Het meisje dat van IS won

Het jezidi-meisje Farida Khalaf was achttien toen haar dorp in de zomer van 2014 bezet werd door IS-jihadisten. Ze werd als slavin meermaals verkocht, mishandeld en verkracht. Ze ontsnapte en spreekt voor het eerst over de gruwel die haar werd aangedaan. “Ik wil geen wraak. Ik ben niet zoals zij.”

 

Halverwege het interview breekt ze. Het is voor het eerst dat Farida Khalaf met wildvreemde journalisten spreekt over wat haar in de zomer van 2014 in haar geboortedorp Kocho in Noord-Irak overkwam. Op 15 augustus werd haar dorp van zeventienhonderd inwoners op de vlakte ten zuiden van het Sinjar-gebergte, ingenomen door terroristen van IS. Ze doodden alle mannen en namen de vrouwen als oorlogsbuit mee naar Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat. Daar werd de toen 18-jarige Farida samen met haar oudere nichtje Evin en tientallen andere jezidi-meisjes gedumpt in een zwaarbewaakte hangar, de seksslavinnenmarkt waar IS-strijders van allerlei rang en stand dag en nacht maagden kwamen inkopen. Met het oog op een lucratieve doorverkoop werden Farida en Evin gekocht door een uit Libië afkomstige jihadist. Farida probeerde haar eer te redden door zelfmoord te plegen en sneed haar polsen over, maar werd op tijd gevonden. Een doktersechtpaar met IS-sympathieën lapte haar op en bezorgde haar netjes terug aan haar ‘eigenaar’. Ze werd meermaals mishandeld, geslagen, verkracht en als tweedehandskoopwaar doorverkocht aan een volgende jihadist. Farida en Evin raakten van elkaar gescheiden, maar vonden elkaar in het najaar van 2014 als bij wonder terug in een afgelegen IS-containerkamp in de buurt van de Syrische stad Deir al-Sur. Op 13 december slaagden ze erin te ontsnappen.

Nu leeft Farida op een geheim adres in Duitsland. Samen met de Duitse journaliste Andrea Hoffmann schreef ze het boek Het meisje dat van IS won, dat in april van dit jaar uitkwam. Hoffmann had haar begin 2015 ontmoet in een jezidi-vluchtelingenkamp vlakbij de Noord-Iraakse stad Dohuk. Vandaag, zaterdag 10 september, zien Farida en Andrea elkaar na maanden terug in Amsterdam. Ze lachen, wenen en knuffelen.

Op de rug van Farida’s hand is de naam van haar dorp getatoeëerd. Op de binnenzijde van haar arm staan de namen van haar door IS vermoorde vader en broer. Die tattoo mag niet gefotografeerd worden; ze is bang voor de veiligheid van haar nog levende familieleden. In haar boek zijn alle namen van geliefden, inclusief die van nichtje Evin, vervangen door pseudoniemen. Zelf heeft ze geen angst meer voor de beulen van IS. Farida Khalaf is haar echte naam, en ja, ze wil graag met haar gezicht in de krant.

 

Vlak na het verschijnen van uw boek wou u geen interviews geven, gefotografeerd of gefilmd worden. Nu wel. Vanwaar die drastische ommekeer?

Farida Khalaf: “Tot hiertoe was ik er psychisch niet klaar voor. Ik moest eerst zowel geestelijk als lichamelijk herstellen. Nu dat gelukt is, wil ik mijn stem laten horen. Niet alleen voor mezelf, maar voor alle jezidi’s. Ik wil dat de hele wereld te horen krijgt wat ons aangedaan is en wat ze met mij hebben gedaan.

“De jezidi’s vormen een religieuze minderheid in Irak. De andere gemeenschappen bekijken ons vol argwaan, want ze beschouwen ons als kafirs, ongelovigen. Allemaal lieten ze ons in de steek. We zijn een kleine gemeenschap, staan zwak en worden onderdrukt. Daarom spreek ik nu.”

 

Hoe zag uw leven eruit vóór 15 augustus 2014?

“We leefden onbezorgd. Mijn vader was soldaat in het Iraakse leger en werkte al dertien jaar aan de grens met Syrië. Ik had nog vier broers en we liepen allemaal school. Mijn oudste broer had net zijn middelbaar afgewerkt en stond op het punt om naar de universiteit te gaan. Ik zou aan mijn laatste jaar van het middelbaar beginnen. Daarna wou ook ik naar de universiteit, want ik droomde ervan om lerares wiskunde te worden. Mijn jongere broertjes deden allemaal hun best op school. Het dagelijkse leven in mijn dorp Kocho verliep rustig en harmonieus. Er waren geen spanningen tussen dorpsgenoten of met buren uit andere dorpen. Het leek alsof niemand slechte bedoelingen had.”

 

Niemand zag de overrompeling door IS aankomen?

“We geloofden niet dat ze zo ver zouden oprukken, laat staan dat ze Kocho zouden binnenvallen. We zagen wel op de televisie hoe IS op andere plaatsen in Irak dood en vernieling zaaide en hadden ontzettend veel medelijden met de slachtoffers. We konden die bloeddorst niet begrijpen. Ik dacht: ‘Hoe kan een mens een ander mens zoiets aandoen?’

“Op 3 augustus 2014 vielen ze eerst het gebied rond de berg Sinjar binnen. Daarna omsingelden ze ons dorp. Tot 15 augustus zaten we vast. We konden geen kant op; ontsnappen was onmogelijk. We wachtten op hulp van buitenaf, maar er gebeurde helemaal niets. We hoopten dat het Iraakse leger of de Koerdische Peshmerga-soldaten ons zouden komen bevrijden. Wanhopig hoopten we op hulp van de rest van de wereld. Iedereen liet ons aan ons lot over. Die 15e augustus reden dertien gloednieuwe witte pick-ups vol in het zwart geklede zwaarbewapende IS-strijders ons dorp binnen, hun zwarte vlaggen wapperend in de wind. Ik zag ze van op het dak van ons huis naderen. Alle dorpsbewoners moesten naar de school komen. Die dag hebben ze 450 mannen vermoord, waaronder mijn vader en mijn oudste broer en heel wat familieleden. Diezelfde dag hebben ze ook tachtig vrouwen gedood. Sommigen waren hoogzwanger.”

 

Mensen die vroeger uw buren waren, kozen openlijk de kant van IS?

“Ja. De Arabische dorpen rondom sloten zich aan bij IS. Dorpelingen die vroeger goede kennissen waren, stelden ons in de school voor de keuze: ofwel bekeren tot de islam, ofwel behandeld worden als ongelovigen. Niemand van ons heeft zich toen bekeerd. Daarom ook hebben ze al onze mannen vermoord. Mijn vader had op voorhand gezegd: ‘Als we voor de keuze staan tussen de dood of ons geloof, kiezen we voor ons geloof.’”

 

Hoe belangrijk is uw geloof nu voor u?

“Niets is belangrijker.”

 

Ondanks alles wat u meegemaakt hebt, blijft uw geloof overeind?

“Ik zal mijn geloof nooit afzweren. Ze hebben deze ellende enkel en alleen over ons uitgestort omdat ze een hekel hebben aan de manier waarop wij onze religie beleven. Maar al dat leed dat ze veroorzaakten, bracht ons alleen maar dichter bij ons geloof. Diep in mijn hart geloof ik nog fanatieker dan vroeger.”

 

Die 15e augustus werden uw vader en uw twee oudste broers samen met de andere mannen op vrachtwagens afgevoerd. U wist toen niet wat hun lot zou worden?

“Nee. Door de ramen van het schoollokaal waar ze ons verzameld hadden, zag ik hoe ze de mannen wegvoerden. Ik werd gescheiden van mijn moeder en mijn kleine broers en werd samen met andere meisjes met bussen weggevoerd. Daarna heb ik meer dan drie maanden lang niets meer van mijn familie gehoord. Toen pas kreeg ik een telefoon te pakken. We hadden een simkaart uit de mobiel van een jihadist gepikt en in een kast vonden we een oude gsm. Ik belde eerst naar mijn oudste broer. De lijn was dood. Ik belde mijn tweede broer. Weer niets. Daarna toetste nicht Evin het nummer in van een oom. Ik vroeg hem wat er met ons gezin gebeurd was. ‘Je nest is ingestort’, antwoordde hij. ‘Je papa en broer zijn vermoord. Je andere broer had drie kogels in zijn lichaam en lag levend begraven onder de lijken. De anderen zijn spoorloos.’”

 

U was eerst naar Raqqa gebracht om samen met andere jezidische meisjes als slavin aan IS-strijders verkocht te worden?

“Ja. Mijn familie dacht dat ook ik doodgeschoten was. Ze hebben lang gezocht, maar ze vonden nergens informatie en kregen geen teken van leven. Toen ik onze oom na drie maanden aan de lijn had en zei dat ik Farida was, wou hij me eerst niet geloven. Hij dacht dat ik een bedriegster was, want hij was ervan overtuigd dat Farida dood was.”

 

Hebt u ooit bij een van de IS-leden iets van medemenselijkheid gevoeld?

“Nee.”

 

Farida’s stem stokt. Ze probeert haar tranen te bedwingen. Tevergeefs. Andrea Hoffman veert recht. “Vraag geen details alsjeblieft”, fluistert ze. “Dit is veel te moeilijk voor haar.” Ze omhelst Farida, waarna de stilte af en toe verbroken wordt door een ingehouden snik. Dan zegt Farida: “Ze hebben me ontelbare verschrikkelijke dingen aangedaan. Ze hebben het licht in mijn leven gedoofd. Maar ik wil me daar niet door kapot laten maken. Ik wil dat mensen weten wat me overkomen is.”

 

Zint u op wraak?

“Ik wil geen wraak. Ik wil niet dat de daders gedood worden. Ik wil wél dat ze berecht worden en ik wil dat het leed dat ze de jezidi’s hebben aangedaan, in de openbaarheid komt. Ik ben niet zoals zij. Wij gruwen van bloedvergieten. Wij kennen genade.”

 

Wilt u terug naar uw dorp?

“Heel graag, maar dan moet er eerst vrede zijn en moeten de jezidi’s krijgen waar ze recht op hebben. De Arabieren die met IS meewerkten, vertrouw ik niet meer en ik durf daarom ook niet terug. Tot vandaag begrijp ik niet hoe het mogelijk was dat onze buren van de ene op de andere dag collaboreerden met de terroristen. Ze hebben ons aan IS verkocht. Sommigen aasden op ons huis en op onze bezittingen. Van al die anderen versta ik niet wat hen bezielde.”

 

Misschien kozen ze voor de kant van IS om hun eigen vege lijf te redden?

“Maar we hebben altijd alles met hen gedeeld. We nodigden hen uit op onze bruiloften. Het waren onze buren, onze vrienden. Al vind ik nu niet alle moslims slecht. IS heeft de naam van de islam beschadigd.”

 

U woont in Duitsland en bent herenigd met uw moeder en jongste broers. Wordt u door uw eigen gemeenschap met de nek aangekeken voor wat IS u heeft aangedaan?

“Nee. Net als veel andere meisjes die hetzelfde hebben meegemaakt, ben ik naar Duitsland gebracht om behandeld te worden. Ik was er geestelijk zeer erg aan toe.”

 

Hoe ziet u uw eigen toekomst?

“Ik zou graag ooit terugkeren naar Irak en daar mijn leven uitbouwen. Voor een mens is niets beter dan het land waar hij geboren is. Maar voorlopig is een terugkeer onmogelijk. Ik studeer nu wiskunde. Wie weet lukt het me om lerares te worden. (glimlacht)”

 

Farida Khalaf & Andrea Claudia Hoffmann, Het meisje dat van IS won, HarperCollins Holland, 287 blz. 17,95 euro

 

© Jan Stevens

Advertenties

“Rationele islam? Onzin”

De zomerzon schijnt uitbundig op het terras in Brussel, maar veel vrolijker wordt jihadexpert Montasser AlDe’emeh daar niet van. “Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ik maak me ook zorgen over de Syriëstrijders die teruggekeerd zijn.”

 

In het pas verschenen Mijn verlossing van het kwaad laat Montasser AlDe’emeh de 22-jarige Antwerpse moslima Intisar Umm Mansur aan het woord. Vier dagen na de aanslagen in Parijs stuurde de geradicaliseerde Intisar hem een bericht via Facebook. “Ik wil mezelf verlossen van de ideologie die zo diep in mij is geworteld”, schreef ze. “Het ene moment keur ik de aanslagen goed, het andere weer niet.”

‘Intisar Umm Mansur’ is een schuilnaam. “Tot vandaag weet zelfs haar man niet dat ze dit boek samen met mij schreef”, zegt Montasser AlDe’emeh. Het is zomer in Brussel en we zitten op een terras vlakbij de Beurs. Ik drink koffie en AlDe’emeh drinkt niets. De middagzon brandt op zijn hoofd. “Tijdens de Ramadan stel ik mezelf af en toe op de proef”, zegt hij. “Mijn vasten is een weloverwogen keuze, maar sommige jongeren vasten uit angst. Ze zijn bang om een fout te maken waar God hen voor zal bestraffen. Bij nogal wat jonge moslims overheerst vandaag de angst. Zonder kennis houden ze zich krampachtig aan de opgelegde regels. Ze mogen dit niet, ze mogen dat niet. Vervolgens komen ze terecht in een open, seculiere samenleving en belanden tussen twee werelden.”

 

U hebt het nu toch over jonge mensen die in onze seculiere samenleving geboren zijn?

Montasser AlDe’emeh: “Ja, maar in dit land worden ook hamsters, ezels of koeien geboren. Wat voor betekenis heeft het om hier geboren te zijn? De échte vraag is: hoe leven die jonge mensen hier? Moslimmeisjes zoals Intisar verlangen naar houvast, liefde en geluk. Alleen botsen ze voortdurend op anderen die hen voorhouden dat ze aan bepaalde verwachtingen moeten voldoen als ze erbij willen horen. Ze moeten zich ‘volwaardig integreren’, maar wat is dat? Op school mogen ze geen hoofddoek dragen; thuis moet dat dan weer wel. Hun ouders verwachten van hen dat ze niet op een jongen verliefd worden, maar dat ze snel trouwen met een uitverkoren man waar ze een stabiel gezinsleven mee uitbouwen. Sommige imams verkondigen dan weer dat ze niet mogen leven tussen de zogenaamde ongelovigen en dat ze moeten proberen om zo snel mogelijk naar een islamitisch land te migreren. Iedereen verwacht iets van die meisjes. Ze zijn niet allemaal sterk genoeg om al die verwachtingen met elkaar te verzoenen. Intisar kon dat niet. Daar kwam bij dat ze dagelijks via Al Jazeera geconfronteerd werd met de oorlog in Gaza. Veel jonge moslims voelen zich trouwens meer verwant met lijdende geloofsgenoten in Syrië en Palestina dan met niet-moslims in België. Ze willen íets doen, dat lukt niet, en weten met hun frustraties geen blijf. Intisar voelde zich slachtoffer van het hoofddoekenverbod en sloot zich aan bij Sharia4Belgium. Later raakte ze in de ban van IS en maakte ze plannen om naar Syrië te vertrekken. Gelukkig heeft ze die stap nooit gezet.”

 

Vertrekken er nu nog veel jonge mensen naar Syrië?

“Veel minder. Het Belgisch beleid is strenger: vertrekkers worden echt tegengehouden. Over geradicaliseerde meisjes horen we zeer weinig. Daarom ook heb ik dit boek samen met Intisar gemaakt. Minstens 59 meisjes reisden naar Syrië. Een paar weken geleden nog zou een Brussels meisje van 17 vertrokken zijn. De meest overtuigde jongens en meisjes zijn ondertussen allemaal weg. Al twijfelen er nog veel. Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ze sluiten zich af van de samenleving. Ik maak me ook zorgen over degenen die teruggekeerd zijn.”

 

Moeten we ze proberen te re-radicaliseren?

“Re-radicaliseren is alleszins een beter plan dan deradicaliseren. Want als je iets van iemand wegneemt, moet je de ontstane leegte invullen met iets nieuws. Van radicale haat kun je zo evolueren naar radicale verzoening. Intisar deed haar best om afstand te nemen van haar IS-sympathieën. Door dit boek samen met mij te schrijven, vulde ze de leegte in. Zo wil ze andere jongeren tegenhouden om de stap naar IS te zetten.”

 

De aanslag op de nachtclub in Orlando en de moord op het politie-echtpaar in Frankrijk werden meteen door IS opgeëist, terwijl ze gepleegd lijken te zijn door lone wolves.

“Dergelijke aanslagen zullen in de toekomst nog plaatsvinden, want er lopen in het Westen veel IS-sympathisanten rond. We mogen er niet altijd van uitgaan dat IS alle aanslagen hier ook effectief beraamt en plant. We onderschatten de ideologische impact die de organisatie op sommige jongeren heeft. Tijdens hun radicaliseringsproces lezen ze op het internet IS-pamfletten en oproepen voor het plegen van aanslagen. Vaak is er geen structurele link.”

 

Lopen er zo ook heel wat gevaarlijke IS-sympathisanten in België rond?

“Ja, al kan ik er geen cijfer opplakken. Het is bijzonder moeilijk om tegen hen op te treden. Eigenlijk zitten we gewoon te wachten tot zo’n sympathisant een aanslag pleegt. Hoe groot en intens die aanval zal zijn, weten we niet. In Orlando vielen vijftig slachtoffers, in Frankrijk nu twee politieagenten. We mogen ons echt aan alles verwachten en moeten erg op onze hoede zijn. In Amerika en Europa zitten nu zeker jongens die door IS gestuurd zijn. Maar er zijn er ook heel wat die op eigen houtje geradicaliseerd zijn en sympathie voor de jihadisten koesteren. Zij moeten in de gaten gehouden worden, alleen heeft onze Staatsveiligheid geen middelen. Het wordt hoog tijd dat onze inlichtingendiensten meer geld krijgen, want informatie verzamelen, is van levensbelang.”

 

We horen nu regelmatig berichten dat we IS in Irak en Syrië aan het verslaan zijn. Is dat ook zo?

“Het is zeker zo dat IS op dit moment veel gebied verliest. Er zijn twee strategieën tegen de terreurorganisatie. De ene is erop gericht om haar macht in te perken en ervoor te zorgen dat de strijders hun kalifaat niet uitbreiden. De andere wil IS compleet vernietigen, wat zeer moeilijk is. Ik heb de voorbije jaren amper iets gelezen over de Iraakse generaals die na de val van Saddam de kant kozen van IS. Indertijd kregen sommigen militaire opleidingen in Amerika en Engeland. Ze weten perfect hoe ze chemische wapens moeten maken; ze hebben die trouwens in het verleden ook gebruikt.”

 

Hoe meer IS in het nauw gedreven wordt, hoe groter de kans dat ze hun toevlucht nemen tot dat soort van wapentuig?

“Precies. De aanslagen in Parijs volgden op het verlies van Kobani en Sinjar. Ze waren bedoeld om druk uit te oefenen op de coalitie die de Koerdische Peshmerga steunt. De Koerden zijn trouwens de enigen die in Irak en Syrië rake klappen uitdelen aan IS en de enigen ook die door de westerse geallieerden vertrouwd worden.

“Er is veel frustratie in de Arabische wereld. Veertig miljoen mensen zijn analfabeet en zestig procent van de bevolking is jonger dan dertig. Ze voelen zich vernederd, niet alleen door de westerse inmenging, maar ook door de dictaturen. Het stikt er van de failed states, denk maar aan Jemen, Libië, Syrië of Irak. De Arabische jongeren van halverwege de vorige eeuw voelden zich aangetrokken tot het nationalisme van figuren als de Egyptische president Nasser. Dat is nu vervangen door het islamisme. Veel mensen hopen dat het islamisme binnenkort vervelt tot ‘iets anders’. Dé vraag is: wanneer, hoe en onder welke omstandigheden? In Tunesië maken de gematigde islamisten van Ennahda op dit moment deel uit van de democratisch verkozen regering. Ik kan alleen maar vaststellen: hoe meer erkenning gematigde islamisten krijgen, hoe minder radicaal ze worden.”

 

Wat zijn dat: ‘gematigde islamisten’?

“Zij erkennen de democratie, zorgen voor veiligheid en stabiliteit, ondersteunen VN-resoluties en staan open voor diplomatieke betrekkingen met het Westen. Er zijn vandaag wel degelijk islamisten die geloven in het democratische proces. Die mensen mogen we niet in een hoek duwen. Als we dat wel doen, creëren we gewelddadige salafi-jihadisten.”

 

Is het grote probleem niet dat ook gematigde islamisten de sharia boven ‘de wet van de mens’ stellen?

“Ik zeg niet dat we gematigde islamisten moeten steunen. Ik zeg wel dat we ze niet in een hoek mogen duwen, hen pragmatisch moeten benaderen en moeten openstaan voor dialoog.”

 

Vindt u ook dat het bloeddorstige IS niets met de islam te maken heeft?

“Nee. De islamitische geschiedenis was altijd bloeddorstig. IS past in dat plaatje van oorlogsmisdaden en geweld. Van 750 tot aan zijn dood in 754 was Abu-Abbas al-Saffah de eerste kalief van de Abbasieden. In zijn strijd tegen de Omajjaden vloeide het bloed in beken.

“Als een zelfmoordterrorist zich opblaast in een stad als Tel Aviv, wordt hij hier in Brussel door veel imams gesteund. Ze noemen dat dan ‘een vorm van verzet’. Als een jongen zichzelf in opdracht van IS opblaast in Irak, mag dat van diezelfde imams niet. Dan handelt hij ‘tegen het geloof’. De tactiek van zelfmoordaanslagen is vanuit het standpunt van geleerden bekeken ofwel juist, ofwel fout. Dat is toch problematisch? Vandaag moeten moslims wereldwijd erkennen dat de geschiedenis van de islamitische wereld geschreven is in bloed.”

 

De kritiek is terecht dat de Islam de Verlichting gemist heeft?

“Alleen mensen kunnen verlicht worden; religieuze boeken zoals de Bijbel of de Koran niet. Ik lees nu in kranten pleidooien van imams om een rationele islam na te streven. Onzin. Het verhaal van Adam en Eva kan nooit ingepast worden in het rationele denken. Je gelooft het of niet. Er kunnen wel geleerde mensen zijn die hun geloof op een rationele manier benaderen en de teksten verklaren en interpreteren vanuit de historische context. Die verlichte geesten waren er al in de middeleeuwen, denk maar aan de 12e-eeuwse verdraagzame islamitische geleerde Averroes. Maar sinds de zestiende eeuw staat de verlichting onder moslims onder zware druk. De wahabitische leer speelt daar een kwalijke rol in.

“Ik ben bang dat onze moslimjongeren nu de intellectuele bagage missen om weerstand te bieden aan de lokzang van de jihadisten. In Kobani zijn talloos veel westerse Syriëstrijders gesneuveld. Als je naast de Koran ook Kant, Nietzsche en andere boeken leest, verbreedt je kennis en sta je kritisch in het leven. De Belgische moslimgemeenschap is niet kritisch en de angstcultuur regeert. U moet eens gaan rondwandelen in de buurt van het Brusselse Zuidstation. Stap de islamitische boekwinkeltjes binnen en bekijk het aanbod. U zal er onwaarschijnlijk veel werken vinden over het einde der tijden, de zonde, de hel, ‘de bestraffing in het graf’.”

 

Salafistische literatuur?

“Ja. Ze wekt angst op: angst voor de dood, voor God, voor het hiernamaals. De tekenen voor het nakende einde der tijden zijn volgens die boeken: decadentie, oorlogen, geweld. Moslims die intellectueel niet sterk in hun schoenen staan, denken dan: ‘Dat maken we nu allemaal mee.’ Vervolgens zien ze IS wenken: ‘Kom naar het kalifaat.’”

 

Wordt het dan niet de hoogste tijd dat we het salafisme aanpakken?

“We kunnen het moeilijk verbieden, dat is ondemocratisch en gaat in tegen onze waarden. We kunnen andere islamitische stromingen wel versterken zodat jongeren kunnen kiezen. Vandaag is die keuze er niet en is er vooral die wahabitische leer. Maar je mag alle salafisten niet over dezelfde kam scheren. Er is het aan Saoedi-Arabië gelinkte a-politieke salafisme zoals dat beleden wordt in De Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark. Er is het politieke salafisme met partijen zoals het Egyptische Hizb al-Nour en last but nog least zijn er de jihadi-salafisten. In België kennen we de strekking van het politieke salafisme niet, maar er lopen wel heel wat a-politieke salafisten rond. Veel Marokkaanse jongeren volgen trouwens het salafisme zonder het zelf te beseffen. Net als de gematigde islamisten mag je ook hen niet in een hoek duwen. De jihadi-salafisten zijn zeer problematisch voor de veiligheid van onze samenleving. Ze wachten op een aanslag, azen op een vertrek naar het kalifaat of zijn net teruggekeerd.

“Het dramatische is dat sommige beloftevolle jongeren die voor verandering kunnen zorgen, gecontroleerd worden door Saoedi-Arabië. Het Saoedische koningshuis beseft heel goed dat jongeren in het Westen die zelf beginnen nadenken zich ooit zullen keren tegen het a-politieke salafisme. Om dat te vermijden, investeren de Saoedi’s overal ter wereld handenvol geld om beloftevolle moslimjongeren aan zich te binden. Ook ik hunkerde als adolescent naar islamitische kennis. Een imam stuurde me naar Saoedi-Arabië om er te gaan studeren. Ik kreeg een gratis vliegticket, gratis huisvesting en een toelage van 250 dollar per maand. Acht jaar lang, tot aan mijn doctoraat, zouden ze me onderhouden. Als ik in 2009 niet op tijd had ingezien dat ik op het verkeerde spoor zat, was ik nu goed op weg om in België een door Saoedi-Arabië gesteunde invloedrijke salafistische leider te worden.”

 

Vorige maand bent u gestopt met uw centrum ‘De weg naar’ in Molenbeek omdat u geen steun van de overheid kreeg. Zowel het kabinet van Liesbeth Homans (N-VA) als het kabinet van Jan Jambon (N-VA) zeggen dat u nooit een vraag voor financiële steun aan hen gericht heeft, terwijl er wel subsidies zijn.

“Als je politici om steun vraagt, beginnen ze meteen over subsidies. Ik wou geen geld; ik wou samenwerking. Er zijn te weinig straathoekwerkers in Molenbeek actief waardoor ze er amper in slagen om jongeren individueel te benaderen. Ik deed dat in het centrum wél en haalde ook resultaten. Ik nam risico’s, want ik werd bedreigd door IS-strijders. Uiteindelijk kreeg ik stank voor dank. Er kon zelfs geen uitnodiging af om voor een Vlaamse commissie-radicalisering te komen spreken.”

 

Misschien vertrouwen ze u niet?

“Dat weet ik niet. Ik spreek met parlementsleden en ministers. Ik denk dat sommigen me moeilijk kunnen plaatsen.”

 

Voor de ene bent u een N-VA-sympathisant, voor de andere een vermomde salafist? Een tijd geleden hoorde ik van een Al Nusra-sympathisant: “Montasser is een van ons.”

“Ik heb geen zin om me te verantwoorden. De voorbije jaren heb ik me als doctorandus wel totaal verdiept in mijn onderzoeksobject. Het is in die context dat ik in 2014 veldonderzoek verrichte bij Al Nusra in Syrië. Ik trad geradicaliseerde moslimjongeren heel open tegemoet en liet amper kritische geluiden horen omdat ik mijn kop wou sparen. Als sommigen me dan zien als vermomde jihadist, toont dat alleen maar dat ik geslaagd ben in mijn opzet om het vertrouwen van mijn onderzoeksobject te winnen.”

 

Ex-Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie kwam ook langs bij ‘De weg naar’. Hij is nog steeds een IS-aanhanger.

“Hij heeft me ondertussen afvallig verklaard. Nog voor de aanslagen in Parijs waarschuwde ik al voor terugkerende Syriëstrijders. Na de luchtaanvallen zag ik de vijandschap tegenover het Westen groeien. Ik vertrouwde geen enkele teruggekeerde Syriëstrijder meer en wou ze ook niet meer ontvangen. Van toen dateert de breuk met Delefortrie. IS is zijn enige houvast en ik had het gevoel dat hij niet meer wou veranderen. Hij is nu ook getrouwd met een meisje dat van doodslag beschuldigd wordt. Ik heb van anderen gehoord dat Foaud Belkacem dat huwelijk vanuit de gevangenis zou geregeld hebben. U mag de invloed niet onderschatten die geradicaliseerde moslims vanuit hun cel op jonge mensen uitoefenen.”

 

 

Montasser AlDe’emeh en Intisar Umm Mansur, Mijn verlossing van het kwaad, Lannoo, 208 blz., 17,99 euro

 

© Jan Stevens

“Jihadi John reisde via Brussel naar Syrië”

Eind 2010 interviewde journalist Robert Verkaik uitvoerig Mohammed Emwazi. “Hij klaagde dat hij door de bemoeienis van de Britse geheime dienst twee keer een verloofde kwijt was geraakt: de eerste in Londen en de tweede in Koeweit.” Twee jaar later vertrok Emwazi naar Syrië, om er wereldberucht te worden als de koppensnellende Jihadi John. Vandaag is Verkaik de enige journalist ooit die een lang gesprek met Jihadi John overleefde. “Hij was beleefd en vriendelijk.”

 

12 november 2015, 23.41 u. In Raqqa, ‘hoofdstad’ van de Islamitische Staat, verlaat de 27-jarige Mohammed Emwazi alias Jihadi John het appartement waar zijn vrouw samen met hun twee jaar oude zoontje verblijft. Hij stapt in een pick-up waarin een andere jihadist al achter het stuur zit. Een onopvallende man verderop in de straat stuurt een gecodeerde boodschap naar de Creech Air Force Base in de Amerikaanse staat Nevada. ‘Emwazi zit in een auto en rijdt in de richting van het islamitische gerechtsgebouw.’ Vanop Creech stuurt een piloot een Predator-drone bewapend met een lading Hellfire-raketten hoog boven de donkere straten van Raqqa. Iets voor middernacht neemt de Predator de pick-up van de jihadisten in het vizier. Net op het moment dat Emwazi uitstapt, boort een raket zich tegen 1.500 km per uur vlak voor zijn voeten in de grond. De man die eigenhandig voor de IS-propagandacamera drie journalisten, drie hulpverleners en één veiligheidsagent onthoofde, en voor diezelfde camera de leiding nam over een massa-onthoofding van 21 Syrische soldaten, is verpulverd tot as.

 

‘Mooie jongeman’

De Britse en Amerikaanse geheime diensten hadden de ware identiteit van de beruchte gemaskerde IS-beul met de Londense tongval al in de zomer van 2014 ontdekt. Gierigheid had Jihadi John toen de das omgedaan. De voormalige computerprogrammeur had vanuit Syrië de code van zijn oude studentenkaart van de universiteit van Westminster gebruikt om webdesignsoftware gratis te kunnen downloaden. Het zou nog tot 26 februari 2015 duren eer zowel de BBC als de Washington Post de identiteit van Jihadi John ook voor het grote publiek onthulden. “De naam ‘Mohammed Emwazi’ liet toen bij mij geen enkel belletje rinkelen’, zegt de Britse journalist Robert Verkaik. Diezelfde 26e februari ging Verkaik naar een persconferentie van CAGE, een in Groot-Brittannië onder vuur liggende ngo die beweert mensenrechten van gevangen moslims te verdedigen. “CAGE is opgericht door Moazzam Begg, een ex-Guantanamo-gevangene die zeer invloedrijk is onder jonge radicale moslims. De organisatie had aangekondigd dat ze op de persconferentie de relatie tussen Emwazi en de Britse geheime diensten zou belichten.”

Mohammed Emwazi bleek gedurende een paar jaar nauwe contacten gehad te hebben met Asim Qureshi, directeur van CAGE. Robert Verkaik: “Qureshi zei dat hij nauwelijks kon geloven dat de man uit de IS-video’s dezelfde was als de vriendelijke jongen die van 2010 tot 2012 regelmatig op zijn kantoor zat en met gebakjes trakteerde. Hij noemde Emwazi ‘een mooie jongeman’ en zei dat hij ‘de meest verlegen mens’ was die hij ooit ontmoet had. Emwazi had de hulp van CAGE ingeroepen omdat hij naar eigen zeggen geïntimideerd en lastig gevallen werd door agenten van de binnenlandse inlichtingendienst MI5. Qureshi vertelde ook dat hij Mohammed Emwazi in 2010 in contact gebracht had met een journalist van The Independent. Op dat moment begon het bij me te dagen dat ikzelf misschien wel die journalist zou kunnen zijn.”

Robert Verkaik dook in zijn archief en vond na wat zoekwerk e-mailverkeer terug dat hij in 2010 met ene Mohammed Emwazi gevoerd had. “Ik zag eerst een bericht verschijnen waarin Emwazi verbitterd schreef hoe de pesterijen van MI5 hem bijna tot zelfmoord gedreven hadden.” Uit de mails kon Verkaik reconstrueren dat hij Jihadi John op 1 december 2010 meer dan een uur geïnterviewd had. “Toen wist ik het weer: ik had die woensdag met hem afgesproken in een koffiehuis in de Londense wijk Maida Vale, vlakbij zijn ouderlijk huis.”

Het is het enige interview dat Mohammed Emwazi bij leven en welzijn aan een Westerse journalist gegeven heeft. Het vormde de basis voor Robert Verkaiks uitstekende biografie Jihadi John: de radicalisering van een westerse moslim.

 

Gangsterrapper

Een uur voor ik Verkaik ontmoet in de bar van het Londense Charing Cross Hotel, de favoriete pleisterplaats van agenten van MI5, mailt hij me nog een artikel uit het pas verschenen nummer van het Franstalige IS-propagandablad Dar al Islam. Daarin doet een anonieme Britse Syriëstrijder uit de doeken hoe hij in augustus 2012 samen met Jihadi John ongezien via Brussels Airport naar Syrië reisde. “Mohammed Emwazi stond toen al op de terreurlijst”, zegt Verkaik. “De twee jihadi’s lieten zich in een truck vanuit Groot-Brittannië naar het vasteland smokkelen. Ze hadden 30.000 euro bij. Met de trein reisden ze van Frankrijk naar Brussel, waar ze een paar dagen in een hotel verbleven. Daar verdeelden ze het geld en boekten ze een eerste vlucht naar Albanië en een tweede naar Korfoe. Met valse Franse paspoorten checkten ze op Brussels Airport probleemloos in. In Korfoe namen ze een boot naar Turkije waar een fixer van IS hen de grens met Syrië over hielp. In mijn boek had ik op basis van gesprekken een gelijkaardige reis van Jihadi John naar Syrië gereconstrueerd. Ik vroeg MI5 om een reactie, maar het agentschap hulde zich in stilzwijgen. Islamitische Staat bevestigt nu min of meer mijn versie, alleen liet ik hem niet via Brussel reizen.”

 

Vond u Mohammed Emwazi die woensdagnamiddag in het koffiehuis in Maida Vale net zo’n ‘mooie jongeman’ als CAGE-directeur Asim Qureshi?

Robert Verkaik: “Hij was vriendelijk en beleefd en wou dolgraag dat ik zijn verhaal in de krant bracht. Hij zag eruit als een coole Londense jonge kerel, type gangsterrapper met gouden ketting, een keurig getrimd baardje en een baseballpet. Hij klaagde dat hij door de bemoeienis van MI5 twee keer een verloofde was kwijt geraakt: de eerste in Londen en de tweede in Koeweit. De agenten hadden contact met zijn toekomstige schoonouders gezocht, waardoor zijn trouwplannen telkens op de klippen liepen. Dat was hard aangekomen en zadelde hem een tijdlang met zelfmoordgedachten op.”

 

Waarom bracht CAGE u met Emwazi in contact?

Verkaik: “In 2009 sprak ik vijf jonge moslims die onder druk gezet werden en gechanteerd door agenten van MI5. Die jongens woonden in de Londense wijk Kentish Town en hadden salafistische sympathieën. Op een bepaald moment belde een postbode bij hen aan. Van zodra die man binnen was, stelde hij zich voor als een agent van MI5. De ‘gastheer’ kreeg de keuze: ofwel werd hij informant en lieten ze hem in ruil voor informatie over moslimextremisten verder met rust, ofwel bleven ze hem en zijn familie stalken. Ik schreef daarover in The Independent, dat artikel zorgde voor flink wat heisa, waarna MI5 die jongens niet langer lastigviel. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat het met die jongens niet goed afgelopen is. Zo vecht er nu een in Syrië en zit een andere in een Amerikaanse gevangenis voor terrorisme. CAGE bracht Emwazi in contact met mij omwille van zijn problemen met MI5. Die waren begonnen toen hij met twee kompanen, een Brit en een Duitser, op ‘safari’ wou vertrekken naar Tanzania. In Dar es Salaam werd hij tegengehouden, langdurig ondervraagd en via Amsterdam teruggestuurd naar Groot-Brittannië. Later reisde hij naar Koeweit waar hij een job had als informaticus. Hij kwam terug naar Londen en wou na korte tijd opnieuw vertrekken. Op de luchthaven werd hij tegengehouden en teruggestuurd, waarna hij verschillende mogelijkheden zocht om de Britse overheid te verschalken om toch naar Koeweit te kunnen reizen. Hij wou de geheim agenten van zijn lijf en hoopte dat een artikel hem daarbij kon helpen. Dat is er nooit gekomen omdat hij geen hard bewijsmateriaal van het gepest kon leveren. Ik verloor zijn verhaal ook uit het oog omdat ik in die periode overstapte van The Independent naar een andere krant.”

 

Achteraf beschouwd hadden de agenten van MI5 overschot van gelijk dat ze Emwazi in de gaten hielden en lastig vielen?

Verkaik: “Dat is de discussie over de kip of het ei. (lacht) Volgens CAGE radicaliseerde Emwazi tot terrorist omdat MI5 hem het vuur aan de schenen bleef leggen. Ik geloof dat niet. In zijn late tienerjaren was hij helemaal niet geïnteresseerd in de islam. Dat kwam pas toen hij betrokken raakte in een jihadistisch netwerk uit West-Londen dat bevolkt werd met figuren als Mohamed Sakr, Bilal al-Berjawi en Ibrahim Magag, salafisten met sympathie voor het Somalisch Al-Shabaab. Sakr en Berjawi stierven allebei in 2012 in Somalië door drone-aanvallen. Ibrahim Magag is vermoedelijk de man die over de vlucht van hemzelf en Jihadi John naar Syrië getuigt in Dar al Islam.”

 

Toen u Mohammed Emwazi ontmoette, zat hij al in dat jihadistische netwerk. Dat heeft hij u toen niet verteld.

Verkaik: “Dat is zo. Maar zelfs als hij me dat toen verteld zou hebben, had ik er waarschijnlijk toch geen touw aan kunnen vastknopen. Op dat moment was mijn kennis over het extreem gewelddadige Al-Shabaab niet erg groot. Het West-Londense netwerk was eind 2010 ook alleen maar geïnteresseerd in het steunen van het kalifaat in Mogadishu. Gewelddadig extremisme in Groot-Brittannië stond nog niet op hun agenda. Met mijn verhaal over de jongens van Kentish Town stapte ik eerst naar MI5. Ik vroeg: ‘Waarom vallen jullie hen toch zo lastig?’ Ze wilden daar niet meteen op reageren. ‘Mogen we daar een paar dagen over nadenken?’ Waarna het stil bleef. Misschien hadden ze toen beter wél gereageerd, dan had ik de ernst van die radicalisering beter kunnen inschatten en had ik Emwazi’s verhaal ook anders geïnterpreteerd.”

 

Bidoen

Mohammed Emwazi groeide op in Maida Vale, niet meteen een gangsterkwartier in Londen.

Verkaik: “Nee, het is geen Molenbeek. (lacht) Je vindt er zeer dure flats, maar ook betaalbare sociale woningen. Emwazi’s vader Jassem was in Koeweit een bidoen, een staatloze. De Koeweiti’s zien de naar schatting 200.000 bidoen in hun land als ‘profiteurs’ en behandelen hen als uitschot. In tegenstelling tot de meeste van zijn lotgenoten had Jassem zijn zaakjes goed voor elkaar: hij was politieman vlakbij Koeweit City. Maar dat veranderde na de Eerste Golfoorlog en de inval van de Iraakse dictator Saddam in augustus 1990. Nadat Saddams troepen door de internationale coalitie onder leiding van de VS terug uit Koeweit verdreven waren, keerden de Koeweiti zich tegen de bidoen. Zij werden als collaborateurs gezien. Ook Jassem Emwazi werd met de vinger gewezen. In 1994 vluchtte hij met zijn vrouw en hun zesjarige zoontje Mohammed naar het Verenigd Koninkrijk, waar al verwanten leefden. Jassem werd erkend als politiek vluchteling en ging aan de slag als taxichauffeur en koerier. Zijn vrouw Ghaneya beredderde het huishouden. Ze woonden in een klein huis, middenin een sociale woonwijk. Als Ghaneya op straat kwam, hulde ze zich in een niqab. Toch waren de Emwazi’s geen rigide moslims. Ik heb zeer uitgebreid met Mohammeds jongere broer Omar gepraat en met vriendjes van vroeger. Ze vertellen allemaal hetzelfde verhaal: de kinderen Emwazi kregen geen fundamentalistische opvoeding. Toen ik Omar ontmoette, was hij nog steeds in shock. Van zodra de identiteit van Jihadi John begin vorig jaar bekend was, werden hijzelf, zijn ouders en zijn twee zussen het mikpunt van publieke vervolging en haat.”

 

Waar leven ze nu?

Verkaik: “Ergens ondergedoken in Londen, waar precies weet niemand. Het zou best kunnen dat ze nieuwe identiteiten gekregen hebben. Mohammed ging naar een oer-Britse anglicaanse basisschool, St Mary Magdalene. Die eerste jaren was hij het enige moslimjongentje, wat hem ‘interessant’ maakte voor zijn klasgenootjes. Later ging hij naar de middelbare school Quintin Kynaston in de chique Londense wijk St John’s Wood. Daar waren wel nogal wat kinderen met een moslimachtergrond. Niets wijst erop dat hij in die tijd onder invloed kwam van salafisten of begon te radicaliseren. Als oudere tiener werd hij een fan van rap en experimenteerde hij met alcohol en drugs. Hij was gek op dansen, cannabis en wodka. Een heel gewone Westerse kerel, dus. (lacht)”

 

Klopt er dan niets van de verhalen dat hij als jongen van 14 zwaar gepest werd op school?

Verkaik: “De directrice van zijn school spreekt dat tegen. Volgens haar werd hij heel even gepest, maar werd er meteen ingegrepen. Hij leidde het doorsnee leven van een jongen op een multiculturele school in een betere buurt van Londen. Er was wel een groot verschil tussen de maatschappij waarin hij opgroeide en de samenleving waar zijn ouders vandaan kwamen. Zij vertelden hem over hun leven in Koeweit, en dat Arabische verleden fascineerde hem.”

 

Waren er in die tijd tekenen dat Mohammed Emwazi een psychopaat was?

Verkaik: “Nee. Er is wel het wijdverspreide verhaal dat hij als fervente voetballer met zijn hoofd tegen een doelpaal terechtkwam en zo ernstige hersenschade opliep waardoor zijn persoonlijkheid veranderde. Maar zijn broer weet daar helemaal niets van.”

 

Op safari

Een lerares van Emwazi’s middelbare school vertelde vorig jaar aan de BBC dat hij een tijdlang therapie heeft moeten volgen om zijn woedeaanvallen onder controle te krijgen.

Verkaik: “Ik heb geen documenten of rapporten over geestelijke problemen of therapieën teruggevonden, wat niet wil zeggen dat ze er nooit geweest zijn. Wat ik wel zeker weet, is dat hij een tijdlang actief was in een stadsbende. Vanuit Maida Vale trok hij er samen met een twintigtal andere gangsterrappers op uit om te gaan vechten tegen vooral Ierse stadsbendes. De favoriete bezigheid van de bende was drinkspelletjes met liters wodka. Emwazi was slim genoeg om het echt criminele pad links te laten liggen. Na het middelbaar studeerde hij informatica aan de universiteit van Westminster.”

 

Die universiteit had de kwalijke reputatie dat ze heel vriendelijk was voor islamisten.

Verkaik: “De universiteit van Westminster heeft altijd een links imago gehad, dat was al zo in de tijd dat ik er studeerde. Toen Emwazi er in 2006 aan zijn eerste academiejaar begon, was de universiteit zonder twijfel extreem vriendelijk voor radicale moslims. Wijlen Anwar al-Awlaki, ideoloog van Al Qaida, heeft er nog gespeecht. In het jaar dat Emwazi er startte, werd ex-student Yassin Nassari op de luchthaven van Luton gearresteerd met in zijn bagage jihadpropaganda en gedetailleerde bouwplannen voor een Qassam 1.5-raket, het favoriete speelgoed van de Palestijnse terreurgroep Hamas. Nassari noemde zichzelf ‘de emir’ van het islamitische studentengenootschap van Westminster. Toch zijn er geen aanwijzingen dat Emwazi aan die universiteit geradicaliseerd raakte. Daar zijn in de eerste plaats de jongens van het West-Londense netwerk verantwoordelijk voor.”

 

Maar die leerde hij kennen tijdens zijn studentenjaren in Westminster?

Verkaik: “Dat klopt. Toen Mohammed Emwazi in 2009 afstudeerde, zat hij ongetwijfeld veel dieper in het extremisme dan zijn broer Omar nu nog steeds lijkt te geloven. Mohamed Sakr en Bilal al-Berjawi van het netwerk waren in datzelfde jaar al ‘op safari’ geweest in Kenya, en vermoedelijk een paar jaar eerder op trainingskamp in Somalië. In een hotel in Mombasa kregen ze het gezelschap van ene Najid Mansour. De hotelmanager vertrouwde die drie kerels niet en verwittigde de politie. Op de laptop van Mansour vonden ze jihadpropaganda en handleidingen voor het maken van autobommen. Er zijn sterke aanwijzingen dat Sakr en Berjawi tot over hun oren in het terrorisme zaten op het moment dat Emwazi bij hen over de vloer kwam. Een aantal jongens van het netwerk had dezelfde achtergrond als hij. Anderen hadden een crimineel verleden. Ze hadden in de gevangenis gezeten, waar ze van medegevangenen een snelcursus radicalisering kregen. Gaandeweg ruilde Emwazi zijn respect voor de wet van de mens in voor de sharia.”

 

In mei 2009 vertrok ook Emwazi op ‘safari’.

Verkaik: “Hij was 21 en had in Regent’s Park Mosque de 23-jarige Duitse bekeerling Marcel Schrödl en de 27-jarige Ali Adorus leren kennen. Samen boekten ze een reis naar Tanzania, omdat ze zogezegd verzot waren op wilde beesten. Het plan was vermoedelijk om door te reizen naar de jihad in Somalië , maar daar zijn ze nooit geraakt. Ze werden tegengehouden door agenten van MI5. Adorus zit nu in een cel in Ethiopië omdat hij er een poging ondernam om het regime te vervangen door een islamitische staat. Schrödl probeert op dit moment ergens in Duitsland in het reine te komen met zijn extremistische verleden. Volgens Emwazi bleven de agenten van MI5 hem na die safari stalken. Omar vertelde me dat zijn broer er erg naar uitkeek om te trouwen, om zich definitief in Koeweit te settelen en daar een gezin uit te bouwen. Hij beschouwt de bemoeienis van MI5 met Mohammeds liefdesleven als een sleutelmoment in zijn keuze voor het jihadisme. Vlak daarvoor was Mohammed al een salafist, maar nog geen gewelddadige. Nu nam hij een snelcursus islam, leerde de koran van buiten, schopte het tot ‘hafiz’ en kreeg aanzien onder collega-jihadisten.”

 

Bij de transformatie van de Londense jongen Mohammed Emwazi tot de bloeddorstige killer Jihadi John speelde religie een hoofdrol?

Verkaik: “Ja. Het heeft geen enkele zin om dat te ontkennen. In Syrië sloot Emwazi zich aan bij Kateeba al-Kawthar, een vooral uit Britten bestaande jihadistische verzetsgroep tegen Assad. Een jaar later ging die groep op in het grotere Katab al-Muhajirin (KAM), geleid door de professionele jihadist Omar al-Shishani, krijgsnaam van de Georgisch-Tsjetsjeense killer Tarkhan Batirashvili. Shishani vocht in diverse oorlogen en schopte het tot commandant bij IS. Hij droeg een vervaarlijk rode baard en stond bij zijn strijdmakkers ook bekend als Aboe Omar de Tsjetsjeen. In maart van dit jaar kwam hij om bij een luchtaanval op Raqqa. Hij was een wrede slachter die Emwazi het klappen van de zweep leerde.”

 

Mohammed Emwazi zou toen ook ‘onze’ Jejoen Bontinck bewaakt hebben?

Verkaik: “Het hoofdkwartier van Shishani was in een grote villa in de buurt van Aleppo. KAM controleerde een groot gebied in het noorden van Syrië. Niet ver van dat hoofdkwartier was een gevangenis waar Jejoen Bontinck tijdelijk opgesloten zat. Bontinck beweert dat ze hem hadden opgesloten omdat hij zich verzet had tegen een fusie van KAM met wat toen nog ISIS heette. Hij zegt ook dat hij er samen zat met James Foley en een andere journalist. Ze zouden gefolterd en mishandeld zijn door vier cipiers die ze omwille van hun Britse accent The Beatles noemden. Mohammed Emwazi was John Lennon, vandaar zijn bijnaam ‘Jihadi John’. Maar hij was niet de leider van de groep; dat was George Harrison, alias Jihadi George. De echte identiteit van die man is niet bekend. Jihadi Paul zou de 31-jarige Aine Davis zijn die nu gevangen zit in Turkije, en Jihadi Ringo zou de 32-jarige Alexe Kotey zijn waarvan niemand weet waar hij momenteel is. The Beatles bekwaamden zich in waterboarding, het toedienen van elektrische schokken en het dagenlang rechtop laten staan van gevangenen. Voor die foltertechnieken haalden ze hun inspiratie in Guantanamo en Abu Ghraib. De slachtoffers die Emwazi voor de camera onthoofde, droegen allemaal oranje overalls die rechtstreeks geïmporteerd leken uit Guantanamo. De propagandajongens van IS slaan ons zo heel doordacht terug met symbolen die we zelf gecreëerd hebben. Toen Emwazi net in Syrië gearriveerd was, keek hij dagenlang naar gruwelijke video’s van door geallieerde bombardementen omgekomen moslimfamilies en later naar onthoofdingsvideo’s. Zo raakte hij zoetjesaan voorbereid voor het echte werk.”

 

Ter voorbereiding van dit gesprek heb ik naar een onthoofdingsvideo van Jihadi John gekeken. Ik werd daar niet krijgshaftig van, maar kotsmisselijk.

Verkaik: “Ik heb ze allemaal bekeken en ik kan geen onthoofdingsvideo meer zien. Ik wil er ook niet meer naar kijken. Als je, net zoals Mohammed Emwazi, talloos veel van die filmpjes voor de kiezen krijgt, kan dat niet anders dan je psyche beïnvloeden.”

 

Er is toch een groot verschil tussen naar die gruwel kijken en zelf mensen het hoofd afsnijden?

Verkaik: “Emwazi ontpopte zich in Syrië in sneltreinvaart tot een roekeloze killer. Onder Shishani viel hij tegenstanders aan zonder dat hij zich zorgen leek te maken over zijn eigen vege lijf. Er zijn getuigenverslagen van mensen die Emwazi in 2013 op het slagveld in actie zagen. Hij nam enorme risico’s en gedroeg zich alsof hij onoverwinnelijk was.”

 

Omdat hij verlangde naar het martelaarschap?

Verkaik: “Hij leek alleszins niet bang voor de dood.”

 

Robert Verkaik, Jihadi John: de radicalisering van een westerse moslim, Omniboek, 320 blz., 19,50 euro

 

© Jan Stevens

“De meeste IS-weduwen zijn nog tieners”

Erin Saltman onderhoudt de grootste database over westerse vrouwen die naar de Islamitische Staat verhuizen. ‘Stel je voor: je komt als jong meisje in een oorlogszone terecht, trouwt na aankomst met een wildvreemde die je ontmaagdt, waarna hij gaat vechten, en jij geïsoleerd thuis zit te wachten. Ondertussen worden de wijken rondom gebombardeerd. Misschien raak je wel zwanger vlak voor je man naar het paradijs vertrekt. Daar hou je als tienermeisje toch een gigantisch posttraumatisch stresssyndroom aan over?’

Op 9 juli 2014 staken de 16-jarige tweelingzussen Salma en Zahra Halane uit Manchester in het Turkse stadje Akçakale de grens met Syrië over. Twee weken eerder waren ze door hun ouders als vermist opgegeven. Op 26 juni verlieten ze hun ouderlijk huis, checkten in op de luchthaven van Manchester voor een vlucht naar Istanbul en reisden van daaruit verder naar de Turks-Syrische grens. ‘Ze volgden hun 21-jarige broer Ahmed’, zegt Erin Saltman, onderzoekster naar “radicalisering en vrouwen” bij de Londense denktank Institute for Strategic Dialogue (ISD). Samen met haar collega Melanie Smith van het International Centre for the Study of Radicalisation (ICSR) van de universiteit van Londen, houdt ze sinds mei 2014 de grootste database over westerse vrouwen die naar het kalifaat migreren up-to-date. Hun voorlopige bevindingen publiceerden ze onlangs in het online te raadplegen rapport ‘Till martyrdom do us part’ – gender and the ISIS phenomenon.

Toen bekend raakte dat de zusjes Halane zich bij de Islamitische Staat hadden aangesloten, herdoopte de Britse pers hen tot de “Terror Twins”. Vanuit Syrië stuurde vooral Zahra als Umm Ja’far onder de inmiddels opgeschorte twitteraccount @jafarbritaniya haar belevenissen cyberspace in. Op 11 september 2014 tweette ze: ‘Happy #9/11 Happiest day of my life. Hopefully more to come InSha allah #IS.’ Zahra’s tweets, posts en chatsessies op andere sociale media werden nauwkeurig bijgehouden en in kaart gebracht door Saltman en Smith. ‘Aan het einde van het schooljaar van 2014 was er niets dat deed vermoeden dat Salma en Zahra Halane plannen voor een grote oversteek naar de IS aan het smeden waren”, zegt Erin Saltman. “Het zijn pientere meisjes, die goed geïntegreerd waren op school. Ze boekten uitstekende cijfers. Hun vader stond in zijn gemeenschap wel bekend als een conservatieve moslim, strikt in de leer.’

Een paar weken na hun aankomst trouwden de Halane’s elk met een jihadist. ‘Meteen daarna werden ze van elkaar gescheiden en ondergebracht in twee verschillende steden. In december 2014 werden ze ook allebei weduwe. Na hun weduwschap mochten ze samen in Raqqa, de hoofdstad van de Islamitische Staat, gaan wonen. Ze zijn nu stil op de sociale media. Ons vermoeden is groot dat ze op de vlucht zijn. Hun broer Ahmed die hen naar Syrië gelokt heeft, is zelf uit de IS ontsnapt en leeft momenteel in Denemarken waar hij ondervraagd wordt door de autoriteiten. De meisjes proberen nu ook te ontsnappen, maar voor vrouwen is dat veel moeilijker dan voor mannen. Hun paspoorten zijn vernietigd na hun aankomst in Syrië. Alleen al om het huis te verlaten, moeten ze de toestemming van een man krijgen en begeleid worden door een chaperon. In de Islamitische Staat is het voor een vrouw zo goed als onbegonnen werk om volledig gesluierd een tocht naar de grens te ondernemen.”

Hoeveel vrouwen volgt u momenteel?

ERIN SALTMAN: 111, maar het aantal groeit. Volgens officiële schattingen leven vandaag meer dan 4.000 westerlingen in de Islamitische Staat, waarvan ongeveer 550 vrouwen. We denken dat het er in werkelijkheid veel meer zijn. De Duitse overheid deelde onlangs mee dat er minstens 100 Duitse vrouwen vertrokken waren naar Syrië en Irak. Vanuit België zouden er tussen 30 en 40 vrouwen naar het kalifaat afgereisd zijn, maar die cijfers dateren van januari. Het is vrij problematisch om correct cijfermateriaal te verzamelen. Van zodra een man of vrouw op latere leeftijd naar Syrië en Irak vertrekt, wordt dat door niemand gerapporteerd. De leeftijd op onze database varieert tussen 14 en 45. De meeste vrouwen zijn tieners en prille twintigers.

14 is vreselijk jong.

SALTMAN: Het jongste meisje dat ooit ‘migreerde’, was amper 13. Haar sociale mediaprofiel hebben we helaas nog niet gevonden.

De meisjes uit uw database zijn zeer actief op sociale media?

SALTMAN: Sommige meer dan andere. We volgen ze op Twitter, Facebook, ask.fm, Kik Messenger en allerlei blogs. De sociale media zijn publiek domein, waardoor ze voorzichtig zijn met wat ze posten. Ze worden niet centraal gecontroleerd, maar er is zeker wel sociale controle. Een “zuster” kan niet zomaar tweeten: ‘Ik heb een rotdag in het kalifaat.’ Ze portretteren de Islamitische Staat dus altijd positief. De vrouwen zijn zich goed bewust van de wervende rol die ze moeten spelen. De grote misvatting is dat ze allemaal lijden aan het “afwezige vader-syndroom”, uit economisch achtergestelde gezinnen komen en jong en naïef zijn. Uit onze database blijkt alvast dat typecasting zinloos is en dat er geen algemeen geldende regel af te leiden is. Dat is best een beangstigende conclusie, want dat wil zeggen dat het waanzinnig moeilijk is om dit fenomeen halt toe te roepen.

Hoe slagen jullie erin om ze op de sociale media te blijven volgen? Facebook is bijvoorbeeld bijzonder actief in het verwijderen en blokkeren van accounts van IS-sympathisanten.

SALTMAN: Facebook is strenger dan Twitter, maar toch kun je er mits een beetje speurwerk interessante accounts vinden. Daar komt bij dat jonge mensen de regels van de sociale media beter kennen dan volwassenen, waardoor ze hun accounts langer in de lucht weten te houden. Maar u hebt gelijk: ze verdwijnen regelmatig, en dan is het onze job om ze terug op te sporen. We zijn dus continu op jacht naar al die vrouwen uit onze database die voor even verdwijnen. Sommige vrouwen lachen er zelf mee als ze weer eens door Facebook uit de lucht gehaald worden: ‘Dit is mijn elfde account. LOL.’

Dankzij onze database hebben we inmiddels tonnen informatie verzameld over hoe jonge westerse vrouwen andere jonge westerse vrouwen ervan proberen te overtuigen om naar het kalifaat te komen. Onze database is gelinkt aan de grote Foreign Terrorist Fighter Database, die de westerse Syriëstrijders opvolgt. We volgen de linken tussen de vrouwen en hun mannen, en een aantal van de online-conversaties tussen hen en hun geloofsvrienden. Via de sociale media kunnen we de redenen achterhalen waarom ze vertrokken zijn. Aan de ene kant zijn er push-factoren die hen richting de IS duwen, aan de andere kant zijn er pull-factoren die hen vanuit de IS aantrekken. Push-factoren zijn al die elementen die hen kwetsbaar en ontvankelijk maken voor de extremistische boodschap. De pull-factoren zorgen ervoor dat ze hun vliegtuigticket naar Turkije ook daadwerkelijk kopen.

Wat moet ik me met push en pull concreet voorstellen?

SALTMAN: Een push-factor is je geïsoleerd voelen, je vervreemd voelen van je eigen land of cultuur. Of compleet van slag zijn door de passieve houding van de westerse mogendheden tegenover de burgeroorlog in Syrië. ‘Waarom valt geen enkel westers land de regering van Assad aan? Waarom laten ze de Palestijnen aan hun lot over? Waarom vielen ze Afghanistan en Irak wel aan?’ Hier in Europa zijn we een zware economische crisis aan het verwerken, is er massale jeugdwerkloosheid met weinig perspectief en hoop voor jonge mensen. De vijand lijkt groter en groter te worden. Jonge moslims horen hoe radicale predikers hen voorhouden dat ze vervolgd worden omdat ze moslim zijn. Die predikers staan meteen ook klaar om hen te “aanvaarden zoals ze zijn”, en bieden hen met hun pull-factoren hoop aan. Zo krijgen ze de mogelijkheid om samen met de “enige ware moslims” van de IS in Syrië en Irak Utopia op te bouwen, er avonturen te beleven en er de romantische liefde te ontdekken.

Romantische liefde staat voor vrouwen dan gelijk met: trouwen met een jihadist?

SALTMAN: Precies. De foto’s die de vrouwen van hun mannen online publiceren, tonen sterke, jonge kerels. De wind blaast door hun wapperende manen, het zijn net leeuwen. De vrouwen noemen zichzelf ook “leeuwinnen”. Het merkwaardige is dat er in hun tweets en posts vaak een feministische ondertoon zit. ‘Het Westen seksualiseert vrouwen en herleidt ze tot objecten’, schrijven ze voor de geïnteresseerde thuisblijvers. ‘De westerse straten worden ontsierd door affiches met Victoria Secret-modellen, vrouwen tonen hun naaktheid. Als je naar het kalifaat komt, zullen wij je niet behandelen als een object. Hier heb je een hoger doel.’

Kent u het cosmeticamerk CoverGirl? Hun reclameslogan luidt: ‘CoverGirl. Because you’re worth it.’ De westerse vrouwen in de IS hebben ervan gemaakt: ‘CoveredGirl, because you’re worth it.’ Met daarnaast een foto van een vrouw in burka. Ze zullen het zelf nooit feminisme noemen, omdat dat een westers begrip is, maar in wezen spiegelen ze jonge geïnteresseerde moslima’s feminisme voor: de Islamitische Staat zal ervoor zorgen dat ze niet geseksualiseerd worden en herleid tot een object. Van zodra zo’n meisje dan de overstap waagt, wordt haar rol teruggebracht tot: vrouw van een strijder en moeder van zijn kinderen.

Snel weduwe van een martelaar worden, hoort daar ook bij?

SALTMAN: Ja, van zodra hun echtgenoot sterft op het slagveld, kunnen ze zijn martelaarschap beginnen bejubelen. Meer dan een kwart van de vrouwen uit onze database zijn piepjonge weduwen. De meesten zijn nog tieners, waren amper een half jaar getrouwd, sommige zijn zwanger of hebben al een kind.

Als een vrouw een weduwe wordt, gaat haar status stijl omhoog?

SALTMAN: Ja, en ze zal zich op het internet conform die nieuwe status gedragen. Vlak nadat de echtgenoten van de Halane-tweeling het martelaarschap vonden, zetten Salma en Zahra foto’s van hun mannen op het net, ze prezen hen en maakten grapjes. ‘Misschien is mijn man zich nu aan het vermaken met zijn maagden.’ Ze bezongen de deugden van het martelaar- en weduwschap. Elke man of vrouw die bewust naar de Islamitische Staat migreert, is volledig doordrongen van de ideologie van het martelaarschap. De kersverse weduwen hebben hun man maar heel kort gekend. In die korte tijd van hun huwelijk zat hij de helft van de tijd op het slagveld. Stel je voor: je komt als jong meisje in een oorlogszone terecht, trouwt meteen na aankomst met een wildvreemde die je ontmaagdt, waarna hij gaat vechten, en jij geïsoleerd in je huis zit te wachten tot hij terugkomt, want pas dan mag je weer samen met hem buitenkomen. Ondertussen worden de wijken rondom platgebombardeerd. Je enige uitlaatklep zijn de sociale media. Misschien raak je wel zwanger vlak voor je man naar het paradijs vertrekt. Daar hou je als tienermeisje toch een gigantisch posttraumatisch stresssyndroom aan over?

De meisjes verlangen naar Utopia maar komen in de hel terecht?

SALTMAN: Veel hangt af van de stad waar ze naartoe gestuurd worden. Natuurlijk posten ze enthousiaste berichten over de gratis huisvesting die ze van de Islamitische Staat krijgen. Ze vergeten er bij te vermelden dat de familie die voor hen in dat huis woonde, ofwel dood is, ofwel gevlucht. De elektriciteit, het internet en het water zijn gerantsoeneerd, ze leven in een stad in oorlogsgebied onder de meest extreme vorm van de sharia. We merken dat veel vrouwen die nu in hun huizen opgesloten zitten, actiever willen worden én verlangen naar gewelddadigheid. We hebben tweets waarin vrouwen over onthoofdingen zeggen: ‘Ik wou dat ik het mes vasthield.’ We zien ook dat vrouwen momenteel militaire basistraining krijgen. Op verschillende fora vragen geïnteresseerde meisjes: ‘Zullen we kunnen vechten als we in het kalifaat arriveren?’ Het antwoord luidt: ‘Nog niet, maar later misschien wel.’

De vrouwen hebben geen enkel probleem met het geweld van de IS en met de onthoofdingen?

SALTMAN: Nee, ze zijn zich daar zeer bewust van. Voor ze vertrekken, weten ze dat ze getuige zullen worden van grof geweld. Ze hebben geen enkel probleem met de IS-ideologie. Ze vinden die fundamenteel juist. De IS werkt net als de Hitlerjugend, met toegewijde jongens en meisjes. Door aan te sluiten bij zo’n groepering voelen jonge mensen zich erkend, gesterkt en krijgen ze een duidelijk beeld voorgeschoteld van wie de vijand is. De taal is simpel en zwart-wit: het gaat over wij tegen zij, fout en juist, goed en kwaad. Zowel extreemrechtse groeperingen als de IS geven een jongere de kans om uit te groeien tot een held. ‘Je vecht een gerechtvaardigde strijd en zal daarvoor beloond worden.’

Ik stoor me aan het beeld dat we via de media van die vrouwen krijgen, want dat wordt sterk gekleurd door hun geslacht. Als kranten over Syriëstrijders schrijven, worden woorden gebruikt als “gewelddadig”, “agressief”, “kwaad”, “crimineel”. Maar als het over westerse vrouwen gaat die naar de Islamitische staat “migreren”, worden omschrijvingen bovengehaald als “gehersenspoeld”, “naïef”, “ze zijn het slachtoffer van grooming”.Terwijl je over veel mannen ook kunt zeggen dat ze gehersenspoeld en naïef zijn. Veel vrouwen zijn dan weer kwaad én gewelddadig.

Krijgen ze nooit spijt van hun beslissing om te migreren?

SALTMAN: We stellen vast dat vrouwen door een tweede golf van radicalisering gaan van zodra ze in het kalifaat arriveren. Daar is een psychologische verklaring voor: ze willen voor zichzelf rechtvaardigen waarom ze die ingrijpende keuze gemaakt hebben en hun familie en alle comfort hebben achtergelaten. Hun boodschappen worden gewelddadiger en agressiever. Ze omarmen het kalifaat vanuit zelfbescherming. Zowel mannen en vrouwen zijn de eerste maanden altijd online zeer actief, maar vallen daarna stil. Als je een rotdag hebt en niet veel zin hebt om nog maar eens de wereld te laten weten hoe fantastisch het leven wel is in de Islamitische Staat, stuur je die dag geen tweet cyberspace in.

Hoeveel vrouwen zijn ondertussen teleurgesteld teruggekeerd?

SALTMAN: Niet meer dan tien. Voor vrouwen ligt een terugkeer moeilijk, terwijl ondertussen wel honderden mannen teruggekeerd zijn. Teruggekeerde Syriëstrijders kunnen relatief gemakkelijk misdaden ten laste gelegd worden, maar voor teruggekeerde vrouwen ligt dat moeilijker. Het is niet illegaal om met een bankrover, een maffiabaas of een jihadist te huwen. Een van de teruggekeerde vrouwen wordt nu geen terrorisme ten laste gelegd, maar ontvoering omdat ze haar kind had meegenomen. Dat komt omdat we geen juridische wapens in handen hebben om vrouwen die naar het kalifaat vertrekken te veroordelen voor terrorisme, ook al ontpoppen ze zich tot propagandisten en groeien ze uit tot IS-boegbeelden.

Klopt het dat radicalisering zich tegenwoordig bijna exclusief online afspeelt?

SALTMAN: Nee, maar het internet speelt wel een voorname rol. Van zodra iemand online toegang gevonden heeft tot jihadistische propaganda, kunnen die plekken razendsnel uitgroeien tot de ultieme bronnen aan informatie. Maar altijd is er die ene beslissende gebeurtenis die zich in de echte wereld afspeelt. Bij de zusjes Halane was dat hun broer die eerder naar Syrië vertrokken was om er te gaan vechten. De drie schoolmeisjes van Bethnal Green die in februari van dit jaar vertrokken, waren een paar maanden eerder voorgegaan door een vriendin.

Je mag ook de reeds lang bestaande netwerken in de reële wereld niet onderschatten. Westerse landen die veel Syriëstrijders leveren, hebben allemaal een lange voorgeschiedenis van “legale” en gekende islamistische netwerken. Dat geldt voor zowel Groot-Brittannië, Frankrijk als België. Een figuur zoals onze haatprediker Anjem Choudary heeft het islamistische gedachtengoed mainstream helpen maken. Choudary is verschillende keren gearresteerd, maar is telkens weer vrijgelaten en ook nooit veroordeeld. Hij is heel slim in de manier waarop hij radicale standpunten verkondigt. Dat mainstream maken van extremistische opvattingen is extreem gevaarlijk en vormt een immens probleem in onze democratie. Wij vinden vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, maar er is een foute vorm van politieke correctheid geslopen in wat we wel en niet toestaan. Islamistische groeperingen mochten aan de Britse universiteiten bijvoorbeeld lezingen organiseren van radicale sprekers, waarbij de aula op verzoek van de groepering ‘vrouwvrij’ gemaakt werd. Het is niet verstandig om verwerpelijke verzoeken in te willigen vanuit angst om een fanatieke minderheid voor het hoofd te stoten.

Zijn er ook vrouwelijke haatpredikers actief met het gezag van een man als Anjem Choudary?

SALTMAN: Niet op straat, wel online. De uit Glasgow afkomstige Aqsa Mahmood alias Umm Layth is met haar blog vanuit de IS uitgegroeid tot de meest bekende celebrity-jihadiste. Er zijn nog meer invloedrijke westerse radicale moslima’s actief vanuit de Islamitische Staat. De meest tot de verbeelding sprekende is Shams. Haar offline-identiteit kennen we niet. Ze verhuisde begin 2014 naar de Islamitische Staat en houdt naast Twitter- en Facebook-accounts op Tumblr een ‘dagboek’ bij: diary-of-a-muhajirah.tumblr.com. Shams is een dokter die haar eigen vrouwenkliniek mag runnen. Ze schrijft open over haar ervaringen en geeft antwoorden op vragen van andere vrouwen. Ze is ondertussen zelf ook bevallen van een kind. Shams is een schoolvoorbeeld van hoe door de IS de regels van het spel compleet veranderd zijn. Geen enkele jihadistische organisatie liet vroeger toe dat om het even welke supporter in hun naam tweette. Ze wilden de media zelf controleren en deelden zo weinig mogelijk met de buitenwereld. Over wie die jihadisten waren, wisten we zo goed als niks. Nu kunnen we volgen welke maaltijden de vrouwen voor hun jihadist bereiden, ze posten foto’s van het eten dat ze klaarmaken en wisselen recepten uit. Door al die verschillende boodschappers toe te staan, verlaagt de IS drastisch de drempel voor anderen om ook deel te worden van het kalifaat. Het rekruteren wordt daardoor makkelijker, want de IS blijkt niet alleen een gewelddadige club te zijn en wordt plots ‘menselijk’.

Hoe langer het kalifaat blijft bestaan, hoe meer aanhang het krijgt. Een jaar na de stichting blijkt geen enkele grote internationale macht in staat het te stoppen. Die boodschap alleen al geeft de IS een vorm van rechtvaardiging. ‘Misschien steunt God hen wel echt en hebben ze gelijk.’ De druk onder jonge moslims onderling wordt opgevoerd. ‘Als je nu nog niet overtuigd bent van het kalifaat, bega je een grote vergissing. Koop een ticket, het is je plicht om naar hier te komen.’

De IS wordt gebombardeerd en krijgt een militair antwoord op de uitbreiding van haar grondgebied. Voor wie hier strijd levert tegen radicalisering werkt dat contraproductief. Want het militaristische antwoord wordt gebruikt om de IS-ideologie te rechtvaardigen. Ze stellen zichzelf nu voor als het slachtoffer. ‘Wij worden aangevallen terwijl we een veilige haven voor moslims willen creëren, waar we harmonieus kunnen leven volgens de enige echte goddelijke wet. De internationale machten gunnen ons dat niet. De hele geschiedenis door zijn we onderdrukt.’ Een ideologie kun je niet kapot bombarderen. Ondertussen raken steeds meer jonge moslims er door geïnfecteerd.

Hoe moeten we ze dan wel aanpakken?

SALTMAN: We hebben nood aan een sterke tegencultuur. Er moeten vanuit de overheid meer inspanningen geleverd worden om moslimgroeperingen die tegen de IS ingaan op een discrete manier te ondersteunen. Nu zien we dat een extremistische minderheid het hele discours monopoliseert. De gematigde meerderheid van de moslims moet dringend geholpen worden om haar stem luid en duidelijk te laten weerklinken.

© Jan Stevens