‘De betonstop is niet: stoppen met beton’

Veertig jaar geleden bespeurde Willy Naessens zijn ideale opvolger in Dirk Deroose, het zoontje van zijn nicht. Vandaag is Deroose ceo van de 650 miljoen euro sterke Willy Naessens Group. Intussen probeert de hoogbejaarde stichter en voorzitter afscheid van zijn levenswerk te nemen. “Ik voel dat ik er een streep onder kan trekken. Stap voor stap.”

In 2014 maakte Vlaanderen in het eerste seizoen van The Sky is the Limit kennis met de flamboyante ondernemer Willy Naessens. Ruim zeven jaar later werkt Naessens opnieuw mee aan Peter Boeckx’ docureeks over het rijkemensenleven zoals het is. Al lopen de opnames voor deze finale ‘all stars’-editie niet van een leien dakje.

“Eerst gooide corona roet in het eten en nu zijn er bevoorradingsproblemen”, zegt de 82-jarige zwembadtycoon, industriebouwer en voedingsdistributeur. “We moesten met onze club ‘de culinaire menners’ nu in Schotland met een Range Rover aan het crossen zijn. Paardenmennen is onze hobby en alle clubleden hebben een oldtimer, de meesten een Range Rover. Maar die uitstap wordt voor de derde keer uitgesteld. Eerst door de pandemie, nu omdat ons hotel geen maaltijden kan garanderen. Er is geen benzine en de grootwarenhuizen kampen met lege rekken, een gevolg van het grote gebrek aan vrachtwagenchauffeurs in het Verenigd Koninkrijk. Na de Brexit met zijn strenge reglementering gaan buitenlanders liever elders in Europa aan de slag.”

We zitten in Naessens’ kantoor in het hypermoderne hoofdkwartier van de Willy Naessens Group in zijn geboortedorp Elsegem. Ceo Dirk Deroose schuift mee aan. “Iedereen in het bedrijf weet dat Dirk na mijn dood de algemene leiding blijft hebben”, zegt de founding father. “Ik ben nog steeds voorzitter van de groep, maar ik hou me niet meer met details bezig. Het dagelijkse bestuur is in handen van Dirk en van mijn kinderen en kleinkinderen. Vijf jaar geleden kondigde ik aan: ‘Vanaf nu stop ik.’ Eerst werkte ik één dag minder, dan een tweede, een derde en een vierde. Tot ik besloot: ‘Nu is het echt helemaal gedaan. Ik trek het me niet meer aan.’ Alleen als ze willen investeren, moeten ze me dat laten weten.”

‘Ik trek het me niet meer aan’, is dus niet helemaal waar.

Naessens: “Nee, maar toch voor 95 procent en soms zelfs voor 98 procent.”

U hebt nog steeds dit kantoor en komt hier alle dagen langs?

Naessens: “Natuurlijk. Vanmorgen sprak ik voor een lokale zender een rekruteringsspotje voor ons dakwerkbedrijf MUTEC in. Ik moest mijn tekst in mijn dialect, het Elsegems, zeggen. Dat was heel plezant. (lacht)”

Is meedoen aan The Sky is the Limit even plezant?

Naessens: “Bij de allereerste opnames had ik last van de camera die me constant op de hielen zat, nu niet meer. Ik had er eerst geen zin in, maar ze bleven bellen. Op een keer vroeg ik: ‘Wie doet er nog mee?’ Ze antwoordden: ‘Vic Swerts van Soudal en Fernand Huts van Katoen Natie.’ Dat zag ik wel zitten.”

Swerts en Huts deden nooit mee. Hun namen werden gebruikt om u over de streep te trekken?

Naessens: “Daar kwam ik tijdens de opnames achter.”

Deroose: “Je was eerst bang dat The Sky is the Limit niet goed zou zijn voor het imago van het bedrijf, maar dat was niet zo.”

Naessens: “Integendeel, de reeks gaf ons juist veel naamsbekendheid. We merkten dat aan de verkoopcijfers van onze zwembaden. Als we in Limburg op straat rondwandelen, worden ik en mijn vrouw continu herkend. ‘Willy en Marie-Jeanne!’ Alle Limburgers lijken ons te kennen.”

In The Sky is the Limit laat u de rest van Vlaanderen zien hoe rijk u bent?

Naessens: “Tja, hoe rijk we zijn… We laten zien hoe we leven.”

Dat is niet het leven van een doorsneekijker.

Naessens: “Dat is juist. Kijkers willen zien hoe wij leven en sommigen proberen ons te imiteren. Mijn mede-acteurs wilden in de voorbije seizoenen hun rijkdom tonen, alleen zaten er een paar tussen die helemaal niet rijk zijn.”

Moest maker Peter Boeckx voor deze ‘all star’-reeks hard aandringen?

Naessens: “Ik wou meteen meedoen, maar vroeg wel aan Peter om er deze keer de echt extreme gevallen uit te laten. ‘Dat kan ik niet’, antwoordde hij. ‘Anders hebben we geen succes. We hebben dat onderzocht.’ Blijkbaar bevredigen de extreme gevallen de nieuwsgierigheid van de gewone mens. Akkoord, ik bén flamboyant, maar veel andere deelnemers moeten voor mij niet onder doen. Als je een succesvolle film of reportage wil maken, moéten er extremen inzitten, anders kijkt er geen kat. Ik kom vaak mensen tegen die bij hoog en bij laag beweren: ‘Ik heb The Sky is the Limit nog nooit gezien!’ Tot ik doorvraag, dan blijkt dat ze er meer over weten dan ikzelf.”

Denken jullie na over de toekomst van de Willy Naessens Group zonder de mediagenieke ondernemer Willy Naessens?

Deroose: “De naamsbekendheid van Willy is uitstekend om ergens voor het eerst binnen te geraken. Maar de aaneensluitende bouwprojecten voor trouwe klanten hebben we in de eerste plaats toch te danken aan ons kwalitatief hoogstaand werk. Willy is trouwens niet ons enige publicitaire uithangbord.”

Naessens: “We maken ook nog ‘gewone’ reclame in vakbladen. Ik heb wel geprobeerd om mijn dochter Veerle ervan te overtuigen voor het voetlicht te komen. Ze is niet echt flamboyant, maar wordt door iedereen graag gezien. De ene keer ziet ze dat zitten, de andere keer heeft ze er geen tijd voor.”

Deroose: “Misschien wordt dat later een taak voor één van je kleinkinderen?”

Naessens: “Mijn oudste kleinkind Celestine zou dat volgens mij zeer goed doen. De verdeling van het bedrijf is zo dat Dirk de algemene leiding heeft. Mijn dochter is verantwoordelijk voor de voeding, mijn zoon houdt zich bezig met het onderhoud van de gebouwen en mijn schoonzoon met de productie-eenheden. Zo is de toekomst na mij verzekerd. Alles is geregeld voor na mijn dood: mijn kinderen weten wat dan mag en moet. Ik heb gezorgd voor gegarandeerde continuïteit. Dat maakt me gelukkig.”

Soms helpen kinderen de moeizaam opgebouwde succesvolle zaak van hun ouders om zeep.

Naessens: “Mijn kinderen zijn niet in luxe opgevoed en we hebben een uitstekende leidinggevende structuur uitgebouwd. De toekomst is hier écht verzekerd.”

Deroose: “Dit is geen patriarchaal bedrijf meer, maar een groep met één boegbeeld, Willy.”

Naessens: “De kinderen doen hun best, net als de kleinkinderen en mijn opvolgers. Het bedrijf draait. We hebben geen geld te veel of te weinig. Zolang ze het goed doen, zien ze mij niet veel, tenzij voor een kopje koffie. Ze doen het allemaal wreed goed, dus nu drink ik vooral kopjes koffie.”

Bent u bang voor de dood?

Naessens: “Ik denk daar niet aan. Maar als ik ziek ben, word ik wel bang. Ik had vier keer kanker, de laatste keer was zestien jaar geleden. Nu is alles goed. Ik ben een gelovig man; baat het niet, dan schaadt het niet. Er is iets dat ons overstijgt. Wie zorgt ervoor dat alles groeit en bloeit? Ik heb nog geen enkel nadeel ondervonden van katholiek zijn.”

Meneer Deroose, wanneer werd u ceo van de Willy Naessens Group?

Deroose: “In 2006. Meteen nadat ik in 1992 als ingenieur bouwkunde afstudeerde, begon ik hier te werken.”

Naessens: “Dirks moeder is mijn nicht. Zijn vader hielp ons na zijn uren. De jonge Dirk bezocht ons regelmatig samen met zijn ouders.”

Deroose: “Willy’s vrouw en mijn moeder waren goede vriendinnen. Mijn vader was schrijnwerker en ik wou dat ook graag worden, maar dat mocht niet van hem. ‘Ga maar voor ingenieur studeren.’ Ik slaagde, solliciteerde bij een bedrijf en mocht daar ook beginnen. Rond die tijd kwam Willy langs. ‘Wát gaat Dirk doen? Hij moet bij ons komen werken. Ik zoek nog iemand voor onze betonfabriek Megaton in Ninove. Maandag start hij.’ Er werd toen niet onderhandeld over een auto van de zaak, smartphone of laptop. Ik wist zelfs niet hoeveel ik zou verdienen. Het was bang afwachten op mijn eerste loon. (lacht)”

Speelde toen al in het hoofd van Willy Naessens: ‘Ooit leidt Dirk Deroose mijn onderneming’?

Naessens: “Dirks vader zei altijd over zijn zoon: ‘Hem moet je in de gaten houden.’ Ik voelde dat hij gelijk had. Ik dacht al snel: ‘Of er nu een job voor hem is of niet, Dirk hoort bij ons.’ Hij wou direct productieleider worden. Ik zei: ‘Hola ventje, zo gaat dat niet. De beste universiteit is de praktijk. Begin aan de basis en dan zien we wel verder.’ Na een paar weken schopte hij het tot ploegbaas. Anderhalf jaar later was Dirk algemeen directeur van Megaton. Toen hij er begon, draaide het bedrijf verlies. Zeven jaar later maakte het een mooie winst.”

Mag Dirk Deroose zijn zin doen als ceo?

Deroose: “We overlegden altijd zeer veel en gaandeweg tastte ik de grenzen af. ‘Kan ik dit helemaal zelf beslissen of toch maar beter niet?’ We werken intussen al zolang samen dat we elkaar door en door kennen. We denken over veel zaken in de onderneming hetzelfde; ik schat dat we voor bijna 90 procent op dezelfde golflengte zitten.”

Naessens: “In zijn jeugdjaren zat Dirk in het weekend vaak bij ons. De gesprekken tussen zijn vader en mij gingen altijd over het werk. Hij luisterde dan aandachtig. De meeste beslissingen die hij als ceo neemt, zouden van mij kunnen komen. Zijn investeringen om te groeien zijn beredeneerd en geen wilde gok.”

Zo hebt u het ook altijd gedaan?

Naessens: “Ja, al volgde ik toch iets meer mijn buikgevoel. Maar het was een andere tijd, met grotere marges.”

Deroose: “Als er toen iets misging, viel dat makkelijker te verteren. Nu zijn de risico’s veel groter, maar ook het bedrijf werd groter. Onze schaalgrootte zorgt ervoor dat we tegen een stootje kunnen. Aan de overkant van de straat bouwen we een aluminiumatelier. Dat is een serieuze investering met gesofisticeerde machines. Het zal een tijd duren voor die investering begint te renderen, maar ze is grondig berekend en past volledig binnen Willy’s filosofie.”

Naessens: “Die van de verticale integratie.”

Deroose: “Dat wil zeggen dat we zoveel mogelijk zelf doen. Zo bouwen we onze aluminiumconstructies voortaan zelf, in plaats van ze aan anderen uit te besteden. Ik weet dat ik aan Willy geen plan moet voorleggen waarin ik werk outsource. Willy Naessens Group houdt het heft altijd in eigen handen.”

Gaat dat niet tegen de tijdsgeest in?

Deroose: “Met onze filosofie van verticale integratie werden we inderdaad lang als ouderwets gezien, maar stilaan begint dat te veranderen. Wij vinden: een kraan moet je niet huren of leasen. Als je ze 65 procent van de tijd kunt inzetten, moét je ze kopen. Vervolgens zoek je werk voor de resterende 35 procent.”

Een andere pijler van de Willy Naessens-filosofie is ‘diversificatie’. Dat wil zeggen dat jullie je eieren niet in dezelfde mand wilden leggen en daarom naast de zwembad- en industriebouw ook in de voedingsindustrie stapten?

Deroose: “Ja. ‘Diversificatie’ klinkt sexy, maar is niet altijd even vanzelfsprekend. Want de verschillen tussen de bouw en de voedingssector zijn immens.”

Naessens: “We hebben ook nog een poot ‘investeringen’, met projectontwikkeling.”

Deroose: “Soms hebben klanten een lap grond, maar beschikken ze niet over voldoende middelen om erop te bouwen. Dan durven ze ons wel eens vragen om met hen in zee te gaan. We houden dat bewust beperkt, want de helft van ons vaste cliënteel bestaat uit projectontwikkelaars.”

Schoten jullie in paniek toen de vorige Vlaamse regering een ‘betonstop’ aankondigde, wat onder de huidige regering verwaterde tot een ‘bouwshift’?

Deroose: “We schrokken toen heel erg van die term ‘betonstop’, maar niet van de doelstelling. Want die is niet: stoppen met beton, maar wel: ‘densifiëren’. Dat wil zeggen dat de ruimte efficiënt benut moet worden en dat er in de hoogte gebouwd moet worden. Net daarin zijn wij specialisten. Op dit moment bouwen we in Vilvoorde een zogenaamd ‘multi storage magazijn’. Vrachtwagens en bestelwagens zullen er een paar verdiepingen naar boven kunnen rijden, waardoor op een kleinere oppervlakte drie keer meer logistiek mogelijk wordt. Dat is precies wat de betonstop of bouwshift nastreeft: minder grondgebruik en verharding.”

Naessens: “Toen de coronacrisis losbarstte, schoten we wél in paniek. Alles ging dicht. Die eerste dagen maakten we ons grote zorgen over de gevolgen. Na drie weken mochten we gelukkig terug aan de slag, waardoor we de schade konden beperken.”

Deroose: “Willy behoort als tachtiger tot een risicogroep en besliste meteen om thuis te blijven, terwijl wij, directieleden, regelmatig naar kantoor bleven komen. Het is hier groot genoeg en de bedienden werkten van thuis. Elke dag belde ik een paar keer met Willy. Ik denk niet dat er veel managementboeken bestaan met een handleiding over hoe best een pandemie aan te pakken. Echt voorbereid waren we dus niet.”

Er werden parallellen getrokken tussen de lockdown en oorlogstijd. U maakte de Tweede Wereldoorlog mee, meneer Naessens. Klopt die vergelijking?

Naessens: “Ik ben geboren in 1939 en herinner me van die oorlogsjaren dus maar een klein beetje. Materieel kwamen we tijdens de lockdown niets te kort: er was voldoende eten en we konden allemaal kleren kopen. Onze grootste frustratie was dat we moesten thuisblijven. Contact met andere mensen was uit den boze.”

Voor sommigen was dat mentaal zeer belastend.

Naessens: “Ik kon daar vrij makkelijk mee overweg. Ik had geen andere keuze dan thuisblijven, want ik was nog niet gevaccineerd. Intussen heb ik drie inentingen gekregen. Ik wandelde op mijn domein en zoomde af en toe met de mensen op kantoor. Marie-Jeanne en ik waren continu samen. Ik zou graag stoppen met werken, maar mijn vrouw nog niet.”

Tijdens de coronalockdown ervaarde u heel even wat het is om gepensioneerd te zijn?

Naessens: “Ja, al was het toch geen écht pensioen, want ik vergaderde regelmatig online met mijn directieleden. Pensioen wil zeggen dat je aan iets totaal anders begint. Maar Marie-Jeanne is het gewoon om hier als mijn secretaresse te werken en ze kan dat niet zomaar stopzetten. Ik voel dat ik er wel een streep onder kan trekken. Stap voor stap.”

Hebben jullie lessen getrokken uit corona?

Deroose: “De coronacrisis schudde ons hele systeem zwaar dooreen, maar zorgde soms ook voor een flinke stroomversnelling. Vandaag is iedereen doordrongen van het belang van ethisch en duurzaam ondernemen. Wie dat blijft ontkennen, is al ziende blind.

“Vóór corona waren wij daar net als de meeste andere bedrijven vooral over aan het praten: ‘Duurzaamheid is belangrijk. We moeten toch eens goed nadenken hoe we dat aanpakken.’ Corona zorgde ervoor dat het streven naar duurzaamheid meteen bovenaan onze agenda werd gekatapulteerd. Eind dit jaar zal heel onze werkvloer gecertificeerd CO2-neutraal zijn. Die investering kost veel geld, maar ik ben er zeker van: als in deze tijden van klimaatverandering een klant de keuze heeft tussen een ethisch duurzame en een gewone aannemer, kiest hij voor de eerste.”

Wat voor maatregelen nemen jullie dan om op zo’n korte termijn compleet CO2-neutraal te worden?

Deroose: “Het voorbije anderhalf jaar inventariseerden we de ecologische voetafdruk van de hele groep. Die inventaris vormt het vertrekpunt voor nieuwe procedures. Zo hebben al onze betonfabrieken intussen het ‘nullozerstatuut’. Een betonfabriek verbruikt zeer veel water. Dat werd vroeger altijd geloosd. Wij hebben al onze fabrieken uitgerust met waterzuiveringsinstallaties en hergebruiken het gezuiverde water. We legden ook zonneparken aan, bouwden windmolens, installeerden warmtepompen en investeren in warmtekrachtkoppeling.”

Naessens: “Heel dit gebouw wordt verwarmd met warmtepompen en met die zonnepanelen zijn we al jaren bezig. Er ligt nu al zeker 300.000 m2. Dirk is erg bekommerd over de CO2-uitstoot.”

Deroose: “Ik ben een groot voorstander van het circulaire en van recupereren van materialen. Wij bouwen kantoren in prefab: heel dat systeem kan na verloop van tijd perfect gerecupereerd worden of aan nieuwe noden aangepast worden. De horizon voor algemene CO2-neutraliteit is 2050. Dat was ook eerst onze planning. Tot corona uitbrak.”

De pandemie schudde jullie écht wakker?

Deroose: “In tijden van oorlog en pandemie wordt veel mogelijk. Kijk maar naar de definitieve doorbraak van de e-commerce. Iedereen werd plots verplicht om online te bestellen. Zelfs de grootste twijfelaars hadden geen andere keuze. We werden er ons ook pijnlijk van bewust dat we in eigen land voorraden moeten hebben. Ik denk dat velen intussen doordrongen zijn van onze kwetsbaarheid. U herinnert zich misschien nog de blokkade van het Suezkanaal dit voorjaar, die onze toevoerlijnen nog eens extra onder druk zette.”

Naessens: “Zelfs mijn dochter van 54 bestelt nu graag online. Drie jaar geleden begonnen wij zwembadartikelen te verkopen via bol.com. Dat gaat dan over kleine filters, stofzuigers, thermometers, badmutsen of chloorpillen. Elk jaar steeg de omzet en nu zitten we aan maar liefst 3 miljoen euro. Vaak zijn dat producten die amper vijf of tien euro kosten. De totale omzet van onze zwembadafdeling bedraagt vandaag ongeveer 17 miljoen. Om maar te zeggen: de e-commerce barst uit zijn voegen. Pakjesvervoer zit in de lift en om dat allemaal te kunnen ververwerken, moeten er in snel tempo logistieke centra gebouwd worden. Wij bouwen nu nieuwe magazijnen in Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Roemenië, Denemarken en Zweden. Het zijn er echt ontzettend veel.”

Eigenlijk beleven jullie dankzij corona gouden tijden?

Deroose: “We hebben zeer veel werk, en je zou dan inderdaad verwachten dat ons resultaat navenant is. Alleen is dat niet zo, want de grondstofprijzen schoten als een raket de hoogte in. Dat is vaak problematisch, omdat prijsafspraken voor projecten die een paar maanden geleden gemaakt zijn, ondermijnd worden door die steeds duurder wordende grondstoffen. Zeer veel klanten die al lang met ons samenwerken, tonen begrip en zijn bereid om een deel van die historisch hoge grondstofprijzen te compenseren. In ruil vragen ze ons om de schaarse voorraad aan grondstoffen en materialen te reserveren voor hun magazijn in aanbouw.

“Sommige collega’s hebben het zeer lastig. Zo ging onlangs een in staalconstructies gespecialiseerde aannemer failliet. Hij had vooral overheidsopdrachten en slaagde er niet in om eerder gemaakte aanbestedingen te heronderhandelen. Wij beleven dus geen gouden, maar vooral razend drukke tijden.”

Willy Naessens

  • Geboren in 1939 als molenaarszoon
  • Stopte op zijn 15de met school
  • Voorzitter van Willy Naessens Group met 1.950 werknemers en 650 miljoen euro omzet
  • Hobby: beoefent op zijn stoeterij Strohoeve het paardenmennen

Dirk Deroose

  • Geboren in 1970
  • Industrieel ingenieur bouwkunde
  • Werkt sinds 1992 voor Willy Naessens
  • Werd in 2006 ceo en is medeaandeelhouder
  • Hobby: duivensport

© Jan Stevens