“Rationele islam? Onzin”

De zomerzon schijnt uitbundig op het terras in Brussel, maar veel vrolijker wordt jihadexpert Montasser AlDe’emeh daar niet van. “Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ik maak me ook zorgen over de Syriëstrijders die teruggekeerd zijn.”

 

In het pas verschenen Mijn verlossing van het kwaad laat Montasser AlDe’emeh de 22-jarige Antwerpse moslima Intisar Umm Mansur aan het woord. Vier dagen na de aanslagen in Parijs stuurde de geradicaliseerde Intisar hem een bericht via Facebook. “Ik wil mezelf verlossen van de ideologie die zo diep in mij is geworteld”, schreef ze. “Het ene moment keur ik de aanslagen goed, het andere weer niet.”

‘Intisar Umm Mansur’ is een schuilnaam. “Tot vandaag weet zelfs haar man niet dat ze dit boek samen met mij schreef”, zegt Montasser AlDe’emeh. Het is zomer in Brussel en we zitten op een terras vlakbij de Beurs. Ik drink koffie en AlDe’emeh drinkt niets. De middagzon brandt op zijn hoofd. “Tijdens de Ramadan stel ik mezelf af en toe op de proef”, zegt hij. “Mijn vasten is een weloverwogen keuze, maar sommige jongeren vasten uit angst. Ze zijn bang om een fout te maken waar God hen voor zal bestraffen. Bij nogal wat jonge moslims overheerst vandaag de angst. Zonder kennis houden ze zich krampachtig aan de opgelegde regels. Ze mogen dit niet, ze mogen dat niet. Vervolgens komen ze terecht in een open, seculiere samenleving en belanden tussen twee werelden.”

 

U hebt het nu toch over jonge mensen die in onze seculiere samenleving geboren zijn?

Montasser AlDe’emeh: “Ja, maar in dit land worden ook hamsters, ezels of koeien geboren. Wat voor betekenis heeft het om hier geboren te zijn? De échte vraag is: hoe leven die jonge mensen hier? Moslimmeisjes zoals Intisar verlangen naar houvast, liefde en geluk. Alleen botsen ze voortdurend op anderen die hen voorhouden dat ze aan bepaalde verwachtingen moeten voldoen als ze erbij willen horen. Ze moeten zich ‘volwaardig integreren’, maar wat is dat? Op school mogen ze geen hoofddoek dragen; thuis moet dat dan weer wel. Hun ouders verwachten van hen dat ze niet op een jongen verliefd worden, maar dat ze snel trouwen met een uitverkoren man waar ze een stabiel gezinsleven mee uitbouwen. Sommige imams verkondigen dan weer dat ze niet mogen leven tussen de zogenaamde ongelovigen en dat ze moeten proberen om zo snel mogelijk naar een islamitisch land te migreren. Iedereen verwacht iets van die meisjes. Ze zijn niet allemaal sterk genoeg om al die verwachtingen met elkaar te verzoenen. Intisar kon dat niet. Daar kwam bij dat ze dagelijks via Al Jazeera geconfronteerd werd met de oorlog in Gaza. Veel jonge moslims voelen zich trouwens meer verwant met lijdende geloofsgenoten in Syrië en Palestina dan met niet-moslims in België. Ze willen íets doen, dat lukt niet, en weten met hun frustraties geen blijf. Intisar voelde zich slachtoffer van het hoofddoekenverbod en sloot zich aan bij Sharia4Belgium. Later raakte ze in de ban van IS en maakte ze plannen om naar Syrië te vertrekken. Gelukkig heeft ze die stap nooit gezet.”

 

Vertrekken er nu nog veel jonge mensen naar Syrië?

“Veel minder. Het Belgisch beleid is strenger: vertrekkers worden echt tegengehouden. Over geradicaliseerde meisjes horen we zeer weinig. Daarom ook heb ik dit boek samen met Intisar gemaakt. Minstens 59 meisjes reisden naar Syrië. Een paar weken geleden nog zou een Brussels meisje van 17 vertrokken zijn. De meest overtuigde jongens en meisjes zijn ondertussen allemaal weg. Al twijfelen er nog veel. Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ze sluiten zich af van de samenleving. Ik maak me ook zorgen over degenen die teruggekeerd zijn.”

 

Moeten we ze proberen te re-radicaliseren?

“Re-radicaliseren is alleszins een beter plan dan deradicaliseren. Want als je iets van iemand wegneemt, moet je de ontstane leegte invullen met iets nieuws. Van radicale haat kun je zo evolueren naar radicale verzoening. Intisar deed haar best om afstand te nemen van haar IS-sympathieën. Door dit boek samen met mij te schrijven, vulde ze de leegte in. Zo wil ze andere jongeren tegenhouden om de stap naar IS te zetten.”

 

De aanslag op de nachtclub in Orlando en de moord op het politie-echtpaar in Frankrijk werden meteen door IS opgeëist, terwijl ze gepleegd lijken te zijn door lone wolves.

“Dergelijke aanslagen zullen in de toekomst nog plaatsvinden, want er lopen in het Westen veel IS-sympathisanten rond. We mogen er niet altijd van uitgaan dat IS alle aanslagen hier ook effectief beraamt en plant. We onderschatten de ideologische impact die de organisatie op sommige jongeren heeft. Tijdens hun radicaliseringsproces lezen ze op het internet IS-pamfletten en oproepen voor het plegen van aanslagen. Vaak is er geen structurele link.”

 

Lopen er zo ook heel wat gevaarlijke IS-sympathisanten in België rond?

“Ja, al kan ik er geen cijfer opplakken. Het is bijzonder moeilijk om tegen hen op te treden. Eigenlijk zitten we gewoon te wachten tot zo’n sympathisant een aanslag pleegt. Hoe groot en intens die aanval zal zijn, weten we niet. In Orlando vielen vijftig slachtoffers, in Frankrijk nu twee politieagenten. We mogen ons echt aan alles verwachten en moeten erg op onze hoede zijn. In Amerika en Europa zitten nu zeker jongens die door IS gestuurd zijn. Maar er zijn er ook heel wat die op eigen houtje geradicaliseerd zijn en sympathie voor de jihadisten koesteren. Zij moeten in de gaten gehouden worden, alleen heeft onze Staatsveiligheid geen middelen. Het wordt hoog tijd dat onze inlichtingendiensten meer geld krijgen, want informatie verzamelen, is van levensbelang.”

 

We horen nu regelmatig berichten dat we IS in Irak en Syrië aan het verslaan zijn. Is dat ook zo?

“Het is zeker zo dat IS op dit moment veel gebied verliest. Er zijn twee strategieën tegen de terreurorganisatie. De ene is erop gericht om haar macht in te perken en ervoor te zorgen dat de strijders hun kalifaat niet uitbreiden. De andere wil IS compleet vernietigen, wat zeer moeilijk is. Ik heb de voorbije jaren amper iets gelezen over de Iraakse generaals die na de val van Saddam de kant kozen van IS. Indertijd kregen sommigen militaire opleidingen in Amerika en Engeland. Ze weten perfect hoe ze chemische wapens moeten maken; ze hebben die trouwens in het verleden ook gebruikt.”

 

Hoe meer IS in het nauw gedreven wordt, hoe groter de kans dat ze hun toevlucht nemen tot dat soort van wapentuig?

“Precies. De aanslagen in Parijs volgden op het verlies van Kobani en Sinjar. Ze waren bedoeld om druk uit te oefenen op de coalitie die de Koerdische Peshmerga steunt. De Koerden zijn trouwens de enigen die in Irak en Syrië rake klappen uitdelen aan IS en de enigen ook die door de westerse geallieerden vertrouwd worden.

“Er is veel frustratie in de Arabische wereld. Veertig miljoen mensen zijn analfabeet en zestig procent van de bevolking is jonger dan dertig. Ze voelen zich vernederd, niet alleen door de westerse inmenging, maar ook door de dictaturen. Het stikt er van de failed states, denk maar aan Jemen, Libië, Syrië of Irak. De Arabische jongeren van halverwege de vorige eeuw voelden zich aangetrokken tot het nationalisme van figuren als de Egyptische president Nasser. Dat is nu vervangen door het islamisme. Veel mensen hopen dat het islamisme binnenkort vervelt tot ‘iets anders’. Dé vraag is: wanneer, hoe en onder welke omstandigheden? In Tunesië maken de gematigde islamisten van Ennahda op dit moment deel uit van de democratisch verkozen regering. Ik kan alleen maar vaststellen: hoe meer erkenning gematigde islamisten krijgen, hoe minder radicaal ze worden.”

 

Wat zijn dat: ‘gematigde islamisten’?

“Zij erkennen de democratie, zorgen voor veiligheid en stabiliteit, ondersteunen VN-resoluties en staan open voor diplomatieke betrekkingen met het Westen. Er zijn vandaag wel degelijk islamisten die geloven in het democratische proces. Die mensen mogen we niet in een hoek duwen. Als we dat wel doen, creëren we gewelddadige salafi-jihadisten.”

 

Is het grote probleem niet dat ook gematigde islamisten de sharia boven ‘de wet van de mens’ stellen?

“Ik zeg niet dat we gematigde islamisten moeten steunen. Ik zeg wel dat we ze niet in een hoek mogen duwen, hen pragmatisch moeten benaderen en moeten openstaan voor dialoog.”

 

Vindt u ook dat het bloeddorstige IS niets met de islam te maken heeft?

“Nee. De islamitische geschiedenis was altijd bloeddorstig. IS past in dat plaatje van oorlogsmisdaden en geweld. Van 750 tot aan zijn dood in 754 was Abu-Abbas al-Saffah de eerste kalief van de Abbasieden. In zijn strijd tegen de Omajjaden vloeide het bloed in beken.

“Als een zelfmoordterrorist zich opblaast in een stad als Tel Aviv, wordt hij hier in Brussel door veel imams gesteund. Ze noemen dat dan ‘een vorm van verzet’. Als een jongen zichzelf in opdracht van IS opblaast in Irak, mag dat van diezelfde imams niet. Dan handelt hij ‘tegen het geloof’. De tactiek van zelfmoordaanslagen is vanuit het standpunt van geleerden bekeken ofwel juist, ofwel fout. Dat is toch problematisch? Vandaag moeten moslims wereldwijd erkennen dat de geschiedenis van de islamitische wereld geschreven is in bloed.”

 

De kritiek is terecht dat de Islam de Verlichting gemist heeft?

“Alleen mensen kunnen verlicht worden; religieuze boeken zoals de Bijbel of de Koran niet. Ik lees nu in kranten pleidooien van imams om een rationele islam na te streven. Onzin. Het verhaal van Adam en Eva kan nooit ingepast worden in het rationele denken. Je gelooft het of niet. Er kunnen wel geleerde mensen zijn die hun geloof op een rationele manier benaderen en de teksten verklaren en interpreteren vanuit de historische context. Die verlichte geesten waren er al in de middeleeuwen, denk maar aan de 12e-eeuwse verdraagzame islamitische geleerde Averroes. Maar sinds de zestiende eeuw staat de verlichting onder moslims onder zware druk. De wahabitische leer speelt daar een kwalijke rol in.

“Ik ben bang dat onze moslimjongeren nu de intellectuele bagage missen om weerstand te bieden aan de lokzang van de jihadisten. In Kobani zijn talloos veel westerse Syriëstrijders gesneuveld. Als je naast de Koran ook Kant, Nietzsche en andere boeken leest, verbreedt je kennis en sta je kritisch in het leven. De Belgische moslimgemeenschap is niet kritisch en de angstcultuur regeert. U moet eens gaan rondwandelen in de buurt van het Brusselse Zuidstation. Stap de islamitische boekwinkeltjes binnen en bekijk het aanbod. U zal er onwaarschijnlijk veel werken vinden over het einde der tijden, de zonde, de hel, ‘de bestraffing in het graf’.”

 

Salafistische literatuur?

“Ja. Ze wekt angst op: angst voor de dood, voor God, voor het hiernamaals. De tekenen voor het nakende einde der tijden zijn volgens die boeken: decadentie, oorlogen, geweld. Moslims die intellectueel niet sterk in hun schoenen staan, denken dan: ‘Dat maken we nu allemaal mee.’ Vervolgens zien ze IS wenken: ‘Kom naar het kalifaat.’”

 

Wordt het dan niet de hoogste tijd dat we het salafisme aanpakken?

“We kunnen het moeilijk verbieden, dat is ondemocratisch en gaat in tegen onze waarden. We kunnen andere islamitische stromingen wel versterken zodat jongeren kunnen kiezen. Vandaag is die keuze er niet en is er vooral die wahabitische leer. Maar je mag alle salafisten niet over dezelfde kam scheren. Er is het aan Saoedi-Arabië gelinkte a-politieke salafisme zoals dat beleden wordt in De Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark. Er is het politieke salafisme met partijen zoals het Egyptische Hizb al-Nour en last but nog least zijn er de jihadi-salafisten. In België kennen we de strekking van het politieke salafisme niet, maar er lopen wel heel wat a-politieke salafisten rond. Veel Marokkaanse jongeren volgen trouwens het salafisme zonder het zelf te beseffen. Net als de gematigde islamisten mag je ook hen niet in een hoek duwen. De jihadi-salafisten zijn zeer problematisch voor de veiligheid van onze samenleving. Ze wachten op een aanslag, azen op een vertrek naar het kalifaat of zijn net teruggekeerd.

“Het dramatische is dat sommige beloftevolle jongeren die voor verandering kunnen zorgen, gecontroleerd worden door Saoedi-Arabië. Het Saoedische koningshuis beseft heel goed dat jongeren in het Westen die zelf beginnen nadenken zich ooit zullen keren tegen het a-politieke salafisme. Om dat te vermijden, investeren de Saoedi’s overal ter wereld handenvol geld om beloftevolle moslimjongeren aan zich te binden. Ook ik hunkerde als adolescent naar islamitische kennis. Een imam stuurde me naar Saoedi-Arabië om er te gaan studeren. Ik kreeg een gratis vliegticket, gratis huisvesting en een toelage van 250 dollar per maand. Acht jaar lang, tot aan mijn doctoraat, zouden ze me onderhouden. Als ik in 2009 niet op tijd had ingezien dat ik op het verkeerde spoor zat, was ik nu goed op weg om in België een door Saoedi-Arabië gesteunde invloedrijke salafistische leider te worden.”

 

Vorige maand bent u gestopt met uw centrum ‘De weg naar’ in Molenbeek omdat u geen steun van de overheid kreeg. Zowel het kabinet van Liesbeth Homans (N-VA) als het kabinet van Jan Jambon (N-VA) zeggen dat u nooit een vraag voor financiële steun aan hen gericht heeft, terwijl er wel subsidies zijn.

“Als je politici om steun vraagt, beginnen ze meteen over subsidies. Ik wou geen geld; ik wou samenwerking. Er zijn te weinig straathoekwerkers in Molenbeek actief waardoor ze er amper in slagen om jongeren individueel te benaderen. Ik deed dat in het centrum wél en haalde ook resultaten. Ik nam risico’s, want ik werd bedreigd door IS-strijders. Uiteindelijk kreeg ik stank voor dank. Er kon zelfs geen uitnodiging af om voor een Vlaamse commissie-radicalisering te komen spreken.”

 

Misschien vertrouwen ze u niet?

“Dat weet ik niet. Ik spreek met parlementsleden en ministers. Ik denk dat sommigen me moeilijk kunnen plaatsen.”

 

Voor de ene bent u een N-VA-sympathisant, voor de andere een vermomde salafist? Een tijd geleden hoorde ik van een Al Nusra-sympathisant: “Montasser is een van ons.”

“Ik heb geen zin om me te verantwoorden. De voorbije jaren heb ik me als doctorandus wel totaal verdiept in mijn onderzoeksobject. Het is in die context dat ik in 2014 veldonderzoek verrichte bij Al Nusra in Syrië. Ik trad geradicaliseerde moslimjongeren heel open tegemoet en liet amper kritische geluiden horen omdat ik mijn kop wou sparen. Als sommigen me dan zien als vermomde jihadist, toont dat alleen maar dat ik geslaagd ben in mijn opzet om het vertrouwen van mijn onderzoeksobject te winnen.”

 

Ex-Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie kwam ook langs bij ‘De weg naar’. Hij is nog steeds een IS-aanhanger.

“Hij heeft me ondertussen afvallig verklaard. Nog voor de aanslagen in Parijs waarschuwde ik al voor terugkerende Syriëstrijders. Na de luchtaanvallen zag ik de vijandschap tegenover het Westen groeien. Ik vertrouwde geen enkele teruggekeerde Syriëstrijder meer en wou ze ook niet meer ontvangen. Van toen dateert de breuk met Delefortrie. IS is zijn enige houvast en ik had het gevoel dat hij niet meer wou veranderen. Hij is nu ook getrouwd met een meisje dat van doodslag beschuldigd wordt. Ik heb van anderen gehoord dat Foaud Belkacem dat huwelijk vanuit de gevangenis zou geregeld hebben. U mag de invloed niet onderschatten die geradicaliseerde moslims vanuit hun cel op jonge mensen uitoefenen.”

 

 

Montasser AlDe’emeh en Intisar Umm Mansur, Mijn verlossing van het kwaad, Lannoo, 208 blz., 17,99 euro

 

© Jan Stevens

Advertenties

“Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen”

De Nederlandse bekeerling Dennis ‘Abdelkarim’ Honing radicaliseerde in een rotvaart en groeide uit tot mediagezicht van het polderjihadisme. In zijn boek Ongeloofwaardig vertelt hij het relaas van zijn flirt met het salafisme. “Fouad Belkacem vertolkt wat op straat leeft en niet wat gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren.”

In 2008 bekeerde Dennis Honing (24) zich op zijn zeventiende tot de islam. Eerst bezocht hij een liberale moskee, om daarna in snel tempo te radicaliseren. Hij liet zijn baard staan en omarmde het jihadisme. Hij noemde zichzelf Abdelkarim, gaf in 2010 een interview aan een krant en draafde op in een spraakmakende tv-reportage over de islam in Nederland. Aan het einde van datzelfde jaar trok hij naar Antwerpen om er Fouad Belkacem te gaan interviewen. Honing bewonderde ‘Abu Umran’, die net Sharia4Belgium opgericht had en nog nagenoot van de mediaheisa na de verstoring van een lezing van schrijver Benno Barnard. Het half uur durende kritiekloze gesprek is tot vandaag te bekijken op Abdelkarim Honings YouTube-kanaal.

In 2011 begon Honing pas echt aan zijn openbaar leven als geweld predikende salafist. Hij nam deel aan straatprotesten, was rad van tong en werd vaste jihadi-gast in praatprogramma’s als Pauw & Witteman en De wereld draait door, waarin hij de democratie verketterde en de lof zong van de sharia. De meeste van zijn salafistische vrienden vertrokken ondertussen naar Syrië om er bij IS of Jabhat al-Nusra te gaan vechten en sterven.

Vandaag woont Dennis Honing met vrouw en vier kinderen in een sjofele flat in een buitenwijk van zijn geboortestad Haarlem. Het jihadisme heeft hij afgezworen. “Toen ik die gruwelijke onthoofdingsfilmpjes van IS zag, begon ik na te denken.” Maar zijn baard wappert nog steeds alle kanten op. Een liberale softie is hij niet geworden, ook al noemen zijn oude strijdmakkers hem nu ‘murtad’ (afvallige), ‘kafir’ (ongelovige) of ‘agent van de staatsveiligheid’. “Ik ben nog steeds moslim en heb geen boodschap aan de zogenaamd ‘moderne islam’”, zegt hij. “Ik vind dat je best niet te zielig wordt zoals die Canadese lesbische moslimactiviste Irshad Manji. Zij was in december 2011 te gast in Amsterdam en werd toen door leden van Sharia4Belgium bekogeld met eieren. Achteraf moest ze daar niet over komen piepen, want in haar lucratieve boek Het islam dilemma behandelde ze afwijkende toestanden. Wie zich tot katholiek laat dopen, moet later ook niet klagen dat hij geëxcommuniceerd wordt omdat hij vindt dat Maria wetenschappelijk gezien geen maagd kon zijn toen ze Jezus kreeg. Als je lid van een kerk wordt, moet je er alle consequenties bijnemen.”

In wat voor gezin groeide u op?

Dennis Honing: “Mijn moeder was een volkse vrouw en zat vaak op café. Mijn vader had een goede baan bij de zoo in Amsterdam. Ze waren totaal verschillend, hadden elkaar ontmoet op het verjaardagsfeest van een oom en werden op slag verliefd. Moeder was weduwe en had al een zoon. Vader was wat ‘wetenschappelijker’ en een atheïst.”

Religie speelde niet echt een rol?

“Mijn moeder hield wel van de christelijke symbolen. Er stond een portretje van Jezus op de kast en er hing een crucifix aan de muur, maar we gingen niet naar de kerk. In mijn puberteit zat ik braaf thuis en bleef ik ver weg van de meisjes. Niet uit heiligheid, maar omdat ik een verlegen jongentje was. Ma had een drankprobleem en pa was streng, hij stamde uit de jaren vijftig: van hem moesten we vroeg naar bed en veel fruit eten. Als moeder erg dronken was, werden de teugels gevierd. Haar alcoholisme hielden we binnenskamers: voor de buitenwereld waren wij een keurig gezin met een eigen huis en een mooie auto voor de deur. Je hoort nu vaak zeggen dat veel geradicaliseerde jongeren stammen uit een ‘achtergesteld milieu’, en voor een groot deel is dat ook zo, want veel ‘doorsnee’ moslims zitten nu eenmaal nog steeds in de laagste klasse van de samenleving. Maar een vriend die zich in Irak onlangs opblies, had een baan als computerdeskundige en een auto van de zaak. Hij zat op een helpdesk en kreeg telefoontjes uit de hele wereld.”

U was verlegen en ging nauwelijks uit, en kwam toch in de criminaliteit terecht?

“Ja, want dat vond ik best wel spannend. Op school ontdekte ik de hiphop-subcultuur waarin diefstal heel gewoon is. Op een bepaald moment liet ik me verleiden om op straat de tas te roven van een oude dame. Dat was een absoluut dieptepunt. Ik werd veroordeeld tot vier maanden jeugdgevangenis. Mijn wereld stortte in; vier maanden leken vier jaar.”

Is er een link tussen de underground hiphopcultuur en het jihadisme?

Zeker. Hiphop was de stem van de teleurgestelde zwarte onderklasse in Amerika. Wij hebben in onze steden ook zo een teleurgestelde onderklasse. Jonge moslims van Marokkaanse origine herkennen zich in hiphopmuziek en in zinnetjes als: ‘We moeten stelen want we krijgen geen baan.’

“Vanaf mijn 14e was ik gefascineerd door religie, eerst door het christendom, maar dat ruilde ik vrij snel in voor de islam. Hier in Noord-Holland lacht de blanke Nederlander met zijn religie. Marokkanen en Turken hebben wél respect voor hun godsdienst. Ik begreep ook het nut van bepaalde compromisloze aspecten van de radicale islam, zoals geen alcohol en strikte regels in de omgang tussen man en vrouw.”

Is de stap naar de radicale islam toch niet erg groot voor een Nederlandse jongen uit een seculier milieu?

“Dat valt best mee, want ik had als grote ‘voordeel’ dat mijn vader daar geen problemen over maakte, hij zei: ‘Zoek het zelf maar uit.’ Voor een jongen als Fouad Belkacem lag dat heel wat moeilijker. Hij werd thuis als moslim opgevoed, maar niet met de denkbeelden van de radicale islam. Toen hij salafist werd, nam hij een gigantische stap. Zijn ouders zullen wel geroepen hebben: ‘Je bent gek!’

“Via-via kwam ik in contact met de apolitieke ‘lieve salafisten’: korangeleerden van Saoedi-Arabische origine. Dat ‘lief’ mag je met een flinke korrel zout nemen, want de teksten van die Saoedi-Arabische paleisgeleerden liegen er niet om. Ze zijn net zo dogmatisch als de jihadi-salafisten, alleen hebben ze er een laag hypocrisie overgelegd omdat het Saoedische koningshuis dolgraag oliezaken doet met Amerika. Maar net als in de Islamitische Staat wordt er in Saoedi-Arabië ook gestenigd en onthoofd.

“Een Amsterdamse vriend vroeg: ‘Ga je mee naar de moskee?’ Daar kwam ik in contact met politieke salafisten. Die kerels zijn ontzettend sneaky. Ze hebben geen eigen gebouwen, maar infiltreren in bestaande moskeeën, en zitten er stil te wachten als vlooien op een hond. Ik kwam daar aan bij die moskee en er stapte een bekeerling naar buiten. Twee meter lang, in een wit gewaad, lang haar, blauwe ogen. Hij leek wel de messias.”

 

Is elke vorm van salafisme per definitie gewelddadig?

“Ja, want het is té orthodox. De islam heeft sowieso een gewelddadige component. In Nederland en België heb je een bovenlaag van imams die zeggen: ‘Laat homo’s met rust, ga naar school, ga werken, gebruik geen geweld.’ Maar diezelfde bovenlaag heeft nooit de teksten afgezworen waarin staat dat de afvallige gedood moet worden en dat een moslim alleen bloedgeld moet betalen als hij een christen afmaakt, maar gedood moet worden als hij een moslim doodt. Neem Charlie Hebdo: de imams stonden meteen te roepen dat die aanslag niks met de islam te maken had en verklaarden de gebroeders Kouachi voor gek. Maar diezelfde imams accepteren net als alle andere soennieten wereldwijd de jurisprudentie: ‘Wie de profeet beledigt, krijgt de doodstraf. Spijt of geen spijt, man of vrouw, moslim of niet moslim, het hoofd moet eraf.’ Zolang ze die stelregel niet openbaar afzweren, is het dweilen met de kraan open. Want jongeren gaan zelf op zoek op internet en lezen overal: ‘Wie de profeet beledigt, moet dat met zijn leven bekopen.’ Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen. Als jongens op hun kamer naar filmpjes op YouPorn kunnen zitten kijken terwijl hun ouders beneden tv kijken, kunnen ze toch ook via datzelfde internet salafistisch worden terwijl mama en papa voor de buis liggen?

“Ikzelf kwam eerst in de laagdrempelige liberale Poldermoskee in Amsterdam terecht. Dat ging prima, en na een paar maanden hoorde ik de imam een paar kleine opmerkingen maken over het salafisme. ‘Salafisten si, salafisten la.’ Ik kende die club nog niet, dus spitste ik mijn oren. Ik kreeg sympathie voor die underdog waar zoveel over geklaagd werd. Op een dag ging ik samen met een vriend naar een bekeerlingendag in de Apollohal in Amsterdam. Er kwamen twee salafisten binnen en mijn vriend riep: ’Kijk, daar lopen er twee!’, alsof we op safari waren en een koppel olifanten zagen paren. Maar die kerels maakten indruk op me met hun compromisloosheid én hun uiterlijk. Ik hoorde de imams in de Poldermoskee zoutloos weeklagen over hen, en ik dacht: ‘Ik ben dat politiek correct gelul spuugzat, ik wil dat salafisme zelf wel eens ontdekken.’”

Eind 2010 zocht u Fouad Belkacem op?

“Ik wou hem interviewen. Je kan van Abu Imran zeggen wat je wil, maar hadden we maar politici die zo makkelijk vragen beantwoorden. Ik laat dat interview nu op YouTube staan, want we leven in een democratie en zo kan iedereen de man en zijn denkbeelden leren kennen. Hij vertolkt wat op straat leeft en niet wat door de overheid gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren. Figuren als die Nordine Taouil uit Antwerpen hebben het helemaal verpest. Terwijl ze aan het kwaken waren en zichzelf complimentjes uitdeelden, kon het salafisme rustig zijn gang gaan. In de strijd tegen radicalisering vertrouwen politici te veel op mainstream imams. Geen enkele salafist neemt hen serieus. Het is alsof je een gereformeerde protestant uit Friesland naar België stuurt om er het kindermisbruik in de katholieke kerk op te lossen.

“Ik kwam vaak langs bij Abu Imran en hij heeft nooit dwang op me uitgeoefend. Hij hing nooit aan de telefoon om te klagen dat hij me een week niet gezien had. De jongens van Sharia4Belgium waren geen Jehova-getuigen. Als ik bij Abu Imran zonder afspraak binnenviel, zat daar vaak een boze baardloze Marokkaan: ‘Ik zie je voortdurend op tv, wat ben je van plan?’ Abu Imran antwoordde rustig en beheerst, urenlang, dat gesprek verliep zeer democratisch. Op tv zag je hem schreeuwen en afschuwelijke dingen over Marie-Rose Morel vertellen, maar bij hem op visite was hij de rust zelve. Je voelde je aangetrokken maar er werd nooit aan je getrokken. Dimitri Bontinck wil ons doen geloven dat zijn zoon Jejoen het onbevlekte kindje Jezus is dat door duivel Belkacem in de olijftuin nat gelikt is. Onzin. Denk je dat de teruggekeerde Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie in de ban was van Fouad Belkacem? Helemaal niet, Younes is geen dommerik. Er was geen druk, alleen charisma. In de liberale moskeeën is pas druk. ‘Kom je nog een keertje? Toe, kom nog eens langs!’ Van die gasten van Sharia4Belgium hoorde je nooit iets. Zij belden nooit.”

In 2010 werd Sharia4Belgium nog gezien als een clubje ongevaarlijke clowns. Aan het eind van dat jaar interviewde ik in Londen Belkacems mentor, Anjem Choudary. Die man zei toen vriendelijk dat het de bedoeling was om wereldwijd de democratie uit te schakelen en de sharia in te voeren.

“Grappig dat niemand toen leek te beseffen wat er echt aan het gebeuren was. Toen ik bij Straat Dawah zat, een gelijkaardige organisatie als Sharia4Belgium, noemden de liberale moslims ons ook een stelletje gekken. Die liberale moslimorganisaties hadden macht, hun imams kwamen op tv en wij werden de mond gesnoerd. Nu is het omgekeerd en is alle media-aandacht verschoven van de liberale moslims naar die groep die vroeger gebagatelliseerd werd maar nu in Syrië vecht.

“Onze politici hebben de radicalisering in het verleden onderschat, maar het waren echt kleine groepen dus misschien mag je ze het niet kwalijk nemen. Eerlijk gezegd heb ikzelf ook de aantrekkingskracht van Sharia4Belgium onderschat. Dat wil wat zeggen, want ik zat zelf in zo’n groepje. Ik vind het trouwens goed dat Belkacem en co veroordeeld zijn. Ze hadden echt wel kwaad in de zin en steunden de koppensnellers in Syrië. Niemand in het Westen kon de oorlog in Syrië zien aankomen, maar geef als politicus dan ook gewoon toe: ‘We hadden er geen zicht op.’ En vertel geen onzin zoals Ahmed Marcouch van de PvdA drie jaar geleden bij Pauw & Witteman. ‘Het zijn pubers’, zei hij. ‘Op Al-Jazeera zien ze geweld, ze komen op een pleintje samen en hop, ze besluiten om naar Syrië te vertrekken.’”

U had nu ook in Syrië kunnen zitten?

“Ja. Heel wat vrienden zijn dood. De jongen die zichzelf onlangs opblies, haalde me vaak thuis op. Urenlang zat ik met hem in de auto. We deelden lief en leed. Ik twijfelde al vroeg over de gang naar Syrië. Stiekem dacht ik: ‘Mooi, strijden tegen Assad. Maar je zal maar neergeschoten worden, en daar dan liggen afzien terwijl je ondertussen moet luisteren naar je dogmatische broeders: ‘Zo meteen vertrek je naar het paradijs.’’

“Ik heb het nu lastig met de bedreigingen van de salafisten. Ze hebben mijn vader gebeld, en van de bagger die ik via het internet binnenkrijg, word ik niet vrolijker. Mijn boek bezorgt me af en toe enge gedachten. ‘Wat als zo’n kerel op me af rent en me in mijn donder steekt?’ Maar dan besef ik dat ik in het verleden best ook veel mensen pijn gedaan heb. Want tegen al die miljoenen Nederlanders die de democratie in hun hart dragen, zei ik: ‘Weg ermee.’ En ik steunde Abu Imran toen hij de kanker van Marie-Rose Morel een straf van Allah noemde. Ik heb haar nabestaanden gekwetst en dat was fout.”

Dennis Abdelkarim Honing & Nikki Sterkenburg, Ongeloofwaardig, Uitgeverij Q, 240 p., 19,99 euro

 

© Jan Stevens

“Mohammed is een mythe”

In Het vierde beest gaat Tom Holland op zoek naar de wortels van de islam. Met zijn conclusie dat de door God gezonden profeet Mohammed een even grote mythe is als de godenkinderen Herakles en Romulus, gooit Holland een steen in de islamitische kikkerpoel. “De islam is niet door God op een dienblaadje aan Mohammed aangeboden, maar is schatplichtig aan het jodendom, het christendom en het Perzische zoroastrisme.”

 

“Een paar dagen geleden zat de definitieve versie van mijn documentaire over de islam in de bus”, zegt de Britse historicus Tom Holland terwijl hij het dvd-schijfje in de lade van zijn dvd-speler schuift. “Tijdens het schrijven van Het vierde beest ben ik voor Channel 4 naar het Midden-Oosten gereisd om een film te draaien over hetzelfde thema: hoe is de islam ontstaan?”

Holland drukt op play en op het tv-scherm glijdt het oog van de camera over een prachtig woestijnlandschap. De voice-over is van de schrijver zelf, die met lichte tremolo in zijn stem zijn speurtocht naar de bronnen van het moslimgeloof aankondigt en er meteen ook bij vertelt dat hij tot verrassende conclusies gekomen is. De documentaire start als een spannende detective, met flitsende beelden van de schrijver die in de archieven van de British Library op zoek gaat naar bronnenmateriaal over de profeet Mohammed en snel vaststelt dat er quasi niets te vinden is.

Na tien minuten duwt Tom Holland op stop en wordt het scherm zwart. “Channel 4 was van plan om mijn film deze zomer uit te zenden”, zegt hij. “Maar de kans is reëel dat hij nooit te zien zal zijn, want de bazen maken zich grote zorgen over de mogelijke reacties van radicale moslims. Mijn stelling dat de islam mensenwerk is, spoort immers niet met de traditionele visie.”

De geschreven neerslag van Hollands onderzoek is er wel, alvast toch in het Nederlands, want twee maanden vóór de Engelse publicatie ligt de Nederlandse editie van Het vierde beest in de boekhandel. Voorlopig oogt Holland ontspannen en staan er nog geen bodyguards voor zijn huis in een rustige Londense buitenwijk, al is hij toch een beetje bezorgd. “Soms schrik ik middenin de nacht wakker”, bekent hij. “‘Wat als ik het mis heb?’ denk ik dan. Ik heb niet de pretentie om te stellen dat mijn tekst in marmer gebeiteld is. Ik heb geschreven wat ik denk dat er gebeurd is, en ik aanvaard dat ik misschien fout ben. Ik hoop alleen uit de grond van mijn hart dat niemand zich beledigd zal voelen. De toekomst zal uitwijzen hoe gevaarlijk het is om een boek als dit te schrijven.”

 

Een dinosaurus in de straten van Londen

U begint uw boek met een quote van Salman Rushdie. Is dat het noodlot niet een beetje tarten?

Tom Holland: Ik vind dat Rushdie in zijn Satanische verzen te beledigend was. Als je het als schrijver in je roman hebt over een bordeel waar de prostituees de namen van de vrouwen van de profeet dragen, vraag je om problemen. Natuurlijk had Rushdie het recht om te schrijven wat hij geschreven heeft, en ik verdedig dat recht ook. Maar door zo beledigend uit de hoek te komen, heeft hij zich danig in nesten gewerkt. Ik heb mijn onderzoek naar het ontstaan van de islam niet gevoerd als een devote moslim. Ik ben ervan overtuigd dat de koran het werk van mensen is en ik probeer te verklaren waar de islam in wortelt. Wie kan daar in godsnaam bezwaar tegen hebben?

Ik ben Het vierde beest beginnen schrijven met dezelfde ingesteldheid als bij mijn vorige non-fictieboeken. Die handelden vooral over het ontstaan van het christelijke Europa na het instorten van het West-Romeinse Rijk. Die overgang fascineerde me: hoe lang duurde het afbrokkelen van de Romeinse macht en op welk moment nam het een middeleeuwse vorm aan? Nadat ik West-Europa uitgebreid onder de loep genomen had, lag het voor de hand om te gaan onderzoeken wat er met het Oost-Romeinse Rijk gebeurde. Dus startte ik met het verhaal te vertellen van de opkomst van de islam vanuit het perspectief van de Romeinen. Ik veronderstelde dat er ontzettend veel bronnen over die periode terug te vinden zouden zijn, maar dat viel lelijk tegen. Het was zo teleurstellend dat ik op een bepaald moment vreesde dat ik het hele project zou moeten afblazen. Het uiteindelijke boek is niet alleen totaal anders geworden, de research heeft me ook veel meer tijd gekost. In totaal ben ik er meer dan vijf jaar mee bezig geweest.

 

Hoe komt het dat de oorspronkelijke bronnen zo vertroebeld zijn?

Holland: In de loop der eeuwen zijn er in de koran zoveel lagen over de grondlaag gelegd, dat het bijna onmogelijk is om die oorspronkelijke laag weer boven te spitten. De koran is de meest mysterieuze oude tekst die ik ken. De schriftgeleerden die hun hele leven aan de studie van dat boek gewijd hebben, hebben er zelf geen flauw idee van waar het vandaan komt. Mohammeds volgelingen zien het als zijn openbaringen van God. Veel moslims begrijpen niet alles wat er in staat. Er zijn passages waar ze geen touw kunnen aan vastknopen of woorden die totaal onbegrijpelijk geworden zijn. Er klinken echo’s in door van oude gnostische teksten die in de mist der tijd verdwenen zijn. Zo staan er passages in over de kruisiging van Christus die uit dat soort van teksten stammen, maar niemand weet wat ze daar staan te doen. Het is alsof je op een wandeling door de straten van Londen plots oog in oog zou staan met een dinosaurus. De koranteksten zitten vol gefossiliseerde overblijfselen van veel oudere teksten. Het boek is als een groot meer waarin alle stromen van de oudheid toekomen.

 

U hebt geprobeerd om al die verschillende stromen te traceren?

Holland: Precies. Culturen verschijnen niet zomaar uit het niets. Engelen dalen niet neer uit de hemel om mensen revolutionaire nieuwe inzichten mee te delen. Dat is nochtans wel wat traditionele moslims geloven. Zij zijn ervan overtuigd dat de islam gestart is met God die zich in de woestijn door middel van de engel Gabriël openbaarde aan de analfabeet Mohammed. Voor hen is het belangrijk dat de religie op mythische wijze start in een woestijn en dat Mohammed niet kan lezen of schrijven. Dat geldt trouwens ook voor het christendom: Maria was niet voor niets een maagd. Want het beeld van de goddelijke Jezus zou zwaar besmeurd zijn als zou blijken dat zijn moeder met een minnaar in bed gedoken was. Dat risico konden de priesters niet nemen, daarom moest Maria wel maagd zijn. Als Mohammed geen analfabeet was, maar heel sterk betrokken bij alles wat er in zijn tijd gebeurde, is de kans groot dat zijn openbaringen van menselijke aard zijn en niet van goddelijke. Dus moest de ongeletterde Mohammed diep in de woestijn gedumpt worden en moesten alle linken met de Romeinse of Perzische beschavingen weggepoetst worden.

 

Apocalypse now

In het christendom bestaat al lang de traditie om de bijbel kritisch onder het licht te houden en op zoek te gaan naar de oorsprong van de teksten. Heeft de islam die traditie niet?

Holland: Toen in de negentiende eeuw het deconstrueren van de bijbel en van de christelijke geschiedenis begon, werd de islam met rust gelaten. De westerse geleerden hadden geen emotionele band met die religie en lieten de koran links liggen. Toch begonnen sommigen zich aan het eind van de 19e eeuw af te vragen of alle uitspraken van Mohammed die na zijn dood in 632 zogezegd mondeling overgeleverd waren en vanaf 800 door Arabische schriftgeleerden als hadith in de soenna waren vastgelegd, werkelijk uit de mond van de profeet kwamen. Van in de jaren zeventig van de vorige eeuw is het onderzoek naar de koranteksten echt van start gegaan. Traditionele islamgeleerden interpreteren ook nu nog de koran en het leven van Mohammed in het licht van de hadith of uitspraken uit de soenna. Maar je kan alleen maar deftig historisch onderzoek voeren als je teksten en mensen plaatst in de context van de wereld waarin ze ontstaan of geboren zijn. Als je te weten wil komen wie koning Arthur echt was, heeft het niet veel zin om dat te doen vanuit het perspectief van Chrétien de Troyes die in de twaalfde eeuw de ridderroman Perceval schreef. Om vast te stellen wie Arthur misschien geweest is, moet je terug naar zijn tijd: naar de context van de 5e en 6e eeuw.

 

Het beeld van Mohammed dat u nu heeft, verschilt dus grondig van het beeld dat een hedendaagse moslim van hem heeft?

Holland: Als historicus zou ik niet teveel willen inzetten op het leven van Mohammed zoals het traditioneel geportretteerd wordt. Elke religie die op teksten en wetten gebaseerd is, heeft een bron nodig om ze te rechtvaardigen. Ze kan alleen maar met gezag wetten uitvaardigen als ze die rechtstreeks van God gekregen heeft. De islam heeft dat vanaf de 8e eeuw gedaan door alle wetten en uitspraken van de soenna toe te wijzen aan Mohammed, ook als ze in werkelijkheid deel uitmaakten van plaatselijke wetgevingen of uit Perzische zoroastrische gewoontes stamden. Moslims geloven dat alles terug te voeren is naar één man: Mohammed. Islamitische geleerden stellen dat de oorspronkelijke, ongerepte islamitische staat gebouwd is in Medina en markeren die oerstaat als de eerste en voornaamste gouden eeuw. Vergeleken daarmee valt volgens hen al de rest in het niet: ze is het model voor alles. Naar mijn bescheiden mening is dat een mythe. Het is gewoonweg onmogelijk dat een beschaving die zo verheven is, zo subtiel, zo gecompliceerd en zo verweven met invloeden van vroegere beschavingen, op een dag door God op een dienblaadje aangeboden wordt aan één man.

 

Welke invloeden van vroegere beschavingen waren dat dan?

Holland: In de tijd van Mohammed bloeiden er talloze religies, waaronder het christendom, het judaïsme en het zoroastrimse. Binnen die godsdiensten waren er ook nog eens ontzettend veel strekkingen. Zo geloofden sommige christenen dat de God uit het Oude Testament niet dezelfde was als die uit het Nieuwe. Sommige Joden geloofden dan weer dat Jezus echt de Messias was. Mohammeds religie was een van de vele. Inspiratie voor zijn uitspraken haalde hij bij veel oudere tradities en ideeën. Zijn denkbeelden sloten nauw aan bij een apocalyptische beweging die door de spanningen tussen het Romeinse en Perzische rijk floreerde. Toen Abd al-Malik, de eerste grote kalief, in 685 aan de macht van het Arabische rijk kwam, moest er orde op zaken worden gesteld. Al-Malik zocht zijn heil bij Mohammed om zijn acties te rechtvaardigen. Mohammed was een Arabier en hij was dood: dat waren twee grote voordelen. Want dat wou zeggen dat Abd al-Malik wetten aan Mohammed kon toewijzen die eigenlijk uit de koker van de kalief zelf ontsproten waren. Alles wat we nu met de orthodoxe islam vereenzelvigen, begint bij Abd al-Malik: de islamarchitectuur, de vijandigheid tegenover beelden en Mohammed als profeet. Tot voor de machtsovername door Al-Malik is op geen enkel document een aanwijzing terug te vinden dat Mohammed een profeet zou zijn. Abd al-Malik gebruikte Mohammed op dezelfde manier als de Romeinse keizer Constantijn in de derde en vierde eeuw het christendom gebruikte. Constantijn had heel goed begrepen dat een almachtige God goed van pas kwam om zelf almachtig te kunnen heersen. De leer van Mohammed kwam Abd al-Malik beter uit dan die van het christendom, want hij kon ze nog kneden en boetseren en aanpassen aan zijn eigen noden.

In de eeuwen die daarop volgden, hebben de schriftgeleerden een systeem van wetten gebouwd die goddelijke macht gekregen hebben omdat ze aan Mohammed worden toegeschreven. Als moslims vandaag iets willen rechtvaardigen, refereren ze nog steeds aan Mohammed. Als er binnen de islam discussie is over de hoofddoek zullen de tegenstanders stellen dat Mohammed een feminist was. De voorstanders zeggen dan weer: ‘Mohammed bedekte zijn vrouwen.’ Het begrip ‘Mohammed’ is zo vaag geworden dat iedereen er om het even wat kan instoppen. Als je de soenna leest, lijkt het wel alsof Mohammed over zowat alles compleet tegengestelde opinies had. Een moslim die graag een glas wijn lust, zal zonder twijfel een hadith vinden die hem zal toelaten ongestoord wijn te drinken.

 

Had de islam politieke macht nodig om groot te worden, of hebben de machthebbers de islam gebruikt om hun macht te vergroten?

Holland: Het werkte langs twee kanten. De Arabieren gebruikten de islam om zichzelf te legitimeren, en de islamleiders gebruikten het Arabische rijk om zichzelf te propageren. Het Midden-Oosten was toen een ongelooflijke gruwelzone, nog veel meer dan het nu is. Het was verwoest door oorlog, honger en ziekte en er waren geen solide structuren meer. De pest had 40% van de bevolking uitgeroeid en er werd een langdurige brute, bloedige oorlog uitgevochten. Daardoor vormde het Midden-Oosten de perfecte voedingsbodem voor de islam. Want net als het christendom was de islam apocalyptisch: net als Jezus ervan overtuigd was dat de eindtijd nabij was, geloofde Mohammed dat ook. God zou het universum opvouwen en in de vuilbak keilen. De God waarover Mohammed het had, was een God die de mensheid met een vingerknip kon vernietigen. Het leek alsof het elke seconde kon gebeuren.

 

Sigmund Freud

De voornaamste kritiek van moslims op uw boek zal vermoedelijk zijn dat u als niet-moslim geen voeling hebt met de finesses van hun geloof.

Holland: Ik begrijp dat het voor veel gelovigen moeilijk zal zijn om het verhaal over Mohammed in de woestijn te herleiden tot wat het is: een mythe. Omdat ik een westerse historicus ben, kan ik de ontstaansgeschiedenis van de islam met grote objectiviteit onderzoeken en beschrijven. Als je als onderzoeker emotioneel te betrokken bent met je onderwerp, komt je objectiviteit onder druk. Ik had veel liever gehad dat de bronnen duidelijker geweest waren, want dan was mijn job simpeler en veiliger geweest. Dan zou dit boek ook minder controversieel zijn. Maar ik kan niet anders dan concluderen dat Mohammed evenveel door God gezonden is als die andere godenkinderen Herakles of Romulus.

 

Net als Jezus?

Holland: (zucht) Ik kan niet ontkennen dat die conclusie tijdens het schrijven van dit boek af en toe door mijn hoofd spookte. Als ik een onderzoek gevoerd zou hebben naar de bronnen van het christendom, was ik waarschijnlijk emotioneel meer betrokken geweest. Ik zou misschien niet voldoende afstand hebben kunnen inbouwen omdat ik opgevoed ben als een christelijke gelovige.

 

Bent dat nog steeds?

Holland: Ik denk dat ik een agnostische christen ben. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat je geen moslim hoeft te zijn om de islam te mogen bestuderen. Je moet toch ook geen Griek zijn om onderzoek te mogen voeren naar het Athene uit de oudheid? Ach, misschien ben ik wel niet helemaal onbevooroordeeld. Ik ben bezeten van de oudheid, waardoor ik waarschijnlijk ook iets te graag wil dat de islam doordrongen is van sporen uit die tijd. Maar ik denk niet dat ik iemand beledig als ik stel dat de islam de erfenis meedraagt van de Perzen en de Romeinen, want dat waren fantastische beschavingen.

 

Bij de passages in uw boek over de instorting van het Romeinse Rijk, kreeg ik af en toe het gevoel dat we in Europa nu in een gelijkaardig tijdsgewricht leven.

Holland: Dat gevoel had ik bij elk boek dat ik over de oudheid geschreven heb. Maar ondanks alle ellende leven we nu in een veel veiliger en gelukkiger tijd; het geweld was toen immens veel groter. Door de oudheid te bestuderen, ben ik pas goed beginnen beseffen hoe diep de wortels van onze moderniteit zitten. Als je een psychoanalyticus raadpleegt, zal hij je ondervragen over je jeugd en niet over wat er gebeurde op je 34e. In dit boek en in al mijn werk zit iets psychoanalytisch: ik kijk naar foute herinneringen en probeer te achterhalen wat er werkelijk achter die foute herinneringen schuilgaat.

 

Eigenlijk bent u de Sigmund Freud van de geschiedschrijving?

Holland: Juist. Alleen steek ik het niet allemaal op seks.

 

Tom Holland, Het vierde beest. Het ontstaan van de islam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 432 blz., 29,95 euro, ISBN: 978-90-253-6908-8

 

© Jan Stevens

Antiterreurkamp

In het weekend van 7 augustus volgden in het Britse Warwick 1300 jonge moslims het allereerste antiterreurkamp ter wereld. Muhammad Tahir-ul-Qadri, de islamgeleerde die begin maart een fatwa tegen terreur uitvaardigde, toonde hen de weg: “Volg de profeet Mohammed. Niet Bin Laden.” Knack mengde zich onder de gelovigen.

Zaterdag, 7 augustus, 10 uur. In de lobby van de Rootes Building van de Universiteit van Warwick schuiven rijen kleurrijke jonge mensen geduldig aan de loketten aan. Allemaal uitgedost op hun islamitische paasbest. De jonge mannen in een lange, smetteloos witte shalwar kameez, de jonge vrouwen in een fraai versierde abaya. Alle vrouwen dragen een hoofddoekje. Sommige verbergen hun gezicht achter een niqab; een paar meisjes verstoppen zich helemaal in een zwarte chador. Ze komen zich registreren als deelnemers aan het allereerste antiterreuropleidingskamp ter wereld. Achteraan in de rij staat Usma, een prille twintiger. “Mijn collega’s vroegen me: ‘Wat ga je dit weekend doen?’”, zegt hij. “Ik antwoordde: ‘Ik ga naar een terreurkamp, een opleiding volgen bij Al-Qaeda.’” Hij lacht. ‘Ik ben de enige moslim in het bedrijf en af en toe nemen mijn collega’s me in de maling. Nu was het mijn beurt. Toen ik hen vertelde wat ik echt ging doen, konden ze hun oren nauwelijks geloven. ‘Een wat? Een antiterreurkamp?’ Teveel mensen linken de islam aan bloederige aanslagen en zelfmoordterroristen. Terwijl het in werkelijkheid om liefde, broederlijkheid en vrede gaat.”

De Islamitische organisatie Minhaj-ul-Quran International (MQI) van rechtsgeleerde Muhammad Tahir-ul-Qadri (°1951) heeft dit weekend het grootste deel van het 3 km² grote terrein van de Universiteit van Warwick afgehuurd voor Al-Hidayah of ‘de gids’, het allereerste antiterreurkamp ter wereld. “We verwachten minstens 1300 jonge moslims”, zegt mede-organisator Mohammed Khan. “De meesten komen uit Groot-Brittannië, maar er zijn ook heel wat deelnemers uit Noord-Amerika en uit Europese landen. De roots van hun ouders, grootouders of overgrootouders liggen vaak in Pakistan, India of Bangladesh. Het is niet de eerste keer dat we een bijeenkomst zoals deze organiseren. Onze jaarlijkse zomeruniversiteit is voor veel jonge Britse moslims een traditie geworden. Lezingen en workshops helpen hun geloof te verbreden en verdiepen. Maar dit jaar gooien we het over een andere boeg: onze stichter Muhammad Tahir-ul-Qadri heeft Al-Hidayah nu bewust omgevormd tot een antiterreuropleidingskamp. Hij maakt zich grote zorgen over het woekerende extremisme en wil jongeren ervan bewust maken dat islam niet om geweld draait, maar om liefde en mededogen.”

Virale infectie

De Pakistaanse islamitische rechtsgeleerde Muhammed Tahir-ul-Qadri haalde begin maart het wereldnieuws toen hij zijn fatwa tegen terrorisme en zelfmoordaanslagen uitsprak. Hij was niet de eerste islamgeleerde die terrorisme veroordeelde, maar hij was wel de eerste die beredeneerd vanuit de koran zwart op wit stelde dat terroristisch geweld in de naam van Allah altijd verboden is. “Het belang van Muhammed Tahir-ul-Qadri’s fatwa kan niet onderschat worden”, zegt Mohammed Khan. “De professor wordt in de islamwereld als een autoriteit beschouwd. Sinds hij MQI in 1981 gesticht heeft, heeft hij lezingen gegeven in meer dan 70 landen. Hij heeft meer dan 400 boeken over de koran en de islam gepubliceerd en er liggen er nog 1000 te wachten op publicatie. Als Muhammed Tahir-ul-Qadri spreekt, luisteren de moslims.”

En spreken zal Muhammed Tahir-ul-Qadri dit weekend. Want van zaterdag tot maandag staan er vier lezingen van hem op het programma. “Ik ben niet de enige die aan het woord komt”, zegt hij bijna verontschuldigend. “Er staan ook nog workshops gepland. Dit antiterreurkamp is de logische voortzetting van mijn fatwa. De bedoeling van deze Al-Hidayah is om de moslimjeugd weg te halen van het radicalisme en hen spirituele waarden bij te brengen. De overgrote meerderheid van de moslims is altijd gekant geweest tegen extremisme. Jammer genoeg hebben de media hen te lang doodgezwegen, ook al hebben veel broeders en zusters het terrorisme altijd veroordeeld.”

Misschien hebben ze niet hard genoeg geroepen? “Dat is mogelijk, maar dat verandert niets aan het feit dat hun stemmen nooit gehoord zijn. Ik apprecieer het werk van de media, maar ik zou het fijn vinden als ze wat meer aandacht zouden besteden aan de silent majority van vredelievende, gematigde moslims. Terrorisme komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het heeft een hele voorgeschiedenis. Het heeft wortels, die groeien in vruchtbare, radicale bodem. In extremisme. Het begint als een ideologische infectie. Moslimextremisme interpreteert de koran op een totaal verkeerde manier. Verschillende religieuze centra, islamscholen, universiteiten helpen dat extremisme verspreiden. Via het internet raken jongeren over de hele wereld besmet. U houdt het niet voor mogelijk hoeveel websites er onderhouden worden door extremistische groeperingen. Ze hersenspoelen onze jonge mensen. Natuurlijk is dat extremisme geweldloos. Tenminste, het laat geen sporen van geweld na. Maar het is de start van een lang proces dat eindigt in moord en doodslag. Radicalisme vormt de ideologische, filosofische en politieke basis voor terrorisme. Extremisten en terroristen geven een totaal verkeerde betekenis aan de islam. Ze doen dat bewust om zo hun eigen politieke agenda te kunnen uitvoeren. De extreme ideologie verspreidt zich als een virus. Dokters zullen u vertellen dat veel virale infecties kunnen uitgroeien tot dodelijke ziektes. Zo kan onbehandelde hepatitis c leverkanker veroorzaken. Daarom moet een infectie altijd behandeld worden, zodat vermeden wordt dat het virus van het radicalisme zich ontwikkelt tot terrorisme. De behandeling begint vandaag hier, op Al-Hidayah.”

Moeten radicale meningen dan aan banden gelegd worden? “Er is vrijheid van meningsuiting. Maar teveel antiterrorisme-experts verwaarlozen het niet-gewelddadige extremisme. Dat is een fundamentele vergissing. Met mijn fatwa tegen terrorisme en alles wat daarop gevolgd is, wil ik de islam terug opeisen, weg van de radicale kapers. Wij willen de vrede terugbrengen naar de mensheid; wij willen de radicale jongeren terug brengen naar de normaliteit. Met dit eerste antiterreurkamp in Groot-Brittannië en in het hele westen, vechten we tegen de theologische en politieke uitwassen van het extremisme. We zullen jonge mensen onderwijzen en hen de ware, gematigde visie van de islam tonen die gebaseerd is op liefde, vrede, vriendelijkheid, mededogen, evenwicht, verdraagzaamheid, solidariteit, bescheidenheid, menselijkheid, mildheid. We willen jonge mensen trainen zodat ze niet langer kwetsbaar zijn en beïnvloedbaar. Tegelijkertijd willen we hen de waarden van liefde en vrede voor iedereen – moslims én niet-moslims – bijbrengen. De deelnemers aan Al-Hidayah moeten predikers worden in hun eigen gemeenschappen. Sommigen zullen verder opgeleid worden om lezingen te organiseren voor de lokale jeugd. Anderen krijgen een opleiding om van deur tot deur te gaan. We bestrijden de extremisten met gelijke wapens: mijn boodschappen vind je óók terug op het internet. Ik spoor elke jonge moslim aan om deel uit te maken van zijn of haar lokale gemeenschap. Om lid te worden van politieke partijen, mee te doen aan sociale evenementen, burger onder de burgers te worden. Met mijn organisatie MQI wil ik een generatie creëren die de ware boodschap van islam uitdraagt en die vecht tegen haat. De echte islam wil dat iedere mens op aarde in vrede kan leven. Zonder angst.”

9/11

Half twee. Tijd voor dhuhr, het middaggebed. De deelnemers aan Al-Hidayah trekken zich terug in de Copper Rooms, de concerttempel op het terrein van de Universiteit van Warwick. Andere weekends gaan rockliefhebbers en studenten hier hangbangend uit de bol; nu knielen meer dan duizend moslims er in stilte voor Allah. Op het centrale plein staat een slungelachtige jongeman schichtig om zich heen te kijken. “Ben jij van de pers?”, vraagt hij en stopt me snel een dvd in de hand. “Ontdek de waarheid over 9/11. Die aanslagen waren niet het werk van moslims, maar van de Amerikanen. Het bewijs is overweldigend.”

Waarom komt hij hier dvd’s uitdelen? “Ik woon vlakbij in Coventry, en hoorde vanmorgen op de radio over dit antiterreurkamp. Ik vind dat de moslims zich niets te verwijten hebben. Zij zijn niet verantwoordelijk voor al die doden in Irak en in Afghanistan.”

Is hij zelf een moslim? “Nee. Maar ik word ziek van dat gigantische complot. Hoe ik heet?” Hij aarzelt even. “Alex Iwanczuk. Ik ben geen activist of zo. Ik ben maar een gewone IT-expert, die vindt dat de waarheid eindelijk aan het licht moet komen. En die de mensen hier op het hart wil drukken dat niet hun moslimbroeders de terroristen zijn, maar de Amerikanen.”

Een half uur later zit de grote aula in de Arts Centre Hall afgeladen vol voor de eerste lezing van Muhammed Tahir-ul-Qadri. Hij laat geen twijfel bestaan over wie verantwoordelijk was voor 9/11. “Extremistische moslims misbruiken de buitenlandse politiek van sommige landen om haat op te wekken tegenover niet-moslims. Radicale predikers exploiteren de gevoelens van jongeren. Ze leren hen dat de moslimlanden niet genoeg doen om de islambelangen te beschermen. ‘Dus hebben we het recht om zelf de wapens in handen te nemen’, roepen ze. ‘Dus hebben we het recht om aanslagen te plegen zoals die van 9/11.’ Zij gaan regelrecht in tegen de islam.”

Het is muisstil in de aula. Aan de ene kant zitten de meisjes en vrouwen, aan de andere kant de jongens en mannen. Strikt van elkaar gescheiden. Vooraan zit Muhammed Tahir-ul-Qadri achter een tafeltje. Zelfzeker kijkt hij de zaal in. “De terroristen en extremisten verklaren dat de democratie van niet-moslimlanden en westerse landen haram, des duivels, is. Dat gaat lijnrecht in tegen wat de koran ons leert en is in strijd met de leer van klassieke islamautoriteiten. De radicalen zetten democratie tegenover islam. Ze zien democratie en deelname aan het democratisch proces als een daad van ongeloof. Ze proberen jullie zo te isoleren van de samenleving en ontvankelijk te maken voor terroristische acties. Ze verklaren het westen haram en zeggen: ‘Het is perfect in overeenstemming met de islam om in westerse landen terroristische aanslagen te plegen.’ Geen enkele moslim, geen enkele moslimorganisatie, niemand heeft het recht om in de naam van islam zich als een staat te gedragen. Het kan nooit de bedoeling zijn dat de moslims het in Groot-Brittannië voor het zeggen krijgen. De islam verbiedt ons zelfs om het bewind in handen te nemen in Downing Street 10. Als iemand je vader of je broer vermoordt, is het niet toegestaan om ook zijn vader of broer te doden. Het gerecht moet dan zijn werk doen. De koran verbiedt altijd om het recht in eigen handen te nemen. Zelfs bij een schrijnende onrechtvaardigheid. Nooit mag je oorlog beginnen voeren tegen de burgers van deze wereld. Nooit.”

Muhammed Tahir-ul-Qadri pauzeert even. In de zaal blijft het stil. Doodstil. Hij zegt: “Assimilatie is totaal verboden, net als isolatie. Het is niet toegestaan om je culturele en religieuze identiteit op te geven, maar je mag je ook niet afzonderen. De oplossing van de islam is integratie: integreer je in de Britse, Amerikaanse of Europese samenleving. Waar je ook leeft: zorg ervoor dat je een nuttig lid wordt van de maatschappij. Het is niet tegen je geloof om loyaal te zijn aan je land, om Brits te zijn. Het gaat niet om een keuze tussen Brits zijn of moslim.

Maak geen onderscheid tussen moslims en niet-moslims. De gematigde islam heeft dat de voorbije 1400 jaar nooit gedaan. Hét alternatief voor gewelddadige actie is participeren in het democratische proces. Neem deel aan de samenleving. Lanceer vredevolle projecten. In een democratie mag je stemmen, zodat je eventueel een nieuwe regering aan de macht kunt helpen. Probeer dingen te veranderen op een vredevolle, democratische manier.”

Stilte. Dan verheft de eerbiedwaardige professor Muhammed Tahir-ul-Qadri zijn stem en zegt heel uitdrukkelijk, met een priemende vinger wijzend naar het publiek: “De westerse staten zijn niet haram! Integendeel. De westerse wereld – Amerika, Engeland, Europa – is gelijkwaardig aan de wereld van de islam. Veel moslims leven als burgers in westerse landen. Ze genieten er van alle fundamentele rechten en vrijheden. Ze hebben de totale vrijheid om hun geloof te belijden, hun cultuur te beleven, hun taal te spreken, een onderneming uit te bouwen, een vereniging op te richten. Jullie mogen hier moskeeën bouwen, naar Mekka op bedevaart gaan, schapen offeren, vasten in de ramadan. Jullie hebben jullie eigen islamitische tv-zenders. Britse moslims die kritiek op het westen hebben, zouden eens een jaar in Pakistan moeten gaan leven. Wedden dat ze na een maand al terug op Heathrow staan? Dat niemand me ervan beschuldigt dat ik me door het westen laat sponsoren. Ik krijg van niemand geld. Elke man of vrouw die deelneemt aan dit kamp heeft uit eigen zak 200 pond betaald om te kunnen deelnemen. Niet aan MQI, maar aan de Universiteit van Warwick. Zodat niemand me kan verwijten dat er geld bij mijn vereniging blijft hangen. Ik spreek als een totaal vrij man. Alleen god sponsort mij.”

De toeschouwers applaudisseren. Qadri steekt zijn armen bezwerend op en het applaus verstomt. “Ik ben van niemand bang. Ik heb geen schrik van Bin Laden. Mijn leven is niet in zijn handen, mijn leven is in de handen van mijn god.” Applaus. “Tegen elke extreme moslim zeg ik: in dit westers land heb je werk, ontvang je een salaris. Als je ziek bent, wordt er voor je gezorgd. Als je werkloos wordt, krijg je een uitkering. Als je oud bent, heb je recht op een pensioen. Je hebt hier alle voordelen. En toch wil je tegen deze samenleving vechten? Je wil de mensen en instellingen die ervoor zorgen dat je een fatsoenlijk, menswaardig leven leidt, de lucht inblazen? Is dat islam? Volg Al-Koran. Niet Al-Qaeda. Volg de profeet Mohammed. Niet Bin Laden.” Opnieuw applaus. Lang en hard.

1001 nacht

Ahmad Khan heeft de lezing aandachtig gevolgd. Met zijn volle, zwarte baard, grijze kleed en rode tulband lijkt hij zo weggelopen te zijn uit een sprookje van duizend-en-één-nacht. Ahmads achtergrond is iets minder exotisch. “Ik kom uit Rotterdam”, zegt hij. “Ik werk er als geestelijk verzorger in de gevangenis. We zijn met zeventig meisjes en jongens vanuit Nederland naar Warwick gereisd om deel te nemen aan dit antiterreurkamp. Ik ben lid van de Nederlandse tak van MQI en we organiseren islamonderwijs, sportactiviteiten, culturele activiteiten en Arabische lessen voor jongeren. Allemaal vanuit een progressieve islamitische invalshoek. We zijn in Nederland actief sinds 1994. Lang voor 9/11.”

Was er toen al sprake van radicalisering bij jonge Nederlandse moslims? Ahmad Khan: “Nee, MQI was toen een gewone, mainstream islamorganisatie die spirituele en culturele activiteiten aanbood aan haar leden. 9/11 heeft alles veranderd. Sindsdien schenken we veel meer aandacht aan moslimjongeren. Zij zijn het kwetsbaarst. Ze worstelen met een identiteitscrisis, zitten gewrongen in de Nederlandse maatschappij en zijn daardoor vatbaar voor radicale opvattingen. Elk jaar organiseren we in Rotterdam het Mawlid Festival, waarop de geboorte van de profeet Mohammed herdacht wordt. De laatste keer waren er meer dan 800 jongeren. Daar hadden we ook lezingen en workshops rond radicalisme georganiseerd. De media hadden er totaal geen belangstelling voor. We kunnen hen niet dwingen, natuurlijk. We kunnen het wel vragen, maar verder zijn ze onafhankelijk. Dat is nu eenmaal vrijheid (lacht). Alleen is het jammer dat door het gebrek aan mediabelangstelling alle moslims als extremisten gezien worden, terwijl de meesten gematigd zijn. Dat vooroordeel is moeilijk te bestrijden.”

Bijna middernacht. In een zaaltje zitten honderd mensen samen voor de laatste workshop van de dag. Ze breken zich het hoofd over hoe ze het ‘echte vredevolle gelaat van de islam’ aan de mensheid kunnen tonen. “Stel dat je een niet-moslim ontmoet die weet dat jij een moslim bent”, zegt de begeleider. “Hoe zou je het ijs breken? Overleg daarover met je buurman, en vertel me dan hoe jullie dat zouden aanpakken.”

“Bent u moslim?” vraagt mijn buurman. Ik moet hem teleurstellen. “U bent een journalist? Hoe toevallig. Ik woon in Manchester en ik ben druk bezig om een lokaal tijdschrift voor mensen van Pakistaanse origine uit de grond te stampen.” Dan steekt hij zijn hand op en vraagt het woord. “Ik denk dat ik weet hoe je het ijs breekt. Gewoon vriendelijk zijn helpt. Ik heb het net uitgetest.”

© Jan Stevens