‘In de privé is er nog meer bureaucratie dan onder ambtenaren’

Volgens de Amerikaans-Britse antropoloog David Graeber is driekwart van al onze jobs niets meer dan zinloze verspilling van tijd. ‘De meeste mensen werken al jaren gemiddeld slechts 15 uur per week. De rest gaat op aan onzin.’

 

‘Bullshit jobs’, noemt David Graeber in zijn prikkelende gelijknamige boek de overgrote meerderheid van de functies in de financiële dienstverlening, sales, marketing, human resources, communicatie en administratie. ‘Als bankiers, juristen, consultants, zakenadvocaten, lobbyisten of pr-lui een staking uitroepen, kraait er geen haan naar’, zegt de aan de London School of Economics (LSE) verbonden en met het anarchisme dwepende professor antropologie. ‘Maar als treinmachinisten, schoonmakers of buschauffeurs er de brui aan geven, is het halve land ontregeld. Hun jobs behoren dan ook tot dat kwart dat er écht toe doet en diensten en producten levert waar werkelijk behoefte aan is.’

In 1930 voorspelde de grote econoom John Maynard Keynes dat dankzij de automatisering vóór het einde van de twintigste eeuw de vijftienurige werkweek zou zijn ingevoerd. ‘Keynes had het bij het rechte eind’, stelt Graeber. ‘Alleen zijn de door automatisering verdwenen jobs vervangen door bullshit jobs. De meeste mensen werken al jaren gemiddeld slechts 15 uur zinvol per week. De rest van hun tijd gaat verloren aan volstrekt zinloze activiteiten zoals het versturen van e-mails, het organiseren of bijwonen van motivatieseminars, urenlang vergaderen, het bijwerken van hun Facebookprofiel of het downloaden van televisieseries. Met mijn boek raak ik een open zenuw. Eerder vandaag had ik nog een erg uit de hand gelopen discussie met een collega van u van een Nederlandse krant. In Bullshit Jobs schrijf ik dat bijna veertig procent van alle werkenden vindt dat hun job zin- en inhoudsloos is. De journalist vond mijn statistieken niet accuraat. Volgens hem zou maar tussen de vijf à tien procent van de mensen van oordeel zijn dat ze een bullshit job hebben. Hij haalde daarvoor een andere enquête aan dan degene die ik in mijn boek presenteer. Het probleem met al dat soort onderzoeken is dat veel afhangt van de manier waarop de vragen gesteld worden. De belangrijkste peiling waarop ik steun komt van het Britse YouGov, een onderzoeksbureau met een uitstekende reputatie. Uw collega bleef maar doordrammen over die veertig procent. Ik claim niet dat ik een wetenschappelijke verhandeling geschreven heb, maar wel een boek over een niet onbelangrijk fenomeen: de ‘bullshitisering’ van het werk. Dat leek niet echt bij die mijnheer door te dringen.’

 

Wat is dat precies, een bullshit job of onzinjob?

Graeber: Dat is een baan waarbij degene die ze uitoefent zelf vindt dat het geen verschil maakt als ze zou verdwijnen. Sterker nog: in sommige gevallen geloven mensen zelfs dat de wereld er veel beter bij zou varen als hun eigen bullshit job opgedoekt zou worden. Zes procent van de bullshit jobbers zegt: ‘Ik heb een zinloze job en ik vind dat fantastisch.’ Misschien omdat ze een hekel aan hun gezin hebben en blij zijn dat ze overdag aan hun bureau kruiswoordraadsels kunnen zitten invullen. (lacht)

Zowat alle economen houden ons voor dat mensen dolgraag werk willen, ook al stelt dat niets voor. Want wij zouden rationele wezens zijn die met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk opbrengst voor onszelf nastreven. Als dat echt waar is, moeten mensen die betaald worden om een hele dag te niksen daar zeer blij mee zijn. De werkelijkheid toont een ander beeld: de overgrote meerderheid is diep ongelukkig. Ik heb die wijsheid niet alleen uit de YouGov-enquête gehaald, maar ook uit de massale reacties die ik kreeg op een essay over bullshit jobs dat ik in augustus 2013 voor het magazine Strike schreef. Ik stelde toen voor het eerst dat ik het sterke gevoel had dat onzinjobs wijdverspreid zijn. De maanden erna overstroomde mijn mailbox met verhalen van mensen die dat gevoel alleen maar bevestigden.

 

Steeds meer mensen worstelen met een burn-out. Maar als uw veertig procent onzinbanen min of meer klopt, zijn heel wat burn-outs eerder bore-outs? Mensen die zich niet te pletter gewerkt hebben, maar te pletter verveeld?

Graeber: Dat zou best kunnen. Van een huisschilder weten we dat hij geen inhoudsloze job heeft. Ik ben er zeker van dat hij het meest gruwt van die schaarse momenten waarop hij moet doen alsof hij hard aan het werk is om zijn baas te vriend te houden. Stel je voor dat je hele job eruit bestaat met te moeten doen alsof je ijverig aan de slag bent. Dat is toch vreselijk? Een jonge Egyptische ingenieur die voor een publieke onderneming in Cairo werkt, vertelde me dat hij de hele dag zit te wachten tot ergens in het gebouw de airco uitvalt. Ondertussen houdt hij zich onledig met het invullen van formulieren. Ze kunnen hem net zo goed thuis laten en opbellen als ze hem nodig hebben. Maar dat mag niet, want dan is hij ‘niet aan het werk’. Dus verlegt hij acht uur per dag stapeltjes papier op zijn bureau.

 

Het cliché wil dat vooral ambtenaren daar meester in zijn. Volgens u liggen de onzinbanen in de private sector minstens even dik gezaaid?

Graeber: Ambtenaren omschrijven hun baan minder snel als bullshit job. Natuurlijk bestaan nogal wat overheidsbanen uit een stevige hoeveelheid zinloze bureaucratie, maar de mensen zelf ervaren hun werk niet altijd als zinloos. Bureaucratie is niet exclusief gelinkt aan het overheidsapparaat, integendeel, in de private sector hebben sommige ondernemingen er nóg meer kaas van gegeten. Stel: je hebt pas een nieuwe computer gekocht en het keyboard is kapot. Je stapt ermee naar de winkel en je vraagt een nieuw. Waarop de man achter de toonbank zegt: ‘U moet eerst een afspraak maken met mijn collega die bevoegd is om vast te stellen of uw keyboard kapot is.’ Klinkt dat herkenbaar? Hoe vaak komen mensen niet in een kafkaiaans spektakel terecht wanneer ze met een klein probleem naar hun bank bellen? Ik hing laatst meer dan een uur met acht verschillende personeelsleden van mijn bank aan de lijn over een onnozele internationale overschrijving. Ze konden die zogezegd niet uitvoeren omdat er een probleem was met een of ander overheidsvoorschrift. De private en overheidsbureaucratie gingen op dat moment feilloos in elkaar over. Want al die zogenaamde overheidsregels voor de financiële sector zijn geschreven door de banken zelf. Terwijl ze omkoopgeld aan politici geven, fluisteren ze hen in het oor: ‘Op dat A4-tje staat de regelgeving die wij willen.’ Twee derde van de winst van de grootste Amerikaanse bank JP Morgan Chase is afkomstig van ‘bijdragen en boetes’. Ze hebben er dus alle belang bij om die regelgeving zo ingewikkeld mogelijk te maken zodat ze hun klanten centen kunnen aftroggelen.

 

Private ondernemingen willen winst maken. Zowel aandeelhouders als ceo’s en raden van bestuur hebben er toch geen enkel belang bij om mensen te betalen voor het verrichten van zinloos werk?

Graeber: Dat zou je veronderstellen, maar het kapitalisme heeft intussen een andere logica ontwikkeld. Als je auto’s of lampen fabriceert, wil je inderdaad normaal gezien liefst geen mensen in dienst waar je niets mee kunt aanvangen. Zeker niet als er concurrenten in je sector actief zijn. De uitbater van een restaurant wil ook geen ober die een hele avond rondlummelt. Maar als je JP Morgan Chase bent, geldt een andere werkelijkheid. Want dan heb je alle belang bij een regelgeving die zo dubbelzinnig is dat je klanten voortdurend fouten maken. De boetes die dat oplevert, doen de kassa extra rinkelen. De meeste bullshit jobs vinden we niet voor niets bij banken, verzekeringen en vastgoed. Zij maken momenteel grote winsten die niet gebaseerd zijn op kapitalisme, maar op feodalisme. Het gaat niet over winst door de verkoop van geproduceerde producten, maar over de ene die de andere uitzuigt. Zelfs oude grote industriële bedrijven zoals ‘ons’ General Motors (GM) hebben bijna hun volledige winst te danken aan hun financiële afdelingen. GM verdient zijn geld niet meer door de verkoop van auto’s, maar door de rente op autoleningen.

Productiegerichte beroepen zijn weg geautomatiseerd. Tussen 1910 tot 2000 kalfde het aantal mensen dat in de VS in de industrie- en landbouwsector werkzaam was zienderogen af. In plaats daarvan verdrievoudigde de dienstensector, die eigenlijk vooral een administratieve sector is, met totaal nieuwe bedrijfstakken zoals financiële dienstverlening en telemarketing. Tezelfdertijd groeiden sectoren zoals ondernemingsrecht, onderwijs- en zorgadministratie, human resources en public relations als kool. Driekwart van de Amerikaanse beroepsbevolking werkt vandaag in die zogenaamde dienstensector vol onzinbanen. Daarin zijn dan nog niet eens alle schoonmakers, veiligheidsmensen, pizzabezorgers en hondenuitlaters meegerekend die met hun zinvolle jobs die hele onzinsector aan de praat houden. Maar ook het zinvolle werk raakt steeds meer gebullshitiseerd, denk maar aan de verplegers en leraars die kostbare tijd verloren zien gaan aan het invullen van zinloze documenten. Als docent ben ik een ervaringsdeskundige.

Er is een vorm van ‘manageriaal feodalisme’ geïnstalleerd vol bullshit jobs waarin de ene duurbetaalde consultant de andere goed verdienende middelmanager onzin probeert aan te smeren. Ze troggelen hun klanten losgeld af en herverdelen dat onder elkaar. Net als in de middeleeuwen creëert dat hedendaagse feodalisme eindeloze hiërarchieën van heren, vazallen en bedienden. Al die mensen die luidkeels beweren dat bullshit jobs onbestaande zijn omdat het kapitalisme omwille van de winst komaf maakt met alle onzin, hebben een politieke of ideologische agenda. Het zijn ofwel vrije markt-libertairen ofwel gestaalde marxisten die in de 19e eeuw zijn blijven hangen.

 

Maar veel van de jobs die u als onzinjobs bestempelt, worden toch niet door iedereen zo ervaren? Voor veel mensen geeft hun job net zin aan hun leven.

Graeber: Arbeidssociologen stellen altijd dat de meeste mensen zin halen uit hun beroep. Het paradoxale is dat diezelfde arbeidssociologen ook altijd vaststellen dat de meeste mensen hun job haten. Dat kan toch niet allebei waar zijn? (lacht) Tenzij de meeste mensen hun job zinvol vinden omdat ze ze haten. ‘Ik lijd, dus daarom verdien ik het om er genoeg voor betaald te worden om een huis en een auto te kopen.’

 

U pleit ervoor om alle onzinjobs op te doeken en het zinvolle werk te herverdelen. U pleit ook voor de vijftienurige werkweek en de invoering van het basisinkomen. U bent niet bang dat nogal wat mensen het lastig zullen hebben met al die vrije tijd?

Graeber: Die vijftienurige werkweek is geen fetisj. We kunnen ook veertig uur per week blijven werken en vier maanden vakantie nemen. Sinds Wereldoorlog II zijn we beginnen geloven dat arbeiders met te veel vrije tijd aan de drank raken en door de ledigheid van hun bestaan een depressie ontwikkelen. Ik vind het erg neerbuigend om er zo maar vanuit te gaan dat werkende mensen niet in staat zijn om hun tijd met andere bezigheden zinvol te vullen. Acht uur op een dag werken, is trouwens een vrij recente uitvinding. Zelfs een middeleeuwse knecht werkte maar vier uur per dag.

 

De rest van zijn tijd ging op aan de strijd om te overleven.

Graeber: Dat is waar. Toch had hij meer vrije tijd dan wij en daarom kennen we nog al die folklore van toen. Als morgen de vijftienurige werkweek wordt ingevoerd, zullen heel wat mensen een muziekinstrument leren bespelen, of een nieuw ambacht aanleren. Als antropoloog weet ik best wel hoe het er in samenlevingen vroeger aan toeging. Ik verbleef jarenlang op Madagaskar en schreef een cultuurgeschiedenis over dat eiland. De Madagasken brengen mijn ideale samenleving al eeuwenlang in de praktijk: het zijn boeren die niet meer dan vier uur per dag werken. Monogamie bestaat er niet en iedereen slaapt er met iedereen. (lacht) Weet u wat het echte drama is? Dat de huidige economische leer ontwikkeld is voor problemen uit de 19e eeuw en niet voor de problemen die op ons afkomen. In het verleden draaide het om maximale groei en winst, nu zou het moeten gaan over hoe we de boel aan de praat houden zonder onze planeet te vernietigen. De economische wetenschap zoals ze nu bestaat, is niet ontwikkeld om de klimaatverandering, vervuiling of overproductie aan te pakken. We moeten ons hele systeem herdenken.

 

Naar aanleiding van de financiële crisis voorspelde u opstanden in verschillende Europese landen en een grote economische ineenstorting. ‘Binnenkort zullen onze politici een valse snor moeten opplakken als ze een hapje willen gaan eten’, zei u in 2012 in een interview met Knack. Vandaag lopen onze politici nog niet met valse snorren rond. Hebt u zich vergist?

David Graeber: Helemaal niet. Ik denk dat we er gewoon gewend aan geraakt zijn. Begin juni was ik in San Francisco. Ik was gechoqueerd over wat ik daar zag. In Londen slapen mensen in kartonnen dozen in portieken, maar daar liggen de daklozen gewoon midden op straat. Het is niet voor niets dat er vandaag zoveel zombiefilms in de Amerikaanse bioscopen draaien; ze leven er namelijk in een apocalyptische zombiewereld. Iemand zei me dat de daklozen op straat maar het topje van de ijsberg zijn. Minstens evenveel mensen slapen in hun auto of leven in een camper. Steeds meer zestigers en zeventigers kunnen niet op pensioen en moeten werken tot aan hun dood. Er is zich dus wel degelijk een sociale ineenstorting aan het voltrekken die dertig jaar geleden als catastrofaal beschouwd zou worden. Nu lijken mensen dat heel normaal te vinden.

 

U stond mee aan de basis van Occupy Wall Street in New York en was een van de initiatiefnemers van de bezetting van Zuccotti Park in september 2011. Hoe is het vandaag gesteld met Occupy?

Graeber: De beweging is nog actief, maar dan vooral als fundament voor de Democratic Socialists of America (DSA). Er wordt nu gezegd: ‘Occupy was een mislukking’; ik durf dat sterk te betwijfelen. Want waar zou Occupy gefaald hebben?

 

De VS worden nu geleid door Donald Trump, bijvoorbeeld.

Graeber: Right. Occupy ging niet over het verkiezen van mensen, maar over het niet blijven nastreven van het verkiezen van mensen. Natuurlijk is Trump verkozen, maar dat zegt toch niets over het succes van Occupy? Wij verwierpen net de verkiezingsaanpak.

 

U verwierp de democratie?

Graeber: Nee, wij stelden dat het systeem niet democratisch is. Echte democratie is dat mensen zelf beslissen hoe ze over zichzelf wensen te regeren. Dat is iets helemaal anders dan een systeem waarbij degene die het meeste omkoopgeld kan verzamelen zichzelf kan laten verkiezen. Met Occupy probeerden we een culturele transformatie te bewerkstelligen: we probeerden het gedachtengoed van mensen over democratie en kapitalisme te veranderen. Een paar jaar geleden werd een bevraging georganiseerd bij Amerikanen van 18 tot 30. De meerderheid zei dat ze antikapitalistisch en pro-socialistisch was. Ik stond daarvan te kijken, want het was uniek dat zoveel jonge Amerikanen zich uitspraken voor het socialisme. Occupy mislukt? Komaan, zeg.

 

De Amerikaanse president is Donald Trump en niet Bernie Sanders.

Graeber: Dat komt omdat mainstream links in Amerika niet begrijpt wat mainstream rechts wel doorhad: je moet je gekke radicalen goed soigneren als je de macht wil grijpen. De rechts-radicalen van de Tea Party zijn veel angstaanjagender dan wij van Occupy, maar dat was voor rechtse Republikeinen geen bezwaar om hen tegen de borst te drukken. De Democraten raakten geobsedeerd door het feit dat vijf kerels van Occupy tijdens de bezetting een raam hadden durven inslaan. ‘O nee, met dat uitschot willen we niets te maken hebben.’ Ook al waren de duizenden andere bezetters vreedzaam. Rechtse Republikeinen hadden er ondertussen niet echt een probleem mee dat neonazi’s hun geweren leegschoten. ‘We zijn het niet eens met de shooting, so what?’ Vervolgens gingen ze verder met het knuffelen van hun radicalen. Wij werden door mainstream links onderdrukt. Ik was erbij toen Zuccotti Park op 15 november 2011 hardhandig ontruimd werd. De Democraten hadden eerst gehoopt dat wij ons naar het corrupte systeem zouden schikken. Maar wij bleven erop hameren dat we dat radicaal verwierpen. Voor rechts was het natuurlijk makkelijker, want zij vinden corruptie best oké.

 

U geeft nu les aan de London School of Economics (LSE), een elite-universiteit waar de meeste studenten van rijke komaf zijn.

Graeber: Kent u de stichters van de LSE, Sidney en Beatrice Webb, Graham Wallas en George Bernard Shaw? Aan het eind van de 19e eeuw waren zij vooraanstaande leden van de socialistische Fabian Society. In oorsprong is de LSE dus een links project. Nu al lang niet meer, dat is waar. Enkel het antropologiedepartement houdt nog stand als klein radicaal links bastion. (lacht)

 

David Graeber, Bullshit jobs, Over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden, Business Contact, 416 blz., 24,99 euro

 

David Graeber

  • Geboren in 1961 in New York
  • Groeide op als zoon van een communistische vakbondsactiviste en een veteraan van de Spaanse Burgeroorlog
  • Werkte vanaf 1998 als antropologieprofessor aan de prestigieuze Yale University, waar hij zijn anarchistische sympathieën niet onder stoelen of banken stak
  • Zijn contract werd in 2005 niet verlengd, waarna zijn studenten in opstand kwamen
  • Verhuisde een jaar later naar Londen waar hij eerst antropologie doceerde aan Goldsmiths
  • Stond in 2011 aan de wieg van Occupy Wall Street
  • Scheef in datzelfde jaar zijn magnum opus Schuld, de eerste 5000 jaar
  • Ruilde in 2013 Goldsmiths in voor de London School of Economics

 

(c) Jan Stevens

Advertenties

“De bankiers van het IMF en de Federal Reserve zijn in paniek”

De Amerikaanse antropoloog en anarchist David Graeber stond in 2011 aan de wieg van Occupy Wall Street. Sinds de publicatie van zijn boek Schuld: de eerste 5000 jaar komen de bankiers van het IMF en de Amerikaanse centrale bank hem discreet om raad vragen over mogelijke oplossingen voor de crisis. “Als die kerels bij mij te rade komen, wil dat zeggen dat ze heel diep in de shit zitten.”

Met Schuld: de eerste 5000 jaar schreef David Graeber (1961) een briljante geschiedenis van de schuld. “Economisten hebben het nagelaten dit boek te schrijven”, zegt de anarchistische antropoloog. “Natuurlijk vind je stapels boeken over krediet, maar die vertrekken allemaal vanuit het perspectief hoe daar geld mee te verdienen is. Ze starten nooit vanuit de ervaringen van al die mensen die op een bepaald moment te maken krijgen met een of andere vorm van schuld, en gaan zeker nooit op zoek naar wat de impact daarvan is op hun leven.”

Graebers Schuld groeide razendsnel uit tot een internationale bestseller, met dank aan de schuldencrisis. “Ik vind het grappig dat het me eindelijk gelukt is goed te timen”, lacht hij. “De eerste vijftien jaar van mijn carrière zat niemand op mijn boeken te wachten. Ik kwam op de proppen met een bijzonder dikke cultuurgeschiedenis over het Afrikaanse eiland Madagaskar op een moment dat niemand in Afrikaanse cultuur geïnteresseerd was, ik publiceerde een lijvig boek over de theorie van de antropologie in een periode dat iedereen in slaap viel bij het horen van het woord ‘theorie’ alleen al en ik schreef als anarchist een uiterst interessante handleiding over directe actie, alleen kwam die vlak voor 9/11 uit.”

Het politiek activisme is David Graeber met de paplepel meegegeven: zijn moeder was als textielarbeidster actief in de vakbond, zijn vader was lid van de Amerikaanse communistische partij en vocht in de Spaanse burgeroorlog tegen de franquisten. Graeber groeide op in een ‘coöperatief flatgebouw’ in New York. Hij werkte jarenlang als assistent-docent antropologie aan de prestigieuze Yale University, waar hij zijn anarchistische overtuiging nooit onder stoelen of banken stak. Net voor hij in het voorjaar van 2005 voor een vaste positie in aanmerking kwam, werd zijn contract niet verlengd. Graebers studenten protesteerden massaal. Uiteindelijk bood de universiteit Graeber als zoenoffer een betaald sabbatjaar aan, wat hij aanvaardde. Vandaag doceert hij aan de Londense universiteit Goldsmiths waar ik hem ’s middags in de studentenrefter ontmoet. “Ook hier lig ik in de clinch met het bestuur”, zucht hij. “Ik ben nu voltijds prof, voltijds activist en voltijds schrijver. Ik heb gevraagd om deeltijds les te mogen geven, en ze gingen eerst akkoord. Tot de aap uit de mouw kwam: ik zou evenveel lessen moeten blijven geven in minder tijd. ‘Je hoeft geen administratie meer te doen’, was hun argument. Alsof de helft van mijn tijd opgaat aan papierstapels goed leggen. Ik heb beleefd geweigerd en blijf dus maar even doorploeteren.”

Als anarchistisch activist organiseerde Graeber mee het Occupy Wall Street verzet in New York. Hij was een van de initiatiefnemers van de bezetting van Zucotti Park in september 2011 en legt nu de laatste hand aan een boek over zijn Occupy-ervaringen. Graeber: “Toen Occupy van start ging, was het enthousiasme groot. Het was zelfs zo groot dat de regering in paniek sloeg. De Amerikaanse geschiedenis leert ons dat alle opeenvolgende regeringen heel erg begaan geweest zijn met het onderdrukken van sociale bewegingen van allerlei pluimage, zeker als die organisaties voortsproten uit de lagere klassen. Blanke jongeren uit de middenklasse lieten ze meestal ongemoeid, en als ze hen wel probeerden aan te pakken, zoals tijdens de communistenjacht onder McCarthy in de jaren vijftig, kregen ze daar achteraf bijzonder veel spijt van.”

Is Occupy een middenklassebeweging?

DAVID GRAEBER: Nee, maar er zitten verhoudingsgewijze wel veel blanke jongeren uit de middenklasse in. Toch werden ook zij tijdens de ontruiming van Zucotti Park in november 2011 door de politie bijzonder hardhandig aangepakt. Vlak na de verdrijvingen voelden we ons verraden door onze liberale bondgenoten. Ze lieten ons in de steek en het kon hen niet schelen dat wij op een schaamteloze brutale wijze het park uitgeranseld werden. In New York kunnen we nu niet in het openbaar bijeen komen zonder dat de politie meteen aanvalt. Er zijn mensen het ziekenhuis ingeslagen en daar heeft geen enkele krant over geschreven of geen enkele zender over bericht. Ze schrijven en ratelen dan weer eindeloos door over elke scheet in een fles die zou kunnen wijzen op gewelddadig gedrag van Occupy, maar dat is volstrekte flauwekul. Occupy is vermoedelijk de meest geweldloze organisatie in heel de geschiedenis van de Verenigde Staten. Tijdens onze 500 bezettingen zijn welgeteld vier ramen gesneuveld; zelfs Ghandi was niet zo recht in de leer. (lacht) En toch wordt het voorgesteld alsof onze kapotte ruiten het gevolg zijn van extreem gewelddadige acties. In Oakland is een raam gebroken door een gemaskerde man – dat had net zo goed een vermomde politieman kunnen zijn. In New York is ook welgeteld één ruit gesneuveld: het raam van een winkel die door een New Yorkse politieman ingeslagen werd met het hoofd van een van onze protestanten. De machthebbers zijn doodsbenauwd dat Occupy aan het uitgroeien is tot een prerevolutionaire beweging. Hun angst is terecht. Eigenlijk herhaalt de geschiedenis zich: toen ik aan de research voor Schuld begon, viel het me al op dat het meeste oproer en de meeste opstanden en revoluties iets met schuld te maken hadden.

En nu zitten we tot over onze oren in de schuld?

GRAEBER: Precies. Schuld is een bijzonder effectief ideologisch instrument: het is het beste middel ooit om ongelijkheid te verankeren. Maffiosi weten daar alles over: van zodra ze ervoor kunnen zorgen dat jij hen iets verschuldigd bent, hebben ze je in hun macht. Schuld kun je zien als een belofte, een verplichting of verbintenis. Ik zie het als een heel bijzondere wijze van belofte die gecorrumpeerd is door een combinatie van wiskunde en geweld. Aan de ene kant kan schuld exact berekend worden, aan de andere kant kun je er afschuwelijke condities aan verbinden. In normale omstandigheden gaan mensen die elkaar een belofte doen daar zeer pragmatisch mee om. Als ik met jou een afspraak om vijf uur heb en mijn zus komt vlak daarvoor in een auto-ongeluk om, zul jij niet van mij eisen dat ik toch op de afspraak ben. Een belofte is ook iets dat je niet kunt overdragen: als ik met jou om vijf uur afspreek, kun je niet iemand anders in jouw plaats sturen. Als het over beloftes met geld gaat, worden we plots heel wat minder begripvol en pragmatisch. Leningen van een ontwikkelingsland die ooit aangegaan zijn door een niet verkozen dictator die het geld vervolgens naar zijn Zwitserse bankrekeningen doorsluisde, moeten tot op de laatste centiem van de woekerrente terugbetaald worden, zelfs als dat betekent dat de onschuldige kinderen in dat land daardoor honger zullen lijden. We lijken het vanzelfsprekend te vinden dat iedereen ten koste van alles zijn schulden braaf moet terugbetalen, terwijl dat zelfs vanuit de economische standaardtheorie niet klopt: elke geldschieter wordt verondersteld een zekere vorm van risico te accepteren. Als niemand nog failliet kan gaan en alle leningen, aan welke waanzinnige voorwaarden ook, ingelost moeten worden, zijn de gevolgen niet te overzien. Ik zelf ben iemand die zijn beloftes zoveel mogelijk wil houden; voor mij zijn ze op een of andere manier ‘heilig’. Van politici gaan we nu bij voorbaat al uit dat ze hun beloftes zullen breken. Vaak breken ze die met het excuus: “We moeten onze schulden terug betalen.” (lacht) Waarom vinden wij dat normaal en accepteren we dat? Intrestbeloftes van een regering aan obligatiehouders beschouwen we als heiliger dan beloftes van diezelfde regering over fatsoenlijk onderwijs.

U zou het niet onfatsoenlijk vinden als een land als Griekenland zijn schulden niet, of maar gedeeltelijk terug zou betalen?

GRAEBER: De schaamtegevoelens die nu bij inwoners van landen als Griekenland, Spanje en Portugal gecreëerd worden, werken voorlopig nog heel efficiënt. De vraag is: hoe lang raken politici daarmee weg? Als het er echt ontploft, zijn de gevolgen niet te overzien. Van zodra de machthebbers voelen dat ze de controle beginnen te verliezen, zou het kunnen dat ze snel radicale maatregelen nemen om hun legitimiteit te herstellen. En wie weet, misschien komt er dan ook een vorm van massale schuldkwijtschelding. Met Occupy proberen we dat soort van legitimiteitscrisissen te bewerkstelligen. Argentinië 2002 is een goede inspiratiebron voor ons. In plaats van te eisen dat de Argentijnse regering de schuld afschafte, riepen de actievoerders: “Onze politici zijn gangsters; we trekken ons van hen niets meer aan.” Politici werden voortdurend lastiggevallen en konden nooit ongestoord meer op restaurant gaan. Toen kozen ze eieren voor hun geld en namen ze het besluit om de torenhoge schuld niet terug te betalen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Ik denk dat er in heel Europa dergelijke Argentijnse scenario’s in de lucht hangen. Het zal niet zolang meer duren dat in een land het protest het punt bereikt waarop de politieke klasse het gevoel krijgt dat haar gezag door bijna alle burgers verworpen wordt. Binnenkort zullen onze politici een valse snor moeten opplakken als ze een hapje willen gaan eten. (lacht) In Griekenland zitten ze nu al in dat stadium. Het worden écht boeiende tijden. Ik ben onlangs gecontacteerd door machtige, invloedrijke mensen die middenin het systeem zitten, waaronder de hoofdeconoom van het IMF. Als die kerels bij mij, een anarchistische prof, te rade komen, zitten ze heel diep in de shit.

Ze panikeren?

GRAEBER: Ja. De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, gaf in januari een ‘white paper’ uit die niet al te veel aandacht kreeg, waarin ze haar bezorgdheid uitdrukte dat er een nieuwe crisis voor de deur staat die nog veel dieper zal gaan dan 2008. De heren en dames die aan het roer van het systeem staan, weten dat de manier waarop de crisis nu wordt aangepakt geen zoden aan de dijk zet en dat ze alleen kan eindigen met een Grote Ineenstorting. Ze hebben zich de voorbije dertig jaar onledig gehouden met het opzetten van een ingewikkelde, onveilige constructie waarbinnen niemand verder dan drie jaar kan zien. Dat komt nu als een boemerang in hun gezicht en maakt een aantal onder hen zeer bang. Naar mijn aanvoelen rijpt zelfs bij de neoliberalen het besef dat een vorm van massale schuldkwijtschelding misschien soelaas kan bieden. Alleen zijn ze nog niet bereid om hun ideologische dada’s op te geven. Ze hebben nooit echt geprobeerd om een kapitalistisch systeem uit te bouwen dat op lange termijn levensvatbaar is. Die behoefte was er ook niet, omdat ze geloofden dat ze iedereen ervan hadden kunnen overtuigen dat het kapitalisme het enige systeem is dat werkt. De ideologische strijd hebben ze gewonnen, maar de economische zijn ze aan het verliezen. Dus hier zitten we nu: het hele systeem stuikt in elkaar, en de enige zege die de neoliberalen binnengehaald hebben, is dat niemand anders lijkt te weten hoe het verder moet.

De twee machtigste wapens van de neoliberalen zijn de ideologie van schuld en de ideologie van werk. Gewone mensen lijken echt te geloven dat het een morele verplichting is om schulden te betalen, tezelfdertijd merken ze dat er een bizar onderscheid gemaakt wordt tussen hen en financiële ondernemingen zoals Mercury Insurance Group of Citygroup die hun schulden helemaal niet hoeven terug te betalen. Daarnaast zijn veel mensen ervan overtuigd geraakt dat medemensen die niet werken, in het kapitalistische systeem nergens recht op hebben. Op globaal niveau is dat complete waanzin. Als we de planeet van de totale ondergang willen redden, hebben we juist nood aan minder productieve mensen.

Moeten we niet juist groeien en productiever worden als we de economie overeind willen houden?

GRAEBER: Zo is ons economisch model ooit geconstrueerd, maar dat eeuwige groeien is niet meer houdbaar. Eigenlijk hebben we al lang de fysieke en materiële grenzen bereikt van ons op productie gefocuste systeem. Als ik in naam van Occupy een paar eisen zou mogen stellen, zouden die zijn: wereldwijde schuldafschaffing gevolgd door een vierurenwerkdag. Dat laatste heeft toch alleen maar voordelen? Dan kan iedereen tot ’s middags in bed blijven liggen, stoppen we de overproductie, reduceren we onze CO2-uitstoot, roepen we de klimaatverandering een halt toe en geven we mensen de kans hun levens te vullen met interessantere dingen dan lopende bandwerk.

Schuldenkwijtschelding is niets nieuw. In het verleden zijn er verschillende manieren geweest om geldsystemen gebaseerd op krediet te corrigeren, om te vermijden dat het hele systeem ontspoorde of dat mensen zo diep in de schulden verzonken raakten, dat ze tot het slavendom veroordeeld werden. Een vorm van schuldkwijtschelding komt er sowieso, eigenlijk is iedereen het daar over eens. Alleen zullen de roergangers nooit toegeven dat ze schuld kwijtschelden, en zullen ze dat pas doen als ze er zeker van zijn dat naderhand het systeem kan blijven voortbestaan zoals het is. De bankiers van de Federal Reserve hebben me een tijdje geleden uitgenodigd omdat ze geïnteresseerd zijn in de kritiek die ik heb op de manier waarop we morele verplichtingen tot financiële schulden herleiden. Als je iemand rechtstreeks een wederdienst schuldig bent omdat hij of zij je leven gered heeft, is alles klaar als een klontje. Het wordt heel wat diffuser en onpersoonlijker als je iemand een paar honderdduizend pond schuldig bent aan een rente van 12 procent. De schuldeiser is dan een anonieme financiële instelling: alle menselijke aspecten en verhoudingen verdwijnen als sneeuw voor de zon en worden vervangen door rentevoeten en boetes voor laattijdige betalingen. De schuldeiser zal er niet wakker van liggen als je huis verkocht wordt omdat je de waanzinnige hypotheekaflossing niet kunt betalen, of als je vrouw als prostituee moet gaan bijverdienen om de hypotheekrente te kunnen betalen. In mijn boek beschrijf ik in de eerste plaats de geschiedenis van die schuld, en trek ik niet teveel conclusies, behalve dan dat ik de gedachte van een soort van bijbels Jubileum zeer genegen ben: kwijtschelding van internationale maar ook van individuele schulden, waardoor we menselijk lijden wegnemen en er ons meteen ook bewust van worden dat schuld niet het wezen van de moraal uitmaakt. Het is geen misdaad als je schuld niet kunt terugbetalen. De bankiers van de Federal Reserve wilden graag meegaan in mijn idee van schuldkwijtschelding, maar ze kregen de volle laag van Republikeinse politici die zich blind staren op de moraliteit van schuld en een immense ideologische muur gebouwd hebben waar voorlopig niemand aan durft te raken.

Klopt het dat ‘schuld’ en ‘oorlog’ communicerende vaten zijn?

GRAEBER: Er is alleszins een innige band tussen hen, en die band werd in Amerika nog inniger na 1971. Modern geld berust op overheidsschuld en regeringen lenen geld om oorlogen te bekostigen. Dat was zo al in de middeleeuwen. Door centrale banken op te richten, kreeg het mystiek huwelijk tussen krijgers en financiers een stevige onderbouw. Die goede oude Bank of England zette daarvoor de standaard. In 1694 wou Koning William III wanhopig graag oorlog voeren met Frankrijk. Hij leende 1,2 miljoen pond van veertig Londense en Schotse handelaars, van wie hij trouwens daarvóór ook al een flinke smak geld geleend had. In ruil voor hun centen, mochten die handelaars een instelling oprichten – de Bank of England – die een monopolie kreeg op het uitgeven van bankbiljetten. Die bankbiljetten waren eigenlijk ‘promesses’, beloftes tot betaling, voor het geld dat ze van de koning te goed hadden. De Bank of Londen werd de eerste nationale centrale bank en haar biljetten werden het eerste papiergeld in Europa. Die handelaars hebben daar toen een uitstekende zaak aan gedaan.

Kijk eens naar dit briefje van tien pond. Wat zegt de koningin? “I promise to pay the bearer on demand the sum of ten pounds.” Dit is geen 10 pond, maar de belofte dat er tien pond betaald zal worden. Wat precies de definitie is van modern geld.

Wat is er na 1971 veranderd?

GRAEBER: Op 15 augustus 1971 kondigde Richard Nixon, de toenmalige president van de VS, aan dat dollars in buitenlands bezit niet meer voor goud omgewisseld konden worden. Hij zei toen meteen ook de akkoorden van Bretton Woods uit 1944 op, waarbij 44 landen een stelsel van vaste wisselkoersen invoerden en hun munten koppelden aan de dollar, die op zijn beurt tegen een vaste verhouding aan goud gekoppeld werd. Met zijn maatregel uit ‘71 maakte Nixon een definitief einde aan de internationale goudstandaard en voerde hij het systeem van vrij zwevende valuta’s in dat tot vandaag bestaat. Hij werd daartoe gedwongen door de flink uit de pan swingende kosten van de oorlog in Vietnam. Die oorlog werd volledig gefinancierd door leningen. Door de dollar zwevend te maken, kon Nixon een oorlog bekostigen die jaarlijks miljoenen aan bommen en granaten koste. Door de dollar los te koppelen van het goud herleidde Nixon geld tot waardeloze blaadjes papier die ‘waardevol’ werden omdat de Amerikaanse regering dat zo besloten had. Hij gaf daarmee meteen ongewild de aanzet tot de huidige schuldencrisis. Met de loskoppeling van goud heeft Nixon een monster gecreëerd, waar we tot op de dag van vandaag kop noch staart aan krijgen.

David Graeber, Schuld: de eerste 5000 jaar, Business Contact, 623 blz., 34,95 euro

David Graeber, Occupy, Business Contact, 224 blz., 19,95 euro, verschijnt op 17 november

 

© Jan Stevens