“Ook een onrechtvaardige oorlog is soms positief”

Oorlog is zinloos en lost nooit iets op. “Niet waar”, zegt historicus Ian Morris. “Op lange termijn bekeken, is oorlog zelfs goed: het maakt onze samenlevingen groter, veiliger en rijker.”

 

De in de lente van volgend jaar te verschijnen oorlogsgeschiedenis War! What is it good for? van de Amerikaans-Britse historicus Ian Morris opent met de eerste regels van de anti-oorlogsklassieker War van soullegende Edwin Starr: “War! Huh, good God. What is it good for? Absolutely nothing.” Waarna een bladzijdenlange deprimerende tocht voorbij eeuwen kanonnengebulder en menselijke ellende volgt, die Morris afsluit met zijn eigen War-versie: “War! Huh, good God. What has it been good for? In the long run, making us safer and richer.” Toch wil Stanfordprofessor en specialist in de Klassieke Oudheid Ian Morris geen oorlogsfetisjist, ijzervreter of houwdegen genoemd worden. “Ik ben zelfs nooit in het leger geweest”, zegt hij. “Ik heb ook geen familieleden met een heroïsch soldatenverleden, behalve misschien die ene oom die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika terecht kwam. Al ontmoette hij niet één Duitser in de twee jaar dat hij daar zat, en vuurde hij niet één schot af. Ik interesseer me alleen in oorlog omdat het misschien wel de belangrijkste kracht in onze geschiedenis is. In vergelijking met zestig jaar geleden schrijven steeds minder historici erover. Ze gruwen ervan, kiezen ervoor om het te negeren, maar ze vergissen zich, want geweld is nu eenmaal een manier waarop mensen hun problemen oplossen.”

In 2010 schreef Ian Morris een bestseller met Why the West rules, een jaar later vertaald als De val van het Westen. Centrale vragen in het boek waren: waarom domineert het Westen sinds de 19e eeuw de wereldgeschiedenis? Zijn wij beter en sterker dan de rest of is dat louter dom toeval? En: wanneer is het feest voorbij?

“Mijn vrouw las mee toen ik dat boek aan het schrijven was”, vertelt Morris. “Op een bepaald moment zei ze: ‘Ian, je hebt het alleen maar over oorlog.’ Het klonk als een verwijt, en ik vroeg me af of ik me inderdaad niet teveel op geweld gefocust had. Dus dook ik opnieuw in de materie. Toen begon ik al te vermoeden dat er een systeem in de waanzin zit en dat oorlog op zeer lange termijn zelfs positieve effecten heeft. Ik hield dat in het achterhoofd, en van zodra ik voor War! What is it good for? diep in de globale oorlogsgeschiedenis begon te spitten, werd dat vermoeden alleen maar sterker. Niet alleen onze huidige Westerse wereld heeft de vruchten van de oorlog geplukt, maar ook de oudere beschavingen. De conclusie is onweerlegbaar: op lange termijn heeft oorlog van onze wereld een veiliger en welvarender plek gemaakt.”

 

Die stelling zal voor controverse zorgen.

Ian Morris: Dat besef ik heel goed en merk ik nu al aan de reacties in Duitsland, waar het boek pas verschenen is omdat de Duitse uitgever het per se voor eind 2013 wou uitgeven, vlak voor die enorme stroom van publicaties naar aanleiding van de herdenking van de start van de Eerste Wereldoorlog. Ik verwacht bakken kritiek, waarvan een deel misschien zelfs gerechtvaardigd zal zijn. Maar er zullen ook heel wat critici alleen maar bezwaar maken omdat ze principieel tegen oorlog gekant zijn.

Natuurlijk is oorlog verschrikkelijk en kost het heel veel mensenlevens, en natuurlijk is het eigenaardig als plots een professor dan begint te roepen: ‘Oorlog is een goede zaak.’ Maar ik heb de menselijke geschiedenis over een periode van 20.000 jaar nauwgezet onderzocht, en kan niet anders dan de ongewilde positieve effecten van oorlog registreren. Koningen of keizers trokken met hun leger op veroveringstocht, annexeerden andere staten en creëerden zo steeds grotere samenlevingen. Het is opvallend dat de heersers die aan de leiding stonden van die nieuwe grote rijken er alles aan deden om interne oorlogen zoveel mogelijk te vermijden. Als ze zelf lang in het zadel wilden blijven zitten, hadden ze er alle belang bij dat hun burgers elke dag rustig hun job uitoefenden en braaf hun belastingen betaalden. Doorheen de hele menselijke geschiedenis lag constant die druk op de schouders van de heersers om hun door oorlog gegroeide samenlevingen intern te pacificeren. De regeringen van die grote rijken creëerden voorwaarden waardoor de handel kon floreren en de levensstandaard erop vooruit ging. Ik ga dus niet kort door de bocht als ik daaruit concludeer dat door oorlog de wereld vreedzamer en welvarender geworden is.

 

Dat geldt ook voor onze tijd? Zonder oorlog zou u nu niet in de welvarende Verenigde Staten van Amerika leven?

Morris: Inderdaad, zonder oorlog was er nu geen sprake van de VS. Doorheen de geschiedenis is overal ter wereld hetzelfde patroon herkenbaar: eerst is er een periode van verovering met gruwel en massamoord. De verovering wordt altijd gevolgd door revolte tegen de nieuwe heersers, waarbij opnieuw veel mensen sterven. Maar een paar honderd jaar later is de grotere maatschappij geëvolueerd tot een veel vreedzamere plek dan voor de start van de ‘grote oorlog’.

 

Lijkt dat niet sterk op sociaal darwinisme?

Morris: U stelt het nogal pejoratief vind ik. Het zijn vooral mijn critici die me met die term ‘sociaal darwinisme’ rond de oren slaan, waarmee ik meteen het etiket opgespeld krijg dat ik met een harde, wrede blik naar de wereld kijk.

 

U kunt toch niet ontkennen dat er paralellen te trekken zijn tussen het verloop van de geschiedenis zoals u die in uw boek beschrijft en de manier waarop biologen in de geest van Darwin over evolutie spreken en schrijven?

Morris: Dat is zo, maar ‘sociaal darwinisme’ is toch veel te negatief. Akkoord, mensen zijn niet zoveel anders als andere dieren. Maar er is natuurlijk een groot verschil: wij hebben cultuur uitgevonden, al kent die op de keper beschouwd een gelijkaardige evolutie als de biologische.

 

Inclusief een ‘survival of the fittest’?

Morris: Ja. In de biologie vinden willekeurige mutaties op specifieke genen plaats. De meeste van die mutaties maken geen enkel verschil, sommige zijn slecht en verzwakken de genen en andere zijn dan weer goed, versterken de genen en zullen er op lange termijn voor zorgen dat dieren of mensen beter aangepast raken aan hun omgeving. Onze culturele uitingen evolueren op een gelijkaardige manier. Sommige ideeën zijn volstrekte nonsens en dragen nergens toe bij, maar er zijn er ook die zo succesvol zijn dat ze zich over de hele wereld verspreiden en de hele mensheid verder helpen. Het fascisme in de 20e eeuw bracht alleen rampspoed, en was in die zin een bijzonder slechte culturele mutatie. Democratie en de vrije markt daarentegen zijn dan weer extreem succesvol.

 

Is onze culturele evolutie niet eerder een processie van Echternach waarbij we er dankzij positieve mutaties zoals democratie een stap op vooruit gaan en door negatieve zoals oorlog drie stappen terug zetten?

Morris: Samenlevingen die de voorbije tweehonderd jaar geëvolueerd zijn in democratische richting, hebben het op veel vlakken stukken beter gedaan dan autoritair geleide maatschappijen. Maar het fenomeen oorlog is veel gecompliceerder, want dat gaat niet alleen over vernietiging, maar ook over gestage groei van gemeenschappen en interne vrede. De voorbije tweehonderd jaar is er nog een nieuw fenomeen bijgekomen: dat van de netwerken van gemeenschappen die de hele wereld zijn gaan omspannen, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Naties. Al die politieke unies met al die verschillende regimes worden samengehouden door, en spiegelen zich aan het door Amerika gedomineerde economische systeem van de vrije markt. Hoe je het op dit moment ook draait of keert: onze beste kans om de relatieve globale wereldvrede te bewaren, is het in stand houden van de huidige wereldorde. Hoe zwakker de Verenigde Staten worden, hoe groter het risico wordt op een nieuwe wereldoorlog.

 

Amerika is nu aan het verzwakken?

Morris: Zo lijkt het wel, en het gaat verontrustend snel. Wat de voorbije twintig jaar op het wereldtoneel gebeurd is, lijkt griezelig veel op wat honderd jaar geleden plaatsvond, toen het dominante Britse imperium aan het afkalven was en steeds meer landen oorlogsplannen begonnen te smeden. Hoe meer de macht van de sterke Britse politieman taande, hoe meer de andere naties geweld als een manier zagen om hun doelen te verwezenlijken.

 

Er mogen dan misschien gelijkenissen zijn tussen toen en nu, de vernietigingskracht van de wapens die we ondertussen ontwikkeld hebben, ligt flink hoger.

Morris: De Eerste Wereldoorlog was al verschrikkelijk, maar als er nu een gelijkaardige oorlog zou uitbreken, zou het inderdaad vele malen erger zijn. Het goede nieuws is dat er momenteel honderd keer minder nucleaire wapens in omloop zijn dan in 1986. We zijn dus niet langer in staat om in een paar dagen tijd alle aardbewoners te doden zoals dat dertig jaar geleden wel nog moeiteloos kon. Niets houdt ons natuurlijk tegen om de nucleaire arsenalen snel weer op te bouwen. Ik ben bang dat het verzwakken van de huidige Amerikaanse politieman een aantal staten in de verleiding brengt om een stevige voorraad nucleaire wapens op te gaan slaan. Ik vrees dat de volgende veertig jaar de meest gevaarlijke zullen worden in onze geschiedenis.

 

Het risico op een apocalyptische oorlog vergroot, naarmate de Amerikaanse economische en militaire macht afbrokkelt?

Morris: Ja, maar ik ben optimistisch van aard. De geschiedenis leert ons dat het ons nooit gelukt is om oorlog ‘weg te wensen’. Of je het nu wil of niet, oorlog is onlosmakelijk verbonden met de mensheid. Aan de andere kant zijn we bijzonder goed in het ons aanpassen aan veranderende omstandigheden. Van zodra we doorhebben dat geweld niet goed meer rendeert, zijn we geneigd er minder snel naar terug te grijpen. Ik hoop dat we dat we ons daar de volgende jaren op tijd bewust van zullen worden.

 

Wij leven hier in België sinds 1945 samen met andere Europese landen in vrede. Hoe uitzonderlijk is zo’n lange vredesperiode?

Morris: Er zijn nog zo’n lange periodes van vrede geweest. Tijdens het Romeinse Rijk leefden nogal wat provincies eeuwenlang in vrede. Tussen 1850 en 1914 was het ook vrij rustig. Natuurlijk werden er oorlogen gevoerd, maar in vergelijking met de tijd ervoor en erna, waren dat beperkte conflicten. De verklaring voor die relatieve vrede is altijd dezelfde: op die momenten bestaat er één grote supermacht met enorme militaire én financiële middelen die de omringende landen de zin ontneemt om de wapens te laten spreken.

 

De Eurokritische stemmen klinken tegenwoordig steeds luider. Als een groot rijk voor minder oorlog zorgt, is het misschien eerder in ons belang om de Europese Gemeenschap te steunen en zelfs uit te breiden?

Morris: Ik was onlangs in Duitsland en ik was echt onaangenaam verrast door de massale kritiek van de Duitsers op de Europese Unie. Ik groeide op in Engeland in de jaren zestig en zag toen hoe we niet geheel van harte aansluiting zochten bij die Europese Gemeenschap. In die tijd was Europa ook het meest saaie onderwerp ter wereld. Nu besef ik dat de Europese eenmaking een van de meest interessante experimenten ooit is. Grote, rijke, welvarende gemeenschappen zijn tot hiertoe altijd gebouwd door oorlog en de Europese Unie vormt daar met haar overlegmodel de enige uitzondering op. Maar jubel niet te vroeg en niet te luid, want de EU was alleen maar mogelijk doordat het sterke Amerika tijdens de Koude Oorlog de voordelen van een verenigd Europa inzag als buffer tegen de USSR. Vandaag is Europa democratisch, welvarend en vredelievend. Het beste zou dus zijn om dat nog te versterken en verdiepen. Al kan ik me voorstellen dat Grieken, en zelfs Duitsers, daar nu hun twijfels over hebben. Eurosceptici wijzen op de grote economische en culturele verschillen die er tussen Europese landen zijn, maar ik vind dat nogal goedkoop. Kijk waar we vandaan komen: als ik in 1948 had durven voorspellen dat Europa in 2013 uit 28 landen zou bestaan met één munt, een eigen juridisch systeem, een parlement en geen interne grenscontroles, had je me gek verklaard. We mogen dus niets uitsluiten: het is best mogelijk dat de geweldloze integratie zich verder doorzet en dat Europa nóg groter, veiliger en rijker wordt.

 

Tijdens de Koude Oorlog waren er twee supermachten: de VS en de Sovjetunie. Zaten we toen niet in stabielere tijden omdat ze elkaar in evenwicht hielden?

Morris: Als het op oorlog aankomt, is er een gouden stelregel: de opbrengsten van het vechten moeten hoger lijken te liggen dan de kosten. Na de Tweede Wereldoorlog hadden zowel Amerika als de USSR begrepen dat door kernwapens de kost van een nieuw wereldconflict onschatbaar geworden was. Ik vind dat zowel de Amerikaanse als de Sovjetleiders ten tijde van de Koude Oorlog uitstekend werk geleverd hebben. Ze lagen in conflict met elkaar, maar vonden toch manieren om die strijd uit te vechten zonder de hele planeet op te blazen. De oorlog in Vietnam was misschien niet zo’n goed idee om hun ideologische verschillen uit te vechten, maar uiteindelijk was dat toch beter dan een globale kernoorlog.

 

Is het dan ook een goed idee van de VS om oorlogen ver van het thuisland te ‘organiseren’ en bijvoorbeeld in Afghanistan of Irak uit te vechten? Niet lang na 9/11 verklaarde Richard Perle, een van de neoconservatieve ideologen achter de toenmalige president Bush, dat de inval in Irak een bewuste strategie van de Amerikaanse regering was om het slagveld naar de terroristen te brengen.

Morris: Een van de grote problemen van heersers van grote rijken zoals indertijd het Romeinse Rijk, het Britse imperium of nu de VS, is: wanneer, waar en hoe moeten we geweld gebruiken om de vrede in het rijk te handhaven? Er werden in 2003 allerlei argumenten verzonnen of bedacht waarom een invasie in Irak noodzakelijk was. Ik denk dat de meeste mensen het er nu wel over eens zijn dat het een vergissing was. De VS spendeerden er een fortuin, doodden talloze mensen en het resultaat is dat de wereld minder stabiel geworden is. Afghanistan is dan weer totaal anders. Na 9/11 moésten de VS wel iets ondernemen. Als ze toen geen geweld in Afghanistan hadden gebruikt, had de wereldvrede op het spel gestaan. De uitdaging voor de opperheersers is dus altijd: wanneer en hoe gebruiken we geweld om de belangen van onze gemeenschap veilig te stellen? Soms kun je pas jaren na zo’n oorlog uitmaken of het verstandig was of niet.

 

Soms kan oorlog gerechtvaardigd zijn?

Morris: Ontzettend veel filosofen hebben daarover geschreven en meestal zijn ze het totaal oneens over welke oorlogen wel en welke niet gerechtvaardigd zijn. Als je zoals ik de geschiedenis van de oorlog onderzoekt, vervaagt het begrip ‘rechtvaardige oorlog’. Want zowel de rechtvaardige als de onrechtvaardige zijn bloederig en verschrikkelijk. Maar daarnaast kan een zogenaamde onrechtvaardige oorlog ook positieve gevolgen hebben. Een van de belangrijkste oorlogen die de wereld veiliger en rijker maakte, was de enorme oorlog die Europa tussen 1400 en 1900 voerde tegen de rest van de wereld, toen de Europeanen zowat 85% van de planeet veroverden. Het eindresultaat van die eeuwenlange koloniale oorlog was een vermindering van het geweld én een toename van de welvaart in Europa. De verovering van kolonies was voor de Europeanen dus zeer ‘productief’, maar was tezelfdertijd ook de meest bloederige en onrechtvaardige oorlog uit de hele menselijke geschiedenis. De Europeanen pleegden toen over de hele wereld verschrikkelijke wandaden, waar de Belgen in Congo dapper aan meededen.

 

Bent u een cynicus?

Morris: (lacht) Cynisch is niet het juiste woord. Ik noem mezelf liever realistisch. Te veel historici nemen alleen die gebeurtenissen uit het verleden mee die hun vooraf gepropageerde stelling onderbouwen. Zo zijn sommigen er nog steeds van overtuigd dat de mens van nature niet gewelddadig is en dat het in sommige landen misgegaan is omdat alleen machtswellustelingen geïnteresseerd waren in het beleid. Sommigen gaan nog een stap verder en herschrijven de geschiedenis om hun eigen visie kracht bij te zetten. Ik vind dat we onbevooroordeeld moeten zoeken naar de grotere patronen in de menselijke geschiedenis, zelfs als we die patronen onaangenaam vinden.

 

U bent geen pacifist?

Morris: Nee. We moeten vrede nastreven, maar we mogen nooit uit het oog verliezen dat geweld deel van onze natuur is.

 

 

Ian Morris

 

–        Wordt in 1960 geboren in Stone, een dorp in de buurt van Birmingham.

–        Studeert geschiedenis en archeologie aan de universiteit van Birmingham.

–        Is sinds 1995 verbonden aan de universiteit van Stanford, Californië, waar hij Klassieke Oudheid doceert.

–        Zijn boek Why the West rules (2010) won diverse prijzen en werd in dertien talen vertaald.

 

© Jan Stevens

Advertenties

I’ve seen the future: it is murder

In zijn boek De klimaatoorlogen schetst Harald Welzer een somber beeld van onze nabije toekomst. Volgens Welzer zal de klimaatverandering voor bruut geweld, totale chaos en massale vluchtelingenstromen zorgen. “Alleen radicale verandering kan ons misschien nog redden.”

 

Van de lectuur van De klimaatoorlogen van de Duitse sociaalpsycholoog Harald Welzer wordt een mens niet vrolijker. Volgens Welzer zal de opwarming van de aarde verstrekkender gevolgen hebben dan iemand tot hiertoe voor mogelijk hield. Door de klimaatverandering wordt overleven quasi onmogelijk in delen van Afrika, Azië, Oost-Europa, Zuid-Amerika, het noordpoolgebied en op eilanden in de Stille Oceaan. In grote gebieden zullen steeds meer mensen steeds minder toegang hebben tot hulpbronnen zoals drinkbaar water. Welzer voorspelt dat die primaire overlevingsstrijd binnen afzienbare tijd zal uitmonden in meedogenloze geweldconflicten, met miljoenen klimaat- en oorlogsvluchtelingen tot gevolg. Hij ziet één grote winnaar: geweld in al zijn vormen en facetten, met een boomende economische sector van huurlingenlegers en beveiligingsfirma’s. “Geweld dreigt in de 21e eeuw onze natuurlijke staat van zijn te worden. Westerse staten zullen er alles aan doen om de klimaatvluchtelingen buiten hun grenzen te houden, zijn zich daar volop op aan het voorbereiden, en zullen niet aarzelen om have en goed met geweld te verdedigen.”

Welzer eindigt zijn boek met een citaat van de Duitse theaterauteur Heiner Müller: “Optimisme is slechts een gebrek aan informatie.” Wie De klimaatoorlogen gelezen heeft, zal alleen maar kunnen hopen dat Harald Welzer zich verkeerd geïnformeerd heeft. Maar die kans is miniem, want Welzer heeft als sociaal wetenschapper een ijzersterke reputatie.

 

Anders gaan leven

“De klimaatoorlogen is inderdaad geen optimistisch boek”, zegt Harald Welzer met gevoel voor understatement, terwijl hij koffie inschenkt. We zitten in de bibliotheek van het Kulturwissenschaftliches Institut in Essen, waar Welzer directeur is van de onderzoeksgroep Interdisciplinary Memory Research. Buiten valt de regen in bakken neer, en lijkt het alsof de Apocalyps al losgebarsten is. “Toen ik uw boek las”, zeg ik, “bleef dat ene zinnetje uit The Future van Leonard Cohen door mijn hoofd spoken: ‘I’ve seen the future, brother: it is murder.'” Welzer knikt bedachtzaam. “Ik vrees dat Cohen gelijk heeft. De vooruitzichten zijn allesbehalve schitterend. Zeker omdat er tot hiertoe niet echt ingrijpende maatregelen genomen zijn om de klimaatverandering te lijf te gaan. De huidige economische crisis kleurt het plaatje nog zwarter. Je hoort bewindslui nu verklaren: ‘We moeten de recessie bestrijden, en misschien blijven er dan nog middelen over om ons met de opwarming van de aarde bezig te houden.’ Als je dan ziet waar ze hun geld aan spenderen, is het zonneklaar dat er later geen cent meer zal overschieten om die opwarming tegen te gaan. Veel liever stoppen ze zomaar geld in de bank- en de autosector, in plaats van het te gebruiken om fundamentele veranderingen in onze industrie en in onze manier van leven door te voeren. Dat belooft niet veel goeds.”

 

Terwijl de economische crisis een uitgelezen kans is om onze manier van leven te herdenken?

“Zeker. We moeten radicaal op zoek naar een nieuwe manier van politiek voeren. Maar laat me eerst stellen dat ik van nature niet al te pessimistisch ben. Ik leef graag. En in vergelijking met andere plaatsen in de wereld is de toestand voor West-Europa op het eerste gezicht niet zo dramatisch. Mijn pessimisme is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek; mijn optimisme op burgerzin. Wat ik zeker niet wou, is een boek schrijven met de valse optimistische ondertoon: ‘Het klimaat gaat naar de haaien, maar als je wat minder met de auto rijdt en meer de trein neemt, komt het allemaal wel goed.’ Ik haat dat soort van loze praat. 98% van alle klimaatwetenschappers zijn het erover eens dat we met een ernstig probleem zitten. Maar alle prognoses die in het verleden gemaakt zijn, hinken de realiteit achterna. Alles gebeurt veel sneller dan ooit voorspeld was, en alle fenomenen versnellen zichzelf. Wetenschappers geven ons nog zeven jaar voor het ‘point of no return’ bereikt is. Maar er zijn er steeds meer die vrezen dat we er al voorbij zijn. Het grootste probleem is niet individueel gedrag, het grootste probleem is ons economisch systeem, onze manier van leven. Mensen kunnen kritisch zijn en zichzelf uitroepen tot ‘low impact man’, maar ze blijven sowieso ‘part of the game’. Het verkleinen van individuele ecologische voetafdrukken kan lollig zijn, en kan zelfs omgezet worden in een hype, maar is natuurlijk niet dé oplossing om de klimaatverandering tegen te gaan. ‘Dé oplossing’ kan nooit gelinkt zijn aan een economie die groei als enige adagium kent. Het grote probleem is dat het Westerse kapitalistische systeem altijd bedoeld was als een particulier systeem, en nooit uitgedacht is om uit te groeien tot iets universeel. Tot hiertoe leefden we in een extreem veilige omgeving met extreme welvaart, maar de prijs is altijd door anderen betaald. Sommigen stellen dat de markt alles wel zal regelen. We kunnen nu met onze eigen ogen zien dat de markt helemaal niets regelt. Al die neoliberale bullshit… Zie hoe snel alles instort, dat is toch verbazingwekkend? Wie had zes maanden geleden durven voorspellen dat banken staatseigendom zouden worden, of dat bedrijven gesubsidieerd zouden worden door de overheid? Wie waagde het toen om kapitalisme te zien als een systeem met grote defecten? Dat was als vloeken in de kerk. Kijk waar we nu staan.”

 

Niet wij, maar onze voorgangers hebben de klimaatverandering veroorzaakt. De oorzaken liggen in de industriële revolutie. Wij moeten het nu oplossen, maar zullen er zelf misschien nooit de vruchten van plukken. Misschien hebben we het daardoor zo lastig om ingrijpende maatregelen te nemen?

“Dat is juist. Als we er toch in zouden slagen om onze manier van leven totaal anders te organiseren, mogen we zelfs onze handen in onschuld wassen. Niet onze generatie heeft deze ellende veroorzaakt. Integendeel, wij hebben de vinger op de wonde gelegd, en al vroeg de milieuproblemen gesignaleerd. Jaren geleden betoogden we tegen kernenergie. Vijfentwintig jaar geleden was ik actief in de anti-atoombeweging. We organiseerden manifestaties en waarschuwden voor doemscenario’s, en dan was er dat vreselijke ongeluk in Tsjernobil en er gebeurde helemaal niets. De wereld bleef gewoon doordraaien. Dat was een rare ervaring.”

 

Misschien loopt het ook nu met een sisser af?

Ik denk het niet. De klimaatverandering zal drastische veranderingen teweeg brengen. Droogte, overstromingen en natuurrampen zullen voor een acuut gebrek aan primaire hulpbronnen zorgen. Klimaatwetenschappers maken hun fantastische computermodellen en scenario’s voor de toekomst. Als sociaal wetenschapper voeg ik daaraan toe: waarom kijken we niet naar de geschiedenis? En wat kunnen we daaruit leren over de voorwaarden voor gewelddadige conflicten? Als iets overleving onmogelijk maakt, of het gevoel geeft dat overleven onmogelijk wordt, is geweld altijd een optie. In 2050 zullen twee miljard mensen onder de waterschaarste lijden. De somberste prognoses hebben het zelfs over zeven miljard. Wat voor gevolgen zal dat hebben? Ook in onze moderne, meer gesofisticeerde wereld is geweld dan een optie. Niemand kan je de verzekering geven dat de inwoners van onze ‘fantastische’, democratische samenleving er nooit hun toevlucht toe zullen nemen. We hebben genoeg voorbeelden van het tegendeel gezien, zelfs na de Tweede Wereldoorlog.”

 

De opwarming van de aarde zal voor een nieuwe, massale stroom van klimaatvluchtelingen zorgen?

“Ja, en snel. Er is al zoveel tegenstand tegen de huidige stroom van politieke en economische vluchtelingen. De meeste Europeanen willen geen vluchtelingen opvangen. Ze ‘storen’, en brengen zogezegd kleine criminaliteit, drugs en overlast met zich mee. Degenen die dat beweren, zijn natuurlijk ordinaire racisten. ‘Het is zo fijn hier zonder al die vreemdelingen.’ Het idee dat wij op een eiland van gelukzaligheid leven en dat alle buitenstaanders daar deel van willen uitmaken of het willen vernietigen, is springlevend. De visie van de overgrote meerderheid van de westerlingen is dat de problemen buiten hen liggen, dus willen ze de anderen ten koste van alles ook buiten houden. Het Verdrag van Schengen heeft voor een open ruimte binnen de Europese grenzen gezorgd, met als gevolg dat de noodzaak gegroeid is om de buitengrenzen nog beter af te sluiten. In 2005 heeft de Europese Unie daarvoor zelfs een organisatie opgericht: Frontex, wat staat voor Frontières Extérieures. Frontex klinkt cool, niet? (lacht) Het agentschap heeft een hoog James Bondgehalte. Op dit moment werken er een honderdtal mensen, die bezig zijn met het rekruteren en trainen van meer dan vijfhonderd mobiele grenspolitieagenten uit de verschillende lidstaten. Zij zullen de buitengrenzen van de EU gaan bewaken. Frontex heeft de beschikking over twintig vliegtuigen, dertig helikopters, ruim honderd schepen en verfijnde technologische snufjes, zoals nachtkijkers. Je kan er vergif op innemen dat de grensbeveiliging nog verder zal evolueren. Zeker als de economische crisis dieper wordt, met massale werkloosheid en met regeringen die tot op het tandvlees zitten en geen geld meer kunnen uitgeven. Net op dat moment zullen klimaatvluchtelingen naar ons toe komen. Wie zegt dat overheden op dat moment niet hun toevlucht zullen nemen tot meer ‘radicale’ oplossingen? De Noord-Afrikanen die nu naar het Italiaanse Lampedusa overvaren, worden gecatalogeerd onder ‘een humanitaire ramp’. Maar wat als er nóg meer komen, en wij niet meer over de middelen beschikken om ze op te vangen? Zal het dan nog een humanitaire catastrofe zijn of een probleem dat we op een andere manier moeten oplossen?”

 

Het gevaar is groot dat we dan kiezen voor een ‘drastische oplossing’?

“Waarschijnlijk. Misschien noemen we hen dan wel piraten, en geven we onszelf zo een vrijgeleide om hen af te knallen. We leven in een tijdperk waarin geweld meer en meer aanvaard wordt, en spreken er in newspeak over. We hebben het dan waarschijnlijk niet over een humanitaire catastrofe, maar over een ‘humanitaire actie’.”

“We zullen dan natuurlijk niet zelf onze handen vuil maken, maar het geweld uitbesteden aan een ‘beveiligingsfirma’ of een Private Military Contractor, zoals dat nu al massaal gebeurd in Afghanistan en Irak. Onze democratische staten willen vermijden dat ze in situaties terecht komen waarin ze zich zelf aan geweld bezondigen. Ze delegeren het liever.”

“We kunnen niet langer een onderscheid maken tussen economische en politieke vluchtelingen, klimaat- of oorlogsvluchtelingen. De verschillende motieven om op de vlucht te slaan, infecteren elkaar. Eilanden zoals de Malediven dreigen te verdwijnen. Niemand weet wat er met mensen moet gebeuren die hun samenleving dreigen te verliezen.”

 

Soedan

U noemt het gewelddadige conflict in Darfur ‘de eerste klimaatoorlog’. U schrijft: “Kijken naar Soedan, is kijken naar onze toekomst.” Soedan is een case study voor wat er ons te wachten staat?

“De mogelijkheid is zeer reëel dat het schrikbeeld van Darfur wijdverspreid geraakt. Wij leven in de illusie dat we in tegenstelling tot Soedan in een stabiele maatschappij leven met wet en orde, maar eigenlijk hebben we geen enkele garantie dat onze condities zo stabiel zijn. In de sociale theorie bestaat er geen theorie over snelle maatschappelijke veranderingen, maar maatschappijen kunnen wel degelijk extreem snel veranderen.”

“We weten niet hoe we rampscenario’s moeten aanpakken, want niemand heeft ze ooit bestudeerd. We hebben er gewoon geen benul van hoe we best omgaan met de economische crisis en onze milieuproblemen. We zitten in een heel bizarre situatie. Ons huidige tijdsgewricht staat haaks op ons beeld van ‘onze perfecte samenleving’. Het is interessant om te zien hoe politici zich in deze omstandigheden gedragen. Ze doen alsof ze rationeel reageren, maar eigenlijk weten ze helemaal niet wat te doen. Niemand weet het. Niets werkt. De werkloosheid stijgt schrikbarend, binnen een jaar gaan grote bedrijven over kop, en uiteindelijk zullen staten failliet gaan. Wie heeft een concept? Wie weet hoe we hiermee moeten omgaan? Praten we binnen een paar maanden of een paar jaar nog over stabiele samenlevingen? Het ziet ernaar uit dat we een totale crash tegemoet gaan, want politici proberen de uitslaande brand te blussen met zuurstof. Ze zeggen dat ze van de Grote Depressie in de jaren dertig geleerd hebben en dat ze geld in het systeem moeten pompen om het te redden. Maar is dat wel waar? De crisis heeft zijn oorzaak in teveel virtueel geld; nu pompen ze er nog eens extra virtueel geld in. Volgens mij wordt de toestand zo alleen maar erger.”

“Soedan leert ons dat gewelddadige conflicten minder te maken hebben met ideologische of raciale aspecten, maar veel meer verbonden zijn met milieufactoren. Klimaatverandering zal conflicten zoals Darfur intensifiëren en uitbreiden. Het conflict in Soedan heeft een ander karakter dan ‘traditionele’ gewelddadige conflicten, het zijn geen twee partijen die tegen elkaar vechten in de hoop dat het niet te lang zal duren. Oorlog is er een staat van zijn geworden. Als de chaos te diep doorgedrongen is, wordt het bijna onmogelijk om terug min of meer orde op zaken te stellen. In het noorden van Soedan heeft de woestijn zich de laatste veertig jaar honderd kilometer in de richting van het vroegere vruchtbare zuiden uitgebreid. Er valt steeds minder regen, en door het massale kappen van bossen heeft de bodemerosie het land onvruchtbaar gemaakt. De klimaatverandering wil voor Soedan zeggen dat tegen 2030 de temperatuur met een halve graad gestegen zal zijn, en dat de regenval elk jaar nog eens met vijf procent zal verminderen. De graanoogst zal daardoor nog eens met 70 procent inzakken. Er wonen 30 miljoen mensen in Soedan, en door de jarenlange oorlog en de klimaatverandering zijn er nu al 5 miljoen interne vluchtelingen. Er is geen plek waar ze heen kunnen, en dat veroorzaakt nog eens extra geweld. In Soedan is overleven een concurrentiestrijd. In Darfur is het geweld omgeslagen in een openlijke oorlog.”

 

Wat voor effect heeft het schrijven van dit boek op uzelf gehad?

“Ik ben er zelf minder optimistisch door geworden. Het schrijven van De klimaatoorlogen heeft me keihard geconfronteerd met mijn eigen manier van leven. Ik vind het niet zo gemakkelijk meer om het vliegtuig te nemen, of om met mijn auto te rijden. Ook al weet ik dat het weinig uitmaakt, toch probeer ik mijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Maar wat misschien nog veel belangrijker is, is dat ik na het schrijven van dit boek me steeds gretiger meng in politieke discussies. De klimaatoorlogen heeft veel deining veroorzaakt in Duitsland. Ik word vaak gevraagd voor klimaatdebatten, en heb ondertussen ook met heel wat politici gesproken. Al die gesprekken hebben me gedwongen om positie in te nemen. Dat lijkt gevaarlijk voor een academicus, maar ik vind het interessant om een beetje invloed te kunnen uitoefenen. De relatie tussen klimaatverandering en oorlog en geweld is hier zeer intens bediscussieerd. Ik heb met de minister van Buitenlandse Zaken gesproken, en met andere belangrijke politici. Ze hebben aandachtig geluisterd, en waren onder de indruk.”

“Een eerste goed stap zou zijn dat onze bewindslui de klimaatverandering niet minimaliseren en de gevolgen realistisch leren inschatten. We hebben geen enkele ervaring met een geglobaliseerd probleem als dit, dus is het belangrijk dat we er nuchter naar kijken en onszelf geen blaasjes wijsmaken. We beseffen te weinig dat er ons maar weinig tijd rest. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) praat over worst case scenario’s tegen het jaar 2100. Niemand ligt daar wakker van. Dat is totaal abstract. Ze zouden eigenlijk gewoon moeten zeggen: ‘We hebben het over de toekomst van jullie kinderen.’ Dan wordt het probleem plots acuut, en schrikken mensen misschien wel wakker.”

 

Harald Welzer

 

          Professor Harald Welzer (°1958) is directeur van het Center for Interdisciplinary Memory Research aan het Kulturwissenschaftliches Institut in Essen en onderzoeker bij het departement Sociale Psychologie van de Universiteit van Witten/Herdecke.

          In 2006 verscheen van hem Daders, Hoe heel normale mensen massamoordenaars worden, waarin hij de omstandigheden onderzocht waarin gewone mensen aangezet werden tot genocide in Nazi-Duitsland, Rwanda en Bosnië.

 

Harald Welzer. De klimaatoorlogen, Waarom in de 21e eeuw gevochten wordt. Oorspronkelijke titel: Klimakriege. Vertaald door Corry van Bree. Ambo, Amsterdam. 304 blzn. 19,95 euro.

© jan@janstevens.be