‘Systematisch verkrachten is gruwelijk efficiënt’

Oorlogsjournalist Christina Lamb verzamelt in haar verontrustende boek Ons lichaam, jullie slagveld getuigenissen over verkrachting als oorlogswapen. “Systematische verkrachting is gruwelijk efficiënt en spotgoedkoop.”

De voorbije 33 jaar bracht Sunday Times-buitenlandcorrespondent Christina Lamb (55) verslag uit van conflicten over de hele wereld. Ze was amper 22 toen ze in 1987 van Birmingham verhuisde naar Afghanistan. Daar versloeg ze de strijd van de Moedjahedin tegen de troepen van de Sovjet-Unie. Twee jaar later werd ze uitgeroepen tot Young Journalist of the Year.

Lamb was oorlogscorrespondent in onder andere Bosnië, Syrië en Irak. Ze won 15 belangrijke internationale journalistieke onderscheidingen, inclusief de Prix Bayeux, Europa’s belangrijkste prijs voor oorlogsverslaggeving. In 2015 riep Amnesty International haar uit tot Newspaper Journalist of the Year voor haar berichtgeving vanuit detentiecentra voor vluchtelingen in Libië.

In het naar de keel grijpende Ons lichaam, jullie slagveld verzamelt Christina Lamb getuigenissen van vrouwen die wereldwijd slachtoffer werden van verkrachting in oorlogstijd. “Dit boek was héél moeilijk om te schrijven”, zegt ze. “In de inleiding verontschuldig ik me ook bij mijn lezers omdat de inhoud zo hard is.”

Een schrijver die zich bij voorbaat bij zijn lezers verontschuldigt, dat is toch ongewoon?

Christina Lamb: “Ik kan me goed voorstellen dat sommige passages bij veel mensen hard zullen aankomen. Ik schreef eerder al boeken over lastige onderwerpen, maar dit is mijn meest verstorende boek ooit. Om te vermijden dat ik er zelf aan onderdoor zou gaan, kon ik er maar een beperkte tijd van de dag aan werken. Als het voor de schrijver en de lezers al zo lastig is, wat moet het dan wel niet zijn voor al die seksueel misbruikte meisjes en vrouwen die mij hun verhaal toevertrouwden?”

Ze getuigen over hoe ze het slachtoffer werden van stelselmatige verkrachting als oorlogswapen. Daar wordt zelden over bericht?

“Dat is nog een écht taboe. Verkrachting in tijden van oorlog is niet iets nieuws. Je vindt er al sporen van terug bij de oude Grieken en Romeinen die elkaars vrouwen ontvoerden en mishandelden. Intussen zijn we gaan geloven dat we die praktijken achter ons gelaten hebben, maar dat is een illusie. In werkelijkheid gingen we er amper op vooruit. Want vandaag wordt verkrachting tijdens oorlogen systematisch ingezet, terwijl er vroeger helemaal geen systeem inzat. Soms was het niet meer dan profiteren van de chaos door de oorlog.

“De vrouwen in mijn boek zijn slachtoffers van daders met duidelijke instructies om te verkrachten. Ze gebruiken verkrachting als terreurwapen en als een instrument om wraak te nemen en te ontmenselijken.

“Ik was lang een van de weinige vrouwelijke journalisten die naar conflictgebieden trok. Dat is vandaag gelukkig veranderd. Steeds meer vrouwen zijn als oorlogsjournalist actief en dat is goed, want zij kijken met een andere blik naar oorlog dan hun mannelijke collega’s. Het is niet toevallig dat ik als vrouw dit boek over verkrachting als oorlogswapen schreef.”

Het feit dat de oorlogsjournalistiek zolang een mannenzaak was, zorgde ervoor dat er te lang veel te weinig aandacht voor verkrachting was?

“Precies. Oorlogen zijn altijd mannenzaken, net als de onderhandelingen om ze te stoppen. Daarom ook is er in vredesverdragen zo goed als nooit aandacht voor verkrachte en misbruikte vrouwelijke oorlogsslachtoffers. Vandaag wordt geen enkel vredesproces of -onderhandeling geleid door een vrouw. Meestal zijn vrouwen op die gesprekken zelfs niet toegelaten. Mannen nemen verkrachting in oorlogsomstandigheden niet ernstig. We hebben dan ook dringend nood aan vrouwelijke vredesonderhandelaars.

“Wat ook zou kunnen helpen, is een ander soort leiderschap in het westen. De vorige Amerikaanse president Donald Trump werd door 26 vrouwen van ongewenste intimiteiten beschuldigd, inclusief verkrachting. Als de belangrijkste man in het Witte Huis zelf een seksueel roofdier blijkt te zijn, wordt het heel moeilijk om vanuit het westen verkrachting als oorlogswapen aan te pakken. Met Joe Biden is er hoop op een nieuwe wind. Misschien slaagt hij erin van Amerika terug een voorbeeld voor de wereld te maken.”

Ook de nieuwe president wordt van verkrachting beschuldigd. Biden ontkent, maar het verhaal van de vrouw die beweert zijn slachtoffer te zijn, is niet op los zand gebouwd.

“Er is ook nog vice-president Kamala Harris. Als aanklager in Californië schonk zij veel aandacht aan verkrachting. Ze was toen erg doordrongen van de noodzaak aan gerechtigheid voor de slachtoffers van seksueel geweld. Misschien is het inderdaad beter om onze hoop in de eerste plaats op haar te richten.”

Na #MeToo in 2017 kwam er bij ons eindelijk meer aandacht voor seksueel geweld?

“U zegt het juist: bij óns, want die aandacht is er niet voor wat er zich in oorlogsgebied afspeelt. Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel blij met #MeToo. Heel wat zaken die ik vroeger als jonge journalist van 21 als ‘normaal’ beschouwde, zijn nu totaal onaanvaardbaar. Ik begon als stagiaire bij de zender Central TV in Birmingham. De nieuwsdienst was een echte mannenclub die heel sceptisch stond tegenover jonge vrouwelijke journalisten. Vrouwen mochten enkel programma’s aankondigen. Ik kwam recht van de universiteit en elke keer als ik de nieuwsstudio binnenstapte, trok de hoofdredacteur zijn broek naar beneden om me zijn blote kont te tonen.”

Pardon?

“Jawel. Elke keer opnieuw toonde hij me zijn achterwerk. Het was mijn eerste job en ik durfde niets tegen die kerel te zeggen. Hij was immers mijn baas. Nu weet ik dat ik toen mijn mond had moeten opentrekken.”

In de zomer van 2016 ontmoette u in een vluchtelingenkamp op een Grieks eiland verschillende Jezidi-meisjes die door IS als sekslaaf waren misbruikt. U werd zich toen voor het eerst erg bewust van seksueel misbruik als oorlogswapen?

“Die ontmoetingen legden de basis voor dit boek, maar halverwege de jaren negentig werd ik al eens met verkrachting als oorlogswapen geconfronteerd toen ik in Bosnië was. In 75 kampen werden toen tussen de 20.000 en 50.000 vrouwen door Servische militairen en paramilitairen systematisch verkracht. Dat zorgde voor grote verontwaardiging in de internationale gemeenschap. Want hoe was het in godsnaam mogelijk dat zoiets zich eind 20e eeuw nog in het hart van Europa kon afspelen? Maar de verontwaardiging ebde weg, tot ik een kwart eeuw later die Jezidi-meisjes op het Griekse eiland Leros ontmoette. Ze verbleven er in een tot vluchtelingenkamp vertimmerd oud krankzinnigengesticht, op een stoffige zaal met roestige bedden. Het beeld van die diep verstoorde, gehavende meisjes is voor altijd op mijn netvlies gebrand.

“Tijdens onze allereerste ontmoeting wist ik niet wat hen was overkomen. Ze zagen er lief, mooi, onschuldig uit. Tot ze begonnen te vertellen over hoe hun vaders en broers gedood werden door IS. En over hoe zij ontvoerd werden en op een tot slavenmarkt vertimmerde oude cinemazaal in Mosul voor twintig euro werden verkocht aan IS-strijders. De jonge vrouwen werden eerst opgedeeld in ‘lelijk’ en ‘knap’ en vervolgens als seksslaven verhandeld. Ik had nog nooit zo’n afschuwelijke verhalen gehoord.”

Rond dezelfde tijd reisde u naar het noordoosten van Nigeria, naar Chibok waar Boko Haram op 14 april 2014 200 schoolmeisjes ontvoerde.

“Ik sprak met ouders, broers en zussen en ontdekte dat Chibok maar het topje van de ijsberg was. Tienduizenden meisjes bleken in dat deel van Nigeria ontvoerd te zijn om als seksslavin misbruikt te worden.

“In augustus 2017 stroomden vanuit Myanmar de Rohingya-vluchtelingen Bangladesh binnen. Ik reisde ernaartoe om verslag uit te brengen voor de krant. Opnieuw hoorde ik afschuwelijke verhalen van gevluchte Rohingya-vrouwen, slachtoffers van groepsverkrachtingen door soldaten.

“In twee jaar tijd kreeg ik een vloedgolf aan gelijkaardige gruwelverhalen te verwerken. Ik wou begrijpen wat er aan de hand is, waarom er nu door strijders, krijgers en soldaten van allerlei pluimage op zo’n grote schaal verkracht wordt. Ook daarom schreef ik dit boek.”

En vond u verklaringen?

“Eén van de voornaamste redenen is dat verkrachting gruwelijk efficiënt en spotgoedkoop is. Een van de vrouwen zei: ‘Verkrachten kost minder dan de kogels voor hun machinegeweer.’ Het is heel handig voor wie een gebied van de vijand wil ‘zuiveren’. Door de vrouwen te verkrachten, wordt een heldere boodschap naar de mannen gestuurd: ‘Jullie slagen er niet eens in jullie vrouwen te beschermen.’ Zo voelt de tegenpartij zich impotent.

“Een andere reden is dat de aard van de oorlog wezenlijk veranderd is. Zowat alle oorlogen van de laatste jaren worden niet langer tussen staten uitgevochten. De Eerste en de Tweede Wereldoorlog waren ‘overzichtelijk’: officiële legers van natiestaten gingen met elkaar in de clinch. In theorie hielden zij zich aan een aantal internationale afspraken, zoals de Conventies van Genève. Maar rebellenlegers, privémilities, terreurgroepen en ideologisch aangedreven milities trekken zich daar niets van aan. Zowat alle strijdgewoel waar ik de voorbije jaren als journalist verslag over uitbracht, vond niet plaats op een afgebakend slagveld, maar in burgergebied, in dorpen en steden. Er vallen nu veel meer slachtoffers onder burgers dan onder militairen. De drempel ligt nu ook lager dan ooit om burgers te terroriseren. Daar komt bij dat de straffeloosheid zeer groot is: de kans dat verkrachtende strijders ooit voor justitie verantwoording moeten afleggen, is miniem. Het handvol succesvolle vervolgingen zijn de uitzonderingen en niet de regel.”

Vanuit België vertrokken nogal wat jonge mannen die hier geboren en getogen zijn naar Syrië en Irak om zich aan te sluiten bij IS. Ze stapten probleemloos mee in de IS-ideologie en kochten ook hun seksslaven op de markt van Mosul.

“Nog eigenaardiger is dat ook veel meisjes en vrouwen die in Engeland of België geboren en getogen zijn, vol overtuiging mee stapten in dat verhaal. Daar begrijp ik helemaal niets van. Veel van die vrouwen geven nu interviews waarin ze beweren dat ze bij hun vertrek geen flauw idee hadden waarin ze zouden belanden. Terwijl ze in volle IS-glorietijd nooit onder stoelen of banken staken waar ze mee bezig waren. Daar is beeldmateriaal genoeg van; de gruwel was een vast onderdeel van de propaganda. Ik kan maar moeilijk geloven dat ze erin geluisd zijn, zoals ze ons proberen wijsmaken. Veel Jezidi-meisjes vertelden me dat ze zeer wreed behandeld werden door de IS-vrouwen. Ik ken slechts een paar gevallen waarin IS-vrouwen een Jezidi-meisje hielpen ontsnappen. Meestal waren ze medeplichtig.”

Komt verkrachting van mannen ook vaak voor?

“Minder, maar het is nóg een groter taboe dan vrouwenverkrachting. Rond het verkrachten van vrouwen in oorlogen hangt stilte; het verkrachten van mannen is één grote, zwarte leegte.

“Het gebeurt in de door Assad gecontroleerde gevangenissen in Syrië. Volgens mensenrechtenorganisaties wordt 80 % van de mannen in die gevangenissen seksueel misbruikt. In het rapport We keep it in our hearts van 2015 publiceerde het UNHCR getuigenissen van mannelijke vluchtelingen uit de gevangenissen van Assad. Jonge mannen worden er anaal verkracht met frisdrankflesjes en genitaal gemarteld met elektroshocks.

“Onlangs sprak ik iemand die 16 jaar in Guantanamo gevangen zat, zonder ooit aangeklaagd of veroordeeld te zijn. Hij werd onderworpen aan waterboarding en nog een resem andere zogenaamde ‘enhanced interrogation techniques’. Ik vroeg hem wat het ergste was dat hij had meegemaakt. Hij antwoordde: ‘Het seksueel misbruik.’ Hij vertelde me dat hij drie keer aangerand was door Amerikaanse vrouwelijke cipiers. Hij kreeg dat niet verwerkt. ‘Ze maakten me tot object’, zei hij. Hij kon geen seksuele intimiteit meer verdragen.

“Bij verkrachting en misbruik gaat het niet enkel over de fysieke aantasting van iemands integriteit, maar ook over de mentale gevolgen. Daar komt bij dat slachtoffers achteraf vaak met de vinger gewezen worden. Verkrachte vrouwen en mannen zijn soms niet meer welkom in hun eigen gemeenschap.”

Door de verkrachting krijgen ze levenslang?

“Ja. Zowat alle vrouwen die ik sprak, zeiden dat ze liever dood waren geweest. Tijdens al die gesprekken wist ik vaak niet hoe ik moest reageren, of wat ik nog kon zeggen. Veel gruwel was gewoon niet te vatten. Zoals het verhaal van dat Jezidi-meisje dat als 16-jarige als seksslavin gekocht was door een dikke IS-rechter. Elke dag bond hij haar vast op zijn bed en verkrachtte haar. ‘Op een dag bracht hij een meisje van tien mee’, vertelde ze me. Ze hoorde hoe hij dat meisje in de kamer ernaast verkrachtte. ‘Ze schreeuwde om haar moeder.’ Dat was zo afschuwelijk.”

Lopen er programma’s om de Jezidi-vrouwen te helpen bij het verwerken van hun trauma’s?

“De meesten zitten zes jaar na de gebeurtenissen nog steeds in Irak in kampen. Ze kunnen niet terug naar huis; hun dorpen zijn vernietigd. Ze worstelen met zware mentale problemen en het aantal zelfmoorden ligt hoog. In de meeste kampen is er geen psycholoog. Ze vertelden hun traumatische verhaal aan mij in de hoop dat er iets zou veranderen. Maar er gebeurde helemaal niets en ik zit met het wrange gevoel dat ik ze in de steek laat.

“De coronacrisis maakt het allemaal nog erger, want nu is er totaal geen ruimte meer in kranten en journaals voor hun verhaal. Ik ben daar niet goed van. We zijn al onze interesse kwijt in wat er buiten onze grenzen gebeurt. Covid is zowat het enige wat we nog verslaan. Mensen lijken alleen nog geïnteresseerd in wat hen hier en nu overkomt.”

De pandemie is natuurlijk zeer ingrijpend in ons dagelijks leven.

“Zeker, en ik beweer ook niet dat we er als journalisten over moeten zwijgen. Maar de oorlogen in Afghanistan, Syrië en Jemen zijn intussen niet gestopt. Al zijn we wel gestopt met erover te berichten. Er gebeuren op veel plekken vreselijke dingen; door covid verdwijnen ze integraal van de radar.”

Sommigen vergelijken de coronacrisis ook met een oorlog. Terecht?

“Mijn krant stuurt me nu naar de intensieve zorgenafdelingen van ziekenhuizen en vraagt me dan altijd om te vergelijken met mijn oorlogservaringen. Ik vind dat heel vervelend, want het is helemaal niet hetzelfde. De enige gelijkenis is misschien dat ik zowel in oorlogsomstandigheden, als op covid-afdelingen ontzettend veerkrachtige mensen ontmoet. Mensen die in slechte omstandigheden het goede doen. Als iemand ons anderhalf jaar geleden gezegd had dat alle restaurants en cafés zouden sluiten, we opgesloten in ons huis zouden zitten en enkel nog met een mondmasker de straat zouden opgaan, hadden we die man of vrouw gek verklaard. En kijk, we leven nu al bijna een jaar als gemondmaskerde kluizenaars. Wat alleen maar bewijst dat de mens zich snel aan nieuwe, benarde omstandigheden aanpast.

“Maar als buitenlandjournalist met 33 jaar ervaring op de teller ben ik nu doodongelukkig. Ik ontvang op mijn telefoon constant berichten van over de hele wereld over afschuwelijke gebeurtenissen. In mei vorig jaar was er dat vreselijke bloedbad in een kraamkliniek in het centrum van de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Zestien moeders en verschillende pasgeboren baby’s en vroedvrouwen werden afgeslacht. Van die extreme gruweldaad werd amper verslag uitgebracht. Ik ging daarover klagen bij mijn hoofdredacteur. ‘Waarom moet corona ook dit vreselijke verhaal overwoekeren?’ Ik bleef maar zeuren, en uiteindelijk liet hij me een column schrijven over waarom we dat nieuws links lieten liggen. Maar de feiten verslaan, dat kon niet.”

Christina Lamb, Ons lichaam, jullie slagveld, Ambo/Anthos, 432 blzn., 25,99 euro, verschijnt op 1 maart

Bio

Christina Lamb

  • Geboren op 5 mei 1965
  • Chef buitenland voor The Sunday Times
  • Studeerde filosofie, politicologie en economie aan de universiteit van Oxford
  • Overleefde in 2006 in Afghanistan ternauwernood een hinderlaag van de Taliban
  • Auteur van o.a. Ik ben Malala (2013) en Het meisje uit Aleppo (2016)

(c) Jan Stevens