‘De nonnen lieten de baby’s creperen’

In 2014 werd de Ierse amateurhistorica Catherine Corless wereldnieuws met haar stelling dat de nonnen van Tuam 796 kinderen op hun domein begraven hadden. Ze werd afgeserveerd als ‘complotdenkster’, maar kreeg eerder dit jaar over de hele lijn gelijk. ‘Is er ooit gedegen onderzoek gevoerd naar wat er met al jullie zogezegd onwettige kinderen gebeurde?’

Op 25 mei 2014 kopte de Irish Mail on Sunday: ‘Massagraf voor 800 baby’s: ‘onwettige’ kinderen die in een door nonnen geleide instelling stierven, werden anoniem begraven’. Waarna de krant uitgebreid berichtte over het opzoekwerk van Catherine Corless naar de verdwenen kinderen van het westelijke Ierse stadje Tuam. ‘De nationale radio pikte diezelfde dag nog dat artikel op’, zegt ze. Niet veel later was Tuam wereldnieuws en de onvermoeibaar speurende Corless wereldberoemd.

We zitten in de keuken van Catherine Corless’ boerderij op tien kilometer van Dublin Road Estate, de plek waar de zusters van de Orde van Bon Secours veertig jaar lang 796 gestorven baby’s en kinderen van tienermoeders illegaal op hun domein en in het riool begroeven. ‘De voorbije uren stond ik doodsangsten uit’, bekent ze. ‘Sinds 2014 krijg ik cameraploegen en journalisten van over de hele wereld over de vloer. Je zou denken dat het went om geïnterviewd te worden, maar elke keer opnieuw moet ik opkomende paniekaanvallen verbijten.’

In haar pas verschenen memoires Belonging beschrijft Catherine Corless hoe ze op haar 36e voor het eerst met zo’n paniekaanval kreeg af te rekenen. ‘Het leek op een hartaanval. De psychiater concludeerde dat ik leed aan posttraumatische stress. De oorzaak situeert zich in mijn eigen kindertijd. Dat is denk ik ook de reden waarom ik me het lot van de 796 verdwenen kinderen van Tuam zo hard aantrek.’

U groeide zelf op in een liefdeloze omgeving?

Cahterine Corless: Mijn vader leed aan zware depressies en mijn moeder was extreem afstandelijk. Ze zorgde voor ons, maar er was geen intimiteit of liefde. Als ik haar te veel op de zenuwen werkte, gaf ze me een pak slaag. Ik was bang van haar. Vijftien jaar geleden kwam ik erachter dat zij een ‘onwettig’ kind was, net als de kinderen van Tuam. Ook zij zag het levenslicht in een katholiek tehuis en kwam later in een pleeggezin terecht. Ze had geen echte familie. Moeder stierf voor ik het er met haar over kon hebben, maar ik weet dat zij nooit geleerd heeft wat liefde is. Omdat ze de dochter van een ongehuwde tienermoeder was, werd ze als uitschot behandeld.

Op de basisschool zat ik samen met de meisjes die in het tehuis voor moeders en baby’s verbleven, The Home zoals de inwoners van Tuam het noemen. Vóór de nonnen van de orde van Bon Secours er in 1925 hun intrek namen, was het monumentale gebouw een workhouse, een armenhuis, gebouwd in 1840. In de 19e eeuw opende de Engelse bezetter in verschillende Ierse steden werkhuizen voor de armen. Na een mislukking van de aardappeloogst volgde in 1845 The Great Famine, de grote hongersnood. De armen hadden de keuze tussen ofwel de hongerdood, ofwel in een armenhuis in ruil voor kost en inwoon hard labeuren. Na de Ierse onafhankelijkheid in 1922 gingen de werkhuizen dicht. Een aantal werd door de overheid ingericht als rust- en verzorgingstehuis voor bejaarden, andere werden verbouwd tot hospitaal. Voor het werkhuis van Tuam riep de staat de hulp in van Bon Secours, een kloosterorde met nonnen opgeleid tot verpleegster. Zij herdoopten het werkhuis in St Mary Orphanage, het weeshuis van de heilige Maria, alleen leefden er geen wezen, maar baby’s en kinderen van ‘gevallen moeders’.

Was u bevriend met de kinderen van St Mary uit uw klas?

Corless: Contact met hen was verboden. Ze zaten achteraan en zagen er sjofel en ondervoed uit; iedereen noemde hen de Home Babies. Ze werden door de leerkrachten nooit bij de les betrokken en mochten niet met ons samenspelen. Ze durfden hun mond niet opendoen en we lazen de angst op hun gezicht. Er werd ons verteld dat ze wezen waren en wij geloofden dat, terwijl ze wel degelijk allemaal moeders hadden. Ik weet dat sommige vrouwen verwoede pogingen ondernomen hebben om hun kinderen terug te krijgen, alleen is dat nooit gelukt.

In St Mary kwamen ongehuwde moeders en tienermoeders bevallen?

Corless: Ja, maar niemand wist in die tijd wat er zich écht allemaal achter de hoge muren van het drie hectare grote domein afspeelde. De moeders die er kwamen bevallen, moesten een jaar blijven. Ze verzorgden hun baby en werkten gratis voor de nonnen. Als dat jaar voorbij was, werden ze onverbiddelijk weggestuurd. De baby’s bleven achter als zogenaamde ‘wezen’. De jongens werden vanaf hun vijfde naar school gestuurd; de meisjes vanaf hun zevende.

Het uiteindelijke doel was: adoptie?

Corless: Tot de jaren 1950 werden er nogal wat illegale adopties naar Amerika geregeld. Maar het voornaamste doel was toch de kinderen onderbrengen bij Ierse pleeggezinnen. Te veel pleegouders beschouwden dat als een lucratieve bijverdienste. De overheidstoelage staken ze op zak en het kind werd hun persoonlijke huisslaaf. Gelukkig waren er ook pleegouders die het goed meenden, alleen waren dat er niet zo veel. De Ieren konden in die tijd behoorlijk wreed zijn.

U werd lang als complotdenker afgeschilderd, ook in België. Zo schreef hoofdredacteur Geert De Kerpel van het katholieke magazine Tertio in juni 2014: ‘De zusters deden wat ze konden, gedragen door hun geloof. De voorbije weken is er nog een drama bijgekomen: dat van vele media die hun deontologie dumpten in een fictief kerkelijk massagraf.’ Schrijver Tom Naegels omschreef u in de krant De Standaard als: ‘Een amateur-heemkundige die geld zoekt voor een herdenkingsplakkaat.’

Corless: Ik ben me er erg van bewust dat ik wereldwijd door velen als complotdenker werd weggezet. De kritiek verstomde totaal toen op 3 maart 2017 de toenmalige Ierse minister voor Kinderen Katherine Zappone bekendmaakte dat koolstofanalyse had vastgesteld dat de lijkjes in het riool wel degelijk van kinderen uit het tehuis waren. De 796 gestorven baby’s van Tuam die tussen 1925 en 1961 door de nonnen begraven waren op hun domein en in de ondergrondse riooltunnels werden toen officieel teruggevonden. Vandaag liggen ze er nog steeds. Tot hiertoe liet de Ierse regering na om ze daar weg te halen. Ik vind dat stuitend.

Heeft dat te maken met de oeroude band tussen de kerk en de Ierse staat?

Corless: Ik ben bang van wel. Aan de archeologen die in 2017 stalen van de lijkjes namen, lag het niet: zij hielden hartstochtelijke pleidooien om de kinderen meteen op te graven. Want hoe langer ze in dat riool liggen, hoe meer bewijsmateriaal er verloren gaat. Maar de regering lijkt erg bang voor wat ze zal aantreffen.

In de Ierse politiek zijn dynastieën zeer belangrijk. Nogal wat vooraanstaande mannelijke politici zijn zonen, kleinzonen en achterkleinzonen van voormalige vooraanstaande mannelijke politici. De druk is groot om tijd te winnen en de putdeksels van The Home onaangeroerd te laten. Terwijl alleen forensisch onderzoek van alle stoffelijke overschotten aan het licht kan brengen wat er écht gebeurd is tussen 1925 en 1961. Volgens de huidige regering moet er eerst een nieuwe wet gestemd worden die opgravingen van de kinderlijkjes mogelijk maakt. Veel haast lijkt ze daarbij niet te hebben. ‘Corona gooit roet in het eten’, beweert. Haar laatste belofte is dat de opgraving in de lente van 2022 zal starten.

Tom Naegels heeft overigens gelijk: ik ben inderdaad ‘amateur-heemkundige’. Maar het was nooit mijn bedoeling om deze gruwel bloot te leggen. Als lid van de lokale heemkundige kring The Old Tuam Society wou ik in 2012 voor ons tijdschrift een essay schrijven over de geschiedenis van ‘ons’ tehuis voor moeders en baby’s. In de jaren zeventig werd St Mary afgebroken en kwam er een sociale woonwijk in de plaats. Het onderwerp van mijn essay was de geschiedenis van het armenhuis en het ‘goede werk’ van de nonnen van Bon Secours, alias ‘goede hulp’. Maar tot mijn grote verbazing vond ik in de officiële archieven van Tuam niets over het ‘weeshuis’. Geen enkel verslag van de gemeenteraadszittingen repte over de werking van het tehuis, terwijl de nonnen al die jaren in dienst van de overheid werkten. Ik begreep er niets van en zocht contact met het hoofdkwartier van de Bon Secours-orde in Cork. Ook in hun archief zat zogezegd niets over The Home. Ze lieten weten dat ze alle papierwerk aan de districtsraad van het graafschap Galway hadden bezorgd. Maar het enige wat die raad ooit van de nonnen kreeg, zijn registers met de aankomstdatums van de ongehuwde moeders en de geboortedatum en het gewicht van hun baby’s.

De nonnen hadden alle sporen gewist?

Corless: Daar leek het op. In de bibliotheek van de universiteit van Galway had ik meer geluk: daar vond ik plattegronden van The Home in 1925 en zo ontdekte ik afgesloten rioleringstunnels die een soort van ondergronds kelderlabyrint vormden. Ik ging praten met mensen die in het tehuis als ‘onwettig’ kind geboren waren en er een paar jaar hadden geleefd, tot ze in pleeggezinnen terecht kwamen. Die overlevers schetsten een zeer grimmig portret van hun behandeling door de nonnen.

In de jaren dertig werden rond The Home huizen gebouwd. Een van de oudere inwoners vertelde me hoe hij als kind vanuit zijn slaapkamerraam’s avonds laat verschillende keren graven had zien delven.

Er waren dus al veel eerder dan 2014 geruchten dat de nonnen dode kinderen begroeven?

Corless: Daar kwam ik toen achter, ja. Overlevers en bejaarde buurtbewoners lichtten tipjes van de sluier, maar iedereen zei: ‘Gebruik nooit mijn naam.’

De archivaris van de burgerlijke stand van Galway ging op zoek naar de volledige lijst van aangegeven geboorten en overlijdens van het tehuis van Tuam. Toen zij me belde, hoorde ik dat ze van slag was. ‘In totaal stierven er 798 kinderen’, zei ze. ‘Van twee vond ik begrafeniscertificaten terug, van de 796 anderen niet.’

Slechts twee kinderen waren door de nonnen officieel begraven?

Corless: Die twee waren échte wezen en geen buitenechtelijke kinderen van ongehuwde moeders. Het kerkhof van Tuam lag vlak naast The Home. Daar was geen spoor van de 796 dode kinderen te vinden. Met de hulp van Tuams officiële grafdelver John Mannion zocht ik uit of ze misschien op een ander kerkhof ergens in Ierland begraven lagen. Hun namen doken nergens op. Ook John vertelde me dat de nonnen op hun terrein gestorven home babies begroeven. Toen alle beschikbare ruimte was opgebruikt, begonnen ze met het vullen van de rioleringstunnels. De lijst met de namen van de doden en hun leeftijden is intriest. De oudste is acht jaar; de meesten waren één of twee. Ze stierven als gevolg van grove verwaarlozing.

Lag de kindersterfte zeker tot na WO II in heel Ierland niet erg hoog?

Corless: Natuurlijk waren er levensbedreigende ziekten, zoals difterie en mazelen en waren er nog geen antibiotica. Maar let eens op de genoteerde doodsoorzaken: heel vaak is dat buikgriep. De nonnen van Bon Secours waren gedpilomeerde verpleegsters. Ze kenden het belang van goede hygiëne en wisten perfect dat de zeer besmettelijke buikgriep makkelijk te stoppen is door zieke kinderen van gezonde te isoleren. Ze lieten de baby’s gewoon creperen en probeerden ze na hun dood van de aardbodem te wissen. Hoe moet ik het begraven in een riool en het laten verdwijnen van alle documenten anders omschrijven?

Wat dreef de nonnen?

Corless: Hebzucht en controle. Ongehuwde moeders beschouwden ze als gevallen vrouwen. Omdat de kinderen in hun ogen toch niet deugden, mochten ze er aan verdienen.

De in 1916 geboren Julia Deveney kwam in 1925 als negenjarig meisje bij de nonnen terecht. Haar leven lang was ze hun gratis dienstmeid en tuinier. Voor haar dood getuigde ze op band over het leven in The Home. Aan zelfgeteelde groenten was er geen gebrek en Julia kweekte kippen en varkens voor de nonnen. Maar de kinderen kregen amper te eten. Julia zag ze nooit vlees of groenten eten. Het tehuis moest zoveel mogelijk geld opbrengen. De werking werd gesubsidieerd door de staat en de nonnen ontvingen regelmatig grote sommen geld van de gemeente Tuam voor onderhoud van het gebouw. Adopties leverden altijd gulle giften op. Intussen kloegen pleegouders dat hun nieuwe pleegkind vel over been was.

Waren alle nonnen dan slecht?

Corless: Vooral de leiding deugde niet. De gewone nonnen legden hun eed van gehoorzaamheid af en hielden zich daar rigoureus aan. Ze luisterden braaf en gedwee naar Moeder Overste, meneer pastoor en de bisschoppen en aartsbisschoppen. Zo ging dat hier in Ierland. Er werd strikt op toegekeken dat jonge nonnen en moeders geen vriendinnen werden. ‘Wij staan boven die gevallen vrouwen.’

In 2014 noemde de leiding van de Orde van Bon Secours u een leugenaar.

Corless: Toen beweerden ze nog dat ze niets afwisten van kinderlijkjes. Ook de lokale politici vielen uit de lucht. Vandaag weten we met zekerheid dat het gemeentebestuur van Tuam er al heel lang van op de hoogte is dat kinderen in The Home van ontbering stierven én dat ze door de nonnen anoniem begraven werden. Het is geen toeval dat begin jaren zeventig een speelplein aangelegd werd op precies die plek waar de baby’s liggen. Het gemeentebestuur wou zo vermijden dat tijdens de bouw van de nieuwe woonwijk dode baby’s en kinderen aan de oppervlakte zouden komen.

Hebt u daar bewijs voor?

Corless: Zwart op wit. Ik vond de memo’s terug die gemeenteraadsleden begin jaren zeventig uitwisselden met de aannemer. Op het plan voor de wijk stond het terrein waar nu het speelplein is, aangeduid als: ‘Begraafplaats kinderen’. Iemand had erbij geschreven: ‘Wees heel voorzichtig met de aanleg van het speelplein: hier liggen kinderen begraven.’

‘Speelplein’ krijgt zo wel een heel cynische bijklank.

Corless: U zag die plek met eigen ogen. Het is onwaarschijnlijk. Dat plein is aangelegd opdat niemand ooit te weten zou komen dat er kinderen begraven liggen.

In 1975 vonden twee jongens van twaalf, Franny Hopkins en Barry Sweeney, er tijdens het spelen al beenderen van kinderen.

Corless: Franny en Barry openden vlak naast het speelplein een vrijgekomen deksel van een rioleringsput. In de diepte zagen ze skeletten van kleine kinderen en schoten in paniek. Ze vertelden hun ouders over hun ontdekking. Die lichtten de politie en de kerk in. De Garda en de clerus concludeerden meteen eensgezind: beenderen van slachtoffers van The Famine. Buurtbewoners bouwden met toestemming van de gemeente een muur rond de vindplaats en een kleine Maria-grot. Ze onderhielden de plek op eigen kosten.

U kunt zich echt niet voorstellen hoe machtig de katholieke kerk in Ierland tot ver in de jaren negentig nog was. Een ongehuwde jonge vrouw die zwanger werd, moést in het door nonnen gerund tehuis gaan bevallen. De priester kwam langs en dreigde met hel en verdoemenis als het meisje niet naar The Home vertrok. De meeste ouders durfden niet tegen hem ingaan. Als dat meisje dan een jaar later zonder haar baby terug naar huis kwam, stond de priester daar opnieuw. Tegen de ouders zei hij: ‘Stuur haar weg, want ze is een bedreiging voor de mannen.’

De jongemannen die de meisjes zwanger maakten, werden met rust gelaten?

Corless: Ja, tienerzwangerschappen werden ‘onbevlekte ontvangenissen’ genoemd. Heel af en toe trok een rijke vader van een zwanger meisje naar de rechtbank om onderhoudsgeld van de jongen te eisen. Sommige ouders keerden zich tegen de kerk, lieten hun dochter thuisbevallen en zorgden samen met haar voor het kind. Maar dat waren uitzonderingen, want ze werden uit de gemeenschap gezet en sociaal geïsoleerd. Het kind stond een vreselijke toekomst te wachten als ‘bastaard’.

Nadat uw verhaal internationale weerklank kreeg, werd door de overheid een onderzoekscommissie opgericht, de ‘Mother and Baby Homes Commission of Investigation’. In januari van dit jaar presenteerde die commissie haar eindrapport. Waarom duurde het zo lang?

Corless: Eerst was drie jaar vooropgesteld, maar die termijn bleek snel te optimistisch. Want de commissie moest niet enkel Tuam onderzoeken, maar àlle twintig Ierse katholieke tehuizen voor moeders en baby’s. Haar eindrapport was een slag in het gelaat van de overlevers van de tehuizen. Het was academisch, met weinig aandacht voor de vele mensen die voor de commissie hadden getuigd.

Maar het door de commissie verzamelde cijfermateriaal bevestigt toch uw stelling: onwettige baby’s en kinderen waren niet veilig in Ierse katholieke opvangtehuizen?

Corless: Dat klopt. De commissie stelde vast dat tussen 1922 en 1998 ongeveer 56.000 ongehuwde moeders in de twintig katholieke tehuizen bevallen waren. In diezelfde periode verbleven in diezelfde tehuizen 57.000 kinderen. Ze voegde eraan toe dat dat wellicht een onderschatting is en gaat ervan uit dat minstens 25.000 tienermoeders en evenzoveel kinderen níet geregistreerd werden. Officieel stierven in de tehuizen 9.000 kinderen. De conclusie van de commissie luidde bikkelhard: ‘Vóór de jaren 1960 vernietigden de tehuizen de levens van onwettige kinderen in plaats van ze te redden.’ Zo stierven er in de jaren 1945 en ’46 verhoudingsgewijs twee keer zoveel onwettige kinderen in de katholieke tehuizen als wettige in heel Ierland.

Zocht de kerk ooit contact met u?

Corless: Een dag na het artikel in de Irish Mail on Sunday in mei 2014 kreeg ik telefoon van een vrouw die zich voorstelde als zuster Mary Ryan, hoofd van de congregatie van Bon Secours. Ze klonk zeer defensief. ‘Wat is dat allemaal?’, zei ze. Ze klaagde dat ze continu gebeld werd door journalisten. ‘De rust van mijn oude medezusters is verstoord. Niemand weet iets over het tehuis van Tuam. We zijn daar al lang weg.’ Ze vroeg of ze me kon ontmoeten. We spraken af voor de week nadien in de lobby van een hotel in Galway. Dat werd een dovemansgesprek.

Ik zocht daarna zelf contact met Michael Neary, de aartsbisschop van Tuam. Na veel aandringen, ontving hij me in 2015. Ik presenteerde mijn research en bewijzen. Naast hem zat zijn ‘priester-historicus’ die verkondigde dat er in de kerkelijke archieven geen spoor te vinden was van problemen in Tuam. Ik vroeg Neary of hij met de zusters wou gaan praten. Hij antwoordde niet ja, maar ook niet nee. Hij zei alleen: ‘Zin in een kopje thee?’ Ik wist: dit is tijdverspilling.

In januari van dit jaar hebben de zusters van Bon Secours zich publiekelijk verontschuldigd.

Corless: Na het rapport van de onderzoekscommissie stonden ze met hun rug tegen de muur. Het raakte me diep toen hun verontschuldiging op de radio werd voorgelezen. Ze gaven toe dat de zusters van Bon Secours zich tussen 1925 en 1961 in Tuam allesbehalve christelijk gedroegen. ‘We waren deel van een systeem dat moeders en hun kinderen verschrikkelijk liet lijden.’ Ze gaven ook toe dat gestorven kinderen op een respectloze en onaanvaardbare manier begraven werden. De nonnen boden hun verontschuldigingen aan de vrouwen en kinderen van St Mary aan, aan de overlevers en bij uitbreiding aan alle Ieren. Overlever P. J. Haverty trok met die verontschuldiging naar het graf van zijn moeder om ze luidop voor te lezen.

Volstaat die verontschuldiging voor u?

Corless: Nee, ik vind dat de nonnen ook alle kosten van de opgraving en herbegraving moeten betalen. Naar schatting gaat dat over 13 miljoen euro; voor Bon Secours is dat een peulschil. Vandaag runnen ze met al hun ziekenhuizen een miljardenbedrijf. De overlevers azen niet op geld, maar willen enkel erkend worden als slachtoffer.

Het rapport van de onderzoekscommissie leert ons dat Tuam geen alleenstaand geval is. Maar ook Ierland is geen alleenstaand geval, denk maar aan de kinderlijkjes die eerder dit jaar in Canada bij katholieke kostscholen gevonden werden.

Ook bij ons gingen tot eind jaren 1980 tienermoeders en ongewenst zwangere vrouwen anoniem bevallen in kloosters in Noord-Frankrijk. Hun baby’s stonden ze af voor adoptie.

Corless: Dat klinkt griezelig herkenbaar. Is er ooit gedegen onderzoek gevoerd naar wat er met al jullie zogezegd onwettige kinderen gebeurd is?

Bent u nog katholiek?

Corless: Nee. Jarenlang ging ik elke week trouw naar de mis, zoals me dat was ingedrild. ‘Keer je nooit tegen de priester, want dan volgt de wraak van de Heer.’ Veel Ieren zijn nog steeds doordrongen van die angst voor de clerus.

Toen de stoffelijke resten in 2017 gevonden werden, had de kerk een unieke kans om aan boord te komen. Ik ontmoette toen bisschop Fintan Monahan op het speelplein en toonde hem waar de baby’s begraven waren. De nieuwsdienst van de Ierse openbare omroep filmde ons. Monahan zei: ‘De feiten zijn van lang geleden. Het waren andere tijden: we mogen over het verleden niet oordelen met maatstaven van nu. Laten we de kinderen gedenken in onze gebeden.’ Ik stond als aan de grond genageld. Want hij verknoeide een uitgelezen kans om de hand te reiken: ‘Wat kunnen we doen? Laat ons helpen de kinderen een fatsoenlijke begraafplaats te geven.’ Nee, hij wou alles met de mantel der liefde bedekken. Dat maakte me zo boos en die woede blijft mijn motor. Ik zal niet rusten voor alle kinderen geborgen zijn.

Catherine Corless, Belonging, Hachette Books, 470 blzn., 19,95 euro

Catherine Corless

– In 1954 geboren in Tuam

– Brak haar studies aan de kunstacademie na één jaar af

– Werkte eerst als bediende in een textielfabriek en werd later voltijds zelfstandige boerin

– Schreef zich in 2005 in voor een avondcursus heemkunde en werd lid van The Old Tuam Society

– Verdiepte zich vanaf 2012 in het onderzoek naar de 796 verdwenen kinderen van Tuam

– Kreeg voor haar werk eredoctoraten van de universiteit van Galway (2017), Trinity College Dublin (2018) en de universiteit van Dublin (2019)

– Werd in 2017 bekroond met de Bar of Ireland Human Rights Award

– Is getrouwd en heeft vier kinderen

– De Ierse acteur Liam Neesan werkt aan de verfilming van haar zoektocht

Tekst: © Jan Stevens

Foto’s: © Veerle Van Hoey

‘De nonnen waren alleen geïnteresseerd in geld’

Begin maart maakte de Ierse overheid bekend dat in de riolering van een voormalig katholiek ‘opvangtehuis’ voor ongehuwde moeders in de stad Tuam een massagraf met kinderlijkjes ontdekt was. De lugubere vondst was een gevolg van de niet aflatende zoektocht die amateur-historica Catherine Corless jarenlang in haar eentje voerde. “Wreedheid was de regel.”

 

 

_DSC0068

Ierland is in shock nadat op 3 maart de door de regering aangestelde Mother and Baby Homes Commission of Investigation in een eerste rapport bekend maakte dat er op de plek waar in Tuam ooit het Bon Secours Mother and Baby Home stond, menselijke resten gevonden zijn in een ‘sceptische put en een ondergrondse structuur verdeeld in twintig kamers, vermoedelijk ooit de riolering’. Onderzoek wees uit dat het de resten zijn van baby’s en kinderen. Koolstofdatering linkt de resten aan de periode dat de katholieke nonnen van de Orde van Bon Secours het tehuis runden. Drie jaar nadat de plaatselijke amateur-historica Catherine Corless (62) internationale beroering veroorzaakte met haar stelling dat tussen 1925 en 1961 de nonnen 796 dode kinderen op hun terrein begraven hadden, kreeg ze begin deze maand ook ‘officieel’ gelijk. De Ierse overheid stelde de onderzoekscommissie in 2015 aan als reactie op haar speurwerk. “Forensische experts zoeken nu uit of er voldoende bewijsmateriaal is voor een moordonderzoek”, zegt ze. “Einde maart zal een nieuw rapport daarover hopelijk meer duidelijkheid zal verschaffen.”

In juni 2014 serveerden verschillende media bij ons Corless’ onderzoek nog af als platte sensatie. Toenmalig ombudsman Tom Naegels van De Standaard noemde het een ‘door en door verdacht verhaal’ en omschreef Corless ietwat denigrerend als: “Een amateur-heemkundige die geld zoekt voor een herdenkingsplakkaat.” Hoofdredacteur Geert De Kerpel van het Belgische katholieke magazine Tertio schreef: “De zusters deden wat ze konden, gedragen door hun geloof. De voorbije weken is er nog een drama bijgekomen: dat van vele media die hun deontologie dumpten in een fictief kerkelijk massagraf.”

Catherine Corless kijkt verbaasd als we Naegels en De Kerpel citeren. “Ik wist dat er in de Verenigde Staten scepsis over mijn bevindingen was, maar niet dat er ook in België aan getwijfeld werd”, zegt ze. “Ik was heel zeker over het materiaal dat ik verzameld had. Alles wat ik ooit over deze zaak gezegd heb, is stevig gedocumenteerd en onderbouwd. Ik heb de voorbije jaren ontzettend veel tijd in dat onderzoek geïnvesteerd. Niemand wist wat er met die dode baby’s en kinderen gebeurd was. Alles wat ik vond, wees maar in één richting: de waarheid zoals die nu door de onderzoekscommissie bevestigd is.”

_DSC0029

We zitten aan de keukentafel in Corless’ huis in Tuam. Buiten valt de regen in beken neer; binnen snort de Aga. Kopieën van oude kaarten, lijsten uit geboorteregisters en foto’s liggen op de tafel opeengestapeld. Haar onderzoek naar het ‘opvangtehuis voor moeders en kinderen’ begon heel onschuldig. “Ik ben inderdaad ‘amateur-heemkundige’”, zegt ze. “Ik verdiep me al jaren in de lokale geschiedenis en in 2012 stelde ik aan de leden van onze heemkundige kring The Old Tuam Society voor om me te verdiepen in de geschiedenis van ‘ons’ tehuis voor moeders en baby’s, The Home zoals de locals het noemen. Aan de hand van mijn research zou ik een essay schrijven voor het jaarlijks verschijnende tijdschrift van de kring. Ik leefde in de overtuiging dat mijn artikel vooral zou handelen over de geschiedenis van het werkhuis waarin het tehuis gevestigd was en over het werk van de nonnen. Maar al snel merkte ik dat er in de archieven van Tuam helemaal niets te vinden was. Geen verslagen van gemeenteraadszittingen waarop de werking van het tehuis ter sprake kwam, geen rapport, nothing at all.”

 

Terwijl de nonnen in dienst van de overheid werkten?

Catherine Corless: “Ja, waardoor het extra bizar was dat er geen enkel document bewaard gebleven is. Ik besloot om naar het hoofdkwartier van de Orde van Bon Secours in Cork te schrijven. De zusters zijn nog steeds zeer actief in Ierland en baten verschillende ziekenhuizen uit. Ik vroeg of er in hun archief documenten over het tehuis zaten. ‘Niets’, antwoordden ze. ‘We hebben alles aan het districtsraadkantoor van het graafschap Galway bezorgd.’ Dus nam ik contact op met de districtsraad. Maar de enige documenten die zij ooit van de nonnen kregen, zijn registers waarin genoteerd staat wanneer de ongehuwde moeders arriveerden, wanneer hun baby geboren werd en hoeveel hij woog. Meer niet.”

 

Het opvangtehuis voor moeders en baby’s was oorspronkelijk een ‘armenhuis’?

“Het is gebouwd in 1840. Het was een gigantisch complex, in de kamer hiernaast staat een maquette die ikzelf ineen geknutseld heb aan de hand van de originele plannen. De armenhuizen uit de 19e eeuw worden in Engeland en Ierland workhouses, werkhuizen, genoemd. Ze zijn in het victoriaanse tijdperk allemaal getekend door één en dezelfde Engelse architect: George Wilkinson. Ierland was eigendom van Engeland en op heel wat plaatsen openden de Engelsen hun werkhuizen, mastodontgebouwen waarin de armen gehuisvest werden en gratis moesten werken. Het was de tijd van The Great Famine, de grote hongersnood. Het menu van de arme Ier bestond ’s morgens, ’s middags en ’s avonds uitsluitend uit aardappelen. Maar toen brak de plaag uit die de complete aardappeloogst vernietigde. De armen stonden voor de keuze: ofwel sterven van de honger, ofwel in een werkhuis in ruil voor kost en inwoon hard labeuren. Na de Ierse onafhankelijkheid in 1922 werden de werkhuizen gesloten, waardoor die enorme gebouwen leeg kwamen te staan. De overheid richtte een aantal werkhuizen in als rust- en verzorgingstehuizen voor bejaarden, andere werden vertimmerd tot hospitaal. Het werkhuis van Tuam moest een ‘opvangtehuis voor moeders en baby’s’ worden. De staat riep de hulp in van de zusters van Bon Secours om het tehuis te leiden. De nonnen waren opgeleide verpleegsters. Ze herdoopten het werkhuis in St. Mary Orphanage, het weeshuis van de heilige Maria, wat al heel snel een bedrieglijke benaming bleek te zijn. In 1925 opende het ‘weeshuis’ zijn deuren; in 1961 gingen ze voorgoed dicht.”

_DSC0044

Het was geen weeshuis, maar een plek waar ongehuwde moeders en tienermoeders kwamen bevallen?

“Precies. De instelling werd volledig bekostigd en ‘gecontroleerd’ door de Ierse staat. In werkelijkheid deden de nonnen hun zin. Inspectieverslagen werden verticaal geklasseerd of gemanipuleerd. Niemand had zicht op wat er zich achter de hoge muren van het drie hectare grote domein afspeelde. Leveranciers geraakten niet verder dan de poort, bezoekers waren niet welkom. De moeders die er kwamen bevallen, moesten er een jaar lang blijven. Ze werkten dan gratis voor de nonnen en verzorgden hun baby. Na dat jaar werden ze weggestuurd en bleven de baby’s achter in het ‘weeshuis’. Van zodra de jongens vijf en de meisjes zeven jaar waren, werden ze naar school gestuurd.”

 

Het uiteindelijke doel was dat ze later geadopteerd zouden worden?

“Nee, het uiteindelijke doel was dat ze in pleeggezinnen terecht zouden komen. Er verschenen regelmatig advertenties in de kranten om pleegouders te ronselen. Die werden per maand betaald en kregen jaarlijks een extra toelage om kleren te kopen. Sommige pleegouders waren oké, maar er waren er jammer genoeg ook heel wat die het pleegouderschap in de eerste plaats als een interessante bijverdienste zagen. Ze incasseerden het geld, behandelden hun kind zeer slecht en lieten het keihard werken zodat het extra opbracht. Ik kan niet anders dan vaststellen dat veel Ieren in die periode zich zeer wreed gedroegen.”

 

U sprak zelf uitgebreid met kinderen uit het tehuis die bij pleegouders terecht kwamen?

“Ja, we noemen die mannen en vrouwen nog steeds de Home Babies. Het enige verzetje dat ze hadden, was de tocht van en naar school. Altijd onder begeleiding: er liep een non vooraan en één achteraan. Hun schooltijd duurde twee jaar. Ik zie sommigen met wie ik samen in de klas zat nog voor me. Ik was toen heel jong, een jaar of zes, maar ik herinner me hoe ze altijd later dan de rest van de leerlingen op school aankwamen en vroeger weer vertrokken. Ze mochten zeker niet vermengd raken met de ‘gewone’ kinderen.”

 

Het was een vorm van apartheid?

“Dat was het zeker. In de klas en op de speelplaats werden ze apart van de rest gehouden. De leerkrachten betrokken hen nooit in de les. De Home Babies zaten er achteraan bij als aliens en werden behandeld als minderwaardig. Onze onderwijzeressen waren ook nonnen, ze behoorden tot de congregatie van de Sisters of Mercy.”

 

Speelde u met die kinderen?

“Dat was verboden. Vermenging was echt des duivels. Ik stelde me daar rond 1960 als klein meisje geen vragen bij. Ik heb intussen met veel oudere stadsgenoten gesproken over hoe zij zich de Home Babies herinneren, en iedereen zegt: ‘Ze waren vel over been.’ Ik sprak ook met pleegouders die het goed met hen voorhadden. Ook zij getuigen dat het kind dat ze onder hun hoede kregen ondervoed was. Sommige kinderen waren zo verzwakt dat hun pleegouders een tijdlang voor hun leven vreesden. De nonnen gaven de kinderen te weinig te eten omdat ze enkel en alleen uit waren op het geld.”

 

Toch niet alle nonnen kunnen zo wreed geweest zijn?

“De verhalen over de eerste moeder-overste, Reverend Mother Hortense, vallen nog mee. Maar na haar vertrek werd wreedheid de regel. Het tehuis werd gerund door amper vijf nonnen. Het is niet zo dat ze de kinderen martelden of zich als sadisten gedroegen, maar ze verwaarloosden hen tot in het absurde. Zowel kleine peuters als grotere kinderen werden aan hun lot overgelaten. Ze hadden geen speelgoed, werden op geen enkele manier gestimuleerd. Herinnert u zich de beelden van die weeshuizen uit Roemenië, met extreem verwaarloosde kinderen die heen en weer zitten wiegen? Ik heb identieke verhalen gehoord over The Home. Pleegouders vertelden me hoe hun kind continu met het hoofd tegen het beddeneinde sloeg. De laatste generatie Home Babies zijn zestigers en zeventigers. Zelfs na al die tijd zijn ze nog beschadigd. Ze worden niet ernstig genomen en krijgen niet de informatie die ze vragen.”

 

Tot vandaag weigert de Orde van Bon Secours met hen te communiceren?

“De nonnen blijven doodstil. Van alle Home Babies die ik gesproken heb, is er geen enkele die financieel gecompenseerd wil worden. Ze willen alleen erkend worden als slachtoffer. Ze willen verontschuldigingen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun moeders. Want die werden beschouwd als zondig, als uitschot. Een survivor zei me dat hij met die verontschuldiging naar het graf van zijn moeder wil om ze luidop voor te lezen.”

 

_DSC0030In 1975 vonden twee jongens van twaalf tijdens het spelen beenderen van kinderen op de site waar het tehuis stond. Toen werd er geen onderzoek opgestart?

“Na het vertrek van de nonnen in 1961 bleef het oude werkhuis tien jaar leegstaan tot het gesloopt werd. Het terrein rond The Home veranderde in een wildernis. In 1975 waren Franny Hopkins en Barry Sweeney twaalf. Een van hen opende tijdens het spelen op dat terrein het deksel van een sceptische put. Dat deksel was ongeveer zo groot als mijn keukentafel. Het volgende ogenblik zagen ze skeletten van kleine kinderen. Doodsbang vertelden ze hun ouders over hun ontdekking. Die lichtten op hun beurt de politie en de kerk in. De eensgezinde conclusie van de Garda en de clerus luidde meteen: het waren beenderen van slachtoffers van The Famine. Maar een paar locals die al jaren vlakbij The Home woonden, geloofden daar niets van. Zij vroegen aan de districtsraad om een muur te bouwen rond de vindplaats. De raad ging daar op in. De locals bouwden een kleine grot met een beeld van Maria. Ze wisten dat er iets gebeurd was, al hadden ze geen idee wat precies. De laatste veertig jaar onderhielden ze dat plekje op eigen kosten. Eén van de buren smeedde een hek met een kruis en hing het aan de ingang. In een hoek zetten ze een plakkaat met de tekst: ‘In loving memory of those buried here.’ Als de jongens toen die beenderen niet gevonden hadden en als de locals dat terreintje niet zo mooi hadden onderhouden, was heel dit verhaal compleet verdwenen in de mist van de geschiedenis.”

 

Het kerkhof van Tuam ligt aan de andere kant van de weg waar het tehuis stond. Waarom lieten de nonnen de kinderen daar niet begraven?

“Omdat ze uit ‘zonde’ geboren waren. De nonnen achtten de gestorven baby’s en kinderen van ongehuwde moeders niet waardig genoeg voor ‘gewijde grond’. Ze dumpten hen liever in de onderaardse gangen van de riolering onder het werkhuis. De kinderen waren allemaal gedoopt, maar toch bleven de nonnen hen als de vrucht van zonde zien. Rond 2012 zocht ik de oude grafdelver van het kerkhof van Tuam op. Hij vertelde me: ‘Er liggen kinderen onder The Home begraven. Niemand praat er over, maar sommigen wéten dat het zo is.’ Ik ging op zoek naar de plannen voor het werkhuis van architect George Wilkinson en zag meteen dat uitgebreide ondergrondse rioleringsstelsel. Vanuit The Home kon je daar indertijd in afdalen. Ik wou vervolgens weten hoeveel kinderen er tussen 1925 en 1961 in het tehuis gestorven zijn. Een behulpzame ambtenaar van het Registration Department Births, Deaths & Marriages in Galway dook in de overlijdensregisters. Ze belde me een paar weken later. ‘798 kinderen”, zei ze. Van twee kinderen vond ik begrafeniscertificaten terug, van de 796 anderen niet.”

 

_DSC0038Slechts twee hadden van de nonnen een officiële begrafenis gekregen?

“Die twee waren echte wezen en geen kinderen van een ongehuwde moeder. Met de hulp van een archivaris zocht ik uit of de kinderen niet op een ander kerkhof ergens in Ierland begraven konden liggen. Hun namen doken nergens op.

“In de jaren dertig werden rond The Home huizen gebouwd. Ik zocht contact met de oudere inwoners. Vanuit hun slaapkamerramen konden ze over de muren kijken. Iemand vertelde me dat hij ’s avonds laat graven had zien delven op het terrein waar nu een speeltuin is. Telkens wanneer dat gebeurde, zei zijn moeder: ‘Get down on your knees and say the rosary, boy. Er is weer een begrafenis in The Home.’

“Mary Moriarty vertelde me hoe ze als jonge twintiger in een onderaardse gang in doeken gewikkelde dode baby’s gestapeld zag liggen. Ze heeft dat verhaal nu onder ede bij de onderzoekscommissie herhaald. Zij woonde in de nieuwe wijk vlakbij het domein van The Home toen ze in 1975 het verhaal van de jongens hoorde. Zij ging samen met vrienden een kijkje nemen op de overwoekerde vindplaats. De bodem was niet stabiel, ze struikelde en viel in een put. Ze moet toen in een van de tunnels terechtgekomen zijn, want ze zag opgestapelde bundels, pakketjes met vermoedelijk de stoffelijke resten van dode baby’s. Haar vrienden hebben haar uit dat hol omhooggetrokken. De inmiddels overleden Julia Devaney die haar hele leven in het tehuis gewerkt heeft, vertelde in de jaren zeventig aan Mary dat een deel van haar werk eruit bestond om dode kinderen in de tunnels te dumpen. “Many a little one I put in there’, zei ze. Ook dat heeft Mary onder ede aan de commissie verklaard.

“Na mijn onderzoek kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de nonnen de rioleringstunnels gebruikten om er de dode kinderen in op te stapelen. Eerst begroeven ze kinderen op het terrein. Toen ze alle beschikbare plek hadden opgebruikt, begonnen ze met het vullen van de tunnels. Alles wat ik gevonden heb, is vorige week door onze minister voor Kinderwelzijn Katherine Zappone bevestigd. Dit is de lijst met alle doden en met hun leeftijden. Het is zo triest. De oudste is acht jaar. De meesten waren anderhalf. Ze stierven aan de gevolgen van grote verwaarlozing.”

 

Maar lag de kindersterfte in die periode in heel Ierland niet erg hoog?

“Natuurlijk waren er veel ziekten, zoals mazelen en difterie. Maar u moet eens op de doodsoorzaken letten die genoteerd werden. Heel vaak was dat buikgriep. Ik begrijp niet goed waarom zoveel kinderen daaraan moesten sterven. Buikgriep is heel besmettelijk, maar kan makkelijk gestopt worden door de zieke kinderen van de gezonde te isoleren. De nonnen waren verpleegsters en moeten dat toch geweten hebben?

“Er is ook nog het op band opgenomen getuigenis van wijlen Julia Deveney. Zij is geboren in 1916, kwam in 1925 als negenjarige bij de nonnen terecht en werkte haar leven lang gratis voor hen als hun dienstmeid en tuinier. Zij tekent een grim portret van hoe de nonnen de kinderen behandelden. Er was aan zelfgekweekte groenten geen gebrek en Julia kweekte ook kippen en varkens voor de nonnen. Zij getuigde dat de kinderen amper te eten kregen. Hun dieet bestond uit aardappelen, brood, melk en een walgelijke variant op pap. Julia zag de kinderen nooit vlees of groenten eten. Het tehuis werd gerund om zoveel mogelijk geld op te brengen.”

 

Waarom hadden de nonnen dat geld nodig?

“In 1945 openden ze een privéziekenhuis in Tuam dat gefinancierd zou zijn met de opbrengst van The Home. Omdat de kinderen in hun ogen toch niet deugden, mochten ze er een flinke stuiver aan verdienen. De nonnen zagen de ongehuwde moeders als gevallen vrouwen. Hoe meer ze afzagen, hoe beter. Over de mannen die de vrouwen bezwangerd hadden, werd met geen woord gerept. Terwijl sommige vrouwen waarschijnlijk verkracht waren of bevrucht door priesters. Ierse ongehuwde moeders hadden geen andere keuze dan in zo’n tehuis bevallen en hun kind afstaan. Ze kregen op geen enkele manier steun om hun baby zelf op te voeden en werden onder druk van de clerus door hun families verstoten.”

 

Heeft de leiding van de katholieke kerk contact met u gezocht?

“Nee, ik heb hen gecontacteerd. Michael Neary, de aartsbisschop van Tuam, heeft me in 2015 na veel aandringen ontvangen. Ik toonde hem mijn research en vroeg of hij met de nonnen wou gaan praten. Hij zei niet nee en niet ja en ik wist: deze man zal helemaal niets ondernemen. Op zondag 5 maart werd hij na de mis opgewacht door cameraploegen van alle nieuwsprogramma’s. Hij zei live hoe afschuwelijk het was. Dat was zijn allereerste blijk van medeleven.”

 

Bent u nog katholiek?

“Ik geloof in Jezus’ boodschap van liefde, maar de georganiseerde religie kunnen we missen als kiespijn. Als niemand het ziet, fluisteren sommige inwoners van Tuam me in het oor: ‘Great job, Catherine.’ Ze zijn nog steeds bang dat ze in de hel zullen branden als ze de kerk openlijk durven bekritiseren. Na al die eeuwen van katholieke indoctrinatie is schuld deel geworden van de Ierse ziel. Van de wieg tot het graf wordt er gedreigd met hel en verdoemenis. Er is nog steeds die innige verstrengeling tussen kerk, overheid én politie. Je moet hier leven om het te kunnen begrijpen.

“Ik heb de voorbije twee weken ontzettend veel brieven van Home Babies gekregen: ‘Catherine, thank you for what you’ve done.’ Als de zusters van Bon Secours in 2014 hun verontschuldigingen hadden aangeboden in plaats van alle verantwoordelijkheid af te wijzen, was het niet tot dit megaschandaal uitgegroeid. Maar op een sorry van de nonnen hoeven de survivors niet te rekenen. Ik vrees dat die er ook nooit zal komen.”

 

***

_DSC0064

Waar vroeger de sombere gebouwen van het Bon Secours Mother and Baby Home het straatbeeld van Dublin Road domineerden, staan nu huizen die dateren uit het midden van de jaren zeventig. De enige fysieke herinneringen aan The Home zijn een granieten muur en de met houten schuttingen afgezette plek waar twee jongens in 1975 kinderskeletten in een beerput vonden. Een groot bord maakt duidelijk dat de plek een ‘construction site’ geworden is waar onbevoegden niet welkom zijn. We klimmen op het muurtje, werpen een blik over de schutting en kijken recht op de grot met Mariabeeld die de locals voor de gestorven kinderen bouwden. Het gazon is vervangen door steenslag. Niet zo lang geleden is hier duchtig gegraven. Aan de schuttingwand hangen de namen van de 796 kinderen. Er liggen verse ruikers bloemen. Het speelpleintje ernaast ligt er verlaten bij. Daar is de graafmachine nog niet gepasseerd. Voor buurtbewoonster Maura Ryan mag dat zo blijven. “Laat de kinderen toch in vrede rusten”, zegt ze. Vanuit haar huis heeft ze zicht op de gruwelsite. “We wisten allemaal dat er hier ergens baby’s begraven waren. Het is een afschuwelijk verhaal, maar de survivors willen al dat gedoe niet. Ze weten nu wat er gebeurd is en verlangen naar rust.” Wat vindt Maura van het speurwerk van Catherine Corless? “Ze mag er mee ophouden, want volgens mij is ze vooral uit op eigen eer en glorie.”

 

© Tekst: Jan Stevens

© Foto’s: Veerle Van Hoey

%d bloggers liken dit: