‘In het Oosterweel-dossier heb ik een grote fout gemaakt’

Krasse tachtiger en crisismanager Karel Vinck maakt zich grote zorgen over de toekomst van ons land. “Crisissen zoals nu maakte ik nog nooit mee. Politieke partijen zijn vooral bezig met zichzelf. Terwijl ze zouden moeten werken aan structuren en ideeën om zo de extremisten een halt toe te roepen.”

Captain of industry Karel Vinck werd net 83, toch denkt hij nog lang niet aan stoppen. “Ik rust wel als ik dood ben”, zegt hij. “Ik ben nu bezig aan een groot project in Thailand. Ik werkte veertien jaar voor de Europese Commissie als coördinator voor het European Rail Traffic Management System (ERTMS). Bedoeling van het ERTMS was om 23 verschillende spoorsignalisatiesystemen te herleiden tot één. Overheden uit Zuidoost-Azië spraken mij daarover aan. ‘Wij willen ook graag één signalisatiesysteem.’ Ze probeerden aan de zware druk van China te weerstaan, zochten samenwerking met Europa en kwamen zo bij mij terecht.”

Karel Vinck werd meermaals gevraagd om zijn memoires te schrijven, maar daar had hij geen zin in. “Wat voor nut heeft het om te lezen wat iemand tijdens zijn leven deed? Dat is toch allemaal voorbij.” Wat hij wel zag zitten, was een boek rond thema’s die hij belangrijk vindt. “Zoals onder andere de economische en politieke toestand, Europa en leiderschap.”

Samen met journalist Wim Van den Eynde stelde Vinck het interviewboek De kracht van een crisis samen, met gesprekken met politicologen, journalisten, denkers en deskundigen. Zijn intellectuele erfenis wil hij het niet noemen. Wel een boodschap van hoop in sombere tijden. “De toestand is dramatisch”, vindt hij. “Crisissen zoals nu maakte ik nog nooit mee. Bij veel mensen lijkt de ernst niet door te dringen. Zij hebben niet het gevoel dat ze vlak voor de afgrond staan, terwijl ze er in werkelijkheid in staren. In 2008 was er de bankencrisis die nooit verdwenen is, ook al doen we alsof die voltooid verleden tijd is. Daarna kwam de vluchtelingencrisis en later de gezondheidscrisis. Met daarbovenop al decennialang de dreiging van de klimaatverandering waarvan we de effecten beginnen te merken. Door de lage rente lijkt het alsof onze schuld niets kost. Maar van zodra de rente stijgt, zitten we met een groot probleem.”

Volgens Karel Vinck kunnen we iets leren van Azië. “Tijdens een onlinevergadering over het centrale Zuidoost-Aziatische spoorsignalisatiesysteem raakte ik danig onder de indruk van een presentatie over mobiliteit door twee jonge Chinese experts. Dat ging over hoe je scheepvaart, luchtvaart, trein en auto best combineert en dat was fantastisch. Zoiets had ik nog nooit gezien. In Europa worden de jaren 2030 en 2050 belangrijke mijlpalen in het stroomlijnen en volledig in werking stellen van het ERTMS. In Azië klaren ze die klus in vijf jaar.”

In tijden van klimaatverandering wint snel en vlot internationaal spoorverkeer toch alleen maar aan belang? Waarom moet de installatie van dat ERTMS in Europa dan tientallen jaren duren?

“Het zou veel sneller kunnen, maar technici uit het ene land zweren bij hun eigen signalisatiesysteem of willen niet buigen voor collega’s van het andere land.”

Kunnen we ons dat gekissebis nog permitteren?

“In mijn professionele leven stond ik verschillende keren met de rug tegen de muur. In de ondernemingen die ik leidde, moésten er soms structurele veranderingen doorgevoerd worden. Vaak was dat lastig en moeilijk, maar we pakten de problemen altijd aan. Ik heb me inderdaad ook al dikwijls afgevraagd: waarom lukt dat niet in Europa?

“Toen ik in 1995 gedelegeerd bestuurder werd van Union Minière, het latere Umicore, kreeg ik de leiding over een bedrijf dat op de rand van het faillissement stond. Ofwel werd er grondig geherstructureerd, ofwel was het gedaan. Er was geen tijd voor gepalaver. We moesten kordaat ingrijpen en daar eerlijk en duidelijk over communiceren. Ik heb toen geleerd dat er bij een herstructurering altijd een heldere doelstelling moet zijn. Toen Kris Peeters (CD&V) in 2007 minister-president van Vlaanderen was, lanceerde hij het toekomstplan Vlaanderen in Actie (Via). Bedoeling was om tegen 2020 Vlaanderen aan de top van Europa te brengen. Prima initiatief, alleen waren er veel te veel doelstellingen en werd er niet helder genoeg over gecommuniceerd.”

Wat zou dan nu zo’n heldere doelstelling kunnen zijn om het land uit het slop te halen?

“De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) publiceerde nog voor de coronacrisis een studie waaruit blijkt dat de productiviteit van onze economische activiteit met 30 procent kan stijgen. Er zit dus ontzettend veel potentieel in onze economie. Als we erin slagen om over een periode van tien jaar onze economische activiteit met pakweg 20 procent te verbeteren, levert ons dat tientallen miljarden euro’s op. Dat zou een goede doelstelling kunnen zijn. Want zo creëren we hefbomen voor maatschappelijke vooruitgang én kunnen we de noodzakelijke transitie naar duurzaamheid beter ondersteunen.”

De vele mensen die nu al in bedrijven en fabrieken op hun tandvlees zitten, zullen het u graag horen zeggen: de productie verhogen met 20 procent.

“Als je zomaar aan de bevolking laat weten dat de productie met 20 procent omhoog moet, krijg je inderdaad verontwaardigde reacties: ‘Dan volgen er zeker afdankingen!’ Je moet dat op een verstandige manier communiceren.

“Alle politici voeren nu op televisie hetzelfde discours: ‘Aan die sector moeten we nog wat geld geven en naar die andere moeten ook nog wat centen.’ Maar nooit hoor ik iemand zeggen: ‘Laat ons alles eens grondig onder de loep nemen.’ Nooit.”

De coronacrisis legde toch pijnlijk bloot dat het dringend tijd was om mensen uit de zorgsector beter financieel te belonen?

“Daar ben ik het mee eens, maar we moeten toch opletten waar we uitkomen. Door corona hoefden we ons niet aan de Maastricht-norm te houden en konden we extra geld uitgeven. Dat was een groot voordeel, maar dat wil nog niet zeggen dat we ons systeem niet kritisch tegen het licht moeten houden. Want het overbodige en inefficiënte moet er zoveel mogelijk uit. Anders blijven hervormingen onmogelijk. Ik pleit voor een globale visie met een heldere, duidelijke bestemming, zoals de Italiaanse econome Mariana Mazzucato dat beschrijft in haar prachtige boek Moonshot. Zij vindt dat we de grote problemen van onze tijd met hetzelfde lef te lijf moeten gaan als de expeditie naar de maan vijftig jaar geleden. Dat was enkel mogelijk door vergaande samenwerking tussen de publieke en private sector. Ik leun sterk bij haar opvattingen aan.”

Mazzucato is mede-architect van de Green New Deal in de VS en was adviseur van voormalig Labour-voorzitter Jeremy Corbyn. Is voormalig VEV-voorzitter Karel Vinck net als zij uitgesproken links?

“Wat wil dat zeggen, ‘links’? Ik ben er heel erg voor dat de staat een grotere rol speelt en soms initiatief neemt. Het liberalisme van de jaren zestig en zeventig, met Reagan en Thatcher als boegbeelden, is voorbij.

“Ik ben een groot voorstander van de Green Deal van de Europese Commissie. Die past volledig in de filosofie van Mariana Mazzucato. De doelstelling is klaar en duidelijk: tegen 2050 moeten we klimaatneutraal zijn. De Europese lidstaten dragen daar op verschillende manieren en met hun eigen projecten aan bij. Dat is uitstekend.”

U begon net aan uw boek te werken toen de coronacrisis losbarstte. Tijdens de eerste lockdown leken velen te geloven dat de crisis een uitgelezen kans vormde voor een grote reset van onze economie. Maar wordt het niet gewoon business as usual?

“Velen zouden dat graag hebben en ze lijken gelijk te krijgen. Dat is slecht nieuws. Want we zijn niet meer competitief genoeg en zakken in de rankings. Om daar iets aan te doen, moet de kwaliteit van onze opleidingen omhoog. We leiden mensen op voor jobs die er niet meer zijn. Ons onderwijs is erop achteruit gegaan. In mijn eerste job als burgerlijk ingenieur verdiende ik minder dan mijn vrouw die in het middelbaar onderwijs stond. Nu zijn de mensen in het onderwijs niet meer gemotiveerd omdat ze niet goed betaald worden.”

Is dat zo? Mijn vrouw staat ook in het onderwijs en zij wordt wèl goed betaald. Veel mensen in de privésector kunnen van haar wedde alleen maar dromen.

“Maar veel pas afgestudeerden kiezen toch voor de privésector in plaats van het onderwijs? Ik heb een dochter die in een kinderdagverblijf werkt. Daar liggen de lonen écht niet hoog.

“We moeten ook iets doen aan het oerwoud van vergunningen. Het is vreselijk ingewikkeld om nieuwe activiteiten te ontplooien. Kijk maar naar hoe het er aan toegaat met de vergunningen voor die nieuwe gascentrales. Dat is een echte lijdensweg. Het duurt soms zes jaar vooraleer er eindelijk een beslissing genomen wordt.”

Het gaat toch ook vaak over projecten met een serieuze impact op ons leefmilieu? Daar mogen toch geen lichtzinnige beslissingen over genomen worden?

“Natuurlijk, maar je kunt je toch afvragen of er soms niet overdreven wordt. Indertijd bij Umicore hadden we ernstige problemen met de historische vervuiling rond de fabrieken van het oude Union Minière. We hebben dat allemaal opgekuist. De loodconcentratie werd drastisch teruggeschroefd nadat er sporen van lood gevonden waren bij kinderen die rond de fabriek van Hoboken leefden. Van 10 microgram gingen we naar 3,5 microgram. Een dokter van Geneeskunde voor het Volk wil dat Umicore naar 2 microgram zakt, terwijl 3,5 een normale concentratie van lood in de bevolking is. In de fabriek werken meer dan 1000 mensen. Moeten we die jobs in gevaar brengen voor eisen die zelfs technologisch nog niet in de praktijk kunnen gebracht worden? Ik ben 100 procent voor de gezondheid van de mensen, maar in Hoboken wordt Umicore uitgespeeld tegen het kapitalistische systeem. Het evenwicht is vandaag soms zoek tussen ecologie, economie, tewerkstelling én het sociale leven daarrond.”

Misschien bewijst de PFOS-vervuiling van 3M dat we nog niet streng genoeg zijn?

“De vervuiling door Union Minière was veel erger dan die door 3M. Wij reageerden toen wel meteen én namen onze verantwoordelijkheid. Bij 3M gebeurde dat tot hiertoe niet. Ik zou de bedrijfsleiding adviseren om met de overheid in gesprek te gaan. 3M moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen en de gronden rond de fabriek saneren.”

U was voorzitter van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), voorloper van de huidige Oosterweel-bouwheer Lantis. U kent een aantal van de actievoerders in de vervuilde 3M-grondsaga?

“Ik werd voorzitter in 2008 en ken een paar mensen van stRaten-generaal en Ademloos.”

Burgeractivist Manu Claeys van stRaten-generaal is nu bestuurder bij Lantis. Medestanders van vroeger noemen hem een collaborateur.

“Ikzelf maakte toen een zeer grote fout. De toenmalige minister-president Kris Peeters bood mij het voorzitterschap van BAM aan. Ik geloofde op dat moment dat de Lange Wapper, de enorme brug over het Antwerpse Eilandje, in kannen en kruiken was. Ze hadden me verzekerd dat de politieke beslissing genomen was. Kris Peeters vroeg me om een draagvlak te creëren om het project te realiseren. Ik voerde een paar gesprekken met de mensen van stRaten-generaal en met Wim Van Hees van Ademloos. Vooral Manu Claeys was goed voorbereid. Van Hees had meer persoonlijke motieven: hij had nog voor burgemeester Patrick Janssens gewerkt en had blijkbaar nog een appeltje met hem te schillen. Maar de actievoerders van stRaten-generaal kenden hun dossier. Ik heb niet genoeg naar die mensen geluisterd. Wij hadden toen het gesprek moeten aangaan, dan waren er niet zoveel jaren verloren gegaan. Het was niet verstandig om hen te negeren. Intendant Alexander D’Hooghe heeft dat later zeer goed aangepakt.”

Begin jaren zeventig werd u grote baas van Eternit, eerst in Italië en later in België. In die tijd was Eternit grootproducent van asbest. In 2006 werd u samen met andere topmanagers in Italië veroordeeld voor onvrijwillige doodslag. In 2009 werd u in beroep vrijgesproken.

“Dat was een zeer moeilijke periode. Toen ik bij Eternit begon, wist ik helemaal niets over de gevaren van asbest. Iedereen vond dat schitterend brandwerend bouwmateriaal. Ik herinner me nog mijn eerste opdracht in een asbestfabriek in Italië: ik zag de arbeiders zonder maskers asbest mengen in een gesloten hal. Het hing er vol asbeststof, maar niemand leek daar acht op te slaan. Ik trad daar toen tegen op en liet zuigers installeren. Daarna kwam ik naar Eternit in Kapelle-op-den-Bos. Ik richtte de maatschappij Redco op die zich vooral bezighield met zoeken naar alternatieven voor asbest. Dat lukte zeer goed. Het kwam hard aan om vervolgens in een proces 120 doden op mijn rug te krijgen. Daar was ik echt niet goed van.”

Bent u met mensen met asbestose of longvlieskanker of hun nabestaanden gaan praten?

“Eén keer hebben we daar in Italië een vergadering over gehad. Hier in België heb ik dat niet gedaan. In Italië was dat show, theater, met veel geklaag. Tot een gesprek kwam het niet. Dat lukte alleen maar via de vakbonden.”

In 2014 sprak ik een paar mensen die het doodvonnis mesothelioom of longvlieskanker hadden. De ene had bij Eternit in Kapelle-op-den-Bos gewerkt, de andere was een inwoner van Londerzeel en had nooit een voet in de fabriek gezet.

“Er is een familie in Kapelle-op-den-Bos die daar hard op gehamerd heeft. (Karel Vinck doelt op Eric Jonckheere die zijn ouders en twee broers verloor aan longvlieskanker – JS) Ook sommige van mijn medewerkers zijn eraan gestorven, zoals de dokter van Eternit in Kapelle-op-den-Bos. Dat was een erg moeilijke periode, maar nu zijn ze er door.”

In uw boek schenkt u veel aandacht aan de stad. U interviewt onder andere de burgemeesters van Antwerpen en Leuven. U ligt ook mee aan de basis van het kersverse aan de KULeuven verbonden onderzoeksinstituut Leuven Urban Studies Institute (LUSI). Vanwaar die belangstelling voor steden en burgemeesters?

“Het is de hoogste tijd voor meer aandacht voor wat er lokaal gebeurt. Vraag eens aan de man in de straat naar namen en bevoegdheden van de ministers in onze regeringen; hij zal u het antwoord schuldig blijven. Maar iedereen kent wel de burgemeester van zijn of haar stad. In Denemarken staat het lokale bestuursniveau veel sterker dan bij ons. Burgemeesters hebben er meer bevoegdheden en beheren een groter budget. Bijna 40 procent van alle middelen zijn er lokaal te besteden; bij ons is dat amper 10 procent. Vanuit democratisch oogpunt moeten we meer aandacht schenken aan hoe de stad de eisen en wensen van de burgers kan inwilligen.

“Bij de rector van de KULeuven drong ik eropaan dat het onderzoek van het LUSI vertrekt vanuit de humane wetenschappen. Het moét vanuit de mens vertrekken, in plaats vanuit het urbanistische. Want de stad is er in de eerste plaats voor de burger. Dan moeten we toch weten wat zijn wensen zijn? Ik stelde voor om specifiek onderzoek te voeren naar de situatie van de steden Leuven, Antwerpen en Kortrijk. Leuven omwille van de nauwe band met de universiteit, Kortrijk omwille van de ligging vlakbij de Franse metropool Rijsel en Antwerpen omdat het zelf een wereldstad is.”

Waarom koos u niet voor Brussel? U woont er vlakbij.

“Brussel is met zijn 17 gemeenten een zeer complex probleem. Die stad vormt nog geen eenheid en heeft geen visie. Ja, het is de hoofdstad van België en Vlaanderen duidde Brussel ook aan als hoofdstad.”

Met tegenzin.

“Ik weet het, met veel tegenzin. Waar we niet genoeg aandacht voor hebben, is dat Brussel ook de officiële hoofdstad is van Europa. Ik hoor dan: ‘De Europese instellingen blijven hier voor altijd. Maak je daar geen zorgen over.’ Dat is dus niet waar, want er ís een concurrent: Wenen. Dat is een zeer aangename stad in een klein Europees land met een ideale ligging ten opzichte van Oost- en West-Europa.”

Hoorde u in de Europese Commissie dat ze Brussel beu zijn?

“Dat heb ik er wel gehoord, ja. Als je dan doorvraagt, blijkt dat ze hier eigenlijk toch graag wonen, maar zich storen aan de vele vergunningen als ze een huis willen bouwen, kopen of verkopen.”

In uw boek pleit u ervoor om politieke partijen te laten versmelten. Als stok achter de deur stelt u een kiesdrempel voor van 10 procent.

“Hoeveel partijen maken deel uit van de huidige federale regering? Ze moeten continu met de ene of de andere rekening houden. Je kunt toch niet zeggen dat het de meest efficiënte ploeg is?”

Is de essentie van onze democratie niet dat je met verschillende partijen een meerderheid vormt en een compromis sluit? Dat is toch precies wat deze regering gedaan heeft?

“Met al die grote crisissen die we sinds 2008 meemaken, kunnen we toch alleen maar vaststellen dat ons bestuur niet het meest efficiënte is?”

Tijdens de coronacrisis nam de regering toch ingrijpende maatregelen? Mensen moesten in hun kot blijven, horeca en winkels gingen dicht, er kwam een avondklok en een mondmaskerplicht.

“Je kunt stellen dat we het vrij goed gedaan hebben, toch had het sneller gekund. De pandemie konden we aanpakken omdat er plots geen financiële beperkingen meer waren. Zonder die mogelijkheid om geld te spenderen, zaten we nu diep in de miserie.

“In 2024 zijn er lokale, regionale, federale en Europese verkiezingen. Dat wordt dus een heel belangrijk jaar, maar hebt u al iemand gehoord die daar aandacht voor vraagt? Want het resultaat van die verkiezingen kan zeer ingrijpend worden.”

Omdat de extremisten staan te popelen om het over te nemen?

“Onder andere. Intussen zijn de partijen uit het centrum zoals Open-VLD, Vooruit en Cd&V, maar ook de N-VA, vooral bezig met zichzelf. Terwijl ze nu zouden moeten werken aan structuren, ideeën en manieren om zo de extremisten een halt toe te roepen. De PS laat zich zwaar onder druk zetten door de PTB en komt er niet toe om mee te zoeken naar constructieve oplossingen. Onlangs hoorde ik op de televisie Georges Gilkinet, de minister van Mobiliteit, enkel en alleen de standpunten van zijn partij Ecolo verdedigen. Als minister is het zijn taak om het afgesproken mobiliteitsbeleid uit te voeren en niet om propagandist voor zijn partij te zijn. Je voelt toch dat deze ploeg totaal geen eensgezindheid heeft?”

Los je de problemen op door partijen via een verhoogde kiesdrempel te dwingen tot het smeden van allianties? Gaat het gekibbel intern dan niet gewoon verder? 

“Het moet over een échte versmelting gaan, anders heeft het inderdaad niet veel zin. CD&V, Open-VLD en Vooruit schommelen nu al rond die kiesdrempel van 10 procent. Stel dat we hem invoeren, dan worden ze gedwongen om na te denken over meer én betere samenwerking. Het alternatief is dat ze er anders helemaal worden uitgebonjourd.”

We hebben behoefte aan politici die hun nek durven uitsteken?

“Ja, en ook aan politici met een visie. Die zijn er wel, maar ze komen niet uit de verf. Premier Alexander De Croo (Open-VLD) is iemand met een visie. Ik ken hem, want ik heb nog met hem samengewerkt. Hij zit nu geprangd tussen partijbelangen en de verschillende strekkingen in zijn regering. Ook Thomas Dermine (PS), staatssecretaris voor Relance, is een verstandig man. Maar hij zit onder de vuist van zijn partijvoorzitter Paul Magnette.”

De particratie is de wortel van alle kwaad?

“Kijk gewoon naar deze regering: de door de partijpolitiek aangedreven uitspraken zoals die van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez ondermijnen het werk. Ik zou het fantastisch vinden moest er in België eenzelfde dynamiek ontstaan als in Europa met de Green Deal. Heldere doelstellingen op sociaal, economisch en ecologisch vlak tegen bijvoorbeeld 2030, waar de regio’s elk op hun manier naartoe werken. Dat kader zou moeten gecreërd worden door mensen die niet politiek gebonden zijn en daar op een nuchtere, neutrale manier over nadenken.”

Pleit u nu voor een regering van technocraten?

“Geen regering van technocraten, maar wel een groep van technocraten die voorstellen formuleert.”

Vergelijkbaar met de experts waar de regeringen een beroep op deden tijdens de coronacrisis?

“Precies. Hun voorstellen moeten dan in het parlement vrij besproken worden. Nu is die kamer van Volksvertegenwoordigers toch een trieste bedoening? Ze zitten allemaal vast in het keurslijf van hun partij en mogen nooit tegen partijbeslissingen ingaan.

“Ikzelf overweeg om een denktank op te richten met experts uit verschillende disciplines. Op regelmatige tijdstippen zouden we dan samenkomen om na te denken over de toekomst van ons land. Deskundigen van verschillende leeftijden, want het kunnen niet allemaal tachtigers zijn. (lacht)”

Karel Vinck en Wim Van den Eynde, De kracht van een crisis, Kritak, 328 blzn., 21,99 euro

Bio

-Geboren op 19 september 1938 in Aalst

-Studeerde burgerlijk ingenieur aan de KULeuven

-Startte zijn carrière in 1965 bij Petrofina

-Was in de jaren zeventig ceo bij Eternit

-Stapte in 1983 over naar staalfabrikant Bekaert en herstructureerde het bedrijf

-Werd in 1995 ceo van Union Minière en herstructureerde opnieuw

-Was van 1997 tot 2000 voorzitter van patroonsorganisatie VEV, voorganger van VOKA

-Was van 2002 tot 2004 topman bij de NMBS

-Werkte daarna voor de BAM en de Europese Commissie

© Jan Stevens