‘Corona is de chaperonne van de 21e eeuw’

Filosoof Jan Drost zoekt doordachte antwoorden op prangende vragen over liefde. ‘Onze huidige smetvrees kan ontsporen waarbij aanraken iets weerzinwekkends wordt.

Drie jaar geleden begon relatiefilosoof Jan Drost in de Nederlandse krant Algemeen Dagblad (AD) vragen van lezers over liefde te beantwoorden. ‘Het format van mijn rubriek dwong me tot het schrijven van teksten van slechts 200 woorden’, zegt hij. ‘In het begin werd ik daar moedeloos van. Maar na een tijd leerde ik die vastomlijnde korte vorm te waarderen. Want doordat ik me geen overgewicht aan woorden kon permitteren, kwam ik veel sneller tot de kern van de zaak.’

De meest prikkelende vragen en antwoorden bundelde hij in hét boekje voor Valentijn Waarom is het dat de liefde zo is.

Is een relatiefilosoof ook een therapeut?

Jan Drost: Meestal wordt voor dit soort van rubrieken beroep gedaan op psychologen of seksuologen. Zij geven dan vaak praktische tips en leggen minder nadruk op nadenken waarover het precies gaat. Het AD wou óók een filosoof en dat charmeerde me. Ik had altijd al veel aandacht voor het relationele mensbeeld. ‘Relatiefilosoof’ dekt dus de lading, al hadden ze me ook ‘wij-geer’ kunnen noemen. (lacht)

De vragen worden gesteld door de AD-lezers?

Drost: De meeste wel. Sommige vragen werden me via mail verzonden, of ik pikte ze op een van mijn lezingen op. Bij zowat elke vraag die me gesteld wordt, schiet spontaan door mijn hoofd: waar gaat dit in wezen over? Je zou dat de ‘beroepsmisvorming’ van de filosoof kunnen noemen. Op dezelfde manier benaderde ik al die vragen over relaties en liefde.

Mensen hanteren zelden dezelfde betekenissen voor op het eerste gezicht eenvoudige begrippen. Zo was er die vrouw die haar nakende huwelijk niet wou laten doorgaan. Ze vertelde dat ze ontdekt had dat haar verloofde ontrouw was en al lang vreemdging. Hij stelde dan weer dat hij wél trouw was gebleven, al definieerde hij die als ‘emotioneel trouw’. Hij geloofde dus echt dat hij nooit ontrouw was, ook al had hij seks met vele andere vrouwen.

Welke filosofen zijn uw leidmeesters bij het beantwoorden van die vragen over liefde?

Drost: Vroeger stond ik erg onder de invloed van Sartre en Nietzsche. Ik geloofde toen al snel dat anderen me beperken in mijn vrijheid. Vandaag weet ik dat ik niemand ben zonder andere mensen in mijn leven. Dat inzicht heb ik te danken aan Emmanuel Levinas en Aristoteles. Zij zetten de bakens uit. In deze tijden van corona komen daar ook nog de stoïcijnen bij. Zij leren me dat ik op sommige gebeurtenissen totaal geen vat heb, maar dat ik wel mijn gedachten daarover enigszins onder controle kan houden.

Sommige vragen zijn zeer rechttoe-rechtaan, zoals: ‘Mijn vriend wil niet dat ik een vibrator gebruik. Dat maakt hem onzeker.’ Hoe geeft u daar een filosofisch antwoord op?

Drost: Mijn eerste gedachte was om die vraag door te schuiven naar de seksuoloog. Maar intussen weet ik dat dat soort vragen best interessante antwoorden kan opleveren. Zo zou die afkeer van de man voor haar vibrator best wel eens een uiting kunnen zijn van zijn vrees dat hij op seksueel gebied overbodig is. Mijn advies aan haar was om de vibrator een tijdje in zijn bijzijn achterwege te laten. Tot het voor allebei duidelijk is dat er een verschil is tussen masturbatie, of tijd voor jezelf, en vrijen, of tijd voor elkaar. Dan groeit wellicht ook het besef dat het ene geen bedreiging hoeft te vormen voor het andere. Na een tijd kunnen vriend en vibrator dan misschien samengaan.

De eerste vraag die u behandelt in Waarom is het dat de liefde zo is, is misschien wel de belangrijkste: wat is liefde?

Drost: Eigenlijk wel. Veel andere vragen over iets heel specifieks als ontrouw, liefdesverdriet of jaloezie zijn in werkelijkheid terug te voeren tot die ene vraag: is het liefde wat ik hier en nu beleef? Het subjectieve antwoord zou dan kunnen zijn: dat bepaal je zelf. Maar zo eenvoudig is het meestal niet.

Voor de meeste mensen moet liefde meer zijn dan vriendschap?

Drost: Ze delen hun vriendschapsrelaties in volgens een hiërarchie, met de geliefde aan de top van de piramide. De brede basis wordt dan gevormd door veel kennissen, met daarboven een kleiner aantal vrienden, daarboven beste vrienden en naaste familie, met als kroon op het werk: die ene geliefde. Meestal toch is dat er één.

Door de geliefde helemaal bovenaan de piramide te plaatsen, wordt de verwachting van exclusiviteit gekoesterd. Ook het idee van trouw volgt daaruit, net als wederkerigheid: ‘Jij bent de enige voor mij en ik de enige voor jou.’ We vinden het niet fijn als we ontdekken dat wij niet de top van de piramide voor de ander blijken te zijn. Of als die ander ontrouw is geweest. ‘Ik moet je iets bekennen: ik heb iets met iemand gedaan wat ik alleen maar met jou zou doen.’ Dat komt keihard aan.

Volgens de filosoof Arthur Schopenhauer is vriendschap de hoogste vorm van liefde.

Drost: Mensen met een romantisch beeld van de liefde doen vriendschap inderdaad oneer aan door haar lager in de piramide te plaatsen. Met zijn prikkelende uitspraak daagt Schopenhauer ons uit meer waarde toe te kennen aan onze vriendschapsrelaties. Is het wel zo wijs om liefde en vriendschap in onze hiërarchie zo ver uit elkaar te zetten? Misschien maken we onze liefdesrelaties net duurzamer door vriendschap hoger in te schatten.

Als je wilt trouwen, moet je je volgens Schopenhauer eerst afvragen waaraan je samen de meeste tijd zal besteden. Dat zal waarschijnlijk niet vrijen zijn, maar het voeren van gesprekken. ‘Daarom trouw je best met een man of vrouw met wie je goed bevriend bent’, concludeert de filosoof.

U hebt geen hoge pet op van ons romantisch beeld van de liefde?

Drost: Neem de romantische gedachte dat de een bij wijze van spreken al van voor de geboorte toegewezen is aan de ander. Zo scheppen we voor onszelf onrealistische, torenhoge verwachtingen. Toch hou ik er ook van dat we in staat zijn om iemand als een uniek, onvervangbaar persoon te beschouwen. Niet dat we dan heiligen voor elkaar worden, maar we beginnen elkaar wel te ‘heiligen’. Die ander wordt een ‘uitverkorene’.

Dat klinkt heel bijbels.

Drost: Ja, en dat komt natuurlijk ook omdat een liefdesrelatie sowieso iets zeer bijzonders is. De liefde intensifieert je blik en je gevoelens.

Ik krijg vaak de vraag: ‘Is monogamie gedoemd te verdwijnen?’ Ik geloof dat niet, net omdat liefde zo een bijzondere vorm is van naar elkaar kijken en met elkaar omgaan.

We horen toch heel vaak dat de mens van nature niet monogaam is?

Drost: Wat wordt er bedoeld met ‘van nature’? Dat we genetisch geprogrammeerd zijn om seks met veel verschillende mensen te hebben? Ik heb het daar eerlijk gezegd moeilijk mee. Want dat zou betekenen dat alle gedrag dat in de natuur voorkomt, gerechtvaardigd is. Iets is goed omdat het zo is. ‘Ik heb een lief, toch vrij ik met elke mogelijke andere partner en dat gaat vanzelf. Daarom mag ik dat gerust blijven doen.’ Ik heb de indruk dat het zoeken naar een fundament in onze natuur vaak niet meer is dan zoeken naar een vrijbrief. Wordt stelen dan ook aanvaard zodra wetenschappelijk is aangetoond dat mensen van nature hebzuchtig zijn? Mag ik jou slaan omdat ik gewelddadig van aard ben? Mag je geliefde met iedereen de koffer induiken omdat hij of zij geile genen heeft? Het is niet omdat iemand iets doet, dat het vanzelf goed is. Het is ook niet omdat monogamie niet in onze genen zou zitten dat gevoeligheden zoals jaloezie als sneeuw voor de zon verdwijnen. We hebben altijd een keuze.

Steeds meer geliefden vinden elkaar via datingapps. Ook daar krijgt u vragen over?

Drost: Mensen willen weten hoe verstandig zo’n datingapp is als ze op zoek zijn naar een serieuze liefdesrelatie. We hebben dan allemaal de neiging om in ons datingprofiel het fraaist mogelijke beeld van onszelf te borstelen. Ook tijdens chatsessies doen we vervolgens ons uiterste best om de grappigste, slimste en knapste versie van onszelf te zijn. Dat vergroot de romantiek, maar zorgt tegelijkertijd voor een vertekend beeld. Het beste is om zo snel mogelijk in levenden lijve af te spreken als je allebei denkt dat er een match is.

Ik heb meerdere vrijgezellenavonden meegemaakt van bruiden die hun bruidegom via een datingapp leerden kennen. Ze stopten allemaal met de app zodra hun liefde begon. Een datingapp kan dus de start zijn van iets moois. Maar zo’n app kan er natuurlijk nooit voor zorgen dat je liefdesrelatie uitgroeit tot een groot succes. Het is ook geen goed idee om na de start van een nieuwe relatie in het geniep te blijven shoppen op Tinder. Samen op hetzelfde moment die app van de telefoon verwijderen, zou wel eens kunnen uitgroeien tot hét liefdesritueel van de 21e eeuw.

Werkt een datingapp ook niet erg drempelverlagend om op zoek te gaan naar iemand anders als de relatie aan het slabakken is?

Drost: Zonder twijfel. Na een lezing vertelde een vrouw me hoe ze na de zoveelste ruzie met haar man ’s avonds mokkend in bed met de rug naar elkaar toelagen. ‘Ik had mijn telefoon bij me’, zei ze. ‘Ik hield die onder het kussen en opende de datingapp Happn.’

Veel daters lijken te verwachten dat er op hun eerste afspraak meteen een vonk overslaat. Dat valt mij toch op als ik naar het datingprogramma First Dates kijk. Terwijl liefde misschien beter langzaam groeit?

Drost: Natuurlijk moet liefde groeien, maar die overslaande vonk blijft vaak onze romantische eis nummer één. Zo wordt de druk tijdens een eerste ontmoeting stevig opgevoerd.

Een goede vriend werd lang geleden van zijn sokken geblazen door een meisje. Hun eerste afspraak was voor hem als een donderslag bij heldere hemel. Het draaide op niets uit, maar hij raakte niet meer van haar hersteld en heeft sindsdien geen ander lief gehad. Hij blijft die ervaring vergeefs zoeken en maakt zichzelf zo diepongelukkig. Die ene vonk van weleer bepaalt zijn hele werkelijkheid. Hij spreekt met niemand meer dan één keer af. Het moét meteen raak zijn.

Krijgt u nu veel door de lockdown beïnvloede vragen over de liefde?

Drost: Zeker. Een van die vragen is: ‘hoe voorkom ik dat ik mijn geliefde achter het behang plak?’ (lacht) Een andere: ‘Hoe vind ik iemand in deze tijd van afstand houden en smetvrees?’ Mijn raad is: ga naar buiten, al wandelend ontmoet je misschien nieuwe mensen. Dat is exact wat er nu aan het gebeuren is. Ik woon in Amsterdam en in de straten en parken is het drukker dan ooit. Een paar vrouwen lieten me weten dat ze zich minder onveilig voelen dan vroeger. Als onbekende mannen hen nu aanspreken, is er altijd die anderhalve meter sociale afstand. De angst voor het virus zorgt ervoor dat die heren hun handen thuishouden en zich beleefd gedragen. De dames vinden dat zeer fijn. Corona wordt zo de chaperonne van de 21e eeuw.

Maar ik wil deze tijd niet romantiseren, want voor jonge mensen is het afschuwelijk. Ik doceer filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam. Tot half december vorig jaar had ik nog het geluk dat ik om de twee weken een paar uur in een lokaal kon lesgeven aan acht studenten. Het was hun enige uitstap in de week. Toen ik die ene keer ziek was, kreeg ik het ene teleurgestelde berichtje na het andere. Heel deze toestand waarin we aanbeland zijn, zal nog zware gevolgen hebben. In onze strijd tegen dat virus laten we alle wapens los. Tezelfdertijd vergeten we dat ons lichaam niet alleen besmet kan raken, maar ook aanraking nodig heeft. Lichamelijke affectie is óók goed voor onze gezondheid.

Zal corona onze samenleving fundamenteel veranderen?

Drost: Als het van onze politici afhangt niet, want van zodra het virus bedwongen is, willen zij liefst zo snel mogelijk terug naar business as usual. Ik ben bang dat de goedkope vliegtickets ons snel opnieuw om de oren zullen vliegen. Het verwoesten van de planeet wordt gewoon hervat.

Hoopgevend is dan weer dat veel mensen goede voornemens maken. Sommigen zijn blij met de lockdown, omdat ze zo verlost zijn van de druk en rust herontdekken. Een aantal onder hen zal na de pandemie zeker een nieuw, duurzamer leven trachten op te bouwen.

Volgens de Amerikaanse viroloog Anthony Fauci schudden we best nooit nog de handen. Onze viroloog Marc Van Ranst is het daarmee eens. Zijn we nu een permanente smetvrees voor elkaar aan het ontwikkelen?

Drost: In het verleden kreeg ik af en toe wel eens een handdruk die ik liever had vermeden. (lacht) Er zijn ook heel leuke, andere manieren om elkaar te begroeten, zoals bijvoorbeeld een boeddhistische buiging. Maar het klopt inderdaad dat onze huidige smetvrees kan ontsporen waarbij aanraken iets weerzinwekkends wordt. Wij zijn ons lichaam. We moeten dat goed verzorgen, of we gaan ten onder. Het coronavirus bedreigt ons lichaam, we moeten ons dus daartegen beschermen. Alleen dreigen we nu in de val van de complete isolatie te trappen. Dat zou zeer tragisch zijn.

Mensen die elkaar in deze tijd ontmoeten en verliefd worden, staan al meteen voor een barrière als ze voor het eerst willen kussen. Die eerste zoen is niet onbelangrijk en krijgt door het virus extra waarde en betekenis. Want hij houdt nóg meer dan vroeger de belofte van exclusiviteit in. Als je ook anderen gaat zoenen, vergroot het risico dat je je pas veroverde geliefde besmet.

Die eerste zoen kan een kus des doods zijn?

Drost: Net uit angst daarvoor wordt die eerste kus vaak uitgesteld. Of de kersverse geliefden spreken af om zich eerst te laten testen. Van zodra ze allebei een negatieve uitslag hebben, mogen alle remmen los.

Wat is de meest intrigerende vraag van de voorbije drie jaar?

Drost: Vorig jaar vroeg iemand: ‘Is het gezien de klimaatcrisis nog verantwoord om kinderen te krijgen?’ Drie maanden geleden bleek dat mijn vriendin zwanger was. Ik ben daar heel blij mee, maar merk ook bij mezelf dat ik door die vraag in de war ben. Ze drukt me met de neus op de werkelijkheid, ook al wil ik dolgraag vader worden. Als iemand die vraag uitspreekt, volgen er reacties als: ‘Dat vroegen ze zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ook af. Het kwam toen toch goed?’ Terwijl deze crisis van een totaal andere orde is. Een oorlog gaat voorbij, maar de gevolgen van de klimaatverandering bedreigen de grondvesten van ons bestaan.

Liefde voor je kinderen staat niet los van liefde voor de aarde. Daarom moet je in elk geval proberen een leven te leiden dat zowel goed is voor je kind als voor de aarde. Alleen dan zal je later je kind in de ogen kunnen kijken als het vraagt: ‘Wat heb jij gedaan om ervoor te zorgen dat er een toekomst voor ons is?’

Jan Drost

– 1975: geboren in Vroomshoop, Nederland

– 2002: studeert af in filosofie en Nederlands aan de universiteit van Amsterdam

– 2005: werkt als docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam, publiceert essays en geeft lezingen over de liefde

– 2011: debuteert met Het romantisch misverstand, in 2015 gevolgd door Denken helpt en in 2017 door Als de liefde voorbij is.

– Is verbonden aan The School of Life en schrijft voor verschillende media, waaronder Algemeen DagbladNRC Handelsblad, Trouwde Volkskrant en Filosofie Magazine.

Jan Drost, Waarom is het dat de liefde zo is, Querido, 88 blzn., 10 euro

(c) Jan Stevens