“Maak schrijvers zelfredzaam. Het is hun enige kans op redding”

Met zijn uitgeefplatform Pottwall Publishers zoekt Marnix Peeters een manier om zijn schrijverschap rendabel te maken. Voor subsidies bedankt hij. “Ik heb nog nooit een cent van de staat gekregen.” Niet al zijn collega’s zijn even enthousiast. “Zo goed als geen schrijver kan leven van zijn boekenverkoop.”

 

Woensdag 12 september stelde Marnix Peeters zijn nieuwe roman ‘Ik heb aids van Johnny Diamond’ voor in een chique gentleman’s club in Antwerpen. Het blonde gerstenat vloeide er rijkelijk dankzij een bevriende brouwerij uit Steenhuffel. “Ik ben niet vies van bedrijven die mijn boeken of boekvoorstellingen willen sponsoren”, zegt Peeters. Begin vorig jaar richtte hij zijn eigen uitgeefplatform Pottwall Publishers op. “Niet uit onvrede met mijn toenmalige uitgever, maar omdat ik het creatieve proces zelf in handen wou nemen. Een moderne uitgeverij heeft 250 titels per jaar, waarvan jouw boek slechts één onderdeeltje is. Het technische aspect van boeken uitgeven, zoals drukken en distribueren, besteed ik uit aan Standaard Uitgeverij. Al de rest doe ik samen met mijn vrouw Jana. We zoeken zelf redacteurs en grafici en verzorgen onze eigen promotie. ‘Ik heb aids van Johnny Diamond’ is als volledig afgewerkt pakket bij Standaard Uitgeverij afgeleverd. De cover was klaar en mijn mediacampagne stond op punt. Het enige wat zij nog moesten doen, is de boeken drukken en versturen.”

Pottwall Publishers wordt van vers kapitaal voorzien door een privé-investeerder. Marnix Peeters: “Ik stapte zelf naar Bart Embrechts, stichter en baas van ‘incubator’ Gumption. Na een gesprek van een half uur was alles in kannen en kruiken. Gumption financiert een deel van mijn werkingskosten in ruil voor media-aandacht. Hun logo prijkt klein maar fijn op de achterflap van mijn boeken. De commentaar van sommige collega’s is vernietigend: ‘Dat bedrijfslogo op je boek is cultuurschennis!’ Terwijl ze wel allemaal graag het logo van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) op de titelpagina van hun roman zetten, om zo te tonen dat ze 10.000 euro uit de zakken van de overheid geklopt hebben. Ik hou niet van subsidies. Ik heb nog nooit een cent van de staat gekregen.”

 

Win for life

“Zo goed als geen enkele schrijver kan van de verkoop van zijn boeken leven”, zegt Matthijs de Ridder, voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV), de belangenvereniging van Vlaamse schrijvers. “De royalty’s bedragen doorgaans 10 % van de verkoopprijs en die volstaan niet, tenzij een schrijver meer dan 20.000 exemplaren van al zijn boeken per jaar verkoopt. Er zijn er maar een paar die dat halen. De werkbeurzen van het VFL helpen de anderen overleven.”

In juni hield Het Nieuwsblad het VFL tegen het licht. In 2018 kregen 103 auteurs een werkbeurs, goed voor bijna 900.000 euro. De krant ploos uit dat sinds 2000 zeven schrijvers elk jaar opnieuw langs de kassa passeren. Structurele grootverdieners zijn Leonard Nolens (met in totaal 368.192 euro), Klaas Verplancke (347.904 euro), Bart Moeyaert (309.256 euro) en Paul Claes (305.006 euro). Dat leverde hen de voorbije achttien jaar een netto maandloon op dat schommelde tussen 1.300 en 1.600 euro. Het Nieuwsblad bedacht voor hen het koosnaampje ‘win for life-club’. “Goed gevonden, maar nergens op gebaseerd”, vindt Matthijs de Ridder. “Want die werkbeurzen worden door onafhankelijke commissies toegekend aan schrijfprojecten die constant worden geëvalueerd.”

Is dat zo? Een schrijver kreeg een beurs voor een roman. Onderweg haakte zijn uitgeverij af. De schrijver hing zijn pen aan de haak, renoveerde met het subsidiegeld zijn keuken, leverde geen boek in en werd door het VFL nooit op het matje geroepen. Matthijs de Ridder: “Als een schrijver echt de boel belazert, kan hij dat één keer doen. Want er mag aan een subsidie geen resultaatsverbintenis verbonden zijn. Maar daarna zal hij uiteraard geen beurs meer krijgen. Er is echter ook zoiets als het recht om te mislukken. Als je intenties goed zijn, of de uitgeverij ligt dwars en het lukt niet, word je niet gestraft.”

“Er wordt altijd beweerd dat het VFL onafhankelijk over werkbeurzen beslist, maar ik schrik als ik zie hoe een groep schrijvers al jaren structureel bediend wordt”, reageert Marnix Peeters. “Veel aanvragers hebben trouwens een job; vaak zijn het docenten of journalisten. Waarom moeten zij overheidsgeld krijgen? Gesubsidieerde auteurs vinden het soms de moeite niet om zelf de handen uit de mouwen te steken om hun boeken verkocht te krijgen. Waarom zouden ze? Dankzij het VFL is hun boek toch al betaald. Marketeers van uitgeverijen trekken zich de haren uit het hoofd: wanhopig worden ze van schrijvers die weigeren een auteurspagina op Facebook te maken. In zeldzame interviews snoeven die schrijvers dan dat ze hun auteurschap niet in het gedrang laten brengen door deelname aan tv-spelletjes zoals De slimste mens. Het is niet voor niets dat er zoveel protest is tegen de benoeming van Mia Doornaert tot nieuwe VFL-voorzitter. Het boeken-establishment is bang dat zij het status-quo komt verstoren. Als ik Mia was, zou ik al de poen die die uiertrekkers jaarlijks krijgen, investeren in dingen die er werkelijk toe doen. Organiseer een cursus marketing voor schrijvers. Maak ze zelfredzaam. Het is hun enige redding.”

Het verhaal gaat dat Marnix Peeters zo gebeten is op het VFL omdat hij ooit zelf naast een beurs greep. Peeters: “Onzin. In 2014 waagde ik het al om kritiek op het VFL te hebben en meteen sneerde directeur Koen van Bockstal: ‘Meneer Peeters heeft óók een subsidie gekregen voor een Italiaanse vertaling van zijn debuut.’ Wat een leugen is. Op een dag zat er een brief van het VFL in de bus met de mededeling dat een vertaalster 1500 euro had ontvangen om mijn eerste roman te vertalen. Ik heb die vertaalsubsidie nooit zelf aangevraagd en dat geld ook nooit gekregen. Ik dacht: ‘Waarom probeert die Van Bockstal mij verdacht te maken?’”

 

Koffieboeren

Van 2011 tot en met 2013 organiseerde de Vlaamse Auteursvereniging onder haar 600 leden een bevraging naar hun inkomen. Het gemiddelde gezinsinkomen van 60 % van de literaire auteurs bleek onder 3000 euro per maand te liggen. Ter vergelijking: in 2008 bedroeg het beschikbare maandinkomen per huishouden in Vlaanderen gemiddeld 3.287 euro. Amper 10 % van het maandelijkse gezinsinkomen van twee derde van de literaire auteurs was afkomstig van hun schrijfwerk. Slechts 20 % kon echt van zijn pen leven.

De Universiteit Gent voerde in 2014 een groot onderzoek naar het inkomen van Vlaamse kunstenaars en nam toen ook de literaire auteurs onder de loep. Bijna 40 % van de schrijvers was zelfstandige in hoofdberoep. Hun gemiddeld netto-jaarinkomen bedroeg 19.884 euro. 28% was zelfstandig schrijver in bijberoep. Hun schrijverschap leverde hen gemiddeld 8.201 euro netto per jaar op; hun hoofdjob in vaste loondienst 31.904 euro. 7 % werkte met uitzendcontracten en verdiende gemiddeld 21.752 euro. De rest werd vooral uitbetaald in onkostenvergoedingen.

“Schrijvers zijn de koffieboeren van het boekenvak”, zegt Erik Vlaminck, voltijds literair schrijver. “Ik verdien meer met mijn theaterwerk dan met mijn romans. Maar ik zou geen theateropdrachten krijgen als ik geen romans zou schrijven. Ik werk enkel voor professionele toneelgezelschappen en krijg doorgaans voor elke opdracht een schrijfpremie die varieert van 3000 tot 10.000 euro. Die premie is geen voorschot, maar een vergoeding voor het te schrijven stuk. Daarna ontvangt de auteur 10 procent op de recette. Aan een theaterstuk werk ik twee tot zes maanden; aan een roman ben ik twee of drie jaar bezig. Mijn vergoeding als romanschrijver bedraagt 10 % van de verkoopprijs van elk verkocht boek. De meeste boeken halen in Vlaanderen een oplage van een paar duizend exemplaren of minder. Natuurlijk is onze boekenmarkt te klein om rendabel te zijn. Maar als een gemeenschap literatuur belangrijk vindt, moet ze bereid zijn om subsidies te geven die de markt corrigeren. In tegenstelling tot Marnix Peeters vind ik dat het VFL wel goed werk levert. De hele boekensector stelt direct en indirect duizenden mensen tewerk, in bibliotheken en boekhandels, bij uitgeverijen, in drukkerijen, bij transportbedrijven en culturele organisaties. Al die mensen hebben een fatsoenlijk loon en een sociaal vangnet. De enigen die dat niet hebben, zijn de schrijvers, terwijl zij de grondstof leveren. ‘We kunnen het ons niet permitteren om schrijvers meer dan 10 % te geven’, zeggen uitgevers. Bullshit. Als een schrijver 20 % krijgt, wordt een boek 2 euro duurder. Laat een lezer een boek links liggen omdat het 22 in plaats van 20 euro kost?”

 

Onvruchtbare tegenstelling

Jeroen Overstijns is ceo van Standaard Uitgeverij, de grootste uitgeefgroep in Vlaanderen. Cijfers over vergoedingen voor auteurs geeft hij niet, al is hij de eerste om toe te geven dat het geen vetpot is. “Een gevolg van de relatief beperkte markt waar Vlaamse auteurs voor schrijven”, zegt hij. “Het is voor hen zeer moeilijk om in Nederland door te breken. De echt grote namen geraken de grens wel over, maar halen gemiddeld niet de verkoopcijfers van hun Nederlandse collega’s. We geloven graag dat bij onze noorderburen het gras groener is, maar ook Nederlandse schrijvers komen tegenwoordig moeilijk rond. De voorbije tien jaar is de boekenmarkt er met een vijfde gekrompen. Het is dus te gemakkelijk om met een beschuldigende vinger naar uitgeverijen te wijzen. Op heel veel boeken draaien zij verlies, terwijl ze wel altijd het risico dragen. Als een boek niet verkoopt, blijft de uitgeverij met de kosten achter.”

Commerciële mensen in een uitgeverij hebben een mooi loon en een auto van de firma, terwijl de schrijvers – de grondstofleveranciers – het meestal moeten stellen met die schamele 10 procent. Wringt dat niet? Jeroen Overstijns: “Ik vind dat een onvruchtbare tegenstelling: alsof auteurs veel geld moeten verdienen en uitgeverijen veroordeeld moeten zijn tot de bedelstaf. Alsof het verkeerd is dat er in een uitgeverij mensen met een salaris rondlopen. Een auteur is gebaat met een goede uitgeverij en een uitgever is gebaat met een goede schrijver. Samen proberen ze kwaliteitsboeken te maken die ook geld opbrengen.”

“We mogen niet alle verantwoordelijkheid bij de uitgeverijen leggen”, vindt ook schrijfster Gaea Schoeters. “Zij maken niet de grote winsten. Ongeveer de helft van de opbrengst van een boek gaat naar distributie en tussenleveranciers. Ik geloof echt dat een aantal uitgevers graag de gebruikelijke royalty’s van 8 tot 15 procent zouden willen optrekken tot misschien zelfs 50 procent. Alleen is dat onmogelijk.”

Hoe moet het dan wel? Gaea Schoeters: “Literatuur schrijven is als topsport, maar dan zonder sponsors en prijzengeld. De teloorgang van de literaire prijzen is een groot probleem: geen enkele heeft nog een fatsoenlijke prijzenpot. Ik ben het totaal oneens met Marnix Peeters’ stelling dat schrijvers nog wat harder moeten werken en dan ooit zullen krijgen wat ze verdienen. Waarom moet een professioneel schrijver overdag bij de bakker gaan werken? Dat vragen ze toch ook niet aan een professioneel concertpianist? Ik geloof erg in gesubsidieerd kunstenaarschap, maar niet zoals het nu in Vlaanderen georganiseerd is. De hoogte van de werkbeurzen is een grap. Ik heb er zelf een en die bedraagt 5000 euro. Dat wil zeggen: ongeveer 400 euro per maand om van te leven.”

Moet er dan een kunstenaarsstatuut voor schrijvers komen, zoals er al een is voor acteurs? “Ja. In Scandinavië worden scheppende kunstenaars wel structureel ondersteund. Misschien kunnen we daar inspiratie opdoen?”

 

 

Hoe verdienen schrijvers hun dagelijks brood?

 

Marnix Peeters, zelfstandig schrijver in hoofdberoep

“Ik kan mijn columns niet missen”

“Mijn topsellers zijn ‘De dag dat we Andy zijn arm afzaagden’ en ‘Natte dozen’. De aantallen die daarvan verkocht zijn, gaan richting 20.000. Ik heb ook mindere titels. Van ‘Kijk niet zo konijntje’ zijn er maximaal 5000 verkocht. ‘Ik heb Aids van Johnny Diamond’ verschijnt op 4000 exemplaren. Dat is veel naar Vlaamse normen, maar ik doe er dan ook extreem hard mijn best voor, met filmpjes en teasers, websites en een heuse sociale mediastrategie. Ik ben daar samen met mijn vrouw makkelijk drie maanden per jaar voltijds zoet mee. We hebben zo ondertussen een trouw lezerspubliek opgebouwd.

“Om te kunnen overleven kan ik mijn columns niet missen. Ik vind dat ook geen oneervol genre, integendeel. Ik krijg er veel warme reacties op, blijkbaar raak ik bij lezers een gevoelige snaar.”

 

 

Gaea Schoeters, zelfstandig schrijver in hoofdberoep

“Een jaar romanschrijven, levert evenveel op als een dag soapscenario’s schrijven”

“Ik werk zeven dagen op zeven. Als ik een jaar aan een roman schrijf, verdien ik evenveel als wanneer ik een maand voor het theater, een week voor de krant of een dag scenario’s voor een soapserie op tv geschreven heb. In het verleden heb ik aan zo’n series meegewerkt, en een dag brainstormen bracht me tussen de 500 en 800 euro bruto op. Ik teer nog op de reserves van toen: zij maken het mee mogelijk dat ik nu aan mijn romans kan werken.

“Ik besef heel goed dat ik als auteur nooit hoge oplages zal halen. Als de verkoop van een van mijn romans 2.500 exemplaren haalt, is dat een groot succes. Ik werk drie jaar aan een boek en verdien dan gemiddeld 1,2 euro per exemplaar. Een roman levert me dus 1000 euro per jaar op. Evenveel als indertijd een aflevering voor een soap, waar ik anderhalve dag zoet mee was.”

 

 

Christophe Vekeman, zelfstandig schrijver in hoofdberoep

“Iedereen gelijk voor de wet”

“Ik beschouw alles wat ik doe – romans schrijven, maar ook boeken bespreken, optreden, lezingen geven en zelfs dj-en – als deel van mijn schrijverschap. Al die activiteiten zijn een manier om mezelf literair tot uitdrukking te brengen. Zo overleef ik al sinds 2005 als zelfstandige.

“Daar ik gemiddeld zes of zeven weken doe over het schrijven van een roman, is het geld dat ik aan zo’n boek verdien redelijk in verhouding met die werktijd. Al blijft het natuurlijk jammer dat ik niet gebekt blijk te zijn naar de smaak van het brede publiek en dat ik dus af en toe niet meer loon naar arbeid ontvang.

“Ik zou het mooi vinden wanneer subsidievrije schrijvers als ikzelf voor hun zelfredzaamheid van overheidswege werden beloond met een klein belastingvoordeel. Ik heb grote problemen met de willekeur die met het toekennen van subsidies aan individuele schrijvers gepaard gaat. Stel je voor dat je om subsidies te krijgen voor het renoveren van je gevel een commissie op je stoep moet dulden die vervolgens in beraad gaat om uit te maken of een gevel in de door jou gewenste kleur inderdaad wel overheidsgeld waard is. Ik vind: iedereen gelijk voor de wet, anders hoeft het niet voor mij.”

 

 

Jeroen Olyslaegers, zelfstandig schrijver in hoofdberoep

“Waarom krijgen schrijvers geen 30 procent auteursrecht?”

“Je kan als schrijver overleven door ook columns of toneelstukken te schrijven. Ik moét wel verschillende activiteiten combineren om het leefbaar te houden: pas dan kan ik mijn rekeningen betalen. Het gangbare voorschot voor het schrijven van een roman is 1.500 of 2.000 euro. Pas van zodra je meer dan 5.000 exemplaren verkoopt, begin je een beetje geld te verdienen. En vanaf 10.000 exemplaren zit je goed. Maar dat zijn de uitzonderingen.

“De gemiddelde verkoop van een boek schommelt tussen de 2.000 en 3.000 exemplaren. Vroeger waren dat ook mijn aantallen. Van ‘Wil’ zijn er nu meer dan 40.000 verkocht. Het grote probleem is die 10 procent auteursrecht. Dat percentage geldt wereldwijd, alleen hebben wij de pech dat we in een klein taalgebied leven. Waar gaat die andere 90 procent naartoe? Daar wordt vaak geheimzinnig over gedaan. Ik heb ooit aan verschillende uitgevers voorgesteld om de zaken om te draaien. Op de eerste 5.000 exemplaren zou ik dan 30 procent verdienen, waarna dat percentage stelselmatig zou zakken tot 8 procent, ook als het een gigantische bestseller is. De uitgeverij heeft er dan alleen maar alle belang bij dat het boek goed verkoopt. Maar geen enkele uitgever had oren naar mijn voorstel.”

 

 

 

Erik Vlaminck, zelfstandig schrijver in hoofdberoep

“Ik overleef omdat ik combineer”

“Mijn roman ‘Brandlucht’ was een bestseller: daar gingen 10.000 exemplaren van over de toonbank. Ik verdiende er 2 euro per exemplaar aan; dat boek leverde me dus 20.000 euro bruto op. Dat is echt uitzonderlijk. Gelukkig zijn dat auteursrechten: als roerende inkomsten zijn die onderworpen aan een gunstig fiscaal regime van 15 %. Ik kan van mijn schrijverschap overleven omdat ik combineer: naast het schrijven van romans en toneelstukken, geef ik ook nog lezingen. Ik sta ook op de auteurslijst van het VFL en ontvang voor een lezing 100 euro subsidie bovenop de bijdrage van de organisator. Maandelijks verdien ik ongeveer 2.700 euro bruto, inclusief de werkbeurs van het VFL.

“Ik ben al drie keer bij de fiscus moeten langskomen om uitleg te geven over mijn belastingaangifte. De auteursrechtenregeling is zo ingewikkeld dat zelfs belastinginspecteurs er hun jongen niet in thuisvinden. Ik moest hen telkens zeggen hoe de vork aan de steel zit. ‘U zal wel gelijk hebben’, hoorde ik dan. ‘Wij raken er niet wijs uit.’”

 

 

Aantal verkochte boeken: feit & fictie

Auteurs en uitgevers pochen graag dat ze ‘duizenden exemplaren’ van een boek in Vlaanderen verkocht hebben. Maar exacte cijfers worden nooit gecommuniceerd. Die zijn nochtans bekend: marktonderzoeksbureau GfK houdt die in opdracht van Boek.be nauwgezet bij. “De GfK-cijfers zijn een betrouwbaar meetinstrument voor romans op de Vlaamse markt”, zegt Jeroen Overstijns, ceo van Standaard Uitgeverij. “De verkoopcijfers zijn registraties van kassa-aanslagen; veel juister kan niet.”

De Morgen kreeg via een bron toegang tot de ‘geheime’ cijfers van GfK.

Marnix Peeters zou telkens bijna 20.000 exemplaren van ‘De dag dat we Andy zijn arm afzaagden’ en van ‘Natte dozen’ verkocht hebben. Volgens GfK waren dat er in Vlaanderen respectievelijk 5.140 en 6.555.

Van ‘Kijk niet zo konijntje’ zouden er 5000 verkocht zijn. Volgens GfK waren dat er in Vlaanderen 1.657.

Erik Vlaminck zou 10.000 exemplaren van ‘Brandlucht’ verkocht hebben. Volgens GfK waren dat er in Vlaanderen 3.296.

Jeroen Olyslaegers zou meer dan 40.000 exemplaren van ‘Wil’ verkocht hebben. Volgens GfK waren dat er in Vlaanderen 31.613.

 

(c) Jan Stevens

Advertenties

De Boekenbeurs is dood. Leve het Boekenfestival!

Straks opent de 79e Boekenbeurs haar deuren. Stemmen binnen en buiten het boekenvak vinden dat de oude tante dringend nood heeft aan een ingrijpende facelift. “De Boekenbeurs moet niet de belangen van de uitgevers verdedigen, maar die van de lezers. Laten we ze daarom ombouwen tot een Boekenfestival.”

Vanaf zaterdag zullen opnieuw duizenden bezoekers weer en wind trotseren om zich op de Boekenbeurs in een oververhit Antwerp Expo te gaan vergapen aan boeken, schrijvers en bv’s. In 2010 klokte de beurs af op 184.000 bezoekers; vorig jaar bleven daar net geen 154.000 van over. Dat is nog steeds indrukwekkend, maar toch staan bij organisator Boek.be de lichten al een tijdje op oranje. Want voor de belangenorganisatie van het boekenvak is een commercieel succesvolle Boekenbeurs levensnoodzakelijk. Vorig jaar tekende Boek.be een recordverlies van 180.758 euro op en torste ze een schuldenlast van 569.613 euro. Het gecumuleerde verlies bedroeg 322.214 euro. Het grootste deel van haar inkomsten haalt de organisatie uit de Boekenbeurs: de integrale opbrengst van de ticketverkoop wordt door haar geïnd. Om niet helemaal kopje onder te gaan, mogen de bezoekersaantallen niet onder de 150.000 zakken.

Op het einde van de boekenbeurseditie van 2013 gooiden uitgevers Steven Borgerhoff en Kristof Lamberigts van de gelijknamige uitgeverij een knuppel in het hoenderhok. In een opiniestuk in de krant De Standaard noemden ze de Boekenbeurs ‘Bokrijk voor boekenwurmen’. “De Boekenbeurs, dat is een onprettige en oubollige bedoening”, schreven ze. “En eigenlijk weten alle betrokkenen heel goed waar dat aan ligt.” Te weinig parkeerplaatsen, een uitgeleefd Antwerp Expo, waardeloze catering en gebrek aan vernieuwing. In al die jaren dat ze deelnamen hadden Borgerhoff en Lamberigts behalve de stijgende toegangsprijs helemaal niets zien veranderen. Over hoe het dan beter kon, zwegen beide heren in alle talen.

Architect Sven Grooten van B-architecten wil wel graag brainstormen over hoe een hedendaagse Boekenbeurs er eigenlijk zou moeten uitzien. “Als Boek.be ons ooit vraagt om daarover mee te denken, zullen wij dat met plezier doen”, zegt hij. “B-architecten heeft enige ervaring: we hebben musea vorm gegeven, concepten voor tentoonstellingen bedacht en interieurs van boekhandels en uitgeverijen ontworpen.”

BV-hal

Grooten vindt verandering broodnodig. “Als er niets gebeurt, zal het bezoekersaantal verder blijven afnemen. Dertig jaar geleden was de Boekenbeurs zoals we ze nu nog kennen een uitstekend evenement om lezers in contact met boeken te brengen. Het waren de hoogdagen van het Voedingssalon en elke gemeente had zijn handelsbeurs waar de plaatselijke middenstand haar producten aanprees. Maar die beurzen zijn op sterven na dood.”

Bij Sven Grooten roept de naam ‘Boekenbeurs’ herinneringen op aan die gedateerde handelsbeurzen. “‘Beurs’ klinkt ook niet meteen consumentvriendelijk. Het is niet toevallig dat we het over het ‘Autosalon’ hebben en niet over de ‘Autobeurs’, terwijl dat allesbehalve een gezellig ingericht salon is. ‘Boekenbeurs’ associeer ik met het verhandelen van boeken, terwijl de bezoeker geen handelaar in boeken is, maar een lezer.”

De ideale Boekenbeurs ziet er volgens Grooten uit als een ideale boekhandel. “Nu is de beurs ingedeeld volgens deelnemende uitgeverijen, terwijl lezers boeken niet koppelen aan wie ze uitgeeft. Ik vind het een bizar uitgangspunt dat uitgeverijen de look and feel van de beurs bepalen en elk op hun stand hun boeken aanprijzen. De Boekenbeurs moet niet de belangen van de uitgevers verdedigen, maar die van de lezers. Niet de kracht van de uitgevers moet getoond worden, wel de kracht van het boek. Het werk van een auteur die bij verschillende uitgevers publiceert, ligt nu versplinterd over de hele beurs. Terwijl je het een liefhebber van de romans van Tom Lanoye naar zijn zin maakt als hij het integrale oeuvre van zijn favoriete auteur op een en dezelfde plek terug vindt.”

De ideale Boekenbeurs is daarom ingedeeld volgens thema of genre. “Met een ruimte die integraal gewijd is aan kookboeken, een andere aan literatuur, nog een andere aan detectives, sportboeken, jeugdboeken, strips, wetenschappelijke boeken… Met zelfs een hal vol bv-boeken.”

De ideale Boekenbeurs wordt daarenboven georganiseerd als een volbloed festival. Sven Grooten: “De huidige Boekenbeurs is veel te saai. Op de ideale beurs krijgt elk genre een curator die carte blanche heeft om een uitgebreide programmatie uit te werken waardoor bezoekers van de ene verbazing in de andere vallen en iets beleven. De curator van de sportboeken zal dan bijvoorbeeld een vooraanstaand sportjournalist zijn, denk maar aan Hans Vandeweghe, Filip Joos of Frank Raes. Elk jaar worden er nieuwe curatoren aangesteld. Laat ons de Boekenbeurs dan ook maar meteen herdopen tot het Boekenfestival, met als onderschrift: ‘De grootste boekhandel van Vlaanderen’.”

Out of the box

De kans dat architect Sven Grooten binnenkort door Boek.be uitgenodigd wordt, lijkt niet zo groot. “Bij ons overleg over de Boekenbeurs betrekken we voornamelijk mensen uit de beurswereld”, zegt Jef Maes, adjunct-directeur van Boek.be. “Binnen het boekenvak wordt te vaak enkel vanuit het product ‘boek’ gedacht. Evenementenexperts leren ons out of the box nadenken over hoe we de beleving van de lezer kunnen versterken. Natuurlijk heeft een boek een unieke aantrekkingskracht, alleen mogen we ons daar niet op blindstaren.”

Wat vindt Jef Maes van een beurs ingedeeld volgens genre? “Dat is een waardevol idee, al zijn niet alle standhouders daar even enthousiast over. Want voor de uitgevers zijn de gevolgen ingrijpend: ze zullen dan niet langer hun eigen stand hebben. Maar op termijn moet er zeker meer thematisch gewerkt worden: lezers komen voornamelijk omdat ze geïnteresseerd zijn in een bepaald onderwerp of in een auteur. Het grote voordeel van de huidige beurs is dat mensen er alle zalen bezoeken. Zo leren ze onderwerpen en boeken kennen die ze anders straal voorbij zouden lopen. Als er een thematische indeling komt, mag die niet te strak zijn, anders riskeren we dat bezoekers enkel die zalen bezoeken waar ze hun favoriete onderwerpen terugvinden. Dit jaar groeperen we trouwens al een aantal activiteiten rond het thema kinder- en jeugdboeken. Optredens van auteurs vinden nu ook bijna allemaal vlak bij de verschillende standen plaats. We willen dat nog uitbreiden.”

Sinds een paar jaar heeft boekhandelaar Wouter Cajot van de Antwerpse boekhandel ’t Stad Leest een stand op de Boekenbeurs, dit jaar heeft hij er zelfs twee. Cajot is niet vies van verandering. “Vandaag moet elke sector zich aanpassen. Dat ligt niet alleen aan het internet of de crisis, al worden die wel vaak als excuus gebruikt. Maar niet alle kledingwinkels lijden onder de concurrentie van Zalando en co.”

Wouter Cajot vindt dat er op de beurs veel scherpere keuzes in het boekenaanbod gemaakt moeten worden. “Er moet ingegrepen worden in de presentatie van de boeken én in de selectie van de titels. Wat voor zin heeft het om heel het Centraal Boekhuis voor twaalf dagen naar Antwerp Expo te verhuizen? Wij hebben geen boekenkasten, al onze boeken liggen op tafels. Ik geloof niet in kasten, die passen in een living of in een bibliotheek, niet in een winkel. Presentatie is ontzettend belangrijk: de juiste sfeer, muziek, licht, de ideale geur… In mijn boekhandel hou ik daar allemaal rekening mee. Dat zou óók moeten gebeuren op de Boekenbeurs. Kwaliteit zou er moeten primeren, terwijl het er nu vaak op het Voedingssalon lijkt. Je krijgt er bier, soep, kaas en worst mee naar huis waardoor je een week lang zelf niet hoeft te koken. Een lezer heeft daar geen boodschap aan. Ook voor de catering moeten er strenge keuzes gemaakt worden: in Antwerpen kun je de beste koffie van de wereld drinken, maar de koffie in Antwerp Expo is verschrikkelijk. Ik bezoek regelmatig beurzen in het buitenland, en daar is de catering altijd een feest. De koffie wordt dan geserveerd door lokale barista’s, het eten is biologisch en er staan verschillende foodtrucks. Slechte horeca vind je alleen nog op Franse beurzen; daar breng je ook best je eigen boterhammen mee.”

Modderpoel

Marc Verhagen is oprichter en bezieler van Luster, een jonge uitgeverij van kwaliteitsboeken. Zijn boekenbeursstand werd ontworpen door B-architecten. Verhagen is een groot voorstander van een nieuwe indeling naar genre: “Bezoekers vragen regelmatig waar ze de kinderboeken, de thrillers, of de kookboeken kunnen vinden. Dat zijn voor de hand liggende vragen die nu gewoon niet te beantwoorden zijn. Laten we daarom onder andere een literatuur-, kookboeken-, kunstboeken- en kinderboekeneiland maken. Dan zijn we meteen ook verlost van het absurde systeem dat een boek alleen op het handvol kassa’s van de uitgeversstand afgerekend kan worden, terwijl er over de hele beurs honderden kassa’s verspreid staan. Maak van die eilanden echte belevenissen en laat ze ontwerpen door designers en architecten. Te duur? Zoek dan sponsors. Laat het kinderboekeneiland sponsoren door een pretpark, het managementboekeneiland door een kantoormeubelfabrikant, het kunstboekeneiland door een kunstminnende bank.”

“Waarom laten we al die verschillende thema-eilanden niet ontwerpen door jonge designers en architecten?” vult architect Sven Grooten aan. “Zo geven we hen meteen ook kansen. De kookboekenafdeling kan er dan uitzien als een keuken of een restaurant, de romanhoek op een uit de kluiten gewassen gezellige leesplek met zetels, het stripeiland op een stripboek vol levensgrote Kuifjes. Waarom laten we Jeroen Meus of Pascale Naessens geen food-programma uitwerken? Want de kwaliteit van de catering is inderdaad allerbelabberdst. Behalve een klef broodje en een kop slappe koffie vind je er nauwelijks iets eet- of drinkbaars, terwijl al onze beste koks er hun boeken staan te promoten. Waarom worden zij niet bij de catering betrokken?”

Omdat de bezoekers daar volgens Jef Maes geen boodschap aan hebben. “Uit een enquête van vorig jaar blijkt dat ongeveer veertig procent van onze bezoekers niets kocht om te eten of drinken. Tachtig procent van degenen die wel iets kochten, gaven daar maximaal slechts twintig euro aan uit. Op een beurs moet je geen sterrenrestaurant verwachten; ook op andere grote boekenbeurzen vind je geen topkeuken. De meeste klachten komen van de standhouders en dat is omdat zij daar twaalf dagen lang eten en drinken. Er wordt trouwens wel degelijk geëxperimenteerd: zo is er dit jaar onder andere een foodtruck en een eettentje met sushi. We proberen nieuwe dingen uit, goed wetende dat slechts een beperkt publiek daar gebruik van maakt.”

Twintig jaar geleden werkte Wouter Cajot als zestienjarige jobstudent voor het eerst op de Boekenbeurs. “Toen werd er al door de standhouders over de locatie geklaagd. Veel is er niet veranderd: de parkeerplaats is een modderpoel en de gebouwen zijn uitgeleefd. Maar er is in Vlaanderen geen alternatief. Zo goed als alle andere expohallen zijn in handen van dezelfde uitbater en het zijn allemaal uitdragerijen. Duitsland en Nederland hebben een traditie van beurzen en expo’s: alle grote steden hebben er geïnvesteerd in uitstekende infrastructuur. In de loop der jaren hebben wij alleen koterijen aaneen gebouwd.”

Marc Verhagen vindt dat er dringend een nieuwe expohal gebouwd moet worden. “Voetbalclubs Gent en Genk zijn beginnen groeien na de aanschaf van een nieuw stadion. Ook de nieuwe Boekenbeurs heeft een moderne plek nodig met goede voorzieningen, voldoende parkeergelegenheid en uitstekende bereikbaarheid.”

Maar voorlopig blijft alles bij het oude. “Er zijn verbouwingen aan Antwerp Expo gepland”, zegt Jef Maes. “Die starten ten vroegste in oktober 2017. Niet aan de hallen, wel aan een nieuwe parkeertoren. De eerstvolgende twee jaar moet de Boekenbeurs dus niet op zoek naar een andere locatie. Al zal dat ooit wel moeten gebeuren.”

Sven Grooten heeft een ander idee. “Maak van het nieuwe Boekenfestival een heus stadsevenement zoals het Edinburgh International Book Festival. Verspreid de themahallen over verschillende plekken in Antwerpen. In 2001 mochten wij het modejaar vorm geven. Er waren toen vijf tentoonstellingsplekken op verschillende locaties, waar drie maanden lang een paar honderdduizend mensen op afkwamen. Antwerpen was toen dé modestad van Europa. Wat houdt ons tegen om van Antwerpen de boekenstad in plaats van de koekenstad te maken?”

Edinburgh

“In landen met uitstekende boekhandels floreren boekenfestivals”, zegt Nick Barley, directeur van het Edinburgh International Book Festival. “Want daar kunnen lezers overal boeken kopen en is er geen behoefte aan een boekenbeurs. Soms maakt zo’n beurs dan de overgang naar festival; de Guadalajara International Book Fair in Mexico is daar nu bijvoorbeeld volop mee bezig.”

Barley runt het grootste boekenfestival ter wereld. Sinds 1983 vindt het Edinburgh International Book Festival jaarlijks in augustus plaats in het grote park Charlotte Square Gardens in het centrum van de stad. “Dit jaar kregen we bezoek van 225.000 mensen uit zestig verschillende landen”, zegt hij. “We organiseren debatten met, en optredens van schrijvers. Daarnaast is er een onafhankelijke boekhandel die we zelf runnen. Festivalstad Edinburgh heeft een grote filosofische traditie en is een échte boekenstad met succesvolle schrijvers als JK Rowling en Ian Ranking. Auteurs hebben het in hun romans of non-fictie over de wereld rondom. Wij willen lezers meer inzicht geven in de maatschappij waarin ze leven. Dit jaar was ons overkoepelende thema migratie, vluchtelingen en reizen. We organiseren 800 lezingen en debatten verspreid over drie weken. De boekhandel is ondergebracht in een enorme tent en de optredens vinden plaats in overdekte theaters verspreid over het park. Het grootste theater heeft zitplaatsen voor 600 mensen, het kleinste voor 80. Na elke ontmoeting met een auteur kunnen lezers zijn boeken kopen en laten signeren. Er zijn drie grote eetcafés, een onvervalste Schotse pub en twee bars. ’s Avonds spelen er bands en vinden er toneelopvoeringen en poëzievoorstellingen plaats.”

Op het Book Festival is boeken verkopen ‘bijzaak’, al ging er op de laatste editie voor meer dan 1 miljoen euro aan boeken over de toonbank. “Onze inkomsten halen we vooral uit de ticketverkoop. Als bezoekers geënthousiasmeerd raken door ideeën, kopen ze later wel boeken in hun plaatselijke boekhandel.”

 

 

 

Wat denken schrijvers over de Boekenbeurs?

 

Chris De Stoop: “Ik signeer liever pompoenen dan boeken”

Een Boekenfestival in plaats van een Boekenbeurs. Het klinkt als muziek in de oren van auteur Chris De Stoop. “Op voorwaarde dat het geen sterrenfestival wordt waar alleen showauteurs een podium krijgen”, zegt hij. De Boekenbeurs heeft volgens hem de grote verdienste dat ze elk jaar weer het boek veel media-aandacht bezorgt. “Jammer genoeg is ze ook geëvolueerd tot een braderij die het boek tot een banaal product reduceert. In september was ik op het Eilandfestival in Antwerpen: daar stonden de auteurs en hun verhaal centraal in plaats van de boekenverkoop. Op de Boekenbeurs zijn de lezingen en debatten louter randprogramma’s van de verkoop. Het zou heel fijn zijn als de verkoop een randprogramma kon worden van de lezingen en debatten.”

In september verscheen De Stoops nieuwe boek Dit is mijn hof. “Daarom ben ik dit jaar twee dagen op de beurs aanwezig om het boek voor te stellen en er helaas ook te signeren. Ik ben net in mijn hof pompoenen aan het oogsten. Als ik zo’n grote pompoen wegschenk, zet ik er met veel plezier in zwarte stift mijn naam op. Ik signeer liever die pompoenen dan mijn boeken. Een boek is veel te delicaat om zomaar achteloos te signeren. Mijn lezers zijn trouwens niet geïnteresseerd in mijn handtekening, maar wel in de inhoud van mijn werk.”

Daan Heerma van Voss: “Ik verkies een kleinere zeewaardige boot dan een langzaam zinkende Titanic”

“Ik kan de Boekenbeurs alleen als schrijver beoordelen”, zegt de Nederlandse auteur Daan Heerma van Voss. “Ik vind het behoorlijk deprimerend om er naast de dames van K3 te zitten signeren. ’s Avonds onderweg naar huis denk ik dan: ‘Ik schrijf nooit nog een boek, want er zijn er veel te veel.’ Op de beurs lopen vooral gezinnen rond en er is altijd iemand bij met tegenzin. Ofwel sjokken de ouders tegen hun zin achter hun kinderen, ofwel volgen de kinderen tegen hun zin hun ouders. In Nederland kennen we dat fenomeen van een commerciële Boekenbeurs niet, maar we hebben hier wel bloeiende festivals. Bezoekers zijn altijd geïnteresseerd in de schrijver en zijn werk. De bezoekers aan de Boekenbeurs zijn ook ergens in geïnteresseerd, alleen is dat niet altijd in literatuur, maar heel vaak in kookboeken, strips of in iets anders. Als schrijver word je er voortdurend geconfronteerd met mensen die aan jouw werk geen enkele behoefte lijken te hebben.”

Kan een herindeling naar genre soelaas brengen? “Dat lijkt me heel logisch. De huidige indeling naar uitgever heb ik nooit begrepen. Nu is het een doolhof en lijkt het een feest van de uitgevers en niet van de lezers. Ik geef de voorkeur aan een festival met minder volk, maar wel met meer gemotiveerde mensen. Ik verkies een kleinere zeewaardige boot dan een langzaam zinkende Titanic. Kleinschaligheid werkt beter, dat bewijzen ook de festivals van Das Magazin.”

© Jan Stevens

‘Weinig Vlaamse uitgevers kunnen hun broek ophouden’

Vorige maand werd De Bezige Bij Antwerpen een bijkantoor van Nederland. Jarenlang draaide de uitgeverij verlies en mocht ze van het moederhuis zelfstandig voortbestaan. Het jaar dat ze uit de rode cijfers klom, tekende ze haar doodvonnis. ‘Ze werd een concurrent van Nederland.

Vlak voor de start van de Boekenbeurs lekte uit dat De Bezige Bij Antwerpen niet langer als zelfstandig opererende uitgeverij van literaire fictie en non-fictie door het leven zou gaan, maar ‘opgenomen’ werd in De Bezige Bij Amsterdam. Aan uitgever Harold Polis werd voorgesteld om voortaan als ‘scout’ aan de slag te gaan, met ‘als taak om Vlaamse auteurs te acquireren en te begeleiden’. Maandagnamiddag maakte hij op zijn Facebookpagina bekend dat hij die nieuwe job weigert. “Ik heb geen plan B”, zei hij eergisteren in zijn eerste interview als ‘vrij man’ in De Morgen. “Ik heb twee maanden thuisgezeten en heb behalve een paar goede vrienden niemand gehoord of gezien.”

“Het einde van het zelfstandige De Bezige Bij Antwerpen was de kroniek van een aangekondigde dood”, zegt een bron uit de Belgische vestiging van het overkoepelende WPG-concern. “Literair uitgeven in Vlaanderen is extreem moeilijk. Een uitgeverij heeft een stevige basis van goedlopende titels nodig die het mogelijk maakt een kweekvijver op te zetten en met nieuw talent te experimenteren. Vlaanderen is daar te klein voor. Weinig Vlaamse fondsen kunnen hun broek ophouden. Zodra ze uit een groter geheel gehaald worden en op eigen benen moeten staan, komen ze in de problemen.”

Ammerlaan

In 2003 hield uitgever Harold Polis de kwaliteitsuitgeverij Meulenhoff/Manteau boven de doopvont. Het fonds zat ingebed in wat toen nog PCM België heette en werd intern gesubsidieerd met de opbrengst van commerciële successen van andere uitgeverijen. Na het uiteenvallen van PCM in 2010 werd de naam veranderd in De Bezige Bij Antwerpen. De legendarische uitgever Robbert Ammerlaan verkaste van Amsterdam naar Antwerpen. Op 1 januari 2011 ging hij op zijn 66ste als directeur van De Bezige Bij Antwerpen van start.

Ammerlaan is een van de meest succesvolle Nederlandse uitgevers van de voorbije dertig jaar. Toen hij in 1999 aan het hoofd van De Bezige Bij in Amsterdam kwam te staan, erfde hij een zieltogend bedrijf waar de omzet gezakt was tot een paar miljoen euro. In tien jaar tijd zette hij de uitgeverij terug op de sporen. Twee jaar na zijn aantreden in Antwerpen vertrok hij onverwacht met pensioen, tien maanden eerder dan hij eerst zelf had aangekondigd.

“Ze moeten hem daartoe gedwongen hebben”, zegt auteur Marnix Peeters, die in december 2013 De Bij inruilde voor Prometheus omdat hij de bui al zag hangen. “Robbert kennende moet dat verschrikkelijk hard zijn aangekomen.”

“Geen sprake van”, reageert Robbert Ammerlaan. “Het besluit om terug te treden heb ik zelf genomen en niemand anders.” Onlangs startte hij op zijn zeventigste met een gloednieuwe uitgeverij: Hollands Diep. “Het bloed kruipt waar het niet gaan kan”, zegt Ammerlaan bijna verontschuldigend. “Toch is Hollands Diep anders dan mijn werk bij De Bezige Bij. Toen leidde ik een omvangrijke literaire uitgeverij; nu vind ik het fijn om een gering aantal kwaliteitstitels uit te geven. Vandaag draait het meer dan ooit om de essentie: de inhoud.”

Geen bijkantoor

In 2013 werden er in Vlaanderen ongeveer 4,3 miljoen fictieboeken verkocht, verdeeld over 85.000 verschillende titels. De gemiddelde verkoop per titel was 51 exemplaren, wat een gemiddelde omzet opleverde van 685 euro. Niet meteen een vetpot, dus. “Ik heb met De Bezige Bij Antwerpen mijn best gedaan om te bewijzen dat Vlaanderen niet te klein is voor een literaire uitgeverij”, zegt Ammerlaan. “Ik geloof trouwens nog steeds dat dat niet het geval is. Ik was voorstander van het oprichten van De Bezige Bij Antwerpen, op voorwaarde dat die uitgeverij een zelfstandige positie had binnen het grote concern, en geen bijkantoor van Amsterdam zou zijn. Koen Clement, de ceo van WPG, was het daar helemaal mee eens.

“De afzet in Vlaanderen van een in Nederland uitgegeven boek schommelt rond 15 procent. Maar genres zoals vertaalde literatuur en goede non-fictie halen soms veel hogere percentages. Vlamingen houden van goede boeken: voor politiek, geschiedenis en filosofie is in Vlaanderen meer belangstelling dan in Nederland. De noodzaak van een serieuze Vlaamse uitgeverij voor literaire fictie en kwalitatieve non-fictie zal altijd blijven bestaan, ook al trekken veel Vlaamse auteurs liever naar Amsterdam.”

Zonder non-fictie lukt een literaire uitgeverij in Vlaanderen niet? “Dan wordt het een heikele kwestie.”

Koen Clement bevestigt dat hij Ammerlaan steunde met zijn plannen voor een zelfstandige uitgeverij. “Maar de crisis in het boekenvak heeft roet in het eten gegooid, waardoor we nu onze organisatie moeten aanpassen. Ondanks die moeilijke economische omstandigheden blijven we met De Bezige Bij Antwerpen mooi en belangrijk werk uitgeven. Als we Vlaamse auteurs echt de uitstraling willen geven die ze verdienen, moeten we ook de Nederlandse markt kunnen aanboren. Daarom wordt nu meer dan in het verleden samengewerkt tussen Antwerpen en Amsterdam. Dankzij mensen als Katrien De Loose en Suzanne Holtzer zullen we intens kunnen blijven investeren in Vlaams literair talent.”

 

Oude koeien

‘Big spender’ of ‘de man met een gat in zijn hand’, zijn een paar van de koosnaampjes die Robbert Ammerlaan de voorbije weken van collega’s uit het boekenvak kreeg. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat er in 2012 onder zijn impuls 50.000 euro neergeteld werd om de in Nederland wonende veelbelovende Vlaamse auteur Ivo Victoria bij De Bezige Bij Antwerpen binnen te halen. Van Victoria’s begin dit jaar verschenen roman Dieven van vuur waren eind november in Vlaanderen ongeveer 860 exemplaren verkocht.

“Ik heb dat bedrag helemaal niet betaald”, reageert Ammerlaan. “Er zijn in het verleden wel vaker voorschotten genoemd die in de realiteit heel wat minder waren. Ik betaalde geen onverantwoord hoge voorschotten omdat ik de beperkingen van de Vlaamse markt goed ken. Er is veel Dichtung en weinig Wahrheit in al dat geklets over ‘Ammerlaans hoge voorschotten’. Die oude koe wordt telkens weer uit de sloot gehaald, maar niemand neemt de moeite om na te gaan hoeveel winst De Bezige Bij in mijn jaren gemaakt heeft. In 2003 is Meulenhoff/Manteau opgericht en vanaf 2009 had ik ermee te maken. Voor ik erbij kwam, haalde Meulenhoff/Manteau nooit meer dan 700.000 euro omzet en leed de uitgeverij jaarlijks een paar ton verlies. Toen ik De Bezige Bij Antwerpen verliet, was de omzet verviervoudigd en was er voor het eerst in tien jaar geen verlies meer.

“Natuurlijk was dat succes mede te danken aan een aantal verrassende bestsellers, zoals Daar is hij weer van Timur Vermes en Slaapwandelaars van Christopher Clark. Met de buitenlandse boeken die ik inbracht en met het Vlaamse fonds waaraan ik samen met Harold Polis werkte, zaten we op het einde aardig op de goede weg. Maar volledige zelfstandigheid van De Bezige Bij Antwerpen had ertoe kunnen leiden dat de uitgeverij tot een concurrent van De Bezige Bij Amsterdam uitgroeide. Daar waren ze beducht voor.”

Die ‘goede weg’ lijkt voor De Bezige Bij Antwerpen verder weg dan ooit: eind dit jaar wordt een verlies verwacht van 700.000 euro. “Wij doen in de krant geen uitspraken over cijfers”, zegt Koen Clement. “Laten we het er op houden dat er in het verleden goede boeken uitgegeven zijn. Om dat te kunnen blijven doen, moeten we ons huis financieel op orde zetten.”

Kneusjewinkel

Volgens de WPG-bron heerste er tussen Robbert Ammerlaan en Harold Polis gewapende vrede. “Harold heeft een enorm hart voor de zaak, en is ook een goede uitgever. Hij is trouw aan zijn auteurs, volgens sommigen iets te, waardoor hij te veel boeken van slecht verkopende schrijvers blijft uitgeven. Nieuw werk van Christophe Van Gerrewey en Maarten Inghels haalt met moeite 850 exemplaren. Joost Vandecasteele scoort iets beter. De gemiddelde verkoop schommelt tussen de 750 en 1.200 boeken per titel. Zelfs naar Vlaamse normen is dat te weinig. Als je geen voorschot betaald hebt, raak je misschien uit de kosten met 750 stuks. Maar om er iets aan over te houden, moeten er 2.000 à 3.000 verkocht worden.”

Schrijver Marnix Peeters: “Ik heb de koppige indruk dat De Bezige Bij Antwerpen van in het begin door Amsterdam als een opstandig ongewenst kind werd beschouwd. Robbert wilde geen vazal spelen en nam geen vrede met een kneusjeswinkel. In Antwerpen werd hij ook niet meteen op het schild gehesen, want: ‘Waarom komt die oude Amsterdammer zich met onze zaken bemoeien?’ Hij zat tussen hamer en aambeeld en moest veel vroeger dan voorzien het pand verlaten.

“Ik vond dat bizar: die man zette in tien jaar tijd De Bezige Bij Amsterdam terug op de rails en was de geknipte kerel om dat kunstje nog eens over te doen in Antwerpen, maar zijn vaart en enthousiasme spoorden niet met de sombere, minimalistische waarden van het Vlaamse uitgeversvak. Hij had de steun niet van Amsterdam, want ze zagen hem als concurrent, en in Antwerpen wilden ze hun eigen baas blijven. Die twee krachten hebben eendrachtig De Bezige Bij Antwerpen genekt.

“Het is dus niet het verhaal van de smerige uitgever in Amsterdam die, zijn centen tellend, het genadeschot geeft. Ze wilden van de Antwerpse tent af, en hebben gewacht tot ze klein en verlieslatend genoeg was om op te doeken, iets waar ‘men’ in de Scheldestad door het verzet tegen Ammerlaan wrang genoeg aan heeft bijgedragen.”

Klemmende omhelzing

De Bezige Bij in Amsterdam nam het Ammerlaan niet in dank af dat hij ook internationale fictie en non-fictie uitgaf. “De Amsterdamse redacteurs zagen het met lede ogen aan hoe hij boeken aankocht die zij eigenlijk wilden uitbrengen”, zegt de WPG-bron. “Ze gingen klagen bij de directie: ‘Ammerlaan kaapt op beurzen toptitels voor onze neus weg. Dat is niet de afspraak.’

“Toen hij de roman Alles wat is van James Salter voor België kocht, was voor de Amsterdamse redacteurs het hek van de dam: ‘No pasarán’, riepen ze. ‘Salter komt naar ons.’ De wrevel sloeg om in ruzie. Niet veel langer gooide Ammerlaan de handdoek in de ring.”

De recente keuze om van De Bezige Bij Antwerpen een dependance van Amsterdam te maken, komt bij Ammerlaan hard aan. “De Bezige Bij Antwerpen verdient een kans in volledige zelfstandigheid, in plaats van in een klemmende omhelzing van Amsterdam. Ik heb altijd gepleit voor die zelfstandige rol: een sterk Vlaams fonds in combinatie met internationale boeken van grote kwaliteit én allure, dat is dé sleutel voor levensvatbaarheid op de Vlaamse markt. In de jaren dat ik in Antwerpen gewerkt heb, ben ik alleen maar gesterkt geraakt in de overtuiging dat er wel degelijk plaats is voor zo’n uitgeverij. Niets houdt me tegen om in de toekomst ook in Vlaanderen als uitgever actief te blijven.”

Vingers van twee handen

Het nieuws over De Bezige Bij Antwerpen was nog niet koud of het Vlaamse Lannoo liet weten dat het met een nieuwe literaire uitgeverij van start gaat. Directeur-uitgever van dienst is de 49-jarige Johan Ghysels. “Ik ben 23 jaar uitgever lifestyle bij Lannoo”, zegt hij. “Ik heb kookboeken van onder anderen Koen Crucke, Piet Huysentruyt en Pascale Naessens uitgebracht. Van jongs af heb ik een passie voor literatuur. Dit literair fonds mogen uitbouwen, voelt als thuiskomen.”

Meer dan een jaar geleden besliste Lannoo al om een literaire uitgeverij in de steigers te zetten. “We willen niet opportunistisch de leegte invullen die De Bezige Bij Antwerpen achterlaat. Als we in alle segmenten van de boekenmarkt sterk willen staan, moeten we ook in fictie iets betekenen. Een paar jaar geleden hebben we in Nederland Meulenhoff en de Boekerij overgenomen, waardoor we sowieso een fraai fictieaanbod hebben, maar die titels zijn geselecteerd door Nederlandse redacteurs.”

Zitten Vlaamse auteurs niet liever bij een Nederlandse uitgever in de hoop dat hun boeken ook daar verkocht zullen worden? “Voor veel Vlaamse schrijvers lijkt het gras groener aan de andere kant van de Moerdijk. Nederland heeft 16 miljoen potentiële lezers en Vlaanderen ‘maar’ 6 miljoen. Alleen zijn de Vlaamse schrijvers die bij een Nederlandse uitgever onderdak gevonden hebben én er succesvol geworden zijn, op de vingers van twee handen te tellen.”

Vrije tijd

Om rendabel te zijn, moet een literaire uitgeverij in Vlaanderen bijna een miljoen euro omzet halen. Johan Ghysels: “Een succesvol boek in Vlaanderen haalt een gemiddelde verkoop van 2.000 exemplaren. Van elk boek dat 20 euro kost, houden we 10 euro over. Als we volgend jaar twintig behoorlijk succesvolle boeken zullen uitgeven, zal ons dat 400.000 euro opleveren. Dat is nog geen tiende van wat we vandaag aan kookboeken overhouden. Rekening houdend met druk-, marketing-, redactie- en personeelskosten betekent dat verlies, terwijl we naar Vlaamse literaire normen wel goed gewerkt hebben.”

Vorige week verspreidde Boek.be het hoerabericht dat boeken de voorbije twaalf jaar alleen maar goedkoper geworden zijn, gebonden romans zelfs 14 procent goedkoper. Ghysels vindt dat allesbehalve goed nieuws. “Voor uitgevers is dat problematisch. Een roman is een verhaal geschreven door een individu, en vraagt intense begeleiding. Je moet een persoonlijke band met je auteur ontwikkelen en je spreekt lang over intieme dingen. In de productie van één roman kruipen ontzettend veel werkuren.”

Staan de auteurs van De Bezige Bij Antwerpen nu in de rij? “Ik werk geen lijstje van auteurs af die ik wil weghalen bij de concurrentie. We bouwen aan ons eigen verhaal: mensen moeten spontaan naar ons toe komen omdat ze ons interessant vinden. Het is niet omdat je net als in het voetbal een veelbelovende schrijver voor veel geld bij een andere uitgever weghaalt, dat hij zal scoren. Wij behandelen onze auteurs gelijk: ze krijgen de normale marktvergoeding of 10 procent op de verkoopprijs. Op auteursrechten moet maar 15 procent roerende voorheffing betaald worden, dat is voor schrijvers aantrekkelijk.”

Hoezo aantrekkelijk? Een auteur die van een boek 2.000 exemplaren à 20 euro verkoopt, verdient daar zonder werkbeurs dus hoogstens 3.400 euro mee. Dat is toch belachelijk weinig? “Schrijven is een passie, veel mensen doen dat in hun vrije tijd. De basis van het boek vloeit er in een paar honderd uur uit. De meesten blijven vervolgens vijlen aan de tekst en investeren nog eens vijf keer zoveel tijd in eindredactiewerk dat op de uitgeverij kan gebeuren. Als een schrijver dan zijn uurloon uitrekent, is dat inderdaad belachelijk weinig.”

© Jan Stevens

“Veel geblaat, weinig wol”

Boek.be, de belangenorganisatie van het boekenvak, is bij veel van haar leden zo goed als alle krediet kwijt. “De belangen van het boek verdedigt ze allang niet meer.” Wat ze dan wel doet? “Eindeloos vergaderen en de Boekenbeurs organiseren om zichzelf in stand te kunnen houden.”

 

“Beter dan gehoopt.” Twee dagen na de Antwerpse Boekenbeurs klonk directeur André Vandorpe van de belangenorganisatie Boek.be in het vakblad Boekblad hoorbaar opgelucht. De 78e Boekenbeurs klokte net niet af op 154.000 bezoekers, evenveel als in 2013. Ook de standhouders leken min of meer tevreden: ruim 70 procent verkocht evenveel of net iets meer boeken dan een jaar voordien. Aan het vaststellen van de start- en einddatum van deze beurs was een uitgebreide consultatieronde door Boek.be vooraf gegaan. Traditioneel loopt de beurs van 1 tot en met 11 november en overlapt ze grotendeels de herfstvakantie, maar dit jaar viel die er bijna integraal buiten. “De meningen waren verdeeld, dus hebben we zelf de knoop moeten doorhakken”, zei Vandorpe in Boekblad. “Achteraf kunnen we vaststellen dat onze keuze goed heeft uitgepakt.”

Het organiseren van de Boekenbeurs is een van de voornaamste bezigheden van Boek.be. Palaveren in de raad van bestuur over de exacte periode is uitgegroeid tot een klassieker, ook al nam de organisatie een paar jaar geleden al de ‘bindende’ beslissing dat de beurs plaatsvindt van 1 tot 11 november. “Dat is toen met een meerderheid van 55 procent zo beslist”, zegt een insider. “Maar tot de dag van vandaag komen de tegenstemmers daartegen in opstand. ‘Waarom vindt die beurs niet plaats tijdens de vakantie? Ze luisteren nooit naar ons.’ Gehakketak is typisch voor de raad van bestuur van Boek.be: wie het bij een stemming niet haalt, voelt zich jarenlang miskend en blijft rondbazuinen dat hij niet gehoord is.”

 

Mexicaans leger

In 2001 verving de met een oubollig imago kampende belangenvereniging van het boekenvak ‘De Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen’ haar naam door het op dat moment razend hippe ‘Boek.be’. Vandaag verenigt de organisatie meer dan 400 boekhandelaars, uitgevers en boekenimporteurs. “Wij willen de boekverkoop in Vlaanderen zoveel mogelijk bevorderen”, zegt André Vandorpe. “We ondersteunen onze leden met promotiecampagnes, hebben een kenniscentrum over het boek in Vlaanderen uitgebouwd dat gespecialiseerd is in onderzoek en innovatie en helpen zo onze leden voorbereiden op de toekomst. Daarnaast probeert Boek.be als lid van het ruimere BoekenOverleg te wegen op het cultuurbeleid. Met succes, want in het nieuwe regeerakkoord van de Vlaamse regering staat dat er eindelijk werk gemaakt zal worden van een gereglementeerde boekenprijs en dat ze aandacht zal hebben voor de onafhankelijke boekhandel.”

Het woord ‘BoekenOverleg’ ontlokt bij een andere insider een schaterlach. “Dat BoekenOverleg bestaat uit Boek.be, Canon Cultuurcel, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Letterenhuis, Stichting Lezen, Vlaams Fonds voor de Letteren en een hele rist andere organisaties. Op de vergaderingen van het BoekenOverleg mag Vandorpe af en toe het woord voeren voor de uitgevers, importeurs en boekhandelaars, voor de rest heeft hij daar niets te zeggen. Terwijl Boek.be net de koepel zou moeten zijn die alles overspant wat met boeken in Vlaanderen te maken heeft. Maar de organisatie slaagt er zelfs niet in om haar eigen leden, de uitgevers, importeurs en boekhandelaars, te verenigen. Zij hebben elk hun aparte club die uitsluitend hun eigen belangen dient. Vandorpe staat aan het hoofd van een Mexicaans leger: zijn voornaamste taak is ervoor zorgen dat de leden van zijn raad van bestuur rond één tafel blijven zitten en niet continu in elkaars haren vliegen.”

 

Eigenbelang eerst

Boek.be overkoepelt drie deelorganisaties: de Vereniging Vlaamse Boekverkopers (VVB), de Vlaamse Uitgeversvereniging (VUV) en de Vlaamse Boekenimporteurs (VBI). Binnen Boek.be kan alleen consensus over een voorstel bereikt worden, als de raden van bestuur van die drie deelorganisaties er eerst hun fiat over gegeven hebben. Een voorstel dat door de drie raden goedgekeurd is, wordt vervolgens besproken in de raad van bestuur van Boek.be. Die raad bestaat naast voorzitter Karel De Boeck (ceo van Dexia) en directeur André Vandorpe uit vertegenwoordigers van de drie deelorganisaties, aangevuld met ‘buitenbeen’ Jos Vlaminckx, in een vorig leven bedrijfsrevisor bij Deloitte. “Vlaminckx is er in 2008 bijgehaald om de financiën onder controle te krijgen”, zegt insider nummer 1. “Hij had toen het grote voordeel dat hij niets wist van het boekenvak. In het begin wees hij de leden vaak op zaken die niet klopten. Maar gaandeweg werd ook hij lid van de club en paste hij zich aan de algemeen heersende besluiteloosheid aan. Wie dat niet kan, is geen lang leven bij Boek.be beschoren.”

Volgens dezelfde insider durven weinig uitgevers hardop zeggen wat ze echt denken omdat er boekhandelaars aan tafel zitten, en omgekeerd. “Iedereen blijft op de vlakte. De leden van de raad van bestuur verliezen daardoor hun rol van ‘bestuurder’ uit het oog, verdedigen hun eigen dada’s en hebben geen oog voor de gedeelde belangen van het boekenvak. Educatieve uitgeverijen hebben een broertje dood aan de boekhandel: zij leveren zelf rechtstreeks aan scholen en willen dat liefst zo houden. Ze hebben veel macht binnen de VUV en liggen aan de basis van veel conflicten bij Boek.be.”

In de raad van bestuur van Boek.be primeert het eigenbelang, waardoor er zeer vaak niets wordt beslist. “Sommigen zitten op vergaderingen met gekruiste armen te luisteren, leunen achterover en laten alles passeren. De ene zegt nee, de andere ja, een derde trekt de schouders op. Op het einde kan de voorzitter alleen concluderen: ‘We zullen dit punt opnieuw op de agenda plaatsen.’ Vervolgens wordt op de volgende vergadering drie maanden later weer helemaal niets beslist.”

De leden in de raad van bestuur van uitgeverszijde zijn vaak afhankelijk van hun moederhuizen in Nederland. “Zij moeten eerst met hun bazen in Nederland overleggen. Die kijken vooral naar hun eigen profijt en hebben geen boodschap aan de Vlaamse achterhoedegevechten.”

André Vandorpe geeft toe dat de besluitvorming binnen Boek.be voor verbetering vatbaar is. “Daarom zijn we ook op zoek naar een efficiëntere organisatievorm. Op dit moment brengen we alles in kaart en bekijken we hoe we transparanter kunnen worden en sneller kunnen inspelen op de vragen en noden van onze deelorganisaties. Tegen begin 2016 moet die nieuwe, eenvoudige structuur op poten staan.”

Insider nummer 1 twijfelt of dat zal lukken. “Onder leiding van een externe consultant denkt de raad van bestuur nu na over de werking en de doelstellingen van de vereniging. Maar over het belangrijkste thema, een efficiënte ‘eenheidsstructuur’, raken ze het niet eens. Want dan moeten uitgevers, boekhandelaars en importeurs eerst hun eigen club opdoeken. De koudwatervrees voor zo’n eenheidsstructuur is het grootst bij uitgevers. Ze vrezen dat niet alleen hun uitgeverij, maar ook hun eigen persoontje aan belangrijkheid zal inboeten.”

 

Rentabiliteit

Zeven jaar geleden ruilde Johan Vandenbroucke zijn bestaan als literair journalist in voor dat van boekhandelaar. ‘Zijn’ De Zondvloed groeide snel uit tot een florerende, toonaangevende stem binnen het Vlaamse boekenvak. Hij is lid van de VVB, de boekverkopersbond, en daardoor automatisch ook van Boek.be. “Ik blijf lidgeld betalen om een heel praktische reden”, zegt hij. “Daardoor krijg ik mijn abonnement op Boekenbank, de databank met alle Nederlandstalige boeken, aan halve prijs. Het lidgeld van Boek.be bedraagt minder dan de korting die ik bij Boekenbank krijg. Als dat ooit verandert, zeg ik mijn lidmaatschap op. Boek.be is veel geblaat en weinig wol. Ze sturen voortdurend mails waar ik niets mee kan aanvangen en organiseren nutteloze werkgroepen.”

Is er dan niemand in heel het boekenvak die Boek.be nog ernstig neemt? “Zo goed als niemand”, zegt insider 2. “De vereniging heeft zijn representativiteit verkwanseld. Ze zijn goed in technische deelopdrachten zoals Boekenbank, maar de belangen van het boek verdedigen ze al lang niet meer.”

André Vandorpe vindt dat zijn organisatie de boekhandelaars niet in de steek laat. “Ik geef toe dat in het verleden niet alles even goed verlopen is”, zegt hij. “En boekhandelaars hebben het alles behalve gemakkelijk. Met ons programma Boekhandel in Actie willen we hen samen met het Agentschap Ondernemen ondersteunen, met zelfs individueel advies door een consultant. We hebben ook een aantal business tools uitgewerkt die boekverkopers helpen bij het rendabel maken van hun zaak. Aan enthousiasme heeft het de onafhankelijke boekhandelaars nooit ontbroken; nu groeit het besef dat ze het zakelijke niet uit het oog mogen verliezen als ze niet in de problemen willen komen. Wij reiken hen hulpmiddelen aan voor een doorlichting van hun eigen onderneming. We hebben daar al heel wat positieve reacties op gekregen.”

 

De jaarrekeningen van Boek.be van 2013 en 2012 leren dat ook de rentabiliteit van de vereniging voor verbetering vatbaar is. In 2013 leed Boek.be 141.456 euro verlies en torste ze een schuldenlast van 631.297 euro, een jaar eerder bedroeg het verlies 76.553 euro en klokte de schuldenlast af op 401.009 euro.

De negatieve cijfers zijn volgens directeur Vandorpe een rechtstreeks gevolg van de economische crisis. “Een aantal uitgeverijen en boekhandels hebben die crisis niet overleefd en zijn verdwenen. Daardoor hebben we minder leden en innen we minder lidgeld. De nieuwe organisatiestructuur waar we nu over aan het brainstormen zijn, is ook een gevolg van dat krimpende budget.”

Vorig jaar werd voor 61.813 euro aan lidgelden geïnd (wat neerkomt op een gemiddelde van ongeveer 150 euro per lid) en in 2012 bedroeg het totale lidgeld amper 22.653 euro, terwijl Boek.be wél 24 mensen tewerk stelt. Hoe valt dat te rijmen? André Vandorpe: “De lidgelden bedragen sinds oudsher maar een fractie van onze inkomsten. Aangezien Boek.be geen structurele subsidies ontvangt, moeten we onze middelen uit de markt halen.”

Waar komt de schuldenberg vandaan? André Vandorpe: “Die heeft deels te maken met de structuur. De boekenbeurs is onze grootste inkomstenbron. Als een paar jaar na elkaar minder bezoekers komen opdagen, weegt dat zwaar én cumulatief door op onze financiën.”

 

Boek(enbeurs).be

Insider 1 is formeel: zonder Boekenbeurs is Boek.be ten dode opgeschreven. “De vereniging huurt Antwerp Expo en verhuurt standplaatsen tegen kostprijs door aan uitgevers en aan een paar boekhandelaars. De opbrengst van de ticketverkoop gaat integraal naar Boek.be. Het jaar dat het bezoekersaantal onder 150.000 zakt, zit de organisatie met een immens probleem.”

Boek.be investeert veel tijd in het organiseren van de beurs. André Vandorpe: “De Boekenbeurs lijkt op een machine die op het gepaste moment door ons in gang getrokken wordt en daarna haar plan trekt, maar niets is minder waar: elk jaar opnieuw moeten we ze heruitvinden.”

Net daar knelt de schoen. Insider 1: “Bij boekhandelaars en auteurs leeft de indruk dat Boek.be alleen maar tijd heeft voor de Boekenbeurs. Uitgevers stellen die beurs graag voor als dé reclamecampagne voor Het Boek, want dan staan kranten en tijdschriften bol van het boekennieuws.”

Insider 2: “Terwijl op die Boekenbeurs de belangen van de boekhandelaars geschaad worden. De uitgevers verkopen rechtstreeks aan de consument en beweren steevast dat ze daar geen stuiver aan verdienen. ‘Integendeel, we moeten er nog geld bovenop leggen.’ Maar waarom blijven ze het dan toch doen als het zo een zinloze, verlieslatende bezigheid is? De boekhandels zullen die boeken wel met veel plezier verkopen. Onder druk van de crisis zijn Nederlandse uitgevers bezig met een grote kuis in hun Vlaamse dochtermaatschappijen, denk maar aan de Bezige Bij Antwerpen. Veel van die satellietbedrijven werden gerund door managers die stamden uit het boekenvak van voor de euro. Ze hadden niet door dat de grenzen tussen Nederland en Vlaanderen verdwenen zijn en bleven zich verliezen in achterhoedegevechten. In Nederland begrijpen ze de ‘werking’ van een club als Boek.be niet. De succesvolle Boekenbeurs vinden diezelfde Nederlandse uitgevers dan weer wel interessant.”

 

Dertiende provincie

André Vandorpe gelooft niet dat het Vlaamse uitgeverslandschap herleid zal worden tot Nederlands dertiende provincie. “Onze vereniging telt ook een paar grote, sterke Vlaamse uitgevers”, zegt hij. “Wij organiseren echt veel meer dan alleen maar die boekenbeurs; kijk maar naar de collectieve acties en evenementen die wij elk jaar rond het boek opzetten, zoals de Herman De Coninckprijs, de Poëzieweek, de Boekenweek, de Boekenleeuw en Boekenpauw, de Gouden Boekenuil, de Debuutprijs…”

“Ik denk ook niet dat de 24 werknemers van Boek.be helemaal niets doen”, zegt Johan Vandenbroucke. “Ik ben ervan overtuigd dat ze van zichzelf vinden dat ze hard werken. Alleen merk ik daar als boekhandelaar niets van. In Vlaanderen leven teveel mensen van het boekbedrijf zonder zelf iets te produceren. Hun voornaamste bijdrage bestaat uit vergaderen. Dat geldt zowel voor Boek.be als voor het zogenaamde ‘literaire middenveld’. Allerlei vlijtige liesjes nemen in die organisaties de telefoon op om te zeggen dat andere mensen in vergadering zijn. Zij worden door de samenleving betaald, terwijl boekhandels en uitgevers alle zeilen moeten bijzetten en auteurs amper de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het Vlaams Fonds voor de Letteren organiseerde onlangs een trip naar Londense boekhandels. Daar waren ook een paar mensen van Boek.be bij. Diezelfde mensen zijn nog nooit in mijn boekhandels in Mechelen en Roeselare op bezoek geweest. Het stoort me dat ze er op zo’n plezierreisje wel als de kippen bij zijn, maar de weg naar hun eigen leden niet vinden. Directeur Andre Vandorpe en de secretaris van de boekverkopersbond hebben nog nooit een voet in De Zondvloed gezet. Blijkbaar ben ik niet belangrijk genoeg voor de organisatie die mijn belangen moet verdedigen.”

Heeft Boek.be nog toekomst? “Ik vraag het me af. De successen uit het boekenvak van de laatste tien jaar hebben niets met Boek.be te maken. De belangrijkste strijd, die om de vaste boekenprijs, hebben ze jaren geleden verloren. Het voor boekhandels belangrijke gevecht voor bibliotheekkortingen hebben ze zelfs nooit gevoerd. Nu zitten we in een situatie dat de maatschappij bibliotheken subsidieert die onmenselijke kortingen eisen bij boekhandelaars. De belangenorganisatie Boek.be had geen tijd om die strijd te voeren. Want ze had het te druk met het organiseren van de Boekenbeurs en met onderling ruziemaken.”

 

© Jan Stevens

De boeken toe

CoLibro, de koepel van onafhankelijke boekhandels, stopt ermee. Aanleiding is de algemene malaise in het boekenvak, maar ook de groeiende ontevredenheid onder een aantal grote leden over de werking van de organisatie. “CoLibro is een vehikel geworden dat vooral zichzelf in stand hield.”

De beslissing om CoLibro als samenwerkingsverband van onafhankelijke boekhandels stop te zetten, viel al op de buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering van 13 september. “Boekhandelaars die niet op die vergadering aanwezig waren, weten dat waarschijnlijk nog altijd niet, want gedelegeerd bestuurder van CoLibro Luc Vander Velpen heeft die beslissing achteraf niet gecommuniceerd”, zegt Yvonne Steinberger, zaakvoerster van de Brugse boekhandel De Reyghere en tot 13 september voorzitster van de raad van bestuur van CoLibro. “CoLibro is al drie jaar verlieslatend. Eerder dit jaar zijn er nog een paar belangrijke leden uitgestapt en is de Mechelse boekhandel Forum failliet gegaan. Een paar grote uitgevers hebben toen gezegd: ‘Wij beschouwen CoLibro niet langer als representatief voor de onafhankelijke boekhandels en daarom gaan we onze contracten tegen het einde van het jaar opzeggen.’ Ze vonden dat een te kleine groep voordeel had van de bijdragen voor reclamecampagnes die ze aan CoLibro betaalden.”

CoLibro werd in 1998 op initiatief van Luc Vander Velpen en een twintigtal grote zelfstandige boekhandels boven de doopvont gehouden. “De organisatie is toen opgericht als een coöperatieve vennootschap”, zegt Steinberger. “Door samen te werken, wilden we de onafhankelijke boekhandels krachtiger maken tegenover uitgevers en zagen we ook mogelijkheden om met nationale acties en reclamecampagnes met onze consumenten te communiceren. Maar hoe langer hoe meer werd werd CoLibro een vehikel dat vooral bezig was met zichzelf te onderhouden. De belangen van CoLibro en van de boekhandels groeiden uit elkaar. Er werd bespaard op communicatie, terwijl de leden samen met de uitgevers voor die communicatie betaalden. De economische crisis heeft de beslissing versneld om de stekker uit het stopcontact te trekken. Als je boekhouder er op wijst dat je op je balans een grote kostenpost als CoLibro hebt staan die niet veel opbrengt, weet je hoe laat het is.”

“Colibro heeft altijd zijn best gedaan”

In een eerste reactie bevestigt Luc Vander Velpen dat hij bezig is met de afhandeling van het huidige CoLibro, maar dat hij tezelfdertijd ook werkt aan een nieuwe vorm van samenwerken tussen een grote groep leden. “Uw berichtgeving is voorbarig. Binnen een paar weken kan ik uitsluitsel geven over hoe het verder zal gaan.” Een paar uur later belt hij terug. “We stoppen er inderdaad mee”, geeft hij toe. “Alle leden weten het ondertussen. Alleen zijn er nog een paar juridische bezwaren. CoLibro is een coöperatieve vennootschap waarvan alle aangesloten boekhandels aandeelhouder zijn. Het is niet eenvoudig om dat kluwen te ontwarren. Er zijn de laatste vier jaar meerdere grote boekhandels over kop gegaan, maar het faillissement van Forum was er een te veel: zij vertegenwoordigden 10% van onze omzet. Ik lees nu dat boekhandels worden overgenomen en dat er nieuwe opengaan, alleen is de vraag of zij de failliete winkels kunnen vervangen. Daar komt bij dat de Vlaamse boekhandelaars vergrijzen: de meesten zijn ouder dan vijftig en we missen een generatie jonge boekhandelaars waardoor de dynamiek weg is. Bovendien is de samenstelling van onze groep nog diverser geworden dan voorheen en ligt het rendement in het boekhandelsvak niet bijzonder hoog. CoLibro heeft de afgelopen jaren nochtans goed gewerkt. Tussen 2006 en 2010 hebben wij onze leden 32% omzetgroei bezorgd en ook het laatste boekjaar hebben we afgesloten met winst.”

Die winst is vooral op rekening te schrijven van Books2, de in 2008 opgerichte zusterorganisatie van 120 krantenwinkels die ook onder de vennootschap CoLibro is ondergebracht en die voorlopig verder blijft werken. “De koepel voor de onafhankelijke boekhandels heeft een gecumuleerd verlies van 80.000 euro”, geeft Vander Velpen toe. Het verwijt dat hij zijn eigen belang op dat van de boekhandels liet voorgaan, wijst hij resoluut van de hand. “Ze kunnen ons toch niet kwalijk nemen dat we onszelf in stand hebben willen houden? CoLibro is geen liefdadigheidsinstelling; ik ben als gedelegeerd bestuurder verplicht om dat bedrijf gezond te houden. Al van bij de oprichting hoor ik mensen zeggen dat CoLibro opgericht is om Luc Vander Velpen een boterham te bezorgen. Maar ik heb nog nooit iemand een onderneming weten opstarten om iemand anders te eten te geven. Een boekhandelaar verdient ook geld en een uitgever nog veel meer.”

Hebben de uitgevers de beslissing om CoLibro op te doeken geforceerd? “Absoluut niet. Na het faillissement van Forum heb ik begin dit jaar met de uitgevers gepraat en hen laten weten dat het niet goed zat. Zij hebben daar toen zeer correct op gereageerd. Het is trouwens niet in hun belang dat er geen samenwerkingsverband tussen boekhandels meer is.”

Waarom zijn de voorbije jaren belangrijke boekhandels zoals de Groene Waterman, Walry en Passa Porta uit CoLibro gestapt? “Soms had dat te maken met media-acties die niet meer werkten, soms met een gebrek aan rendement. CoLibro heeft altijd zijn best gedaan. We zijn opgericht op een moment dat de zelfstandige boekhandel op sterven na dood was. Tussen 1988 en 1998 is 38% van de onafhankelijke boekhandels verdwenen. Iedereen was toen in paniek, maar wij hebben terug perspectief gebracht. Ik ga met geen modder gooien. Ik weet van veel boekhandelaars heel veel dingen, maar dat zijn professionele zaken en die moeten ook professioneel blijven. De Groene Waterman heeft sinds hij bij CoLibro weg is bij mijn weten nog geen winst gemaakt. Dat is erg voor zo’n goeie boekhandel. Vraag de resultaten eens op van alle Vlaamse boekhandels: die zijn rampzalig. Toch blijf ik ervan overtuigd dat een grote zelfstandige boekhandel een rol kan spelen in het boekenvak, ook al is dat niet vanzelfsprekend.”

© Jan Stevens

Bijna manager van het jaar

Op 1 maart 1984 werd Frans Schotte baas van Standaard Boekhandel, toen een zieltogende boekhandelsketen waar niemand geld op wou verwedden. Bij zijn aantreden werd hem een verlies van 250.000 euro voorspeld, uiteindelijk bleek het 2,7 miljoen te zijn. Bijna 25 jaar later staat Schotte nog steeds aan de top en maakt zijn keten net geen 10 miljoen winst. “Ons geheim? In plaats van te snoeien hebben we er resoluut voor gekozen om te groeien.”

Aan het begin van 2008 is Frans Schotte een gelukkig man. Het voorbije jaar heeft zijn Standaard Boekhandel opnieuw alle verkooprecords verpulverd, heeft zijn Cercle Brugge wekenlang de concurrentie een neus gezet en werd hijzelf genomineerd om Trends’ nieuwe manager van het jaar te worden. “Zo’n nominatie streelt een mens zijn ijdelheid”, bekent hij. De hele professionele loopbaan van Frans Schotte oogt, net als Standaard Boekhandel zelf, als een gestaag groeiende successtory. “Mijn vader had nochtans een heel andere carrière voor mij in petto”, zegt hij. “Papa was technisch leraar in Roeselare, en moeder was fulltime huisvrouw in een gezin met vier kinderen. Vader vond het onderwijs de beste en meest zekere baan voor mij. Dus trok ik na het lager middelbaar naar de normaalschool. Vier jaar later was ik een gediplomeerd onderwijzer, maar had ik totaal geen zin om voor de klas te gaan staan. Ik droomde van een veel dynamischer job in het bedrijfsleven.”

Frans Schotte besloot om eerst nog sociologie te studeren. Zijn legerdienst was nog niet helemaal voorbij, toen hij begin 1972 zijn eerste contract tekende bij het Roeselaarse metaalbedrijf VDK. “Ik schopte het er tot personeelsdirecteur. De vader van Rik De Nolf van Roularta was goed bevriend met mijnheer Van De Kerckhove, de zaakvoerder van VDK. Ze zetelden samen als consulaire rechters in de Rechtbank van Koophandel. De Nolf zei dat hij op zoek was naar een personeelsdirecteur, waarop Van De Kerckhove repliceerde dat hij een goede had. Het gevolg was dat De Nolf mij kwam vragen om personeelsdirecteur bij Roularta te worden. De vriendschap tussen de twee heren consulaire rechters is na mijn overstap een beetje bekoeld.”

Bijna vier jaar later werd Frans Schotte door headhunters bij Roularta weggekaapt om secretaris-generaal voor de textielwerkgeversfederatie te worden. “Dat heb ik iets meer dan twee jaar gedaan, en toen is papiergigant Bührmann-Tetterode me in 1984 komen halen om directeur van Standaard Boekhandel te worden.”

De toestand is hopeloos, maar niet ernstig

Het Nederlandse concern Bührmann-Tetterode zag in Frans Schotte de ideale crisismanager om haar Vlaamse dochter Standaard Boekhandel uit de rode cijfers te halen. “Met 24 winkels was Standaard Boekhandel toen ook al marktleider. De winkels maakten al jaren verlies, maar de aandeelhouder was zich niet bewust van de ernst van de situatie. Tijdens onze eerste gesprekken in augustus ’83 kreeg ik te horen dat er een verlies dreigde van 250.000 euro. Begin september vertelden ze me dat het misschien wel 500.000 euro zou zijn. Toen ik in oktober mijn contract kwam tekenen, zeiden ze: ‘Het zal nog een beetje meer tegenvallen.’ Toen ik op 1 maart 1984 begon, bleek het verlies 2,7 miljoen euro te bedragen.”

Schotte schrok zich een hoedje. “Een verlies van 500.000 euro kun je remediëren door een paar winkels te sluiten en zoveel mogelijk te besparen. Maar dit was van een totaal andere orde. De totale personeelskost bedroeg 2,6 miljoen euro. Om het verlies van 2,7 miljoen goed te maken, had ik dus alle mensen op straat moeten zetten, waardoor we meteen ook geen omzet meer zouden maken. Het verlies was een gevolg van veel vaste kosten, lage marges, een kwakkelende administratie, en een overvloed aan onverkoopbare boeken. Kortom, alles liep verkeerd.”

Bührmann-Tetterode had een Nederlands consultancybureau ingehuurd. Hun advies was: “Snij alles weg wat niet rendabel is.” “Daardoor begon Standaard Boekhandel nog slechter te draaien”, zegt Frans Schotte. “Want als je met zo’n gigantische verliezen zit, hou je bij een saneringsoperatie niets meer over. Ik heb toen besloten om net het tegenovergestelde te doen, en om niet te snoeien, maar om te gaan groeien. Eind 1984 openden we zes nieuwe winkels, en in ’85 en ’86 telkens tien. In amper twee en een half jaar tijd groeiden we van 24 naar 50 winkels. Onze variabele kosten stegen, maar onze centrale kosten voor inkoop en promotie bleven gelijk. Tezelfdertijd ben ik gaan praten met uitgevers om betere voorwaarden af te dwingen, en hebben we alle panden die we in eigendom hadden voor een goeie prijs verkocht en teruggehuurd. Met de opbrengst van die panden hebben we de opening van onze nieuwe winkels gefinancierd. In 1989 maakten we eindelijk terug winst. Die eerste jaren heb ik veel slapeloze nachten gehad. Ik heb me vaak afgevraagd: ‘Hoe moet ik het nu aanpakken?’ Ik geloofde er wel in, maar wist niet goed hoe ik die scheve situatie weer kon rechttrekken. We kwamen alleen nog in de media omdat we zo goed als failliet waren. En toen brandde onze hoofdzetel in augustus ’85 af, één dag voor de scholen begonnen. Gelukkig waren we goed verzekerd, al hebben we er geen eurocent aan overgehouden.”

Van zodra Standaard Boekhandel winst maakte, trok aandeelhouder Bührmann-Tetterode zich terug. Schotte nam samen met de GIMV, een Nederlandse uitgever en een boekendistributeur alle aandelen over. In 2004 verkochten Frans Schotte en zijn medevennoten hun aandelen aan de Zuid-Nederlandse Uitgeverij (ZNU). Kwatongen beweren dat het aandeelhouderschap van ZNU terug te vinden is in het assortiment in de winkels. “De overname van onze aandelen door ZNU heeft geen enkele repercussie op de voorraad in de winkels gehad”, zegt Schotte. “In een totaal onverdachte periode ’84-’94 had ZNU geen aandeel in Standaard Boekhandel. We verkochten toen verhoudingsgewijs evenveel boeken van die uitgeverij als vandaag. In het segment van het goedkopere boek hebben zij nu eenmaal het beste aanbod.”

Is the sky the limit?

Anno 2008 heeft Standaard Boekhandel met 113 winkels 40% van de markt in handen. En nog is het einde niet in zicht. “Er is nu één Standaard Boekhandel per 56.000 inwoners”, rekent Frans Schotte voor. “In Nederland is er één boekhandel per 10.000 inwoners. Vandaag zijn er 113 Standaard Boekhandels en 120 onafhankelijke boekhandels. In principe is er nog plaats voor 250 boekhandels. Standaard Boekhandel zal er natuurlijk geen 250 meer openen. Maar ik denk dat er toch nog ruimte is om tot 150 te gaan. Heel wat zelfstandige boekhandels hebben het lastig met ons succes en onze expansiepolitiek. Toen we in de miserie zaten en veel verlies maakten, hadden ze geen medelijden met ons. Dat was voor niets nodig, maar nu het goed gaat, zijn ze allemaal boos en dat is ook voor niets nodig. We proberen gewoon onze job zo goed mogelijk te doen. We hebben nergens geld gestolen of gekregen. We hebben het allemaal zelf verdiend. Wat willen ze van ons? Moeten we rendabele winkels sluiten? Moeten we stoppen met onze expansie, terwijl die voor het bedrijf nuttig is? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we onze job slecht gaan doen?”

En toch. Niet alleen boekhandelaars, maar ook sommige uitgevers vinden dat Standaard Boekhandel te sterk geworden is. Want elk jaar weer staat Frans Schotte op de stoep om meer korting te vragen, die hij meestal ook krijgt… Schotte lacht. “De situatie zoals jij ze beschrijft, is lang zo geweest, maar nu niet meer. De voorbije tien jaar hebben we bij geen enkele uitgever nieuwe leveringsvoorwaarden bedongen.”

Wordt er in plaats van extra korting dan niet meer financiële inbreng in reclamecampagnes gevraagd? Frans Schotte: “Dat is een ander verhaal. Met het gros van de uitgevers hebben we afgesproken dat ze een percentage van de gerealiseerde omzet investeren in promotie die wij ontwikkelen. Het is niet meer dan logisch dat er extra participatiegeld voor de promotie binnenkomt als onze omzet stijgt.”

Dat neemt niet weg dat nogal wat uitgevers bang zijn dat Standaard Boekhandel binnenkort misschien het hele reilen en zeilen in het boekenvak zal bepalen. 40% marktaandeel is toch niet niks? De belangenvereniging van het boekenvak heet boek.be. Misschien verandert haar naam binnenkort in standaardboek.be? Frans Schotte: “Je brengt me op ideeën. Ach, ik vind dat allemaal niet zo belangrijk. Mijn enige verantwoordelijkheid is om een goed beleid voor mijn onderneming te voeren. Ik kan er niets aan doen dat anderen daar ongelukkig mee zijn. Misschien moeten zij ook proberen om hun bedrijf anders te leiden. En misschien moeten uitgevers eerst in eigen hart kijken. Want er worden veel teveel boeken geproduceerd. Elk jaar komen er 16.000 nieuwe Nederlandstalige titels bij. Dat is pure waanzin. Het probleem is dat iedere uitgever ervan overtuigd is dat hij prachtige boeken maakt die schitterend zullen verkopen. Terwijl er gemiddeld 2000 exemplaren van een titel verkocht worden. Er worden gewoon teveel boeken en teveel exemplaren per titel geproduceerd.”

Als Standaard Boekhandel een boek niet inkoopt, is dat voor een uitgever een flinke streep door zijn rekening? Schotte: “We zouden uitgevers een groot plezier doen als we boeken die we niet kunnen verkopen toch zouden inkopen. Maar dan moeten we ze na zes maanden terugsturen, en dan hebben die arme uitgevers nog minder verdiend, omdat ze kosten hebben moeten maken om hun onverkoopbare boeken in onze winkels te krijgen. In de kledingsector wordt er na zes maanden gesoldeerd. Iedereen vindt dat doodnormaal. Wij solderen niet. Wij stellen dat het uitgeefrisico bij de uitgever ligt. Dus moet hij boeken maken die de klanten willen kopen. Dat is zijn job. En wij moeten ervoor zorgen dat de volgens ons verkoopbare boeken in onze winkels liggen. Dat lukt ons vrij aardig. Uitgevers vergelijken ons vaak met de kledingsector, en klagen dan dat zij altijd die onverkochte boeken moeten terugnemen. Mijn antwoord is simpel: als ze ons evenveel korting als in de kledingsector geven, dragen we het risico zelf. Kledingwinkels kopen voor eigen risico, maar krijgen 80% korting. Wij nemen het risico niet, en kopen gemiddeld in aan 43%.”

Familiebedrijf in spé

Frans Schotte pendelt elke dag een paar uur heen en weer van zijn huis in Roeselare naar het hoofdkantoor in Sint-Niklaas. “Ik heb er een tijd aan gedacht om naar het Waasland te verhuizen, maar mijn drie kinderen zagen dat niet zitten.”

Zoon Geert woont nu wel in Waasmunster, werkt sinds twee jaar ook bij Standaard Boekhandel en is zich in de coulissen aan het opwarmen om zijn vader op te volgen. Vlaanderens grootste boekhandelsketen wordt een familiebedrijf? Frans Schotte: “Standaard Boekhandel is een onderneming die professioneel geleid wordt, maar die al heel lang in de sfeer van een familiebedrijf werkt. Geert vertelde me ooit dat hij ervan droomde om een bedrijf te leiden. Ik heb hem toen gezegd: ‘Als dat echt je keuze is, kan ik je helpen opleiden tot directeur bij Standaard Boekhandel.’ We hebben er anderhalf jaar over gepraat; ik heb hem in die periode proberen doordringen van de consequenties van zijn keuze.”

“Of we nu veel ruzie maken? Ik ben dat type niet, en hij al evenmin. Hij heeft nog veel tijd om het te leren. Als alles goed gaat, draai ik nog vijf jaar mee. Ik heb geen ambitie om zoals andere collega’s uit het boekenvak aan het roer te blijven tot ik erbij neerval. Julien Weverbergh is bijna 80 en opnieuw met een uitgeverij begonnen. Op mijn 65e hou ik ermee op. Ik ga geen schoonvader spelen voor mijn zoon, en ook niet voor de andere directieleden. Ik zal tegen dan een paar hobby’s hebben.”

Schotte heeft alvast één hobby: voorzitter van Cercle Brugge. “Op mijn 55e dacht ik: ‘Ik moet toch iets hebben buiten mijn werk.’ Ik heb toen een paar voetbalploegen verkend, maar nergens zat de sfeer zo goed als bij Cercle.”

Over Cercle Brugge werd lang lacherig gedaan. Maar na de successen van het voorbije jaar is het gegniffel verstomd. Schotte: “We hebben keihard aan ons succes gewerkt. Toen ik voorzitter werd, zaten we in tweede klasse. Met man en macht hebben we de ploeg financieel gezond gekregen. We zijn van tweede naar eerste gepromoveerd, en elk jaar wordt ons draagvlak breder. Het voorbije jaar ging het natuurlijk bijzonder goed. In 2007 lukte gewoon alles.”

De man

Frans Schotte (60), topman van Standaard Boekhandel, de grootste boekhandelsketen in Vlaanderen.

Getrouwd en drie kinderen.

Hobby: voorzitter van Cercle Brugge. “Ik zoek nog hobby’s, voor als ik op pensioen ben. Mijn thesis ging indertijd over verwaarloosde jeugd. Ik voel me aangetrokken tot jongeren die minder getalenteerd zijn en minder kansen gekregen hebben, of die stommiteiten begaan hebben. Misschien word ik na mijn 65e actief in dat soort zaken, in combinatie met Cercle en met een paar bestuurdersmandaten.”

Het bedrijf

-Standaard Boekhandel is marktleider, en heeft 40% marktaandeel.

-113 winkels met 215 voltijdse werknemers, exclusief franchisenemers.

-omzet: 147,61 miljoen euro (raming 2007)

-nettowinst: bijna 10 miljoen.

Frans Schotte noemt zichzelf een zachte manager. “Maar als het moet, kan ik hard zijn. Als ik een beslissing in overleg kan nemen, zal ik dat zeker doen. Maar het gepalaver mag nooit zolang duren tot je als bedrijfsleider uiteindelijk niets beslist, want ook dat is een beslissing. Ik probeer tijd te nemen voor overleg, maar als het moet, hak ik knopen door. De slechtste managers zijn zij die nooit beslissen. De tweede slechtste zijn zij die foute beslissingen nemen.”

© jan@janstevens.be