De ambassadeur van Al Gore

Ecodesigner Serge de Gheldere probeert al jarenlang mensen en bedrijven ervan te overtuigen om ecologisch verantwoord te ondernemen. Hij voelde zich vaak een roepende in de woestijn, tot Al Gore hem in 2006 benoemde tot zijn klimaatambassadeur in België.

 

Er wordt keihard gewerkt op de oude industriële site in de Vaartkom in Leuven. Terwijl sloophamers aan de ene kant van het water oude fabrieksgebouwen met de grond gelijk maken, verschijnen aan de andere kant de betonnen skeletten van wat binnen afzienbare tijd trendy lofts zullen worden. Tussen al dat bouwgeweld staat de oude graanverwerkingsfabriek aan de Leuvense jachthaven fier rechtop. Hier huist, naast een pak andere jonge bedrijfjes, Futureproofed, het duurzaamheidsconsultancybureau van ingenieur en Al Gore-ambassadeur Serge de Gheldere. Negen jaar geleden ging De Gheldere met Futureproofed van start. “Toen was duurzaam ondernemen nog niet zo’n hot issue”, zegt hij. “De markt aan duurzame producten was enorm versnipperd. Ik kreeg het lumineuze idee om al die producten en ideeën in een catalogus te verzamelen en op een toffe manier aan de geïnteresseerden aan te bieden. Ik wou ook ecologisch advies gaan verschaffen aan particulieren en ondernemingen die gingen bouwen of verbouwen. Bij de opstart van mijn bedrijf in 2000 noemde ik mezelf ‘ecodesigner’. Maar de reacties waren niet bemoedigend. Veel mensen keken me verwonderd aan: ‘Waar ben jij mee bezig? Met ecodesign? Er is toch geen probleem? Laat ons gewoon rustig verder aanmodderen.’ Ik kreeg toen echt een koude douche. Want ik was heel enthousiast over al die ecologisch verantwoorde, slimme producten. Ik had verwacht dat al mijn medemensen er automatisch even enthousiast over zouden zijn, en dat Futureproofed van in het begin een gigantisch succes zou worden. Zo is het natuurlijk niet verlopen. De echte boost is er uiteindelijk pas gekomen na ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore.”

 

Op stap met Al Gore

In het najaar van 2003 zag Serge de Gheldere Al Gore een speech geven over de klimaatverandering. “Hij sprak op de Universiteit van New York en blies me van mijn sokken. Voor het eerst zag ik cijfers en grafieken die zwart op wit duidelijk maakten hoe slecht het met de ijslagen gesteld is. Gore toonde aan dat het drastische afsmelten van ijskappen en gletsjers allesbehalve natuurlijk kon zijn. Die informatie was nieuw voor mij, en meteen besefte ik: ‘Man, we have a situation here.’ Ik ben Al Gore daarna blijven volgen. Ik hoorde dat hij een documentaire aan het maken was, en dat hij duizend mensen wou opleiden om zijn presentatie over klimaatverandering voor anderen te geven. Ik heb toen bij hem gesolliciteerd. In oktober 2004 kreeg ik bericht dat ik aanvaard was. Ik was dolgelukkig. Mijn moeder dacht dat ik lid van een sekte geworden was.”

Het weekend nadat De Gheldere hoorde dat hij door Al Gore uitverkoren was om zijn ‘ambassadeur’ te worden, boekte hij een vlucht naar Nashville, Tenessee. “Die drie dagen in het Hiltonhotel van Nashville waren een fantastische ervaring. In totaal waren we met 150 mensen, voornamelijk Amerikanen. Ik was een van de weinige buitenlanders en bijgevolg een curiosum. De programmadirectrice stelde me voor aan Gore. ‘Al,’ zei ze, ‘this is Serge and he’s from Belgium.’ Ik vond die ongedwongen sfeer heel cool. Ik heb diezelfde avond nog het concept van het passiefhuis aan Gore proberen verkopen. Hij zat toen al in het bestuur van Apple. Ik wist dat Apple een nieuwe campus ging bouwen, en ik dacht: ‘Het zou toch fantastisch zijn als Apple voor het passiefhuisconcept zou vallen.’ Ik had een brochure bij me, heb het Gore helemaal uitgelegd en hij zei: ‘Ik zal er eens naar kijken.’ Ik hoopte stilletjes dat hij het op een bestuursvergadering aan Steve Jobs zou vertellen, maar daar is blijkbaar niets van in huis gekomen. Je kunt maar proberen, hé. (lacht)”

Van zodra Serge de Gheldere terug in België was, begon hij lezingen over de dreiging van de klimaatverandering te geven. “We hadden ons er bij Al Gore toe verplicht om tien lezingen per jaar te geven. Ik kreeg bijna onmiddellijk een stormloop van aanvragen om in bedrijven en verenigingen te komen spreken. Ik heb er dat jaar meer dan 100 gegeven.”

“Die lezingen waren natuurlijk een goeie zaak voor Futureproofed. Ze maakten zichtbaar waar ik al zolang mee bezig was. Van alle Gore-ambassadeurs van over de hele wereld heb ik de meeste lezingen verzorgd. Een jaar lang was ik een paar keer per week ’s avonds weg. Zo goed als alle huiselijke beslommeringen kwamen bij mijn vrouw terecht, en na verloop van tijd begonnen mijn kinderen te klagen. Het was boeiend, maar tegelijk ook heel moeilijk.”

“De kritiek van de klimaatsceptici is ondertussen wel verstomd. In het begin had ik iedere avond prijs, en zaten er altijd een aantal in de zaal die het debat wilden aangaan. Nu gebeurt dat nog zelden, en wind ik me daar ook niet meer in op. Ik concentreer me op de meerderheid van mensen die wel overtuigd zijn. Maar het is niet omdat ze weten dat de aarde opwarmt, dat ze hun gedrag veranderen. Er blijven heel veel obstakels. Soms denken ze dat maatregelen te duur zijn, of zeggen ze: ‘Wij kunnen als individu toch niets doen?’ Vaak hoor ik ook: ‘We hebben geen zin om onze luxe en comfort op te geven en om terug te keren naar het Bokrijk van 100 jaar geleden.’ Nog een steeds weerkerende gemeenplaats is: ‘Waarom zouden wij er iets aan doen als er in China iedere week een nieuwe steenkoolcentrale opgestart wordt?'”

 

Factor 10

Ondertussen tikt de klok genadeloos verder. Serge de Gheldere: “Soms ben ik echt bang dat we de boot aan het missen zijn. Een aantal recente studies waarschuwen voor zichzelf versterkende veranderingen, waarbij er bijvoorbeeld methaangas uit de permafrost vrij komt die nog meer opwarming met zich mee zal brengen. Toen ik Al Gore voor het laatst zag, zei hij dat er 75% kans is dat er binnen vijf jaar in de zomer helemaal geen ijs meer zal liggen op de Noordpool, en dat voor het eerst in meer dan een miljoen jaar. Oudere studies voorspelden dat scenario maar tegen 2050. En toch blijven we treuzelen, en focussen we ons op dagelijkse, onnozele dingen, op pietluttigheden. Het is meer dan tijd om wakker te schieten en de juiste keuzes te maken. Je kunt veel doen: neem de fiets in plaats van de auto, laat een energie-audit van je huis maken, koop een hybride, probeer de carpolicy op je werk groen te kleuren, schakel over op groene stroom, ijver er voor dat er een paar keer per week vegetarische maaltijden op school geserveerd worden…. Heel wat bedrijven hebben de boodschap wel begrepen; politici en particulieren moeten dringend volgen.”

“Om echt iets aan de klimaatverandering te doen, moet de CO2-uitstoot in het westen tegen 2040 met 90% gereduceerd worden. We moeten tien keer beter presteren in de reductie van CO2 dan we tot nu toe doen. Dat is geen illusie: er zijn vandaag al heel wat cases uit de industrie, de bouw en de autosector die die ‘Factor 10’ nu al halen, die geld opbrengen en niet aan comfort inboeten. CO2-reductie hoeft helemaal geen stap achteruit te zijn, richting Bokrijk, maar kan juist twee resolute stappen vooruit betekenen. We moeten radicaal herdenken waar we mee bezig zijn. Daarom is het belangrijk dat er eerst in kaart gebracht wordt voor hoeveel CO2 alle sectoren uit de economie verantwoordelijk zijn. Meten is weten. Futureproofed heeft dat voor het Europese Parlement gedaan. Dat is een immense organisatie, met 10.000 mensen op 1 miljoen vierkante meter, waarvan er velen vaak heen en weer vliegen. We hebben alles in kaart gebracht, en zijn van daaruit op zoek gegaan naar aantrekkelijke, haalbare en rendabele oplossingen die de CO2-emissies helpen minimaliseren. Onze voorstellen reduceren de CO2-uitstoot met 30% en brengen geld op. Wij werken holistisch. Dat klinkt soft, maar het is wel belangrijk: we pikken er niet een element uit, maar onderzoeken het geheel. Het resultaat is dat onze klanten geld verdienen, hun CO2-doelstellingen halen en hun comfort vergroten.”

 

Commerciële revolutionairen

Waar komt het ecologische bewustzijn van Serge de Gheldere vandaan? “Ik heb als jonge ingenieur een tijd bij Baxter in Chicago gewerkt. Daar heb ik gezien hoe mensen en bedrijven op een andere manier met ecologie en duurzaamheid omgaan. Ik heb daar de supermarkt Whole Food leren kennen. Hij ziet eruit als een Delhaize, het is er aangenaam shoppen, maar alles is er resoluut ecologisch en biologisch. Er hangt helemaal geen ‘Wij-zijn-beter-dan-de-rest-sfeertje.’ Ik was onlangs nog in een biowinkel bij mij in de buurt, en ik had echt het gevoel dat de toon daar impliciet was: ‘Wij leven bewuster en beter dan al die anderen.’ Bij Whole Food had ik dat niet. Terug in België groeide dan het idee om Futureproofed op te richten.”

“De stap naar zelfstandig ondernemer was niet vanzelfsprekend. Ik kom niet uit een nest van zakenlui. Mijn ouders zijn arts, mijn broer ook. Ik heb alle klassieke fouten gemaakt: mensen aangenomen en hun lonen betaald, om vervolgens zelf niets meer over te houden. Ik heb ook lang geworsteld met de identiteit van Futureproofed. De oorspronkelijke invalshoek was ideologisch: er is een milieuprobleem, hoe kunnen we daar oplossingen voor aanbieden die op alle gebieden een verbetering inhouden en ook nog eens geld opbrengen? En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. Ik ben verschillende keren bijna gestopt. Soms leekt het zinloos om ermee door te gaan, had ik het gevoel alsof ik amper een verschil kon maken in de strijd voor een beter milieu. Gelukkig is er na die opleiding bij Al Gore eindelijk vaart in gekomen. Ik kon met een aantal grote bedrijven in zee gaan, en heb mijn tanden in grotere projecten kunnen zetten. Nu werk ik samen met drie schitterende partners: jeugdvriend en studiegenoot Steven Van Praet, energiespecialist en ex-piloot Jan Aerts en ingenieur Mara Callaert.”

Zijn de ingenieurs bij Futureproofed ‘revolutionairen’? ‘Misschien wel, maar dan toch commerciële revolutionairen. Dat commerciële is belangrijk – als we er geen geld mee kunnen verdienen, blijven we dit niet doen. En we willen er ook andere bedrijven geld mee helpen verdienen. We zijn geen groene jongens in de klassieke zin van het woord, we willen niet in de ‘geitenwollensokkenhoek’ gezet worden. ‘Geitenwollensokken’ is trouwens een slechte term. Er zijn twee soorten geitenwol: mohair en kasjmier. De duurste truien die je in de winkel kunt vinden, bestaan dus uit geitenwol. (lacht) We worden wel gedreven door het doel om de wereld terug leefbaar te maken. We zijn geen opportunisten. We hebben een duidelijke missie: we willen die levensnoodzakelijke ‘Factor 10’ helpen bewerkstelligen.”

 

 

Serge de Gheldere

 

          41, gehuwd, drie kinderen.

          2000: start het duurzaamheidsconsultancybureau Futureproofed op in Leuven.

          2006: wordt door Al Gore en zijn Climate Project uitverkoren om diens Vlaamse klimaatsambassadeur te worden.

          Vanaf 2007: geeft in totaal meer dan 140 lezingen over de klimaatverandering voor bedrijven en verenigingen

          Het vierkoppige team van Futureproofed werkt(e) aan projecten bij Nike, Fortis, Ecover, Colruyt, het Europese Parlement

 

 

Naar wie kijkt Serge de Gheldere op?

 

Amory Lovins. “Hij is voorzitter van het Rocky Mountain Institute, een organisatie die bedrijven al dertig jaar helpt zoeken naar duurzame, rendabele oplossingen. In 1999 verscheen ‘Natural Capitalism’. Lovins’ boodschap: investeren in menselijk en natuurlijk kapitaal is een uitstekende manier om geld te verdienen en jobs en welvaart te creëren.”

 

Steve Jobs. “Jobs vertrekt altijd vanuit de mens. Hij vraagt zich af: ‘Hoe kunnen we technologie beter en aangenamer maken voor de gebruikers?’ Bij Steve Jobs staat alles in dienst van zijn klanten en de customer experience. Het succes van Apple is het duidelijkste bewijs dat hij gelijk heeft.”

 

© jan@janstevens.be

Advertenties

C2C

Jaren geleden werkte de Duitse chemieprofessor Michael Braungart voor Greenpeace. Multinationals als Nike, Ola, Ford en Akzo Nobel konden toen zijn bloed wel drinken. Tot hij in 2002 in zijn boek Cradle to Cradle zijn wieg-tot-wiegprincipe uit de doeken deed, en propageerde dat alles wat we produceren moet kunnen dienen als grondstof voor een nieuw product. Sindsdien hangen ze aan zijn lippen en huren ze hem in om hun bedrijven om te turnen tot kringlopen van nieuw leven.

 

“Als Al Gore daadwerkelijk iets aan het broeikaseffect wil doen, kan hij best twintig kilo vermageren”, zegt Michael Braungart monkelend. “Pas dan vermindert zijn ecologische voetafdruk als hij weer eens in een vliegtuig stapt op weg naar een of andere klimaatconferentie. Wist je dat elke vlucht vijf ton kerosine minder verbruikt als elke reiziger zich vlak voor het opstijgen stevig ontlast? Door te vermageren zou Gore dus daadwerkelijk een bijdrage aan de strijd tegen de uitstoot van CO2 kunnen leveren.” Professor Braungart lacht schamper. Aan klimaatpredikanten als Gore heeft de bedenker van Cradle to Cradle een broertje dood. “Ach, Al is een fijne kerel”, grinnikt hij. “Alleen is Gores uitgangspunt totaal verkeerd. Hij wil dat we de planeet redden door minder slecht te zijn: ‘Gebruik jullie auto’s minder om het milieu te beschermen.’ Dat is even absurd als zeggen: ‘Sla je kind minder om het te beschermen.'”

 

Nazi-terminologie

Toen in 2002 het boek Cradle to Cradle van chemicus Michael Braungart en architect William McDonough verscheen, veroorzaakte dat een kleine aardschok onder milieubewuste ondernemers, ecologisten en designers. Het Cradle-to-Cradle-principe (C2C) leek geniaal in al zijn eenvoud: alles wat een mens produceert, moet kunnen dienen als grondstof voor een nieuw product. “In de C2C-filosofie is er van afval geen sprake meer”, zegt Braungart. “Door op een slimme manier te gaan ontwerpen en produceren, wordt afval voedsel. Alles wat we aan voedsel consumeren gaat dan terug naar de ‘biosfeer’, en alle tv’s, stoelen, meubels die we gebruiken, gaan terug naar de ‘technosfeer’.”

 

Cradle to Cradle is volgens Michael Braungart niet hetzelfde als recycleren of reduceren. “‘Reduceren, recycleren, verminderen, minimaliseren…’ teveel milieubewuste mensen hanteren dat soort van nazi-terminologie. Dat is net als ondernemers en managers die het over ‘human resources’ hebben, in plaats van over mensen. Alsof hun werknemers een ruwe grondstof zijn. Recycleren wil zeggen: hetzelfde tot in het absurde herhalen. Als je recycleert, recycleer je telkens weer dezelfde problemen en fouten. Zo hoor je afvalverwerkers van vloerbedekking of laminaatparket vaak uitpakken met verklaringen als: ‘Wij recycleren 80% van het afval.’ Terwijl ze in werkelijkheid weekmakers zoals ftalaten recycleren. Van die weekmakers is geweten dat ze de vruchtbaarheid bij mannen dramatisch vernietigen. Bij vrouwen onderdrukken weekmakers de natuurlijke hormonenproductie. Meisjes krijgen osteoporose op hun achttiende, omdat hun natuurlijke hormonhuishouding volledig uit balans is. In de jaren tachtig heb ik daar toen ik bij Greenpeace werkte, uitgebreid onderzoek naar gedaan, en een petitie georganiseerd om het Duitse parlement alert te maken voor het probleem van pvc-weekmakers. De politici hebben er vijfentwintig jaar over gedaan om de hele zaak te onderzoeken en te bediscussiëren. Vorig jaar hebben ze een wet goedgekeurd die weekmakers verbiedt in speelgoed voor kinderen jonger dan drie, of minder dan twee procent van iedereen die eraan wordt blootgesteld. De voorbije 25 jaar is de mannelijke populatie voor een derde minder vruchtbaar geworden. In vergelijking met onze vaders zijn jij en ik een derde minder vruchtbaar. Paul McCartney was heel profetisch toen hij zong: ‘Suddenly I’m not half the man I used to be’.”

 

Cradle to Cradle heeft ook niets met ‘terug naar de natuur’ te maken. Michael Braungart: “Het credo ‘terug naar de natuur’ is flauwekul. Ik begrijp de angst niet die veel mensen hebben voor chemie. Alsof alle scheikundigen collectief verantwoordelijk zijn voor rampen als Bhopal. Is een schaap oorspronkelijk ontworpen om als tapijt te eindigen? Is een schaap ontworpen om rode wijn af te stoten als je die op je wollen tapijt morst? Nee toch? Om een schaap te herleiden tot een wollen tapijt heb je trouwens minstens drie keer meer chemicaliën nodig dan om een synthetisch tapijt te fabriceren. Een wollen tapijt is allesbehalve ‘natuurlijk’. Het is gewoon een beetje wol met een flinke laag teflon rond. De sterkste giften zijn natuurlijke stoffen. Kanker is iets heel natuurlijk. Mogen we die afschuwelijke ziekte dan niet met chemische stoffen bestrijden? Vijfennegentig procent van de mensen die ooit op de aarde rondgelopen hebben, zijn nooit ouder geworden dan dertig. Waarom moeten we dan altijd piëteitsvol prevelen: ‘Moeder Natuur’? Een moeder geeft geen kanker aan haar kinderen. Door de natuur te romantiseren, plaatsen we onszelf op het laagste niveau en helpen we onze creativiteit om zeep. Een intelligente, creatieve mens leert van de natuur. De natuur is niet dom. We moeten dus leren van de natuur, en zien hoe zij omgaat met giftige stoffen. Maar daar eindigt het niet mee: we moeten ook ons eigen vernuft alle kansen geven. De Nederlanders hebben de natuur nooit geromantiseerd – zij weten hoe genadeloos ze kan zijn, denk maar aan de watersnoodramp uit 1953. Als er niemand is die op de dijken let, verdrinkt iedereen. Ook al houdt een Nederlander niet van zijn buur, toch weet hij dat hij uit eigenbelang mee moet investeren in de overlevingskansen van die buur. Daarom ook is Cradle to Cradle zo succesvol in Nederland – want C2C is een cultuur van goed begrepen eigenbelang.”

 

Het goede doen

Michael Braungart houdt ervan om recht tegen de tijdsgeest in te varen. “We moeten onze ecologische voetafdruk niet verkleinen, maar juist vergroten”, stelt hij. “Wat is er mis met een grote voetafdruk die ons iets oplevert en waar we met zijn allen gelukkiger van worden? Een Zweed zal zeggen: ‘Als ik in de toendra wandel, laat ik sporen na in het moerasland die er voor altijd zullen blijven, dus moet ik proberen om die afdruk te minimaliseren.’ Voor een Italiaanse boer daarentegen betekent een grote voetafdruk dat het water langer in zijn wei zal blijven staan. De Italiaan heeft gelijk: hoe groter de voetafdruk, hoe beter, want voetafdrukken veranderen het droge gebied in drassige vruchtbare grond. De mensheid heeft geen boodschap aan ‘schuldmanagement’. Vermindering van onze CO2-uitstoot, zero-emissie of terugdringen van afval brengen ons geen stap verder.”

Braungart schenkt zich een glas water in. “Gelukkig is het plat water”, zegt hij bloedserieus. “Want bruiswater werkt alleen maar gasvorming en CO2-uitstoot in de hand. Ik ga ook niet meer naar Mexicaanse restaurants omwille van de bonen in hun gerechten. Daardoor heb ik mijn CO2-emissies nog drastischer kunnen terugschroeven. Je kunt er dus zelf iets aan doen, goeie vriend.” Dan schiet hij in de lach. “Een beetje belachelijk, niet? Mensen doen veel van dat soort dingen om hun geweten te sussen, om ‘minder slecht’ te zijn. Neonazi’s scoren uiteraard veel beter dan doorsnee lieden omdat ze vanwege hun skinheads niet zoveel shampoo nodig hebben. Onder invloed van goeroes zoals Al Gore proberen mensen hun ‘slechtheid’ te minimaliseren door plat in plaat van bruiswater te drinken. Maar het gaat er niet om dat we minder slecht moeten proberen zijn, het gaat erom dat we het goede doen. Gore beweert dat we de menselijke populatie moeten stabiliseren als we de planeet willen redden. Tegen een pasgeboren kind moet je dus zeggen: ‘Wat kom jij hier doen? Het zou beter zijn als je hier niet was.’ Dat is totaal verkeerd. Het belangrijkste zou moeten zijn dat alle kinderen van de wereld genoeg eten en drinken hebben, onderwijs genieten en een dak boven hun hoofd hebben. Die dingen moeten we aanpakken. Als mensen zich aanvaard voelen, zijn ze niet agressief en onvriendelijk, maar worden ze creatief. De totale biomassa van alle mieren op de aarde is vier keer groter dan die van de mensen. Mieren leven veel korter – drie tot zes maanden – en ze verzetten veel meer lichamelijke arbeid dan wij. Ze verbruiken evenveel calorieën als 30 miljard mensen samen. Het verschil tussen ons en de mieren is dat mieren geen afval produceren. Mieren zijn niet slechter dan ons, ze zijn even goed. Zonder mieren zou er geen regenwoud zijn.”

Ook aan het begrip ‘duurzaamheid’ heeft Braungart een broertje dood. “Duurzaamheid is vervelend. Als ik je vraag hoe je relatie met je vrouw is, antwoord je toch niet: ‘Duurzaam’? Sorry, maar als duurzaamheid het belangrijkste doel in je relatie is, kun je er maar beter mee kappen. Als we van het leven willen genieten, hebben we geen andere keuze dan goed te zijn, in plaats van minder slecht. Als we het minder slechte blijven nastreven zoals de medestanders van Al Gore van ons verlangen, blijven er in 2070 1 miljard mensen over en dertig procent van alle soorten. Is dat wat we willen? Dan verliezen we al onze waardigheid – alles wat mensen tot mensen maakt, zal dan verdwenen zijn.”

Hoe moet het dan wel? Braungart: “In Cradle to Cradle is er geen ‘moeten’. Niets moet. Duitsers hebben de neiging om te zeggen: ‘Je moét lol trappen!’ Dan is de lol eraf. Wij nemen mensen zoals ze zijn. We willen dat ze van het leven genieten. Mensen willen niet minder slecht zijn, ze willen goed zijn. Als dat je vertrekpunt is, kun je alles opnieuw uitvinden.”

 

Vervuilen is fun

In hun product- en procesontwerpbureau McDonough Braungart Design Chemistry (MBDC) brengen Michael Braungart en William McDonough hun Cradle to Cradle-filosofie in de praktijk. Braungart: “We werken vooral voor grote multinationals. De ceo’s en topmanagers van grote ondernemingen snappen vaak veel beter waar het over gaat dan de mensen uit het middenkader. William en ik proberen alles heruit te vinden bij bedrijven als Herman Miller, Steelcase, Nike, Ford, Akza Nobel, DSM… Zo hebben we voor een ijsjesfabrikant nieuwe verpakkingen in de geest van C2C ontworpen. ‘Gooi geen verpakkingen weg’, hoor je te pas en te onpas. Terwijl vervuilen juist fun is. Door dingen weg te gooien, markeren we ons territorium. Wij hebben ervoor gezorgd dat de ijsjes verpakt zijn in materiaal dat weggegooid mag worden. Alles wat geconsumeerd kan worden, moet erop voorzien zijn dat het weggegooid kan worden. De meeste ijsjesfabrikanten doen er al jaren alles aan om het afval van hun ijsjes te reduceren, en investeren er massa’s geld in. En wat is het resultaat? Dat ze al jaren lang de straten vervuilen. Wij hebben een ijsverpakking ontworpen die afbreekt in de natuur, maar dat vonden we maar het minimum. Dat is hetzelfde als naar je baby kijken en zeggen: ‘O leuk, hij is afbreekbaar.’ So what? Ik vond dat je de verpakkingen ook moest kunnen weggooien in een stad als Brussel. Wij hebben ervoor gezorgd dat de verpakkingen op kamertemperatuur vloeibaar worden, en dat ze alleen verpakking zijn als ze in de diepvriezer zitten. In onze verpakkingen zitten zaadjes van zeldzame planten. Wie onze ijsjesverpakkingen weggooit, steunt meteen de biodiversiteit.”

Van de overheid verwacht Braungart geen heil. “De Europese overheden maken alleen maar gelden vrij om schimmige onduidelijkheden te onderzoeken. Zolang dingen onduidelijk zijn, stellen ze geld ter beschikking om onderzoek uit te voeren. Als ik geld nodig heb voor mijn research, rapporteer ik altijd dat ik onduidelijke toestanden wil uitklaren, dat ik nog meer research moet voeren, pas dan krijg ik de nodige fondsen. Van zodra ik problemen oplos, gaat de geldkraan dicht. En iedereen is gelukkig, want zolang er ‘onderzocht’ wordt, moet niemand iets doen. Het kan eigenaardig klinken, maar de Amerikaanse president Bush is een grotere zegen voor C2C dan onze Europese politici. Hij zegt tenminste eerlijk: ‘Ik ben niet zo slim.’ Vorig jaar in september was ik in Sidney, Australië, op de APEC-conferentie, de Asia-Pacific Economic Cooperation Summit. Bush was er ook en zei in zijn openingsspeech: ‘Ik ben zo blij om in Austria te zijn.’ In dezelfde speech zei hij: ‘Hierbij open ik de OPEC-conferentie.’ Als je als burger je president zo’n stommiteiten hoort zeggen, besef je meteen dat je niet op je leiders moet rekenen, of op hen moet wachten en dat je beter zelf de handen uit de mouwen steekt. De Europese Unie maakt heel wat alibiwetgeving. Ze geeft de indruk dat ze iets doet, maar werkt vooral contraproductief. Zo heeft ze asbest in remschijven verboden. ‘Fijn’, denk je dan, ‘dan zijn we eindelijk van die smeerlapperij verlost!’ Maar het vervangproduct is antimoonsulfide, wat veel gevaarlijker en schadelijker voor de gezondheid is dan asbest. De meest vooruitstrevende bedrijven komen uit de Verenigde Staten. Jim Hackett, ceo van Steelcase, zegt: ‘Bush is een idioot, maar ik niet. dus moet ik het zelf doen.’ Gary Miller, vicevoorzitter van tapijt- en meubelgigant Herman Miller, zegt: ‘Als ik het niet doe, zal het niet gebeuren.’ Zij hebben onze Cradle-to-Cradle-filosofie omarmd en niet gewacht op de Amerikaanse overheid. Want tot bewijs van het tegendeel is die oliedom.”

© jan@janstevens.be