‘Het rookhok is ons anti-stresskot’

In Nederland zijn sinds eind vorig jaar alle rookruimtes in de horeca op rechterlijk bevel dicht. Ziekenhuizen en bedrijven volgen en sluiten hun rookhok. Kom op tegen Kanker wil ook bij ons een verbod en trok naar de rechter. Giert er naast nicotine nu ook paniek door de aders van de rookhokrokers? “Het lijkt soms op een heksenjacht.”

 

Eind september vorig jaar verklaarde de Hoge Raad, het hooggerechtshof van Nederland, het gerechtelijk vonnis definitief van kracht dat de onmiddellijke sluiting van alle rookruimtes in de horeca oplegde. Het arrest van de Raad vormde het juridische sluitstuk van jarenlang procederen door de antirooklobby Clean Air Nederland (CAN). De Nederlandse staatssecretaris van Volksgezondheid Paul Blokhuis reageerde verheugd op het verbod. Hij is een fervent tegenstander van roken: als het van hem afhangt, kost een pakje sigaretten morgen minstens 20 euro en worden alle terrassen meteen rookvrij. De 7000 horecazaken met rookruimte kregen van Blokhuis nog een maand om hun rokende klandizie richting stoep te begeleiden. Het vonnis werd door horeca-uitbaters op boe-geroep onthaald, maar inspireerde ook heel wat bedrijven om vanaf januari 2020 hun rookruimtes te sluiten. Zo moeten vanaf nieuwjaarsdag de medewerkers van het ABN Amro-hoofdkantoor in Amsterdam een blokje om als ze een sigaret willen opsteken. Zelfs roken op het binnenplein is er voortaan verboden. Achmea, een van de grootse Nederlandse verzekeraars, verwijderde vlak voor nieuwjaar resoluut alle rookruimtes uit alle kantoren. Verwacht wordt dat binnen afzienbare tijd de rest van de Nederlandse ondernemingen al dan niet gedwongen zal volgen. Want na de horecarookhokken richt CAN haar pijlen op de rookruimtes op het werk. Het ultieme doel is de roker compleet uit beeld te laten verdwijnen. Zien roken, doet immers roken. Het enige wat daartegen helpt, is volgens CAN de sigaret overal verbannen.

Het succes van CAN inspireerde Kom op tegen Kanker. Meteen na het arrest van de Hoge Raad kondigde de organisatie aan dat ze ook bij ons via de rechter een verbod op aparte rookruimtes in cafés en restaurants wil afdwingen. Later volgen wellicht de rookhokken in onze bedrijven. Bij DPG Media, het moederhuis van deze krant, is dat nu al het geval: in het gloednieuwe kantoorgebouw in Antwerpen zijn rookruimtes taboe.

 

De laatste roker

In De Koekenfabriek in Merksem zijn ze hun tijd nóg verder vooruit. Ooit werden er Antwerpse koekjes gebakken, nu is het een hip complex waar freelancers, zelfstandig ondernemers en satellietwerkers co-worken. “We hebben geen rookruimte nodig omdat er geen rokers meer zijn”, zegt coördinator Katrien bijna verontschuldigend. “De laatste roker veranderde onlangs van werk. Hier staat dus zelfs nooit nog iemand op straat een sigaret te roken.”

In Het huis van Parein, een ander tot kantorencentrum omgebouwd voormalig Antwerps koekjesimperium, werken wel nog rokers maar is geen rookhok. “Enkel een asbak aan de voordeur”, zegt de vriendelijke coördinator Sergio. “U mag er gerust een tijd naast komen staan om met rokende collega’s te praten.” De asbak van Parein zit vol en stinkt als de pest, maar op een kille donkere dag in januari lijkt zelfs de meest verstokte roker er zijn verslaving de baas.

Het Justitiepaleis aan de overkant van de straat heeft een rustgevende binnentuin die dienst doet als rookruimte voor het personeel. Rechters, advocaten, procureurs, zaalwachters en griffiers verbroederen en verzusteren er tijdens hun pauzes terwijl ze hun longen vol rook en nicotine zuigen. Dé plek om te peilen naar de moraal van de geviseerde rookruimteroker. Maar de behulpzame receptionist heeft slecht nieuws: “Onze voorzitter zegt neen.” We bedanken vriendelijk en wandelen richting Museum voor Schone Kunsten. Want in de grote Delhaize-supermarkt vlakbij mag het personeel naar hartenlust dampen in de halfopen rookruimte vlak aan de straat.

 

Anti-stresskot

“Het zou een ramp zijn moest dit fijn rokershok verdwijnen”, zegt Delhaize-medewerkster Candy (37). “We zijn met flink wat rokers en hebben de gewoonte aangekweekt om elk kwartier pauze twee sigaretten te roken. Vervolgens moeten we er weer twee uur tegen kunnen. Toen deze plek er nog niet was, stonden we in de zomer op straat te roken. Sommige buurtbewoners vonden dat niet zo leuk. Heel begrijpelijk. Dit rookhok is ideaal. Aan de ene kant van het hek is de overdekte fietsenstalling voor de klanten; aan de andere kant kunnen wij overdekt een sigaretje roken. Die bank staat hier nog niet zolang. De rookpauze is het enige moment dat wij even kunnen zitten. Zalig. Niet-rokende collega’s komen hier soms ook kletsen, zeker in de zomer.”

Is het niet te koud in de winter? “Toch wel. Ziet u de buitenunits van de airco? In de zomer blazen die warme en in de winter koude lucht. In de zomer wordt het in dit hok soms té warm en staan we op de rooster op het trottoir te roken. Daarom ligt die vol peuken. Niet al mijn collega’s zijn even proper. Er hangt een asbak, maar voor sommigen kost het blijkbaar te veel moeite om hun sigaretten daarin te doven.”

Krijgt Candy soms opmerkingen van voorbijgangers? “Nee, maar af en toe beginnen klanten die hun fiets aan het stallen zijn demonstratief te kuchen.”

Denkt ze aan stoppen met roken? “Vaak. Delhaize biedt ook ondersteuning aan om te stoppen. Ik heb tot hiertoe één poging ondernomen met Champix, maar dat ging fout. Ik was continu misselijk: van ’s morgens tot ’s avonds voelde ik me net zwanger. Nu durf ik stoppen bijna niet meer aan. Ik ben ook bang dat ik te veel kilo’s zal bijkomen. Of ik spijt heb dat ik ooit ben beginnen roken? Nee, want ik geniet nog steeds van elke sigaret. Alleen kost het een klein fortuin. Als ik met niet-rokende vrienden een stapje in de wereld zet, schaam ik me soms voor mijn gewoonte. Want dan sta ik daar alleen met mijn sigaret te stinken.”

Candy’s kwartier is om. “Ik moet dringend prikken.” Tien minuten later stapt Sophie (54) de rookruimte binnen, sigaret in de aanslag. “Dit is een ideale plek voor sociaal contact”, zegt ze. “In de rustzaal binnen is dat anders: daar zit iedereen te tokkelen op zijn telefoon. De rokers zijn minder aan hun smartphone verslaafd en praten met elkaar. Soms komen ook mensen uit de buurt een sigaretje meeroken. Vaak is dit ons anti-stresskot. Met sommige collega’s rook ik liever dan met andere. We proberen onze pauzes aan elkaar te koppelen; het is toch logisch dat het met de ene mens beter klikt dan met de andere?”

Hoe lang rookt Sophie? “Van mijn achttiende. Ik stopte voor mijn eerste zwangerschap en negen jaar lang was ik niet-roker. Door mijn echtscheiding ben ik terug begonnen, een pakje per dag. Of ik nu nog wil stoppen? Mijn vriend rookt ook, dat maakt het extra moeilijk. In de zomer roken we op ons terras; in de winter klikken we het dakvenster een beetje open. Ik heb spijt dat ik ooit ben beginnen roken, maar voorlopig ben ik niet van plan ermee te kappen.”

Roken haar kinderen? “Mijn dochter is radicaal tegen. Als ik met haar op stap ben, rook ik zeer weinig. Mijn zoon rookt af en toe tijdens het uitgaan. Het probleem is dat ik elke sigaret nog altijd even lekker vind. Ik heb een paar maanden de e-sigaret geprobeerd, maar dat is niet hetzelfde.”

Dreigt er een rokersopstand als ook in België alle rookruimtes dicht moeten? Sophie: “Nee, rokers zullen dat braaf ondergaan, net als die nieuwe vreselijke zwarte sigarettenverpakkingen.” Ze vist een pakje uit haar schort. “Gruwelijk. Vroeger was mijn pakje tenminste nog groen omdat ik mentholsigaretten rook.” Vanaf 20 mei 2020 zijn die toch in heel Europa verboden omdat ze roken te aantrekkelijk maken? “Ik weet het”, zucht ze. “Dat wordt voor mij een enorm probleem.”

 

Smokers inside the hospital doors

Zestiger Luc werkt als vrijwilliger aan het onthaal van ziekenhuis AZ Nikolaas in Sint-Niklaas. Hij heeft pauze en geniet van een sigaret in de rokersruimte buiten, vlakbij de ingang. “Je vindt me hier altijd tijdens mijn pauzes”, zegt hij. “Ik heb er nog nooit een opmerking over gekregen. Ik zou het vreselijk vinden als dit rokerskot wordt afgeschaft. Zowel personeel, als bezoekers en patiënten moeten toch de kans krijgen om een sigaretje te roken? U zegt dat roken niet gezond is?” Hij wrijft zich over de borst. “Dit is gerookt vlees en dat blijft lang goed.” Staan hier ook soms dokters te paffen? “Nooit. Het is een groot mysterie waar zij hun sigaretten opsteken.”

Luc wil niet op de foto, net als de verpleegster die op een bankje plaatsneemt en haar sigaret aansteekt. “Sorry, maar ik wil niet in de problemen komen. Ik ben nu aan het werk. Geen commentaar.”

Luc neemt ons mee naar binnen. “Dit ziekenhuis heeft ook een knus verwarmd intern rokershok”, zegt hij. “Het zit daar altijd stampvol.” De rokerskamer van AZ Nikolaas ziet blauw van de rook. De muren zijn gelig; het is niet duidelijk of het verf of teer is. Op de stoelen zitten vijf patiënten en één personeelslid te roken en te hoesten. De patiënten zijn te herkennen aan hun kamerjassen, verbanden en/of infuusstandaarden, het personeelslid aan haar zwart t-shirt met het logo van het ziekenhuis. Ze draagt een haarnetje en werkt in de cafetaria. Ze heeft geen zin in een gesprek. De anderen wel. Een vrouw in peignoir klemt haar ene hand rond haar infuusstandaard; de middelvinger en wijsvinger van haar andere hand liefkozen een sigaret. “Waar moeten wij dan gaan roken als net als in Nederland alle rokerskoten afgeschaft worden?”, vraagt ze vertwijfeld. “Buiten voor de hospitaaldeuren”, antwoordt Nashota West, transvrouw en professioneel singer/songwriter van countrymuziek. “Met als gevolg dat zeker in de winter nóg meer mensen ziek zullen worden.” Nashota (55) zit hand in hand met haar transvrouw Jenny (57). In hun andere handen balanceren sigaretten.

Nashota: “Natuurlijk is roken ongezond, toch vind ik dat er zowel in bedrijven als in ziekenhuizen altijd plekken moeten zijn waar je een sigaret kan opsteken.”

Jenny: “Hoe je het draait of keert, roken is een sociale bezigheid. Natuurlijk betaal je daar ooit een prijs voor.”

Jenny is ziek en toch rookt ze dapper door. “Haar ziekte heeft niets met het roken te maken”, sust Nashota. “Jenny had een abces op een tand en dat liep door naar haar hersenen.”

Jenny: “Mijn linkerkant viel uit. Ik ben hier sinds 2 december. Vrijdag mag ik eindelijk naar huis.”

Nashota: “Door de druk op de hersenen kon ze niet meer lezen en schrijven. Dat komt nu langzaam terug. Jenny heeft ook niet veel longcapaciteit meer, maar dat heeft niets met haar rookgewoonten te maken.”

Eigenlijk zou Jenny niet meer mogen roken? Jenny: “Inderdaad. Ik probeer het tot twee sigaretten per dag te beperken in de plaats van twintig.”

Nashota: “Wil je er nog eentje, schat? Kijk, het enige dat we met zekerheid over roken weten, is dat het genezingsproces erdoor vertraagt. Voor de rest is het voor elk individu verschillend. De ene roker krijgt op zijn 35e kanker, de andere wordt probleemloos 90.”

Hoe lang roken Nashota en Jenny? Nashota: “Jenny begon op haar zestiende; ik op mijn 33e. Mijn relatie ging voor de zoveelste keer om zeep. Uit balorigheid greep ik naar de sigaret, want mijn toenmalige vrouw zei altijd: ‘Begin daar nooit mee.’”

Hoeveel pogingen hebben beide dames ondernomen om te stoppen? Nashota: “Allebei nog maar één. Ik schakelde toen over naar de e-sigaret. Maar elke trek deed verschrikkelijk pijn in luchtwegen en longen. Dat was geen goed idee. Het plan is om binnenkort definitief te stoppen, maar zelfs dan zullen we nog naar het rokerskot komen. Het is hier veel te gezellig.”

 

Derderangsburgers

“Ze hebben vannacht gaatjes in mijn stembanden gemaakt”, zegt Marielle (52) met hese stem terwijl ze uit een pakje Elixyr een sigaret opdelft. “Niemand kent dit merk.” Over haar keel zit een verband. Is het verstandig om nu te roken? Ze reageert als door een wesp gestoken: “Meneer, u moet niet lullen, u zit hier tussen rokers. Ja, het doet een beetje pijn; het zijn open wonden. U vraagt of ik mag roken, terwijl we hier allemaal verslaafd zijn aan nicotine. Een patiënt met een zwaar drankprobleem zal ook zijn uiterste best doen om aan alcohol te geraken. Mijn kinderen zijn twintigers. Ze zijn geboren met een keizersnede. Weet u wat de verpleegster zei? ‘Rokers die in de kliniek terecht komen, zijn veel sneller te been dan niet-rokers.’ Weet u waarom? Omdat ze zo snel mogelijk hun drang naar nicotine willen bevredigen. Een niet-roker laat zich liever bedienen.”

Een rokende vrouw in een rolstoel roept: “We zijn derderangsburgers!” Marielle knikt. “De overheid is helemaal niet bezorgd over onze gezondheid. Moesten ze daarmee inzitten, waren er geen sigaretten meer te koop. Denken ze nu echt dat er door die zwarte verpakkingen minder gerookt zal worden? Ik overweeg in de toekomst mijn rookwaar in het buitenland te kopen. Met het geld dat je hier voor vier sloffen sigaretten neertelt, koop je er in Luxemburg vijf.” Ze haalt haar pakje Elixyr opnieuw tevoorschijn. “Neem er ook een”, zegt ze.

Nadia (63) lurkt liever aan haar e-sigaret. Ze komt vanuit het verre Helchteren in Limburg voor een behandeling naar Sint-Niklaas. Het is haar eerste dag. “Nog negen te gaan. Een tijd geleden lag ik in het ziekenhuis in Genk. Ze hebben nooit gemerkt dat ik in het geniep onder de lakens elektrisch lag te roken. Vier jaar geleden ruilde ik de sigaret voor de vaper in. Mijn favoriete smaak is tabak en er zit 18 mg nicotine in een capsule. Als mijn zoon of dochter aan mijn e-sigaret trekken, krijgen ze een hoestbui.” Waarom schakelde ze over? “Omdat mijn man astma heeft. Ik moest kiezen: buiten roken of de e-sigaret. Ik heb sindsdien geen enkele ouderwetse sigaret meer aangeraakt.”

 

Obsessie

In biljartcafé Enjoy onder de kerktoren van het Oost-Vlaamse dorp Oordegem heeft het rokershok een prominente plaats vooraan. “Met zicht op de Grand Place.” Het is de favoriete plek van stamgasten Rudy (53) en Eric (52). “Een verbod op rokersruimtes is een ramp voor mijn café”, zegt waard Peter Rosschaert. “Ik heb veel geïnvesteerd in dat hok. Het afzuigsysteem alleen al kost 4000 euro. De mensen uit de buurt zullen het me niet in dank afnemen als mijn cliënteel buiten staat te roken.”

Rudy verlangt naar de goede oude tijd van voor het rookverbod op café. “Weet u dat ik sinds dan meer ben beginnen roken? Vroeger dacht ik niet zo vaak aan die sigaret, maar dat rookkot werkt als een magneet. Om de zoveel tijd moét ik er daar eentje gaan opsteken. Als ik Eric naar het rookkot zie stappen, volg ik automatisch.”

Het rookkot is een obsessie geworden? Rudy: “Ja. Eens ik daar zit, rook ik de ene na de andere sigaret.”

Wil hij ervan af? “Liever niet. Vorig jaar ben ik ook beginnen vapen. Ik vind die smaakjes wel lekker. Nu is het dubbelop.”

Eric is een fan van de rookruimte. “Ik voel die drang niet om er zoals Rudy continu te gaan zitten paffen. Moest er geen rookverbod in deze ruimte zijn, stond ik hier nu wel met een sigaret tussen de vingers.”

Rudy: “Soms zitten er in de rookruimte ook niet-rokers. Ze trekken zich daar dan terug om in het ‘geheim’ over iets te beraadslagen. Op café hebben de meeste niet-rokers trouwens niets tegen rokers. De grootste ambetanteriken zijn de ex-rokers. Ik vermoed dat ze niet volledig van hun verslaving af zijn en ons daarom graag de les lezen.”

Eric: “Rokers, niet-rokers en ex-rokers moeten respect hebben voor elkaar.”

Rudy: “Precies. Als morgen alle rokers beslissen om te stoppen, zit de overheid met een gigantisch inkomstenprobleem. Al die gederfde taksen zullen moeten gecompenseerd worden. Ook al die niet-rokers die zo graag op de kap van de rokers zitten, zullen die dan mee mogen ophoesten. Dat ze daar maar eens goed over nadenken.”

 

Heksenjacht

Johan (70) is een gepensioneerde politieagent en liefhebber van Cubaanse sigaren. De rookkamer van cocktailbar La Bodeguita del Medio in Kortrijk is zijn favoriete pleisterplaats. “De tolerantie tegenover het roken van sigaren is gelukkig groter dan tegenover sigaretten”, zegt hij. Liefdevol jaagt hij het vuur door een Cohiba van 30 euro. “Ik rook een sigaar of drie per dag. Ik denk niet dat ik verslaafd ben. Ik inhaleer niet en geniet van het aroma vooraan in mijn mond.”

Sommigen omschrijven het aroma van sigaren als pure stank. Johan: “Als sigarenroker vind ik dat sigaretten ook stinken. Toen ik nog werkte, mocht er zowat overal gerookt worden. Ik zat vaak op kantoor en iedereen pafte gewoon aan zijn bureau. Op restaurant vroeg ik altijd eerst of het niet stoorde dat ik een sigaar opstak. Nu moeten alle rokers naar buiten.”

Rokers zijn paria’s geworden? “Misschien wel. Het lijkt soms op een heksenjacht. In deze stad krijg je een gasboete als je een peuk op de grond gooit. Er worden steeds zwaardere maatregelen tegen rokers genomen. Terwijl kleine kinderen die nooit gerookt hebben, ook aan kanker sterven.”

 

© Jan Stevens