Een Fransman in Vancouver

“Risico’s nemen, daar draait het om in het leven”, zegt Gurval Caer, ceo van Blast Radius, ’s werelds grootste bouwer van websites met uitvalsbasis in het Canadese Vancouver. Van zodra de jonge Franse immigrant Caer twaalf jaar geleden voet op Canadese bodem zette, nam hij constant risico’s. Allemaal in functie van die ene droom: een dotcombedrijf met een naam als een klok uit de grond stampen.

Een rustige winterdag, eind december 2007. Ik zit in de lobby van het hoofdkwartier van internetmarketeer, websitebouwer en online-reclamebureau Blast Radius in Homer Street, Vancouver. Het is middag en ceo Gurval Caer (37) laat op zich wachten. “U hebt een afspraak met Gurval om twaalf uur?” vraagt de jongen aan de receptie. “Hij is ziek. Ik probeer hem te bereiken op zijn mobieltje.”

Een half uur later verschijnt Caer in de deuropening: een lange, magere man gehuld in een lange, wapperende jas. Hij put zich uit in verontschuldigingen. “Ik ben meer dan tien dagen mijn huis niet uitgekomen. Twee weken geleden heb ik voor het eerst een aanval van Ménière gehad. Zonder enige aanleiding werd ik duizelig, misselijk, ziek. Urenlang kon ik niets anders doen dan in bed liggen en wachten. Wanneer de volgende aanval komt, weet ik niet. Misschien volgende week, misschien binnen tien jaar, misschien wel nooit.” Hij zwijgt. “Heb je al gegeten?” vraagt hij plots. “Een Europeaan op bezoek in Vancouver: dat moet gevierd worden.”

Gurval neemt me mee naar Cioppino’s, het klasserestaurant in Hamilton Street van zijn vriend Pino Posteraro. Caer en Posteraro begroeten elkaar alsof ze broers zijn. “We zijn in 1997 samen in deze wijk van Vancouver begonnen, en dat schept een band” lacht Pino. “Nu is Yale Town een bloeiende buurt vol restaurants en hippe bedrijven, maar toen was er niets. Wij zijn echte pioniers.” Terwijl we onze benen onder tafel schuiven, zegt Gurval tegen Pino: “Toon ons je hemelse kookkunsten, chef. Surprise us.”

Kippensoep & pizza
December, twaalf jaar eerder. Het openbaar leven in Frankrijk ligt lam. Postbodes, leraren, ambtenaren, metro- en trambestuurders staken en komen massaal op straat. Ze protesteren tegen de hervormingsplannen van de regering. Premier Juppé wil snoeien in de pensioenen om de kosten van het sociale zekerheidsstelsel onder controle te krijgen. In de eerste helft van die maand december wordt er in het hele land zes miljoen uur gestaakt. Onder druk van de vakbonden gaat Juppé op 15 december overstag. Hij trekt zijn plannen in en de stakingen worden beëindigd.

De sociale onrust van 1995 was voor de jonge, ambitieuze Bretoen Gurval Caer de druppel die de emmer deed overlopen. Die winter besloot hij om Frankrijk vaarwel te zeggen. “Ik begreep niet waarom al die mensen protesteerden. Het Franse pensioenstelsel moest echt dringend hervormd worden. Veel landen worden zich bewust van de vergrijzing, alleen Frankrijk ontkent het licht van de zon. Ik snapte niet waarom de Fransen geen verandering wilden. Ik was de depressieve en negatieve sfeer in mijn land moe. In die jaren werd de basis gelegd voor het internet zoals wij het nu kennen. Ik was bezeten van technologie en er vast van overtuigd dat het wereldwijde web immens groot zou worden. Ik wou deel uitmaken van dat avontuur. Toen ik eind ’95 in Wired Magazine een advertentie voor een cursus nieuwe media in de Film School van Vancouver zag, nam ik de meest ingrijpende beslissing uit mijn hele leven. Ik betaalde mijn belastingen, kocht een vliegticket enkele reis, en vertrok voorgoed.”

De cursus zou tien maanden duren. Caer stapte een bank in Vancouver binnen en kreeg een studielening van 20.000 dollar. “De school kostte 15.000 dollar. Ik hield nog 5000 dollar over, en overleefde op een dieet van kippensoep en pizza.”

Na de cursus besloot hij om samen met zes klas- en geestesgenoten een internetbedrijf uit de grond te stampen. “We hadden allemaal een verschillende achtergrond, maar we hadden één ding gemeen: ons geloof in de onbegrensde mogelijkheden van het toen nog prille net.”


Middenin de wereldwijde dotcomhype richtten Gurval Caer en zijn vrienden in 1997 Blast Radius op. “We probeerden ondernemers ervan te overtuigen om ons hun website te laten bouwen. De basis van ons hele opzet is nog altijd exact hetzelfde: hoe verkoop je je merk en je product het beste online? In het begin focusten we ons op muziek en videogames. Het eerste jaar haalden we een omzet van 17.000 dollar. We deelden samen een huis, en beknibbelden zoveel mogelijk op de kosten. De kippensoep en de pizza gingen op rantsoen. Het tweede jaar bedroeg onze omzet 100.000 dollar. Die eerste jaren waren een hel. Onze doorbraak hebben we te danken aan de Amerikaanse vestiging van Sony. Het management hield van ons werk, en besteedde kleine opdrachten aan ons uit. Andere bedrijven zagen onze websites, vonden ze oké en zo ging de bal aan het rollen. Het derde jaar verdienden we genoeg om een echt kantoor te kunnen huren.”

“We gingen naar de Consumer Electronics Show, een handelsbeurs voor professionals in Las Vegas. Gewapend met een laptop trokken we van hok naar hok en toonden ons werk aan vertegenwoordigers van firma’s zoals Samsung en Nike. Negen keer op tien waren ze niet geïnteresseerd. Een keer op tien hadden we prijs. Zoals bij die vrouw van Casio. Ze zag ons werk en vond het leuk. ‘We zijn bezig met de uitbouw van casio.com’, zei ze. ‘De wedstrijd voor het ontwerp van de website loopt binnen een paar dagen af, dus als jullie nog willen meedoen, zullen jullie je moeten reppen.’ We investeerden al onze energie en onze kunde in het project. Een paar nachten lang sliepen we bijna niet. Bij de voorstelling van ons project kwamen we 45 minuten te laat op de afspraak. We waren totaal uitgeput, en twee collega’s vielen tijdens de meeting gewoon in slaap. Maar we wonnen, want ons werk was excellent. Van dan af mochten we websites voor Casio ontwerpen.”

Win-win
In het voorjaar van 2001 barstte de dotcom bubble. Veel internetpioniers gingen roemloos ten onder, maar Blast Radius overleefde de hype. De onderneming groeide als kool, stelt nu wereldwijd 400 mensen tewerk en bouwt websites voor giganten als BMW, Nike, Heineken, Philips, AOL, Nintendo. Waarom is het Blast Radius wel gelukt om het hoofd boven water te houden? Gurval Caer: “Omdat we keihard werkten. En omdat we zonder geld gestart zijn. We konden niets spenderen en moesten dus zeer voorzichtig zijn. Veel van die jonge dotcombedrijfjes hadden een flink startkapitaal en hebben dat er razendsnel doorgejaagd. Onze lastige beginjaren leken op het moment zelf een vloek, maar achteraf beschouwd zijn ze een zegen geweest. Daar kwam bij dat onze klanten geen andere internetbedrijven waren, maar ondernemingen van de zogenaamde ‘oude economie’. Dankzij de opdrachten van grote, stabiele firma’s zoals Nike en Casio konden we groeien. Ook na het uiteenspatten van de internetzeepbel bleven zij geld aan ons uitgeven, want ze waren zeer tevreden over ons werk. Zij hebben ons door de storm gedragen.”

“Veel reclamebedrijven zien het internet als een extra tv-zender. Fout. Het net is een compleet ander medium, met zijn eigen wetten en beperkingen. Je kunt online geen marketing voeren zoals offline. Consumenten zitten anders voor hun computer dan voor hun tv. Op het internet hebben ze controle, en kunnen ze advertenties blokkeren. Ze surfen op hun eigen voorwaarden. Op tv of in een tijdschrift kun je als reclamemaker of marketeer proberen om met een oneliner de aandacht van de kijker of de lezer te trekken. Op het internet lukt dat niet. Onlinemarketing is alleen maar zinvol als je de surfers laat participeren. Ze moeten er zelf iets aan hebben.”

Hoe doe je dat? “Als ik je dat vertel, moet ik je vermoorden”, lacht Gurval. “Dan weet je teveel, net als die journalist in de film The Bourne Ultimatum. In essentie komt het erop neer dat je je klant goed leert kennen, dat je erachter komt wat zijn behoeften zijn, zodat je daar online het best mogelijke antwoord op kunt geven. Internet is vooral een kwestie van mond-aan-mond. Als merk moet je dus de best mogelijke ervaring proberen afleveren, zodat mensen erover zullen praten in forums en discussiegroepen. Een van onze klanten is Nike Jordan. Waar dromen de kereltjes van die gek zijn op basketschoenen van Nike Jordan? Dat ze net als Michael Jordan ooit grote atleten zullen worden. Toen Jordan nog competitie speelde, volgde hij elke ochtend hetzelfde oefenschema om in vorm te komen. Hij noemde dat de Breakfast Club. Wij hebben zo’n Breakfast Club voor de kinderen georganiseerd op het internet, en hebben een site gecreëerd waar ze hun eigen trainingsprogramma kunnen samenstellen. Dat programma kunnen ze dan delen met hun vrienden. Ze komen dus niet ‘zomaar’ op de site van Nike Jordan terecht. Ze hebben een goeie reden om ernaartoe te surfen, want ze krijgen er raad, kunnen hun eigen trainingsprogramma samenstellen, hun vooruitgang in kaart brengen, en er met anderen over communiceren.”

Terwijl het uiteindelijk alleen maar over het verkopen van schoenen gaat? “Natuurlijk. Alleen gebruiken wij daar geen traditionele reclamecampagne voor, maar hebben we ervoor gezorgd dat de internetgebruiker er ook iets aan heeft. Reclame op het net moet altijd ‘win-win’ zijn: de kinderen leren hoe ze zich het beste voorbereiden op een basketmatch, en Jordan verkoopt zijn schoenen.”

Best of both worlds
De gerechten die Pino Posteraro serveert, zijn lekker, de wijn is heerlijk. “Wat dacht je van een dessert? Pino’s nagerechten zijn onovertroffen.” Gurval heeft gelijk, maar halverwege mijn dessert moet ik forfait geven. “Eet je dat taartje niet meer op? Mag ik het hebben?” Met smaak eet hij mijn bord leeg.

“Hoe is het om als Fransman in Canada te leven?” vraag ik. “Canada is een schitterend compromis tussen de VS en Europa”, antwoordt hij. “Het land heeft the best of both worlds. We combineren een fatsoenlijke sociale zekerheid met een sterke vrije markteconomie. Het is doodsimpel om hier een bedrijf op te richten. We hebben ‘Blast’ opgestart met een kapitaal van 5000 dollar. Ik ging naar een boekhandel en kocht een gids om een bedrijf op te starten. ‘Do It Yourself’ heette het boekje en het kostte 19,99 dollar. Ik vulde de formulieren in, scheurde ze uit het boek en stuurde ze naar het ministerie. Blast Radius was geboren.”

“Canada is erg goed voor zijn immigranten. Het land voert een verstandige immigratiepolitiek. Ze vragen hoe oud je bent, welke opleiding je gevolgd hebt, of je een crimineel verleden hebt en of je gezond bent. Als je goed scoort, ben je welkom. Zo trekt Canada veel mensen aan die goed zijn in hun job en die het hier willen maken. Na drie jaar kun je een aanvraag doen om Canadees staatsburger te worden. Ik heb daar lang over getwijfeld. Als Canadees staatsburger moet je trouw zweren aan de Britse koningin. Ik vond de Britse monarchie lange tijd bespottelijk. In Bretagne heb ik mijn legerdienst gedaan bij de Franse zeemacht. Voor mijn kapiteins waren de Britten des duivels. Maar na twaalf jaar in de Canadese provincie British Columbia heb ik van de Britse cultuur leren houden. Binnenkort word ik dus Canadees staatsburger, en zweer ik trouw aan koningin Elizabeth II. God bless her.


De man
– Gurval Caer, 37 jaar
– Getrouwd en drie zonen

– Hobby: “Ik luister dolgraag naar muziek uit de twaalfde eeuw. Ze zit vol geloof, spiritualiteit en jeugd. Je hoort er de belofte in van iets nieuws.”


Het bedrijf
– Blast Radius is de grootste websitebouwer en internetmarketeer ter wereld, met vestigingen in Vancouver, Toronto, Londen, New York, San Francisco en Amsterdam.
– 400 werknemers.
– Omzet 2006: Bijna 30 miljoen euro.


A Canadian Dream
Gurval Caer: “We waren pas gestart, en zaten met ons zevenen op de grond. We vertelden elkaar onze individuele droom voor ‘Blast’. We droomden er allemaal van om een groot merk te worden zoals Nintendo of Nike. Een merk dat voor kwaliteit, vakmanschap en vernieuwing staat. We zijn flink op weg om die droom waar te maken. Tien jaar geleden manageden we projecten van 50.000 dollar, nu zijn het projecten van 8 miljoen. Dat zorgt onvermijdelijk voor groeipijnen. Van de zeven stichters blijven er nog vier over. Voor sommigen gaat het te snel. Misschien bereik ook ik binnenkort een punt waarop ik afhaak. Alhoewel… Blast Radius is net verkocht aan WPP, het grootste reclamebureau ter wereld. We worden daar alleen maar beter en sterker door. We blijven onafhankelijk en ik blijf nog minstens drie jaar aan als ceo. Dankzij WPP zullen we onze knowhow nu naar klanten met projecten van 50 miljoen dollar brengen. Dat is erg opwindend. Nee, ik ga nog niet direct rentenieren.”

© jan@janstevens.be

Advertenties

Waterstof: het onuitputtelijke alternatief voor olie?

In Burnaby, een voorstad van het Canadese Vancouver, werken de ingenieurs van Ballard Power keihard aan de waterstofeconomie van de nabije toekomst. “Als we erin slagen om de kosten te drukken, veroveren onze brandstofcellen binnen een paar jaar de hele wereld.”

“Daar mag je geen foto’s van nemen”, zegt communicatiemanager Becky Young kordaat tegen fotograaf Robert Leon als hij een machine wil fotograferen. De rest van de dag zal ze zijn doen en laten angstvallig in de gaten houden. Als hij op een onbewaakt ogenblik verdwijnt om naar het toilet te gaan, schiet Becky in paniek. “Waar is Robert? Hij mag hier niet alleen rondwandelen.” Het lijkt wel alsof paranoia een vast onderdeel van de bedrijfscultuur is bij brandstofcelproducent Ballard. “Nee, we zijn niet paranoïde”, lacht Becky. “Maar we investeren handenvol geld in pionierswerk en kunnen bedrijfsspionage missen als kiespijn.”
Sinds 1983 voert Ballard Power Systems diepgaand onderzoek naar het opwekken van elektriciteit door met waterstof aangedreven brandstofcellen. Naar aanleiding van de oliecrisis in de jaren zeventig organiseerde de Canadese regering een onderzoeksproject naar brandstofceltechnologie. “Dat klonk als muziek in de oren van onze toenmalige ingenieurs”, zegt Becky. “
Ballard begon in 1979 als onderzoekscentrum van lithiumbatterijen. In ’83 zijn we overgeschakeld naar brandstofcellen. Ballard Power Systems ontwikkelde zich in sneltreinvaart tot een aantrekkelijk bedrijf voor slimme, creatieve ingenieurs. Nu zijn we wereldleider op de markt van brandstofcellen.”

Nieuwe ontdekking van oude technologie
Eind vorige eeuw werden brandstofcellen de hemel in geprezen als hét schone en duurzame alternatief voor de vervuilende en schaarser wordende olie. “Na de oliecrisis van de jaren zeventig beseften zelfs de grote Amerikaanse autoconstructeurs dat ze op zoek moesten naar een ‘propere’ motor”, zegt Silvano Pozzi, hoofd R&D van Ballard. “Dus hebben een aantal onder hen vanaf het begin veel geld in ons bedrijf geïnvesteerd. Om elektriciteit op te wekken worden brandstofcellen gevoed door de onuitputtelijke bronnen waterstof en zuurstof. De cellen zijn volkomen geluidloos, hebben geen CO2-uitstoot en produceren als enige bijproduct warm water.”

In de beginjaren bouwden de ingenieurs van Ballard voornamelijk prototypes, om de grondbeginselen van de brandstofceltechnologie tot in de finesses te leren doorgronden. Silvano: “Ook al was het principe van de brandstofcel vrij oud, toch stond de technologie begin jaren tachtig nog in haar kinderschoenen.”

De eerste brandstofcel werd halverwege de 19e eeuw ontwikkeld door de Engelse fysicus William Grove. In 1839 beschreef hij een experiment waarbij hij twee platinastrips in zwavelzuur plaatste. Hij bracht de ene strip met waterstof en de andere met zuurstof in contact, en ontdekte dat er een elektrische stroom liep tussen beide. Het zou tot de tweede helft van de 20e eeuw duren vooraleer de ontdekking van Grove de eerste praktische toepassingen kreeg.

“De hoge kost heeft de massaproductie van brandstofcellen altijd in de weg gestaan”, zegt Silvano. “Ons onderzoek focuste zich van bij de start op het drukken van de kosten. Alleen zo kunnen brandstofcellen gecommercialiseerd worden. In samenwerking met Mercedes bouwden we het allereerste prototype voor een brandstofcelcombinatie – een stack – voor de auto. Die stack vertegenwoordigde 5 kilowatt, zoveel als het vermogen van drie vaatwasmachines samen. Dat stond nog heel ver af van het vermogen van een doorsnee verbrandingsmotor. Om een kleine bestelwagen aan de praat te krijgen, moesten we de hele laadruimte vol stacks plaatsen. Maar het lukte. De volgende uitdaging was om de stacks kleiner, lichter, krachtiger en goedkoper te maken.”

Het meest recente ontwerp voor een autobrandstofcelstack heeft volgens Silvano alles in zich om het commercieel helemaal te maken. “De stack produceert 85 kilowatt, of 120 pk, evenveel als een moderne verbrandingsmotor.”

Nieuwe strategie
Wereldwijd rijden er meer dan 100 prototypes rond van op waterstof aangedreven auto’s, powered by Ballard. “Ze moeten in niets onderdoen voor benzine- of dieselauto’s”, zegt Guy McAree, directeur Strategie. “Integendeel, vanuit milieuoogpunt presteren ze stukken beter: ze maken geen lawaai, vervuilen niet en stoten geen gram CO2 uit.” Toch nam Ballard begin november 2007 de ingrijpende beslissing om de commercialisering van brandstofcellen voor auto’s in 2008 af te stoten. “Dat lijkt op het eerste gezicht bizar, maar we hebben geen keuze. We schatten dat het nog minstens een decennium zal duren eer de brandstofcellenauto commercieel haalbaar is. Sinds de start draait Ballard verlies. We kunnen het ons gewoon niet meer permitteren om nog eens tien jaar lang handenvol geld aan de waterstofauto uit te geven. Daarom verkopen we nu onze automobieldivisie aan Daimler en Ford. We houden een stevige vinger in de pap doordat we 20% van de aandelen van de op te richten nieuwe firma in handen zullen hebben. Maar in de nabije toekomst kiezen we ervoor om al onze energie te investeren in brandstofceltoepassingen die wel snel rendabel kunnen worden, zoals stacks voor forklifts, residentiële warmtekrachtkoppelingcentrales, back-upstroom voor de telecom en autobussen.”

De waterstofeconomie begint nu

Waterstofauto’s zijn niet voor morgen, maar welke marktsegmenten zijn wel rijp voor brandstofceltechnologie?De experts van Ballard spelen hun troeven uit.

1. Warmtekrachtkoppeling. Het grootste commerciële succes scoort Ballard met de productie van brandstofcellen voor residentieel gebruik. “Vooral in Japan gooien onze warmtekrachtkoppelingcentrales hoge ogen”, zegt ingenieur Terry Howe. “Japan is gedoemd om 84% van zijn totale energieverbruik te importeren. Daarom heeft de regering een programma opgestart om warmtekrachtkoppeling op basis van brandstofcellen te promoten. In onze warmtekrachtkoppelingcentrale zit een systeem dat vaak gebruikte brandstoffen zoals aardgas, propaan of kerosine omzet in waterstof. De waterstof gaat naar onze brandstofcel die elektriciteit produceert. Het bijproduct, warm water, wordt opgeslagen in een boiler en dient om het huis te verwarmen. De Japanse huizen zorgen met hun warmtekrachtkoppeling volledig autonoom voor hun elektriciteit, warm water en verwarming. Een Japanse familie bespaart zo jaarlijks 600 dollar. 550 gezinnen halen momenteel hun energie uit onze brandstofcellen. Ons systeem kan het totale energieverbruik van Japan met 30% verminderen en reduceert de CO2-emissie met 40%. De Japanse regering geeft subsidies aan mensen die onze warmtekrachtkoppelinginstallatie aanschaffen.”

2. Heftrucks op waterstof. “We hebben ons eerste contract voor de levering van stacks voor heftrucks binnen”, glundert ingenieur Mike Rosenberg. “Eind 2009 hopen we helemaal concurrentieel te zijn. Onze units zijn 14 maanden lang uitgebreid getest in de magazijnen van Wal-Mart en Nissan. En we weten het nu wel zeker: de technologie lost alle verwachtingen in. De Noord-Amerikaanse heftruckmarkt is immens. Elk jaar worden er 700.000 nieuwe conventionele heftrucks op batterijen of diesel verkocht. Onze brandstofcellen zijn milieuvriendelijker dan diesel, en veel duurzamer dan batterijen. Brandstofcellen geven constante energie en kunnen snel hervuld worden. Waterstof tanken duurt minder dan twee minuten. Het grootste bezwaar voor bedrijven om in onze heftrucks te investeren, is dat ze meteen ook veel geld kwijt zijn aan een waterstoftankstation.”

3. Back-upstroom voor telecom. Ingenieur Tony Cochrane voorspelt een voorspoedige toekomst voor brandstofcellen als leverancier van back-upstroom. “Gsm-operatoren hebben over het hele land zendmasten staan. Elke mast moet een voorziening voor back-upstroom hebben, want als de elektriciteit uitvalt, ligt het hele netwerk plat. Vandaag wordt de meeste back-up geleverd door batterijen of dieselgeneratoren. Door de stijgende terreurdreiging is de bezorgdheid over falende netwerken gestegen. Vroeger moesten zendmasten over 4 uur back-up beschikken, nu zijn er regels die tot 24 uur back-up voorschrijven. Dat haal je nooit met gewone batterijen. Met brandstofcellen wel, want hun back–uptijd is oneindig. Ze hebben een kleine ecologische voetafdruk en kunnen alle weersomstandigheden aan. Als we de benodigde waterstof produceren door elektrolyse van water met behulp van wind en zonne-energie, kunnen we back-upstroomunits installeren die totaal autonoom en milieuvriendelijk werken.”

4. Bussen op waterstof. Wereldwijd rijden er dertig Ballard-autobussen rond met brandstofcellen die gevoed worden door waterstof. “Als je een dieselbus vervangt door een bus op waterstof, bespaar je 135 ton CO2 per jaar”, zegt ingenieur Paul Cass. “Omwille van de zero-uitstoot is er veel overheidsinteresse in brandstofcellen voor bussen. Sinds 1992 zijn we bezig met de ontwikkeling van brandstofcelbussen. In het begin van onze experimenten reden al onze bussen alleen op waterstof. Nu opteren we voor hybride versies, waarbij een batterij mee de motor van de bus draaiende houdt. Dat helpt de kosten drukken.”

Op bezoek in de allereerste brandstofcellenfabriek ter wereld

Ballard Power Systems bouwde in 2000 in Burnaby bij Vancouver de allereerste brandstofcellenfabriek ter wereld. In het 5000 m² grote complex worden dag en nacht brandstofcelstacks geproduceerd. Productiemanager Lance Woodring neemt ons op sleeptouw doorheen de fabriek. “Dit is de belangrijkste plaats ter wereld waar commerciële applicaties voor brandstofcellen gemaakt worden”, zegt hij fier. Tweehonderd operatoren, researchers en ingenieurs werken er continu in drie ploegen. De fabriek oogt als een grote, supercleane drukkerij, met printers, persmachines, ovens en computers. De sfeer is relaxed. “How are you guys today?” klinkt het langs alle kanten. “Are you having a good day?”

MEA
De kern van elke brandstofcel is het ‘protonenuitwisselingsmembraan’. “Het membraan geeft vrije weg aan protonen, maar houdt alle elektronen tegen”, zegt Lance. “Als je het membraan aan beide zijden met een katalysator bekleedt, en zuurstof en waterstof met elkaar combineert, zullen die beide stoffen proberen om water te vormen. De protonen kunnen door het membraan dringen, de elektronen niet, en door de stroom van elektronen ontstaat elektriciteit. De membranen van onze brandstofcellen bestaan uit papier van carbonvezel. Die velletjes zijn ideaal omdat ze goede elektrische geleiders zijn. Het grote nadeel is dat ze gulzig water absorberen. Vervelend, want water is het natuurlijke bijproduct van brandstofcellen. Daarom dompelen we het carbonvezelpapier eerst onder in teflon, waardoor het volledig waterafstotend wordt. Het chemische proces in de brandstofcel kickt op platina, dus moeten we ons carbonvezelpapier in platina drenken. Dat maakt het hele proces zo ontzettend duur, want platina kost ongeveer 25 dollar per gram. Om het platinaverbruik tot een minimum te beperken, vullen we de oneffenheden in het papier eerst op met spotgoedkope carboninkt van 2 dollarcent per 500 gram, zodat alle microscopische gaatjes, ‘heuveltjes’ en ‘dalen’ geëgaliseerd worden en het oppervlak geen oneffenheden meer vertoond. Daarna wordt een ultradun laagje platina op het membraan aangebracht.”
Lance toont ons hoe het afgewerkte membraan in een machine tussen twee katalysators geperst wordt. “Het resultaat is een
brandstofcel of MEA, ‘Membraan Electro Assemblage’, met aan de ene kant een kathode – een negatieve pool, en aan de andere kant een anode – een positieve pool.”
Verschillende MEA’s worden samengevoegd tot een stack. “Een kleine stack bestaat uit vijftig brandstofcellen – wat goed is voor 4 kilowatt stroom. In het begin werden de cellen samengehouden door lange vijzen en schroeven. Nu worden ze met lasertechnologie aaneen gelast. Omdat we al die vijzen en schroeven niet meer nodig hebben, is de stack veel kleiner en gebruiksvriendelijker geworden. De huidige generatie stacks
zien er perfect uit: ze lijken op een product, ruiken als een product, en zijn ook een echt product. Ze gaan het helemaal maken.”

Hoe veilig is waterstof?

6 mei 1937. De legendarische Duitse zeppelin Hindenburg wil aanleggen in Lakehurst, New Jersey. Maar tijdens de landing breekt er brand uit aan boord van het 245 meter grote luchtschip. De tank met 198.000 m³ waterstof explodeert en een minuut later rest er van de Hindenburg niets meer dan verwrongen staal en as. 35 mensen komen om. De oorzaak: een lek in de waterstoftank.

Anno 2008 lijkt waterstof hip. Is het licht ontvlambare goedje dan plots zoveel veiliger geworden?
I
ngenieur Tony Cochrane: “Waterstof is stukken veiliger dan diesel of propaan. In Noord-Amerika houden gezinnen ’s zomers een barbecue in de tuin, met een grote tank propaan vlakbij, zonder dat ze beseffen dat ze gevaar lopen. Waterstof is vrij risicoloos. Als er een lek is, vervliegt het snel, in tegenstelling tot benzine. Waterstof is gemakkelijker onder controle te houden dan de meeste brandstoffen die we elke dag gebruiken.”

Communicatiemanager Becky Young: “Een paar jaar geleden hebben we hier op een vrijdag aan onze fabriek een ‘ongeluk’ gehad. Toen we onze tanks lieten vullen, ging er iets fout en ontvlamde er lekkende waterstof. De media reageerden furieus. Ik kreeg op maandag telefoon van een journalist die de grootte en de diepte van de krater wou komen opmeten. De truck was dat weekend intact terug naar Californië gereden, met een chauffeur achter het stuur die blijkbaar iets te lang in de zon had gelegen. Als het een propaantank geweest was, had jij hier niet kunnen rondwandelen, want dan was Ballard helemaal weggeblazen.”

Ballard Power Systems in cijfers

– Gesticht in 1979 als Ballard Research door de Canadese zakenman Geoffrey Ballard

– Stelt 550 mensen tewerk

– Wereldmarktleider in de productie van brandstofcellen

– Genoteerd op de Canadese beurs en de Nasdaq

– Verkochte brandstofcelunits in 2007: ongeveer 400 stuks

– Omzet 2006: 50 miljoen dollar

 

– Verlies 2006: 180 miljoen dollar

© jan@janstevens.be