“Ik was bang dat mijn ouders me gingen vermoorden”

De Britse Pakistaan Sohail Ahmed groeide op in een salafistisch milieu en leerde van kindsbeen af andersgelovigen en homo’s hartsgrondig haten. Vandaag heeft hij de radicale islam vaarwel gezegd en staat hij als homoactivist op de barricaden.

 

Een paar dagen voor het interview mailt Sohail Ahmed (24) dat het hem misschien niet zal lukken. “Ik voel me niet lekker.” Een halve dag later laat hij weten dat hij er toch zal zijn, maar dan liefst dicht bij de plek waar hij woont. We spreken af in een pub vlak bij zijn flat, ergens in Oost-Londen. Hij is een half uur te laat en verontschuldigt zich. “Ik moest mezelf even oppeppen. Sinds mijn jeugd worstel ik met depressies. De voorbije maanden ging het veel beter, maar soms wordt het moeilijk. Gelukkig heb ik een goede therapeut.”

Sohail Ahmed groeide samen met zijn twee broers en twee zussen op in een salafistisch gezin, waar ze de ideologie van Islamitische Staat met de paplepel meekregen. “Alle niet-salafisten waren onze vijand.” Op zijn zestiende begon hij in alle stilte aan een lang deradicaliseringsproces. Hij was acht toen hij zich voor het eerst tot een jongen aangetrokken voelde. “Volgens de salafistische leer zijn homo’s bezeten door de duivel.” Tot zijn 21e worstelde hij met zijn geloof en met zijn seksuele geaardheid. “Ik was bang dat mijn ouders me zouden vermoorden.” Toen zijn vader ontdekte dat zijn oudste zoon homo was, stuurde hij Sohail naar een exorcist. “Na een paar sessies wou ik zelfmoord plegen.” Een jaar en negen maanden geleden klapte hij de deur van het ouderlijke huis definitief achter zich dicht. Vandaag noemt hij zichzelf ‘agnostisch atheïst’, is hij homorechtenactivist en hoopt hij dat zijn verhaal een steun in de rug is voor die vele andere jongens en meisjes die door hun religie met hun geaardheid worstelen.

“Mijn ouders wonen hier niet ver vandaan”, zegt hij. “Ik heb ze sinds mijn vertrek niet meer gehoord of gezien, net als de rest van mijn familie. Mijn broers, zussen, ooms, tantes, neven en nichten lieten me zo goed als allemaal vallen als een baksteen.”

 

Stammen uw ouders uit een salafistisch milieu?

Sohail Ahmed: “Nee, helemaal niet. Toen ze trouwden, waren ze nog heel gewone gematigde moslims. Religie speelde geen grote rol in hun leven. Ik was een jaar of vier toen ze zich bekeerden tot die specifieke radicale vorm van de islam: het salafisme of wahabisme. Van toen af werd ook ik als kind ondergedompeld in die fundamentalistische islamvariant. Salafisten zeggen hun inspiratie te halen bij de eerste volgelingen van de profeet Mohammed. Het enige wat voor hen telt is de sharia, of de wet van God. Hun interpretatie van de Koran wordt vandaag door Islamitische Staat op gruwelijke wijze in de praktijk gebracht. Als kind werd mij dag na dag, week na week, maand na maand ingestampt dat er een eeuwige oorlog woedt tussen moslims en niet-moslims. ‘Niet-moslims zijn er enkel op uit om de islam totaal te vernietigen.’ Mijn vader en moeder hielden me voor dat ik geen Brit ben en dat het Verenigd Koninkrijk een vijandige staat is. Op school kreeg ik les van leraars over wie ik thuis te horen kreeg dat ze mijn vijanden waren. Dat was echt heel raar. Mijn ouders noemden hen kufar of kafir, ongelovigen. Alle niet-salafisten waren vijanden, inclusief andere moslims. We werden vooral gewaarschuwd voor de niet-moslims. Vanaf mijn vierde levensjaar werd me ingepompt: ‘Wees uiterlijk vriendelijk voor niet-moslims, maar haat hen met heel je hart.’”

 

Dat zeiden uw ouders tegen u?

“Ja, en niet alleen zij. Dat werd ook gepredikt in onze moskee, stond in de boeken die ik te lezen kreeg en hoorde ik op salafistische media. Dat is toch totaal geschift? (lacht) Als ik er nu op terugkijk, kan ik amper geloven dat het me gelukt is om op eigen kracht met die onzin te kappen.”

 

Uw moest uw vriendjes op school hartsgrondig haten?

“Daar raakte ik danig door in de war. Ik vond veel niet-moslimvrienden best aardig. ‘Moet ik ze allemaal haten?’ Ik voelde instinctief dat er iets niet klopte.”

 

Onder wiens invloed zijn uw ouders geradicaliseerd?

“Er kwamen nieuwe salafistische buren in ons flatgebouw wonen. Ze namen mijn ouders mee naar de Masjid al-Tawhidmoskee in Leyton, die opgericht was door de toenmalige grootmoefti van Saoedi-Arabië. Hij werkte aan wat hij de ‘Islamic Revival’ in het Westen noemde. Met die islamitische heropstanding bedoelde hij het salafisme. De moskee werd mijn ouders’ favoriete pleisterplaats. Ik kan me maar heel vaag herinneren hoe ze waren voor ze radicaliseerden, maar zij zetten wel een trend: na hun bekering kozen zowat alle leden van mijn familie het salafistische pad. Eind jaren negentig surften mijn vader en moeder mee op de eerste golf van salafisme die over Groot-Brittannië spoelde. Vanaf dan is die extreem onverdraagzame vorm van islam zich als een koorts beginnen verspreiden. In de beginjaren keek de rest van de moslimgemeenschap neer op die minderheid van salafistische clowns met hun te korte broeken en te lange baarden. Vandaag is dat totaal veranderd: het salafisme is sterk gegroeid en beïnvloedt het maatschappelijk leven. Hebt u daarnet in deze buurt rondgewandeld? Dan zag u ze in grote getale lopen, de mannen in hun outfit van de profeet en de vrouwen die zich van kop tot teen bedekken. De klederdracht van mijn eigen moeder kan model staan voor heel die recente evolutie. Eerst droeg ze een hoofddoek, vervolgens de hidjab, dan de chador waarmee ze haar hele lichaam bedekte, iets later de nikab die alleen haar ogen nog vrijliet, en in het laatste stadium droeg ze ook altijd handschoenen.

“Ik herinner me nog haarscherp hoe ik als zevenjarige de imam van de Masjid al-Tawhid moskee hoorde prediken: ‘De gewelddadige jihad is een fundamenteel deel van de islam. Als de geleerden zeggen dat de tijd gekomen is, zullen wij allemaal opstaan om tegen de kufar te vechten.’ De grote moskee zat toen afgeladen vol met minstens 300 mensen.”

 

Dezelfde ideologie als die van Islamitische Staat werd vijftien jaar geleden al in belangrijke moskeeën in de buitenwijken van Londen gepredikt?

“Precies. De ideologie van de salafisten is exact dezelfde als die van IS. Ze haten homo’s en lesbiennes, verwerpen gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ook hun straffen zijn identiek: homo’s moeten van daken geworpen worden, overspeligen moeten tot ter dood gestenigd worden, de handen van dieven afgehakt. Alleen de methodologie verschilt. Salafisten zeggen: ‘We zullen overgaan tot het over de kling jagen van de kafir en het instellen van de sharia van zodra de geleerden beslist hebben dat het kalifaat gevestigd is.’ Ze hebben problemen met het kalifaat dat in juli 2014 door IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi uitgeroepen is, maar niet met de dagelijkse gruwelpraktijken in de islamitische staat. Als de geleerden die zij hoog achten het teken geven om met het kalifaat van start te gaan, hangt er een volstrekt gelijkaardig scenario als dat van IS in de lucht. Hun doel is óók om vervolgens de wapens op te nemen en de hele wereld te veroveren.”

 

U gelooft niet in het onderscheid dat gemaakt wordt tussen het niet-politieke en politieke salafisme, waarbij het niet-politieke salafisme beschouwd wordt als een ongevaarlijke sekte van middeleeuwse godsdienstfanaten?

“Dat onderscheid is er wel degelijk; mijn ouders maken deel uit van de niet-politieke tak. Het is ook juist dat de niet-politieke salafisten vandaag geen acuut gevaar voor de samenleving vormen. Maar dat is slechts tijdelijk. ‘Niet-politiek’ is zeer misleidend, want in werkelijkheid zijn het allemaal tikkende tijdbommen. Als hun geleerden de tijd rijp achten, is het hek ook hier van de dam. De niet-politieke salafisten zijn er zich heel goed van bewust dat ze ooit politiek zullen moéten worden: op het moment namelijk dat hun geleerden het ‘echte’ kalifaat uitroepen.”

 

Wanneer begon u aan uw geloof te twijfelen?

“Ik herinner me dat ik het als kind lastig had met de wrede straffen uit de sharia. Daar zat niets menselijks in, vond ik. Na verloop van tijd schoof ik die twijfels toch opzij. Nooit heb ik iemand van mijn geloofsgenoten twijfels horen uiten. Ik vermoed dat sommigen er wel mee worstelden, alleen hielden ze die voor zichzelf.

“Al van toen ik een jaar of acht was, voelde ik me aangetrokken tot andere jongens. En toch haatte ik net als mijn salafistische medebroeders alle homo’s. Niet alleen salafisten vinden homo’s ziek: voor de meeste moslims is homoseksualiteit het werk van de duivel. Ik voelde me verschrikkelijk schuldig. ‘Ik val niet op mannen zoals die Westerlingen.’

“Op school blonk ik uit voor de wetenschappelijke vakken. Ik vond wetenschap geweldig. Toen ik op mijn vijftiende over de evolutietheorie leerde, raakte ik compleet in de war. ‘Alle wetenschappers zijn het erover eens dat evolutie een feit is. Hoe is het mogelijk dat ze de bal zo misslaan?’ Salafisten geloven net als veel andere moslims rotsvast in Adam en Eva. Tot ik op een dag een van de salafistische imams in mijn moskee hoorde verkondigen dat hij in de evolutietheorie geloofde. ‘Evolutie is niet in tegenspraak met de Koran.’ De man heet Usama Hasan en hij gaf die vrijdag meteen ook zijn laatste preek in de Masjid al-Tawhidmoskee. Ze gooiden hem er uit. Maar zijn woorden bleven hangen. ‘Misschien moet ik hem ernstig nemen.’ De anderen lachten hem vierkant uit. ‘Usama Hasan zegt dat hij een aap is.’ Ik verdedigde hem. ‘Misschien moeten we toch eens naar hem luisteren.’ Zo kreeg ik ruzie met mijn eigen familie. Hasan is niet de eerste de beste: hij is niet alleen imam, maar ook fysicus. Er sloop steeds meer twijfel bij mij naar binnen.”

 

Sprak u daar met bevriende niet-moslims over?

“Nee. Wie met niet-moslims over religieuze twijfels durfde te praten, bracht schande over de islam. Vier jaar lang veegde ik mijn twijfels onder het tapijt. Maar ze verdwenen niet en ik bleef me afvragen of Usama Hasan gelijk had met zijn aanvaarding van evolutie. Waarna ik besloot om in het grootste geheim zelf op onderzoek uit te trekken. Ik las alles wat ik over de evolutietheorie kon vinden en ik kon niet anders dan vaststellen dat ze juist is. Die kennis zette meteen ook alles waarin ik geloofde op de helling. Ik dacht: ‘Ofwel is datgene waarin ik geloof fout, ofwel interpreteer ik mijn religie verkeerd.’ Usama Hasan had toen de radicale islam al lang vaarwel gezegd en door zijn geschriften vond ik aansluiting bij de progressieve soefistroming in de islam. Spiritualiteit is het allerbelangrijkste, dacht ik.

“Mijn ouders wisten niet waar ik mee bezig was. Ik had mezelf in stilte gederadicaliseerd via het internet en door het lezen van boeken. Usama Hasan werkt nu als onderzoeker bij de Quilliam Foundation, een Londense deradicaliseringsdenktank. Het is vooral dankzij de publicaties van Quilliam op het internet en door hun interviews online dat ik mijn salafistische gedachtengoed zoetjesaan begon in te ruilen voor progressieve ideeën. Op een bepaald moment noemde ik mezelf net als Usama Hasan ‘een salafistische soefi’. Mijn godsbeeld was nog steeds salafistisch, maar de sharia had ik ingeruild voor soefiwijsheid. Ik stapte toen ook naar mijn ouders en zei: ‘Ik geloof in evolutie.’ Een week lang spraken ze geen woord meer tegen mij. Ik kon hun woede alleen doorbreken door op mijn stappen terug te keren: ‘Ik geloof niet meer in evolutie. Sorry.’ (lacht)”

 

Waren er op school geen leerkrachten die u in vertrouwen kon nemen?

“Ook dat durfde ik niet. U moet weten dat mijn ouders fysiek geweld niet schuwden. Ik zat in het eerste jaar geneeskunde en werd bang dat ik door mijn twijfels over islam zou branden in de hel. Ik raakte steeds dieper in de put en moest mijn studies stopzetten. In het schooljaar 2013-2014 zat ik thuis met een zware depressie. Ik had een zee van tijd en besloot dat het de hoogste tijd was om mijn eigen seksualiteit te onderzoeken. Ik had nog steeds niet aanvaard dat ik homo was, want Allah zette nu eenmaal geen flikkers op de wereld. Ik ging op zoek naar alle mogelijke wetenschappelijke onderzoeken over menselijke seksualiteit. Ik kwam tot een voor mij zeer verrassende conclusie: homoseksualiteit is een honderd procent natuurlijke geaardheid die niet veranderd kan worden. ‘I am gay’, wist ik. Ik was 21.

“Ik las artikels van denkers en wetenschappers als Sam Harris en Christopher Hitchens. Richard Dawkins’ boek God als misvatting gaf me een stevig duwtje richting agnosticisme en atheïsme. ‘We hebben helemaal geen God nodig in ons universum.’ Mijn afscheid aan religie voelde als een bevrijding. Ik zag op Youtube een debat over islam versus atheïsme tussen de natuurkundige vrijdenker Lawrence Krauss en de extremistische bekeerling Hamza Tzortzis. Dat was het moment waarop het voor mij glashelder werd: ik geloof niet meer in de islam. Voor het eerst in mijn leven kon ik denken wat ik wou, zonder door wie ook aan banden gelegd te worden. Jarenlang had mijn geest gevangen gezeten in het strakke keurslijf van een religie. Nu was ik eindelijk vrij en werd alles mogelijk. Dat voelde als een religieuze ervaring. (lacht)”

 

Maar voor de buitenwereld was u nog steeds een salafist?

“Ik kreeg steeds meer meningsverschillen met mijn ouders. Ik kon het geschimp op niet-moslims niet meer aanhoren. Op een dag werd ik zo woedend dat ik riep: ‘Ik geloof niet meer in God.’ ‘Maak dat je uit ons huis bent’, briesten ze. Ik stopte wat kleren in een rugzak en zocht het goedkoopste hotel in Londen. Het was vrijdagavond en ik kon bij geen enkele instantie terecht voor hulp. ’s Anderendaags ging ik ten einde raad naar mijn grootmoeder. Ik vertelde haar niet dat ik goddeloos geworden was, maar zei: ‘Ik heb twijfels over de islam.’ Ik had een plek nodig om te overnachten. (lacht) Oma belde mijn ouders. Eerst gaf ze mijn moeder door en daarna kreeg ik mijn vader aan de telefoon. Hij zei: ‘Weet je nog dat je ons een paar weken geleden iets wou vertellen? We weten ondertussen wat.’ Een paar weken eerder was ik naar mijn ouders toegestapt en had ik gezegd: ‘Mama, papa, ik moet jullie iets vertellen.’ Ik kwam toen bijna uit de kast, maar op het allerlaatste nippertje durfde ik niet. Toen ik mijn vader hoorde zeggen: ‘We weten ondertussen wat’, liep er een ijskoude rilling over mijn rug. In mijn hele leven was ik nog nooit zo bang geweest. Pure doodsangst was het, want misschien stuurden ze me naar Pakistan of zouden ze me vermoorden. Ik wist dat ze daartoe in staat waren.”

 

Is dat dan al gebeurd in het Londense salafistische milieu?

“Die verhalen doen de ronde. Ik wou niet terug naar huis, maar ze wisten met te overtuigen. Mijn vader schold me de huid vol. ‘Heb je een vriend?’ vroeg hij. Ik antwoordde naar waarheid: ‘Nee.’ ‘Heb je ooit iets gedaan met een andere kerel?’ Ik loog en zei: ‘Nee.’ Ik kon alleen blijven als ik akkoord ging met een duiveluitdrijving. Dik tegen mijn zin gaf ik toe, want ik kon voorlopig nergens anders terecht. Pas drie maanden later zou er een studentenkamer aan de universiteit vrijkomen. In die laatste maanden in het ouderlijke huis werd ik verschillende keren onderworpen aan een duiveluitdrijving. Exorcisme in de islam is vaak gewelddadig, bij mij viel het nogal mee. Mijn ouders hadden geen enkel bezwaar tegen lichamelijk geweld, maar ik zette de hakken in het zand. ‘Ik wil dat niet.’ Ze brachten me naar een exorcist. Hij las de Koran, blies op me, liet me baden in heilig water en gaf me heilige honing te eten. Met mijn verstand wist ik dat exorcisme onzin is, maar toch had het een grote impact op mijn geestelijke en emotionele welbevinden. Ik vond het afschuwelijk vernederend. Na een paar sessies wou ik een einde aan mijn leven maken en me verhangen op mijn kamer. Mijn vader ‘betrapte’ me net op tijd. ‘Dood jezelf niet’, zei hij.”

 

Hebt u ooit liefde van uw ouders gevoeld?

“Ik wist dat ze me al die ellende aandeden omdat ze om me gaven, omdat ze me graag zien. Dat besef maakte het alleen maar erger. (stilte) Op een ochtend stapte mijn moeder mijn kamer binnen. Ze weende en bleef herhalen: ‘Je kan niet datgene zijn wat je beweert te zijn.’ De woorden ‘homo’ of ‘gay’ hebben mijn ouders nooit uitgesproken. Ik had mijn moeder nog nooit zo hard horen wenen. ‘Je kan niet zo zijn, Allah maakt mensen zo niet. Allah zou je dat nooit aandoen.’ Ze bleef dat maar herhalen; het klonk als een litanie. Ze probeerde niet mij te overtuigen, maar zichzelf.”

 

U bent nu een homoactivist. Bent u niet bang voor de wraak van uw vroegere geloofsgenoten?

“Ik ben me bewust van de risico’s en ik ben ook bereid om die te nemen. Ik heb zelf ondervonden hoe bevrijdend het is om van al die last verlost te zijn. Ik heb tot hiertoe geen doodsbedreigingen gekregen en ik hoop dat het zo blijft. Ik ben geen islamofoob; ik doe zelfs nog mee aan de belangrijke islamitische feesten. Zij maken nu eenmaal deel uit van mijn culturele leven. Ik hoop wel dat de hele islamitische gemeenschap in het westen veel vooruitstrevender wordt. Als dat niet gebeurt, of niet snel genoeg, vrees ik dat de relaties tussen moslims en niet-moslims zullen verzuren. Mijn grote angst is dat we aan het afstevenen zijn op een burgeroorlog. Als jonge salafist was ik bereid om mijn eigen leven te offeren voor het vernietigen van mijn land. Nu ben ik bereid om mijn leven te geven om dit land te redden.”

 

© Jan Stevens

Advertenties

“Rationele islam? Onzin”

De zomerzon schijnt uitbundig op het terras in Brussel, maar veel vrolijker wordt jihadexpert Montasser AlDe’emeh daar niet van. “Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ik maak me ook zorgen over de Syriëstrijders die teruggekeerd zijn.”

 

In het pas verschenen Mijn verlossing van het kwaad laat Montasser AlDe’emeh de 22-jarige Antwerpse moslima Intisar Umm Mansur aan het woord. Vier dagen na de aanslagen in Parijs stuurde de geradicaliseerde Intisar hem een bericht via Facebook. “Ik wil mezelf verlossen van de ideologie die zo diep in mij is geworteld”, schreef ze. “Het ene moment keur ik de aanslagen goed, het andere weer niet.”

‘Intisar Umm Mansur’ is een schuilnaam. “Tot vandaag weet zelfs haar man niet dat ze dit boek samen met mij schreef”, zegt Montasser AlDe’emeh. Het is zomer in Brussel en we zitten op een terras vlakbij de Beurs. Ik drink koffie en AlDe’emeh drinkt niets. De middagzon brandt op zijn hoofd. “Tijdens de Ramadan stel ik mezelf af en toe op de proef”, zegt hij. “Mijn vasten is een weloverwogen keuze, maar sommige jongeren vasten uit angst. Ze zijn bang om een fout te maken waar God hen voor zal bestraffen. Bij nogal wat jonge moslims overheerst vandaag de angst. Zonder kennis houden ze zich krampachtig aan de opgelegde regels. Ze mogen dit niet, ze mogen dat niet. Vervolgens komen ze terecht in een open, seculiere samenleving en belanden tussen twee werelden.”

 

U hebt het nu toch over jonge mensen die in onze seculiere samenleving geboren zijn?

Montasser AlDe’emeh: “Ja, maar in dit land worden ook hamsters, ezels of koeien geboren. Wat voor betekenis heeft het om hier geboren te zijn? De échte vraag is: hoe leven die jonge mensen hier? Moslimmeisjes zoals Intisar verlangen naar houvast, liefde en geluk. Alleen botsen ze voortdurend op anderen die hen voorhouden dat ze aan bepaalde verwachtingen moeten voldoen als ze erbij willen horen. Ze moeten zich ‘volwaardig integreren’, maar wat is dat? Op school mogen ze geen hoofddoek dragen; thuis moet dat dan weer wel. Hun ouders verwachten van hen dat ze niet op een jongen verliefd worden, maar dat ze snel trouwen met een uitverkoren man waar ze een stabiel gezinsleven mee uitbouwen. Sommige imams verkondigen dan weer dat ze niet mogen leven tussen de zogenaamde ongelovigen en dat ze moeten proberen om zo snel mogelijk naar een islamitisch land te migreren. Iedereen verwacht iets van die meisjes. Ze zijn niet allemaal sterk genoeg om al die verwachtingen met elkaar te verzoenen. Intisar kon dat niet. Daar kwam bij dat ze dagelijks via Al Jazeera geconfronteerd werd met de oorlog in Gaza. Veel jonge moslims voelen zich trouwens meer verwant met lijdende geloofsgenoten in Syrië en Palestina dan met niet-moslims in België. Ze willen íets doen, dat lukt niet, en weten met hun frustraties geen blijf. Intisar voelde zich slachtoffer van het hoofddoekenverbod en sloot zich aan bij Sharia4Belgium. Later raakte ze in de ban van IS en maakte ze plannen om naar Syrië te vertrekken. Gelukkig heeft ze die stap nooit gezet.”

 

Vertrekken er nu nog veel jonge mensen naar Syrië?

“Veel minder. Het Belgisch beleid is strenger: vertrekkers worden echt tegengehouden. Over geradicaliseerde meisjes horen we zeer weinig. Daarom ook heb ik dit boek samen met Intisar gemaakt. Minstens 59 meisjes reisden naar Syrië. Een paar weken geleden nog zou een Brussels meisje van 17 vertrokken zijn. De meest overtuigde jongens en meisjes zijn ondertussen allemaal weg. Al twijfelen er nog veel. Ik maak me zorgen over al die jongeren die sympathie koesteren voor IS. Ze sluiten zich af van de samenleving. Ik maak me ook zorgen over degenen die teruggekeerd zijn.”

 

Moeten we ze proberen te re-radicaliseren?

“Re-radicaliseren is alleszins een beter plan dan deradicaliseren. Want als je iets van iemand wegneemt, moet je de ontstane leegte invullen met iets nieuws. Van radicale haat kun je zo evolueren naar radicale verzoening. Intisar deed haar best om afstand te nemen van haar IS-sympathieën. Door dit boek samen met mij te schrijven, vulde ze de leegte in. Zo wil ze andere jongeren tegenhouden om de stap naar IS te zetten.”

 

De aanslag op de nachtclub in Orlando en de moord op het politie-echtpaar in Frankrijk werden meteen door IS opgeëist, terwijl ze gepleegd lijken te zijn door lone wolves.

“Dergelijke aanslagen zullen in de toekomst nog plaatsvinden, want er lopen in het Westen veel IS-sympathisanten rond. We mogen er niet altijd van uitgaan dat IS alle aanslagen hier ook effectief beraamt en plant. We onderschatten de ideologische impact die de organisatie op sommige jongeren heeft. Tijdens hun radicaliseringsproces lezen ze op het internet IS-pamfletten en oproepen voor het plegen van aanslagen. Vaak is er geen structurele link.”

 

Lopen er zo ook heel wat gevaarlijke IS-sympathisanten in België rond?

“Ja, al kan ik er geen cijfer opplakken. Het is bijzonder moeilijk om tegen hen op te treden. Eigenlijk zitten we gewoon te wachten tot zo’n sympathisant een aanslag pleegt. Hoe groot en intens die aanval zal zijn, weten we niet. In Orlando vielen vijftig slachtoffers, in Frankrijk nu twee politieagenten. We mogen ons echt aan alles verwachten en moeten erg op onze hoede zijn. In Amerika en Europa zitten nu zeker jongens die door IS gestuurd zijn. Maar er zijn er ook heel wat die op eigen houtje geradicaliseerd zijn en sympathie voor de jihadisten koesteren. Zij moeten in de gaten gehouden worden, alleen heeft onze Staatsveiligheid geen middelen. Het wordt hoog tijd dat onze inlichtingendiensten meer geld krijgen, want informatie verzamelen, is van levensbelang.”

 

We horen nu regelmatig berichten dat we IS in Irak en Syrië aan het verslaan zijn. Is dat ook zo?

“Het is zeker zo dat IS op dit moment veel gebied verliest. Er zijn twee strategieën tegen de terreurorganisatie. De ene is erop gericht om haar macht in te perken en ervoor te zorgen dat de strijders hun kalifaat niet uitbreiden. De andere wil IS compleet vernietigen, wat zeer moeilijk is. Ik heb de voorbije jaren amper iets gelezen over de Iraakse generaals die na de val van Saddam de kant kozen van IS. Indertijd kregen sommigen militaire opleidingen in Amerika en Engeland. Ze weten perfect hoe ze chemische wapens moeten maken; ze hebben die trouwens in het verleden ook gebruikt.”

 

Hoe meer IS in het nauw gedreven wordt, hoe groter de kans dat ze hun toevlucht nemen tot dat soort van wapentuig?

“Precies. De aanslagen in Parijs volgden op het verlies van Kobani en Sinjar. Ze waren bedoeld om druk uit te oefenen op de coalitie die de Koerdische Peshmerga steunt. De Koerden zijn trouwens de enigen die in Irak en Syrië rake klappen uitdelen aan IS en de enigen ook die door de westerse geallieerden vertrouwd worden.

“Er is veel frustratie in de Arabische wereld. Veertig miljoen mensen zijn analfabeet en zestig procent van de bevolking is jonger dan dertig. Ze voelen zich vernederd, niet alleen door de westerse inmenging, maar ook door de dictaturen. Het stikt er van de failed states, denk maar aan Jemen, Libië, Syrië of Irak. De Arabische jongeren van halverwege de vorige eeuw voelden zich aangetrokken tot het nationalisme van figuren als de Egyptische president Nasser. Dat is nu vervangen door het islamisme. Veel mensen hopen dat het islamisme binnenkort vervelt tot ‘iets anders’. Dé vraag is: wanneer, hoe en onder welke omstandigheden? In Tunesië maken de gematigde islamisten van Ennahda op dit moment deel uit van de democratisch verkozen regering. Ik kan alleen maar vaststellen: hoe meer erkenning gematigde islamisten krijgen, hoe minder radicaal ze worden.”

 

Wat zijn dat: ‘gematigde islamisten’?

“Zij erkennen de democratie, zorgen voor veiligheid en stabiliteit, ondersteunen VN-resoluties en staan open voor diplomatieke betrekkingen met het Westen. Er zijn vandaag wel degelijk islamisten die geloven in het democratische proces. Die mensen mogen we niet in een hoek duwen. Als we dat wel doen, creëren we gewelddadige salafi-jihadisten.”

 

Is het grote probleem niet dat ook gematigde islamisten de sharia boven ‘de wet van de mens’ stellen?

“Ik zeg niet dat we gematigde islamisten moeten steunen. Ik zeg wel dat we ze niet in een hoek mogen duwen, hen pragmatisch moeten benaderen en moeten openstaan voor dialoog.”

 

Vindt u ook dat het bloeddorstige IS niets met de islam te maken heeft?

“Nee. De islamitische geschiedenis was altijd bloeddorstig. IS past in dat plaatje van oorlogsmisdaden en geweld. Van 750 tot aan zijn dood in 754 was Abu-Abbas al-Saffah de eerste kalief van de Abbasieden. In zijn strijd tegen de Omajjaden vloeide het bloed in beken.

“Als een zelfmoordterrorist zich opblaast in een stad als Tel Aviv, wordt hij hier in Brussel door veel imams gesteund. Ze noemen dat dan ‘een vorm van verzet’. Als een jongen zichzelf in opdracht van IS opblaast in Irak, mag dat van diezelfde imams niet. Dan handelt hij ‘tegen het geloof’. De tactiek van zelfmoordaanslagen is vanuit het standpunt van geleerden bekeken ofwel juist, ofwel fout. Dat is toch problematisch? Vandaag moeten moslims wereldwijd erkennen dat de geschiedenis van de islamitische wereld geschreven is in bloed.”

 

De kritiek is terecht dat de Islam de Verlichting gemist heeft?

“Alleen mensen kunnen verlicht worden; religieuze boeken zoals de Bijbel of de Koran niet. Ik lees nu in kranten pleidooien van imams om een rationele islam na te streven. Onzin. Het verhaal van Adam en Eva kan nooit ingepast worden in het rationele denken. Je gelooft het of niet. Er kunnen wel geleerde mensen zijn die hun geloof op een rationele manier benaderen en de teksten verklaren en interpreteren vanuit de historische context. Die verlichte geesten waren er al in de middeleeuwen, denk maar aan de 12e-eeuwse verdraagzame islamitische geleerde Averroes. Maar sinds de zestiende eeuw staat de verlichting onder moslims onder zware druk. De wahabitische leer speelt daar een kwalijke rol in.

“Ik ben bang dat onze moslimjongeren nu de intellectuele bagage missen om weerstand te bieden aan de lokzang van de jihadisten. In Kobani zijn talloos veel westerse Syriëstrijders gesneuveld. Als je naast de Koran ook Kant, Nietzsche en andere boeken leest, verbreedt je kennis en sta je kritisch in het leven. De Belgische moslimgemeenschap is niet kritisch en de angstcultuur regeert. U moet eens gaan rondwandelen in de buurt van het Brusselse Zuidstation. Stap de islamitische boekwinkeltjes binnen en bekijk het aanbod. U zal er onwaarschijnlijk veel werken vinden over het einde der tijden, de zonde, de hel, ‘de bestraffing in het graf’.”

 

Salafistische literatuur?

“Ja. Ze wekt angst op: angst voor de dood, voor God, voor het hiernamaals. De tekenen voor het nakende einde der tijden zijn volgens die boeken: decadentie, oorlogen, geweld. Moslims die intellectueel niet sterk in hun schoenen staan, denken dan: ‘Dat maken we nu allemaal mee.’ Vervolgens zien ze IS wenken: ‘Kom naar het kalifaat.’”

 

Wordt het dan niet de hoogste tijd dat we het salafisme aanpakken?

“We kunnen het moeilijk verbieden, dat is ondemocratisch en gaat in tegen onze waarden. We kunnen andere islamitische stromingen wel versterken zodat jongeren kunnen kiezen. Vandaag is die keuze er niet en is er vooral die wahabitische leer. Maar je mag alle salafisten niet over dezelfde kam scheren. Er is het aan Saoedi-Arabië gelinkte a-politieke salafisme zoals dat beleden wordt in De Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark. Er is het politieke salafisme met partijen zoals het Egyptische Hizb al-Nour en last but nog least zijn er de jihadi-salafisten. In België kennen we de strekking van het politieke salafisme niet, maar er lopen wel heel wat a-politieke salafisten rond. Veel Marokkaanse jongeren volgen trouwens het salafisme zonder het zelf te beseffen. Net als de gematigde islamisten mag je ook hen niet in een hoek duwen. De jihadi-salafisten zijn zeer problematisch voor de veiligheid van onze samenleving. Ze wachten op een aanslag, azen op een vertrek naar het kalifaat of zijn net teruggekeerd.

“Het dramatische is dat sommige beloftevolle jongeren die voor verandering kunnen zorgen, gecontroleerd worden door Saoedi-Arabië. Het Saoedische koningshuis beseft heel goed dat jongeren in het Westen die zelf beginnen nadenken zich ooit zullen keren tegen het a-politieke salafisme. Om dat te vermijden, investeren de Saoedi’s overal ter wereld handenvol geld om beloftevolle moslimjongeren aan zich te binden. Ook ik hunkerde als adolescent naar islamitische kennis. Een imam stuurde me naar Saoedi-Arabië om er te gaan studeren. Ik kreeg een gratis vliegticket, gratis huisvesting en een toelage van 250 dollar per maand. Acht jaar lang, tot aan mijn doctoraat, zouden ze me onderhouden. Als ik in 2009 niet op tijd had ingezien dat ik op het verkeerde spoor zat, was ik nu goed op weg om in België een door Saoedi-Arabië gesteunde invloedrijke salafistische leider te worden.”

 

Vorige maand bent u gestopt met uw centrum ‘De weg naar’ in Molenbeek omdat u geen steun van de overheid kreeg. Zowel het kabinet van Liesbeth Homans (N-VA) als het kabinet van Jan Jambon (N-VA) zeggen dat u nooit een vraag voor financiële steun aan hen gericht heeft, terwijl er wel subsidies zijn.

“Als je politici om steun vraagt, beginnen ze meteen over subsidies. Ik wou geen geld; ik wou samenwerking. Er zijn te weinig straathoekwerkers in Molenbeek actief waardoor ze er amper in slagen om jongeren individueel te benaderen. Ik deed dat in het centrum wél en haalde ook resultaten. Ik nam risico’s, want ik werd bedreigd door IS-strijders. Uiteindelijk kreeg ik stank voor dank. Er kon zelfs geen uitnodiging af om voor een Vlaamse commissie-radicalisering te komen spreken.”

 

Misschien vertrouwen ze u niet?

“Dat weet ik niet. Ik spreek met parlementsleden en ministers. Ik denk dat sommigen me moeilijk kunnen plaatsen.”

 

Voor de ene bent u een N-VA-sympathisant, voor de andere een vermomde salafist? Een tijd geleden hoorde ik van een Al Nusra-sympathisant: “Montasser is een van ons.”

“Ik heb geen zin om me te verantwoorden. De voorbije jaren heb ik me als doctorandus wel totaal verdiept in mijn onderzoeksobject. Het is in die context dat ik in 2014 veldonderzoek verrichte bij Al Nusra in Syrië. Ik trad geradicaliseerde moslimjongeren heel open tegemoet en liet amper kritische geluiden horen omdat ik mijn kop wou sparen. Als sommigen me dan zien als vermomde jihadist, toont dat alleen maar dat ik geslaagd ben in mijn opzet om het vertrouwen van mijn onderzoeksobject te winnen.”

 

Ex-Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie kwam ook langs bij ‘De weg naar’. Hij is nog steeds een IS-aanhanger.

“Hij heeft me ondertussen afvallig verklaard. Nog voor de aanslagen in Parijs waarschuwde ik al voor terugkerende Syriëstrijders. Na de luchtaanvallen zag ik de vijandschap tegenover het Westen groeien. Ik vertrouwde geen enkele teruggekeerde Syriëstrijder meer en wou ze ook niet meer ontvangen. Van toen dateert de breuk met Delefortrie. IS is zijn enige houvast en ik had het gevoel dat hij niet meer wou veranderen. Hij is nu ook getrouwd met een meisje dat van doodslag beschuldigd wordt. Ik heb van anderen gehoord dat Foaud Belkacem dat huwelijk vanuit de gevangenis zou geregeld hebben. U mag de invloed niet onderschatten die geradicaliseerde moslims vanuit hun cel op jonge mensen uitoefenen.”

 

 

Montasser AlDe’emeh en Intisar Umm Mansur, Mijn verlossing van het kwaad, Lannoo, 208 blz., 17,99 euro

 

© Jan Stevens

“De tijd van het prediken is voorbij”

Sinds jaar en dag volgt antropoloog Martijn de Koning salafistische groepen in de Lage Landen op de voet. “In de salafistische milieus lopen momenteel individuen rond die de rol van een man als Fouad Belkacem perfect kunnen overnemen.”

Al jaren onderzoekt antropoloog Martijn de Koning het salafisme in Nederland, Duitsland en België. Niet vanuit zijn kantoor 17 hoog in het Erasmusgebouw van de universiteit van Nijmegen, maar op straat. Het resultaat van dat veldwerk bundelde hij samen met collega’s Ineke Roex, Carmen Becker en Pim Aarns in het vuistdikke rapport Eilanden in een zee van ongeloof. De Konings onderzoeksmethode levert hem in Nederland stevige kritiek op. De shocksite Geenstijl.nl bedacht hem met het koosnaampje ‘salafistfucker’. Eilanden in een zee van ongeloof hebben ze vermoedelijk nog niet gelezen, want dan zouden ze weten dat Martijn de Koning en co. een oerdegelijke studie over home grown salafisme en polderjihadisme hebben afgeleverd.

‘Ik begrijp wel dat sommigen de indruk hebben dat ik te dicht bij mijn ‘onderzoeksobjecten’ sta’, zegt De Koning. ‘Een aantal salafistische jongens zit nu in de terroristenafdeling van de gevangenis en daar geldt een zwaar regime. Hun vrienden gingen in december demonstreren in Den Haag. In het kader van mijn onderzoek trok ik daar ook naartoe. Ze waren met een man of twintig en de jongens die ik kende, gaf ik een hand. Ik zou het eerlijk gezegd nogal raar vinden om dat niet te doen. Een journalist beweerde later dat ik ze omhelsde, wat complete nonsens is. Dus werd ik in de media opnieuw afgeschilderd als ‘salafistenvriend’. Wat mij stoort, is dat geen enkele journalist op zo’n moment aan mijn jasje trekt en vraagt: ‘Zeg Martijn, hoe zit dat nu?’ In november vorig jaar kwam een jongen uit Maastricht om bij een zelfmoordactie in Irak, hij nam twintig mensen met zich mee. In december kwam zijn martelaarsfilmpje uit en ik tweette: ‘Mijn medeleven gaat uit naar de familie.’ Dat zorgde voor nogal wat commotie, maar het ging om een Nederlandse jongen van amper 19.’

Hij had uw zoon kunnen zijn?

Martijn de Koning: Hij was nog een kind. Nadat zijn vader dat martelaarsfilmpje had gezien, zei hij: ‘Ik hoop dat mijn zoon naar de hemel gaat.’ Waarop anderen reageerden: ‘Die man keurt de aanslag goed.’ Natuurlijk was dat geen verstandige reactie van die vader, maar misschien moeten we dat toch proberen begrijpen. Ja, zijn kind heeft iets verschrikkelijks gedaan. Maar als ouder je kind afvallen, is nogal wat. En ik kan me best voorstellen dat een vader na het zien van zo’n filmpje niet helemaal reageert zoals het hoort. In 2010 lekte uit dat ik een jaar eerder, op 2 november 2009, aanwezig was op een salafistenfeestje ter herdenking van de moord op Theo Van Gogh. Ook dat viel niet in goede aarde.

U was daar als onderzoeker?

De Koning: Ik kwam een jongen uit mijn onderzoek tegen op straat en hij vroeg: ‘Ga je mee naar een bijeenkomst?’ Toen ik daar aankwam, bleek dat een feestje te zijn om de verjaardag van de moord op Van Gogh te vieren. Ik moest even slikken, maar zolang ze me er niet uitgooien, ga ik overal naartoe.

In uw positie mag u toch verwachten dat iemand zal lekken over uw bezoek aan een fout feestje?

De Koning: Natuurlijk, en dat gebeurde ook. Ik snap dat mensen daar boos over worden, maar ik zou het zo opnieuw doen.

 

Hebt u daar dan iets bijgeleerd?

De Koning: Zeker, ik was namelijk niet de enige die zich ongemakkelijk voelde, er waren er nog meer. Die interne dynamiek had ik nog niet eerder bij geradicaliseerde groepen gezien. En dat vond ik best wel interessant.

Wat is de bedoeling van uw onderzoek?

De Koning: We hebben geprobeerd om zowel het openbaar leven als het privéleven van bijvoorbeeld de leden van Sharia4Belgium of van het Nederlandse Straat Dawah in kaart te brengen. Daarnaast zijn we op zoek gegaan naar de samenhang tussen het private en het publieke. Een tijdje voor de start van Sharia4Belgium, was hier in Nederland Team Free Saddik actief, later werd de groep herdoopt in Behind Bars. Ze hielden vooral solidariteitsacties met politieke gevangenen. Hun eerste demonstraties hadden een duidelijke ideologische boodschap: ‘De moslimgevangenen worden onderdrukt’, maar gingen tezelfdertijd ook over hun eigen vrienden die gevangen zaten. Die mix tussen het private en het publieke verplicht je als onderzoeker om zoveel mogelijk met hen op te trekken. Als je met die jongens in een friettent zit of je staat aan het pleintje waar ze aan het voetballen zijn, krijg je een ander beeld van hen dan wanneer je enkel aandacht schenkt aan hun openbare ‘optredens’.

Bleef u altijd observator of ging u ook met hen in discussie?

De Koning: Soms wel. Ik discussieerde vaak met twee jongens die nu dood zijn. Ik kende hen sinds 2006; na een paar jaren wisten ze wel waar ik voor of tegen ben. Het heeft ook niet veel zin om rond de pot te draaien. Ik heb dat wel eens geprobeerd, waarop een van die jongens zei: ‘Loop niet te zeiken, zeg gewoon wat je ervan vindt.’ Ik kan me nog herinneren hoe we met een koffie en een broodje een hele middag een felle discussie over democratie en sharia voerden.

En leidden die discussies dan ergens toe?

De Koning: Ik ging de discussie niet aan om hen te overtuigen, maar ik probeerde mijn standpunt wel zo te formuleren dat ze me moesten uitleggen wat hun logica is. ‘Je kunt wel sharia willen, maar wat betekent dat dan als je hem hier in Nederland invoert?’ Ik koester niet de illusie dat ik hen van de zegeningen van de democratie zal kunnen overtuigen. Ze hebben er ook geen probleem mee dat mensen van mening verschillen. Als ze tegenover een niet-moslim zitten, gaan ze er sowieso van uit dat hij of zij voor democratie is. Zo’n discussie eindigde altijd met de vaststelling: ‘We agree to disagree.’

Is er eigenlijk wel iemand die weet hoe we geradicaliseerde jongeren moeten aanpakken? Onze minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon werkt aan een ‘bureau van contrapropaganda’. Is dat een goed idee?

De Koning: Dat is de zogenaamde ‘contra-narratieve benadering’. Onlangs merkte een collega op: ‘Hoezo contra-narratief? Tegenover de mainstream islam zijn de salafisten toch het contra-narratieve? Zouden we niet beter het mainstream-narratieve versterken?’ Daar zit wel iets in, vind ik. Het is sowieso een beetje tricky om als Belgische of Nederlandse seculiere staat religieuze boodschappen te gaan uitsturen. De geradicaliseerde jongens doorzien het meteen wanneer een imam in opdracht van de staat komt vertellen dat Bin Laden en de IS niet de juiste weg volgen. Het gros van die jongens zit trouwens niet zo heel diep in de salafistische ideologie, maar er zijn wel altijd een paar echt ideologische hardliners bij, en die worden onderschat. Bij preventie of repressie moet je ook oog hebben voor de averechtse gevolgen. Imams die voor de overheid werken, kunnen makkelijk door salafistische groepen afgeschilderd worden als collaborateurs. De salafisten kunnen zich vervolgens opwerpen als ‘de standvastigen’: ‘Wij zitten op de juiste weg.’

Mensen kunnen best deradicaliseren, al moet je je daar ook niet teveel bij voorstellen. Vaak gaat het om niet meer dan een pragmatische overweging om niet langer geweld te gebruiken. In principe volstaat dat. Het is niet verboden om salafist te zijn, wat iemand anders daar verder ook over mag denken.

Wat vindt u van de veroordeling van Fouad Belkacem?

De Koning: Het vonnis is onder andere gebaseerd op het feit dat Belkacem andere jongens geronseld zou hebben om in Syrië te gaan vechten, maar bij mijn weten heeft hij dat nooit gedaan. De grootste groep is pas vertrokken na Belkacems arrestatie in september 2012. De implosie van Sharia4Belgium was voor velen een belangrijke overweging om te gaan. Natuurlijk stond Belkacem zonder meer achter het idee van een militaire jihad zoals Al-Qaeda die propageerde. Hij was er ongetwijfeld van overtuigd dat er in Syrië sprake was van een gelegitimeerde jihad tegen de ‘ongelovige’ Assad. En dat zal hij zeker ook tegen zijn volgelingen gezegd hebben. Maar oproepen om te gaan, heeft hij nooit gedaan, al heeft hij misschien wel de geesten rijp gemaakt voor het idee om naar Syrië te vertrekken. De belangrijkste overweging van de vertrekkers was toch: ‘De tijd van dawah is voorbij. Hier is alles ingestort en kunnen we geen kant meer op. Voor dawah worden we opgepakt, dus trekken we weg.’

Dawah is hetzelfde als prediken op straat?

De Koning: Ja, of via filmpjes op het internet. Dat kon niet meer, dus werd het de jihad in Syrië.

Waarom is het salafisme zo aantrekkelijk voor jonge mensen? Is dat omdat ze op zoek zijn naar houvast? Want de regeltjes zijn toch zeer belangrijk?

De Koning: Ja, de regels zijn ontzettend belangrijk, al zijn ze niet altijd even duidelijk en worden er verschrikkelijk veel semantische discussies over gevoerd. Je kan de koran dan wel letterlijk lezen, toch zal er altijd discussie ontstaan over wat een woord precies betekent. De aantrekkingskracht van het salafisme heeft te maken met de manier waarop het zich presenteert als de echte, de zuivere islam. Salafisten stellen dat een moslim de islam moet praktiseren zoals hij bedoeld is. Veel moslims vinden de koran letterlijk het woord van God en proberen hem daarom ook keurig na te leven. Salafisten gaan nog een stap verder: zij volgen letterlijk het woord van de profeet Mohammed en van de eerste drie generaties moslims, en passen dat toe in alle sferen van het leven, wakend én slapend. Daar komt bij dat ze anderen willen overtuigen hetzelfde te doen.

Vandaar dat dawah voor hen zo belangrijk is?

De Koning: Precies. Voor de start van Sharia4Belgium en Straat Dawah in Nederland kenden wij dat verschijnsel van openbaar prediken helemaal niet. In Duitsland en Engeland bestond dat al iets langer. Als je in het weekend in het centrum van Birmingham rondloopt, zie je verschillende groepen salafisten vlak bij elkaar de islam verkondigen. Maar je ziet er ook mensen het christendom prediken. Dat is daar volstrekt normaal. Wij kenden dat niet, waardoor de predikers van Sharia4Belgium en Straat Dawah zo hard opvielen.

Er circuleren filmpjes waarop te zien is hoe voorbijgangers zich tijdens zo’n dawah bijna onmiddellijk tot de islam bekeren.

De Koning: Dat is natuurlijk pure propaganda. Het hoofddoel van de dawah van Sharia4Belgium was dat ze niet bang waren om te laten zien dat ze moslim zijn. Ik heb veel dawahs geobserveerd en de reacties van omstaanders vielen meestal nogal mee. De meeste mensen wezen het gepreek af, maar waren niet vijandig of onvriendelijk.

Sharia4Belgium hield van ‘spektakelactivisme’. Er zat echt iets clownesks in dat filmpje waarin ze het gemunt hebben op het Atomium. Zij wisten ook dat het een belachelijk filmpje was, maar ze haalden er wel gegarandeerd de media mee.

Hebben de media een fout gemaakt door daarin mee te stappen?

De Koning: Je kunt de media niet verbieden om ergens over te berichten, al hadden ze dat filmpje over het Atomium misschien beter links laten liggen. Maar het verstoren van de lezing van Benno Barnard in de universiteit van Antwerpen mochten ze niet negeren, een nieuwsmedium dat daarover niet bericht, doet gewoon zijn werk niet. Media-aandacht werkt natuurlijk altijd versterkend. Belkacem en zijn vrienden plukten daar meteen de vruchten van: een dag na de verstoring van die lezing registreerden ze de domeinnaam ‘sharia4belgium.com’.

Fouad Belkacem en zijn Britse mentor Anjem Choudhary doen vaak met veel poeha beroep op hun recht op vrije meningsuiting om vervolgens de vrije meningsuiting totaal te verketteren.

De Koning: Dat is niet zo bizar, want met die taal en in dat systeem zijn ze opgegroeid. Ik las nog maar net een pamflet tegen een mogelijk boerkaverbod en dat staat ook vol termen als ‘emancipatie’, ‘recht op vrijheid’, ‘recht op je eigen lichaam’. Met die taal zijn de salafistische jongens opgegroeid en ze weten ook dat mensen zo beter zullen snappen wat ze bedoelen, dan wanneer ze een koranvers of een hadith citeren. Ze gebruiken de vrijheden die ze hier genieten als instrument om hun eigen boodschap voor het voetlicht te brengen. Maar of ze het nu zelf leuk vinden of niet: op een of andere manier zitten die vrijheden ook bij hen ingebakken. Want hun eerste spontane reactie is altijd: ‘Ja maar, hoe zit het met de vrijheid van godsdienst?’ Dat duidt er toch op dat ze mensenrechten en vrijheden geïnternaliseerd hebben.

Heeft de Belgische overheid zich vergist door Belkacem op te pakken? Want de optie ‘dawah’ werd toen vervangen door de optie ‘jihad in Syrië’.

De Koning: Misschien waren ze dan toch op een ander tijdstip gegaan. De Nederlandse Syriëstrijders uit Den Haag en Haarlem zijn rond dezelfde tijd vertrokken. In 2012 en 2013 werd er een brede discussie gevoerd over al dan niet ingrijpen in Syrië. Assad werd beschuldigd van oorlogsmisdaden, er waren aanwijzingen dat hij gifgas gebruikte, waardoor heel wat mensen in het Westen, zowel moslims als niet-moslims, voor ingrijpen pleitten. Ook de salafistische groepen vonden dat er iets moest gebeuren. Zij zagen ook al die verschrikkelijke filmpjes voorbijflitsen. In 2012 rukte het aan Al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra razendsnel op en het was onmiddellijk duidelijk dat die militie een enorme kracht vormde tegen het Assad-regime. Ze wonnen snel terrein, hadden de propaganda mee en zaten in de winning mood. Je merkte dat bij gesprekken tussen salafistische jongens bij ons: ‘Al-Nusra is succesvol!’ In de zomer van 2012, nog voor de arrestatie van Fouad Belkacem, zagen ze al hoe makkelijk het was om naar Syrië af te reizen. De groepen uit Den Haag hebben een hele geschiedenis van mislukte reizen naar de jihad. Somalië was op een mislukking uitgedraaid, net als Azerbeidzjan en Tsjetsjenië. Meestal werden ze daar opgepakt en teruggestuurd, om vervolgens hier in de terroristenafdeling te belanden. En dan blijkt plots dat Syrië een gemakkelijk reisdoel is. Dat zorgde in de tweede helft van 2012 en in 2013 zeker in België voor euforie. Want de toestand was uitzichtloos: Sharia4Belgium bestond niet meer, de leider zat vast en de andere leidersfiguren hadden geen charisma. Syrië was een manier om te ontsnappen aan die uitzichtloosheid. Daar hadden ze het verhaal van Belkacem niet voor nodig.

De Belgische overheid vergat misschien rekening te houden met de averechtse gevolgen van repressie. Je zal mij niet horen zeggen dat repressie per definitie verkeerd is. Tot op zekere hoogte werkt dat wel. In Nederland haakten mensen daardoor af. Ze wilden geen gedoe met de politie, de geheime dienst en de media. Ze wilden dat hun ouders, hun partner of hun kinderen niet aandoen. Anderen hadden dan weer een goede baan die ze niet op het spel wilden zetten.

Want ze kwamen niet allemaal uit gebroken gezinnen en achtergestelde wijken?

De Koning: Nee, lang niet allemaal. Voor een aantal onder hen werkt repressie. Maar repressie zorgt er tezelfdertijd ook voor dat deze groepen zich een slachtofferstatus kunnen aanmeten die ze bijzonder goed weten uit te buiten.

 

Hoe zit het met de vrouwen in salafistische groepen?

De Koning: Wij hebben daar helaas geen goed zicht op. Ik vind het alleszins opmerkelijk dat het ook mijn vrouwelijke collega’s niet lukt om toegang tot ze te krijgen. De leden van die groepen schermen steeds meer hun privéleven af, wat een gevolg is van de toenemende aandacht van de media en de staatsveiligheid. Dat maakt ons onderzoek er niet eenvoudiger op.

Sharia4Belgium maakte veel lawaai, maar werd door de staatsveiligheid wel in de gaten gehouden. Misschien zijn er nu groepen ondergronds actief die veel gevaarlijker zijn?

De Koning: Dat is mogelijk, maar we kunnen dat niet met zekerheid zeggen. We weten wel dat er momenteel in de salafistische milieus individuen rondlopen die de rol van een man als Fouad Belkacem perfect zouden kunnen overnemen. Ze staan inhoudelijk sterk en zijn streetwise. Voorlopig houden ze zich gedeisd, en voor zover we weten zijn ze niet ondergronds actief. Als een beweging repressief wordt aangepakt, verdwijnt ze zelden helemaal, maar fragmenteert ze in gematigder en radicalere clubjes. Uit Sharia4Belgium heb ik zelf voorlopig nog geen radicalere afsplitsing zien ontstaan. Misschien zitten de radicaalste onder de radicalen nu allemaal in Syrië.

Hebt u nu nog contact met Syriëstrijders?

De Koning: De meesten zijn dood. Er blijven er nog drie over. Met de eerste heb ik af en toe nog contact, van de tweede heb ik geen idee waar hij uithangt en de derde was betrokken in acties waarbij andere jongens zijn omgekomen. Hem laat ik nu even met rust.

Het onderzoeksrapport Eilanden in een zee van ongeloof kan gedownload worden via de website www.imes.uva.nl

 

© Jan Stevens

“Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen”

De Nederlandse bekeerling Dennis ‘Abdelkarim’ Honing radicaliseerde in een rotvaart en groeide uit tot mediagezicht van het polderjihadisme. In zijn boek Ongeloofwaardig vertelt hij het relaas van zijn flirt met het salafisme. “Fouad Belkacem vertolkt wat op straat leeft en niet wat gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren.”

In 2008 bekeerde Dennis Honing (24) zich op zijn zeventiende tot de islam. Eerst bezocht hij een liberale moskee, om daarna in snel tempo te radicaliseren. Hij liet zijn baard staan en omarmde het jihadisme. Hij noemde zichzelf Abdelkarim, gaf in 2010 een interview aan een krant en draafde op in een spraakmakende tv-reportage over de islam in Nederland. Aan het einde van datzelfde jaar trok hij naar Antwerpen om er Fouad Belkacem te gaan interviewen. Honing bewonderde ‘Abu Umran’, die net Sharia4Belgium opgericht had en nog nagenoot van de mediaheisa na de verstoring van een lezing van schrijver Benno Barnard. Het half uur durende kritiekloze gesprek is tot vandaag te bekijken op Abdelkarim Honings YouTube-kanaal.

In 2011 begon Honing pas echt aan zijn openbaar leven als geweld predikende salafist. Hij nam deel aan straatprotesten, was rad van tong en werd vaste jihadi-gast in praatprogramma’s als Pauw & Witteman en De wereld draait door, waarin hij de democratie verketterde en de lof zong van de sharia. De meeste van zijn salafistische vrienden vertrokken ondertussen naar Syrië om er bij IS of Jabhat al-Nusra te gaan vechten en sterven.

Vandaag woont Dennis Honing met vrouw en vier kinderen in een sjofele flat in een buitenwijk van zijn geboortestad Haarlem. Het jihadisme heeft hij afgezworen. “Toen ik die gruwelijke onthoofdingsfilmpjes van IS zag, begon ik na te denken.” Maar zijn baard wappert nog steeds alle kanten op. Een liberale softie is hij niet geworden, ook al noemen zijn oude strijdmakkers hem nu ‘murtad’ (afvallige), ‘kafir’ (ongelovige) of ‘agent van de staatsveiligheid’. “Ik ben nog steeds moslim en heb geen boodschap aan de zogenaamd ‘moderne islam’”, zegt hij. “Ik vind dat je best niet te zielig wordt zoals die Canadese lesbische moslimactiviste Irshad Manji. Zij was in december 2011 te gast in Amsterdam en werd toen door leden van Sharia4Belgium bekogeld met eieren. Achteraf moest ze daar niet over komen piepen, want in haar lucratieve boek Het islam dilemma behandelde ze afwijkende toestanden. Wie zich tot katholiek laat dopen, moet later ook niet klagen dat hij geëxcommuniceerd wordt omdat hij vindt dat Maria wetenschappelijk gezien geen maagd kon zijn toen ze Jezus kreeg. Als je lid van een kerk wordt, moet je er alle consequenties bijnemen.”

In wat voor gezin groeide u op?

Dennis Honing: “Mijn moeder was een volkse vrouw en zat vaak op café. Mijn vader had een goede baan bij de zoo in Amsterdam. Ze waren totaal verschillend, hadden elkaar ontmoet op het verjaardagsfeest van een oom en werden op slag verliefd. Moeder was weduwe en had al een zoon. Vader was wat ‘wetenschappelijker’ en een atheïst.”

Religie speelde niet echt een rol?

“Mijn moeder hield wel van de christelijke symbolen. Er stond een portretje van Jezus op de kast en er hing een crucifix aan de muur, maar we gingen niet naar de kerk. In mijn puberteit zat ik braaf thuis en bleef ik ver weg van de meisjes. Niet uit heiligheid, maar omdat ik een verlegen jongentje was. Ma had een drankprobleem en pa was streng, hij stamde uit de jaren vijftig: van hem moesten we vroeg naar bed en veel fruit eten. Als moeder erg dronken was, werden de teugels gevierd. Haar alcoholisme hielden we binnenskamers: voor de buitenwereld waren wij een keurig gezin met een eigen huis en een mooie auto voor de deur. Je hoort nu vaak zeggen dat veel geradicaliseerde jongeren stammen uit een ‘achtergesteld milieu’, en voor een groot deel is dat ook zo, want veel ‘doorsnee’ moslims zitten nu eenmaal nog steeds in de laagste klasse van de samenleving. Maar een vriend die zich in Irak onlangs opblies, had een baan als computerdeskundige en een auto van de zaak. Hij zat op een helpdesk en kreeg telefoontjes uit de hele wereld.”

U was verlegen en ging nauwelijks uit, en kwam toch in de criminaliteit terecht?

“Ja, want dat vond ik best wel spannend. Op school ontdekte ik de hiphop-subcultuur waarin diefstal heel gewoon is. Op een bepaald moment liet ik me verleiden om op straat de tas te roven van een oude dame. Dat was een absoluut dieptepunt. Ik werd veroordeeld tot vier maanden jeugdgevangenis. Mijn wereld stortte in; vier maanden leken vier jaar.”

Is er een link tussen de underground hiphopcultuur en het jihadisme?

Zeker. Hiphop was de stem van de teleurgestelde zwarte onderklasse in Amerika. Wij hebben in onze steden ook zo een teleurgestelde onderklasse. Jonge moslims van Marokkaanse origine herkennen zich in hiphopmuziek en in zinnetjes als: ‘We moeten stelen want we krijgen geen baan.’

“Vanaf mijn 14e was ik gefascineerd door religie, eerst door het christendom, maar dat ruilde ik vrij snel in voor de islam. Hier in Noord-Holland lacht de blanke Nederlander met zijn religie. Marokkanen en Turken hebben wél respect voor hun godsdienst. Ik begreep ook het nut van bepaalde compromisloze aspecten van de radicale islam, zoals geen alcohol en strikte regels in de omgang tussen man en vrouw.”

Is de stap naar de radicale islam toch niet erg groot voor een Nederlandse jongen uit een seculier milieu?

“Dat valt best mee, want ik had als grote ‘voordeel’ dat mijn vader daar geen problemen over maakte, hij zei: ‘Zoek het zelf maar uit.’ Voor een jongen als Fouad Belkacem lag dat heel wat moeilijker. Hij werd thuis als moslim opgevoed, maar niet met de denkbeelden van de radicale islam. Toen hij salafist werd, nam hij een gigantische stap. Zijn ouders zullen wel geroepen hebben: ‘Je bent gek!’

“Via-via kwam ik in contact met de apolitieke ‘lieve salafisten’: korangeleerden van Saoedi-Arabische origine. Dat ‘lief’ mag je met een flinke korrel zout nemen, want de teksten van die Saoedi-Arabische paleisgeleerden liegen er niet om. Ze zijn net zo dogmatisch als de jihadi-salafisten, alleen hebben ze er een laag hypocrisie overgelegd omdat het Saoedische koningshuis dolgraag oliezaken doet met Amerika. Maar net als in de Islamitische Staat wordt er in Saoedi-Arabië ook gestenigd en onthoofd.

“Een Amsterdamse vriend vroeg: ‘Ga je mee naar de moskee?’ Daar kwam ik in contact met politieke salafisten. Die kerels zijn ontzettend sneaky. Ze hebben geen eigen gebouwen, maar infiltreren in bestaande moskeeën, en zitten er stil te wachten als vlooien op een hond. Ik kwam daar aan bij die moskee en er stapte een bekeerling naar buiten. Twee meter lang, in een wit gewaad, lang haar, blauwe ogen. Hij leek wel de messias.”

 

Is elke vorm van salafisme per definitie gewelddadig?

“Ja, want het is té orthodox. De islam heeft sowieso een gewelddadige component. In Nederland en België heb je een bovenlaag van imams die zeggen: ‘Laat homo’s met rust, ga naar school, ga werken, gebruik geen geweld.’ Maar diezelfde bovenlaag heeft nooit de teksten afgezworen waarin staat dat de afvallige gedood moet worden en dat een moslim alleen bloedgeld moet betalen als hij een christen afmaakt, maar gedood moet worden als hij een moslim doodt. Neem Charlie Hebdo: de imams stonden meteen te roepen dat die aanslag niks met de islam te maken had en verklaarden de gebroeders Kouachi voor gek. Maar diezelfde imams accepteren net als alle andere soennieten wereldwijd de jurisprudentie: ‘Wie de profeet beledigt, krijgt de doodstraf. Spijt of geen spijt, man of vrouw, moslim of niet moslim, het hoofd moet eraf.’ Zolang ze die stelregel niet openbaar afzweren, is het dweilen met de kraan open. Want jongeren gaan zelf op zoek op internet en lezen overal: ‘Wie de profeet beledigt, moet dat met zijn leven bekopen.’ Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen. Als jongens op hun kamer naar filmpjes op YouPorn kunnen zitten kijken terwijl hun ouders beneden tv kijken, kunnen ze toch ook via datzelfde internet salafistisch worden terwijl mama en papa voor de buis liggen?

“Ikzelf kwam eerst in de laagdrempelige liberale Poldermoskee in Amsterdam terecht. Dat ging prima, en na een paar maanden hoorde ik de imam een paar kleine opmerkingen maken over het salafisme. ‘Salafisten si, salafisten la.’ Ik kende die club nog niet, dus spitste ik mijn oren. Ik kreeg sympathie voor die underdog waar zoveel over geklaagd werd. Op een dag ging ik samen met een vriend naar een bekeerlingendag in de Apollohal in Amsterdam. Er kwamen twee salafisten binnen en mijn vriend riep: ’Kijk, daar lopen er twee!’, alsof we op safari waren en een koppel olifanten zagen paren. Maar die kerels maakten indruk op me met hun compromisloosheid én hun uiterlijk. Ik hoorde de imams in de Poldermoskee zoutloos weeklagen over hen, en ik dacht: ‘Ik ben dat politiek correct gelul spuugzat, ik wil dat salafisme zelf wel eens ontdekken.’”

Eind 2010 zocht u Fouad Belkacem op?

“Ik wou hem interviewen. Je kan van Abu Imran zeggen wat je wil, maar hadden we maar politici die zo makkelijk vragen beantwoorden. Ik laat dat interview nu op YouTube staan, want we leven in een democratie en zo kan iedereen de man en zijn denkbeelden leren kennen. Hij vertolkt wat op straat leeft en niet wat door de overheid gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren. Figuren als die Nordine Taouil uit Antwerpen hebben het helemaal verpest. Terwijl ze aan het kwaken waren en zichzelf complimentjes uitdeelden, kon het salafisme rustig zijn gang gaan. In de strijd tegen radicalisering vertrouwen politici te veel op mainstream imams. Geen enkele salafist neemt hen serieus. Het is alsof je een gereformeerde protestant uit Friesland naar België stuurt om er het kindermisbruik in de katholieke kerk op te lossen.

“Ik kwam vaak langs bij Abu Imran en hij heeft nooit dwang op me uitgeoefend. Hij hing nooit aan de telefoon om te klagen dat hij me een week niet gezien had. De jongens van Sharia4Belgium waren geen Jehova-getuigen. Als ik bij Abu Imran zonder afspraak binnenviel, zat daar vaak een boze baardloze Marokkaan: ‘Ik zie je voortdurend op tv, wat ben je van plan?’ Abu Imran antwoordde rustig en beheerst, urenlang, dat gesprek verliep zeer democratisch. Op tv zag je hem schreeuwen en afschuwelijke dingen over Marie-Rose Morel vertellen, maar bij hem op visite was hij de rust zelve. Je voelde je aangetrokken maar er werd nooit aan je getrokken. Dimitri Bontinck wil ons doen geloven dat zijn zoon Jejoen het onbevlekte kindje Jezus is dat door duivel Belkacem in de olijftuin nat gelikt is. Onzin. Denk je dat de teruggekeerde Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie in de ban was van Fouad Belkacem? Helemaal niet, Younes is geen dommerik. Er was geen druk, alleen charisma. In de liberale moskeeën is pas druk. ‘Kom je nog een keertje? Toe, kom nog eens langs!’ Van die gasten van Sharia4Belgium hoorde je nooit iets. Zij belden nooit.”

In 2010 werd Sharia4Belgium nog gezien als een clubje ongevaarlijke clowns. Aan het eind van dat jaar interviewde ik in Londen Belkacems mentor, Anjem Choudary. Die man zei toen vriendelijk dat het de bedoeling was om wereldwijd de democratie uit te schakelen en de sharia in te voeren.

“Grappig dat niemand toen leek te beseffen wat er echt aan het gebeuren was. Toen ik bij Straat Dawah zat, een gelijkaardige organisatie als Sharia4Belgium, noemden de liberale moslims ons ook een stelletje gekken. Die liberale moslimorganisaties hadden macht, hun imams kwamen op tv en wij werden de mond gesnoerd. Nu is het omgekeerd en is alle media-aandacht verschoven van de liberale moslims naar die groep die vroeger gebagatelliseerd werd maar nu in Syrië vecht.

“Onze politici hebben de radicalisering in het verleden onderschat, maar het waren echt kleine groepen dus misschien mag je ze het niet kwalijk nemen. Eerlijk gezegd heb ikzelf ook de aantrekkingskracht van Sharia4Belgium onderschat. Dat wil wat zeggen, want ik zat zelf in zo’n groepje. Ik vind het trouwens goed dat Belkacem en co veroordeeld zijn. Ze hadden echt wel kwaad in de zin en steunden de koppensnellers in Syrië. Niemand in het Westen kon de oorlog in Syrië zien aankomen, maar geef als politicus dan ook gewoon toe: ‘We hadden er geen zicht op.’ En vertel geen onzin zoals Ahmed Marcouch van de PvdA drie jaar geleden bij Pauw & Witteman. ‘Het zijn pubers’, zei hij. ‘Op Al-Jazeera zien ze geweld, ze komen op een pleintje samen en hop, ze besluiten om naar Syrië te vertrekken.’”

U had nu ook in Syrië kunnen zitten?

“Ja. Heel wat vrienden zijn dood. De jongen die zichzelf onlangs opblies, haalde me vaak thuis op. Urenlang zat ik met hem in de auto. We deelden lief en leed. Ik twijfelde al vroeg over de gang naar Syrië. Stiekem dacht ik: ‘Mooi, strijden tegen Assad. Maar je zal maar neergeschoten worden, en daar dan liggen afzien terwijl je ondertussen moet luisteren naar je dogmatische broeders: ‘Zo meteen vertrek je naar het paradijs.’’

“Ik heb het nu lastig met de bedreigingen van de salafisten. Ze hebben mijn vader gebeld, en van de bagger die ik via het internet binnenkrijg, word ik niet vrolijker. Mijn boek bezorgt me af en toe enge gedachten. ‘Wat als zo’n kerel op me af rent en me in mijn donder steekt?’ Maar dan besef ik dat ik in het verleden best ook veel mensen pijn gedaan heb. Want tegen al die miljoenen Nederlanders die de democratie in hun hart dragen, zei ik: ‘Weg ermee.’ En ik steunde Abu Imran toen hij de kanker van Marie-Rose Morel een straf van Allah noemde. Ik heb haar nabestaanden gekwetst en dat was fout.”

Dennis Abdelkarim Honing & Nikki Sterkenburg, Ongeloofwaardig, Uitgeverij Q, 240 p., 19,99 euro

 

© Jan Stevens