‘Ik vergeet niets en vergeef niemand’

Vijf jaar geleden verloor Antoine Leiris zijn vrouw Hélène bij de aanslag op de Parijse concertzaal Bataclan. “Sindsdien is november de wreedste van alle maanden.”

Op vrijdag 13 november 2015 lieten 130 mensen het leven in terreuraanslagen verspreid over Parijs. Eén van hen was de 35-jarige visagiste Hélène Muyal-Leiris. Die horroravond ging ze naar een concert van de Amerikaanse band Eagles of Death Metal in de concertzaal Bataclan. Haar man Antoine Leiris bleef thuis bij hun 17 maanden oude zoontje Melvil. De maandag erna zag hij haar voor het allerlaatst terug achter glas in het mortuarium. “Ze was even mooi als ze altijd is geweest.”

Diezelfde dag postte hij op Facebook een brief aan de terroristen die zijn vrouw hadden vermoord. “Jullie zullen mijn haat niet krijgen”, schreef hij. Zijn boodschap ging wereldwijd viraal. Uit die brief groeide het aangrijpende boekje Mijn haat krijgen jullie niet, waarin hij de eerste twaalf dagen zonder Hélène beschrijft.

Precies vijf jaar later ligt Het leven, daarna in de boekhandel, het tussen wanhoop en hoop zwevende verslag van zijn leven na ‘les évenements’ of ‘de gebeurtenissen’. Want zo omschrijft hij met warme, zachte stem het twintig minuten durende salvo dat drie terroristen afvuurden vanop het balkon op de weerloze concertgangers.

Het voorbije half jaar leek de door de radicale islam geïnspireerde terreur in de straten van Parijs te zijn verdrongen door corona. Tot de dag van dit interview de 18-jarige Tsjetsjeense jihadist Abdullah Anzorov de 47-jarige geschiedenisleraar Samuel Paty onthoofdt voor het tonen van cartoons van de profeet Mohammed.

Antoine Leiris: “Dit vreselijke bloedvergieten blijft totaal onaanvaardbaar. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen enkel probleem met de religie islam, alleen met de politiek-fundamentalistische variant ervan. Het is niet omdat ik Mijn haat krijgen jullie niet schreef, dat ik vind dat we daders moeten vergeven, of dat we hun daden moeten vergeten. Ikzelf vergeet niets en vergeef niemand. Gewelddadig religieus fundamentalisme moét keihard aangepakt worden.”

De Franse overheid reageert te laks?

Leiris: “Wat ik vind van de aanpak van onze bewindslui hou ik liever voor mezelf. Ik werd ongewild en ongevraagd ervaringsdeskundige van wat een terreuraanval betekent voor de geliefde van een slachtoffer. Over wat dat bij mij aanrichtte, schreef ik mijn twee boeken. Hoe we fundamentalistische terroristen moeten bestrijden, laat ik over aan anderen. Daar ben ik geen expert in.”

In Het leven, daarna brengt u het relaas van u uw persoonlijke tocht van de jaren na de aanslag op de Bataclan.

Leiris: “Er is een tijd voor en een tijd na de aanslag. Ervoor was ik de man van Hélène en samen waren wij de ouders van Melvil. Erna was ik weduwnaar en Melvils alleenstaande vader. In één klap werd ik me bewust van de smalle kloof tussen leven en dood. In zeer moeilijke omstandigheden moest ik proberen uitvlooien hoe ik mijn nieuwe rol zou invullen. Wat betekende mijn vaderschap na de moord op Hélène?

“Ik ging in die periode ook op zoek naar wie mijn vader was, en welke rol hij in mijn kindertijd speelde. Hij is gestorven, net als mijn moeder. Ik ben een wees. In de jaren na ‘de gebeurtenissen’ probeerde ik als vader te leren leven met al die dode zielen.”

De Nederlandse vertaling Het leven, daarna is net verschenen, terwijl het Franse origineel La vie, après dateert van oktober vorig jaar. Moet er niet nog een extra hoofdstuk over het voorbije jaar bij?

Leiris: “Misschien schrijf ik dat extra hoofdstuk later, als Melvil een paar jaar ouder is. Nu is het daar te vroeg voor.

“Mijn eerste boek Mijn haat krijgen jullie niet schreef ik in de dagen na 13 november 2015. Daarna begon ik aan een roman te werken. Want romanschrijver worden, is mijn ultieme ambitie. Ik zette de grove lijnen voor dat fictieve verhaal uit en schreef de eerste bladzijden. Tot ik merkte hoe ik er voortdurend stukken uit mijn eigen leven in smokkelde. Het was alsof ik mijn eigen bestaan verdronk in fictie. Dat leidde nergens toe en dus besloot ik om eerst dat boek te maken over mijn leven na de aanslag. Pas daarna kon ik aan mijn roman beginnen. Daar ben ik nu ook volop mee bezig.”

U moest eerst een hoofdstuk afsluiten?

Leiris: “Precies. Mijn haat krijgen jullie niet werd door regisseur Benjamin Guillard bewerkt tot een toneelstuk en ging in het najaar van 2017 in het Parijse Théâtre du Rond-Point in première. Raphaël Personnaz, acteur en stand-upcomedian, kroop in mijn huid. Hij zette een volmaakte vader neer, een trieste weduwnaar die op een perfect ontroerende wijze voor zijn zoontje zorgt. Ik ging naar dat stuk kijken en zag een man op de scène die ik niet langer herkende. Hij leek op mij, maar hij was me niet meer. Ik was veranderd, geëvolueerd. Ik zag hoe de Antoine Leiris van Mijn haat krijgen jullie niet een personage was geworden.”

Dat ‘personage’ Antoine Leiris, schrijver van die indringende Facebook-post na de aanval op de Bataclan, wou u niet langer zijn?

Leiris: “Dat is te sterk uitgedrukt. Het was niet zo dat ik die Antoine Leiris niet meer wou zijn, ik was gewoon veranderd. Met Het leven, daarna neem ik afscheid van de in de tijd bevroren Antoine Leiris uit de maanden na de aanslag. Via dat tweede boek stap ik in het échte leven, zonder nog naar dat personage van vroeger te moeten verwijzen.”

U hoopt zo met een schone lei te kunnen beginnen?

Leiris: “Nee, dat wil ik niet. Want het leven gaat gewoon verder en het verleden kan niet gewist worden. Ik ben nu blijvend op zoek naar het evenwicht tussen een nieuw, lichter bestaan en die zware souvenirs van vroeger. Dat is best ingewikkeld.

“Of ik bang ben dat ik de rest van mijn bestaan vereenzelvigd zal worden met Antoine Leiris, de weduwnaar van na de Bataclan? Nee, al kan ik heel goed begrijpen dat buitenstaanders me nu zo zien. Terwijl ik in werkelijkheid een veel complexer mens ben. Familie en vrienden weten dat mijn identiteit niet alleen bepaald wordt door 13 november 2015 en alles wat daarna kwam. Zij kennen de Antoine Leiris met wie ze opgroeiden, de Antoine Leiris van in de middelbare school, de Antoine Leiris van op het werk… Mijn hele wezen wordt vandaag niet enkel en alleen bepaald door ‘de gebeurtenissen’. Als ik nu in mijn kantoor aan een scenario zit te vijlen, ben ik niet Antoine Leiris, de weduwnaar, maar Antoine Leiris, de scenarist. Toen ik samen met mijn uitgeefster Het leven, daarna voorstelde, was ik Antoine Leiris, de man die net een nieuw boek geschreven had.

“Natuurlijk blijven ‘de gebeurtenissen’ voor altijd deel van mijn persoonlijke geschiedenis. Ik begrijp ook heel goed dat mensen daar vragen over stellen en probeer daar dan op te antwoorden. Dat stoort me zelfs niet, integendeel.”

Was het schrijven van Het leven, daarna therapeutisch?

Leiris: “Toch niet, maar dit boek moést er eerst komen, om daarna met iets nieuws van start te kunnen gaan. Schrijven is al heel lang een vast onderdeel van mijn bestaan. De literatuur en het geschreven woord zijn zeer belangrijk voor mij en romanschrijvers staan op het hoogste schavot. Vóór ‘de gebeurtenissen’ had ik nooit plannen om iets over mezelf op papier te zetten. Ik heb lang als cultuurjournalist bij Radio France gewerkt en ken de vaak bedenkelijke kwaliteit van dat soort van bekentenisliteratuur. Na 13 november 2015 vond ik dat ik wel iets over mezelf kwijt moest. Dat is met Het leven, daarna voorlopig afgesloten. Vanaf nu wil ik samen met mijn zoon Melvil verder een leven in de luwte leiden. Ik keer ook terug naar de schaduw om die roman eindelijk te kunnen afwerken.”

Bent u ooit in therapie geweest?

Leiris: “Nee, al had ik het misschien beter wel gedaan. (lachje) Ik probeer mijn negatieve gedachten onder controle te houden en te transformeren in andere, positieve dingen. Maar ik erken dat therapie heilzaam kan zijn. Nu nog niet, misschien later. Of misschien nooit. Ik weet het niet.”

Is het moeilijk voor u om te vertellen hoe u die avond van 13 november 2015 beleefde?

Leiris: “O ja, dat blijft vreselijk moeilijk. (stilte) Melvil sliep en ik las een boek, in afwachting van de terugkomst van Hélène. Rond half elf kreeg ik een sms van een kennis: ‘Hoi, gaat alles goed? Zijn jullie thuis?’ Ik antwoordde niet, zoals ik eigenlijk nooit doe op nietszeggende sms’jes. Maar die telefoon bleef trillen. ‘Zijn jullie veilig?’ Ik legde mijn boek opzij en zette de tv aan. ‘Aanslag bij het Stade de France’, hoorde ik. Iets later zag ik de naam Bataclan voorbijglijden. De plek waar Hélène naartoe was. Ik belde haar en bleef bellen. Honderden keren na elkaar hoorde ik haar voicemail. Mijn broer en zus kwamen naar ons appartement. Samen met mijn broer reed ik die nacht in Parijs van ziekenhuis naar ziekenhuis. Nergens een spoor van Hélène. De volgende dag om acht uur ’s avonds belde haar zus. Hélène was dood.”

Van het ene moment op het andere kantelde uw leven totaal?

Leiris: “Ja, maar wat de herinneringen aan die avond nu nog met mij aanrichten, beschouw ik als privé. Dat is onderdeel van mijn intimiteit. Alles wat ik over die eerste momenten, dagen en weken kwijt wil, staat in Mijn haat krijgen jullie niet. Alles wat ik toen voelde, heb ik beschreven in dat boek. Al de rest hou ik voor mezelf.”

Was het een troost dat dat eerste boek een internationale bestseller werd?

Leiris: “Eerlijk gezegd wasMijn haat krijgen jullie nietnu ook weer niet zo’n eclatant succes. In Frankrijk werd het veel gelezen, maar in het buitenland brak het geen potten. Ja, er werd in heel wat landen vaak over gesproken én het werd in twintig talen vertaald, maar het vloog niet over de toonbank. Voor veel mensen was mijn tekst heel moeilijk te behappen. Ze waren bang dat hij hen te veel pijn ging doen. Ik kan dat best begrijpen. Af en toe zei een vriend me: ‘Antoine, ik kan je boek niet lezen. Ik ben bang dat het er veel te hard zal inhakken.’ Ik vond dat niet erg. Ik heb me nooit vragen gesteld over de verkoop van Mijn haat krijgen jullie niet. Dat interesseerde me niet. Net als al die vertalingen: al dat soort van beslissingen liet ik over aan mijn uitgeefster. Álles wat er met en rond dat boek gebeurde, ontsnapte volledig aan mijn aandacht. Ik probeerde intussen mijn leven zo normaal mogelijk te leven.”

Vandaag bent u voltijds schrijver?

Leiris: “Ja, maar dat is geen gevolg van de Bataclan. Niet lang voor de aanslagen had ik mijn baan bij Radio France opgezegd. Ik wou gaan freelancen, reportages, verhalen en scenario’s schrijven en eindelijk ook die roman afmaken waar ik al jaren op aan het broeden was. In september 2015 was ik zo vrij als een vogel, dolgelukkig met vrouw en kind en klaar voor een nieuw avontuur. Tot anderhalve maand later ‘de gebeurtenissen’ alles van tafel veegden.”

In de zomer van 2016 verhuisde u van het knusse appartement waar u samen met Hélène gewoond had, naar een flat in een koele, moderne nieuwbouw in een andere buurt in Parijs. Die verhuis was een doelbewuste keuze?

Leiris: “Ja. Na ‘de gebeurtenissen’ liet ik alles in ons appartement onaangeroerd. Het werd een museum. Ik wou er zelf eerst niet weg. Maar de moeder van een vriend zei dat het misschien verstandiger was op zoek te gaan naar een nieuwe omgeving. Zij had haar man verloren. ‘Ik bleef in het huis wonen’, zei ze. ‘Dat was een vergissing. Ik wil er weg omdat ik nood heb aan meer geestelijke vrijheid. Die vind ik hier niet.’ Ze had gelijk; die verhuis gaf me meer zuurstof. De nieuwe flat maakte het eindelijk voor me mogelijk om afstand te nemen. Ik kon voorwerpen een nieuwe plaats geven en dat werkte bevrijdend.”

Die verhuis dwong u ook tot het uitzoeken van de bezittingen van uw vrouw. U moest dingen van haar weggooien. Die selectie maken, was heel moeilijk?

Leiris: “Dat was onmogelijk, maar moest toch gebeuren. Ik maakte die selectie niet alleen voor mezelf, maar ook voor onze zoon Melvil. Toen zijn mama stierf, was hij een baby van bijna 18 maanden. Ik moest beslissen welke voorwerpen van haar hij binnen tien, twintig of dertig jaar bij zich zou willen hebben. Ik nam me voor geen spijt te krijgen van mijn keuzes, al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Nu ben ik bang dat ik toen grote vergissingen heb gemaakt.

“Ik nam vooral dingen mee die ze dagelijks gebruikte. Haar telefoon, haar sieraden, de inhoud van haar nachtkastje. Ik wou voldoende herinneringen bewaren aan haar zoals ze op het einde van haar leven was, maar niet de souvenirs uit een ver verleden. Want die zouden toch meer en meer vervagen. Ik wou de afstand tussen haar en ons zo kort mogelijk houden. Er moesten voldoende voorwerpen en foto’s zijn om haar te gedenken, maar ook niet té veel. De herinneringen aan haar moeten met ons kunnen meegroeien, zodat ze altijd bij ons blijft, bij mij en Melvil. Samen met ons zal ze veranderen doorheen de tijd.”

Hoe gaat het nu met Melvil?

Leiris: “Heel goed. Hij groeit als kool. Hij is een grote jongen van zes en zit in het eerste leerjaar, waar hij leert lezen en schrijven. Hij vindt dat zalig. De appel viel dus niet zo ver van de boom. (lacht)”

Hij heeft geen échte herinneringen aan wie zijn moeder was?

Leiris: “Op een of andere manier heeft hij toch zijn beeld van wie zij was. Als hij groter is, zullen we hem vertellen wat er precies die vreselijke avond gebeurd is. Al hebben we de voorbije jaren al heel veel over haar gepraat. Telkens wanneer hij een vraag over haar stelt, probeer ik die zo goed mogelijk te beantwoorden.

“Er zijn nu momenten waarop hij glimpen van haar opvangt. Via een geur, een kleur, een stem. Hij leefde negen maanden samen met haar in haar buik. Achttien maanden lang was er die innige band tussen moeder en baby. Dat moét toch in hem blijven voortleven? Al die zintuiglijke ervaringen van toen Hélène er nog was, zitten diep in hem. Dat geloof ik echt.”

U bent nu zowel zijn vader als zijn moeder?

Leiris: “Nee, ik kan niet meer dan één ouder tegelijkertijd zijn. Al doe ik mijn best om voor 100 % zijn papa te zijn, een superpapa, de allerbeste. Maar de rol van mama zal ik nooit kunnen overnemen. Dat is onmogelijk. Het is heel moeilijk om eerst degene te zijn die gromt: ‘Wat heb je nu weer uitgespookt, Melvil?’, en vijf minuten later degene die sust: ‘Was papa weer aan het zeuren?’ (lacht)”

Hoe belangrijk waren familie en vrienden de voorbije vijf jaar?

Leiris: “Van levensbelang. Zij waren er altijd voor ons; ze zijn mijn ankerpunten. Mijn ouders heb ik niet meer, maar bij mijn prachtige broer en zus kan ik altijd terecht. Ik heb ook een paar vrienden op wie ik dag en nacht kan rekenen.

“Sommige zondagnamiddagen kunnen heel somber zijn. Dan neem ik de auto en rij ik met Melvil naar mijn broer of zus. Of naar mijn vrienden Michel of Marco. Nooit kom ik ongelegen bij hen.”

Is er in uw leven plaats voor een nieuwe geliefde?

Leiris: “Een deel van mij wil dat en verlangt er ook naar. Tezelfdertijd voel ik hoe moeilijk en ingewikkeld een nieuwe relatie kan zijn. (zwijgt)

“Ach, ik zou u kunnen zeggen dat ik er klaar voor ben en dat een nieuwe liefdesrelatie mogelijk is. Maar de realiteit is dat ik het niet weet. Ik heb geen antwoord op uw vraag. Nog niet.”

In januari 2021 begint normaal gezien het assisenproces tegen twintig verdachten van de aanslagen in Parijs, waaronder de enige nog levende dader Salah Abdeslam. Zal u dat volgen?

Leiris: “De juiste data staan nog niet vast en vandaag weet ik niet of ik in de rechtszaal zal plaatsnemen. Momenteel loopt het proces tegen 14 medeplichtigen van de aanslagen in januari 2015 op onder andere Charlie Hebdo. Ik hoorde iemand van de Association française des Victimes de Terrorisme (AfVT) zeggen dat veel nabestaanden tot op de allerlaatste minuut twijfelden of ze aanwezig zouden zijn of niet. Dat klinkt misschien bizar, maar ik begrijp dat volkomen. Ook ik zal twijfelen tot vlak voor de allereerste zitting.”

Verschillende slachtoffers van de Brusselse aanslagen van 22 maart 2016 voelen zich door de overheid in de steek gelaten. Herkent u dat?

Leiris: “Dat is een ingewikkelde kwestie, waar ik liever niet op inga. Het is niet voor niets dat in 2009 de AfVT, de belangenvereniging van Franse terrorismeslachtoffers, opgericht werd. Meer wens ik daar echt niet over te zeggen.”

Waarom niet?

Leiris: “Ik vertel in mijn twee boeken het hoogstpersoonlijke verhaal van een vader en een zoon die door een aanslag in uitzonderlijke omstandigheden terecht komen. Ik praat liever niet over gevoelige zaken waar ik het fijne niet van weet. Want dan riskeer ik fouten te maken die mensen nodeloos kunnen kwetsen.”

Op 16 november 2015 postte u uw inmiddels wereldberoemde boodschap aan de daders: ‘Mijn haat krijgen jullie niet.’ Vindt u nog steeds dat ze uw haat niet verdienen?

Leiris: “Wat ik toen bedoelde, was dat ik mijn handelingen niet wou laten aandrijven door die emotie. Haat mocht niet de motor van mijn leven worden. Ik weet het, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De woede, en af en toe de haat, liggen constant op de loer. Toch blijf ik die negatieve emoties onderdrukken. Ik laat niet toe dat zij bepalen hoe ik zal handelen. Op die momenten waarop het toch dreigt te gebeuren, dwing ik die haatgevoelens terug in de spelonken van mijn geest.”

De aanslag op de Bataclan en de moord op uw vrouw heeft uw kijk op de wereld niet ingrijpend veranderd?

Leiris: “Ik vermoed van niet. Er huizen al heel lang twee totaal tegengestelde persoonlijkheden in Antoine Leiris. De ene persoonlijkheid is extreem gevoelig aan sensaties, geuren en kleuren. Ze vangt alles op wat er aan emoties rondzweeft en reageert daar sterk op. Die andere persoonlijkheid is dan weer heel rationeel. Die twee leefden altijd al samen in mij en zitten er nog steeds. Mijn rationele kant probeert ook na 13 november 2015 de waanzin in de wereld te begrijpen. Mijn emotionele kant raakte ook na die vreselijke dag niet afgestompt. Het lukt me nog steeds om niet definitief te veroordelen en ik ben me er nog altijd heel goed van bewust dat ik de wereld niet begrijp. Dat is toch positief, niet?”

Hoe zal de avond van 13 november 2020 er voor u uitzien?

Leiris: “Dat weet ik nog niet. Sinds 2015 is die 13e november elk jaar een zeer moeilijke dag. Eigenlijk is heel die maand november zwaar. Het is de wreedste van alle maanden. Dan herbeleef ik ‘de gebeurtenissen’. Niet exact zoals ze zich toen afspeelden, maar ze liggen dan als een dood gewicht op mijn schouders.

“De coronacrisis versterkt dit jaar die somberheid alleen maar. Parijs lijkt met die avondklok een stad in oorlogstijd. Mijn stadsgenoten lopen op de toppen van hun tenen. Ze zijn bang voor hun gezondheid, bang om hun job te verliezen, bang dat hun zaak overkop zal gaan. Elke ochtend neem ik de metro en dan zie ik vermoeide, uitgebluste mensen. Zelfs hun mondmaskers kunnen niet verbergen dat ze de wanhoop nabij zijn.”

Antoine Leiris, Het leven, daarna, Het Spectrum, 176 blzn., 15,99 euro

© Jan Stevens

‘Biden lijkt een aardige opa en een lieve uncle Joe. Ik leerde hem kennen als seksueel roofdier’

“It never happened”, reageert Amerikaans presidentskandidaat Joe Biden (77) op de beschuldiging van Tara Reade (56) dat hij haar 27 jaar geleden aanrandde. Zijn staalharde ontkenning maakt op haar geen indruk. “Hij klinkt als de echo van Harvey Weinstein en Donald Trump.”

In oktober 2017 was Joe Biden er als de kippen bij om de net in opspraak gekomen filmproducent Harvey Weinstein met de grond gelijk te maken. In een toespraak aan de Rutgers-universiteit in New Jersey veroordeelde de voormalige Amerikaanse vice-president “het walgelijke gedrag van die zeer machtige figuur uit Hollywood”. De snelle ondergang van Weinsteins miljoenenbedrijf als gevolg van de #MeToo-beschuldingen vond Biden als straf niet voldoende. “Ik hoop op grotere gevolgen”, zei hij. “Seksuele aanvallen gaan niet over seks, maar over machtsmisbruik. De dappere getuigenissen van Weinsteins slachtoffers redden nu andere vrouwen. Het is hoog tijd dat ook de machtige mannen in Hollywood beginnen spreken. Want stilte is medeplichtigheid.”

Vandaag is Joe Biden de kandidaat van de Democraten om president te worden van de Verenigde Staten. Op 25 maart van dit jaar beschuldigde zijn voormalige medewerkster Tara Reade hem in de podcast The Katie Halper Show van verkrachting. Het was niet haar eerste beschuldiging. Een jaar eerder was Reade één van de acht vrouwen die zeiden door Biden te zijn lastig gevallen. Hij zou hen ongevraagd betast en/of gekust hebben. Biden reageerde toen met de korte boodschap dat hij van nature een knuffelaar is. “Nooit had ik het gevoel dat ik me ongepast gedroeg. Als gesuggereerd wordt dat ik dat wel deed, wil ik daar respectvol naar luisteren.”

Na de aantijging van verkrachting hulde Joe Biden zich meer dan een maand in stilzwijgen. Op vrijdag 1 mei reageerde hij voor het eerst in het MSNBC-acutaliteitenprogramma Morning Joe, waar hij door presentatrice Mika Brzezinski twintig minuten lang stevig op de rooster werd gelegd.

It never, never happened”, zei Biden toen meermaals. Hij had zelfs geen enkele herinnering meer aan u, mevrouw Reade.

Tara Reade: “Hij klonk bijna letterlijk als Harvey Weinsteins verdediging op diens proces: ‘That never happened.’ Hij klonk ook als de echo van Donald Trump nadat die door E. Jean Carroll beschuldigd was van verkrachting: ‘That never took place.’”

Wat gebeurde er precies op die bewuste dag in 1993, toen Biden senator was en u een van zijn stafmedewerkers?

Reade: “Ik moest hem een sporttas brengen. ‘Hey Tara, kom hier’, zei hij. Voor ik het goed en wel besefte, duwde hij me tegen de muur. Hij mompelde iets en probeerde me te kussen. Ik voelde zijn hand onder mijn rok glijden. Hij probeerde mijn slipje naar beneden te trekken en ik voelde hoe zijn vingers me penetreerden. ‘Wil je ergens anders naartoe?’ hijgde hij in mijn oor. Ik trok me terug en duwde hem van me af. Hij snauwde: ‘Komaan zeg, ik hoorde dat je me aardig vond?’”

Ook in de Amerikaanse wet wordt dat verkrachting genoemd.

Reade: “Dat was het ook. (stilte) Nadat ik hem had weggeduwd, keek hij me aan en siste: ‘Je bent niets. Helemaal niets.’ Ik vermoed dat hij schrok van de angst op mijn gezicht, want hij pakte me bij de schouders en zei: ‘Je bent oké. Je bent een fijn meisje. Het is goed.’ Daarna wandelde hij weg alsof er niets was gebeurd. Hij raakte niet in paniek en bood me geen zwijggeld of iets anders aan. Blijkbaar wist hij dat ik vanzelf mijn mond zou houden. Daarom ben ik er nu vrij zeker van dat ik niet zijn eerste slachtoffer was.

“Ik trilde over mijn hele lijf en was verkild tot op het bot. Nadat hij was verdwenen, zakte ik als een hoopje ellende ineen.”

Hoe was u bij Biden terechtgekomen?

Reade: “Ik stam uit een artistiek gezin uit de staat Wisconsin. Mijn vader was journalist en schrijver en mijn moeder schilderde. Toen ze jong was, trok zij naar Europa, waar ze een tijd als beeldhouwster op het eiland Malta leefde. Ik wou actrice worden en van mijn 16e tot mijn 26e jaagde ik die droom na. Ik speelde een paar rollen en probeerde in Los Angeles als model aan de bak te komen. Dat lukte maar moeizaam en op een bepaald moment besloot ik een job te gaan zoeken in Washington DC, het politieke hart van de VS. In de winter van 1991 kon ik als stagiair aan de slag bij de Democratische volksvertegenwoordiger Leon Panetta. Hij werd later directeur van de CIA.”

Als stagiair werd u niet betaald?

Reade: “Ik werd niet betaald, maar verzamelde zo wel studiekrediet. Want mijn ultieme doel was: terug gaan studeren en een rechtendiploma halen. Ik wou ooit zelf in de politiek stappen, voor de Democratische Partij. Ik werkte mee aan een project rond wetgeving voor dierenwelzijn dat door Panetta gefinancierd werd. Mijn stage bestond voor een groot deel uit documenten kopiëren en enveloppen dichtkleven en frankeren. Daar was ik niet goed in. (lacht) Gelukkig mocht ik ook vergaderingen organiseren en bezoekers rondleiden op Capitol Hill.

“Toen ik een vacature zag voor een echte job als field manager in het kantoor van senator Joe Biden, twijfelde ik geen seconde. Ik werd aangenomen en stuurde tweehonderd vrijwilligers aan die campagne voerden voor de herverkiezing van de alom gerespecteerde Democratische senator uit Delaware. Hij won glansrijk en in november 1992 solliciteerde ik voor een job als stafmedewerker in zijn kantoor. Na een verkennend telefoontje werd ik uitgenodigd voor een gesprek met een vrouw van de personeelsdienst. Ik werd meteen aangenomen.”

Want u was de gedroomde kandidaat?

Reade: “Joe Biden wandelde toevallig voorbij ons tafeltje. Hij keek me aan en vroeg mijn naam. Tegen de vrouw die me aan het interviewen was, zei hij: ‘Hire her.’”

Hoe belangrijk was senator Joe Biden begin jaren negentig in de Amerikaanse politiek?

Reade: “Hij had veel macht. Hij was voorzitter van de belangrijke Senate Judiciary Committee, wat hem nogal wat prestige opleverde. Maar toen ik bij hem als stafmedewerker aan de slag ging, had dat prestige net een flinke deuk gekregen. Tijdens de hoorzittingen eind 1991 voor de aanstelling van een nieuwe rechter bij het Hooggerechtshof, getuigde juriste Anita Hill dat de Republikeinse topkandidaat Clarence Thomas haar verschillende keren seksueel had lastiggevallen. Vier andere vrouwen waren bereid onder eed voor het Committee te komen getuigen dat Hill de waarheid sprak. Maar de Democratische voorzitter Joe Biden behandelde Hill alsof ze een leugenaar was. Hij gooide het op een akkoordje met de Republikeinen, weigerde de getuigenissen en Thomas raakte probleemloos benoemd. Bidens aanpak zorgde voor verontwaardiging bij vrouwelijke politici. Later verontschuldigde hij zich bij Anita Hill. Voor zover ik weet, heeft zij zijn excuses nooit aanvaard.”

Joe Biden was toen toch een grote voorvechter van vrouwenrechten? Staat hij niet aan de wieg van de wet die geweld tegen vrouwen verbiedt?

Reade: “Die Violence against Women Act dateert van 1994 en diende volgens sommigen om Bidens blazoen na Anita Hill op te poetsen. Vóór ’94 stemde hij verschillende keren tégen de invoering van zo’n wet. Door plots die wet actief te steunen, kroonde hij zichzelf tot kampioen vrouwenrechten.

“Ik werkte rechtstreeks voor Biden van november 1992 tot augustus 1993. Ik kreeg de stagiairs onder mijn hoede en werd bij vergaderingen ingezet als verslaggever. Soms deed de persdienst beroep op me; eigenlijk was ik een administratief manusje-van-alles. Ik was dolenthousiast, maar dat bekoelde snel, want het duurde niet lang of Joe Biden begon me seksueel te intimideren. Terwijl ik niet naar Washington DC gekomen was om door een senator te worden lastiggevallen, maar om er zelf een te worden.”

Wanneer was het eerste incident?

Reade: “Eind januari ’93, vlak na de presidentsinauguratie van Bill Clinton. ‘Je hebt prachtige benen’, zei senator Biden. ‘Je bent zo mooi.’ Ik voelde mijn maag ineenkrimpen. Op andere momenten kwam hij achter me staan en legde zijn handen op mijn schouders. Ik voelde hoe zijn vingers mijn nek masseerden en mijn haar streelden. Hij zei dan geen woord. Hij was 50 en ik 28. Hij had mijn vader kunnen zijn en ik voelde me vreselijk geïntimideerd. Ik had veel respect voor hem, maar voelde me totaal niet tot hem aangetrokken. Ik vond zijn ongewenste aanrakingen afschuwelijk, terwijl het ergste toen nog moest komen. (stilte)”

Waarom diende u na de verkrachting geen klacht in?

Reade: “Ik was aangerand door mijn baas, een belangrijk politicus waar ik lang veel respect voor had. Ik was doodsbang voor hem. Ik vertelde mijn moeder wat er gebeurd was en zij wou dat ik naar de politie stapte. Maar die vertrouwde ik niet. In 1993 was de kans heel groot dat je als slachtoffer van aanranding door de politie niet ernstig genomen werd. Zeker als de dader een man met aanzien was. Er waren geen getuigen en Biden had ook gezegd: ‘Niemand zal je geloven.’ Pas onlangs stapte ik naar de politie, nadat ik doodsbedreigingen had gekregen. Ik legde een verklaring af over wat me 27 jaar geleden is overkomen. Daarin zeg ik dat ik bereid ben onder eed te herhalen dat Biden me aangerand heeft.

“Ik heb lang geprobeerd die aanranding te vergeten en wou ze diep in mijn herinnering begraven. Ik vertelde het alleen aan mijn moeder en mijn broer en een paar heel goede vrienden. Ik diende op aanraden van mijn moeder bij de senaat wel klacht in, maar een paar weken later werd ik ontslagen en werd dat interne onderzoek meteen afgevoerd.”

Uw ontslag kwam er op bevel van Biden?

Reade: “Ze zetten me niet meteen op straat, maar speelden het ‘subtieler’. Eerst namen ze me al mijn bevoegdheden af omdat ik zogezegd niet voldeed. Ik moest verhuizen naar een kantoor zonder ramen. Ik zat daar helemaal alleen en had van de ene dag op de andere geen collega’s meer. ‘Jouw job is vanaf nu zoeken naar een andere job’, kreeg ik te horen. Niet veel later lag mijn ontslagbrief op mijn bureau.

“Het vinden van een andere baan in Washington was een hel. Stafmedewerker van Joe Biden was normaal gezien een uitstekende referentie, maar bij mij leek dat enkel deuren te sluiten. Het was alsof ik op een zwarte lijst was geplaatst.

“In de lente van 1993 leerde ik een man kennen die als assistent voor een volksvertegenwoordiger werkte. Hij heette Theo en niet lang voor de aanranding door Biden begonnen we een relatie. Ik vertelde ook aan Theo wat er gebeurd was. Hij hielp me financieel toen Biden me ontsloeg en ik trok bij hem in. We trouwden in 1994, ik raakte zwanger en we kregen een dochter. Maar Theo werd snel gewelddadig en takelde me in februari ’96 zo hard toe dat ik de scheiding aanvroeg. Tijdens de echtscheidingsprocedure voor de rechtbank zei Theo dat ik worstelde met een trauma nadat ik in ’93 door Biden seksueel was lastiggevallen. Die verklaring zit in het archief van het San Luis Obispo Superior Court en werd onlangs door een lokale krant opgedolven.”

Eind april dook een oud fragment op uit de Larry King Live-show van 11 augustus 1993 met de stem van uw moeder, Jeanette Altimus. Ze vraagt: “Wat kan een stafmedewerker in Washington anders nog doen dan naar de pers stappen? Mijn dochter is daar net vertrokken. Zij werkte voor een vooraanstaande senator en kon nergens met haar problemen terecht. Zij koos ervoor om niet naar de pers te stappen, uit respect voor hem.”

Reade: “Een student haalde dat fragment vanonder het stof. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Ik had al eerder tegen journalisten gezegd dat mijn moeder in ’93 met die vraag anoniem naar Larry King gebeld had. Maar ik wist niet dat de opname ook bewaard gebleven was. Mijn mama was in alle staten toen ik haar over de aanranding vertelde. Ze is gestorven in 2016 en toen ik dat fragment terug zag en haar stem hoorde, was het alsof ze me vanuit de dood kwam helpen. Ik was daar helemaal door van streek.”

Toen u met uw verhaal voor het eerst in april 2019 naar buiten kwam, had u het enkel over ongewenste aanrakingen.

Reade: “Ik heb meer dan een kwart eeuw gezwegen en dat was niet goed. De last van dat geheim heeft me totaal ondermijnd. Ik verloor al mijn zelfvertrouwen, huwde een foute man, raakte amper nog aan een fatsoenlijke job. Ik was een grote fan van Barack Obama en toen Joe Biden in 2008 zijn running mate werd, was dat een grote schok. Als alleenstaande moeder met een tienerdochter koos ik ervoor te zwijgen. Want ik was bang voor de gevolgen voor mijn kind als ik in de openbaarheid zou treden. Ik maakte mezelf wijs: ‘Misschien is hij veranderd door wat hij heeft meegemaakt.’”

Want Biden is door het leven niet gespaard.

Reade: “Dat is waar, hij verloor twee kinderen. Een kind moeten afstaan, is het ergste wat je als ouder en als mens kan overkomen. Dat speelde ook mee in mijn beslissing om niet met mijn verhaal naar buiten te komen.

“Tot de Democratische politica Lucy Flores in maart 2019 een essay publiceerde waarin ze beschreef hoe Joe Biden in 2014 ongevraagd achter haar kwam staan, haar schouders beetgreep, zijn neus in haar haar stak, haar besnuffelde en haar lang op het hoofd kuste. Ze was er volledig door van slag en voelde zich vies. Ze had gelijkaardige verhalen van zes andere vrouwen gehoord en vond het daarom ongepast dat die man zijn kandidatuur voor het presidentschap stelde. Flores’ getuigenis was zo dapper dat ook ik besloot niet langer te zwijgen. Want ik wist: Biden was ondanks alles wat hij had meegemaakt geen haar veranderd. Maar ik kon niet meteen alles vertellen; dat lukte me gewoon niet. De schaamte was véél te groot, dus had ik het eerst enkel over zijn ongewenste aanrakingen. Ik was zo vreselijk bang dat ik dacht: ‘Ik sluit me aan bij de seksuele intimidatie van de zeven andere vrouwen.’ Alles waar ik voor vreesde, kwam toen ook uit. Er werden meteen emmers drek over me heen gegooid en dat is nooit gestopt. Inmiddels ben ik alles kwijt en heb ik niets meer te verliezen. Daarom kwam ik in de lente van dit jaar met het volledige verhaal.”

Ik las artikels over u waarin u manipulatief en ‘bedrieglijk’ genoemd wordt.

Reade: “Er zijn kosten noch moeite gespaard om zoveel mogelijk vuil over mij op te spitten. Anita Dunn is topadviseur voor de verkiezingscampagne van Biden. Haar pr-firma SKDKnickerbocker krijgt honderdduizenden dollars om mij in diskrediet te brengen, bang te maken, het zwijgen op te leggen en te vernietigen. Dat zal die hypocrieten niet lukken. De ‘behandeling’ die ik nu van veel Amerikaanse media krijg, is niet anders dan die van veel andere slachtoffers van seksueel misbruik in de VS. Ze proberen van mij een soort dader te maken, een fantast en leugenaar. Ze schrijven uitgebreide artikels over hoe ik als arme alleenstaande moeder mijn rekeningen niet kan betalen. Ze praten met huisbazen die klagen over mijn achterstallige huur en concluderen daaruit dat ik niet te vertrouwen ben. Sorry, maar in de VS leven vandaag wel meer mensen zoals ik die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen.

“Ik probeer recht te krabbelen, maar dat is niet gemakkelijk. Er is zoveel vuiligheid over me rondgestrooid dat geen enkele werkgever bereid is me een nieuwe kans te geven. Ik verstuur sollicitatiebrieven, maar van zodra een personeelsdirecteur mijn naam googelt, komt hij op die artikels terecht waarin ik word afgeschilderd als manipulatieve leugenaar. Wie neemt een monster zoals ik aan?”

Ook een kwaliteitskrant als The New York Times schrijft zeer kritisch over u.

Reade: “Een krant moét kritisch zijn, maar van de berichtgeving in The New York Times ben ik heel erg geschrokken. Volgens hen had ik een geheime relatie met een Rus toen ik als slachtoffer van Biden naar buiten kwam. Dat is volslagen onzin. En stel dat het waar is, wat dan nog? Who cares? Ook zij gingen aankloppen bij huisbazen die door mijn financiële problemen nog een paar honderd dollar van me tegoed hebben. Ik begrijp niet goed wat ze met die stukken willen bewijzen. Wordt een slachtoffer van seksueel misbruik pas geloofd als hij of zij voldoende geld op de bank heeft staan om de huishuur te betalen?”

Volgens uw cv studeerde u op latere leeftijd aan de universiteit van Seattle. Op basis van dat diploma werkte u tien jaar lang als getuige-deskundige in zaken van huiselijk geweld bij de rechtbank van Californië. Eind mei liet de universiteit weten dat u nooit bent afgestudeerd bij hen.

Reade: “Dat verhaal is onderdeel van die beschadigingsoperatie. Ik heb wel degelijk rechten gestudeerd mét een diploma. Na mijn huwelijk met de gewelddadige Theo werd ik met mijn dochter opgevangen in een vrouwenhuis in Seattle. We kwamen er in een beschermingsprogramma terecht en kregen er nieuwe namen en rijksregisternummers. Vanaf dan ging ik als Alexandra McCabe door het leven. Ik begon in die periode te studeren en door die naamsverandering is er iets misgelopen in de universiteitsadministratie. Ik heb in 2004 een rechtendiploma gehaald dat ik u ook kan laten zien. De discussie gaat over mijn bachelor die als basis diende voor mijn rechtenstudies. Die is door een foute elektronische registratie verdwenen in cyberspace. Mijn advocaat is dat nu samen met de universiteit aan het uitzoeken.”

The New York Times is niet het enige medium dat wijst op uw sympathie voor Rusland. Het beruchte Mueller-rapport legde de Russische beïnvloeding tijdens de verkiezingen van 2016 bloot. Misschien hebben de Russen u nu ingehuurd om de reputatie van Joe Biden om zeep te helpen?

Reade: “Het ene moment ben ik een armoezaaier en het andere moment een vetbetaalde Russische agent. Komaan, zeg. Weet u waar ze die ‘Russische connectie’ uit afleiden? Uit de roman die ik aan het afwerken ben. The last snow tiger is de titel en ik hoop binnenkort een uitgever te vinden. Door de heisa van de voorbije maanden is dat boek blijven liggen. Het gaat over de vriendschap tussen een Russisch en een Amerikaans meisje op het platteland in Wisconsin. Hun families leren elkaar beter kennen en verbroederen, tot er een tragedie plaatsvindt. In mijn roman zijn de Russen de good guys, terwijl de Amerikanen nogal wat steken laten vallen. Als je zoiets ‘revolutionairs’ durft te schrijven, ben je blijkbaar verdacht. (lacht)”

Op 9 mei gaf u een uitgebreid interview aan voormalig Fox News-anker Megyn Kelly. Een paar dagen later werden fragmenten uit dat interview gerecycleerd in een verkiezingsadvertentie voor Donald Trump. Wordt u betaald door de entourage van Trump om Biden zwart te maken?

Reade: “Nee. Ik werk voor niemand en ik heb ook geen strategie. O ja, ik heb een advocaat, daar houdt het mee op. Ik stem ook niet voor Trump. Ik ben geen lid meer van de Democratische Partij, maar zal de Democraten nooit inruilen voor de Republikeinen. Beide partijen zijn in hetzelfde bedje ziek. De VS worden gerund door miljardairs. Daar komt het in essentie op neer. Ik vind dat doodjammer, want mijn leven lang ben ik geïnteresseerd in politiek.”

Heeft Biden of iemand uit zijn omgeving inmiddels contact met u gezocht?

Reade: “Nee. Het enige wat zij doen, is me proberen kraken. Ik ben mijn werk kwijt, mijn huis. Alles. Mijn ouders en grootouders waren lid van de Democratische Partij. Ik beschouw mezelf ook als Democraat in hart en nieren. Ik sprak de waarheid over wat mij overkomen is, en kijk wat ik allemaal over me heen krijg. Geen enkele overlever mag nog meemaken wat ze mij hebben aangedaan. Ik weet dat er naast de bekende acht vrouwen nóg slachtoffers van Biden zijn, alleen durven die niet op de voorgrond te treden. De zeven andere bekende slachtoffers steunen me. Een aantal zal omwille van tactische redenen in november toch voor hem stemmen. Ze zijn doodsbang dat Donald Trump herverkozen wordt. Dat is hun keuze, maar mijn stem krijgt Joe Biden niet.”

Hebt u iets gehoord van Bidens running mate Kamala Harris?

Reade: “Zij was mijn volksvertegenwoordiger en ik heb haar talloze malen gemaild. Nooit heeft ze geantwoord.

“Ik wil dat Joe Biden op een of andere manier ter verantwoording geroepen wordt, al weet ik niet hoe. Ik vind niet dat hij de geknipte figuur is om de machtigste man ter wereld te worden, ook al is het alternatief geen haar beter. Biden lijkt een aardige opa en een lieve uncle Joe; ik heb hem leren kennen als seksueel roofdier.”

Maakt het voor u een verschil als hij gewoon zou toegeven dat hij 27 jaar geleden zwaar over de schreef is gegaan?

Reade: “Natuurlijk, maar dat zal niet gebeuren. U hoorde het hem zelf zeggen: ‘It never happened.’

© Jan Stevens

‘Poetin waarschuwde: ik schakel jullie uit met één vingerknip’

Jarenlang beschermde ‘special agent’ Dan Kaszeta de Amerikaanse president George Bush tegen aanslagen met chemische en biologische wapens. In zijn boek Toxic bundelt hij zijn kennis van zenuwgassen, het favoriete gifwapen van de Russische president Vladimir Poetin. “Met zijn aanslag met novichok waarschuwde Poetin zijn tegenstanders in ballingschap: ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

In 1987 droomde de jonge militair Dan Kaszeta (51) ervan spion te worden in de Sovjet-Unie. “Dus ging ik op kosten van het leger aan de universiteit Russisch en politieke wetenschappen studeren”, zegt hij. “De deal was dat ik daarna ergens in Rusland op geheime missie gedropt zou worden. De koude oorlog woedde volop en Ronald Reagan was nog onze president.” Maar twee jaar later viel de muur en stortte de Sovjet-Unie in. “Ook mijn spionnenplan lag in duigen. Eind jaren 80 voerde de Iraakse dictator Saddam Hoessein een luchtaanval met gifgas uit op het stadje Halabja. Dat zorgde voor paniek in het Pentagon. Niet de Russen, maar met gifgas spelende machtswellustelingen zoals Saddam waren het nieuwe gevaar. In plaats van me tot militair spion op te leiden, stuurden ze me naar de US Army Chemical School in Alabama.”

Tien jaar later werd Dan Kaszeta als ‘special agent’ verantwoordelijk voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemisch en biologisch wapentuig. Na de aanslagen van 9/11 werd hij de persoonlijke ‘bodyguard chemische beveiliging’ van de toenmalige president George W. Bush. In 2008 zwaaide hij af en verhuisde naar Londen, waar hij nu beveiligingsadvies verschaft aan overheden en ondernemingen, en boeken en artikels schrijft over chemische en biologische wapens.

In zijn gloednieuwe boek Toxic beschrijft hij de nog prille geschiedenis van zijn ‘favoriete’ vergif: zenuwgassen.

Dan Kaszeta: “Ze werden in de jaren dertig bij toeval ontdekt door de nazi’s en zijn dertig keer dodelijker dan ‘reguliere’ chemische wapens. Sarin is een voorbeeld van zo’n zenuwgas. Ik heb er mijn carrière in het Witte Huis aan te danken. Na de terroristische aanslag met saringas van de Aum Shinrikyo-sekte in de metro van Tokio in 1995 werd ik door The White House Military Office gerekruteerd. Ze vonden me met mijn opleiding aan de Chemical School de ideale kandidaat voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemische terreur. Alleen had ik op dat moment nog nooit gehoord van sarin. Want Amerikaanse legerchemie is niet meteen échte scheikunde, maar eerder ‘chemie voor dummies’. (lacht) Ik ben toen beginnen studeren als gek.”

Waren er tijdens uw periode in het Witte Huis ooit aanvalspogingen met biologische of chemische wapens op de president?

Kaszeta: “Zeker. Vlak na 9/11 vroeg de US Secret Service me als special agent voor de persoonlijke bescherming van president Bush tegen chemische terreuraanvallen. Ons team zou uit twee mensen bestaan. Een maand na mijn aanstelling kwam er in het postgebouw van het Witte Huis een envelop toe met antraxpoeder dat het dodelijke miltvuur veroorzaakt. De president was door dat incident danig van zijn melk en zorgde er eigenhandig voor dat ons budget explodeerde. De volgende twee jaar groeide ons team met meer dan 40 collega’s.

“Het brein achter de antraxbrief voor Bush was geen dolgedraaide jihadist, maar de ‘keurige’ Amerikaanse microbioloog Bruce Eward Ivins. Ik kende die man persoonlijk. Niet dat hij een vriend was, daar vond ik hem iets te raar voor. Hij werkte als onderzoeker biodefensie voor het leger en werd beschouwd als dé antraxexpert. Tussen september en oktober 2001 verstuurde hij verschillende antraxbrieven naar politici en journalisten. Vijf mensen verloren het leven en 17 anderen werden ziek. In de omslagen zaten briefjes met boodschappen als ‘Dood aan Israël’ en ‘Allah is groot’, waardoor de FBI eerst aan een terreurcampagne van Al Qaeda dacht. Ze vroegen Ivins om hulp bij hun onderzoek. Zes jaar lang was een onschuldige collega van Ivins verdachte nummer 1. Tot ze hem in 2008 eindelijk in het vizier kregen, waarna hij zelfmoord pleegde.”

Wat was zijn motief?

Kaszeta: “Hij werkte aan een antraxvaccin en wou gloriëren als redder des vaderlands. Dus had hij er niets beters op gevonden dan eerst angst en terreur te zaaien met zijn antraxbrievencampagne. De aanslag op George Bush moest de kroon op het werk worden: Ivins zou dan met zijn vaccin de president net op tijd van de gruwelijke miltvuurdood komen redden.”

Hoe zag uw doorsnee dag eruit als geheim agent, belast met de chemische en biologische beveiliging van de Amerikaanse president?

Kaszeta: “In de loop der jaren is het Witte Huis vertimmerd tot een zwaarbeveiligd bastion: daar is de president relatief veilig. Onze grootste bekommernis waren zijn verplaatsingen. De president loopt het grootste gevaar wanneer hij op reis is; dan was ik één van Bush’ schaduwen in een zwarte SUV uit zijn konvooi. Als hij thuis was, konden we even op adem komen en een pint gaan drinken op café.”

In het voorjaar van 2003 was u er getuige van hoe het Witte Huis bewijsmateriaal over ‘massavernietigingswapens’ tegen Saddam Hoessein fabriceerde om later dat jaar Irak te kunnen binnenvallen?

Kaszeta: “Voor alle duidelijkheid: ik had niets te maken met het beleid van Bush. Ik zat op de achterbank van een SUV om te verhinderen dat onderweg iemand hem met gif vermoordde. Natuurlijk merkte ik in die periode in de wandelgangen van het Witte Huis dat er iets ‘groots’ in de lucht hing. Misschien is het ‘bewijsmateriaal’ toen wat ‘opgepompt’, maar u mag niet uit het oog verliezen dat Saddam bij leven en welzijn een ongezonde voorliefde voor gifgas had. Denk maar aan die aanval op Halabja. Na de eerste Golfoorlog werd Irak onder strikte controle geplaatst van UNSCOM, een speciale commissie van de Verenigde Naties die erop moest toezien dat Saddam zijn grote stock massavernietigingswapens opruimde. Akkoord, in 2003 had hij geen lopend programma meer voor chemische wapens, alleen geloofde niet iedereen dat. Terecht, vind ik, want hij was geen koorknaap. De UNSCOM-inspecteurs zette hij trouwens met veel omhaal het land uit. U zal mij de toenmalige Amerikaanse regering niet horen bekritiseren.”

U verliet het Witte Huis in 2008, toen Barack Obama president werd. Is er een verband?

Kaszeta: “Helemaal niet. Ik werd hopeloos verliefd op een Britse vrouw, volgde haar naar Londen en moest dus wel ontslag nemen. In Groot-Brittannië werkte ik eerst drie jaar voor een firma die apparatuur maakt om chemisch wapentuig op te sporen. Daarna richtte ik mijn eigen beveiligingsbedrijf op. Ik adviseer nu overheden, organisaties en ondernemingen over onder andere beveiliging tegen chemische en biologische risico’s. De Europese Commissie is één van mijn klanten.”

Onderschatten we het risico op een chemische of biologische terreuraanval?

Kaszeta: “Na meer dan dertig jaar in het vak moet ik dat ‘grote risico’ toch enigszins nuanceren. In theorie zijn chemische en biologische wapens vreselijk gevaarlijk; in de praktijk behoren ze tot het meest overschatte wapentuig ooit. De voornaamste reden waarom er zo weinig terreuraanslagen met chemische en biowapens zijn, is omdat ze duur en onvoorspelbaar zijn. Als je veel geld investeert in de voorbereiding van een aanslag, wil je liefst zoveel mogelijk slachtoffers maken. Shoko Asahara, de leider van de Aum Shinrikyo-sekte, wilde met zijn saringasaanslag in de metro van Tokio duizenden mensen vermoorden. Uiteindelijk vielen er dertien doden. Vanuit Asahara’s standpunt was zijn aanslag een complete mislukking.

“Koop geweren van een paar honderd euro, stuur je discipelen op schietcursus en de kans op honderden doden tijdens het spitsuur in de metro is groot. Met chemische wapens is dat succes veel twijfelachtiger en met biologische is het nóg lastiger. Gassen worden meegenomen door de wind en die is soms zéér wispelturig.”

Tijdens de gloriedagen van IS was er toch veel angst dat zij aanslagen zouden plegen met een ‘vuile bom’, gifgas of antrax?

Kaszeta: “Daar werd vaak hysterisch over bericht terwijl er zo goed als geen aanwijzingen zijn dat IS er ooit aan gewerkt heeft. Kijk, er zijn op de wereld maar weinig specialisten in chemische en biologische terreur en oorlogsvoering. We kennen elkaar allemaal. De meeste collega’s zijn bonafide, maar er zitten een paar schimmige figuren tussen die vooral zichzelf interessant willen maken door paniek te veroorzaken. ‘O my God, IS zou bij de volgende aanslag wel eens antrax kunnen gebruiken!’ De zogenaamde specialisten die dat rond bazuinen, proberen eerst en vooral zo werk voor zichzelf binnen te halen. Ze verkopen tezelfdertijd lucifers, brandversnellers én brandblusapparaten. De meeste terreurgroepen hebben het geld niet om dure chemische of biologische massavernietigingswapens ineen te knutselen.”

Op het hoogtepunt van haar succes zwom IS toch in het geld?

Kaszeta: “Ze zwommen in hun kalifaat vooral in de olie. De stap naar de productie van chemisch en biologisch wapentuig was veel te ingewikkeld. De IS-leden waren verknipt, maar of alle leiders dat ook waren, durf ik te betwijfelen. Van de Aum Shinrikyo-sekte weet ik wél zeker dat ze allemaal gestoord waren: daarom ook voerden ze hun aanval met het zenuwgas sarin uit. Als ze een beetje verstandig waren geweest, hadden ze hun toevlucht genomen tot goedkope en efficiënte kalashnikovs of conventionele explosieven.”

Waarom is dat zenuwgas dan ooit ontworpen, als het toch zo’n sof is?

Kaszeta: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gifgassen algemeen gebruikt. Na de oorlog werd in Genève een protocol getekend dat chemische oorlogsvoering veroordeelde en het eerste gebruik ervan verbood. Landen mochten die wapens wel nog hebben, maar ze niet als eerste in de strijd gooien. Het werden dus afschrikmiddelen en er ontstond een wapenwedloop in chemische wapens. In de twintiger en dertiger jaren zochten alle grote landen koortsachtig naar nieuwe dodelijke gassen en vloeistoffen. België legde een aardige stock chloor, fosgeen en mosterdgas of yperiet aan, net als Frankrijk, de Sovjet-Unie en Duitsland. Al moesten de Duitsers hun voorraadje goed verbergen, want als verliezers van WO I mochten zij geen chemische wapens bezitten.

“Op het einde van WO I waren de Duitse soldaten aan het verhongeren en dat mocht de volgende keer niet meer gebeuren. Daarom ging de Duitse chemische industrie meteen na de oorlog koortsachtig op zoek naar insecticiden en pesticiden om de gewassen te beschermen. Vlaggenschip IG Farben ontwikkelde zo het pesticide Zyklon B, dat later in de gaskamers gebruikt zou worden. IG Farben-chemicus Gerhard Schrader was aan een nieuw insecticide aan het werken, toen hij in januari 1936 bij toeval het eerste zenuwgas of organofosfaat uit zijn reageerbuizen toverde: tabun. Dat goedje was zo extreem giftig dat het als insecticide onbruikbaar was. Het doodde niet alleen de insecten, maar ook de boer. Later voegde Schrader nog sarin, soman en cyclosarin aan zijn lijstje nieuwe extreem dodelijke zenuwgassen toe.”

De nazi’s zagen er meteen brood in?

Kaszeta: “Schrader beschouwde tabun als een grandioze mislukking, maar zijn bazen vonden het een uitstekend nieuw wapen en namen contact op met de nazi-regering. Die was enthousiast en er werd een clandestiene industrie gebouwd voor de ontwikkeling en productie van zenuwgassen voor militair gebruik. Van tabun werd meer dan 12.000 ton gebrouwen. Een hele oorlog lang waren de zenuwgassen Hitlers geheime wapens die nooit gebruikt werden. Pas aan het einde van WO II ontdekte het oprukkende sovjetleger en de geallieerden op zowat hetzelfde moment de fabrieken en opslagplaatsen; de ene in het oosten, de anderen in het westen. Het geheime zenuwgasprogramma van de nazi’s joeg een schokgolf door de wereld, waarna Rusland en Amerika hun wapenwedloop in zenuwgassen inzetten.”

Net zoals ze met kernwapens deden?

Kaszeta: “Precies, alleen is die zenuwgassenwedloop intussen uit ons collectieve bewustzijn verdwenen. De Britten en Amerikanen arresteerden in ‘45 de Duitse zenuwgaswetenschappers en namen de plannen, documenten en voorraden in beslag. De Russen legden de hand op twee vernielde fabrieken in Polen en rekenden een paar chemici in.”

Lijfden de Amerikanen Duitse chemici in zoals ze dat met de raketgeleerde Wernher von Braun deden?

Kaszeta: “De middelen om verbrande Duitse wetenschappers te denazificeren en vervolgens in te huren, waren niet onbeperkt. Chemisch wapentuig stond een paar trappen lager dan raketten. De dure Von Braun kreeg dus voorrang en soupeerde zowat het hele budget op.

“Ze ondervroegen de chemici wekenlang tot ze al hun kennis over zenuwgassen gelost hadden. Vijf jaar later wilde het Amerikaane leger alsnog die Duitse wetenschappers inhuren, maar de meesten waren toen al veel geld aan het verdienen in de reguliere Duitse chemische industrie. Ze hadden geen zin meer in een verhuis naar Alabama.

“De Russen stopten ‘hun’ Duitse chemici eerst een paar jaar in werkkampen en schakelden hen daarna in nieuwe zenuwgasprogramma’s in. Naar sovjetnormen werden ze vrij goed betaald. Decennialang leefde het westen in de veronderstelling dat de Russen de intacte zenuwgasfabrieken van de nazi’s hadden ingepalmd en machines, kennis en voorraden hadden gerecupereerd.”

Terwijl het twee ruïnes waren?

Kaszeta: “Ja, en die onwetendheid zorgde gedurende de koude oorlog voor nervositeit in West-Europa en de VS. Het westen lag op kop in de chemische wapenwedloop, maar was ervan overtuigd dat het mijlenver achterop hinkte. Het Oostblok was er dan weer terecht van overtuigd dat het westen grote voorsprong had. Met als resultaat die compleet onzinnige chemische wapenwedloop.  

“Desinformatiecampagnes gaven de wedloop een extra boost. Vlak voor het einde van de oorlog probeerden de Duitsers hun giffabrieken te demonteren. Hun afbraak van de fabriek in Dyhernfurth in het zuidwesten van Polen moesten ze stopzetten omdat het Rode Leger oprukte. De Russen hadden in de eerste dagen van de bezetting niet meteen door dat Dyhernfurth een zenuwgasfabriek huisvestte. De Duitsers stuurden er bij nacht en ontij een geheim commando op af om een stapel compromitterende documenten op te halen en de laatste machines op te blazen. Er lag nog een voorraadje tabun en dat werd de rivier de Oder ingegoten. Ze lieten opzettelijk een vals notitieboekje achter, bedoeld voor de Russen. Ik vond in Russische archieven documenten terug waarin sovjetchemici jaren later klagen dat zowat alle formules uit dat boekje vol fouten zitten. (lacht) De Duitsers hadden hen opzettelijk verkeerde chemische formules voor zenuwgassen voorgekauwd.”

Bestaat dat notitieboekje nog?

Kaszeta: “Het zou best kunnen dat het nog ergens in een Russisch staatsarchief ligt te beschimmelen. Maar het kan inmiddels ook vernietigd zijn. Ikzelf zoek naarstig verder.

“In 1959 probeerden de sovjets de Amerikaanse officier Joseph Edward Cassidy uit Washington DC te rekruteren. De man hapte niet toe en stapte naar de legerleiding en de FBI. Zij kregen het lumineuze idee hem als dubbelspion in te zetten. Hij werkte in een laboratorium in Maryland waar chemisch wapentuig voor het Amerikaanse leger ontwikkeld werd. Jarenlang voedde hij de Russen met valse informatie over de ontwikkeling en productie van Amerikaans zenuwgas. De Russische geheime dienst GRU vergoedde hem met duizenden dollars. In ruil bezorgde hij hen meer dan 4.000 documenten over een compleet verzonnen spiksplinternieuw supergesofisticeerd zenuwgas dat de VS zogezegd aan het produceren was. De informatie leek op het eerste gezicht te kloppen. Met hun ogen wijd open trapten de Russen in de val en jarenlang investeerden ze massa’s geld in het kopiëren van het niet-bestaande Amerikaanse superzenuwgas.

“In 1969 zette Amerika zijn zenuwgasprogramma stil. De toenmalige president Richard Nixon vond het sop de kool niet meer waard. Maar de sovjets geloofden hem niet. Ze waren ervan overtuigd dat Amerika hen een rad voor de ogend draaide en met de zenuwgasproductie ondergronds ging. Dus drukten zij het gaspedaal nog dieper in. Zo werd de Sovjet-Unie vanaf 1970 vermoedelijk de enige uitvinder en producent van zenuwgassen ter wereld. In het geheime FOLIANT-programma ontwikkelde ze drie nieuwe novichok-zenuwgassen, die wereldberoemd zijn sinds de aanslag in 2018 in Salisbury op ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter Yulia.”

Wat onderscheidt de novichok-zenuwgassen van alle andere?

Kaszeta: “De eerst ontwikkelde novichok-variant kon tegen de kou, terwijl alle andere zenuwgassen onder het vriespunt herleid worden tot onbruikbare gelei. De tweede variant kon geproduceerd worden met andere basisbestanddelen dan alle andere zenuwgassen. Dat was interessant omdat in de jaren zeventig en tachtig internationale onderhandelingen liepen voor een verbod op chemisch wapentuig. De bestanddelen voor novichok-2 stonden niet op het lijstje verboden chemicaliën van de onderhandelaars. Novichok-2 was dus een soort van ‘levensverzekering’ voor de Russen. ‘Dan kunnen we rustig verder blijven produceren zonder dat iemand het in de gaten heeft.’ De derde variant, A-234, werd gebruikt in Salisbury. Dat zenuwgas heeft als speciaal kenmerk dat het zeer lang overleeft op oppervlakten.”

Het feit dat in Salisbury A-234 gebruikt werd, wil automatisch zeggen dat de moordaanslag een opdracht was van Vladimir Poetin himself?

Kaszeta: “Daar ben ik 99,99 procent zeker van. Zeker als je naar al het bewijsmateriaal kijkt. Net in het weekend van de aanslag maken de twee Russische geheim agenten Alexander Petrov en Ruslan Boshirov twee zogenaamd toeristische uitstapjes naar Salisbury. Ze staan op beelden van bewakingscamera’s in het station van Salisbury. In plaats van mee te lopen met de stroom toeristen, wandelen ze in de richting van Skripals huis. (lacht) Er bestaat ook geen twijfel over: enkel de Russen bezitten A-234. Het is hun exclusieve uitvinding.”

Petrov en Boshirov wandelden dus in een weekend in 2018 door de straten van Londen en Salisbury met een gif op zak waarmee ze duizenden slachtoffers konden maken?

Kaszeta: “Novichok A-234 is een dikke vloeistof en is makkelijk in een klein, hermetisch afgesloten flesje te transporteren. Bij het uitsmeren volstaan rubberen handschoenen als bescherming. Ze smeerden minder dan 100 milligram van het goedje aan Skripals deurklink, of amper twee druppels. Misschien hadden die twee het flesje zelfs niet in hun bagage zitten en reisde het ongecontroleerd mee met de diplomatieke post.

“Poetin is trouwens niet aan zijn proefstuk toe, denk maar aan de gelukte aanslag met het nucleaire goedje polonium op Alexander Litvinenko in Londen in 2006. We zijn er voor 100 procent zeker van dat het polonium van Russische makelij was.”

Maar waarom polonium en novichok? Zoals u in het begin zelf zei: een pistool en een kogel zijn veel simpeler en minstens even doeltreffend.

Kaszeta: “Ze hadden Skripal ook uit de weg kunnen ruimen zonder één spoor achter te laten. De man heeft overgewicht, rookt en drinkt te veel. Een hartaanval is zo gefikst; daar zou geen haan naar gekraaid hebben. Nu was er, net als bij Litvinenko, al die heisa. Dat was precies de bedoeling: de boodschap moést luid en duidelijk weerklinken voor àlle Russische tegenstanders van Poetin in ballingschap. ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

Dat lijkt onvervalste maffia?

Kaszeta: “Dat is het ook. Poetin stamt uit de KGB: die organisatie was niet meer of minder dan de maffia van de Sovjet-Unie.”

Dan Kaszeta, Toxic, Hurst Publishers

© Jan Stevens

‘Het interesseert de tabloids niet dat ze mensen naar de verdoemenis schrijven’

De Britse tabloids liggen zwaar onder vuur na de zelfmoord van Caroline Flack en de vlucht van Harry en Meghan naar Canada. “Toch stoppen ze hun vuile gevecht nooit”, zegt Alan Rusbridger, de ex-hoofdredacteur van The Guardian die mediamagnaat Rupert Murdoch op de knieën dwong. “Hun verkoop is het enige wat telt.”

 

Zaterdag 15 februari pleegde de populaire Britse tv-vedette Caroline Flack (40) zelfmoord in haar flat in Londen. De weken ervoor was ze het favoriete doelwit van de tabloids. Flack presenteerde realityshows als Love Island en X-Factor. Haar tumultueuze relatie met de 27-jarige tennisser Lewis Burton werd door de sensatiepers breed uitgesmeerd. De dag voor kerst schreef The Sun dat Flack haar geliefde een klap verkocht had met een lamp terwijl hij sliep. Als een pitbull beet het blad zich vast in Flacks liefdesperikelen en loste niet meer tot Valentijn. Toen publiceerde het een ‘speciale Valentijnskaart’ met een tekening van Flack die riep: ‘I’ll fucking lamp you!’ Een dag later was Caroline Flack dood.

“De Britse tabloids zijn keihard en houden nooit rekening met de gevoelens van hun slachtoffers”, zegt Alan Rusbridger (66), voormalig hoofdredacteur van The Guardian, de krant die onder zijn bewind het afluisterschandaal bij de inmiddels ter ziele gegane zondagskrant News of the World uitbracht en zo mediamagnaat Rupert Murdoch even in het zand liet bijten. Vandaag is Rusbridger rector van Lady Margaret Hall, een statig college aan de universiteit van Oxford. In zijn knusse kantoor hangt een gewijde stilte. De grote ramen geven uitzicht op de weelderig groene University Parks, waar de rivier Cherwell kabbelt. Van 1995 tot 2015 stond Rusbridger aan het roer bij The Guardian. “Dat was een fascinerende tijd”, zegt hij. “Met Julian Assange, Edward Snowden, het News of the World-schandaal, de martelpraktijken van de CIA… Toch heb ik geen heimwee naar die stresserende periode. Hier in Oxford gaat het er veel relaxter aan toe. Zolang ze me betalen, blijf ik op post. Wat niet wegneemt dat ik nog graag nadenk over de pers én van journalisten hou. Ik ben niet voor niets ook voorzitter van The Reuters Institute for the Study of Journalism aan deze universiteit.”

 

Ik vermoed dat de inmiddels 89-jarige Rupert Murdoch, eigenaar van wijlen News of the World en The Sun, uw bloed wel kan drinken?

Alan Rusbridger: “Tijdens ons onderzoek naar de telefoonhacks van News of the World werden we meermaals afgedreigd. Rupert Murdochs toenmalige bedrijf News Corporation, het huidige News International, was geen makkelijke tegenstander. Maar het is niet omdat zijn tabloidjournalisten collega’s zijn, dat we ze moesten laten betijen.

“Het eerste spoor naar dat afluisterschandaal kwam eind 2005 per toeval aan het licht. Royaltywatcher Clive Goodman schreef in News of the World een verhaal over de bezeerde knie van prins William. Alleen wisten maar een paar intimi daarvan. De prins diende klacht in en zo kwam aan het licht dat Goodman met de hulp van een privédetective Andrews voicemail had gehackt. News of the World-hoofdredacteur Andy Coulson verontschuldigde zich bij het koninklijk paleis en zei dat Goodman in zijn eentje en zonder zijn medeweten gehandeld had.”

 

Clive Goodman was zogezegd de rotte appel in de mand?

Rusbridger: “Ja. Hij werd veroordeeld en verdween begin 2007 voor vier maanden in de cel. Andy Coulson nam ontslag bij News of the World en werd woordvoerder van de Conservatieve Partij. Toen David Cameron in 2010 premier werd, benoemde hij Coulson tot zijn directeur communicatie.

“Begin maart 2009 klopte Guardian-journalist Nick Davies op de deur van mijn kantoor. Een bron had hem verteld dat het afluisteren van telefoons van koningskinderen, atleten en beroemdheden bij News of the World schering en inslag was. De politie was op de hoogte, maar greep niet in. Nick begon te spitten en ontdekte dat Murdochs News Corporation 1 miljoen pond aan zwijggeld betaald had aan andere slachtoffers. Rupert Murdoch en co. bleven ontkennen; Nick en zijn collega’s bleven spitten. Op 4 juli 2011 onthulde The Guardian dat News of the World de voicemail gehackt had van het vermoorde 11-jarige meisje Milly Dowler. Adverteerders trokken hun handen af van het blad en dat luidde het begin van het einde in. Coulson werd gearresteerd en op zondag 10 juli verscheen de allerlaatste editie van News of the World. The Guardian pakt als het moet niet alleen justitie, de politie, de regering, het leger en grote ondernemingen aan, maar ook de media.”

 

Ooit ging u wel samen met Andy Coulson en zijn eveneens in opspraak gekomen voorgangster Rebekah Brooks een nacht op zwier in Londen.

Rusbridger: “Dat was in maart 2003, na een lezing die ik gegeven had op een etentje van de Thirty Club, een businessclub waar hoge piefen uit de reclame- en mediawereld elkaar ontmoeten. Andy was toen al hoofdredacteur van News of the World en Rebekah van The Sun. Ze zaten er samen met Les Hinton, toenmalig voorzitter van News Corporation. Na de lezing raakte ik met hen aan de praat. Ze nodigden me uit om samen nog iets te gaan drinken. Ik dronk toen de hele nacht champagne op hun kosten. (lacht) Andy, Rebekah en Les waren uitstekend gezelschap. We hebben toen heel wat afgelachen. Elf jaar later zat Coulson in de cel, had Hinton ontslag genomen en stond Brooks terecht. Allemaal als gevolg van de berichtgeving in mijn krant. Ik kan trouwens niet geloven dat de andere tabloids zich niet bezondigen aan het afluisteren van telefoons. Mijn gezond boerenverstand zegt me dat ze allemaal in hetzelfde bedje ziek zijn. Alleen kan ik dat niet bewijzen.”

 

Prins Harry en Meghan Markle namen in januari afscheid van hun koninklijke status en verhuisden met zoontje Archie naar Canada. Een maand later legde Harry op een seminarie in Miami de reden uit: ze konden de voortdurende druk van de tabloids niet meer aan. Hij had zelfs drie jaar therapie achter de rug. Waarna de tabloids schreven dat hij met zijn Miami-speech 1 miljoen dollar cashte. Waar komt die virulente haat van de tabloids voor Harry en Meghan vandaan?

Rusbridger: “Daar is maar één reden voor: exemplaren verkopen. If you want them to read about it, write about it. Sappige verhalen over het Britse koningshuis geven de tabloidverkoop altijd een stevige boost. Daarom blijven ze continu inbeuken op Harry en Meghan. Het interesseert hen niet dat ze zo mensen naar de verdoemenis schrijven.

 

Piers Morgan, vroeger journalist en -hoofdredacteur bij verschillende tabloids, presenteert op tv Good Morning Britain. Sinds de aankondiging van de ‘Megxit’ startte Morgan een offensief in tabloid-stijl tegen Harry en Meghan, zowel op Twitter, als in zijn ochtendprogramma. Wat bezielt hem?

Rusbridger: “Exact hetzelfde als de tabloids: zijn kijkcijfers opdrijven door de controverse te blijven voeden. Zo drijft hij ook zijn eigen prijs op. De manier waarop hij voortdurend Harry en Meghan aanvalt, lijkt sterk op pestgedag. Net daar smullen zeer veel mensen van. Dat wil niet zeggen dat de tabloids en Piers Morgan door niemand ter verantwoording geroepen kunnen worden. Want er zijn privacywetten in dit land en wie zich belasterd voelt, kan altijd klacht indienen. Óók de leden van de koninklijke familie.

“In oktober vorig jaar diende Harry trouwens daadwerkelijk klacht in tegen The Sun en The Mirror voor het afluisteren van zijn telefoon. Piers Morgan en zijn vrienden bij de tabloids zwijgen daar nu in alle talen over, maar ik vind dat het grote publiek dat gerust mag weten. Waarom doen The Sun en The Mirror alsof hun neus bloedt? Ze proberen rechtszaken te vermijden en zetten grote sommen opzij of betalen zwijggeld. De BBC berichtte eind vorig jaar dat de Murdoch-titels tot hiertoe 400 miljoen pond betaald hebben aan mensen wier telefoon is afgeluisterd. Zo kopen ze processen af. De Mirror-groep zou 70 miljoen pond hebben klaarstaan om klachten over afluisteren te regelen. Misschien dient de haatcampagne van de tabloids tegen Harry en Meghan óók om de naam te bekladden van de man die hen vervolgt omdat zij illegaal in zijn telefoon hebben gesnuisterd.”

 

Hoe sterk staan de tabloids vandaag?

Rusbridger: “The Sun verkoopt dagelijks meer dan 1 miljoen exemplaren. Dat lijkt veel, maar vóór de digitalisering gingen er elke dag 4 miljoen over de toonbank. Wijlen News of the World haalde ooit een oplage hoger dan 4 miljoen, net als The Daily Mirror. The Daily Express zat ooit zelfs aan 5 miljoen. Al hun oplages kalfden af tot 1 miljoen of minder, maar in vergelijking met de 130.000 exemplaren van The Guardian is dat natuurlijk nog steeds gigantisch. Al kwam er de laatste jaren een niet te onderschatten vernieuwing: de door iedereen gratis te lezen website van The Guardian. Die trekt maandelijks miljoenen bezoekers van over de hele wereld.”

 

De tabloids hebben natuurlijk ook hun gratis websites.

Rusbridger: “Zeker. The Sun verborg haar artikels eerst achter een betaalmuur, maar dat werd een flop. Mensen waren blijkbaar toch niet bereid om online tegen betaling roddels te lezen. (lacht) De journalistiek van The Mail en The Sun kan nu ook door iedereen gratis geconsumeerd worden. The Mail focust zich als gedrukte krant sterk op de lokale Britse politiek; hun website is dan weer integraal gewijd aan beroemdheden. Die aanpak legt Mail Online geen windeieren. De site wordt massaal bezocht en voor adverteerders is dat zowat het enige dat telt.”

 

Leven journalisten van de tabloids op een andere planeet dan die van The Guardian of The Times?

Rusbridger: “Nee, maar voor veel bezigheden van tabloidjournalisten halen collega’s van de ‘fatsoenlijke’ pers hun neus op. In 1987 werkte ik als correspondent in Washington DC voor The London Daily News, een gloednieuwe krant die flopte en datzelfde jaar nog werd opgedoekt. Elke dag las ik er de plaatselijke tabloids, zoals The New York Post en The National Enquirer. Een gewoonte die ik ook als hoofdredacteur van The Guardian volhield, al ruilde ik de Amerikaanse tabloids toen in voor The Sun, News of the World, Daily Mail en The Mirror. Mijn collega’s in de perszaal in Washington vonden mijn dagelijkse lectuur hoogst merkwaardig. ‘Waarom lees je al die onzin?’, vroegen ze. Zij werkten voor kwaliteitskranten als The Washington Post en The New York Times en keken neer op hun sensatiepers. Die besteedde bijna uitsluitend aandacht aan de handel en wandel van celebrities, terwijl de Britse tabloids er een iets vreemdere nieuwsmix op nahouden. Want naast de sensationele berichtgeving over beroemdheden en de vele roddels, is er ook aandacht voor het harde en politieke nieuws. En ze hebben ontzettend veel invloed.”

 

Het gaat een man als Murdoch niet alleen om geld verdienen, maar ook om macht?

Rusbridger: “The Sun was voor Rupert Murdoch decennialang een financiële melkkoe. Nu niet meer: in 2019 verloor de krant 68 miljoen pond. Dat is mede een gevolg van de afwikkeling van het afluisterschandaal van News of the World. Maar andere tabloids draaien wel nog winst, want ze blijven ontzettend populair.

“The Sun bezorgt mediamagnaat Murdoch grote politieke invloed in Groot-Brittannië. Via die krant bespeelt hij de publieke opinie. Hij kiest altijd een kant: meestal die van de Conservatieve Partij, soms van Labour. Alles hangt af van welke keuze hem en zijn media-imperium het meeste voordeel oplevert. Daarnaast is hij ook eigenaar van chique kranten, The Times in Groot-Brittannië, The Australian in zijn geboorteland Australie en The Wall Street Journal in de VS. Die kwaliteitskranten moeten van hem een respectabel man maken.”

 

Produceren de tabloids nepnieuws of schrijven ze accuraat over beroemdheden?

Rusbridger: “De meeste tabloids verzinnen hun nieuws niet. Het grote probleem is dat ze altijd vertrekken vanuit een ideologische positie. Zo besloten een paar kranten niet te geloven in de klimaatverandering. Met als gevolg dat veel van hun nieuwsberichten door dat klimaatnegationisme worden aangestuurd. Hun verslaggeving over feiten is vrij accuraat, maar altijd ten voordele van bijvoorbeeld klimaatontkenners.”

 

Waarom beslisten die kranten niet in klimaatverandering te geloven?

Rusbridger: “Omdat ze vinden dat klimaatverandering een links thema is. Een andere ideologisch uitgangspunt bij de tabloids is de haat voor Europa.”

 

Ze zorgden met hun berichtgeving over Europa mee voor de Brexit?

Rusbridger: “Zonder twijfel. Ze stuurden geen regelrechte leugens over Europa de wereld in, tenminste toch niet altijd, maar ze publiceerden vooral verhalen en opinies die het bedje van de Brexit hielpen spreiden.”

 

Ten tijde van het afluisterschandaal bij News of the World ontdekte uw krant dat politie-inspecteurs omgekocht werden. Politici ook?

Rusbridger: “Van politici heb ik geen weet, maar van politiemensen weten we het zeker, met de bewijzen op tafel. Gebeurt zoiets dan niet in België?”

 

Ik denk het niet, maar misschien ben ik naïef.

Rusbridger: “Ze kochten niet alleen rechercheurs om, maar ook cipiers. Het enige wat telde, was ‘het verhaal’. De concurrentie in Fleet Street is moordend. Ik gebruik ‘Fleet Street’ trouwens enkel symbolisch, als aanduiding van ‘de kranten’. Toen ik in 1976 mijn eerste stappen in de journalistiek zette, was die straat in het hart van Londen nog écht het mekka van de dagbladpers. Elke grote nationale krant had er zijn redactie. Nu zitten ze verspreid over de stad, in goedkopere wijken of grote kantoorgebouwen. In mijn beginjaren gingen we na het werk vaak samen met collega’s van de tabloids en van meer highbrow krantentitels een pint drinken in een pub in de buurt van Fleet Street. Die cultuur is jammer genoeg helemaal verdwenen.”

 

Klopt het dat u in die beginjaren zelf belaagd werd door een journalist van de sensatiepers?

Rusbridger: “Jawel. Ik had toen een affaire met de dochter van een bekende Brit. We deden niets wat verboden was, maar wilden liever niet dat onze relatie in de openbaarheid kwam. Eigenlijk had niemand daar toen zaken mee. Op een vrijdagavond stonden er een reporter en een fotograaf van The Sunday Mirror voor mijn deur. De journalist stelde zich voor als Richard en was zeer vriendelijk. Hij zei: ‘Beste meneer Rusbridger, we kunnen dit op een makkelijke manier afhandelen, of we kunnen u het leven zeer onaangenaam maken. Ga rustig in de sofa zitten en vertel ons uw liefdesverhaal in geuren en kleuren. We zullen onze vragen dan met de nodige sympathie stellen. Maar als u niet met ons wil praten, kloppen we bij al uw buren aan. Dan bellen we uw moeder op, uw broer en alle mensen die u dierbaar zijn. Wat verkiest u?’ Dat was geen fijne ervaring. Ik zei dat hij kon opkrassen. Richard en de fotograaf kampeerden 24 uur lang voor mijn deur en vielen alle buren lastig. Een week later stonden ze er weer. Uiteindelijk is er nooit een verhaal gepubliceerd, maar de manier waarop ze me toen chanteerden, is nog steeds schering en inslag.

“In het relatief kleine Groot-Brittannië verschijnen dagelijks tien verschillende kranten, waarvan de helft tabloids. Ze werken allemaal met het mes op de keel. De druk om verhalen eerst te vinden, is verschrikkelijk intens. En dat wordt alleen maar erger. Sensatiejournalisten gedragen zich als bullies. Hun enige missie is: datgene te pakken krijgen wat de krant van hen verlangt. Vanuit de tabloids wordt die druk continu opgevoerd: de journalist die geen smeuïge verhalen weet op te delven, wordt snel gedumpt.”

 

Zoals wijlen Sean Hoare, journalist van News of the World en een van jullie belangrijkste bronnen voor het afluisterschandaal?

Rusbridger: “Precies. Eind 2010 trad Sean als eerste ex-News of the World-journalist voor het voetlicht met een interview in de New York Times. Hij vertelde daarin dat zijn vroegere vriend en hoofdredacteur Andy Coulson hem aangemoedigd had om voicemails te hacken. Sean werd zo de eerste News of the World-klokkenluider met open vizier.”

 

Hij werd niet alleen aangemoedigd om telefoons af te luisteren, maar ook om samen met rocksterren coke te snuiven, pillen te slikken en liters alcohol te drinken.

Rusbridger: “Zo ruïneerde hij zijn mentale en lichamelijke gezondheid. Hoare was amper 48 toen hij in juli 2011 aan de gevolgen van zijn alcoholverslaving bezweek. Hij begon zijn carrière bij The Sun, waar hij Andy Coulson leerde kennen. Hij kreeg er de vaste rubriek Bizarre. De deal was: vul die rubriek met ‘good stories’. Hoe hij aan zijn informatie geraakte of wat hij daarvoor moest doen, maakte voor Coulson geen zak uit. Zolang de straffe verhalen maar bleven toestromen. Later stapte Sean over naar News of the World waar zijn goede vriend Andy Coulson het intussen tot adjunct-hoofdredacteur had geschopt. Sean Hoare snoof, slikte en zoop jarenlang met de celebrities en dat liep compleet uit de hand. Aan collega Nick Davies vertrouwde hij toe dat hij elke dag begon met ‘het ontbijt van een rockster’, zijnde een lijn coke en een glas Jack Daniels. Op het hoogtepunt snoof hij drie gram coke per dag, wat hem 1000 pond per week kostte. De schade aan zijn gezondheid was enorm. Maar ik denk niet dat Sean Hoare voor alle tabloidjournalisten model kan staan. Ik vermoed dat het er bij hem wel erg extreem aan toe ging.

“In november 2009 werd News of the World door de arbeidsrechtbank veroordeeld voor het betalen van een schadevergoeding van 800.000 pond aan hun ex-sportjournalist Matt Driscoll. Op het moment van die veroordeling was Andy Coulson communicatiedirecteur van de toenmalige premier David Cameron. In april 2007 ontsloeg Coulson als hoofdredacteur van News of the World Driscoll omdat de man al een paar maanden ziek thuis zat met een zware depressie. De rechtbank was van oordeel dat die depressie een gevolg was van constant pestgedrag door de hoofdredacteur. Die keiharde bedrijfscultuur van bullying is bij veel tabloids diep ingeburgerd. Als gevolg van onze berichtgeving over het afluisterschandaal werd in de zomer van 2011 door de regering de comissie-Leveson met een onderzoek belast. De daaropvolgende maanden hield zij een aantal publieke hoorzittingen. De National Union of Journalists (NUJ), de Britse journalistenbond, liet aan rechter Brian Leveson weten dat ze massaal veel klachten binnengekregen had van tabloidjournalisten die slachtoffer waren van pesterijen door hun bazen. Ze wilden allemaal graag voor de commissie getuigen, maar achter gesloten deuren, want ze waren bang voor de gevolgen. Maar Leveson wou geen anonieme getuigen en ze werden niet gehoord.”

 

De Press Complaints Commission (PCC), de toenmalige Britse raad voor journalistiek, zette News of the World en Rupert Murdoch volledig uit de wind. Volgens hen was er geen enkel bewijs dat het inbreken in telefoons wijdverspreid was.

Rusbridger: “Zij sloten zich aan bij de uitleg van Murdoch dat een paar individuele journalisten op eigen houtje gehandeld hadden. Ze zaten volledig in zijn zak en waren allesbehalve onafhankelijk. De commisie-Leveson pleitte in haar eindrapport voor het opdoeken van de PCC. Dat gebeurde ook; in september 2014 werd ze vervangen door de Independent Press Standards Organisation (IPSO). Zij levert wel goed werk. Voor een buitenstaander lijkt het waarschijnlijk niet zo, maar de tabloids gedragen zich nu iets fatsoenlijker. IPSO is vrij onafhankelijk en reageert ook relatief snel op klachten. Maar soms is een verhaal zo smeuïg dat geen enkele deontologie een tabloid kan tegenhouden. ‘Het nieuws is sterker dan onszelf.’ En hup, de persen rollen.”

 

Misschien gold dat heel af en toe ook voor u als hoofdredacteur bij The Guardian?

Rusbridger: “Er waren momenten waarop ik me ervan bewust was dat ik vervolgd kon worden om wat ik ging schrijven of publiceren. Ik vroeg me dan af: ‘Stel dat het tot een proces komt, kan ik dit dan verdedigen?’ Ik probeerde ook altijd goed in te schatten wat het maatschappelijk belang van zo’n artikel was. Het verschil met tabloids is dat zij weten dat hun controversiële artikels geen maatschappelijk belang dienen. Toch doen ze voort.”

 

Ze betalen liever miljoenenboetes?

Rusbridger: “Daar lijkt het op. Ze schikken ook zeer snel om rechtszaken te vermijden. Als je op voorhand weet dat je geen poot hebt om op te staan, is dat natuurlijk het slimste. Gooi er een paar honderdduizenden ponden schadeloosstelling tegenaan en zeg: ‘Oeps, dat was niet de bedoeling. Hier is een check en laat ons met rust.’

“Weet u wat het grotere onderliggende probleem is? Dat journalistiek in het algemeen zich in het verleden nooit heeft moeten verantwoorden. Vóór de digitalisering schreven journalisten kranten vol en de lezers namen aan dat het gedrukte woord in de krant niet gemanipuleerd was. Vandaag leven we in een wereld vol informatiechaos. Voor veel mensen is dat beangstigend. Ze horen de machtigste man op aarde zeggen: ‘Wat The New York Times schrijft, is fake news. Geloof liever mijn leugens.’ Dat gegoochel met waarheid en leugen ondermijnt onze samenleving. Politici zullen pas echt doeltreffend tegen de klimaatverandering kunnen optreden als het duidelijk is dat de waarheid verteld wordt. Anders zullen invloedrijke mensen blijven beweren dat het een hoax is, waardoor de overheid uit angst voor de publieke opinie blijft treuzelen.”

 

Is het dan niet extra verontrustend dat veel jonge mensen hun informatie vooral van Facebook, Instagram of Twitter halen?

Rusbridger: “Ik vrees dat de informatiechaos binnenkort zo uit de hand zal lopen dat regeringen maatregelen zullen moéten nemen om het dreigende media-analfabetisme te lijf te gaan. We mogen jonge mensen niet aan hun lot overlaten. Op school zullen ze moeten leren een artikel lezen. In deze tijden van nepnieuws zullen ze zich ook altijd moeten afvragen: wie zit er achter dat stuk? Wat is de bedoeling van degene die het op Facebook post? Hoe betrouwbaar was die man of vrouw in het verleden?”

 

Vóór de digitalisering lazen we de krant en stelden we ons ook geen vragen over de betrouwbaarheid van de journalist in kwestie.

Rusbridger: “Dat is zo. De journalistiek heeft nooit de noodzaak gevoeld zichzelf te verantwoorden. ‘Wij zijn de geschreven pers en daarom moet je ons vertrouwen.’ Het grote publiek is daar vandaag niet langer meer zomaar toe bereid. Een nieuwssite als de Nederlandse De Correspondent heeft dat goed begrepen. Zij linken in hun artikels door naar de bronnen die ze gebruiken en vragen lezers expliciet om te reageren. ‘Vertel het ons als we een fout gemaakt hebben, en we zetten ze recht.’ Zo herstel je het vertrouwen. Slechts weinig media durven die dialoog met hun lezers aan.”

 

Niet alle reacties van lezers zijn even opbouwend. Dat zal u op de Facebook-pagina van The Guardian toch ook wel gemerkt hebben?

Rusbridger: “Dat kan best zijn, maar misschien moeten we dan op zoek naar manieren om ervoor te zorgen dat die reacties opbouwender worden. Waarom vragen we niet aan lezers ons te helpen bij het modereren van commentaren? Alleen door hen bij ons werk te betrekken, vergroten we het vertrouwen. Dat is dringend nodig. The Guardian heeft zeer toegewijde lezers. Ik ben ervan overtuigd dat zij de redactie met plezier én gratis te hulp zullen schieten als hen dat gevraagd wordt. (lacht)”

 

Had u ooit voor een tabloid kunnen werken?

Rusbridger: “Nee, ik heb totaal geen voeling met hun onderwerpen. Ik vrees eerlijk gezegd ook dat ik er niet meedogenloos genoeg voor ben.”

 

© Jan Stevens

‘Ze hebben mijn leven gestolen’

In november 1987 werd de pasgeboren Coline Fanon in een ziekenhuis in Guatemala geroofd voor adoptie. Haar moeder kreeg te horen dat haar baby dood was. Via het inmiddels opgedoekte Hacer Puente kwam Coline in België terecht. “Ze hebben mijn leven gestolen en twee families in de ellende gestort.”

 

Op maandag 13 mei kondigde Unicef België aan dat ze haar pas aangestelde nieuwe directeur Bernard Sintobin alweer wandelen stuurde. Aanleiding was een reeks welgemikte tweets van tv-maker Eric Goens naar aanleiding van Sintobins benoeming. ‘Bernard Sintobin is jarenlang penningmeester geweest van Hacer Puente, de Belgische adoptievereniging die in Guatemala tientallen kinderen heeft verhandeld. Euhm?’ Gevolgd door een tweet met een foto van twee jonge vrouwen. ‘Dit zijn Coline en Sophie: dertig jaar geleden als baby verhandeld in Guatemala, door toedoen van de Belgische adoptievereniging Hacer Puente. De voormalige penningmeester van Hacer Puente is vandaag voorzitter van @UNICEFBELGIE.’

In januari van dit jaar getuigden de Franstalige dames Coline Fanon en Sophie Villers over hun malafide adopties in de reeks Bargoens op Eén. Eric Goens reisde met hen naar Guatemala, onder andere naar de residentie van wijlen Ofelia Rosal de Gamas, regelaar van adopties voor Hacer Puente en schoonzus van Oscar Humberto Mejía Victores, dictator van Guatemala van 1983 tot 1986. In De Morgen van 13 mei ontkende Sintobin ooit meegewerkt te hebben aan frauduleuze adopties. “Het enige wat we deden, was adoptiebemiddeling”, zei hij. “We rekenden zelfs geen administratiekosten aan.” De samenwerking met Ofelia Rosal de Gamas gaf hij wel toe. “Zij zorgde ervoor dat de dossiers op het juiste adres terechtkwamen. Maar het is niet omdat iemand een dictator is, dat de rest van zijn familie ook corrupt is.”

Coline Fanon richtte samen met Sophie Villers Racines Perdues op, een organisatie die in Guatemala op zoek gaat naar de verloren roots van adoptiekinderen. Over Sintobin en Unicef wil Coline het liever niet hebben. Wel over hoe zij als baby door Ofelia de Gamas & co geroofd werd.

Coline Fanon: “Mijn Belgische ouders wilden een kind adopteren en stapten naar het Office de la Naissance et de l’Enfance (ONE), de Franstalige tegenhanger van Kind en Gezin. Ze wilden weten welke adoptiedienst hen het beste kon helpen en werden doorverwezen naar Hacer Puente uit Doornik. Die organisatie werd geleid door Michèle Boucq en was gespecialiseerd in adopties uit Guatemala. Boucq had samen met haar man zelf ook Guatemalteekse kinderen geadopteerd. Mijn ouders doorliepen feilloos alle toen gangbare formaliteiten voor adoptie en in november 1986 kregen ze het bericht dat er in Guatemala een klein meisje op hen lag te wachten. Een maand later liet Hacer Puente weten dat hun baby jammer genoeg gestorven was. Dat nieuws kwam hard aan.”

 

Tot ze in februari ’87 hoorden dat u hun dochter zou worden.

Fanon: “Hun hoop flakkerde op. Mijn ouders vroegen meteen een visum aan voor mij, wat ze trouwens eerder al hadden gedaan voor de eerste baby. Die procedure verliep via Ofelia Rosal de Gamas. Mijn ouders moesten haar voor haar diensten rechtstreeks betalen. Dat werd hen meegedeeld door Hacer Puente. Het geld diende zogezegd om haar kosten te dekken die zij in Guatemala maakte en moest gestort worden op een rekening in de Verenigde Staten.”

 

Op wiens naam stond die rekening?

Fanon: “Ofelia Rosal de Gamas. Van andere kinderen die via dezelfde organisatie geadopteerd zijn, weet ik dat zij niet altijd de rechtstreeks begunstigde was. Soms moest het geld overgeschreven worden naar rekeningen van advocaten in de VS.”

 

Hoeveel betaalden uw ouders?

Fanon: “Dat mag ik niet zeggen; mijn ouders willen dat niet. Niet alle Belgische adoptieouders betaalden evenveel. De bedragen schommelden en er zat geen systeem in. Het kon best dat het ene koppel voor twee Guatemalteekse kinderen vijf keer minder moest neertellen dan een ander koppel voor één kind. Maar altijd ging het over duizenden franken.

“Niet lang nadat mijn ouders het geld hadden overgeschreven, kregen ze van Hacer Puente een brief dat er problemen waren in Guatemala. Alle lopende adopties waren geblokkeerd. Reden: de Guatemalteekse justitie had zware vermoedens over kinderhandel. In de brief stond ook dat er arrestaties verricht waren.”

 

In april van dit jaar schreef het Amerikaanse maandblad Harper’s Magazine dat Ofelia de Gamas twee keer in Guatemala gearresteerd werd voor kinderhandel: een keer in 1983 en een keer in 1987. Ze werd nooit veroordeeld; niemand weet of ze vrijkwam door politieke druk of door het betalen van smeergeld. Toen uw ouders die brief kregen, was dat vermoedelijk nadat De Gamas in ’87 was opgepakt?

Fanon: “Dat zou kunnen. Andere adoptieouders hadden niet veel eerder een brief van Hacer Puente in de bus gevonden met het verzoek om positieve verhalen over de organisatie te delen. ‘Momenteel hebben de negatieve geruchten een hoogtepunt bereikt’, stond erin. ‘De adopties worden sterk in twijfel getrokken. De kinderen zouden niet geadopteerd worden, maar verkocht. Enkel adoptieouders kunnen bewijzen dat die beschuldigingen totaal ongegrond zijn. U mag vermelden dat u Ofelia de Gamas dankbaar bent om wat ze voor uw kind gedaan heeft.’

“Mijn ouders schrokken zeer erg toen ze lazen dat hun adoptiekind voorlopig niet naar België kon komen. Ze schreven naar de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans en vroegen hem om diplomatieke hulp. ‘Wij hebben alle adoptieregels strikt gevolgd en willen ons kind bij ons.’ Hun verzoek kwam niet uit de lucht vallen: Frankrijk had eerder al in adoptiedossiers diplomaten ingeschakeld. Ze schreven ook naar de Belgische ambassadeur in Guatemala, maar die heeft nooit gereageerd.”

 

Wisten ze waar u ergens in Guatemala was?

Fanon: “Hacer Puente had hen wijsgemaakt dat ik ondergebracht was bij het Rode Kruis. Daarom schreven mijn ouders ook naar prins Albert, onze latere koning. Hij was voorzitter van het Belgische Rode Kruis en zij vroegen hem of hij meer te weten kon komen over de omstandigheden waarin ik was ondergebracht.”

 

Hoe oud was u toen?

Fanon: “Een maand of drie, vier. Mijn ouders kregen antwoord van de stafchef van Albert: ‘De prins heeft uw verzoek doorgestuurd naar de algemene directie van het Rode Kruis België. Hij vraagt hen uw zaak te onderzoeken en u indien mogelijk te helpen.’ Vervolgens gebeurde er een hele tijd niets. Mijn vader en moeder wachtten, maar kregen intussen wel een factuur van Hacer Puente toegestuurd die ze netjes betaalden. De organisatie rekende hen de kosten aan voor mijn verzorging, voeding en kledij, en voor mijn babysitters.”

 

Was u op dat moment ook veilig ondergebracht bij het Rode Kruis?

Fanon: “Nee. Er zijn sporen van mij teruggevonden in Guatemala City in een clandestien huis waar adoptiekinderen verzameld werden. Ze hebben toen ook foto’s van mij genomen, onder andere één waarop mijn voeten zijn samengebonden. Maar waar ik precies al die tijd verbleef, weet ik nog steeds niet. Waar ik wel zeker van ben, is dat ik eind juli 1987 nog opgesloten zat, terwijl mijn adoptiedossier in gang gezet was in november ’86.”

 

Uw biologische moeder had u toen afgestaan voor adoptie?

Fanon: “Nee, op geen enkel moment. Niet lang na mijn geboorte kreeg ik hevige koorts en mijn mama keerde met mij terug naar het ziekenhuis waar ze bevallen was. ‘Mijn pasgeboren baby is ziek’, zei ze. Twee dagen later vertelden ze haar in het hospitaal dat ik gestorven was. In werkelijkheid hadden ze me overgebracht naar een ander ziekenhuis.”

 

U bent dus ontvoerd door dokters en verplegers?

Fanon: “Vermoedelijk wel. Of ze waren op zijn minst medeplichtig.”

 

In de jaren zeventig en tachtig gebeurde net hetzelfde in Sri Lanka. Daar werden ook baby’s in ziekenhuizen door verplegend personeel geroofd.

Fanon: “In India ook. Mijn moeder vroeg aan de dokter: ‘Mag ik mijn dochtertje zien?’ Hij zei: ‘Nee, dat kan niet. We moesten haar begraven. Ze ligt in een massagraf.’ Mijn Guatemalteekse mama heeft later ter nagedachtenis aan mij een grafsteen op het kerkhof geplaatst.”

 

Wat vertelden de mensen van Hacer Puente aan uw adoptieouders?

Fanon: “Dat een straatarme vrouw haar baby tegen betaling had afgestaan. Mijn biologische ouders waren niet arm. Mijn biologische vader zat in het Guatemalteekse leger op het moment van mijn geboorte. Ze hadden samen al een zoon. Toen mijn moeder zwanger was van mij, zijn ze gescheiden. Maar ze bleven in contact met elkaar. Mijn vader heeft altijd voor zijn zoon gezorgd; hij liet mijn moeder niet aan haar lot over. Nadat ze in het hospitaal te horen gekregen had dat ik gestorven was, zakte ze een tijdje weg in een depressie. Later hertrouwde ze en kreeg ze nog andere kinderen.”

 

In oktober 1987 vertrokken uw adoptieouders naar Guatemala om u eindelijk te gaan ophalen.

Fanon: “Die reis werd georganiseerd door Hacer Puente-voorzitster Michèle Boucq. Op de luchthaven stond Ofelia Rosal de Gamas hen met haar chauffeur op te wachten. Mijn ouders werden naar een hotel gebracht dat vol bleek te zitten met andere adoptieouders. Er waren zo twee hotels in Guatemala City, gespecialiseerd in het te slapen leggen van buitenlanders die hun nieuwe kinderen kwamen ophalen. Tik op Google de naam in van het hotel waar mijn ouders verbleven, en één van de eerste foto’s die je te zien krijgt, is van een witte mevrouw met een bruine baby op de arm.”

 

Hoe heette dat hotel?

Fanon: “Casa Grande in Guatemala City. De avond van hun aankomst bracht Ofelia mij naar het hotel. Vijf dagen later kwam ze terug om samen met mijn ouders de administratie af te werken. Vader en moeder spraken geen woord Spaans, dus regelde zij alles. Ze toonde foto’s van het huis in de krottenwijk waar mijn biologische moeder zou geleefd hebben. ‘Kijk eens in wat voor vreselijke armoedige omstandigheden de moeder van jullie dochtertje probeert te overleven.’ Nu moet u weten, mijn biologische moeder heeft nooit op die plek gewoond. Sterker nog, de foto van datzelfde krot zit ook in een totaal ander adoptiedossier.

“Ofelia de Gamas nam mijn adoptieouders mee op uitstap naar haar residentie in de stad Antigua, waar ze hen voorstelde aan haar schoonbroer. ‘Hij is een gepensioneerde officier.’ Mijn ouders waren er zich op dat moment totaal niet van bewust dat ze met ex-dictator en notoir schender van de mensenrechten Óscar Humberto Mejía Victores gezellig koffie zaten te drinken. Toen ik hen een jaar geleden een foto van die man liet zien, schrokken ze: ‘Maar dat is die vriendelijke mijnheer van toen.’”

 

Wanneer besloot u uw eigen verleden uit te spitten?

Fanon: “Ik was twintig. Daarvoor had ik me ook al vragen gesteld over mijn verleden, zeker in mijn puberteit. Het verschil met veel andere geadopteerden, is dat je het aan mij niet echt ziet. Ik bedoel: ik val hier op straat niet op. Ik kan best Spaanse of Marokkaanse roots hebben, zoals ontzettend veel andere Belgen. Heel af en toe vroeg wel eens iemand: ‘Waar kom jij vandaan?’ ‘Uit Latijns-Amerika.’ En daar hield het dan mee op.

“Ik heb een zus die ook geadopteerd is. Onze ouders hebben al heel lang uitstekend contact met haar biologische familie. We hebben echt fantastische adoptieouders. Ze deden nooit geheimzinnig over onze adopties. Ik was achttien toen ik hen vroeg of ik mijn dossier mocht inkijken. Geen probleem, alleen was dat dossier flinterdun.

“Ik heb intussen zelf twee kinderen, een meisje en een jongen. Toen ze nog heel klein waren, had ik geen tijd meer om op zoek te gaan. Binnenkort wordt mijn dochter zeven. Toen zij zei: ‘Mama, ik wil het eigenlijk wel eens weten’, wou ik dat ook.”

 

Dus ging u op zoek naar ouders waarvan u overtuigd was dat ze u ooit weggegeven hadden?

Fanon: “Ik had er nooit aan getwijfeld dat zij me gedumpt hadden. Toch wou ik weten hoe ze eruitzagen.”

 

Was u boos op hen?

Fanon: “Nee, dat ben ik nooit geweest. Ik kon begrijpen dat mijn moeder me uit armoede had weggegeven. Mijn adoptiemoeder hield me altijd voor: ‘Ze heeft dat waarschijnlijk gedaan omdat ze geen andere keuze had.’ Dat leek ook zo uit mijn dossier: ze stond me af om mij een betere toekomst te garanderen. Ik was terechtgekomen in een warm nest, met liefhebbende ouders. Ik leidde een zalig leven, en ben trouwens nog steeds gelukkig met wat ik heb. Ik hou van mijn adoptieouders en zij van mij. Zij hebben het zeer moeilijk met wat er nu allemaal boven water komt. (stilte)

“In december 2017 begon ik mijn dossier zeer nauwgezet uit te pluizen. Ik tikte de naam ‘Hacer Puente’ in op het internet en kwam terecht bij het getuigenis van de bekende Franse zangeres Carmen Maria Vega. In 2011 had zij ontdekt dat haar adoptie in 1984 via Hacer Puente allesbehalve fatsoenlijk verlopen was. Ik belde haar. ‘Ofelia Rosal de Gamas regelde mijn adoptie.’ Ze zei: ‘Je weet toch dat Rosal de Gamas handel dreef in kinderen?’ Het was alsof de grond onder mijn voeten wegzonk. Toen wou ik àlles over Hacer Puente en mijn adoptie te weten komen. Ik ging zelfs Spaans studeren om alle paperassen goed te kunnen begrijpen en met Guatemalteken te kunnen communiceren.”

 

Hoe vond u uw biologische ouders?

Fanon: “Ik speurde het internet af en kwam zo bij de Guatamalteekse onderzoeksjournalist Sebastiàn Escalón terecht. In 2015 legde hij samen met zijn collega Pilar Crespo een netwerk in kinderhandel uit de jaren zeventig en tachtig bloot. Eén van de spillen was de advocaat Edmond Mulet, die het inmiddels geschopt had tot hoge pief bij de Verenigde Naties. Ik mailde Sebastiàn: ‘Ik ben geadopteerd in 1987 via bemiddeling door Ofelia de Gamas’. Hij antwoordde direct: ‘Dan ziet het er niet goed uit.’ Hij bracht me in contact met Marco Garavito van La Liga Guatemalteca de Higiene Mental. Marco voert onderzoek naar de verdwenen kinderen van Guatemala.”

 

Zijn er dan zoveel kinderen spoorloos verdwenen?

Fanon: “Guatemala heeft een bijzonder kwalijke adoptiereputatie. Dat begon in 1954, toen een staatsgreep de eerste van een lange reeks militaire dictators aan de macht bracht. Burgers gingen in verzet en de dictators en hun doodseskaders traden keihard op. Volgens een onderzoekscommissie van de VN werden tussen 1954 en 1996 minstens tweehonderdduizend mensen vermoord. Bij klaarlichte dag werden ze door militairen, agenten of huurlingen van de straat geplukt, in busjes afgevoerd, gefolterd, afgemaakt en in massagraven gedumpt. Kinderen werden massaal gestolen, in staatsweeshuizen ondergebracht en met vervalste papieren ter adoptie aangeboden. Die grote kinderrroof wordt nu als een oorlogsmisdaad beschouwd. Het is tegen die achtergrond dat Ofelia de Gamas actief was. La Liga van Marco Garavito helpt ouders met het opsporen van hun verdwenen kinderen. Mijn eerste echte brief in het Spaans schreef ik naar Marco. (lacht) Sebastiàn Escalón gaf me intussen een snelcursus in online-onderzoekstechnieken. Met hun hulp vond ik mijn Guatemalteekse ouders en familie terug. Negen dagen en negen nachten bracht ik continu door op het internet.

“Uiteindelijk vond ik hen op Facebook. Ik durfde mijn biologische moeder niet aan te spreken. Op haar profiel stond elke zevende november van elk jaar een gebedje naast een foto van een baby.”

 

Dat was ter nagedachtenis aan u, haar gestorven dochtertje?

Fanon: “Ja. Volgens de papieren van Hacer Puentes die ik in mijn bezit heb, ben ik geboren op 7 november. Toen mijn adoptieouders me kwamen halen, was mijn geboortedatum op de officiële documenten veranderd in 4 november. ‘Het was oorlog en er was chaos’, zeggen mama en papa. ‘Die verkeerde datum was gewoon een vergissing.’ Dat is best mogelijk. Mijn ouders waren in ‘87 trouwens erg bang om naar Guatemala te vertrekken. Het zijn gewone mensen en geen avonturiers, militairen of oorlogsjournalisten. (lacht)”

 

U stuurde eerst een van uw gloednieuwe zussen een bericht via Facebook?

Fanon: “Zij dacht dat ik een gekkin of een oplichtster was. Later belden we en ze ratelde zo snel in het Spaans dat ik haar nauwelijks kon volgen. Een andere zus vroeg: ‘Welke informatie heb je over je adoptie?’ Ik stuurde haar alles wat ik had. Meteen daarna reageerde ze: ‘Hoe is het mogelijk dat je nog leeft?’ Toen zag ik een vriendschapsverzoek van mijn mama. (stilte) Vervolgens stuurde ze een bericht dat ik niet meteen durfde te openen. ‘Dag mijn mooi lief meisje, mijn schat’, schreef ze. ‘Ik geloof dat ik je mama ben.’”

 

Haar dertig jaar dode dochter was plots springlevend.

Fanon: “Al die jaren was ze er rotsvast van overtuigd dat ik dood was. Daar heeft ze nooit aan getwijfeld. Elk jaar brandde ze een kaarsje op mijn verjaardag. Mijn biologische mama had me Mariela Sindy genoemd. Mijn biologische papa noemde zijn eerste dochter die na mij geboren is, Mariela en zijn tweede dochter Cindy.”

 

Wanneer ontmoette u uw moeder in levende lijve?

Fanon: “In januari 2018, anderhalve maand na ons eerste contact. Ik moést haar zien en nam in mijn eentje het vliegtuig naar Guatemala. Heel de familie stond me op de luchthaven op te wachten.

“Ik vond mijn mama zo mooi. Ze rende naar me toe en nam me in haar armen. Ze was zacht en rook zo lekker. Haar geur vergeet ik nooit meer.”

 

Uw biologische vader ontmoette u later samen met Eric Goens voor Bargoens?

Fanon: “Papa woont in de Verenigde Staten. Hij is een succesrijk ondernemer en kwam speciaal voor ons over naar Guatemala. Mijn biologische mama is mijn adoptieouders ontzettend dankbaar. Ze kan niet ophouden met hen te bedanken omdat ze al die jaren zo goed voor haar dochter gezorgd hebben. Mijn beide mama’s hebben elkaar gesproken, en zouden graag samen tijd doorbrengen met mij. Maar ik kan dat op dit moment emotioneel niet aan. Zij kijken daar heel erg naar uit; voor mij lukt dat voorlopig niet.”

 

U zit nu met uw identiteit zwaar in de knoop?

Fanon: “Het is ingewikkeld. Als ik daar ben, zien de mensen me als één van hen. Ik ben dan ook één van hen, want op die momenten werken de toeristen me even hard op de zenuwen. (lacht) Daar ben ik thuis, maar hier ben ik ook thuis. Dat is zo raar. Als ik hier geen gezin had, was ik al lang weg naar Guatemala. Daar ben ik zeker van. Ik had de oversteek eerlijk gezegd bijna geregeld. Ik had zelfs een school gevonden waar de kinderen ook Frans konden blijven spreken. Mijn Guatemalteekse mama wil zo graag dat ik terugkom. Maar mijn man ziet een verhuis niet zitten. Mijn Guatemalteekse papa zou liefst hebben dat ik naar de VS verhuis. Maar ik raak dat land niet binnen omdat mijn papieren vervalst zijn. Officieel woon ik nog steeds in Guatemala.

“Ik ben verdrietig over wat mijn vaders en moeders moesten meemaken. Ik ben ook kwaad over wat er gebeurd is. Ze hebben mijn leven gestolen en twee families in de ellende gestort. Ik was amper een paar dagen oud toen ze me roofden. Het federaal parket voert nu sinds enkele maanden een onderzoek naar alle adopties van Hacer Puente. Ik hoop dat duidelijk zal worden wie in België verantwoordelijk was.”

 

Kwam dat gerechtelijk onderzoek er door u of door uw organisatie Racines Perdues?

Fanon: “Nee, het kwam er na een klacht van een slachtoffer uit Vlaanderen. Zij stapte met haar adoptieverhaal naar de politie. Via Racines Perdues heb ik contact met alle geadopteerden van Hacer Puente. Ook met de Vlaamse vrouw Dolores Maria Preat die in 2014 voor een stevig schandaal zorgde in Guatemala. Ook zij had ontdekt dat haar moeder haar niet uit armoede had afgestaan, maar dat ze was ontvoerd. Haar kidnapster gaf zichzelf uit voor haar biologische moeder. Die vrouw is daar in Guatemala voor veroordeeld.”

 

Preats adoptie verliep via Hacer Puente?

Fanon: “Ja. Ik zeg niet dat er een geurtje hangt aan alle adopties die Hacer Puente ooit regelde. Maar de lijst van onregelmatigheden die we via Racines Perdues in Guatemala verzamelden, oogt indrukwekkend. Met nummers van identiteitskaarten van biologische ouders die niet kloppen, mannen die vrouwen blijken te zijn, enzoverder… Het was één knoeiboel.”

 

In Vlaanderen is er op dit moment ook flink wat heisa over interlandelijke adoptie. Er bestaan ernstige vermoedens van fraude over adopties uit onder andere Sri Lanka, Ethiopië en Congo.

Fanon: “Franstalige en Nederlandstalige adoptiekinderen staan nu in nauw contact met elkaar. Want interlandelijke adoptiefraude is geen communautaire materie: in heel dit land liep het vaak grondig fout. Daarom is het meer dan de hoogste tijd voor een landelijke waarheidscommissie over adoptie. Álles moet op tafel komen. Zonder taboes.

“Sophie Villers en ikzelf willen graag als vertegenwoordigers van Racines Perdues door de toekomstige premier van België ontvangen worden. Want omdat we als baby ontvoerd zijn, raken wij nu de VS niet binnen. Daar beschouwen ze ons nog steeds als Guatemalteken. We zouden graag hebben dat onze toestand via diplomatieke weg geregulariseerd wordt. Dan kan ik mijn biologische papa bij hem thuis opzoeken. De nieuwe Belgische regering moet ook werk maken van een DNA-bank waar alle geadopteerden terechtkunnen.”

 

Heeft Michèle Boucq van Hacer Puente intussen contact met u gezocht?

Fanon: “Nee. In 2016 belde ik haar omdat ik meer informatie wou over mijn dossier. ‘Wij regelden enkel de overhandiging’, zei ze. ‘Ik heb geen archief.’”

 

(c) Jan Stevens