“De tijd van het prediken is voorbij”

Sinds jaar en dag volgt antropoloog Martijn de Koning salafistische groepen in de Lage Landen op de voet. “In de salafistische milieus lopen momenteel individuen rond die de rol van een man als Fouad Belkacem perfect kunnen overnemen.”

Al jaren onderzoekt antropoloog Martijn de Koning het salafisme in Nederland, Duitsland en België. Niet vanuit zijn kantoor 17 hoog in het Erasmusgebouw van de universiteit van Nijmegen, maar op straat. Het resultaat van dat veldwerk bundelde hij samen met collega’s Ineke Roex, Carmen Becker en Pim Aarns in het vuistdikke rapport Eilanden in een zee van ongeloof. De Konings onderzoeksmethode levert hem in Nederland stevige kritiek op. De shocksite Geenstijl.nl bedacht hem met het koosnaampje ‘salafistfucker’. Eilanden in een zee van ongeloof hebben ze vermoedelijk nog niet gelezen, want dan zouden ze weten dat Martijn de Koning en co. een oerdegelijke studie over home grown salafisme en polderjihadisme hebben afgeleverd.

‘Ik begrijp wel dat sommigen de indruk hebben dat ik te dicht bij mijn ‘onderzoeksobjecten’ sta’, zegt De Koning. ‘Een aantal salafistische jongens zit nu in de terroristenafdeling van de gevangenis en daar geldt een zwaar regime. Hun vrienden gingen in december demonstreren in Den Haag. In het kader van mijn onderzoek trok ik daar ook naartoe. Ze waren met een man of twintig en de jongens die ik kende, gaf ik een hand. Ik zou het eerlijk gezegd nogal raar vinden om dat niet te doen. Een journalist beweerde later dat ik ze omhelsde, wat complete nonsens is. Dus werd ik in de media opnieuw afgeschilderd als ‘salafistenvriend’. Wat mij stoort, is dat geen enkele journalist op zo’n moment aan mijn jasje trekt en vraagt: ‘Zeg Martijn, hoe zit dat nu?’ In november vorig jaar kwam een jongen uit Maastricht om bij een zelfmoordactie in Irak, hij nam twintig mensen met zich mee. In december kwam zijn martelaarsfilmpje uit en ik tweette: ‘Mijn medeleven gaat uit naar de familie.’ Dat zorgde voor nogal wat commotie, maar het ging om een Nederlandse jongen van amper 19.’

Hij had uw zoon kunnen zijn?

Martijn de Koning: Hij was nog een kind. Nadat zijn vader dat martelaarsfilmpje had gezien, zei hij: ‘Ik hoop dat mijn zoon naar de hemel gaat.’ Waarop anderen reageerden: ‘Die man keurt de aanslag goed.’ Natuurlijk was dat geen verstandige reactie van die vader, maar misschien moeten we dat toch proberen begrijpen. Ja, zijn kind heeft iets verschrikkelijks gedaan. Maar als ouder je kind afvallen, is nogal wat. En ik kan me best voorstellen dat een vader na het zien van zo’n filmpje niet helemaal reageert zoals het hoort. In 2010 lekte uit dat ik een jaar eerder, op 2 november 2009, aanwezig was op een salafistenfeestje ter herdenking van de moord op Theo Van Gogh. Ook dat viel niet in goede aarde.

U was daar als onderzoeker?

De Koning: Ik kwam een jongen uit mijn onderzoek tegen op straat en hij vroeg: ‘Ga je mee naar een bijeenkomst?’ Toen ik daar aankwam, bleek dat een feestje te zijn om de verjaardag van de moord op Van Gogh te vieren. Ik moest even slikken, maar zolang ze me er niet uitgooien, ga ik overal naartoe.

In uw positie mag u toch verwachten dat iemand zal lekken over uw bezoek aan een fout feestje?

De Koning: Natuurlijk, en dat gebeurde ook. Ik snap dat mensen daar boos over worden, maar ik zou het zo opnieuw doen.

 

Hebt u daar dan iets bijgeleerd?

De Koning: Zeker, ik was namelijk niet de enige die zich ongemakkelijk voelde, er waren er nog meer. Die interne dynamiek had ik nog niet eerder bij geradicaliseerde groepen gezien. En dat vond ik best wel interessant.

Wat is de bedoeling van uw onderzoek?

De Koning: We hebben geprobeerd om zowel het openbaar leven als het privéleven van bijvoorbeeld de leden van Sharia4Belgium of van het Nederlandse Straat Dawah in kaart te brengen. Daarnaast zijn we op zoek gegaan naar de samenhang tussen het private en het publieke. Een tijdje voor de start van Sharia4Belgium, was hier in Nederland Team Free Saddik actief, later werd de groep herdoopt in Behind Bars. Ze hielden vooral solidariteitsacties met politieke gevangenen. Hun eerste demonstraties hadden een duidelijke ideologische boodschap: ‘De moslimgevangenen worden onderdrukt’, maar gingen tezelfdertijd ook over hun eigen vrienden die gevangen zaten. Die mix tussen het private en het publieke verplicht je als onderzoeker om zoveel mogelijk met hen op te trekken. Als je met die jongens in een friettent zit of je staat aan het pleintje waar ze aan het voetballen zijn, krijg je een ander beeld van hen dan wanneer je enkel aandacht schenkt aan hun openbare ‘optredens’.

Bleef u altijd observator of ging u ook met hen in discussie?

De Koning: Soms wel. Ik discussieerde vaak met twee jongens die nu dood zijn. Ik kende hen sinds 2006; na een paar jaren wisten ze wel waar ik voor of tegen ben. Het heeft ook niet veel zin om rond de pot te draaien. Ik heb dat wel eens geprobeerd, waarop een van die jongens zei: ‘Loop niet te zeiken, zeg gewoon wat je ervan vindt.’ Ik kan me nog herinneren hoe we met een koffie en een broodje een hele middag een felle discussie over democratie en sharia voerden.

En leidden die discussies dan ergens toe?

De Koning: Ik ging de discussie niet aan om hen te overtuigen, maar ik probeerde mijn standpunt wel zo te formuleren dat ze me moesten uitleggen wat hun logica is. ‘Je kunt wel sharia willen, maar wat betekent dat dan als je hem hier in Nederland invoert?’ Ik koester niet de illusie dat ik hen van de zegeningen van de democratie zal kunnen overtuigen. Ze hebben er ook geen probleem mee dat mensen van mening verschillen. Als ze tegenover een niet-moslim zitten, gaan ze er sowieso van uit dat hij of zij voor democratie is. Zo’n discussie eindigde altijd met de vaststelling: ‘We agree to disagree.’

Is er eigenlijk wel iemand die weet hoe we geradicaliseerde jongeren moeten aanpakken? Onze minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon werkt aan een ‘bureau van contrapropaganda’. Is dat een goed idee?

De Koning: Dat is de zogenaamde ‘contra-narratieve benadering’. Onlangs merkte een collega op: ‘Hoezo contra-narratief? Tegenover de mainstream islam zijn de salafisten toch het contra-narratieve? Zouden we niet beter het mainstream-narratieve versterken?’ Daar zit wel iets in, vind ik. Het is sowieso een beetje tricky om als Belgische of Nederlandse seculiere staat religieuze boodschappen te gaan uitsturen. De geradicaliseerde jongens doorzien het meteen wanneer een imam in opdracht van de staat komt vertellen dat Bin Laden en de IS niet de juiste weg volgen. Het gros van die jongens zit trouwens niet zo heel diep in de salafistische ideologie, maar er zijn wel altijd een paar echt ideologische hardliners bij, en die worden onderschat. Bij preventie of repressie moet je ook oog hebben voor de averechtse gevolgen. Imams die voor de overheid werken, kunnen makkelijk door salafistische groepen afgeschilderd worden als collaborateurs. De salafisten kunnen zich vervolgens opwerpen als ‘de standvastigen’: ‘Wij zitten op de juiste weg.’

Mensen kunnen best deradicaliseren, al moet je je daar ook niet teveel bij voorstellen. Vaak gaat het om niet meer dan een pragmatische overweging om niet langer geweld te gebruiken. In principe volstaat dat. Het is niet verboden om salafist te zijn, wat iemand anders daar verder ook over mag denken.

Wat vindt u van de veroordeling van Fouad Belkacem?

De Koning: Het vonnis is onder andere gebaseerd op het feit dat Belkacem andere jongens geronseld zou hebben om in Syrië te gaan vechten, maar bij mijn weten heeft hij dat nooit gedaan. De grootste groep is pas vertrokken na Belkacems arrestatie in september 2012. De implosie van Sharia4Belgium was voor velen een belangrijke overweging om te gaan. Natuurlijk stond Belkacem zonder meer achter het idee van een militaire jihad zoals Al-Qaeda die propageerde. Hij was er ongetwijfeld van overtuigd dat er in Syrië sprake was van een gelegitimeerde jihad tegen de ‘ongelovige’ Assad. En dat zal hij zeker ook tegen zijn volgelingen gezegd hebben. Maar oproepen om te gaan, heeft hij nooit gedaan, al heeft hij misschien wel de geesten rijp gemaakt voor het idee om naar Syrië te vertrekken. De belangrijkste overweging van de vertrekkers was toch: ‘De tijd van dawah is voorbij. Hier is alles ingestort en kunnen we geen kant meer op. Voor dawah worden we opgepakt, dus trekken we weg.’

Dawah is hetzelfde als prediken op straat?

De Koning: Ja, of via filmpjes op het internet. Dat kon niet meer, dus werd het de jihad in Syrië.

Waarom is het salafisme zo aantrekkelijk voor jonge mensen? Is dat omdat ze op zoek zijn naar houvast? Want de regeltjes zijn toch zeer belangrijk?

De Koning: Ja, de regels zijn ontzettend belangrijk, al zijn ze niet altijd even duidelijk en worden er verschrikkelijk veel semantische discussies over gevoerd. Je kan de koran dan wel letterlijk lezen, toch zal er altijd discussie ontstaan over wat een woord precies betekent. De aantrekkingskracht van het salafisme heeft te maken met de manier waarop het zich presenteert als de echte, de zuivere islam. Salafisten stellen dat een moslim de islam moet praktiseren zoals hij bedoeld is. Veel moslims vinden de koran letterlijk het woord van God en proberen hem daarom ook keurig na te leven. Salafisten gaan nog een stap verder: zij volgen letterlijk het woord van de profeet Mohammed en van de eerste drie generaties moslims, en passen dat toe in alle sferen van het leven, wakend én slapend. Daar komt bij dat ze anderen willen overtuigen hetzelfde te doen.

Vandaar dat dawah voor hen zo belangrijk is?

De Koning: Precies. Voor de start van Sharia4Belgium en Straat Dawah in Nederland kenden wij dat verschijnsel van openbaar prediken helemaal niet. In Duitsland en Engeland bestond dat al iets langer. Als je in het weekend in het centrum van Birmingham rondloopt, zie je verschillende groepen salafisten vlak bij elkaar de islam verkondigen. Maar je ziet er ook mensen het christendom prediken. Dat is daar volstrekt normaal. Wij kenden dat niet, waardoor de predikers van Sharia4Belgium en Straat Dawah zo hard opvielen.

Er circuleren filmpjes waarop te zien is hoe voorbijgangers zich tijdens zo’n dawah bijna onmiddellijk tot de islam bekeren.

De Koning: Dat is natuurlijk pure propaganda. Het hoofddoel van de dawah van Sharia4Belgium was dat ze niet bang waren om te laten zien dat ze moslim zijn. Ik heb veel dawahs geobserveerd en de reacties van omstaanders vielen meestal nogal mee. De meeste mensen wezen het gepreek af, maar waren niet vijandig of onvriendelijk.

Sharia4Belgium hield van ‘spektakelactivisme’. Er zat echt iets clownesks in dat filmpje waarin ze het gemunt hebben op het Atomium. Zij wisten ook dat het een belachelijk filmpje was, maar ze haalden er wel gegarandeerd de media mee.

Hebben de media een fout gemaakt door daarin mee te stappen?

De Koning: Je kunt de media niet verbieden om ergens over te berichten, al hadden ze dat filmpje over het Atomium misschien beter links laten liggen. Maar het verstoren van de lezing van Benno Barnard in de universiteit van Antwerpen mochten ze niet negeren, een nieuwsmedium dat daarover niet bericht, doet gewoon zijn werk niet. Media-aandacht werkt natuurlijk altijd versterkend. Belkacem en zijn vrienden plukten daar meteen de vruchten van: een dag na de verstoring van die lezing registreerden ze de domeinnaam ‘sharia4belgium.com’.

Fouad Belkacem en zijn Britse mentor Anjem Choudhary doen vaak met veel poeha beroep op hun recht op vrije meningsuiting om vervolgens de vrije meningsuiting totaal te verketteren.

De Koning: Dat is niet zo bizar, want met die taal en in dat systeem zijn ze opgegroeid. Ik las nog maar net een pamflet tegen een mogelijk boerkaverbod en dat staat ook vol termen als ‘emancipatie’, ‘recht op vrijheid’, ‘recht op je eigen lichaam’. Met die taal zijn de salafistische jongens opgegroeid en ze weten ook dat mensen zo beter zullen snappen wat ze bedoelen, dan wanneer ze een koranvers of een hadith citeren. Ze gebruiken de vrijheden die ze hier genieten als instrument om hun eigen boodschap voor het voetlicht te brengen. Maar of ze het nu zelf leuk vinden of niet: op een of andere manier zitten die vrijheden ook bij hen ingebakken. Want hun eerste spontane reactie is altijd: ‘Ja maar, hoe zit het met de vrijheid van godsdienst?’ Dat duidt er toch op dat ze mensenrechten en vrijheden geïnternaliseerd hebben.

Heeft de Belgische overheid zich vergist door Belkacem op te pakken? Want de optie ‘dawah’ werd toen vervangen door de optie ‘jihad in Syrië’.

De Koning: Misschien waren ze dan toch op een ander tijdstip gegaan. De Nederlandse Syriëstrijders uit Den Haag en Haarlem zijn rond dezelfde tijd vertrokken. In 2012 en 2013 werd er een brede discussie gevoerd over al dan niet ingrijpen in Syrië. Assad werd beschuldigd van oorlogsmisdaden, er waren aanwijzingen dat hij gifgas gebruikte, waardoor heel wat mensen in het Westen, zowel moslims als niet-moslims, voor ingrijpen pleitten. Ook de salafistische groepen vonden dat er iets moest gebeuren. Zij zagen ook al die verschrikkelijke filmpjes voorbijflitsen. In 2012 rukte het aan Al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra razendsnel op en het was onmiddellijk duidelijk dat die militie een enorme kracht vormde tegen het Assad-regime. Ze wonnen snel terrein, hadden de propaganda mee en zaten in de winning mood. Je merkte dat bij gesprekken tussen salafistische jongens bij ons: ‘Al-Nusra is succesvol!’ In de zomer van 2012, nog voor de arrestatie van Fouad Belkacem, zagen ze al hoe makkelijk het was om naar Syrië af te reizen. De groepen uit Den Haag hebben een hele geschiedenis van mislukte reizen naar de jihad. Somalië was op een mislukking uitgedraaid, net als Azerbeidzjan en Tsjetsjenië. Meestal werden ze daar opgepakt en teruggestuurd, om vervolgens hier in de terroristenafdeling te belanden. En dan blijkt plots dat Syrië een gemakkelijk reisdoel is. Dat zorgde in de tweede helft van 2012 en in 2013 zeker in België voor euforie. Want de toestand was uitzichtloos: Sharia4Belgium bestond niet meer, de leider zat vast en de andere leidersfiguren hadden geen charisma. Syrië was een manier om te ontsnappen aan die uitzichtloosheid. Daar hadden ze het verhaal van Belkacem niet voor nodig.

De Belgische overheid vergat misschien rekening te houden met de averechtse gevolgen van repressie. Je zal mij niet horen zeggen dat repressie per definitie verkeerd is. Tot op zekere hoogte werkt dat wel. In Nederland haakten mensen daardoor af. Ze wilden geen gedoe met de politie, de geheime dienst en de media. Ze wilden dat hun ouders, hun partner of hun kinderen niet aandoen. Anderen hadden dan weer een goede baan die ze niet op het spel wilden zetten.

Want ze kwamen niet allemaal uit gebroken gezinnen en achtergestelde wijken?

De Koning: Nee, lang niet allemaal. Voor een aantal onder hen werkt repressie. Maar repressie zorgt er tezelfdertijd ook voor dat deze groepen zich een slachtofferstatus kunnen aanmeten die ze bijzonder goed weten uit te buiten.

 

Hoe zit het met de vrouwen in salafistische groepen?

De Koning: Wij hebben daar helaas geen goed zicht op. Ik vind het alleszins opmerkelijk dat het ook mijn vrouwelijke collega’s niet lukt om toegang tot ze te krijgen. De leden van die groepen schermen steeds meer hun privéleven af, wat een gevolg is van de toenemende aandacht van de media en de staatsveiligheid. Dat maakt ons onderzoek er niet eenvoudiger op.

Sharia4Belgium maakte veel lawaai, maar werd door de staatsveiligheid wel in de gaten gehouden. Misschien zijn er nu groepen ondergronds actief die veel gevaarlijker zijn?

De Koning: Dat is mogelijk, maar we kunnen dat niet met zekerheid zeggen. We weten wel dat er momenteel in de salafistische milieus individuen rondlopen die de rol van een man als Fouad Belkacem perfect zouden kunnen overnemen. Ze staan inhoudelijk sterk en zijn streetwise. Voorlopig houden ze zich gedeisd, en voor zover we weten zijn ze niet ondergronds actief. Als een beweging repressief wordt aangepakt, verdwijnt ze zelden helemaal, maar fragmenteert ze in gematigder en radicalere clubjes. Uit Sharia4Belgium heb ik zelf voorlopig nog geen radicalere afsplitsing zien ontstaan. Misschien zitten de radicaalste onder de radicalen nu allemaal in Syrië.

Hebt u nu nog contact met Syriëstrijders?

De Koning: De meesten zijn dood. Er blijven er nog drie over. Met de eerste heb ik af en toe nog contact, van de tweede heb ik geen idee waar hij uithangt en de derde was betrokken in acties waarbij andere jongens zijn omgekomen. Hem laat ik nu even met rust.

Het onderzoeksrapport Eilanden in een zee van ongeloof kan gedownload worden via de website www.imes.uva.nl

 

© Jan Stevens

Advertenties

“Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen”

De Nederlandse bekeerling Dennis ‘Abdelkarim’ Honing radicaliseerde in een rotvaart en groeide uit tot mediagezicht van het polderjihadisme. In zijn boek Ongeloofwaardig vertelt hij het relaas van zijn flirt met het salafisme. “Fouad Belkacem vertolkt wat op straat leeft en niet wat gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren.”

In 2008 bekeerde Dennis Honing (24) zich op zijn zeventiende tot de islam. Eerst bezocht hij een liberale moskee, om daarna in snel tempo te radicaliseren. Hij liet zijn baard staan en omarmde het jihadisme. Hij noemde zichzelf Abdelkarim, gaf in 2010 een interview aan een krant en draafde op in een spraakmakende tv-reportage over de islam in Nederland. Aan het einde van datzelfde jaar trok hij naar Antwerpen om er Fouad Belkacem te gaan interviewen. Honing bewonderde ‘Abu Umran’, die net Sharia4Belgium opgericht had en nog nagenoot van de mediaheisa na de verstoring van een lezing van schrijver Benno Barnard. Het half uur durende kritiekloze gesprek is tot vandaag te bekijken op Abdelkarim Honings YouTube-kanaal.

In 2011 begon Honing pas echt aan zijn openbaar leven als geweld predikende salafist. Hij nam deel aan straatprotesten, was rad van tong en werd vaste jihadi-gast in praatprogramma’s als Pauw & Witteman en De wereld draait door, waarin hij de democratie verketterde en de lof zong van de sharia. De meeste van zijn salafistische vrienden vertrokken ondertussen naar Syrië om er bij IS of Jabhat al-Nusra te gaan vechten en sterven.

Vandaag woont Dennis Honing met vrouw en vier kinderen in een sjofele flat in een buitenwijk van zijn geboortestad Haarlem. Het jihadisme heeft hij afgezworen. “Toen ik die gruwelijke onthoofdingsfilmpjes van IS zag, begon ik na te denken.” Maar zijn baard wappert nog steeds alle kanten op. Een liberale softie is hij niet geworden, ook al noemen zijn oude strijdmakkers hem nu ‘murtad’ (afvallige), ‘kafir’ (ongelovige) of ‘agent van de staatsveiligheid’. “Ik ben nog steeds moslim en heb geen boodschap aan de zogenaamd ‘moderne islam’”, zegt hij. “Ik vind dat je best niet te zielig wordt zoals die Canadese lesbische moslimactiviste Irshad Manji. Zij was in december 2011 te gast in Amsterdam en werd toen door leden van Sharia4Belgium bekogeld met eieren. Achteraf moest ze daar niet over komen piepen, want in haar lucratieve boek Het islam dilemma behandelde ze afwijkende toestanden. Wie zich tot katholiek laat dopen, moet later ook niet klagen dat hij geëxcommuniceerd wordt omdat hij vindt dat Maria wetenschappelijk gezien geen maagd kon zijn toen ze Jezus kreeg. Als je lid van een kerk wordt, moet je er alle consequenties bijnemen.”

In wat voor gezin groeide u op?

Dennis Honing: “Mijn moeder was een volkse vrouw en zat vaak op café. Mijn vader had een goede baan bij de zoo in Amsterdam. Ze waren totaal verschillend, hadden elkaar ontmoet op het verjaardagsfeest van een oom en werden op slag verliefd. Moeder was weduwe en had al een zoon. Vader was wat ‘wetenschappelijker’ en een atheïst.”

Religie speelde niet echt een rol?

“Mijn moeder hield wel van de christelijke symbolen. Er stond een portretje van Jezus op de kast en er hing een crucifix aan de muur, maar we gingen niet naar de kerk. In mijn puberteit zat ik braaf thuis en bleef ik ver weg van de meisjes. Niet uit heiligheid, maar omdat ik een verlegen jongentje was. Ma had een drankprobleem en pa was streng, hij stamde uit de jaren vijftig: van hem moesten we vroeg naar bed en veel fruit eten. Als moeder erg dronken was, werden de teugels gevierd. Haar alcoholisme hielden we binnenskamers: voor de buitenwereld waren wij een keurig gezin met een eigen huis en een mooie auto voor de deur. Je hoort nu vaak zeggen dat veel geradicaliseerde jongeren stammen uit een ‘achtergesteld milieu’, en voor een groot deel is dat ook zo, want veel ‘doorsnee’ moslims zitten nu eenmaal nog steeds in de laagste klasse van de samenleving. Maar een vriend die zich in Irak onlangs opblies, had een baan als computerdeskundige en een auto van de zaak. Hij zat op een helpdesk en kreeg telefoontjes uit de hele wereld.”

U was verlegen en ging nauwelijks uit, en kwam toch in de criminaliteit terecht?

“Ja, want dat vond ik best wel spannend. Op school ontdekte ik de hiphop-subcultuur waarin diefstal heel gewoon is. Op een bepaald moment liet ik me verleiden om op straat de tas te roven van een oude dame. Dat was een absoluut dieptepunt. Ik werd veroordeeld tot vier maanden jeugdgevangenis. Mijn wereld stortte in; vier maanden leken vier jaar.”

Is er een link tussen de underground hiphopcultuur en het jihadisme?

Zeker. Hiphop was de stem van de teleurgestelde zwarte onderklasse in Amerika. Wij hebben in onze steden ook zo een teleurgestelde onderklasse. Jonge moslims van Marokkaanse origine herkennen zich in hiphopmuziek en in zinnetjes als: ‘We moeten stelen want we krijgen geen baan.’

“Vanaf mijn 14e was ik gefascineerd door religie, eerst door het christendom, maar dat ruilde ik vrij snel in voor de islam. Hier in Noord-Holland lacht de blanke Nederlander met zijn religie. Marokkanen en Turken hebben wél respect voor hun godsdienst. Ik begreep ook het nut van bepaalde compromisloze aspecten van de radicale islam, zoals geen alcohol en strikte regels in de omgang tussen man en vrouw.”

Is de stap naar de radicale islam toch niet erg groot voor een Nederlandse jongen uit een seculier milieu?

“Dat valt best mee, want ik had als grote ‘voordeel’ dat mijn vader daar geen problemen over maakte, hij zei: ‘Zoek het zelf maar uit.’ Voor een jongen als Fouad Belkacem lag dat heel wat moeilijker. Hij werd thuis als moslim opgevoed, maar niet met de denkbeelden van de radicale islam. Toen hij salafist werd, nam hij een gigantische stap. Zijn ouders zullen wel geroepen hebben: ‘Je bent gek!’

“Via-via kwam ik in contact met de apolitieke ‘lieve salafisten’: korangeleerden van Saoedi-Arabische origine. Dat ‘lief’ mag je met een flinke korrel zout nemen, want de teksten van die Saoedi-Arabische paleisgeleerden liegen er niet om. Ze zijn net zo dogmatisch als de jihadi-salafisten, alleen hebben ze er een laag hypocrisie overgelegd omdat het Saoedische koningshuis dolgraag oliezaken doet met Amerika. Maar net als in de Islamitische Staat wordt er in Saoedi-Arabië ook gestenigd en onthoofd.

“Een Amsterdamse vriend vroeg: ‘Ga je mee naar de moskee?’ Daar kwam ik in contact met politieke salafisten. Die kerels zijn ontzettend sneaky. Ze hebben geen eigen gebouwen, maar infiltreren in bestaande moskeeën, en zitten er stil te wachten als vlooien op een hond. Ik kwam daar aan bij die moskee en er stapte een bekeerling naar buiten. Twee meter lang, in een wit gewaad, lang haar, blauwe ogen. Hij leek wel de messias.”

 

Is elke vorm van salafisme per definitie gewelddadig?

“Ja, want het is té orthodox. De islam heeft sowieso een gewelddadige component. In Nederland en België heb je een bovenlaag van imams die zeggen: ‘Laat homo’s met rust, ga naar school, ga werken, gebruik geen geweld.’ Maar diezelfde bovenlaag heeft nooit de teksten afgezworen waarin staat dat de afvallige gedood moet worden en dat een moslim alleen bloedgeld moet betalen als hij een christen afmaakt, maar gedood moet worden als hij een moslim doodt. Neem Charlie Hebdo: de imams stonden meteen te roepen dat die aanslag niks met de islam te maken had en verklaarden de gebroeders Kouachi voor gek. Maar diezelfde imams accepteren net als alle andere soennieten wereldwijd de jurisprudentie: ‘Wie de profeet beledigt, krijgt de doodstraf. Spijt of geen spijt, man of vrouw, moslim of niet moslim, het hoofd moet eraf.’ Zolang ze die stelregel niet openbaar afzweren, is het dweilen met de kraan open. Want jongeren gaan zelf op zoek op internet en lezen overal: ‘Wie de profeet beledigt, moet dat met zijn leven bekopen.’ Het salafisme sluipt via Facebook de huiskamer binnen. Als jongens op hun kamer naar filmpjes op YouPorn kunnen zitten kijken terwijl hun ouders beneden tv kijken, kunnen ze toch ook via datzelfde internet salafistisch worden terwijl mama en papa voor de buis liggen?

“Ikzelf kwam eerst in de laagdrempelige liberale Poldermoskee in Amsterdam terecht. Dat ging prima, en na een paar maanden hoorde ik de imam een paar kleine opmerkingen maken over het salafisme. ‘Salafisten si, salafisten la.’ Ik kende die club nog niet, dus spitste ik mijn oren. Ik kreeg sympathie voor die underdog waar zoveel over geklaagd werd. Op een dag ging ik samen met een vriend naar een bekeerlingendag in de Apollohal in Amsterdam. Er kwamen twee salafisten binnen en mijn vriend riep: ’Kijk, daar lopen er twee!’, alsof we op safari waren en een koppel olifanten zagen paren. Maar die kerels maakten indruk op me met hun compromisloosheid én hun uiterlijk. Ik hoorde de imams in de Poldermoskee zoutloos weeklagen over hen, en ik dacht: ‘Ik ben dat politiek correct gelul spuugzat, ik wil dat salafisme zelf wel eens ontdekken.’”

Eind 2010 zocht u Fouad Belkacem op?

“Ik wou hem interviewen. Je kan van Abu Imran zeggen wat je wil, maar hadden we maar politici die zo makkelijk vragen beantwoorden. Ik laat dat interview nu op YouTube staan, want we leven in een democratie en zo kan iedereen de man en zijn denkbeelden leren kennen. Hij vertolkt wat op straat leeft en niet wat door de overheid gesubsidieerde imams uit hun hoed toveren. Figuren als die Nordine Taouil uit Antwerpen hebben het helemaal verpest. Terwijl ze aan het kwaken waren en zichzelf complimentjes uitdeelden, kon het salafisme rustig zijn gang gaan. In de strijd tegen radicalisering vertrouwen politici te veel op mainstream imams. Geen enkele salafist neemt hen serieus. Het is alsof je een gereformeerde protestant uit Friesland naar België stuurt om er het kindermisbruik in de katholieke kerk op te lossen.

“Ik kwam vaak langs bij Abu Imran en hij heeft nooit dwang op me uitgeoefend. Hij hing nooit aan de telefoon om te klagen dat hij me een week niet gezien had. De jongens van Sharia4Belgium waren geen Jehova-getuigen. Als ik bij Abu Imran zonder afspraak binnenviel, zat daar vaak een boze baardloze Marokkaan: ‘Ik zie je voortdurend op tv, wat ben je van plan?’ Abu Imran antwoordde rustig en beheerst, urenlang, dat gesprek verliep zeer democratisch. Op tv zag je hem schreeuwen en afschuwelijke dingen over Marie-Rose Morel vertellen, maar bij hem op visite was hij de rust zelve. Je voelde je aangetrokken maar er werd nooit aan je getrokken. Dimitri Bontinck wil ons doen geloven dat zijn zoon Jejoen het onbevlekte kindje Jezus is dat door duivel Belkacem in de olijftuin nat gelikt is. Onzin. Denk je dat de teruggekeerde Syriëstrijder Michaël ‘Younes’ Delefortrie in de ban was van Fouad Belkacem? Helemaal niet, Younes is geen dommerik. Er was geen druk, alleen charisma. In de liberale moskeeën is pas druk. ‘Kom je nog een keertje? Toe, kom nog eens langs!’ Van die gasten van Sharia4Belgium hoorde je nooit iets. Zij belden nooit.”

In 2010 werd Sharia4Belgium nog gezien als een clubje ongevaarlijke clowns. Aan het eind van dat jaar interviewde ik in Londen Belkacems mentor, Anjem Choudary. Die man zei toen vriendelijk dat het de bedoeling was om wereldwijd de democratie uit te schakelen en de sharia in te voeren.

“Grappig dat niemand toen leek te beseffen wat er echt aan het gebeuren was. Toen ik bij Straat Dawah zat, een gelijkaardige organisatie als Sharia4Belgium, noemden de liberale moslims ons ook een stelletje gekken. Die liberale moslimorganisaties hadden macht, hun imams kwamen op tv en wij werden de mond gesnoerd. Nu is het omgekeerd en is alle media-aandacht verschoven van de liberale moslims naar die groep die vroeger gebagatelliseerd werd maar nu in Syrië vecht.

“Onze politici hebben de radicalisering in het verleden onderschat, maar het waren echt kleine groepen dus misschien mag je ze het niet kwalijk nemen. Eerlijk gezegd heb ikzelf ook de aantrekkingskracht van Sharia4Belgium onderschat. Dat wil wat zeggen, want ik zat zelf in zo’n groepje. Ik vind het trouwens goed dat Belkacem en co veroordeeld zijn. Ze hadden echt wel kwaad in de zin en steunden de koppensnellers in Syrië. Niemand in het Westen kon de oorlog in Syrië zien aankomen, maar geef als politicus dan ook gewoon toe: ‘We hadden er geen zicht op.’ En vertel geen onzin zoals Ahmed Marcouch van de PvdA drie jaar geleden bij Pauw & Witteman. ‘Het zijn pubers’, zei hij. ‘Op Al-Jazeera zien ze geweld, ze komen op een pleintje samen en hop, ze besluiten om naar Syrië te vertrekken.’”

U had nu ook in Syrië kunnen zitten?

“Ja. Heel wat vrienden zijn dood. De jongen die zichzelf onlangs opblies, haalde me vaak thuis op. Urenlang zat ik met hem in de auto. We deelden lief en leed. Ik twijfelde al vroeg over de gang naar Syrië. Stiekem dacht ik: ‘Mooi, strijden tegen Assad. Maar je zal maar neergeschoten worden, en daar dan liggen afzien terwijl je ondertussen moet luisteren naar je dogmatische broeders: ‘Zo meteen vertrek je naar het paradijs.’’

“Ik heb het nu lastig met de bedreigingen van de salafisten. Ze hebben mijn vader gebeld, en van de bagger die ik via het internet binnenkrijg, word ik niet vrolijker. Mijn boek bezorgt me af en toe enge gedachten. ‘Wat als zo’n kerel op me af rent en me in mijn donder steekt?’ Maar dan besef ik dat ik in het verleden best ook veel mensen pijn gedaan heb. Want tegen al die miljoenen Nederlanders die de democratie in hun hart dragen, zei ik: ‘Weg ermee.’ En ik steunde Abu Imran toen hij de kanker van Marie-Rose Morel een straf van Allah noemde. Ik heb haar nabestaanden gekwetst en dat was fout.”

Dennis Abdelkarim Honing & Nikki Sterkenburg, Ongeloofwaardig, Uitgeverij Q, 240 p., 19,99 euro

 

© Jan Stevens

“Ik probeer het kind in de terrorist te zien”

De voorbije vijf jaar deradicaliseerde ex-kickboxer Usman Raja bijna vierhonderd islamisten, waaronder veroordeelde terroristen en teruggekeerde jihadisten. “Allemaal ruilden ze hun boodschap van haat in voor die van liefde.” Vandaag geldt Raja als de meest succesvolle deradicaliseerder van Groot-Brittannië.

 

Begin juli 2009 werd de Britse islamist Ali Beheshti veroordeeld tot vier en een half jaar cel voor gewelddadig extremisme. Een jaar eerder had hij in Londen een paar liter mazout door de brievenbus van een uitgever gegoten en het goedje in brand gestoken. Zo wou hij de man straffen voor het publiceren van de ‘blasfemische’ roman The Jewel of Medina, over de profeet Mohammed en zijn kindbruid Aisha. Tijdens zijn gevangenschap kreeg Beheshti regelmatig bezoek van Usman Raja (37), managing director en interventions consultant van deradicaliseringsorganisatie The Unity Initiative. Na zijn vrijlating in 2013 zwoer Ali Beheshti openlijk alle vormen van geweld af. Hij was nog steeds diepgelovig en bleef The Jewel of Medina een beledigend boek vinden. Maar geweld vond hij voortaan totaal onaanvaardbaar, want het leven van elke mens beschouwde hij als heilig, Allah zag hij als liefde en de jihad voerde hij alleen nog met zichzelf. Usman Raja had hem na urenlange gesprekken tot die inzichten gebracht. “Hij kwam in de gevangenis naar me toe met een boodschap van liefde. Beetje voor beetje leerde hij me de ware islam kennen.”

Sinds de start van The Unity Initiative in 2010 deradicaliseerden Raja en zijn vierkoppige team bijna vierhonderd Britse islamisten, waaronder heel wat veroordeelde terroristen en door de oorlog gestaalde jihadisten. Alle mannen en vrouwen die zij onder hun hoede kregen, zweerden het geweld af en namen afstand van de politieke islam. De voormalige professionele kickboxer Usman Raja geldt momenteel als de meest succesvolle deradicaliseerder van Groot-Brittannië. De voorbije jaren had hij de handen meer dan vol, maar de opmars van de Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak gaf de radicalisering van jonge moslims een extra boost en Raja nóg meer werk.

We ontmoeten hem in zijn thuisstad ten westen van Londen. Aan de fotograaf vraagt hij meermaals geen foto’s te maken met zijn huis of zijn straat herkenbaar in beeld. Deradicaliseerder is duidelijk geen beroep zonder risico’s. “Normaal gezien geef ik ook geen interviews”, zegt hij. “Sinds ik dit werk doe, heb ik nog maar twee keer met de pers gepraat: vorig jaar met de BBC en twee jaar geleden met CNN.”

 

Vanwaar uw mediaschuwheid?

Usman Raja: “Sommige media hebben te veel de neiging om alleen te focussen op het sensationele van ons werk. Daar komt bij dat er in Groot-Brittannië een heuse deradicaliseringsindustrie ontstaan is, met organisaties die eerst en vooral geïnteresseerd zijn in de fondsen die de overheid daarvoor vrijgemaakt heeft. Veel zogenaamde deradicaliseerders promoten zichzelf graag op tv, maar boeken bitter weinig resultaten. Het is een bijzonder vieze industrie die ik van binnenuit ken, want ik heb zelf een tijdje bij zo’n organisatie gewerkt. Op papier was het mijn taak om als straathoekwerker jonge, geradicaliseerde moslims een andere weg te tonen. Maar van werken op straat kwam niet veel in huis, ik moest vooral rapporten schrijven om de subsidiëring veilig te stellen.”

 

Van een de-radicaliseringsindustrie is in België voorlopig niet veel te merken. Het proces tegen Sharia4Belgium staat nu in de schijnwerpers, maar niemand lijkt te weten hoe de radicalisering van de jonge leden best aangepakt wordt.

“Jullie kennen toch het brein achter Sharia4Belgium? Dat is ‘onze’ haatprediker en IS-fanaat Anjem Choudary. Momenteel werk ik met een paar piepjonge kerels die tot de inner circle van Choudary behoorden. Eind vorig jaar zijn ze in de gevangenis beland en ik ben ze vrij snel gaan opzoeken. Ondertussen hebben ze ingezien dat Anjem een totaal perfide versie van de islam predikt en hebben ze hun vroegere goeroe de rug toegekeerd. Choudary propageert met zijn afwijzing van de democratie en zijn pleidooi voor invoering van zijn sharia niet meer of minder dan onversneden islamofascisme. Zijn godsbeeld en dat van Fouad Belkacem is bijzonder primitief: alles wat ze ondernemen, is uitsluitend bedoeld om Hem te vriend te houden. Sta je in de metro je zitplaats af voor een oude vrouw omdat dat zo hoort, of doe je dat om God gunstig te stemmen?”

 

Omdat het een vorm van elementaire beleefdheid is.

“Precies. In de koran wordt Allah beschreven als de oneindig liefhebbende, de oneindig barmhartige. Alleen door barmhartig en genereus te handelen, kun je God leren kennen, niet door Hem voor te stellen als een hardvochtige kerel op een troon die beveelt wat je wel of niet moet doen. Wij putten bij ons werk uit de échte traditionele islam. We worden daarin bijgestaan door belangrijke islamgeleerden zoals Ali Abdul Qadir al-Tahiri en Habib Kazim al-Saqqaf die een rechtstreekse afstammeling is van de profeet Mohammed. Die rechtstreekse band met de profeet is voor de uitoefening van ons werk van onschatbare waarde, want dat geeft ons bij ons ‘cliënteel’ legitimiteit. Figuren als Anjem Choudary en zijn vazal Fouad Belkacem profiteren van de onwetendheid van jongeren. Tegenwoordig haalt iedereen zijn wijsheid van het internet. Ben je op zoek naar een hotel? Google wijst de weg. Heb je vragen over religie? Tik het in en voor je het weet, zit je als zoekende jongere op sites die gerund worden door haatpredikers. In de Islam is naast de koran ook de orale traditie, de mondelinge overlevering over het leven van de profeet, belangrijk. Alleen een bonafide islamgeleerde kan koranteksten op een verstandige manier interpreteren en in hun tijd plaatsen. Er wordt gezegd dat er veel geweld in de koran staat, maar ook die passages moeten op een juiste manier geïnterpreteerd worden en daarvoor heb je islamgeleerden nodig die zowel de traditie als de finesses in de Arabische taal doorgronden. Arabisch kent meer dan 20 miljoen woorden, Shakespeare-Engels 5 miljoen en de doorsnee Britse afgestudeerde academicus heeft een woordenschat van een paar honderdduizend woorden. Hoeveel woorden kent de man in de straat? Een paar duizend? Jihad-propagandisten zoals Anjem Choudary hebben nooit les gekregen van gezagvolle islamleraars. Ze willen dat ook niet, want de echte islam interesseert hen niet. Choudary’s verboden netwerk Al Muhajiroun en andere islamistische organisaties misbruiken de koran en de leer van de profeet puur voor hun politieke doeleinden. Als onderdeel van Choudary’s sekte werkt Sharia4Belgium net zo. Elk lid is op het hart gedrukt bij elke discussie strikt aan de door de leiders vastgelegde interpretatie vast te houden. Wie niet tot de sekte behoort, is een kafir en heeft per definitie altijd ongelijk.”

 

U weet hoe radicalisering werkt omdat u als jongeman klaargestoomd werd voor de jihad?

“De tijden waren toen toch anders. Op mijn zeventiende wou ik in Bosnië gaan vechten. Halverwege de jaren negentig twijfelde niemand aan wie in ex-Joegoslavië het slachtoffer was en wie de agressor. Het was zo helder als pompwater: de Serviërs doodden onschuldige Bosniërs. Iedereen was verontwaardigd over Srebrenica, zowel moslims als christenen, boeddhisten, hindoes of ongelovigen. Ik ben uiteindelijk niet vertrokken omdat ik de toestemming niet kreeg van mijn vader en ik geen geld had om de reis te financieren. Ik ben opgegroeid in een ruwe omgeving met veel racisme en in mijn tienerjaren vond je me bijna continu in de boksgyms van Oost-Londen. Toen een van mijn vrienden de islam begon te bestuderen, raakte ook ik erdoor geïntrigeerd. De jihad in Bosnië zagen we als een vrijheidsstrijd. Wij waren radicaal én jihadist, maar wilden niet geassocieerd worden met Anjem Choudary’s Al Muhajiroun. Iedereen beschouwde hem als een clown en zag zijn fascistische ideologie als een misselijkmakende grap.”

 

Wat nu een verkeerde inschatting blijkt te zijn?

“Ja, maar er is een verzachtende omstandigheid voor die vergissing: 9/11 had nog niet plaatsgevonden. Na de aanslagen kregen de lawaaimakers meer aandacht dan ze verdienden. In de jaren negentig waren conflicten zoals in Bosnië en Tsjetsjenië totaal anders dan wat we nu zien gebeuren met IS in Irak en Syrië. De Bosniërs werden weggezuiverd door Servië en Grozny werd platgebombardeerd door Rusland. Over Syriëstrijders hoor je nu vertellen dat ze net dezelfde idealen koesteren als de jonge mannen die in de jaren dertig in de Spaanse Burgeroorlog gingen meevechten. Die vergelijking loopt mank.”

 

De huidige Syriëstrijders zijn geen idealisten?

“Het zijn heel gewone jonge jongens die misleid zijn. Ze zijn opgegroeid met computergames, hiphop of rock. Ze zien wat gewone mensen wordt aangedaan in Syrië en Irak en worden daar terecht kwaad over, maar ze laten zich op Facebook en YouTube in de val lokken door de islamofascisten. Ze laten hun baard staan, trekken een traditioneel gewaad aan, luisteren naar de valse boodschappen van de haatpredikers, reizen via Turkije naar Syrië en gaan zich daar te buiten aan barbaars geweld.

“Veel mannen van mijn generatie die in de jaren negentig naar Bosnië, Tsjetsjenië en Afghanistan gingen vechten, vertrokken wel met een ideaal. Maar na 9/11 ging het niet langer over bevrijding of vrijheidsstrijd. Utopistische groepen als Al-Qaeda en IS zijn alleen uit op het destabiliseren van gemeenschappen. Ik voel me een volbloed Brit en ik vind dat nergens ter wereld een beter systeem te vinden is dan onze democratie. Wij genieten van vrijheid, hebben uitstekend onderwijs en een gezondheidszorg die voor iedereen toegankelijk is. Er wordt vaak gezegd dat de integratie mislukt is, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik ben hier geboren en getogen en doordrongen van het feit dat vrijheid een groot goed is. Ik kan hier vrij mijn geloof belijden en in tegenstelling tot in veel andere Europese landen wordt in Groot-Brittannië geen aanstoot genomen aan een politieagente met een hoofddoek. Zo hoort het.”

 

Is radicalisering dan geen gevolg van achterstelling en van mislukte integratie?

“Het Verenigd Koninkrijk verschilt erg van de rest van Europa. Af en toe worden wij uitgenodigd op een conferentie in een ander Europees land. Als het tijd is om te bidden, trekken we ons terug en bidden we. Op het continent zorgt dat altijd voor commotie, maar hier in Engeland is dat geen probleem. Andere Europese moslims benijden ons daarvoor. ‘Wauw, dat is knap.’ Voor ons is dat vanzelfsprekend: we zijn Brits en we zijn moslim. Dat vloekt niet. In Duitsland worden moslims die er geboren en getogen zijn nog steeds gastarbeiders genoemd. Dat klinkt als: wat ze ook ondernemen, ze zullen nooit een Duitser zijn. Hier is zoiets ondenkbaar.”

 

Hoe de-radicaliseert u geradicaliseerden?

“We deradicaliseren niet, maar reradicaliseren. (lachje) We helpen hen ontdekken dat het in de islam over de mensheid gaat, over barmhartigheid en liefde. Ik vind dat een zeer radicaal idee. Wij denken niet in ‘zij en wij’, maar in ‘wij’. Een sekte met een simplistische, reactionaire ideologie heeft altijd succes bij ontwrichte jongeren. Ze vinden er structuur en voelen zich aanvaard in die kleine club met als baseline: ‘Iedereen is slecht. Alleen wij zijn goed en de oplossing is een kalifaat waar iedereen onder de sharia leeft.’ Alleen door hen in een liefhebbende gemeenschap op te nemen, kunnen we hen redden uit de klauwen van nihilistische ideologen als Anjem Choudary, ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi en Al-Qaeda godfather Ayman al-Zawahiri. We tonen hen dat hun sekte van nihilistische utopisten louter een illusie is. De eerste contacten met extremisten leggen we vaak in de gevangenis – zeker als het over veroordeelde terroristen gaat. Ik ga met hen aan tafel zitten en we praten. Tijdens die gesprekken zal ik nooit veroordelen.”

 

Ook niet als uw gesprekspartner bloed aan zijn handen heeft?

“Het gebeurt regelmatig dat de man aan de andere kant in naam van zijn geloof zware misdrijven begaan heeft. In plaats van me te concentreren op de extremist, de moordenaar of de terrorist, probeer ik het kind in hem te zien. We zijn allemaal ooit begonnen als een onschuldig kind, ook die jongens met hun zwarte maskers die nu moordend door Syrië en Irak trekken.

“Al pratend zoeken we naar alle rotsblokken die ze in de loop van hun leven als ballast zijn beginnen meezeulen. Een voor een neem ik die van hen weg. In hun ideologie is islam ‘onderwerping’. Ik haat dat woord, want islam is: bevrijd worden door het goede te omarmen. In de islam is er geen haat, angst of woede. Alleen praten met die jongens en meisjes volstaat natuurlijk niet; ze moeten blijvend door de gemeenschap ondersteund worden. Het is echt een werk van lange adem.”

 

Een van hun voornaamste credo’s is: “Wij houden van de dood zoals jullie van het leven.”

“Ja, ze zijn zogezegd blij om als martelaar te sterven. Het begrip ‘liefde’ is door hun brainwashers volledig gesloopt. Mededogen, vergevingsgezindheid, barmhartigheid, al die waarden zijn weggespoeld. Ze zijn niet bang meer voor de dood omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze meteen naar hun schepper zullen gaan. In de traditionele islam wordt voorgehouden dat we niet bang moeten zijn om te sterven omdat ons lichaam deel uitmaakt van een groot geheel. Als een huis in brand staat, moet je niet bang zijn om naar binnen te stormen en een kind te redden. Dat is iets totaal anders dan wat de islamofascisten er van gemaakt hebben: ‘Blaas jezelf op en neem zoveel mogelijk mensen mee de dood in.’”

 

Islamisten die veroordeeld zijn voor terroristische activiteiten zijn altijd bereid om met u te praten en naar u te luisteren?

“Toch wel en dat heeft veel te maken met de legitimiteit die we de voorbije jaren opgebouwd hebben. Het grote verschil met andere deradicaliseerders is dat ik als een broeder naar hen toekom. Ze zijn snel overtuigd van mijn geloofwaardigheid. Ik krijg steeds vaker spontaan brieven van gevangenen die de verandering en de bevrijding zien bij andere broeders die met ons in gesprek zijn. Soms worden we benaderd door familieleden, en we werken ook nauw samen met gevangenisdirecties en reclasseringsambtenaren. Zij weten dat we resultaten boeken.”

 

Raken de jongens met bloed aan hun handen ontredderd op het moment dat ze beseffen aan welke gruwel ze hebben deelgenomen?

“We laten niemand aan zijn lot over. Ze mogen ons om het even wanneer bellen, al was het midden in de nacht, het maakt niet uit. Maar toch ben ik hun psychiater niet. Het grote verschil met hun vroegere leven is dat ze opgenomen worden in een gemeenschap. Ze ervaren gaandeweg dat ze te maken hebben met integere moslims die weten waar de echte islam voor staat. In onze religie gaat het niet over oog om oog, tand om tand. Als iemand een bom op jouw kinderen dropt, is het niet de bedoeling dat jij als reactie ook een bom op zijn kinderen dropt. Zijn kinderen zijn ook jouw kinderen. Alle kinderen zijn onze kinderen.

“Minder dan vijf procent van de jongens laat ik kennismaken met gevechtstechnieken uit de Mixed Martial Arts. Dat zijn dan de echte zware gevallen die nog voor ze extremist werden al een crimineel verleden achter de kiezen hadden en bendeleider of drugsdealer waren. Eens ze uit de gevangenis komen, is het vechten een voor de hand liggende manier om het contact met hen te onderhouden.”

 

Herschept u hen zo niet in vechtmachines?

“Nee, ik breng hen met hun voeten terug stevig op de grond. Ik ben opgegroeid met Mixed Martial Arts, het is heel populair in sommige wijken van Londen en het geeft mij een perfecte toegang tot de zware jongens. Ze kennen mijn reputatie van toen ik nog een professionele kickboxer was en daardoor respecteren ze me nog voor ik een woord met hen gesproken heb.”

 

Bent u door andere Europese landen met een grote radicaliseringsproblematiek ooit om advies gevraagd?

“Nee, dat komt ook omdat we ons eigen werk niet aan de grote klok hangen. Maar als de Belgen morgen mijn hulp vragen, ga ik daar graag op in.”

 

© Jan Stevens

“Niet-islamitische regimes omverwerpen is mijn fulltime job”

Vanuit Londen bouwt de Britse islamist Anjem Choudary met dochterorganisaties zoals Sharia4Belgium en Sharia4Holland aan de uitbouw van zijn Global Sharia Movement. “Wij moeten de hele wereld domineren”, geeft hij zonder verpinken toe. “Toch ben ik geen dr. No. Het is niet omdat ik de idealen van een eerbiedwaardige organisatie zoals Al-Qaida deel, dat ik aan alle touwtjes trek.”

Woensdagmiddag, Noord-Londen. Een half uur te laat wandelt een minzame Anjem Choudary (45) met drie bebaarde jongens in zijn kielzog de Desert Rose Coffee Shop binnen. Hij beveelt ‘zijn jongens’ om tafels te herschikken en koffie en taart voor iedereen te bestellen. Na het interview zal een van die jongens, de 18-jarige bekeerling ‘Jumah’, met ogen vol haat afscheid nemen met de woorden: “U zal branden in de hel.”

In een vorig leven was Anjem Choudary advocaat; de voorbije jaren heeft hij zich in Groot-Brittannië ontpopt tot dé woordvoerder van de radicale islam. Samen met islamist Omar Bakri Muhammad richtte hij in 1996 Al-Muhajiroun op. Na de aanslagen op de Twin Towers haalden ze de krantenkoppen door op een congres de lof te zingen van de daders. In 2004 werd Al-Muhajiroun door de Britse overheid verboden en Bakri het land uitgezet. Na een omweg via de eveneens verboden organisatie Al Ghurabaa, herrees Al-Muhajiroun in 2009 onder impuls van Choudary uit haar as onder de nieuwe naam Islam4UK. Amper een jaar later werd ook die organisatie verboden, eind 2011 sprak de overheid een ban uit over spin-off ‘Moslims Against Crusaders’ en erg lang zal het waarschijnlijk niet duren vooraleer Choudary’s nieuwste club Izhar ud-Deen-il-Haq op de zwarte lijst belandt.

Na het verbod op Islam4UK concentreerde Choudary zich op de verspreiding van zijn gedachtegoed naar de rest van de wereld. Zijn overzeese geesteskind Sharia4Belgium liet in 2010 voor het eerst van zich horen met de verstoring van een lezing van Benno Barnard. In februari van dit jaar stond Choudary samen met Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem alias Abu Imran terecht voor de correctionele rechtbank van Antwerpen voor het aanzetten tot haat en geweld. Ze stuurden allebei hun kat en werden bij verstek veroordeeld: Belkacem kreeg twee jaar, Choudary één jaar. “Een straf van minder dan drie jaar is in uw land hetzelfde als een schouderklopje”, lacht Choudary. “’Goed gedaan, probeer nu braaf te zijn.’ Vorig jaar verklaarden ze me in Frankrijk persona-non-grata. Het vervelende is dat ik nu ook niet meer naar België kan reizen.”

De ochtend na dit interview wordt Fouad Belkacem door de Belgische politie gearresteerd op verdenking van aanstoken van de rellen in Molenbeek. Het vermoeden is groot dat ook Choudary de rellen mee aanvuurde. Op donderdagavond 24 mei om twintig voor negen stuurde hij vanuit Londen een sms naar zijn aanhangers: “De politie in België arresteerde vandaag een moslima die een nikab droeg toen ze het huis van haar ouders verliet. Ze brachten haar naar het politiekantoor, kleedden haar uit voor mannen en zegden haar dat ze beter af was in Guantanamo. Daarna sloegen ze haar en ze is nu in het ziekenhuis. Dit is democratie en vrijheid in actie. Moslims zullen gepast reageren.” Waarna hij doorverwees naar het telefoonnummer van Sharia4Belgium. “Ik heb gewoon een bericht doorgestuurd dat ik zelf binnen gekregen had”, zegt hij. “Als het verhaal van de mevrouw klopt, heeft de Belgische politie zich schaamteloos gewelddadig gedragen. De vrouw is kwetsbaar en dit is een kwestie van eer die wij met onze levens moeten verdedigen. Wie haar heiligheid verkracht, mag zich aan een of andere reactie verwachten. Die reactie kwam niet van leden van Sharia4Belgium, ook al hebben zij persconferenties georganiseerd en boodschappen naar de media gestuurd. De belangrijkste reactie kwam van gewone jongeren uit Brussel.”

Dat wordt door de antiterreurorganisatie OCAD en door inwoners van Molenbeek tegengesproken: volgens hen werd de boel op stelten gezet door leden van Sharia4Belgium van buiten Brussel.

Anjem Choudary: Ik heb met Abu Imran gesproken en ik heb broeders van Sharia4Belgium ontmoet in Nederland. Zij vertelden me dat veel mensen die slaags raakten met de politie geen lid van Sharia4Belgium waren. Sharia4Belgium is een ideologisch politieke beweging die actief is op een plaats waar een ‘convenant van veiligheid’ heerst. Moslims mogen geen inwoners van een land aanvallen waar zo’n convenant heerst en waar ze dus in veiligheid leven. Abu Imran is een heel charismatische leider en verspreidt boodschappen waar de Belgische overheid niet van houdt. Maar hij roept niet op tot geweld of oproer.

Steeds meer Belgische politici lijken ervoor gewonnen om Sharia4Belgium te verbieden, net zoals hier gebeurd is met zo goed als al uw organisaties.

Choudary: Dat verwondert me niet. Over heel Europa komen moslims in opstand die oproepen tot installatie van de sharia. Dat is een gevolg van de opkomst van extreemrechts met politici als Marine Le Pen, Silvio Berlusconi en Tony Blair: zij zijn er heilig van overtuigd dat de islam een bedreiging vormt voor Europa.

Tegenover wat u extreemrechts noemt, staat dan de radicale islam?

Choudary: De radicale islam is een mediaterm en bestaat niet: er is alleen de islam. Wij behoren er compromisloos toe. We volgen de eerste drie generaties moslims van bij de profeet en behoren tot die wereldwijde groep van mensen die zich salafisten noemen. Doordat we uit dezelfde pure bron putten, bestaan er zeer weinig meningverschillen onder ons. Salafisten worden steeds invloedrijker in Duitsland, België, Frankrijk, Polen, Zwitserland, Zweden en zelfs hier in Groot-Brittannië.

U bent nu de drijvende kracht achter organisaties als Sharia4Belgium, Sharia4Holland en Sharia4Poland?

Choudary: Organisaties zoals Islam4UK en Al-Muhajiroun waren verlengstukken van de wereldwijde islambeweging die werkt aan de installatie van de islamitische staat en aan de bevrijding van de moslims. Onze stichter is de profeet Mohammed. Na mijn dood wordt het werk gewoon door andere mensen voortgezet. Ik vind het een grote eer dat men mij de drijvende kracht noemt van grote bewegingen als Sharia4Belgium, Sharia4Denmark, Sharia4Spain, Sharia4Germany, Sharia 4Sweden, Sharia4Australia, Sharia4Norway of Sharia4France. Jammer genoeg is dat niet zo.

Begin januari 2010, toen er een ban dreigde op Islam4UK, verklaarde u expliciet dat u plannen koesterde om op korte termijn een tak van uw organisatie in België op te richten.

Choudary: Vlak na het verbod op Islam4UK kwamen Abu Imran en een paar andere broeders op bezoek. Abu Imran had over onze activiteiten op het internet gelezen en onze video’s op Youtube bekeken. Hij contacteerde mij en we spraken hier in Londen af. Ik vertelde hem over mijn organisatie en over onze taak en verantwoordelijkheid als moslims en hij was het daar helemaal mee eens. Hij wou hetzelfde in België doen, en ik heb hem daarin aangemoedigd. In heel korte tijd groeide hij uit tot een man met een hoog mediaprofiel, denk maar aan het incident met Benno Barnard. Sindsdien overvleugelt zijn profiel zelfs dat van ons. Abu Imran heeft de titel ‘sjeik’ echt verdiend. Hij spreekt Arabisch, Engels, Frans en Nederlands en heeft het hart van de Belgische én Nederlandse jeugd veroverd. Als Sharia4Belgium echt zo klein is als de Belgische inlichtingendiensten beweren, zou de organisatie niet zoveel media-aandacht krijgen. In werkelijkheid wil de overheid de beweging stoppen voor ze zich verder verspreidt. De Britse en Belgische regeringen steunen het bloedvergieten in Afghanistan onder het mom van ‘de oorlog tegen het terrorisme’. Maar moslims weten heel goed dat er in werkelijkheid een oorlog tegen de sharia wordt gevoerd. De regimes hier proberen te voorkomen dat mensen zich bekeren tot wat zij ‘radicalisme’ noemen, terwijl dat in werkelijkheid niet meer is dan het begrijpen van de pure islam. De regeringen hopen zo te vermijden dat die bekeerlingen naar Afghanistan zullen vertrekken. IJdele hoop, want veel mensen zijn al vanuit Europa naar Afghanistan afgereisd omdat ze ervan overtuigd zijn dat praten alleen niet volstaat. Voor de overheid draait het dus niet om het aantal leden van Sharia4Belgium, maar om de impact van zo’n organisatie op de samenleving.

Koestert u zelf geen plannen om te gaan meevechten in de jihad in Irak of Afghanistan?

Choudary: Alleen Allah weet wat de toekomst voor mij inhoudt. Ik leef in Groot-Brittannië onder een ‘convenant van veiligheid’ en heb geen plannen om elders naartoe te gaan. Als ik een Irakees zou zijn, was ik nu waarschijnlijk ook aan het vechten. Maar het feit is nu eenmaal dat ik hier woon, onder die convenant. Het is de taak van de moslims in het westen om de sharia hier te implementeren. In een democratie is de wet gemaakt door de mens. Dat staat haaks op wat wij geloven. De suprematie behoort God toe. In een islamstaat of kalifaat is geen plaats voor een wetgevend parlement, maar alleen voor een uitvoerend parlement dat de wetten uitvoert die in de goddelijke teksten staan. In het kalifaat geldt alleen de sharia. Veel mensen geloven dat Saoedi-Arabië en Iran het voorbeeld zijn van islamstaten, terwijl het de meest corrupte regimes zijn. Zij hebben alleen delen van de sharia doorgevoerd: ze hakken de handen van dieven af, stenigen overspelige koppels, maar voorzien niet in de basisbehoeften van hun bevolking.

Er zijn vier manieren waarop de sharia in een land als België ingevoerd kan worden. De eerste is dat alle Belgen de islam omarmen en zo zichzelf de sharia opleggen. De tweede manier is dat België geannexeerd wordt door een ander land dat de sharia al ingevoerd heeft; soms is geweld nodig om mensen naar de juiste weg te leiden. De derde manier is zoals nu in Afghanistan gebeurt: moslims nemen tijdens een oorlog de macht in handen en voeren de sharia in. De vierde manier is dat een groep in de samenleving een staatsgreep pleegt en de macht in handen geeft van de moslims. Wij hopen dat de Belgen de islam spontaan zullen omarmen om zo deel te worden van de wereldwijde moslimgemeenschap.

Wat de rol van de vrouwen zal zijn? Zij worden opgetild in de islam. Het idee dat wij vrouwenhaters zijn, is verkeerd. De vrouw is een moeder, dochter, zuster, tante. Ze wordt behandeld als een hogere intelligentie. Hier in het westen wordt de seksualiteit van de vrouw geëxploiteerd: je kunt geen blik bonen kopen of er staat een naakte vrouw op. Islam maakt daar allemaal korte metten mee. Ja, de vrouw bedekt haar schoonheid, maar een man doet dat ook. Natuurlijk zal er op het publieke terrein een zekere vorm van segregatie zijn, maar dat gebeurt nu toch ook al spontaan op scholen om te vermijden dat jonge mensen afgeleid worden?

U ontkent de drijvende kracht te zijn achter de Sharia4-organisaties, toch staat u aan de leiding van The Global Sharia Movement, waar ook Sharia4Belgium deel van uitmaakt.

Choudary: The Global Sharia Movement bestaat, net als zoveel andere bewegingen zoals Al-Qaida, de Taliban of Al-Shabaab die aanhangers zijn van exact dezelfde filosofie. Het is niet omdat we dezelfde ideeën koesteren, dat ik ook achter al die andere bewegingen zit. Het unieke aan islam is dat er geen verschillende versies van zijn. Al-Qaida is een nobele organisatie die ook oproept tot de sharia en tot een terugkeer naar de basis van de islam. Omdat ik onder een ‘convenant van veiligheid’ leef, is het mij niet toegestaan om hier over te gaan tot ‘een 9/11’ of ‘een ‘7/7’ (de aanslagen op het WTC en in de metro van Londen – JS). De moslims in Soedan, Afghanistan of Irak zitten middenin een oorlogssituatie. In een oorlog doden mensen elkaar. De operaties die vandaag gebeuren, zijn daden van verzet tegen de bezetters. Wijlen sjeik Osama Bin Laden en sjeik Ayman al-Zawahiri van Al-Qaida hebben altijd gezegd: ‘We kunnen een normale relatie hebben. Trek jullie troepen en marionetten terug, stop met het steunen van de piratenstaat Israël en met de propaganda en we keren terug naar de normaliteit.’ Maar ondanks al zijn beloften, stuurt de Amerikaanse president Obama nog steeds troepen. Al-Qaida is intens geliefd door immens veel moslims over de hele wereld. Geen enkele uitspraak van de leiders van Al-Qaida kan betwist worden omdat hun filosofie gebaseerd is op de heilige tekst. Wij zijn niet zoals de christenen die hun linkerwang aanbieden als ze op hun rechterwang geslagen worden of die hun broek aanbieden als hun trui gestolen wordt. Ik zal mijn trui én broek aanhouden en nooit toestaan dat u me op mijn andere wang slaat.

Het is u niet toegestaan om aanslagen op Brits grondgebied te plegen en toch veroordeelt u de aanslagen in de Londense metro niet?

Choudary: De mensen die de aanslagen op de metro in Londen pleegden, geloofden niet dat ze onder een ‘convenant van veiligheid’ leefden, maar beschouwden zichzelf in staat van oorlog. Als Allah het wil, zullen ze het martelaarschap krijgen voor wat ze gedaan hebben. U zal mij niet tegenkomen in de metro met een rugzak op mijn schouders om een operatie uit te voeren. Ik geloof dat we onder een convenant leven, daarom is het leven van de mensen hier beschermd. De mensen van 7/7 geloofden dat ze ook in Engeland in staat van oorlog leefden en vonden dat ze daarom mochten terugvuren. Er is niets mis met het hebben van een andere islamitische opinie.

Vragen de leden van de verschillende Sharia4-bewegingen uw raad?

Choudary: U bent naar Londen gekomen om te achterhalen of ze met mij verbonden zijn, niet? We behoren tot dezelfde sekte (Ahlus Sunnah wal Jamaah, in 2005 door Choudary en de bekeerde Brit Simon ‘Sulayman’ Keeler uit de grond gestampt. Fouad Belkacem is ook lid – JS). Er is dus een grote graad van liefde en affectie tussen ons. Maar we voeren geen gemeenschappelijke administratie, want dat is erg moeilijk als je in verschillende landen leeft. Het is niet zo dat ik dagelijks of wekelijks overleg. De gesprekken gebeuren toevallig bij lezingen die ik geef of bijwoon. Op die momenten vragen ze soms wat raad.

Uw uiteindelijke doel is de wereld veroveren?

Choudary: Dat klinkt alsof ik Dr. No uit James Bond ben. Het doel van moslims staat duidelijk omschreven in de koran, hoofdstuk 9, vers 33. We moéten de hele wereld domineren, of u het nu leuk vindt of niet. Islam is de goddelijke wet die ons uitlegt hoe de mens zijn schepper zou moeten aanbidden. Wij geloven dat islam goed is voor de mensheid en voor de samenleving. Als je in iets nobel gelooft, is het toch normaal dat je dat wil delen met de maatschappij waarin je leeft? Waarom mogen wij het zuiver aanbidden van god niet verkondigen als anderen homoseksualiteit en de drugs- en alcoholcultuur vrijelijk mogen propageren? Mensen zijn bang van de waarheid en verrukt over hun eigen promiscuïteit en onderdrukking. Ze slagen er niet in de doos waarin ze leven te openen om zo het licht te aanschouwen.

In Amsterdam zijn prostitutie en drugs vrij toegankelijk. Iedereen mag daar probleemloos tegen de wil van god ingaan. Mensen die gewend zijn aan het kwaad en de onderdrukking kunnen zich geen weg daaruit voorstellen, terwijl ik ervan overtuigd ben dat de overgrote meerderheid van gewone Belgen of Nederlanders helemaal niet willen dat hun kinderen opgroeien in zo’n cultuur. Onder de sharia worden alle uitwassen met wortel en tak uitgeroeid. Om te vermijden dat er toch een ondergrondse markt zou ontstaan, zal ontucht bestraft worden met honderd zweepslagen, wordt de overspelige tot de dood gestenigd en krijgen pooiers de doodstraf.

Geldt dat ook voor homo’s?

Choudary: Er is niets mis met het liefhebben van een andere man. Ik hou van mijn broeders voor het welzijn van de islam. Maar dat is nog iets anders dan het uitvoeren van een seksuele handeling in het openbaar. Het is normaal dat zoiets ernstig bestraft wordt. De doodstraf en het afhakken van handen komen trouwens niet zomaar uit de lucht vallen, maar zijn gebonden aan strikte procedures.

Wij geloven dat de soevereiniteit tot god behoort, hij zegt waar wij wel of niet naar mogen kijken. U gelooft in de soevereiniteit van de mens, dus bevinden we ons in een clash tussen twee beschavingen. In België bestaat geen vrijheid, want er zijn allerlei wetten door mensen gemaakt, waaronder haatwetten die ze nu toepassen op Sharia4Belgium. Wij willen graag met mensen in debat gaan, maar de Britse, Nederlandse en Belgische overheden laten dat niet toe. Ze willen ons verbannen, labelen ons als terroristen en creëren een gespannen en vijandige situatie waardoor het vanzelfsprekend is dat moslims reageren. Wij willen gewoon overleven en onze religie praktiseren. Het is mijn fulltime job om de niet-islamitische regimes omver te werpen en de sharia te implementeren.

Door wie wordt u daarvoor betaald?

Choudary: Daar breekt zelfs de inlichtingendienst zich het hoofd over. (lacht) Hoe ik gefinancierd word, is iets tussen mij en de mensen die het dichtst bij me staan. Praat over mijn ideeën, maar val me niet persoonlijk aan.

U begrijpt toch dat er vragen gesteld worden over wie uw financiers zijn?

Choudary: Allah is onze bevoorrader. Hij bezit de schatten in het hele universum. Wij moslims zijn de beheerders van zijn rijkdom.

U wordt een haatprediker genoemd.

Choudary: Er zijn dingen die je moet haten en dingen die je moet liefhebben. Wij haten de door mensen gemaakte wet, de democratie en de vrijheid. Wij haten ook prostitutie, drugs, alcohol en het vrije vermengen onder de geslachten. We haten de buitenlandse politiek van het Britse en Belgische regime en de bezetting van moslimland. Maar we houden van de islam, van de moslims, de sharia, het gebed. Ze noemen me een haatprediker omdat ze de dingen liefhebben die ik haat. Niemand zal mij in de gevangenis gooien tenzij Allah mij daartoe voorbestemd heeft. De Britse regering en de politie mogen naar de hel. Tot mijn laatste zucht zal ik blijven prediken en oproepen tot de sharia omdat het een goddelijk bevel is. Het leven is kort, dus investeer ik het in het heil van onze zaak, terwijl u het liever in seks, drugs en rock and roll investeert.

Tekst: © Jan Stevens

Foto: © Veerle Van Hoey

 

 

De filialen van multinational ‘The Global Sharia Movement’

Tijdens zijn rechtenstudies was Anjem ‘Andy’ Choudary een vrolijke liefhebber van alcohol, cannabis en vrouwelijk schoon. In de jaren negentig raakte hij in de ban van het islamisme en van de internationale radicale beweging Hizb ut-Tahrir. Met inmiddels verboden organisaties als Al-Muhajiroun, Al Ghurabaa, The Saved Sect en Islam4Uk ontpopte Choudary zich tot de radicaalste onder de radicalen. De oprichting van Sharia4Belgium in 2010 betekende voor Choudary de start van de uitbouw van zijn onder het overkoepelende label Global Sharia Movement opererende internationale netwerk. Ondertussen is hij in Europa ook actief met Sharia4Holland, Sharia4Denmark, Sharia4Spain, Sharia4Sweden, Sharia4Norway, Sharia4Poland en Sharia4France. Daarnaast werkt hij aan de uitbouw van Sharia4America, Sharia4Indonesia, Sharia4Australia, Sharia4SouthAfrica, Sharia4Pakistan, Sharia4Maldives, Sharia4Bangladesh en Sharia4Hind, zijn shariabeweging voor India. “Het is opvallend dat hij de Arabische wereld links laat liggen”, zegt de Britse onderzoeksjournalist en ‘Choudary-kenner’ Nick Fielding. “De sharia4-bewegingen zijn klein maar bijzonder fanatiek. Aan de top staan jonge mensen die door Choudary persoonlijk gehersenspoeld zijn. Vaak gaat het om ex-studenten die een paar jaar in Groot-Brittannië hebben doorgebracht.”

Anjem Choudary’s spirituele leider is Omar Bakri Muhammad, die nu in ballingschap in Libanon leeft en veroordeeld werd voor ‘het financieren van Al-Qaida’. Nick Fielding: “Anjem Choudary is Bakri’s generaal. Op dit moment leeft Bakri ondergedoken, bang dat hij fysiek zal worden uitgeschakeld. Vanuit zijn schuilplaats verspreidt hij haatvideo’s en houdt hij nauw contact met Choudary.”

Anjem Choudary is volgens Fielding de dikke spin in het web van de internationale Sharia4-bewegingen. “Hij beïnvloedt ze als een volleerde sekteleider. Veel leden van zijn organisaties hebben ondertussen de overstap naar het terrorisme gemaakt of zijn gaan vechten in Irak of Afghanistan. Zo werd de zelfmoordaanslag op Mike’s Bar in Tel Aviv in 2003, waarbij drie doden en 60 gewonden vielen, gepleegd door twee Britse pupillen van Choudary.”

Eind 2010 werden vier jonge Britse moslimextremisten aangehouden met vergevorderde plannen voor het opblazen van de Londense beurs. In februari van dit jaar werden ze veroordeeld tot samen 95 jaar gevangenisstraf. Leider van het complot Mohammed Chowdhury was een vooraanstaand lid van Islam4UK. “Er kleeft veel bloed aan Choudary’s handen”, zegt Fielding. “Alleen laat hij beïnvloedbare jonge mensen voor hem het vuile werk opknappen. Dat maakt hem zo extreem gevaarlijk.”

© Jan Stevens

“Wij willen de wereld veroveren”

Vorige week zaterdag stond Abu Imran van Sharia4Belgium aangekondigd als een van de topsprekers op een congres van moslimextremisten in Londen. Tot de organisatoren onder druk van de politie het evenement op het laatste nippertje moesten aflasten. De Morgen zette die avond dan maar de bloemetjes buiten met Anjem Choudary, Brits moslimextremist nummer 1 en mentor van Sharia4Belgium. “We roepen onze broeders op om de opstand onder de Belgische moslims te organiseren.”

Zaterdagochtend, 27 november. De hotels in het noordoosten van Londen zitten overvol voor de finale van de Masters in de O2 Arena. Maar niet alle buitenlandse hotelgasten zijn dit weekend naar de Britse hoofdstad afgezakt om te genieten van een partijtje tennis op topniveau. Een aantal onder hen koestert andere plannen: vanavond om klokslag half zes willen ze de ‘Islamic Revival Conference 2010’ in het Water Lily Center in de wijk Tower Hamlets bijwonen. Daar zullen ze toegesproken worden door fundamentalistische haatpredikers van diverse pluimage. Aangekondigde sprekers zijn onder anderen: Anjem Choudari, stichter en bezieler van de verboden organisaties Al-Muhajiroun en Islam4UK, Abbu Izzadeen, tot vier jaar veroordeeld voor het inzamelen van fondsen voor terroristen, Omar Bakri Muhammad, tot levenslang veroordeeld voor het trainen van terroristen, en ‘onze’ Abu Imran, woordvoerder en boegbeeld van Sharia4Belgium.

Anjem Choudary zal op het congres niet alleen een donderpreek afsteken; hij is ook een van de organisatoren. In een vorig leven was hij advocaat. Tijdens zijn rechtenstudies heette hij nog Andy, bouwde hij een reputatie op als womanizer en gretig gebruiker van cider, cannabis en LSD. “Ik heb niets meer te maken met de man die ik toen was”, zegt hij. “Alle vragen over die periode zijn totaal irrelevant. Ik ben 43 nu; mijn rechtenstudies liggen twintig jaar achter me. Ik ben nu wel perfect geplaatst om de wet van Allah te vergelijken met die van het westen. En er is geen twijfel mogelijk: jullie zijn decadent.”

Choudary geldt in Groot-Brittannië als dé woordvoerder van de extremistische islam. “Ik zag het licht toen ik twintig jaar geleden sjeik Omar Bakri Muhammad ontmoette”, zegt hij. “Dankzij hem besefte ik begin jaren negentig dat de islam antwoorden heeft op alle vragen.” Hij richtte samen met Bakri de islamistische organisatie Al-Muhajiroun op. Na 9/11 organiseerden ze het congres The Magnificent 19 waarop ze de lof zongen van de daders van de aanslagen. In 2004 werd Al-Muhajiroun door de Britse overheid verboden en een jaar later werd Bakri het land uitgezet. “De sjeik leeft nu in Libanon”, zegt Choudary. “Zijn speech zal vanavond doorgestraald worden via een internetverbinding.” Zit Bakri dan niet in een Libanese cel? Hij is vorige week toch tot levenslang veroordeeld voor terrorisme? “Hij is vrij op borgtocht. Ze hebben hem bij verstek veroordeeld; in beroep zal hij alle aanklachten van tafel vegen. Hij wordt beschuldigd van onwettig wapenbezit, lidmaatschap van Al-Qaida en het trainen van andere Al-Qaidaleden. Maar sjeik Omar Bakri Muhammad is gehandicapt en heeft een wandelstok. Ik zie hem geen bergen op en af rennen tijdens zo’n trainingen.”

Onder impuls van Anjem Choudary herrees Al-Muhajiroun in 2009 uit haar as onder de nieuwe naam Islam4UK. De organisatie haalde de wereldpers met protestacties tegen het geplande bezoek van Geert Wilders aan Groot-Brittannië. Begin dit jaar werd ook Islam4UK door de Britse overheid verboden. “Ik ben lid van de sekte Ahlus Sunnah wal Jamaah en geef nu les in de shariawetgeving”, zegt Choudary. “Abu Imran van Sharia4Belgium is lid van dezelfde sekte. Hij zal er vanavond jammer genoeg niet bij zijn. Naar aanleiding van de arrestatie in Antwerpen van drie leden van zijn organisatie, vond hij het verstandiger om thuis te blijven. Hij probeert de vrijlating van zijn broeders te bewerkstelligen, en moet nu de Belgische media te woord staan.”

Ahlus Sunnah wal Jamaah (ASWJ) werd in 2005 door Choudary en de bekeerde Brit Simon ‘Sulayman’ Keeler uit de grond gestampt. ASWJ geldt als de ondergrondse voortzetting van Al-Muhajiroun. De organisatie is via een gesloten forum op het internet actief. “De leden van Sharia4Belgium zijn onze innige, sterke broeders”, zegt Choudary. “Wij vormen één grote moslimbroederschap en houden van elkaar. Onze oorlog is één, onze vrede is één. Wij werken zeer nauw met hen samen. Als ik naar België reis, sta ik aan hun zijde. Want Sharia4Belgium omarmt de sharia en wil uw land bevrijden.”

Geannuleerd

Zaterdagmiddag. De organisatoren van ‘Islamic Revival 2010’ mailen en bellen de wereld rond om hun broeders te laten weten dat het congres die avond niet zal plaatsvinden. “De uitbaters van het Water Lily Center willen ons niet ontvangen en zijn gezwicht voor de druk van premier David Cameron en de politie”, beweert Anjem Choudary. “Cameron is nog veel erger dan Brown of Blair. De Britse regering heeft een kwalijke reputatie opgebouwd in het boycotten van gebeurtenissen die georganiseerd worden door de moslimgemeenschap. Ze is in oorlog met de moslims. Haar troepen bezetten onze landen overzee en doden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. Wie het in Groot-Brittannië aandurft om terrorisme te verheerlijken, belandt in de rechtbank omdat hij zich schuldig maakt aan het hebben van een ‘foute’ gedachte. De regering heeft de mond vol over vrijheid van meningsuiting, over alle vrijheden waarvan de moslims in dit land zogezegd kunnen genieten en ze wil die vrijheid ook opleggen in onze landen. Is het dan niet bizar dat ze in hun eigen achtertuin mensen verbieden hun mening te verkondigen? Het verbod op ‘Islamic Revival 2010’ is typisch voor de manier waarop de regering ons behandeld. Veel moslims zijn naar Londen afgereisd. Niet alleen uit Engeland, maar ook uit Zweden en België. Nu moeten we tegen iedereen zeggen: ‘Sorry, maar door de bemoeienis van Cameron en zijn Scotland Yard kan het niet doorgaan.’ Als dit congres had plaatsgevonden, had het een impact gehad op miljoenen over de hele wereld.”

Shoarma King

Zaterdagavond, half elf. Anjem Choudary en zijn geestesgenoot Abbu Izzadeen wandelen de Shoarma King in Leyton in Oost-Londen binnen. In hun kielzog volgt een bebaarde en flink uit de kluiten gewassen bodyguard. Ze begroeten de uitbater met een vriendelijk ‘Salam Aleykom’ en installeren zich in de donkerste hoek van het restaurant. Tot vorige maand zat Izzadeen in de cel. “Mijn misdaad was dat ik in 2006 tijdens een speech van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken John Reid opmerkingen maakte over de aanval van de coalitietroepen op de Iraakse stad Fallujah. Ik riep dat de Irakezen handelden uit wettige zelfverdediging. Daarvoor werd ik veroordeeld tot vier jaar cel.”

Toen moslimprediker Abu Izzadeen nog als elektricien werkte, heette hij Trevor Brooks. Vanavond had ook hij een speech moeten geven op ‘Islamic Revival 2010’. De jury van het Kingston Crown Court veroordeelde hem op 17 april 2008 niet voor het verstoren van een speech, maar voor het inzamelen van geld voor terroristische activiteiten en het aanzetten tot terrorisme. Izzadeen haalt zijn schouders op. “De grootste terroristen van deze wereld zijn de Amerikaanse regering en de coalitietroepen die aan het moorden en verkrachten zijn in Afghanistan”, zegt hij. “Hoeveel mensen zijn er gestorven in 9/11? 3000. Hoeveel op 7 juli 2005 in Londen? 52. Hoeveel in Afghanistan? Honderdduizenden. Laten we alsjeblieft geen 50 Britten of 3000 Amerikanen vergelijken met de honderdduizenden die elke dag in Irak en Afghanistan gedood worden. Dat is niet eerlijk. Laten we het eens hebben over écht staatsterrorisme.”

Anjem Choudary: “Zoek de definitie van terrorisme op in het woordenboek. U zal zien dat het omschreven wordt als het gebruik van geweld tegen een gemeenschap voor politieke doeleinden. Dat is exact waar de Britse en Amerikaanse troepen zich aan bezondigen. De ‘terroristen’ die ze nu bestrijden, werden vrijheidsstrijders genoemd ten tijde van Saddam of de oorlog tegen de Russen. De Amerikanen en Britten misbruiken het woord terrorisme en zetten zo de moslims in een verdomhoek. Je kan wat de Amerikanen en Britten aanrichten in Irak en Afghanistan niet gelijkstellen met de mensen die in opstand komen tegen al dat onrecht.”

Izzadeen: “Dertig jaar geleden zat Nelson Mandela opgesloten als terrorist. Nu vindt iedereen hem een wijze, internationale staatsman.”

Verdient Osama bin Laden volgens u ook die titel van wijze, internationale staatsman?

Izzadeen: “Hij wordt onze Nelson Mandela.” (lacht)

Choudary: “Sjeik Osama bin Laden is het hoofd van de islamitische strijd, of u dat nu leuk vindt of niet. Hij is degene die het heft in handen neemt en de massa’s leidt naar de bevrijding. Er zijn twee grote machten in de wereld. De ene wordt geleid door Barak Obama, hij gaat ervan uit dat de soevereiniteit aan de mens toebehoort. De andere wordt geleid door Sjeik Osama bin Laden, hij is ervan overtuigd dat de soevereiniteit aan god toebehoort. In het midden zit er niemand. George Bush zei het al: ‘Ofwel ben je voor ons, ofwel voor de terroristen.’ Ik kan u één ding zeggen: wij behoren niet tot het kamp van George Bush.” (grijnst)

U bent in oorlog met ons?

Choudary: “Natuurlijk. De oorlog wordt op elk niveau gevoerd. Niet alleen in de vlaktes van Irak en de bergen van Afghanistan, maar ook op het intellectuele vlak: de islam tegen de liberale democratie. Op elk niveau woedt er een conflict tussen de waarheid en de leugen. De waarheid is overduidelijk de islam, die vecht tegen de duistere krachten van de ongelovigen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat er af en toe doden vallen. Wat we nu zien is de totale ondergang van democratie en vrijheid. In uw democratie is alles gebaseerd op de verlangens en de wensen van de burgers. Dat is totaal tegengesteld aan de wil van god. Want Allah covert elk aspect van het menselijke leven. De islam toont niet alleen dé weg voor onze relaties met onze vrouwen, of de manier waarop we met onze kinderen omgaan, maar ook voor de economie. De enige mogelijke manier van leven is de sharia. Sharia wil zeggen dat elk onderdeel van ons leven geworteld is in de goddelijke wet. Onder de sharia heeft god het eerste en het laatste woord. De mens is er alleen maar om de goddelijke wet op te leggen, niet om te beslissen wat de wet inhoudt. De wet van god is terug te vinden in de koran en in het voorbeeld van onze profeet Mohammed.”

U wil de sharia opleggen met geweld?

Choudary: “Er zijn vier manieren waarop de sharia ingevoerd kan worden in een land als België. De eerste is dat alle Belgen de islam omarmen. Dan leggen ze zichzelf de sharia op. De tweede manier is dat België geannexeerd wordt door een ander land dat de sharia al ingevoerd heeft. Door geweld, dus. Dat is vanzelfsprekend. Soms is geweld nodig om mensen naar de juiste weg van de islam te leiden. De derde manier is zoals nu in Afghanistan gebeurt: moslims nemen tijdens een oorlog de macht in handen en implementeren de sharia. De vierde manier is dat een groep in de samenleving een staatsgreep pleegt en de macht in handen geeft van de moslims. Ik gebruik het zwaard van de tong om mensen te overtuigen. We leven op hoop, want de islam waait over Europa als een tsunami. In sommige wijken van Antwerpen en Brussel bestaat de bevolking voor 40% uit moslims. De islambevolking is er groter dan in Britse steden als Bradford. We naderen met rasse schreden het point of no return.”

Welke rol speelt Sharia4Belgium daarin?

Choudary: “Ook al staan er niet massaal veel mensen in de frontlijn, toch is hun impact fenomenaal. Toen ze de lezing van Benno Barnard verstoorden, werden ze de talk of the town. Naar aanleiding daarvan zijn er wetsvoorstellen ingediend om hen het zwijgen op te leggen. Zij hebben heel België in beroering gebracht. Sharia4Belgium is de belangrijkste vertolker in uw land van de roep naar sharia. Ze krijgen steunbetuigingen uit Jordanië, Amerika, het Midden-Oosten. Wij zullen altijd aan hun zijde staan. We roepen hen zelfs op om nog meer te doen: om de moslims in België in opstand te laten komen zodat de sharia er geïnstalleerd kan worden.”

U steunt hen dus ook als ze geweld gebruiken?

Choudary: “Ik begrijp dat u die vraag stelt, en dat u daar ook graag een antwoord op zou krijgen. Ik engageer me in een ideologische en politieke strijd. Die is veel krachtiger dan wapens. Als je een mens kunt veranderen, zijn hart en zijn verstand kunt beïnvloeden, kan hij een leger leiden. Wapens en kogels doden mensen, maar als het er op aan komt moet je hun harten en geesten veroveren. Moslims die geboren en getogen zijn in Engeland en België hebben sowieso niets te vrezen. Wij richten onze pijlen niet op de mensen van onze eigen gemeenschap. Wij nodigen de anderen uit om zich te bekeren tot de islam. Onze belangrijkste oorlog met u is er een van woorden, van ideologie.”

Maar ook van bommen en geweren?

Choudary: “De grootste bom die wij hebben, is ons geloof dat alleen Allah het waard is om aanbeden te worden. Dat is onze zwaarste, meest explosieve bom. Het was die bom die het hele Arabische schiereiland liet daveren, die het hele Perzische en Romeinse Rijk veroverde. Ons geloof is veel krachtiger dan om het even welke bom die de Britten of Amerikanen op onze landen droppen, of dan om het even welke bom die wij tegen jullie kunnen gebruiken. Wij willen de hele wereld veroveren. Dat is ook de wil van de profeet. Het is iets waar we in geloven en voor strijden. Het gebeurt nu, in deze wereld, door de jihad met het woord, maar ook door de jihad met het zwaard. De jihad verwijdert alle intellectuele en fysieke obstakels. Ongelovigen zullen in de islamstaat leven onder de sharia, met hun eigen kerken, synagogen en tempels, maar in de publieke arena zullen ze de wet van Allah moeten gehoorzamen.”

Izzadeen: “ Alleen voor praktiserende homoseksuelen, pedofielen, verkrachters en moordenaars zal er geen plaats zijn. Zij krijgen de doodstraf.”

Stuurt u jonge Britse moslims naar Irak of Afghanistan?

Choudary: “U en uw regering sturen mensen naar Irak en Afghanistan. Net als de Britse regering. En ze doden elke dag. Wij sturen mensen naar madrassas waar ze de islam bestuderen en anderen onderwijzen hoe ze zich tegen het regime kunnen keren door de islam te omarmen. Wij zijn geen militaire organisatie. Er is geen enkel bewijs dat wij mensen naar de gewapende strijd gestuurd hebben.”

Een van de aanklachten tegen de gearresteerden van Sharia4Belgium is dat ze het terrorisme financieren.

Choudary: “Volgens de islam zijn die mensen onschuldig. Volgens uw gerechtshoven zijn ze onschuldig tot bewezen is dat ze moslim zijn. Elke rechter of jury zal hen beschouwen als leden of supporters van Al-Qaida. Ze zullen ongetwijfeld veroordeeld worden, want de rechters zijn bevooroordeeld, net als uw regering. Hoe kunnen onze broeders ooit een eerlijk proces krijgen?”

Izzadeen: “En wat dan nog als ze mensen naar Afghanistan gestuurd zouden hebben? Of ze het nu gedaan hebben of niet, de coalitietroepen verliezen toch.”

Zal ‘Islamic Revival 2010’ nog plaatsvinden?

Choudary: “Natuurlijk. We hopen dat we op een dag de Britse regering omver zullen werpen en dat we dan de hele media in handen zullen hebben. Wie weet, vindt ons volgende congres in Buckingham Palace plaats. Insjallah.”

Abu Imran, sharialiefhebber met lange vingers

In de vroege ochtend van donderdag 23 november viel de federale politie in Antwerpen binnen bij mensen die ervan verdacht werden een aanslag voor te bereiden. Drie van de zeven arrestanten zijn lid van Sharia4Belgium. De organisatie liet voor het eerst van zich horen toen ze op 2 april onder leiding van boegbeeld Abu Imran een lezing van Benno Barnard aan de Antwerpse universiteit luidruchtig verstoorde. Abu Imran, echte naam Fouad Belkacem, is een man met een strafblad: in 2002, 2004 en 2007 werd hij veroordeeld voor inbraak en weerspannigheid. Als aanhanger van de sharia is hij nu een duchtig pleitbezorger van strenge lijfstraffen tegen diefstal. Fouad Belkacem startte zijn carrière als radicale moslim in Boom, waar hij voorzitter was van El Islaah, een jongerenvereniging die officieel jonge moslims van straat wou houden, maar zich in werkelijkheid vijandig opstelde tegen homo’s en geïntegreerde moslims. Na de Britse ban op Islam4UK in januari van dit jaar kwam Belkacem in contact met Anjem Choudary. Onder impuls en met de hulp van Choudary lanceerde Belkacem als Abu Imran Sharia4Belgium.

Tekst: © Jan Stevens

Foto: © Veerle Van Hoey