Vier voor de prijs van één

4321Wat als Hillary Clinton de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen had? Wat als Donald Trump zonder haarlak valt? Wat als uw kat een koe is? In 4 3 2 1 daagt Paul Auster het toeval uit en verkent hij mogelijke variaties op één mensenleven.

 

Het scheelde geen haar of Archibald Isaac Ferguson, het hoofdpersonage uit Paul Austers nieuwe roman 4 3 2 1, had Archibald Rockefeller geheten. Tenminste, dat leert de familieoverlevering. In 1900 voer Fergusons Russische grootvader Isaac Reznikov via Hamburg naar New York. In afwachting van zijn ondervraging door de immigratiedienst sloeg Reznikov een praatje met een andere Rus. ‘Met jouw naam raak je hier nergens”, zei die. ‘Zeg straks dat je Rockefeller bent.’ Toen Isaac Reznikov een paar uur later eindelijk bij de immigratiebeambte kwam, was hij zijn nieuwe naam alweer vergeten. Op de vraag hoe hij heette, antwoordde hij in het Jiddisch: ‘Ich hob fargesn.’ De beambte noteerde: ‘Ichabod Ferguson’.

De legende over opa Ferguson ging over van vader op zoon, vormt de start van 4 3 2 1 en van de mogelijke levens van Archibald ‘Archie’ Ferguson, het enige kind van Stanley en Rose.

Op 3 maart 1947 ziet Archie twee weken te vroeg het levenslicht in een materniteit in Newark, New Jersey. Niet toevallig een maand nadat Paul Auster op exact dezelfde plek geboren werd. Wat volgt zijn vier variaties van het verdere leven van Ferguson en zijn geliefden. Net alsof vanuit de oer-Archibald nog drie identieke Archibalds in hetzelfde universum een parallel bestaan uitbouwen. Alle vier worden ze verliefd op dezelfde vrouw, met telkens een andere afloop. Alle vier ervaren ze hetzelfde Amerikaanse stuk hedendaagse geschiedenis, telkens vanuit een totaal ander perspectief.

Voor een niet-gewaarschuwd lezer is het verwarring troef wanneer vader Stanley in het ene hoofdstuk gruwelijk aan zijn einde komt, om in het volgende hoofdstuk vervolgens verder vrolijk door het leven te huppelen. Maar het procedé went, werkt en zet een lezer aan tot mijmeren over het eigen levenspad. Om misschien uiteindelijk te besluiten dat dat al bij al nog niet zo rampzalig verliep, net zoals Auster op het einde van zijn roman, wanneer hij de betekenis van de titel 4 3 2 1 uitlegt.

Toeval is Paul Austers handelsmerk. Net als sterfelijkheid, New York, honkbal en identiteit. Met die thema’s vulde hij ettelijke, relatief dunne romans waarmee hij sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een trouw publiek bereikt. Drie jaar werkte hij aan 4 3 2 1. Met de erg on-Austeriaanse dikte van 944 bladzijden lijkt het alsof dit zijn magnum opus moet worden. In de Angelsaksische wereld wordt het boek niet door iedereen even enthousiast ontvangen. “Paul Auster schreef een roman zo groot als zijn ego”, kopte een Britse recensent. Ietwat overdreven, want 4 3 2 1 is met veel zorg en toewijding geschreven vintage Auster, met deze keer zelfs vier romans voor de prijs van één.

 

Paul Auster

Na zijn studies verhuisde de Amerikaanse auteur Paul Auster (1947) begin jaren zeventig voor een paar jaar naar Frankrijk. Hij verdiende er zijn brood met het vertalen van Franse schrijvers. Terug in het door hem geliefde New York schreef hij een vooral in Europa erg gesmaakt oeuvre bijeen met ingenieus gecomponeerde romans waarin toeval en sterfelijkheid centraal staan, zoals The New York Trilogy (1985-1987), Moon Palace (1989) The Music of Chance (1990) en Leviathan (1992). Auster draagt 4 3 2 1 op aan zijn vrouw, schrijfster Siri Hustvedt.

 

Paul Auster, 4 3 2 1, De Bezige Bij, 944 blz. 34,99 euro

 

© Jan Stevens

Advertenties

Zeurderig

Houdt u van honkbal? Dan moet u misschien de nieuwe roman Sunset Park van de Amerikaanse auteur Paul Auster in huis halen. Want u vindt er de trieste levensbeschrijvingen in van illustere baseballspelers als Herb Score, Mark Fidrych of Donnie Moore. Bent u meer een filmfanaat? Ook dan is Sunset Park een aanrader: Auster geeft u bijna de integrale voorstelling van The Best Years of our Lives van William Wyler uit 1946 cadeau. Maar misschien bent u gewoon op zoek naar een goede roman? Dan laat Paul Auster deze keer jammer genoeg verstek gaan.

Jaren geleden verliet Miles Heller zonder boe of ba het huis van zijn welstellende vader en stiefmoeder in New York. Anno 2008 woont de inmiddels 28-jarige Miles samen met de minderjarige Pilar in het zuiden van Florida. Hij heeft Pilar ontmoet in het park, terwijl ze allebei ‘toevallig’ The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald zaten te lezen. Miles werkt als ‘uitmester’ van huizen van door de kredietcrisis aan lager wal geraakte eigenaars. Hij wordt geplaagd door schuldgevoel: hij is ervan overtuigd dat hij als zestienjarige zijn stiefbroer Bobby vermoord heeft door hem onder een auto te duwen. De oudere zus van Pilar chanteert Miles. Als hij haar niet van ‘cadeautjes’ uit de door hem uitgemeste huizen blijft voorzien, dreigt ze ermee hem als ‘kinderlokker’ aan te geven. Wanneer een oude schoolvriend Miles uitnodigt om terug naar New York te keren en er zijn intrek te nemen in een kraakpand in Sunset Park, aarzelt hij niet.

Paul Auster is dol op ‘toeval’ en weeft graag verwijzingen naar andermans werk doorheen zijn eigen werk. Zo zijn er deze keer opvallende gelijkenissen tussen de ‘ongevallen’ in Sunset Park en in The Great Gatsby. En wordt er duchtig gebloemleesd uit de Baseball Encyclopedia. Het resultaat is een zeurderige, weinig begeesterende roman.

 

© Jan Stevens

Paul Auster, Sunset Park, De Arbeiderspers, 231 blz., 19,95 euro, ISBN 978-90-295-7350-4