijnaam: Koning Bouwheer. Moest hij het daarbij gelaten hebben, was hij wellicht de geschiedenisboeken ingegaan als een wijze vorst. Maar tegelijkertijd lijfde hij Congo in als zijn persoonlijke wingewest waar hij zich als een hebzuchtige barbaar gedroeg. De schatting van het aantal doden dat hij op zijn geweten heeft, schommelt tussen 2 en 12 miljoen. De plundering van Congo bracht hem persoonlijk 1 miljard euro op. Leopold II was dus niet alleen een Koning Bouwheer, maar ook een Koning Slachter.”

Brian Klaas, Macht, waarom de verkeerde mensen het voor het zeggen hebben en hoe het anders kan, Nieuw Amsterdam

© Jan Stevens

‘Alle financiële steun diende het status quo. De wereld blijft even ongelijk als voor de pandemie’

“De coronacrisis was een testrit”, waarschuwt de Britse historicus en econoom Adam Tooze. “Een zoetgevooisd operamelodietje, bedoeld om ons in de juiste stemming te krijgen. Want het is nog maar pas begonnen.”

Adam Tooze (54) woont in New York, waar hij als professor moderne geschiedenis verbonden is aan de universiteit van Columbia. Drie jaar geleden gooide hij hoge ogen met Gecrasht, waarin hij met veel schwung de nasleep van de kredietcrisis van 2008 beschreef. Begin 2020 werkte hij aan een boek over de klimaatcrisis. “Op dat moment leek het veranderende klimaat onze allergrootste bedreiging”, zegt hij. “Het manuscript was voor twee derde af toen corona ons leven drastisch verstoorde.”

Het klimaatboek verdween in de ijskast. Tooze nam een vers blad papier en begon aan Shutdown, zijn diepgravende verslag over hoe het coronavirus voor de grootste economische krimp sinds de Tweede Wereldoorlog zorgde.

Adam Tooze: “Corona bleek véél dringender te zijn dan de klimaatverandering. Of ik dat boek over de klimaatcrisis ooit afwerk, weet ik nog niet. Mijn vrouw runt een gespecialiseerd reisbureau. Zij voelde de impact van het virus meteen.Door wat zij meemaakt, ben ik me erg bewust geworden van de kwetsbaarheid van het ondernemerschap. We hebben geen flauw idee of er volgend jaar gereisd zal worden. Maar mijn vrouw heeft geen andere keuze dan nu doen alsof er dan geen vuiltje aan de lucht zal zijn. Dus reserveert ze hotelkamers, bereidt ze uitstappen voor en maakt ze afspraken met Afrikaanse en Aziatische reisgidsen. Met in haar achterhoofd de angst dat al dat werk voor het derde jaar op rij uitdraait op een maat voor niets. Elke keer opnieuw pept ze zichzelf op: ‘Binnenkort is er terug écht werk en heb ik opnieuw een loon.’ Vorig jaar verloren we 40 procent van ons inkomen. Als zij single was, leefde ze nu in diepe armoede.”

Zorgt de klimaatverandering op termijn niet voor een véél ernstiger crisis dan het coronavirus?

Tooze: “Het klimaat is alsof je een dodelijke ziekte als kanker onder de leden hebt. Daarbovenop komt dan als een dief in de nacht corona, in de vorm van een bijna fatale hartaanval. Terwijl ik door een hartaanval geveld op de grond lig te zieltogen, por jij me in mijn zij: ‘Hey, Adam, opstaan! Niet je hartaanval, maar je kanker is ons grote probleem!’ (lacht)

“Niet de klimaatverandering is in staat om razendsnel een miljard mensen te doden, maar wél een pandemie die honderd keer erger is dan corona. Wereldwijd naderen we na ruim anderhalf jaar coronacrisis 5 miljoen doden. In de lente van 2020 stortte de wereldwijde economie in drie weken tijd met 20 procent in. Ik betwijfel of de klimaatcrisis even snel net zoveel slachtoffers en economische schade zal veroorzaken. Vandaag blijven velen ervan overtuigd dat corona niets voorstelt in vergelijking met die naderende klimaatramp. Weet je wat hun échte probleem is? Ze brachten deze gezondheidscrisis door in een comfortabele zetel en voelden zelf amper de impact.”

De meeste historici schrijven boeken over gebeurtenissen die lang geleden plaatsvonden. U schrijft over gebeurtenissen bijna meteen nadat ze zich voltrokken hebben.

Tooze: “In de hoop dat ze dezelfde uitstraling hebben van een boekwerk over een lang vervlogen geschiedenis. Shutdown volgt het spoor van Gecrasht. Veel mensen die ik over de kredietcrisis van 2008 sprak, waren ook nu mijn gesprekspartners. Dat wijst erop dat zowel de gezondheids- als de schuldencrisis deel zijn van een groter geheel.

“Ook al waren er al langer voortekenen dat veel banken reuzen op lemen voeten waren, toch verraste de kredietcrisis ons. Diezelfde verrassing was er bij de komst van het coronavirus. Wij maken continu historische momenten van verandering mee. We leven in het nu, met een verleden en een toekomst. Die toekomst wordt nu en is even later verleden. Dat hele proces is precies wat een historicus zoals ik bestudeer. Sommige collega’s nemen de Reformatie uit de 16e eeuw onder de loep, anderen verdiepen zich in de zoektocht van de 18e-eeuwse kapitein James Cook naar Australië. Ik probeer uit te zoeken hoe wij best ónze toekomst tegemoet reizen.”

De allerlaatste zin in Shutdown luidt: ‘Dit is nog maar het begin.’ Die toekomst ziet er niet al te fraai uit?

Tooze: “De coronacrisis was een testrit, een zoetgevooisd, zacht gespeeld operamelodietje, bedoeld om ons in de juiste stemming te krijgen. ‘Straks volgt het échte drama, beste operaliefhebbers, geniet alvast van het voorproefje.’ Wetenschappers waarschuwen ons al vijftig jaar voor een pandemie zoals deze.”

Een écht dodelijke globale pandemie zoals de Spaanse Griep van 1918 was volledig uit ons collectief geheugen gewist?

Tooze: “Toen stierven er massaal veel oude én jonge mensen. Maar we moeten zo ver niet terug: eind jaren 1950 raasde de Aziatische griep over een deel van de wereld. De mortaliteit bedroeg toen tussen de 20 en 30 procent. Ook die epidemie wisten we van onze harde schijf. Na de millenniumwissel volgde het ene na het andere alarm, met SARS in 2003, de vogelgriep van 2005 en de varkensgriep van 2008, al reageerden we op die laatste epidemie waarschijnlijk iets té hysterisch.

“Veel Europeanen blaken nu van zelfvertrouwen en geloven dat het coronavirus onder controle is. Ik vrees dat ze te vroeg victorie kraaien, want de pandemie is nog lang niet voorbij. In het zuiden van de Verenigde Staten, in Kentucky en Tennessee, is het nu alle hens aan dek. Het is daar grote miserie. Afgelopen week kregen nog twee volledig gevaccineerde familieleden uit Kentucky de diagnose covid. Tachtigers die nu op sterven na dood zijn. Weet je wat het ergste is? Er is geen plaats voor hen in een ziekenhuis, want die liggen overvol. De toestand in het zuiden van de VS is op dit moment niet veel beter dan die in groeilanden als Brazilië of India.”

Hoe komt dat?

Tooze: “Lang geloofden we dat een woekerende besmettelijke ziekte iets is voor een ontwikkelings- of groeiland. Harvard-econoom Larry Summers was de laatste minister van Financiën onder Bill Clinton. In 2016 onderzocht hij de theoretische impact van een zware globale griepedimie. Hij waarschuwde toen ook dat wij daar niet goed op voorbereid waren. Maar hij stelde ons meteen ook gerust: vooral de derde wereld en de groeilanden zouden volgens hem de grootste schokken incasseren. In realiteit blijkt dat toch enigszins anders te zijn, want de coronapandemie bracht ons allemaal terug op het niveau van een groeiland. Dan heb ik het over landen als Frankrijk, Italië, Spanje, Groot-Brittannië én de Verenigde Staten. De verplegers in de wijk Queens in New York moesten zich in plastic vuilniszakken hullen omdat er geen fatsoenlijk beschermingsmateriaal was. Wij geloofden dat de armsten uit de ontwikkelingslanden massaal het loodje zouden leggen, en niet wij. Wat een vergissing! Corona draaide onze piramide van de dood om.”

De voornaamste les die we daaruit moeten trekken, is dus dat we ons nu wél fatsoenlijk op een nieuwe pandemie moeten voorbereiden?

Tooze: “Zeker. Toen corona ons midscheeps raakte, reageerden we die eerste weken allesbehalve gecoördineerd. Zo verloren we kostbare tijd. We moeten er daarom voor zorgen dat er bij de eerstvolgende grote ramp mensen klaarzitten die meteen de teugels in handen kunnen nemen.

“De snel ontwikkelde vaccins vormen op dit moment onze beste verdedigingslinie tegen het virus. Ze beschermen ons tegen de gekende varianten. Fantastisch! Ik snap alleen niet waarom onze politieke leiders er niet alles aan doen om álle mensen op deze planeet zo snel mogelijk te vaccineren. Want zolang dat niet gebeurd is, trainen we het virus in het verschalken van die prachtige vaccins.”

Ik snap niet waarom er zo goed als nergens een vaccinverplichting is. Als het virus werkelijk zo gevaarlijk is, is er toch maar één optie: verplichte vaccinatie voor iedereen?

Tooze: “Ik ben het helemaal met je eens. Er moét een wereldwijde vaccinplicht komen. We kunnen ons niet permitteren om het virus elders te laten woekeren. Ik vind het onverantwoord dat onze regeringen die reservoirs toestaan in zowel onze eigen landen als in het buitenland. Ik begrijp niet waarom er geen afspraken gemaakt worden om die risico’s in te dijken.”

De Britse premier Boris Johnson en de Amerikaanse president Donald Trump streefden in het begin groepsimmuniteit na en wezen lockdowns af. Dat was een vergissing van formaat?

Tooze: “Ja, maar het bizarre is dat zeer velen lang bleven vasthouden aan die overtuiging dat covid-19 maar ‘een griepje’ was waar weerstand tegen gekweekt kon worden. Op het einde moesten ze àllemààl inbinden. Zowel Trump als Johnson gingen overstag. Ze werden ook allebei ernstig ziek; Johnson legde zelfs bijna het loodje. Dat hautaine, cynische geflirt met ‘het virus laten rondwaren om zo natuurlijke groepsimmuniteit op te bouwen’, was totaal onrealistisch. Je neemt toch meteen afscheid van het streven naar groepsimmuniteit als je als premier en president van je wetenschappers te horen krijgt dat het resultaat respectievelijk 200.000 en 1,6 miljoen doden zal zijn?

“Zuid-Korea was in februari 2020 zowat het enige land dat van in een vroeg stadium kordaat optrad. Zij hadden nog vreselijke herinneringen aan 2015, toen het MERS-virus tientallen levens eiste. Eind januari vroeg de Zuid-Koreaanse overheid al aan de biotechbedrijven om een sneltest te ontwikkelen. Ze wilden uitbraken zo snel mogelijk opsporen én opvolgen. Elk land had daar toen voluit moeten op inzetten. Testen was van in het prille begin cruciaal. Maar dat gebeurde jammer genoeg niet.”

In februari 2020 was het coronavirus nog niet ons probleem, maar dat van de Chinezen.

Tooze: “Ik was toen op reis in Tanzania. Daar hoorden we die eerste berichten over de besmettingen in de stad Wuhan en de provincie Hubei. Ik ben een zeer actief twitteraar en ga er prat op om snel verontrustende signalen van over de hele wereld op te vangen. Maar ook ik miste dit compleet. Ik heb zelfs speciaal mijn twitterfeed nog eens nagekeken, in de hoop dat ik misschien toch begin 2020 als een visionair die ene tweet over het wereldbedreigende sars-CoV-2-virus cyberspace had ingestuurd. Helaas niet. (lacht). Pas op de terugreis, toen we op 6 maart in de luchthaven van Istanboel rondliepen, voelde ik de paniek. Ik zag reizigers van over de hele wereld met mondkapjes in alle vormen en maten. Ik dacht: ‘Wat is dit?’”

“In het begin van de crisis kozen mensen er eerst zelf voor om zich uit het publieke leven terug te trekken. Je vindt die algemene tendens terug in rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Ouders hielden hun kinderen thuis. Ze schakelden op eigen initiatief over op thuiswerk, lieten de supermarkten links liggen en bestelden hun boodschappen online. In Bangladesh sloten bange fabrieksbazen hun werknemers buiten.”

Mensen sloten zichzelf spontaan op uit angst?

Tooze: “Precies. Pas daarna traden overheden op. Ze namen maatregelen om die spontane lockdowns te bekrachtigen en aan iedereen op te leggen. Er werden dan ook vagnetten gespannen om bedrijven en tijdelijke werklozen te beschermen.”

De titel van uw boek is ‘Shutdown’ en niet ‘Lockdown’.

Tooze: “De ‘lockdown’ was een gevolg van de crisis, geen aanleiding. Corona lokte in de begindagen wel een plotse ‘shutdown’ of stilstand uit. Voer ‘lockdown’ in als zoekterm bij Amazon, en je krijgt een hele resem romans die draaien rond gevangenschap. Vóór 2020 betekende lockdown: collectieve opsluiting in de gevangenis.”

Is dat niet precies wat wij tijdens die coronalockdowns mochten ervaren? Met ons eigen huis als gevangenis?

Tooze: “Nee, dat vind ik niet. Wij werden in New York niet in onze eigen huizen opgesloten. Natuurlijk waren er landen waar er wel een strikt regime gold, zoals in Zuid-Afrika, India, de Dominicaanse Republiek en Frankrijk. Ik heb me vorig jaar in mijn eigen stad maar één keer opgesloten gevoeld, tijdens de Black Lives Matter-protesten. Er gold toen een avondklok en onze straat stond vol politiewagens. Om acht uur ’s avonds mochten we niet meer naar buiten. Dát was een lockdown.

“Vooral in de financiële sector werd vanaf dag één spontaan dekking voor het virus gezocht. Eind februari 2020 versluisden investeerders massaal hun centen naar veilige financiële markten. Niemand had hen daartoe opdracht gegeven. Toen ze begin maart van hun aandelen af wilden en wanhopig op zoek gingen naar cash, daverde het hele systeem op zijn grondvesten. Investeerders gooiden àlles in de uitverkoop, óók de zogenaamde veilige beleggingen, zoals staatsobligaties. De kredietverlening aan private ondernemingen stopte en de rentes schoten plots de hoogte in. Ondernemingen kwamen onder druk en de dollar leek in vrije val. De 20 biljoen dollar zware markt voor Amerikaanse staatsleningen, de US Treasuries, werd een wildwaterbaan. De Treasuries is de plek waar de Amerikaanse overheid geld inzamelt door schuld uit te schrijven. Ze vormt het fundament van alle wereldwijde transacties. Niet omdat de US Treasuries zo betrouwbaar is als een Zwitsers zakmes, maar omdat ze zo gigantisch groot is. Alle spelers in de financiële sector kunnen er makkelijk terecht. Als die markt opdroogt en niet meer kan opstarten, is het hele financiële systeem een vogel voor de kat. Zo erg was het zelfs niet in september 2008, na de val van Lehman Brothers.”

De totale financiële instorting was nabij?

Tooze: “Ja. Er was blinde financiële paniek en zowel de Amerikaanse als de Europese overheden moésten via hun centrale banken ingrijpen om de complete meltdown van het financiële systeem te vermijden. Via ‘quantitative easing’ of het aankopen van schulden werden miljarden dollars, euro’s en ponden in het systeem gepompt om het te stabiliseren.”

Die meltdown werd rond 9 maart 2020 slechts op het nippertje vermeden?

Tooze: “Het scheelde geen haar. Die bewuste maandag, 9 maart, was een dag van instortende beurzen en een zieltogende oliemarkt. Meteen daarna dreigde de Treasuries stil te vallen. Er was dus wel degelijk sprake van een algemene ‘shutdown’ in plaats van een lockdown, ook al werden de gevolgen ervan als een opsluiting ervaren.”

Die dreiging van de totale financiële instorting beheerste toen niet ons nieuws.

Tooze: “Nee, de meeste mensen hebben dat in maart compleet gemist. We waren op dat moment vooral bezig met onze gezondheid. De schrik om ziek te worden, was terecht heel groot. Terwijl wij dekking voor het virus zochten, gaf de Federal Reserve (Fed) via quantitative easing elke dag miljarden dollars uit om de boel te kalmeren.”

U moet me vergeven, maar de manier waarop er miljarden dollars tegenaan gegooid worden, gaat mijn petje ver te boven.

Tooze: “Dat is inderdaad van een dimensie die bijna niet meer te vatten is. Nooit eerder vloeide er zoveel geld om het systeem te redden. In maart vorig jaar gaf de Fed elke dag minstens 17 miljard dollar uit, of een miljoen dollar per seconde.”

Maar waar komt al dat geld vandaan?

Tooze: “Het gaat om elektronisch geld, en dat is ook zowat de enige reden waarom een centrale bank plots de geldsluizen kan openzetten. Er wordt niets nieuws gecreëerd. Er wordt enkel gezegd: ‘Je hebt geen vertrouwen meer? Wij geven je cash in ruil voor je activa. Zo kun je je balans in evenwicht houden.’ Als de Fed dat op een moment van diepe onzekerheid niet zou doen, dreigt er een run op het financiële systeem door investeerders met grote nood aan geld. De échte banken hebben deze keer de storm zeer goed overleefd. Zij moesten niet uit de shit geholpen worden.”

Is dat een gevolg van de regelgeving voor banken die er kwam na de kredietcrisis van 2008?

Tooze: “Ja. Daardoor waren zij nu stabiel genoeg om deze crisis zonder kleerscheuren te doorstaan.”

We mogen god op onze blote knieën danken voor de crash van 2008?

Tooze: “Niet god moeten we dankbaar zijn, maar alle mannen en vrouwen die na 2008 keihard gevochten hebben voor de regels waar banken zich aan dienen te houden. Maar ook de banken moeten we dankbaar zijn, want zij kwamen tot het besef dat ze niet langer zelfmoordkandidaten wilden zijn.”

Winkels, horeca en bedrijven werden vorig jaar verplicht om hun deuren te sluiten. Overheden schoten ondernemers én werknemers financieel te hulp. Dat was voor het allereerst in onze geschiedenis?

Tooze: “Dit ‘noodwelzijn voor iedereen’ werd inderdaad nooit eerder georganiseerd. Uitkeringen zijn normaal gezien enkel weggelegd voor werknemers. Landbouwers, kleine zelfstandigen en winkeliers moesten in tijden van nood altijd hun plan trekken. In veel landen kreeg nu iedereen een tijdelijke uitkering. Overheden leken het erover eens om tijdens deze crisis àl hun burgers het hoofd boven water te helpen houden. Op de keper beschouwd was dat een uitgesproken conservatieve maatregel.”

Hoezo? De welvaartstaat is toch een linkse uitvinding?

Tooze: “Het lijkt op een typische sociaaldemocratische welvaartstaatmaatregel, terwijl het in werkelijkheid spectaculair conservatief is. Daarom ook werd hij door zowel links als rechts zonder morren meteen aanvaard.”

Omdat die maatregel het status-quo garandeerde?

Tooze: “Exact. Onze gedeelde fantasie is nog steeds: kunnen we alsjeblieft terug doen alsof het coronavirus ons leven nooit overhoophaalde? ‘Ik wil mijn leven terug van voor 2020. Meer vraag ik niet.’ (lacht) De enige reden waarom die maatregel er gekomen is, is omdat hij de belofte inhoudt dat het snel weer business as usual wordt. Ook omdat hij impliceert dat deze crisis niemands fout is en dat daarom ook iedereen aan boord mag gehouden worden. De samenleving vóór de crisis was zeer ongelijk. Op kosten van de overheid wordt er nu voor gezorgd dat ze nadien even ongelijk blijft.”

In plaats van revolutionair zijn de steunmaatregelen contrarevolutionair?

Tooze: “De Britse economieprofessor Daniela Gabor noemt dit ‘een revolutie zonder revolutionairen’. Als historicus associeer ik die steunmaatregelen met het laat-19e-eeuwse nieuwe Duitsland en zijn premier Otto von Bismarck. De verzorgingsstaat werd toen in de steigers gezet met als doel: het behoud van de oeroude sociale hiërarchie door werklozen, zieken en ouderen financieel te ondersteunen. Het motto van de conservatieven was: ‘Om alles te behouden, moet alles veranderen.’”

Volgens sommigen betekent de massale overheidshulp tijdens de coronacrisis het einde van het neoliberalisme. U gelooft dat niet?

Tooze: “Het neoliberale dogma dat de staat zo weinig mogelijk moet tussenkomen, ligt na de massale overheidssteun wel degelijk op de schroothoop van de geschiedenis. Alleen vraag ik me af of dat de essentie van het neoliberalisme is. Want in de eerste plaats was dat een project om sociale verandering in onze samenlevingen te bewerkstelligen. Het neoliberale boegbeeld Margaret Thatcher had het over ‘het verslaan van de vijanden binnen en buiten’. ‘De vijand binnen’ was de socialistische vakbond en ‘de vijand buiten’ was de communistische Sovjet-Unie. Het neoliberalisme ging dus ook over geopolitieke macht én over het winnen van de Koude Oorlog tegen de communisten. Want het einddoel was: de vernietiging van het socialisme én de sociaal-democratie. De neoliberale ideologie met dogma’s over ‘de kleine staat’ en ‘de vrije markten’ was daarbij zeer behulpzaam. Het einddoel was een nieuwe wereldorde, waarin het socialisme dood is en de markt alle macht heeft. Om dat doel te bereiken, waren neoliberale politici paradoxaal genoeg niet te beroerd om de macht van de staat te gebruiken.

“Kijk naar het huidige Amerikaanse spierballengerol tegenover China. Dat gaat toch nog altijd in de eerste plaats over Amerikaanse macht en belangen? Vandaag worden nog steeds alle mogelijke middelen ingezet om die oude ‘nieuwe wereldorde’ van het neoliberalisme gewoon verder te kunnen zetten. Alleen werd intussen duidelijk dat de ooit felbejubelde globalisering stokken in de wielen begon te steken van de Amerikaanse dominantie. Want die globalisering zorgde ervoor dat ook andere landen economisch groeiden en bloeiden en zo machtig werden.”

Daarom ruilde Donald Trump de globalisering in voor America First?

Tooze: “Trump dreef de VS op het illiberale pad. Onder zijn bewind herleefde het McCarthyisme uit de jaren 1950. Net als toen kregen progressieven het stempel: medeplichtigen van de Communistische Partij. Deze keer niet van de Sovjet-Unie, maar van China. Veel van mijn linkse Amerikaanse vrienden gingen op een rare manier mee in die nationale strijd tegen China, maar dan vanuit gerechtvaardigde bekommernissen over mensenrechten. Ook de huidige president Joe Biden vaart net als Trump een vijandige koers ten opzichte van China. Ik vind het niet verstandig dat ook hij de oude neoliberale Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie ingeruild heeft voor een nieuwe Koude Oorlog tegen het China van president Xi Jinping. Eerlijk gezegd vraag ik me af of de oude Koude Oorlog ooit echt gestopt is. Akkoord, het westen won het van de Sovjet-Unie, maar niet van Noord-Korea, Vietnam of China. Ook al nam China kapitalistische recepten over, leider Xi Jinping is en blijft dé erfgenaam van zijn voorgangers, communistische hardliners. Joe Biden laat zich voor zijn China-politiek in de eerste plaats adviseren door haviken in het Pentagon en de inlichtingendiensten.”

Trump had het over ‘het Chinese virus’, dat heb ik Biden nog niet horen zeggen.

Tooze: “Het discours is misschien veranderd, toch blijft de essentie gelijk. Joe Biden nam de suggestie zeer ernstig dat het virus wel eens een gevolg zou kunnen zijn van een lek in een Chinees lab. ‘Laat ons dat maar eens grondig onderzoeken’, zei hij.”

Misschien terecht?

Tooze: “Dat kan, want laboratoria lekken. Maar op diplomatiek vlak werkte zijn uitspraak in Peking als een rode lap op een stier. Hij had er ook voor kunnen kiezen om er in het openbaar over te zwijgen en er achter de schermen met China over te praten. In plaats daarvan zet hij de koers van Trump én het Pentagon verder. Volgend jaar bedraagt het budget van het Amerikaanse ministerie van Defensie 755 miljard dollar. Allemaal voor de aankoop van hoogtechnologische onderzeeërs, straaljagers en digitaal wapentuig voor het voeren van ruimteoorlogen. Na Trump drukt Biden het gaspedaal extra in.”

Kan de Koude Oorlog tegen China escaleren tot een warme?

Tooze: “Bij zijn aantreden stelde Joe Biden de diplomaat Kurt Campbell aan als zijn ‘Azië-tsaar’. In mei kreeg Campbell op een onlineseminarie exact dezelfde vraag voor de voeten geworden. Hij antwoordde niet meteen, maar keek een paar seconden zorgelijk in de cameralens. Toen zei hij: ‘Ik geloof echt dat vreedzaam samenleven tussen de VS en China mogelijk is. Maar de volgende jaren wordt dat een enorm grote uitdaging.’ Dat is toch complete waanzin?”

Mijn beeld van president Donald Trump tijdens de coronacrisis, is dat van een dommige man die tegen beter weten in de gevaren van het virus bleef ontkennen. Dat klopt niet helemaal?

Tooze: “Nee. Viroloog Anthony Fauci beschreef later hoe zijn besprekingen met Trump verliepen. Hij toonde de president de meest recente cijfers met besmettingen en overlijdens. Die had direct door dat het ernst was.”

Zeker toen hij de tv-beelden zag van gevulde lijkenzakken in een ziekenhuis in zijn geboortewijk Queens?

Tooze: “Ja, daar was hij volgens Fauci zeer erg van onder de indruk. Een hardgekookte coronanegationist had de cijfers en beelden van Queens waarschijnlijk als een uitzondering afgedaan, Trump niet. Hij begreep meteen dat de ramp zich over het hele land kon verspreiden. Hij had er duidelijk geen zin in om als president verantwoordelijk te worden gesteld voor honderdduizenden doden. Het was zeer opvallend hoe hij eind maart de stoere machotaal achterwege liet en een beperkte lockdown bekendmaakte voor de maand april. ‘Iedere Amerikaan moet zich voorbereiden op de zware dagen voor ons’, sprak hij. Het noemde het virus een ‘grote nationale uitdaging’, en had het over ‘een kwestie van leven of dood’.

“Donald Trump is niet zo geschift of irrationeel als velen lijken te denken. Tijdens de kredietcrisis steunde hij de aanpak van Barack Obama. In april 2009 vertelde hij aan Fox News wat voor een nitwit George W. Bush was en zong hij de lof van Obama’s aanpak. Natuurlijk had hij voor de democratische presidentskandidaat gestemd. ‘Obama is een goede, bekwame kerel.’ Dat was twee jaar voor Trump propagandist werd voor de birther-complottheorie dat Obama niet in de VS geboren is.”

Gelooft Donald Trump echt dat Joe Biden aan de macht kwam door de verkiezingen te vervalsen?

Tooze: “Daar lijkt het toch heel sterk op. In 2016 geloofde hij al dat zijn zege in werkelijkheid veel groter was dan de officiële uitslag. (lacht) Volgens mij is hij er rotsvast van overtuigd dat er in 2020 een democratisch complot gesmeed was om hem uit het Witte Huis te krijgen. Helemaal ongelijk heeft hij niet, want álle machten in Amerika spanden toen tegen hem samen. De media, big business én de legerleiding wilden hem weg. Het is niet voor niets dat in december 2020 de generaals niet ingingen op smeekbeden van zijn aanhangers voor het uitroepen van de staat van beleg.”

Adam Tooze, Shutdown – Corona en de wereldwijde crisis van 2020, Spectrum

© Jan Stevens

‘Conflicten loste ik op zoals in het leger: ik sloeg mijn kot kort en klein’

Waarom werd Jürgen Conings een voortvluchtige terreurverdachte? Volgens zijn oude bataljonscommandant omdat hij onder invloed staat van extreemrechts. Volgens een oude wapenbroeder en vriend omdat hij lijdt aan Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS). ‘De gevolgen van PTSS zijn moordend. Voor het Belgische leger met zijn gigantische machocultuur is dat een groot taboe.’

De vijftigjarige ex-militair Peter* trok in de jaren 90 verschillende keren op missie naar ex-Joegoslavië. “De allereerste keer was samen met Jürgen Conings”, herinnert hij zich. Twee weken geleden vertelde Conings pelotonsadjunct in Humo over die missie uit 1994 in het Kroatische gehucht Torjanci. Peter was net als Jürgen Conings één van die veertig piepjonge soldaten. “Jürgens mentor was ook de mijne”, zegt hij. “Vier maanden lang deelden we alles samen. Jürgen werd een van mijn beste vrienden. Wat zich nu aan het afspelen is, vind ik verschrikkelijk. Ik kende hem als een warme, loyale kerel. Ik keur zijn actie af. Hij is ervandoor met 2000 patronen: als hij nog leeft, kan hij heel wat slachtoffers maken. Ik vermoed dat dit een gevolg is van de trauma’s die hij opliep op zijn vele buitenlandse missies. Zijn PTSS zorgt ervoor dat hij zich compleet in de steek gelaten voelt. Ik ken dat vreselijke gevoel, want ik worstel er zelf al jarenlang mee.”

Kolonel-op-rust Danny Vanormelingen was van 1998 tot 2000 bataljonscommandant van Jürgen Conings. “Ik voerde het bevel over hem toen we van oktober ’98 tot maart ’99 op missie waren in Bosnië. Ik had 400 mensen onder mij en kende dus niet iedereen. Alleen de goeden en de slechten bleven me bij. Jürgen kende ik omdat hij opviel in positieve zin. Als prille twintiger was hij een uitstekende soldaat. Ik sprak hem een paar jaar geleden tijdens een bataljonsfeest. Ook toen gaf hij een zeer positieve indruk. Er moet iets verkeerd gedaan zijn waardoor zijn stoppen doorsloegen. Ik geloof niet dat het met zijn vele buitenlandse operaties of PTSS te maken heeft. Volgens mij kwam hij in een verkeerde groep terecht en is hij opgejut door extreemrechts.”

Guy F. (60) trok in 1994 op missie naar de Bosnische hoofdstad Sarajevo. “Twee jaar eerder hielp ik een vluchtelingenkamp in Kroatië bouwen”, zegt hij. “Dat was een ongewapende missie onder de vleugels van UNHCR, het VN-vluchtelingencommissariaat. Als jonge beroepsmilitair bij de genie wou ik mijn steentje bijdragen aan een betere wereld. Ik vertrok dan ook vol overtuiging samen met de rest van mijn eenheid naar Sarajevo. Daar gingen we een weg aanleggen voor hulpkonvooien. Alleen waren we totaal onvoorbereid. Niet lang na mijn terugkomst werd ik ernstig ziek. Nu weet ik dat ik vooral ondermijnd werd door PTSS.”

PETER: “In 1992 hielden de Verenigde Naties UNPROFOR boven de doopvont, een internationale vredesmacht die moest verhinderen dat de oorlog in Kroatië, Bosnië en Herzegovina verder zou escaleren. België nam daaraan deel met verschillende Belbat-missies. Als je Congo in de jaren zestig niet meetelt, waren wij de eerste pioniers die na WO II werden ingezet in oorlogsgebied. Die oorlog speelde zich niet op een ver continent af, maar ín Europa. Zagreb is amper een dag rijden van hier.”

GUY F.: “Onze opdracht in Sarajevo viel buiten de Belbat-missies. Wij wisten van toeten noch blazen. Vlak voor we in België aan boord van het vliegtuig gingen, moesten we een mondingsstop op de loop van ons geweer vastdraaien. Dat dient om losse flodders af te vuren. Wij vlogen dus naar oorlogsgebied in de veronderstelling dat we onderweg waren naar een soort militaire oefening. (lacht)”

Terwijl de oorlog in ex-Joegoslavië pure ernst was?

PETER: “Het was geen knokpartij op de markt, maar een zeer smerige oorlog. Wij waren er ons wel van bewust dat we in oorlogsgebied gingen terechtkomen. Het Belgische leger werd ingezet in de Baranja, Kroatisch grondgebied in handen van de Serviërs. Dat waren geen doetjes; zeker Arkans Tijgers deinsden nergens voor terug. De Baranja werd gebruikt als vakantieoord voor Servische troepen die terugkwamen van het front in Bosnië. Die mannen vlogen dan stevig in de drank en vaak ontspoorde dat. Wij kwamen zo regelmatig in benarde situaties terecht. In 1995 werden de Akkoorden van Dayton ondertekent, het vredesverdrag dat een einde maakte aan de Bosnische Burgeroorlog. Een van de gevolgen was dat de Kroatische troepen zich herbewapenden, waardoor af en toe de poppen aan het dansen gingen.”

Waren jullie goed voorbereid op die oorlog?

PETER: “Totaal niet. Het Belgische leger wist niet hoe ze in een oorlogszone moest opereren. De oorlog in ex-Joegoslavië is nog iets anders dan drie dagen op bivak met een geënsceneerde vijand in het Duitse oefenkamp Vogelsang. Als je op een oefening onder vuur komt te liggen, weet je dat het losse flodders zijn. Een Thunderflash maakt veel lawaai, maar is een totaal onschadelijke oefengranaat. Wij panikeerden niet als ze op het Engelse oefenterrein Otterburn vanop de overkant hun machinegeweren in onze richting begonnen leeg te schieten. In ex-Joegoslavië panikeerden we wél.”

GUY F.: “Wij landden op de luchthaven van Sarajevo met ons losse floddergeweer, zonder munitie. Op dat moment was de Bosnische hoofdstad het walhalla voor sluipschutters, maar wij waren ons van geen kwaad bewust. De klep van de laadruimte van het vliegtuig ging open en wij wandelden daar rustig naartoe om onze bagage te zoeken. Het militaire grondpersoneel reageerde als door een wesp gestoken: ‘Vertrek onmiddellijk en zoek dekking tussen die met zand gevulde containers! Het is hier levensgevaarlijk.’ In het hoofdkamp moesten we meteen onze rugzakken pakken. Ze brachten ons naar de ruwbouw van een huis. Daar leefden we vier maanden lang met veertig man. Er waren twee chemische toiletten, maar er was geen product om de uitwerpselen op te lossen. Elke dag laadden we die tanks op een jeep om ze in de bergen te gaan lozen. Onze voornaamste bescherming bestond uit rollen prikkeldraad rond het huis. Al de eerste nacht sloegen de mortieren en artilleriegranaten vlakbij in. Het cement van het plafond donderde naar beneden. Ik zat op de rand van mijn bed en dacht: ‘Fuck, wat is dit?’”

Jullie lagen allebei regelmatig onder vuur?

PETER: “Ja, en zowel de Serviërs als de Kroaten hadden geen losse flodders bij. Er kwamen échte kogels uit hun Kalasjnikovs toen ze op ons mikten. We mogen dat niet zeggen, maar ik verzeker u: we werden beschoten. Waarom we daarover moeten zwijgen? Misschien omdat we zogezegd de vrede moesten bewaren, in plaats van ze af te dwingen? We hebben ontzettend veel geluk gehad dat we er geen mensen verloren. Al scheelde het vaak geen haar. (stilte) Ik raakte ook betrokken bij zo’n incident. Achteraf besefte ik: ‘Shit, dit had zeer slecht kunnen aflopen.’”

GUY F.: “Bij latere aanvallen vluchtten wij de straat over, waar een aantal met grond bedekte garages dienst deden als primitieve schuilkelder. Soms werden we bedreigd en één van mijn collega’s flipte. Hij laadde zijn wapen en dreigde ermee onze officier af te knallen. Met veel moeite kregen we hem tot bedaren. De officier werd niet veel later ontslagen. De bierconsumptie was gerantsoeneerd tot twee pinten per man per dag, maar hij zorgde ervoor dat de bierkraan continu open bleef staan. Zo wou hij zijn manschappen kalm houden. Alleen werkte dat averechts.”

PETER: “Ik zag ook jongens flippen. Ze moesten meteen gerepatrieerd worden. U moet niet denken dat ze die jongens terugstuurden omdat ze er psychisch onderdoor gingen. Nee, ze stuurden ze terug omwille van baldadigheden en drankmisbruik.”

Ze verdronken hun miserie?

PETER: “U mag het niet voorstellen alsof iedereen er in de drank vloog. Maar sommigen wel, om het gemis van thuis te verdoven of om de ellende waarin ze beland waren te vergeten. Het hoger kader reageerde heel slecht op doorslaande militairen. Onder vijandig vuur liggen en voortdurende stress waren ‘part of the job’, alleen is niet iedereen daartegen bestand. De frustraties kwamen soms tot een kookpunt en af en toe werd er gevochten. Iemand zei iets verkeerd en hop, het spel zat op de wagen.”

DANNY VANORMELINGEN: “Militairen die te veel dronken, stuurde ik als bataljonscommandant naar huis. Op operatie in het buitenland drink je ’s avonds best niet te veel. Ik tolereerde geen zatlappen. De regel was: twee pinten. Drie keek ik door de vingers, maar in Banja Luka bekende een jongen dat hij er tien op had. Dat kon echt niet. Ik stuurde ook militairen met andere problemen naar huis. Niet als straf, maar als hulp. Ik werd daar eerst door de top voor op de vingers getikt; later hebben ze zich daarvoor verontschuldigd. Mijn operatie in Bosnië in de winter van 1998 kwam uit de lucht vallen. De dag dat ik bataljonscommandant werd, hoorde ik dat ik vier maanden later op missie moest vertrekken. Een aantal vrouwen van mijn militairen waren zwanger. Ik stuurde die jongens naar huis om hun kind geboren te zien worden. Ik gaf mensen ook toestemming om naar huis te gaan bij overlijdens. Ik kreeg als commentaar: ‘Waarom laat je iemand naar huis vertrekken voor de begrafenis van zijn grootmoeder?’ Maar wie ben ik om te bepalen hoe sterk de band is tussen een jongen en zijn oma? Sommigen waren opgevoed door hun grootouders. Ik wou niet meemaken dat iemand ging doordraaien omdat hij geen afscheid mocht nemen van een dierbare.”

BALKANHYSTERIE

PETER: “Vrij snel nadat ik terug was uit Kroatië, begon ik te merken dat er iets mis met me was. Eén fout geïnterpreteerde opmerking en ik ging totaal uit mijn dak. Conflicten loste ik in het burgerleven op zoals in het leger: met verbale en fysieke agressie. Ik sloeg mijn kot kort en klein. Vier maanden had ik in totale isolatie samen met die veertig andere jongemannen gezeten. Het was net Big Brother en zo creëerden we een band. Die onbekenden werden broers en partners in crime. Na een tijd vielen we enkel nog op elkaar terug. Terwijl ik weg was, zorgde mijn toenmalige vrouw voor onze kinderen. Zij begreep niets van die band of brothers. De verbondenheid met mijn collega-militairen was sterker dan die met mijn vrouw. Wanneer ik terug thuiskwam, wou zij haar verhaal kwijt. Ook zij maakte ingrijpende gebeurtenissen mee, maar kon bij niemand terecht. Gezinnen van militairen op missie begeleiden, is iets anders dan af en toe een familiedag organiseren. Ik wou zo snel mogelijk weer weg. Zo hopte ik van missie naar missie. Als ik niet in ex-Joegoslavië zat, was ik ergens in Europa op militair kamp. Ik kwam thuis, stak mijn vuile was in de machine, mijn vrouw streek mijn uniform, ik stak het in mijn ransel en was weer weg. Ik begreep niets meer van het gewone, dagelijkse leven.”

GUY F.: “Na terugkomst van mijn missie naar Sarajevo kreeg ik gezondheidsproblemen. Lichamelijk was ik een wrak. Ik voelde me totaal uitgeput en kreeg last van slaapaanvallen. Tijdens een gewoon gesprek viel ik van het ene moment op het andere gewoon in slaap. Ik was een gevaar op de weg, want ik viel ook in slaap achter het stuur. De diagnose van de legerdokter luidde: ‘Gebrek aan aandacht.’ Ik werd doorgestuurd naar een psycholoog; die vond verder onderzoek niet nodig. Ik ging op eigen initiatief naar de slaapkliniek. Ik moest meteen mijn rijbewijs inleveren en kreeg medicatie om de slaapaanvallen te onderdrukken. Ik had een storing in mijn neurotransmitters. Ik ontmoette collega’s die in Bosnië gediend hadden met gelijkaardige symptomen. Ook militairen op missie in Kroatië werden ziek. Sommigen kregen kanker en overleefden dat niet. Toen werd geïnsinueerd dat verarmd uranium aan de oorzaak lag van wat toen het ‘Balkansyndroom’ werd genoemd. Alleen beweren de Amerikanen dat ze nooit uranium gebruikt hebben toen wij daar waren.”

Het Balkansyndroom werd al snel ‘Balkanhysterie’ gedoopt.

PETER: “Van in het begin koos de legerleiding ervoor haar kop in het zand te steken. Verschillende mensen uit mijn regiment overleden op jonge leeftijd. Is dat toeval of was er meer aan de hand? Een van die collega’s sliep naast me. Op dat moment blaakte hij van gezondheid. Een vrolijke levensgenieter. Hij was een paar weken thuis en hij zakte ineen. Een paar jaar later was hij dood. Achteraf bleek dat ze ons gekazerneerd hadden op chemisch verontreinigde sites. ’s Nachts moesten we tijdens beschietingen regelmatig in de schuilkelder. Later werd duidelijk dat die kelder ten tijde van het communisme een opslagplaats was voor chemische troep.”

Was de legerleiding daarvan op de hoogte?

PETER: “Dat weet ik niet. ‘De legerleiding’ zijn managers die mijlenver verwijderd zijn van de werkelijke militaire wereld. Korporaals en sergeanten interesseren hen niet; dat is maar het voetvolk, het kanonnenvlees. Een officier heeft daar niets mee te maken. De onderluitenant, de pelotons-, compagnie- en bataljonscommandanten wel, want zij zijn mee op missie. Maar hun motivatie is vaak dat zo’n buitenlandse uitstap fraai oogt op hun cv. Dat is hun toegangsticket tot de generale staf in Brussel.”

VANORMELINGEN: “Ik bracht de legertop wél op de hoogte. In 2000 sprak de personeelsofficier me aan: ‘Kolonel, deze tien militairen hebben kanker. Ze dienden in de Baranja. Dat is toch eigenaardig?’ Ik was bezig aan mijn laatste twee weken als bataljonscommandant. Ik stuurde een nota naar de legertop. Want dat was inderdaad niet normaal. Ze hadden allemaal een andere vorm van kanker. Een militaire vakbond kreeg mijn nota in handen, waarna er heisa ontstond over dat vermeende Balkansyndroom. Op het moment dat ik mijn nota schreef, was één jongen overleden. Later stierven er nog twee. Ze hadden allemaal in het kasteel van Darda overnacht. Daar hing een smurrie aan het plafond waarvan vermoed werd dat die giftig was. Ik sprak later met de generaal die verantwoordelijk was voor het onderzoek. Volgens hem was er geen enkel verband.”

GUY F.: “Zoveel jaren later is het voor mij duidelijk dat PTSS een belangrijk deel van de verklaring is voor mijn symptomen. Want we kwamen in een allesbehalve alledaagse situatie terecht. De meeste mensen die later ziek werden, waren net degenen die zich op missie grote zorgen maakten.”

Was er tijdens die buitenlandse opdrachten psychologische ondersteuning?

PETER: “Nooit. Natuurlijk maakten wij geen Vietnamtoestanden mee. De PTSS van een militair die het hoofd van zijn strijdmakker ziet exploderen, zal groter zijn dan die van ons. Ik ben blij dat ik niemand van mijn vrienden heb zien afknallen. Maar in ex-Joegoslavië kwamen wij wél in gevaarlijke omstandigheden terecht. ‘Ze gaan naar een vredeszone.’ Echt? Vogelsang was een vredeszone; in ex-Joegoslavië woedde een waanzinnige oorlog.”

GUY F.: “Toen ik in het leger ging, was ik kerngezond. Pas na die missie in Bosnië werd ik ziek. Maar de legertop weigerde te erkennen dat er een verband was. De medische dienst haalde een document boven waaruit bleek dat ik in 1980 één voorschrift had gehad voor een antidepressivum. Hun conclusie luidde dat ik voorbestemd was om ooit psychisch ziek te worden. Ik vroeg: ‘Waarom zonden jullie me dan 14 jaar later naar Bosnië?’”

VANORMELINGEN: “Op missie in Bosnië in ’98 en ’99 was er een officier mee die een master psychologie gehaald had en een aalmoezenier. Iedereen die het moeilijk had, kon bij de padré terecht. Op een bepaald moment werd er vanuit België een psycholoog naar ons gestuurd om meditaties te leiden. Maar échte opvolging nadien, was er niet. Er werd wel altijd gezegd: ‘Laat het ons weten als je problemen hebt. Dan zullen we er iets aan doen.’ Het is niet zo dat Defensie haar kop in het zand stak. Alleen was de kennis over PTSS toen niet groot.”

PETER: “Ik raakte mijn gezin kwijt door mijn agressieve gedrag als gevolg van die missies. Ik kreeg mijn compleet onvoorspelbare reacties ook aan niemand uitgelegd. Bij mijn oversten moest ik al helemaal niet aankloppen. PTSS wordt gezien als een vorm van zwakte. Misschien terecht, want op de keper beschouwd ís het ook zwakte: dat wil zeggen dat je niet geschikt bent voor je job.”

Wil dat niet gewoon zeggen dat je een traumatische gebeurtenis niet verwerkt krijgt?

PETER: “Zeker, maar van een beroepsmilitair wordt verwacht dat hij in alle omstandigheden kan opereren. Daar heeft hij ooit zelf bewust voor gekozen. Een militair zal zelden of nooit tijdens een missie tegen andere leden van de groep zeggen: ‘Ik heb het moeilijk.’ Je bent jong, fit, getraind en straalt actie uit. Dan begin je in de bar niet te kniezen: ‘Ik wil naar huis, want ik mis vrouw en kinderen.’ Ik miste mijn gezin verschrikkelijk hard. Ik heb mijn kinderen niet zien opgroeien.”

Omdat u continu bij uw wapenbroeders wou zijn?

PETER: “Omdat ik geen andere keuze had. Als infanterist moést ik op missie en al die kampen meedoen. Daar vrijstelling voor vragen, stond gelijk met als watje afgeserveerd te worden. We mochten niet onderdoen voor de para’s. De groepsdruk was gigantisch; de machocultuur in het Belgisch leger is enorm. Ik beschouwde mijn gezin niet meer als mijn thuis, maar mijn bataljon.”

VANORMELINGEN: “Ik trad altijd hard op tegen de machocultuur. Normaal wordt het kenteken op de muts gedragen boven het linkeroog. Sommigen hingen de Rambo uit en droegen het kenteken boven hun linkeroor. Ik wees hen dan terecht: ‘Hier zijn geen Rambo’s. Gedraag je normaal.’ Ik liet ook meermaals verstaan: ‘Hier wordt niet gepest. Pesters vliegen naar huis.’”

PETER: “Uiteindelijk liet ik me nog niet zolang geleden opnemen. Drie weken lang zat ik in de psychiatrie. Er zijn nog nachten dat ik badend in het zweet wakker word. Door die zaak met Jürgen komen mijn demonen uit het verleden terug. Er zijn momenten waarop ik begin te wenen. Niet alleen voor wat er gebeurd is, maar ook voor wat ik in die jarenlange nasleep anderen heb aangedaan.”

*Peter is een schuilnaam. Zijn echte naam is bekend bij de redactie. Guy F. wil liever niet met zijn volledige achternaam in Humo.

© Jan Stevens

‘Elke avond dronk ik 14 pinten en snoof ik een halve gram coke’

Jarenlang voerde schrijver en ex-scenarist Ward Hulselmans een gevecht met de drank. Toen hij stiefzoon Pieter Wachters aan alcohol en coke ten onder zag gaan, greep hij samen met diens moeder drastisch in. Ward: “We lieten Pieter vallen als een baksteen en stopten met hem liefde te geven.” Pieter: “Ik ben mama en Ward daar eeuwig dankbaar voor.”

Vijftien jaar geleden werden Ward Hulselmans (70) en Pieter Wachters (36) stiefvader en -zoon. Van die vijftien jaar herinnert Pieter zich vooral de laatste 4,5 jaar. “Zolang ben ik nuchter”, zegt hij. “De jaren daarvoor zijn troebel. Die tijdslijn reconstrueer ik aan de hand van de verloren jobs en de auto’s die ik in de prak reed.”

In het boek Morgen word ik nuchter bundelt Ward Hulselmans de brieven die hij Pieter stuurde toen die drie maanden lang ging afkicken in Zuid-Afrika. “Pieter wist niet hoe hard ikzelf met verslaving worstelde”, zegt hij. Want tijdens het schrijven van scenario’s voor succesvolle tv-reeksen als Niet voor publicatie, Heterdaad, Stille Waters, Witse en Salamander ontwikkelde Ward Hulselmans een stevig drankprobleem. “Al schreef ik altijd met een nuchtere kop. Daarom zonk ik nooit zo diep als Pieter. Zeventien jaar lang gaf ik als krantenjournalist aan de lezers de verhalen van andere mensen door. In 1989 werd ik voltijds scenarioschrijver en putte ik uit mijn fantasie. Vandaag schrijf ik alleen nog zeer persoonlijke boeken. Vroeger schreef ik heel fanatiek, waardoor ik me telkens opnieuw geestelijk uitputte. Ik zag maar één manier om mezelf weer overeind te helpen: drank. Dertig jaar lang. ’s Nachts stond ik op om bij te tanken en rond vier in de ochtend nam ik vier dafalgans om nog even te kunnen slapen. Ik dacht: misschien helpt mijn ervaring Pieter terwijl hij aan het afkicken is. Dus begon ik hem brieven te schrijven.”

Verstopte je de eerste brief in Pieters bagage, zoals je in Morgen word ik nuchter beschrijft?

Ward: “Nee, die eerste brief was een dichterlijke vrijheid. Maar alle andere verstuurde ik wel naar hem. Ik was op dat moment niet van plan om daar ooit een boek van te maken. Ik wou alleen Pieter helpen. Die brieven bleven vervolgens in de schuif liggen. In 2020 verscheen Enkele reis realiteit, mijn eerste persoonlijke boek. Nogal wat mensen voelden zich daardoor aangesproken en trokken aan mijn mouw. ‘Je hebt misschien nog ervaringen die anderen kunnen helpen. Schrijf daar ook over.’ Ik hield de boot af. Nu is het er toch.”

Pieter, wat vind jij van het boek?

Pieter: “Ik kende het werk van Ward van op tv, maar ik had nooit iets van hem gelezen. Ik las helemaal niets. Plots stuurde hij me teksten van zijn hand. Dat was een ontdekking. Zijn brieven hielpen me even ontsnappen aan de realiteit dat ik in Kaapstad zat om af te kicken. Voor het eerst begreep ik dat er ook buiten Netflix nog fantasie bestond. Het was fijn om te verdwalen in de verhalen van iemand die ik dacht te kennen. Ward, de man die bij ons thuis kwam, mijn moeder hielp en ook mij probeerde te helpen. Mama was altijd zo heel lief voor mij, terwijl ik zoveel mogelijk van haar stal. Ik kwam daar allemaal mee weg.”

Je bestal je moeder?

Ward: “Dat deed hij zeker. Van mij heeft hij nooit iets gepikt.”

Pieter: “Omdat ik heel goed wist tot waar ik kon gaan. Ooit ging ik er zonder vragen met Wards auto vandoor, naar vrienden om de hoek. Hij belde me en ik was door dat telefoontje zo van mijn melk dat ik die avond niets gebruikt heb. Eerst klonk hij heel rustig, maar dan schoot hij uit zijn krammen. ‘Maak dat je terug bent!’ Ik was snel weer thuis. Ward begroette me zo innemend dat ik dacht: ‘Wat is dit?’ Ik trok naar mijn kamer en raakte de rest van de avond geen drank of drugs meer aan. Vanaf dat moment wist ik: van Wards spullen blijf ik best af.”

Je moeder bleef je wel bestelen. Had ze het niet door of tolereerde ze het?

Ward: “Ze miste altijd dingen. Alles drukte Pieter achterover.”

Pieter: “Jij zag hoe ze reageerde, ik niet, want ik was dan weg.”

Ward: “Na een tijd werd er niet meer gereageerd.”

Pieter: “Ik was mijn eigen leugens beginnen geloven.”

Ward: “Je hield jezelf voor de gek, zoals elke superverslaafde. Zo ver zat ikzelf gelukkig niet. Jij manipuleerde niet alleen jezelf, maar ook de mensen uit je omgeving. Alles stond bij jou in het teken van de volgende bak bier of de volgende lijn coke. Je trok je van de gevolgen geen bal aan. Je was ook heel geslepen. Toen je dan uiteindelijk écht om hulp vroeg, wisten wij: Pieter moét weg, hier ver vandaan. Want in een lokaal afkickcentrum in de buurt zou je binnen de kortste keren opnieuw alles en iedereen beginnen manipuleren. Daarom stuurden we je naar het andere eind van de wereld. Zonder geld, zodat je er niet weg kon. Ik hoopte dat het strenge regime je structuur in je leven zou geven. Maar ik hoopte ook dat je overweldigd zou worden door de prachtige Zuid-Afrikaanse natuur, waardoor je zou beseffen dat er iets is dat veel groter is dan jij.

“De eerste maanden mochten we af en toe Skypen. Je zei dan altijd dat alles oké was. ‘Ik kom snel terug naar huis.’ Achteraf keken je moeder en ik elkaar aan en we schudden ons hoofd. Nee, het was niet oké.”

Pieter: “Ik kan het me zo voorstellen: hoe jullie van zodra het scherm op zwart ging, tegen elkaar zeiden: ‘Pieter is er nog lang niet.’”

Ward: “Ja, en dan vonden we: ‘Er moet zeker nog een maand bij.’”

Pieter: “Mijn Zuid-Afrikaanse therapeuten vroegen me vervolgens: ‘Wat denk jij Pieter? Misschien nog een maand extra?’ Ze gaven me het gevoel dat het mijn eigen keuze was. (lacht)”

Hoe raakte je ooit verslaafd, Pieter?

Pieter: “Het is begonnen met een jointje. ‘Dat kan geen kwaad’, geloofde ik. ‘Dat hou ik wel onder controle.’ Want cannabis was iets ‘natuurlijks’. In het begin leek het ook alsof ik ermee overweg kon. Maar gaandeweg werd blowen een automatisme. Ik verloor de controle.”

Ward: “In de jaren 1980 ging ik als journalist in Amsterdam een week lang op stap met professionals die heroïnejunkies trachten te helpen. Een van die hulpverleners zei me: ‘Na al die jaren vind ik een heroïneverslaving niet meer zo erg. Het klinkt wellicht hard, maar ze zijn meestal toch een vogel voor de kat. Veel erger is de algemene versuffing door cannabis onder tienerjongens en -meisjes.’”

Pieter: “Toen al?”

Ward: “Ja, ik stond als aan de grond genageld.”

Pieter: “Lang geloofde ik dat blowen niet aan de basis lag van mijn afdaling in de hel. Niet dat het de schuld van alles is, maar cannabis legde wel het fundament voor mijn continue verlangen naar een roes.”

Die roes zocht je met cocaïne en drank?

Pieter: “Alcohol en cocaïne gingen hand in hand. Het ene is een upper, het andere een downer. Daar kon ik heel lang op teren.”

Jij wist niets van Wards worsteling met drank?

Pieter: “Als verslaafde herkende ik bepaalde handelingen. Ik zag hem een glas drinken en kreeg soms het gevoel dat ik naar het topje van de ijsberg keek. Ward was de eerste die ik belde toen ik op de bodem van de hel zat. Ik zei: ‘Jullie weten veel over mijn drankmisbruik, maar er is ook nog cocaïne.’”

Je moeder en stiefvader wisten lang niet dat je ook aan de coke zat?

Pieter: “Nee, en die verslaving was minstens even erg als de alcohol. De drank was míjn top van de ijsberg. Ik raakte razendsnel verslingerd aan de coke. Mijn cannabisdealer had altijd cocaïne bij. Hij legde zichzelf een lijntje en vroeg: ‘Jij ook?’ ‘Nee, daar begin ik niet aan’, antwoordde ik. Tot ik iemand anders een lijn zag snuiven en vroeg: ‘Mag ik ook eens?’ Dat was meteen het beste wat ik ooit meemaakte. Ik ben vrij stil van aard en plots werd ik een spraakwaterval. Een week later kocht ik mijn eerste gram.”

Ward: “Toen ik in Pieter zijn leven kwam, zat ik nog aan de drank. We hebben net samen een wandeling van drie kwartier naar hier achter de rug, en heel de tijd haalden we herinneringen op. Dat gebeurt elke keer opnieuw als we elkaar ontmoeten. Met een verslaving ophouden, is als verdriet. Telkens weer moeten we daarover praten.”

Omdat een leven in nuchterheid aanvoelt als verlies? De roes is weg en er is enkel nog de harde waarheid?

Ward: “Toch niet. Het is bij elkaar naar bevestiging zoeken dat het door ons gekozen pad het juiste is. Verslaving is zo verdomd ingrijpend. Zoveel jaar later raak ik daar af en toe nog door geëmotioneerd: ‘Waarom dronk ik toen toch zoveel?’ Ik zakte soms heel diep. ’s Morgens zat ik dan ziek op het toilet te jammeren: ‘Nooit meer.’ Ik meende dat ook. Maar ’s avonds zag de wereld er weer anders uit. ‘Vanmorgen voelde ik me wat slapjes; nu ben ik terug het heertje.’”

Heb je de alcohol helemaal afgezworen?

Ward: “Nee, ’s middags en ’s avonds drink ik bij het eten nog een glas wijn. Het is niet zo dat ik opnieuw verloren ben als ik een glas durf te drinken. Ik zonk nooit zo diep als Pieter, misschien omdat ik meer verantwoordelijkheden had. Ik kon mijn drankzucht in de mate van het mogelijke beheersen.”

Maar op die momenten dat het niet lukte, zoop je je lam?

Ward: “Dan was ik weg. En elke keer opnieuw zweerde ik op mijn communieziel: ‘Dit was de allerlaatste keer.’”

Pieter: “Morgen word ik nuchter is daarom de perfecte titel voor Wards boek. Ik ken intussen heel wat ‘gelijkgezinden’ over de hele wereld, en iedereen had hetzelfde mantra: ‘Morgen stop ik.’ Veertien jaar lang werd ik elke ochtend wakker met een kater. Ik lag dan te bleiten in bed, met een halve lijn coke op het nachtkastje en een lege fles naast het bed. ‘Dit nooit meer.’”

Ward: “Als de spijt het overneemt, geloof je dat je nuchter een ander mens zal zijn. Alleen is dat niet zo.”

Want dan is de magie weg?

Pieter: “Precies. Je wordt dan geconfronteerd met jezelf en denkt: ‘Is dit alles?’ Dus drink je bier en snuif je coke tot je jezelf terug een topkerel voelt.”

Ward: “Ik probeerde al drinkende het perfecte punt te bereiken: dat ultieme niveau waarop ik het beste functioneerde. Maar eens dat magische punt bereikt, stampte ik het totaal om zeep.”

Is het een drang tot zelfvernietiging?

Ward: “Bij mij niet. Ik kende mijn plaats in de wereld niet. Het leek alsof alle andere mensen wél zichzelf waren en in het bezit waren van de juiste code. Alsof zij hun verleden kenden en wisten waar ze naartoe gingen. Alsof zij wisten hoe ze zich moesten gedragen. Ik heb nog altijd het gevoel dat ik die code niet heb. Dat zorgt voor frustratie. Drinken is een makkelijke weg om dat onbehagen te onderdrukken. De schroom om gewoon te leven smelt dan weg als sneeuw voor de zon.”

Pieter: “Ik had een God-complex. Het heelal draaide alleen rond mij. Ik kroop in mijn eigen wereld en alcohol en coke versterkten dat gevoel. Door de drank en drugs kon het me niet schelen wat ik mama en Ward aandeed. Ik had geen enkel schuldgevoel toen ik moeders bankkaart pikte. Ik lag er niet van wakker toen ik opnieuw een job verloor. Dat gevoel alleen op de wereld te zijn, werd alleen maar groter. Een knuffel zei me niets meer. Een ongeval met de auto maakte totaal geen indruk op me. Een straf gleed van me af als water van een eend. Seks vond ik te veel moeite en verdween totaal uit mijn leven. Alleen coke en alcohol interesseerden me nog. De drugs palmden mijn hele gevoelswereld in.”

Ward: “Je zat ook altijd alleen.”

Pieter: “Ja, dat is zo typisch voor verslaafden: ze trekken zich op hun kamer terug. In het begin zei ik tegen vrienden met wie ik samen dronk: ‘Dit hou ik vol voor altijd.’ Ik geloofde echt dat ik een sociale mens was. Op het einde trok ik me totaal terug. Want met anderen op café drinken, was saai. Het gewone dagelijkse leven werd de meest vervelende ervaring ooit. Mijn lichaam reageerde op geen enkele prikkel meer. Er was alleen die nooit aflatende behoefte aan alcohol en coke. Ik dronk geen pinten meer voor het genot. Ik had ze nodig om me niet zo ellendig en depressief te voelen.”

Alcohol was jouw antidepressivum geworden?

Pieter: “Daar leek het op, ja. Ik moést drinken en ik wist niet waarom. Heel lang had ik niet door dat ik een dwangmatig gebruiker was. Ik bleef mezelf wijsmaken: ‘Als ik wil, stop ik.’

“Coke was even makkelijk te bestellen als een pizza. Ik had nummers van verschillende dealers verspreid over de stad. Ik ben er zeker van dat de service er de voorbije vier jaar nóg op vooruit gegaan is. Indertijd werd ik al netjes thuis beleverd. Mijn dealer deed alsof hij mijn vriend was. Hij kwam FIFA spelen en een paar lijnen leggen in het huis waar Ward en mama vier uur later arriveerden.

“Elke avond dronk ik 14 pinten en snoof ik een halve gram coke om te kunnen slapen. Soms zat de combinatie niet goed en raakte ik toch niet in slaap. Ik lag te woelen in bed en wist: slapen lukt niet. Ik moest dan op zoek naar nog een fles drank. Soms was er alleen rode wijn: hét recept voor een smerige kater. Elke morgen at ik eitjes met een stevige teen look in. Ik poetste uitvoerig mijn tanden, was gul met de deo en stak mijn mond vol kauwgom. Vervolgens stapte ik ergens binnen en zag ik mensen hun hoofd wegdraaien als ik sprak.”

In Morgen word ik nuchter ondertekent Ward de brieven naar Pieter met ‘Thomas’. Waarom?

Ward: “Het boek is een mengeling van fictie en non-fictie. Ik put uit eigen ervaringen, maar wat in Morgen word ik nuchter precies feit of fantasie is, laat ik in het midden. Wel helemaal realistisch is het grote geheel waarin alles zich afspeelt: dat we jaren moesten leven met de collateral damage van Pieters allesvernietigende verslaving. Al die jaren wilden we hem helpen omdat we hem graag zien. Maar dat werkte averechts: onze liefde hield de verslaving enkel in stand. Een verslaafde is heel geslepen: hij kent al je zwakke plekken en profiteert daar genadeloos van. Tot die dag dat we hem lieten vallen als een baksteen. Niet veel later vroeg hij me om hulp.”

Pieter: “Zonder dat ze het wilden, maakte ik hen medeplichtig en afhankelijk. Mama en Ward konden vreselijk kwaad worden op Pieter de alcoholist, maar twee dagen later stond diezelfde Pieter fris en monter uitgebreid voor de hele familie te koken. ‘Nog een wijntje, Ward?’ Stiekem had ik dan al een fles porto uit.”

Door je te laten vallen, zonden ze je het signaal: nu is het menens?

Pieter: “Het is heel goed dat ze dat gedaan hebben. Ze bliezen alle bruggen op en sloten alle wegen af. Jarenlang kon ik mijn moeder vanalles wijsmaken, al geloofde ze me niet altijd. Duizenden keren zei ze: ‘Ik zet je valies klaar.’ Alleen deed ze dat nooit. Na een tijd kwam ze steeds minder naar huis en bleef ze zo lang mogelijk bij Ward. Ik vond dat prima, want dan kon ik mijn zin doen. Op een keer kwam ze de keuken binnen. Ik riep haar toe: ‘Hey mama, ik ga koken, waar heb je zin in?’ Ze keek me aan met een blik in haar ogen die ik nooit eerder gezien had. Ze zei: ‘Ach jongen, het kan me niet meer schelen.’ Ze draaide zich om en verdween. Ik voelde dat ze het meende. Vanaf dat moment begon er iets in mij te sterven.”

Ward: “We stopten met liefde te geven en zorgden ervoor dat er geen cent meer te vinden was.”

Pieter: “Het klinkt misschien gek, maar daar ben ik jullie heel erg dankbaar voor. Ik had zolang op jullie liefde geteerd. Tot duidelijk werd dat jullie écht niet meer in me geloofden. Zelfs de vrouw die mij op de wereld gezet had en me altijd onvoorwaardelijk graag gezien had, kon het niet meer schelen. Dat kwam hard aan.”

Ward: “Voor het eerst in je leven besefte je dat je jezelf aan het voorliegen was. Je moeder had je een spiegel voorgehouden.”

Pieter: “De kracht vloeide uit me weg. Toen ik Ward belde, wou ik niet meer leven. Alleen was ik niet sterk of moedig genoeg om er zelf een einde aan te maken. Ik heb wel verschillende afscheidsbrieven geschreven en ik fantaseerde hoe ik met mijn auto tegen een boom knalde. Ik kon het niet en eerlijk gezegd wou ik het ook niet. Ik was vanbinnen aan het sterven.”

Waarom belde je naar Ward?

Pieter: “Die bewuste avond was ik zoals elke avond bezig aan mijn dieet van alcohol en coke. Op een krantensite las ik een artikel waar ik hevig van schrok. Er stond dat langdurig cocaïnegebruik de hartkamers doet krimpen. De drug bleek een stille doder te zijn. Al zag mijn lichaam er op dat moment redelijk goed uit; ik was geen uitgemergelde junkie. Ik belde Ward en vertelde hem dat ik ook aan de coke zat. Hij reageerde rustig. Ik haakte in en voelde even opluchting. Meteen daarna sloeg ik in paniek: ‘Wat heb ik nu gedaan?’ Ik nam mijn telefoon en begon een bericht te tikken: ‘Ward, het was maar…’ Ik aarzelde. De ene stem in mijn hoofd zei: ‘Wees blij dat je het eindelijk hebt uitgesproken.’ De andere stem fluisterde: ‘Je gaat er toch niet mee kappen?’ Die sms heb ik nooit verstuurd, maar die avond en de dagen erna heb ik wel zoveel mogelijk gesnoven en gezopen.”

Ward: “Meteen na Pieters telefoon schoten wij in actie. We wisten: hij moét weg. Tien dagen later zat hij op het vliegtuig naar die ontwenningskliniek in Zuid-Afrika.”

Pieter: “Als je echt wil afkicken, moet je radicaal kappen met mensen, plaatsen en dingen die gelinkt zijn aan je verslaving. Het land Zuid-Afrika trok mij finaal over de streep. Ik dacht: ‘O, het strand, zalig.’ Wist ik veel.”

Raakte je er overweldigd door de natuur, zoals Ward hoopte?

Pieter: “Ja, Ward had dat goed ingeschat. Ik was nog nooit in Zuid-Afrika geweest en kwam ’s nachts in Kaapstad aan. Ik had het adres van het centrum op voorhand gegoogeld. Door het jarenlange drinken en snuiven, had ik maar weinig kennis verzameld. Ik kende helemaal niets. Op het vliegtuig dronk ik vier glazen wijn, evenveel gin-tonics en daarna stortte ik me op de Zuid-Afrikaanse likeur Amarula. In mijn notitieboekje noteerde ik: ‘Die Amarula is wel lekker. Moet ik kopen als ik terug thuis ben.’ Op weg naar de rehab besefte ik niet eens dat het mijn definitieve afscheid van alcohol en cocaïne zou worden. ‘Ik ga ontnuchteren’, geloofde ik. Dat was niet hetzelfde als stoppen. Die eerste ochtend in Kaapstad trok ik het gordijn open. Ik dacht: ‘Wat is dat?’ Ik zag een rare berg in de vorm van een gigantische tafel.”

Ward: “De Tafelberg. (lacht)”

Hoe ging het er in de afkickkliniek aan toe?

Pieter: “Het was keihard werken. Ik werd omringd door medeverslaafden en therapeuten en kwam er met niets meer weg. Regelmatig kreeg ik te horen: ‘Stop bullshitting the bullshitter, Pieter.’ De drie belangrijkste begrippen die ik er leerde, waren: ‘eerlijkheid, openheid van geest en bereid zijn tot’. Het duurde een maand vooraleer ik ook bij mijn therapeuten ‘brak’. Die eerste dag stapte ik mijn kamer uit, de gang op. Daar passeerde het mooiste meisje dat ik ooit gezien had. Mijn hart maakte een vreugdesprong en ik dacht: ‘Het is hier een sportkamp.’ De eerste maand speelde ik het behulpzame typetje en sloofde ik me uit. In elke sessie vroeg therapeute Lindsey: ‘Pieter, how are you?’ Waarna ik begon te ratelen hoe fantastisch alles was. Ze luisterde en zweeg. Tot ik na vier weken zei: ‘Ik weet het niet. Wat moet ik doen?’ Ze keek me aan en sprak de gevleugelde woorden: ‘Aha, you’re coming for a question this time.’ (lacht) Ze zei: ‘Probeer niet zoveel meer te overdrijven en te liegen.’ Dat was het begin van de verandering. Ik ontdekte dat ik eerlijk moest leren zijn voor mezelf. Want dat kon ik niet meer.”

Ward: “Soms vragen we ons allebei af: wat is het leukste aan niet meer drinken? Dan antwoorden we altijd allebei: ‘Nooit meer moeten liegen.’ (lacht) Gewoon jezelf kunnen zijn en niet langer al die nieuwe constructies aan leugens moeten blijven onthouden. Dat is een gigantische opluchting.”

Ben jij ooit in therapie geweest?

Ward: “Nee. Mijn leven lang al word ik achtervolgd door de dood. Mijn broer, zus, mijn kinderen. Al die mensen rond me stierven. Maar die overlijdens speelden geen rol in mijn drankmisbruik. Nooit. Drank maakte gewoon deel uit van het ritme waarop ik leefde en schreef. En ik dronk omdat ik mijn plek niet vond. Van zodra ik die plaats min of meer wél gevonden had, nam het drinken geleidelijk af. Die eerste avond dat ik in slaap geraakte zonder eerst whisky te moeten zuipen, was een bevrijding.

“Ik verloor mijn zoon toen hij twintig was. Tien jaar later stierf mijn dochter. Ik kon niet meer dezelfde lucht inademen. Onmiddellijk na haar begrafenis ben ik vertrokken. Ik liet alles in de steek en verhuisde naar Wallonië. Daar begon het langzaamaan te helen. Ook dankzij Pieters moeder. Al flakkert het net als bij een veenbrand af en toe nog wel eens op.”

Pieter: “Ward had een reden om te drinken. Ik niet. Ward was een ‘functionerende alcoholist’: iemand die ondanks zijn verslaving zijn job perfect blijft uitvoeren.”

Ward: “Amper 10 procent van de verslaafden raakt er uiteindelijk net als Pieter ook vanaf.”

Pieter: “Ja, maar de meeste mensen raken níet verslaafd. Dat mogen we toch ook niet uit het oog verliezen. Ze drinken een periode veel, blowen cannabis of snuiven coke en beseffen op een keer: ‘Het wordt iets te hevig. Tijd om ermee te kappen.’ Waarna ze er ook écht een punt achter zetten, net zoals al die mensen die op een bepaald moment stoppen met roken. Dat is een heel natuurlijk proces, waar te weinig aandacht voor is. De schijnwerper wordt altijd meteen op de uitzonderingen gericht: op mensen zoals ik die de grens oversteken, nooit genoeg hebben en er niet zelf mee kunnen ophouden.”

Hoe gaat het nu met jullie?

Pieter en Ward: (in koor) “Heel goed.”

Pieter: “Ik stond een half jaar droog en begon te voelen wat het betekent om iemand een knuffel te geven. Die eerste keer lekker eten, dat eerste diepgaande gesprek, die eerste keer nuchter verliefd worden: al die ‘nieuwe’ ervaringen gaven me een duw in de rug. Ik begon opnieuw te studeren, een bachelor toegepaste psychologie. Nu geniet ik volop van alle nieuwe ervaringen en emoties, al geef ik toe dat er ook slechte dagen zijn. Dat is geen ramp, want ook dat heb ik moeten leren: er is niets mis met af en toe ongelukkig zijn.”

Ward: “Het was heel spannend voor ons toen Pieter een tijdje na zijn terugkeer uit Zuid-Afrika alleen ging wonen.”

Pieter: “Ook voor mij. Ik moest in deze samenleving nuchter leren zijn. Dat was veel makkelijker in dat strenge regime in Kaapstad. Alles werd daar voor me geregeld. De laatste week in rehab sloeg de schrik me om het hart. ‘Wat wordt het in het boze België?’ In februari landde ik op Zaventem. In Zuid-Afrika was het zomer en hier was het nat, kil en koud. Ik zocht werk dat ik niet mee naar huis moest nemen en werd orderpicker in een magazijn. ’s Avonds ging ik sporten en daarna kroop ik braaf in bed. Het eerste jaar legde ik mezelf die saaie routine op en ging ik geen relaties aan. Het had geen zin me met iemand te verbinden, ik was immers nog op zoek naar mezelf.”

Wordt de verleiding naar drank en drugs niet heel groot als je alleen leeft?

Pieter: “Ik heb na mijn terugkeer nooit dat vreselijke verlangen naar drank en coke gehad. Ik werk nu in een sportclub waar ik zelfs af en toe achter de bar sta en dat is geen enkel probleem. Ik worstelde wel met hardnekkige gedragsverslavingen.”

Ward: “Zoals: schoenen en kleren kopen, reizen, fitness, eten en het geld door ramen en deuren smijten. Op een bepaald moment zei hij opgewekt: ‘Ward, weet je hoeveel ik aan reizen heb uitgegeven? 10.000 euro!’ Ik was pissed.”

Pieter: “Ik dacht toen dat je blij zou zijn met mijn hervonden joie de vivre. (lacht) Dus ja, die gedragsverslavingen probeer ik te bedwingen. Al is het verzamelen van sportschoenen toch heel wat onschuldiger dan coke snuiven. Ik weet ook dat ik moet oppassen voor mogelijke tegenslagen. Ik mag die niet in mijn eentje proberen oplossen en moet op tijd hulp inroepen. Daar hebben ze me in Kaapstad voor gewapend: ‘Praat op tijd met anderen. Ga sporten. Lees een boek. Mediteer.’ Een zelfhulpgroep zoals de AA levert fantastisch werk.”

Ward: “Het twaalfstappenprogramma van de AA is gebaseerd op generatielange ervaring in het omgaan met verslaving. Ook veel andere zelfhulporganisaties maken er gebruik van en ook ik val er op terug.”

Volg jij bijeenkomsten van de AA?

Ward: “Nee, maar veel lotgenoten hebben daar wel veel aan. Kijk naar beroemdheden zoals Elton John of Anthony Hopkins: al decennialang zijn zij nuchter dankzij de AA.”

Pieter: “De bijeenkomsten van een zelfhulpgroep ondersteunen ook mij, net als de hulp van mama, Ward en iedereen die me graag ziet, zoals die oom bij wie ik altijd terecht kan. Mijn therapeuten in Kaapstad waarschuwden me: ‘Vrienden en kennissen hebben na verloop van tijd minder in de gaten dat jij die strijd voert.’ Gelijkgezinden in een zelfhulpgroep blijven zich daar altijd van bewust.”

Ward: “Pieter is mijn zelfhulpgroep. Een paar weken geleden belde ik hem. ‘Ik moet je iets vertellen. Daarnet stond ik voor een nachtwinkel en ik heb het niet gedaan.’”

Pieter: “Er is een speciale band tussen ons. Maar toen ik nog gebruikte, zei mama vaak: ‘Ward komt niet, hij kan je even niet horen of zien.’ Verbeter me als ik fout ben, Ward, maar in die tijd walgde je soms van me. Je zag hoe ik door mijn drank- en drugsmisbruik mama ongelukkig maakte.”

Ward: “We leefden in heel moeilijke omstandigheden, Pieter.”

Pieter: “Zeker, al waren er ook betere momenten. Als ik een paar dagen niets had achterovergedrukt, eens geen auto in de prak had gereden, net een nieuwe job had versierd en helemaal up was, kookte ik voor jullie, reed ik het gras af, kwam ik een paar dagen op tijd naar huis en waste ik jouw auto. Eén avond zaten we dan gezellig samen en maakten we grapjes. Tot ik het opnieuw verknoeide en de walg bij jou terug de overhand nam. Die walging is nu helemaal weg en ingeruild voor een échte relatie.”

Zijn jullie bang om te hervallen?

Pieter: “Als ik nee antwoord, lijkt het alsof ik mijn verslaving te weinig ‘respecteer’. Maar ik weet wat ik moet doen om nuchter te blijven. Ik weet ook wat ik moet ondernemen wanneer het mis dreigt te gaan.”

Ward: “Ik ben niet bang om te hervallen, ook al stond ik dan twee weken geleden voor die nachtwinkel. Een half jaar geleden stond ik daar ook. Bij aankomst thuis was de fles toen leeg. Maar deze keer kocht ik niets en belde ik Pieter. Ik heb er vertrouwen in dat het zal blijven lukken, want wat ik nu heb, wil ik niet kwijt. Nooit meer.”

Ward Hulselmans, Morgen word ik nuchter, Manteau, 160 blzn, 22,99 euro

 © Jan Stevens

%d bloggers liken dit: