“Rijken zijn veel interessanter dan arme donders”

Lionel Shrivers nieuwe roman De Mandibles speelt zich in de nabije toekomst af, in een Amerika dat na een fatale financiële crash zijn torenhoge schulden niet meer kan betalen. “Als een munt crasht, is zowel arm als rijk genaaid. Maar wie veel geld heeft, is wel dubbel genaaid.”

 

Oktober 2029. Florence Mandible en haar vriend Esteban installeren zich net als alle andere Amerikanen voor hun tv-scherm om naar een toespraak van president Alvarado te luisteren. De president brengt onheilspellend nieuws: na 9/11 en de grote internetcrash van 2024, dreigt een nieuwe nationale ramp. Buitenlandse mogendheden onder leiding van de inmiddels 77-jarige Russische president Poetin hebben door de creatie van een nieuwe internationale munt de dollar de vernieling in gespeculeerd. De almachtige dollar is geen cent meer waard waardoor Amerika zijn torenhoge schulden niet langer kan afbetalen. Alvarado’s toespraak lijkt een ver-van-mijn-bed-show voor Florence en Esteban. Ze komen elke maand net rond en wonen in een bijna afbetaald rijhuis in Brooklyn. Bovendien stamt Florence uit een steenrijke familie. Net als de andere Mandibles wacht ze op de dag dat de 97-jarige stamvader Douglas het tijdelijke voor het eeuwige wisselt. Voorlopig zit de kranige patriarch als een kloek op zijn fortuin. Tot dat fortuin door de nationale schuldencrisis wegsmelt als sneeuw voor de zon.

In Lionel Shrivers nieuwe van zwarte humor doordrongen roman De Mandibles wordt de nabije toekomst niet gehypothekeerd door moslimfanaten, maar door een knoert van een financiële crisis. Al is er één kleine verwijzing naar ‘het kalifaat’, die er op lijkt te wijzen dat Islamitische Staat anno 2029 nog steeds alive and kicking is. “In De nieuwe republiek had ik het al eens over terrorisme”, zegt Shriver. “Dat thema hoefde ik dus niet nog eens uit te spitten.”

We zitten in de bar van een poepchique Londens hotel waar het geld tegen de plinten klotst. Lionel Shriver is met de fiets. Binnen een paar dagen vertrekt ze naar haar geboorteland Amerika om er in haar huis in Brooklyn tot september te gaan ‘overzomeren’. Ze bestelt een kopje thee van vijf pond.

 

U laat een van uw personages zeggen: “Verhalen die zich in de toekomst afspelen, gaan vooral over dingen waar mensen bang voor zijn op het moment dat ze die boeken schrijven. Ze gaan helemaal niet over de toekomst.”

Lionel Shriver: “Die zinnetjes groeien in sneltreinvaart uit tot de meest geciteerde uit mijn oeuvre. (lacht) Ik wist dat dit zou gebeuren op het moment dat ik ze schreef. De toekomst heeft altijd ‘de belofte’ in zich van mogelijke rampen en gruwel. Ook het verleden zit vol horror. Die gruwel uit het verleden was iemands toekomst. Er is dus altijd reden voor zenuwachtigheid, maar jammer genoeg werkt nervositeit meestal averechts en helpt ze de toekomst alleen maar rampzaliger maken.”

 

De Mandibles start in Amerika in oktober 2029, aan de vooravond van een gigantische financiële crash. Precies honderd jaar na de grote beurscrash van 1929. Dat is geen toeval?

“Nee, maar het is niet zo dat ook alle andere gebeurtenissen in de roman parallel lopen met de crisis uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Ik vond het een uitstekend idee om De Mandibles symbolisch op die beladen herdenkingsdatum uit de startblokken te laten schieten.”

 

Hebt u voor u begon te schrijven eerst een snelcursus economie gevolgd?

“Ik heb heel wat werken over economie doorploegd, want ik had er niet veel kaas van gegeten. De aanleiding voor De Mandibles was de financiële crisis van 2008-2009. Economie werd plots griezelig opwindend. (lacht) In 2009 maakte ik plannen om hier in Londen een huis te kopen. Ik moest daarvoor veel geld neertellen. Vanwege de dreiging dat de banken zowat elk moment konden omvallen, was het niet veilig om zelfs nog maar een paar uur meer dan 50.000 pond op een rekening te hebben staan. Een dag lang liep ik van de ene bank naar de andere, om overal rekeningen te openen om heel even de centen voor het huis op te parkeren. Het was belachelijk. Het leek alsof ik in een ander universum beland was.”

 

Voor de meeste mensen lijkt die crisis vandaag een nare droom uit een niet zo ver verleden.

“De huidige peis en vree is slechts schijn. Ik ben me meer dan ooit bewust van de sluimerende onzekerheid in ons financieel systeem. Wereldwijd hebben regeringen, ondernemingen en particulieren nog nooit zo diep in de schuld gezeten als nu. We hebben onze les duidelijk niet geleerd. Ik geloof niet dat alle schuld die nu in de wereld opgebouwd is, ooit terugbetaald zal worden.”

 

In De Mandibles is Amerika een soort van Griekenland. In een rotvaart stort het hele systeem ineen en wordt een grootmacht herleid tot een paria.

“Het systeem ís ook gedoemd om in te storten. De schuld is zo immens dat het iets absurds geworden is. Het scenario in De Mandibles is griezelig realistisch en geldt ook voor landen als Groot-Brittannië en zelfs België. Al het cijfermateriaal in mijn roman is het resultaat van een economische projectie aan de hand van de huidige toestand. Al had ik die fatale crash ook veel langzamer kunnen laten verlopen. Want het meest voor de hand liggende scenario is dat de inflatie zal beginnen toenemen. Volgens sommige economen helpt een oplopende inflatie de gigantische schuldenberg wegsmelten als sneeuw voor de zon. De redenering is dat stijgende prijzen de overheden meer geld zal opleveren, waardoor ze hun schulden verder kunnen inlossen. Dat lijkt verstandig, terwijl het in werkelijkheid een horrorscenario is, want de paar keer dat daarmee in de geschiedenis geëxperimenteerd is, stuikte de economie óók in elkaar. Ach, onze huidige economische toestand maakt me boos.”

 

De Mandibles is geschreven vanuit boosheid?

“Uit woede, bezorgdheid maar ook om mezelf te amuseren. (lacht) Ik vond het best interessant om de scenario’s uit te tekenen van wat er kan gebeuren als een munt in verval raakt. Ik kon daarvoor teruggrijpen naar voorbeelden uit het verleden, en naar crashes die zich op dit moment afspelen. Kijk maar naar Venezuela.”

 

Niet zo heel erg lang geleden was dat nog een economisch bijzonder succesvol land.

“Precies. De illustere president Hugo Chávez kon alleen maar zijn socialistische experimenten in de praktijk brengen dankzij de gigantische opbrengsten van de door de overheid gecontroleerde olie-industrie. De olieprijzen zijn ondertussen ingestort waardoor zijn opvolger Nicolás Maduro geen geld meer heeft, maar toch dezelfde politiek blijft bedrijven. Het gewone volk is daar de dupe van.”

 

In De Mandibles is een gefortuneerde familie ‘de dupe’.

“Als een munt crasht, is zowel arm als rijk genaaid. Maar wie veel geld heeft, is wel dubbel genaaid. Daarom ook behoren mijn hoofdpersonages tot een familie waarvan de patriarch een stevig fortuin van zijn grootvader geërfd heeft. Het geld van de 97-jarige grootvader Douglas Mandible stamt uit de tijd toen de Amerikaanse economie nog échte dingen maakte. Het werd door de industrieel Elliot Mandible verdiend met het produceren van dieselmotoren. Douglas heeft nooit iets van het familiefortuin uitgedeeld, waardoor zijn kinderen en kleinkinderen er tot aan de crash ook nooit de vruchten van hebben geplukt. Al zijn het geen arme schooiers. Personages die veel centen te verliezen hebben, zijn natuurlijk veel interessanter voor een schrijver van een roman over een financiële crash, dan arme donders die toch al aan de grond zitten. De instorting van de dollar verplicht hen de moeilijke reis te maken van overvloedig veel tot helemaal niets.”

 

Douglas Mandible is een gepensioneerde literaire agent die met het fortuin van zijn grootvader een vrij glamoureus leven leidt. Had u iemand in gedachten?

“Douglas is een mengeling van de Amerikaans-Britse literaire agent Andrew Wylie en van wijlen Roger Straus, mijn vroegere uitgever bij Farrar, Straus and Giroux in New York. De flamboyante Straus droeg altijd smetteloos witte pakken; hij was een man met karakter. Andrew Wylie is dan weer een echte haai. Hij heeft veel bekende schrijvers onder zijn cliënteel en staat bekend voor het vakkundig uitpersen van uitgevers. Hij slaagt er dus in uitstekende deals voor zijn auteurs te versieren. Het adagium van de Mandible Agency luidt: ‘Als een auteur zijn voorschot terugverdient, heeft de agent gefaald.’ Dat heb ik gepikt van Andrew Wiley. (lacht)”

 

Douglas’ luxueuze seniorenappartement staat vol eerste drukken van romans. In 2029 zijn romans waardeloos geworden.

“De hele uitgeefindustrie is verdwenen, net als de kranten- en tijdschriftenindustrie. De voortekenen laten nu al duidelijk zien dat kranten en tijdschriften geen lang leven meer beschoren zijn. Ze zullen allemaal ten onder gaan. Zelfs de New York Times en The Guardian staat het water aan de lippen.”

 

De journalistiek is in 2029 vervangen door complottheorieën en activistische posts op sociale media.

“Wat nu ook al aan het gebeuren is. In mijn roman is nergens nog objectief nieuws te vinden. Het enige wat overblijft, is het tv-journaal. Dat was altijd al een ietwat dommige afspiegeling van wat er zich echt in de wereld afspeelt. (lacht)

“Vandaag verliezen journalisten ontzettend veel tijd op een medium als Twitter. Ze zien het als een ernstig nieuwsmedium, wat complete onzin is. Ik mijd de sociale media als de pest. Geen Facebook, Instagram, Twitter of wat dan ook. Ik ben een dinosauriër. (lacht) Ik wil niet van andere mensen horen hoe het met hen gaat, wat ze aan het uitspoken zijn of wat ze denken. Ik vind ook niet dat ik het aan mijn lezers verplicht ben om constant bereikbaar te zijn. Het is mijn job om boeken voor hen te schrijven.”

 

De moeilijke verhouding tussen Douglas Mandible en zijn zoon Carter slaat helemaal om wanneer Carter ontdekt dat het fortuin van vader Mandible weggevaagd is.

“Eens het geld verdwenen, klaart de lucht tussen beiden op. Hun relatie werd jarenlang vervuild door dat geld. Dat is exact waar ons principe van ‘erven’ voor zorgt. Zelfs kleinere erfenissen kunnen de verhoudingen tussen ouders en kinderen en tussen kinderen onderling op een verschrikkelijke manier verzieken. Erven zorgt er ook voor dat degene met het geld zijn erfgenamen zal beginnen te manipuleren.”

 

Geld brengt het slechtste in de mens naar boven?

“Dat klinkt afschuwelijk protestants. Laten we het erop houden dat geld het samenleven ingewikkelder maakt. Een relatie wordt makkelijker, relaxter en oprechter als beide partijen zich er bewust van zijn dat ze allebei over ongeveer evenveel centen beschikken. Het boeit me enorm om te observeren hoe geld menselijke relaties complex maakt en hoe het vriendschappen kan sturen en soms ook om zeep helpen.”

 

Hebt u dat zelf ook ervaren na het megasucces van uw verfilmde roman We moeten het eens over Kevin hebben?

“Ik ben heel erg lang heel erg arm geweest. Ik kon net het hoofd boven water houden.”

 

Uw ‘armoede’ van toen is te vergelijken met die van het personage Florence Mandible, met haar slecht betaalde baantje in de daklozenopvang?

“Ik was even arm als Florence, ja. Ook ik behoorde tot de klasse van de working poor. Achteraf beschouwd voelde ik me na verloop van tijd iets te comfortabel met hoe welstellende vrienden op café of restaurant de rekeningen betaalden. Ik nam er vrede mee dat zij telkens weer de bonnetjes opraapten en naar de kassa liepen. Sterker nog: ik vond dat best handig. Ik was me er toen niet van bewust dat ik daardoor zelf de kiemen legde voor de verzuring van mijn relaties. Ik had niet door dat ik eigenlijk opportunistisch handelde en het vertikte om de verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen situatie. Want doordat ik hen altijd de rekeningen liet betalen, zaten we niet langer in ‘relaties onder gelijken’.”

 

Dat besef is er pas gekomen toen u zelf geld had?

“Ja. Ik weet nu dat een mens met geld het niet fijn vindt dat anderen daar voortdurend misbruik van maken. Begrijp me niet verkeerd: ik heb geen armere vrienden die misbruik van mijn goedheid maken. Dat besef is er gekomen doordat ik nu als welstellende terug kan kijken op hoe ik was toen ik veel minder centen had.”

 

Was u als werkende arme jaloers op mensen met geld?

“Nee. Afgunst vind ik een vreselijke eigenschap, al tiert die tegenwoordig welig. Het zijn net de rijke mensen die de westerse economieën en regeringen overeind houden. In Amerika betaalt de helft van de bevolking geen inkomensbelasting. De rijken betalen wél belastingen en houden zo de hele infrastructuur aan de praat.”

 

De middenklasse en de armen betalen in de VS geen belastingen, zegt u?

“Correct. Zij betalen niets. Dat is een gevolg van hoe ons progressief belastingstelsel ineen zit. Ik vind dat een asociaal, verdeeldheid zaaiend systeem. Ik ben er een groot voorstander van dat iedereen hetzelfde percentage betaalt om onze gezamenlijke noden, zoals wegen, ziekenhuizen en scholen te lenigen. Alleen zo creëren we een collectief besef dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. De regering neemt geld af van de welstellenden en geeft het aan anderen. Veel centen verdwijnen zo naar de latino’s. Wat ik nu ga zeggen, kan me de reputatie opleveren dat ik een onverdraagzaam mens ben. Maar ik doe het toch. De Afro-Amerikanen maken integraal deel uit van de VS. Zij zijn ooit tegen hun wil naar Amerika gebracht, hebben een terechte burgerrechtenstrijd gevoerd en horen er helemaal bij. Dat ligt totaal anders voor de vele ongeschoolde migranten die vanuit Latijns-Amerika de grens overstaken. Zij hebben het land niet helpen opbouwen en liggen aan de basis van veel sociale en economische problemen. Natuurlijk zijn die mensen gedeeltelijk gelokt door de industrie die op zoek was naar spotgoedkope werkkrachten. Het rampzalige gevolg is dat de brave belastingbetaler met de gebakken peren zit. Akkoord, onze broccoli is een klein beetje goedkoper in de supermarkt, maar we mogen wel dokken voor de gezondheidszorg van al die migranten. Want voor hen is goedkope gezondheidszorg heilig. Ze vinden het doodnormaal dat wij die met ons belastinggeld financieren. Jullie Europeanen geloven allemaal dat Obamacare zo fantastisch is. Wij vinden dat niet. Want de hogere middenklasse moet zijn plan trekken en moet daarnaast ook nog eens belastingen betalen waarmee de ziekteverzekeringen van alle anderen bekostigd worden.”

 

Stemt u in november voor Donald Trump?

“Nee, ik vind hem angstaanjagend. U moet niet denken dat ik een Republikein of een extreemrechtse weirdo ben. Ik ben een Democraat, al heb ik het niet zo voor de socialist Bernie Sanders. Dat had u waarschijnlijk al door. (lacht) Op economisch vlak ben ik een republikein en op sociaal vlak een democraat. President Obama vind ik best oké. Hij is pragmatisch, diplomatisch en heeft gevoel voor humor. Hij is de tegenpool van een boerenpummel als Trump.”

 

Donald Trump maakt zich net als u zorgen over de migranten uit Mexico. Hij wil een muur bouwen om ze tegen te houden.

“De immigratie in de Verenigde Staten verloopt te snel en te ongecontroleerd. We laten de verkeerde mensen binnen en werpen barrières op voor de hooggeschoolden en vaklui waar we wel nood aan hebben. Ik ben niet tegen immigratie, maar wel tegen de manier waarop ze nu verloopt. Ik ben ook dat blijvende gezeur over inkomensongelijkheid zat. Dat heeft louter met afgunst te maken en brengt het slechtste in de mens naar boven. De echte discussie zou eigenlijk moeten gaan over gebrek aan eten of huisvesting, dáár moeten we iets aan doen. Maar je moet niet over je veel rijkere buur beginnen zeuren als je zelf een leuk huis hebt en een gevulde koelkast.”

 

U bent geen fan van Thomas Piketty?

“Piketty ziet er best een sympathieke kerel uit; dat is waarschijnlijk ook de reden van zijn succes. (lacht)”

 

Lionel Shriver, De Mandibles, Atlas-Contact, 448 blz, 24,99 euro

 

© Jan Stevens

Advertenties

“Mijn broer at zich dood en ik kon hem niet redden”

Lionel Shrivers broer Greg stierf vier jaar geleden aan de gevolgen van morbide obesitas. Zijn dodelijke obsessie met voedsel en haar onvermogen hem te helpen, motiveerden haar tot het schrijven van Big Brother. “Ik kon hem niet redden. Hij wou niet op dieet om zijn kleine zusje te behagen.”

 

193 kilo. Zoveel weegt Edison Appaloosa met alleen zijn onderbroek aan. Edison is een van de hoofdpersonages in Lionel Shrivers nieuwe roman Big Brother en is geënt op haar eigen grote broer Greg, die in 2009 op 55-jarige leeftijd stierf aan een ziekte gerelateerd aan obesitas. In Big Brother luistert de kleinere zus naar de naam Pandora. Samen met haar aan fietsen, fitness en gezonde voeding verslaafde echtgenoot Fletcher woont ze in een stadje in de Amerikaanse staat Iowa. Ze runt er een succesvol bedrijf en schopt het tegen haar wil tot Bekende Amerikaan. Haar oudere broer Edison verdient de kost als jazzpianist in New York. Pandora leeft in de waan dat hij er keihard aan de uitbouw van een internationale carrière timmert, tot hij haar vraagt of hij voor een paar weken bij haar mag komen logeren. Als ze hem op het vliegveld ophaalt, herkent ze hem eerst niet. Haar ooit knappe, slanke broer is meer dan honderd kilo aangekomen en ziet er allesbehalve patent uit. Edisons ontspoorde eetgedrag zorgt voor snel oplopende spanningen tussen de begripvolle Pandora en haar supergezonde echtgenoot. Tot Fletcher zijn vrouw voor de keuze stelt: ofwel zet ze Edison op het vliegtuig terug naar New York, ofwel vraagt hij de scheiding aan. Pandora laat haar broer niet vallen, neem hem mee naar een huurflat en zet hem op een zwaar dieet.

Met Big Brother schreef Lionel Shriver een soms hilarische en vaak intrieste roman over een van de grootste problemen van de westerse samenleving: vetzucht. In 2005 won ze na jaren schrijven in de luwte de Orange Prize met het later verfilmde We moeten het even over Kevin hebben, waarin een vertwijfelde moeder het relaas brengt van haar zoon die op zijn school een slachtpartij aanricht. In de zomermaanden woont Shriver in New York; in september verhuist ze elk jaar weer naar Londen, waar ze met de opbrengst van megasucces Kevin een huis kocht.

Op haar Londense keukentafel liggen twee kersverse exemplaren van de Nederlandse vertaling van Big Brother. “Ik vind het merkwaardig dat de uitgever de Engelse titel behouden heeft”, zegt ze. “Ik kan me niet voorstellen dat ‘big brother’ voor jullie hetzelfde betekent als voor ons. Jullie kennen Big Brother van George Orwell en van dat tv-programma, maar ken je hem ook als ‘grote broer’?”

De pezige Lionel Shriver ziet er het tegendeel uit van wijlen haar big brother. “Ik hou van sporten en eet niet veel, maar ik ben geen nutritional nazi zoals de Fletcher uit mijn boek die elke calorie telt. Het verhaal van mijn broer Greg was meer dan een inspiratiebron: het gaf me ook de legitimatie om dit boek te schrijven. Ik heb zelf geen gewichtsprobleem en kan me voorstellen dat veel mensen zich afvragen: ‘Waarom schrijft zij over overgewicht? Wat weet die magere Lionel Shriver over vetzucht?’ Het antwoord is simpel: mijn broer had morbide obesitas. De voorbije jaren is vetzucht in het Westen uitgegroeid tot een groot sociaal probleem. Het is pas als je in je nabije omgeving geconfronteerd wordt met iemand die eraan lijdt, dat je beseft dat het ‘sociaal probleem’ een verzameling is van kleine persoonlijke drama’s. Dat is een goed vertrekpunt voor een roman.”

 

Was Big Brother ook therapeutisch om te schrijven?

Lionel Shriver: Een beetje wel. In het tweede deel van de roman neemt Pandora haar broer onder haar vleugels. Ze zet hem op dieet en vast dapper mee. Dat tweede deel leest bijna als een sprookje. Ik heb dat bewust zo gedaan: het is het soort sprookje dat we elkaar graag wijsmaken over wat we allemaal kunnen doen om iemand anders te helpen. Die fantasie die we vaak koesteren over het redden van anderen, impliceert meteen dat we ook onszelf redden. In gedachten sta je op voorhand al perplex van je eigen generositeit en je eigen ‘persoonlijke kracht’.

 

Aan het redden van iemand anders liggen in werkelijkheid egocentrische motieven ten grondslag?

Shriver: Precies. Dat idee dat je anderen kunt redden is niet meer dan ijdelheid. Het is ook een overschatting van je invloed op je medemensen. Ik geloof niet dat ik mijn eigen broer had kunnen overtuigen om af te vallen. Greg zou nooit zoals Edison op dieet gegaan zijn om zijn kleine zus te behagen.

 

Omdat uw broer zich dood wou vreten?

Shriver: Ja, zijn obesitas was suïcidaal. Het was niet zo dat hij zich bewust volpropte om er zo snel mogelijk een einde aan te maken, maar zijn eetverslaving was wel opzettelijk zelfdestructief. Zijn uiteindelijke ‘doel’ was zeer vermoedelijk de dood.

 

Is het niet bizar: jezelf dood eten, terwijl voedsel juist dient om te kunnen blijven verder leven?

Shriver: Ja, voedsel zien we als bron van leven. Obesitas lijkt daardoor extra pervers. Vandaag eten veel mensen zichzelf te pletter, waardoor het een perversiteit op grote schaal geworden is. Het lijkt ook heel obsceen dat je overvloedig veel voedsel naar binnen propt om in de juiste stemming te geraken, terwijl zoveel mensen in de rest van de wereld sterven van de échte honger. Ik weet niet hoe het in België gesteld is, maar hier in het Verenigd Koninkrijk is het een enorm probleem, bijna even groot als in de VS. Volgens recente statistieken worstelt meer dan 60% van alle volwassen Britten met overgewicht. 30% van alle kinderen tussen 2 en 15 zijn te dik. Een kwart van de volwassenen zijn écht zwaarlijvig. En het wordt alleen maar erger.

 

Pandora’s man Fletcher is een gezondheidsmaniak. Hij windt geen doekjes om wat hij van Edisons zwaarlijvigheid denkt: hij noemt hem een moddervette loser met een dikke reet.

Shriver: De manier waarop Fletcher over dikke mensen praat, is zeer wreed, maar heel realistisch. De andere personages zijn veel vriendelijker en diplomatischer. Ik had een ‘vertegenwoordiger’ nodig uit die grote groep die op een denigrerende manier over dikke mensen spreekt, vaak zelfs in hun gezicht. Ikzelf sta erg sympathiek tegenover mensen met obesitas en ik vind dat ze soms verschrikkelijk behandeld worden.

 

Ze worden ervan beschuldigd ‘niet genoeg karakter’ te hebben.

Shriver: Inderdaad. Zwaarlijvigheid wordt gezien als een karakterzwakte en niet als een medisch probleem, terwijl het om een zware verslaving gaat. Rokers ervaren net hetzelfde: ook zij worden gedemoniseerd en als paria’s behandeld. Alleen hoeven zij niet die extra last te dragen als afstotelijke monsters beschouwd te worden. Hun gewoonte is misschien onaantrekkelijk, maar die maakt hun lichaam niet noodzakelijk lelijk. Er zijn zelfs mensen die het overgewicht van hun medeburgers als een persoonlijke aanval opvatten, of als een belediging.

 

U hebt nu geen spijt dat u zich niet, net als Pandora, over uw grote broer ontfermd hebt?

Shriver: Nee, Greg vroeg geen hulp. Ik geef toe dat ik er wel heb over lopen tobben, maar toen was het te laat. Ik maak me daar geen verwijten over, want het is heel normaal dat broers en zussen zichzelf niet als ‘de hoeder van hun broeder’ zien. Die uitdrukking mag dan wel bestaan, in werkelijkheid nemen volwassen broers en zussen geen verantwoordelijkheid voor elkaar. Natuurlijk hou je af en toe elkaars handje vast, of help je met iets onbeduidend. Maar wat nooit zal gebeuren, is dat de ene zus tegen de andere broer zegt: “Kom voorlopig maar bij mij wonen tot je uit de shit bent”, of: “Ik zal dat probleem wel voor je oplossen.”

 

Op een bepaald moment citeert u de Amerikaanse dichter Robert Frost: “De definitie van familie is: de mensen die jou altijd in huis zullen nemen.” Dat is dus quatsch?

Shriver: Dat is wat je ouders je als kind wijsmaken. Dat doen ze natuurlijk uit eigenbelang omdat ze hopen dat jij hen in huis zal nemen als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het cliché wil dat ouders altijd voor hun kinderen zorgen, wat niet noodzakelijk waar is. Vervolgens word je volwassen en moet je op je eigen benen staan, met in je achterhoofd de zekerheid dat er van je verwacht wordt dat je ooit je ouders terugbetaalt door voor hen te zorgen.

 

U hebt niet zo’n hoge pet op van het fenomeen gezin?

Shriver: De meeste gezinnen zijn gestoord. (lacht) In het gezin waar Pandora en Edison uit stammen, draaide alles rond beroemd zijn. Hun vader Travis speelde een hoofdrol in een tv-serie in de jaren zeventig, was in die tijd beroemd en gedroeg zich ernaar. Pandora en Edison zijn na hun kindertijd blijven worstelen met dat streven naar beroemdheid. Pandora heeft met haar familieverleden proberen af te rekenen door het beroemd zijn af te zweren. Paradoxaal genoeg wordt zij tegen heug en meug toch een celebrity. Edison is dan weer niet achterdochtig genoeg. Hij gebruikt de artiestennaam van zijn vader en wil net als hem worden, maar dan op zijn eigen terrein: dat van de jazzmuzikant. Die strategie is gedoemd te mislukken.

 

Dus begint hij te eten omdat hij het gevoel heeft dat zijn leven mislukt is?

Shriver: “Als ik niet kan hebben wat ik wil, vernietig ik wat ik wel heb.” Hij haat de wereldberoemde jazzpianist Keith Jarrett omdat die degene geworden is die hij zo graag had willen zijn. Edisons verslaving aan eten gaat zover dat hij zijn piano ‘opeet’: hij verkoopt zijn dierbaarste bezit om te kunnen blijven scoren. Een eetverslaafde gedraagt zich als een volbloed junk en zal zijn ziel aan de duivel verkopen om toch maar aan de brandstof te geraken die de verslaving kan temperen.

 

Edisson haat Keith Jarret, maar tijdens optredens gedraagt hij zich even verwaand.

Shriver: Dat gedrag keert zich tegen hem: hij krijgt een reputatie in het jazzwereldje dat hij een verwende eikel is en ze laten hem links liggen. Zijn vader Travis gedroeg zich als beroemdheid ook zo en geraakte er wel mee weg. Edison heeft niets anders gezien en gelooft dat je als een onuitstaanbaar mens door het leven moet banjeren als je belangrijk wil worden. Dat lukt niet, want op zo’n gedrag knappen mensen af.

 

Tenzij je wel beroemd bent.

Shriver: Inderdaad, dan mag je probleemloos een asshole zijn. Dat zal dan nog altijd niet echt je belangen dienen, alleen tast het je positie niet aan. Je kunt het je dan veroorloven om de zeikerd uit te hangen. Eigenlijk is Pandora veel slimmer dan Edison: ze jaagt het celebrityschap niet na en wijst het zelfs af, maar is niet te beroerd om er af en toe dankbaar misbruik van te maken.

 

Pandora werd per toeval beroemd. Heeft We moeten het even over Kevin hebben ook van u bij toeval een beroemdheid gemaakt?

Shriver: Misschien wel. Als schrijfster ben ik altijd ‘mijn ding’ blijven doen en schreef ik de boeken waarvan ik vond dat ze geschreven moesten worden. Een van die boeken werd toevallig een grote hit. Ik heb na dat succes nooit het model van de ‘celebrity-asshole’ nagestreefd. Veel mensen die tot het kransje beroemdheden toetreden, kunnen niet aan de verleiding weerstaan om zich te misdragen en anderen als stront te behandelen. Veeleisend zijn is een manier om te vieren hoe belangrijk ze geworden zijn.

Mijn tennispartner in New York kwam decennia lang chronisch te laat op onze tennisafspraken. Ik werd er gek van, maar de voorbije zomer arriveerde hij plots op tijd. We speelden vier keer per week en ik denk niet dat hij ook maar een keer te laat was. Op een bepaald moment vroeg ik: “Wat is er gebeurd? Het is onvoorstelbaar dat je zo maniakaal punctueel geworden bent. Dankjewel.” Hij antwoordde dat hij niet alleen op tennis maar altijd en overal veel te laat op afspraken kwam, en dat hij tot het besef gekomen was dat hij dat had overgenomen van zijn vader die ook altijd overal te laat kwam. Hij voelde nu aan dat hij zich een verderfelijke eigenschap had eigen gemaakt: het mannelijke voorrecht om anderen op je te laten wachten. Mijn vriend besefte hoe fout en aanmatigend die houding was en was vastbesloten voortaan op tijd te zijn. Al die beroemdheden die zich als eikels gedragen, zijn in hetzelfde bedje ziek: door anderen slecht te behandelen, tonen ze hoe belangrijk ze zijn.

Ik ben geen asshole geworden, maar het succes van Kevin had wel een paar serieuze consequenties: het legde druk op me en tastte mijn productiviteit zwaar aan. Te veel tijd gaat nu naar promotie en publieke optredens. Vaak is dat leuk, maar mijn werk lijdt er onder. Al is het contact met mijn lezers soms ook een steun in de rug. Het kan deugd doen om te ervaren dat er mensen zijn die je maandenlange gezwoeg aan een roman weten te appreciëren. Soms is het anders: ik kan niet aan de verleiding weerstaan om op het internet de reacties van lezers op mijn journalistieke stukken te lezen, en af en toe word ik daar lichtjes wanhopig van. Veel van die zogenaamde onlinelezers kunnen niet eens lezen en snappen de ballen van wat ik bedoel. Wanhopig vraag ik me dan af waarom ik al die artikels blijf schrijven. Onlangs vertelde ik dat op een meeting met mijn lezers en achteraf kwam iemand naar me toe: “Blijf alsjeblieft artikels schrijven. Ik hou echt van je stukken.” (lacht) Dat was wel lief. Blijkbaar blijft een aantal mensen daarbuiten mijn geschrijf de moeite vinden. Ik moet er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik soms veel intelligentere feedback van lezers krijg dan van literaire critici.

 

Want zij snappen helemaal niets van wat u schrijft?

Shriver: Soms niet. Ik heb een haat-liefde verhouding met literaire kritiek. Het is niet dat ik niet tegen kritiek kan, maar ik denk echt dat alleen positieve recensies een positief resultaat genereren. Wat voor zin hebben de negatieve trouwens? Critici schrijven over een boek dat toch al af is, en waar geen letter meer aan veranderd kan worden. Als schrijver is het verstandiger om alleen de positieve recensies te lezen. Ik heb geen probleem met een recensent die een paar fout geconstrueerde toestanden in een roman naar voor brengt. Ik heb het wel moeilijk met de vaak gemene literaire kritieken, met de afrekeningen. Slechte recensies nemen veel plek in mijn hoofd in en richten daar toch wel enige schade aan. Het schrijversberoep is sowieso al doorspekt met twijfel. Er zijn genoeg innerlijke stemmen die me destabiliseren waardoor ik de uiterlijke variaties op you suck, kan missen als kiespijn. Ik heb de negatieve kritieken in de Britse pers over Big Brother als een vorm van experiment gelezen en heb me voorgenomen dat nooit meer te doen. Veel negatieve recensies worden geschreven met een verborgen agenda, zeker hier in Groot-Brittannië. Ze hebben iets over je gelezen waardoor ze je niet kunnen uitstaan, of ze houden niet van ‘het soort boeken’ dat je schrijft. Ik recenseer zelf en ik weet hoe ingewikkeld het is. Door ouder te worden ben ik als recensent veel vriendelijker geworden. Maar dit land houdt van wreedheid. Als je hier als criticus de aandacht wil trekken, moét je wreed zijn.

 

Is crack echt zo’n groot probleem in de brave Amerikaanse boerenstaat Iowa?

Shriver: Crack niet, wel crystal meth.

 

In Big Brother schrijft u toch dat de middenklasse van Iowa aan de crack zit, met boeren die gebruiken om hun werk te kunnen bolwerken en huisvrouwen die het als dieetmiddel tot zich nemen?

Shriver: Ze gebruiken geen crack, maar crystal meth. Niemand weet dat het er in het middenwesten van de VS zo aan toegaat, maar het is keiharde realiteit. Crystal meth vormt er een gigantisch probleem: het spul is relatief goedkoop en niet zo moeilijk te vervaardigen.

 

In de Nederlandse vertaling van uw boek staat consequent crack in plaats van crystal meth.

Shriver: Echt? Dat is een gigantische fout die het boek oneer aandoet. (stilte) Crack is een totaal andere drug dan crystal meth. De VS zijn nu niet in de ban van crack, maar van het waanzinnig verslavende crystal meth dat je gezondheid om zeep helpt. Crack is zó jaren tachtig. Fletchers eerste vrouw was verslaafd aan crystal meth.

 

Volgens uw Nederlandse vertaler zat ze aan de crack.

Shriver: Jezus. Dan maak ik me grote zorgen over de rest van de vertaling. Daarom ook kreeg ze zware gebitsproblemen, zoiets krijg je niet van crack. Amerikaanse huisvrouwen gebruiken crystal meth echt om te vermageren. Die vertaler weet duidelijk niets over drugs.

 

 

Lionel Shriver

Geboren als Margaret Ann Shriver op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina. Haar vader was een dominee.

Ze veranderde op haar vijftiende haar naam in Lionel. Ze vond dat een stoere mannennaam beter bij haar persoonlijkheid paste.

Ze woonde achtereenvolgens in Nairobi, Bangkok en Belfast.

Tegenwoordig woont ze afwisselend in New York en Londen.

Ze won in 2005 de prestigieuze Orange Prize met haar brievenroman We moeten het even over Kevin hebben.

Ze is getrouwd met jazzdrummer en –componist Jeff Williams.

 

Lionel Shriver, Big Brother, Atlas Contact, 416 blz., 21,95 euro

 

© Jan Stevens

Boulevard of Broken Dreams


Gebroken dromen, verwoestende kanker en dreigende financiële problemen. Van de ingrediënten van de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver wordt een mens niet vrolijker. Toch is
Dat was het dan een meesterlijke roman, aangedreven door woede over de waardeloze ziekteverzekering in Shrivers geboorteland.

 

De New Yorker Shep Knacker, hoofdpersonage uit Dat was het dan, is de ratrace spuugzat. Hij droomt al zijn hele leven van een luilekker leven onder de Afrikaanse zon. Acht jaar eerder werd Shep een miljoen dollar rijker toen hij zijn klusbedrijf Manus-van-alles verkocht aan zijn werknemer Randy Pogatchnik, “een onervaren, van niets wetende sukkel met een grote mond.” Met dat miljoen zouden Shep en zijn vrouw Glynis, een niet erg succesvolle zilversmid, aan hun Tweede Leven overzee beginnen. Maar eerst trad hij voor een paar maanden als werknemer in dienst bij zijn oude bedrijf, door de onsympathieke nieuwe eigenaar herdoopt tot Handige Randy. Een periode die Shep wou gebruiken om alles in gereedheid te brengen voor de grote oversteek naar zijn magische Tweede Leven.

Eind 2004 is er van Sheps verlangen naar ‘het paradijs’ niets in huis gekomen. Hij werkt nog steeds tegen zijn zin bij Handige Randy en Glynis runt nog steeds haar kwakkelende bedrijfje. Het magische miljoen is inmiddels afgebrokkeld tot 700.000 dollar. Al die jaren heeft Glynis Sheps droom van het Tweede Leven met uitvluchten kunnen tegenhouden. Maar in de laatste maand van 2004 neemt haar man een kloek besluit: hij bestelt vliegtickets naar Pemba, een tropisch eiland voor de kust van Tanzania. Sheps nieuwe leven zal eindelijk beginnen, desnoods zonder vrouw. Als hij Glynis voor het blok zet – achterblijven of met hem vertrekken – vertelt ze hem dat ze aan een zeldzame, uiterst agressieve kanker lijdt. “Ik vrees dat ik jouw ziektekostenverzekering nodig heb”, voegt ze eraan toe. Shep laadt zijn koffer uit, blijft bij zijn zieke vrouw en hervat zijn job. Hij leeft in de veronderstelling dat hij via Handige Randy over een min of meer fatsoenlijke ziekteverzekering beschikt. Dat valt lelijk tegen. Als de Knackers hun spaarpot moeten aanspreken, staat Shep voor een verscheurende keuze. Want hoeveel geld is het leven van de terminale Glynis hem nog waard?

 

De in Amerika geboren, en deeltijds in Londen wonende Lionel Shriver won in 2005 de prestigieuze Orange Prize met haar brievenroman We moeten het even over Kevin hebben, over een vijftienjarige jongen die een bloedbad aanricht op school. Shriver lijkt een voorkeur te hebben voor loodzware thema’s; Dat was het dan vormt daarop geen uitzondering. Toch is Shrivers nieuweling geen langgerekte jeremiade. Integendeel. Het is een intelligente, puntgaaf geschreven roman over werken, dromen, leven, ziek worden en sterven in het Amerika van vóór de (alweer op de helling staande) ziekteverzekering van Obama. Dat was het dan laat op een beklijvende wijze zien hoe een levensbedreigende ziekte zelfs welstellende Amerikanen tot de bedelstaf dreigt te brengen.

Glynis lijdt aan het zeldzame mesothelioom, een kanker die veroorzaakt wordt door asbest. De overlevingskansen zijn nihil. Shriver schrijft met kennis van zaken, want ze baseerde de lijdensweg van haar romanfiguur Glynis op die van haar beste vriendin Terri, een zilversmid die in 2005 gediagnosticeerd werd met mesothelioom.

 

Dat was het dan is geen vrolijk boek, maar het is ook geen tearjerker. Shriver hanteert een afstandelijke, soms ironische stijl en schetst zo een haarscherp, indringend portret van de Amerikaanse middenklasse met haar woedes, angsten en verlangens. Met Sheps vriend Jackson als prototype van de politiek bewuste, maar zwaar gedesillusioneerde Amerikaanse stedeling. Jackson catalogeert Amerikanen cynisch “in lui die volgens de regels spelen en lui die simpelweg met de regels spelen (of ze helemaal negeren).”

In tegenstelling tot Vrijheid van Jonathan Franzen, dé hype van 2010, haalde Lionel Shriver met haar nieuweling wél de shortlist van de National Book Award, Amerika’s belangrijkste literaire prijs. Shrivers selectie was alleszins terecht: Dat was het dan is minstens even goed als Franzens Vrijheid.

 

©Jan Stevens