De onderwereld van het internet

U vindt dat het internet vaak op een open riool lijkt? Wacht tot u kennis maakt met Freenet, een onverwoestbare virtuele onderwereld waar volkomen anoniem aanslagen kunnen worden bekokstoofd, kinderporno kan worden gedownload en vriendschap kan worden gesloten met terroristen, negationisten en neonazi’s. Welkom in de beerput van het internet.

Eind 2008 lanceert gebruiker ‘aitf’ een oproep op het Freenet Message System, het forum van Freenet. “Ik ben op zoek naar gelijkgestemden. Sinds hun geboorte hebben mijn vrouw en ik seks met onze drie kinderen (twee jongens en een meisje). We hebben hen nooit ergens toe gedwongen. Meestal nemen zij het initiatief om te beginnen ‘spelen’.”

‘Aitf’ beklemtoont dat hij niet op zoek is naar foto’s of filmpjes, maar dat hij alleen ervaringen wil uitwisselen. Dezelfde dag nog heeft hij prijs: ene ‘pornhunter’ vraagt geïnteresseerd of ‘aitf’ alleen orale seks met zijn kinderen heeft, of hen ook penetreert. “Oraal is goed voor de kleintjes”, antwoordt ‘aitf’. “Van zodra ze oud genoeg zijn, penetreren we hen. Kinderen zijn trouwens dol op anaal, zeker als je hen helpt en niet dwingt. Tot hun achtste gebruikten we alleen dildo’s of onze vingers. Ik heb me laten steriliseren. Het probleem is dat de jongens ook met hun zus van bil gaan. Van zodra ze 11 is, geven we haar de pil. Vrijdag- of zaterdagavond is bij ons altijd ‘Family Time’.”

Op hetzelfde forum biedt ene ‘Naphtala’ zijn collectie kinderporno aan zijn vrienden ‘DawgDayz’ en ‘majs’ aan. “Ik raak nooit uitgekeken op deze jonge, mooie lijven die elkaar ontdekken”, schrijft hij er verlekkerd bij. Een paar muisklikken verder etaleert een zekere Adolf Hitler zijn complete ‘Preteen Collection’: duizend foto’s van volledig herkenbare prille jongens en meisjes die gemolesteerd worden door vaak onherkenbare volwassenen. Met ondertitels die niets aan de verbeelding overlaten: ‘7 yrs sex with dad’, ‘Fucking my 5 yo daughter’, ‘ped 13 yr old teen fucking men (HOT PICTURE)’, ‘dad rapes 11 yo daughter’s cunt.’

Darkweb

Het eenvoudig te installeren, volstrekt anonieme en onuitroeibare Freenet is het geesteskind van Ian Clarke (29), een Ierse informaticus die vandaag vanuit Austin in Texas een softwarebedrijf runt. Midden jaren negentig koesterde hij als piepjonge student een wilde droom: hij wou een nieuwe variant van het internet ontwerpen waar iedereen ongestoord en anoniem zijn gang kon gaan. “Er heerste toen nog veel enthousiasme over het ‘revolutionaire’ medium internet”, zegt hij. “Veel naïevelingen geloofden domweg dat het internet een anarchie was die door niemand gecontroleerd kon worden. Het wereldwijde web stamt uit de jaren zeventig en is gefundeerd op een open systeem, ontworpen door en voor academici. Zij lagen niet wakker van hackers of buitenstaanders die wel eens geïnteresseerd zouden kunnen zijn in andermans e-mail. Daardoor is het doodsimpel om te bespieden wat mensen virtueel uitspoken. Er is de voorbije jaren een beetje aan het wereldwijde web gesleuteld, maar toch is het nog altijd zo lek als een vergiet. Wie surft, laat overal sporen na. Alles wordt geregistreerd. Je anonimiteit en privacy liggen voor iedereen te grabbel, tenzij je heel voorzichtig bent en gebruik maakt van cryptografie. Zeker na 9/11 houdt Big Brother elke internetgebruiker nauwlettend in de gaten. Ik ben voorstander van het absolute recht op vrije meningsuiting. Maar dan is het noodzakelijk dat mensen zonder enige controle van buitenaf en volledig anoniem hun ei kwijt kunnen.”

Tijdens zijn studies artificiële intelligentie aan de Universiteit van Edinburgh, begon Ian Clarke te werken aan de software voor Freenet. “Ik presenteerde het in 1999 als eindwerk. Mijn proffen reageerden nogal lauw.” In 2000 zette Clarke het eerste downloadprogramma voor Freenet gratis op het internet. Bijna tien jaar later is het programma miljoenen keren gedownload. “Door de anonimiteit is het lastig om het aantal hardcoregebruikers te bepalen. Ruw geschat zullen het er wereldwijd een paar tienduizenden zijn, waaronder ongetwijfeld ook heel wat Belgen.”

Anno 2009 is Freenet het favoriete speelterrein van pedofielen, neonazi’s, negationisten, criminelen en terroristen. Sommige gebruikers spreken niet voor niets op hun sites liefkozend over het ‘darkweb’. Maar ook pedojagers kunnen er zich ongestoord uitleven. Op de site ‘Busted Pedos’ kunnen ze namen, adressen en foto’s van vermeende pedofielen posten. Freenet garandeert elke gebruiker volstrekte ‘veiligheid’ en anonimiteit. De installatie is kinderspel: het startprogramma van op het internet downloaden duurt een paar minuten en draait op elke doorsnee thuiscomputer. Ian Clarke: “Freenet werkt niet met centrale servers en is totaal anders geconstrueerd dan het reguliere internet. Heb je ooit een mierenplaag in huis gehad? Dan weet je dat het verdomd lastig is om er verlost van te geraken. Je kunt de hele godganse dag die mieren proberen vertrappelen; ’s anderendaags zijn ze er weer. Met meer dan ooit tevoren. Freenet is net als een kolonie mieren. Op het gewone internet kun je van elke website bepalen waar de server zich bevindt en kan probleemloos alle data getraceerd worden. Op Freenet hebben de data geen fysieke locatie: ze zijn voortdurend in beweging tussen de computers van alle gebruikers. De informatie ligt versplinterd over het hele net. Het is onmogelijk om een gebruiker en verspreider van informatie op te sporen, tenzij iemand in zijn huis inbreekt en verklikkerapparatuur in zijn computer installeert. Of tenzij je zo dom bent om zelf je naam op het net bekend te maken. Het enige minpunt is dat Freenet soms traag werkt. Dat is het gevolg van alle voorzorgen die genomen zijn om de identiteit van de gebruikers te coderen en verdoezelen. Maar naarmate je Freenet meer gebruikt, wordt het sneller. Regelmatige Freenetsurfers ondervinden bijna geen hinder meer van die traagheid. Ze kunnen zonder enige restrictie en totaal anoniem filmpjes posten op Freetube, hun eigen flog (Freenetblog – JS) uitbouwen, ontraceerbaar mailen via Freemail, anoniem bestanden up- en downloaden en contacten onderhouden via de fora Frost en Freenet Message System. Gegarandeerd zonder kans op betrapping.”

36.000 dollar steun van Google

Ian Clarke stelt Freenet graag voor als het favoriete, veilige communicatiemiddel voor opposanten in dictaturen als China of Iran. “De Chinese regering heeft onze downloadpagina op internet geblokkeerd. De opposanten sturen nu links door naar hun vrienden waardoor ze toch op Freenet geraken. We hebben tot hiertoe nog geen problemen gehad met Westerse regeringen. Integendeel, we zijn zelfs in onderhandeling met de Amerikaanse regering om een financiële bijdrage voor Freenet los te weken. De overheid zal dan een project steunen waar ze totaal geen vat op heeft. (lacht) Google heeft ons onlangs 36.000 dollar geschonken. Niet spontaan, ik heb het hen zelf gevraagd.”

Met die schenking helpt Google niet alleen de Chinese opposanten aan een veilig communicatiemiddel, maar financiert het bedrijf meteen ook mee de verspreiding van kinderporno. En dat niet alleen: als vrijplaats voor neonazi’s, telt Freenet heel wat flogs die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Zoals het rijkelijk geïllustreerde‘Flog von AdolfHitlerFan. Politische unkorrekte, aber belanglose Gedanken’. Daarnaast herbergt Freenet ook een flink uitgebouwde negationistische bibliotheek, met als ‘kroonjuweel’ het verzameld werk van de notoire Amerikaanse professor en Holocaustontkenner Arthur R. Butz. Als de Amerikaanse regering besluit om Freenet daadwerkelijk te subsidiëren, zal ze een veilig en anoniem platform helpen bieden aan maffiosi van allerlei pluimage. Zo wordt Freenet intensief gebruikt als ‘download area’ door ‘The Russian Business Network’; een Russisch misdaadsyndicaat gespecialiseerd in online diefstal op het reguliere net. Maar Freenet is ook het anonieme communicatie-, documentatie- en informatiecentrum voor extreem rechtse would-be terroristen en voor islamisten en jihadisten. Ze vinden er up-to-date handleidingen zoals The Terrorist’s Handbook, The Mujahideen Poisons Handbook of The Unabomber Manifesto.

Ian Clarke wast zijn handen in onschuld. “Ik ontken niet dat er onfrisse figuren op Freenet actief zijn. Dat is onvermijdelijk. Elk systeem dat vrijheid promoot, trekt individuen aan die daar misbruik van maken. Moeten we daarom Freenet opdoeken? Als iemand jou neersteekt met een mes, heeft het toch geen zin om de messenfabrikant te vervolgen? Dat zou belachelijk zijn. De vrijheid om ongestoord te communiceren, is fundamenteel voor de democratie. Het is mogelijk dat terroristen informatie via Freenet verspreiden, of elkaar via Freenet ontmoeten. Maar wat is een terrorist? De mensen die ooit de VS gesticht hebben, waren terroristen in de ogen van de Britse monarchie. Nu noemen we hen vrijheidstrijders. Ik heb zelf geen enkele interesse in memorabilia van de Tweede Wereldoorlog en ik vind racisme walgelijk. De beste manier om neonazi’s en negationisten te bestrijden, is hen bestoken met tegenargumenten in plaats van hen te censureren.”

Verdient Clarke geld aan zijn Freenet? “Geen cent. Het is pure liefdadigheid. Met de donaties van individuen en organisaties betalen we het loon van een fullttime informaticus. We controleren niet waar het geld vandaan komt. In dat opzicht zijn we zoals Amerikaanse politici: elke cent nemen we aan. No questions asked.”

In Frankrijk wordt volop aan een wet gewerkt die het illegaal downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal streng zal bestraffen. Elke Fransman die voor de derde keer betrapt wordt op illegaal downloaden, zal in de toekomst definitief van het internet worden afgesloten. Het gevolg is dat Freenet er de laatste maanden veel jonge Franstalige gebruikers bij gekregen heeft. Wat als ze in contact komen met kinderporno en pedofielen? Ian Clarke: “Pedofielen maken ook gebruik van de gewone post. Als Freenet ooit verdwijnt, zal de handel in kinderporno blijven bestaan. Of moeten we dan ook de post sluiten? Of alle brieven openen en controleren? Ik heb vage geruchten gehoord over rechercheurs die deel zouden nemen aan fora op Freenet, in de hoop om zo een paar pedofielen te strikken. Ze proberen de pedo’s ertoe te verleiden om hun identiteit vrij te geven. Ik denk niet dat het tot hiertoe gelukt is. Door de totale anonimiteit leent Freenet zich uitstekend voor het illegaal downloaden van films of muziek, al maken we daar geen reclame voor. Freenet is niet kwetsbaar zoals peer to peernetwerken à la BitTorrent. De muziekindustrie zal nooit gebruikers van Freenet kunnen vervolgen. In Amerika en Groot-Brittannië hebben auteursrechtmaatschappijen kinderen zwaar laten boeten voor een paar liedjes die ze illegaal gedownload hadden. Afschuwelijk. Dat zal je niet overkomen als je Freenet volgens de regels van het spel gebruikt. Of er ooit pogingen ondernomen zijn om mij te vervolgen? Nee. Ik denk niet dat iemand mij iets kan aanwrijven. Ik roep niemand op om illegaal te downloaden, of om Freenet voor criminele doeleinden te gebruiken. Zelfs als ik ooit vervolgd word, zal dat nog geen zoden aan de dijk brengen. Ik controleer Freenet niet. Als ik morgen omvergereden word, blijft het gewoon verder bestaan. Freenet is als een zwerm vogels. Niemand controleert het; niemand kan het sluiten. Tenzij het hele internet wordt platgelegd.”

E-cops

Op de Computer Crime Unit van de federale politie is Freenet een nobele onbekende. “We hebben geen dossier tegen het netwerk lopen”, zegt hoofdcommissaris en diensthoofd Luc Beirens. “Dat kunnen we pas opstarten als iemand klacht indient via onze website ecops. Al zitten we niet op werk te wachten – we hebben onze handen meer dan vol. Als we er in slagen om de aanbieders of gebruikers van kinderporno of andere criminelen op te sporen, hangt het van het parket af of er vervolgd wordt.”

Volgens ontwerper Ian Clarke zijn de Freenetgebruikers totaal anoniem en kan het netwerk niet opgedoekt worden.

“Encryptie, het coderen van digitale gegevens, is in België vrij. Als Freenet er zogezegd in naam van de Freedom of Speech daadwerkelijk in slaagt om alle gegevens van de gebruikers te coderen en te versluieren, wordt het moeilijk. De enige optie is dan dat er eerst aan de wetgeving rond encryptie gesleuteld wordt, maar dat is een taak voor het parlement.”

Gezellig chatten onder pedofielen

Een rustige zondagnacht. Freenetgebruiker en kindervriend Falafel chat met de geïnteresseerde Naphtala over zijn ‘coming out’.

Falafel: Ik wist als tiener al wat ik graag had, en ik denk niet dat er een moment was waarop ik een ‘ingewijde’ werd. (…) Vandaag zeg ik: ik hou van kinderen! Letterlijk.

Naphtala: De meeste mensen houden van kinderen, zeker als het die van henzelf zijn. Met ‘letterlijk’ bedoel je ‘seksueel’?

Falafel: Met letterlijk bedoel ik dat ik om hen geef en dat ik ze zeker geen pijn wil doen, echte liefde is niet egoïstisch.

Naphtala: Oké, maar als ik tegen mijn lief zeg dat ik haar graag zie, wil dat ook zeggen dat ik om haar geef en dat ik haar geen pijn wil doen. Maar er is altijd die seksuele aantrekking die bij mij meer primitief en egoïstisch is. De liefde voor mijn moeder is helemaal anders. Liefde dekt verschillende ladingen. Misschien moeten we het omschrijven als een ‘fetish’? Sommige mensen worden geil door rubberen kledij of hoge hakken, jij door kinderen? Je wil hen niet als persoon neuken maar als object?

Falafel: Misschien, maar ik ken niets van fetisjen en misschien weet ik zelfs niet wat me in hen aantrekt. Maar ik word graag op hen verliefd, en natuurlijk zijn die eerste ogenblikken fantastisch, maar ik speel en praat ook graag met hen.

(…) De eerste keer dat ik het aan iemand vertelde, was aan een meisje dat ik amper kende.

Naphtala: Hoe deed je dat dan? En wat was haar antwoord?

Falafel: Ik zei haar: ‘Ik val op kinderen’, nadat ik haar gezegd dat ik een geheim had dat ik met niemand kon delen, waarop zij allerlei mogelijkheden begon op te sommen, inclusief pedofilie. (…) Ze was opgelucht toen ze het hoorde (…) Ik heb toen een paar experimenten met haar geprobeerd, zoals haar kleine nichtje verleiden, en ze reageerde daar nogal flauw op. Ik dacht eerst dat ze jaloers was, maar blijkbaar had ik voor haar een grens overschreden.

(…) Ik neuk geen kinderen jonger dan vijf, dat zal ik nooit doen. Maar de vraag is natuurlijk, wat is een seksuele relatie? Er lopen zoveel gestoorde mensen rond. Je begrijpt soms niet hoe het mogelijk is dat de wereld blijft draaien met al die geschifte mensen. (…) Als de meisjes erg jong zijn, kun je ze niet penetreren, maar dat wil niet zeggen dat meisjes van vijf nare herinneringen aan een masturbatiesessie moeten overhouden.

(…) Ik neuk nooit kinderen onder 11 of 12. (…) En ja, in de toekomst wil ik zelf ook kinderen.

Naphtala: Ga je dan ook seksueel contact met hen hebben? Of is incest een taboe voor jou?

Falafel: Je moet beseffen dat ik ook maar een mens ben, en niet anders dan jou. (…)

Naphtala: Laat me raden: kom je uit Nederland?

©Jan Stevens

Advertenties

Een Fransman in Vancouver

“Risico’s nemen, daar draait het om in het leven”, zegt Gurval Caer, ceo van Blast Radius, ’s werelds grootste bouwer van websites met uitvalsbasis in het Canadese Vancouver. Van zodra de jonge Franse immigrant Caer twaalf jaar geleden voet op Canadese bodem zette, nam hij constant risico’s. Allemaal in functie van die ene droom: een dotcombedrijf met een naam als een klok uit de grond stampen.

Een rustige winterdag, eind december 2007. Ik zit in de lobby van het hoofdkwartier van internetmarketeer, websitebouwer en online-reclamebureau Blast Radius in Homer Street, Vancouver. Het is middag en ceo Gurval Caer (37) laat op zich wachten. “U hebt een afspraak met Gurval om twaalf uur?” vraagt de jongen aan de receptie. “Hij is ziek. Ik probeer hem te bereiken op zijn mobieltje.”

Een half uur later verschijnt Caer in de deuropening: een lange, magere man gehuld in een lange, wapperende jas. Hij put zich uit in verontschuldigingen. “Ik ben meer dan tien dagen mijn huis niet uitgekomen. Twee weken geleden heb ik voor het eerst een aanval van Ménière gehad. Zonder enige aanleiding werd ik duizelig, misselijk, ziek. Urenlang kon ik niets anders doen dan in bed liggen en wachten. Wanneer de volgende aanval komt, weet ik niet. Misschien volgende week, misschien binnen tien jaar, misschien wel nooit.” Hij zwijgt. “Heb je al gegeten?” vraagt hij plots. “Een Europeaan op bezoek in Vancouver: dat moet gevierd worden.”

Gurval neemt me mee naar Cioppino’s, het klasserestaurant in Hamilton Street van zijn vriend Pino Posteraro. Caer en Posteraro begroeten elkaar alsof ze broers zijn. “We zijn in 1997 samen in deze wijk van Vancouver begonnen, en dat schept een band” lacht Pino. “Nu is Yale Town een bloeiende buurt vol restaurants en hippe bedrijven, maar toen was er niets. Wij zijn echte pioniers.” Terwijl we onze benen onder tafel schuiven, zegt Gurval tegen Pino: “Toon ons je hemelse kookkunsten, chef. Surprise us.”

Kippensoep & pizza
December, twaalf jaar eerder. Het openbaar leven in Frankrijk ligt lam. Postbodes, leraren, ambtenaren, metro- en trambestuurders staken en komen massaal op straat. Ze protesteren tegen de hervormingsplannen van de regering. Premier Juppé wil snoeien in de pensioenen om de kosten van het sociale zekerheidsstelsel onder controle te krijgen. In de eerste helft van die maand december wordt er in het hele land zes miljoen uur gestaakt. Onder druk van de vakbonden gaat Juppé op 15 december overstag. Hij trekt zijn plannen in en de stakingen worden beëindigd.

De sociale onrust van 1995 was voor de jonge, ambitieuze Bretoen Gurval Caer de druppel die de emmer deed overlopen. Die winter besloot hij om Frankrijk vaarwel te zeggen. “Ik begreep niet waarom al die mensen protesteerden. Het Franse pensioenstelsel moest echt dringend hervormd worden. Veel landen worden zich bewust van de vergrijzing, alleen Frankrijk ontkent het licht van de zon. Ik snapte niet waarom de Fransen geen verandering wilden. Ik was de depressieve en negatieve sfeer in mijn land moe. In die jaren werd de basis gelegd voor het internet zoals wij het nu kennen. Ik was bezeten van technologie en er vast van overtuigd dat het wereldwijde web immens groot zou worden. Ik wou deel uitmaken van dat avontuur. Toen ik eind ’95 in Wired Magazine een advertentie voor een cursus nieuwe media in de Film School van Vancouver zag, nam ik de meest ingrijpende beslissing uit mijn hele leven. Ik betaalde mijn belastingen, kocht een vliegticket enkele reis, en vertrok voorgoed.”

De cursus zou tien maanden duren. Caer stapte een bank in Vancouver binnen en kreeg een studielening van 20.000 dollar. “De school kostte 15.000 dollar. Ik hield nog 5000 dollar over, en overleefde op een dieet van kippensoep en pizza.”

Na de cursus besloot hij om samen met zes klas- en geestesgenoten een internetbedrijf uit de grond te stampen. “We hadden allemaal een verschillende achtergrond, maar we hadden één ding gemeen: ons geloof in de onbegrensde mogelijkheden van het toen nog prille net.”


Middenin de wereldwijde dotcomhype richtten Gurval Caer en zijn vrienden in 1997 Blast Radius op. “We probeerden ondernemers ervan te overtuigen om ons hun website te laten bouwen. De basis van ons hele opzet is nog altijd exact hetzelfde: hoe verkoop je je merk en je product het beste online? In het begin focusten we ons op muziek en videogames. Het eerste jaar haalden we een omzet van 17.000 dollar. We deelden samen een huis, en beknibbelden zoveel mogelijk op de kosten. De kippensoep en de pizza gingen op rantsoen. Het tweede jaar bedroeg onze omzet 100.000 dollar. Die eerste jaren waren een hel. Onze doorbraak hebben we te danken aan de Amerikaanse vestiging van Sony. Het management hield van ons werk, en besteedde kleine opdrachten aan ons uit. Andere bedrijven zagen onze websites, vonden ze oké en zo ging de bal aan het rollen. Het derde jaar verdienden we genoeg om een echt kantoor te kunnen huren.”

“We gingen naar de Consumer Electronics Show, een handelsbeurs voor professionals in Las Vegas. Gewapend met een laptop trokken we van hok naar hok en toonden ons werk aan vertegenwoordigers van firma’s zoals Samsung en Nike. Negen keer op tien waren ze niet geïnteresseerd. Een keer op tien hadden we prijs. Zoals bij die vrouw van Casio. Ze zag ons werk en vond het leuk. ‘We zijn bezig met de uitbouw van casio.com’, zei ze. ‘De wedstrijd voor het ontwerp van de website loopt binnen een paar dagen af, dus als jullie nog willen meedoen, zullen jullie je moeten reppen.’ We investeerden al onze energie en onze kunde in het project. Een paar nachten lang sliepen we bijna niet. Bij de voorstelling van ons project kwamen we 45 minuten te laat op de afspraak. We waren totaal uitgeput, en twee collega’s vielen tijdens de meeting gewoon in slaap. Maar we wonnen, want ons werk was excellent. Van dan af mochten we websites voor Casio ontwerpen.”

Win-win
In het voorjaar van 2001 barstte de dotcom bubble. Veel internetpioniers gingen roemloos ten onder, maar Blast Radius overleefde de hype. De onderneming groeide als kool, stelt nu wereldwijd 400 mensen tewerk en bouwt websites voor giganten als BMW, Nike, Heineken, Philips, AOL, Nintendo. Waarom is het Blast Radius wel gelukt om het hoofd boven water te houden? Gurval Caer: “Omdat we keihard werkten. En omdat we zonder geld gestart zijn. We konden niets spenderen en moesten dus zeer voorzichtig zijn. Veel van die jonge dotcombedrijfjes hadden een flink startkapitaal en hebben dat er razendsnel doorgejaagd. Onze lastige beginjaren leken op het moment zelf een vloek, maar achteraf beschouwd zijn ze een zegen geweest. Daar kwam bij dat onze klanten geen andere internetbedrijven waren, maar ondernemingen van de zogenaamde ‘oude economie’. Dankzij de opdrachten van grote, stabiele firma’s zoals Nike en Casio konden we groeien. Ook na het uiteenspatten van de internetzeepbel bleven zij geld aan ons uitgeven, want ze waren zeer tevreden over ons werk. Zij hebben ons door de storm gedragen.”

“Veel reclamebedrijven zien het internet als een extra tv-zender. Fout. Het net is een compleet ander medium, met zijn eigen wetten en beperkingen. Je kunt online geen marketing voeren zoals offline. Consumenten zitten anders voor hun computer dan voor hun tv. Op het internet hebben ze controle, en kunnen ze advertenties blokkeren. Ze surfen op hun eigen voorwaarden. Op tv of in een tijdschrift kun je als reclamemaker of marketeer proberen om met een oneliner de aandacht van de kijker of de lezer te trekken. Op het internet lukt dat niet. Onlinemarketing is alleen maar zinvol als je de surfers laat participeren. Ze moeten er zelf iets aan hebben.”

Hoe doe je dat? “Als ik je dat vertel, moet ik je vermoorden”, lacht Gurval. “Dan weet je teveel, net als die journalist in de film The Bourne Ultimatum. In essentie komt het erop neer dat je je klant goed leert kennen, dat je erachter komt wat zijn behoeften zijn, zodat je daar online het best mogelijke antwoord op kunt geven. Internet is vooral een kwestie van mond-aan-mond. Als merk moet je dus de best mogelijke ervaring proberen afleveren, zodat mensen erover zullen praten in forums en discussiegroepen. Een van onze klanten is Nike Jordan. Waar dromen de kereltjes van die gek zijn op basketschoenen van Nike Jordan? Dat ze net als Michael Jordan ooit grote atleten zullen worden. Toen Jordan nog competitie speelde, volgde hij elke ochtend hetzelfde oefenschema om in vorm te komen. Hij noemde dat de Breakfast Club. Wij hebben zo’n Breakfast Club voor de kinderen georganiseerd op het internet, en hebben een site gecreëerd waar ze hun eigen trainingsprogramma kunnen samenstellen. Dat programma kunnen ze dan delen met hun vrienden. Ze komen dus niet ‘zomaar’ op de site van Nike Jordan terecht. Ze hebben een goeie reden om ernaartoe te surfen, want ze krijgen er raad, kunnen hun eigen trainingsprogramma samenstellen, hun vooruitgang in kaart brengen, en er met anderen over communiceren.”

Terwijl het uiteindelijk alleen maar over het verkopen van schoenen gaat? “Natuurlijk. Alleen gebruiken wij daar geen traditionele reclamecampagne voor, maar hebben we ervoor gezorgd dat de internetgebruiker er ook iets aan heeft. Reclame op het net moet altijd ‘win-win’ zijn: de kinderen leren hoe ze zich het beste voorbereiden op een basketmatch, en Jordan verkoopt zijn schoenen.”

Best of both worlds
De gerechten die Pino Posteraro serveert, zijn lekker, de wijn is heerlijk. “Wat dacht je van een dessert? Pino’s nagerechten zijn onovertroffen.” Gurval heeft gelijk, maar halverwege mijn dessert moet ik forfait geven. “Eet je dat taartje niet meer op? Mag ik het hebben?” Met smaak eet hij mijn bord leeg.

“Hoe is het om als Fransman in Canada te leven?” vraag ik. “Canada is een schitterend compromis tussen de VS en Europa”, antwoordt hij. “Het land heeft the best of both worlds. We combineren een fatsoenlijke sociale zekerheid met een sterke vrije markteconomie. Het is doodsimpel om hier een bedrijf op te richten. We hebben ‘Blast’ opgestart met een kapitaal van 5000 dollar. Ik ging naar een boekhandel en kocht een gids om een bedrijf op te starten. ‘Do It Yourself’ heette het boekje en het kostte 19,99 dollar. Ik vulde de formulieren in, scheurde ze uit het boek en stuurde ze naar het ministerie. Blast Radius was geboren.”

“Canada is erg goed voor zijn immigranten. Het land voert een verstandige immigratiepolitiek. Ze vragen hoe oud je bent, welke opleiding je gevolgd hebt, of je een crimineel verleden hebt en of je gezond bent. Als je goed scoort, ben je welkom. Zo trekt Canada veel mensen aan die goed zijn in hun job en die het hier willen maken. Na drie jaar kun je een aanvraag doen om Canadees staatsburger te worden. Ik heb daar lang over getwijfeld. Als Canadees staatsburger moet je trouw zweren aan de Britse koningin. Ik vond de Britse monarchie lange tijd bespottelijk. In Bretagne heb ik mijn legerdienst gedaan bij de Franse zeemacht. Voor mijn kapiteins waren de Britten des duivels. Maar na twaalf jaar in de Canadese provincie British Columbia heb ik van de Britse cultuur leren houden. Binnenkort word ik dus Canadees staatsburger, en zweer ik trouw aan koningin Elizabeth II. God bless her.


De man
– Gurval Caer, 37 jaar
– Getrouwd en drie zonen

– Hobby: “Ik luister dolgraag naar muziek uit de twaalfde eeuw. Ze zit vol geloof, spiritualiteit en jeugd. Je hoort er de belofte in van iets nieuws.”


Het bedrijf
– Blast Radius is de grootste websitebouwer en internetmarketeer ter wereld, met vestigingen in Vancouver, Toronto, Londen, New York, San Francisco en Amsterdam.
– 400 werknemers.
– Omzet 2006: Bijna 30 miljoen euro.


A Canadian Dream
Gurval Caer: “We waren pas gestart, en zaten met ons zevenen op de grond. We vertelden elkaar onze individuele droom voor ‘Blast’. We droomden er allemaal van om een groot merk te worden zoals Nintendo of Nike. Een merk dat voor kwaliteit, vakmanschap en vernieuwing staat. We zijn flink op weg om die droom waar te maken. Tien jaar geleden manageden we projecten van 50.000 dollar, nu zijn het projecten van 8 miljoen. Dat zorgt onvermijdelijk voor groeipijnen. Van de zeven stichters blijven er nog vier over. Voor sommigen gaat het te snel. Misschien bereik ook ik binnenkort een punt waarop ik afhaak. Alhoewel… Blast Radius is net verkocht aan WPP, het grootste reclamebureau ter wereld. We worden daar alleen maar beter en sterker door. We blijven onafhankelijk en ik blijf nog minstens drie jaar aan als ceo. Dankzij WPP zullen we onze knowhow nu naar klanten met projecten van 50 miljoen dollar brengen. Dat is erg opwindend. Nee, ik ga nog niet direct rentenieren.”

© jan@janstevens.be

De man van 400 miljoen

Het persoonlijke fortuin van de Britse zakenman Peter Wilkinson bedraagt 400 miljoen euro. “Eerlijk verdiend door het ene bedrijf na het andere uit de grond te stampen.” Toch houdt Wilkinson er niet van om een serieel ondernemer genoemd te worden. “Dat lijkt iets teveel op ‘serial killer’.”

Ondernemen zit Peter Wilkinson (53) in het bloed. Als student zette hij al op de middelbare school een succesvolle frietbusiness op. “Ik zat op een internaat, waar het eten afgrijselijk was, dus begon ik frieten te bakken. Mijn medestudenten vonden ze lekker, en na een tijd baatte ik een enorme frietenonderneming uit met ‘personeel’ dat over de hele school bestellingen afleverde. Er stonden continu zes frietpotten te bakken. Ik verdiende flink wat geld.” Tot de directie zijn handeltje sloot. “Ze vonden dat het te hard stonk.” De frietzaak markeerde het begin van Peter Wilkinsons serieel ondernemerschap. Sindsdien startte, kocht en verkocht hij verschillende ondernemingen. Anno 2008 is hij vooral ceo van het internetservicebedrijf InTechnology. Zijn grootste angst is dat hij ooit zal moeten stoppen. “Ik wil niet met pensioen. Ik val liever gewoon dood. Het leven van gepensioneerden is toch gewoon voorbij?”

An ordinary bloke
Het hoofdkwartier van InTechnology ligt in het noorden van Engeland, in het rustige provinciestadje Harrogate, dertig kilometer boven Leeds. Ceo Peter Wilkinson prijkt op de 277e plaats van de Sunday Times Rich List – de lijst van duizend rijkste Britten. Hij schat zijn eigen fortuin op een kleine 400 miljoen euro. Toch ziet hij er heel gewoon uit in zijn doordeweekse hemd en jeans. Hij rookt geen sigaren, maar rolt zijn proletarische sigaretjes zelf. “Zie ik eruit als een rijke stinkerd?”, vraagt hij, terwijl hij zijn armen naar voor steekt. “Ik draag geen juwelen, en kan me zelfs geen horloge veroorloven. Ik ben een heel stille jongen en schuw de publiciteit. Ik doe normaal geen interviews zoals dit. Ik vind mezelf niet erg slim of zo. Ik heb gewoon hard gewerkt en een beetje geluk gehad. Veel mensen die wat geld verdienen, denken dat ze genieën zijn. De stumperds. Ik ben ‘an ordinary bloke’ en al millennia lang getrouwd met dezelfde vrouw. Dat komt omdat ik alleen maar tijd heb om te werken.”

Wilkinson begon zijn carrière in 1974 als programmeur bij de Leedse computerfirma Systime. “Ik had nog nooit een computer van dichtbij gezien”, grinnikt hij. “Na een mislukte schoolcarrière raakte ik via mijn vader bij Systime binnen. Ik vond de school oervervelend; ik hield meer van cricket. Na het middelbaar zat ik twee jaar op een polytechnisch instituut, een soort van universiteit voor dommeriken, waar ik me specialiseerde in meisjes, drugs en drinken. Na jaren op een internaat kreeg ik plots al die vrijheid… Het was fantastisch!”

Bij Systime raakte Wilkinson helemaal in de ban van computers. “Het programmeerwerk was verslavend. Ik werkte keihard, omdat ik een gekke kleine ambitie wou waarmaken: op mijn 25e wou ik een Ferrari bezitten. Ik ben er bijna in geslaagd, want ik heb mijn eerste Ferrari gekocht toen ik 26 was.”

Op zijn 26e schopte hij het ook tot internationaal directeur. “Systime was de tweede grootste computerfirma in Groot-Brittannië. Maar toen kwam er een nieuwe, gierige eigenaar en ik dacht: ‘Dit is belachelijk; ik kan meer geld verdienen als ik mijn eigen zaak uit de grond stamp.'”

Creatief met het internet
Peter Wilkinsons eerste bedrijfje heette STORM. “Ik runde het vanuit een klein kantoortje, en deed toen al wat InTechnology nu doet: het opslaan van data en computerbestanden van overheidsadministraties en bedrijven. Een paar jaar later richtte ik mijn tweede bedrijf op, Vdata, dat zich specialiseerde in beveiliging van computerdata. InTechnology is in 2000 ontstaan uit de fusie van STORM en Vdata. We stockeren op onze servers ongeveer 3 petabyte aan data. Eén petabyte komt overeen met een toren van 2 kilometer hoog gestapelde cd-romschijfjes.”

Wilkinson is een van de weinige Britse ondernemers die de dotcomhype met glans overleefde door op een slimme manier bedrijven op te starten en weer te verkopen. Zo begon hij in 1995 met de internetprovider Planet Online. “Drie jaar later verkocht ik die onderneming voor 115 miljoen euro aan elektriciteitsgigant Energis. Van bij de start-up van Planet dacht ik: ‘Er moet toch ook geld te verdienen zijn aan inhoud, en niet alleen aan het aanbieden van verbindingen?'”

Op een mooie dag in 1997 kreeg Wilkinson het lumineuze idee om geld te slaan uit de websites van voetbalclubs. Hij richtte Planetfootball op, bezocht alle grote clubs, en bood hen aan om hun websites gratis te beheren. “Ze waren blij dat ze ervan af waren, en ik had de alleenheerschappij over hun sites. Ik kocht een wedkantoor, waardoor ik knowhow over gokken op voetbalwedstrijden in handen kreeg, en legde op de voetbalsites links naar het wedkantoor. De Britten zijn dol op voetbal en wedden. Ik haat wedden. Op mijn zeventiende liet mijn grootmoeder me 2400 euro na. Ik heb het in een jaar vergokt. Die ervaring heeft me voorgoed genezen, en sindsdien heb ik nooit meer gewed. Planetfootball leverde me bakken geld op. Later transformeerde ik het bedrijf tot de Sports Internet Group en verkocht ik de hele handel aan de mediagroep Sky voor 400 miljoen euro.”

Na de verkoop van Planet Online richtte Wilkinson samen met de winkelketen Dixons Freeserve op, de allereerste gratis internetprovider. “Wie een pc bij Dixons kocht, kreeg er Freeserve gratis bovenop. Het was mijn idee om mensen een gratis internetverbinding aan te bieden. Want tien pond per maand voor internet was in die tijd veel geld voor gewone mensen. Door handig gebruik te maken van de toen gangbare telefoontarieven kon ik Freeserve gratis maken. Ik kreeg van Dixons een kleine commissie voor elke minuut die een klant op het Freeservenetwerk surfte. Allemaal samen surften de klanten talloos veel miljoenen minuten. Het hele Freeserve-avontuur heeft me dan ook een flinke stuiver opgeleverd.”

In 2002 ging Wilkinson op zoek naar een prooi buiten het internet, en kocht hij een voetbalploeg. “Een vriend werkte bij Leeds United, en ik had hem beloofd dat we ooit samen een voetbalclub zouden kopen. Toen Hull City in vereffening ging, begon hij me de oren van het hoofd te zeuren: ‘Het is het moment om die club te kopen, alsjeblieft Peter.’ Ik ben uiteindelijk overstag gegaan. We hebben Hull City in drie seizoenen van League Two naar League One tot in de Championship gebracht. Vorig jaar ben ik opnieuw langs de kassa gepasseerd, en heb ik Hull City verkocht voor 15 miljoen euro.”

Flop
Niet alle ondernemingen van Peter Wilkinson groeiden uit tot een succes. In 2001 richtte hij DITG op, een bedrijfje waarmee hij op de kar van interactieve digitale tv wou springen. “Het werd een ramp. De Sky-abonnees hadden op de afstandsbediening van hun tv een rode knop waarmee ze interactief konden gaan, om spelletjes te spelen. Sky is erg groot in het Verenigd Koninkrijk. Ze bereiken bijna 30 miljoen mensen. Met DITG zag ik kans om de Sky-kijkers af te leiden naar mijn wedkantoor. DITG mislukte, want niemand gebruikte de rode knop. Ik heb het bedrijf in 2004 voor een habbekrats verkocht. Ik was blij dat ik er vanaf was.”

Wilkinsons tweede grote flop was zijn investering in The Gadget Shop, een keten van geschenkwinkels. “De stichter Jon Elvidge is een vriend van me, en hij vroeg me om te participeren. Door mijn financiële inbreng groeide de keten pijlsnel van 40 tot 80 winkels. De kerels die de dagelijkse leiding hadden, maakten er een zootje van, waardoor de business naar de haaien dreigde te gaan. Ze hebben moedwillig een aantal kansen op redding laten liggen. Ik heb samen met Jon een van die gasten voor de rechter gedaagd, en geloof het of niet, we hebben onze rechtszaak vorig jaar grandioos verloren. Ik zal nooit begrijpen waarom, maar het heeft geen enkele zin om daarover te blijven piekeren, want het leven gaat door. Ik heb ondertussen voor Jon Elvidge de nieuwe geschenkenwinkelketen RED5 opgestart. Door die rechtszaak is Jon alles kwijt: zijn zaak, zijn geld, zijn huis, maar ook zijn lief en zijn kinderen lieten hem in de steek. Ik zorg nu voor hem.”

Bloody London
Waarom neemt serieel ondernemer Peter Wilkinson telkens weer risico’s? “Als jongen dacht ik dat mijn vader een miljonair was, maar in werkelijkheid is hij dat nooit geweest. Rond mijn negentiende besefte ik dat hij niets had. Mijn vader werkte als een kleine aannemer. Hij was een lieve man, maar leefde in een illusie. Toen ik 22 was, had hij geen werk en geen geld meer. Van dan af moest ik voor hem zorgen. Ik wilde niet eindigen zoals hij. Natuurlijk heb ik veel risico’s genomen. Toen ik in 1983 startte, was alles eigendom van de bank. In het begin kon ik de salarissen niet betalen, want we haalden niet genoeg omzet. Ik liep het risico om alles te verliezen. Maar ik was jong, en een beetje gek. Nu ben ik veel voorzichtiger, en heb ik een diep respect voor geld. Want het is lastig om het te verdienen, en als je niet oppast, raak je het gemakkelijk weer kwijt.”

Peter Wilkinson heeft al zijn ondernemingen altijd geleid vanuit Harrogate in het graafschap Yorkshire. Heeft hij er nooit aan gedacht om zijn hele handel naar Londen, het centrum van de economische en politieke macht, te verhuizen? “Ik haat bloody Londen”, lacht hij schamper. “De mensen uit het Zuiden beschouwen ons als dom. Ze denken dat de Noorderlingen nog de hele dag diep in de mijnen kolen zitten op te graven. Ik ben een diehard Yorkshireman. Ik hou niet van de Londense City. Ik heb InTechnology niet voor niets net van de beurs gehaald. In de City draait alles rond geld, en is moraliteit ver te zoeken. Zoveel mogelijk geld uit geld proberen halen, interesseert me niet. Waarom? Omdat we toch om zeep gaan. We have fucked the world. Ik lig echt wakker van de opwarming van de aarde. Het broeikaseffect is een gevolg van materialisme en kapitalisme. Er is slechts één god over in deze wereld, en die god heet geld.”

Zegt de man van 400 miljoen euro. Peter Wilkinson knikt. “Je hebt gelijk. Maar toch lig ik wakker van de wereldproblemen. De oceanen warmen op, de polen smelten. Hoe zal dat eindigen?”

Is het omwille van de opwarming van de aarde dat Wilkinson zijn verzameling Ferrari’s verkocht heeft? “Nee, omdat ik er te oud voor werd. Ik reed met Ferrari’s rond van mijn 26e tot mijn vijftigste. Toen schaamden mijn zonen zich om erin mee te rijden. ‘We gaan toch weer niet in die lelijke dingen rondkarren, pa?’ Dus heb ik mijn Ferrari’s verkocht. Nu rij ik gewoon in een Mercedes. Een S600. Die rijdt bijna even snel.”

Zelfs in zijn vrije tijd is Wilkinson ondernemer. “Ik bezit een enorm jacht van 50 meter lang; met permanent 14 voltijdse bemanningsleden aan boord. Ik geloof dat je alles uit het leven moet halen wat erin zit, en dat je er ten volle moet van genieten, dus ga ik vijf keer per jaar met de boot varen. Ik lig dan geen week op mijn rug op het dek, maar ik bezoek plaatsen waar niemand heen gaat: Montenegro, of Stromboli. Degenen die de boot huren, gaan meestal twee weken in de haven van Saint Tropez liggen. Ik vraag me af waarom ze al die moeite doen, maar ik ben blij met hun geld. Het jacht huren, kost 210.000 euro per week. Eten en brandstof niet inbegrepen. Ik ben ook nog eigenaar van twee restaurants en heb een landgoed van 6500 hectare, waar 50 mensen werken. Wie op mijn landgoed wil komen jagen, betaalt 20.000 euro per dag. Ik jaag zelf nooit. Ik vind het niet erg om af en toe een mens pijn te doen, maar ik zou nooit een beest kunnen afknallen.”

 

© jan@janstevens.be