“Ik probeer het kind in de terrorist te zien”

De voorbije vijf jaar deradicaliseerde ex-kickboxer Usman Raja bijna vierhonderd islamisten, waaronder veroordeelde terroristen en teruggekeerde jihadisten. “Allemaal ruilden ze hun boodschap van haat in voor die van liefde.” Vandaag geldt Raja als de meest succesvolle deradicaliseerder van Groot-Brittannië.

 

Begin juli 2009 werd de Britse islamist Ali Beheshti veroordeeld tot vier en een half jaar cel voor gewelddadig extremisme. Een jaar eerder had hij in Londen een paar liter mazout door de brievenbus van een uitgever gegoten en het goedje in brand gestoken. Zo wou hij de man straffen voor het publiceren van de ‘blasfemische’ roman The Jewel of Medina, over de profeet Mohammed en zijn kindbruid Aisha. Tijdens zijn gevangenschap kreeg Beheshti regelmatig bezoek van Usman Raja (37), managing director en interventions consultant van deradicaliseringsorganisatie The Unity Initiative. Na zijn vrijlating in 2013 zwoer Ali Beheshti openlijk alle vormen van geweld af. Hij was nog steeds diepgelovig en bleef The Jewel of Medina een beledigend boek vinden. Maar geweld vond hij voortaan totaal onaanvaardbaar, want het leven van elke mens beschouwde hij als heilig, Allah zag hij als liefde en de jihad voerde hij alleen nog met zichzelf. Usman Raja had hem na urenlange gesprekken tot die inzichten gebracht. “Hij kwam in de gevangenis naar me toe met een boodschap van liefde. Beetje voor beetje leerde hij me de ware islam kennen.”

Sinds de start van The Unity Initiative in 2010 deradicaliseerden Raja en zijn vierkoppige team bijna vierhonderd Britse islamisten, waaronder heel wat veroordeelde terroristen en door de oorlog gestaalde jihadisten. Alle mannen en vrouwen die zij onder hun hoede kregen, zweerden het geweld af en namen afstand van de politieke islam. De voormalige professionele kickboxer Usman Raja geldt momenteel als de meest succesvolle deradicaliseerder van Groot-Brittannië. De voorbije jaren had hij de handen meer dan vol, maar de opmars van de Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak gaf de radicalisering van jonge moslims een extra boost en Raja nóg meer werk.

We ontmoeten hem in zijn thuisstad ten westen van Londen. Aan de fotograaf vraagt hij meermaals geen foto’s te maken met zijn huis of zijn straat herkenbaar in beeld. Deradicaliseerder is duidelijk geen beroep zonder risico’s. “Normaal gezien geef ik ook geen interviews”, zegt hij. “Sinds ik dit werk doe, heb ik nog maar twee keer met de pers gepraat: vorig jaar met de BBC en twee jaar geleden met CNN.”

 

Vanwaar uw mediaschuwheid?

Usman Raja: “Sommige media hebben te veel de neiging om alleen te focussen op het sensationele van ons werk. Daar komt bij dat er in Groot-Brittannië een heuse deradicaliseringsindustrie ontstaan is, met organisaties die eerst en vooral geïnteresseerd zijn in de fondsen die de overheid daarvoor vrijgemaakt heeft. Veel zogenaamde deradicaliseerders promoten zichzelf graag op tv, maar boeken bitter weinig resultaten. Het is een bijzonder vieze industrie die ik van binnenuit ken, want ik heb zelf een tijdje bij zo’n organisatie gewerkt. Op papier was het mijn taak om als straathoekwerker jonge, geradicaliseerde moslims een andere weg te tonen. Maar van werken op straat kwam niet veel in huis, ik moest vooral rapporten schrijven om de subsidiëring veilig te stellen.”

 

Van een de-radicaliseringsindustrie is in België voorlopig niet veel te merken. Het proces tegen Sharia4Belgium staat nu in de schijnwerpers, maar niemand lijkt te weten hoe de radicalisering van de jonge leden best aangepakt wordt.

“Jullie kennen toch het brein achter Sharia4Belgium? Dat is ‘onze’ haatprediker en IS-fanaat Anjem Choudary. Momenteel werk ik met een paar piepjonge kerels die tot de inner circle van Choudary behoorden. Eind vorig jaar zijn ze in de gevangenis beland en ik ben ze vrij snel gaan opzoeken. Ondertussen hebben ze ingezien dat Anjem een totaal perfide versie van de islam predikt en hebben ze hun vroegere goeroe de rug toegekeerd. Choudary propageert met zijn afwijzing van de democratie en zijn pleidooi voor invoering van zijn sharia niet meer of minder dan onversneden islamofascisme. Zijn godsbeeld en dat van Fouad Belkacem is bijzonder primitief: alles wat ze ondernemen, is uitsluitend bedoeld om Hem te vriend te houden. Sta je in de metro je zitplaats af voor een oude vrouw omdat dat zo hoort, of doe je dat om God gunstig te stemmen?”

 

Omdat het een vorm van elementaire beleefdheid is.

“Precies. In de koran wordt Allah beschreven als de oneindig liefhebbende, de oneindig barmhartige. Alleen door barmhartig en genereus te handelen, kun je God leren kennen, niet door Hem voor te stellen als een hardvochtige kerel op een troon die beveelt wat je wel of niet moet doen. Wij putten bij ons werk uit de échte traditionele islam. We worden daarin bijgestaan door belangrijke islamgeleerden zoals Ali Abdul Qadir al-Tahiri en Habib Kazim al-Saqqaf die een rechtstreekse afstammeling is van de profeet Mohammed. Die rechtstreekse band met de profeet is voor de uitoefening van ons werk van onschatbare waarde, want dat geeft ons bij ons ‘cliënteel’ legitimiteit. Figuren als Anjem Choudary en zijn vazal Fouad Belkacem profiteren van de onwetendheid van jongeren. Tegenwoordig haalt iedereen zijn wijsheid van het internet. Ben je op zoek naar een hotel? Google wijst de weg. Heb je vragen over religie? Tik het in en voor je het weet, zit je als zoekende jongere op sites die gerund worden door haatpredikers. In de Islam is naast de koran ook de orale traditie, de mondelinge overlevering over het leven van de profeet, belangrijk. Alleen een bonafide islamgeleerde kan koranteksten op een verstandige manier interpreteren en in hun tijd plaatsen. Er wordt gezegd dat er veel geweld in de koran staat, maar ook die passages moeten op een juiste manier geïnterpreteerd worden en daarvoor heb je islamgeleerden nodig die zowel de traditie als de finesses in de Arabische taal doorgronden. Arabisch kent meer dan 20 miljoen woorden, Shakespeare-Engels 5 miljoen en de doorsnee Britse afgestudeerde academicus heeft een woordenschat van een paar honderdduizend woorden. Hoeveel woorden kent de man in de straat? Een paar duizend? Jihad-propagandisten zoals Anjem Choudary hebben nooit les gekregen van gezagvolle islamleraars. Ze willen dat ook niet, want de echte islam interesseert hen niet. Choudary’s verboden netwerk Al Muhajiroun en andere islamistische organisaties misbruiken de koran en de leer van de profeet puur voor hun politieke doeleinden. Als onderdeel van Choudary’s sekte werkt Sharia4Belgium net zo. Elk lid is op het hart gedrukt bij elke discussie strikt aan de door de leiders vastgelegde interpretatie vast te houden. Wie niet tot de sekte behoort, is een kafir en heeft per definitie altijd ongelijk.”

 

U weet hoe radicalisering werkt omdat u als jongeman klaargestoomd werd voor de jihad?

“De tijden waren toen toch anders. Op mijn zeventiende wou ik in Bosnië gaan vechten. Halverwege de jaren negentig twijfelde niemand aan wie in ex-Joegoslavië het slachtoffer was en wie de agressor. Het was zo helder als pompwater: de Serviërs doodden onschuldige Bosniërs. Iedereen was verontwaardigd over Srebrenica, zowel moslims als christenen, boeddhisten, hindoes of ongelovigen. Ik ben uiteindelijk niet vertrokken omdat ik de toestemming niet kreeg van mijn vader en ik geen geld had om de reis te financieren. Ik ben opgegroeid in een ruwe omgeving met veel racisme en in mijn tienerjaren vond je me bijna continu in de boksgyms van Oost-Londen. Toen een van mijn vrienden de islam begon te bestuderen, raakte ook ik erdoor geïntrigeerd. De jihad in Bosnië zagen we als een vrijheidsstrijd. Wij waren radicaal én jihadist, maar wilden niet geassocieerd worden met Anjem Choudary’s Al Muhajiroun. Iedereen beschouwde hem als een clown en zag zijn fascistische ideologie als een misselijkmakende grap.”

 

Wat nu een verkeerde inschatting blijkt te zijn?

“Ja, maar er is een verzachtende omstandigheid voor die vergissing: 9/11 had nog niet plaatsgevonden. Na de aanslagen kregen de lawaaimakers meer aandacht dan ze verdienden. In de jaren negentig waren conflicten zoals in Bosnië en Tsjetsjenië totaal anders dan wat we nu zien gebeuren met IS in Irak en Syrië. De Bosniërs werden weggezuiverd door Servië en Grozny werd platgebombardeerd door Rusland. Over Syriëstrijders hoor je nu vertellen dat ze net dezelfde idealen koesteren als de jonge mannen die in de jaren dertig in de Spaanse Burgeroorlog gingen meevechten. Die vergelijking loopt mank.”

 

De huidige Syriëstrijders zijn geen idealisten?

“Het zijn heel gewone jonge jongens die misleid zijn. Ze zijn opgegroeid met computergames, hiphop of rock. Ze zien wat gewone mensen wordt aangedaan in Syrië en Irak en worden daar terecht kwaad over, maar ze laten zich op Facebook en YouTube in de val lokken door de islamofascisten. Ze laten hun baard staan, trekken een traditioneel gewaad aan, luisteren naar de valse boodschappen van de haatpredikers, reizen via Turkije naar Syrië en gaan zich daar te buiten aan barbaars geweld.

“Veel mannen van mijn generatie die in de jaren negentig naar Bosnië, Tsjetsjenië en Afghanistan gingen vechten, vertrokken wel met een ideaal. Maar na 9/11 ging het niet langer over bevrijding of vrijheidsstrijd. Utopistische groepen als Al-Qaeda en IS zijn alleen uit op het destabiliseren van gemeenschappen. Ik voel me een volbloed Brit en ik vind dat nergens ter wereld een beter systeem te vinden is dan onze democratie. Wij genieten van vrijheid, hebben uitstekend onderwijs en een gezondheidszorg die voor iedereen toegankelijk is. Er wordt vaak gezegd dat de integratie mislukt is, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik ben hier geboren en getogen en doordrongen van het feit dat vrijheid een groot goed is. Ik kan hier vrij mijn geloof belijden en in tegenstelling tot in veel andere Europese landen wordt in Groot-Brittannië geen aanstoot genomen aan een politieagente met een hoofddoek. Zo hoort het.”

 

Is radicalisering dan geen gevolg van achterstelling en van mislukte integratie?

“Het Verenigd Koninkrijk verschilt erg van de rest van Europa. Af en toe worden wij uitgenodigd op een conferentie in een ander Europees land. Als het tijd is om te bidden, trekken we ons terug en bidden we. Op het continent zorgt dat altijd voor commotie, maar hier in Engeland is dat geen probleem. Andere Europese moslims benijden ons daarvoor. ‘Wauw, dat is knap.’ Voor ons is dat vanzelfsprekend: we zijn Brits en we zijn moslim. Dat vloekt niet. In Duitsland worden moslims die er geboren en getogen zijn nog steeds gastarbeiders genoemd. Dat klinkt als: wat ze ook ondernemen, ze zullen nooit een Duitser zijn. Hier is zoiets ondenkbaar.”

 

Hoe de-radicaliseert u geradicaliseerden?

“We deradicaliseren niet, maar reradicaliseren. (lachje) We helpen hen ontdekken dat het in de islam over de mensheid gaat, over barmhartigheid en liefde. Ik vind dat een zeer radicaal idee. Wij denken niet in ‘zij en wij’, maar in ‘wij’. Een sekte met een simplistische, reactionaire ideologie heeft altijd succes bij ontwrichte jongeren. Ze vinden er structuur en voelen zich aanvaard in die kleine club met als baseline: ‘Iedereen is slecht. Alleen wij zijn goed en de oplossing is een kalifaat waar iedereen onder de sharia leeft.’ Alleen door hen in een liefhebbende gemeenschap op te nemen, kunnen we hen redden uit de klauwen van nihilistische ideologen als Anjem Choudary, ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi en Al-Qaeda godfather Ayman al-Zawahiri. We tonen hen dat hun sekte van nihilistische utopisten louter een illusie is. De eerste contacten met extremisten leggen we vaak in de gevangenis – zeker als het over veroordeelde terroristen gaat. Ik ga met hen aan tafel zitten en we praten. Tijdens die gesprekken zal ik nooit veroordelen.”

 

Ook niet als uw gesprekspartner bloed aan zijn handen heeft?

“Het gebeurt regelmatig dat de man aan de andere kant in naam van zijn geloof zware misdrijven begaan heeft. In plaats van me te concentreren op de extremist, de moordenaar of de terrorist, probeer ik het kind in hem te zien. We zijn allemaal ooit begonnen als een onschuldig kind, ook die jongens met hun zwarte maskers die nu moordend door Syrië en Irak trekken.

“Al pratend zoeken we naar alle rotsblokken die ze in de loop van hun leven als ballast zijn beginnen meezeulen. Een voor een neem ik die van hen weg. In hun ideologie is islam ‘onderwerping’. Ik haat dat woord, want islam is: bevrijd worden door het goede te omarmen. In de islam is er geen haat, angst of woede. Alleen praten met die jongens en meisjes volstaat natuurlijk niet; ze moeten blijvend door de gemeenschap ondersteund worden. Het is echt een werk van lange adem.”

 

Een van hun voornaamste credo’s is: “Wij houden van de dood zoals jullie van het leven.”

“Ja, ze zijn zogezegd blij om als martelaar te sterven. Het begrip ‘liefde’ is door hun brainwashers volledig gesloopt. Mededogen, vergevingsgezindheid, barmhartigheid, al die waarden zijn weggespoeld. Ze zijn niet bang meer voor de dood omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze meteen naar hun schepper zullen gaan. In de traditionele islam wordt voorgehouden dat we niet bang moeten zijn om te sterven omdat ons lichaam deel uitmaakt van een groot geheel. Als een huis in brand staat, moet je niet bang zijn om naar binnen te stormen en een kind te redden. Dat is iets totaal anders dan wat de islamofascisten er van gemaakt hebben: ‘Blaas jezelf op en neem zoveel mogelijk mensen mee de dood in.’”

 

Islamisten die veroordeeld zijn voor terroristische activiteiten zijn altijd bereid om met u te praten en naar u te luisteren?

“Toch wel en dat heeft veel te maken met de legitimiteit die we de voorbije jaren opgebouwd hebben. Het grote verschil met andere deradicaliseerders is dat ik als een broeder naar hen toekom. Ze zijn snel overtuigd van mijn geloofwaardigheid. Ik krijg steeds vaker spontaan brieven van gevangenen die de verandering en de bevrijding zien bij andere broeders die met ons in gesprek zijn. Soms worden we benaderd door familieleden, en we werken ook nauw samen met gevangenisdirecties en reclasseringsambtenaren. Zij weten dat we resultaten boeken.”

 

Raken de jongens met bloed aan hun handen ontredderd op het moment dat ze beseffen aan welke gruwel ze hebben deelgenomen?

“We laten niemand aan zijn lot over. Ze mogen ons om het even wanneer bellen, al was het midden in de nacht, het maakt niet uit. Maar toch ben ik hun psychiater niet. Het grote verschil met hun vroegere leven is dat ze opgenomen worden in een gemeenschap. Ze ervaren gaandeweg dat ze te maken hebben met integere moslims die weten waar de echte islam voor staat. In onze religie gaat het niet over oog om oog, tand om tand. Als iemand een bom op jouw kinderen dropt, is het niet de bedoeling dat jij als reactie ook een bom op zijn kinderen dropt. Zijn kinderen zijn ook jouw kinderen. Alle kinderen zijn onze kinderen.

“Minder dan vijf procent van de jongens laat ik kennismaken met gevechtstechnieken uit de Mixed Martial Arts. Dat zijn dan de echte zware gevallen die nog voor ze extremist werden al een crimineel verleden achter de kiezen hadden en bendeleider of drugsdealer waren. Eens ze uit de gevangenis komen, is het vechten een voor de hand liggende manier om het contact met hen te onderhouden.”

 

Herschept u hen zo niet in vechtmachines?

“Nee, ik breng hen met hun voeten terug stevig op de grond. Ik ben opgegroeid met Mixed Martial Arts, het is heel populair in sommige wijken van Londen en het geeft mij een perfecte toegang tot de zware jongens. Ze kennen mijn reputatie van toen ik nog een professionele kickboxer was en daardoor respecteren ze me nog voor ik een woord met hen gesproken heb.”

 

Bent u door andere Europese landen met een grote radicaliseringsproblematiek ooit om advies gevraagd?

“Nee, dat komt ook omdat we ons eigen werk niet aan de grote klok hangen. Maar als de Belgen morgen mijn hulp vragen, ga ik daar graag op in.”

 

© Jan Stevens

Advertenties

Quilliam

Groot-Brittannië was lang een gastvrije haven voor islamisten. Vandaag is de Britse overheid hen liever kwijt dan rijk. Samen met de Quilliam Foundation – een anti-islamistendenktank gerund door ex-islamisten – probeert ze radicalisering onder jonge moslims te bestrijden. Straathoekwerker Usman Raja gaat de rechtstreekse confrontatie met de extremisten aan. “Het vuil zit heel diep.”

 

Een woensdagochtend in de buurt van Finsbury Park, Noord-Londen. Mohammed, de Marokkaanse uitbater van halalslagerij en kruidenierszaak Al Bahia wijst me de weg naar de North London Central Mosque een paar straten verder. Tot vijf jaar geleden was de grote moskee op St. Thomas Road het favoriete schuiloord van islamisten en jihadi’s. “Die tijd ligt achter ons”, zegt Mohammed. “Imam Abu Hamza al-Masri zwaaide er toen de plak. De moslimgemeenschap van Finsbury wordt daar liever niet aan herinnerd. De huidige imam Ahmed Saad is een verstandig man. De moslims van Finsbury willen niets meer met figuren zoals Abu Hamza te maken hebben.”

In maart 1997 kreeg de uit Egypte afkomstige en tot Brit genaturaliseerde imam Abu Hamza al-Masri toestemming van de bestuurders van de grote moskee van Finsbury Park om er de prestigieuze vrijdagpreek te verzorgen. Zijn warrige baard, glazen oog en een haak op de plaats waar ooit zijn rechterhand zat, leverden Abu Hamza de bijnaam Captain Hook op. Hamza turnde de North London Central Mosque razendsnel om tot een broeinest van islamitisch radicalisme. Elke vrijdag oreerde hij voor honderden jonge Britse moslims over de jihad, riep hen op om trainingskampen te volgen in Afghanistan en om zoveel mogelijk ongelovigen over de kling te jagen. Hij inspireerde GIA-terroristen, shoebomber Richard Reid en Zacharias Moussaoui, de ‘twintigste kaper’ van 9/11 die als ‘reservepiloot’ dienst deed. In 2004 werd Abu Hamza gearresteerd. Hij kreeg zeven jaar cel.

“Hamza was jarenlang de ongekroonde koning van ‘Londonistan'”, zegt de Britse historicus en journalist Michael Burleigh. “De Britse hoofdstad wordt al lang door veel andere westerse landen gezien als het epicentrum van moslimextremisme en jihad. In 2007 werden er in Groot-Brittannië tweehonderd mensen gearresteerd op verdenking van terreuractiviteiten, net zoveel als in alle andere Europese landen samen. Omar Sheikh, de moordenaar van journalist Daniel Pearl van de Wall Street Journal, is de zoon van een succesvol Brits-Pakistaanse zakenman. Sheikh zat op een dure privékostschool in Essex en studeerde aan de London School of Economics. De moord op de Afghaanse krijgsheer Massoed werd gepland in Londen. Figuren zoals Abu Qatada, ideoloog van Al-Qaeda, en Abu Hamza leefden jarenlang van Britse overheidstoelagen, werden gepamperd en in de watten gelegd.”

De Britse overheid pakte de moslimextremisten jarenlang bewust soft aan. Zolang de islamisten zich koest hielden, werden ze ongemoeid gelaten. De regering onder Tony Blair beschouwde die stilzwijgende deal als haar beste verzekering tegen terroristisch islamgeweld. Keerzijde was dat steeds meer extremisten en jihadisten Londen als een veilige thuishaven gingen beschouwen. De aanslagen van 7 juli 2005 op het Londense openbaar vervoer bezorgden de overheid een zware kater, zeker toen duidelijk werd dat de vier zelfmoordenaars vaste klanten waren bij imam Abu Hamza van Finsbury Park.  

Quilliam Foundation

De meerderheid van gewone Britse moslims krijgt vooral vanuit conservatieve politieke hoek het verwijt dat ze medeplichtig is aan de opmars van de extremisten door niet hard genoeg te protesteren tegen de ideologie van de islamistische haat. Als uitzondering wordt zowel door de Conservatieven als door Labour de Quilliam Foundation naar voor geschoven. Quilliam werd eind april 2008 in het bijzijn van sympathiserende intellectuelen, politici en celebrities door twee ex-islamisten, Maajid Nawaz en Ed Husain, boven de doopvont gehouden. De Quilliam Foundation noemt zich de allereerste denktank ter wereld tegen radicalisering en extremisme. Ze onderzoekt alle vormen van moslimextremisme en wil jonge moslims wijzen op de gevaren van radicalisme en politieke islam. Ze roept de moslimgemeenschappen zelfs op om samen te werken met de politie en de inlichtingendiensten om gevaarlijke extremisten te bestrijden. De twee stichters en directeurs Ed Husain en Maajid Nawaz zijn beiden dertigers met een islamistisch verleden. De Brits-Pakistaanse Maajid Nawaz was ooit lid van de islamistische partij Hizb ut-Tahrir, de ‘Partij van de Bevrijding’. Hizb ut-Tahrir strijdt voor ‘het kalifaat’, een islamitische eenheidsstaat die alle moslimlanden verenigt en waar de wet van de sharia geldt. De partij telt twee miljoen leden, is in een aantal Arabische en Centraal-Aziatische landen verboden, maar heeft een stevige verankering in Groot-Brittannië. Tijdens een reis naar Egypte werd Maajid Nawaz opgepakt en veroordeeld tot vijf jaar cel vanwege zijn lidmaatschap van Hizb ut-Tahrir. Hij werd door de Egyptische politie gefolterd en door Amnesty International geadopteerd als gewetensgevangene. “In de gevangenis kwam ik tot het besef dat ik mijn geloof misbruikte voor politieke doeleinden”, zegt Nawaz. “Ik leerde er dat islamisme niet de ware religie is, maar een politiek project dat de islam misbruikt.”

Maajid Nawaz studeerde samen met de Brits-Bengaalse Ed Husain aan de universiteit van Londen. Net als Nawaz raakte ook Husain in de ban van het islamisme van Hizb ut-Tahrir. “Van mijn 16e tot mijn 21e sympathiseerde ik met Hizb”, zegt Husain. “Ik groeide op tussen ‘blanke’, Britse middenklassejongens, en ik voelde me daar niet comfortabel bij. Ik ergerde me ook aan mijn ouders. Zij waren vrome soefimoslims, en ik vond hun geloofsbeleving veel te soft. Hizb ut-Tahrir had een speciale aantrekkingskracht voor jonge moslims zoals ik: de partij beloofde ons een nieuwe wereldorde, met de islam als centrale element. Het lidmaatschap van Hizb ut-Tahrir leverde ons respect op bij andere jonge moslims. Het werkte als een verslavend vergif.”

Na verloop van tijd begon Ed Husain zich steeds meer vragen te stellen over de hang naar geweld bij zijn islamistische broeders. “In 1995 brak ik met Hizb toen bleek dat zij de aanstokers waren voor de moord op een Nigeriaanse student in een hogeschool in Oost-Londen.” In 2007 schreef Husain een boek over zijn radicale moslimjaren. The Islamist werd een bestseller. Husain werd uitgespuwd door radicale moslims; schrijvers en intellectuelen zoals Martin Amis en Timothy Garton Ash roemden hem voor zijn dapperheid.

De Quilliam Foundation van Husain en Nawaz kreeg van bij de start in 2008 financiële steun van de Britse overheid. In januari van dit jaar schreef de regering nog 1 miljoen pond over op de rekening van Quilliam. Maajid Nawaz: “De regering beschouwt ons als haar belangrijkste bruggenhoofd in de strijd tegen het radicalisme. Dankzij die steun is de Quilliam Foundation in een jaar tijd gegroeid tot een organisatie met 18 fulltime mensen in dienst.”

Quilliam huurt voor meer dan 100.000 pond per jaar aan kantoren in het dure centrum van Londen. De exacte locatie wordt angstvallig geheim gehouden uit schrik voor acties van moslimextremisten. Husain en Nawaz zouden zichzelf elk zo’n slordige 85.000 pond per jaar betalen. Zelf willen ze dat niet bevestigen. “Wij doen geen uitspraken over wie wat bij ons verdient.” De laatste tijd zwelt de kritiek op Quilliam zowel vanuit de regeringspartij Labour als vanuit de conservatieve oppositie aan. Er worden steeds meer vragen gesteld bij de financiering van Quilliam. Husain en Nawaz gaan liever niet op die discussie in. “Quilliam is niet alleen in Groot-Brittannië actief, maar ook in moskeeën, universiteiten en madrassas in landen als Syrië of Pakistan”, zegt Husain. “We krijgen het verwijt dat we een industrie aan het worden zijn. Dat is ook onze bedoeling. Alleen degenen die ooit zelf islamist geweest zijn, kunnen het islamisme verslaan. Hoe meer bekwame mensen we deel kunnen laten uitmaken van onze industrie, hoe beter.”

The real stuff

De Britse Pakistaan Usman Raja maakte tot voor kort deel uit van Quilliam. Een paar dagen voor onze ontmoeting in een koffiehuis op de Londense Southbank diende hij zijn ontslag in bij de Foundation. “Ik wil niet langer deel uitmaken van Ed Husains en Maajid Nawaz’ industrie”, verantwoordt hij zijn beslissing. “Ik wil terug naar het echte werk op straat. Een half jaar geleden vroegen Husain en Nawaz me of ik bij Quilliam als Outreach Officer wou komen werken. Mijn taak zou eruit bestaan om jonge, radicale moslims in de moslimgemeenschappen een andere weg te tonen.”

Raja had toen al tien jaar ervaring in straathoekwerk. “Als thaiboksinstructeur kwam ik dagelijks in contact met geradicaliseerde jongeren. De voorbije zes maanden heb ik ontdekt dat Quilliam vooral gespecialiseerd is in het schrijven van rapporten om hun eigen subsidiëring veilig te stellen. Ik dacht dat het werk aan de basis zou primeren, maar dat viel lelijk tegen. Ik wil terug naar de moslimgemeenschappen. Jonge radicale moslims luisteren naar me. Ze herkennen zichzelf in mij. Ik doorzie ze allemaal, ken hun frustraties en weet hoe ik ze moet aanpakken. Want ooit was ik net als zij.”

Het scheelde niet veel of de jonge moslim Usman Raja was halverwege de jaren negentig onder invloed van radicale imams als Abu Hamza van de moskee van Finsbury Park ook gaan vechten in Afghanistan. “Ik ben opgegroeid in Farnborough, een legerstad ten westen van Londen”, vertelt hij. “Mijn ouders gingen uiteen toen ik nog heel klein was. Mijn moeder heeft me een ‘witte’, Britse opvoeding gegeven. Ik ben opgegroeid in een ruwe omgeving met veel racisme. Je kon me vooral vinden in de boksgyms van Oost-Londen. Toen een van mijn blanke, Britse vrienden de islam begon te bestuderen, raakte ook ik in de ban van religie. Het was de tijd van Bosnië, Tsjetsjenië, Afghanistan. De jihad zagen we als een vrijheidsstrijd. Wij waren jihadi’s en zeer radicaal, maar toch anders dan de extremisten van nu. Islamisme is een afwijkende subcultuur geworden, waarbij de jonge ‘volgelingen’ alleen geïnteresseerd zijn in kwaadaardig, homegrown nihilistisch terrorisme. Radicale islam draait bij jongeren exclusief om dood en vernieling.”

Usman Raja nam op tijd afstand van het jihadisme. “Door zelfstudie ben ik van de zeer fundamentalistische salafistische interpretatie van de islam geëvolueerd tot soefi. Ik heb ontdekt dat islam niet over vernietiging van ongelovigen, over de sharia of over een installatie van het kalifaat gaat, maar over vergeving, mededogen, menselijkheid.”

Is Raja ooit lid geweest van Hizb ut-Tahrir? “Nooit. Het is pas door het boek The Islamist van Ed Husain dat de partij berucht geworden is. Voor echte jihadi’s – zoals ik er een was – is Hizb niet meer dan een grap, een aanfluiting, een studentenbeweging. Ze zijn gevaarlijk, want hun ideeën zijn idioot. Maar geen enkele serieuze jihadi neemt hen ernstig. Ik maakte in mijn tijd deel uit van ‘the real stuff’. Een aantal van mijn vrienden zijn naar madrassas en trainingskampen in Pakistan gegaan, een aantal zijn gaan vechten in Afghanistan. Wij wilden in Tsjetsjenië, Bosnië, Afghanistan onze broeders bevrijden. Dat was totaal verschillend van wat de radicalen nu verkondigen. Zij zeggen dat er over de hele wereld een heilige oorlog gevoerd moet worden. Ze zijn de extremisten onder de extremisten, en daardoor supergevaarlijk.”

Liberale democratie

Volgens Usman Raja is het radicalisme onder moslimjongeren een gevolg van vervreemding. “Ze groeien op in geïsoleerde gemeenschappen in de voorsteden. Er wordt van hen verwacht dat ze assimileren. Dat lukt niet en zorgt voor desoriëntatie en frustratie. Ze plooien zich op zichzelf terug en zoeken hun identiteit bij een letterlijke, fundamentalistische interpretatie van de islam. Ze omarmen de politieke, reactionaire islam. Ze beseffen niet dat islam niet zozeer een religie, maar veeleer een individueel geestelijk pad is dat je als moslim bewandelt. Net als bij het boeddhisme staat in de koran mededogen centraal. Zelfs in de meest fundamentalistische lezing van de koran vind je dat begrip van mededogen terug. De fundamentalisten vergroten de woede van god uit tot monsterachtige proporties, terwijl die woede juist gerelativeerd moet worden. Als je de koran op een verstandige manier interpreteert, kun je die foute fundamentalistische interpretaties gemakkelijk onderuit halen.”

Dat lukte Raja niet als Outreach Officer bij de Quilliam Foundation? “Ik wil het proces van Quilliam niet maken”, antwoordt hij behoedzaam. “Al maken ze volgens mij wel fundamentele fouten. De extremistische islam van radicale jongeren is zeer reactionair, maar de reactie van de goegemeente daarop is dat vaak ook. ‘Witte’ Britten verwachten dat jonge moslims assimileren; de Quilliam Foundation wil dat eigenlijk ook. Maajid Nawaz en Ed Husain presenteren zichzelf nu als ex-extremisten, die ‘Brits’ geworden zijn. Maar ze zijn helemaal niet Brits. Ze zijn opgegroeid in Aziatische gemeenschappen, en hebben daarna geprobeerd om zichzelf om te turnen tot hun idee van hoe een Brit is. Ikzelf ben honderd procent als Brit opgegroeid. Van jongs af aan was ik daartoe gedwongen: mijn vrienden waren blank, de moeders van mijn vrienden – mijn ‘tantes’ – waren blank, iedereen rond mij was blank. Nu pas leer ik Punjabi, de taal van mijn voorouders. Als ik een curryschotel eet, raakt mijn maag helemaal in de war. Dat is pas echt ‘Brits’ (lacht). Ik ben Brits, maar ik ben ook moslim. Ik bid vijfmaal per dag, eet halalvlees, terwijl 99% van mijn vrienden ‘witte’ Britten zijn: joden, katholieken, anglicanen, agnosten, atheïsten. Mijn hoogstpersoonlijke, geestelijke levenspad is de islam. Ik heb de vrijheid om dat pad te bewandelen omdat ik in een liberale democratie leef. De radicalen willen dat niet begrijpen, en bekampen die liberale democratie. Een echte moslim omarmt de liberale democratie.”

Grote schoonmaak

Usman Raja kent de Britse moslimgemeenschappen uit de voorsteden als zijn broekzak. Hij maakt zich grote zorgen over de radicalisering. “Het vuil zit heel diep”, zucht hij. “De gewone moskeeën zijn niet langer de broedhaarden van fundamentalisme. Onder impuls van de overheid en van de moslimgemeenschappen zijn haatpredikers zoals Abu Hamza aan de deur gezet. De radicale predikers zijn daardoor ondergronds gegaan. Dat maakt het islamisme nog gevaarlijker. Radicale, politieke islam is een afwijkende subcultuur geworden, net zoals de gangsterrap van een paar jaar geleden – je kent ze wel, die gasten met hun gouden kettingen die met een revolver lopen zwaaien. Jonge moslims vinden het cool om te dwepen met zelfmoordterroristen. Ze vinden het cool om als martelaar te sterven in de metro van Londen. Ze beseffen niet dat jezelf opblazen een uiterste daad van lafheid is. Haat is zware stuff. Ik ga naar de jihadisten en probeer die zware last van hun rug te halen, het zwaard uit hun handen te nemen. ‘Je sleurt die haat al veel te lang mee. Probeer aan liefdadigheid te doen, je zal je veel beter voelen.”

“De enige manier om de jonge extremisten te stoppen, is hen aanpakken in de moslimgemeenschappen zelf. Als we daar niet snel werk van maken, schieten we onszelf in de voet. Het tapijt in de living staat in brand. We kunnen het ons niet permitteren om naar de slaapkamer te stappen, in bed te kruipen en onze ogen te sluiten. Want dan brandt het hele huis af – wij incluis.”

“De moslimgemeenschap heeft dringend een grote schoonmaak nodig. Alleen moet dat op een realistische manier aangepakt worden door mensen die het gezonde deel van de gemeenschap vertegenwoordigen. Zij kunnen misschien nog invloed uitoefenen of de afwijkende subcultuur. Ik stap naar de hotspots in Groot-Brittannië, en vind altijd een publiek dat naar mij wil luisteren. Zelfs de meest militante radicale jongeren accepteren mijn standpunten. Ik tackle hun argumenten, maar doe dat op een niet-confronterende manier. Ik laat hen zien wat echte islam is. De moslimgemeenschappen moeten ervan doordrongen geraken dat islam over mededogen handelt en niet over geweld. Hoe komt het dat boeddhisme door iedereen begrepen wordt en sympathiek bevonden wordt, en de islam niet? Moslims moeten zich dat dringend beginnen afvragen.”

 

William ‘Abdullah’ Quilliam

Ed Husain en Maalid Nawaz noemden hun Quilliam Foundation naar William ‘Abdullah’ Quilliam (1856-1932). De advocaat William Quilliam stamde uit een rijk christelijk Liverpools gezin, maar bekeerde zich tot de islam na een bezoek aan Algerije, Tunesië en Marokko. Quilliam opende op Kerstdag 1889 in Liverpool de allereerste Britse moskee.

Tekst: © Jan Stevens

Foto:  © Veerle Van Hoey