‘Trump heeft recht op een proces, net als Göring indertijd’

75 jaar geleden, op 20 november 1945, gingen de processen van Neurenberg van start. 177 nazi’s, waaronder 24 kopstukken, stonden er terecht voor het Internationale Militaire Tribunaal. Een van de hoofdaanklagers was de toen piepjonge Benjamin Ferencz. Vandaag is hij 100 en de laatste overlevende Neurenberg-aanklager. ‘Oorlog verandert fatsoenlijke mensen in massamoordenaars.’

Op 11 maart van dit jaar vierde Benjamin Ferencz zijn honderdste verjaardag. Dit najaar verschijnt het boek Parting Words, waarin de laatst levende aanklager bij de Neurenberg-processen zijn visie op het leven geeft. Er komt dan ook een Nederlandse vertaling onder de titel Negen lessen voor een bijzonder leven. Op de cover prijkt prominent Benjamin Ferencz’ naam als auteur, alleen is de kwieke eeuweling “zijn” boek vol wijze levenslessen liever kwijt dan rijk. ‘Dit is helemaal niet mijn intellectuele testament’, zegt hij ietwat korzelig aan de telefoon vanuit zijn bungalow in Delray Beach, Florida. ‘Een journaliste interviewde me. Zij vond het vervolgens een goed idee om uit dat gesprek negen levenslessen te distilleren. Als u echt wil weten wie ik ben, raad ik u Jahrhundertzeuge Ben Ferencz van de Zwitserse historicus Philipp Gut aan. Hij doorploegde mijn archief in het Holocaust Museum in Washington. Alleen jammer dat het in het Duits geschreven is.’

Benjamin ‘Ben’ Ferencz zag in 1919 het levenslicht in het Roemeense Transsylvanië. Hij was nog een baby toen hij samen met zijn straatarme familie naar de Verenigde Staten emigreerde. Zijn vader, een schoenmaker, ging op de vlucht voor het antisemitisme en droomde van een beter leven aan de andere kant van de oceaan. Ze maakten de overtocht in derde klas; wekenlang sliepen ze op het scheepsdek in open lucht.

Ben Ferencz groeide op in Hell’s Kitchen, een achterbuurt in Manhattan, New York. Hij blonk uit op school en kreeg een beurs voor Harvard. Hij studeerde af als jurist en werd op zijn 27e benoemd tot hoofdaanklager bij de Neurenberg-processen. Jaren later stond hij aan de wieg van het Internationaal Strafhof in Den Haag, waar sinds 2002 processen gevoerd worden tegen verdachten van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Op zijn honderdste is Ferencz nog niet aan zijn pensioen toe. ‘Wat wil dat zeggen: van je pensioen genieten?’ vraagt hij. ‘Is dat golfen en toekijken hoe dat balletje in een hole rolt? Dat is niets voor mij.’

Waar werkt u nu dan aan?

‘Mijn werk is nooit veranderd sinds ik als jongeman op het einde van de Tweede Wereldoorlog de concentratiekampen zag. In 1945 ging ik als onderzoeker aan de slag bij generaal George Patton. Ik kreeg als taak de gruwel van de nazi’s te documenteren en bezocht de net bevrijde kampen. Overal lagen de uitgemergelde lijken. Die mensen waren vermoord omdat ze communisten, zigeuners of Joden waren.’

‘Het allereerste kamp waar ik binnenstapte, was Buchenwald. De gruwel was onbeschrijfelijk. Sindsdien probeer ik van deze vreselijke, afschuwelijke wereld een menselijkere en vredevollere plek te maken. Ik weet dat ik nooit zal rusten.’

Ondanks uw leeftijd wil u nog steeds de wereld veranderen?

‘Ja, want die verandering is broodnodig en helemaal niet zo moeilijk. Ik begrijp niet waarom blijkbaar iedereen te dom is om ze in gang te zetten. Ik bedacht er de slogan law, not war voor, want mensen denken graag in slogans. Als twee landen met elkaar in een dispuut verwikkeld raken, moeten ze dat via gerechtelijke weg proberen oplossen, en niet met wapens. Zo simpel is het.’

‘Het principe law, not war staat ook in het charter van de Verenigde Naties, en dat dateert al van juni 1945. Het illegaal gebruik van wapens wordt daarin een misdaad genoemd. Wie van een misdaad verdacht wordt, moet voor een rechter verschijnen en als hij schuldig wordt bevonden, moet hij bestraft worden. Die filosofie is de rode draad door mijn hele leven. Als hoofdaanklager tijdens de processen van Neurenberg was het precies ook mijn taak om misdaden door een rechtbank te laten bestraffen.’

U klaagde toen een aantal officieren aan van de Einsatzgruppen, de Duitse doodseskaders aan het Oostfront.

‘Als onderzoeker bij George Patton vond ik geheime rapporten van de nazi’s waarin ze nauwgezet bijhielden hoeveel mensen de Einsatzgruppen op welke plekken vermoord hadden. De namen van de verantwoordelijke officieren stonden erbij. Ik telde de getallen bij elkaar op en kwam aan meer dan één miljoen slachtoffers. Ik was in shock en raakte daar nooit helemaal van hersteld. Ik had op dat moment nochtans al heel wat oorlogservaring. Op D-Day landde ik als gewone soldaat op het strand van Normandië. Ik reed in mijn jeep over een pontonbrug op de Rijn van de Maginotlinie naar de Siegfriedlinie. Ik vocht op Belgisch grondgebied. Na de oorlog kreeg ik vijf Battle Stars voor deelname aan de vijf grootste veldslagen. Tot nu draag ik de mentale gevolgen van die oorlog. Ik wil niet dat iemand dit ooit nog moet meemaken, vandaar mijn levenslange inzet en strijd voor de rechtsstaat.’

U was nog heel jong toen u in Neurenberg tot aanklager werd aangesteld.

‘Door de omstandigheden was ik op zeer korte tijd ouder geworden dan mijn leeftijd deed vermoeden. Hoofdaanklager Telford Taylor belaste mij met het proces tegen de Einsatzgruppen, omdat ik daar al zoveel materiaal over verzameld had. De doodseskaders telden meer dan 3000 leden. Hun dagtaak bestond uit het neerknallen van Joden en de “vijanden van het Derde Rijk”: mannen, vrouwen en kinderen. Alle leden waren medeplichtig aan massamoord. Maar in de beklaagdenbank waren slechts 22 plaatsen. Dus selecteerde ik 22 namen op basis van rang en opleiding. Ik koos generaals en mannen met doctorstitels en zware diploma’s. De SS’er en jurist Otto Rasch had zelfs twee doctorstitels. In een paar dagen tijd vermoordde hij meer dan 33.000 Joden.’

Volgens de Nederlandse historicus en journalist Rutger Bregman deugen alle mensen. Gelooft u dat ook?

‘Ik heb me daar lang het hoofd over gebroken. Want al die beschaafde intellectuelen zoals Rasch toonden geen spijt of berouw. De eenheid van hoofdbeklaagde en nazi-generaal Otto Ohlendorf vermoordde 90.000 Joden. Tijdens het proces zei de immer vriendelijke en beleefde Ohlendorf, vader van vijf kinderen: “Dat getal is misschien een beetje overdreven. Mijn mannen schepten daar graag over op. Het waren er eerder 70.000.” Ik vroeg hem: “Waarom vermoordde je al die mensen?” Hij antwoordde: “Hitler vertelde ons dat de Russen op het punt stonden ons aan te vallen. Joden doden was niet meer dan een vorm van zelfverdediging. We wilden ons land redden. Ik zou het meteen opnieuw doen.” Oorlog verandert fatsoenlijke mensen in massamoordenaars. In Neurenberg besefte ik dat we dat alleen kunnen stoppen door een einde te maken aan de oorlogswaanzin.’

Bent u een pacifist?

‘Nee, maar van zodra iedereen pacifist is, word ik dat ook. Zolang er mensen rondlopen die mij iets willen aandoen omdat ik bijvoorbeeld Joodse roots heb, wijs ik het pacifisme af. Ik ben niet van plan om lijdzaam te wachten tot iemand me uit de weg ruimt. Ik ben maar anderhalve meter lang en daar werd ik als jongeman door een paar bullebakken om uitgelachen. Ik schopte hen in de ballen. (lacht) Ze dropen voorgoed af.’

Realist

Na Neurenberg keerde Benjamin Ferencz terug naar de Verenigde Staten. Als advocaat specialiseerde hij zich in burgerrechten en vrijheid van meningsuiting. Hij droomde van een soort permanent internationaal Neurenberg-tribunaal als juridisch wapen tegen de oorlogsgruwel. In 1975 schetste hij in zijn boek Defining international agression: the search for world peace de blauwdruk voor wat veel later het Internationaal Strafhof in Den Haag zou worden.

‘Samen met veel anderen ijverde en lobbyde ik jarenlang voor de creatie van dat hof’, zegt hij. ‘Dat past perfect in mijn law, not war-filosofie. In 1998 kwamen zowat alle landen van de Verenigde Naties in Rome samen om de oprichting van het Strafhof eindelijk in gang te zetten. Ik mocht hen toespreken. Ik zei: “Ik sta hier in naam van al degenen die voor altijd zwijgen: de slachtoffers.” In Rome herhaalde ik mijn pleidooi van Neurenberg: “Niet wraak is ons doel, maar de creatie van een humanere wereld waar iedereen in vrede kan leven, ongeacht afkomst, overtuiging of religie.” Naderhand tekenden al die landen het Statuut van Rome, de oprichtingsakte voor het Strafhof.’

Uw land, de VS, keerde het Internationale Strafhof van bij de start de rug toe.

‘Op oudejaarsavond 2000 tekende uiteindelijk ook de toenmalige president Bill Clinton het Statuut van Rome. Dat was zijn laatste beleidsdaad. Maar George W. Bush herriep die handtekening onder impuls van de aartsconservatief John Bolton. Twee jaar later zorgde diezelfde Bolton ervoor dat het Congres The Hague Invasion Act aannam. Die maakte het mogelijk dat de president kan beslissen van oorlogsmisdaden verdachte gearresteerde Amerikaanse militairen te gaan bevrijden uit hun Haagse cel.’

‘Hier in Amerika moéten de meningen botsen, want dit is een democratie. Sommige medeburgers zijn oerconservatief, andere radicaal-links en velen bevinden zich in het midden. Zo hoort het. Maar dat een aartsconservatief zoals John Bolton het Internationale Strafhof vleugellam maakt, is te gek voor woorden. Die man gelooft niet eens in de rechtsstaat. Volgens hem bestaat het internationaal recht niet. “Heb je macht? Gebruik die dan!” luidt zijn devies. “Hou geen rekening met anderen.” Boltons harde, reactionaire filosofie werd door verschillende presidenten overgenomen, inclusief de huidige. Alleen gaat die laatste nog een stap verder, want Donald Trump wil het Internationale Strafhof vernietigen.’

Arrestaties van Amerikaanse militairen door het Strafhof vindt hij een inbreuk op de Amerikaanse soevereiniteit?

‘Ja, en hij voegt eraan toe dat het enkel Amerika toekomt haar eigen burgers te berechten. “Dat vreemde hof wil ons straffen omdat we Amerikanen zijn”, beweert hij. Wat een bullshit. Kijk, als de VS kunnen garanderen dat hun soldaten in eigen land een eerlijk proces krijgen, is dat prima. Ik heb indertijd zelf mee de clausule geschreven die bepaalt dat het Internationaal Strafhof aanvullend is. Als alle staten erin slagen hun eigen van oorlogsmisdaden verdachte burgers fair te berechten, zit het Internationaal Strafhof zonder werk. Dat zou heel goed zijn, alleen is het een illusie. Ik word misselijk als ik Trump dan hoor beweren dat “vreemde machten” onschuldige Amerikaanse soldaten willen opsluiten op een afgelegen plek. “Wij, Amerikanen, zullen nooit aanvaarden dat onze soevereine rechten met de voeten getreden worden.” Het tragische is dat Amerikaanse burgers die onzin slikken als zoete koek. Ze worden door zowel links als rechts belogen, maar Trump spant de kroon. Begin dit jaar gaf hij zijn generaals opdracht de Iraanse generaal Soleimani uit de weg te ruimen. “Hij wil ons aanvallen, dus moet hij dood.” Ze klikten met de hakken: “Yes, Sir!” Waarna ze Soleimani in koelen bloede lieten vermoorden toen hij op bezoek was in Irak, een land waar we zelfs niet mee in oorlog zijn. Geen arrestatie, geen proces. Ik heb in Neurenberg mensen voor exact dezelfde feiten tot de doodstraf laten veroordelen.’

In een in april vorig jaar verschenen artikel in het Nederlandse tijdschrift Nexus vergelijkt u Donald Trump met Otto Ohlendorf, de nazi-generaal die u tot de strop liet veroordelen.

‘Herinnert u zich nog de eerste toespraak van Donald Trump voor de Verenigde Naties? Hij richtte zich tot Noord-Korea en zei: “Als jullie ons bedreigen, zullen we jullie compleet vernietigen.” Toen ik hem dat op tv hoorde verkondigen, riep ik tegen mijn beeldscherm: “Meneer de president, bent u gek geworden? Een land compleet vernietigen? Hoe gaat u dat doen? Net als de Einsatzgruppen door de inwoners één voor één neer te schieten?” Ohlendorf gebruikte op het proces in Neurenberg dezelfde argumentatie als Trump. Als openbaar aanklager wou ik dat hij daarvoor opgehangen werd. Ik werd uitgenodigd om zijn executie bij te wonen, maar die eer wees ik af. Ik heb er wel de filmopnames van. Nee, ik heb er nooit spijt van gehad dat ik Ohlendorf liet ophangen.’

U bent geen tegenstander van de doodstraf?

‘Helemaal niet. Wat voor zin heeft het een bloeddorstige moordenaar levenslang op te sluiten en eten te geven? Voor sommige misdaden is de doodstraf gerechtvaardigd.’

Is Donald Trump door de fysieke uitschakeling van de Iraanse generaal Soleimani een oorlogsmisdadiger?

‘Hij heeft nu alleszins recht op een proces, net als Hermann Göring indertijd.’

Hebben George W. Bush en Tony Blair dan ook recht op een proces voor hun invasie in Irak in 2003? De onderzoekscommissie Chilcot oordeelde in 2016 dat die onwettig was.

‘Zeker, maar zo zijn er nog veel anderen. Ik noem liefst geen namen, want zo riskeer ik in politiek vaarwater terecht te komen. Ik ben noch Democraat, noch Republikein. In deze tijd van zware crisis ben ik voorstander van degelijk, intelligent en humaan bestuur. In mijn land ontbreekt dat nu totaal. Wie het bevel geeft om iemand zonder vorm van proces uit de weg te ruimen, draagt samen met de uitvoerders de volle verantwoordelijkheid. “Befehl ist Befehl”, speelt geen rol. Geen enkele soldaat mag een illegaal bevel uitvoeren. Een land binnendringen waarmee je niet in oorlog bent om er een zogezegde bad guy en alle omstaanders met een raket uit te schakelen, is moord.’

Dat geldt dan ook voor Barack Obama? Hij zou als president meer dan 500 drone-aanvallen op menselijke doelwitten hebben laten uitvoeren, waarbij honderden toevallige passanten zouden zijn omgekomen.

‘Nogmaals, ik wil het niet over individuen hebben, wel over het principe dat enkel de rechtsstaat garant staat voor een humane wereld. Zonder de wet en het recht blijft enkel doden en gedood worden over. We hebben een organisatie als de Verenigde Naties meer dan ooit nodig; ze is indertijd precies opgericht om recht en vrede te laten zegevieren over oorlog, dood en verderf. De Tweede Wereldoorlog kostte meer dan 50 miljoen mensen het leven. We hoopten dat we met de VN onze problemen en misverstanden voortaan op een rationele manier zouden kunnen oplossen. Toen al spraken we met elkaar af om het illegaal inzetten van gewapende macht te verbieden.’

Bent u ondanks alles optimistisch over de toekomst?

‘Als honderdjarige hoef ik me over mijn toekomst niet te veel zorgen meer te maken. (lacht) Maar natuurlijk ben ik bezorgd over de toekomst van de generaties na mij, want de toestand wordt steeds gevaarlijker en onstabieler. Ik ben geen optimist, maar ook geen pessimist. Noem me maar een realist. In onze extreem onzekere tijd is Law, not war belangrijker dan ooit tevoren. De grootste bedreiging hangt in cyberspace. Stel u voor dat een dictator of machtswellusteling erin slaagt een deel van het elektriciteitsnetwerk op aarde plat te leggen: dat wordt gegarandeerd de dood van velen. Jammer genoeg is dat scenario geen sciencefiction. Heel wat landen spenderen miljarden dollars om uit te zoeken hoe ze zoveel mogelijk mensen over de kling kunnen jagen. Meer nog, het is het beleid van mijn eigen land, de VS. De president kondigde immers op het spreekgestoelte van de VN aan: “We zullen je vernietigen!”’

© Jan Stevens

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

Are you new to blogging, and do you want step-by-step guidance on how to publish and grow your blog? Learn more about our new Blogging for Beginners course and get 50% off through December 10th.

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

‘Alles wat we verzonnen, had echt kunnen gebeuren’

Robert Harris reconstrueert in zijn nieuwe historische thriller V2 de geschiedenis van Adolf Hitlers geheime wapen V2. Gill Hornby brengt in haar nieuwe historische roman Miss Austen de oudere zus van Jane Austen opnieuw tot leven. Samen zijn Hornby en Harris al meer dan 30 jaar een echtpaar. “Als schrijvers zijn we allebei eenzaten.”

Gill Hornby en Robert Harris wonen in de statige Victoriaanse pastorij van Kintbury, een dorp in het groen ten westen van Londen. Gill is de jongere zus van Nick Hornby, auteur van bestsellers als High Fidelity en About a boy. “Het is niet altijd even gemakkelijk om de zus van Nick en de vrouw van Robert te zijn”, zegt ze. “Ik debuteerde pas in 2013 als romancier, 21 jaar na man Robert en 18 jaar na broer Nick. Ik wist dat er vergelijkingen zouden gemaakt worden, maar dat kon me niet tegenhouden. Mijn eerste boek moést er komen. Ik was de vijftig al voorbij toen ik eraan begon. De kans dat ik die twee nog inhaal, is dus bijzonder klein.”

Waarom hebt u zo lang gewacht om te debuteren?

Gill Hornby: “Het kwam nooit in me op om een roman te schrijven. Iemand moest voor onze vier kinderen zorgen. (lacht) Tussendoor recenseerde ik boeken en schreef ik columns. Maar dat werk droogde op en toen onze jongste een jaar of acht was begonnen de ideeën te borrelen voor The Hive, mijn eerste roman. Toen we elkaar een eeuwigheid geleden leerden kennen, had ook Robert geen plannen om romanschrijver te worden.”

Robert Harris: “We werkten allebei als journalisten voor de BBC. Ik schreef non-fictieboeken en was daar perfect gelukkig mee. Als je me toen gezegd had dat ik ooit enkel en alleen nog fictie zou schrijven, had ik je gek verklaard.”

U ontdekte dat fictie meer vrijheid gaf dan non-fictie?

Harris: “Precies. In 1986 schreef ik Selling Hitler, een boek over de vervalste dagboeken van Adolf Hitler. Tijdens de research las ik Hitlers tafelgesprekken. Daarin zet hij uitgebreid zijn plannen met de mensheid uiteen. Ik vroeg me af: hoe zou de wereld eruitzien als de Führer de Tweede Wereldoorlog had gewonnen? Die gedachte liet me niet los, ik begon erover te fantaseren en dat werd in 1992 mijn eerste roman Fatherland. Ik genoot van het construeren van personages en vond het zalig om inderdaad totaal vrij in het hoofd van een historische figuur te kruipen. Na Fatherland schreef ik geen letter non-fictie meer.”

Uw laatste roman V2 schreef u tijdens de lockdown.

Harris: “Ik was eraan beginnen werken toen de coronacrisis losbarstte. Eerst leek dat virus ver weg, tot plots onze twee jongste kinderen terug naar huis kwamen. We mochten niet meer naar buiten en ik was daar zo door van mijn melk dat ik even niet kon schrijven. Toen duidelijk werd dat die lockdown lang zou duren, besloot ik van de nood een deugd te maken. Ik toog terug aan het werk, vastbesloten om met een nieuw boek uit de isolatie te komen.”

Hornby: “Mijn roman Miss Austen was al af voor de coronacrisis. Ik heb de lockdown doorgebracht met de research voor mijn volgende roman.”

Het lijkt alsof de lockdown een zegen voor schrijvers was. Maar dat is niet helemaal zo?

Harris: “In feite is het onze natuurlijke staat van zijn, maar het rare is dat die lockdown mij ontzettend hard verstoorde. Ik kom me niet meer concentreren en kreeg zelfs slaapstoornissen. Als ik dan toch in slaap raakte, werd ik geteisterd door nare dromen. Elke ochtend moest ik mezelf verplichten om aan mijn schrijftafel te gaan zitten, terwijl ik in normale omstandigheden verslaafd ben aan schrijven. Nu hield ik het niet meer dan vier uur per dag vol.”

Hornby: “Ik vond het zeer vervelend dat de bibliotheken gesloten waren. Dat is lastig als je aan het researchen bent voor een historische roman. En ik kon ook geen locaties bezoeken. Dus ja, voor mij was het ook frustrerend. Het bizarre is dat ikzelf tijdens het schrijven van Miss Austen vrijwillig in lockdown ging en dat toen een weldaad vond. Ik schreef het boek snel, in vijf maanden. Heel die tijd zat ik opgesloten in mijn schrijfhok, weg van de wereld.”

De plek waar u Miss Austen schreef, is het decor voor uw roman?

Hornby: “Mijn roman speelt zich af in de pastorij van het dorpje Kintbury op het Engelse platteland in 1840, en ja, laat dat nu toevallig ook de plek zijn waar wij al meer dan 25 jaar wonen. (lacht) De pastorij uit het boek werd in 1860 afgebroken en ons huis kwam in de plaats. De kamers zijn anders, maar het uitzicht is zoals toen. Mijn research bestond uit door het raam naar buiten kijken met af en toe een wandelingetje naar de kerk.”

De miss Austen uit uw boek is Cassandra Austen, de zus van de wereldberoemde schrijfster Jane. U schreef eerder een biografie voor kinderen over Jane Austen. U bent een bewonderaar?

Hornby: “Zeker. Ik schreef die biografie zestien jaar geleden en raakte geobsedeerd door Jane én haar drie jaar oudere zus Cassandra. Toen we een kwart eeuw geleden naar dit huis verhuisden, had ik nog nooit van Cassandra Austen gehoord. Iemand uit het dorp vertelde me dat Cassandra’s verloofde Tom Fowle hier had gewoond. Hij was een van de zonen van dominee Thomas Fowle. Cassandra bracht hier Toms laatste kerstmis met hem door en zwaaide hem uit toen hij naar de Caraïben vertrok. Daar stierf hij aan de gele koorts. Heel haar netjes uitgestippelde leven viel in duigen. Na de dood van haar geliefde moest Cassandra zichzelf heruitvinden. Ze voerde een intense briefwisseling met haar zus Jane. Ze verbrandde honderden brieven en wordt daarom door biografen van Jane Austen veracht. Ik vond Cassandra’s verhaal prachtig en tragisch, uiterst geschikt voor een roman.”

V2 speelt zich iets meer dan honderd jaar later af, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dit is niet Robert Harris’ eerste oorlogsroman.

Harris: “Die periode fascineert me enorm.”

Hornby: “Dat is een understatement. (lacht)”

Harris: “Die fascinatie voor de oorlog zorgde er wel voor dat we dit dak boven ons hoofd hebben. Ik was ook altijd geïnteresseerd in de geschiedenis van de ontwikkeling van de ruimteraket. Begin december 2016 las ik in The Times het overlijdensbericht van Eileen Younghusband. Ze was vijfennegentig geworden en werkte op het einde van de oorlog als WAAF-officier in Mechelen. WAAF staat voor Women’s Auxiliary Air Force, de vrouwelijke divisie van de Britse luchtmacht. Ik las dat ze toen meegeholpen had aan het preventief uit de lucht schieten van de door de Duitsers vanuit Scheveningen afgevuurde V2-raketten. Ik dook vervolgens in haar memoires. Eileen stond model voor mijn vrouwelijke hoofdpersonage Kay Caton-Walsh. De dames van de WAAF probeerden in het pas bevrijde Mechelen in het grootste geheim de lanceerplaatsen van de dodelijke V2-raketten aan de Nederlandse kust te achterhalen. Telkens wanneer er een V2-raket in Londen insloeg, begonnen ze razendsnel de raketkoers te berekenen. In haar memoires schrijft Younghusband dat tijdens haar eerste dienst twee lanceerplaatsen werden vernietigd. Dat kreeg ze waarschijnlijk van haar oversten te horen, want het was propaganda. Er werd jammer genoeg geen enkele lanceerbasis uitgeschakeld.”

Uit de beschrijving van de stad Mechelen in uw boek leid ik af dat u het een aangename stad vindt.

Harris: “Ik moet bekennen dat ik er nog nooit geweest ben. (lacht) Ik was dat van plan, tot corona roet in het eten gooide. De dag dat ik een vlucht naar Zaventem wou nemen, gingen de luchthavens dicht. Ik moest me behelpen met oude foto’s en Google Maps. Van de Mechelaars krijg ik binnenkort waarschijnlijk te horen welke kemels ik geschoten heb. Gelukkig spelen veel scènes in Mechelen zich af na het vallen van de duisternis. (lacht) Scheveningen en Den Haag kon ik gelukkig wel bezoeken.”

Als we jullie romans gelezen hebben, kennen we de échte geschiedenis van Cassandra Austen en van de strijd tegen de V2-raket?

Hornby: “WO II is beter gedocumenteerd dan het leven van Cassandra Austen. Het enige echt degelijke bronnenmateriaal dat we over het leven van de gezusters Austen hebben, zijn de brieven die Cassandra niet in de fik kon steken. Doordat er samen met die verbrande brieven hele stukken uit het leven van de Austens verdwenen zijn, kon ik vaak mijn eigen fantasie de vrije loop laten. Dat was een groot voordeel.”

Harris: “Als je een historische roman schrijft over iemand wiens leven goed gedocumenteerd is, zit je gevangen in een rigide keurslijf. Hoe groter de hiaten, hoe meer vrijheid je als schrijver hebt.”

Hornby: “Ik heb niets geschreven dat niet waar is. Alles wat ikzelf verzonnen heb, had kunnen gebeuren. Want de voornaamste inspiratiebron voor mijn fantasie waren de romans van Jane Austen. Die boeken zijn meteen ook verslagen van haar eigen tijd en hoe vrouwen zoals zij die beleefden.”

Maar een historische roman is natuurlijk niet hetzelfde als de historische waarheid.

Harris: “Alle fictie is leugenachtig, al ben ik me er erg van bewust dat dat bij historische romans niet vanzelfsprekend is. Net als Gill probeer ook ik niets te schrijven wat niet had kunnen gebeuren.”

Hornby: “Het moet aannemelijk zijn.”

Harris: “Ja, en de verifieerbare feiten moeten kloppen. De geschiedenis van de V2 dateert van amper 76 jaar geleden. Er zijn nog mensen die zich de inslagen van de V2’s in Londen en Antwerpen herinneren. Het is echt niet zo lang geleden dat de ene Europese staat de andere bestookte met ballistische raketten. Er werden er duizenden afgevuurd naar Londen en Antwerpen. Ze raakten gelukkig niet allemaal doel. Veel raketten kwamen in zee terecht, of ontploften onderweg. Alle V2-inslagen in mijn boek zijn accuraat beschreven, met het juiste aantal slachtoffers en hun correcte namen.”

Uw Duitse hoofdpersonage, de ingenieur en raketgeleerde Rudi Graf, is fictief?

Harris: “Ik heb hem samengesteld uit verschillende handlangers van Wernher von Braun, de leider en bezieler van het Duitse rakettenproject. Rond de jonge Von Braun cirkelde een groep 18 à 20-jarigen die na de Eerste Wereldoorlog raketten wilde bouwen. Ze vonden een braakliggend terrein in Berlijn waar ze begonnen te experimenteren. De nazi’s kwamen aan de macht en zochten gesofisticeerd wapentuig. Wernher von Braun greep zijn kans en sloot een pact met de duivel. Hij bood aan ballistische raketten voor hen te ontwikkelen, om toch maar zijn droom te kunnen waarmaken om een raket de ruimte in te schieten. Mijn personage Rudi Graf startte zoals al die andere jonge raketgeleerden als een idealistische dromer.”

Ze eindigden als massamoordenaars.

Harris: “Ja, maar ik denk niet dat Wernher von Braun en zijn kompanen slecht waren. Stap voor stap werden ze er ingezogen.”

Een vorig jaar gestorven oom van mijn vrouw moest als krijgsgevangene meewerken aan de productie van de V2-raket in het Mittelbau-Dora-concentratiekamp in Nordhausen. Ik heb hem hallucinante verhalen horen vertellen over zijn krijgsgevangenschap. Hij had geen goed woord over voor SS-officier Wernher von Braun. Hij vond het verschrikkelijk dat die man na de oorlog door Amerika voor hun ruimteprogramma werd ingelijfd.

Harris: “Nordhausen was afschuwelijk. De rakettenbouw kostte in een paar maanden tijd twintigduizend mensen het leven, vier keer zoveel als er door V2-inslagen omkwamen. De voorbije 2000 jaar vielen nergens zoveel doden door slavenarbeid als in die ondergrondse raketfabriek. Von Braun en zijn vrienden beweerden later dat ze niets wisten van de gruwel in Mittelbau-Dora. Dat is inderdaad maar moeilijk te geloven. Ze kwamen er vaak langs, het waren immers hún raketten die er massaal geproduceerd werden. Ik denk niet dat zij ingecalculeerd hadden dat de ondergrondse raketfabriek van Dora zo’n hoge dodentol zou eisen. Maar toen de slavenarbeiders bij bosjes vielen, hebben ze nooit geprotesteerd.”

In Miss Austen zit geen enkel fictief personage à la Rudi Graf?

Hornby: “Een paar, maar die spelen slechts een bijrol. De andere leden van de familie Austen beschrijf ik zeer waarheidsgetrouw. Zij lieten nogal wat notitieboekjes en brieven na. In hun nagelaten correspondentie hebben ze het vaak uitgebreid over hun dagelijkse besognes. Van de familie Fowle hier in het dorp is minder bekend, maar toch voldoende om de karakters in mijn boek body te geven. Toms zus Mary-Jane woonde op het einde van haar leven net als in mijn boek aan het kerkhof. In het echt sliep ze ook met het pistool van haar overleden man onder haar kussen, bang om ’s nachts in het slaperige Kintbury beroofd te worden. (lacht)”

Vandaag is Jane Austen wereldberoemd, maar toen ze nog leefde, wist bijna niemand dat ze schrijfster was?

Hornby: “Ze koos bewust voor die anonimiteit. Ze publiceerde niet onder haar naam en zei nooit iets over haar schrijverschap. In een van haar bewaarde brieven vertelt ze hoe ze op een avond in 1813 haar pasverschenen roman Pride and Prejudice moest voorlezen aan de slechtziende oude vrijster miss Benn. Die had er geen flauw idee van dat ze werd voorgelezen door de auteur zelf. Miss Benn gaf luidruchtig en verontwaardigd kritiek op passages uit het boek, maar Jane las stoïcijns verder.

“De bescheidenheid van schrijfster Jane Austen staat haaks op hoe het er vandaag in de literaire wereld aan toe gaat. Zij heeft nooit een andere schrijver ontmoet. Niet dat iemand haar dat verbood; ze wou zelf een bestaan in de luwte. Ze is een genie. Ze leidde een stil, teruggetrokken leven en intussen schreef ze fantastische romans zoals Sense and Sensibility, Emma en Pride and Prejudice. Wereldwijd is ze nu terecht even beroemd als William Shakespeare.”

Harris: “Onze boeken lijken misschien erg verschillend, maar toch is er een treffende gelijkenis: we observeren allebei via omwegen een genie. Jane Austen was een geniaal schrijfster en Wernher von Braun een geniale ingenieur. De invloed van Jane op de Britse literatuur kan niet onderschat worden; zonder Von Braun had de mens nooit voet gezet op de maan.”

Hornby: “Maar genieën zouden het nooit zover geschopt hebben zonder de mensen rondom hen. Zonder Cassandra had Jane Austen misschien nooit haar boeken geschreven. Jane was emotioneel niet sterk; haar rots van een zus hield haar overeind. In onze hypergeïndividualiseerde samenleving vergeten we hoe belangrijk anderen zijn voor onze eigen ontwikkeling.”

Met Miss Austen wil u Cassandra rehabiliteren?

Hornby: “Ja. Van haar brieven aan Jane bleef geen enkele bewaard, maar er zijn er wel nog een paar van Jane aan haar. Daaruit blijkt Jane’s bewondering voor haar oudere zus Cassandra. Jane was het onzekere, gevoelige kneusje en Cassandra de knappe, zelfbewuste vrouw. Maar die rollen werden omgekeerd in A memoir of Jane Austen, een biografie die hun neef James Edward Austen-Leigh na Jane’s dood schreef. Jane was volgens die biografie altijd opgewekt en ieders favoriet, terwijl Cassandra stil in een hoekje zat te kniezen. Zo kreeg de wereld een totaal vertekend beeld van de échte gezusters Jane en Cassandre Austen.”

Veel boeken van Robert Harris zijn verfilmd, die van Gill Hornby nog niet.

Hornby: “Daar komt verandering in. Een scenarioschrijver is nu mijn boek aan het herwerken voor een zesdelige tv-reeks.”

Harris: “De verfilming van mijn debuut Fatherland vond ik een ramp. Maar over andere verfilmingen ben ik zeer tevreden, dat geldt zeker voor The Ghost Writer en An Officer and a Spy van Roman Polanski. Ik ben heel blij dat ikzelf aan de scenario’s van die films mocht meewerken. Tijdens de verfilming van Enigma door Michael Apted leerde ik toneelschrijver en scenarist Tom Stoppard kennen. Hij werd een dierbare vriend.”

Net als Roman Polanski?

Harris: “Dat was Roman vroeger toch. Door al die beschuldigingen van seksueel misbruik zit hij nu dik in de problemen. Ik heb hem de voorbije zes jaar maar twee keer vluchtig ontmoet. Onze laatste samenwerking dateert van 2014. Ik kon altijd goed met hem opschieten. Hij is een zeer getalenteerd verhalenverteller en als romanschrijver heb ik heel veel van hem geleerd.”

Hoe kritisch zijn jullie over elkaars boeken?

Harris & Hornby (in koor): “Helemaal niet.”

Harris: “Dat zou ik achteraf veel te zwaar moeten bekopen.” (lacht)

Hornby: “We zijn elkaars eerste lezers, maar niet elkaars recensenten. Natuurlijk leveren we soms kritiek, maar met mondjesmaat. De grote aanvallen laten we aan anderen over.”

Harris: “We kennen allebei de lijdensweg die schrijven soms is. Als schrijverskoppel speel je daar geen spelletjes mee.”

Zouden jullie samen een roman kunnen schrijven?

Harris & Hornby (in koor): “Nee.”

Hornby: “Als schrijvers zijn we allebei eenzaten.”

Harris: “Een roman is iets heel persoonlijks. Samen een roman schrijven, lukt niemand, zelfs geen schrijversechtpaar.”

Hornby: “Dan vergeet je Nicky Gerrard en Sean French. Als Nicky French zijn zij uitzonderlijk goed. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik samen met Robert zit te schrijven. Ik zou last krijgen van een vorm van plankenkoorts.”

Harris: “We schrijven ook nooit in dezelfde kamer. Wel in hetzelfde huis, en dat is fijn.”

Hornby: “We brengen dan vooral veel tijd samen in de keuken door, al thee zettend.”

Robert Harris

  • Geboren in 1957
  • Werkte als journalist voor de BBC en The Observer en als columnist voor The Sunday Times en The Daily Telegraph
  • Schreef briljante bestsellers die in het Nederlands vertaald werden als Pompeii (2004), Imperium (2006), Geest (2006), Lustrum (2009), Vaderland (2012), De officier (2014), Dictator (2015), Conclaaf (2016), München 1938 (2017) en De tweede slaap (2019).

Gill Hornby

  • Geboren in 1959
  • Werkte als journaliste voor de BBC en als recensente en columniste voor The Guardian, The Times en The Daily Telegraph
  • Haar debuut The Hive werd vertaald als Het regime (2013)
  • The Times en The Observer riepen Miss Austen uit als een van de beste romans van 2020

Gill Hornby, Miss Austen, Uitgeverij Cargo, 352 blzn., 20,99 euro

Robert Harris, V2, Uitgeverij Cargo, 368 blzn., 20,99 euro

© Jan Stevens

‘Sociale media zijn de tabaksindustrie van de 21e eeuw’

In haar boek De eenzame eeuw raakt Noreena Hertz een open zenuw. Met onze sociale media lijken we vandaag inniger verbonden dan ooit. Volgens Hertz is dat schone schijn. “Ze vergroten onze eenzaamheid.”

“Wereldwijd woedt er een diepe eenzaamheidscrisis onder zowel jong als oud, man of vrouw”, stelt de Britse economieprofessor Noreena Hertz. “Die crisis heeft niet alleen gevolgen voor onze geestelijke, maar ook voor onze lichamelijke gezondheid. Wetenschappelijk onderzoek leert ons dat een gebrek aan beweging minder schadelijk is dan eenzaamheid. Statistisch gezien staat eenzaamheid gelijk aan het roken van vijftien sigaretten per dag, is het net zo schadelijk als alcoholisme en richt het dubbel zoveel schade aan als obesitas. Toch vegen we het onderwerp nog altijd liefst onder het tapijt.”

Wanneer drong het bij u door dat eenzaamheid hét probleem van onze tijd is?

“Drie jaar geleden begon ik te merken dat mijn studenten aan de universiteit zich eenzamer leken te voelen dan hun voorgangers. Ze stapten mijn kantoor binnen en zeiden spontaan: ‘Ik voel me alleen.’ Tijdens groepsopdrachten viel het me op dat ze moeizaam communiceerden met hun medestudenten. Dat verliep echt veel problematischer dan bij vorige generaties studenten. Ik vertelde dat aan een bevriende rector van een Amerikaanse universiteit en hij zei: ‘We stellen exact hetzelfde vast. Het is zelfs zo erg dat we studenten moeten begeleiden bij hun gesprekken met anderen.’”

Wat is uw definitie van eenzaamheid?

“Het gevoel geen vrienden te hebben en geïsoleerd te zijn, en niet gesteund te worden door familie of mensen uit je omgeving. Dat is meteen ook de traditionele omschrijving. Maar vandaag krijgt de vereenzaming nog een extra duw in de rug door technologie en artificiële intelligentie. De laatste jaren stijgt de vraag naar sociale androïdes, robotten gebouwd om ons te helpen en te begeleiden. Onze mondiale vereenzaming drijft dus meteen ook een hele nieuwe economische sector aan.

“Daarenboven voelen veel mensen zich door de overheid in de steek gelaten en aan hun lot overgelaten. Ik onderzocht wereldwijd de opgang van radicaalrechts populisme. Voor mijn boek interviewde ik talloze sympathisanten van extreemrechts in Frankrijk en Italië, en aanhangers van Donald Trump in de VS. Het viel me op dat ze zich allemaal verschrikkelijk eenzaam voelen. Extreemrechtse politici van het Franse Rassemblement National en van jullie Vlaams Belang spelen daar handig op in.”

Uiterst rechts populisme floreert op eenzaamheid?

“Ja, en paradoxaal genoeg draagt links daar een grote verantwoordelijkheid voor. Want je zou toch verwachten dat net de progressieve partijen zich richten tot mensen die zich in de steek gelaten voelen. Zeker als hun vereenzaming te wijten is aan jobverlies of aan de toenemende ongelijkheid in de samenleving.”

Draagt links ook verantwoordelijkheid voor die stijgende ongelijkheid?

“Die is het gevolg van het neoliberalisme zoals dat in de jaren tachtig door Margaret Thatcher en Ronald Reagan gepropageerd werd. Die neoliberale ideologie is een zeer brutale variant van het kapitalisme. De nadruk ligt op totale vrijheid van mens en markt. De overheid moet zich zo weinig mogelijk bemoeien. Concurrentie is heilig en het ondernemende individu moét vrije baan krijgen. Het eigenbelang staat boven het gemeenschappelijk belang. ‘Ik eerst’, in plaats van ‘wij eerst’. Zo veranderden we van helpers in hamsteraars die alles voor zichzelf willen. Dat gaat in tegen onze menselijke natuur. Want van nature zijn wij sociaal; in onze diepste kern zijn we geen egoïsten. Maar als je dag in, dag uit een doctrine opgelepeld krijgt die hebzucht propageert, ‘greed is good’, begin je het na verloop van tijd te geloven. Intussen zijn egoïsme en competitie in onze maatschappij geëvolueerd tot na te streven waarden.

“Het neoliberale discours beïnvloedde de voorbije decennia zelfs onze taal. Collectivistische woorden als ‘behoren’, ‘delen’ en ‘samen’ zijn sinds de jaren zestig steeds meer verdrongen door individualistische termen als ‘bereiken’, ‘bezitten’ en ‘persoonlijk’. Zelfs de lyrics van Engelstalige popsongs werden de voorbije veertig jaar steeds individualistischer. Voornaamwoorden als ‘we’ en ‘us’ werden vervangen door ‘I’ en ‘me’. In 1977 zong Freddy Mercury van Queen: ‘We are the champions’ en David Bowie zong: ‘We could be heroes’. In 2013 liet Kanye West ons weten: ‘I am a God.’ In 2018 zong Ariana Grande: ‘Thank you, next’, een liefdesliedje voor haarzelf. Ze scoorde er een superhit mee.”

In uw boek wijst u met een beschuldigende vinger naar sociaaldemocratische politici die voorstanders waren van ‘de derde weg’. Onder invloed van de Britse socioloog Anthony Giddens pleitten Tony Blair, Bill Clinton, Gerhard Schröder en bij ons Frank Vandenbroucke rond de millenniumwissel voor een verzoening van de vrije markt met de verzorgingsstaat. U schrijft dat zij zo net als Thatcher en Reagan eigenbelang boven gemeenschappelijk belang plaatsten.

“Het valt gewoon niet te ontkennen dat begin deze eeuw linkse regeringen onder het mom van ‘de derde weg’ enthousiast op de neoliberale kar sprongen. Ze hadden te weinig oog voor het corrigeren van de anomalieën. De inkomens- en welvaartskloof vergrootte mede door hun beleid. Amerikaanse ceo’s verdienden in 1989 gemiddeld 58 keer zoveel als een doorsnee werknemer; in 2018 vingen ze 278 keer zoveel.

“Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen de vrije markt. Ik geloof echt dat ze een belangrijke kracht is voor vernieuwing. Maar er bestaan verschillende vormen van kapitalisme, en ik heb het vooral moeilijk met de neoliberale versie. Er is ook nog de Scandinavische variant die gekenmerkt wordt door zorgzaamheid en mededogen.

“De kredietcrisis van 2008 vergrootte de kloof alleen maar, met regeringen van alle pluimage die zweerden bij austeriteit. De hoge prijs van die ver doorgedreven budgettaire zuinigheid werd betaald door het gemeenschapsleven. Sinds 2008 zijn wereldwijd bibliotheken en gemeenschapshuizen gesloten, stadsparken verwaarloosd en verenigingen op droog zaad gezet. Vandaag voelen brede lagen van de bevolking zich achtergesteld. In een samenleving met een obsessie voor winners worden zij als losers in de hoek gezet.”

Progressieve partijen moeten op zoek naar hun oude socialistische roots?

“Ze moeten zich er in de eerste plaats bewust van worden dat mensen niet op feiten stemmen, maar op gevoelens. Links focuste te lang op rationele argumenten, concepten, statistieken en ideeën. Dat kwam gewoon niet over; niemand ‘voelde’ hen nog aan.”

Sociaaldemocratische partijen hebben dus grote nood aan charismatische linkse populistische politici?

“Niet aan populisten, wel aan charismatische leiders met een boodschap van hoop en sociale rechtvaardigheid in plaats van angst. Ze moeten zich in de eerste plaats richten tot al die mensen die zich door de overheid in de steek gelaten voelen. Vaak zijn dat mannen die in fabrieken werken. De boodschap moet zijn: ‘Laten we opnieuw samen een gemeenschap bouwen.’”

Net de job van die fabrieksarbeiders wordt nu extra bedreigd door de automatisering. Oxford-wetenschappers Carl Frey en Michael Osborne voorspelden in 2013 dat bijna de helft van de banen de komende twintig jaar gedoemd is te verdwijnen. Frey stelde onlangs dat corona die trend versnelt.

“Dat is inderdaad zeer verontrustend. Een belangrijke ondernemer vertrouwde me onlangs toe: ‘Corona leert mij nu dat ik met minder mensen even goede resultaten haal.’ Ik vrees dat nog andere werkgevers ook tot die conclusie zullen komen. Progressieve partijen moeten daarom nu programma’s uitwerken om dat dreigende massale jobverlies op te vangen. Tezelfdertijd moeten ze keihard in het verweer gaan tegen het rechts-populistische discours van uitsluiting. De gemeenschap zoals die door Donald Trump en Marine Le Pen gepropageerd wordt, is er een van mensen die er hetzelfde uitzien en hetzelfde denken.

“Ook de vakbonden moeten zichzelf heruitvinden en bijvoorbeeld aandacht hebben voor al die jonge freelancers die met een onzeker statuut trachten te overleven in de klusjeseconomie. Ze moeten dringend het stof blazen van levensbelangrijke waarden als solidariteit en inclusie. Een van de belangrijkste taken van de overheden is nu: mensen van verschillende origine, overtuiging, achtergrond en sociale klasse samenbrengen.”

Is dat niet makkelijker gezegd dan gedaan?

“Dat wordt inderdaad een zeer lastig karwei, al nemen sommige politici nu al hoopvolle initiatieven. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, groeide als politica in heel korte tijd uit tot een voorbeeld voor de rest van de wereld. In mei 2019 kondigde ze aan dat haar regering niet langer enkel traditionele economische maatstaven als groei en productiviteit wil hanteren bij het vastleggen van begrotingen. Ze introduceerde begrippen als ‘vriendelijkheid en compassie’. De nieuwe criteria voor haar begrotingsbeleid zijn: de bescherming van het milieu, fatsoenlijk onderwijs, opkrikken van de levensverwachting, herstel van het vertrouwen tussen burgers en de strijd tegen eenzaamheid.

“De Franse president Emmanuel Macron is dan weer voorstander van een verplichte burgerdienst voor tieners. In de zomer van vorig jaar startte hij een eerste proefproject. Een maand lang leefde een groep van tweeduizend willekeurig samengestelde 15- en 16-jarigen samen. Tieners uit verschillende steden en gemeenten, met verschillende religieuze achtergronden. De eerste twee weken leerden ze elkaar beter kennen door er samen op uit te trekken, te koken en plezier te maken. Elke avond debatteerden ze over sociale kwesties zoals discriminatie en gelijkheid. In de tweede helft van het programma werkten ze als vrijwilliger bij liefdadigheidsinstellingen. Op het einde voelden de deelnemers zich veel meer met elkaar verbonden. Ze zagen elkaar als medemens. Een interessant detail: tijdens het project waren mobiele telefoons verboden.”

De vereenzaming groeide samen met onze groeiende afhankelijk van onze smartphone?

“Precies, en ook met ons uitdijende leven online. Eerst bestelden we onze boeken bij Amazon; vandaag kopen steeds meer mensen zowat alles via het internet. Face to face-contact neemt af en de Zoom-vergaderingen als gevolg van corona versterken en versnellen die trend alleen maar.

“Er wordt nu gepleit voor een definitieve invoering van thuiswerk. Ik betwijfel of dat zo verstandig is, omdat het isolatie en vereenzaming in de hand werkt. Als thuiswerk iemands eigen keuze is, is dat oké. Het wordt iets anders als je door je werkgever tot thuiswerk gedwongen wordt. Online-vergaderingen zijn helemaal niet hetzelfde als meetings rond een tafel met een kop koffie. Er zou nu beter gebrainstormd worden over hoe we na de pandemie onze werkplekken kunnen omvormen tot ontmoetings- en samenwerkingsplaatsen. Alleen gebeurt dat niet. Integendeel. In veel bedrijven wordt nu vooral gedacht: ‘Als we iedereen van thuis laten werken, hoeven we niet langer die kantoorruimte te huren.’ Terwijl die huur net zo goed een investering is in gezonde werknemers. Want hoe eenzamer en minder verbonden collega’s zich met elkaar voelen, hoe minder productief en loyaal ze zijn.”

Sociale media zoals Facebook zeggen dat ze mensen willen verbinden. Volgens u versnellen ze de vereenzaming?

“Zonder enige twijfel. Toen ik aan de research voor dit boek begon, had ik een open blik en gaf ik sociale media het voordeel van de twijfel. Het motto van Google was lang: ‘Don’t be evil’. Dat klinkt nu toch als een slechte grap? De retoriek van Google, Facebook, Instagram en co staat haaks op de realiteit.

“Natuurlijk zijn er momenten waarop contact via sociale media beter is dan helemaal niets. En natuurlijk voelen sommige mensen zich meer thuis online dan in hun eigen gemeenschap. Denk maar aan een LGBTQ-kind in een oerconservatieve uithoek in the middle of nowhere. Maar intussen is er heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht dat telkens weer tot dezelfde conclusie komt: sociale media zorgen ervoor dat mensen zich geïsoleerder voelen en dus nóg eenzamer.

“Ik sprak verschillende tieners over hun sociale media-ervaringen. De 14-jarige Peter uit Londen bijvoorbeeld, vertelde me hoe hij op Instagram een foto postte waarvan hij wanhopig hoopte dat iemand hem leuk zou vinden. Niemand reageerde en vertwijfeld vroeg Peter zich af: ‘O my God, wat doe ik verkeerd?’

“De vriendinnen van een tienermeisje verzekerden haar dat ze die zaterdag niet zouden uitgaan. Tot zij op haar feed foto’s van haar fuivende vriendinnen zag. Het meisje voelde zich zo uitgesloten dat ze een week lang niet naar school wou.

“65 procent van de Britse adolescenten zegt het slachtoffer geweest te zijn van cyberpesten. Op al die sociale mediaplatformen zijn uitsluiting, isolatie en pesten troef. Ouders en leerkrachten zien niet wat er gebeurt, terwijl alle vrienden van het gepeste kind wel getuige zijn van de wreedheid.”

Wat kunnen we daartegen ondernemen?

“Sociale media moeten met strenge regelgeving dringend aan banden gelegd worden. Het is totaal onaanvaardbaar dat ze het bedje spreiden voor haat of zoiets als ontkenning van de holocaust. Een recent onderzoek toont aan dat Facebook en Twitter via hun beruchte algoritmes holocaustontkenners extra wind in de zeilen geven.

“Waarom behandelen we sociale media niet als kranten? Die moeten zich aan een deontologie houden. Facebook en co hoeven aan niemand verantwoording af te leggen voor wat er op hun platformen aan gevaarlijke onzin verspreid wordt. ‘We zijn geen uitgevers’, zeggen ze, en ze wassen hun handen in onschuld. Intussen worden kinderen blootgesteld aan nepnieuws en online-pesterijen. De Engelse wetgeving kent het principe ‘duty of care’, zorgplicht. Zo heeft een werkgever ‘duty of care’ tegenover zijn werknemers. Waarom hebben sociale media geen ‘duty of care’ tegenover hun minderjarige gebruikers?”

Zou u zo ver gaan om sociale media te verbieden?

“Ik ben groot voorstander van een verbod op verslavende sociale media. Want veel van die platformen zijn precies ontworpen om mensen aan hen te binden.”

Ze zijn toch allemaal op een of andere manier verslavend?

“Zeker. Ze zijn de tabaksindustrie van de 21e eeuw. Ze creëren eenzaamheid en geestelijke gezondheidsproblemen en de overheid draait op voor de kosten van de hulpverlening. Daarom: verbied verslavende sociale media alvast voor kinderen en tieners. Zo worden die ondernemingen ertoe gedwongen hun producten minder verslavend te maken.”

U vertelt in uw boek hoe u in september 2019 in New York een ‘vriendin’ huurde. U boekte haar online?

“Ik surfte toevallig voorbij de website rentafriend.com van Scott Rosenbaum, een ondernemer uit New Jersey die zijn mosterd in Japan haalde. Meer dan 620.000 ‘vrienden’ zitten op zijn site te wachten op een huurder. Ik boekte de 23 jaar oude Brittany uit Florida die aan een New Yorkse universiteit studeert. Ik vertrouwde het niet helemaal en was bang dat rentafriend.com een datingsite voor betaalde seks in vermomming is. Dat bleek niet zo te zijn. We spraken af in een hip café in Manhattan. Drie uur lang was Brittany mijn vriendin. We dronken koffie, gingen shoppen, pasten zonnebrillen, kletsten over onze relaties en onze gemeenschappelijke heldin Ruth Bader Ginsberg. We hadden het in een boekenwinkel over onze favoriete boeken. Brittany lachte om al mijn grappen en op een bepaald moment leek het echt alsof ze een nieuwe vriendin was. Tot ze op het einde van die drie uur zei: ‘Dat is dan 120 dollar.’ De magie was weg. (lacht)”

Wat voor mensen doen beroep op haar diensten?

“Ze vertelde me dat haar cliënteel vooral bestaat uit dertigers en veertigers met een druk professioneel leven. Bankiers, consultants, techneuten; zowel mannen als vrouwen. Mensen met lange werkdagen die naar eigen zeggen geen tijd hebben om vrienden te maken. ‘s Avonds verlangen ze naar een dinertje in het gezelschap van een goede vriend. Die huren ze bij rent-a-friend.”

Datt klinkt zielig: dineren met een ingehuurde vriend.

“Het is alleszins een teken dat de eenzaamheidscrisis diep zit. Eén op acht Britten zegt geen enkele vriend te hebben. 15 procent van de wereldbevolking voelt zich eenzaam. Die onderzoeken dateren van vóór corona.”

In Vlaanderen speelde de katholieke kerk lang een grote rol in het gemeenschapsleven. Samen met de secularisering smolt dat weg als sneeuw voor de zon. In het gehucht waar ik woon, werden vroeger activiteiten georganiseerd door plaatselijke katholieke verenigingen. Nu gebeurt hier zo goed als niets meer.

“U hebt gelijk: kerken waren ontzettend belangrijk voor het gemeenschapsleven. Veel oudere vereenzaamde mensen vertelden me dat ze terugverlangen naar de tijd dat ze actief waren in een kerkelijke organisatie. Hun leven had toen betekenis; nu lijkt dat verdwenen. Kerken brachten mensen uit verschillende socio-economische groepen samen. Maar dat is echt voltooid verleden tijd. Het lijkt me verstandiger nu op zoek te gaan naar de seculiere kathedralen van de 21e eeuw waar verbondenheid centraal staat.”

Zoals de muziekfestivals?

“Bijvoorbeeld. Het is doodjammer dat ze door de coronacrisis afgelast zijn. Ook veel andere bijeenkomsten waar mensen samen iets beleven, werden onmogelijk door corona. De lockdowns zetten extra druk: ze dwongen mensen nog meer in eenzaamheid. Al is het ook mogelijk om creatief met die lockdowns om te springen om toch nog samen iets te ondernemen. Een paar weken geleden was het Rosj Hasjana, Joods nieuwjaar. Normaal gezien wordt dat in mijn thuisstad Londen in de synagoges gevierd. Die vieringen waren nu verboden. Een synagoge huurde een groot parkeerterrein af en organiseerde een drive-in-nieuwjaarsdienst. Dat was een zeer groot succes, met honderden auto’s vol gezinnen. We hebben één grote troost: dit virus is tijdelijk. De huidige toestand wordt niet het nieuwe normaal.”

Volgens sommigen wel.

“Ik weet het, maar zij maken een vreselijke denkfout. Drie jaar na de Spaanse griep van 1918 zaten de jazzclubs in New York terug vol mensen. De cafés en bars van de Duitse Weimarrepubliek beleefden gouden tijden. We geraken ook uit deze pandemie en dan zullen we er ons meer dan ooit van bewust zijn hoe belangrijk verbondenheid via ons gemeenschapsleven is.”

Sinds 2018 heeft Groot-Brittannië een minister van Eenzaamheid. Juicht u dat toe?

“Het ministerie van Eenzaamheid is opgestart door de vorige premier Theresa May. Ik vond dat een goed initiatief, alleen heeft het tot hiertoe geen potten gebroken. Tijdens de coronacrisis was en is Diana Barran, de huidige minister van Eenzaamheid, in geen velden of wegen te bespeuren. Onze huidige regering vindt eenzaamheid geen structureel probleem. Het ministerie van Eenzaamheid houdt zich liever bezig met liefdadigheid. Een paar verenigingen krijgen van de minister wat geld toegestopt, terwijl een andere minister van diezelfde regering de bibliotheken sluit.”

Was u ooit eenzaam?

“Als meisje van zeven werd ik op school uitgesloten bij het touwtjespringen en het hinkelen. Elke speeltijd zat ik in mijn eentje op een bankje. Ik leed daar vreselijk onder. Begin jaren negentig belandde ik voor het werk in Rusland. De eerste weken verbleef ik er in een hotel. Op een avond vroeg ik aan de receptionist of ik naar mijn familie in Engeland kon bellen. ‘Geen probleem’, antwoordde hij. Ik gaf hem het nummer en hij zei: ‘Prima. Binnen 48 uur kan u bellen.’ Het werden de eenzaamste 48 uren uit mijn leven.”

Bio

-geboren in 1967 in Londen

-studeerde van 1983 tot 1986 filosofie en economie in Londen en haalde in 1989 een MBA aan de Amerikaanse business-school Wharton

-promoveerde aan de universiteit van Cambridge op een onderzoek naar de privatisering van Russische staatsbedrijven na het communisme

-werd in 2001 door The Observer uitgeroepen tot ‘one of the world’s leading young thinkers’

-was van 2004 tot 2014 ‘distinguished fellow’ aan de universiteit van Cambridge

-is sinds 2014 als ‘honorary professor’ verbonden aan het Institute for Global Prosperity van de University of London

– maakt documentaires en wordt vaak gevraagd in Britse en Amerikaanse talkshows en nieuwsprogramma’s

– pleit al jaren voor schuldverlichting voor de armste landen

– haar boeken De stille overname (2002) en IOU (2005), over globalisering en schuld, groeiden uit tot internationale bestsellers

Noreena Hertz, De eenzame eeuw – Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt, Spectrum, 400 blzn, 22,50 euro

© Jan Stevens

‘In Silicon Valley ligt niemand wakker van ethiek’

De door computers bezeten Wendy Liu geloofde in de zegeningen van de grote technologiebedrijven van Silicon Valley. Tot ze als stagiair bij Google aan de slag ging. “Silicon Valley is net Game of Thrones: de machtigen floreren en kleine lui worden verpletterd.

Als tiener geraakte de Canadese Wendy Liu in de ban van computers en van de Amerikaans-Russische schrijfster Ayn Rand. Ze verslond Rands roman The Fountainhead en werd fan van haar rauwe ‘laissez-faire’-kapitalisme. “Elke minieme vorm van overheidsinmenging beschouwde Ayn Rand als een uiting van verfoeilijk socialisme”, zegt Liu. “In haar boeken bezong ze de kracht van onbeteugeld ondernemen. Amerika zag ze als het laatste bastion van vrijheid. Net als Rand was ik een aanhanger van meritocratie: een samenleving waarin mensen alleen op eigen kracht vooruitraken. Hardwerkende ondernemers mocht geen strobreed in de weg worden gelegd. Kapitalisme was great. De boomende technologiesector van Silicon Valley vormde voor mij het ultieme bewijs van waar vrij ondernemerschap toe in staat is. Ik geloofde ook dat technologiebedrijven enkel het beste met ons voorhadden, want ze werden gerund door hardwekkende, superslimme individuen. ‘Geef ze geld, ruimte en vrijheid en zij maken van de wereld een betere plek.’”

Tot Wendy Liu tijdens haar studies computerwetenschap als stagiair bij Google aan de slag ging. “Op hun hoofdkantoor in Mountain View in Californië sloop er steeds meer cynisme in mijn geloof. Ik leerde al die ‘harwerkende, superslimme mensen’ kennen en kwam er snel achter dat ‘de wereld beter maken’ hen niet interesseerde. Ze dachten uitsluitend aan zichzelf.”

Toen Liu daarna haar eigen Silicon Valley-bedrijf opstartte, smolt haar geloof in de tech-industrie nog meer. “Ik verloor het bijna helemaal toen mijn start-up na een paar jaar tenonder ging.” In plaats van een boek over hoe ze rijk en succesvol werd, schreef ze Abolish Silicon Valley, waarin ze afrekent met de Elon Musks en Jeff Bezossen van deze wereld.

De verkiezing van Donald Trump in 2016 gaf uw geloof de genadeslag?

Wendy Liu: “Ik had maandenlang elk uur en elke minuut geïnvesteerd in het overeind houden van mijn start-up. Toen die in de soep draaide, stond Trump klaar om de macht over te nemen. Ik schrok wakker en alles om me heen was somber. Ik zag de talloze daklozen in de straten van San-Francisco die hun povere bezit voortduwen in een winkelkar. Ik zag het protest van Uber-chauffeurs, Amazon-winkeliers en zelfs van software-ingenieurs die het niet langer pikten dat hun werkgevers hen uitbuitten. Maar die werkgevers gaven geen kik en klommen gestaag verder op de miljardairs-top-100. Ik besefte: die technologiebonzen effenen het pad niet voor een betere wereld, maar zijn deel van het probleem. Tech-bedrijven als Microsoft, Amazon, Apple en Google gedragen zich als de middeleeuwse feodale adel. Werknemers, adverteerders en klanten hebben niets bij hen in de pap te brokkelen. Silicon Valley is net als Game of Thrones: de machtigen floreren en de kleine lui worden verpletterd.”

De technologiereuzen werden te machtig?

“Ze groeiden uit tot mastodonten die geen strobreed in de weg wordt gelegd. Ze zijn zeer geslepen in het ontwijken van wetten, regels en belastingen. De hele tecnologie-industrie moet dringend aan banden. Sommige bedrijven profiteren buitensporig van de gig-economie. Denk maar aan platformen als Deliveroo of UberEats. Ze werken met freelancers die ze uitknijpen als citroenen. Ook dat is middeleeuws feodalisme.”

Sinds uw twaalfde bent u gefascineerd door computers.

“In mijn tienerjaren vluchtte ik weg in het internet. Van mijn 12e tot mijn 15e was ik sociaal onaangepast. Ik had amper vrienden van vlees en bloed. Ik leefde online, waar ik geconfronteerd werd met racisme en boertig gedrag. Ik sloot er de ogen voor en dacht: ‘Mijn internetvriendjes zijn rare kwiebussen, maar aan dat soort mensen op afstand wen ik wel.’ Ik dwong mezelf te lachen met hun foute grappen en memes. Urenlang zat ik op 4chan, een forum berucht voor zijn giftig seksisme.”

En berucht als verzamelplaats van extreemrechts.

“Ik zat van bij de start in 2003 op 4chan, toen het nog een plek voor nerds was. U mag niet vergeten dat ik een tiener was, die dacht dat alle andere 4chan-leden eveneens tieners waren. We dolden online en speelden spelletjes. Tot ik merkte dat sommigen bijzonder veel genoegen leken te scheppen in het vernederen van anderen. Vandaag zijn 4chan én Reddit de favoriete speeltuinen van ongelukkige, contactgestoorde jongemannen die kwaad zijn op alles en iedereen. Ze wentelen zich in geweld, racisme en vrouwenhaat. Op een bepaald moment had ik genoeg van die giftige onlinegemeenschappen.”

Tijdens uw studie voor computeringenieur droomde u van een stage op het hoofdkantoor van Google in Californië. Voor een geek zoals u was dat het walhalla?

“Zonder twijfel. Nu lijkt dat een grap, want Google haalt in de VS continu het nieuws met de foute manier waarop ze hun personeel behandelen. Toen ik er in 2013 stage liep, was het bedrijf nog de lieveling van de in technologie gespecialiseerde media. Google stond altijd op nummer 1 in de rangschikking ‘Beste Werkgever’. Vlak voor mijn stage kwam de film The Internship uit, een komedie over twee gladde verkopers die geen kaas gegeten hebben van informatica, maar zich toch als stagiair binnenbluffen bij Google. De onderneming werd erin voorgesteld als supercool. De film werd opgenomen op de Google-campus in Mountain View, met gastoptredens van hoge Google-piefen. We kregen die film te zien bij de start van onze stage. Ik dacht: ‘Zalig. Misschien kom ik al die fijne mensen hier binnenkort wel tegen.’”

Google plukte veelbelovende studenten informatica uit de universiteitsaula’s weg?

“Ze kopieerden dat van Wall Street. Silicon Valley-rekruteerders schuimen elitescholen en topuniversiteiten af, op jacht naar jong talent. Ze geven studenten het gevoel alsof er geen andere optie is dan werken bij Google, Microsoft of Facebook. Ik werd op mijn Canadese universiteit door een Google-rekruteerder benaderd en hij vroeg me of ik Google-ambassadeur wou worden. Dat was een betaalde studentenjob: ik moest merchandise van Google ronddelen. Er werd ook van mij verwacht dat ik medestudenten warm maakte voor Google. Ik deed dat met hart en ziel.”

U wou stagiair worden bij Google, maar niet bij Microsoft. Waarom niet?

“Dat bedrijf had de reputatie een bureaucratie te zijn. Ik was erg bezig met open source, softwareprojecten waarbij de broncode vrij is en iedereen kan meewerken aan de verbetering. Microsoft stond bekend als groot tegenstander van open source. Intussen zijn ze van strategie veranderd, maar toen gold Microsoft echt als ‘de slechterik’. Google bood me een gratis reisje naar Californië aan voor mijn sollicitatiegesprek; dat kon ik niet laten liggen. (lacht)”

U werd dikbetaald voor uw stage: 20.000 dollar netto voor twee maanden.

“Ze huurden ook een schitterend appartement voor mij, vlakbij het kantoor. Alle dagen serveerden ze ontbijt en lunch en soms het diner. Ik had amper kosten. Studentenstages in bedrijven zijn meestal gratis, behalve in de technologiesector: de meeste grote tech-bedrijven betalen riante vergoedingen. Zo proberen ze de grootste computertalenten binnen te halen.”

Hoe beviel uw stage?

“Vorig jaar las ik het boek Bullshitjobs van wijlen David Graeber, en het leek het relaas van mijn eigen ervaringen bij Google. Het duurde niet lang of ik begon me stierlijk te vervelen, ondanks ‘leuke’ activiteiten zoals een cursus cocktails shaken of een feestje op een boot. Achteraf hoorde ik gelijkaardige verhalen van andere stagiairs. Ze gaven ons domme routineuze jobs of uitzichtloze opdrachten. Het grootste deel van de tijd zat ik gewoon door het raam te staren.

“Een vriend werkte aan het sociaal netwerk Google+, het inmiddels ter ziele gegane antwoord van Google op Facebook. Er werd enorm veel geld en energie in gestopt, want de bazen van Google wilden Facebook overklassen. Maar wij wisten allemaal dat de architectuur van Google+ niet deugde en dat het een gevecht tegen de bierkaai was. Mijn vriend kloeg steen en been, maar naar kritiek van stagiairs werd niet geluisterd.”

U beschrijft het ontslag van een Google-medewerker die aan de basis lag van een perslek. De man werd op een bizarre wijze aan de schandpaal genageld door stichters Sergey Brin en Larry Page.

“Die man werkte aan iets kleins; het was geen raketwetenschap en geen top secret-project. Hij was ook geen klokkenluider en heeft nooit iets verkeerd gezegd over Google. Hij had alleen een bevriende technologiejournalist verteld over zijn werk. Die schreef daar een stukje over dat zelfs flatterend was voor Google. No big deal, maar Brin en Page tilden er zwaar aan. De man had de familie verraden en werd op staande voet ontslagen.

“Elke donderdag om half vijf kropen Sergey Brin en Larry Page op een podium voor de zogenaamde TGIF: het Thank God it’s Friday-event dat op donderdagavond gehouden werd. Ze deelden er dan als een komisch duo nieuwtjes over Google mee, en op mijn eerste TGIF kondigde Sergey het ontslag van de man in kwestie aan. Ze maakten er grapjes over en het publiek lachte mee. ‘Haha, die domme leaker ligt eruit. Was die idioot vergeten dat Google alles over hem weet?’ Het was meteen ook een niet mis te verstane waarschuwing: ‘Pas op lieve werknemers wat jullie op gmail, de Google-zoekmachine of de Chrome-browser uitvreten: wij lezen mee.’”

Het personeel van Google wordt door de bedrijsleiding goed in de gaten gehouden?

“Dat staat ook in de kleine letters van elk arbeidscontract. Van zodra je voor Google begint te werken, lever je je privacy in. Ze hebben toegang tot al je werkgerelateerde informatie. Dat is in de VS vrij gewoon, alleen heeft dat in het geval van Google grote consequenties. Want zij krijgen zo toegang tot elke zoekopdracht die je invoert, of tot àl je activiteiten op Chrome.”

Niet lang na uw stage tekende u zo’n arbeidscontract: na uw studies zou u bij Google aan het werk gaan. Maar u stuurde uw kat en begon uw eigen tech-bedrijf?

“Ik heb me daar lang schuldig over gevoeld. Ik was ook bang dat Google onze start-up zou boycotten. Dat gebeurde gelukkig niet. De HR-manager reageerde zelfs begripvol en zei dat de deur bleef openstaan.”

Maar waarom tekende u na die teleurstellende stage toch dat contract bij Google?

“Ik denk dat ik vooral op zoek was naar jobzekerheid. Op het einde van mijn stage vroegen ze of ik interesse had om er na mijn studies definitief te komen werken. Ik zei ja, en na een paar gesprekken boden ze me een lucratief contract aan. Ik moest nog één jaar studeren en ik dacht: ‘Nu hoef ik me niet meer uit te sloven. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik mijn diploma haal.’ Tezelfdertijd had ik totaal geen zin meer in werken bij Google. Ik vond het een raar bedrijf, met collega’s die elkaar bestookten met memes die ze creëerden met Memegen, Google’s interne meme generator. Er leek een non-comformistische sfeer te hangen, terwijl het er in werkelijkheid zeer bureaucratisch aan toe ging. Ik kwam er snel achter dat ze ook niet van open sourcesoftware hielden. Ze verboden me zelfs om er in mijn vrije tijd aan te werken. Google bleek geen haar beter te zijn dan Microsoft.”

In uw laatste jaar aan de universiteit ging u met uw eigen bedrijfje van start?

“Op een hackathon, een hackersmarathon, leerde ik een gedreven jonge kerel kennen. Hij zei: ‘Waarom starten we geen start-up? Ik word ceo en hou me met de fondsenwerving bezig, jij ontwikkelt ons product.’ Ik dacht: ‘Waarom niet? Als het tegenvalt, kan ik nog bij Google terecht.’ Na een paar maanden op eigen benen had ik helemaal geen zin meer in Google.”

Wat voor een bedrijf startte u op?

“Dat wisten we zelf niet zo goed. We verzamelden een paar programmeurs rond ons en zouden gaandeweg wel iets verzinnen. We hadden vage plannen om via de techniek van ‘machine learning’ big data toegankelijker te maken voor marketeers. We zongen het drie jaar uit, maar nooit werd ik razend enthousiast over ons werk. Ik bracht veel tijd in ons lab door met onderzoek en dat vond ik als ingenieur wel fijn. Ik wou iets van nul opbouwen.”

Wou u ook een Silicon Valley-miljonair worden?

“Het speelde door mijn hoofd dat het ons misschien ooit zou lukken ons bedrijfje voor veel geld te verkopen. Ach, ik moet er niet flauw over doen, natuurlijk hoopten we zo rijk te worden. Maar wat voor mij nog belangrijker was: ik wou bewijzen dat ik een steengoede computeringenieur ben. Het ultieme bewijs was dan: vóór mijn 25e van onze start-up een miljoenenbedrijf maken. Want ik idealiseerde al die andere Silicon Valley-ondernemers bij wie dat gelukt was. Elon Musk was mijn grote voorbeeld: op zijn 25e verkocht hij zijn eerste start-up. Dus ja, ik beken, ik wou wel degelijk op mijn 25e Silicon Valley-miljonair zijn. (lacht) Amerikanen hebben heilig ontzag voor succesvolle start-ups. Ik dacht: ‘Als dit lukt, kan ik alles aan.’”

Raakte u makkelijk aan geld van investeerders?

“We hadden één grote handicap: het kantoor van ons Silicon Valley-bedrijf stond in Montréal. (lacht) We reisden geregeld heen en weer naar Californië. Mijn co-founder was een crack in fondsenwerving. Soms wist hij probleemloos 100.000 dollar uit de zakken van een investeerder of een ondernemer te praten. ‘Geef ons dat geld en we plakken overal je logo in.’ Hij had veel lef en kon alles verkopen. Alleen had hij geen visie over waar onze start-up naartoe moest. Dat zorgde voor hevige discussies. ‘Wat gaan we nu doen met al dat geld dat je hebt ingezameld?’ Dat leek de ceo niet echt te interesseren. Hij wou gewoon miljoenen ophalen. Hij was 19; de jongste van ons allemaal. Ik wou technologie creëren. Hij zei: ‘Tech doesn’t matter.’

“Ik had problemen met de manier waarop we met big data van individuen omgingen. Onze ceo niet. Dat zorgde voor nog grotere spanningen. Na het Cambridge Analytica-schandaal kwamen we in de shit. Want ons business-model leunde op de illegale manier waarop Cambridge Analytica bij Facebook data van gebruikers had geoogst. Ik pleitte voor verandering, onze ceo had daar eerst geen zin in, maar we hadden geen keuze. We besloten ons te focussen op automatisering. Tot ik doorhad dat we zo ook de jobs van mensen weg hielpen automatiseren. Zo raakten we opnieuw in een impasse, tot we definitief de stekker uit het stopcontact trokken.”

Het verhaal van jullie start-up is niet uniek in Silicon Valley?

“Totaal niet. Onze ceo had gelijk hoor: in Silicon Valley wordt tonnen gebakken lucht verkocht. Hij dacht helemaal in de lijn van het oude Facebook-motto: ‘Move fast and break things’. Van ethiek ligt in Silicon Valley niemand wakker.”

Wendy Liu

  • Geboren in 1991
  • Studeerde in 2014 af als computeringenieur aan de Canadese McGill University
  • Liep in de zomer van 2013 stage bij Google
  • Haalde na haar mislukte start-up een master ‘sociologie en ongelijkheid’ aan de London School of Economics
  • Werkt nu als software-ontwikkelaar in San Francisco

Wendy Lieu, Abolish Silicon Valley, Repeater Books, 244 blzn., 13,99 euro

© Jan Stevens

‘Biden lijkt een aardige opa en een lieve uncle Joe. Ik leerde hem kennen als seksueel roofdier’

“It never happened”, reageert Amerikaans presidentskandidaat Joe Biden (77) op de beschuldiging van Tara Reade (56) dat hij haar 27 jaar geleden aanrandde. Zijn staalharde ontkenning maakt op haar geen indruk. “Hij klinkt als de echo van Harvey Weinstein en Donald Trump.”

In oktober 2017 was Joe Biden er als de kippen bij om de net in opspraak gekomen filmproducent Harvey Weinstein met de grond gelijk te maken. In een toespraak aan de Rutgers-universiteit in New Jersey veroordeelde de voormalige Amerikaanse vice-president “het walgelijke gedrag van die zeer machtige figuur uit Hollywood”. De snelle ondergang van Weinsteins miljoenenbedrijf als gevolg van de #MeToo-beschuldingen vond Biden als straf niet voldoende. “Ik hoop op grotere gevolgen”, zei hij. “Seksuele aanvallen gaan niet over seks, maar over machtsmisbruik. De dappere getuigenissen van Weinsteins slachtoffers redden nu andere vrouwen. Het is hoog tijd dat ook de machtige mannen in Hollywood beginnen spreken. Want stilte is medeplichtigheid.”

Vandaag is Joe Biden de kandidaat van de Democraten om president te worden van de Verenigde Staten. Op 25 maart van dit jaar beschuldigde zijn voormalige medewerkster Tara Reade hem in de podcast The Katie Halper Show van verkrachting. Het was niet haar eerste beschuldiging. Een jaar eerder was Reade één van de acht vrouwen die zeiden door Biden te zijn lastig gevallen. Hij zou hen ongevraagd betast en/of gekust hebben. Biden reageerde toen met de korte boodschap dat hij van nature een knuffelaar is. “Nooit had ik het gevoel dat ik me ongepast gedroeg. Als gesuggereerd wordt dat ik dat wel deed, wil ik daar respectvol naar luisteren.”

Na de aantijging van verkrachting hulde Joe Biden zich meer dan een maand in stilzwijgen. Op vrijdag 1 mei reageerde hij voor het eerst in het MSNBC-acutaliteitenprogramma Morning Joe, waar hij door presentatrice Mika Brzezinski twintig minuten lang stevig op de rooster werd gelegd.

It never, never happened”, zei Biden toen meermaals. Hij had zelfs geen enkele herinnering meer aan u, mevrouw Reade.

Tara Reade: “Hij klonk bijna letterlijk als Harvey Weinsteins verdediging op diens proces: ‘That never happened.’ Hij klonk ook als de echo van Donald Trump nadat die door E. Jean Carroll beschuldigd was van verkrachting: ‘That never took place.’”

Wat gebeurde er precies op die bewuste dag in 1993, toen Biden senator was en u een van zijn stafmedewerkers?

Reade: “Ik moest hem een sporttas brengen. ‘Hey Tara, kom hier’, zei hij. Voor ik het goed en wel besefte, duwde hij me tegen de muur. Hij mompelde iets en probeerde me te kussen. Ik voelde zijn hand onder mijn rok glijden. Hij probeerde mijn slipje naar beneden te trekken en ik voelde hoe zijn vingers me penetreerden. ‘Wil je ergens anders naartoe?’ hijgde hij in mijn oor. Ik trok me terug en duwde hem van me af. Hij snauwde: ‘Komaan zeg, ik hoorde dat je me aardig vond?’”

Ook in de Amerikaanse wet wordt dat verkrachting genoemd.

Reade: “Dat was het ook. (stilte) Nadat ik hem had weggeduwd, keek hij me aan en siste: ‘Je bent niets. Helemaal niets.’ Ik vermoed dat hij schrok van de angst op mijn gezicht, want hij pakte me bij de schouders en zei: ‘Je bent oké. Je bent een fijn meisje. Het is goed.’ Daarna wandelde hij weg alsof er niets was gebeurd. Hij raakte niet in paniek en bood me geen zwijggeld of iets anders aan. Blijkbaar wist hij dat ik vanzelf mijn mond zou houden. Daarom ben ik er nu vrij zeker van dat ik niet zijn eerste slachtoffer was.

“Ik trilde over mijn hele lijf en was verkild tot op het bot. Nadat hij was verdwenen, zakte ik als een hoopje ellende ineen.”

Hoe was u bij Biden terechtgekomen?

Reade: “Ik stam uit een artistiek gezin uit de staat Wisconsin. Mijn vader was journalist en schrijver en mijn moeder schilderde. Toen ze jong was, trok zij naar Europa, waar ze een tijd als beeldhouwster op het eiland Malta leefde. Ik wou actrice worden en van mijn 16e tot mijn 26e jaagde ik die droom na. Ik speelde een paar rollen en probeerde in Los Angeles als model aan de bak te komen. Dat lukte maar moeizaam en op een bepaald moment besloot ik een job te gaan zoeken in Washington DC, het politieke hart van de VS. In de winter van 1991 kon ik als stagiair aan de slag bij de Democratische volksvertegenwoordiger Leon Panetta. Hij werd later directeur van de CIA.”

Als stagiair werd u niet betaald?

Reade: “Ik werd niet betaald, maar verzamelde zo wel studiekrediet. Want mijn ultieme doel was: terug gaan studeren en een rechtendiploma halen. Ik wou ooit zelf in de politiek stappen, voor de Democratische Partij. Ik werkte mee aan een project rond wetgeving voor dierenwelzijn dat door Panetta gefinancierd werd. Mijn stage bestond voor een groot deel uit documenten kopiëren en enveloppen dichtkleven en frankeren. Daar was ik niet goed in. (lacht) Gelukkig mocht ik ook vergaderingen organiseren en bezoekers rondleiden op Capitol Hill.

“Toen ik een vacature zag voor een echte job als field manager in het kantoor van senator Joe Biden, twijfelde ik geen seconde. Ik werd aangenomen en stuurde tweehonderd vrijwilligers aan die campagne voerden voor de herverkiezing van de alom gerespecteerde Democratische senator uit Delaware. Hij won glansrijk en in november 1992 solliciteerde ik voor een job als stafmedewerker in zijn kantoor. Na een verkennend telefoontje werd ik uitgenodigd voor een gesprek met een vrouw van de personeelsdienst. Ik werd meteen aangenomen.”

Want u was de gedroomde kandidaat?

Reade: “Joe Biden wandelde toevallig voorbij ons tafeltje. Hij keek me aan en vroeg mijn naam. Tegen de vrouw die me aan het interviewen was, zei hij: ‘Hire her.’”

Hoe belangrijk was senator Joe Biden begin jaren negentig in de Amerikaanse politiek?

Reade: “Hij had veel macht. Hij was voorzitter van de belangrijke Senate Judiciary Committee, wat hem nogal wat prestige opleverde. Maar toen ik bij hem als stafmedewerker aan de slag ging, had dat prestige net een flinke deuk gekregen. Tijdens de hoorzittingen eind 1991 voor de aanstelling van een nieuwe rechter bij het Hooggerechtshof, getuigde juriste Anita Hill dat de Republikeinse topkandidaat Clarence Thomas haar verschillende keren seksueel had lastiggevallen. Vier andere vrouwen waren bereid onder eed voor het Committee te komen getuigen dat Hill de waarheid sprak. Maar de Democratische voorzitter Joe Biden behandelde Hill alsof ze een leugenaar was. Hij gooide het op een akkoordje met de Republikeinen, weigerde de getuigenissen en Thomas raakte probleemloos benoemd. Bidens aanpak zorgde voor verontwaardiging bij vrouwelijke politici. Later verontschuldigde hij zich bij Anita Hill. Voor zover ik weet, heeft zij zijn excuses nooit aanvaard.”

Joe Biden was toen toch een grote voorvechter van vrouwenrechten? Staat hij niet aan de wieg van de wet die geweld tegen vrouwen verbiedt?

Reade: “Die Violence against Women Act dateert van 1994 en diende volgens sommigen om Bidens blazoen na Anita Hill op te poetsen. Vóór ’94 stemde hij verschillende keren tégen de invoering van zo’n wet. Door plots die wet actief te steunen, kroonde hij zichzelf tot kampioen vrouwenrechten.

“Ik werkte rechtstreeks voor Biden van november 1992 tot augustus 1993. Ik kreeg de stagiairs onder mijn hoede en werd bij vergaderingen ingezet als verslaggever. Soms deed de persdienst beroep op me; eigenlijk was ik een administratief manusje-van-alles. Ik was dolenthousiast, maar dat bekoelde snel, want het duurde niet lang of Joe Biden begon me seksueel te intimideren. Terwijl ik niet naar Washington DC gekomen was om door een senator te worden lastiggevallen, maar om er zelf een te worden.”

Wanneer was het eerste incident?

Reade: “Eind januari ’93, vlak na de presidentsinauguratie van Bill Clinton. ‘Je hebt prachtige benen’, zei senator Biden. ‘Je bent zo mooi.’ Ik voelde mijn maag ineenkrimpen. Op andere momenten kwam hij achter me staan en legde zijn handen op mijn schouders. Ik voelde hoe zijn vingers mijn nek masseerden en mijn haar streelden. Hij zei dan geen woord. Hij was 50 en ik 28. Hij had mijn vader kunnen zijn en ik voelde me vreselijk geïntimideerd. Ik had veel respect voor hem, maar voelde me totaal niet tot hem aangetrokken. Ik vond zijn ongewenste aanrakingen afschuwelijk, terwijl het ergste toen nog moest komen. (stilte)”

Waarom diende u na de verkrachting geen klacht in?

Reade: “Ik was aangerand door mijn baas, een belangrijk politicus waar ik lang veel respect voor had. Ik was doodsbang voor hem. Ik vertelde mijn moeder wat er gebeurd was en zij wou dat ik naar de politie stapte. Maar die vertrouwde ik niet. In 1993 was de kans heel groot dat je als slachtoffer van aanranding door de politie niet ernstig genomen werd. Zeker als de dader een man met aanzien was. Er waren geen getuigen en Biden had ook gezegd: ‘Niemand zal je geloven.’ Pas onlangs stapte ik naar de politie, nadat ik doodsbedreigingen had gekregen. Ik legde een verklaring af over wat me 27 jaar geleden is overkomen. Daarin zeg ik dat ik bereid ben onder eed te herhalen dat Biden me aangerand heeft.

“Ik heb lang geprobeerd die aanranding te vergeten en wou ze diep in mijn herinnering begraven. Ik vertelde het alleen aan mijn moeder en mijn broer en een paar heel goede vrienden. Ik diende op aanraden van mijn moeder bij de senaat wel klacht in, maar een paar weken later werd ik ontslagen en werd dat interne onderzoek meteen afgevoerd.”

Uw ontslag kwam er op bevel van Biden?

Reade: “Ze zetten me niet meteen op straat, maar speelden het ‘subtieler’. Eerst namen ze me al mijn bevoegdheden af omdat ik zogezegd niet voldeed. Ik moest verhuizen naar een kantoor zonder ramen. Ik zat daar helemaal alleen en had van de ene dag op de andere geen collega’s meer. ‘Jouw job is vanaf nu zoeken naar een andere job’, kreeg ik te horen. Niet veel later lag mijn ontslagbrief op mijn bureau.

“Het vinden van een andere baan in Washington was een hel. Stafmedewerker van Joe Biden was normaal gezien een uitstekende referentie, maar bij mij leek dat enkel deuren te sluiten. Het was alsof ik op een zwarte lijst was geplaatst.

“In de lente van 1993 leerde ik een man kennen die als assistent voor een volksvertegenwoordiger werkte. Hij heette Theo en niet lang voor de aanranding door Biden begonnen we een relatie. Ik vertelde ook aan Theo wat er gebeurd was. Hij hielp me financieel toen Biden me ontsloeg en ik trok bij hem in. We trouwden in 1994, ik raakte zwanger en we kregen een dochter. Maar Theo werd snel gewelddadig en takelde me in februari ’96 zo hard toe dat ik de scheiding aanvroeg. Tijdens de echtscheidingsprocedure voor de rechtbank zei Theo dat ik worstelde met een trauma nadat ik in ’93 door Biden seksueel was lastiggevallen. Die verklaring zit in het archief van het San Luis Obispo Superior Court en werd onlangs door een lokale krant opgedolven.”

Eind april dook een oud fragment op uit de Larry King Live-show van 11 augustus 1993 met de stem van uw moeder, Jeanette Altimus. Ze vraagt: “Wat kan een stafmedewerker in Washington anders nog doen dan naar de pers stappen? Mijn dochter is daar net vertrokken. Zij werkte voor een vooraanstaande senator en kon nergens met haar problemen terecht. Zij koos ervoor om niet naar de pers te stappen, uit respect voor hem.”

Reade: “Een student haalde dat fragment vanonder het stof. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Ik had al eerder tegen journalisten gezegd dat mijn moeder in ’93 met die vraag anoniem naar Larry King gebeld had. Maar ik wist niet dat de opname ook bewaard gebleven was. Mijn mama was in alle staten toen ik haar over de aanranding vertelde. Ze is gestorven in 2016 en toen ik dat fragment terug zag en haar stem hoorde, was het alsof ze me vanuit de dood kwam helpen. Ik was daar helemaal door van streek.”

Toen u met uw verhaal voor het eerst in april 2019 naar buiten kwam, had u het enkel over ongewenste aanrakingen.

Reade: “Ik heb meer dan een kwart eeuw gezwegen en dat was niet goed. De last van dat geheim heeft me totaal ondermijnd. Ik verloor al mijn zelfvertrouwen, huwde een foute man, raakte amper nog aan een fatsoenlijke job. Ik was een grote fan van Barack Obama en toen Joe Biden in 2008 zijn running mate werd, was dat een grote schok. Als alleenstaande moeder met een tienerdochter koos ik ervoor te zwijgen. Want ik was bang voor de gevolgen voor mijn kind als ik in de openbaarheid zou treden. Ik maakte mezelf wijs: ‘Misschien is hij veranderd door wat hij heeft meegemaakt.’”

Want Biden is door het leven niet gespaard.

Reade: “Dat is waar, hij verloor twee kinderen. Een kind moeten afstaan, is het ergste wat je als ouder en als mens kan overkomen. Dat speelde ook mee in mijn beslissing om niet met mijn verhaal naar buiten te komen.

“Tot de Democratische politica Lucy Flores in maart 2019 een essay publiceerde waarin ze beschreef hoe Joe Biden in 2014 ongevraagd achter haar kwam staan, haar schouders beetgreep, zijn neus in haar haar stak, haar besnuffelde en haar lang op het hoofd kuste. Ze was er volledig door van slag en voelde zich vies. Ze had gelijkaardige verhalen van zes andere vrouwen gehoord en vond het daarom ongepast dat die man zijn kandidatuur voor het presidentschap stelde. Flores’ getuigenis was zo dapper dat ook ik besloot niet langer te zwijgen. Want ik wist: Biden was ondanks alles wat hij had meegemaakt geen haar veranderd. Maar ik kon niet meteen alles vertellen; dat lukte me gewoon niet. De schaamte was véél te groot, dus had ik het eerst enkel over zijn ongewenste aanrakingen. Ik was zo vreselijk bang dat ik dacht: ‘Ik sluit me aan bij de seksuele intimidatie van de zeven andere vrouwen.’ Alles waar ik voor vreesde, kwam toen ook uit. Er werden meteen emmers drek over me heen gegooid en dat is nooit gestopt. Inmiddels ben ik alles kwijt en heb ik niets meer te verliezen. Daarom kwam ik in de lente van dit jaar met het volledige verhaal.”

Ik las artikels over u waarin u manipulatief en ‘bedrieglijk’ genoemd wordt.

Reade: “Er zijn kosten noch moeite gespaard om zoveel mogelijk vuil over mij op te spitten. Anita Dunn is topadviseur voor de verkiezingscampagne van Biden. Haar pr-firma SKDKnickerbocker krijgt honderdduizenden dollars om mij in diskrediet te brengen, bang te maken, het zwijgen op te leggen en te vernietigen. Dat zal die hypocrieten niet lukken. De ‘behandeling’ die ik nu van veel Amerikaanse media krijg, is niet anders dan die van veel andere slachtoffers van seksueel misbruik in de VS. Ze proberen van mij een soort dader te maken, een fantast en leugenaar. Ze schrijven uitgebreide artikels over hoe ik als arme alleenstaande moeder mijn rekeningen niet kan betalen. Ze praten met huisbazen die klagen over mijn achterstallige huur en concluderen daaruit dat ik niet te vertrouwen ben. Sorry, maar in de VS leven vandaag wel meer mensen zoals ik die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen.

“Ik probeer recht te krabbelen, maar dat is niet gemakkelijk. Er is zoveel vuiligheid over me rondgestrooid dat geen enkele werkgever bereid is me een nieuwe kans te geven. Ik verstuur sollicitatiebrieven, maar van zodra een personeelsdirecteur mijn naam googelt, komt hij op die artikels terecht waarin ik word afgeschilderd als manipulatieve leugenaar. Wie neemt een monster zoals ik aan?”

Ook een kwaliteitskrant als The New York Times schrijft zeer kritisch over u.

Reade: “Een krant moét kritisch zijn, maar van de berichtgeving in The New York Times ben ik heel erg geschrokken. Volgens hen had ik een geheime relatie met een Rus toen ik als slachtoffer van Biden naar buiten kwam. Dat is volslagen onzin. En stel dat het waar is, wat dan nog? Who cares? Ook zij gingen aankloppen bij huisbazen die door mijn financiële problemen nog een paar honderd dollar van me tegoed hebben. Ik begrijp niet goed wat ze met die stukken willen bewijzen. Wordt een slachtoffer van seksueel misbruik pas geloofd als hij of zij voldoende geld op de bank heeft staan om de huishuur te betalen?”

Volgens uw cv studeerde u op latere leeftijd aan de universiteit van Seattle. Op basis van dat diploma werkte u tien jaar lang als getuige-deskundige in zaken van huiselijk geweld bij de rechtbank van Californië. Eind mei liet de universiteit weten dat u nooit bent afgestudeerd bij hen.

Reade: “Dat verhaal is onderdeel van die beschadigingsoperatie. Ik heb wel degelijk rechten gestudeerd mét een diploma. Na mijn huwelijk met de gewelddadige Theo werd ik met mijn dochter opgevangen in een vrouwenhuis in Seattle. We kwamen er in een beschermingsprogramma terecht en kregen er nieuwe namen en rijksregisternummers. Vanaf dan ging ik als Alexandra McCabe door het leven. Ik begon in die periode te studeren en door die naamsverandering is er iets misgelopen in de universiteitsadministratie. Ik heb in 2004 een rechtendiploma gehaald dat ik u ook kan laten zien. De discussie gaat over mijn bachelor die als basis diende voor mijn rechtenstudies. Die is door een foute elektronische registratie verdwenen in cyberspace. Mijn advocaat is dat nu samen met de universiteit aan het uitzoeken.”

The New York Times is niet het enige medium dat wijst op uw sympathie voor Rusland. Het beruchte Mueller-rapport legde de Russische beïnvloeding tijdens de verkiezingen van 2016 bloot. Misschien hebben de Russen u nu ingehuurd om de reputatie van Joe Biden om zeep te helpen?

Reade: “Het ene moment ben ik een armoezaaier en het andere moment een vetbetaalde Russische agent. Komaan, zeg. Weet u waar ze die ‘Russische connectie’ uit afleiden? Uit de roman die ik aan het afwerken ben. The last snow tiger is de titel en ik hoop binnenkort een uitgever te vinden. Door de heisa van de voorbije maanden is dat boek blijven liggen. Het gaat over de vriendschap tussen een Russisch en een Amerikaans meisje op het platteland in Wisconsin. Hun families leren elkaar beter kennen en verbroederen, tot er een tragedie plaatsvindt. In mijn roman zijn de Russen de good guys, terwijl de Amerikanen nogal wat steken laten vallen. Als je zoiets ‘revolutionairs’ durft te schrijven, ben je blijkbaar verdacht. (lacht)”

Op 9 mei gaf u een uitgebreid interview aan voormalig Fox News-anker Megyn Kelly. Een paar dagen later werden fragmenten uit dat interview gerecycleerd in een verkiezingsadvertentie voor Donald Trump. Wordt u betaald door de entourage van Trump om Biden zwart te maken?

Reade: “Nee. Ik werk voor niemand en ik heb ook geen strategie. O ja, ik heb een advocaat, daar houdt het mee op. Ik stem ook niet voor Trump. Ik ben geen lid meer van de Democratische Partij, maar zal de Democraten nooit inruilen voor de Republikeinen. Beide partijen zijn in hetzelfde bedje ziek. De VS worden gerund door miljardairs. Daar komt het in essentie op neer. Ik vind dat doodjammer, want mijn leven lang ben ik geïnteresseerd in politiek.”

Heeft Biden of iemand uit zijn omgeving inmiddels contact met u gezocht?

Reade: “Nee. Het enige wat zij doen, is me proberen kraken. Ik ben mijn werk kwijt, mijn huis. Alles. Mijn ouders en grootouders waren lid van de Democratische Partij. Ik beschouw mezelf ook als Democraat in hart en nieren. Ik sprak de waarheid over wat mij overkomen is, en kijk wat ik allemaal over me heen krijg. Geen enkele overlever mag nog meemaken wat ze mij hebben aangedaan. Ik weet dat er naast de bekende acht vrouwen nóg slachtoffers van Biden zijn, alleen durven die niet op de voorgrond te treden. De zeven andere bekende slachtoffers steunen me. Een aantal zal omwille van tactische redenen in november toch voor hem stemmen. Ze zijn doodsbang dat Donald Trump herverkozen wordt. Dat is hun keuze, maar mijn stem krijgt Joe Biden niet.”

Hebt u iets gehoord van Bidens running mate Kamala Harris?

Reade: “Zij was mijn volksvertegenwoordiger en ik heb haar talloze malen gemaild. Nooit heeft ze geantwoord.

“Ik wil dat Joe Biden op een of andere manier ter verantwoording geroepen wordt, al weet ik niet hoe. Ik vind niet dat hij de geknipte figuur is om de machtigste man ter wereld te worden, ook al is het alternatief geen haar beter. Biden lijkt een aardige opa en een lieve uncle Joe; ik heb hem leren kennen als seksueel roofdier.”

Maakt het voor u een verschil als hij gewoon zou toegeven dat hij 27 jaar geleden zwaar over de schreef is gegaan?

Reade: “Natuurlijk, maar dat zal niet gebeuren. U hoorde het hem zelf zeggen: ‘It never happened.’

© Jan Stevens