duizend jaar van economische expansie

De kredietcrisis leverde de voorbije maanden een torenhoge stapel getuigenissen van tot inkeer gekomen brokers uit de Londense City op. Met zijn roman Deze bloedende stad breit debutant én City-jongen Alex Preston daar een literair vervolg aan.

Charlie Wales studeert aan de universiteit van Edinburgh en droomt van een carrière als schrijver. Tot hij een relatie begint met de aan luxe verslaafde Française Vero. Als zij hem dropt voor kerels met poen, wordt geld plots heel belangrijk. ‘Ik wilde graag denken dat ze alleen met hen speelde totdat ik rijk genoeg zou zijn om hetzelfde te doen.’ Dus verhuist Charlie naar Londen en gaat hij op zoek naar een lucratieve baan in de City. Na maanden van vergeefs solliciteren, wordt hij aangenomen als analist bij het beruchte hedgefonds Silverbirch. Hij komt er terecht in een machowereld van door hebzucht gedreven twintigers, die heilig geloven in ‘duizend jaar van economische expansie’. Recessie is ‘een vreemd woord dat beelden oproept van mensen in ouderwetse jassen en jurken die in zwart-wit schemerlicht in een rij voor failliete banken staan.’ Charlie’s collega Madison is de enige die het aandurft te waarschuwen voor een nakende crash. Het levert haar niets dan smalende commentaar op: ‘Teveel oestrogeen. Geen ballen.’

Alex Preston gaf ‘zijn’ Charlie Wales dezelfde naam als het hoofdpersonage uit F. Scott Fitzgeralds kortverhaal Babylon Revisited, dat zich vlak na de crash van 1929 afspeelde. Preston kan een aardig stukje schrijven. Dat bewijst hij meteen met de ijzersterke proloog. Al slaagt hij er jammer genoeg niet in om de kwaliteit een hele roman door even hoog te houden.

© Jan Stevens

 

Alex Preston, Deze bloedende stad, Prometheus, 352 blz., 24,95 euro, ISBN 978-90-446-1527-2

Advertenties

Airbags

Op haar eenentwintigste vond Venetia Thompson een baan als junior-broker bij een grote internationale beursmakelaar. Veertien maanden lang was ze ‘one of the lads’. In haar boek Beursbabe vertelt ze vrijuit over het leven van een doorsnee broker in de Londense City. Een leven van geld, seks, drugs en sloten alcohol. Ondanks de kredietcrisis.

 

9 februari 2008. In het Britse tijdschrift Spectator verschijnt van de hand van junior-broker Venetia Thompson een uitgebreid verslag over haar dagelijkse leven op de beursvloer in de Londense City. “In het begin werd ik dagelijks uitgescholden en met cricketballen bekogeld door mijn collega’s”, schrijft ze. “Een zwarte broker werd door iedereen ‘Ferg’ genoemd. Eerst dacht ik dat het een onschuldige bijnaam was. Tot bleek dat het om de verkorte versie ging van Feargal Sharkey – Cockney voor ‘Darkie’ of zwartje.”

In hetzelfde artikel schetst Thompson geen al te fraai beeld van haar rechtstreekse baas, een Amerikaan die ze omschrijft als hebzuchtig en agressief. “Onlangs gooide hij zijn keyboard naar de man die rechtover hem zat, de toetsen vlogen in het rond.” Ze vertelt ook over drankovergoten zakendiners waar ze vier avonden per week moet aan deelnemen, en die steevast eindigen rond het ochtendgloren. “Om zeven uur ’s ochtends zit ik stomdronken van de voorbije nacht terug achter mijn bureau.” Thompsons artikel veroorzaakt heel wat deining in de City. Sommige traders en brokers noemen haar een nestbevuiler, anderen komen anoniem aanzetten met gelijkaardige verhalen. Dezelfde week nog wordt Venetia door haar werkgever BGC Partners ontslagen. Zo komt er een abrupt einde aan haar makelaarscarrière die welgeteld 14 maanden heeft geduurd. Vlak na haar ontslag krijgt ze telefoontjes van andere brokerfirma’s. Thompson: “Ze boden me een job aan. Ik zei telkens weer: ‘Je beseft toch wat ik net gedaan heb?’ Hun antwoord was: ‘Ja, maar we haten BGC en willen dat je nu voor ons komt werken.’ Maar ik wou voor de rest van mijn leven helemaal geen broker zijn. Ik wou schrijver worden.”

Eind januari 2010. De inmiddels vijfentwintigjarige Venetia Thompson heeft net de laatste hand gelegd aan haar boek Beursbabe, waarin ze in ruim driehonderd bladzijden een hallucinant vervolg breit aan het artikel uit Spectator. “Nu vertel ik het hele verhaal. En ik neem geen blad voor de mond.” In Beursbabe schetst Thompson een ontluisterend beeld van de City. Ze schrijft over brokers die in poepchique restaurants samen met hun klanten urenlang zitten te schransen, er flessen Château Rothschild van 600 pond de fles bestellen en er lijnen coke doorjagen. Om vervolgens in de vroege uurtjes van het ene bordeel naar het andere te laveren. Vier nachten op vijf. Venetia deed daar dapper aan mee. “Ik fuifde tot ‘s morgensvroeg. Maar elke ochtend om kwart voor zes liep mijn wekker af, ongeacht hoe laat of vroeg ik in bed lag. Soms werd ik halfnaakt naast mijn bed wakker en kon ik me amper nog iets herinneren van de nacht voordien. Ik was altijd blij als ik het kantoor op Canary Wharf bereikte zonder dat ik in de metro had overgegeven of was omgevallen.”

Airbags

Twee jaar na haar vertrek bij BGC Partners heeft Venetia nog steeds heimwee naar haar collega’s en hun lompe en seksistische opmerkingen. Zelfs al bedachten ze haar omwille van haar stevige boezem met de bijnaam ‘Airbags’. “Ik mis die kerels en hun kameraadschap echt”, zegt ze. “De brokers, de beursmakelaars, vormen de laatst overgebleven meritocratie van de City. Hun sociale status wordt nog steeds bepaald door hun prestaties en capaciteiten. Ze starten zonder enige opleiding op hun zestiende op de beursvloer omdat hun oom een broker was. De beursmakelarij in Londen heeft een traditie in het aantrekken van jonge mannen met een speciaal talent. Een goeie broker moet snel zijn met cijfers, maar hoeft geen rekenwonder te zijn. Ik heb zelf allesbehalve een mathematische geest en heb nooit een economische opleiding gehad. Als je onder grote druk kalm kunt blijven, heel agressief uit de hoek kunt komen, en verschillende mensen tegelijkertijd te woord kunt staan, is beursmakelaar een job die je op het lijf geschreven is. Ik vond het heel verfrissend om op een plaats terecht te komen waar op de allereerste dag niemand vroeg naar welke school ik geweest was. Want Groot-Brittannië is nog steeds een land waar klasse heel belangrijk is. Bij de brokers ligt daar niemand wakker van. Op de beursvloer behandelen al je collega’s je als gelijken.”

En tezelfdertijd ook als vuil.

“Iedereen wordt er als vuil behandeld, maar er zijn geen verborgen agenda’s. Als collega-brokers je een klootzak vinden, zeggen ze dat vlak in je gezicht en niet achter je rug. Ik hou van die directe aanpak. Ik ben op de beursvloer terechtgekomen via een vriendin die in de brokersindustrie actief is. Zij gaf mijn cv door aan haar favoriete broker. Ik spreek Russisch en dat vond het bedrijf blijkbaar interessant.”

U werd aangenomen door een Amerikaanse broker, een man met de reputatie van een bully.

“In het begin schoten we vrij aardig met elkaar op. Ik vond hem fascinerend, want ik had zoveel slechts over hem gehoord. Brokers kun je in twee categorieën onderverdelen: de kleine groep die ooit traders, handelaars, geweest zijn en ontzettend slim zijn, en de anderen die op hun zestiende direct op de beursvloer gestapt zijn en die ‘street wise’ zijn. De Amerikaan had een beetje van beide. Ik dacht dat ik veel van hem kon leren. Maar hij bleek inderdaad de klootzak te zijn waar iedereen hem voor versleet. Hij schold me geregeld de huid vol en liet me op het einde vallen als een baksteen. Ik heb na mijn ontslag niets meer van hem gehoord. Hij zit er nog steeds en heeft een ander meisje in mijn plaats aangenomen, met minder grote borsten.”

“Mijn eerste dag op de beursvloer begon nochtans opwindend, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. De testosteron hing zwaar als sigarettenrook in de lucht. Het lawaai kwam in golven van verschillende kanten. Er werd me verteld dat het meisje dat voor me aan mijn desk gezeten had, het amper vier weken had uitgezongen. Er werden bijna weddenschappen afgesloten hoelang ik het zou volhouden.”

Uw voorgangsters werden net als u op een seksistische manier behandeld?

“Het hangt ervan af hoe je seksistisch definieert. Je moet echt wel uit speciaal hout gesneden zijn om te overleven in een brokersbedrijf. Je moet een dikke huid hebben en je mag nooit uit het oog verliezen dat het schelden slechts een deel van het spel is.”

De bijnamen ‘Airbags’ of ‘Ferg’ zijn dus totaal onschuldig?

“In Engeland woedt nu een grote discussie over het verschil tussen echte seksistische klap en uitspraken die seksistisch lijken, maar die eigenlijk gewoon agressieve grapjes onder vrienden zijn. Op de beursvloer krijg je, naast etensresten, lege waterflessen en cricketballen, verschrikkelijke dingen naar je hoofd geslingerd. Ze klinken ongemeen racistisch en verschrikkelijk seksistisch, maar zijn eigenlijk niet zo bedoeld. Als je tegen iemand iets lelijks zegt, betaalt hij je met gelijke munt terug. Elkaar afzeiken is een erecode. Op de beursvloer kun je gerust tegen al je cliënten liegen, zolang je maar niet je collega’s besodemietert.”

“Een broker of makelaar brengt op de beurs verschillende traders of handelaars met elkaar in contact. Ik kreeg een bod van een grote bank, riep dat rond naar de rest van de desk en een collega reageerde dan met een tegenbod dat hij van zijn klant kreeg. Soms rinkelden alle telefoons op hetzelfde moment. Dan had ik tien verschillende telefoons in de wacht staan, wachtend op verschillende prijzen. Ik werkte met achtsten en kwartjes – ik moest heel snel manoeuvreren tussen getallen na de komma. Soms vergiste ik me, en dan was ik de sigaar. Traders zijn van nature paranoïde en denken snel ze dat je ze een oor wil aannaaien. Als een broker hen in de steek laat, kan hen dat veel geld kosten.”

Roze champagne & coke

U moest ook bijna elke avond uw klanten ‘entertainen’?

“Ik ging zo goed als dagelijks uit eten en drinken met mijn cliënteel. Veel mensen denken dat het om omkoping gaat, maar dat is niet zo. Die etentjes dienden vooral om de relaties met de klanten in stand te houden. Hoe meer tijd je met iemand doorbrengt, des te groter is de kans dat hij je gaat vertrouwen. Jij geeft hem informatie waardoor hij interessantere prijzen zal doorgeven. Hoe beter je met traders en bankiers samenwerkt, hoe meer geld je aan hen kunt verdienen. Als je alleen maar een stem aan de telefoon bent, zullen ze je nooit ten volle vertrouwen. Het is dus heel belangrijk dat je een persoonlijke relatie met hen uitbouwt. ‘Venetia is een goeie drinker, dus zal ik haar eens verwennen met een fraai bod’, of ‘Venetia is echt grappig, zij heeft recht op die prijs.’ En zelfs: ‘Ze is een beetje zielig en bakt er niet veel van als broker. Ik zal haar een handje helpen.’”

“‘Gewone’ businesslui uit andere bedrijfstakken hebben af en toe ook wel eens een zakenlunch met een klant. Meestal staat er dan een bord pasta met een glas spuitwater op het menu en gaan ze na een uurtje smalltalk weer aan het werk. Wij bestelden achtgangenmenu’s en dronken flessen roze champagne. We dronken glazen wijn van 100 pond het stuk of flessen Brunello van 600 pond. Tijdens die ‘zakenlunches’ joegen we er fortuinen door. Na het eten zakten we dan af naar luxebars en bleven we doorzuipen. Soms moest ik tussen twee gangen door in het toilet even discreet mijn maag gaan leeg kotsen. Bij de grote banken bestaan er strikte regels over ‘uit eten gaan met klanten’. Maar brokerhuizen zijn aan geen enkele regelgeving onderworpen. Wat ik meemaakte, was geen uitzondering. De hele brokerindustrie zwelgt in die excessieve levensstijl. De brokers zijn belangrijk voor de City, want zij vormen het levensbloed van de markt en verdienen het meeste geld. De beursmakelarij is een vitale sector voor de hele financiële industrie. Grote bankiers weten vaak niet hoe het er bij brokers aan toegaat. Het wilde leven speelt zich echt af tussen traders en brokers. Bankiers werken met analisten en doen er maanden over voor z’n deal sluiten. Traders en brokers beslissen over ‘deals’ in fracties van seconden. Ze volgen eigenlijk vooral hun intuïtie. En teren een beetje op informatie en ervaring.”

Het ‘entertainen’ van klanten bleef niet bij eten en drinken. Er werd ook coke gesnoven, en u bezocht met uw cliënteel stripbars en bordelen.

“Er wordt veel coke gebruikt onder brokers. In Beursbabe voer ik mijn cokeverslaafde vriend Mo op. Hij is geen uitzondering; hij is de standaardbroker. Hij heeft een zwaar cokeprobleem, zuipt, neukt erop los en is een vaste bezoeker van de stripclubs in Soho. Maar onder die laag is hij warm en sympathiek. Veel mensen hebben hun moreel oordeel klaar over het leven in de City: ‘Al dat gezuip en gesnuif en al die losse scharrels.’ Als je in de City werkt, speelt ethiek geen rol meer. Je kent nooit de andere kant van het verhaal. Oké, Mo drinkt en snuift. Maar hij is wel een goeie ziel. Sommigen noemen de City het Empire of Evil. Bullshit. Zolang je van jezelf vindt dat je nog goed kunt functioneren, is er volgens mij niets aan de hand. Toen ik van de universiteit kwam, had ik ook dat stupide idee van goed en fout. ‘O nee, hij gebruikt drugs, dat is verkeerd.’ Door in de City te werken, heb ik ontdekt dat er veel meer grijs is dan zwart of wit.”

“De vrouwen van mijn collega’s waren er aan gewend dat hun kerels midden in de nacht straalbezopen thuiskwamen. Het geld, de luxe, het mooie huis, de Ferrari of de Bentley maakten veel goed. Natuurlijk reden hun mannen af en toe een scheve schaats, maar toch bleven ze samen. Voor vrouwelijke brokers daarentegen, is dating een echte nachtmerrie. Een trader zei me vlakaf: ‘Ik wil nooit met een vrouwelijke broker een affaire beginnen, want er hangen altijd andere mannen rond haar. Dat zal er na verloop van tijd voor zorgen dat ze transformeert in een verschrikkelijke hulk.’ Mannen uit de brokerindustrie kennen het wereldje en gaan er sowieso vanuit dat vrouwelijke brokers met hun klanten slapen, zich als dellen gedragen en een drankprobleem hebben. In werkelijkheid zijn ze niet allemaal zo. Al riskeer je wel door overmatige alcoholconsumptie de controle over jezelf te verliezen.”

“Mijn alcoholverbruik is nu flink gedaald. Mijn lever speelt ook minder vaak op dan vroeger. Ik was me tijdens mijn brokercarrière richting graf aan het zuipen. Pas na mijn ontslag besefte ik hoe slecht ik eraan toe was. Ik stond op het randje van een zenuwinzinking. Veel jonge mannelijke brokers hebben een paar gekke jaren, en nemen gas terug als ze halverwege de dertig zijn. Vrouwen stoppen na verloop van tijd gewoon met uitgaan en verdienen dan ook geen geld meer. De rest ziet hen als a joke, goed genoeg om de hoop te vullen. Sommige mannen blijven doorgaan. Ik ken veertigers die nog steeds vier avonden per week uitgaan, zich volvreten en aan de drank en de coke zitten. Er worden weddenschappen afgesloten wie eerst het loodje zal leggen. Een kennis van me, een broker van 35, viel net voor kerst dood neer. Een hartaanval.”

U hebt als broker eind 2007 het allereerste begin van de kredietcrisis meegemaakt. Was er toen paniek?

“Ik herinner me dat collega’s krantenartikels over rommelhypotheken begonnen rond te sturen. Die berichten werden vooral op ongeloof onthaald. Een broker krijgt voortdurend informatie over zaken die verkeerd dreigen te lopen: ‘Ik hoor dat er een fonds in de shit zit en dat die bank ‘fucked’ is.’ Het beste is om dat soort van informatie gewoon te negeren. In het begin van de kredietcrisis heerste op de vloer de overtuiging dat het nooit zo erg zou worden als beweerd werd. Toen de markt dan toch begon in te storten, was dat geen ramp. De brokers trokken er zich niets van aan. Ze verdienden nog steeds geld, want sommige traders verkochten goedkoop en er waren genoeg idioten die bleven kopen. Zolang de handel bleef doorgaan, kon de crisis de brokers geen sikkepit schelen. Achteraf gezien is die kredietcrisis voor de brokers in de City ‘much ado about nothing’. 2009 was niet voor niets een heel goed jaar. Het is bijna hilarisch. Er zijn nu mensen die pleiten voor regels om ‘het beest’ onder controle te krijgen, om zo een nieuwe financiële crisis onmogelijk te maken. Dat is bullshit, want de markt is net als een renpaard: als je het intoomt, verlies je de race. Als we de markt reguleren, is het niet langer een vrije markt en verliezen we het potentieel om veel geld te verdienen. We leven allemaal al zolang in een wereldwijde cultuur van hebzucht. Die mentaliteit verander je nooit meer. Want iedereen wil een groter huis en een dikkere auto. Hebzucht is de motor van alles.”

Venetia Thompson, Beursbabe, Arena, 320 blz., 18,95 euro

©Jan Stevens

Stress in de City

Een paar maanden geleden voorspelde JP Morgan dat er als gevolg van de kredietcrisis dit jaar 20.000 banen verloren zullen gaan in de Londense City. Een paar weken voor het dreigende bankroet van het Amerikaanse Lehman Brothers trok het beurshuis haar voorspelling op tot 40.000. Is de onrust bij de investmentbankiers na het Lehmandebacle omgeslagen in blinde paniek? Vacature trok naar de City en mat de temperatuur in het financiële centrum van Europa.

  

Het lijkt een ochtend zoals alle andere in de City. De straten in het hart van Londen zien zwart van de koffieslurpende heren en dames in maat- en mantelpak, op weg naar hun chique bankkantoren in de Square Mile. Op weg om weer een dag flink geld te gaan verdienen door met aandelen te jongleren, overnames te bekokstoven, vermogens te beheren en min of meer berekende financiële risico’s te nemen. Tenminste, zo zou het toch moeten zijn, en zo is het ook jaren geweest, maar na alle onheilsberichten van de voorbije maanden, zijn ochtenden zoals deze misschien wel louter schijn. Want sinds het losbarsten van de kredietcrisis in juli vorig jaar zouden volgens de geruchtenmolen de Londense investmentbanken al minstens 15.000 mensen op straat gezet hebben. Volgens diezelfde geruchtenmolen scheert de stress onder zakenbankiers sinds augustus 2007 nooit geziene toppen, en moet de politie ’s avonds laat uitrukken om overspannen, met elkaar op de vuist gaande dronken bankiers tot de orde te roepen.

“In het verspreiden van roddels en geruchten zijn Londense zakenbankiers meesters”, zegt Alexander Vangrieken, verantwoordelijke Japanese Equity Sales bij de financiële afdeling van KBC in Old Broad Street. “Ze staan continu met elkaar in contact via het internet. Ze spreken met hun klanten, die op hun beurt praten met een paar brokers… De City is een vruchtbare bodem voor geroddel. Als het minder goed gaat, nemen die geruchten soms hallucinante vormen aan. Zo wordt er verteld dat liefjes van getrouwde bankiers schrik hebben om gedumpt te worden omdat hun minnaars door de crisis minder geld vangen. En dan zijn er de voorspellingen dat tegen het einde van het jaar 40.000 mensen op straat zullen staan.”

 

Black Monday

Maandag, 15 september 2008. De Amerikaanse investmentbank Lehman Brothers vraagt uitstel van betaling aan. De woekerende kredietcrisis heeft de bank compleet onderuit gehaald. De Fed, de Amerikaanse centrale bank, weigert om een helpende hand uit te steken, met als gevolg dat het 150 jaar oude Lehman op een bankroet afstevent. Wereldwijd staan 26.600 jobs op de helling, waarvan 4000 in Londen. Diezelfde Black Monday ontsnapt branchegenoot Merrill Lynch, de nummer drie onder de Amerikaanse zakenbankiers, ternauwernood aan hetzelfde horrorscenario. Op de valreep wordt ze overgenomen door Bank of America.

 

“De dagen na 15 september was er in de City flink wat leven in de brouwerij”, zegt Alexander Vangrieken. “Het contrast met de voorbije relatief kalme zomer kon niet groter zijn.”

Heerst er nu paniek onder de Londense zakenbankiers? “Paniek is een groot woord. Alle bankiers hebben wel even nagekeken hoe groot hun connecties met Lehman Brothers zijn. Ik verkoop Japanse aandelen; bij mij vind je geen Lehman terug. Bij bankiers die leningen voor bedrijven financieren, kunnen er wel nog ‘Lehmanlijken’ uit de kast vallen, want dat soort leningen wordt altijd opnieuw ‘verpakt’. Wij ondervinden nu wel hinder van de ban die er gelegd is op het shorten – of het speculeren op een waardedaling – van financiële aandelen. En dat is natuurlijk te begrijpen, want anders riskeren de grote investeringsbanken nog verder de diepte ingeduwd te worden.”

Na 15 september werd het wereldwijde financiële landschap in een week tijd hertekend. Vangrieken: “Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. Voor een vergelijkbare crisis moet je teruggaan tot 1929. Het Lehmandebacle heeft alles in een stroomversnelling doen terechtkomen. Ik benijd de mensen niet die voor Lehman werken, maar het is toch ook merkwaardig om te zien hoe alles zich weer aan het herstellen is. Zo is een groot deel van Lehmans equity business overgenomen door Nomura, een Japans huis. Een andere Japanse bank, Mitsubishi UFJ Financial Group, heeft dan weer 21% van de aandelen gekocht van Morgan Stanley. Japanse banken zijn gespaard gebleven van de crisis; zij kunnen nu voor een appel en een ei interessante onderdelen opkopen. Wall Street zoals we het kenden, bestaat niet meer. Goldman Sachs en Morgan Stanley zijn niet langer investmentbanken, maar ‘gewone banken’. Niets is nog zoals het was.”

Ook niet in de City? “Zeker niet. Halifax Bank of Scotland (HBos) is overgenomen door Lloyds TSB – dat was in normale omstandigheden nooit gebeurd – het was tot voor een paar weken zelfs niet toegestaan.”

Staan er nu nog meer jobs op de tocht? “Er wordt gesneden in de tewerkstelling. Maar of het zo massaal is als de geruchten ons willen doen geloven, durf ik toch te betwijfelen. Hier bij KBC zijn er 20 van de 600 medewerkers bedankt voor bewezen diensten. Eerst zijn we op zoek gegaan of we mensen in een andere afdeling van de bank konden tewerkstellen. Finaal hebben we drie procent van het totale bestand moeten ontslaan, terwijl geruchten de ronde doen dat elke bank nu minstens twintig procent aan de deur zet. Het is natuurlijk wel zo dat de Britse afdeling van KBC meer inhoudt dan louter investmentbankieren. Wij hebben de mogelijkheid om personeel naar onze andere bankactiviteiten te verschuiven – pure investmentbanken niet. In goeie jaren groeit de financiële sector altijd heel hard. Dan heb je veel mankracht nodig. De voorbije jaren zijn er dan ook tienduizenden banen bijgekomen. Nog niet zo lang geleden werkten er minder dan 300.000 mensen in de City, nu zijn het er 50.000 meer. Het gaat nu minder, dus wordt er gesaneerd.”

 

Mediahype

We bellen aan bij het hoofdkwartier van de London Investment Banking Association (LIBA). Het 18e-eeuwse herenhuis op Frederick’s Place staat in de steigers voor een groot onderhoud. Een bordje op de gevel herinnert aan de tijd dat Benjamin Disraeli – schrijver, medestichter van de Conservative Party en tweemaal premier van Groot-Brittannië – hier op nummer 6 in 1821 als advocaat werkte. Disraeli is de man van de gevleugelde uitspraak: “There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics.”

 

Directeur Paul Martin verwelkomt ons, en waarschuwt ons meteen dat we van hem geen straffe quotes over zijn sector mogen verwachten. “Als belangengroep van de belangrijke investmentbanken in Londen voert LIBA discretie hoog in het vaandel. Ik wens niet mee te doen aan de mediahype die nu rond de crisis in onze sector gevoerd wordt.”

Hoezo? Is er dan helemaal geen crisis? “Toch wel. Er worden miljarden dollars afgeschreven. Maar er is geen sprake van paniek.”

Hoeveel omzet draait de Londense investmentbanksector? Paul Martin: “Daar houden we geen statistieken over bij. Als je dat te weten wil komen, moet je de cijfers bij elke bank apart opvragen. Het gaat zeker over triljarden. Investmentbankiers zijn de geldmakers van deze wereld. Sommigen zijn gespecialiseerd in kredieten, andere in commerciële financiering, nog andere in corporate finance of private finance management. De grootste investmentbank is zonder enige twijfel Citigroup.”

En ook die zou in grote moeilijkheden zitten? Paul Martin: “Dat wordt verteld. Zij zijn actief op vele gebieden. Sommige afdelingen maken verlies. Dat zorgt ervoor dat ze alert moeten zijn, en dat ze oplossingen moeten zoeken. De belangrijkste oorzaak voor hun problemen ligt natuurlijk in de kredietcrisis, want er zijn nauwe financiële banden tussen het Verenigd Koninkrijk en de VS. De media rapporteren graag over de banen die nu verloren zouden gaan in onze sector. Dat is louter paniekvoetbal. Alle financiële ondernemingen hebben te kampen met afdelingen die in min of meerdere mate getroffen zijn door de slechtere economische toestand. Het is niet meer dan normaal dat ze nadenken over reorganisaties. Ik hoor dat mensen binnen hun firma vaak aan de slag kunnen in een andere afdeling. Er worden niet significant minder nieuwe mensen aangenomen. In het verleden gebeurde dat in crisissituaties wel. Toen was er altijd een aanwervingstop. Dat hoor ik nu niet. Er wordt wél nog gerekruteerd, vooral voor de winstgevende activiteiten.”

 

Gouden tijden

Wordt er echt nog gerekruteerd? We vragen het aan Ivor Lloyd-Rees en Sam Tiernan, consultants bij Alan Mitchell, een headhunters- en rekruteringsbureau gespecialiseerd in investmentbanken en –bankiers. “Het klopt dat we nog nieuwe mensen voor financiële ondernemingen aanwerven”, zegt Ivor terwijl hij thee inschenkt. We zitten in het vergaderzaaltje van Alan Mitchell aan Austin Friars, met zicht op de Nederlandse Hervormde Kerk. Ivor omschrijft Alan Mitchell als een ‘boutique recruitment consultancy’. “Onze cliënten zijn de kleinere investmentbanken, de zogenaamde ‘boutiquebanken’. Als we de kranten moeten geloven, zitten Londen en de wereldwijde investmentbankgemeenschap in een zware crisis. Ik kan niet ontkennen dat we de laatste tijd een serieuze instroom hebben van werkzoekenden die bij een grootbank gewerkt hebben. Grote spelers zoals Goldman Sachs en JP Morgan zetten mensen op straat. De banken waar wij voor werken, zijn veel flexibeler dan de mastodonten. Ze zijn zowat de enigen die nog aanwerven. De boutiques azen op de getalenteerden die door de grootbanken gedumpt worden. De dag na de aankondiging dat Lehman bescherming tegen zijn schuldeisers vroeg, kregen we heel wat paniekerige telefoontjes van Lehmanmedewerkers. Er zijn toen ook een aantal mensen met ons komen praten, maar de toestand is nu gestabiliseerd. De meeste personeelsleden van Lehman wachten op de plannen van overnemer Nomura.”

Zijn het voor agentschappen als Alan Mitchell nu gouden tijden? Dankzij de personeelsuitstoot van de grote banken hebben de boutiques toch keuze te over? “Ja en nee”, antwoordt Ivor. “Toen het de vorige jaren alle dagen feest was, hebben de grote banken veel geïnvesteerd in trainingsprogramma’s voor hun pas aangeworvenen. Nu het minder goed gaat, belanden heel wat van die relatief verse aanwinsten terug op straat. Dat is zeker een zeer interessante kweekvijver voor ons. In die zin heb je gelijk als je stelt dat Alan Mitchell garen spint bij deze situatie. Maar ook al nemen de kleinere investmentbanken nog nieuwe mensen aan, toch zijn het er niet meer zoveel als pakweg een jaar geleden.”

Is er paniek in de City? Sam Tiernan: “Nee. Wat nu gebeurt, is het logische gevolg van de economische neergang. De meeste bankiers aanvaarden dit als onvermijdelijk. Ze moeten dit gewoon uitzweten. Het probleem is dat hoe meer er over ‘het nakende armageddon’ gepraat wordt, hoe groter het risico wordt dat het een selffulfilling prophecy wordt.”

Ivor: “Er wordt soms gezegd dat financiële goeroes zoals Warren Buffett de crisis kunnen stoppen. Volgens sommigen is het enige wat hij moet doen op een tv-show verkondigen dat de ellende bezworen is, waarna alles terug in orde zal komen. Ik weet niet hoeveel waarheid daarin schuilt, maar het is wel juist dat veel van de zorgen op de financiële markt een gevolg zijn van een geschokt vertrouwen na al die verontrustende mediaberichten. Na Lehman hebben de media nog een versnelling hoger geschakeld: de doom and gloom druipt van de krantenbladzijden af. Dat versterkt alleen maar het pessimisme onder publiek en bankiers, en is een slechte zaak voor de hele sector.”

Sam: “We moeten elkaar natuurlijk geen mietje noemen. We zitten in een dal. Voor grootbanken is dit dé uitgelezen kans om hun zaakjes op orde te brengen. Daarom ook grijpen ze dit moment aan om hun overtollige personeel te dumpen. Citigroup is volop aan het herstructureren en zet mensen aan de deur die hen meer kosten dan ze opbrengen. Ze slanken af om binnen afzienbare tijd terug lean, mean en winstgevend te worden. Tijdens de jaren van overvloed hebben de grote banken teveel personeel aangenomen. Nu de sector honger lijdt, moeten ze dringend de broeksriem aanhalen.”

Ivor: “Veel van onze boutiquebanken zijn gevormd in 2001. Toen kraakte de City ook al onder een financiële crisis. Veel kaderleden van de grotere banken gingen weg en startten hun eigen boutiques. Zij kunnen omgaan met periodes waarin het economisch minder goed gaat, omdat ze niet dezelfde fouten van hun vroegere werkgevers gemaakt hebben. Zij nemen in tijden van overvloed geen duizenden mensen aan die ze achteraf weer moeten afdanken.”

 

“Het is juist dat de grote investmentbanken nu het hardst moeten snijden”, beaamt Alexander Vangrieken van KBC. “In de jaren dat het goed ging, hebben banken als Citigroup en Goldman Sachs zwaar geïnvesteerd in hun teams. Wij hebben daar ook aan meegedaan, maar rustig en kalm. Wij zitten hier in het financiële hart met 600 man; bij Lehman waren het er 4000. De meeste van de collega’s die ik ken en die hier bij KBC ontslagen zijn, hebben ondertussen ander werk gevonden. Sommigen gooien ook vrijwillig de handdoek in de ring, willen er even tussenuit, vertrekken op wereldreis of gaan een tijdje voor hun kinderen zorgen. Wie hier moest vertrekken, is zeker niet met lege handen op straat gezet.”

Hoe zal de toestand verder evolueren? Alexander: “Who knows? Als je me twee jaar geleden gevraagd had: ‘Denk je dat Lehman ooit failliet zal gaan?’ had ik je in je gezicht uitgelachen, en kijk, een paar weken geleden is het gebeurd. Het verontrustende is dat de hypotheekmarkt in het Verenigd Koninkrijk niet echt erg gezond is: bijna anderhalf miljoen mensen betalen hun hypotheken af met hun kredietkaart.”

“In de pub hoor je dat de crisis de fout is van de hedge funds, of van de managers die te grote bonussen krijgen… Typische reacties die niet veel zoden aan de dijk zetten. Vanuit de politieke wereld zullen er sowieso nieuwe regels komen. Ik ben ervan overtuigd dat er nu in elke financiële instelling intern overleg gepleegd wordt om te vermijden dat er een volgende grote bank kapseist. Of dat ook wil zeggen dat het niet meer zal gebeuren? Natuurlijk niet. Maar er worden nu zeker wel lessen getrokken uit het recente verleden.”

“Er is nu eens goed aan de boom geschud en de rotte appels zijn er met veel gedruis uit gevallen. De boom staat er nog altijd, en is nog groen. De banken en bankiers die vast in hun schoenen staan, spartelen zich er wel door. Weet je wat het grootste probleem is? Dat sommige mensen zo’n enorm hebzuchtige wezens zijn. Daar schrik ik vaak van. Ik vind het niet slecht dat ons economisch systeem af en toe – zoals nu – hen eens flink op de vingers tikt en zegt: ‘Genoeg jongens. Easy money bestaat niet.'”

 

© jan@janstevens.be