‘Poetin waarschuwde: ik schakel jullie uit met één vingerknip’

Jarenlang beschermde ‘special agent’ Dan Kaszeta de Amerikaanse president George Bush tegen aanslagen met chemische en biologische wapens. In zijn boek Toxic bundelt hij zijn kennis van zenuwgassen, het favoriete gifwapen van de Russische president Vladimir Poetin. “Met zijn aanslag met novichok waarschuwde Poetin zijn tegenstanders in ballingschap: ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

In 1987 droomde de jonge militair Dan Kaszeta (51) ervan spion te worden in de Sovjet-Unie. “Dus ging ik op kosten van het leger aan de universiteit Russisch en politieke wetenschappen studeren”, zegt hij. “De deal was dat ik daarna ergens in Rusland op geheime missie gedropt zou worden. De koude oorlog woedde volop en Ronald Reagan was nog onze president.” Maar twee jaar later viel de muur en stortte de Sovjet-Unie in. “Ook mijn spionnenplan lag in duigen. Eind jaren 80 voerde de Iraakse dictator Saddam Hoessein een luchtaanval met gifgas uit op het stadje Halabja. Dat zorgde voor paniek in het Pentagon. Niet de Russen, maar met gifgas spelende machtswellustelingen zoals Saddam waren het nieuwe gevaar. In plaats van me tot militair spion op te leiden, stuurden ze me naar de US Army Chemical School in Alabama.”

Tien jaar later werd Dan Kaszeta als ‘special agent’ verantwoordelijk voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemisch en biologisch wapentuig. Na de aanslagen van 9/11 werd hij de persoonlijke ‘bodyguard chemische beveiliging’ van de toenmalige president George W. Bush. In 2008 zwaaide hij af en verhuisde naar Londen, waar hij nu beveiligingsadvies verschaft aan overheden en ondernemingen, en boeken en artikels schrijft over chemische en biologische wapens.

In zijn gloednieuwe boek Toxic beschrijft hij de nog prille geschiedenis van zijn ‘favoriete’ vergif: zenuwgassen.

Dan Kaszeta: “Ze werden in de jaren dertig bij toeval ontdekt door de nazi’s en zijn dertig keer dodelijker dan ‘reguliere’ chemische wapens. Sarin is een voorbeeld van zo’n zenuwgas. Ik heb er mijn carrière in het Witte Huis aan te danken. Na de terroristische aanslag met saringas van de Aum Shinrikyo-sekte in de metro van Tokio in 1995 werd ik door The White House Military Office gerekruteerd. Ze vonden me met mijn opleiding aan de Chemical School de ideale kandidaat voor de beveiliging van het Witte Huis tegen chemische terreur. Alleen had ik op dat moment nog nooit gehoord van sarin. Want Amerikaanse legerchemie is niet meteen échte scheikunde, maar eerder ‘chemie voor dummies’. (lacht) Ik ben toen beginnen studeren als gek.”

Waren er tijdens uw periode in het Witte Huis ooit aanvalspogingen met biologische of chemische wapens op de president?

Kaszeta: “Zeker. Vlak na 9/11 vroeg de US Secret Service me als special agent voor de persoonlijke bescherming van president Bush tegen chemische terreuraanvallen. Ons team zou uit twee mensen bestaan. Een maand na mijn aanstelling kwam er in het postgebouw van het Witte Huis een envelop toe met antraxpoeder dat het dodelijke miltvuur veroorzaakt. De president was door dat incident danig van zijn melk en zorgde er eigenhandig voor dat ons budget explodeerde. De volgende twee jaar groeide ons team met meer dan 40 collega’s.

“Het brein achter de antraxbrief voor Bush was geen dolgedraaide jihadist, maar de ‘keurige’ Amerikaanse microbioloog Bruce Eward Ivins. Ik kende die man persoonlijk. Niet dat hij een vriend was, daar vond ik hem iets te raar voor. Hij werkte als onderzoeker biodefensie voor het leger en werd beschouwd als dé antraxexpert. Tussen september en oktober 2001 verstuurde hij verschillende antraxbrieven naar politici en journalisten. Vijf mensen verloren het leven en 17 anderen werden ziek. In de omslagen zaten briefjes met boodschappen als ‘Dood aan Israël’ en ‘Allah is groot’, waardoor de FBI eerst aan een terreurcampagne van Al Qaeda dacht. Ze vroegen Ivins om hulp bij hun onderzoek. Zes jaar lang was een onschuldige collega van Ivins verdachte nummer 1. Tot ze hem in 2008 eindelijk in het vizier kregen, waarna hij zelfmoord pleegde.”

Wat was zijn motief?

Kaszeta: “Hij werkte aan een antraxvaccin en wou gloriëren als redder des vaderlands. Dus had hij er niets beters op gevonden dan eerst angst en terreur te zaaien met zijn antraxbrievencampagne. De aanslag op George Bush moest de kroon op het werk worden: Ivins zou dan met zijn vaccin de president net op tijd van de gruwelijke miltvuurdood komen redden.”

Hoe zag uw doorsnee dag eruit als geheim agent, belast met de chemische en biologische beveiliging van de Amerikaanse president?

Kaszeta: “In de loop der jaren is het Witte Huis vertimmerd tot een zwaarbeveiligd bastion: daar is de president relatief veilig. Onze grootste bekommernis waren zijn verplaatsingen. De president loopt het grootste gevaar wanneer hij op reis is; dan was ik één van Bush’ schaduwen in een zwarte SUV uit zijn konvooi. Als hij thuis was, konden we even op adem komen en een pint gaan drinken op café.”

In het voorjaar van 2003 was u er getuige van hoe het Witte Huis bewijsmateriaal over ‘massavernietigingswapens’ tegen Saddam Hoessein fabriceerde om later dat jaar Irak te kunnen binnenvallen?

Kaszeta: “Voor alle duidelijkheid: ik had niets te maken met het beleid van Bush. Ik zat op de achterbank van een SUV om te verhinderen dat onderweg iemand hem met gif vermoordde. Natuurlijk merkte ik in die periode in de wandelgangen van het Witte Huis dat er iets ‘groots’ in de lucht hing. Misschien is het ‘bewijsmateriaal’ toen wat ‘opgepompt’, maar u mag niet uit het oog verliezen dat Saddam bij leven en welzijn een ongezonde voorliefde voor gifgas had. Denk maar aan die aanval op Halabja. Na de eerste Golfoorlog werd Irak onder strikte controle geplaatst van UNSCOM, een speciale commissie van de Verenigde Naties die erop moest toezien dat Saddam zijn grote stock massavernietigingswapens opruimde. Akkoord, in 2003 had hij geen lopend programma meer voor chemische wapens, alleen geloofde niet iedereen dat. Terecht, vind ik, want hij was geen koorknaap. De UNSCOM-inspecteurs zette hij trouwens met veel omhaal het land uit. U zal mij de toenmalige Amerikaanse regering niet horen bekritiseren.”

U verliet het Witte Huis in 2008, toen Barack Obama president werd. Is er een verband?

Kaszeta: “Helemaal niet. Ik werd hopeloos verliefd op een Britse vrouw, volgde haar naar Londen en moest dus wel ontslag nemen. In Groot-Brittannië werkte ik eerst drie jaar voor een firma die apparatuur maakt om chemisch wapentuig op te sporen. Daarna richtte ik mijn eigen beveiligingsbedrijf op. Ik adviseer nu overheden, organisaties en ondernemingen over onder andere beveiliging tegen chemische en biologische risico’s. De Europese Commissie is één van mijn klanten.”

Onderschatten we het risico op een chemische of biologische terreuraanval?

Kaszeta: “Na meer dan dertig jaar in het vak moet ik dat ‘grote risico’ toch enigszins nuanceren. In theorie zijn chemische en biologische wapens vreselijk gevaarlijk; in de praktijk behoren ze tot het meest overschatte wapentuig ooit. De voornaamste reden waarom er zo weinig terreuraanslagen met chemische en biowapens zijn, is omdat ze duur en onvoorspelbaar zijn. Als je veel geld investeert in de voorbereiding van een aanslag, wil je liefst zoveel mogelijk slachtoffers maken. Shoko Asahara, de leider van de Aum Shinrikyo-sekte, wilde met zijn saringasaanslag in de metro van Tokio duizenden mensen vermoorden. Uiteindelijk vielen er dertien doden. Vanuit Asahara’s standpunt was zijn aanslag een complete mislukking.

“Koop geweren van een paar honderd euro, stuur je discipelen op schietcursus en de kans op honderden doden tijdens het spitsuur in de metro is groot. Met chemische wapens is dat succes veel twijfelachtiger en met biologische is het nóg lastiger. Gassen worden meegenomen door de wind en die is soms zéér wispelturig.”

Tijdens de gloriedagen van IS was er toch veel angst dat zij aanslagen zouden plegen met een ‘vuile bom’, gifgas of antrax?

Kaszeta: “Daar werd vaak hysterisch over bericht terwijl er zo goed als geen aanwijzingen zijn dat IS er ooit aan gewerkt heeft. Kijk, er zijn op de wereld maar weinig specialisten in chemische en biologische terreur en oorlogsvoering. We kennen elkaar allemaal. De meeste collega’s zijn bonafide, maar er zitten een paar schimmige figuren tussen die vooral zichzelf interessant willen maken door paniek te veroorzaken. ‘O my God, IS zou bij de volgende aanslag wel eens antrax kunnen gebruiken!’ De zogenaamde specialisten die dat rond bazuinen, proberen eerst en vooral zo werk voor zichzelf binnen te halen. Ze verkopen tezelfdertijd lucifers, brandversnellers én brandblusapparaten. De meeste terreurgroepen hebben het geld niet om dure chemische of biologische massavernietigingswapens ineen te knutselen.”

Op het hoogtepunt van haar succes zwom IS toch in het geld?

Kaszeta: “Ze zwommen in hun kalifaat vooral in de olie. De stap naar de productie van chemisch en biologisch wapentuig was veel te ingewikkeld. De IS-leden waren verknipt, maar of alle leiders dat ook waren, durf ik te betwijfelen. Van de Aum Shinrikyo-sekte weet ik wél zeker dat ze allemaal gestoord waren: daarom ook voerden ze hun aanval met het zenuwgas sarin uit. Als ze een beetje verstandig waren geweest, hadden ze hun toevlucht genomen tot goedkope en efficiënte kalashnikovs of conventionele explosieven.”

Waarom is dat zenuwgas dan ooit ontworpen, als het toch zo’n sof is?

Kaszeta: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gifgassen algemeen gebruikt. Na de oorlog werd in Genève een protocol getekend dat chemische oorlogsvoering veroordeelde en het eerste gebruik ervan verbood. Landen mochten die wapens wel nog hebben, maar ze niet als eerste in de strijd gooien. Het werden dus afschrikmiddelen en er ontstond een wapenwedloop in chemische wapens. In de twintiger en dertiger jaren zochten alle grote landen koortsachtig naar nieuwe dodelijke gassen en vloeistoffen. België legde een aardige stock chloor, fosgeen en mosterdgas of yperiet aan, net als Frankrijk, de Sovjet-Unie en Duitsland. Al moesten de Duitsers hun voorraadje goed verbergen, want als verliezers van WO I mochten zij geen chemische wapens bezitten.

“Op het einde van WO I waren de Duitse soldaten aan het verhongeren en dat mocht de volgende keer niet meer gebeuren. Daarom ging de Duitse chemische industrie meteen na de oorlog koortsachtig op zoek naar insecticiden en pesticiden om de gewassen te beschermen. Vlaggenschip IG Farben ontwikkelde zo het pesticide Zyklon B, dat later in de gaskamers gebruikt zou worden. IG Farben-chemicus Gerhard Schrader was aan een nieuw insecticide aan het werken, toen hij in januari 1936 bij toeval het eerste zenuwgas of organofosfaat uit zijn reageerbuizen toverde: tabun. Dat goedje was zo extreem giftig dat het als insecticide onbruikbaar was. Het doodde niet alleen de insecten, maar ook de boer. Later voegde Schrader nog sarin, soman en cyclosarin aan zijn lijstje nieuwe extreem dodelijke zenuwgassen toe.”

De nazi’s zagen er meteen brood in?

Kaszeta: “Schrader beschouwde tabun als een grandioze mislukking, maar zijn bazen vonden het een uitstekend nieuw wapen en namen contact op met de nazi-regering. Die was enthousiast en er werd een clandestiene industrie gebouwd voor de ontwikkeling en productie van zenuwgassen voor militair gebruik. Van tabun werd meer dan 12.000 ton gebrouwen. Een hele oorlog lang waren de zenuwgassen Hitlers geheime wapens die nooit gebruikt werden. Pas aan het einde van WO II ontdekte het oprukkende sovjetleger en de geallieerden op zowat hetzelfde moment de fabrieken en opslagplaatsen; de ene in het oosten, de anderen in het westen. Het geheime zenuwgasprogramma van de nazi’s joeg een schokgolf door de wereld, waarna Rusland en Amerika hun wapenwedloop in zenuwgassen inzetten.”

Net zoals ze met kernwapens deden?

Kaszeta: “Precies, alleen is die zenuwgassenwedloop intussen uit ons collectieve bewustzijn verdwenen. De Britten en Amerikanen arresteerden in ‘45 de Duitse zenuwgaswetenschappers en namen de plannen, documenten en voorraden in beslag. De Russen legden de hand op twee vernielde fabrieken in Polen en rekenden een paar chemici in.”

Lijfden de Amerikanen Duitse chemici in zoals ze dat met de raketgeleerde Wernher von Braun deden?

Kaszeta: “De middelen om verbrande Duitse wetenschappers te denazificeren en vervolgens in te huren, waren niet onbeperkt. Chemisch wapentuig stond een paar trappen lager dan raketten. De dure Von Braun kreeg dus voorrang en soupeerde zowat het hele budget op.

“Ze ondervroegen de chemici wekenlang tot ze al hun kennis over zenuwgassen gelost hadden. Vijf jaar later wilde het Amerikaane leger alsnog die Duitse wetenschappers inhuren, maar de meesten waren toen al veel geld aan het verdienen in de reguliere Duitse chemische industrie. Ze hadden geen zin meer in een verhuis naar Alabama.

“De Russen stopten ‘hun’ Duitse chemici eerst een paar jaar in werkkampen en schakelden hen daarna in nieuwe zenuwgasprogramma’s in. Naar sovjetnormen werden ze vrij goed betaald. Decennialang leefde het westen in de veronderstelling dat de Russen de intacte zenuwgasfabrieken van de nazi’s hadden ingepalmd en machines, kennis en voorraden hadden gerecupereerd.”

Terwijl het twee ruïnes waren?

Kaszeta: “Ja, en die onwetendheid zorgde gedurende de koude oorlog voor nervositeit in West-Europa en de VS. Het westen lag op kop in de chemische wapenwedloop, maar was ervan overtuigd dat het mijlenver achterop hinkte. Het Oostblok was er dan weer terecht van overtuigd dat het westen grote voorsprong had. Met als resultaat die compleet onzinnige chemische wapenwedloop.  

“Desinformatiecampagnes gaven de wedloop een extra boost. Vlak voor het einde van de oorlog probeerden de Duitsers hun giffabrieken te demonteren. Hun afbraak van de fabriek in Dyhernfurth in het zuidwesten van Polen moesten ze stopzetten omdat het Rode Leger oprukte. De Russen hadden in de eerste dagen van de bezetting niet meteen door dat Dyhernfurth een zenuwgasfabriek huisvestte. De Duitsers stuurden er bij nacht en ontij een geheim commando op af om een stapel compromitterende documenten op te halen en de laatste machines op te blazen. Er lag nog een voorraadje tabun en dat werd de rivier de Oder ingegoten. Ze lieten opzettelijk een vals notitieboekje achter, bedoeld voor de Russen. Ik vond in Russische archieven documenten terug waarin sovjetchemici jaren later klagen dat zowat alle formules uit dat boekje vol fouten zitten. (lacht) De Duitsers hadden hen opzettelijk verkeerde chemische formules voor zenuwgassen voorgekauwd.”

Bestaat dat notitieboekje nog?

Kaszeta: “Het zou best kunnen dat het nog ergens in een Russisch staatsarchief ligt te beschimmelen. Maar het kan inmiddels ook vernietigd zijn. Ikzelf zoek naarstig verder.

“In 1959 probeerden de sovjets de Amerikaanse officier Joseph Edward Cassidy uit Washington DC te rekruteren. De man hapte niet toe en stapte naar de legerleiding en de FBI. Zij kregen het lumineuze idee hem als dubbelspion in te zetten. Hij werkte in een laboratorium in Maryland waar chemisch wapentuig voor het Amerikaanse leger ontwikkeld werd. Jarenlang voedde hij de Russen met valse informatie over de ontwikkeling en productie van Amerikaans zenuwgas. De Russische geheime dienst GRU vergoedde hem met duizenden dollars. In ruil bezorgde hij hen meer dan 4.000 documenten over een compleet verzonnen spiksplinternieuw supergesofisticeerd zenuwgas dat de VS zogezegd aan het produceren was. De informatie leek op het eerste gezicht te kloppen. Met hun ogen wijd open trapten de Russen in de val en jarenlang investeerden ze massa’s geld in het kopiëren van het niet-bestaande Amerikaanse superzenuwgas.

“In 1969 zette Amerika zijn zenuwgasprogramma stil. De toenmalige president Richard Nixon vond het sop de kool niet meer waard. Maar de sovjets geloofden hem niet. Ze waren ervan overtuigd dat Amerika hen een rad voor de ogend draaide en met de zenuwgasproductie ondergronds ging. Dus drukten zij het gaspedaal nog dieper in. Zo werd de Sovjet-Unie vanaf 1970 vermoedelijk de enige uitvinder en producent van zenuwgassen ter wereld. In het geheime FOLIANT-programma ontwikkelde ze drie nieuwe novichok-zenuwgassen, die wereldberoemd zijn sinds de aanslag in 2018 in Salisbury op ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter Yulia.”

Wat onderscheidt de novichok-zenuwgassen van alle andere?

Kaszeta: “De eerst ontwikkelde novichok-variant kon tegen de kou, terwijl alle andere zenuwgassen onder het vriespunt herleid worden tot onbruikbare gelei. De tweede variant kon geproduceerd worden met andere basisbestanddelen dan alle andere zenuwgassen. Dat was interessant omdat in de jaren zeventig en tachtig internationale onderhandelingen liepen voor een verbod op chemisch wapentuig. De bestanddelen voor novichok-2 stonden niet op het lijstje verboden chemicaliën van de onderhandelaars. Novichok-2 was dus een soort van ‘levensverzekering’ voor de Russen. ‘Dan kunnen we rustig verder blijven produceren zonder dat iemand het in de gaten heeft.’ De derde variant, A-234, werd gebruikt in Salisbury. Dat zenuwgas heeft als speciaal kenmerk dat het zeer lang overleeft op oppervlakten.”

Het feit dat in Salisbury A-234 gebruikt werd, wil automatisch zeggen dat de moordaanslag een opdracht was van Vladimir Poetin himself?

Kaszeta: “Daar ben ik 99,99 procent zeker van. Zeker als je naar al het bewijsmateriaal kijkt. Net in het weekend van de aanslag maken de twee Russische geheim agenten Alexander Petrov en Ruslan Boshirov twee zogenaamd toeristische uitstapjes naar Salisbury. Ze staan op beelden van bewakingscamera’s in het station van Salisbury. In plaats van mee te lopen met de stroom toeristen, wandelen ze in de richting van Skripals huis. (lacht) Er bestaat ook geen twijfel over: enkel de Russen bezitten A-234. Het is hun exclusieve uitvinding.”

Petrov en Boshirov wandelden dus in een weekend in 2018 door de straten van Londen en Salisbury met een gif op zak waarmee ze duizenden slachtoffers konden maken?

Kaszeta: “Novichok A-234 is een dikke vloeistof en is makkelijk in een klein, hermetisch afgesloten flesje te transporteren. Bij het uitsmeren volstaan rubberen handschoenen als bescherming. Ze smeerden minder dan 100 milligram van het goedje aan Skripals deurklink, of amper twee druppels. Misschien hadden die twee het flesje zelfs niet in hun bagage zitten en reisde het ongecontroleerd mee met de diplomatieke post.

“Poetin is trouwens niet aan zijn proefstuk toe, denk maar aan de gelukte aanslag met het nucleaire goedje polonium op Alexander Litvinenko in Londen in 2006. We zijn er voor 100 procent zeker van dat het polonium van Russische makelij was.”

Maar waarom polonium en novichok? Zoals u in het begin zelf zei: een pistool en een kogel zijn veel simpeler en minstens even doeltreffend.

Kaszeta: “Ze hadden Skripal ook uit de weg kunnen ruimen zonder één spoor achter te laten. De man heeft overgewicht, rookt en drinkt te veel. Een hartaanval is zo gefikst; daar zou geen haan naar gekraaid hebben. Nu was er, net als bij Litvinenko, al die heisa. Dat was precies de bedoeling: de boodschap moést luid en duidelijk weerklinken voor àlle Russische tegenstanders van Poetin in ballingschap. ‘Als ik wil, schakel ik jullie met één vingerknip uit.’”

Dat lijkt onvervalste maffia?

Kaszeta: “Dat is het ook. Poetin stamt uit de KGB: die organisatie was niet meer of minder dan de maffia van de Sovjet-Unie.”

Dan Kaszeta, Toxic, Hurst Publishers

© Jan Stevens