Columbine

Vijf jaar geleden raakte schrijver Tim Krabbé in de ban van ‘Columbine’, de schietpartij op een Amerikaanse school in 1999 waarbij twee jongens 13 mensen doodden en zichzelf een kogel door het hoofd joegen. “Columbine toont aan dat de mens slecht is.”

 

Dinsdag 20 april 1999. Om kwart na elf rijdt de achttienjarige Eric Harris in zijn Honda Prelude het parkeerterrein op van Columbine High School in Littleton, een voorstad van Denver, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Colorado. Het is de eerste mooie dag van de lente: na een lange periode van regen en sneeuw schijnt eindelijk de zon. Eric kruist de auto van Kristi Epling en Alyssa Sechler; de meisjes toeteren en steken hun hand op. Eric wuift glimlachend terug. Klasgenoot Brooks Brown staat een sigaretje te roken in de buurt van de plaats waar hij zijn auto parkeert. Brooks en Eric hebben onlangs een gewelddadige ruzie bijgelegd die twee jaar geduurd heeft. “Waar was je tijdens de les Creative Writing?” vraagt Brooks. “Bemoei je met je eigen zaken”, antwoordt Eric kribbig. “Dat doet er niet meer toe. Ik vind je nu weer aardig. Ga naar huis.” Op honderd meter van Erics auto parkeert de zeventienjarige Dylan Klebold zijn oude zwarte BMW. Eric en Dylan halen een paar zware sporttassen uit hun auto’s, gorden rugzakken om en trekken daarover lange zwarte overjassen aan. Daarna lopen ze rustig de school binnen. In de drukke gang naar de kantine zetten ze hun tassen neer. Daarin zitten propaanflessen, benzine, staafbommen, vuurwerk, glasscherven, spijkers en wekkers die binnen een paar minuten de hele boel moeten laten ontploffen. Maar er gebeurt helemaal niets. Om half twaalf halen Eric en Dylan hun karabijnen te voorschijn. “Go, go!’ roept Eric, waarna ze een bom gooien en beginnen te schieten. De eerste slachtoffers zijn Rich Castaldo en Rachel Scott. Rachel wordt door vier schoten geraakt en is vrijwel op slag dood. Rich wordt vijfmaal geraakt en blijft zwaargewond liggen. Die dinsdag zullen Eric Harris en Dylan Klebold 21 medeleerlingen verwonden en twaalf medeleerlingen en één leraar doden. Rond tien na twaalf komt er een einde aan de schietpartij wanneer Harris en Klebold zich in de bibliotheek een kogel door het hoofd schieten. Eerst Eric, daarna Dylan.

 

De Nederlandse schrijver Tim Krabbé (68), auteur van succesvolle romans als Het Gouden Ei en De Renner, raakte in april 2007 geïntrigeerd door de schietpartij van Columbine, toen de gestoorde Koreaanse student Seung-Hui Cho op een universiteit in Amerika tweeëndertig mensen doodschoot en daarna zelfmoord pleegde. “In een videoboodschap vergeleek Cho zich met Harris en Klebold”, zegt Krabbé. “Vanaf dat moment was ik gefascineerd en geobsedeerd door Columbine.” Hij begon alles te lezen wat hij over het onderwerp kon vinden, doorploegde duizenden bladzijden met getuigenverklaringen, las de dagboeken van Harris en Klebold en verwerkte zijn bevindingen tot het fascinerende Wij zijn maar wij zijn niet geschift, het ultieme boek over de schietpartij van Columbine.

 

Vreemd dat uw fascinatie voor Columbine pas bijna tien jaar na de feiten begonnen is.

Tim Krabbé: “De dag zelf in 1999 had de schietpartij wel indruk op me gemaakt, maar verder had ik er niet veel aandacht meer aan besteed. In 2002 ben ik dan zoals zoveel mensen naar de film Bowling for Columbine van Michael Moore gaan kijken en ik herinner me heel goed dat ik dacht: ‘Bizar toch dat Harris en Klebold die ochtend nog zijn gaan bowlen.’ Toen Seung-Hui Cho in april 2007 voor zijn moordpartij naar Columbine verwees, surfte ik naar Wikipedia en las ik dat Amerikanen Columbine een even grote aanslag op de Amerikaanse droom vinden als 9/11, de moord op Kennedy, de bomaanslag van Oklahoma City en Pearl Harbor. Het verschil was dat de aanslag deze keer niet door buitenstaanders of ‘on-Amerikaanse’ daders was gepleegd, maar door twee doorsnee jongens uit deftige Amerikaanse gezinnen.”

 

U kwam er meteen ook achter dat Harris en Klebold die dag niet waren gaan bowlen.

“Michael Moore is een getalenteerde filmmaker, maar tegelijkertijd is hij ook een demagoog die er geen graten in ziet om mensen voor zijn films te misbruiken. Dat bowlen is een flagrante leugen en daarnaast voert hij twee slachtoffers van de schietpartij op als tegenstanders van privéwapenbezit, terwijl ze in werkelijkheid helemaal voor zijn. Alles wat Moore over Columbine vertelt, is oppervlakkig of simpelweg uit zijn duim gezogen. Ik vrees dat de inhoud van de rest van zijn films niet veel beter is.

“Ik merkte dat de dagboeken van Eric Harris en Dylan Klebold vrij toegankelijk waren op het internet, net als de 26.000 pagina’s met getuigenverklaringen. Ik heb alle documenten gedownload en ben ze beginnen lezen. Ik kwam ook terecht op de website columbinegame.com, die de virtuele verzamelplaats bleek te zijn voor de echte ‘kenners’. 95% van wat daarop gepubliceerd wordt, is rommel, maar 5% is goud waard. In eerste instantie was ik vooral geïnteresseerd in wat Eric en Dylan tijdens de schietpartij precies zeiden tegen de slachtoffers en tegen elkaar. Ik ben alle getuigenverklaringen beginnen vergelijken en heb in mijn beschrijving van de moordpartij alleen overgehouden waar er eenstemmigheid of zekerheid over bestaat. Zo herinnerden sommige getuigen zich spectaculaire uitspraken van de daders die niet door anderen bevestigd werden. Eén van hen zou volgens één getuigde al lachend geroepen hebben: ‘Ik wist niet dat nikkerhersenen zo ver konden vliegen.’ Ik vermeld dat wel, maar zet er ook bij dat het een dubieuze uitspraak is.”

 

Was het toeval dat 20 april Hitlers verjaardag was?

“Waarschijnlijk niet. Ze hadden de maanden ervoor vaak tegen vrienden gezegd: ‘20 april is Hitlers verjaardag en dan moeten we maar eens een gemene streek uithalen.’ Al zijn er ook aanwijzingen dat ze al op 19 april hadden willen toeslaan, maar dat ze het om onduidelijke redenen een dag verlaat hebben. Hitlers verjaardag was alleszins een welkome bijkomstigheid. Voor Amerika is 19 april een belangrijke datum vanwege Waco, een stadje in Texas waar op 19 april 1993 bij een brand vijfentachtig leden van de sekte de Branch Davidians omkwamen, volgens sommigen door de schuld van het FBI. De bomaanslag op een federaal gebouw in Oklahoma City op 19 april 1995, met 168 doden, was daar een vergelding voor.

“Harris en Klebold stamden allebei uit hoogopgeleide, intacte gezinnen met ouders zonder huwelijksproblemen. Zelfs in het religieuze Littleton was dat bijzonder, want ook daar gingen behoorlijk veel koppels uit elkaar. Dylan Klebold kwam uit een gezin van intellectuelen en Eric Harris’ vader was majoor geweest bij de luchtmacht. Met Dylans ouders kan ik mezelf heel goed identificeren. Vader Tom was afgestudeerd in geologie, had veel geld verdiend bij gasmaatschappijen en was miljonair geworden met het kopen, verkopen en renoveren van oude huizen. Moeder Sue studeerde kunstpedagogiek en werkte in het onderwijs met gehandicapten. Eric Harris’ vader Wayne was piloot en vlieginstructeur bij de luchtmacht geweest en werkte nu bij een bedrijf dat militaire vliegsimulatoren maakte. Moeder Kathy werkte bij een cateringbedrijf. Zowel de familie Harris als de familie Klebold stonden geboekstaafd als aardige, gastvrije modelgezinnen.”

 

Wat niet wil zeggen dat er achter de schermen niets gebeurd kan zijn.

“Da’s juist. Dylan schreef in zijn dagboek dat hij om zijn gezin gaf, maar dat hij zijn ouders manipulatief vond. Hij beweerde dat hij door zijn hele familie gepest werd, behalve door zijn ma en pa. Hij schreef ook over zijn seksuele verlangens. Zijn dagboek is zo open dat je mag veronderstellen dat hij waarschijnlijk ook wel over nare ervaringen in zijn gezin verteld zou hebben. Een decaan van de school verklaarde na de schietpartij dat Dylan problemen had met zijn vader. Maar vader Tom beweert in zijn politieverklaring dat hij en Dylan de allerbeste vrienden waren die elkaar altijd alles vertelden.

“In het begin van mijn opzoekwerk zag ik Eric Harris als leider en kwade genius van het duo en Dylan Klebold als de zielige figuur die achter hem aanliep. Maar na een paar jaar van intensieve research is mijn beeld van die twee helemaal omgeslagen. Eric Harris was een niet zo ongewone opschepper die vanuit zijn minderwaardigheidscomplex zijn woede en haat wou luchten op de maatschappij en op de volwassenen. Dat is niet zo heel erg bijzonder. Dylan Klebold daarentegen, was echt zwaar getikt. In verschillende romans die ik geschreven heb, stond het thema centraal van de vereniging van twee geliefden in de dood. Bizar genoeg ontdekte ik tijdens mijn opzoekwerk dat Klebold precies dát nastreefde: samen met een meisje dat hij ‘de halcyon’ noemde, wou hij de dood in. Uiteindelijk werd Harris Dylans partner in crime, maar hij was niet zijn eerste keuze.”

 

Zowel Harris als Klebold waren geobsedeerd door de gewelddadige videogame Doom. Na Columbine werden dat soort van spelletjes met de vinger gewezen.

“Ik geloof niet in de directe schuld van welke factor ook. Eerst werd de muziek van bands als Marilyn Manson schuldig verklaard, dan waren het die games. Natuurlijk hadden Eric en Dylan zich ondergedompeld in een cultuur waarin grofheid, geweld en martelen verheerlijkt werden. En het is juist dat ze vrij makkelijk aan wapens geraakten. Maar dat geldt ook voor België of Nederland: wie hier een pistool nodig heeft en de juiste weg kent, raakt daar ook zonder veel moeilijkheden aan. De schietpartij van Columbine was een ‘freak accident’: het gevolg van een toevallige ontmoeting tussen twee jongens die samen een rampzalig mengsel vormden. Ze vulden elkaar op een bijna scheikundige wijze aan, met een gigantische ontploffing als resultaat.”

 

Heeft Columbine uw visie op de mensheid veranderd?

“Columbine heeft me in mijn overtuiging gesterkt dat de mens slecht is. Gelukkig geloven veel mensen in het simpele principe ‘doe niet aan een ander wat je zelf niet wilt meemaken’, maar jammer genoeg bewijst het verhaal van Eric Harris dat een redelijk normale jongen door omstandigheden tot slechte daden gebracht kan worden. Dylan Klebold heeft nooit het achterste van zijn tong aan zijn ‘vriend’ laten zien en hem meegezogen in zijn waanzinnige plan om al moordende het ‘paradijs’ te betreden. Kijk naar iedere willekeurige oorlog, naar alle terroristische daden: hoe makkelijk laten mensen zich niet tot gruweldaden verleiden? Een positief beeld van de mensheid heb ik nooit echt gehad, nee.”

 

Tim Krabbé, Wij zijn, maar wij zijn niet geschift, Prometheus, 480 blz., 19,95 euro, ISBN: 978-90-446-2054-2

 

© Jan Stevens

Als ik mijn ogen sluit

Als ik mijn ogen sluit

Edney Silvestre, De Arbeiderspers, (oorspronkelijke titel: Se eu fechar os olhos agora), 256 blz., 18,50 euro.

 

“Als ik mijn ogen sluit, voel ik nog steeds haar bloed aan mijn vingers plakken.”

 

In Brazilië staat Edney Silvestre geboekstaafd als een onverschrokken sterjournalist. Hij was de eerste Braziliaanse reporter die op 9/11 live verslag uitbracht van de instortende Twin Towers en draaide reportages van op het slagveld in Irak. Daarnaast interviewde hij voor culturele tv-programma’s ook grote schrijvers als Mario Vargas Llosa en Ohran Pamuk. Met Als ik mijn ogen sluit debuteert Silvestre als romanschrijver. Hij kaapte er in eigen land meteen de twee belangrijkste literaire prijzen mee weg en bestormde de bestsellerlijsten. De grote vraag is: waarom?

De twaalfjarige jongens Eduardo en Paulo vinden het lijk van een blonde vrouw. Haar moordenaar heeft haar lelijk toegetakeld. Heel even worden de jongens door een alerte politieagent verdacht. Als ze vrijkomen, besluiten ze zelf op onderzoek te gaan. Daarbij worden ze geholpen door een krasse bejaarde die ’s nachts over de muur van het rusthuis klimt en nog lang niet aan een looprekje toe is.

Als ik mijn ogen sluit begint vrij sterk met een intrigerende proloog, maar zakt daarna spectaculair in. Deze roman is geen literair meesterwerk, maar veeleer een licht aangebrande versie van een niet al te spannend avontuur van de Braziliaanse klonen van Jommeke, Filiberke en professor Gobelijn.

 

© Jan Stevens

Phil Bosmans (1922-2012)

In 1938 richtte pater Henri de Greeve de Bond Zonder Naam (BZN) op. Hij wou van de Bond een beweging maken die de christelijke naastenliefde in woord en daad gestalte moest geven. Wie nu ‘Bond Zonder Naam’ zegt, denkt er spontaan Phil Bosmans bij, ook al heeft hij ondertussen de fakkel doorgegeven aan anderen. Henri de Greeve is weggedeemsterd in de annalen van de geschiedenis. 

De spreuken van Bosmans en BZN sieren menige Vlaamse huiskamer. Heel wat mensen putten troost uit hun gevleugelde woorden; sommige critici vinden ze melig en naïef. Phil Bosmans zelf is overtuigd van de nood aan en de zinvolheid van zijn geschriften: “We kunnen kopen wat we willen en toch zijn we niet gelukkig. De welvaart zegt ons niets meer. We zijn alles beu. Mijn teksten zijn actueel, ook in andere landen. Mijn boeken hebben zelfs in Noorwegen succes. De jongeren uit het hoge noorden grijpen er massaal naar. De universiteit van Oslo heeft onderzocht hoe dat komt. Mijn levensfilosofie blijkt een leegte op te vullen bij de Noorse calvinisten. Als een calvinist van iets geniet, moet hij er later voor boeten. Ik vind dat je altijd van het leven moet genieten.”

ECONOMIE

Is geld de wortel van alle kwaad?

“De wortel van het kwaad zit in de mens. De mens kan verleid worden door geld en hij kan het verkeerd gebruiken. Het is verbazingwekkend te moeten vaststellen dat mensen die veel geld hebben, nooit tevreden zijn. Ze willen steeds meer. Wie verslaafd is aan geld, is een gehandicapte.

Onze samenleving wordt gedirigeerd door geld en macht. Nogal wat politici willen de voornaamste en de machtigste zijn. Tegelijkertijd gaan ze er prat op dat ze handelen in naam van de bevolking. Ze maken zichzelf iets wijs. Ook in grote bedrijven draait het dikwijls alleen maar om geld. Arbeiders en bedienden worden vaak opgejaagd en uitgebuit. Volwassenen en kinderen in ontwikkelingslanden dienen enkel om geëxploiteerd te worden. Bedrijfsleiders willen op hun kap snel en veel geld verdienen.

Ooit heb ik de spreuk gelanceerd: ‘Als je alleen maar geld hebt, ben je geen cent waard.’ Het centrum van de wereld is niet langer Rome of Jeruzalem, maar Wall Street. Degenen die daar met miljarden speculeren, vergeten dat ze eigenlijk aan het spelen zijn met levens van mensen.

Ik heb geen aandelen en ik wil er ook geen. Enkele jaren geleden was de koers van de dollar gezakt tot zeven eurocent. Als ik toen dollars gekocht had, was ik nu een rijk man geweest. Maar wat ik de anderen verwijt, mag ik zelf niet doen.”

GELUK

Hebben wij het recht om gelukkig te zijn?

“We hebben de plicht om gelukkig te zijn. In de korte tijdspanne dat we op deze planeet rondlopen, moeten we zelf gelukkig zijn en anderen gelukkig maken. Gelukkige mensen worden nooit gevaarlijke mensen.

Het overgrote deel van de wereldbevolking leeft in armoede. Wekelijks verspelen we met zijn allen acht miljoen euro aan de lotto of de nationale loterij. Als Broederlijk Delen of 11.11.11 erin slagen om jaarlijks twee miljoen euro op te halen, juichen we. De ellende in de derde wereld blijft niet bestaan door een gebrek aan middelen of communicatie, maar omdat de rijken hun rijkdom willen beschermen. Ze houden niet van de armen.

De meeste Belgen hebben het relatief goed en zijn toch niet gelukkig. De overgrote meerderheid heeft alles wat ze wenst en kan kopen wat ze droomt. Desalniettemin hoor ik mensen vaak zeggen: ‘We zijn alles beu.’ Wat missen ze? Waarom zoeken sommigen heil in drugs en verdoving? Er is hen wijsgemaakt dat er een uitwendig middel bestaat om gelukkig te zijn. Dat is één van de grootste leugens van de voorbije twintigste eeuw.

Je vindt geen geluk als je een lotje koopt uit de loterij. Geluk is een schaduw die je volgt op de momenten dat je er niet aan denkt. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen: ‘Toen waren we toch gelukkig.’ Ze situeren het geluk ergens in het verleden. Maar op het moment zelf beseften ze het niet. Dat besef komt pas wanneer ze in de miserie zitten.

Geluk is een echo die antwoordt op de gave van jezelf. Hoe meer een mens zich inzet voor een ander, hoe gelukkiger hij wordt. Ik geloof in God die liefde is. Alleen door liefde, verdraagzaamheid en vriendschap kan geluk geboren worden.”

HEDONISME

Is genot altijd goed?

“Genot is goed zolang je geen schade berokkent aan anderen of aan jezelf. Iedereen mag profiteren van het leven. Wie dat op de rug van anderen doet, is verkeerd bezig.

Ik hoop dat jongeren zich ooit zullen realiseren dat het gebruik van drugs noodlottig is. Tegenwoordig hebben ze niets anders. Ze vluchten erin weg. Jonge mensen worden in een kindonvriendelijke wereld gegooid en moeten hun plan trekken. Ze komen terecht in een maatschappij die de hunne niet is. Te weinig mensen bekommeren zich om hen, of verstaan de kunst om hen aan te spreken en hen een toekomst te geven. Je zou verwachten dat ouders die taak op zich nemen, maar vaak moeten zij zelf opgevoed worden. Veel ouders zijn niet meer in staat om hun eigen kinderen leiding te geven. We zitten met een geestelijke leegte. Belangrijke waarden zijn niet met geld te koop. Ouders besteden te veel aandacht aan het materiële en te weinig aan het spirituele. Een mens sterft als hij geestelijk dood gaat. Zo zijn er velen.”

LEVEN

Is het juist om de genen van een ongeboren kind te manipuleren?

“De natuur moet gerespecteerd worden. God heeft ons het verstand gegeven om de natuur te onderzoeken en in dienst te stellen van de mens. Op veel plaatsen hebben we de natuur vernietigd. Op termijn keert zich dat tegen ons.

Wie genetisch ‘verbeterd’ wordt, is niet langer dezelfde mens. Laten we respect hebben voor de mens zoals hij geschapen is en op deze wereld terechtgekomen is. Ik vind het goed dat wetenschappers met de hulp van de genetica ziektes trachten uit te schakelen. Maar genenonderzoek kan ook misbruikt worden. Met een mes kun je ofwel brood snijden, ofwel iemand in het hart steken. Veel dingen hebben een positieve en een negatieve kant.”

OUDERDOM

Moeten we ouderen respecteren?

“Ik vind het jammer dat nogal wat ondernemingen ouderen afdanken en bij het oud ijzer zetten. Die oudere werknemers bezitten een schat aan ervaring en kunnen bedrijven heel wat levenservaring bijbrengen. In ontwikkelingslanden worden ouderen respectvol behandeld. Wie oud wordt, gaat inwonen bij zijn kinderen. Bij ons is de familieverbondenheid verloren gegaan. Wij zonderen onze oudjes af in rusthuizen. Nee, een mens moet oud kunnen worden in zijn eigen omgeving. Als je een volgroeide boom verplant, sterft hij.

Onze maatschappij is volop in evolutie. Wij vergrijzen en de vluchtelingen zorgen voor vers bloed. Voor de meeste mensen zijn ze niet welkom, voor een minderheid wel. Een samenleving die massaal vergrijst, is gedoemd te verdwijnen. Medici proberen ons zo lang mogelijk in leven te houden. Dat is goed, want elk mensenleven is de moeite waard. Maar het kost ons wel handenvol geld. Als we geen nieuwe mensen toelaten, eindigen we met een gemeenschap van grijsaards. Dat zou rampzalig zijn.”

RELIGIE

Hoe weten we of er een God bestaat?

“Ik kan God niet bewijzen en ik wil het ook niet. Ik weiger om God tot een object van mijn verstand te maken. God bewijst zichzelf. God is liefde en liefde kan mensen voorthelpen in hun leven. Wie kan bidden, weet na enkele jaren dat hij bestaat. Je krijgt antwoorden, maar je moet ze leren verstaan.

God is onzichtbaar, hij komt niet in je arm knijpen en je kunt hem niet op de koffie vragen. Af en toe grijpt hij in. Waarom hij dan niets doet aan de ellende in de wereld? Die vraag komt telkens weer terug. Toen in Columbia door een vulkaanuitbarsting een hele stad vernietigd werd, schreef een ongelovige vriend me: ‘Jouw God is een moordenaar.’ God laat het lijden toe opdat we wakker zouden worden en ervaren dat het leven kort en broos is. Dat klinkt misschien cynisch, maar hoe moet God het ons anders duidelijk maken? Hij had ons aan de lopende band kunnen laten genieten van alles en nog wat. Maar dat doet hij niet: hij maakt er ons attent op dat er nog een leven na dit leven is.

De katholieke kerk heeft in het verleden misschien teveel de nadruk gelegd op het leven na de dood in plaats van op het leven ervoor. Ze heeft mensen schrik aangejaagd met hemel en hel. Nu is dat gelukkig veranderd. Mensen van de kerk zijn ook maar mensen, ze maken fouten en zien sommige dingen verkeerd. Wie voor het eerst het evangelie openslaat en erin begint te lezen, voelt zich waarschijnlijk niet direct aangesproken. Maar als je dat boek in je leven integreert en er regelmatig in leest, ontdek je er de kracht van. Als het evangelie niet bestond, zou men het moeten uitvinden. Het bevat de sleutel om op deze aarde gelukkig te zijn.

Jezus is de zoon van God. Hij heeft ongelooflijke dingen gedaan en de wereld in een nieuwe richting gestuurd. De mensen die dicht bij hem stonden hebben allemaal hun leven voor hem gegeven. Dat doe je niet zomaar. God heeft zich in Jezus kenbaar gemaakt. De liefde heeft een lichaam, handen, voeten en een warm mensenhart gekregen. Christus is het voorbeeld voor alle christenen.

Ik weet niet of de duivel bestaat, ik heb er geen bewijzen voor. Toch ben ik ervan overtuigd dat er een kwade geest actief is die alles verduistert. Van Hitler kan je moeilijk zeggen dat hij bezield was door de goede geest. Wie andere mensen uitbuit, is in de greep van het kwade.

We leven in een rationele tijd en willen alles met ons verstand begrijpen. Maar een mens is meer dan verstand alleen. Ook al kunnen we sommige dingen niet verklaren, toch weten we dat ze er zijn.”

WAARHEID

Moet je altijd de waarheid vertellen?

“Niemand kent de waarheid. Iedereen heeft zijn waarheid. Discussies en ruzies ontstaan omdat mensen anders denken, anders voelen. Op een bepaald moment in je leven aanvaard je de waarden of waarheden die je het beste liggen en waarin je wil geloven. Het evangelie is waarheid. Dat God liefde is en dat God wil dat een mens gelukkig is, zijn waarheden die voor mij buiten kijf staan. Ongelovigen geloven vandaag dit en morgen weer dat.

Er ontstaan dikwijls discussies omdat we wat de andere zegt, verkeerd interpreteren. Een man denkt, voelt en praat anders dan een vrouw. Wie wil trouwen, kan beter eerst een cursus volgen om de psychologie van zijn of haar partner te leren doorgronden. Uitspraken van gehuwden klinken vaak harder dan ze bedoeld zijn. Mensen spreken meer met hun hart dan met hun verstand.

Ik ben het eens met het gezegde: ‘Ieder zijn waarheid’. Ik heb jarenlang met zigeuners gewerkt. Ik probeerde journalisten van het zigeunerkamp weg te houden omdat ik wist dat ze foute verhalen gingen schrijven. De zigeuners vertelden de reporters verzonnen geschiedenissen over hun eigen leven. Ooit vroeg ik hen: ‘Wat hebben jullie nu weer verteld? Van dat artikel in de krant dat ik gelezen heb, klopt toch geen jota?’ Zonder verpinken, antwoordden ze me: ‘Je hebt gelijk, maar wie geen zigeuner is, heeft geen recht op de waarheid.'”

(c) Jan Stevens – Uit: Het filosofisch woordenboek, uitgeverij P, 2002

Soldaten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog luisterden de Britten en Amerikanen hun gevangen genomen Duitse soldaten af. Harald Welzer en Sönke Neitzel gebruikten 150.000 pagina’s afluisterverslagen als basis voor hun boek Soldaten, waarin ze op zoek gaan naar de mens achter de moordmachine.

 

Dinsdag 30 april 1940. Luitenant Meyer en luitenant Pohl, respectievelijk piloot en verkenner bij de Duitse Luftwaffe, zijn een paar dagen eerder krijgsgevangen genomen door de geallieerden. In hun cel halen ze samen herinneringen aan hun recente oorlogsbelevenissen op. Ze weten niet dat een verdieping hoger Britse inlichtingenofficieren hun gesprek op band zetten. “Op de tweede dag van de inval in Polen moest ik een station in Poznan bombarderen”, zegt Pohl. “Acht van de zestien bommen vielen op huizen in de stad. Daar beleefde ik niet veel vreugde aan. Maar de derde dag kon het me niets meer schelen en de vierde dag genoot ik ervan. Vlak voor het ontbijt amuseerden we ons door vanuit de lucht met machinegeweervuur op soldaten te jagen en ze in het veld met een paar kogels in hun kruis te laten liggen.” “Alleen maar soldaten?” vraagt Meyer. “Ook burgers”, antwoordt Pohl. “We vielen ook vluchtelingencolonnes aan. Het leidende vliegtuig stortte zich op de mensen op straat, de twee andere vliegtuigen uit de ketting namen de grachten voor hun rekening. We schoten met onze machinegeweren op alles wat bewoog. Ik zag de paarden rondvliegen. Van die paarden heb ik tot de laatste dag spijt gehad. Van de mensen helemaal niet.”

De Britten en Amerikanen luisterden tijdens WO II duizenden gesprekken zoals die tussen de Duitse officieren Meyer en Pohl af. Na de oorlog werden de verslagen van die afluistersessies opgeborgen in archieven, waar ze in de vergetelheid raakten. Tot historicus Sönke Neitzel en sociaalpsycholoog Harald Welzer ze van onder het stof haalden. “Sönke kwam de afluisterverslagen toevallig op het spoor, nadat hij Black May van de Amerikaanse historicus Michael Gannon gelezen had, over de zeeslag in mei 1943 tussen de geallieerde marine en Duitse onderzeeërs”, zegt Harald Welzer. “Gannon schreef over Duitse matrozen die in gevangenschap afgeluisterd werden en die passage prikkelde Sönkes nieuwsgierigheid.”

In de herfst van 2001 vond Sönke Neitzel in The National Archives in Londen 100.000 nog nooit geraadpleegde bladzijden afluisterverslagen van krijgsgevangen genomen Wehrmachtsoldaten. Twee jaar later ontdekte hij een bijna even omvangrijke stapel verslagen in het Amerikaanse nationale archief. Op dat moment riep hij de hulp van Harald Welzer in voor de interpretatie. Welzer geldt in Duitsland als autoriteit in onderzoek naar hoe doodgewone mensen kunnen evolueren tot massamoordenaars. “De afluisterverslagen zijn uniek omdat ze ons voor het eerst rechtstreeks en ongecensureerd inkijk geven in de denkwereld van moderne soldaten”, stelt Welzer. “De krijgsgevangenen leven in de overtuiging dat niemand aan het luistervinken is en kletsen over hun oorlogservaringen van een paar dagen geleden, alsof ze gezellig samen in een café of de sauna zitten.”

 

Verkrachten om lol te trappen

Volgens Harald Welzer zouden de Wehrmachtsoldaten net zo goed hedendaagse Britse, Amerikaanse of Belgische soldaten in Afghanistan kunnen zijn. “Ze zitten in hetzelfde schuitje en hun moraal en mentaliteit is dezelfde. Natuurlijk had de oorlog van het Derde Rijk zijn eigen kenmerken en motieven, denk maar aan het racisme, de verheerlijking van het ‘superieure’ Herrenrasse of de vernietiging van de Joden. De oorlog die de Wehrmacht voerde is niet die van de Britten of de Amerikanen in Afghanistan. Maar het dagelijkse werk is voor de soldaten wel zeer gelijklopend, net als de soms gruwelijke daden die ze moeten stellen om succesvol te zijn en te overleven, en de uitleg die ze geven om die daden te vergoelijken.”

Door Duitse krijgsgevangenen af te luisteren, hoopten de geallieerden in het begin van de oorlog aan relevante strategische informatie te geraken. “Later wilden ze door het afluisteren ook meer te weten te komen over de psychologie van de Duitse soldaten. Het is een eenvoudig, briljant idee: wanneer een Duitse piloot wordt neergehaald en in een kamp geplaatst met collega’s die er al een poosje zitten, is het aannemelijk dat hij hen over nieuwe technologische ontwikkelingen zal vertellen of recente informatie over het Duitse leger zal geven.”

In bijna alle gesprekken spreken de soldaten op nonchalante toon over de gruwelen die ze zelf hebben aangericht. Harald Welzer: “Maanden- en zelfs jarenlang was vechten en doden hun voornaamste ervaring. In de soldatenwereld is geweld, moord en doodslag part of the job; ze zitten in een referentiekader dat hun gedrag mogelijk maakt, ondersteunt en zelfs nog versterkt. Want geweld brengt altijd een dynamiek van nog meer geweld op gang.”

Geweld wordt hun normale staat van zijn? Welzer: “Niet helemaal, want er zijn ook periodes waarin niet gevochten wordt. Oorlog bestaat niet alleen uit extreme gewelddadige activiteiten, maar ook uit verveling, dwalen door vreemde steden en naar de hoeren gaan. Ze vergelijken de hoertjes van Bordeaux met die van Parijs, hebben het over de gangbare prijzen en over hun persoonlijke ervaringen met de meisjes van plezier.”

Ze hebben het ook bijna achteloos over het verkrachten van vrouwen. “Verkrachting is voor hen geen oorlogswapen, maar een heel courante praktijk. Ze hebben er geen morele bezwaren tegen en zien het als een manier om lol te trappen, als een mogelijkheid om dingen te doen die ze als gewoon burgermannetje nooit zouden durven of mogen.”

Over hun gevoelens spreken de soldaten niet met elkaar. “Emoties zijn taboe. Ze hebben het niet over walging, angst, paniek, over willen wegvluchten. Ze praten over hard en slim zijn. Ze beschrijven hun acties, maar niet wat die met hun gevoelswereld aanrichten. Een paar soldaten vertellen over de eerste mensen die ze gedood hebben, maar nooit over hoe dat aanvoelde.”

 

Goeden en slechten

Uit de afluisterverslagen blijkt volgens Harald Welzer dat de overgrote meerderheid van de Wehrmachtsoldaten a-politiek is. “Minder dan 10% zijn overtuigde nazi’s; bijna 10% is zelfs uitgesproken antinazi. Een ding hebben ze gemeen: ze hebben allemaal medemensen om het leven gebracht. In oorlogsomstandigheden wordt door het voetvolk niet om ideologische redenen gedood. De Duitse soldaten maakten deel uit van een specifiek leger met een specifieke traditie. Natuurlijk stamden ze uit een antisemitische samenleving, maar dat maakte op het slagveld weinig verschil. Ik heb ook onderzoek gevoerd naar de Einsatzgruppen, de échte koudbloedige killers, en ook bij hen kwam ik tot een gelijkaardige conclusie: zij schoten Joden niet dood omwille van antisemitische motieven, maar omdat het hun ‘taak’ was tegenstanders uit de weg te ruimen en omdat dat voor hen beslist was door leden die hoger in de hiërarchie van de groep stonden. De afluisterverslagen maken duidelijk dat zo goed als alle Duitse soldaten het lastig hadden met de uitroeiing van de Joden, zeker als het om vrouwen of kinderen ging. Een van de soldaten zegt: ‘Zo’n dingen doe je niet, zelfs als het Joden zijn.’ Ze staan kritisch tegenover de manier waarop ze de Joden moeten aanpakken, maar ze staan helemaal niet kritisch tegenover de manier waarop ze tegen leden van het verzet moeten optreden. Dan wordt het doden van vrouwen en kinderen plots geen probleem meer en wordt het gerechtvaardigd omdat het om een ‘militaire actie’ gaat. Er is trouwens niet zoveel verschil tussen de manier waarop de Wehrmacht en onze huidige legers hiërarchisch ingericht zijn. In het normale burgerleven maken we allemaal deel uit van meerdere groepen: van de familie, van de collega’s op het werk of van de sportclub. Als gewone burger spelen we verschillende rollen van geliefde, vader, moeder, collega of vriend. In het leger is dat pluralisme weg. Zeker in een oorlogssituatie heb je als soldaat alleen nog die ene groep mensen van dezelfde leeftijd die in een identieke oorlogsretoriek zijn ondergedompeld. De soldaten denken en leven volgens het strikte onderscheid van ‘goeden en slechten’. Wie goed is, blijft gespaard, maar wie slecht is, verdient de kogel. Ook als het een weerloos kind is.”

 

Sönke Neitzel & Harald Welzer, Soldaten. Over vechten, doden en sterven, Ambo, 592 blz., 29,95 euro

 

© Jan Stevens

Aasgieren

Tien jaar geleden kocht aasgierfonds FG Hemisphere voor het luttele bedrag van 3,3 miljoen dollar een nooit terugbetaalde lening van net geen dertig miljoen van Bosnië aan wijlen president Mobutu. Die openstaande schuld is intussen uitgegroeid tot meer dan 100 miljoen dollar. Met een beetje geluk en wat hulp van het gerecht van het belastingparadijs Jersey, passeert FG Hemisphere binnenkort langs de Congolese kassa.

Toen Peter Grossman, managing director van FG Hemisphere, op 3 november jongstleden het vonnis van rechter John McNeill van het Hof van Beroep van het Kanaaleiland Jersey onder ogen kreeg, maakte hij een vreugdedansje in zijn riante kantoor in Suite 2238 op 60 East 42nd Street, New York. Na jaren van geduldig wachten en procederen, leek het alsof hij in de laatste rechte lijn zat in het binnenhalen van zijn slag: rechter McNeill veroordeelde de Congolese mijnbouwonderneming Groupement de Terrils de Lubumbashi (GTL), met maatschappelijke zetel in Jersey, tot het rechtstreeks doorstorten van ‘alle toekomstige betalingen aan haar dochterbedrijf Gécamines’ naar de rekening van FG Hemisphere Associates LLC. En dat tot de openstaande schuld van meer dan 100 miljoen dollar van de Congolese staat aan FG Hemisphere ingelost is. Elke dag dat Congo met het terugbetalen van de schuld wacht, tikt de openstaande rekening bij FG Hemisphere met 27.500 dollar aan. In gedachten bracht Grossman die derde november een heildronk uit op zijn in 2009 aan kanker overleden brother in arms en zakenpartner Keith Fogerty.

Peter Grossman en Keith Fogerty leerden elkaar kennen tijdens hun rechtenstudies aan de Cornell University in Ithaca, New York. Ze werden boezemvrienden en startten in 1987 allebei als consultant bij Lehman Brothers. In 1990 stapten ze samen over naar de zakenbank Morgan Stanley, waar ze de afdeling ‘Fixed Income’ runden en het wereldwijde risicobeheer van investeringen in groeilanden onder hun hoede hadden. Vrij snel kwam het duo erachter dat er geld te verdienen viel met het kopen en verkopen van schulden van landen als Argentinië, Jamaica en de Filippijnen. Drie jaar later zeiden Fogerty en Grossman Morgan Stanley vaarwel en richtten ze hun eigen consultancyfirma Centaur International Corporation op, die ze in 2000 omdoopten tot FG Management Company, alias FG Hemisphere Associates LLC. Managing directors Fogerty en Grossman bouwden hun ‘financiële dienstverlenende bedrijf’ uit tot een aasgierfonds. Aasgierfonsen kopen op de ‘secundaire markt’ aan een zacht prijsje schuldvorderingen van met schuld beladen landen uit de derde wereld op. Hun voorkeur gaat uit naar landen die in oorlogen verwikkeld zijn of door hongersnood geteisterd worden. Waarna ze jarenlang geduldig als een volleerde aasgier wachten tot hun prooi een klein beetje gestabiliseerd is en de schuld door inflatie en intresten aangegroeid is tot een gigantische berg. Vervolgens dienen ze op verschillende plaatsen in de wereld monsterclaims in tegen buitenlandse vestigingen van ondernemingen die eigendom zijn van het land in kwestie, en procederen ze tot het bitterzoete einde.

Goldfinger

In het voorjaar van 2000 besloot Nedzad Brankovic, de toenmalige directeur-generaal van het Bosnische staatsenergiebedrijf Energoinvest en van 2006 tot 2009 premier van Bosnië, dat het dringend tijd was om een openstaande lening van de Congolese staat ter waarde van 29,3 miljoen dollar door te verkopen aan een derde partij. In 1980 was president Mobutu Sese Seko de lening aangegaan voor de bouw van een elektriciteitsnetwerk en een waterkrachtcentrale in de buurt van zijn thuisstad Gbadolite. Na Mobutu’s dood in 1997 raakte Congo verwikkeld in interne oorlogen en bleef de schuld aan Energoinvest onbetaald. Brankovic startte besprekingen met de Amerikaanse aasgierkapitalist Michael Sheehan, directeur van Debt Advisory International (DAI). Sheehan draagt zijn bijnaam ‘Goldfinger’ – naar de gelijknamige schurk uit de James Bond-film – als een ereteken. Hij voerde de onderhandelingen in opdracht van FG Hemisphere. In 2001 werd de deal afgerond: Hemisphere betaalde officieel 3,3 miljoen dollar voor de schuld van 29,3 miljoen. 2,7 miljoen was voor Energoinvest, de rest verdween als commissieloon in de diepe zakken van Sheehan. Hoeveel er aan de vingers van Brankovic bleef plakken, is onbekend. In 2008 diende de Bosnische financiële politie bij de openbare aanklager in Sarajevo een rapport in waarin ze Brankovic, op dat moment eerste-minister, ervan beschuldigde de Energoinvestlening verkocht te hebben zonder toestemming van zijn raad van bestuur. Een jaar later werd Brankovic tot ontslag gedwongen nadat bekend raakte dat hij met overheidsgeld een appartement voor zichzelf had gekocht.

Peter Grossman en Keith Fogerty lieten hun nieuwe aanwinst eerst een paar jaar aandikken, om in 2004 in actie te schieten. De oorspronkelijke schuld van de Congolese regering was ondertussen aangegroeid tot bijna 100 miljoen dollar. Via rechtbanken over de hele wereld probeerden advocaten in opdracht van FG Hemisphere het integrale schuldbedrag te incasseren. Ze focusten zich daarbij op het in beslag laten nemen van gebouwen en het laten bevriezen van geld van bedrijven die in handen waren van de Congolese staat. Zo procedeerden ze in Australië en Zuid-Afrika en trachtten ze via een Amerikaans gerechtshof beslag te laten leggen op de Congolese ambassade in Washington. Toen dat mislukte, startten ze processen in Hong Kong en Jersey. In Hong Kong probeerden ze beslag te laten leggen op 350 miljoen dollar van de China Railway Group die een joint venture afgesloten had met het Congolese staatsbedrijf Gécamines. In eerste en tweede aanleg kreeg FG Hemisphere gelijk. Die uitspraken zorgden voor onrust tot in de allerhoogste Chinese politieke regionen, want de uitstekende economische relatie met de Congolese president Kabila dreigde erdoor verzuurd te raken. De Chinese minister van Buitenlandse zaken schreef een paar vlammende brieven naar de rechters in Hong Kong. “Congo is een soeverein land waarvan de immuniteit niet op het spel gezet kan worden.” Op 8 juni van dit jaar zette het Hong Court of Final Appeal de puntjes op de i: omwille van haar absolute immuniteit kon de staat Congo door FG Hemisphere niet vervolgd worden.

Anti-aasgierwet

De Chinese tegenslag bracht Peter Grossman niet van zijn stuk, want hij had nog een ander juridisch ijzer in het vuur liggen: het Kanaaleiland Jersey, waar hij begin november zijn gelijk haalde. Maar als het van Tim Jones, beleidsverantwoordelijke bij de Britse NGO Jubilee Debt Campaign, afhangt, zal Grossman ook daar in het stof bijten. Jubilee Debt Campaign startte een paar jaar geleden een succesvolle campagne om de Britse regering ervan te overtuigen een anti-aasgierwet te laten stemmen. “Als een van haar laatste beleidsdaden heeft de Labourregering vorig jaar als eerste land ter wereld de Debt Relief Act ingevoerd”, zegt Jones. “De anti-aasgierwet bepaalt dat aasgierfondsen in het Verenigd Koninkrijk alleen maar kunnen procederen als ze zich inschrijven in het Heavily Indebted Poor Countries (HIPC) programma van het IMF en de Wereldbank. HIPC verschaft de allerarmste landen schuldverlichting en garandeert lage intrestvoeten in ruil voor strikte controle en begeleiding. Aasgierfondsen focussen zich bij voorkeur op de landen die op de HIPC-lijst staan. Minstens 54 van dat soort van ‘financiële dienstverleners’ hebben de voorbije jaren rechtszaken aangespannen tegen 12 van de allerarmste landen. Al hun claims samen zijn goed voor 1,8 miljard dollar. Het IMF en de Wereldbank vermoeden dat aasgierfondsen op dit moment geduldig wachten om binnenkort voor nog eens hetzelfde bedrag te gaan procederen. Er wordt gefluisterd dat ze nu ook volop bezig zijn met het goedkoop opkopen van Griekse schuld. Als de schuldencrisis in Europa nog erger wordt en schuld op de secundaire markt nog goedkoper, is het niet denkbeeldig dat ook Italië, Spanje, Portugal en misschien later ook België in het vizier komen. Schuldeisers die bij het Britse gerecht aankloppen, moeten dankzij de Debt Relief Act minstens 82% van hun schuldvordering laten vallen. FG Hemisphere zou dus recht hebben op 18 miljoen dollar. Wat gezien hun ‘investering’ van 3,3 miljoen een niet onaardig bedrag is. Maar Grossman wil het onderste uit de kan en omzeilt de Britse wetgeving door in Jersey te procederen.”

Is Jersey dan geen deel van het Verenigd Koninkrijk? Tim Jones: “Net als de eilanden Guernsey en Man is Jersey Brits Kroonbezit. Ze hebben een andere politieke en juridische structuur dan het Verenigd Koninkrijk. Jersey moet in tijden van nood beschermd worden door de Britse regering, maar verder is het onafhankelijk en gelden onze wetten er niet. De enige Britse instantie die het arrest van het Hof van Beroep van Jersey kan verbreken is de Privy Council, de Raad van State. Die zou tussen april en juni 2012 uitspraak doen.”

FG Hemisphere stelt dat het bedrijf met zijn claim tegen een Congolees bedrijf in Jersey volgens de wet handelt. Jones: “Het is niet omdat iets legaal is, dat het ook moreel en economisch juist is. Aasgierfondsen creëren alleen maar meer instabiliteit en vergroten de armoede van de allerarmsten. Jubilee Debt Campaign roept de regering van Jersey op om de Britse Debt Relief Act te ‘adopteren’. Naar aanleiding van de commotie die rond FG Hemisphere ontstaan is, heeft de regering alvast laten weten dat ze in januari 2012 bekend zal maken of ze onze anti-aasgierwet zal overnemen. We hopen dat het parlement van Jersey daarna snel tot stemming zal overgaan, zodat FG Hemisphere alsnog buitenspel gezet wordt.”

 ‘Aasgier’ Peter Grossman wast zijn handen in onschuld

“Als we 18 miljoen accepteren, scheuren we er onze broek aan”

Tot hiertoe weigerde ‘aasgier’ Peter Grossman elk interview. Voor Knack geeft hij voor het eerst zijn versie van het verhaal. “We zagen deze lening als een mogelijkheid om in Congo iets op te bouwen.”

Peter Grossman is er naar eigen zeggen het hart van in dat zijn bedrijf in de media voorgesteld wordt als een volbloed aasgierfonds. “Het klopt dat we op het Kanaaleiland Jersey in een rechtszaak verwikkeld zijn en dat we het totale bedrag op de Congolese staat willen verhalen”, zegt hij. “Maar dat doen we alleen omdat we de voorbije tien jaar ontzettend veel pogingen ondernomen hebben om onze claim op een vriendelijke manier op te lossen. We hebben zes keer officieel onderhandeld met de Congolese regering en zijn vier keer tot een schriftelijk akkoord gekomen, waarvan het laatste dateert van vorig jaar. Maar telkens weer hielden de Congolezen zich niet aan hun woord.”

U kan toch niet ontkennen dat u de lening voor een prikje gekocht hebt.

Peter Grossman: Het Bosnische Energoinvest heeft in Congo voor tientallen miljoenen dollars zware elektriciteitswerken uitgevoerd en ze hebben de Congolezen toen ook het geld voor die werken geleend. Toen de Congolezen niets terugbetaalden, is de lening in 1986 heronderhandeld, waarna er nog steeds niets afgelost werd. Dus volgde er een nieuwe heronderhandeling in 1991. De media presenteren het nu alsof Congo vanaf ‘91 al volop in de shit zat en daardoor zijn lening niet kon terug betalen, maar de realiteit is dat de oorlogen in Congo pas startten in 1996. Het was Bosnië dat begin jaren negentig in een oorlog verwikkeld was. Energoinvest zat toen zwaar in de problemen: het hoofdkwartier in Sarajevo werd gebombardeerd, net als hun fabrieken. Wij zijn in 2001 met de leiding van Energoinvest in contact gekomen omdat een Amerikaans bedrijf hen van het faillissement wou redden. Dat bedrijf vroeg ons of wij geïnteresseerd waren in het overkopen van de lening aan Congo. Ik had op dat moment nog nooit van Energoinvest gehoord.

Dat Amerikaanse bedrijf was DAI van Michael Sheehan, de man die fier is op zijn bijnaam ‘Goldfinger’?

Grossman: Sheehans bijnaam dateert van vier jaar na de deal die wij met hem gesloten hebben. Natuurlijk kenden we Mike; net als hij waren wij al van in de jaren tachtig actief in ‘groeimarkten’. Ik had nog nooit zaken met hem gedaan, maar hij wist dat ik samen met Keith Fogerty in de consultancybusiness zat. Hij stelde ons de overname voor, zei dat Congo een probleemland was, maar dat het ook over ongelooflijk veel natuurlijke grondstoffen beschikte. Ik weet niet meer precies wat hij ons tien jaar geleden allemaal vertelde, maar ik vermoed dat het erop neerkwam dat hij ons suggereerde om met de Congolezen te onderhandelen om de schuld in te ruilen voor een mijnconcessie. Er is wereldwijd een grote secundaire markt voor schulden die al jaren door verschillende landen niet zijn ingelost. De prijs die wij toen betaalden was op dat moment gangbaar voor niet terugbetaalde Congolese leningen. We sloten dus een faire deal.

U betaalde 3,3 miljoen dollar voor een lening die 29,3 miljoen waard was?

Grossman: Daar kan ik niets over zeggen, want ik ben gebonden aan een geheimhoudingsclausule die ik met Energoinvest heb afgesloten. Dat cijfer is in de media verschenen en het werkelijke bedrag zal daar niet ver af liggen.

Nedzan Brankovic, de man die de lening verkocht en die later premier werd, wordt nu door de Bosnische financiële politie omwille van die deal van machtsmisbruik beschuldigd.

Grossman: Ik heb Brankovic nooit ontmoet. Hij heeft die lening niet aan mij verkocht. We hebben ze ook niet gekocht via DAI. We wilden geen go-between, dus hebben we ze rechtstreeks van Energoinvest gekocht. Ik ken Brankovic niet en hij heeft nooit iets getekend. Ik ben zijn naam een keer tegengekomen: toen het contract getekend werd, stond die naast de handtekening van de afgevaardigde van Energoinvest. Ik weet niet wat de Bosnische regels voor dit soort van deals zijn, maar ik weet wel dat wij alles toen hebben laten uitpluizen door het gerenommeerde advocatenkantoor Shearman & Sterling en dat zij ons er groen licht voor gaven. Wij gingen er van uit dat ceo Brankovic wist waar hij mee bezig was.

Dit was niet de eerste lening die u voor weinig geld kocht.

Grossman: Dat klopt, maar is FG Hemisphere daarom een aasgierfonds? Het lijkt nu alsof we ons specialiseren in het opkopen van niet betaalde leningen van probleemlanden, maar we doen veel meer dan dat: we hebben investeringen in Brazilië en adviseren investeerders in groeilanden. Ik begrijp dat sommigen ons aasgieren noemen, maar in het geval van Congo was het niet ons primaire doel om de hele claim binnen te halen. We kunnen ons rechtmatige geld niet in Congo opeisen, want de Congolese rechters sturen ons zonder twijfel met lege handen terug. Bijna overal ter wereld is de immuniteit van soevereine landen een heilig principe. De enige Congolese geldbedragen die we dus kunnen ‘recupereren’, zijn commerciële sommen: bedragen die het land gebruikt in commerciële transacties. We azen dus niet op geld voor onderwijs, gezondheid of ontwikkeling. Toen we de lening kochten, leefden we in de overtuiging dat Congo met de komst van Kabila snel stabiliteit zou vinden en dat we met hem afspraken zouden kunnen maken over eventueel een mijnconcessie en wat financiering door de Congolezen zelf. We zagen het als een mogelijkheid om er iets op te bouwen. Maar we hebben ondervonden dat er met de Congolezen niet te onderhandelen valt. In ons laatste voorstel vorig jaar wilden we hen 66% korting op de totale claim geven. Ze gingen akkoord en alles werd uitvoerig door juristen uitgevlooid en op papier gezet. Dat onderzoek kostte ons bijna 400.000 dollar aan advocatenhonoraria. Maar op het einde lieten de Congolese onderhandelaars ons stikken.

Waarom willen ze geen deals afronden?

Grossman: Ik heb daar mijn theorieën over die ik liever niet uitspreek. In 2008 kregen we te horen dat de Congolese minister van Financiën eindelijk bereid was om een deal te sluiten en ons daarvoor in Kinshasa wou ontmoeten. Op de officiële uitnodiging stond onderaan: ‘Advocaat voor FG Hemisphere is die en die.’ Ik had nog nooit van de man gehoord. Hij bleek een lokale advocaat te zijn die door de minister voor ons was aangesteld. De advocaat had een redelijke staat van dienst, dus wou ik wel in dat verhaal meestappen. Ik mailde hem dat ik bereid was het gangbare uurloon van 400 dollar te betalen. De man stuurde een mail terug: ‘Dat kan niet. Volgens onze lokale ethische regels moet ik 15% commissie krijgen voor de hele deal.’ Ik heb hem beleefd laten weten dat ik op zoek ging naar een andere advocaat. Ons bezoek aan Kinshasa werd meteen door de minister van Financiën afgeblazen.

Als de regering in Jersey begin volgend jaar de Britse Debt Relief Act invoert, zal u tevreden moeten zijn met hoogstens 18 miljoen dollar.

Grossman: Die kans bestaat. Maar het is helemaal niet zeker dat ze de Britse wet zullen kopiëren. Ik kan en mag niets zeggen over wat wij daarna zullen ondernemen. FG Hemisphere wordt nu afgeschilderd als een onethisch bedrijf. Volgens Jubilee Debt Campaign weigeren wij het arme Congo 82% schuldvermindering te geven en gaan we voor 0% schuldverlichting. Maar we procederen nu voor het totale bedrag omdat Congo geen faire regeling met ons wou treffen.

U kocht de schuld voor 3,3 miljoen en bent niet tevreden met 18 miljoen?

Grossman: Vergeet niet dat de aankoopprijs slechts het begin was van deze beproeving. Van in het begin hebben we geprobeerd een deal te sluiten. We hebben vervolgens juridische arbitrage gevraagd omdat we geen andere keuze hadden: als we daar te lang mee wachtten, konden we de hele claim verliezen. Maar ook die deals hebben de Congolezen laten schieten. Dus moesten we wel naar de rechtbank stappen en voor het hele bedrag gaan. Dit heeft ons al meer dan 20 miljoen dollar gekost en het originele bedrag dat we aan Energoinvest betaald hebben, is nog niet eens gerecupereerd. Als we 18 miljoen accepteren, scheuren we er onze broek aan. FG Hemisphere heeft altijd geweigerd om ‘commissies’ of smeergeld te betalen en dat is misschien wel dé reden waarom we geen akkoord hebben kunnen sluiten met de Congolezen.

 Krijgt België een anti-aasgierwet?

 In april 2007 maakte ook België kennis met het verschijnsel ‘aasgierfonds’, toen de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker (MR) bevestigde dat het aasgierfonds Kensington International beslag had laten leggen op 10,9 miljoen euro Belgisch ontwikkelingsgeld voor Congo-Brazzaville. Kensington International had jaren eerder voor 1,8 miljoen dollar schuld van Congo-Brazzaville opgekocht en vorderde 120 miljoen dollar van het ontwikkelingsland. “Die case was voor voormalig Open Vld senator Paul Wille aanleiding om een wetsvoorstel in te dienen dat het voor aasgierfondsen onmogelijk moest maken om via Belgische rechtbanken beslag te laten leggen op ontwikkelingsgeld”, zegt Pol Vandevoort, beleidsmedewerker Internationale Financiële Instellingen en Schulden bij 11.11.11. “De wet is in 2008 door het parlement goedgekeurd maar is zeer beperkt. Wij hebben niet zoiets als de Debt Relief Act. Het zou goed zijn als de Belgische aasgierwet aangepast zou worden aan het Britse voorbeeld. Nog beter is dat er op Europees vlak een richtlijn in de geest van de Debt Relief Act uitgeschreven wordt.”

Volgens kamerlid Dirk Van der Maelen (sp.a) is de kans niet gering dat de nieuwe regering Di Rupo werk zal maken van een anti-aasgierwet naar Brits model. “In het regeerakkoord is de mogelijkheid geschapen dat er aan de bestaande Belgische wet gesleuteld wordt”, zegt hij. “Er staat letterlijk: ‘Ze (de regering) zal actief de strijd aangaan met de aasgierfondsen op het internationale vlak.’ De discussie moet nog gevoerd worden, maar nu al is het duidelijk dat internationale maatregelen nog meer effect zullen hebben. Alleen zo kan belet worden dat aasgierfondsen een schuldherschikking of –kwijtschelding van een straatarm land teniet doen.”

© Jan Stevens