De oorlog om zwaar water

Adolf Hitler en zijn entourage droomden van een nucleaire bom waarmee ze de oorlog moeiteloos konden winnen. De sleutel tot die wonderbom lag in een waterstoffabriek in het Noorse bergplaatsje Vemork. Doorheen heel WO II trachtten de geallieerden die plannen te verhinderen. The heavy water war, de meest succesvolle Noorse tv-serie ooit, brengt die bewogen geschiedenis terug tot leven.

waterkrachtcentrale (2)

De nacht van 27 op 28 februari 1943.

In het Noorse plaatsje Vemork vriest het stenen uit de grond. Meters sneeuw bedekken de steile hellingen. Op de 75 meter lange robuuste smeedijzeren hangbrug naar de waterkrachtcentrale en de aanpalende waterstoffabriek van Norsk Hydro patrouilleren zwaarbewapende SS’ers. De waterkrachtcentrale is de grootste ter wereld. Ze wordt aangedreven door de 104 meter hoge waterval Rjukanfossen en zorgt voor elektriciteit voor de waterstof- en kunstmestfabrieken van Norsk Hydro in Vemork en in Rjukan, een industriestadje verderop in de vallei. De helling rond de waterkrachtcentrale en de fabriek ligt bezaaid met mijnen. Alleen de spoorweg naar Rjukan is mijnenvrij, want langs hier worden niet alleen containers waterstof, maar ook vaten met het magische bijproduct ‘zwaar water’ naar het stationnetje van Mæl getransporteerd. Van daaruit varen veerboten met de wagons met hun chemische lading aan boord over het meer naar Tinnoset, vanwaar de zwaar watertreinen onder escorte van de SS verder sporen richting Duitsland, naar de gebouwen van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik (KWI) in Berlijn. Daar werken geleerde koppen onder leiding van Nobelprijswinnaar Werner Heisenberg naarstig aan de ontwikkeling van een nieuwe superkrachtbron: nucleaire energie. Heisenberg is ervan overtuigd dat zwaar water onmisbaar is voor de opwekking van kernenergie. De enige fabriek ter wereld waar zwaar water geproduceerd wordt, is die van Norsk Hydro in Vemork. Adolf Hitler en zijn entourage dromen van een compacte nucleaire bom waarmee ze een stad als Londen integraal in as kunnen leggen. De ontwikkeling van kernenergie heeft daarom absolute voorrang.

Zes gewapende mannen sluipen in de duisternis langs de spoorweg naar de waterstoffabriek. Ze dragen een Brits uniform. De eerste twee stellen zich verdekt op, de vinger aan de trekker. De vier anderen dringen het gebouw binnen. Een van hen is de 23-jarige Joachim Rønneberg. Na de invasie van de Duitsers op 9 april 1940 vluchtte hij weg uit Noorwegen en kwam via Zweden in Londen terecht. Daar werd hij door zijn landgenoot Leif Tronstad gerekruteerd om mee te werken aan een geheime operatie. Tronstad is een professor scheikunde die voor de oorlog pionierswerk verrichtte in het onderzoek naar zwaar water. In opdracht van Norsk Hydro verbouwde hij halverwege de jaren dertig de waterstoffabriek met het oog op een maximale productie van zwaar water. Waar dat in 1931 ontdekte product precies voor moest dienen, wist op dat moment niemand, maar het vermoeden was groot dat het bruikbaar kon zijn in de strijd tegen kanker, waardoor het op termijn een potentiële goudmijn leek. Ook Tronstad vluchtte na de inval van de nazi’s weg uit Noorwegen. Nu leidt en coördineert hij vanuit de kantoren van de Special Operations Executive (SOE) in Londen het verzet in zijn thuisland.

Joachim Rønneberg heeft de leiding over de sabotageactie in Vemork. Zijn team heeft talloze malen geoefend in een nagebouwde fabriek in Glasgow. De waterstoffabriek is zeven verdiepingen hoog. In de kelder staan 18 cilinders met zwaar water. Een Noorse bewaker zit er in het halfduister een logboek bij te werken. Hij heeft geen zin om als martelaar voor de nazi’s te sterven en geeft zich meteen over. Rønneberg en zijn makkers hebben staven dynamiet meegebracht. Ze steken de lonten aan en verdwijnen langs waar ze gekomen zijn. Een halve minuut later vliegen de cilinders de lucht in. 500 kilogram gebruiksklaar zwaar water vloeit weg; een vitaal deel van het productieapparaat is vernield. De zes saboteurs vluchten op ski’s weg. 2.800 Duitse soldaten zetten bij het krieken van de dag de achtervolging in. Twee weken en vierhonderd kilometers later bereiken Joachim Rønneberg en zijn mannen het veilige neutrale Zweden. Operatie ‘Gunnerside’ zal de geschiedenis ingaan als de meest succesvolle sabotagedaad uit WO II.

waterkrachtcentrale (4)

Zaterdag, 11 april 2015.

De inwoners van Rjukan paraderen verkleed door de straten van hun stad. Na een half jaar winterse duisternis in de schaduw van de Noorse bergen, vieren ze met een verlate carnavalsstoet de terugkeer van de zon. Maar voorlopig geeft die zon verstek en in het hoger gelegen Vemork lijkt de winter nog lang niet voorbij. De sneeuw rond de waterkrachtcentrale ligt een halve meter hoog en af en toe dwarrelen er vlokken uit de grijze lucht naar beneden. De berghelling waarop de imposante centrale ligt, is steil en het is bijna niet te geloven dat hier 72 jaar geleden zes bewapende mannen vanuit de 200 meter diepe ravijn ongezien omhoog klauterden. Van de zes saboteurs van toen, is nu alleen nog Joachim Rønneberg in leven. Als alles goed gaat, viert hij in augustus zijn 97e verjaardag.

De waterstoffabriek is verdwenen, maar de in 1911 gebouwde waterkrachtcentrale staat er nog in volle glorie. Alleen wordt er sinds 1971 geen elektriciteit meer geproduceerd en is hij herschapen in een museum over de Noorse industrie. Een paar zalen zijn voorbehouden aan een interactieve tentoonstelling over de oorlog om zwaar water. In de inkomsthal staat prominent een display met daarin stapels dvd’s van The heavy water war. Die televisiereeks liep vanaf 4 januari zes zondagen lang op de Noorse openbare omroep en was van bij aflevering 1 de grootste kijkcijferhit ooit in Noorwegen.

john jacobsen (2)‘Dertig procent van de Noren volgde de serie’, zegt producent John Jacobsen. In 1956 produceerde hij zijn eerste film, vandaag geldt de 70-jarige Jacobson als boegbeeld van de moderne Noorse cinema. ‘In de jaren zestig keek de hele familie elke zondagavond samen naar hetzelfde programma op tv, mama, papa en de kinderen. The heavy water war katapulteerde de moderne Noorse gezinnen terug naar die gouden tijd. De eerste aflevering werd bekeken door 1,2 miljoen kijkers, de laatste door 1,4 miljoen. Daarnaast keken nog eens 500.000 mensen uitgesteld. In totaal hebben dus bijna 2 miljoen Noren The heavy water war gezien, en we zijn maar met 4,5 miljoen.’

Het succes van de serie heeft ongetwijfeld te maken met de knappe acteerprestaties, de adembenemende Noorse winterse landschappen, de uitmuntende fotografie en het spannende verhaal, maar ook met de intrigerende hoofdpersonages Leif Tronstad, vertolkt door de Noorse acteur Espen Klouman Høiner, en Werner Heisenberg, vertolkt door de Duitser Christoph Bach.

Uraniumclub

De Amerikaanse fysicus Harold Urey stootte in 1931 bij toeval op zwaar water of dideuteriumoxide. Hij stelde vast dat water dat was blijven staan in elektrolysecellen veel meer zware waterstofisotopen bevatte dan gewoon water. Het smaakte naar gewoon water, maar het vriespunt lag op 4 en het kookpunt op 101 graden. De waterstoffabriek van Norsk Hydro produceerde vanaf 1934 zwaar water als bijproduct van de productie van waterstof door elektrolyse. Het waterstof diende als basisproduct voor de winning van ammoniak die in de kunstmestfabriek van Rjukan omgezet werd in salpeterzuur. Onder leiding van chemicus Leif Tronstad werd de zwaar waterproductie verfijnd en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was de fabriek van Vemork de enige ter wereld die zwaar water op industriële basis vervaardigde.

Rond de kerst van 1938 had de Duitse chemicus Otto Hahn aan het KIW in Berlijn ook bij toeval kernsplijting ontdekt. Tijdens een aantal experimenten stelde hij vast dat er bij de splijting van één uraniumkern een kettingreactie op gang leek te komen die een gigantische hoeveelheid energie kon opwekken. In de zomer van 1939 richtten de nazi’s de ‘Uraniumclub’ op, een organisatie van wetenschappers die onderzoek moest voeren naar de ontwikkeling en exploitatie van die nieuwe nucleaire energie. Op 16 september 1939 kwam de club voor het eerst bijeen. Een van de deelnemers was Werner Heisenberg, de in 1932 met de Nobelprijs fysica onderscheiden grondlegger van de kwantummechanica. Heisenberg nam snel de touwtjes in handen. Om een kernreactor te kunnen bouwen, had hij niet alleen uranium nodig maar ook een stof die de kettingreactie na de splijting van de kern afremde waardoor ze langer bleef voortduren. Twee stoffen kwamen daarvoor in aanmerking: grafiet en zwaar water. Heisenbergs collega Walter Bothe was na een paar experimenten tot de conclusie gekomen dat grafiet ongeschikt was. Dus kozen de Duitsers voor zwaar water en viel hun oog als vanzelf op de waterstoffabriek in het door hen bezette Noorwegen. Veel later bleek dat het door Bothe geteste grafiet onzuiver was. De Amerikanen gokten voor de bouw van hun kernreactor en hun atoombommen op puur grafiet, een keuze die hen geen windeieren zou leggen.

Operatie sabotage

Van bij de start van WO II wilden de geallieerden koste wat het kost vermijden dat Hitler een atoombom zou bouwen. De waterstoffabriek in Vemork werd dan ook een van hun belangrijkste doelwitten. Vanuit de SEO-kantoren in Londen coördineerde Leif Tronstad de verschillende pogingen tot sabotage van de zwaar waterproductie. In oktober 1942 ging ‘Operatie Grouse’ van start: vier Noorse verkenners werden in de bergen gedropt. Een maand later resulteerde hun verkenningswerk in de desastreuze ‘Operatie Freshman’. Britse commando’s trachtten met zweefvliegtuigen in de buurt van de fabriek te geraken, maar de vliegtuigen crashten in een sneeuwstorm, de overlevende bemanningsleden werden door de Duitsers gevangengenomen en op bevel van Hitler geëxecuteerd. Drie maanden later volgde dan de succesvolle ‘Operatie Gunnerside’ die de productie van zwaar water tijdelijk stillegde. In april 1943 hadden de Duitsers de schade aan de fabriek hersteld, waarna de Amerikaanse luchtmacht tegen de zin van de Noren en de Britten besloot om over te gaan tot het zwaardere werk. In de nachten van 16 en 18 november 1943 dropten ze meer dan 700 bommen op Vemork en de vallei van Rjukan, waarvan er 600 doel misten. De fabriek raakte beschadigd en de Duitsers besloten de resterende zwaar watervoorraad naar Duitsland te transporteren. Op 20 februari 1944 werd de veerboot Hydro met aan boord treinwagons met vaten zwaar water door het Noorse verzet opgeblazen. Veertien onschuldige burgers lieten daarbij het leven.

Mæl

Mæl Stasjon

Aan het stationnetje van Mæl ligt de met treinwagons geladen veerboot Storegut klaar om net als zijn evenbeeld Hydro indertijd de oversteek naar Tinnoset te wagen. Maar echt varen over het idyllische meer Tinnsjø zal de Storegut nooit meer doen, want anno 2015 is Mæl Stasjon een beschermd monument. Tien jaar geleden begon bij John Jacobsen op deze plek het idee te rijpen om een tv-serie over de oorlog om zwaar water te maken. ‘Ik heb toen eerst de oude Noorse film bekeken die in 1948 gemaakt was. Nogal wat saboteurs van de ‘Operatie Gunnerside’ speelden daarin zichzelf. De film lijkt daardoor een documentaire uit 1943, terwijl het in werkelijkheid fictie is. Sommige historici beweren nu dat onze serie niet helemaal waarheidsgetrouw is. The heavy water war is wél waar, alleen hebben wij geen drie jaar tijd om alles in real time van naaldje tot draadje te vertellen. Natuurlijk hebben we de feiten gedramatiseerd; aan de gebeurtenissen zelf is geen jota gewijzigd.’

Petter Rosenlund (3)Toneel- en filmauteur Petter Rosenlund (48) werkte vier jaar aan het scenario voor de reeks. ‘De Tweede Wereldoorlog was bepalend voor de Noorse identiteit’, zegt hij. ‘In 1935 kwamen de socialisten van de Arbeiderpartiet aan de macht. Daarvoor hadden de conservatieven jarenlang de maatschappij beheerd en beheerst. Toen de Duitsers op 9 april 1940 Noorwegen binnenvielen en het land bezetten, nam de linkse regering de benen naar Londen. Van daaruit leidde ze in nauwe samenwerking met de SOE het verzet. Na de oorlog keerden de socialistische politici terug. Hun rol in het aansturen van het verzet gaf hen morele superioriteit. Tot 1965 waren ze onafgebroken aan de macht en in die periode voerden ze de principes van solidariteit in waarop onze welvaartstaat gebouwd is.’

Het verhaal van de oorlog om zwaar water behoort tot het Noors collectief bewustzijn. ‘Maar tot de start van onze serie hadden de meeste Noren nog nooit van Leif Tronstad gehoord’, zegt Rosenlund. ‘Net als elke Noor kende ook ik de verschillende sabotagepogingen van de zwaar waterfabriek. Toen ik aan het scenario begon te werken, vond ik eerst geen hoofdpersonage van vlees en bloed dat betrokken was bij alle operaties, tot ik op het spoor kwam van Tronstad.’

Leif Tronstad

Petter Rosenlund maakte met zijn scenario Leif Tronstad postuum beroemd. ‘De voornaamste reden waarom Tronstad vergeten was, is dat hij vlak voor het einde van de oorlog op een tragische manier aan zijn einde kwam. Na de Duitse invasie nam hij afscheid van zijn vrouw en twee kinderen in de overtuiging dat hij snel terug thuis zou zijn. Maar de Britten vroegen hem in Londen te blijven. Vlak na zijn vlucht vielen de Duitsers zijn huis in Trondheim binnen. Zijn gezin trok in bij zijn moeder in Bærum, een gemeente vlakbij Oslo. De rest van de oorlog hielden de Duitsers hen in de gaten. Tronstad schreef gecodeerde brieven die via Zweden tot bij zijn vrouw Edla gesmokkeld werden. Vrienden hielpen haar te overleven. In oktober 1944 werd Tronstad niet ver van Rjukan met een parachute in de bergen gedropt. Van daaruit moest hij het Noorse verzet tot het nakende einde van de oorlog verder coördineren. Een half jaar later, op 11 maart 1945, werd hij door een Noorse nazi-collaborateur doodgeschoten. Hij was net geen 42. Zijn vrouw en kinderen heeft hij nooit weergezien.’

Toen acteur Espen Klouman Høiner (33) voor de rol van Leif Tronstad gevraagd werd, had ook hij geen idee wie die professor chemie was. ‘Ik kende het verhaal van de zwaar wateroorlog, maar van Tronstad had ik nog nooit gehoord. Ik heb veel gesprekken gevoerd met Leif Tronstad jr. Hij was vier toen zijn vader naar Londen verdween en heeft amper herinneringen aan hem. Maar hij verzamelde onvoorstelbaar veel documentatie over zijn vader en heeft ook zijn dagboek in zijn bezit. Tronstad sr. schreef daar elke dag in, over zowat alles wat hij meemaakte. Hij beschreef de planning van de verschillende operaties, hoe het met het moraal van de jongens gesteld was, en hij schreef ook over zijn frustraties. De samenwerking met de geallieerden verliep niet altijd naar wens. Vooral met de Amerikanen lag hij vaak in de clinch. Het bijna karikaturale gedrag van de Amerikaanse officier in de reeks is authentiek. De Amerikanen trokken zich weinig aan van de Noorse belangen en bombardeerden de vallei van Rjukan zonder zich om de burgerslachtoffers te bekommeren.’

Espen Klouman høiner (4)Klouman Høiners grootvader zat ook in het verzet. ‘Net als Leif Tronstad was hij gestationeerd in Londen. Ik weet ondertussen dat ze elkaar ontmoet hebben. Mijn opa werd gedropt in Noorwegen met wapens en apparatuur voor het verzet. Acht jaar geleden is hij gestorven en ik heb veel spijt dat ik niet meer met hem over zijn oorlogsjaren gesproken heb. Hij zweeg er liever over en beschouwde het als een afgesloten hoofdstuk. Tijdens de voorbereiding voor The heavy water war ontdekte ik dat opa in de ultrageheime verzetsorganisatie XU zat, die belast was met top secret-sabotage. Vijftig jaar lang mocht hij met niemand over zijn verzetswerk praten, zelfs niet met vrouw en kinderen. Mijn moeder kende haar vader als een gedecoreerde verzetsheld, maar over de operaties waaraan hij deelnam, wist ze niets.’

Werner Heisenberg

Regisseur Per-Olav Sørensen (51) vindt Werner Heisenberg het meest intrigerende personage uit The heavy water war. ‘Sommige biografen catalogeren hem als nazi, andere zien hem als een verzetsheld die het nucleaire onderzoek probeerde te vertragen. In de laatste aflevering zit een scène waarin hij foto’s onder ogen krijgt van experimenten op Joodse gevangenen. Zijn baas bij het KIW Kurt Diebner wist drommels goed wat er gaande was, en het kan niet anders dat ook Heisenberg de nazigruwel kende, al heeft hij dat nooit toegegeven. We hebben de archieven van het Kaiser Wilhelm Institut ondersteboven gehaald en hebben niets aan de verbeelding overlatende documenten over de wetenschappelijke proeven met radioactief materiaal op Joodse gevangenen gevonden. Het is onmogelijk dat Werner Heisenberg daar niets van wist. Hij zat middenin de machinerie en toch bleef hij zijn leven lang staalhard ontkennen.’

Volgens John Jacobsen vinden de meest Duitsers Heisenberg nog steeds een verzetsheld. ‘Ze zijn bloednerveus over de manier waarop wij hem geportretteerd hebben en durven de reeks niet vertonen. Na de oorlog kreeg Heisenberg van de geallieerden een privérechtszaak. Hij werd ‘clean’ verklaard omdat ze hem nodig hadden. Eind jaren dertig vonden de nazi’s Heisenberg onbetrouwbaar en lieten ze hem ontslaan aan de universiteit. Zijn moeder was een vriendin van Himmler en zij ging voor haar zoon pleiten, waardoor hij opnieuw aangenomen werd. Op dat moment besloot Werner Heisenberg heel bewust om met de nazi’s samen te werken.’

Scenarist Petter Rosenlund ziet Werner Heisenberg als een twintigste-eeuwse versie van Faust. ‘Hij zat gevangen in een keuze tussen blijven of weggaan, tussen zijn ziel verkopen aan de duivel of wegvluchten uit Duitsland. Hij maakte een duidelijke keuze en bleef. Niet alleen omdat hij gek van wetenschap was, maar ook omdat hij van Duitsland hield en wou dat zijn kinderen er opgroeiden. Veel van zijn naaste collega’s werden door de nazi’s gearresteerd en afgevoerd. Joodse geleerden waarmee hij bevriend was, werden vermoord. Hij had kunnen weggaan, veel collega’s hebben dat ook gedaan, denk maar aan zijn vriend Niels Bohr. Heisenberg reisde trouwens veel. Net voor de oorlog was hij nog in Engeland. Hij had kansen in overvloed om Hitler de rug toe te keren.’

Mæl (1)

Dilemma

In The heavy water war worden mensen voortdurend gedwongen tot het maken van hartverscheurende keuzes. ‘Ik had deze reeks nooit willen regisseren als het alleen maar over mooie beelden en actie ging en niet over die morele dilemma’s’, zegt Per-Olav Sørensen. ‘Tronstad maakte een keuze uit idealisme en Heisenberg uit liefde voor de wetenschap. De directeur van Norsk Hydro was dan weer een regelrechte opportunist. In de reeks heeft hij de fictieve naam Bjørn Henriksen, in werkelijkheid heette hij Bjarne Eriksen. Tijdens de oorlog leidde hij de fabriek voor de nazi’s. Toen de grond te heet onder zijn voeten werd, liet hij zich door de Duitsers arresteren en werd hij overgebracht naar een Poolse gevangenis. Hij kwam terug naar Noorwegen in een Engels uniform. In het begin van de oorlog gaf hij geld aan de nazi’s en aan het einde van de oorlog gaf hij geld aan de Noorse regering. Na de oorlog bleef hij jarenlang de grote baas van Norsk Hydro.’

Producent John Jacobsen weet zelf niet welke keuze hij als twintigjarige in april 1940 gemaakt zou hebben. ‘Er hangt zoveel af van de omstandigheden waarin je je op zo’n moment bevindt. In de laatste jaren van zijn leven bekende de Zweedse regisseur Ingmar Bergman dat hij in de jaren veertig lid geweest was van de Zweedse nazipartij. Voor mij was dat een schok. Sinds jaar en dag woedt hier de discussie over de collaboratie. ‘Grootvader werkte dan wel mee met de Duitsers, maar in werkelijkheid waren zijn beweegredenen nobel.’ De familie-eer moét gered worden, terwijl sommige collaborateurs door en door slechte mensen waren. 75 jaar na de start van WO II zijn de archieven nu opengegaan en dat zorgt voor verrassingen. Een journalist publiceerde recent een boek met daarin alle namen van de Noren die voor de nazi’s gewerkt hebben, inclusief alles wat ze uitgespookt hebben. Nogal wat mensen protesteren daartegen. ‘Hoe moet het nu met de families? Wat met die arme kleinkinderen?’ Ik vind niet dat we de namen van collaborateurs verborgen moeten houden. Alleen door open kaart te spelen, kunnen we leren uit de fouten van ons verleden.’

Tekst: © Jan Stevens

Foto’s: © Veerle Van Hoey

Advertenties

De verborgen geschiedenis van de VW Kever

Adolf Hitler pikte het ontwerp voor de legendarische Volkswagen Kever van de Joodse ingenieur Josef Ganz en zag er vervolgens op toe dat Ganz door iedereen vergeten werd. Met zijn boek Het geheim van Hitlers Volkswagen zorgt de Nederlandse journalist Paul Schilperoord voor eerherstel.

 

‘De auto voor het gewone volk.’ Zo propageerde Adolf Hitler “zijn” Volkswagen Kever. De Führer ging er prat op dat hij zelf de originele ontwerpen voor het nieuwe revolutionaire autootje getekend had. In 1934 krabbelde hij de ruwe schetsen op een meeting met de Duits-Oostenrijkse autobouwer Ferdinand Porsche in het Berlijnse Hotel Kaisershof in een paar minuten op papier. Hij vertelde er niet bij dat hij zijn mosterd voor het vernieuwende concept van de kleine gezinsauto gehaald had bij de Joodse ingenieur Josef Ganz. Nadat Hitler aan Porsche de opdracht gegeven had om de Volkswagen verder te ontwikkelen, mocht geen enkele Duitse krant of tijdschrift nog de naam van de oorspronkelijke bedenker vermelden. Ganz vluchtte naar Zwitserland, emigreerde later naar Australië en verdween in de plooien van de geschiedenis.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de door Ferdinand Porsche ‘ontworpen’ Kever met 21,5 miljoen exemplaren uit tot de meest verkochte auto aller tijden. ‘Al van kinds af aan ben ik een fan van die auto’, zegt de Nederlandse industrieel ontwerper en wetenschapsjournalist Paul Schilperoord. ‘Van Josef Ganz had ik nog nooit gehoord, tot ik in 2004 in een oud nummer van het Amerikaanse autotijdschrift Automobile Quarterly zijn naam tegenkwam. Ik las dat die Joodse ingenieur veel jaren voor Porsche al een Volkswagen Kever ontwikkeld had met de typische eigenschappen die dat autootje zo vooruitstrevend maakten, zoals de motor achterin, het ruggengraatchassis, de pendelassen en de gestroomlijnde vorm. Dat een Jood aan de basis lag van het meest succesvolle naziproject, de Duitse Volkswagen, vond ik zo fascinerend dat ik besloot op onderzoek uit te trekken.’

Die zoektocht resulteerde in het boek Het geheim van Hitlers Volkswagen, waarin Josef Ganz bijna een halve eeuw na zijn dood de erkenning krijgt die hij volgens Schilperoord verdient.

 

Volgens de officiële geschiedschrijving kreeg niet Josef Ganz maar wel Ferdinand Porsche in 1934 de opdracht van de kersverse Duitse rijkskanselier Adolf Hitler om een wagen voor het volk te ontwerpen.

Paul Schilperoord: ‘Dat klopt ook: de Kever zoals wij hem nu kennen, is ontwikkeld door Porsche en zijn team. Alleen komt het oorspronkelijke concept niet uit de koker van Porsche, maar is het bedacht door die Joodse ingenieur-journalist Josef Ganz. Als hoofdredacteur van het autovakblad Motor-Kritik voerde hij al van eind jaren twintig, begin jaren dertig heel wat propaganda voor zijn geesteskind. Ganz is uit de geschiedenisboeken verdwenen en in de plaats daarvan zijn we gaan geloven dat de Kever het resultaat is van de droom van Adolf Hitler dat elke Duits gezin in een Volkswagentje van duizend mark over de Autobahn moest kunnen rijden. Josef Ganz verkondigde exact hetzelfde verhaal al een jaar of tien voor Hitler aan de macht kwam.’

 

Wat voor een man was die Josef Ganz?

Schilperoord: ‘Hij is geboren in 1898 in Boedapest, stamde uit een Duits-Joodse familie maar was zelf seculier. Zijn vader werkte in Hongarije als correspondent voor de Frankfurter Zeitung. Later verhuisde het gezin naar Wenen en begin jaren twintig startte Ganz zijn ingenieursstudies aan de Technische Hochschule van het Duitse Darmstadt. Hij was progressief voor zijn tijd, zo had hij als Joodse man een ongetrouwde relatie met de rooms-katholieke Madeleine Pacqué. Maar hij was ook zijn tijd ver vooruit in de manier waarop hij over de toekomst van de automobiel nadacht.’

 

De automobielindustrie stond nog in haar kinderschoenen?

Schilperoord: ‘Die industrie was toen al vrij groot. Alleen werden er auto’s geassembleerd die in de ogen van Josef Ganz compleet achterhaald waren. De constructeurs bouwden een soort van veredelde koetsen die te hoog op hun wielen stonden met een veel te hoog zwaartepunt als gevolg. De motor lag voorin en dreef via een veel te lange inefficiënte as de achterwielen aan. De auto’s waren allesbehalve gestroomlijnd, integendeel, het waren lompe vierkante bakken die veel wind vingen. Ganz schreef in zijn tijdschrift artikels waarin hij tegen het conservatisme van de automobielbouwers tekeer ging. Volgens hem maakte de techniek van die tijd het mogelijk om betere auto’s te produceren. “Waarom gebeurt dat niet?” vroeg hij zich af. Hij schreef onder andere over het stroomlijnen van auto’s, het verlagen van het zwaartepunt en het verleggen van de motor naar achter. Allemaal revolutionaire ingrepen.’

 

Hij was tezelfdertijd ook pleitbezorger om van de auto een massaproduct te maken?

Schilperoord: ‘Ja, maar in de eerste plaats wilde hij dat de auto van de zeer nabije toekomst volgens zijn nieuwe technische inzichten gebouwd werd. Een van de speerpunten van zijn tijdschrift Motor-Kritik was het stimuleren van de ontwikkeling van de Duitse Volkswagen. Hij brak een lans voor de massaproductie van een kleine auto die meteen ook zeer innovatief moest zijn. De term ‘Volkswagen’ had Ganz niet zelf bedacht, maar was wel zeer actueel in die tijd. De bijnaam Kever is oorspronkelijk wel door hem gelanceerd. In 1931 bouwde hij eigenhandig het prototype van zijn Maikäfer, de meikever, waar ikzelf vijf jaar geleden een rondje over het circuit van Zandvoort mee gereden heb. Hij doopte de auto Maikäfer omdat hij in mei, in de maand van de meikever, klaar was.’

 

Hoe kreeg Ferdinand Porsche de plannen van Josef Ganz in handen?

Schilperoord: ‘Ganz was een onafhankelijke ingenieur en heeft nooit rechtstreeks voor Porsche gewerkt. Hij had wel contracten met Mercedes en BMW. Hij was wat we nu een technisch consultant zouden noemen. Zo hielp hij bij Mercedes aan het ontwerp en de bouw van de eerste auto met onafhankelijke wielophanging, wat een enorme revolutie voor dat merk betekende. Josef Ganz en Ferdinand Porsche hadden elkaar wel verschillende keren ontmoet. Porsche kreeg in september 1931 opdracht van motorfietsenfabrikant Zündapp om een soort auto zoals de Maikäfer te gaan ontwikkelen. Ganz had met zijn prototype aangetoond dat het mogelijk was om een kleine, lichtgewicht auto te bouwen die als een blok op de weg lag. Een autootje met zowel de motor achterin als met een ruggengraatchassis, een in het midden geplaatste stevige balk met dwarsbalken waarop de carrosserie is bevestigd, was uniek en nooit eerder gezien. Veel fabrikanten waren dan ook geïnteresseerd om auto’s zoals de Maikäfer te gaan bouwen. Zündapp ging daarvoor in zee met Ferdinand Porsche. Alvorens hij Keverachtige ontwerpen voor Zündapp begon te maken, ging Porsche eerst samen met zijn teamgenoten proefrijden met de originele Maikäfer van Ganz.’

 

Had Josef Ganz zijn prototype laten patenteren?

Schilperoord: ‘Hij had verschillende patenten genomen op onderdelen van zijn Volkswagen-ontwerp, zoals op de motorophanging, het chassis en op de stroomlijnvorm. Hij was echt een visionair ontwerper en had in zijn tijd bij verschillende autobedrijven invloed op hoe hun nieuwe modellen er moesten uitzien.’

 

Hoe stond hij tegenover de nazibeweging?

Schilperoord: ‘Een neef van Ganz’ vriendin leeft nog en heeft in de jaren dertig een tijd bij Josef Ganz gewoond. Volgens hem was Ganz apolitiek. Het valt wel op dat hij in verschillende nummers van Motor-Kritik uit 1933 nogal lovend over de pas aan de macht gekomen nazi’s schrijft. Hij heeft het dan wel uitsluitend over hoe ze tegenover de auto stonden. Ganz was blij dat de nieuwe regering duidelijk stelling genomen had dat ze Duitsland wilde motoriseren. In de eerste twee weken na de machtsovername door Hitler werd een wet ingevoerd dat een kleine auto met vier wielen met een motorfietsrijbewijs bestuurd mocht worden. Tot dan mocht je met dat rijbewijs alleen achter het stuur van een auto met drie wielen plaatsnemen. Ganz was zeer verguld met Hitlers maatregel, want hij had daar jaren lang in zijn tijdschrift voor gepleit. De Führer wou ook in sneltreinvaart snelwegen aanleggen. Dat klonk als muziek in Ganz’ oren.’

 

Waarom werd Josef Ganz in mei van datzelfde jaar 1933 door de Gestapo gearresteerd?

Schilperoord: ‘Door zijn kritische artikels had hij nogal wat vijanden gekregen onder de meerderheid van conservatieve autofabrikanten. Sommigen hadden zelfs geprobeerd om het ontwerp voor zijn Maikäfer te stelen en om de bouw van zijn prototype te saboteren. Hij werd door de Gestapo gearresteerd op beschuldiging van afpersing van de Duitse auto-industrie. Drie jaar eerder zou hij geprobeerd hebben Daimler-Benz geld af te troggelen. Die beschuldiging was nergens op gebaseerd, maar bleek een afrekening te zijn van een oud-medewerker van Motor-Kritik waarmee hij het aan de stok gekregen had. Die man had het tot Gestapo-agent geschopt en probeerde zo in opdracht van autofabrikant Tatra beslag te laten leggen op Ganz Volkswagen-ontwerp en -patenten. Ganz’ Joodse afkomst speelde hem toen ook parten en hij werd opgevoerd als een voorbeeld van een Joods complotteur tegen het Derde Rijk. Een maand na zijn arrestatie werd hij weer vrijgelaten. Later dat jaar werd de aanklacht tegen hem ingetrokken.’

 

In juni 1934 verliet hij Duitsland, een paar maanden nadat Hitler de opdracht aan Porsche gegeven had voor de bouw van de Volkswagen. Werd de grond toen echt te heet onder zijn voeten?

Schilperoord: ‘Eigenlijk heeft hij ontzettend veel geluk gehad. Zijn arrestatie betekende het einde van zijn carrière in Duitsland. Hij moest zijn hoofdredacteurschap opgeven en werd onder druk van de Gestapo ontslagen bij Mercedes, BMW en bij al die andere bedrijven waar hij voor werkte. In maart ’34 kreeg Porsche de opdracht van de nazi’s om de Volkswagen te gaan bouwen. Op exact hetzelfde moment werd Josef Ganz monddood gemaakt. Hij kreeg een publicatieverbod en de Duitse media mochten zijn naam niet meer noemen. In juni vertrok hij samen met zijn vriendin op vakantie naar Zwitserland. 30 juni begon de Nacht van de Lange Messen waarin de hele top van de SA door de rivaliserende SS geliquideerd werd. Van de chaos werd handig gebruik gemaakt om meteen ook opposanten van het regime en dissidenten te arresteren en af te voeren. Ze stonden toen ook voor de deur van Ganz. Vrienden waarschuwden hem dat hij best niet meer naar Duitsland terugkeerde. Hij is nog één keer illegaal naar zijn thuisstad Frankfurt terug gekeerd om er zijn archief te redden.”

 

In Zwitserland bouwde hij halverwege de jaren dertig met hulp van de regering een autootje dat als twee druppels water op de Volkswagen Kever leek.

Schilperoord: ‘Ganz deed op hetzelfde moment exact hetzelfde wat Porsche in Duitsland aan het doen was: met geld van de overheid een auto voor het volk ontwikkelen. In ’39 was de Volkswagen van Porsche klaar. Door de oorlog raakte de massaproductie niet van de grond. De Zwitserse Volkswagen van Ganz was ook klaar voor productie maar er zijn uiteindelijk niet meer dan een veertigtal stuks van gebouwd. Vandaag bestaan daar nog twee exemplaren van waarvan er nu één in het Louwman Museum in Den Haag te bewonderen is.

Ferdinand Porsche kreeg veel meer staatssteun dan Josef Ganz. Hitler wou een volwaardige auto met vier zitplaatsen voor amper duizend mark, wat in werkelijkheid totaal onmogelijk was. Uiteindelijk is er van de eerste Volkswagen Kever vlak voor de Tweede Wereldoorlog maar een heel kleine productie gebouwd. Na de oorlog kwam de echte massaproductie op gang en werd de auto plots vier keer zo duur. Dat was de reële prijs voor de Volkswagen, maar niemand van het volk kon die ophoesten. Het duurde tot de economische boom van de jaren vijftig en zestig voor gewone mensen een Volkswagen Kever konden kopen.’

 

Was de naam ‘Volkswagen’ na de oorlog niet besmet?

Schilperoord: ‘Die naam is veel ouder dan het naziregime, volgens sommige bronnen werd er rond 1904 al over ‘Volkswagen’ gesproken. De nazi’s noemden de auto eind jaren dertig een KdF-Wagen, waarbij KdF stond voor ‘Kraft durch Freude’.’

 

Hoe komt het dat de naam van Josef Ganz als oorspronkelijke ontwerper van de Kever ook na WO II uit de geschiedenisboeken bleef?

Schilperoord: ‘Vanaf het publicatieverbod in maart 1934 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog werd zijn naam in Duitsland nergens meer vermeld. Na de oorlog verschenen er af en toe wel artikels van collega’s van hem waarin ze hem probeerden te rehabiliteren. Ze beschreven hoe de geschiedenis van de Volkswagen echt was verlopen, maar de tijden waren drastisch veranderd. Grote delen van Europa lagen in puin en de mensen waren vooral bezig met de wederopbouw. Josef Ganz was ondertussen geëmigreerd naar Australië waar hij voor onder andere General Motors werkte. Hij koesterde in de jaren zestig wel plannen om zijn memoires te schrijven, maar heel ver is hij niet geraakt, want hij begon te sukkelen met zijn gezondheid en stierf in juli 1967.’

 

Was hij verbitterd op het einde van zijn leven?

Schilperoord: ‘Hij had het zeker lastig met het gebrek aan erkenning. Hij wou geen geld, maar hij was zich zeer goed bewust van de belangrijke rol die hij in Duitsland gespeeld had in de ontwikkeling van een echte auto voor het volk. Ik heb brieven teruggevonden waaruit blijkt dat de Duitse overheid hem die erkenning ook wou geven. In oktober 1965 nam de West-Duitse ambassade in Australië contact op met de Australische overheid: ze wilden Josef Ganz onderscheiden met het Bundesverdienstkreuz, een hele hoge onderscheiding. Als motivatie gaven ze op: “Het is in zijn capaciteit van hoofdredacteur van het tijdschrift Motor-Kritik in de periode 1928-1934 dat de heer Ganz grote belangstelling had voor de ontwikkeling van een Duitse Volkswagen en hij heeft, samen met andere ingenieurs zoals professor Porsche, een belangrijke bijdrage geleverd aan de realisatie van dit project. Door bovendien het idee voor het gebruik van achterin geplaatste motoren, ruggengraatchassis en pendelassen te promoten, heeft hij de Duitse auto-industrie buitengewoon vooruit geholpen.” Om dat Bundesverdienstkreuz aan Ganz te kunnen overhandigen, moest de Duitse ambassade eerst officiële toestemming vragen aan de Australische overheid. Maar de Australische wetgeving stond buitenlandse onderscheidingen alleen toe voor verdiensten die dateerden van niet langer dan vijf jaar voor het indienen van de aanvraag. “De heer Ganz lijkt niet in aanmerking te komen om deze onderscheiding te accepteren en te dragen”, reageerde het departement van de Australische premier. “Want hij heeft sinds 1934 geen diensten meer verleend aan de Duitse auto-industrie.”’

 

Heeft Volkswagen ooit contact gezocht met Ganz?

Schilperoord: ‘Vandaag staat Volkswagen nogal huiverig tegenover de figuur Josef Ganz, maar begin jaren zestig zocht de toenmalige Volkswagendirecteur Heinrich Nordhoff contact met hem. Nordhoff vroeg Ganz of hij niet terug wou keren naar Duitsland en hij bood hem een baan aan. Ze hebben zelfs een tijdje over salarisvoorwaarden en huisvesting gecorrespondeerd. Maar Ganz’ gezondheid ging vrij snel achteruit. Op het einde werd er gepraat over een pensioen dat Volkswagen hem zou uitbetalen. Voor dat geregeld kon worden, is hij gestorven.

Het huidige Volkswagen erkent dat Josef Ganz echt bestaan heeft en dat hij indertijd aan kleine auto’s werkte. Zijn betekenis voor de Kever proberen ze zoveel mogelijk te minimaliseren. “Ganz was slechts één van de vele ingenieurs die aan de Volkswagen sleutelde”, zeggen ze. “Hij speelde geen belangrijke rol bij de ontwikkeling.” De feiten spreken die stelling radicaal tegen.’

 

Paul Schilperoord, Het geheim van Hitlers Volkswagen: het geesteskind van de joodse ontwerper Josef Ganz, Just Publishers, 336 blz., 24,95 euro

 

© Jan Stevens

 

Thee, toast en marmelade

In zijn boek Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog maakt Thomas Weber brandhout van de mythe dat Hitler tijdens WOI een dappere frontsoldaat was. “Als ordonnans was hij kilometers achter de frontlijn actief. Terwijl zijn medesoldaten in de loopgraven kniehoog in de modder tussen de ratten en de rottende lijken zaten te verkommeren, slurpte Adolf thee en at hij toast met marmelade in een warme kamer. Zijn medesoldaten noemden hem minachtend een ‘Etappenschwein’, een ‘achterlandvarken’.”

 

“De universiteit van mijn leven”, zo omschreef Adolf Hitler zijn jaren als jonge soldaat aan het Westelijke Front tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van 1914 tot 1918 vocht hij in het 16e Beierse reserve-infanterieregiment in de streek rond Ieper en aan de Somme. Jaren later beschreef hij in Mein Kampf zijn glorieuze belevenissen als dappere ordonnans die op gevaar voor eigen leven onder zwaar artillerievuur brieven van loopgraaf naar loopgraaf bracht. Hij stelde het regiment waartoe hij behoorde voor als een verzameling idealisten die er vrijwillig en bewust voor gekozen hadden hun leven te geven voor het vaderland. “Tijdens onze vuurdoop in oktober 1914 stormden we naar voor met het lied ‘Deutschland, Deutschland über alles, über alles in der Welt!’”, schreef de latere Führer. “Met de brandende liefde voor het thuisland in onze harten gooiden we ons in de strijd, alsof we naar een dansfeest trokken.”

In zijn redevoeringen in de jaren twintig en dertig verwees Hitler vaak naar zijn leven als eenvoudige frontsoldaat tussen de andere frontsoldaten. Met veel pathos verkondigde hij dat zijn nationaal-socialistische overtuiging en die van zijn medesoldaten in de loopgraven tot volle wasdom gekomen was. Hij beweerde ook dat zijn antisemitisme wortelde in ‘slechte ervaringen’ met de Joodse officier Hugo Gutmann, zijn directe overste. “Jarenlang hebben prominente Hitlerbiografen die beweringen voor waar aangenomen”, zegt Thomas Weber, professor geschiedenis aan de universiteit van het Schotse Aberdeen. “Zelfs de voortreffelijke historicus Ian Kershaw schreef in zijn Hitlerbiografie dat Hugo Gutmann ‘onpopulair was bij de mannen van het regiment en gehaat door Hitler.’ Maar niets is minder waar. Adolf Hitler heeft zijn belevenissen als ordonnans tijdens de Eerste Wereldoorlog vervalst. Tot op de dag van vandaag is iedereen hem daarin kritiekloos gevolgd.”

 

De onbekende soldaat

Uw boek Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog is voor 70% gebaseerd op nieuw bronnenmateriaal. Hoe en waar hebt u dat gevonden?

THOMAS WEBER: Ik dacht lang dat over Hitler alles al gezegd en geschreven was. Alleen had ik het gevoel dat de geschiedschrijving over zijn soldatenjaren tijdens de Eerste Wereldoorlog niet echt deugde. Ze putte vooral uit bronnen als Mein Kampf en de propaganda van Hitlers nazipartij NSDAP. Historici waren zich daarvan bewust, maar legden zich erbij neer omdat ze dachten dat er niets anders voorhanden was. Tot een collega-historicus me begin 2004 suggereerde om dieper te gaan graven in het regiment waar Hitler deel van uitmaakte. Ik besloot me onder te dompelen in het 16e Beierse reserve-infanterieregiment (RIR16), bijgenaamd het List Regiment, en onderzoek te voeren naar de soldaten en officieren die rond Hitler cirkelden. Vanuit die nieuwe bronnen kon ik dan gaan vergelijken met wat in de bekende, vervuilde bronnen door en over Hitler verteld werd. Tot mijn grote verrassing was niemand eerder op dat idee gekomen. In december 2004 boekte ik een reis naar München, waar in het Bayerisches Kriegsarchiv alle documenten over Hitlers regiment bewaard worden. Net voor mijn vertrek stuurde een vriend me een e-mail met als onderwerp: ‘Slecht nieuws’. Hij had gelezen dat bij een kleine Engelse uitgever een boek over Hitlers regiment zou verschijnen, geschreven door ene John F. Williams. Die mail voelde als een koude douche, maar ik had mijn vlucht al geboekt, dus stapte ik toch maar op het vliegtuig naar München. In het archief vroeg ik de archivarissen of ze John Williams kenden. Ze hadden nooit van hem gehoord. In 2005 verscheen van zijn hand Corporal Hitler and the Great War 1914-1918: the List Regiment. Williams had zijn boek geschreven zonder een bezoek te brengen aan het archief waar alle stukken over RIR16 of het List Regiment liggen. Hij heeft geen enkel Duits archief bezocht, maar zich gebaseerd op bestaande biografieën over Hitler en op militaire geschiedenissen uit de jaren twintig en dertig. Hij haalde zijn informatie uit al die boeken die deel uitmaakten van de grote mythe die tussen de twee oorlogen door de nazi’s rond Hitler gebouwd werd. Die grote mythe kwam erop neer dat het nationaal-socialisme geboren was in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, dat Hitler een uiterst dappere soldaat was en dat de oorlogservaring hem van een gewone man veranderd had in een politiek leider. In de jaren dertig verkondigden de nazi’s: “Wij hebben geen standbeeld nodig voor de onbekende soldaat zoals de Fransen of de Britten. Hitler is onze onbekende soldaat.”

 

U was de allereerste historicus die de archieven van het List Regiment onderzocht heeft?

WEBER: Ja. Niemand had ze eerder bekeken. Negentig jaar lang hebben ze stof liggen verzamelen in de kelders van het Bayerisches Kriegsarchiv. Alle onderzoekers die er voor mij gepasseerd waren, zochten naar documenten over Hitler tijdens de Eerste Wereldoorlog, nooit naar documenten over zijn regiment. Ze vonden amper iets en gaven het snel op. Daardoor hebben ze de belangrijkste informatie gemist en is Hitlers grote mythe al die jaren kunnen blijven verder bestaan. Een deel van het RIR16-archief was niet eens gecatalogeerd. In de juridische dossiers van het regiment zaten in beslag genomen brieven van militairen, getuigenissen van officieren. Papieren die goud waard zijn en waar niemand in gekeken had, zelfs niet de archivarissen.

Het Bayerisches Kriegsarchiv in München was niet mijn enige grote bron. Ik ben ook gaan zoeken in archieven in andere landen, waaronder stads- en dorpsarchieven in West-Vlaanderen, en ik heb ook heel wat materiaal gevonden bij de nakomelingen van soldaten die tot Hitlers regiment behoorden.

 

Hoe kwam Hitler als Oostenrijker in het Duitse leger terecht?

WEBER: In 1913 verhuisde hij van Wenen naar München. Hij was toen 24. Hij verliet Oostenrijk om aan de dienstplicht te ontsnappen. Hij wou niet in het Oostenrijkse leger dienen omdat hij als pan-germaanse nationalist het Habsburgse rijk verachtte. Maar de Oostenrijkse politie kon hem toch traceren. Hij koos eieren voor zijn geld en kwam met hen overeen dat hij zich medisch zou laten keuren in Salzburg. Daar werd hij afgekeurd voor de militaire dienst. Toen WOI uitbrak, leefde hij in München. Hij schreef zich vrijwillig in voor het Duitse leger. Later zou hij verkondigen dat hij een brief geschreven had naar de koning van Beieren waarin hij zijn diensten aanbood en dat de koning hem een brief terugstuurde om hem in het Duitse leger te verwelkomen. Hij liet het uitschijnen alsof hij de enige Oostenrijker was die in het Duitse leger mocht gaan vechten. Dat is absolute nonsens. De koning had wel andere dingen aan zijn hoofd dan te antwoorden op een brief van ene Adolf, postkaartenschilder uit Oostenrijk. Hitler is gewoon het dichtstbijzijnde rekruteringsbureau binnengestapt en werd aangenomen. Vermoedelijk stelde niemand vragen over zijn Oostenrijkse afkomst en waren ze blij met elke nieuwe vrijwilliger die zich aandiende. Hij was trouwens niet de enige soldaat met de Oostenrijkse identiteit in het List Regiment.

 

Waar komt de benaming List Regiment vandaan?

WEBER: RIR16 werd List Regiment genoemd naar Julius von List, de eerste commandant. Het regiment werd aan het begin van de oorlog in sneltreinvaart opgericht. Hitler en de nazipropaganda stelden het List Regiment later voor als een vrijwilligersregiment vol idealisten. Dat is een flagrante leugen. Slechts een kleine minderheid had zich vrijwillig aangesloten. De meerderheid bestond uit oude reservisten of ‘Ersatzreservisten’. In vredestijd werden ze niet geschikt bevonden om in het leger te dienen, maar blijkbaar waren ze wel nog goed genoeg om te gaan meevechten in de Grote Oorlog. Het List Regiment was een operetteleger. De meerderheid van de 3000 soldaten had nooit enige militaire training gekregen. In een paar weken tijd werden de soldaten ‘klaargestoomd’. Hitler had eerder nooit een wapen aangeraakt, net als de meeste andere rekruten. Er waren zelfs niet genoeg uniformen. Tijdens hun supersnelle opleiding overheerste bij de soldaten het gevoel dat ze weldra naar een groot feest zouden vertrekken. Toen ze eind oktober 1914 aan het front in de buurt van Ieper aankwamen, juichten ze bij het horen van de explosies. Ze arriveerden aan het front als kleine schooljongens die op weekend trokken. In de eerste slag waarin RIR16 op 29 oktober betrokken raakte, sneuvelden meteen 349 soldaten. De pover getrainde rekruten van het List Regiment maakten geen schijn van kans: ze stonden tegenover professionele Britse soldaten die in koloniale oorlogen gevochten hadden.

 

Etappenschwein

In de eerste dagen aan het Westelijk Front vocht Adolf Hitler ook mee?

WEBER: Daar bestaat geen enkele twijfel over. Het grootste deel van de oorlog zat hij niet in de loopgraven, maar die eerste dagen was ook hij een gewone infanterist. Vrij snel schopte hij het tot ordonnans, koerier, achter de frontlinie, wat hem de bijnaam ‘Etappenschwein’, of ‘achterlandvarken’ opleverde. Veel soldaten droomden van zo’n job. We weten niet waarom Hitler ordonnans werd: hengelde hij er zelf naar of werd hij erin benoemd? De eerste dagen aan het front leed het List Regiment massale verliezen. Gruwelijk veel soldaten én officieren waren ofwel dood, ofwel gewond. Het regiment moest heel snel heropgebouwd worden. Er werden officieren van andere onderdelen van het Duitse leger naar het List Regiment overgeplaatst. Gewone soldaten werden van de ene op de andere dag gepromoveerd tot onderofficieren – zonder dat er naar hun staat van dienst gekeken werd. Andere soldaten werden overgeheveld naar de ondersteunende diensten. Het staat vast dat de meeste soldaten die tot ordonnans achter de frontlinie gebombardeerd werden, niet echt deugden voor een leven in de loopgraven. De officieren dumpten zo de waardeloze vechters en de lastige karakters. Als ordonnans ‘pendelde’ Hitler tussen de hoofdkwartieren van het regiment in Fournes en in het kasteel van Fromelles. Hij bleef kilometers ver verwijderd van de loopgraven.

Natuurlijk was de baan van een ordonnans achter de frontlinie niet zonder risico’s. Het is alleszins geen job die ik zou willen doen, maar de frontsoldaten vonden het een echte luizenbaan. De ordonnansen hadden een dak boven hun hoofd en lagen ’s nachts in een warm bed. Ze werden met de nek aangekeken en uitgemaakt voor lafaards. Van zodra Hitler een ordonnans werd, deelde hij niet langer de ervaringen van de frontsoldaten en wist hij ook niet meer wat zij over de oorlog dachten. Dat zet zijn eigen theorie en die van de nazipropaganda dat de Duitse soldaten door hun ervaringen aan het front tot nationaal-socialisten gevormd werden, op losse schroeven. Het nationaal-socialisme was zogezegd gegroeid uit de mythische broederschap tussen de Duitse frontsoldaten. In werkelijkheid heeft die broederschap aan het front nooit bestaan. Het leven in de loopgraven was afschuwelijk, met vernieling, kou, lange perioden van verveling en bang afwachten op de volgende aanval. Wanhopige, uitgehongerde soldaten bestolen hun makkers en stonden elkaar naar het leven. Er was geen heroïsche Kameradschaft. In de jaren twintig werd die Kameradschaft uit WOI zowel voor links als rechts dé populaire slogan. Linkse politici gebruikten de Kameradschaft om de tegenstellingen in de Duitse maatschappij te overwinnen en zo een beter, pacifistisch Duitsland op te bouwen. Rechts gebruikte dezelfde retoriek, alleen was het einddoel niet pacifistisch. Hitler is op die kar gesprongen en is samen met de NSDAP zijn eigen oorlogservaringen in functie daarvan gaan herschrijven.

 

Werd hij dan door niemand van zijn vroegere regiment tegengesproken?

WEBER: Jawel, maar de nazi’s slaagden erin de critici in diskrediet te brengen. Sommige veteranen uit Hitlers regiment hadden artikels geschreven in sociaal-democratische kranten waarin ze Hitlers oorlogsverhalen tot brandhout herleidden en beschreven wat er echt gebeurd was. De nazi’s deden ze af als linkse leugens en anonieme vuilspuiterij. Veel van die artikels waren anoniem, omdat de auteurs bang waren door de nazi’s aangepakt te worden. Tot nu nemen historici ook aan dat die stukken anonieme wraakacties van politieke Hitler-opponenten waren. Ik heb de identiteit van die anonieme schrijvers kunnen achterhalen: het waren wel degelijk allemaal veteranen uit het List Regiment.

 

Hugo Gutmann

Hitler werd gedecoreerd met twee ijzeren kruisen én raakte tweemaal gewond. Een echte lafaard zal hij toch wel niet geweest zijn?

WEBER: Hij was een goeie soldaat die deed wat hem gevraagd werd. Zijn officieren waren tevreden over hem: hij voerde zijn opdrachten perfect uit. Hij raakte twee keer gewond: in 1916 tijdens de slag aan de Somme, waardoor hij verschillende maanden met ziekenverlof kon en de vreselijkste episodes mistte. En hij kreeg ook een dosis mosterdgas te verwerken in 1918 waardoor hij zogezegd blind werd. Er heeft altijd twijfel bestaan of die blindheid echt was of gefaket om zo weg te kunnen geraken van het front. Onlangs ben ik in contact gekomen met een van de nabestaanden van een dokter die Hitler toen onderzocht. Het rapport van die dokter was klaar en duidelijk: Hitlers blindheid was ‘psychosomatisch’.

De realiteit van Hitlers soldatenleven verschilde radicaal van wat hij achteraf beweerde. De heldendaden die hij later over zichzelf rondbazuinde zijn verzonnen. Net als zijn verhaal dat het leven aan het front zijn antisemitisme aangezwengeld heeft. Zijn ‘traditionele’ Oostenrijkse antisemitisme zou door een aantal gebeurtenissen aan het front geradicaliseerd zijn tot extreem-rechts antisemitisme. Ook de andere soldaten in het List Regiment zouden extreem antisemitisch geweest zijn en zouden hun Joodse officieren gehaat hebben. Maar daar is geen enkel bewijs van terug te vinden. Sterker nog: het is complete bullshit. Er zaten nogal wat Joodse soldaten en officieren in het List Regiment. De Joodse officier Hugo Gutmann werd volgens Hitler door iedereen – inclusief de officieren – diep gehaat. Uit het materiaal dat ik gevonden heb, blijkt het tegendeel: hij had een bijzonder goeie relatie met zijn mede-officieren en ondergeschikten. Hij klom snel op en haalde de tweede hoogste graad in het regiment. De officieren waren laaiend enthousiast over zijn kwaliteiten. Als Hitler op voorspraak van Gutmann in 1918 het IJzeren Kruis krijgt, aanvaardt Hitler die onderscheiding zonder morren. De twee kenden elkaar persoonlijk en hadden een goede relatie, ook al beweerde Hitler later dat Gutmann dé oorzaak was van zijn rabiate antisemitisme.

Eind jaren dertig werd Gutmann opgesloten in een Gestapokamp. De gevangenisbewakers waren ook veteranen van het List Regiment. Zij kregen hem met de hulp van een paar andere ex-officieren van het List Regiment vrij. Gutmann vluchtte daarna naar Amerika.

Ik heb pas onlangs een getuigenis toegestuurd gekregen van een Joodse man die in de Eerste Wereldoorlog in het List Regiment diende en later in Israël is gaan wonen. De man had zijn memoires al in 1961 geschreven, maar ze waren in het Hebreeuws en zijn daardoor aan de aandacht van historici ontsnapt. Uit zijn geschriften blijkt dat hij als Joodse soldaat goed geïntegreerd was en een normale relatie met zijn officieren had. Die man had Hitler verschillende keren ontmoet. Hij geeft ook de reden waarom Hitler nooit een hogere rang gekregen heeft: de commandant van RIR16 zag dat niet zitten omdat Hitler volgens hem niet over de nodige leiderscapaciteiten beschikte. Daarenboven vond hij Hitler maar een enge man.

 

Thomas Weber, Hitler en de Eerste Wereldoorlog, Nieuw Amsterdam, 496 blz., ISBN: 978-90-4680-919-8

 

 

Tekst: © Jan Stevens

Foto: © Veerle Van Hoey